STeRio - Stilte en Rust
interdisciplinaire overleggroep - eindverslag
VLAAMSE LAND MAATSCHAPPIJ
VLM.be
Een toekomst voor kwaliteitsvolle omgevingen met aandacht voor stilte, rust en ruimte in Vlaanderen Aanbevelingen voor het duurzaam beheren, ontsluiten en inrichten van stille en rustige plekken
Voorwoord
Vandaag hechten we als samenleving steeds meer waarde aan leefkwaliteit. Gelukkig groeit vanuit het beleid in Vlaanderen de aandacht voor het behoud en de verbetering van het leefmilieu. Er wordt gestreefd naar een kwaliteitsvolle leefomgeving en toekomst voor mens en natuur. Burgers en middenveldorganisaties, ondernemers en lokale besturen zijn cruciaal bij het inhoud en vorm geven van gebiedsgerichte projecten en processen waarin stilte, rust en ruimte belangrijk zijn. De roep naar meer stille plekken en kwaliteitsvolle omgevingen geldt daarbij zowel op het platteland als in het (rand)stedelijke gebied in Vlaanderen. Het huidige Vlaamse beleid rond leefmilieu en leefkwaliteit neemt deze actuele maatschappelijke nood ter harte en zoekt naar gepas-
te, haalbare en duurzame antwoorden. Vandaar dat Vlaams minister Joke Schauvliege eind 2013 de interdisciplinaire overleggroep ‘Stilte en Rust’ (STeRio) in het leven riep om vanuit een sectoroverschrijdende en geïntegreerde benadering het groeiende aantal lokale en bovenlokale initiatieven rond stilte, rust en ruimte in Vlaanderen te stimuleren en te begeleiden. Met de oprichting van de STeRio-overleggroep wordt tegelijkertijd op een concrete manier uitvoering gegeven aan het eerdere advies ‘Stilte & rust als collectieve waarde’ van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg [2011]. De aanbevelingen in het rapport situeren zich op verschillende niveaus en zijn gericht tot beleidsmakers en allerhande actoren in het veld. De klemtoon ligt vooral op de wijze waarop een werking rond stilte, rust en
ruimte concreet kan worden omgezet, mét aandacht voor ruimtelijke inrichtingsaspecten. Voor u – lezer – ligt nu het eindrapport van ruim twee jaar intense uitwisseling en reflectie. Het biedt een richtsnoer met aanbevelingen op basis van de opgebouwde inzichten en ervaringen van de leden van de STeRio-overleggroep. Het werk is nog niet af. Verder onderzoek is nodig en wenselijk. De resultaten dienen nu vooral verder naar de praktijk en het leven van alledag te worden vertaald. Voor STeRio hebben de Vlaamse Landmaatschappij en de sociaal-culturele beweging Waerbeke nauw samengewerkt. Graag willen we iedereen die zich tijdens dit traject heeft geëngageerd en heeft bijgedragen tot het welslagen van STeRio, uitdrukkelijk danken.
Erik Verhaert STeRio-voorzitter, Vlaamse Landmaatschappij Dirk Sturtewagen coördinator Waerbeke vzw
5
Inhoud
1 Inleiding........................................................................................................................................................................................8 1.1 Leefkwaliteit op het platteland........................................................................................................................10 1.2 Op zoek naar stilte, rust en ruimte................................................................................................................11 2
Motivatie vanuit het gevoerde beleid.......................................................................................................................12 2.1 Vlaamse context.......................................................................................................................................................14 2.2 Internationale verdragen en richtlijnen......................................................................................................15
3 STeRio-traject...........................................................................................................................................................................16 3.1 Opstart, doel en samenstelling......................................................................................................................... 17 3.2 VLM en Waerbeke als trekkers...........................................................................................................................18 3.3 Concrete procesmatige aanpak........................................................................................................................18 3.4 Evaluatie en opzet eindrapport......................................................................................................................20 4 Denkkader................................................................................................................................................................................22 4.1 Basisbegrippen..........................................................................................................................................................23 4.2 Overkoepelende uitgangspunten................................................................................................................... 27 4.3 Power of Place - authenticiteit en beleving............................................................................................28 5
Rapportage met aanbevelingen...................................................................................................................................30 5.1 Beleidscontext...........................................................................................................................................................32 5.2 Burgerzin en ondernemerschap......................................................................................................................42 5.3 Inrichtingsaspecten................................................................................................................................................53
6
Algemene samenvatting...................................................................................................................................................62 6.1 Bezield lokaal stiltebeleid....................................................................................................................................63 6.2 Dynamische driehoeksverhouding................................................................................................................63 6.3 Inrichtingsaspecten................................................................................................................................................64 6.4 Van onderop, van bovenaf, of allebei?........................................................................................................64 6.5 Stilte werkt! Maar hoe?........................................................................................................................................65 6.6 Behoud en ontwikkeling van de Power of Place.................................................................................. 67
7
Overzicht aanbevelingen.................................................................................................................................................68 7.1 Beleidscontext........................................................................................................................................................... 70 7.2 Burgerzin en ondernemerschap...................................................................................................................... 72 7.3 Inrichtingsaspecten.................................................................................................................................................74
Bijlagen....................................................................................................................................................................................................76
7
1 Inleiding
Het leefmilieu en de ruimte staan in Vlaanderen de laatste decennia erg onder druk. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de leefbaarheid van de beschikbare woonen leefomgeving en het sowieso al verstoorde ecologische evenwicht. In zekere zin kan Vlaanderen vandaag worden beschouwd als een soort van laboratorium in het uiterst dicht bevolkte Noordwest-Europa. Vandaag wordt er vanuit het Vlaamse beleid gestreefd naar een bedachtzaam, duurzaam ruimtegebruik, wat de ruimtelijke organisatie versterkt en de leefbaarheid
aanzienlijk verbetert. De kwaliteit van de leefomgeving dient – mede door het nastreven en verankeren van strenge milieudoelstellingen – zodanig te evolueren dat de algemene leefkwaliteit en de beleving ervan verbeteren en de mogelijke risico’s voor mens en natuur tot een minimum worden beperkt. Tegelijk wordt er in Vlaanderen gestreefd naar een integraal én geïntegreerd beleid. Dit gebeurt sinds kort vanuit een globale visie op Ruimtelijke ordening, Leefmilieu, Platteland en Natuur. Binnen de huidige Vlaamse regering vallen deze beleidsdomeinen onder de bevoegdheid van
Vlaams minister Joke Schauvliege. Voorts wordt ook intense samenwerking op verschillende bestuursniveaus betracht, met nadruk op een geïntegreerde gebiedsgerichte en projectmatige aanpak. Dit vraagt een sterk overlegmodel en de nodige coördinatie tussen diverse overheden en sectoren. Bovendien creëert de betrokkenheid van heel wat (middenveld)organisaties en burgers een groter maatschappelijk draagvlak en meer interactie met de samenleving om samen zorg te dragen voor leefkwaliteit.
9
1.1
Leefkwaliteit op het platteland
De laatste tien jaar worden stilte, rust en ruimte eveneens opgenomen als parameters om leefkwaliteit aan te duiden, naast de aanwezigheid van natuur en groen, schone lucht en water, trage mobiliteit, klimaat, afvalbeheer… Terwijl in steden en verstedelijkte agglomeraties de vraag naar en de nood aan karaktervolle, groene en ‘stressvrije’ omgevingen almaar toenemen, dient ook de leefkwaliteit op het platteland te worden gevrijwaard en vaak effectief te worden ondersteund. Soms dient de geschonden leefkwaliteit zelfs te worden hersteld. Voorts dient vandaag vooral ook de wisselwerking tussen stad en platteland in acht te worden genomen. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) is al jaren actief in het domein van kwaliteitsvolle landinrichting en landschapsherstel. Zo zette ze, gevoed door voormelde inzichten, van 2006 tot 2016 – mede met de steun vanuit Europa [Interreg IVb, Collabor 8 (2008-’12) en Rural Alliances (vanaf 2011)] – een grootschalig landinrichtings- en plattelandsproject op in het domein en de omgeving van
10
De Merode. Dit gebeurde met tal van overheden (Vlaanderen, provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant & Limburg, negen gemeenten), diverse terreinbeheerders, ondernemers en verenigingen, over de beleidsgrenzen heen. Op dit concrete voorbeeld wordt verderop nog dieper ingegaan. Al in de jaren 1980 groeide het besef dat het aantal ‘stille gebieden’ in Vlaanderen niet alleen erg schaars is, maar ook wordt bedreigd door de almaar toenemende druk op de nog beschikbare open ruimte. Midden jaren 1990 voerde het Vlaams Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) metingen uit, zodat een twintigtal potentiële stiltegebieden kon worden gelokaliseerd en afgebakend. Enkele provincies lieten een geluidskaart opmaken. Uiteindelijk werd – in tegenstelling tot Nederland – afgezien van een specifieke wetgeving voor stiltegebieden. Met de opstart van het pilootproject ‘Stiltegebied Dender-Mark’ [2001] op de grens van Oost-Vlaanderen (Geraardsbergen, Ninove) en Vlaams-Brabant (Galmaarden) ging de Vlaamse
overheid op zoek naar een alternatief stiltegebiedenbeleid. Uit dit proefproject werd het ‘Kwaliteits label Stiltegebied’ ontwikkeld. Gemeenten en provincies die vandaag een actief ruimtelijk beleid rond stilte, rust en ruimte willen voeren en dit voor een bepaald gebied willen bekrachtigen, kunnen sinds 2006 zo’n kwaliteitslabel aanvragen. Door een stimulerend, waarderend beleid rond stilte en stiltegebieden heeft de Vlaamse overheid intussen al op zeven plaatsen het ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ toegekend. Deze zijn: de Schelde-oevers in Bornem [2008]; Gerhagen (Tessenderlo) in De Merode [2010]; Grenspark KempenBroek op de grens van Bocholt, Bree en Kinrooi [2011]; Landschap De Liereman in Oud-Turnhout [2012], Zwarteput op de grens van Bilzen, Lanaken en Zutendaal en poort tot het Nationaal Park Hoge Kempen [2013]; Altenbroek in Voeren [2015] en de Kalmthoutse Heide in het Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide [2016].
1.2 Op zoek naar stilte, rust en ruimte We hechten als samenleving vandaag meer dan ooit belang aan leefkwaliteit. Vele mensen willen onthaasten en zoeken stilte, rust en ruimte op om er kracht uit te putten en zich te herbronnen. Dit doen ze niet alleen in hun vrije tijd, maar ook beroepshalve, in het leven van alledag. De laatste jaren groeit het besef dat stilte en rust een heilzame werking hebben op de mens en zijn omgeving. Het effect van een beetje groen, een rustgevende context om te leven of te werken en open ruimte is indrukwekkend. Stilte, rust en ruimte zijn zelfs levensnoodzakelijk, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Ze dragen bij tot een kwaliteitsvolle omgang met de wereld, de anderen, zichzelf…
Vanuit dit inzicht werd in 2002 Waerbeke vzw opgericht. Dit initiatief van en voor burgers koestert en bevordert de beleving van stilte, rust en ruimte bij een zo ruim mogelijk publiek. Sinds 2011 is ze door de Vlaamse overheid erkend als sociaalculturele beweging. Waerbeke werkt ervaringsgericht en wil in de eerste plaats ‘stiltebemiddelaars’ met elkaar verbinden. Als sociaal-culturele beweging creëert ze een ‘contactzone’ tussen overheid, professionele en vrijwillige bemiddelaars, tal van organisaties, bedrijven en het ruime publiek. Waerbeke beschouwt stilte vanuit een brede visie op mens en samenleving. Stilte is akoestisch meetbaar, maar haar werking kan je alleen
maar van binnenuit beleven. In die zin is de omgang met stilte ook altijd een cultuurgoed. Voorts gelooft de organisatie in het creatieve, verbindende vermogen van stilte, rust en ruimte. Zo draagt ze bij aan een gemeenschap die waarde hecht aan diversiteit en dialoog, eenvoud en kwaliteitsvolle aandacht. Het thema stilte, rust en ruimte leeft. Naast allerlei publicaties, artikels en opiniestukken, worden er de laatste jaren mediacampagnes en jaarlijks een ‘Dag van de stilte’ (eind oktober) opgezet. Ook heel wat andere organisaties nemen stilte, rust en ruimte op in hun werking. In wat volgt, komen verschillende van deze initiatieven ruimschoots aan bod.
11
2 Motivatie vanuit het gevoerde beleid
In Vlaanderen en Brussel, maar ook in Europa en zelfs wereldwijd neemt op beleidsniveau de aandacht toe voor het behoud en de verbetering van het leefmilieu en de bijbehorende leefkwaliteit. Ook de rol en het belang van stilte, rust en ruimte worden hierbij onderkend. Enerzijds worden er in binnen- en buitenland onderzoeken verricht naar strikt akoestische aspecten en is men zicht scherp bewust van de gevaren van geluidsoverlast voor de gezondheid en het welzijn van mens en milieu. Anderzijds groeit het inzicht dat leefmilieu en leef-
kwaliteit een integrale visie en een maatschappelijk geïntegreerde aanpak vereisen. In vergelijking tot de meeste Europese landen zijn stilte, rust en ruimte in het sterk verstedelijkte Vlaanderen niet alleen een schaars, maar ook een bedreigd goed. De Vlaamse overheid beseft echter dat de zorg voor de leefomgeving niet zomaar van bovenaf, doelgericht kan worden opgelegd. Daartoe dienen bepaalde processen en ontwikkelingen binnen de (burger)samenleving te worden gestimuleerd (of eerder afgeremd). De samenleving is – net zoals het ecologische systeem – een
complex, levend, dynamisch weefsel. Naast stilte, rust en ruimte zijn ook de natuur, de publieke ruimte, platteland, landschap en erfgoed in het geding. Op internationaal niveau zijn gelijkaardige tendenzen waarneembaar. In wat volgt, wordt duidelijk dat binnen verschillende beleidsdomeinen aanzetten aanwezig zijn om op termijn tot een integraal én geïntegreerd beleid te komen, met uitdrukkelijke aandacht voor stilte, rust en ruimte.
13
2.1 Vlaamse context Op Vlaams niveau kreeg het thema stilte, rust en ruimte zowel in de Beleidsnota 2014-2019 – Omgeving als in de Beleidsbrief 2015-2016 van Vlaams minister Joke Schauvliege een duidelijke verankering. Stilaan krijgt – naast het ‘bestrijden van hinder’ (overlast ongewenst geluid en lawaai) – ook het ‘waarderend omgaan’ met stilte, rust en ruimte als ‘voorwaarde tot leefkwaliteit’ een plaats in het Vlaamse beleid. Deze recente beleidsdocumenten van de bevoegde minister benadrukken het belang om te investeren in een verbetering of verhoging van de omgevingskwaliteit. Dit versterkt meteen ook de identiteit en de uitstraling van een plek, streek of gebied. Ook wordt de nadruk gelegd op de noodzaak om de (burger)samenleving zoveel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling en de realisatie van gebiedsgerichte processen en projecten. De Beleidsbrief noemt STeRio expliciet, met de aanmaak van een ‘leidraad’ als één van de beoogde resultaten.
14
Ter voorbereiding van een nieuwe cyclus van milieubeleidsplanning lanceerde het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) in 2015 een aantal ‘maatschappelijke uitdagingen’ ter bewustmaking van het grote publiek. De campagne ’30 dagen stilte’ beet de spits af en kreeg heel wat media-aandacht. De keuze voor dit onderwerp en de reacties erop, bevestigen het toenemende belang van deze waarden in de Vlaamse samenleving vandaag. Bij de opstart in 2013 paste de oprichting van de interdisciplinaire overleggroep ‘Stilte en Rust’ (STeRio) volledig in bepaalde doelstellingen uit het actieprogramma 2013-‘15 van het Vlaamse Plattelandsbeleidsplan en het strategisch beleidsplan 2011’15 van de sociaal-culturele beweging Waerbeke. In het beleidsplan 2016-’20 van Waerbeke is de werking van en het engagement voor STeRio uitdrukkelijk opgenomen. Ook in de beleidsnota met de belangrijkste strategische keuzes inzake Landbouw en Visserij voor de
periode 2014-2019 stelt Vlaams minister Joke Schauvliege dat een goed ‘medegebruik’ belangrijk is om kwaliteiten zoals stilte, rust en ruimte op het platteland te vrijwaren. In de werktekst van het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, waarop al verschillende raden en instanties advies hebben uitgebracht, staan – zonder ‘stilte, rust en ruimte’ expliciet te vermelden – ideeën en voorstellen om een kwaliteitsvolle leefruimte te ontwikkelen, met aandacht voor ‘gezondheid’, ‘publieke ruimte’, ‘erfgoed en landschap’. Het Instituut Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bracht het Natuurrapport 2014 uit, met een ‘overzicht van de toestand en de trend van ecosystemen en ecosysteemdiensten in Vlaanderen’. Naar de ecosysteemdienst rond ‘stilte, rust en ruimte’ werd er tot op heden nog geen onderzoek gedaan.
2.2 Internationale verdragen en richtlijnen de samenleving’. Hierin wordt aan Aan het begin van de 21ste eeuw doorgelicht. Dit resulteerde in een de (burger)samenleving een actieve probeert de internationale gemeenconcrete praktijkrichtlijn [www.eea. rol toebedeeld en wordt de notie ‘erfschap via tal van multilaterale vereuropa.eu/publications/good-pracgoedgemeenschap’ geïntroduceerd. dragen en conventies houvast te tice-guide-on-quiet-areas] en een krijgen en een basis te leggen om op eindrapport [www.eea.europa.eu/ Ook binnen de Europese Unie groeit een duurzame manier een gemeenpublications/quiet-areas-in-europe], de aandacht voor stilte, rust en schappelijke toekomst uit te bouwen dat in april 2016 werd gepubliceerd. Quiet areas in Europe ruimte. De Europese richtlijn Omgevoor mens en milieu. Daarbij staan vooral klimaat, erfgoed en cultuvingslawaai (2002/49/EG) stelt dat Uit onderzoek blijkt dat in heel wat rele diversiteit in de schijnwerpers. voor agglomeraties met meer dan Europese landen al een beleid wordt Deze internationale overeenkomsten 250.000 inwoners de opgemaakte gevoerd rond de vrijwaring en de be3 eenzelfde Quiet in Europe scharen zich alle rond ba-areas actieplannen onder meer tot doel vordering van stilte, rust en ruimte. sisgedachte: ze streven naar samenmoeten hebben ‘stille gebieden’ in Vaak concentreert zich dit op stille zones of stiltegebieden in verstedewerking, duurzame ontwikkeling, agglomeraties tegen een toename lijkte omgevingen. Vele landen beculturele diversiteit en conflictbevan geluidshinder te beschermen. schikken immers nog over (relatief) heersing. Sinds enkele jaren doet het Europese grote gebieden met goede geluidsMilieuagentschap (European EnvironTerwijl de Verenigde Naties zich met kwaliteit en landschappelijke waarmental Agency, EEA) onderzoek naar highest proportion of potential quiet areas (QSI = 1). This chapter presents the results of the QSI analysis talrijke overheden en internationale den. België daarentegen blijkt het en aanbevelingen over ‘(Potential) On the other hand, the noisiest areas (low QSI values) as described in the preceding chapters and applied Europese land teand zijn met de minste ngo’s buigen over ecologische Quiet Areas’ inand het buitengebied. tend to reflect theDit major transport infrastructures to the Europeankwessetting, namely the EEA member areastot with high densities (major countries, Croatia and Turkey toegang toturban stilleand gebieden in de onties, richten UNESCOcooperating en de Raad vanalthough onderzoek heeftaregeleid de population ontmetropolitan areas). Not only that, but areas with high excluded because of a lack of data availability at the Europa zich vooral time op ofde bescherwoonomgeving (minder wikkeling van een ‘Quietness SuitabiQSI values further south aremiddellijke located in remote areas the analysis. The overview of Europe's potential the Alpine region ordan near the quiet areasde is presented 3.1.Index’ (QSI) om such ming en bevordering van cultu- in Map éénMediterranean uur rijden). Dit onderstreept lity via asakoestische coast. rele diversiteit en de vrijwaring van zeer duidelijk de nood om stilte, rust metingen potentiële stiltegebieden As a result of the propensityen of anthropogenic 3.1 The Zo European allerlei vormen van erfgoed. keur- overview ruimte inland het buitengebied te in Europa te detecteren. Daarnaast use in Europe, those areas with the highest potential de de Raad van Europa in 2005 de koesteren en te vrijwaren van verwerden voorbeeldpraktijken die stilfor quiet (QSI = 1) account for only 4 % of the When mapped, the QSI overview for Europe reveals Faro-kaderconventiethegoed over dere verschraling te,berust enwith ruimte opterritory. het terrein be- with less Those areas potential for quiet, en teloorgang. northern part of‘de Europe to the area the bijdrage van cultureel erfgoed aan heren bij elkaar gebracht en kritisch Map 3.1 -30°
Potential quiet areas in Europe based upon the Quietness Suitability Index (QSI) -20°
-10°
0°
10°
20°
30°
40°
50°
60°
70°
Potential quiet areas in Europe, based upon the Quietness Suitability Index (QSI) Value High: 1
60°
Low: 0 50°
No data Outside coverage
50°
40°
40°
-20°
Canary Is.
30°
Azores Is.
-30°
30°
Figuur 1
40°
30° 0°
Madeira Is.
10°
20°
0
500
30°
1000
1500 km 40°
kaart met potentiële stille gebieden in Europa, op basis van de Quietness Suitability Index (QSI)
Quiet areas in Europe
17
15
3 STeRio-traject
3.1 Opstart, doel en samenstelling Eind 2013 werd, op initiatief van Vlaams minister Joke Schauvliege – in de vorige Vlaamse regering bevoegd voor Leefmilieu, Natuur en Cultuur – en in nauwe samenwerking met de toenmalige ministerpresident Kris Peeters – tevens bevoegd voor Plattelandsbeleid – de interdisciplinaire werkgroep Stilte en Rust (STeRio) opgericht. De opstart van STeRio volgde op het advies Stilte en rust als collectieve waarde van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) [2011]. Het doel was van bij aanvang: ‘STeRio beoogt het inspireren, stimuleren en begeleiden van lokale en bovenlokale initiatieven rond stilte, rust en ruimte in Vlaanderen. Een sec-
toroverschrijdende, integrale visie en een geïntegreerde benadering van de thematiek moeten bijdragen tot een positieve beeldvorming in de samenleving rond stilte, rust en ruimte als voorwaarde tot leefkwaliteit voor de hele samenleving en elk individu in het bijzonder.’
Trage wegen, Natuurpunt en Landelijke Gilden betrokken. Zij waren al eerder aanwezig bij voormeld IPOtraject of hadden al ervaring met sensibiliserings- en begeleidingstrajecten voor lokale besturen rond het opzetten van initiatieven rond stilte, rust en ruimte.
In de opstartfase werden in de eerste plaats vertegenwoordigers van VVSG, VVP en de (toenmalige) beleidsdomeinen Leefmilieu, Natuur, Cultuur, Platteland en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van de Vlaamse overheid uitgenodigd. Van bij aanvang werden ook de steunpunten LOCUS, SOCIUS en FARO, alsook Regionale Landschappen, Vormingplus en enkele middenveldorganisaties, zoals
In de loop van het eerste jaar werd de STeRio-kerngroep – na voorlegging aan de leden – geleidelijk aan uitgebreid met enkele experts, ervaringsdeskundigen en sterkhouders met kennis en ervaring op het terrein (docent, consultant, ondernemer – toerisme, architectuur, urbanisatie, erfgoed). De lijst van deelnemers en betrokkenen is als bijlage toegevoegd.
17
3.2 VLM en Waerbeke als trekkers De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) werd aangezocht om de STeRio-overleggroep voor te zitten. De sociaalculturele beweging Waerbeke kreeg vanuit haar expertise en ervaring als praktijkcentrum rond stilte, rust en ruimte een ‘intermediaire opdracht’ toebedeeld. Er werd tussen VLM en Waerbeke een afsprakennota gemaakt. Hierin werden duidelijke afspraken gemaakt over ieders rol en taak.
In nauw overleg met VLM en de kerngroep hielp Waerbeke het concep tuele en praktische kader uitzetten om met het stilte- en rustthema aan de slag te gaan. Samen met VLM verzorgde en bewaakte ze alle organisatorische en praktische afspraken, de communicatie en stond ze in voor de uitwerking van het eindrapport.
verbreden van het stilte- en rustthema, met aandacht voor concrete praktijken op het terrein, persoonlijke beleving, kritische reflectie en inhoudelijk debat. Vandaar dat ook de mogelijkheid bestond om de kerngroep onderweg te verruimen.
De opdracht was van bij aanvang sterk gericht op het verdiepen en
3.3 Concrete procesmatige aanpak Na een eerste, verkennende bijeenkomst met de STeRio-kerngroep [Brussel, december 2013] werd geopteerd om het thema niet zozeer vanop afstand – door overleg en wetenschappelijk (literatuur)onderzoek van inzichten en praktijken (uit binnen- en buitenland) – maar eerder van nabij te verdiepen. Door middel van bezoeken aan een vijftal uitgezochte voorbeeldpraktijken werd ernaar gestreefd om – gevoed door tal van inzichten, voorbeelden en praktijken uit binnen- en buitenland – samen voeling te krijgen met wat er op het terrein zoal leeft of is gerealiseerd. De bezochte voorbeeldpraktijken betroffen concrete terreinbezoeken: naar Vaals [4 april 2014]; Tienen en Geetbets [26 juni 2014]; Oud-Turnhout en Landschap De Liereman [16
18
september 2014]; Averbode en Gerhagen (De Merode), [28 mei 2015] en BZN-Stiltehoeve Metanoia in Damme [26 juni 2015]. Volgens een specifieke, weerkerende aanpak en vanuit een welbepaald thema werden telkens personen, plekken en praktijken doorgelicht. Dit was ook altijd gekoppeld aan belevingsmomenten, leerervaringen, ontmoetingen, getuigenissen, presentaties, discussies en dialoog- en overlegmomenten. Elk terreinbezoek had één (of meerdere) inhoudelijke focus(sen). De verschillende invalshoeken overlapten elkaar soms. Als bijlage is het programma van de verschillende terreinbezoeken opgenomen (p. 81-85). 1. In Vaals (Nederlands Limburg) werd het stilte- en rustthema vooral bena-
derd vanuit de invalshoek van een actief gemeentelijk beleid; 2. in Tienen en Geetbets (VlaamsBrabant) stond ondernemerschap en stiltetoerisme centraal, én de mogelijke rol van provincies in dit alles: 3. in Oud-Turnhout en Landschap De Liereman (Antwerpen) werd gekeken naar de kracht die uitgaat van stiltewerking ‘van onderop’, in samenspraak met beleidsmakers, én de concrete werking van het stiltegebied De Liereman, 4. in Averbode en Gerhagen (VlaamsBrabant, Antwerpen & Limburg) werd dieper ingegaan op duurzaam beleid, beheer en ondernemerschap rond ecologisch, materieel en ontastbaar erfgoed in het grootschalige, gebiedsgerichte project De Merode,
5. terwijl in Damme (West-Vlaanderen) de focus lag op ‘onthaasting in een vluchtige tijd’ rond creativiteit, aandacht en visievorming in dienst van een ‘cultuur van de stilte’, met aandacht voor de ambities en de specifieke beleidsaanpak in Damme en Heuvelland, én de werking van BZN-Stiltehoeve Metanoia. Het aantal deelnemers, maar ook hun engagement en interesse in de bezoeken op het terrein nam in de loop van het eerste werkingsjaar stelselmatig toe. Dit viel vooral op tijdens het bezoek aan Oud-Turnhout en Landschap De Liereman waar de rol en de aanwezigheid van vrijwilligers en betrokkenen zeer groot was. In de daaropvolgende bijeenkomsten bleef het aantal deelnemers min of meer
stabiel. Hiervoor zijn diverse redenen: tevreden deelnemers kwamen terug, andere en nieuwe genodigden voegden zich bij de groep. Er was geleidelijk aan meer aandacht voor ‘oogst en feedback’, wat door iedereen erg werd gewaardeerd. Ook de gastvrijheid ter plekke en het feit dat bij de terreinbezoeken altijd werd gestreefd naar een goed evenwicht tussen indrukken op het terrein, contacten met de betrokken actoren en – naar het einde toe – onderlinge gedachte-uitwisseling en reflectie, werden als zeer waardevol ervaren.
getuigenissen ter plekke met reflectiemomenten in een grotere kring en enkele tussentijdse evaluaties, discussies en workshops, kwam geleidelijk aan een werkbaar denkkader voor het eindrapport tot stand. Van bij aanvang werd ernaar gestreefd om in de onderliggende visie en concrete uitwerking zoveel mogelijk facetten die de werking van stilte, rust en ruimte – in voortdurende onderlinge wisselwerking – bepalen, tot hun recht te laten komen.
