Het Vlaams doelgroepenbeleid Jaarrapport 2020
INHOUD 1 2
Inleiding .................................................................................................................................................................................. 3 Het Vlaams doelgroepenbeleid ................................................................................................................................ 4
2.1
Het doelgroepenbeleid in 2020
4
2.2
Nieuw onderzoek over het doelgroepenbeleid
8
3 4
Omgevingsanalyse ........................................................................................................................................................... 9 De cijfers van 2020 ........................................................................................................................................................ 10
4.1
Voltijdsequivalent
10
4.2 4.3
Personen Bedragen
11 11
4.4 4.5
Gemiddeld bedrag per persoon Persoonskenmerken
11 12
4.6
Sectoraal
14
5 6
Evolutie ten opzichte van 2019 ............................................................................................................................. 19 Bronnen ................................................................................................................................................................................ 21
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
1 INLEIDING De Vlaamse Regering wil meer mensen aan het werk.1 Daarbij richt het Vlaams beleid zich zowel op het aanbod van arbeid als op de vraagzijde. Het doelgroepenbeleid is een belangrijk instrument om de aanwerving en tewerkstelling van bepaalde kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt aantrekkelijker te maken. Sinds de zesde staatshervorming in 2014 is Vlaanderen bevoegd voor het doelgroepenbeleid. Concreet werden de bijdrageverminderingen voor werknemers met bepaalde persoonskenmerken, zoals leeftijd, opleidingsniveau of werkloosheidsduur overgeheveld naar het Vlaams niveau. Twee jaar nadat het doelgroepenbeleid een Vlaamse bevoegdheid werd, trad op 1 juli 2016 het Vlaamse doelgroepenbeleid in werking. Het beleid werd hierbij inhoudelijk en administratief vereenvoudigd. De Vlaamse regering koos om de tewerkstelling en aanwerving van drie groepen te ondersteunen: kort- en middengeschoolde jongeren, oudere werknemers via een doelgroepvermindering en personen met een arbeidshandicap via de Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP). Op 1 januari 2020 werd de doelgroepvermindering voor middengeschoolden afgeschaft. Voor de oudere werknemers werd de leeftijdsgrens gradueel verhoogd naar 58 jaar. Vanaf 2022 wordt de leeftijdsgrens voor zittende oudere werknemers geleidelijk aan opgetrokken naar 61 jaar in 2024, dit om de middelen zo gericht mogelijk in te zetten. De hervorming in 2022 ligt ook in lijn met wetenschappelijke adviezen. Dit rapport geeft een overzicht van het doelgroepenbeleid in 2020. Na een korte omgevingsanalyse2, bespreekt dit rapport per doelgroep hoeveel personen in 2020 met een doelgroepvermindering of VOP werden tewerkgesteld, welk bedrag besteed werd, en meer. Ook illustreren de cijfers per paritair comité in welke mate de doelgroepverminderingen of VOP de tewerkstelling van Vlaamse jongeren, ouderen en personen met arbeidshandicap ondersteunen in bepaalde sectoren. In maart 2020 brak de coronacrisis uit in Vlaanderen. De tijdelijke sluitingen, tijdelijke werkloosheid en beperkingen die de coronamaatregelen met zich meebrachten, hadden een negatief effect op de tewerkstelling in Vlaanderen, en dus ook op het gebruik van de doelgroepverminderingen en VOP. Aan het eind van dit rapport worden de cijfers van 2020 vergeleken met data over het gebruik van de doelgroepverminderingen en VOP in 2019. In het kort blijkt uit dit rapport dat ook in 2020 de doelgroepvermindering voor oudere zittende werknemers met voorsprong de grootste maatregel binnen het Vlaams doelgroepenbeleid is. In het tweede kwartaal van 2020 werd de tewerkstelling van 8,3% van de werknemers in Vlaanderen ondersteund met een doelgroepvermindering of een VOP, dat is 1,5 procentpunten minder dan in hetzelfde kwartaal één jaar eerder. Dat komt door de impact van de coronacrisis op de Vlaamse arbeidsmarkt. We stellen in alle maatregelen van het doelgroepenbeleid een terugval vast in de indicatoren in het tweede kwartaal van 2020 ten opzichte van één jaar eerder. De maatregelen die de kleinste afname noteren in de uitgaven zijn de VOP en de doelgroepvermindering voor oudere zittende werknemers.
1 2
Zie Beleidsnota Werk en Sociale Economie 2019-2024 (2019). Voor een uitgebreide omgevingsanalyse, zie Trendrapport 2021. Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt (Vandenberghe & Vansteenkiste 2021).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 3 van 22
2 HET VLAAMS DOELGROEPENBELEID 2.1 HET DOELGROEPENBELEID IN 2020 Het Vlaams doelgroepenbeleid richt zich tot drie groepen: kortgeschoolde jongeren en leerlingen, oudere werknemers en personen met een arbeidshandicap.3 De aanwerving en tewerkstelling van jongere en oudere werknemers wordt ondersteund met een vermindering op de RSZ-bijdrage van de werkgever. Voor werknemers met een arbeidshandicap worden werkgevers ondersteund met de Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP); dit is een loonpremie. Hoe de VOP besteed wordt, wordt beslist door de werkgever in overleg met de werknemer in kwestie. Omdat de doelgroepverminderingen voor jongeren en ouderen een RSZ-vermindering zijn, moeten werknemers werken in het Vlaams Gewest. De VOP wordt toegekend op basis van woonplaats. In 2020 behoorden tot de doelgroep jongeren kortgeschoolde jongeren, leerlingen in een alternerende opleiding, en deeltijds werkende leerlingen uit het beroepsonderwijs. Jongeren die aan de slag gingen in de privésector, de socialprofitsector of bij de overheid met een refertekwartaalloon4 van 7.500 euro (eerste 4 kwartalen) of 8.100 euro (het 5e t.e.m. 8e kwartaal) kwamen in aanmerking (tabel 1). − Voor aanwervingen van kortgeschoolde werknemers onder die loongrens hebben werkgevers recht op een volledige vrijstelling van RSZ-werkgeversbijdragen voor maximaal 8 kwartalen.5 − Op 1 januari 2020 werd de doelgroepvermindering voor middengeschoolde jongeren afgeschaft.6 Werkgevers die voor een middengeschoolde jongere een doelgroepvermindering ontvingen voor 1 januari 2020, bleven hun recht behouden voor de rest van het traject (maximaal 8 kwartalen). − Werkgevers van leerlingen in een alternerende opleiding of deeltijds werkende jongeren uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) krijgen een RSZ-vermindering van 1.000 euro per kwartaal bij prestaties van 80% of meer (tabel 1). In de tweede doelgroep, oudere werknemers, worden zowel recent aangeworven werkzoekenden als zittende werknemers ondersteund. − In 2020 konden werkgevers in de privésector voor werknemers van 58 jaar of ouder aanspraak maken op een doelgroepvermindering. 58+’ers mochten niet meer dan 13.945 verdienen bij voltijdse prestaties in de eerste 3 kwartalen van elk jaar, en, omwille van de uitbetaling van de eindejaarspremie, niet meer dan 18.545 euro tijdens het 4e kwartaal (tabel 1). In de uitzendsector wordt de eindejaarspremie in het eerste kwartaal uitbetaald, daarom ligt de loongrens in deze sector tijdens het eerste kwartaal op 18.545 euro, en tijdens het tweede tot vierde kwartaal op 13.945 euro.
