VERSLAG OVER DE FINANCIËLE TOESTAND EN DE EVOLUTIE VAN HET PERSONEELSBESTAND VAN HET HOGER ONDERWIJS IN 2018
DEEL 3 – sector associaties
1
INHOUDSTAFEL INLEIDING........................................................................................................................... 4
1
LIJST VAN DE ASSOCIATIES EN HUN INSTELLINGEN ........................................... 5
2
FINANCIËLE ANALYSE VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE ASSOCIATIES ...... 6
3
2.1
AGGREGATIE EN VERGELIJKBAARHEID ...................................................................................... 6
2.2
GEAGGREGEERDE JAARREKENING ............................................................................................ 6
2.2.1
Geaggregeerde bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten ................................................................ 7
2.2.2
Geaggregeerd bedrijfsoverschot / bedrijfstekort ............................................................................ 8
2.2.3
Geaggregeerd financieel resultaat ................................................................................................ 8
2.2.4
Geaggregeerd uitzonderlijk resultaat ........................................................................................... 10
2.2.5
Evolutie en opbouw van het geaggregeerd resultaat van het boekjaar ...................................... 11
2.3
JAARREKENING: ENKELE KENGETALLEN PER ASSOCIATIE .................................................. 12
2.4
GEAGGREGEERDE BALANS ........................................................................................................ 13
2.4.1
Activa ........................................................................................................................................... 15
2.4.2
Passiva ........................................................................................................................................ 17
FINANCIERING VAN PROJECTEN ........................................................................... 21 3.1
INTERFACEDIENST ....................................................................................................................... 21
3.2
INDUSTRIEEL ONDERZOEKSFONDS .......................................................................................... 22
3.3
EXPERTISECEL WETENSCHAPSCOMMUNICATIE .................................................................... 22
3.4
EXPERTISENETWERK LERARENOPLEIDING ............................................................................. 23
3.5
SPORT............................................................................................................................................. 24
3.6
SUPERCOMPUTER ........................................................................................................................ 24
3.7
ANDERE .......................................................................................................................................... 25
3.7.1
Ecocampus .................................................................................................................................. 25
3.7.2
Brutus ........................................................................................................................................... 25
3.7.3
Taal tot de derde macht ............................................................................................................... 26
3.7.4
Kunst ............................................................................................................................................ 26
3.7.5
Droge Voeding Kassa 4 ............................................................................................................... 26
3.7.6
Makerspace ................................................................................................................................. 26
3.7.7
Kick Off the Campus .................................................................................................................... 26
2
4
CONCLUSIES ............................................................................................................. 27
3
INLEIDING De analyse van de financiële toestand van de associaties vormt deel 3 van het verslag dat wil rapporteren over het hoger onderwijs. Een associatie in het Vlaams hoger onderwijs is een samenwerkingsverband tussen één universiteit en één of meer hogescholen. Associaties werden opgericht onder de vorm van een “vereniging zonder winstoogmerk” en dit op grond van artikel II.8 van de Codex Hoger Onderwijs van 20 december 2013. De associaties zijn een concreet resultaat van het Bolognaproces dat de bedoeling had om het hoger onderwijs efficiënter te organiseren. Een specifieke taak van de associatie was bijvoorbeeld het begeleiden van het academiseringsproces van de twee cycli-opleidingen van de hogescholen. Krachtens artikel IV.80 van de Codex Hoger Onderwijs voeren de associaties een algemene boekhouding met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden. Artikel IV.122 van de Codex Hoger Onderwijs bepaalt dat er verslag dient te worden uitgebracht over de financiële toestand van de associaties. In dit deel van het sectorverslag 2018 worden de jaarrekeningen van de associaties van de boekjaren 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018 onder de loep genomen. In tegenstelling tot het verslag over de financiële toestand van de hogescholen en universiteiten wordt er voor de associaties geen vergelijking gemaakt van jaarrekening 2018 met begroting 2018 omdat de associaties hun begroting niet op een uniforme wijze opmaken en er dus geen uniforme gegevens beschikbaar zijn.
4
1 LIJST VAN DE ASSOCIATIES EN HUN INSTELLINGEN Er zijn 5 associaties die werden opgebouwd rond de 5 universiteiten. De Associatie KU Leuven bestaat uit 9 partners en is daarmee de grootste associatie in Vlaanderen. De AUHL en de UAB daarentegen bestaan slechts uit 2 partners en zijn de kleinste associaties. BENAMING ASSOCIATIE MET HAAR INSTELLINGEN Associatie KU Leuven - KU Leuven - UC Leuven - Luca School of Arts - Odisee 1 - Katholieke Hogeschool Vives Noord - Katholieke Hogeschool Vives Zuid - UC Limburg - Thomas More Kempen - Thomas More Mechelen-Antwerpen Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen - Universiteit Antwerpen - Karel de Grote Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen - Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen - Hogere Zeevaartschool Antwerpen Associatie Universiteit Gent - Universiteit Gent - Hogeschool Gent - Arteveldehogeschool - Hogeschool West-Vlaanderen Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg - Universiteit Hasselt - Hogeschool PXL Universitaire Associatie Brussel - Vrije Universiteit Brussel - Erasmushogeschool Brussel 1
AFKORTING
ZETEL
REGERINGSCOMMISSARIS
Associatie KU Leuven 3000 Leuven
Jozef De Cuyper
AUHA
2020 Antwerpen
Jan De Groof
AUGent
9000 Gent
Yannick De Clercq
AUHL
3590 Diepenbeek Jan De Groof
UAB
1000 Brussel
Johan Dhondt
Sinds 22-9-2014, voorheen HUB-KAHO
5
2 FINANCIËLE ANALYSE VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE ASSOCIATIES 2.1 AGGREGATIE EN VERGELIJKBAARHEID De financiële analyse werd uitgevoerd op de geaggregeerde gegevens van de vijf associaties. Aangezien de associaties de vorm van een vzw hebben, moet hun jaarrekening worden neergelegd bij de Nationale Bank binnen de dertig dagen na goedkeuring ervan door de Algemene Vergadering. Ze zijn dan ook verplicht om het geijkte model van de Nationale Bank te gebruiken. De geaggregeerde resultatenrekening werd opgesteld conform de wet op de jaarrekening van de verenigingen. Enkel de bedragen van de verenigingen zijn opgenomen, los van de projecten.
2.2 GEAGGREGEERDE JAARREKENING RESULTATENREKENING
Resultatenrekening
codes
(eenheden euro)
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
2014
2015
2016
2017
2018
Bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten Brutomarge .
(+) (-)
Bedrijfsopbrengsten* waarvan :Omzet*
.