Mede door de combinatie van het bezoek aan voorbeeldpraktijken en het uitwisselen van ervaringen en
19
3.4 Evaluatie en opzet eindrapport Na het eerste werkingsjaar werd de STeRio-werking geëvalueerd en kwam een tussentijds rapport tot stand [Mechelen, 27 januari 2015]. Ter afsluiting van twee jaar intensief werken kwam de STeRio-kerngroep nog tweemaal samen in het kasteel van Groenenberg [29 september 2015] voor een eerste evaluatie en een workshop, en in het Vlaams Kennis- en Vormingscentrum voor Natuur en Milieu De Helix [21 januari 2016]. Op basis van een uitgebreid tussentijds rapport werden mogelijke denkkaders en scenario’s voor het eindrapport besproken. Er vond aansluitend een ontmoeting plaats met enkele politieke en ambtelijke beleidsverantwoordelijken uit Geraardsbergen, Ninove en Galmaarden, die samen verantwoordelijk zijn voor het Stiltegebied Dender-Mark (p. 21 & 38). Achteraf kan worden gesteld dat de interdisciplinaire werkgroep Stilte en Rust (STeRio) zeker in haar opzet is geslaagd. Er werd gewerkt vanuit een waarderend perspectief (en dus niet vanuit hinder of overlast), met nadruk op kansen en mogelijkheden. Dit leidde tot een sensibiliserend, (boven)lokaal gedragen, publieksgericht verhaal rond leefkwaliteit over verschillende beleidsdomeinen en sectoren heen. Samen werd ook gewerkt aan een eerste globale visie op de ruimtelijke effecten van een werking rond stilte en rust en de bijbehorende inrichtingsaspecten, met inbegrip van alle (potentiële) stiltegebieden in Vlaanderen. Van-
20
daar dat in dit eindrapport ‘stilte, rust en ruimte’ altijd in één adem worden genoemd. Deze globale visie wil bijdragen tot de vrijwaring en de duurzame ontwikkeling van de bestaande omgevingskwaliteit, met stilte, rust en ruimte als hefbomen tot leefkwaliteit. Mede dank zij de intermediaire werking van Waerbeke en de stimulerende, ondersteunende en kritische rol van (boven)lokale organisaties konden vruchtbare verbindingen worden gelegd met verschillende praktijkgemeenschappen en de groeiende stiltebeweging in Vlaanderen en Brussel. Dit soort contacten en samenwerkingsverbanden zijn zeer waardevol ter advies of inspiratie, hebben vaak een heilzaam effect op de betrokkenheid van burgers en vrijwiligers, en kunnen helpen bij visievorming, procesbegeleiding en kwaliteitscontrole. Bovendien bieden ze – los van bestaande politieke en levensbeschouwelijke kaders – de mogelijkheid tot verdieping en verbondenheid, over verschillen heen. In wat volgt, zijn de belangrijkste inzichten en begrippen die tijdens de bijeenkomsten naar voren kwamen, in een eerder theoretisch denkkader bijeengebracht. Daarin worden vooraf belangrijke noties en algemene uitgangspunten toegelicht. Aansluitend volgen de aanbevelingen die zoveel mogelijk aan de hand van concrete voorbeeldpraktijken worden onderbouwd en toegelicht. Achteraan volgt nog een algemene
samenvatting en zijn de aanbevelingen overzichtelijk samengebracht. Hieruit blijkt duidelijk de beoogde sectoroverschrijdende, integrale visie en een geïntegreerde benadering van de thematiek. Aldus worden de uitdagingen voor verdere actie op het terrein en voor interdisciplinair onderzoek geformuleerd. De combinatie van terreinbezoeken en voorbeeldpraktijken, waar ervaringen en getuigenissen elkaar voortdurend afwisselden, met voldoende ruimte voor overleg, verdieping en kritische reflectie, en een aantal tussentijdse evaluaties, discussies en workshops, is hoe dan ook zeer vruchtbaar gebleken. In die zin lijkt het raadzaam om de STeRio-kerngroep te handhaven en eventueel nog uit te breiden. De leden van de kerngroep hebben de laatste tweeënhalf jaar heel wat expertise en ervaring opgebouwd en wensen voor taan minstens twee keer per jaar bij elkaar te komen. De nood aan verdere kennisopbouw en -uitwisseling blijft en zal alleen maar toenemen. Dit biedt ook de ruimte voor de begeleiding van concrete gebiedsgerichte pilootprojecten, waarbij het respectvol omgaan met en verbeteren van de bestaande omgevings- en leefkwaliteit centraal staan. In de nabije toekomst ziet de STeRiokerngroep nog een aantal uitdagingen. Zo dient er dringend werk te worden gemaakt van een sectoroverschrijdend knooppunt en/of netwerk waarin contacten en overleg
kunnen bijdragen tot verdieping en verruiming van visie en praktijken, en tot overdracht van ervaring en expertise. Ook de beoogde gegevensbank die gerichte informatie en documentatie aanreikt met het oog op een daadkrachtig beleid en beheer rond stilte, rust en ruimte, vraagt om verdere uitbouw. Hetzelfde geldt voor het opvolgen van de communicatie naar al wie in Vlaanderen en Brussel – al dan niet beleidsmatig
– bij de werking van stilte, rust en ruimte is betrokken. Op dit moment levert de sociaal-culturele beweging Waerbeke al bepaalde inspanningen op dit vlak, maar zij beschikt momenteel niet over de nodige personele en financiële middelen om deze rol ten volle te kunnen opnemen.
werkgroep Stilte en Rust (STeRio) de uitwerking van een inspirerend praktijkhandboek rond stilte, rust en ruimte en voor alle stiltegebieden in Vlaanderen als een belangrijke opdracht.
Indien hiertoe in de nabije toekomst voldoende middelen worden vrijgemaakt, ziet de interdisciplinaire
21
4 Denkkader
4.1 Basisbegrippen In dit eindrapport wordt uitgegaan van een theoretisch denkkader. Dit is rond drie vrij algemene actiedomeinen opgebouwd. Deze domeinen
omvatten allerlei aspecten die te maken hebben (1) met beleid, (2) de maatschappelijke en economische context (burgerzin en ondernemer-
schap) en (3) de bestaande en nog verder uit te bouwen fysieke omgeving.
Figuur 2 verbondenheid tussen de drie actiedomeinen
omgeving: beleid - maatschappelijke en economische context - fysieke omgeving vrijwilligers
vraag en aanbod
diversificatie alle niveaus
landelijk én verstedelijkt gebied
kwaliteitslabel stiltegebied spreiding en stapsgewijs ondersteuning diverse beleidsdomeinen communicatie verankeren
beleid
(ook) buiten eigen grondgebied
breed gedragen
burgerzin enkritische massa ondernemerschap
privé-initiatief
professioneel
stilteproducten
ambassadeur
ondernemingszin samenwerking netwerken
veiligheid toegankelijkheid schaal
maatwerk
vormgeving
inrichtingsaspecten
zonering
m2
persoonlijk
community
Dit denkkader biedt de mogelijkheid om de concrete werkzaamheid van stilte, rust en ruimte in relatie tot
deze drie omgevingsaspecten afzonderlijk en – vooral – in onderlinge samenhang te belichten. Dit gebeurt
beheer(splan)
altijd waarderend en ontwikkelingsgericht.
23
Hierbij staan de noties ‘omgevingskwaliteit’ en ‘Power of Place’ centraal. Omgevingskwaliteit wordt
gedefinieerd als de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van een specifieke plaats of omgeving; Power
of place heeft hoofdzakelijk betrekking op de reële en potentiële belevingswaarde van een plek. Figuur 3 omgevingskwaliteit of Power of Place, als kern van de aanbevelingen (opgebouwd rond de drie actiedomeinen)
burgerzin en ondernemerschap beleid Power of Place omgevingskwaliteit
inrichtingsaspecten
Vanuit een eigentijdse, integrale en geïntegreerde aanpak wordt ernaar gestreefd om kansen – ‘Windows of Opportunity’ – rond stilte-, rust- en ruimtewerking te ontdekken en –
waar mogelijk of vereist – te creëren. Dit is altijd het gevolg van ondernemingszin en samenwerking tussen het beleid, de samenleving en de eigenheid van een plek. Waar sporen
elkaar raken, dienen zich kansen of Windows of Opportunity aan, die de omgevingskwaliteit of Power of Place (kunnen) versterken en verhogen. Figuur 4
Window of Opportunity, waar de drie actiedomeinen samenkomen
beleid burgerzin en ondernemerschap
inrichtingsaspecten
beleid
burgerzin en ondernemerschap
Window of Opportunity inrichtingsaspecten
24
Het spreekt voor zich dat de drie invalshoeken – beleid, maatschappelijke context en ruimtelijke omgeving – in de praktijk niet altijd even relevant of doorslaggevend zijn. Ze zijn echter altijd alle drie nodig en met elkaar verbonden. Enkele voorbeelden: om de omgevingskwaliteit of de
Power of Place te vergroten dien je in een concreet project bij te sturen door in te zetten op meer ondernemerschap, in een ander project kan het nodig zijn dat je vooral dient te werken aan de inrichtingsaspecten, terwijl er elders bij de lokale bevolking wel voldoende draagkracht is
Figuur 5
The Golden Circle van Simon Sinek (opgebouwd rond why?, how?, what?)
om stilte, rust en ruimte te waarderen, maar dit nog niet voldoende is verankerd binnen het beleid (politieke mandatarissen en ambtenaren). Bestaande middelen en mogelijkheden worden door middel van dit denkkader op een systemische wijze en vanuit een concrete context leesbaar gemaakt. Aan de hand van negen ‘kernkwaliteiten’ (zie verderop) kan een globale visie worden uitgewerkt en inzichtelijk gemaakt en een bijbehorende aanpak ontwikkeld. Hierbij wordt altijd uitgegaan van drie vragen: waarom? hoe? wat? Wie aan omgevingskwaliteit werkt, stelt zich immers voortdurend volgende vragen: - waarom doe je wat je doet? wat is de opzet? - hoe doe je wat je doet? hoe vertaal je de centrale ambitie in je manier van werken? - wat ga je concreet doen? in welke acties uit zich dit op het terrein?
Figuur 6 negen kernkwaliteiten die samen de omgevingskwaliteit bepalen
ROBUUSTE OPEN RUIMTE
BASI SVO ORZ IE
VITAL E E CON OM IE
OED ERFG END R E RO ON
OMGEVINGS KWALITEIT
UKWALITEIT E MILIE GOED
GOEDE ONTSLU ITING
IDE NTI TE
K ETIE STH NE E IT
GEN NIN
COHESIE ALE SOCI
GROEN-BLAU W E N ETW ERK EN
De negen kernkwaliteiten die de omgevingskwaliteit of de Power of Place van een plek, gebied of streek (mede) bepalen, zijn: (1) identiteit en esthetiek, (2) robuuste open ruimte, (3) basisvoorzieningen; (4) goede milieukwaliteit; (5) vitale economie; (6) sociale cohesie; (7) groen-blauwe netwerk; (8) onroerend erfgoed; (9) goede ontsluiting. Dit is volledig conform de missie en de methodiek die VLM hiertoe onlangs heeft ontwikkeld [zei: VLM-leidraad, Gebiedsgericht werken aan omgevingskwaliteit, 25 november 2015].
25
Opzet is om zowel goed onderbouwde argumenten te ontwikkelen om keuzes te maken, als voldoende rekening te houden met moeilijker te objectiveren belevingswaarden. Uiteindelijk wil dit model concrete handvaten – instrumenten – aanreiken om op het terrein met stilte, rust en ruimte aan de slag te gaan.
Het resultaat dient per definitie (1) gebiedseigen; (2) integraal of holistisch – elk deelfacet is met het geheel verbonden –; (3) geïntegreerd of maatschappelijk gedragen, en (4) dynamisch – lees: eigentijds – te zijn.
waardering en een versterking van ruimtelijke en maatschappelijke dragers [‘hoe?’], wat op zijn beurt tot concrete instrumenten en acties leidt [‘wat?’]. Hierbij zal telkens rekening worden gehouden met de drie eerder aangereikte sporen (beleidsaspecten, maatschappelijke omgeving en inrichtingsaspecten).
Vertrekkend vanuit de negen kernkwaliteiten [‘waarom?’] werkt een gebiedsgerichte aanpak aan de
Figuur 7 negen kernkwaliteiten die ‘gebiedseigen’, ‘integraal’ of holistisch, geïntegreerd of maatschappelijk ‘gedragen’, en ‘dynamisch’ of eigentijds dienen te worden ingezet
Vlaanderen
N AGE DR GE
g in ht ic
UUR STRUCT INFRA NUTS
WA TER
ROBUUSTE OPEN RUIMTE
IDE NTI TE GOEDE ONTSLU ITING
SOCIAAL WEEFSEL
Vergoedinge n
D REN ROE ON
RS AGE IEDR UCT ROD EP SCH ARI
OED ERFG
REERD NTEG GEI
GROEN-BLAU WE N ETW ERK EN
AG R NG OMGEVI UWDE BEBO
BODEM
s vie ad en es i ud
Be he er
GE B IED SS PE CI
LUC HT
COHESIE ALE SOCI
INSTRUMENTEN
MOBILITEITSINFRASTRUCTUUR
WAT
V
VITAL E EC ONO MIE
GEBIEDSGERICHT WERKEN AAN RUIMTELIJKE EN MAATSCHAPPELIJKE DRAGERS
UKWALITEIT E MILIE GOED
HOE
bank Mest
BASI SVO ORZ IE
GEN NIN
IEK HET EST EN IT
HAP DSC LAN
9 KERNKWALITEITEN
DY N
NATUUR EN B OS
CH IS AM
WAAROM
Verw ervi ng en gro nd mo bil ite it
EK FI
In r
is open ruimte
St
ing esvoer Proc
VLAAMSE LAND MAATSCHAPPIJ
Een werking rond stilte, rust en ruimte dient zoveel mogelijk ingebed zijn in het leven van alledag, in een wisselwerking tussen wat van hogerhand (top down) wordt aangereikt en van onderop (bottom up) leeft of wordt ingebracht. Door het samenspel van vrijwaring en ontwikkeling, van safeguarding of borgen van stilte, rust en ruimte en van toekomstgerichte mogelijkheden en kansen kan de beleving van het grotendeels
26
verstedelijkte landschap in Vlaanderen worden verrijkt. Dit betekent dat er bij de doorlichting van voorbeeldpraktijken telkens is naar gestreefd om de drie invalshoeken – beleid, maatschappelijke context en ruimtelijke omgeving – te koppelen aan specifieke kernkwaliteiten die de omgevingskwaliteit bepalen. Bijvoorbeeld: welke beleidskeuzes of onderdelen van de fysieke
inrichting versterken welke kernkwaliteiten? Zo draagt de herwaardering van erfgoed rechtstreeks bij tot de kernkwaliteiten ‘erfgoed’ en ‘identiteit en esthetiek’, terwijl de aanleg van toegangspoorten (met de nodige infrastructuur) bij een stiltegebied kan inspelen op de kernkwaliteiten ‘ontsluiting’, ‘groen-blauw netwerk’ en ‘basisvoorziening’.
4.2 Overkoepelende uitgangspunten Voorts werden bij de uitwerking van de aanbevelingen volgende overkoepelende uitgangspunten door de STeRio-werkgroep geformuleerd en op voormeld denkkader toegepast:
1 ‘Stilte, rust en ruimte’ vormen een eenheid en zijn geenszins ‘luxe’. Ze behoren samen tot de fundamentele voorwaarden die de leefkwaliteit bepalen, en maken aldus deel uit van het dagelijkse leven.
2 Mens én omgeving staan centraal! Stilte werkt in de eerste plaats – en vooral – met mensen, voor mensen, vanuit mensen, in mensen...
3 Een integrale en geïntegreerde benadering is vereist. Zo’n aanpak heeft meer kans op welslagen en een ‘volhoudbare’ doorgroei dan ad-hocsamenwerking en louter organisch gegroeide initiatieven. (Met ‘integraal’ wordt bedoeld: holistisch, alles heeft met alles te maken; met ‘geïntegreerd’: de verankering in én met de samenleving staat voorop). Hiertoe zijn tijd, gedegen samenwerking en heldere communicatie – intern en naar buiten toe – uiterst belangrijk.
4 Bij de uitwerking van een beleid of concrete werking rond stilte, rust en ruimte gaan een project- en een procesmatige aanpak altijd samen.
5 De werking rond stilte, rust en ruimte is tegelijk een verhaal van bovenaf én van onderop in één beweging. Een stiltebeleid kan van bovenaf (top-down) worden aangezet..., maar dient van onderop (bottom-up) te worden opgepakt en te groeien. Stilte, rust en ruimte krijgen de kans om vanuit de samenleving tot ontwikkeling te komen, als het beleid deze ontwikkeling niet tegenwerkt en bij voorkeur stimuleert. Hierbij creëert het beleid de nodige randvoorwaarden. Indien gewenst, kan het de beoogde stiltewerking professionaliseren.
6 Voor het welslagen van een concrete stilte- en rustwerking kan de rol en de betekenis van ‘stiltebemiddelaars’ en ‘ambassadeurs’ – op alle niveaus – moeilijk worden overschat. Je hebt niet alleen gedreven politieke beleidsmakers en ambtelijke beleidsverantwoordelijken nodig, maar ook voortrekkers onder investeerders, ondernemers en middenveldorganisaties, alsook ‘wakkere’ burgers voor wie stilte, rust en ruimte waardevol zijn.
7 Het moet voor alle betrokkenen duidelijk zijn wat de meerwaarde en noodzaak is om een stiltebeleid te ontwikkelen in het algemeen én specifiek in de regio of de gemeente. Het beleid dient een aangepaste context en gunstige voorwaarden te scheppen. Door in (regionale of lokale) ontwikkelingsstrategieën een gezonde mix van verschillende partners na te streven wordt medeeigenaarschap gestimuleerd. Burgers en ondernemers werken samen mee
aan een breed gedragen visie en de concrete uitwerking ervan. Samen worden inrichtings-, handhavings-, ontsluitingsaspecten… kritisch voorbereid, gerealiseerd en doorgelicht. Wel dient er door alle betrokkenen over te worden gewaakt dat initiatieven ook na de opstart en de realisatie van projecten overeind blijven en een plaats vinden in bestaande structuren en werkingen.
8 Ook communicatie en sensibilisering zijn op alle niveaus vereist en dienen uiterst zorgvuldig te gebeuren! Hoe gebeurt dit best door de overheid (lokaal, regionaal, landelijk) naar de bevolking toe? Wat (en hoe) communiceert een aanbieder omtrent een ‘stiltedienst’ of ‘-product’ naar z’n klanten? Op welke manier verloopt de communicatie best naar en tussen vrijwilligers? In hoeverre zijn campagnes zinvol om het brede publiek of specifieke doelgroepen te sensibiliseren? En hoe is de relatie van ‘stilte, rust en ruimte’ met de nieuwe, vaak uiterst vluchtige sociale (en andere digitale) media?
27
4.3 Power of Place - authenticiteit en beleving In dit onderzoek wordt veel nadruk gelegd op de Power of Place. In wat volgt zal deze term soms als synoniem worden gebruikt voor de meer gangbare, neutrale notie omgevingskwaliteit. De Power of Place drukt de intrinsieke kracht of karakter van een plek uit, zoals die door allerlei betrokkenen wordt beleefd: bewoners, professionele gebruikers, bezoekers van buitenaf… Een authentieke uitstraling komt de beleving van de omgevingskwaliteit ten goede.
28
De Power of Place verwijst naar de eigenheid en de uitstraling van een historisch gegroeide leefomgeving (platteland of verstedelijkte context) [zie: https://historicengland.org.uk/ images-books/publications/powerof-place/]. Door haar plaats in het leven van alledag van mensen (bewoners en bezoekers) en haar bijdrage tot de leefkwaliteit van zoveel mogelijk betrokkenen (inclusief natuur en ecologische waarden) helpt ze een duurzame, kwaliteitsvolle toekomst
van de leefomgeving mogelijk te maken. De Power of Place draagt ook bij tot ieders sociaal-culturele identiteit, de lichamelijke gezondheid, het geestelijke welbevinden en de economische draagkracht van de mens en zijn omgeving. De Power of Place versterkt de voorwaarden om met een juist begrip en een bedachtzaam en open beheer – top down én bottom up – een gewenste aanpassing of verandering in (gemeenschappelijke) cultuur en (individueel) gedrag mogelijk te maken. De Power of Place versterkt een doorleefde stilte- en rustbeleving, terwijl stilte, rust en ruimte op hun beurt de kracht van een gebied, streek, landschap, plek… (kunnen) opladen en bepalen. Pas dan is er op een eigentijdse wijze een dynamische, gebiedseigen, integrale en geïntegreerde zorg en aandacht voor de omgevingskwaliteit mogelijk.
In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat beleidsmakers weliswaar kunnen kiezen om de intrinsieke kwaliteiten van een plek of een gebied te benadrukken, maar zonder de medewerking en het geloof van bewoners, eigenaars, investeerders, ondernemers… heeft zo’n initiatief weinig kans op slagen. Deze betrokkenheid creëert een gemeenschappelijk referentiekader op basis van gedeelde waarden en ambities. Om de Power of Place te versterken dien je echter ook rekening te houden met allerlei inrichtingsaspecten. Dit is geen geringe opgave in een tijd waar nivellering en consumptie – ook van plekken en landschappen – hoogtij vieren. De noodzaak van een integrale en geïntegreerde benadering van het stilte- en rustthema en het inzicht in de onderlinge verwevenheid van de voormelde deelfacetten – beleid,
maatschappelijke context, fysieke omgeving – leiden uiteindelijk tot de uitwerking van dit denkkader. De rijkdom en complexiteit van de realiteit kunnen natuurlijk niet in een theoretisch model worden gevat. Er werd onderweg ook over gewaakt dat de ‘kapstok’ dienstig bleef en het onderzoeksthema voldoende recht deed, zonder dwingend of vertekenend te zijn. Centraal staat het ontdekken of detecteren van kansen of Windows of Opportunity en de achterliggende mechanismen en drijfveren – ‘succesfactoren’ – in een concrete context. Zo wordt nagegaan hoe stilte, rust en ruimte bij de ondersteuning van de Power of Place van plekken, landschappen, gebieden… een cruciale rol spelen. In hoeverre wordt de omgevingskwaliteit hierdoor (mede) bepaald? Hoe kunnen de beleving en het bewustzijn van stilte, rust en
ruimte de vrijwaring en de ontwikkeling van een plek of streek versterken en mogelijk maken? Een voorbeeld maakt meteen veel duidelijk: in een grootstad of verstedelijkte omgeving hebben bewoners en gebruikers nood aan ‘karaktervolle plekken’ om op verhaal te komen. Als beleidsmakers-metondernemings zin en ondernemersmet-visie samenwerken, kan dit de Power of Place zeker ten goede komen. Veelal zitten deze plekken boordevol geheugen (verleden, herinneringen…) en hebben ze vaak ook een hoge(re) erfgoed-, natuur- of ecologische waarde (bijvoorbeeld kloosters en kerken, parken, stiltegebieden…). Zo’n plekken – waarmee je pas ‘in stilte’ voeling krijgt en die ademruimte bieden – kunnen een heilzame werking en uitstraling hebben, vooral voor wie zich ‘ontheemd’ en ‘ontworteld’ voelt.
29
5 Rapportage met aanbevelingen
Leeswijzer Voor de uitwerking van dit eindverslag met aanbevelingen werd altijd vertrokken vanuit het zonet aangereikte denkkader, met inachtneming van voormelde overkoepelende uitgangspunten. Dit diende als een soort van spiegel en inspirerende matrix om alle ideeën, inzichten en concrete voorstellen te ordenen en te toetsen. Vervolgens werd elk deel aspect verder uitgediept, kritisch doorgelicht en aan de hand van concrete praktijken grondig besproken. Op grond van vastgestelde suc-
cesfactoren – kansen of Windows of Opportunity – kon hieruit telkens een aantal aanbevelingen worden afgeleid. De voorbereidende documentatie, de presentaties (tijdens de terreinbezoeken) en tussentijdse verslagen (achteraf en halfjaarlijks) leverden het materiaal om dit alles aan de hand van concrete voorbeeldpraktijken te kunnen staven en onderbouwen. Toch werd soms – indien relevant of wenselijk – ook materiaal uit andere (niet bezochte, maar wel bekende) voorbeeldpraktijken
rond stilte- en rustwerking in Vlaanderen en Brussel in dit verslag verwerkt. Hier en daar werden kaderteksten toegevoegd, die een aspect of de eigenheid van de bezochte praktijkvoorbeelden illustreren. Verderop zijn alle concrete aanbevelingen overzichtelijk samengebracht [zie p. 62]. Met het oog op bruikbare aanbevelingen is zoveel mogelijk getracht zich te beperken tot wat nu echt onderscheidend en kenmerkend is voor een werking rond stilte, rust en ruimte.
