Skip to main content

Activiteitenverslag_VMM_2012.pdf

Page 1

Activiteitenverslag

2012


INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF VMM IN HET KORT WATER Water integraal bekijken Waterlopen beheren Monitoren watersystemen Monitoren grondwater Toezicht houden Heffingen innen Adviseren milieuvergunningen Adviseren watertoets Water zonder grenzen LUCHT Vlaamse lucht minder vervuild Gunstig 'ozonjaar' ondanks ozonpiek Luchtige samenwerking Adviseren milieuvergunningen MILIEURAPPORTERING MIRA­Indicatorrapport 2011 Index voor Duurzame Economische Welvaart voor Vlaanderen Landbouw en voeding onder druk VOER VOOR NIEUWSGIERIGEN Publicaties Events en campagnes Infoloket Online Export van expertise Klachtenmanagement DE INTERNE KEUKEN Organogram Menselijk kapitaal Tot uw dienst Samen onder één dak VMM’ers geven het voorbeeld CIJFERS OVER CENTEN

2

3

5

7

7

8

11

13

14

19

21

21

22

25

25

26

26

27

29

29

30

31

33

33

33

34

34

35

35

37

37

38

40

40

41

42

COLOFON Redactie en vormgeving | VMM Fotografie | Shutterstock.com, Yves Adams, Michiel Mels, Misjel Decleer Jan Caudron en VMM­archief Verantwoordelijke uitgever | Philippe D’Hondt, afdelingshoofd Lucht, Milieu en Communicatie

2

Depotnummer | D/2013/6871/014


WOORD VOORAF

Beste lezer De Vlaamse Milieumaatschappij maakte in 2012 met veel enthousiasme en daadkracht werk van een beter leefmilieu in Vlaanderen. Voor ons en voor toekomstige generaties. Het motto van de VMM luidt dan ook: 'voor het milieu van morgen'. We zijn bij uitstek een organisatie die vooruit kijkt, zonder de les­ sen uit het verleden of dringende noden in het heden uit het oog te verliezen. Als waterloopbeheerder gaf de VMM in 2012 prioriteit aan het maximaal beperken van overstromingsrisico's. Na de zware overstromingen in november 2010 en januari 2011 stelde de VMM samen met haar partners in de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) een actieprogramma op om mens en milieu zo veel mogelijk tegen wateroverlast te beschermen. Door de klimaatverandering dreigen steeds extremere overstromingen. De klas­ sieke beschermingsmaatregelen zoals het bouwen van dijken volstaan niet meer. Daarom stelt de VMM het prin­ cipe van de meerlaagse waterveiligheid voorop. Die draait rond drie 'P's': protectie, preventie en paraatheid. De Vlaamse Regering stelde in 2012 twaalf miljoen euro bijkomend budget ter beschikking voor de uitvoering van het noodprogramma om overstromingen te voorkomen. Daarnaast werden onder impuls van de CIW een aantal beleidsmaatregelen uitgewerkt, zoals een nieuwe code van Goede Praktijk voor Rioleringen en een aangepast besluit Financiële Instrumenten voor het Integraal Waterbeleid. De milieu­indicatoren tonen aan dat de milieudruk groot blijft, ondanks de geboekte vooruitgang. Zo blijft de lucht­ kwaliteit in dichtbevolkte gebieden met drukke verkeersassen problematisch. De VMM stelt een online geoloket ter beschikking van gemeenten en provincies zodat zij gepaste maatregelen kunnen nemen. Met het oog op het berei­ ken van de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water werden nieuwe beleidsmaatregelen uitgewerkt, zoals de financierende waterheffing en het decreet Duurzaam Pesticidengebruik. De VMM is ervan overtuigd dat alleen een transitie naar een duurzamere economie en samenleving een oplossing kan bieden. Daarvoor is een gedragsverandering van de burgers, de bedrijven en het beleid noodzakelijk. Sensibilisering en samenwerking zijn hierbij meer dan ooit de sleutelwoorden. De VMM bracht in 2012 samen met het Departement Landbouw en Visserij de toenemende druk op ons landbouw en voedingssysteem in kaart als opstap naar een duurzaam landbouw­ en voedingssysteem. De VMM zal een proactieve rol blijven spelen en in samenwer­ king met alle belanghebbenden naar concrete, innovatieve oplossingen zoeken. Zo kunnen we samen effectief het verschil maken. De VMM heeft over de jaren heen een stevige reputatie opgebouwd. Ik ben dan ook heel trots dat de VMM in de top tien staat van 'aantrekkelijkste werkgever in België' in de Randstad Award 2013. In de categorie van de publieke werkgevers behalen we zelfs de vierde plaats. Dat hebben we te danken aan het engagement en de inzet van onze medewerkers die een rijke ervaring en grote expertise hebben opgebouwd. En werken aan het milieu van morgen, dat inspireert! Veel leesplezier. Frank Van Sevencoten

Administrateur­generaal Activiteitenverslag 2012 • 3


4


VMM IN HET KORT

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) werkt als agent­

Met de Vlaamse Regering sloot de VMM een beheers­

schap van de Vlaamse overheid mee aan een beter leef­

overeenkomst af waarin ze haar engagementen rond de

milieu in Vlaanderen. De VMM behoort tot het beleids­

uitvoering van haar missie en de vele decretale taken

domein Leefmilieu, Natuur en Energie. Ze engageert zich

opsomt en verduidelijkt welke middelen ze hiervoor ter

om de doelstellingen van Vlaamse actieplannen zoals

beschikking krijgt.

Vlaanderen in Actie, Pact 2020 en het Vlaams Actieplan tegen Armoede mee te helpen realiseren.

Elke dag zetten de ruim 1000 medewerkers van de VMM hun kennis en vaardigheden in om te doen wat moet

De VMM heeft als missie bij te dragen tot de realisatie

gebeuren om het milieu van morgen in Vlaanderen te

van de doelstellingen van het milieubeleid door het

verbeteren. De VMM is hierbij actief op drie terreinen:

voorkomen, beperken en ongedaan maken van schade­

water, lucht en milieu in het algemeen.

lijke effecten voor watersystemen, verontreiniging van de atmosfeer en het rapporteren over de toestand van het leefmilieu en tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid.

Minister

Technische comités

Ministerie voor Leefmilieu, Natuur en Energie

Milieu­ en Natuurraad van Vlaanderen (MiNaRaad)

Beleidsraad

Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) IVA met rechtspersoonlijkheid

Vlaams Energieagentschap (VEA) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) IVA met rechtspersoonlijkheid

Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Vlaamse Landmaatschappij (VLM) EVA met publiekrechterlijke vorm

Instituut voor Natuur­ en Bosonderzoek (INBO) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits­ en Gasmarkt (VREG) EVA met publiekrechterlijke vorm

Activiteitenverslag 2012 • 5


6


WATER

De Vlaamse Milieumaatschappij heeft een integrale visie op water. Alleen zo kunnen de ambitieuze doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water, met name een goede algemene toestand van het oppervlakte­ en grondwater in Vlaanderen, gerealiseerd worden.

Voor de opmaak van de plannen werden al een tijd­ schema, een werkprogramma en de waterbeleidsnota opgemaakt. In deze nota, die de krachtlijnen van de Vlaamse visie op integraal waterbeleid bevat, komen ook de waterbeheerkwesties aan bod. Dit zijn de thema's die er mee de oorzaak van zijn dat de goede toestand in het oppervlakte­ en grondwater niet tijdig gehaald wordt. Van 19 december 2012 tot en met 18 juni 2013 kan

WATER INTEGRAAL BEKIJKEN

iedereen opmerkingen en suggesties over deze docu­

Het integraal waterbeleid gaat uit van een gebieds­

www.volvanwater.be.

menten geven. Ze liggen ter inzage in de Vlaamse gemeentehuizen en kunnen geraadpleegd worden via

gerichte aanpak. De watersystemen worden opgedeeld in stroomgebiedsdistricten, stroomgebieden, bekkens integrale beheerplannen opgemaakt. De Coördinatie­

BESLUIT FINANCIËLE INSTRUMENTEN GEWIJZIGD

commissie Integraal Waterbeleid (CIW) is het overleg­

Uit de evaluatie van de overstromingen van november

platform van de diverse beleidsdomeinen en bestuurs­

2010 bleek de behoefte aan bijkomende overstromings­

niveaus die bij het waterbeleid betrokken zijn. De VMM

gebieden om piekdebieten op te vangen. De financiële

is verantwoordelijk voor het voorzitterschap en het

instrumenten van het integraal waterbeleid zoals ontei­

secretariaat van de CIW en is hierdoor de motor van het

gening, recht van voorkoop, aankoopplicht en vergoe­

integraal waterbeleid in Vlaanderen.

dingsplicht konden evenwel alleen ingezet worden voor

en deelbekkens. Op elk van deze niveaus worden

overstromingsgebieden die in de stroomgebied­ en

TWEEDE GENERATIE WATERBEHEERPLANNEN IN VOLLE VOORBEREIDING Eind 2015 stelt de Vlaamse Regering de volgende stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas vast, opnieuw voor zes jaar. De plannen zijn in volle voorbereiding. Deze stroomgebiedbeheerplannen zullen de maatregelen bevatten die Vlaanderen in de periode 2016­2021 neemt om de toestand van de watersystemen te verbeteren. Het opmaken van stroomgebiedbeheer­ plannen is een verplichting van de Europese kaderricht­ lijn Water. Voor het eerst horen daar ook overstromings­ risicobeheerplannen bij, met maatregelen om mens en milieu beter tegen overstromingen te beschermen.

bekkenbeheerplannen afgebakend worden. Daarom stelde de CIW voor om het besluit Financiële Instrumenten aan te passen. De Vlaamse Regering keur­ de de aanpassingen aan het besluit op 30 maart 2012 goed. Door deze aanpassingen wordt het mogelijk om ook tus­ sentijds overstromingsgebieden af te bakenen waarop de financiële instrumenten van toepassing zijn. Zo kun­ nen de waterbeheerders versneld overstromingsgebie­ den realiseren om overstromingsschade te beperken, op een manier die aanvaardbaar is voor de eigenaars en gebruikers van de gronden. Met de voorziene vergoe­ dingsinstrumenten kunnen zij namelijk vergoed worden voor overstromingsschade. Eigenaars kunnen de water­ beheerder verplichten hun grond aan te kopen en gebruikers kunnen schadevergoeding vragen als hun grond actief in overstromingsgebied gebruikt wordt. Het wijzigingsbesluit van 30 maart 2012 vindt u op www.integraalwaterbeleid.be. Activiteitenverslag 2012 • 7


NIEUWE CODE VOOR RIOLERINGEN Sinds 4 oktober 2012 gelden nieuwe richtlijnen voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringssys­ temen. Die nieuwe 'code van Goede Praktijk' moet Vlaanderen ook beter beschermen tegen wateroverlast. De VMM en haar partners in het integraal waterbeleid integreerden de meest actuele klimaatscenario's en

WATERLOPEN BEHEREN De VMM beheert de grote onbevaarbare waterlopen in Vlaanderen. Het beheer van de lokale waterlopen is in handen van de provincies, gemeenten, steden en pol­ ders en wateringen. De VMM past bij het beheer van de waterlopen de principes van integraal waterbeleid toe.

technische knowhow in een nieuwe code. Die code berekent de capaciteit van rioolstelsels zodat alleen een bui die statistisch slechts eens om de 20 jaar voorkomt, wateroverlast op straat veroorzaakt. Ook werden de ontwerpparameters geoptimaliseerd op basis van erva­ ringen met volledig gescheiden stelsels. De kwetsbaar­ heidskaart voor overstorten is up­to­date en er is een luik toegevoegd over het beheer en onderhoud van rio­ leringen. De nieuwe code van Goede Praktijk kunt u raadplegen via www.integraalwaterbeleid.be.

