JAARVERSLAG schooljaar 2010-2011
Lokale overlegplatforms Groeien in participatie
Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi
Eindredactie Emiel Bogemans, Johan De Backere, Jean-Paul De Beleyr, Katrien De Boyser LOP-deskundigen, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Marleen Lembrechts Afdelingshoofd, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Patrick Vanspauwen LOP-coördinator, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Jeroen Boel LOP- gegevensanalist, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Veerle Van de Velde Adjunct van de directeur, Stafmedewerker, Coördinatie jaarverslag AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Verantwoordelijke uitgever Guy Janssens Administrateur-generaal; Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15,1210 Brussel Lay-out Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Communicatie Patricia Vandichel Foto http://intra.ond.vlaanderen.be/fotobib/ Druk Management Ondersteunende Diensten Onderwijs en Vorming Digitale drukkerij Depotnummer D/2012/3241/259
Inhoud
Ter ingeleide............................................................................................................................................ 5 Hoofdstuk 1 Samenstelling en werking van de LOP’s.................................................... 6 1.1 Deelname aan en werking van de LOP’s........................................................... 6 1.2 Werking voorzitters en deskundigen.................................................................. 9 1.2.1
Werking LOP-voorzitters................................................................................. 9
1.2.2
Werking LOP-deskundigen............................................................................ 10
1.3 Samenwerking met de begeleiders diversiteit............................................. 12 1.4 Budget........................................................................................................................... 12 1.5 LOP-beleidsplannen................................................................................................ 13
Hoofdstuk 2 Decretale opdrachten van de LOP’s........................................................... 14 2.1 Omgevingsanalyse................................................................................................... 14 2.2 Anderstalige nieuwkomers................................................................................... 16 2.2.1 Regelgeving...................................................................................................... 16 2.2.2 Cijfers................................................................................................................ 16 2.2.3
Decretale opdracht ........................................................................................ 18
2.3 Inschrijvingsrecht .................................................................................................... 24 2.3.1
Afspraken maken over de inschrijvingsperioden...................................... 24
2.3.2
Communicatie omtrent het inschrijvingsbeleid van de scholen............ 26
2.3.3
Bemiddelen bij weigeringen.......................................................................... 29
2.3.4
Dubbele inschrijvingen.................................................................................. 30
2.3.5
Signalen in verband met inschrijvingsrecht............................................... 30
2.4 Kleuterparticipatie................................................................................................... 31 2.5 Engagementsverklaring.......................................................................................... 33 2.6 Kosteloosheid en kostenbeheersing................................................................. 34 2.6.1
Samenwerking met de Koning Boudewijnstichting................................. 34
2.6.2
Samenwerking met SOS Schulden 0p School........................................... 35
3
Hoofdstuk 3 Uitbouw van een lokaal onderwijs (kansen) beleid........................ 37 3.1 Samenwerking met lokale niet-decretale partners..................................... 37 3.2 Lokaal flankerend onderwijsbeleid en samenwerking met gemeenten................................................................................................................... 37
Hoofdstuk 4 Intenties en aanbevelingen............................................................................. 40 Bijlage....................................................................................................................................................... 46 Monitoring LOP-werking. Cijferbijlage schooljaar 2010-2011.......................... 46
4
Ter ingeleide
In heel wat Vlaamse steden en gemeenten brengen lokale overlegplatforms - 41 voor het basisonderwijs en 29 voor het secundair onderwijs - lokale partners samen die via overleg de gelijke onderwijskansen van de jongeren in de regio mee kunnen helpen realiseren. De breed opgezette en decretaal gewaarborgde samenstelling van een LOP is gebaseerd op de overtuiging dat kansengelijkheid binnen onderwijs maar effectief kan worden gerealiseerd binnen een lokale dynamiek van overleg en samenwerking; niet alleen tussen scholen maar ook met andere lokale belanghebbenden bij de thematiek. De drie centrale doelstellingen van elke LOP-werking zijn: de realisatie van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen, het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie en de bevordering van sociale cohesie. In het licht van die doelstellingen kregen de LOP’s ook een aantal opdrachten decretaal opgelegd. De leden van de Lokale overlegplatforms (LOP’s) zijn niet alleen de scholen, CLB’s en hun schoolbesturen maar ook vertegenwoordigers van de ouderverenigingen, lerarenvakbonden, leerlingenraden, verenigingen waar armen het woord nemen, etnisch-culturele verenigingen, onthaalbureaus, de integratiesector, het schoolopbouwwerk, de gemeentebesturen en lokaal relevante socio-economische en -culturele partners. De LOP’s worden voorgezeten door een voorzitter en ondersteund door een LOP-deskundige. De Vlaamse Regering stelt de voorzitters aan op voorstel van het LOP. De deskundigen nemen de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van de lokale LOP-werkingen waar. Zij worden aangestuurd door AgODi dat op die manier ook de LOP-werking ondersteunt bij de implementatie van bestaande en nieuwe beleidslijnen en regelgeving. In dit jaarverslag bekijken we in een eerste hoofdstuk de werking van de LOP’s: welke geledingen nemen hun zitje in het LOP op en zijn zij ook effectief aanwezig op de vergaderingen van het dagelijks bestuur en de plenaire vergadering van de LOP’s? Rond welke thema’s zijn de werkgroepen binnen de LOP’s actief, en hoe actief zijn ze dan? Daarnaast is er aandacht voor de ondersteuning en werking van de voorzitters en de deskundigen van de LOP’s vanuit AgODi en voor de samenwerking tussen de LOP’s en de begeleiders diversiteit. Daarnaast komen ook budgettaire wijzigingen en de werkzaamheden van de LOP’s in termen van beleidsplanning kort aan bod. Een tweede hoofdstuk gaat in op hoe de LOP’s hun decretale opdrachten invullen: dit gaat over het opmaken van omgevingsanalyses, over de werkafspraken rond de toeleiding van anderstalige nieuwkomers, over de afspraken en werkzaamheden rond het inschrijvingsrecht, over kleuterparticipatie, over de engagementsverklaring en over schoolkosten. Een derde hoofdstuk behandelt daarna de uitbouw van het lokaal onderwijskansenbeleid: de samenwerking met lokale partners, het flankerend onderwijsbeleid en de samenwerking met gemeenten vormen hier de belangrijkste thema’s. Tot slot volgt een vierde hoofdstuk met conclusies aan dit jaarverslag en met aanbevelingen die voortkomen uit de dagelijkse werking van de LOP’s in het lokale onderwijsveld en uit de overkoepelende LOP-werking. We blikken in deze proloog ook al even vooruit naar een volgend jaarverslag. De volgende ( jubileum) editie zal toelaten om zowel terug te kijken op het tienjarig bestaan van de LOP’s en de realisaties die hieruit voortvloeiden, als vooruit te kijken naar de implementatie van een nieuw decreet inzake het inschrijvingsrecht dat ongetwijfeld een belangrijke impact zal hebben voor de LOP’s, hun leden en hu stakeholders. 5
Hoofdstuk 1 Samenstelling en werking van de LOP’s
1.1
Deelname aan en werking van de LOP’s
Een waaier aan lokale partners nemen in Vlaanderen via de 70 LOP’s (lokale overlegplatforms) deel aan overleg dat het realiseren van gelijke onderwijskansen van alle jongeren in het werkingsgebied beoogt. Het GOK-decreet van 28 juni 20021 legt vast wie deel moet en kan nemen aan de LOP’s: daarbij maakt men een onderscheid tussen de onderwijsverstrekkers en de andere lokale stakeholders. De onderwijsverstrekkers bestaan uit de directies en besturen van de scholen voor gewoon en buitengewoon (basis en secundair) onderwijs in het werkingsgebied en van de CLB’s die de scholen begeleiden. Daarnaast nemen directies en besturen van scholen voor buitengewoon onderwijs buiten het werkingsgebied van het LOP deel wanneer er hiermee duidelijke leerlingenstromen bestaan. Deze onderwijspartners nemen verplicht deel aan het LOP: hun deelname geldt als financieringsvoorwaarde voor het gemeenschapsonderwijs en als subsidiëringsvoorwaarde voor het gesubsidieerd officieel en vrij onderwijs. De andere lokale stakeholders bestaan uit organisaties die ook een belang hebben bij gelijke onderwijskansen, bij het werkterrein en/of de decretale opdrachten van het LOP. Vanuit het GOKdecreet voorziet men mogelijke deelname van vertegenwoordigers van onderwijsvakbonden, van organisaties van etnisch-culturele minderheden, van verenigingen waar armen het woord nemen, van leerlingenraden, van ouderverenigingen, van de onthaalbureaus en van de integratiesector aan dit overleg. De koepelorganisaties of de organisaties waarbij ze zijn aangesloten, stellen de leden aan (een maximaal aantal is vastgelegd bij decreet). Ook het schoolopbouwwerk en andere lokale socioculturele of socio-economische organisaties kunnen partner worden in het LOP: dit gebeurt via coöptatie. De gemeentebesturen die behoren tot het werkingsgebied van het LOP kunnen ook elk met een vertegenwoordiger in het LOP zetelen: deze treedt niet op als vertegenwoordiger van de inrichtende macht (als de gemeente ook onderwijs organiseert) maar adviseert het LOP over gemeentelijke aangelegenheden die een nauwe band hebben met de bevoegdheden van het LOP. Deze partners nemen niet verplicht maar vrijwillig deel aan het LOP. In wat volgt, belichten we beknopt de deelname aan en werking van de LOP’s in het schooljaar 2010-2011. We brengen de plenaire vergaderingen, de dagelijkse besturen en de werkgroepen onder het voetlicht. Wie graag een meer gedetailleerd cijfermatig zicht krijgt over de tijd heen, kan terecht bij de cijferreeksen in het tabellenrapport dat achteraan dit jaarverslag te vinden is. ❍❍ De plenaire vergaderingen van de LOP’s De plenaire vergaderingen van de LOP’s tellen in het schooljaar 2010-2011 gemiddeld 51 leden. Dit aantal verschilt naargelang de omvang van het werkingsgebied. De LOP’s in de grote steden (Antwerpen, Gent en Brussel) tellen gemiddeld 159 leden. In LOP’s in (of met) een centrumstad is 1 Zie decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen (B.S. 14 september 2002).
6
dit 57 leden en in LOP’s in de andere steden en gemeenten 32 leden. In totaal bereiken de LOP’s in Vlaanderen meer dan 3.500 deelnemers. Het (gemiddeld) aantal deelnemers blijft over de voorbije schooljaren heen stabiel. Niet iedereen die recht heeft op een zitje in de plenaire vergadering, neemt dit ook op. Hierbij zien we duidelijke verschillen tussen onderwijspartners en andere lokale stakeholders. Net als tijdens de voorbije schooljaren kunnen de LOP’s rekenen op een hoge participatiegraad van de onderwijspartners. Nagenoeg alle directies van scholen over de verschillende netten heen nemen hun mandaat op in het LOP. Ook bij de CLB-directies is de participatiegraad zeer hoog. Bij de besturen ligt dit iets lager: zo ligt de participatie lager dan 90% bij de inrichtende machten van het vrij onderwijs (89%), van de kleinere onderwijsverstrekkers (provinciaal onderwijs: 80% en OKO 88%) en van de CLB’s (tussen 50% en 88%). Bij de andere stakeholders is de mate van opname van het mandaat meer verscheiden. Zo nemen de gemeentebesturen (95%) en de integratiesector (90%) het vaakst hun mandaat op. Ook negen op tien van de gecoöpteerde partners nemen deel aan de plenaire vergadering. Het aantal gecoöpteerde partners in de LOP’s blijft wel laag op gemiddeld 3,4 per LOP (wat een kleine stijging is ten opzichte van het schooljaar 2009-2010). In de grotere steden ligt dit aantal hoger (gemiddeld 6,7) maar dit ligt ook beneden het maximale aantal coöptaties (tien) die decretaal toegelaten zijn. De participatie van ouderkoepels (43% tot 47%) en van leerlingenraden (29%) blijft ook dit schooljaar een moeilijk gegeven. We zien daarnaast een daling van de participatie van verenigingen waar armen het woord nemen van 71% in het schooljaar 2009-2010 naar 53% in 2010-2011. Gemiddeld komt de plenaire vergadering van het LOP in het schooljaar 2010-2011 1,8 keer samen, wat een stijging is ten opzichte van de voorbije schooljaren. In de groot -en centrumsteden liggen het aantal plenaire vergaderingen iets lager dan in de andere steden en gemeenten. Er gaan gemiddeld ook meer plenaire vergaderingen door in de LOP’s basisonderwijs dan in de LOP’s secundair onderwijs. Figuur 1: Gemiddeld aantal plenaire vergaderingen van de LOP’s in schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011, totaal, naar werkingsgebied en onderwijsniveau.
Wie is er aanwezig op de plenaire vergaderingen? De gemiddelde aanwezigheid op de plenaire vergaderingen (uitgedrukt in percentages) varieert bij de directies van scholen tussen 48% en 67%, wat vergelijkbaar is met de voorbije schooljaren. Bij de besturen van scholen ligt dit percentage een stuk lager (tussen 31% en 48%), net als bij de besturen van CLB’s (tussen 30% en 61%), wat ook eerdere schooljaren het geval was. Hoewel voor de besturen de mogelijkheid bestaat om 7
zich te laten vertegenwoordigen door directies van scholen, bestaan er hierover in maar 14 van de 70 LOP’s afspraken. In zes LOP’s staat deze delegatiemogelijkheid ook in het Huishoudelijk Reglement van het LOP. In acht van die veertien LOP’s gebruikt men een ‘permanente’ bevoegdheidsdelegatie, in zes van de LOP’s maakt men gebruik van een delegatie van bevoegdheid per vergadering (‘ad hoc delegatie’). Van de andere stakeholders, zijn de meest aanwezige partners: het schoolopbouwwerk (82%), de leerlingenraden (75%) en de integratiesector (62%). De aanwezigheid van de vertegenwoordigers van de leerlingenraden is opvallend hoog (drie op vier): wanneer zij hun mandaat opnemen door een vertegenwoordiging aan te duiden, komen zij met andere woorden doorgaans ook naar de vergaderingen van het LOP. De effectieve vertegenwoordiging op plenaire vergaderingen blijft laag bij de vakbonden, de ouderverenigingen, de organisaties van etnisch-culturele minderheden, de verenigingen waar armen het woord nemen en de onthaalbureaus. ❍❍ Het Dagelijks Bestuur De dagelijkse besturen van de LOP’s komen vaker bijeen dan de plenaire vergaderingen: gemiddeld vergadert men vier keer per jaar via dit orgaan. Gemiddeld tellen de dagelijkse besturen van de LOP’s 14 leden. In de grootsteden gaat het om gemiddeld 26 leden. In de centrumsteden (14 leden) en andere steden en gemeenten (12 leden) zijn deze vergaderingen wat minder omvangrijk. Over de jaren heen blijft het gemiddeld aantal leden van de dagelijkse besturen vrij stabiel. Van de directies van de verschillende netten neemt bijna iedereen minstens één van de hun toegewezen mandaten effectief op. Negen op tien van de schoolbesturen uit het vrij onderwijs, het gemeenschapsonderwijs en het gemeentelijk onderwijs doen dit ook. Bij de provinciale besturen ligt dit percentage iets lager: daar neemt men zeven op tien van de toegewezen mandaten op. Wie is er dan effectief aanwezig op deze vergaderingen? Opnieuw kennen directies van scholen en CLB’s de hoogste aanwezigheidscijfers (tussen 63% en 88%), bij de besturen van deze organisaties is de deelnamegraad lager (rond 50%). Bij de lokale stakeholders tekenen we de hoogste aanwezigheidsgraad op bij de integratiesector (69%), gemeentebesturen (67%), het schoolopbouwwerk (66%) en de Vlaamse Confederatie van ouders en ouderverenigingen (VCOV-66%). ❍❍ Werkgroepen Binnen de LOP’s zijn ook heel wat werkgroepen actief die beleidsvoorbereidend werk doen. Gemiddeld zijn er 2,7 werkgroepen per LOP, wat een lichte stijging is ten opzichte van de twee voorgaande schooljaren. LOP’s in de grootsteden tellen gemiddeld 3,3 werkgroepen (met een maximum van 8), in de centrumsteden is dat gemiddeld 3,3 (met een maximum van 7) en in de andere steden en gemeenten 2,1 (maximaal 5). Gemiddeld tellen de werkgroepen 7,5 leden; de grootste werkgroep telt 25 leden. De sterke daling van het gemiddeld aantal leden per werkgroep is vooral toe te schrijven aan het feit dat er de vorige jaren ook werkgroepen met zeer veel leden bestonden, waardoor het gemiddelde ook hoger lag. De thema’s waarrond werkgroepen het vaakst bijeenkomen, zijn: • Inschrijvingsbeleid:
in 31% van de LOP’s
• Participatie aan het kleuteronderwijs:
in 37% van de LOP’s
• Armoede:
in 29% van de LOP’s
• Anderstalige nieuwkomers:
in 27% van de LOP’s
• Schoolloopbaan en doorstroming:
in 24% van de LOP’s
• Ouders en ouderbetrokkenheid:
in 23% van de LOP’s
8
In 80% van de LOP’s zijn directies van scholen en CLB’s van het vrij en van het gemeenschapsonderwijs actief in een werkgroep van het LOP. Voor de directies van het gemeentelijk, provinciaal en OKO onderwijs, ligt dit lager. Ook vakbonden, de ouderverenigingen en de leerlingenraden kennen een lagere vertegenwoordiging. Sterker vertegenwoordigd vinden we dan weer de gemeentebesturen (zijn in zes op de tien LOP’s in een werkgroep actief), de integratiesector en het schoolopbouwwerk (telkens in één op twee LOP’s). Bij de gecoöpteerde partners zijn vooral Kind en Gezin en het OCMW sterk vertegenwoordigd. Bij de niet-decretale partners zijn opnieuw Kind en Gezin, het OCMW en de politie belangrijke deelnemers aan de werkgroepen. Gemiddeld zijn 70% van de leden aanwezig op de vergaderingen van de werkgroepen, wat vergelijkbaar is met vorige schooljaren.
Samengevat bereiken de LOP’s in Vlaanderen met meer dan 3.500 deelnemers een ruime waaier aan lokale onderwijspartners en andere stakeholders voor het lokale overleg rond gelijke onderwijskansen. Onderwijspartners zijn doorgaans sterk vertegenwoordigd op de plenaire vergaderingen en de dagelijkse besturen van de LOP’s maar ook lokale stakeholders zoals het schoolopbouwwerk, de gemeentebesturen en de integratiesector zijn opnieuw sterk aanwezig rond de LOP-tafel. Andere lokale partners zijn minder sterk vertegenwoordigd zoals de leerlingen- en ouderverenigingen. Tegenover de voorgaande schooljaren zien we ook een lagere participatie van de Verenigingen waar armen het woord nemen. Daarnaast zijn er in de LOP’s heel wat werkgroepen actief die thema’s opnemen die men lokaal op de agenda plaatst. De werkgroepen binnen de LOP’s nemen naast de decretale opdrachten zoals inschrijvingsbeleid, kleuterparticipatie en anderstalige nieuwkomers, ook andere thema’s naast de prioritaire thema’s van de minister op. Ten opzichte van de voorgaande jaren zien we in de meeste LOP’s vandaag opnieuw een sterkere vertegenwoordiging van decretale (onderwijs)partners aan de werkgroepen en een sterkere focus op de decretale kernopdrachten van de LOP’s zoals inschrijvingsrecht, anderstalige nieuwkomers en kleuterparticipatie.
1.2
Werking voorzitters en deskundigen
1.2.1 Werking LOP-voorzitters In de vorige jaarverslagen ging veel aandacht naar de werking van de gemandateerde LOP-voorzitters. In schooljaar 2010-2011 slagen we er voor de eerste keer in om vanuit alle provincies een afvaardiging van de gemandateerde2 LOP-voorzitters bijeen te krijgen. Op 17 november 2010 vindt de jaarlijkse ontmoeting van de LOP-voorzitters met de minister plaats. Drie gemandateerde LOP-voorzitters stellen een zestal inleidende vragen met als rode draden: “Wat is de minister van plan met de LOP’s? Wat mogen de LOP-voorzitters nog van de minister verwachten, en omgekeerd: wat verwacht de minister van de LOP-voorzitters?” Na de gedachtenuitwisseling met de minister werken de LOP-voorzitters verder in drie reflectiegroepen, telkens gemodereerd door een LOP-voorzitter. De eerste groep gaat dieper in op de antwoorden van minister betreffende ‘inschrijvingsrecht’ en ‘LOP versus steden’. Een tweede groep reflecteert op de antwoorden van de minister betreffende de mandaatperiode van de LOP-voorzitters. Een derde groep tenslotte focust op de antwoorden van de minister betreffende de werkingsgebieden van de LOP’s.
2 Een gemandateerde LOP-voorzitter is een spreekbuis naar het kabinet en naar AgODi voor de LOP-voorzitters van één provincie. De steden Antwerpen, Brussel en Gent hebben een aparte gemandateerde LOP-voorzitter.
9
De voorzitters werden op tal van momenten nadrukkelijk uitgenodigd en betrokken zoals op de “Focus op Anderstalige Nieuwkomers” (op 18 februari 2011 in Gent), “LOP’s en lokale besturen: samen sterk” (op 25 maart 2011 in Brussel), en “Focus op omgevingsanalyse” (op 1 april 2011 in Brussel) en “Participatie in het LOP” (op 10 juni 2011 in Sint-Truiden). Enkele cijfergegevens m.b.t. de LOP-voorzitters. Op 1/01/11 ontvangen 58 voorzitters van de 70 LOP’s een jaarlijkse forfaitaire vergoeding. Drie LOP’s hadden geen voorzitter en negen LOPvoorzitters zaten twee LOP’s voor. Vierendertig LOP’s hadden op 1 januari 2011 een voorzitter met vijf of meer jaren anciënniteit. Zo’n 38 LOP’s (van de 70) hadden nog altijd dezelfde voorzitter als bij de start; 29 LOP’s waren toe aan een tweede voorzitter sinds de opstart; drie aan een derde. Drie nieuwe voorzitters nemen hun rol op in de loop van schooljaar 2010-2011.
1.2.2 Werking LOP-deskundigen ❍❍ De LOP-deskundigen: personeelswissels In het schooljaar 2010-2011 doen zich een aantal personeelswissels voor. Het onthaal van nieuwe LOP-deskundigen vraagt dan ook de nodige aandacht. Tijdens het schooljaar 2010-2011 starten zeven nieuwe LOP-deskundigen, waarvan vier op 1 september 2010. Op 1 januari 2011 zijn er 32 deskundigen in dienst, waarvan 13 contractueel en 19 gedetacheerd. Vijftien LOP deskundigen ondersteunden drie of meer LOP’s. Twaalf LOP-deskundigen hebben meer dan zeven jaar anciënniteit. Zeven LOP-deskundigen hebben minder dan één jaar anciënniteit. In totaal zijn er tien LOP-deskundigen met minder dan twee jaar anciënniteit. In 28 van de 70 LOP’s werkt nog steeds de eerste LOP-deskundige sinds de start, 30 zijn aan hun tweede deskundige toe, 14 aan hun derde deskundige, 3 aan hun vierde, 2 aan hun vijfde en 4 aan hun zesde deskundige. ❍❍ Activiteiten Een eerste activiteit in de werking van de LOP-deskundigen in het schooljaar 2010-2011 is een tweedaags mini-seminarie met de LOP-deskundigen in Mol. waar onder meer ook een werkbezoek aan de gesloten gemeenschapsinstelling “de Hutten” wordt gemaakt. Hierbij werken we met vier sessies. • In een eerste sessie maken we een evaluatie van de centrale werkgroepen3 van de LOPdeskundigen. Deze leert ons dat de groepen een zeer intense werking kunnen voorleggen, een hoge aanwezigheid kennen en heel wat realisaties kunnen voorleggen. Er worden een aantal aanbevelingen geformuleerd om de werking van de centrale werkgroepen verder te verfijnen. Die aanbevelingen houden onder meer verband met het opstellen van de jaarplanning, het betrekken van startende LOP-deskundigen en de wijze van interactieve terugkoppeling van de werking naar alle LOP-deskundigen. • In een tweede sessie rond de ‘deontologische code’ geven de deelnemers voorbeelden van een aantal situaties waarin men voor een deontologisch moeilijke keuze stond. De deelnemers vinden het belangrijk om bepaalde eigen, specifieke deontologische bepalingen te kunnen formuleren, onder meer rond de meervoudige loyaliteit en dit in aanvulling op de Code van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. • In een derde sessie rond ‘beleidssignalen’ bekijkt men hoe er wordt omgegaan met beleidssignalen vanuit de LOP’s en van de LOP-deskundigen. Wat bepaalt of een beleidssignaal opgenomen wordt in overleg met het departement, binnen AgODi of met de minister? We focussen ons hierbij vooral op de procedures. De interne overlegstructuren ter ondersteuning van de LOP-werking (binnen AgODi) worden belicht met aandacht voor het LOP-overleg, de GOK3 De centrale werkgroepen zijn de werkgroepen binnen AgODi waar telkens een beperkt aantal LOP-deskundigen rond diverse thema’s werken. Ze werken concrete acties en instrumenten uit die zinvol zijn voor andere collega’s deskundigen en hun LOP-werkingen, en bundelen lokale beleidssignalen (zie verder op pagina 8).
