Skip to main content

luchtkwaliteit_Antwerpse_agglo_jaarrapport_2016.pdf

Page 1

Vlaanderen is milieu

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie jaarrapport 2016 VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ

www.vmm.be


DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016 Samenstellers Afdeling Lucht, Milieu en Communicatie, VMM Dienst Lucht Inhoud Dit rapport beschrijft de resultaten van de metingen in de omgevingslucht in de Antwerpse haven en in de Antwerpse agglomeratie. De VMM mat er de polluenten zwaveldioxide, stikstofoxides, fijn stof, zwarte koolstof, ozon, vluchtige organische stoffen, dioxines en PCB en PAK. De meetresultaten van deze polluenten werden getoetst aan de Europese regelgeving. We toetsten de resultaten ook aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Verder bespreekt het rapport de trend van de afgelopen jaren voor de gemeten polluenten en de uitstoot van een aantal polluenten. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2017), Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016 Verantwoordelijke uitgever Michiel Van Peteghem, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2017/6871/031

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


SAMENVATTING

Deel1: Antwerpse haven In 2008 werd een overeenkomst gesloten tussen het bestuur van de Antwerpse haven, de gemeente Beveren en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Deze overeenkomst houdt in dat de VMM jaarlijks een rapport ‘Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven’ maakt, waarin alle gemeten polluenten in het Antwerpse havengebied worden besproken. In uitvoering van deze overeenkomst richtte de VMM in 2008 extra meetplaatsen op in het Antwerpse havengebied met cofinanciering van het Havenbedrijf Antwerpen en de gemeente Beveren. Op de verschillende meetplaatsen in het havengebied worden een of meerdere van onderstaande componenten gemeten: − − − − − − − −

zwaveldioxide (SO2); stikstofoxides (NO, NO2, NOx); fijn stof (PM10 en PM2,5); zwarte koolstof; ozon (O3); vluchtige organische stoffen (BTEX/VOS); polychloorbifenylen (PCB); polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).

Dit rapport beschrijft de meetresultaten van deze polluenten gemeten in 2016. De resultaten werden getoetst aan de Europese regelgeving en aan de advieswaarden gedefinieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO-advieswaarden hebben als enig doel de gezondheid van de mens te beschermen en houden dus geen rekening met de economische of technische haalbaarheid. Verder gaat dit rapport dieper in op de evolutie van de luchtkwaliteit in deze regio. Per polluent werden de meetresultaten van het havengebied vergeleken met het Vlaamse gemiddelde. Dit gebeurt aan de hand van een virtueel gemiddelde: dit is het jaargemiddelde van alle meetwaarden van deze polluent in een bepaald gebied. We gebruikten pollutierozen om te bepalen uit welke richting de vervuiling kwam. Bij pollutierozen waarbij de algemene achtergrondconcentratie overheerst, werden ook relatieve zero-pollutierozen gemaakt. Deze verkrijgen we door de algemene achtergrondconcentraties van de pollutierozen af te trekken, zo worden lokale invloeden duidelijker. Het rapport vat de emissiecijfers van een aantal polluenten uit het havengebied samen. 1. Zwaveldioxide – SO2 Uit de metingen blijkt dat de Europese grenswaarden voor SO2 ruim gerespecteerd bleven. De hoogste concentraties bevonden zich in het centrum van het havengebied, aan de raffinaderijen. Het SO2jaargemiddelde was in 2016 nog ongeveer een kwart van het jaargemiddelde gemeten in 2006. De WGOadvieswaarde voor dagwaarden ligt veel lager dan de Europese grenswaarde. Deze werd in 2016 slechts op drie van de tien meetplaatsen gehaald.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

3


2. Stikstofdioxide – NO2 De NO2-concentraties bleven in 2016 op alle meetplaatsen in de Antwerpse haven onder de Europese grenswaarden en de WGO-advieswaarde. Op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) werd de jaargrenswaarde van 40 µg/m³ geëvenaard. Deze meetplaats ligt in een industriezone en is dus minder relevant voor de menselijke blootstelling. In de periode 2006-2016 vertonen de jaargemiddelde NO- en NO2-concentraties een dalende trend. Op de meetplaats Muisbroeklaan (R984) zien we eerder een licht stijgende trend. De concentraties van NO2 lagen in het Antwerpse havengebied zo’n 20 % hoger dan het Vlaamse gemiddelde. 3. Fijn stof PM10 De PM10-jaargrenswaarde bleef de afgelopen jaren op alle meetplaatsen in de haven ruim gerespecteerd, zo ook in 2016. De WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ werd nergens gehaald. Dit was ook zo op de meeste meetplaatsen in Vlaanderen. De PM10-jaargemiddelden in de Antwerpse haven vertonen in de periode 20062016 een globaal dalende trend. De Europese daggrenswaarde laat op jaarbasis maximaal 35 dagen toe met PM10-waarden hoger dan 50 µg/m³. De laatste overschrijding van de PM10-daggrenswaarde dateert van 2012 op de meetplaats Antwerpen-Luchtbal. Alhoewel het aantal dagen sterk varieert van jaar tot jaar is er wel een globaal dalende trend over de volledige periode. De WGO-advieswaarde van maximaal 3 dagen met een PM10-waarde hoger dan 50 µg/m³ op jaarbasis is niet gehaald. De bronnen van PM10 situeren zich eerder in het zuidelijke deel van de haven. PM2,5 De Europese grenswaarde en toekomstige indicatieve grenswaarde werden in 2016 gerespecteerd. De WGOadvieswaarden werden niet gerespecteerd. Er is weinig variatie tussen de jaargemiddelden van de verschillende meetplaatsen in 2016. De zero-pollutierozen tonen onder meer de invloed van de haven en de nabijgelegen verkeersaders. Zwarte koolstof Voor zwarte koolstof bestaan geen Vlaamse en Europese normen, noch WGO-advieswaarden. In 2016 was het virtueel gemiddelde in het Antwerpse havengebied (1,4 µg/m³) vergelijkbaar met het virtueel industrieel gemiddelde in Vlaanderen (1,5 µg/m³). De hoogste concentraties werden vastgesteld op de meetplaats Luchtbal (M802), door het aanwezige verkeer. Op andere meetplaatsen toonden de zero-pollutierozen bronnen in het centrum van het havengebied. De gemeten concentraties vertonen een dalende trend. 4. Ozon – O3 In 2016 was er een hittegolf van 23 tot en met 27 augustus. Op 25 augustus was er een overschrijding van de informatiedrempel van 180 µg/m³. De alarmdrempel van 240 µg/m³ werd wel gerespecteerd. De Europese streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid werd gehaald, de langetermijndoelstelling niet. De WGO-advieswaarde werd op 24 dagen overschreden. De resultaten voor de meetplaats in Berendrecht (R831) lagen in lijn met wat de VMM gemiddeld meet over Vlaanderen, of waren iets gunstiger. De laatste 10 jaar bleef het ozonjaargemiddelde vrij stabiel. Wel waren er regelmatig verschillen in de hoge percentielen en maxima per jaar. Dit heeft te maken met de kwaliteit van de zomers waarbij warme en zonnige zomers resulteren in hogere maxima en hogere percentielen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


5. Vluchtige organische stoffen – BTEX en VOS BTEX Door de start van de nieuwe meetstrategie zijn er vanaf 2016 vier meetplaatsen met automatische metingen van benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleenisomeren. Alle meetplaatsen respecteerden de Europese en Vlaamse grenswaarde voor benzeen. Het hoogste jaargemiddelde voor benzeen met voldoende databeschikbaarheid werd gemeten in Antwerpen-Luchtbal. Op de meetplaats Antwerpen-Polderdijkweg (R822) meten we sinds de opstart in 2016 consistent hoge concentraties. Toetsing aan de grenswaarden was dit jaar niet mogelijk wegens de beperkte databeschikbaarheid. De WGO-advieswaarden voor tolueen werden gerespecteerd. De concentraties verschillen sterk tussen de meetstations. In het centrum van de haven worden veel hogere concentraties gemeten dan aan de rand of op verderaf gelegen meetplaatsen. De pollutierozen duiden bronnen aan in het centrum van de haven, bij de petroleumraffinaderijen. VOS In 2016 werden 24 componenten passief bemonsterd op de locatie Antwerpen-Ekerse Dijk (R893). De jaargemiddelden van alle componenten lagen op deze industriële locatie hoger dan het Vlaamse gemiddelde. Dit Vlaams gemiddelde is bepaald op basis van actieve en passieve metingen van landelijke, stedelijke en voorstedelijke jaargemiddelden in Vlaanderen. 6. PCB De meetwaarden voor de meetplaats in Kallo toonden vooral een hoge PCB-depositie in de onmiddellijke nabijheid van een schrootbedrijf. Ook in de nabijheid van andere Vlaamse schrootbedrijven waren de PCBdeposities hoog. Eerder onderzoek toonde aan dat de verontreiniging meestal beperkt bleef tot enkele honderden meters rond schrootbedrijven. De impact voor de bevolking is dus het grootst als er een woonzone of agrarisch gebied paalt aan een dergelijk bedrijf. Dit is echter niet het geval in Kallo. 7. PAK De VMM heeft één bemonsteringstoestel voor PAK in lucht in de Antwerpse haven, namelijk in Kallo (AL05). Het jaargemiddelde van de metingen van benzo(a)pyreen in de haven bedroeg 0,10 ng/m3. Dit ligt onder het algemeen Vlaams meetnetgemiddelde van 0,17 ng/m3 en ligt onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3. Als mensen levenslang blootgesteld worden aan de huidige concentraties, dan berekenen we voor de meetplaats in Kallo één extra kankergeval per 120.000 inwoners. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) omschrijft risico’s tussen 1 op 10.000 en 1 op 1.000.000 als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar.

Deel2: Antwerpse agglomeratie Naar aanleiding van de invoering van de lage-emissiezone werd in 2015 een overeenkomst afgesloten tussen de stad Antwerpen en de VMM. In 2015 werden op de meetplaatsen Park Spoor Noord (R803), Belgiëlei (R805) en Groenenborgerlaan (R817) metingen van PM10, PM2,5, zwarte koolstof, NO2 en NO opgestart. In november 2016 werd een vierde meetplaats operationeel ter hoogte van de op- en afrit Borgerhout richting Nederland, namelijk de meetplaats Antwerpen-Ring (R804). De overeenkomst bepaalt dat de VMM jaarlijks een rapport over de luchtkwaliteit opstelt waarin de bovengenoemde polluenten van de nieuwe meetplaatsen worden besproken samen met deze van de reeds bestaande meetplaatsen Borgerhoutachtergrond (R801), Borgerhout-straatkant (R802), Antwerpen-Wandeldijk (AL01), Havannastraat (M802) en Hoboken (HB23).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

5


Dit rapport beschrijft de meetresultaten van 2016. Wegens de beperkte dataset voor de meetplaats Antwerpen-ring (R804) worden deze data niet verder opgenomen in het rapport. 1. Stikstofdioxide – NO2 De Europese jaargrenswaarde en WGO-jaaradvieswaarde van 40 µg/m³werd overschreden op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805). De Europese uurgrenswaarde voor NO2 werd op alle meetplaatsen in 2016 gerespecteerd. De WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd in 2016 gedurende 1 uur overschreden op de meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Antwerpen-Park Spoor Noord (R803). Het gemiddelde voor 2016 op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) bedroeg 43 µg/m³. Op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) werd voor deze periode 45 µg/m³ NO2 gemeten en op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) 39 µg/m3. De laagste concentraties werden gemeten op de meetplaatsen Hoboken (HB23) en Wandeldijk – Antwerpen (AL01) namelijk 27 µg/m3. 2. Fijn stof PM10 en PM2,5 De Europese grenswaarden voor PM10 en PM2,5 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen. De WGOadvieswaarden werden wel overschreden op alle meetplaatsen. In de rest van Vlaanderen werden de WGOadvieswaarden voor PM2,5 eveneens overschreden. De WGO-advieswaarden voor PM10 werden in de rest van Vlaanderen op de meeste meetplaatsen overschreden. Voor PM10 en PM2,5 lagen de gemiddelden op de nieuwe meetplaatsen Park Spoor Noord (R803), AntwerpenBelgiëlei (R805) en Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) voor 2016 in dezelfde grootteorde als deze op de reeds bestaande meetplaatsen. Zwarte koolstof Voor zwarte koolstof werden er grotere verschillen gemeten tussen de verschillende meetplaatsen. De hoogste concentraties gemeten op de meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805) en de laagste concentraties op de meetplaats Wandeldijk-Antwerpen Linkeroever (AL01).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


INHOUD 1 Beschrijving van de polluenten ...................................................................................................................13 1.1 Zwaveldioxide – SO2 .............................................................................................................................13 1.2 Stikstofoxides – NO/NO2 ......................................................................................................................13 1.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof ...........................................................................................13 1.4 Ozon – O3..............................................................................................................................................15 1.5 Vluchtige organische stoffen - VOS ......................................................................................................16 1.6 PCB .......................................................................................................................................................16 1.7 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen - PAK .............................................................................17 2 overzicht luchtkwaliteitsNormen ................................................................................................................18 2.1 Zwaveldioxide – SO2 .............................................................................................................................18 2.2 Stikstofoxides – NO/NO2 ......................................................................................................................19 2.3 Fijn stof – PM10 en PM2,5 ......................................................................................................................19 2.4 Zwarte koolstof ....................................................................................................................................21 2.5 Ozon – O3..............................................................................................................................................21 2.6 Vluchtige organische stoffen – VOS .....................................................................................................22 2.7 PCB .......................................................................................................................................................22 2.8 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen - PAK .............................................................................23 3 Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven ........................................................................................................24 3.1 Het meetnet .........................................................................................................................................24 3.2 Zwaveldioxide – SO2 .............................................................................................................................27 3.2.1 Emissie van SO2 ............................................................................................................................27 3.2.2 Trend van SO2-concentraties .......................................................................................................30 3.2.3 Toetsing van SO2-concentraties ...................................................................................................32 3.2.4 Geografische spreiding van SO2-concentraties ............................................................................35 3.3 Stikstofoxides – NO/NO2 ......................................................................................................................39 3.3.1 Emissie van NOx (NO2) ..................................................................................................................39 3.3.2 Trend van NOx-concentraties .......................................................................................................41 3.3.3 Toetsing van de NO2-meetwaarden.............................................................................................44 3.3.4 Geografische spreiding van NO2-concentraties ...........................................................................45 3.4 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof ...........................................................................................50 3.4.1 PM10 .............................................................................................................................................50 3.4.2 PM2,5 .............................................................................................................................................63 3.4.3 Zwarte koolstof ............................................................................................................................71 3.5 Ozon – O3..............................................................................................................................................79 3.5.1 Emissies van ozonprecursoren.....................................................................................................79 3.5.2 Trend en toetsing van de ozonmeetwaarden ..............................................................................80 3.5.3 Geografische spreiding van O3-concentraties..............................................................................83

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

7


3.6 Vluchtige organische stoffen – BTEX en VOS .......................................................................................84 3.6.1 Emissie van totaal NMVOS ...........................................................................................................84 3.6.2 Automatische BTEX-metingen .....................................................................................................85 3.6.3 Semiautomatische VOS-metingen ...............................................................................................96 3.7 PCB .......................................................................................................................................................97 3.7.1 Toetsing van PCB ..........................................................................................................................97 3.7.2 Trend PCB .....................................................................................................................................97 3.8 PAK .......................................................................................................................................................98 3.8.1 Emissie van PAK ...........................................................................................................................98 3.8.2 Toetsing van PAK..........................................................................................................................99 3.9 Verkeersgegevens .............................................................................................................................100 4 Luchtkwaliteit in de Antwerpse Agglomeratie ..........................................................................................104 4.1 Het meetnet .......................................................................................................................................104 4.2 Stikstofoxiden .....................................................................................................................................107 4.2.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2))....................................107 4.2.2 Trend en toetsing NO2-concentraties ........................................................................................109 4.2.3 Geografische spreiding van de NO2-concentratie en pollutierozen ..........................................111 4.2.4 Trend NO-concentraties.............................................................................................................115 4.2.5 Pollutierozen NO ........................................................................................................................116 4.3 Fijn stof ...............................................................................................................................................118 4.3.1 PM10 ...........................................................................................................................................118 4.3.2 PM2,5 ...........................................................................................................................................125 4.3.3 Zwarte koolstof ..........................................................................................................................132 5 BESLUIT ......................................................................................................................................................138 5.1 Haven van Antwerpen ........................................................................................................................138 5.2 Antwerpse agglomeratie ....................................................................................................................140 Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005) ..............................142 Afbakening Antwerpse agglomeratie .........................................................................................150

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


LIJST VAN TABELLEN Tabel 1: Regelgeving voor SO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005) ..............................................................18 Tabel 2: Regelgeving voor NO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005) .............................................................19 Tabel 3: Kalibratiefactoren voor PM10 en PM2,5 ...............................................................................................20 Tabel 4: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO) .....................................................................20 Tabel 5: Regelgeving voor PM2,5 (richtlijn 2008/50/EG en WGO) ....................................................................21 Tabel 6: Regelgeving voor O3 (richtlijn 2008/50/EG)........................................................................................21 Tabel 7: Regelgeving voor VOS (richtlijn 2008/50/EG, VLAREM II en WGO 2000)...........................................22 Tabel 8: Europese streefwaarde voor benzo(a)pyreen ....................................................................................23 Tabel 9: Coördinaten meetplaatsen .................................................................................................................24 Tabel 10: Coördinaten meetplaats Meerminnendam (R823) ..........................................................................25 Tabel 11: Overzicht metingen Antwerpse haven in 2016 ................................................................................25 Tabel 12: Belangrijkste statistische parameters voor SO2 ................................................................................33 Tabel 13: Aantal dagen met een overschrijding van de WGO-dagadvieswaarde van 20 µg/m³ .....................34 Tabel 14: Belangrijkste statistische parameters voor NO2 ...............................................................................44 Tabel 15: Belangrijkste statistische parameters voor PM10 .............................................................................57 Tabel 16: Belangrijkste statistische parameters voor PM2,5 .............................................................................65 Tabel 17: Belangrijkste statistische parameters voor zwarte koolstof ............................................................71 Tabel 18: Belangrijkste statistische parameters voor ozon in Berendrecht (R831) .........................................82 Tabel 19: Toetsing aan informatie- en alarmdrempel, streefwaarden, langetermijndoelstellingen en WGOadvieswaarde op meetplaats R831 ..................................................................................................................82 Tabel 20: Jaargemiddelde uurwaarde voor benzeen .......................................................................................86 Tabel 21: P98 Dagwaarde voor benzeen ..........................................................................................................87 Tabel 22: Maximale halfuurwaarde tolueen ....................................................................................................87 Tabel 23: Maximaal weekgemiddelde tolueen ................................................................................................87 Tabel 24: Percentueel verschil VOS-componenten R893 en Vlaamse gemiddelde .........................................97 Tabel 25: PAK-jaargemiddelden voor Kallo en het volledige Vlaamse meetnet in 2016 (ng/m³) ..................100 Tabel 26 : Overzicht van de meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie .............105 Tabel 27: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 (µg/m³) ..................................................................................................................................................109 Tabel 28: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016......................................................................................................111 Tabel 29: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 (µg/m³) ..................................................................................................................................................115 Tabel 30: PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 (µg/m³) ..................................................................................................................................................120 Tabel 31: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016 ............................................................................................................................121

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

9


Tabel 32: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 ................................................................................................................................................................127 Tabel 33: Aantal dagen met PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016 ............................................................................................................................128 Tabel 34: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2016 (µg/m³) .........................................................................................................................134

LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse haven ..................................................................................26 Figuur 2: Evolutie SO2-emissies en jaargemiddelde concentratie in het Antwerpse havengebied .................27 Figuur 3: Aandeel sectoren in SO2-emissies Antwerpse haven in 2000 en 2015 .............................................28 Figuur 4: Evolutie SO2-emissie door de scheepvaart in de Antwerpse haven .................................................30 Figuur 5: SO2-jaargemiddelde haven van Antwerpen ten opzichte van Vlaanderen .......................................31 Figuur 6: Evolutie SO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied ..........................................................32 Figuur 7: Aantal dagen met daggemiddelde SO2-concentratie > 20 µg/m³ .....................................................35 Figuur 8: Gemodelleerd SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2016................................................36 Figuur 9: Pollutierozen gemiddelde SO2-concentraties in het Antwerpse havengebied in 2016 ....................38 Figuur 10: Evolutie NOx(NO2)-emissies en NO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied ...................39 Figuur 11: Aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse haven ...................................40 Figuur 12: Evolutie NO-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied en Vlaanderen ................................41 Figuur 13: Evolutie NO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied en Vlaanderen ...............................42 Figuur 14: Evolutie NO-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied .........................................................43 Figuur 15: Evolutie NO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied .......................................................43 Figuur 16: Overzicht statistische parameters NO2 in het Antwerpse havengebied .........................................45 Figuur 17: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2016 .............................................47 Figuur 18: Evolutie NO2-concentratie op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) .............................................48 Figuur 19: Pollutierozen NO2-gemiddelde in het Antwerpse havengebied in 2016 ........................................49 Figuur 20: Emissies van stofprecursoren volgens aerosolvormend potentieel en primair PM10 in het Antwerpse havengebied ...................................................................................................................................51 Figuur 21: Aandeel sectoren in emissies stofprecursoren in de haven van Antwerpen in 2000 en 2015 .......52 Figuur 22: Primaire PM10-stofemissies van de verschillende sectoren en jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied .....................................................................................................................................................53 Figuur 23: Aandeel sectoren in primaire PM10-stofemissies in het Antwerpse havengebied .........................54 Figuur 24: PM10-jaargemiddelde haven van Antwerpen ten opzichte van Vlaanderen ...................................55 Figuur 25: Evolutie PM10-concentraties in het Antwerpse havengebied .........................................................56 Figuur 26: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ voor de meetplaatsen in het Antwerpse havengebied .....................................................................................................................................................58 Figuur 27: Gemodelleerde PM10-concentratie in het Antwerpse havengebied in 2016 ..................................59