NIEUWE OVERSTROMINGSAANPAK: MEERLAAGSE WATERVEILIGHEID Door de klimaatverandering dreigen extremere overstro­ mingen. Europa vraagt daarom een nieuwe visie op de aanpak van overstromingen. De VMM stelt het principe van de meerlaagse veiligheid voorop. Dat draait rond drie P's: protectie, preventie en paraatheid. Protectie gaat over de klassieke beschermingsmaatrege­ len zoals dijken, wachtbekkens, gecontroleerde over­ stromingsgebieden, maar ook kleinschalige maatregelen waardoor de bodem en het oppervlaktewater het over­ tollige water beter vasthouden en het water minder snel afgevoerd wordt. Is dit nog onvoldoende, dan zorgt de VMM voor extra buffering, bijvoorbeeld door bijkomen­ de bergingsmogelijkheden in gecontroleerde overstro­ mingsgebieden te creëren of door aanvullende infra­ structuur zoals pompstations. Een goede sturing van de kunstwerken is essentieel om de beschikbare infrastruc­ tuur en de ruimte voor waterberging optimaal te benut­ ten.

8


Zo bouwde de VMM een nieuwe dijk in Kortemark. Dat

echte portaalsite met crisisinformatie op maat van alle

past in een totaalpakket van maatregelen die de VMM

betrokkenen. Daarnaast moeten ook crisisdraaiboeken

neemt om wateroverlast in Kortemark tegen te gaan. Een

verder uitgewerkt worden. De VMM staat in periodes

bestaande keermuur werd verhoogd en een koker in de

van dreigende wateroverlast trouwens altijd paraat om

Nieuwstraat aangepast. Tussen de nieuwe dijk en de

de situatie op de voet te volgen en overstromingsscha­

Handzamevaart creëerde de VMM een extra buffercapa­

de te beperken.

citeit van 187.500 m³. De VMM renoveerde in 2012 ook het Isabellagemaal in Boekhoute (Assenede), een pomp­ station om het water uit het Leopoldkanaal naar Zeeuws­Vlaanderen te pompen. Tegelijkertijd koos de VMM bij de vernieuwing voor visvriendelijke vijzels zodat palingen voortaan veiliger de oversteek naar de Westerschelde kunnen maken. Gecontroleerde overstromingsgebieden bouwen doet de VMM onder meer in Zandbergen, aan de Molenbeek. De Molenbeek gaf in het verleden verschillende keren aanleiding tot aanzienlijke wateroverlast. De VMM heeft daarom, in overleg met lokale overheden en buurtbewo­ ners, beslist de omwonenden beter te beschermen door extra buffercapaciteit te creëren, met maximale bescherming van de ecologische waarde van het gebied.

SLIB RUIMEN IN STRIJD TEGEN WATEROVERLAST In 2012 voerde de VMM verspreid over Vlaanderen een twintigtal slibruimingsdossiers uit. In totaal verwijderde de VMM hiermee bijna 125.000 m³ hinderlijk sediment uit de Vlaamse waterlopen. Bij de selectie van de te rui­ men trajecten gaf de VMM prioriteit aan overstromings­ gevoelige waterlopen. Om overstromingsgevoelige regio’s te beschermen is het van belang om via slibrui­ mingen enerzijds de bergingscapaciteit en anderzijds een goede doorstroming te garanderen. Belangrijke slib­ ruimingen werden onder meer uitgevoerd aan de mon­ ding van de Rivierbeek in Oostkamp, in de Isabellevaart en de Zwinnevaart in de Knokse polders, in de Molenbeek in Wetteren, in de Heulebeek van Ledegem over Moorsele en Gullegem naar Heule en in de wacht­

Preventie, de tweede laag van de overstromingsaanpak,

kom voor het pompstation op de Vliet in Puurs. Bij die

gaat in de eerste plaats over het creëren van ‘ruimte voor

slibruiming op de Vliet werd voor de eerste keer een

water’. In dat kader passen het afbakenen, vrijwaren en

drijvende slibpers gebruikt.

vergroten van de open ruimte, het tegengaan van ver­ harding en het onderzoeken van de mogelijkheden voor een gedeeltelijke bouwstop in overstromingsgevoelige gebieden via instrumenten als de watertoets. Ook het weerbaar maken van gebouwen tegen overstromingen is preventie: door gebruik van waterdichte schotten voor ramen en deuren, het aanbrengen van beschermende

Vaak is het sediment verontreinigd waardoor de slibrui­ mingen ook voor ecologisch herstel van de waterloop kunnen zorgen. Door maatregelen om erosie te bestrij­ den, de verdere uitbouw van saneringsinfrastructuur en de aanleg van sedimentvangen hoopt de VMM op ter­ mijn de kosten van haar slibruimingen te beperken.

coatings of het bouwen van overstroombare kruipkel­ ders wordt de schade bij overstromingen beperkt. De derde laag gaat over paraatheid: hulpdiensten, water­ beheerders, maar ook burgers moeten bij een nakende overstroming tijdig worden verwittigd zodat ze zich kunnen voorbereiden en beschermen. Hiervoor is de overstromingsvoorspeller ontwikkeld. De VMM zal haar overstromingsvoorspeller verder uitbouwen tot een

Activiteitenverslag 2012 • 9


WATERLOPEN NATUURLIJK HERSTELLEN De VMM streeft het ecologisch herstel van waterlopen na. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met de rand­ voorwaarden vanuit andere functies (wonen, land­ bouw …) in het valleigebied. De VMM stimuleert onder meer de vorming van meanders, legt oeverzones aan,

Bovendien biedt de open te leggen Demerbedding een extra buffer voor regenwater bij hevige regenval. Verder wordt een bijkomende vijzel geplaatst in het vijzelge­ maal aan de Nijverheidslaan om de capaciteit te verdub­ belen. Dit moet het risico op overstromingen in de bin­ nenstad verkleinen.

bevordert de vismigratie en bestrijdt uitheemse water­

De bestrijding van de exoten Grote waternavel,

planten of ‘invasieve exoten’.

Waterteunisbloem en Parelvederkruid verloopt succes­

Zo legde de VMM een visdoorgang aan bij een stuw van de monding van de Poekebeek in Nevele. Hierdoor kun­ nen vissen vrij migreren van het Afleidingskanaal van de Leie naar de Poekebeek. Daar werd gekozen voor een zogenaamd ‘vertical slot’: een betonnen goot die onder­ verdeeld is in 22 kamers, afwisselend links en rechts met elkaar verbonden door verticale doorgangen. Het hoog­ teverschil van één meter tussen de Poekebeek en het kanaal wordt op die manier op een visvriendelijke manier overbrugd. In de vallei van de Marke in Geraardsbergen werd in het kader van het Europese Scaldwinproject een groot beekherstelproject uitge­ voerd. Het herstel van de natuurlijke bergingscapaciteit van de vallei, het structuurherstel en vrije vismigratie werden in één integraal project gerealiseerd.

10

binnen enkele jaren aantrekkelijker en leefbaarder.

vol. In meer dan 90% van de waterlopen waar die exoten een groot probleem vormden, zijn ze verdwenen of enkel nog in kleine hoeveelheden aanwezig. De VMM startte in 2012 met de specifieke bestrijding van de reu­ zenbalsemien langs drie waterlopen waar deze invasieve exoot massaal voorkomt: de Zwalm in Zwalm, de Bellebeek in Liedekerke en Ternat en de Handzamevaart in Kortemark en Diksmuide. De reuzenbalsemien komt oorspronkelijk uit de Himalaya. Vanuit de siertuin kwam deze oeverplant in de vrije natuur terecht, waar ze ontembaar groeit en een onverbiddelijke concurrent voor de inheemse oeverplanten is. Bovendien sterft de plant in de herfst volledig af. Gevolg: een kale oever die erg gevoelig is voor erosie en afkalving. Daarnaast kan de reuzenbalsemien de waterafvoer belemmeren en bij hevige zomerbuien zelfs wateroverlast veroorzaken. Op

In Diest werd in september 2012 het startschot gegeven

basis van de ervaringen in deze drie pilootgebieden zal

voor de eerste fase van de werken die de Demer in het

de VMM samen met de andere waterloopbeheerders

centrum weer zichtbaar maken. Daardoor wordt de stad

een bestrijdingscampagne in heel Vlaanderen opzetten.


RATTEN BESTRIJDEN Muskusratten, beverratten en bruine ratten kunnen enorme ravage aanrichten. De VMM organiseert een per­ manente en intensieve rattenbestrijding langs Vlaamse waterlopen. Ze heeft daarvoor ervaren en deskundige rattenbestrijders in dienst. De VMM heeft voor de bestrijding van de ratten langs de waterlopen samenwer­ kingsovereenkomsten afgesloten met de betrokken waterloop­

en

terreinbeheerders,

waaronder

Waterwegen en Zeekanaal, De Scheepvaart, de afdeling Maritieme Toegang, de provincies, gemeenten, polders

MONITOREN WATERSYSTEMEN De VMM meet en controleert de kwantiteit en de kwa­ liteit van het oppervlaktewater, het grondwater en de waterbodems en rapporteert over de resultaten. De VMM beschikt hiervoor over verschillende meetnetten zoals het oppervlaktewatermeetnet, het bacteriologisch meetnet, het afvalwatermeetnet, het meetnet riool­ overstorten, het meetnet waterbodems en het primair en freatisch grondwatermeetnet.

