ADVIES 27 januari 2022
Onderwijsdecreet XXXII Advies bij het voorontwerp van decreet over het onderwijs XXXII
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 14 december 2021 Uitgebracht door de Algemene Raad op 27 januari 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Beleidsnota-programmadecreet op 23 december 2021 onder voorzitterschap van Carine De Smet (a.i.) Dossierbeheerder: Katrien Persoons
Inhoud 1
2
Algemene opmerkingen ............................................................................................................ 2 1.1
Terechte beperkte scope ................................................................................................... 2
1.2
Apart advies bij eventuele aanvullingen ............................................................................ 2
Opmerkingen bij specifieke onderdelen van het voorontwerp van decreet ............................. 2 2.1
Wijzigingen van het decreet basisonderwijs en van de Codex Secundair Onderwijs ........ 2
2.2
Wijzigingen van het decreet basisonderwijs...................................................................... 3
2.3
Wijzigingen van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs ............................... 3
2.4
Wijzigingen van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid ........................ 3
2.5
Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs ................................................................ 4
2.6
Wijzigingen van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs............................. 4
Bronnen ............................................................................................................................................ 5
1
vlor.be
1 Algemene opmerkingen 1.1 Terechte beperkte scope Onderwijsdecreet XXXII beantwoordt aan de oorspronkelijke bedoeling van een genummerd onderwijsdecreet. Het beperkt zich namelijk vooral tot een aantal juridisch-technische correcties en administratieve vereenvoudiging. Dat was in het verleden steeds minder het geval. De Vlor heeft daar steeds op gereageerd door te benadrukken dat genummerde onderwijsdecreten geen onderwijskundige of onderwijsorganisatorische hervormingen als dusdanig kunnen bevatten. Die moeten verankerd worden in specifieke decreten waarover een afzonderlijk beleidsproces wordt uitgetekend. De Vlor is tevreden dat dit onderwijsdecreet zich grotendeels opnieuw aan zijn oorspronkelijk doel houdt en hoopt dat dit ook voor volgende genummerde onderwijsdecreten kan blijven gelden.
1.2 Apart advies bij eventuele aanvullingen Mochten er na de fase van het voorontwerp nog amendementen worden toegevoegd door de Vlaamse Regering waarover de Vlor nog geen advies uitbracht en waarover geen formele onderhandelingen werden gevoerd, dan wil de raad daarover nog zeker zijn advies uitbrengen. We verwachten in dat geval een formele adviesvraag van de minister van Onderwijs zodat alle onderwijspartners deze decreetswijzigingen kunnen adviseren.
2 Opmerkingen bij specifieke onderdelen van het voorontwerp van decreet De Vlor staat hieronder enkel stil bij de artikelen waarbij hij opmerkingen heeft. De andere artikelen adviseert de raad positief.
2.1 Wijzigingen van het decreet basisonderwijs en van de Codex Secundair Onderwijs Artikels 2 en 13 schrappen het begrip ‘thuisloze’ en introduceren de nieuwe term ‘leerling met een zorgthuis’. De raad vindt het belangrijk dat in de omschrijving van die term alle betreffende leerlingen gevat worden. Hij weet onvoldoende of dit inderdaad het geval is en vraagt dit te verduidelijken aangezien die term nog nergens in gebruik is. Tijdens de coronacrisis zijn er ook leerlingen gebleken die zich in een grijze zone bevinden, tijdens schoolvrije dagen nooit of nauwelijks naar hun eigen thuis gaan, maar ook niet in beeld zijn van jeugdhulp. Ook die leerlingen moeten onder het begrip een plaats kunnen vinden. Artikels 5 en 16 geven een rol aan de onderwijsinspectie om de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs aan te wijzen die het permanent onderwijs aan huis kan organiseren, rekening houdend met de vrije keuze van de ouders. Dat zou volgens de decreetgever een aanpassing zijn aan de gangbare praktijk. De Vlor vindt dat een onvoldoende afdoend argument om de regelgeving aan te passen. De raad reageert afwachtend op dit voorstel en vraagt: • verder te verduidelijken waarom de aanpassing aan de regelgeving gebeurt. De rol die het CLB opneemt vanuit consultatieve leerlingenbegeleiding, lijkt te verdwijnen.
2
vlor.be
•
garanties voor het behoud van de vrije keuze van de ouders. De huidige formulering van het artikel, namelijk “Rekening houdend met de vrije keuze van de ouders, wijst de inspectie aan” is verwarrend en biedt die garantie niet.
De Vlor wijst op een bijkomend knelpunt rond de scholengemeenschapsinstelling, namelijk de vereiste dat een schoolbestuur medeoprichter van de scholengemeenschapsinstelling moet zijn, zoals omschreven in artikel 125duodecies2.§1 tweede lid van het decreet basisonderwijs en artikel 63/1 derde lid in de Codex Secundair Onderwijs. Het aantal leden kan namelijk steeds gewijzigd worden tijdens het bestaan van een vzw-rechtspersoon, terwijl dat niet het geval is voor het aantal oprichters. Dat leidt ertoe dat wanneer de samenstelling wijzigt de bestaande vzwscholengemeenschapsinstelling zichzelf dient te ontbinden en vereffenen om daarna een nieuwe vzw-scholengemeenschapsinstelling op te richten met de (gedeeltelijk) gewijzigde oprichters. Dat is heel omslachtig en draagt niet bij tot de continuïteit voor de personeelsleden verbonden aan de scholengemeenschapsinstelling. De Vlor adviseert de overheid om hiervoor een oplossing te bieden die strookt met zowel de onderwijswetgeving als de vzw-wetgeving.