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 28: Pollutierozen PM10 in de Antwerpse haven in 2016 .......................................................................60 Figuur 29: Zero-pollutierozen voor PM10 in het Antwerpse havengebied in 2016 ..........................................62 Figuur 30: Emissie van primair PM2,5-emissie en jaargemiddelde in de Antwerpse haven .............................63 Figuur 31: Aandeel sectoren primair PM2,5-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2015 ......................64 Figuur 32: Evolutie PM2,5-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied .....................................................66 Figuur 33: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied in 2016 ..............................67 Figuur 34: Pollutierozen PM2,5-gemiddelde in het Antwerpse havengebied in 2016 ......................................69 Figuur 35: Zero-pollutierozen PM2,5-gemiddelde in Antwerpse havengebied in 2016 ....................................70 Figuur 36: Evolutie jaargemiddelden zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied ...................................72 Figuur 37: Evolutie zwarte koolstofconcentraties op verschillende virtuele meetplaatsen ............................73 Figuur 38: Gemodelleerd jaargemiddelde van zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2016 ....................74 Figuur 39: Pollutierozen gemiddelde zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied in 2016 ......................76 Figuur 40: Zero-pollutierozen voor zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied in 2016 .........................78 Figuur 41: Emissies van precursoren met ozonvormend potentieel (ton TOFP-equivalent) en jaargemiddelde ozon in het Antwerpse havengebied ................................................................................................................79 Figuur 42: Aandeel sectoren emissie precursoren met ozonvormend potentieel in haven van Antwerpen ..80 Figuur 43: Evolutie O3-concentraties in Berendrecht (R831) ...........................................................................81 Figuur 44: 90ste Percentiel pollutieroos ozon voor Berendrecht (R831) in 2016 ............................................84 Figuur 45: Evolutie totaal NMVOS-emissies in het Antwerpse havengebied ..................................................85 Figuur 46: IndustriĂŤle IMJV-emissies benzeen, tolueen en xyleen-isomeren in Antwerpse havengebied ......86 Figuur 47: Evolutie benzeenconcentraties in Antwerpse haven ......................................................................88 Figuur 48: Evolutie tolueenconcentraties in Antwerpse haven .......................................................................88 Figuur 49: Evolutie ethylbenzeenconcentraties in Antwerpse haven ..............................................................89 Figuur 50: Evolutie m+p-xyleenconcentraties in Antwerpse haven.................................................................89 Figuur 51: Evolutie o-xyleenconcentraties in Antwerpse haven ......................................................................90 Figuur 52: Pollutierozen benzeen in het Antwerpse havengebied in 2016 .....................................................91 Figuur 53: Pollutierozen tolueen in het Antwerpse havengebied in 2016 .......................................................92 Figuur 54: Pollutierozen ethylbenzeen in het Antwerpse havengebied in 2016 .............................................93 Figuur 55: Pollutierozen o-xyleen in het Antwerpse havengebied in 2016 .....................................................94 Figuur 56: Pollutierozen m+p-xyleen in het Antwerpse havengebied in 2016 ................................................95 Figuur 57: Vergelijking jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats R893 met Vlaams gemiddelde ...96 Figuur 58: Trend depositie dioxines en PCB126 op meetplaats BV04 in Kallo (industriegebied) ....................98 Figuur 59: Jaarverloop van benzo(a)pyreen op de meetplaats in de Antwerpse haven versus de mediaan van alle Vlaamse meetplaatsen ..............................................................................................................................99 Figuur 60: Aantal personenwagens per wegvak in 2015................................................................................101 Figuur 61: Aantal zware vrachtwagens per wegvak in 2015 ..........................................................................102 Figuur 62: Aantal lichte vrachtwagens per wegvak in 2015 ...........................................................................103 Figuur 63: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie ...................................................................106 Figuur 64: Evolutie NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie .........................................................107

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

11


Figuur 65: Aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2015 ........108 Figuur 66: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 ................................................................................................................................................................109 Figuur 67: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016......................................................................................................110 Figuur 68: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2016 ...............................112 Figuur 69: Pollutieroos voor NO2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³) ...113 Figuur 70: Pollutierozen NO2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2016 ....................114 Figuur 71: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 ................................................................................................................................................................115 Figuur 72: Pollutieroos voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³).....116 Figuur 73: Pollutierozen NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 ........................117 Figuur 74: Emissies primair PM10 van de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie .................118 Figuur 75: Aandeel van de sectoren in de primaire PM10-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2015 119 Figuur 76: PM10- jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 .............................................................................................................................................................120 Figuur 77: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 ...................................................................................................121 Figuur 78: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2016 ..............................122 Figuur 79: Pollutieroos voor PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³) ..123 Figuur 80: Pollutierozen PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 .....................124 Figuur 81: Emissies van primair PM2,5 van de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie..........125 Figuur 82: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2015 ...126 Figuur 83: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 .............................................................................................................................................................127 Figuur 84: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 ...................................................................................................128 Figuur 85: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2016 .............................129 Figuur 86: Pollutieroos voor PM2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³) ....130 Figuur 87: Pollutierozen PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 .....................131 Figuur 88: Emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie ..132 Figuur 89: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2015....................133 Figuur 90: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2016.......................................................................................................................................134 Figuur 91: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2016 .............135 Figuur 92: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³) ...........................................................................................................................................................136 Figuur 93: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2016 ..................137

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


1 BESCHRIJVING VAN DE POLLUENTEN 1.1 Zwaveldioxide – SO2 Zwaveldioxide (SO2) lost gemakkelijk op in water en heeft een zuur karakter. Bij inademing is SO2 irriterend en bij hoge concentraties kan het ademhalingsproblemen veroorzaken, vooral bij personen die lijden aan astma of chronische longziekten. SO2 heeft nadelige effecten op de vegetatie door de rechtstreekse opname van SO2 door de planten. Verder is SO2 in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor de verzuring van het milieu. Ook zorgt deze stof voor een versnelde verwering van historische gebouwen of steen in het algemeen en voor metaalcorrosie. Ten slotte draagt SO2 bij aan de vorming van fijn stof. Zwaveldioxide wordt uitgestoten in het milieu, voornamelijk door verbranding van fossiele brandstoffen zoals kolen en aardolie.

1.2 Stikstofoxides – NO/NO2 Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). Bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen ontstaat in eerste instantie vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmosfeer en is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat op zich weinig toxisch is. NO wordt door reacties met zuurstof en ozon omgezet tot NO2. NO2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer en is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een bruinrood gekleurd toxisch gas dat slecht ruikt en irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Zowel korte episodes van hoge concentraties, als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. NOx dragen bij aan de vorming van fijn stof. Verder spelen NOx een belangrijke rol in de milieuverzuring en de fotochemische smogvorming. NOx kunnen net als SO2 over grote afstanden getransporteerd worden en kunnen dus effecten veroorzaken in verafgelegen gebieden. Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen.

1.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof Zwevend stof (PM = Particulate Matter) is een mengsel van vloeibare of vaste deeltjes met uiteenlopende samenstellingen en afmetingen. Zowel de natuur als menselijke activiteiten kunnen een bron zijn van deze deeltjes. Naargelang hun oorsprong maakt men onderscheid tussen primaire en secundaire deeltjes. Primaire deeltjes ontstaan door rechtstreekse uitstoot in de atmosfeer door verschillende soorten bronnen of door mechanische verkleining van grover materiaal: bijvoorbeeld zware metalen bij metaalverwerking. Secundaire deeltjes ontstaan in de atmosfeer door chemische of fysische reacties uit gasvormige componenten zoals ammoniak, zwaveldioxide, stikstofoxiden of organische verbindingen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

13


Stofdeeltjes deelt men vaak in volgens de grootte op basis van de aerodynamische diameter (a.d.). Dit is de diameter van een bolvormig deeltje dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als het stofdeeltje. PM10 en PM2,5 is de verzameling van stofdeeltjes met een a.d. kleiner dan 10 respectievelijk 2,5 µm. Ultrafijn stof (UFP) is de verzamelnaam voor deeltjes met een a.d. kleiner dan 0,1 µm (PM 0,1). Zwarte koolstof is een onderdeel van fijn stof en wordt gevormd bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biomassa en biobrandstof. Zwarte koolstof bevindt zich voornamelijk in de ultrafijne fractie van het fijn stof en is een maat voor de roetconcentratie in de omgevingslucht. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) beschouwt zwarte koolstof als een nuttige indicator voor het evalueren van lokale maatregelen met als doel de blootstelling aan fijn stof ten gevolge van gemotoriseerd verkeer te verminderen1. Studies hebben verbanden aangetoond tussen de aanwezigheid van PM in de omgevingslucht en gezondheidseffecten op korte en lange termijn. Voor PM is er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geen veilige drempelwaarde waaronder geen nadelige effecten voorkomen. Bij korte episodes – 24 uur – van luchtverontreiniging verergeren bestaande gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties en astma. Verder kan fijn stof bloedvaten doen dichtslibben en hartaanvallen veroorzaken. Bij chronische blootstelling maakt de WGO melding van een vermindering van de longfunctie, een toename van chronische luchtwegaandoeningen en een verminderde levensverwachting. Midden 2012 classificeerde het International Agency for Research on Cancer (IARC), het gespecialiseerde kankeragentschap van de WGO, dieseluitlaatgassen als kankerverwekkend voor de mens. Dieselwagens stoten – ten opzichte van benzinewagens – veel meer stikstofoxiden en roetdeeltjes uit. Eind 2013 classificeerde het IARC ook fijn stof als kankerverwekkend voor de mens2. Belangrijk is dat fijn stof niet enkel kan leiden tot longkanker, een langdurige blootstelling kan ook borstkanker en kankers van het spijsverteringsstelsel induceren3. Algemeen wordt aangenomen dat ook ultrafijn stof schadelijk is, maar de wetenschappelijke kennis hierover is nog beperkt. De dienst Milieurapportering van de VMM (MIRA) berekende de ziektelast door de verschillende milieupolluenten voor de Vlaamse bevolking4. Omgerekend per inwoner van Vlaanderen bedroeg die één verloren gezond levensjaar in een volledig leven bij een levenslange blootstelling aan de huidige concentraties. Belangrijk hierbij is dat dit om een gemiddelde waarde gaat. Bij bepaalde gevoelige personen, zoals astmapatiënten, kinderen en ouderen, zal de reële impact groter zijn dan bij anderen. Uit deze studie volgde ook dat fijn stof – PM10 en PM2,5 – ongeveer 71% van de verloren gezonde levensjaren ten gevolge van milieufactoren voor zijn rekening neemt. Tijdens een fijnstofepisode doen mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtverontreiniging best geen ongewone lichamelijke inspanningen. Tot deze groep behoren jonge kinderen, ouderen, personen met het chronisch obstructief longlijden (COPD) en personen met hart- en vaatziekten. Tijdens dergelijke fijnstofepisodes raadt men iedereen af om langdurige fysieke inspanningen, zoals joggen, te doen. Omwille van de kleine afmeting – de diameter is kleiner dan een honderdste van een millimeter – kunnen fijnstofdeeltjes gemakkelijk overal binnendringen en zijn de concentraties ervan binnenshuis niet significant lager dan in de buitenlucht.

1

http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0004/162535/e96541.pdf?ua=1 http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/pdf/pr221_E.pdf 3 Wong C.M. et al. 2016. Cancer mortality risks from long-term exposure to ambient fine particle. Cancer Epidemiol biomarkers prev; 25(5): 839-45 4 MIRA (2012), Inschatting ziektelast en externe kosten veroorzaakt door verschillende milieufactoren in Vlaanderen, MIRA, MIRA/2012/06 2

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Andere effecten van stofdeeltjes zijn verminderde zichtbaarheid en bevuiling van blootgestelde oppervlakken en materialen. Ze hebben mogelijk een invloed op het klimaat: naargelang de samenstelling kan fijn stof zowel voor afkoeling als voor opwarming zorgen. Bovendien draagt fijn stof bij tot de verzurende en vermestende depositie.

1.4 Ozon – O3 Ozon (O3) wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar in de omgevingslucht gevormd door fotochemische reacties in de atmosfeer. Ozon is dus een secundaire polluent die op warme dagen, onder invloed van zonlicht, gevormd wordt op basis van de precursoren NOx (stikstofoxiden) en VOS (vluchtige organische stoffen). Voor de bronnen van ozon verwijzen we naar de bronnen van NOx en VOS. Er bestaat geen lineair verband tussen de hoeveelheid ozon en de uitstoot van de precursoren. Voor een duurzame daling van de ozonconcentraties is een globale vermindering van de uitstoot van de precursoren noodzakelijk. Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon een aantal gezondheidseffecten veroorzaken, waaronder een (tijdelijke) longfunctievermindering. Samen met andere stoffen uit de ‘zomersmog cocktail’, waaronder peroxyacetylnitraat (PAN), kan ozon leiden tot gezondheidsklachten zoals prikkende ogen, hoesten en irritatie van de slijmvliezen. Het optreden van deze symptomen is afhankelijk van de individuele gevoeligheid: personen met aandoeningen van de luchtwegen zullen sneller een effect waarnemen dan personen met een normale longfunctie. Ook kinderen en ouderen zijn gevoeliger. Bovendien bestaat er een zogenaamde groep ‘responders’ – zowat 10% van de bevolking – die om onduidelijke redenen extra gevoelig zijn voor hoge ozonconcentraties. De effecten zijn echter voor iedereen afhankelijk van de dosis die men ondervindt. Die dosis is het product van drie termen: dosis (µg) = ozonconcentratie (µg/m³) x blootstellingstijd (seconde) x inademdebiet (m³/s) —

de ozonconcentratie: hoe hoger de concentratie, hoe meer mensen klachten zullen hebben en hoe ernstiger de klachten zullen zijn. Men kan echter niet precies aangeven vanaf welke concentraties welke effecten te verwachten zijn;

—

de duur van de blootstelling: hoe langer de blootstelling, hoe groter de klachten. Gezondheidseffecten zijn gerelateerd aan een gemiddelde concentratie gedurende een 8-uur durende blootstelling;

—

het ademdebiet: bij lichamelijke inspanningen in de buitenlucht zal de ademhaling versnellen en zal er per seconde meer lucht de longen passeren. In vergelijking met een persoon in rust betekent dit een grotere dosis aan ozon en dus meer kans op een effect.

Voor de gemiddelde bevolking is de concentratie de factor die het meest van dag tot dag varieert. De concentratie bepaalt dus in hoofdzaak de dosis die men binnenkrijgt. De VMM licht de media en de bevolking in als er ozondagen zijn. Dit zijn dagen met een overschrijding van de Europese informatiedrempel op minstens één meetplaats in Vlaanderen. Op deze dagen kunnen een aantal voorzorgsmaatregelen de effecten van ozonepisodes beperken. Bij ozonconcentraties hoger dan de Europese informatiedrempel van 180 μg/m³ is het aangewezen om van 12 tot 22 uur geen zware inspanningen buitenshuis te leveren en indien mogelijk binnen te blijven. Binnenshuis zijn de ozonconcentraties gemiddeld de helft lager. Vooral mensen met luchtwegproblemen en kinderen volgen dit advies best op. Indien er desondanks toch nog gezondheidsklachten optreden, is het aangewezen de huisarts te raadplegen. Hij is het best op de hoogte

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

15


van de persoonlijke gezondheidstoestand van de patiënt en is dus het best geplaatst om bijkomend advies te verstrekken. Te veel ozon komt vooral voor bij zonnig, (zeer) warm weer en weinig wind. Hoge ozonconcentraties veroorzaken ook schade aan gewassen5. Naast zichtbare symptomen als spikkels op het blad zijn er ook onzichtbare effecten waarbij de cellen aangetast zijn, maar de plant niet afsterft. Dit resulteert in verminderde groei en opbrengst. Deze chronische beschadigingen leiden tot belangrijke economische schade. Daarnaast brengt ozon de planten onder stress, met een verhoogde productie van het plantenhormoon etheen tot gevolg. Dit leidt tot het te vroeg afsterven of afrijpen of een onnatuurlijk vroegtijdige bladval. Kortetermijndrempelwaarden voor ozon bieden weinig bescherming aan de vegetatie. Zelfs acute schade wordt nauwelijks voorkomen. Alhoewel de inwerking van ozon op planten zeer complex is en gerelateerd is aan onder meer klimatologie, bodemvochtigheid, ontwikkelingsstadium van de plant, voedingstoestand, standplaats en cultuurvariëteit werd toch een wetgeving uitgewerkt. Ozon kan ook de verwering van materialen, voornamelijk kunststoffen, veroorzaken. Ten slotte levert ozon in de onderste luchtlagen (troposfeer) een bijdrage aan het broeikaseffect.

1.5 Vluchtige organische stoffen - VOS Vluchtige organische stoffen (VOS) omvatten een groot aantal componenten die als gassen of dampen in de omgevingslucht voorkomen. Ze behoren tot bepaalde klassen naargelang ze enkel de elementen koolstof en waterstof bevatten of ook heteroatomen waaronder zuurstof, stikstof, halogenen en zwavel. Sommige VOS-componenten zoals benzeen en vinylchloride zijn kankerverwekkend en werken rechtstreeks in op de gezondheid. Daarnaast hebben de VOS een onrechtstreeks effect op het milieu door hun aandeel in de fotochemische luchtverontreiniging. Samen met stikstofoxiden vormen ze, op warme dagen, onder invloed van zonnestralen immers ozon en oxidanten die de gezondheid, gewassen en materialen schade toebrengen. Ook hebben ze een aandeel in de fijnstofproblematiek door de vorming van secundair fijn stof. Tenslotte spelen bepaalde VOS zoals methaan en chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK’s) een rol in het broeikaseffect en de aantasting van de ozonlaag.

1.6 PCB Polychloorbifenylen (PCB) is een verzamelnaam voor zo’n 209 verschillende stoffen. 12 hiervan zijn uiterst giftig en staan bekend als de dioxineachtige PCB. Ze hebben eenzelfde werking als de dioxines. Niet alle PCB zijn even schadelijk. Om de toxiciteit van een PCB-mengsel met elkaar te vergelijken, worden de resultaten uitgedrukt in toxische equivalenten (TEQ). Hierbij vermenigvuldigt men de concentratie van elke afzonderlijke verbinding met zijn respectievelijke toxiciteitsfactor. PCB werden door de mens geproduceerd en hadden diverse industriële toepassingen. Sinds de jaren tachtig is er een verbod op hun productie. PCB breken nauwelijks af, we vinden ze nog steeds in het milieu. Vooral schrootbedrijven stoten deze stoffen uit in de lucht waarna ze binden op stofdeeltjes. Dit stof valt op zijn beurt neer op gewassen die als voeding dienen voor mens en dier. Vervolgens binden de PCB zich op dierlijke lichaamsvetten waarna de mens deze, na consumptie van dierlijke producten zoals vlees, vis en

5

Deutsch F., Vandermeiren K. (2013), Ozonschade aan vegetatie: Literatuurstudie en studie naar de haalbaarheid van een indicator op basis van de ozonflux en naar de implicaties voor de gebiedsdekkende berekening via een luchtkwaliteitsmodel, studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij, MIRA, MIRA/2013/12, VITO, CODA-CERVA http://www.milieurapport.be/Upload/main/0_onderzoeksrapporten/2013/Eindrapport_ozonflux_indicator_finaal_TW_red.pdf

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


zuivelproducten, opneemt. Net omdat de opname van PCB voornamelijk gebeurt via voeding, is het belangrijk dat ze niet voorkomen in agrarische gebieden en woonzones. De VMM meet de PCB in neervallend stof, ook depositie genoemd. Zo bepaalt ze in welke mate PCB uit de lucht kunnen neerslaan en er een potentieel risico is tot opname via de voedselketen. De resultaten zeggen iets over de kwaliteit van de omgevingslucht. De analyse gebeurt isomeer specifiek voor alle 12 toxische PCB-verbindingen, met behulp van een gaschromatograaf gekoppeld aan een hoge resolutie massaspectrometer (GC-HRMS). De depositieresultaten zijn uitgedrukt in picogram toxische equivalenten per vierkante meter per dag (pg TEQ/(m².dag)). De dioxines zijn verwant aan de PCB en werken op dezelfde manier in op het lichaam. Momenteel meet de VMM geen dioxines meer in de Antwerpse haven.

1.7 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen - PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan hoofdzakelijk door onvolledige verbranding. Bepaalde verbindingen uit deze groep zijn kankerverwekkend en kunnen DNA-schade veroorzaken. De meeste PAK komen vooral gebonden aan fijn stof in de lucht voor. De lichtere verbindingen zijn ook in de gasfase aanwezig. PAK zijn vrij stabiel en kunnen daardoor over grotere afstanden door de lucht getransporteerd worden. PAK in lucht kunnen door neerslag of door droge depositie ook op de bodem, op gewassen of in oppervlaktewater terechtkomen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

17


2 OVERZICHT LUCHTKWALITEITSNORMEN De Europese Commissie definieerde streef- en grenswaarden en alarmdrempels voor diverse polluenten. Bij de definiëring van deze luchtkwaliteitsnormen werd er, naast de gezondheidseffecten, rekening gehouden met de technische haalbaarheid. Daarnaast werd een kosten-batenanalyse uitgevoerd om de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus in te schatten. Deze Europese normen zijn opgenomen in de Vlaamse wetgeving. De Europese regelgeving is vaak gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO definieert advieswaarden voor verschillende polluenten. Die advieswaarden hebben als doel de risico’s van gezondheidsschade door luchtverontreiniging te beperken en zijn meestal strenger dan de Europese grens- of streefwaarden. Bij de definiëring van de Europese grensof streefwaarden wordt immers niet alleen rekening gehouden met de gezondheidseffecten, maar ook met de technische haalbaarheid en de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus. Er zijn geen Europese of internationale normen voor dioxine- en PCB-deposities. De VMM gebruikt drempelwaarden om te oordelen welke regio’s extra aandacht verdienen. In dit rapport vergelijken we de concentraties van de polluenten met de Europese regelgeving, de WGOadvieswaarden en de drempelwaarden.

2.1 Zwaveldioxide – SO2 De Europese Richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden en een alarmdrempel voor SO2. Deze grenswaarden en alarmdrempel zijn al in werking sinds 2005. Daarnaast heeft de WGO ook advieswaarden vastgelegd. Tabel 1 toont een overzicht van de Europese grens- en alarmdrempelwaarden die van toepassing zijn voor SO2. Ook de WGO-advieswaarden zijn opgenomen. Tabel 1: Regelgeving voor SO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005)

Onderwerp

EU-richtlijn 2008/50/EG*

WGO

Middelingstijd

1 dag

Doelstelling 350 µg/m³; max. 24 overschrijdingen per jaar 125 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar

Alarmdrempel Gedurende 3 opeenvolgende uren

500 µg/m³

1 dag

20 µg/m³

10 minuten

500 µg/m³

Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid

1 uur

Advieswaarde

*: sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor SO2 gerespecteerd worden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


2.2 Stikstofoxides – NO/NO2 De Europese richtlijn 2008/50/EG legt grenswaarden en een alarmdrempel op voor NO2. Ook de WGO heeft advieswaarden vastgelegd. Tabel 2 toont een overzicht. Voor NO bestaat er geen regelgeving. Tabel 2: Regelgeving voor NO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005)

Onderwerp

EU-richtlijn 2008/50/EG

Doelstelling

1 uur

200 µg/m³; max. 18 overschrijdingen per jaar

Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid

Alarmdrempel

WGO

Middelingstijd

40 µg/m³ 60 µg/m³ Jaar in Antwerps havengebied en Antwerpse agglomeratie (2011-2014) Gedurende 3 opeenvolgende uren

400 µg/m³

1 uur

200 µg/m³; geen overschrijdingen

Jaar

40 µg/m³

Advieswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid

De Europese grenswaarden voor NO2 moeten sinds 1 januari 2010 gerespecteerd worden. De alarmdrempel voor NO2 geldt vanaf 19 juli 2001. Richtlijn 2008/50/EG laat toe voor NO2 uitstel te vragen voor het behalen van de grenswaarden. België vroeg dit voor het Brussels Gewest en de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie. De Europese Commissie verleende uitstel voor de twee Vlaamse zones: tot 1 januari 2015 was voor deze twee zones de NO2-jaargrenswaarde gesommeerd met de maximale overschrijdingsmarge (50 %) van toepassing, wat overeenkomt met een jaargrenswaarde van 60 µg/m³. In de overige Vlaamse zones gold steeds de jaargrenswaarde van 40 µg/m³, vanaf 2015 is dit ook zo in de Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie. In tegenstelling tot de Europese regelgeving definieert de WGO geen alarmdrempel en laat ze geen enkele overschrijding van het uurgemiddelde van 200 μg/m³ toe.