10
stuurgroep, de LOP-speerpunten, de coördinatiecel, het trimestrieel voorzittersoverleg, het provinciaal voorzittersoverleg, het deskundigenoverleg en de centrale werkgroepen. Er komt ook duiding bij de participatie aan overlegstructuren, die niet rechtstreeks door AgODi worden aangestuurd. De sessie resulteert in een aantal aanbevelingen. • In een vierde en laatste sessie ‘LOP’s in de ruimere omgeving’ wordt een samenwerking van de LOP’s in Turnhout met de ruimere regio Kempen als casestudy voorgesteld. • Met een lezing door Selahattin Koçak n.a.v. zijn boek “Wie is er bang van de Islam?” sluiten we de tweedaagse af. Betreffende Vorming, Trainging en Opleiding (VTO) is het de bedoeling om nog sterker in te zetten op competenties met de nadruk op procesgerichte opleidingen rond vaardigheden en houdingen. De keuzes voor 2010-2011 kwamen uit een bespreking op het deskundigenoverleg. We organiseren twee dagen opleiding intervisietechnieken voor semi-gevorderden met Praxisnetwerk en twee dagen training in schrijftechnieken. Omdat de LOP-deskundigen pilootgroep zijn binnen het beleidsdomein onderwijs en vorming voor de migratie naar Office 10 en Windows 7 gaat er veel aandacht naar ICT-vaardigheden. We organiseren drie dagen basisopleiding en twee dagen voor de meer gevorderden met Xylos. Op geregelde tijdstippen is er een deskundigenoverleg waarbij een gastspreker wordt uitgenodigd. In het schooljaar 2010-2011 waren dit: • Chris Dockx van het ministerie van Onderwijs en Vorming over nieuwe regelgeving in het secundair onderwijs • Luc Van Beeumen en Chama Rhellam van het ministerie van Onderwijs en Vorming over de nieuwe regelgeving betreffende het inschrijvingsrecht • Nele Spaas over Ella Vzw en de onderwijskaravaan • Johan Heymans van het ministerie van Onderwijs en Vorming over nieuwe programmering en de taskforces capaciteit • Karl Wauters van het ministerie van Onderwijs en Vorming over de nieuwe omkadering in het basisonderwijs • Peter Van Poucke van het ministerie van Onderwijs en Vorming over Discimus • Rachel Laget van en over het ‘Kruispunt Migratie Integratie’ • Pieter Van Mulders van het ministerie van Onderwijs en Vorming over ICT-ontwikkelingen • Sieg Monten over tools vanuit het Netwerk Armoede • Guy Janssens van het ministerie van Onderwijs en Vorming over de beheersovereenkomst van AgODi • Elke Naessens van het ministerie van Onderwijs en Vorming over de projectoproep FLOB (Flankerend Onderwijsbeleid) In het deskundigenoverleg is er naast de inbreng van gastsprekers een belangrijke plaats weggelegd voor bijdragen vanuit de centrale werkgroepen. Hiervoor worden verschillende methodieken gebruikt. De volgende zaken werden door de werkgroepen naar voor gebracht: • Werkgroep engagementsverklaring: toelichting bij het herwerkte draaiboek rond ‘engagementsverklaring’ met gedifferentieerde aanpak in drie ‘niveaugroepen • Themawerking kleuterparticipatie: ervaringsuitwisseling in kleine groepen rond de opvolging van niet-ingeschreven kleuters en actuele aandachtspunten • Werkgroep buitengewoon onderwijs: werken in vier groepen (één maal doorschuiven) rond vier specifieke vragen aangereikt door de werkgroep • Themawerking inschrijvingsbeleid: een sessie rond segregatie, een sessie rond het doornemen van het nieuwe ontwerp van decreet in kleine groepen en een sessie ‘gehoord in Amsterdam’ met het relaas n.a.v. deelname aan een congres 11
• Werkgroep taal: met een doorschuifsysteem via korte gesprekken in verschillende groepen en plenaire terugkoppeling over thema’s aangereikt door de werkgroep • Werkgroep ‘LOP’s en lokale besturen’: plenaire toelichting over de werkzaamheden van de werkgroep • Themawerking spijbelen: toelichting bij een nieuwe tool en een oefensessie met de eigen laptop Naast deze werkgroepen zijn er de werking M&M (Mentée en Mentoren) en een feestcomité. Ook op provinciaal niveau zijn er overleggroepen van LOP-deskundigen (en voorzitters) actief. In het schooljaar 2010-2011 zijn er ook enkele overlegmomenten met de LOP-deskundigen uit de grootsteden.
1.3
Samenwerking met de begeleiders diversiteit
Voor de samenwerking met de begeleiders diversiteit is het schooljaar 2010-2011 een moeilijk jaar. In de aanloop naar het schooljaar wordt het aantal begeleiders diversiteit gereduceerd. Van de oorspronkelijke planning om de samenwerking tussen LOP-voorzitters, LOP-deskundigen en begeleiders verder te verfijnen, komt daardoor in het gedrang. Het is zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Het aantal contactmomenten is immers beperkt. De coördinator van de LOP-deskundigen is aanwezig op de overlegmomenten van de begeleiders diversiteit. Vlor en AgODi werken één gezamenlijke studiedag uit die doorgaat op 10 juni 2011 in Sint-Truiden. De deelnemers zijn er op uitnodiging van een groep laaggeschoolde ouders uit Sint-Truiden (de OBOS-werking4). Het centrale thema is ‘participatie’. In de voormiddag werken we interactief met de organisatie Participant (participatiespecialist Stef Steyaert). In de namiddag komen in tal van werkwinkels goede praktijken aan bod onder meer rond het samenwerken met intermediairs, oudercomités en leerlingenraden. Veel belangstelling is er voor de inbreng van de OBOS-werking zelf. De studiedag krijgt globaal een zeer goede evaluatie, met als element van kritiek dat de studiedag wat te laat op het schooljaar valt.
1.4 Budget In het jaarverslag van de LOP’s van het schooljaar 2008-2009 staat een uitgebreide beschrijving van de bepalingen rond het gemeenschappelijk budget. Hier volgt een overzicht van de LOPprojecten die bijkomende financiële middelen krijgen vanuit niet-aangewende werkingsmiddelen van 2010.
4 OBOS staat voor Ondernemende Bewuste Ouders.
12
Benaming
Korte beschrijving
Studiedag OKAN en DAN
LOP Turnhout BaO en SO en partners richten een studiedag in over de opvang van leerlingen na OKAN.
DVD Zindelijkheidstraining
LOP Beringen, partners en de filmschool van Hasselt (KHLIM) ontwikkelden een animatie rond zindelijkheid.
Naar de kleuterschool … inschrijven in Heusden-Zolder
LOP Heusden-Zolder BaO helpt scholen in hun communicatie naar ouders, om witte en zwarte vlucht te vermijden.
Nieuw inschrijvingsbeleid voor alle Leuvense basisscholen
LOP Leuven BaO krijgt alle scholen op één lijn en werkt een gezamenlijke informatiecampagne uit.
Tevredenheidmeting bij ouders en leerkrachten
LOP Gent BaO en SO bouwen verder aan hun charter rond goede communicatie naar ouders. Met het brugfigurenproject en KAHO Sint-Lieven werkt het een tool uit voor een jaarlijkse monitoring van tevredenheid van ouders en leerkrachten.
LOP’ke
In alle LOP’s van Vlaams-Brabant vinden in samenwerking met het provinciebestuur, CEGO en de lokale besturen acties plaats in het kader van verzet tegen armoede, met onder meer interactieve thema-avonden in 5 regio’s.
Het hoe, waarom, wanneer van leerlingen die spijbelen in kaart brengen
LOP Oostende-Middelkerke krijgt met enquêtes een zicht op de profielen van spijbelende leerlingen.
Prikkelbox voor anderstalige nieuwkomers
LOP Genk SO en partners brengen materialen op maat van anderstalige nieuwkomers samen in een prikkelbox en creëren een ruimere dynamiek rond OKAN.
Taal in de vrije tijd
LOP Westkust BaO stimuleert anderstalige en taalarme leerlingen via hun ouders om Nederlands te oefenen in de vrije tijd.
Informatiecampagne inschrijvingen
De LOP’s van Brussel maken via gerichte advertenties en verspreiding van brochures en flyers het inschrijvingsbeleid bekend bij alle ouders.
Een vreemde eend in de bijt … een kind als een ander
LOP Gent BaO en partners werken een studiedag uit rond alle aspecten van anderstalige nieuwkomers.
School in zicht
In Gent loopt een experiment met vzw school in zicht.
1.5 LOP-beleidsplannen In de beleidsnota Onderwijs 2009-2014 werd een evaluatie en een eventuele bijsturing van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid voorzien in het licht van een betere afstemming van de taken van het LOP en de gemeente en een duidelijkere definiëring van de regiefunctie van de gemeente. Een eerste aanzet om de taken van de gemeente en het LOP beter op elkaar af te stemmen, bestond uit het initiatief om de mandaatperiode van de voorzitters, en hiermee ook de termijnen van de beleidsplannen van de LOP’s, af te stemmen op de gemeentelijke legislatuur. Het mandaat van de voorzitters werd per 1 januari 2011 met twee jaar verlengd tot 31 december 2012. Vanaf 1 januari 2013 zullen de voorzitters voor een periode van zes jaar worden voorgedragen en aangesteld. Aan de LOP’s werd gevraagd om aan hun beleidsplannen die aflopen in het schooljaar 2010-2011, nog een addendum toe te voegen voor de periode 2011-2012/2012-2013. De nieuwe beleidsplannen zullen dan worden opgemaakt voor de periode van 1 september 2013 tot 30 juni 2019 (of twee keer drie schooljaren). Als gevolg van de goedkeuring van het planlastendecreet (15 juli 2011) worden de lokale besturen geacht om in de loop van 2013 een meerjarenplan voor de periode 2014-2019 op te maken. Ook het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid wordt gevat door het planlastendecreet en moet worden aangepast aan dit nieuwe juridisch-technische kader. In de geplande aanpassingen voorziet men dat de samenwerking met de LOP’s behouden blijft: zij zullen opnieuw worden gevraagd om een advies uit te brengen over de strategische meerjarenplanning en over de actieplannen van de lokale besturen voor zover die betrekking hebben op het basis of het secundair onderwijs. LOP’s op hun beurt zullen bij de opmaak van nieuwe beleidsplannen worden gevraagd om aan te geven op welke manier zij plannen samen te werken met de lokale besturen. Men verwacht ook de conceptnota van de minister met voorstellen om de regierol van de gemeente te versterken en de taken van het LOP en van de gemeenten beter op elkaar af te stemmen. 13
Hoofdstuk 2 Decretale opdrachten van de LOP’s
2.1 Omgevingsanalyse Een belangrijk instrument in de werking van een LOP is de omgevingsanalyse. Het doel ervan is om op basis van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens de ongelijke kansenproblematiek in het werkingsgebied, zowel met betrekking tot het onderwijs alsook ruimer, in kaart te brengen. Aan de hand van de omgevingsanalyse kan men knelpunten detecteren en kan het LOP prioritaire actiepunten formuleren. Een grondige analyse van de knelpunten en een zorgvuldige diagnose van de situatie zorgen voor een degelijke basis voor weloverwogen en goed onderbouwde acties. LOP’s hanteren actief de omgevingsanalyse als instrument om de ongelijke kansenproblematiek in beeld te brengen. Deze tendens was er al, maar neemt nog verder toe in het schooljaar 20102011. Zes op tien (59%) LOP’s werken met periodieke omgevingsanalyses aan de hand van een vast format. Dit is het minst gebruikelijk in de grootsteden (50%) en het meest van toepassing in de centrumsteden (64%). Zeven op tien LOP’s (70%) maken ook ad hoc analyses op basis van lokaal gedefinieerde vragen. Deze werkwijze heeft de voorbije schooljaren fel aan belang gewonnen: Tabel 22: Aandeel LOP’s (in %) dat werkt met een periodieke / ad hoc omgevingsanalyse, schooljaren 2008-2009 t.e.m. 2010-2011 Schooljaar
Periodiek
Ad hoc
2008-2009
46%
46%
2009-2010
56%
66%
2010-2011
59%
70%
In de grootsteden is het werken met ad hoc analyses op basis van specifieke vragen een absolute verworvenheid (100%), maar ook in de centrumsteden (82%) en in de overige LOP’s (60%) wordt meer op die manier gewerkt. De omgevingsanalyse is bij uitstek een LOP-intern werkinstrument dat men in hoofdzaak aan de LOP-leden ter beschikking stelt. In het schooljaar 2010-2011 gebeurt dit in 90% van de LOP’s en in de grootsteden is dit een algemene praktijk (100%). Naast de leden kunnen soms ook externen over de omgevingsanalyse beschikken: dit is in één op vier LOP’s het geval. Dit is zo in 83% van de LOP’s in grootsteden, in 32% van de LOP’s in de centrumsteden en in 14% van de LOP’s in andere steden en gemeenten. Het decreet voorziet dat de participanten van het lokaal overleg de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens aanleveren en mee betrokken zijn in de verwerking en het rapporteren ervan. Voor het aanleveren van data blijft het AgODi de belangrijkste bron (84%). In 57% van de LOP’s verzamelt de LOP-deskundige zelf ook data. Andere belangrijke partners zijn de gemeentebesturen (41%) en de directies (variërend van 30% tot 37%). De integratiesector (13%) en diensten voor schoolopbouwwerk (10%) zijn ook partners die op regelmatige basis aangesproken worden voor het aanleveren van gegevens. 14
De verwerking en analyse van gegevens wordt net zoals in de voorgaande schooljaren grotendeels uitgevoerd door de LOP-deskundige (in 76% van de LOP’s), al dan niet in overleg met de LOP- voorzitter (21%) of met de gemeentelijke diensten (27%). Andere participanten zijn beperkt of niet betrokken bij het verwerken en analyseren van de data. De rapportering verloopt nagenoeg analoog met de verwerking en analyse. In hoofdzaak is het de LOP-deskundige die rapporteert (71%), meestal in samenwerking met de gemeentelijke diensten (20%) of de LOP-voorzitter (14%). De vragen van de LOP-voorzitters en deskundigen naar professionele ondersteuning blijven op basis van de bovenstaande vaststellingen, ook in het schooljaar 2010-2011 aan de orde. Het gaat om: • Een beter zicht krijgen op de beschikbare en relevante gegevens • Ondersteuning bij het analyseren en interpreteren van gegevens • Ondersteuning bij de ontwikkeling van rapporteringsmethodieken zodat informatie toegankelijk is voor alle participanten betrokken in het LOP • Ondersteuning bij het correct vertalen van verworven inzichten naar aangewezen acties In het schooljaar 2010-2011 worden verschillende initiatieven genomen om tegemoet te komen aan de geformuleerde behoeften. De centrale werkgroep ‘omgevingsanalyse’ besteedt veel aandacht aan de voorbereiding van een studiedag “Focus op omgevingsanalyse” op 1 april 2011. LOP-voorzitters, deskundigen en enkele leden van de onderwijsinspectie krijgen bij deze gelegenheid de kans om over het belang en de diversiteit van omgevingsanalyses ervaringen uit te wisselen. Tijdens deze studiedag worden diverse aspecten van de omgevingsanalyse belicht: • Het belang van de omgevingsanalyse als werkinstrument • Verschillen in de omgevingsanalyse tussen grote en kleinere LOP’s • De opbouw van een thematische omgevingsanalyse • Analyse van het thema anderstalige nieuwkomers in het LOP BaO van Gent • Analyse van de capaciteitsproblematiek in het LOP BaO van Sint-Niklaas • Getuigenis over het belang van de omgevingsanalyse in een klein LOP (Zele) • Getuigenis over het belang van de omgevingsanalyse in een groot LOP (Antwerpen) De centrale werkgroep ‘omgevingsanalyse’ werkt verder ook: • Aan de opmaak van informatiefiches voor LOP-deskundigen. Het concept om te werken met een starterskit voor beginnende LOP-deskundigen is herzien en herwerkt tot een bundel van informatiefiches die volgens thema een overzicht geven van interessante gegevensbronnen. Hierbij worden kritische bedenkingen geformuleerd over de bruikbaarheid van de gegevens en de wijze waarop ze kunnen of moeten geïnterpreteerd worden. • De organisatie van collegiale uitwisselingsmomenten, bijvoorbeeld in het kader van de opleiding van beginnende LOP-deskundigen. De centrale werkgroep ‘spijbelen’ ontwikkelt een spijbelmonitor voor de LOP’s secundair onderwijs op schoolniveau met daarin gegevens over laattijdige inschrijvingen, in- en uitschrijvingen in de loop van het schooljaar, problematische afwezigheden en definitieve uitsluitingen. Deze monitor wordt jaarlijks geactualiseerd. Jaarlijks ontvangen de LOP-deskundigen een overzicht van de vier- en vijfjarige kleuters die niet zijn ingeschreven in een school. Dit overzicht geeft informatie over de vaststellingen die gedaan zijn door Kind en Gezin. De LOP-deskundigen organiseren een verdere opvolging van de niet-
15
ingeschreven kleuters op basis van overleg met andere lokale instanties die gevat zijn door het beroepsgeheim. Niet alleen is er de opvolging van de vaststellingen van Kind en Gezin, de doelstelling is de optimale toeleiding van deze kinderen naar onderwijs. Tot slot zijn er de beleidsontwikkelingen binnen AgODi die gericht zijn op het voeren van een vernieuwd beleid met betrekking tot het actief en passief ter beschikking stellen van gegevens aan de verschillende gebruikers. Op welke manier de LOP’s kunnen aansluiten bij de datawarehouse en het geplande kenniscentrum, wordt bekeken.
2.2
Anderstalige nieuwkomers
Onthaalonderwijs is onderwijs dat de taalvaardigheid in het Nederlands én de sociale integratie van de anderstalige nieuwkomer bevordert. Het onthaalonderwijs heeft tot doel de anderstalige nieuwkomer voor te bereiden op hun instroom in het gewoon onderwijs en de doorstroming te bevorderen naar de reguliere klaspraktijk en de verdere schoolloopbaan. Waar het onthaalonderwijs in het basisonderwijs ook aandacht besteedt aan het leren omgaan met sociale en culturele verscheidenheid en integratie in de samenleving, ligt de klemtoon in het secundair onderwijs sterker op het leren van het Nederlands in functie van een snelle doorstroming naar de onderwijsvorm en studierichting die het nauwst aansluit bij individuele capaciteiten van de leerling.
2.2.1 Regelgeving De regelgeving werd meer uitvoerig toegelicht in het jaarverslag 2009-2010 (5,6). Omdat er geen wijzigingen zijn, wordt deze toelichting hier niet herhaald.
2.2.2 Cijfers Sinds het schooljaar 2007-2008 is er op alle onderwijsniveaus een opvallende toename van het aantal gefinancierde of gesubsidieerde anderstalige nieuwkomers. Die tendens heeft zich in het schooljaar 2010-2011 sterk doorgezet. Procentuele aangroei sinds het schooljaar 2007-2008: • Gewoon basisonderwijs:
+ 96,2%
• Gewoon voltijds secundair onderwijs:
+ 62,2%
5 Lokale overlegplatforms, partners in gelijke onderwijskansen, jaarverslag schooljaar 2009-2010, Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming, Agentschap voor onderwijsdiensten (AgODi), 2011. 6 Voor de regelgeving voor het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs verwijzen we naar de omzendbrief BaO/2006/03 van 30 juni 2006. De regelgeving voor het gewoon voltijds secundair onderwijs zit vervat in de omzendbrief SO 75 van 30 juni 2006. Sinds de invoering van het stelsel van leren en werken is de regelgeving wat betreft het onthaalonderwijs in het DBSO vervat in de omzendbrief met betrekking tot leren en werken, SO/2008/08.
16
Figuur 2: Evolutie van het aantal anderstalige nieuwkomers in het gewoon basis en secundair onderwijs, schooljaar 2005-2006 t.e.m. 2010-2011
Figuur 3: Evolutie van het aantal anderstalige nieuwkomers per provincie in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011.
17
Figuur 4: Evolutie van het aantal anderstalige nieuwkomers per provincie in het voltijds gewoon secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011.
De provincie Antwerpen is koploper wat betreft het aantal gefinancierde of gesubsidieerde anderstalige nieuwkomers. Op de tweede plaats volgt Oost-Vlaanderen en op de derde plaats Limburg. Het mag niet verbazen dat voor het onthaalonderwijs - ongeacht het onderwijsniveau - de beschikbare capaciteit steeds vroeger in het schooljaar wordt bereikt en er ook vlugger signalen zijn dat er voor deze leerlingen moeizaam of zelfs geen school kan gevonden worden7. Problemen die door de LOP-deskundigen worden vermeld, zijn vooreerst dat het opdrijven van de capaciteit amper volstaat om tegemoet te komen aan de grotere instroom van anderstalige nieuwkomers. Daarnaast worden in het gewoon voltijds secundair onderwijs anderstalige nieuwkomers ingeschreven in een aparte administratieve groep8 waar in het basisonderwijs de ‘anderstalige nieuwkomers’ niet als een aparte leerlingengroep betiteld kunnen worden. De organisatie van goed onthaalonderwijs komt hierdoor jaar na jaar onder druk te staan. Dat was al zo in het schooljaar 2009-2010. Toen werd de aanbeveling geformuleerd om binnen de lokale overlegplatforms werk te maken van de nodige afspraken voor de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs. De urgentie om afspraken te maken is alleen maar groter geworden, niet alleen op LOP-niveau maar ook tot op het provinciale niveau. In het schooljaar 2010-2011 wordt - gelet op de toenemende instroom van anderstalige nieuwkomers én de grote bekommernissen van de scholen - besloten om ook op centraal niveau te starten met een centrale werkgroep van LOP-deskundigen rond OKAN.
2.2.3 Decretale opdracht Het behoort tot de decretale opdrachten van de LOP’s om afspraken te maken over: • De opvang, toeleiding en begeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs • De ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het reguliere onderwijs
7 Gegevens verkregen uit de signaalrapporten 2010-2011 vanuit de LOP’s. 8 Omzendbrief SO 37 betreffende secundair onderwijs - administratieve groepen (publicatiedatum: 01/09/1994).