In de sociale inschakelingseconomie (SINE) kunnen werkgevers een RSZ-vermindering en loonkostentoelage ontvangen bij de aanwerving van een langdurig werkloze of moeilijk te plaatsen persoon. De bevoegdheid hiervoor werd bij de staatshervorming toegewezen aan Sociale Economie en valt buiten de scope van dit rapport. 4 Het refertekwartaalloon is het brutoloon tijdens een kwartaal van voltijds en ononderbroken werken. Bron: DWSE, op https://www.vlaanderen.be/doelgroepverminderingen. 5 Deze maximumbedragen worden uitbetaald als de werknemer in kwestie 80% of meer werkt. Indien de prestaties minder dan 80% zijn, wordt het bedrag van de doelgroepvermindering geprorateerd. Dit geldt ook bij de doelgroepvermindering voor 55plussers. 6 Voor een overzicht van de hervormingen van het doelgroepenbeleid tussen 2016 en 2020, verwijzen we naar het Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2019 (2021). 3
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
− − −
Bij aanwerving van een niet-werkende werkzoekende 58-plusser in de privésector worden werkgevers gedurende maximaal 8 kwartalen volledig vrijgesteld van de werkgeversbijdrage aan de RSZ. Voor zittende werknemers was de vermindering kleiner: deze bedroeg tot 600 euro per kwartaal voor werknemers tussen de 55 en 60, en 1.500 euro voor 60+’ers. De leeftijdsgrens voor de doelgroepvermindering bij oudere werknemers werd op 1 januari 2020 opgetrokken van 55 naar 58 jaar. Een overgangsmaatregel trad in: werknemers die 55 werden in 2019 en vanaf 1 januari 2020 in dienst traden, geven nog steeds recht op een doelgroepvermindering voor oudere zittende werknemers. Werkgevers die voor 1 januari 2020 al een doelgroepvermindering kregen voor een niet-werkende werkzoekende of zittende oudere werknemer blijven hun recht behouden.
Ten derde wordt de aanwerving en tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap financieel gesteund met de VOP. Een verschil met de andere loonkostsubsidies binnen het doelgroepenbeleid is dat de VOP aan zowel werknemers als zelfstandigen met een arbeidshandicap kan uitbetaald worden en dat VDAB de inschatting maakt of de persoon met een arbeidshandicap recht heeft op een VOP. VDAB kan hierbij bepalen dat het recht op de VOP voor bepaalde of voor onbepaalde duur toegekend wordt. Bij een VOP van bepaalde duur hebben zelfstandigen of werkgevers recht op een premie van 2 jaar. Idealiter wordt de besteding van de VOP beslist door de werkgever in overleg met de persoon met arbeidshandicap. Verder is, zoals eerder vermeld, de VOP een loonpremie. Deze bedraagt een aandeel van het geplafonneerd refertekwartaalloon, degressief over de looptijd van de VOP (tabel 1). Dit referteloon is geplafonneerd op het dubbele van het kwartaalequivalent van het Gemiddeld Gewaarborgd Minimummaandinkomen (GGMMI). Voor een werknemer zonder anciënniteit bedroeg het GGMMI in januari en februari 2020 1.593,81 euro. Na de indexering van maart 2020 was het GGMMI gelijk aan 1.625,72 euro voor de rest van het jaar. Zelfstandigen hebben geen referteloon: voor zelfstandigen met een VOP wordt het kwartaalequivalent van éénmaal het GGMMI gebruikt als substituut voor een referteloon. Tabel 1. Overzicht van het doelgroepenbeleid in 2020. Bron: DWSE.
Doelgroep Jongeren
Criteria Kortgeschoold en jonger dan 25 jaar op het einde van het kwartaal van indienstname
1.
Geen studiegetuigschrift 6e leerjaar secundair onderwijs, of geen diploma secundair onderwijs 2. Refertekwartaalloon onder 7.500 euro eerste 4 kwartalen tewerkstelling, en onder 8.100 euro tijdens de volgende 4 kwartalen 3. De jongere is minstens halftijds tewerkgesteld. Indien hij minder dan halftijds werkt in een kwartaal, moet hij/zij in dat kwartaal minstens 27,5% van een normale voltijdse
Bedrag vermindering7 Volledige vrijstelling van RSZ-bijdragen voor de werkgever, voor maximum 8 kwartalen
Maximumbedrag wordt uitbetaald als de persoon met doelgroepvermindering 80% of meer werkt. Indien minder prestaties geleverd worden, wordt het bedrag geprorateerd. 7
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 5 van 22
Leerling in alternerende/duale opleiding
Deeltijds werkende jongere in DBSO
prestatie effectief aan de slag zijn. 1. Volgt opleiding in het Vlaams Gewest 2. Heeft een Overeenkomst Alternerende Opleiding, stagecontract dat als alternerende opleiding geldt of een leercontract 3. Volgt minstens 20u per week opleiding op de werkvloer 4. Werkgever is gevestigd in Vlaams Gewest en actief in privésector, socialprofitsector of publieke sector
1. 2. 3.
Ouderen (58+)
Nieuwe aanwervingen
1. 2.
3.
<60
1. 2.
