Vlaanderen
is onderwijs & vorming
AGODI jaarverslag 2019
Beste lezer U houdt het verslag vast van de werking van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) van het afgelopen jaar (2019). Of misschien moet ik zeggen: u hebt de digitale versie geopend van ons jaarverslag. Er is namelijk een grote kans dat u al op de digitale trein gesprongen bent en zo veel mogelijk digitaal wilt werken. Zo denken wij er ook over. U zult dan ook merken dat u in ons jaarverslag heel veel terugvindt over onze digitale innovaties. Wij zijn er rotsvast van overtuigd dat de digitale maatschappij de toekomst is, voor het welzijn van onze medewerkers en voor onze klanten. Lees zeker hoofdstuk 3 als u daar meer over wilt weten. Ondertussen zijn we al aan ons twaalfde jaarverslag toe. Twaalf jaar lang houden we de tendensen in het Vlaamse onderwijs bij. In ons jaarverslag vindt u cijfermateriaal over de scholen, het onderwijspersoneel, de ouders en de leerlingen. Sommige van die cijfers vindt u nergens anders terug. Verder leest u hier wie wij zijn, wat we doen en waar we voor staan. AGODI is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het onderwijsbeleid van het basis- en secundair onderwijs, de centra voor deeltijdse vorming, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de inspectie en pedagogische begeleiding. Wat daar allemaal bij komt kijken en met welke organisaties we samenwerken, leest u in hoofdstuk 2. Dat er veel over te vertellen valt, dat hoeven we u dan weer niet te vertellen. Daarnaast vindt u hier ook meer informatie terug over allerlei maatschappelijke onderwerpen die in 2019 de kop hebben opgestoken. Denk maar aan het inschrijvingsrecht, de verdere uitrol van de nieuwe CAO XI, of misschien wilt u wel weten welke gevolgen de hervorming van de leerlingenbegeleiding of het deeltijds kunstonderwijs heeft gehad. In hoofdstuk 4 en 5 gaan we dieper in op onze organisatie. Zonder de dagelijkse inzet van onze medewerkers kunnen we namelijk niet zulke mooie resultaten voorleggen. Ten slotte kunt u in hoofdstuk 6 nog meer lezen over onze slotbeschouwingen en aanbevelingen. We formuleren een aantal aanbevelingen, suggesties voor het beleid en aandachtspunten voor onze toekomstige werking. Ik wens u een boeiende en nuttige lectuur over de werking van AGODI in 2019.
Patrick Poelmans Administrateur-generaal
Inhoudstafel AGODI: het Agentschap voor Onderwijsdiensten Oprichtingsbesluit Missie Visie Ondernemingsplan 2019 Organogram Een breed spectrum aan klanten en diensten Onze klanten: de scholen Werkingsmiddelen Omkadering Herstructureringen en programmaties Subsidie voor busbegeleiders op het zonaal collectief leerlingenvervoer Vervoerskosten en de bestaanszekerheidsvergoeding voor busbegeleiders Tegemoetkoming kosten bedrijfsrevisoren Controle op het gebruik van de middelen Controle voor de financieringswet Onze klanten: de ouders en leerlingen Kleuterparticipatie Leerplichtcontrole Lokale overlegplatforms Toeleiden van anderstalige nieuwkomers naar de scholen Leerlingenvervoer Leermiddelen voor leerlingen of studenten met een handicap Tijdelijk en Permanent Onderwijs aan Huis Startbanenprojecten Leerlingenstages Commissie Leerlingenrechten Vlaamse Bemiddelingscommissie Commissie Zorgvuldig Bestuur Onze klanten: Onderwijspersoneelsleden Personeel in cijfers Salaris Bekwaamheidsbewijzen Taal- en nationaliteitsafwijkingen Cumulatie Ziekteverlof, bevallingsverlof, moederschapsbescherming Naar meer arbeidsherverdeling en zorg: verloven en afwezigheden, loopbaanonderbreking, zorgkrediet Andere dienstonderbrekingen Vaste benoemingen Reaffectatiestelsel Personeelsmobiliteit binnen en buiten het onderwijs Tuchtsancties en bewarende maatregelen Begin van de loopbaan Einde van de loopbaan Terugvorderingen Arbeidsongevallen in het onderwijs Pilootproject Lerarenplatform Andere belanghebbenden en derden Arbeidsongevallen voor ambtenaren van de Vlaamse overheid Secretariaten voor de Kamers van Beroep voor tuchtzaken Secretariaten voor de Kamers van het College van Beroep voor evaluatie Organisatie van het informeel overleg
6 6 6 7 8 9 14 14 17 33 49 59 60 63 64 68 69 69 70 79 80 81 84 86 87 90 90 94 95 96 96 100 106 109 110 113 116 122 122 125 129 134 134 135 139 143 146 148 148 149 150 151
Uitbouwen van een informatieveiligheidsbeleid voor de onderwijsinstellingen, i.s.m. het GO! en de koepels 152 AGODI informeert, vormt en communiceert 152 AGODI-academie 153 Jaarkalender 156 Informatiepunt voor Ouders en Leerlingen 156 Nieuwsbrief AGODI 156 Website 157 Tekort aan leraars 157 Elektronische communicatie met het agentschap 159 Samenwerken met andere overheden en instanties 161 Lokale overheden: gemeenten, steden en provincies 161 Sociale Kaart Vlaanderen, Departement WVG 161 Kind en gezin 161 Syntra Vlaanderen 161 Vlaams Partnerschap Duaal Leren 162 Informatie Vlaanderen 162 VDAB 162 RVA 163 RSZ 163 RIZIV 163 FOD FINANCIEN 163 Federale Pensioendienst 164 Controleorgaan ziektecontrole 164 Samenwerking op vlak van onderwijs met de Franse gemeenschap 165 Samenwerking met het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 165 Samenwerking met Unie Sociale Secretariaten 166 Innovatie in de dienstverlening 170 Lastenverlaging 170 Project e-ASR voor de schoolsecretariaten 170 Project Discimus 171 Zoveel mogelijk informatie digitaal 172 Verder uitbouwen van Mijn Onderwijs 174 EfficiÍntieverhoging 176 Salarisadministratie 176 Moderniseren gegevensuitwisseling met scholen via webservices 178 Processen automatiseren en bedrijfszeker maken 179 AGODI als databron 180 Management en organisatie 184 Verhouding statutair – contractueel personeel 184 Leeftijdspiramide 185 Meer en meer hooggeschoolden 185 Vervrouwelijking 186 Specifieke medewerkers 186 Het personeelsplan: personeel in beweging 187 Personeelsbudget 188 Diversiteit in het personeelsbeleid 188 Integriteit 188 Vorming: meer werkvoldoening, meer kwaliteit 189 ICT 190 Tevreden klanten? 190 Meewerken aan de realisatie van de beleidscyclus: de uitvoerbaarheidstoetsen 191 Parlementaire vragen 192 Persvragen 192 Gegevens- en informatieveiligheid 193
Het budget Uitgaven en inkomsten Beleidskredieten per strategische doelstelling Een overzicht in de tijd
196 196 197 197
Slotbeschouwingen en aanbevelingen Dienstverlening: AGODI behaalde zijn doelstellingen Beleid Innovaties Management
202 202 203 209 211
Rapporten AGODI
214
Audits AGODI
215
Overzicht van figuren
216
Overzicht van tabellen
217
Afkortingen 220
Hoofdstuk 1 AGODI: het Agentschap voor Onderwijsdiensten
AGODI: het Agentschap voor Onderwijsdiensten Oprichtingsbesluit Met het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 zag AGODI het levenslicht. Het agentschap is operationeel sinds april 2006. Binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming vormt het een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid. De voogdijminister is de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs. AGODI is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het onderwijsbeleid van het basis- en secundair onderwijs, de centra voor deeltijdse vorming, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de inspectie en pedagogische begeleiding. In het oprichtingsbesluit staan de taken van het agentschap opgesomd: - verzorgen van de administratieve en financiĂŤle dienstverlening voor scholen - ondersteunen en informeren van scholen - nagaan of de middelen correct worden gebruikt - meewerken aan de realisatie van het beleid en de beleidsevaluatie, in samenwerking met het departement en de andere agentschappen - bijdragen tot een correcte en tijdige toepassing van de financieringswet.
Missie AGODI heeft als missie: als betrouwbare partner tussen beleid, scholen en andere actoren, bijdragen tot kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen. AGODI wil een kennis- en informatiecentrum zijn, een essentiĂŤle schakel tussen het beleid en de scholen, leerkrachten, leerlingen en ouders. Het agentschap zorgt dat meer dan 4.000 scholen in Vlaanderen de middelen ontvangen voor het organiseren van kwaliteitsvol onderwijs. Elke maand beheert AGODI alle personeelsdossiers uit het onderwijs met de grootste zorg en nauwkeurigheid. Ook het verwerken van het salaris van de leerkrachten behoort daartoe. Ouders en leerlingen kunnen bij het agentschap terecht met vragen over hun rechten en plichten in het onderwijs. AGODI fungeert daarnaast als gesprekspartner van het beleid bij de totstandkoming en de toepassing van de regelgeving.
6
AGODI jaarverslag 2019
1
Een brede invulling van het begrip ‘school’ Naast de onderwijsinstellingen voor het basis-, secundair en deeltijds kunstonderwijs, vallen ook alle betrokken actoren die samen ‘school maken’ onder dat begrip. Dat zijn de leerlingen en ouders, schoolbesturen, scholengemeenschappen, schoolleiding en personeelsleden, de onderwijsinspectie, de pedagogische begeleidingsdiensten, centra voor leerlingenbegeleiding en lokale overlegplatforms.
Visie De belangrijkste speerpunten van de visie 2016-2020 van AGODI zijn:
Aandacht voor onze klanten: ons doel is een klantgericht relatiebeheer waarbij menselijk contact centraal staat. We spelen proactief en flexibel in op maatschappelijke noden en ontwikkelingen. We zetten in op opleiding en communicatie op maat naar onze klanten.
Goedgezinde medewerkers: we zorgen voor een organisatiecultuur waarin vertrouwen, respect, samenwerking en integriteit centraal staan. We bieden onze medewerkers zo veel mogelijk autonomie en inspraak. We streven naar een zo groot mogelijke diversiteit en voeren een leeftijdsbewust personeelsbeleid. We zorgen voor een eenvormige en transparante interne communicatie. We zetten in op competentiebeleid en zorgen voor een maximale kennis- en informatiedeling.
Ondersteuning van de minister en het beleid: we geven adviezen en we ondersteunen de minister en het beleid door het uitvoeren van nieuwe beslissingen, deelname aan werken beleidsgroepen en de opmaak van uitvoerbaarheidstoetsen. We werken constructief samen met de andere entiteiten binnen het beleidsdomein en gaan partnerschappen aan met andere overheden en organisaties.
Digitaal en efficiënt: we zorgen voor een voortdurende verbetering van onze processen en systemen. We trekken voluit de kaart van radicaal digitaal. We communiceren maximaal digitaal met onze klanten in twee richtingen.
Informatie: we zorgen voor een moderne en open visie rond informatievergaring, -verwerking en -beheer en werken continu aan de verbetering van de transparantie van de data. We besteden daarbij de nodige aandacht aan privacy en informatieveiligheid.
Bij de verdere uitbouw en innovatie van het agentschap laat AGODI zich door bovenstaande principes leiden.
AGODI jaarverslag 2019
7
Ondernemingsplan 2019 Het ondernemingsplan1 bevat vier clusters van strategische doelstellingen, geënt op de missie en de taakstelling van het agentschap2. Daarnaast omvat het de doelstellingen volgend uit de regeringsafspraken en de doelstellingen rond diversiteit en welzijn. Het ondernemingsplan vertaalt de strategische doelstellingen in operationele doelstellingen. Concrete monitoringsindicatoren volgen de resultaten ervan op. De resultaten die AGODI daarvoor in 2019 behaalde, vindt u in dit jaarrapport terug. Het mee realiseren van een nieuw onderwijsbeleid De modernisering van het secundair onderwijs, duaal leren, de ondersteuningsnetwerken en de verdere uitrol van het M-decreet, de uitrol van het actieplan kleuterparticipatie, de vernieuwing van het inschrijvingsrecht, de uitrol van het decreet DKO, de uitrol van het decreet Leerlingenbegeleiding, het pilootproject ‘lerarenplatforms’ … vormen speerpunten in het onderwijsbeleid. Ook AGODI speelt een belangrijke rol bij de realisatie van die beleidsdoelstellingen. Lees er meer over in hoofdstuk 2. Een tijdige en correcte dienstverlening De dienstverlening aan scholen, onderwijspersoneelsleden, ouders, leerlingen, ... is een van de basisopdrachten van AGODI. Daar las u hierboven al meer over. Het jaarrapport 2019 omvat onder meer de strategische doelstellingen rond de omkadering en werkingsmiddelen aan de scholen, het beheer van de personeelsdossiers met het oog op een tijdige en correcte berekening en toekenning van salarissen, de leerplichtcontrole en het ondersteunen en faciliteren van de gelijke onderwijskansen. Ook vormt het toezicht op het gebruik van de middelen en het correct bijhouden van de leerlingenbestanden een onderdeel van die strategische doelstellingen. Dat zijn de ambities waarover u meer kan lezen in hoofdstuk 2. Slaagt AGODI hierin, dan is de winst drieledig: - scholen hebben permanent de nodige middelen om kwaliteitsvol onderwijs te verstrekken - AGODI draagt bij tot de tevredenheid van het lerarenkorps - een juiste toepassing van de financieringswet (leerlingentellingen) is mogelijk Een innovatieve dienstverlening De derde pijler van het ondernemingsplan richt zich op een innovatieve dienstverlening van het agentschap door een optimaal en maximaal gebruik van informatica, de mogelijkheden van e-government en samenwerking met andere overheden. In hoofdstuk 3 vindt u de inspanningen terug die het agentschap in 2019 leverde om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van lastenverlaging en efficiëntieverhoging voor scholen. Het persoonlijk contact met scholen, personeelsleden, leerlingen en ouders blijft een sterk punt van het agentschap. Iedereen kan AGODI gemakkelijk en snel bereiken.
1 2
8
http://www.agodi.be/over-ons/over-agodi-missie-en-visie Meer informatie bij de rubriek Oprichtingsbesluit en Missie AGODI jaarverslag 2019
1
De uitbouw van een moderne organisatie met een eigentijds management AGODI is een dynamische en toekomstgerichte organisatie met een modern personeelsbeleid. Lees er alles over in hoofdstuk 4.
Organogram AGODI telt zes afdelingen en een stafdienst. De afdelingen zijn enerzijds ingedeeld volgens de klantengroepen en onderwijsniveaus en anderzijds volgens het proces van dienstverlening. Er zijn twee afdelingen ‘Scholen’ die instaan voor de scholen van het basis- en secundair onderwijs, de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding. Die afdelingen bestaan grotendeels uit schoolbeheerteams en verificatieteams. De schoolbeheerteams werken voor scholen, leerlingen en ouders. Hun taken zijn: - bepalen van de personeelsomkadering en de werkingsmiddelen van de scholen - verzorgen van de administratieve en financiële dienstverlening voor scholen - ondersteunen en informeren van scholen - meewerken aan de realisatie van het beleid en de beleidsevaluatie, in samenwerking met het departement en de andere agentschappen - bijdragen tot een correcte en tijdige toepassing van de financieringswet De verificatieteams staan in voor controles zoals voorzien in de onderwijsreglementering. Hun taken zijn: - controleren van de leerlingengegevens, de aan- en afwezigheden van de leerlingen en de toelatingsvoorwaarden tot de niveaus, studierichtingen en soorten onderwijs - nagaan of middelen correct ingezet zijn - opvolgen van de inschrijvingsgelden in het deeltijds kunstonderwijs - Ze ondersteunen daarnaast de instellingen bij het correct toepassen van de regelgeving. Tot de afdeling Basisonderwijs, DKO en CLB – Scholen en Leerlingen (een van de twee afdelingen ‘Scholen’) behoren ook de deskundigen van de lokale overlegplatforms (LOP’s) en de deskundigen van de speciale onderwijsleermiddelen (SOL). De coördinatoren van het JoJo/VeVe-project behoren tot de afdeling Secundair Onderwijs, Scholen en Leerlingen. De twee afdelingen ‘Personeel’ zorgen voor de dienstverlening aan de personeelsleden van de scholen, instellingen en centra. De werkstations horen in die afdelingen thuis. Zij staan in voor: - de administratieve afhandeling van de dossiers van het onderwijspersoneel - de berekening van het salaris - de realisatie van het beleid en de beleidsevaluatie, in samenwerking met het departement en de andere agentschappen
AGODI jaarverslag 2019
9
De afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel verzorgt een aantal specifieke en transversale diensten die de grenzen van het agentschap vaak overstijgen: - De dienst algemeen salarisbeheer ondersteunt de personeelsafdelingen van AGODI en AHOVOKS. - De dienst arbeidsongevallen verzorgt de administratieve afhandeling van de dossiers over arbeidsongevallen voor het onderwijspersoneel en de personeelsleden van de Vlaamse overheid voor de entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid. - De financiĂŤle dienst beheert de opmaak en uitvoering van de begroting van het agentschap, de centraal uitbetaalde lonen voor het onderwijspersoneel (AGODI en AHOVOKS) en de bijhorende werkingsmiddelen (AGODI). - De juridische dienst biedt specifieke juridische ondersteuning, beheert de werking van de kamers en colleges van beroep en verzorgt de dienstverlening rond professionele erkenningen voor leerkrachten. - De dienst informatie, organisatie en communicatie ondersteunt communicatie-acties, de AGODI-academie, coĂśrdineert het interne documentatiesysteem Weetulex, beheert het archief van het onderwijspersoneel en volgt initiatieven rond grensoverschrijdende samenwerking op. De ondersteunende afdeling ICT werkt voor AGODI en geeft ondersteuning aan AHOVOKS. De afdeling ICT ondersteunt de afdelingen bij het beheer van IT-applicaties, de IT-planning en het aansturen van de externe IT-partner. De stafdienst werkt voor AGODI en zorgt voor de organisatie-ondersteunende processen zoals organisatiebeheersing, facilitair management, coĂśrdinatie van de parlementaire vragen, het personeelsbeleid, gegevensveiligheid, communicatie ...
10
AGODI jaarverslag 2019
1
Figuur 1: organogram AGODI
Administrateur-generaal
Patrick Poelmans
Stafdienst
Afdeling Basisonderwijs DKO en CLB Scholen en leerlingen
Afdeling Secundair onderwijs Scholen en leerlingen
Veerle Van de Velde
Caroline Vanbrabant
Afdeling Personeel Basisonderwijs en CLB
Afdeling Personeel Secundair onderwijs en DKO
Afdelingshoofd
Afdelingshoofd
Afdelingshoofd
Afdelingshoofd
Patricia Van Reet
Katrien De Becker
Afdeling Advies en ondersteuning onderwijsPersoneel*
Herman Panneels Afdelingshoofd
Afdeling ICT'*
Jeroen Depoortere Senior Adviseur
* Deze afdelingen ondersteunen tevens de afdelingen van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS)
AGODI jaarverslag 2019
11
Hoofdstuk 2 Een breed spectrum aan klanten en diensten
Een breed spectrum aan klanten en diensten Scholen vormen de ‘vaste klanten’ van AGODI. Klassiek op de agenda van AGODI staan het berekenen van de werkingsmiddelen en de omkadering van scholen. AGODI beheert de personeelsdossiers en staat in voor het salaris van de personeelsleden die worden aangesteld binnen die omkadering. Daarnaast werkt AGODI aan verschillende andere taken. Het bevorderen van gelijke onderwijskansen voor leerlingen en hun ouders is daar een voorbeeld van. De communicatie met het onderwijsveld is uitgegroeid tot een belangrijke activiteit. AGODI wil er ook zijn voor kandidaat-leerkrachten, ouders en leerlingen. Het samenwerken met diverse externe partners, zoals de Vlaamse of federale overheden en agentschappen, schoolbesturen, vakbonden, directeurs, LOP’s … is essentieel in de werking van AGODI.
Onze klanten: de scholen AGODI kent de werkingsmiddelen toe waar de scholen recht op hebben. De basis voor de berekening is doorgaans het aantal regelmatige leerlingen op een vastgestelde teldag. AGODI stelt op basis daarvan de omkadering vast en deelt ze mee aan de scholen. Een evoluerend leerlingenaantal Tabel 1: aantal leerlingen Aantal leerlingen Gewoon kleuteronderwijs Buitengewoon kleuteronderwijs
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
266.379
263.789
262.435
-0,51%
1.967
1.986
2.140
7,75%
432.291
438.779
442.275
0,79%
Buitengewoon lager onderwijs
24.645
24.380
24.784
1,66%
Gewoon secundair onderwijs
419.207
421.975
427.456
1,30%
20.130
20.331
20.544
1,05%
8.864
8.980
8.854
-1,40%
178.624
180.402
198.737
10,16%
7.062
6.706
6.589
-1,74%
Gewoon lager onderwijs
Buitengewoon secundair onderwijs Deeltijds secundair onderwijs Deeltijds kunstonderwijs HBO Verpleegkunde *
* Vanaf het schooljaar 2009-2010 is de studierichting verpleegkunde van de vierde graad omgevormd tot HBO verpleegkunde. HBO maakt officieel deel uit van het hoger onderwijs. Binnen het HBO wordt alleen de studierichting verpleegkunde door secundaire scholen ingericht.
14
AGODI jaarverslag 2019
2
Het aantal leerlingen in het gewoon kleuteronderwijs neemt verder af door het dalend geboortecijfer in Vlaanderen. Het aantal leerlingen in het gewoon lager onderwijs blijft licht toenemen. In het buitengewoon lager onderwijs stijgt, voor het eerst sinds de invoering van het M-decreet, het leerlingenaantal opnieuw. In het buitengewoon kleuteronderwijs zet de stijging in 2017-2018 zich ook in 2018-2019 verder door. Ook in het buitengewoon secundair onderwijs en het gewoon voltijds secundair onderwijs is er weer een lichte toename. In het deeltijds secundair onderwijs daalt het aantal leerlingen. De leerlingenaantallen in het deeltijds kunstonderwijs zijn enorm toegenomen in schooljaar 2018-2019. De invoer van het nieuwe decreet ligt hier aan de basis: de programmatiestop werd opgeheven en kinderen kunnen zich nu in alle domeinen inschrijven vanaf 6 jaar. Een evoluerend aantal internen Tabel 2: aantal internen Aantal internen Gewoon kleuteronderwijs Buitengewoon kleuteronderwijs Gewoon lager onderwijs Buitengewoon lager onderwijs Gewoon secundair onderwijs Buitengewoon secundair onderwijs Deeltijds secundair onderwijs Totaal
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
100
114
95
-16,67%
4
2
6
200%
1.090
1.125
1.024
-8,98%
143
147
151
2,72%
8.511
8.357
8.103
-3,04%
197
192
258
34,38%
58
45
44
-2,22%
10.103
9.953
9.681
-2.73%
In de bovenstaande tabel gaat het soms over een gering aantal internen, wat sneller leidt tot grotere procentuele verschillen zonder dat daar een bijzondere reden voor hoeft te zijn. De grootste groep internen gaan naar een school voor gewoon voltijds secundair onderwijs. Al meerdere jaren daalt het aantal internen uit het gewoon secundair onderwijs. Voor het gewoon kleuter- en lager onderwijs is er tijdens het schooljaar 2018-2019 opnieuw een daling merkbaar.
AGODI jaarverslag 2019
15
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Tabel 3: aantal gesubsidieerde en gefinancierde scholen, instellingen en centra
162 166 2.090 2.418
162 163 2.103** 2.428
162 161 2.122** 2.445
Autonome kleuterscholen Autonome lagere scholen Basisscholen Basisscholen type 5 Basisscholen type 5 (ziekenhuisscholen) Totaal
0 79 114 4 3 200
0 73 120 4 3 200
0 69 123 4 3 199
Gewoon secundair
Voltijds Deeltijds autonoom Deeltijds niet autonoom Totaal***
943 6 42 949
943 6 43 949
944 6 43 950
Buitengewoon secundair
BuSo-scholen Secundaire ziekenhuisscholen Secundaire school type 5 Totaal
119 3 2 124
121 3 2 126
120 3 3 126
DKO
Beeldende kunst Muziek, woordkunst, dans Kunstacademies Totaal
65 89 14 168
65 88 15 168
65 82 21 168
72
72
72
138 16 10 8 2 1
140 16 10 8 2 1
142 16 10 8 2 1
4
4
4
1
1
1
Aantal scholen Gewoon basis*
Autonome kleuterscholen Autonome lagere scholen Basisscholen Totaal
Buitengewoon basis
CLB Internaten
*
**
***
16
Gewoon basis-en secundair MPIGO's Semi-internaten IPO's IBSOGO's Autonoom internaat BuSo (tehuis) Tehuizen kinderen van wie de ouders geen vast verblijfplaats hebben Tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling
Inclusief de acht Franstalige basisscholen en de Franstalige afdeling te Ronse. Inclusief een eerder erkende maar vóór 2017-2018 nog niet gesubsidieerde school. Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan ofwel autonoom zijn ofwel verbonden zijn aan een school voor gewoon voltijds secundair onderwijs. In het tweede geval wordt het CDO als een onderdeel beschouwd van de voltijdse school.
AGODI jaarverslag 2019
2
Werkingsmiddelen De scholen, CLB’s en internaten hebben recht op een werkingsbudget. Daarmee bekostigen ze hun werking, uitrusting, het groot onderhoud, investeringen voor een rationeel energieverbruik en, in het basisonderwijs, ook het gratis aanbod aan leerboeken en andere schoolbehoeften van de leerlingen. Het grootste aandeel van het werkingsbudget (basisbedrag) voor de scholen wordt verdeeld op basis van de zogenaamde schoolkenmerken, namelijk niveau (kleuter of lager) en type (voor het buitengewoon basisonderwijs). Voor de berekening van de werkingsmiddelen in het leerplichtonderwijs worden ook de objectiveerbare verschillen in rekening gebracht. Alle scholen van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van het GO! ontvangen extra middelen, omdat zij verplicht zijn verscheidene levensbeschouwelijke vakken aan te bieden. Daarnaast krijgt het GO! ook extra middelen, omdat dat onderwijsnet grondwettelijk verplicht is de vrije keuze te garanderen. Vier leerlingenkenmerken spelen eveneens een rol bij het verdelen van de middelen in het leerplichtonderwijs: - het opleidingsniveau van de moeder - de thuistaal - het ontvangen van een schooltoelage - de buurt waar de leerling woont Na het berekenen van de werkingsmiddelen kent AGODI de middelen toe aan de besturen van de gesubsidieerde scholen. Aan het GO! wordt een dotatie toegekend op basis van de berekende werkingsmiddelen voor de scholen van het GO!. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs verdeelt die dotatie over de verschillende scholengroepen op basis van eigen criteria. Sinds het schooljaar 2015-2016 publiceert AGODI op zijn website3 de manier waarop de geldwaarden en puntwaarden uit de werkingsmodellen worden berekend.
3
https://www.agodi.be/transparantie-werkingsmiddelen AGODI jaarverslag 2019
17
Ambitie 1: werkingsmiddelen en toelagen tijdig en correct toekennen in 2019 De scholen ontvangen werkingsmiddelen en verschillende soorten bijkomende toelagen, waaronder de ICT-toelage, de nascholingstoelage, de toelage voor het ondersteuningsmodel, de gewone en de bijzondere internaattoelage, de toelage voor anderstalige nieuwkomers (AN), de extra toelage voor kleuters, de toelage ter ondersteuning van de leerkracht in het basisonderwijs en de gemeenschapsbijdrage voor kinderen zonder vaste verblijfplaats. Het agentschap engageert zich om 98% van alle middelen en toelagen op tijd toe te kennen. AGODI haalde die norm in 2019. Alle werkingsmiddelen en toelagen werden correct berekend en uitbetaald. AGODI haalde 100% in 2019.
Werkingsmiddelen voor het basisonderwijs Tabel 4: overzicht van werkingsmiddelen volgens soort onderwijs, net en schooljaar in het basisonderwijs (inclusief type 5-scholen en Franstalige scholen) Werkingsmiddelen gewoon basisonderwijs 2016-2017
2017-2018
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
2018-2019
GO!*
76.255.000
Aantal scholen 392
VGO
276.821.338
1.490
OGO
108.561.669
536
111.574.916
539
113.713.899
545
1.92%
Totaal
461.638.007
2.418
474.710.841
2.428
484.357.635
2.445
2.03%
€
79.362.000
Aantal scholen 396
283.773.925
1.493
€
82.168.000
Aantal scholen 401
3,54%
288.475.736
1.499
1,66%
€
Werkingsmiddelen buitengewoon basisonderwijs 2016-2017
2017-2018
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
2018-2019
GO!*
8.780.000
Aantal scholen 36
VGO
20.437.662
128
20.824.068
128
21.006.160
128
0,87%
OGO
5.513.965
36
5.577.262
36
5.687.788
35
1,98%
Totaal
34.731.627
200
35.106.330
200
35.543.948
199
1,25%
€
8.705.000
Aantal scholen 36
€
8.850.000
Aantal scholen 36
1,67%
€
Het betreft hier de dotaties die de Raad van het Gemeenschapsonderwijs verdeelt over de verschillende scholengroepen (exclusief inhoudingen).
*
18
AGODI jaarverslag 2019
2
De stijging van de werkingsmiddelen in 2018-2019 voor het gewoon basisonderwijs is het gevolg van wijzigingen in de gezondheidsindex, de leerlingenaantallen en het salarisaandeel van het meesters-, vak en dienstpersoneel. Het bedrag uit de begroting van het jaar voordien wordt eerst vermeerderd met de volledige loonkosten van de leden van het vastbenoemde meesters-, vak- en dienstpersoneel van het GO! van het vorige begrotingsjaar. Daarna wordt het totaal budget aangepast aan de gezondheidsindex en leerlingenevolutie. De middelen van meesters-, vak- en dienstpersoneel worden uit het loonmodel gehaald en toegevoegd aan het budget van de werkingsmiddelen. In het buitengewoon basisonderwijs is er ook een lichte stijging in 2018-2019 van het budget. Dat komt door de wijzigingen in de gezondheidsindex en het salarisaandeel van het meesters-,vak- en dienstpersoneel. De stijging wordt afgevlakt door de daling in de leerlingenaantallen. Het M-decreet zorgt enerzijds voor een verminderde instroom vanuit het gewoon naar het buitengewoon onderwijs. Anderzijds keren een aantal leerlingen van het buitengewoon onderwijs terug naar het gewoon onderwijs. Tabel 5: samenstelling van de werkingsmiddelen volgens soort onderwijs en net in het basisonderwijs Werkingsmiddelen gewoon basisonderwijs 2018-2019: samenstelling Basisbedrag €
Bedrag leerlingen- kenmerken €
Objectieve verschillen LBV* €
Neutraliteit €
Totaal €
GO!
62.370.000
15.520.000
2.065.000
2.213.000
82.168.000
VGO
249.479.204
38.996.532
-
-
288.475.736
OGO
92.641.094
17.979.264
3.093.541
-
113.713.899
Totaal
404.490.298
72.495.796
5.158.541
2.213.000
484.357.635
Werkingsmiddelen buitengewoon basisonderwijs 2018-2019: samenstelling Objectieve verschillen
Basisbedrag €
Bedrag leerlingen- kenmerken €
LBV* €
Neutraliteit €
GO!
8.265.000
NVT
337.000
248.000
8.850.000
VGO
21.006.160
NVT
-
-
21.006.160
Totaal €
OGO
5.457.452
NVT
230.336
-
5.687.788
Totaal
34.728.612
NVT
567.336
248.000
35.543.948
LBV = Levensbeschouwelijke vakken
*
Het grootste aandeel van het werkingsbudget (basisbedrag) wordt verdeeld op basis van de zogenaamde schoolkenmerken, namelijk niveau (kleuter of lager) en type (voor het buitengewoon basisonderwijs). Aan elk van die kenmerken is een wegingscoëfficiënt en een puntenwaarde toegekend. AGODI jaarverslag 2019
19
In het gewoon basisonderwijs kennen we ook werkingsmiddelen toe aan de scholen op basis van leerlingenkenmerken. In het buitengewoon basisonderwijs worden geen werkingsmiddelen toegekend op basis van leerlingenkenmerken. Bij de verdeling van de werkingsmiddelen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs is er een voorafname op basis van ‘objectieve verschillen’. Het gemeenschapsonderwijs heeft de grondwettelijke plicht om neutraal onderwijs aan te bieden en krijgt daarvoor een financiële compensatie. Scholen van het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs zijn verplicht om meerdere levensbeschouwelijke vakken aan te bieden en krijgen daarvoor ook bijkomende werkingsmiddelen. Bijkomende toelagen voor het basisonderwijs Naast de werkingsmiddelen keert AGODI ook bijkomende toelagen uit. De toelage voor het ondersteuningsmodel, de eenmalige middelen voor ondersteuning van de leerkracht en de extra middelen voor de kleuters maken deel uit van de dotatie van het GO!.
2016-2017
€
Instellingen
€
Instellingen
€
Toelage ondersteuningsmodel
NVT
NVT
157
5.901.162
155
6.767.354
14,68%
Extra middelen kleuters (recurrent)
NVT
NVT
2.385
9.999.738
2.406
9.999.977
0,00%
Extra middelen kleuters (eenmalig)
NVT
NVT
NVT
NVT
2.381
10.397.607
NVT
Extra middelen ondersteuning leerkrachten (eenmalig)
NVT
NVT
NVT
NVT
2.624
18.999.994
NVT
Nascholing
2.607
4.007.000
2617
4.007.000
2.624
4.007.000
0,00%
603
448.250
585
431.325
650
437.600
1,45%
2.608
645.330
2.619
651.607
2.627
654.814
0,49%
Onderwijs aan huis*
91
23.306
86
43.932
91
70.087
59,54%
Gemeenschapsbijdrage
15
131.141
11
130.733
10
127.168
-2,73%
K-diensten
12
1.469.000
12
1.469.000
16
1.586.000
7,96%
Inspectie LBV
7
146.415
7
146.415
7
146.415
0,00%
Anderstalige nieuwkomers ICT middelen
*
20
2018-2019
Instellingen
Bijkomende toelagen in het basisonderwijs
2017-2018
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Tabel 6: bijkomende toelagen in het basisonderwijs
De toelagen onderwijs aan huis zijn berekend per kalenderjaar. In het kalenderjaar 2019 zijn de toelagen uitbetaald van de reiskosten gemaakt in het kalenderjaar 2018.
AGODI jaarverslag 2019
2
Scholen van het buitengewoon onderwijs die actief zijn in een ondersteuningsnetwerk hebben in het schooljaar 2018-2019 een pakket aan omkaderingseenheden ontvangen. Daaruit vloeit de nieuwe toelage voor het ondersteuningsmodel voort die zowel de integratietoelage als de waarborgregeling vervangt. Doordat de omkadering is toegenomen, stijgt ook de toelage. Vanaf het schooljaar 2017-2018 werden de werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs structureel opgetrokken. Het werkingsbudget wordt verdeeld volgens het aantal kleuters op de teldag. Daarnaast was er in schooljaar 2018-2019 een extra eenmalige toelage voor kleuters. Dat werkingsbudget werd verdeeld op basis van het aantal leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar. In het schooljaar 2018-2019 werden extra middelen ter ondersteuning van de leerkracht in het basisonderwijs uitgekeerd. In september 2018 werd 9 miljoen euro verdeeld over de scholen van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs op basis van het aantal leerlingen op de teldag van het voorgaande schooljaar. De middelen die in maart 2019 verdeeld werden op basis van het aantal lestijden van het vorige schooljaar, moeten scholen aanwenden voor het aanwerven van personeel. Elke school stelt jaarlijks een nascholingsplan op. Dat nascholingsplan bevat op samenhangende wijze alle vormingsinspanningen die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de school te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen. Daarnaast bevat het plan ook begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling. AGODI stelt jaarlijks nascholingsmiddelen ter beschikking om het nascholingsplan uit te voeren. Per organiek ambt ontvangt elke school 65,95 euro. Midden 2015 zorgde de asielcrisis voor een stijgend aantal anderstalige nieuwkomers. De toelage voor anderstalige nieuwkomers voor leerlingen van vijf jaar of ouder nam hierdoor substantieel toe. Tijdens het schooljaar 2016-2017 was er nog een uitgesproken aangroei van de toelage anderstalige nieuwkomers. Na een geringe afname tijdens schooljaar 2017-2018, stijgt het budget dit schooljaar opnieuw met 1,45%. Scholen ontvangen middelen voor de logistieke en materiële ondersteuning van de ICT-coördinator. Alleen de scholen die geregistreerd zijn in een samenwerkingsplatform hebben recht op die middelen. In 2018-2019 kregen daarom zeventien van de 2.644 scholen gewoon en buitengewoon basisonderwijs geen werkingsmiddelen voor ICT-coördinatie. Scholen die tijdelijk of permanent onderwijs aan huis organiseren, krijgen de betaalde reiskosten van het personeel terug van AGODI. In het kalenderjaar 2018 stijgt het aantal leerlingen dat permanent onderwijs aan huis volgt met 20%. Ook het aantal leerlingen dat tijdelijk onderwijs aan huis volgt stijgt met 19%. Hierbij moet opgemerkt dat de afgelegde afstanden in het buitengewoon onderwijs doorgaans groter zijn dan in het gewoon onderwijs. Vanaf schooljaar 2018-2019 kunnen ook alle kleuters gebruik maken van tijdelijk onderwijs aan huis. Onderwijs aan huis is een maatregel die nog steeds aan bekendheid wint. Het aantal leerlingen dat van dit systeem gebruik maakt, steeg met 15% tegenover het vorige schooljaar. Dat zorgde tot een toename van het budget met 59,54%. De gemeenschapsbijdrage wordt toegekend aan de schoolbesturen van de erkende tehuizen en internaten waar leerplichtige kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben, kunnen verblijven. De schoolbesturen brengen die gemeenschapsbijdrage in mindering van het kostgeld van de in aanmerking komende leerlingen. In 2019 heeft een school minder dan in 2018 een aanvraag ingediend. Het budget daalt met 2,73%. AGODI jaarverslag 2019
21
AGODI kent ook subsidie-enveloppes toe aan diensten met onderwijsbehoeften (DMOB). Het betreft een toelage voor de jaarlijkse personeels- en werkingskosten verbonden aan het verstrekken van onderwijs aan kinderen die opgenomen zijn op een dienst neuropsychiatrie (k-dienst). Vlaanderen werkt aan een oefening waarbij ziekenhuizen hun erkende algemene ziekenhuisbedden kunnen omzetten naar bedden in de kinderpsychiatrie. Daarnaast versoepelden in 2018 de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een DMOB-subsidie. Daardoor steeg het aantal K-diensten dat een subsidieenveloppe ontving en nam het totaal toegekende subsidiebedrag toe. AGODI kent jaarlijks werkingsmiddelen toe aan de inspectie voor levensbeschouwelijke vakken. Die worden berekend op basis van een forfaitair bedrag per ambt. Het budget bleef de voorbije drie schooljaren constant.
22
AGODI jaarverslag 2019
2
Werkingsmiddelen voor het secundair onderwijs Tabel 7: werkingsmiddelen in het secundair onderwijs Werkingsmiddelen gewoon secundair onderwijs 2016-2017
2017-2018
2018-2019
GO! *
84.548.000
VGO
296.404.438
667
298.317.263
667
300.036.458
667
0,58%
OGO
35.114.756
70
35.713.864
70
36.181.899
70
1,31%
Totaal
416.254.194
949
421.848.127
949
426.790.461
949
1,17%
€
87.817.000
Aantal instellingen 212
90.573.000
Aantal instellingen 212
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Aantal instellingen 212
€
€
3,14%
Werkingsmiddelen buitengewoon secundair onderwijs 2016-2017 €
2017-2018
Aantal instellingen 23
7.076.484
€
2018-2019
Aantal instellingen 23
7.095.000
€
Aantal instellingen 23
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
GO! *
7.182.504
0,26%
VGO
15.567.512
79
15.628.243
82
15.841.467
84
1,36%
OGO
3.316.918
19
3.229.910
19
3.259.670
19
0,92%
Totaal
26.066.934
121
25.934.637
124
26.196.137
126
1,01%
Voor het GO! vermeldt de tabel de dotaties die de Raad van het Gemeenschapsonderwijs ontvangt. De dotaties zijn verdeeld over de verschillende scholengroepen (excl. inhoudingen).
*
De lichte stijging in het schooljaar 2018-2019 voor het secundair onderwijs komt o.m. door de wijzigingen in de gezondheidsindex, de leerlingenaantallen en het salarisaandeel van het meesters-, vak- en dienstpersoneel. Aanvankelijk zorgde het M-decreet enerzijds voor een verminderde instroom van leerlingen vanuit het gewoon naar het buitengewoon onderwijs. Anderzijds keren een aantal leerlingen van het buitengewoon onderwijs terug naar het gewoon onderwijs. In het schooljaar 2018-2019 stegen in het buitengewoon onderwijs weer de budgetten.
AGODI jaarverslag 2019
23
Tabel 8: samenstelling van de werkingsmiddelen volgens soort onderwijs en net in het secundair onderwijs Werkingsmiddelen gewoon secundair onderwijs 2018-2019: samenstelling Objectieve verschillen
Basisbedrag €
Bedrag leerlingenkenmerken €
LBV* €
Neutraliteit €
GO!
72.122.000
12.306.000
3.687.000
2.458.000
90.573.000
VGO
272.036.027
27.999.536
-
-
300.035.563
OGO
30.008.195
4.731.833
1.441.871
-
36.181.898
374.166.221
45.037.369
5.128.871
2.458.000
426.790.461
Totaal
Totaal €
Werkingsmiddelen buitengewoon secundair onderwijs 2018-2019: samenstelling Objectieve verschillen
Basisbedrag €
Bedrag leerlingenkenmerken €
LBV* €
Neutraliteit €
GO!
6.777.000
NVT
301.000
201.000
7.279.000
VGO
15.966.914
NVT
-
15.966.914
OGO
3.183.758
NVT
144.448
-
3.328.206
Totaal
25.927.672
NVT
445.448
201.000
226.574.120
Totaal €
LBV = Levensbeschouwelijke vakken
*
Het grootste aandeel van het werkingsbudget (basisbedrag) wordt verdeeld op basis van de zogenaamde schoolkenmerken en type (voor het buitengewoon secundair onderwijs). Aan elk van die kenmerken is een wegingscoëfficiënt en een puntenwaarde toegekend. In het gewoon secundair onderwijs kennen we werkingsmiddelen toe aan de scholen op basis van volgende leerlingenkenmerken: - hoogst behaalde diploma van de moeder - het ontvangen van een schooltoelage - de thuistaal van de leerling - de woonplaats van de leerling In het buitengewoon secundair onderwijs worden geen werkingsmiddelen toegekend op basis van leerlingenkenmerken. Bij de verdeling van de werkingsmiddelen in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs is er een voorafname op basis van ‘objectieve verschillen’. Het gemeenschapsonderwijs heeft de grondwettelijke plicht om neutraal onderwijs aan te bieden en krijgt daarvoor een financiële compensatie. Scholen van het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs zijn verplicht om meerdere levensbeschouwelijke vakken aan te bieden en krijgen daarvoor ook bijkomende werkingsmiddelen.
24
AGODI jaarverslag 2019
2
Bijkomende toelagen voor het secundair onderwijs Naast de werkingsmiddelen keert AGODI ook bijkomende toelagen uit.
Aantal instellingen
€
Aantal instellingen
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Tabel 9: bijkomende toelagen in het secundair onderwijs
86
2.283.132
68
-7,26%
6.335.000
1.072
6.335.000
1.074
0,00%
1.069
350.060
1.070
352.071
1.071
0,57%
272
148.717
293
154.722
284
4,04%
7.184.368
6
7.322.671
6
7.356.317
6
0,46%
Investering didactische uitrustingsgoederen
NVT
NVT
5.000.000
368
5.000.000
373
0,00%
Project schoolbank op de werkplek
NVT
NVT
800.000
54
560.000
45
-30,0%
€
NVT
2.461.821
6.335.000
1.070
ICT-middelen
350.280
Onderwijs aan huis*
142.782
Soort toelage
Toelage ondersteuningsmodel Nascholing
Deeltijdse vorming
*
2017-2018
Aantal instellingen
2016-2017
€
NVT
2018-2019
De toelagen onderwijs aan huis zijn berekend per kalenderjaar. In het jaar 2019 werden de toelagen uitbetaald voor 2018.
Scholen van het buitengewoon onderwijs die actief zijn in een ondersteuningsnetwerk hebben in het schooljaar 2018-2019 een pakket aan begeleidingseenheden, lesuren en uren ontvangen. Hieruit vloeit de nieuwe toelage voor het ondersteuningsmodel voort die zowel de vroegere integratietoelage als de waarborgregeling vervangt. Elke school stelt jaarlijks een nascholingsplan op. Dat nascholingsplan bevat alle vormingsinitiatieven die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de instelling te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen. Ook begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling zijn er in opgenomen. AGODI stelt jaarlijks nascholingsmiddelen ter beschikking om het nascholingsplan uit te voeren. Het nascholingsbudget bleef constant. Per organiek ambt ontvangt elke school in 2019 97,34 euro. Scholen ontvangen middelen voor de logistieke en materiële ondersteuning van de ICTcoördinator. Alleen de scholen die geregistreerd zijn in een samenwerkingsplatform hebben recht op deze middelen. In 2018-2019 kregen daarom vijf scholen geen werkingsmiddelen voor ICT-coördinatie. In 2017-2018 ging het eveneens om vijf scholen. Scholen die tijdelijk of permanent onderwijs aan huis voor zieke leerlingen organiseren, krijgen de betaalde reiskosten van het personeel terug van AGODI. Deze vorm van onderwijs wint nog altijd aan bekendheid. Deze vorm van onderwijs wint nog altijd aan bekendheid. Daarom stijgt het aantal leerlingen dat TOAH aanvraagt en nemen de uitbetaalde bedragen verder toe.
AGODI jaarverslag 2019
25
Door een indexering en een hogere bezettingsgraad van persoonlijke ontwikkelingstrajecten zijn de toelagen deeltijdse vorming licht gestegen. Sinds het decreet van 10 juli 2008 over het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap staan de centra voor deeltijdse vorming (CDV's) in voor de organisatie van deze persoonlijke ontwikkelingstrajecten. Na een screening en na overleg met het CLB kunnen jongeren die nog niet klaar zijn om te gaan werken en die te kampen hebben met een multicomplexe problematiek een persoonlijk ontwikkelingstraject volgen in het kader van het voltijdse engagement. Scholen van het voltijds gewoon of het buitengewoon secundair onderwijs die tijdens het schooljaar 2018-2019 regelmatige leerlingen ingeschreven hebben in een structuuronderdeel met een technisch profiel, ontvingen daarvoor een toelage die exclusief bestemd is voor de investering in didactische uitrustingsgoederen. Deze financiële ondersteuning kan alleen worden aangewend voor de aankoop van nieuwe didactische uitrusting of voor de beveiliging van de al aanwezige didactische uitrusting. Er werd in de maand februari 2019 een budget van 5 miljoen euro verdeeld onder 373 scholen. Het tijdelijk project schoolbank op de werkplek werd opgestart in het schooljaar 20162017. Het project werd opgevat als een experiment rond duaal leren waarbij een schoolen werkplekcomponent met elkaar worden gecombineerd. De scholen en centra in het secundair onderwijs die door de uitbreiding van dit project worden gevat, ontvingen voor het schooljaar 2017-2018 een financiële incentive van 12.500 euro per ingerichte duale studierichting. Er werd in de maand december 2017 een budget van 800.000 euro verdeeld onder 54 scholen. De financiële incentive voor het schooljaar 2018-2019 bedroeg 10.000 euro per ingerichte duale studierichting. In december 2018 werd een budget van 560.000 euro verdeeld over 45 scholen.
26
AGODI jaarverslag 2019
2
Werkingsmiddelen en toelagen voor de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s) Tabel 10: werkingsmiddelen CLB’s per net 2016-2017 (€)
2017-2018 (€)
2018-2019 (€)
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
GO!
3.184.307
3.184.307
3.287.651
3,25%
VGO
10.193.906
10.193.906
10.459.134
2,60%
OGO
1.237.608
1.237.608
1.321.215
6,76%
14.615.821
14.615.821
15.068.000
3,09%
Totaal
Vanaf het schooljaar 2018-2019 is er een nieuw systeem in voege voor het toekennen van de werkingsmiddelen aan de CLB’s. Naast het gegarandeerde werkingsbudget (zoals toegekend in het schooljaar 2018-2019) wordt extra werkingsbudget verdeeld over de centra die in de reële omkadering recht hebben op meer omkadering ten opzichte van de gegarandeerde omkadering. Daardoor stijgt het werkingsbudget met ongeveer 3%. Tabel 11: toelagen voor systematische contacten door CLB’s per net 2016-2017 €
2017-2018 €
2018-2019 €
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
GO!
NVT
NVT
7.979
NVT
VGO
NVT
NVT
13.101
NVT
OGO
NVT
NVT
23.345
NVT
Totaal
NVT
NVT
44.425
NVT
Leerplichtigen die huisonderwijs zijn sinds het schooljaar 2018-2019 verplicht deel te nemen aan de systematische contacten die een CLB organiseert. Daarvoor ontvangt het CLB specifieke werkingsmiddelen van 98,50 euro per uitgevoerd systematisch contact. Tabel 12: nascholingstoelagen CLB’s per net 2017 €
2018 €
2019 €
GO!
42.186
42.173
42.097
VGO
120.628
120.700
120.719
OGO
15.185
15.127
15.184
178.000
178.000
178.000
Totaal
Elk CLB stelt jaarlijks een nascholingsplan op. Het nascholingsplan bevat op samenhangende wijze alle vormingsinspanningen die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de centra te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen.
AGODI jaarverslag 2019
27
Daarnaast bevat het plan ook begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling. AGODI stelt jaarlijks nascholingsmiddelen ter beschikking om het nascholingsplan uit te voeren. In de voorbije drie jaren bleven de budgetten voor nascholing per net nagenoeg constant. De kleine verschillen doorheen de jaren zijn te verklaren door de verschillen in het aantal ingerichte ambten. Werkingsmiddelen voor de internaten Tabel 13: overzicht van de werkingsmiddelen internaten per net en per schooljaar Werkingsmiddelen voor de internaten 2016-2017
2017-2018
GO!
4.422.000
Aantal instellingen 31
VGO
14.954.187
104
€
OGO Totaal
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
3.683.000
Aantal instellingen 31
3.895.000
Aantal instellingen 30
14.849.826
105
14.838.148
106
-0,08%
€
€
5,76%
360.873
4
459.097
5
540.675
6
17,77%
19.737.060
139
18.991.923
141
15.378.823
142
1,48%
Bijkomende werkingsmiddelen voor de internaten 2016-2017 €
Aantal instellingen
GO! *
NVT
VGO OGO Totaal *
2017-2018
2018-2019 €
Aantal instellingen
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
NVT
NVT
NVT
NVT
3.374.254
102
3.370.387
105
-0,11%
106.746
4
146.613
5
37,35%
3.481.000
106
3.517.000
110
1,03%
€
Aantal instellingen
NVT
NVT
3.321.968
103
128.031
3
3.450.000
106
Het GO! ontvangt geen bijkomende werkingsmiddelen voor de internaten.
In het GO! zijn de bijkomende werkingsmiddelen voor de internaten opgenomen in de dotatie van de betrokken scholengroep. Het GO! verdeelt deze middelen volgens een eigen verdeelsleutel. Het GO! ontving in 2019 een extra bedrag van 188.000 euro ter compensatie van de loonkredieten van de personeelsleden van de kinderdagverblijven van Brussel. In 2018 bedroeg dit 245.000 euro. De gesubsidieerde internaten ontvangen een forfaitair bedrag en een bedrag per interne leerling uit het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en secundair onderwijs4. De duidelijke stijging van de middelen van de internaten van het gesubsidieerd officieel onderwijs is toe te schrijven aan een bijkomend internaat.
4
28
Zie tabel 2: aantal internen. AGODI jaarverslag 2019
2
Voor de internen die een schooltoelage krijgen, kent AGODI aan de gesubsidieerde internaten bijkomende werkingsmiddelen toe. Het aantal internen met een schooltoelage vormt de basis voor de verdeling van het beschikbare krediet naar een bedrag per interne. De stijging van het globale budget is te wijten aan de indexering. De budgetstijging voor het gesubsidieerd officieel onderwijs kan men verklaren doordat er meer internen met schooltoelage geregistreerd zijn. Werkingsmiddelen voor het Deeltijds Kunstonderwijs (DKO) Werkingsmiddelen Tabel 14: werkingsmiddelen in het deeltijds kunstonderwijs
Aantal scholen
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
15
1.730.000
15
0%
55.623,34
4
56.331,40
4
1,27%
149
2.800.152,23
149
2.813.526,26
149
0,48%
168
4.585.775,57
168
4.599.857,66
168
0,31%
€
15
1.730.000
57.997
4
OGO
2.789.645
Totaal
4.577.519
€
GO!
1.729.877
VGO
2018-2019 €
Aantal scholen
Schooljaar
2017-2018 Aantal scholen
2016-2017
148 academies van het gesubsidieerd officieel onderwijs en vier academies van het gesubsidieerd vrij onderwijs krijgen werkingsmiddelen berekend aan de hand van twee basisbedragen die vermenigvuldigd worden met de toegekende lestijden voor podiumkunsten en voor beeldende en audiovisuele kunsten. De werkingsmiddelen van het schooljaar 2018-2019 worden berekend op het lestijdenpakket van het schooljaar 2018-2019 (toegekend op basis van de leerlingen op 1 februari 2018). De lichte stijging in werkingsmiddelen doorheen de jaren is te verklaren door de lichte stijging in financierbare leerlingen. De werkingsmiddelen van die academies worden vanaf het schooljaar 2018-2019 niet meer afzonderlijk gestort, maar worden in mindering gebracht op het voorschot van inschrijvingsgeld dat op 15 november wordt aangerekend aan de academies. De Mechelse Beiaardschool (gesubsidieerd officieel onderwijs) krijgt als enige gesubsidieerde instelling voor deeltijds kunstonderwijs een vast bedrag van 25.606 euro. Vijftien academies van het gemeenschapsonderwijs krijgen een gezamenlijke dotatie van 1.730.000 euro.
AGODI jaarverslag 2019
29
Bijkomende toelagen voor het Deeltijds Kunstonderwijs Tabel 15: bijkomende toelagen in het deeltijds kunstonderwijs
31.969
Nascholing
255.000
167
32.103,66
168
255.000
€
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
ICT-middelen*
€
Aantal scholen
€
2018-2019
Aantal scholen
Schooljaar
2017-2018
Aantal scholen
2016-2017
167
32.418,64
167
0,98%
168
255.000
168
0%
* Alleen voor academies die toetreden tot een samenwerkingsplatform.
De academies voor deeltijds kunstonderwijs hebben recht op bijkomende toelagen voor nascholing en ICT. Ook de academies stellen jaarlijks een nascholingsplan op. Het nascholingsplan bevat op samenhangende wijze alle vormingsinspanningen die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de school te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen. Daarnaast bevat het plan ook begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling. AGODI stelt jaarlijks nascholingsmiddelen ter beschikking om het nascholingsplan uit te voeren. Per voltijdse betrekking in een organiek ambt ontvangt elke school 62,96 euro. Alleen de scholen die geregistreerd zijn in een samenwerkingsplatform hebben recht op ICT-middelen. In het schooljaar 2018-2019 kwamen 167 scholen in aanmerking voor een ICT-toelage.
Inschrijvingsgelden Tabel 16: evolutie van de tarieven in het deeltijds kunstonderwijs Tarieven in € Soort tarief
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Volledig tarief voor volwassenen
301
307
307
Verminderd tarief voor volwassenen
126
129
129
Volledig tarief voor jongeren
63
65
65
Verminderd tarief voor jongeren
41
42
42
Een leerling in het deeltijds kunstonderwijs betaalt het vastgelegde inschrijvingsgeld voor elk domein waarvoor hij zich inschrijft. De vier toegepaste tarieven evolueren mee met de gezondheidsindex. Sociale groepen zoals werklozen, personen met een beperking en politieke vluchtelingen genieten een verminderd tarief. In het schooljaar 2018-2019 zijn de inschrijvingstarieven niet veranderd ten opzichte van het schooljaar 2017-2018.
30
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 17: inschrijvingsgelden in het deeltijds kunstonderwijs
€
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
15
1.908.731
15
4,42%
4
285.862
4
0,53%
17.622.727
149
18.972.740
149
7,66%
19.734.948
168
21.167.333
168
7,26%
€
15
1.827.860
4
284.361
17.634.813
149
19.647.391
168
€
GO!