18
❍❍ Verzamelen van informatie Tabel 25a: Evolutie van de mate waarin LOP’s gegevens verzamelen over de instroom, spreiding en doorstroming van (gewezen) anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011. 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Instroom van AN
64%
62%
76%
63%
Spreiding van AN
44%
49%
63%
56%
Doorstroming van gewezen AN
8%
10%
7%
7%
36/41
39/41
41/41
41/41
Totaal aantal LOP’s
Zesentwintig van de 41 LOP’s basisonderwijs (of 63%) verzamelen en/of interpreteren gegevens over de manier waarop de toeleiding naar het onthaalonderwijs verloopt. In 23 van de 41 LOP’s (56%) volgt men de spreiding van de anderstalige nieuwkomers cijfermatig op. In slechts drie LOP’s (7%) verzamelt men informatie over de doorstroming van gewezen anderstalige nieuwkomers. Tabel 25b: Evolutie van de mate waarin LOP’s gegevens verzamelen over de instroom, spreiding en doorstroming van (gewezen) anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011. 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Instroom van AN
56%
61%
69%
69%
Spreiding van AN
41%
36%
38%
59%
Doorstroming van gewezen AN
33%
14%
21%
21%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
Twintig van de 29 LOP’s secundair onderwijs (of 69%) verzamelen of interpreteren gegevens over de manier waarop de toeleiding naar het onthaalonderwijs verloopt. In 17 van de 29 LOP’s (59%) wordt de spreiding van de anderstalige nieuwkomers cijfermatig opgevolgd. In zes LOP’s (21%) verzamelt men informatie over de doorstroming van gewezen anderstalige nieuwkomers. Het is opvallend dat in het gewoon basisonderwijs minder LOP’s gegevens verzamelen over de instroom, spreiding en doorstroming van anderstalige nieuwkomers. Een heel andere beweging zien we in het gewoon voltijds secundair onderwijs waar vooral het verzamelen van gegevens over de spreiding van de anderstalige nieuwkomers vaker voorkomt. Waarschijnlijk is dit toe te schrijven aan het feit dat hier de beschikbare capaciteit steeds vroeger in het schooljaar wordt bereikt. Hoewel in de meeste LOP’s wel informatie wordt verzameld, is slechts in 19 van de 70 LOP’s (9% van alle LOP’s) een werkgroep OKAN actief. ❍❍ Partners betrokken bij de toeleiding van AN naar onthaalonderwijs binnen de LOP-regio De gemeente, onthaalbureaus en integratiediensten en de CLB’s worden in het schooljaar 20102011 intensiever betrokken bij de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs dan voorgaande schooljaren. De betrokkenheid van het LOP zelf en van het schoolopbouwwerk blijft op het vlak van toeleiding naar het onthaalonderwijs constant.
19
Tabel 26a: Aandeel LOP’s (%) met betrokken partners bij de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011. 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Gemeente
42%
49%
41%
56%
Onthaalbureau
47%
54%
49%
61%
Integratiedienst
39%
36%
39%
49%
CLB
19%
33%
46%
51%
LOP
44%
44%
46%
46%
Schoolopbouwwerk
28%
18%
32%
32%
Andere
31%
22%
22%
15%
Totaal aantal LOP’s
36/41
39/41
41/41
41/41
In de meeste LOP’s secundair onderwijs zijn heel wat diensten betrokken bij het proces van de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs. De gemeente, het onthaalbureau en de CLB’s worden hierin het meest intensief betrokken. Tabel 26b: Aandeel LOP’s (%) met betrokken partners bij de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs in het gewoon secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Gemeente
37%
29%
41%
55%
Onthaalbureau
44%
50%
66%
59%
Integratiedienst
30%
36%
41%
38%
CLB
30%
43%
45%
62%
LOP
37%
32%
41%
52%
Schoolopbouwwerk
7%
18%
17%
24%
Andere
26%
14%
14%
10%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
Ongeacht het onderwijsniveau zijn de gemeenten, de onthaalbureaus, integratiediensten en in toenemende mate de CLB’s de belangrijkste partners bij de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs. ❍❍ Maken van werkafspraken Omdat er duidelijke signalen zijn dat door de toegenomen instroom van anderstalige nieuwkomers de toeleiding naar het onthaalonderwijs moeizamer verloopt en in enkele regio’s zelfs problematisch wordt genoemd, is het interessant om vast te stellen in welke mate men afspraken maakt om de toeleiding te optimaliseren.
20
Tabel 28a: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt met betrekking tot de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken m.b.t. de wederzijdse taakverdeling tussen enerzijds instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en anderzijds het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren.
11%
11%
41%
49%
Het installeren van procedures waarbij in het basisonderwijs AN kunnen worden toegeleid naar een beperkter aantal scholen die zich kandidaat hebben gesteld als onthaalschool (met respect voor de vrije schoolkeuze)
8%
8%
29%
51%
Initiatieven om de bereikbaarheid van onthaalscholen te optimaliseren.
3%
3%
10%
17%
Formuleren van voorstellen/nemen van initiatieven om onthaalscholen maximaal te ondersteunen in hun onthaalopdracht.
8%
8%
10%
20%
36/41
39/41
41/41
41/41
Totaal aantal LOP’s
De inspanningen in de LOP’s basisonderwijs om afspraken te maken en procedures te installeren met betrekking tot de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs die al erg zichtbaar was in het schooljaar 2009-2010, worden in het schooljaar 2010-2011 verder doorgetrokken. Vooral het ontwikkelen van toeleidingsprocedures naar een beperkter aantal scholen is aanzienlijk toegenomen. Waarschijnlijk is de toename van het aantal anderstalige nieuwkomers hiervoor de aanleiding. Tabel 28b: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt m.b.t. de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers in het gewoon secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken m.b.t. de wederzijdse taakverdeling tussen enerzijds instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en anderzijds het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren.
26%
26%
31%
52%
Het installeren van procedures waarbij AN kunnen worden toegeleid naar een beperkter aantal scholen die zich kandidaat hebben gesteld als onthaalschool (met respect voor de vrije schoolkeuze)
4%
4%
17%
14%
Initiatieven om de bereikbaarheid van onthaalscholen te optimaliseren.
0%
0%
14%
17%
Formuleren van voorstellen/nemen van initiatieven om onthaalscholen maximaal te ondersteunen in hun onthaalopdracht.
11%
11%
21%
24%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
In het gewoon voltijds secundair onderwijs blijven acties vooral beperkt tot het maken van afspraken over de wederzijdse taakverdeling. In de LOP’s basisonderwijs en secundair onderwijs in de grootsteden zijn er in het verleden al afspraken gemaakt. Hier en daar worden deze afspraken bijgestuurd of hernieuwd. In de centrumsteden en in de overige LOP’s zijn dergelijke afspraken nog geen algemene verworvenheid, maar toch worden er ook daar (beperkte) nieuwe inspanningen geleverd. De afspraken die gemaakt worden met betrekking tot de wederzijdse taakverdeling tussen instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren, zijn divers: • Afspraken met betrekking tot informatie-uitwisseling: in 30 van de 70 LOP’s (of 43%) zijn hierover afspraken gemaakt met een gelijk aandeel in zowel het basisonderwijs als het gewoon voltijds secundair onderwijs. • Afspraken met betrekking tot het gericht werven om niet-ingeschreven minderjarige nieuwkomers toe te leiden naar het onderwijs: in 25 van de 70 LOP’s (of 36%) zijn hierover afspraken gemaakt. Dergelijke afspraken worden vaker gemaakt in het basisonderwijs (41% van de LOP’s) dan in het secundair onderwijs (28% van de LOP’s)
21
• Afspraken met betrekking tot het informeren van ouders en/of minderjarige nieuwkomers over de leerplicht en het recht op onderwijs: in 22 van de 70 LOP’s (of 31%) zijn hierover afspraken gemaakt. In verhouding gebeurt dit vaker in het secundair onderwijs (38% van de LOP’s) dan in het basisonderwijs (27% van de LOP’s). • Afspraken met het onthaalbureau met betrekking tot het toeleiden van minderjarige nieuwkomers die na 60 schooldagen nog geen school gevonden hebben: in 19 van de 70 LOP’s (of 27%) zijn hierover afspraken gemaakt. Weerom gebeurt dit in verhouding meer in het secundair onderwijs (31% van de LOP’s) dan in het basisonderwijs (24% van de LOP’s). ❍❍ Opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het reguliere onderwijs Tabel 29a: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt m.b.t. de opvolging van anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen onthaalscholen en doorstroom- of vervolgscholen.
0%
5%
0%
5%
Afspraken met betrekking tot het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen anderstalige nieuwkomers.
3%
8%
5%
7%
Afspraken met betrekking tot de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in doorstroom- of vervolgscholen.
0%
3%
0%
2%
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen de vervolgschoolcoaches van de verschillende scholengemeenschappen (enkel voor secundair onderwijs).
0%
0%
0%
0%
Totaal aantal LOP’s
36/41
39/41
41/41
41/41
Op het niveau van het basisonderwijs blijven de inspanningen om afspraken te maken in functie van de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers uiterst beperkt. Slechts drie LOP’s beschikken in het schooljaar 2010-2011 over afspraken op dit vlak. Mogelijks is het ontbreken van afspraken toe te schrijven aan het feit dat heel wat gewezen anderstalige nieuwkomers in het basisonderwijs in de oorspronkelijke onthaalschool blijven. Tabel 29b: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt m.b.t. de opvolging van anderstalige nieuwkomers in het gewoon secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen onthaalscholen en doorstroom- of vervolgscholen.
37%
36%
21%
45%
Afspraken met betrekking tot het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen anderstalige nieuwkomers.
37%
32%
31%
41%
Afspraken met betrekking tot de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in doorstroomof vervolgscholen.
19%
25%
21%
41%
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen de vervolgschoolcoaches van de verschillende scholengemeenschappen (enkel voor secundair onderwijs).
30%
21%
17%
41%
Andere
11%
0%
3%
3%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
In de grootsteden is het maken van afspraken over de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers algemeen verworven. Dat is helemaal niet zo in de centrumsteden waar dit eerder uitzonderlijk is. In de LOP’s in andere steden en gemeenten heeft ongeveer 20% hierover afspraken gemaakt. In 4 LOP’s (van de 29 LOP’s SO) waar dergelijke afspraken bestaan werden deze ook geëvalueerd op hun effectiviteit en hun efficiëntie.
22
In 12 van de 29 LOP’s secundair onderwijs is men ervan op de hoogte dat er vervolgcoaches aangesteld werden voor de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers: het gaat om de drie LOP’s in grote steden, acht LOP’s in centrumsteden en twee LOP’s in de andere steden en gemeenten. In deze LOP’s zijn de vervolgcoaches doorgaans niet in alle scholengemeenschappen van het LOP actief: gemiddeld gaat het om de helft ervan. In 7 van deze 12 LOP’s heeft het LOP ook zicht op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de vervolgschoolcoaching in het werkingsgebied. Het betreft hier het coachen van de individuele gewezen anderstalige nieuwkomer in de vervolgschool, het coachen van individuele leraren en lerarenteams in de vervolgscholen, en het verhogen van de expertise in de scholen m.b.t. opvang en begeleiding). Eén van de problemen die door de LOP-deskundigen worden vermeld, is dat het voor de vervolgschoolcoach niet evident is om ex-OKAN-leerlingen in het andere net of in een school van buiten de scholengemeenschap op te volgen. ❍❍ Trekkende bevolking Roma Op leerlingen in het gewoon basisonderwijs die voldoen aan onderstaande voorwaarden, wordt voor de bepaling van de personeelsformatie een coëfficiënt 1,5 toegepast9. Het gaat om kinderen: • … die verblijven in een erkend centrum voor kindzorg en gezinsondersteuning; • … die verblijven in tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben; • … die geplaatst werden door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg; • … waarvan de ouders behoren tot de trekkende bevolking en die niet behoren tot één van de drie hierboven vermelde categorieën. De bewijsstukken zijn van bij de inschrijving ter beschikking in de school. Voor de trekkende bevolking Roma zijn dit de mogelijke vereiste bewijsstukken: • Een document opgesteld door een officiële instantie van het land van herkomst waaruit onomstotelijk blijkt dat voornoemde persoon behoort tot de groep van de trekkende bevolking. Bij documenten opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Frans, Engels of Duits kan een Nederlandse vertaling gevraagd worden, opgesteld door een Belgisch beëdigde vertaler; • Een document bij de asielaanvraag waarin verklaard wordt dat de aanvrager Roma is; • Een verklaring van een asielcentrum dat voornoemde personen bekend stonden als Roma; • De ‘fiche voor leerlingen in het basisonderwijs die behoren tot de trekkende bevolking’ ingevuld en ondertekend door een vzw die door de Vlaamse Gemeenschap erkend is of door een specifieke dienst/cel binnen een stad of gemeente. In het verleden maakte men in de meeste regio’s gebruik van de laatste procedure. Er was een heldere communicatie naar de basisscholen over de diensten waarbij ze terecht konden voor het invullen en ondertekenen van deze attesten. De integratiesector heeft zich tegen deze werkwijze verzet omdat ‘Roma’ geen juridisch-administratief sluitend vast te stellen identiteit is of sommige mensen wel stammen uit een Roma-traditie maar niet als dusdanig erkend willen worden en door deze werkwijze tegen hun wil tot Roma worden verklaard. De integratiecentra besloten samen om geen attesten meer uit te reiken.
9 Omzendbrief BaO/2006/04 - Controle van de leerlingen in het gewoon basisonderwijs (publicatiedatum: 09/10/2006, laatste wijziging: 10/09/2010).
23
Een aantal steden en gemeenten zijn ook niet langer bereid om deze attesten uit te reiken omdat ze niet beschikken over informatie die de etniciteit van Roma kan bewijzen. Deze toestand heeft tot gevolg dat basisscholen - vooral in regio’s waar een Roma-gemeenschap sterk aanwezig is - hun administratieve verplichtingen niet kunnen waarmaken. Hoewel in bepaalde regio’s (tijdelijke) oplossingen werden gevonden, blijft de nood aan meer structurele maatregelen groot (zie verder hoofdstuk 4).
2.3 Inschrijvingsrecht 2.3.1 Afspraken maken over de inschrijvingsperioden Het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (B.S. 14 september 2002) voorziet dat een aantal voorrangsgroepen vroeger kunnen ingeschreven worden dan andere leerlingen: broers en zussen, GOK-leerlingen en niet-GOK-leerlingen. Het is de bevoegdheid van de LOP’s om afspraken te maken over de (gemeenschappelijke) inschrijvingsperiodes voor deze voorrangsgroepen en de reguliere inschrijvingen. Welke gemeenschappelijke afspraken de LOP’s gemaakt hebben, lichten we hieronder verder toe. ❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor broers en zussen Tijdens het schooljaar 2010-2011 bespreken 44 van de 70 LOP’s (of 63%) gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor broers en zussen. Het betreft een lichte stijging van drie procentpunten tegenover de twee voorgaande jaren. Bij 31 van de 41 LOP’s basisonderwijs (76%) komt dit aan bod; dit geldt ook voor 13 van de 29 LOP’s secundair onderwijs (45%). In het overleg focust men voornamelijk op het vastleggen van de nieuwe data (31 van de 44 LOP’s die dit bespreken, of 70%). De helft van de 44 LOP’s bespreekt de knelpunten waarop men gebotst is en 17 LOP’s (van 44 LOP’s of 39%) evalueert de voorbije periode. De besprekingen over een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor broers en zussen leiden in 31 van de 70 LOP’s (44%) ook tot een effectief resultaat. In 23 van de 41 LOP’s Basisonderwijs (56%) en in 8 van de 29 LOP’s Secundair Onderwijs (28%) wordt een gemeenschappelijke voorrangsperiode gehanteerd. Het vorige schooljaar waren er ‘slechts’ 27 LOP’s (39%) die deze voorrangsperiode organiseerden. De kleine stijging van 5% geeft toch een tendens aan. In 5 van de 6 van de LOP’s in een grootstad, in 8 van de 22 (36%) van de LOP’s in een centrumstad en in 18 van de 42 (43%) LOP’s in andere steden en gemeenten schrijven broers en zussen in een gemeenschappelijke voorrangsperiode in. ❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke voorrangsperioden voor GOK-leerlingen Tijdens het schooljaar 2010-2011 bespreken 28 van de 70 LOP’s of 40% het thema van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor GOK-leerlingen. Na de daling in het vorige schooljaar (van 52% naar 33%) zijn er opnieuw vijf LOP’s meer die het thema bespreken. 56% van de LOP’s basisonderwijs en 17% van de LOP’s secundair onderwijs bespreekt dit. Het overleg focust voornamelijk op de knelpunten en drempels om de voorrangsperiode te organiseren (23 van de 28 LOP’s). Zeven van de 28 LOP’s probeert data vast te leggen. De besprekingen over een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor GOK-leerlingen leiden in zeven LOP’s (10% van alle LOP’s) ook tot een implementatie van een dergelijke voorrangsperiode. Het betreft allemaal LOP’s Basisonderwijs. Het voorgaande schooljaar waren er vijf LOP’s (7% van de 70 LOP’s) die deze voorrangsperiode organiseerden. De kleine stijging van 3 procentpunten geeft toch een tendens aan.
24
In 2 van de 6 LOP’s in een grootstad, in 3 van de 22 LOP’s (14%) in een centrumstad en in 2 van de 42 (5%) LOP’s in andere steden en gemeenten schrijven GOK-leerlingen in een gemeenschappelijke voorrangsperiode in. ❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke voorrangsperioden voor niet-GOK-leerlingen In 28 van de 70 LOP’s (of 40%) bespreekt men het thema van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor niet-GOK-leerlingen. Vorig schooljaar waren dit er maar twintig of 29% van de 70 LOP’s. In 22 (of 54%) van de 41 LOP’s basisonderwijs en in 6 van de 29 (of 21%) van de LOP’s secundair onderwijs bespreekt men dit. De focus ligt in 82% van die 28 LOP’s voornamelijk op de bespreking van de knelpunten. 39% van de 28 LOP’s bespreekt andere items en 25% probeert data vast te leggen. De besprekingen over een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor niet-GOK-leerlingen leiden in zeven van 70 LOP’s (11%) ook tot een effectief resultaat. Het betreft zeven LOP’s Basisonderwijs. Dit betekent wel een verdubbeling van het aantal LOP’s dat een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor niet-GOK-leerlingen organiseert. ❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor reguliere leerlingen In 43 van de 70 LOP’s (of 61%) staat tijdens het schooljaar 2010-2011 het thema van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor reguliere10 leerlingen op de agenda. Daarmee evenaren we terug het niveau van het schooljaar 2008-2009. Vorig schooljaar liep dit terug tot 35 van de 70 LOP’s (50%). In 68% (28 op 41) van de LOP’s basisonderwijs en 52% (15 op 29) van de LOP’s secundair onderwijs wordt dit besproken. In het overleg focust men voornamelijk op het vastleggen van de nieuwe data (30 op 43 LOP’s, of 70%). In 23 (of 53%) van de 43 LOP’s komen de knelpunten aan bod waarop men botst. In 18 op 43 LOP’s (42%) evalueert men ook de voorbije periode. De besprekingen over een gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voor reguliere leerlingen leiden in 30 van de 70 LOP’s (43%) tot een effectief resultaat. In 22 van de 41 LOP’s Basisonderwijs (54%) en in 8 van de 29 LOP’s Secundair Onderwijs (28%) wordt een gemeenschappelijke inschrijvingsperiode gehanteerd. Het vorige schooljaar waren er 23 van de 70 LOP’s (33%) die deze inschrijvingsperiode organiseerden. De stijging van 10 procentpunten is opvallend. Van die 30 LOP’s zijn er naast vijf van de zes (83%) LOP’s uit grootsteden ook negen (41%) LOP’s uit centrumsteden en zestien (38%) LOP’s uit de andere steden en gemeenten. ❍❍ Experimentele aanmeldingsprocedures De aanmeldingsprocedures in het schooljaar 2010-2011 voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2011-2012 kaderen nog steeds in de experimentele fase van de decretale opdracht. Het is de bedoeling om vanuit deze experimenten een instrument decretaal vast te leggen dat ervoor zorgt dat kampeertoestanden tot het verleden behoren, de dubbele inschrijvingen worden tegengegaan en er werk kan gemaakt worden van sociale mix door een voorrang voor GOK- of niet-GOK-leerlingen te voorzien. In het schooljaar 2010-2011 organiseren volgende LOP’s een aanmeldingsperiode: LOP Basisonderwijs Gent, LOP Basisonderwijs Brussel, LOP Basisonderwijs Antwerpen, LOP Basisonderwijs Lokeren, LOP Secundair Onderwijs Brussel, LOP Secundair Onderwijs Mechelen, LOP Secundair Onderwijs Leuven , LOP Secundair Onderwijs Leuven.
10 Met reguliere leerlingen bedoelen we leerlingen die zich kunnen inschrijven na de verschillende voorrangsperioden. Daartoe behoren ook broers en zussen, GOK- en niet-GOK-leerlingen die geen gebruik maken van de voorrangsperioden.
25
2.3.2 Communicatie omtrent het inschrijvingsbeleid van de scholen ❍❍ Afspraken Het communiceren van de afspraken over het inschrijvingsbeleid van de scholen is een van de decretaal vastgelegde bevoegdheden van de LOP’s11. In 44 van de 70 LOP’s (63%) bespreekt men deze thematiek in het schooljaar 2010-2011 (in de grootsteden in 100%, in de centrumsteden in 59% en in de andere gemeenten in 60% van de LOP’s). Het voorgaande schooljaar werd dit besproken in 40 van de 70 LOP’s. In 71% van de LOP’s basisonderwijs (29 op 41) en 52% van de LOP’s secundair onderwijs (15 op 29) bespreekt men de communicatie van het inschrijvingsbeleid. Dit resulteert in 29 van de 70 LOP’s (of 41%) die gezamenlijke afspraken hebben over de communicatie van het inschrijvingsbeleid van de scholen (in de grootsteden in alle LOP’s, in de centrumsteden in 45% en in de andere gemeenten in 31% van de LOP’s). Vorig jaar waren er nog 33 LOP’s met afspraken. Het verschil tussen LOP’s voor het basisonderwijs en LOP’s voor het secundair onderwijs wordt terug groter (49% basisonderwijs en 31% secundair onderwijs). Er worden overwegend afspraken gemaakt over de communicatie van het algemene inschrijvingsbeleid in het LOP-werkingsgebied en minder over de communicatie van het inschrijvingsbeleid van individuele scholen (in 97% versus respectievelijk 14% van die 29 LOP’s). ❍❍ Gebruikte communicatiedragers Om transparant te communiceren over het inschrijvingsbeleid gebruiken LOP’s een hele waaier aan communicatiekanalen en/of –dragers (zie tabel ). Tabel 44: Gebruikte materialen voor de inschrijvingen in het schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging Dragers
Aantal LOP’s (N=70)
%
Basisonderwijs % (N=41)
Secundair onderwijs % (N=29)
Folders
23
33%
41%
21%
Websites
23
33%
34%
31%
Gemeentelijke infobladen
22
31%
39%
21%
Lokale pers
17
24%
32%
14%
Infomomenten
15
21%
27%
14%
Affiches
12
17%
27%
3%
Film
2
3%
5%
0%
Video
1
1%
2%
0%
Folders, websites en gemeentelijke infobladen blijven voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2010-2011 de meest populaire communicatiekanalen van de LOP’s. In het basisonderwijs worden ook vaak infomomenten, lokale pers en affichecampagnes ingeschakeld om het inschrijvingsbeleid bekend te maken. ❍❍ Decretale stakeholders De betrokkenheid van de decretale stakeholders van het LOP bij het opzetten en/of uitvoeren van communicatieve acties is belangrijk. Gemeentebesturen/VGC, de integratiesector en het schoolopbouwwerk zijn in meer dan de helft van de 31 LOP’s die acties opzetten, betrokken bij de communicatie van het inschrijvingsbeleid. Ondertussen zijn de gemeentebesturen/VGC in 81% (vorig jaar 76%) van de LOP’s die commu11 Zie Art. IV.4 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (B.S. 14 september 2002).
26
nicatieve acties opzetten betrokken partij. Ook de integratiesector met 68% (vorig jaar 52%) en het schoolopbouwwerk met 58% (vorig jaar 39%) verhogen als stakeholder hun betrokkenheid in de LOP’s. Stijgers met stip zijn de verenigingen waar armen het woord nemen met 42% (vorig jaar 18%), de gecoöpteerde organisaties met 42% (vorig jaar 9%) en de organisaties van etnisch culturele minderheden met 39% (vorig jaar 12%). Het ziet ernaar uit dat de LOP’s de decretale mogelijkheid om tot tien socio-culturele of socio-economische organisaties te coöpteren gunstig kunnen aanwenden. Tabel 45: Betrokkenheid decretale stakeholders bij de communicatie van de inschrijvingen voor het schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=31) Stakeholders
Betrokkenheid N LOP’s
%
Gemeentebestuur/VGC
25
81%
Integratiesector
21
68%
Schoolopbouwwerk
18
58%
Verenigingen waar armen het woord nemen
13
42%
Gecoöpteerde organisaties
13
42%
Onthaalbureau
12
39%
Organisatie van etnisch-culturele minderheden
12
39%
COC/COV
5
16%
ACOD
4
13%
VCOV
4
13%
KOOGO-GO! Ouders
3
10%
VSOA
1
3%
Leerlingenraden
1
3%
❍❍ Capaciteit
• Regelgeving Het GOK-decreet bepaalt dat een schoolbestuur autonoom de capaciteiten kan vastleggen op verschillende, door de regelgever vastgelegde, niveaus. Vanaf dat die capaciteit bereikt wordt, kan het schoolbestuur elke bijkomende inschrijving weigeren wanneer omwille van materiële omstandigheden die vastgelegde capaciteit overschreden wordt. Wanneer de capaciteit bereikt wordt, mag het schoolbestuur in volgende uitzonderingen toch overgaan tot een inschrijving: • Voor de toelating van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon basisonderwijs; • Voor de toelating van leerlingen in het basisonderwijs die geplaatst zijn door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg of die als interne verblijven in een internaat verbonden aan of met de school; • Voor de toelating in het buitengewoon basis- en secundair onderwijs van leerlingen die opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang verbonden aan een school voor buitengewoon onderwijs; • Voor de toelating in een school voor gewoon basis- of secundair onderwijs die een project voert met betrekking tot OETC (Onderwijs in eigen Taal en Cultuur), van leerlingen die effectief deelnemen aan dit project.