792.511
(412.684)
(772.738)
53.122
(147.769)
17.797.008
17.033.595
16.757.843
19.188.949
19.412.795
17.004.497
17.446.280
17.530.581
19.135.827
19.560.564
62
0
0
0
0
0
630
62.355
61.027
16.646
14.872
20.881
70
Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies* Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen*
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
9900 70/74 73 60/61
(+) (-)
Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -)
(+) (-)
631/4
0
0
0
0
0
Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -)
(+) (-)
635/8
0
0
0
0
0
640/8
1.220
1.223
1.729
1.627
1.027
Andere bedrijfskosten Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten
(-)
649
0
0
0
0
0
(+) (-)
9901
728.936
(474.934)
(791.113)
36.623
(169.677)
Financiële opbrengsten
75
10.675
2.667
874
510
504
Financiële kosten
65
1.748
1.107
760
860
1.140
737.863
(473.375)
(790.999)
36.273
(170.313)
Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)
Overschot (Tekort) uit de gewone bedrijfsuitoefening
(+) (-)
9902
Uitzonderlijke opbrengsten
76
0
164.071
4.569
0
0
Uitzonderlijke kosten
66
0
0
0
18
0
737.863
(309.304)
(786.430)
36.255
(170.313)
Overschot (Tekort) van het boekjaar
(+) (-)
9904
* : Facultatieve vermelding
6
2.2.1
Geaggregeerde bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten
Voor hun bedrijfsopbrengsten zijn de associaties deels afhankelijk van een rechtstreekse tussenkomst van de overheid (decretale toelage) en deels van de bijdragen van de partners (lidgelden). Afzonderlijke projecten worden eveneens door de overheid of door andere instanties gefinancierd. De kosten en de opbrengsten van de vereniging worden niet beïnvloed door de projecten. De bewegingen rond de projecten zijn neutraal wat inkomsten en uitgaven betreft en indien er toch overschotten zijn dan worden ze via de bestemde fondsen in de jaarrekening tot uiting gebracht. De ‘brutomarge’ wordt berekend als het verschil tussen de opbrengsten van de vzw en haar belangrijkste kosten. Onder de opbrengsten worden de omzet, de subsidies, de lidgelden, de schenkingen en de legaten opgenomen. Andere bedrijfsopbrengsten zitten niet vervat in de brutomarge aangezien ze niet rechtstreeks verkregen zijn in het kader van de activiteiten van de vereniging. Onder de kosten worden de kosten van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen opgenomen omdat deze in rechtstreeks verband staan met de omzet. De omzet bestaat uit het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening. De tegemoetkomingen van de overheid en de ontvangen lidgelden, de schenkingen en de legaten worden onder rubriek 73 gecatalogeerd. De basissubsidie voorzien voor de associaties werd voor het eerst toegekend in 2008. Deze decretale toelage voor de werking van de vzw wordt jaarlijks aangepast aan de muntontwaarding. In 2008 bedroeg ze 101.900 EUR per associatie. In 2018 is de basissubsidie gestegen naar 110.800 EUR. De bijdrage van de leden partners van de associatie wordt jaarlijks vastgelegd op basis van gemeenschappelijk overleg. In het boekjaar 2018 realiseren de associaties samen een negatieve brutomarge van 147.769 EUR. Deze brutomarge ligt 200.891 EUR of 378,17% lager dan in 2017. Dit is toe te schrijven aan de minder gunstige evolutie van de cijfers van de UAB (-122.146 EUR), de AUHL (-118.286 EUR) en de Associatie KU Leuven (-18.506 EUR) t.o.v. deze van het boekjaar 2017. Bij de AU Gent (+23.085 EUR) en de AUHA (+34.963 EUR) stijgt de bruto-marge t.o.v. deze van het boekjaar 2017. Artikel II.14 van de Codex Hoger Onderwijs stipuleert dat de partners een personeelslid kunnen belasten met een opdracht bij de associatie, ongeacht de aard van de tewerkstelling. Het betrokken personeelslid blijft gedurende de opdracht wel behoren tot de terbeschikkingstellende instelling. Er worden dan ook door geen enkele associatie kosten voor bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen opgegeven. De geaggregeerde kosten voor ‘afschrijvingen en waardeverminderingen op OK/IVA/MVA’ liggen 6.009 EUR of 40,40% hoger in 2018 dan in 2017. De ‘andere bedrijfskosten’ omvatten o.a. de minwaarde op vorderingen en de onderschatting van leveranciersschuld. Deze geaggregeerde kosten liggen 600 EUR of 36,88% lager in 2018 dan in 2017. 7
2.2.2
Geaggregeerd bedrijfsoverschot / bedrijfstekort
Het bedrijfsoverschot van 2017 evolueerde naar een bedrijfstekort in 2018. De associaties boeken in 2018 samen een bedrijfstekort van 169.677 EUR. Vertaald in een absoluut cijfer betekent dit een minopbrengst van 206.300 EUR t.o.v. 2017. Dit is toe te schrijven aan de substantiële afname van de brutomarge. Vanaf 2014 wordt de volledige subsidie van de Vlaamse overheid voor de industriële onderzoeksfondsen uitsluitend aan de associaties overgemaakt. Als gevolg hiervan is er in 2014 een belangrijke toename te noteren bij de rubriek ‘subsidies’ van de UAB en de AUHA. De Associatie KU Leuven, de AUGent en de AUHL beslisten vroeger reeds deze dotatie op associatieniveau te houden. Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort) 1.000.000
800.000 600.000 400.000
eenheden euro
200.000 0 (200.000) (400.000) (600.000) (800.000) (1.000.000)
2014
2015
2016
2017
2018
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
728.936
(474.934)
(791.113)
36.623
(169.677)
Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)
Evolutie bedrijfsoverschot (bedrijfstekort) : .
codes
ten opzichte van jaarrekening 2017
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR18-JR17
JR18-JR17
2017
2018
absolute
relatieve
wijziging
wijziging
(eenheden euro)
Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)
2.2.3
(+) / (-)
9901
36.623
(169.677)
- 206.300
- 563,31 %
Geaggregeerd financieel resultaat
Het financieel resultaat is het verschil tussen de financiële opbrengsten en de financiële kosten. De financiële opbrengsten van de associaties omvatten o.a. bankinteresten uit spaartegoed en betalingsverschillen. De financiële kosten omvatten o.a. bankkosten, betalingsverschillen en roerende voorheffing op interesten.
8
In het boekjaar 2018 realiseren de associaties samen een financieel resultaat van -636 EUR. De financiële opbrengsten dalen in 2018 met 1,11% en de financiële kosten stijgen met 32,61%. In 2018 realiseerden de associaties samen dan ook een financieel resultaat dat 286 EUR of 81,75% lager ligt dan in 2017. De financiële opbrengsten dalen het meest bij de AUHA (-102 EUR), gevolgd door de Associatie KU Leuven (-4 EUR). De AUGent en de AUHL hebben noch in 2017, noch in 2018 financiële opbrengsten. Bij de UAB stijgen de financiële opbrengsten met 100 EUR. De financiële kosten dalen bij de AUHA (-29 EUR). Bij de AUGent zijn er geen financiële kosten. Ze stijgen bij de Associatie KU Leuven (+153 EUR), bij de UAB (+153 EUR) en bij de AUHL (+3 EUR). Financiële opbrengsten / kosten RR |75/65| 10.000
8.000
eenheden euro
6.000
4.000
2.000
0
(2.000)
2014
2015
2016
2017
2018
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
8.927
1.560
114
(350)
(636)
Financieel resultaat
Evolutie financiële opbrengsten / kosten : .
codes
ten opzichte van jaarrekening 2017
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR18-JR17
JR18-JR17
2017
2018
absolute
relatieve
wijziging
wijziging
(eenheden euro)
Financiële opbrengsten
75
510
504
-6
- 1,11 %
Financiële kosten
65
860
1.140
+ 280
+ 32,61 %
75/65
(350)
(636)
- 286
- 81,75 %
Financieel resultaat
(+) / (-)
In 2018 geven het bedrijfstekort van 169.677 EUR en het financieel resultaat van -636 EUR samen een tekort uit de gewone bedrijfsuitoefening van 170.313 EUR. Dit is 206.586 EUR of 569,53% minder dan in 2017.
9
2.2.4
Geaggregeerd uitzonderlijk resultaat
Het uitzonderlijk resultaat is het verschil tussen de uitzonderlijke opbrengsten en de uitzonderlijke kosten. De uitzonderlijke opbrengsten van de associaties betreffen niet-recurrente en/of niet gebruikelijke opbrengsten zoals o.a. de meerwaarde bij de verkoop van een vast actief of een eenmalige gift die niet als bestendig vermogensmiddel kan worden geboekt. De uitzonderlijke kosten omvatten o.a. te retourneren subsidies. In 2014 waren er noch uitzonderlijke opbrengsten, noch uitzonderlijke kosten en bedroeg het uitzonderlijk resultaat dus 0 EUR. Het positief uitzonderlijk resultaat van 2015 is uitsluitend toe te schrijven aan de AUHA en dit van 2016 aan de AUGent. In 2017 boekt geen enkele associatie uitzonderlijke opbrengsten. De AUGent boekt wel uitzonderlijke kosten. In 2018 noteren de associaties noch uitzonderlijke opbrengsten, noch uitzonderlijke kosten. Uitzonderlijke opbrengsten / kosten RR |76/66| 180.000 160.000 140.000
eenheden euro
120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 (20.000)
Uitzonderlijk resultaat
2014
2015
2016
2017
2018
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
0
164.071
4.569
(18)
0
10
Evolutie uitzonderlijke opbrengsten / kosten : .
codes
ten opzichte van jaarrekening 2017
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR18-JR17
JR18-JR17
2017
2018
absolute
relatieve
wijziging
wijziging
(eenheden euro)
Uitzonderlijke opbrengsten
76
0
0
+0
Uitzonderlijke kosten
66
18
0
- 18
- 100,00 %
76/66
(18)
0
+ 18
+ 100,00 %
Uitzonderlijk resultaat
2.2.5
(+) / (-)
Evolutie en opbouw van het geaggregeerd resultaat van het boekjaar
Het resultaat dat de associaties uit hun activiteiten behalen, is negatief. De associaties boeken in 2018 samen een tekort van het boekjaar van 170.313 EUR. Dit is 206.568 EUR of 569,76% minder dan in het boekjaar 2017.