(Agentschap Natuur en Bos, Natuurpunt …). De VMM

KWALITEIT OPPERVLAKTEWATER 2011

heeft daarnaast een samenwerkingsovereenkomst afge­

Met haar verschillende meetnetten houdt de VMM de

sloten met het Agentschap Wegen en Verkeer voor het

vinger aan de pols van de Vlaamse waterlichamen. In het

bestrijden van de bruine rat langs de wegen, bruggen en

webrapport Kwaliteit oppervlaktewater 2011 ­ Bronnen

parkeerterreinen die dit agentschap beheert. Verder zijn

van waterverontreiniging en toestand van de Vlaamse

er overeenkomsten en afspraken met rattenbestrijders

oppervlaktewateren kom je te weten welke stoffen er

in Frankrijk, Wallonië en Nederland voor de bestrijding

in de Vlaamse waterlopen worden teruggevonden, of ze

van de muskusratten in het gemeenschappelijk grensge­

de normen overschrijden en hoe die stoffen daar

bied. Dankzij al deze samenwerkingsovereenkomsten

terechtkomen. Verschillende stoffen zijn niet waterop­

werkt de VMM gebiedsdekkend en kan ze een gecoördi­

losbaar en vinden we terug in de waterbodem.

en wateringen en de beheerders van natuurgebieden

neerde en meer efficiënte rattenbestrijding realiseren.

ZORG VOOR KWALITEIT Objectieve en betrouwbare milieudata zijn essentieel om een effectief milieubeleid te voeren. De VMM besteedt veel aandacht aan kwaliteitszorg. Ze ziet erop toe dat alle interne en externe monsternemings­, meet­ en analyseactivitei­ ten kwaliteitsvol, tijdig en efficiënt worden uitgevoerd en gerapporteerd op basis van erkenningen en/of accreditaties waarbij de ISO 17025­norm aan de grondslag ligt. Om een optimale dienstverlening te realiseren, moeten de activitei­ ten van de meetnetten en de laboratoria uitgevoerd worden volgens kwaliteitszorgprocedures en in overeenstemming zijn met de eisen van de interne en externe klanten en de internationale rapportering. De VMM engageert zich ook om de emissie­inventaris Water verder te optimaliseren conform internationale richtlijnen en/of beste beschikbare methodiek om op een kwaliteitsvolle manier te voldoen aan de vereisten van de klanten. Binnen de VMM zijn vijf afzonderlijke kwaliteitssystemen uitgebouwd. Voor de meetnetten lucht, oppervlaktewater en afvalwater en voor het laboratorium is het kwaliteitssysteem gebaseerd op de internationale norm voor beproevings­ en kalibratielaborato­ ria, de ISO 17025­norm. Voor de emissie­inventaris Lucht bouwt de VMM een algemeen kwaliteitsmanagementsysteem uit volgens de ISO 9001­norm.

Activiteitenverslag 2012 • 11


globale kwaliteit van de waterlopen in Vlaanderen mer­

ALTIJD PARAAT

kelijk verbeterd is tegenover 10 jaar geleden.

De VMM is zeven dagen per week, 24 uur per dag, ver­

Investeringen in waterzuivering en de inspanningen van

antwoordelijk voor het toezicht op de waterkwaliteit in

landbouw en bedrijven zorgden voor dat resultaat.

Vlaanderen. De VMM moet dus ook paraat staan bij

De verbetering van de waterkwaliteit verloopt de laatste

milieu­incidenten die kunnen leiden tot waterschade. In

jaren echter minder snel. Door lokaal de vervuilingsbron­

geval van een calamiteit of milieu­incident moet de

nen in detail te identificeren en systematisch aan te pak­

VMM zo snel mogelijk de eventuele schade aan water

ken, komt Vlaanderen wel stap voor stap dichter bij de

controleren. Verder meldt zij abnormale verontreinigin­

Europese doelstellingen.

gen meteen aan de betrokken instanties, zowel binnen

Uit de meetresultaten van 2011 leidt de VMM af dat de

Paradoxaal genoeg zorgt een betere waterkwaliteit voor meer kwetsbare ecosystemen. Als de waterkwaliteit verbetert dan neemt de diversiteit van het leven in de waterlopen ook toe. Een plotse daling van die waterkwa­ liteit, bijvoorbeeld door een incidentele (bedrijfs)lozing of een riooloverstort, kan in dat geval een veel groter verlies aan waardevolle waterorganismen betekenen. Voor Europa volstaat een goede water­ en waterbodem­ kwaliteit op zich niet. Rivieren en beken moeten ook een evenwichtige fauna en flora herbergen. De Europese kaderrichtlijn Water besteedt daarom ook aandacht aan de biologische aspecten van een waterloop. De VMM beoordeelt de toestand aan de hand van uiteenlopende groepen organismen die onze waterlopen bewonen: kie­ zelwieren (diatomeeën), algen (fytoplankton), ongewer­ velde dieren (macro­invertebraten) en water­ en oever­ planten (macrofyten). Ondanks de gerealiseerde verbe­ teringen liggen Europese doelstellingen voor 2015 (met uitstelmogelijkheid tot 2027) in Vlaanderen nog veraf. De meetresultaten uit 2011 kunt u raadplegen op www.vmm.be/water/kwaliteit­oppervlaktewater.

12

als buiten Vlaanderen. Zo ging de VMM in september 2012 meteen ter plaatse om waterstalen te nemen toen massaal dode vissen op de Schelde in Avelgem dreven. De VMM verwittigde de milieu­inspectiediensten in Vlaanderen en Wallonië, omdat er vermoedens waren dat de bron van de vervuiling stroomopwaarts in Wallonië gezocht moest worden.


MONITOREN

GRONDWATER

Voor de Europese monitoringverplichting van grondwa­ ter gebruikt de VMM het primair en freatisch grondwa­ termeetnet, waarvoor respectievelijk jaarlijks en halfjaar­ lijks analysecampagnes worden uitgevoerd. In het primair meetnet worden daarnaast maandelijks peilmetingen uitgevoerd. Het primair grondwatermeetnet dient in de eerste plaats om de regionale grondwaterreserves en de evolutie van de grondwaterkwantiteit op het niveau van de grondwaterlichamen vast te stellen. Daarnaast wordt

KWETSBARE GROEPEN EN WATER

BETER BESCHERMD TEGEN PESTICIDEN Met het nieuwe decreet Duurzaam Pesticidengebruik richt de Vlaamse Regering zich op de bescherming van de menselijke gezondheid en het leefmilieu. Het decreet bepaalt dat het gebruik van pesticiden zo veel mogelijk voorkomen moet worden. Chemische bestrijding mag pas wanneer alternatieve methoden niet mogelijk zijn.

het gebruikt om de kwaliteit van de diepere watervoe­

Sinds 2004 bouwen openbare diensten systematisch hun

rende lagen te bepalen. Het freatisch grondwatermeet­

pesticidengebruik al af naar een nulgebruik in 2015.

net geeft een beter beeld van de grondwaterkwaliteit in

Belangrijk is dat vanaf 1 januari 2015 onder ‘openbare

het algemeen, en meer specifiek over nutriënten, bestrij­

dienst’ voortaan alle instanties vallen – zowel publiek als

dingsmiddelen en zware metalen. Het voldoet beter aan

privaat – die een taak van algemeen belang uitoefenen.

de eisen van de Nitraatrichtlijn en het wordt gebruikt

Dat zorgt voor extra bescherming van de meest kwets­

om een kwetsbaarheidevaluatie uit te voeren. Alle analy­ seresultaten worden bijgehouden in de Databank Ondergrond Vlaanderen: www.dov.vlaanderen.be.

bare groepen en het brede publiek. Zo zal het nulgebruik niet alleen gelden voor de schoolterreinen van het gemeenschapsonderwijs, provinciaal of gemeentelijk

In het rapport Pesticiden in het grondwater in

onderwijs, maar voor alle onderwijsnetten. Ook kinder­

Vlaanderen gaat de VMM in op de vraag of pesticiden­

opvang, ouderen­ en ziekenzorg zijn taken van algemeen

gebruik een mogelijke bedreiging voor het grondwater

belang waarvoor een nulgebruik vanaf 1 januari 2015

vormt, en dus ook een bedreiging voor het gebruik van

geldt.

grondwater voor de productie van drinkwater. Om die

Het nieuwe decreet heeft ook aandacht voor een duur­

vraag te beantwoorden, gebruikt ze enerzijds de meet­ resultaten van haar freatisch grondwatermeetnet en anderzijds de rapportering van de drinkwatermaatschap­ pijen over de kwaliteit van het grondwater dat ze gebrui­ ken voor drinkwaterproductie. Uit de resultaten blijkt dat pesticiden op veel plaatsen in het grondwatersys­ teem voorkomen, ook in de grondwaterreserves die gebruikt worden als drinkwaterbron. In 56% van de grondwaterstalen die de VMM in 2010 liet analyseren, is

zame watervoorziening in Vlaanderen. Daarom is er een verbod op het gebruik van pesticiden in grondwaterwin­ gebieden en wordt het verbod vanaf 1 januari 2015 uitge­ breid tot een strook van zes meter langs waterlopen. De goedkeuring van het decreet kadert in het omzetten van de Europese richtlijn Duurzaam Gebruik Pesticiden. De concrete uitwerking van het decreet gebeurt in besluiten van de Vlaamse Regering.

een of ander pesticide of afbraakproduct teruggevon­

Voor wie en voor welke terreintypes de gebruiksbeper­

den in concentraties boven de wettelijke grondwater­

kingen gelden leest u op www.zonderisgezonder.be.

norm. In de helft van alle onderzochte drinkwaterwin­ ningen in 2009 worden (afbraakproducten van) pestici­ den aangetroffen. In meer dan een tiende van de gevallen wordt de norm van 0,1 μg/l overschreden. Het rapport Pesticiden in het grondwater in Vlaanderen vindt u via www.vmm.be/pub. Activiteitenverslag 2012 • 13


TOEZICHT

HOUDEN

De VMM houdt toezicht op de uitbouw en het beheer van de saneringsinfrastructuur, zowel vanuit ecologisch als vanuit economisch standpunt. Het uiteindelijke doel van dit tweeledige toezicht is een optimale kwaliteit van het water tegen een maatschappelijk aanvaardbare prijs. Daarnaast houdt de VMM toezicht op water bestemd voor menselijke consumptie en treedt zij op als regula­ tor in de drinkwatersector.