2.3 Fijn stof – PM10 en PM2,5 Fijnstofmetingen gebeuren met automatische meettoestellen die continu de hoeveelheid fijn stof meten in de buitenlucht. Dit is nodig om de fijnstofconcentraties in ’real-time’ te kunnen opvolgen. De meettechnieken die deze automatische toestellen gebruiken, zijn echter niet gebaseerd op de Europese gravimetrische referentiemeetmethode. De richtlijn laat andere meettechnieken toe, indien equivalentie met de referentiemethode kan worden aangetoond. De Europese referentietechniek is een semiautomatische techniek waarbij een vooraf gewogen filter 24 uur bemonsterd wordt en daarna in het labo opnieuw wordt gewogen. De resultaten van de referentiemethode zijn, in tegenstelling tot die van de automatische meettoestellen, dus niet onmiddellijk en in real-time beschikbaar. Door de VMM worden regelmatig vergelijkende equivalentiemeetcampagnes georganiseerd. Hieruit blijkt dat de automatische

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

19


meettechnieken equivalent zijn, mits het gebruik van een kalibratiefactor. Deze kalibratie is nodig om onder meer verlies door verdamping van vluchtig aerosol, dat ontstaat bij de opwarming van de inlaatbuis van de automatische monitoren, te compenseren. Zonder deze kalibratie wordt de hoeveelheid gemeten fijn stof met automatische meettoestellen meestal onderschat. In 2014 werden nieuwe toestellen in gebruik genomen, namelijk de PALAS-FIDAS. Ook voor deze toestellen werd een kalibratiefactor bepaald. De PALAS-FIDAS toestellen meten simultaan PM10 en PM2.5. Tabel 3 toont alle kalibratiefactoren. Die factoren werden waar nodig toegepast op de concentraties getoond in dit rapport. Tabel 3: Kalibratiefactoren voor PM10 en PM2,5

Fractie PM10

PM2,5

Type monitor

Factoren

Factoren

Factoren

vanaf 03/06/2014

01/01/2009-02/06/2014

tot en met 31/12/2008

ESM

Geen toestel in gebruik

1,25

1,37

TEOM

Geen toestel in gebruik

Variabele factor per dag

1,47

TEOM-FDMS

1,00

1,00

1,00

PALAS-FIDAS

Sommatie met 2,6 µg/m³ Geen toestel in gebruik

Geen toestel in gebruik

Geen toestel in gebruik

1,27

1,46

TEOM-FDMS

1,00

1,00

1,00

PALAS-FIDAS

1,00

Geen toestel in gebruik

Geen toestel in gebruik

ESM

Tabel 4 bevat de grens- en advieswaarden voor de polluent PM10. Tabel 4: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO)

Onderwerp EU-richtlijn 2008/50/EG* WGO

Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid

Middelingstijd 1 dag 1 jaar 1 dag

Advieswaarde 1 jaar

Doelstelling 50 µg/m³; max. 35 overschrijdingen per jaar 40 µg/m³ 50 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar 20 µg/m³

*: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor PM10 gerespecteerd worden.

Tabel 5 toont de grens- en advieswaarden voor PM2,5.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Tabel 5: Regelgeving voor PM2,5 (richtlijn 2008/50/EG en WGO)

EU-richtlijn 2008/50/EG

Onderwerp

Middelingstijd

Doelstelling

Datum waarop waarde moet bereikt zijn

Grenswaarde

Jaar

25 µg/m3

1 januari 2015

Indicatieve grenswaarde*

Jaar

20 µg/m3

1 januari 2020

Jaar

10 µg/m3

-

WGO

3

Advieswaarde Dag

25 µg/m max 3 overschrijdingen per jaar

-

2.4 Zwarte koolstof Voor zwarte koolstof bestaat er geen Vlaamse of Europese wetgeving. Ook de WGO heeft (nog) geen advieswaarden gepubliceerd voor zwarte koolstof. De WGO beschouwt zwarte koolstof als een nuttige indicator voor het evalueren van lokale maatregelen met als doel de blootstelling aan fijn stof ten gevolge van gemotoriseerd verkeer te verminderen6.

2.5 Ozon – O3 Tabel 6 toont een overzicht van de Europese regelgeving voor ozon ter bescherming van de gezondheid. De WGO-advieswaarde is ook opgenomen. Tabel 6: Regelgeving voor O3 (richtlijn 2008/50/EG)

Bescherming Streefwaarde vanaf 2010a

Basistijd hoogste 8-uurgemiddelde van een dag NET60ppbb

Lange termijndoelstelling

hoogste 8-uurgemiddelde van een dag NET60ppb uurgemiddelde uurgemiddeldec hoogste 8-uurgemiddelde van een dag

Informatiedrempel Alarmdrempel WGO-advieswaarde

Streefwaarde vanaf 2010a 120 µg/m³, gemiddeld over 3 jaar: max. 25 overschrijdingsdagen per jaar 120 µg/m³ 180 µg/m³ 240 µg/m³ 100 µg/m³

a: 2010 is het eerste jaar waarvan de gegevens gebruikt worden bij het beoordelen van het naleven van de streefwaarde tijdens de volgende drie of vijf jaar. b: NET60ppb: ‘Number of exceedances of a Threshold of 60 ppb’, dit is het aantal dagen met hoogste uurgemiddelde boven 120 µg/m³. c: Indien er gedurende 3 opeenvolgende uren overschrijdingen van de alarmdrempel gemeten of gemodelleerd worden, moeten er kortetermijnacties worden ondernomen, maar alleen wanneer die maatregelen de ozonconcentraties substantieel zouden verminderen.

6

http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0004/162535/e96541.pdf?ua=1

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

21


De aanbeveling van de WGO is strenger dan de Europese streefwaarde: 100 µg/m³ voor het hoogste 8uurgemiddelde van een dag. Deze concentratie zou voldoende bescherming bieden voor de volksgezondheid, hoewel er ook nog negatieve effecten kunnen voorkomen onder deze advieswaarde7.

2.6 Vluchtige organische stoffen – VOS Tabel 7 toont een overzicht van de grens- en advieswaarden voor de VOS. Tabel 7: Regelgeving voor VOS (richtlijn 2008/50/EG, VLAREM II en WGO 2000)

Middelingstijd

Grenswaarde

jaar

5 µg/m³

jaar

50 µg/m³ als P98 op basis van dagwaarden 10 µg/m³ als P98 op basis van halfuren

Richtlijn 2008/50/EG Benzeena VLAREM II Benzeen Vinylchlorideb WGO 1,2-dichloorethaan Tolueen Styreenb Tetrachloorethyleen Formaldehydeb

jaar

dag week half uur week jaar half uur

Richtwaarde

Advieswaarde

1 µg/m³

700 µg/m³ 260 µg/m³ 1.000 µg/m³ 260 µg/m³ 250 µg/m³ 1.000 µg/m³

a: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor benzeen gerespecteerd worden. b: In 2016 was er geen analyse van deze component. Toetsing was dus niet mogelijk.

2.7 PCB Er bestaan geen wettelijke normen voor de depositie van PCB. Het Europees Wetenschappelijk Comité voor menselijke voeding bracht een advies uit hoeveel dioxines en dioxineachtige PCB men wekelijks maximaal mag innemen. Hieruit berekende de VMM drempelwaarden. Deze drempelwaarden zijn niet opgenomen in de wetgeving maar laten de VMM toe om de gemeten deposities te beoordelen. Deze drempelwaarden gelden: − voor de som van de dioxines en dioxineachtige PCB; − enkel in agrarische gebieden en woonzones. Op de meetplaats in de Antwerpse haven meten we enkel PCB. Bovendien ligt deze meetplaats in industriegebied. De resultaten worden dus niet getoetst aan deze drempelwaarden.

7

WHO Air Quality Guidelines for particulate matter, ozone, nitrogen dioxide and sulfur dioxide, Global update 2005, Summary of risk assessment, 2006

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


2.8 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen - PAK De vierde dochterrichtlijn luchtkwaliteit 2004/107/EG definieert een streefwaarde van 1 ng/m³ als jaargemiddelde voor benzo(a)pyreen in lucht. Deze streefwaarde trad in voege op 31 december 2012. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) drukt de schadelijkheid van benzo(a)pyreen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Dit komt neer op 1 extra geval op 10.000 inwoners bij 1,2 ng/m³, 1 op 100.000 bij 0,12 ng/m³ en 1 op 1.000.000 bij 0,012 ng/m³. Tabel 8: Europese streefwaarde voor benzo(a)pyreen

EU-richtlijn 2004/107/EG

Onderwerp

Middelingstijd

Doelstelling

Streefwaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid

1 jaar

1 ng/m³

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

23


3 LUCHTKWALITEIT IN DE ANTWERPSE HAVEN In dit hoofdstuk bespreken we de luchtconcentraties en emissies van de verschillende polluenten in de Antwerpse haven. We toetsen de concentraties van 2016 aan de huidige en toekomstige Europese regelgeving en aan de WGO-advieswaarden. Ook de trend wordt besproken. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door het Team Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen.

3.1 Het meetnet In en rond het havengebied meet de VMM op verscheidene meetplaatsen één of meerdere polluenten met behulp van (semi)automatische toestellen. De automatische toestellen werken volledig autonoom, de semiautomatische toestellen nemen luchtstalen die naar het labo gaan voor verdere analyse. Op één meetplaats in de haven meet de VMM de depositie van PCB met behulp van depositiekruiken. Op één locatie worden PAK gemeten. In dit rapport gebruiken we de meteogegevens gemeten op de meetplaats Antwerpen Luchtbal (M802). Tabel 9 toont een overzicht van de meetplaatsen in het Antwerpse havengebied. Naast de code vermelden we het adres en de Lambertcoördinaten. De meetplaatsen met een grote relevantie voor de blootstelling in woonzones zijn gemarkeerd (*). De andere meetplaatsen zijn industriële brongerichte meetplaatsen, waar de relevantie voor de blootstelling in woonzones eerder beperkt is. De resultaten van deze industriële meetplaatsen rapporteert de VMM niet aan Europa. Tabel 9: Coördinaten meetplaatsen Code Meetplaats AB01

Adres

X

Y

AB02*

Boudewijnsluis, 2000 Antwerpen

147285

219010

Antwerpsebaan, 2040 Berendrecht

146730

225666

AL01*

Wandeldijk, 2050 Antwerpen-Linkeroever

150865

214046

AL02

Engelsesteenweg, Beveren

140657

221644

AL03*

Pomphuis, Watermolendijkweg, Beveren

138326

216020

AL04

Liefkenshoektunnel, Beveren

144735

220097

AL05*

Sluis van Kallo, Ketenislaan, Beveren

143727

217031

BV04

Land Van Waaslaan – haven 1204, 9120 Kallo

141709

217269

M802*

Havannastraat, 2030 Antwerpen

153884

216790

R815*

Laarstraat, 2070 Zwijndrecht

147489

211634

R822

Polderdijkweg, 2030 Antwerpen

148082

217156

R830*

Scheldemolenstraat, 9130 Beveren-Waas (Doel)

142601

223162

R831*

Hoefbladstraat, 2040 Berendrecht

147976

226558

R833*

PITO, Laageind, 2940 Stabroek

149541

224212

R891

Scheurweg, 2030 Antwerpen

151159

216212

R892*

Kallosluis, 9120 Kallo

143727

217020

R893*

Ekerse Dijk, 2180 Ekeren

151187

219057

R894

Muisbroeklaan, 2030 Antwerpen

148656

219293

R897*

Scheldelaan, 2030 Antwerpen

148139

215578

SA04*

Abelenlaan, 2940 Hoevenen (Stabroek)

152448

222679

*: Relevant voor blootstelling bevolking.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Daarnaast is er nog een andere meetplaats Beveren-Meerminnendam (R823). Deze meetplaats ligt buiten de Europese afbakening van de zone Antwerpse haven, maar is wel interessant om te vermelden. Het meetstation ligt windopwaarts van de dominante windrichting die in Vlaanderen heerst en geeft dus een idee van de achtergrondconcentratie voor de Antwerpse haven. Deze meetplaats geeft ook informatie over de luchtkwaliteit in de gemeente Beveren. Daarom geven we in dit rapport ook de meetgegevens weer van deze meetplaats, deze worden niet meegenomen bij de berekening van het virtueel gemiddelde. De coördinaten van deze meetplaats staan in Tabel 10. Tabel 10: Coördinaten meetplaats Meerminnendam (R823) Code Meetplaats R823*

Adres Meerminnendam, Beveren

X

Y

140998

221485

Op de meetplaatsen worden één of meerdere componenten gemeten. Een overzicht staat in Tabel 11. Tabel 11: Overzicht metingen Antwerpse haven in 2016

Meetplaats Code AB01 AB02 AL01 AL02 AL03 AL04 AL05 BV04 M802 R815 R822 R830 R831 R833 R891 R892 R893 R894 R897 SA04 R823

SO2

NOx

O3

PM10

PM2,5

   

  

zwarte koolstof 

BTEX

°

VOS

PAK

PCB

  

 

         

            

 

 

 

 **

 

***

 

 

°: metingen gestart op 08/09/2016; **: 6: metingen gestart op 08/03/2016, ***: metingen gestart op 14/01/2016

Meer informatie over de gemeten parameters en gebruikte apparatuur staat op de website www.vmm.be. De specificaties over onder meer het meetprincipe en de meetonzekerheid zijn terug te vinden in bijlage 1.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

25


Figuur 1: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse haven

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


3.2 Zwaveldioxide – SO2 In deze paragraaf bespreken we achtereenvolgens de emissies van SO2 en de trend van de SO2-concentraties. We toetsen de concentraties aan de regelgeving en bekijken de geografische spreiding.

3.2.1 Emissie van SO2 Figuur 2 toont de emissie van de verschillende sectoren in het Antwerpse havengebied voor 2000, 2005, 2010, 2014 en 2015. Het virtuele SO2-jaargemiddelde van de haven van Antwerpen staat ook aangeduid. Er is een duidelijke daling te zien in zowel de emissies als de concentraties in deze periode. Het grootste aandeel van de emissies is afkomstig van de energiesectoren. Deze omvatten de elektriciteitscentrales en de petroleumraffinaderijen.

40 000

20

30 000

15

20 000

10

10 000

5

0

0 2000

huishoudens

SO2-jaargemiddelde haven van Antwerpen (µg/m³)

SO2-emissie haven van Antwerpen (ton)

Figuur 2: Evolutie SO2-emissies en jaargemiddelde concentratie in het Antwerpse havengebied

industrie

2005

energie

verkeer

2010

off-road

land- en tuinbouw

2014

handel en diensten

2015

SO2-concentraties Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 3 toont het aandeel van de sectoren in de SO2-emissies in de jaren 2000 en 2015. De energiesector, die de petroleumraffinaderijen en de elektriciteitscentrales omvat, heeft het grootste aandeel. In 2000 was 77 % van de emissies afkomstig van de petroleumraffinaderijen; in 2015 loopt dit aandeel op tot 88 % en zijn er geen emissies meer van de elektriciteitscentrales in dit gebied. Het aandeel van het verkeer daalt van 12 % in 2000 naar 2 % in 2015; dit aandeel bestaat uit vrijwel enkel emissies van scheepvaart. Het aandeel van de sector industrie blijft gelijk tussen 2000 en 2015, namelijk 10 %. De andere sectoren hebben een verwaarloosbaar aandeel in de totale SO2-emissies.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

27


Figuur 3: Aandeel sectoren in SO2-emissies Antwerpse haven in 2000 en 2015

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 4 toont de uitstoot van de scheepvaart in het Antwerpse havengebied. Tussen 2009 en 2010 daalde de SO2-uitstoot door de scheepvaart in de haven van Antwerpen met 1.615 ton. Maatregelen die hier sterk aan bijdroegen zijn: − −

de verstrenging van de EU-norm voor aangemeerde schepen van 0,2 naar 0,1% zwavel in brandstof op 01/01/2010; de verstrenging door de International Maritime Organisation (IMO) van de zwavelnorm in zeescheepsbrandstoffen in zogenaamde Sulphur Emission Control Areas, kortweg SECA’s, van 1,5 % naar 1,0% zwavelgehalte op 01/07/2010.

De concentraties van het virtueel gemiddelde voor de Antwerpse haven daalden in deze periode van 11 naar 6 µg/m³ (-45 %). Tussen 2011 en 2012 daalden de emissies verder. Ook de concentraties daalden van 6 µg/m³ naar 5 µg/m³. De wereldwijde verstrenging (via de MARPOL Annex VI-regelgeving van IMO) van de zwavelnorm voor scheepsbrandstoffen van maximaal 4,5 % naar maximaal 3,5 % op 01/01/2012 heeft hier invloed gehad. Vanaf 1 januari 2015 werd de SECA-norm nog verstrengd naar 0,1 %. Dit heeft zich vertaald in een nog verdere daling van de emissies. De immissies daalden van 5 naar 4 µg/m³ (-20 %) tussen 2014 en 2015. Het voortschrijdend dalen van het zwavelgehalte in scheepsbrandstoffen zorgt voor een gunstig effect op de luchtkwaliteit in de omgeving, zowel op de SO2-concentraties als op de secundaire fijnstofvorming. Naast de regelgeving, worden milieuvriendelijke schepen ook financieel gestimuleerd in de vorm van een fijnstofkorting op de havengelden. Deze maatregelen kunnen ook de volgende jaren voor een verdere daling zorgen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

29


Figuur 4: Evolutie SO2-emissie door de scheepvaart in de Antwerpse haven

3.2.2 Trend van SO2-concentraties Een virtueel gemiddelde is het gemiddelde van alle metingen van deze polluent in een bepaald gebied gedurende een jaar. Figuur 5 toont het verloop van het SO2-jaargemiddelde op de virtuele meetplaatsen ‘Antwerpse havengebied’ en ‘Vlaanderen’. Op de figuur zien we een scherpe daling in de periode 2006-2010. Vanaf 2011 is het verloop stagnerend tot licht dalend. Het SO2-gemiddelde in het Antwerpse havengebied ligt hoger dan het Vlaams gemiddelde. Beiden houden wel eenzelfde tred.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 5: SO2-jaargemiddelde haven van Antwerpen ten opzichte van Vlaanderen

Figuur 6 toont het verloop van enkele statistische parameters van de SO2-concentraties (op basis van uurwaarden) op de virtuele meetplaats ‘haven van Antwerpen’ in de periode 2006 - 2016. In de periode 20062010 daalden de concentraties aanzienlijk, zowel het jaargemiddelde als de hogere percentielen. Deze daling stabiliseerde vanaf 2011. Het jaargemiddelde kent wel een zeer lichte daling, de piekwaarden (P90 en P98) kennen een grilliger verloop. De gemeten SO2-concentraties zijn laag, het SO2-jaargemiddelde was in 2016 nog maar ongeveer één kwart van het jaargemiddelde gemeten in 2006. De hoogste concentraties (P98) in 2016 liggen lager dan de mediaan (P50) in 2006.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

31


Figuur 6: Evolutie SO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied

Het aantal meetstations staat tussen haakjes. *: In de grafiek wordt het jaargemiddelde niet enkel grafisch maar ook numeriek getoond.

3.2.3 Toetsing van SO2-concentraties Tabel 12 toont de belangrijkste statistische parameters, namelijk het jaargemiddelde, 50ste en 98ste percentiel en de maximum dagwaarde van zwaveldioxide per meetplaats voor de jaren 2014, 2015 en 2016. Ook tonen we de waarden voor het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven en de waarden voor de meetplaats Beveren – Meerminnendal (R823).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 32

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Tabel 12: Belangrijkste statistische parameters voor SO2 o.b.v. DAGWAARDEN SO2 (µg/m³) Meetplaats M802* (Luchtbal)

2014

2015

2016

JG 3

P50 2

P98 9

Max. 28

JG 3

P50 2

P98 8

Max. 16

JG 2

P50 2

P98 9

Max. 12

R815* (Zwijndrecht)

5

2

24

36

3

1

14

26

3

1

12

26

R822 (Polderdijkweg)

9

8

28

39

8

6

25

93

7

6

22

71

R830* (Doel)

4

3

11

21

2

1

8

12

3

1

10

31

R831* (Berendrecht)

4

3

12

28

3

2

7

12

2

2

10

19

R891 (Scheurweg)

5

3

19

55

5

3

28

60

3

3

11

22

R892* (Kallo)

4

3

16

29

3

2

14

24

3

1

12

21

R893* (Ekeren)

4

3

13

24

4

3

11

23

4

3

11

18

R894 (Muisbroeklaan)

9

8

36

41

9

8

30

49

10

7

38

55

R897* (Scheldelaan)

5

4

18

48

4

2

17

29

4

2

21

43

Virtueel gemiddelde haven

5

5

10

26

4

4

9

14

4

4

8

12

R823 (Meerminnendam)

/

/

/

/

/

/

/

/

2

1

9

14

*: Relevant voor blootstelling bevolking

De Europese normen voor SO2 werden in 2016 gerespecteerd. De meest recente overschrijding van de uurgrenswaarde (> 350 µg/m³, max. 24 uren per jaar) was in 2008 op R822 (Polderdijkweg) waarbij er 25 uren met een concentratie hoger dan 350 µg/m³ werden opgetekend. Ook de Europese dagnorm van 125 µg/m³ (maximaal 3 dagen) werd in 2008 het laatst overschreden op diezelfde meetplaats. De gemeten concentraties waren in 2016 lager, het hoogste daggemiddelde op basis van dagwaarden bedroeg 71 µg/m³. Tabel 13 toont het aantal dagen met een overschrijding van de WGO-advieswaarden van 20 µg/m³ tussen 2006-2016.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

33


Tabel 13: Aantal dagen met een overschrijding van de WGO-dagadvieswaarde van 20 µg/m³

Aantal dagen M802* (Luchtbal) R815* (Zwijndrecht) R822 (Polderdijkweg) R830* (Doel) R831* (Berendrecht) R891 (Scheurweg) R892* (Kallo) R893* (Ekeren) R894 (Muisbroeklaan) R897* (Scheldelaan)

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

52

27

3

7

0

0

0

0

1

0

0

41

33

9

9

2

0

5

4

11

2

2

169

180

97

87

21

26

20

8

18

10

9

51

22

17

6

2

0

0

2

1

0

2

41

21

18

8

1

0

0

0

1

0

0

152

168

121

87

32

33

21

5

6

19

1

122

97

31

13

5

0

1

2

2

1

1

86

62

26

24

0

1

1

1

1

1

0

198

155

63

74

25

39

38

25

27

26

35

84

69

32

39

14

4

3

5

7

6

8

Overschrijdingen van de grenswaarden en advieswaarden worden in rood getoond. *: Relevant voor blootstelling bevolking

De huidige situatie is een hele verbetering ten opzichte van 2006 toen deze advieswaarde op alle meetplaatsen veelvuldig werd overschreden. Figuur 7 illustreert deze opmerkelijke verbetering. De meetplaats in de Muisbroeklaan (R894) kende in 2006 meer dan de helft van de dagen een concentratie van > 20 µg/m³. Deze meetplaats heeft in 2016 ook nog het meeste overschrijdingsdagen, namelijk 35. Het is echter een industrieel gerichte meetplaats, de impact op woongebieden is hierdoor beperkt. Andere meetplaatsen met meerdere overschrijdingsdagen zijn Scheldelaan (R897) en Polderdijkweg (R822).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 34

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 7: Aantal dagen met daggemiddelde SO2-concentratie > 20 Âľg/mÂł

3.2.4 Geografische spreiding van SO2-concentraties 3.2.4.1 Gemodelleerde SO2-concentraties Om de SO2-concentraties in de Antwerpse haven te kunnen inschatten, gebruiken we het VLOPS-model, zie Figuur 8. De berekeningsmethode kan een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de SO2-verontreiniging in Vlaanderen. Zoals verwacht schat het model dat de hoogste concentraties voorkomen in het centrum van het havengebied, aan de raffinaderijen. In de ruimere agglomeratie, waar ook bewoning is, schat het VLOPSmodel de concentraties lager in.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

35


Figuur 8: Gemodelleerd SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2016

De gemiddelde onzekerheid bedraagt 1,20 Âľg/m3 (RMSE) en de relatieve onzekerheid is 27%.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 36

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


3.2.4.2 Pollutierozen SO2 Pollutierozen tonen per windrichting het gemiddelde van de gemeten concentraties volgens de op dat moment heersende windrichting. Potentiële vervuilende bronnen kunnen op die manier geïdentificeerd worden. Wanneer bijvoorbeeld uit een bepaalde windrichting steeds lucht met hogere concentraties wordt aangevoerd omdat daar een bron aanwezig is, zal de gemiddelde waarde hoger zijn in dit segment van de pollutieroos en ‘wijst’ de pollutieroos als het ware de richting van de bron aan door de langere balk. Bij aanvoer van lucht met lage concentraties zal de balk van de pollutieroos korter zijn. Hoe de pollutieroos er uiteindelijk uitziet, hangt niet alleen af van de concentraties maar ook van de windrichting. Als in de beschouwde periode weinig tot geen wind was uit een bepaalde richting, kan dit een bron maskeren. Figuur 9 toont de pollutierozen van SO2 met de gemiddelde halfuurconcentratie per windsector voor het jaar 2016 in het havengebied. De pollutierozen wijzen voornamelijk in de richting van de raffinaderijen gelegen in het centrum van het havengebied. Ook zien we een bron ten zuiden van het meetplaats in Zwijndrecht (R815). Deze SO2-emissies zijn afkomstig van het bedrijf Argex, een producent van kleikorrels, gelegen op de grens tussen Zwijndrecht en Kruibeke.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

37


Figuur 9: Pollutierozen gemiddelde SO2-concentraties in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 38

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


3.3 Stikstofoxides – NO/NO2 In deze paragraaf bekijken we de emissies van stikstofoxides en de trend van de NOX-concentraties. We toetsen de concentraties aan de reglementering en we bekijken de geografische verdeling in het havengebied.