1.732.938
VGO
279.640
OGO Totaal
2018-2019 Aantal scholen
2017-2018 Aantal scholen
2016-2017 Aantal scholen
Schooljaar
Inkomsten inschrijvingsgeld
Vanaf het schooljaar 2018-2019 vordert AGODI het inschrijvingsgeld terug in twee schijven: het voorschot op 15 november en het saldo op 15 april. Voor de academies van het gesubsidieerd officieel en vrij onderwijs worden in het voorschot de werkingsmiddelen van het huidige schooljaar afgehouden van 95% van het inschrijvingsgeld van het voorgaande schooljaar. In april wordt het resterende bedrag teruggevorderd. Dit wil zeggen: 100% van de inschrijvingsgelden van het huidig schooljaar verminderd met het voorschot. Academies van het GO! krijgen in november een terugvordering voor 95% van het inschrijvingsgeld van het voorgaande schooljaar. In april wordt het resterende bedrag (100% van de inschrijvingsgelden huidig schooljaar verminderd met het voorschot) teruggevorderd. Het inschrijvingsgeld wordt gestort op het inschrijvingsfonds DKO. De inkomsten in dit fonds worden integraal gebruikt voor de betaling van de lonen van het DKO-personeel. De inkomsten zijn afhankelijk van twee factoren: de hoogte van de tarieven en het aantal inschrijvingen binnen elk tarief afzonderlijk. De tarieven zijn ongewijzigd gebleven. De stijging in de inkomsten van het inschrijvingsgeld is te verklaren door de enorme stijging in het aantal inschrijvingen (+10%) in het deeltijds kunstonderwijs voor schooljaar 20182019.
AGODI jaarverslag 2019
31
Werkingsmiddelen en toelagen voor de pedagogische begeleidingsdiensten (PBD)
€
€
3.801.614,30
8
3.827.363,60
8
3.851.013,46
8
0,62%
Aanvullende werkingsmiddelen gelijke kansen
86.800,49
8
86.800,49
8
86.800,49
8
0%
Aanvullende werkingsmiddelen – SNPB
5.731.000,00
4
5.348.000,00
4
4.584.000,00
4
-14,29%
522.000,00
4
522.000,00
4
522.000,00
4
0%
1.221.000,00
8
1.221.000,00
8
1.221.000,00
8
0%
Schooljaar
Werkingsmiddelen
Extra ondersteuning VWO Nascholing
€
Aantal PBD
2018-2019
Aantal PBD
2017-2018
Aantal PBD
2016-2017
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Tabel 18: werkingsmiddelen en toelagen voor de pedagogische begeleidingsdiensten
Sinds het schooljaar 2012-2013 kent AGODI de werkingsmiddelen en de nascholing voor de pedagogische begeleidingsdiensten toe. De werkingsmiddelen voor de ‘grote’ pedagogische begeleidingsdiensten zijn gebaseerd op de personeelsformatie. De kleinere pedagogische begeleidingsdiensten die behoren tot het ‘Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers’ (OKO) ontvangen een forfaitaire toelage per organieke betrekking in het basis- en secundair onderwijs. De stijging van de werkingsmiddelen zet zich, net zoals in het schooljaar 2016-2017, door in het schooljaar 2017-2018. Daarnaast ontvangen de begeleidingsdiensten jaarlijks aanvullende werkingsmiddelen voor de ondersteuning van het gelijkekansenbeleid. Na een evaluatie van de werking van de pedagogische begeleidingsdiensten, werd in het schooljaar 2014-2015 geopteerd om de verschillende begeleidingsdiensten zelfstandig hun taken te laten opnemen en de verplichte samenwerking - in de vorm van de vzw Samenwerkingsverband Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten (SNPB) - stop te zetten. Samenwerking tussen begeleidingsdiensten blijft mogelijk op vrijwillige basis, maar wordt niet langer decretaal opgelegd. De resterende middelen voor de vzw SNPB werden daarom toegevoegd aan de werkingsmiddelen van de begeleidingsdiensten die deel uitmaakten van de toenmalige SNPB. Een deel van die werkingsmiddelen werd overgeheveld naar de loonallocaties voor coördinatie naar de ondersteuningsnetwerken in het kader van het M-decreet. Daarnaast ontvangen de pedagogische begeleidingsdiensten van de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s) extra ondersteuning voor het volwassenenonderwijs. Elke pedagogische begeleidingsdienst stelt jaarlijks een nascholingsplan op. Dat nascholingsplan bevat op een samenhangende wijze alle vormingsinspanningen die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de begeleidingsdienst te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen. Daarnaast bevat het plan ook begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling. AGODI stelt jaarlijks nascholingsmiddelen ter beschikking om het nascholingsplan uit te voeren. 32
AGODI jaarverslag 2019
2
Omkadering Elk jaar legt AGODI de omkadering vast waarop elke school of scholengemeenschap kan rekenen. Op basis daarvan stellen de scholen hun personeel aan dat door de Vlaamse overheid wordt bezoldigd. ‘Omkadering’ slaat zowel op lestijden, uren, lesuren en uren-leraar als op punten en eenheden. De omkadering bestaat meestal uit verschillende deelpakketten met een specifieke doelstelling. Voor elke soort omkadering gelden specifieke toekenningsvoorwaarden en berekeningswijzen. Het grootste pakket omkadering is de personeelsformatie van het lerarenkorps. Zo vormt het leerlingenaantal de basis voor de berekening van de leerkrachtenomkadering.
Ambitie 2: het tijdig en correct toekennen van de omkadering Elk jaar berekent AGODI de omkadering waarop de scholen recht hebben en brengt het agentschap de scholen tijdig op de hoogte. AGODI garandeert dat gemiddeld 98% van de omkadering tijdig wordt toegekend. Voor het basisonderwijs betekent dat uiterlijk op 15 juni. Voor het secundair onderwijs geldt voor de gewone omkadering en de ICT-punten ook de deadline van 15 juni. Voor de andere omkaderingen is dat 25 juni. Op het einde van het schooljaar worden alle omkaderingsberekeningen aan de scholen/centra meegedeeld, met uitzondering van die scholen/centra die 1 oktober als teldag hebben. AGODI behaalde de norm voor de totaliteit van de omkaderingen. De basisscholen en DKO-scholen behaalden een tijdigheidspercentage van 99,9%. Alle secundaire scholen (100%) ontvingen tijdig de dienstbrieven omkadering. Voor de omkaderingsberekeningen haalden de afdeling Basisonderwijs, DKO en CLB–Scholen en leerlingen een correctheidspercentrage van 99,4% en de afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en Leerlingen een correctheidspercentage van 99,9%.
AGODI jaarverslag 2019
33
Omkadering voor het basisonderwijs
Aantal scholen
LT
Aantal scholen
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Tabel 19: overzicht omkadering in het gewoon basisonderwijs
2.428
915.511
2.445
0,61%
21.803
1.781
25.322
1.871
16,14%
167
2.877
152
2.426
131
-15,68%
312
14
290
16
515
27
77,59%
SES-lestijden
97.053
2.414
102.026
2.424
102.446
2.441
0,41%
Lestijden leerlingen/leerkracht ratio
2.784
340
2.647
335
2.724
343
2,91%
Lestijden Godsdienst-NCZ-cultuurbeschouwing
61.024
2.245
61.916
2.265
63.107
2.281
1,92%
Lestijden anderstalige nieuwkomers (AN) *
5753,5
656
5.428,5
525
5.516
571
1,61%
Lestijden gewezen anderstalige nieuwkomers(GAN)
1772,5
460
2.193
525
2.334
518
6,43%
Uren kinderverzorging
21.324
2.200
21.346
2.211
21.417
2.230
0,33%
Punten ICT
34.453
2.418
34.823
2.428
35.058
2.444
0,67%
Punten Administratieve Ondersteuning
125.339
2.418
128.731
2.428
159.748
2.445
24,09%
Punten Zorgcoรถrdinatie
141.782
354
143.004
353
143.694
353
0,48%
Punten Stimulus
43.733
354
43.903
353
44.604
353
1,60%
2016-2017
2017-2018
Aantal scholen
Omkadering gewoon basisonderwijs
LT
2.418
909.973
25.141
1.841
Lestijden capaciteit plus
3.366
Lestijden capaciteit min
LT
Lestijden volgens de schalen
900.487
Instaplestijden
Eenheden korte vervanging *
2018-2019
59.071.306 2.407 58.588.559 2.416 58.738.100 2.425
0,26%
Situatie telkens op 1 januari
Bij het berekenen van de lestijden volgens de schalen is er een schaal voor het lager onderwijs en het kleuteronderwijs. Die schaal geldt voor alle scholen in Vlaanderen en Brussel. De stijging van deze lestijden volgt de evolutie van de leerlingenaantallen in het basisonderwijs. De lestijden volgens de schalen kunnen in de loop van het schooljaar opnieuw berekend worden in twee omstandigheden. De eerste reden voor herberekening is wanneer een school in de loop van het schooljaar een voldoende grote aangroei van kleuters heeft zodat ze recht heeft op instaplestijden. De tweede reden is wanneer een school zich in een gemeente bevindt die aangeduid is als een capaciteitsgemeente (voor een eerste keer in voege in het schooljaar 2010-2011).
34
AGODI jaarverslag 2019
2
Het aantal instaplestijden stijgt met 16,4% ten opzichte van het schooljaar 2017-2018. Het aantal lestijden kan van jaar tot jaar sterk schommelen. Als een of meer instapmomenten laat valt in het schooljaar betekent dit dat meer kleuters kunnen instappen. Het Krokusverlof en de eerste schooldag na Hemelvaart viel dit jaar drie weken later dan vorig schooljaar. Elk jaar opnieuw bepaalt AGODI de capaciteitsgemeenten. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet een gemeente in een administratief arrondissement liggen met een aangroei van minstens 2.400 leerlingen op vijf jaar tijd ĂŠn moet de gemeente in dezelfde periode zelf een aangroei hebben van minstens 240 leerlingen. De capaciteitsgemeenten voor 2018-2019 zijn: Aalst, Anderlecht, Antwerpen, Asse, Brasschaat Brussel, Denderleeuw, Evergem Geel, Gent, Grimbergen, Haaltert, Halle, Mechelen, Meise, Merelbeke, Mol, Schaarbeek, Schoten, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Pieters-Leeuw, Turnhout, Vilvoorde, Willebroek en Zaventem. De volgende gemeenten zijn nieuw in deze opsomming: Dilbeek, Sint-Jans-Molenbeek Om als individuele school in een capaciteitsgemeente in aanmerking te komen, moet een school voor het niveau lager een aangroei hebben van minstens twaalf leerlingen. Bij een stijging van twaalf leerlingen of meer wordt een extra lestijd volgens de schalen per leerling toegekend (capaciteit plus). Een daling van twaalf leerlingen of meer wordt in het niveau lager onderwijs naar rato van een lestijd per leerling in mindering gebracht van de lestijden volgens de schalen (capaciteit min). Voor capaciteitsgemeenten is ook een waarborgregeling voorzien. Dit betekent dat scholen in een gemeente die niet langer voldoet aan de voorwaarden van capaciteitsgemeente nog een schooljaar in aanmerking blijven komen voor een hertelling. Scholen in gemeenten met een waarborgregeling hertellen niet in min. De gemeenten Edegem, Hasselt, Leuven, Tienen en Westerlo bevinden zich in deze situatie. Alle gemeenten met een waarborgregeling vorig schooljaar voldeden voor een tweede maal niet aan de voorwaarden. De gemeenten Beersel, Beringen, Heist-op-den-Berg, Heusden-Zolder, Mortsel, Ninove, Opwijk, Zemst en Zwijndrecht zijn daarom niet langer een capaciteitsgemeente. Dit zorgt mede voor een daling van het aantal toegekende lestijden capaciteit met 15,7%. De SES-lestijden zijn lestijden die toegekend worden op basis van de socio-economische status van leerlingen. Deze socio-economische status wordt bepaald door volgende leerlingenkenmerken: opleidingsniveau van de moeder, thuistaal van de leerling en het ontvangen van een schooltoelage. Als een school onvoldoende lestijden volgens de schalen en SES-lestijden krijgt om een theoretische klasgrootte te behalen van 18,5 leerling per leerkracht, worden additionele lestijden toegerekend tot de school deze ratio behaalt. Het gemiddeld aantal toegekende lestijden per school is net zoals vorig schooljaar 7,9 lestijden.
AGODI jaarverslag 2019
35
Het aantal lestijden levensbeschouwing blijft door de jaren heen lichtjes stijgen. Het aantal lestijden aanvangsbegeleiding blijft nagenoeg gelijk. De stijging van het aantal lestijden anderstalige nieuwkomers vorig schooljaar vertaalt zich in een verdere stijging van het aantal lestijden gewezen anderstalige nieuwkomers met 6.43%. Het totaal aantal uren kinderverzorging blijft de afgelopen schooljaren nagenoeg gelijk. Basisscholen krijgen ook een puntenenveloppe ICT-coördinatie en administratieve ondersteuning. Aan scholengemeenschappen wordt ook een puntenenveloppe zorgcoördinatie en stimuluspunten toegekend. De stijgingen van deze puntenenveloppen lopen min of meer gelijk met de stijging van het aantal lestijden volgens de schalen toegekend aan de scholen. Uitzondering hierop is de puntenenveloppe administratieve ondersteuning. Vanaf het begrotingsjaar 2019 investeerde de Vlaamse Regering 20 miljoen euro extra in punten ten behoeve van administratieve ondersteuning in de basisscholen en voor de directeurs De puntwaarde per leerling steeg hierdoor vanaf 1 januari 2019 van 0,1745 naar 0,22326 per leerling voor het gewoon basisonderwijs. Deze puntenenveloppe steeg hierdoor met 24,09%. Scholen kunnen extra middelen ontvangen voor de vervanging van korte afwezigheden van personeelsleden. In het schooljaar 2017-2018 bedraagt het budget voor eenheden korte vervanging 7.789.000 euro. Het budget blijft door de jaren heen stabiel. Van dit budget wordt jaarlijks een percentage ingehouden ter compensatie van de uitgaven voor de ‘verlenging opdracht tijdelijken’, De uitgaven voor de 'verlenging opdracht tijdelijken' vormen een meerkost voor het doorbetalen van tijdelijke personeelsleden tijdens weekends en vakanties. AGODI bepaalt het percentage elk jaar opnieuw op basis van gegevens verzameld over het voorgaande schooljaar. Deze inhouding schommelt de afgelopen jaren rond de 20%. Dit jaar daalde de VOT naar 16%. Het aangepast budget wordt omgezet in ‘eenheden korte vervanging'. Alleen scholen die in een samenwerkingsplatform een convenant voor ‘vervanging korte afwezigheden’ afsloten, hebben recht op deze eenheden. AGODI verdeelt deze eenheden over deze scholen volgens een vastgelegde verdeelsleutel. Gegevens over tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH) zijn verder in het rapport opgenomen. In het schooljaar 2018-2019 werd een pilootproject lerarenplatform5 opgezet in het basisonderwijs om meer tijdelijke leerkrachten werkzekerheid en een opdracht die voldoende substantieel is te bieden De deelnemende samenwerkingsplatformen uit het basisonderwijs krijgen de mogelijkheid om een aantal leerkrachten een aanstelling te geven tot het einde van het schooljaar. In het schooljaar 2018-2019 was er plaats voor 2.500 voltijdse leerkrachten basisonderwijs die een aanstelling kregen vanaf 1 oktober 2018. In totaal werden 59.476 lestijden toegekend aan 331 samenwerkingsplatformen. In het schooljaar 2019-2020 werd het pilootproject verlengd. Er was toen plaats voor 5
36
Zie ook Pilootproject lerarenplatform
AGODI jaarverslag 2019
2
2.291 leerkrachten die nu vanaf 1 september een aanstelling kregen. In totaal werden 48.797 lestijden toegekend aan 336 samenwerkingsplatformen. Gegevens over tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH) zijn verder in het rapport opgenomen.
Aantal instellingen
LT
Aantal instellingen
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Tabel 20: overzicht omkadering in het buitengewoon basisonderwijs
200
95.855
199
0,32%
51.042
195
51.528
194
0,95%
77
2.788
78
2.867
76
2,83%
109
5
84
5
84
5
0%
2016-2017 Aantal instellingen
Omkadering buitengewoon onderwijs
2017-2018
LT
200
95.549
52.037
193
2.757
Lestijden rand- en taalgrensgemeenten Lestijden Gelijke Onderwijskansen (GOK)
LT
Lestijden volgens de schalen (inclusief lestijden meerderheidscursus levensbeschouwelijke vakken)
96.789
Urenpakket paramedisch externaat Lestijden minderheidscursus levensbeschouwelijke vakken
2018-2019
1.154
90
1.145
89
1.119
90
-2,27%
Afwijkingslestijden en uren (noodsituaties)
920
49
902
47
793
38
-12,08%
Lestijden ondersteuningsmodel
NVT
NVT
7.530
140
9.349,5
144
24,16%
Urenpakket ondersteuningsmodel
NVT
NVT
8.034
133
9.884
144
23,03%
Eenheden ondersteuningsmodel
NVT
NVT
21.041,5
144
22.004,5
144
4,58%
Lestijden coรถrdinatie ondersteuningsnetwerken
NVT
NVT
NVT
NVT
125
7
NVT
Punten ICT
1.377
200
1.341
200
1.325
199
-1,19%
9.618
200
9.673
200
10.867
199
12,34%
5.882.098
200
5.562.220
200
5.419.162
199
-2,57%
Punten Administratieve Ondersteuning Eenheden Korte Vervanging
Specifieke instellingen voor het buitengewoon onderwijs in het GO! Totaal urenpakket internaat - Urenpakket internaat - Bijkomend urenpakket slapende waak
10.482
16
10.084
16
9.636
16
-4,44%
9.730
16
9.345
16
8.909
16
-4,67%
752
16
739
16
727
16
-1,62%
Beheerder internaat
16
16
16
16
16
16
0%
Ambten semi-internaat
179
10
176
10
179,5
10
1,99%
6.806
7
6.806
7
6.806
7
0%
Urenpakket internaten met permanente openstelling (IPO)
AGODI jaarverslag 2019
37
In het buitengewoon onderwijs werkt naast het onderwijzend personeel ook paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De lestijden (voor het onderwijzend personeel) en de uren (voor het paramedisch personeel) stijgen licht door de stijging van het aantal leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs. Naast die lestijden en uren worden nog aanvullende, bijkomende en extra lestijden en uren gegenereerd: - Voor het inrichten van levensbeschouwelijke vakken ontvangen de scholen lestijden godsdienst en niet-confessionele zedenleer. De lestijden voor de meest gekozen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing worden uit de lestijden volgens de schalen geput. Daarnaast worden aanvullende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd voor de minder gevolgde cursussen in de erkende godsdiensten of nietconfessionele zedenleer. Die aanvullende lestijden stijgen opnieuw in vergelijking met schooljaar 2017-2018. Dat kan het gevolg zijn van de leerlingenstijging in het buitengewoon basisonderwijs, maar het pakket wordt daarnaast ook beïnvloed door de individuele (godsdienst)keuze van de ouders van de leerlingen. - In het schooljaar 2017-2018 startte een nieuwe driejaarlijkse cyclus voor de integratie van anderstaligen (‘Rand en Taal’). Het aantal lestijden Rand en Taal voor schooljaar 2018-2019 is dus identiek aan het schooljaar voordien. - Scholen van het buitengewoon onderwijs die type basisaanbod en/of type 3 inrichten, krijgen aanvullende lestijden voor gelijke onderwijskansen (GOK) als ze ten minste 40% externe en semi-interne leerlingen van type 1 en type 3 hebben die aantikken op de indicatoren ‘opleidingsniveau moeder’ en ‘thuistaal niet-Nederlands’ (dat laatste alleen in combinatie met de indicator ‘opleidingsniveau moeder’). In het schooljaar 2018-2019 is een nieuwe driejaarlijkse GOK-cyclus van start gegaan. - Basisscholen voor het buitengewoon onderwijs die zich in een noodsituatie bevinden (bijvoorbeeld door een plotse stijging van hun aantal leerlingen), kunnen een beroep doen op de afwijkingslestijden en -uren. Het aantal scholen dat deze lestijden krijgt toegewezen, steeg licht van 47 in schooljaar 2017-2018 naar 51 in schooljaar 2018-2019. Het aantal lestijden en uren daalde evenwel met 12,08%. De lestijden en uren die daarvoor beschikbaar zijn, vormen een vast percentage van het lestijdenen urenpakket voor de scholen buitengewoon onderwijs voor dat schooljaar. Tot en met schooljaar 2017-2018 maakten de lestijden en uren GON en ION deel uit van het lestijdenpakket. De lestijden, uren en eenheden ondersteuningsmodel, die in de plaats kwamen van de GON- en ION-regeling, maken geen deel uit van het lestijdenpakket en komen daardoor niet in aanmerking voor de berekening van het aantal beschikbare afwijkingslestijden en -uren. - Vanaf schooljaar 2017-2018 is er een nieuw ondersteuningsmodel voor de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs. Dat nieuwe ondersteuningsmodel vervangt de vroegere GON-, ION- en waarborgregeling. De lestijden, uren en begeleidingseenheden voor die ondersteuning in het gewoon onderwijs worden toegekend aan scholen voor buitengewoon onderwijs. Voor de ondersteuning van scholen met leerlingen type basisaanbod, 3, 7 (spraaken taalontwikkelingsstoornis) en 9 worden ondersteuningsnetwerken gevormd. De ondersteuning van scholen met leerlingen type 2, 4, 6 en 7 (auditief) gebeurt rechtstreeks door de scholen voor buitengewoon onderwijs.
38
AGODI jaarverslag 2019
2
- Vanaf het schooljaar 2016-2017 werden de eenheden GON, lestijden ION en afwijkingslestijden en -uren GON ASS samengevoegd. Deze samengevoegde GONenveloppe maakt vanaf het schooljaar 2017-2018 samen met de waarborglestijden en -uren deel uit van de middelen voor de invoering van het nieuw ondersteuningsmodel. - Voor de ondersteuning van leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type 2, 4, 6 en 7 (auditief) was de toe- of afname van leerlingen van die doelgroep in Vlaanderen bepalend voor de voorafname van de eenheden voor deze doelgroep uit de totale pot van begeleidingseenheden voor het schooljaar 2018-2019. In dat schooljaar werden, bij wijze van overgangsmaatregel naar een nieuw open end omkaderingssysteem, bijkomend nog 4.998,5 begeleidingseenheden toegekend aan de scholen voor buitengewoon basisonderwijs voor de ondersteuning van leerlingen met een (inschrijvings)verslag of gemotiveerd verslag type 2, 4, 6 en 7 (auditief) in het gewoon onderwijs. Ondanks een dalende voorafname en een omzetting van eenheden naar lestijden en uren (zie hieronder), stegen de eenheden door deze overgangsmaatregel nog licht t.o.v. het schooljaar 2017-2018. - Voor de ondersteuning van leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type basisaanbod, 3, 7 (spraak- en taalontwikkelingsstoornis) en 9 in het schooljaar 2018-2019 werden 34% van de begeleidingseenheden van het schooljaar 2017-2018 omgezet in lestijden en uren. De Vlaamse Regering kende ze, op voorstel van de paritaire commissies6, toe aan scholen voor buitengewoon onderwijs die deel uitmaken van een ondersteuningsnetwerk. Die omzetting van eenheden in lestijden en uren vormt samen met de waarborgregeling7 de verklaring voor de stijging van de lestijden en uren ondersteuningsmodel ten opzichte van het schooljaar 2017-2018. - Vanaf het schooljaar 2018-2019 worden er ook lestijden voor coรถrdinatie toegekend aan scholen voor buitengewoon onderwijs in de ondersteuningsnetwerken. In totaal werden 506 lestijden/lesuren toegekend, waarvan 125 lestijden aan zeven scholen voor buitengewoon basisonderwijs. - Net als de basisscholen voor gewoon onderwijs krijgen de basisscholen voor buitengewoon onderwijs een puntenenveloppe voor ICT en administratieve ondersteuning. De daling van die puntenenveloppen loopt min of meer gelijk met de daling van het aantal lestijden volgens de schalen. Net als in het gewoon basisonderwijs vormt de puntenenveloppe administratieve ondersteuning daar dit jaar een uitzondering op. Vanaf het begrotingsjaar 2019 investeerde de Vlaamse regering 20 miljoen euro extra in punten voor de administratieve ondersteuning in de basisscholen en voor de directeurs. De puntwaarde per leerling steeg hierdoor vanaf 1 januari 2019 van 0,2857 naar 0,33446 per leerling voor het buitengewoon basisonderwijs. Deze puntenenveloppe stijgt hierdoor met 12,34%. Naast de scholen voor buitengewoon onderwijs worden ook de medisch-pedagogische instituten, de semi-internaten en internaten met permanente openstelling, allen van het Gemeenschapsonderwijs, beschouwd als instellingen voor buitengewoon onderwijs. Ook die instellingen krijgen een urenpakket als omkadering voor hun werking.
6 7
De commissies zijn per net paritair samengesteld uit een afvaardiging van de onderwijsverstrekkers en van de vakorganisaties. Het waarborgmechanisme zorgt ervoor dat middelen die vrijkomen door een daling van het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs toegevoegd worden aan de middelen voor ondersteuning in het gewoon onderwijs.
AGODI jaarverslag 2019
39
- Vlaanderen kent acht internaten met permanente openstelling (IPO): zeven daarvan zijn verbonden aan een school voor buitengewoon basisonderwijs (zie tabel 20) en een is verbonden aan een autonoom internaat voor buitengewoon secundair onderwijs (zie tabel 21). Het urenpakket voor die instellingen wordt voor een periode van drie schooljaren vastgelegd door de Vlaamse Regering. In schooljaar 2017-2018 startte een nieuwe periode, maar het totaal aantal toegekende uren blijft ongewijzigd. - De omkadering voor de internaten (MPIGO’s) daalt licht, terwijl de omkadering voor de semi-internaten licht stijgt. Dat kan het gevolg zijn van de algemene leerlingendaling in het buitengewoon onderwijs, maar hangt ook samen met de individuele keuze van ouders voor bepaalde soorten internaten. - Gegevens over tijdelijk en permanent onderwijs aan huis (TOAH en POAH) zijn verderop in het rapport opgenomen.
40
AGODI jaarverslag 2019
2
Omkadering voor het secundair onderwijs Tabel 21: omkadering voor het secundair onderwijs 2018-2019
943
965.060
943
967.891
944
0,29%
105 15.073 9.180
23 668 79
102 15.073 7.680
23 668 77
102 16.628 8485
23 669 79
0,00% 10,32% 10,48%
Deeltijds beroepssecundair onderwijs Uren volgens schalen 25.829 Uren OKAN 159,6
48 16
26.096 336
49 21
26.420 319,2
49 24
1,24% -5,00%
Buitengewoon secundair onderwijs Uren onderwijzend personeel 119.222 Extra lesuren duaal 100
124 5
120.166 59
126 9
121.904 65
126 5
1,45% 10,17%
7
7
8
8
9
9
12,50%
27.064
119
25.559
121
25.516
120
-0,17%
2.347
47
2.366
47
2.496
46
5,49%
1.056 822 1.034 11.558,5 1.450
68 40 122 53 12
1.056 826 1.032 NVT NVT
68 43 124 NVT NVT
1.069 785 1.040 NVT NVT
67 40 126 NVT NVT
1,23% -4,96% 0,78% NVT NVT
Eenheden ondersteuningsmodel
NVT
NVT
11.573,5
53
11.399,5
53
-2,02%
Lesuren ondersteuningsmodel Uren ondersteuningsmodel Lesuren coördinatie ondersteuningsnetwerken
NVT NVT
NVT NVT
1.724 1.983
73 74
3.657,5 2.179
77 73
112,15% 9,88%
NVT
NVT
NVT
NVT
381
16
100%
1.576 166
3 3
8,76% 0,00%
709
1
0,00%
Aantal instellingen
967.072
Aantal instellingen
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
2017-2018
Aantal instellingen
2016-2017
Gewoon voltijds secundair onderwijs Uren volgens schalen (Aantal toegekende uren-leraar, incl. LBV, op teldatum school.) Ambten teeltleider Uren GOK Extra uren OKAN
Ambten teeltleider Uren paramedisch personeel Lesuren minderheidscursus levensbeschouwelijke vakken GOK Afwijkingslesuren en uren ‘noodsituaties’ Punten ICT Begeleidingseenheden GON/ION Lesuren en -uren waarborgregeling
Specifieke instellingen voor buitengewoon onderwijs in het GO! Urenpakket internaat 1.539 3 1.449 3 Bijkomend urenpakket slapende waak 157 3 166 3 Urenpakket internaten met permanente 709 1 709 1 openstelling Secundair onderwijs Punten ICT Incentive duaal
19.428 508
1.071 26
19.410 327
1.073 27
19.548 322
1.076 29
0,71% -1,53%
Scholengemeenschappen Extra uren scholengemeenschappen Globale puntenenveloppe
20.000 635.284
116 116
20.000 635.765
116 116
20.000 635.655
116 116
0% -0.02%
Scholen SO niet in een scholengemeenschap Globale puntenenveloppe 7.332 18
7.279
19
7.356
19
1.06%
Scholen BuSo niet in scholengemeenschap Globale puntenenveloppe 13.161
12.113
39
11.599
39
-4.24%
39
AGODI jaarverslag 2019
41
Gewoon secundair onderwijs Ook in het gewoon secundair onderwijs zijn er diverse pakketten omkadering. De basisomkadering in het gewoon secundair onderwijs is opgebouwd uit een aantal gewone uren-leraar en een aantal uren-leraar voor levensbeschouwelijke vakken. Bij het vastleggen van het pakket wordt rekening gehouden met het aantal regelmatige leerlingen per structuuronderdeel op de teldatum, meestal 1 februari van het voorafgaande schooljaar. De berekening via de coëfficiëntenregeling is vervangbaar door minimumpakketten als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het pakket volgt de leerlingenstijging van 1 februari 2018 t.o.v. 1 februari 2017. In het schooljaar 2018-2019 werd voor de eerste keer een hertelling van het pakket uren-leraar ingevoerd om de globale leerlingenstijging in het secundair onderwijs op te vangen. Deze hertelling houdt rekening met de stijging of daling in 1A en 1B, waar de ‘nieuwe' leerlingen in het secundair onderwijs instromen. In totaal kwamen 26 scholen in aanmerking voor een hertelling, 22 scholen voor een vermeerdering en vier scholen voor een mindering van het pakket. Door deze hertelling werden 776 extra uren-leraar verdeeld. Buitengewoon secundair onderwijs (BuSo) Scholen voor buitengewoon secundair onderwijs krijgen naast uren voor het onderwijzend personeel een urenpakket voor het paramedisch personeel (voluit betreft het uren voor paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel). In het verleden steeg het aantal leerlingen in het buitengewoon secundair onderwijs gestaag. Vanaf het schooljaar 2015-2016 waren er voor het eerst dalingen van het aantal leerlingen in het BuSo door het M-decreet. In het schooljaar 2017-2018 stellen we terug een stijging van de leerlingenaantallen vast. Op 1 februari 2018 telde het buitengewoon secundair onderwijs 199 leerlingen meer t.o.v. de vorige teldag op 1 februari 2017. Daardoor stijgen de toegekende lesuren voor het schooljaar 2018-2019. Het urenpakket voor paramedisch personeel daalt heel licht. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de verhouding van het leerlingenaantal binnen de verschillende types. Op 1 februari 2019 telt het BuSo opnieuw 211 leerlingen meer dan op 1 februari 2018. Bijkomende uren in het buitengewoon secundair onderwijs worden vooral gebruikt voor: - Lesuren godsdienst en niet-confessionele zedenleer. De lesuren voor de meest gekozen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing worden uit het lesurenpakket voor onderwijzend personeel geput. Daarnaast worden aanvullende lesuren gefinancierd of gesubsidieerd voor de minder gevolgde cursussen in de erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer. Deze aanvullende lesuren stijgen opnieuw. Dat kan het gevolg zijn van de leerlingenstijging in het buitengewoon secundair onderwijs, maar het pakket wordt daarnaast ook beïnvloed door de individuele (godsdienst)keuze van de ouders van de leerlingen. - Het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen. Scholen voor buitengewoon onderwijs krijgen aanvullende lesuren als ze ten minste 40% externe en semi-interne leerlingen van type 1 en type 3 hebben die aantikken op de indicatoren ‘opleidingsniveau van de moeder’ en ‘thuistaal niet-Nederlands’ (alleen in combinatie met de indicator ‘opleidingsniveau van de moeder’). In het schooljaar 2018-2019 is een nieuwe driejaarlijkse GOK-cyclus van start gegaan.
42
AGODI jaarverslag 2019
2
- Secundaire scholen voor buitengewoon onderwijs die zich in een noodsituatie bevinden (bijvoorbeeld door een plotse stijging van hun aantal leerlingen), kunnen een beroep doen op afwijkingslesuren en -uren. Het aantal scholen dat deze lestijden krijgt toegewezen, daalde licht van 43 in schooljaar 2017-2018 naar 40 in schooljaar 2018-2019. Het aantal lesuren en uren daalde eveneens met bijna 5%. De lesuren en uren die daarvoor beschikbaar zijn, vormen een vast percentage van het lesuren- en urenpakket voor de scholen buitengewoon onderwijs voor dat schooljaar. Tot en met schooljaar 2017-2018 maakten de lesuren en uren GON en ION deel uit van het urenpakket. De lesuren, uren en eenheden ondersteuningsmodel, die in de plaats kwamen van de GON- en ION-regeling, maken geen deel uit van het urenpakket en komen daardoor niet in aanmerking voor de berekening van het aantal beschikbare afwijkingslesuren en -uren. - De drie internaten van het buitengewoon secundair onderwijs van het GO! hebben een internaatbeheerder. Een internaat is autonoom, de twee andere zijn verbonden aan een BuSo-school. Die internaten ontvangen ook een omkadering in de vorm van een urenpakket. Het schoolbestuur beslist autonoom over de verdeling van de uren tussen school en internaat. - Vanaf schooljaar 2017-2018 is er een nieuw ondersteuningsmodel voor de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs. Dat nieuwe ondersteuningsmodel vervangt de vroegere GON-, ION- en waarborgregeling. De lesuren, uren en begeleidingseenheden voor die ondersteuning in het gewoon onderwijs worden toegekend aan scholen voor buitengewoon onderwijs. Voor de ondersteuning van scholen met leerlingen type basisaanbod, 3, 7 (spraaken taalontwikkelingsstoornis) en 9 worden ondersteuningsnetwerken gevormd. De ondersteuning van scholen met leerlingen type 2, 4, 6 en 7 (auditief) gebeurt rechtstreeks door de scholen voor buitengewoon onderwijs. Vanaf het schooljaar 20162017 werden de eenheden GON, lesuren ASV ION en afwijkingslesuren en -uren GON ASS samengevoegd. Deze samengevoegde GON-enveloppe maakt vanaf het schooljaar 2017-2018 samen met de waarborglesuren en -uren deel uit van de middelen voor de invoering van een nieuw ondersteuningsmodel voor de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs. - Voor de ondersteuning van leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type 2, 4, 6 en 7 (auditief) was de toe- of afname van leerlingen van die doelgroep in Vlaanderen bepalend voor de voorafname van de eenheden voor deze doelgroep uit de totale pot van begeleidingseenheden voor het schooljaar 2018-2019. In dat schooljaar werden, bij wijze van overgangsmaatregel naar een nieuw open end omkaderingssysteem, nog bijkomende begeleidingseenheden toegekend aan de scholen voor buitengewoon onderwijs voor de ondersteuning van leerlingen met een (inschrijvings)verslag of gemotiveerd verslag type 2, 4, 6 en 7 (auditief) in het gewoon onderwijs. - Voor de ondersteuning van leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type basisaanbod, 3, 7 (spraak- en taalontwikkelingsstoornis) en 9 werden begeleidingseenheden van het schooljaar 2017-2018 omgezet in lesuren en uren. De Vlaamse Regering kende ze, op voorstel van de paritaire commissies, toe aan scholen voor buitengewoon onderwijs die deel uitmaken van een ondersteuningsnetwerk. Die omzetting van eenheden in lesuren en uren vormt samen met de waarborgregeling de verklaring voor de stijging van de lestijden en uren ondersteuningsmodel ten opzichte van het schooljaar 20172018. - Vanaf het schooljaar 2018-2019 worden er ook lestijden voor coรถrdinatie toegekend aan scholen voor buitengewoon onderwijs in de ondersteuningsnetwerken. In totaal werden 506 lestijden/lesuren toegekend, waarvan 381 lesuren aan zestien scholen voor buitengewoon secundair onderwijs.
AGODI jaarverslag 2019
43
Alle secundaire scholen In verschillende secundaire scholen bestaan nog heel wat extra ambten in de categorie van het bestuurspersoneel die als een soort ‘middenkader’ fungeren. Naast de directeur werken in sommige scholen ook een adjunct-directeur, een technisch adviseur, een technisch adviseurcoördinator (technische scholen), een teeltleider (leraar belast met praktische vakken in de land- en tuinbouw) of een coördinator (DBSO). Sinds het schooljaar 2009-2010 krijgen elke scholengemeenschap en elke secundaire school die niet tot een scholengemeenschap behoort, een globale puntenenveloppe. De globale puntenenveloppe heeft een dubbel doel. Enerzijds geeft de globale puntenenveloppe invulling aan de ambten van het bestuurspersoneel (uitgezonderd het ambt van directeur, inherent aan elke instelling) en ondersteunend personeel op het niveau van de instelling. Anderzijds moet de globale puntenenveloppe een beleid rond taak- en functiedifferentiatie vormgeven op het niveau van de instelling en van de scholengemeenschap. De scholen krijgen geen aparte omkaderingsmiddelen in de vorm van een of meer ambten van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator, technisch adviseur, coördinator (DBSO), of in de vorm van een apart pakket punten ondersteunend personeel, punten taak- en functiedifferentiatie en forfaitaire punten scholengemeenschap. Al die afzonderlijke middelen zijn geïntegreerd als geheel. De berekeningswijze bleef dezelfde. Vanaf het schooljaar 2007-2008 hebben de CDO’s de mogelijkheid om autonoom te worden voor zover zij een voldoende aantal leerlingen hebben (ten minste 260 leerlingen). Dat betekent dat zij net als de scholen van het voltijds secundair onderwijs recht hebben op een directeur i.p.v. een coördinator. Alle secundaire scholen krijgen daarnaast punten voor ICT. Daarvoor moeten ze wel deel uitmaken van een samenwerkingsplatform of scholengemeenschap. Ten slotte krijgen ook de 116 scholengemeenschappen nog extra uren toegekend. Het gaat om een globaal pakket van 20.000 uren dat verdeeld wordt over de scholengemeenschappen pro rato van hun aandeel uren op het totale urenpakket in Vlaanderen. De scholengemeenschappen verdelen deze uren zelf onder hun scholen. Het project ‘schoolbank op de werkplek' liep vanaf het schooljaar 2016-2017 tot het schooljaar 2018-2019. Het project kadert in de beleidsprioriteit duaal leren. Vanaf 1 september 2019 wordt duaal leren organiek uitgerold. Duaal leren is een vorm van leren die bestaat uit een schoolcomponent en een werkplekcomponent die inhoudelijk op elkaar afgestemd zijn. In het duale leren worden een aantal vernieuwingen doorgevoerd waarin competentiegericht handelen en kwalificatiegericht denken via een hechte samenwerking tussen de onderwijs- en de ondernemingswereld centraal staan. Aan een deel van de scholen, afhankelijk van het moment waarop ze instapten in het project, werd bovenop de reguliere omkadering een incentive gegeven. In het onthaalonderwijs stijgt in het schooljaar 2018-2019 het aantal toegekende uren-leraar (op 1 oktober) in het voltijds onderwijs, terwijl de uren OKAN in het DBSO een lichte daling kenden. De verhoogde instroom van vluchtelingen heeft geleid tot een sterke toename van het leerlingenaantal. Na een lichte daling, zien we de leerlingenaantallen in OKAN opnieuw stijgen. Naast leerlingen in een asielprocedure, kunnen anderstalige nieuwkomers bijvoorbeeld ook door gezinshereniging of migratie binnen de EU in Vlaanderen zijn toegekomen. Door het flexibiliseren van de programmatieprocedure n.a.v. de verhoogde instroom zijn er sinds schooljaar 2015-2016 heel wat instellingen van start gegaan met onthaalonderwijs.
44
AGODI jaarverslag 2019
2
In het schooljaar 2018-2019 werd een pilootproject lerarenplatform8 opgezet in het secundair onderwijs om meer tijdelijke leerkrachten werkzekerheid en een opdracht die voldoende substantieel is te bieden. Er werden zestien lerarenplatformen geselecteerd, waaraan in totaal 7.941 uren-leraar werden toegekend. Voor het schooljaar 2019-2020 werden twaalf lerarenplatformen geselecteerd, waaraan in totaal 7.412 uren werden toegekend. De selectie gebeurde door de Vlaamse Regering op basis van een aantal criteria: evenredige spreiding over de netten, grootte, geografische spreiding en inhoudelijke invulling. Omkadering voor de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s) Tabel 22: omkadering voor de CLB’s per net
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
GO!
673,91
673,91
694,68
3,1%
VGO
1.953,83
1.953,83
2.006,49
2,7%
OGO
248,69
248,69
265,29
6,7%
2.876,43
2.876,43
2.966,46
3,1%
Omkaderingsgewichten
Totaal
Op 1 september 2018 trad een nieuw decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in werking. Met dit decreet werd ook een nieuw omkaderingssysteem ingevoerd. In plaats van beleidscontracten en omkaderingsgewichten die vast liggen voor een driejaarlijkse cyclus, maken scholen en centra nu samenwerkingsafspraken die jaarlijks opzegbaar zijn en wordt de omkadering vanaf het schooljaar 2018-2019 jaarlijks berekend. In de nieuwe berekening gebeurt eerst een voorafname van omkaderingsgewichten voor de permanente ondersteuningscellen (zie tabel 23). Vervolgens wordt 35% van de personeelsomkadering verdeeld over de centra op basis van de leerlingen in het gewoon onderwijs met SES-kenmerken (opleidingsniveau moeder, schooltoelage, thuistaal niet Nederlands). De overige omkaderingsgewichten worden verdeeld over de centra op basis van de gewogen leerlingenaantallen (hierbij zijn er drie verschillende wegingscoëfficiënten). Het totale volume aan omkadering wordt bepaald door een vaste gesloten enveloppe met 2.898,85 omkaderingsgewichten (dit is de omkadering van alle centra en POC’s tijdens de vorige omkaderingsperiode) en een bijkomende enveloppe met 180 extra omkaderingsgewichten. Voor het schooljaar 2018-2019 betekent dit 88 extra omkaderingsgewichten. Vanaf het schooljaar 2019-2020 kunnen nog 92 extra omkaderingsgewichten ingezet worden. AGODI kent omkadering toe per CLB. Het aantal omkaderingsgewichten waarop het centrum recht had in het schooljaar 2017-2018, blijft de gegarandeerde omkadering voor dat centrum. De reële omkadering van een centrum vanaf 1 september 2018 wordt bepaald op basis van de gegarandeerde omkadering (d.w.z. de omkadering van het centrum in het schooljaar 2017-2018), de nieuwe omkadering (d.w.z. volgens de nieuwe berekeningswijze) en de extra omkaderingsgewichten.
8
Zie ook Pilootproject Lerarenplatform AGODI jaarverslag 2019
45
Om de extra omkaderingsgewichten te verdelen, wordt gewerkt volgens een groei- en dalingsmechanisme. Hierbij wordt jaarlijks per centrum de nieuw berekende omkadering vergeleken met de gegarandeerde omkadering van dat centrum en de omkadering van het vorig schooljaar. Een daling kan niet meer dan 2% per CLB bedragen en de groei wordt per CLB beperkt tot maximum 3,15%. Tabel 23: omkadering voor de permanente ondersteuningscellen (POC’s) per net
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
POC VGO
12,49
12,49
12,49
0%
POC OGO
1,99
1,99
1,99
0%
POC GO!
5,89
5,89
5,89
0%
Omkaderingsgewichten
Voor de ondersteuning en versterking van CLB’s ontvangen de gefinancierde, de gesubsidieerde officiële en de gesubsidieerde vrije permanente ondersteuningscellen respectievelijk 5,1 omkaderingsgewichten, 1,7 omkaderingsgewichten en 10,2 omkaderingsgewichten. Deze omkadering ligt decretaal vast. Omkadering voor de internaten
Tabel 24: overzicht omkadering internaten in het basisonderwijs en het secundair onderwijs 2016-2017
2017-2018
2018-2019
GO!
30
30
138,1
30
30
136,2
29
29
134,1
VGO
104
104
235
105
105
237,0
106
106
241,5
OGO
4
4
9
5
5
11,5
6
6
14
138
138
382,1
140
140
384,7
141
141
389,6
Totaal
Alle internaten – van alle netten – kunnen een beheerder en een studiemeester-opvoeder aanstellen. De internaten van het GO! mogen een studiemeester-opvoeder tewerkstellen per 21 internen uit het basis- en secundair onderwijs. Voor de gesubsidieerde internaten zijn er twee betrekkingen voorzien, als de internen uitsluitend leerlingen uit het secundair onderwijs zijn. Verblijven er leerlingen uit het basisonderwijs, dan zijn er tweeënhalf betrekkingen voorzien.
46
AGODI jaarverslag 2019
2
Vanaf het schooljaar 2009-2010 wordt er aan de Gemeenschapsinternaten en de gesubsidieerde internaten een bijkomende omkadering ‘slapende waak’ toegekend. Omdat de aanrekening van de nachtprestaties voor de studiemeesters-opvoeder is opgetrokken, heeft het een verminderde inzetbaarheid van het personeel (overdag) tot gevolg. Als compensatie wordt er een bijkomend urenpakket voorzien voor opvoeders. Omkadering voor het deeltijds kunstonderwijs (DKO)
Aantal
Scholen
Aantal
Scholen
Aantal
Scholen
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Tabel 25: overzicht omkadering in het deeltijds kunstonderwijs
77.550
168
77.657
168
78.350
168
0,89%
Uren bestuurs- en administratief personeel 10.335
168
10.366
168
10.532
168
1,60%
Punten ICT-coördinatie
1.768
167
1.782
167
1.803
167
1,18%
Uren tijdelijke projecten
973
19
917
19
552
9
-39,80%
2016-2017
Uren onderwijzend personeel
2017-2018
2018-2019
De gewone omkadering in het deeltijds kunstonderwijs geldt voor alle academies. Ze bestaat uit een gedeelte voor onderwijzend personeel en een gedeelte voor bestuurs- en administratief personeel. Daarnaast krijgen alle scholen punten voor ICT-coördinatie op voorwaarde dat zij toetreden tot een samenwerkingsplatform. In het schooljaar 2018-2019 was een van de 168 scholen niet toegetreden tot een samenwerkingsplatform. Een aantal academies krijgt extra omkadering voor de organisatie van tijdelijke projecten. In het schooljaar 2018-2019 lopen alleen nog de tijdelijke projecten kunstinitiatie, indimalimexchi.co, muzische vorming en passe-partout. Daardoor is ook een daling in aantal uren tijdelijke projecten op te merken in het schooljaar 2018-2019. Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden die tijdelijke projecten volledig stopgezet en wordt er overgeschakeld naar projecten kunstkuur. Op 1 september 2018 trad een nieuw decreet voor het deeltijds kunstonderwijs in werking. Vanaf het schooljaar 2019-2020 zal de omkadering volgens een nieuwe berekeningswijze worden toegekend.
AGODI jaarverslag 2019
47
Tabel 26: tijdelijke projecten met vernieuwingen in het deeltijds kunstonderwijs
Aantal projecten
Aantal organiserende scholen
Aantal projecten
Aantal organiserende scholen
2018-2019
Aantal organiserende scholen
2017-2018
Aantal projecten
2016-2017
Beeldende Kunst
7
7
6
7
NVT
NVT
Podiumkunsten
6
12
6
12
NVT
NVT
Totaal DKO
13
19
12
19
NVT
NVT
Afdeling
De tijdelijke projecten met vernieuwing in het deeltijds kunstonderwijs liepen af in schooljaar 2017-2018. De academies die op 1 september 2017 een tijdelijk project intergemeentelijke samenwerking of een tijdelijk project regionale samenwerking organiseerden, behouden in schooljaar 2018-2019 wel de lestijden voor pedagogische coรถrdinatie die hun door de projectvoorwaarden zijn toegekend. Omkadering voor de pedagogische begeleidingsdiensten (PBD) Tabel 27: overzicht omkadering pedagogische begeleidingsdiensten
OGO (OVSG)
POV
9
236 387 79
64
10 236 389
Basisonderwijs
29
39
0
98 166 30
40
0
99 169 30
40
0
100 170
Secundair + DKO + volwassenonderwijs
45
23
9
131 208 46
23
8
131 208 47
23
9
131 210
CLB
2
1
1
5
9
2
1
1
6
10
2
1
1
5
9
Halftijdse adviseurscoรถrdinator
3
3
1
8
15
3
3
1
8
15
3
3
1
8
15
Totaal
GO!
64
VGO (KOV)
POV
10 234 383 78
Totaal
OGO (OVSG)
63
VGO (KOV)
GO!
76
Totaal
Totaal aantal halftijdse betrekkingen adviseur
VGO (KOV)
POV
2018-2019
OGO (OVSG)
2017-2018
GO!
2016-2017
Net zoals voor de werkingsmiddelen staat AGODI sinds het schooljaar 2012-2013 ook in voor de toekenning van de omkadering aan de pedagogische begeleidingsdiensten. De personeelsformatie wordt per schooljaar vastgesteld, afzonderlijk voor: - het basisonderwijs - het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs samen - de centra voor leerlingenbegeleiding
48
AGODI jaarverslag 2019
2
De berekening gebeurt op basis van het aantal organieke betrekkingen, vastgesteld op 1 februari van het vorige schooljaar, in de scholen en CLB’s die verbonden zijn aan de pedagogische begeleidingsdienst. Het aantal halftijdse betrekkingen adviseur is in het schooljaar 2018-2019 opnieuw toegenomen (van 387 in het schooljaar 2017-2018 naar 389 in het schooljaar 2018-2019). Bij het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs kwamen er twee halftijdse betrekkingen adviseur bij. Voor de centra voor leerlingenbegeleiding werd er een halftijdse betrekking adviseur minder gegenereerd. Het aantal halftijdse adviseurs-coördinatoren bleef gelijk.
Herstructureringen en programmaties Het onderwijslandschap verandert. Er komen nieuwe scholen bij en andere scholen sluiten, herstructureren of fuseren. Om te kunnen rekenen op financiering of subsidiëring moeten alle scholen voldoen aan de rationalisatienorm. De rationalisatienorm is het minimumaantal leerlingen dat een school moet hebben om te kunnen verder bestaan als een autonome entiteit. Die norm is meestal gebaseerd op het aantal leerlingen op de eerste schooldag van februari van het vorige schooljaar. Uitzonderlijk kan de teldag voor het bepalen van de rationalisatienorm de eerste schooldag van oktober zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval voor secundaire scholen in afbouw of bij herstructureringen in het basisonderwijs. Jaarlijks kijkt AGODI na of scholen die norm halen. Een basisschool mag twee schooljaren onder de rationalisatienorm blijven, een secundaire school één schooljaar (genadejaren). In dat geval wordt de school toch verder gesubsidieerd of gefinancierd. Wordt de rationalisatienorm drie/twee schooljaren op rij niet gehaald, dan moet de school herstructureren, fuseren of sluiten. AGODI stuurt elk jaar brieven naar basis- en secundaire scholen die gebruik maken van het genadejaar. Basisscholen die de normen niet halen, krijgen een brief waarin hen wordt gewezen op de gevolgen van een daling in de leerlingenaantallen. Secundaire scholen die de rationalisatienorm niet halen, krijgen ook een brief om hen te waarschuwen dat ze de norm niet hebben gehaald. In het secundair onderwijs kan met een ‘programmatie’ ook de programmatie van nieuwe studierichtingen worden bedoeld. In het buitengewoon onderwijs kan met een ‘programmatie' ook de programmatie van een nieuw type of opleidingsvorm worden bedoeld.
AGODI jaarverslag 2019
49
Basisonderwijs In het gewoon basisonderwijs is een herstructurering de oprichting of afschaffing van een of meerdere vestigingsplaatsen en/of onderwijsniveaus. In het buitengewoon basisonderwijs komt daar nog bij dat er een wijziging kan zijn van types (oprichting, omvorming of afschaffing). Het laten samensmelten van twee of meer scholen tot een school is geen herstructurering maar een fusie. Bij een fusie kunnen de oorspronkelijke scholen verdwijnen of kan een van de scholen blijven bestaan en de andere opslorpen. Tabel 28: overzicht programmaties, herstructureringen en fusies in het gewoon basisonderwijs 2017-2018
2018-2019
2019-2020
Nieuwe school
0
9
1
Nieuwe school na zelfstandig worden vestigingsplaats
10
11
17
Fusies van 2 scholen
1
0
0
Gewoon basisonderwijs
Stopzetting school
0
3
1
Oprichting vestigingsplaats
13
13
28
Afschaffen vestigingsplaats
34
33
42
Oprichten niveau
14
11
9
Afschaffen niveau
7
5
5
Genadejaar (niet behalen van rationalisatienorm)
18
19
26
Een school kan tot tweemaal na elkaar niet aan de rationalisatienorm voldoen zonder dat dit verdere gevolgen heeft: de gedwongen afschaffing van het betrokken niveau of de betrokken vestigingsplaats. Of in uitzonderlijke gevallen de gedwongen stopzetting van de school. Van de 26 scholen met een ‘genadejaar’ voldeden zeventien scholen voor de eerste keer niet aan een rationalisatienorm. Negen scholen voldeden dit schooljaar voor de tweede maal op rij niet aan een rationisatienorm.
50
AGODI jaarverslag 2019
2
Buitengewoon basisonderwijs
Tabel 29: overzicht programmaties, herstructureringen en fusies in het buitengewoon basisonderwijs 2017-2018
2018-2019
2019-2020
Oprichting type: T2
2
1
0
Oprichting type: T3
2
3
0
Oprichting type: T4
1
0
0
Oprichting type: T7
0
1
0
Oprichting type: T9
3
1
3
Oprichting vestigingsplaats aangrenzende gemeente
6
4
6
Oprichten niveau (kleuter)
6
2
3
Afschaffen type
1
0
1
Afschaffen vestigingsplaats
3
6
1
Vrijwillige fusie
0
0
0
Stopzetting school
0
1
0
Buitengewoon basisonderwijs
Voor het schooljaar 2019-2020 is er opnieuw een toename van de oprichting van vestigingsplaatsen van scholen voor buitengewoon basisonderwijs. Ook het aantal scholen dat type 9 opricht, stijgt opnieuw. Sinds het invoeren van het M-decreet stellen we vast dat scholen voor buitengewoon onderwijs, die algemeen geconfronteerd worden met een leerlingendaling, proberen hun aanbod op peil te houden. Soms gebeurt dat door de oprichting van vestigingsplaatsen of van bijkomend aanbod (een of meerdere nieuwe types). In tegenstelling tot de voorbije twee schooljaren werd voor het schooljaar 20192020 geen enkele school voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 of 3 opgericht.
AGODI jaarverslag 2019
51
Tabel 30: overzicht programmatieaanvragen in het buitengewoon basisonderwijs Soort aanvraag
Aanvraag nieuw type BA
Aanvraag nieuw type 2
Aanvraag nieuw type 3
Aanvraag nieuw type 4
Aanvraag nieuw type 7
Aanvraag nieuw type 9
Beslissing Vlaamse Regering Gunstig Ongunstig Effectief gestart Gunstig Ongunstig Effectief gestart Gunstig Ongunstig Effectief gestart Gunstig Ongunstig Effectief gestart Gunstig Ongunstig Effectief gestart Gunstig Ongunstig Effectief gestart
2017-2018
2018-2019
2019-2020
0 1 0 2 0 2 2 1 2 1 0 1 0 0 0 4 2 3
0 1 0 1 0 1 3 0 3 0 0 0 1 1 1 1 3 1
0 1 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 3 2 3
Sinds het schooljaar 2015-2016 moeten scholen voor buitengewoon onderwijs die een nieuw type willen oprichten de goedkeuring krijgen van de Vlaamse Regering. Tabel 30 geeft een overzicht van de programmatieaanvragen die scholen indienden voor het schooljaar 2019-2020, met de beslissing van de Vlaamse Regering. De meeste aanvragen en goedkeuringen door de Vlaamse Regering voor schooljaar 2019-2020 hebben betrekking op de oprichting van type 9. Alle scholen die van de Vlaamse Regering een gunstige beslissing kregen om een nieuw type op te richten, zijn ook effectief gestart met dat type op 1 september 2019.
