Skip to main content

RVK_SintRijkers_avifauna_herpetofauna_eindrapport_incl_bijlagen_voorblad_compressed.pdf

Page 1

Ruilverkaveling Sint-Rijkers

Uitvoeren monitoringsprogramma Avifauna: jaar -1 Herpetofauna (aanvullende inventarisatie): jaar -1 februari 2017


Ruilverkaveling Sint-Rijkers Colofon

Opdrachtgever:

Vlaamse Landmaatschappij Regio West Vestiging Brugge Velodroomstraat 28 8200 Brugge Tel. 050 45 81 00 Fax 050 45 81 99 www.vlm.be

Redactie:

Kristof Goemaere, Adviseur ecologie Olivier Heylen, Account manager ecologie

Coverfoto:

luchtfoto put van Sint-Rijkers

Datum rapport

status / revisie

februari 2017 rapport / ontwerp / revisie 1

Opdrachthouder: ANTEA Belgium nv Roderveldlaan 1 2600 Antwerpen Tel. 03 221 55 00 Fax 03 221 55 01 www.anteagroup.be


Ruilverkavelingsproject Sint-Rijkers Uitvoering monitoringprogramma jaar – 1 : Avifauna en aanvullende inventarisatie Herpetofauna Eindrapport

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

1


Inhoudstafel 1

INLEIDING

6

2

SITUERING EN GLOBALE VASTSTELLINGEN

7

2.1

Algemene kenmerken van het onderzoeksgebied

7

2.2

Globale vaststellingen

7

3

AVIFAUNA

16

3.1 Methodiek broedvogelkartering 3.1.1 Veldwerk 3.1.2 Verwerking van de gegevens

16 16 19

3.2 Resultaten & analyse 3.2.1 Inleiding 3.2.2 Soortspecifieke bespreking 3.2.3 Verband met beheerovereenkomsten VLM 3.2.4 Besluiten broedvogels Sint-Rijkers 3.2.5 Andere soortengroepen: haas

21 21 22 38 41 43

3.3

44

Avifauna i.r.t. ruilverkaveling

4

AMFIBIEËN

48

4.1

Inleiding

48

4.2 Situering van de poelen 4.2.1 Beschrijving van de poelen

49 49

4.3 Methodiek 4.3.1 Inventarisatie methodiek 4.3.2 Materiaal 4.3.3 Veldwerkformulieren 4.3.4 Specifieke aandachtspunten

51 51 52 53 53

4.4 Resultaten 4.4.1 Globaal overzicht 4.4.2 Waterhoudend karakter van de poelen

54 54 55

4.5

Waarden – knelpunten en potenties

55

4.6

Aanbevelingen behoud kamsalamander

58

5

CONCLUSIES

61

5.1

Avifauna

61

5.2

Amfibieën

62

6

BRONNEN

64


7

BIJLAGEN

65

BIJLAGE 1: KAARTMATERIAAL ................................................................................................................... 66 BIJLAGE 2: FOTO-ATLAS AMFIBIEËNONDERZOEK ........................................................................................ 67 BIJLAGE 3: VELDWERKVERSLAGEN AMFIBIEËN ........................................................................................... 68 BIJLAGE 4: INVULFORMULIEREN VELDWERK AMFIBIEËN .............................................................................. 69

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

3


LIJST TABELLEN TABEL 1: SAMENVATTEND OVERZICHT BROEDVOGELTOTALEN SINT-RIJKERS .............................................. 41 TABEL 2: SOORTENOVERZICHT PER ECOLOGISCHE VOGELGROEP ............................................................... 43 TABEL 4.1: SAMENVATTEND OVERZICHT AANGETROFFEN SOORTEN PER GEÏNVENTARISEERDE POEL ............ 54 TABEL 4.3: W AARDEN - KNELPUNTEN – POTENTIES POELEN SINT-RIJKERS ................................................. 56

LIJST FIGUREN FIGUUR 2-1: UNIFORM, GEËFFENDE GRASLANDPERCELEN IN HET NOORDELIJK DEEL VAN DE RUILVERKAVELING ZONDER MICRORELIËF EN ENIGE KRUIDEN.............................................................................................8 FIGUUR 2-2: EENZELDE BEELD ALS VOORGAANDE GRASLANDEN, GRASLAND IN HET WESTELIJK DEEL VAN DE RUILVERKAVELING: UITSLUITEND BESTAAND UIT ENGELS RAAIGRAS. DERGELIJKE ZONES ZIJN OP VLAK VAN AVIFAUNA ZO GOED ALS LEEG. .............................................................................................................8 FIGUUR 2-3: RECENT GESCHEURD WEILAND, DAT OMGEZET IS IN MAÏSAKKER NA NIVELLERING. EEN AANTAL OMSTAANDE STRUIKEN EN BOMEN ZIJN ER NOG GETUIGE VAN, EEN AANTAL ANDERE ZIJN REEDS VERWIJDERD. ......................................................................................................................................9 FIGUUR 2-4: OMVANGRIJKE MAÏSAKKER: EEN BIOTOOP DAT VOOR HEEL WEINIG SOORTEN GUNSTIG IS. AFHANKELIJK VAN DE TIMING VAN HET INZAAIEN KAN DE KALE AKKER NOG BROEDBIOTOOP ZIJN VOOR KIEVIT, MAAR VOOR ANDERE SOORTEN IS DIT ZO GOED ALS ZONDER WAARDE. ........................................9 FIGUUR 2-5: ZELDZAAM BEELD BINNEN DE RUILVERKAVELING: WEILAND MET VRIJ UITBUNDIGE BLOEI VAN SCHERPE BOTERBLOEM (MET PAARDEN BEGRAASD). .......................................................................... 10 FIGUUR 2-6: RECENT AANGELEGD BUFFERSTROOK LANGS WATERLOOP: UNIFORME GRASSTROOK ZONDER ENIGE BLOEI OF ZAADZETTING ........................................................................................................... 11 FIGUUR 2-7: OUDERE GRASBUFFER MET GEVARIEERDE SAMENSTELLING EN VEGETATIESTRUCTUUR: BLOEIENDE GRASLANDKRUIDEN ZORGEN VOOR ZOWEL VOEDSEL VOOR INSECTENETERS ALS ZAADETERS ONDER DE AVIFAUNA. ....................................................................................................................................... 11

FIGUUR 2-8: BUFFERSTROOK NA MAAIBEURT BEGIN JULI. DE GRASBUFFERSTROKEN LANGS DE WATERLOPEN WORDEN PAS LAAT GEMAAID, ZOALS HET IN DE OVEREENKOMST MET VLM STAAT. DIT ZORGT ERVOOR DAT HIER VOOR BROEDVOGELS (BVB. NESTEN VAN PATRIJS) EEN VEILIG BROEDBIOTOOP ONTSTAAT. ........... 12 FIGUUR 2-9: DE WERKZAAMHEDEN I.K.V. DE RUILVERKAVELING WAREN REEDS GESTART. DE WERKEN LIEPEN TEVENS DOOR IN DE LOOP VAN HET BROEDSEIZOEN. IN DERGELIJKE ZONES WAS ER BIJGEVOLG, NAAST DE GEWONE LANDBOUWPRAKTIJK, EEN EXTRA INVLOED OP DE AANWEZIGHEID VAN AVIFAUNA. DIT HAD BIJGEVOLG OOK EEN INVLOED OP DE INVENTARISATIES....................................................................... 12 FIGUUR 2-10: HOPEN OVERTOLLIGE AARDE NA INRICHTINGSWERKEN I.K.V. RUILVERKAVELING ZORGEN VOOR ONTWIKKELING RUIGTE- EN AKKERONKRUIDEN MET EEN (WELISWAAR TIJDELIJKE) BELANGRIJKE MEERWAARDE VOOR AVIFAUNA TOT GEVOLG. .................................................................................... 13 FIGUUR 2-11: BLOEIEND KARAKTER VAN DE BERMEN VAN EEN WEINIG GEBRUIKTE TWEESPORENBETONWEG ZORGT VOOR VOEDSEL, DEKKING EN POTENTIËLE NESTLOCATIE VOOR AVIFAUNA, EEN SITUATIE DIE IN HET AANGRENZEND LANDBOUWGEBIED NAUWELIJKS VOORKOMT. .............................................................. 13 FIGUUR 2-12: EEN ZELDZAAM BEELD BINNEN DE RUILVERKAVELING: BREDE GRASLANDSTROOK (LANGS VOORMALIGE ZANDWINNINGSPUT) MET KWALITATIEVE VEGETATIE EN UITBUNDIGE ZAADZETTING VAN PAARDENBLOEM. DIT VORMT UITMUNTEND BIOTOOP VOOR HEEL WAT VOGELS VAN LANDBOUWGEBIED. 14 FIGUUR 2-13: RESTANTEN VAN KLEINSCHALIG LANDSCHAP ROND WEILANDEN, BEPERKTE BLOEI VAN PAARDENBLOEM IS NOG AANWEZIG, MAAR DE KWALITEIT VAN DE GRASLANDEN IS STERK ACHTERUITGEGAAN WELLICHT T.G.V HERBICIDENGEBRUIK. DIT GELDT TEVENS VOOR DE AANGRENZENDE BERMEN/GRACHTEN. DIT WEILAND LIGT NET BUITEN DE RUILVERKAVELING SINT-RIJKERS, IN HET GEBIED VAN DE RUILVERKAVELING IZENBERGE FASE 1. .............................................................................................. 14


FIGUUR 2-14: HERBICIDENGEBRUIK BEPERKT ZICH VEELAL NIET TOT DE LANDBOUWPERCELEN ZELF. DOOR OVERSPRAY, MOGELIJKE ONVOORZICHTHEID OF ANDERE REDENEN ZIEN WE VAAK DAT AANLIGGENDE BERMEN NIET GESPAARD BLIJVEN EN VELE BERMEN OF NIET GEBRUIKTE ZONES MEEBESPROEID WORDEN MET DE GEKENDE GEVOLGEN VOOR FLORA ÉN FAUNA......................................................................... 15

FIGUUR 2-15: DE BERMEN LANGS DE LOVAART ZIJN DUIDELIJK MEER GEVARIEERD, VRIJ VAN HERBICIDENGEBRUIK EN VEEL BLOEMRIJKER. DE BERMEN VORMEN, SAMEN MET DE STRUIKEN EN BOMENGORDEL EEN GROENE AS, WAT ZICH DUIDELIJK WEERSPIEGELT IN DE DICHTHEDEN AAN AVIFAUNA ........................................................................................................................................ 15 FIGUUR 3-1: SITUERING DEELGEBIEDEN RUILVERKAVELING SINT-RIJKERS.................................................. 16 FIGUUR 3-2: VOORBEELDWEERGAVE INGEGEVEN WAARNEMINGEN RVK SINT-RIJKERS ............................... 19 FIGUUR 3-3: VOORBEELD INVOERMODULE SMARTPHONE ............................................................................ 19 FIGUUR 3-4: OVERZICHT PUNTWAARNEMINGEN – BASISWAARNEMINGEN BROEDVOGELINVENTARISATIE SINTRIJKERS .......................................................................................................................................... 20 FIGUUR 3-5: KOOLZAADVELD MET OMLIGGENDE PERCEELSRAND EN RIETSLOOT: LOCATIE MET VERSCHILLENDE ZANGPOSTEN VAN BLAUWBORST ....................................................................................................... 23 FIGUUR 3-6: NEST VAN PATRIJS MET NET GEKIPTE EIEN IN NOG NIET GEMAAIDE GRASLANDSTROOK OP 22/06/2016 ..................................................................................................................................... 25 FIGUUR 3-7: ZEER GROOTSCHALIGE PERCELEN ZONDER ENIGE VEGETATIE IN DE WINTERPERIODE EN VROEGE VOORJAAR ....................................................................................................................................... 28 FIGUUR 3-8: SITUATIE HALVERWEGE MEI 2016: AARDAPPELPERCEEL DAT NET AANGEPLANT WERD. ............. 28 FIGUUR 3-9: VERSPREIDING VAN DE ROODBORSTTAPUIT IN VLAANDEREN IN DE PERIODE 2008-2012 (DATA: WWW.WAARNEMINGEN.BE VIA INBO.A.3191) .................................................................................... 32 FIGUUR 3-10: VERSPREIDING VAN DE WULP IN VLAANDEREN IN DE PERIODE 2008-2012 (DATA: WWW.WAARNEMINGEN.BE VIA INBO.A.3191) .................................................................................... 36 FIGUUR 3-11: VERSPREIDING VAN DE GRASPIEPER IN VLAANDEREN IN DE PERIODE 2008-2012 (DATA: WWW.WAARNEMINGEN.BE VIA INBO.A.3191) .................................................................................... 37 FIGUUR 3-12: BEHEEROVEREENKOMSTEN VLM I.R.T. VASTGESTELDE BROEDVOGELWAARNEMINGEN........... 40 FIGUUR 4-1: SITUERING POELEN SINT-RIJKERS ......................................................................................... 49 FIGUUR 4-2: OVERZICHT ACTIVITEITENPERIODES AMFIBIEËN IN VLAANDEREN.............................................. 51 FIGUUR 4-3: SITUERING POELEN OMGEVING KLAREWEL /BURGMOLENSTRAAT WAAR KAMSALAMANDER AL/DAN NIET AANGETROFFEN WERD. ............................................................................................................. 58 FIGUUR 4-4: VOORKOMEN VAN KAMSALAMANDER IN VLAANDEREN (1995-2007 ; KAART INBO) ................... 58

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

5


1 Inleiding Antea Group werd door de Vlaamse Landmaatschappij uitgenodigd voor het uitvoeren van een onderzoek in de Ruilverkaveling Sint-Rijkers m.b.t. avifauna en herpetofauna. Dit rapport geeft een overzicht van de uitgevoerde monitoring en meer specifiek over volgende aspecten:  

Avifauna: uitgebreide territoriumkartering broedvogels in de volledige ruilverkaveling: vastleggen van de nul-situatie voor de uitvoering van de belangrijkste werken van de ruilverkaveling. Dit in het kader van de uitvoering van het monitoringsprogramma Amfibieën: inventarisatie van 10 poelen in de ruilverkaveling aanvullend op de monitoringsinventarisatie die in 2014 uitgevoerd is met extra aandacht voor de kamsalamander

Naast de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken wordt in dit rapport een relatie gelegd met de maatregelen die uitgevoerd zullen worden in het ruilverkavelingsplan. Er worden aanbevelingen voorzien i.r.t. akkervogels. Gezien de uit te voeren maatregelen in het kader van de ruilverkaveling hier al vast staan, betreft het hoofdzakelijk aanbevelingen inzake de inrichting van percelen die voorzien zijn voor natuurmaatregelen. Daarnaast kunnen vrijwillige beheerovereenkomsten functioneel zijn voor akkervogels. Ook in relatie tot amfibieën worden aanbevelingen geformuleerd. De focus ligt hier op acties die genomen moeten worden om het behoud van de aanwezige populatie kamsalamander te realiseren.


2 Situering en globale vaststellingen 2.1

Algemene kenmerken van het onderzoeksgebied

Het ruilverkavelingsgebied ‘Sint-Rijkers’ heeft een oppervlakte van 1.935 ha en ligt op het grondgebied van drie gemeenten: Alveringem (deelgemeenten Alveringem, Oeren, Sint-Rijkers, Izenberge), Veurne (Vinkem) en Lo-Reninge (Pollinkhove). De Oerenstraat, Westover en de Gouden Hoofdstraat in het noorden, de Lovaart in het oosten, de Clamarastraat, de Collaertshillestraat, de Burgmolenstraat en de Burgdreef in het zuiden en de Izenbergestraat en de Kazernestraat in het westen, begrenzen het gebied. Het gebied heeft een grootschalig open karakter, doorsneden door de N8 en begrensd door de Lovaart in het oosten. Diverse dorpen liggen binnen het ruilverkavelingsgebied, de grotere kernen vallen weliswaar buiten het toepassingsgebied van de ruilverkaveling. Verspreid in het gebied, met name voornamelijk in het oostelijke deel; nabij de Lovaart, liggen nog historische boerderijsites met walgrachten of resten ervan. Ze bestaan veelal uit enkele losstaande gebouwen en zijn omringd door opgaande bomenrijen. In het oostelijke, lager gelegen deel nabij de Lovaart, worden nog weilanden aangetroffen. Ook in het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied nabij het gehucht Oeren, vinden we nog enkele weilandcomplexen terug, historisch permanente graslanden zijn er evenwel zeer schaars. Voor het overige gedeelte wordt het projectgebied binnen het landbouwgebied gedomineerd door akkerbouw. Een grote minderheid van de percelen kent nog relicent van perceelsrandbegroeiing. De grote percelen lopen voor een groot deel in elkaar over, zonder noemenswaardige perceelsranden, wat het grootschalige open karakter in bepaalde zones nog versterkt. Een overzicht van het onderzoeksgebied/ de ruilverkaveling wordt weergegeven op Kaart 1.

2.2

Globale vaststellingen

Gelet op de intensiteit waarbij er veldwerk uitgevoerd diende te worden in kader van voorliggend project, vertoefden de medewerkers van Anteagroup dan ook geruime tijd in het onderzoeksgebied. In combinatie met eerder onderzoek in 2014, eveneens door dezelfde personen, is het projectgebied dan ook zeer goed en in detail bekend bij Anteagroup. Het belangrijkste element dat in dit hoofdstuk aangegeven word, is de algemene situatie en kwaliteit van de natuurwaarden in het ruilverkavelingsgebied. Het gebied kan als een klassiek historisch landbouwgebied omschreven worden, waar akkerbouw actueel de dominerende teeltwijze is. De Lovaart die de oostelijke grens vormt van het gebied zorgt hier voor een afwijkend landschapsbeeld. De percelen die aansluiten aan de Lovaart zijn tevens voor een groot deel lager gelegen en grasland komt hier frequenter voor. Het agrarisch karakter van het gebied is vanzelfsprekend dominerend, doch de ecologische kwaliteit van het gebied of waarde van het gebied voor een aantal typische soorten van het agrarische gebied lijkt, net zoals in vele andere landbouwgebieden, in achteruitgang te zijn. Er zijn weinig tot geen soorten die het goed doen of in opmars zijn; dit zowel voor avifauna als andere fauna/flora-elementen in het gebied. Een aantal verklaringen hiervoor komen verder in dit rapport aan bod. In deze paragraaf worden een aantal algemeenheden weergegeven die, waar relevant, specifiek toegelicht worden bij ofwel avifauna ofwel amfibieën. Een aantal punten kunnen het best geduid worden aan de hand van foto’s, waardoor hierna enkele foto’s opgenomen worden, die een aantal vaststellingen illustreren. Het gaat om elementen die zowel positief als negatief kunnen zijn i.r.t. het onderwerp van voorliggende studie met name avifauna & amfibieën. Globaal zien we dat het gebied gedomineerd wordt door zeer intensieve landbouw (akkerbouw). De nog aanwezige graslanden zijn voor het grootste gedeelte uniform, geëffend. Enig microreliëf dat typisch is voor oudere poldergraslanden ontbreekt er hoofdzakelijk. De vegetatiesamenstelling is er voor het grootste deel zeer soortenarm, gedomineerd door raaigras. Dergelijke graslanden hebben nauwelijks enige waarde voor avifauna, wat tijdens de inventarisaties ook blijkt. Graslanden worden verder omgezet naar akkerland, waat voor veel soorten eveneens een ongustige situatie is. Kwaliteitsvolle Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

7


graslanden met microreliëf en een gevarieerde bloeiende flora zijn er zo goed als afwezig. Er zijn nog enkele graslanden waar er in het voorjaar een bloeiaspect is van scherpe/kruipende boterbloem en paardenbloem, doch deze zijn schaars.

Figuur 2-1: Uniform, geëffende graslandpercelen in het noordelijk deel van de ruilverkaveling zonder microreliëf en enige kruiden

Figuur 2-2: Eenzelde beeld als voorgaande graslanden, grasland in het westelijk deel van de ruilverkaveling: uitsluitend bestaand uit engels raaigras. Dergelijke zones zijn op vlak van avifauna zo goed als leeg.


Figuur 2-3: Recent gescheurd weiland, dat omgezet is in maĂŻsakker na nivellering. Een aantal omstaande struiken en bomen zijn er nog getuige van, een aantal andere zijn reeds verwijderd.

Figuur 2-4: Omvangrijke maĂŻsakker: een biotoop dat voor heel weinig soorten gunstig is. Afhankelijk van de timing van het inzaaien kan de kale akker nog broedbiotoop zijn voor kievit, maar voor andere soorten is dit zo goed als zonder waarde.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

9


Figuur 2-5: Zeldzaam beeld binnen de ruilverkaveling: weiland met vrij uitbundige bloei van scherpe boterbloem (met paarden begraasd).

In het gebied worden een aantal inspanningen geleverd ten aanzien van waterlopen en de buffering van deze waterlopen. Er zijn in het noordelijke deel van het gebied verschillende perceelsranden/bufferstroken aangelegd i.f.v. buffering en algemene verhoging van de milieukwaliteit van de waterlopen in het kader van beheerovereenkomsten. Dergelijke stroken hebben ook belangrijke potenties naar fauna in het gebied. Voornamelijk de stroken die er reeds meerdere jaren liggen beginnen een functioneel nut te hebben. Jongere stroken van 1 of meerdere jaren zijn nog te uniform in vegetatiesamenstelling en structuur om voldoende functioneel te zijn voor avifauna.


Figuur 2-6: Recent aangelegd bufferstrook langs waterloop: uniforme grasstrook zonder enige bloei of zaadzetting

Figuur 2-7: Oudere grasbuffer met gevarieerde samenstelling en vegetatiestructuur: bloeiende graslandkruiden zorgen voor zowel voedsel voor insecteneters als zaadeters onder de avifauna.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

11


Figuur 2-8: Bufferstrook na maaibeurt begin juli. De grasbufferstroken langs de waterlopen worden pas laat gemaaid, zoals het in de overeenkomst met VLM staat. Dit zorgt ervoor dat hier voor broedvogels (bvb. nesten van patrijs) een veilig broedbiotoop ontstaat. In kader van de ruilverkaveling waren er tijdens de inventarisaties reeds een aantal werkzaamheden opgestart, meer bepaald met betrekking tot de weginfrastructuur. Zo werden een aantal wegen verlegd en werd een onverharde weg opgewaardeerd naar een betonnen 2-sporen weg. Deze ingrepen waren ofwel lopende ofwel reeds uitgevoerd.

Figuur 2-9: De werkzaamheden i.k.v. de ruilverkaveling waren reeds gestart. De werken liepen tevens door in de loop van het broedseizoen. In dergelijke zones was er bijgevolg, naast de gewone landbouwpraktijk, een extra invloed op de aanwezigheid van avifauna. Dit had bijgevolg ook een invloed op de inventarisaties.


Deze ingrepen hebben reeds een invloed gehad op het voorkomen van broedvogels in het gebied. Vooral de zeer weinig gebruikte tweesporenbetonweg in het oostelijke deel en de brede bermen/ hopen aarde bleken in trek, de werken waren hier reeds afgerond in 2015. Deze zorgden in een verder vrij kaal akkergebied voor zowel voedsel, dekking als nestgelegenheid voor een aantal soorten.

Figuur 2-10: Hopen overtollige aarde na inrichtingswerken i.k.v. ruilverkaveling zorgen voor ontwikkeling ruigte- en akkeronkruiden met een (weliswaar tijdelijke) belangrijke meerwaarde voor avifauna tot gevolg.

Figuur 2-11: Bloeiend karakter van de bermen van een weinig gebruikte tweesporenbetonweg zorgt voor voedsel, dekking en potentiĂŤle nestlocatie voor avifauna, een situatie die in het aangrenzend landbouwgebied nauwelijks voorkomt.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

13


Figuur 2-12: Een zeldzaam beeld binnen de ruilverkaveling: brede graslandstrook (langs voormalige zandwinningsput) met kwalitatieve vegetatie en uitbundige zaadzetting van paardenbloem. Dit vormt uitmuntend biotoop voor heel wat vogels van landbouwgebied.

Figuur 2-13: Restanten van kleinschalig landschap rond weilanden, beperkte bloei van paardenbloem is nog aanwezig, maar de kwaliteit van de graslanden is sterk achteruitgegaan wellicht t.g.v herbicidengebruik. Dit geldt tevens voor de aangrenzende bermen/grachten. Dit weiland ligt net buiten de ruilverkaveling SintRijkers, in het gebied van de ruilverkaveling Izenberge fase 1.


Figuur 2-14: Herbicidengebruik beperkt zich veelal niet tot de landbouwpercelen zelf. Door overspray, mogelijke onvoorzichtheid of andere redenen zien we vaak dat aanliggende bermen niet gespaard blijven en vele bermen of niet gebruikte zones meebesproeid worden met de gekende gevolgen voor flora ĂŠn fauna.

Figuur 2-15: De bermen langs de Lovaart zijn duidelijk meer gevarieerd, vrij van herbicidengebruik en veel bloemrijker. De bermen vormen, samen met de struiken en bomengordel een groene as, wat zich duidelijk weerspiegelt in de dichtheden aan avifauna Voorgaande foto’s illustreren meteen een aantal pluspunten maar ook knelpunten binnen de ruilverkaveling. Deze aspecten illustreren enerzijds het belang van bepaalde zones voor fauna, in casu voornamelijk avifauna, maar ze illustreren ook de knelpunten die er actueel zijn en die een verlaagde dichtheid of verminderd broedsucces van verschillende typische soorten van het landbouwlandschap veroorzaken. Verder doorheen de rapportage komen een aantal van deze aspecten terug.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

15


3 Avifauna 3.1

Methodiek broedvogelkartering

3.1.1 Veldwerk De inventarisatie werd uitgevoerd volgens de methode volgens SOVON (Van Dijk & Boele, 2011). Als basis werd vertrokken van een terrritoriumkartering waarbij territoria onderscheiden worden aan de hand van uitsluitende waarnemingen en soortspecifieke interpretatiecriteria. Deze methode inventariseert bijgevolg het aantal territoria veeleer dan het aantal broedgevallen of broedparen. Volgende soorten dienden geïnventariseerd te worden: patrijs, kwartel, scholekster, kievit, wulp, veldleeuwerik, gele kwikstaart, grauwe gors, graspieper, heggemus, nachtegaal, roodborsttapuit, bosrietzanger, spotvogel, braamsluiper, grasmus, tuinfluiter, fitis, grauwe klauwier en kneu. Daarnaast dienden alle waarnemingen van geelgors en haas meegenomen te worden. Niet alle voorgaande soorten werden effectief aangetroffen. Andere soorten die aanvullend meegenomen werden waren: zomertortel, rietgors, rietzanger, kleine karekiet en blauwborst. Aanvullende aandacht was er ook voor zeldzamere soorten maar deze werden niet aangetroffen. Het ruilverkavelingsgebied werd ingedeeld in 6 deelgebieden die binnen 1 inventarisatiedag geïnventariseerd konden worden. Gezien het gaat om een omvangrijk gebied is een opdeling in deelgebieden noodzakelijk. Ruilverkaveling Sint-Rijkers heeft een totale oppervlakte van 1.935 ha. De deelgebieden hebben een opppervlakte van 270 à 370 ha en werden ingedeeld vanuit een ruimtelijke samenhang en aanwezige natuurlijke/kunstmatige grenzen op het terrein (bvb. Lovaart / N8). Op onderstaande figuur worden de verschillende deelgebieden weergegeven.