3.3.1 Emissie van NOx (NO2) Figuur 10 toont de evolutie van de NOx(NO2)-emissies per sector en het jaargemiddelde gemeten in de Antwerpse haven. De daling in de emissies tussen 2005 en 2014 vinden we ook terug in de concentraties. Deze daling van emissies zet zich niet door in 2015. De drie belangrijkste sectoren voor de uitstoot zijn industrie, verkeer en energie. De resterende sectoren handel en diensten, offroad, huishoudens en land- en tuinbouw zijn voor NOx(NO2)-emissies verwaarloosbaar. In de periode 2000-2015 was er een daling van 22 % van de totale NOx(NO2)-emissie. De drie belangrijkste sectoren kenden over de volledige periode een daling van de absolute waarden. Tussen 2014 en 2015 namen de emissies van deze drie sectoren toe. Deze stijging is het meest uitgesproken bij de sector industrie. Figuur 10: Evolutie NOx(NO2)-emissies en NO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

39


Figuur 11 toont het aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies 2000 en 2015. Hierbij zien we dat het aandeel van energie het sterkst wijzigde van 29 % naar 22 %. In 2015 bestond deze 22 % van de sector energie uit 4% uitstoot door de elektriciteitscentrales en 18 % uitstoot door de petroleumraffinaderijen. De industrie kent zowel in 2000 als in 2015 het grootste aandeel. In 2015 bedroeg het aandeel 38 %. Het relatieve aandeel van verkeer stijgt van 33 % naar 36 % in 2015. In absolute waarden is er echter een daling. Figuur 11: Aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse haven

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 40

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


3.3.2 Trend van NOx-concentraties Op meerdere meetplaatsen in het Antwerpse havengebied wordt NO, NO2 en NOx gemeten. In 2016 waren er geen wijzigingen van de meetplaatsen in de haven. Wel werd de meetplaats R823 opgericht. Deze meetplaats ligt buiten het havengebied, maar wordt hier opgenomen als achtergrondmeetplaats. Het wordt niet meegenomen bij de berekening van het virtueel gemiddelde ‘Antwerpse haven’. Figuur 12 en Figuur 13 tonen het verloop van de NO- en NO2-concentraties op de virtuele meetplaatsen ‘Vlaanderen’ en ‘Antwerps havengebied’ in de periode 2006-2016. In die periode was er een dalende trend in het Antwerpse havengebied en in Vlaanderen voor zowel de NO- als de NO2-concentraties. De concentraties van NO2 lagen in 2016 in het Antwerpse havengebied zo’n 20% hoger dan het Vlaams gemiddelde. Figuur 12: Evolutie NO-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied en Vlaanderen

30

NO-jaargemiddelde (µg/m³)

25

20

15

10

5

0 2006

2007

2008

2009

2010 Vlaanderen

2011 2012 haven van antwerpen

2013

2014

2015

2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

41


Figuur 13: Evolutie NO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied en Vlaanderen

45

40

NO2-jaargemiddelde (µg/m³)

35

30

25

20

15

10

5

0 2006

2007

2008

2009

2010

Vlaanderen

2011

2012

2013

2014

2015

2016

haven van Antwerpen

Figuur 14 en Figuur 15 tonen het verloop van enkele statistische parameters – jaargemiddelde, P50, P90 en P98 – van de NO- en NO2-concentraties op de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ in de periode 20062016. Beide figuren tonen een dalende trend over de hele periode. De laatste twee jaar lijkt de daling van de NO2-concentratie te stabiliseren. Ook de NO-concentratie stabiliseert de voorbije drie jaar.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 42

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 14: Evolutie NO-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied

Het aantal meetplaatsen staat tussen haakjes.

Figuur 15: Evolutie NO2-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied

Het aantal meetplaatsen staat tussen haakjes.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

43


3.3.3 Toetsing van de NO2-meetwaarden Volgende tabel bevat per meetplaats de belangrijkste statistische parameters voor NO2, namelijk het jaargemiddelde, het 50ste, 90ste en 98ste percentiel en de maximale uurwaarde voor 2016. Hierbij zijn alle individuele meetplaatsen in de haven, het virtueel gemiddelde en de waarden voor de meetplaats Beveren – meerminnendam (R823) weergegeven. Meetstation R823 ligt windopwaarts van de dominante windrichting ten opzichte van de haven en geeft een idee van de achtergrondconcentratie. Figuur 16 geeft een visuele voorstelling van de tabel. Tabel 14: Belangrijkste statistische parameters voor NO2 UURWAARDEN NO2 (µg/m³) Meetplaats AL01* (Antwerpen - Wandeldijk)

Jaargemiddelde

P50

P90

P98

Max. uurwaarde

27

24

52

70

148

M802* (Antwerpen- Luchtbal)

35

31

63

86

150

R815* (Zwijndrecht)

29

25

57

79

153

R822 (Polderdijkweg)

38

35

63

84

159

R830* (Doel)

26

21

54

77

135

R831* (Berendrecht)

28

25

50

67

143

R833* (Stabroek)

29

26

52

68

101

R891 (Antwerpen- Scheurweg)

36

34

60

77

149

R892* (Kallo)

34

32

59

78

145

R893* (Ekeren)

35

33

58

73

107

R894 (Antwerpen-Muisbroeklaan)

40

39

64

80

166

R897 *(Antwerpen - Scheldelaan)

34

31

60

80

142

SA04* (Hoevenen)

27

24

51

68

102

Virtueel gemiddelde haven

32

30

52

69

112

R823 (Beveren)*

23

19

47

65

99

*: Relevant voor blootstelling bevolking.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 44

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 16: Overzicht statistische parameters NO2 in het Antwerpse havengebied 100

EU-grenswaarde WGO-advieswaarde

90

80

70

NO2 (µg/m³)

60

50

40

30

20

10

0 AL01

M802

R815

R822*

R830

R831

R833

R891*

R892

jaargemiddelde 2016

R893 P50

P90

R894*

R897

SA04

virtueel gemiddelde

R823*

P98

In 2016 bleef de uurgrenswaarde – maximum 18 uurgemiddelden hoger dan 200 µg/m³ – op alle meetplaatsen gerespecteerd. De WGO-uuradvieswaarde waarbij geen enkele keer het uurgemiddelde hoger mag zijn dan 200 µg/m³ werd ook gerespecteerd. De Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³, geldig vanaf 1 januari 2015, en de WGO-jaaradvieswaarde van 40 µg/m³werden op geen enkele meetplaats overschreden. Op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) evenaarde het jaargemiddelde de jaargrenswaarde van 40 µg/m³. Deze meetplaats is gelegen in een industriezone. De rechtstreekse impact van de verhoogde NO2concentraties op nabijgelegen woonzones is dus eerder beperkt.

3.3.4 Geografische spreiding van NO2-concentraties 3.3.4.1 Gemodelleerde NO2-concentratie Om de concentraties voor NO2 in en rond het havengebied beter te kunnen inschatten gebruikten we het RIO+IFDM-model dat de NO2-concentraties in de Antwerpse haven in kaart brengt, zie Figuur 17. Dit model past in een eerste fase het RIO-model toe dat de meetwaarden van NO2 in combinatie met informatie over landgebruik en Belgische emissietotalen interpoleert tot achtergrondkaarten. In een tweede fase gebeurde er een doorrekening met het IFDM-model voor de emissies van de lijnbronnen van de sector wegverkeer en voor de emissies van de gekende puntbronnen van de sectoren industrie en energie. Ten slotte was er een correctie voor dubbeltelling. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

45


Verder toont de RIO-IFDM-kaart ons dat de bijdrage van het verkeer door het nabijgelegen klaverblad en de ring rond Antwerpen op de meetplaats Luchtbal (M802) relevant is. Ook de bijdrage vanuit het havengebied is aanzienlijk op die locatie, wat ook zichtbaar is in de pollutierozen (zie verder). In het havengebied zelf is de ligging van de route R2 zichtbaar en ook een industriĂŤle puntbron ter hoogte van Muisbroeklaan, in de nabijheid van de meetplaats R894, waarvan de NO2-concentraties verderop in detail worden besproken. Ondertussen ontwikkelde de VMM nieuwe modelkaarten die op hoge ruimtelijke resolutie de luchtkwaliteit tonen in Vlaanderen. Deze RIO-IFDM-OSPM-kaarten kunnen de luchtkwaliteit in street canyons beter inschatten. Deze kaarten zijn reeds raadpleegbaar op de VMM-website en zullen ook in toekomstige rapporten gebruikt worden8.

8

http://www.vmm.be/data/luchtkwaliteit-in-je-eigen-omgeving

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 46

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 17: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2016

De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart ligt tussen de 10.4 en 14.2 µg/m³

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

47


Hieronder gaan we in op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) waar er hoge NO2-concentraties gemeten zijn en de uurgrenswaarde in 2016 geëvenaard werd. Figuur 18: Evolutie NO2-concentratie op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) 100 EU-grenswaarde WGO-advieswaarde

Muisbroeklaan (R894) NO2 (µg/m³)

80

60

40

20

0

2006

2007

2008

2009

2010

2011

jaargemiddelde

2012 P50

2013 P90

2014

2015

2016

P98

In 2006 waren slechts 87 % van de data beschikbaar, in 2009 85 %, in 2010 89% en in 2012 85 %.

Figuur 18 toont de evolutie van de meetresultaten voor NO2 op de meetplaats in de Muisbroeklaan in de periode 2006-2016. Hierbij zien we dat de laatste vijf jaar de jaargemiddelde concentratie niet onder de 40 µg/m³ duikt. Vanaf 2015 is, net als in de rest van Vlaanderen, de grenswaarden van 40 µg/m³ van kracht. In 2015 en 2016 is er geen overschrijding wel een evenaring van de grenswaarde. Wanneer we de volledige periode bekijken zien we dat tussen 2007 en 2011 de concentratie wel verschillende keren lager lag dan 40 µg/m³. Dit wijst op een zeer licht stijgende trend op deze meetplaats, wat haaks staat op de algemeen dalende trend die bij het virtueel gemiddelde zichtbaar is. 3.3.4.2 Pollutierozen NO2 Figuur 19 toont de pollutierozen van de halfuurgemiddelden voor NO2 voor 2016. Uit de emissiecijfers blijkt dat de sectoren industrie en scheepvaart belangrijke bronnen zijn voor NOx(NO2), zie Figuur 11. De pollutierozen wijzen voornamelijk in de richting van die belangrijkste NOx-bronnen. Meetplaatsen gelegen aan de rand van de haven vertonen duidelijk invloed vanuit de haven. Centraal gelegen meetplaatsen (bv. R822 Antwerpen-Polderdijkweg) wordt beïnvloed door bronnen in verschillende windsectoren. Ook verkeersknooppunten in het havengebied en in de richting van de Antwerpse ring met de belangrijkste autosnelwegen zijn zichtbaar.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 48

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 19: Pollutierozen NO2-gemiddelde in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

49


3.4 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof In dit hoofdstuk worden de fracties PM10, PM2,5 en zwarte koolstof besproken. Voor de fracties PM10 en PM2,5 bespreken we de emissies. De trend van de concentraties van de drie fracties wordt besproken. Indien mogelijk worden de concentraties getoetst aan de regelgeving. Daarnaast nemen we de geografische spreiding onder de loep.

3.4.1 PM10 De VMM mat PM10 op meerdere meetplaatsen in en rond de Antwerpse haven. In 2014 werden een aantal TEOM-stofmonitoren vervangen door toestellen die simultaan PM10 en PM2,5 meten (FIDAS-PALAS). 2015 was het eerste jaar met een volledige dataset voor deze meetplaatsen. In 2016 beschikken volgende meetplaatsen over een FIDAS-toestel: Boudewijnsluis (AB01), Berendrecht (AB02), Antwerpen Linkeroever (AL01), Luchtbal (M802) en Zwijndrecht (R815). Een TEOM-FDMS-toestel staat op de volgende meetplaatsen: Berendrecht (R831), Hoevenen (SA04), Doel (AL02) en Sluis Kallo (AL05). 3.4.1.1 Emissies van PM10 Figuur 20 toont de emissies van de stofprecursoren NOx(NO2), SO2 en NH3 volgens hun aerosolvormend potentieel samen met de primaire PM10-emissies en de virtuele jaargemiddelde PM10-concentratie van de Antwerpse haven. Stofprecursoren vormen na uitstoot via scheikundige reacties nieuwe stofdeeltjes. Niet elke precursor draagt evenveel bij tot de stofvorming. Via factoren wordt het aerosolvormend potentieel voor PM10 bepaald van de precursoren NOx(NO2), SO2 en NH3. NOx(NO2) bleek de voornaamste aerosolvormende emissie te zijn in de Antwerpse haven. De grootste bijdrage komt van de sector industrie. Verkeer volgt, met scheepvaart als belangrijkste aandeel, zie Figuur 21. SO2 kent in deze periode een veel lager aandeel. De voornaamste bron van deze polluent in de Antwerpse haven zijn de petroleumraffinaderijen. De precursor NH3 wordt in Vlaanderen vooral door de landbouw uitgestoten. In het havengebied zijn er echter ook enkele relevante industriële bronnen van NH3 aanwezig.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 50

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 20: Emissies van stofprecursoren volgens aerosolvormend potentieel en primair PM10 in het Antwerpse havengebied

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM; Aerosolvormend potentieel bepaald volgens methode De Leeuw et al. (2002)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

51


Figuur 21: Aandeel sectoren in emissies stofprecursoren in de haven van Antwerpen in 2000 en 2015

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM; Aerosolvormend potentieel bepaald volgens methode De Leeuw et al. (2002)

Figuur 22 toont de rechtstreeks uitgestoten primaire PM10-emissies door verschillende sectoren in de Antwerpse haven. De energiesector was in 2000 de belangrijkste bron van rechtstreeks uitgestoten PM10. De uitstoot van deze sector daalde echter sterk en in 2015 is de belangrijkste bron de sector industrie. Verkeer steeg naar de tweede grootste uitstoot van primair PM10 in 2015. Scheepvaart heeft het belangrijkste aandeel in deze sector, 21 % van de totale uitstoot. De PM10-emissies van de overige sectoren zijn verwaarloosbaar in het Antwerpse havengebied. Het PM10-jaargemiddelde volgde de daling van de emissies.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 52

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 22: Primaire PM10-stofemissies van de verschillende sectoren en jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

53


Figuur 23: Aandeel sectoren in primaire PM10-stofemissies in het Antwerpse havengebied

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

3.4.1.2 Trend en toetsing PM10-meetwaarden Figuur 24 toont het verloop van de PM10-concentraties op de virtuele meetplaatsen ‘Antwerpse havengebied’ en ‘Vlaanderen’ in de periode 2006-2016. De grafiek toont een dalende trend. In de periode 2010-2013 is er

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 54

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


een iets meer schommelend verloop. De trend van beide virtuele stations is over de hele periode vrijwel gelijklopend. Het PM10-jaargemiddelde in de haven van Antwerpen (virtuele meetplaats) was grotendeels hoger dan of gelijk aan de concentratie voor het virtueel gemiddelde voor Vlaanderen. Enkel in 2009 en 2014 was het gemiddelde in Vlaanderen hoger dan die in de Antwerpse haven. Figuur 24: PM10-jaargemiddelde haven van Antwerpen ten opzichte van Vlaanderen

Figuur 25 toont voor de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ de PM10-concentraties voor de meetperiode 2006-2016. Opnieuw zien we dat in deze periode de concentraties een gestage dalende trend vertonen. Het virtuele jaargemiddelde van 2016 was met een gemiddelde van 22 µg/m³ de laagste in de periode 2006-2016. Ook de piekwaarden (P98 en P90) en de mediaan waren in 2016 het laagst. Er is dus over de volledige periode niet alleen een structurele daling van de globale achtergrondconcentratie maar ook van de piekwaarden. De meteo-omstandigheden voor fijn stof waren in 2016 normaal tot gunstig. In 2016 waren er relatief minder dagen met weinig wind. De windrichting kwam overheersend uit het zuidwesten, meer dan in de referentieperiode (1981 -2010). Toch waren er ook meer dagen met oostenwind dan normaal. De totale neerslag over het volledige jaar 2016 was normaal, maar ongelijk verdeeld met een nat voorjaar en een extreem droge september en december.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

55


Figuur 25: Evolutie PM10-concentraties in het Antwerpse havengebied

Tabel 15 toont een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, het 90ste percentiel en het 98ste percentiel voor PM10. We stellen vast dat de jaargrenswaarde (40 µg/m³) de afgelopen jaren op alle meetplaatsen in de haven ruim gerespecteerd bleef. De WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ werd echter nergens gehaald. Dit geldt ook voor de achtergrondlocatie R823 en was ook zo op de meeste meetplaatsen in Vlaanderen. Het jaargemiddelde op de meetplaats Zwijndrecht (R815) en Hoevenen (SA04) lag met 21 µg/m³ wel in de buurt van die advieswaarde, ook het virtueel gemiddelde van 22 µg/m³ benadert deze advieswaarde.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 56

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Tabel 15: Belangrijkste statistische parameters voor PM10 UURWAARDEN PM10 (µg/m³) Meetplaats AB01 (Boudewijnsluis) AB02 (Berendrecht) AL01 (Antwerpen Linkeroever) AL02 (Doel) AL05 (Sluis Kallo) M802 (Luchtbal) R815 (Zwijndrecht) R831 (Berendrecht) SA04 (Hoevenen) Virtueel gemiddelde haven R823 (Beveren)

2014

2015

2016

JG.

P50

P90

P98

JG.

P50

P90

P98

JG.

P50

P90

P98

23

20

39

63

22

18

37

67

22

18

38

57

22

19

38

61

22

19

37

64

22

19

38

57

22

18

39

62

22

18

36

63

22

18

38

57

25

22

44

69

23

19

39

67

23

19

42

62

22

19

40

63

24

21

40

66

23

20

41

61

25

21

44

72

24

20

42

72

24

20

41

63

251

211

461

771

21

18

36

62

22

19

39

57

24

21

41

66

23

20

39

64

21

19

38

57

22

19

40

62

24

21

41

66

21

18

37

57

23

20

40

62

23

20

38

64

22

19

38

56

/

/

/

/

/

/

/

/

23

19

40

62

1

: Op R815 beschikken we slechts over 88 % van de data voor 2014.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

57


Figuur 26: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ voor de meetplaatsen in het Antwerpse havengebied

De Europese grenswaarde voor PM10 bepaalt dat er jaarlijks maximaal 35 dagen mogen zijn met PM10concentraties hoger dan 50 µg/m³. Figuur 26 toont dat het aantal dagen sterk varieert van jaar tot jaar. Ongunstige meteo-omstandigheden zijn hier vaak een verklaring. Er is wel een duidelijk dalende trend zichtbaar op alle meetstations. Sinds 2013 zijn er geen overschrijdingen meer van de Europese grenswaarde. De meetplaats Luchtbal (M802) had in 2012 41 dagen met te hoge PM10-concentraties, in 2016 waren er nog maar 11 dagen. De WGO-advieswaarde met maximaal 3 dagen met concentraties hoger dan 50 µg/m³ werd in 2016 niet gehaald. De meetplaats AB02 komt met 5 dagen het dichtst in de buurt van deze advieswaarde. 3.4.1.3 Geografische spreiding van PM10-concentraties De gegevens in Figuur 27 zijn gebaseerd op de RIO-IFDM modellering. Het model RIO+IFDM past in een eerste fase het RIO-model toe dat de meetwaarden van PM10 in combinatie met informatie over landgebruik en Belgische emissietotalen interpoleert tot achtergrondkaarten. In een tweede fase gebeurde er een doorrekening met het IFDM-model voor de emissies van de lijnbronnen van de sector wegverkeer en voor de emissies van de gekende puntbronnen van de sectoren industrie en energie. Ten slotte was er een correctie voor dubbeltelling. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. Op de kaart is de invloed van enkele grote invalswegen zichtbaar. Ook zijn er enkele bronnen in het Antwerpse havengebied zichtbaar. De gemodelleerde gegevens komen goed overeen met de gemeten concentraties op de meetplaatsen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 58

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 27: Gemodelleerde PM10-concentratie in het Antwerpse havengebied in 2016

De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart ligt tussen 7,4 en 10 µg/m³.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

59


Ondertussen ontwikkelde de VMM nieuwe modelkaarten die op hoge ruimtelijke resolutie de luchtkwaliteit tonen in Vlaanderen. Deze RIO-IFDM-OSPM-kaarten kunnen de luchtkwaliteit in street canyons beter inschatten. Deze kaarten zijn reeds raadpleegbaar op de VMM-website en zullen ook in toekomstige rapporten gebruikt worden9. Een pollutieroos koppelt de luchtconcentraties van een bepaalde stof aan de dan heersende windrichting. Een pollutieroos is nuttig om de richting van de bron aan te duiden. Figuur 28 toont de pollutierozen voor PM10 in het havengebied. Figuur 28: Pollutierozen PM10 in de Antwerpse haven in 2016