31
5.1 Beleidscontext 5.1.1
Gedreven beleidsverantwoordelijken als sleutel voor de verankering van het stiltegebied
Een aanpak op maat van het gebied biedt de beste garantie om tot een duurzame werking rond stilte, rust en ruimte te komen. Waar de politieke verhoudingen onzeker zijn of de relatie tussen het plaatselijke bestuur en de betrokken ambtenaren niet optimaal is, komt slechts moeizaam een stilte- en rustwerking tot stand. Temeer omdat een lokaal beleid rond leefkwaliteit de traditionele beleidsdomeinen overschrijdt en uitnodigt tot samenwerking. Als ambtenaren uit diverse diensten – natuur & milieu, cultuur, toerisme, ruimtelijke planning, samenlevingsopbouw, gezondheid & welzijn… – tot goede afspraken kunnen komen en vanuit een gemeenschappelijke visie – aangestuurd door een gedreven politieke mandataris – tot actie kunnen overgaan, stijgt de kans dat het stiltethema zich lokaal kan ver-
32
ankeren. In die zin kan het belang van beleidsmakers met durf en visie, ondernemingszin, uitstraling en invloed moeilijk worden overschat. Bezielde trekkers zijn cruciaal voor de opstart én de continuïteit van een (boven)lokaal stiltebeleid. In het ideale geval staan er minstens drie beleidsverantwoordelijken aan de wieg van zo’n project. Zo niet is er kans op een onvoldoende politiek of ambtelijk gedragen basis en kan het beoogde stiltebeleid stranden. Zo’n beleid is immers per definitie van lange adem en wordt immers niet alleen door beleidsmakers gemaakt, maar krijgt pas invulling met en dankzij mensen op het terrein, zoals bewoners, ondernemers, middenveldorganisaties… Als het initiatief rond stilte, rust en ruimte slechts uitgaat van één en-
kele bezielde beleidsverantwoordelijke, bestaat het gevaar dat – bij een politieke wissel of bij het verdwijnen van deze voortrekker – het opgezette parcours in duigen valt en zelfs wordt afgevoerd. Zo wordt de ‘stilteboodschap’ bijvoorbeeld in de Abdij van Averbode in al zijn facetten (uit) gedragen door de hele kloostergemeenschap, over de generaties heen. Een breed, maatschappelijk gedragen stilte- en rustwerking is een stapsgewijs, geleidelijk proces. Het vraagt vooral tijd, vertrouwen en geduld. Hetzelfde geldt voor de praktische omzetting en concrete implementatie ervan. Ideeën en idealen dienen te worden omgezet in een plan van aanpak. De trajecten in De Merode en in de gemeente Vaals bieden hiervan een goed voorbeeld.
GROEN LICHT VOOR EEN STILTERIJK BUITENGEBIED IN VAALS Vaals beschikt over een bijzonder buitengebied met een eeuwenoud, uitzonderlijk goed bewaard natuur- en cultuurlandschap, met diverse pittoreske dorpen en gehuchten. De kern van de gemeente bestaat uit een geconcentreerde, verstedelijkte agglomeratie die haast naadloos aansluit bij de stad Aken. Vaals heeft ook twee kwaliteitsvolle stiltegebieden die zich uitstrekken tot de buurgemeente Gulpen-Wittem en de Belgisch-Waalse gemeente Plombières. Met het gemeentelijke stiltebeleid ging de droom van een charismatische politieke mandataris in vervulling. Hij wist zijn coalitiepartners en de ambtelijke organisatie te overhalen om binnen het bestuursakkoord samen te werken rond het stiltethema. Als procesbegeleider werd Waerbeke gevraagd. Een jaar lang (2011-’12) werd een verkenningsproject opgezet met de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders,
Voor het ontwikkelen van een stiltebeleid en de uitbouw ervan op de lange termijn volstaan niet alleen enkele enthousiaste beleidsmakers, een integrale visie en een plan van aanpak met concrete acties en voorstellen. Naarmate de schaal en complexiteit toenemen, dient dit voldoende plan- en procesmatig en kritisch te gebeuren, met aandacht voor (burger)participatie en samen-
verschillende administratieve beleidsmedewerkers, de voornaamste (boven) lokale sterkhouders en de bewoners en de gebruikers van het buitengebied. Dit leidde uiteindelijk tot een visienota en een concreet plan van aanpak (met timing, begroting en verantwoordelijke), die aansluiting vonden bij andere beleidsdocumenten (en budgetten), de ruimtelijke structuurvisie en de uitbouw van het kwaliteitslabel Cittaslow [www. cittaslow.org]. Deze visienota is rond zes min of meer duidelijk omlijnde thema’s opgebouwd, die – in overleg met alle actoren – zijn afgebakend en kritisch besproken. Ze bieden ook structuur aan het bijbehorende plan van aanpak. Voorts worden diverse ideeën aangereikt, die tijdens het voortraject op de overlegmomenten met verschillende gesprekpartners naar boven kwamen. Waar mogelijk, zijn hieruit programmapunten afgeleid, die resulteren in concrete acties en voorstellen. Vandaag zijn stilte, rust en ruimte een uithangbord van Vaals – zowel naar de eigen bevolking als naar buiten toe. [www.vaals. nl/actueel/stilte-en-leefkwaliteit-buitengebied_3749]
werking op alle niveaus en een gedegen communicatie. De visie moet breed gedragen en voldoende concreet zijn. Hoe abstracter geformuleerd, hoe moeilijker het is om actoren hiervoor te enthousiasmeren en aan te zetten om hun schouders onder het project te zetten. Bij de aanvraag van het ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ is het lokale niveau
aan zet, maar tegelijk is er ook een rol weggelegd voor bovenlokale beleidspartners, zoals provincies en de Vlaamse Overheid. Bij het realiseren van dit beleidsinstrument is duidelijk afgebakend wie (lokaal, regionaal, provinciaal, landelijk) welke taken en verantwoordelijkheden heeft. Voor het welslagen ervan dienen evenwel voldoende randvoorwaarden te zijn vervuld [zie 5.2.7].
33
ADVIES Zorg ervoor dat er beleidsmatig voldoende begeestering en draagvlak is om tot een duurzaam stiltebeleid te komen. Werk – eventueel met een externe procesbegeleider – aan een langetermijnvisie en een bijbehorend plan van aanpak. Hou het project zo concreet mogelijk en tracht zoveel mogelijk bewoners, sterkhouders en ondernemers hierbij te betrekken.
5.1.2
Voorwaarden scheppen om stilte- en rustwerking in de samenleving te verankeren
Vandaag investeren lokale (gemeentebesturen) en bovenlokale overheden (provincies, Vlaamse overheid) meer en meer actief in een bredere verankering van de stilte- en rustwerking in alle lagen van de samenleving. Zo wordt bijvoorbeeld in De Merode en in de Noorderkempen al jaren gewerkt aan een praktijkgemeenschap van burgers, verenigingen en sterkhouders, die mee nadenken en werken rond stilte, rust en ruimte als voorwaarde tot leefkwaliteit. Ook in Heuvelland, Bornem en Kalmthout
worden inspanningen geleverd om de bewoners bij het beoogde stiltebeleid te betrekken, o.a. op informatie- en overlegmomenten. Voor de beleidsmakers in Damme zijn nieuwkomers in de gemeente een aparte doelgroep. Ze worden betrokken om de nieuwe baseline (en achterliggende visie) ‘Damme geeft tijd’ mee vorm, inhoud en kleur te geven. In Vaals werd i.s.m. Waerbeke een gemeentelijk stiltebeleidsplan uitgewerkt (in overleg met alle beleidsverantwoordelijken, de bevolking, bovenlokale sterkhouders, omliggende
gemeenten). Binnen het beschikbare budget is een aparte begrotingspost opgenomen om dit ‘stiltebeleid’ – over verschillende jaren en over verschillende beleidsdomeinen heen – op het terrein te realiseren. De financiële middelen zijn dus niet versnipperd en de coördinatie is in handen van één wethouder (in samenspraak met burgemeester en andere collega’s). Zo kan er om de zoveel tijd aan de gemeenteraad – lees: de bevolking – verantwoording worden afgelegd en kan de uitvoering van het plan onderweg desnoods worden bijgestuurd.
ADVIES Creëer als overheid voldoende voorwaarden en gepaste kaders om stilte- en rustwerking daadwerkelijk in de samenleving te verankeren. Dit houdt in dat signalen van onderop ernstig worden genomen. Burgers, maar ook ondernemers, organisaties en andere sterkhouders moeten voor en liefst vanuit zichzelf overtuigd zijn van de (meer)waarde van stilte, rust en ruimte. Een voldoende groot maatschappelijk draagvlak is voor een goed bestuur onmisbaar om een stiltebeleid te kunnen uitbouwen.
34
5.1.3
Verruimen van de blik - nood aan samenwerking, ook buiten het eigen werk- of grondgebied, met aandacht voor de (rand)stedelijke context
Het gehanteerde denk- en werkkader dient ruim (genoeg) te zijn, zodat ook de verstedelijkte kern (van een gemeente) of de (rand)stedelijke agglomeraties in de visieontwikkeling worden meegenomen. Stilte, rust en ruimte zijn er voor iedereen en vooral voor wie er door allerlei omstandigheden het meest van verstoken is. Zo stelt de verantwoordelijke wethouder van Vaals: ‘Laten we niet werken op een eiland, maar samenwerking zoeken en kijken hoe ver de omliggende gemeenten staan.’ Zo heeft het beleid – via effectieve schaalvergroting en uitbreiding – meer kans om op een duurzame wijze voor meer betrokkenen meer impact te realiseren.
Dit betekent een feitelijke uitbreiding van het traditionele werkveld rond stilte, rust en ruimte. Door de gemeentegrenzen te overschrijden en de aandacht niet louter te richten op natuur- of stiltegebieden en het platteland, wordt het stiltebeleid zaak van iedereen! Dit heeft o.a. gevolgen op de schaal en de aanpak van (de opvang van) bezoekersstromen en allerlei infrastructurele werken (parkings, openbaar vervoer…). Bovendien houden landschappen en fysieke kwaliteiten – zoals stilte, rust en ruimte – zich zelden of nooit aan administratieve grenzen. In de ‘nevelstad’ Vlaanderen en het sterk geürbaniseerde NoordwestEuropa fungeren ‘landschapsparken’
STILTE- EN ONTHAASTINGSTOERISME... Binnen sommige provincies wordt ernaar gestreefd om toerisme en stilte, rust en ruimte hechter met elkaar te verbinden. Zo kwam er in 2012 tussen Vlaams-Brabant, Nederlands en Belgisch Limburg een Europees samenwerkingsverband tot stand rond stilte- en onthaastingstoerisme. Opzet van het Interregproject ‘Onthaasten, stilte- en bezinningsplekken in beeld’ was om de kleine, maar gestaag groeiende markt voor mensen die willen verlangzamen en ontplooiing of verdieping zoeken, nader door te lichten. ‘Stiltemomenten, die vroeger op een natuurlijke manier een plaats hadden in ons leven, moeten we nu opzoeken en bewust inbouwen.’ Een initiatief als BZNStiltehoeve Metanoia speelt eveneens in op deze groeiende maatschappelijke behoefte [www.stiltehoevemetanoia.be].
als groene oases. Daar is ook de beleving van stilte, rust en ruimte aan de orde. Zo maakt het Nationaal Park De Hoge Kempen deel uit van de ‘groenmetropool’ die zich uitstrekt over Vlaanderen (Hasselt, Genk), Nederland (Heerlen) en Duitsland (Aken). Het stiltegebied Zwarteput in Zutendaal is er één van de poorten. De Scheldeoevers van Bornem bevinden zich strategisch in de ruit Gent-Antwerpen-Mechelen. De Kalmthoutse Heide en Kempen-Broek zijn allebei grensparken op het snijvlak van Nederland en Vlaanderen. Ook DenderMark en De Merode bieden ruimte en faciliteiten waar de verstedelijkte mens zich kan herbronnen en ontspannen in een waardevolle groene en cultuurhistorische omgeving.
Dit leidde in Nederlands Zuid-Limburg o.a. tot de oprichting van het netwerk ‘Bezin in Limburg’ van aanbieders van stilteproducten, -diensten en -verblijven. Religie, spiritualiteit en wellness vormen de hoeksteen van het aanbod, met een ‘bezinningslint’ – een wandel- en fietspad – van Maastricht naar Vaals en Aken – als één van de speerpunten. In 2016 droeg de stichting – na vijf jaar werking – haar activiteiten en webstek [www.bezininlimburg.nl] over aan VVV-Zuid-Limburg. De provincie Vlaams-Brabant liet een onderzoek verrichten naar mogelijke locaties en (potentiële) aanbieders. Dit leidde tot de ontwikkeling van een ‘inspiratiepakket’. Dit kan online worden geraadpleegd. [www.toerismevlaamsbrabant. be/ info/redactionele-paginas/stiltetoerisme-in-vlaams-brabant.jsp] Hieruit blijkt dat een nieuw hoogstaand aanbod van op elkaar afgestemde producten mogelijk is, zowel voor dag- als voor
35
verblijfstoerisme. Op een aantal plekken werd stiltetoerisme verbonden met de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Zo ging de stad Tienen – als partner in het Interregproject – een overeenkomst aan met de provincie om de ‘Necropo-
Het is van belang gebruik te maken van de vaak gunstige geografische ligging van sommige stiltegebieden en stille omgevingen. De kwaliteiten stilte, rust en ruimte dienen echter op een grotere schaal te worden gevrijwaard en versterkt. Bijvoorbeeld door over de gemeente-, provincieof landsgrenzen heen een aangepast mobiliteitsplan uit te werken en aan
lis’ (in de voormalige Sint-Pieterskerk van deelgemeente Grimde) op te waarderen en voor het publiek te ontsluiten. Op die manier werd aan stiltetoerisme een nieuw element toegevoegd: de herinnering.
de randen voldoende parkeermogelijkheden en andere accommodaties te voorzien, aansluitingen te creëren naar het openbaar vervoer… Zo heeft de gemeente Heuvelland dankzij een consequent gevoerd beleid met de Franse grensstad Bailleul talrijke voorbeelden van samenwerking opgezet. Er zijn aangepaste
parkings, een grensoverschrijdend wandelnetwerk dat in hoofdzaak gebruik maakt van trage wegen, verbindingen met de Mont Noir (Frankrijk) met een natuurgebied en het schrijvershuis nabij het voormalige kasteel van de familie de Crayencour (voorouders Marguerite Yourcenar).
ADVIES Sta als lokaal bestuur open om bij het uitzetten van een stiltebeleid ook de wijdere omgeving mee te nemen. Denk dus verder dan de eigen administratieve grenzen, leg grensoverschrijdende contacten en heb oog voor het belang en de waarde van stilte, rust en ruimte voor de (rand)stedelijke gebieden. Verbreed eventueel – indien gewenst en mogelijk – de focus naar onthaasting, bezinning, spiritualiteit, herinnering…
36
5.1.4
Samengaan van bottom-up en top-down gestuurde initiatieven
Om een breed gedragen, duurzame stilte- en rustwerking op te zetten dienen burgers, ambtenaren en politieke mandatarissen elkaar te vinden en op één lijn te staan. De combinatie van een aanpak van bovenaf én van onderop biedt de meeste kansen op succes. Veelal leidt dit tot een (kern)team van enkele geëngageerden, dat de visie en intenties omzet in praktijken en concrete resultaten. In planningsprocessen dient bij iedereen echter voldoende aandacht en ruimte te zijn voor cocreatie en de bereidheid om ‘samen’ te mogen meebeslissen. Soms zijn processen aanvankelijk top down gestuurd, zodat moet worden gekeken hoe de betrokkenen op het terrein (bewoners, gebruikers, eigenaars…) kunnen worden betrokken. Elders is de stilte- en rustwerking eerder organisch en informeel, over de jaren heen, vanuit de lokale gemeenschap, door grassroots-initiatieven gegroeid. Dan moeten politieke verantwoordelijken – ambtenaren en politici – worden overtuigd van het belang ervan. Interessant is het om de zeer verschillend gegroeide beleidsmatige aanpak in Vaals en in Oud-Turnhout met elkaar te vergelijken. Voor het gemeentelijke stiltebeleid in Vaals werd duidelijk door de wethouder en enkele heel betrokken gemeenteambtenaren aan de kar getrokken,
terwijl de huidige stiltewerking in Oud-Turnhout en Landschap De Liereman meer van onderop is gegroeid. Beide werkwijzen hebben hun sterktes en zwaktes.
buiten de gemeentelijke organisatie voldoende ingedaald, zodat het hele opzet niet meer (louter) afhankelijk is van de visie en de inzet van een (tijdelijke) politieke mandataris.
In de Antwerpse Kempen nam Vormingplus Kempen het initiatief om na te gaan in hoeverre het stiltethema er leefde, en ging op zoek naar partners. Samen met de gemeente Oud-Turnhout, ‘t Hofke van Chantraine (kunst- en erfgoedcentrum) en Natuurpunt Educatie werd een klankbordontmoeting georganiseerd. Hieruit groeide een dynamisch ‘stilteplatform’ met andere middenveldorganisaties, zoals Strategische Projectenorganisatie Kempen (SPK), Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete, Landschap De Liereman, vrijwilligers, buurtbewoners en enkele ondernemers.
De van onderop gegroeide stiltewerking in Oud-Turnhout lijkt dan weer beter gebufferd tegen mogelijke risico’s. De omvang en de hechtheid van de groep ‘stiltewerkers’ bieden op termijn immers een stevige basis van waaruit het stilteverhaal langzaam kan groeien. Hier is het vooral zaak om voldoende coördinatie en planmatigheid in acht te nemen, willen de (effecten van de) vele initiatieven ook op termijn standhouden en in het gemeentelijke beleid worden ingebed.
Op het eerste gezicht lijkt de werking in Vaals – mét een visienota en een plan van aanpak (met timing, budget, opdrachthouders…) – solider en meer uitgediept. Zo werd van bij aanvang veel aandacht besteed aan ondernemers en andere bovenlokale sterkhouders. De VVV Zuid-Limburg werkt actief mee, net zoals het netwerk van stilte- en rustaanbieders, verenigd in ‘Bezin in Limburg’. Ook de bevolking werd via geregelde bijeenkomsten actief bij het planningsen uitvoeringsproces betrokken. Intussen is het verhaal binnen en
De kunst om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen is een tijdrovend proces, dat veel geduld, vertrouwen en doorzettingsvermogen vereist. In complexe processen kan een bemiddelaar, facilitator of regisseur een belangrijke rol spelen. In het grootschalige landinrichtings- en plattelandsproject De Merode neemt VLM die taak (tot 2017) op zich. Hierbij blijkt het vooral belangrijk te zijn om alle betrokkenen voldoende tijd en ruimte te geven om elkaar te leren kennen en naar elkaar te luisteren. Leerprocessen vergen tijd, ook ideeën hebben tijd nodig om te groeien, alvorens tot concrete acties te leiden.
ADVIES Vertrek vanuit een gezamenlijke visie en streef in de bijbehorende aanpak naar cocreatie met zoveel mogelijk partners. Bied voldoende ruimte en mogelijkheden om de afstand tussen burgers, sterkhouders, organisaties en overheden zo klein mogelijk te maken. Registreer wat aan de basis leeft, en deel met inwoners en zoveel mogelijk betrokkenen de beleidsplannen die van bovenaf groeien en gestalte krijgen. Gun jezelf en iedereen de tijd en betrek eventueel iemand van buitenaf om te bemiddelen, te faciliteren of te regisseren.
37
5.1.5
Goede afstemming tussen alle betrokkenen en balans tussen behoud en ontwikkeling
Bij het opnemen van een gezamenlijk engagement met diverse partners is het van belang nauwgezet te waken over verantwoordelijkheden en een evenredige verdeling van lasten en lusten. Ook dienen er duidelijke afspraken te worden gemaakt over een kwaliteitsvolle omgang met de fysieke omgeving. Een actief stiltebeleid gaat verder dan geluidsmetingen, ruimtelijke afbakening, technische opvolging (veiligheid, strijd tegen geluidshinder…), ambtelijke verantwoordelijkheid, handhaving… Stilte, rust en ruimte zijn een overkoepelend thema dat alle beleidsdomeinen aanbelangt, hoewel er best wel iemand of een dienst (politiek mandataris en/of administratief medewerker) over dient te waken. Ook dit dient goed te worden georganiseerd. In de praktijk blijkt het niet altijd makkelijk om rekening te houden met diverse belangen van diverse betrokkenen of gebruikers. Dit is een
38
fragiel evenwicht dat voortdurend aan verandering onderhevig is. Zo kan bijvoorbeeld een spanning ontstaan door de toeloop van een (te) groot aantal stilte- en rustzoekers. Om de druk op het stiltegebied in De Liereman te verminderen wordt ook ingezet op stille plekken en trage wegen in en om het centrum van Oud-Turnhout. Ook in Vaals is een gelijkaardige aanpak van toepassing waarbij de bosrijke stiltegebieden, het buitengebied (met dorpen, akkers en weilanden) en de verstedelijkte kern voortdurend op elkaar worden afgestemd. In regel gaat het om een ‘én/énverhaal’. De kwaliteit van stilte- en natuurbeleving komt in het gedrang als alleen toeristische ontsluiting centraal staat en te weinig rekening wordt gehouden met andere criteria en eisen (o.a. van de lokale bevolking, de natuur…). Bij het organiseren van initiatieven dienen de belan-
gen van bewoners en bezoekers, de draagkracht van de plek… te worden meegenomen. Soms kunnen reglementering en quota – bijvoorbeeld voor het inrichten van grootschalige of lawaaierige evenementen en wedstrijden voor fietsers, motorrijders, oldtimers… tijdens het weekend, die voor de bewoners (en sommige bezoekers) overlast kunnen veroorzaken – soelaas bieden. Dit gebeurt – binnen de gangbare regelgeving – o.a. in Heuvelland en Vaals. Een bedachtzaam, goed gecommuniceerd spreidingsplan biedt een mogelijk antwoord op bestaande of groeiende spanningsvelden. Hiermee wordt op diverse plaatsen geëxperimenteerd door lokale overheden, beheerders en initiatiefnemers (o.a. Vaals, De Merode, Oud-Turnhout, Nationaal Park de Hoge Kempen). Dit is zeker vereist als stilte expliciet als troef wordt uitgespeeld en de draagkracht van de plek (bijvoorbeeld om-
wille van bijzondere natuurwaarden) erg broos is. Ook de evaluatie achteraf met zoveel mogelijk betrokkenen is erg belangrijk. Op specifieke stilteplekken zoals de Abdij van Averbode en BZN-Stiltehoeve Metanoia wordt er evenzeer over gewaakt om de intrinsieke kracht van de plek (Power of Place) van ongewenste invloeden van buitenaf te vrijwaren [zie 5.3.5]. Daarnaast is het ook van belang om in het uiteindelijke toekomstplan voor een plek, streek, landschap… de conserverings- en ontwikkelingsmodellen op elkaar af te stemmen. Bij het behoud van stilte, rust en ruimte gaat het vooral om immateriële, ‘ontastbare’ waarden en betekenissen die zoveel mogelijk dienen te worden gekoesterd en gevrijwaard (van aller-
lei ongewenste of ongepaste invloeden van buitenaf), willen ze niet teloorgaan. Dit veronderstelt zorgzame aandacht en een aangepast beheer, maar biedt evenzeer ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen. (Het is hier trouwens interessant op te merken dat ook UNESCO bij de zorg voor immaterieel erfgoed vandaag eerder spreekt van safeguarding dan wel van conserveren, zoals traditioneel voor historische sites en landschappen het geval is.) Of zoals een expert in cultuurlandschappen en historische tuinen tijdens een STeRio-bijeenkomst stelde: ‘Voor plekken met een bijzondere omgevingskwaliteit (zoals stilte, rust en ruimte) geldt – net zoals bij natuurgebieden, landschappen en in feite elke andere vorm van (onroerend) erfgoed – de
regel: een conserveringsplan zonder ontwikkelingsplan is waardeloos, een ontwikkelingsplan zonder conserveringsplan is crimineel’. Het op elkaar afstemmen van conserveringsvereisten en ontwikkelingsmogelijkheden vergt visie, een aangepast beheer en een professionele aanpak. Binnen elk plan van aanpak dient rekening te worden gehouden met draagkracht, duurzaamheid – lees: ‘volhoudbaarheid’ – en rendabiliteit. Waar nodig dient aan lokale beleidsverantwoordelijken, ‘stilteondernemers’, vrijwilligers… vorming of bijscholing te worden aangeboden. In Vaals werd alvast een volledig traject – van proces over (deel) project(en) tot beleid – afgelegd.
ADVIES Maak goede afspraken tussen alle partners, ook wat de omgang met en de inrichting van de fysieke omgeving betreft. Overweeg desnoods een spreidingsplan. Zorg ervoor dat vrijwaring en behoud van stilte, rust en ruimte altijd in balans zijn met ontwikkelingskansen en -behoeften.
5.1.6
Wervend maar degelijk communiceren
Waar stilte, rust en ruimte in het lokale beleid zijn ingebed en een rol spelen in de identiteit en de uitstraling van de gemeente, wordt erover gecommuniceerd. Naar de bewoners én naar de bezoekers die van elders komen. Dit dient zowel in woord en beeld als via direct contact met de burgers te gebeuren.
communicatie van de gemeente. In Nederlands Zuid-Limburg werken de verschillende overheden, de Kamer van Koophandel, de toeristische sector en het netwerk van aanbieders van stilteplekken en -verblijven (‘Bezin in Limburg’) hecht samen om op een heldere, elkaar versterkende manier te communiceren.
Vaals is al enkele jaren actief in het Cittaslow-netwerk. internationale Hierbij ligt de nadruk op het samenspel van verlangzaming, een waardevolle groene en cultuurhistorische omgeving en streekproducten. Dit aspect speelt – samen met het uitgesproken gemeentelijke stiltebeleid – een belangrijke rol in de verschillende vormen van interne en externe
Soms ligt goede communicatie in kleine dingen. Zo is in het toeristische bezoekerscentrum in Heuvelland ook aandacht voor stilte- en rustactiviteiten en -aanbiedingen (voor de lokale bevolking) in de gemeente. Enkele jaren terug werd de Heuvelland Tranquillizer in een beperkte oplage uitgebracht. Dit fraai vormgegeven ‘hebbeding’ met tien
exclusieve wandelingen werd als een medicijndoosje mét bijsluiter opgevat – als een knipoog naar de echte farmaceutica die er zoal op de markt zijn. Niet alleen de bezoekers, maar ook de inwoners van Heuvelland genoten voluit van deze ‘stiltekuur voor hart en ziel’. De kracht van wervende maar gedegen communicatie en sensibilisering kan moeilijk worden overschat. Goede communicatie is nooit louter verpakking en window dressing! De overheid dient in haar communicatie naar de bevolking duidelijk te maken wat haar globale visie is – op korte en op lange(re) termijn – en hoe ze de rol van burgerparticipatie, eigenaar- en ondernemerschap,
39
inrichtingsaspecten… concreet ingevuld ziet. Aldus worden burgers geïnformeerd over het waarom van bepaalde beleidskeuzes en over de vertaling ervan in de praktijk. Dit gebeurt in regel in de meeste stiltegebieden in Vlaanderen. Het is evenzeer van belang dat alle betrokkenen regelmatig, in openheid en met respect met elkaar in dialoog treden. Sommigen zijn beroepshalve onrechtstreeks met stilte, rust en ruimte begaan, zoals een aantal specialisten en beleidsverantwoordelijken voor openbare ruimte, ruimtelijke planning, samenlevingsopbouw, gezondheid en welzijn… en dienen vol-
doende informatie en achtergrond over het stiltethema te krijgen. Andere doelgroepen – zoals bijvoorbeeld kinderen en leerkrachten – moeten er naartoe worden geleid en wegwijs worden gemaakt. In het Nationaal Park De Hoge Kempen, Landschap De Liereman, Kempen-Broek, de Kalmthoutse heide, het Stiltegebied Dender-Mark en op vele sites die het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) beheert, worden leerpakketten en (weerkerende) projecten opgezet om kinderen en jongeren in schoolverband dichter bij stilte-, landschaps- en natuurbeleving te brengen [zie ook: 5.2.6].