52
AGODI jaarverslag 2019
2
Secundair onderwijs Tabel 31: overzicht herstructureringen in het gewoon voltijds secundair onderwijs Herstructureringen en programmaties in het gewoon secundair onderwijs
2017-2018
2018-2019
2019-2020
Fusie door opslorping
0
0
0
Eigenlijke fusie
0
0
0
Fusie gevolgd door afsplitsing (Waarbij het aantal scholen gelijk blijft)
1
0
0
Afsplitsing van een bestaande school (Waarbij een nieuw schoolnummer wordt toegekend)
0
0
0
Nieuwe school
1
2
2
Gesloten school
0
1
0
Nieuwe scholen ontstaan door afsplitsing van een bestaande school of door de oprichting van een totaal nieuwe school. Het oprichten van een totaal nieuwe school is vrij uitzonderlijk. Het aantal scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs voor het schooljaar 20192020 (946 scholen) is quasi ongewijzigd tegenover het aantal scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs voor het schooljaar 2018-2019 (944 scholen). De meeste programmaties zijn het gevolg van een intern herstructureringsproces. Het programmeren van nieuwe studierichtingen in het secundair onderwijs is onderworpen aan een specifieke regelgeving. Een deel van de programmatieaanvragen van nieuwe studierichtingen moet een goedkeuringsprocedure doorlopen waarbij de Vlaamse Regering beslist op advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), de onderwijsinspectie en AGODI. Voor een andere groep van programmatieaanvragen is er alleen een meldingsplicht tegen uiterlijk 1 april van het voorafgaande schooljaar voorzien. Voor de programmatie van nieuwe opleidingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs volstaat een melding aan AGODI. Voor de programmatie van nieuwe scholen volstaat een aanvraag op uiterlijk 1 april van het voorafgaande schooljaar tenzij ten gevolge van de programmatieregels voor de studierichtingen die aanvraag al op 30 november moet gebeuren. Maar vanaf het schooljaar 2019-2020 is de erkenningsprocedure gewijzigd. Na het indienen van de aanvraag moet de Vlaamse Regering tegen uiterlijk 31 augustus op basis van een advies van de onderwijsinspectie een beslissing nemen. Bij een positieve beslissing wordt de school voorlopig erkend (en eventueel gesubsidieerd/gefinancierd) voor het schooljaar van opstart. Tijdens het eerste schooljaar van opstart gaat de onderwijsinspectie opnieuw langs en geeft ze een erkenningsadvies op basis van alle criteria. Tegen eind maart moet dat proces zijn afgerond en wordt de school al dan niet definitief erkend (en eventueel gesubsidieerd/gefinancierd). Voor het schooljaar 2019-2020 werden er vier aanvragen ingediend voor het gewoon voltijds secundair onderwijs waarvan een geen erkenning heeft gekregen. Van de drie scholen die een goedkeuring kreeg is er een die alleen een erkenning had gevraagd en bijgevolg niet werd opgenomen in de subsidiĂŤring/ financiering. AGODI jaarverslag 2019
53
Tabel 32: overzicht programmatieaanvragen in het gewoon voltijds secundair onderwijs Niet-programmeerbare structuuronderdelen* Schooljaar 2017-2018
Schooljaar 2018-2019
Schooljaar 2019-2020
Aanvragen
8
8
NVT
Gunstig
7
8
NVT
Ongunstig
1
0
NVT
Structuuronderdelen waarvoor beslissing VR nodig is Schooljaar 2017-2018
Schooljaar 2018-2019
Schooljaar 2019-2020
Aanvragen
29
79
172
Gunstig
29
78
106
Ongunstig
0
1
66
Duale structuuronderdelen waarvoor beslissing VR nodig is
Aanvragen
Schooljaar 2017-2018
Schooljaar 2018-2019
Schooljaar 2019-2020
NVT
NVT
397
Gunstig
NVT
NVT
385
Ongunstig
NVT
NVT
12
* Vanaf het schooljaar 2016-2017 bedoelt men met structuuronderdelen waarvoor een beslissing van de Vlaamse Regering nodig is, de niet-programmeerbare structuuronderdelen op basis van inruil. Het schooljaar ervoor ging het om structuuronderdelen die niet op de lijst van de vrij-programmeerbare structuuronderdelen en niet op de lijst van de niet-programmeerbare structuuronderdelen stonden. Het decreet modernisering secundair onderwijs heeft de categorie van de niet-programmeerbare structuuronderdelen afgeschaft.
Het decreet betreffende de modernisering van het secundair onderwijs heeft de programmatieregels opnieuw gewijzigd. De niet-programmeerbare structuuronderdelen werden afgeschaft. Er zijn een aantal tijdelijke programmatieregels voor de nog niet gemoderniseerde studierichtingen ingevoerd. Met de invoering van het decreet duaal leren kwam er een nieuwe programmatieprocedure bij, namelijk voor duale structuuronderdelen. Voor het oprichten van een duaal structuuronderdeel moet men de goedkeuring van de Vlaamse Regering krijgen. Scholen uit het proefproject Schoolbank op de werkplek werden vrijgesteld van programmatie als ze regelmatige leerlingen hadden in het schooljaar 2018-2019.
54
AGODI jaarverslag 2019
2
Buitengewoon secundair onderwijs Scholen voor buitengewoon onderwijs die een nieuwe school, een nieuw type en/of opleidingsvorm willen oprichten moeten de goedkeuring krijgen van de Vlaamse Regering. Dit geldt eveneens voor de oprichting van vestigingsplaatsen type 5. In het BuSO zijn verschillende herstructureringen mogelijk. In tabel 33 volgt een overzicht van de herstructureringen en de programmaties die de voorbije schooljaren werden doorgevoerd. In tabel 34 staat het overzicht van de programmatieaanvragen die scholen indienden met de uiteindelijke beslissing van de Vlaamse Regering. Tabel 33: overzicht programmaties, herstructureringen en fusies in het buitengewoon secundair onderwijs Detail Programmatie
Nieuwe school
2017-2018 2018-2019 2019-2020 0
0
0
Opleidingsvorm 1
1
1
0
Opleidingsvorm 2
0
0
0
Opleidingsvorm 3
0
1
0
Opleidingsvorm 4
3
5
4
Type BA
0
0
0
Type 2
0
0
0
Type 3
1
1
1
Type 4
0
0
0
Type 6
0
0
0
Type 7
2
0
0
Type 9
2
1
0
0
0
0
Nieuwe school ontstaan door afsplitsing
2
0
4
Omvorming van een opleidingsvorm
1
1
0
0
0
1
1
1
3
0
0
0
Oprichting van een opleidingsvorm
Oprichting type in bestaande OV
Herstructurering Nieuwe school ontstaan door fusie
Oprichting van een opleiding van opleidingsvorm 3 Omvorming van een opleiding van opleidingsvorm 3 Opheffing van een school Opheffing van een opleidingsvorm
0
0
0
Opheffing van een opleiding van opleidingsvorm 3
1
2
2
Opheffing van een type
3
0
0
16
21
19
7
11
Vestigingsplaats Nieuwe vestigingsplaats (excl. type 5)
OV 3
Nieuwe vestigingsplaats type 5 Opheffing van een vestigingsplaats
8 3
AGODI jaarverslag 2019
55
Tabel 34: overzicht programmatieaanvragen in het buitengewoon secundair onderwijs Schooljaar Schooljaar Schooljaar 2017-2018 2018-2019 2019-2020
Nieuwe school
Type 7
Aanvraag nieuw type
Nieuwe school Type 5 Nieuwe vestigingsplaats Type 4
Aanvraag nieuw type in nieuwe OV Aanvraag nieuw type
Type 3
Type 2
Aanvraag nieuw type in nieuwe OV Aanvraag nieuw type in nieuwe OV Nieuwe school
Type BA
Aanvraag nieuw type in nieuwe OV
Effectief gestart
Aanvraag nieuw type in nieuwe OV
Aantal aanvragen
Type 9
Effectief gestart
Aanvraag nieuw type
Beslissing
Aantal aanvragen
Soort aanvraag
Effectief gestart
Type
Aantal aanvragen
Programmatieaanvragen
Gunstig Ongunstig Gunstig
2 2 3
1 0 6
1
Gunstig
0 0 2 0
1 0 6 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 0 2 0 0 0 0 0 0 0
0 0 3
Ongunstig
2 0 2 0 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 1 0 2 0 0 0 0 0 0 0
0 0 2 0 1 0 0 0 1 0 8 0 1 0 1 0 1 0 0 0 0 0 0 0
Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig Gunstig Ongunstig
0 0 0 0 0 0 1 0 3 1 0 0 0 1 0 1
2 0 0 0 0
0 0 0 0 2 1 1 0 3 2 0 1 0 0 0 0
0 1 0 0 0
1 0 8 0 1 0 1 0 1 0 1 0 0 0 0 0
Voor het schooljaar 2019-2020 waren er 9 aanvragen van 7 scholen (de vestigingsplaatsen type 5 buiten beschouwing gelaten). Voor de 1ste keer kon de programmatieaanvraag voor een nieuwe type 5-school ontvankelijk verklaard worden. Daarnaast staat in deze tabel of de school effectief dat schooljaar met het aanbod is gestart. De voorbije schooljaren werd vooral type 9 geprogrammeerd. Dit lijkt in 2019-2020 nog steeds het geval te zijn, al is er terug een lichte daling in het aantal aanvragen ten opzichte van het schooljaar 2018-2019.
56
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 35: overzicht programmatieaanvragen duale structuuronderdelen in het buitengewoon secundair onderwijs Duale structuuronderdelen waarvoor beslissing VR nodig is Schooljaar 2019-2020 OV3
OV4
Aantal
67
2
Gunstig
67
2
Ongunstig
0
0
Ook in het buitengewoon secundair onderwijs is duaal leren mogelijk. Net zoals in het gewoon secundair onderwijs kwam er met de invoering van het decreet duaal leren een nieuwe programmatieprocedure bij, namelijk voor duale structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 en 4. Voor het oprichten van een duaal structuuronderdeel is er een goedkeuring van de Vlaamse Regering nodig. Scholen uit het proefproject Schoolbank op de werkplek werden vrijgesteld van programmatie als ze regelmatige leerlingen hadden in het schooljaar 2018-2019. AGODI ontving voor het schooljaar 2019-2020 67 aanvragen voor duale structuuronderdelen in OV3 en twee aanvragen voor duale structuuronderdelen in OV4. Alle 69 aanvragen voor duale structuuronderdelen in het buitengewoon secundair onderwijs werden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
AGODI jaarverslag 2019
57
Deeltijds kunstonderwijs
Tabel 36: overzicht aanvragen en goedkeuringen afwijkingen programmatiestop in het deeltijds kunstonderwijs 2017 – 2018 Soort programmatie
2018 – 2019
2019-2020
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal aanvragen goedgekeurd aanvragen goedgekeurd aanvragen goedgekeurd
Academies
-
-
0
0
0
0
Kunstacademies
1
1
4
4
1
1
Filialen
3
1
NVT
NVT
NVT
NVT
Studierichtingen
-
-
NVT
NVT
NVT
NVT
Graden
4
1
NVT
NVT
NVT
NVT
Opties
38
10
NVT
NVT
NVT
NVT
Instrumenten
66
-
NVT
NVT
NVT
NVT
Onderwijsbevoegdheid
-
-
378
328
45
32
Domein
-
-
9
9
1
0
Structuuronderdelen
-
-
839
839
92
29
Vestigingsplaatsen
-
-
188
188
NVT
NVT
112
13
1.418
1.368
139
62
Totaal DKO
In het deeltijds kunstonderwijs is er alleen programmatie mogelijk van nieuwe academies, kunstacademies, domeinen en structuuronderdelen. Vestigingsplaatsen zijn niet langer programmaties maar meldingen. In het schooljaar 2019-2020 werden een domein en 92 structuuronderdelen aangevraagd. De aanvraag van het domein was een overheveling, de programmatieaanvraag was overbodig. 29 programmaties van structuuronderdelen werden goedgekeurd, 60 aanvragen waren overbodig en drie aanvragen waren niet-ontvankelijk. Structuuronderdelen kunnen alleen ingericht worden wanneer een academie de nodige onderwijsbevoegdheid heeft. Als de academie dit nog niet heeft, moet een aanvraag van onderwijsbevoegdheid via de Vlaamse Regering goedgekeurd worden. Voor het schooljaar 2019-2020 werden 32 van de 45 aangevraagde onderwijsbevoegdheden goedgekeurd. Een kunstacademie is een academie die minstens drie domeinen aanbiedt, waaronder beeldende en audiovisuele kunsten en muziek. Een academie werd in schooljaar 20192020 een kunstacademie door de overheveling van het structuuronderdeel beeldende en audiovisuele kunsten.
58
AGODI jaarverslag 2019
2
Subsidie voor busbegeleiders op het zonaal collectief leerlingenvervoer Binnen het zonaal collectief leerlingenvervoer dat georganiseerd wordt door De Lijn, is busbegeleiding verplicht. Beherende scholen moeten daarom voor elke bus een begeleider aanwerven. Deze scholen kunnen bij AGODI een subsidie aanvragen voor de loonkosten van hun busbegeleiders.
Tabel 37: subsidie voor busbegeleiding 2018
2019
Evolutie t.o.v. 2018
Aantal ritten
Bedrag €
Aantal ritten
Bedrag €
Aantal ritten
Bedrag €
222
4.047.580,26
223
4.146.012,58
0,45%
2,43%
VGO
966
17.124.389,73
971
16.334.997,09
0,52%
-4,61%
GO!
436
8.367.746,77
445
8.742.458,81
2,06%
4,48%
1.624
29.539.716,76
1.639
29.223.468,48
0,92%
-1,07%
OGO
Totaal
Ondanks een stijging van het aantal ritten en van de gemiddelde dagelijkse ritduur, daalt in 2019 het uitgegeven budget voor busbegeleiding licht. Dat komt door een tax shift, waardoor scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs sinds 1 januari 2018 minder patronale lasten moeten betalen op de lonen van hun busbegeleiders. Deze verlaagde patronale basisbijdrage werd verrekend in de subsidie voor busbegeleiding vanaf schooljaar 2018-2019 (= budget 2019).
AGODI jaarverslag 2019
59
Vervoerskosten en de bestaanszekerheidsvergoeding voor busbegeleiders Tabel 38: overzicht vervoerskosten fietsers en gebruikers openbaar vervoer 2016 2017 2018 (betaald in 2017) (betaald in 2018) (betaald in 2019) Aantal fietsers
51.374
54.827
60.701
6.761.524,40
10.370.852,19
9.825.825
Kost per fietser
131,61
189
162
Aantal km/eenheid op jaarbasis
877,42
997
1.082
0,15
0,15
0,15
23.993
24.278
24.619
11.278.828,85
17.113.516,31
14.517.259
470
565
589
18.040.353,25
27.484.368,50
24.370.084
Totale kost fietsvergoeding
Kost per km Aantal gebruikers openbaar vervoer Totale kost openbaar vervoer Kost per gebruiker openbaar vervoer Totale kost
AGODI kent de vervoerskosten toe aan de schoolbesturen, die deze prefinancieren voor personeelsleden die per fiets of met het openbaar vervoer naar het werk komen. AGODI doet dat voor alle onderwijsniveaus die hiervoor in aanmerking komen, dus ook voor het volwassenenonderwijs. In 2019 kende AGODI het saldo toe van de vervoerskosten van 2018 en een voorschot van 50% voor 2019. Het uitgekeerde bedrag lijkt lager dan in 2018. Dat komt omdat in 2018 het saldo van 75% is betaald voor 2017 en een voorschot van 50% voor 2018. In 2019 is er dus alleen een saldo betaling van 2018 voor 50%. Daarnaast is ook een voorschot betaald voor 2019 van 50%. Het normale voorschot bedraagt 25%. Dit zal zich dus in principe vertalen in een lagere uitgave voor het begrotingsjaar 2020. Op een totaal van 167.604 personeelsleden9 verplaatst er 36,22% zich met de fiets en 14,69% zich met het openbaar vervoer. In totaal worden er 65,685 miljoen kilometer gefietst. Dat betekent dat elke fietser gemiddeld 1.082 km per jaar fietst. Uitgaande van een schooljaar van 180 werkdagen komt dat neer op gemiddeld 6 km per dag. De kost van een dag fietsen bedraagt 45.555 euro (6 x 0,15 x 60.701 = 54.737 euro). De gemiddelde kost van een gebruiker openbaar vervoer is gelijk aan 589 euro. Dit komt neer op 3,27 euro per gebruiker per dag (589/180 = 3,27 euro). De kost per dag voor openbaar vervoer bedraagt 80.558 euro (3,27 x 24.619 = 80.558,84 euro). Per schooldag wordt dus 80.588 + 54.737 = 135.296 euro betaald aan vervoerskosten.
9
60
Zie tabel 2: evolutie van het aantal fysieke personen (inclusief alle vervangingen, TBS+ en Bonus) onderverdeeld per onderwijsniveau en soort onderwijs.
AGODI jaarverslag 2019
2
Bestaanszekerheidsvergoeding busbegeleiders Tabel 39: overzicht bestaanszekerheidsvergoeding busbegeleiders basisonderwijs en secundair onderwijs Bestaanszekerheidsvergoeding busbegeleiders 2017
Andere
2018
Evolutie t.o.v. 2018
2019
3
14
4.520
3
15
4.685
1
12
3.815
-20%
-19%
26
117
40.855
27
130
45.897,50
27
131
45.912,5
+0,7%
0%
Vrij
112
672
225.905
110
668
225.776
104
648
222.252,50
-3%
-1,5%
GO!
165
476
161.010
167
483
163.185
159
466
160.182,8
-3,5%
-1,9%
Totaal
306
1.279
432.290
307
1.296
439.543,50
291
1.257
432.162,5
-3%
-1,7%
Officieel (=Provincie & Gemeente en Intercommunale)
Bestaanszekerheidsvergoedingen voor busbegeleiders per soort onderwijs 2017
Gewoon basisonderwijs Gewoon secundair onderwijs Totaal 1 Gewoon onderwijs Buitengewoon basisonderwijs Buitengewoon secundair onderwijs Totaal 1 Buitengewoon onderwijs Totaal 1 + 2
2018
Evolutie t.o.v. 2018
2019
116
144
47.455
118
141
46.920
110
139
46.935
-1,5%
0%
8
12
4.065
8
9
2.567
6
7
2.412,50
-23%
-6%
124
156
51.520
126
150
49.487
116
146
49.347,50
-2,7%
-0,3%
111
610
207.977,50
111
637
218.580,5
107
587
203.680
-8%
-7%
71
513
172.792,50
70
509
171.476
68
524
179.135
+3%
+4%
182
1.123
380.770
180
1.146
390.056,5
175
1.111
382.815
-3%
-2%
306
1.279
432.290
307
1.296
439.543,5
291
1.257
432.162,5
-3%
-1,7%
AGODI jaarverslag 2019
61
Aan de busbegeleider die tijdens de maanden juli en augustus volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is, of die tijdens die periode van werkloosheid een ziekte-uitkering ontvangt, wordt door de school een bestaanszekerheidsvergoeding toegekend. Deze vergoeding geldt voor elke dag waarvoor de betrokkene in de maanden juli en augustus recht heeft op een werkloosheidsvergoeding of op een ziekte-uitkering, op voorwaarde dat de betrokkene op 1 juni voorafgaand aan de periode waarvoor de bestaanszekerheidsvergoeding kan worden toegekend, tewerkgesteld is via een geschreven arbeidsovereenkomst als busbegeleider. De scholen kunnen deze terugvorderen van de overheid. Deze bedraagt 10 euro voor de eerste 20 dagen en 5 euro voor de daaropvolgende dagen. In totaal kregen 1.257 busbegeleiders in 2018 een bestaanszekerheidsvergoeding. Een daling van 39 of 3% t.o.v. 2018. Het uitgekeerde bedrag daalde ook lichtjes.
62
AGODI jaarverslag 2019
2
Tegemoetkoming kosten bedrijfsrevisoren Tabel 40: tegemoetkoming in de kosten bedrijfsrevisoren Boekjaar 2015 Boekjaar 2016 Boekjaar 2017 (betaald in 2017) (betaald in 2018) (betaald in 2019) Totaal aantal dossiers
271
276
281
- aantal schoolbesturen
265
268
274
- besturen CVO en CBE
6
8
7
Aantal afgekeurd wegens geen 'zeer grote vzw' *
1
2
2
Aantal nieuwe aanvragen t.o.v. vorig boekjaar
4
7
8
Aantal fusies t.o.v. vorig boekjaar **
1
5
5
Totaal beschikbaar krediet
€ 1.117.000,00
€ 1.117.000,00
€ 1.117.000
Totaalbedrag aan ingediende facturen
€ 1.903.339,60
€ 1.983.036,95
€ 2.033.176.,78
56,58%
56,27%
54,94%
€ 1.117.000,00
€ 1.117.000,00
€ 1.117.000
-
-
-
3,58%
4,19%
2,53%
Toegepast percentage Totaal uitbetaald Rest Stijgingspercentage van de ingediende facturen t.o.v. jaar-1
Een 'zeer grote vzw' moet voldoen aan volgende voorwaarden: - ofwel minstens 100 VTE, ingeschreven in het personeelsregister, - ofwel voldoen aan minstens twee van de volgende voorwaarden: • minstens 50 VTE, ingeschreven in het personeelsregister; • minstens 7.300.000 euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten boeken (excl. btw); • een balanstotaal vertonen van minstens 3.650.000 euro. ** Dit kan zowel een fusie zijn met een vzw die vorig jaar een aanvraag indiende, met een nieuwe vzw of beide *
Aan sommige schoolbesturen in het gesubsidieerd vrij onderwijs kende AGODI in 2019 een bedrag toe als tussenkomst in de kosten voor auditwerkzaamheden voor de financiële controle door een bedrijfsrevisor. Om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming, moet het gaan om een vzw die volgens de wet van 27 juni 1921 verplicht is een commissaris voor de financiële controle aan te stellen: de vzw moet tot de categorie ‘zeer grote vzw’ behoren. Afhankelijk van het beschikbare krediet wordt maximaal 90% terugbetaald van de door de vzw’s voorgelegde facturen ter betaling van de commissaris.
AGODI jaarverslag 2019
63
Controle op het gebruik van de middelen Controle op de omkadering AGODI kent niet alleen een omkadering toe aan de scholen, maar gaat ook na of de schoolbesturen de toegekende personeelsformatie niet overschrijden. Elk schooljaar gebeurt een controle op het gebruik van de omkadering door de scholen. De controle gebeurt op verschillende controledata doorheen het schooljaar. De controle van de omkadering heeft in de eerste plaats een preventief en ondersteunend karakter. Meestal leidt de controle op de omkadering tot rechtzettingen in de mededeling van de personeelsgegevens. Daarnaast wordt in het secundair onderwijs in veel gevallen het aantal uren, dat wordt overgedragen naar volgend schooljaar, verminderd. Voor een heel beperkt aantal scholen leidt de overschrijding tot een terugvordering aan het schoolbestuur. Basisonderwijs In het basisonderwijs voerde AGODI voor alle scholen van het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs een controle op de omkadering uit. Voor het schooljaar 2018 – 2019 werd voor 29 scholen een bedrag van 62.119,36 euro teruggevorderd als gevolg van een overschrijding van het lestijden- en/of urenpakket. Tabel 41: overzicht aantal terugvorderingen Schooljaar
Aantal terugvorderingen
2016-2017
53
2017-2018
59
2018-2019
29
Ook gebeurde een controle van de aanwending van de vervangingseenheden die op schoolniveau opgebouwd werden door afwezigheden waarvoor geen geschikte vervanger gevonden werd. Dat resulteerde in vier terugvorderingen van in totaal 4.947,31 euro. Daarnaast werd de omkadering van de scholengemeenschappen gecontroleerd. Daarbij werd een overschrijding voor drie scholengemeenschappen vastgesteld. Een bedrag van 4.091,08 euro werd teruggevorderd. Aanvullend werd ook nog de omkadering ondersteuningsnetwerken, de omkadering lerarenplatformen en de aanwending van vervangingseenheden VKA nagekeken. Dat resulteerde in een terugvordering van 4.820,20 euro, drie terugvorderingen van samen 1.662,41 euro en een terugvordering van 3.459,89 euro. De controle van de omkadering van de CLB’s gaf daarenboven ook nog aanleiding tot acht terugvorderingen van samen 25.647,79 euro. Het totale bedrag van de terugvorderingen in het basisonderwijs van de controle omkadering is dus gelijk aan 106.748,04 euro.
64
AGODI jaarverslag 2019
2
Secundair onderwijs Tabel 42: overzicht gecontroleerde scholen in het gewoon secundair onderwijs m.b.t. de pakketten uren/leraar Schooljaar
*
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Gecontroleerde scholen
956
965
967
Scholen met overschrijding (*)
199
222
251
Teruggevorderde uren
125
62
49
Na een eerste controle. Het aantal effectieve terugvorderingen is niet geregistreerd.
AGODI voert in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs voor alle scholen een controle uit op een eventuele overschrijding van de aanwending van de uren-leraar, lesuren en uren. De controle gebeurde op verschillende controledata doorheen het schooljaar. AGODI heeft de omkadering van alle scholen van het gewoon secundair onderwijs gecontroleerd. In totaal werden voor het schooljaar 2018-2019 49 uur teruggevorderd. Dat vertegenwoordigt een bedrag van 81.207,49 euro. Scholen met een overschrijding werken de overschrijding meestal weg met de uren die zij oorspronkelijk hadden overgedragen naar het volgende schooljaar. Zij hebben die uren dan toch ingericht in het lopende schooljaar. De terugvordering van lesuren of het gebruik van de buffer zijn maar een laatste stap in het proces van de controle op de omkadering. Dankzij een intense samenwerking tussen school en AGODI wordt de initiĂŤle overschrijding meestal opgelost. Voor het buitengewoon secundair onderwijs waren geen terugvorderingen nodig. In het secundair onderwijs werden ook 139 internaten gecontroleerd. AGODI heeft vastgesteld dat geen enkel internaat haar omkadering heeft overschreden. Naast de omkadering in uren/leraar, lesuren en uren wordt er ook een omkadering in punten toegekend. De aanwending van de globale puntenenveloppe wordt voor het secundair onderwijs gecontroleerd op niveau van een scholengemeenschap of op niveau van een school niet in een scholengemeenschap. In 2018-2019 gebeurde dat in het secundair onderwijs voor alle scholengemeenschappen en alle scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren. Ook hier gebeurde dat op verschillende controledata doorheen het schooljaar (dezelfde als de controle omkadering uren/leraar).
AGODI jaarverslag 2019
65
Tabel 43: overzicht gecontroleerde scholengemeenschappen en scholen niet in een scholengemeenschap m.b.t. aanwending van de globale puntenenveloppe Schooljaar
2016-2017
2017-2018
2018-2019
120
120
116
Scholen met overschrijding (*)
40 (+3)
29 (+4)
29 (+5)
Scholengemeenschappen met terugvordering
5
3
3
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Gecontroleerde scholen niet in Scholengemeenschap
58
56
56
Scholen met overschrijding (*)
1
9 (+1)
4 (+1)
Scholen met terugvordering
0
0
0
Gecontroleerde Scholengemeenschappen
*
Na een eerste controle (+ na volgende controles).
Schooljaar
*
Na een eerste controle (+ na volgende controles).
De controle van de aanwending van de globale puntenenveloppe heeft in het schooljaar 2018-2019 geleid tot terugvorderingen via het systeem van PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) voor een totaalbedrag van 26.538,03 euro. De meeste scholengemeenschappen en scholen niet in een scholengemeenschap werkten hun overschrijding weg door de omkadering van de globale puntenenveloppe om te zetten naar de omkadering van het pakket uren-leraar. Dat gebeurde in de meeste gevallen door het verminderen van uren die zij overdroegen naar het volgende schooljaar (buffer), maar ook door omzetting van opdrachten in uren ‘taak-en functiedifferentiatie’ naar uren ‘bijzondere pedagogische taken’, opgericht via vervangingseenheden niet-ingevulde vervangingen. Ook het aantal aangewende vervangingseenheden werd gecontroleerd voor alle scholen van het secundair onderwijs. Bij dertien scholen werd een overschrijding vastgesteld. Dat gaf aanleiding tot een totaal teruggevorderd bedrag van 10.332,88 euro. Het totale bedrag van de terugvorderingen in het secundair onderwijs is dus gelijk aan 118.078,40 euro. Als gevolg van de controle op het lesurenpakket en op de globale puntenenveloppe werd er in het gewoon secundair onderwijs daarenboven in totaal 550 uur minder overgedragen naar het schooljaar 2019-2020.
66
AGODI jaarverslag 2019
2
Deeltijds kunstonderwijs In het deeltijds kunstonderwijs werden geen controles uitgevoerd. Het werkstation heeft zich in het schooljaar 2018-2019 volledig toegelegd op de uitrol van het decreet DKO, dat een grote impact heeft op de verwerking van de personeelsdossiers.
Controle op de werkingsmiddelen
Tabel 44: overzicht aantal gecontroleerde scholen in het basisonderwijs, CLB en DKO Verificaties basisonderwijs, CLB en DKO Basisonderwijs CLB
2017
2017
2018
229
229
NVT
5
5
NVT
DKO
78
16
NVT
Totaal
312
250
NVT
Tabel 45: overzicht aantal gecontroleerde scholen in het secundair onderwijs, centra voor deeltijdse vorming en internaten Verificatie secundair onderwijs
2017
2018
2019
Secundair onderwijs
89
88
NVT
Centra voor deeltijdse vorming
0
0
NVT
Internaten
1
1
NVT
90
89
NVT
Totaal
AGODI hervormde zijn controle op de aanwending van de middelen. Er wordt een nieuwe procedure uitgewerkt voor controle op de werkingsmiddelen op basis van ontvangen klachten en signalen van de onderwijsinspectie. De controle op de nascholingsmiddelen en de tegemoetkoming in het woon-werkverkeer met het openbaar vervoer en de fietsvergoeding wordt geĂŻntegreerd in de controle van de leerlingengegevens gedurende schooljaar 2019-2020. Hierover zal gerapporteerd kunnen worden in het jaarrapport 2020.
AGODI jaarverslag 2019
67
Controle voor de financieringswet De financieringswet van 16 januari 1989 regelt (onder andere) de verdeling van de middelen tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap. De verdeling van de middelen gebeurt onder meer op basis van het aantal zes- tot en met zeventienjarigen die regelmatig ingeschreven zijn in een lagere of secundaire school die ingericht of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse of Franse Gemeenschap. Elk schooljaar controleren de verificatiediensten of leerlingen die ingeschreven zijn in de scholen van de Vlaamse Gemeenschap in aanmerking komen voor de leerlingentelling van de financieringswet. De verificatie vertrekt daarbij van de leerlingengegevens die de scholen elektronisch in Discimus registreren. Deze leerlingengegevens worden geverifieerd en zo veel mogelijk aangevuld. In de regio’s Antwerpen, Gent, Genk, Mechelen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moeten alle scholen geverifieerd worden voor de financieringswet. In de ‘bijzondere zone' van twee gemeenten langs de taalgrens is dat 80%, in de rest van Vlaanderen 10%. De geverifieerde cijfers moeten aan het Rekenhof worden bezorgd. Ook alle scholen die concurrentieel vervoer organiseren, worden geverifieerd. Onder concurrentieel vervoer wordt het georganiseerd ophalen van leerlingen over de taalgrens verstaan. Leerlingen die het voorwerp uitmaken van concurrentieel vervoer op het grondgebied van een andere Gemeenschap worden uitgesloten uit de leerlingentelling van de financieringswet. Tabel 46: overzicht financierbare leerlingen na controle Overzicht aantal leerlingen na verificatie
Initiële aantallen Correcties Rekenhof Gecorrigeerde aantallen
01/02/2017
01/02/2018
01/02/2019
853.042
864.328
875.253
-30
-19
-17
853.012
864.309
875 236
De controles uitgevoerd door het Rekenhof hebben tot de bovenstaande correcties van het leerlingenaantal geleid.
Ambitie 3: tijdig verifiëren AGODI verbindt zich ertoe om minimaal 80% van de scholen van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs tijdig te verifiëren om op 15 mei de gegevens te kunnen overhandigen aan het Rekenhof. Het agentschap bereikte dat resultaat in 2019.
68
AGODI jaarverslag 2019
2
Onze klanten: de ouders en leerlingen Kleuterparticipatie In uitvoering van het actieplan kleuterparticipatie stelde AGODI in januari 2017 een kleutercoördinator aan. Bij de aanstelling bezorgde de kleutercoördinator een plan van aanpak aan de minister met doelstellingen en acties die AGODI gaat opnemen. AGODI werkte in 2019 verder aan het uitvoeren van deze doelstellingen en acties. Structureel overleg met stakeholders Het coördinerend overleg kleuterparticipatie kwam onder voorzitterschap van AGODI twee keer samen in 2019. Aan dit overleg namen vertegenwoordigers deel van de onderwijskoepels en het GO!, de onderwijsinspectie, het Agentschap Integratie en Inburgering, Kind & Gezin, VVSG, het Kinderrechtencommissariaat, Binnenlands Bestuur. Het doel van dit overleg is het kleuteractieplan op te volgen, signalen op te vangen en informatie uit te wisselen. AGODI werkte met de ambtelijke werkgroep transitie mee aan de uitvoering van het actieplan transitie. Aan deze werkgroep transitie participeerden ook vertegenwoordigers van het Departement Onderwijs en Vorming, het Agentschap Binnenlands Bestuur, het Agentschap Integratie en Inburgering en Kind & Gezin. AGODI werkte in 2019 met Kind & Gezin nauw samen rond: - De ondersteuning van het onderwijsnetwerk in Antwerpen rond kleuterparticipatie - De ontwikkeling van een instrument waarmee de concrete samenwerkingsafspraken tussen onderwijs- en niet-onderwijspartners in een buurt in kaart kunnen gebracht worden. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan de preventieve acties (informeren over het verloop van de aanmeldingsprocedure) als aan de curatieve acties (ten aanzien van niet-ingeschreven kleuters). Instrumenten ontwikkelen ter ondersteuning van lokale partners De kleutercoördinator actualiseerde een aantal instrumenten: - De gespreksfiche ‘In gesprek over kleuteronderwijs’ en de folder ‘Scholen en Huizen van het Kind bundelen de krachten’ werden geactualiseerd op www.kleuterparticipatie.be De kleuterparticipatierapporten voor scholen werden gepubliceerd op Mijn Onderwijs na de kerst- en paasvakantie - Cijfers over aanwezigheden van kleuters in het schooljaar 2017-2018 per gemeente werden gepubliceerd op www.agodi.be - Het stappenplan kleuterparticipatie voor de LOP’s werd geactualiseerd - Op vraag konden lokale besturen een aanvullende omgevingsanalyse kleuterparticipatie ontvangen
AGODI jaarverslag 2019
69
Een ondersteuningsaanbod organiseren Het ondersteuningsaanbod van AGODI kenmerkt zich ook door maatwerk. Doel is om lokale actoren een beleid rond kleuterparticipatie te laten opzetten, verdiepen of verruimen. De kleutercoördinator gaf hierover toelichting aan o.a. zorgcoördinatoren van scholengemeenschap SAS, CLB-medewerkers in Gent, directeurs basisonderwijs schoolbestuur OZCS, het LOP De Panne – Koksijde – Nieuwpoort, het LOP Willebroek, de Huizen van het Kind tijdens een studiedag van Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning van de Vlaamse overheid (EXPOO). AGODI had ook regelmatig overleg met vertegenwoordigers van het lokaal bestuur in Antwerpen en het Onderwijscentrum Brussel. De provincies Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg organiseerden een infosessie voor de lokale besturen over het flankerend onderwijsbeleid. Tijdens deze infosessie lichtte AGODI zijn ondersteuningsaanbod en de ontwikkelde instrumenten toe. In samenwerking met de onderwijskoepels, het GO! en de onderwijsinspectie organiseerde AGODI op 20 mei een infosessie over het bevorderen van kleuterparticipatie voor de aanspreekpunten kleuterparticipatie van de scholengemeenschappen.
Leerplichtcontrole Controle op de inschrijvingen (leerplichtonderwijs) Elk schooljaar controleert AGODI of alle leerplichtige kinderen die gedomicilieerd zijn in Vlaanderen aan de leerplicht voldoen. AGODI vergelijkt daarvoor de bestanden van het rijksregister met daarin alle kinderen die in het Vlaams Gewest wonen, met zijn databanken (inschrijvingen in scholen, huisonderwijs, vrijstelling van de leerplicht ...). Vervolgens schrijft AGODI de ouders van die kinderen aan die niet in de databanken worden teruggevonden. Als de ouders niet antwoorden, wordt een herinneringsbrief gestuurd en wordt in een volgende stap de gemeente ingeschakeld om na te vragen hoe deze kinderen aan de leerplicht voldoen. Als een leerling niet voldoet aan de leerplicht, stuurt AGODI het dossier door naar het parket. In het schooljaar 2018-2019 gebeurde dat voor 242 leerlingen in Vlaanderen. Daarnaast volgt AGODI in bepaalde situaties het dossier zelf verder op. Deze leerlingen zijn niet in orde met de leerplicht, maar de ouders krijgen nog enige tijd om hun dossier in orde te brengen. Het gaat bijvoorbeeld om leerlingen die een aanvraag voor vrijstelling hebben ingediend bij het Zorgpunt Onderwijsinspectie, maar nog geen antwoord van het Zorgpunt hebben gekregen. Sommige ouders zijn niet op de hoogte van deze mogelijkheid en AGODI informeert hen dan over de procedure die ze daarvoor kunnen volgen. Tijdens het schooljaar 2018-2019 werden 874 dossiers verder opgevolgd door AGODI. Slechts een dossier hiervan werd uiteindelijk naar het parket gestuurd.
70
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 1: overzicht aantal acties leerplichtcontrole
Aantal leerplichtigen
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
848.596
858.617
867.624
1,05%
Aantal brieven naar ouders
8.079
7.654
6.946
- 9,25%
Aantal leerlingendossiers naar gemeenten
1.328
1.726
1.736
0,58%
94
186
242
30,11%
Aantal leerlingendossiers naar parket
Het aantal ouders dat een eerste keer is aangeschreven met de vraag hoe hun kind aan de leerplicht voldoet in het schooljaar 2018-2019 daalde opnieuw. Het betekent niet noodzakelijk dat er dit schooljaar minder minderjarige leerlingen aan de leerplicht verzaakten. Er zijn verschillende manieren om aan de leerplicht te voldoen waarover AGODI bij de start van het schooljaar niet op de hoogte is (bijvoorbeeld ouders die een verklaring huisonderwijs vergeten door te sturen, een inschrijving in een buitenlandse school, verhuisd naar het buitenland, ...). Er werden uiteindelijk 1.736 leerlingendossiers naar de gemeenten verstuurd voor verdere opvolging; dat aantal is in lijn met het schooljaar 2017-2018. Het aantal dossiers dat naar het parket werd verstuurd blijft beperkt maar nam t.o.v. het vorige schooljaar opnieuw toe (242 dossiers t.o.v. 186 dossiers in het schooljaar 2017-2018 of een toename met 30%). Tabel 2: overzicht resultaten leerplichtcontroles
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Aantal leerplichtigen gedomicilieerd in Vlaanderen
848.596
858.617
867.624
1,05%
Inschrijvingen in het erkend onderwijs
832.526
842.216
852.066
1,17%
Resultaten*
Huisonderwijs
11.447
11.689
10.575
- 9,53%
Vrijstelling van de leerplicht**
1.643
1.130
683
- 39,56%
Verblijft niet (langer) in het Vlaams Gewest
2.616
2.232
2.438
9,23%
364
837
1.115
33,21%
Niet in orde met de leerplicht***
In de cijfers over de resultaten van de leerplichtcontrole komt elke jongere maar in een categorie voor; ook al heeft hij/zij tijdens het schooljaar een overstap tussen verschillende van de opgesomde categorieën gemaakt. De jongere is steeds geteld in de categorie waar hij/zij het eerst teruggevonden werd tijdens de leerplichtcontrole. Op basis van deze cijfers kunnen dus geen sluitende conclusies worden getrokken over bijvoorbeeld het totale aantal leerlingen dat in een buitenlandse school ingeschreven was. ** Het gaat hier zowel om ‘vrijstelling door het zorgpunt Onderwijsinspectie’ en ‘vrijstelling door diploma’ *** De categorie ‘Niet in orde met de leerplicht’ bevat alle leerlingen voor wie geen inschrijving of vrijstelling is teruggevonden *
AGODI jaarverslag 2019
71
De resultaten van de leerplichtcontrole verschillen op een paar punten met de vorige schooljaren. Er zijn opnieuw iets meer leerplichtige leerlingen geregistreerd in het rijksregister wat ook resulteerde in meer inschrijvingen in het erkend onderwijs. Iets minder leerplichtige leerlingen vonden we in het schooljaar 2018-2019 terug in het huisonderwijs (daling van 9,53% t.o.v. het schooljaar 2017-2018). Ook het aantal vrijstellingen van de leerplicht daalde opnieuw, dit schooljaar met 39,56% ten opzichte van het schooljaar ervoor. Hieronder vallen zowel de vrijstellingen verleend door het Zorgpunt Onderwijsinspectie als vrijstellingen voor leerlingen die al een diploma secundair onderwijs hebben behaald. Het aantal leerplichtige leerlingen dat niet (langer) in het Vlaams Gewest verblijft, steeg dan weer met 9% t.o.v. het vorige schooljaar. Het aantal leerlingen dat uiteindelijk niet in orde was met de leerplicht, lag opnieuw hoger t.o.v. het vorige schooljaar. Het gaat hierbij zowel om dossiers die naar het parket werden gestuurd, als om dossiers die verder intern door AGODI werden opgevolgd. Het gaat onder andere over de dossiers waarvan AGODI al een gedeeltelijk antwoord heeft verkregen, maar waar het agentschap nog wacht op een bijkomende verduidelijking of een document dat moet nagestuurd.
72
AGODI jaarverslag 2019
2
Controle op de inschrijvingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Tabel 3: overzicht resultaten na de leerplichtcontrole in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
170.071
172.144
174.711
1,49%
Aantal brieven naar ouders
5.909
5.769
5.050
- 12,46%
Aantal leerlingendossiers naar gemeenten
1.297
888
941
5,97%
55
48
10*
-
Aantal leerplichtigen in BHG
Aantal leerlingendossiers naar parket *
Op het moment van rapportering werden voor het schooljaar 2018-2019 10 leerlingendossiers naar het parket gestuurd.
De leerplichtcontrole in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) ging van start vanaf het schooljaar 2008-2009. Een gemeenschappelijke cel, die bestaat uit ambtenaren van de Vlaamse en Franse Gemeenschap, staat in voor deze controle. De gemeenschappelijke cel vertrekt van een lijst uit het rijksregister met daarop alle leerplichtige leerlingen die gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze lijst wordt vergeleken met de leerlingenbestanden van de beide gemeenschappen. Van de leerplichtigen die niet in deze bestanden worden teruggevonden, worden in eerste instantie de ouders en in tweede instantie de gemeenten aangeschreven met de vraag hoe de kinderen alsnog aan de leerplicht voldoen. Leerplichtigen kunnen verhuisd zijn naar het buitenland, les volgen in een privéschool, ... Na het verwerken van deze antwoorden blijven er leerlingen over die niet in orde zijn met de leerplicht. De dossiers van de leerplichtigen die twee jaar na elkaar niet in orde zijn met de leerplicht, worden naar het parket doorgestuurd voor verder gevolg. De resultaten van de leerplichtcontrole liggen in lijn met het voorgaande schooljaar. In het rijksregister zijn opnieuw iets meer leerplichtige leerlingen geregistreerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (stijging van 1,49% t.o.v. het schooljaar 2017-2018). Er is ook opnieuw een daling voor de categorie ‘aantal brieven naar ouders’ (- 12,46% t.o.v. het schooljaar 2017-2018). Daarnaast merken we wel opnieuw een stijging van het aantal dossiers naar de gemeenten. De lage responsgraad van de ouders op de verstuurde brieven draagt bij aan deze stijging. Er zijn voorlopig tien leerlingendossiers vanuit de gemeenschappelijke cel naar het parket gestuurd voor het schooljaar 2018-2019. Dit aantal kan nog toenemen omdat de controleprocedure voor dit schooljaar door de gemeenschappelijke cel nog niet volledig is afgerond.
AGODI jaarverslag 2019
73
De in- en uitschrijvingen Blijven leerlingen die ingeschreven zijn in een school, ook naar school gaan? In het basisonderwijs zorgt de procedure van schoolverandering ervoor dat een leerling pas wordt uitgeschreven in een school, als de leerling is ingeschreven in een andere school. Op de eerste schooldag van oktober en de eerste schooldag van februari heeft een centrale controle plaats op de dubbele inschrijvingen. In het secundair onderwijs brengen de scholen vanaf de eerste schooldag van oktober, en dat tijdens het hele schooljaar, AGODI op de hoogte van alle in- en uitschrijvingen. AGODI volgt op of er na een uitschrijving ook een inschrijving volgt. Als dat niet het geval is, neemt AGODI contact op met de school van uitschrijving en het CLB. Tabel 4: in- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs
2016-2017
2017-2018
2018-2019
23.336
24.125
25.432
Uitschrijving na 1/10
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar 5,42%
Niet opnieuw ingeschreven
2.314
2.435
2.470
1,44%
Opnieuw ingeschreven
21.022
21.690
22.962
5,87%
In het schooljaar 2018-2019 waren er 25.432 leerlingen die zich uitschreven na 1 oktober. Daarbij werden alleen de leerlingen geteld die in het begin van het schooljaar nog leerplichtig waren. De grote meerderheid van die leerlingen, 22.962 leerlingen of 90,3%, schreef zich daarna opnieuw in. Andere leerlingen stapten bijvoorbeeld over naar een Syntra of gingen naar het buitenland. Op 2.470 uitschrijvingen volgde geen nieuwe inschrijving in het schooljaar 2018-2019. Dat kunnen leerlingen zijn die niet meer aan de leerplicht voldoen: een aanzienlijk deel van deze leerlingen (54,3%) werd in de loop van het schooljaar meerderjarig. Daarnaast heeft AGODI ook zicht op het tijdig of laattijdig inschrijven van leerplichtige leerlingen in het secundair onderwijs. Een inschrijving na de derde schooldag beschouwt AGODI als laattijdig. Tabel 5: overzicht inschrijvingen in het secundair onderwijs
2016-2017
2017-2018
2018-2019
393.316
398.247
404.915
%
99,1
99,1
99,0
Laattijdige inschrijvingen
3.579
3.696
3.981
0,9
0,9
1,0
Tijdige inschrijvingen
%
74
AGODI jaarverslag 2019
2
99,0% van de leerlingen is ingeschreven op de derde schooldag. 1,0% van de leerlingen schrijft zich voor de eerste keer in na de derde schooldag. Kanttekening bij deze cijfers is dat 40,3% van de laattijdige inschrijvingen plaatsvond in het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN). Omdat het meestal gaat over leerlingen die pas in de loop van het schooljaar in Vlaanderen komen wonen, is het laattijdig inschrijven hier een heel ander gegeven dan bij jongeren uit Vlaanderen die zich pas na de derde schooldag van september inschrijven in een school. Als we de OKANleerlingen buiten beschouwing laten, blijkt dat 1.605 van de 402.152 of amper 0,4% van de leerlingen, zich na de derde schooldag van september inschreef. Controle op het regelmatig schoolbezoek (basisonderwijs en secundair onderwijs) Om aan de leerplicht te voldoen, moet een kind ingeschreven zijn en regelmatig aanwezig zijn op school. Elke afwezigheid die niet gewettigd is, registreert de school als een problematische afwezigheid via Discimus. Een problematische afwezigheid van meer dan vijf halve dagen moet de school melden aan het CLB. De school en het CLB werken dan samen om de leerling in kwestie te begeleiden. De stappen die ze nemen, houden ze bij in een begeleidingsdossier. In de school voert de verificateur van AGODI steekproefsgewijze controles uit op het aanwezigheidsregister, de wettigingen van afwezigheden (zoals medische attesten) en de begeleidingsdossiers. Hij gaat na of de school de nodige begeleidingsinspanningen gedaan heeft rond de problematische afwezigheden. Elk jaar verliest na de verificatiecontroles zo een aantal leerlingen het statuut van ‘regelmatige leerling’. Dat betekent dat een leerling niet langer een studiebekrachtiging krijgt en ook niet langer financierbaar/subsidieerbaar is. Voor het schooljaar 2017-2018 ging het om 131 leerlingen, van wie 60 in het basisonderwijs en 71 in het secundair onderwijs. Voor het schooljaar 2018-2019 waren er dat 107, van wie 53 leerlingen in het basisonderwijs en 54 leerlingen in het secundair onderwijs. Ten opzichte van het vorige schooljaar 2017-2018 gaat het om een stijging van 18,3%.
Huisonderwijs In België geldt er een leerplicht, geen schoolplicht. Leerplichtigen kunnen dus aan de leerplicht voldoen door zich in te schrijven in een erkende school, maar ook door het volgen van huisonderwijs. Huisonderwijs kan zowel individueel als in collectief verband (bijvoorbeeld in privéscholen) georganiseerd worden. Als men kiest voor huisonderwijs, staan de ouders zelf in voor de kosten van het onderwijs. Ouders die kiezen voor huisonderwijs moeten elk schooljaar opnieuw een verklaring van huisonderwijs indienen bij AGODI. AGODI controleert bij deze aanvraag de toelatingsvoorwaarden. De onderwijsinspectie gaat na of het huisonderwijs voldoet aan de doelstellingen. Na twee opeenvolgende negatieve controles of na het weigeren van de controle door de onderwijsinspectie moet de leerplichtige zich inschrijven in een erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school of in een van volgende scholen: - Europese scholen - Internationale scholen die door het Internationaal Baccalaureate te Genève geaccrediteerd zijn - Internationale scholen waarvan de studiebewijzen als gelijkwaardig worden beschouwd - Scholen gelegen in het buitenland waar de leerplichtige contactonderwijs volgt. Huisonderwijs is dan niet meer mogelijk. AGODI jaarverslag 2019
75
Tabel 6: aantal leerlingen voor wie de ouders een verklaring van huisonderwijs indienden 2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Basisonderwijs
1.194
1.300
1.333
2,54%
Secundair onderwijs
1.477
1.587
1.717
8,19%
Totaal
2.671
2.887
3.050
5,65%
Deze tabel geeft het aantal leerlingen weer voor wie een verklaring van huisonderwijs is ingediend en die beantwoorden aan de toelatingsvoorwaarden voor huisonderwijs
*
In het schooljaar 2018-2019 werden er 3.050 verklaringen van huisonderwijs ingediend. Dat is opnieuw een stijging t.o.v. het vorige schooljaar van 5,65%. Zowel voor het basisals het secundair onderwijs stellen we een stijging vast van respectievelijk 2,54% en 8,19%. Het aandeel leerlingen voor wie de ouders een verklaring van huisonderwijs indienden in de totale groep van leerplichtige leerlingen gedomicilieerd in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft zeer beperkt: 3.050 leerlingen van de 867.624 leerlingen of 0,35%. Het overgrote deel van deze verklaringen wordt in het begin van het schooljaar geregistreerd. Spijbelen in het basisonderwijs en secundair onderwijs De begeleiding van leerlingen die problematisch afwezig zijn, is een gedeelde verantwoordelijkheid van de school en het CLB. Sinds het schooljaar 2013-2014 worden alle afwezigheidscodes geregistreerd via Discimus. We beschouwen een leerplichtige leerling als problematisch afwezig als hij of zij minsten 30 halve dagen ongewettigd afwezig was. Tabel 7: overzicht aantal leerplichtigen met problematische afwezigheden in het basisonderwijs* 2016-2017 2017-2018 2018-2019
*
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Aantal leerplichtigen met problematische afwezigheden
3.004
3.100
3.127
0,87%
% t.o.v. leerplichtige schoolbevolking
0,65%
0,66%
0,66%
-
Een leerplichtige leerling is problematisch afwezig als hij/zij 30 halve dagen of meer ongewettigd afwezig was.
In het basisonderwijs is er in het schooljaar 2018-2019 een stabilisatie van het aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden.
76
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 8: overzicht aantal leerplichtigen met problematische afwezigheden in het secundair onderwijs* 2016-2017 2017-2018 2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Aantal leerplichtigen met problematische afwezigheden
9.736
10.532
10.781
2,36%
% t.o.v. leerplichtige schoolbevolking
2,47%
2,63%
2,65%
0,02%
Een leerplichtige leerling is problematisch afwezig als de leerling minstens 30 halve dagen ongewettigd afwezig was.
*
In het secundair onderwijs zien we in het schooljaar 2018-2019 dat de stijging van het aantal leerplichtige leerlingen met problematische afwezigheden, vertraagd is. Zorgwekkende dossiers van problematische afwezigheden Tabel 9: aantal zorgwekkende dossiers gemeld aan AGODI 2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Basisonderwijs
13
13
5
-61,54%
Secundair Onderwijs
32
30
17
-43,33%
Totaal
45
43
22
-48,84%
Zorgwekkende dossiers zijn dossiers waarbij elke vrijwillige begeleiding zonder resultaat blijft. Er is dan sprake van onwil of onmacht bij de ouders en/of de leerling. Is er volgens de school of het CLB sprake van een zorgwekkend dossier, dan kon de school of het CLB dat dossier melden aan AGODI. Elk dossier omvatte een chronologisch overzicht met de stappen van de school, het CLB en de eventuele externe hulpverleningsdiensten met daarbij een registratiefiche van de afwezigheden. Door het nieuwe decreet Integrale Jeugdhulp werd de werking van de jeugdhulp grondig hertekend. Wanneer de begeleiding door de school en het CLB geen resultaat oplevert, dan kan het CLB nu een melding doen bij een gemandateerde voorziening. De voorziening kan dan onderzoek verrichten naar de verontrustende situatie. Daarna heeft de voorziening volgende beslissingsmogelijkheden: - Het zorgwekkende dossier wordt stopgezet omdat opvolging niet maatschappelijk noodzakelijk wordt geacht. Alternatieve mogelijkheden worden teruggekoppeld naar het CLB. - Vrijwillige hulpverlening wordt opgestart. Dat is met akkoord van ouders en jongeren. - Het zorgwekkende dossier wordt doorverwezen naar het parket doordat gerechtelijke jeugdhulp noodzakelijk wordt geacht. Er zijn echter ook zorgwekkende dossiers waarbij geen CLB is betrokken. Het gaat bijvoorbeeld om leerlingen die in Vlaanderen gedomicilieerd zijn maar niet naar een door de Vlaamse overheid erkende school gaan (bijvoorbeeld een school van de Franse Gemeenschap). AGODI kan in dit geval de ouders een brief sturen waarin het agentschap waarschuwt voor de eventuele strafrechtelijke sancties als ze zich blijven onttrekken aan de wet op de leerplicht. Als er geen vorderingen zijn in het dossier, kan AGODI het dossier ook overmaken aan het parket.
AGODI jaarverslag 2019
77
T.o.v. het vorige schooljaar is er in het schooljaar 2018-2019 meer dan een halvering van het aantal zorgwekkende dossiers gemeld aan AGODI. Dat geldt zowel voor het basisals het secundair onderwijs. Het aantal zorgwekkende dossiers die gemeld werden aan AGODI, blijft ook zeer beperkt als wordt vergeleken met de leerplichtige leerlingen die problematisch afwezig zijn.
78
AGODI jaarverslag 2019
2
Lokale overlegplatforms Sinds 2002 werken de lokale overlegplatforms (LOP’s) rond een brede opdracht: het garanderen van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen, het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie en het bevorderen van sociale cohesie. Er zijn 41 LOP’s voor het basisonderwijs en 29 LOP’s voor het secundair onderwijs. Mandaat LOP-voorzitters Samen met een nieuwe gemeentelijke legislatuur start op 1 januari 2019 een nieuwe mandaatperiode voor de LOP-voorzitters. In aanloop van de Vlaamse verkiezingen bezorgen de LOP-voorzitters hun memorandum aan de Vlaamse politieke partijen. De gemandateerde LOP-voorzitters en AGODI organiseren op maandag 9 december 2019 in VAC Gent een druk bijgewoonde LOP-studiedag met als centraal thema ‘een LOP voor iedereen’. De deelnemers kunnen kiezen uit een aanbod van drie trajecten. Traject 1 focust op de thematiek van de anderstalige analfabete nieuwkomers (van 9 jaar en ouder) en hun ouders in het basisonderwijs. De verkenning van de thematiek gebeurt met een schoolbezoek in een kleine groep in de voormiddag en een dialoog met de leden van de Gentse werkgroep anderstalige nieuwkomers in de namiddag. Traject 2 gaat in de voormiddag over de samenwerking van de LOP’s met de lokale en bovenlokale besturen met praktijkvoorbeelden uit verschillende provincies van subsidiair samenwerken. De lokale samenwerking komt in de namiddag verder aan bod in de wijze waarop de communicatie over aanmelden en inschrijven wordt aangepakt. Traject 3 heeft de focus dan weer op verbinden. In de voormiddag ligt de nadruk vooral op meer eigenaarschap creëren in het LOP. In de namiddag wisselen de deelnemers gedachten uit over de rol die LOP’s kunnen opnemen in een lokale aanpak tegen racisme. Ondersteuning voor en door de LOP-deskundigen In aanloop naar het schooljaar 2019-2020 wordt de ondersteuning van de LOP-deskundigen vanuit AGODI geactualiseerd: - Wekelijkse skype: de mogelijkheden van skype worden naar het team van de LOP-deskundigen maximaal ingezet. Alle LOP-deskundigen worden gelijktijdig geïnformeerd over de meest recente beleidsontwikkelingen en krijgen advies voor hun verdere aanpak. - Regioteams: met de installatie van drie regioteams wordt ingezet op het uitwisselen van kennis en inzichten over aanmelden en inschrijven tussen LOP-deskundigen in eenzelfde regio. Die aanpak moet resulteren in het vlot kunnen overnemen van elkaars werking bij ziekte of bij piekbelasting. De LOP-deskundigen in de grootsteden (Brussel, Antwerpen en Gent) vormen een eigen team per stad. - Kerntaken: met drie coachingstrajecten wordt er in kleine groepen van LOPdeskundigen gewerkt rond hun kerntaken bij de ondersteuning van een aanmeldingsprocedure en de inschrijvingen. - Binnen en buiten LOP-gebied: de ondersteuning door LOP-deskundigen van de lokale besturen en andere partners buiten LOP-gebieden bij de toeleiding van vluchtelingenkinderen naar het onderwijs of bij het opzetten van netoverschrijdend aanmelden.
