Skip to main content

AR-AR-ADV-2122-025.pdf

Page 1

ADVIES 23 juni 2022

Nieuwe premies werkplekleren Advies over het voorontwerp van decreet over de premie kwalificerend werkplekleren voor ondernemingen en de leerlingenpremie alternerende opleiding

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99

Wijs beleid door overleg

www.vlor.be info@vlor.be


Advies op vraag van Hilde Crevits, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw op 4 mei 2022 Uitgebracht door de Algemene Raad op 23 juni 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: Commissie Onderwijs-Arbeidsmarkt op 25 mei 2022 en 15 juni 2022 onder voorzitterschap van Luc Van Waes Dossierbeheerder: Ewoud De Sadeleer


Inhoud 1

Situering.......................................................................................................................................... 2

2

Vereenvoudigen en gericht uitbreiden .......................................................................................... 2

3

Aandachtspunten voor gelijke kansen.......................................................................................... 3 3.1

Opleidingen buitengewoon onderwijs ................................................................................... 3

3.2

Opleidingen volwassenenonderwijs ...................................................................................... 3

3.3

Kwalificaties en studievoortgang .......................................................................................... 3

3.4

Periode op dezelfde werkplek ............................................................................................... 3

3.5

Afstemming tussen regio’s .................................................................................................... 4

3.6

Leerlingenpremie en Groeipakket......................................................................................... 4

3.7

Automatische toekenning ...................................................................................................... 4

3.8

Percentage werkplekleren vaststellen .................................................................................. 5

Bronnen................................................................................................................................................... 6

1

vlor.be


1 Situering De Vlaamse Regering wil de incentives voor werkplekleren binnen een kwalificerende opleiding optimaliseren en vereenvoudigen. Daarvoor worden de bestaande incentives voor werkplekleren opgeheven: de start- en stagebonus, de mentorkorting, en de doelgroepvermindering voor leerlingen alternerende opleiding en de doelgroepvermindering voor deeltijds werkende jongeren uit het deeltijds beroepsonderwijs. Die incentives worden vervangen door twee nieuwe premies: · de premie kwalificerend werkplekleren moet ondernemingen stimuleren om een kwalitatieve leerwerkplek aan te bieden in het kader van een kwalificerende opleiding met een intensieve werkplekcomponent (minstens 50%). Dat betekent een significante verschuiving, waarbij ondernemingen geen aanspraak meer kunnen maken op een incentive voor opleidingen met een minder intensieve werkplekcomponent. · de leerlingenpremie moet leerlingen stimuleren om hun alternerende opleiding met een intensieve werkplekcomponent succesvol af te ronden. In dit advies doet de Vlor voorstellen over het voorliggende voorontwerp van decreet, maar ook al voor het uitvoeringbesluit van de Vlaamse Regering (BVR) waarin de hervorming van de premies concreet vorm zullen krijgen. Daarin zal onder meer de hoogte van de nieuwe premies worden geregeld. Het is nu al duidelijk dat de overheid een budgetneutrale operatie beoogt.

2 Vereenvoudigen en gericht uitbreiden De doelstelling om de incentives voor werkplekleren te vereenvoudigen, komt de transparantie ten goede. Zo kan de drempel verlaagd worden om gebruik te maken van de incentives en om te participeren aan werkplekleren. De Vlor vindt alvast twee gerichte uitbreidingen in het ontwerpdecreet positief: · het schrappen van het leeftijdscriterium en de uitbreiding van de premie voor de onderneming naar de lerenden uit het volwassenenonderwijs. De overheid komt daarmee tegemoet aan een eerdere vraag van de Vlor.1 · de uitbreiding van de premies naar kmo’s zonder personeel, waardoor er meer potentieel is voor bijkomende leerwerkplekken. We merkten echter al op dat het aanbieden van een leerwerkplek zwaarder doorweegt voor kleine ondernemingen.2 Daarom vragen we opnieuw minimaal een differentiatie naar grootte van de bonus, rekening houdend met de grootte van de onderneming. Nu bedraagt de bonus 1000 euro per leerling, ongeacht het aantal werkplekken. Het zou beter zijn om de bonus voor een eerste werkplek te verhogen en gradueel te verminderen naarmate een onderneming meer werkplekken aanbiedt, ervan uitgaande dat de kosten per werkplek dan ook verminderen. Dat zal wellicht meer effect hebben op het aantal werkplekken.