9

http://www.vmm.be/data/luchtkwaliteit-in-je-eigen-omgeving

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 60

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


De pollutierozen zijn vrij rond van vorm wat wijst op een dominante invloed van de achtergrondconcentraties. Hieruit zijn moeilijk de lokale invloeden af te leiden. Daarom werden er zeropollutierozen gemaakt, waarbij steeds de laagste meting, de achtergrond, werd verwijderd. Per windsector – elke 10° – worden de metingen van de pollutierozen naast elkaar gelegd en de laagste concentratie wordt telkens afgetrokken van alle andere concentraties uit die sector. Op deze manier wordt de aanvoer van de achtergrondpollutie eruit gefilterd en komen de lokale bronnen beter naar voren. Figuur 29 toont de zeropollutierozen voor de PM10-meetplaatsen in het Antwerpse havengebied en de meetplaats in Beveren (R823). De meeste zero-pollutierozen wijzen in de richting van het zuidelijk deel van het havengebied. De meest noordelijke (SA04, R831 en AB02) meetplaatsen geven eerder kleinere zero-pollutierozen, ze worden het minst beïnvloed door lokale bronnen. Deze meetplaatsen liggen verder van het havengebied. De meetplaats Boudewijnsluis (AB01) centraal gelegen in de haven geeft duidelijke invloed van bronnen in de noordoostelijke sector, de zuidoostelijke sector en in westelijke richting. Op de meetplaats Luchtbal (M802) komt de invloed van de nabijgelegen kade voor bulkgoederen in westzuidwestelijke sector sterk naar voor. Ook de invloed van de nabijgelegen autostrade in zuidoostelijke sector is zichtbaar. De meetplaats R823 werd dit jaar meegenomen als achtergrondstation voor het Antwerpse havengebied. Hierbij is de invloed van de haven ook zichtbaar. Er is ook een piek in het zuidoosten zichtbaar, die is mogelijk te wijten aan wegeniswerken in de nabijheid van het meetstation, maar kan ook van een verder gelegen bron zijn.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

61


Figuur 29: Zero-pollutierozen voor PM10 in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 62

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


3.4.2 PM2,5 3.4.2.1 Emissie van PM2,5 Figuur 30 toont de primaire PM2,5-emissies in de Antwerpse haven voor de verschillende sectoren. Net zoals bij de rechtstreekse uitstoot van het PM10-stof was er voor de uitstoot van het PM2,5-stof een algemeen dalende trend tussen 2000 en 2015. De belangrijkste sector in 2000 was de energiesector. Deze sector kende ook de grootste daling tussen 2000 en 2015. Ook de sectoren verkeer en industrie kenden een wezenlijke daling in deze periode. De emissies van de andere sectoren zijn verwaarloosbaar ten opzichte van deze drie sectoren. In 2015 is het verkeer de belangrijkste bron van rechtstreeks uitgestoten PM2,5. De scheepvaart stootte driekwart van deze verkeersemissies uit, zie Figuur 31. Figuur 30: Emissie van primair PM2,5-emissie en jaargemiddelde in de Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

63


Figuur 31: Aandeel sectoren primair PM2,5-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2015

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

3.4.2.2 Tijdsverloop en toetsing van de PM2,5-meetwaarden Tabel 16 toont een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, 90ste en het 98ste percentiel en het maximum van de uurwaarden – uitgedrukt in µg/m³ – voor PM2,5. De meetplaatsen Beveren (AL03) en Liefkenshoektunnel (AL04) waren operationeel vanaf 01/07/2008. De meetplaats in Hoevenen (SA04) is actief sinds 2012. In 2014 werden extra fijnstofmonitoren, die simultaan PM10 en PM2.5 meten (PALAS-FIDAS), geplaatst in het havengebied. Hierdoor steeg het aantal meetplaatsen waar PM2,5 wordt gemeten. Concreet

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 64

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


gaat het over de meetplaatsen Boudewijnsluis (AB01), Antwerpse Baan - Berendrecht (AB02), Wandeldijk Antwerpen Linkeroever (AL01), Luchtbal (M802), Zwijndrecht (R815) en Hoefbladstraat - Berendrecht (R831). Vanaf 2016 wordt ook het meetstation R823 getoond in Tabel 16. Dit meetstation behoort strikt genomen niet tot de Antwerpse haven, maar geeft een beeld van de achtergrondconcentratie windopwaarts van de dominante zuidwestenwind. Tabel 16: Belangrijkste statistische parameters voor PM2,5 UURWAARDEN PM2,5 (µg/m³) Meetplaats AB01 2* (Boudewijnsluis, Antwerpen) AB02 2 (Antwerpse baan, Berendrecht) AL01 2* (Wandeldijk, Antwerpen Linkeroever) AL03 1* (Watermolendijkweg, Beveren) AL04 (Liefkenshoektunnel, Antwerpen) M802 2* (Luchtbal, Antwerpen) R8152* (Laarstraat, Zwijndrecht) R831 2* (Hoefbladstraat Berendrecht) SA04* (Abelenlaan, Hoevenen) Virtueel gemiddelde haven R823* (Beveren)

2014

2015

2016

JG

P50

P90

P98

Max

JG

P50

P90

P98

Max

14

12

27

42

56

13

10

26

53

156

16

13

31

45

61

13

10

26

49

13

10

27

43

71

13

10

26

17

14

31

49

71

16

13

17

14

33

53

123

17

16

13

30

45

88

15

12

29

44

15

12

30

16

12

16 /

JG

P50

P90

P98

Max

13

10

27

44

128

94

13

10

28

47

104

52

104

13

10

29

46

112

30

52

101

16

13

32

48

130

14

31

53

96

15

12

31

47

126

14

11

29

53

104

14

10

30

48

125

64

13

10

26

49

104

14

10

29

45

130

45

73

13

10

26

48

94

13

10

28

44

111

31

52

98

16

13

30

55

101

15

12

30

49

81

13

31

51

106

14

11

27

51

92

14

11

29

47

117

/

/

/

/

/

/

/

/

/

14

11

37

48

173

1:

Op AL03 beschikken we slechts over 76 % van de data voor 2014. Start van de metingen met gedeeltelijke beschikbaarheid data in 2014 voor AB01 (20 %), AB02 (19 %), AL01 (54 %), M802 (23 %), R815 (24 %) en R831 (43 %). ‘*: Relevant voor blootstelling bevolking 2:

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

65


Figuur 32: Evolutie PM2,5-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied

Cijfers op basis van uurwaarden; *: Relevant voor blootstelling bevolking; ~ minder dan 90 % data beschikbaar in 2012 § minder dan 90 % data beschikbaar in 2013; ° minder dan 90 % data beschikbaar in 2014.

Figuur 32 toont het PM2,5-jaargemiddelde op basis van uurwaarden. In deze figuur en in de tabel zien we dat de jaargemiddelden op alle meetplaatsen de Europese grenswaarde respecteerde. De toekomstige indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³, te behalen tegen 2020, werd in 2015 ook gehaald. Op de meetplaats in Beveren (AL03) werd in 2016 het hoogste jaargemiddelde van de meetplaatsen opgemeten, namelijk 16 µg/m³. De jaargemiddelden liggen voor alle meetplaatsen vrij dicht bij elkaar. Tussen het hoogste en laagste jaargemiddelde zit 3 µg/m³. De WGO-advieswaarde van 10 µg/m³ werd op geen enkele meetplaats gehaald. 3.4.2.3 Geografische spreiding van PM2,5-concentraties Figuur 33 toont de gemodelleerde verspreiding voor PM2,5 in het havengebied.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 66

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 33: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in het Antwerpse havengebied in 2016

De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart ligt tussen 2,8 en 3,4 µg/m³.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

67


De gegevens op deze kaart zijn gebaseerd op de RIO-IFDM. Het model RIO+IFDM past in een eerste fase het RIO-model toe dat de meetwaarden van PM2,5 in combinatie met informatie over landgebruik en Belgische emissietotalen interpoleert tot achtergrondkaarten. In een tweede fase gebeurde er een doorrekening met het IFDM-model voor de emissies van de lijnbronnen van de sector wegverkeer en voor de emissies van de gekende puntbronnen van de sectoren industrie en energie. Ten slotte gebeurt er een correctie voor dubbeltelling. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. De kaart toont duidelijk hogere concentraties in het havengebied en in de buurt van de Antwerpse ring. Ondertussen ontwikkelde de VMM nieuwe modelkaarten die op hoge ruimtelijke resolutie de luchtkwaliteit tonen in Vlaanderen. Deze RIO-IFDM-OSPM-kaarten kunnen de luchtkwaliteit in street canyons beter inschatten. Deze kaarten zijn reeds raadpleegbaar op de VMM-website en zullen ook in toekomstige rapporten gebruikt worden10. Figuur 34 toont de pollutierozen van de PM2,5-metingen. Een pollutieroos koppelt de luchtconcentraties van een bepaalde stof aan de dan heersende windrichting. Een pollutieroos is nuttig om de richting van de bron aan te duiden. Naast een verhoging in de zuidoostelijke sector door de aanvoer van achtergrondpollutie, vertonen de rozen ook een verhoging in noordoostelijke tot oostelijke sector. De verhoogde concentraties uit zuidoostelijke sector zijn voornamelijk te wijten aan stabiele meteo-omstandigheden tijdens de zomerperiode bij deze windrichting. De verhoogde temperaturen met relatief weinig wind zorgen immers dat de verontreinigde lucht blijft hangen. Om de dominante invloed van de achtergrondconcentraties weg te filteren en de lokale invloeden beter af te leiden werden zero-pollutierozen gemaakt. Bij deze rozen worden per windsector – elke 10° – de metingen van de pollutierozen naast elkaar gelegd en de laagste concentratie wordt telkens afgetrokken van alle andere concentraties uit die sector. De zero-pollutierozen van PM2,5 staan in Figuur 35. De invloed van de Antwerpse haven was zichtbaar in de meetplaats aan de Boudewijnsluis (AB01), Hoevenen (SA04) en Verrebroek (AL03). Ook op de meetplaats op Wandeldijk - Antwerpen Linkeroever (AL01) was de invloed van de haven zichtbaar. Aan de Liefkenshoekstunnel (AL04) centraal gelegen in de haven, is er uit bijna alle windsectoren waar havenactiviteiten doorgaan en grote verkeersassen zijn, een verhoging zichtbaar. Op de meetplaats Antwerpen - Luchtbal (M802) is de invloed van de verkeerswisselaar te zien. Op de meetplaats Beveren- Meerminnendam (R823) is de zuidoostelijke bijdrage wellicht te wijten aan wegeniswerken dichtbij de meetplaats of aan een verder gelegen bron.

10

http://www.vmm.be/data/luchtkwaliteit-in-je-eigen-omgeving

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 68

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 34: Pollutierozen PM2,5-gemiddelde in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

69


Figuur 35: Zero-pollutierozen PM2,5-gemiddelde in Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 70

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


3.4.3 Zwarte koolstof In dit deel bespreken we eerst het tijdsverloop en de toetsing van de meetwaarden voor zwarte koolstof, daarna bespreken we ook de geografische spreiding van de concentraties van zwarte koolstof. 3.4.3.1 Tijdverloop en toetsing van de meetwaarden De metingen van zwarte koolstof op de meetplaats Boudewijnsluis (AB01) werden eind januari 2007 opgestart, op de meetplaats Zwijndrecht (R815) in mei 2009. In 2010 kwamen er 3 extra toestellen bij, namelijk op de locaties Luchtbal (M802) in maart, Wandeldijk - Antwerpen Linkeroever (AL01) in april en Stabroek (R833) in juni. In juni 2012 werd de meetapparatuur van Stabroek overgeplaatst naar Hoevenen. In 2016 waren er geen wijzigingen. Onderstaande tabel toont voor zwarte koolstof een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, 90ste en het 98ste percentiel en het maximum van de uurwaarden, uitgedrukt in µg/m³. Tabel 17: Belangrijkste statistische parameters voor zwarte koolstof

UURWAARDEN Zwarte koolstof (µg/m³) Meetplaats AB01 (Boudewijnsluis, Antwerpen) AL01 * (Wandeldijk, AntwerpenLinkeroever) M802 * (Luchtbal, Antwerpen) R815 * (Zwijndrecht) SA04 * (Abelenlaan, Hoevenen) Virtueel gemiddelde haven

2014

2015

2016

JG 1,6

P50 1,2

P90 3,3

P98 5,5

Max 14,7

JG 1,4

P50 1,1

P90 3,0

P98 5,3

Max 13,9

JG 1,5

P50 1,1

P90 3,0

P98 5,6

Max 14,3

1,4

1,0

2,8

4,8

12,3

1,2

0,9

2,5

4,4

12,5

1,2

0,9

2,5

4,9

13,1

1,9

1,4

3,9

7,0

13,6

1,8

1,2

3,5

7,2

15,7

1,7

1,2

3,6

7,1

13,8

1,6

1,2

3,2

6,2

15,4

1,4

1,0

2,8

5,4

13,0

1,4

0,9

3,0

6,3

14,7

1,3

0,9

2,6

5,2

13,2

1,2

0,9

2,4

4,8

13,5

1,2

0,8

2,5

5,3

12,1

1,6

1,2

3,1

5,3

12,1

1,4

1,0

2,8

5,0

10,3

1,4

1,0

2,9

5,6

12,8

*: Relevant voor blootstelling bevolking

Bovenstaande tabel toont dat het virtueel gemiddelde in 2016 voor zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied 1,4 µg/m³ bedroeg. Het hoogste jaargemiddelde was 1,7 µg/m³ op de meetplaats Antwerpen – Luchtbal. Het laagste gemiddelde was 1,2 µg/m³ op de meetplaatsen Hoevenen (SA04) en Antwerpen Linkeroever (AL01). Ter vergelijking: in Vlaanderen kent de virtuele meetplaats ‘verkeer’ het hoogste gemiddelde met 2,2 µg/m³ in 2016 en de virtuele meetplaats ‘landelijk’ kent het laagste gemiddelde met 0,9 µg/m³. Het gemiddelde voor het de virtuele meetplaats ‘industrieel’ was 1,5 µg/m³ in 2016. In Figuur 36 zien we de evolutie van de jaargemiddelde concentraties van zwarte koolstof op basis van uurwaarden, sinds de start van de metingen. Over de volledige periode is er een dalende trend zichtbaar.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

71


Figuur 36: Evolutie jaargemiddelden zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied

‘* relevant voor de bevolking; ° minder dan 90 % databeschikbaarheid in 2010; ~ minder dan 90 % databeschikbaarheid in 2009; # minder dan 90 % databeschikbaarheid in 2012.

Figuur 37 toont het jaargemiddelde van zwarte koolstof op basis van uurwaarden, van de landelijke, stedelijke, voorstedelijke, verkeer, industriële virtuele meetplaatsen en de virtuele meetplaats Antwerpse haven. Op de figuur zien we dat net zoals in de haven van Antwerpen ook op andere virtuele meetplaatsen in Vlaanderen het jaargemiddelde van zwarte koolstof een dalend verloop kent. Het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven situeert zich tussen het voorstedelijk en industrieel virtuele gemiddelde.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 72

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 37: Evolutie zwarte koolstofconcentraties op verschillende virtuele meetplaatsen

3.4.3.2 Geografische spreiding van zwarte koolstof Figuur 38 toont de gemodelleerde jaargemiddelde concentratie van zwarte koolstof in de Antwerpse haven voor het jaar 2016. De gegevens op deze kaart zijn gebaseerd op RIO-IFDM. Het model RIO+IFDM past in een eerste fase het RIO-model toe dat de meetwaarden van zwarte koolstof in combinatie met informatie over landgebruik en Belgische emissietotalen interpoleert tot achtergrondkaarten. In een tweede fase gebeurde er een doorrekening met het IFDM-model voor de emissies van de lijnbronnen van de sector wegverkeer en voor de emissies van de gekende puntbronnen van de sectoren industrie en energie. Ten slotte gebeurt er een correctie voor dubbeltelling. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

73


Figuur 38: Gemodelleerd jaargemiddelde van zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2016

De onzekerheid op de RIO-resultaten ligt tussen 0,68 en 0,90 µg/m³

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 74

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Op de gemodelleerde kaart zijn de hoge concentraties ter hoogte van de wegen duidelijk zichtbaar, ook in het havengebied. Daarnaast zijn ook de concentratie hoger in het havengebied en de stedelijke omgeving. Ondertussen ontwikkelde de VMM nieuwe modelkaarten die op hoge ruimtelijke resolutie de luchtkwaliteit tonen in Vlaanderen. Deze RIO-IFDM-OSPM-kaarten kunnen de luchtkwaliteit in street canyons beter inschatten. Deze kaarten zijn reeds raadpleegbaar op de VMM-website en zullen ook in toekomstige rapporten gebruikt worden11. Een pollutieroos koppelt de luchtconcentraties van een bepaalde stof aan de dan heersende windrichting. De pollutierozen van zwarte koolstof in Figuur 39 tonen de hoogste aanduidingen in de sectoren rond het zuidoosten. Hier zijn de verhoogde concentraties voornamelijk te wijten aan het feit dat er tijdens de zomerperiode bij deze windrichting regelmatig stabiele meteo-omstandigheden, verhoogde temperaturen en relatief weinig wind voorkomen, die zorgen voor het blijven hangen van de verontreinigde lucht.

11

http://www.vmm.be/data/luchtkwaliteit-in-je-eigen-omgeving

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

75


Figuur 39: Pollutierozen gemiddelde zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 76

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Omdat de pollutierozen in Figuur 39 voor alle meetplaatsen overheerst werden door aanvoer van achtergrondpollutie uit de zuidoostelijke sector, is het moeilijk om lokale invloeden op te merken. Daarom werden er nieuwe pollutierozen gemaakt, zogenaamde zero-pollutierozen, waarbij steeds de laagste meting, de achtergrond, werd verwijderd. Per windsector – elke 10° – worden de metingen van de pollutierozen naast elkaar gelegd en de laagste concentratie wordt telkens afgetrokken van alle andere concentraties uit die sector. Op deze manier wordt de aanvoer van de achtergrondpollutie eruit gefilterd en komen de lokale bronnen beter naar voren. Figuur 40 toont de zero-pollutierozen van zwarte koolstof op de kaart van het havengebied. De meetplaats in Zwijndrecht (R815) werd sterk beïnvloed door de aanvoer van zwarte koolstof vanuit de oostelijke tot oostzuidoostelijke sector, afkomstig van het verkeer op het klaverblad voor de Kennedytunnel en de tunnelmond op Linkeroever. Door zijn ligging langs de Schelde en in een omgeving met weinig bewoning werd de meetplaats Linkeroever (AL01) minder beïnvloed door het verkeer en de havenactiviteiten. De zero-pollutieroos van Linkeroever (AL01) is dan ook klein. De 2 meetplaatsen Boudewijnsluis (AB01) en Luchtbal (M802) vertoonden een invloed vanuit het centrum van het havengebied. Op de meetplaats aan de Boudewijnsluis is ook de invloed van het scheepsverkeer in beperkte mate zichtbaar. Op de meetplaats Luchtbal (M802) komt ook de invloed van het verkeer in oost tot zuidelijke sector duidelijk naar voor. De meetplaats in Hoevenen (SA04) lijkt voor deze polluent slechts weinig te worden beïnvloed door de havenactiviteiten.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

77


Figuur 40: Zero-pollutierozen voor zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 78

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


3.5 Ozon – O3 In deze paragraaf bespreken we de emissies van de ozonprecursoren. Daarna evalueren we de trend van de ozonconcentratie en toetsen we die aan de regelgeving. Tot slot bekijken we de geografische spreiding in het Antwerpse havengebied.

3.5.1 Emissies van ozonprecursoren Figuur 41 toont de emissies van de verschillende precursoren met ozonvormend potentieel in de Antwerpse haven voor verschillende sectoren en het ozonjaargemiddelde voor de jaren 2000, 2005, 2010, 2014 en 2015. Figuur 41: Emissies van precursoren met ozonvormend potentieel (ton TOFP-equivalent) en jaargemiddelde ozon in het Antwerpse havengebied

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM Ozonvormend potentieel in TOFP bepaald volgens methode De Leeuw et al (2002), De gerapporteerde CH 4-emissie is verwaarloosbaar en niet opgenomen in de figuur.

Ozon ontstaat na chemische reacties tussen verschillende voorloperstoffen. Niet elke voorloperstof of precursor draagt evenveel bij aan de ozonvorming. Om een beeld te krijgen van de uitstoot die leidt tot ozon, wordt die uitgedrukt in ozonvormend potentieel (TOFP). In de periode 2000-2015 was er een sterke daling van de uitstoot van ozonvormend potentieel. De jaargemiddelde ozonconcentratie kende echter een stijgend verloop. De ozonchemie kan dit verklaren: de polluent NO kan de ozon via een snelle reactie afbreken (zie ook verder). Figuur 42 toont de aandelen van de

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

79


verschillende sectoren voor de ozonprecursoren NOx(NO2), CO en NMVOS voor de jaren 2000 en 2015 in de Antwerpse haven. Hierbij zien we dat bij de drie polluenten telkens de sectoren energie, industrie en verkeer de belangrijkste sectoren zijn. In 2015 was voor CO de sector energie de belangrijkste bron, voor NMVOS was dit industrie en NOx (NO2) was vooral afkomstig van het verkeer. Figuur 42: Aandeel sectoren emissie precursoren met ozonvormend potentieel in haven van Antwerpen

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

3.5.2 Trend en toetsing van de ozonmeetwaarden Figuur 43 vertoont een licht schommelend verloop van het jaargemiddelde met een uitschieter in het ongunstige ozonjaar 2006. In de periode 2012-2016 was er een licht stijgend verloop, maar de waarden lagen veel lager dan de waarden in 2006. De evolutie van het jaargemiddelde over de laatste 10 jaar was gelijklopend met de trend van het jaargemiddelde in heel Vlaanderen. Het ozonjaargemiddelde op de meetplaats R831 (Berendrecht) ligt wel 5 à 10 µg/m³ lager dan gemiddeld over Vlaanderen. Dit betekent dat

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 80

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


op de meetplaats Berendrecht de impact van het industrieel en stedelijk niveau merkbaar is. Door de hogere uitstoot van NO in een verkeersrijke, industriĂŤle of stedelijke omgeving, wordt er immers meer ozon afgebroken via een snelle reactie (titratie). Uitgestoten NO2 leeft langer en wordt verder getransporteerd alvorens het ozon vormt. Dat is de reden waarom de ozonconcentraties in steden en industriegebieden over het algemeen lager liggen dan op het platteland. Figuur 43: Evolutie O3-concentraties in Berendrecht (R831)

* in de grafiek wordt het jaargemiddelde niet enkel grafisch maar ook numeriek getoond. § In 2006 waren er te weinig data volgens de EU-normen om een goed jaargemiddelde te berekenen.

Voor wat betreft de hoge percentielen en maxima is er wel enige variatie te zien in de meetresultaten per jaar. Dit heeft te maken met de kwaliteit van de zomers. Tijdens warme en zonnige zomers, zoals in 2006, zijn de maxima en hogere percentielen hoger dan tijdens gemiddelde zomers. Onderstaande tabel bevat de belangrijkste statistische parameters voor ozon in de periode 2006-2016 samen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

81


Tabel 18: Belangrijkste statistische parameters voor ozon in Berendrecht (R831)

UURWAARDEN O3 µg/m³

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

JG

41

33

33

34

33

35

34

36

38

39

38

P50

35

29

29

30

28

32

31

33

35

37

36

P90

84

69

70

73

69

73

69

73

77

76

75

P98

154 100 107 101 100 112

97 103 102 110 107

Max

223 162 153 168 198 193 197 181 180 196 182

De waarden die cursief gedrukt staan in de tabel zijn waarden die strikt genomen niet geldig berekend kunnen worden, omdat ze niet voldoen aan de validiteitsvoorwaarden die de Europese Richtlijn 2008/50/EG oplegt. Volgens deze criteria zijn er te weinig data beschikbaar in de zomerperiode, waardoor de berekening van de overschrijdingsindicatoren mogelijk een onderschatting kan geven van de werkelijkheid.