Bijna alle regionale landschappen bieden vandaag – digitaal en papier – vaak mooi vormgegeven wandelkaarten en fietsroutes aan die het landschap en de streek helpen ontsluiten. Soms worden zelfs ‘landschaps(doe)boeken’ aangereikt, zoals bijvoorbeeld in Limburg, die de bezoeker wegwijs maken in de geschiedenis, de opbouw en de structuur van het cultuurlandschap. In De Merode verscheen Prinsheerlijk, een erfgoedboek over het gebied [2014], en in Dender-Mark Samenloop met Verhalen van toen en nu in en om het stiltegebied [2011].
ADVIES Communiceer als lokale overheid duidelijk, helder en transparant – naar bewoners, maar ook naar sterkhouders, bezoekers en specifieke doelgroepen – waarvoor het gevoerde beleid rond stilte, rust en ruimte staat. Bewaak de frequentie en de kwaliteit van de communicatie en creëer zoveel mogelijk betrokkenheid. Geef bijzondere aandacht aan het onderwijs, zodat kinderen vanaf jonge leeftijd vertrouwd raken met (de noodzaak van) stilte, rust en ruimte.
5.1.7
‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ als dynamisch instrument inzetten
Sinds een tiental jaren voert de Vlaamse regering een actief beleid rond stiltegebieden. Er bestaat evenwel geen specifieke wetgeving voor stiltegebieden. In plaats daarvan werd een beleidsinstrument ontwikkeld om een kwaliteitsvol geluidslandschap in een landelijke en (rand) stedelijke omgeving te vrijwaren en ontwikkelingskansen te bieden. Dit ‘kwaliteitslabel’ kunnen lokale overheden (gemeenten) aanvragen. Hierbij worden ze ondersteund door de provincie. Dit instrument is verder verankerd in milieubeleidsplannen, maar ook in beleidsbrieven en beleidsnota’s van de minister, bevoegd voor leefmilieu. Op basis van de inzichten en de ervaringen in het pilootproject Den-
40
der-Mark, heeft de Vlaamse overheid gekozen voor een stimulerend en waarderend beleidsinstrument [zie: www.lne.be/themas/hinderen-risicos/stiltegebieden/beleid]. Hierbij wordt uitgegaan van het engagement van (boven)lokale besturen, de plaatselijke bevolking, sterkhouders en betrokkenen om het voortbestaan van het bestaande geluidslandschap zoveel mogelijk ter harte te nemen en te versterken. Op dit moment is het kwaliteitslabel al op zeven plaatsen in Vlaanderen toegekend: de Schelde-oevers in Bornem [2008]; Gerhagen (Tessenderlo) in De Merode [2010]; grenspark Kempen-Broek op de grens van Bocholt, Bree en Kinrooi [2011]; Landschap De Liereman in Oud-Turnhout [2012], Zwarteput op de grens van Bilzen, Lanaken en
Zutendaal en poort tot het Nationaal Park Hoge Kempen [2013]; Altenbroek in Voeren [2015] en de Kalmthoutse Heide in het grenspark De ZoomKamthoutse Heide [2016] Sommige provincies – o.a. Antwerpen en Limburg – voeren een actief stiltebeleid, wat de motivatie bij lokale overheden stimuleert om een kwaliteitslabel aan te vragen. Uit het advies Stilte en rust als collectieve waarde van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) [2011] blijkt dat besturen, organisaties, ondernemers en (individuele) burgers de aanwezigheid van stilte, rust en ruimte ervaren als een belangrijke voorwaarde tot leefkwaliteit. Door samen aan de slag te gaan (top down én bottom up) willen ze de omgevingskwaliteit
in het dagelijkse leven vrijwaren en bepaalde ontwikkelingen stimuleren (zoals trage wegen, zachte recreatie …) en andere ontraden of afremmen (zoals lawaaierige sporten, industrialisering…). Initieel wordt het kwaliteitslabel door de Vlaamse overheid toegekend op basis van technische parameters (decibelmeting). Uit de verschillende terreinbezoeken tijdens het STeRio-project blijkt dat dit beleidsinstrument heel wat kansen biedt om – naast het akoestische verhaal – vanuit andere relevante beleidsdomeinen stilte, rust en ruimte op te waarderen, te verbreden en te verdiepen. Ook landschap en natuur, erfgoed en cultuur, gezondheid en welzijn, toerisme… hebben er baat bij en vinden aansluiting bij een kwaliteitsvolle stilte- en rustwerking. Bij de aanvraag van het kwaliteits label door (boven)lokale overheden wordt gevraagd om vooraf een voldoende maatschappelijk draagvlak te creëren. Dit is ook een middel om de bevolking nauwer te betrekken bij het leefmilieubeleid. Als instrument kan het kwaliteitslabel worden ingezet om zich – als lokale betrokkene – bewust(er) te worden van de (nog) aanwezige geluids- en andere landschappelijke kwaliteiten en zich hierrond gemeenschappelijk te engageren. De topografische afbakening is hoe dan ook relatief, maar dient bewoners en bezoekers vooral te sensibiliseren en te informeren. In zekere zin is een ‘stiltegebied’ vooral een symbolische plek. De aandui-
ding drukt respect en waardering uit voor de bestaande omgevingskwaliteit. Een bredere, ruimere invulling van stilte- en rustwerking is vereist én een troef om bepaalde processen en ontwikkelingen te stimuleren. Anderzijds wordt het stilteverhaal door de akoestische insteek concreet. Het biedt een ‘tastbare’ toegang tot het vrij abstracte, complexe thema van omgevingskwaliteit en maakt stilte, rust en ruimte voor iedereen toegankelijk. Voorts mag het kwaliteitslabel niet te eng worden geïnterpreteerd. Door het regelmatig in vraag te stellen en het een dynamische invulling te geven kan er tijdig en op een gepaste wijze worden ingespeeld op veranderende omgevingsfactoren. Vaals in Nederlands Zuid-Limburg profileert zich als Cittaslow (‘trage stad’) in het gelijknamige wereldwijde netwerk [zie: www.cittaslow.org]. Vanuit het gemeentelijke beleid en de concrete praktijk op het terrein wordt de achterliggende idee breed ingevuld. Vaals beschikt over twee stiltegebieden: Vijlener-bos en omgeving (aan de rand van Vaals) en nabij Slenaken. Zo geeft het zeer herkenbare label van Cittaslow in alle communicatie – een oranje slakje mét slakkenhuis – naar de bevolking en de bezoekers ook zichtbaarheid aan een beleidsintentie, het bijbehorende proces om dit kwaliteitslabel te verkrijgen en de samenwerking met vele ondernemers en sterkhouders. Het drukt ook een zekere waardering, trots en ambitieniveau uit van een gemeente met een expliciet beleid rond omgevingskwaliteit. In Wallonië hebben Silly, Enghien, Lens, Es-
tinnes, Evere en Chaudfontaine een Cittaslow-label. In Vlaanderen mag Maaseik zich sinds juni 2016 eveneens ‘trage stad’ noemen. De groeiende bewustwording van en vraag naar stilte, rust en ruimte is mede het gevolg van de intense, jarenlange werking van de sociaal-culturele beweging Waerbeke (in Vlaanderen en Brussel). Haar inzichten, methodiek en instrumenten kunnen verder op het terrein worden geïmplementeerd en uitgebouwd.
ADVIES Overweeg als (boven)lokaal bestuur om – al dan niet samen met andere gemeenten en na overleg met de bevolking en allerlei sterkhouders – het ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ (of Cittaslow) aan te vragen. Stimuleer als Vlaamse overheid een dynamisch stiltegebiedenbeleid, waarbij de aandacht uitgaat naar een verruiming en een verdieping van de notie ‘stiltegebied’. Initiatieven als STeRio en Waerbeke vormen hierbij een belangrijke schakel.
41
5.2 Burgerzin en ondernemerschap 5.2.1
Een markt creëren voor aanbieders van stilte, rust en ruimte
Het is noodzakelijk om (vooraf) te verkennen of er een markt is voor stilte- en rustbeleving. In hoeverre zijn ondernemers hiermee al aan de slag en in hoeverre is het mogelijk om potentiële investeerders aan te trekken. En in hoeverre is het aanbod
42
rijk en geloofwaardig genoeg om ook een publiek aan te spreken? Wie over een (stilte)gebied met een hoge omgevingskwaliteit beschikt, dient ook na te gaan hoe een mogelijke markt kan worden aangezwengeld of verbeterd.
Het is eveneens noodzakelijk een kwalitatief, voldoende gediversifieerd aanbod te creëren. Bovendien dienen de onderdelen binnen een aantrekkelijk totaalpakket een klantvriendelijk, divers maar samenhangend geheel te vormen. Het aanbod
moet afgestemd zijn op de vraag en de behoefte van het geïnteresseerde publiek (o.a. aandacht voor openingstijden, inrichting en onderhoud trage wegen, redelijke verhouding prijs-kwaliteit…) Al van bij de opstart van het stiltetraject in Vaals ging veel aandacht naar het verkennen van de markt en het samenbrengen van (potentiële) investeerders en ondernemers. De sterke bovenlokale visie vanuit toerisme (VVV-Zuid-Limburg en ‘Bezin in Limburg’) op het thema stilte, rust en ruimte was hierbij een troef. Hoewel in Nederlands Zuid-Limburg al een hele weg is afgelegd, is het huidige ‘stilteaanbod’ vrij eenzijdig gericht op bezinning (religieuze plekken) en wellness (sauna, massage…), en minder op stilte- en natuurbeleving en onthaasting. In het plattelandsproject De Merode werd van bij aanvang veel geïnvesteerd in het samenbrengen en ondersteunen van de ‘stilteaanbieders’. Er werd ook veel geleerd van partners die hierin al een lange traditie hebben, zoals de Abdij van Averbode. Een abdij is immers niet alleen een klooster, met een bezinningscentrum en gastenkwartieren, maar ook een bedrijf met een boerderij met streekproducten (zoals brood, kaas, bier…), een winkel, een drukkerij en een uitgeverij. De subtiele manier waarop de eigentijdse waterpartij op het voorplein tot stand is gekomen, verdient veel lof. Dit geldt ook voor de keuze voor gedurfde nieuwbouw (uitgeverij, bOb Van Reeth) en
de inplanting en de uitbouw van een bezoekers- en belevingscentrum de voormalige voorhof. De Merode wil mettertijd een volwaardig en kwaliteitsvol aanbod ontwikkelen. Voor ieder wat wils – voor bewoners (o.a. festival met historische spektakels en tableaux vivants…) en bezoekers van buitenaf. Er wordt gestreefd naar een bijzondere ‘totaalervaring’, met accenten zoals natuur- en stiltebeleving, streekproducten, rustige b&b’s, cultuurhistorisch en ontastbaar erfgoed (o.a. Scherpenheuvel, Zichem, Averbode), want het aanbod is vandaag nog vrij traditioneel en te weinig toegespitst op toeristen die naar verstilling en onthaasting op zoek zijn. Het is soms moeilijk om stilte en rust te garanderen, omdat je geluid niet kunt opleggen of ruimtelijk afbakenen. In het weekend kennen stiltegebieden vaak een grote toeloop vanuit de steden (o.a. Landschap De Liereman, Kalmthoutse Heide, Gerhagen…). In streken met fraaie landschappen (o.a. Heuvelland, Vaals, Dender-Mark…) is er soms zelfs geluidsoverlast door motoren, oldtimers, wielerwedstrijden… Iedereen zoekt rust en vergezichten, maar vult de beleving ervan anders in dan een stiltezoeker of natuurwandelaar. ‘Stilte, rust en ruimte’ zijn echter nooit oppervlakkige verkoopslogans! Hierbij zijn authenticiteit en geloofwaardigheid sleutelbegrippen. Je kunt geen stilte beloven, als je de beleving ervan niet zelf deelt of daad-
werkelijk kunt aanbieden. Veelal zijn stille geluidslandschappen vooral tijdens de week genietbaar, zodat een spreiding van het aanbod is aangewezen. Midweek-arrangementen of aanbiedingen buiten het toeristische seizoen in b&b’s zijn bijvoorbeeld erg geschikt voor wie aan broodnodige rust toe is. Dit biedt onvermoede kansen voor ecotherapie, de behandeling van burnout of depressie, ontstressing, wandelcoaching… Door het aanbod op de noden en de behoeften van specifieke doelgroepen af te stemmen worden locaties anders gebruikt en kunnen aangepaste acties of arrangementen worden uitgewerkt. ‘Stilte, rust en ruimte’ – liefst samen! – kunnen een ‘unique selling proposition’ (USP) zijn, waarbij ‘stilteondernemers’ specifieke stilteproducten of -diensten aanbieden. Ze geven invulling geven aan een nichemarktsegment en dienen zich duidelijk van het reguliere toeristische aanbod te onderscheiden. Je zou stilte – vanuit de Power of Place – zelfs als ‘streekproduct’ kunnen aanbieden! De stilte-b&b Hof van Bommerig (nabij Vaals) en de Abdij van Averbode bieden bijvoorbeeld de gelegenheid aan studenten om er te studeren of hun eindwerk te schrijven. Voor bezinning en meditatie – in groep of individueel – kan je hier natuurlijk ook terecht, net zoals in de BZNStiltehoeve Metanoia. ‘Stiltetoerisme’ is echter niet hetzelfde als wellnesstoerisme en mag zeker niet als elitair of exclusief worden opgevat!
ADVIES Ga na of er een markt voor stilte- en rustbeleving mogelijk is. Stimuleer een samenhangend, voldoende rijk en eventueel gespreid aanbod. Beleidsverantwoordelijken, ondernemers en de lokale bevolking dienen samen te geloven in de relevantie en de ontwikkeling van allerlei specifieke stilteproducten of -diensten voor een zo breed mogelijk publiek.
43
5.2.2
Ondernemingszin als attitude
Ondernemingszin kan zowel bij individuen als in een groep aanwezig zijn en komt in alle lagen van de bevolking voor. Wie onderneemt, ziet mogelijkheden, neemt initiatief en zet met visie en bezieling projecten op. Hij/zij heeft meestal een langetermijnblik en tracht wat hij/zij in de wereld zet, economisch en maatschappelijk rendabel te maken. Ondernemingszin is in de eerste plaats een psychische houding of attitude en geldt dus net zo goed voor beleidsmakers en (wakkere) burgers Elke (economische) investering in stilte, rust en ruimte biedt in zekere zin een antwoord op een maatschappelijke nood – wat ruimer is dan de logica van vraag en aanbod! –, en heeft veelal een sociaal én ruimtelijk effect. Wie onderneemt, ziet de (vaak nog onbenutte) kansen en grotere verbanden. Het is echter van belang dat er voldoende afstemming is tussen beleid, ondernemers en bewoners, met aandacht en respect voor de specifieke Power of Place of in-
trinsieke kwaliteiten van de plek of omgeving. Er dient een goed evenwicht te worden gezocht tussen de identiteit van de bewoners en het imago naar buiten toe. Ondernemers voegen vaak iets toe aan de sociale en culturele omgeving, maar houden best rekening met wat er ter plekke leeft en trachten zich ermee te verbinden. Door rekening te houden met de concrete invulling en beleving van stilte, rust en ruimte voor en door verschillende gebruikers (bewoners, bezoekers van buitenaf…), is er aandacht voor ieders welbevinden en leefkwaliteit. Heel wat ondernemers vervullen – al dan niet bewust – een ambassadeurs- of pioniersrol in de samenleving. Vandaag is ‘bezield leiderschap’ – ook binnen een beleidscontext – meer dan ooit nodig. Door bedrijfs- en beleidsverantwoordelijken in contact te brengen met stilte- en rustwerking, kunnen ze deze waar-
den ook uitdragen binnen hun bedrijfscultuur of naar bredere groepen in de samenleving. Iedereen is trouwens mede-eigenaar van stilte, rust en ruimte! Er ligt een grote uitdaging voor ondernemerschap bij de creatie van een kwaliteitsvol stilte- en rustaanbod. Naast voor de hand liggende initiatieven in eerder landelijke gebieden (o.a. zachte recreatie, circuit van streekproducten… zoals in Vaals, Oud-Turnhout, Kalmthout, Heuvelland, Damme…), is de nood vooral ook voelbaar in (rand)stedelijke of verstedelijkte gebieden. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan het netwerk van stilte- en rust(aanbieders) in de rand van Tienen en omgeving, het bessst-project in Brussel, ontluikende stilte- en rustinitiatieven in Gent, Antwerpen en andere Vlaamse steden. Het is belangrijk dat de overheid hiervoor voldoende kansen creëert en hierop inspeelt.
ADVIES Creëer een klimaat en een omgeving waar ondernemingszin en bezield leiderschap worden beloond en tot hun recht komen, met respect voor de eigenheid van alle betrokkenen en de omgevingskwaliteit of Power of Place van een plek. Zorg ervoor dat het imago (naar buiten toe) en de identiteit (van de bewoners) op elkaar is afgestemd. Doordat steeds meer mensen wonen, leven en werken in steden of in een verstedelijkte context, dienen vooral daar stilteinitiatieven te worden aangemoedigd en ontwikkeld. Hierin kan de overheid een belangrijke rol spelen.
44
5.2.3
Burgerparticipatie en veerkracht
Het is van belang dat de bevolking voldoende is betrokken en vertegenwoordigd bij de lokale werking rond leefkwaliteit. Ideaal is een dynamiek ‘van onderop’ én ‘van bovenaf’, die elkaar in een afwisselend samenspel versterken. Die wederkerigheid is cruciaal voor een duurzame, breed gedragen verankering van beleidsdoelstellingen in de samenleving. Stilte, rust en ruimte kunnen door niemand worden geclaimd. Ze behoren tot ieders verantwoordelijkheid en verdienen ieders zorg en
aandacht (overheid, ondernemers, burgers, bezoekers…). Ze dragen bij tot ieders leefkwaliteit. Vandaar het belang om zoveel mogelijk mensen – van onderop – bij het stiltethema te betrekken. Vandaag nemen blijkbaar steeds meer burgers zelf het initiatief om projecten op te zetten. In de Antwerpse Noorderkempen wordt al ruim tien jaar gewerkt aan de vrijwaring en de ontwikkeling van stilte, rust en ruimte. Dit initiatief is stapsgewijs, van onderop gegroeid. Vertegenwoordigers van middenvel-
dorganisaties (Vormingplus Kempen, Natuurpunt Educatie, Natuurpunt…), de Strategische Projectenorganisatie Kempen (SPK), een gedreven politicus, enkele beleidsmedewerkers, ondernemers en burgers zetten er een ‘stilteplatform’ op. Dit organisch gegroeide initiatief dat samen met de lokale overheid de stiltewerking in Oud-Turnhout en omgeving actief promoot, is de beste garantie voor een geslaagde stilte- en rustbeleving voor iedereen, voor de bewoners zowel als voor de bezoekers van buitenaf.
45
‘DE STILLE KEMPEN’ Vanuit een sterke visie op streekidentiteit, burgerparticipatie en duurzame ontwikkeling zette Vormingplus Kempen, samen met andere (boven)lokale partners in en om Oud-Turnhout, een projectmatige werking op rond stilte, rust en ruimte. Wat eerder organisch, gevoelsmatig ontstond, wist zich mettertijd een weg te vinden om zich organisatorisch, beleidsmatig te verankeren. Dit leidde in 2012 tot de aanvraag en de erkenning van De Liereman als stiltegebied. Bij de opstart van het plattelands- en landinrichtingsproject De Merode werd de werking van het stilteplatform uitgebreid. In beide gevallen werd Waerbeke – als expertise- en ervaringscentrum, inhoudelijk én methodologisch – van nabij betrokken. Vandaag is het stilteplatform vooral een forum van permanente (ideeën)uitwisseling tussen de vele partners en versterkt het – in woord en daad – een gezamenlijk gedragen passie. Uitgangspunt is het verbindende vermogen van stilte, rust en ruimte, ondanks de vele sociale en culturele verschillen tussen mensen en groepen. Met het oog op communicatie en informatieuitwisseling werd een aantrekkelijke, gebruiksvriendelijke webstek gecreëerd: www.destillekempen.be. In het voorjaar 2008 leidde het proces van verdieping tot een studiedag en een
Ook in De Merode werd van bij aanvang de noodzaak gevoeld om de lokale bevolking zoveel mogelijk bij de realisatie ervan te betrekken. Voor de bewoners is het natuur- en stilteverhaal ‘dichtbij’. Het maakt deel uit van hun dagelijkse leefwereld. Tegelijkertijd bewijst dit plattelandsproject dat een eerder van bovenaf gestuurd initiatief – mede dank zij de diplomatische aanpak van de Vlaam-
46
verzorgde publicatie. Alle partners onder leiding van Vormingplus Kempen werkten intensief mee aan deze bloemlezing van reflecties, ervaringen en praktijken. Ook Waerbeke steunde dit initiatief voluit. Stilte, rust en ruimte in de Kempen. Kansen tot verbinding over verschillen heen bevat inspirerende beschouwingen, getuigenissen en fotografische impressies van allerlei deelnemers aan het visietraject. Opvallend is de grote diversiteit aan inzichten. Met dit tussentijds document willen de partners bijdragen ‘aan een groeiend maatschappelijk draagvlak voor stilte, rust en ruimte in de Kempen’. De brochure bevat ook een kortfilm op dvd. ‘Het biedt ruimte voor oriëntatie en verdieping en is een toetssteen voor iedereen die rond stilte en rust projecten en initiatieven opzet of bij de groeiende stiltebeweging aansluiting zoekt,’ aldus de flaptekst. De gemeente Oud-Turnhout engageerde zich om een voortrekkersrol te spelen binnen de regio om omliggende gemeenten bij het stilteverhaal te betrekken, en ondersteunde dit visietraject op diverse manieren: deelname aan vergaderingen door politieke mandatarissen en ambtenaren, ter beschikking stellen van vergaderruimtes, medefinanciering van projecten, bijdrage aan de studiedag, distributie van de publicatie… Nog altijd zijn enkele ambtenaren en een zeer gedreven politieke mandataris actief in het stilteplatform.
se Landmaatschappij (VLM) – door lokale overheden en partners kan worden omarmd en op een duurzame manier maatschappelijk ingebed. Net zoals in de vele projecten te lande, heeft VLM ook in De Merode sterk geïnvesteerd in de betrokkenheid van de bewoners door o.a. het inrichten van jaarlijkse feesten en activiteiten. Deze vaak nieuwe initiatieven creëerden een band en be-
trokkenheid tussen de bevolking en het landinrichtingsproject. Uit deze voorbeelden blijkt duidelijk dat stilte verbindt. Samen werken rond stilte, rust en ruimte ‘in verbondenheid’ en ‘over de verschillen heen’ stimuleert participatie en kan de individuele en maatschappelijke veerkracht versterken. Soms kunnen participatietrajecten met zeer diver-
se partners – overheid, ondernemers, burgers… – uitmonden in projecten die stilte en rust uitdrukkelijk centraal stellen. Zoals bijvoorbeeld voor de aanvraag van het ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’, het behoud en de inrichting van een stille plek in de stad… In het stilteverhaal is immers iedereen – inclusief de overheid die het kader aanbiedt en de context mede bepaalt – partner. Bewoners zijn niet alleen gebruikers, maar vooral ook ‘ambassadeurs’ van het stilteverhaal. Actief burgerschap is uiterst belangrijk. Het engagement van de onmiddellijke omgeving – bijvoorbeeld wie in of aan de rand van een stiltegebied of een stille plek woont – is belangrijk voor een duurzame werking en waardering van stilte, rust en ruimte en voor een overtuigend verhaal naar buiten toe. Beleidsmakers kunnen gerust vertrouwen op het kritische, zelfor-
ganiserende vermogen van burgers. Ook investeerders en ondernemers dienen rekening te houden met de betrokkenheid en de identiteitsbeleving van de betrokken bevolking. Heel wat initiatieven rond cultuurof burgerparticipatie, samenlevingsopbouw… kunnen – al dan niet rechtstreeks – met stilte- en rustbeleving worden verbonden. Vandaar ook het grote belang van sensibiliseringscampagnes en degelijke communicatie. Er zijn diverse invalshoeken om bewoners, bezoekers of specifieke doelgroepen te bereiken. Zo zijn bijvoorbeeld in Vaals, Landschap De Liereman, Gerhagen en de meeste andere stiltegebieden lespakketten voor het onderwijs uitgewerkt. Ook projecten met een aangepaste publieksgerichte werking rond artistieke expressie, erfgoedontsluiting en volwassenenvorming kunnen
worden ingezet. Dit is bijvoorbeeld het geval in Brussel (bessst-project), het kunst- en erfgoedcentrum ‘t Hofke van Chantraine in Oud-Turnhout, Bornem… Soms is het cultuurbeleidsplan een wezenlijk instrument om stilte, rust en ruimte beleidsmatig in te zetten. In de toekomst verdient de nauwe relatie tussen stiltebeleving, natuur, samenlevingsopbouw, gezondheid en welzijn ongetwijfeld meer aandacht. In de meeste bezochte voorbeeldpraktijken zijn de initiatiefnemers zich hiervan ten volle bewust en in het vormingswerk voor volwassenen (o.a. Vormingplus Kempen, Citizenne) worden hierrond al initiatieven opgezet. Ook de relatie tussen zingeving, spiritualiteit en stilte- en rustbeleving wordt steeds meer uitgediept.
ADVIES Versterk initiatieven rond stilte, rust en ruimte die van onderop worden ontwikkeld. Betrek de lokale bevolking van meet af aan als volwaardige partner bij het stiltebeleid en faciliteer de werking van lokale stilteplatforms. Bied een kader voor burgerparticipatie, sensibiliseer en communiceer, stimuleer de individuele en sociale veerkracht van mensen en luister naar de noden en verzuchtingen binnen de samenleving.
