Natuurinrichting
West-Vlaamse Scheldemeersen
abiotiek monitoring jaar +5 oppervlaktewater kwaliteit december 2016
Natuurinrichting
West-Vlaamse Scheldemeersen Colofon Opdrachtgever:
Vlaamse Landmaatschappij Regio West Vestiging West-Vlaanderen Velodroomstraat 28 8200 Brugge Tel 050 45 81 00 www.vlm.be
Agentschap voor Natuur en Bos West-Vlaanderen Jacob van Maerlantgebouw Koning Albert I-laan 1/2 bus 74 8200 Brugge (Sint-Michiels) Tel 050 24 77 40 www.natuurenbos.be
Contactpersoon VLM
Projectleider VLM
Carole Ampe carole.ampe@vlm.be
Catherine Vanden Bussche catherine.vandenbussche@vlm.be
Datum rapport
status / revisie
december 2016
eindrapport
INHOUDSOPGAVE INHOUD
1
Inleiding .................................................................................... 2
2
Methodologie ........................................................................... 4
3
Resultaten – Oppervlaktewater ................................................ 5
4
Bespreking - Oppervlaktewater ................................................ 8
5
Besluit ....................................................................................... 9
6
Referenties ............................................................................... 9
7
Kaarten ................................................................................... 10
8
Foto’s ...................................................................................... 12
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
1
1 INLEIDING Op grond van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het uitvoeringsbesluit van 23 juli 1998 kan de Vlaamse regering natuurinrichtingsprojecten instellen. Het projectgebied West-Vlaamse Scheldemeersen situeert zich in het zuidwestelijk deel van WestVlaanderen, langs de oevers van de Bovenschelde op het grondgebied van de gemeenten Avelgem en Spiere-Helkijn. Het projectgebied is niet volledig aaneengesloten en wordt plaatselijk onderbroken door dorpskommen, wegen en industrieterreinen. Samen gaat het om een oppervlakte van 469,5 ha. Zo is het natuurinrichtingsproject West-Vlaamse Scheldemeersen ingesteld op 7 maart 2002 nadat voor het projectgebied een onderzoek naar de haalbaarheid is uitgevoerd. Het projectrapport dat werd opgemaakt heeft een openbaar onderzoek ondergaan van 9 september 2002 tot en met 8 oktober 2002. De Vlaamse regering heeft de maatregelen en uitvoeringsmodaliteiten vastgelegd op 24 maart 2004. Aan de hand van een projectuitvoeringsplan gevolgd door een openbaar onderzoek van 1 tot 30 maart 2006 bereidt het comitĂŠ de uitvoering van het natuurinrichtingsproject voor. De uitvoering van het natuurinrichtingsproject gebeurt in verschillende fasen. In 2008 zijn aanpassingswerken aan de riolering van de aanpalende straten van de Rijtgracht uitgevoerd zodat er minder vervuild water in de Rijtgracht terecht komt. In juni 2009 startten de inrichtingswerken te van de meanders te Waarmaarde en te Avelgem van start. Voor de meander van Avelgem houdt dit o.a. in: de aanleg van een vispaaiplaats, afschuining van oevers, aanleg van een vogelkijkwand, aanleg van visplaatsen. In de Bekaertmeander wordt een dam weggenomen en een weg verplaatst zodat de meander weer als 1 geheel kan beheerd worden, de binnenbocht wordt afgegraven t.b.v. de ontwikkeling van riet- en moerasvegetatie. De Deweercoupure wordt deels gebaggerd en in een aantal aanpalende percelen worden laagtes aangebracht. Langs de Scheebeek wordt een perceel afgegraven. In het najaar gebeuren inrichtingswerken te Kerkhove en aan de Landbeek. Een landbouwweg wordt omgevormd tot tweesporenweg. Langs de Coupure komen er visplaatsen, worden