In onderstaande tabel toetsen we de ozonconcentraties gemeten op de meetplaats Berendrecht (R831) aan de informatie- en alarmdrempel, de streefwaarden, de langetermijndoelstellingen voor de bescherming van de menselijke gezondheid en de WGO-advieswaarde. De meetplaats Berendrecht is relevant voor de evaluatie van blootstelling van de bevolking. Tabel 19: Toetsing aan informatie- en alarmdrempel, streefwaarden, langetermijndoelstellingen en WGO-advieswaarde op meetplaats R831

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015 2016

EU-streefwaarde ter bescherming 28 7 10 2 8 9 7 5 6 8 9 van de volksgezondheida (aantal) EU-streefwaarde ter bescherming 25.656 5.097 9.080 5.242 8.034 5.535 5.742 7.047 6.838 6.772 7.125 van de vegetatieb((µg/m³).uren) Informatiedrempel c(µg/m³). 47 0 0 0 5 1 4 1 0 10 1 Alarmdrempeld (aantal) e

WGO-advieswaarde (aantal)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

39

19

24

17

20

25

14

18

19

23

24

De waarden die cursief gedrukt staan in de tabel zijn waarden die strikt genomen niet geldig berekend kunnen worden, omdat ze niet voldoen aan de validiteitsvoorwaarden die de Europese Richtlijn 2008/50/EG oplegt. Volgens deze criteria zijn er te weinig data beschikbaar in de zomerperiode, waardoor de berekening van de overschrijdingsindicatoren mogelijk een onderschatting kan geven van de werkelijkheid. a:120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde per dag (max. 25 dagen gemiddeld over 3 jaar vanaf 2010); Langetermijndoelstelling: 120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde (in dagen) b: AOT40 (= gesommeerd overschot boven 80 µg/m³ van de uren tussen 8u en 20u CET gedurende het groeiseizoen (mei, juni, juli)) van 18.000 (µg/m³).uren, gemiddeld over 5 jaar. Langetermijndoelstelling: 6.000 (µg/m³).uren per jaar. c: 180 µg/m³ als uurgemiddelde. d: van 240 µg/m³ als uurgemiddelde gedurende 3 opeenvolgende uren. e: 100 µg/m³ voor het hoogste 8-uurgemiddelde van een dag.

Wanneer we de meetresultaten van de afgelopen 10 jaar aan de Europese normen toetsen, kunnen we het volgende besluiten: − De EU-streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid werd niet overschreden. Deze norm bepaalt dat het 3-jaargemiddelde aantal dagen waarop het hoogste 8-uurgemiddelde 120 µg/m³ overschrijdt, niet groter mag zijn dan 25 dagen. Alleen in 2006 werd op meer dan 25 dagen meer dan

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 82

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


120 µg/m³ (hoogste 8-uursgemiddelde van een dag) gemeten. De langetermijndoelstelling, namelijk geen enkele overschrijding meer van 120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde van een dag, werd niet gehaald. − In 2016 was er 1 overschrijding van de informatiedrempel van 180 µg/m³. Dit gebeurde tijdens de hittegolf op 25 augustus. In het ozonrijke jaar 2006 waren er 47 overschrijdingen. De alarmdrempel van 240 µg/m³ bleef de afgelopen 10 jaar gerespecteerd. − De EU-streefwaarde voor de bescherming van de vegetatie van 18.000 (µg/m³).uren, gemiddeld over 5 jaar, bleef ruimschoots gerespecteerd. Enkel in 2006 kwam de AOT40 boven deze norm uit. De langetermijndoelstelling van 6.000 µg/m³ bereikten we in ozongunstige jaren zoals 2007, 2009, 2011 en 2012. In 2016 werd deze langetermijndoelstelling overschreden. − De WGO-advieswaarde werd niet gehaald. De resultaten voor de meetplaats in Berendrecht (R831) lagen in dezelfde lijn of zijn iets gunstiger met wat de VMM gemiddeld mat over Vlaanderen. 2016 was een vrij gunstig jaar voor ozon.

3.5.3 Geografische spreiding van O3-concentraties De pollutieroos toont de gemeten concentraties volgens de op dat moment heersende windrichting. Figuur 44 toont de 90ste percentielpollutieroos van ozon. De piekconcentraties komen voor op warme en zonnige dagen wanneer ozon gevormd wordt uit de aanwezige precursoren. Bij een noordoostelijke tot zuidwestelijke wind worden er meer precursoren aangevoerd en zullen de ozonconcentraties op die zomerse dagen het hoogst oplopen. Omdat O3 als secundaire polluent gevormd wordt en deze reactie niet onmiddellijk doorgaat, zijn bronnen voor ozon (bronnen van VOS en NOx) in de onmiddellijke omgeving moeilijk aan te duiden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

83


Figuur 44: 90ste Percentiel pollutieroos ozon voor Berendrecht (R831) in 2016

3.6 Vluchtige organische stoffen – BTEX en VOS In deze paragraaf bespreken we benzeen, tolueen, een en xyleenisomeren (BTEX) en een reeks van vluchtige organische stoffen. Voor beide groepen bespreken we de emissies, de concentraties en voor de BTEX bekijken we ook de geografische spreiding in het Antwerpse havengebied.

3.6.1 Emissie van totaal NMVOS Figuur 45 toont de NMVOS-emissies in de Antwerpse haven voor de jaren 2000, 2005, 2010, 2014 en 2015 voor verschillende sectoren. De niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) omvatten alle organische stoffen van menselijke oorsprong, met uitzondering van methaan, die in staat zijn om fotochemische oxidanten te produceren door reactie met stikstofoxides onder invloed van zonlicht. De NMVOS-emissie toont de som van alle stoffen, maar geeft geen informatie over de individuele componenten. De sectoren met de grootste emissies waren energie en industrie. De emissie van de sector verkeer bedroeg slechts een fractie van de emissies van de sectoren industrie en energie meer bepaald 4% in 2015, waarvan drie vierde door scheepvaart. De overige sectoren hadden een verwaarloosbaar aandeel. In de periode 2000 - 2014 daalden de emissies gestaag. De stijging in 2015 t.o.v. 2014 is vooral te wijten aan een stijging van de emissies van de sector energie (elektriciteitscentrales en petroleumraffinaderijen).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 84

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 45: Evolutie totaal NMVOS-emissies in het Antwerpse havengebied

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

3.6.2 Automatische BTEX-metingen 3.6.2.1 Emissies van benzeen, tolueen en xyleen-isomeren De industriĂŤle emissies in Figuur 46 zijn afkomstig van het Team Emissie-inventaris Lucht van de VMM en geven enkel de emissies die de bedrijven rapporteren in het Integraal Milieujaarverslag. De emissies van de xyleenisomeren kennen sinds 2006 een stelselmatige daling, zie Figuur 46. In 2015 ligt de emissie van de xyleenisomeren 82 % lager dan in 2006. De tolueenemissie kent een dalend verloop, vooral zichtbaar vanaf 2012. In 2015 zet de daling zich niet door. De emissie van benzeen kent lage waarden in 2006 en 2007, de emissie in 2008 was opnieuw hoger gevolgd door een dalend verloop tussen 2008 en 2011. Sinds 2011 dalen de gerapporteerde emissies van benzeen echter niet meer, er is eerder een schommelend verloop vast te stellen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

85


Figuur 46: Industriële IMJV-emissies benzeen, tolueen en xyleen-isomeren in Antwerpse havengebied

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

3.6.2.2 Trend en toetsing van de BTEX-meetwaarden In 2016 werden op twee nieuwe meetplaatsen BTEX-metingen opgestart, namelijk Antwerpen Linkeroever Wandeldijk (AL01) en Antwerpen-Polderdijkweg (R822). Onderstaande tabellen tonen enkele relevante statistische parameters van benzeen en tolueen tussen 2013 en 2016, deze meetplaatsen zijn allemaal relevant voor de menselijke blootstelling. Tabel 20: Jaargemiddelde uurwaarde voor benzeen

(µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01* – Antwerpen LinkeroeverWandeldijk

2013 0,9 / /

2014 0,9 0,7 /

2015 0,8 0,9 /

2016 0,75 1,32 5,36

/

/

/

1,06

In 2014 was de data beschikbaar voor M802 (84 %) en R833 (84 %). In 2015 was de databeschikbaarheid 89 % voor (M802). In 2016 was de databeschikbaarheid 73 % voor R822 en 27 % voor AL01. *: relevant voor de menselijke gezondheid

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 86

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Tabel 21: P98 Dagwaarde voor benzeen

(µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01* – Antwerpen LinkeroeverWandeldijk

2013 3,05 / /

2014 2,34 2,62 /

2015 2,30 2,51 /

2016 2,52 4,90 21,58

/

/

/

2,83

In 2014 was de data beschikbaar voor M802 (84%) en R833 (84 %). In 2015 was de databeschikbaarheid 89 % voor (M802). In 2016 was de databeschikbaarheid 71 % voor R822 en 27 % voor AL01. *: relevant voor de menselijke gezondheid

Tabel 22: Maximale halfuurwaarde tolueen

(µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01* – Antwerpen LinkeroeverWandeldijk

2013 98,0 / /

2014 61,2 31,5 /

2015 39,3 43,2 /

2016 59,30 88,81 123,31

/

/

/

114,39

In 2014 was de data beschikbaar voor M802 (84%) en R833 (84 %). In 2015 was de databeschikbaarheid 89 % voor (M802). In 2016 was de databeschikbaarheid 77 % voor R822 en 27 % voor AL01. *: relevant voor de menselijke gezondheid

Tabel 23: Maximaal weekgemiddelde tolueen

(µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01* – Antwerpen LinkeroeverWandeldijk

2013 3,7 / /

2014 2,4 2,4 /

2015 2,9 3,7 /

2016 2,8 3,7 22,1

/

/

/

3,7

In 2014 was de data beschikbaar voor M802 (84%) en R833 (84 %). In 2015 was de databeschikbaarheid 89 % voor (M802). In 2016 was de databeschikbaarheid 69 % voor R822 en 23 % voor AL01. *: relevant voor de menselijke gezondheid

De meetwaarden van de meetstations verschillen sterk tussen de verschillende meetstations. In 2016 werd het hoogste benzeenjaargemiddelde gemeten op de meetplaats Antwerpen-Polderdijkweg (R822) in de Antwerpse haven en bedroeg 5,36 µg/m³. Dit is een indicatief jaargemiddelde, aangezien er door de opstart in maart 2016 minder dan 90 % beschikbare data zijn. Deze meetplaats ligt in industriegebied en de luchtkwaliteit wordt beïnvloed door de nabijheid van de petrochemische industrie. Zowel het gemiddelde als de piekwaarden (P98) lagen op deze meetplaats een stuk hoger dan op de andere meetplaatsen. In de omgeving meet de VMM echter ook hoge concentraties op Wandeldijk – Antwerpen Linkeroever (meetplaats AL01) en Antwerpen-Luchtbal (meetplaats M802). In de omgeving van Antwerpen-Luchtbal vinden grote wegenwerken plaats waardoor extra verkeersdrukte aanwezig is. De wegenwerken hebben ook invloed op de hogere benzeenconcentraties. De concentraties in het meetstation Stabroek zijn de laagste van de vier meetstations. Dit meetstation ligt dan ook op enige afstand van het havengebied.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

87


Figuur 47: Evolutie benzeenconcentraties in Antwerpse haven

Figuur 48: Evolutie tolueenconcentraties in Antwerpse haven

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 88

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 49: Evolutie ethylbenzeenconcentraties in Antwerpse haven

Figuur 50: Evolutie m+p-xyleenconcentraties in Antwerpse haven

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

89


Figuur 51: Evolutie o-xyleenconcentraties in Antwerpse haven

Figuur 47 tot en met Figuur 54 tonen de evolutie in de gemeten BTEX-componenten in de periode 2007-2016 op de meetplaatsen in de Antwerpse haven. Enkel het meetstation in Stabroek (R833) heeft een langere trend. De eerste 4 jaar was er vooral een dalende trend, tussen 2010 en 2013 is er een schommelend verloop. Daarna stabiliseren de concentraties van alle polluenten. Voor M802 zijn geen duidelijke trends zichtbaar. 3.6.2.3

Geografische spreiding van BTEX-componenten

Bij pollutierozen worden de gemeten concentraties getoond volgens de op dat moment heersende windrichting. Potentiële vervuilende bronnen kunnen op die manier geïdentificeerd worden. Figuur 52 tot en met Figuur 56 toont de pollutierozen van benzeen, tolueen, ethylbenzeen en de xyleenisomeren op de verschillende meetplaatsen in de Antwerpse haven in 2016. In het havengebied worden de BTEX-componenten op vier locaties gemeten. De locaties Antwerpen Luchtbal (M802), Antwerpen – Wandeldijk (AL01) en Stabroek (R833) zijn gelegen op locaties dicht bij bewoning. De locatie polderdijkweg (R822) is gelegen op een industriële locatie. De locaties AL01 en R822 werden in de loop van 2016 opgericht en hebben beperkte databeschikbaarheid, namelijk 27 % en 73 %. De interpretatie hiervan vergt hierdoor enige voorzichtigheid, maar de pollutierozen zijn zo uitgesproken dat we ze hier toch bespreken. De concentraties voor alle componenten op R822 liggen veel hoger dan op de andere meetplaatsen, wat logisch is gezien de nabije industrie. Voor de xyleenisomeren en ethylbenzeen is het verschil zo groot dat we in de figuren met verschillende schalen werken.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 90

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Voor benzeen situeren de bronnen zich op R822 zuidoostelijk, westelijk en in mindere mate noordoostelijk. Dit is de richting van verschillende petroleumraffinaderijen in de nabijheid. Ook de pollutierozen van AL01 en M802 geven benzeenaanvoer weer vanuit die richting. In Stabroek (R833) zien we voornamelijk de aanvoer uit zuidelijke richting. Figuur 52: Pollutierozen benzeen in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

91


Tolueen geeft een gelijkaardig beeld als benzeen, maar er is op alle meetplaatsen ook een verhoging merkbaar in zuidoostelijke richting. Dit kan wijzen op een algemene achtergrondconcentratie vanuit die richting. Figuur 53: Pollutierozen tolueen in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 92

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Er zijn grote concentratieverschillen voor ethylbenzeen tussen de verschillende meetplaatsen. Daarom hebben de verschillende pollutierozen een verschillende schaal. De voornaamste bronnen liggen ten noordoosten van het meetstation polderdijkweg (R822). Ook op de meetplaats AL01 is er duidelijk aanvoer vanuit deze richting. De concentraties in Stabroek en Antwerpen-Luchtbal (M802) liggen lager, maar wijzen ook op bronnen in het havengebied. Figuur 54: Pollutierozen ethylbenzeen in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

93


De bronnen van xyleenisomeren situeren zich voornamelijk ten noordoosten van de meetplaats Polderdijkweg (R822). De gebruikte schaal voor dit meetstation is tien maal hoger dan die van de andere meetplaatsen voor o-xyleen en vijftien maal hoger voor m+p-xyleen. Op Antwerpen-polderdijkweg (AL01) zien we ook een bron in oostelijke richting. Op Antwerpen-luchtbal (M802) maten we ook uit die richting hogere concentraties. In Stabroek geven de pollutierozen vooral hogere concentraties uit zuidelijke richting. Figuur 55: Pollutierozen o-xyleen in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 94

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 56: Pollutierozen m+p-xyleen in het Antwerpse havengebied in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

95


3.6.3 Semiautomatische VOS-metingen 3.6.3.1 Meetresultaten vluchtige organische stoffen In 2016 ging een nieuwe VOS-meetstrategie van kracht. In de Antwerpse haven worden behalve de automatische BTEX-metingen ook semiautomatische VOS-metingen uitgevoerd op het meetstation Ekerse Dijk (R893). De passieve metingen kennen een volledige tijdsdekking, de resultaten zijn 14-daagse waarden van 24 componenten. Vanaf volgend jaar worden de passieve metingen vervangen door actieve metingen. De tijdsdekking van actieve metingen is 25 % op jaarbasis. Er wordt namelijk om de 4 dagen een dagstaal genomen, dit is daarom een indicatieve meting. De voordelen van de actieve metingen zijn de kortere meetperiode, 24 uur tegenover 2-wekelijks, en er worden 32 componenten bepaald in plaats van 24. In Figuur 57 worden de jaargemiddelde waarden van de verschillende componenten op de Ekerse Dijk vergeleken met het Vlaams gemiddelde. Dit Vlaams gemiddelde is bepaald op basis van passieve en actieve metingen op voorstedelijke, stedelijke en landelijke meetplaatsen. Alle jaargemiddelden liggen op de sterk geïndustrialiseerde locatie Ekerse Dijk hoger dan dit Vlaamse gemiddelde. Figuur 57: Vergelijking jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats R893 met Vlaams gemiddelde

Onderstaande tabel geeft een indicatie hoeveel hoger de jaargemiddelden op R893 liggen. Voor een aantal componenten is het verschil wel heel groot zoals bij 1-hexeen waarbij 518 % meer gemeten wordt op deze industriële locatie.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 96

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Tabel 24: Percentueel verschil VOS-componenten R893 en Vlaamse gemiddelde

polluent 1-hexeen n-hexaan 3-methylpentaan n-octaan n-heptaan 1,2-dichloorethaan n-pentaan n-nonaan m+p-xyleenisomeren benzeen 3-methylhexaan iso-pentaan ethylbenzeen o-xyleen chloorbenzeen meta-ethyltolueen tetrachlooretheen 1,3,5-trimethylbenzeen propylbenzeen 1,2,4-Trimethylbenzeen ortho-ethyltolueen tolueen 1,2,3-trimethylbenzeen p-ethyltolueen

Vlaams gemiddelde (µg/m³) 0,12 0,36 0,27 0,15 0,20 0,27 0,51 0,11 0,51 0,87 0,19 0,40 0,22 0,20 0,09 0,13 0,11 0,07 0,07 0,25 0,11 1,45 0,08 0,07

jaargemiddelde R893 (µg/m³) 0,73 1,68 0,87 0,44 0,60 0,79 1,31 0,25 1,11 1,88 0,40 0,84 0,44 0,39 0,16 0,18 0,16 0,09 0,10 0,33 0,14 1,92 0,10 0,08

% verschil +518% +364% +222% +195% +192% +188% +159% +120% +116% +116% +113% +111% +103% +96% +87% +40% +38% +36% +36% +33% +33% +32% +24% +13%

3.7 PCB In dit deel bespreken we de toetsing en de trend van de PCB-metingen in de Antwerpse haven.

3.7.1 Toetsing van PCB Er bestaan drempelwaarden voor de groep van dioxines en PCB. Deze drempelwaarden zijn niet in de wetgeving opgenomen. Een toetsing gebeurt enkel als er aan twee voorwaarden voldaan wordt: − de VMM meet de depositie van dioxines én PCB; − de meetplaats ligt in woon- of agrarisch gebied. In 2016 was er één meetplaats in de Antwerpse haven: BV04 in Kallo. Deze meetplaats ligt in industriegebied. In het depositiestaal analyseren we enkel de hoeveelheid PCB en niet de dioxines. Daarom toetsen we de resultaten niet aan de drempelwaarden. Op BV04 werden er 4 maandstalen gecollecteerd, verspreid over het jaar. De financiering gebeurde door de Afdeling Handhaving van het Departement Omgeving.

3.7.2 Trend PCB De meetplaats in Kallo (BV04) is zo gepositioneerd om de impact van een schrootbedrijf op de omgevingslucht in te schatten. Deze meetplaats staat in de onmiddellijke nabijheid van dit bedrijf, in industriegebied. In Figuur 58 tonen we de evolutie van de depositie van dioxines en PCB126. De analyse van

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

97


dioxine werd stopgezet in april 2015. We tonen de trend van PCB126 omdat dit de verbinding is die de VMM al het langst meet. Uit de figuur blijkt dat de PCB-depositie hoog is op deze meetplaats. De meetwaarden fluctueren maar blijven ook in 2016 hoog. Ook in de nabijheid van andere Vlaamse schrootbedrijven zijn de PCB-deposities sporadisch hoog. De dioxinedepositie is veel lager dan de PCB-depositie. Toch is ze hoger dan in een achtergrondgebied. Eerder onderzoek toonde aan dat de verontreiniging meestal beperkt bleef tot enkele honderden meters rond het bedrijf. De impact is dus het grootst als er een woonzone of agrarisch gebied paalt aan het schrootbedrijf. Dit is echter niet het geval in Kallo. Figuur 58: Trend depositie dioxines en PCB126 op meetplaats BV04 in Kallo (industriegebied)

300

BV04 - industriezone - dioxines BV04 - industriezone - PCB126

Depositie (pg TEQ/(m².dag))

250 200 150

100 50

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2004 2005

0

3.8 PAK In dit deel bespreken we de emissie van PAK en de toetsing van de PAK-metingen in de Antwerpse haven.

3.8.1 Emissie van PAK De emissie-inventaris bevat cijfers voor vier hoogmoleculaire, kankerverwekkende indicator PAK: benzo(a)pyreen (B(a)P), benzo(b)fluoranteen, benzo(k)fluoranteen en indeno(1,2,3-cd)pyreen. De trend over de jaren heen en het aandeel van de verschillende sectoren is voor deze vier PAK-verbindingen min of meer gelijk. We focussen op B(a)P aangezien er voor deze verbinding een Europese streefwaarde bestaat. Voor de emissies gebruiken we nog de cijfers van 2015. Nieuwe emissiecijfers van 2016 zullen in de loop van het najaar 2017 op de VMM-website gepubliceerd worden12. Uit de cijfers blijkt dat de emissie van B(a)P de afgelopen jaren sterk toenam. Als we de uitstoot van 2015 vergelijken met deze van 2000, zien we een stijging met 50 %. De laatste jaren nam de emissie door gebouwenverwarming bij de huishoudens sterk toe door een groter houtverbruik in kachels en open haarden. De emissies afkomstig van huishoudens nam in 2015 93 % van de totale uitstoot voor zijn rekening. Binnen deze sector vormt gebouwenverwarming de belangrijkste

12

Vlaamse Milieumaatschappij (2017), Lozingen in de lucht 2000-2016 - https://www.vmm.be/lucht/publicaties-lucht

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 98

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


fractie met de verbranding van hout als voornaamste bron. Het aandeel van het verkeer is marginaal. Het bedroeg slechts 5 % van de totale uitstoot van B(a)P. Andere PAK-verbindingen, zoals naftaleen, worden wel in grote mate uitgestoten door het verkeer.