27
• Consequenties van de regelgeving Het schoolbestuur legt de capaciteit vast vooraleer de inschrijvingsperiode van start gaat. Bij klachten bij weigeringen op basis van capaciteit bij de Commissie inzake Leerlingenrechten zal deze steeds nagaan of de capaciteit werd vastgelegd voor de start van de inschrijvingen. Alhoewel het schoolbestuur de capaciteit autonoom mag bepalen, is het geen gemakkelijke oefening; zeker niet wanneer het een keuzejaar betreft waarbij leerlingen kunnen kiezen voor verschillende administratieve groepen of structuuronderdelen. Capaciteit is immers niet het aantal leerlingen dat zal overgaan naar een bepaald jaar van de ene naar de andere administratieve groep of structuuronderdeel, maar wel het maximum aantal leerlingen dat er kan opgevangen worden. Hier komt bovenop dat scholen eigen leerlingen bij doorstroming naar een andere ‘volle’ administratieve groep niet kunnen weigeren.
• Capaciteit en communicatie aan de LOP’s De communicatie van de capaciteiten aan de LOP’s is niet decretaal geregeld. Toch hebben veel LOP’s hierover afspraken gemaakt. Tijdens het schooljaar 2010-2011 hebben 43 van de 70 LOP’s (of 61%) afspraken gemaakt over het melden van de capaciteiten aan het LOP (in de grootsteden in 67%, de centrumsteden in 36% en in de andere steden en gemeenten in 74% van de LOP’s). Vooral de quasi verdubbeling van deze laatste categorie LOP’s valt op. Het verschil tussen LOP’s basis- en secundair onderwijs wordt groter, respectievelijk 73% en 45% (vorig schooljaar 46% en 41%). De confrontatie met volle richtingen, ook in de andere steden en gemeenten zet de LOP’s aan om afspraken te maken over capaciteiten en de wijze waarop die gecommuniceerd worden. De evolutie van de laatste drie schooljaren spreekt voor zich: in 2008-2009 was dit in 26 LOP’s het geval, in schooljaar 2009-2010 in 31 LOP’s en in schooljaar 2010-2011 in 43 LOP’s. Heel wat LOP’s (51 van de 70, of 73%) maken tijdens het schooljaar 2010-2011 ook afspraken over het melden van het bereiken van de capaciteit aan de LOP’s, de zogenaamde ‘volverklaring’. Op het moment dat één van de vastgelegde maxima van een niveau (pedagogische eenheid, type, leerlingengroep, administratieve groep, vestigingsplaats, …) bereikt wordt, melden scholen dit ook aan het LOP. In de grootsteden bestaan hierover afspraken in 83% van de LOP’s, in de centrumsteden in 59% van de LOP’s en in de andere steden en gemeenten in 79% van de LOP’s. Ook hier spreekt de evolutie voor zich: in 2008-09 ging het om 36 LOP’s, in 2009-2010 om 47 LOP’s en in 2010-11 om 51 LOP’s. Het in 2003 in de Gentse LOP’s ontwikkelde instrument VRINT12 om de volle richtingen openbaar te kunnen communiceren, wordt ondertussen in 13 (of 19% van de 70) LOP’s gebruikt. Het gebruik van VRINT blijft jaarlijks toenemen: tijdens het schooljaar 2010-2011 maakten dertien (19%) LOP’s hiervan gebruik, het schooljaar voordien waren dit er elf en het schooljaar daarvoor zeven LOP’s. Tot deze dertien LOP’s behoorden vier LOP’s uit de grootsteden, zes LOP’s uit de centrumsteden en drie LOP’s uit de andere gemeenten. VRINT is vooral populair in LOP-gebieden met capaciteitsproblemen. Waar er weinig volle administratieve groepen of structuuronderdelen zijn, worden meldingen via andere kanalen gecommuniceerd, zoals via mail of telefoon.
12 ‘Volle Richtingen InstrumeNT’ (VRINT) kan online worden geraadpleegd op www.lop.be en geeft een overzicht van de volle administratieve groepen of structuuronderdelen.
28
2.3.3 Bemiddelen bij weigeringen ❍❍ Regelgeving De bemiddelingscel van een LOP wordt op vraag of automatisch geactiveerd13: • Op vraag van de ouders/belanghebbenden wanneer een leerling geweigerd wordt wegens het overschrijden van de maximumcapaciteit of wanneer de leerling geweigerd wordt wegens een definitieve uitsluiting in het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school. • Automatisch bij een weigering van een leerling die volgens een inschrijvingsverslag georiënteerd werd naar het buitengewoon onderwijs en waarbij de draagkracht van de school in het gedrang dreigt te komen of bij een weigering van een leerling die in de loop van het schooljaar wegens een definitieve uitsluiting van school verandert. ❍❍ Decretale bemiddelingen Het aantal decretale bemiddelingen in een formele zitting van de bemiddelingscel binnen de LOP’s blijft in het schooljaar 2010-2011 quasi gelijk op 23 (voorgaand schooljaar: 21). Formele bemiddelingen op vraag van ouders/belanghebbenden: • Er wordt zesmaal bemiddeld bij een weigering op basis van capaciteit • Er wordt vijfmaal bemiddeld bij een weigering wegens eerder definitief uitgesloten (X-1, X-2) Automatische formele bemiddelingen : • Er wordt zevenmaal bemiddeld bij een weigering wegens speciale onderwijsbehoeften • Er wordt vijfmaal bemiddeld bij een weigering wegens elders definitief uitgesloten in de loop van het schooljaar ❍❍ Criteria voor het weigeren van elders definitief uitgesloten leerlingen Schoolbesturen van het gewoon secundair onderwijs mogen, onder bepaalde voorwaarden, leerlingen weigeren die in de loop van het schooljaar elders definitief werden uitgesloten14. Die voorwaarden zijn de volgende: • De school behoort tot een LOP; • Het LOP heeft vooraf, los van concrete dossiers, afspraken gemaakt over de weigeringsmodaliteiten; • Om de draagkracht van scholen te bepalen, stelt het GOK-decreet dat er minimaal rekening gehouden wordt met volgende criteria: • Het aantal leerlingen dat voldoet aan de gelijke kansenindicatoren • Het aantal leerlingen met een begeleidingsdossier ‘problematische afwezigheden’ • Het aantal eerder ingeschreven leerlingen dat in de loop van het schooljaar elders definitief werd uitgesloten. Het LOP kan beslissen om bijkomende criteria vast te leggen. Indien er bij de automatische bemiddeling door de bemiddelingscel van het LOP geen consensus kan gevonden worden, zal de Commissie Leerlingenrechten een advies uitbrengen.
13 Voor meer info zie ook: decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (BS 14 september 2002) en de omzendbrieven BaO/2006/01 - Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het basisonderwijs (publicatiedatum: 13/06/2006) en SO/2005/07 - Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het secundair onderwijs (publicatiedatum: 25/06/2008). 14 Zie: Art III.9 §2 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (BS 14 september 2002)
29
Ongeveer de helft van de LOP’s voor het secundair onderwijs (14 van de 29, of 48%) plaatst dit thema op de LOP-agenda. Het zijn voornamelijk de ervaren knelpunten (in 10 op 14 LOP’s) die men bespreekt, naast de evaluatie van de criteria (5 op 14 LOP’s) en het vastleggen van de lokale afspraken (3 op 14 LOP’s). In totaal hebben 13 van de 29 LOP’s voor het secundair onderwijs (of 45%) afspraken om elders definitief uitgesloten leerlingen te kunnen weigeren (in de grootsteden twee, in de centrumsteden zes en in de andere gemeenten vijf LOP’s). In totaal weigeren schoolbesturen 26 leerlingen op basis van deze weigeringsgrond. Dit zijn er twee meer dan vorig jaar en acht meer dan het jaar voordien. Van de geweigerde leerlingen worden er zeventien terug in de eigen LOP-regio ingeschreven. Vier leerlingen vinden een stek buiten de LOP-regio. Voor vijf leerlingen vindt de bemiddelingscel een oplossing buiten het onderwijs. Het grootste deel van de weigeringen - 18 - komt uit de B-stroom (één in 1B, acht in het Beroepsvoorbereidend Leerjaar, acht in de tweede graad van het BSO en één in de derde graad BSO). Vorig jaar waren er nog acht weigeringen in 1B.
2.3.4 Dubbele inschrijvingen Het ontwikkelen van instrumenten om dubbele inschrijvingen te voorkomen, behoort eveneens tot de decretale opdrachten van het LOP. Ondertussen is duidelijk geworden dat het LOP daar weinig middelen voor heeft. De goede voorbeelden beperken zich tot het manueel, en dus ambachtelijk detecteren van leerlingen die in dezelfde regio in verschillende scholen zijn ingeschreven of de invloed van het gebruik van aanmeldingssystemen waar inschrijven in verschillende scholen uitgesloten wordt. Beide voorbeelden geven meteen ook aan waar de pijnpunten liggen: de LOP-regio is begrensd en leerlingen kunnen inschrijven in scholen binnen en buiten die regio. Daarnaast nemen ook niet alle scholen van een regio deel aan de aanmeldingssystemen of beperkt het manueel detecteren zich tot een bepaalde scholengemeenschap of een aantal scholen. Vandaar wordt de hoop gesteld op een centraal registratiesysteem waarbij men zicht krijgt op eventuele verschillende inschrijvingen van eenzelfde leerling. De regelgeving laat niet toe om de inschrijving in verschillende scholen te verbieden, maar door onmiddellijk te kunnen vaststellen dat een leerling dubbel is ingeschreven, kan de school via de ouders vlugger te weten komen of de leerling werkelijk naar hun school komt of niet. Hoe beter scholen de in- en uitschrijvingen zullen registreren, des te beter zal de geleverde informatie zijn.
2.3.5 Signalen in verband met inschrijvingsrecht Het inschrijvingsrecht slaat op honderdduizenden leerlingen en duizenden scholen. Door de samenstelling van de lokale overlegplatforms worden ook een hele reeks derden of stakeholders betrokken. Vanzelfsprekend vangen de LOP-deskundigen als vooruitgeschoven antennes van AgODi heel wat signalen (adviezen, tips, knelpunten, …) op. Hieronder is een greep uit de belangrijkste signalen over het inschrijvingsrecht opgenomen: • Ondanks een decretaal verbod blijven er soms bijkomende inschrijvingsvoorwaarden door de scholen opgelegd. Lees- en luistertoetsen, niveautesten, extra inbreng van financiële middelen, verplicht (semi-)internaat, … verhogen de drempel voor ouders/leerlingen en zijn dus uitdrukkelijk niet toegelaten. • De CLB’s melden een immens verschil tussen scholen binnen en buiten een LOP op het vlak van kennis van het (decreet) inschrijvingsrecht. Niet alle scholen hebben een inschrijvingsregister in gebruik en/of hanteren het op de correcte wijze. Bij de losbladige registers plaatst de Commissie inzake Leerlingenrechten grote vraagtekens. 30
• De aparte rol van het buitengewoon onderwijs binnen het decreet zorgt voor weinig animo bij de scholen buitengewoon onderwijs in de LOP’s. Het aantal weigeringen in het buitengewoon onderwijs is laag en loopt niet parallel met de capaciteitsproblematiek. Plaatsgebrek in het aanpalende MPI laat de ouders vaak (noodgedwongen) een andere schoolkeuze maken. We zien in het BuSO steeds méér (én vroeger) volle richtingen. Vooral de capaciteit voor leerlingen met autismespectrumstoornis (ASS) staat erg onder druk. • Stakeholders zijn tevreden over de LOP’s voor de snelle en goede ondersteuning bij vragen over het inschrijvingsrecht en het aanleveren van relevante cijfergegevens. • Steeds meer LOP’s melden doorbraken op het vlak van afspraken over inschrijvingsrecht. Nieuwe werkgroepen over specifieke thema’s zijn daarvan een gevolg. • Er is behoefte aan een centraal registratiesysteem zodat het duidelijk is dat een leerling in verschillende scholen werd ingeschreven. Nu worden immers plaatsen bezet gehouden door leerlingen die uiteindelijk slechts in één school zullen schoollopen. Ouders schrijven zich in scholen in ook al is het niet hun voorkeurschool. Ze doen dit om zeker te zijn en een plaatsje te hebben moesten ze in hun voorkeurschool niet binnen geraken. • VRINT, het volle richtingeninstrument, biedt wel zicht op één bepaalde LOP-regio maar niet daarbuiten. Het zou nuttig en tijdbesparend zijn moest men kunnen werken met een centraal VRINT-systeem. In aanloop naar het nieuwe decreet omtrent het inschrijvingsrecht worden volgende aandachtspunten gesignaleerd: • De voorrangsperioden voor GOK en niet-GOK worden zelden toegepast en bijna uitsluitend in LOP-regio’s met een aanmeldingsprocedure. Dat zijn voornamelijk LOP’s basisonderwijs. • Scholen vragen een oplossing om zich te kunnen beschermen tegen ouders/leerling die zich inschrijven in een administratieve groep waar nog plaats is om vervolgens na enkele dagen als ‘eigen leerling’ over te stappen naar de volle richting waar ze oorspronkelijk wilden inschrijven. • LOP-voorzitters, -leden, -deskundigen geven aan niet geraadpleegd geweest te zijn bij de opmaak van het nieuwe decreet omtrent het inschrijvingsrecht. Ondanks de verschillende evaluatievergaderingen en voorbereidende consultaties aan het decreet voelen een aantal betrokkenen zich onvoldoende aangesproken. De communicatie over wie wel, wanneer en waarover gehoord werd, is onvoldoende gevoerd. • De druk op de telefonische aanmeldingssystemen wordt jaarlijks groter. Hopelijk biedt het nieuwe decreet een werkbare oplossing. De roep naar een hanteerbaar ordeningscriterium voor het secundair onderwijs wordt groter. • Scholen voor basisonderwijs vragen om kinderen uit de eigen gemeente/stad voorrang te mogen geven. Nu mag ‘afstand’ enkel gebruikt worden als ordeningscriterium in een aanmeldingssysteem niet om rechtstreeks in te schrijven.
2.4 Kleuterparticipatie Onderwijsdecreet XVII15 voegt de opdracht om afspraken te maken over het verhogen van de kleuterparticipatie toe aan de lijst van decretale opdrachten van het LOP. Het LOP wordt gezien als een ideaal forum om alle betrokkenen rond dit thema lokaal samen te brengen en strategieën en acties naar actieve toeleiding naar en deelname aan het onderwijs op te zetten. Het valt op dat de belangstelling voor dit thema nauwelijks moet inbinden ten opzichte van de vorige schooljaren. We willen een actuele inkijk geven in de acties van de LOP’s in verband met kleuterparticipatie.
15 Decreet van 22-6-2007
31
De toeleiding van niet-ingeschreven kleuters naar het onderwijs staat in schooljaar 2010-2011 op de agenda in 36 van de 41 LOP’s basisonderwijs. In alle centrumsteden bestaan er voor schooljaar 2010-2011 LOP-afspraken over de toeleiding van niet-ingeschreven kleuters naar het onderwijs. In een kwart van de LOP’s in andere steden en gemeenten is dit niet het geval. Het spreekt voor zich dat die afspraken betrekking hebben op de toeleiding van de kleuters, maar ook het informeren van ouders over kleuteronderwijs neemt hier een belangrijke plaats in. Een thema dat aan belang lijkt te winnen, is het sensibiliseren van scholen in functie van de kwaliteit van onthaal, intake, wijze van inschrijven of inschrijvingsbeleid. Dat zien we zowel in de centrumsteden, als in de niet-centrumsteden. De drie grootste steden - Brussel, Gent en Antwerpen - zijn op dat vlak minder actief. Daar domineert het inschrijvingsrecht de agenda. Ook het informeren van ouders of intermediairs over het aanbod van kleuteronderwijs wint aan belang. Dat manifesteert zich iets nadrukkelijker in de centrumsteden, dan in de andere steden en gemeenten. • Het omgekeerde zien we bij het bestaan van afspraken over de sensibilisering betreffende de aanwezigheid van ingeschreven kleuters in het onderwijs voor schooljaar 2010-2011. Hier nemen de andere steden en gemeenten met twee derde van de LOP’s die hier initiatieven nemen duidelijk het voortouw. Minder dan de helft van de centrumsteden zijn actief op dat vlak. Bij de LOP’s die hiervoor aandacht hebben is in vier op vijf de sensibilisering voor een meer regelmatige aanwezigheid van kleuters een belangrijk onderdeel. Sensibilisering in functie van een meer tijdige aanwezigheid op school zien we opmerkelijk vaker in LOP’s die geen centrum of grote stad omvatten. In bijna de helft van de LOP’s zonder groot- of centrumstad bestaan er voor het schooljaar 20102011 afspraken over gegevensverzameling in verband met de deelname van kleuters aan het onderwijs. Dat vinden we nauwelijks in de centrumsteden, laat staan in de grootsteden. Die afspraken betreffen het registreren, de wijze van registreren of het verzamelen van registratiegegevens op het niveau van de scholen of scholengemeenschappen, maar nog iets nadrukkelijker het aanleveren van registratiegegevens aan het LOP. In de kleinere LOP’s, die gegevens verzamelen, betreffen het niet louter kwantitatieve gegevens. Ook kwalitatieve gegevens worden verzameld. In een kwart van de LOP’s bestaan er voor schooljaar 2010-2011 afspraken over het opmaken van een specifieke omgevingsanalyse inzake de deelname van kleuters aan het onderwijs. Hier zien we geen onderscheid tussen centrumsteden en niet-centrumsteden qua aantallen. In de nietcentrumsteden, die actief zijn op dit domein, beperkt het zich veelal tot het verwerken, analyseren of interpreteren van de gegevens. In twee derde van de centrumsteden zette het LOP tijdens het schooljaar 2010-2011 activiteiten op die gericht zijn op het verhogen van de deelname van kleuters aan het onderwijs. In de nietcentrumsteden was dit het geval voor 23 van de 27 LOP’s. In centrumsteden betreffen het onder meer het inrichten van een studiedag of een sensibiliseringsactie. Campagnes die verschillende domeinen bespelen, zien we opvallend vaker in de niet-centrumsteden. De meest gebruikte campagnehulpmiddelen zijn posters en eenvoudige flyers. Het is opvallend dat LOP’s in niet-centrumsteden zich vaker directer en rechtstreeks naar ouders richten. In de centrumsteden werkt men sneller via de scholen. Omdat in niet-centrumsteden er meer brede campagnes lopen, zijn daar de kleuters zelf ook nadrukkelijker betrokken bij de acties. In de lijst van LOP-externe partnerorganisaties, waarmee de LOP’s tijdens het schooljaar 2010-2011 occasioneel of structureel samenwerken rond het thema kleuterparticipatie, valt vooral de intense samenwerking met Kind &Gezin en de OCMW’s op. Ook de samenwerking met andere lokale overlegnetwerken lijkt in opmars. In de volgende jaarverslagen willen we de evaluaties op dat vlak ook verder monitoren.
32
Het schooljaar 2009-2010 was het eerste schooljaar waarin er specifieke acties zijn in de LOP’s naar vier- en vijfjarige niet-ingeschreven kleuters. De LOP’s organiseren die acties op basis van gegevens van Kind & Gezin, dat de afgelopen jaren acties ondernomen heeft bij de driejarige kleuters. De samenwerking tussen Kind & Gezin en AgODi in het kader van de verhoging van kleuterparticipatie werd vastgelegd in een protocol. De opdrachten voor de LOP’s betreffende de niet-ingeschreven 4- en 5-jarige kleuters zijn de volgende: • Bespreek de geaggregeerde gegevens van de vier- en vijfjarige niet ingeschreven kleuters binnen een algemene vergadering of dagelijks bestuur; • Maak afspraken rond bijkomende acties. Adres- en andere persoonsgegevens worden daarbij alleen besproken met partners die gehouden zijn aan een beroepsgeheim. Een evaluatie van de werkwijze van de LOP’s tijdens het pilootjaar vinden we uitvoerig in het vorige jaarverslag. In het schooljaar 2010-2011 gaat er heel wat tijd naar uitwisseling van ervaringen tussen LOP-deskundigen. De verwachtingen vanuit AgODi worden verder verduidelijkt. Dat heeft onder meer betrekking op de verfijning van de rol van de LOP-deskundige.
2.5 Engagementsverklaring De LOP’s hebben sinds het schooljaar 2009-2010 de opdracht om aanvullende bepalingen (in het schoolreglement) uit te werken over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal. Dit houdt in dat de LOP’s dit engagement concretiseren in functie van het lokale aanbod van activiteiten die het gebruik van het Nederlands direct of indirect ondersteunen en stimuleren. We denken hierbij bijvoorbeeld aan vrijetijdsinitiatieven om kinderen spelenderwijs de taal te leren kennen of een betere en meer duurzame toeleiding naar jeugdbewegingen en sportverenigingen. Het aanmoedigen van een positieve houding van ouders ten aanzien van het Nederlands is een gezamenlijke opdracht van de school, het LOP en het lokale bestuur: • De school gaat engagementen aan om ouders te overtuigen en aan te zetten om hun kinderen ook Nederlands te laten gebruiken in een niet-schoolse context. De school ondersteunt ouders bij de toeleiding naar deze initiatieven; • Het LOP treedt hierbij faciliterend op en ondersteunt scholen in hun engagement16: bijvoorbeeld door lokale, taalstimulerende activiteiten bekend te maken, door afspraken te maken over de toeleiding naar dit lokale aanbod en door ouders te sensibiliseren om er effectief op in te gaan; • Het lokaal bestuur heeft als taak om een aanbod te voorzien en aanwezige initiatieven te ondersteunen, en netwerken te creëren tussen welzijns- en vrijetijdsorganisaties en scholen.17 Tijdens de zomervakantie van het schooljaar 2010-2011 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota talenbeleid18 van Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Pascal Smet goed. In zijn nota pleit de minister voor een inclusief talenbeleid: het formele talenonderwijs voeden met het informeel leren buiten de school, en zo die informele leeromgeving van kinderen met taal versterken. Daarvoor is het noodzakelijk dat scholen uit zichzelf durven te breken en een partnerschap aangaan met andere sectoren (bv. voorschoolse opvang, inburgering en integratie,
16 Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), Advies over het voorontwerp van decreet houdende de toelatingsvoorwaarden tot het gewoon lager onderwijs en de engagementsverklaring tussen school en ouders in het basis- en secundair onderwijs, 25 september 2008, p. 5 17 Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Beleidsbrief Jeugd - Beleidsprioriteiten 2011-2012, Vlaams Parlement, stuk 1318 (2011-2012) - Nr. 1, 25 oktober 2011 18 Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Samen taalgrenzen verleggen - Conceptnota, 22 juli 2011, 41 p.