er plasbermen aangelegd en een meanderkop afgegraven. In de Plattemeersen worden er laantjes uitgediept, een populierenbos gekapt, poelen gegraven en houtkanten aangelegd. Tenslotte komen, vermoedelijk in 2011, het heruitgraven van de Vuile Coupure aan de beurt, een ontdubbeling van de Parochiebeek en de aanleg van een wandelpad langs de Rijtgracht. Monitoring van een natuurinrichtingsproject omvat het in de tijd (op)volgen van de ontwikkelingen van natuurwaarden die plaatsvinden naar aanleiding van een eenmaal gedane ingreep (inrichtingsmaatregelen) of een ingezette vorm van beheer. Resultaten van monitoring dienen enerzijds gebruikt te worden om natuurdoelen op projectniveau te kunnen toetsen, en anderzijds voor evaluatie van doelstellingen op beleidsniveau. Monitoring moet toelaten te signaleren of er zich andere ontwikkelingen voordoen dan de gewenste, en zo mogelijk ook de oorzaak van het probleem te achterhalen zodat er lessen kunnen getrokken worden voor nog uit te voeren projecten. De monitoring uitgevoerd in het kader van het NI project West-Vlaamse Scheldemeersen heeft tot doelstelling een selectie van de uitgevoerde maatregelen op te volgen. In het monitoringsmeetnet van West-Vlaamse Scheldemeersen komen volgende maatregelen aan bod : 1) Maatregelen ten behoeve van verschralen door
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
2
het omvormen grondgebruik van akkerland naar grasland of van cultuurgrasland naar schraalgrasland afplaggen van toplaag van percelen 2) Maatregelen ten behoeve van het verbeteren van het ecologisch functioneren van waterlopen : graven van meanders herinrichten van oevers van waterlopen en meanders open maken van verlande grachtjes creëren van overstromingszones voor beken 3) Maatregelen ten behoeve van vernatting en herstel van kwelmilieu’s : afgraven van opgehoogde percelen ten behoeve van moerasontwikkeling 4) Maatregelen ten behoeve van het verbeteren van de landschapsstructuur 5) Maatregelen ten behoeve van de verhoging van het inheems karakter van aanwezige (opgaande) vegetaties
Dit rapport bespreekt de resultaten van het onderzoek naar waterkwaliteit op 5 locaties: WSM1 : Oude Scheldearm te Avelgem, Coupure Deweer, langs de Meersstraat waar de straat tot tegen de Scheldearm komt WSM2 : Oude Scheldearm te Kerkhove, ter hoogte van de Oude Plaats en het Kerkhof, tot de bocht waar de landweg langs de Scheldearm loopt WSM3 : Oude Scheldearm te Rugge, Bekaert meander, langs de grote baan van Rugge naar Ruien, aan de binnenbocht van de Scheldearm thv verbodsteken “niet parkeren” WSM4 : Oude Scheldearm te Waarmaarde thv Gouden Karper, einde van landweg vlak voor de brug vanaf de grote baan Rugge naar Ruien, in de bocht van de Scheldearm, +/- 20 m van de perceelgrens tussen tarwe (N) en ingezaaid grasland (Z) WSM5 : Oude Scheldearm te Waarmaarde thv Gouden Karper, via de Trappelstraat, binnenzijde en uiterste oostkant van de meanderbocht
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
3
2 METHODOLOGIE
Doel van de waterkwaliteitbepalingbepaling
Bepalen en opvolgen van de oppervlaktewaterkwaliteit.
Bemonsteringsmethode
Oppervlaktewaterkwaliteit De oppervlaktewaterkwaliteit wordt opgevolgd op 5 locaties in de afgesloten meanders (zie §7 Kaarten). Watermonsters worden genomen met een emmer die zo ver mogelijk in het water gegooid wordt. De stalen worden gefilterd en gefixeerd, gekoeld en naar het laboratorium gebracht voor analyse. Watermonsters worden genomen op een diepte van 25-30 cm indien het water voldoende diep is. Er zijn 2 reeksen stalen genomen, een eerste reeks op 7/6/2016, een tweede reeks op 26/9/2016.