1.000 euro indien de jongere 32 uur per week of meer opgeleid wordt op de werkvloer, voor de volledige duur van de leerovereenkomst. Vermindering wordt aangepast aan deeltijdse tewerkstelling indien het aantal uren opleiding op de werkvloer kleiner is dan 32 uur per week Volgt alternerende opleiding in 1.000 euro per het DBSO kwartaal, aangepast Werkt in een Vlaamse aan de deeltijdse vestiging, en dit minder dan 20 tewerkstelling, voor uur per week de volledige duur Heeft minstens een halftijdse van de opleiding arbeidsovereenkomst, of is met een deeltijdse minstens 27,5% van een arbeidsovereenvoltijdse prestatie komst daadwerkelijk aan de slag Werknemer gaat aan de slag in Volledige vrijstelling privésector van RSZ-bijdragen Refertekwartaalloon van voor de werkgever, maximaal 13.945 euro tijdens voor maximum 8 eerste 3 kwartalen elk jaar en kwartalen 18.545 euro tijdens vierde kwartaal elk jaar (uitzendsector: 18.545 euro in kwartaal 1 en 13.945 euro in kwartaal 2-4) Minstens halftijdse arbeidsovereenkomst, of minstens 27,5% daadwerkelijke prestaties Werknemer is actief in 600 euro per privésector kwartaal Refertekwartaalloon van maximaal 13.945 euro tijdens eerste 3 kwartalen elk jaar, en
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
Zittende werknemers8
Personen met Werkgevers arbeidshandicap
Zelfstandigen
≥60
18.545 euro tijdens vierde kwartaal elk jaar (uitzendsector: 18.545 euro in kwartaal 1 en 13.945 euro in kwartaal 2-4) 3. Minstens halftijdse arbeidsovereenkomst, of minstens 27,5% daadwerkelijke prestaties 1. Werknemer is actief in privésector, school, maatwerkbedrijf of lokaal bestuur
1.
1.500 euro per kwartaal
Bepaalde duur: 20% geplafonneerd referteloon (GR) gedurende 8 kwartalen Onbepaalde duur: 40% van GR in eerste 5 kwartalen, bij kwartaal 6-9 30% van het GR, en daarna 20% van het GR Netto belastbaar inkomen op Bepaalde duur: 20% jaarbasis moet minimum 13.500 van het euro bedragen9 kwartaalequivalent van het GGMMI gedurende 8 kwartalen. Onbepaalde duur: Kwartaal 1-5: 40% van het kwartaalequivalent van het GMMI. Kwartaal 6-20: 20% van het GMMI op kwartaalniveau.
Werknemers die uiterlijk op 31 december 2019 de leeftijd van 55 jaar bereiken en vanaf 1 januari 2020 in dienst treden, komen nog steeds in aanmerking voor een doelgroepvermindering voor oudere zittende werknemers in 2020. Vanaf 2022 wordt de leeftijdsgrens voor zittende oudere werknemers geleidelijk aan opgetrokken naar 61 jaar in 2024. Deze hervorming valt buiten het bestek van dit rapport, dat het doelgroepenbeleid in 2020 bespreekt. 9 Er bestaan enkele uitzonderingen. Personen die voor 1 oktober 2008 zelfstandige in hoofd- of bijberoep werden, komen bijvoorbeeld niet in aanmerking voor de VOP voor zelfstandigen. Een volledig overzicht kan geraadpleegd worden op Vlaamse ondersteuningspremie voor zelfstandigen | Vlaanderen.be. 8
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 7 van 22
2.2 NIEUW ONDERZOEK OVER HET DOELGROEPENBELEID In het kader van de Vlaamse Brede Heroverweging werden de doelgroepverminderingen voor zittende oudere werknemers onder de loep genomen. Uit een brede wetenschappelijke literatuurstudie werd geconcludeerd dat permanente loonkostsubsidies zoals die voor de zittende oudere werknemers onvoldoende kosteneffectief zijn. Gerichte subsidies daarentegen, die zich richten tot personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt of lagere lonen kunnen mogelijk wel efficiënter zijn. In België zou een doelgroepvermindering effectief zijn voor personen met een risico op SWT. De hervorming die ingaat op 2022, waarbij de leeftijdsgrens voor oudere zittende werknemers geleidelijk opgetrokken wordt naar 61 jaar, ligt in lijn met deze aanbeveling. Aanwervingssubsidies – zoals die voor werkzoekende 58+’ers – hebben vaker een significant positief effect op de tewerkstelling van hun richtgroep. Hoe selectiever de aanwervingssubsidie, hoe groter de kans op kosteneffectiviteit. Uit best practices blijkt dat ook de grootte van de subsidie en een beperking van de duurtijd van de aanwervingssubsidie van belang zijn voor kostenefficiëntie. Tot slot blijkt in andere landen het combineren van loonkost- en aanwervingssubsidies (arbeidsvraag) met flankerende arbeidsaanbodmaatregelen zijn vruchten af te werpen. Voorbeelden van flankerende arbeidsaanbodmaatregelen zijn competentieversterkende en job-gerelateerde trajecten, maatregelen waar ook Vlaanderen op inzet (Van der Beken, De Rouck en de Jong i.s.m. DWSE 2021).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
3 OMGEVINGSANALYSE In tabel 2 wordt de werkzaamheid van verschillende leeftijdscategorieën weergegeven. De globale werkzaamheidsgraad van jongeren bedroeg in 2020 29,2%, maar dat komt omdat een grote groep 15-24jarigen student is. Wanneer deze groep niet in rekening wordt genomen, stijgt de werkzaamheidsgraad naar 72,4% (tabel 2), wat relatief weinig verschilt met de globale werkzaamheidsgraad in het Vlaams Gewest (77,9%). De werkzaamheidsgraad van 55-64-jarigen in 2020 is met 55,7% wel een stuk kleiner dan het gemiddelde bij de 15-64-jarigen (77,9%). Ook de werkzaamheidsgraad van personen die hinder ondervinden door een handicap, langdurige aandoening of ziekte ligt met 46,0% een stuk lager dan het Vlaams gemiddelde (tabel 2). Bovendien is er een grote kloof tussen de werkzaamheidsgraad naargelang de verschillende niveaus van hinder: bij personen die in erge mate hinder ondervinden, is de werkzaamheidsgraad gelijk aan 30,8% Bij personen die in enige mate hinder ondervinden is dit 61,6%, bij personen die geen last ondervinden bedraagt de werkzaamheidsgraad 80,2% (Statbel, Enquête naar de Arbeidskrachten).10 Tabel 2. Werkzaamheid in het Vlaams Gewest in 2020. Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: DWSE.