33
cultuur, jeugd en sport).19 De overheid stimuleert hiertoe de samenwerking tussen scholen en tussen school, buurt en ouders.20 ❍❍ Realisaties en vaststellingen Op het niveau van de LOP’s: • Tijdens het schooljaar 2010-2011 hebben één op de vijf LOP’s (= dertien LOP’s) het thema geagendeerd. In slechts vier LOP’s (allen basisonderwijs) zijn aanvullende bepalingen uitgewerkt. Het schooljaar daarvoor ging het om tien LOP’s.21 • Drie LOP’s zetten één of meerdere initiatieven op (buiten het uitwerken van aanvullende bepalingen). De initiatieven zijn gericht op het informeren en sensibiliseren van scholen en (op de tweede plaats) het informeren en sensibiliseren van ouders. Slechts één LOP werkte een tastbaar product uit. Op het niveau van de LOP-deskundigen: tijdens het overleg van de LOP-deskundigen van 8 oktober 2010 is de herwerkte versie van het draaiboek (voor LOP-deskundigen) over de engagementsverklaring voorgesteld en besproken. Anderzijds worden de LOP-deskundigen geïnstrueerd om niet proactief op te treden met het oog op de uitwerking van aanvullende bepalingen door de LOP’s. ❍❍ Besluit en interpretatie Slechts een handvol LOP’s werken tijdens het schooljaar 2010-2011 aanvullende bepalingen uit over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal; een nog beperkter aantal zette een informatieve of sensibiliserende activiteit op rond dit thema. Deze vaststelling zou er kunnen op wijzen dat het thema niet echt leeft binnen de LOP’s. Anderzijds komen thema’s als ‘ouderbetrokkenheid’ en ‘taalbeleid’ wel vaak aan bod komen in de LOPwerkingen. Mogelijk worden er vraagtekens gesteld bij of de formulering in het schoolreglement wel het gepaste instrument is om gedragswijziging te bewerkstelligen. In de ministeriële conceptnota over talenbeleid wordt bevestigd dat niet-Nederlandstalige kinderen behoefte hebben om de instructietaal ook in een niet-schoolse context te horen en te gebruiken22 en dat anderstalige ouders de onderwijstaal (het Standaardnederlands) in de thuiscontext een plaats geven23.
2.6
Kosteloosheid en kostenbeheersing
2.6.1 Samenwerking met de Koning Boudewijnstichting De sensibiliseringscampagne rond kostenbeheersing in het secundair onderwijs, een prioriteit van minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Pascal Smet (Beleidsnota 2009201424) wordt afgerond tijdens het schooljaar 2010-2011. De Stuurgroep neemt onder het voorzitterschap van Prof. Van Petegem en met o.a. een vertegenwoordiging van de LOP’s, drie afsluitende initiatieven: • Een advies aan het beleid. De Stuurgroep formuleert verschillende aanbevelingen: • Aanbeveling om een actief inschrijvingsbeleid te promoten
19 Ibid., p. 24. 20 Ibid., p. 37. 21 Voor meer gedetailleerde gegevens, zie tabellenbijlage. 22 Ibid., p.7. 23 Ibid., p.15. 24 Zie: OD7.7 Nieuwe financiering en de maximumfactuur evalueren. In: Pascal Smet, Beleidsnota 2009-2014. Samen grenzen verleggen voor elk talent, p.44.
34
• Aanbeveling over beleidskeuzes inzake kosten voor ouders (“Niet morsen met andermans geld”) • Aanbeveling inzake een brede consultatie over schoolboeken en boekenbeleid • Aanbeveling inzake aanpak onbetaalde rekeningen • Een schoolboekenforum. Op 1 april 2011 vindt in de gebouwen van het ministerie van Onderwijs en Vorming in Brussel het Schoolboekenforum plaats met 120 deelnemers. In het secundair onderwijs happen de schoolboeken een groot deel uit het budget voor de schoolkosten. Kunnen afspraken gemaakt worden tussen uitgevers, onderwijs en het beleid om een kostenbewust boekenbeleid te voeren? Biedt e-learning een goedkopere oplossing? O.a. LOP-deskundige Marc Van de Maele verzorgt een workshop over het drukken van de schoolboekenprijs. • Een website over kostenbeheersing in het secundair onderwijs. Als afsluiting van de sensibiliseringscampagne wordt www.ond.vlaanderen.be/schoolkosten/so geopend. Deze website bundelt de aanbevelingen, ervaringen, getuigenissen, ideeën en tips uit de provinciale dagen en stelt ze ter beschikking van iedere school, ouder, oudervereniging, leerling en leerlingenraad. Volgende thema’s komen daar aan bod: • Een structureel beleid • Communicatie • Materiaal en boeken • Activiteiten binnen en buiten de schoolmuren • Kostenbesparende tips en extra inkomsten • Voor ouders en ouderverenigingen • Praktijkondersteuning: waar kunnen scholen terecht? • Filmpje en brochure We onthouden de positieve teneur over de campagne ‘Onderwijs, dagelijkse kost’ en het feit dat het thema schoolkosten duidelijk op de agenda gezet is voor scholen die er werk van willen maken. Tegelijkertijd is deze campagne slechts een begin en zal er blijvende aandacht vanuit het beleid en de intermediaire structuren noodzakelijk zijn om scholen te motiveren en te ondersteunen in hun kostenbeheersend beleidsvoerend vermogen.
2.6.2 Samenwerking met SOS Schulden 0p School Een aantal organisaties die zich binnen onderwijs of aan de rand ervan zich engageren rond schoolkosten, kostenbeheersing en armoede bundelen de krachten in een overlegplatform om een antwoord te bieden op de complexe problematiek van kansarmoede in het onderwijs. Op de website http://www.welzijnsnet.org/wp/?page_id=451 bundelen zij hierover meer informatie. Het Platform armoede en onderwijs, opgericht in de schoot van SOS Schulden op School, groepeert volgende partners: de verschillende onderwijskoepels en CLB’s, het Vlaams Ouderplatform (VCOV, KOOGO, GO!-ouders), Welzijnszorg, het Vlaams Netwerk van Verenigingen waar Armen het Woord nemen, de Vlaamse Scholierenkoepel, de Gezinsbond, het OKO (overleg kleine onderwijsverstrekkers), SOS Schulden Op School en AgODi met een vertegenwoordiger vanuit de LOP’s.
35
Het engagement van de partners focust zich op: • Bewustmaking: elke partner wil hun leden en de scholen bewust maken van de impact van kansarmoede op de schoolloopbaan van leerlingen en aanzetten tot het ontwikkelen van een geïntegreerd beleid dat afgestemd is op de noden van de leerlingen. • Informatie-uitwisseling: binnen het brede netwerk van het platform informeren leden elkaar over de eigen acties, hun ondersteunings- en nascholingsaanbod en de beschikbare materialen. • Beleidsaanbevelingen: voor zover vertegenwoordigers van de platformleden oordelen dat vaststellingen naar aanleiding van acties op het terrein, nopen tot suggesties en/of aanbevelingen, worden deze teruggekoppeld naar de eigen organisatie. Tijdens het schooljaar 2010-2011 gaat de meeste aandacht naar het uitwerken van de visie en het verwoorden van de samenwerking in een afsprakennota. Intussen worden volgende acties op touw gezet: • Studiedag ‘Eénoudergezinnen en armoede’, 4 oktober 2011, CC De Werf, Aalst • Trajectbegeleidingen in Scholengemeenschappen en diverse LOP’s • Uitwisseling over projecten en realisaties van de partners • Vragen tot samenwerking en synergieën voor verschillende projecten over heel Vlaanderen • Standpunt over maximumfactuur in het secundair onderwijs • Informeren over sociale kaart • … De LOP-deskundigen en AgoDi ’s volgen via hun vertegenwoordiger het Platform armoede en onderwijs verder op en geven het mee vorm.
36
Hoofdstuk 3 Uitbouw van een lokaal onderwijs (kansen) beleid
3.1
Samenwerking met lokale niet-decretale partners
De samenwerking tussen het LOP en de andere lokale actoren en structuren nam de voorbije jaren toe onder meer onder invloed van veranderende regelgeving maar ook van de verdere lokale invulling van de decretale opdrachten van de LOP’s. Gemiddeld nemen twee lokale niet-decretale partners deel aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP. In elk LOP is er minstens één dergelijke lokale partner (zonder stemrecht) aanwezig, maar dit gaat in sommige LOP’s tot acht deelnemers. Organisaties of diensten die betrokken zijn in sociale dienstverlening, in het vormingswerk en in de jeugdsector treffen we hier het vaakst aan. In de helft van de LOP’s werkt men op structurele basis samen met deze partners, in vier op tien van de LOP’s gaat het om een eerder occasionele samenwerking. Gemiddeld kunnen de LOP’s rekenen op 1,3 lokale niet-decretale partners die ondersteuning bieden aan de uitvoering van afspraken, projecten en initiatieven: dit aantal is ten opzichte van het vorige jaar constant gebleven. Daarbij kunnen sommige LOP’s van geen enkele van dit soort partners ondersteuning krijgen, terwijl dit in andere LOP’s oploopt tot acht partners. In vier op tien van de LOP’s gaat dit om een structurele vorm van ondersteuning en in evenveel LOP’s gaat het eerder om een occasionele manier van samenwerken. Naast de insteek van lokale partners aan de werkzaamheden van het LOP is er ook de deelname van het LOP aan lokale of regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen, of andere initiatieven waarvan het LOP niet de organisator is. Gemiddeld neemt het LOP deel aan 1,8 van deze initiatieven, waarbij er LOP’s zijn die aan geen enkele van dit soort initiatieven deelnemen, en andere waar er tot 9 externe initiatieven worden opgevolgd. Dit is vergelijkbaar met voorgaande schooljaren.
3.2
Lokaal flankerend onderwijsbeleid en samenwerking met gemeenten
Het lokaal flankerend onderwijsbeleid bestaat uit het geheel van acties waarmee een lokale overheid aanvullend vorm geeft aan het lokaal onderwijsbeleid, en dat het Vlaamse onderwijsbeleid mee versterkt. Soms zijn lokale hefbomen aangewezen waar een centraal beleid moeilijker grip heeft op specifieke lokale situaties, of waar acties nodig zijn om een lokale problematiek aan te pakken. Een aantal overlappende bevoegdheden tussen de LOP’s en de lokale overheid, zoals kleuterparticipatie en het tegengaan van spijbelen, zorgen ervoor dat de nood tot samenwerking en afstemming sterker geworden is. Waar een LOP meer dan één gemeente omvat, kan deze afstemming uiteraard heel wat complexer worden, zo wordt dit ook aangegeven vanuit de LOP’s die in dat geval zijn.
37
Zes op tien LOP’s werken met een jaarplanning: dit is vaker het geval in de centrum- en grote steden (67%) dan in de andere steden en gemeenten (52%) en vaker in het basisonderwijs (63%) dan in het secundair onderwijs (53%). In de LOP’s waar zowel LOP als gemeente een jaarplanning hebben, is er in twee op drie van de LOP’s een afspraak over de wederzijdse afstemming van deze jaarplannen op elkaar. Als het LOP nieuwe deelorganen opricht, of als er een nieuwe samenstelling of werking is van deze organen, is er in meer dan één op drie LOP’s (35%) expliciete afstemming met de gemeente. In omgekeerde zin, is er in één op vier (26%) gemeenten een expliciete afspraak met het LOP over de oprichting van nieuwe deelorganen (m.b.t. onderwijsaangelegenheden) in de gemeente. In zes op tien (34 van de 56, of 61%) van de LOP’s neemt het LOP ook deel aan het onderwijsgerelateerd overleg van de gemeente als ‘vast lid’; in drie op tien van de LOP’s (29%) gebeurt dit ‘op uitnodiging’. In (17 op 23 of: 74%) van de LOP’s in de centrumsteden en in alle grootsteden is men als vast lid op dit overleg aanwezig, waar dit in de andere steden en gemeenten minder vaak het geval is (12 van de 28 LOP’s, of 43%) en men even vaak op uitnodiging op het overleg aanwezig is. In twee op drie van de LOP’s maakt men ook afspraken met de gemeente over de vergaderkalenders. In één op twee LOP’s (29 op 56 LOP’s, of 52%) ontvangt het LOP de agenda van het onderwijsgerelateerd overleg van de gemeente en in 14 van de 56 LOP’s (25%) wordt het LOP ook actief bij de opmaak van de agenda betrokken. Omgekeerd worden ook in één op twee LOP’s de gemeenten actief betrokken bij de opmaak van de agenda en ontvangen in één op vier LOP’s de gemeenten de agenda zonder de mogelijkheid tot aanpassing. 4 op tien van de LOP’s (24 op 56 LOP’s) ontvangen ook alle verslaggeving van de gemeente over onderwijsgerelateerd overleg. ❍❍ Projectsubsidies flankerend onderwijsbeleid Het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid stimuleert de gemeenten om een flankerende rol op te nemen door zelf acties op te zetten of deze van andere lokale actoren te ondersteunen of coördineren. Daartoe dient men als gemeente projectsubsidies aan te vragen bij de Vlaamse overheid. In 45 van de 70 LOP’s (64%) wordt door de gemeente(n) die tot een LOP behoren een projectvoorstel ingediend in het kader van het flankerend onderwijsbeleid. Deze projecten worden vaker in de centrumsteden (82%) dan in de andere steden en gemeenten (57%) of grootsteden (50%) ingediend, en ook meer voor het basis (71%) dan voor het secundair onderwijs (55%). In driekwart van deze steden en gemeenten is er hierrond ook samenwerking met de LOP’s (33 van de 45 gemeenten met een projectvoorstel); in de kleinere steden en gemeenten is dit in negen op tien LOP’s het geval. De studiedag ‘LOP’s en lokale besturen’ van 25 maart 2011 (georganiseerd door AgODi) geeft aan de deelnemers uit onderwijs- en andere diensten van steden en gemeenten, LOP-voorzitters en deskundigen de gelegenheid om aan de hand van vijf case-analyses en bijhorend debat in werkgroepen dieper in te gaan op de vraag ‘hoe kunnen we onze krachten (beter) bundelen’?. De kritische succesfactoren die men aandraagt, verschillen naargelang de schaal van het lokale onderwijsveld of naargelang de lokale problematiek. Tegelijk zijn er een aantal centrale vaststellingen en bekommernissen die in het oog springen: • De gemeenschappelijke noden en uitdagingen waar gemeenten en LOP’s voor staan, kan een sterk verenigend element zijn, zoals dit het geval is bij problematieken van lokale capaciteitstekorten (tekort aan plaatsen voor leerlingen), of waar (zeker in grote steden) de LOP-middelen te beperkt zijn om de gewenste acties uit te voeren.
38
• Er is de vraag naar meer formalisering van het onderwijsoverleg, -beleidsplannen (en eventueel -diensten) in de steden en gemeenten waar dit nu nog geen verplichting is. Men benadrukt hierbij het belang van structuren die een duidelijk afgebakende functie/taak hebben. • Het blijft moeilijk om als stad neutraal op te treden, zeker als men zelf ook als onderwijsaanbieder fungeert. • Het kan zinvol zijn om een lerend netwerk op te zetten waar intergemeentelijke intervisie mogelijk is. • Samenwerking vraagt om geëngageerde mensen, vertrouwen, autonomie en netoverschrijdend werken. Daarnaast is het van belang om oog te hebben voor het proces, niet alleen het resultaat, bij een samenwerking op langere termijn. De uitwisseling van ervaringen en praktijken tussen de deelnemers blijkt een leerrijk gegeven te zijn en voor herhaling vatbaar.
39
Hoofdstuk 4 Intenties en aanbevelingen
De decreetgever heeft de samenstelling van lokale overlegplatforms (LOP’s) breed opgezet, ervan uitgaande dat gelijke onderwijskansen maar effectief kunnen worden gerealiseerd indien er een lokale dynamiek bestaat van overleg en samenwerking, en waarbij zowel partners uit het onderwijs (directies en besturen van scholen en CLB’s) als andere lokale belanghebbenden die bij de thematiek sterk betrokken zijn, deelnemen. Deze lokale stakeholders zijn onder meer de gemeentebesturen, de verenigingen waar armen het woord nemen, de vakbonden, de ouderverenigingen, de leerlingenraden (in het secundair onderwijs), de organisaties van etnisch culturele minderheden, de integratiesector, het onthaalbureau en andere lokale sociaaleconomische en socioculturele organisaties. Waar de deelname van onderwijsverstrekkers verplicht is, is dit niet het geval bij de lokale stakeholders. De LOP’s hebben verschillende overlegfora en instrumenten ter beschikking om tot breed gedragen afspraken te komen die de onderwijspositie van leerlingen uit kansengroepen structureel moeten verbeteren. Zij hebben jaarlijks verschillende bijeenkomsten van de plenaire vergadering en van het dagelijks bestuur. Daarnaast zijn er in de LOP’s ook heel wat werkgroepen actief die sterk thematisch werken. De werking van een LOP wordt mee gedragen door de LOP-voorzitter en de LOP-deskundige, die een ondersteunende rol opnemen in dit kader. Via kwantitatieve en kwalitatieve analyses van de lokale problematieken inzake gelijke onderwijskansen kan men komen tot een debat. De LOP’s werken aan een gemeenschappelijke visie op gelijke onderwijskansen en geven samen het beleid vorm dat oplossingen moet aandragen om concrete lokale drempels inzake gelijke onderwijskansen te slechten.
Blijven investeren in een brede participatie aan efficiënte overlegstructuren Net als in de voorbije schooljaren blijft de participatie van onderwijspartners aan het LOP hoog, zowel in termen van het aandeel mandaten dat ze opnemen als in hun aanwezigheid aan de LOP-tafel. Dit is vooral het geval bij directies en minder bij de besturen van scholen en CLB’s. De mogelijkheid om zich te laten vertegenwoordigen door de directies is met andere woorden onvoldoende gebruikt en/of gekend en behoeft dus vanuit het Agentschap voor Onderwijsdiensten verdere sensibilisering bij de LOP’s. Zoals in het vorige jaarverslag al werd aangekaart, blijven ook nu LOP’s er bij het beleid op aandringen om de scholengemeenschappen expliciet (decretaal) te erkennen als partners in de LOPwerking. Deze vraag werd dit jaar opnieuw bij herhaling gesteld vanuit de LOP’s. Bij de andere stakeholders zien we eveneens een blijvend hoge deelname van een aantal organisaties, met uitzondering van leerlingenraden en ouderverenigingen die nog steeds minder vaak participeren aan de LOP’s. Een sterke vertegenwoordiging op de plenaire vergaderingen en de dagelijkse besturen van de LOP’s zien we vooral bij het schoolopbouwwerk, de gemeentebesturen en de integratiesector. Om zich van een voldoende ruim maatschappelijk draagvlak te verzekeren, kunnen LOP’s ook lokale organisaties coöpteren die niet op decretale basis een plaats 40
in het LOP kregen toegewezen. Het afgelopen schooljaar waren er gemiddeld 3,4 gecoöpteerde leden aanwezig in de LOP’s wat een lichte stijging is ten opzichte van het schooljaar daarvoor (toen waren er gemiddeld 2,7 gecoöpteerde leden per LOP). Dit cijfer ligt echter nog steeds ver onder het maximaal aantal coöptaties dat het decreet toelaat (tien). De positieve trend zal door het Agentschap voor Onderwijsdiensten verder worden gestimuleerd door de LOP’s hieromtrent blijvend te informeren en sensibiliseren en door de lokale netwerkvorming verder te promoten. Werkgroepen binnen de LOP’s nemen naast de decretale opdrachten zoals het inschrijvingsbeleid, kleuterparticipatie en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers, ook andere thema’s op die lokaal of centraal (vanuit de minister) een prioritair thema zijn. Ten opzichte van de voorgaande jaren zien we in de meeste LOP’s opnieuw een sterkere vertegenwoordiging van decretale (onderwijs)partners aan de werkgroepen en een sterkere focus op de kernopdrachten van de LOP’s. De geplande invoering van het nieuwe decreet over het inschrijvingsrecht kan deze focus op de centrale opdrachten in de toekomst nog versterken. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten gaat ervan uit dat de komende jaren de vertaalslag van het inschrijvingsrecht naar lokale afspraken en de verdere implementatie hiervan (in termen van onder meer communicatie naar de verschillende doelgroepen) een centraal thema zal worden op de overlegfora van de LOP’s. Het agentschap zal de LOP-deskundigen (en via hen ook de LOP’s) in deze nieuwe ontwikkeling maximaal ondersteunen (zie ook verder).
Het verder ondersteunen van de opmaak van omgevingsanalyses LOP-deskundigen gebruiken - zo blijkt uit de eigen bevraging - steeds intensiever de omgevingsanalyse als middel om de (on)gelijke onderwijskansenproblematiek in beeld te brengen. De vragen van LOP-deskundigen naar het op een toegankelijke manier ter beschikking stellen van gegevens en naar ondersteuning bij het opmaken van een omgevingsanalyse blijven aan de orde. De AgODi werkgroep25 “LOP - Omgevingsanalyse” capteert de bestaande behoeften en zoekt naar oplos-singen om zo breed en kwalitatief mogelijk ondersteuning te bieden. In de toekomst kunnen een aantal acties versterkt worden. ❍❍ Het ondersteunen van de ontwikkeling van informatiefiches Om LOP-deskundigen te ondersteunen in de zoektocht naar gegevens nodig voor een lokale omgevingsanalyse, zal de AgODi werkgroep “LOP – Omgevingsanalyse” informatiefiches (per thema) ontwikkelen waarbij de belangrijkste informatie over bestaande gegevensbronnen wordt opgelijst, met aandacht voor interessante analyses voor de LOP’s. Deze fiches kunnen ertoe bijdragen dat de LOP-deskundigen (en via hen ook de LOP’s) op een efficiënte manier worden toegeleid naar de juiste informatie. ❍❍ De ontwikkeling van tools om informatie te ontsluiten en te interpreteren is een prioriteit In functie van de vernieuwing van het decreet betreffende het inschrijvingsrecht is het belangrijk dat gegevens over de relatieve aanwezigheid van GOK-leerlingen in scholen (op verschillende niveaus) en in gemeenten (tot op deelgebied) vlot kunnen worden ontsloten en geïnterpreteerd. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten zal (online) tools ontwikkelen die dat mogelijk maken. Deze tools zullen ter beschikking worden gesteld aan de LOP’s en op de website van het agentschap.
25 AgODi LOP-werkgroepen zijn werkgroepen binnen het Agentschap voor Onderwijsdiensten waarbinnen telkens een aantal LOP-deskundigen bijeen komen om rond de decretale opdrachten van de LOP’s concrete acties en instrumenten uit te werken.
41
❍❍ De ontsluiting van informatie voor een breder publiek verder stimuleren De beleidsintentie om informatie beschikbaar te stellen voor een breed publiek - al of niet professioneel betrokken bij het onderwijs – via het Datawarehouse en Discimus, is een positieve ontwikkeling die volgens de LOP-deskundigen sterk ondersteund moet worden. ❍❍ Vormingsinitiatieven voor LOP-deskundigen Om LOP-deskundigen toe te laten om tot kwaliteitsvolle omgevingsanalyses te komen, is het belangrijk dat zij beschikken over de nodige ICT- en analytische competenties. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten zal bijkomende opleiding/training in ICT-vaardigheden (Access, Excel) en in het opmaken van enquêtes organiseren voor de LOP-deskundigen. Dit kan in groepsverband worden georganiseerd; via individuele trainingen of andere vormen van ondersteuning (zie ook verder).
Het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in kaart brengen en versterken Het toenemende aantal anderstalige nieuwkomers in het onthaalonderwijs komt aan bod in heel wat signaalrapporten van de LOP’s. Naast de toegenomen inspanningen in de LOP’s naar de opvang, toeleiding en begeleiding van anderstalige nieuwkomers, zien we vooral ook meer LOP’s die gegevens over de instroom, spreiding en opvolging van deze leerlingen verzamelen en interpreteren. Om na te gaan of alle minderjarige anderstalige nieuwkomers ook effectief de weg vinden naar het onderwijs, werd in het jaarverslag van het schooljaar 2009-2010 aanbevolen om op regelmatige basis onderwijsgegevens uit te wisselen tussen het Agentschap voor Onderwijsdiensten en het Agentschap voor Binnenlands bestuur (inburgering). Momenteel lopen onderhandelingen daarover en is er een samenwerkingsakkoord in voorbereiding. Tegelijk zijn LOP’s vragende partij naar breder wetenschappelijk onderzoek dat hen een duidelijker zicht biedt op de realiteit van en de uitkomsten van het onthaalonderwijs. In het onderwijsveld leeft de vraag naar de resultaten van het onthaalonderwijs in termen van: • Het verloop van de schoolloopbanen van deze leerlingen (slaagkansen, schoolse achterstand, watervalfenomeen, ongekwalificeerde uitstroom,…). Hoewel de LOP’s hierover zelf informatie verzamelen, blijven ze stoten op beperkingen (bijvoorbeeld in termen van leerlingen die buiten het LOP-gebied hun schoolloopbaan vervolgen); • De spreiding van het onthaalonderwijs in Vlaanderen, het profiel van de onthaalleerkrachten (leeftijd, anciënniteit, in- en uitstroom,…); • Het verloop van het onthaal van anderstalige nieuwkomers buiten LOP-gebieden; • De implicaties van het migratie- en asielbeleid voor het onthaalonderwijs. Een beter begrip en zicht op de situatie en specifieke problematieken kunnen toelaten om gerichter actie te ondernemen, zowel vanuit de Vlaamse als de lokale beleidsniveaus. Daarnaast komt vanuit de LOP’s ook een vraag om het onthaal van nieuwkomers zonder enige schoolse voorkennis nog sterker te ondersteunen en om het onthaalonderwijs in het basisonderwijs te hervormen naar een meer inclusief gegeven. De aanbevelingen in de conceptnota talenbeleid26 , goedgekeurd door de Vlaamse Regering, kunnen voor de scholen een stimulans zijn om een inclusief talenbeleid te ontwikkelen. Vanuit de LOP’s komt tevens het signaal dat ook in de lerarenopleiding en in de nascholing van leraren werk moet gemaakt worden van de nodige didactische en taalcompetenties zodat leraren genoeg bagage hebben om op een inclusieve manier met anderstalige kinderen om te gaan. Het 26 Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Samen taalgrenzen verleggen – conceptnota, 22 juli 2011, 41 p.