Overschot (Tekort) van het boekjaar 1.000.000
800.000 600.000 400.000
eenheden euro
200.000 0 (200.000) (400.000) (600.000) (800.000) (1.000.000)
Overschot (Tekort) van het boekjaar
2014
2015
2016
2017
2018
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
737.863
(309.304)
(786.430)
36.255
(170.313)
Dit tekort van het boekjaar is opgebouwd uit 3 componenten: het bedrijfstekort (9901), het financieel resultaat (75/65) en het uitzonderlijk resultaat (76/66). Evolutie overschot / tekort van het boekjaar : .
codes
ten opzichte van jaarrekening 2017
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR18-JR17
JR18-JR17
2017
2018
absolute
relatieve
wijziging
wijziging
(eenheden euro)
Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)
(+) / (-)
9901
36.623
(169.677)
- 206.300
- 563,31 %
Financieel resultaat
(+) / (-)
75/65
(350)
(636)
- 286
- 81,75 %
Uitzonderlijk resultaat
(+) / (-)
76/66
(18)
0
+ 18
+ 100,00 %
Overschot (Tekort) van het boekjaar
(+) / (-)
9904
36.255
(170.313)
- 206.568
- 569,76 %
11
Overschot (Tekort) van het boekjaar
codes
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
2014
2015
2016
2017
2018
(% aandeel in overschot (tekort) van het boekjaar)
Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)
(+) / (-)
9901
98,79 %
153,55 %
100,60 %
101,01 %
99,63 %
Financieel resultaat
(+) / (-)
75/65
1,21 %
- 0,50 %
- 0,01 %
- 0,96 %
0,37 %
Uitzonderlijk resultaat
(+) / (-)
76/66
0,00 %
- 53,05 %
- 0,58 %
- 0,05 %
0,00 %
Overschot (Tekort) van het boekjaar
(+) / (-)
9904
100,00 %
100,00 %
100,00 %
100,00 %
100,00 %
2.3 JAARREKENING: ENKELE KENGETALLEN PER ASSOCIATIE Overschot (Tekort) van het boekjaar per associatie - Boekjaar 2018
Overschot (Tekort) van het
Bedrijfsoverschot (Bedrijfstekort)
Financieel resultaat
Boekjaar (absolute bedragen in eenheden euro)
Associatie KU Leuven
Bedrag
Uitzonderlijk resultaat
RR |75/65| % Ag A
Bedrag
% Ag A
% O/T
Bedrag
% Ag A
RR |76/66| % O/T
Bedrag
% Ag A
% O/T
(24.190)
14,20 %
(23.680)
13,96 %
97,89 %
(510)
80,22 %
2,11 %
0
0,00 %
(3.827)
2,25 %
(3.827)
2,26 %
100,00 %
0
0,00 %
0,00 %
0
0,00 %
AUHA
(34.097)
20,02 %
(33.906)
19,98 %
99,44 %
(191)
30,06 %
0,56 %
0
0,00 %
AUHL
(142.288)
83,54 %
(142.228)
83,82 %
99,96 %
(59)
9,31 %
0,04 %
0
0,00 %
34.089
- 20,02 %
33.964
- 20,02 %
99,63 %
125
- 19,59 %
0,37 %
0
(170.313)
100,00 %
(169.677)
100,00 %
99,63 %
(636)
100,00 %
0,37 %
0
99,38 %
(127)
0,62 %
0
(142.288)
- 20,02 %
(142.228)
- 20,02 %
97,89 %
(510)
- 19,59 %
0,00 %
0
0,00 %
0,00 %
34.089
83,54 %
33.964
83,82 %
100,00 %
125
80,22 %
2,11 %
0
0,00 %
0,00 %
AUGent
UAB Aggregatie A Rekenkundig gemiddelde Laagste waarde Hoogste waarde
(34.063)
(33.935)
0,00 % 0,00 %
0,00 % 0,00 %
% Ag A = procentueel aandeel van de rubriek in het geaggregeerd bedrag van de associaties % O/T = procentueel aandeel van de rubriek in het overschot (tekort) van het boekjaar van de associatie
In 2018 bedraagt het tekort van het boekjaar van de associaties samen 170.313 EUR. Hierin verwerft de AUHL met -142.288 EUR of 83,54% het grootste individuele aandeel. De AUHA heeft een tekort van het boekjaar van 34.097 EUR (20,02%), gevolgd door de Associatie KU Leuven met 24.190 EUR (14,20%) en ten slotte de AUGent met 3.827 EUR (2,25%). De UAB tekent een overschot van het boekjaar op van 34.089 EUR (-20,02%). Het geaggregeerd bedrijfstekort bedraagt 169.677 EUR. Hierin verwerft de AUHL met 83,82% het grootste individuele aandeel, gevolgd door de AUHA (19,98%), de Associatie KU Leuven (13,96%) en ten slotte de AUGent (2,26%). De UAB is de enige associatie met een bedrijfsoverschot (-20,02%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het overschot/tekort (JR9901) van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de AUGent (100,00%) en het kleinst bij de Associatie KU Leuven (97,89%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt 99,63%. Het geaggregeerd financieel resultaat bedraagt -636 EUR. Hierin verwerft de Associatie KU Leuven met 80,22% het grootste individuele aandeel, gevolgd door de AUHA (30,06%), de AUHL (9,31%) en de AUGent (0,00%). De UAB verwerft met -19,59% het kleinste individuele aandeel. Het procentueel aandeel van deze rubriek in het overschot/tekort van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de Associatie KU Leuven (2,11%) en het kleinst bij de AUGent (0,00%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt 0,37 %. Het geaggregeerd uitzonderlijk resultaat bedraagt 0 EUR. Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt dus 0,00%. 12
2.4 GEAGGREGEERDE BALANS BALANS NA WINSTVERDELING
ACTIVA
codes
(eenheden euro)
VASTE ACTIVA
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
2014
2015
2016
2017
2018
109.743
53.383
36.917
18.245
46.579
Oprichtingskosten
20
0
0
0
0
0
Immateriële vaste activa
21
0
0
0
0
0
Materiële vaste activa
20/28
JR - Boekjaar
22/27
94.693
38.299
21.819
18.195
46.529
Terreinen en gebouwen Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
22 22/91 22/92
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Installaties, machines en uitrusting Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
23 231 232
44.062
3.564
1.020
291
2.248
44.062
3.564
1.020
291
2.248
0
0
0
0
0
Meubilair en rollend materieel Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
24 241 242
50.631
34.735
20.800
17.904
44.281
50.631
34.735
20.800
17.904
44.281
0
0
0
0
0
Leasing en soortgelijke rechten
25
0
0
0
0
0
Overige matriële vaste activa Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
26 261 262
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Activa in aanbouw en voortuitbetalingen
27
0
0
0
0
0
28
15.050
15.084
15.098
50
50
13.442.727
10.828.221
9.713.630
8.149.295
9.131.458
Financiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen op meer dan één jaar
29/58 29
0
0
0
0
0
Handelsvorderingen
290
0
0
0
0
0
Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente
291
0
0
0
0
0
2915
0
0
0
0
0
Voorraden en bestellingen in uitvoering Voorraden Bestellingen in uitvoering Vorderingen op ten hoogste één jaar
3
0
0
0
0
0
30/36
0
0
0
0
0
37
0
0
0
0
0
1.445.597
1.439.129
1.389.914
1.292.546
1.237.878
40/41
Handelsvorderingen
40
978.392
1.159.548
1.104.841
943.396
897.911
Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente
41
467.205
279.582
285.073
349.150
339.967
415
0
0
0
0
0
Geldbeleggingen
50/53
0
0
0
0
0
Liquide middelen
54/58
9.847.741
7.226.739
6.171.196
4.361.804
5.389.695
Overlopende rekeningen
490/1
2.149.389
2.162.352
2.152.520
2.494.944
2.503.885
TOTAAL VAN DE ACTIVA
20/58
13.552.470
10.881.604
9.750.546
8.167.540
9.178.037
13
BALANS NA WINSTVERDELING
PASSIVA
codes
(eenheden euro)
EIGEN VERMOGEN Fondsen van de vereniging
10/15
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
2014
2015
2016
2017
2018
3.007.888
2.698.102
1.911.672
1.947.929
1.777.616
10
641.077
641.077
641.077
641.077
641.077
Beginvermogen
100
641.077
641.077
641.077
641.077
641.077
Permanente financiering
101
0
0
0
0
0
Herwaarderingsmeerwaarden
12
0
0
0
0
0
Bestemde fondsen
13
1.161.765
974.775
272.606
579.812
477.845
Overgedragen winst (verlies)
14
1.205.046
1.082.249
997.990
727.040
658.693
Kapitaalsubsidies
15
0
0
0
0
0
VOORZIENINGEN Voorzieningen voor risico's en kosten Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht SCHULDEN
16
0
0
0
0
0
160/5
0
0
0
0
0
168
0
0
0
0
0
10.544.584
8.183.504
7.838.874
6.219.611
7.400.422
17
0
0
0
0
0
170/4 172/3 174/0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Handelsschulden
175
0
0
0
0
0
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
176
0
0
0
0
0
Overige schulden Rentedragend Niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente Borgtochten ontvangen in contanten
179 1790 1791 1792
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
42/48
10.536.750
8.168.314
7.833.516
6.210.809
7.397.894
Schulden op meer dan één jaar Financiële schulden Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden Overige leningen
IX. Schulden op ten hoogste één jaar Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
17/49
42
0
0
0
0
0
Financiële schulden Kredietinstellingen Overige leningen
43 430/8 439
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Handelsschulden Leveranciers Te betalen wissels
44 440/4 441
5.812.319
5.750.666
6.314.559
5.910.675
5.982.142
5.812.319
5.750.666
6.314.559
5.910.675
5.982.142
0
0
0
0
0
46
2.448.105
103.064
11.254
0
0
45
0
0
0
0
0
450/3 454/9
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2.276.326
2.314.585
1.507.704
300.133
1.415.752
480/8
0
0
0
0
0
4890
0
0
0
0
0
4891
2.276.326
2.314.585
1.507.704
300.133
1.415.752
492/3
7.834
15.189
5.357
8.802
2.528
2
1
0
0
0
13.552.474
10.881.606
9.750.546
8.167.540
9.178.037
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Diverse schulden Vervallen obligaties, coupons en borgtochten ontvangen in contanten Andere rentedragende schulden Andere schulden, niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente Overlopende rekeningen
48
Correctie wegens afrondingsverschillen TOTAAL VAN DE PASSIVA
10/49
14
2.4.1
Activa
2.4.1.1
Horizontale analyse: jaarrekening 2017 – jaarrekening 2018
De totale balanswaarde van alle associaties samen bedraagt 9.178.037 EUR op 31 december 2018 tegenover 8.167.540 EUR op 31 december 2017. Deze stijging met 1.010.497 EUR of 12,37% is in de eerste plaats toe te schrijven aan de vlottende activa. Evolutie balans - ACTIVA : .