AGODI jaarverslag 2019
79
Toeleiden van anderstalige nieuwkomers naar de scholen In 2019 werden verschillende collectieve opvanginitiatieven geopend, heropend (Gent, Zoutleeuw, Leopoldsburg, Zaventem, Deurne, Lommel, Bredene…) of uitgebreid (SintTruiden, Arendonk, Broechem…). De komst van minderjarigen in opvanginitiatieven is steevast een grote uitdaging voor de scholen in de omgeving van het opvanginitiatief. Een snelle toeleiding van deze minderjarigen naar de scholen is immers belangrijk: - Scholen binnen LOP-gebied kunnen rekenen op de ondersteuning van het LOP. Het toeleiden van anderstalige nieuwkomers naar de scholen is een decretale opdracht van het LOP. Het LOP kan telkens rekenen op de ondersteuning van een LOP-deskundige van AGODI. - Buiten de LOP-gebieden kunnen scholen beroep doen op het ondersteuningsaanbod van AGODI. Zo bood AGODI onder andere ondersteuning naar aanleiding van de openingen van de opvanginitiatieven van Zaventem, Lommel en Bredene. In 2019 zette AGODI ook in op het proactief opvolgen van ontwikkelingen in het opvanglandschap en het tijdig informeren van onderwijs-, opvang- en beleidspartners: - Sinds het schooljaar 2017-2018 bestaat er een structureel overleg tussen AGODI en Fedasil. De voornaamste doelstellingen van dat overleg zijn het tijdig uitwisselen van informatie, het van nabij opvolgen van signalen en het maken van afspraken. Het structureel overleg kwam in 2019 negen keer samen. - Op 18 maart 2019 vond ook een nieuw coördinerend overleg over vluchtelingen en onderwijs plaats. Dat overleg wordt voorgezeten door de minister en AGODI verzorgt het secretariaat. Aan het overleg nemen volgende partners deel: de opvangpartners (Fedasil, Rode Kruis), onderwijspartners (GO! en onderwijskoepels), VCLB, VVSG, Kinderrechtencommissariaat, AGODI, AHOVOKS, Departement Onderwijs en Vorming, Departement Mobiliteit en Openbare werken. De klemtoon van dat overleg ligt op informatie-uitwisseling, het nabij opvolgen van signalen vanuit het onderwijsveld en het opvangnetwerk en het maken en opvolgen van afspraken. - Op 3 mei 2019 werd voor de derde keer een uitwisselingsmoment georganiseerd tussen het onderwijsveld en de opvangsector. Opzet van dat uitwisselingsmoment is dat de onderwijssector de logica waarbinnen de opvanginitiatieven opereren, leert kennen en omgekeerd de opvangsector kennis neemt van de logica waarbinnen het onderwijsveld functioneert. Met dat uitwisselingsmoment wil AGODI bijdragen tot een beter wederzijds begrip en samenwerking tussen de verschillende partners. Naast de LOP-deskundigen, LOP-voorzitters en medewerkers van Fedasil en het Rode Kruis namen ook vertegenwoordigers van het GO! en de onderwijskoepels, schooldirecteurs, CLB-medewerkers, medewerkers van het Agentschap voor Integratie en Inburgering, het Kinderrechtencommissariaat en de Vlaamse Onderwijsraad deel aan dat moment. - AGODI publiceert op zijn website periodieke overzichten van het aantal anderstalige nieuwkomers in het gewoon en buitengewoon onderwijs en bezorgt deze overzichten ook aan het GO! en de onderwijskoepels. Door hun lokale verankering hebben LOP’s snel zicht op de knelpunten bij de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar de scholen. Zo ontving AGODI in 2019 van verschillende LOP’s signalen met betrekking tot de heropening van opvanginitiatieven en de problemen die hierbij rijzen rond het leerlingenvervoer, de hervestiging en de organisatie van een zinvolle kortstondige opvang ... AGODI nam deze signalen ook telkens mee naar de bovengenoemde overlegmomenten.
80
AGODI jaarverslag 2019
2
Leerlingenvervoer Buitengewoon onderwijs In het buitengewoon onderwijs bestaat het recht op leerlingenvervoer wanneer de dichtstbijzijnde school van de gewenste groepering met het gepaste type en opleidingsaanbod wordt bezocht. Dat recht kan op collectieve of individuele wijze ingevuld worden. Collectief kunnen leerlingen opgehaald worden door een schoolbus met een busbegeleider, georganiseerd door De Lijn. Individueel kunnen leerlingen gesubsidieerd gebruikmaken van het openbaar vervoer of het vervoer met de eigen wagen. Leerlingen kunnen vrij kiezen welke gesubsidieerde vervoersvorm zij gebruiken, op voorwaarde dat het recht op collectief of individueel vervoer werd toegekend. Tabel 10: gesubsidieerde vervoerskeuzes – buitengewoon basisonderwijs 2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Collectief vervoer
24.258
24.762
2,08%
Openbaar vervoer
204
211
3,43%
2.092
2.168
3,63%
Aantal leerlingen
Eigen wagen
Tabel 11: gesubsidieerde vervoerskeuzes – buitengewoon secundair onderwijs 2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Collectief vervoer
11.477
11.934
3,98%
Openbaar vervoer
6.160
6.022
-2,24%
803
910
13,33%
Aantal leerlingen
Eigen wagen
In het buitengewoon basisonderwijs is er tijdens het schooljaar 2018-2019 een toenemend gebruik van alle gesubsidieerde vervoersvormen. De stijging is er ook in het buitengewoon secundair onderwijs, behalve voor het openbaar vervoer. Rechthebbende leerlingen die gebruikmaken van het openbaar vervoer kunnen aanspraak maken op een gratis abonnement, dat door AGODI rechtstreeks aan de vervoersmaatschappij wordt betaald. Ouders die hun rechthebbend kind met de wagen naar school brengen, krijgen hiervoor een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten. Scholen kunnen deze vergoeding voor eigen vervoer na afloop van elk trimester aanvragen bij AGODI.
AGODI jaarverslag 2019
81
Tabel 12: subsidie voor individueel leerlingenvervoer 2018 Openbaar vervoer Eigen wagen Totaal
2019
c 1.387.524,17 c 1.370.599,32 c 976.845,26
Evolutie t.o.v. 2018 -1,22%
c 1.012.358,30
3,64%
c 2.364.369,43 c 2.382.957,62
0,79%
In 2019 stijgen de totale uitgaven voor individueel leerlingenvervoer licht. Dat komt omdat meer leerlingen gesubsidieerd werden en de tarieven van het openbaar vervoer gestegen zijn. Ondanks die algemene stijging, is er in 2019 een lichte daling in het uitgegeven budget voor openbaar vervoer. Minder leerlingen kozen voor die vervoerscategorie tijdens het schooljaar 2018-2019. De stijging in het uitgeven budget voor vervoer met de eigen wagen valt op zijn beurt te verklaren door het hogere aantal leerlingen dat hiervoor koos tijdens schooljaar 2018-2019 en de gestegen tarieven van de NMBS, die gelden als basis voor de berekening van deze forfaitaire tegemoetkoming. Gewoon onderwijs In het kader van de vrije keuze tussen officieel en vrij onderwijs kunnen ouders aanspraak maken op een forfaitaire tussenkomst in hun vervoerskosten, wanneer zij geen school van het gewenste onderwijs vinden binnen een redelijke afstand. Dat wil zeggen 4 kilometer voor het basisonderwijs, 12 kilometer voor het lager secundair onderwijs en 20 kilometer voor het hoger secundair onderwijs. Scholen kunnen deze tussenkomst na afloop van elk trimester aanvragen bij AGODI. Tabel 13: tussenkomst in het kader van de vrije keuze 2018 Aantal leerlingen Totale subsidie
2019
Evolutie t.o.v. 2018
607
699
15,16%
c 244.032,25
c 278.900,99
14,29%
In 2019 stijgen de totale uitgaven omdat de forfaitaire tussenkomst in het kader van de vrije keuze voor meer leerlingen werd aangevraagd. Daarnaast zijn ook de tarieven van de NMBS gestegen, die gelden als basis voor de berekening van die forfaitaire tussenkomst.
82
AGODI jaarverslag 2019
2
Asielcrisis De verhoogde instroom van vluchtelingen sinds 2015 bracht een nood aan leerlingenvervoer met zich mee, om de kinderen uit de opvangvoorzieningen zo snel mogelijk naar scholen in de buurt te kunnen brengen en daarbij een maximale spreiding te faciliteren. Met de federale overheid werd daarom begin 2016 een akkoord bereikt over de financiering van de vervoersonkosten vanuit collectieve noodopvangvoorzieningen naar gewone basisscholen: - De kosten verbonden aan het leerlingenvervoer vanuit collectieve opvangcentra die binnen de perimeter van 4 kilometer van de school liggen, worden gedragen door de federale overheid. - Als het collectief opvangcentrum en de school verder dan 4 kilometer van elkaar liggen, neemt de Vlaamse overheid de kosten voor het leerlingenvervoer op zich. Wanneer nodig, kunnen collectieve opvangcentra dan ook een subsidieaanvraag indienen bij AGODI. Alle mogelijke vervoersmodi, organisatoren en de daaraan verbonden kosten komen in aanmerking, zodat per lokaliteit gezocht kan worden naar de meest efficiĂŤnte organisatiewijze en maximale synergiĂŤn met het bestaand vervoer. Het STOP-principe wordt daarbij voorop gesteld. De Vlaamse middelen voor de subsidiĂŤring van het leerlingenvervoer naar gewone basisscholen die verder dan 4 kilometer van het opvangcentrum gelegen zijn, worden sinds 2016 herschikt vanuit het algemeen provisioneel krediet vluchtelingenproblematiek. Tabel 14: subsidie voor vervoer vanuit collectieve opvangstructuren 2018
2019
Aantal opvangcentra
1
2
Aantal scholen
2
7
c 20.485,50
c 92.902,16
Maximale subsidie
In 2019 stijgt het budget sterk dat werd vastgelegd. Verschillende veranderlijke elementen hebben een invloed op deze uitgaven: de evolutie van de vluchtelingeninstroom, het aantal schoolgaande kinderen in de centra, de scholen waarnaar die kinderen toegeleid kunnen worden, de omgeving van de opvangcentra, ...
AGODI jaarverslag 2019
83
Leermiddelen voor leerlingen of studenten met een handicap Leerlingen, studenten of cursisten met een handicap, die ingeschreven zijn in het gewoon kleuter-, lager- of secundair onderwijs of in het hoger- of volwassenenonderwijs, kunnen in aanmerking komen voor de financiering van ‘speciale onderwijsleermiddelen’. ‘Speciale onderwijsleermiddelen’ zijn hulpmiddelen die personen met een beperking toelaten om onderwijs te volgen in een gewone school. Voor personen met een auditieve beperking is het de ondersteuning door doventolken (tolken Vlaamse Gebarentaal en/ of schrijftolken). Leerlingen met een visuele beperking hebben dan weer nood aan omzettingen van leerboeken en studiemateriaal naar braille, grootletterdruk ... Ook technische apparatuur (bijvoorbeeld een leesloep, een brailleleesregell...) en ergonomisch materiaal (bijvoorbeeld een aangepaste tafel) komen in aanmerking voor financiering, evenals de herstelling van de apparatuur. Tabel 15: budget speciale onderwijsleermiddelen 2017
2018
2019
Evolutie t.o.v. vorig kalenderjaar
2.333.000
2.897.000
2.938.000
1,42%
Aantal aanvragen
836*
1.090
982
-9,91%
Aantal leerlingen, studenten, cursisten
607
733
676
-7,78%
Speciale onderwijsleermiddelen Budget recurrent (in euro)
* In het AGODI-jaarrapport 2017 werden de combinatieaanvragen voor tolkondersteuning als een aanvraag geteld (d.w.z. leerlingen die zowel een tolk Vlaamse Gebarentaal als een schrijftolk aanvragen). Vanaf 2018 worden ze afzonderlijk geteld. Voor een correcte vergelijking zijn in de tabel ook de combinatieaanvragen voor 2017 afzonderlijk geteld.
84
AGODI jaarverslag 2019
2
Het recurrent budget voor speciale onderwijsleermiddelen in 2019 bedroeg 2.938.000 euro. Daarvan was 2.343.000 euro beschikbaar voor tolkondersteuning en 595.000 euro voor de ‘gewone’ hulpmiddelen. Bovenop dat recurrent budget werd nog 152.000 euro extra voorzien om tegemoet te komen aan het grote aantal aanvragen voor hulpmiddelen. Van het totale budget voor de speciale onderwijsleermiddelen voor alle onderwijsniveaus werd in 2019: - 75,5% van het budget besteed aan de ondersteuning van leerlingen, studenten en cursisten met een auditieve beperking (doventolkondersteuning en kopieën van de notities van medestudenten). - 21,2% gebruikt voor de ondersteuning van personen met een visuele beperking (o.a. aanpassingen van lesmateriaal en hulpmiddelen). - 3,3% van het budget besteed aan hulpmiddelen voor personen met een motorische beperking. De cel speciale onderwijsleermiddelen ontving in 2019 voor alle onderwijsniveaus samen 982 aanvragen. Dat is een daling van 9,9% na de explosieve stijging van 35,2% in 2018. Het aantal aanvragen en het aantal aanvragers ligt wel nog steeds hoger dan in 2017. Over 915 van de 982 ontvangen aanvragen nam de cel in 2019 ook een beslissing: - Over 12 aanvragen kon de cel geen beslissing nemen omdat het dossier niet volledig was (bijvoorbeeld het ontbreken van een medisch attest of van de nodige offertes). - 5 aanvragen konden niet behandeld worden door een ontoereikend budget. Deze aanvragen werden voor behandeling doorgeschoven naar 2020. De cel Speciale Onderwijsleermiddelen nam ook een beslissing over 102 aanvragen die zij al in 2018 had ontvangen maar waarover zij omwille van een onvolledig dossier of budgettaire redenen pas een beslissing kon nemen in 2019. In totaal nam de cel in 2019 dus over 1.017 aanvragen een beslissing, samen goed voor een totale kostprijs van 3.090.000 euro. Meer informatie en gedetailleerde gegevens over de speciale onderwijsleermiddelen zijn opgenomen in de themaverslagen Speciale Onderwijsleermiddelen die tweejaarlijks worden opgemaakt10.
10
http://www.agodi.be/publicaties-speciale-onderwijsleermiddelen AGODI jaarverslag 2019
85
Tijdelijk en Permanent Onderwijs aan Huis Het tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH) is er voor leerlingen die wegens ziekte of ongeval langdurig of korte opeenvolgende periodes niet op school aanwezig kunnen zijn. In de berekening van de extra omkadering TOAH wordt een onderscheid gemaakt tussen leerling met een chronische ziekte en een niet chronische ziekte (met inbegrip van een ongeval). Het permanent onderwijs aan huis (POAH) is er voor leerlingen die door hun handicap niet in staat zijn om onderwijs te volgen in een setting van het buitengewoon onderwijs, maar wel onderwijs kunnen krijgen. Hiervoor is een gunstig advies van de Onderwijsinspectie vereist. Tabel 16: aantal scholen en leerlingen basisonderwijs waaraan lestijden onderwijs aan huis worden toegekend Aantal scholen basisonderwijs Permanent /tijdelijk onderwijs aan huis
Scholen 2016 2017
Scholen 2017 2018
Scholen 2018 – 2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Buitengewoon basisonderwijs
POAH
15
20
23
15%
Buitengewoon basisonderwijs
TOAH
55
63
62
-0,15%
Gewoon basisonderwijs
TOAH
241
267
294
10%
Aantal leerlingen basisonderwijs Permanent Leerlingen Leerlingen Leerlingen Evolutie /tijdelijk onder2018t.o.v. vorig 2017 2016 schooljaar wijs aan huis 2019 2018 2017 Buitengewoon basisonderwijs
POAH
40
80
96
20%
Buitengewoon basisonderwijs
TOAH
139
198
236
19%
Gewoon basisonderwijs
TOAH
267
306
339
11%
446
584
671
15%
Totaal
Het aantal scholen waaraan lestijden TOAH worden toegekend, stijgt alleen in het gewoon basisonderwijs (+10% t.o.v. het vorig schooljaar). In het buitengewoon basisonderwijs stabiliseert het aantal scholen nagenoeg. Het aantal scholen buitengewoon basisonderwijs waaraan lestijden POAH worden toegekend, blijft evenzeer stijgen (+15% t.o.v. het vorig schooljaar). Ook het aantal leerlingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs dat TOAH of POAH krijgt, blijft gestadig stijgen. Deze toename komt onder meer doordat de maatregelen nog altijd aan bekendheid winnen. De stijging van het aantal leerlingen dat TOAH krijgt, kan ook worden toegeschreven aan de uitbreiding van deze maatregel. Vanaf 1 januari 2019 kunnen niet alleen de vijfjarige kleuters, maar alle kleuters in aanmerking komen voor TOAH.
86
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 17: aantal scholen en leerlingen secundair onderwijs waaraan lestijden onderwijs aan huis worden toegekend Aantal scholen secundair onderwijs Permanent /tijdelijk onderwijs aan huis
Scholen 2016 2017
Scholen 2017 2018
Scholen 2018 – 2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Buitengewoon secundair onderwijs
POAH
13
19
21
10,5%
Buitengewoon secundair onderwijs
TOAH
80
84
88
5%
Gewoon secundair onderwijs
TOAH
447
440
434
-1,4%
Aantal leerlingen secundair onderwijs Permanent Leerlingen Leerlingen Leerlingen Evolutie /tijdelijk onder2018t.o.v. vorig 2017 2016 schooljaar wijs aan huis 2019 2018 2017 Buitengewoon secundair onderwijs
POAH
54
81
100
23,5%
Buitengewoon secundair onderwijs
TOAH
620
741
881
18,89%
Gewoon secundair onderwijs
TOAH
889
951
958
0,11%
1.563
1.773
1.939
9,36%
Totaal
Het totaal aantal leerlingen in het secundair onderwijs waarvoor extra uren TOAH toegekend werd, stijgt elk jaar zowel in het gewoon als het buitengewoon secundair onderwijs. Ook voor de leerlingen die permanent onderwijs aan huis volgen, is er in het schooljaar 2018-2019 een stijging merkbaar. Deze toename komt doordat het onderwijs aan huis steeds bekender wordt.
Startbanenprojecten ‘Scholen voor Jongeren’ en ‘Verkeersveiligheid’ In de startbanenprojecten ‘Scholen voor Jongeren – Jongeren voor Scholen’ (JoJo) en ‘Verkeersveiligheid’ (VeVe) werken laaggeschoolde, vaak kansarme jongeren in scholen en lokale besturen of verkeersorganisaties. Daar doen ze, gedurende een periode van maximaal drie jaar, werkervaring op, terwijl ze opleidingen volgen en hun diploma secundair onderwijs proberen te behalen. Het doel van de startbanenprojecten is de kansen van deze jongeren op de arbeidsmarkt te verhogen via een eerste werkervaring en het volgen van een opleiding. Werkgevers krijgen tevens via die vorm van tewerkstelling op een zinvolle manier versterking. Het coördinatieteam van de startbanenprojecten binnen AGODI bestond in 2019 uit 2 coördinatoren.
AGODI jaarverslag 2019
87
- In het JoJo-project werken jongeren als preventiemedewerker in secundaire scholen of als voltijdse of deeltijdse onderhoudsmedewerker bij scholengemeenschappen van het basis- of het secundair onderwijs. De deeltijdse onderhoudsmedewerkers zijn jongeren die studeren aan het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO). - In het VeVe-project werken jongeren als startbaner verkeersveiligheid aan een verkeersveilige schoolomgeving of in samenwerking met De Lijn als schoolspotters aan veilig openbaar vervoer bij lokale besturen. Hervorming van de startbanenprojecten In 2016 besloot de Vlaamse Regering het budget van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) om te vormen naar een nieuw systeem met tijdelijke werkervaringsplaatsen. Vanaf 1 januari 2019 viel het budget vanuit WSE volledig weg. De startbanenprojecten bleven echter bestaan met het voorziene onderwijsbudget. Door de hervorming verloor het project tewerkstellingsplaatsen. Tot 31 december 2018 konden werkgevers hun toenmalige startbaner nog een verlenging geven. Vanaf 1 januari 2019 bestaat het JoJo-VeVe-project volledig uit plaatsen binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Naast de herverdeling van het aantal plaatsen binnen de startbanenprojecten, werkte AGODI in samenwerking met het beleidsdomein WSE en VDAB de mogelijkheid uit om een startbaan te koppelen aan een werkervaringsstage (WES). Sinds 1 september 2017 kan de WES voorafgaan aan een startbaan in het JoJo- of VeVeproject. Na afloop van de WES beslist de werkgever of hij de jongere al dan niet aanwerft via een startbaan. In 2018 maakte geen enkele werkgever gebruik van dit systeem en doorliep geen enkele jongere een WES met oog op een startbaan. Ook in 2019 werd er geen enkele WES opgestart in het kader van de startbanenprojecten. Resultaten van de startbanenprojecten Uit de cijfers van 31 december 2019 blijkt dat de startbanenprojecten in 2019 kwetsbare doelgroepen bereiken. Zo behoren enerzijds startbaners die in kansarmoede leven, of anderzijds een migratieachtergrond hebben tot het doelpubliek van het JoJo- en VeVe-project. In 2019 behoorde 64,05% van de startbaners uit het JoJo-project tot dat kwetsbaar doelpubliek. 38% van de tewerkgestelde startbaners in het JoJo-project had een migratieachtergrond en 55,6% was kansarm. In 2019 voldeed 63,9% van de tewerkgestelde startbaners uit het VeVe-project aan de criteria van een kwetsbaar doelpubliek. In dat project had 27,8% van de tewerkgestelde jongeren een migratieachtergrond en was 50% van de tewerkgestelde jongeren kansarm. Tabel 18: aantal startbanenprojecten (contracten -jongeren) 2017
88
2018
2019
Aantal contracten
Aantal jongeren
Aantal contracten
Aantal jongeren
Aantal contracten
Aantal jongeren
JoJo
501
354
377
313
345
288
VeVe
120
86
94
79
89
67
Totaal
621
440
471
392
434
355
AGODI jaarverslag 2019
2
In 2019 liepen 345 contracten binnen het JoJo-project en 89 contracten binnen het VeVe-project. In totaal kregen 355 jongeren de kans om via het startbanenproject een werkervaring op te doen. Het aantal contracten en het aantal jongeren is dus gedaald ten opzichte van vorig jaar. De daling komt door de aanwervingsstop die tijdens de hervorming van het startbanenproject werd ingelast. Om de projecten ter plaatse te evalueren, gaat AGODI regelmatig op bezoek bij de scholen, de gemeentebesturen en de vzw’s die werken rond verkeersveiligheid rondom de scholen of met een POT-werking. Die bezoeken zijn het ideale moment om de startbaners en hun coaches te informeren. In 2019 legden de coÜrdinatoren van JoJo en VeVe 283 bezoeken af. Het startbanenproject besteedde in 2019 51,08% van het voorziene vormingsbudget. Het percentage ligt slechts 3% lager dan in 2018. Het lagere percentage is enerzijds te wijten aan een kleine daling in aanvragen voor terugbetalingen van individuele vormingen en anderzijds aan een lagere besteding aan collectieve vormingen. Sinds het begin van 2016 betaalt AGODI niet meer het volledige bedrag van de opleidingen terug, maar houdt het bedrag waarvoor startbaners opleidingscheques kunnen aanvragen af. Hierdoor moet AGODI per opleiding minder betalen. In 2019 zagen we een daling van het aantal startbaners dat een aanvraag deed om een opleiding terug te betalen. Daarnaast organiseert AGODI met het budget vormingen die moeten bijdragen tot de professionalisering van de startbaners en de coaches. Bij de organisatie van geschikte vormingen heeft AGODI de klemtoon gelegd op een gevarieerd, kwalitatief en coherent aanbod. Er werden in totaal 17 vormingen aangeboden, gespreid over 41 vormingsdagen.. Tabel 19: startbanenproject voorziene en bestede budgetten (vorming – salarissen)
Salarissen (O&V)
Salarissen (WSE)
Vormingen
Budgetten
Voorzien
Besteed
%
2017
5.733.000
4.195.478,66
73,2
2018
6.094.843
2.471.217
40,55
2019
6.094.297,5
5.534.840,99
90,82
2017
5.733.798
3.962.829,58
69,1
2018
5.733.798
2.228.939
38,87
2019
0
0
0
2017
117.000
70.342,72
60,1
2018
117.000
64.014,88
54,71
2019
117.000
59.758,04
51,08
Wat betreft het salarisbudget, werd er in 2019 5.534.840,99 euro van het budget van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming besteed. De bestedingsgraad was 90,82%. Het bestede percentage ligt hoger dan in 2018. De stijging is het gevolg van de hervorming, waarbij het aandeel van de uitbetalingen van beleidsdomein Werk en Sociale Economie op 1 januari 2019 werd stopgezet en het volledige loonbudget van 2019 afkomstig is van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming.
AGODI jaarverslag 2019
89
Leerlingenstages Sinds het schooljaar 2006-2007 worden er jaarlijks via een elektronische zending gegevens over de leerlingenstages opgevraagd. De stagegegevens hebben betrekking op de leerlingen van de 2e en 3e graad KSO/TSO/BSO en HBO-verpleegkunde. Ook voor een deel van de leerlingenpopulatie uit het BuSo is een zending noodzakelijk wanneer er stages worden ingericht. Voor het schooljaar 2018-2019 gaat het in totaal om 641 scholen die potentieel in aanmerking komen op basis van hun onderwijsaanbod. 380 van deze 641 scholen hebben een zending leerlingenstages doorgestuurd naar AGODI. AGODI bezorgde deze gegevens aan het Departement Onderwijs en Vorming. Het Departement Onderwijs en Vorming analyseert de gegevens samen met het beleidsdomein dat bevoegd is voor Werk. Die gegevens worden bijvoorbeeld gebruikt bij de opvolging van de sectorconvenanten.
Commissie Leerlingenrechten De commissie inzake Leerlingenrechten behandelt klachten over het weigeren van inschrijvingen in het basis- en secundair onderwijs en over uitschrijvingen in het basisonderwijs. AGODI verzorgt het secretariaat van de commissie11. De commissie bestaat uit een voorzitter en zes leden: twee leden zijn vertrouwd met de onderwijsregelgeving en het ruime onderwijsveld, twee leden hebben een bijzondere kennis of verdienste op het vlak van de kinderrechtenbescherming en twee leden zijn vertrouwd met het grondwettelijk en administratief recht. Wanneer de commissie klachten behandelt over niet-gerealiseerde inschrijvingen omwille van onredelijke aanpassingen voor leerlingen met een verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs, vergadert de commissie in uitgebreide samenstelling. In dat geval wordt de commissie uitgebreid met leden met expertise op het gebied van de praktische realisatie van redelijke aanpassingen. Hierbij moet de betrokkenheid verzekerd zijn van personen met een handicap, het personeel en de onderwijsverstrekkers. Deze leden hebben een raadgevende stem. Tabel 20: aantal klachten behandeld door de commissie inzake Leerlingenrechten. Basisonderwijs
90
Totaal aantal klachten
Aantal klachten
Aantal leerlingen
Aantal klachten
Aantal leerlingen
2017
40
31
42
41
82
2018
43
39
49
45
92
2019
25
25
70
64
95
Bron: Commissie inzake Leerlingenrechten
11
Secundair onderwijs
http://www.AGODI.be/commissie-inzake-leerlingenrechten
AGODI jaarverslag 2019
2
De commissie ontving in 2019 95 klachten. Hiervan hadden er 25 betrekking op het basisonderwijs en 70 op het secundair onderwijs. Het verschil in aantal klachten tussen het basis- en het secundair onderwijs is toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. Het aantal klachten daalde in het basisonderwijs van 43 en 42 naar 25 klachten in 2019. In het secundair onderwijs zet de stijging in het aantal klachten zich ook in 2019 verder: van 42 en 49 naar 70 klachten. Sinds 2012 is de commissie ook bevoegd voor de goedkeuring van de aanmeldingsprocedures. Een aanmeldingsprocedure kan maar worden georganiseerd als ze vooraf ook is voorgelegd aan en goedgekeurd door de commissie. Het behandelen en verwerken van deze aanmeldingsdossiers verliep in 2019 anders dan de voorbije jaren door diverse wijzigingen aan het inschrijvingsrecht. In 2019 ontving de commissie: - Uiterlijk op 31 januari 2019 voorstellen tot aanmeldingsprocedures voor de inschrijvingen voor schooljaar 2019-2020, en - Uiterlijk op 15 december 2019 voorstellen tot aanmeldingsprocedures voor de inschrijvingen voor schooljaar 2020-2021. In september 2018 bereikte de Vlaamse Regering een akkoord over een vernieuwd inschrijvingsrecht. Op 26 oktober 2018 werd een voorstel tot decreet ingediend in het Vlaams Parlement. Dat voorstel van decreet concretiseert het akkoord van de Vlaamse Regering over de wijzigingen aan het inschrijvingsrecht. Tegen dat voorstel van decreet diende de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) in december 2018 een belangenconflict in, waardoor het Vlaams parlement het voorstel van decreet niet tijdig kon behandelen om van toepassing te zijn op de inschrijvingen voor schooljaar 2019-2020. Om initiatiefnemers die voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020 alsnog gebruik wilden maken van een aanmeldingsprocedure de kans te geven om een voorstel tot aanmeldingsprocedure voor te leggen aan de commissie, werd de uiterlijke datum voor het indienen van een aanmeldingsprocedure eenmalig aangepast: van 15 september 2018 naar 31 januari 2019. De commissie ontving in 2019 45 aanmeldingsdossiers voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020. Die dossiers werden op vijf zittingen door de Commissie behandeld. Van de 33 dossiers voor het basisonderwijs, werden 31 dossiers goedgekeurd en twee dossiers niet goedgekeurd. De twee niet-goedgekeurde dossiers werden na aanpassingen opnieuw ingediend en door de commissie goedgekeurd. Voor het secundair onderwijs werden twaalf aanmeldingsdossiers ingediend waarbij een dossier niet werd goedgekeurd. Dit dossier werd na aanpassing opnieuw ingediend en goedgekeurd.
AGODI jaarverslag 2019
91
Tabel 21: aantal aanmeldingsdossiers voor de inschrijvingen voor schooljaar 2019-2020 ontvangen in 2019 door de commissie inzake Leerlingenrechten volgens beslissing Beslissingen aanmeldingsdossiers ontvangen in 2019
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
Totaal
Goedgekeurd
31
11
42
Goedgekeurd onder voorbehoud
0
0
0
Niet goedgekeurd waarvan
2
1
3
Goedgekeurd na aanpassingen
2
1
3
Goedgekeurd onder voorbehoud na aanpassingen
0
0
0
Niet opnieuw ingediend
0
0
0
Ingetrokken door initiatiefnemers
0
0
0
Totaal
33
12
45
Bron: Commissie inzake Leerlingenrechten
In april 2019 werd het belangenconflict dat de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) had ingeroepen, behandeld en werd het vernieuwd inschrijvingsrecht goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Op 1 september 2019 ging het vernieuwd inschrijvingsrecht van kracht voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2020-2021. Met deze decreetwijziging veranderde de bevoegdheid van de commissie. De commissie beoordeelt voor het basisonderwijs alleen nog de aanmeldingsdossiers van initiatiefnemers die voor de organisatie van een aanmeldingsprocedure willen afwijken van een standaarddossier. Initiatiefnemers die willen afwijken van een standaarddossier, konden de afwijkingen uiterlijk op 15 november 2019 aan de commissie voorleggen. Er werden echter geen afwijkingen van standaarddossiers ingediend. Eind oktober 2019 kondigde Vlaams minister van Onderwijs, Dierenwelzijn en Sport Ben Weyts immers aan dat de inwerkingtreding van het vernieuwde inschrijvingsrecht wordt uitgesteld tot 1 september 2020. De commissie wachtte een nieuw regelgevend initiatief af alvorens nieuwe modaliteiten bekend te maken voor het indienen van een aanmeldingsdossier voor het schooljaar 2020-2021. In november 2019 keurde het Vlaams parlement een wijziging aan het bestaande inschrijvingsrecht goed, waardoor initiatiefnemers van een aanmeldingsprocedure voor het schooljaar 2020-2021 uiterlijk op 15 december 2019, een voorstel tot aanmeldingsprocedure konden voorleggen aan de commissie.
92
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 22: aantal aanmeldingsdossiers voor de inschrijvingen voor schooljaar 2020-2021 ontvangen in 2019 door de commissie inzake Leerlingenrechten volgens beslissing Beslissingen aanmeldingsdossiers ontvangen in 2019
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
Totaal
Goedgekeurd
52
5
57
Goedgekeurd onder voorbehoud
3
1
4
Niet goedgekeurd waarvan
3
1
4
Goedgekeurd na aanpassingen
2
1
3
Goedgekeurd onder voorbehoud na aanpassingen
0
0
0
Niet opnieuw ingediend
1
0
1
Ingetrokken door initiatiefnemers
0
0
0
Totaal
58
7
65
Bron: Commissie inzake Leerlingenrechten
De commissie ontving in 2019 65 aanmeldingsdossiers voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021. Deze aanmeldingsdossiers werden op drie zittingen in december 2019 en januari 2020 door de commissie behandeld. Van de 58 dossiers voor het basisonderwijs, werden 52 dossiers goedgekeurd, drie dossiers goedgekeurd onder voorbehoud en drie dossiers niet goedgekeurd. Twee nietgoedgekeurde dossiers werden na aanpassingen opnieuw ingediend en door de commissie goedgekeurd. De initiatiefnemer van het derde niet-goedgekeurde dossier legde geen gewijzigd voorstel tot aanmeldingsprocedure meer voor aan de commissie. Voor het secundair onderwijs werden zeven aanmeldingsdossiers ingediend waarbij een dossier niet werd goedgekeurd. Dit dossier werd na aanpassing opnieuw ingediend en goedgekeurd.
AGODI jaarverslag 2019
93
Vlaamse Bemiddelingscommissie De Vlaamse Bemiddelingscommissie werd opgericht12 in het kader van het M-decreet om te bemiddelen bij onenigheid tussen de school, het CLB en de ouders over het afleveren, het niet afleveren of over de inhoud van het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs. De commissie bestaat uit de voorzitter die een erkend bemiddelaar is en uit commissieleden van verschillende geledingen: een afgevaardigde van de representatieve organisaties van de centra voor leerlingenbegeleiding, de representatieve verenigingen van inrichtende machten, het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en van de erkende ouderverenigingen AGODI verzorgt het secretariaat van de commissie. Tabel 23: aantal bemiddelingsverzoeken Schooljaar 2016-2017
Schooljaar 2017-2018
Schooljaar 2018-2019
CLB
2
2
0
Ouders
6
6
6
School
1
1
1
Totaal
9
9
7
Betrokken partij
In het schooljaar 2018-2019 werden zeven bemiddelingsverzoeken ingediend. Drie bemiddelingsverzoeken hadden betrekking op het niet afleveren van een verslag, een verzoek had betrekking op het afleveren van een verslag en nog eens drie verzoeken hadden betrekking op de inhoud van het verslag. Slechts een van de ingediende bemiddelingsverzoeken leidde effectief tot een bemiddelingsgesprek. In de zes andere situaties zijn school, CLB en ouders op een andere manier tot een uitkomst gekomen. Tijdens een bemiddelingsgesprek wordt de tijd genomen om te luisteren naar ieders bezorgdheden en staan de betrokken partijen open voor elkaars standpunten en ideeÍn. Bemiddeling laat toe om op een serene manier de verschillende standpunten aan bod te laten komen. Dat resulteert over het algemeen in een tevredenheid over het verloop van het gesprek, ongeacht de uitkomst. Tijdens het bemiddelingsgesprek in schooljaar 2018-2019 werden afspraken gemaakt voor een verdere bespreking tussen de betrokkenen op korte termijn. De commissieleden (of hun collega’s) blijven mee instaan voor de opvolging en ondersteuning van het traject waar nodig.
12 Het BVR waarin de werking van de commissie geregeld wordt, werd goedgekeurd op 10 juli 2015. De minister keurde de aanstelling van de commissieleden goed met ingang van 1 januari 2016.
94
AGODI jaarverslag 2019
2
Commissie Zorgvuldig Bestuur Zorgvuldig bestuur betekent dat onderwijsinstellingen zich in de dagelijkse werking aan een aantal principes moeten houden met betrekking tot: - Kostenloosheid - Eerlijke concurrentie - Verbod op politieke activiteiten - Handelsactiviteiten - Reclame en sponsoring - Participatie in het gesubsidieerd onderwijs Wie informatie wenst over de rechten en plichten op het vlak van zorgvuldig bestuur kan dat doen via een eenvoudige vragenprocedure. Voor de behandeling van conflicten is er een klachtenprocedure. De commissie Zorgvuldig Bestuur bestaat uit een Kamer bevoegd voor het basisonderwijs en een Kamer bevoegd voor het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs. Klachten en vragen die te maken hebben met alle onderwijsniveaus behandelt de commissie in een gemeenschappelijke zitting. Elke kamer heeft een voorzitter die een onafhankelijke persoon is en vier leden die verschillende geledingen vertegenwoordigen: een lid voldoet aan de voorwaarden om tot rechter in handelszaken benoemd te worden, een lid is deskundig op het gebied van consumentenbescherming en twee leden zijn vertrouwd met het onderwijsveld. De voorzitter, bijgestaan door een secretaris van AGODI, oordeelt over de ontvankelijkheid van de vragen en klachten. Hij houdt daarbij rekening met de bevoegdheden van de commissie Zorgvuldig Bestuur en de procedurevoorschriften. De commissie stelt haar advies of beslissing op binnen een vastgestelde termijn. Tabel 24: overzicht aantal behandelde dossiers Zorgvuldig Bestuur 2017
2018
2019
Kostenbeheersing basisonderwijs
3
7
4
Kosteloze toegang secundair onderwijs
3
4
3
Eerlijke concurrentie
1
0
0
Politieke activiteiten
0
1
2
Handelsactiviteiten
3
1
1
Reclame en sponsoring
0
3
4
Participatie vrij onderwijs
2
5
4
Totaal
12
21
18
AGODI jaarverslag 2019
95
Onze klanten: onderwijspersoneelsleden De schoolbesturen zijn werkgever van de personeelsleden in het onderwijs: dat zijn de scholengroepen (GO!), de gemeente- en provinciebesturen, intercommunales (OGO) en de privaatrechtelijke rechtspersonen, meestal vzw’s (VGO). De schoolbesturen staan in voor het personeelsbeleid en zijn verantwoordelijk voor het werven, benoemen, ontslaan ... van hun personeelsleden. AGODI keert via het zogenoemde ‘derdebetalerssyteem’ de salarissen en andere vergoedingen rechtstreeks uit aan die personeelsleden, voor zover aan een aantal voorwaarden is voldaan: dat zijn de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden.
Personeel in cijfers Personeelsleden in het onderwijs worden op verschillende manieren geteld. Het tellen van het aantal fysieke personen, het aantal budgettaire voltijdse equivalenten of het aantal personeelsdossiers leidt telkens tot een eigen uitkomst. Het tellen van de personeelsdossiers die AGODI beheert en afhandelt vormt de derde telmogelijkheid. Fysieke personeelsleden (alle onderwijsniveaus)
2009-2010
2010-2011
2011-2012
2012-2013
2013-2014
2014-2015
2015-2016
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Tabel 1: evolutie van bezoldigde personen in alle onderwijsniveaus samen (januari)
180.997
180.908
181.085
182.706
182.128
182.834
183.526
185.050
186.444
188.840
1,12%
-0,05%
0,10%
0,90%
-0,32%
0,39%
0,38%
0,83%
0,75%
1,29%
In de personeelsevolutie van het globale onderwijsveld stijgt sinds 2009-2010 het totale aantal unieke personeelsleden. In vergelijking met het voorgaande schooljaar is het aantal personeelsleden in 2018-2019 met 1,29% gestegen.
96
AGODI jaarverslag 2019
2
Fysieke personen (AGODI) onderverdeeld per onderwijsniveau en soort onderwijs13
Tabel 2: evolutie van het aantal fysieke personen (inclusief alle vervangingen, TBS+ en Bonus) onderverdeeld per onderwijsniveau en soort onderwijs
Gewoon basisonderwijs Buitengewoon basisonderwijs Gewoon secundair onderwijs Buitengewoon secundair onderwijs HBO5 verpleegkunde Deeltijds kunstonderwijs Andere * Totaal
Januari
Januari
Januari
Evolutie
2017
2018
2019
t.o.v. 2018
65.838
66.086
67.516
2,16%
9.912
10.017
10.197
1,80%
66.830
66.617
66.770
0,23%
9.229
9.404
9.595
2,03%
1.560 5.754 6.276
1.614 5.772 6.169
1.572 5.846 6.108
-2,60% 1,28% -0,99%
165.399
165.679
167.604
1,16%
*
Personeel van Centra voor leerlingenbegeleiding, onderwijsinspectie, pedagogische begeleiding, internaten ...
13
In de personeelsstatistieken wordt alleen het personeel geregistreerd dat rechtstreeks door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming wordt bezoldigd. Dat impliceert dat het meester-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd onderwijs niet opgenomen is in de statistieken. De gesubsidieerde contractuelen worden ook buiten beschouwing gelaten, omdat die personeelsleden niet volledig door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming worden bezoldigd. Ook het personeel dat geniet van het stelsel ‘terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen' (TBS+) of een bonus is opgenomen in deze statistieken. Alle personeelsgegevens hebben betrekking op de maand januari, zoals gekend in juni van dat jaar.
AGODI jaarverslag 2019
97
Budgettaire voltijdse equivalenten (BVE)14
Tabel 3: aantal budgettaire voltijdse-equivalenten (inclusief alle vervangingen, TBS+ en Bonus)
Gewoon basisonderwijs Buitengewoon basisonderwijs Gewoon secundair onderwijs Buitengewoon secundair onderwijs HBO5 verpleegkunde Deeltijds kunstonderwijs Andere* Totaal
Januari
Januari
Januari
Evolutie
2017
2018
2019
t.o.v. 2018
56.863
57.107
58.702
2,79%
8.548
8.658
8.875
2,51%
59.580
59.452
59.742
0,49%
8.262
8.440
8.662
2,63%
1.277
1.432
1.368
-4,47%
4.284
4.284
4.341
1,33%
5.129
5.016
5.002
-0,28%
143.943
144.389
146.692
1,59%
Personeel van Centra voor leerlingenbegeleiding, onderwijsinspectie, pedagogische begeleiding, internaten ... De budgettaire voltijdse equivalenten zijn het resultaat van de som van alle deelopdrachten van alle personeelsleden (m.a.w. met inbegrip van de vervangingen van minder dan een jaar). Alle vervangingen zijn dus opgenomen in de tabellen fysieke personen en budgettaire voltijdse equivalenten.
*
Personeelsleden voor wie AGODI werkt Bovenstaande cijfers houden geen rekening met personeelsleden die een onbezoldigde afwezigheid of verlof genieten. Ook van hen houdt AGODI een administratief dossier bij. Tellen we hen mee, dan blijft de stijgende trend in het aantal personeelsleden zichtbaar.
14
98
In de personeelsstatistieken wordt alleen het personeel geregistreerd dat rechtstreeks door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming wordt bezoldigd. Dat impliceert dat het meester-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd onderwijs niet opgenomen is in de statistieken. De gesubsidieerde contractuelen worden ook buiten beschouwing gelaten, omdat die personeelsleden niet volledig door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming worden bezoldigd. Ook het personeel dat geniet van het stelsel ‘terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen' (TBS+) of een bonus is opgenomen in deze statistieken. Alle personeelsgegevens hebben betrekking op de maand januari, zoals gekend in juni van dat jaar.
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 4: unieke personeelsleden op het niveau van AGODI (EPD) Januari 2017
Januari 2018
Januari 2019
Evolutie 2019 t.o.v. 2018
169.985
171.628
174.222
1,51%
Vast/tijdelijk
Aantal personeelsleden januari-2017
Aantal personeelsleden januari-2018
Aantal personeelsleden januari-2019
Evolutie t.o.v. vorig schooljaar
Onderwijsniveau
Tabel 5: aantal personeelsleden per onderwijsniveau met opsplitsing tussen vast benoemde en tijdelijke personeelsleden
Basisonderwijs
Tijdelijk
20.030
20.029
18.995
-5,16%
Basisonderwijs
Vast benoemd
58.719
59.767
62.593
4,73%
CLB
Tijdelijk
1.003
1.027
1.020
-0,68%
CLB
Vast benoemd
2.747
2.734
2.857
4,50%
DKO
Tijdelijk
1.716
1.676
1.723
2,80%
DKO
Vast benoemd
4.779
4.854
4.957
2,12%
Secundair onderwijs
Tijdelijk
18.323
18.197
17.222
-5,36%
Secundair onderwijs
Vast benoemd
63.244
63.741
65.491
2,75%
Andere*
Tijdelijk
822
775
709
-8,52%
Andere*
Vast benoemd
1.855
1.855
1.877
1,19%
173.238
174.655
177.444
1,60%
Totaal
In tabel 5 zijn alleen de personeelsleden met opdrachten gedurende de maand januari van het betreffende schooljaar in aanmerking genomen. - Een personeelslid wordt als vast benoemd beschouwd, wanneer hij minimum een opdracht heeft als vast benoemd personeelslid. Anders wordt een personeelslid als tijdelijk beschouwd. - Een personeelslid is dus ofwel vast benoemd ofwel tijdelijk om dubbeltellingen uit te sluiten. - Een aantal personeelsleden hebben zowel vast benoemde als tijdelijke opdrachten. Zij worden wel alleen bij de vast benoemde personeelsleden geteld om dubbeltellingen te vermijden. - Een aantal personeelsleden staat in meer dan 1 onderwijsniveau. Die personeelsleden worden dan in elk onderwijsniveau afzonderlijk geteld. Er zijn bv. voor januari 2019 174.222 unieke personeelsleden. Er zijn wel 177.444 combinaties personeelslid-onderwijsniveau. - Andere * Hieronder ressorteren personeelsleden van internaten, inspectie, pedagogische begeleidingsdiensten, Brusselse kinderdagverblijven ...
AGODI jaarverslag 2019
99
Salaris Stappen in het uitbetalingsproces Stap 1: AGODI controleert enkele voorwaarden Wie heeft recht op een salaris? Een personeelslid moet voldoen aan de financierings- of subsidiëringsvoorwaarden op het gebied van nationaliteit, medische geschiktheid, taalwetgeving, burgerlijke en politieke rechten en bekwaamheidsbewijs. Het schoolbestuur van zijn kant moet de reaffectatieverplichtingen correct naleven en moet de functie van het personeelslid voorzien binnen de personeelsformatie (de omkadering) of binnen de mogelijkheden tot vervanging. Stap 2: AGODI gaat na op welke salarisschaal het personeelslid recht heeft AGODI controleert tot welke ‘bekwaamheidscategorie’ het personeelslid behoort voor de uitgeoefende opdracht. De reglementering daarover is uitgebreid en erg complex. De uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering (de zgn. telefoonboeken) bepalen voor elke opdracht (ambt, vak, onderwijsvorm en graad …) welk bekwaamheidsbewijs ‘vereist’ of ‘voldoend geacht’ is of welk ‘ander bekwaamheidsbewijs’ aanvaard kan worden. Het bekwaamheidsbewijs is ook bepalend voor de regels rond de tijdelijke aanstellingen van doorlopende duur, de vaste benoemingen en de inzetbaarheid van het personeelslid. Tabel 6: overzicht aantal personeelsleden (geheel of gedeeltelijk) bezoldigd met een bepaalde salarisschaal Aantal salarisschalen
Aantal personeelsleden (geheel of gedeeltelijk) bezoldigd met een bepaalde salarisschaal
40
1-5
15
6-10
26
11-50
16
51-100
27
101-500
12
501-1000
13
1001-5000
11
>5000
160
Eindtotaal
18% van alle personeelsleden
82% van alle personeelsleden
In 2019 telde het onderwijs 160 verschillende salarisschalen. De meerderheid van de salarisschalen zijn van toepassing op een zeer beperkt aantal personeelsleden. De versnippering blijkt uit tabel 6, waarin het aantal salarisschalen wordt ingedeeld op basis van het aantal personeelsleden dat volgens die salarisschaal wordt uitbetaald. Hierbij valt op te merken dat een personeelslid meer dan een salarisschaal kan toegekend krijgen. Uit de tabel blijkt dat er 40 salarisschalen worden toegekend aan niet meer dan vijf personeelsleden; 11 salarisschalen zijn goed voor 82% van de personeelsleden. In vergelijking met 2018 zijn er vier salarisschalen weg en vijf salarisschalen bijgekomen. 100
AGODI jaarverslag 2019
2
Stap 3: AGODI bepaalt het brutosalaris conform de anciĂŤnniteit en de betalingsnoemer De vorige beroepservaringen binnen en eventueel buiten het onderwijs bepalen mee de geldelijke anciĂŤnniteit van een personeelslid. Verder stelt AGODI ook de betalingsnoemer van een opdracht vast. Die verschilt naargelang van het onderwijsniveau, het ambt, het vak, de onderwijsvorm of de graad. Daarbij gaat AGODI na of een personeelslid meer presteert dan een voltijdse betrekking en bijgevolg cumuleert. Stap 4: Afhoudingen en uitbetalingen Het salarissysteem berekent de correcte afhoudingen en zorgt voor de effectieve uitbetaling.
AGODI jaarverslag 2019
101
Ambitie 4: het tijdig en correct toekennen van salarissen Het kader De toekenning van de salarissen van het onderwijspersoneel is een van de kerntaken van AGODI. Budgettair is dat het belangrijkste proces. Meer dan de helft van de personeelsleden van het agentschap werkt daaraan mee. De toekenning van de salarissen is ingebed in een volledig salaristraject. De activiteiten van AGODI binnen dat traject zijn afhankelijk van andere instanties: de scholen leveren gegevens aan, de bank voert de betalingsopdrachten uit ... AGODI is dus niet de enige verantwoordelijke voor een tijdige en correcte toekenning van salarissen. Het salarisproces omvat het geheel van processtappen die moeten doorlopen worden om een correcte en tijdige uitbetaling van het salaris van de personeelsleden verbonden aan de onderwijsinstellingen te kunnen waarborgen. De toekenning is gebaseerd op een geheel van complexe reglementeringen. In dat proces onderscheiden we vier belangrijke stappen: 1. de elektronische aanlevering van de gegevens door de schoolsecretariaten en transfer via WebEDISON naar het EPD 2. het beheer van de personeelsgegevens via het EDP 3. de salarisberekening 4. de naverwerking van het salaris: aanrekening in de begroting en boekhoudkundige verwerking, uitbetaling via ING De activiteiten van de schoolsoftwareleveranciers, scholen, inspectie, andere agentschappen van het ministerie van Onderwijs en Vorming, externe informaticapartner, FinanciĂŤn en Begroting en ING behoren niet tot de interne doorlooptijden van AGODI. De ambitie: 99,9% tijdige toekenning van het salaris AGODI streeft naar het tijdig toekennen van het salaris op de laatste werkdag van elke maand. Het agentschap garandeert op jaarbasis gemiddeld 99,9% van de volledige, correcte en tijdig geregistreerde dossiers. Dossiers zijn tijdig geregistreerd als ze door de schoolsecretariaten uiterlijk twee werkdagen voor de uiterste verwerkingsdatum via WebEDISON bij AGODI zijn geregistreerd. Voor de overige 0,1% van de dossiers streeft het agentschap naar de toekenning van het salaris in de daaropvolgende maand. Met succes! Tijdens het volledige jaar 2019 werd 100% van de salarissen op tijd toegekend. Daarmee is de vooropgestelde norm van 99,9% elke maand gehaald.
102
AGODI jaarverslag 2019
2
Correcte toekenning Net als in 2017 en 2018 heeft AGODI de kwaliteitscontrole van het salaris vanuit een ander perspectief bekeken. AGODI heeft zich onder meer toegelegd op de controle van de validering van de vroegere diensten aan de overheid (valorisatie). Voor de rechthebbenden tellen deze diensten mee voor de geldelijke anciÍnniteit, wat op zijn beurt een belangrijk element is voor de berekening van het salaris. AGODI heeft deze piste gekozen, omdat de resultaten van de algemene kwaliteitscontrole van het salaris aangaven dat het agentschap altijd de norm van 95% heeft behaald. Daarom kan AGODI besluiten dat de betaling van de salarissen verloopt volgens de geldende kwaliteitsnormen. In 2016 was de correctheid o.b.v. de steekproef zelfs 100%. Een salaris is uit verschillende parameters samengesteld. Sommige parameters maken deel uit van het salaris van elk personeelslid. Andere parameters komen dan weer niet bij alle personeelsdossiers voor. Dit kan onder meer te maken hebben met bepaalde situaties in de loopbaan die een invloed hebben op zijn of haar loon. Dergelijke situaties kunnen rechten geven die meegenomen worden in het berekenen van het salaris. Omdat een aantal parameters niet bij elke salarisberekening voorkomen, komen ze niet of heel sporadisch voor in de steekproeven van een algemene kwaliteitscontrole van het salaris. Het valideren van voorgaande diensten is zo’n element dat belangrijk is in de salarisberekening, maar waarvan slechts een beperkt aantal personeelsleden uit het onderwijs kan genieten. AGODI wil er zich van verzekeren dat de rechthebbenden op een valorisatie ook een correct loon ontvangen. AGODI heeft vastgesteld dat de opname van gevalideerde beroepsprestaties in het loopbaanoverzicht in minstens 91,67% van de dossiers leidt tot een correcte uitbetaling van het salaris. Dit is een daling met 1,06% ten opzichte van 2018 en het agentschap haalt de norm van 95% in 2019 niet. Een belangrijke reden daarvoor is dat het proces in alle fasen hoofdzakelijk manuele acties vereist, die de dossierbeheerders niet frequent moeten uitvoeren. Daarom heeft AGODI in 20192020 een intensieve opleiding voorzien voor de dossierbeheerders.
AGODI jaarverslag 2019
103
Het salarisbudget en de verschillende salariscomponenten De som van het bruto jaarsalaris, de patronale bijdrage(n), het vakantiegeld en de eindejaarstoelage maken samen de volledige salariskost van een personeelslid uit. Tabel 7: evolutie van de totale salarisuitgaven van AGODI van 2017 tot en met 2019
Salarissen
104
AGODI 2017 €
AGODI 2018 €
AGODI 2019 €
Evolutie t.o.v. 2018
5.325.055.953,37
5.533.897.171,27
5.748.593.741,97
3,88%
Vakantiegeld
343.805.602,72
355.075.901,34
3.67.591.620,74
3,52%
EJT
302.386.429,10
312.557.638,22
321.989.884,83
3,02%
RSZ
1.316.891.066,50
1.353.726.502,38
1.406.106.744,96
3,87%
Andere
2.050.687,46
2.503.159,45
2.034.249,99
-18,73%
Totaal
7.290.189.739,15
7.557.760.372,66
7.846.316.242,49
3,82%
AGODI jaarverslag 2019
2
Figuur 1: salarisuitgaven 2017 0,03% 18,06%
4,15% 4,72%
n
Salaris
n
Vakantiegeld
n
EJT
n
RSZ
n
Andere
n
Salaris
n
Vakantiegeld
n
EJT
n
RSZ
n
Andere
n
Salaris
n
Vakantiegeld
n
EJT
n
RSZ
n
Andere
73,04%
Figuur 2: salarisuitgaven 2018 0,03% 17,91%
4,14% 4,70%
73,22%
Figuur 3: salarisuitgaven 2019 0,03% 17,92%
4,10% 4,68%
73%
AGODI jaarverslag 2019
105
Tabel 8: gemiddelde salariskost15 Gemiddelde salariskost
Vast benoemde personeelsleden
Tijdelijke personeelsleden
Kleuteronderwijzer*
52.044
45.100
Onderwijzer*
51.520
44.918
Leraar-regent/bachelor*
51.312
45.898
Leraar licentiaat/master
65.156
58.237
Kleuteronderwijzer, onderwijzer en leraar -regent/bachelor hebben hetzelfde jaarsalaris aan 100%, maar doordat de gemiddelde geldelijke anciĂŤnniteit voor de drie groepen verschillend is, vertoont ook de gemiddelde jaarkost kleine verschillen.
