Skip to main content

dossier 2020-147.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/147

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/147

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 14 mei 2020 diende xxx een verzoek in bij De Watergroep, om, in het kader van werken te HamontAchel, een afschrift te ontvangen van 1) “briefwisselingen die naar de gemeenten/partner-aandeelhouder en/of destijds naar de burgemeester/ambtenaar-contactpersoon werden gestuurd betreft het achterlaten van deze breukgevoelige leidingen”, van 2) “de verslagen van de sectorraad betreft deze werken in deze straten” en van 3) “de digitale plannen van de verlaten leidingen van de gemeenten Hamont-Achel op een schaalverdeling zodat ik zelf kan meten hoeveel meters er zijn blijven liggen in de straten”. Daarnaast wenste hij ook te vernemen “graag de reden gekregen waarvoor het werk destijds maar half werd uitgevoerd omdat de klant reeds voor het volledige werk betaalde”, alsook “Hoeveel brieven heeft men ondertussen van de gemeenten hamont-achel ontvangen betreft de termijn verlenging van de verlaten leidingen?”. Tevens wenste hij inzage “ter plaatsen te Neerpelt [van] de digitale plannen (…) van de verlaten leidingen EN de oude blauwdrukplannen”. Bij mail d.d. 05 juni 2020 diende xxx een beroepschrift in tegen de ontstentenis van beslissing van De Watergroep. Het beroepschrift werd op 8 juni 2020 geregistreerd.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet is de beroepsinstantie bevoegd voor het behandelen van beroepen tegen weigeringen of het niet beantwoorden van vragen tot openbaarheid van bestuursdocumenten, die gesteld worden in uitoefening van het recht dat is vastgelegd in artikel 32 van de Grondwet en artikel II.31. van het Bestuursdecreet met name vragen tot inzage, afschrift of uitleg van bestuursdocumenten. Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet. De beroepsinstantie dient echter in casu vast te stellen dat de oorspronkelijke vragen van de beroeper “graag de reden gekregen waarvoor het werk destijds maar half werd uitgevoerd omdat de klant reeds voor het volledige werk betaalde”, alsook “Hoeveel brieven heeft men ondertussen van de gemeenten hamontachel (sic) ontvangen betreft de termijn verlenging van de verlaten leidingen?” geen verzoeken tot openbaarheid van bestuur zoals gedefinieerd door het Bestuursdecreet uitmaken. Het zijn geen vragen om uitleg over (een) bestuursdocument(en). Het zijn volgens het oordeel van de beroepsinstantie ook geen vragen waarop het antwoord in een bestuursdocument terug te vinden is. Er zou daartoe immers een analyse van de bestuursdocumenten moeten gebeuren. Het zijn echter algemene, informatieve vragen die als zodanig eigenlijk niet onder de passieve openbaarheid van bestuur vallen. Het behoort niet tot de bevoegdheid van de beroepsinstantie om zich uit te spreken over deze vragen. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat het beroepschrift van xxx, wat deze vragen betreft, onontvankelijk is. Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek betreft evenwel ook andere verzoeken tot openbaarmaking die volgens het oordeel van de beroepsinstantie wel vallen binnen het kader van de passieve openbaarheid van bestuur, zoals bepaald in het Bestuursdecreet. Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van 14 mei 2020. Aangezien De Watergroep niet gereageerd heeft op het openbaarheidsverzoek binnen de decretaal voorziene termijn, heeft de termijn om beroep in te dienen conform artikel II.48, §1, laatste lid van het Bestuursdecreet geen aanvang genomen. Het beroep d.d. 5 juni 2020 van xxx tegen het uitblijven van een beslissing van De Watergroep op zijn verzoek d.d. 14 mei 2020 is bijgevolg, wat de overige verzoeken tot openbaarmaking betreft, tijdig en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/147

pagina 2 van 6


Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

Op 14 mei 2020 vraagt de beroeper bij mailbericht om, n.a.v. riool-, straat- en waterleidingswerken te Hamont-Achel, een afschrift te verlenen van: 1) “briefwisselingen die naar de gemeenten/partner-aandeelhouder en/of destijds naar de burgemeester/ambtenaar-contactpersoon werden gestuurd betreft het achterlaten van deze breukgevoelige leidingen”; 2) “de verslagen van de sectorraad betreft deze werken in deze straten”; 3) “de digitale plannen van de verlaten leidingen van de gemeenten Hamont-Achel op een schaalverdeling zodat ik zelf kan meten hoeveel meters er zijn blijven liggen in de straten”. Daarnaast wenste hij ook de reden te vernemen “waarvoor het werk destijds maar half werd uitgevoerd omdat de klant reeds voor het volledige werk betaalde” en wenst hij te vernemen “Hoeveel brieven heeft men ondertussen van de gemeenten hamont-achel (sic) ontvangen betreft de termijn verlenging van de verlaten leidingen?” Tevens wenste hij inzage “ter plaatsen (sic) te Neerpelt [van] de digitale plannen (…) van de verlaten leidingen EN de oude blauwdrukplannen”. Hij ontvangt echter geen antwoord van De Watergroep en tekent beroep aan bij de beroepsinstantie.