Figuur 3-1: Situering deelgebieden Ruilverkaveling Sint-Rijkers Het gebied in zijn geheel werd ’s ochtends 6 keer geïnventariseerd. Het aantal bezoeken (36 in totaal, 6 deelgebieden, 6 bezoeken) werd evenwichtig verspreid tussen 1 maart en 15 juli. Deze werden optimaal gespreid in functie van de beste inventarisatieperiode voor de verschillende soorten maar ook


in functie van gunstige weersomstandigheden. Net dit laatste bleek in het voorjaar van 2016 evenwel moeilijker te zijn (zie verder). Eén inventarisatieronde van het ruilverkavelingsgebied werd verspreid over verschillende, in principe aaneensluitende dagen. Dit in de veronderstelling dat de weersomstandigheden tijdens de verschillende dagen optimaal of voldoende zouden zijn. Dit was evenwel zeker niet altijd het geval. Om afbreken van rondes te vermijden werden telrondes in hun geheel uitgesteld/aangepast waar nodig, afhankelijk van de weersomstandigheden. Onderbrekingen in de telrondes waren er indien de weersomstandigheden ongunstig waren. Mede gelet op de weersomstandigheden werd ook soms in het weekend geïnventariseerd. Volgende periodes werd geïnventariseerd:      

3e week van maart: 16,17,18,19,21, 22 maart 2e week van april: 4,5,6,7,8,9 april 2e week van mei: 10,11,12,16,17,18 mei Eind mei/begin juni: 30 mei, 1,2,3,4 en 8 juni 3e week van juni: 21,22,24,25,28,29 juni 2e week van juli: 5,6,7,9,11 en 12 juli

Daarnaast zijn er enkele aanvullende gegevens ter beschikking van tussenliggende data, bvb. in geval van inventarisaties in de aangrenzende ruilverkavelingszone Izenberge fase 1. Deze gegevens zijn vooral relevant in de grenszones met dit ruilverkavelingsgebied. In het algemeen werden ook waarnemingen tot 400 m buiten de grens van het ruilverkavelingsgebied opgenomen bij de evaluatie / analyse van de data. Dit om eventuele “grensgevallen” ook mee te nemen bij de rapportage. Daarnaast zijn er aantal kleine aanvullingen gebeurd door het opnemen van waarnemingen die verricht werden tijdens het lopende amfibieënonderzoek. Deze zijn niet van die aard dat deze een noemenswaardig effect hebben op het aantal territoria en bevestigen de waarnemingen tijdens de algemene broedvogelrondes. Een inventarisatiedag start typisch een uur voor zonsopgang en loopt door tot maximaal 5 u na zonsopgang. Er werden geen inventarisaties uitgevoerd bij regenweer, doch andere ongunstige omstandigheden zoals wind, koudere temperaturen of laag hangende bewolking konden niet altijd vermeden worden, dit gelet op het uitzonderlijke karakter van de meteorologische omstandigheden tijdens het veldwerk. Tijdens de inventarisaties werd extra aandacht besteed aan de stroken langs de waterlopen in het gebied (m.n. Vinkemse beek, Bampoelbeek, Schiebeek en Collaertshillebeek). In deze zones heeft VLM beheeroverenkomsten liggen langsheen de waterlopen. Bemerkingen meteo-omstandigheden Het voorjaar van 2016 was uitzonderlijk nat. Dit heeft ontegensprekelijk een effect gehad op de broedvogels: zowel qua territoria als broedsucces zal er een effect zijn, al is dat moeilijk te kwantificeren. Vanaf januari 2016 viel er in Ukkel elke maand meer dan de normale hoeveelheid neerslag. Samen met de abnormaal natte maanden januari en februari leidde dit tot de hoogste neerslaghoeveelheid over de eerste helft van het jaar die ooit geregistreerd werd (sinds 1833). Vanzelfsprekend had dit ook een effect op de inventarisatierondes. Het was in bepaalde periodes onmogelijk om op het terrein te gaan zonder regenweer. Dit had als gevolg dat broedvogelrondes wat later uitgevoerd werden dan optimaal of oorspronkelijk voorzien of rondes afgebroken dienden te worden. Het voornaamste gevolg was dat de timing in zijn geheel wat verlaat werd. Het uitvoeren van de bezoeken dient volgens de gehanteerde methodiek evenwichtig gespreid worden tussen 1 maart en 15 juli. De oorspronkelijke planning streefde naar een afronding van de broedvogelrondes eind juni. Enerzijds om wat reserve in te bouwen anderzijds omdat het broedseizoen voor de meeste soorten (in normale jaren) al grotendeels op zijn einde loopt vanaf eind juni. Nu diende bijgestuurd te worden met als gevolg een latere afronding van de inventarisaties dan voorzien, maar wel binnen de vooraf gestelde grenzen (laatste inventarisatie 12 juli). Doch ook deze latere rondes bleken zeer nuttig, de weersomstandigheden hebben ook voor de broedvogels een impact gehad waardoor er een nieuwe broedpoging volgde. Daarnaast zijn er andere soorten die op dat ogenblik tot een 2 e broedronde gekomen zijn, waardoor er ook begin juli nog meer dan voldoende activiteit was voor succesvolle inventarisaties.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

17


Beperkingen methodiek De vereiste en gevolgde methodiek is voor de meeste soorten goed en aanbevolen om een optimaal overzicht te hebben van het aantal territoria. Dit met uitzondering van de patrijs. Voor de patrijs heeft deze methodiek een belangrijke beperking, gezien deze gebaseerd is op ochtendtellingen en pas vanaf half maart van start gaat. Om een optimale inschatting te kunnen maken van het aantal broedparen patrijs is een inventarisatie in de periode 15 februari – 31 maart aangewezen. De patrijzen zijn dan net gepaard en de roepactiviteit is in die periode het hoogst. Een avondtelling met geluid in voorgenoemde periode wordt als referentiemethode gezien voor deze soort. De voorziene avondbezoeken in dit onderzoek werden ingezet later op het seizoen, in functie van kwartel. Mogelijk kunnen met de actueel gevolgde methodiek patrijzen gemist worden, de roepintensiteit is lager en 1 waarneming van gevestigde individuen of paren is volgens SOVON onvoldoende om tot een territorium te besluiten.. Bij dergelijk type waarneming zijn er minimaal 2 per territorium vereist binnen de datumgrenzen. Een territoriumindicerende (balts/zang/paring) waarneming of nestvondst/jongen is wel voldoende als er maar 1 waarneming is. Waarnemingen van individuen of een paar in broedbiotoop waren er wel, doch niet steeds voldoende om tot een territorium te besluiten. Het intensieve onderzoek met 6 inventarisatierondes is voor deze soort dus niet voldoende, indien er weinig zang/balts waar te nemen was (wat later op het seizoen en bij de ochtendrondes sowieso het geval is). Wel resulteerde de detailkartering bvb. in een nestvondst met net gekipte eieren, iets wat voor deze soort helemaal niet evident is. Een onderschatting van het aantal territoria is ondanks de onderzoeksintensiteit bijgevolg te verwachten voor deze soort. Voorliggende opdracht betreft het in kaart brengen van territoria door de voorgenoemde SOVONmethodiek. Het aantal nesten of geslaagde nesten is bijgevolg geen onderdeel, en sowieso op grote schaal zeer moeilijk vast te stellen en nog veel intensiever dan huidig onderzoek. Evenwel is het broedsucces ook belangrijk, zeker voor soorten van open, agrarisch gebied die broeden op bewerkte percelen. Voornamelijk soorten die centraal in percelen broeden en minder gebruik maken van overhoekjes of perceelsranden (voor zover deze aanwezig zijn) zijn zeer kwetsbaar. Territoriaal gedrag kan dan snel leiden tot een territorium volgens SOVON, maar dit kan ook maar zeer tijdelijk zijn en in werkelijkheid zelden tot broedsucces te leiden. Dit blijkt vooral voor de kievit een knelpunt te zijn, wat ook geldt in gans Vlaanderen en bijgevolg veel ruimer te zien is dan enkel voorliggend onderzoeksgebied. Dit wordt verder besproken bij de verschillende soortbesprekingen. Veldkaarten Alle (geldige) waarnemingen die op een territorium duiden, werden steevast rechtstreeks digitaal ingegeven met smartphone / veldtablet. Er zijn dus geen veldkaarten opgemaakt. Deze methodiek heeft een aantal belangrijke voordelen: zowel naar rechtstreekse digitalisatie, onmiddellijke synchronisatie met een centrale server tijdens veldwerk en hoge resolutie recente luchtfoto’s waarop in het veld op ingezoomd kan worden tot het gewenste detailniveau. Het resultaat voor alle rondes is meteen een shape-file met de nodige attributen: soort, datum, locatie, broedcategorie (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang/balts, nestindicatie en nestvondst). Daarnaast kunnen al dan niet specifieke bemerkingen meegegeven worden inzake het uitsluitend karakter van individuele waarnemingen of andere details die relevant zijn.


Figuur 3-2: voorbeeldweergave ingegeven waarnemingen RVK Sint-Rijkers

Figuur 3-3: voorbeeld invoermodule smartphone Bij iedere bezoekronde wordt ervan uitgegaan dat iedere waarneming betrekking heeft op een andere vogel. In geval er zekerheid is dat het gaat om 2 verschillende individuen, bvb. bij observatie te gelijkertijd dan wordt dit afzonderlijk mee genoteerd. Als er geen zekerheid is, wordt dit niet mee genoteerd en werd pas in de analysefase duidelijk of de waarnemingen al dan niet aan een verschillend territorium kunnen toegewezen worden.

3.1.2 Verwerking van de gegevens Bij de interpretatie van de puntwaarnemingen worden territoria onderscheiden op basis van een aantal criteria. Natuurlijk komen enkel geldige waarnemingen aan bod, volgens de criteria van SOVON. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 5 categorieën:   

Waarnemingen van volwassen individuen in geschikt broedbiotoop Waarneming van paren in geschikt broedbiotoop Territoriumindicerrende waarnemingen in geschikt broedbiotoop

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

19


 

Nestindicerende waarnemingen Nestvondsten

De ingegeven puntgegevens die als basislaag gelden worden omgezet tot soortkaarten, waarna clustering tot territoria plaats vindt volgens de methode beschreven in Van Dijk & Boele (2011).

Figuur 3-4: Overzicht puntwaarnemingen – basiswaarnemingen broedvogelinventarisatie SintRijkers Op bovenstaande figuur wordt een indicatief overzicht gegeven van alle puntwaarnemingen binnen het volledige onderzoeksgebied (inclusief eventuele waarnemingen buiten het gebied die relevant kunnen zijn voor de verdere analyse). In totaal gaat het om ca 2400 puntwaarnemingen, verspreid over de 6 uitgevoerde inventarisatierondes. Dit betreft de te inventariseren soorten, alsook een aantal andere waarnemingen die meegenomen werden. De soort met het hoogste aantal waarnemingen was geen broedvogel, maar wel de haas. De haas komt nog zeer algemeen voor in het onderzoeksgebied. De vogelsoort met het hoogste aantal waarnemingen betrof de gele kwikstaart, die vrij verspreid doorheen het gebied voorkomt. Hoewel niet geldige waarnemingen of waarnemingen buiten de datumgrenzen niet gebruikt kunnen worden om tot een territorium te besluiten, worden ze wel aanvullend meegenomen binnen de mogelijke grenzen van een territorium; zijnde de indicatieve afbakening van een territorium op kaart.


3.2

Resultaten & analyse

3.2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de totalen voor het volledige gebied, de evolutie van de soort en het specifieke voorkomen in het gebied. Per broedvogelsoort volgt een overzicht van: o o o

o o

Het algemene voorkomen (Vlaams/Europees niveau) en de huidige algemene tendens van de soort, volgens de beschikbare informatie Het (beschermings)statuut van de soort: rode lijst categorie volgens IUCN Rode Lijst, 2016 Het voorkomen in het projectgebied o aantal territoria o specifiek voorkomen binnen het projectgebied Het voorkomen van de soort: algemeen / interessante waarnemingen / linken met landschapstypes of gewassen. Evaluatie: hoe verhouden de geïnventariseerde gebieden zich t.o.v. andere regio’s zowel in België als andere regio’s ? Zijn er verklaringen ? Hebben externe factoren een invloed (weeromstandigheden) ?

Voor de basissoorten die behoren tot het onderzoek wordt in bijlage 1 een detailkaart opgenomen van het volledige ruilverkavelingsgebied met weergave van alle waarnemingen. De geldige waarnemingen die leiden tot een territorium worden aangeduid door weergave van dit territorium. De territoria zijn indicatief weergegeven op basis van de verschillende waarnemingen en de ligging van eventuele andere territoria in de omgeving. De exacte begrenzing van territoria is vanzelfsprekend niet gekend. Er zijn detailkaarten opgemaakt voor volgende soorten: 

Kaart 2a: Veldleeuwerik

Kaart 2b: Tuinfluiter

Kaart 2c: Spotvogel

Kaart 2d: Roodborsttapuit

Kaart 2e: Patrijs

Kaart 2f:

Kaart 2g: Kwartel

Kaart 2h: Kievit

Kaart 2i:

Heggenmus

Kaart 2j:

Graspieper

Kaart 2k: Grasmus

Kaart 2l:

Kaart 2m: Blauwborst

Kaart 2n: Gele kwikstaart

Kaart 2o: Scholekster

Kaart 2p: Fitis

Kneu

Bosrietzanger

Daarnaast worden 3 gemeenschappelijke kaarten opgemaakt waarbij alle soorten van de veldleeuwerik-groep, kievit-groep en grasmus-groep volgens Sierdma gevisualiseerd worden. Dit volgens volgende indeling: 

Kaart 3: Veldleeuwerik-groep: patrijs, kwartel, scholekster, kievit en veldleeuwerik

Kaart 4: Kievit-groep: patrijs, kwartel, scholekster, kievit, veldleeuwerik en gele kwikstaart

Kaart 5: Grasmus-groep: heggemus, roodborsttapuit, bosrietzanger, spotvogel, braamsluiper, grasmus, tuinfluiter, fitis en kneu Tevens is een kaart voorzien met alle waarnemingen van haas (Kaart 6). De haas was zeer algemeen in het onderzoeksgebied met soms tot 8 exemplaren samen rammelend in het vroege voorjaar. De

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

21


geelgors werd slechts éénmaal waargenomen. Een aparte kaart wordt dan ook niet voorzien, een situering van deze waarneming wordt wel meegenomen bij een korte bespreking van deze soort in dit hoofdstuk. Dit geldt ook voor de haas. Soorten uit bovenstaande lijst die niet als mogelijke broedvogel waargenomen werden, zoals grauwe klauwier , nachtegaal, graspieper of wulp, worden verder niet in detail besproken. Een korte duiding i.r.t. het ontbreken wordt aansluitend wel opgenomen, waar relevant. Voor andere soorten, die niet strikt tot de scoop van voorliggend onderzoek behoren maar wel mee genoteerd werden, werden geen territoria aangeduid op kaart (Kaart 7), maar worden wel alle waarnemingen op aparte kaarten gesitueerd. Dit geeft reeds een goed visueel beeld van het zwaartepunt van het voorkomen van deze soorten. Van deze soorten werd wel getracht om in het veld eveneens alle waarnemingen cfr. voorgaande te onderzoeken soorten mee te nemen en te noteren; zonder de prioriteit op voorgaande doelsoorten te verliezen. Voor deze soorten werd de oefening tot het afbakenen van de territoria evenwel niet gemaakt, gezien dit niet tot voorliggende opdracht behoort. Meer bepaald gaat het om volgende soorten: Rietgors, Rietzanger, Kleine karekiet en Zomertortel.

3.2.2 Soortspecifieke bespreking Per soort wordt de populatie-evolutie op Vlaams niveau beschreven. De broedvogelaantallen op Vlaams niveau worden weergegeven voor zover ze ter beschikking zijn. Er is geen allesomvattend overzicht van bijzondere/zeldzamere broedvogels ter beschikking sinds 2012. Voor de meer algemene broedvogels is de (verouderde)broedvogel atlas de referentie. Daarnaast zijn er wel nog gegevens over de algemene trends van deze soorten, zowel op Vlaams of Europees niveau via de monitoring van de algemene broedvogels (ABV-project INBO i.s.m. Natuurpunt, gegevens 20072012). Deze cijfers geven enkel trends weer, geen aantallen. Waar beschikbaar worden deze gegevens vermeld. Volgende soorten worden hier in meer detail besproken: blauwborst, patrijs, kwartel, scholekster, kievit, veldleeuwerik,gele kwikstaart, heggemus, roodborsttapuit, bosrietzanger, spotvogel, braamsluiper, grasmus, tuinfluiter, kneu en fitis. Na deze gedetailleerdere bespreking volgt een kortere bespreking van soorten die bijkomend genoteerd werden en relevant zijn enerzijds en anderzijds ook soorten waarvan geen territoria vastgesteld werden maar die wel tot de te inventariseren soorten behoorden: rietgors, rietzanger, kleine karekiet, zomertortel, geelgors, wulp, graspieper, nachtegaal en fitis. Grauwe klauwier en grauwe gors behoorden tevens tot de te inventariseren soorten, maar gelet op de zeldzaamheid van beide soorten en het ontbreken van geschikt biotoop was het aantreffen van beide soorten sowieso als zeer weinig onwaarschijnlijk. Deze soorten komen niet verder aan bod. Blauwborst (Luscinia svecica) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

Minimaal 1 nest of territoriumindicerende waarneming binnen de periode 1 april – 15 juli

Fusieafstand1 van 200 m

De blauwborst is opgenomen in de Vogelrichtlijn (Bijlage I). Sinds deze erkenning als Europees bedreigde soort is de soort sterk toegenomen. In Nederland is er een toename met factor 9 tot een huidige populatie van ca. 10.000 broedparen. Ook in Wallonië is de populatie zeer sterk toegenomen. Vlaams niveau In Vlaanderen is de populatie rond de jaren 2000 vervijfvoudigd in vergelijking met de jaren 1970. Toen vermoedde men 500-800 broedparen, nu zijn dat er naar schatting 3000-5000 In vergelijking met de vorige atlas is vooral in de kustpolders het verspreidingsgebied sterk toegenomen. Ook sinds de broedvogelatlas lijkt de stijgende trend aan te houden in de nieuwe gebieden die de soort koloniseerde. 1

Deze waarde laat toe om tot een ander territorium te besluiten wanneer de afstand tussen 2 waarnemingen die niet uitsluitend zijn (bvb. op een andere datum) grotere is dan deze afstand. Deze afstand geef een indicatie van de te verwachten territoriumgrootte per soort. Is de afstand kleiner, dan behoort de waarneming volgens de SOVON-methodiek tot eenzelfde territorium.


In zijn oorspronkelijke kerngebieden lijken de aantallen evenwel licht af te nemen. De soort broedt in de kustpolders vooral in rietkragen langs de talrijke poldersloten. Recentelijk blijkt de soort ook meer voor te komen in typisch landbouwgebied, waar een beek of gracht met een beperkte riet/rietgras vegetatie reeds volstaat. Recente cijfers geven een toename van 26,3 % binnen de looptijd van het project algemene broedvogels (gegevens 2007-2012) . Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Sint-Rijkers

Figuur 3-5: Koolzaadveld met omliggende perceelsrand en rietsloot: locatie met verschillende zangposten van blauwborst Dat de criteria van SOVON niet altijd leiden tot een representatieve inschatting van het aantal broedparen/ broedgevallen is gekend. Dat is ook niet het doel van deze criteria. Maar in geval van een aantal specifieke soorten is er ook risico op dubbeltellingen. Bvb. voor de blauwborst bleek dat het geval ten gevolge van een aantal specifieke aspecten aan de biotoopkeuze i.r.t. de agrarische bedrijfsvoering. Op verschillende locaties werden baltsende blauwborsten gevonden vroeg op het seizoen (maart/begin april). In verschillende gevallen ging dit om vogels die de weinige vegetatie in het akkergebied, zijnde velden met groenbedekker gingen bezetten. Vogels die daar in de loop van deze periode een territorium gingen bezetten werden uitgeploegd eenmaal de velden bewerkt werden, waardoor deze velden als een ecologisch val fungeren voor de soort. Op velden waar dit pas laat gebeurde, in de 2e helft van april of begin mei, is het vrijwel zeker dat eventuele nesten gesneuveld zullen zijn. Eenmaal de agrarische activiteiten hier begonnen verdwenen de vogels en territoria. Volgens de geldende criteria zijn dergelijke waarnemingen ruim voldoende voor een territorium, doch met het inploegen van deze groenbekkers verdwijnt meteen ook dit territorium. Op sommige locaties werden de blauwborsten nadien opnieuw aangetroffen langs slootranden en bleven de vogels aanwezig, met mogelijk broedsucces nadien. Op andere locaties werd de soort nadien niet meer gevonden / waargenomen en is het aannemelijk dat de vogels zich nadien verplaatst hebben naar een andere zone in het agrarisch gebied; waar ze dan wel meegeteld konden worden (en desgevallend er dubbeltellingen kunnen ontstaan). Op een aantal locaties werden ze pas later op het seizoen baltsend aangetroffen, wat in deze richting kan wijzen. De aanwezigheid van blauwborst wijst actueel niet meer specifiek op een bepaalde biotoop kwaliteit. De soort heeft zich aangepast aan vrij marginale biotopen waar de soort zelfs in vrij kale akkergebieden met een aantal grachtjes of beken voorkomt. Een nat biotoop in de vorm van een beekje / sloot met rietof opgaande vegetatie is wel noodzakelijk. Daarnaast is te zien dat de hogere aantallen /dichtheden te vinden zijn in de zones met een betere vegetatiedekking in het voorjaar, dat kunnen koolzaadvelden zijn, groenbedekkers of akkers met tusseninliggende slootjes met rietvegetatie. Patrijs (Perdix perdix) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

Minimaal 1 nest of territoriumindicerende waarneming binnen de periode 15 februari – 20 juni

Of Minimaal 2x volwassen individu / paar in broedbiotoop in periode 15 februari – 20 juni

Fusieafstand van 500 m

De patrijs heeft in Vlaanderen een voorkeur voor akkergebieden met een mozaïek van relatief kleine percelen die afgewisseld worden met extensieve graslanden, hagen, braakliggende percelen en brede bermen. Dit kleinschalig landschap staat op vele plaatsen onder druk, waardoor de soort ook globaal een negatieve trend vertoont. De afname, die in heel West-Europa plaatsvindt, valt samen met

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

23


intensivering van de landbouw. Schaalvergroting, veranderde gewaskeuze, gebruik van bestrijdingsmiddelen en andere factoren zorgden ervoor dat patrijzen een gebrek kregen aan broedplekken, schuilplaatsen en voedsel.

Vlaams niveau De Patrijs komt in de Kustpolders nog in relatief hoge dichtheden voor. De soort is in Vlaanderen, net als in Nederland en tal van West-Europese landen, dramatisch afgenomen in aantal. Het is evenwel een soort die gericht te inventariseren is en waarvan we enkel over ruwe schattingen beschikken van 3.500 - 10.000 broedparen tijdens de atlasperiode. Over de periode 2007-2012 werd in het ABV-project een achteruitgang van 25% vastgesteld, doch de cijfers laten niet toe om dit statistisch significant te noemen. Op Europees niveau is op korte termijn een achteruitgang van 90% vastgesteld, op lange termijn is dit 94%. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: bedreigd Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 18 territoria vastgesteld. De soort is evenwel in principe enkel gericht en soortspecfiek (d.m.v. geluid én avondbezoeken in periode februari/maart) goed te inventariseren. Gezien de zangintensiteit vanaf begin april snel terugloopt na paarvorming, zijn er wel vrij veel waarnemingen van individuen of paren in geschikt broedbiotoop, doch zang/balts (of nestvondst) ontbreekt bij veel waarnemingen. Volgens de aanbevelingen voor het monitoren van patrijs (Roodbergen M. , SOVON 2013) is het noodzakelijk om te inventariseren in de periodes 15/02 – 31/03 en 1/09 – 30/09 , facultatief kan tijdens de winter 1/12 – 1/02 verder geïnventariseerd worden. Dit is natuurlijk in tegenstelling met de hier geldende algemene methodiek die inventariseert vanaf 15/03 tot 15/07, met slechts 2 weken overlap tussen beide periodes. Ook de algemene methodiek met ochtenbezoeken wijkt dus af van de aanbevelingen voor patrijs, die ook avondbezoeken voorziet. Op de kaart worden de verschillende waarnemingen gesitueerd, geldige waarnemingen gelden enkel binnen de periode 15 februari – 20 juni. Hiervan wordt beperkt afgeweken, gezien op 22/06 een nest gevonden werd met 8 net gekipte eieren en rondlopende pulli. Het is evident dat een dergelijk nest net buiten de datumgrenzen wel bewijs is van een territorium. De locatie van dit nest was een zeer brede grasstrook rond de grote waterplas in het oosten van de ruilverkaveling die vermoedelijk ontstaan is na de ontginning van zavel. Deze locatie werd een goede week later gemaaid, het is evident dat indien dit iets vroeger gemaaid was, het nest volledig verloren zou zijn; iets wat wellicht zeer frequent gebeurt bij reguliere landbouwwerkzaamheden (vnl. vroeg gemaaide grasstroken). Als er voldoende ruigtes of pas laat gemaaide perceelsranden zijn, is de kans groot dat de nesten zich ook eerder in die zone zullen situeren en dan ook veel minder kans maken om uitgemaaid te worden. Een voorbeeld hiervan betreft bvb. de perceelsranden die door VLM aangelegd zijn langs een aantal beken in het gebied. Deze werden pas vanaf begin juli gemaaid, waardoor het overgrote deel van de nesten al uitgebroed zijn en jongen voldoende groot om ook de maaimachine te kunnen ontwijken en te vluchten naar niet gemaaide stroken of nabijgelegen teelten.


Figuur 3-6: Nest van patrijs met net gekipte eien in nog niet gemaaide graslandstrook op 22/06/2016 Er zijn 44 unieke ‘waarnemingen’ van een individu of broedpaar patrijs. Hiervan leiden 40 tot een territorium en zijn er 4 die niet tot een territorium leiden. Dit betreft 2 gevallen van een paar in broedbiotoop op de grens van het onderzoeksgebied. Bijkomende waarnemingen ontbreken hier wellicht gezien ze ook buiten de grens van de ruilverkaveling aanwezig konden zijn tijdens de andere bezoeken. Verder zijn er ook een aantal waarnemingen die met slechts 1 waarneming tot een territorium leiden (zang/balts) en bijkomende activiteit ook hier mogelijk buiten het onderzoeksgebied lag. In totaal werd gekomen tot 18 territoria. Over het algemeen was er weinig zang/baltsactiviteit, doch gezien de methodiek ligt dit in de lijn van de verwachtingen. Voor patrijs kan bijgevolg gesteld worden dat de gebruikte methodiek mogelijk leidt tot een onderschatting van de werkelijke aantallen; het lage aantal territoria kan dit ook doen vermoeden, doch de soort doet het niet zo goed in dergelijk grootschalig agrarisch gebied, dus deze lage aantallen zijn bijgevolg niet onmogelijk.