*
Bekwaamheidsbewijzen Tabel 9: aanstellingen volgens bekwaamheidsbewijs (januari) (EPD)
Onderwijsniveau
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
DKO
CLB's
Totaal
Bekwaamheidsrubricering Vereist Voldoend geacht Ander Vereist Voldoend geacht Ander Vereist Voldoend geacht Ander Vereist Voldoend geacht Ander Vereist Voldoend geacht Ander
2016-2017
2017-2018
2018-2019
Vast
Tijdelijk
Vast
Tijdelijk
Vast
Tijdelijk
94,89% 5,1% 0,01% 76,29% 23,7% 0,01% 79,16% 20,75% 0,09% 98,54% 1,46% 0% 84,87% 15,12% 0,01%
79,66% 13,55% 6,79% 55,3% 31,4% 13,3% 53,18% 29,56% 17,26% 83,34% 13,4% 3,26% 66,48% 23,13% 10,39%
94,78% 5,21% 0,01% 76,14% 23,85% 0,01% 78,02% 21,89% 0,09% 98,38% 1,62% 0% 84,74% 15,25% 0,01%
79,02% 14,48% 6,5% 55,42% 32,37% 12,21% 52,98% 30,8% 16,22% 83,62% 12,29% 4,1% 66,28% 24,06% 9,65%
94,93% 5,06% 0,01% 76,1% 23,89% 0,01% 72,5% 27,44% 0,06% 98,94% 1,06% 0% 84,44% 15,55% 0,01%
77,31% 15,27% 7,42% 53,52% 32,7% 13,78% 51,08% 31,7% 17,22% 86,49% 8,53% 4,98% 64,46% 24,7% 10,84%
In 2019 heeft 84,44% van de vast benoemde personeelsleden een vereist bekwaamheidsbewijs, 15,55% heeft een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs en 0,01% beschikt over een ander bekwaamheidsbewijs. Van de tijdelijke personeelsleden heeft 64,46% een vereist bekwaamheidsbewijs, 24,70% een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs en 9,84% een ander bekwaamheidsbewijs. Die verhoudingen zijn in 2019 weinig gewijzigd ten opzichte van 2018.
15
106
Groene boekje Onderwijs en Vorming schooljaar 2018 - 2019
AGODI jaarverslag 2019
2
Tussen de onderwijsniveaus zijn er belangrijke verschillen. Vooral het secundair onderwijs en het DKO tellen beduidend meer personeelsleden met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs en – bij de tijdelijke personeelsleden – met een ander bekwaamheidsbewijs. Nuttige ervaring Personeelsleden kunnen aanvragen om de ervaring die ze tijdens een bepaalde periode opdeden als nuttig te erkennen voor een vak, een specialiteit of een ambt in het onderwijs. Die nuttige ervaring (bijvoorbeeld van leraren praktische of technische vakken in het secundair onderwijs) kan een onderdeel vormen van het bekwaamheidsbewijs en kan ook meetellen bij de anciënniteitsberekening. Door die erkenning worden zij-instromers aangemoedigd om over te stappen naar het onderwijs. In 2018 werden 1.664 nuttige ervaringen erkend, een stijging met 22,26% ten opzichte van 2018. Professionele erkenningen van buitenlandse leerkrachten en het Interne Markt Informatie Systeem (IMI) De dienstverlening rond de professionele erkenningen van buitenlandse lerarendiploma’s en het certificeren van onderwijsbevoegdheid met betrekking tot Vlaamse lerarendiploma’s kadert in de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Richtlijn 2005/36/EG en 2013/55/EU. AGODI neemt die dienstverlening op sinds maart 2017 en dit voor de gereglementeerde onderwijsberoepen: kleuteronderwijzer, onderwijzer en leraar. AGODI streefde in 2019 naar 80% tijdige behandeling van de dossiers. Dit wil zeggen dat de dossiers, eens volledig, uiterlijk binnen de twee maanden werden behandeld. De dienstverlening verloopt sinds de aanwerving van een extra dossierbehandelaar in september 2019 tijdig.
AGODI jaarverslag 2019
107
Tabel 10: totaal behandelde dossiers*/jaar professionele erkenningen van buitenlandse leerkrachten 2017
2018
2019
94
103
116
* Sinds 2019 houdt AGODI er een ander telsysteem op na t.o.v. de jaren 2017 en 2018. Bij herberekening van de cijfers van 2017 en 2018 vormt dit dan ook een ander totaal. De huidige cijfers voor 2017, 2018 en 2019 worden beschouwd als de correcte cijfers. Het gaat hierbij uitsluitend om de buitenlandse leerkrachten die via de procedure van de professionele erkenningen in Vlaanderen een conformiteitsattest krijgen om les te geven in het Vlaams onderwijs. Buitenlandse leerkrachten die via andere procedures (bijvoorbeeld via de academische gelijkwaardigheid bij NARIC-Vlaanderen, via de erkenning van artistieke of nuttige ervaring) in het Vlaams onderwijs aan de slag gaan, vallen hierbuiten.
Naast haar duurzame contact met de Nederlandse collega’s van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) trad AGODI binnen België in contact met de collega’s van de Franse en de Duitstalige Gemeenschap.
108
AGODI jaarverslag 2019
2
Taal- en nationaliteitsafwijkingen De minister kan personeelsleden die niet voldoen aan de taal- of nationaliteitsvereisten een afwijking toestaan. Die bevoegdheid is gedelegeerd naar AGODI. De afwijkingen maken de subsidiĂŤring of financiering mogelijk van bekwame leerkrachten die niet of nog niet voldoen aan de wettelijke voorwaarden. Bij de taalafwijking gaat het om een afwijking gedurende maximaal drie jaar op de vereiste taalkennis. Bij de nationaliteitsafwijking gaat het om een definitieve vrijstelling van de voorwaarde van het EU-burgerschap. AGODI vraagt daarbij advies aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Taalafwijkingen In 2019 heeft AGODI 246 taalafwijkingen verleend. In 2017 en 2018 waren dat er respectievelijk 177 en 188. De verdeling per taal in 2018 is als volgt: 189 voor de onderwijstaal Nederlands, 28 voor de bestuurstaal Nederlands in de Franstalige scholen van de Brusselse Rand en de Franstalige afdeling van de school in De Haan en 20 voor de verplichte tweede taal Frans in de Nederlandstalige basisscholen. Voor de Franstalige scholen van de Brusselse Rand waren er ook nog acht afwijkingen voor de onderwijstaal Frans en een voor de verplichte tweede taal Nederlands. De stijging is volledig toe te schrijven aan het aantal afwijkingen voor de onderwijstaal Nederlands: 189 tegenover 128 in 2018 en 125 in 2017. Nationaliteitsafwijkingen In 2019 heeft AGODI 49 nationaliteitsafwijkingen verleend. De verleende afwijkingen hebben overwegend betrekking op leraars vreemde talen of artistieke vakken, godsdienstleerkrachten en op jongeren die aangesteld werden in de startbaanprojecten. In 2019 werden 11 aanvragen tot nationaliteitsafwijking geweigerd, steeds na ongunstig advies van de Dienst Vreemdelingenzaken. In 2018 werden 41 nationaliteitsafwijkingen verleend en vijf geweigerd; in 2017 waren dat er respectievelijk 30 en zeven.
AGODI jaarverslag 2019
109
Cumulatie Wie naast een voltijdse functie binnen of buiten het onderwijs nog bijkomende uren lesgeeft, cumuleert. Cumulatie-uren in het onderwijs slaan op de uren die als ‘bijbetrekking’ of ‘overwerk’ beschouwd worden. . Tabel 11: overzicht cumulatie – cumulatie uitgedrukt in VTE (situatie januari) (EPD) Aantal 2016-2017
Aantal 2017-2018
Aantal 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Basisonderwijs
33,0
63,4
58,1
-8,4%
Secundair onderwijs
VTE in overwerk of bijbetrekking
466,3
584,4
612,3
4,8%
DKO
4,3
5,5
6,8
23,6%
CLB
8,1
11,9
6,1
-48,7%
511,7
665,2
683,3
2,7%
Totaal
Het aantal cumulaties is in het schooljaar 2018-2019 slechts licht gestegen ten opzichte van het voorgaande schooljaar.
Ziekteverlof, bevallingsverlof, moederschapsbescherming Het agentschap registreert en verwerkt de verloven wegens ziekte, bevalling en moederschapsbescherming. AGODI gaat na of een ziekteverlof kan worden bezoldigd en hoe dat kan. Het rapport afwezigheid wegens ziekte onderwijspersoneel: kalenderjaar 2018 Al sinds vele jaren stelt AGODI jaarrapporten op over de afwezigheden van het onderwijspersoneel wegens ziekte en de ziektecontroles voor het onderwijspersoneel. Meer informatie staat in het rapport afwezigheid wegens ziekte onderwijspersoneel: kalenderjaar 201816. Dat rapport is ruimer dan de onderwijsniveaus van AGODI en omvat ook gegevens over het volwassenenonderwijs. Die rapporten worden telkens opgemaakt per kalenderjaar, niet per schooljaar.
16
110
Zie ook: http://www.agodi.be/publicaties-afwezigheid-wegens-ziekte-vlaamse-onderwijspersoneel
AGODI jaarverslag 2019
2
Figuur 4: ziekteverzuimpercentage voor het kalenderjaar 2018
5 4 3
Met 1dz Zonder 1dz
2 1
0
2016
2017
2018
Het ziekteverzuimpercentage bedraagt in 2018 4,48% met eendagsziekten inbegrepen en 4,31% zonder eendagsziekten. In 2017 ging het respectievelijk om 4,35% en 4,18%. In 2018 werden er 2.853.170 ziektedagen genomen door het Vlaamse onderwijspersoneel. Dat is een stijging van 114.552 dagen of 4,18% t.a.v. het aantal ziektedagen van 2017. Om dat cijfer te interpreteren, moeten we ook rekening houden met een stijging van het aantal personeelseenheden, waar we te maken hebben met een stijging van 0,98%. Een mogelijke verklaring voor die stijging is de toename van het aantal personeelsleden in de leeftijdscategorie van 56 tot 65 jaar. Door de maatregelen i.v.m. het verminderen van de mogelijkheden tot vervroegde uitstap en het opschuiven van de pensioendatum waren er in 2018 in totaal 38.261 personeelsleden in die leeftijdscategorie, tegenover 26.310 in 2017. Dat komt overeen met een stijging van 7,4%. Als we tegelijk zien dat het ziekteverzuimpercentage stijgt met de leeftijd, dan is die evolutie een bijkomende verklaring voor de stijging van het ziekteverzuimpercentage in het Vlaams onderwijs in 2018. Enkele specifieke vaststellingen: - Het aantal eendagsziekten is in 2018 gestegen met 4,20% of 4.467 dagen, terwijl het globale aantal ziektedagen steeg met 4,18%. In totaal ging het in 2018 om 110.823 ziektedagen van een dag. - Het gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid bedraagt in 2018 16,37 dagen t.o.v. 15,87 dagen in 2017. - Het ziekteverzuim van het gesubsidieerd vrij onderwijs is lager dan het algemeen ziekteverzuimpercentage van 4,48%. Het ziekteverzuim is gestegen in alle netten behalve in het Gemeenschapsonderwijs, waar het daalde. - Psychosociale aandoeningen blijven ook in 2018 de voornaamste oorzaak van ziekteverzuim. Het gaat om 39,60% van de ziektedagen (40,84% bij mannen en 39,28% bij vrouwen). Dat is een lichte stijging in vergelijking met het vorige jaar, toen het 39,01% bedroeg. Bij de psychosociale aandoeningen zien we een relatieve oververtegenwoordiging van het directiepersoneel. Als we binnen het directiepersoneel
AGODI jaarverslag 2019
111
gaan kijken in de leeftijdsgroep van 56 tot 65 jaar is 59,51% van de ziektedagen het gevolg van een psychosociale aandoening, terwijl dat voor de totaliteit van de personeelscategorieĂŤn in die leeftijdsgroep 44,88% bedraagt, een verschil van 14,63%. Bij de leeftijdsgroep van 46-55 jaar is het verschil 10,52%. - Van de mogelijkheid om deeltijds het werk te hervatten in het ziekteverlofstelsel werd in 2018 opnieuw meer gebruik gemaakt dan in 2017. - Er waren 291.563 dagen VVP-ziekte. Dat zijn 52.485 dagen VVP-ziekte meer dan in 2017, wat een stijging vertegenwoordigt van 21,95%. In totaal hebben 2.578 personeelsleden dat verlof opgenomen. Het grootste aantal dagen VVP-ziekte wordt opgenomen binnen de leeftijdsgroep 46-55 jaar. De meerderheid van de aanvragers zijn personeelsleden die afwezig zijn wegens psychosociale aandoeningen, namelijk 42,44%. - Langdurig verlof voor verminderde prestaties om medische redenen (LVVPmed) werd in 2018 opgenomen door 1.814 personeelsleden (219 mannen en 1.595 vrouwen) voor in totaal 552.788 dagen, in 2017 ging het om 1.500 personeelsleden en 442.014 dagen. Het gaat hier bijgevolg om een stijging met 20,93% qua personeelsleden en een stijging van 25,06% qua aantal dagen. - Deze evolutie is verklaarbaar, omdat personeelsleden wegens de aard van hun aandoening meerdere jaren van LVVPmed gebruik maken en er elk jaar een aantal nieuwe personeelsleden bijkomen. De perioden waarin personeelsleden gebruik maken van LVVPmed hebben geen invloed op hun ziektekrediet, maar er is wel een bezoldiging voor 60% van het volume dat de personeelsleden niet meer werken. - Bij de mannen situeert het grootste aantal personeelsleden met LVVPmed zich in de leeftijdsgroep 56-65 jaar, bij de vrouwen in de leeftijdsgroep 46-55 jaar. Opvallende vaststelling is dat 424 personeelsleden jonger zijn dan 46 jaar, 70 zelfs jonger dan 36 jaar. Wellicht zal een grote groep van deze personeelsleden een heel lange periode met verminderde prestaties werken, nl. tot aan de vooravond van het pensioen. We zien ook een stijging van de psychosociale aandoeningen bij LVVPmed. In totaal is 16,71% van de dagen LVVPmed het gevolg van een psychosociale aandoening. Controle van het ziekteverzuim in het kalenderjaar 2017 In 2018 werden 19.117 controles uitgevoerd door de controlefirma. In vergelijking met het vorige jaar is dat een daling door een gelijkblijvend budget, maar met een indexverhoging van de prijs van de controles. 31,49% van de controles gebeurden op initiatief van Certimed zelf, op basis van afgesproken criteria. Op initiatief van de werkgevers is 22,56% van de controleaanvragen uitgevoerd. Daarnaast stijgt ook het aantal controles op initiatief van het personeelslid. Hun aandeel bedraagt in 2018 45,47%. Personeelsleden AGODI in een dienstonderbreking wegens ziekte, geboorte of adoptie tijdens het schooljaar 2018-2019 In het schooljaar 2018-2019 waren er 110.594 personeelsleden afwezig wegens ziekte. 11.313 personeelsleden waren afwezig naar aanleiding van de geboorte of adoptie van een kind.
112
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 12: aantal personeelsleden in ziekteverlof Onderwijsniveau
Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Basisonderwijs
46.441
48.850
49.817
1,98%
Secundair onderwijs
54.134
55.442
55.736
0,53%
DKO
4.046
4.139
4.255
2,80%
CLB
2.481
2.596
2.643
1,81%
105.207
108.963
110.594
1,50%
Totaal AGODI*
Op het niveau van AGODI worden er dubbeltellingen uitgesloten. Een personeelslid dat een ziekteverlof heeft en in meerdere onderwijsniveaus staat, wordt maar 1 keer geteld. In de afzonderlijke onderwijsniveaus zal dat personeelslid per onderwijsniveau worden geteld. De cijfers voor het totaal van AGODI zijn dan ook lager dan de optelsom van de cijfers voor de verschillende onderwijsniveaus. . *
Het aantal personeelsleden dat ziekteverlof opnam in het schooljaar 2018-2019 is gestegen met 1,5% ten opzichte van het schooljaar 2017-2018. Tabel 13: personeelsleden in TBS ziekte, onbezoldigd ziekteverlof, VVP wegens ziekte en langdurig VVP wegens medische redenen Dienstonderbreking
Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
TBS ziekte (vast benoemd)
2.649
2.906
3.178
9,36%
Onbezoldigd ziekteverlof (tijdelijk)
1.935
2.050
2.311
12,73%
VVP wegens ziekte
1.606
2.002
2.337
16,73%
Langdurig VVP medische redenen
1.207
1.515
1.834
21,06%
Is het bezoldigd ziekteverlof van een personeelslid uitgeput, dan komt die persoon terecht in een stelsel van TBS ziekte (voor vast benoemde personeelsleden) of van onbezoldigd ziekteverlof (voor tijdelijke personeelsleden). Voor al deze rubrieken noteren we een stijging in het schooljaar 2018-2019. Het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is gecreĂŤerd vanaf 1 januari 2015. De doelgroep bestaat uit personeelsleden die binnen de huidige stand van de medische wetenschap hun totale opdracht nooit meer volledig kunnen opnemen. Doordat personeelsleden deze dienstonderbreking meestal nemen voor een langere periode, wellicht tot aan de vooravond van hun pensioen en er elk jaar personeelsleden bijkomen, is het normaal dat er elk jaar een stijging is. In het schooljaar 2017-2018 was er een stijging van 25,5% t.o.v. het voorgaande schooljaar. In het schooljaar 2018-2019 was er een minder uitgesproken stijging van 21,06%. Een stijging zien we ook bij VVP wegens ziekte, een systeem dat in zijn huidige vorm bestaat sinds 1 september 2011. De personeelsleden kunnen een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte aanvragen met het oog op het volledig hernemen van de opdracht die zij uitoefenden aan de vooravond van hun ziekteverlof. De evolutie t.o.v. het schooljaar 20172018 bedraagt 16,73%. Meer details staan in het rapport over de afwezigheden wegens ziekte 2018.17 17
http://www.agodi.be/publicaties-ziekteverzuim-vlaamse-onderwijspersoneel AGODI jaarverslag 2019
113
Verloven in het kader van moederschapsbescherming en bevallingsverlof Bevallingsverlof, verlof wegens bedreiging door beroepsziekte tijdens de zwangerschap, verlof wegens moederschapsbescherming tijdens de zwangerschap en tijdens de lactatie zijn verlofstelsels die allemaal te maken hebben met een zwangerschap of bevalling. Daarnaast zijn er nog een aantal verloven zoals adoptieverlof, omstandigheidsverlof naar aanleiding van een geboorte en geboorteverlof die door de moeder of een partner kunnen genomen worden. Het aantal personeelsleden dat gebruik gemaakt heeft van die verlofstelsels is in 20182019 globaal gedaald met 1,28% t.o.v. 2017-2018. Vooral in het kleuteronderwijs hebben personeelsleden recht op verlof wegens bedreiging door beroepsziekte en verlof wegens moederschapsbescherming. Er geldt een specifiek risico voor zwangere vrouwen en vrouwen tijdens de lactatieperiode. Het aantal personeelsleden dat op die dienstonderbrekingen een beroep doet, daalt in 2018-2019 t.o.v. 2017-2018 met respectievelijk 2,81% en 9,88%. De daling bij moederschapsbescherming was al ingezet in het schooljaar 2016-2017 en heeft betrekking op het verlof wegens moederschapsbescherming dat toegekend wordt tijdens de lactatieperiode. Volgens wetenschappelijk onderzoek van de Werkgroep Wetenschappelijk Advies van de Vlaamse Vereniging voor Arbeidsgeneeskunde is gebleken dat bij vrouwen die borstvoeding geven CMV18-blootstelling geen risico is als de baby geen extreem laag geboortegewicht heeft (ernstige prematuriteit – minder dan 34 weken en/of < 2 kg). Verwijdering wegens CMV tijdens de lactatieperiode is vanaf 1 september 2016 dan ook niet meer erkend in het kader van moederschapsbescherming, behalve bij extreem laag geboortegewicht van de baby.
Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2018-2019
Tabel 14: personeelsleden in een dienstonderbreking n.a.v. geboorte of adoptie van een kind – alle onderwijsniveaus AGODI (EPD)
Bevallingsverlof
6.228
6.187
6.166
-0,34%
Dienstonderbreking
Bedreigd door een beroepsziekte
1.880
1.848
1.796
-2,81%
Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte (10 dagen)
1.452
1.367
1.452
6,22%
Onbezoldigd ouderschapsverlof
1.248
1.163
1.078
-7,31%
Moederschaps-bescherming
551
516
465
-9,88%
Overschrijding postnatale periode
89
108
120
11,11%
Facultatieve verlenging bevallingsverlof bij hospitalisatie kind
221
225
201
-10,67%
Adoptieverlof
23
29
33
13,79%
Geboorteverlof
2
3
2
-33,33%
11.694
11.446
11.313
-1,28%
Totaal
18
114
Cytomegalovirus
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 15: personeelsleden in een dienstonderbreking n.a.v. geboorte van een kind – per onderwijsniveau* (EPD) Bevallingsverlof 2018-2019
Bedreigd door beroepsziekte 2018-2019
Moederschapsbescherming 2018-2019
Aantal personen
Vergelijking 2017-2018
Aantal personen
Vergelijking 2017-2018
Aantal personen
Vergelijking 2017-2018
Basisonderwijs
3.531
2,20%
1.663
-1,83%
284
-8,68%
Secundair onderwijs
2.422
-2,93%
139
-8,55%
181
-11,71%
137
-3,52%
2
100,00%
1
0,00%
CLB’s
153
12,50%
3
-25%
0
-100%
Totaal
6.243
DKO
1.807
466
* De cijfers opgesplitst per onderwijsniveau verschillen licht van de totalen, doordat personeelsleden in meerdere onderwijsniveaus kunnen aangesteld zijn.
AGODI jaarverslag 2019
115
Naar meer arbeidsherverdeling en zorg: verloven en afwezigheden, loopbaanonderbreking, zorgkrediet De onderwijssector telt heel wat verlofstelsels die samengevat kunnen worden onder de noemer ‘arbeidsherverdelende maatregelen’. Telkens kiest het personeelslid er vrijwillig voor om zijn opdracht in het onderwijs voor een bepaalde periode te verminderen of tijdelijk volledig te onderbreken. De stelsels van arbeidsherverdeling hebben belangrijke voordelen: - ze verhogen de aantrekkelijkheid van de job door de combinatie arbeid en gezin/ vrije tijd gemakkelijker te maken. - ze maken ruimte voor de tewerkstelling van een grote groep tijdelijke vervangleerkrachten. Keerzijde is wel dat de vervangleraars afhankelijk zijn van het al dan niet terugkeren van de titularis. De start van een loopbaan in het onderwijs gaat daardoor gepaard met werkonzekerheid en wordt op die manier minder aantrekkelijk. De laatste jaren is er daarnaast ook meer aandacht voor dienstonderbrekingen die eerder in het teken staan van zorg voor kinderen en voor familieleden omwille van medische redenen. De mogelijkheden zijn vrij uitgebreid: van diverse verloven tot een vermindering van de prestaties, loopbaanonderbreking en zorgkrediet.
116
AGODI jaarverslag 2019
2
Verloven en afwezigheden voor verminderde prestaties Om wat meer overzicht te verkrijgen over het aantal vormen van deeltijds werken, werden recent een aantal verloven samengebracht en transparanter gemaakt. Vanaf 1 september 2017 werden de bestaande verloven voor verminderde prestaties hervormd. Het verlof voor verminderde prestaties voor sociale en familiale redenen, het verlof voor verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 50 jaar en het verlof voor verminderde prestaties voor wie twee kinderen heeft jonger dan veertien jaar werden samengevoegd tot een stelsel, nl. verlof voor verminderde prestaties. De personeelsleden kunnen ervoor opteren om hun arbeidsprestaties te verminderen met een vijfde of tot de helft. Het is ook mogelijk om gedurende een periode geen prestaties meer uit te oefenen. Bij toestemming van hun schoolbestuur kan er afgeweken worden van bovenstaande volumes. Vanaf 1 september 2017 werden ook de bestaande afwezigheden voor verminderde prestaties hervormd. De drie stelsels, nl. afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden, afwezigheid voor verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 50 jaar en afwezigheid voor verminderde prestaties voor wie twee kinderen heeft jonger dan veertien jaar, werden samengevoegd tot een stelsel, nl. afwezigheid voor verminderde prestaties. Tegelijk verdween ook de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden en de afwezigheid van lange duur gewettigd door familiale redenen. De periodes waarin men een verlof of afwezigheid kan opnemen, zijn beperkt in de tijd. Door de wijzigingen zijn voor iedereen alle tellers opnieuw op nul gezet. Tabel 16 geeft de evolutie weer van het totaal aantal genoten verloven en afwezigheden voor verminderde prestaties* t.o.v. het schooljaar 2017-2018. Daaruit blijkt dat er in het schooljaar 2018-2019 voor beide categorieĂŤn van verloven een stijging was van ongeveer 11%. Tabel 16: totaal aantal personeelsleden in VVP en AVP
*
Schooljaar 2016-2017
Schooljaar 2017-2018
Schooljaar 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Totaal VVP
6.446
13.571
15.089
11,19%
Totaal Afwezigheid Verminderde prestatie (AVP)
10.239
6.183
6.901
11,61%
Totaal
16.685
19.754
21.990
11,32%
zonder de VVP wegens arbeidsongeval/pensioencommissie/beroepsziekte
AGODI jaarverslag 2019
117
Onderstaande tabel biedt een overzicht van de genoten verloven en afwezigheden voor verminderde prestaties, opgesplitst per volume. Tabel 17: personeelsleden in een stelsel van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties voor alle onderwijsniveaus beheerd door AGODI (EPD) Aantal personeelsleden schooljaar 2017-2018
Aantal personeelsleden schooljaar 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
VVP n.a.v. arbeidsongeval
146
152
4,11%
Verlof voor verminderde prestaties ziekte – Pensioencommissie
76
65
-14,47%
Verlof voor verminderde prestaties wegens beroepsziekte
2
3
50,00%
Verlof voor verminderde prestaties voltijds
1.431
1.708
19,36%
Verlof voor verminderde prestaties halftijds
2.868
2.821
-1,64%
Verlof voor verminderde prestaties met 1/5
3.469
4.028
16,11%
Verlof voor verminderde prestaties afwijking volume
5.247
5.685
8,35%
Verlof voor verminderde prestaties vanaf 55 jaar halftijds
155
277
78,71%
Verlof voor verminderde prestaties vanaf 55 jaar met 1/5
173
286
65,32%
Verlof voor verminderde prestaties vanaf 55 jaar afwijking volume
228
284
24,56%
Dienstonderbreking
Afwezigheid voor verminderde prestaties
6.183
6.901
11,61%
Totaal
19.978
22.210
11,17%
Bij de uitsplitsing per doelgroep stijgt vooral het verlof voor verminderde prestaties vanaf 55 jaar in de diverse volumes. Die stijging hangt in grote mate samen met de afschaffing van de gewone loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar.
Gewone en thematische loopbaanonderbreking Door de zesde staatshervorming heeft de Vlaamse overheid de bevoegdheid gekregen over het algemene stelsel van loopbaanonderbreking. Zij heeft ervoor gekozen om vanaf 2 september 2016 het stelsel van loopbaanonderbreking te hervormen naar een nieuw verlofstelsel: het zorgkrediet. De gewone voltijdse en deeltijdse loopbaanonderbreking (waaronder ook de loopbaanonderbreking voor beroepsopleiding) en de loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 (50) jaar zijn afgeschaft vanaf 2 september 2016. De thematische loopbaanonderbrekingen daarentegen zijn nog altijd een federale bevoegdheid en die zijn bijgevolg blijven bestaan na 2 september 2016. Concreet gaat het om volledige of deeltijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, voor medische bijstand en voor ouderschapsverlof (zie tabel 19).
118
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 18: personeelsleden in een stelsel van loopbaanonderbreking 50+ of 55+ 2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Halftijdse loopbaanonderbreking 50+
1.973
1.611
1.350
-16,20%
Gedeeltelijke LBO 50+ met 1/5
3.933
3.708
3.472
-6,36%
GLBO55+ halftijds
2.079
1.803
1.551
-13,98%
GLBO55+ met 1/5
3.319
2.933
2.573
-12,27%
Totaal
11.304
10.055
8.946
-11,03%
Dienstonderbreking
Doordat de loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55(50) jaar doorloopt tot de vooravond van het pensioen, zijn er nog personeelsleden die dergelijke loopbaanonderbreking genieten tijdens de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019. Op datum van 1 september 2016 was er nog een gevoelige stijging van het aantal personeelsleden dat gebruik maakt van een stelsel van loopbaanonderbreking 55+(50+). Vanaf het schooljaar 2017-2018 is er een duidelijke afname. Het gaat vanaf dan om een uitdovend stelsel. Tabel 19: aantal personeelsleden met een thematische loopbaanonderbreking 2016-2017
2017-2018
2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen
84
96
82
-14,58%
Halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen
26
29
35
20,69%
1.602
1.478
1.415
-4,26%
Volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand
489
622
640
2,89%
Halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand
1.618
2.088
2.200
5,36%
Ouderschapsverlof in het kader van een halftijdse loopbaanonderbreking
1.252
1.611
1.406
-12,73%
Ouderschapsverlof in het kader van GLBO met 1/5
4.670
5.744
6.178
7,56%
GLBO voor medische bijstand met 1/5
1.081
1.666
1.949
16,99%
GLBO voor palliatieve zorgen met 1/5
10
11
11
0,00%
10.832
13.345
13.916
4,28%
Dienstonderbreking
Ouderschapsverlof in het kader van de volledige loopbaanonderbreking
Totaal
De meest gebruikte vormen van thematische loopbaanonderbreking zijn de halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand en de gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand met 1/5, gevolgd door halftijdse en voltijdse loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof. Voor de totaliteit van de thematische loopbaanonderbrekingen is er in het schooljaar 2018-2019 een toename van 4,28% t.a.v. het vorige schooljaar. AGODI jaarverslag 2019
119
Vlaams zorgkrediet Zoals hierboven al vermeld heeft de Vlaamse Regering als gevolg van de zesde staatshervorming de bevoegdheid gekregen over het algemene stelsel van loopbaanonderbreking. Vanaf 2 september 2016 werd het stelsel van loopbaanonderbreking hervormd naar een nieuw verlofstelsel: het zorgkrediet. Het gaat om verlofstelsels die kunnen genomen worden voor de zorg van een kind (met inbegrip van pleegkind), voor een kind met een handicap, voor medische bijstand, voor palliatieve zorg en voor een opleiding. Die verlofstelsels zijn beperkt qua opnameduur. Zij kunnen voltijds, halftijds en voor 1/5 genomen worden. Tabel 20 geeft een overzicht van de evolutie van de diverse soorten van zorgkrediet sinds de invoering van de nieuwe regelgeving. Tabel 20: aantal personeelsleden met zorgkrediet
Dienstonderbreking
Aantal Aantal Aantal personeels- personeels- personeelsleden leden leden 2016-2017 2017-2018 2018-2019
Evolutie t.o.v. schooljaar 2017-2018
Zorgkrediet voor een kind tot en met 12 jaar voltijds
169
711
790
11,11%
Zorgkrediet voor een kind tot en met 12 jaar halftijds
219
2.421
2866
18,38%
Zorgkrediet voor een kind tot en met 12 jaar met 1/5
294
4.097
5.708
39,32%
Zorgkrediet voor medische bijstand voltijds
28
116
158
36,21%
Zorgkrediet voor medische bijstand halftijds
60
207
321
55,07%
Zorgkrediet voor medische bijstand met 1/5
34
251
440
75,3%
Zorgkrediet voor palliatieve zorg voltijds
5
4
3
-25%
Zorgkrediet voor palliatieve zorg halftijds
1
1
1
0,00%
Zorgkrediet voor palliatieve zorg met 1/5
0
4
4
0,00%
Zorgkrediet voor een kind met een handicap voltijds
1
11
6
-45,45%
Zorgkrediet voor een kind met een handicap halftijds
5
46
48
4,35%
Zorgkrediet voor een kind met een handicap met 1/5
7
52
76
46,15%
Zorgkrediet voor opleiding voltijds
10
79
78
-1,27%
Zorgkrediet voor opleiding halftijds
18
117
117
0,00%
Zorgkrediet voor opleiding met 1/5
28
137
164
19,71%
Totaal
879
8.254
10.780
30,6%
Uit tabel 20 blijkt dat er in het schooljaar 2018-2019 in totaal 10.780 personeelsleden een vorm van zorgkrediet opnamen. Het gaat om een stijging van 30,6% t.o.v. het vorige schooljaar. Doordat de mogelijkheid tot opname van Vlaams zorgkrediet pas is gestart op 2 september 2016, hebben in het schooljaar 2016-2017 nog heel veel personeelsleden een laatste keer gebruik gemaakt van het stelsel van loopbaanonderbreking. Een bijkomende reden is dat een nieuw systeem altijd een tijdje nodig heeft om bekend te raken bij de doelgroep.
120
AGODI jaarverslag 2019
2
Ook is het zo dat er naast het zorgkrediet de mogelijkheden voor thematische loopbaanonderbreking, uitgaande van de federale overheid zijn blijven bestaan en financieel iets gunstiger zijn dan de tegemoetkoming bij het Vlaams zorgkrediet. Zorgkrediet blijkt het meest genomen te worden voor de zorg van kinderen tot en met 12 jaar. De meerderheid van de personeelsleden kiest voor een zorgkrediet waarbij een voltijdse opdracht verminderd wordt met 1/5. AGODI ondersteunt de personeelsleden uit het onderwijs bij de keuze voor een dienstonderbreking door verduidelijkende schema’s ter beschikking te stellen.
AGODI jaarverslag 2019
121
Andere dienstonderbrekingen Tabel 21: personeelsleden in diverse dienstonderbrekingen (EPD)
Halftijds politiek verlof
Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
99
102
153
50,00%
Voltijds politiek verlof
39
40
68
70,00%
Omstandigheidsverlof
2.489
2.756
3.111
12,88%
380
447
487
8,95%
1.598
1.796
1.996
11,14%
Ongewettigde afwezigheid Nascholing volgen
Binnen de waaier aan andere dienstonderbrekingen is er een stijging van 12,88% ten opzichte van 2017-2018 voor het aantal personeelsleden met omstandigheidsverlof waarvoor een vervanger wordt aangesteld. Personeelsleden kunnen dat verlof nemen voor een welbepaalde gebeurtenis (geboorte, bevalling partner, overlijden of huwelijk). Scholen geven dat verlof alleen door aan AGODI wanneer zij een vervanger aanstellen. Het aantal ongewettigde afwezigheden is met 8,95% gestegen ten opzichte van het schooljaar 2017-2018. Het aantal personeelsleden met een politiek verlof is gevoelig gestegen.
Vaste benoemingen Een vaste benoeming biedt een personeelslid werkzekerheid en salarisgarantie. Voor de vast benoemden geldt een aangepast bijdragestelsel voor de sociale zekerheid. Ze krijgen recht op een rustpensioen ten laste van de schatkist/overheid. In de loopbaan van een personeelslid is de vaste benoeming zonder meer een belangrijke mijlpaal. Administratieve en geldelijke verwerking Het schoolbestuur kent de vaste benoemingen toe en deelt die mee aan AGODI. Een quasi geautomatiseerd systeem ondersteunt een snelle en kwaliteitsvolle afhandeling. Dat resulteert in het betalen van een salaris als vast benoemd personeelslid. 1 januari als ingangsdatum Vanaf 2015 tot en met 2018 waren de ingangsdata van de vaste benoemingen in wervingsambten vervroegd naar 1 juli en 1 oktober. Vanaf 2019 geldt opnieuw 1 januari als enige datum voor vaste benoeming. Vacantverklaring op basis van 15 oktober Op 1 januari wordt vast benoemd in betrekkingen die voor 15 november vacant zijn verklaard op basis van de beschikbare betrekkingen op 15 oktober. Naast de ‘organieke’ betrekkingen zitten daarin ook de betrekkingen van personeelsleden met een eindeloopbaanverlofstelsel. 122
AGODI jaarverslag 2019
2
Naar vaste benoeming op 1 januari 2019 toe zaten daarin ook eenmalig de betrekkingen van personeelsleden met specifieke verlofstelsels die minimaal voor 33% en maximaal voor 50% vacant verklaard moesten worden. Aantal vaste benoemingen op 1 januari 2019 Een vaste benoeming wordt geteld per stamboeknummer, instellingsnummer en instellingsstructuur. Door deze telwijze ligt het aantal vaste benoemingen hoger dan het aantal betrokken personeelsleden.
1.023
1
4.274
6.825
-37,37%
1.051
3.926
442
3
5.422
7.603
-28,68%
57
7
466
6
536
765
-29,93%
CLB
62
204
21
7
294
204
+44,11%
Internaten
19
15
1
0
35
65
-46,15%
1.929
6.662
1.953
17
10.561
15.462
-31,69%
Secundair onderwijs DKO
Totaal 01-01-2019 Totaal 2018 Evolutie totaal
2.959
9.468
3.020
15
15.462
-34,80%
-29,63%
-35,33%
+13,33%
-31,69%
totaal
Andere
2.510
Evolutie
Officieel
Totaal 2018
Vrij
740
Basisonderwijs
Totaal
GO!
01-01-2019
Tabel 22: vaste benoemingen op 01-01-2019 per niveau en per net en vergelijking met totaal van 01-07-2018 en 01-10-2018
Het totale aantal vaste benoemingen op 1 januari 2019 is merkbaar gedaald met ongeveer een derde in vergelijking met het totaal aantal benoemingen in 2018. De omvangrijkste procentuele daling situeert zich in de internaten (-46,15%). Een uitzondering vormen de benoemingen in de CLB’s met een stijging van 44,11%. Die stijging is toe te schrijven aan de overgang vanaf 1 september 2018 van een driejaarlijkse naar een jaarlijkse personeelsformatie, waardoor vacante betrekkingen vlugger beschikbaar komen voor vacantverklaring. De globale daling van het aantal benoemingen op 1 januari 2019 valt te verklaren door een aantal factoren. Enerzijds waren er meer betrekkingen beschikbaar op de referentiedatum van 15 oktober 2018: naast ‘organieke’ betrekkingen ging het ook om de betrekkingen van personeelsleden in eindeloopbaanverlofstelsels en in specifieke verlofstelsels die minimaal voor 33% en maximaal voor 50% vacant verklaard moesten worden. Maar anderzijds waren vóór 1 januari 2019 al vaste benoemingen uitgesproken op 1 juli en 1 oktober 2018, waarbij op 1 oktober 2018 bovendien ook vast benoemd werd in betrekkingen van personeelsleden met een eindeloopbaanstelsel op 1 mei 2018. De groep van personeelsleden die aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldeden op 1 januari 2019, was door die onmiddellijk voorafgaande benoemingsrondes uitgedund. Daarnaast is het zo dat het vacant worden van een betrekking en een daaropvolgende vaste benoeming het samenspel zijn van veel factoren. Naast een stijging of daling van het aantal leerlingen (en dus ook van het lestijden- en urenpakket) spelen ook de mobiliteit, uitstap of pensionering van vast benoemde personeelsleden een grote rol. AGODI jaarverslag 2019
123
Weigeringen van vaste benoeming In 2019 werden in totaal 46 vaste benoemingen geweigerd. Zoals de vorige jaren is dat nog altijd maar een fractie (0,43%) van het totale aantal vaste benoemingen. De meeste weigeringen in 2019 (30,43%) komen voor, doordat de betrekking niet vacant was op de datum van de vaste benoeming (1 januari 2019). De tweede reden van het weigeren van een vaste benoeming is te vinden bij 17,39% van de dossiers, waarbij het personeelslid geen tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) had op de vooravond van de vaste benoeming. Eveneens bij 17,39% van de dossiers volgde een weigering, omdat de betrekking niet vacant was op de referentiedatum van de vacantverklaring (15 oktober 2018).
124
AGODI jaarverslag 2019
2
Ambitie 5: vaste benoemingen afhandelen binnen de vastgelegde termijn AGODI wil 99% van de dossiers die volledig en correct zijn ingediend, binnen de vastgelegde termijn afhandelen. De dossiers vaste benoeming met ingangsdatum 1 januari worden afgehandeld uiterlijk voor de betaaldatum van april. Die termijn is gehaald voor 99,98% van alle dossiers van vaste benoeming op 1 januari 2019.
Reaffectatiestelsel Soms kan een schoolbestuur op 1 september niet al haar vast benoemde personeelsleden dezelfde opdrachten geven als die waarvoor zij op 30 juni van het vorige schooljaar vast benoemd waren. Ze moet die personeelsleden dan ‘ter beschikking stellen wegens ontstentenis van betrekking’ (TBSOB). Dat betekent dat het personeelslid moet worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld. Dat kan binnen elke vacante betrekking of in een betrekking waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste tien werkdagen. De TBSOB is in de regel een gevolg van een daling van leerlingen op schoolniveau of op het niveau van een bepaalde studierichting of vak.
AGODI jaarverslag 2019
125
Tabel 23: personeelsleden in TBSOB in aantallen en VTE (EPD) op 30-06-2019
Secundair onderwijs
DKO
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
DKO
Voltijdse equivalenten
Basisonderwijs
Aantal personeelsleden
GO
951
991
13
410,46
412,75
2,47
VGO
1.961
2.622
11
850,40
1.256,71
2,52
OGO
712
342
498
204,60
134,86
94,58
Ander**
20
38
4
18,63
30,62
0,99
Totaal
3.644
3.993
526
Eindtotaal 2018-2019 Eindtotaal 2017-2018 Evolutie totaal 2018-2019 t.o.v. 2017-2018
8.163
1.484,08 1.834,94
100,56 3.419,58
9.380
3.951,98
-12,97%
-13,47%
Tijdens het schooljaar 2018-2019 kregen 8.163 vast benoemde personeelsleden te maken met een ‘terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking’ of TBSOB. Dat komt overeen met bijna 3.420 voltijdse betrekkingen. Ten opzichte van het totale aantal betaalde voltijdse equivalenten vertegenwoordigt deze groep 2,33%. Het aantal personeelsleden dat ter beschikking werd gesteld wegens ontstentenis van betrekking is in het schooljaar 2018-2019 gedaald. Wat het aantal personeelsleden betreft, gaat het om een daling van 12,97%. Qua voltijdse equivalenten gaat het om een daling van 13,47%. Het reaffectatiestelsel zorgt ervoor dat de vast benoemde personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking, toch een tewerkstelling krijgen. De toewijzing gebeurt op verschillende opeenvolgende niveaus: binnen het schoolbestuur, door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het GO! en de Vlaamse reaffectatiecommissie. Een kosten-batenanalyse heeft in 2015 geleid tot een wijziging van de bevoegdheid van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Vanaf 1 september 2015 is voor de scholen en instellingen van het basis- en secundair onderwijs die tot een scholengemeenschap behoren de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie en de reaffectatiecommissie van de scholengroep opgeschort. Dat betekent o.a. dat vanuit de Vlaamse reaffectatiecommissie geen toewijzingen meer kunnen gebeuren in de vorm van een reaffectatie of wedertewerkstelling naar een school of instelling die behoort tot een scholengemeenschap. Boventallige personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap geen reaffectatie of wedertewerkstelling verkrijgen, worden door de reaffectatiecommissie toegewezen aan een of meerdere scholen van de scholengemeenschap. Dat gebeurt in een niet-organieke betrekking in het ambt waarin het personeelslid ter beschikking werd gesteld. Ze worden daar zinvol ingezet voor pedagogische ondersteuning. Het is ook zo dat zij in de loop van het schooljaar vervangingen moeten opnemen van afwezige personeelsleden.
126
AGODI jaarverslag 2019
2
Een TBSOB zonder reaffectatie of wedertewerkstelling belast het onderwijsbudget extra. AGODI volgt de evolutie van dat aantal op. Tabel 24 toont de evolutie van het volume aan TBSOB, uitgedrukt in VTE, dat niet kon worden opgelost via een reaffectatie of wedertewerkstelling in een organieke betrekking. Tabel 24: VTE personeelsleden in TBSOB zonder reaffectatie of wedertewerkstelling in een organieke betrekking (EPD) op datum van 30-06-2019 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
BaO
SO
DKO
Totaal
BaO
SO
DKO
Totaal
GO!
56,62
84,19
0,49
141,3
18%
36%
-9%
28%
VGO
39,86
124,75
0
164,61
12%
35%
-100%
28%
OGO
2019
12,01
15,28
9,97
37,26
8%
19%
25%
17%
Andere
0
0
0,1
0,1
0%
-100%
0%
11%
Totaal
108,49
224,22
10,56
343,27
14%
34%
24%
27%
Evolutie t.o.v. 2016-2017
2017-2018 2018 GO!
BaO
SO
DKO
Totaal
BaO
SO
DKO
Totaal
48,16
62,11
0,54
110,81
83%
43%
-54%
56%
VGO
35,73
92,64
0,04
128,41
104%
32%
-71%
46%
OGO
11,15
12,79
7,96
31,9
15%
0%
-8,5%
2%
Andere
0
0,09
0
0,09
0%
0%
0%
0%
Totaal
95,05
167,62
8,53
271,21
78%
32%
-15%
42,5%
Evolutie t.o.v. 2015-2016
2016-2017 2017
BaO
SO
DKO
Totaal
BaO
SO
DKO
Totaal
GO!
26,29
43,46
1,17
70,92
41%
93%
800%
71%
VGO
17,49
70,32
0,14
87,95
103%
36%
17%
46%
OGO
9,70
12,80
8,70
31,20
56%
72%
19%
49%
Andere
0
0
0
0
0%
0%
0%
0%
Totaal
53,48
126,58
10,01
190,07
59%
55%
32%
55%
Er is een sterke stijging tijdens de drie afgelopen schooljaren, gaande van 190,07 VTE in het schooljaar 2016-2017, over 271,21 VTE in het schooljaar 2017-2018 naar 343,27 VTE op 30 juni 2019. Het gaat hier om een stijging van 27% t.o.v. 2017-2018. De hoofdoorzaak van die stijgingen is een rechtstreeks gevolg van het feit dat sinds 2015-2016 ook de personeelsleden die binnen de scholengemeenschap een niet-organiek ambt kregen toegewezen, nu opgenomen zijn in de tabellen. Voor dergelijke dossiers werd voordien een organieke oplossing gezocht door de Vlaamse reaffectatiecommissie. De stijging van de niet gereaffecteerde/ wedertewerkgestelde personeelsleden in het basisen secundair onderwijs sinds 1 september 2017 is voor een groot deel door de maatregelen van het M-decreet. Hierdoor dienden een aantal vast benoemde personeelsleden ter beschikking gesteld te worden vanaf 1 september 2017. Zij konden voor een groot deel onmiddellijk gereaffecteerd worden in tijdelijke lestijden of uren die werden gecreĂŤerd voor
AGODI jaarverslag 2019
127
het ondersteuningsmodel of ook wedertewerkgesteld worden in het gewoon onderwijs binnen de eigen schoolgemeenschap. Er was echter geen verplichting tot reaffectatie of wedertewerkstelling in een ondersteuningsnetwerk. Op het einde van het schooljaar 2018-2019 blijven er bijgevolg 343 voltijdse equivalenten zonder organieke reaffectatie of wedertewerkstelling over. Het gaat om 1.416 personeelsleden.
De werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie De Vlaamse reaffectatiecommissie wordt voorgezeten en ondersteund door ambtenaren van AGODI. De commissie heeft o.m. als bevoegdheid een geschikte reaffectatie of wedertewerkstelling te zoeken voor de personeelsleden die niet in een voorgaande commissie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden. Door de opschorting die geldt voor de scholen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die deel uitmaken van een scholengemeenschap, staat zij de facto in voor de toepassing van de regelgeving TBSOB voor het beperkt aantal scholen van basis- en secundair onderwijs dat niet tot een scholengemeenschap behoort, voor de scholen van DKO en de centra van het volwassenenonderwijs. De Vlaamse reaffectatiecommissie was in haar werking in 2018-2019 goed voor tewerkstelling van 12,8 VTE (en 5,7 VTE voor het volwassenenonderwijs). Het betrof 46 personeelsleden. Daarnaast werden er voor alle onderwijsniveaus samen (inclusief volwassenenonderwijs) voor 26,4 VTE personeelsleden als pedagogische ondersteuning wedertewerkgesteld. Dat ging in totaal over 63 personeelsleden.
128
AGODI jaarverslag 2019
2
Personeelsmobiliteit binnen en buiten het onderwijs Verlof wegens tijdelijk andere opdracht Wie vast benoemd is, kan volledig of gedeeltelijk afzien van de uitoefening van zijn ‘vaste’ opdracht om tijdelijk een andere opdracht uit te voeren. Dat kan binnen een school, instelling of centrum van het schoolbestuur waarbij het personeelslid vast benoemd is of bij een ander schoolbestuur. Tabel 25: TAO-opdrachten van personeelsleden met een tijdelijke andere opdracht (EPD) Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Basisonderwijs
7.510
8.243
9.836
19,3%
Secundair
9.075
9.729
11.653
19,8%
DKO
674
680
864
27,1%
CLB
184
195
268
37,4%
Internaat/IPO Totaal
93
106
123
16,0%
17.536
18.953
22.744
20,0%
De decreten rechtspositie leggen strikte regels op om zo vast benoemde personeelsleden met een andere opdracht te belasten. De schoolbesturen maken massaal gebruik van die ‘uitzonderingsmaatregel’. Was er in 2017-2018 een stijging met 8,1% t.o.v. het voorgaande schooljaar, is er in 20182019 een stijging met maar liefst 20% t.o.v. het voorgaande schooljaar. Het toenemend succes van het TAO-stelsel bewijst enerzijds dat er nood is aan meer flexibiliteit. Anderzijds aarzelen scholen niet om dat instrument van flexibiliteit te hanteren, hoewel de regelgeving oplegt dat TAO maar in uitzonderlijke situaties mag worden toegepast. Bovendien legt de overheid in de regelgeving vaak vast dat vast benoemde personeelsleden alleen via het stelsel van TAO bepaalde vormen van omkadering kunnen opnemen. Het is dan ook aangewezen de restricties die in de personeelsreglementering zijn opgenomen voor het gebruik van TAO te versoepelen. Zo kan de reglementering tegemoetkomen aan de reële noden in het onderwijsveld.
AGODI jaarverslag 2019
129
Nieuwe affectaties, mutaties en herstructureringen Tabel 26: personeelsleden met nieuwe affectatie, mutatie, herstructurering (EPD) Reden
Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Herstructurering Mutatie Wijziging affectatie of aanwijzing Herstructurering Mutatie Wijziging affectatie of aanwijzing Herstructurering Mutatie Wijziging affectatie of aanwijzing
73 208 1.363 359 227 1.970 0 23 11
9 322 1.403 353 315 2.179 0 34 20
14 418 2.383 1.331 394 2.521 0 41 10
56% 30% 70% 277% 25% 16% 0% 21% -50%
4.234
4.635
7.112
53%
Soort Onderwijs
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
DKO Totaal
Een personeelslid dat vast benoemd wordt, krijgt een affectatie bij een school, instelling of centrum. In drie situaties kan die affectatie worden beĂŤindigd: - een nieuwe affectatie bij een andere school, instelling of een ander centrum van hetzelfde schoolbestuur - een mutatie naar een ander schoolbestuur - een herstructurering (meestal een school of instelling die fuseert of wordt overgenomen) AGODI gaat telkens na of de draagwijdte van de vaste benoeming wordt gerespecteerd. Tegenover het voorgaande schooljaar noteren we in 2018-2019 een forse stijging. Deze stijging is er zowel bij herstructureringen, als bij mutaties en wijzigingen aan affectaties.
130
AGODI jaarverslag 2019
2
Detacheringen: verloven wegens (bijzondere) opdracht: externe mobiliteit Personeelsleden uit het onderwijs kunnen een verlof wegens (bijzondere) opdracht (of detachering) krijgen. Het personeelslid behoudt zijn salaris. Bij een verlof wegens opdracht wordt de volledige salariskost van de betrokken organisatie teruggevorderd. Binnen AGODI behandelt een aparte cel ‘cel Detacheringen’ de aanvragen voor een detachering van de personeelsleden uit het basisonderwijs, secundair onderwijs, DKO, de CLB’s, het volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie. Tijdens het schooljaar 2018-2019 werden er 1.904 detacheringsverloven aangevraagd en goedgekeurd. Deze verloven hebben betrekking op aanvragen voor een detachering bij de pedagogische begeleidingsdiensten, kabinetten, vakbonden, Europese Scholen, projecten van de minister, een dienst of project mits terugbetaling van de salariskost enz.
Ambitie 6: de aanvragen tot detachering vlot verwerken Het agentschap engageert zich om gemiddeld 98% van de detacheringsdossiers binnen de vastgelegde termijn af te handelen. AGODI streeft naar 100% tijdige afhandeling. De cel Detacheringen handelt binnen 45 kalenderdagen een volledig en correct ingevulde detacheringaanvraag af. Uiterlijk op de laatste dag van die termijn stuurt de cel Detacheringen een afschrift van besluit naar de betrokken partijen. Het agentschap behaalde in 2019 de termijn van 45 kalenderdagen. De norm voor de correcte afhandeling van de aanvraag die op 98% ligt, werd gehaald.
AGODI jaarverslag 2019
131
Outplacement Tabel 27: aantal outplacers verdeeld over de sectoren (Databank outplacement) Sectoren
2017
2018
2019
Sector Gezondheidszorg
6
5
5
Sector Welzijn
1
1
1
Sector Kind en Gezin
0
0
0
Sector Gehandicapten
1
1
1
Sector Natuur en Milieu
0
0
0
Totaal
8
7
7
Vast benoemde personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB) kunnen op eigen initiatief en onder bepaalde voorwaarden een job uitoefenen buiten het onderwijs (outplacement). Het gaat meestal om boventallige personeelsleden die nog moeilijk aangesteld (gereaffecteerd of wedertewerkgesteld) kunnen worden in een onderwijsbetrekking die overeenstemt met hun bekwaamheidsbewijzen. De tewerkstelling buiten het onderwijs kan in de sectoren gezondheidszorg, bejaardenzorg, gehandicaptenzorg, residentieel welzijnswerk, bij Kind en Gezin en bij de natuur- en milieueducatieve centra. In bepaalde gevallen moet de nieuwe werkgever een gedeelte van het salaris terugstorten. Net zoals in 2018 werkten in 2019 nog steeds zeven personeelsleden in outplacement.
Niet-ingevulde vervangingen Vanaf 1 september 2018 kregen scholen in het basis- en het secundair onderwijs de mogelijkheid om niet-ingevulde vervangingen (NIV) om te zetten in vervangingseenheden. Die konden ze opsparen en later tijdens het schooljaar aanwenden. De bedoeling van deze maatregel was o.a. om tijdelijke leerkrachten betere tewerkstellingsmogelijkheden te bieden. Door het clusteren van vervangingseenheden konden scholen immers aantrekkelijkere vacatures creĂŤren, zowel qua volume als qua duurtijd. Tijdens het schooljaar 2018-2019 werden in totaal bijna 10 miljoen vervangingseenheden opgebouwd, goed voor ongeveer 1.450 VTE. Daarvan werden ruim 2,5 miljoen eenheden opgebruikt, goed voor bijna 378 VTE. Meer dan 7.380 personeelsleden kregen op die manier een opdracht. Tabel 28: globaal overzicht van de opbouw en aanwending NIV Totaal opbouw
Totaal aanwending
Saldo
Percentage
625.140
122.452
502.688
19,59%
Aantal eenheden
9.938.199
2.552.171,5
7.386.027,5
25,68%
Aantal VTE’s
1.456,97
377,79
1.079,18
25,93%
Aantal personeelsleden
25.059*
7.387
17.672
29,48%
Basis- en secundair onderwijs
Aantal uren
* Een personeelslid dat in meer dan een hoofdstructuur staat, wordt in elke hoofdstructuur afzonderlijk geteld. Bij het totaal wordt ieder personeelslid maar een keer geteld. 132
AGODI jaarverslag 2019
2
De onderstaande tabellen geven meer gedetailleerde informatie per onderwijsniveau.
Tabel 29: overzicht opbouw NIV per onderwijsniveau
Aantal uren
Aantal eenheden
Aantal VTE
Aantal personeelsleden
Gewoon basisonderwijs
292.193
3.866.257
536,98
1.0924
Buitengewoon basisonderwijs
41.154
778.356
117,93
1.643
Gewoon secundair onderwijs
243.697
4.345.548
658,42
11188
Buitengewoon secundair onderwijs
48.096
948.038
143,64
1.963
Totaal
625.140
9.938.199
1.456,97
25.059*
Onderwijsniveau
* Een personeelslid dat in meer dan een hoofdstructuur staat, wordt in elke hoofdstructuur afzonderlijk geteld. Bij het totaal wordt ieder personeelslid maar een keer geteld.
