Skip to main content

dossier 2020-245.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/245

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/245

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 juni 2020 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de stad Landen om een afschrift te verlenen van alle aankoopdossiers van landbouw- en/of tuinmachines van de laatste 5 jaar. Op 29 juni 2020 vroeg de stad Landen aan verzoeker om zijn openbaarheidsverzoek te herformuleren/verduidelijken. Op 19 augustus 2020 heeft verzoeker zijn openbaarheidsverzoek als volgt gepreciseerd : “Ik bedoel letterlijk zoals ik het geschreven heb: de volledige aankoopdossiers van de laatste vijf jaar van alle landbouw- en/of tuinbouwmachines, dus concreet de volledige openbare aanbestedingen in deze domeinen. Alle dossiers, dus ook de dossiers waarin mijn cliënt niet betrokken zou zijn, hoewel hij steeds heeft meegedongen.” Op 9 september 2020 werd het openbaarheidsverzoek afgewezen. Op 16 september 2020 diende verzoeker een beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing vanwege de stad Landen. Dit beroep werd geregistreerd op 16 september 2020. In toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengde de beroepsinstantie bij beslissing van 13 oktober 2020 haar beslissingstermijn van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van verzoeker dateert van 16 juni 2020. De weigeringsbeslissing vanwege de stad Landen dateert van 9 september 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 16 september 2020 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

In haar beslissing d.d. 9 september 2020 stelde de stad Landen dat het openbaarheidsverzoek werd afgewezen als kennelijk onredelijk, verwijzende naar de enorme omvang van de opgevraagde stukken en de grote hoeveelheid privacygevoelige informatie.

2. Inhoud van het beroepschrift In zijn beroepschrift stelt verzoeker niet akkoord te kunnen gaan met de voormelde beslissing van de stad Landen. Verzoeker heeft in bijberoep een bedrijf inzake verkoop en levering van tuinbouw- en landbouwmachines, onderhoud en herstelling, pechverhelping en verkoop en plaatsing van banden van deze machines. Verzoeker stelt dat hij steeds heeft meegedongen bij de openbare aanbestedingen van de stad Landen en merkt op dat hij, hoewel hij zeker is van de scherpste prijs, steeds achter het net vist. Volgens verzoeker is dit te wijten omdat de concurrent een ander type van machine heeft geleverd. Om dit na te kijken met het oog op eventuele procedurele maatregelen, is het van kapitaal belang dat ALLE aankoopdossiers van de laatste 5 jaar mogen worden ingekeken.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met de stad Landen, om wat meer duiding te geven bij dit openbaarheidsverzoek. Daarbij vroeg de beroepsinstantie in het bijzonder om aan te geven over hoeveel en welke documenten het hier gaat bij dit openbaarheidsverzoek. Uit de door de stad Landen verstrekte informatie aan de beroepsinstantie blijkt dat het openbaarheidsverzoek betrekking heeft op in totaal 8 aankoopdossiers: 1. Aankoop tractor 2015 2. Aankoop maaidekken zitmaaiers 2016 3. Aankoop klepelmaaier 2016