Kwartel (Coturnix coturnix) Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

25


De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

Minimaal 1 geldige waarneming binnen datumgrenzen: volwassen individu of paar in broedbiotoop, territorium- of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 20 mei – 31 juli

Fusieafstand van 1000 m

Vlaams niveau De kwartel is niet trouw aan haar broedgebied en de aantallen in Vlaanderen kunnen dan ook sterk wisselen van jaar tot jaar. Tijdens de atlasperiode waren er naar schatting 400 – 700 territoria. De hoogste aantallen vindt men in de Leemstreek en plaatselijk in de Zandleemstreek en de Polders. Recente cijfers zijn er niet. Op Europees niveau zijn er eveneens geen gegevens over de trend van de populatie van deze soort. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 4 territoria vastgesteld. De soort broedt sowieso zeer onregelmatig in aantal in Vlaanderen. Ook in Sint-Rijkers zal dit het geval zijn. Het voorkomen hangt voornamelijk af van meteo-omstandigheden in Zuid-Europa. Het voorkomen hangt veeleer samen met externe omstandigheden (meteo), maar ook met de beschikbaarheid van geschikt biotoop. Grote extensieve graslanden blijken grotere aantallen aan te trekken. Maar daarnaast komt de soort ook voor in agrarisch gebied, met name in uitgestrekte graanvelden. Ondanks de inzet van geluid werd de soort slechts zeer weinig aangetroffen. Mogelijk trekken de graslandcomplexen in de omgeving eerder individuen aan waardoor er een clustering optreedt rond roepende exemplaren (i.c. weilandcomplexen Lampernisse – IJzervallei) Scholekster (Haematopus Ostralegus) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

Minimaal 2 waarnemingen per territorium waarvan 1 tussen datumgrenzen: paar in broedbiotoop / territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 30 april – 10 juni

Fusieafstand van 1000 m

Vlaams niveau Uit Ens B.J et al., (SOVON 2011) bleek dat het broedsucces in agrarisch gebied ondermaats is om op termijn de populatie in stand te houden. In Nederland broedt 75 % van de Scholeksterpopulatie in agrarisch gebied (graslanden/akkers). Naast problemen door voedselgebrek in de foerageer en overwinteringsgebieden wordt een te laag broedsucces in agrarisch gebied vernoemd als één van de oorzaken van de dramatische achteruitgang van de soort in Nederland. De evolutie in Vlaanderen is minder goed gekend, doch het broedsucces is wellicht ook laag; net zoals bij de kievit het geval is. Vanuit de gegevens van het ABV project is de evolutie negatief (-7 %), doch dit is tevens wetenschappelijk niet significant. Op Europees niveau zijn er geen gegevens ter beschikking. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 2 territoria vastgesteld. Doorheen het broedseizoen waren er nog waarnemingen op een aantal andere locaties dan voorgaande territoria. Dit was voornamelijk het geval in de maand juni, dit waren mogelijk vogels die na een (mislukt) broedgeval uitweken naar een ander gebied en hier wat rondzwierven, deze waarnemingen komen niet in aanmerking voor een territorium. Waarnemingen na 10 juni liggen buiten de datumgrenzen volgens SOVON. De twee territoria die vastgesteld werden bevonden zich in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied, in vochtigere zones (grasland of akker). Het broedgeval in het zuiden bevond zich in een maïsakker. Pas op 22 juni werden


hier zeer jonge pulli aangetroffen, die zeker na 10 juni uit het ei gekomen waren, wat in geval er geen oudere waarnemingen waren ook in conflict kan komen met de SOVON criteria. Hier was een zeker broedgeval, maar dit was ook vrij laat op het seizoen (mogelijk t.g.v. meteo of agrarische activiteit). Kievit (Vanellus vanellus) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

Minimaal 2 waarnemingen per territorium waarvan 1 tussen datumgrenzen: volwassen ♂, paar in broedbiotoop / territoriumindicerende of nestindicerende waarneming (donsjongen)

Datumgrenzen: 1 april – 10 mei

Fusieafstand van 1000 m

De Kievit is op Europees niveau met voorsprong de meest wijdverspreide en talrijkste steltlopersoort. Kieviten broeden bij voorkeur in open, laaggelegen gebieden met korte vegetatie. De soort heeft zich aangepast aan landbouwgebieden en is zo een typische broedvogel geworden van weilanden en akkers. Vlaams niveau De soort komt nagenoeg in gans Vlaanderen voor. Enkel in vrij verstedelijkte kernen en grote aaneengesloten natuurgebieden komt de soort niet voor. Het totale broedbestand werd tijdens de atlasperiode geschat op 14.000 à 20.000 exemplaren. De soort doet het globaal in Vlaanderen niet goed. Het broedsucces is wellicht te laag waardoor er op termijn verwacht kan worden dat een terugval in de populatie zich zal voordoen. Vanuit het ABV project blijkt een significante afname van 17% over de periode 2007-2012 en deze afname zet zich ook verder. Op Europees niveau is er een afname van 50% op lange termijn en 35% op korte termijn. De kievit heeft het zeer moeilijk in de huidige agrarische bedrijfsvoering. De zeer productieve sterk bemeste graslanden groeien snel en worden steeds vroeger gemaaid. Op akkers lijken laat ingezaaide maïsstoppels of andere nog niet ingezaaide percelen een gunstig habitat, maar die worden omgeploegd net op het moment dat de soort aan het broeden is. Een 2 e broedpoging op een ander perceel waar bvb. graan staat is op dat ogenblik geen optie meer, gezien de te hoge vegetatie daar. Soms wordt opnieuw geprobeerd na het inzaaien van maïs en kunnen nog jongen grootgebracht worden op een groeiende maïsakker. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: bedreigd. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 45 territoria vastgesteld. De soort is vrij gevoelig voor agrarische activiteiten, de soort is hieraan gelinkt ook moeilijker te inventariseren en vrij mobiel. Bepaalde zones zijn door een open karakter in principe geschikt voor de soort, maar de grootschaligheid is dikwijls ook een negatief element. Op onderstaande foto’s is het grootschalige karakter te zien van het landbouwlandschap langs weerzijden van de Collaertshillebeek, in het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

27


Figuur 3-7: Zeer grootschalige percelen zonder enige vegetatie in de winterperiode en vroege voorjaar

Figuur 3-8: situatie halverwege mei 2016: aardappelperceel dat net aangeplant werd. Het ging in deze zone om zeer grote percelen met hier en daar wat kleine plasjes, een situatie die voor een akkervogel zoals de kievit optimaal lijkt. De eerste foto toont de situatie halverwege maart, de 2e iets verder in het gebied, halverwege mei. In de 2e helft van april werd het grootste deel van het gebied geploegd en ingezaaid. Broedvogels waren veelal voordien reeds aanwezig in het gebied en waren aan een broedpoging begonnen. De territoria van kievit die hier gevormd werden en mogelijke broedpogingen gingen in deze periode zo goed als allemaal verloren. Hoewel de kievit een vroege soort is, zijn broedgevallen in dergelijk gebied veelal onsuccesvol en is het broedsucces wellicht nihil; althans in de eerste rondes. Broedvogels die nadien een nieuwe broedpoging ondernemen kunnen wel tot broedsucces komen, doch na de 2e helft van mei is er maar een zeer beperkt percentage die nog een broedpoging onderneemt. Tevens dient er bij een territorium van kievit, volgens de SOVON criteria minimaal 1 waarneming te situeren tussen 1 april en 10 mei; net de periode waarin zeer veel


landbouwactiviteiten op gang komen en er overal geploegd of gezaaid wordt, met veel bewegingen van de soort tot gevolg. Late vestiging of verplaatsing van individuen zorgen ervoor dat er ook buiten de datumgrenzen broedpogingen kunnen voorkomen. De kievit is verder een soort die niet eenvoudig te inventariseren is. Er wordt frequent verhuisd in akkergebied, waar de soort op zoek is naar een goede nestlocatie. Verplaatsingen die tot een paar kilometer ver gaan kunnen leiden tot dubbeltellingen / overschattingen van het werkelijke aantal.

Veldleeuwerik (Alauda arvensis) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: paar in broedbiotoop / territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 1 april – 15 juni

Fusieafstand van 300 m

De veldleeuwerik is een typische ‘akkervogel’ en komt uitsluitend voor in open landschappen, (deels) begroeid met lage vegetatie. Hij broedt zowel in (half)natuurlijke vegetaties als landbouwgewassen, grassen, weilanden, akkers, heidegebieden, duinen, veengebieden,.. Voldoende variatie in het landschap is nodig om het nodige voedselaanbod te verzekeren. Vlaams niveau De veldleeuwerik was ten tijde van de broedvogelatlas nog een relatief talrijke broedvogel met een populatieschatting van 9000-11.000 vogels. Maar de soort vertoont een zeer belangrijke negatieve trend voornamelijk in de landbouwlandgebieden. Intensivering van de landbouw lijkt de voornaamste oorzaak te zijn, mede gezien de soort in heide-/natuurgebieden nog zeer hoge dichtheden kan bereiken van 4050 koppels / 100 ha en meer. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: kwetsbaar. In het ABV-project werd in de periode 2007-2012 een significante afname vastgesteld van 17%. Op Europees niveau vertoont de soort eveneens een achteruitgang, op lange termijn is dit 48%, op korte termijn 24%. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 54 territoria vastgesteld. Gelet op de oppervlakte van het onderzoeksgebied is dit een laag aantal. De dichtheden in het agrarische gebied zijn bijgevolg laag, gemiddeld ca 2,5 paren per 100 ha. Het voorkomen van de soort is er vooral vrij centraal binnen de ruilverkaveling, in een band van noordwest naar zuidoost. Het noordwesten van de ruilverkaveling is volledig verlaten door de soort en ook in het noordelijke gedeelte (soortenarme weilanden) is de soort volledig afwezig. De hogere dichtheden zijn te vinden in de zones langsheen Collaertshillebeek, in het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied. Dit gebied is het meest open gebied van de ruilverkaveling zonder opgaande beplanting, hoeves of bewoning, wat mogelijk de hogere dichtheden verklaart. Waarom de soort in het westelijke deel ontbreekt is moeilijker te duiden. Het afwezig zijn van de soort in de gedeeltes met grasland valt te verklaren door de lage ecologische kwaliteit van deze zones, hoewel graslanden sowieso minder verkozen worden door de soort. De dichte, intensieve bemeste en soortenarme grasmat is ongunstig voor de soort die open plekken in de vegetatie dient te hebben om te kunnen foerageren. Gele kwikstaart (Motacilla flava) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 15 april – 20 juli

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

29


Fusieafstand van 300 m

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: volwassen individu of paar in broedbiotoop

Datumgrenzen: 1 juni – 20 juli

Fusieafstand van 300 m

Of

Vlaams niveau De gele kwikstaart is een vrij algemene soort in het agrarische gebied. In akkergebieden houdt de soort nog het meeste stand, in tegenstelling tot vele andere akkervogelsoorten. In heel wat graslandzones is de soort inmiddels verdwenen. Slechs in extensief beheerde gebieden weet de soort er in graslanden nog stand te houden. De soort wist zich de laatste decennia aan te passen aan akkergebieden. Maïs blijkt evenwel een gewas dat niet de voorkeur van de soort geniet. Gediversifiëerde akkerbouw is beter voor de soort. Hoewel het wel opvalt dat de soort toch kan standhouden in de meestal zeer frequent met bestrijdingsmiddelen behandelde aardappel- en graanvelden. In het ABV project werd in de periode 2007-2012 geen significante evolutie vastgesteld. Op Europees niveau is er op lange termijn een achteruitgang van 50%, op korte termijn 2%. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 114 territoria vastgesteld. Dit heeft vrij behoorlijke dichtheden voor de soort in dergelijk gebied, ca 6 paren / 100 ha . De soort komt vrij verspreid voor in het gebied en er zijn geen opvallende verschillen in dichtheden of voorkomen te bemerken. Wel zijn er lagere dichtheden in het uiterste noorden (graslanden) en noordoosten van het gebied, zijnde voornamelijk de grasland gedeeltes van de ruilverkaveling. Rondom de woonkern van Alveringem komt de soort ook minder voor. Heggemus (Prunella modularis) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 10 maart – 10 juli

Fusieafstand van 200 m

Vlaams niveau De heggemus is een zeer algemene soort in Vlaanderen. De soort houdt van ruigtes en struweel, maar stelt zeker geen hoge eisen. In volledig open gebied komt de soort nauwelijks tot niet voor. In het agrarische gebied broedt de soort vaak ter hoogte van hoeves en de omliggende beplantingen of tuinen. Hogere dichtheden worden bereikt in aaneengesloten tuinen / dorpen. Het aantal broedparen in Vlaanderen is niet gekend. De soort is dermate algemeen dat een schatting met de beschikbare gegevens moeilijk is. Voor Wallonië werd de populatie 10 jaar terug geschat op 100.000 à 250.000 broedparen. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort dan ook aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Tijdens het ABV project werd geen significante evolutie van de populatie vastgesteld, de zeer lichte afname bleek niet significant. Op Europees niveau is er op lange termijn een afname van 32 % vastgesteld, op korte termijn 13%. Sint-Rijkers


In het onderzoeksgebied werden 117 territoria vastgesteld. De territoria van de soort zijn veeleer klein, ruim kleiner dan de fusieafstand, gezien de waargenomen individuen tijdens de verschillende rondes zich soms op nauwelijks enkel tientallen meter van elkaar bevonden. De soort is op tal van locaties tijdens vele rondes vastgesteld, en zingt ook vrij actief gedurende het broedseizoen, wat zeker niet voor alle soorten te zeggen was. Tijdens de broedzorg is de soort minder vocaal actief. Ook bij mindere weersomstandigheden is de zangactiviteit lager. Het voorkomen van de soort hangt actueel nauwelijks samen met de agrarische praktijk in het gebied noch met de effectieve maatregelen voorzien in de ruilverkaveling. De soort komt actueel zeer weinig voor in het puur agrarisch gebied. Dit is heel eenvoudig te linken aan het ontbreken van geschikt biotoop. Hagen of houtkanten puur als perceelsbegrenzing of ter hoogte van overhoekjes zijn zeer schaars in het ruilverkavelingsgebied. Deze zijn hoofdzakelijk gebonden aan landbouwbedrijven of individuele woningen met een ruime tuin in het agrarische gebied. Hogere dichtheden aan heggenmussen zijn er ook te vinden rondom de woonkernen binnen het gebied, ook temeer kleine hagen of struiken reeds voldoende zijn voor de soort; doch volledig open gebied gemeden wordt door de soort. In kleinschalig agrarisch gebied is de soort wel te verwachten ter hoogte van houtkanten of hagen rondom voornamelijk weilanden. Dit biotooptype is niet aanwezig binnen het ruilverkavelingsgebied, slechts zeer lokaal zijn er geschikte hagen of houtkanten aanwezig. Het overgrote deel van de woningen of landbouwbedrijven binnen het ruilverkavelingsgebied herbergt wel een territorium van de soort. Ter hoogte van de woonkernen waren er veelvuldig zingende heggenmussen die ook gehoord konden worden van in de ruilverkaveling. Gezien de hogere dichtheden hier en deze buiten de grens van de ruilverkaveling vielen (noch enige relevantie hebben met de ruilverkaveling) werden deze niet genoteerd. Op de grens van de deelgebieden werd een aantal keer afgeweken van de SOVON criteria. Vanuit de waarnemingen blijkt duidelijk dat een territorium zich in een bepaalde zone situeert, doch gezien de fusieafstand van 200 m en uitsluitende waarnemingen over de grenzen van de deelgebieden moeilijk zijn of niet steeds met zekerheid konden vastgesteld worden. Op onderstaande figuur wordt een dergelijk voorbeeld weergegeven. De verschillende locaties langs weerzijden van de N8 werden steeds op andere data uitgevoerd, gezien het om verschillende deelgebieden ging. De waarnemingen respectievelijk ten westen en oosten zijn duidelijk geconcentreerd. De verstoring door verkeer op de N8 maakt ook dat het vaststellen van zang langs de overzijde moeilijker verloopt. Deze 2 locaties werden als aparte territoria genoteerd, hoewel er geen uitsluitende waarnemingen zijn van beide zijden van de N8 ĂŠn de fusieafstand van 200 m net niet gehaald wordt.

Roodborsttapuit (Saxicola torquata) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

31


Datumgrenzen: 15 maart – 15 juli

Fusieafstand van 200 m

Of 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: volwassen individu of paar in broedbiotoop

Datumgrenzen: 5 april – 15 juli

Fusieafstand van 200 m

Vlaams niveau De Roodborsttapuit kwam tijdens de atlasperiode 2000 - 2002 met circa 2000 – 2800 paren voor in Vlaanderen. In de jaren 70 schatte men de populatie in Vlaanderen op 1500-1700 broedparen en tijdens het volgende decennium leed de soort spectaculaire verliezen, zodat er in 1990 naar schatting slechts 850-1000 paren overbleven. De populatie langs de Kust en in de Kustpolders telt anno 2000-2002 ongeveer 140 – 190 paren. Het aantal broedparen in Vlaanderen in de periode 2008-2012 wordt op 2000-2800 geschat, net zoals tijdens de atlasperiode, doch de populatie wordt als toenemend ingeschat (advies INBO.A.3191). Er zijn geen recentere populatieschattingen meer. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar.

Figuur 3-9: Verspreiding van de roodborsttapuit in Vlaanderen in de periode 2008-2012 (data: www.waarnemingen.be via INBO.A.3191) Sint-Rijkers De soort heeft een voorkeur voor ruige en minder intensief beheerde zones zoals ruigere graslanden of bermen. Gelet op de intensiteit van het beheer en de agrarische bedrijfsvoering in het ruilverkavelingsgebied zijn er weinig zones die ruimte / potentie hebben voor de soort. Dit weerspiegelt zich ook in het niet aantreffen van de soort als broedvogel in het gebied, maar de soort werd wel op de grens, net buiten de ruilverkaveling waargenomen, langs de overzijde van de Lovaart. Daar zijn er verschillende weilandcomplexen aanwezig met ruigere zones en een vrij laag aandeel akkerbouw. Ook op bovenstaande kaart van Vlaanderen komen extensief beheerdere zones duidelijk naar voor bvb. de duinenstroken en poldergraslanden en ruigtes in Uitkerke, Damme en omgeving. Bosrietzanger (Acrocephalus palustris) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 10 mei – 20 juli

Fusieafstand van 100 m


Vlaams niveau De bosrietzanger is een vrij algemene zangvogel. Het is een lange-afstandstrekker, die overwintert in zuidelijk Afrika en pas half mei terug in Vlaanderen aanwezig is. De soort broedt in natte ruigtevegetaties met brandnetel, koninginnekruid, wilgenroosje, kattenstaart, riet en wilgen. De soort komt in drogere vegetaties voor dan de sterk gelijkende kleine karekiet. Tijdens het ABV-project werd in de periode 2007-2012 een mogelijk significante afname van 34% vastgesteld. Op Europees niveau was er op lange termijn een vooruitgang van 13 % maar een achteruitgang van 16% op korte termijn. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 14 territoria vastgesteld. 13 territoria lagen binnen het onderzoeksgebied. Eén lag net buiten de zuidelijke grenzen van het onderzoeksgebied in ruilverkaveling Izenberge fase 1. Deze territoria situeerden zich zo goed als uitsluitend langsheen de Lovaart. Dit is eenvoudige te verklaren gezien het de enige zones zijn waar potentieel geschikt biotoop voor de soort voorkomt, binnen het agrarische gebied ontbreken ruigere, onbeheerde zones met riet, wilgen, kattenstaart of wilgenroosje zo goed als volledig. Spotvogel (Hippolais icterina) De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 10 mei – 15 juli

Fusieafstand van 200 m

Vlaams niveau De spotvogel is in Vlaanderen een vrij algemene tot algemene soort die houdt van halfopen tot open gebied met bosschages en struwelen. De beschikbaarheid van dergelijk biotoop in het landbouwlandschap neemt af, de soort wordt wel nog vaak aangetroffen in grote tuinen of in beplanting rond hoeves. De soort neemt af, doch actueel is niet zeker of dit gelinkt is aan het verdwijnen van het biotoop. Tijdens het ABV-project werd in de periode 2007-2012 een niet significante afname van 10 % vastgesteld. Op Europees niveau was er op lange termijn een afname van 33%, op korte termijn van 3 %. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: bijna in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 45 territoria vastgesteld. De soort komt er enerzijds voor langs de Lovaart, maar ook en voornamelijk verspreid in het gebied ter hoogte van erfbeplantingen rond hoeves of niet-landbouw gerelateerde tuinen in het landbouwgebied. Het hangt voornamelijk af van de mate waarin begroeiing, struiken en dergelijke aanwezig zijn. De soort is er nog relatief algemeen, doch ook hier zeer specifiek en nauwelijks in het effectieve landbouwgebied. Braamsluiper De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 30 april – 30 juni

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

33


Fusieafstand van 300 m

Vlaams niveau De soort valt niet onder de lijst van algemene broedvogels die onderzocht werden in het ABV-project. Er zijn dus geen gegevens over de recente evolutie van de aantallen van de soort in Vlaanderen. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden geen territoria vastgesteld, maar er waren er wel 2 net ten zuiden van het onderzoeksgebied (binnen 200 m van de grens van de ruilverkaveling). De soort zat er in een oude houtkant nabij de Lovaart en een grote houtkant/haag nabij een hoeve. Grasmus De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 25 april – 10 juni

Fusieafstand van 200 m

De grasmus komt voor in allerlei landschappen en stelt geen hoge eisen aan het biotoop. De soort kan als pionierssoort gezien te worden van ruigte, verbossing en struweelvorming. De soort komt voor in struwelen maar ook een aantal geïsoleerde struiken met een grazige of kruidenrijke ruigte kunnen volstaan. Vlaams niveau In Vlaanderen is de grasmus een algemene soort. Tijdens het ABV-project werd in de periode 20072012 een sterke, significante toename van 72% vastgesteld. Ook op Europees niveau was er een toename, van 22% op korte termijn en 23% op lange termijn. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: momenteel niet in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 101 territoria vastgesteld. De soort is hiermee algemeen te noemen in het onderzoeksgebied. Gezien de link met struweel en ruigtevegetatie kan de soort, net als veel andere soorten van het agrarische gebied baat hebben bij maatregelen die dergelijk biotooptype behouden of uitbreiden. Tuinfluiter De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 30 april – 20 juli

Fusieafstand van 200 m

De tuinfluiter komt voor langs de randen van bossen, houtwallen, struiken en heeft een voorkeur voor een dichte begroeiing en ondergroei. Ook in stedelijke parken en tuinen kan de soort voorkomen waar een voldoende dichte ondergroei aanwezig is. De soort vindt in het open agrarisch gebied veelal


onvoldoende geschikt biotoop. In kleinschalig agrarisch gebied kan dit wel nog het geval zijn, bij aanwezigheid van voldoende struiken, hagen en struwelen. Vlaams niveau Tijdens het ABV-project werd in de periode 2007-2012 een weliswaar niet significante afname van 17 % vastgesteld. Op Europees niveau is een achteruitgang van 12 % vastgesteld, zowel op korte als lange termijn. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: bijna in gevaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 19 territoria vastgesteld. Deze waren zo goed als uitsluitend te vinden langsheen de Lovaart. Het dichte struweel dat hier in bepaalde zones aanwezig was, heeft goede kenmerken voor de soort . De zones waar de soort weinig tot niet voorkwam langs de Lovaart had zo goed als zeker te maken met recente en vrij ingrijpende kapwerkzaamheden op het talud langs de vaart. De enige tuinfluiter die binnen het centrale landbouwgebied aangetroffen werd, was een zingende vogel ter hoogte van een biologisch landbouwbedrijf. Wellicht was dit laatste toevallig, maar ter hoogte van de hoeve was hier weelderige en dichte struikvegetatie aanwezig die zeer waarschijnlijk de verklaring biedt voor het voorkomen van de soort hier.

Kneu De criteria voor een territorium van de soort zijn: 

1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: paar in broedbiotoop, territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen: 25 april – 20 juli

Fusieafstand van 500 m

De soort broedt in struiken en struwelen in relatief open landschap. De soort is ook tijdens het broedseizoen zeer mobiel en kan tot ver buiten het broedterritorium op zoek gaan naar voedsel. De kneu is een echte zaadeter en gedijt het best op plaatsen met veel kruiden en grassen. Wilde soorten, maar ook cultuurgewassen zoals koolzaad, mosterdzaad en lijnzaad komen in aanmerking. Vroeg in de lente zijn vogelmuur, veldkers, vroegeling en varkensgras belangrijke voedselbronnen, later ook paardenbloem, brandnetel, distel en kaardenbol. Ook de nestjongen eten uitsluitend zaden. Vlaams niveau De soort vertoont in Vlaanderen een lichte, doch niet significante afname,volgens de telgegevens van het ABV-project (2007-2012). Op Europese schaal is er een zeer sterke afname, met 54% op korte termijn en 63% op lange termijn. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als: kwetsbaar. Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werden 15 territoria vastgesteld. De kneu is een soort die vrij moeilijk inventariseerbaar is, mede door de mobiliteit van de soort ook binnen het broedseizoen. Voor het broedseizoen waren er een aantal akkers die braak lagen en waar akkervegetatie zich op aan het ontwikkelen was. Deze waren erg in trek bij deze zaadeter, waardoor tot vrij laat groepjes van de soort hier aanwezig waren en er foerageerden. Pas later werd dit veld omgeploegd en heeft de soort zich wellicht verspreid over de ruilverkaveling. Ook de zones langs de nieuw aangelegde weg in het oosten van de ruilverkaveling (zie bvb. Figuur 2-10) waren in trek bij de soort om er te foerageren op zaden van allerlei onkruiden. Fitis (Phylloscopus trochilus) De criteria voor een territorium van de soort zijn: Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

35


1 waarneming per territorium tussen datumgrenzen: territoriumindicerende of nestindicerende waarneming

Datumgrenzen 15 februari – 20 juni

Fusieafstand van 100 m

Vlaams niveau De fitis is een algemene broedvogel in Vlaanderen. De soort komt voor in allerlei bosgebieden en jonge bosopstanden met een voorkeur voor wilgen en berken. De soort vertoont een lichte, doch niet significante toename,volgens de telgegevens van het ABV-project (2007-2012). Op Europese schaal is er zowel op korte als lange termijn een afname met 30%. Op de Rode Lijst Broedvogels staat de soort aangegeven als kwetsbaar Sint-Rijkers In het onderzoeksgebied werd 1 territorium vastgesteld. Er was 1 waarneming van een zingende vogel op 18/04/2016 die tot een territorium geleid heeft. Een eerdere waarneming begin april betrof wellicht een doortrekker gezien de soort hier nadien, binnen de datumgrenzen, niet meer gezien werd. Gezien de soort voornamelijk te linken is aan (jonge) bosopstanden en struwelen, is het niet onlogisch dat de soort zo goed als niet voorkomt in het onderzoeksgebied. Het biotoop voor de soort ontbreekt er grotendeels. De soort heeft gezien zijn biotoopkeuze weinig potenties in het gebied, dat zal naar de toekomst toe ook niet wijzigen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---Volgende soorten behoorden tot de te onderzoeken soorten, maar hiervan werden geen territoria vastgesteld binnen het onderzoeksgebied of de aangrenzende zones. Het gaat om: geelgors, graspieper, wulp en nachtegaal. 

Wulp (Numenius arquata): De wulp werd niet als broedvogel aangetroffen in het gebied. De soort was er in het vroege voorjaar wel een aantal maal aanwezig, dit in het uiterste noorden van gebied waar een weilandcomplex aanwezig is. Het tot broeden komen van de soort is gelet op de lage ecologische kwaliteit van dit weilandcomplex niet realistisch. De soort broedt met een aantal paren in de IJzervallei en in de Komgronden van Lampernisse. In het onderzoeksgebied is een dergelijk geschikt biotoop niet aanwezig. Ook naar de toekomst toe is dit niet te verwachten i.r.t. voorliggende inrichtingsplan en de autonome landbouwevolutie in het gebied.

Figuur 3-10: Verspreiding van de wulp in Vlaanderen in de periode 2008-2012 (data: www.waarnemingen.be via INBO.A.3191) 

Graspieper (Anthus pratensis): De graspieper werd niet als broedvogel aangetroffen in het gebied. De soort wordt als bedreigd aangegeven op de Rode Lijst Broedvogels en is zeldzaam geworden in het binnenland. De soort werd in april nog vrij vaak doortrekkend vastgesteld maar er werd geen enkele indicatie van territorium vastgesteld, wat ook een te verwachten beeld is


gelinkt aan de intensiteit van het agrarische gebied en bijgevolg het ongeschikt zijn van het biotoop in het grootste deel van het onderzoeksgebied. Potenties voor de soort zijn er tevens zeer gelimiteerd naar de toekomst toe.

Figuur 3-11: Verspreiding van de graspieper in Vlaanderen in de periode 2008-2012 (data: www.waarnemingen.be via INBO.A.3191) 

Geelgors (Emberiza citrinella): Zoals eerder aangegeven in dit rapport werd de soort niet aangetroffen. Er was slechts 1 waarneming van een overvliegende vogel in het uiterste westen van de ruilverkaveling. Hoewel deze soort ook als doelsoort voor het gebied genoteerd werd en diende meegenomen te worden tijdens de monitoring, is het voorkomen van de soort er actueel weinig realistisch. De dichtheid aan kleinschalige elementen in het landschap is actueel ruim ondermaats om de soort voldoende kansen te geven. Ook de geplande ontwikkelingen volgens het inrichtingsplan zullen niet voldoende zijn om de soort er terug tot broeden te laten komen. Gelet op de verhouding tot de inspanningen die geleverd dienen te worden om de soort te behouden elders in Vlaanderen en meer bepaald nabij de Franse grens en het Heuvelland is een uitbreiding en herkolonisatie van deze regio niet onmiddellijk te verwachten; temeer het biotoop niet in een gunstige richting evolueert. Perceelsranden in de volledige ruilverkaveling zijn zeer beperkt aanwezig, veelal weinig kwaliteitsvol en in verdrukking of gekenmerkt door achterstallig onderhoud.In de ruilverkaveling zijn er wel een aantal beheerovereenkomsten die goed beheerd worden en functioneel kunnen zijn, doch het gaat om een zeer beperkt aantal zones (en oppervlakte) in verhouding Daarnaast zijn hagen en houtkanten in vele gedeeltes zo goed als afwezig in de agrarische percelen en enkel nog aanwezig ter hoogte van boerderijen of private woningen en hieraan verbonden tuin. Hier zijn deze veelal (te) jong of weinig kwalitatief. Bloemrijke graslandpercelen of bloemenrijke ruigtes zijn zeer schaars. De aanwezige graslandpercelen werden in het verleden (alsook actueel nog) gescheurd, en al dan niet omgezet in akker. Nog bestaand grasland blijkt zeer arm aan kruiden en bloemen waardoor ook dit helemaal niet geschikt is voor de geelgors. Wintervoedsel in de vorm van oogstresten of graanranden ontbreekt actueel ook grotendeels in het gebied. 