42
Agentschap voor Onderwijsdiensten zal deze aanbeveling ook bezorgen aan de universiteiten en hogescholen met een lerarenopleiding.
Uitbouw van Discimus en toegankelijkheid voor LOP-deskundigen LOP’s zijn vragende partij naar instrumenten om de dubbele inschrijvingen tegen te gaan. Het ICT-project Discimus dat op stapel staat, kan hieraan tegemoet komen. Discimus beoogt een constante uitwisseling van leerlingengegevens (identificatiegegevens, in- en uitschrijvingsgegevens) tussen scholen en het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Om goede resultaten te behalen met Discimus is het belangrijk dat softwareleveranciers worden aangezet om hiertoe de nodige instrumenten te ontwikkelen. Zij moeten zorgen voor een systeem waarbij de scholen onmiddellijk kunnen zien welke leerling dubbel is ingeschreven en in welke andere school. Dit kan uiteraard ook alleen maar wanneer alle scholen nauwgezet registreren. Pas als alle scholen correct registreren, kunnen ook de LOP’s de vruchten plukken van Discimus. De gegevens van in- en uitschrijvingen zijn cruciale informatie bij bemiddelingen of bij het zoeken naar oplossingen voor leerlingen gedurende het hele schooljaar. Uitbreiding van Discimus met nog andere leerlingengegevens (GOK-gegevens, weigeringen, aan- en afwezigheden…) kan de werking van de LOP’s op termijn alleen maar versterken. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten zal de LOP-deskundigen een optimale toegang tot Discimus verlenen. Hiermee beoogt het agentschap snelle en efficiënte antwoorden op de gestelde (bemiddelings)vragen in de LOP’s.
Naar een nieuw inschrijvingsdecreet via de knowhow van de LOP’s Heel wat LOP-partners, stakeholders, voorzitters en deskundigen, werken sinds 2002 met het huidige decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I en hebben dus een jarenlange ervaring opgebouwd in de materie. Ze weten niet alleen waar het decreet zijn vruchten afwerpt, maar ook waar de pijnpunten zitten. Daarenboven hebben een aantal LOP’s gedurende drie jaren kunnen experimenteren met aanmeldingsprocedures in een succesvolle poging om wachtrijen, kampeertoestanden en dubbele inschrijvingen tot een minimum te beperken. Er werden vanuit de LOP’s en hun voorzitters heel wat aanbevelingen geformuleerd naar de minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. De LOP-voorzitters pleiten er ten zeerste voor om de bestaande knowhow ten volle te benutten en de verschillende stakeholders de kans te geven om hun ervaringen te delen. LOP’s hebben jarenlange expertise opgebouwd over wat werkt en wat niet, in een inschrijvingsbeleid dat rekening houdt met gelijke onderwijskansen.
Het versterken van de samenwerkingsverbanden rond kleuterparticipatie Kind en Gezin en het Agentschap voor Onderwijsdiensten gingen in juli 2010 een engagement aan in het kader van de verhoging van de participatie aan het kleuteronderwijs. In een protocol werden een aantal afspraken vastgelegd met betrekking tot de samenwerking, communicatie en gegevensuitwisseling tussen Kind en Gezin en het agentschap. Op basis van gegevens van Kind en Gezin organiseren LOP’s jaarlijks acties naar niet-ingeschreven vier- en vijfjarige kleuters. Kind en Gezin onderneemt zelf stappen naar de niet-ingeschreven driejarige kleuters. 43
De samenwerking met Kind en Gezin wordt vanuit de LOP’s als zeer zinvol ervaren. Het agentschap zal deze samenwerking nog verder intensifiëren door uitwisselingsmomenten op te zetten tussen de provinciale medewerkers van Kind en Gezin en de LOP-deskundigen. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten engageert zich om sleutelfiguren van Kind en Gezin te informeren en te vormen rond de nieuwe ontwikkelingen betreffende inschrijvingsrecht. Lokale netwerken rond o.a. kinderopvang, opvoedingsondersteuning … vinden steeds meer hun weg naar het LOP en omgekeerd. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten wenst deze ontwikkelingen verder op te volgen en te stimuleren. Dit kan onder meer door ervaringen en voorbeelden uit de verschillende LOP’s uit te wisselen.
Naar een oplossing voor de attestering van leerlingen uit de Roma-gemeenschap In het verleden werd voor leerlingen uit de Roma-gemeenschap de “fiche voor leerlingen in het basisonderwijs die behoren tot de trekkende bevolking” ingevuld en ondertekend door een vzw die door de Vlaamse Gemeenschap erkend is of door een specifieke dienst/cel binnen een stad of gemeente. LOP’s stellen vast dat zowel de integratiesector als een aantal steden en gemeenten niet langer bereid zijn om attesten uit te reiken omwille van een gebrek aan informatie over de Roma-identiteit van de leerlingen. Deze toestand heeft tot gevolg dat basisscholen - vooral in regio’s waar een Roma-gemeenschap sterk aanwezig is - hun administratieve verplichtingen niet kunnen waarmaken. De onduidelijkheid daarover werd door basisscholen al bij herhaling gemeld in diverse LOP’s. Hoewel in bepaalde regio’s (tijdelijke) oplossingen werden gevonden, blijft de nood aan een meer structurele maatregel groot.
LOP’s ondersteunen in de afstemming met de gemeentelijke legislatuurplannen De beleidsnota Onderwijs 2009-2014 voorziet in een evaluatie en eventuele bijsturing van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid. De overlap in bevoegdheden tussen de LOP’s en de gemeenten die werken aan een flankerend onderwijsbeleid, zorgt ervoor dat veel belang wordt gehecht aan het overleg en de samenwerking tussen beiden. Een duidelijkere taakinvulling van de regiefunctie van de gemeenten biedt hierbij opties voor verbetering. In functie van een betere afstemming tussen de beleidsplannen van de LOP’s en de gemeenten werd alvast beslist om de mandaatperiode van de LOP-voorzitters en de beleidsplanning van de LOP’s af te stemmen op de gemeentelijke legislaturen en legislatuurplannen. In het komende jaar zal het Agentschap voor Onderwijsdiensten de nieuwe mandaatperiode van de LOP-voorzitters voorbereiden en de LOP’s ondersteunen bij de opmaak van hun nieuwe beleidsplannen. Het planlastendecreet van de Vlaamse overheid zal er ook voor zorgen dat gemeenten vanaf de volgende gemeentelijke legislatuur zullen werken aan één strategische meerjarenplanning voor de gehele bestuursperiode. LOP’s zijn sterk vragende partij om bij de aanpassing van de regelgeving met betrekking tot het flankerend onderwijsbeleid aan dit nieuwe planlastendecreet, ook de afstemming met de LOP-werking niet uit het oog te verliezen.
44
Expertisebevordering van de LOP-deskundigen rond participatie en het nieuwe inschrijvingsrecht Het beleid van het Agentschap voor Onderwijsdiensten rond Vorming, Training en Opleiding (VTO) aan de LOP-deskundigen ent zich in belangrijke mate op het ontwikkelen van kennis en competenties die nodig zijn om invulling te geven aan de ondersteuning van de LOP’s. Bij het inventariseren van de bestaande behoeften bij de LOP-deskundigen kwam onder meer de nood aan expertisebevordering omtrent participatie sterk naar voor. De bedoeling is om hier de komende jaren sterker op in te zetten via trainingen in groepsverband. Om de samenwerking en uitwisseling van expertise tussen LOP-deskundigen verder te versterken, is het de ambitie van het agentschap om met nieuwe werkvormen en methodieken te experimenteren. Ook de kennisuitwisseling tussen het Agentschap voor Onderwijsdiensten met de begeleiders diversiteit kan verder verbeterd worden door een sterkere samenwerking via studiedagen en andere uitwisselingsmomenten. Tenslotte zal het agentschap ook de vorming van de LOP-deskundigen rond het nieuwe decreet over het inschrijvingsrecht intensifiëren. Hiertoe zal gebruik worden gemaakt van coachingsgroepen die toelaten om in kleine groepjes het decreet grondig te bestuderen en om het proces van besluitvorming dat zich in de LOP’s zal voltrekken van nabij op te volgen. Dit laat tevens toe om waar nodig te adviseren en het proces te begeleiden.
45
Bijlage
Monitoring LOP-werking. Cijferbijlage schooljaar 2010-2011 Hoodfstuk 1: Samenstelling en werking van de LOP’s. • Vertegenwoordiging van verschillende partners in het LOP. Tabel 1: Aantal opgenomen mandaten in de plenaire vergadering van het LOP. Eigen bevraging. 2010-2011 (N=70) Aantal mandaten Grootstad 952 Centrumstad 1263 Andere 1361 Totaal 3576 Gemiddeld aantal mandaten per LOP Grootstad 159 Centrumstad 57 Andere 32 Totaal 51
2009-2010 (N=70)
2008-2009 (N= 67)
2007-2008 (N=63)
2006-2007 (N=68)
951 1324 1449 3724
662 1097 1247 3006
932 1313 1261 3506
922 1255 1380 3557
159 60 35 53
166 64 34 52
155 63 35 56
154 60 34 52
2008-2009 (N= 67)
2007-2008 (N=63)
2006-2007 (N=68)
19 69 106 194
27 64 92 183
24 48 88 160
4,8 3,3 2,6 2,9
4,5 3,0 2,6 2,9
4,0 2,3 2,1 2,4
Tabel 2: Aantal gecoöpteerde partners in het LOP. Eigen bevraging. 2010-2011 (N=70) 2009-2010 (N=70) Aantal gecoöpteerde partners Grootstad 40 29 Centrumstad 77 44 Andere 144 117 Totaal 241 190 Gemiddeld aantal gecoöpteerde partners per type LOP Grootstad 6,7 4,8 Centrumstad 3,5 2,0 Andere 3,4 2,8 Totaal 3,4 2,7
46
Tabel 3a: Percentage LOP’s met minstens één opgenomen mandaat* door de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2010-2011 (N=70) 99%
2009-2010 (N=70) 100%
2008-2009 (N= 67) 98%
2007-2008 (N=63) 100%
100%
100%
98%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
93%
93%
100%
96%
100%
97%
90%
93%
92%
89%
90%
95%
98%
100%
97%
92%
92%
100%
80%
88% 96% 96% 100% 100%
85% 99% 97% 100% 100%
86% 97% 97% 100% 100%
88% 95% 93% 100% 100%
85%
89%
85%
90%
86%
91%
78%
81%
88%
100%
71%
75%
50%
100%
71%
50%
* = aantal LOP’s met minstens één opgenomen mandaat (gewoon opgenomen of gedelegeerd) /aantal LOP’s met minstens één mandaat voor de betreffende geleding.
47
Tabel 3b: Percentage opgenomen mandaten* in het LOP door de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2010-2011 (N=70) 2009-2010 (N=70) 2008-2009 (N=67) 2007-2008 (N=63) 2006-2007 (N=68) 99% 99% 96% 100% 99% 97%
97%
91%
99%
98%
97%
97%
98%
99%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
98%
98%
100%
97%
89%
97%
91%
89%
98%
90%
92%
92%
94%
97%
95%
100%
100%
98%
96%
80%
93%
100%
80%
100%
88% 95% 94% 100% 100%
83% 96% 94% 100% 100%
91% 96% 96% 100% 100%
84% 94% 93% 100% 100%
83% 99% 100% 100% 100%
83%
89%
90%
89%
91%
79%
93%
82%
83%
85%
88%
100%
100%
92%
83%
50%
100%
75%
50%
43%
* = Aantal opgenomen mandaten (gewoon of gedelegeerd) per geleding overheen alle LOP’s / totaal aantal mandaten per geleding overheen alle LOP’s
Tabel 4a: Percentage LOP’s met minstens één opgenomen mandaat door de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnischculturele minderheden Verening waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organisaties / personen
2010-2011 (N=70) 71% 70% 60% 43% 47% 29% 98%
2009-2010 (N=70) 82% 76% 73% 51% 62% 44% 100%
2008-2009 (N= 67) 81% 72% 68% 55% 67% 30% 100%
2007-2008 (N=63) 80% 79% 78% 62% 68% 25% 96%
70%
84%
84%
86%
61%
80%
83%
84%
91% 86% 78%
94% 80% 91%
97% 89% 97%
96% 82% 100%
95%
95%
97%
89%
100%
100%
97%
91%
48
Tabel 4b: Percentage opgenomen mandaten in het LOP door de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnischculturele minderheden Verening waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organiosaties / personen
2010-2011 (N=70) 71% 70% 60% 43% 47% 29% 90%
2009-2010 (N=70) 82% 76% 73% 52% 63% 50% 92%
2008-2009 (N= 67) 80% 70% 74% 53% 63% 28% 83%
2007-2008 (N=63) 80% 79% 82% 62% 68% 24% 93%
2006-2007 (N=68) 85% 83% 84% 73% 81% 15% 83%
65%
79%
77%
73%
69%
53%
71%
75%
75%
85%
90% 85% 78%
94% 81% 90%
95% 90% 93%
96% 82% 100%
97% 88% 91%
95%
94%
91%
85%
89%
95%
85%
95%
83%
97%
Tabel 5: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de onderwijsverstrekkers op de plenaire vergaderingen van de LOP’s. Eigen bevraging. DIR - Vrij onderwijs DIR - Gemeenschapsonderwijs DIR - Gemeentelijk onderwijs DIR - Provinciaal onderwijs DIR - OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB - Vrij onderwijs CLB - Gemeenschapsonderwijs CLB - Gemeentelijk onderwijs CLB - Provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2010-2011 63%
2009-2010 64%
2008-2009 62%
2007-2008 63%
2005-2006 61%
2003-2004 75%
65%
62%
56%
59%
57%
68%
65% 67% 48%
50% 47% 53%
60% 64% 44%
62% 44% 36%
58% 59% 40%
73% 70% 75%
33%
39%
34%
28%
32%
59%
37%
42%
27%
32%
23%
50%
48%
65%
52%
39%
38%
54%
48%
50%
54%
54%
47%
74%
31% 75%
37% 72%
32% 79%
19% 84%
23% 76%
52% 85%
83%
71%
70%
85%
68%
83%
72%
93%
64%
64%
79%
81%
30%
29%
64%
50%
53%
62%
41%
46%
43%
36%
27%
49%
40%
36%
21%
25%
20%
37%
30%
50%
29%
29%
17%
47%
61%
25%
0%
40%
40%
55%
49
Tabel 6: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de stakeholders op de plenaire vergaderingen van de LOP’s. Eigen bevraging. COC-COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Org. van etnisch-cult. minderheden Ver. waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC Andere org./personen
2010-2011 41% 35% 20% 31% 33% 75% 46%
2009-2010 41% 41% 42% 41% 48% 89% 40%
2008-2009 45% 34% 33% 31% 35% 100% 48%
2007-2008 49% 41% 27% 42% 36% 80% 48%
2005-2006 49% 33% 38% 40% 44% 52% 42%
2003-2004 77% 55% 55% 62% 67% 48% 65%
39%
58%
43%
31%
31%
60%
47%
58%
54%
60%
51%
61%
62% 44% 82% 56% 34%
73% 49% 75% 53% 38%
62% 38% 70% 48% 47%
66% 29% 79% 49% 48%
59% 30% 76% 47% 45%
75% 66% 82% 64% 54%
• Dagelijks bestuur Tabel 9: Aantal mandaten in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. 2005-2006 Grootstad Centrumstad Andere Totaal 2007-2008 Grootstad Centrumstad Andere Totaal 2008-2009 Grootstad Centrumstad Andere Totaal 2009-2010 Grootstad Centrumstad Andere Totaal 2010-2011 Grootstad Centrumstad Andere Totaal
Totaal aantal mandaten 154 313 358 825 154 292 350 796 102 350 422 874 156 295 455 906 158 300 487 945
Aantal LOP's 6 21 39 66 6 21 36 63 4 21 41 66 6 22 42 70 6 22 42 70
50
Gemiddeld aantal mandaten per LOP 26 15 9 13 26 14 10 13 26 17 10 13 26 13 11 13 26 14 12 14
Tabel 10a: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één toegewezen mandaat* aan de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2010-2011 (N=70) 97% 97% 74% 49% 60% 29%
2009-2010 (N=70) 96% 97% 93% 92% 79% 36%
2008-2009 (N= 67) 97% 95% 87% 75% 86% 30%
2007-2008 (N=63) 97% 95% 92% 73% 56% 33%
33%
30%
29%
21%
17%
25%
32%
32%
3%
31%
45%
10%
1% 90% 96% 16% 1%
0% 96% 97% 100% 43%
21% 92% 98% 73% 38%
6% 94% 93% 93% 0%
9%
11%
16%
14%
3%
5%
6%
9%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
* = aantal LOP’s met minstens één mandaat voor de betreffende geleding/totaal aantal LOP’s
Tabel 10b: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één opgenomen mandaat door de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2010-2011 (N=70) 100% 100% 97% 91% 100% 87%
2009-2010 (N=70) 100% 100% 97% 92% 91% 96%
2008-2009 (N= 67) 97% 97% 97% 100% 92% 89%
2007-2008 (N=63) 100% 98% 91% 100% 89% 90%
87%
90%
78%
85%
92%
100%
100%
83%
67%
100%
100%
100%
95% 100% 100% 50%
98% 97% 100% 100%
67% 92% 92% 100% 67%
0% 98% 96% 100% -
55%
100%
100%
100%
29%
100%
100%
80%
-
-
-
-
-
-
-
-
51
Tabel 10c: Percentage opgenomen mandaten door de onderwijsverstrekkers in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. DIR - Vrij onderwijs DIR - Gemeenschapsonderwijs DIR - Gemeentelijk onderwijs DIR - Provinciaal onderwijs DIR - OKO IM - Vrij onderwijs IM - Gemeenschapsonderwijs IM - Gemeentelijk onderwijs IM - Provinciaal onderwijs IM - OKO CLB - Vrij onderwijs CLB - Gemeenschapsonderwijs CLB - Gemeentelijk onderwijs CLB - Provinciaal onderwijs IM CLB - Vrij onderwijs IM CLB - Gemeenschapsonderwijs IM CLB - Gemeentelijk onderwijs IM CLB - Provinciaal onderwijs
2010-2011 (N=70) 2009-2010 (N=70) 2008-2009 (N= 67) 2007-2008 (N=63) 2006-2007 (N=66) 94% 98% 95% 99% 88% 92%
99%
95%
96%
87%
91% 91% 100% 83% 88% 94% 67% 50% 94%
95% 92% 92% 90% 80% 82% 75% 99%
94% 100% 93% 88% 63% 67% 80% 33% 92%
92% 100% 90% 93% 79% 83% 100% 0% 98%
98% 100% 80% 77% 63% 79% 75% 0% 91%
100%
97%
92%
96%
98%
100% 50% 54%
100% 100% 100%
100% 67% 90%
100% 100%
93% 50% 45%
29%
67%
67%
80%
33%
-
-
100%
100%
0%
-
-
-
-
0%
Tabel 11a: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één toegewezen mandaat aan de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnischculturele minderheden Verening waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organiosaties / personen
2010-2011 (N=70) 39% 30% 20% 19% 19% 30% 63%
2009-2010 (N=70) 54% 46% 35% 42% 45% 30% 60%
2008-2009 (N= 67) 65% 50% 44% 53% 40% 27% 52%
2007-2008 (N=63) 54% 40% 24% 46% 29% 38% 60%
30%
47%
48%
41%
33%
46%
64%
47%
63% 27% 44%
69% 27% 79%
83% 22% 74%
76% 15% 73%
67%
74%
66%
60%
13%
36%
41%
48%
52
Tabel 11b: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één opgenomen mandaat door de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-ROGO Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnischculturele minderheden Verening waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organisaties / personen
2010-2011 (N=70) 72% 68% 61% 45% 39% 33% 98%
2009-2010 (N=70) 90% 88% 80% 56% 59% 33% 100%
2008-2009 (N= 67) 83% 83% 71% 65% 56% 33% 96%
2007-2008 (N=63) 93% 89% 90% 82% 71% 20% 97%
64%
92%
81%
86%
70%
95%
78%
95%
86% 79% 97%
96% 82% 94%
94% 75% 100%
98% 75% 93%
98%
96%
97%
100%
90%
100%
93%
92%
Tabel 11c: Percentage opgenomen mandaten door de stakeholders in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. COC-COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Org. van etnisch-cult. minderheden Ver. waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC Andere org./personen
2010-2011 (N=70) 2009-2010 (N=70) 2008-2009 (N= 67) 2007-2008 (N=63) 2006-2007 (N= 66) 72% 90% 72% 93% 83% 68% 88% 68% 89% 83% 61% 80% 73% 90% 71% 45% 56% 70% 82% 65% 38% 59% 46% 71% 50% 29% 33% 10% 20% 33% 86% 100% 60% 90% 95% 68%
88%
58%
83%
82%
67%
96%
70%
96%
79%
86% 79% 97% 93% 70%
94% 82% 95% 95% 100%
83% 50% 85% 86% 66%
94% 75% 83% 100% 70%
93% 75% 100% 94% 94%
53
Tabel 12: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de onderwijsverstrekkers in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. DIR - Vrij onderwijs DIR - Gemeenschapsonderwijs DIR - Gemeentelijk onderwijs DIR - Provinciaal onderwijs DIR - OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB - Vrij onderwijs CLB - Gemeenschapsonderwijs CLB - Gemeentelijk onderwijs CLB - Provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2010-2011 72% 66% 67% 88% 63% 54%
2009-2010 70% 63% 66% 55% 58% 69%
2008-2009 70% 70% 59% 73% 54% 58%
2007-2008 67% 69% 63% 53% 73% 74%
2005-2006 69% 66% 52% 72% 63% 77%
51%
55%
58%
53%
70%
52%
58%
47%
72%
45%
52%
53%
30%
50%
50%
76% 73% 72% -
77% 65% 66% 7%
60% 80% 74% 57% 29%
82% 74% 76% 100%
0% 66% 72% 69% 0%
-
46%
62%
67%
53%
-
27%
88%
78%
3%
-
-
40%
64%
0%
-
-
-
-
-
Tabel 13: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de stakeholders in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. COC-COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Org. van etnisch-cult. minderheden Ver. waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC Andere org./personen
2010-2011 38% 46% 26% 66% 48% 24% 57%
2009-2010 53% 58% 33% 38% 41% 40% 61%
2008-2009 45% 46% 47% 51% 56% 100% 70%
2007-2008 43% 44% 42% 35% 60% 17% 58%
2005-2006 46% 40% 37% 47% 56% 50% 53%
44%
33%
35%
37%
36%
47%
55%
59%
62%
56%
69% 56% 66% 67% -
64% 62% 73% 60% 38%
64% 56% 78% 62% 61%
71% 59% 75% 66% 75%
67% 46% 76% 56% 58%
Tabel 13a: LOP-afspraken over de manier waarop de inrichtende macht van een school of clb haar bevoegdheid delegeert naar respectievelijk een directie van een school of een CLB in het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (n=70). Afspraken Ja Neen Totaal
Andere N LOP's % 5 12% 37 88% 42 100
Centrumstad N LOP's % 7 29% 15 71% 22 100
Grootstad N LOP's % 3 50% 3 50% 6 100
54
BASIS N LOP's % 8 76% 33 24% 41 100
SECUNDAIR N LOP's % 7 21% 22 79% 29 100
Totaal N LOP's % 15 20% 55 80% 70 100
Tabel 13b: Opname LOP-afspraken over delegatiemogelijkheid in het huishoudelijk reglement van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=16). HHR Ja Neen Totaal
Andere N LOP's % 1 17% 5 83% 6 100
Centrumstad N LOP's % 4 57% 3 43% 7 100
Grootstad N LOP's % 1 33% 2 67% 3 100
BASIS N LOP's % 4 44% 5 56% 9 100
SECUNDAIR N LOP's % 2 29% 5 71% 7 100
Totaal N LOP's % 6 38% 10 62% 16 100
Tabel 13c: Bevoegdheidsdelegatie inrichtende machten aan directie permanent of ad hoc. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=14). Delegatie Ad hoc (per vergadering) Permanent Totaal
Andere N LOP's %
Centrumstad N LOP's %
Grootstad N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
1
20%
3
50%
2
67%
2
25%
4
67%
6
43%
4 5
80% 100
3 6
50% 100
1 3
33% 100
6 8
75% 100
2 6
33% 100
8 14
57% 100
• LOP-werkgroepen Tabel 16: Aantal lopende werkgroepen van het LOP in het schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Aantal werkgroepen Maximum 8 7 5 8 8 8
Minimum 2 0 0 0 0 0
Grootstad Centrumstad Andere BASIS SECUNDAIR Totaal
Gemiddelde 4,5 3,3 2,1 2,9 2,5 2,7
Tabel 17: Aantal werkgroepen met vergaderfrequentie, gemiddeld aantal leden en aanwezigheid. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N = 70).