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/245

pagina 2 van 5


4. Aankoop klein materieel (8 percelen) 2017 5. Aankoop graafmachine 2018 6. Aankoop onkruidborstel tractor 2018 7. Aankoop 2 zitmaaiers 2020 8. Aankoop hakselaar 2020 Deze voormelde dossiers bevatten één of meerdere van de volgende documenten: - Offertes en bijhorende bijlagen (waaronder de statuten van de kandidaten, verplichte attesten, …) - Pv van opening - Verslag van nazicht van de offertes - Gunning opdracht - College- en of gemeenteraadsbeslissingen, met de bijhorende nota’s - mails en brieven tussen de stad Landen en de kandidaten De beroepsinstantie is van oordeel dat uit de aangereikte en hiervoor vermelde cijfers moet geconcludeerd worden dat het openbaarheidsverzoek dan ook niet als kennelijk onredelijk kan worden beschouwd. De beroepsinstantie meent dat het voor het stadbestuur Landen geen onmogelijke opdracht is om de voormelde documenten te verzamelen en te screenen op de eventuele toepassing van wettelijke of decretaal voorziene uitzonderingsgronden. Op 6 oktober 2020 werd er vanuit de stad Landen alsnog een mail gestuurd naar verzoeker, met een link naar een WeTransfer bestand, waarbij de voormelde 8 aankoopdossiers van landbouw- en/of tuinmachines van de laatste 5 jaar bij de stad Landen werden bezorgd aan verzoeker. In de aan verzoeker toegestuurde documenten werd wel op een aantal plaatsen informatie onleesbaar gemaakt door de stad Landen. De beroepsinstantie ontving een afschrift van de mail d.d. 6 oktober 2020 vanuit de stad Landen aan verzoeker. Bijgevolg moet de beroepsinstantie vaststellen dat met de toezending van de 8 aankoopdossiers aan verzoeker in grote mate is tegemoet gekomen aan de verzuchtingen van verzoeker. Het ingestelde beroep wordt daarom, wat betreft de documenten die werden toegestuurd aan verzoeker op 6 oktober 2020, dan ook als zonder voorwerp beschouwd. Wat betreft de door de stad Landen weggelaten informatie in de voormelde documenten, liet verzoeker aan de beroepsinstantie weten dat hij daarmee geen genoegen nam en dat hij ook de weggelaten informatie uit de documenten wenste te kennen. Het komt bijgevolg nu aan de beroepsinstantie toe om na te gaan in hoeverre al dan niet terecht bepaalde informatie in de verschillende aankoopdossiers werd weggelaten. De beroepsinstantie heeft eveneens kennis kunnen nemen van de integrale versie van de verschillende opgevraagde aankoopdossiers. Daarbij wordt vastgesteld dat de volgende gegevens onleesbaar werden gemaakt door de stad Landen in de verschillende documenten van de aankoopdossiers die aan de verzoeker werden toegestuurd op 6 oktober 2020: - De namen en adresgegevens van alle kandidaten die gecontacteerd werden in de verschillende aankoopdossiers en de naam en adresgegeven van de kandidaat aan wie er uiteindelijk werd gegund; - De prijzen van de inschrijvers voor de verschillende aankoopdossiers en de prijs waartegen de diverse aankopen werden afgesloten door de stad Landen. Wat de weglating betreft door de stad Landen van de namen en adresgegevens van de inschrijvers voor de verschillende opdrachten, wordt door de stad Landen impliciet verwezen naar de toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet, waarin wordt gesteld dat een aanvraag tot openbaarmaking, voor zover die geen betrekking heeft op milieu-informatie, wordt afgewezen, als de openbaarmaking afbreuk doet aan