ECOLOGISCH EN ECONOMISCH TOEZICHT Als ecologisch toezichthouder kijkt de VMM na of de saneringsinfrastructuur optimaal rendeert. Onder sane­

EVALUATIE SANERINGSINFRASTRUCTUUR 2011 Elk jaar beoordeelt de VMM het ecologische aspect van de uitbouw en de werking van zowel de gemeentelijke als de bovengemeentelijke infrastructuur. Zij stelt hierbij vast dat de bovengemeentelijke zuive­ ringsinfrastructuur in de regel goed beheerd wordt, al is vooral het beheer van pompstations een aandachtspunt. Het uitvallen of minder presteren van een pompstation kan namelijk een ernstige impact op de waterkwaliteit en het waterleven hebben. Een betere opvolging van de bestaande pompstations is nodig om die problemen te voorkomen of de impact ervan zo klein mogelijk te houden. De zuiveringsinstallaties werken in de regel goed tot zeer goed. Slechts drie van de 252 zuiverings­ stations voldeden in 2011 niet aan een of meerdere voor­ waarden uit de vergunning.

ringsinfrastructuur verstaan we zowel het riolerings­ en

Ook op gemeentelijk vlak is het beheer de laatste jaren

collectorennet en de bijhorende pompstations en ande­

verbeterd. De VMM stelt vast dat ook gemeentelijke

re constructies als de zuiveringsinstallaties. Via allerhan­

rioolbeheerders meer werk maken van het transport van

de metingen en bevragingen die nadien verwerkt wor­

afvalwater via de rioleringen. Een blijvend aandachtspunt

den in twee indicatorenkaders komt de VMM tot een

is de scheiding van het afvalwater en het regenwater. Als

objectieve evaluatie.

deze niet gescheiden zijn en samen via de riolering wor­

Als economisch toezichthouder kijkt de VMM toe op de kostenefficiëntie uitbouw en beheer van de bovenge­ meentelijke en gemeentelijke saneringsinfrastructuur. Daarnaast houdt ze toezicht op een correcte kostentoe­ rekening door de watermaatschappijen. De VMM houdt ook toezicht op de saneringscontracten die Aquafin afsluit met bedrijven voor de zuivering van proceswater.

den afgevoerd, wordt de druk op de riolering vaak te groot en komt dit mengsel in beken en rivieren terecht. Voor een succesvolle waterzuivering is een goede schei­ ding van afvalwater en hemelwater op huisniveau een absolute voorwaarde. Ondanks de grote inspanningen blijven de vele overstor­ ten van rioleringen helaas een pijnpunt. De aanpak van deze problematiek is niet eenvoudig en vereist een geza­ menlijke en gestructureerde actie van het gemeentelijke en het bovengemeentelijke niveau.

14


OPTIMALISATIEPROGRAMMA 2014­2018 Voor de uitvoering van de bovengemeentelijke sane­

OPMAAK ZONERINGSPLANNEN EN GEBIEDSDEKKENDE UITVOERINGSPLANNEN

ringsopdracht, zowel van de verdere uitbouw als van de

De VMM staat in voor de opmaak van de zoneringsplan­

optimalisatie van de bestaande saneringsinfrastructuur,

nen en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen. Deze

draagt het Vlaamse Gewest op voorstel van de VMM

laatste plannen geven weer welke projecten in het bui­

jaarlijks een optimalisatieprogramma op aan Aquafin.

tengebied, door wie en tegen wanneer moeten worden

Aquafin staat verder in voor de uitwerking van de pro­

uitgevoerd. In de loop van 2012 finaliseerde de VMM de

jecten. Het optimalisatieprogramma 2014­2018 werd op

opmaak van de projectenkorven en de bepaling van de

19 oktober 2012 goedgekeurd. Voor 2014 gaat het om een

verantwoordelijke uitvoerder (de gemeente, het gewest

bedrag van 139,5 miljoen euro voor totaal 156 investe­

of de burger). Er werd ook gestart met de prioritering

ringsprojecten. Daarbinnen valt de 100 miljoen euro die

van de verschillende projecten.

Vlaanderen vrijmaakt in het kader van het Lokaal Pact

LEERTRAJECT RIO­LEREN

met de gemeenten. Als een grote ecologische meer­ waarde gecreëerd kan worden, neemt het Vlaamse Gewest projecten van de gemeenten over. Dat zorgt voor bijkomende financiële ondersteuning voor de gemeenten. In dit Optimalisatieprogramma kijkt de VMM verder dan het jaar 2014. De grote lijnen voor bovengemeentelijke investeringen worden al uitgete­ kend tot 2018. Het geoloket Saneringsinfrastructuur Afvalwater geeft een overzicht van de projecten in het recentste optima­

De aanleg van riolering en het onderhoud van bestaande rioleringsstelsels vormt voor vele gemeentebesturen een grote uitdaging. Vaak dringen bijkomende investe­ ringen en onderhoudswerken zich op. Om deze riole­ ringsprojecten te realiseren zijn heel wat financiële mid­ delen nodig, middelen die niet altijd even ruim beschik­ baar zijn. Een kostenefficiënt rioolbeheer – meer doen met minder – is dus noodzakelijk. De VMM ontwikkelde een methodologie die de kosten­

lisatieprogramma.

efficiëntie van het gemeentelijke rioolbeheer in beeld

OPMAAK KWARTAALPROGRAMMA GEMEENTELIJKE RIOLERINGEN

gemeentelijke rioolbeheerders toelaat om op basis van

brengt. Het resultaat is een benchmarkmodel dat de indicatoren inzicht te verwerven in de eigen werking en

De VMM stelt de investerings­ of subsidiëringsprogram­

zich te positioneren ten opzichte van andere rioolbe­

ma's op voor de gemeentelijke rioleringen en de klein­

heerders. De VMM bood de gemeentelijke rioolbeheer­

schalige zuiveringsinstallaties (KWZI's en IBA's). Deze

ders in 2012 een interactief leertraject aan om ze ver­

meerjarenprogramma’s kunnen per kwartaal worden

trouwd te maken met de benchmark kostenefficiëntie

geactualiseerd. De Vlaamse minister van Leefmilieu keur­

gemeentelijke riolering. Zo bekijkt de VMM samen met

de op 24 augustus 2012 het eerste en enige kwartaalpro­

de rioolbeheerders hoe ze rioleringswerken in de toe­

gramma 2013 goed. De gemeenten moeten de vooront­

komst economischer en efficiënter kan aanpakken.

werpen van de projecten die in dit kwartaalprogramma opgenomen zijn uiterlijk op 13 juni 2013 bij de VMM indienen. Het geoloket Saneringsinfrastructuur Afvalwater geeft een overzicht van de projecten in het recentste, door de minister goedgekeurde, kwartaalprogramma.

Meer info vindt u op www.vmm.be/rio­leren.

RIO leren

Activiteitenverslag 2012 • 15


INFORMATIE­ CAMPAGNE BRONBEMALINGEN

RAPPORTERING GEMEENTELIJKE RIOLERING

Het begrip ‘bronbemalingen’ behoeft weinig introductie

gaan of deze inkomsten ook effectief voor dit doel aan­

bij studiebureaus, architecten en aannemers. Bij het uit­

gewend worden én doelmatig ingezet worden, bevraagt

graven van een bouwput kom je al snel in het grondwa­

de VMM jaarlijks de gemeentelijke rioolbeheerders. In

ter terecht. Het vrijkomende water moet dan opge­

het rapport Kosten voor riolering. Rapportering 2011

pompt – of bemaald – worden om de werken in droge

wordt over 93 procent van de Vlaamse gemeenten

omstandigheden te laten doorgaan. Minder bekend is

gerapporteerd. Dit stemt overeen met 95 procent van

dat het lozen van bemalingswater in de riolering het ren­

de Vlaamse bevolking. Uit het rapport blijkt dat de sane­

dement van het zuiveringsproces verlaagt. Een degelijke

ringsopbrengsten voor bijna alle rioolbeheerders ruim­

voorstudie moet alternatieven aanreiken die tegelijk de

schoots volstaan om de gemaakte saneringskosten te

nadelige effecten van bemalingen op de (stabiliteit van

dragen. Hierdoor hadden de meesten de mogelijkheid

de) bodem kunnen beperken. Om meer duidelijkheid te

om financiële middelen over te dragen naar het volgen­

scheppen over deze alternatieven lanceerden de VMM

de boekjaar, ze te reserveren voor toekomstige investe­

en Aquafin in februari 2012 een gezamenlijke informatie­

ringen of ze uit te keren aan de aandeelhouders. Bij de

campagne voor studiebureaus, architecten en aanne­

intergemeentelijke rioolbeheerders bedroeg de verhou­

mers.

ding 'totale saneringsopbrengsten ten opzichte van tota­

Bemalingswater moet zo dicht mogelijk bij de plaats waar het opgepompt is terug kunnen infiltreren. Is dit niet mogelijk, dan wordt het afgeleid naar de dichtstbij­ zijnde waterloop of – als er een gescheiden riolering is – naar de regenwaterafvoer. Enkel als een voorstudie aan­ toont dat er geen alternatieven zijn, kan een aanvraag

terfactuur meer dan 270 miljoen euro voor de aanleg en het onderhoud van de gemeentelijke riolering. Om na te

le saneringskosten' zelfs 250%. De totale saneringsop­ brengsten per inwoner bedragen tussen 36 en 75 euro. De totale kosten liggen tussen 24 en 55 euro per inwo­ ner. Ook de saneringsopbrengsten en ­kosten per kilo­ meter gerioleerde weg vertonen grote verschillen tussen de verschillende rioolbeheerders.

voor lozing in riolen worden ingediend. Bij grote hoe­

U vindt het rapport Kosten voor riolering. Rapportering

veelheden kan dit nadelige invloeden hebben. Zo kan

2011 op www.vmm.be/pub.

het grote volume ervoor zorgen dat overstorten in wer­ king treden. Of als het bemalingswater toch een zuive­ ringsinstallatie bereikt, is het afvalwater zodanig verdund dat een efficiënte zuivering onmogelijk is. Voor lozingen van bemalingswater in riolering met een volume van meer dan 10 kubieke meter per uur moet een heffing op de waterverontreiniging betaald worden. Wie een over­ eenkomst sloot met Aquafin, kan de verwerkingskost die Aquafin aanrekent in mindering brengen van de heffing,

PERCEPTIE ROND RIOLERING IN VLAANDEREN De grote meerderheid van de Vlamingen (95%) vindt de rioleringen een belangrijke prioriteit voor de gemeenten. 53% noemt rioleringen zeer belangrijk tot uiterst belang­ rijk. Daartegenover staat dat de Vlaming slecht geïnfor­ meerd is en meer over rioleringen wil te weten komen. Dat blijkt uit een enquête die de VMM eind 2011 liet uit­ voeren bij 1.200 gezinnen, 500 bedrijven en zeven van de

wat fiscaal voordeliger is.

acht intercommunale rioolbeheerders.