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal
Aantal vergaderingen per werkgroep Gemiddelde Minimum Maximum 1,1 1 2 1,0 1 2 1,0 1 1 1,0 1 2 1,0 1 1 1,0 1 2
Aantal leden per werkgroep Gemiddelde Minimum Maximum 6,6 2 13 8,3 2 25 8,3 4 18 7,3 2 21 7,9 2 25 7,5 2 25
Tabel 18: Thema’s waarrond werkgroepen actief zijn in het LOP tijdens het schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Thema's Anderstalige nieuwkomers Anderstaligheid Armoede Communicatie naar specifieke doelgroepen Onderwijs en hulpverlening Inschrijvingsbeleid Buitengewoon onderwijs Omgevingsanalyse Ouder- en schoolbetrokkenheid Participatie aan het kleuteronderwijs Schoolkosten Schoolloopbaan en doorstroming Taalbeleid Andere Totaal
Aantal LOP's 19 2 20 2 3 22 9 13 16 26 11 17 5 40 70
55
%
Aandeel % 9% 1% 10% 1% 1% 11% 4% 6% 8% 13% 5% 8% 2% 20%
Tabel 19: Aantal LOP’s waar partners actief zijn in werkgroepen van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70) . Niet-decretale, niet-gecoöpteerde partners
Gecoöpteerde partners
Decretale partners N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO
56
80%
OCMW
15
21%
OCMW
11
16%
58
83%
VDAB
2
3%
VDAB
5
7%
37
53%
CAW/JAC
5
7%
CAW/JAC
4
6%
9
13%
10
14%
Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs
23
33%
20
29%
Gezinsbond/Gezinsraad Kind en Gezin/ kinderopvang Scholengemeenschap CDO/CDV/Syntra
2
3%
2
3%
17
24%
14
20%
7
10%
11
16%
4
6%
Gezinsbond/Gezinsraad Kind en Gezin/ kinderopvang Scholengemeenschap CDO/CDV/Syntra
2
3%
12
17%
3
4%
6
9%
5
7%
Bijzondere jeugdzorg
5
7%
Bijzondere jeugdzorg
3
4%
5
7%
Jeugdsector
6
9%
Jeugdsector
8
11%
54
77%
3
4%
0%
77%
4
6%
Belangenorganisatie Vormingswerk
0
54
Belangenorganisatie Vormingswerk
CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnisch-culturele minderheden Verening waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC
6
9%
12
17%
Hulpverlening
4
6%
Hulpverlening
8
11%
5
7%
7
10%
6%
7%
3
4%
Samenlevingsopbouw Politie
4
5
Samenlevingsopbouw Politie
11
16%
6
9%
Andere
26
37%
Andere
34
49%
3
4%
4
6%
9 8 3 8 13 7 0
13% 11% 4% 11% 19% 10% 0%
18
26%
20
29%
38 21 35
54% 30% 50%
45
64%
Hogeschool
56
Hogeschool
• Budget Tabel 20: Logistieke ondersteuning van gemeentebesturen/VGC aan het LOP. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Aantal LOP's
%
Gratis
23 52 68 69
33% 74% 97% 99%
N LOP's 23 49 54 64
Administratieve ondersteuning Audiovisuele ondersteuning Catering Vergaderzalen
Met beperkte toeslag N LOP's 0 0 2 2
Met volledige vergoeding N LOP's 0 3 12 3
Geen antwoord N LOP's 47 18 0 1
Tabel 21: Logistieke ondersteuning vanuit de onderwijsverstrekkers en stakeholders van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (n = 70).
Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnischculturele minderheden Verening waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC
Administratieve ondersteuning N LOP's % 2 3%
Audiovisuele ondersteuning N LOP's % 5 7%
Catering
Vergaderzalen
N LOP's 19
% 27%
N LOP's 24
% 34%
2
3%
3
4%
19
27%
23
33%
2
3%
1
1%
6
9%
9
13%
0
0%
0
0%
2
3%
2
3%
0
0%
0
0%
2
3%
2
3%
2
3%
1
1%
1
1%
3
4%
2
3%
3
4%
3
4%
3
4%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
2
3%
1
1%
2
3%
0 1
0% 1%
0 5
0% 7%
0 15
0% 21%
0 20
0% 29%
1
1%
1
1%
9
13%
10
14%
2 0
3% 0%
1 0
1% 0%
2 0
3% 0%
3 0
4% 0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0 0 0 0 0 1 1
0% 0% 0% 0% 0% 1% 1%
0 0 0 0 0 0 1
0% 0% 0% 0% 0% 0% 1%
0 0 0 0 0 0 1
0% 0% 0% 0% 0% 0% 1%
0 0 0 1 0 0 8
0% 0% 0% 1% 0% 0% 11%
1
1%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
3
4%
1
1%
3 3 4
4% 4% 6%
3 3 2
4% 4% 3%
6 4 4
9% 6% 6%
5 9 6
7% 13% 9%
4
6%
40
57%
0
0%
6
9%
57
Hoofdstuk 2: Decretale opdrachten van het LOP. • Omgevingsanalyse Tabel 22: Aandeel LOP’s (in %) dat werkt met een periodieke / ad hoc omgevingsanalyse, schooljaren 2008-2009 t.e.m. 2010-2011 Schooljaar
Periodiek
Ad hoc
2008-2009
46%
46%
2009-2010
56%
66%
2010-2011
59%
70%
58
Tabel 23: Medewerking aan de omgevingsanalyse van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). AgODi LOP-deskundige LOP-voorzitter Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde sociale parnterorganisaties Andere gecoöpteerde organisaties Organisatie van etnischculturele minderheden Verening waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Totaal
Toelevering gegevens 59 84% 40 57% 5 7% 21 30%
Verwerking en analyse 11 16% 53 76% 15 21% 11 16%
Rapportering 3 50 10 8
4% 71% 14% 11%
26
37%
3
4%
0
0%
25
36%
4
6%
0
0%
14
20%
0
0%
0
0%
5
7%
0
0%
0
0%
8
11%
1
1%
0
0%
3
4%
3
4%
0
0%
3
4%
3
4%
0
0%
1
1%
1
1%
0
0%
0 0
0% 0%
1 0
1% 0%
0 0
0% 0%
5
7%
3
4%
1
1%
5 0
7% 0%
3 1
4% 1%
1 1
1% 1%
1
1%
0
0%
0
0%
0
0%
1
1%
1
1%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0 0 0 0 0 0
0% 0% 0% 0% 0% 0%
0 0 0 0 0 0
0% 0% 0% 0% 0% 0%
0 0 0 0 0 0
0% 0% 0% 0% 0% 0%
0
0%
0
0%
0
0%
4
6%
4
6%
2
3%
1
1%
0
0%
0
0%
2
3%
1
1%
1
1%
9 4 7
13% 6% 10%
3 2 6
4% 3% 9%
3 2 3
4% 3% 4%
29
41%
19
27%
14
20%
70
70
59
70
Tabel 24: Ter beschikking stellen van de omgevingsanalyse. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Aan LOP-leden Externen Totaal
Grootstad Centrumstad N LOP's % N LOP's % 6 100% 20 91% 5 83% 7 32% 6 22
Andere N LOP's % 37 88% 6 14% 42
BASIS N LOP's % 37 90% 11 27% 41
SECUNDAIR N LOP's % 26 90% 7 24% 29
Totaal N LOP's % 63 90% 18 26% 70
• Andestalige nieuwkomers Tabel 25a: Evolutie van de mate waarin LOP’s gegevens verzamelen over de instroom, spreiding en doorstroming van (gewezen) anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011. 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Instroom van AN
64%
62%
76%
63%
Spreiding van AN
44%
49%
63%
56%
Doorstroming van gewezen AN
8%
10%
7%
7%
36/41
39/41
41/41
41/41
Totaal aantal LOP’s
Tabel 25b: Evolutie van de mate waarin LOP’s gegevens verzamelen over de instroom, spreiding en doorstroming van (gewezen) anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011. 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Instroom van AN
56%
61%
69%
69%
Spreiding van AN
41%
36%
38%
59%
Doorstroming van gewezen AN
33%
14%
21%
21%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
Tabel 26a: Aandeel LOP’s (%) met betrokken partners bij de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011. 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Gemeente
42%
49%
41%
56%
Onthaalbureau
47%
54%
49%
61%
Integratiedienst
39%
36%
39%
49%
CLB
19%
33%
46%
51%
LOP
44%
44%
46%
46%
Schoolopbouwwerk
28%
18%
32%
32%
Andere
31%
22%
22%
15%
Totaal aantal LOP’s
36/41
39/41
41/41
41/41
Tabel 26b: Aandeel LOP’s (%) met betrokken partners bij de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs in het gewoon secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 2007-2008
2008-2009
2009-2010
2010-2011
Gemeente
37%
29%
41%
55%
Onthaalbureau
44%
50%
66%
59%
Integratiedienst
30%
36%
41%
38%
CLB
30%
43%
45%
62%
LOP
37%
32%
41%
52%
Schoolopbouwwerk
7%
18%
17%
24%
Andere
26%
14%
14%
10%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
60
Tabel 27: Initiatieven of afspraken in het LOP-werkingsgebied m.b.t. de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Initiatieven / afspraken Afspraken mbt de wederzijdse taakverdeling tussen enerzijds instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en anderzijds het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren Het installeren van procedures waarbij in het basisonderwijs AN worden toegeleid naar een beperkter aantal scholen die zich kandidaat hebben gesteld als onthaalschool (met respect van de vrije schoolkeuze) Initiatieven om de bereikbaarheid van onthaalscholen te optimaliseren Formuleren van voorstellen / nemen van initiatieven om onthaalscholen maximaal te ondersteunen in hun onthaalopdracht Totaal
Grootstad N LOP's %
Centrumstad N LOP's %
Andere N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
3
50%
7
32%
25
60%
20
49%
15
52%
35
50%
1
17%
5
23%
19
45%
21
51%
4
14%
25
36%
1
17%
5
23%
6
14%
7
17%
5
17%
12
17%
1
17%
4
18%
9
21%
8
20%
7
24%
15
21%
6
22
42
41
29
70
Tabel 28a: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt met betrekking tot de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken m.b.t. de wederzijdse taakverdeling tussen enerzijds instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en anderzijds het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren.
11%
11%
41%
49%
Het installeren van procedures waarbij in het basisonderwijs AN kunnen worden toegeleid naar een beperkter aantal scholen die zich kandidaat hebben gesteld als onthaalschool (met respect voor de vrije schoolkeuze)
8%
8%
29%
51%
Initiatieven om de bereikbaarheid van onthaalscholen te optimaliseren.
3%
3%
10%
17%
Formuleren van voorstellen/nemen van initiatieven om onthaalscholen maximaal te ondersteunen in hun onthaalopdracht.
8%
8%
10%
20%
36/41
39/41
41/41
41/41
Totaal aantal LOP’s
Tabel 28b: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt m.b.t. de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers in het gewoon secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken m.b.t. de wederzijdse taakverdeling tussen enerzijds instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en anderzijds het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren.
26%
26%
31%
52%
Het installeren van procedures waarbij AN kunnen worden toegeleid naar een beperkter aantal scholen die zich kandidaat hebben gesteld als onthaalschool (met respect voor de vrije schoolkeuze)
4%
4%
17%
14%
Initiatieven om de bereikbaarheid van onthaalscholen te optimaliseren.
0%
0%
14%
17%
Formuleren van voorstellen/nemen van initiatieven om onthaalscholen maximaal te ondersteunen in hun onthaalopdracht.
11%
11%
21%
24%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
61
Tabel 29a: Afspraken gemaakt / initiatieven genomen in het LOP m.b.t. de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het reguliere onderwijs. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Afspraken Afspraken m.b.t. het uitwisselen van informatie over gewezen AN tussen onthaalscholen en doorstroom / vervolgscholen Afspraken m.b.t. het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen AN Afspraken m.b.t. de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen AN in vervolgscholen/doorstroomscholen Afspraken m.b.t. het uitwisselen van informatie over gewezen AN tussen de vervolgschoolcoaches van de verschillende scholengemeenschappen (enkel voor SO) Andere Geen antwoord Totaal
Grootstad N LOP's %
Centrumstad Andere N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
2
33%
3
14%
10
24%
2
5%
13
45%
15
21%
2
33%
4
18%
9
21%
3
7%
12
41%
15
21%
2
33%
3
14%
9
21%
1
2%
12
41%
14
20%
2
33%
3
14%
7
17%
0
0%
12
41%
12
17%
0 0 6
0% 0%
0 0 22
0% 0%
1 35 42
2% 83%
0 26 41
0% 63%
1 9 29
3% 31%
1 35 70
1% 50%
Tabel 29a: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt m.b.t. de opvolging van anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen onthaalscholen en doorstroom- of vervolgscholen.
0%
5%
0%
5%
Afspraken met betrekking tot het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen anderstalige nieuwkomers.
3%
8%
5%
7%
Afspraken met betrekking tot de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in doorstroom- of vervolgscholen.
0%
3%
0%
2%
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen de vervolgschoolcoaches van de verschillende scholengemeenschappen (enkel voor secundair onderwijs).
0%
0%
0%
0%
Totaal aantal LOP’s
36/41
39/41
41/41
41/41
Tabel 29b: Evolutie van het aandeel LOP’s (in %) waar afspraken worden gemaakt m.b.t. de opvolging van anderstalige nieuwkomers in het gewoon secundair onderwijs, schooljaren 2007-2008 t.e.m. 2010-2011 07-08
08-09
09-10
10-11
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen onthaalscholen en doorstroom- of vervolgscholen.
37%
36%
21%
45%
Afspraken met betrekking tot het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen anderstalige nieuwkomers.
37%
32%
31%
41%
Afspraken met betrekking tot de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in doorstroomof vervolgscholen.
19%
25%
21%
41%
Afspraken met betrekking tot het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen de vervolgschoolcoaches van de verschillende scholengemeenschappen (enkel voor secundair onderwijs).
30%
21%
17%
41%
Andere
11%
0%
3%
3%
Totaal aantal LOP’s
27/29
28/29
29/29
29/29
62
Tabel 29c: Aantal LOP’s waar vervolgschoolcoaches aangesteld zijn voor de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Grootstad N LOP's % 3 3 100%
Vervolgschoolcoach aangesteld in LOP Totaal
Centrumstad N LOP's % 8 11 73%
Andere N LOP's 2 15
% 13%
• Inschrijvingsrecht Tabel 30a: Is tijdens het schooljaar 2010-2011 het thema ‘ gemeenschappelijke voorrangsperiode broers en zussen’ geagendeerd geweest?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 30 71% 9 41% 5 83% 31 76% 13 45% 44 63% 12 29% 12 55% 1 17% 10 24% 15 52% 25 36% 0% 1 5% 0% 0% 1 3% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 30b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke voorrangsperiode broers en zussen” tijdens het schooljaar 20102011.
Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 20 67% 6 67% 5 100% 23 74% 8 62% 31 70% 9
30%
3
33%
5
100%
13
42%
4
31%
17
39%
10 7 30
33% 23%
7 1 9
78% 11%
5 0 5
100% 0%
15 6 31
48% 19%
7 2 13
54% 15%
22 8 44
50% 18%
Tabel 31a: Is er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2010-2011 een gemeenschappelijke voorrangsperiode broers en zussen gehanteerd?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 16 38% 7 32% 4 67% 19 46% 8 28% 27 39% 26 62% 14 64% 2 33% 22 54% 20 69% 42 60% 0% 1 5% 0% 0% 1 3% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 31b: Is er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2011-2012 een gemeenschappelijke voorrangsperiode broers en zussen gehanteerd?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 18 43% 8 36% 5 83% 23 56% 8 28% 31 44% 24 57% 13 59% 1 17% 18 44% 20 69% 38 54% 0% 1 5% 0% 0% 1 3% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
63
Tabel 32: Gemeenschappelijke voorrangsperioden voor de inschrijvingen van broers en zussen voor het schoojaar 2011-2012. Andere N LOP's % Alle scholen geven over de loop van de VOLLEDIGE gemeenschappelijk afgesproken periode voorrang aan broers en zussen. Alle scholen geven voorrang aan broers en zussen in dezelfde periode, maar bepalen binnen diezelfde periode nog hun eigen begin en eind datum. Totaal
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
17
94%
8
100%
4
80%
22
96%
7
88%
29
94%
2
11%
1
13%
1
20%
2
9%
2
25%
4
13%
18
8
5
23
8
31
Tabel 33a: Is tijdens het schooljaar 2010-2011 het thema ‘ gemeenschappelijke voorrangsperiode GOK-lln’ geagendeerd geweest?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 20 48% 5 23% 3 50% 23 56% 5 17% 28 40% 21 50% 16 73% 3 50% 17 41% 23 79% 40 57% 1 2% 1 5% 0% 1 2% 1 3% 2 3% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 33b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke voorrangsperiode GOK-lln” tijdens het schooljaar 2010-2011.
Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 3 15% 2 40% 2 67% 7 32% 0 0%
Totaal N LOP's % 7 25%
0
0%
2
40%
2
67%
4
18%
0
0%
4
14%
16 8 20
80% 40%
4 2 5
80% 40%
3 0 3
100% 0%
17 8 22
77% 36%
6 2 6
100% 33%
23 10 28
82% 36%
Tabel 34a: Is er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2010-2011 een gemeenschappelijke voorrangsperiode GOK-lln gehanteerd? Andere
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 5% 3 14% 2 33% 7 17% 0% 7 10% 40 95% 18 82% 4 67% 34 83% 28 97% 62 89% 0% 1 5% 0% 0% 1 3% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 34b: Wordt er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2011-2012 een gemeenschappelijke voorrangsperiodeGOK-lln gehanteerd?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 5% 3 14% 2 33% 7 17% 0% 7 10% 40 95% 18 82% 4 67% 34 83% 28 97% 62 89% 0% 1 5% 0% 0% 1 3% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
64
Tabel 34c: Gemeenschappelijke voorrangsperioden voor de inschrijvingen van GOK-lln voor het schoojaar 2011-2012. Andere N LOP's % Alle scholen geven over de loop van de VOLLEDIGE gemeenschappelijk afgesproken periode voorrang aan GOK-lln. Alle scholen geven voorrang aan GOK-lln in dezelfde periode, maar bepalen binnen diezelfde periode nog hun eigen begin en eind datum.
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
3
100%
3
100%
2
100%
8
0%
0
0%
8
100%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
Tabel 35a: Is tijdens het schooljaar 2010-2011 het thema ‘ gemeenschappelijke voorrangsperiode niet-GOK-lln’ geagendeerd geweest? Andere
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's 18 43% 7 32% 3 50% 22 54% 6 21 50% 13 59% 3 50% 17 41% 20 3 7% 2 9% 0% 2 5% 3 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29
Totaal
% N LOP's % 21% 28 40% 69% 37 53% 10% 5 7% 100% 70 100%
Tabel 35b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke voorrangsperiode niet-GOK-lln” tijdens het schooljaar 2010-2011.
Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 3 17% 2 29% 2 67% 7 32% 0 0%
Totaal N LOP's % 7 25%
0
0%
2
29%
2
67%
4
18%
0
0%
4
14%
16 8 18
89% 44% 100%
4 3 7
57% 43% 100%
3 0 3
100% 0% 100%
17 9 22
77% 41% 100%
6 2 6
100% 33% 100%
23 11 28
82% 39% 100%
Tabel 36a: Is er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2010-2011 een gemeenschappelijke voorrangsperiode niet-GOK-lln gehanteerd?
Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 3 17% 2 29% 2 67% 7 32% 0 0%
Totaal N LOP's % 7 25%
0
0%
2
29%
2
67%
4
18%
0
0%
4
14%
16 8 18
89% 44% 100%
4 3 7
57% 43% 100%
3 0 3
100% 0% 100%
17 9 22
77% 41% 100%
6 2 6
100% 33% 100%
23 11 28
82% 39% 100%
Tabel 36b: Gemeenschappelijke voorrangsperioden voor de inschrijvingen van niet-GOK-lln voor het schoojaar 2011-2012. Andere N LOP's % Alle scholen geven over de loop van de VOLLEDIGE gemeenschappelijk afgesproken periode voorrang aan GOK-lln. Alle scholen geven voorrang aan GOK-lln in dezelfde periode, maar bepalen binnen diezelfde periode nog hun eigen begin en eind datum. Totaal
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
2
100%
4
100%
2
100%
7
100%
0
100%
7
100%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
2
4
2
65
7
7
Tabel 37a: Is tijdens het schooljaar 2010-2011 het thema ‘ gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voor reguliere leerlingen’ geagendeerd geweest?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 27 64% 11 50% 5 83% 28 68% 15 52% 43 61% 14 33% 10 45% 1 17% 13 32% 12 41% 25 36% 1 2% 1 5% 0% 0% 2 7% 2 3% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 37b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke voorrangsperiode voor reguliere leerlingen” tijdens het schooljaar 2010-2011.
Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 19 70% 6 55% 5 100% 21 75% 9 60% 30 70% 8
30%
5
45%
5
100%
14
50%
4
27%
18
42%
12 5 27
44% 19%
6 2 11
55% 18%
5 0 5
100% 0%
15 5 28
54% 18%
8 2 15
53% 13%
23 7 43
53% 16%
Tabel 38a: Is er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2010-2011 een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor reguliere leerlingen gehanteerd?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 14 33% 8 36% 5 83% 19 46% 8 28% 27 39% 28 67% 13 59% 1 17% 22 54% 20 69% 42 60% 0% 1 5% 0% 0% 1 3% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 38b: Is er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2011-2012 een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor reguliere leerlingen gehanteerd?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 16 38% 9 41% 5 83% 22 54% 8 28% 30 43% 26 62% 12 55% 1 17% 19 46% 20 69% 39 56% 0% 1 5% 0% 0% 1 3% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 39: Gemeenschappelijke voorrangsperioden voor de inschrijvingen van reguliere leerlingen voor het schoojaar 2011-2012. Andere N LOP's % Alle scholen geven over de loop van de VOLLEDIGE gemeenschappelijk afgesproken periode voorrang Alle scholen geven voorrang in dezelfde periode, maar bepalen binnen diezelfde periode nog hun eigen begin en eind datum. Totaal
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
14
88%
8
89%
2
40%
18
82%
6
75%
24
80%
1
6%
1
11%
3
60%
3
14%
2
25%
5
17%
16
9
5
22
8
30
Tabel 40: Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen: werd dit geagendeerd tijdens het schooljaar 2010-2011. Formeel besproken Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 25 60% 13 59% 6 100% 29 71% 15 52% 44 63% 14 33% 8 36% 0% 10 24% 12 41% 22 31% 3 7% 1 5% 0% 2 5% 2 7% 4 6% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 41: Gezamenlijke afspraken over de communicatie van de inschrijvingen van de scholen voor het schooljaar 2010-2011.