2. Toelichting door De Watergroep De beroepsinstantie nam op 10 en 23 juni 2020 contact op met De Watergroep om met kennis van zaken over het beroepschrift te kunnen oordelen. Bij mailbericht van 24 juni 2020 heeft de beroepsinstantie in carbon copy kennis genomen van het mailbericht van De Watergroep aan de beroeper waarbij werd aangegeven dat ingevolge de digitalisering van de plannen in het GIS, oude blauwdrukplannen niet meer beschikbaar zijn. Tevens werd als bijlage “een digitaal plan m.b.t. de straten zoals die zijn opgesomd in onderstaande mail” bezorgd, met als toelichting: “U kan eenvoudig inzoomen op het plan om een duidelijker

beeld te krijgen. (…) De betrokken straten zijn aangeduid met een rode kader. Binnen deze zones zijn in het paars aangeduid: de verlaten leidingen of weggebroken leidingen die niet werden aangegeven voor weglating op het plan. Alle weggebroken leidingen (die wel werden aangegeven voor weglating op het plan) zijn vanzelfsprekend niet meer zichtbaar op de plannen.”. Tevens werd aangegeven “Correspondentie met de gemeente aangaande werven gebeurt via werfverslagen, niet via briefwisseling. Uw vraag desbetreffend is te algemeen geformuleerd. U gelieve te willen aangeven welk(e) werfverslag(en) u precies bedoelt. Zonder precisering is

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/147

pagina 3 van 6


een opzoeking werkelijk ondoenbaar. Hetzelfde geldt voor verslagen van (ik vermoed dat u bedoelt) het voormalige sectorcomité (voor zover de verslagen van dit comité nog beschikbaar en raadpleegbaar zijn).”. 3. Standpunt van de beroepsinstantie Betreffende de vraag tot specifiëring m.b.t. het verzoek tot openbaarmaking (afschrift) bij de (hierbovenvermelde) punten 1) en 2) Artikel II.42, eerste lid Bestuursdecreet bepaalt dat, als de aanvraag kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, de overheidsinstantie, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen, de aanvrager verzoekt om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu de vraag tot specifiëring laattijdig is, want geenszins binnen de decretaal bepaalde termijn van twintig kalenderdagen. Een dergelijke handelswijze is helemaal niet conform de geciteerde bepaling uit het Bestuursdecreet. Bovendien, ten overvloede, is de beroepsinstantie van oordeel dat de omschrijving van het voorwerp van de aanvraag m.b.t. de hierboven vermelde punten in hoofde van De Watergroep toch voldoende duidelijk en concreet is. Er wordt door De Watergroep evenmin aangegeven of onderbouwd waarom “Zonder precisering is een opzoeking werkelijk ondoenbaar”. Gelet op het voorgaande en bij gebrek aan documenten ter beoordeling is de beroepsinstantie in de onmogelijkheid om ten gronde te oordelen. Om deze redenen wordt het beroep, voor wat dit onderdeel betreft, als gegrond beschouwd onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden.

Betreffende de vraag tot afschrift van “de digitale plannen van de verlaten leidingen van de gemeenten Hamont-Achel op een schaalverdeling zodat ik zelf kan meten hoeveel meters er zijn blijven liggen in de straten” (punt 3) ) Vooreerst stelt de beroepsinstantie vast dat bij mailbericht van 24 juni 2020 aan de beroeper een digitaal plan aan de hand van de straatnamen die door de beroeper werden vermeld in zijn verzoek, werd bezorgd. Voor wat dit plan betreft is het beroep bijgevolg zonder voorwerp geworden. In een reactie op het antwoord van De Watergroep, bij mailbericht d.d. 26 juni 2020 aan de beroepsinstantie, geeft de beroeper aan dat hij geen plan wenst aan de hand van de straatnamen die hij heeft opgegeven, maar dat hij wél de digitale plannen van de verlaten leidingen van de gemeenten Hamont-Achel vroeg en dat m.a.w. er nog straten zijn waar leidingen zijn blijven liggen maar die niet zijn aangeduid op het bezorgde plan. Volgens de beroeper zijn er “straten opritten fietspaden waar oude leidingen verlaten onder liggen die niet op het plan staat wat men mij gaf maar nog wel aanwezig zijn in de ondergrond.”. De beroepsinstantie kan enkel vaststellen dat de beroeper inderdaad in zijn oorspronkelijk verzoek een afschrift heeft gevraagd van “de digitale plannen van de verlaten leidingen van de gemeenten HamontAchel” en niet enkel een digitaal plan aan de hand van de door hem in zijn oorspronkelijke mail opgegeven straatnamen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/147

pagina 4 van 6


Gelet op het voorgaande en bij gebrek aan documenten ter beoordeling is de beroepsinstantie echter in de onmogelijkheid om ten gronde te oordelen. Om deze redenen wordt het beroep, voor wat dit onderdeel betreft, als gegrond beschouwd onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden.