3.8.2 Toetsing van PAK De VMM meet PAK in zwevend stof en neervallend stof. In 2016 waren er op het grondgebied van de Antwerpse haven enkel metingen in zwevend stof op de meetplaats in Kallo (AL05). Het meetnet voor PAK in zwevend stof bestaat in totaal uit 8 meetposten die variëren van landelijke en stedelijke achtergrond tot enkele brongerichte meetposten. We beschouwen het meetnetgemiddelde als een gemiddelde voor heel Vlaanderen. Onderstaande figuur toont aan dat de metingen van benzo(a)pyreen in Kallo vergelijkbaar zijn met de mediaan van het volledige Vlaamse meetnet. Er is dus geen indicatie voor een belangrijke PAK-bron in de buurt. Figuur 59: Jaarverloop van benzo(a)pyreen op de meetplaats in de Antwerpse haven versus de mediaan van alle Vlaamse meetplaatsen

2

benzo(a)pyreen (ng/m3)

1,5

1

0,5

0

Kallo

Mediaan Vlaamse meetnet

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaargemiddelden voor de verschillende PAK in Kallo en over het hele Vlaamse meetnet. Voor de meetplaats in Kallo vinden we een jaargemiddelde van 0,10 ng/m3 voor benzo(a)pyreen. Dit ligt onder het algemeen Vlaams meetnetgemiddelde van 0,17 ng/m3 en geeft net als onderstaande tabel aan dat de meetplaats in de haven niet beïnvloed wordt door lokale bronnen. Hoewel

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

99


de jaargemiddelden voor Kallo en de andere Vlaamse meetposten ruim onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3 liggen, gaan ze nog steeds gepaard met een zeker kankerrisico. Om dit risico in te schatten, toetsen we het jaargemiddelde met het kankerrisico dat de WGO rapporteert voor benzo(a)pyreen. Als mensen levenslang blootgesteld worden aan de huidige concentraties, dan berekenen we voor de meetplaats in Kallo één extra kankergeval per 120.000 inwoners. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) omschrijft risico’s tussen 1 op 10.000 en 1 op 1.000.000 als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar. Tabel 25: PAK-jaargemiddelden voor Kallo en het volledige Vlaamse meetnet in 2016 (ng/m³)

Fluoranteen

0,12

Gemiddelde Vlaams meetnet 0,18

Pyreen

0,11

0,17

Benzo(a)antraceen

0,07

0,13

Chryseen

0,20

0,30

Benzo(b+j+k)fluoranteen

0,39

0,56

Benzo(a)pyreen

0,10

0,17

Benzo(ghi)peryleen

0,16

0,23

Indeno(1,2,3-cd)pyreen extra risico op kanker bij levenslange blootstelling

0,14

0,20

1/120.000

1/70.000

Kallo

3.9 Verkeersgegevens Wegverkeer beïnvloedt de kwaliteit van de omgevingslucht. Verder in het rapport worden per polluent de emissies besproken, het gaat hier echter over totale waarden over het volledige gebied. Om een beter idee te krijgen van de geografische spreiding van deze emissies tonen we hier het aantal voertuigen per wegdekvak. Deze gegevens komen van het verkeerscentrum en werden gegenereerd met het PROMOVIAmodel. Figuur 60 tot en met Figuur 62 tonen het aantal personenwagens, lichte vrachtwagens en zware vrachtwagens per wegvak voor 2015. Op de verschillende kaarten is te zien dat in 2015 het zuidoostelijke deel van de Antwerpse Ring het duidelijkst naar voren komt voor alle drie de categorieën. In het havengebied tonen de grote doorgangswegen ook duidelijker zwaar vrachtverkeer dan licht vrachtverkeer.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 100

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 60: Aantal personenwagens per wegvak in 2015

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

101


Figuur 61: Aantal zware vrachtwagens per wegvak in 2015

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 102

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 62: Aantal lichte vrachtwagens per wegvak in 2015

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

103


4 LUCHTKWALITEIT IN DE ANTWERPSE AGGLOMERATIE In dit hoofdstuk bespreken we de luchtconcentraties en emissies van de verschillende polluenten in de Antwerpse agglomeratie. We toetsen de concentraties van 2016 aan de Europese regelgeving en aan de WGO-advieswaarden. Ook de trend wordt besproken. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door de Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen. De emissiegegevens hebben betrekking op de zone Antwerpse agglomeratie zoals deze werd afgebakend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in het kader van de richtlijn 2008/50/EG (zie bijlage 2). De gegevens over de uitstoot van NOx (NO2) werden verzameld door de Emissie-inventaris Lucht op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen.

4.1 Het meetnet In het kader van het invoeren van de lage-emissiezone (LEZ) 13vanaf 1 februari 2017 in Antwerpen werden in 2015 op drie plaatsen metingen opgestart namelijk Park spoor Noord (R803), AntwerpenBelgiëlei (R805) en Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817). In november 2016 werd er een vierde meetplaats opgestart namelijk de meetplaats Antwerpen-Ring (R804), ter hoogte van de op- en afrit Borgerhout richting Nederland. Wegens de beperkte dataset worden de data van deze laatste meetplaats niet verder opgenomen in dit rapport. De meetresultaten van de drie bijkomende meetplaatsen worden in dit hoofdstuk besproken samen met de meetresultaten van de vaste meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie namelijk Hoboken (HB23), Antwerpen-Linkeroever (AL01), Antwerpen-Luchtbal (M802), Borgerhout-achtergrond (R801) en Borgerhout-straatkant (R802). Voor de berekening van de windroos en de pollutierozen worden de meteorologische metingen van Antwerpen-Luchtbal (M802) gebruikt. We bespreken in dit rapport de polluenten PM10, PM2,5, zwarte koolstof (BC) en stikstofoxiden (NO2 en NO). De specificaties over onder meer het meetprincipe en de meetonzekerheid zijn terug te vinden in bijlage 1. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de meetplaatsen en de parameters die gemeten worden. Naast de code vermelden we ook het adres en de Lambertcoördinaten van de meetplaats.

13

De LEZ is in Antwerpen sinds 1 februari 2017 van kracht

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 104

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Tabel 26 : Overzicht van de meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie Lamb X 150865

Lamb Y 214046

PM10

PM2,5

Zwarte koolstof

NO2

NO

Curiestraat, AntwerpenHoboken

148054

206698

-

M802: Antwerpen-Luchtbal

Havanastraat, Antwerpen

153884

216790

R801: Borgerhout-achtergrond

Plantin en Moretuslei, Antwerpen-Borgerhout (achtergrond)

154404

211080

R802: Borgerhout- straatkant

Plantin en Moretuslei, Antwerpen-Borgerhout (straatkant)

154396

211055

R803: Antwerpen-Park spoor Noord

Viséstraat, Antwerpen

154160

213200

R804: Antwerpen-Ring

Antwerpen-Borgerhout

155115

210707

Meetplaats

Adres

AL01: Antwerpen-Linkeroever

Wandeldijk, Antwerpen

HB23: Hoboken

R805: Antwerpen- Belgiëlei

Belgiëlei, Antwerpen

153691

210919

R817: Antwerpen-Groenenborgerlaan

Groenenborgerlaan, Antwerpen

153439

207470

In 2014 werden de toestellen voor het meten van fijn stof vervangen door toestellen die simultaan PM10 en PM2,5 meten. Voordien werd niet op alle meetplaatsen PM2,5 gemeten.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

105


Figuur 63: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 106

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


4.2 Stikstofoxiden 4.2.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2)) Figuur 64 toont de evolutie van de NOx(NO2)-emissies per sector voor de zone Antwerpse agglomeratie. Tussen 2005 en 2015 zijn de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie met 31 % gedaald. Deze daling is voor 76 % te wijten aan minder emissies door het wegverkeer. De door VMM gebruikte emissiefactoren voor de verschillende EURO-normen zijn gebaseerd op de emissies van de voertuigen in reële rijomstandigheden. Op te merken valt dat de NOx-uitstoot door dieselwagens in het reëel verkeer hoger is dan wat wettelijk is toegelaten via de EURO-normen. Het verschil tussen reële uitstoot en EURO-normen werd groter met de jaren. Voor EURO 3-dieselwagens (vanaf 2000) was dit een factor twee, voor EURO 6dieselwagens (vanaf 2014) is dit opgelopen tot gemiddeld een factor zeven. Daardoor ligt de NOxemissie van een EURO 6-dieselwagen maar 40 % lager dan van een EURO 3-dieselwagen, waar dit eigenlijk 84 % zou moeten zijn. EURO 4- en EURO 5-dieselwagens scoren niet beter dan EURO 3dieselwagens14. Figuur 64: Evolutie NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie 10

NOx(NO2)-emissie in de Antwerpse agglomeratie (kton)

9

8 7 6 5 4

3 2 1 0 2005

huishoudens

industrie

2015

energie

verkeer

off-road

land- en tuinbouw

handel en diensten

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 65 toont het aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in 2015. 69 % van de NOx (NO2)emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan verkeer. 59 % is te wijten aan wegverkeer. Andere relevante sectoren zijn de industrie (14 %), de huishoudens (8 %) en handel en diensten (7 %).

14

VMM (2017), Systeembalans 2017: Milieu-uitdagingen voor het energie-, mobiliteits- en voedingssysteem in Vlaanderen, Aalst, Milieurapport Vlaanderen \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

107


De luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie wordt niet enkel bepaald door de emissies in de agglomeratie zelf. Ook emissies in Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in de Antwerpse agglomeratie. De mate waarin de bevolking wordt blootgesteld aan luchtverontreiniging is een complex gegeven, afhankelijk onder andere van de hoogte waarin de polluenten wordt uitgestoten, de mate waarin ze verdund worden en reageren onder verschillende meteorologische omstandigheden en de topografie van wegen zoals bijvoorbeeld street canyons. Het weinig toxische NO wordt relatief snel omgezet naar het toxisch gas NO2 door reactie met onder andere ozon (O3). NO2 neemt deel aan de fotochemische ozonvorming waarbij O3 wordt gevormd en NO2 wordt omgezet tot NO. De chemie van stikstofcomponenten in de atmosfeer is erg complex en de relatie tussen de emissies van NOx en de gemeten NO2-concentraties is niet lineair. Het aandeel van NO2 in de NOx-emissies van een dieselvoertuig is veel hoger dan het aandeel van NO2 in de NOx-emissies van een benzinewagen. Voor oudere diesels was het aandeel NO2 ongeveer 5 %. Bij nieuwere diesels bepalen zowel de motorafmeting als de katalytische converter het aandeel NO2 : de ratio kan variĂŤren van 12 % tot 70 %15. De laatste 20 jaar zien we dan ook een stijging van de verhouding NO2/NOx op alle meetplaatsen in Vlaanderen. De stijging van de directe NO2-emissies bemoeilijken het behalen van de Europese grenswaarden op verkeersgerichte meetplaatsen. Figuur 65: Aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2015

l a nd- en tui nbouw ha ndel en 1% di ensten 7%

off-roa d 1%

wegverkeer 59%

energie 0%

verkeer 69%

i ndustrie 14%

vl i egverkeer 3%

s poorverkeer 2%

s cheepvaart 5%

hui shoudens 8% Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

15

EEA (2016), Explaining road transport emissions, A non-technical guide

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 108

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


4.2.2 Trend en toetsing NO2-concentraties Figuur 66 toont de evolutie van de NO2-jaargemiddelden voor de periode 2006 - 2016. Vanaf 2012 zien we voor alle meetplaatsen geleidelijk aan een lichte daling van de jaargemiddelde NO2-concentratie. Tussen 2005 en 2015 zijn de concentraties met 15 tot 20 % gedaald. In 2016 zijn de concentraties op de meeste meetplaatsen licht gestegen of stabiel gebleven. Figuur 66: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016

Tabel 27: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2006 34 46

2007 34 44 45

2008 32 45 45

2009 32 43 45

2010 33 44 44

2011 30 43 46

-

-

-

-

-

-

2012 29 41 45 50 -

2013 28 40 43 49 -

2014 26 27 38 41 47 -

2015 26 27 36 38 45 -

2016 27 27 35 39 45 32 43 32

Overschrijdingen van de grenswaarde en advieswaarde worden in rood getoond.

De Europese Commissie gaf voor de Antwerpse agglomeratie uitstel tot 1 januari 2015 voor het behalen van de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. In 2016 was er een overschrijding van de Europese jaargrenswaarde op twee meetplaatsen, namelijk op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805). De meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) ligt in een stedelijke omgeving, op 5 meter van de Plantin en Moretuslei. De meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) ligt ook in een stedelijke omgeving, op de middenberm van de Belgiëlei. Uit studies en

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

109


modelberekeningen16,17 blijkt dat op meerdere verkeersintensieve stedelijke locaties en in street canyons overschrijdingen van de jaargrenswaarde van NO2 kunnen voorkomen. Aangezien de WGO-jaaradvieswaarde voor NO2 van 40 µg/m³ gelijk is aan de Europese grenswaarde werd deze bijgevolg op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en op de meetplaats AntwerpenBelgiëlei (R805) in 2016 overschreden. Figuur 67: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016

De Europese regelgeving laat 18 uren met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ NO2 toe. De WGO laat geen uren met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ toe. Figuur 67 toont het verloop van het aantal uren met een gemiddelde concentratie hoger dan 200 µg/m³ op de verschillende meetplaatsen. Nergens werd er de afgelopen 10 jaar meer dan 18 keer een uurgemiddelde waarde hoger dan 200 µg/m³ gemeten. De WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd in 2016 eenmaal overschreden op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en eenmaal op de meetplaats Antwerpen Park spoor Noord (R803). Tabel 28 geeft het aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 per meetplaats weer voor de periode 2006- 2016.

16 17

VMM (2011), NO2-meetcampagne met passieve samplers in steden in 2010 - https://www.vmm.be/publicaties VMM (2013), Life+ ATMOSYS: NO2-stedencampagne - https://www.vmm.be/publicaties

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 110

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Tabel 28: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2006 0 1 -

2007 0 0 0 -

2008 2 0 4 -

2009 0 0 0 -

2010 0 0 0 -

2011 0 0 1 -

2012 0 1 6 6 -

2013 0 0 0 4 -

2014 0 0 0 4 5 -

2015 0 0 0 2 2 -

2016 0 0 0 0 1 1 0 0

Overschrijdingen van de WGO- advieswaarde staan in blauw.

4.2.3 Geografische spreiding van de NO2-concentratie en pollutierozen Figuur 68 toont de gemodelleerde jaargemiddelde NO2-concentratie in de Antwerpse agglomeratie en omgeving.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

111


Figuur 68: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2016

We zien de hoogste concentraties NO2 langs de belangrijkste verkeersassen. De gemeten concentraties op de meetplaatsen Borgerhout -straatkant (R802) en Antwerpen-BelgiĂŤlei (R805) liggen hoger dan de \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 112

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


gemodelleerde concentraties. Dit is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat het RIO-IFDM geen rekening houdt met het negatieve effect van street canyons op de luchtkwaliteit. In de toekomst zal de VMM RIO-IFDM-OSPM-kaarten opnemen die hier wel rekening mee houden. Deze zijn al raadpleegbaar op de VMM-website18. Figuur 69: Pollutieroos voor NO2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³)

Op de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en Borgerhout-achtergrond (R801) zien we vanuit de zuidelijke richting de invloed van de Plantin en Moretuslei. Ten zuiden van de meetplaats Luchtbal (M802) ligt de Havannastraat. De verhoging in het noordwesten wijst in de richting van de parking naast de meetplaats Luchtbal (M802). Verderaf ligt de Noorderlaan in deze richting. Wanneer we de nieuwe meetplaatsen Belgiëlei (R805), Park spoor Noord (R803) en Groenenborgerlaan (R817) onderling vergelijken, wordt op de Belgiëlei (R805) vanuit alle richtingen meer NO2 gemeten.

18

http://www.vmm.be/data/luchtkwaliteit-in-je-eigen-omgeving

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

113


Figuur 70: Pollutierozen NO2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 114

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


4.2.4 Trend NO-concentraties Figuur 71 toont het verloop van de jaargemiddelde NO-concentratie voor de periode 2006 tot 2016. De laatste jaren daalt de NO-concentratie op alle meetplaatsen. De concentraties in 2016 zijn op alle meetplaatsen lichtjes gestegen of stabiel gebleven. Figuur 71: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016

Tabel 29: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2006 12 22 -

2007 12 28 21 -

2008 11 26 21 -

2009 10 25 20 -

2010 10 25 20 -

2011 11 25 22 -

2012 10 22 20 34 -

2013 10 21 18 33 -

2014 7 8 18 18 32 -

2015 7 10 18 16 29 -

2016 8 10 19 16 30 12 29 12

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

115


4.2.5 Pollutierozen NO Figuur 72: Pollutieroos voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³)

Op de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) worden vanuit het zuiden, dit is de richting van de Plantin en Moretuslei, hoge NO-concentraties gemeten. Vijfentwintig meter verder van de straat verwijderd, op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) worden vanuit deze richting lagere concentraties NO gemeten. Dit toont aan dat de concentratie aan NO uitgestoten door het verkeer heel snel daalt als de afstand tot de weg toeneemt. Ten zuiden van de meetplaats Luchtbal (M802) ligt de Havannastraat, in de noordwestelijke richting ligt de Noorderlaan en bevindt zich een parkeerplaats. We vergelijken de pollutierozen van de meetplaatsen Belgiëlei (R805), Park spoor Noord (R803) en Groenenborgerlaan (R817). De pollutierozen hebben een gelijkaardige vorm maar de gemiddeld gemeten concentraties op de meetplaats Belgiëlei (R805) zijn veel hoger dan op de meetplaats Park spoor Noord (R803) en de meetplaats Groenenborgerlaan (R817).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 116

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 73: Pollutierozen NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

117


4.3 Fijn stof 4.3.1 PM10 4.3.1.1 Emissie van PM10 Figuur 74 toont de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM10-emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. Tussen 2005 en 2015 zijn de emissies van primair PM10 in de Antwerpse agglomeratie met 5 % gedaald. Deze daling is vooral te wijten aan minder emissies door het wegverkeer. De emissies door huishoudens stijgen, te wijten aan een toegenomen verbruik van biomassa bij huishoudelijke verwarming. Figuur 74: Emissies primair PM10 van de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie 1500

Emissie primair PM10 in de Antwerpse agglomeratie (ton)

1250

1000

750

500

250

0

2005 huishoudens

industrie

2015 energie

verkeer

off-road

land- en tuinbouw

handel en diensten

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 75 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM10 in 2015. 71 % van de emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens; 95 % van de emissies door huishoudens is te wijten aan gebouwenverwarming. 22 % is te wijten aan het verkeer. Fijn stof in de atmosfeer bestaat niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Ook emissies van buiten de agglomeratie, de aard van de emissies (bijvoorbeeld de hoogte), de meteorologische omstandigheden en de topografie bepalen mee de gemeten concentraties. De primaire stofdeeltjes bestaan scheikundig gezien vooral uit organische koolstofcomponenten, anorganische componenten (mineralen) en elementair koolstof (roetdeeltjes). Secundair fijn stof \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 118

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


wordt in de atmosfeer gevormd uit voorloperverbindingen. De belangrijkste zijn ammoniak (NH3), stikstofoxides (NOx) en zwaveldioxide (SO2) en verschillende semivluchtige organische verbindingen. Tijdens de vierde chemkar studie19 stelden we vast dat in steden in Vlaanderen de secundaire anorganische componenten gemiddeld 34 % van de totale massa PM10 uitmaakten. De organische massa droeg voor 18 % bij. Houtverbranding was op jaarbasis goed voor een kwart tot een derde van de totale organische massa. Houtverbranding is vooral een probleem van de wintermaanden. In de winter liep de bijdrage aan PM10 op tot boven de 10 %. Recent onderzoek geeft aan de bijdrage hoger ligt als ook de secundaire fractie van houtverbranding in rekening wordt gebracht20. Verder dragen mineraal stof (19 %), zeezout (10 %) en elementair koolstof (4 %) en een resterende fractie (water, spoorelementen, ‌) (16 %) bij aan de PM10-concentraties in de lucht. Verkeer is een belangrijke lokale bron van elementair koolstof, organische massa en mineraal stof. In de bovengenoemde chemkar studie waren de PM10-concentraties langs invalswegen gemiddeld 6 % en in streetcanyons gemiddeld 29 % hoger dan op stedelijke achtergrondlocaties. De bijdragen van elementaire koolstof en organische massa in uitlaatgassen enerzijds en de bijdrage van mineraal stof anderzijds (banden, remmen, koetswerk) droegen elk voor ongeveer 50 % bij aan deze hogere concentraties. Het gaat hier om een zeer lokale bijdrage. Het verkeer in en rond de stad zal ook een effect hebben op de in deze studie gemeten concentraties. Naast deze primaire emissies zorgt verkeer ook nog voor heel wat NOx-emissies, die zich in de atmosfeer omzetten tot fijn stof in de vorm van nitraatdeeltjes. Dit proces is vrij traag, waardoor dit zal leiden tot een regionale verhoging. Figuur 75: Aandeel van de sectoren in de primaire PM10-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2015

industrie energie 4% 0% off-road 1%

land- en tuinbouw 1% handel en diensten 1%

verkeer 22%

wegverkeer 18% vliegverkeer 0%

huishoudens 71%

spoorverkeer 3% scheepvaart 1%

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

19 20

VMM (2013), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Antwerpen, Gent, Brugge en Oostende, 2011-2012 Vito (2017), Inschatting van de bijdrage van houtverbranding door burgers aan luchtverontreiniging in Vlaanderen

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

119


4.3.1.2 Trend en toetsing PM10-concentraties Figuur 76 geeft de PM10-jaargemiddelden op de verschillende meetplaatsen voor de periode 2006 2016. Figuur 76: PM10- jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016

Tabel 30: PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2006 33 36 37 36 -

2007 32 31 29 36 -

2008 29 29 34 33 -

2009 26 32 31 30 -

2010 26 29 32 29 -

2011 26 32 34 29 -

2012 24 29 32 27 30 -

2013 25 28 28 27 31 -

2014 22 25 25 26 30 -

2015 22 25 24 24 24 -

2016 22 25 24 23 23 23 22 23

Overschrijdingen van de advieswaarde worden in blauw getoond.