codes
ten opzichte van jaarrekening 2017
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR18-JR17
JR18-JR17
2017
2018
absolute
relatieve
wijziging
wijziging
(eenheden euro)
VASTE ACTIVA
20/28
18.245
46.579
+ 28.334 +0
+ 155,30 %
Oprichtingskosten
20
0
0
Immateriële vaste activa
21
0
0
+0
18.195
46.529
+ 28.334
+ 155,73 %
50
50
+0
+ 0,00 %
8.149.295
9.131.458
+ 982.163
+ 12,05 %
0
0
+0
Materiële vaste activa
22/27
Financiële vaste activa
28
VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen op meer dan één jaar Voorraden en bestellingen in uitvoering
29/58 29
0
0
+0
Vorderingen op ten hoogste één jaar
40/41
3
1.292.546
1.237.878
- 54.669
- 4,23 %
Geldbeleggingen + Liquide middelen
50/58
4.361.804
5.389.695
+ 1.027.891
+ 23,57 %
Overlopende rekeningen
490/1
2.494.944
2.503.885
+ 8.941
+ 0,36 %
TOTAAL VAN DE ACTIVA
20/58
8.167.540
9.178.037
+ 1.010.497
+ 12,37 %
De geaggregeerde vaste activa bedragen 46.579 EUR op 31 december 2018. Dit is een stijging t.o.v. 2017 met 28.334 EUR of 155,30%. De materiële vaste activa dalen bij drie van de vijf associaties. Bij de AUHA en de UAB is er een stijging. De substantiële stijging van de materiële vaste activa is echter hoofdzakelijk toe te schrijven aan de AUHA (+26.046 EUR). De geaggregeerde vlottende activa bedragen 9.131.458 EUR op 31 december 2018. Dit is een stijging t.o.v. 2017 met 982.163 EUR of 12,05%. De vorderingen op ten hoogste één jaar stijgen bij de AUHL (+44.131 EUR) en de AUGent (+27.870 EUR). Bij de AUHA (-97.741 EUR) is er echter een aanzienlijke daling evenals bij de UAB (-28.928 EUR). De Associatie KU Leuven heeft geen vorderingen in 2017, noch in 2018. Deze vorderingen betreffen vooral vorderingen die de associaties hebben op de subsidiërende entiteiten voor nog te verkrijgen subsidies. De stijging van de vlottende activa is in de eerste plaats het gevolg van de vermeerdering van het bedrag aan geldbeleggingen en liquide middelen. De som van de geldbeleggingen en liquide middelen bedraagt in 2017 op geaggregeerd niveau 4.361.804 EUR en stijgt in 2018 met 23,57% naar 5.389.695 EUR.
15
In 2018 heeft geen enkele associatie geldbeleggingen. Bij twee associaties is er een daling van de liquide middelen. Deze daling is in absolute cijfers het grootst bij de AUHL met 102.727 EUR (-21,21%), gevolgd door de AUGent met 47.976 EUR (-52,40%). Bij de Associatie KU Leuven stijgen de liquide middelen met 1.079.160 EUR (+203,41%), gevolgd door de UAB met 96.722 EUR (+3,15%) en ten slotte de AUHA met 2.713 EUR (+1,45%). De hoogte van de liquide middelen wordt grotendeels bepaald door de ontvangst van de subsidies voor externe projecten, waarvan doorstorting nog niet gebeurde per einde boekjaar. 2.4.1.2
Verticale analyse: jaarrekening 2017 – jaarrekening 2018
In de verticale analyse wordt elke balansrubriek geplaatst t.o.v. het balanstotaal, met als doel zicht te krijgen op de structuurwijzigingen binnen de activa en de passiva. BALANS - Verticale analyse activa
ACTIVA
codes
(% aandeel in balanstotaal)
VASTE ACTIVA
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
2014
2015
2016
2017
2018
20/28
0,81 %
0,49 %
0,38 %
0,22 %
0,51 %
Oprichtingskosten
20
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Immateriële vaste activa
21
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
22/27
0,70 %
0,35 %
0,22 %
0,22 %
0,51 %
Terreinen en gebouwen Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
22 22/91 22/92
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Installaties, machines en uitrusting Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
23 231 232
0,33 %
0,03 %
0,01 %
0,00 %
0,02 %
0,33 %
0,03 %
0,01 %
0,00 %
0,02 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Meubilair en rollend materieel Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
24 241 242
0,37 %
0,32 %
0,21 %
0,22 %
0,48 %
0,37 %
0,32 %
0,21 %
0,22 %
0,48 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Leasing en soortgelijke rechten
25
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Overige matriële vaste activa Die volle eigendom zijn van de vereniging Overige
26 261 262
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Activa in aanbouw en voortuitbetalingen
27
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
28
0,11 %
0,14 %
0,15 %
0,00 %
0,00 %
29/58
99,19 %
99,51 %
99,62 %
99,78 %
99,49 %
29
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Handelsvorderingen
290
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente
291
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
2915
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Materiële vaste activa
Financiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen op meer dan één jaar
Voorraden en bestellingen in uitvoering
3
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
30/36
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
37
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
40/41
10,67 %
13,23 %
14,25 %
15,83 %
13,49 %
Handelsvorderingen
40
7,22 %
10,66 %
11,33 %
11,55 %
9,78 %
Overige vorderingen waarvan niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente
41
3,45 %
2,57 %
2,92 %
4,27 %
3,70 %
415
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Voorraden Bestellingen in uitvoering Vorderingen op ten hoogste één jaar
Geldbeleggingen
50/53
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Liquide middelen
54/58
72,66 %
66,41 %
63,29 %
53,40 %
58,72 %
Overlopende rekeningen
490/1
15,86 %
19,87 %
22,08 %
30,55 %
27,28 %
TOTAAL VAN DE ACTIVA
20/58
13.552.470
10.881.604
9.750.546
8.167.540
9.178.037
16
De vaste activa bedragen 0,22 % van het balanstotaal in de jaarrekening 2017 en 0,51 % van het balanstotaal in de jaarrekening 2018. De vlottende activa bedragen 99,78 % in 2017 en 99,49 % in 2018. Er is dus een kleine beweging van de vlottende naar de vaste activa. In het boekjaar 2018 bestaan de vaste activa voor 0,51 % uit materiële vaste activa en voor 0,00% uit financiële vaste activa. De vlottende activa bestaan voor 58,72% uit liquide middelen, voor 27,28% uit overlopende rekeningen en voor 13,49% uit vorderingen op ten hoogste één jaar.