Nachtegaal (Luscinia megarhynchos). De soort werd niet aangetroffen in het onderzoeksgebied. Enerzijds is het biotoop er vrij ongeschikt, m.u.v. een aantal zones langs de Lovaart die enige potenties heeft voor de soort. De soort gaat evenwel overal achteruit. De soort kent in de duinen wel nog hogere dichtheden. De soort heeft nood aan vochtig gebied met dicht struweel/struikgewas. Een dergelijk biotoop is niet aanwezig in de ruilverkaveling en zal in de toekomst wellicht ook niet komen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ --------Hierna volgt een korte bespreking van een aantal soorten die vastgesteld werden in het gebied, maar niet tot de te inventariseren soorten behoren. 

Rietzanger (Acrocephalus schoenabaenus): De rietzanger is zoals zijn naam zegt een soort die voornamelijk voorkomt in riet- en aanverwante vegetaties. Meer specifiek komt de soort voor in vochtige en droge, al dan niet verruigde, overjarige rietkragen en rietlanden en kruidenrijke ruigten. In de kustpolders komt de soort vooral voor langs de rietkragen van de poldersloten. De rietzanger is in Vlaanderen als broedvogel hoofdzakelijk beperkt tot de poldergebieden waar hij talrijk voorkomt. Het bastion zijn de kustpolders, met 1700 – 2200 broedparen. In de IJzer

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

37


vallei komen heel hoge dichtheden voor. Er zijn geen populatieschattingen meer sinds de broedvogelatlas. De soort doet het nog goed tot zeer goed in zijn traditionele gebieden zoals de IJzervallei. Binnen de ruilverkaveling is de soort beperkt tot een aantal zones, langs de Lovaart en aangrenzende grachtjes en in het noordelijke weilandcomplex waar eveneens met riet begroeide grachten aanwezig zijn. 

Rietgors (Emberiza schoeninclus): De soort broedt voornamelijk in moerasgebieden met overjarig riet of andere opgaande oevervegetaties, al dan niet in combinatie met struweelopslag. De soort kan ook voorkomen in kleinere vochtige percelen langs bosranden of langs sloten in het landbouwgebied. De Rietgors kent haar belangrijkste broedgebied in Vlaanderen in de Kustpolders (750 – 1000 paren vergeleken met 2100 – 3000 paren in heel Vlaanderen). Het Vlaamse broedareaal is de laatste 30 jaar aanzienlijk gekrompen en de populatie is met meer dan de helft afgenomen. Er zijn geen schattingen van de aantallen meer sinds de broedvogelatlas, een licht negatieve trend werd opgetekend in het ABV-project. Op Europees niveau is de soort ook aan het afnemen.

3.2.3 Verband met beheerovereenkomsten VLM In het onderzoeksgebied zijn er een aantal zones waar landbouwers een beheerovereenkomst (BO) afgesloten hebben met VLM. Dit betreft o.a. het onderhoud van hagen/houtkanten, onderhoud van poelen of de aanleg en het beheer van perceelsranden. Binnen het onderzoeksgebied gaat om een zeer beperkt aantal zones. Op onderstaande figuren worden de diverse zones binnen het onderzoeksgebied weergegeven, samen met de eventuele aanwezigheid van broedvogels / territoriumindicerende waarnemingen zoals verzameld in kader van dit onderzoek. We vermelden hier enkel de vlakvormige zones (grotere oppervlaktes. In dit kader gaat het voornamelijk om het perceelsrandenbeheer (grasstroken met specifiek maaibeheer).


Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

39


Figuur 3-12: Beheerovereenkomsten VLM i.r.t. vastgestelde broedvogelwaarnemingen We zien uit bovenstaande gegevens dat er wel een aantal zones zijn met schijnbaar hogere dichtheden aan akkervogels in de omgeving van enkele perceelsranden onder beheerovereenkomst. Het gaat evenwel niet altijd om waarnemingen binnen de contouren van de BO (gezien de beperkte oppervlakte is de kans hiertoe ook lager), veeleer om waarnemingen in de onmiddellijke omgeving. Gezien dit op zich zelfstaande gegevens zijn zonder voorgeschiedenis kunnen we niet sluitend aangeven of dit te wijten is aan de beheerovereenkomst. Een hogere dichtheid aan akkervogels ter hoogte van een beheerovereenkomst kan er zijn wanneer deze ook een gunstige ligging heeft in het agrarische gebied. Een aantal BO’s liggen aan de rand van het gebied of tegen een openbare weg (N8) of nabij bewoning aan, waardoor het effect naar avifauna toe wellicht iets lager ligt. De perceelsranden kunnen leiden tot een hoge broedsucces voor bepaalde soorten, of zorgen voor een beter voedselaanbod door bloemen/zaden en hoger aantallen insecten. De vogels zelf zijn evenwel niet altijd ter hoogte of in de perceelsranden zelf te vindne, maar wel in de onmiddellijke omgeving.


3.2.4 Besluiten broedvogels Sint-Rijkers In onderstaande tabel wordt een samenvattend overzicht gegeven van de geĂŻnventariseerde broedvogels en het aantal territoria dat vastgesteld werd. Dit voor wat alle soorten betreft die onderdeel vormden van de opdracht. Tabel 1: Samenvattend overzicht broedvogeltotalen Sint-Rijkers

Soort veldleeuwerik tuinfluiter spotvogel scholekster roodborsttapuit patrijs kwartel kneu kievit heggenmus graspieper grasmus bosrietzanger blauwborst gele kwikstaart wulp grauwe gors geelgors nachtegaal fitis grauwe klauwier braamsluiper

aantal territoria (min.) 54 19 45 2 1 (net buiten de grens, over het Lokanaal) 18 4 15 45 117 0 101 14 (13 + 1 net buiten grenzen) 19 114 0 0 0 0 1 0 0 (2 net ten zuiden in RVK Izenberge)

We kunnen besluiten dat de ruilverkaveling voor een aantal soorten vrij behoorlijke aantallen kent (heggenmus, gele kwikstaart, grasmus,..), doch gelet op de oppervlakte van het gebied zijn vooral de dichtheden van een aantal typische akkervogelsoorten laag tot erg laag. Iets meer vereisende soorten van halfopen landschap zoals geelgors, braamsluiper, tuinfluiter, zomertortel,.. komen nauwelijks tot niet (geelgors) voor binnen de ruilverkaveling. Enkel langs de oostelijke grens, met name langs de Lovaart komen een aantal van deze soorten voort. Deze zone kan evenwel niet gezien worden als behorend tot de ruilverkaveling, gezien de percelen hier niet door landbouw gebruikt worden en er ook geen ingrepen voorzien zijn volgens het structuurplan van de ruilverkaveling. De vogels zitten er op de sterk begroeide dijk van de Lovaart. Tuinfluiter kent hier lokaal relatief hoge dichtheden met op geregelde, korte afstanden van elkaar zangposten, volledig gelinkt aan het dichte struweel in deze zones. Centraal binnen de ruilverkaveling zijn struiken, hagen of oudere houtkanten enerzijds zo goed als afwezig. Anderzijds, als ze wel aanwezig zijn, zijn ze gelinkt aan (voormalige) boerderijen en komen ze nauwelijks nog voor in het agrarische gebied zelf. Dit zorgt ervoor dat een aantal van voorgaande soorten sowieso reeds weinig kansen hebben in het gebied door het ontbreken van dit type biotoop. De soorten van zeer open agrarisch gebied zouden in het gebied wel hogere potenties moeten kennen, gezien vele gedeeltes vrij grootschalig en open zijn. Dit op voorwaarde dat andere cruciale elementen (biotoopkwaliteit, voedselsituatie) aanwezig zijn om te voldoen aan de vereisten van deze soorten. Een aantal type-soorten van open gebied zijn grauwe gors, veldleeuwerik, kievit, graspieper en gele kwikstaart. Enkel de gele kwikstaart is behoorlijk algemeen en kent er vrij normale dichtheden. Ook Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

41


veldleeuwerik doet het behoorlijk, doch de soort is in delen van de ruilverkaveling volledig afwezig en kent enkel in bepaalde zones een redelijke dichtheid. De andere soorten doen het niet goed. Grauwe gors en graspieper zijn afwezig, wat te verwachten was, gezien de zeldzaamheid van grauwe gors (zo goed als uitgestorven als broedvogel in Vlaanderen) enerzijds en gezien graspieper ook sterk achteruit gaat in het agrarische gebied. De redenen van het niet meer voorkomen of achteruitgaan van tal van deze soorten zijn gekend en niet nieuw. De verintensivering van de landbouw en het verlies aan overhoekjes, braakliggende zones, een gebrek aan wintervoedsel en geschikt broedhabitat zijn hier de belangrijkste van. Ook hier zien we dus de knelpunten die voor een aantal soorten van het agrarische gebied spelen opnieuw naar voor komen. Voornamelijk de kievit lijkt sterk te lijden te hebben onder de actuele agrarische bedrijfsvoering. Er werden nog wel redelijk wat territoria vastgesteld, doch vele broedpogingen zijn met zekerheid ingeploegd. Binnen de ruilverkaveling zijn er globaal een aantal aspecten die steeds terugkeren en ook gelden voor andere agrarische gebieden: 



Enerzijds is er voornamelijk een gebrek aan ruigtes of randzones / bermen die voldoende breed en kwalitatief zijn. De wegbermen zijn er zeer beperkt en ook ruigtes zijn zo goed als afwezig. Dit werd zeer duidelijk door de reeds opgestarte werken van de ruilverkaveling en de begroeide hopen restgrond die langs de nieuwe wegen aanwezig waren. Deze ruige zones waren erg in trek bij allerlei broedvogels van het gebied, gezien het ontstaan van zones waar akkervegetatie spontaan tot ontwikkeling kon komen. Braakliggende zones zijn zeer schaars en toevalsfactoren, ook extensief beheerde zones zijn schaars geworden. Bufferstroken, bermen , braakliggende zones en ruigtes vormen voor heel wat soorten een broedbiotoop. Enkel in deze zones kunnen ze vrij veilig tot broeden komen.

Anderzijds en deels samenhangend met voorgaand punt is de intensiteit waarmee het gehele gebied gebruikt wordt zeer hoog en interfereert de landbouwpraktijk veelal met de broedperiode van akkervogels. Ondanks het feit dat er voor heel wat akkervogelsoorten een negatieve trend blijft, zijn er ook positieve signalen. De geelgors komt dan wel niet voor in het onderzoeksgebied, de soort blijkt het op Vlaamse niveau de laatste jaren opnieuw beter te doen. Dit kan mogelijk een gevolg zijn van geleverde inspanningen bvb. akkervogelmaatregelen i.s.m. landbouwers. Ondanks het algemene beeld met de negatieve trend voor heel wat akkervogels, is er bijgevolg potentie tot herstel bij het uitvoeren van specifieke akkervogelmaatregelen. Het ruilverkavelingsplan voorziet een aantal ingrepen die een invloed kunnen hebben op vnl. soorten die broeden in randzones. Voor soorten zoals kievit zijn er binnen het uitgetekende ruilverkavelingsplan weinig mogelijkheden. De soort hangt voornamelijk af van het open agrarische gebied en bij gebrek aan (kwalitatieve) weilanden dient de soort te broeden op de akkerpercelen. Dit geldt bvb. ook voor scholekster of veldleeuwerik. Belangrijk als kanttekening bij de inventarisaties en resultaten is ook te vermelden dat de meteoomstandigheden in het voorjaar van 2016 erg ongunstig waren voor broedvogels. Dit kan er toe lijden dat er effectief lagere aantallen aanwezig waren, maar dat is onzeker. De meteo-omstandigheden hebben de inventarisaties daarnaast wel enigszins beĂŻnvloed, gezien fris en nat weer het voorjaar heeft gedomineerd. Dergelijke omstandigheden zorgen ervoor dat broedvogels minder actief zijn met dan weer een invloed op de detectiekans tijdens de inventarisaties.


In onderstaande tabel worden de geïnventariseerde soorten weergegeven waar die behoren tot de gestelde ecologische soortengroepen met name de veldleeuwerik-groep, kievit-groep, en grasmusgroep. Bepaalde soorten komen terug, gezien ze tot verschillende van deze groepen behoren. Tevens wordt in deze tabel de hoogst vastgesteld broedzekerheid weergegeven. Tabel 2: Soortenoverzicht per ecologische vogelgroep Soortengroep / soort

aantal territoria

Hoogste broedzekerheid

Veldleeuwerikgroep 

patrijs

18

Zeker

kwartel

4

Waarschijnlijk

scholekster

2

Zeker

kievit

45

Zeker

wulp

0

-

veldleeuwerik

54

Zeker

graspieper

0

-

grauwe gors

0

-

geelgors

0

-

Kievit-groep 

patrijs

18

Zeker

kwartel

4

Waarschijnlijk

scholekster

2

Zeker

kievit

45

Zeker

wulp

0

-

veldleeuwerik

54

Zeker

gele kwikstaart

114

Zeker

grauwe gors

0

-

Grasmus-groep 

heggenmus

117

Zeker

nachtegaal

0

-

roodborsttapuit

1 (op de grens, over het Lokanaal)

-

bosrietzanger

14 (13 + 1 net buiten grenzen)

Waarschijnlijk

spotvogel

45

Waarschijnlijk

braamsluiper

0 (2 net ten zuiden in Izenberge)

-

grasmus

101

Zeker

tuinfluiter

19

Waarschijnlijk

fitis

1

Mogelijk

grauwe klauwier

0

-

kneu

15

Zeker

geelgors

0

-

3.2.5 Andere soortengroepen: haas Naast de broedvogels werden ook waarnemingen genoteerd van de haas. Deze soort bleek zeer goed vertegenwoordigd in het gebied. De biotoopkenmerken van het ruilverkavelingsgebied komen goed overeen met de open zones die hazen verkiezen. Hazen komen voornamelijk voor in akkerland, met Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

43


name in graanvelden, bietenvelden of tijdelijke braakliggende zones. Het aandeel akkerland is er zeer groot en het grootschalige open karakter in bepaalde deelgebieden wordt door de haas verkozen. De soort is weinig gevoelig voor maai of ploegactiviteiten in tegenstelling tot vele akkervogels. In totaal waren er 436 unieke waarnemingen van de haas, wat de soort de algemeenst en frequentst waargenomen soort maakt binnen de ruilverkaveling. Veelal had het betrekking op enkelingen, maar in het voorjaar werden ook verschillende kleine groepjes gezien, het klassieke ‘rammelen’ van de hazen. Gezien er 6 rondes uitgevoerd werden en van territoria geen sprake is, zijn er natuurlijk zeker herhaaldelijke tellingen van eenzelfde individu opgetreden. Ook binnen de rondes kan niet volledig uitgesloten worden dat er geen dubbeltellingen gebeurden, gezien hazen nogal mobiel zijn en ongemerkt terug kunnen opduiken op een andere locatie langs een traject. Dit werd, waar mogelijk maximaal uitgesloten, door de dieren zo veel mogelijk op te volgen. De aantallen per ronde varieerden. De hoogste activiteit en zichtbaarheid van de hazen viel in het begin van het inventarisatieseizoen, wat een heel logisch en te verwachten gegeven is. De vegetatie staat nog zeer laag op de velden en de activiteit van de soort is tijdens het vroegere voorjaar erg hoog (rammelperiode). Nadien bleef het aantal waarnemingen per ronde stabiel op zo’n 80-90 hazen.

     

Ronde 1: 128 waarnemingen Ronde 2:81 waarnemingen Ronde 3:90 waarnemingen Ronde 4: 98 waarnemingen Ronde 5: 72 waarnemingen Ronde 6: 81 waarnemingen.

Hiernaast zijn er nog een aantal meldingen afkomstig van de aanvullende gegevens van tussenliggende data: bvb. in geval van inventarisaties in de aangrenzende ruilverkavelingszone Izenberge fase 1. Deze gegevens zijn vooral relevant in de grenszones met dit ruilverkavelingsgebied. De waarnemingen van haas worden gesitueerd op kaart 6.

3.3

Avifauna i.r.t. ruilverkaveling

Binnen de ruilverkaveling ‘Sint-Rijkers’ werd een structuurplan uitgewerkt van de nieuwe toekomstige inrichting van het gebied: wegenis, poelen, groenelementen,.. In kader van voorliggende opdracht werd gevraagd om suggesties mee te geven voor de inrichting van de zones die door VLM verworven zullen worden. Het gaat o.a. om zones die in kader van archeologische waarden aangekocht zullen worden door VLM en waar potenties zijn tot bijkomende ecologische waarden. De zones die door VLM verworven zullen worden zijn de volgende:

Zone ter zuiden van wulveringem(zone 1)

Zone ter hoogte van archeologische site – Klarewal oost (zone 2)




Zone langs de papestraat



Zone langs de Scheibeek

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

45


In Anteagroup, 2014a werden reeds aanbevelingen opgenomen i.r.t. het inrichten van het merendeel van deze zones voor herpetofauna. Deze maatregelen zijn actueel nog niet uitgevoerd, doch gelden in belangrijke mate eveneens voor avifauna. Enkel zone 4 werd toen niet mee besproken, doch gelet op de beperkte omvang van de zone is een invulling met een poel en de reeds voorziene bufferstrook met beplanting de enige, doch goede optie hier. De rest van het perceel kan bestaan uit grasland, dat zich kruidenrijk kan ontwikkelen bij een gunstig beheer. Bijkomende inrichtingsmaatregelen worden hier niet noodzakelijk of nuttig geacht. Het gaat namelijk om de aanleg van poelen, beheer i.f.v. kwalitatief grasland en de aanleg van diverse houtkanten/ hagen; zodoende zowel land- als waterbiotoop te hebben voor amfibieën. Het landbiotoop dat hier voorzien wordt, dient (op termijn) functioneel te zijn voor soorten zoals grasmus, heggenmus, braamsluiper, tuinfluiter,.. Het beheer en de schaalgrootte waarmee ruimte is voor houtkanten of ruigere zones binnen deze percelen zal bepalen of er voldoende kansen kunnen ontstaan voor deze soorten. De omvang van de diverse perceeltjes is namelijk vrij klein, maar kan lokaal wel een positieve invloed hebben. Hierin is het wel belangrijk om binnen deze percelen dan ook maximaal te streven naar een functionele invulling, de huidige invulling op het ruilverkavelingsplan voorzien te weinig nieuwe structuren/houtkanten/hagen om een meerwaarde te realiseren. We verwijzen naar de figuren in Anteagroup, 2014a als minimale invulling van deze zones. Naast deze inrichtingsmaatregelen is het voornamelijk wenselijk om binnen en tussen de landbouwpercelen zelf te streven naar maatregelen die gunstig zijn voor avifauna. Ze hebben namelijk een veel grotere reikwijdte binnen in het gebied en het effect kan dan ook veel groter zijn dan een aantal maatregelen op de kleine en geïsoleerde percelen die verworven zullen worden voor natuurmaatregelen. Bufferstroken al dan niet via beheerovereenkomsten (BO) of BO’s gerelateerd aan akkervogels kunnen op termijn wel een wezenlijke bijdrage leveren. Het is actueel evenwel niet zo zinvol om bvb. een graanakker aan te leggen i.f.v. soorten zoals geelgors. De soort komt er actueel niet voor en de inspanningen worden hier dan ook beter geconcentreerd op de zones waar dat wel het geval is (verder richting Franse grens, Beveren, Poperinge, Heuvelland) zodat de populatie daar kan versterken en op termijn uitbreiding mogelijk is. Veel beter is de verspreide aanleg van bufferstroken/ kruidenrijke grasstroken tussen of langs de akkerpercelen. Dit wordt reeds in belangrijke mate voorzien in de ruilverkaveling, waar langsheen verschillende waterlopen bufferstroken voorzien zijn. Bij het aanleggen van bufferstroken met beplanting is het wel belangrijk om de openheid van het landschap niet in het gedrang te brengen. Opgaande bomenrijen worden best zo veel mogelijk beperkt in de grotere open gebieden. Pleksgewijze aanplant van laag blijvende struiken afgewisseld met extensieve grassstroken of sporadisch zones met bvb. knotwilg zijn wel een goede invulling van deze stroken. De inplanting van aaneengesloten bomenrijen of lange aaneengesloten houtkanten kunnen wel langs de randen, bvb. nabij dorpen of reeds bestaande groenstructuren, doch situeren zich beter niet in een actueel volledig open akkercomplex. Hier wordt beter gewerkt met kruidenrijke, grasstroken afgewisseld met gëisoleerd struiken of vleksgewijze aanplant van laag blijvende struiiken.. Belangrijk bij deze bufferstroken is een gevarieerde vegetatiestructuur, zo weinig mogelijk bemesting (onrechtstreekse invloed van nabijgelegen percelen is natuurlijk niet te vermijden), geen herbicidengebruik en een late maaidatum. Om de inbreng van zaad/bloeiende soorten/onkruiden te versnellen is het wenselijk om bij inzaai een beperkte inmenging van een inheems/streekeigen bloemenmengsel te voorzien. Zeker in de grote akkercomplexen waar spontane kolonisatie vrij traag zal verlopen. Deze soorten vormen in geen geval problemen voor de landbouwpraktijk. Een uniforme, raaigras bufferstrook langs een waterloop heeft dan wel een erosiebufferende werking en een positief effect op de waterkwaliteit van de nabijgelegen waterloop maar zal naar (avi)fauna geen meerwaarde bieden. Een alternatief voor het aanleggen van bufferstroken is het verbreden van de waterlopen i.f.v. waterberging. In bepaalde zones in het noorden van de ruilverkaveling zijn er langs weerzijden van de waterloop bufferstroken voorzien. Langs 1 zijde kan dit een klassieke grasbufferstrook betreffen zoals actueel gebeurt via beheerovereenkomsten in die zone. Langs de anderzijde kan geopteerd worden om de waterloop hier meer ruimte te bieden i.f.v. waterberging. Een gedeeltelijke afgraving van 1 oever zou zo een strook kunnen creëren waar, naast ruimte voor waterberging, riet/moerasvegetatie tot ontwikkeling kan komen. Dit zal dan potenties bieden voor rietvogels zoals kleine karekiet, rietzanger, blauwborst,.. Net zoals bij de bufferstroken is niet enkel de inrichting van belang, veeleer het beheer op lange termijn moet afgestemd worden om de zones functioneel te houden zowel voor hun waterbergende functie als


voor de natuurwaarden binnen het landbouwgebied. Te intensief beheer en ruiming van deze bredere gracht/waterloop zal ertoe leiden dat de moeras/rietvegetatie niet tot ontwikkeling kan komen. Te extensief beheer kan resulteren in sterke wilgenopslag. Deze aspecten zijn actueel nog onzeker/onduidelijk, maar het is duidelijk dat deze ingrepen een invloed zullen hebben op het voorkomen van avifauna. Welke ingrepen positief / negatief zullen zijn is actueel moeilijk te beoordelen en zal voornamelijk soortafhankelijk zijn. De waterlopen worden in verschillende zones beter gebufferd van de invloeden op de percelen zelf door de aanleg van bufferstroken, maar langs de andere kant zien we de afname van de perceelsrandlengte in bepaalde zones door het dempen van tussenliggende grachtjes of waterlopen en dit te vervangen door een kortere rechtgetrokken gracht. Mogelijk kan de nuttige oppervlakte voor akkervogels wel toenemen door de voorziene bufferstroken want actueel zijn vooral deze waterlopen/grachten/perceelsranden de stroken die als broedzone/foerageergebied gebruikt kunnen worden door een aantal soorten. Als deze afnemen t.g.v. de ruilverkaveling is een alternatief wenselijk, zoniet is een (verdere) afname van bepaalde soorten te verwachten. Naast de rechtstreeks invloed t.g.v. de ingrepen die de ruilverkaveling met zich mee zal brengen, zal verder nog de autonome evolutie in de landbouwpraktijk meespelen. Hieruit kan een invloed ontstaan op avifauna die los staat van de ingrepen van de ruilverkaveling.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

47


4 Amfibieën 4.1

Inleiding

In 2014 werd een selectie van poelen binnen de ruilverkaveling geïnventariseerd op het voorkomen van amfibieën. Deze inventarisaties werden toen ook door Anteagoup uitgevoerd (Anteagroup 2014b). Het doel van de inventarisaties was om zicht te krijgen op de huidige aanwezige amfibieënpopulatie met het oog op het verbeteren van de leef- en voortplantingsgebieden. Aangezien in 2014 in 2 poelen kamsalamander aangetroffen werd, adviseerd het ruilverkavelingscomité om de poelen in de omgeving van deze poelen te onderzoeken om zicht te krijgen op de grootte van de populatie. De inventarisaties in kader van voorliggende opdracht zijn dan ook uitgevoerd i.f.v. het verder detailleren van het voorkomen van amfibieën en meer bepaald de kamsalamander in het gebied. Tevens is het geven van aanbevelingen in verband met de acties die genomen moeten worden voor het behoud van de aanwezige populatie kamsalamander onderdeel van deze opdracht. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit 5 delen. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de onderzochte poelen, de nabije omgeving en het aanwezige landhabitat (1). Vervolgens wordt de gehanteerde methodiek gedetailleerd beschreven (2), waarna de resultaten van het veldwerk toegelicht worden met een terugblik naar de resultaten van 2014 (3), met hierna een soortspecifieke beschrijving (4). Hieruit volgt een bespreking van de knelpunten en potenties (5), om te eindigen met een algemene conclusie voor het gebied. De bespreking is gebeurd op niveau van de onderzochte poelen en is niet van toepassing op andere poelen in de omgeving noch op het volledige deelgebied waarbinnen de poelen gelegen zijn. Wel worden waar relevant, bemerkingen of suggesties gemaakt voor het volledige gebied. Gezien het onderzoek in 2014 eveneens door Anteagroup gebeurde, en de combinatie met uitgebreide avifauna-inventarisaties, kan door een goede gebiedskennis de bespreking maximaal verruimd worden. In bijlage 2 van dit rapport wordt een foto-atlas opgenomen waarin alle poelen tijdens de inventarisaties/bezoeken zijn gefotografeerd. In bijlage volgen tevens alle veldwerkverslagen en formulieren waarop dit rapport gebaseerd is.


4.2

Situering van de poelen

Op onderstaande figuur worden de te onderzoeken poelen in de RVK Sint-Rijkers gesitueerd. De nummering van de poelen werd door VLM aangegeven. Deze nummering wordt doorheen dit rapport aangehouden.

