Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/152
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/152
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 5 mei 2022 diende xxx (verder: verzoeker) een verzoek in bij het centraal kerkbestuur Evergem (verder: CKB Evergem) om inzage te verlenen in de loonbrieven van xxx voor de maanden vóór zijn overlijden xxx. Op 6 mei 2022 heeft het CKB Evergem het openbaarheidsverzoek afgewezen. Verzoeker diende op 7 mei 2022 beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing van het CKB Evergem. Het beroepschrift werd geregistreerd op 9 mei 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 5 mei 2022. De in beroep aangevochten beslissing van het CKB Evergem van 6 mei 2022 maakt geen melding van de beroepstermijn en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet, zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het ingediende beroep van 7 mei 2022 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Het CKB Evergem wees het openbaarheidsverzoek van verzoeker af aangezien op loonbrieven de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing zou zijn. Het CKB Evergem is van mening dat de aanvraag valt onder de uitzonderingen die de AVG voorziet en merkt op dat de loonbrieven niet aan haar toebehoren en bijgevolg niet vallen onder de openbaarheid van bestuur.
2. Inhoud van het beroepschrift Het beroepschrift van verzoeker luidt als volgt: “Ik had om inzage gevraagd in de loonbrieven van xxx voor
de maanden voor zijn overlijden in 2015. Bij mail van vrijdag 6 mei 2022 laat de voorzitter van de Centrale Kerkraad mij weten dat deze vraag niet kan beantwoord worden daar loonbrieven vallen onder de Algemene gegevensbescherming zelfs voor een persoon die xxx? En dit om reden dat xxx bij mij als voorzitter van de kerkraad in 2015 is komen aandringen iets te ondernemen in februari 2015 daar xxx nog geen loon had ontvangen.” 3. Toelichting door het CKB Evergem Om voldoende geïnformeerd te kunnen oordelen heeft de beroepsinstantie het CKB Evergem om een reactie gevraagd. Op 10 mei 2022 bezorgde het CKB Evergem de beroepsinstantie de gevraagde loonbrieven en verwees naar haar beslissing van 6 mei 2022 voor wat betreft de reden waarom zij het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek heeft afgewezen.
4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beroepsinstantie wijst er vooreerst op dat er geen twijfel over kan bestaan dat de documenten waarin verzoeker inzage wenst te verkrijgen, bestuursdocumenten zijn in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dit wil zeggen: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Aangezien het CKB Evergem de betreffende stukken bezit, komen deze bijgevolg wel degelijk principieel voor openbaarmaking in aanmerking. Waar het CKB Evergem zich verder beroept op de AVG om de openbaarheidsaanvraag af te wijzen, moet worden opgemerkt dat een vraag om toegang tot bestuursdocumenten dient te worden beoordeeld in het licht van de toepasselijke openbaarheidsregels en niet in het licht van de AVG. Beide reguleringskaders zijn algemeen van aard en beogen andere doelstellingen. Ze hebben hun eigen organen die bevoegd zijn binnen een eigen regelgevend kader. Wanneer de beroepsinstantie zich dient uit te spreken over een vraag om de toegang tot een bestuursdocument dient zij die aanvraag te beoordelen in het licht van de uitzonderingsgronden die opgenomen zijn in de toepasselijke openbaarheidswetgeving en niet op grond
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/152
pagina 2 van 4
van een wetgeving die hieraan vreemd is. De AVG heeft dus geen impact op de voorliggende zaak die een vraag naar openbaarheid betreft. Verzoeker wenst inzage te verkrijgen in de loonbrieven van een persoon die is overleden xxx. In dit verband verwijst de beroepsinstantie naar artikel II.37 derde lid van het Bestuursdecreet, dat bepaalt dat de uitzonderingsgrond betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals vastgesteld in artikel II.34, 2° van voormeld decreet, niet kan worden ingeroepen om de openbaarmaking te weigeren, als de aanvraag betrekking heeft op persoonsgegevens van een persoon die meer dan twintig jaar geleden overleden is. De beroepsinstantie stelt in casu vast dat de persoon waarop de gevraagde loonbrieven betrekking hebben, niet meer dan 20 jaar geleden is overleden. Bijgevolg dient de beroepsinstantie te beoordelen of de uitzonderingsgrond zoals vastgesteld in artikel II.34 2°, hier toepassing moet vinden. Artikel II.34 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. Een loonbrief behoort ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkene en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van dit gegeven heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de openbaarmaking van de gevraagde loonbrieven van betrokkene afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die natuurlijke
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/152
pagina 3 van 4
persoon en dat dit gegeven dan ook moet worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift dient bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 7 mei 2022 tegen de weigeringsbeslissing van het CKB Evergem d.d. 6 mei 2022 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 11 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/152
pagina 4 van 4