2020 Totaal Kortgeschoold Middengeschoold Hooggeschoold
Jongeren: 1524j (exclusief studenten) 72,4% 43,7% 76,5% 86,8%
Ouderen: 55-64j 55,7% 38,1% 54,3% 73,5%
Personen met hinder door handicap, langdurige aandoening of ziekte (20-64j) 46,0% 29,4% 50,8% 65,4%
Totaal: 15-64j (exclusief studenten) 77,9% 53,2% 77,7% 88,9%
Duidelijke verschillen tekenen zich af wanneer de werkzaamheid wordt opgedeeld naar onderwijsniveau. De werkzaamheidsgraad van kortgeschoolde jongeren bedraagt in 2020 43,7%, waarmee de kortgeschoolde jongeren het een stuk minder goed doen dan hun middengeschoolde (76,5%) en hooggeschoolde leeftijdsgenoten (86,8%). De werkzaamheidsgraad van kortgeschoolde jongeren ligt bovendien ook op een lager peil dan dat van de kortgeschoolde 15-64-jarigen. De werkzaamheidscijfers voor de middengeschoolde jongeren ondersteunen de beslissing om de doelgroepkorting voor middengeschoolde jongeren uit te doven vanaf 1 januari 2020. De werkzaamheidsgraad van middengeschoolde jongeren ligt niet veel lager dan de werkzaamheidsgraad van alle middengeschoolden (15-64 jaar) of dan de globale werkzaamheidsgraad (77,9%). Mensen boven de 55 zijn globaal in minder grote getale aan het werk, maar tussen opleidingsniveaus tekenen zich ook verschillen af in de werkzaamheidsgraad. De werkzaamheidsgraad is bij hooggeschoolden 19,2 procentpunten hoger dan bij middengeschoolden, en is bijna het dubbele van de werkzaamheidsgraad bij de kortgeschoolde 55-plussers. Ook de uitstroom naar werk verschilt tussen de leeftijdsgroepen. De maandelijkse uitstroom van werkzoekende 55-plussers (2,5%) bedraagt minder dan een vijfde van de gemiddelde uitstroom bij jongeren onder de 25 (14,6%). Ook vergeleken met de 25-39-jarigen (10,1%) en de 40-54-jarigen (7,4%) Voor een uitgebreidere analyse van de positie van deze doelgroep op de arbeidsmarkt, zie Trendrapport 2021. Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt door Vandenberghe & Vansteenkiste (2021). 10
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 9 van 22
stromen werkzoekende 55-plussers een stuk minder uit naar werk (VDAB - Arvastat, bewerking: Steunpunt Werk). Bij de personen met arbeidshandicap bedraagt de gemiddelde maandelijkse uitstroom naar werk 3,3% in 2020, ten opzichte van 9,8% bij de personen zonder arbeidshandicap. Opnieuw kunnen hier verschillen onderscheiden worden volgens opleidingsniveau: tabel 3 geeft weer hoe bijvoorbeeld kortgeschoolde jongeren maandelijks minder uitstromen naar werk dan hun leeftijdsgenoten. De doelgroepverminderingen voor kortgeschoolde jongeren en oudere werknemers en de VOP voor personen met een arbeidshandicap zijn dus gericht op groepen die een relatief zwakkere positie op de arbeidsmarkt bekleden. Voor een uitgebreidere analyse van de positie van jongeren en oudere werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt verwijzen we naar het ‘Trendrapport 2021: Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt’ (Vandenberghe en Vansteenkiste 2021). Tabel 3. Uitstroom naar werk van niet-werkende werkzoekenden in 2020. Bron: VDAB – Arvastat (bewerking Steunpunt Werk).
2020 Totaal Kortgeschoold Middengeschoold Hooggeschoold
15-24 jaar Totale bevolking 14,6% 8,5% 8,9% 6,5% 16,7% 9,5% 29,0% 11,4%
55-plus Personen met arbeidshandicap 2,5% 3,3% 2,2% 3,4% 2,7% 3,1% 3,0% 3,2%
4 DE CIJFERS VAN 2020 4.1 VOLTIJDSEQUIVALENT In het eerste kwartaal van 2020 waren bij de kortgeschoolde jongeren in Vlaanderen 7.794 VTE met een doelgroepvermindering aan de slag. De groep middengeschoolden, waarvan de doelgroepvermindering uitdooft, is in 2020Q1 nog 20.249 VTE groot. In 2020Q4 zijn nog slechts 4.573 VTE aan de slag met een doelgroepvermindering middengeschoolde jongeren, en is de maatregel al sterk uitgedoofd. De meeste doelgroepverminderingen worden met voorsprong toegekend aan de zittende oudere werknemers: bij hen zijn er begin 2020 120.131 VTE aan de slag met een doelgroepvermindering. Door het uitbreken van de coronacrisis vertonen alle doelgroepen een dip in het aantal VTE met doelgroepvermindering vanaf het tweede kwartaal van 2020. Toen vond de eerste lockdown plaats, en werden veel werkgevers geconfronteerd met beperkingen en sluitingen. Met uitzondering van de leerlingen was geen enkele doelgroep op het einde van 2020 volledig hersteld tot op het precrisisniveau. Tabel 4. Aantal VTE met doelgroepvermindering in 2020. Bron: RSZ-gegevens11
2020 Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers 11
2020Q1 7.794 20.249 1.176 120.131 3.466
2020Q2 6.772 13.649 808 95.537 2.309
2020Q3 8.387 13.609 525 115.411 2.745
2020Q4 6.524 4.573 1.462 112.842 2.512
Voor de VOP zijn geen gegevens over VTE beschikbaar.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
4.2 PERSONEN Niet iedereen is voltijds aan de slag, en dat weerspiegelt zich in de verschillen tussen VTE en het aantal personen. Net zoals bij de cijfers over het aantal VTE, neemt ook het aantal personen met een doelgroepvermindering af vanaf kwartaal 2, na de uitbraak van de coronacrisis, met als uitzondering de kortgeschoolde jongeren. De daling in het aantal personen is veel minder sterk dan bij de VTE-cijfers, omwille van de uitgebreide inzet van tijdelijke werkloosheid. Hierdoor bleven veel werknemers (personen) in dienst, maar werden hun werkuren (VTE) sterk gereduceerd. Tabel 5. Aantal personen met doelgroepvermindering en VOP in 2020. Bron: RSZ- en DWSE-gegevens
2020 Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers VOP
2020Q1 12.287 24.258 1.735 165.003 5.078 12.594
2020Q2 12.393 19.305 1.477 147.296 3.945 11.956
2020Q3 13.721 16.132 1.686 153.921 4.008 12.267
2020Q4 11.064 5.821 2.249 151.071 3.781 12.423
4.3 BEDRAGEN De uitbetaalde bedragen voor de doelgroepverminderingen vertonen duidelijk de impact van de coronacrisis. Ze nemen in het tweede kwartaal af, om dan deels te herstellen in het derde kwartaal. In het 4e kwartaal tekent zich voor sommige categorieën terug een daling af in de uitgaven. In het 4e kwartaal zorgt de eindejaarspremie er immers voor dat sommige jonge werknemers geen recht hebben op de doelgroepvermindering. Globaal bedraagt het uitbetaalde bedrag aan doelgroepverminderingen in januari-maart ongeveer 162 miljoen euro, om tijdens het tweede kwartaal te dalen naar 127 miljoen euro. In het laatste kwartaal van 2020 zijn de uitgaven gelijk aan 145 miljoen euro. Tabel 6. Uitbetaalde bedragen van doelgroepverminderingen en VOP in 2020 (in euro). Bron: RSZ- en DWSE-gegevens
2020 Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers VOP
2020Q1 8.889.055 19.580.842 60.204 105.324.257 6.172.253 21.784.547
2020Q2 7.884.008 13.052.396 46.212 82.940.502 4.085.375 19.022.848
2020Q3 9.318.079 12.960.874 30.798 100.592.239 4.687.446 20.754.317
2020Q4 7.552.190 4.580.757 59.787 104.574.537 5.400.565 22.831.631
4.4 GEMIDDELD BEDRAG PER PERSOON De doelgroepvermindering voor middengeschoolde jongeren geeft recht op een RSZ-korting van 1.000 euro. We zien echter dat de gemiddelde grootte van de RSZ-korting voor middengeschoolde jongeren in 2020 tussen de 676 en 803 euro bedraagt, een stuk minder dan 1.000 euro. Een verklaring hiervoor zijn deeltijdse of onvolledige prestaties. Middengeschoolde jongeren kunnen deeltijds werken, of ze zijn mogelijk slechts een deel van het kwartaal aan de slag omwille van een tijdelijk contract of een periode
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 11 van 22
van werkloosheid. Het aantal personen in de categorie van middengeschoolde jongeren is logischerwijze dan ook groter dan het aantal voltijdsequivalenten (zie respectievelijk tabel 5 en 4). Verder kan de toegewezen vermindering onder 1.000 euro liggen omdat de verschuldigde RSZ-bijdrage kleiner is dan 1.000 euro. Wanneer het bedrag van de doelgroepvermindering de verschuldigde werkgeversbijdragen aan de RSZ overtreft, wordt de doelgroepkorting beperkt tot het verschuldigde bedrag. Dezelfde factoren spelen mee bij bijvoorbeeld kortgeschoolde jongeren, die recht geven op een volledige vrijstelling van de RSZ-werkgeversbijdragen. Ten slotte ligt de gemiddelde doelgroepvermindering bij leerlingen opmerkelijk laag. Dit komt omdat werkgevers van leerlingen reeds een speciaal RSZ-tarief genieten, waardoor de resterende verschuldigde werkgeversbijdragen beperkter zijn. Ook hier geldt dat de werkelijk uitbetaalde doelgroepkorting nooit de verschuldigde RSZ-bijdrage kan overschrijden, en dat de doelgroepkorting dus beperkt wordt tot de nog verschuldigde werkgeversbijdragen. Daarom is het gemiddelde bedrag van de doelgroepvermindering voor leerlingen klein. Tabel 7. Gemiddeld uitbetaald bedrag doelgroepvermindering en VOP per persoon in 2020 (in euro). Bron: RSZ- en DWSE-gegevens.
2020 Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers VOP
2020Q1
2020Q2
723 807 35 638 1.215 1.730
2020Q3
636 676 31 563 1.036 1.591
2020Q4
679 803 18 654 1.170 1.692
683 787 27 692 1.428 1.838
4.5 PERSOONSKENMERKEN In de meeste doelgroepen maken mannen de meerderheid uit van de werknemers – of mogelijk zelfstandigen, in het geval van de VOP – met doelgroepvermindering. De uitzondering vormt de uitdovende categorie van de middengeschoolde jongeren, waar het aandeel doelgroepverminderingen uitbetaald voor mannelijke en vrouwelijke werknemers ongeveer gelijk is. Tabel 8. Procentuele verdeling van doelgroepverminderingen en VOP volgens geslacht in 2020. Bron: RSZ- en DWSE-gegevens
2020 Man Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers VOP12
2020Q1 Vrouw
Man
2020Q2 Vrouw
Man
2020Q3 Vrouw
Man
2020Q4 Vrouw
57,3%
42,7%
61,5%
38,5%
61,5%
38,5%
59,9%
40,1%
49,7% 71,4%
50,3% 28,6%
52,4% 71,7%
47,6% 28,3%
51,8% 71,6%
48,2% 28,4%
46,1% 72,3%
53,9% 27,7%
59,0%
41,0%
59,6%
40,4%
58,9%
41,1%
59,0%
41,0%
58,2% 59,4%
41,8% 40,6%
60,1% 58,8%
39,9% 41,2%
60,0% 59,0%
40,0% 41,0%
60,1% 57,6%
39,9% 42,4%
Voor een deel van de werknemers met arbeidshandicap bij lokale besturen, wordt de VOP manueel uitbetaald. Voor de manueel betaalde VOPs is geen informatie over geslacht van de werknemer beschikbaar, en deze zijn dus niet opgenomen in tabel 8. 12
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
Bij de kortgeschoolde en middengeschoolde jongeren is de meerderheid 20 jaar of ouder, het gros van de doelgroepverminderingen voor leerlingen gaan naar minderjarigen (tabel 9). Bij kortgeschoolde en middengeschoolde jongeren zien we een aandeel in de leeftijdscategorie 25+. Om in aanmerking te komen voor de doelgroepvermindering, moeten kortgeschoolde en – in het verleden ook middengeschoolde – jongeren op het einde van het kwartaal van indienstname jonger dan 25 jaar zijn. Tijdens de looptijd van de doelgroepvermindering kunnen deze personen wel 25 jaar worden, zonder hun recht te verliezen. Tabel 9. Procentuele verdeling van de doelgroepverminderingen voor jongeren, volgens leeftijd. Bron: DWSE-gegevens
2020Q2 Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerling
-18 18 19 20 21 22 23 24 25+ 0,6% 4,7% 10,8% 14,6% 14,8% 14,6% 14,1% 15,3% 10,5% 0,0% 0,5% 4,1% 11,1% 17,2% 18,2% 17,7% 16,2% 15,0% 63,8% 27,2% 3,0% 1,4% 1,1% 1,3% 0,8% 0,6% 0,9%
Bij de ouderen zien we een nog grote groep van werknemers jonger dan 58 met een doelgroepvermindering. De leeftijd voor de doelgroepverminderingen voor oudere werknemers werd opgetrokken naar 58 jaar in 2020, maar een overgangsmaatregel trad in (cfr. supra). De meerderheid van de oudere werknemers met doelgroepvermindering is in 2020Q2 jonger dan 60 jaar. Tabel 10. Procentuele verdeling van de doelgroepverminderingen voor oudere werknemers, volgens leeftijd. Bron: DWSE-gegevens
2020Q2 Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers
-58 58 59 42,0% 14,3% 12,7%
60 9,7%
61 6,6%
62 4,6%
63 3,2%
64 65+ 2,3% 4,6%
33,7% 19,9% 16,4% 12,4%
8,1%
4,7%
2,7%
1,5%
0,5%
Bij de VOP is het aantal ontvangers gelijkmatig gespreid over de leeftijdsklassen heen (tabel 11). Tabel 11. . Procentuele verdeling van de VOP, volgens leeftijdsklasse. Bron: DWSE-gegevens
2020Q2 15-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65+ Aandeel van leeftijdscategorie t.o.v. totaal personen met VOP 12,5% 24,7% 22,5% 25,4% 14,6% 0,3%
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 13 van 22
4.6 SECTORAAL Uit tabel 12 en tabel 13 wordt duidelijk dat de doelgroepverminderingen in verschillende sectoren in verschillende mate worden gebruikt. Sectoren zoals de dienstenchequesector, de uitzendsector en de distributie lopen op kop in de relatieve aanwezigheid van doelgroepverminderingen bij jonge werknemers, met aandelen van respectievelijk 32,8%, 28,0% en 28,2%. Deze sectoren waren ook in 2019Q2 de grootste gebruikers van de doelgroepvermindering voor jongeren in relatieve termen, maar toen lag zowel de tewerkstelling als het relatieve gebruik van doelgroepverminderingen hoger. Twee factoren spelen hier: de doelgroepvermindering voor middengeschoolden werd uitgedoofd vanaf januari 2020, en de coronabeperkingen legden de economische activiteit in sommige sectoren deels of volledig stil tijdens de eerste lockdown. Sectorale verschillen verschijnen ook bij de data over de doelgroepverminderingen van oudere werknemers. In enkele sectoren bedraagt het aandeel 55-plussers met een doelgroepvermindering 60% of meer, met als uitschieter de houtnijverheid, waar 70% van de oudere werknemers een doelgroepvermindering ontvangt. De gas- en elektriciteitssector en social profit zijn sectoren waar de tewerkstelling van oudere werknemers in beperkte mate financieel wordt ondersteund door een doelgroepvermindering. In de houtnijverheid worden het meeste personen met een arbeidshandicap ondersteund met een VOP. Op globaal vlak neemt het aandeel jonge werknemers ondersteund met een doelgroepvermindering behoorlijk af tegenover 2019: in het tweede kwartaal van 2020 bedraagt dit 16,9%, tegenover 26,3% in het tweede kwartaal van 2019 (Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2019). Dat kan verklaard worden door de coronamaatregelen maar ook door de uitdoof van de doelgroepvermindering voor middengeschoolde jongeren, die veruit de grootste groep vormen binnen het doelgroepenbeleid voor jongeren. Het aandeel oudere werknemers (55-64 jaar) met doelgroepvermindering vermindert ook, van 41,1% naar 34,7%. Ook hier spelen zowel het optrekken van de leeftijdsgrens van 55 naar 58 als de coronacrisis een rol. Wanneer de doelgroepvermindering voor jongeren, ouderen en de VOP samen in overweging worden genomen, werd in 2020Q2 de tewerkstelling van 8,3% van de werknemers in Vlaanderen financieel ondersteund met een doelgroepvermindering of VOP. Dit is een daling van 1,5 procentpunten tegenover het tweede kwartaal van 2019 (Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2019).
Tabel 12. Sectorale verdeling van de tewerkstelling en doelgroepverminderingen voor jongeren en ouderen in het Vlaams Gewest, 2e kwartaal 2020. Bron: RSZ- en DWSEgegevens.13
2020Q2
Werknemers totaal
Werknemers 55+ met doelgroep- VOP 55-64 vermindering14
93.844 91.471
Jonge -25 met doelgroepwerknemers vermindering (<25) Aantal Aantal Aandeel van -25jarigen 8.701 760 8,7% 3.495 259 7,4%
88.504 94.122 81.141 149.794 43.252 8.669
7.778 24.152 3.508 16.808 1.112 177
1.159 6.754 1.150 4.748 43 4
63.654 12.921
10.209 1.198
32.834
39.962
Aantal
Bouw Chemie & petroleum Diensten aan ondernemingen en personen Uitzendsector Dienstenchequesector Distributie Financiële sector Gas en elektriciteit Horeca, sport & ontspanning Houtnijverheid Kleding en textielindustrie Land- en tuinbouw, bosbouw en zeevisserij
Aantal
Aantal
Aandeel Aantal Aandeel van van 55-64totaal aantal jarigen werknemers 64,1% 732 0,8% 29,9% 206 0,2% 356 0,4%
15.768 17.845
10.113 5.336
14,9% 28,0% 32,8% 28,2% 3,9% 2,3%
14.356 8.886 15.188 26.192 9.268 1.513
8.148 5.907 8.325 16.291 3.688 244
56,8% 66,5% 54,8% 62,2% 39,8% 16,1%
682 472 736 189 17
0,7% 0,6% 0,5% 0,4% 0,2%
1.882 327
18,4% 27,3%
10.951 2.639
3.689 1.847
33,7% 70,0%
318 181
0,5% 1,4%
1.301
268
20,6%
7.429
4.757
64,0%
173
0,5%
9.258
742
8,0%
4.536
1.786
39,4%
337
0,8%
Voor een aantal mensen kan de sector niet bepaald worden, zoals de personen met VOP bij lokale besturen. Daardoor kunnen de totalen verschillen van tabel 5. In deze tabel zijn enkel de jongeren onder 25 jaar meegenomen, in tabel 13 worden onder ‘jongeren’ alle personen gevat met een doelgroepvermindering voor kortgeschoolde of middengeschoolde jongeren en leerlingen. 14 Door de overgangsmaatregel zijn er ook in 2020 nog personen jonger dan 58 die recht hebben op de doelgroepvermindering voor oudere werknemers. 13
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 15 van 22
Media, drukkerij- en uitgeverijsector Metaalindustrie Papieren kartonsector Social profit Steenen glasindustrie Vervoer, transport en logistiek Voedingsindustrie Overige Onbekend (overheid/geen PC) Totaal
9.918 198.496
649 14.408
59 2.482
9,1% 17,2%
1.385 35.197
857 20.428
61,9% 58,0%
83 1.045
0,8% 0,5%
8.556 331.817
332 20.039
61 2.647
18,4% 13,2%
2.009 72.512
1.242 11.032
61,8% 15,2%
25 2.591
0,3% 0,8%
9.410
394
25
6,3%
2.095
1.428
68,2%
34
0,4%
136.863 68.880 326.383
6.873 3.944 16.912
1.374 533 1.965
20,0% 13,5% 11,6%
27.895 12.749 44.469
15.751 7.545 20.950
56,5% 59,2% 47,1%
366 314 1.331
0,3% 0,5% 0,4%
474.971 2.365.462
20.049 171.297
1.660 28.902
8,3% 16,9%
102.364 435.246
1.877 151.241
1,8% 34,7%
928 11.116
0,2% 0,5%
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
Tabel 13. Sectorale verdeling van de tewerkstelling en loonkostverminderingen (jongeren, 58+, VOP) in het Vlaams Gewest, 2e kwartaal 2020. Bron: RSZ- en DWSE-gegevens15
2020Q2
Bouw Chemie & petroleum Diensten aan ondernemingen en personen Uitzendsector Dienstenchequesector Distributie Financiële sector Gas en elektriciteit Horeca, sport & ontspanning Houtnijverheid Kleding en textielindustrie Land- en tuinbouw, bosbouw en zeevisserij Media, drukkerij- en uitgeverijsector
Werknemers totaal Aantal 93.844 91.471
DGV Jongeren 825 314
DGV oudere wn 10.113 5.336
VOP 732 206
Aantal 11.670 5.856
Aandeel 12,4% 6,4%
88.504 94.122 81.141 149.794 43.252 8.669
1367 7312 1414 5499 57 6
8.148 5.907 8.325 16.291 3.688 244
356 682 472 736 189 17
9.871 13.901 10.211 22.526 3.934 267
11,2% 14,8% 12,6% 15,0% 9,1% 3,1%
63.654 12.921
2128 352
3.689 1.847
318 181
6.135 2.380
9,6% 18,4%
32.834
330
4.757
173
5.260
16,0%
39.962
799
1.786
337
2.922
7,3%
9.918
73
857
83
1.013
10,2%
Met loonkostvermindering
Totaal loonkostvermindering
Voor een aantal mensen kan de sector niet bepaald worden, zoals de personen met VOP bij lokale besturen. Daardoor kunnen de totalen verschillen van tabel 5. Bij de doelgroepverminderingen voor leerlingen is er geen leeftijdsvoorwaarde. In deze tabel worden onder ‘jongeren’ alle personen gevat met een doelgroepvermindering voor kortgeschoolden, middengeschoolden en leerlingen. In tabel 12 worden enkel jongeren onder de 25 jaar meegenomen. 15
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 17 van 22
Metaalindustrie 198.496 Papieren kartonsector 8.556 Social profit 331.817 Steenen glasindustrie 9.410 Vervoer, transport en logistiek 136.863 Voedingsindustrie 68.880 Overige 326.383 Onbekend 474.971 Totaal 2.365.462
2820 68 3083 32 1684 637 2482 1893 33.175
20.428
1.045
24.293
12,2%
1.242 11.032
25 2.591
1.335 16.706
15,6% 5,0%
1.428
34
1.494
15,9%
15.751 7.545 20.950 1.877 151.241
366 314 1.331 928 11.116
17.801 8.496 24.763 4.698 195.532
13,0% 12,3% 7,6% 1,0% 8,3%
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
5 EVOLUTIE TEN OPZICHTE VAN 2019 We stellen in alle maatregelen van het doelgroepenbeleid en in alle indicatoren een terugval vast in het tweede kwartaal van 2020 ten opzichte van hetzelfde kwartaal één jaar eerder. Dat heeft te maken met de uitbraak van de COVID-19-pandemie. Bij de middengeschoolde jongeren en de oudere werknemers werd ook een beperking van het aantal begunstigden doorgevoerd op 1 januari 2020. In deze sectie zetten we 2020Q2 af tegenover 2019Q2. Ook 2020Q3 wordt meegegeven in de tabellen, om het gedeeltelijk herstel in beeld te brengen na de maatregelen van de eerste – en strengste – lockdown. De doelgroepvermindering van de middengeschoolden werd per 1 januari 2020 stopgezet met een uitdoof voor de werkgevers die er gebruik van maakten. Bij deze doelgroepvermindering zien we dan ook een grote terugval in onder meer het aantal VTE en de uitbetaalde bedragen. In 2020Q2 bedraagt het aantal VTE middengeschoolde jongeren met doelgroepvermindering 13.649 VTE, dat is minder dan de helft dan één jaar eerder. Dit cijfer is ook in 2020Q3 gelijk aan ongeveer 13.600 VTE. Bij andere doelgroepverminderingen tekent zich een gedeeltelijk herstel af in 2020Q3, maar omdat de middengeschoolde doelgroepvermindering uitdooft, is dat voor deze doelgroepvermindering niet het geval. Het bedrag uitbetaald voor middengeschoolde jongere werknemers halveert in 2020Q2 ten opzichte van één jaar eerder, en blijft ongeveer op dat peil in 2020Q3, om af te nemen naar 4,6 miljoen in 2020Q4 (cfr. supra). Bij de doelgroepvermindering voor zittende werknemers van 58 jaar of ouder, neemt de grootte van het uitbetaald bedrag ook een flinke duik in 2020Q2 ten opzichte van één jaar eerder, maar in procentuele termen is de afname het kleinst van alle doelgroepcategorieën. In het derde kwartaal van 2020 wordt 100,6 miljoen uitbetaald aan doelgroepverminderingen voor zittende oudere werknemers. Dit is, relatief ten opzichte van de andere doelgroepen, een vrij sterk herstel. In 2019Q3 werd immers 109,6 miljoen uitbetaald voor deze categorie. Zo liggen de uitgaven in 2020Q3 8,2% lager voor deze groep. Ter vergelijking, in 2020Q3 ligt het toegekende bedrag RSZ-korting voor aangeworven 58+’ers nog steeds vrij laag, gelijk aan 4,7 miljoen euro. Dat is 34,3% minder dan het uitbetaalde bedrag doelgroepverminderingen voor aangeworven oudere werknemers in 2019Q3. De doelgroepvermindering voor zittende oudere werknemers tekent samen met de VOP de minst grote procentuele afname op in de grootte van de uitgaven, maar de impact van corona blijft substantieel. Een opvallende evolutie is dat het aantal VTE procentueel veel sterker daalt in 2020 dan het aantal personen. Dat heeft te maken met de tijdelijke werkloosheid die tijdens de coronacrisis veel voorkwam en voorkomt. Werknemers die tijdelijk werkloos worden, blijven aan de slag, maar hun arbeidsuren dalen. Met andere woorden, tijdelijke werkloosheid betekent dat het aantal personen aan de slag ongewijzigd blijft, maar dat het arbeidsvolume daalt. In Vlaanderen lag het arbeidsvolume in het tweede kwartaal van 2020 13,0% lager dan één jaar eerder (De Smet, Neefs, Vansteenkiste & Penders, 2021). Die daling in de gemiddelde prestaties per persoon verklaart ook waarom de gemiddelde bedragen doelgroepvermindering per persoon in 2020Q2 lager liggen dan één jaar eerder.