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/245

pagina 3 van 5


de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. De beroepsinstantie heeft, na kennisname van de integrale opgevraagde stukken, moeten vaststellen dat de inschrijvers bij alle 8 aankoopdossiers allemaal rechtspersonen zijn en geen natuurlijke personen. Het is enkel zo dat de namen en adresgegevens van natuurlijke personen in aanmerking komen om weggelaten te worden bij de openbaarmaking van opgevraagde bestuursdocumenten, omdat deze afbreuk doen aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Dit geldt evenwel niet voor rechtspersonen, zodat de beroepsinstantie hier moet vaststellen dat de namen van de inschrijvers (die allen rechtspersonen zijn) voor de verschillende aankoopdossiers wel degelijk voor openbaarmaking in aanmerking komen. Deze gegevens werden bijgevolg onterecht weggelaten door de stad Landen bij de toezending van de opgevraagde stukken aan verzoeker. De beroepsinstantie stelt in dat verband trouwens vast dat in de besluitenlijst van het College van Burgemeester en Schepenen, die voor eenieder online beschikbaar is op de website van de stad Landen, bij de beslissingen in verband met gegunde overheidsopdrachten de naam van de firma aan wie gegund wordt ook steeds wordt vermeld. Het ingestelde beroep is dan ook, wat de voormelde gegevens betreft (namen en adresgegevens van de inschrijvers ), als gegrond te beschouwen. Wat betreft de weglating van de prijzen van de verschillende inschrijvers in de verschillende documenten uit de aankoopdossiers, verwijst de stad Landen impliciet naar de toepassing van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet. Op grond van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet dient een bestuursinstantie een verzoek om openbaarheid af te wijzen als ze van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijk karakter van commerciële en industriële informatie, wanneer deze informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt. Het bestaan van een beschermd vertrouwelijk karakter van commerciële en industriële informatie op zich volstaat niet om de openbaarheid af te wijzen maar er dient een afweging te gebeuren om uit te maken of dit belang groter is dan het fundamenteel belang van de openbaarheid van bestuur. De beroepsinstantie stelt in casu vast dat in de acht aankoopdossiers de prijzen van alle inschrijvers onleesbaar werden gemaakt en dat het daarbij gaat om commerciële gegevens van die inschrijvers, daar het immers de eenheidsprijzen betreft voor de aankoop van allerhande machines in de land- en tuinbouwsector. De beroepsinstantie meent dat met de bescherming van het vertrouwelijke karakter van deze commerciële gegevens in casu (de opgegeven prijzen door de inschrijvers) duidelijk een gelegitimeerd economisch belang wordt gevrijwaard, namelijk voorkomen dat er significante schade zou toegebracht worden aan de betrokken inschrijvers door het openbaar maken van deze gegevens en daardoor de mogelijkheid creëren dat de concurrenten een competitief voordeel zou worden gegeven voor mogelijke toekomstige gelijkaardige overheidsopdrachten, waardoor de eerlijke mededinging zou kunnen geschaad worden. De verschillende inschrijvers in de voormelde 8 aankoopdossiers treden immers in de eerste plaats met elkaar in concurrentie op het vlak van de prijs, zodat het openbaar maken van de eenheidsprijzen van die inschrijvers aan de concurrenten, waarvan verzoekende partij er één is, dan ook een inzicht zou verschaffen in de bedrijfsstrategie van die inschrijvers, onder meer in de door deze onderneming gehanteerde winstmarges, in de eventuele kortingen die zij bij bepaalde leveranciers kan genieten en aldus in de commerciële relaties van deze onderneming. Aldus zou de openbaarmaking de economische belangen van die inschrijvers schaden en verzoekende partij een onrechtmatig competitief voordeel verschaffen voor eventuele gelijkaardige aankoopopdrachten in de toekomst. (cfr. Arrest Raad van State nr. 218.355 d.d. 8 maart 2012).

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/245

pagina 4 van 5


Het belang van de openbaarmaking weegt dan ook niet op tegen de bescherming van het belang dat gepaard gaat met het geciteerde vertrouwelijk karakter van deze commerciële informatie van de diverse inschrijvers, met name de verschillende eenheidsprijzen van de diverse inschrijvers bij de acht aankoopdossiers van allerhande machines in de land- en tuinbouwsector. Met toepassing van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet werden de hiervoor vermelde prijsgegevens van de inschrijvers dan ook terecht onleesbaar gemaakt door de stad Landen in de verschillende aankoopdossiers. Voormelde decreetartikel laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Het Bestuursdecreet voorziet eveneens dat de beroepsinstantie de betrokkenen hiervoor contacteert, indien de bestuursinstantie het niet zelf heeft gedaan. In casu gaat het echter over zoveel betrokkenen, dat het praktisch onmogelijk is voor de beroepsinstantie om deze allemaal te contacteren, zodat hiervan wordt afgezien. Het ingestelde beroep is dan ook, wat de voormelde gegevens betreft (de prijzen van de betrokken inschrijvers), als ongegrond te beschouwen. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 16 september 2020 tegen de weigeringsbeslissing van de stad Landen wordt als ontvankelijk en deels zonder voorwerp, deels ongegrond en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dienen de gevraagde bestuursdocumenten nogmaals openbaar te worden gemaakt door er een afschrift van te verstrekken: de stukken uit de acht aankoopdossiers van landbouw- en/of tuinmachines van de laatste 5 jaar, mits weglating van de prijsgegevens van alle inschrijvers, doch nu wél met vermelding van de namen en adresgegevens van die inschrijvers.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 27 oktober 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/245

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook