Skip to main content

Procedure_Kunstkuur.pdf

Page 1

Algemene Raad 22 oktober 2020 AR-AR-ADV-2021-011

Procedure Kunstkuur Advies over de beoordeling van aanvragen voor lokale samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basisen secundair onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be


Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Algemene Raad op 22 oktober 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: commissie Deeltijds Kunstonderwijs op 9 juni 2020 en op 6 oktober 2020, onder voorzitterschap van Hans Laureyn Werden geconsulteerd: Raad Levenslang en Levensbreed Leren op 12 mei 2020; Bureau Raad Hoger Onderwijs op 12 mei 2020; Bureau Raad Basisonderwijs op 27 mei 2020; Bureau Raad Secundair Onderwijs op 2 juni 2020 Dossierbeheerder: Ewoud De Sadeleer

Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be


1 Situering Het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs (dko) voorziet in lokale samenwerkingsinitiatieven tussen de academies enerzijds en basisscholen, secundaire scholen en instellingen voor hoger onderwijs anderzijds. 1 Doorgaans worden die initiatieven aangeduid met de projectnaam ‘Kunstkuur’. Tot nu toe worden de middelen voor de uitvoering van die samenwerkingsinitiatieven toegekend op basis van een rangschikking, opgemaakt door een beoordelingscommissie. In het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basisen secundair onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor dko wordt in artikel 9 de procedure uitgeschreven: De minister stelt een beoordelingscommissie samen op voorstel van de bevoegde dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. De beoordelingscommissie bestaat uit ambtenaren van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, een vertegenwoordiging van de Vlaamse Onderwijsraad en externe experts met deskundigheid in de doelstellingen, vermeld in artikel 136 van het decreet van 9 maart 2018. Onder externe experts, vermeld in het tweede lid, worden experts verstaan die niet behoren tot de Vlaamse Overheid of de Vlaamse Onderwijsraad. De beoordelingscommissie maakt voor 15 april een gemotiveerde rangschikking van de voorstellen op basis van de criteria, vermeld in artikel 8, en legt die voor aan de minister. Het verslag bevat de afweging van de voorstellen ten opzichte van de criteria, vermeld in artikel 8.2 In de Vlor vormt de commissie DKO een werkgroep die wordt uitgebreid met vertegenwoordigers van de deelraden Basisonderwijs, Secundair Onderwijs en Hoger Onderwijs, om de aanvragen te beoordelen. De voorzitter van de commissie DKO en een medewerker van het Vlor-secretariaat nemen die input mee naar de beoordelingscommissie. Omdat de Vlor het hele onderwijsveld vertegenwoordigt, brengen wij in de beoordelingscommissie een advies uit over alle projecten die zijn ingediend, terwijl de andere leden van de beoordelingscommissie maar een beperkt aantal aanvragen beoordelen. In de beoordelingscommissie blijft de Vlor echter slechts een van de partners wiens stem meegenomen wordt in het eindoordeel. De Vlor heeft deze procedure geëvalueerd en aanbevelingen opgesteld. We brachten al eerder advies uit over het voorontwerp van decreet betreffende het dko3, alsook over de implementatie van dat decreet4, waarin de lokale samenwerkingsinitiatieven en hun beoordeling aan bod kwamen.

Decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, 9 maart 2018. Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basis-en secundair onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs, 4 mei 2018. 3 Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, 27 juni 2017. 4 Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over de implementatie van het decreet deeltijds kunstonderwijs, 15 mei 2019. 1 2

1


2 Aanbevelingen De Vlor stelt voor om de aanvragen te beoordelen via een advies dat op zichzelf staat, zoals hij dat doet voor andere (programmatie-)adviesaanvragen.5 We zijn immers een onafhankelijke strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, die tot taak heeft om advies te verstrekken ten behoeve van de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap en van de sociaal-economische en sociaalculturele organisaties overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Vanuit dat brede draagvlak willen wij een eigen advies opstellen in een werkgroep met vertegenwoordigers vanuit alle geledingen die betrokken zijn bij Kunstkuur. Zulk gedragen en niveau-overschrijdend advies vanuit de onderwijssector dient onafhankelijk van een ambtelijke beoordelingscommissie te worden ingebracht bij de minister van onderwijs. We vragen dus om in de wetgeving te verankeren dat voor de beoordeling van aanvragen voor lokale samenwerkingsinitiatieven BaO-SO-HO en DKO steeds een adviesvraag aan de Vlor gericht wordt. Daarvoor moet de procedure worden aangepast; die is vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basis-en secundair onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor dko. Met betrekking tot de huidige procedure formuleert de Vlor drie aanbevelingen om de beoordelingsprocedure van de aanvragen van Kunstkuur effectiever te laten verlopen.

¬ ¬

¬

De raad verzoekt om meer tijd te voorzien voor de beoordeling van de aanvragen. Aanvragen waarbij een academie een gelijkaardig project in samenwerking met verschillende scholen wenst uit te voeren, worden best geclusterd doorgegeven aan de lezers-beoordelaars. Het geclusterd doorgeven doet geen afbreuk aan het feit dat de aanvragen de specifieke noden van de betrokken scholen en academies in rekening moeten brengen. De dossiers dienen dan ook nog steeds apart beoordeeld te worden om na te gaan of het project past bij de noden van de individuele scholen en academies. De evaluatiecriteria moeten duidelijker geformuleerd worden om meer consistentie in de beoordeling te krijgen.

Binnen de bredere context willen we, in relatie tot de middelen voor Kunstkuur, ons pleidooi herhalen voor meer autonomie voor het dko: De Vlor geeft aan dat er ook andere mogelijkheden voor samenwerking kunnen gecreëerd worden, onder meer via een inkanteling van de voorziene middelen in het reguliere financieringsmechanisme van de academies en het voorzien van een kwaliteitskader waaraan samenwerking tussen academies en instellingen van andere onderwijsniveaus moet voldoen. Op die manier wordt een omslachtige aanvraag- en gunningsprocedure vermeden, kan er flexibeler ingespeeld worden op lokale noden en opportuniteiten tot samenwerking en kan elke academie een samenwerkingsverband aangaan.

5

2

In het Vlor-jaarverslag 2019-2020 staat een overzicht van de decreten en besluiten met desbetreffende artikelen waarin de specifieke adviesbevoegdheden van de Vlor worden aangeduid opgenomen (vanaf blz. 77).


De Vlor vindt dat het ook mogelijk moet zijn dat middelen van de andere onderwijsniveaus worden ingezet om de doelstellingen van deze samenwerking te realiseren. 6

6

Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, 27 juni 2017, p. 18.

3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Procedure_Kunstkuur.pdf by Vlaanderen-be - Issuu