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 13 31% 10 45% 6 100% 20 49% 9 31% 29 41% 27 64% 11 50% 0% 19 46% 19 66% 38 54% 2 5% 1 5% 0% 2 5% 1 3% 3 4% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 42a: Afspraken over het bekendmaken van het inschrijvingsbeleid van de scholen voor het schooljaar 2010-2011: algemeen of van individuele scholen.
In het algemeen Van individuele scholen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 13 100% 10 100% 5 83% 20 100% 8 89% 28 97% 2 15% 0 0% 2 33% 2 10% 2 22% 4 14% 13 100% 10 100% 6 100% 20 100% 9 100% 29 100%
Tabel 44: Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen: gebruikte materialen voor de inschrijvingen voor het schooljaar 20102011. Materialen Folders Video Film Lokale pers Websites Gemeentelijk infoblad Infomomenten Affiches Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 9 21% 9 41% 5 83% 17 41% 6 21% 23 33% 0 0% 0 0% 1 17% 1 2% 0 0% 1 1% 0 0% 1 5% 1 17% 2 5% 0 0% 2 3% 6 14% 7 32% 4 67% 13 32% 4 14% 17 24% 10 24% 7 32% 6 100% 14 34% 9 31% 23 33% 11 26% 8 36% 3 50% 16 39% 6 21% 22 31% 6 14% 5 23% 4 67% 11 27% 4 14% 15 21% 5 12% 4 18% 3 50% 11 27% 1 3% 12 17% 23 55% 8 36% 0 0% 15 37% 16 55% 31 44% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 45: Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen: betrokkenheid decretale stakeholders bij de communicatie van de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70).
Geen antwoord
Nemen geen verantwoordelijkheden op
Nemen wel verantwoordelijkheden op
Geen antwoord
COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden gecoöpteerde partnerorganisaties (met stemrecht) org van etnisch-cult mind ver waar armen het woord nemen integratiesector Onthaalbureau schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC Totaal
Beperken zich tot het uitwisselen van informatie Nemen actief deel aan overleg en besluitvorming
Betrokkenheid bij het opzetten van com- Betrokkenheid bij het uitvoeren municatie acties van communicatie acties Aanwezig maar nemen niet deel aan overleg
Betrokkenheid
5 4 1 4 3 1
16% 13% 3% 13% 10% 3%
0 0 0 0 0 0
1 0 0 0 0 0
4 4 1 4 3 1
0 0 0 0 0 0
5 1 1 0 1 1
0 2 0 3 2 0
0 1 0 1 0 0
13
42%
0
2
9
2
3
10
0
12 13 21 12 18 25 31
39% 42% 68% 39% 58% 81% 100%
0 0 0 1
1 2 0 1
1
1
10 10 19 9 16 21
1 1 2 1 2 2
3 3 3 2 0 0
8 9 17 10 15 23
1 1 1 0 3 2
Tabel 46: Afspraken over het melden van maximumcapaciteiten voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2011-2012.
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 31 74% 8 36% 4 67% 30 73% 13 45% 43 61% 10 24% 14 64% 2 33% 10 24% 16 55% 26 37% 1 2% 0% 0% 1 2% 0% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 47a: Afspraken over het melden van volverklaringen voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2011-2012.
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 33 79% 13 59% 5 83% 29 71% 22 76% 51 73% 8 19% 9 41% 1 17% 11 27% 7 24% 18 26% 1 2% 0% 0% 1 2% 0% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 47b: Gebruik VRINT voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2011-2012.
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 3 7% 6 27% 4 67% 6 15% 7 24% 13 19% 38 90% 16 73% 2 33% 34 83% 22 76% 56 80% 1 2% 0% 0% 1 2% 0% 1 1% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 49: Samenstelling bemiddelingscel van het LOP in het schooljaar 2010-2011. Bemiddelingen Binnen de LOP regio
. Zitting bemiddelingscel N LOP's %
Decretale bemid- Weigeringen op Basis van capaciteit delingen Weigeringen op Basis van eerder definitief uitgesloten op de school Weigeringen omwille van speciale onderwijsbehoeften Weigeringen van elders uitgesloten lln op Basis van LOP-afspraken
Totaal N LOP's
6
8,6%
70
5
7,1%
70
7
10,0%
70
5
7,1%
70
Tabel 50: Criteria voor het weigeren van elders definitief uitgesloten leerlingen: LOP-afspraken over de principes / procedures om elders uitgesloten leerlingen te weigeren. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=29). Afspraken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere N LOP's % 3 20% 5 33% 7 47% 15
Centrumstad N LOP's % 0 0% 4 36% 7 64% 11
68
Grootstad N LOP's % 0 0% 2 67% 1 33% 3
Totaal N LOP's 3 11 15 29
% 10% 38% 52%
Tabel 50: Criteria voor het weigeren van elders def uitgesloten leerlingen: LOP-afspraken over de principes / procedures om elders uitgesloten leerlingen te weigeren schooljaar 2010-2011
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 5 12% 6 27% 2 33% 0% 13 45% 13 19% 9 21% 4 18% 1 17% 0% 14 48% 14 20% 28 67% 12 55% 3 50% 41 100% 2 7% 43 61% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 50b: Aantal keer dat criteria voor het weigeren van elders def uitgesloten leerlingen werden ingeroepen schooljaar 2010-2011. aantal geweigerden ATNK 1A 1B 2e leerjaar BVL 2e graad - ASO 2e graad - BSO 2e graad - KSO 2e graad - TSO 3e graad - ASO 3e graad - BSO 3e graad - KSO 3e graad - TSO 4e graad - BSO Modulair - 2e en 3e graad Modulair - 4e graad DBSO Deeltijds zeevisserij onderwijs BuSO Totaal
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
0 3 1 2 8 1 8 0 0 1 1 0 0 0 0 0 0 0 1 26
aantal terug ingeterug ingeschreven schreven in eigen LOP buiten eigen LOP 0 0 2 1 0 0 1 1 5 1 0 0 7 1 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 17 4
andere oplossing 0 0 1 0 2 1 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 5
Tabel 51a: Weigeren elders definitief uitgesloten leerlingen: werd dit thema formeel besproken op het LOP schooljaar 2010-2011?
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere N LOP's % 7 47% 8 53% 0% 15 100%
Centrumstad N LOP's % 5 45% 3 27% 3 27% 11 100%
Grootstad N LOP's % 2 67% 0% 1 33% 3 100%
Totaal N LOP's % 14 48% 11 38% 4 14% 29 100%
Tabel 51b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “elders definitief uitgesloten leerlingen” tijdens het schooljaar 2010-2011.
Vastleggen lokale afspraken Evaluatie criteria Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere N LOP's % 1 14% 2 29% 5 71% 4 57% 7 100%
Centrumstad N LOP's % 2 40% 2 40% 3 60% 0 0% 5 100%
69
Grootstad N LOP's % 0 0% 1 50% 2 100% 0 0% 2 100%
Totaal N LOP's % 3 21% 5 36% 10 71% 4 29% 14 100%
• Engagementsverklaring Tabel 52: Aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal: formeel besproken op het LOP-overleg. Schooljaar 2010-2011.
Ja Neen Geen antwoord Totaal Totaal
BASIS SECUNDAIR Andere Centrumstad Andere Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 10 24% 2 9% 1 17% 8 20% 5 17% 13 19% 28 67% 19 86% 4 67% 30 73% 21 72% 51 73% 4 10% 1 5% 1 17% 3 7% 3 10% 6 9% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100% 41 29 42 22 6 70
Tabel 53: Aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal. Schooljaar 2010-2011. Aanvullende bepalingen Ja Neen Geen antwoord Totaal
BASIS SECUNDAIR Andere Centrumstad Grootstad Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 5% 2 9% 0% 4 10% 0% 4 6% 17 40% 6 27% 1 17% 12 29% 12 41% 24 34% 23 55% 14 64% 5 83% 25 61% 17 59% 42 60% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Hoofdstuk 3: Uitbouw van een lokaal onderwijs(kansen)beleid • Samenwerking met lokale niet-decretale partners Tabel 58: Deelname lokale niet-decretale partners aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70).
Grootstad Centrumstad Andere BASIS SECUNDAIR Totaal
Deelname lokale niet-decretale partners aan werkgroepen, overlegmomenten van het LOP Gemiddelde Minimum Maximum 2,7 2 7 1,4 1 7 2,7 1 8 1,9 1 7 2,1 1 8 1,9 1 8
Tabel 59: Aantal lokale niet-decretale partners die deelnemen aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP naar sector (aantal en gemiddelde vertegenwoordiging in totaal aantal LOP’s). Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Sectoren
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in ners LOPs ners LOPs ners LOPs ners LOPs ners LOPs ners LOPs Jeugd 6 0,14 7 0,32 3 0,50 6 0,15 10 0,34 16 0,23 Sport 1 0,02 1 0,05 1 0,17 1 0,02 2 0,07 3 0,04 Vrije tijd 3 0,07 3 0,14 0 3 0,07 3 0,10 6 0,09 Vormingswerk 8 0,19 8 0,36 1 0,17 11 0,27 6 0,21 17 0,24 Opbouwwerk 5 0,12 4 0,18 1 0,17 9 0,22 1 0,03 10 0,14 Sociale dienstverlening 13 0,31 12 0,55 1 0,17 15 0,37 11 0,38 26 0,37 Gezondheidszorg 7 0,17 5 0,23 0 9 0,22 3 0,10 12 0,17 Tewerkstelling 3 0,07 1 0,05 0 1 0,02 3 0,10 4 0,06 Lokaal beleid 7 0,17 1 0,05 2 0,33 7 0,17 3 0,10 10 0,14 NT2 2 0,05 2 0,09 0 3 0,07 1 0,03 4 0,06 Volwassenenonderwijs 1 0,02 3 0,14 1 0,17 3 0,07 2 0,07 5 0,07 Hoger onderwijs 1 0,02 3 0,14 0 2 0,05 2 0,07 4 0,06 Andere 5 0,12 8 0,36 2 0,33 9 0,22 6 0,21 15 0,21 Geen antwoord 7 0,17 5 0,23 0 7 0,17 5 0,17 12 0,17 Aantal lokale niet69 1,64 63 2,86 12 2,00 86 2,10 58 2,00 144 2,06 decretale partners
70
Tabel 60: Intensiteit van samenwerking met de lokale niet-decretale partners die deelnemen aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP.Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Samenwerking
Geen antwoord Occasionele samenwerking Structurele samenwerking Aantal LOPs met samenwerking Aantal lokale niet-decretale partners
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N partN partN partN partN partN part% % % % % % ners ners ners ners ners ners 1 4% 2 18% 0 0% 1 4% 2 18% 3 8% 9 39% 6 55% 1 33% 11 42% 5 45% 16 43% 13 57% 3 27% 2 67% 14 54% 4 36% 18 49% 23
100%
69
11
100%
63
3
100%
12
26
100%
86
11
100%
58
37
100%
144
Tabel 61: Ondersteuning van lokale niet-decretale partners aan de uitvoering van afspraken, projecten, initiatieven van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Ondersteuning van lokale niet-decretale partners aan de uitvoering van afspraken, projecten, initiatieven van het LOP… Gemiddelde Minimum Maximum 1,5 0 5 1,3 0 6 1,4 0 8 1,3 0 6 1,4 0 8 1,3 0 8
Grootstad Centrumstad Andere BASIS SECUNDAIR Totaal
Tabel 62: Aantal lokale niet-decretale partners die deelnemen aan de uitvoering van afspraken, projecten, initiatieven van het LOP naar sector (aantal en gemiddelde vertegenwoordiging in totaal aantal LOP’s). .Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging. Sectoren
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in N part- Gem in ners LOPs ners LOPs ners LOPs ners LOPs ners LOPs ners LOPs Jeugd 4 0,10 6 0,27 0 4 0,10 6 0,21 10 0,14 Sport 2 0,05 1 0,05 0 1 0,02 2 0,07 3 0,04 Vrije tijd 4 0,10 2 0,09 0 4 0,10 2 0,07 6 0,09 Vormingswerk 6 0,14 8 0,36 1 0,17 6 0,15 9 0,31 15 0,21 Opbouwwerk 2 0,05 0 0 1 0,02 1 0,03 2 0,03 Sociale dienstverlening 19 0,45 9 0,41 1 0,17 22 0,54 7 0,24 29 0,41 Gezondheidszorg 9 0,21 2 0,09 0 9 0,22 2 0,07 11 0,16 Tewerkstelling 4 0,10 0 0 2 0,05 2 0,07 4 0,06 Lokaal beleid 10 0,24 2 0,09 1 0,17 7 0,17 6 0,21 13 0,19 NT2 1 0,02 0 0 1 0,02 0 1 0,01 Volwassenenonderwijs 0 1 0,05 0 1 0,02 0 1 0,01 Hoger onderwijs 2 0,05 0 0 0 2 0,07 2 0,03 Andere 9 0,21 6 0,27 6 1,00 13 0,32 8 0,28 21 0,30 Aantal lokale niet72 1,71 37 1,68 9 1,50 71 1,73 47 118 1,69 decretale partners Tabel 63: Intensiteit van samenwerking met de lokale niet-decretale partners die ondersteuning bieden aan de afspraken, projecten, initiatieven van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Samenwerking
Geen antwoord Occasionele samenwerking Structurele samenwerking Aantal lokale niet-decretale partners Aantal LOPs waar deze samenwerking bestaat
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N partN partN partN partN partN part% % % % % % ners ners ners ners ners ners 7 11% 10 43% 0 0% 13 24% 4 10% 17 18% 25 40% 10 43% 4 44% 21 39% 18 45% 39 41% 30 48% 3 13% 5 56% 20 37% 18 45% 39 41% 62
100%
23
100%
9
100%
54
100%
40
100%
95
100%
26
62%
16
73%
2
33%
26
63%
18
62%
44
63%
71
Tabel 64: Deelname LOP aan andere lokale regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen en/of initiatieven waarvan het zelf niet de initiatiefnemer is. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Gemiddelde 1,7 1,5 2,8 1,5 2,2 1,8
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal
Minimum 0 0 0 0 0 0
Maximum 9 5 5 6 9 9
Tabel 65: Sectoren waarin lokale regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen en/of initiatieven waaraan het LOP participeert, actief zijn (aantal LOP’s en gemiddelde participatie over LOPs heen). Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal Partic. Partic. Partic. Partic. Partic. Partic. aan Aandeel aan Aandeel aan Aandeel aan Aandeel aan Aandeel aan Aandeel overleg sector overleg sector overleg sector overleg sector overleg sector overleg sector binnen in totaal binnen in totaal binnen in totaal binnen in totaal binnen in totaal binnen in totaal … … … … … … Jeugd 11 10% 9 12% 4 20% 10 10% 14 13% 24 11% Sport 7 6% 2 3% 0 0% 4 4% 5 5% 9 4% Vrije tijd 10 9% 2 3% 0 0% 6 6% 6 5% 12 6% Vormingswerk 10 9% 5 6% 0 0% 10 10% 5 5% 15 7% Opbouwwerk 14 13% 6 8% 3 15% 14 14% 9 8% 23 11% Sociale dienstverlening 15 14% 8 10% 1 5% 10 10% 14 13% 24 11% Gezondheidszorg 5 5% 4 5% 0 0% 4 4% 5 5% 9 4% Tewerkstelling 2 2% 2 3% 0 0% 1 1% 3 3% 4 2% Lokaal beleid 22 20% 22 28% 7 35% 20 20% 31 28% 51 24% NT2 0 0% 2 3% 0 0% 0 0% 2 2% 2 1% Volwassenenonderwijs 0 0% 1 1% 0 0% 0 0% 1 1% 1 0% Hoger onderwijs 0 0% 1 1% 0 0% 0 0% 1 1% 1 0% Andere 15 14% 14 18% 5 25% 19 19% 15 14% 34 16% Totaal 111 100% 78 100% 20 100% 98 100% 111 100% 209 100% Aantal lokale, regionale samenwerkingen, initi54 53 17 60 64 124 atieven Sectoren
Tabel 66: Intensiteit van samenwerking met de lokale regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen en/of initiatieven waaraan het LOP participeert. Schooljaar 2010-2011. Eigen bevraging (N=70). Samenwerking
Geen antwoord Occasionele samenwerking Structurele samenwerking Aantal lokale samenwerkingsverbanden Aantal en aandeel (%) LOPs in samenwerkingsverbanden
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N partN partN partN partN partN part% % % % % % ners ners ners ners ners ners 4 7% 5 9% 1 6% 2 3% 8 13% 10 8% 14 26% 4 8% 0 0% 9 15% 9 14% 18 15% 36 67% 44 83% 16 94% 49 82% 47 73% 96 77% 54
100%
53
100%
17
100%
60
100%
64
100%
124
100%
31
74%
17
77%
5
83%
22
54%
18
28%
54
77%
72
• Flankerend onderwijbeleid en samenwerking met gemeenten Tabel 67a: Werden in het schooljaar 2010-2011 door gemeenten van het LOP projectvoorstellen ingediend in het kader van het flankerend onderwijs? Schooljaar 2010-2011.
Neen Ja Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 18 43% 4 18% 3 50% 12 29% 13 45% 25 36% 24 57% 18 82% 3 50% 29 71% 16 55% 45 64% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 67b: Betrokkenheid bij de opmaak van projectvoorstellen waarvoor door de gemeenten subsidies werden aangevraagd in het kader van het lokaal flankerend onderwijsbeleid. Schooljaar 2010-2011.
Neen Ja Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 20 48% 11 50% 6 100% 20 49% 17 59% 37 53% 22 52% 11 50% 0% 21 51% 12 41% 33 47% 42 100% 22 100% 6 100% 41 100% 29 100% 70 100%
Tabel 71: Gemeenten met een LOP waarvan LOP’s een jaarplanning hebben. Schooljaar 2010-2011.
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 32 52% 22 67% 4 67% 31 63% 27 53% 58 58% 25 41% 9 27% 1 17% 16 33% 19 37% 35 35% 4 7% 2 6% 1 17% 2 4% 5 10% 7 7% 72 22 6 49 51 100
Tabel 72: Gemeenten met een LOP waarvan gemeenten een jaarplanning hebben. Schooljaar 2010-2011.
Ja Neen Weet niet Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 12 20% 12 36% 3 50% 14 28,57% 13 25% 27 27% 36 59% 7 21% 0% 18 36,73% 25 49% 43 43% 9 15% 12 36% 2 33% 15 30,61% 8 16% 23 23% 4 7% 2 6% 1 17% 2 4,08% 5 10% 7 7% 72 100% 22 100% 6 100% 49 51 100
Tabel 73: Afspraken /initiatieven m.b.t. de afstemming van jaarplannen op elkaar. Schooljaar 2010-2011.
Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 8 67% 9 82% 0% 11 78,57% 6 50% 17 65% 4 33% 2 18% 3 100% 3 21,43% 6 50% 9 35% 12 11 3 14 12 26
Tabel 74: Afspraken tussen het LOP en de gemeenten over de oprichting, samenstelling en/of werking van nieuwe deelorganen van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Afspraken Ja Neen NVT (Geen nieuwe LOP deelorganen in het betreffende schooljaar) Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 16 26% 15 45% 4 67% 18 373% 17 33% 35 35% 28 46% 14 42% 0% 23 47% 19 37% 42 42% 12
20%
2
6%
1
17%
5
10%
10
20%
15
15%
5 72
8%
2 22
6%
1 6
17%
3 49
6%
5 51
10%
8 100
8%
73
Tabel 75: Afspraken tussen het LOP en de gemeenten over de oprichting, samenstelling en/of werking van nieuwe deelorganen van de gemeenten. Schooljaar 2010-2011.
Ja Neen NVT (Geen nieuwe deelorganen in de gemeenten in het betreffende schooljaar) Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 11 18% 12 36% 3 50% 13 27% 13 25% 26 26% 30 49% 16 48% 2 33% 25 51% 23 45% 48 48% 15
25%
3
9%
5 72
8%
2 22
6%
1 6
0%
8
16%
10
20%
18
18%
17%
3 49
6%
5 51
10%
8 100
8%
Tabel 76a: Onderwijsgerelateerd overleg in de gemeenten met het LOP. Schooljaar 2010-2011.
Ja Neen Weet niet Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 28 46% 23 69,70% 5 83% 29 59% 27 53% 56 56% 26 43% 2 6,06% 0% 13 27% 15 29% 28 28% 2 3% 6 18,18% 0% 4 8% 4 8% 8 8% 5 8% 2 6,06% 1 17% 3 6% 5 10% 8 8% 72 22 6 49 51 100
Tabel 76b: Deelname LOP aan onderwijs(gerelateerd) overleg in de gemeenten. Schooljaar 2010-2011.
Als vast lid Niet deelgenomen Op uitnodiging Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 12 43% 17 74% 5 100% 17 59% 17 63% 34 61% 4 14% 2 9% 0 0% 4 14% 2 7% 6 11% 12 43% 4 17% 0 0% 8 28% 8 30% 16 29% 28 23 5 29 27 56
Tabel 80: Zijn er in schooljaar 2010-2011 afspraken gemaakt / initiatieven genomen m.b.t. het afstemmen van de vergaderkalenders van het LOP en het onderwijs(gerelateerd)overleg van de gemeente. Afspraken/initiatieven Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 8 29% 11 48% 1 20% 10 34% 10 37% 20 36% 18 64% 11 48% 4 80% 18 62% 15 56% 33 59% 2 7% 1 4% 0 0% 1 3% 2 7% 3 5% 28 23 5 29 27 56
Tabel 81: Betrokkenheid LOP bij de opmaak van de agenda van het onderwijs(gerelateerd) overleg van de gemeenten. Schooljaar 2010-2011. Agenda onderwijs(gerelateerd) overleg Het LOP werd betrokken bij de opmaak van de agenda/De gemeenten kon opmerkingen overmaken bij ontvangst van het ontwerp van agenda Het LOP ontving de definitieve agenda enkel ter informatie Andere Totaal Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
6
21%
5
22%
3
60%
7
24%
7
26%
14
25%
12
43%
15
65%
2
40%
15
52%
14
52%
29
52%
5 28
18%
3 23
13%
1 5
20%
4 29
14%
5 27
19%
9 56
16%
6
16
22
74
24
20
44
Tabel 82: Betrokkenheid bij de opmaak van de agenda van het dagelijks bestuur van het LOP. Schooljaar 2010-2011. Andere N LOP's % De gemeente werd betrokken bij de opmaak van de agenda/ De gemeenten kon opmerkingen overmaken bij ontvangst van het ontwerp van agenda De gemeente ontving de definitieve agenda enkel ter informatie Andere Totaal Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
9
32%
13
57%
9
32%
5
4 28
14%
3 23
6
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
100%
15
52%
12
44%
27
48%
22%
0%
6
21%
8
30%
14
25%
13%
0%
17%
2 27
7%
7 56
13%
5
5 29
22
24
16
5
BASIS N LOP's %
20
44
Tabel 83: Verslaggeving van het onderwijs(gerelateerd) overleg van de gemeenten naar het LOP. Schooljaar 2010-2011.
Ja, alle verslaggeving Ja, selectieve verslaggeving Nee, geen enkele verslaggeving Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 9 32% 12 52% 3 60% 14 48% 10 37% 24 43% 8 29% 8 35% 2 40% 9 31% 9 33% 18 32% 5
18%
3
13%
0
0%
4
14%
4
15%
8
14%
2 28
7%
0 23
0%
0 5
0%
1 29
3%
1 27
4%
2 56
4%
Tabel 84: Procedurele afspraken tussen het LOP en de gemeenten m.b.t. het formuleren van adviezen en projectvoorstellen door het LOP aan de gemeente. Schooljaar 2010-2011.
Ja Neen Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 6 10% 19 58% 3 50% 15 31% 13 25% 28 28% 43 70% 9 27% 2 33% 24 49% 30 59% 54 54% 12 20% 5 15% 1 17% 10 20% 8 16% 18 18% 72 22 6 49 51 100
Tabel 85: Afspraken over wijze van samenwerking tussen LOP en gemeenten. Schooljaar 2010-2011.
Schriftelijk neergelegd Mondelinge afspraken, vanuit spontaan gegroeide praktijken Geen afspraken Andere Totaal
Andere N LOP's % 4 7%
Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 13 39% 3 50% 10 20% 10 20% 20 20%
24
39%
11
33%
2
33%
22
45%
15
29%
37
37%
23 2 72
38% 3%
4 2 22
12% 6%
1 1 6
17% 17%
10 2 49
20% 4%
18 3 51
35% 6%
28 5 100
28% 5%
75