2.4.2
Passiva
2.4.2.1
Horizontale analyse jaarrekening 2017 – jaarrekening 2018
BALANS PASSIVA - Evolutie ten opzichte van JAARREKENING 2017
Evolutie balans - PASSIVA : .
codes
ten opzichte van jaarrekening 2017
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR18-JR17
JR18-JR17
2017
2018
absolute
relatieve
wijziging
wijziging
(eenheden euro)
EIGEN VERMOGEN
10/15
1.947.929
1.777.616
- 170.313
- 8,74 %
641.077
641.077
+0
+ 0,00 %
Fondsen van de vereniging
10
Herwaarderingsmeerwaarden
12
0
0
+0
Bestemde fondsen
13
579.812
477.845
- 101.967
- 17,59 %
Overgedragen winst (verlies)
14
727.040
658.693
- 68.346
- 9,40 %
Kapitaalsubsidies
15
0
0
+0
VOORZIENINGEN
16
0
0
+0
160/5
0
0
+0
168
0
0
+0
6.219.611
7.400.422
+ 1.180.811
0
0
+0
Voorzieningen voor risico's en kosten Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar
17/49 17
+ 18,99 %
Schulden op ten hoogste één jaar
42/48
6.210.809
7.397.894
+ 1.187.085
+ 19,11 %
Overlopende rekeningen
492/3
8.802
2.528
- 6.274
- 71,28 %
TOTAAL DER PASSIVA
10/49
8.167.540
9.178.037
+ 1.010.497
+ 12,37 %
Het geaggregeerd eigen vermogen van de associaties bedraagt 1.947.929 EUR in 2017 en daalt met 170.313 EUR of 8,74% naar 1.777.616 EUR in 2018. Dit is in de eerste plaats toe te schrijven aan een daling van de bestemde fondsen bij drie associaties. Bij de UAB dalen de bestemde fondsen het meest met 59.204 EUR (-21,07%), gevolgd door de AUHA met 34.097 EUR (-23,32%) en de AUGent met 8.666 EUR (-5,68%). De Associatie KU Leuven en de AUHL hebben noch in 2017, noch in 2018 bestemde fondsen. Het overgedragen verlies van de Associatie KU Leuven stijgt met 24.190 EUR. De overgedragen winst daalt bij de AUHL met 142.288 EUR (-31,71%) en ze stijgt het meest bij de UAB met 93.292 EUR (+24,97%), gevolgd door de AUGent met 4.839 EUR (+13,23%).
17
In het boekjaar 2018 zien we een stijging van de geaggregeerde schulden met 1.180.811 EUR of 18,99%. Geen enkele associatie heeft schulden op meer dan één jaar. De schulden op ten hoogste één jaar stijgen met 1.187.085 EUR of 19,11% t.o.v. 2017. Dit is in de eerste plaats toe te schrijven aan de substantiële stijging van deze schulden bij de Associatie KU Leuven met 1.103.344 EUR (+5.172,01%), gevolgd door de AUHL met 83.335 EUR (+24,92%) en de UAB met 37.622 EUR (+1,17%). Deze schulden dalen bij de AUHA het meest met 29.331 EUR (-14,66%), gevolgd door de AUGent met 7.885 EUR (-0,32%).
2.4.2.2
Verticale analyse: jaarrekening 2017 – jaarrekening 2018
In 2017 bestaan de passiva voor 23,85% uit eigen vermogen en voor 76,15% uit schulden. De structuuranalyse van de passiva in 2018 toont een substantiële verschuiving met 19,37% eigen vermogen en 80,63% schulden. Het eigen vermogen van de associaties neemt dus af en de financiële onafhankelijkheid wordt daardoor kleiner.
18
BALANS - Verticale analyse passiva
PASSIVA
codes
(% aandeel in balanstotaal)
EIGEN VERMOGEN
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
2014
2015
2016
2017
2018
10/15
22,19 %
24,80 %
19,61 %
23,85 %
19,37 %
10
4,73 %
5,89 %
6,57 %
7,85 %
6,98 %
Beginvermogen
100
4,73 %
5,89 %
6,57 %
7,85 %
6,98 %
Permanente financiering
101
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Herwaarderingsmeerwaarden
12
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Bestemde fondsen
13
8,57 %
8,96 %
2,80 %
7,10 %
5,21 %
Overgedragen winst (verlies)
14
8,89 %
9,95 %
10,24 %
8,90 %
7,18 %
Kapitaalsubsidies
15
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Fondsen van de vereniging
VOORZIENINGEN
16
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
160/5
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
168
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
17/49
77,81 %
75,20 %
80,39 %
76,15 %
80,63 %
17
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
170/4 172/3 174/0
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Handelsschulden
175
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
176
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Overige schulden Rentedragend Niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente Borgtochten ontvangen in contanten
179 1790 1791 1792
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
42/48
77,75 %
75,07 %
80,34 %
76,04 %
80,60 %
Voorzieningen voor risico's en kosten Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar Financiële schulden Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden Overige leningen
Schulden op ten hoogste één jaar Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
42
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Financiële schulden Kredietinstellingen Overige leningen
43 430/8 439
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Handelsschulden Leveranciers Te betalen wissels
44 440/4 441
42,89 %
52,85 %
64,76 %
72,37 %
65,18 %
42,89 %
52,85 %
64,76 %
72,37 %
65,18 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
46
18,06 %
0,95 %
0,12 %
0,00 %
0,00 %
45
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
16,80 %
21,27 %
15,46 %
3,67 %
15,43 %
480/8
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
4890
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
4891
16,80 %
21,27 %
15,46 %
3,67 %
15,43 %
Overlopende rekeningen
492/3
0,06 %
0,14 %
0,05 %
0,11 %
0,03 %
TOTAAL VAN DE PASSIVA
10/49
13.552.474
10.881.606
9.750.546
8.167.540
9.178.037
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Diverse schulden Vervallen obligaties, coupons en borgtochten ontvangen in contanten Andere rentedragende schulden Andere schulden, niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente
450/3 454/9 48
19
BALANS - Verticale analyse passiva
PASSIVA
codes
(% aandeel in balanstotaal)
EIGEN VERMOGEN
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
JR - Boekjaar
2013
2014
2015
2016
2017
10/15
47,63 %
22,19 %
24,80 %
19,61 %
23,85 %
10
13,45 %
4,73 %
5,89 %
6,57 %
7,85 %
Beginvermogen
100
13,45 %
4,73 %
5,89 %
6,57 %
7,85 %
Permanente financiering
101
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Herwaarderingsmeerwaarden
12
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Bestemde fondsen
13
7,62 %
8,57 %
8,96 %
2,80 %
7,10 %
Overgedragen winst (verlies)
14
26,56 %
8,89 %
9,95 %
10,24 %
8,90 %
Kapitaalsubsidies
15
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Fondsen van de vereniging
VOORZIENINGEN
16
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
160/5
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
168
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
17/49
52,37 %
77,81 %
75,20 %
80,39 %
76,15 %
17
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
170/4 172/3 174/0
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Handelsschulden
175
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
176
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Overige schulden Rentedragend Niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente Borgtochten ontvangen in contanten
179 1790 1791 1792
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
42/48
52,28 %
77,75 %
75,07 %
80,34 %
76,04 %
Voorzieningen voor risico's en kosten Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar Financiële schulden Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden Overige leningen
Schulden op ten hoogste één jaar Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
42
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Financiële schulden Kredietinstellingen Overige leningen
43 430/8 439
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
Handelsschulden Leveranciers Te betalen wissels
44 440/4 441
48,12 %
42,89 %
52,85 %
64,76 %
72,37 %
48,12 %
42,89 %
52,85 %
64,76 %
72,37 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
46
0,69 %
18,06 %
0,95 %
0,12 %
0,00 %
45
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
3,47 %
16,80 %
21,27 %
15,46 %
3,67 %
480/8
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
4890
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
0,00 %
4891
3,47 %
16,80 %
21,27 %
15,46 %
3,67 %
Overlopende rekeningen
492/3
0,09 %
0,06 %
0,14 %
0,05 %
0,11 %
TOTAAL VAN DE PASSIVA
10/49
4.768.089
13.552.474
10.881.606
9.750.546
8.167.540
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Diverse schulden Vervallen obligaties, coupons en borgtochten ontvangen in contanten Andere rentedragende schulden Andere schulden, niet-rentedragend of gekoppeld aan een abnormaal lage rente
450/3 454/9 48
20
3 FINANCIERING VAN PROJECTEN Naast de werking van de vzw worden er ook afzonderlijke projecten van de associaties gefinancierd door de overheid of andere instanties. In de tabellen die hieronder worden weergegeven komen de cijfers voor zoals ze werden opgenomen in de diverse ministeriĂŤle besluiten. In sommige gevallen sluiten deze cijfers niet aan bij de cijfers die worden teruggevonden in de jaarrekening van de associaties. De reden hiervoor is dat de subsidies dikwijls in verschillende schijven worden gestort. Het is dan ook mogelijk dat een bepaalde schijf die betrekking heeft op een boekjaar pas het volgende boekjaar wordt ontvangen.