De VMM en Aquafin maakten een brochure over bron­

Slechts een minderheid van de Vlamingen weet of zij bij

bemalingen. Die vindt u op www.vmm.be/pub. Meer informatie vindt u ook op www.vmm.be/bemalingen.

16

Gezinnen en bedrijven betaalden in 2011 via hun drinkwa­

het gemeentebestuur, de intercommunale of de water­ maatschappij moeten aankloppen voor informatie over


of problemen met de riolering. 86 procent van de Vlamingen vinden dat ze niet voldoende op de hoogte zijn van het rioolbeleid in hun gemeente. Drie op de vijf respondenten weten bijvoorbeeld niet dat een geschei­ den riolering afval­ en regenwater apart afvoert. Tegelijk geven Vlamingen aan dat ze graag beter geïnformeerd willen worden over riolering: wat zijn de gehanteerde tarieven? Wanneer zijn er rioleringswerken gepland? Hoe kan ik verstoppingen vermijden?… Opmerkelijk is ook dat 43 procent van de rioolgebruikers bereid is om meer te betalen voor de riolering als dat het milieu ten goede zou komen. Het ‘Onderzoek naar perceptie rond riolering bij gebrui­ kers en rioolbeheerders’ vindt u op www.vmm.be/pub. SANERINGSBIJDRAGE CORRECT AANGEREKEND OP DRINKWATERFACTUUR De drinkwatermaatschappijen staan zelf in voor de opvang en de zuivering van het afvalwater. Voor deze dienst mogen zij hun klanten een saneringsbijdrage aan­ rekenen via de integrale drinkwaterfactuur. De VMM waakt over de structurele correctheid van deze aanreke­ ning op de drinkwaterfactuur. Dat gebeurt onder meer

KOSTEN VOOR RIOLERING ­ GEMEENTELIJK FINANCIERINGSMODEL 2011 De uitvoering van de gemeentelijke zoneringsplannen is belangrijk om een goede waterkwaliteit tegen uiterlijk 2027 te realiseren. Binnen de VMM werd daarom een financieringsmodel ontwikkeld (2010) en geactualiseerd (2011) dat toelaat om naast de uitgaven ook de toekom­ stige kosten in te schatten van zowel de exploitatie als de uitbouw van de gemeentelijke saneringsinfrastruc­ tuur voor afvalwater. Het geactualiseerde financieringsmodel focust enerzijds op de gemeentelijke saneringskosten vereist voor uit­ bouw, onderhoud en vervangen van de saneringsinfra­ structuur, en anderzijds op de maximaal ingeschatte saneringsmiddelen (gemeentelijke bijdragen en vergoe­ dingen, en gewestelijke subsidies). Hierbij wordt reke­ ning gehouden met intrestlasten, afschrijvingskosten uit het verleden en werkingskosten van de gemeentelijke rioolbeheerders. Het financieringsmodel laat op deze wijze toe om voor elke gemeente een raming te maken van het kosten­, opbrengsten­ en (eventuele) tekorten­ verloop voor de komende jaren.

door een continue opvolging van de gefactureerde

U vindt het rapport Kosten voor riolering ­ Gemeentelijk

bedragen en het maken van duidelijke afspraken met de

Financieringsmodel 2011 op www.vmm.be/pub.

verschillende drinkwatermaatschappijen. Daarnaast voert de VMM verschillende concrete en toegespitste controles uit. De VMM stelt vast dat de drinkwatermaat­ schappijen de aanbevelingen van de economisch toe­ zichthouder goed opvolgen. De burger kan dus gerust zijn dat de saneringsbijdrage correct wordt aangerekend.

Activiteitenverslag 2012 • 17


WATERREGULATOR

TOEZICHT OP DRINKWATER

De WaterRegulator vergelijkt sinds 2010 de werking en

Drinkwater is bestemd voor menselijke consumptie en

prestaties van de watermaatschappijen en brengt onze

moet dus veilig en gezond zijn. De kwaliteit van het

drinkwaterproductie en ­levering helder in kaart. In 2012

water bestemd voor menselijke consumptie wordt zeer

publiceerde

rapport

regelmatig en conform de wettelijke bepalingen gecon­

Watermeter 2011, een statistisch overzicht van de drink­

troleerd. De drinkwatermaatschappijen zijn zelf verant­

waterproductie en ­levering in Vlaanderen van bron tot

woordelijk voor de uitvoering van deze wettelijk ver­

kraan. Door deze essentiële kerncijfers publiek beschik­

plichte controle. Jaarlijks maken ze een controlepro­

baar te stellen, wil de VMM bijdragen tot een verhoog­

gramma op dat de VMM moet goedkeuren. Jaarlijks vóór

de transparantie in de drinkwatersector. Door de bunde­

1 april maken de drinkwatermaatschappijen de resultaten

ling van cijfers wordt een beeld geschetst van de organi­

van deze controles over aan de VMM. De VMM analy­

satie van de drinkwaterproductie en ­distributie, de ken­

seert deze gegevens en maakt een rapport over de

de

WaterRegulator

het

merken van de distributiegebieden, de waterbalans, het

drinkwaterkwaliteit aan de kraan. Uit het rapport

waterverbruik en de prijs van drinkwater in Vlaanderen.

Drinkwaterkwaliteit 2011 blijkt dat het drinkwater dat in

Er werd in 2012 ook een onderzoek gevoerd naar de prijs van leidingwater in de ons omringende landen en regio’s. In vergelijking met de andere gewesten in België ligt de kostprijs van drinkwater in het Vlaamse Gewest voor alle gezinstypes lager. In vergelijking met de buurlanden blijkt de kostprijs van drinkwater in Vlaanderen vaak de laagste te zijn. Enkel eenpersoonsgezinnen in Nederland betalen minder. Duitsland is het duurste buurland voor alle gezinstypes, gevolgd door Engeland en Frankrijk. De WaterRegulator peilde in 2012 voor de tweede keer

Vlaanderen in 2011 verdeeld werd, voor 99,77% aan de opgelegde kwaliteitseisen voldoet. Af en toe worden voor een beperkt aantal parameters normoverschrijdin­ gen aan de kraan vastgesteld, maar dan gaat het om een tijdelijke kwaliteitsvermindering. De binneninstallatie, het tijdstip en de wijze van staalname kunnen een impact hebben op de resultaten van de analyses aan de kraan. Het rapport over de drinkwaterkwaliteit vindt u op www.vmm.be/pub.

naar het drinkwatergebruik en de perceptie van de drink­

Daarnaast verzorgt de VMM ook het toezicht op de

waterprijs bij huishoudelijke gebruikers. Die zijn heel

dienstverlening in de drinkwatersector, dat wettelijk is

tevreden over de prijs­kwaliteitverhouding van drinkwa­

geregeld in het Algemeen waterverkoopreglement. Dat

ter. Vier op tien ondervraagden zegt dagelijks leidingwa­

reglement voorziet in duidelijke rechten en plichten,

ter te drinken. De meerderheid van de Vlamingen geeft

zowel voor de drinkwatermaatschappij, voor de rioolbe­

aan niet echt begaan te zijn met de prijs van water: de

heerder als voor de klant.

drinkwaterfactuur wordt door de helft van de abonnees slechts vluchtig overlopen. Als gevraagd wordt naar een raming van de prijs, dan wordt deze sterk overschat. De rapporten van de WaterRegulator vindt u op www.vmm.be/pub.

WA T E R R E G U L A T O R

18


HEFFINGEN INNEN Milieuheffingen zijn gebaseerd op het principe ‘de ver­ vuiler betaalt’. Deze heffingsinkomsten worden opnieuw geïnvesteerd in een beter leefmilieu.

FINANCIERENDE HEFFING GOEDGEKEURD, AANPAK SANERINGSCONTRACTEN GEWIJZIGD De Vlaamse Regering keurde op 19 december 2012 het ontwerpdecreet met de bepalingen tot begeleiding van

In 2012 ontving de VMM 77,5 miljoen euro aan heffings­

de begroting 2013, het zogenaamde Programmadecreet,

inkomsten. Het gaat om de som van de heffing op de

goed. Meteen was daarmee ook de financierende water­

waterverontreiniging (OW= 3,1 miljoen euro kleinverbrui­

heffing goedgekeurd en de aanpak van saneringscon­

kers + 52 miljoen euro grootverbruikers = 55,1 miljoen

tracten gewijzigd.

euro) en de heffing op de grondwaterwinning (GW= 22,4 miljoen euro). De VMM ontving die inkomsten uit de (bovengemeentelijke) heffingen. In 2012 bedroeg het geïndexeerde eenheidstarief 32,89 euro per vervuilings­ eenheid voor oppervlaktewaterlozers en 42,92 euro per vervuilingseenheid voor rioollozers. De drinkwatermaat­ schappijen vestigen een bovengemeentelijke en een gemeentelijke bijdrage op het geleverde water. Deze bij­ drage bedroeg in 2012 voor het bovengemeentelijk deel 0,9313 euro per kubieke meter (excl. BTW) en maximaal 1,3038 euro per kubieke meter (excl. BTW) voor het gemeentelijke deel.

Voor bedrijven die hun afvalwater lozen op de riolering wordt aan de heffing op de waterverontreiniging een financierende component toegevoegd (de zgn. financie­ rende heffing). De heffing op de waterverontreiniging houdt voortaan rekening met de verwerkbaarheid van het afvalwater op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Zo wordt het principe ‘de vervuiler betaalt’ cor­ recter toegepast. Daarnaast werden een tiental omzet­ tingscoëfficiënten aangepast. Deze coëfficiënten zijn gebaseerd op een door de VMM uitgewerkte weten­ schappelijk onderbouwde methodologie. Ook is in een regeling voor noodlozingen en tijdelijke lozingen voor­ zien. Verder komt er een administratieve vereenvoudi­ ging door een integrale kostenaanrekening met een maximale fiscale aftrekbaarheid.

Activiteitenverslag 2012 • 19


Bedrijven kunnen een contract met Aquafin afsluiten

Door het Programmadecreet wordt ook de contracten­

voor de sanering van hun bedrijfsafvalwater. In het rap­

regeling voor de sanering van bedrijfsafvalwater geloosd

port Saneringscontracten: 2006­2011 gaf de VMM een

op de riolering gewijzigd. De saneringscontracten voor

overzicht van de saneringscontracten in de periode

permanente lozingen blijven alleen behouden voor

2006­2011. Sinds de ingang van de contractregeling

bedrijven waarvoor Aquafin bedrijfsspecifieke exploita­

maken bedrijven uit diverse sectoren gebruik van het

tie­ en investeringskosten moet maken om het afvalwa­

saneringscontract. Hoewel het aantal contracten in

ter te kunnen zuiveren. De verplichting tot het afsluiten

absolute cijfers eerder beperkt is, vertegenwoordigen de

van een contract wordt opgelegd in de vergunning. Het

contracten meer dan de helft van de vuilvracht waar­

contract regelt de berekeningswijze van de specifieke

voor vandaag een saneringscontract mogelijk is. De con­

kosten.

tracten zijn dus een eerste belangrijke aanzet geweest om het principe ‘de vervuiler betaalt’ toe te passen.

Voor de meeste maatregelen geldt wel een ruime over­

De VMM wierp in het rapport ook een blik vooruit over

gangstermijn zodat bedrijven op de nieuwe regeling

hoe dit instrument verder ontwikkeld kan worden. De

kunnen anticiperen.

saneringscontracten hadden namelijk te weinig slag­ kracht om een sturend instrument te zijn. Dat komt omdat het contract enerzijds alleen voor het deel ‘eigen waterwinning’ geldt, anderzijds omdat het op vrijwillige basis wordt ondertekend. Hierdoor dragen veel bedrij­ ven niet de extra kosten die zij veroorzaken in de publie­ ke zuiveringsinfrastructuur. Het rapport Saneringscontracten: 2006­2011 vindt u op www.vmm.be/pub.

20

Dit pakket maatregelen is van kracht sinds 1 januari 2013.

Meer informatie vindt u op www.vmm.be/heffingen.


ADVISEREN MILIEUVERGUNNINGEN

ADVISEREN WATERTOETS

Met een doordacht vergunningenbeleid streeft de VMM

Op 1 maart 2012 trad het aangepaste uitvoeringsbesluit

naar een minimale belasting en een maximale bescher­

van de watertoets in werking. Met de watertoets wor­

ming van het milieu.

den vergunningen en plannen sinds 2003 afgetoetst aan

De VMM geeft advies over de milieuvergunningaanvra­ gen en bodemsaneringen van bedrijven van klasse 1 en 2. De adviezen afvalwater behandelen de lozingsproblema­ tiek van de ingedeelde inrichtingen. Doordachte en per­ formante adviezen zijn het resultaat van de nauwgezet­ te opvolging van de beste beschikbare technieken (BBT­ en BREF­documenten), van de verwerkbaarheid van het afvalwater op een RWZI, van het Europese beleid over gevaarlijke stoffen (prioritaire stoffen, kwik, REACH, hor­

de impact op het watersysteem. Uit een evaluatie van de overstromingen van 2010 bleek dat de watertoets krach­ tiger moest worden. Wat is er veranderd? •

De aanbeveling om advies te vragen aan een water­

beheerder wordt een verplichting die de vergunningver­ lener moet naleven. •

De procedure om na te gaan wanneer advies moet

moonverstoorders), de continue uitbouw van de exper­

worden gevraagd, wordt sterk vereenvoudigd.

tise gevaarlijke stoffen en van een databeheerssysteem

•

voor de vergunningen. De doelstellingen die de

stromingsgevoelige gebieden. Deze kaart is geactuali­

Europese kaderrichtlijn Water stelt, zijn daarbij richting­

seerd en uitgebreid.

gevend. De VMM verleent voor verschillende rubrieken van Vlarem een advies op basis van objectieve criteria. Verder geeft de VMM ook advies over grondwaterver­ gunningen. Om een goede toestand van het grondwater te bereiken, is een evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van water essentieel. Via het vergunningenbeleid wordt sturend opgetreden om het gebruik van grondwa­

•

Het besluit hanteert enkel nog de kaart van de over­

Er is een aanvullende lijst met vergunningen en plan­

nen waarvoor de watertoets moet worden uitgevoerd. •

Een nieuwe webapplicatie ondersteunt vergunning­

en adviesverleners bij de watertoets. Met deze webtoe­ passing kan ook een particulier nagaan hoe zijn geplande project de watertoets kan doorstaan.

ter zo veel mogelijk te beperken: in eerste instantie

In 2012 gaf de VMM voor 2.034 dossiers advies voor de

spoort de VMM alle sectoren aan om minder water te

watertoets.

gebruiken, bijvoorbeeld door hen een wateraudit aan te bevelen. Vervolgens stimuleert de VMM het hergebruik van water en het gebruik van alternatieve waterbronnen. In 2012 werden 999 milieuvergunningaanvragen voor afvalwater, 2.358 milieuvergunningaanvragen voor grond­ waterwinningen, 172 bodemsaneringsdossiers en 8 advie­ zen voor erkende deskundigen (VLAREL) geadviseerd.

Activiteitenverslag 2012 • 21


WATER ZONDER GRENZEN Een integrale visie op water vereist samenwerking met tal van strategische partners. De VMM bundelt haar krachten met de Vlaamse provincies, steden en gemeen­ ten, de polders en wateringen, het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid, het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken, milieu­ en natuurorga­ nisaties, bedrijvenkoepels, de zorgsector … Ook in de Internationale Scheldecommissie en de

FLOODRESILIENCITY In het FRC­project zoekt de VMM samen met buiten­ landse partners naar mogelijke maatregelen om over­ stromingsrisico’s aan te pakken. Daarbij wordt naar een totaalaanpak voor de overstromingsproblematiek gezocht, waarbij men naast traditionele infrastructuur­ projecten ook rekening houdt met preventie, bewust­ wording, zelfredzaamheid en paraatheid. In het kader van dit Interreg­project werken elf partners initiatieven uit die tot concrete acties moeten leiden in acht West­ Europese watersteden: Brussel, Leuven, Mainz, Parijs,

Internationale Maascommissie neemt de VMM een

Orléans, Dublin, Bradford en Nijmegen. Ze zoeken

actieve rol op. Deze internationale riviercommissies heb­

samen naar oplossingen om de stadscentra tegen over­

ben op het niveau van de stroomgebieddistricten een

stromingen te wapenen.

cruciale rol in het integrale waterbeleid. Zo coördineren ze de opmaak van de overkoepelende delen van de stroomgebiedbeheerplannen als aanvulling op de indivi­ duele plannen van de oeverstaten­ en gewesten. Verder neemt de VMM actief deel aan internationale projecten rond water. Een volledig overzicht van de internationale projecten waarbij de VMM betrokken is, vindt u op www.vmm.be.

De VMM organiseerde op 15 juni 2012 samen met de partners een studiedag in Brussel. Aan de hand van con­ crete voorbeelden uit binnen­ en buitenland werden een aantal deelaspecten van deze nieuwe aanpak toege­ licht zoals: •

hoe omgaan met ontwikkelingen in overstromings­

gevoelige gebieden; •

hoe bestaande woningen overstromingsresistent

maken; •

evoluties in het crisisbeheer bij overstromingen.

Meer info: www.floodresiliencity.eu

22


WEISS

SCALDWIN

Het Life+ project WEISS (Water Emissions Inventory and

Het algemeen doel van het ScaldWIN­project is bij te

Support System) ontwikkelt een instrument dat lidsta­

dragen tot een betere kwaliteit van oppervlakte­ en

ten ondersteunt bij het formuleren van maatregelen om

grondwaterlichamen in het internationale stroomge­

een goede waterkwaliteit te bereiken. Het is ook een

biedsdistrict (ISGD) van de Schelde. De VMM is project­

instrument dat de geïntegreerde rapportering van diffuse

coördinator en werkt hiervoor samen met partners uit

bronnen en puntbronnen mogelijk maakt. WEISS wordt

Frankrijk, de andere Belgische gewesten en Nederland.

als prototype voor Vlaanderen ontwikkeld. Tijdens de

Binnen het project wordt een set kostenefficiënte,

projectfase worden extra emissiedata verzameld door

innovatieve en transnationale acties ontwikkeld en uit­

de VMM. De metingen van polycyclische aromatische

gevoerd om een goede toestand van oppervlakte­ en

koolwaterstoffen in het afvalwater van RWZI’s dragen bij

grondwaterlichamen te bereiken. Door het trans­

tot de validatie van het systeem. Wetenschappelijk

nationale effect van deze acties te monitoren wordt de

onderzoek brengt twee nieuwe diffuse bronnen beter in

basis gelegd voor de ontwikkeling van een transnationaal

kaart. In 2012 werd het prototype opgeleverd aan de

opvolgingssysteem voor de maatregelenprogramma's die

VMM; het systeem zal nu nog verder verfijnd worden

in het kader van de kaderrichtlijn Water voor het

vooraleer het ter beschikking gesteld wordt aan andere

ISGD Schelde werden opgesteld.

Europese overheidsinstanties en onderzoeksinstellingen. De VMM is projectcoördinator en werkt voor dit pro­ ject samen met het Vlaams Instituut voor Technologische Ontwikkeling (VITO). Meer info: http://weiss.vmm.be/

De VMM startte in 2012 met de werken op het terrein voor een rivierherstelproject in de Marke en in de Demer en werkte mee aan een transnationale modelle­ ring van grensoverschrijdende grondwaterlagen. Verder startte ze met de voorbereiding van de tweede Internationale Scheldeweek die in maart 2013 zal plaats­ vinden. Meer info: www.scaldwin.org

Activiteitenverslag 2012 • 23


24


LUCHT

De Vlaamse Milieumaatschappij werkt aan een beter leefmilieu door de luchtkwaliteit in Vlaanderen steeds nauwkeuriger in kaart te brengen. Ze inventariseert wie wat loost met behulp van de emissie­inventaris Lucht en rapporteert daarover. Op basis van de resul­ taten geeft ze advies aan bedrijven en bur­ gers, geeft ze advies over milieuvergunningen en doet ze beleidsvoorstellen om de lucht­ kwaliteit te verbeteren.