Vlor, Raad Secundair Onderwijs. Verruimde stagebonus voor werkplekleren voor meerderjarige leerlingen. Advies over het voorontwerp van besluit voor de verruimde stagebonus voor 2021-2022 en 2022-2023, 27 januari 2022. 2 Vlor, Raad Secundair Onderwijs. Aanvullende stagebonus voor leerwerkplekken. Advies over de wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering over de start- en stagebonus - schooljaar 2020-2021, 11 maart 2021. 1

2

vlor.be


3 Aandachtspunten voor gelijke kansen 3.1 Opleidingen buitengewoon onderwijs Om gelijke onderwijskansen te garanderen, moeten beide premies van toepassing zijn op de leerlingen in alle opleidingen met een werkplekcomponent die aan de voorwaarden voldoet. We vragen dan ook prioritair om de doelgroep van het buitengewoon onderwijs op te nemen: zowel leerlingen als werkgevers verdienen dezelfde incentives als het gewoon onderwijs. Voorts moeten de voorwaarden voor beide premies rekening houden met de unieke werking van het buitengewoon onderwijs. Studievoortgang en kwalificatie krijgen immers een andere invulling dan in het gewoon onderwijs.

3.2 Opleidingen volwassenenonderwijs De memorie van toelichting geeft aan dat het uitvoeringsbesluit een uitzondering zal voorzien voor opleidingen binnen duaal leren in het secundair onderwijs. Die opleidingen kunnen, bij uitzondering, eveneens een werkplekcomponent omvatten van minder dan 50%. Er is geen reden om dergelijke uitzondering niet evenzeer te voorzien voor het duaal leren in het volwassenenonderwijs. Het is ook evident dat de lijst met opleidingen die in aanmerking komen voor de premie voor ondernemingen, ook de beroepskwalificerende trajecten met voldoende grote component werkplekleren uit het volwassenenonderwijs moet bevatten, niet alleen duaal leren in het volwassenenonderwijs.

3.3 Kwalificaties en studievoortgang Een van de voorwaarden voor de premie voor ondernemingen is dat de opleiding leidt tot een erkende onderwijs- en/of beroepskwalificatie. Bepaalde (duale) opleidingen leiden echter enkel toe naar een combinatie van deelkwalificaties. Die opleidingen hebben ook een intensieve werkplekcomponent en moeten dus ook in aanmerking komen. Om ongekwalificeerde uitstroom tegen te gaan, is het goed dat de studievoortgang als voorwaarde voor de leerlingenpremie is opgenomen. Het is belangrijk om die studievoortgang ruim te definiëren om de diversiteit aan opleidingen te vatten en om verschillende vormen van voortgang te valoriseren. We vragen om daarvoor niet alleen het behalen van een onderwijskwalificatie of beroepskwalificatie voorop te stellen, maar ook het behalen van deelkwalificaties.

3.4 Periode op dezelfde werkplek De periode die een lerende op de werkplek doorbrengt om te voldoen aan de voorwaarden voor de premie voor ondernemingen, wordt verlengd van drie3 naar vier maanden. Die drempelverhoging is problematisch voor rotatie op leerwerkplekken, we vragen dus om de drie maanden te behouden. De rotatie biedt het voordeel dat leerlingen kunnen kennismaken met verschillende ondernemingen en verschillende manieren van werken. In bepaalde opleidingen is die rotatie zelfs

3

Voorwaarde voor de stagebonus.

3

vlor.be


verplicht. Ze biedt ook kansen voor werkplekleren in kleinere, gespecialiseerde ondernemingen, waar de nood aan premies ook hoger is.

3.5 Afstemming tussen regio’s De Vlor wees al op het verschil in incentives die voor alternerende opleidingen worden voorzien vanuit de Vlaamse en de Brusselse overheid.4 Dat verschil zorgt voor onduidelijkheid voor alle betrokkenen (scholen, leerlingen, ondernemingen…) en creëert een onevenwicht dat impact heeft op de lerenden. In het samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse overheid en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest werd afgesproken om te onderzoeken waar afstemming en samenwerking rond alternerend leren mogelijk en wenselijk zijn.5 We vragen dan ook om in het kader van deze hervorming prioritair werk te maken van de afstemming van de stimulansen tussen beide regio’s. Zo is de vestigingsvoorwaarde voor ondernemingen in het Vlaamse Gewest een hinderpaal voor jongeren in de Vlaamse Rand en Brussel. De interregionale mobiliteit die de Vlaamse en Brusselse regeringen willen promoten, wordt zo gefnuikt. Nog schadelijker is de verblijfsvoorwaarde voor de leerlingenpremie: leerlingen binnen dezelfde klas zullen geen gebruik kunnen maken van dezelfde premies als ze niet in het Vlaamse Gewest wonen. Leerlingen met hoofdverblijfplaats in het Brusselse Hoofdstedelijke kunnen wel gebruik maken van de Brusselse premies, maar dat zorgt voor ongelijkheid en extra complexiteit die het ontwerpdecreet net probeert te vermijden. Het zou veel consequenter zijn om als voorwaarde op te nemen dat de leerlingen een opleiding moeten volgen in een Vlaamse vestigingseenheid, zoals is bepaald voor de huidige doelgroepvermindering voor leerlingen in een alternerende opleiding. Ook hier is verdere en verregaande afstemming met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest aangewezen om gelijke kansen, transparantie en flexibiliteit te garanderen.