Figuur 4-1: Situering poelen Sint-Rijkers

4.2.1 Beschrijving van de poelen 4.2.1.1 Poel 1 Deze poel ligt binnen een geïsoleerd weiland/hooiland, dat gedurende 2016 niet gebruikt werd. Er werden tijdens het onderzoek geen koeien vastgesteld op deze weide. De poel is langwerpig, ruim en ondiep. De poel is niet afgeschermd van het weiland, waardoor eventuele grazers tot in de poel kunnen komen. De oeverstructuur van de poel wijst ook in deze richting. De poel is vrij ondiep, heeft vrij helder water, maar ontwikkelde in de loop van het seizoen wel een belangrijke drijflaag met algendrab. Ook de oevervegetatie wijst op een sterk eutrofe situatie. Met uitzondering van het aanwezige grasland is er weinig landbiotoop aanwezig voor amfibieën. 4.2.1.2 Poel 2 Deze poel ligt eveneens in een weiland dat vrij geïsoleerd ligt tussen omliggende akkers. Het gaat om een reliëfrijk weiland waarbij de poel deels sterk verdiept ligt in verhoogd gedeelte van het weiland. De poel is voor het vee volledig toegankelijk. Tijdens de terreinbezoeken zaten vaak enkele koeien in het water. Dat dit niet gunstig is voor de waterkwaliteit bleek toen uit de troebelheid van deze zone, maar ook uit het feit dat mest / urine zichtbaar rechtstreeks in de poel terecht kwam. De poel is vrij groot, Lvormig maar ondiep. Het weiland zelf wordt zeer intensief gebruikt met hoge aantallen koeien (25tal) op een vrij kleine oppervlakte. Volgens de landbouwer droogt de poel frequent uit. In 2015 is de poel zo goed als uitgedroogd. De poel is ook niet erg diep, ca 60 cm op het diepste punt. Dit is deels het gevolg van frequente veebetreding en intrapping van de oevers. Ook hier is er, m.u.v. het weiland, weinig landbiotoop aanwezig voor amfibieën.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

49


4.2.1.3 Poel 3 Deze poel is helder en diep, kent geen algenbloei en kent een vrij goede watervegetatie in de vorm van gekroesd fonteinkruid en sterrenkroos spp. Er is redelijk wat gunstig landbiotoop aanwezig voor amfibieën door een ruime tuinzone langs de nabijgelegen hoeve. Struiken, bomenrijen en wat ruigere zones vormen hier een zone met dekking voor amfibieën. Ook langs de hoeve zijn er geschikte zones aanwezig en wellicht zijn hier ook overwinteringsmogelijkheden aanwezig voor de amfibieën. 4.2.1.4 Poel 4 Deze grote en nog vrij kwaliteitsvolle poel heeft helder water en is vrij diep (> 1,8 m). De oeverzones zijn nog begroeid met gele lis en er is een vrij behoorlijke onderwatervegetatie aanwezig. Net als zo veel poelen in de omgeving blijkt er de laatste 10-15 jaar een sterke wijziging. De poel is meermaals heraangelegd, vergraven en ligt actueel in een aardappelakker. Er is nauwelijks nog landbiotoop aanwezig in de omgeving, enkel een strook van 1,5 m langs de rand van het water. De poel wordt geregeld gebruikt voor waterwinning, getuige de verschillende buizen met een permanent karakter die er aanwezig zijn. Ondanks de potenties die er zijn op vlak van waterbiotoop is de zone voor amfibieën niet zo gunstig, gelet op het ontbreken van landbiotoop. 4.2.1.5 Poel 5 Deze poel en omgeving hebben op vlak van zowel landbiotoop als waterbiotoop heel wat potenties. De poel ligt in de omgeving van een aantal poelen waar in 2014 kamsalamander vastgesteld werd en de poel heeft op vlak van uiterlijke kenmerken en het landbiotoop eveneens potenties voor de soort. Dit bleek ook, gezien de soort er gevonden werd. De poel wordt belucht door een oppervlaktebeluchter/pomp, is helder diep en er werd geen visbezetting aangetroffen.De poel is volledig afgerasterd en gelegen tegen de hoeve, nabij geschikt landbiotoop.Ook op vlak van invertebraten is de poel rijk. De poel ligt tegen de hoeve van dezelfde landbouwer die twee andere poelen in gebruik heeft waar kamsalamander in voorkomt (waar de soort in 2014 vastgesteld werd). De kern van de populatie bevindt zich wellicht op percelen van deze landbouwer. 4.2.1.6 Poel 6 Deze poel ligt in een weiland met verschillende verdiepte zones waar regelmatig water blijft staan, buiten de eigenlijke poel zelf. Er is veel microreliëf aanwezig en er zijn verschillende grachten met wat wilgenopslag aanwezig langs de randzone van het weiland. Er zijn in het weiland ook zones met steenbrokken aanwezig, wellicht afkomstig van voormalige bewoning. De poel zelf is ondiep, er liggen veel steenbrokken in en de koeien betreden frequent de poel waardoor het water troebel wordt. Er nestelen ook canadese ganzen op de poel, wat eveneens een invloed heeft op de structuur en vegetatie van de poel. Een ruiming en afrastering van de poel zijn hier gewenst naar de toekomst toe. In dit weiland zouden er potenties kunnen zijn voor kamsalamander, maar de soort werd er niet aangetroffen. De kwaliteit van de poel lijkt er actueel ook te ondermaats voor. 4.2.1.7 Poel 7 Deze zeer kleine poel ligt in een hooiland, is zeer ondiep en aan het verlanden. Tevens is er veel lisdodde in aan het groeien en wordt de poel sterk beschaduwd door uitgegroeide wilgen. Deze poel zal in kader van de ruilverkaveling gedempt / verplaatst worden. Ook de nabij gelegen haag zal gerooid moeten worden. De kamsalamander komt hier nog voor, waardoor dit een extra aandachtspunt is. Een nieuwe en grotere poel kan de potenties voor de soort hier intact houden, doch kwalitatief landbiotoop blijft ook belangrijk. 4.2.1.8 Poel 8 Dit is veeleer een zeer grote waterplas / vijver dan een poel, die naar amfibieën toe nauwelijks tot geen waarde heeft door de hoge visbezetting. Volgens de eigenaar werd deze poel in het verleden met karper bezet na een suggestie door Oost-Europese arbeiders. Dit is actueel duidelijk merkbaar. Het water is sterk troebel bruin en de oeverzones zijn kaal en wellicht aangetast door hoge visbezetting. De eigenaar zou deze nu liever kwijt zijn, gezien ze ook de oevers sterk aantasten, maar ziet hiertoe zelf weinig mogelijkheden. De plas droogt normaal niet uit, doch is niet zeer diep meer; mede door het gewoel van de karpers. De bodem is slibrijk en visueel helemaal niet geschikt voor de meeste soorten amfibieëen. Een uitgebreide ruiming/droogpomping dringt zich op om de waterplas opnieuw een ecologische waarde te geven.


4.2.1.9 Poel 9 De poel ligt langs een hoeve en heeft wellicht een historische achtergrond. De poel is L-vormig en ligt tegen de verhoogde gelegen woning. De poel is afgerasterd van de nabijgelegen weiland, vrij diep en kent een ruime begroeiing met rietvegetatie. Het landbiotoop rond de poel is van iets mindere kwaliteit gezien een aantal loodsen, betonverhardingen, grote koeienstallen en dergelijke in de onmiddellijke omgeving. Het water van de poel is helder en relatief rijk aan ondergedoken waterplanten. Het waterbiotoop wordt hier als gunstig beoordeeld voor amfibieën, het landbiotoop kan beter. 4.2.1.10 Poel 10 Deze diepe poel/waterplas wordt actueel volledig beheerd in functie van watercaptatie/gebruik. De oevers zijn kaal en de plas is vegetatieloos zowel op de (steile) oevers als in het water zelf. Het landbiotoop is in ongunstige toestand, gezien de ligging in een zeer kale en zo goed als vegetatieloze omgeving. De poel bevindt zich tussen een kort gemaaid grasperk, een maïsakker en enkele nieuwe industriële loodsen met ruime betonnen buitenverharding. Er is bijgevolg in de ruime omgeving geen landbiotoop aanwezig geschikt voor amfibieën. Niettemin werd toch nog een kleine watersalamander aangetroffen in de poel.

4.3

Methodiek

4.3.1 Inventarisatie methodiek Buiten het voortplantingsseizoen vertoeven de meeste amfibieën in hun landbiotoop en zijn over het algemeen moeilijker aan te treffen. Bijgevolg spitst amfibieënonderzoek zich dan ook bijna uitsluitend toe op het monitoren van de aanwezigheid in en rond hun voortplantingspoelen. Voor dit onderzoek werd dan ook gebruik gemaakt van de klassieke inventarisatiemethodes voor poelen nl. fuiken, schepnetten en visuele/auditieve waarneming. Het veldwerk heeft plaatsgevonden op een geschikt moment, rekening houdende met de weersomstandigheden (cf. temperatuur/wind). Deze methodiek werd toegepast voor de drie verschillende deelgebieden van deze monitoringsopdracht, met specifieke accenten per deelgebied. De inventarisatieperiode werd uitgesplitst in drie perioden. Nadien volgde nog een controleronde m.b.t. de waterstanden van de poelen. De poelen werden bijgevolg 4 x bezocht. De inventarisatierondes gebeurden respectievelijk in de maanden april, mei en juni. Het controlebezoek gebeurde in september. De inventarisatierondes zijn gelinkt aan de voortplantingsperiode van de verschillende soorten te verwachten amfibieën.

Figuur 4-2: Overzicht activiteitenperiodes amfibieën in Vlaanderen In april werd voornamelijk gezocht naar de vroege soorten zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. In mei werd de aandacht gevestigd op de latere soorten zoals de groene kikkers of kamsalamander. In de periode eind juni-begin juli werden de poelen gecontroleerd op het voorkomen van larven van alle soorten. Alle poelen werden met de nodige aandacht (rustig) benaderd. De veldmedewerker bleef hiertoe minimaal enkele minuten op geringe afstand staan zodat roepende dieren niet gestoord werden maar toch waargenomen konden worden. Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

51


Tijdens alle inventarisatierondes werd gewerkt met zowel fuiken als schepnetten. De eerste dag werden de fuiken in de poelen geplaatst, de tweede dag geledigd en weer meegenomen, zodoende bleven de fuiken voldoende lang ter plaatse om zo de detectiekans hoog te houden. De fuiken werden evenredig verdeeld over de bemonsterde poelen, doch met nadruk op de zuidgerichte zone. Dit omdat de kans op aanwezigheid van herpetofauna in de warmste (zuidgerichte en dus meest zonbeschenen) delen van een poel het grootst is. Indien er langsheen deze oever door amfibieën geprefereerde vegetatie aanwezig was (mannagras, watermunt, liesgras, gele waterkers, waterviolier, …), werden de fuiken tussen deze waterplanten geplaatst. Na het ledigen van de fuiken werd het schepnet gebruikt. Hierbij werd getracht adulten of juvenielen (larven) te vangen door ongeveer 1/3 van de poel af te scheppen. Zo kan een goed beeld gekregen worden van de aanwezigheid van larven, maar blijft de verstoring van de poel beperkt. Ook werd vanaf de bodem geschept om larven, die zich vaak tussen dood plantenmateriaal bevinden eveneens niet te missen. Wanneer vegetatie in de poel aanwezig was, werd evenredig tussen en buiten de vegetatie geschept. Een te dominante vegetatie in de vorm van riet of grote lisdodde beïnvloedde wel de mogelijkheden om de poelen voldoende goed af te scheppen. De gevangen exemplaren werden gedetermineerd op soort en geslacht (waar mogelijk). Nadien werden ze onmiddellijk terug uitgezet in de desbetreffende poel. De aantallen werden genoteerd op een standaardformulier. De aantallen larven die verspreid in de poel aanwezig waren, werden geschat om tot een totaal te komen. Alle aangetroffen individuen werden hier opnieuw in een bak met poelwater geplaatst voor determinatie. Eventuele bijvangsten van andere taxa (voor zover van belang voor dit onderzoek bvb. mogelijke predatoren, vis,..) werden eveneens genoteerd. Naast amfibieën werden o.a. stekelbaarsjes en diverse invertebraten aangetroffen in de fuiken. De aanwezige invertebraten werden niet tot op soortniveau gedetermineerd, gezien dit een belangrijke tijdsbesteding vraagt en tevens niet tot de opdracht behoort. Wel werden deze, waar relevant, apart genoteerd. Om het veldwerk te beëindigen werden alle locaties in de maand september herbezocht om het waterhoudend karakter van de poelen na te gaan. Alle locaties en poelen werden iedere ronde fotografisch gedocumenteerd waardoor er per locatie tot een fotoreportage gekomen kan worden. Deze fotoreportage is in bijlage 2 opgenomen.

4.3.2 Materiaal Zoals hiervoor vermeld werd gebruik gemaakt van fuiken en schepnetten. Het aantal fuiken dat ingezet werd, hangt af van de grootte van de poel. Minimaal werden steeds 3 stuks gebruikt. Bij een aantal poelen werd het aantal fuiken tijdens 1 of meerder rondes verhoogd teneinde de detectiekans te verhogen/ het vangen van zo veel mogelijk kamsalamanders te bewerkstellingen Er werd gebruik gemaakt van een aantal standaardtypes fuik, waarbij de metalen fuik met losse inlooptrechter steeds het grootste aandeel uitmaakte (2/3 van het totaal). Deze types hebben een grote inlooptrechter die op de bodem staat. Over de grond bewegende amfibieën kunnen zo snel via de trechter in de fuik terecht komen. Dit type heeft een hoog vangstrendement voor zowel sterk begroeide als minder begroeide poelen. Het tweede type fuik is een drijvende fuik. Deze types hebben eveneens een hoog vangstrendement, en hebben een bijkomend voordeel. Ze kunnen drijvend tussen watervegetatie geplaatst worden. Deze fuiken zijn dan ook zeer goed geschikt voor poelen met abundant voorkomen van onderwatervegetatie. Tijdens het scheppen werd gebruik gemaakt van een fijnmazig schepnet met een lange steel.


4.3.3 Veldwerkformulieren Om alles te noteren werd gebruik gemaakt van digitale fiches die onmiddellijk na het veldbezoek ingevuld werden. De gebruikte fiches volgen het format van HYLA, de amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt-studie VZW. Via veld-pc werden deze onmiddellijk in het veld ingevuld. Standaardfactoren die bij elk bezoek genoteerd werden zijn typische kenmerken en eigenschappen van de poel en omringende vegetatie, met name: 

beschaduwing

aanwezigheid predatoren

relatie met landbiotoop

betreding

(eventueel gevoerd beheer)

vegetatiebedekking

indicatie waterplanten

dood plantenmateriaal/ indicatie slibbedekking bodem

 activiteit amfibieën (bvb. roepende padden of sterke kikkeractiviteit) Daarnaast werden de noodzakelijke gegevens omtrent soorten, aantal, levensstadium,.. genoteerd.

Deze digitale fiches zijn in bijlage bij dit rapport opgenomen.

4.3.4 Specifieke aandachtspunten Gelet op de potentiële aanwezigheid van enkele infectieziekten bij amfibieën werden specifieke voorschriften gevolgd om de verspreiding hiervan tegen te gaan. Hiertoe werden de veiligheidsvoorschriften zoals aangeraden door het ANB gevolgd. Voor verder details verwijzen hier naar de veiligheidsvoorschriften voor veldwerkzaamheden: http://www.natuurenbos.be/sites/default/files/inserted-files/2015-bioveiligheid_bd_bs_r_amfibie.pdf De diepste poelen konden op vlak van diepte niet volledig opgemeten worden, gezien opmeting met meetstok gebeurde en de diepere poelen onveilig waren om te bemeten door de grote diepte of de sliblaag op de bodem. In kader van amfibieën is het kennen van de exacte diepte van een diepere poel (> 1,5 m) van weinig meerwaarde. Het waterhoudende karakter is belangrijker en dergelijke diepe poelen zullen slechts uiterst zelden uitdrogen. De correcte conclusies kunnen dan ook getrokken worden door de opvolging van de relatieve waterpeilen en de kans op uitdrogen van de poel.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

53


4.4

Resultaten

4.4.1 Globaal overzicht In onderstaande tabel wordt een samenvattend overzicht gegeven van de aangetroffen soorten per poel/locatie. We verwijzen tevens naar de waarnemingsformulieren per ronde in bijlage. Tabel 4.1: Samenvattend overzicht aangetroffen soorten per geïnventariseerde poel Kleine watersalamander

Kamsalamander

Gewone pad

Bruine kikker

Poel 1

X

X

Poel 2

X

XX

X

XX

X

Poel 3 Poel 4

X

Poel 5

XX

Poel 6

X

Poel 7

X

X X

X

(Middelste) Groene kikker

XX X

XX X

X

X

Poel 8

X X

Poel 9

XX

Poel 10

X

X

X

X = normaal voorkomen, lage tot ‘normale’ aantallen XX = abundant, minstens 1x > 10 adulten De meest verspreid voorkomende soort is de kleine watersalamander. De soort komt voor in 8 op 10 van de geïnventariseerde poelen. Ook de gewone pad (7 poelen) en de groene kikker (6 poelen) komen verspreid voor. Alle aangetroffen en tot op soort gedetermineerde groene kikkers betroffen ‘middelste’ groene kikker (Rana kl. Esculenta). Er zijn geen poel- noch meerkikkers aangetroffen en tevens zijn er geen aanwijzingen dat deze soorten er voorkomen of voorgekomen hebben (noch vanuit HYLAdatabank als andere historische gegevens, voor zover er tot op soort gedetermineerd werd). Wanneer over groene kikker gesproken wordt verder in dit rapport heeft dit steeds betrekking op de ‘middelste’ groene kikker (Rana kL. Esculenta). De hoogste aantallen groene kikkers waren aanwezig in poelen 4 en 5. Voornamelijk in poel 5 was er een groot roepkoor aanwezig. De bruine kikker is ook verspreid, doch de aantallen zijn overal vrij laag. Nergens werden grote aantallen larven aangetroffen noch veel juveniele of adulte kikkers. Deze soort heeft nood aan aanwezigheid van permanente begroeiing, vochtige strooisellaag of grasland waar overdag geschuild kan worden net zoals gewone pad of kleine watersalamander. Open agrarische landschappen met weinig dekking en geschikt landbiotoop beperken de verspreiding en aantallen van de soort. Globaal gezien zijn de soorten die verwacht konden worden aangetroffen in de geïnventariseerde poelen, m.u.v. de alpenwatersalamander. Deze soort werd niet aangetroffen tijdens deze inventarisaties en is ook zeer schaars binnen de polders. Deze soort werd ook niet aangetroffen in de aangrenzende ruilverkaveling (en werd evenmin gevonden in 2014). De kamsalamander werd aangetroffen op twee locaties, die vrij dicht bij elkaar liggen. 1 van deze locaties bevestigt het voorkomen van de soort, na een eerdere vaststelling in 2011. Dit betreft poel 7, hier werd slechts 1 individu aangetroffen. Maar gezien de huidige verlandingstoestand van de poel is dit nog opmerkelijk. Het vaststellen van voortplanting was zeer beperkt tot enkele jonge larven. Gezien de late voortplantingscyclus van de soort is het mogelijk dat er nog meer larven geweest zijn na de derde inventarisatieperiode doch deze kunnen pas vanaf eind juni of later aangetroffen worden (hoewel het voorjaar reeds vroeg op gang gekomen is, en de voortplantingscyclus van deze soort wellicht ook). De poelen waarin kamsalamander aangetroffen werd, waren vrij van vis (geen stekelbaarsjes aangetroffen) en waren tevens de locaties met de grootste soortendiversiteit in hun geheel. In deze


poelen werden de 5 soorten amfibieën samen aangetroffen, in andere poelen was dit maximaal 3. Dit geeft duidelijk aan dat de ecologische waarde en potentie van zowel landbiotoop als waterbiotoop hier beter is dan bij de andere poelen. Sommig poelen herbergen nauwelijks tot geen amfibieën, waar verschillende factoren aan de basis van kunnen liggen (vnl. milieutoestand en toestand van het landbiotoop). Deze vaststellingen bevestigen opnieuw de conclusie van het onderzoek van 2014, met name dat er nog een vrij tot zeer gezonde populatie amfibieën aanwezig is in de omgeving van Klarewal – Burgmolenstraat, maar dat in andere zones de populaties in het algemeen lager zijn. Hoewel de verspreiding van traditioneel ‘algemenere’ soorten zoals gewone pad / groene kikker / kleine watersalamander in het algemeen vrij goed is en deze soorten nog in vrij veel poelen voorkomen is het opvallend dat de aantallen soms zeer laag zijn. Bvb. de kleine watersalamander kan vrij tolerant zijn t.o.v. verstoorde milieus, maar dit weerspiegelt zich wel in de aantallen die voorkomen in de desbetreffende poelen. Deze zijn beduidend lager in verstoorde milieus en heel wat lager dan wat verwacht kan worden voor dit type poelen (indien ze in goede toestand zijn). Op goede locaties zijn in enkele fuiken vrij eenvoudig tot enkele tientallen exemplaren te vangen. Dit was bij de slechtere poelen niet het geval en hier bleef het bij slechts enkele exemplaren.

4.4.2 Waterhoudend karakter van de poelen Het waterhoudend karakter van poelen heeft een belangrijke impact op het voorkomen van amfibieën. Enerzijds dient de poel voor amfibieën voldoende lang waterhoudend te zijn zodat de larven kunnen overleven en zich tot volwassen individuen kunnen ontwikkeling. Anderzijds heeft een poel die constant waterhoudend is een hoger risico op de aanwezigheid van vis, wat minder gunstig is voor de amfibieën. Gelet op het extreem natte voorjaar was er bij controle van de waterhoudendheid van de poelen geen enkele poel die droog stond of snel dreigde droog te vallen. Poel 2 stond vrij laag en dit komt overeen met de melding van de landbouwer dat de poel geregeld uitdroogt. De poel is in zijn totaliteit ook ondiep, maar bleef zowat constant in waterpeil in 2016. Enkel tijdens de controleronde was de poel 30 cm gezakt, maar dreigde nog niet meteen uit te drogen. Ook poel 7 stond vrij laag en dreigde uit te drogen, doch deze poel is al vrij sterk verland en ook in het voorjaar was de poel niet erg diep. Poel 10 kent een meer schommelende waterstand dan alle anderen. Ook laat in het voorjaar was het waterpeil hier vrij laag, maar dit is wellicht te wijten aan sterke oppomping gezien het gebruik als waterbekken veeleer dan als poel. Bij regenweer vult de poel vrij snel door aanvulling vanuit buizen (regenwater van daken of verharde oppervlakte ?).

4.5

Waarden – knelpunten en potenties

De voornaamste knelpunten en potenties van de diverse poelen m.b.t. amfibieën worden in onderstaande tabel samengevat.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

55


Tabel 4.2: Waarden - knelpunten – potenties poelen Sint-Rijkers

Waarden

Poel 1

Poel 2

Poel 3

Poel 4

Poel 5

Relict van kwalitatiever biotoop dat voor verschillende amfibieën nog een voorplantingslocatie biedt in de omgeving.

Relict van kwalitatiever biotoop dat voor verschillende amfibieën nog een voorplantingslocatie biedt in de omgeving.

Ligging in weilandperceel

Helder water, geen sterke tekenenen van eutrofiëring

Helder water, geen tekenen van eutrofiëring

Vrij weelderige oever en watervegetatie

Vrij weelderige oever en watervegetatie

Ligging in weilandperceel

Ligging in weilandperceel

Relict van voormalig kwalitatiever biotoop

Goed beheerde/onderhouden poel

Aanwezigheid kwalitatief landbiotoop

van

Afgerasterde poel in weiland

Vrij kwalitatief landbiotoop Knelpunten

-geïsoleerde ligging

-geïsoleerde ligging

-kwaliteit landbiotoop

-kwaliteit landbiotoop

-sterk eutroof

-sterk eutroof - troebel water -sterke veebetreding -valt geregeld en vrij snel droog

-troebel water -veebetreding -veel slib aanwezig Potenties/ aanbevelingen

Vrij beperkt gelet intensieve omgeving

op

Vrij beperkt gelet intensieve omgeving

op

Ruiming poel en vermijden vermesting / veebetreding

Ruiming poel en vermijden vermesting / veebetreding

Nieuw en kwalitatief landbiotoop creëren

Nieuw en kwalitatief landbiotoop creëren

-poel vrij diep en weinig ondiepe zones aanwezig

-ligging in akker -afwezigheid van landbiootop -geïsoleerde ligging

-Weinig tot geen knelpunten - Vrij voedselrijk en weelderig waardoor veel kroos en vegetatie tot ontwikkeling komt;

Regulier beheer aanhouden

Vrij beperkt gelet op intensieve omgeving, tenzij er ruimte gemaakt kan worden voor landbiotoop rondom de poel.

Mogelijkheid tot optimalisatie landbiotoop (bvb. houtkant / ruigte)

Periodieke en gefaseerde ruiming Verruiming om ondiepe zone aan te leggen aan de NW-zijde van de poel.

Buffering poel tegen onmiddellijke invloeden akkerbewerkingen

Regulier beheer aanhouden Periodieke en gefaseerde ruiming


Waarden

Knelpunten

Poel 6

Poel 7

Poel 8

Poel 9

Poel 10

Ligging in weilandperceel

Ligging in hooiland

Helder water

Veel microreliëf en verschillende waterhoudende zones in het weiland

Landbiotoop omgeving

Historische waterpartij, maar geen actuele waarde voor amfibieën.

Geen, diepe waterplas met nauwelijks vegetatie

-sterk eutroof

-zeer kleine poel

-troebel water

-sterk verland en onderhevig aan beschaduwing van wilgen

-veebetreding

in

nabije

Houtwal/stapel nabij de poel

-veel slib aanwezig -broedende ganzen -veel stekelbaarzen Potenties/ aanbevelingen

Ruiming poel en vermijden vermesting / veebetreding

Heraanleg poel gezien deze verdwijnt i.k.v. ruilverkaveling Nieuw en kwalitatief landbiotoop creëren

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

Vrij weelderige oever en watervegetatie

Potenties voor landbiotoop -poel vrij diep en weinig ondiepe zones aanwezig -sterke bezetting met karpers -troebel -afwezigheid van watervegetatie

-ligging onmiddellijk tegen hoeve en stallen -weinig landbiotoop

-diepe plas met sterk schommelend waterpeil -geen landbiotoop aanwezig -geen watervegetatie noch oevervegetatie -geïsoleerde ligging

Grootschalige ruiming en drooglegging van de vijver

Ruiming van poel

Weinig potenties gezien het totaal ontbreken van landbiotoop en kale omgeving.

Oeverherstel Landbiotoop kan hersteld worden

57

Reguilier beheer aanhouden Nieuw en landbiotoop.

kwalitatief


4.6

Aanbevelingen behoud kamsalamander

Om de kamsalamander te behouden zijn er voornamelijk maatregelen noodzakelijk in de omgeving van Klarewal en Burgmolenstraat. De soort werd er de afgelopen jaren vastgesteld in 4 poelen, die in dezelfde omgeving liggen. Deze poelen worden op onderstaande figuur gesitueerd, met tevens een aanduiding welke poelen al / dan niet geĂŻnventariseerd werden in 2014 /2016 en waar de soort vastgesteld werd.

Figuur 4-3: Situering poelen omgeving Klarewel /Burgmolenstraat waar kamsalamander al/dan niet aangetroffen werd. De kamsalamander is een Europees beschermde soort die in het zuiden van West-Vlaanderen nog frequent voorkomt, zoals te zien is op onderstaande figuur.