Tabel 30: overzicht aanwending NIV per onderwijsniveau
Onderwijsniveau
Gewoon basisonderwijs
Aantal uren
Aantal eenheden
Aantal VTE
Aantal personeelsleden
60.875,5
705.483,0
97,98
2.118
Buitengewoon basisonderwijs
7.188,5
143.351,5
21,72
371
Gewoon secundair onderwijs
46.554,0
1.416.067,0
214,56
4.291
Buitengewoon secundair onderwijs Totaal
7.834,0
287.270,0
43,53
607
122.452,0
2.552.171,5
377,79
7.387*
* Een personeelslid dat in meer dan een hoofdstructuur staat, wordt in elke hoofdstructuur afzonderlijk geteld. Bij het totaal wordt ieder personeelslid maar een keer geteld.
AGODI jaarverslag 2019
133
Tuchtsancties en bewarende maatregelen Bepaalde tuchtsancties of bewarende maatregelen verwijderen een personeelslid uit zijn ambt. Het personeelslid dat uit zijn ambt is verwijderd, wordt vervangen. Zowel de titularis als de vervanger ontvangen een bezoldiging Tabel 31: personeelsleden met tucht- of bewarende maatregel (EPD) Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Preventieve schorsing
94
92
91
-1,09%
TBS ambtsontheffing in belang dienst
9
9
9
0,00%
TBS bij tuchtmaatregel
5
4
10
150,00%
Schorsing bij tuchtmaatregel
19
32
24
-25,00%
Totaal
127
137
134
-2,19%
Het aantal personeelsleden in het schooljaar 2018-2019 met een tuchtsanctie of bewarende maatregel is ten opzichte van het schooljaar 2018-2019 gedaald met 2,19%. Het aantal preventieve schorsingen is gedaald met 1,09% t.o.v. het schooljaar 2017-2018. De TBS ambtsontheffing in het belang van de dienst is uitdovend.
Begin van de loopbaan Nieuwe personeelsleden in het schooljaar 2018-2019 Tabel 32: nieuwe personeelsleden in het onderwijs in het schooljaar 2018-2019 (EPD) Aantal nieuwe personeelsleden schooljaar 2016-2017
Aantal nieuwe personeelsleden schooljaar 2017-2018
Aantal nieuwe personeelsleden schooljaar 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Basisonderwijs
4.054
3.893
4.343
11,56%
Secundair onderwijs
4.540
4.293
4.784
11,44%
Deeltijds kunstonderwijs
376
364
490
34,62%
Centra voor leerlingenbegeleiding
262
236
341
44,49%
8.738
8.393
9.500
13,19%
Onderwijsniveaus
Totaal AGODI
In het schooljaar 2018-2019 gingen in totaal 9.500 personeelsleden voor de eerste keer aan de slag in het onderwijs. Dat is 13,19% meer dan in het schooljaar daarvoor. Het gaat om 2.417 mannen en 7.083 vrouwen. Een aantal personeelsleden werkt in meerdere onderwijsniveaus tegelijkertijd. Deze personeelsleden worden dan in elk onderwijsniveau afzonderlijk geteld. In het totaalcijfer tellen deze personeelsleden maar een keer mee.
134
AGODI jaarverslag 2019
2
Alle personeelsleden die een nieuw stamboeknummer ontvangen tussen 1 juli 2018 en 31 augustus 2019 en daarnaast minimum een opdracht hebben tijdens het schooljaar 20182019 werden geteld.
Einde van de loopbaan Personeelsleden in een TBSPA-stelsel voorafgaand aan het rustpensioen Het totale aantal personeelsleden in een stelsel van TBSPA voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) blijft ook in het schooljaar 2018-2019 verminderen door het uitdoven van de mogelijkheden voor de meerderheid van de doelgroep. Personeelsleden die geboren zijn tussen 1 september 1947 en 1 september 1954 konden gebruik maken van een overgangsregeling. Die groep kon volledig uitstappen vanaf de minimumleeftijd van 58 jaar (of 56 voor het kleuteronderwijs), maar kon ook op basis van een bonusregeling (gebaseerd op de geldelijke anciĂŤnniteit) geheel of gedeeltelijk vroeger uitstappen nadat zij de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt. Omdat die groep door pensionering steeds kleiner wordt, daalt het aantal personeelsleden die gebruik kunnen maken van de bonusregeling. De uitstapregeling voor het onderwijs is met ingang van 1 september 2012 grondig gewijzigd. Voor de personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 januari 1958 en die niet uitsluitend vast benoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV (Algemene en Sociale Vorming), wordt de uitstapregeling afgeschaft. Er is een aangepaste regeling voor de personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 januari 1959 en die uitsluitend vast benoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV. De personeelsleden die geboren zijn voor bovenvermelde data kunnen genieten van een overgangsregeling. Ook het bedrag van het wachtgeld is gewijzigd. Voor de personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 september 1954, vermindert het wachtgeld met een bepaald percentage, afhankelijk van de duur van de periode van terbeschikkingstelling. Voor de personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 april 1956 en uitsluitend vast benoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer en/of kleuteronderwijzer ASV daalt het wachtgeld ook. De aantallen dalen alsmaar sterker omdat steeds minder personeelsleden nog een TBSVP kunnen nemen. Door de strengere voorwaarden van de TBSVP konden ook in het schooljaar 2018-2019 minder personeelsleden van de uitstapregeling gebruik maken. Velen die al in het stelsel zaten, hebben ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dat verklaart de daling van hun aantal met 52,00%. Daarnaast is het aantal personeelsleden dat van een bonus geniet met 72,00% gedaald tegenover het schooljaar 2017-2018. Omdat er nog maar heel weinig personeelsleden van dat stelsel gebruik kunnen maken, zet de daling zich onverminderd door. Als gevolg van bovengenoemde evoluties bedraagt de vermindering van het aantal personeelsleden dat gebruik maakt van een uitstapregeling in het schooljaar 20182019 in totaal 53,18%.
AGODI jaarverslag 2019
135
Tabel 33: personeelsleden in stelsel van TBSPA voorafgaand aan het rustpensioen (EPD) Aantal personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
122
50
14
-72,00%
TBSVP
1.345
800
384
-52,00%
Totaal
1.467
850
398
-53,18%
Bonus (°1947-1954)
De gegevens in figuur 5 tonen duidelijk de gevolgen van de gewijzigde regelgeving vanaf het schooljaar 2010-2011.
136
AGODI jaarverslag 2019
9 20
18
-2
01
8 -2 01 17 20
20
16
-2
01
7
6 -2 01 15 20
5 -2 01 14 20
20
13
-2
01
4
3 -2 01 12 20
20
11-
20 1
2
Figuur 5: personeelsleden in stelsel van TBSPA voorafgaand aan het rustpensioen (EPD): evolutie sinds 2011-2012
2
Aantal eindeloopbaandossiers in het kalenderjaar 2019 Aantal afgehandelde dossiers terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen Tabel 34: afgehandelde dossiers TBSVP (databank eindeloopbaancel) Onderwijsniveau
2017
2018
2019
Evolutie t.o.v. 2018
Basisonderwijs en CLB’s
274
120
138
15,00%
Secundair onderwijs
363
120
35
-70,83%
7
8
8
0,00%
644
248
181
-27,02%
DKO Totaal
De gevolgen van de uitstapregeling zijn vanaf 2018 heel goed zichtbaar. Bij een aantal personeelsleden schuift de pensioendatum op tot een aantal maanden of jaren na hun 60e verjaardag, waardoor zij pas op latere leeftijd gebruik kunnen maken van de TBSVP. De groep van personeelsleden die recht heeft op een TBSVP is dus kleiner ĂŠn hun aanvragen worden verspreid over een langere periode. Beide elementen zorgen voor een voortdurende daling van het aantal TBSVP-aanvragen. De daling van de TBSVP-aanvragen die de voorbije jaren was ingezet, kende een piek in 2018. Voor het secundair onderwijs zet die nog altijd scherp door met een vermindering van 70,83%. In het basisonderwijs is er een kleine remonte. Dat komt vermoedelijk doordat in het gewoon en buitengewoon kleuteronderwijs sommige ambten ook in de toekomst nog van een TBSVP kunnen genieten. De uitstapdossiers voor die personeelsleden blijven dus bij AGODI binnenkomen. Voor de stabiliteit in het deeltijds kunstonderwijs is er niet direct een verklaring. Wellicht valt voor veel personeelsleden uit deze onderwijssector de pensioendatum laat in hun loopbaan. Hierdoor kunnen ze pas later een TBSVP aanvragen, terwijl zij toch nog tot de doelgroep van de overgangsregeling behoren.
AGODI jaarverslag 2019
137
Ambitie 7: aanvragen terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen tijdig en correct afhandelen Het agentschap engageert zich om gemiddeld 98% van de dossiers, die het drie maanden voor de ingangsdatum ontvangt, binnen de vastgelegde termijn af te handelen. AGODI streeft naar 100% tijdige afhandeling. In 2019 werd 100% van de 165 tijdig ingediende dossiers TBSVP en bonus binnen de vastgelegde termijn afgehandeld. Het agentschap behaalde dus de vastgelegde norm. Voor de correctheid van de berekening van het wachtgeld hanteert AGODI een norm van 98%. We blijven streven naar 100%. In de toekomst kunnen alleen kleuteronderwijzers en kleuteronderwijzers ASV van een TBSVP gebruik maken. Daarom heeft AGODI de steekproef tot het basisonderwijs beperkt in 2019. Uit een onderzoek van die steekproef blijkt dat 79,07% van de dossiers correct werd betaald. Dat is een stijging van 6,03% tegenover 2018, toen de correctheid 73,04% bedroeg. De oorzaak lag vooral bij een verkeerde toepassing van de geldelijke anciĂŤnniteit, een verkeerde codering, een foute opdrachtbreuk, of een onjuiste jaarwedde. AGODI nam ondertussen een aantal maatregelen om de correctheid van de afhandeling van de dossiers TBSVP te verbeteren. De lichte verbetering is hiervan een eerste resultaat.
138
AGODI jaarverslag 2019
2
Pensioendossiers en overdrachten Door de pensioenhervorming van 2011 is de procedure van de pensioenaanvraag volledig veranderd. De personeelsleden moeten voortaan hun vraag tot pensionering rechtstreeks aan de Federale Pensioendienst (FPD) richten. Daarnaast is AGODI verplicht om in het kader van de regelgeving Carrière PubliqueElektronische loopbaan Overheid (Capelo) alle personeelsgegevens tot en met het jaar 2010 via een attest ‘historische loopbaangegevens’ elektronisch aan FPD over te maken. Eind 2015 heeft AGODI die gegevens kunnen bezorgen voor 174.000 dossiers. De prestaties vanaf 2011 worden doorgegeven via de driemaandelijkse DMFA-aangiften. De nieuwe werkwijze geldt voor alle pensioneringen die gestart zijn vanaf 1 januari 2013. AGODI maakt sindsdien geen klassiek pensioendossier meer op. Voor personeelsleden die in het verleden tijdelijk in het onderwijs werkten, maar daarna zijn overgestapt naar een andere werkgever en niet benoemd werden bij een overheid, bezorgt AGODI wel nog alle salarisgegevens aan de Federale Pensioendienst. Het gaat dan over de zogenaamde ‘overdrachten’. Tabel 35: afgehandelde overdrachten (databank eindeloopbaancel)
Overdrachten
2017
2018
2019
Evolutie
78
41
43
+4,88%
Terugvorderingen Wanneer personeelsleden een periode ten onrechte een salaris hebben ontvangen, moet dat door AGODI teruggevorderd worden. Wanneer het bedrag kleiner is dan 100 euro, wordt het onmiddellijk ingehouden op de latere bezoldigingen. Wanneer het gaat om een terugvordering tussen de 100 en 400 euro volgt een voorstel tot geleidelijke afhouding in de daaropvolgende maanden, met respect van de loongrenzen. Voor bedragen hoger dan 400 euro werkt AGODI altijd via een terugvorderingsbrief. De grote volumes aan terugvorderingen gebeuren aan schoolbesturen die personeel hebben aangesteld via het werkingsbudget en die daarvoor tweemaal per jaar de volledige loonkost terugbetalen. Een derde grote categorie zijn de terugvorderingen aan organisaties die personeelsleden aanstellen via detachering19.
19
Zie ook Detacheringen: verloven wegens (bijzondere) opdracht: externe mobiliteit.
AGODI jaarverslag 2019
139
Tabel 36: overzicht terugvorderingen 2017
2018
2019
2.224.272
7.300.199,47
8.444.995,95
832.735
855.398,24
647.850,98
- waarvan lonen AGODI
1.391.537
6.444.801,23
7.797.145,07
PWB
30.040.567
25.426.771,33
37.697.010,66
Detacheringen
30.899.630
31.230.966,07
31.979.333,46
Totaal
63.164.469
63.957.936,87
78.121.340,06
Resterende terugvorderingen - waarvan terugvorderingen inrichtende machten
De ontvangsten van terugvorderingen zijn sterk gestegen in 2019. Er was o.a. voorzien in 10 miljoen extra voor ondersteuning van het basisonderwijs via PWB. Terugvorderingen ongevallen met derden (Arbeids- en buitendienstongevallen) Als bij een arbeidsongeval of een buitendienstongeval een derde aansprakelijk is, vordert AGODI het salaris terug van de verzekering van de tegenpartij als het personeelslid door een ongeval afwezig is. In 2019 werd in 375 dossiers een teruggevorderd bedrag ontvangen. Tabel 37: terugvorderingen ongevallen met derden: teruggevorderde bedragen (databank arbeidsongevallen) 2017
2018
2019
2.481.452
2.294.520
1.668.673
Oorzaken van terugvorderingsdossiers
140
%
%
%
128
64
22
11
0
0
1
0,5
0
0
1
0,5
Totaal
%
Aantal
> 12 maanden Aantal
7-12 maanden Aantal
Foute of laattijdige melding personeelslid
3-6 maanden Aantal
Foute of laattijdige zendingen school
≤2 maanden Aantal
Tabel 38: oorzaken van terugvordering in 2019
%
0
0
150
75
0
0
2
1
Fout werkstation of informatica-systeem
2
1
1
0,5
1
0,5
0
0
4
2
Andere
35
17,5
9
4,5
0
0
0
0
44
22
Totaal
166
83
32
16
2
1
0
0
200
100
AGODI jaarverslag 2019
2
Uit de analyse van een steekproef van 200 willekeurige terugvorderingsdossiers, blijkt dat de terugvorderingen voor het personeel meestal teruggaan tot het salaris van maximaal twee maanden geleden. Dat geldt voor 75% van de 200 dossiers uit de steekproef. Als een school bijvoorbeeld informatie na de afsluitdatum van de lopende bezoldigingscyclus aan AGODI meedeelt, kan dat een terugvordering veroorzaken. Het personeelslid zelf is eerder zelden oorzaak van een terugvordering. Terugvorderingen met als oorzaak ‘andere’ redenen zijn veelal door de toepassing van regelgeving, die in sommige gevallen leidt tot een terugvordering. De beperking tot 300 betaalde dagen per schooljaar voor een tijdelijk personeelslid is daarvan een typisch voorbeeld. Een ander voorbeeld is een terugvordering als gevolg van de omzetting naar ziekteverlof tijdens de zomervakantiemaanden. Terugvorderingsdossiers en vastgestelde rechten in 2019
Tabel 39: terugvorderingsdossiers en vastgestelde rechten in 2019 voor Personeel ten laste van het werkingsbudget (PWB) en detacheringen 2017
2018
2019
Evolutie 2018-2019
Dossiers
Rechten
Dossiers
Rechten
Dossiers
Rechten
Dossiers Rechten
Detacheringen
2.012
28.794.492,00
953
31.687.964,74
747
31.979.333,46
-21,7%
+1%
Personeel ten laste van het werkingsbudget
1.305
28.670.253,69
1.213
32.129.774,32
1.555
37.484.133,30
+28,2%
+16,66%
Het bedrag van de terugvorderingen van PWB en detacheringen in 2019 is gestegen, vooral dankzij het aantal PWB’s. Het gaat hier over uitgestuurde vorderingen van 2019, wat niet betekent dat die bedragen integraal in dat jaar worden ontvangen. De stijging van de PWB is vooral opvallend in het basisonderwijs. Dat hangt samen met de eenmalige verhoging van het werkingsbudget dat bestemd was voor ondersteuning van de leerkrachten. Het aantal dossiers detacheringen is sterk gedaald. Het aantal detacheringen voor kortere periodes (minder dan een volledig schooljaar) is door de nieuwe regelgeving sterk afgenomen. Er worden dus veel minder detacheringen aangevraagd, maar voor een veel langere periode, waardoor het bedrag dat wordt teruggevorderd toch nog lichtjes stijgt.
AGODI jaarverslag 2019
141
Ambitie 8: tijdig afhandelen van de terugvorderingsdossiers voor detacheringen en voor personeelsleden die zijn aangesteld op het werkingsbudget (PWB) De norm voor de tijdige afhandeling van de terugvorderingen voor dossiers detacheringen is 98%. De vooropgestelde norm werd voor de periode september – december 2018 niet gehaald. In de overige periodes werd de norm bereikt; dan werden alle terugvorderingen binnen de deadline verzonden. In totaal werden 808 terugvorderingen verstuurd in 2019. Sinds 2017 groepeert AGODI de terugvorderingen per organisatie. De organisatie krijgt daardoor een gebundeld overzicht van de salariskosten van de bij hen gedetacheerde personeelsleden en moet maar een overschrijving doen. De norm voor de tijdige afhandeling van de terugvorderingen voor PWB-dossiers is 98%. Met ingang van 1 september 2012 werd de mogelijkheid tot aanstelling van personeelsleden op basis van het werkingsbudget uitgebreid tot alle onderwijsniveaus en alle ambten. In 2019 berekende AGODI de salariskost voor 11.083 PWB- aanstellingen en vertrokken 1.430 aangetekende terugvorderingsdossiers binnen de afgesproken termijn naar de betrokken schoolbesturen. In beide personeelsafdelingen werd de vooropgestelde norm ruim gehaald.
142
AGODI jaarverslag 2019
2
Arbeidsongevallen in het onderwijs Afwezig wegens een arbeidsongeval in het schooljaar 2018-2019 Tabel 40: afwezigheden wegens arbeidsongeval (EPD) Aantal Onderwijsniveau personeelsleden 2016-2017
Aantal personeelsleden 2017-2018
Aantal personeelsleden 2018-2019
Evolutie t.o.v. 2017-2018
Basisonderwijs
1.353
1.508
1.628
7,96%
Secundair onderwijs
1.696
1.768
1.892
7,01%
51
62
54
-12,90%
33
40
41
2,50%
3.093
3.378
3.560
5,39%
DKO CLB's Totaal AGODI
*
* Op het totaal van AGODI worden dubbeltellingen uitgesloten. Een personeelslid dat een arbeidsongeval heeft en in meerdere onderwijsniveaus staat, wordt maar een keer geteld. In de afzonderlijke onderwijsniveaus wordt dit personeelslid per onderwijsniveau geteld. De cijfers voor Totaal AGODI zijn dan ook lager dan de optelsom van de cijfers voor de verschillende onderwijsniveaus.
Het aantal personeelsleden uit het onderwijs dat in het schooljaar 2018-2019 afwezig was wegens een arbeidsongeval of een beroepsziekte is het voorbije schooljaar met 5,39% gestegen. Aangiften arbeidsongevallen in 2019 De dienst arbeidsongevallen binnen AGODI behandelt de arbeidsongevallen voor het onderwijspersoneel en de personeelsleden van de Vlaamse overheid voor de entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid. De dienst arbeidsongevallen staat in voor de erkenningen, de verwerking van de genezingsverklaringen en de consolidatiebeslissingen door Medex, het opmaken van de besluiten voor rentevergoedingen, terugvorderingen aan derden en het ingeven van de aangiften in Publiato. Wat het onderwijspersoneel betreft, gaat het om alle personeelsleden uit de onderwijsinstellingen die het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming bezoldigt en de contractuele personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, de autonome hogescholen en alle personeelsleden van de Universiteit Gent.
AGODI jaarverslag 2019
143
Voor de Vlaamse ambtenaren gaat het om de personeelsleden van de kabinetten van de Vlaamse Regering, de departementen en intern verzelfstandigde agentschappen van de beleidsdomeinen: - beleidsdomein Kanselarij en Bestuur (KB) - beleidsdomein FinanciĂŤn en Begroting (FB) - beleidsdomein internationaal Vlaanderen (iV) - beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) - beleidsdomein Onderwijs en Vorming (OV) - beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) - beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) - beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) - beleidsdomein Landbouw en Visserij (LV) - beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) - beleidsdomein Omgeving (OMG)
Enkele kengetallen: Tabel 41: aangifte en afhandeling arbeidsongevallen (Databank arbeidsongevallen) 2017
2018
2019
Aangiften arbeidsongeval
6.889
8.278
7.812
-5,63%
782
942
976
+3,60%
6.107
7.336
6.836
-6,82%
59
86
95
+10,46%
Agressie van leerlingen
51
64
75
+17,19%
Agressie van ouders of familie
4
18
12
-33,33%
Agressie van buitenstaanders
4
4
8
+100%
Arbeidsongevallen ambtenaren
574
574
544
-5,23%
Beroepsziekten
21
31
38
+22,58%
Buitendienstongevallen
61
63
47
-25,40%
Arbeidsongevallen met derden Arbeidsongevallen zonder derden Arbeidsongevallen door agressie
144
Evolutie t.o.v. 2018
Arbeidsongevallen
AGODI jaarverslag 2019
2
Ambitie 9: snel beslissen over de erkenning van arbeidsongevallen AGODI verbindt zich ertoe 80% van de beslissingen binnen 30 werkdagen en 100% van de beslissingen binnen 90 werkdagen te nemen. In 91,66% van de arbeidsongevallen bij het onderwijspersoneel is binnen de voorziene termijn van 30 werkdagen een juridische beslissing genomen. Het ging om 7.188 beslissingen. Voor 98,70% van de arbeidsongevallen werd binnen de voorziene termijn van 90 werkdagen een juridische beslissing genomen. Het ging om 7.991 beslissingen. Voor de personeelsleden van de Vlaamse overheid20 is in 78,97% van de aangiften een beslissing genomen binnen de afgesproken termijn van tien werkdagen. Het ging om 443 beslissingen. Voor 97,68% van de aangiften werd de beslissing genomen binnen een termijn van 60 werkdagen; het ging om 548 beslissingen. Dertien beslissingen werden buiten de termijn genomen. Daarbij waren er vijf negatieve beslissingen.
20
Zie ook Arbeidsongevallen voor ambtenaren van de Vlaamse overheid.
AGODI jaarverslag 2019
145
Pilootproject Lerarenplatform21 In het schooljaar 2018-2019 startte het pilootproject lerarenplatform in het basis- en secundair onderwijs. Het doel is om meer tijdelijke leerkrachten werkzekerheid te bieden en een opdracht die voldoende substantieel is. Wie in het lerarenplatform stapt, heeft werkzekerheid vanaf 1 oktober tot het einde van het schooljaar. Via onderwijsdecreet XXIX werd het pilootproject met een schooljaar verlengd. De verlenging van het lerarenplatform in het basisonderwijs voor het schooljaar 20202021 is opgenomen in het programmadecreet BA 2020. Daar mag het lerarenplatform nu starten vanaf 1 september. In het secundair onderwijs wordt het project niet verlengd. Doordat het doel van het project is dat tijdelijke personeelsleden een voldoende grote tewerkstelling krijgen, moet het personeelslid bij de eerste invulling van het lerarenplatform voor ten minste een halftijdse opdracht aangesteld worden in de scholen die deel uitmaken van het samenwerkingsplatform. De halftijdse opdracht kan bestaan uit lestijden voor het lerarenplatform enerzijds en andere lestijden als vast benoemde of tijdelijke anderzijds. De scholen van het basis- en secundair onderwijs kunnen alleen deelnemen aan het pilootproject lerarenplatform als ze deel uitmaken van een samenwerkingsplatform. Dat is nodig om voldoende schaalgrootte te creĂŤren. De lestijden voor het lerarenplatform worden dan samengelegd op het niveau van het samenwerkingsplatform. Die lestijden kunnen niet worden overgedragen naar het volgende schooljaar of naar een ander samenwerkingsplatform. Hieronder vindt u enkele cijfers voor het lerarenplatform voor het schooljaar 2018-2019. Tabel 42: lerarenplatform - aantal personeelsleden Schooljaar 2018-2019 Basisonderwijs Secundair onderwijs Totaal
Aantal personeelsleden 3.856 574 4.430
In het schooljaar 2018-2019 waren er in totaal 4.430 personeelsleden die via het pilootproject lerarenplatform in dienst kwamen. Dertien procent of 574 personeelsleden kwamen terecht in het secundair onderwijs. 3.856 personeelsleden gingen aan de slag in het basisonderwijs. Een aantal personeelsleden fungeerden in beide onderwijsniveaus.
21
146
Bij de hoofding omkadering vindt u extra informatie over het lerarenplatform wat betreft het aantal voltijds equivalenten of lestijden in het basisen secundair onderwijs.
AGODI jaarverslag 2019
2
Tabel 43: lerarenplatform - aantal samenwerkingsplatforms Schooljaar 2018-2019
Samenwerkingsplatforms
Basisonderwijs
331
Secundair onderwijs
16
Totaal
347
In het basisonderwijs waren er in het schooljaar 2018-2019 331 samenwerkingsplatforms. In het secundair onderwijs waren er zestien samenwerkingsplatforms. In het basisonderwijs namen bijna alle scholen deel aan een lerarenplatform. In het secundair onderwijs namen 144 scholen deel. Tabel 44: lerarenplatform verdeling personeelsleden volgens geslacht Schooljaar 2018-2019
Man
Vrouw
Basisonderwijs
331
3.454
Secundair onderwijs
363
211
Totaal
694
3.665
Als tabel 44 in percentages uitgedrukt wordt, zijn er in het basisonderwijs 9% van het totaal aantal personeelsleden in het lerarenplatform mannen. In het secundair onderwijs bedraagt het aantal mannen in het lerarenplatform 63%. Deze percentages zijn gelijklopend met de man-vrouwverhouding voor het gehele het basis- en secundair onderwijs. Tabel 45: lerarenplatform - verdeling per volume van de aanstelling Schooljaar 2018-2019 < 1/4
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
444
58
> 1/4 -1/2
258
55
>1/2 -3/4
796
99
> 3/4
2.287
362
Totaal
3.785
574
AGODI jaarverslag 2019
147
Andere belanghebbenden en derden Arbeidsongevallen voor ambtenaren van de Vlaamse overheid AGODI staat sinds 2014 in voor de afhandeling van de arbeidsongevallendossiers, beroepsziekten (erkenningen, doorgeven dossiers aan Medex, opmaak rentebesluiten enz.) en buitendienstongevallen van alle entiteiten van de Vlaamse Gemeenschap zonder rechtspersoonlijkheid. Eind 2018 hebben in totaal 32 entiteiten van de Vlaamse overheid een samenwerkingsovereenkomst met de leidend ambtenaar van AGODI gesloten. 32 entiteiten hebben ook een delegatiebesluit ondertekend. Er werden in totaal 544 arbeidsongevallen, een buitendienstongeval en vijf beroepsziekten aangegeven. In 2019 werden er 561 juridische beslissingen genomen, 548 positieve en dertien negatieve.22 In de overeenkomsten met de entiteiten werd de volgende afspraak gemaakt: de juridische erkenning van alle arbeidsongevallen waarvan aangifte wordt gedaan, vindt voor 80% van alle aangiften plaats binnen een termijn van tien werkdagen na ontvangst van de aangifte bij AGODI.23 Voor alle aangiften waarvan het dossier volledig is, of waarvan het dossier onvolledig is binnen de wil van het slachtoffer, garandeert AGODI een juridische beslissing binnen een termijn van 60 werkdagen na ontvangst van de aangifte. Voordat een dossier als onvolledig wordt beschouwd, schrijft AGODI het slachtoffer drie keer aan met het verzoek het dossier te vervolledigen. In 78,97% van de aangiften werd er een beslissing genomen binnen de afgesproken termijn van tien werkdagen; het ging om 443 beslissingen. Daarmee werd de afgesproken norm niet gehaald, maar het percentage is wel hoger dan in 2018. Voor 97,68% van de aangiften werd de beslissing genomen binnen een termijn van 60 werkdagen. Het ging om 548 beslissingen. Dertien beslissingen werden buiten de termijn genomen; daarbij waren vijf negatieve beslissingen.
22 23
148
Zie tabel 38: aangifte en afhandeling arbeidsongevallen. Zie ambitie 9: snel beslissen over de erkenning van arbeidsongevallen.
AGODI jaarverslag 2019
2
Secretariaten voor de Kamers van Beroep voor tuchtzaken Statutaire personeelsleden die verzaken aan hun plichten, kunnen een tuchtstraf oplopen. Bij de Kamer van Beroep kunnen zij vervolgens beroep instellen. De Kamer is bevoegd om daarover in laatste aanleg uitspraak te doen. De Kamer kan de tuchtstraf bevestigen, vernietigen of hervormen zonder de sanctie te verzwaren. Ook een tijdelijk aangesteld personeelslid dat zonder opzegging om dringende redenen wordt ontslagen, kan beroep aantekenen bij de Kamer van Beroep. De Kamers van Beroep zijn ook bevoegd om kennis te nemen van een beroep tegen een preventieve schorsing. Een beroep tegen een preventieve schorsing is niet mogelijk als die werd uitgesproken naar aanleiding van een beroep tegen een ontslag om dringende redenen. AGODI verzorgt het secretariaat van deze Kamers van Beroep. Er zijn drie Kamers van Beroep: - Kamer van Beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs - Kamer van Beroep voor het gesubsidieerd vrij onderwijs - Kamer van Beroep voor het gemeenschapsonderwijs Elke kamer heeft een onafhankelijke persoon als voorzitter en twaalf leden die de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen en waartussen pariteit bestaat. Tabel 1: dossiers voor de Kamers van Beroep voor tuchtzaken (Secretariaat Kamers van Beroep) 2017
2018
2019
Officieel Onderwijs
11
10
8
Vrij Onderwijs
22
32
18
GO!
21
19
11
Totaal
54
61
37
Aantal dossiers volgens net
AGODI jaarverslag 2019
149
Secretariaten voor de Kamers van het College van Beroep voor evaluatie De decreten rechtspositie verplichten de opmaak van een functiebeschrijving voor elk personeelslid dat voor meer dan 104 dagen aangesteld is. Ieder personeelslid moet minimaal om de vier schooljaren worden geëvalueerd op basis van zijn functiebeschrijving. Bij de evaluatie kan alleen rekening worden gehouden met prestaties geleverd in het lopende schooljaar en de drie vorige schooljaren. De evaluatie kan leiden tot een evaluatieverslag met eindconclusie ‘onvoldoende’. In dat geval kan het personeelslid beroep aantekenen bij een College van Beroep voor evaluaties. Het College van Beroep doet uitspraak over de evaluaties met eindconclusie ‘onvoldoende’. Het gaat na of de evaluatie zorgvuldig en kwaliteitsvol is gebeurd en of de sanctie redelijk is. AGODI verzorgt het secretariaat van de drie kamers van het College van Beroep. Er is: - een Kamer voor het gesubsidieerd officieel onderwijs - een Kamer voor het gesubsidieerd vrij onderwijs - een Kamer voor het gemeenschapsonderwijs Elke kamer heeft een onafhankelijke persoon als voorzitter en twaalf leden die de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen en waartussen pariteit bestaat. Tabel 2: dossiers voor het College van Beroep voor evaluatie (Secretariaat College van Beroep) 2017
2018
2019
Officieel Onderwijs
4
3
8
Vrij Onderwijs
8
6
4
GO!
2
2
1
Totaal
14
11
13
Aantal dossiers volgens net
AGODI ondersteunt daarnaast ook enkele commissies24.
24
150
Zie ook Ouders en leerlingen – Commissie leerlingenrechten, Vlaamse Bemiddelingscommissie en Commissie Zorgvuldig bestuur. AGODI jaarverslag 2019
2
Organisatie van het informeel overleg met belanghebbenden en stakeholders De organisatie van het informeel middagoverleg voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en de CLB’s gaat uit van AGODI. Ook andere entiteiten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming worden betrokken, afhankelijk van het onderwerp. Het agentschap ontmoet er op een informele manier vertegenwoordigers van de schoolbesturen en vakbonden. AGODI verzamelt de verslagen van de vergaderingen van het middagoverleg voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en de CLB’s en maakt deze toegankelijk in het interne documentatiesysteem. Tabel 3: overzicht uitgevoerd middagoverleg 2019 Overzicht uitgevoerd middagoverleg
2019
Basisonderwijs
7
Secundair onderwijs
7
DKO
0
CLB’s
0
Totaal
14
Middagoverleg 2019 2019 telde in totaal veertien overlegmomenten. Tijdens het middagoverleg wordt onder andere verduidelijking gegeven over de toepassing van de bestaande onderwijsreglementering en de stand van zaken van nieuwe beleidsmaatregelen. Daarnaast is er ruimte voor bespreking van specifieke knelpunten of aandachtspunten.
AGODI jaarverslag 2019
151
Uitbouwen van een informatieveiligheidsbeleid voor de onderwijsinstellingen, i.s.m. het GO! en de koepels AGODI faciliteert het overleg informatieveiligheid in onderwijs tussen vertegenwoordigers van de onderwijsverstrekkers en de Vlaamse Toezichtcommissie. In 2019 is deze werkgroep zeven keer samengekomen. De werkgroep bespreekt samen actuele thema’s en bezorgdheden zodat eenzelfde standpunt gecommuniceerd wordt naar scholen en CLB’s. In sommige gevallen leidt dat ook tot een officieel gepubliceerde richtlijn van de Vlaamse toezichtscommissie (VTC). In 2019 was dat het geval voor de samenwerking met incassobureaus, het maken van foto’s in schoolcontext en het gebruik van biometrische gegevens op school. Daarnaast kwam in 2019 een eenvoudige procedure tot stand voor het uitwerken van algemene protocollen voor gegevensuitwisseling in de onderwijssector. Het voordeel daarvan is dat niet elk schoolbestuur een protocol moet onderhandelen en ondertekenen in het geval van een generieke gegevensuitwisseling. Tot slot heeft de werkgroep besloten om een apart traject te lopen met de aanbieders digitale middelen in onderwijs (waaronder de softwareleveranciers). Daarvoor werd een eerste netwerksessie in november opgezet om enkele onderwerpen zoals toegangsbeheer, logging, encryptie en bewaartermijnen te bespreken. In 2020 zal daaraan verder worden gewerkt. Het doel is om zoveel mogelijk aanbieders te laten aansluiten op de bouwsteen van de Vlaamse overheid, zodat de toegang tot die digitale middelen beschermd is via een dubbele authenticatie.
AGODI informeert, vormt en communiceert AGODI is voor de scholen een belangrijke partner in de onderwijsadministratie. Naast het correct verwerken van input vanuit de scholen, ondersteunt en begeleidt AGODI de scholen met de onderwijsreglementering. AGODI onderneemt daarvoor, in samenwerking met de andere entiteiten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, meerdere initiatieven om de scholen te informeren. Zo stimuleert AGODI een optimale beleidsrealisatie en versterkt het agentschap het beleidsvoerend vermogen van de scholen.
152
AGODI jaarverslag 2019
2
AGODI-academie In 2019 bouwde AGODI de AGODI-academie verder uit. Hieronder staat het aanbod van de AGODI-academie dat in 2019 voor onze klanten is georganiseerd.
Opleiding van schoolsecretariaten De kwaliteit van de dienstverlening van het agentschap aan scholen en leerkrachten hangt sterk af van de snelheid en correctheid waarmee de schoolsecretariaten de vereiste gegevens bezorgen. AGODI beschouwt het informeren van zijn klanten als een belangrijke taak. Dat gebeurt onder andere door het organiseren van opleidingen. De AGODI-academie organiseerde voor het secundair onderwijs drie vormingssessies over alle nieuwigheden in het secundair onderwijs en drie sessies over Duaal leren. Voor de schoolsecretariaten van het basisonderwijs organiseerde de AGODI-academie zeven vormingssessies over de nieuwigheden voor het schooljaar 2019-2020, waarbij het accent vooral lag op het inschrijvingsdecreet, het ondersteuningsmodel, aanvangsbegeleiding en TADD. . Tabel 1: overzicht aantal sessies en aantal deelnemers januari – juni 2019 JANUARI 2019 – JUNI 2019 Aantal sessies
Aantal deelnemers
Tweedaagse ABC-opleiding Thematisch – ziekteverlof
2 3
142 152
Thematisch – moederschapsrust
3
133
Thematisch – verloven
3
182
Thematisch – Indiensttreding, TADD, vaste benoeming Thematisch – Leerlingendossier, leerplicht, toelatingsvoorwaarden, (problematische) afwezigheden en studiebewijzen Thematisch – De omkadering en de globale puntenenveloppe in het gewoon Secundair onderwijs Thematisch – De omkadering en de globale puntenenveloppe in het buitengewoon Secundair onderwijs Thematisch – TBSOB
0
0
0
0
1
20
1
20
3
104
Thematisch – VTAO Thematisch – Ondersteunend Personeel en elektronische communicatie
3
71
3
65
TBSOB DKO
2
99
Doelgroep
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
DKO
Onderwerp
AGODI jaarverslag 2019
153
Tabel 2: overzicht aantal sessies en aantal deelnemers augustus – december 2019 AUGUSTUS 2019 – DECEMBER 2019 Aantal sessies
Aantal deelnemers
2
421
4
40
Thematisch – Omkadering gewoon Basisonderwijs
4
64
Thematisch – Discimus
3
80
Thematisch – Verificatie
3
69
Thematisch – Vaste Benoemingen
0
0
Nieuwigheden in de reglementering basisonderwijs
7
999
1
50
1
52
Doelgroep
Onderwerp Tweedaagse ABC opleiding voor nieuwe secretariaatsmedewerkers Thematisch – Inschrijvingsrecht
Basisonderwijs
Tweedaagse ABC opleiding voor nieuwe secretariaatsmedewerkers personeelssecretariaat ABC – opleiding voor nieuwe secretariaatsmedewerkers leerlingensecretariaat Thematisch – Vaste Benoeming en TADD
Secundair onderwijs
DKO
154
AGODI jaarverslag 2019
3
158
Thematisch – Stappen van de schoolloopbaan Thematisch – Elektronische communicatie via WebEdison en Discimus + Digitaal platform 'Mijn Onderwijs Thematisch – De omkadering en de globale puntenenveloppe in het gewoon SO Thematisch – BuSo – Leerlingendossier, leerplicht, toelatingsvoorwaarden, (problematische) afwezigheden en studiebewijzen Nieuwigheden in de reglementering secundair onderwijs: Duaal leren Nieuwigheden in de reglementering secundair onderwijs personeel
4
77
2
43
1
17
0
0
3
78
3
244
DKO infosessie
3
162
2
Ontvangen en opleiden nieuwe directeurs AGODI werkt samen met verschillende organisaties (Centrum voor Andragogiek Universiteit Antwerpen, Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en diverse bisdommen) die opleidingen voor nieuwe directeurs aanbieden. Ook een bezoek aan AGODI staat daarbij op het programma. Een praktische toelichting over de toepassing van de regelgeving en een voorstelling van het beleidsdomein, AGODI, de Onderwijsinspectie en Klasse horen bij dat bezoek. In 2019 schreven 219 directies zich in voor een bezoek, 155 uit het basisonderwijs en 70 uit het secundair onderwijs. Het bezoek is een win-winsituatie. De nieuwe directeurs maken kennis met het agentschap en de medewerkers van AGODI houden voeling met wat leeft in het onderwijs.
Ondersteuning en opleidingen op maat In 2019 ontving de AGODI-academie vijf vragen van schoolbesturen naar ondersteuning op maat. Dit resulteerde in een vormingsdag Discimus, een toelichting op een overleg van zorgcoĂśrdinatoren, een sessie datageletterdheid met gegevens over instellingen en leerlingen, een toelichting over toelatingsvoorwaarden en duaal leren en een toelichting over de werking van het VEPD als opslagsysteem. De vraag naar gepersonaliseerd leren wordt duidelijk groter. De dienstverlening aan externen is binnen de AGODI-academie verankerd. In 2019 telden we 60 vormingsinitiatieven op vraag en op locatie bovenop het bestaande aanbod. De AGODI-academie verzorgde zo 26 infosessies en toelichtingen over het nieuwe kader van het inschrijvingsrecht en de organisatie van een aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen van 2020-2021. Op vraag van lokale besturen kwamen er 22 infosessies, twee op vraag van het GO!, een op vraag van Provinciaal Onderwijs Vlaanderen en een op vraag van OVSG. Daarnaast gaf de AGODI-academie ook toelichting hierover in de commissie Diversiteit van de Vlor. Onderwijsverantwoordelijken van Fedasil werden wegwijs gemaakt in de modernisering van het secundair onderwijs, het inschrijvingsrecht en de LOP-werking. Aan VIRBO verzorgde de AGODI-academie een toelichting over de nieuwigheden in de regelgeving voor het basisonderwijs, terwijl voor de commissie Diversiteit van de Vlor Mijn Onderwijs en Dataloep werd uitgelegd. Op vraag van Kind en Gezin en enkele LOP-gebieden verzorgde de AGODI-academie toelichtingen over kleuterparticipatie. Daarnaast organiseerde AGODI twee sessies over diverse onderwerpen voor het Agentschap Integratie en Inburgering en werkten we voor het Vlaams Huisonderwijsverbond een infovergadering uit voor geĂŻnteresseerden in huisonderwijs. Op vraag van het kabinet werd een toelichting gegeven over de arbeidsmarkt onderwijs en een toelichting over de acties die het lerarentekort helpen oplossen. Voor de interlimburgse onderwijsdag van het Algemeen Nederlands Verbond organiseerde de AGODI-academie samen met CAOP een workshop Arbeidsmarkt in Vlaanderen en Nederland. De presentatie uit deze workshop werd op vraag van Katholiek Onderwijs Vlaanderen herhaald voor een werkgroep lerarentekort. De Arteveldehogeschool organiseerde een studiedag voor directies (Zuurstof voor onderwijs) en vroeg de AGODI-academie niet
AGODI jaarverslag 2019
155
alleen een toelichting te geven over de arbeidsmarkt maar eveneens als expert in het paneldebat een bijdrage te leveren. Op vraag van de lerarenopleiding Thomas More (Kempen) en HIK Geel is een infosessie ‘Werken in het secundair onderwijs' georganiseerd voor laatstejaarsstudenten. De AGODI-academie bood ook ondersteuning aan het DOV bij de organisatie van een inspiratiedag schoolonderzoek en de uitwerking van een ‘peer learning activity’.
Jaarkalender AGODI maakt jaarkalenders voor de scholen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en voor de centra voor leerlingenbegeleiding. De jaarkalenders zijn een leidraad voor de scholen bij het tijdig opsturen van formulieren, elektronische berichten en documenten naar de verschillende afdelingen van het agentschap. AGODI stelt de jaarkalender voor het volgende schooljaar in juni online ter beschikking. Het engagement heeft AGODI genomen naar aanleiding van het klantentevredenheidsonderzoek van 2008. Sinds september 2013 is de jaarkalender ook geïntegreerd in ‘Mijn Onderwijs’.
Informatiepunt voor Ouders en Leerlingen Hoewel het Informatiepunt in de eerste plaats als doel heeft om vragen over rechten en plichten van ouders en leerlingen in het onderwijs te beantwoorden, kan iedere burger met vragen over het basisonderwijs en secundair onderwijs daar terecht. Het Informatiepunt beantwoordt zowel schriftelijke als mondelinge vragen. Daarnaast beantwoordt het Informatiepunt ook vragen die burgers stellen aan de minister van Onderwijs en Vorming of aan haar kabinet. De vragen handelen over zeer uiteenlopende thema’s: pesten, verloren studiebewijzen, conflicten tussen ouders en de school, gezondheid en veiligheid op school, schoolkosten ... In 2019 registreerden de medewerkers van het Informatiepunt in totaal 2.677 vragen, waarvan 1.202 telefonische vragen (basisonderwijs) en 1.475 schriftelijke vragen (639 basisonderwijs + 836 secundair onderwijs). De schriftelijke vragen werden, afhankelijk van het door de vraagsteller gekozen medium, ofwel per brief ofwel per e-mail beantwoord. In 2019 werden in het secundair onderwijs de telefonische vragen niet geregistreerd.
Nieuwsbrief AGODI AGODI publiceert regelmatig nieuwsbrieven die directies, secretariaten en onderwijspersoneel gericht wegwijs maken in actuele onderwijsvragen. Uit het door het onafhankelijke onderzoeksbureau GfK in 2017 gevoerde onderzoek bleek een duidelijke vraag naar nieuwsbrieven van AGODI. In deze nieuwsbrieven verschaft AGODI meer informatie over onderwerpen die relevant zijn voor haar klanten. De nieuwsbrieven zijn laagdrempelig en bevatten concrete informatie over de dienstverlening van AGODI. Waar de nieuwsbrief als medium te beperkt is, worden er linken opgenomen naar de website van AGODI of de onderwijswebsite.
156
AGODI jaarverslag 2019
2
AGODI publiceerde in 2019 elf nieuwsbrieven. Alleen in het midden van de grote vakantie, eind juli, verscheen er geen, omdat de scholen dan ook gesloten zijn. Uit de verschillende reacties van lezers blijkt dat de nieuwsbrief positief wordt onthaald.
Website AGODI wil proactief en klantgericht informatie verstrekken aan scholen, schoolbesturen, onderwijspersoneelsleden, ouders, leerlingen en andere geïnteresseerden. De website van AGODI25 laat toe om snel en gericht te communiceren naar de klanten van het agentschap over de eigen dienstverlening, maar AGODI levert ook een grote bijdrage aan verschillende onderdelen van de algemene website van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming26. De AGODI-website communiceert over specifieke en actuele thema’s gerelateerd aan onze dienstverlening. Via dit platform vinden onze klanten de dossierbehandelaar of de verificateur van een school. Ze vinden er ook gegevens over de salarisadministratie, de data en opleidingen van de AGODI-academie, de jaarkalender ... Daarnaast kunnen klanten nieuwe en bestaande publicaties van AGODI raadplegen, staat er informatie beschikbaar over uitspraken van commissies27, het College en de Kamers van Beroep. Tijdens 2019 integreerde AGODI op zijn site de Campagne lerarenberoep.
Tekort aan leraars AGODI wil een actieve bijdrage leveren om het lerarentekort te verminderen en de onderwijsarbeidsmarkt te optimaliseren. Daarvoor ondersteunt het agentschap mee verschillende initiatieven. Cel ‘Word leerkracht’ De Cel ‘Word Leerkracht’ biedt eerstelijnshulp aan kandidaat-leerkrachten. Het callcenter beantwoordt telefonische en elektronische vragen over onderwijsbevoegdheid, bekwaamheidsbewijzen, nuttige ervaring, solliciteren in het onderwijs enz. Ook voor informatie over de samenstelling van het salaris, de geldelijke anciënniteit, de salarisschalen en voor een beperkte salarissimulatie kunnen geïnteresseerden bij de cel ‘Word Leerkracht’ terecht. In samenwerking met de VDAB werkte AGODI bovendien de leerkrachtendatabank uit. De cel ‘Word Leerkracht’ speelt daarin een belangrijke rol omdat de cel diploma’s certificeert en de onderwijsbevoegdheid bepaalt van kandidaat-leerkrachten voor de leerkrachtendatabank. In 2019 ontving AGODI voor het basisonderwijs 387 vragen. Voor het secundair onderwijs ging het om 3.149 vragen.
25 26 27
https://agodi.be https://onderwijs.vlaanderen.be In het bijzonder over de Commissie inzake Leerlingenrechten, Commissie Zorgvuldig Bestuur en Vlaamse bemiddelingscommissie.
AGODI jaarverslag 2019
157
Leerkrachtendatabank Om de vraag en het aanbod in het onderwijs vlot samen te brengen ging in juni 2005 de leerkrachtendatabank van start in een samenwerkingsverband tussen AGODI en de VDAB. De leerkrachtendatabank is interessant voor scholen én voor toekomstige leerkrachten op zoek naar een job28. Centraal informatiepunt Op de AGODI-website staat alle informatie samen die leerkrachten nodig hebben bij de start van hun onderwijsloopbaan. De informatie wordt ook aangeboden in de publicatie ‘Je verdiende loon’ en wordt digitaal verspreid via jobbeurzen, infobeurzen zoals de SID-in beurs in Antwerpen ... Bij elke wijziging wordt de informatie bijgewerkt. AGODI hield ook in 2019 de rubriek voor Nederlandse leerkrachten verder up-to-date. Naast de beschikbare informatie voor startende leerkrachten wordt informatie overzichtelijk aangeboden over thema’s die van belang zijn bij grensarbeid: fiscaliteit, werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid, pensioenen en kinderbijslag. Die thema’s worden aangepast in functie van de wijzigingen. Om de inzetbaarheid van Nederlandse leerkrachten te stimuleren, is het bundelen en gericht verspreiden van informatie van groot belang. Daarom participeert AGODI ook aan diverse overlegmomenten en projectvergaderingen rond dat thema en houdt ze contact met relevante partners. Opvolgen onderwijsarbeidsmarkt De maandelijkse nieuwsbrieven over de onderwijsarbeidsmarkt worden sinds februari 2010 op de website van het agentschap gepubliceerd. In 2019 kon de VDAB geen cijfers voor openstaande vacatures aanleveren vanaf april tot december. Hierdoor ontbreken een aantal nieuwsbrieven. Sinds 01-09-2012 mag een leerkracht langer werken dan het schooljaar waarin hij 65 jaar wordt. De maatregel weerspiegelt zich meteen in de cijfers. Ook het aantal gepensioneerde leerkrachten die herintreden, is in stijgende lijn (620 in 2015-2016 tot 916 in 2017-2018). Samenwerking met Antwerpen en Onderwijstalent AGODI maakt deel uit van het sectoraal netwerk dat zich buigt over een sector- en netoverstijgende aanpak om het lerarentekort in Antwerpen op te vangen. Onderwijstalent, een lokaal samenwerkingsverband tussen de stad Antwerpen, de VDAB en AGODI, bleef ook in 2019 werkzoekenden, toekomstige leerkrachten en directies van scholen ondersteunen. AGODI stelde personeel ter beschikking om op maandag en woensdag de loketfunctie van Onderwijstalent te verzekeren. Een single point of contact binnen het agentschap garandeert een continue dienstverlening op maat van de partners en klanten. AGODI is vertegenwoordigd in het Directiecomité van Onderwijstalent en op de zeswekelijkse uitgebreide teamvergaderingen.
28
158
Zie ook Samenwerken met andere overheden en instanties - VDAB
AGODI jaarverslag 2019
2
In 2019 werden 104 afspraken geregistreerd via het online boekingssysteem. Er zijn 391 contacten geregistreerd tijdens job- en studie-informatiebeurzen. 541 werkzoekende leerkrachten werden begeleid. Onderwijstalent bood verder ook ondersteuning aan 84 studenten die een OKOT-traject (een onderwijskwalificerend traject met VDABopleidingscontract) startten en begeleidde 33 studenten die een diploma haalden via een OKOT-traject naar de arbeidsmarkt.
Elektronische communicatie met het agentschap AGODI maakt er een punt van om de scholen optimaal te ondersteunen in hun elektronische communicatie met het agentschap. Scholen kunnen met hun vragen over de communicatie en het gebruikersbeheer terecht bij de: - EDISON-helpdesk - EDISON-mailbox - Mijn Onderwijs-mailbox - EDISON-website In 2019 beantwoordde de helpdesk ongeveer 3.000 telefoonoproepen van onderwijsinstellingen, meer dan 99% van de telefoons werden binnen een dag beantwoord. Het agentschap registreerde in totaal meer dan 7.600 mails. Daarvan werden meer dan 99% binnen een dag beantwoord; alle mails werden binnen de vijf dagen beantwoord. Het agentschap onderhoudt ook nauwe contacten met de softwareleveranciers zodat de schoolsoftwarepakketten tijdig aangepast kunnen worden. AGODI publiceerde in totaal 346 berichten bestemd voor de softwareleveranciers in verband met de communicatie via WebEDISON (op de website) en via DISCIMUS (in SharePoint). Er werden in 2019 meer dan 240 telefoonoproepen en mails van softwareleveranciers beantwoord over WebEDISON en nog eens meer dan 600 telefoonoproepen en mails over Discimus. Sinds september 2018 is het rechtstreeks versturen en afhalen via de ‘Edison webservices’ mogelijk vanuit het schoolsoftwarepakket personeels- en leerlingenzendingen. Deze moderne manier van gegevensuitwisseling zal op korte termijn de verouderde technologie van WebEDISON vervangen. Scholen moeten daardoor minder manuele tussenstappen doorlopen bij het versturen van gegevens. AGODI tilt daarmee de bedrijfszekerheid van de gegevensoverdracht naar een hoger niveau.
AGODI jaarverslag 2019
159
Ambitie 10: scholen kunnen bij het agentschap terecht voor al hun vragen over onderwijsadministratie De vorige jaren engageerde AGODI zich om binnen de tien werkdagen een effectief antwoord te geven op 80% van de door scholen gestelde vragen. In 2018 is die norm verscherpt en is de doelstelling om 80% van de vragen te beantwoorden na drie werkdagen. De personeelsafdelingen haalden ook die nieuwe norm: 92,38% van de vragen werd tijdig beantwoord bij de afdeling Personeel Basisonderwijs en CLB; 95,84% van de vragen werd tijdig beantwoord bij de afdeling Personeel Secundair Onderwijs en DKO. Ook de afdelingen Secundair Onderwijs – Scholen en Leerlingen en Scholen Basisonderwijs, DKO en CLB haalden de norm met respectievelijk 83,67% en 85,23% van de vragen die tijdig werden beantwoord.
160
AGODI jaarverslag 2019
2
Samenwerking met andere overheden en instanties Lokale overheden: gemeenten, steden en provincies Leerplichtcontrole Voor de leerplichtcontrole doet AGODI een beroep op de gemeenten. AGODI bezorgt aan de gemeenten de gegevens van leerlingen die niet ingeschreven zijn in een erkende school, waarvoor geen vrijstelling werd toegekend of huisonderwijs werd teruggevonden en van wie de ouders niet afdoende reageerden op de brieven van de leerplichtcontrole. De gemeenten krijgen het advies op huisbezoek te gaan bij deze leerlingen door bijvoorbeeld de wijkagent langs te sturen. Deze vraagt dan ter plaatse hoe de betrokken kinderen aan de leerplicht voldoen. De gemeenten bezorgen daarna de verzamelde antwoorden aan AGODI. Op basis van die antwoorden kan AGODI vervolgens bepalen welke dossiers in orde zijn met de leerplicht en welke niet.
Sociale Kaart Vlaanderen, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin De kleutercoĂśrdinator onderzocht samen met Sociale Kaart Vlaanderen de mogelijkheden om een zoekopdracht samen te stellen per gemeente die een overzicht geeft van alle organisaties die in contact komen met ouders van jonge kinderen. Op basis van de resultaten van die zoekopdracht kunnen school- en lokale besturen dan lokale partners aanspreken om afspraken te maken om de kleuterparticipatie te bevorderen. Deze zoekopdrachten per gemeente werden in 2019 gepubliceerd op: www.kleuterparticipatie.be.
Kind en gezin Vanaf het schooljaar 2019-2020 wordt de schooltoeslag voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs automatisch betaald via het Groeipakket. Ouders moeten geen aanvraag meer doen. Bestanden met inschrijvingen en problematische afwezigheden worden sinds 2019 op regelmatige basis bezorgd door AGODI aan Kind en Gezin. Op vraag van de internaten liep de gegevensflow van de inschrijvingen van de internaten naar Kind & Gezin in functie van het groeipakket in 2019 nog manueel.
Syntra Vlaanderen Het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – SYNTRA Vlaanderen is het agentschap van de Vlaamse overheid dat o.m. optreedt als neutrale regisseur van de werkcomponent in duaal leren en dat de verschillende partners en partijen in dit veld ondersteunt. De doelstelling is om te voorzien in kwaliteitsvolle en duurzame werkplekken.
AGODI jaarverslag 2019
161
Met een opleiding bij Syntra voldoen deeltijds leerplichtigen aan hun leerplicht. Syntra levert AGODI gegevens over deze ingeschreven leerlingen. Zo kan AGODI die leerlingen opnemen in de leerplichtcontrole. Sinds 2008-2009 kunnen de leerlingen bij Syntra een studietoelage krijgen. De inschrijvingsgegevens worden daarvoor gebruikt.
Vlaams Partnerschap Duaal Leren Met het decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen trad het Vlaams Partnerschap Duaal Leren in werking. Het partnerschap verzekert de regie van de werkcomponent in het duaal leren. AGODI vergadert hiervoor regelmatig met Syntra Vlaanderen, de onderwijskoepels, de SERVpartners en het Departement Onderwijs en Vorming. Het partnerschap erkent de ondernemingen. Het geeft ook informatie en advies over duaal leren.