3.6 Leerlingenpremie en Groeipakket Een belangrijke randvoorwaarde bij de leerlingenpremie is dat die geen negatieve impact mag hebben op het Groeipakket van de leerling. Zo zijn er heel wat leerlingen in de hogere jaren met een studentenjob die niet veel meer mogen bijverdienen om hun Groeipakket niet te verliezen. Wanneer onduidelijk is of de premie tot het verlies van het Groeipakket kan leiden, zal de premie niet stimulerend werken, maar net functioneren als een remmende factor om een duale opleiding te volgen. Cruciaal is dan ook goede afstemming met de overheidsdiensten bevoegd voor het Groeipakket. Een duidelijke codering in Dimona moet ervoor zorgen dat jongeren in alternerend leren sowieso hun Groeipakket kunnen behouden.

3.7 Automatische toekenning Langs werkgeverskant wordt er gewerkt aan een automatische toekenning van de premie. We vragen ook dat de werkgever steeds recht heeft op die premie, ongeacht het statuut van de lerende.

Vlor, Raad Secundair Onderwijs. Verruimde stagebonus voor werkplekleren voor meerderjarige leerlingen. Advies over het voorontwerp van besluit voor de verruimde stagebonus voor 2021-2022 en 2022-2023, 27 januari 2022. 5 Samenwerkingsakkoord van 24 juni 2021 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest over de afstemming van het arbeidsmarktbeleid, opleiding, vorming en de bevordering van de mobiliteit van werkzoekenden, artikel 14. 4

4

vlor.be


De onderneming moet dus bijvoorbeeld ook een premie krijgen voor een werkende cursist in het volwassenenonderwijs (die geen recht heeft op een leervergoeding). Tegenover de automatische toekenning staat dat er wel een controle moet gebeuren bij de onderwijsverstrekker of aan de voorwaarden voldaan is voor de toekenning van de premie (criterium studievoortgang). Voor scholen/centra met veel duale lerenden betekent dat veel vragen tot bevestiging vanuit de controlerende instantie. Wij vragen om de databanken vanuit Onderwijs en Werk aan elkaar te koppelen opdat die extra controle door de onderwijsverstrekkers niet meer nodig is en de administratieve last minimaal is.

3.8 Percentage werkplekleren vaststellen De uitvoeringsbesluiten moeten rekening houden met moeilijkheden om vast te stellen of een opleiding voor minstens de helft van de totale opleidingstijd bestaat uit leren op de werkplek. Zo wijzen we erop dat bepaalde opleidingen in het secundair onderwijs en volwassenenonderwijs gefaseerd opbouwen over meerdere jaren naar hogere percentages werkplekleren. In het volwassenenonderwijs wordt dan nog, net als in HBO5 Verpleegkunde, met modules gewerkt. Het percentage werkplekleren moet dus over de totaliteit van de opleiding bekeken worden om te bepalen of aan die voorwaarde voldaan wordt.

5

vlor.be


Bronnen Samenwerkingsakkoord van 24 juni 2021 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest over de afstemming van het arbeidsmarktbeleid, opleiding, vorming en de bevordering van de mobiliteit van werkzoekenden. Vlor, Raad Secundair Onderwijs. Aanvullende stagebonus voor leerwerkplekken. Advies over de wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering over de start- en stagebonus - schooljaar 20202021, 11 maart 2021. Vlor, Raad Secundair Onderwijs. Verruimde stagebonus voor werkplekleren voor meerderjarige leerlingen. Advies over het voorontwerp van besluit voor de verruimde stagebonus voor 20212022 en 2022-2023, 27 januari 2022.

6

vlor.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
AR-AR-ADV-2122-025.pdf by Vlaanderen-be - Issuu