5.2.4
Georganiseerde netwerken van sterkhouders en ondernemers
Sterkhouders en ondernemers zijn een onmisbare schakel voor een breed gedragen, ‘volhoudbaar’ en geloofwaardig stilteverhaal. Bovendien creëert een zich almaar meer terugtrekkende overheid een leemte die creatief en proactief dient te worden ingevuld op een voor ondernemers economisch interessante manier. Vandaar het belang van samenwerking en daadwerkelijke verbondenheid tussen zoveel mogelijk betrok-
kenen. Hierbij moet steeds worden gewaakt dat het imago (naar buiten toe) in overeenstemming is met de manier waarop de bewoners hun streek of landschap ervaren en beleven (identiteit). Hiertoe dient het beleid ondersteunende maatregelen en een werkbaar kader aan te reiken. Zo wordt het plattelandsproject De Merode mee geschraagd door het netwerk van ‘De Merode Onderne-
mers’ (dMO vzw). Hierin zijn zowel stilteaanbieders van toeristische accommodaties (b&b’s, de Abdij van Averbode…), maar ook producenten van streekproducten vertegenwoordigd. In het plan van aanpak van de gemeente Vaals is de samenwerking met stichting ‘Bezin in Limburg’, VVV-Zuid-Limburg en tal van andere (product- en dienst)toeleveraars (o.a. wellness, sauna…) en (toeristische) ondernemers cruciaal. Met dit
47
netwerk wordt regelmatig overlegd. Er worden afspraken gemaakt en gemeenschappelijke initiatieven opgezet, waarbij overheid en burgers betrokken zijn (o.a. voor de jaarlijkse ‘Nacht van de duisternis en de stilte’, midden oktober). Beide voorbeelden illustreren dat voor de uitbouw van een voldoende rijk aanbod rond stilte, rust en ruimte – al dan niet voor een ‘nichemarkt’ – samenwerking en netwerking uiterst belangrijk zijn. Een gedeelde visie en bezieling leiden tot mede-eigenaarschap, waarbij minder vanuit ‘producten’ dan wel
vanuit ‘diensten’ wordt gedacht. Om een breed gedragen en economisch rendabel stiltebeleid op poten te zetten en een gezicht te geven, vormen investeerders en (boven)lokale sterkhouders een onmisbare schakel. Wel dient altijd rekening te worden gehouden met de samenhang met andere initiatieven (van overheid, burgers…) en de draagkracht van de plek. Samenwerking met bovenlokale partners – middenveldorganisaties, zoals Regionale Landschappen, Vormingpluscentra, Erfgoedcellen, Trage Wegen, Waerbeke… – biedt boven-
dien garanties om een globale, beleidsdomeinoverschrijdende visie en aanpak rond stilte- en rustbeleving op een kwaliteitsvolle en voldoende kritische manier te ontwikkelen, in te vullen of te handhaven. Vanuit hun werking overstijgen ze immers de plaatselijke belangen en gevoeligheden, al kunnen ze er wel voeling mee hebben. Vaak introduceren ze – vanuit hun ervaring of expertise – nieuwe ideeën of werkwijzen en leggen ze makkelijker (transversale) verbanden. Die kunnen de lokale werking rond leefkwaliteit alleen maar ten goede komen.
ADVIES Faciliteer als overheid (economisch) ondernemerschap, liefst met ondersteunende maatregelen binnen een duidelijke visie en kader. Zet met allerlei sterkhouders en ondernemers samenwerkingsverbanden op en verenig ze in netwerken, waarbij niet zozeer het product, maar vooral de dienst, de achterliggende visie en de bovenlokale uitstraling centraal staan.
5.2.5
Betrokkenheid van vrijwilligers in een professionele omkadering
De betrokkenheid van vrijwilligers bij het beheer en het in stand houden van stille plekken – ook in een (rand) stedelijke context – of een stiltegebied, vraagt veel empathie van de initiatiefnemers en alle betrokkenen en een goede omkadering. Er moet echter over worden gewaakt dat de werking rond stilte, rust en ruimte niet uitsluitend door vrijwilligers gebeurt. Werken met vrijwilligers is een investering die loont, maar vergt soms veel tijd, energie en geduld. Hierop dienen inrichtende overheden en private initiatiefnemers zich te voorzien. Op de meeste bezochte plekken bestaat er – naast een professionele omkadering – een of andere vorm van vrijwilligerswerking: in het stiltegebied in Vaals en Landschap De
48
Liereman, maar ook in het Bosmuseum in Gerhagen, ‘t Hofke van Chantraine in Oud-Turnhout, de Abdij van Averbode, de BZN-Stiltehoeve Metanoia in Damme… De jarenlange inzet van de werkgroep ‘Ecologie’ in Gerhagen (gesticht in 1970) leidde uiteindelijk tot de oprichting en uitbouw van het Bosmuseum. Dit gebeurde met de steun van de provincie Limburg, de gemeente Tessenderlo, het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Regionaal Landschap Lage Kempen. Op dit moment ontvangt dit natuureducatief centrum – met ruim aandacht voor stilte- en rustbeleving – zo’n 12.000 bezoekers (vooral kinderen in schoolverband en gezinnen) per jaar! Terwijl sinds kort een vaste, door de gemeente betaalde mede-
werker het Bosmuseum beheert en voor het publiek openhoudt, zijn alle natuur- en stiltegidsen vrijwilligers. Ook de BZN-Stiltehoeve Metanoia in Damme kan een beroep doen op een grote achterban van geïnteresseerden en vrijwilligers van Bond zonder Naam (uit heel Vlaanderen). Eén voltijds medewerker beheert het reilen en zeilen van de Stiltehoeve (administratie, opvang bezoekers, keuken…), naast twee deeltijdse medewerkers (in dienstverband), o.a. voor het onderhoud en de inrichting van de tuin. Voorts wordt beroep gedaan op vrijwilligers die meehelpen om de werking te schragen, het onthaal te verzorgen en het gebouwencomplex en de bijbehorende (moes)tuin te onderhouden. Ook hier is de vrijwilligerswerking goed omkaderd (ver-
zekering, opleiding, vergoeding…) en wordt een kwaliteitstoets (houding, communicatie…) in acht genomen. ‘Van een netwerk en een werking van vrijwilligers en betrokkenen zoals bij de National Trust in GrootBrittannië kunnen wij alleen maar dromen. Mensen willen in Vlaanderen trouwens niet betalen – in tijd en geld – voor stilte, erfgoed en na-
tuurschoon,’ zo merkte een vrijwilliger van Natuurpunt tijdens het bezoek aan De Merode op. ‘Hier is de leuze: dáár moet de overheid voor zorgen! Bij ons blijkt dit model niet te werken.’ Uit voorgaande voorbeelden blijkt echter dat enige nuance is vereist. Wat er ook van zij, vrijwilligers dienen voldoende waardering en be-
trokkenheid te voelen. Kleinschalige, concrete projecten smeden een band, terwijl te grote, te abstracte thema’s eerder afschrikken. Dit geldt evenzeer voor initiatieven rond burgerparticipatie. Ongetwijfeld spelen tal van (niet nader gekende) randvoorwaarden een rol, maar dit dient nader te worden onderzocht en uitgediept.
ADVIES Werk zo concreet en kleinschalig mogelijk met vrijwilligers en voedt hun enthousiasme, bagage en inzet. Vrijwilligers dienen voldoende beschermd te zijn binnen een helder, goed afgelijnd en professioneel kader. Zorg er evenwel voor dat de kwaliteit van het stilte- en rustaanbod voldoende wordt bewaakt en bied ondersteuning in de succesfactoren van vrijwilligersbetrokkenheid. Vrijwilligers kunnen de reguliere professionele werking echter niet vervangen en hebben een beperkte verantwoordelijkheid.
49
5.2.6
Professionaliseren van het stilteaanbod
Een kwaliteitsvolle stilte- en rustwerking vereist niet alleen voeling met het thema en persoonlijke gedrevenheid, maar ook kritische zin en professionalisme. Dit geldt zowel voor initiatieven die van onderop worden ontwikkeld, als voor een ondernemer die in stilte, rust en ruimte wil investeren, of voor een ‘ondernemende’ overheid. Zo’n aanpak heeft ook een weerslag op de betrokkenheid, de attitude en het welbevinden van inwoners én bezoekers. Geschikte informatieverstrekking gebeurt vooral door de stilteaanbieders zelf (b&b’s, stilte-, bezinningshotels, retraitehuizen…). Veel overheden, maar ook ondernemers (streekproducten, restaurants…) en personeelsleden in toeristische kantoren zijn onvoldoende vertrouwd met het stilte- en rustthema. Het label Cittaslow heeft er in Vaals bijvoorbeeld voor gezorgd dat specifieke initiatieven rond ‘stilteondernemerschap’ in het landelijke buitengebied (b&b’s, hoevetoerisme, horeca…) complementair zijn aan die in de verstedelijkte agglomeratie (voeding, wellness, massage, meditatie…). Het opzetten van een werking rond stilte, rust en ruimte als investeerder heeft slechts zin als de overheid (op alle niveaus) en de maatschappelijke omgeving meewerken. Hiertoe dient een gezamenlijke visie te worden ontwikkeld en desnoods een geschikt (juridisch) kader te worden opgezet, waarop iedereen kan teruggevallen. Hier doet ook de noodzaak van handhaving zich gevoelen. Dit probleem stelt zich in Vaals, Heuvelland, Damme, De Merode, Landschap De Liereman… Een doorgedreven marktsegmentering voor doelgroepen – waarbij soms expliciet en doelbewust sommige groepen (zoals bijvoorbeeld
50
gezinnen met kinderen) worden uitgesloten – is een beproefde aanpak. Toch is een ‘én/én-verhaal’ echter aangewezen. Het opsplitsen in doelgroepen en uiteenlopende strategieën om specifieke groepen te bereiken kunnen een sleutel zijn voor het ‘vermarkten’ van allerlei producten en diensten. Dit vraagt echter een beleidsvisie en een bijbehorend management. Doelgroepenwerking is pas zinvol als je weet wat je – als overheid, organisatie, bedrijf… – wilt en wie je bij je stiltewerking wilt betrekken. Het vraagt een voorbedachte strategie en een juiste methodiek. Rond de invulling en de beleving van ‘stiltetoerisme’ bestaan ook opmerkelijke cultuurverschillen. Zaak is om hier als initiatiefnemer op gepaste wijze in te spelen. Bijvoorbeeld in de communicatie naar bewoners en betrokken sterkhouders, maar ook naar potentiële bezoekers (van buitenaf). Heel anders dan in Vlaanderen is de notie ‘bezinningstoerisme’ in Nederland aanvaard. Taal en communicatie – ook bij overheden en binnen de wereld van ondernemers en investeerders – zijn en blijven een heikel punt! Communicatie (redactiewerk, ghostwriting, grafische vormgeving…) vergt ervaring en een professionele(re) aanpak. Soms is zelfs een mentaliteitswijziging vereist, bijvoorbeeld in de omschrijving van professionele profielen (managers, medewerkers), aanpak, public relations, communicatie… Omdat vele initiatieven rond stilte, rust en ruimte zich bewegen binnen een ruimere ‘transitiebeweging’ die duurzaamheid, maatschappelijke verandering… beoogt, dienen soms ook evidente uitgangspunten, economische principes en ambities kritisch te worden benaderd en in vraag te worden gesteld. Zo gaat een uitgesproken stilte- en rustwerking
vaak gepaard met een keuze voor ‘eerlijke handel’, biologische en soms zelfs vegetarische voeding, streekproducten, eenvoud… Dit komt de geloofwaardigheid alleen maar ten goede. Het terdege sensibiliseren en bewustmaken van (specifieke groepen binnen) het brede publiek maakt deel uit van een professionele aanpak. Dit hoeft niet op alle niveaus tegelijk te gebeuren, maar gebeurt best planmatig en gefaseerd – stap voor stap –, afhankelijk van de concrete plannen, context of situatie. In Tessenderlo, Oud-Turnhout, Vaals en Kalmthout werden – op initiatief van de betrokken politieke mandatarissen – meermaals informatie- en intervisiemomenten ingericht met de plaatselijke bevolking en de betrokken sterkhouders, ondernemers, ambtenaren en beleidsverantwoordelijken. Deze bijeenkomsten verliepen in een open en ontspannen sfeer, maar waren kritisch en bij wijlen zeer ‘pittig’. De rol van een externe bemiddelaar om alle partijen uit te nodigen tot gesprek, wederzijds respect en luisterbereidheid, en om tot een gemeenschappelijk gedragen visie te komen, bleek in de meeste gevallen fundamenteel. Hiertoe werd vaak een beroep gedaan op de expertise en ervaring van Waerbeke. In de ruimtelijke inrichting van De Merode is van meet af aan veel aandacht en zorg besteed aan de uitwerking van een huisstijl. Die komt terug in alles wat er wordt gecommuniceerd, gepubliceerd en op het terrein wordt gerealiseerd. Ook de ontwikkeling van een huisstijl dient professioneel te worden aangepakt. Hierdoor krijgt De Merode een gezicht, wat het project voor alle betrokkenen – bewoners én bezoekers – herkenbaar maakt. [zie ook 5.1.6]
ADVIES Professionaliseer – waar mogelijk – het stilteaanbod: producten en diensten, communicatie en sensibilisering dienen kwaliteitsvol, kritisch en geloofwaardig in de wereld te worden gezet. Zorg ervoor dat het ‘vermarkten’ van stilte, rust en ruimte bedachtzaam en niet (te) exclusief gebeurt. Investeer in een professioneel uitgebouwd toeristisch onthaal, in goede, herkenbare communicatie en in leer- en participatieprocessen met zoveel mogelijk betrokkenen.
5.2.7
Rendabiliteit en branding van stilteproducten en -diensten nastreven
Net zoals in het Nationaal Park De Hoge Kempen werd bij de realisatie van het plattelands- en landinrichtingsproject De Merode veel tijd en aandacht besteed aan een juiste afstemming van de economische verwachtingen en de dagelijkse leefomgeving van inwoners en gebruikers van het gebied. Bij de branding van beide projecten werd de relatie tussen de beleefde identiteit van de betrokkenen ter plekke en het imago naar buiten toe zoveel mogelijk in het oog gehouden. Door een evenwichtige, realistische, maar tegelijk ook ambitieuze aanpak werden al verschillende investeerders aangetrokken die zich met het ‘merk’ De Merode of Nationaal Park De Hoge Kempen vereenzelvigen. BZN-Stiltehoeve Metanoia in Damme is een particulier stilte-initiatief (van Bond zonder Naam). Er wordt een gedifferentieerd prijsbeleid gehanteerd, waardoor bedrijven en CEO’s meer betalen voor een verblijf dan minder kapitaalkrachtigen. In Heuvelland bestaat een lange traditie van ‘sociaal toerisme’. Scholen, kansen- en jongerengroepen kunnen er op welbepaalde locaties onder zeer gunstige voorwaarden verblijven en toch genieten van de natuur en stille omgeving. Beide voorbeelden tonen aan dat het businessmodel ook
kan gericht zijn op differentiatie of break-even. Als de motivatie niet louter winst is, maar bijvoorbeeld ook leefkwaliteit of een gezonde(re) samenleving, vormt dit veelal aanleiding voor een eigenzinnige(r) visie op management en rendement. Het is voor het ondernemerschap – net zoals voor de overheid en de burgers – belangrijk om het stiltethema vanuit een integrale, geïntegreerde én duurzame manier te benaderen. Investeren in stilte, rust en ruimte is ook altijd investeren op de lange termijn. Bij het bezoek aan Averbode ontspon zich een boeiende discussie naar aanleiding van de (terug)betaalbaarheid van ‘ecosysteemdiensten’. Dit is een ‘dienst’ die door een ‘ecosysteem’ aan de samenleving wordt geleverd, vaak in meer dan één opzicht belangrijk of fundamenteel is en in (te) veel gevallen economisch of sociaal niet in rekening wordt gebracht. Hoe kan een stille plek of een stiltegebied zich ecologisch, economisch en sociaal versterken? Ben je als ondernemer bereid om een deel van je inkomsten te besteden aan onderhoud van de omgeving en duurzame ontwikkeling? Of is dit de rol van de overheid? Of dient de gebruiker – dus ook de bezoeker – hier een duit
in het zakje te doen? Kortom: hoe kan hierrond een billijk, ‘volhoudbaar’ systeem worden opgezet? Er bestaat een spanningsveld tussen de missie – de ‘zachte’, helende werking van stilte, rust en ruimte – en de ‘harde’ financieel-economische realiteit. Door een bijzondere, soms gedurfde aanpak val je als ondernemer met je product of dienst op. De historiek van hoe iets tot stand is gekomen en in de tijd is geëvolueerd, en de wijze waarop dit verhaal door de bezieler of uitbater wordt uitgedragen, speelt hierin een grote rol naar uitstraling en geloofwaardigheid toe. Soms is het een heel bewuste ondernemersstrategie om eigen levensbeschouwelijke principes en zelfs spiritualiteit te laten primeren op louter financiële rendabiliteit. Zowel de Abdij van Averbode als BZN-Stiltehoeve Metanoia in Damme engageren zich elk op hun manier om actief een antwoord te bieden op de behoefte in de ‘onderstroom in maatschappij’ die vraagt naar stilte en verlangzaming en lijdt aan een verlies aan zingeving. Hun stelling is duidelijk: ‘Stilte kan je niet zomaar commercialiseren’ (Averbode) en ‘Stilte kan je onmogelijk vermarkten!’ (Metanoia). Beide initiatiefnemers kunnen rekenen op andere financieringsbronnen
51
om deze opdracht waar te maken. Gelijkaardige initiatieven met een gelijkaardig aanbod – naar groepen en individuen – ontstaan overal (o.a. Heerlijckyt van Elsmeren in Geetbets, Hof van Bommerig in Vaals…). Het expliciet vermelden van stilte, rust en ruimte in de naam van een product of dienst kan bij de potentiële ‘klant’ een meerwaarde aanrei-
ken, een verwachting of nieuwsgierigheid opwekken en duidelijkheid scheppen. Dit geldt zowel voor privéinitiatieven als voor wat de overheid aanbiedt. Voorbeelden: ‘Stiltepad’ (Gerhagen), ‘BZN-Stiltehoeve Metanoia’ (Damme)… met een duidelijk verwijzing naar de concrete fysieke situatie of inrichting. De Abdij van Averbode gebruikt in haar promotie nergens het woord ‘stilte’, maar door
de consequente manier waarop ze de omgeving vorm geeft, word je impliciet uitgenodigd om ‘uit jezelf’ stil te worden. In Gerhagen en Zwarteput (Zutendaal) is duidelijk gekozen om een belevingsparcours ‘Stiltepad’ of ‘Blotevoetenpad’ te noemen. Zo wordt de intentie van het initiatiefnemers (en de ontwerpers) heel expliciet gecommuniceerd.
ADVIES Tracht ondernemers aan te spreken die voeling hebben met wat er ter plekke leeft en mogelijk is. Bied ruimte aan initiatieven die een duidelijke maatschappelijke meerwaarde bieden, zonder de economische leefbaarheid uit het oog te verliezen. Overweeg of het expliciet vermelden van stilte, rust en ruimte een meerwaarde biedt bij het aanbieden van bepaalde producten of diensten.
52
5.3 Inrichtingsaspecten 5.3.1
Maatwerk - omdat geen plek hetzelfde is
De aanwezigheid en vrijwaring van stilte, rust en ruimte zijn onlosmakelijk verbonden met de wijze waarop een omgeving ruimtelijk is ingericht. Omdat geen plek hetzelfde is, betreft het telkens maatwerk. De fysieke inrichting heeft sowieso invloed op ons voelen en denken, stuurt ons gedrag en schept randvoorwaarden tot (mogelijke) stilte- en rustbeleving. Veel hangt natuurlijk af of je je mentaal openstelt voor een bepaalde omgeving en je het landschap, het weidse panorama of de stilte, rust en ruimte die je toevallen, ook toelaat. De ruimtelijke inrichting gebeurt op verschillende niveaus: macro- (bijvoorbeeld een stiltegebied, een park, de (rand)stedelijke omgeving), meso(een landschap, domein of tuin) of microschaal (het design van het meubilair, de informatieborden of de bewegwijzering, het interieur van een ruimte…). Ideaal is dat (potentiële) gebruikers of bezoekers ‘stapsgewijs’ worden uitgenodigd om tot een verrijkende stilte- en rustervaring te komen. Hoe meer kernkwaliteiten in acht worden genomen, hoe meer kans dat de algemene omgevingskwaliteit toeneemt. De invulling ervan is echter zeer plaats- en contextgebonden. Vaak zijn geen (al te) grote ingrepen vereist, dient eenvoud te worden na-
gestreefd en is het voldoende om de juiste (rand)voorwaarden te scheppen. De appreciatie van het resultaat is bovendien vaak uiterst divers en heel persoonlijk. Dat ruimtelijke inrichtingsaspecten het gedrag bepalen, blijkt o.a. zeer duidelijk in het stiltegebied in Vaals, waar bewust werd gekozen voor groene LED-verlichting. Dit soort verlichting is heilzaam voor fauna en flora en remt snel verkeer af, hoewel de zichtbaarheid en veiligheid voldoende wordt garandeert. Wegversmallingen en de inrichting van de poorten naar het stiltegebied dwingen je om trager te rijden en aandacht te hebben voor andere weggebruikers. Of je nu overdag of ’s avonds het stiltegebied betreedt, altijd voel je – al dan niet bewust – dat je een fysieke grens overschrijdt. Zo werd de begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog in de voormalige Sint-Pieterskerk van deelgemeente Grimde, bij het centrum van Tienen, met veel zorg opgeknapt en opnieuw voor het publiek ontsloten zonder de onmiddellijke omgeving hierbij te betrekken. Hierdoor ligt deze historisch waardevolle site als een eiland in een kleurloze stadswijk. Dit komt de aantrekkingskracht en de belevingswaarde van deze waardevolle site niet ten goede.
Materiaalkeuze, kleurgebruik, typografie, huisstijl, aanplantingen… kunnen helpen om een inrichting op maat te realiseren. In het gastenkwartier van de Abdij van Averbode wordt gebruik gemaakt van alle beschikbare erfgoed. Zo is elke kamer een uniek en stijlvol ensemble die de geschiedenis van de plek uitademt. In de BZN-Stiltehoeve Metanoia in Damme daarentegen is alles gericht op eenvoud, weliswaar stijlvol en met een consequent gebruik van eerlijke materialen. In beide gevallen zijn de prijzen voor een overnachting relatief laag, zodat het stilteverblijf geen luxe is. De schaal waarop wordt nagedacht over stilte- en rustbeleving is dus essentieel. Een erkend stiltegebied zal oplossingen moeten vinden voor de bezoekersstroom en parkings moeten voorzien (en integreren in het landschap), wil de Power of Place niet teloorgaan. Een stille plek of een pleintje in de stad of juist aan de rand ervan zal anders moeten worden aangepakt dan een erfgoedsite. Een b&b met een tuin en een aansluiting op wandel- en fietspaden heeft troeven die een hotel in de stad ontbeert… Het is echter belangrijk consequent te zijn – van concept tot realisatie – en het beheer af te stemmen op de bevordering van een kwaliteitsvolle stilte-, rust- en ruimtebeleving.
ADVIES Wees bewust van de specifieke intrinsieke kwaliteiten of Power of Place van een locatie en stem de fysieke inrichting – op alle niveaus – hierop af. De beoogde stilte- en rustbeleving bepaalt ook de ruimtelijke inrichting van de omgeving of de plek.
53
5.3.2
Planning en uitvoering gaan samen - goed organiseren van beheer en toegankelijkheid
Ruimtelijke inrichtingen en bijbehorende accommodaties dienen planmatig te worden aangepakt. Hiervoor is vaak een globale visie en een evenwichtig masterplan nodig, zodat alle acties en ingrepen hierop kunnen worden afgestemd. Pas dan kunnen ontwerpen en concrete ingrepen plaatsvinden. Bij grotere landschappelijke eenheden – zoals bijvoorbeeld stiltegebieden – is de inrichting van toegangspoorten met aangepaste accommodaties (zoals parkings, bezoekersbalie…) uiterst belangrijk. Hierdoor wordt de mobiliteit geregeld en wordt een bufferzone gecreëerd tussen ‘binnen’ en ‘buiten’.
Met dit tussengebied wordt – woordeloos, maar fysiek en zintuiglijk ervaarbaar – de overgang aangeduid. Soms kan de inrichting ervan bepaalde ritmes en gedragingen afremmen of juist stimuleren. Bij het ontwerp van ‘toegangspoorten’ of ‘portalen’ dient hiermee rekening te worden gehouden. Belangrijk is dat elke gebruiker – bewoner én bezoeker – dit soort (her)inrichtingselementen zonder nadere toelichting aanvoelt en begrijpt. Het idee om vanuit een integraal inrichtingsplan met ‘portalen’ te werken gebeurde in het Nationaal Park De Hoge Kempen en De Merode alvast voorbeeldig. Zo kan vandaag
GERHAGEN - STILTEGEBIED EN POORT TOT DE MERODE De ruimtelijke inplanting en de inrichting van de poort in Gerhagen zijn voorafgegaan door studiewerk en een behoefteanalyse. Zo werden nabij het stiltegebied zelfs bepaalde verbindingswegen (definitief) afgesloten om het verkeer te kunnen richten, sluipverkeer tegen te gaan en het parkeerprobleem op te lossen. Dit ging echter niet zonder slag of stoot en stuitte aanvankelijk op heftig protest van de lokale horeca-uitbaters. Er was voorheen al recreatieve ontsluiting (cafetaria, bosmuseum, wandelpaden…), maar dit waren allemaal losse
54
iedereen vandaag genieten van de natuur en de stilte in de stiltegebieden Zwarteput (Zutendaal) en in Gerhagen (Tessenderlo). Er wordt beschermd wat nodig is en – waar mogelijk – zijn de (natuur)gebieden op een aantrekkelijke manier voor het publiek toegankelijk gemaakt (o.a. ‘Blotevoetenpad’ of ‘Stiltepad’). Er is ruimte voor ontspanning en door de professionele onthaalinfrastructuur kom je als bezoeker iets te weten over de natuur- en stiltekwaliteiten van de plek. Vanuit eenzelfde logica – maar ditmaal in een veeleer cultuurhistorische context – zijn recent ook de ‘poort’ en de omgeving van de abdij van Averbode ruimtelijk ontwikkeld.
initiatieven. Toerisme en natuurorganisaties werkten niet samen. Op uitnodiging van de lokale beleidsverantwoordelijken werden alle betrokkenen samengebracht om hun belangen en activiteiten toe te lichten en op elkaar af te stemmen. Door de coördinatie en extra subsidies van de gemeente Tessenderlo kon de ‘poort’ uiteindelijk met consensus en volgens plan worden gerealiseerd. Nu is het stiltegebied makkelijk bereikbaar en is er voldoende parkeerruimte. Het is er aangenaam vertoeven, de plek is veilig en familie- en kindvriendelijk ingericht (met cafetaria en speeltuin). In het Bosmuseum is er een onthaalbalie met informatie over het gebied. Vandaaruit kan je het Stiltegebied Gerhagen – al dan niet via het ‘Stiltepad’ – verkennen.
In het stiltebeleidsplan van Vaals is gekozen voor aantrekkelijke, duidelijk zichtbare (fysieke) ‘groene toegangspoorten’ met beplantingen om de grens van het stiltegebied aan te duiden en onrechtstreeks voelbaar en ‘inleefbaar’ te maken. Er wordt ook gebruik gemaakt van wildroosters. Het aantal informatie- en verkeersborden is beperkt. In de omgeving zijn tal van horecafaciliteiten, een uitkijktoren… met voldoende
parkeergelegenheid en andere accommodaties (afvalbakken, toiletten…) Vaak zijn de inplanting en inrichting van parkings – niet te groot en toch voldoende – dé grote uitdaging. Dat is ook zo in de Kalmthoutse Heide, Landschap De Liereman en in de meeste andere stiltegebieden. Het aanzuigeffect van teveel bezoekers en gemotoriseerd verkeer kan de
bestaande stilte- en rustkwaliteiten immers teniet doen. Bovendien dient ook zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met de leefkwaliteit en de behoeften van de buurtbewoners. Door planmatige aanleg en bedachtzame aanplantingen van streek-eigen hagen, struiken, struwelen… dienen storende ‘wagenparken’ in het landschap ‘onzichtbaar’ te worden gemaakt.
ADVIES Voorzie voldoende tijd (en financiële middelen) om bij grootschalige ruimtelijke inrichtingen planmatig en bedachtzaam te werk te gaan. ‘Portalen’ en ‘poorten’ met voldoende parkeergelegenheid dienen de bezoekersstromen op te vangen. Gebruik zoveel mogelijk natuurlijke middelen (aanplantingen) om bepaalde ritmes en gedragingen te kanaliseren.