3.1 INTERFACEDIENST De interfacedienst van de associatie staat in voor de bevordering van de wisselwerking tussen de associatie en het bedrijfsleven en voor de economische valorisatie van het wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd bij de partners van de associatie. Valorisatie van onderzoeksresultaten houdt in dat de ontwikkelde kennis, resultaten van wetenschappelijk onderzoek en technologie van de associatie ter beschikking worden gesteld van de samenleving, waaronder in de eerste plaats de industrie. Mogelijke interfaceactiviteiten zijn o.a. de stimulering en organisatie van contactmomenten, de juridische en financiĂŤle ondersteuning bij het opstellen van contracten, sensibiliserings- en opleidingsactiviteiten voor de valorisatie van onderzoek, begeleiding bij het opstellen van een valorisatieplan, opsporing van bedrijven voor mogelijke exploitatie, bescherming van intellectuele eigendom (octrooiaanvraag en -beheer, licentieovereenkomsten, auteursrechten) en de oprichting van spin-offbedrijven. De associaties ontvangen via het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) subsidies van de Vlaamse overheid die bijdragen in de kosten van de interfacewerking. Deze subsidie past in het ruimere geheel van inspanningen om de wisselwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en economische actoren te versterken. De subsidie wordt verdeeld volgens een verdeelsleutel die rekening houdt met de verdeling van het wetenschappelijk personeel in VTE op basis van de VLIR personeelsstatistieken. Ze wordt aangewend voor de financiering van personeels-, werkings- en overheadkosten. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de subsidies die bij ministerieel besluit werden toegekend. Interfacedienst . Associatie KU Leuven . AUGent . AUHA . AUHL . UAB Totaal
2014 1.204.160,60 941.734,20 362.160,20 106.206,20 327.738,80 2.942.000,00
Procentueel 40,93% 32,01% 12,31% 3,61% 11,14% 100,00%
2015 1.175.292,80 919.252,80 353.473,60 150.000,00 319.980,80 2.918.000,00
Procentueel 40,28% 31,50% 12,11% 5,14% 10,97% 100,00%
2016 1.175.292,80 919.252,80 353.473,60 150.000,00 319.980,80 2.918.000,00
Procentueel 40,28% 31,50% 12,11% 5,14% 10,97% 100,00%
2017 1.175.173,91 919.159,81 353.437,85 152.280,00 319.951,43 2.920.003,00
Procentueel 40,25% 31,48% 12,10% 5,22% 10,96% 100,00%
2018 1.174.685,00 918.683,00 353.295,00 153.620,00 319.717,00 2.920.000,00
Procentueel 40,23% 31,46% 12,10% 5,26% 10,95% 100,00%
21
3.2 INDUSTRIEEL ONDERZOEKSFONDS Op 28 mei 2004 hechtte de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan de oprichting van het Industrieel Onderzoeksfonds (IOF) aan de Vlaamse universiteiten (met uitzondering van de HUB-KUBrussel). Een overgangsbesluit voor 2006 en 2007 trad in werking op 8 december 2006. In het overgangsbesluit van 2006 werd het IOF uitgebreid tot het geheel van de associatie: de middelen worden ter beschikking gesteld aan de universiteit en de hogescho(o)l(en) die partner zijn van de associatie waartoe de universiteit behoort. Sommige associaties beslisten om de dotatie op associatieniveau te houden, andere beslisten ze bij de universiteit onder te brengen. Vanaf 2014 worden de middelen uitsluitend aan de associaties overgemaakt. De verdeling van de dotatie voor het Industrieel Onderzoeksfonds van de verschillende associaties gebeurt via versleuteling. De verdeelsleutel combineert 7 gewogen in- en outputparameters en wordt bepaald door het procentuele aandeel van de associatie in: doctoraatsdiploma’s, publicaties en citaties, de industriële contractinkomsten, de contractinkomsten uit het laatst afgesloten Europese Kaderprogramma, de aangevraagde en toegekende octrooien, het aantal gerealiseerde spin-offs en het wetenschappelijk personeelsbestand. Het Industrieel Onderzoeksfonds, onder beheer van de IOF-Raad, sluit aan bij het valorisatiebeleid en slaat een brug tussen het strategisch basisonderzoek, technologische innovatie en industriële samenwerking. Het moet elke universiteit/hogeschool toelaten een eigen beleid te voeren dat gericht is op het opbouwen van een portefeuille aan potentieel toepassingsgerichte kennis, met economische finaliteit. IOF . Associatie KULeuven . AUGent . AUHA . AUHL . UAB Totaal
2014 12.861.250,00 8.691.708,00 2.572.808,00 1.002.126,00 2.581.108,00 27.709.000,00
Procentueel 46,42% 31,37% 9,29% 3,62% 9,32% 100,00%
2015 12.361.968,00 8.623.168,00 2.759.527,00 856.651,00 2.417.686,00 27.019.000,00
Procentueel 45,75% 31,92% 10,21% 3,17% 8,95% 100,00%
2016 12.245.381,00 8.557.251,00 2.873.473,00 880.801,00 2.581.094,00 27.138.000,00
Procentueel 45,12% 31,53% 10,59% 3,25% 9,51% 100,00%
2017 14.908.982,92 10.347.222,54 3.219.893,50 1.023.634,87 3.050.266,17 32.550.000,00
Procentueel 45,80% 31,79% 9,89% 3,14% 9,37% 100,00%
2018 15.055.688,00 10.502.752,00 3.184.045,00 1.033.331,00 3.016.184,00 32.792.000,00
Procentueel 45,91% 32,03% 9,71% 3,15% 9,20% 100,00%
3.3 EXPERTISECEL WETENSCHAPSCOMMUNICATIE De expertisecellen wetenschapscommunicatie zijn vijf entiteiten, opgericht binnen de vijf associaties van universiteiten en hogescholen, met als missie het populariseren van wetenschap en technologie voor schoolgaande jeugd, studenten en het grote publiek. Zij staan in voor de coördinatie van alle activiteiten van hun associatie op het vlak van wetenschapspopularisering en wetenschapscommunicatie. In het kader van het Lissabonakkoord onderneemt de Vlaamse overheid sinds 1994 namelijk tal van initiatieven om het maatschappelijk draagvlak voor wetenschap, techniek en technologische innovatie te verbreden. Dit met het oog op het verhogen van het aantal studenten binnen wetenschappelijke studierichtingen.