Verdere saneringen dringen zich daar op zodat alle Vlaamse woonzones aan de Europese streefwaarden vol­ doen. De verzurende emissie, verantwoordelijk voor de zogenaamde 'zure regen', is sinds 2000 met 42 % afgeno­ men. Dit is vooral te danken aan de dalende uitstoot van zwaveldioxide. Het zijn vooral de maatregelen genomen in de sectoren van de elektriciteitscentrales, de raffina­ derijen, de industrie en gebouwenverwarming die leiden tot een reductie van de verzurende emissies. •

De totale broeikasgasemissies zijn in 2011 ten opzich­

te van 2000 met 12% gedaald. Voor de CO2­uitstoot is

VLAAMSE LUCHT MINDER VERVUILD De VMM publiceerde eind 2012 de rapporten Luchtkwaliteit in Vlaanderen 2011 en Lozingen in de lucht 2000­2011. Daaruit blijkt dat de luchtkwaliteit de laatste tien jaar verbeterde en de uitstoot van luchtver­

het moeilijk om van een echte trend te spreken, gezien de grote schommelingen van jaar tot jaar. Tegenover 2000 daalde de CO2­uitstoot in 2011 wel met 5%. De rapporten Luchtkwaliteit in Vlaanderen 2011 en Lozingen in de lucht 2000­2011 kunt u raadplegen op www.vmm.be/pub.

ontreinigende stoffen afnam. Toch wordt een derde van de Vlaamse bevolking in 2011 nog altijd te veel dagen aan hoge fijnstofconcentraties blootgesteld. In 2000 ging het wel nog om meer dan de helft van de Vlamingen. Enkele vaststellingen uit de rapporten: •

In 2011 voldeden de jaargemiddelde waarden voor fijn

stof in Vlaanderen aan de Europese doelstellingen. Ongunstige meteorologische omstandigheden zorgden ervoor dat er in vergelijking met 2010 meer overschrij­ dingen van de Europese daggrenswaarden voorkwamen. Dankzij de luchtkwaliteitsmetingen en geavanceerde berekeningsmodellen weten we dat in 2011 nog steeds een derde van de Vlaamse bevolking op te veel dagen blootgesteld werd aan te hoge fijnstofconcentraties. Niettemin gaat het wel de goede kant op, want in 2000 ging het nog om meer dan de helft van de Vlamingen. De uitstoot van primair of rechtstreeks uitgestoten fijn stof (PM10) daalde met een kwart tussen 2000 en 2011. •

De emissiereductie van de zware metalen is sterk

afhankelijk van het soort metaal. Tussen 2000 en 2011 is de uitstoot van het zware metaal Beryllium (Be) bijvoor­ beeld met 95% gedaald. Voor Cadmium (Cd) was dit 5%. Vooral rond industriële sites zoals in Genk­Zuid en

HOE ZUIVER IS DE LUCHT IN UW BUURT? ‘Waar in Vlaanderen adem ik zuivere lucht in?’ ‘Hoe gezond is de lucht in mijn buurt?’ Met het online geoloket RUP­ thema Lucht biedt de VMM meteen een antwoord op deze vragen. Op de kaart van Vlaanderen kan je in één oogopslag zien waar er te veel fijn stof en stikstofdioxide in de lucht hangt. De combinatie van het jaargemiddelde en het aantal overschrijdingen van de daggemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) enerzijds en het jaargemiddelde van de concentratie van stikstofdioxide (NO2) anderzijds geeft een goed beeld van de problemen met de luchtkwaliteit in Vlaanderen. De kaart geeft een benaderend beeld van de luchtkwali­ teit in een gemeente. Vlaanderen wordt opgedeeld in vakjes van 4 op 4 kilometer en per vakje wordt een gemiddelde waarde voor de luchtkwaliteit gegeven. Ook op http://luchtkwaliteit.vmm.be kunt u uur per uur de actuele luchtkwaliteit volgen.

Hoboken worden nog overschrijdingen van de concen­ traties van sommige zware metalen in de omgevings­ lucht vastgesteld.

Activiteitenverslag 2012 • 25


GUNSTIG 'OZONJAAR'

ONDANKS OZONPIEK

LUCHTIGE SAMENWERKING

Eind juli 2012 werd de langste en meest ernstige ozon­

Om een verdere verbetering van de luchtkwaliteit te krij­

smogepisode sinds juli 2006 gemeten. Toch was 2012

gen, zijn zowel inspanningen op lokaal vlak als op inter­

globaal een gunstig ozonjaar.

nationaal vlak nodig. Alleen zo kunnen de grenswaarden

De informatiedrempel van 180 µg/m³ werd eind juli op vier opeenvolgende dagen overschreden. De hogere alarmdrempel van 240 µg/m³ werd op één dag op twee

op alle locaties in Vlaanderen gehaald worden. De VMM werkt daarom samen met verschillende partners uit bin­ nen­ en buitenland.

meetplaatsen overschreden. Nochtans waren de tempe­

De VMM voert samen met of in opdracht van andere

raturen tijdens deze periode niet extreem hoog.

partijen luchtkwaliteitsmetingen uit. Zo heeft de VMM

Ondanks de piek in juli was 2012 een zeer gunstig ozon­ jaar. Het aantal dagen waarop het 8­uursgemiddelde van 120 µg/m³ werd overschreden, was het laagste in 10 jaar. Om de Europese langetermijndoelstelling voor de bescherming van de volksgezondheid te halen, mogen

samenwerkingsovereenkomsten met het Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen, de gemeente Beveren, de Belgische petroleumraffinaderijen, Electrabel, EON, SPE, T­power, Evonik Degussa Antwerpen en BP Chembel Geel.

dergelijke overschrijdingen zich wel niet meer voordoen.

De VMM participeert in de Intergewestelijke Cel voor

De verdere afbouw van de uitstoot van stikstofoxiden

het Leefmilieu (IRCEL), een samenwerkingsovereen­

(NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) blijft dus

komst tussen het Brusselse, het Vlaamse en het Waalse

noodzakelijk om de volksgezondheid te beschermen

Gewest inzake het toezicht op emissies in de lucht en

tegen de schadelijke effecten van ozon.

het voorspellen van ozon­ of smogepisodes.

In het Europese project Joaquin (Joint Air Quality Initiative) test de VMM samen met 13 partners uit België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk beleids­ maatregelen tegen luchtverontreiniging op hun efficiën­ tie. Binnen dit Europese project investeert de VMM ook in meetapparatuur voor ultrafijn stof (UFP) omdat er steeds meer aanwijzingen zijn dat net deze ultrafijne deeltjes belangrijke gezondheidsschade kunnen veroor­ zaken. Daarnaast bestudeert het project de manier waarop je met stakeholders, belangengroepen en het grote publiek het beste over luchtverontreiniging kunt communiceren. De VMM coördineert dit project, dat meegefinancierd wordt door Interreg IVB NWE. http://joaquin.eu

26


ADVISEREN MILIEUVERGUNNINGEN De VMM verleent ook voor het aspect lucht advies voor Eind november 2012 werden de resultaten van het project

milieuvergunningsaanvragen van bedrijven. Met haar

AEROPA, een grensoverschrijdend onderzoek naar lucht­

advies streeft de VMM naar een minimale belasting van

verontreiniging door dioxines en PCB's in de grensstreek

het milieu. In 2012 gaf ze advies voor 355 milieuvergun­

rond Menen, voorgesteld. De studie werd uitgevoerd

ningsaanvragen en 4 screenings in het kader van een

door de VMM samen met twee Franse partnerorganisa­

Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP).

ties in het kader van het Europese Interreg IV­A­pro­ gramma. De Vlaams­Franse grensregio rond Menen kampt al jaren met hoge dioxine­ en pcb­waarden. Bovendien bevatte de melk van koeien uit het Franse grensdorpje Bousbecque onlangs te veel pcb’s. Het project AEROPA heeft als doel de bron(nen) van dioxine­ en PCB­veront­ reiniging op een grensoverschrijdende manier aan te pakken. Tijdens de meetcampagne tussen juli 2011 en juli 2012 stelden de onderzoekers verhoogde deposities van dioxines en pcb’s vast. De verontreiniging beperkt zich tot bepaalde zones in de gemeenten Menen, Halluin en Bousbecque. In Menen en Halluin is de bron van pcb’s hoogstwaarschijnlijk een Belgisch­Frans schrootverwer­ kend bedrijf. Ook in Bousbecque werden verhoogde waarden van dioxines en pcb’s vastgesteld, maar daar kon de bron nog niet geïdentificeerd worden. Zowel Vlaanderen als Frankrijk legde het schrootverwerkende bedrijf in de Vlaams­Franse industriezone al maatregelen op die de verspreiding van stof met pcb’s moeten beper­ ken. Beide regio’s volgen de situatie van nabij op. Een doorgedreven aanpak van de bronnen moet leiden tot een daling van de dioxine­ en PCB­vervuiling in de grens­ streek, met vervolgens een positieve impact op de voedselkwaliteit. Dit zal finaal leiden tot een daling van de dioxine­ en PCB­opname door de mens.

Activiteitenverslag 2012 • 27


28


MILIEURAPPORTERING

De Vlaamse Milieumaatschappij stelt het Milieurapport Vlaanderen (MIRA) op. MIRA beschrijft, analyseert en evalueert de toe­ stand van het Vlaamse leefmilieu, bespreekt het gevoerde milieubeleid en blikt vooruit op mogelijke milieuontwikkelingen. Jaarlijks worden met de meest actuele milieukennis het indicatorrapport en indicatoren op de website geactua­ liseerd. Daarnaast maakt MIRA nog topicrapporten en toekomstverkenningen. In 2012 werd het eerste topic­ rapport gepubliceerd over het landbouw­ en voedings­ systeem. Onderzoeksrapporten zijn de weerslag van wetenschappelijke studies over hiaten in de milieuken­ nis. In 2012 werden een 8­tal onderzoeksrapporten gepu­

•

Metingen wijzen op heel wat positieve evoluties

voor bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater, maar er duiken wel nieuwe probleemstoffen op. •

De stijging met 9 % in 2010 doorbreekt de dalende

trend van de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen. •

Ondanks de daling van de emissie van zwaveldioxide

(SO2) haalde Vlaanderen de doelstelling 2010 voor verzu­ rende emissie net niet. Vooral de emissie van stikstofoxi­ de (NOX) blijft problematisch. •

De neerslag in België neemt toe, met nattere winters

met meer neerslagdagen en minder maar meer intense buien in de zomer. Het is wetenschappelijk aangetoond dat menselijke activiteiten bijdragen aan de klimaat­

bliceerd en een 6­tal nieuwe onderzoeksprojecten in het

verandering.

kader van deze milieurapportering gestart. Een overzicht

•

en een toelichting van alle MIRA­rapporten en de meest

waterwaterstoffen (PAK’s) is in stijgende lijn door het

actuele indicatoren vindt u op www.milieurapport.be.

toenemende dieselgebruik, de gebouwenverwarming op

De uitstoot van polycyclische aromatische kool­

hout en het verbranden van afval in open vuren.