Analysemethoden
De analysen werden uitgevoerd door de Bodemkundige Dienst van België. De geanalyseerde parameters zijn: Terrein: pH, EC, T, NaCl, TDS Laboratorium: pH, EC, BOD, COD, zwevende stoffen, ortho-fosfaat, NO2-, NO3-, NH4+, Kjeldahl N, P totaal, S totaal
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
4
3 RESULTATEN Op 5 locaties in afgesloten meanders van de Schelde zijn er op 7/6/2016 (voorjaar) en 26/9/2016 (najaar) waterstalen genomen om de oppervlaktewaterkwaliteit te bepalen (§7 Kaarten). De resultaten (Tabellen 3 en 4) hebben we getoetst aan de milieukwaliteitsnormen voor typespecifieke fysico-chemische en biologische parameters in oppervlaktewateren…. Deze bevat o.a. normen voor chemische kwaliteit van oppervlaktewater per watertype. Er zijn normen vastgelegd voor thermische omstandigheden, zuurstofhuishouding, zoutgehalte, verzuringstoestand, nutriënten, doorzicht en biologische parameters (Vlarem II, MKN BS 9/7/2010), voor kleine beek Bk (Tabel 1). De meanders van Avelgem, Rugge, Waarmaarde en Kerkhove kunnen van het type “matig ionenrijk, alkalisch eutroof meer (Ami)” beschouwd worden. Tabel 1: MKN richtwaarden voor type alkalisch eutroof meer (Ami) 15° BZV
CZV
EC
Cl-
SO42-
mg O2/l
mg O2/l
µS/cm
mg/l
mg/l
6
30
750
140
100
90 perc
90 perc
90 perc
90 perc
gem
pH
NO3--N N totaal mg N/l
P totaal
mg N/l
mg P/l
1.3
0.070
90 perc zhj gem
zhj gem
6,5-8,5
Voor zover er voor bepaalde parameters geen richtwaarden zijn opgenomen in de MKN, werden de meetresultaten ook getoetst aan de basiskwaliteitsnormen voor oppervlaktewater (absolute waarden, Vlarem II, bijlage 2.3.1, BS 1/7/1995) (Tabel 2). Tabel 2: Absolute waarden van de basiskwaliteitsnorm (Vlarem II, 1995)
Absoluut
Opgeloste zuurstof
Ammonium
Nitriet+nitraat
PO43—P (stilstaand water)
ZS
mg O2/l
mg N/l
mg N/l
mg P/l
mg/l
≥5
<5
≤10
<0.05
<50
Gemiddeld
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
1
5
Tabel 3: Resultaten oppervlaktewater, 7 juni 2016 Eenheid
WSM1
WSM2
7,34
7,72
7,9
7,74
7,71
µS/cm 25°C
459,3
614
434,7
489,5
417,5
Staalnamepunt
WSM3
WSM4
WSM5
Parameter Terrein pH EC
°C
20,3
23,8
22,1
23,2
25,4
NaCl
ppm
432,1
592
410,4
460,7
394,7
TDS
mg/l
467,2
626,2
444,5
499,7
425,8
7,25
7,79
8,04
7,75
7,89
µS/cm 25°C
476
643
453
519
439
BZV
mg O2/l
1,6
1,5
4,2
4,3
1,9
CZV
mg O2/l
32
21
31
33
31
mg/l
<2.00
2,8
22,2
15,2
10,4
mg P/l
0,115
0,27
<0.035
<0.035
0,29
mg N/l
<0.100
<0.100
<0.100
<0.100
<0.100
mg N/l
<0.0060
0,07
<0.0060
<0.0060
<0.0060
mg N/l
0,35
0,46
<0.078
<0.078
<0.078
Kjeldahl-N
mg N/l
1,66
1,9
2
1,65
1,63
Fosfor (P)
mg/l
0,22
0,36
0,118
0,123
0,48
Zwavel (S)
mg/l
1,58
8,5
4,2
6,5
2,05
T
Labo pH Geleidbaarheid (EC)
Zwevende stoffen Orthofosfaat
(PO43--P)
Nitraat-N (NO3 Nitriet-N
--N)
(NO2--N)
Ammonium-N
(NH4+-N)
Overschrijding van de norm
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
6
Tabel 4: Resultaten oppervlaktewater, 26 september 2016
Eenheid
Staalnamepunt
WSM1
WSM2
WSM3
WSM4
WSM5
Parameter Terrein pH EC
7,3
7,55
7,73
7,51
7,79
µS/cm 25°C
440,3
521,4
448,8
420,6
376
°C
15,9
16
17,6
15,2
16,9
NaCl
ppm
416,3
485,6
424,3
388,7
353,6
TDS
mg/l
449
532,2
457,6
429
386,9
7,53
7,73
7,91
7,6
7,97
µS/cm 25°C
450
531
467
429
385
BZV
mg O2/l
3,3
3,8
3,1
4
3,7
CZV
mg O2/l
24
30
24
31
35
mg/l
11
10,8
27
7,6
21,4
mg P/l
0,041
0,29
<0.035
<0.035
0,039
mg N/l
<0.100
<0.100
<0.100
<0.100
<0.100
mg N/l
<0.0060
<0.0060
<0.0060
<0.0060
<0.0060
mg N/l
0,082
0,09
<0.078
0,097
<0.078
Kjeldahl-N
mg N/l
1,26
1,59
1,64
1,72
1,8
Fosfor (P)
mg/l
0,202
0,5
0,155
0,149
0,198
Zwavel (S)
mg/l
0,63
2,89
3,74
1,76
1,41
T
Labo pH Geleidbaarheid (EC)
Zwevende stoffen Orthofosfaat
(PO43--P)
Nitraat-N (NO3 Nitriet-N
--N)
(NO2--N)
Ammonium-N
(NH4+-N)
Overschrijding van de norm
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
7