Tabel 14. Evolutie van het aantal VTE met doelgroepvermindering. Bron: RSZ-gegevens16
VTE Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers
2019Q2 2020Q2 2020Q3 Aantal Aantal Groei t.o.v. 2019 Aantal 6.772 -38,0% 8.387 10.928 13.649 -53,6% 13.609 29.397 1.382 808 -41,5% 525 127.706 95.537 -25,2% 115.411 2.309 -46,6% 2.745 4.325
Tabel 15. Evolutie van het aantal personen met doelgroepvermindering en VOP. Bron: RSZ- en DWSE-gegevens
Personen Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers Personen met arbeidshandicap
2019Q2 2020Q2 2020Q3 Aantal Aantal Groei t.o.v. 2019 Aantal 16.623 12.393 -25,4% 13.721 36.693 19.305 -47,4% 16.132 1.697 1.477 -12,9% 1.686 165.497 147.296 -11,0% 153.921 6.317 3.945 -37,5% 4.008 11.956 -5,1% 12.267 12.592
Tabel 16. Evolutie van het totale bedrag uitbetaalde doelgroepvermindering en VOP. Bron: RSZ- en DWSE-gegevens
Bedragen
2019Q2 2020Q2 2020Q3 Bedrag Bedrag Groei t.o.v. 2019 Bedrag 7.884.008 -38,2% 9.318.079 12.762.011
Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers Personen met arbeidshandicap
27.248.892 69.698 106.601.434 7.117.486 22.800.498
13.052.396
-52,1%
12.960.874
46.212 82.940.502 4.085.375 19.022.848
-33,7% -22,2% -42,6% -16,6%
30.798 100.592.239 4.687.446 20.754.317
Tabel 17. Evolutie van het gemiddelde bedrag doelgroepvermindering en VOP per persoon. Bron: RSZ- en DWSE-gegevens
Gemiddeld bedrag/persoon
2019Q2 Bedrag Bedrag 768
Kortgeschoolde jongeren Middengeschoolde jongeren Leerlingen Zittende oudere werknemers Werkzoekende oudere werknemers Personen met arbeidshandicap 16
743 41 644 1.127 1.811
2020Q2 2020Q3 Groei t.o.v. 2019 Bedrag 636 -17,1% 679 676 31 563 1.036 1.591
-9,0% -23,9% -12,6% -8,1% -12,1%
803 18 654 1.170 1.692
Voor de VOP zijn geen gegevens over VTE beschikbaar.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 20 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021
6 BRONNEN Beleidsnota 2019-2024 Werk en Sociale Economie (2019). Ingediend door viceminister-president Hilde Crevits, Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw. Beschikbaar op https://www.vlaanderen.be/beleidsnotas-van-de-vlaamse-regering-2019-2024. De Smet, R., Neefs, B., Vansteenkiste, S., & Penders. I. (2021). Kwartaalbericht Vlaamse arbeidsmarkt. Augustus 2021. Werk.Focus 2021 nr. 3. Leuven: Steunpunt Werk. De Smet, R., Penders, I., Sourbron, M., Vansteenkiste, S., Boey, R., Van Langenhove, H., & Van Onacker, E. (2020). Trendrapport 2020: Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt (Werk.Rapport 2020 nr. 4). Brussel/Leuven: Departement Werk en Sociale Economie/Steunpunt Werk. Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken. Groenboek zesde staatshervorming. Deel 4. Arbeidsmarktbeleid (2013). Beschikbaar op https://www.vlaanderen.be/publicaties/groenboek-zesdestaatshervorming. Departement Werk en Sociale Economie (2018). Vlaams Doelgroepenbeleid: Jaarrapport 2017. Beschikbaar op https://www.vlaanderen.be/publicaties/jaarrapport-vlaams-doelgroepenbeleid. Departement Werk en Sociale Economie (2021). Vlaams Doelgroepenbeleid: Jaarrapport 2019. Beschikbaar op https://www.vlaanderen.be/publicaties/jaarrapport-vlaams-doelgroepenbeleid. Desiere, S., Cabus, S., & Cockx, B. (2020). Evaluatie van het Vlaamse Doelgroepenbeleid. HIVA – KU Leuven, uitgegeven door Departement Werk en Sociale Economie. Beschikbaar op https://www.vlaanderen.be/publicaties/evaluatie-van-het-vlaamse-doelgroepenbeleid. Van der Beken W., De Rouck, E. & de Jong, T. i.s.m. Departement Werk en Sociale Economie (2021). Onderzoek naar de aanpassingen van de ‘doelgroepenvermindering’ voor ouderen in binnen- en buitenland, uitgegeven door Departement Financiën en Begroting. Beschikbaar op https://fin.vlaanderen.be/externe-studies. Vandenberghe, C., & Vansteenkiste, S. (red.) (2021). Trendrapport 2021: Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Brussel/Leuven, Departement Werk en Sociale Economie/Steunpunt Werk.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 1.12.2021
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
pagina 21 van 22
Colofon Samenstelling Vlaamse overheid Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan 35 bus 20 1030 Brussel 02 553 42 56 departement.wse@vlaanderen.be www.vlaanderen.be/departement-wse
Verantwoordelijke uitgever Dirk Vanderpoorten Secretaris-generaal
Uitgave December 2021
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 22 van 22
Jaarrapport Doelgroepenbeleid 2020
1.12.2021