Informatie Vlaanderen In 2018 en 2019 was er maandelijks een overleg tussen AGODI en de afdeling Gegevens en dienstenintegratie van het Agentschap Informatie Vlaanderen. In de vergaderingen werd informatie uitgewisseld en werden concrete afspraken gemaakt over op te zetten interfaces tussen AGODI en Vlaamse of federale overheden. Voor de interface tussen Leer-en ervaringsbewijzendatabank (LED) en EPD wordt gebruik gemaakt van het MAGDA-platform (Maximale Gegevens Deling tussen Administraties). Via dat beveiligd platform worden de studiebewijzen opgehaald uit LED en opgeladen in EPD, waar ze via agendapunten aangeboden worden aan de dossierbeheerder. Ook via Discimus wordt de informatie rond inschrijvingen van leerlingen gedeeld met MAGDA.
VDAB De leerkrachtendatabank is een samenwerkingsverband tussen AGODI en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB). De databank is interessant voor zowel scholen als toekomstige leerkrachten die op zoek zijn naar een job. AGODI biedt aan de VDAB informatie over de onderwijsbevoegdheid van potentiële leerkrachten door het verifiëren en bekrachtigen van hun studiebewijzen en eventuele nuttige ervaring. De VDAB publiceert die informatie in de leerkrachtendatabank. Daarnaast werkt AGODI ook nauw samen met de VDAB om de leerkrachtendatabank up-to-date te houden. AGODI neemt deel aan het halfjaarlijks overleg ‘arbeidsmarkt onderwijs’ van de VDAB sector Zorg & Onderwijs. Dat overleg is opgestart om acties op elkaar af te stemmen en informatie uit te wisselen tussen de VDAB enerzijds en het beleidsdomein (Departement Onderwijs en Vorming en AGODI) anderzijds.
162
AGODI jaarverslag 2019
2
RVA AGODI en AHOVOKS werkten samen met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) om de verplichte e-ASR29 voor de inkomensgarantie-uitkering voor de onderwijspersoneelsleden te realiseren. Sinds september 2017 gebeurt de aangifte van het sociaal risico voor de sector (deeltijdse) werkloosheid elektronisch en worden er gegevens uitgewisseld met de diensten van de RVA en hun uitbetalingsinstellingen.
RSZ De samenwerking met RSZ zorgt voor twee informatiestromen. - Enerzijds verstuurt AGODI dagelijks informatie naar de RSZ in het kader van DIMONA (Déclaration Immédiate/Onmiddellijke Aangifte). Elke elektronische indienstmelding door een school aan AGODI genereert ook de noodzakelijke melding van AGODI aan de RSZ. - Anderzijds bezorgt AGODI elk kwartaal de salaris- en loopbaangegevens van al het onderwijspersoneel elektronisch aan de RSZ (Déclaration multifonctionelle/ multifunctionele Aangifte – DMFA). Die multifunctionele aangifte betekent dat de verschillende instellingen van de sociale zekerheid die gegevens later kunnen opvragen. Er zijn twee soorten aangiften: - de originele kwartaalaangifte: de gegevens van het laatst lopende kwartaal worden overgemaakt. - de wijzigende aangiften: zendingen met de gewijzigde salaris- en loopbaangegevens, gegenereerd door de (maandelijkse) herzieningen van salarissen van het onderwijspersoneel. Doorheen de jaren werd er regelmatig overleg gepleegd met de diensten van de RSZ om knelpuntdossiers te bespreken. Dat was ook het geval in 2019.
RIZIV Vanaf 2018 overleggen AGODI en AHOVOKS regelmatig met de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) om de verplichte e-ASR30 voor de sector Uitkeringen voor de onderwijspersoneelsleden te realiseren. In 2019 ging de samenwerking onverminderd door.
FOD Financiën Als financierende en subsidiërende overheid heeft AGODI tegenover de Federale Overheidsdienst Financiën (FOD) een aantal opdrachten die vergelijkbaar zijn met die van een werkgever. Naast het correct toepassen van de regelgeving van de FOD Financiën, bijvoorbeeld op het vlak van de bedrijfsvoorheffing, bezorgt AGODI ook heel wat informatie.
29 30
Zie ook Project e- ASR voor school (secretariaten) Zie ook Project e- ASR voor school (secretariaten)
AGODI jaarverslag 2019
163
- Aan de FOD Financiën bezorgt AGODI een samenvattende staat betreffende de inkomsten van het voorbije jaar. Dat gebeurt via de applicatie Belcotax-on-web (BOW). Deze aangifte moet door AGODI twee keer per jaar gebeuren, telkens vóór eind februari en vóór eind juli. - Na elke aangifte bezorgt AGODI ook de respectievelijke fiscale documenten aan alle personeelsleden van het Vlaamse onderwijs waarvoor een aangifte via BOW gebeurde. Het gaat meer bepaald om de fiches 281.10, 281.12, 281.14 en 281.18. - Op 31 oktober en op 31 december bezorgt AGODI aan de personeelsleden die daarvoor in aanmerking komen, een (negatief) attest 281.25. Tegelijkertijd krijgt de FOD Financiën deze gegevens ook via Belcotax-on-Web (BOW). - Terugvorderingen met betrekking tot een voorgaand fiscaal jaar gebeurden tot en met de maand juli 2018 al netto (in plaats van bruto-belastbaar). Door de aangepaste instructies van de FOD Financiën gebeuren dergelijke terugvorderingen vanaf augustus 2018 ook netto wanneer de regularisatie van het salaris plaatsvindt in de maanden augustus tot en met december. Jaarlijks verzorgt AGODI een update van de elektronische gegevensuitwisseling met de FOD Financiën. Dit is nodig door de steeds wijzigende technische specificaties.
Federale Pensioendienst (FPD) Binnen de Federale Pensioendienst is de groep van gepensioneerde personeelsleden uit het onderwijs een belangrijke groep. AGODI heeft de wijzigingen in de pensioenregelgeving voor het onderwijspersoneel opgevolgd en het toekennen van de eigen uitstapregelingen daarop afgestemd. Met de diensten van de FPD wordt er nauw samengewerkt voor het meedelen van de pensioendatum van personeelsleden die wensen gebruik te maken van een uitstapregeling. Medewerkers van AGODI nemen regelmatig deel aan de infosessies en opleidingen van de FPD.
Controleorgaan ziektecontrole Het Ministerie van Onderwijs werkt met een firma samen voor de ziektecontroles. Dat gebeurt op basis van een contract dat telkens gegund wordt voor een periode van enkele jaren. De concrete inhoud van de opdracht, namelijk het uitvoeren van ziektecontroles bij het personeel uit het onderwijs, is telkens in detail opgenomen in het contract. Na een openbare aanbesteding werd het contract begin 2019 voor vier jaar opnieuw gegund aan de firma ‘Certimed'. De manier van uitvoeren wordt opgevolgd door de stuurgroep ‘controle ziekteverlof onderwijspersoneel’ die driemaandelijks vergadert. Tijdens het overleg wordt de opmaak van het rapport ‘afwezigheden wegens ziekte'31 besproken, een rapport dat in de loop der jaren gevoelig is uitgebreid. Zo biedt het verslag interessante gegevens voor het beleid. Ook bijsturingen qua procedures komen aan bod, evenals klachten van personeelsleden of scholen over de manier van werken. Ten slotte volgt de stuurgroep het budget voor ziektecontrole op. In totaal was er voor ziektecontrole in 2018 een budget van 880.000 euro.
31
164
Zie ook Het rapport afwezigheid wegens ziekte onderwijspersoneel
AGODI jaarverslag 2019
2
Samenwerking op vlak van Onderwijs met de Franse gemeenschap In 2018 legde AGODI het eerste contact met de Franse Gemeenschap van België (CFWB). Het initiële doel van die samenwerking was via een netwerk van collega’s van de beide gemeenschappen kennis uit te wisselen rond onze kernopdrachten. In 2019 ging specifieke aandacht naar het versterken van de samenwerking en kennisuitwisseling met de collega’s van de Franse Gemeenschap van België. Omdat een dergelijke samenwerking een win-winsituatie is voor beide gemeenschappen, stelt AGODI zich tot doel de kennis zo breed mogelijk te delen binnen het beleidsdomein. Vragen van het CFWB die buiten de scope van AGODI vallen, stromen daarom ook efficiënt door naar de andere entiteiten van ons beleidsdomein. Over de geplande sessies in het najaar 2019 werd gerapporteerd aan het Managementcomité OV. In 2019 organiseerde AGODI negen ontmoetingen met het CFWB: - Ontmoeting coördinatoren CFWB en AGODI - Discimus: open services met scholen - Opzet en krachtlijnen Pacte D’excellence - Hervorming secundair onderwijs - Ontmoeting leidend ambtenaren AGODI en CFWB - Kleuterparticipatie - Lerarentekort: réforme de la Formation Initiale en la formation en cours de carrière en Fédération - Digitaliseren dienstverlening van AGODI - Ontmoeting leidend ambtenaren Onderwijsinspectie en Inspectie CFWB
Samenwerking met het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Tussen het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en AGODI is er in 2009-2010 een vertrouwelijkheidscontract afgesloten. Met dit vertrouwelijkheidscontract kon AGODI zorgwekkende dossiers problematische afwezigheden van leerlingen die in Nederland wonen en in België naar school gaan, doorgegeven aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Deze dienst kon de dossiers dan doorgeven aan de bevoegde leerplichtambtenaar. Op zijn beurt kon DUO ook spijbeldossiers van leerlingen die in België wonen en in Nederland naar school gaan doorgeven aan AGODI. Deze gegevensuitwisseling is echter stilgevallen. Er worden opnieuw stappen gezet om het vertrouwelijkheidscontract te actualiseren. Tijdens het schooljaar 2018-2019 werden er geen zorgwekkende dossiers uitgewisseld tussen AGODI en DUO. Grensoverschrijdende samenwerking Na het eindigen van het Interreg IV project Tendenzen zonder grenzen bleef AGODI ook in 2019 de grensoverschrijdende samenwerking opvolgen en het Werkservicepunt Grensarbeid Zeeuws-Vlaanderen ondersteunen wanneer een behoefte ontstaat. Daarnaast werkte AGODI in 2019 (op vraag van het Algemeen Nederlands Vlaams Verbond) ook mee aan de eerste Interlimburgse onderwijsdag te Maastricht. De AGODI-academie nam samen met CAOP de organisatie van een workshop ‘De arbeidsmarkt onderwijs in Vlaanderen en Nederland’ op zich. Een samenwerking die ook in 2020 wordt verdergezet.
AGODI jaarverslag 2019
165
AGODI ondersteunde in 2019 de taskforce Lerarentekort en leverde een actieve bijdrage tijdens het trilateraal overleg Vlaanderen-Nederland-Noord-Rijn Westfalen in Utrecht en DĂźsseldorf. Een actieplan voor de aanpak van het lerarentekort werd opgesteld en aan de minister bezorgd.
Samenwerking met Unie Sociale Secretariaten AGODI is sinds 2018 lid van de Unie van Sociale Secretariaten. Deze unie verenigt en is de spreekbuis van de erkende sociale secretariaten in BelgiĂŤ. De USS ijvert voor een eenvoudige toepassing van sociale regelgeving voor werkgevers en pleit voor administratieve vereenvoudiging en rechtszekerheid bij de uitvoering van diverse overheidsmaatregelen.
166
AGODI jaarverslag 2019
3
AGODI jaarverslag 2019
167
Hoofdstuk 3 Innovatie in de dienstverlening
Innovatie in de dienstverlening Lastenverlaging Project e-ASR voor de schoolsecretariaten ASR WECH (Werkloosheid/ChĂ´mage) Sinds 1 september 2017 staat AGODI in voor de elektronische Aangifte Sociaal Risico (e-ASR) m.b.t. deeltijdse werkloosheid voor de personeelsleden in het onderwijs. Vanaf dan moeten de schoolbesturen (in de praktijk de administratief medewerkers) niet langer maandelijks voor meerdere personeelsleden een aantal (papieren) formulieren invullen. Het is voldoende dat een school een keer per schooljaar aan AGODI meldt voor welke personeelsleden er aangiftes moeten gebeuren. Het melden gebeurt via een eenvoudige elektronische zending bij de start van de eerste deeltijdse tewerkstelling in het onderwijs. Eens de melding gebeurd is, zorgt AGODI wekelijks of maandelijks (afhankelijk van het soort aangifte) voor de nodige elektronische aangiftes. Het project ASR zorgde voor een dubbele vernieuwing: AGODI heeft de werkgeversverplichting overgenomen van de schoolbesturen en de aangiftes gebeuren nu elektronisch. Dat heeft gezorgd voor een planlastvermindering bij de schoolsecretariaten (operatie TARRA) en voor kwaliteitsvollere aangiftes. In 2018 en in 2019 werd de e-ASR toepassing verder verfijnd n.a.v. een aantal opmerkingen en bijkomende vragen van de uitbetalingsinstellingen (de vakorganisaties en de Hulpkas voor de Werkloosheidsuitkeringen) en van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Het aanbieden van de pdf-afschriften via Mijn Onderwijs: Personeel is voorzien voor begin 2020. ASR ZIMA (Ziekte/Maladie) In 2018 werden de eerste verkennende stappen gezet voor een nieuw onderdeel van e-ASR, namelijk voor de sector Uitkeringen. Het gaat over de documenten die de schoolsecretariaten invullen voor de personeelsleden die een uitkering moeten aanvragen bij het ziekenfonds. Bij bijvoorbeeld een tijdelijk personeelslid dat met bevallingsverlof gaat of onbezoldigd ziek is. Bedoeling is om ook daar in te zetten op een planlastvermindering voor de scholen en op kwaliteitsvollere aangiftes. In 2019 is het project op kruissnelheid gekomen qua analyse en bouw. Vanaf 1 juli 2020 zal AGODI de werkgeversdocumenten elektronisch aan de ziekenfondsen bezorgen. Voor dat project werkt AGODI nauw samen met de ziekenfondsen en het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
170
AGODI jaarverslag 2019
3
Project Discimus Discimus vormt de basis van alle processen die werken op actuele inschrijvingsen afwezigheidsgegevens zoals het berekenen van de omkadering en de toelagen, het controleren van de leerplicht, de informatie voor de CLB’s, de schooltoelagen, de kinderbijslagfondsen ... Het project Discimus maakt het constant uitwisselen van leerlingengegevens tussen de scholen, de centra en AGODI mogelijk. Zodra een school of centrum bepaalde leerlingengegevens inbrengt of verandert in het softwarepakket, wordt de informatie onmiddellijk toegevoegd of veranderd in de databank van AGODI. Daardoor kunnen scholen en centra direct en op elk tijdstip controleren over welke leerlingengegevens AGODI beschikt. Als het nodig is, kunnen scholen en centra snel ingrijpen en bepaalde gegevens aanpassen. Omgekeerd ontvangen scholen ook op een vlotte en snelle manier leerlingengegevens die opgenomen zijn in de databank van AGODI. Een dergelijke werkwijze zorgt voor een grotere rechtszekerheid bij scholen en leerlingen. Sinds het introduceren van Discimus, worden steeds meer gegevens met de scholen rechtstreeks via webservices uitgewisseld. Ook beheert AGODI deze gegevens via het platform. Vanaf het schooljaar 2015-2016 gebeurt de verificatie van de leerlingengegevens 100% op Discimus. In 2019 zorgden we ervoor dat dat ook zo gebeurt voor het deeltijds kunstonderwijs. AGODI voerde ook de nodige analyses uit om de verificatie van de inschrijvingen in de internaten te laten gebeuren via Discimus. De eigenlijke implementatie gebeurt tegen de teldag van 1 februari 2020. Voor de integratie van de toepassing anderstalige nieuwkomers in Discimus gebeurde de analyse al. De eigenlijke implementatie wordt gepland in 2020. Vanaf 1 september 2019 is de registratie van de definitieve uitsluitingen (tuchtmaatregel) in het secundair onderwijs uitgebreid naar het basisonderwijs. Naast de definitieve uitsluitingen registeren de scholen vanaf dan ook de andere tuchtmaatregelen (tijdelijke uitsluiting en preventieve schorsing) voor zowel basis- als secundair onderwijs. Tot nu toe maakten de scholen voor de registratie van de aan-en afwezigheden in Discimus gebruik van 23 verschillende codes. In het nieuwe registratiesysteem zijn dat er nog maar zeven. De nodige aanpassingen in Discimus werden uitgevoerd. De nieuwe manier van registreren ging in vanaf 1 september 2019. De invoering van het duaal leren bracht een aantal IT-wijzigingen met zich mee. Van de leerlingen Syntra duaal worden naast de inschrijvingsgegevens vanaf schooljaar 20192020 méér gegevens uitgewisseld (dezelfde als die voor inschrijvingen uit het DBSO). Voor inschrijvingen duaal moet namelijk vanaf schooljaar 2019-2020 omkadering en werkingsmiddelen berekend worden. De leerlingengegevens in Discimus werden daarom ook naar het mainframe doorgestuurd, want het is daar dat die berekening van omkadering en werkingsmiddelen gebeurt. Die systemen werden tijdig aangepast. In 2019 werden de inschrijvingen Syntra duaal geïntegreerd. Meer bepaald gebeurden er aanpassingen aan de systemen voor verificatie, de onderwijsbevoegdheid en de toelatingsvoorwaarden. De inschrijvingen van leerlingen duaal en DBSO worden op regelmatige basis doorgegeven aan Syntra Vlaanderen.
AGODI jaarverslag 2019
171
Ten slotte werden de aanpassingen en uitbreidingen aan Discimus onderzocht voor het ondersteuningsmodel voor de kleinere types (2, 4, 6 en 7). In 2018 gebeurden er al aanpassingen aan Discimus zodat de Edison-zending Internaten kon afgeschaft en vervangen worden door webservices. In de loop van 2019 werden de EDISON-berichten voor internaten afgebouwd. In de loop van schooljaar 2019-2020 wordt een toepassing voor de verificatiedienst voor internaten gerealiseerd.
Zoveel mogelijk informatie digitaal Volledig digitale personeelsdossiers AGODI streeft naar 100% digitale werking. Daarvoor scant AGODI de resterende, zowel inkomende als uitgaande, papieren documenten en koppelt die aan het elektronisch personeelsdossier en aan de agenda van de individuele medewerkers. Ondertussen biedt AGODI de scholen ook de mogelijkheid om hun documenten ter plaatse te scannen en via mail te bezorgen. AGODI werkt daarvoor met een permanent beheerde centrale mailbox: documenten.onderwijspersoneel@ond.vlaanderen.be. Scholen kunnen zo besparen op verzendingskosten en bovendien tijdswinst boeken. Tabel 1: aantal inkomende mails in de centraal beheerde mailbox 2017
2018
2019
Evolutie t.o.v. 2018
97.042
108.861
112.004
2,88%
Tabel 2: aantal documenten digitaal in de personeelsdossiers opgeslagen 2017
2018
2019
Evolutie t.o.v. 2018
Papieren documenten
91.725
82.427
81.297
-1,37%
Elektronische documenten (documenten + e-mailverkeer)
205.815
235.117
232.145
-1,26%
Totaal
297.540
317.544
313.442
-1,29%
Naast de elektronische documenten die scholen aan AGODI bezorgen, wordt ook relevant e-mailverkeer tussen de school en AGODI aan het digitale personeelsdossier toegevoegd. In 2019 werden 313.442 documenten digitaal in de personeelsdossiers opgeslagen: 232.145 elektronische documenten (of 74%) en 81.297 papieren brieven (of 26%). Dat sluitstuk qua digitalisering draagt bij tot een efficiĂŤntere werking van AGODI. Inkomende documenten worden onmiddellijk gedigitaliseerd en gekoppeld aan de agenda van de dossierbeheerder. Zo kunnen dossierbeheerders meer dan vroeger dringende dossiers voor de eerstvolgende maandbetaling afhandelen.
172
AGODI jaarverslag 2019
3
Het documentmanagementsysteem (DMS) laat het centraal beheren van een personeelsdossier toe, ongeacht het onderwijsniveau waar een personeelslid is aangesteld. Dat verhoogt de klantvriendelijkheid. Bij een vraag over een dossier kan een medewerker onmiddellijk het volledige dossier (met inbegrip van documenten over eventuele arbeidsongevallen) consulteren. Ook als een dossierbeheerder afwezig is, kunnen collega’s de dossiers gemakkelijk opvolgen. Dat verhoogt de bedrijfszekerheid en de transparantie van de dossierafhandeling. Door het digitaliseren van de personeelsdossiers kunnen medewerkers in de werkstations plaatsonafhankelijk werken. Dossiers kunnen geraadpleegd worden zonder fysiek opzoekwerk. Bovendien slaagt AGODI er zo in om de kantoorruimte efficiënter te gebruiken. Dat project komt ook tegemoet aan de doelstelling ‘duurzame overheid'. Vermijden van het dubbel opvragen: LED als authentieke bron Bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2017 werd de Leer- en ervaringsbewijzendatabank (LED) erkend als authentieke bron voor de toetsing van bekwaamheidsbewijzen. Dat impliceert dat het ministerie geen kopieën van studiebewijzen meer mag opvragen aan de schoolsecretariaten voor de personeelsleden die zij in dienst melden. Het ministerie haalt die studiebewijzen rechtstreeks op uit de LED. Voor een aantal ambten van het basisonderwijs gebeurde dat al sinds 1 september 2018. Die werkwijze is vanaf 1 maart 2019 veralgemeend voor alle ambten van alle onderwijsniveaus. De databank wordt progressief opgebouwd en bevat daardoor alleen voor vrij recent afgestudeerde personeelsleden volledige informatie. Qua volledigheid zijn er bovendien verschillen afhankelijk van het onderwijsniveau waarin het bekwaamheidsbewijs is behaald. Wat het hoger onderwijs betreft is LED volledig bruikbaar en betrouwbaar voor studiebewijzen behaald vanaf 1 september 2010. Voor studiebewijzen behaald in het volwassenenonderwijs is die zekerheid er vanaf 1 september 2015. Concreet sturen de schoolsecretariaten vanaf 1 maart 2019 geen kopieën van studiebewijzen en van eventueel bijhorende diplomasupplementen op, tenzij het studiebewijs uitgereikt is vóór 1 september 2010 of vóór 1 september 2015 wanneer het gaat om een studiebewijs behaald in het volwassenenonderwijs. Voor een beperkt aantal bekwaamheidsbewijzen die sowieso niet in de LED worden opgenomen, zoals niet-Vlaamse studiebewijzen, sommige levensbeschouwelijke bekwaamheidsbewijzen of attesten van taalkennis, vraagt het werkstation een kopie op bij het schoolsecretariaat . Voor de interface tussen LED en EPD wordt gebruik gemaakt van de het MAGDA-platform (Maximale GegevensDeling tussen Administraties). Via dat beveiligd platform worden de studiebewijzen opgehaald uit LED en opgeladen in EPD, waar ze via agendapunten aangeboden worden aan de dossierbeheerders. Een ingebouwde filter zorgt ervoor dat alleen nuttige studiebewijzen opgeladen en aangeboden worden. In de periode van 1 september 2018 tot 1 maart 2019 hebben de dossierbeheerders op die manier 3.982 studiebewijzen rechtstreeks kunnen verwerken, zonder tussenkomst van de schoolsecretariaten. Sinds de veralgemening vanaf 1 maart 2019 is dat aantal gestegen tot 16.959.
AGODI jaarverslag 2019
173
Project E-Formulieren Het Management ComitĂŠ besliste dat Adobe AEM een van de formulierenstandaarden binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt. Na deze beslissing werd op het Kenniscentrum budget voorzien. Proefproject: E-formulier arbeidsongevallen De aangifte van de arbeidsongevallen in Publiato is een federale verplichting. Via de Sociale Zekerheidsapplicatie krijgen MEDEX en FEDRIS de aangiftegegevens van een arbeidsongeval. In 2019 onderzocht AGODI in welke mate de dossierbehandeling in de dienst arbeidsongevallen kan worden geautomatiseerd. Met het oog op het automatiseren van de registratie van een arbeidsongeval, werd in 2019 een voorbereidende analyse uitgevoerd. Het ging specifiek over het aanmaken van een e-formulier en Robotic process automation (RPA). De businessanalyse werd afgewerkt in 2019. Digitalisering van instellingendossiers
Verder uitbouwen van Mijn Onderwijs AGODI werkte mee aan de verdere ontwikkeling van Mijn Onderwijs, een project van het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Mijn Onderwijs was in eerste instantie een portaal voor instellingen en leerlingen; met Mijn Onderwijs: Personeel kwam er ook een portaal voor de onderwijspersoneelsleden.
Mijn Onderwijs Op Mijn Onderwijs kunnen scholen verschillende gegevens en documenten terugvinden. Ze vinden er een maandelijks salarisoverzicht, een overzicht van de vervangingen voor korte afwezigheden (VKA’s), dienstbrieven, doorlichtingsverslagen ... In 2018-2019 lanceerde het agentschap enkele nieuwe tools: een monitor voor het lerarenplatform en een monitor voor de niet-ingevulde vervangingen. Lerarenplatform De afdeling ICT heeft samen met de personeelsafdelingen van AGODI een monitor Lerarenplatform gebouwd. Dankzij die monitor kunnen directies en secretariaatsmedewerkers voor hun samenwerkingsplatform het inzetbaarheidspercentage van het lerarenplatform bekijken en opvolgen Ze vinden er ook een overzicht van alle aanstellingen en vervangingsopdrachten in hun eigen school. Een instructiefilmpje ondersteunt het gebruik van de monitor. Niet-ingevulde vervangingen (NIV) Scholen van het basis- en secundair onderwijs kregen vanaf het schooljaar 2018-2019 de mogelijkheid om niet-ingevulde vervangingen in bepaalde gevallen om te zetten in vervangingseenheden. Die kunnen ze opsparen en later tijdens het schooljaar aanwenden om tijdelijke personeelsleden betere tewerkstellingsmogelijkheden te bieden. De monitor niet-ingevulde vervangingen (NIV) geeft alle scholen een overzicht van de opgebouwde en aangewende vervangingseenheden. AGODI maakte ook voor deze monitor een instructiefilmpje om de secretariaatsmedewerkers en directies te ondersteunen. 174
AGODI jaarverslag 2019
3
Mijn Onderwijs: Personeel Mijn Onderwijs: Personeel kreeg in 2019 vorm dankzij de personeelsafdelingen, de afdeling AOP en de afdeling ICT. Personeelsleden konden in 2019 voor het eerst deze documenten op het portaal terugvinden: - hun salarisbrief - het aanvraagformulier voor de vakbondspremie - hun fiscale fiche(s) In 2019 bereidde het agentschap zich ook al voor op enkele nieuwigheden voor in 2020. Zo werd er een documententoepassing gemaakt dat ervoor zorgt dat documenten gemakkelijk op Mijn Onderwijs: Personeel aangeboden kunnen worden. Die documententoepassing zal haar eerste nut bewijzen bij de afschriften van de elektronische aangifte sociaal risico (e-ASR). Later zal het ook gebruikt kunnen worden bij het aanbieden van een digitaal loopbaanoverzicht. Ook de voorbereidende analyses voor het opvragen van een mailadres en voor het aanmaken van een individuele jaarrekening werden in 2019 gerealiseerd. Digitale salarisbrief De geschiedenis van een digitale salarisbrief dateert al van voor 2016. Op dat moment bood het agentschap haar salarisbrieven voor een beperkt deel van het onderwijspersoneel aan via Zoomit, terwijl ze ook nog een papieren salarisbrief bezorgde. In 2016 werd beslist om de salarisbrief op een eigen platform aan te bieden om zo alle onderwijspersoneelsleden te kunnen bereiken. In dat jaar startte de bouw van een webapplicatie. In september 2017 was de webapplicatie klaar en lanceerde AGODI ‘Mijn Onderwijs voor onderwijspersoneel’. Personeelsleden konden op die website voor de eerste keer hun salarisbrief op webpagina’s en in pdf-vorm raadplegen. De salarisbrieven kregen op dat moment een totale makeover. Met de bouw van Mijn Onderwijs: Personeel werd de voormalige ‘Mijn Onderwijs voor onderwijspersoneel’ geïntegreerd in de nieuwe website. Dat betekende dat de website waarop de salarisbrieven gepubliceerd werden, mee opgenomen werd in de nieuwe Mijn Onderwijs: Personeel. In 2019 werden de eerste stappen genomen om de website waarop de salarisbrieven gepubliceerd worden, dezelfde ‘look and feel’ te geven als Mijn Onderwijs: Personeel zelf. In 2020 zal de website met de salarisbrieven hetzelfde uiterlijk hebben als de beginpagina van Mijn Onderwijs: Personeel. AGODI behoudt de mogelijkheid om papieren salarisbrieven te blijven ontvangen, op uitdrukkelijke vraag van een personeelslid. Slechts 2% van de onderwijspersoneelsleden ontvangt nu nog een papieren salarisbrief.
AGODI jaarverslag 2019
175
Efficiëntieverhoging Salarisadministratie Langetermijnvisie elektronisch personeelsdossier (EPD) Het EPD is een strategische toepassing voor AGODI. Het computerprogramma EPD verzamelt alle gegevens van meer dan 180.000 personeelsleden van het onderwijs en verwerkt automatisch parameters om de salarisbetaling vast te stellen. Via een interface komen de parameters nadien terecht in het salarissysteem voor het berekenen van het salaris. Het EPD werd gebouwd in de periode 1990-1994 en in productie genomen in september 1995. De toepassing functioneert nog altijd goed, maar AGODI wil toch een pad uittekenen voor de toekomst ervan. Enerzijds is het onzeker of de onderliggende technologie op langere termijn nog zal ondersteund worden en of er nog voldoende personeel zal zijn die met deze technologie kan werken. Anderzijds zijn er doorheen de tijd nieuwe noden bijgekomen waardoor de vraag naar de bouw van nieuwe toepassingen, de aanpassing of uitbreiding van het huidige EPD gesteld moet worden. Een externe audit van het huidige EPD werd door Price Waterhouse Coopers (PWC) afgerond in december 2018. De drie voorgestelde scenario’s voor de vervanging van het huidige EPD werden in de maanden mei en juni 2019 verder onderzocht. Meer bepaald voor het scenario om te werken met een bestaand HRM-pakket, werd vergaderd met Vlimpers, Securex en Persopoint om zo een beter zicht te krijgen op het gebruik van een HRM-tool binnen een personeelsadministratietool. In december 2019 werden binnen AGODI interne werkgroepen geïnstalleerd om de huidige en toekomstige businessprocessen binnen het EPD te beschrijven. Het toekomstig EPD moet de optimalisatie van de interne verwerking verhogen. Voor de scholen en leerkrachten moet ook de transparantie van (en toegang tot) data en communicatie met externe stakeholders verhogen. Die optimalisatie zal zorgen voor minder fouten en eenvoudigere processen. In elk geval zal de vernieuwing van het EPD een serieuze inspanning (doorlooptijd, impact op de organisatie) en een significante investering vragen. De evaluatie van de studie toont aan dat geen van de drie scenario’s op een eenvoudige manier kan geïmplementeerd worden. Dit zal een zware investering vergen maar is absoluut noodzakelijk voor de bedrijfscontinuïteit en om verdere stappen te kunnen zetten naar een modernere bedrijfsvoering. Het zal ook toelaten een betere en uitgebreidere dienstverlening te realiseren naar scholen en personeelsleden toe. Roadmap Déclaration Multifunctionelle – Multifunctionele Aangifte (DMFA) De instellingen van de sociale zekerheid voeren een meerjarenprogramma uit om de formulieren te vervangen door elektronische gegevensstromen. Een daarvan is de Déclaration Multifunctionelle – Multifunctionele Aangifte (DMFA ). AGODI voert die digitale aangifte uit sedert 2003, maar ondertussen is die stelselmatig uitgebreid, o.a. met de CAPELO-aangifte (gegevens voor de pensioenberekening). Hierdoor werkt de module niet meer optimaal en is er een roadmap uitgewerkt om het probleem weg te werken.
176
AGODI jaarverslag 2019
3
In 2017 werd de roadmap DMFA deels uitgevoerd. In het project ASR werd een bouwsteen ‘onderwijstewerkstellingen' gemaakt. Die bouwsteen is bedoeld als gemeenschappelijk platform voor gegevensuitwisselingen tussen AGODI en de RSZ op basis van de gegevens in het personeelsdossier. De DMFA-applicatie is al jaren in gebruik. Aanpassingen zijn nog steeds nodig wanneer het glossarium van de RSZ wijzigt. Voorts is de applicatie uitgerust met alle nodige functionaliteiten behalve voor de weddebijslag. DMFA maakt tewerkstellingen aan op basis van aangeleverde informatie uit het EPD en VSS. Met de uitbreiding van de pensioengegevens in 2011 werd de aangifte aanzienlijk complexer. In de DMFA-applicatie werden de bijkomende functionaliteiten voor Capelo ingebouwd (uitgezonderd de weddebijslag). Het opzet van de ontsluiting bleef evenwel ongewijzigd. Het project had als doel om beter te beantwoorden aan de specifieke informatiebehoeften van het DMFA. Concreet wil dat zeggen: meer flexibiliteit voor het verzenden van de wijzigende aangiften, meer geautomatiseerde en daardoor efficiëntere opvolging van de manuele aanvragen, een performantere en relevantere selectie van de te behandelen stamboeknummers, een tijdige en correcte aangifte verzekeren, een correcte facturatie garanderen, een efficiëntieverhoging van de verwerking van de aangiftes en het maximaal verminderen van het aantal foutieve of onvolledige aangiften. Er is ook een impact op de pensioenberekening. De aanpassingen zullen in toekomst flexibeler kunnen verlopen. Voordeel van alle aard (VAA) op taksfiche Veel hogescholen, maar ook andere onderwijsinstellingen, kennen aan hun personeelsleden bepaalde voordelen toe: het gebruik van een laptop, een smartphone, een auto … Die voordelen, in het fiscaal jargon ‘voordelen van alle aard' of ‘VAA' genoemd, moeten aan de RSZ en de fiscus aangegeven worden. Scholen doen hiervoor meestal een beroep op een sociaal secretariaat of proberen zelf deze complexe administratie uit te voeren. AGODI wil zijn dienstverlening naar de scholen toe uitbreiden door het verwerken van VAA op zich te nemen. Het doel is dat de scholen de basisgegevens dan opsturen via WebEdison webservices. AGODi zorgt dan voor het correct doorgeven van die data aan de RSZ (via de DMFA-aangifte) en aan de fiscus (via de fiscale aangifte). Die werkwijze zorgt voor een uniforme toepassing voor het hele onderwijsveld. In 2017 deden we hiervoor het nodige voorbereidende onderzoek. In 2018 werd de businessanalyse gemaakt voor het project VAA. Dat project moet ervoor zorgen dat AGODI kan instaan voor de juiste afhandeling (fiscaal en sociaal) van het toekennen van een voordeel van alle aard, bijvoorbeeld een bedrijfswagen of een laptop. Het project komt er voornamelijk op vraag van de hogescholen. In 2019 werd de functionele analyse door de interne analisten van AGODI uitgevoerd en werden er afstemmingsvergaderingen georganiseerd met HB+. Doel is dat de opgeleverde producten uiterlijk tegen 1 januari 2021 gebruiksklaar zijn.
AGODI jaarverslag 2019
177
Moderniseren gegevensuitwisseling met scholen via webservices In 2018 werd onderzocht hoe we de toegankelijkheid van de webservices via Mijn Onderwijs voor de scholen verder kunnen verbeteren. Op die manier verminderen we de afhankelijkheid van de schooladministratiepakketten en kunnen scholen ten volle gebruik maken van onze aangeboden dienstverlening. Er is een plan van aanpak gemaakt, dat afgestemd werd tussen Domein Instellingen en Leerlingen en Domein Personeel. In 2019 werd dat document gefinaliseerd. In 2019 werd ingezet op de aanpassingen en uitbreidingen die aan Discimus moeten gebeuren voor het ondersteuningsmodel van de kleinere types (2, 4, 6 en 7 (auditief)). Er komen onder andere nieuwe webservices voor de uitwisseling met scholen over wie waar wordt begeleid. Ook worden nieuwe schermen voor de verificateurs, feedbackrapporten en berekeningen ontwikkeld. De aanpassingen aan Discimus, zodat de Edison-zending Internaten kon afgeschaft worden en vervangen door webservices, werden eerder gerealiseerd eind 2018. In de loop van 2019 werden de EDISON-berichten voor internaten afgebouwd. In de loop van schooljaar 20192020 wordt een toepassing voor de verificatiedienst voor internaten gerealiseerd.
Evolutie gebruik Edison-webservices van oktober 2018 tot en met december 2019 In oktober 2018 verstuurden 13% van de scholen zendingen via de Edison-webservices. In december 2019 was het gebruik gestegen naar 82% van de scholen. Figuur 1: procentueel gebruik van de Edison-webservices door scholen
90 80
70
66
70 60
73
71
70
69
80
76
82
81
79
51
50 40 30 20
13
10 0 20 /1
19 2
1
/1
9
0 /1
19
20
19
20
/0
6
5
/0
4 /0
/0
19
20
19
20
19
20
3
/0
2
/0
19
20
19
20
1
2 /1
1 /1
/0
19
19
20
20
18
20
18
0 /1 AGODI jaarverslag 2019
20
18
20
178
3
Processen automatiseren en bedrijfszeker maken Het project ‘Automatiseren terugvorderingen PWB/detacheringen' AGODI betaalt de salarissen uit voor heel wat personeelsleden die een aanstelling hebben in het onderwijs maar van wie de loonkost uiteindelijk door derden gedragen wordt. Het gaat o.a. over detacheringen naar verschillende organisaties, schoolbesturen, koepelorganisaties, werknemersorganisaties ... Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat schoolbesturen extra personeelsleden aanwerven op het werkingsbudget (PWB). Ook voor hen wordt de volledige loonkost later teruggevorderd. Dat gebeurt tweemaal per jaar. De applicatie loonkostbepaling heeft de terugvordering van die loonkost voor een aanzienlijk deel geautomatiseerd. De bouw ervan startte in 2017. In de loop van 2018 en 2019 werd de applicatie verder verfijnd en geoptimaliseerd. De applicatie werkt met de salarisgegevens uit het salarissysteem en biedt ze aan bij de dossierbeheerders. Op basis hiervan kunnen zij de terugvorderingen aan de schoolbesturen opmaken. De salarisgegevens zijn zowel van de gedetacheerde personeelsleden als van de personeelsleden ten laste van het werkingsbudget. Mede dankzij een voorafgaande kwaliteitscontrole op basis van een proefrun, wordt ongeveer 70% van de aangeboden salarisberekeningen in het kader van PWB automatisch berekend. De overige 30% van de salarisberekeningen vraagt expliciet nazicht door de dossierbeheerders. Dat is onder meer het geval voor personeelsleden die bij meer dan een schoolbestuur zijn aangesteld. Na de berekening van de salariskost volgt voor alle dossiers de opmaak van de terugvorderingen. Project ‘Slimme aanstellingen in het onderwijs’ Op 15 juni 2018 hebben AGODI, AHOVOKS en het Agentschap Informatie Vlaanderen (AIV) een projectvoorstel ingediend bij Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI). Het projectvoorstel kreeg de naam ‘Slimme aanstellingen in het onderwijs’. In 2019 is het project effectief van start gegaan. De bedoeling van het traject in 2019 was enerzijds om uit te zoeken welke innovatieve vorm er wel mogelijk was en anderzijds om te onderzoeken of de doelstellingen ook leefden bij onze gebruikersgroepen. AGODI (en AHOVOKS) wil (willen) namelijk het administratieve proces voor aanstellingen binnen het onderwijs moderniseren. Dat verloopt nu nog via Edison-zendingen. Enerzijds is het de bedoeling om het administratieve proces te vereenvoudigen, om zo de administratieve last te verlagen. Dat kan door alle betrokkenen (de personeelsleden, de secretariaten, de inrichtende machten en de overheid) toegang te geven tot dezelfde data. Anderzijds willen we het onderwijzend personeel in het proces betrekken. Het nieuwe platform moet zo grotere transparantie bieden, fouten reduceren, het aantal tussenpersonen verminderen en de volledige controle aan het personeelslid geven voor zijn/haar gegevens.
AGODI jaarverslag 2019
179
AGODI organiseerde in 2019 vier workshops in samenwerking met Addestino. Er was een workshop voor de personeelsleden van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het hoger onderwijs en voor de softwareleveranciers. In elke gebruikersgroep werd gepeild naar de belangrijkste gebuikersvereisten vanuit de expertise van de gebruikers zelf. In elke workshop werd gewerkt met use cases: de deelnemers konden zelf use cases opstellen en die nadien een score geven. Eind 2019 bezorgde Addestino de resultaten van die workshops. Uit de bevraging blijkt dat er vooral nood is aan een centrale database en een interface voor tweerichtingsverkeer. Zo kunnen scholen zowel informatie delen als opzoeken. Dat is handig, zodat scholen niet telkens opnieuw de gegevens moeten doorsturen bij de schoolverandering van een leraar en zelf ook gegevens kunnen opvragen. Ook zou het nuttig zijn als leraren eenmalig de nodige documenten kunnen opladen in Mijn Onderwijs: Personeel en dat die daarna telkens kunnen hergebruikt worden. De resultaten komen overeen met de doelstellingen. In 2020 zal het traject verder uitgewerkt worden.
AGODI als databron Het uitwisselen van data met andere overheidsinstanties (RSZ, Financiën, kinderbijslagfondsen …) behoort tot de operationele taken van AGODI. In 2019 is het Groeipakket (vernieuwde kinderbijslag) van start gegaan. In de uitrol hiervan kunnen zij rekenen op kwaliteitsvolle onderwijsdata. AGODI leverde in 2019 ook data voor onderzoeken van universiteiten en hogescholen. Ook andere overheidsinstanties deden een beroep op data van AGODI voor beleidsondersteuning. De lokale besturen, koepels en het gemeenschapsonderwijs gebruiken al jaren gegevens van AGODI om hun werking te ondersteunen. AGODI heeft daarin een sterke reputatie opgebouwd waarop het onderwijsveld kan rekenen. Zo wordt een hele administratieve last bij de scholen weggenomen en door AGODI gegarandeerd. AGODI bezit een schat aan gegevens over instellingen, leerlingen en personeel. Sinds geruime tijd vormen die gegevens de input voor de databank van het volledige beleidsdomein, het Data Warehouse. Ook in 2019 werkte AGODI mee aan de verdere uitbouw door het engagement op te nemen om, n.a.v. de registratie van de inschrijvingen DKO op Discimus, de aanlevering van de brondata voor het Data Warehouse te verzekeren. Ook aan politiediensten levert AGODI zeer frequent gegevens over de school waarin een leerling is ingeschreven. Het is steeds in het kader van een lopend onderzoek. AGODI neemt een actieve rol op in de verdere uitbouw van het Kenniscentrum. De stuurgroep van het Kenniscentrum wordt opgenomen door het managementcomité van het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming, Het Kenniscentrum is ingebed in het informatiemanagement van het beleidsdomein waar AGODI via de vertegenwoordiging in de stuurgroep informatiemanagement en de verschillende projectgroepen een inbreng heeft.
180
AGODI jaarverslag 2019
4
Project Dataloep AGODI werkt met andere entiteiten aan het project Dataloep. Scholen krijgen met Dataloep verrijkte informatie over hun eigen leerlingengegevens op maat. Die kunnen ze gebruiken om hun schoolbeleid vorm te geven. Externen kunnen op de website statistische informatie interactief raadplegen. In juni 2019 werden nieuwe private toepassingen gelanceerd over de aanwezigheden bij niet-leerplichtige kleuters en de afwezigheden van de leerlingen in het basis- en secundair onderwijs. Met die nieuwe toepassingen krijgen scholen voor het eerst zicht op de kleuterparticipatie of de problematische afwezigheden van de leerlingen die op 30 juni van het respectievelijke schooljaar in hun school waren ingeschreven. Daarnaast werd er eveneens gestart met de bouw van een private toepassing voor CLB’s met de leerlingenaantallen en leerlingenkenmerken van de scholen waarmee ze een contract hebben. Voor het publieke luik werkte AGODI via werkgroepen mee aan het kwaliteitsvol en gebruiksvriendelijk maken van de toepassingen. Voor 2019 waren dit de publieke applicaties van oriÍnteringsattesten in het secundair onderwijs, studiebewijzen en vroegtijdig schoolverlaten.
AGODI jaarverslag 2019
181
Hoofdstuk 4 Management en organisatie
Management en organisatie Tabel 1: personeelsaantal AGODI Categorie
30-06-2017
30-06-2018
30-06-2019
Statutair
340
357
336
Contractueel
78
62
65
CODO
17
17
17
Begeleiding JoJo/VeVe
3
2
2
Begeleiding LOP
33
33
40
471
471
460
Totaal
Op 30 juni 2019 waren in totaal 460 medewerkers bij AGODI in dienst. Alle personeelsleden met wie AGODI een juridische band of tewerkstellingsrelatie had, zijn in dat aantal opgenomen, ongeacht of ze al dan niet een salaris ontvingen op dat moment. De statutaire en contractuele medewerkers vormen de grootste groep binnen AGODI. Samen met de CODO-groep realiseren zij de algemene dienstverlening. Onder de CODOgroep vallen de medewerkers met een Contract Onbepaalde duur ten laste van het Departement Onderwijs en Vorming. De overige medewerkers zijn aan de slag in het kader van het specifieke beleid rond de startbanenprojecten VeVe (Verkeersveiligheid) en JoJo (Scholen voor jongeren, jongeren voor Scholen) en het Lokaal Overleg Platform (LOP). Zowel de CODO-groep als de medewerkers ingezet voor het specifieke beleid ontvangen geen salaris uit de personeelskredieten van AGODI maar op basis van middelen uit de onderwijsbegroting. Het LOP-team werd in 2019 tijdelijk versterkt met drie administratief ondersteuners.
Verhouding statutair – contractueel personeel Tabel 2: personeelsaantal - statutair en contractueel
184
% op 30-06-2017
% op 30-06-2018
% op 30-06-2019
Aantal op 30-06-2019
Statutair
81,34%
85,20%
83,79%
336
Contractueel
18,66%
14,80%
16,21%
65
Totaal
100,00%
100,00%
100,00%
401
AGODI jaarverslag 2019
4
Leeftijdspiramide Tabel 3: personeelsaantal per leeftijdscategorie
Leeftijd
% op 30-06-2017
% op 30-06-2018
% op 30-06-2019
Aantal op 30-06-2019
Jonger dan 25
0,96%
1,43%
0,25%
1
25 tem 34
24,64%
26,73%
22,19%
89
35 tem 44
20,57%
21,72%
26,19%
105
45 tem 54
24,88%
25,06%
23,69%
95
55 en ouder
28,95%
25,06%
27,68%
111
Totaal
100,00%
100,00%
100,00%
401
AGODI heeft een grote groep oudere personeelsleden: 27,68% is 55 of ouder. De andere leeftijdsgroepen zijn vrij evenwichtig aanwezig.
Meer en meer hooggeschoolden Tabel 4: personeelsaantal per niveau
Niveau
% op 30-06-2017
% op 30-06-2018
% op 30-06-2019
Aantal op 30-06-2019
Niveau A
21,53%
21,96%
22,94%
92
Niveau B
39,95%
42,72%
43,39%
174
Niveau C
33,01%
31,26%
29,68%
119
Niveau D
5,50%
4,06%
3,99%
16
100,00%
100,00%
100,00%
401
Totaal
De cijfers weerspiegelen duidelijk het beleid gericht op het aanwerven van hooggeschoolden in het agentschap. Meer dan 65% van de personeelsleden is aangesteld op niveau B of A. In 2010 vertegenwoordigde deze groep nog maar 40% van het personeelsbestand.
AGODI jaarverslag 2019
185
Vervrouwelijking Tabel 5: personeelsaantal mannen en vrouwen Aantal vrouwen 30-06-2019
Aantal mannen 30-06-2019
%
%
Totaal
Jonger dan 25
1
0,40%
0
0,00%
1
25 tem 34
55
22,00%
34
22,52%
89
35 tem 44
73
29,20%
32
21,19%
105
45 tem 54
52
20,80%
43
28,48%
95
55 en ouder
69
27,60%
42
27,81%
111
Totaal
250
100,00%
151
100,00%
401
Vrouwen maken ondertussen 62% uit van het personeelsbestand. Ze zijn het sterkst vertegenwoordigd in de leeftijdsgroep van 35 tot en met 44 jaar en in de groep 55+. Mannen zijn het sterkst vertegenwoordigd in de leeftijdsgroep tussen 45 en 54 jaar.
Specifieke medewerkers Tabel 6: specifieke medewerkers Categorie
Personeelsaantal op 30-06-2019
CODO
17
Begeleiding JoJo/VeVe
2
Begeleiding LOP
40
Totaal
59
Tabel 7: personeelsleden budget onderwijs per leeftijdscategorie Leeftijdsgroep 30-06-2019
Begeleiding JoJo/VeVe
Begeleiding LOP
Jonger dan 25
1
2
3
25 tem 34
10
0
5
35 tem 44
2
0
7
45 tem 54
3
0
12
55 en ouder
1
0
13
17
2
40
Totaal
186
CODO
AGODI jaarverslag 2019
4
Tabel 8: personeelsleden budget onderwijs: mannen en vrouwen Geslacht 30-06-2019
CODO
Begeleiding JoJo/VeVe
Begeleiding LOP
Vrouwen
12
2
25
Mannen
5
0
15
Totaal
17
2
40
Tabel 9: personeelsleden budget onderwijs per niveau Niveau 30-06-2019
CODO
Begeleiding JoJo/VeVe
Begeleiding LOP
Niveau A
0
2
23
Niveau B
13
0
17
Niveau C
3
0
0
Niveau D
1
0
0
Totaal
17
2
40
De groep personeelsleden betaald vanuit de onderwijsbegroting is qua aantal stabiel. De CODO personeelsleden zijn overwegend jonge personeelsleden. Dat is een gevolg van de doorstroom van de meesten onder hen naar het eigen personeelskader van AGODI. Nieuwe CODO personeelsleden worden geworven op niveau bachelor. De JoJo/VeVe coördinatoren zijn net als de doelgroep van de projecten JoJo/VeVe jongeren tot 26 jaar. De groep van de LOP deskundigen daarentegen is overwegend ouder. Het gaat uitsluitend over collega’s op niveau master of bachelor.
Het personeelsplan: personeel in beweging In 2019 verlieten achttien personeelsleden het agentschap door pensionering. Zeven collega’s namen ontslag waaronder zes die al eerder met onbetaald verlof gingen en beslisten om niet terug te keren naar onze organisatie. Vier collega’s kozen voor een vorm van onbetaald verlof om elders een functie op te nemen. Er werden tenslotte ook twee contracten van tijdelijke personeelsleden niet verlengd. Hier tegenover stond een instroom van twaalf nieuwe collega’s en keerden vier collega’s terug naar AGODI na een langdurig verlof. Onder de groep van de LOP-deskundigen vertrokken vijf collega’s: een via doorstroom naar een andere afdeling binnen AGODI, twee door pensioen en twee via onbetaald verlof. Er werden zeven nieuwe LOP-deskundigen en drie tijdelijke administratieve ondersteuners geworven.
AGODI jaarverslag 2019
187
Personeelsbudget AGODI beschikte in 2019 over een personeelsbudget van 22.237.000 euro voor de uitvoering van het personeelsbeleid. Dat is het eigen personeelskrediet van AGODI. Eind 2019 was daarvan 22.039.000 euro gerealiseerd.
Diversiteit in het personeelsbeleid AGODI blijft zich inspannen om de werkvloer diverser te maken. Alle wervingsvacatures worden bekend gemaakt via de publicatiekanalen van de Vlaamse overheid, namelijk Werken voor Vlaanderen en VDAB. Ons agentschap zorgt ervoor dat de vacatureberichten altijd neutraal en toegankelijk worden opgesteld. Zowel in de oproep aan de kandidaten als op het standaard sollicitatieformulier is een diversiteitsparagraaf opgenomen. In 2019 voorzag het agentschap in negen stageplaatsen, waaronder drie BIS stages en zes plaatsen voor stagiairs-studenten. Een groot aantal onder hen heeft vermoedelijk een migratieachtergrond. Omwille van de privacy wordt deze informatie niet meer opgevraagd en/of geregistreerd. Eén stagiair heeft een arbeidshandicap. AGODI had in de zomer vijf jobstudenten in dienst. Twee vakantiejobs werden toegekend aan studenten met een migratieachtergrond, een werd toegekend aan een student met een arbeidshandicap. Alle relevante informatie m.b.t. diversiteit die wordt aangereikt door de Dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid, wordt verder verspreid. AGODI volgt het vormingsaanbod op en promoot via de meest geschikte communicatiekanalen. In 2019 werd een entiteitseigen beleidskader re-integratie ontwikkeld en goedgekeurd. Personeelsleden met een handicap of chronische ziekte worden nauw opgevolgd en geïnformeerd over verloven, registratie, ondersteunende maatregelen zoals opmaak integratieprotocol. Ook de leidinggevenden worden betrokken en geïnformeerd. Vanuit AGODI werd ook deelgenomen aan de Leerconferentie Lerend Netwerk Leeftijdsbewust Personeelsbeleid. Met de resultaten wordt verder aan de slag gegaan, onder meer in het kader van de nieuwe dienstnota PTOW, die in voege trad op 1 januari 2020.
Integriteit AGODI hecht veel belang aan een sterk uitgebouwd integriteitsbeleid. In 2019 stelde ons agentschap een integriteitsbeleidsplan op. Op basis van de resultaten van een evaluatie van het huidige integriteitsbeleid via een integriteitsborgingmodel werden in het plan een aantal acties uitgewerkt voor de periode 2020-2024. De lopende acties - zoals de dilemmatrainingen voor medewerkers met een kwetsbare functie – zetten we eveneens verder. In 2013 stelden we een eerste keer de kwetsbare functies vast. Uit de integriteitsrisicoanalyse van 2018 bleek dat een evaluatie aangewezen was. Die evaluatie gebeurde in verschillende stappen en gebruik makend van de risicoanalyses van de processen. Op basis van die evaluatie werden de kwetsbare functies binnen AGODI opnieuw gedefinieerd. 188
AGODI jaarverslag 2019
4
Vorming: meer werkvoldoening, meer kwaliteit AGODI stelde ook voor 2019 een gevarieerd operationeel vormingsjaarplan op vanuit de visie dat vorming onderdeel is van een kwaliteitsvol competentiemanagement én bron voor de persoonlijke verrijking van elke medewerker. De vaste waarden werden aangevuld met nieuwe accenten. Dit is een niet-limitatieve greep uit het gerealiseerde aanbod: - infosessies modernisering SO, uitrol duaal leren, nieuwe personeelsregelgeving - het ABC van lokale besturen: driedelig traject met werkbezoeken aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, OVSG en VVSG en het stadsbestuur van Leuven - uitwisseling AGODI-Fedasil - LOP-studiedag ‘Een LOP voor iedereen’ - dienstverlening: impactvol omgaan met moeilijke klanten - schriftelijke communicatie: Heerlijk Helder taalgebruik naar klanten en collega’s - werken met Excel, Access, Qlikview, Cognos, SharePoint, Vlimpers Leren … - welzijn en veiligheid: brandblusopleidingen, EHBO (werken met AED-defibrillator, basisopleiding) - generiek opleidingstraject voor beginnende personeelsleden over onderwijsbeleid- en onderwijsadministratie - AGODI-seminarie voor de personeelsleden van niveau A: project Slimme Aanstellingen, visie op datamanagement, de lange termijn IT-planning, een uiteenzetting over de beleidsnota door de kabinetschef, bezoek aan de tentoonstelling Dali-Magritte in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België - ICT-innovatie: API-management, machine learning essentials ... Daarnaast volgden vele personeelsleden externe studiedagen en congressen in binnenmaar soms ook buitenland.
AGODI jaarverslag 2019
189
ICT Jaarlijks een aanzienlijk ICT-budget Sinds 2018 beschikte AGODI voor het eerst over een eigen ICT-budget. In tabel 10 worden de uitgaven per soort opgesomd. Tabel 10: ICT-kredieten vereffeningskredieten AGODI Soort
2018 v
2019 v
Werkplekdiensten
304.997,73
287.989,59
Eenvoudige werkaanvragen
68.116,92
75.275,66
Licenties*
143.876,08
299.759,26
Bedrijfstoepassingen
5.574.546,25
5.860.000,00
Softwareonderhoud
1.362.000,00
1.317.999,97
Projecten
1.627.466,02
1.731.241,16
Andere
NVT
124.144,00
Totaal
9.081.003,00
9.696.379,64
8.997,00
18.620,36
Rest
* In 2019 heeft AGODI extra Qlickview licenties aangekocht. Samen met de steeds duurder wordende Microsoft licenties zorgt dit voor een stijging in de uitgaven voor licenties ten opzichte van 2018.