Figuur 4-4: Voorkomen van kamsalamander in Vlaanderen (1995-2007 ; kaart INBO) De soort is onze grootste inheemse watersalamander en heeft een lange levensduur (maximaal 27 jaar). De soort kan hierdoor nog vrij lang voorkomen in ogenschijnlijk ongunstige biotopen, waarbij voortplanting dan ook vaak ontbreekt en de soort er zo toch snel kan verdwijnen. De kamsalamander


heeft graag heldere, rijk begroeide poelen met open plekken. De soort is vrij ruimtebehoevend in een poel. Om een voldoende grote populatie te hebben is een complex aan poelen vereist. Eutrofiëring, visbezetting en te sterke beschaduwing van de voortplantingsplaatsen dienen vermeden te worden. Kamsalamanders worden frequent aangetroffen in gebieden met groepen van dicht bij elkaar gelegen waterpartijen. De plassen zijn bij voorkeur weinig of niet beschaduwd, relatief diep en/of bevatten nagenoeg jaarrond water. De aanwezigheid van waterplanten is vereist; afwisseling tussen plaatsen met een dichte watervegetatie en stukken met open water is optimaal. De vrouwtjes zetten de eitjes individueel af op ondergedoken bladeren van water- of oeverplanten. In de periode november-maart overwintert de soort aan land. Gunstige landbiotopen zijn bossen, struwelen, boomgaarden, vochtige en extensief beheerde weilanden, heideterreinen, houtwallen en hagen. Of de populatie binnen de ruilverkaveling in een gunstige toestand verkeert is niet gekend. De aantallen zijn telkens vrij laag, m.u.v éénmalig in 2014 toen 11 individuen aangetroffen konden worden in een poel langs Klarewal. Gezien de beperkte verspreiding binnen de ruilverkaveling en de ecologische kennis van de soort zijn de aantallen wellicht vrij laag. Ook werd weinig voortplanting aangetroffen. De soort houdt er actueel wellicht nog stand vanuit een voorheen veel gunstiger biotoop met vele weilanden, houtkanten en dergelijke, een landschap dat stilaan verdwijnt binnen de ruilverkaveling. De soort komt slechts in een aantal poelen voor, terwijl er nog heel wat poelen in de omgeving zijn. Deze zijn actueel door allerlei factoren ongeschikt of ongeschikt geworden voor de soort. Mits een gericht beheer en buffering ten aanzien van de omliggende akkerbouw kunnen deze wel geschikt gemaakt / gehouden kunnen worden voor de soort. Daarnaast is een uitbreiding van het aantal poelen mogelijk en wenselijk. Ook een geregelde ruiming van de poelen is een noodzaak en iets wat bij veel poelen niet of nauwelijks meer gebeurd. Naast nieuwe poelen is een goed landbiotoop essentieel. Zoals hierboven aangehaald bestaat dit uit struwelen, weilanden, houtwallen, hagen en dergelijke. Dit is zeker compatibel met een klassieke agrarische bedrijfsvoering voor zover er een minimaal percentage aan dergelijke elementen behouden blijven en vooral de kwaliteit van deze elementen gewaarborgd blijft. Een aantakking met andere subpopulaties in de omgeving is wenselijk om genetische uitwisseling te kunnen behouden en op termijn geen genetische verarming te hebben. Het behoud/ versterken van de bestaande populaties met goede voortplanting dient hier evenwel als een eerste actiepunt gezien te worden. Binnen de ruilverkaveling zijn er actueel geen maatregelen voorzien in de omgeving waar de soort vastgesteld werd. Het is dan ook moeilijk om binnen dit kader maatregelen voor te stellen. De zones die aangekocht en ingericht zullen worden, zijn wellicht te ver gelegen van de zones waar de soort nog voorkomt om een realistische kans op kolonisatie te hebben. Niettemin zijn de voorstellen voor inrichting ook voorzien vanuit een landschapstype dat gunstig is voor de kamsalamander. Akkerpercelen zijn voor de soort zeer ongunstig, verbindingsstroken / bufferstroken met een permanent karakter kunnen de migratiemogelijkheden verbeteren en tegelijk voor het nodige landbiotoop zorgen. In de zone waar de soort voorkomt zijn er actueel geen maatregelen opgenomen die enige meerwaarde kunnen betekenen voor de soort. Er is enkel 1 poel die zal verdwijnen en een nabijgelegen haag die zal verdwijnen / heraangeplant worden. De bestaande poelen in de omgeving dienen een gecontinueerd beheer te krijgen of te behouden. Bestaande poelen die onvoldoende kwalitatief zijn dienen ofwel verondiept te worden om visbezetting te vermijden ofwel geruimd te worden. Om op langere termijn de soort en andere amfibieën voldoende toekomstperspectieven te bieden is een netwerk aan kwalitatieve poelen doorheen de ruilverkaveling noodzakelijk. Enkel de aanwezigheid van een poel volstaat niet, mede gezien uit de verschillende onderzoeken van de afgelopen jaren blijkt dat heel wat poelen in zeer slechte toestand zijn en de milieudruk vanuit de omgeving ervoor zorgt dat de potenties voor amfibieën er heel beperkt zijn en de soorten er nog net standhouden of verwijnen. Het landbiotoop is veelal een aspect dat ontbreekt. Wanneer een oudere houtkant of haag verdwijnt, kan deze vervangen worden door een nieuw aanplant. Het negatieve effect van het verwijderen van een reeds ontwikkelde houtkant is evenwel erg hoog, waardoor het tientallen jaren kan duren vooraleer eenzelfde kwaliteit bereikt worden Het wegnemen / verdwijnen van een haag/houtkant compenseren door de aanleg van een nieuwe op een andere locaties betekent sowieso een sterke achteruitgang van de kwaliteit. Het duurt vele jaren vooraleer een houtkant dezelfde structuur heeft als een oude. Bestaande natuurwaarden kunnen ook niet altijd flexibel genoeg zijn om zich aan deze verplaatsing aan te passen. Een nieuw aangelegde haag / houtkant zal voor kamsalamander pas na jaren voldoende geschikt zijn. Elk gedeelte dat verdwijnt, betekent dan ook een potentieel knelpunt voor de soort op die locatie. Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

59


Op Vlaams niveau wordt in 2017 tevens een soortbeschermingsprogramma opgemaakt voor de kamsalamander. Hierin zullen acties geformuleerd worden die genomen kunnen worden voor de soort. Naar de toekomst toe is het dan ook zinvol om maatregelen/acties binnen de ruilverkaveling af te toetsen aan het te verwachten soortbeschermingsprogramma en mogelijk kan hieruit ook financiering volgen voor het nemen van maatregelen i.f.v. deze soort.


5 Conclusies 5.1

Avifauna

In kader van de monitoring van de ruilverkaveling Sint-Rijkers werd een broedvogelinventarisatie uitgevoerd volgens de methode die gebruikt wordt voor het SOVON broedvogelonderzoek volgens Van Dijk & Boele (2011). Deze methodiek steunt op een territoriumkartering van een op voorhand afgebakende groep. Er werden geen opmerkelijke of echt (zeer) zeldzame soorten aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. De meest bijzondere waarnemingen betroffen soorten zoals blauwborst en rietzanger (waarvan beide soorten in principe niet tot de te inventariseren soorten behoren). Ook zomertortel is een zeldzame, in dit kader niet te inventariseren soort, die langs de Lovaart gevonden werd. Van de te inventariseren soorten werd territoria aangetroffen van volgende soorten: patrijs, kwartel, scholekster, kievit, veldleeuwerik, gele kwikstaart, heggemus, bosrietzanger, spotvogel, braamsluiper, grasmus, tuinfluiter en kneu. Volgende soorten werden niet aangetroffen: wulp, grauwe gors, nachtegaal, roodborsttapuit, fitis en grauwe klauwier. Voor een groot deel is het niet aantreffen van voorgenoemde soorten zeker te verwachten. Het biotoop binnen het ruilverkavelingsgebied is gewoon niet geschikt voor nachtegaal, grauwe klauwier, grauwe gors maar ook wulp en roodborsttapuit in mindere mate. Het zo goed als ontbreken van fitis hangt wellicht samen met het ontbreken van jonge bosopstanden of aanplanten, doch deze soort werd wel verwacht langs de Lovaart. De dichtheden van een aantal in theorie algemene akkervogelsoorten waren laag. Kievit, veldleeuwerik en gele kwikstaart waren wel vrij algemeen aanwezig, doch bvb. de aantallen veldleeuwerik vielen tegen. De soort is er in ieder geval niet gebiedsdekkend aanwezig. Ook kievit komt wel voor, maar naar broedsucces toe zal de soort het zeker slecht doen. We kunnen dan ook besluiten dat de avifauna diversiteit binnen het agrarisch landschap actueel sterk onder druk staat. Dit sluit evenwel aan met evoluties in andere delen van het landbouwgebied in Vlaanderen. De belangrijkste zones of zones met de hoogste diversiteit in het gebied zijn deze die nauwelijks in landbouwgebruik zijn – i.c. de bermen langs en met in begrip van de Lovaart. Deze oostelijke grens van het studiegebied leunt aan bij meer oostelijk gelegen polders met hoge graslanddekking richting het komgrondencomplex van Lampernisse. De bermen van de Lovaart zijn divers met hieraan grenzend verschillende kleine grachten en vaartjes die sterk begroeid zijn met rietvegetatie. Soorten zoals rietzanger, kleine karekiet alsook blauwborst komen hier frequent voor. Dergelijke weelderige vegetatie ontbreekt veelal ter hoogte van de landbouwpercelen zelf of langs de randen ervan. Opvallend was ook dat er een vrij sterke invloed vast te stellen was van eerder uitgevoerde werkzaamheden in kader van de ruilverkaveling. In het oostelijk deel van het gebied werden enkele nieuwe wegen aangelegd of verplaatst. De aanleg gebeurde in de loop van 2015. De brede en ruige bermen met nog resterende hopen aarde (begroeid met allerlei akker- en ruigtekruiden) bleken sterk in trek bij allerlei (akker)vogels. Gezien dergelijke stroken actueel nog slechts zeer marginaal aanwezig zijn in het volledige gebied, verklaart dit de hogere concentraties ter hoogte van deze bloemrijke zone. In deze zone waren dan ook grotere aantallen broedvogels aanwezig of werden ze minimaal aangetrokken tot deze zones. Soorten zoals grasmus, kneu, putter, patrijs maar ook gele kwikstaart werden er zeer vaak foeragerend aangetroffen. Een hogere dichtheid aan onkruidzaden is er aanwezig, maar de ongestoorde en bloemrijke bermen bieden ook hogere insectenconcentratie. Dit in contrast met de aangrenzende soortarme graslanden of (maïs/aardappel)akkers waar herbicidengebruik dit onmogelijk maakt. De nulsituatie, namelijk voor de start van de ruilverkaveling zelf, is hierdoor wat verstoord. Er kan namelijk aangenomen worden dat de berm en ruige zones terug zullen verdwijnen en opgenomen worden in het voorgaand landgebruik; wat een negatief effect kan hebben op de broedvogelaantallen in deze zone. In het westelijk deel van de ruilverkaveling waren er eveneens werkzaamheden aan de gang. Deze liepen door tijdens het broedseizoen met o.a. het uitgraven van nieuwe grachten, de aanleg van nieuwe wegenis. Ook hier is een invloed te verwachten op de aanwezige broedvogels, mogelijk is dit hier eerder in negatieve zin door de verhoogde activiteit en verstoring die hieraan gelinkt was. Ook potentieel broedbiotoop (bvb. oevers van grachten/waterlopen) werden verstoord door de werken. In geval de hopen aarde en ruigere zones langsheen deze nieuw aangelegde weg blijven liggen, kan hier ook een Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

61


positieve situatie ontstaan in volgend broedseizoen net zoals in het oostelijke deel van de ruilverkaveling. Daarnaast komt een groot deel van de aangetroffen soorten voor in of ter hoogte van woningen of rondom de landbouwbedrijven zelf. Het gaat dan voornamelijk om spotvogel, heggenmus, kneu,.. eerder de vogels van kleinschalig landbouwgebied of soorten die behoefte hebben aan struiken of andere opgaande vegetatie. Dit biotoop is van slechte kwaliteit of schaars/afwezig op/rondom de diverse landbouwpercelen zelf, maar wel nog terug te vinden ter hoogte van bebouwing. Grotere tuinen van tot woning omgevormde voormalige boerderijen of huizen met een grotere tuin en wat struiken of opgaande beplanting vormen hier een potentieel biotoop voor deze soorten. Spotvogel en heggenmus zijn soorten die tevens geen zo’n hoge eisen stellen aan hun biotoop. De grotere dichtheden aan heggenmus worden trouwens ook eerder buiten het landbouw/ruilverkavelingsgebied teruggevonden, rondom de woonkern van bvb. Alveringem zelf. Ten noorden van Alveringem, nabij Oeren, situeert zich nog een graslandcomplex dat vrij aaneengesloten is. Dit zou in theorie potenties kunnen hebben voor een aantal weidevogels. Evenwel blijkt de kwaliteit van de grasland zeer ondermaats te zijn. Ze zijn voor het grootste deel vrij recent gescheurd/ genivelleerd en /of heringezaaid; hierdoor is er in deze zones voor het grootste deel nog enkel sprake van uniforme percelen met Engels raaigras; De potenties voor weidevogels zijn hier dan ook zeer laag wat zich ook vertaald in het niet aantreffen van bvb. grutto of wulp. Ook naar de toekomst toe zijn deze soorten hier niet te verwachten. Wel zijn er in deze zone nog talrijke slootjes/grachten aanwezig met rietvegetatie, dewelke voor soorten zoals rietgors, rietzanger en kleine karekiet (hoewel alle 3 niet behorend tot de te onderzoeken soorten) zeer gunstig is. De ruilverkaveling zal wellicht een invloed hebben op het voorkomen van avifauna, of dit positief / negatief zal zijn, is actueel moeilijk te beoordelen en zal voornamelijk soortafhankelijk zijn. Verder is het onbekend of de autonome evolutie in de landbouwpraktijk mee zal spelen en welke richting deze verder uit zal gaan.

5.2

Amfibieën

In 2014 werd een selectie van poelen binnen de ruilverkaveling geïnventariseerd op het voorkomen van amfibieën. Deze inventarisaties werden toen ook door Anteagoup uitgevoerd (Anteagroup 2014b). Het doel van de inventarisaties was om zicht te krijgen op de huidige aanwezige amfibieënpopulaties met het oog op het verbeteren van de leef- en voortplantingsgebieden. Aangezien in 2014 in 2 poelen kamsalamander aangetroffen werd, adviseerde het ruilverkavelingscomité om de poelen in de omgeving van deze poelen te onderzoeken om zicht te krijgen op de grootte van de populatie. De inventarisaties in kader van voorliggende opdracht zijn dan ook uitgevoerd i.f.v. het verder detailleren van het voorkomen van amfibieën en meer bepaald de kamsalamander in het gebied. Bij deze nieuwe inventarisatieronde werd de soort in 2 bijkomende poelen gevonden, beide in de omgeving van de eerder geïnventariseerde poelen in 2014. Het aantreffen van de soort is hier veeleer een inhaalslag op vlak van inventarisatie dan een toename van de soort. Het voorkomen is nog steeds zeer beperkt en veel poelen zijn in slechte staat en daardoor ongeschikt biotoop voor de soort. Ook het landbiotoop is er niet goed en evolueert in negatieve zijn. De omgeving waar de soort nu nog voorkomt (Klarewal/Burgmolenstraat) is de enige zone waar het landschapsbeeld nog voldoende geschikt is voor de soort. Vele poelen liggen verder in de ruilverkaveling geïsoleerd binnen akkercomplexen en landbiotoop in de vorm van houtkanten, ruigtes en dergelijke zijn slechts marginaal aanwezig. Anteagroup stond in voor inventarisaties in 2014 en 2016. In tussentijd evolueert het landbouwgebied verder, ten ongunste van amfibieën. Op een aantal plaatsen is een status quo van een reeds ongunstige situatie, op andere plaatsen een verderzetting door onder meer het scheuren van graslanden. De maatregelen die binnen de ruilverkaveling voorzien worden en een bijdrage kunnen leveren aan het instandhouden van de soort zijn vrij beperkt. De inrichting van een aantal deelzones is voorzien en deze zullen een inrichting krijgen die gunstig is voor amfibieën, doch deze liggen niet in de omgeving waar de soort actueel voorkomt. Andere maatregelen zoals het herverkavelen van percelen of verplaatsen/verwijderen van houtkanten/grachten zullen dan eerder negatieve effecten met zich meebrengen. De aanleg van bufferstroken langs waterlopen kan een positieve bijdrage geven aan de migratiemogelijkheden voor amfibieën binnen de ruilverkaveling, doch ook hier zijn deze maatregelen niet voorzien in de ruime omgeving waar de kamsalamander actueel aangetroffen is.


Percelen die op het ruilverkavelingsplan aangeduid staan als “niet te wijzigen�, zullen niet door de ruilverkaveling gewijzigd worden, doch in de praktijk veranderen deze wel zeer vaak. Een aantal van de graslandpercelen en ruigtes in de omgeving van Klarewal/Burgmolenstraat zijn in de afgelopen jaren verdwenen en omgezet naar akker. Onafhankelijk van de ruilverkaveling zal dit niet bijdragen aan de instandhouding van de soort binnen de ruilverkaveling. De maatregelen binnen het instrument ruilverkaveling zullen dan ook wellicht niet volstaan. Beheerovereenkomsten of ondersteuning van landbouwers bij het correct beheer van poelen is wenselijk. Ook een stimulans inzake het behoud van landbiotoop is aangewezen. Zo zijn er in het verleden reeds houtkanten aangeplant vanuit een initiatief met het lokale Regionaal Landschap IJzer en Polder. Op Vlaams niveau wordt in 2017 tevens een soortbeschermingsprogramma opgemaakt voor de kamsalamander. Hierin zullen acties geformuleerd worden die genomen kunnen worden voor de soort. Naar de toekomst toe is het dan ook zinvol om maatregelen/acties binnen de ruilverkaveling af te toetsen aan het te verwachten soortbeschermingsprogramma en mogelijk kan hieruit ook financiering volgen voor het nemen van maatregelen i.f.v. deze soort.

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

63


6 Bronnen Anteagroup, 2014a, Ruilverkaveling Sint-Rijkers. Uitvoeren monitoringsprogramma: herpetofauna jaar1. pp 42. Anteagroup, 2014b, Ruilverkaveling Pollinkhove. Ecologische studie: inventarisatie herpetofauna. pp. 41. Agentschap voor geografische informatie Vlaanderen (2009) . Digitale versie van de orthofoto’s Vlaanderen, middenschalig, kleur, zomervlucht 2009. Bauwens D., Joris R., Verbelen D. & Dochy O., 2006, Poelen en amfibieën in West-Vlaanderen. Resultaten van een grootschalig poelenonderzoek door vrijwilligers in 2000-2005. Provincie WestVlaanderen, Brugge, i.s.m. Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, Brussel en Hyla, amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, Mechelen. Dochy O. & Hens M., 2005. Van de stakkers van de akkers naar de helden van de velden. Beschermingsmaatregelen voor akkervogels. Rapport van het Instituut voor Natuurbehoud IN.R.2005.01, Brussel, i.s.m. het provinciebestuur West-Vlaanderen, Brugge Ens B.J., Aarts B., Hallmann C., Oosterbeek K., Sierdsema H., Slaterus R., Troost G.,van Turnhout C., Wiersma P., Nienhuis J. & van Winden E. 2011. Scholeksters in de knel: onderzoek naar de oorzaken van de dramatische achteruitgang van de Scholekster in Nederland. SOVON-onderzoeksrapport 2011/13. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen G.F.J. Smit, F.L.A. Brekelmans, L.S.A. Anema en R. van Eekelen, 2007, Beschermingsplan voor de kamsalamander in Noord-Brabant, Bureau Waardenburg bv. INBO.A.3191 Advies over de actuele verspreiding van roodborsttapuit, wulp, grutto, graspieper, paapje, tureluur en watersnip in Vlaanderen. (2014) Roodbergen. M., 2013. Het jaar van de patrijs: kennisupdate. Sovon-rapport 2013/12. Sovon vogelonderzoek Nederland, Nijmegen Sierdsema H. (1995). Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen. SBB-rapport 1995-1. SOVON-onderzoeksrapport 1995/04. SBB/SVON, Driebergen/Beek-Ubbergen. Pp. 88. Van Dijk A.J. & Boele A., 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Verbelen Dominique en Jooris Robert, 2009, Monitoringhandleiding M7, Poelenonderzoek amfibieën, Natuurpunt VZW. Vermeersch, G. & Anselin, A. (2009). Broedvogels in Vlaanderen in 2006-2007. Recente status en trends van Bijzondere broedvogels en soorten van de Vlaamse Rode Lijst en/of Bijlage 1 van de Europese Vogelrichtlijn. Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J. & Van Der Krieken B., 2004. Atlas van de Vlaamse Broedvogels 2000-2002. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 23, Brussel, 496 p.


7 Bijlagen BIJLAGE 1: KAARTMATERIAAL ................................................................................................................... 66 BIJLAGE 2: FOTO-ATLAS AMFIBIEËNONDERZOEK ........................................................................................ 67 BIJLAGE 3: VELDWERKVERSLAGEN AMFIBIEËN ........................................................................................... 68 BIJLAGE 4: INVULFORMULIEREN VELDWERK AMFIBIEËN .............................................................................. 69

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

65


Bijlage 1: Kaartmateriaal Kaart 1: Kaart 2a: Kaart 2b: Kaart 2c: Kaart 2d: Kaart 2e: Kaart 2f: Kaart 2g: Kaart 2h: Kaart 2i: Kaart 2j: Kaart 2k: Kaart 2l: Kaart 2m: Kaart 2n: Kaart 2o: Kaart 2p: Kaart 3: Kaart 4: Kaart 5: Kaart 6: Kaart 7:

Situering onderzoeksgebied /ruilverkaveling Territoriumkaart Veldleeuwerik Territoriumkaart Tuinfluiter Territoriumkaart Spotvogel Territoriumkaart Roodborsttapuit Territoriumkaart Patrijs Territoriumkaart Kneu Territoriumkaart Kwartel Territoriumkaart Kievit Territoriumkaart Heggenmus Territoriumkaart Graspieper Territoriumkaart Grasmus Territoriumkaart Bosrietzanger Territoriumkaart Blauwborst Territoriumkaart Gele kwikstaart Territoriumkaart Scholekster Territoriumkaart Fitis Soortenkaarten: Veldleeuwerik-groep Soortenkaarten: Kievit-groep Soortenkaarten: Grasmus-groep Losse waarnemingen haas Losse waarnemingen: Rietgors, Rietzanger, Kleine karekiet en Zomertortel.


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 1: situering onderzoeksgebied/ ruilverkaveling Legende

Grens Sint-Rijkers

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2a: territoriumkaart veldleeuwerik Legende

( !

veldleeuwerik DATUM

01/06/2016

( !

02/06/2016 03/06/2016 04/04/2016

( !

04/06/2016 05/04/2016 06/04/2016

( !

06/06/2016 07/04/2016

( !

08/04/2016 08/06/2016 09/04/2016 10/05/2016 11/05/2016

12/05/2016 16/05/2016 17/05/2016 18/04/2016 18/05/2016

( 20/06/2016 !

30/05/2016

Territoria veldleeuwerik Grens Sint-Rijkers

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2b: territoriumkaart tuinfluiter Legende

Territoria tuinfluiter

Tuinfluiter DATUM

01/06/2016 04/06/2016 06/07/2016 10/05/2016 20/06/2016 22/06/2016

Grens Sint-Rijkers

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2c: territoriumkaart spotvogel Legende

Grens Sint-Rijkers

spotvogel DATUM

01/06/2016 02/06/2016 03/06/2016 04/06/2016 05/07/2016 06/07/2016 07/07/2016 08/06/2016 09/07/2016 10/05/2016 11/05/2016 11/07/2016

12/05/2016 12/07/2016 16/05/2016 17/05/2016 18/05/2016 20/05/2016 20/06/2016 21/06/2016 22/06/2016 24/06/2016 28/06/2016 30/05/2016

Territoria_spotvogel bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2d: territoriumkaart roodborsttapuit Legende

Grens Sint-Rijkers

DATUM

06/07/2016

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers ( !

( !

Monitoring RVK Sint-Rijkers

( ! ( !

Kaart 2e: territoriumkaart patrijs

( !

( !

Legende

! ( ( !

Grens Sint-Rijkers

patrijs

DATUM

( 01/06/2016 ! ( 02/06/2016 !

( !

( 04/04/2016 ! ( 05/04/2016 !

( !

( 05/07/2016 ! ( 06/04/2016 !

( !

( 06/07/2016 ! ( 07/04/2016 ! ( 07/07/2016 ! ( 08/06/2016 !

( ! ( !

( !

( !

( !

( !

( !

! ( ( !

( ! ! (

( 18/03/2016 ! ( 18/05/2016 !

( !

( !

( 21/03/2016 ! ( 22/03/2016 !

( ! ( ! ( ! ! ( ( !

( !

( !

( 22/06/2016 ! ( 24/06/2016 !

( !

( !

( !

( 28/06/2016 !

! ( ( !

( 29/06/2016 ! ( 30/05/2016 !

( !

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

( ! ( !

0

250

500

750

1.000 m

( !

( 11/05/2016 ! ( 12/05/2016 ! ( 16/05/2016 ! ( 17/05/2016 !

! ( ( !

! ( ( !

( 09/07/2016 ! ( 10/05/2016 !

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2f: territoriumkaart kneu Legende

Grens Sint-Rijkers

kneu

DATUM

01/06/2016 03/06/2016 04/06/2016 07/07/2016 08/06/2016 09/07/2016 11/07/2016

12/05/2016 12/07/2016 17/05/2016 18/05/2016 20/05/2016 21/06/2016 24/06/2016 28/06/2016 29/06/2016

Territoria_kneu

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2g: territoriumkaart kwartel Legende

Grens Sint-Rijkers

kwartel DATUM

( 07/07/2016 ! ( 24/06/2016 ! ( 31/05/2016 !

Territoria_kwartel

( ! ( !

( !

( !

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be

( ! ! (

aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

( !

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

17/05/2016

( !

17/05/2016 ( ! 17/05/2016

17/05/2016

( !

16/03/2016 !07/04/2016 ( ! (( ! 08/06/2016

( !

17/05/2016

( !

( !

( !

07/04/201616/03/2016 ( ! ( 17/05/2016!

08/04/2016

Monitoring RVK Sint-Rijkers

17/05/2016

( !

Kaart 2h: territoriumkaart kievit

16/03/2016

16/03/2016

( !

(! ! 08/06/2016 28/06/2016 ( (08/06/2016 17/05/2016 ! ( ! (08/06/2016 ! ! (

Legende

17/05/201607/04/2016

( ! 17/03/2016

( 17/03/2016 ! ( ! 11/07/2016 (17/03/2016 ! 04/06/2016 ( ! ! ( 17/03/2016 (07/04/2016 ! 18/05/2016 ( 18/05/2016 ! ( !

( !

( !

! 18/05/2016 Grens Sint-Rijkers ( ( 19/03/2016 ! kievit ( 21/03/2016 !

( !

( !

!09/04/2016 (

DATUM

17/05/2016

( 01/06/2016 ! ( 03/06/2016 ! ( 04/04/2016 ! ( 04/06/2016 !

18/05/2016

09/04/2016

09/04/2016

( !

(! ! (04/06/2016

( 05/04/2016 ! ( 05/07/2016 !

10/05/2016 ( ! 22/03/2016

09/07/2016 22/03/2016 06/04/2016 10/05/2016 (10/05/2016 ! (01/06/2016 (! (! ! ( ! 22/06/201622/03/2016 08/04/2016 ( !

( !

19/03/2016 12/05/2016 12/05/2016 19/03/2016 ( ! ( ! 19/03/2016 ( ! ! ( 30/05/2016 19/03/2016 ! ( 05/04/2016 ( ! ( ! ( ! 03/06/2016 11/05/2016 (11/05/2016 !

30/05/2016

09/04/2016

( !

09/04/2016

( ! 09/04/2016

( !

( !

( !

11/05/2016

( !

11/05/2016

04/04/2016

1.000 m

!! ( (

10/05/2016

18/03/2016 04/04/2016 11/05/2016 ( ! ! ( ( ! 18/04/2016 18/03/2016 ( ! (! ! 04/04/2016 (

11/05/2016

( !

08/04/201606/07/2016

( !

( !

10/05/2016 22/03/2016 ( ! ( 21/03/2016 ! 21/03/2016 ( ! ( 16/05/2016 ! 01/06/2016

! ( 19/03/2016 ( !

06/04/2016 16/05/2016 ( ! 21/03/2016 19/03/2016 (! (16/05/2016 (! ! 06/04/2016 21/03/2016 ( ! (16/05/2016 ! 16/05/2016 (! ! (06/04/2016 16/05/2016

16/05/2016 12/05/2016 ( ! 21/03/2016 ( 03/06/2016 ! 05/04/2016 ( 05/04/2016 06/06/201618/03/2016 ( ! ! 18/03/2016 ( ! ( ! ! ( ( ! ( ! 05/07/2016 ( ! 05/04/2016 05/07/201618/03/2016 12/05/2016 ( ! (! ! 05/04/2016 ( ! ( 21/03/2016 18/04/2016 (18/04/2016 ( ! ! ( ! ( ! 12/05/2016 (12/05/2016 ! (12/05/2016 !

( !

21/03/2016 (16/05/2016 ! 06/04/2016 ( ! ( 21/03/2016 ! 01/06/2016 ( ! ( ! 21/03/2016

(16/05/2016 ! 18/04/2016 ( 21/03/2016 !

16/05/201616/05/2016

( !! (

( !

06/04/2016

( !

(16/05/2016 !! (

16/05/2016

( !

( 28/06/2016 ! ( 30/05/2016 !

( 06/07/2016 ! ( 07/04/2016 ! ( 07/07/2016 ! ( 08/04/2016 ! ( 08/06/2016 ! ( 09/04/2016 ! ( 09/07/2016 ! ( 10/05/2016 ! ( 11/05/2016 ! ( 11/07/2016 !

! ( ( !

( !

( !

07/07/2016

( !

750

12/05/2016

( ! 05/04/2016

( !

24/06/2016

500

12/05/201605/04/2016

(! ! (

( !

250

10/05/2016

( !

( !

11/05/2016 (30/05/2016 ! 11/05/2016

( !

05/04/2016

( !