22
Sinds 2006 worden de instellingen van het hoger onderwijs als permanente actoren ingeschakeld op het vlak van wetenschapscommunicatie. Na een eerste overeenkomst tussen overheid en hogeronderwijsinstellingen (2005-2006), gevolgd door een overgangsjaar (2007), werd er een kaderovereenkomst op associatieniveau afgesloten die liep van 1 januari 2008 tot 31 december 2011. Deze overeenkomst werd van rechtswege nog verlengd. Vanaf 2010 wordt de jaarlijkse maximale subsidie onderverdeeld in een sokkel en een variabel gedeelte, te berekenen volgens de formule die werd vastgelegd in de kaderovereenkomst. Aan de UAB wordt een bijkomende subsidie van 20.000,00 EUR toegekend, als onderdeel van de sokkel van de jaarlijkse maximale subsidie, voor de coรถrdinatie van de Wetenschapswinkels. De subsidie kan uitsluitend besteed worden aan personeels-, werkings- en uitrustingskosten. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de subsidies die bij ministerieel besluit werden toegekend. Expertisecel Wetenschapscommunicatie . Associatie KU Leuven . AUGent . AUHA . AUHL . UAB Totaal
2014 711.008,00 488.051,00 250.642,00 114.808,00 177.543,00 1.742.052,00
Procentueel 40,81% 28,02% 14,39% 6,59% 10,19% 100,00%
2015 702.990,00 495.805,00 248.415,00 115.419,00 179.370,00 1.741.999,00
Procentueel 40,36% 28,46% 14,26% 6,63% 10,30% 100,00%
2016 694.533,00 498.713,00 254.114,00 123.049,00 179.591,00 1.750.000,00
Procentueel 39,69% 28,50% 14,52% 7,03% 10,26% 100,00%
2017 698.061,00 505.322,00 263.094,00 126.113,00 184.410,00 1.777.000,00
Procentueel 39,28% 28,44% 14,81% 7,10% 10,38% 100,00%
2018 702.457,00 514.895,00 266.062,00 128.007,00 187.579,00 1.799.000,00
Procentueel 39,05% 28,62% 14,79% 7,12% 10,43% 100,00%
3.4 EXPERTISENETWERK LERARENOPLEIDING Het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen heeft naast tal van veranderingen in de lerarenopleiding ook geleid tot de oprichting van zogenaamde expertisenetwerken lerarenopleiding. Een expertisenetwerk is een samenwerkingsverband van lerarenopleidingen uit de universiteit, de hogescholen en de centra voor volwassenenonderwijs. Gekoppeld aan elke associatie werd een expertisenetwerk of een regionaal overlegplatform opgericht. Een beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid vormt het kader voor de activiteiten van elk van deze samenwerkingsverbanden. Voor de uitvoering van de overeenkomsten met de expertisenetwerken en de regionale platformen voorziet de Vlaamse overheid jaarlijks in middelen op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Het toegekende budget bestaat uit een forfaitair bedrag en een variabel bedrag berekend op basis van diploma-aantallen. Vanaf 2016 worden er geen nieuwe bedragen meer toegekend. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de subsidies die bij ministerieel besluit werden toegekend. Expertisenetwerk Lerarenopleiding . Associatie KU Leuven: ENW SoE . AUGent: ENW AUGent . AUHA: ELAnt . AUHL: NOvELLe . UAB: BEO Totaal
2014 1.309.522,04 671.090,71 487.538,32 242.669,93 166.178,99 2.876.999,99
Procentueel 45,52% 23,33% 16,95% 8,43% 5,78% 100,00%
2015 662.476,91 362.779,83 276.615,33 161.667,43 125.760,50 1.589.300,00
Procentueel 41,68% 22,83% 17,40% 10,17% 7,91% 100,00%
2016 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Procentueel 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
2017 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Procentueel 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
2018 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Procentueel 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
23
3.5 SPORT Op basis van het sportdecreet van 3 april 20091 zijn de associaties verantwoordelijk voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van een sportaanbod. Voor de financiering van de uitvoering van hun sportbeleidsplan wordt voorzien in een jaarlijkse subsidie van de Vlaamse Regering via Sport Vlaanderen. De berekening van de subsidies gebeurt jaarlijks via een adviesnota aan de minister die de subsidies al dan niet toekent. De subsidie van de associatie bestaat uit een vast en een variabel bedrag. Elke associatie die voldoet aan de subsidiëringsvoorwaarden ontvangt een sokkelfinanciering van 48.000 EUR. Het andere deel van de subsidie is afhankelijk van het aantal ingeschreven studenten van de associatie op 1 februari van het voorgaande jaar. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van de toegekende subsidies. Sport . Associatie KU Leuven . AUGent . AUHA . AUHL . UAB Totaal
2014 290.594,07 209.592,98 137.500,18 76.453,22 85.859,56 800.000,01
Procentueel 36,32% 26,20% 17,19% 9,56% 10,73% 100,00%
2015 287.272,12 209.196,24 139.603,38 78.093,41 85.834,85 800.000,00
Procentueel 35,91% 26,15% 17,45% 9,76% 10,73% 100,00%
2016 285.741,74 208.923,63 140.820,90 78.756,75 85.756,98 800.000,00
Procentueel 35,72% 26,12% 17,60% 9,84% 10,72% 100,00%
2017 283.232,29 208.408,50 141.236,11 80.431,20 86.691,90 800.000,00
Procentueel 35,40% 26,05% 17,65% 10,05% 10,84% 100,00%
2018 280.004,71 208.181,71 144.026,63 80.273,23 87.513,72 800.000,00
Procentueel 35,00% 26,02% 18,00% 10,03% 10,94% 100,00%
3.6 SUPERCOMPUTER Een goede rekeninfrastructuur is essentieel om toponderzoek te kunnen uitvoeren. In 2007 werd door de Vlaamse overheid het Vlaams Supercomputercentrum (VSC) opgericht, dat officieel werd gelanceerd op 23 maart 2009. Dit virtueel centrum, dat de vijf Vlaamse universitaire associaties samenbrengt, heeft als opdracht het op elkaar afstemmen en integreren van de eigen supercomputerinfrastructuren (Tier-2) en het ter beschikking stellen van hun expertise rond High Performance Computing (HPC) ten behoeve van publiek en privaat gefinancierd onderzoek. Voor de voorbereidende fase (2008-2010) heeft de Vlaamse overheid een bedrag van 2,4 miljoen EUR uitgetrokken. In deze fase kon het VSC rekenen op een gecombineerde financiering van EWI en de Herculesstichting. Deze fase is de eerste aanzet om de bestaande infrastructuur af te stemmen en bijkomend gespecialiseerd personeel aan te trekken voor sensibilisering, opleiding en begeleiding van onderzoekers. In eerste instantie werd de bestaande supercomputerinfrastructuur van de partners verbonden via een optische netwerkverbinding. Op die manier kan elke onderzoeker waar ook in Vlaanderen gebruik maken van de infrastructuur. Naast de financiering van het voorbereidende traject werden er substantiële bedragen uitgetrokken voor de verdere uitbouw. Zo werd voor de investering in de nieuwe generatie supercomputers 10,2 miljoen EUR vastgelegd ten laste van het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven (FFEU-gelden). Het VSC-project wordt al jaren op ad hoc-basis gefinancierd.
1
Decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentenvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiëring van een Vlaamse overkoepelende studentensportvereniging.
24
De eerste Vlaamse supercomputer in deze reeks werd op het einde van 2012 in gebruik genomen en is ondergebracht bij de UGent, die belast is met de technische exploitatie. Hij heeft een prijskaartje van 4,2 miljoen EUR. De Vlaamse Regering heeft de Herculesstichting belast met het beheer van de Tier-1 supercomputer en de financiering van de TIER2 clusters aan de universiteiten. Met de uitbouw van Tier-1 supercomputers in de schoot van het VSC is Vlaanderen klaar om aansluiting te vinden bij grotere Europese initiatieven. Eind 2016 werd met de steun van de Vlaamse overheid een nieuwe supercomputer of ‘HPC Tier-1 infrastructuur’ uitgebouwd in Leuven, die de opvolger is van de Tier-1 aan de UGent. De Leuvense cluster kreeg de naam BrENIAC, verwijzend naar zowel ‘brain’ als ‘ENIAC’, één van de eerste electronische computers voor algemeen gebruik, uitgekomen in 1946.
3.7 ANDERE Naast de hierboven opgesomde subsidies die de associaties ontvangen, zijn er ook een aantal kleinere projecten die worden gesubsidieerd door diverse overheden en die verschillend zijn van associatie tot associatie. Hierna volgt een niet-exhaustieve lijst.
3.7.1
Ecocampus
De professionelen van morgen moeten beschikken over de nodige bagage om complexe vraagstukken over milieu en duurzame ontwikkeling aan te pakken. Hier is een onmiskenbare rol weggelegd voor de Vlaamse associaties. Met het project Ecocampus, dat uitgaat van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid, werden aan het hoger onderwijs forse impulsen gegeven om afgestudeerden af te leveren die milieubewust zijn en naar een duurzame maatschappij streven.
3.7.2
Brutus
BRUTUS staat voor ‘BRUsselse TUtoren voor Scholieren’. Via dit project van de UAB kunnen studenten vanaf hun tweede bachelorjaar aan de VUB en EhB worden opgeleid tot tutor. Een tutor biedt kleine groepjes scholieren in het Brusselse secundair onderwijs extra ondersteuning bij het behalen van hun diploma. Dit project is ingebed in de Specifieke Lerarenopleiding van de VUB in de vorm van een stage. Het project wordt gesteund door de Vlaamse Gemeenschapscommissie in het kader van het Federaal Impulsfonds voor migrantenbeleid en op voorstel van minister Guy Vanhengel. Ook de Koning Boudewijnstichting en BNP Paribas reiken hiervoor subsidies uit. Dit project is afgesloten binnen de UAB in 2017 vanwege inkanteling ervan binnen de VUB.
25
3.7.3
Taal tot de derde macht
Taal tot de derde macht in de lerarenopleiding is een project binnen het Brussels Expertisenetwerk Onderwijs, gesubsidieerd vanuit de Vlaamse overheid. Het omvat meerdere deelprojecten met als hoofddoelstelling het opleiden van toekomstige vakleerkrachten tot taalgerichte lesgevers die werken aan contextrijk, interactief en taalondersteunend onderwijs.
3.7.4
Kunst
Associaties kunnen een werkingssubsidie ontvangen op basis van het kunstendecreet van 2 april 20042. Dit geeft hen de mogelijkheid om een project op het vlak van de kunsten te realiseren, afgerond in tijd en qua doelstelling. De UAB maakte reeds gebruik van deze mogelijkheid.