5.3.3
Fysieke inrichting vereist financiering, samenwerking en creativiteit
Het spreekt voor zich dat de fysieke inrichting van stiltegebieden, cultuurlandschappen, karaktervolle stille plekken… alleen maar mogelijk en haalbaar is, als voldoende financiële middelen voorhanden zijn. Ook dit dient planmatig en bedachtzaam te gebeuren. Zeker bij openbare werken gebeuren infrastructuurwerken en concrete ruimtelijke ingrepen op het terrein best in samenspraak met zoveel mogelijk betrokkenen (beleidsmakers, bewoners, sterkhouders…). Er is bovendien afstemming nodig over het beheer en het onderhoud ervan (o.a. afvalverwerking of -afvoer…). Er moet ook voortdurend worden gestreefd naar het behoud en de ontwikkeling van een optimale omgevings- en beeldkwaliteit. Bij stiltegebieden of rustige omgevingen is het zaak om akoestische verstoring, vervuiling en geluidshinder te vermijden. Er dient te worden
gewaakt over de kernkwaliteiten en ook het geheel moet regelmatig kritisch worden geëvalueerd, nagekeken en desnoods opnieuw in orde gebracht. Soms moet de fysieke inrichting worden aangepast in functie van veranderende noden of omstandigheden. Dit alles is niet alleen de verantwoordelijkheid van de overheid, maar ook ondernemers, bewoners en gebruikers dienen mee te ‘investeren’ (in tijd, engagement, natura-hulp…). Ongetwijfeld spelen bepaalde randvoorwaarden hierbij een rol, al dient dit nog nader te worden onderzocht en uitgediept. Zo is er bij de (stilte)ondernemers in De Merode – weliswaar schoorvoetend – de bereidheid om mee zorg te dragen voor het onderhoud van de omgeving en sommige generieke beheerstaken. Zodra het niet langer de inrichting van een gebouw of een concrete plek betreft, nemen de meeste betrokkenen een eerder afwachtende houding aan en kijken
voor financiële hulp en onderhoud naar de overheid. Zoals bijvoorbeeld bij de inrichting van een wandelpad in de nabijheid van een b&b die ‘stilte promoot en aanbiedt’, waarbij een verruiming van het aanbod wordt gecreëerd, zonder er zelf iets voor te moeten bijdragen. In en om een drietal stiltegebieden (Dender-Mark, Bornem en Landschap De Liereman) wordt op dit moment nagedacht over de conceptuele en praktische ontwikkeling van een ‘ecosysteemdienst’ rond stilte, rust en ruimte. Hoe kunnen de ecologische, economische en sociaal-culturele waarden zodanig op elkaar worden afgestemd dat er in de ‘keten’ (terug)verdienmodellen kunnen worden uitgedacht en gerealiseerd? Die kunnen dan op hun beurt bijdragen om de bestaande waarden op ecologisch en sociaal-cultureel vlak te vrijwaren en verder te ontwikkelen.
55
ADVIES Voorzie voldoende financiële middelen om een geloofwaardig en duurzaam stilteaanbod te kunnen verzekeren. Werk zoveel mogelijk samen met zoveel mogelijk betrokkenen. Doe onderzoek naar (een terugverdienmodel voor) de ecosysteemdienst rond stilte, rust en ruimte.
5.3.4
Het belang van huisstijl en signalisatie
Het gebruik van een op maat ontworpen huisstijl helpt om een gebied of landschap stijlvol en herkenbaar te ontsluiten. Een bepaalde uniformiteit in ruimtelijke inrichting, signalisatie en communicatie kan bovendien de eigenheid van de plek en de oriëntatie (bij de bezoeker) versterken. Indien goed ingezet, kan het de belevingswaarde van stilte, rust en ruimte bevorderen.
De ruimtelijke inpassing en het gebruik van informatieborden of -panelen en signalisatie dienen bedachtzaam te gebeuren. Signalisatie helpt de bezoeker om een kwaliteitsvolle ervaring op te bouwen (helderheid qua parcours, veiligheid, oriëntatie…). De aangereikte boodschappen moeten bovendien inhoudelijk voldoende relevant en positief van toon zijn.
De huisstijl uit zich zowel in de grafische vormgeving (emblemen en symbolen, typografie, formaten, kleurgebruik…) voor informatiepanelen, borden, wegwijzers… als in de vormgeving en uitwerking van meubilair, sluizen, afsluitingen… Zo gebeurde de uitbouw van het trage-wegennet in Heuvelland bijvoorbeeld consequent en stijlvol door Regionaal Landschap West-Vlaamse Heuvels. Alle houten omheiningen, sluizen en afsluitingen werden op eenzelfde traditionele manier geraliseerd, wat de homogeniteit van de ruimtelijke ingrepen en de rust – ook in de visuele ervaring – ten goede komen.
Overal blijkt dat een teveel aan (overbodige) informatiepanelen – voor bezoekers en bewoners – storend en betuttelend kan overkomen. Ze worden dan ook vaak beschadigd, vernietigd of verwaarloosd, waardoor ze de omgeving ontsieren. Waar ze noodzakelijk zijn, wordt getracht zoveel mogelijk beknopte, toegankelijke en interessante informatie aan te reiken. Ook ‘verbodslijstjes’ dienen te worden vermeden: tien verbodstekens aan de ingang van een stilteplek om aan te geven wat je allemaal niet mag, werkt averechts.
Een boeiend voorbeeld in deze context is de professioneel ontwikkelde, consequent doorgetrokken huisstijl in het Nationaal Park De Hoge Kempen. Voor diverse onderdelen van het park en de inrichting van de verschillende toegangspoorten bestaan varianten. De gehanteerde huisstijl is ook hier identiteitsversterkend en helpt de bezoeker op weg [www. rlkm.be/nl/natuur-en-landschapszorg]. Dit geldt evenzeer voor de ontsluiting van De Merode [zie 5.3.6]. Er zou kunnen worden overwogen om – met het oog op het versterken en het behoud van de Power of Place – aan alle erkende stiltegebieden in Vlaanderen een ‘grafisch charter’ aan te reiken met een aantal concrete ideeën en voorstellen rond communicatie, infrastructuur (parking, toegangspoorten…) en andere inrichtingsaspecten (signalisatie, meubilair…). Voorts zou een ‘(doe) handboek’ met concrete, inspirerende voorbeeldpraktijken uit binnenen buitenland zeker geen overbodige luxe zijn.
ADVIES Investeer in een op maat ontworpen huisstijl (ruimtelijke inrichting, signalisatie, communicatie), maar wees zorgzaam in de toepassing ervan. Overweeg de uitwerking van een grafisch charter en een inspirerend praktijkhandboek voor alle stiltegebieden in Vlaanderen.
56
5.3.5
Expliciete belevingselementen versus impliciet kader voor stilte- en rustbeleving
In de huidige samenleving doet zich de nood aan stille, kwaliteitsvolle plekken – ook in (rand)stedelijke gebieden – meer dan ooit voelen. Hierin dient, al dan niet expliciet, tijdelijk of permanent te worden voorzien. Zeker bij erfgoedsites en natuurgebieden is het van belang om na te gaan wat de draagkracht is van de plek en in hoeverre een bepaalde gebruiksintensiteit haalbaar
of wenselijk is. Hierop kan dan een ontsluitingsstrategie en een bijbehorend beheerplan worden uitgewerkt. Vaak wordt er gewerkt met een bepaalde zonering waarop diverse geluidslandschappen en attitudes toelaatbaar en/of van toepassing zijn. Zo wordt er in de Abdij van Averbode gewerkt met verschillende ‘belevingszones’ waar stilte, rust en
ruimte telkens op een eigen wijze worden ingevuld en nagestreefd. Het bezoekerscentrum heeft een duidelijke onthaalfunctie met ruimte voor informatieverstrekking en de aanschaf van streekproducten, terwijl er op het voorplein en in de kerk al vormen van stiltebeleving wordt aangereikt.
57
ABDIJ VAN AVERBODE In de abdij van Averbode wordt gewerkt met vier zones. Zo wordt een evenwicht gezocht tussen de behoeften van de gast of de bezoeker en de eigen leefwijze van de religieuze gemeenschap. Auto’s worden sowieso uit de abdij gebannen. Het binnenplein met onlangs aangelegde ‘spiegelvijver’, die de voorgevel van het kloostercomplex en de kerk weerspiegelt, is de publieke, toeristische zone: elke bezoeker kan er genieten van de schoonheid van de plek en komt er – door het wateroppervlak – spontaan tot reflectie en verstilling. Achter de gevel is er de zone met de cultusruimte (kerk) en de gastenkamers (abdij). Dit verblijfskwartier is enkel toegankelijk voor (betalende) gasten. Het aanpalende bezinningscentrum biedt ruimte voor een verblijf van enkele dagen in groep, met ruimte voor innerlijke stilte- en rustbeleving. Elke avond is er een begeleid gemeenschappelijk stiltemoment waaraan iedereen vrij kan deelnemen. De abdijgemeen-
Een zonering op verschillende niveaus – macro, meso en micro – hoeft niet expliciet dwingend of sturend te zijn, maar beïnvloedt wel de beleving en het gedrag van de bezoekers. In het Nationaal Park De Hoge Kempen wordt op een gelijkaardige manier gewerkt. De authenticiteit en de vrijwaring van de Power of Place of intrinsieke kracht van de plek wordt – zeker bij stiltegebieden of broze, stille plekken – mee bepaald door de manier waarop de onmiddellijke omgeving (gebied, landschap, omgeving…) in de plan-
58
schap zelf – met een besloten tuin – bevindt zich in het hart van het kloostercomplex en blijft aldus gevrijwaard van ongepaste inmenging van buitenaf. Hier staat het ritueel en het religieuze leven van de kloosterlingen centraal. Met de recente realisatie van de verbouwingswerken werd in de abdij van Averbode een extra tussenzone gecreëerd tussen de toeristische zone en het gastenverblijf, zodat een grote stuk van de voormalige abdijhoeve voor het ruime publiek toegankelijk wordt. Er komen informatiedragers met uitleg over het dagelijkse leven op de site en een cafetaria. Belangstellenden kunnen er de kaasmakerij en de brouwerij bezoeken en de abdijproducten degusteren. In het belevingscentrum zal er aandacht zijn voor schoolgroepen met een educatief programma over de uitgeverij, de abdij en haar producten en het Merodegebied. Het is een uitdaging het belevingscentrum de eigenheid van het abdijleven niet negatief te laten beïnvloeden.
ning en de fysieke inrichting wordt meegenomen. Zijn er overgangs- of bufferzones (van lawaaierig naar stil, van bedrijvige drukte naar verinnerlijking of bezinning... ) voorzien en hoe zien die er vervolgens uit? Ongetwijfeld spelen ook hier allerlei randvoorwaarden een rol, die echter nader dienen te worden onderzocht en uitgediept. Een impliciete aanpak van stilte- en rustbeleving heeft – als het werkt – het meest beklijvende effect. Dat geldt bijvoorbeeld voor een b&b die
haar gasten stilte en rust wil aanbieden. Zo ligt Het huis van Peter Mot in Aarschot in een weldadige omgeving. Dit kan niet worden voorbedacht of geforceerd, het klopt ook met de bewoners en de onmiddellijke context… Eenvoud en soberheid gaan hand in hand met stijlvolle zorg – oog voor details in de inrichting, de tuin, de zichtassen naar de onmiddellijke omgeving – en gepaste aandacht voor mens en omgeving. De bezoekers worden met rust gelaten, er wordt hen niets opgedrongen. Er is een soort ‘natuurlijke selectie’ in wie
er verblijft: er zijn bijvoorbeeld geen speeltuigen in de tuin, geen tv en radio…, maar er wordt wel – speciaal voor de gasten – een stiltewandeling in de Demervallei aangeboden. Elders is een uitdrukkelijke verwijzing naar stilte, rust en ruimte juist
aangewezen en zelfs een troef, zoals bijvoorbeeld in BZN-Stiltehoeve Metanoia. Dit geldt ook voor het ‘Stiltepad’ in Gerhagen: het pad zelf is niet verhard, maar – met houtschilfers – aangeduid en te ontdekken. Extra informatieborden en aangepaste belevingselementen maken van de
wandeling – vooral voor kinderen – een bijzondere educatieve ervaring. De vraag kan wel worden gesteld in hoeverre te expliciete aanwijzingen en toelichting op een stille plek de ‘belevingskracht’ van stilte, rust en ruimte niet teniet doen.
ADVIES Hou rekening met de draagkracht en de eigenheid van een stille plek en streef naar een aangepaste ontsluitingsstrategie. Streef bij stilte- en rustbeleving zoveel mogelijk naar een impliciete aanpak. Hanteer op diverse niveaus zonering om het gedrag en de attitudes van bezoekers te richten en voorzie altijd overgangszones.
59
5.3.6
Degelijke ruimtelijke inrichting, gekoppeld aan beheerplan
Op sommige plaatsen zijn de fysieke inrichting op het terrein en het beheer ervan zodanig op elkaar afgestemd dat dit een gunstig effect heeft op de natuurlijke ontwikkeling, de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit in het algemeen. Deze afstemming komt veelal ook de bewoners en gebruikers en de bezoekers ten goede en benadrukt het karakter of de Power of Place van een plek of gebied. In De Merode ligt ‘Averbode Bos & Heide’ – op de wip tussen de provincies Limburg, Antwerpen en Vlaams-Brabant – verspreid over de gemeenten Tessenderlo, Laakdal en Scherpenheuvel-Zichem. Op dit moment beheert Natuurpunt er 593 ha natuurgebied. De totale aaneengesloten oppervlakte natuur is veel omvangrijker en heeft meerdere beheerders. Zo ligt Averbode Bos & Heide in de kern van een natuurcomplex van meer dan 1.000 ha, met
een aantal uitlopers die reiken tot de Demerbroeken en de Vallei van de Drie Beken. Het beheer richt zich zo goed mogelijk op de bescherming en de versterking van alle natuurwaarden in het gebied. Hiertoe werd een beheerplan opgesteld met doelen op lange termijn (27 jaar). De uitvoering van het beheerplan wordt opgevolgd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Om de vijf jaar wordt het beheer geëvalueerd en wordt het plan – indien nodig – aangepast. De aanduiding en de inrichting van een stille plek in een agglomeratie, de erkenning van een kwaliteitsvolle landschappelijke entiteit als stiltegebied… bieden op termijn vele extra waarden. Wil dit langzame proces slagen, dienen ruimtelijke inrichting en een dagelijks beheer(plan) in wederzijdse relatie tot elkaar te staan. Waar een inrichtingsproject (zoals zonet beschreven) is gerealiseerd, zijn tal van positieve effecten waar-
neembaar in natuur- en landschapsherstel, de beleving, de maatschappelijke waardering, de identiteits- en imagovorming… met én dankzij vele betrokkenen. Hierbij dient echter voldoende aandacht te worden besteed aan veiligheidsvereisten en effectieve systemen van handhaving. Zo werd in Vaals bewust gekozen om in en rond het stiltegebied gebruik te maken van groene LED-verlichting. Dit biedt een merkelijke ecologische meerwaarde, is bovendien esthetisch en qua vormgeving erg aantrekkelijk. Alleen de kruispunten zijn ’s nachts permanent verlicht, terwijl de omgeving errond bewust duister is. De verlichting treedt pas in werking als er een auto of fiets langskomt. Indien nodig, kunnen de ‘poorten’ van/ naar het stiltegebied zelfs effectief op slot!
ADVIES Zorg ervoor dat de ruimtelijke inrichting altijd gepaard gaat met een coherent en haalbaar beheerplan. Dit komt de natuur(waarden), de verschillende gebruikers en de intrinsieke kwaliteit van een plek of gebied of de Power of Place sowieso ten goede.
5.3.7
Kleine ruimtelijke ingrepen met groot effect, de intrinsieke kracht van een plek en kansen door herwaardering van erfgoed
Stilte- en rustbeleving gebeurt – in de eerste plaats – onbewust, gevoelsmatig, via de zintuigen. Vandaar het belang en de zorg voor laagdrempe-
60
lige concrete initiatieven die stilte, rust en ruimte – individueel of in groep – concreet werkzaam maken. De kunst bestaat erin om via kleine,
soms haast onopgemerkte ingrepen of acties het vaak onachtzame publiek te verleiden tot verstilling, kwaliteitsvolle aandacht, respect en
verlangzaming. Als ze ingebed zijn in het leven van alledag, komt dit de leefkwaliteit van iedereen ten goede.
vooral de kinderen van Tessenderlo om te helpen bij het onderhoud van het stiltegebied.
Enkele voorbeelden: in Vaals, Landschap De Liereman en de meeste andere stiltegebieden, maar zelfs in Brussel, Gent en andere steden worden regelmatig stiltewandelingen voor een breed publiek georganiseerd. Ter kennismaking, sensibilisering… Vaak dienen zich vanuit de burgersamenleving ook concrete projecten en initiatieven aan. Bewoners zetten zich in voor het behoud en het onderhoud van groene parkjes en stille karaktervolle plekken in de buurt, houden volkstuintjes of organiseren acties voor traag verkeer of de herwaardering van trage wegen.
De hedendaagse blik op mens en wereld is vandaag vrij oppervlakkig, versnipperd en voortdurend in beweging. Toch is de behoefte aan identiteit, verdieping en verankering groter dan ooit. Vandaar dat karaktervolle plekken met erfgoedwaarden – zeker in een verstedelijkte omgeving – kunnen fungeren als betekenisvolle, symboolgeladen oases. Het opnieuw versterken van bestaande, vaak niet langer benadrukte of zelfs vergeten erfgoedwaarden – natuur, ecologisch, cultuurhistorisch, immaterieel of ontastbaar, religieus… – komt de gelaagdheid en de onvervreemdbare uniciteit van een plek, landschap of streek ten goede.
Bij al deze, vaak spontane initiatieven is echter een zekere vorm van kwaliteitsbewaking vereist. Uitsluitend goede bedoelingen leiden immers niet altijd tot de verhoopte kwaliteit of duurzame resultaten. Concrete acties of realisaties dienen altijd tijdig te worden geëvalueerd. Kleine ruimtelijke ingrepen (picknickplekken, rustbanken, hangmatten…), bewegwijzering, informatiepanelen… dienen ook te worden onderhouden. Voorts dienen wandelwegen regelmatig te worden bewandeld om na te gaan in welke staat ze zich bevinden, herstellingen te verrichten, afval op te ruimen… Dit is een verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Zo organiseert het Regionaal Landschap Lage Kempen – samen met het Bosmuseum in Gerhagen – zeer gerichte acties met de bewoners en
De aanwezigheid van erfgoed bezielt een specifieke omgeving en smeedt die tot een karaktervolle eenheid. De herwaardering ervan heeft een identiteitsbepalend en -versterkend effect. Je staat even stil, ziet (opnieuw) onvermoede verbanden en treedt – veelal vanuit een ander ritme of perspectief – anders in contact met jezelf, de anderen, de wereld… Een symbool is niet alleen drager van zin, maar creëert die ook en stelt ze ter beschikking aan elkeen die er gevoelig voor is. Initiatieven die oud én nieuw op een creatieve manier met elkaar verbinden, verdienen bijzondere aandacht. Pas dan vindt er aansluiting plaats met de huidige tijd en bieden
stilte- en erfgoedwerking perspectieven voor de toekomst. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Abdij van Averbode. Ook De Heerlijckyt van Elsmeren in Geetbets is een prachtig voorbeeld van herbestemming van een historisch waardevolle plek (en omgeving) tot hotel, congres- en conferentieoord, met een aangepast verblijfsconcept (o.a. voor maaltijden) en een origineel beheerplan (o.a. met vrijwilligers). Op die manier wordt het verleden ‘geactualiseerd’ en terug opgenomen in het leven van alledag. Op haar beurt wordt de bestaande, actuele werkelijkheid dan ook ‘gehistoriseerd’ en uit de stroom van banaliteit en oppervlakkigheid onttrokken. Ook de stad Damme wil in de toekomst de aanwezige stilte, rust en ruimte uitspelen. Samen met de slagzin ‘Damme geeft tijd’ werd een nieuwe huisstijl ontwikkeld, die voortaan alle communicatie zal stroomlijnen. Tijd om te ontmoeten, te ontplooien, te ontdekken – ‘creativiteit, het rijke erfgoed en de gastronomie’. De zoektocht zal er vooral in bestaan om de verschillende erfgoedwaarden – de oude pittoreske stad, het platteland met een typisch cultuurlandschap… – tot een aantrekkelijke synthese te smeden. De aanwezigheid van BZNStiltehoeve Metanoia is alvast een meerwaarde. Ook hier moet er op worden gewaakt dat de lokale identiteit van de inwoners (in de kleine stedelijke kern en de deelgemeenten) overeenkomst met het toeristische imago dat veelal van bovenaf wordt geïmplementeerd.
ADVIES Zorg ervoor dat ook bescheiden fysieke ingrepen kwaliteitsvol en met uiterste zorg gebeuren. Betrek zoveel mogelijk bewoners en sterkhouders bij het beheer ervan. Versterk – waar mogelijk – de erfgoedwaarden en streef naar het samengaan van oud én nieuw in één.
61
6 Algemene samenvatting
Wat kunnen we uit dit STeRio-traject en de bezochte voorbeeldpraktijken als geheel leren? Hoe verschillend en
contextgebonden elke lokale stilteen rustwerking ook is, toch kunnen we hieruit enkele gemeenschappe-
lijke aspecten en algemene inzichten en patronen afleiden. Een proeve tot synthese.
6.1 Bezield lokaal stiltegebied In alle voorbeeldpraktijken wordt stilte door de initiatiefnemers ervaren als een creatieve bron. Elke lokale stilte- en rustwerking vertrekt telkens vanuit individuele bezieling. De betrokkenen schatten de waarde van stilte, rust en ruimte – ook in hun persoonlijke leven – hoog in. Als
inspiratiebron voedt stilte de individuele veerkracht van degenen die beroepshalve of vrijwillig met het thema aan de slag gaan. Wat vaak organisch, gevoelsmatig ontstond, zoekt een weg om zich organisatorisch, beleidsmatig te verankeren. Steeds weer blijkt het belang van en-
kele gemotiveerde trekkers met een verschillende achtergrond, die intuïtie met planmatigheid, inhoudelijke verdieping met overleg, visie en pedagogiek, creativiteit en concrete realisatie met elkaar verbinden.
6.2 Dynamische driehoeksverhouding Waar het stilteverhaal aanslaat en tot concrete acties leidt, blijkt structureel een driehoeksverhouding tot stand te zijn gebracht. Politieke mandatarissen en ambtelijke verantwoordelijken gaan aan de slag met
de lokale bevolking, ondernemers, allerlei sterkhouders en middenveldorganisaties die vaak bovenlokaal werken, zoals o.a. Vormingplus, Regionale Landschappen, Tragen Wegen, Waerbeke… Samen ondernemen ze
stappen om ook concreet rond stilte, rust en ruimte te werken en aldus de omgevingskwaliteit of Power of Place voor iedereen te bevorderen.
te werken. Een lokaal beleid rond leefkwaliteit overschrijdt immers de traditionele beleidsdomeinen en nodigt uit tot samenwerking. Als enkele ambtenaren uit verschillende diensten tot goede afspraken kunnen
komen en vanuit een gemeenschappelijke visie – gesteund door een gedreven politieke mandataris – tot actie kunnen overgaan, stijgt kans dat het stiltethema lokaal verankert.
1. Beleidsniveau Een aanpak op maat van de gemeente biedt de beste garantie om tot een duurzame stilte- en rustwerking te komen. Hiertoe dienen het plaatselijke bestuur en de betrokken ambtenaren nauw met elkaar samen
63
2. Burgerzin én ondernemerschap Cruciaal is de betrokkenheid van de plaatselijke bevolking, middenveldorganisaties (bovenlokale partners) en (potentiële) investeerders bij de zorg en aandacht voor de leefkwaliteit van alledag. Hier en daar zijn er – van onderop – al burgerinitiatieven en platforms actief rond stilte, rust en ruimte. Een actief beleid rond burgerparticipatie, samenlevingsopbouw… kan eveneens met stilte- en rustbeleving worden verbonden. Vandaar ook het grote belang van
sensibilisering, een gedegen communicatie en een projectmatige werking met aandacht voor vorming, natuuren stiltebeleving en erfgoedontsluiting. Ondernemingszin en ondernemerschap zijn tevens twee belangrijke kwaliteiten in de uitbouw van een aanbod rond stilte, rust en ruimte. Ze helpen stilteproducten en -diensten in de wereld te zetten, rendabel te maken en te professionalise-
ren. Samenwerking met bovenlokale sterkhouders biedt bovendien garanties om een globale, beleidsdomeinoverschrijdende visie en aanpak rond stilte, rust en ruimte kwaliteitsvol en voldoende kritisch te ontwikkelen en te handhaven. Vanuit hun ervaring of expertise introduceren ze vaak nieuwe ideeën of werkwijzen en leggen ze (grensoverschrijdende) verbanden.
6.3 Inrichtingsaspecten Elk stiltebeleid of burgerinitiatief rond stilte, rust en ruimte streeft naar een concrete invulling op het terrein. Dit kan op vele manieren gebeuren. Of het nu de stapsgewijze realisatie van een gemeentelijk stiltebeleid, de ontsluiting van een waardevol natuur- of cultuurlandschap, een project rond streekontwikkeling met het oog op een duurzaam plattelandsbeleid, de inrichting van
een stille plek, de opstart van een stilteverblijfplaats of de aanvraag van het ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ betreft, steeds dient te worden gestreefd naar gebiedseigen, integrale, geïntegreerde en eigentijdse aanpak. Een goede balans tussen de beleidsdomeinen natuur en leefmilieu, cultuur, samenlevingsopbouw, toerisme of zachte recreatie is hierbij vereist, met aandacht voor de eigen bevol-
king én bezoekers van buitenaf. Een huisstijl, een beheerplan, een externe partner voor procesbegeleiding… kunnen bij de concrete uitwerking ervan helpen. De vrijwaring én de versterking van de Power of Place staan altijd voorop, wat zoveel mogelijk kernkwaliteiten – die samen de omgevingskwaliteit bepalen – op een dynamische wijze ten goede komt.