2.2 Wijzigingen van het decreet basisonderwijs Artikel 6 voegt de Vlaamse Gebarentaal aan de sleutelcompetenties toe. Dergelijke aanpassing van artikel 44 van het decreet basisonderwijs is geen juridisch-technische zaak die via een genummerd onderwijsdecreet kan gebeuren. Het raakt aan de inhoud van het basisonderwijs. Er zijn inhoudelijke bedenkingen bij te formuleren die verder overleg vragen. Zo is de vraag hoe die toevoeging aan de sleutelcompetenties zich verhoudt tot de sleutelcompetentie ‘competenties in het Nederlands’ en de sleutelcompetentie ‘competenties in andere talen’.
2.3 Wijzigingen van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs Artikel 10 is een aanpassing van de termijn van de tijdelijke onderwijsbevoegdheid van een centrum voor volwassenenonderwijs (CVO). Daarbij is de memorie van toelichting niet in overeenstemming met wat in het voorontwerp van decreet staat. De Vlor vraagt om dat te verduidelijken zodat er geen verwarring mogelijk is.
2.4 Wijzigingen van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid Artikel 12 zorgt ervoor dat lokale besturen voortaan geen jaarlijks overzicht meer aan de Vlaamse Regering moeten bezorgen van de beslissingen over de sociale en andere voordelen en de staat van de gedane uitgaven in het kader van het flankerend onderwijsbeleid. Voor de Vlor blijft transparantie belangrijk over hoe er lokaal een onderwijsbeleid ontwikkeld wordt in samenwerking met de lokale actoren.1 Lokale besturen beschikken binnen dat flankerend onderwijsbeleid over autonomie in de manier waarop ze hier vorm aan geven. Cruciaal voor de Vlor is dat gemeenten voldoende blijven investeren in onderwijs en in flankerende onderwijsbeleidsmaatregelen. Voor de lokale (onderwijs)partners moet het duidelijk zijn op welke manier en hoeveel precies de gemeenten in onderwijs investeren.
1
Vlor, Algemene Raad. Advies over de gevolgen van de wijziging subsidiering lokale besturen voor het flankerend onderwijsbeleid, 26 februari 2015.
3
vlor.be
2.5 Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs Artikel 15 maakt een onderscheid tussen een inschrijving onder opschortende voorwaarde, die reeds decretaal voorzien was, en een inschrijving onder ontbindende voorwaarde bij beslissing van de toelatingsklassenraad. De Vlor heeft geen principieel probleem met dat onderscheid, maar twijfelt of een inschrijving onder ontbindende voorwaarde in het belang van de leerling is.
2.6 Wijzigingen van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs Artikel 29 verschuift het tijdsvenster voor de controle van de aan- en afwezigheden in het deeltijds kunstonderwijs (dko) van de periode tussen 1 september en 1 februari naar de periode tussen 1 oktober en 1 februari. De uiterste inschrijfdatum wordt daardoor 30 september. Op die manier wordt de regelgeving over financierbaarheid afgestemd op de inschrijvingsperiode. Dat is een goede zaak. Het laat studenten hoger onderwijs toe om pas aan te sluiten in de loop van september. Bovendien kunnen in de maand september dan ook proeflessen en intakegesprekken gebeuren. Toch vraagt de Vlor om een stap verder te gaan. Hij herhaalt zijn eerdere vraag om de uiterste inschrijfdatum voor nieuwe leerlingen in een academie, die ook ingeschreven zijn in een instelling van het hoger onderwijs, nog verder op te schuiven in de tijd.2 Het gaat hier om een uitzonderingsmaatregel voor studenten hoger onderwijs die een opleiding in het deeltijds kunstonderwijs soms volgen op aanraden van de docenten in het hoger onderwijs om bepaalde competenties (verder) te ontwikkelen in functie van hun opleiding in het hoger (kunst)onderwijs of de lerarenopleiding. Zeker voor academies die goed samenwerken met het hoger onderwijs op eenzelfde campus of minstens in de buurt is zo’n uitzonderingsmaatregel belangrijk voor de financiering van deze leerlingen. Artikel 30 bepaalt dat leerlingen met een gedeelde verblijfsregeling verminderd inschrijvingsgeld betalen, naar analogie met leerlingen die tot dezelfde leefeenheid behoren. De formulering van het artikel is echter niet duidelijk over het feit dat het bij broer, zus of ouder moet gaan om personen met een ander verblijfadres. De Vlor vraagt dit te specifiëren om verwarring te vermijden.
2
Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over de implementatie van het decreet deeltijds kunstonderwijs, 15 mei 2019. Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, 27 juni 2017.
4
vlor.be
Bronnen Besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs, 17 december 2010. Decreet basisonderwijs. 25 februari 1997. Decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, 9 maart 2018. Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau, 30 november 2007. Decreet betreffende het volwassenenonderwijs, 15 juni 2007. Vlor, Algemene Raad. Advies over de gevolgen van de wijziging subsidiering lokale besturen voor het flankerend onderwijsbeleid, 26 februari 2015. Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over de implementatie van het decreet deeltijds kunstonderwijs, 15 mei 2019. Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, 27 juni 2017.
5
vlor.be