12/05/2016

18/05/2016

( !

22/06/201608/04/2016 (! ! 22/03/2016 ( 10/05/2016 10/05/2016 ( ! ( ! ( 22/06/2016 ! ( 22/03/2016 !

( !

( !

( !

0

10/05/2016

( !

( 22/06/2016 ! ( 24/06/2016 !

( 06/04/2016 ! ( 06/06/2016 !

( !

( !

( 22/03/2016 !

06/04/2016

21/03/2016

( !

Âą

( 12/05/2016 ! ( 16/03/2016 ! ( 16/05/2016 ! ( 17/03/2016 ! ( 17/05/2016 ! ( 18/03/2016 ! ( 18/04/2016 !

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

Territoria_kievit


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2i: territoriumkaart heggenmus Legende

Grens Sint-Rijkers

heggenmus DATUM

01/06/2016 02/06/2016 03/06/2016 04/04/2016 04/06/2016 05/04/2016 05/07/2016 06/04/2016 06/07/2016 07/04/2016 07/07/2016 08/04/2016 08/06/2016 09/04/2016 09/07/2016 10/05/2016 11/05/2016 11/07/2016

12/05/2016 12/07/2016 16/03/2016 16/05/2016 17/03/2016 17/05/2016 bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą

18/03/2016 18/04/2016 18/05/2016 19/03/2016 20/05/2016 20/06/2016 21/03/2016 21/06/2016 22/03/2016 22/06/2016 24/06/2016 28/06/2016 29/06/2016 30/05/2016

Territoria_heggenmus


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2j: kaart waarnemingen graspieper Legende

Grens Sint-Rijkers

graspieper DATUM

04/04/2016 05/04/2016 06/04/2016 07/04/2016 08/04/2016 09/04/2016 10/05/2016 16/03/2016 17/03/2016 18/03/2016 18/04/2016 22/03/2016

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers !

!

! ! ! !

!

!

! !

Monitoring RVK Sint-Rijkers

!

! ! ! !

!!

!

Kaart 2k: territoriumkaart grasmus

! !!! ! !

!

!

! ! !

! !! !

! !

!!

!

! !

!

Legende

! !

! ! !!!

!

!!

Grens Sint-Rijkers

!

grasmus

!!

!

!

!!

!

!!

! !

! ! ! !

!

!

!

! ! !

!

! !

! !

!!

!

!

!

!

! !!

! ! !

!

! !!

!

!

! !

!!

!

!

! !

!

!

!

!!

!

!

!

!

!

!

! !

! !

!

! !

! !

!

!

! !!!

!

!

!!

!

!

! !!

!

!

!

!

!

!

! ! !

!

! !

! ! ! !

!! !

!

!

!! !

!

! !! !

!

!! !

!

!

! !! !

!

! !

! !

!

!! ! ! ! !

! !

500

750

1.000 m

! ! !

!!

01/06/2016 02/06/2016 03/06/2016 04/06/2016 05/07/2016 06/07/2016 07/07/2016 08/04/2016 08/06/2016 09/07/2016 10/05/2016 11/05/2016 11/07/2016

12/05/2016 12/07/2016 16/05/2016 17/05/2016 18/04/2016 18/05/2016 20/05/2016 20/06/2016 21/06/2016 22/06/2016 24/06/2016

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

!

! !! !

250

!

! !

!

0

!

!! ! !! !

!

!

! !

!

DATUM

!!

!

! !!

!

Âą

28/06/2016 30/05/2016

Territoria grasmus


R U I LV E R K AV E L I N G

08/06/2016

Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers

01/06/2016 06/07/2016

Kaart 2l: territoriumkaart bosrietzanger Legende

Grens Sint-Rijkers

DATUM

01/06/2016 03/06/2016 05/07/2016 06/07/2016 08/06/2016 09/07/2016 21/06/2016

01/06/2016

21/06/201603/06/2016

21/06/201605/07/2016

22/06/2016

01/06/201609/07/2016 22/06/2016

Territoria_bosrietzanger

01/06/2016

01/06/2016

01/06/2016

01/06/2016

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

01/06/2016

0

250

500

750

1.000 m

22/06/2016

Âą

22/06/2016


R U I LV E R K AV E L I N G

Sint-Rijkers

28/06/2016

Monitoring RVK Sint-Rijkers

08/06/2016 07/04/2016 08/06/2016 07/04/2016

Kaart 2m: territoriumkaart blauwborst

17/05/201608/06/2016 28/06/2016 07/04/2016

12/07/2016

Legende

Grens Sint-Rijkers

blauwborst DATUM

01/06/2016 02/06/2016 04/04/2016

20/06/201611/07/2016 04/06/2016

04/06/2016 05/04/2016 05/07/2016 09/07/2016

05/04/2016 12/05/2016

04/04/2016

12/05/2016 21/06/201605/07/2016

10/05/201608/04/2016

08/04/2016

10/05/2016

08/04/201622/06/201610/05/2016 01/06/201609/07/2016 01/06/2016

06/04/2016 07/04/2016 07/07/2016 08/04/2016 08/06/2016 09/07/2016 10/05/2016 11/05/2016 11/07/2016

12/05/2016 12/07/2016 16/05/2016 17/05/2016

02/06/201606/04/2016 29/06/2016

09/07/2016

16/05/2016

24/06/2016

16/05/201609/07/2016 01/06/2016

20/06/2016 21/06/2016 22/06/2016 24/06/2016 28/06/2016 bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be

30/05/2016 07/07/2016 30/05/2016 11/05/2016

0

250

500

750

1.000 m

24/06/2016

aangemaakt op: 10/02/17

Âą

29/06/2016 30/05/2016

Territoria_blauwborst


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers

! ! !

!

!

!

!

!! ! !

!

! ! ! !

! ! !

!

! !

!

!

Kaart 2n: territoriumkaart gele kwikstaart

!

!

!

!

!

!

!

Legende

!

! ! !!

!

!

!

!

!

Grens Sint-Rijkers ! 18/05/2016

!

gelekwikstaart

! ! ! ! !

!

! !

! !

!

!

!

!

!

!

! ! ! !! !!

!

! !

DATUM

!

!

!

!

!!

!

!

!!

!

!

!

!

! ! !!

!

! !!

! !

!

!

!

!

! !

!

!

!

! !

! !

!

!

! ! !!! !

! !

! !

!!

!!

! !!

!

!

!

!

! !! ! !

!

!

!

! !

!

!

! !!

! !

! !

!

!

!

! !

!!

! ! !

0

250

500

750

1.000 m

!! ! ! !! !

!

!

! !

! !

! !! ! !

! !

!

!

! ! !

! !

! !

! !

! !

! !

! ! !

! !!

!

! ! !!

! ! ! !! ! !

! ! !

!

!

! !

! ! ! !

01/06/2016

!

03/06/2016

!

04/06/2016

!

02/06/2016

!

04/04/2016

!

05/04/2016 05/07/2016 06/04/2016 06/06/2016 06/07/2016 07/04/2016 07/07/2016 08/04/2016 08/06/2016 09/04/2016 09/07/2016 10/05/2016 11/05/2016 11/07/2016

12/05/2016 12/07/2016 16/05/2016 17/05/2016 18/04/2016

! aangemaakt op: 10/02/17

!

!

!

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be

!

!

! !

!! !

!

! ! ! !

!

!

!

!! ! !

! !! ! !! ! !

! !! !

! !

!!

!

!

!

! ! ! !!

!! !!

!

!

! !! ! ! ! !!

!

!

!

!

!

! !

! ! ! ! ! !!

!

! ! !

!!

!

!

!

!!

! ! !

! !

! ! !

!

!

!

!

!

!

! ! !

!

!

!!

!

!

!

Âą

20/06/2016 21/06/2016 22/06/2016 24/06/2016 28/06/2016 29/06/2016 30/05/2016

Territoria_gelekwikstaart


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

17/05/2016

Monitoring RVK Sint-Rijkers

08/06/201607/04/2016

Kaart 2o: territoriumkaart scholekster Legende

Grens Sint-Rijkers

04/06/2016

scholekster DATUM

01/06/2016 04/06/2016 06/04/2016

21/06/2016

07/04/2016

22/06/2016

08/06/2016 09/07/2016 17/05/2016 21/03/2016 21/06/2016 22/06/2016

Territoria_scholekster

06/04/2016

21/03/2016

22/06/2016

21/03/2016 22/06/2016

09/07/2016 01/06/2016

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 2p: territoriumkaart fitis Legende DATUM

04/04/2016

18/04/2016 Territoria_fitis

Grens Sint-Rijkers

bron: http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/2017

0

250

500

750

1.000 m

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

) " ) " ") ) ) " "

GG ) "

# * # * ) "

# * # * # *# * # ** # * # # * ) " " )

# * G

) "

) "

# *

# * # * # *

) "

# *

0

# *

# *# *

! ( ")

" ) ) " "" ) ) ) "

) "

# *# *G # * # # * ") * ")# * ) " ) " # * # * # * ")* # # * ") ) " # * # * * ) " # *# # *

Monitoring RVK Sint-Rijkers

) "

* # *")")#

) "

# *

! (") # * # * ) "

! ! ( ( *# * # *# ) " ) "

G* # * * # * # *# # * # # * # *G # * # * * # *# # *

Kaart 3: overzichtskaart waarnemingen Kievit-groep

G G G

Legende

Grens Sint-Rijkers

! Scholekster ( G Patrijs # Kwartel

* # * #

# * # * # * # * # *

) "

G *# # *# * * # * * ## # * * # # * * # * # )" " ) # * # * # * # * # * # * # * * # *#

) "

# * Gele kwikstaart Veldleeuwerik

# *G

! ( # * # * # *# *# # *# * * # * # *") # *# * * # *# # * # * # * # * * # G ") # # * # * # * # * * *# # ) " * # # # * ") * # * ") # *# )" " *# ) ) " * ) " )G " ) " ) " ) " # * # * # * ) " # * # *")")# # ) " G *") # # * * # * # * * ) " ) " # * * # *") GG *# # # *# *# # * # * # * # * # *") * G ) # " # * * ) " # * G # * # ) " # * * G ) " # * ") ") G # * # # *# *G # *# * # * ) " # # * * * ) " # * # * # # * * G # * G # * ) # " ) " * # * # *# # * ! ( ) " * # * ) " G # * )# " # * *# * G ) " # *") ") G") # # * # * * * G# # * # * ) " ) " )" " ) * ) " # *# ! ( *# # * # * # * ) " ) " G ) " # * # * *") ") G # # * # ) " * * # GG # * # * *) # ! ( # * ) " # ) " * ) " " # * # * # * # * ! # ( * # ) " * # * ) # " ! # ( ) " ** # * # # # * * G* (# ! ( )! " # * # * * G # * # * G G # * # # * * # ) " # # # * * * G ) " # * G # * # *# G * # ) " # * # # * * * # ) " * # * # # * * # * # ) " * ) " # # * * ) " # * # ) " # * # * * # ) " * # # # *# ) " # * # * # *# * # ** # * # ) " ** * ) " G # # * ) " ) " ) " # * # ) " * ) " ) " # *# ) ) " )" " # * ) " )" " # * # # * * ) # * ) " # ) " * ) # * ) " " # * ) " * # *# ) G " # *# # * * # * # * ) " ) " ) " # * # * # * ) " # * ") # # * # * * # * # *# ) " " G ) *# ) " * ) " # * # * # ")") # *G ") 250 500 750 1.000 m

! ( # *# * # * *# # * # * # * # *# * # * G # *# # * G * ) " # * ) " ) " # * # * ) " * # *# # *

Kievit

) "

) " " )) "" ) ) " ) "

Âą

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17


R U I LV E R K AV E L I N G RVK Sint-Rijkers

) " ) " ") ) ) " "

GG ) "

# * # * ) "

# * # * # *# * # ** # * # # * ) " " )

# * G

) "

) "

# *

# * # * # *

) "

# *

0

# *

# *# *

! ( ")

" ) ) " "" ) ) ) "

) "

# *# *G # * # # * ") * ")# * ) " ) " # * # * # * ")* # # * ") ) " # * # * * ) " # *# # *

Monitoring RVK Sint-Rijkers

) "

* # *")")#

) "

# *

! (") # * # * ) "

! ! ( ( *# * # *# ) " ) "

G* # * * # * # *# # * # # * # *G # * # * * # *# # *

Kaart 4: overzichtskaart waarnemingen Veldleeuwerik-groep

G G G

Legende

Grens Sint-Rijkers

! Scholekster ( G Patrijs # Kwartel

* # * #

# * # * # * # * # *

) "

G *# # *# * * # * * ## # * * # # * * # * # )" " ) # * # * # * # * # * # * # * * # *#

) "

# * Gele kwikstaart Veldleeuwerik

# *G

! ( # * # * # *# *# # *# * * # * # *") # *# * * # *# # * # * # * # * * # G ") # # * # * # * # * * *# # ) " * # # # * ") * # * ") # *# )" " *# ) ) " * ) " )G " ) " ) " ) " # * # * # * ) " # * # *")")# # ) " G *") # # * * # * # * * ) " ) " # * * # *") GG *# # # *# *# # * # * # * # * # *") * G ) # " # * * ) " # * G # * # ) " # * * G ) " # * ") ") G # * # # *# *G # *# * # * ) " # # * * * ) " # * # * # # * * G # * G # * ) # " ) " * # * # *# # * ! ( ) " * # * ) " G # * )# " # * *# * G ) " # *") ") G") # # * # * * * G# # * # * ) " ) " )" " ) * ) " # *# ! ( *# # * # * # * ) " ) " G ) " # * # * *") ") G # # * # ) " * * # GG # * # * *) # ! ( # * ) " # ) " * ) " " # * # * # * # * ! # ( * # ) " * # * ) # " ! # ( ) " ** # * # # # * * G* (# ! ( )! " # * # * * G # * # * G G # * # # * * # ) " # # # * * * G ) " # * G # * # *# G * # ) " # * # # * * * # ) " * # * # # * * # * # ) " * ) " # # * * ) " # * # ) " # * # * * # ) " * # # # *# ) " # * # * # *# * # ** # * # ) " ** * ) " G # # * ) " ) " ) " # * # ) " * ) " ) " # *# ) ) " )" " # * ) " )" " # * # # * * ) # * ) " # ) " * ) # * ) " " # * ) " * # *# ) G " # *# # * * # * # * ) " ) " ) " # * # * # * ) " # * ") # # * # * * # * # *# ) " " G ) *# ) " * ) " # * # * # ")") # *G ") 250 500 750 1.000 m

! ( # *# * # * *# # * # * # * # *# * # * G # *# # * G * ) " # * ) " ) " # * # * ) " * # *# # *

Kievit

) "

) " " )) "" ) ) " ) "

Âą

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17


R U I LV E R K AV E L I N G RVK Sint-Rijkers

! . # * ! . ! . ## ! . ! .! .

! .! .

# # # # # ! .. ## # # ! # # # # ! . ! . #

$! . ! .! .

# #

# ! . ! .

$ $ # $ #

## # . !! . # ## $

#

# # $

!$ .

# $# # ! . ! $ . ! ! . . #! #. ! # . # ! # . ! . ! .

$

$

# ## #

$

#! .

! .

$ #

$

. !! .

# #! . # ! . # # # # $

! . ! . # ! . # # ! . ! . . ! . !

! .## $ # ### # # $ . #! ! . # $$ #

! . ! .

! . ! . ! . $

# # # # #

1.000 m

! .

! . # . # !! . ## # ! . $ # # # $ $ # #

$

#

$## # # ## # # # $ ! . ! . # ! . ! . ! . $

! . $$ $

## # #

. .! !! .

! . # # ! .

! . 750

! .

#$ $

! .

500

# #

## ! .$ # ! .

$ # #

# # #

# ! .#

250

$$

#

! . # ! . # ! .

# # ## # # # $ ## $ ! . #! . ! .#

! . #

Legende # Heggenmus ! ( Roodborsttapuit # bosrietzanger * # spotvogel ! . grasmus # tuinfluiter 0 ! . fitis $ kneu

# 0 # 0 # # ! . # # #

# $ # 0 ! . # ! . * ## # ! 0 . # 0 # # # # # 0 ! .## # * # # # # $ #0 ! . #! # . .#! # # # Grens Sint-Rijkers ! .## #0 0 # ! . # * $ # 0# # ! . $* ! . ! . ## $ 0 # ! . ! # . #! 0 . ! # . * # 0 #0 0 # ! . $ # 0 . #! 0 ! . # 0 $ # 0 ! . # 0 # ! .# ! ! . . #0 # 0 # ! . ### # # 0 ! . # 0 # ### # * # # 0 # # ! . # # # 0 # # # * #* # #$ ! ( #! * .# # ! . ! . ! . $ # ! . * ! . # # bron: # 0 ! . # - http://geoservices.informatievlaanderen.be ! . ! . ! . # # # ! . ## # # aangemaakt op: 10/02/17 ! . ! .# # # ! . ! . # #

# #

! .

! . ! . ! . ! .

$ # $

! . ## # #

#! .! .

! .

# # #* # ! . $ # ! . # # *

#0 0 #

## #

## ! .

Kaart 5: overzichtskaart waarnemingen Grasmus-groep

# * ! . ## # ## ! . ! .! .

! . # ! . $ ! $ .! .

. !! . ! . ! .

! . ! .

0

## #

# # # # # # ! . # ! .

# $ ## #0

$

# . #! # #$ ! # .# # #

## . . . !! # ! . ! ! .! . ## ! . # ! . ! . ! . $ ! .! .

! . ! .

#

$$$

## # ## # ! . ! .! .

$

Monitoring RVK Sint-Rijkers

! . ! . ! . $ $ ## ! * . # 0 ! .

. !! .

##

! .

# # ##

# # # # ##

#! # # #! .. # # ! . ! .

! . # # # # ! .# ! . # # ! . $ ## ! .$ ! . ##

$$

! .

$ # ### # ## # ### $ # #

#

$

Âą


R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

Monitoring RVK Sint-Rijkers Kaart 6: Losse waarnemingen haas Legende

Grens Sint-Rijkers

Haas_losse waarnemingen DATUM

03/06/2016

20/06/2016

04/06/2016

21/06/2016

05/07/2016

22/06/2016

06/06/2016

28/06/2016

07/04/2016

30/05/2016

02/06/2016

19/03/2016

04/04/2016

21/03/2016

05/04/2016

22/03/2016

06/04/2016

24/06/2016

06/07/2016

29/06/2016

08/06/2016 09/04/2016 09/07/2016 10/05/2016 11/05/2016 11/07/2016

12/05/2016 12/07/2016 16/03/2016 16/05/2016 17/03/2016

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

500

750

1.000 m

Âą

18/04/2016 18/05/2016

08/04/2016

250

18/03/2016

01/06/2016

07/07/2016

0

17/05/2016


#

# #

#

#

## # # # #

R U I LV E R K AV E L I N G Sint-Rijkers

# * # * # # *# # * # # * # * ! ( # * * *# # *! # *# # *# ( # # ! ( ! (! ! ( ## ( ## ! (# *#### ! ( # * # * # # # # # # ! ( ## # # ! # ( ! ( #! # # ! ( # (# ! ( # # ## #

# * # *# # ! ( *

Monitoring RVK Sint-Rijkers

#

# #

! (

# ! (

! ( ! ( ! (! (! (! ( ! ( ! ( 0

250

500

750

1.000 m

Kaart 7: Losse waarnemingen rietgors / rietzanger / kleine karekiet / zomertortel

# * " /

## # * # # * # * # " / # * " / # # #" / ## # # # # # *# # *# * # # * # ! (* # # # # * # # # ## # * # ( # * # * ! ! (! ( # ! (! # ( # * # ! ( * # * ! ( # * # * # ! ( ( #! # # # ! ( # # * *# # # *# ! ( ! ( # # # # ( # # * ### *! ! # # ( # # * # ! ( # # # ! ( # # * * # # * # # ( # # # ! ( ! # * # * ! ( # # # # ( ! (! # # * # # * " / ! (

Legende

HOOFDSOORT

# Kleine karekiet ( Rietgors ! # * Rietzanger " / Zomertortel

Grens Sint-Rijkers

bron: - http://geoservices.informatievlaanderen.be aangemaakt op: 10/02/17

Âą


Bijlage 2: Foto-atlas amfibieĂŤnonderzoek

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

67


Fotoreportage Monitoring van amfibieĂŤn in de ruilverkaveling Sint-Rijkers 2016


Ruilverkaveling Sint-Rijkers: situering poelen


Sint-Rijkers 1:


Sint-Rijkers 2:


Sint-Rijkers 3:


Sint-Rijkers 4:


Sint-Rijkers 5:


Sint-Rijkers 6:


Sint-Rijkers 7:


Sint-Rijkers 8:


Sint-Rijkers 9:


Sint-Rijkers 10:


Bijlage 3: Veldwerkverslagen amfibieĂŤn


VELDVERSLAG 1E RONDE AMFIBIEËNMONITORING Project/onderwerp Ons kenmerk Data uitvoering inventarisatie Bijlagen Vrijgave CM/PL

1

VLM monitoring ruilverkaveling Izenberge fase 1 / Sint-Rijkers 2300273000/d09508 5-6-7-8 april 2016 / OHE/KGO

Inleiding en werkwijze

Dit verslag geeft een kort overzicht van de gevolgde werkwijze en de aangetroffen soorten tijdens de eerste inventarisatieronde van de amfibieënmonitoring in de ruilverkavelingen Izenberge fase 1 en Sint-Rijkers. Dit wordt verder uitgewerkt in de rapportage. De uitvoeringswijze van de inventarisaties op het terrein is volledig gelijk voor beide zones. De focus ligt voornamelijk op de mogelijke aanwezigheid van kamsalamander, gelet op het eerder vaststellen van deze soort. Het betreft volgende poelen:  Izenberge fase 1: 10 poelen  Sint-Rijkers: 10 poelen Er werd gewerkt met twee types fuiken (klassieke metalen bodemfuiken en lichte drijvende, kunststoffen modellen), waarbij in iedere poel minstens 3 fuiken aanwezig waren. Beide types kunnen als gelijkwaardig en complementair beschouwd worden. Het gebruik van een combinatie van zowel drijvende types als bodemvallen zorgt ervoor dat zowel op de bodem als in de waterkolom én tussen de waterplanten foeragerende amfibieën in de fuiken terecht komen. De fuiken werden waar mogelijk nabij/tussen watervegetatie geplaatst. Voor kamsalamander hebben drijvende fuiken in het verleden reeds hun meerwaarde bewezen. Er werden tijdens deze inventarisatieronde geen problemen of moeilijkheden ondervonden. De poelen die in weides lagen waren nog vrij van veebezetting, zodat ook hier geen problemen konden rijzen. Op iedere locatie werden de nodige foto’s genomen zodat de locatie van de poel duidelijk geïllustreerd kunnen worden in de uiteindelijke fotoreportage die in de rapportage opgenomen zal worden. Dit gebeurt ook, waar verder relevant in de volgende De aangetroffen soorten, geslacht,.. en dergelijke werden genoteerd op hiervoor voorziene veldformulieren (cfr. Hylawerkgroep formulieren). Bij grote aantallen werd een inschatting gemaakt van het aantal. Deze formulieren werden rechtstreeks digitaal ingevuld. Volgende soorten werden aangetroffen tijdens deze eerste inventarisatieronde: gewone pad (adult) (Bufo bufo), bruine kikker (adult + legsels (Rana temporaria), kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), kamsalamander (Triturus cristatus) en (middelste) groene kikker (Pelophylax kl. esculentus). Naast amfibieën werden o.a. stekelbaarsjes en diverse invertebraten aangetroffen in de fuiken. De aanwezige invertebraten werden niet tot op soortniveau gedetermineerd, gezien dit niet tot de opdracht behoort. Wel werden deze, waar relevant, apart genoteerd.. Deze worden in dit verslag kort aangegeven. De aanwezigheid van stekelbaarsjes of andere visbezetting werd wel nauwgezet genoteerd, gezien deze een belangrijk invloed kunnen hebben op de aanwezigheid en dichtheden van een aantal soorten amfibieën.

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 1 van 7 BE 0414.321.939


2

Izenberge fase 1

2.1

Situering Poelen

Op onderstaande figuur worden de poelen gesitueerd. De situering van poel 5 werd aangepast cfr. de werkelijke ligging van deze poel.

2.2

Waarnemingen monitoring

Poel 1 Deze poel is gelegen in een grasland. Het water van de poel is evenwel troebel en lijkt van minder goede kwaliteit. Er is een zeer dikke geurende sliblaag aanwezig in de poel met algengroei en slechts een beperkte laag ‘helder’ water erboven op. De poel wordt als veedrinkpoel gebruikt, maar is volledig afgeschermd door prikkeldraad. Het volledig leegpompen en ruimen van het slib lijkt hier aan de orde, gezien de aanwezigheid van hoge concentraties stekelbaarsjes. Aangetroffen amfibieën:  2 legsnoeren gewone pad (Bufo bufo)  1 legsel bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen:  Vele tientallen tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

Poel 2: De poel ligt in weiland en is voor het vee volledig toegankelijk. Tijdens het terreinbezoek zaten enkele koeien in het water. Dat dit niet gunstig is voor de waterkwaliteit bleek toen uit de troebelheid van deze zone, maar ook uit het feit dat mest / urine zichtbaar rechtstreeks in de poel terecht kwam.

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 2 van 7 BE 0414.321.939


Aangetroffen amfibieën:  10 legsnoeren gewone pad (Bufo bufo) + 1 ad. dood  5 legsels bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen:  30tal tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

Poel 3 Aangetroffen amfibieën:  5 legsnoeren gewone pad (Bufo bufo)  2 legsels bruine kikker (Rana temporaria)  2 kleine watersalamander (2 m.) (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen: / Poel 4 Aangetroffen amfibieën:  4 kleine watersalamander (3 m. + 1v. ) (Lissotriton vulgaris)  1 legsel bruine kikker (Rana temporaria)

Andere waarnemingen:  / Poel 5: Aangetroffen amfibieën:  1 legsnoer gewone pad (Bufo bufo)  1 gewone pad (Bufo bufo) (1 m.)  1 bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen:  20 tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius), Poel 6: Deze poel is vrij ondiep en maximaal 40 cm diep op heden en tevens troebel. Wellicht zal deze poel niet permanent waterhoudend zijn doorheen het voorjaar. Volgens een buur-landbouwer is deze poel zelden waterhoudend tot in de zomer. Enkel bij nattere jaren is dat het geval. Aangetroffen amfibieën:  GEEN Andere waarnemingen:  / Poel 7: Aangetroffen amfibieën:  1 bruine kikker (Rana temporaria)  2 adult gewone pad (2 m .)(Bufo bufo)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 3 van 7 BE 0414.321.939


Andere waarnemingen:  / Poel 8: Aangetroffen amfibieën:  23 kleine watersalamander (18 m. + 5 v.) (Lissotriton vulgaris)  3 adult gewone pad (2 m .+ 1 v.)(Bufo bufo) Andere waarnemingen:  / Poel 9: Deze troebele waterplas herbergt volgens de huurder van de boerderij veel vis, wat ook duidelijk te zien is. De huurder heeft de poel nog nooit zien uitdrogen. Aangetroffen amfibieën:  4 kleine watersalamander (4 m.) (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen:  Veel visbezetting – voorn spec. + mogelijk ook karperachtigen.

Poel 10: Deze poel heeft visueel zeer goede kenmerken voor kamsalamander en is ook gelegen nabij een andere locatie waar de soort eerder aangetroffen werd. Het betreft een heldere poel in weiland, vrij diep en schaduwrijk door de aanwezigheid van een aantal knotwilgen en afgeschermd van veebetreding door een ruime raster. Aangetroffen amfibieën:  1 kamsalamander ad m. ((Triturus cristatus) Andere waarnemingen:  /

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 4 van 7 BE 0414.321.939


3

Sint-Rijkers

3.1

Situering Poelen

Op onderstaande figuur worden de poelen gesitueerd. Ook hier zijn er een aantal klein aanpassingen gebeurt t.o.v. de aangeleverde situering met name voor poel 5 en 7.