3.7.5
Droge Voeding Kassa 4
Droge Voeding Kassa 4 was een EWI-project, aangevraagd en uitgevoerd door onderwijskundigen en wetenschappers van de AUHL. Dit project werd gedeeltelijk gesubsidieerd door de Vlaamse overheid in het kader van het actieplan ‘Wetenschap maakt knap’.
3.7.6
Makerspace
Makerspace@PXL/UHasselt is een multidisciplinair technologisch ‘maaklabo’ voor jong en oud, op de Technologiecampus in Diepenbeek. Voor de studenten en onderzoekers van Hogeschool PXL en de Universiteit Hasselt biedt de Makerspace unieke kansen voor interdisciplinaire samenwerking, bijvoorbeeld binnen de domeinen architectuur en kunsten. Voor de realisatie van Makerspace@PXL/UHasselt ontvingen beide instellingen in 2014 een eenmalige subsidie van 100.000 EUR vanwege het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid. Alle andere kosten - het Makerspace-personeel de komende jaren, de aanpassingswerken, website en communicatie - worden gedragen door de Hogeschool PXL en de Universiteit Hasselt.
3.7.7
Kick Off the Campus
Kick Off the Campus luidt de officiële start in van het nieuwe academiejaar aan de UAB. Dit project bundelt alle welkomstactiviteiten op en rond de campussen. Gedurende de eerste twee weken worden de (nieuwe) studenten welkom geheten en gegidst door de verschillende campussen en diensten. De associatie ontvangt hiervoor subsidies van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
2 Decreet van 2 april 2004 houdende de subsidiëring van
kunstenorganisaties, kunstenaars, organisaties voor kunsteducatie en organisaties voor sociaal - artistieke werking,
internationale initiatieven, publicaties en steunpunten.
26
4 CONCLUSIES -
Voor hun bedrijfsopbrengsten zijn de associaties deels afhankelijk van de bijdragen van de partners (lidgelden) en deels van een rechtstreekse tussenkomst van de overheid (decretale toelage). Afzonderlijke projecten worden eveneens door de overheid of door andere instanties gefinancierd. De kosten en de opbrengsten van de vereniging worden niet beïnvloed door de projecten. De bewegingen rond de projecten zijn neutraal wat inkomsten en uitgaven betreft en indien er toch overschotten zijn dan worden ze via de bestemde fondsen in de jaarrekening tot uiting gebracht.
-
Het bedrijfsoverschot van 2017 evolueerde naar een bedrijfstekort in 2018. De associaties boeken in 2018 samen een bedrijfstekort van 169.677 EUR. Vertaald in een absoluut cijfer betekent dit een minopbrengst van 206.300 EUR t.o.v. 2017. Dit is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de substantiële afname van de brutomarge.
-
In het boekjaar 2018 realiseren de associaties samen een financieel resultaat van -636 EUR. De financiële opbrengsten dalen in 2018 met 1,11% en de financiële kosten stijgen met 32,61%. In 2018 realiseerden de associaties samen dan ook een financieel resultaat dat 286 EUR of 81,75% lager ligt dan in 2017.
-
In 2018 geven het bedrijfstekort van 169.677 EUR en het financieel resultaat van -636 EUR samen een tekort uit de gewone bedrijfsuitoefening van 170.313 EUR. Dit is 206.586 EUR of 569,53% minder dan in 2017.
-
In 2017 boekt geen enkele associatie uitzonderlijke opbrengsten. De AUGent boekt wel uitzonderlijke kosten. In 2018 noteren de associaties noch uitzonderlijke opbrengsten, noch uitzonderlijke kosten.
-
Het resultaat dat de associaties uit hun activiteiten behalen, is negatief. De associaties boeken in 2018 samen een tekort van het boekjaar van 170.313 EUR. Dit is 206.568 EUR of 569,76% meer dan in het boekjaar 2017. Dit tekort van het boekjaar is opgebouwd uit 3 componenten: het bedrijfstekort (9901), het financieel resultaat (75/65) en het uitzonderlijk resultaat (76/66). Het geaggregeerd bedrijfstekort bedraagt 169.677 EUR. Hierin verwerft de AUHL met 83,82% het grootste individuele aandeel, gevolgd door de AUHA (19,98%), de Associatie KU Leuven (13,96%) en ten slotte de AUGent (2,26%). De UAB is de enige associatie met een bedrijfsoverschot (-20,02%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het overschot/tekort (JR9901) van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de AUGent (100,00%) en het kleinst bij de Associatie KU Leuven (97,89%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt 99,63%.
27
Het geaggregeerd financieel resultaat bedraagt -636 EUR. Hierin verwerft de Associatie KU Leuven met 80,22% het grootste individuele aandeel, gevolgd door de AUHA (30,06%), de AUHL (9,31%) en de AUGent (0,00%). De UAB verwerft met -19,59% het kleinste individuele aandeel. Het procentueel aandeel van deze rubriek in het overschot/tekort van het boekjaar van de associatie is het grootst bij de Associatie KU Leuven (2,11%) en het kleinst bij de AUGent (0,00%). Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt 0,37%. Het geaggregeerd uitzonderlijk resultaat bedraagt 0 EUR. Het procentueel aandeel van deze rubriek in het tekort van het boekjaar van de associaties samen bedraagt dus 0,00%. -
De totale balanswaarde van alle associaties samen bedraagt 9.178.037 EUR op 31 december 2018 tegenover 8.167.540 EUR op 31 december 2017. Deze stijging met 1.010.497 EUR of 12,37% is in de eerste plaats toe te schrijven aan de vlottende activa. De geaggregeerde vaste activa bedragen 46.579 EUR op 31 december 2018. Dit is een stijging t.o.v. 2017 met 28.334 EUR of 155,30%. De geaggregeerde vlottende activa bedragen 9.131.458 EUR op 31 december 2018. Dit is een stijging t.o.v. 2017 met 982.163 EUR of 12,05%. Deze stijging is in de eerste plaats het gevolg van de vermeerdering van het bedrag aan geldbeleggingen en liquide middelen. De som van de geldbeleggingen en liquide middelen bedraagt in 2017 op geaggregeerd niveau 4.361.804 EUR en stijgt in 2018 met 23,57% naar 5.389.695 EUR. De vaste activa bedragen 0,22% van het balanstotaal in de jaarrekening 2017 en 0,51% van het balanstotaal in de jaarrekening 2018. De vlottende activa bedragen 99,78% in 2017 en 99,49% in 2018. Er is dus een kleine beweging van de vlottende naar de vaste activa. In het boekjaar 2018 bestaan de vaste activa voor 0,51% uit materiële vaste activa en voor 0,00% uit financiële vaste activa. De vlottende activa bestaan voor 58,72% uit liquide middelen, voor 27,28% uit overlopende rekeningen en voor 13,49% uit vorderingen op ten hoogste één jaar. Het geaggregeerd eigen vermogen van de associaties bedraagt 1.947.929 EUR in 2017 en daalt met 170.313 EUR of 8,74% naar 1.777.616 EUR in 2018. Dit is in de eerste plaats toe te schrijven aan een daling van de bestemde fondsen bij drie associaties. Bij de UAB dalen de bestemde fondsen het meest met 59.204 EUR (-21,07%), gevolgd door de AUHA met 34.097 EUR (-23,32%) en de AUGent met 8.666 EUR (-5,68%). De Associatie KU Leuven en de AUHL hebben noch in 2017, noch in 2018 bestemde fondsen.
28
In het boekjaar 2018 zien we een stijging van de geaggregeerde schulden met 1.180.811 EUR of 18,99%. Geen enkele associatie heeft schulden op meer dan één jaar. De schulden op ten hoogste één jaar stijgen met 1.187.085 EUR of 19,11% t.o.v. 2017. Dit is in de eerste plaats toe te schrijven aan de substantiële stijging van deze schulden bij de Associatie KU Leuven met 1.103.344 EUR (+5.172,01%), gevolgd door de AUHL met 83.335 EUR (+24,92%) en de UAB met 37.622 EUR (+1,17%). Deze schulden dalen bij de AUHA het meest met 29.331 EUR (-14,66%), gevolgd door de AUGent met 7.885 EUR (-0,32%). In 2017 bestaan de passiva voor 23,85% uit eigen vermogen en voor 76,15% uit schulden. De structuuranalyse van de passiva in 2018 toont een substantiële verschuiving met 19,37% eigen vermogen en 80,63% schulden. Het eigen vermogen van de associaties neemt dus af en de financiële onafhankelijkheid wordt daardoor kleiner.
29