Over de periode van 2006 – 2016 daalden de PM10-jaargemiddelden geleidelijk. In deze periode werd de Europese grenswaarde van 40 µg/m³ op geen enkele meetplaats overschreden. De WGOadvieswaarde van 20 µg/m³ werd op geen enkele meetplaats gehaald.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 120

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 77: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016

Figuur 77 toont het verloop van het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ voor de periode 2006 – 2016. Dit verloop vertoont globaal genomen een dalende trend. Het jaar 2014 is het eerste jaar dat de EU-grenswaarde, maximaal 35 dagen met een concentratie hoger dan 50 µg/m³, op alle meetplaatsen werd gerespecteerd. De WGO-advieswaarde voor de daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 50 µg/m³ toelaat, werd op geen enkele meetplaats gehaald. Tabel 31 geeft het aantal dagen dat er een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ werd gemeten per meetplaats weer voor de periode 2006- 2016. Tabel 31: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2006 39 47 68 57 -

2007 34 49 39 63 -

2008 21 27 43 32 -

2009 25 35 38 34 -

2010 17 25 34 21 -

2011 29 44 54 34 -

2012 22 33 41 31 33 -

2013 18 21 30 19 36 -

2014 11 16 18 17 35 -

2015 10 12 15 13 14 -

2016 8 11 11 8 10 9 9 15

Overschrijdingen van de grenswaarde worden in rood getoond. Deze waarden overschrijden ook de WGO-advieswaarde Overschrijdingen van de WGO-advieswaarde worden in blauw getoond.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

121


4.3.1.3 Geografische spreiding van de PM10-concentratie en pollutierozen Figuur 78 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM10-concentratie in de Antwerpse agglomeratie en omgeving. Figuur 78: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 122

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


De hier besproken meetplaatsen liggen alle acht in de zone met een gemodelleerde PM10-concentratie tussen 21 en 25 µg/m³. We zien dat het model in de Antwerpse agglomeratie en omgeving overwegend een PM10-concentratie modelleert tussen 21 en 25 µg/m³. Langs de ring en in een deel van de haven worden hogere PM10-concentraties gemodelleerd. Figuur 79: Pollutieroos voor PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³)

De pollutierozen voor de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en voor de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) vallen bijna volledig samen, deze meetplaatsen liggen 25 meter van elkaar verwijderd. Op de roos van de meetplaats Luchtbal (M802) zien we verhoogde concentraties vanuit westelijke richting. Hier liggen een aantal dokken. Ten zuidwesten van de meetplaats Hoboken (HB23) ligt het metaalverwerkend bedrijf Umicore. De pollutierozen van de nieuwe meetplaatsen, Park spoor Noord (R803), Groenenborgerlaan (R817) en Belgiëlei (R805), vallen grotendeels samen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

123


Figuur 80: Pollutierozen PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 124

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


4.3.2 PM2,5 4.3.2.1 Emissie van PM2,5 Figuur 81 toont de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM2,5-emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. Tussen 2005 en 2015 zijn de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie met 6 % gedaald. Zoals voor PM10 is deze daling vooral te wijten aan minder emissies door het wegverkeer. De emissies door huishoudens stijgen, te wijten aan het toenemend verbruik van biomassa bij huishoudelijke verwarming. Figuur 81: Emissies van primair PM2,5 van de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie 1500

Emissie primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie (ton)

1250

1000

750

500

250

0 2005 huishoudens

industrie

2015 energie

verkeer

off-road

land- en tuinbouw

handel en diensten

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 82 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM2,5 in 2015. 78 % van de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens. 16% is te wijten aan het verkeer. De huishoudens hebben in de Antwerpse agglomeratie dus het grootste aandeel in de emissies van primair PM2,5. 95 % van de emissies door huishoudens is te wijten aan gebouwenverwarming. De bijdrage van het verkeer is minder dan voor PM10. Heropwaaiende deeltjes zijn immers groter dan 2,5 µm. De niet-uitlaat emissies afkomstig van de slijtage van remmen en banden en het wegdek bestaan ook voor een deel uit deeltjes groter dan 2,5 µm.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

125


Figuur 82: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2015

i ndustrie 4%

l a nd- en energie off-roa d tui nbouw 1% 0% 0% ha ndel en di ensten 1%

verkeer 16%

wegverkeer 13%

vl i egverkeer 0% hui shoudens 78%

s poorverkeer 2% s cheepvaart 1%

4.3.2.2 Trend en toetsing PM2,5-concentraties In 2014 werden de meettoestellen voor het meten van PM10 vervangen door toestellen die simultaan PM10 en PM2,5 meten. Vanaf dan zijn er PM2,5-metingen op alle meetplaatsen. Over de periode van 2006 – 2016 daalden de PM2.5-jaargemiddelden geleidelijk. De concentraties in 2016 zijn gelijk aan of lichtjes lager dan de concentraties van 2015 (zie Figuur 83).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 126

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 83: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016

Tabel 32: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2006 25

2007 24

2008 22

2009 21

2010 21

2011 20

-

-

-

-

-

-

2012 17 19 -

2013 15 19 -

2014 15 16 -

2015 13 15 14 15 15 -

2016 13 15 14 14 15 14 13 14

Overschrijdingen van de advieswaarde worden in blauw getoond.

Over de periode 2006-2015 daalde het aantal dagen met een dagconcentratie hoger dan 25 µg/m³. Voor het jaar 2016 is er een lichte stijging waarneembaar (zie Figuur 84). Vanaf 2006 wordt de Europese-grenswaarde voor het jaargemiddelde van 25 µg/m³ PM2,5 gehaald op alle meetplaatsen. De indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³ wordt gehaald vanaf 2011. De WGOadvieswaarde van 10 µg/m³ voor het jaargemiddelde en de WGO-advieswaarde voor daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³ toelaat, wordt op geen enkele meetplaats gehaald. Europa definieerde geen grenswaarde voor daggemiddelden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

127


Figuur 84: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006 – 2016

Tabel 33: Aantal dagen met PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2006-2016

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2006 115 -

2007 121 -

2008 97 -

2009 82 -

2010 82 -

2011 79 -

2012 65 77 -

2013 45 73 -

2014 48 52 -

2015 33 36 41 39 46 -

2016 47 48 50 48 54 48 41 52

Overschrijdingen van de advieswaarde worden in blauw getoond.

4.3.2.3 Geografische spreiding van de PM2,5-concentratie en pollutierozen Figuur 85 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM2,5-concentratie in de Antwerpse agglomeratie en omgeving.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 128

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 85: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2016

Op Figuur 86 zien we dat de gemodelleerde PM2,5-concentraties in de Antwerpse agglomeratie tussen 11 en 16 µg/m³ liggen. Hogere concentraties vallen samen met de belangrijkste verkeersassen. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

129


Figuur 86: Pollutieroos voor PM2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³)

De PM2,5-pollutierozen voor de verschillende meetplaatsen opgenomen in Figuur 86 hebben dezelfde vorm en de concentraties verschillen weinig. In de zuidoostelijke richting worden gemiddeld hogere concentraties gemeten op alle meetplaatsen. We vermoeden dat dit eerder een regionaal fenomeen is dan dat dit te wijten is aan lokale bronnen. Figuur 87 toont de pollutierozen voor PM2,5 voor 2016 op kaart.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 130

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 87: Pollutierozen PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

131


4.3.3 Zwarte koolstof 4.3.3.1 Emissies van elementair koolstof Het verschil in terminologie tussen elementair koolstof (EC) en zwarte koolstof (BC) heeft te maken met de fysische of chemische eigenschappen van de deeltjes, die tot uiting komen bij het meten van deze polluenten. De meettechniek voor het bepalen van zwarte koolstof maakt gebruik van de lichtabsorptiecapaciteiten van de deeltjes. Voor elementair koolstof wordt een thermische analysemethode gebruikt. Het gaat dus om zeer sterk aan elkaar verwante componenten, maar door de verschillende meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden. Figuur 88 toont de emissies van elementair koolstof door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. Omdat de huidige emissie-inventaris fijn stof beperkt is tot de fractie van PM2,5 worden de emissies van elementair koolstof aan de hand van de fractie van PM2,5 bepaald. De emissies van elementair koolstof zijn tussen 2005 en 2015 met 37 % gedaald. Dit is vooral te wijten aan een daling van de emissies door het verkeer door de introductie van meer recente EURO-klassen. Ook de emissies door huishoudens bevatten heel wat elementair koolstof. De emissies van deze sector fluctueren van jaar tot jaar door meteorologische omstandigheden, waarbij strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen en brandhout. Figuur 88: Emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie 300

Emissies EC in de Antwerpse agglomeratie (ton)

250

200

150

100

50

0 2005

huishoudens

industrie

2015

energie

verkeer

off-road

land- en tuinbouw

handel en diensten

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 89 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van elementair koolstof in 2015. De huishoudens hebben in de Antwerpse agglomeratie het grootste aandeel in de emissies van elementair koolstof, gevolgd door het verkeer: 56 % van de emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens, 38 % is te wijten aan het verkeer. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 132

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 89: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2015 energie 0% industrie 3%

off-road 1%

land- en tuinbouw 0% handel en diensten 2%

verkeer 38%

huishoudens 56%

wegverkeer 35%

vliegverkeer 1% spoorverkeer 1% scheepvaart 1%

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Elementair koolstof wordt door de verschillende bronnen onmiddellijk uitgestoten. Het wordt in de atmosfeer niet gevormd uit voorlopercomponenten. Hierdoor worden de concentraties elementair koolstof (of zwarte koolstof) in de omgevingslucht, veel meer dan deze van PM10, bepaald door lokale bronnen. De verschillen in gemeten concentraties elementair koolstof (of zwarte koolstof) tussen stedelijke achtergrondmeetplaatsen en verkeersmeetplaatsen zijn dan ook veel groter dan voor PM10 of PM2,5. 4.3.3.2 Trend en toetsing van de meetwaarden van zwarte koolstof Voor zwarte koolstof bestaat er geen Vlaamse of Europese wetgeving. Ook de WGO heeft nog geen advieswaarden gepubliceerd voor zwarte koolstof. Door de VMM worden metingen van zwarte koolstof uitgevoerd vanaf 2008 op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801). Figuur 90 toont een dalende trend voor de concentraties zwarte koolstof sinds de start van de metingen in 2008.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

133


Figuur 90: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2016

Tabel 34: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2016 (µg/m³)

AL01 M802 R801 R802 R803 R805 R817

2008 3,35 -

2009 3,25 -

2010 2,96 -

2011 1,85 2,60 2,86 -

2012 1,45 2,16 2,50 3,58 -

2013 1,45 2,10 2,45 3,34 -

2014 1,37 1,92 2,39 3,14 -

2015 1,21 1,75 1,99 2,67 -

2016 1,21 1,74 1,90 2,50 1,61 2,28 1,57

Tussen de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant( R802) (5 meter van de straatkant) en de stedelijke meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) (30 meter van de straatkant) zien we grote verschillen in de gemiddelde concentratie zwarte koolstof. Vijfentwintig meter verder van de straatkant geeft reeds een gevoelige reductie van de concentratie zwarte koolstof. De metingen van de nieuwe meetplaatsen geven onderling verschillen. Zoals voor NO2 en NO worden op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) de hoogste concentraties gemeten. Op de Groenenborgerlaan (R817) wordt gemiddeld de laagste concentratie gemeten, de gemeten gemiddelde concentratie op Park spoor Noord (R803) is bijna gelijk aan de gemeten gemiddelde concentratie op de Groenenborgerlaan (R817). 4.3.3.3 Geografische spreiding van de concentratie van zwarte koolstof en pollutierozen Figuur 91 toont de gemodelleerde jaargemiddelde concentraties van zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeraties en omgeving.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 134

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 91: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2016

Op Figuur 91 zien we dat de hoogste concentraties zwarte koolstof samenvallen met de belangrijkste verkeersassen. De verschillen in de gemodelleerde concentraties zijn groter dan voor PM10 en PM2,5.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

135


Dit komt omdat concentraties van zwarte koolstof in grotere mate bepaald worden door lokale bronnen. Het huidige model kan de concentratie nog niet overal voldoende goed inschatten. Figuur 92: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2016 (µg/m³)

340350 5 330 320 3.5 310 300 2 290 0.5 280 270

0

10 20

30

40 50 60 70 80 90

-1

260

100

250 240 230 220 210 200190

180

110 120 130 140 150 160 170

AL01

M802

R801

R803

R805

R817

R802

Op Figuur 92 zien we duidelijk een hogere concentratie van zwarte koolstof op de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) dan op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801). De hogere concentraties worden gemeten vanuit de richting van de Plantin en Moretuslei. Op de meetplaats Linkeroever (AL01) wordt gemiddeld de laagste concentratie zwarte koolstof gemeten. Bij vergelijking van de pollutierozen van de nieuwe meetplaatsen, Park spoor Noord (R803), Groenenborgerlaan (R817) en Belgiëlei (R805), zien we verschillen. De concentraties vanuit quasi alle richtingen zijn het hoogst op de meetplaats Belgiëlei (R805). Gemiddeld gezien liggen de concentraties van zwarte koolstof op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817) en Park spoor Noord (R803) dicht bij elkaar. Vanuit noordelijke richting worden er echter hogere concentraties gemeten op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817), door de aanwezigheid van de verkeersas Groenenborgerlaan. Figuur 93 toont de pollutierozen voor zwarte koolstof voor 2016 op kaart.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 136

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Figuur 93: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2016

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

137


5 BESLUIT 5.1 Haven van Antwerpen De VMM voerde in 2016 verschillende metingen uit in het Antwerpse havengebied. Op basis van de resultaten kunnen we het volgende besluiten: SO2:  Alle Europese grenswaarden, drempel- en alarmwaarden voor SO2 werden gerespecteerd in 2016. Slechts drie van de tien meetplaatsen haalden in 2016 de WGO-dagadvieswaarde.  De jaargemiddelde concentratie was in 2016 ongeveer één kwart van het jaargemiddelde 2006.  De SO2-emissies kennen een dalende trend.  De voornaamste bronnen zijn de raffinaderijen in het centrum van de haven. Daarnaast is er ook een zuidelijke bron: een fabriek die kleikorrels produceert. NO2:  De Europese jaar- en uurgrenswaarde en de WGO-advieswaarde werden in 2016 gerespecteerd.  Er was een globaal dalende trend over de periode 2006-2016, behalve op de locatie Muisbroeklaan (R894) waar de laatste jaren de Europese norm geëvenaard wordt.  De concentraties in het Antwerpse havengebied lagen zo’n 20% hoger dan het Vlaams gemiddelde.  De NOx-emissies kennen een dalende trend.  Pollutierozen duiden industriële bronnen en de invloed van verkeer aan.

Fijn stof: PM10: − De Europese jaargrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO jaaradvieswaarde werd niet gehaald. − De Europese daggrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO dagadvieswaarde werd niet gehaald. − In de periode 2000-2015 daalden de emissies van primair PM10 en stofprecursoren. − Globale dalende trend tussen 2006-2016. − De pollutierozen wijzen op een grote invloed van achtergrondconcentraties. Bij de zero-pollutierozen worden enkele lokale bronnen zichtbaar. PM2,5: − De Europese jaargrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO-advieswaarden voor jaar- en daggemiddelden werden overschreden. − Er is een dalende trend van de emissies van primair PM2.5. − Weinig variatie jaargemiddelden tussen verschillende meetplaatsen in 2016. − De zero-pollutierozen laten vooral veel lokale bronnen in het centrum van de haven zien. Zwarte koolstof: − De concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse haven zijn vergelijkbaar met de virtuele Vlaamse meetplaats ‘industrieel’. − De trend van de concentraties van zwarte koolstof is dalend.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 138

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


−

De voornaamste bronnen zijn verkeer (onder andere scheepsverkeer) en havenactiviteiten in het centrum van het havengebied.

Ozon:  Van 23 tot en met 27 augustus 2016 was er een hittegolf met hoge ozonconcentraties. Op 25 augustus was er een overschrijding van de informatiedrempel van 180 µg/m³.  De Europese streefwaarden werden gehaald. De informatiedrempel werd 1 keer overschreden. De WGOadvieswaarde werd 24 maal overschreden in 2016.  Er is weinig variatie de laatste tien jaar.  De trend van de meetwaarden in Berendrecht is vergelijkbaar met die in Vlaanderen.  De emissies kenden in de periode 2000-2015 een dalende trend. BTEX:  De jaargemiddelde benzeenconcentratie lag op meetplaats Polderdijkweg (R822) hoger dan de Europese grenswaarde, maar er was onvoldoende databeschikbaarheid voor strikte toetsing. De andere gemeten benzeenjaargemiddelden lagen ver onder deze waarde.  De VLAREM-richtwaarde voor benzeen en de WGO-advieswaarden voor tolueen werden ruim gerespecteerd.  De industriële emissies van benzeen, tolueen en xyleenisomeren in de Antwerpse haven daalden tussen 2006 en 2016.  De metingen in Stabroek, Antwerpen-Wandeldijk en Antwerpen-Luchtbal, alle drie niet centraal gelegen in het havengebied, wijzen als bron onder andere de petroleumraffinaderijen aan.  Meetwaarden in het centrum van haven (R822) zijn veel hoger dan aan de rand (R833, AL01 en M802). VOS:  De emissies van totaal NMVOS kennen een dalende trend.  In 2016 maten we 24 VOS-componenten met passieve bemonstering op de meetplaats AntwerpenEkerse Dijk (R893).  De gemeten concentraties lagen hoger dan het gemiddelde voor Vlaanderen. PCB:  De PCB-depositie is hoog in de onmiddellijke nabijheid van een schrootbedrijf in Kallo. In deze buurt zijn er echter geen woongebieden. PAK:  De concentratie van benzo(a)pyreen (B(a)P) is op de meetplaats Kallo is doorgaans goed vergelijkbaar met de concentraties op de andere meetplaatsen in Vlaanderen.  Het jaargemiddelde van B(a)P in de haven bedroeg 0,10 ng/m3 en ligt dus onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3 maar boven het kankerrisico dat de WGO hanteert voor benzo(a)pyreen. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) omschrijft het risico als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

139


5.2 Antwerpse agglomeratie NO2:  De Europese jaargrenswaarde werd overschreden op twee meetplaatsen, namelijk op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805). De Europese uurgrenswaarde werd gerespecteerd op alle meetplaatsen.  De WGO-jaaradvieswaarde is gelijk aan de Europese grenswaarde, wat betekent dat er een overschrijding was op de meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Antwerpen-Belgiëlei (R805). De WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd overschreden op de meetplaatsen Borgerhoutstraatkant (R802) en Antwerpen Park spoor Noord (R803). Fijn stof: PM10 en PM2,5: − De Europese grenswaarden voor PM10 en PM2,5 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Alle WGO-advieswaarden werden wel overschreden op alle meetplaatsen. Zwarte koolstof: − De hoogste concentraties werden gemeten op de meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805) en de laagste concentraties op de meetplaats Antwerpen-Wandeldijk (AL01).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 140

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


BIJLAGEN

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

141


Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005)

beta-absorptie

-

16% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

PM10

81102

µg/m³

TEOM

oscillerende microbalans

-

14% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

PM10

81102

µg/m³

TEOM-FDMS

oscillerende microbalans met correctie voor afdamping

-

16% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010) Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010) Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010)

type approval

volgens norm

ESM FH 62 I-R

uitbesteding

meetprincipe analyse

µg/m³

onder accreditatie

toesteltype

81102

bepaling meetonzekerheid

eenheid

PM10

parameter

SAROAD-code

meetonzekerheid

Automatische meetnetten

ja1

nee

n.v.t.

ja1

nee

n.v.t.

ja1

nee

n.v.t.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 142

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


PM10

81102

µg/m³

FIDAS200

optical particle counter + conversion to mass concentration

-

12% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

CEN/TS 16450

ja1

nee

n.v.t.

PM2,5

81104

µg/m³

TEOM-FDMS

oscillerende microbalans met correctie voor afdamping

-

20% bij daggemiddelde van 30 µg/m³

ja1

nee

n.v.t.

PM2,5

81104

µg/m³

FIDAS200

-

nee

n.v.t.

42401

µg/m³

TS 43i

EN14212

volgens EN14212

ja1

nee

ja

NO NO2

42601 42602

µg/m³ µg/m³

TS 42i TS 42i

chemiluminescentie chemiluminescentie

EN14211 EN14211

volgens EN14211

ja1 ja1

nee nee

ja ja

O3

44201

µg/m³

API T400

UV-fotometrie

EN14625

volgens EN14625

ja1

nee

ja

zwarte koolstof

16111

µg/m³

MAAP 5012

multihoek-absorptiefotometrie

-

13% bij daggemiddelde van 30 µg/m³ 15% bij uurgemiddelde van 350 µg/m³; 15% bij daggemiddelde van 125 µg/m³ 15% bij uurgemiddelde van 200 µg/m³; 15% bij jaargemiddelde van 40 µg/m³ 15% bij uurgemiddelde van 240 µg/m³; 15% bij 8uurgemiddelde van 120 µg/m³ -

ja1

SO2

optical particle counter + conversion to mass concentration UV-fluorescentie

Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010) CEN/TS 16450

-

nee

nee

n.v.t.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

143


benzeen

45201

µg/m³

AirmoBTX GC 866

tolueen

45202

µg/m³

AirmoBTX GC 866

ethylbenzeen

45203

µg/m³

AirmoBTX GC 866

m+p-xyleen

45109

µg/m³

AirmoBTX GC 866

o-xyleen

45204

µg/m³

AirmoBTX GC 866

benzeen

45201

µg/m³

Synspec GC 955-600

tolueen

45202

µg/m³

Synspec GC 955-600

ethylbenzeen

45203

µg/m³

Synspec GC 955-600

m+p-xyleen

45109

µg/m³

Synspec GC 955-600

o-xyleen

45204

µg/m³

Synspec GC 955-600

1:

vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

BELAC 456-TEST - VMM Dienst Lucht

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 144

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


SAROAD-code

eenheid

toesteltype bemonstering

meetprincipe analyse

volgens norm

meetonzekerheid

onder accreditatie

onderaanneming

uitbesteding

dioxines

16930

pg TEQ/(m².dag)

Bergerhoff kruik

HRGC/MS

EPA 1613

24%

ja2

ja

dioxines

coplanaire PCB

16954

pg TEQ/(m².dag)

Bergerhoff kruik

HRGC/MS

EPA 1613

37%

ja2

ja

coplanaire PCB

fluorantheen

85602

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

pyreen

85204

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

chryseen

85208

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(a)anthraceen

85215

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(b)fluorantheen

85220

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(k)fluorantheen

85223

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

dibenzo(a,h)anthraceen

85231

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(g,h,i)peryleen

85237

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

bepaling meetonzekerheid

parameter

Semiautomatische meetnetten

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

145


benzo(a)pyreen (b)

85242

ng/m³

geen

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

indeno(1,2,3-cd)pyreen (b)

85243

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(j)fluorantheen

85224

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzeen

45201

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

25%

spike recovery

ja²

tolueen

45202

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

25%

spike recovery

ja²

nee

ethylbenzeen

45203

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

22%

spike recovery

ja²

nee

m+p-xyleen

45109

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

21%

spike recovery

ja²

nee

o-xyleen

45204

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

16%

spike recovery

ja²

nee

propylbenzeen

45209

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

25%

spike recovery

ja²

nee

nee

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 146

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


m-ethyltolueen

45212

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

30%

spike recovery

ja²

nee

p-ethyltolueen

45213

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

o-ethyltolueen

45211

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

1,3,5-trimethylbenzeen

45207

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

26%

spike recovery

ja²

nee

1,2,4-trimethylbenzeen

45208

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

33%

spike recovery

ja²

nee

1,2,3-trimethylbenzeen

45225

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

n-pentaan

43220

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

n-hexaan

43231

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

35%

spike recovery

ja²

nee

n-heptaan

43232

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

36%

spike recovery

ja²

nee

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

147


n-octaan

43233

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

31%

spike recovery

ja²

nee

n-nonaan

43235

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

44%

spike recovery

ja²

nee

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

33%

spike recovery

ja²

nee

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

40%

spike recovery

ja²

nee

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

47%

spike recovery

ja²

nee

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

24%

spike recovery

ja²

nee

µg/m³ isopentaan

43221

µg/m³ 3-methylpentaan

43230

µg/m³ 3-methylhexaan

43249

µg/m³ 1-hexeen

43245

µg/m³ 1,2-dichloorethaan

43815

µg/m³ tetrachloorethyleen

43898

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 148

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


µg/m³ chloorbenzeen 2

45801

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

22%

spike recovery

ja²

nee

: BELAC 005-TEST - SGS Belgium NV

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016

149


Afbakening Antwerpse agglomeratie Met de agglomeratie Antwerpen worden volgende districten bedoeld: Antwerpen (min 6 sectoren die tot de zone Antwerpse haven behoren), Berchem, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Merksem, Wilrijk. Het district Berendrecht-Zandvliet-Lillo wordt niet weerhouden wegens het industriële karakter ervan. Dit district valt volledig in de zone Antwerpse haven. Het district Hoboken valt volledig binnen de zone Antwerpse agglomeratie. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor de zware metalen. Hierbij wordt de wijk Moretusburg in Hoboken als een aparte zone gedefinieerd. De speciale beschermingszones die in VLAREM II (artikel 1.1.2) rond Antwerpen gedefinieerd werden, namelijk Antwerpen, Borsbeek, Edegem, Mortsel, Schoten, Wijnegem en Wommelgem werden toegevoegd aan de zone Antwerpse agglomeratie. Zwijndrecht werd wegens het industriële karakter toegevoegd aan de zone Antwerpse haven.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 150

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2016


Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
luchtkwaliteit_Antwerpse_agglo_jaarrapport_2016.pdf by Vlaanderen-be - Issuu