Betreffende de vraag tot inzage van “ter plaatsen (sic) te Neerpelt [van] de digitale plannen (…) van de verlaten leidingen EN de oude blauwdrukplannen” In het mailbericht d.d. 24 juni 2020 van De Watergroep aan de beroeper wordt gesteld dat de oude blauwdrukplannen niet meer beschikbaar zijn. Gelet op deze toelichting kan de beroepsinstantie redelijkerwijze niet anders dan het beroep, wat de vraag naar inzage in de oude blauwdrukplannen betreft, ongegrond bevinden. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” immers gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Vermits het in casu gaat om documenten die niet meer beschikbaar zijn, kan inzage in deze documenten niet verleend worden. In het mailbericht d.d. 24 juni 2020 van De Watergroep aan de beroeper wordt er niet geantwoord op zijn vraag tot inzage ter plaatse te Neerpelt in de digitale plannen van de verlaten leidingen. Evenmin is er t.a.v. de beroepsinstantie enige schriftelijke toelichting hieromtrent gegeven. In overeenstemming met artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet houdt het recht op toegang tot bestuursdocumenten een recht op inzage, een recht op uitleg of een recht op een afschrift in. Deze drie concrete wijzen waarop het grondwettelijk recht inzake openbaarheid van bestuursdocumenten, zoals gegarandeerd door artikel 32 van de Grondwet, kan uitgeoefend worden, zijn evenwaardig en de keuze van de wijze van uitoefening van het recht op openbaarheid ligt uitsluitend bij de aanvrager. In casu blijkt dat de beroeper zowel om een afschrift van, als om een inzage ter plaatse te Neerpelt in de digitale plannen van de verlaten leidingen verzoekt. Niettegenstaande in artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet wordt bepaald dat de drie wijzen waarop openbaarmaking kan uitgeoefend evenwaardig zijn, is er toch een keuzemoment in hoofde van de aanvrager. Ook in artikel II.40, §2, 4° Bestuursdecreet wordt bepaald dat de aanvraag de keuze voor inzage of afschrift bevat. Bovendien is de beroepsinstantie van oordeel dat het verkrijgen van een afschrift van bepaalde bestuursdocumenten de inzage in die bestuursdocumenten impliceert. De beroepsinstantie wenst nog op te merken dat, indien de aanvrager wil gebruikmaken van zijn recht op inzage, het, conform artikel II.44, §2 Bestuursdecreet, de overheidsinstantie - die het bestuursdocument bezit – is die, in overleg met de aanvrager, de plaats, de datum en het tijdstip van inzage vaststelt. Bovendien kan de overheidsinstantie nadere regels vaststellen voor de wijze waarop het inzagerecht kan worden uitgevoerd. Bijgevolg is de uitdrukkelijke vraag van de beroeper om inzage te krijgen te Pelt ongegrond.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/147

pagina 5 van 6


Gelet op het hierboven vermelde is de beroepsinstantie van oordeel dat zijn vraag om inzage van dezelfde bestuursdocumenten waarvan de beroeper reeds een afschrift heeft gevraagd en waarover de beroepsinstantie hierboven reeds heeft geoordeeld, ongegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 5 juni 2020 tegen het uitblijven van een beslissing van De Watergroep wordt als deels onontvankelijk, deels ontvankelijk doch deels zonder voorwerp, deels ongegrond en deels gegrond onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden beschouwd. Bijgevolg dient De Watergroep een afschrift te verlenen van de volgende documenten, onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden : 1) briefwisselingen die naar de gemeenten/partner-aandeelhouder en/of destijds naar de burgemeester/ambtenaar-contactpersoon werden gestuurd betreft het achterlaten van deze breukgevoelige leidingen; 2) de verslagen van de sectorraad betreft deze werken in deze straten; 3) de digitale plannen van de verlaten leidingen van de gemeenten Hamont-Achel op een schaalverdeling zodat verzoeker zelf kan meten hoeveel meters er zijn blijven liggen in andere straten dat diegene die eerder al werden bezorgd vanuit De Watergroep.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 8 juli 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://overheid.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/147

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-147.pdf by Vlaanderen-be - Issuu