6.4 Van onderop, van bovenaf - of allebei? Zowel beleidsverantwoordelijken – politieke mandatarissen en ambtenaren – als bewoners, ondernemers en andere sterkhouders kunnen de behoefte voelen om samen te werken rond het behoud en de duurzame ontwikkeling van de dagelijkse leefkwaliteit. Waar lokale actoren vaak spontaan tot gemeenschappelijke actie overgaan, ontstaat op
64
gemeentelijk niveau makkelijker een werkgroep of stilteplatform. Beleidsmatig dient echter een geschikt professioneel kader te worden aangeboden om zulke initiatieven van onderop een kans te geven. Een bovenlokaal samenwerkingsverband kan eveneens leiden tot een vruchtbare stilte- en rustwer-
king. Het bewustzijn hierrond kan echter nooit van elders of van bovenaf worden opgelegd. Er dienen zich voldoende plaatselijke actoren bij betrokken te voelen, wil het stiltethema zich lokaal verankeren. Wat van hogerhand wordt geïnitieerd of door bovenlokale besturen of organisaties wordt aangebracht, dient voldoende aansluiting te vinden bij wat
er bij de bevolking leeft. Vaak gaan sensibilisering, allerlei vormingsinitiatieven, gerichte communicatie en een projectmatige aanpak een planmatig, structureel beleid rond stilte, rust en ruimte vooraf. Het is van belang dat de inwoners voldoende betrokken en vertegenwoordigd zijn bij de lokale werking rond leefkwaliteit. Ideaal is een dynamiek bottom up én top down, die elkaar in een afwisselend samenspel versterken. De aanwezigheid van een
(potentieel) stiltegebied, een karaktervolle stille plek of een kwaliteitsvolle landschappelijke omgeving kan helpen om de lokale stilte- en rustwerking concreet gestalte te geven. Samenwerking over de gemeentegrenzen heen hoeft geen belemmering te zijn. Burgerparticipatie is hoe dan ook noodzakelijk. Vaak is het raadzaam om eerder impliciet op de vrijwaring en ontwikkeling van stilte, rust en ruimte in te zetten om allerlei traditionele
vooroordelen en weerstanden te vermijden. Soms is een explicietere aanpak echter aangewezen. Het is zinvol om economische en ecologische argumenten tegen elkaar af te wegen – al dan niet door middel van ‘ecosysteemdiensten’ – en de notie leefkwaliteit in te passen in een ruimere visie op streekontwikkeling. Hier ligt een vruchtbare wisselwerking tussen natuur-, cultuur- en plattelandsbeleid voor de hand.
6.5 Stilte werkt! Maar hoe? Op lokaal niveau dienen zich vandaag en in de nabije toekomst heel wat (nieuwe) mogelijkheden en uitdagingen aan om rond stilte, rust en ruimte te werken. Het is vooral belangrijk om het (veeleer abstracte)
onderwerp zo concreet en boeiend mogelijk in te bedden in het leven van alledag. Dit geldt zowel voor de lokale beleidsverantwoordelijken als voor alle andere maatschappelijke betrokkenen (bewoners, onderne-
mers, sterkhouders…). Hier wordt het belang van een praktijkgerichte aanpak en van concrete, fysieke projecten – ter vrijwaring en versterking van de Power of Place van een plek, landschap of gebied – duidelijk.
1. Beleidsdomeinoverschrijdende aanpak Vooreerst overschrijdt de zorg en de aandacht voor stilte, rust en ruimte de vertrouwde, afgebakende sectoren en beleidsdomeinen. Doordat cultuur en erfgoed, natuur en milieu, toerisme, ruimtelijke planning, welzijn en gezondheid… samenhangen,
worden leef- en omgevingskwaliteit (opnieuw) zaak van iedereen. Zo’n integrale en geïntegreerde aanpak vraagt een uitgesproken, onderbouwde visie die alle betrokken partijen met elkaar (willen) delen. Aan de concrete invulling ervan dient
iedereen mee te werken. Dit kan een hefboom zijn tot vernieuwende, duurzame initiatieven rond omgevingskwaliteit, streek- of plattelandsontwikkeling, samenlevingsopbouw, cultuurparticipatie…
2. Ieders verantwoordelijkheid en intzet Het welslagen van een lokale stilteen rustwerking dient uit te gaan van individuele én collectieve verantwoordelijkheid en inzet. Dit vergt bovendien een permanente wisselwerking tussen persoonlijke en gemeenschappelijke interesses en drijfveren. Het sociaal-culturele werk met vrijwilligers en verenigingen, artistieke expressie, erfgoedzorg, ge-
zondheid, onderwijs… zetten vooral in op het voeden en versterken van de ‘innerlijke ruimte’ van mensen, terwijl leefmilieu, natuur, toerisme, landbouw, mobiliteit, ruimtelijke planning… zich eerder in de ‘buitenruimte’ veruitwendigen. Beide aspecten zijn belangrijk en noodzakelijk. Ze stimuleren de participatie bij burgers en de veerkracht binnen
de samenleving. Zo kan de officiële erkenning van een stiltegebied een krachtig signaal en een aantrekkingspool zijn om samen met de bewoners projectmatig of aan de hand van een stilteplatform gemeenschapsvormend te werken rond leefen omgevingskwaliteit.
65
3. Impulsgericht, ter bevordering van ... Wie voor stilte, rust en ruimte kiest, kiest voor een waarderende, integrerende aanpak. Sensibiliserende acties creëren kansen tot gemeenschapsvorming en tot bewustzijn van bewoners, gebruikers en bezoekers rond omgevingskwaliteit, met aandacht en respect voor de eigenheid
van de ruimtelijke en maatschappelijke omgeving. Door uit gaan van stilte als inspiratiebron komen nieuwe mogelijkheden tot expressie en creativiteit aan het licht, waar plaats is voor verleden, heden en toekomst. Om interne tegenstellingen en mogelijke spanningen te vermijden,
kan samenwerking met bovenlokale partners – zoals Regionale Landschappen, Vormingplus, Waerbeke… – helpen om een ruime, kritische visie op het stiltethema te handhaven en bepaalde verantwoordelijkheden op zich te nemen.
4. Project- en procesmatig werken Concreetheid en daadkracht stimuleren alle betrokkenen – beleidsverantwoordelijken, burgers, ondernemers… – om zich te engageren. Vandaar de noodzaak om projectmatig te werken. Tijdelijke, veelal kleinschalige projecten maken de lokale stilte- en rustwerking voor iedereen tastbaar. Individuen – in verenigingen, gemeentelijke diensten… – kunnen hieraan meewerken. Ergens, op een
66
welbepaald moment. Sommige projecten kunnen op termijn stilteproducten of diensten opleveren, zoals fiets- of wandelroutes en -kaarten, een toeristisch aanbod… Anderzijds dienen beleidsmakers ook procesmatig te denken en te werken. Voor een duurzaam – lees: ‘volhoudbaar’ – traject rond leefkwaliteit zijn een beleidskader en een aangepast instrumentarium vereist. Zo vergt de
uitbouw van een stilteplatform of een netwerk van mogelijke ondernemers tijd, geduld en ruimte. Het streeft in de eerste plaats naar een grotere maatschappelijke betrokkenheid en bevordert de onderlinge verbondenheid. Zonder een structurele vorm van burgerparticipatie kan het stiltethema zich lokaal nooit verankeren.
5. Strategisch en tactisch handelen Lokaal en bovenlokaal zijn allerlei krachten en waardensystemen voortdurend in en door elkaar werkzaam. Vanuit een inzicht in het complexe geheel van invloeden en wisselwerkingen dient er nu eens strategisch dan weer tactisch te worden gehandeld. Wie rond omgevingskwaliteit en duurzame ontwikkeling beleid voert of als organisatie aan de slag wil gaan, bedient zich van strategieën om bepaalde maatschappelijke fenomenen te sturen en onder controle te houden. Dit gebeurt vanuit een globaal, eerder abstract kader, vanop een zekere afstand en is uitgesproken doelgericht. Zo kan vanuit een bovenlokaal perspectief een ontwikkelingsvisie voor een streek of regio worden uitgewerkt met allerlei
consequenties op lokaal niveau. In zekere zin is een beleids- of inrichtingsplan een strategisch instrument om bepaalde (algemene) doelstellingen planmatig in concrete resultaten om te zetten. In de dagelijkse praktijk moet vaak ook tactisch worden gedacht of gereageerd. Tactieken zijn dikwijls zeer specifiek, contextgevoelig en wendbaar. Grote principes zijn op het terrein niet altijd haalbaar, zodat soms naar realistische, pragmatische oplossingen moet worden gezocht. Het is juist op dit punt dat een lokale stilte- en rustwerking haar doeltreffendheid kan bewijzen. Ze dient rekening te houden met de mogelijkheden en specifieke omstandigheden
van de gemeente waarin ze tot stand komt. Ondernemers zien kansen en willen investeren, als er vanuit het beleid ook impulsen en een bedachtzaam omkadering worden gegeven. Burgers zetten samen hun schouders onder een initiatief, als er ook op het terrein – fysiek – gewerkt wordt aan kwaliteitsvolle omgeving. Kansen of Windows of Opportunity zijn altijd het gevolg van ondernemingszin, verbondenheid, netwerking, samenwerking, allianties…
6.6 Behoud en ontwikkeling van de Power of Place Opvallend is de uitzonderlijke kwaliteit die in alle bezochte voorbeeldpraktijken wordt nagestreefd. Enerzijds is er de kwaliteit van de fysieke, ruimtelijke omgeving (landschap, erfgoed…) die in de meeste gevallen opmerkelijk hoog is en waar stilte, rust en ruimte vaak nog ‘tastbaar’ aanwezig zijn. De bijzondere intrinsieke kracht van de plek, het landschap, het (stilte)gebied werkt op zijn beurt ook inspirerend voor de kwaliteit van de ruimtelijke ingrepen, acties, producten en diensten… Anderzijds zijn er ook het engagement en de gedrevenheid bij vele lokale betrokkenen. Hiertoe zijn tijd, geduld en vertrouwen fundamenteel. Vooral initiatieven die oud én nieuw op een creatieve manier met elkaar verbinden, verdienen bijzondere aandacht. Pas dan vindt er aansluiting plaats met de huidige tijd en bieden stilte- en erfgoedwerking
perspectieven voor de toekomst. Overal ervaren de bewoners, gebruikers en bezoekers, maar ook de beleidsverantwoordelijken en bovenlokale sterkhouders de nood om op een regelmatige, gestructureerde(re) manier samen te werken. Via actiegroepen, burgerplatforms of professionele netwerken ontstaan praktijkgemeenschappen rond leefkwaliteit en stilte- en rustbeleving. Alleen al het feit dat mensen – los van hun professionele expertise en maatschappelijke verantwoordelijkheid – met elkaar in dialoog treden en onbevooroordeeld naar elkaar luisteren, is betekenisvol. Er is duidelijk een evolutie gaande in de wijze waarop burgers zich binnen gemeenten (willen) engageren. Door te werken rond waardering van de eigen leefomgeving, wordt niet langer afstandelijk, vanuit formele representatie of informatieoverdracht
gewerkt, maar vanuit reële betrokkenheid en daadkracht. De bewoners kiezen zelf voor deelname, die gericht is op wederzijds begrip, overleg en gemeenschappelijke actie. Daarbij kan de aandacht voor stilte, rust en ruimte leiden tot een grotere waardering en koestering van de dagelijkse omgevingskwaliteit en tot actieve inzet, tot ondernemingszin en overleg met het lokale bestuur en eventueel zelfs tot economische bedrijvigheid, investeringen en vernieuwend denken en handelen. Pas als er voldoende draagvlak wordt ontwikkeld, kan er echt iets in beweging komen. Pas dan is er ook de politieke en maatschappelijke bereidheid om te investeren in de ruimtelijke inrichting en de vrijwaring van kwaliteitsvolle omgevingen – zoals stiltegebieden of stille plekken in de (rand)stad die het welzijn van mens en natuur bevorderen.
67
7 Overzicht aanbevelingen
In de rapportage werd aan het einde van elk deel een aantal aanbevelingen en bedenkingen aangereikt. Hier zijn ze op een overzichtelijke wijze samengebracht. Enerzijds slaan ze op omstandigheden en voorwaarden die beleidsmakers – op alle niveaus – dienen in acht te nemen om een maatschappelijk gedragen, dynamische en duurzame werking rond stilte, rust en ruimte moge-
lijk te maken. Anderzijds bevatten ze algemene principes, maar evenzeer concrete richtlijnen om op het terrein stille en rustige plekken te beheren, te ontsluiten en in te richten.
69
7.1 Beleidscontext Bij de uitwerking van deze invalshoek kwamen tal van vragen naar voren. In wat zo dadelijk volgt, komen ze achtereenvolgens aan bod. (1) Hoe kan het (boven)lokale beleid (steden en gemeenten, provincies, Vlaamse overheid) met stilte, rust en ruimte aan de slag? En wat is de rol en het belang van gedreven politieke mandatarissen en ambtenaren? (2) Welke voorwaarden die-
(1) Gedreven beleidsverantwoordelijken als sleutel voor de verankering van het stiltebeleid
70
nen er vervuld te zijn om op termijn een duurzame stilte- en rustwerking maatschappelijk te verankeren? (3) Waarom is samenwerking – ook over de vertrouwde grenzen heen – belangrijk? En wat met het (rand)stedelijke gebied? (4) Hoe kan voeling worden gezocht en gevonden met initiatieven van onderop? En wat is de rol van een alerte, dynamische overheid in dit alles? (5) Hoe kan het beleid ervoor zorgen dat er voldoen-
de afstemming is en blijft tussen alle betrokkenen? En op welke manier kan bij de ruimtelijke inrichting een evenwicht worden gevonden tussen behoud en ontwikkeling? (6) Waarom vragen stilte, rust en ruimte zorgzame communicatie? (7) En in hoeverre kan het ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ als een krachtig beleidsinstrument worden ingezet?
Zorg ervoor dat er beleidsmatig voldoende begeestering en draagvlak is om tot een duurzaam stiltebeleid te komen. Werk – eventueel met een externe procesbegeleider – aan een langetermijnvisie en een bijbehorend plan van aanpak. Hou het project zo concreet mogelijk en tracht zoveel mogelijk bewoners, sterkhouders en ondernemers hierbij te betrekken.
(2) Voorwaarden scheppen om stilte- en rustwerking in de samenleving te verankeren
Creëer als overheid voldoende voorwaarden en gepaste kaders om stilte- en rustwerking daadwerkelijk in de samenleving te verankeren. Dit houdt in dat signalen van onderop ernstig worden genomen. Burgers, maar ook ondernemers, organisaties en andere sterkhouders moeten voor en liefst vanuit zichzelf overtuigd zijn van de (meer)waarde van stilte, rust en ruimte. Een voldoende groot maatschappelijk draagvlak is voor een goed bestuur onmisbaar om een stiltebeleid te kunnen uitbouwen.
(3) Verruimen van de blik - nood aan samenwerking, ook buiten het eigen werk- of grondgebied, met aandacht voor de (rand)stedelijke context
Sta als lokaal bestuur open om bij het uitzetten van een stiltebeleid ook de wijdere omgeving mee te nemen. Denk dus verder dan de eigen administratieve grenzen, leg grensoverschrijdende contacten en heb oog voor het belang en de waarde van stilte, rust en ruimte voor de (rand)stedelijke gebieden. Verbreed eventueel – indien gewenst en mogelijk – de focus naar onthaasting, bezinning, spiritualiteit, herinnering…
(4) Samengaan van bottom-up en top-down gestuurde initiatieven
Vertrek vanuit een gezamenlijke visie en streef in de bijbehorende aanpak naar cocreatie met zoveel mogelijk partners. Bied voldoende ruimte en mogelijkheden om de afstand tussen burgers, sterkhouders, organisaties en overheden zo klein mogelijk te maken. Registreer wat aan de basis leeft, en deel met inwoners en zoveel mogelijk betrokkenen de beleidsplannen die van bovenaf groeien en gestalte krijgen. Gun jezelf en iedereen de tijd en betrek desnoods iemand van buitenaf om te bemiddelen, te faciliteren of te regisseren.
(5) Goede afstemming tussen alle betrokkenen en balans tussen behoud en ontwikkeling
Maak goede afspraken tussen alle partners, ook wat de omgang met en de inrichting van de fysieke omgeving betreft. Overweeg desnoods een spreidingsplan. Zorg ervoor dat vrijwaring en behoud van stilte, rust en ruimte altijd in balans zijn met ontwikkelingskansen en -behoeften.
(6) Wervend maar degelijk communiceren
Communiceer als lokale overheid duidelijk, helder en transparant – naar bewoners, maar ook naar sterkhouders, bezoekers en specifieke doelgroepen – waarvoor het gevoerde beleid rond stilte, rust en ruimte staat. Bewaak de frequentie en de kwaliteit van de communicatie en creëer zoveel mogelijk betrokkenheid. Geef bijzondere aandacht aan het onderwijs, zodat kinderen vanaf jonge leeftijd vertrouwd raken met (de noodzaak van) stilte, rust en ruimte.
(7) ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ als dynamisch instrument inzetten
Overweeg als (boven)lokaal bestuur om – al dan niet samen met andere gemeenten en na overleg met de bevolking en allerlei sterkhouders – het ‘Kwaliteitslabel Stiltegebied’ (of Cittaslow) aan te vragen. Stimuleer als Vlaamse overheid een dynamisch stiltegebiedenbeleid, waarbij de aandacht uitgaat naar een verruiming en een verdieping van de notie ‘stiltegebied’. Initiatieven als STeRio en Waerbeke vormen hierbij een belangrijke schakel.
71
7.2 Burgerzin en ondernemerschap Bij de uitwerking van deze invalshoek kwamen tal van vragen naar voren. In wat zo dadelijk volgt, komen ze achtereenvolgens aan bod. (1) In welke zin kunnen stilte, rust en ruimte economisch worden geëxploiteerd? En hoe kunnen (potentiële) investeerders worden aangetrokken? (2) In hoeverre kunnen ondernemingszin en bezield leiderschap de stilte- en rustwerking be-
(1) Een markt creëren voor aanbieders van stilte, rust en ruimte
72
vorderen? Op welke manier kan de doorleefde identiteit van een omgeving in overeenstemming worden gebracht met het imago naar buiten toe? (3) Hoe komen burgerparticipatie en veerkracht de ontwikkeling van stilte, rust en ruimte ten goede? (4) En hoe kunnen (netwerken van) ondernemers – in samenspraak met de bevolking en sterkhouders – tot geloofwaardige stilteproducten en -diensten komen? (5) Wat is de rol
en de betekenis van vrijwilligers? En dienen ze te worden omkaderd? (6) In hoeverre moet het stilteaanbod worden geprofessionaliseerd? En hoe dan wel? (7) En kan economische rendabiliteit en branding het stilteverhaal vooruithelpen? Heeft een terugverdienmodel voor de ‘ecosysteemdienst’ rond stilte, en ruimte toekomst?
Ga na of er een markt voor stilte- en rustbeleving mogelijk is. Stimuleer een samenhangend, voldoende rijk en eventueel gespreid aanbod. Beleidsverantwoordelijken, ondernemers en de lokale bevolking dienen samen te geloven in de relevantie en de ontwikkeling van allerlei specifieke stilteproducten of -diensten voor een zo breed mogelijk publiek.
(2) Ondernemingszin als attitude
Creëer een klimaat en een omgeving waar ondernemingszin en bezield leiderschap worden beloond en tot hun recht komen, met respect voor de eigenheid van alle betrokkenen en de omgevingskwaliteit of Power of Place van een plek. Zorg ervoor dat het imago (naar buiten toe) en de identiteit (van de bewoners) op elkaar is afgestemd. Doordat steeds meer mensen wonen, leven en werken in steden of in een verstedelijkte context, dienen vooral daar stilteinitiatieven te worden aangemoedigd en ontwikkeld. Hierin kan de overheid een belangrijke rol spelen.
(3) Burgerparticipatie en veerkracht
Versterk initiatieven rond stilte, rust en ruimte die van onderop worden ontwikkeld. Betrek de lokale bevolking van meet af aan als volwaardige partner bij het stiltebeleid en faciliteer de werking van lokale stilteplatforms. Bied een kader voor burgerparticipatie, sensibiliseer en communiceer, stimuleer de individuele en sociale veerkracht van mensen en luister naar de noden en verzuchtingen binnen de samenleving.
(4) Georganiseerde netwerken van sterkhouders en ondernemers
Faciliteer als overheid (economisch) ondernemerschap, liefst met ondersteunende maatregelen binnen een duidelijke visie en kader. Zet met allerlei sterkhouders en ondernemers samenwerkingsverbanden op en verenig ze in netwerken, waarbij niet zozeer het product, maar vooral de dienst, de achterliggende visie en de bovenlokale uitstraling centraal staan.
(5) Betrokkenheid van vrijwilligers in een professionele omkadering
Werk zo concreet en kleinschalig mogelijk met vrijwilligers en voedt hun enthousiasme, bagage en inzet. Vrijwilligers dienen voldoende beschermd te zijn binnen een helder, goed afgelijnd en professioneel kader. Zorg er evenwel voor dat de kwaliteit van het stilte- en rustaanbod voldoende wordt bewaakt en bied ondersteuning in de succesfactoren van vrijwilligersbetrokkenheid. Vrijwilligers kunnen de reguliere professionele werking echter niet vervangen en hebben een beperkte verantwoordelijkheid.
(6) Professionaliseren van het stilteaanbod
Professionaliseer – waar mogelijk – het stilteaanbod: producten en diensten, communicatie en sensibilisering dienen kwaliteitsvol, kritisch en geloofwaardig in de wereld te worden gezet. Zorg ervoor dat het ‘vermarkten’ van stilte, rust en ruimte bedachtzaam en niet (te) exclusief gebeurt. Investeer in een professioneel uitgebouwd toeristisch onthaal, in goede, herkenbare communicatie en in leer- en participatieprocessen met zoveel mogelijk betrokkenen.
(7) Rendabiliteit en branding van stilteproducten en -diensten nastreven
Tracht ondernemers aan te spreken die voeling hebben met wat er ter plekke leeft en mogelijk is. Bied ruimte aan initiatieven die een duidelijke maatschappelijke meerwaarde bieden, zonder de economische leefbaarheid uit het oog te verliezen. Overweeg of het expliciet vermelden van stilte, rust en ruimte een meerwaarde biedt bij het aanbieden van bepaalde producten of diensten.
73
7.3 Inrichtingsaspecten Bij de uitwerking van deze invalshoek kwamen tal van vragen naar voren. In wat zo dadelijk volgt, komen ze achtereenvolgens aan bod. (1) Waarom is maatwerk bij de fysieke inrichting van plekken, landschappen of gebieden vereist? En op welke manier bepalen stilte, rust en ruimte de intrinsieke kwaliteiten (Power of Place) van een plek? (2) Wat is het belang en de rol van een gedegen
74
planning? Wat is de relatie tussen beheer en toegankelijkheid? (3) In hoeverre vraagt een concrete stilteen rustwerking financiering? En kunnen samenwerking en creativiteit eveneens (betaalbare) oplossingen aanreiken? (4) Wat is het belang van huisstijl en signalisatie bij de ruimtelijke inrichting van een plek? Is een (doe)handboek voor de fysieke uitbouw van stiltegebieden relevant? (5) Waarom is een impliciete aanpak
gunstig voor een authentieke stilteen rustwerking? En wanneer zijn expliciete(re) belevingselementen verantwoord? (6) Kan een ruimtelijke inrichting zonder beheersplan? (7) En wat is het effect van kleine fysieke ingrepen en de herwaardering van erfgoed? In hoeverre is de Power of Place gebaat bij een samengaan van oud en nieuw in één?
(1) Maatwerk - omdat geen plek hetzelfde is
Wees bewust van de specifieke intrinsieke kwaliteiten of Power of Place van een locatie en stem de fysieke inrichting – op alle niveaus – hierop af. De beoogde stilte- en rustbeleving bepaalt ook de ruimtelijke inrichting van de omgeving of de plek.
(2) Planning en uitvoering gaan samen - goed organiseren van beheer en toegankelijkheid
Voorzie voldoende tijd (en financiële middelen) om bij grootschalige ruimtelijke inrichtingen planmatig en bedachtzaam te werk te gaan. ‘Portalen’ en ‘poorten’ met voldoende parkeergelegenheid dienen de bezoekersstromen op te vangen. Gebruik zoveel mogelijk natuurlijke middelen (aanplantingen) om bepaalde ritmes en gedragingen te kanaliseren.
(3) Fysieke inrichting vereist financiering, samenwerking en creativiteit
Voorzie voldoende financiële middelen om een geloofwaardig en duurzaam stilteaanbod te kunnen verzekeren. Werk zoveel mogelijk samen met zoveel mogelijk betrokkenen. Doe onderzoek naar (een terugverdienmodel voor) de ecosysteemdienst rond stilte, rust en ruimte.
(4) Het belang van huisstijl en signalisatie
Investeer in een op maat ontworpen huisstijl (ruimtelijke inrichting, signalisatie, communicatie), maar wees zorgzaam in de toepassing ervan. Overweeg de uitwerking van een grafisch charter en een inspirerend praktijkhandboek voor alle stiltegebieden in Vlaanderen.
(5) Expliciete belevingselementen versus impliciet kader voor stilteen rustbeleving
Hou rekening met de draagkracht en de eigenheid van een stille plek en streef naar een aangepaste ontsluitingsstrategie. Streef bij stilte- en rustbeleving zoveel mogelijk naar een impliciete aanpak. Hanteer op diverse niveaus zonering om het gedrag en de attitudes van bezoekers te richten en voorzie altijd overgangszones.
(6) Degelijke ruimtelijke inrichting, gekoppeld aan beheerplan
Zorg ervoor dat de ruimtelijke inrichting altijd gepaard gaat met een coherent en haalbaar beheerplan. Dit komt de natuur(waarden), de verschillende gebruikers en de intrinsieke kwaliteit van een plek of gebied of de Power of Place sowieso ten goede.
(7) Kleine ruimtelijke ingrepen met groot effect, de intrinsieke kracht van een plek en kansen door herwaardering van erfgoed
Zorg ervoor dat ook bescheiden fysieke ingrepen kwaliteitsvol en met uiterste zorg gebeuren. Betrek zoveel mogelijk bewoners en sterkhouders bij het beheer ervan. Versterk – waar mogelijk – de erfgoedwaarden en streef naar het samengaan van oud én nieuw in één.