4 BESPREKING De pH waarden liggen voor alle geanalyseerde stalen op de verschillende locaties en genomen op verschillende tijdstippen binnen de norm. De elektrische geleidbaarheid is op geen enkele van de vijf locaties en de twee tijdstippen overschreden. BZV is noch in het voorjaar, noch in het najaar overschreden. CZV is in het voorjaar licht overschreden (tot 33 mg O2/l) in WSM1, WSM3, WSM4 en WSM5; in het najaar is de CZV licht overschreden (tot 35 mg O2/l) in WSM4 en WSM5. Nitraat+nitriet waarden zijn zeer laag en liggen onder de meetgrens van 0,100 mg N/l voor nitraat en van 0,006 mg N/l voor nitriet. Ammonium is niet overschreden, de voorjaarswaarden van WSM1 en WSM2 zijn hoger dan op de andere meetpunten. Totale N (gemeten als Kjeldahl N) is in alle meanders zowel in het voorjaar als in het najaar overschreden met uitzondering van het najaar in WSM1. Orthofosfaat is in het voorjaar overschreden in WSM1 en WSM2, in het najaar enkel in WSM2. Totale P is te hoog in alle meetlocaties zowel in het voor- als in het najaar en varieert tussen 0.118 en 0.5 mg/l. De norm van zwevende stoffen is op geen enkel meetpunt overschreden noch in het voorjaar, noch in het najaar. De waarden sulfaten liggen overal onder de norm, voor sulfaten zijn de najaarswaarden meestal lager dan de voorjaarswaarden.
De meeste overschrijdingen van parameters komen voor op WSM1 en WSM2. Er is geen duidelijke betere of slechtere waterkwaliteit in het voorjaar of najaar voor elk staalnamepunt afzonderlijk. De onderzochte parameters tonen ook geen duidelijk hogere of lagere waarden naargelang het meetseizoen met uitzondering van zwavel dat in het najaar op de 5 meetlocaties lager is dan in het voorjaar.
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
8
5 BESLUIT Dit rapport bevat de resultaten van monitoring van oppervlaktewater, 5 jaar na de uitvoering van de werken (T+5). Op 5 locaties in afgesloten meanders van de Schelde zijn er op 7/6/2016 (voorjaar) en 26/9/2016 (najaar) waterstalen genomen om de oppervlaktewaterkwaliteit te bepalen. De resultaten van het oppervlaktewater werden getoetst aan de basiskwaliteitsnormen voor oppervlaktewater. pH, EC, BZV, NO3+NO2, NH4, zwevende stoffen en S zijn niet overschreden noch in het voorjaar, noch in het najaar. CZV is in het voorjaar overschreden in WSM1, WSM3, WSM4 en WSM5, orthofosfaat is overschreden in WSM1, WSM2 en WSM5 in het voorjaar, in het najaar enkel nog in WSM2. Totale N en totale fosfor zijn zowel in het voorjaar als in het najaar overschreden op de 5 meetlocaties met uitzondering van WSM1 in het voorjaar. In 2008 lagen de pH en EC waarden, BZV, zwevende stoffen, nitraat, nitriet, ammonium onder de limiet van de MKN voor oppervlaktewater voor beide meetperiodes (Ampe, 2010). Kjeldahl N varieerde in 2016 voor alle meetlocaties zowel in voor- als najaar alle waarden tussen 1.26 en 1.9 mg N /l. In 2008 varieerde Kjeldahl N tussen 1.2 en 4.5 mg N/l en werden de belangrijkste overschrijdingen in WSM2 en WSM5 tot 4.5 mg N/l gemeten. In 2008 was de detectielimiet voor P totaal en orthofosfaat te hoog en kon er geen toetsing gebeuren aan de MKN normen met uitzondering van WSM2 en WSM5 die de MKN norm overschreden. In 2016 blijven de overschrijdingen voor P totaal en in mindere mate voor orthofosfaat bestaan.
6 REFERENTIES Ampe, C., 2010. Natuurinrichtingsproject West-Vlaamse Scheldemeersen. Monitoringsrapport. Uitvoering Monitoring. Abiotische parameters, bodem en hydrologie, T-1. Vlaamse Landmaatschappij West-Vlaanderen.
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
9
7 KAARTEN
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
10
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
11
8 FOTO’S
WSM1 – 7/6/2016
WSM3 - 7/6/2016
WSM4 - 7/6/2016
WSM5 - 7/6/2016
West-Vlaamse Scheldemeersen Monitoring waterkwaliteit
12