Tevreden klanten? Het klachtenrapport van 2019 Tabel 11: aantal klachten Klachten AGODI
190
2017
2018
2019
Ontvankelijk
35
28
93
Onontvankelijk
84
66
61
Gegronde klachten (deels of volledig)
17
18
21
Ongegronde klachten
18
10
11
Opgelost (deels of volledig)
16
18
19
Niet opgelost
1
0
2
AGODI jaarverslag 2019
4
In totaal ontving AGODI in 2019 93 klachten, waarvan 32 ontvankelijk en 61 onontvankelijk. De tabel toont dat de meeste klachten onontvankelijk zijn (= 65,59%), omdat ze niet tot de bevoegdheid van AGODI behoren (bijvoorbeeld relatie werkgever-werknemer, leerlinggerelateerde materies of de werking van de school). 65,63% van de ontvankelijke klachten is gegrond. Meestal schiet de dienstverlening te kort op vlak van ontoereikende informatieverstrekking en een te lange behandeltermijn. Die twee ombudsnormen tikken elk bij meer dan 1/3 van de gegronde klachten aan. 90,48% van de gegronde klachten geraakt opgelost. Een aantal klachten hadden direct impact op de dagelijkse werking. Zo voorzien de personeelsafdelingen vanaf mei 2019 in een jaarlijkse bevraging van de dossiers waarvan de LVVP med afloopt op het einde van het schooljaar. De dossierbeheerder zal dan de scholen inlichten waar die personeelsleden tewerkgesteld zijn, zodat zij hun personeelsleden kunnen aansporen om tijdig de aanvraag voor verlenging in te dienen. AGODI blijft verder inzetten op een heldere communicatie, klantgerichtheid en een probleemoplossende houding. Formulieren worden continu gescreend op de principes van het Heerlijk Helder taalgebruik. Ook klachten die niet de werking van het agentschap aankaarten, capteert AGODI om te reflecteren over het optimaliseren van de klantvriendelijkheid.
Meewerken aan de realisatie van de beleidscyclus: de uitvoerbaarheidstoetsen Kort na de start van Beter Bestuurlijk Beleid sloten het departement en de agentschappen van het beleidsdomein een overeenkomst af die hun samenwerking formaliseerde. Dat heeft voordelen: - De beleidsvoorstellen, beleidsaanbevelingen en dossiers zijn zo veel mogelijk gedragen door het volledige beleidsdomein. De minister krijgt voorstellen die helemaal zijn ‘uitgepraat’ binnen het beleidsdomein. - De beleidsvoorstellen en –aanbevelingen zijn haalbaar in uitvoering, zowel door/voor de agentschappen als door/voor de scholen. In de samenwerkingsovereenkomst wordt een onderscheid gemaakt tussen de ‘overlegprocedure’ en de ‘formele adviesprocedure’. De overlegprocedure is een informele samenwerking, enerzijds in werkgroepen, anderzijds tussen ‘partners’. Partners zijn collega’s die bij AGODI en het beleidsvoorbereidende departement een beleidsvoorstel of een beleidsaanbeveling opvolgen. De formele adviesprocedure: termijnen van de samenwerkingsovereenkomst Overleggen de partners van in het begin over een dossier (via een werkgroep of via overleg), dan is de maximale termijn voor het formele advies beperkt tot tien werkdagen. Alleen in dossiers die voor het eerst aan de partner worden voorgelegd zonder voorafgaand overleg bedraagt de termijn 30 werkdagen.
AGODI jaarverslag 2019
191
Ambitie 11: uitbrengen van uitvoerbaarheidstoetsen Tijdens het kalenderjaar 2019 schreef AGODI 46 uitvoerbaarheidstoetsen. 63,04% werd opgemaakt binnen de afgesproken termijn van tien werkdagen. Het agentschap schreef zelf vier beleidstoetsen. Dat wil zeggen dat AGODI zelf voorstellen doet om de regelgeving en/of omzendbrieven aan te passen. Het is dan aan het Departement Onderwijs en Vorming om op die beleidstoetsen te reflecteren.
Parlementaire vragen AGODI beantwoordde 105 schriftelijke parlementaire vragen. 73,23% van die vragen beantwoordt AGODI binnen de opgelegde termijn, wat onder de afgesproken norm van 90% ligt. Soms is die termijn wel eens te krap: omwille van een gevraagde evolutie die heel veel schooljaren teruggaat in de tijd; omwille van de combinatie van te veel indicatoren; omwille van moeilijk gestelde vragen die niet zomaar in onderzoekbare concepten vertaald kunnen worden. De schriftelijke vragen vergen vaak een operationaliseren van de gestelde vraag. Bij een aantal schriftelijke vragen doet AGODI beroep op derden (zowel extern als intern aan het beleidsdomein Onderwijs en Vorming). Die samenwerking laat zich niet steeds in het tijdscarcan vatten. Conform het Europees Statistisch Systeem voert Vlaanderen een gecoÜrdineerd statistiekbeleid zodat de kerncijfers over Vlaanderen via een portaalsite voor iedereen op hetzelfde moment vlot toegankelijk zijn. Dat garandeert correcte en gedetailleerde gegevens. Nadeel is echter dat een resem kernindicatoren pas op vastgelegde data vrijgegeven mogen worden. Door dit embargo kan AGODI een aantal schriftelijke vragen niet onmiddellijk beantwoorden. Opmerkelijke schriftelijke vragen waren o.a. het bijeen zoeken van gegevens (aantal per onderwijsverstrekker, gemiddelde grootte, evolutie, onderwijsniveau,‌) over de schoolbesturen in het leerplichtonderwijs. Voor wat betreft het leerplichtonderwijs stelde de minister een verschuiving vast naar minder schoolbesturen die wel veel meer leerlingen aansturen dan enkele schooljaren geleden. Ook bleek na analyse dat het aantal leraren in het secundair onderwijs met een vereist bekwaamheidsbewijs min of meer stabiel blijft; dit ondanks de uitdagingen die de arbeidsmarkt stelt. In 2019 stelden de Vlaamse parlementairen veel vragen over het onderwijzend personeel.
Persvragen Ons agentschap registreerde in 2019 111 persvragen. Het kan zijn dat de pers AGODI rechtstreeks contacteert of dat we vragen via het kabinet ontvangen. Veruit de meeste vragen gingen over instellingen en leerlingen, maar ook over personeel werden veel vragen gesteld. 192
AGODI jaarverslag 2019
5
Nadat AGODI de vraag beantwoordde, kregen we regelmatig een bijkomende vraag. Die bijkomende vragen zijn niet in de registratie opgenomen. Maar een vraag over een bepaald onderwerp roept na antwoord vaak twee of drie bijvragen op.
Gegevens- en informatieveiligheid In een steeds meer geconnecteerde wereld speelt de veiligheid van privacygevoelige gegevens een steeds grotere rol. AGODI heeft een set van persoonsgegevens van bijna alle leerlingen en personeelsleden van het onderwijs in Vlaanderen. Jaarlijks gaat het over 92 miljoen gegevens van leerlingen en 1.174.500 berichten over personeelsleden. Het nemen van de nodige maatregelen die de veiligheid en privacy garanderen, is een blijvend aandachtspunt. AGODI volgde in 2019 het informatieveiligheidsplan op. Dat bestond enerzijds uit recurrente taken zoals het behandelen van vragen en klachten van klanten, opvolgen van gegevensincidenten, sensibiliseren van medewerkers en adviezen verlenen over nieuwe gegevensverwerkingen. Anderzijds stonden er ook enkele specifieke projecten op de planning. Eind 2019 wou AGODI aan de hand van een proefproject in de werkstations nagaan of het werken met beveiligingsvragen een nuttig instrument kan zijn bij het beantwoorden van telefoons van onderwijspersoneelsleden. In 2020 zal AGODI dit evalueren en uitrollen binnen het agentschap. Alle data uit onze toepassingen werd in 2019 ingeschaald volgens de informatieclassificatie van de Vlaamse overheid. Die classificatie voorziet in een systeem dat breed inzetbaar is en een basis biedt bij de keuze van beveiligingsmaatregelen, rekening houdend met de context van een bepaalde dataset en rekening houdend met diverse wet- en regelgeving rond gegevensbescherming. De toepassing DISCIMUS werd volledig gescreend op vlak van data at rest, data in motion, auditeerbaarheid en logging. De resultaten werden voorgesteld op het COVA. Tenslotte zorgt AGODI ervoor dat bestaande en nieuwe gegevensstromen op een veilige manier worden uitgewisseld en dat hiervoor de nodige protocollen, machtigingen en/of beraadslagingen opgemaakt zijn. In 2019 ging het over tien ondertekende protocollen voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens en een machtiging voor de toetreding tot een bestaand Koninklijk Besluit voor het gebruik van gegevens uit het Rijksregister. Deze zijn terug te vinden op onze website: https://onderwijs.vlaanderen.be/informatieveiligheid.
AGODI jaarverslag 2019
193
Hoofdstuk 5 Het budget
Het budget Uitgaven en inkomsten Uitgaven AGODI beheert voor de uitvoering van zijn opdracht een omvangrijk budget. Hierna volgt een overzicht van de uitgaven en de inkomsten die AGODI in 2019 beheerde en recupereerde. De indeling van de begroting in de beleidsvelden wordt vanaf nu weergegeven. Tabel 1: uitgavenkredieten (VEK, incl. VRK) Beleidsveld Apparaat Kleuter- en leerplichtonderwijs
2019 v 33.034.000 8.460.820.000
Deeltijds Kunstonderwijs
236.408.000
Ondersteuning van het onderwijsveld
737.009.000
Totaal
9.467.271.000
Voor de uitvoering van de budgetten kan AGODI in 2019 een uitvoeringspercentage van zo goed als 100% voorleggen. Tabel 2: inkomstenoverzicht32 2017 v
2018 v
2019 v
Terugvorderingen (Brief)
1.681.537
6.444.801
328.205
PWB-ontvangsten
30.040.568
25.426.771
36.690.506
Detacheringen
28.169.630
31.230.966
42.120.284
Andere
3.272.735
855.398
387.613
Totaal
63.164.469
63.957.936
79.526.610
Inschrijvingsgelden DKO
19.261.444
19.888.014
19.879.525
32
196
Stand van de inkomsten op 31-12-2019.
AGODI jaarverslag 2019
5
Beleidskredieten per strategische doelstelling Elk van de basisallocaties van AGODI kan worden ondergebracht in een strategische doelstelling van de beheersovereenkomst. In tabel 3 worden de budgetten per strategische doelstelling getoond. Tabel 3: budget per strategische doelstelling SD1 Financiering en omkadering
1.592.180.000
SD2 Salarisverwerking (incl. lonen apparaat)
7.860.657.000
SD3 Gelijke kansen en inschrijvingsrecht faciliteren
2.921.000
SD7 Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
11.484.000
SD8 Beleidsvoerend vermogen scholen verbeteren –opleiding schoolsecretariaten
29.000
Totaal
9.467.271.000
Een overzicht in de tijd Overzicht per programma (definitieve kredieten na begrotingscontrole en herverdelingsbesluiten) – in duizend euro Tabel 4: beleidskredieten per programma – evolutie 2017-2019 2017
2018
2019
v
v
v
Basisonderwijs
3.750.864
3.911.964
4.054.069
Secundair onderwijs
4.085.066
4.191.082
4.313.141
258.106
246.799
236.408
Systeemondersteuning (internaten, specifieke lonen, CLB en PBD)
333.534
293.798
304.048
Leerlingondersteuning +algemeen
110.710
120.804
111.090
Infrastructuur
373.615
374.099
448.515
817.859
775.739
863.563
8.911.895
9.138.527
9.467.271
Programma
Deeltijds kunstonderwijs
Niveauoverschrijdend
Totaal niveauoverschrijdend Totaal
AGODI jaarverslag 2019
197
Tabel 5: beleidskredieten per uitgavensoort en programma - evolutie 2017-2019 2017
2018
2019
v
v
v
Basis
3.237.452
3.377.131
3.507.006
Secundair
3.636.553
3.741.060
3.841.958
DKO
253.528
242.194
234.652
Andere niveaus
323.613
257.647
254.800
7.451.146
7.618.033
7.838.416
Basis
513.412
534.833
547.063
Secundair
448.513
450.021
471.183
DKO
4.578
4.586
1.756
Andere
88.267
95.473
49.296
1.054.770
1.084.914
1.069.298
Andere
405.979
435.580
559.557
Totaal andere
405.979
435.580
559.557
8.911.895
9.138.527
9.467.271
Uitgavensoort
Salarissen
Programma
Totaal Salarissen
Werking
Totaal werking
Eindtotaal
198
AGODI jaarverslag 2019
Andere niveaus
6
AGODI jaarverslag 2019
199
Hoofdstuk 6 Slotbeschouwingen en aanbevelingen
Slotbeschouwingen en aanbevelingen In het hoofdstuk slotbeschouwingen en aanbevelingen worden de belangrijkste blikvangers van 2019 toegelicht, samen met een aantal aanbevelingen en ambities voor het volgende jaar. Als leidraad voor dit hoofdstuk wordt het ondernemingsplan van het agentschap gebruikt, dat vier delen omvat: - Dienstverlening - Beleid - Innovatie - Management
Dienstverlening: AGODI behaalde zijn doelstellingen Net als de vorige jaren was de dienstverlening van de verschillende afdelingen van AGODI in 2019 van hoog niveau. Voor het berekenen en communiceren van de diverse soorten omkaderingen en werkingstoelagen gelden strenge normen, die telkens gehaald werden. Het agentschap engageert zich om 98% van alle toelagen op tijd en correct toe te kennen en behaalde die norm in 2019. Het agentschap garandeert dat gemiddeld 98% van de omkadering tijdig wordt toegekend. AGODI behaalde de norm voor de totaliteit van de omkaderingen. De basisscholen en DKO-scholen behaalden een tijdigheidspercentage van 99,9%. Alle secundaire scholen (100%) ontvingen tijdig de dienstbrieven omkadering. Wat de omkaderingsberekeningen betreft haalde de afdeling Basisonderwijs, DKO en CLB – Scholen en leerlingen een correctheidspercentrage van 99,4% en de afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en Leerlingen een correctheidspercentage van 99,9%. AGODI engageert zich ook tot het tijdig uitbetalen van het salaris aan 99,9% van alle personeelsleden. Het agentschap handelde maandelijks de dossiers voor meer dan 167.000 personeelsleden op tijd af. Elk personeelslid ontving dus elke maand op het voorziene tijdstip zijn salaris. De vergoedingen (uitgestelde bezoldiging, vakantiegeld en eindejaarstoelage) werden ook tijdig betaald. Ook voor andere aspecten van het personeelsdossierbeheer presteerde AGODI heel degelijk in 2019. AGODI waakt erover dat de dienstverlening continu van een hoog niveau is.
Dialoog onderwijsveld AGODI organiseerde opnieuw mee de Ronde van Vlaanderen voor schooldirecties in de vijf provincies. Tijdens de Ronde van Vlaanderen komen de laatste beslissingen en thema’s in het Vlaamse onderwijs aan bod. Schooldirecties krijgen tijdens de ronde de kans om vragen te stellen en om collega-directeurs te ontmoeten. In 2019 waren er 2.909 deelnemers. Uit de feedback blijkt dat directies graag naar de ronde komen en dat ze de inspanningen van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming waarderen.
202
AGODI jaarverslag 2019
6
Beleid AGODI is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het onderwijsbeleid van het basis- en secundair onderwijs, de centra voor deeltijdse vorming, het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de inspectie en pedagogische begeleiding.
Uitvoering CAO’s en loopbaandebat In 2019 werkte AGODI verder mee aan de uitrol van CAO XI. AGODI ging het engagement aan om een monitor ter beschikking te stellen voor de opvolging van het saldo aan vervangingseenheden niet-ingevulde vervangingen. Die monitor werd vlak voor de paasvakantie gelanceerd. AGODI leverde daarnaast een uitvoerbaarheidstoets aan over de decretale aanpassingen en de omzendbrieven over aanvangsbegeleiding en de nieuwe regeling rond TADD. De AGODI-Academie organiseerde voor de personeelssecretariaten uit het basis- en secundair onderwijs een aantal vormingssessies over de nieuwe CAO-maatregelen. Ook de eerder uitgerolde maatregelen (lerarenplatform, niet-ingevulde vervangingen en vaste benoeming in sommige verloven) kwamen opnieuw aan bod bij de start van het nieuwe schooljaar. We stelden immers vast dat daar nood aan was. In 2019 heeft AGODI nog verder ingezet op het kwaliteitsvol ondersteunen van het onderwijsveld op het vlak van de invulling en opvolging van de lerarenplatforms voor het basis- en secundair onderwijs tijdens het schooljaar 2018-2019.
Mee voorbereiden bijdrage regeerakkoord In 2019 werkte AGODI op verschillende sporen mee aan de voorbereiding van de nieuwe Vlaamse Regering. AGODI schreef mee aan twee documenten die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming overstegen. Samen met het beleidsdomein WSE werd de transitie levenslang leren en dynamische levensloopbaan geduid, vanuit de specifieke opdracht van AGODI naar het leerplichtonderwijs. In opdracht van het voorzitterscollege werkte AGODI mee aan de tekst ‘De Vlaamse overheid als betrouwbare partner'. Die teksten maakten deel uit van de algemene bijdrage aan het regeerakkoord. AGODI spendeerde veel tijd aan de volledige procedure. Een aantal aspecten zijn opgenomen in het uiteindelijk regeerakkoord. De evaluatie van het proces loopt binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming.
AGODI jaarverslag 2019
203
Uitvoeren beleid DKO De hervorming binnen het DKO bracht naast een nieuwe structuur ook een nieuwe berekening van omkadering met zich mee. Die nieuwe berekening werd voor het eerst toegepast op de omkadering voor schooljaar 2019-2020. Vanaf schooljaar 2019-2020 gebeurt de verificatie DKO volledig via Discimus. Daarnaast waren er in 2019-2020 aanpassingen aan het EPD door bijkomende concordanties en overgangsmaatregelen door bijsturingen aan de vakken en bekwaamheidsbewijzen.
Meewerken aan beleidsontwikkelingen rond inschrijvingsrecht AGODI werkte via allerhande kanalen mee aan de verschillende beleidsontwikkelingen rond inschrijvingsrecht. Het agentschap gaf daarnaast uitvoerig feedback op de ontwerpteksten met het oog op de uitvoerbaarheid van de nieuwe bepalingen. AGODI was aanwezig bij de samenkomsten van de expertencommissie met het oog op de ontwikkeling van een standaardalgoritme voor het secundair onderwijs. AGODI volgde de gesprekken over een nieuw vereenvoudigd inschrijvingsrecht van nabij op. Op basis van haar talrijke contacten met lokale besturen, onderwijspartners en niet-onderwijspartners bezorgde AGODI uitvoerige feedback op de voorstellen die geformuleerd werden. AGODI nam deel aan een hoorzitting van het Vlaams Parlement over de behandeling van het belangenconflict ingediend door COCOF en volgde later – na de goedkeuring van het decreet – ook de onderhandelingen mee op over het uitvoeringsbesluit. AGODI zette de werkafspraken voor de ondersteuning van schoolbesturen verder die in 2018 met de onderwijskoepels en het GO! zijn gemaakt. De ondersteuning van AGODI was aanvullend op het ondersteuningsaanbod van de onderwijskoepels en het GO!. Voor scholen binnen LOP-werkingsgebied was de LOP-deskundige het eerste aanspreekpunt voor alle vragen. Het ondersteuningsaanbod buiten LOP-gebied richtte zich op netoverstijgende aanmeldingsinitiatieven.
Modernisering secundair onderwijs AGODI werkte verder mee aan het voorbereiden van het decreet modernisering secundair onderwijs. De nodige voorbereidingen om vanaf 1 september 2019 de uitrol van de modernisering secundair onderwijs vlot te laten verlopen werden genomen. Scholen die in de aanloop van de modernisering hun studieaanbod wilden aanpassen, dienden voor 1 november een programmatieaanvraag in. Daarnaast gaf de AGODI-Academie toelichtingen over de geplande modernisering van het secundair onderwijs.
204
AGODI jaarverslag 2019
6
Door de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs zijn verschillende aanpassingen aan de IT-systemen nodig. De structuur van het secundair onderwijs wordt vanaf 1 september 2019 stapsgewijs hervormd, beginnend met het 1e jaar secundair onderwijs. In 2019 zijn daarvoor aanpassingen aan de studiebewijzen in het basisonderwijs en toelatingsvoorwaarden in het secundair onderwijs (voor 1A en 1B) in Discimus gebeurd. Er zijn ook aanpassingen aan de inschrijvingen van leerlingen via Discimus gebeurd, zodat de inschrijvingen voor schooljaar 2020-2021 voor het gemoderniseerde 2A en 2B correct kunnen binnenkomen. Daarvoor is de logica van de basisopties en pakketten ingebracht.
Ondersteuningsmodel Sinds het schooljaar en academiejaar 2017-2018 trad een nieuw ondersteuningsmodel in werking in het kleuter, lager, secundair en hoger onderwijs. Kinderen en jongeren met specifieke onderwijsbehoeften en de scholen voor gewoon onderwijs waar ze schoollopen, worden sinds 2017-2018 volgens het nieuwe model ondersteund. De werking van GON en ION verdween en werd vervangen door het nieuwe ondersteuningsmodel voor kinderen en jongeren met specifieke onderwijsbehoeften in gewone scholen. Ondersteuners worden ingezet om scholen voor gewoon onderwijs te ondersteunen in het begeleiden van kinderen en jongeren met specifieke onderwijsbehoeften. Aparte budgetten werden samengevoegd in een ondersteuningsmodel. Met het nieuw ondersteuningsmodel wordt gekeken naar de ondersteuningsnoden die er zijn in de school voor gewoon onderwijs voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Er wordt daarbij ook meer gekeken naar de ondersteuningsnoden van leerkrachten en teams in gewone scholen, en niet alleen naar de ondersteuningsnoden van leerlingen. Op die manier wil AGODI scholen structureel versterken in het begeleiden van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. In 2019 gingen we op zoek naar de aanpassingen en uitbreidingen die aan Discimus moeten gebeuren in het kader van het ondersteuningsmodel voor de kleinere types (2, 4, 6 en 7). Daar komen onder andere nieuwe webservices voor de uitwisseling met scholen over wie waar wordt begeleid, uitbreiding of ontwikkeling van nieuwe schermen voor onder andere de verificateurs, feedbackrapporten en berekeningen.
Duaal leren AGODI volgt samen met het Departement Onderwijs en Vorming en het Departement Werk en Sociale Economie het project duaal leren op. AGODI zorgde voor de uitrol door aanpassingen aan de IT-systemen, het informeren van verificateurs en schoolbeheerteams ... Vanaf 2019-2020 worden de duale leerlingen in de vijf regionale Syntra's door AGODI gesubsidieerd. In Syntra wordt er een onderscheid gemaakt tussen inschrijvingen leertijd en inschrijvingen duaal. Tot en met schooljaar 2017-2018 werden alleen de gegevens over leertijd bezorgd aan AGODI in het kader van de leerplichtcontrole. Sinds schooljaar 2018-2019 is Syntra duaal erbij gekomen. Aangezien t.e.m. 2018-2019 dit alleen voor de leerplichtcontrole bezorgd werd, werden alleen inschrijvingsgegevens doorgestuurd vanuit de Syntra. Van die leerlingen Syntra duaal kunnen er vanaf schooljaar 20192020 mĂŠĂŠr gegevens (dezelfde als die voor inschrijvingen uit het DBSO) doorkomen. Voor inschrijvingen duaal moet namelijk vanaf schooljaar 2019-2020 omkadering en werkingsmiddelen berekend worden. De leerlingengegevens in Discimus werden daarom ook naar het mainframe doorgestuurd, want het is daar dat die berekening van omkadering en werkingsmiddelen gebeurt. Die systemen werden tijdig aangepast.
AGODI jaarverslag 2019
205
Er werd in 2019 werk gemaakt van de integratie van de inschrijvingen Syntra duaal, meer bepaald aanpassingen aan de systemen voor verificatie, de onderwijsbevoegdheid en de toelatingsvoorwaarden. De inschrijvingen van leerlingen duaal en DBSO worden op regelmatige basis doorgegeven aan Syntra Vlaanderen.
Hervorming leerlingenbegeleiding AGODI werkte actief mee aan de hervorming van de leerlingenbegeleiding. Zo zorgde onze organisatie mee voor de implementatie van het nieuwe decreet leerlingenbegeleiding (toekennen van de omkadering aan de CLB’s volgens een nieuw berekeningsmechanisme, opvolgen fusies in het CLB-landschap, uitbetaling specifieke werkingsmiddelen aan de CLB’s voor de uitvoering van systematische contacten bij leerlingen huisonderwijs ...). Er waren geen bijsturingen aan de regelgeving.
Samen tegen schooluitval AGODI werkte opnieuw mee aan de uitvoering van een aantal actiepunten uit de conceptnota: - Aanleveren van de cijfers problematische afwezigheden en definitieve uitsluitingen in het secundair onderwijs op Vlaams niveau en op niveau van de steden en gemeenten. - Uitvoeren van de jaarlijkse update van de cijfers over vroegtijdig schoolverlaten, spijbelen en definitieve uitsluitingen op schoolniveau via private dataloep. Deze actie loopt nog. - Onderzoeken van de mogelijkheden om het registratiesysteem van de afwezigheidscodes te vereenvoudigen en om de planlast voor de scholen te verminderen. Een voorstel werd uitgewerkt en wordt uitgevoerd. - Heropstarten van de samenwerking met Nederland voor leerplichtcontrole en schoolverzuim. De nodige contacten zijn gelegd en de samenwerking wordt verder uitgewerkt. - Afsluiten van een vernieuwd samenwerkingsprotocol tussen AGODI en de parketten om sneller te kunnen ingrijpen bij absoluut schoolverzuim. Het actualiseren van dit samenwerkingsprotocol is bijna afgerond. - Toelichtingen geven over leerplichtcontrole en huisonderwijs op vraag van de netwerken ‘Samen tegen Schooluitval'.
206
AGODI jaarverslag 2019
6
Groeipakket Vanaf het schooljaar 2019-2020 wordt de schooltoeslag voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs automatisch betaald via het Groeipakket. Ouders moeten geen aanvraag meer doen. Bestanden met inschrijvingen en problematische afwezigheden worden sinds 2019 op regelmatige basis bezorgd door AGODI aan Kind en Gezin. Op vraag van de internaten liep de gegevensflow van de inschrijvingen van de internaten naar Kind & Gezin in functie van het groeipakket in 2019 nog manueel. Vanaf begin 2020 integreren we die gegevensflow in Discimus. AGODI voerde de nodige analyses uit om de verificatie van de inschrijvingen in de internaten te laten plaatsvinden via Discimus. De eigenlijke implementatie gebeurt tegen de teldag van 01-02-2020.
Toekomstplan Basisonderwijs AGODI voerde in schooljaar 2018-2019 een aantal maatregelen uit die passen binnen het toekomstplan Basisonderwijs: de verhoging van de werkingsmiddelen, de vermindering van de lesopdracht van schooldirecties, de gelijkschakeling van de lonen van de directies en de verhoging van de puntenenveloppe administratieve ondersteuning. De Vlaamse Regering maakte in 2019 52 miljoen euro vrij om kleuterscholen in Vlaanderen evenveel werkingsmiddelen te geven als de lagere scholen. Concreet betaalt AGODI aan scholen voortaan 662 euro per kleuter in plaats van 477 euro. Dat is een stijging met bijna 40%.
Uitrol gemeentelijke fusieoperaties m.b.t. onderwijs Op 1 januari 2019 fuseerden in Vlaanderen vijftien gemeenten tot zeven nieuwe fusiegemeenten. Dertien van de vijftien fuserende gemeenten kregen een nieuwe gemeentenaam. In die gemeenten werden daardoor straten hernummerd en herbenoemd. Maar ook in fusiegemeenten waar de gemeentenaam niet veranderde waren er wijzigingen in de adressen. Daarnaast plant de Stad Antwerpen een aanpassing van de districtsgrens tussen het district Antwerpen en het district Ekeren. Een aantal adressen krijgt een nieuwe postcode. Deze aanpassingen hebben impact op computersystemen van AGODI. Er werden in 2019 inspanningen geleverd om deze wijzigingen op te vangen in de computersystemen.
Grensoverschrijdende samenwerking AGODI bleef ook in 2019 de grensoverschrijdende samenwerking met Nederland onderhouden door het Werkservicepunt Grensarbeid Zeeuws-Vlaanderen te ondersteunen, door mee te werken aan een Interlimburgse onderwijsdag en door een samenwerking met het CAOP (een kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in het publieke domein) op te starten rond de onderwijsarbeidsmarkt en informatieverstrekking aan grensarbeiders. Ook met de Franse gemeenschap van BelgiĂŤ stimuleerde AGODI in 2019 innovatieve processen op het gebied van onderwijsadministratie, via het uitwisselen van kennis en ervaringen.
AGODI jaarverslag 2019
207
Evaluatie procedure Speciale onderwijsleermiddelen In 2019 heeft AGODI de procedure voor het toekennen van Speciale Onderwijsleermiddelen geĂŤvalueerd. De cel Speciale Onderwijsleermiddelen botste voor haar werking en organisatie op een aantal knelpunten die een kwaliteitsvolle dienstverlening voor leerlingen en studenten met een beperking en voor scholen in het gedrang brachten. Daarnaast stelde zich ook de vraag naar een adequate bevoegdheidsverdeling tussen de beleidsdomeinen Onderwijs, Welzijn en Werk voor de toekenning van hulpmiddelen aan personen met een beperking.
Opvolgen wijzigingen in de federale regelgeving en impact op onderwijsregelgeving AGODI heeft de wijzigingen in de pensioenregelgeving voor het onderwijspersoneel opgevolgd en het toekennen van de eigen uitstapregelingen daarop afgestemd. Er is een nauwe samenwerking tussen de diensten van de Federale Pensioendienst (FPD) en de personeelsafdelingen van AGODI. Medewerkers van AGODI nemen regelmatig deel aan infosessies en opleidingen van de FPD.
208
AGODI jaarverslag 2019
6
Innovaties Project e-ASR voor de (school)secretariaten Sinds 1 september 2017 staat AGODI in voor de e-ASR m.b.t. deeltijdse werkloosheid voor de personeelsleden in het onderwijs. Sedert die datum volstaat het dat een school een keer per schooljaar elektronisch meldt aan AGODI voor welke personeelsleden er aangiftes moeten gebeuren. Het project e-ASR zorgde dus voor een dubbele vernieuwing: AGODI nam de werkgeversverplichting over en de aangiftes verlopen volledig elektronisch. Dat resulteerde in minder planlast voor de schoolsecretariaten en kwaliteitsvollere aangiftes. Daarnaast werden in 2018 de eerste verkennende stappen gezet voor een nieuw onderdeel van e-ASR, namelijk voor de sector Uitkeringen. Bedoeling is om ook daar in te zetten op een planlastvermindering voor de scholen en op kwaliteitsvollere aangiftes.
Project Discimus Discimus is de bron van leerlingeninformatie voor Kind & Gezin voor het groeipakket en voor SYNTRA voor de leerlingen in het duaal onderwijs. Dankzij Discimus werd er actuele inschrijvingsinformatie uitgewisseld tussen gewoon en buitengewoon onderwijs in het kader van het ondersteuningsmodel. De verificatie in het Deeltijds Kunstonderwijs verloopt nu ook in Discimus. Er werd in 2019 een sterke vereenvoudiging doorgevoerd van de afwezigheidscodes. In 2020 start AGODI met het inbouwen van huisonderwijs in Discimus zodat alle leerlingen die moeten voldoen aan de leerplicht in Discimus geregistreerd zijn.
Uitbouw van Mijn Onderwijs: Personeel AGODI bouwde ‘Mijn Onderwijs: Personeel’ verder uit. In 2019 konden onderwijspersoneelsleden voor de eerste keer het aanvraagformulier voor de vakbondpremie en hun fiscale fische(s) digitaal terugvinden. In 2020 zullen de personeelsleden er ook de elektronische afschriften voor de aangifte van een sociaal risico terugvinden en de individuele jaarrekening.
Langetermijnvisie elektronisch personeelsdossier (EPD) Tussen februari en december 2018 is door Price Waterhouse Coopers (PWC) een Audit uitgevoerd op het elektronisch personeelsdossier (EPD). Er worden door PWC drie mogelijke scenario’s voorgesteld om te migreren naar een nieuw EPD. Vanaf 2019 zullen deze scenario’s verder onderzocht worden aan de hand van het uitvoeren van een proof of concept. Pas na deze oefening kan een gefundeerde keuze gemaakt worden. Hierdoor kan men de nieuwe inzichten gebruiken om mogelijke risico’s en valkuilen tijdig te omzeilen tijdens de uiteindelijke aanbesteding en implementatie. Het toekomstig EPD moet de optimalisatie van de interne verwerking verhogen. Voor de scholen en leerkrachten moet ook de transparantie van (en toegang tot) data en communicatie met externe stakeholders verhogen. Deze optimalisatie zal zorgen voor minder fouten en eenvoudigere processen.
AGODI jaarverslag 2019
209
In elk geval zal de vernieuwing van het EPD een serieuze inspanning (doorlooptijd, impact op de organisatie) en een significante investering vragen. De evaluatie van de studie toont aan dat geen van de drie scenario’s op een eenvoudige manier kan geïmplementeerd worden. Dit zal een zware investering vergen maar die is absoluut noodzakelijk voor de bedrijfscontinuïteit en om verdere stappen te kunnen zetten naar een modernere bedrijfsvoering. Het zal ook toelaten een betere en uitgebreidere dienstverlening te realiseren naar scholen en personeelsleden toe.
Burgerprofiel In 2018 werden met de projectleider van ‘Mijn burgerprofiel' de voordelen voor toegang voor leraren tot burgerprofiel en vice versa, afgetoetst. Dit werd verder gezet in 2019. Het zou een voordeel kunnen zijn dat een leraar (als burger dan) in de module ‘mijn werk' van het burgerprofiel de onderwijsloopbaan kan bekijken. Sinds oktober 2018 staat de volgende informatie vanuit het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming ter beschikking in ‘mijn burgerprofiel': - Inschrijvingshistoriek van leerlingen en studenten - LED (leer -en ervaringsbewijzen) - KBI: informatie over inburgeringstrajecten voor anderstaligen
Dataloep AGODI werkt met andere entiteiten aan het project Dataloep. Scholen krijgen met Dataloep verrijkte informatie over hun eigen leerlingengegevens op maat. Die kunnen ze gebruiken om hun schoolbeleid vorm te geven. Externen kunnen op de website statistische informatie interactief raadplegen. In juni 2019 werden nieuwe private toepassingen gelanceerd over de aanwezigheden bij niet-leerplichtige kleuters en de afwezigheden van de leerlingen in het basis- en secundair onderwijs. Met die nieuwe toepassingen krijgen scholen voor het eerst zicht op de kleuterparticipatie of de problematische afwezigheden van de leerlingen die op 30 juni van het schooljaar in hun school waren ingeschreven. Daarnaast werd er eveneens gestart met de bouw van een private toepassing voor CLB’s met de leerlingenaantallen en leerlingenkenmerken van de scholen waarmee ze een contract hebben. Voor het publieke luik werkte AGODI via werkgroepen mee aan het kwaliteitsvol en gebruiksvriendelijk maken van de toepassingen. Voor 2019 waren dit de publieke applicaties van oriënteringsattesten in het secundair onderwijs, studiebewijzen en vroegtijdig schoolverlaten.
210
AGODI jaarverslag 2019
6
Management Op 30 juni 2019 had AGODI 460 medewerkers in dienst. De groep personeelsleden van 55 en ouder is hierin het sterkst vertegenwoordigd. Dat is een verschil t.o.v. 2018 waar de groep van 25 t.e.m. 34 jaar nog de grootste groep was. De tweede grootste groep is nu 35 t.e.m. 44 jaar, samen met de 45 t.e.m. 54-jarige. 62% van de personeelsleden zijn vrouwen. Meer dan 65% van de personeelsleden is aangesteld op niveau B of A. Het weerspiegelt het aanwervingsbeleid dat blijvend het accent legt op het aanwerven van hooggeschoolden in het agentschap. Het agentschap blijft zich inspannen om de werkvloer diverser te maken. Elk jaar voorziet het agentschap een aantal stageplaatsen en vakantietewerkstellingsplaatsen, ook voor jongeren met een migratieachtergrond of beperking. AGODI hecht veel belang aan een sterk uitgebouwd integriteitsbeleid. In 2019 stelde ons agentschap een integriteitsbeleidsplan op met een aantal acties voor de periode 2020-2024. De lopende acties - zoals de dilemmatrainingen voor medewerkers met een kwetsbare functie – zetten we eveneens verder. Daarnaast evalueerden en herdefinieerden we de kwetsbare functies op basis van de risicoanalyses van de processen. Vorming blijft belangrijk voor het agentschap. Ook in 2019 werden meerdere initiatieven uitgewerkt. AGODI stelde ook voor 2019 een gevarieerd operationeel vormingsjaarplan op vanuit de visie dat vorming onderdeel is van een kwaliteitsvol competentiemanagement Ên bron voor de persoonlijke verrijking van elke medewerker. In 2019 werden de vaste opleidingen verder aangevuld met nieuwe accenten.
AGODI jaarverslag 2019
211
Hoofdstuk 7 Rapporten AGODI
Rapporten AGODI AGODI publiceert al zijn rapporten online. U kunt die raadplegen op www.agodi.be. In 2019 verschenen de volgende rapporten: - Rapport: ‘Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?’ 2017-2018 http://www.agodi.be/leerplicht-jaarrapporten - Rapport Speciale onderwijsleermiddelen 2017 en 2018 https://www.agodi.be/publicaties-speciale-onderwijsleermiddelen - Verslag Vlaamse Bemiddelingscommissie 2018-2019 http://www.agodi.be/vlaamse-bemiddelingscommissie-0 - Rapport Vlaamse reaffectatiecommissie 2017-2018 http://www.agodi.be/publicaties-vlaamse-reaffectatiecommissie - Rapport afwezigheden naar aanleiding van ziekte 2018 https://www.agodi.be/publicaties-afwezigheid-wegens-ziekte-vlaamseonderwijspersoneel - AGODI Jaarverslag 2018 http://www.agodi.be/publicaties-agodi-jaarverslag
214
AGODI jaarverslag 2019
7
Audits AGODI a) Audit Vlaanderen - Thema-audit van IAVA over bedrijfscontinuïteitsmanagement (2007; opvolgingsaudit 2010) - Audit organisatiebeheersing (2007; opvolgingsaudit 2009) - Thema-audit debiteurenbeheer (2010) - Detectie-audit van de betalingsgegevens m.b.t. overheidsopdrachten (2016) - Organisatie-audit ICT en belanghebbendenmanagement (2017) - Thema-audit informatiemanagement (2017) - Herevaluatie audit risicomanagement (opgestart in 2017) - Procesaudit ICT-risicobeheer salarisbetalingen (2018) b) Rekenhof - Gelijke onderwijskansen in het gewoon basisonderwijs en secundair onderwijs (20072008) - Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen in het onderwijs (2007-2008) - Pedagogische en administratieve ondersteuning van basisscholen en secundaire scholen (2009-2010) - Omkadering in het gewoon voltijds secundair onderwijs (2009-2010) - De rapportering over de uitvoering van de beheersovereenkomst met het Agentschap voor Onderwijsdiensten (2009-2010) - Gelijke onderwijskansen in het gewoon basisonderwijs (2016) - Rechtspositie van het personeel van het basis- en secundair onderwijs. Een inventarisatie van knelpunten (2016) - Onderzoek 3e betalersysteem lonen onderwijs (2017) - Het bestuur van de scholen in het leerplichtonderwijs (2018) - M-decreet en de zorg in het gewoon onderwijs (2018-2019) - Schoolbesturen in het leerplichtonderwijs (2019) - Ondersteunend onderzoek proces leerlingenvervoer (2019) - De ongekwalificeerde uitstroom uit het secundair onderwijs (2019-2020) c) Extern onderzoek - Klantentevredenheidsonderzoek AGODI (GfK – 2017) - Audit Elektronisch Personeelsdossier (PWC – 2018)
AGODI jaarverslag 2019
215
Overzicht van figuren AGODI: het Agentschap voor Onderwijsdiensten: een figuur Figuur 1: organogram AGODI Een breed spectrum aan klanten en diensten Onze klanten: de scholen: geen figuren Onze klanten: de ouders en leerlingen: geen figuren Onze klanten: onderwijspersoneelsleden: vijf figuren Figuur 1: salarisuitgaven 2017 Figuur 2: salarisuitgaven 2018 Figuur 3: salarisuitgaven 2019 Figuur 4: ziekteverzuimpercentage voor het kalenderjaar 2018 Figuur 5: personeelsleden in stelsel van TBSPA voorafgaand aan het rustpensioen (EPD): evolutie sinds 2011-2012 Andere belanghebbenden en derden: geen figuren AGODI informeert, vormt en communiceert: geen figuren Samenwerken met andere overheden en instanties: geen figuren Innovatie in de dienstverlening: een figuur Figuur 1: procentueel gebruik van de Edison-webservices door scholen Management en organisatie: geen figuren Het budget: geen figuren
216
AGODI jaarverslag 2019
7
Overzicht van tabellen AGODI: het Agentschap voor Onderwijsdiensten: geen tabellen Een breed spectrum aan klanten en diensten Onze klanten: de scholen: 46 tabellen
Tabel 1: aantal leerlingen Tabel 2: aantal internen Tabel 3: aantal gesubsidieerde en gefinancierde scholen, instellingen en centra Tabel 4: overzicht van werkingsmiddelen volgens soort onderwijs, net en schooljaar in het basisonderwijs (inclusief type 5-scholen en Franstalige scholen) Tabel 5: samenstelling van de werkingsmiddelen volgens soort onderwijs en net in het basisonderwijs Tabel 6: bijkomende toelagen in het basisonderwijs Tabel 7: werkingsmiddelen in het secundair onderwijs Tabel 8: samenstelling van de werkingsmiddelen volgens soort onderwijs en net in het secundair onderwijs Tabel 9: bijkomende toelagen in het secundair onderwijs Tabel 10: werkingsmiddelen CLB’s per net Tabel 11: toelagen voor systematische contacten door CLB’s per net Tabel 12: nascholingstoelagen CLB’s per net Tabel 13: overzicht van de werkingsmiddelen internaten per net en per schooljaar Tabel 14: werkingsmiddelen in het deeltijds kunstonderwijs Tabel 15: bijkomende toelagen in het deeltijds kunstonderwijs Tabel 16: evolutie van de tarieven in het deeltijds kunstonderwijs Tabel 17: inschrijvingsgelden in het deeltijds kunstonderwijs Tabel 18: werkingsmiddelen en toelagen voor de pedagogische begeleidingsdiensten Tabel 19: overzicht omkadering in het gewoon basisonderwijs Tabel 20: overzicht omkadering in het buitengewoon basisonderwijs Tabel 21: omkadering voor het secundair onderwijs Tabel 22: omkadering voor de CLB’s per net Tabel 23: omkadering voor de permanente ondersteuningscellen (POC’s) per net Tabel 24: overzicht omkadering internaten in het basisonderwijs en het secundair onderwijs Tabel 25: overzicht omkadering in het deeltijds kunstonderwijs Tabel 26: tijdelijke projecten met vernieuwingen in het deeltijds kunstonderwijs Tabel 27: overzicht omkadering pedagogische begeleidingsdiensten Tabel 28: overzicht programmaties, herstructureringen en fusies in het gewoon basisonderwijs Tabel 29: overzicht programmaties, herstructureringen en fusies in het buitengewoon basisonderwijs Tabel 30: overzicht programmatieaanvragen in het buitengewoon basisonderwijs Tabel 31: overzicht herstructureringen in het gewoon voltijds secundair onderwijs Tabel 32: overzicht programmatieaanvragen in het gewoon voltijds secundair onderwijs Tabel 33: overzicht programmaties, herstructureringen en fusies in het buitengewoon secundair onderwijs Tabel 34: overzicht programmatieaanvragen in het buitengewoon secundair onderwijs Tabel 35: overzicht programmatieaanvragen duale structuuronderdelen in het buitengewoon secundair onderwijs Tabel 36: overzicht aanvragen en goedkeuringen afwijkingen programmatiestop in het deeltijds kunstonderwijs Tabel 37: subsidie voor busbegeleiding Tabel 38: overzicht vervoerskosten fietsers en gebruikers openbaar vervoer Tabel 39: overzicht bestaanszekerheidsvergoeding busbegeleiders basisonderwijs en secundair onderwijs Tabel 40: tegemoetkoming in de kosten bedrijfsrevisoren Tabel 41: overzicht aantal terugvorderingen Tabel 42: overzicht gecontroleerde scholen in het gewoon secundair onderwijs m.b.t. de pakketten uren/leraar Tabel 43: overzicht gecontroleerde scholengemeenschappen en scholen niet in een scholengemeenschap m.b.t. aanwending van de globale puntenenveloppe Tabel 44: overzicht aantal gecontroleerde scholen in het basisonderwijs, CLB en DKO Tabel 45: overzicht aantal gecontroleerde scholen in het secundair onderwijs, centra voor deeltijdse vorming en internaten Tabel 46: overzicht financierbare leerlingen na controle
AGODI jaarverslag 2019
217
Onze klanten: de ouders en leerlingen: 24 tabellen
Tabel 1: overzicht aantal acties leerplichtcontrole Tabel 2: overzicht resultaten leerplichtcontrole Tabel 3: overzicht resultaten na de leerplichtcontrole in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Tabel 4: in- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs Tabel 5: overzicht inschrijvingen in het secundair onderwijs Tabel 6: aantal leerlingen voor wie de ouders een verklaring van huisonderwijs indienden Tabel 7: overzicht aantal leerplichtigen met problematische afwezigheden in het basisonderwijs Tabel 8: overzicht aantal leerplichtigen met problematische afwezigheden in het secundair onderwijs Tabel 9: aantal zorgwekkende dossiers gemeld aan AGODI Tabel 10: gesubsidieerde vervoerskeuzes – buitengewoon basisonderwijs Tabel 11: gesubsidieerde vervoerskeuzes – buitengewoon secundair onderwijs Tabel 12: subsidie voor individueel leerlingenvervoer Tabel 13: tussenkomst in het kader van de vrije keuze Tabel 14: subsidie voor vervoer vanuit collectieve opvangstructuren Tabel 15: budget speciale onderwijsleermiddelen Tabel 16: aantal scholen en leerlingen basisonderwijs waaraan lestijden onderwijs aan huis worden toegekend Tabel 17: aantal scholen en leerlingen secundair onderwijs waaraan lestijden onderwijs aan huis worden toegekend Tabel 18: aantal startbanenprojecten (contracten -jongeren) Tabel 19: startbanenproject voorziene en bestede budgetten (vorming – salarissen) Tabel 20: aantal klachten behandeld door de commissie inzake Leerlingenrechten Tabel 21: aantal aanmeldingsdossiers voor de inschrijvingen voor schooljaar 2019-2020 ontvangen in 2019 door de commissie inzake Leerlingenrechten volgens beslissing Tabel 22: aantal aanmeldingsdossiers voor de inschrijvingen voor schooljaar 2020-2021 ontvangen in 2019 door de commissie inzake Leerlingenrechten volgens beslissing Tabel 23: aantal bemiddelingsverzoeken Tabel 24: overzicht aantal behandelde dossiers Zorgvuldig Bestuur
Onze klanten: onderwijspersoneelsleden: 45 tabellen
Tabel 1: evolutie van bezoldigde personen in alle onderwijsniveaus samen (januari) Tabel 2: evolutie van het aantal fysieke personen (inclusief alle vervangingen, TBS+ en Bonus) onderverdeeld per onderwijsniveau en soort onderwijs Tabel 3: aantal budgettaire voltijdse-equivalenten (inclusief alle vervangingen, TBS+ en Bonus) Tabel 4: unieke personeelsleden op het niveau van AGODI (EPD) Tabel 5: aantal personeelsleden per onderwijsniveau met opsplitsing tussen vast benoemde en tijdelijke personeelsleden Tabel 6: overzicht aantal personeelsleden (geheel of gedeeltelijk) bezoldigd met een bepaalde salarisschaal Tabel 7: evolutie van de totale salarisuitgaven van AGODI van 2017 tot en met 2019 Tabel 8: gemiddelde salariskost Tabel 9: aanstellingen volgens bekwaamheidsbewijs (januari) (EPD) Tabel 10: totaal behandelde dossiers*/jaar professionele erkenningen van buitenlandse leerkrachten Tabel 11: overzicht cumulatie – cumulatie uitgedrukt in VTE (situatie januari) (EPD) Tabel 12: aantal personeelsleden in ziekteverlof Tabel 13: personeelsleden in TBS ziekte, onbezoldigd ziekteverlof, VVP wegens ziekte en langdurig VVP wegens medische redenen Tabel 14: personeelsleden in een dienstonderbreking n.a.v. geboorte of adoptie van een kind – alle onderwijsniveaus AGODI (EPD) Tabel 15: personeelsleden in een dienstonderbreking n.a.v. geboorte van een kind – per onderwijsniveau* (EPD) Tabel 16: totaal aantal personeelsleden in VVP en AVP Tabel 17: personeelsleden in een stelsel van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties voor alle onderwijsniveaus beheerd door AGODI (EPD) Tabel 18: personeelsleden in een stelsel van loopbaanonderbreking 50+ of 55+ Tabel 19: aantal personeelsleden met een thematische loopbaanonderbreking Tabel 20: aantal personeelsleden met zorgkrediet Tabel 21: personeelsleden in diverse dienstonderbrekingen (EPD) Tabel 22: vaste benoemingen op 01-01-2019 per niveau en per net en vergelijking met totaal van 01-07-2018 en 01-10-2018 Tabel 23: personeelsleden in TBSOB in aantallen en VTE (EPD) op 30-06-2019
218
AGODI jaarverslag 2019
7
Tabel 24: VTE personeelsleden in TBSOB zonder reaffectatie of wedertewerkstelling in een organieke betrekking (EPD op datum van 30-06-2019) Tabel 25: TAO-opdrachten van personeelsleden met een tijdelijke andere opdracht (EPD) Tabel 26: personeelsleden met nieuwe affectatie, mutatie, herstructurering (EPD) Tabel 27: aantal outplacers verdeeld over de sectoren (databank outplacement) Tabel 28: globaal overzicht van de opbouw en aanwending NIV Tabel 29: overzicht opbouw NIV per onderwijsniveau Tabel 30: overzicht aanwending NIV per onderwijsniveau Tabel 31: personeelsleden met tucht- of bewarende maatregel (EPD) Tabel 32: nieuwe personeelsleden in het onderwijs in het schooljaar 2018-2019 (EPD) Tabel 33: personeelsleden in stelsel van TBSPA voorafgaand aan het rustpensioen (EPD) Tabel 34: afgehandelde dossiers TBSVP (databank eindeloopbaancel) Tabel 35: afgehandelde overdrachten (databank eindeloopbaancel) Tabel 36: overzicht terugvorderingen Tabel 37: terugvorderingen ongevallen met derden: teruggevorderde bedragen (databank arbeidsongevallen) Tabel 38: oorzaken van terugvordering in 2019 Tabel 39: terugvorderingsdossiers en vastgestelde rechten in 2019 voor Personeel ten laste van het werkingsbudget (PWB) en detacheringen Tabel 40: afwezigheden wegens arbeidsongeval (EPD) Tabel 41: aangifte en afhandeling arbeidsongevallen (databank arbeidsongevallen) Tabel 42: lerarenplatform - aantal personeelsleden Tabel 43: lerarenplatform - aantal samenwerkingsplatforms Tabel 44: lerarenplatform verdeling personeelsleden volgens geslacht Tabel 45: lerarenplatform - verdeling per volume van de aanstelling
Andere belanghebbenden en derden: drie tabellen Tabel 1: dossiers voor de Kamers van Beroep voor tuchtzaken Tabel 2: dossiers voor het College van Beroep voor evaluatie Tabel 3: overzicht uitgevoerd middagoverleg 2019
AGODI informeert, vormt en communiceert: twee tabellen
Tabel 1: overzicht aantal sessies en aantal deelnemers januari – juni 2019 Tabel 2: overzicht aantal sessies en aantal deelnemers september – december 2019
Samenwerking met andere overheden en instanties: geen tabellen Innovatie in de dienstverlening Lastenverlaging: twee tabellen
Tabel 1: aantal inkomende mails in de centraal beheerde mailbox Tabel 2: aantal documenten digitaal in de personeelsdossiers opgeslagen
Efficiëntieverhoging: geen tabellen
Management en organisatie: elf tabellen Tabel 1: Tabel 2: Tabel 3: Tabel 4: Tabel 5: Tabel 6: Tabel 7: Tabel 8: Tabel 9: Tabel 10: Tabel 11:
personeelsaantal AGODI personeelsaantal – statutair en contractueel personeelsaantal per leeftijdscategorie personeelsaantal per niveau personeelsaantal mannen en vrouwen specifieke medewerkers personeelsleden budget onderwijs per leeftijdscategorie personeelsleden budget onderwijs: mannen en vrouwen personeelsleden budget onderwijs per niveau ICT-kredieten vereffeningskredieten AGODI aantal klachten
AGODI jaarverslag 2019
219
Het budget: vijf tabellen Tabel 1: Tabel 2: Tabel 3: Tabel 4: Tabel 5:
uitgavenkredieten (VEK, incl. VRK) inkomstenoverzicht budget per strategische doelstelling beleidskredieten per programma – evolutie 2017-2019 beleidskredieten per uitgavensoort en programma – evolutie 2017-2019
Slotbeschouwingen en aanbevelingen: geen tabellen
Afkortingen AGODI: AN: AOP: ASO: ASS: AVP: BAO: BSO: BOW: BVE: BuBaO: BuSo: CAO: CAPELO: CDO: CDV’s: CFWB: CLB: CODO: DUO: DBSO: DIGIS: DIMONA: DKO: DMFA: DMS: e-ASR: EDISON: EPD: FPD: FOD: GfK: GAN: GO!: GOK: GON: ION:
220
Agentschap voor Onderwijsdiensten Anderstalige nieuwkomers Advies en Ondersteuning onderwijsPersoneel Algemeen secundair onderwijs Autisme Spectrum Stoornis Afwezigheid verminderde prestaties Basisonderwijs Beroepssecundair onderwijs Belcotax on Web Budgettaire voltijdse equivalenten Buitengewoon basisonderwijs Buitengewoon secundair onderwijs Collectieve arbeidsovereenkomst Carrière publique électronique – Elektronische loopbaan overheid Centrum voor deeltijds onderwijs Centra voor deeltijdse vorming la Fédération Wallonie Bruxelles Centrum (of centra) voor leerlingenbegeleiding Contracten Onbepaalde duur ten laste van het Departement Onderwijs en Vorming Dienst Uitvoering Onderwijs Deeltijds beroepssecundair onderwijs Digitale snelweg Onmiddellijke aangifte van tewerkstelling Deeltijds kunstonderwijs Déclaration multifonctionelle/ multifunctionele Aangifte DocumentManagementSysteem elektronische Aangifte van Sociaal Risico Elektronisch Doorgeven van Informatie tussen Schoolinstellingen en het Onderwijsdepartement Elektronisch personeelsdossier Federale Pensioendienst Federale Overheidsdienst Financiën Growth from Knowledge Gewezen Anderstalige nieuwkomers Gemeenschapsonderwijs Gelijke onderwijskansen Geïntegreerd onderwijs begeleiding inclusief onderwijs
AGODI jaarverslag 2019
7
IMI: Interne Markt Informatie Systeem IPO: Internaten met Permanente Openstelling JoJo: Scholen voor jongeren, jongeren voor scholen (startbaanproject) KSO: Kunstsecundair onderwijs LARS: Leerlingen Activiteiten en Registratie Systeem LBO: Loopbaanonderbreking LBV: Levensbeschouwelijke vakken LO: Lager onderwijs LOP: Lokaal Overleg Platform MAGDA: Maximale GegevensDeling tussen Administraties NIV: Niet-Ingevulde vervangingen O&V: Onderwijs & Vorming OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs OKAN: Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten OVSG: Programma Innovatieve Overheidsopdrachten PIO: Permanent onderwijs aan huis POAH: PWB: Personeel ten laste van het werkingsbudget Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering RIZIV: Rijksdienst voor Sociale Zekerheid RSZ: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening RVA: SES-lestijden: Sociaaleconomische status - lestijden SNPB: samenwerkingsverband netgebonden pedagogische begeleidingsdiensten Secundair onderwijs SO: TADD: tijdelijke aanstelling van doorlopende duur Technisch adviseur TA: Technisch adviseur-coรถrdinator TAC: opdrachten van personeelsleden met een Tijdelijk Andere Opdracht TAO: Terbeschikkingstelling TBS: TBSOB: Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking TBSPA: Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden Technisch secundair onderwijs TSO: TOAH: Tijdelijk Onderwijs aan huis. UT: uitvoerbaarheidstoetsen Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling VDAB: Verkeersveiligheid (startbaanproject) VeVe: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs VGO: Vervanging voor korte afwezigheden VKA: Vlaamse Onderwijsraad Vlor: verlening opdracht tijdelijken VOT: Virtual Private Cloud VPC: Vlaamse Toezichtscommissie VTC: VTE: Voltijds equivalent Verlof verminderde prestaties VVP: Werkervaringsstage WES: Werk en Sociale Economie WSE:
AGODI jaarverslag 2019
221
Colofon Samenstelling Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) Foto’s: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en Getty Images Verantwoordelijke uitgever Patrick Poelmans Administrateur-generaal Koning Albert II-laan 15 1210 Brussel Vormgeving Total Design Belgium Eugène Demolderlaan 128 1030 Brussel