75
Bijlage 1 Leden interdisciplinaire overleggroep ‘Stilte en Rust’ (STeRio) NAAM
ORGANISATIE
Erik Verhaert
Vlaamse Landmaatschappij (VLM)
Sirka Lüdtke
Vlaamse Landmaatschappij (VLM)
Dirk Sturtewagen
Waerbeke vzw
Joris Capenberghs
Waerbeke vzw
Gilke Pée
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE), Milieuhinder
Axel Verachtert
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE), Milieu en ruimte
Dirk De Wolf
Stafdienst administrateur-generaal, Agentschap Zorg & Gezondheid
Bart Van Camp
Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), 2014
Maarten Van den Eynde
Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), 2015
Evi Herelixka
Vereniging Vlaamse Provincies (VVP), 2014
Gert Jansen
Vereniging Vlaamse Provincies (VVP), 2015
Liesbet Belmans
Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG)
Rob Belemans
FARO, Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed
Miek De Kepper
LOCUS/Cultuurconnect (2014)
Marieke Verreet
Provincie Antwerpen, Leefomgeving, Landschap
Lambert Schoenmaekers
Regionaal Landschap Kempen & Maasland
Tom Wezenbeek
Regionaal Landschap Schelde-Durme, ‘Schelde sterk merk’
Andy Vandevyvere
Trage Wegen
An Macharis
Citizenne, Vormingplus Brussel
Christa Truyen
Vormingplus Kempen
Stefan Devoldere
Team Vlaams Bouwmeester, 2014
Joke Flour
Natuurpunt CVN
Evi Van Gestel
Coördinator BZN-Stiltehoeve Metanoia
Marleen Van der Velden
Landelijke gilden/Boerenbond
Iris Steen
Zelfstandig erfgoedconsulent en procesbegeleider van organisaties
Geert Peymen
Zelfstandig architect & docent, Sint-Lucas Gent & Brussel (LUCA)
Clemens Guido De Dijn
Senior-erfgoeddeskundige op rust (KCML)
77
Bijlage 2 ‘STERIO klinkt UNISONO: Stiltebeleving volop in de aandacht’ uit: Jaarverslag Vormingplus Kempen 2015 http://destillekempen.be/nieuws/stiltenieuws/sterio-klinkt-unisono/
Nooit eerder was er zoveel belangstelling voor het stiltegebied Landschap De Liereman in Oud-Turnhout. Vorig jaar vonden maar liefst 130.000 bezoekers de weg naar het prachtige heidelandschap en genoten er in stille eenvoud. Die groeiende interesse vormt meteen een nieuwe uitdaging: hoe de stiltekwaliteit bewaren ondanks deze massale aandacht? Stof tot nadenken voor wie met stilte, rust en ruimte aan de slag is. STeRio staat voor Stilte en Rust interdisciplinaire overleggroep. Zij volgt in opdracht van minister Schauvliege, eveneens bevoegd voor plattelandsbeleid, het advies op over ‘Stilte & rust als collectieve waarde’ (2011) binnen het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg. Samen met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zet Waer beke vzw, voor twee jaar mee haar schouders onder dit traject. Hiermee willen zij lokale en bovenlokale initiatieven rond stilte en rust in Vlaanderen stimuleren en begeleiden. Ook Vormingplus Kempen maakt deel uit van deze overleggroep. Vanuit haar opgebouwde expertise als regionale trekker van het stilteverhaal in de Kempen, brengt ze advies uit. Dit jaar werden er drie stiltepraktijken in binnen- en buitenland bezocht. Oud-Turnhout met Landschap De Liereman was de laatste in de rij. OP ZOEK NAAR EEN OMSCHRIJVING Gedreven door werk, ambitie of passie zitten onze agenda’s propvol. Een druk leven wordt in veel gevallen
78
vergezeld van geluid of soms zelfs veel lawaai. Echte stilte is in onze samenleving een zeldzaam goed., zelfs in de eens zo ‘Stille Kempen’, een regio die haar naam dankt aan deze bijzondere eigenschap. In 2012 telde het Vlaamse gewest 470 inwoners per vierkante kilometer. Daarmee zijn we één van de dichtst bevolkte regio’s ter wereld. Vlaanderen ligt vol asfalt, heeft op elke straathoek een omsloten KMO-zone en houdt van knallende feestjes. Geluid en lawaai zijn alomtegenwoordig in onze (gedigitaliseerde) maatschappij, zelfs zonder dat we erom vragen. Ze zijn haast niet meer weg te denken. Het is dan ook praktisch onmogelijk stilte correct te omschrijven. Wanneer is het stil? Bij het lezen van deze tekst of het genieten van een schilderij verleg je je aandacht misschien zo dat geluiden tijdelijk naar de achtergrond verdwijnen, maar ze blijven aanwezig. Als stilte zo’n relatief begrip is, hoe weten we dan wanneer we echte stilte ervaren? En wanneer kunnen we dan van een stiltegebied spreken? Op de bijeenkomsten van STeRio werken specialisten en gedreven vrijwilligers met verschillende achtergronden rond stilte, rust en ruimte. De groep bestaat uit professionelen, beleidsmakers en andere stiltezoekers die ijveren voor een kwaliteitsvolle leefomgeving. Want stilte en rust zijn onontbeerlijk voor onze leefkwaliteit. Dat blijkt uit verscheidene studies uit binnen- en buitenland.
Dat zal niemand verrassen. Na het geronk van de snelweg, het geratel van een betonmolen of het gejengel op de radio kan een uurtje stilte deugd doen. Iedereen ervaart graag wel eens even stilte om de gedachten op een rij te zetten, om te bezinnen of gewoon om alleen te zijn. ’Politiek kan veeleisend zijn. Je moet flexibel zijn in je agenda en heel wat werk leveren buiten de reguliere werkuren om. Een uurtje wandelen in stiltegebied De Liereman in mijn eigen gemeente is voor mij een verademing. Ik kan daar mijn batterijen opnieuw opladen, dankzij de rust die het landschap uitstraalt’, vertelt Leo Van Miert, schepen van Ruimtelijke Ordening in Oud-Turnhout, deelnemer van STeRio en stuwende kracht achter het stilteplatform in de regio. KANSEN VOOR NIEUWE INITIATIEVEN De groep van stiltezoekers probeert op allerlei manieren het beleid te overtuigen om nieuwe initiatieven een kans te geven. Een aantal aanwezigen op de STeRio-bijeenkomst stond bijvoorbeeld aan de wieg van de aanvraag voor het kwaliteitslabel ‘Stiltegebied’. Een waardemeter voor een domein om zich als stil en rustig te omschrijven. In de stille Kempen behaalde Landschap De Liereman met zijn purperen hei in 2011 drie sterren op het stiltelabel. Een zwerm verdwaalde meeuwen verpestte toen de perfecte score. Op de dag van de meting waren de dieren hoorbaar aanwezig, al maken ze geen deel uit van de natuurlijke geluiden op de Kempense heide. Verder scoorde het
Landschap De Liereman op alle onderdelen het hoogste aantal punten. De opmerkelijke stilte is één van de vele troeven van het natuurgebied waarvoor duizenden natuurliefhebbers en wandelaars graag naar Oud-Turnhout afzakken. Het aantal bezoekers is de laatste jaren exponentieel gestegen. In 2000 telden observatoren nog zo’n 15.000 bezoekers per jaar. Nadat in 2002 het bezoekerscentrum werd gerealiseerd, is dat aantal alleen maar blijven stijgen tot vorig jaar een record van 130.000 bezoekers werd opgetekend. De stijgende interesse beschouwt STeRio als het duidelijkste signaal voor de nood aan stilte- en rustbeleving. Al komt niet elke Lieremanbezoeker uitsluitend voor de stilte, het blijft één van de belangrijkste eigenschappen van een landschap. ’Ik heb tijdens mijn wandeling hier genoten van het afwisselende landschap en de enorme biodiversiteit die aanwezig is’, zegt Sirka Lüdtke van de Vlaamse Landmaatschappij. ‘De vrijwaring van die omgevingskwaliteit is één van de doelstellingen van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebied moet makkelijk bereikbaar zijn voor de recreatieve bezoeker en de lokale bevolking. In deze gebieden moeten we blijven investeren. Bovendien rechtvaardigt het aantal bezoekers de investeringen.’ Natuurbeheer, dat niet altijd uitsluitend met vrijwilligers kan worden opgelost, kost handenvol geld. Overheden investeren wel in het regionale natuurgebied, maar willen ook concrete resultaten. 130.000 bezoekers op jaarbasis is dan mooi, een pluim voor alle vrijwilligers die regelmatig tijd en energie investeren in het landschap. Maar die medaille heeft ook een keerzijde. Stilte-gebied Landschap De Liereman zou wel eens ten onder kunnen gaan aan zijn eigen succes als het bezoekersaantal blijft groeien. Want meer mensen brengen meer kans op lawaaihinder met zich mee en dus minder stilte. Met dat fragiele evenwicht tussen
populariteit en rust jongleren de stiltezoekers van STeRio. Zij willen stiltegebieden zo veel mogelijk delen en tegelijk hopen ze de rust niet teveel te verstoren. ‘Daarom moeten we nadenken over de recreatieve invulling die we aan het domein geven’, mijmert Sirka Lüdtke. ‘Gaan we een mountainbikeroute of een looppad aanleggen? Plaatsen we bewegwijzering voor een extra wandelroute, enzovoort. We mogen niemand de toegang ontzeggen, maar tegelijk moeten we het gebruik wel sturen.’ UIT DE NAAD GEGROEID Stiltegebied De Liereman wordt dan ook stilaan te klein. Om het gebied verder te ontlasten van het toenemend aantal bezoekers, wordt op alle beleidsniveaus gedacht aan een verruiming voor stiltebeleving. De eerste gesprekken hierover met de buurgemeenten Ravels en Arendonk zijn al achter de rug. ‘De 850 hectare Staatsbossen in Ravels worden slechts van De Liereman gescheiden door het kanaal Dessel-Schoten’, weet Jef Van de Pol, schepen in Ravels. ‘We zouden op termijn graag een wandel- en fietsbrug bouwen om de twee gebieden met elkaar te verbinden. Later kunnen we misschien ook dromen van een eigen bezoekerscentrum aan de centrale ingang van de Staatsbossen...’ Ook beleidsmakers en natuurliefhebbers uit andere buurgemeenten hebben hun interesse voor een uitbreiding van het stiltegebied al laten blijken, temeer omdat natuur en stilte niet stoppen aan de gemeentegrenzen. INTERESSE ALS AANGRIJPINGSPUNT Niet alleen Oud-Turnhout, Ravels of Arendonk zijn geïnteresseerd in een rustpunt in hun gemeente. Bij de Vlaamse overheid loopt momenteel nog een aanvraag vanuit de werking in Wortel-kolonie en ook andere gebieden in de provincies Antwerpen en Limburg zijn geïnteresseerd. Toch blijft de STeRio-groep aandacht vragen voor een kwaliteitsvolle omgang
met stilte, rust en ruimte, want die interesse is belangrijk om een mentaliteitsverandering bij het brede publiek teweeg te brengen. Eén van de bestaansredenen van de sociaal-culturele beweging Waerbeke, genoemd naar het kleinste dorp in het hart van het allereerste stiltegebied van Vlaanderen, Dender-Mark. vzw Waer beke wil de kwaliteiten stilte, rust en ruimte in de samenleving bevorderen. ‘Wij zoeken naar creatieve manieren om deze waarden aan anderen kenbaar te maken, want de kunst is iedereen ervan bewust te maken hoe belangrijk stilte- en rustbeleving is voor het leven van alledag’, aldus Joris Capenberghs, stafmedewerker bij vzw Waerbeke. KNUFFELAARS Het idee lijkt al volop te leven. De bezoekersaantallen en de vele vragen die in het bezoekerscentrum binnenkomen, liegen er niet om. Mensen vragen zelfs of het mogelijk is om bomen te knuffelen of hangmatten te hangen in het natuurdomein, iets wat volgens sommige leden van STeRio moet kunnen. Al zal het natuurdomein niet op heide mogen overschakelen als er binnenkort 130.000 boomknuffelaars opdagen. Het idee is dan misschien wat lachwekkend, maar de achterliggende boodschap is voor elke stiltezoeker kristalhelder. Genieten van het stiltegebied kan en mag voor iedereen een andere invulling krijgen, de mogelijkheden daartoe moeten er zijn. Daarin krijgen de lokale bestuursorganen steun van de provincie. Financieel stimuleert zij initiatieven van onderop, zodat het stiltegebied ook volgende generaties kan begeesteren. ‘Het label stiltegebied is een mooie waardemeter voor een landschap, maar verbetering is altijd mogelijk. En hoe maak je iets stiller? Dat is meestal gekoppeld aan het in standhouden van streekeigen natuur- en landschapskenmerken. Wij zijn als provincie hier niet meteen
79
zelf actief, maar stimuleren anderen graag bij de uitwerking van hun projecten’, bevestigt Hilde Van Look, departementshoofd Leefmilieu bij de Provincie Antwerpen. IDEEËN ZAT De verdere uitbouw van het stilteproject mag dan goed voorbereid en onderbouwd zijn, het initiatief moet nog altijd komen van de stiltezoekers zelf, van de vrijwilligers en bewoners uit de omgeving die regelmatig de rust van De Liereman opzoeken. Het zijn zij die in 2002 hun schouders onder het bezoekerscentrum zetten, waarna de massale toeloop begon. Bij de vrijwilligers van Natuurpunt ontstond ook het idee voor een uitkijktoren. Het is de lokale gemeenschap geweest die het idee voor een speelbos opperde. En het zijn opnieuw vrijwilligers die zich jaar in jaar uit inzetten voor de vrijwaring en de ontwikkeling van stilte, rust en ruimte in het gebied. Een stilte waarmee nog veel mogelijk is en waarvoor nog tal van initiatieven op til staan. Zoals het ‘stiltehuis’, een concept dat in Nederland intussen al ingang vond. Dat is een ruimte waar mensen terecht kunnen om tot innerlijke rust te komen. Ze worden daarbij begeleid en dienen zich aan een aantal regels te houden, zodat er een omgeving ontstaat waar eenvoud en kwaliteitsvolle aandacht vanzelfsprekend zijn. Het inleveren van allerlei communicatiemedia – zoals gsm, iPad of smartphone – is bijvoorbeeld één van die voorwaarden. Vandaag heet dat: ‘digital detox’! UITDAGINGEN BLIJVEN GROOT Naast het stiltehuis bestaan nog tal van ideeën rond stilte- en rustbeleving. In Oud-Turnhout maar ook elders in Vlaanderen, waar stilte nog van nature aanwezig is en mensen warm lopen om die kwaliteit niet teloor te laten gaan. Vaak is het niet meer dan spontane processen te ondersteunen en te laten openbloeien.
80
Sommige STeRio-leden zijn hierrond al jaren actief. Zelfs ondanks de talrijke verwezenlijkingen en positieve ontwikkelingen blijven de uitdagingen vandaag erg groot. Is het kwaliteitslabel voor een stiltegebied wel voldoende? Is het niet verwarrend om een zoveelste label aan een natuurdomein toe te kennen? Moet juist niet op andere, minder pittoreske plaatsen en zelfs in grootsteden plaats vrijgemaakt worden voor stilte, rust en ruimte? Op dergelijke vragen zoekt de klankbordgroep een antwoord, elk vanuit zijn of haar eigen vakgebied en ervaringen. ‘Wij werken ook in meer verstedelijkte gebieden rond het stiltethema,’ weet Hilde Van Look. ‘Denk maar aan het trage wegenbeleid. De ‘fietsostrades’ zijn natuurlijk aangelegd om het woon-werkverkeer te bevorderen, maar ze bieden tegelijk ook ruimte, stilte en rust aan. Een ontspanningsmoment van en naar het werk of school.’
de toekomst van de schaarse stilte, rust en ruimte in Vlaanderen. Het is vooral zaak om samen en in overleg met elkaar te streven naar concrete, tastbare resultaten op het terrein. Een stiltehuis, een wandel- en fietsbrug naar een groter gebied of een boom om te knuffelen. Maakt niet uit. Als we er allen maar even stil van worden.
De trage wegen zijn net als het stiltelabel goed werkende initiatieven. Zaken die makkelijk in heel Vlaanderen kunnen worden ontplooid, al blijkt dat niet zo eenvoudig. Het instrument ‘stiltegebied’ wordt op dit moment vooral in de provincies Antwerpen en Limburg actief aangewend. ‘Hoe hoger je op de beleidsladder klimt, hoe moeilijker het wordt om concrete zaken te realiseren. Ik heb daarom wel de indruk dat dergelijke projecten van onderop vaak zijn beperkingen hebben’, zegt Gilke Pée, medewerkster van de Vlaamse overheid, departement Leefmilieu, Natuur en Energie. ‘We hebben de promotie van het stilteproject wel ondersteund en zullen dat blijven doen.’ Met die woorden zijn alle leden van de STeRio-groep het eens. Stilte en leefkwaliteit dienen gekoesterd en gevrijwaard te blijven, al blijft de weg naar concrete realisaties moeizaam. Verder werken in overleg met elk beleidsniveau aan de initiatieven van onderop is belangrijk voor
tekst: Dirk Van Gorp & Joris Capenberghs
Bijlage 3 Programma van de vijf terreinbezoeken STeRio-bijeenkomst
Vaals, Nederlands-Limburg donderdag 4 april 2014, 8u30-17u30 thema:
STILTEGEBIED - VAN VISIEONTWIKKELING NAAR PLAN VAN AANPAK EN CONCRETE UITVOERING DAGPROGRAMMA 8u30
vertrek bus in Brussel & Leuven, richting Vaals (NL)
10u30
aankomst Vijlen, informele verwelkoming café A’gen Kirk (Vijlenberg 118)
ca. 11u 12u30 13u30
foto’s: p. 16, 19 & 42
terreinverkenning met bezoek aan enkele markante en representatieve plekken in de landelijke deelgemeenten en het stiltegebied van Vaals (bus & wandeling), onder begeleiding van Patrick Heijnen en Cyrille Frijns, medeverantwoordelijk voor de uitvoering van het plan broodjeslunch (Raadzaal van het gemeentehuis) informele kennismaking met de burgemeester, (enkele) wethouders en enkele ambtenaren officiële verwelkoming door Jean Vroemen, wethouder Mensen & Voorzieningen, gemeente Vaals, met toelichting ‘Cittàslow’
13u40
interactieve workshops: drie groepen rond drie thema’s
15u
gezamenlijk reflectiemoment (rond resultaten en uitkomst workshops) met ambtenaren, o.l.v. Jean Vroemen
15u30
afronding (ca. 17u30 terug in Brussel)
81
STeRio-bijeenkomst
Tienen, Grimde & Geetbets donderdag 26 juni 2014, 9u30-16u30 thema:
BEDRIJVIGE STILTE - OVER ONTHAASTING EN ONDERNEMERSCHAP
DAGPROGRAMMA 9u30-11u
11u-12u15 ca. 12u30
foto: p. 4
ontvangst (vanaf 9u) en introductie Tienen, Ergoedcentrum (auditorium), Grote Markt 3-6, nabij Suikermuseum algemene inleiding door gastvrouw Iris Steen gezamenlijke reflectie over ‘Stilte in de stad’ i.s.m. An Macharis, Vormingplus Citizenne (bessst-project) terreinbezoek en toelichting Grimde, ‘Necropolis’ (crypte), Sint-Pieterskerk, Pastorijstraat i.s.m. Lutgard Francken, Erfgoedsite, & Annemie Smolders, Dienst Toerisme lunch en verdieping (vanaf 14u) Geetbets, de Heerlijckyt van Elsmeren [ca. 25 min – we rijden (mee) met de beschikbare wagens, www.heerlijckyt.org]
inzichten en ervaringen over ‘Bezinningstoerisme’ (Nederlands-Limburg) i.s.m. Anya Nieuwierra, VVV-Zuid-Limburg (NL) toelichting aanpak en concept van de Heerlijkyt gesprek en gemeenschappelijke ‘oogst’ van de dag afsluitende beschouwingen door gedeputeerde Monique Swinnen, verantwoordelijk voor toerisme, provincie Vlaams-Brabant
82
STeRio-bijeenkomst
Oud-Turnhout & De Liereman woensdag 16 september 2014, 9u30-16u30 thema:
WERKEN ROND STILTE, RUST EN RUIMTE MET BEWONERS, BEZOEKERS EN BELEIDMAKERS DAGPROGRAMMA 9u30-9u50 10u-11u10 11u15-12u45 13u 14u
foto: p. 45
ontvangst (koffie & thee vanaf 9u) en introductie Hofke van Chantraine, Kerkstraat 46, Oud-Turnhout verhaal van 10 jaar stiltewerking in Oud-Turnhout en de Noorderkempen i.s.m. bewoners, vrijwilligers, medewerkers en beleidsverantwoordelijke van het eerste uur Sint-Bavokerk, Kerkstraat, Oud-Turnhout terreinverkenning en stiltebeleving begeleide wandeling naar het stiltegebied De Liereman lunch bezoekerscentrum De Liereman, Schuurhovenberg 43, Oud-Turnhout reflectie over het huidige stiltegebiedenbeleid in Vlaanderen door Gilke Pée [o.v.], beleidsmedewerker geluids- en lichthinder, LNE
14u30
verdieping in kleine werkgroepjes
15u20
panelgesprek - naar een toekomstgericht stiltebeleid! met Gilke Pée, Vlaamse overheid, Dirk Vandenbussche, provincie Antwerpen, Leo Van Miert, schepen Oud-Turnhout, Piet Bastiaens, landbouwer
vanaf 16u
afsluitende beschouwingen bij een drankje en een hapje
83
STeRio-bijeenkomst
De Merode maandag 27 april 2015, 9u30-16u30 thema:
MANAGEMENT EN BEHEER, IMMATERIEEL EN MATERIEEL ERFGOED
DAGPROGRAMMA 9u00-9u30
ontvangst (koffie en thee) in de Abdij van Averbode Abdij van Averbode, Abdijstraat 1, 3271 Averbode (Scherpenheuvel-Zichem) - Zaal Limburg
9u30-10u
toelichting bij het Merode-project
10u-10u15
bezinning en stiltebeleving in de Abdij van Averbode
10u15-11u30
behoedzame ontsluiting en vermarkting, management en duurzaam beheer vanuit economisch oogpunt toelichting en rondleiding met aandacht voor o.a. de heraanleg van het centraal plein en toekomstige uitbreidingsplannen en ontwikkelingsperspectieven
11u30-12u15
het ondernemersnetwerk De Merode vzw in debat met de aanpak van het stilteondernemerschap
12u30-13u30
lunch
13u30-13u50
naar Bosmuseum en Stiltegebied Gerhagen (met auto’s) Bosmuseum Gerhagen, Zavelberg 10, 3980 Tessenderlo
14u-14u30
Stiltegebied Gerhagen en inrichting nieuwe toegangspoort
14u30-14u45
Gerhagen en stiltegebied
14u45-16u15 16u15
84
foto’s: p. 62 & 72
wandeling Stiltepad Gerhagen, met ruimte voor reflectie en gedachtewisseling deelnemers (bij slecht weer - verkorte route en reflectie in Bosmuseum) mogelijkheid tot gezamenlijk afsluitend drankje Café/Brasserie Ter Scoete Tessenderlo, Zavelberg 9, 3980 Tessenderlo
STeRio-bijeenkomst
Stiltehoeve Metanoia, Damme woensdag 24 juni 2015, 9u30-16u thema:
ONTHAASTEN IN EEN VLUCHTIGE TIJD - CREATIVITEIT, AANDACHT & VISIEVORMING IN DIENST VAN EEN ‘CULTUUR VAN DE STILTE’ DAGPROGRAMMA 9u30-10u 10u-10u30
ontvangst (koffie & thee vanaf 9u) in de BZN Stiltehoeve Metanoia [www.stiltehoevemetanoia.be] - Waterhoek 2, 8430 Moerbeke-Damme toelichting bij de filosofie, de ontwikkeling en de uitbouw van het project door Patrick Hanjoel
10u30-11u15
rondgang in het stiltecomplex en omgeving
11u15-11u40
toelichting bij het beheer en de dagelijkse werking van de Stiltehoeve Metanoia door Evi Van Gestel
11u40-12u30
gezamenlijke reflectie en intervisie
12u30-13u30
stijlvolle lunch
13u30-13u50 13u50-14u10
foto: p. 30
stilte, rust en ruimte voor bewoners en bezoekers, beleidsvisie van de stad Damme door Bram Gilté & Francis Gevaert Stilte, rust en ruimte voor bewoners en bezoekers, beleidsvisie + aanbod van de gemeente Heuvelland door Sara Barthier
14u10-15u
gezamenlijke reflectie en intervisie
15u-16u
workshop ‘luistermassage’ door Aifoon [www.aifoon.org]
16u
afsluitend woord door burgemeester Joachim Coens (o.v.)
85
Meer informatie Sirka Lüdtke Vlaamse Landmaatschappij Gulden Vlieslaan 72 B - 1060 Brussel +32 (0)2 543 72 43 sirka.ludtke@vlm.be www.vlm.be Joris Capenberghs Waerbeke Waarbekeplein 19 B - 9506 Waarbeke (Geraardsbergen) +32 (0)54 24 57 54 joris@waerbeke.be www.waerbeke.be
v.u.: Toon Denys, Gedelegeerd bestuurder Vlaamse Landmaatschappij, Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel www.vlm.be
Colofon
coördinatie: Erik Verhaert, Vlaamse Landmaatschappij verslaggeving: Sirka Lüdtke, Vlaamse Landmaatschappij redactie & eindredactie: Joris Capenberghs, Waerbeke vormgeving: Inge Hendrikx, Vlaamse Landmaatschappij productie: Vlaamse Landmaatschappij fotografie: [cover] Grenspark De Zoom-Kalmthoutse heide © Marc Slootmaekers | [2-3, 28, 83] Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide © Willy Verbruggen | [4] Grimde (Tienen), Necropolis, terreinbezoek, 26 juni 2014 | [6] Stiltegebied Dender-Mark, Waarbeke, snoeicursus 2011 | [8] Landschap De Liereman, Platform De Braekeleer, vogelspotter © Bart Van der Moeren | [12] Grenspark De Zoom-Kalmthoutse heide, geluidsmeter © Willy Verbruggen | [16, 19 & 81] Vaals, terreinbezoek, 4 april 2014 | [17] banner STeRio-netwerk – Stiltegebied Dender-Mark, Denderwindeke © Katrijn Van Giel | [21 & 38] Stiltegebied Dender-Mark, De Helix, Grimminge, evaluatie, 21 januari 2016 | [22 & 27] Mechelen, Sint-Romboutstoren, panoramisch zicht op de stad | [29] Vaals, buurtschap Raren | [30 & 85] Damme, BZN-Metanoia | [32] Landschap De Liereman © Bart Van der Moeren | [36] Stiltegebied Dender-Mark, Waarbeke © Katrijn Van Giel | [41] Vaals, buurtschap Rott, vlag Cittaslow | [42] Mechelen (Gulpen-Wittem), Stilteplek Hof van Bommerig, terreinbezoek, 4 april 2014 | [45] Landschap De Liereman, terreinbezoek, 16 september 2014 | [49 & 82] Geetsbets, De Heerlijckyt Van Elsmeren, terreinbezoek, 26 juni 2014 | [52] De Merode, Stiltegebied Gerhagen (Tessenderlo), ligstoel | [57] Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, Stappersven © Willy Verbruggen | [59] De Merode, Stiltegebied Gerhagen (Tessenderlo), 2015 | [62] De Merode, Averbode, waterpartij abdijplein © Omgeving | [66 & 86] Grenspark Kempen-Broek, Kinrooi | [68] Heuvelland, panoramisch zicht | [70] Voeren, zicht op Sint-Martinuskerk | [72] De Merode, Prinsheerlijk. Een erfgoedboek over het Gebied De Merode, 2014 | [74] Nationaal Park Hoge Kempen, Stiltegebied Zwarte Put, Zutendaal, Blotevoetenpad | [77] Stiltegebied Dender-Mark, Denderwindeke © Katrijn Van Giel | [84] De Merode, Scherpenheuvel, autozegening
met speciale dank - aan Gilke Pée, Axel Verachtert, Gert Jansen en alle andere leden van de STeRio-overleggroep voor hun betrokkenheid en advies - aan Jean Vroemen, Iris Steen, Christa Truyen, Leo Van Miert, Goele Vercammen, Evi Van Gestel, Etienne Cloet, alle vrijwilligers en lokale betrokkenen voor hun inzet en enthousiasme tijdens de terreinbezoeken - aan Jan Anton Rijsdijk, Savita Singh, Marieke Verreet, Paul Ganzevles, Marc Konings, Loek Van Vliet, Olivier Nijs, Johan Opstaele, alle medewerkers en vrijwilligers uit Kalmthout en Essen voor hun gastvrijheid en de omkadering tijdens de academische zitting op 29 oktober 2016 in De Markgraaf, Kalmthout
87
VLAAMSE LAND MAATSCHAPPIJ Gulden Vlieslaan 72 1060 Brussel Tel. 02 543 72 00 www.vlm.be