3.2

Waarnemingen monitoring

Poel 1 Aangetroffen amfibieën:  7 kleine watersalamander (6m + 1v) (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen:  /

Poel 2 Volgens de landbouwer droogt de poel frequent uit. In 2015 is de poel zo goed als uitgedroogd. De poel is ook niet erg diep, ca 60 cm op diepste punt. Dit is deels het gevolg van frequente veebetreding, de poel is niet afgeschermd van veebetreding. Aangetroffen amfibieën:  1 kleine watersalamander (1v.) (Lissotriton vulgaris)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 5 van 7 BE 0414.321.939


  

4 Bruine kikker legsels (Rana temporaria) 2 gewone pad (Bufo bufo) 10 tal dode grotendeels opgegeten padden => wellicht ten gevolg van bunzing, gezien ook sporen te vinden van de soort. Andere waarnemingen:  / Poel 3 Aangetroffen amfibieën:  47 gewone pad (Bufo bufo) – 10 pad koppel amplexus – 25 pad m. – 2 pad v.  Verschillende legsnoeren gewone pad  2 adult + 10 tal legsels bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen: / Poel 4: Deze grote en nog vrij kwaliteitsvolle poel heeft helder water en is vrij diep (> 1,8 m). Net als zo veel poelen in de omgeving blijkt er de laatste 10-15 jaar een sterke wijziging. De poel is meermaals heraangelegd, vergraven en ligt actueel in een aardappelakker. Aangetroffen amfibieën:  6 gewone pad (Bufo bufo) – 2 pad koppel amplexus – 2 pad m.  Verschillende legsnoeren gewone pad  4 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen: / Poel 5: Aangetroffen amfibieën:  5 gewone pad (Bufo bufo)  5 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)  3 kleine watersalamander (2m. + 1v.) (Lissotriton vulgaris)  1 bruine kikker adult (Rana temporaria) Andere waarnemingen: / Poel 6: Aangetroffen amfibieën:  2 kleine watersalamander (2 m.) (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen:  5 tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius),

Poel 7: Aangetroffen amfibieën:  2 kleine watersalamander (1v.) (Lissotriton vulgaris)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 6 van 7 BE 0414.321.939


 

Legsel bruine kikker + 25 larven (Rana temporaria) 2 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)

Andere waarnemingen: / Poel 8: Dit is een zeer grote waterplas / vijver. Volgens de eigenaar werd deze poel in het verleden met karper bezet na een suggestie door Oost-Europese arbeiders. Dit is actueel duidelijk merkbaar. Het water is sterk troebel bruin e De eigenaar zou deze nu liever kwijt zijn, gezien ze ook de oevers sterk aantasten. De plas droogt normaal niet uit, doch is niet zeer diep meer; mede door het gewoel van de karpers. De bodem is slibrijk en visueel helemaal niet geschikt voor de meeste soorten amfibieëen. Aangetroffen amfibieën:  2 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen: Veel sporen van visbezetting: zeer troebel, ook karpers zichtbaar. Poel 9: Aangetroffen amfibieën:  4 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)  4 kleine watersalamander (2 m. + 2 v.) (Lissotriton vulgaris)  5 gewone pad (Bufo bufo) (4m. + 1v.)  Verschillende legsnoeren gewone pad Andere waarnemingen: Poel 10: Deze diepe poel/waterplas wordt actueel volledig beheerd in functie van watercaptatie/gebruik. De oevers zijn kaal en de plas is vegetatieloos zowel op de (steile) oevers als in het water zelf. Landbiotoop is in ongunstige toestand, de poel bevindt zich tussen een kort gemaaid grasperk, een maïsakker en enkele nieuwe industriële loodsen met ruime betonnen buitenverharding. Aangetroffen amfibieën:  1 kleine watersalamander (1 v.) (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen: /

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 7 van 7 BE 0414.321.939


VELDVERSLAG 2E RONDE AMFIBIEËNMONITORING Project/onderwerp Ons kenmerk Data uitvoering inventarisatie Bijlagen Vrijgave CM/PL

1

VLM monitoring ruilverkaveling Izenberge fase 1 / Sint-Rijkers 2300273000/d09508 18-19-20 mei 2016 / OHE

Inleiding en werkwijze

Dit verslag geeft een kort overzicht van de gevolgde werkwijze en de aangetroffen soorten tijdens de tweede inventarisatieronde van de amfibieënmonitoring in de ruilverkavelingen Izenberge fase 1 en Sint-Rijkers. Dit wordt verder uitgewerkt in de rapportage. De uitvoeringswijze van de inventarisaties op het terrein is volledig gelijk. De focus ligt voornamelijk op de mogelijke aanwezigheid van kamsalamander. Het betreft volgende poelen:  Izenberge fase 1: 10 poelen  Sint-Rijkers: 10 poelen Er werd gewerkt met twee types fuiken (klassieke metalen bodemfuiken en lichte drijvende, kunststoffen modellen), waarbij in iedere poel minstens 3 fuiken aanwezig waren. Beide types kunnen als gelijkwaardig en complementair beschouwd worden. Het gebruik van een combinatie van zowel drijvende types als bodemvallen zorgt ervoor dat zowel op de bodem als in de waterkolom én tussen de waterplanten foeragerende amfibieën in de fuiken terecht komen. De fuiken werden waar mogelijk nabij/tussen watervegetatie geplaatst. Voor kamsalamander hebben drijvende fuiken in het verleden reeds hun meerwaarde bewezen. Er werden ook tijdens deze 2e inventarisatieronde geen problemen of moeilijkheden ondervonden. De veebezetting in een aantal weides zorgde niet voor problemen. Er waren geen stieren aanwezig of deze zones dienden niet betreden te worden voor de inventarisaties. De aangetroffen soorten, geslacht,.. en dergelijke werden genoteerd op hiervoor voorziene veldformulieren (cfr. Hylawerkgroep formulieren). Bij grote aantallen werd een inschatting gemaakt van het aantal. Deze formulieren werden rechtstreeks digitaal ingevuld. Volgende soorten werden aangetroffen tijdens deze eerste inventarisatieronde: gewone pad (adult+ larven) (Bufo bufo), bruine kikker (adult + larven) (Rana temporaria), kleine watersalamander (adult) (Lissotriton vulgaris), kamsalamander (Triturus cristatus) en (middelste/bastaard) groene kikker (adult) (Pelophylax kl. esculentus). Naast amfibieën werden o.a. stekelbaarsjes en diverse invertebraten aangetroffen in de fuiken. De aanwezige invertebraten werden niet tot op soortniveau gedetermineerd, gezien dit niet tot de opdracht behoort. Wel werden deze, waar relevant, apart genoteerd. Deze worden in dit verslag kort aangegeven. De aanwezigheid van stekelbaarsjes werd wel nauwgezet genoteerd, gezien deze een belangrijk invloed kunnen hebben op de aanwezigheid en dichtheden van een aantal soorten amfibieën.

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 1 van 7 BE 0414.321.939


2

Izenberge fase 1

2.1

Situering Poelen

Op onderstaande figuur worden de poelen gesitueerd. De situering van poel 5 werd aangepast cfr. de werkelijke ligging van deze poel.

2.2

Waarnemingen monitoring

Poel 1 Aangetroffen amfibieën:  80 tal larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  40 tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius) Deze poel is slechts ca 1 m diep, maar heeft een zeer dikke sliblaag. Er zijn veel algen in de poel en het slib is sterk geurend. Op de watervegetatie/algen/kroos, staat een vrij heldere laag water van ca 20 cm. Eronder is er zeer veel slib en drijfalgen. Het visuele uitzicht van deze poel en slib is reeds ongunstig voor het voorkomen van veel amfibieën. In alle fuiken zaten enkele tientallen stekelbaarsjes. Poel 2 Aangetroffen amfibieën:  50 tal larven bruine kikker (Rana temporaria)  5 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 2 van 7 BE 0414.321.939


Andere waarnemingen:  100 tal tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius) De poel word sterk betreden door koeien, doch is nog vrij diep en relatief helder. Poel 3 Aangetroffen amfibieën:  4 kleine watersalamander (3 m. + 1 V.) (Lissotriton vulgaris)  50 larven bruine kikker (Rana temporaria)  5 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen:  tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

Poel 4 Aangetroffen amfibieën:  8 kleine watersalamander (5 m. + 3 v.) (Lissotriton vulgaris)  50 larven bruine kikker (Rana temporaria)  30 larven gewone pad (Bufo bufo)  2 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)

Andere waarnemingen:  30tal tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius) Het betreft een vrij diepe veedrinkpoel, die soms bijna uitdroogt cfr. de landbouwer. Het water wordt gebruikt als drinkpoel. Het water is bijna vegetatieloos, met aanwezigheid van meerkoet en waterhoen die mogelijk de onderwatervegetatie begrazen. Poel 5: Aangetroffen amfibieën:  3 kleine watersalamander (2 m. + 1 v.) (Lissotriton vulgaris)  10 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)  60tal larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  / De poel zou eens geruimd mogen worden. Volgens de eigenaar is deze poel nog nooit volledig geruimd geweest, ooit slechts 1 maal gedeeltelijk. Er is een vrij dikke sliblaag aanwezig, doch de poel is verder wel helder en vegetatierijk – zowel qua watervegetatie (gedoornd hoornblad) als oevervegetatie (o.a. gele lis). Poel 6: Deze poel is vrij ondiep en maximaal 30 cm diep op heden en tevens troebel/ bruin Aangetroffen amfibieën:  GEEN Andere waarnemingen:  /

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 3 van 7 BE 0414.321.939


Poel 7: Aangetroffen amfibieën:  10 larven bruine kikker (Rana temporaria)  50 larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  / Poel 8: Aangetroffen amfibieën:  12 kleine watersalamander (8 m. + 4 v.) (Lissotriton vulgaris)  50 larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  / Poel 9: Aangetroffen amfibieën:  3 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)  2 adult gewone pad (2 m .)(Bufo bufo) + 25 tal larven Andere waarnemingen:  Troebel, veel vis. Poel 10: In functie van kamsalamander en het bepalen of het gaat om een vitale populatie werden extra fuiken ingezet. Aangetroffen amfibieën:  3 kamsalamander (2 m. 1v.) ((Triturus cristatus)  8 kleine watersalamander (3 m.) (Lissotriton vulgaris)

Andere waarnemingen:  Waterschorpioen, verschillende kleinere waterkevers

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 4 van 7 BE 0414.321.939


3

Sint-Rijkers

3.1

Situering Poelen

Op onderstaande figuur worden de poelen gesitueerd. Ook hier zijn er een aantal klein aanpassingen gebeurt t.o.v. de aangeleverde situering met name voor poel 5 en 7.

3.2

Waarnemingen monitoring

Poel 1: De poel kent extreme algenbloei, wat hier op een hypertrofe omgeving wijst. Aangetroffen amfibieën:  5 kleine watersalamander (4m + 1v) (Lissotriton vulgaris)  50tal larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  /

Poel 2: De poel kent sterk ingetrapte oevers, gezien de poel niet afgerasterd is. Tevens is de veebezetting zeer hoog. Er zaten 25 koeien op een toch relatief klein perceel. Aangetroffen amfibieën:

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 5 van 7 BE 0414.321.939


 2 kleine watersalamander (2v.) (Lissotriton vulgaris)  10 larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  / Poel 3: De poel is helder en diep, kent geen algenbloei en kent een vrij goede watervegetatie in de vorm van gekroesd fonteinkruid en sterrenkroos spp. Aangetroffen amfibieën:  Enkele 1000en larven gewone pad (Bufo bufo) (5000+)  2 adult + 10 tal legsels bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen:  40 tiendoornige stekelbaars

Poel 4: Er is een vrij behoorlijke onderwatervegetatie aanwezig. Ondanks de potenties van deze poel lijken de dichtheden aan amfibieën laag, mogelijk ten gevolge van het ontbreken van kwalitatief landbiotoop. Aangetroffen amfibieën:  7 kleine watersalamander (5 m. + 2v.) (Lissotriton vulgaris)  50tal larven gewone pad (Bufo bufo)  Verschillende legsnoeren gewone pad  15 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen:  100en vuurjuffer

Poel 5: Ook in deze poel werden extra fuiken geplaats i.f.v. kamsalamander. De poel wordt belucht door een oppervlaktebeluchter/pomp, is helder diep en er werd geen visbezetting aangetroffen. Aangetroffen amfibieën:  1 kamsalamander (v.) (Triturus cristatus)  20 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)  6 kleine watersalamander (4m. + 2v.) (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen:  Geelgerande waterroofkever, staafwants, diverse libellelarven

Poel 6: Aangetroffen amfibieën:  3 kleine watersalamander (2 m. + 1v.) (Lissotriton vulgaris)  1 groene kikker (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen:  Enkele tientallen tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 6 van 7 BE 0414.321.939


De poel is ondiep, er liggen veel steenbrokken in en de koeien betreden frequent de poel waardoor het water troebel wordt. Poel 7: Aangetroffen amfibieën:  1 kamsalamander v. (Triturus cristatus)  200 larven bruine kikker (Rana temporaria)  1 kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen: / Opvallend is dat hier nog kamsalamander aangetroffen werd. De poel is zeer ondiep en aan het verlanden. Tevens is er veel lisdodde in aan het groeien en wordt de poel sterk beschaduwd door uitgegroeide wilgen. In het verleden werd hier reeds eerder kamsalamander gevonden. De soort komt ook in de nabije omgeving nog voor en het landbiotoop in de omgeving is vrij goed (hoewel jonge houtkant bvb.). Poel 8: Aangetroffen amfibieën:  5 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen: Veel sporen van visbezetting: zeer troebel Poel 9: Aangetroffen amfibieën:  6 kleine watersalamander (4 m. + 2 v.) (Lissotriton vulgaris)  Enkele tientallen larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  /

Poel 10: Aangetroffen amfibieën:  1 kleine watersalamander (1v.) (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen: /

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 7 van 7 BE 0414.321.939


VELDVERSLAG 3E RONDE AMFIBIEËNMONITORING Project/onderwerp Ons kenmerk Data uitvoering inventarisatie Bijlagen Vrijgave CM/PL

1

VLM monitoring ruilverkaveling Izenberge fase 1 / Sint-Rijkers 2300273000/d09508 21-22-23 juni 2016 / OHE/KGO

Inleiding en werkwijze

Dit verslag geeft een kort overzicht van de gevolgde werkwijze en de aangetroffen soorten tijdens de eerste inventarisatieronde van de amfibieënmonitoring in de ruilverkavelingen Izenberge fase 1 en Sint-Rijkers. Dit wordt verder uitgewerkt in de rapportage. De uitvoeringswijze van de inventarisaties op het terrein is volledig gelijk. De focus ligt voornamelijk op de mogelijke aanwezigheid van kamsalamander. Het betreft volgende poelen:  Izenberge fase 1: 10 poelen  Sint-Rijkers: 10 poelen Er werd gewerkt met twee types fuiken (klassieke metalen bodemfuiken en lichte drijvende, kunststoffen modellen), waarbij in iedere poel minstens 3 fuiken aanwezig waren. Beide types kunnen als gelijkwaardig en complementair beschouwd worden. Het gebruik van een combinatie van zowel drijvende types als bodemvallen zorgt ervoor dat zowel op de bodem als in de waterkolom én tussen de waterplanten foeragerende amfibieën in de fuiken terecht komen. De fuiken werden waar mogelijk nabij/tussen watervegetatie geplaatst. Voor kamsalamander hebben drijvende fuiken in het verleden reeds hun meerwaarde bewezen. Er werden ook tijdens deze laatste inventarisatieronde geen noemenswaardige problemen ondervonden. De poelen waren vlot bereikbaar; De aangetroffen soorten, geslacht,.. en dergelijke werden genoteerd op hiervoor voorziene veldformulieren (cfr. Hylawerkgroep formulieren). Bij grote aantallen werd een inschatting gemaakt van het aantal. Deze formulieren werden rechtstreeks digitaal ingevuld. Volgende soorten werden aangetroffen tijdens deze eerste inventarisatieronde: gewone pad (adult) (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), kamsalamander (Triturus cristatus) en (middelste) groene kikker (Pelophylax kl. esculentus). Naast amfibieën werden o.a. stekelbaarsjes en diverse invertebraten aangetroffen in de fuiken. De aanwezige invertebraten werden niet tot op soortniveau gedetermineerd, gezien dit niet tot de opdracht behoort. Wel werden deze, waar relevant, apart genoteerd. De aanwezigheid van stekelbaarsjes werd nauwgezet genoteerd, gezien deze een belangrijk invloed kunnen hebben op de aanwezigheid en dichtheden van een aantal soorten amfibieën.

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 1 van 7 BE 0414.321.939


2

Izenberge fase 1

2.1

Situering Poelen

Op onderstaande figuur worden de poelen gesitueerd.

2.2

Waarnemingen monitoring

Poel 1 Aangetroffen amfibieën:  40 tal larven gewone pad (Bufo bufo)  1 kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) + 10 larven Andere waarnemingen:  50 tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

Poel 2 Aangetroffen amfibieën:  20 tal larven bruine kikker (Rana temporaria) + 10 juv kikkertjes  8 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen:  30 tal tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 2 van 7 BE 0414.321.939


Poel 3 Aangetroffen amfibieën:  4 kleine watersalamander (3 m. + 1 V.) (Lissotriton vulgaris) + 8 larven  20 larven bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen:  20 tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

Poel 4 Aangetroffen amfibieën:  15 larven kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)  10 larven bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen:  60tal tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius)

Poel 5: Aangetroffen amfibieën:  25 larven kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)  15 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen:  120 tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius) Er is zeer veel watervegetatie aanwezig, in die mate dat de volledige plas toegegroeid is. Poel 6: Deze poel blijft vrij ondiep, doch het waterpeil is opnieuw gestegen na de regenperiode Aangetroffen amfibieën:  GEEN Andere waarnemingen:  / Poel 7: Aangetroffen amfibieën:  15 larven kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)  10 larven bruine kikker (Rana temporaria)  50 larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  / Poel 8: Aangetroffen amfibieën:  2 larven kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 3 van 7 BE 0414.321.939


50 larven gewone pad (Bufo bufo)

Andere waarnemingen:  / Poel 9: Aangetroffen amfibieën:  5 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)  25 tal larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  Troebel.  In de poel is weinig slib aanwezig, er is een stevige bodem aanwezig. Poel 10: Aangetroffen amfibieën:  5 larven kamsalamander ((Triturus cristatus)  2 kleine watersalamander (2 v.) (Lissotriton vulgaris) + 15 larven Andere waarnemingen:  /

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 4 van 7 BE 0414.321.939


3

Sint-Rijkers

3.1

Situering Poelen

Op onderstaande figuur worden de poelen gesitueerd. Ook hier zijn er een aantal klein aanpassingen gebeurt t.o.v. de aangeleverde situering met name voor poel 5 en 7.

3.2

Waarnemingen monitoring

Poel 1 Aangetroffen amfibieën:  40 tal larven kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) Andere waarnemingen:  /

Poel 2 Aangetroffen amfibieën:  2 larven kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)  15 larven bruine kikker (Rana temporaria)  25 larven gewone pad (Bufo bufo)

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 5 van 7 BE 0414.321.939


Andere waarnemingen:  / Poel 3: Aangetroffen amfibieën:  1000 tal larven gewone pad (Bufo bufo) (+ enkele tientallen kleine padjes langs oevers)  20 larven bruine kikker (Rana temporaria) Andere waarnemingen:  10 tiendoornige stekelbaars

Poel 4: Aangetroffen amfibieën:  25 larven kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)  10tal larven gewone pad (Bufo bufo)  20 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen:  /

Poel 5: Aangetroffen amfibieën:  1 larve kamsalamander (Triturus cristatus)  30 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.)  14 kleine watersalamander (12m. + 2v.) (Lissotriton vulgaris) + 18 larven Andere waarnemingen:  / Er werden geen adulte kamsalamanders meer aangetroffen in deze poel. Wellicht hebben deze het water al verlaten. Poel 6: Aangetroffen amfibieën:  4 kleine watersalamander (2 m. + 2v.) (Lissotriton vulgaris)  2 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen:  Enkele tientallen tiendoornige stekelbaarsjes (Pungitius pungitius) Poel 7: Aangetroffen amfibieën:  1 kamsalamander v. (Triturus cristatus) – geen larven aangetroffen  200 larven gewone pad (Bufo bufo)  2 kleine watersalamander (v.) (Lissotriton vulgaris)  35 larven bruine kikker

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 6 van 7 BE 0414.321.939


Andere waarnemingen: /

Poel 8: Aangetroffen amfibieën:  3 groene kikkers (Pelophylax esculentus synkl.) Andere waarnemingen: Veel sporen van visbezetting: zeer troebel Poel 9: Aangetroffen amfibieën:  10 kleine watersalamander (6 m. + 4 v.) (Lissotriton vulgaris) + 15 larven  Enkele tientallen larven gewone pad (Bufo bufo) Andere waarnemingen:  /

Poel 10: Aangetroffen amfibieën:  GEEN Andere waarnemingen: /

2300273002/gk09508 Antea Belgium nv

pagina 7 van 7 BE 0414.321.939


Bijlage 4: Invulformulieren veldwerk amfibieĂŤn

Sint-Rijkers- ruilverkaveling Monitoring

69


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 1

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

7

6

1

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 120 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 10

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 20

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 580 max. diepte (cm): 80 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen/ meerkoet vissen: algen dood plantenmateriaal: 40 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 2

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

1

1

2 (+10 dode)

4

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 180 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0%

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 10

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 1050 max. diepte (cm): 70 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 3

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

5

47

10

2

35

12

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 41 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 5

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 0

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 110 max. diepte (cm): > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 4

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 190 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende verticale 20 5 gele lis, gedoornd hoornblad

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 2200 max. diepte (cm) > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen, meerkoet, blauwe reiger vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 5

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

3

2

1

5

1 5

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 115 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende verticale 20 10 gele lis, gedoornd hoornblad

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 635 max. diepte (cm): > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen vissen: algen dood plantenmateriaal: 20 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 6

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2

2

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 86 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 10

verticale 15

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 290 max. diepte (cm): 100 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: stekelbaarsjes algen dood plantenmateriaal: 15 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 7

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2

1

2

25 2

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 16 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 30

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0 grote lisdodde

verticale 50

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 22 max. diepte (cm): 70 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 8

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 508 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende

verticale 0 5 lokaal wilgenopslag

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 5800 max. diepte (cm): 150 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen, meerkoet, wilde eend vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 9

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

5

4

2

2

5

4

1

4

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 148 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 5

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 30

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 520 max. diepte (cm) 150 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 10

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Pollinkhove

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

1

1

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 80 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0 geen

verticale 0

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 300 max. diepte (cm) > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: waterwinningsput vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 1

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

7

6

1

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 120 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 10

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 20

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 580 max. diepte (cm): 80 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen/ meerkoet vissen: algen dood plantenmateriaal: 40 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 2

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

1

1

2 (+10 dode)

4

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 180 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0%

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 10

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 1050 max. diepte (cm): 70 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 3

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

5

47

10

2

35

12

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 41 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 5

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 0

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 110 max. diepte (cm): > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 4

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 190 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende verticale 20 5 gele lis, gedoornd hoornblad

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 2200 max. diepte (cm) > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen, meerkoet, blauwe reiger vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 5

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

3

2

1

5

1 5

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 115 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende verticale 20 10 gele lis, gedoornd hoornblad

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 635 max. diepte (cm): > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen vissen: algen dood plantenmateriaal: 20 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 6

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2

2

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 86 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 10

verticale 15

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 290 max. diepte (cm): 100 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: stekelbaarsjes algen dood plantenmateriaal: 15 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 7

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2

1

2

25 2

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 16 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 30

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0 grote lisdodde

verticale 50

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 22 max. diepte (cm): 70 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 8

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 508 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende

verticale 0 5 lokaal wilgenopslag

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 5800 max. diepte (cm): 150 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen, meerkoet, wilde eend vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 9

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

5

4

2

2

5

4

1

4

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 148 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 5

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 30

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 520 max. diepte (cm) 150 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 10

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Pollinkhove

Datum:

7-8 april

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

1

1

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 80 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0 geen

verticale 0

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 300 max. diepte (cm) > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: waterwinningsput vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 1

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

40

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 120 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 10

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 20

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 580 max. diepte (cm): 80 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen/ meerkoet vissen: algen dood plantenmateriaal: 40 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 2

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2

25

15

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 180 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0%

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 10

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 1050 max. diepte (cm): 70 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 3

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

1000

30

20

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 41 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 5

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 0

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 110 max. diepte (cm): > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 4

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

25

10

20

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 190 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende verticale 20 5 gele lis, gedoornd hoornblad

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 2200 max. diepte (cm) > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen, meerkoet, blauwe reiger vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 5

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

18 1

14

12

2

30

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 115 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende verticale 20 10 gele lis, gedoornd hoornblad

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 635 max. diepte (cm): > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen vissen: algen dood plantenmateriaal: 20 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 6

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

4

2

2

2

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 86 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 20

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 10

verticale 15

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 290 max. diepte (cm): 100 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: stekelbaarsjes algen dood plantenmateriaal: 15 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 7

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

2 1

2 1

200

35

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 16 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 30

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0 grote lisdodde

verticale 50

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 22 max. diepte (cm): 70 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 8

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

3

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 508 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende

verticale 0 5 lokaal wilgenopslag

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 5800 max. diepte (cm): 150 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels: waterhoen, meerkoet, wilde eend vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 9

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Alveringem

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

10

6

4

40

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 148 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 5

vegetatie:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0

verticale 30

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 520 max. diepte (cm) 150 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: pH µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

soorten waterplanten: LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


WAARNEMINGSFORMULIER AMFIBIEËN EN REPTIELEN Vak A

Coordinaten locatie: Zie situering rapportage

RVK Sint-Rijkers

Poel 10

Gemeente of deelgemeente:

Formuliernr.

Pollinkhove

Datum:

22-23 juni

Waarnemer: (adres, telefoon, e-mail)

Vak B Waargenomen soort(en): "GEEN" Vuursalamander - S. salamandra Alpenwatersalamander - T. alpestris Vinpootsalamander - T. helveticus Kleine watersalamander - T. vulgaris Kamsalamander - T. cristatus Vroedmeesterpad - A. obstetricans Geelbuikvuurpad - B. variegata Knoflookpad - P. fuscus Gewone Pad - B. bufo Rugstreeppad - B. calamita Boomkikker - H. arborea Heikikker - R. arvalis Springkikker - R. dalmatina (*) Bruine kikker - R. temporaria Groene kikkers - R. esculenta synkl. Poelkikker - R. lessonae Groene kikker - R. kl. esculenta Meerkikker - R. ridibunda Hazelworm - A. fragilis Levendbarende hagedis - L. vivipara Zandhagedis - L. agilis (*) Muurhagedis - P. muralis (*) Gladde slang - C. austriaca Ringslang - N. natrix

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal

legsels

larven

juvenielen

adulten

M adulten

V adulten

GEEN AMFIBIEËN

Adder - V. berus EXOTEN: Roodwangschildpad - T. s. elegans Geelwangschildpad - T. s. scripta Stierkikker - R. catesbeiana Andere: (*) soorten die niet in Vlaanderen voorkomen maar wel in Wallonië

Vak C aanwezig verdwenen sedert: POEL nieuw sedert: reden: metriek: omtrek (m): 80 opp. (m2) stroming: stilstaand stromend schaduw type: bronpoel poel bomkrater greppel

status: droog beheer: geschoond predatoren: ongewervelden: onderwater % bedekking 0

vegetatie:

soorten waterplanten:

sloot wal verland stortafval geruimd sedert: tamme watervogels drijvende 0 geen

verticale 0

uitzicht:

goed

middelmatig slecht heide weiland akker bos 300 max. diepte (cm) > 180 woonwijk industrie < 33% >33% chemie: µS ven vijver groeveplas ondergelopen land beek kunstvijver andere: waterwinningsput vervuild bemest geen betreding: geen deels volledig wilde watervogels schildpadden: vissen: algen dood plantenmateriaal: 0 weinig/geen kleine hoeveelheid grote hoeveelheid

ligging in:

LANDBIOTOOP (voor waarnemingen op het land): akker weide weg- / spoorwegberm

GEDRAG DIER: AARD VAN WAARNEMING:

loofbos weg zonnend net

naaldbos bosrand tuin woning foeragerend schuilend fuik rechtstreeks

hakhout andere: andere: overdag

aanplant

bij nacht

heide

moeras

verkeersslachtoffer


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
RVK_SintRijkers_avifauna_herpetofauna_eindrapport_incl_bijlagen_voorblad_compressed.pdf by Vlaanderen-be - Issuu