MIRA­ INDICATORRAPPORT 2011 MIRA publiceerde op 22 maart 2012, Wereldwaterdag, een nieuwe editie van het MIRA Indicatorrapport. Het biedt een selectie van een 100­tal milieu­indicatoren, gerangschikt volgens de milieuverstoringsketen. Indicatoren maken de vooruitgang in een milieupro­ bleem zichtbaar en tonen waar bijkomende inspannin­ gen nodig zijn. Een kleine greep uit de indicatoren: •

Het laatste decennium is het waterverbruik in

Vlaanderen gedaald met 10 %. •

Vlaanderen haalde tijdig de doelstellingen 2010 voor

de jaargemiddelde concentratie van fijnstofdeeltjes in de lucht (PM10 en PM2,5). •

MILIEUDATA À LA CARTE Heel wat basisdata die MIRA gebruikt voor de samen­ stelling van de indicatoren is voortaan beschikbaar in een webtoepassing waarin je zelf kunt aangeven welke gegevens je wil zien en eventueel verder wilt gebruiken. Via de Dynamische Kernset Milieudata kun je zelf data­ reeksen samenstellen over emissies naar lucht, lozingen naar oppervlaktewater, waterverbruik, afvalproductie ... De cijfers zijn beschikbaar voor Vlaanderen, maar kun­ nen ook verder ingedeeld worden naar sectoren (bv. huishoudens, transport), deelsectoren en activiteiten. De resultaten kunnen worden gedownload in verschillende formaten (excel, jpg, png). Met deze interactieve tool wil de VMM de transparantie en de bruikbaarheid van milieudata verder verbeteren.

Meer dan twee derde van het huishoudelijk afval

gaat naar materiaalrecuperatie.

Activiteitenverslag 2012 • 29


INDEX VOOR DUURZAME ECONOMISCHE WELVAART VOOR VLAANDEREN In opdracht van MIRA berekende de Hogeschool Gent de Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW, Index of Sustainable Economic Welfare) voor Vlaanderen. De ISEW laat beleidsmakers toe om een efficiënter beleid uit te stippelen dat het algemene wel­ zijn op een duurzame manier verhoogt. De Index voor Duurzame Economische Welvaart werd ontwikkeld naar aanleiding van kritiek op het bruto bin­ nenlands product als welvaartsindicator. De ISEW geeft een beter beeld van de werkelijke economische welvaart en sluit ook beter aan bij de perceptie van welvaart door de bevolking.

procent. De ISEW nam tot het jaar 2000 nog toe om nadien sterk terug te vallen. Tussen 2000 en 2005 daalde de ISEW/capita met iets meer dan 50 % of ongeveer 15 % op jaarbasis. Tussen 2005 en 2009 herstelde de ISEW zich. De sterke daling van de ISEW tussen 2000 en 2005 werd veroorzaakt door een verslechtering van de netto internationale investeringspositie van België, die werd doorgerekend naar Vlaanderen, en een toename van de inkomensongelijkheid in Vlaanderen. De toename van de milieukosten, meer bepaald van de klimaatverandering en het gebruik van niet­hernieuwbare energiebronnen, droeg ook bij tot de daling van de ISEW in Vlaanderen, zij het in mindere mate. Tussen 2006 en 2009 lag de ver­ betering van de netto internationale investeringspositie van België aan de basis van het herstel van de ISEW voor Vlaanderen. Daarnaast valt ook de vertraagde toename van de kosten van de uitputting van het natuurlijk kapi­

Tussen 1990 en 2009 is het verschil tussen het BBP

taal op. Het gebruik van niet­hernieuwbare energiebron­

Vlaanderen per capita en de ISEW per capita voor

nen binnen de Vlaamse economie neemt stelselmatig af

Vlaanderen toegenomen. Terwijl het BBP/capita in de

sinds 2005.

bestudeerde periode gestaag steeg (+34 procent), toon­ de de ISEW/capita een ander verloop.

30

Over de hele periode daalde de ISEW gemiddeld met 10


LANDBOUW EN VOEDING ONDER DRUK MIRA en de Afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij brachten in hun topicrapport Transitie naar een duurzaam landbouw­ en voedingssysteem in Vlaanderen: een systeemanalyse de toenemende druk op ons landbouw­ en voedingssys­ teem in kaart. Een groeiende wereldbevolking, schaarse­ re hulpbronnen en klimaatverandering zorgen voor druk op de landbouw. Ondertussen is er een toename van voedingsgerelateerde ziekten en vinden landbouwbe­ drijven moeilijk opvolging. Het topicrapport nam de organisatie van onze voedselproductie en ­consumptie van grond tot mond kritisch onder de loep. Het huidige landbouw­ en voedingssysteem bezorgt ons elke dag een uitgebreid en gevarieerd aanbod aan voe­ ding van hoge kwaliteit aan een lage prijs. Dit model loopt echter tegen zijn grenzen aan. Kenmerkend voor dit landbouwproductiemodel is bijvoorbeeld de grote afhankelijkheid van externe natuurlijke hulpbronnen zoals fossiele brandstoffen, water, nutriënten en eiwit­ ten voor dierlijke productie. Deze aanpak heeft gezorgd voor een hoge productiviteit, maar maakt het systeem ook kwetsbaar nu de vraag naar deze hulpbronnen explosief toeneemt. Een ander kenmerk van het systeem is het grote aantal sterk gespecialiseerde schakels in de productieketen. Dit zorgt wel voor een hoge efficiëntie, maar verkleint de betrokkenheid van consumenten bij de voedselproducenten en het productieproces. Het rapport stopt niet bij een analyse van de problemen, maar beschrijft ook een reeks innovaties, gebundeld in vier categorieën: stadslandbouw, biologische landbouw, anders eten en nieuwe productieparadigma's. Deze inno­ vaties kunnen helpen om de vastgestelde problemen aan te pakken, en bieden inspiratie om het landbouw­ en voedingssysteem duurzamer te maken.

Activiteitenverslag 2012 • 31


32


VOER VOOR NIEUWSGIERIGEN

De Vlaamse Milieumaatschappij is door haar opdrachten en de expertise van haar mede­ werkers uitgegroeid tot een echt ‘kenniscen­ trum’. Die kennis van de organisatie wil ze verder ontwikkelen, beheren en vooral ook verspreiden. Dat doet ze met talrijke infor­ matie­ en communicatie­initiatieven die ze afstemt op maat van de belanghebbenden en klanten. Ze draagt haar expertise ook uit naar het buitenland.

EVENTS EN

CAMPAGNES

De VMM organiseerde in 2012 weer tal van events, stu­ diedagen en beurzen of nam eraan deel. Een greep uit de activiteiten: Batibouw, IFEST, VLARIO­dag, de inhuldiging van een nieuwe vistrap in Nevele en Rotselaar, de Waterbeurs in Sint­Gillis­Waas, de wandeling Verborgen Moois in de Jekervallei in Lauw (waar de VMM een gecontroleerd overstromingsgebied aanlegde), het publieksevenement ‘Wild Vlaanderen’ in het domein

PUBLICATIES:

RAPPORTEN, BROCHURES,

NIEUWSBRIEVEN,

VERREKIJKER

In 2012 publiceerde de VMM opnieuw tal van uitgaven. Maar liefst 31 rapporten en publicaties uit 2012 vindt u op www.vmm.be/publicaties. Zo werd de publicatie Waterwegwijzer bouwen en verbouwen vernieuwd naar aanleiding van nieuwe inzichten en wetgeving, o.a. het Waterverkoopreglement dat sinds 1 juli 2011 van kracht is. Bij elke nieuwbouwwoning, grondige verbouwing of bij de (her)aanleg van de riolering wordt bijvoorbeeld de huisaansluiting van het afvalwater en het regenwater op de riolering gekeurd. De 4 elektronische VMM­nieuws­ brieven uit 2012 (nr. 19 t.e.m. 22), vindt u op www.vmm.be/nieuwsbrief. De 4 algemene nieuwsbrie­

Kiewit in Hasselt, de Gezinsdag in het Nieuwenhovebos in Oostkamp, het event Open Huis op de Abdijsite, het folkfestival in Dranouter ... Daarnaast organiseerde de VMM studiedagen of infoses­ sies voor specifieke belanghebbenden: een studiedag over de toepassing van drukriolering voor gemeenten en rioolbeheerders, een gezamenlijke informatiecampagne met Aquafin over bronbemalingen gericht naar studie­ bureaus, architecten en aannemers, infosessies over de gewijzigde regelgeving voor het nieuwe badseizoen 2012 voor gemeenten en beheerders van een zwemvijver of recreatievijver in samenwerking met het Agentschap Zorg en Gezondheid, het interactief leertraject RIO­ leren voor rioolbeheerders, provinciale infosessies voor de sociale sector over de campagne 'Goed geregeld = geld gespaard' die mensen in armoede wegwijs maakt in hun rechten en plichten rond kraantjeswater …

ven en 11 bekkenspecifieke nieuwsbrieven van de CIW

Wie op de hoogte wil blijven van de studiedagen en eve­

vind je op www.integraalwaterbeleid.be, de 8 MIRA­

nementen

onderzoeksrapporten en het MIRA Indicatorrapport 2011

www.vmm.be/evenementen.

van

de

VMM,

kan

terecht

op

op www.milieurapport.be. De 2 edities van het publieksmagazine Verrekijker vindt u op www.vmm.be/verrekijker. Persinformatie uit 2012 ten slotte vindt u op www.vmm.be/over­vmm/persinformatie.

Activiteitenverslag 2012 • 33


INFOLOKET

ONLINE

Wie een vraag over de opdrachten of de werking van de

Ook op het internet bleef de VMM in 2012 actief.

VMM heeft, kan terecht bij de Vlaamse Infolijn op het

Niet alleen de website www.vmm.be kon op veel

gratis nummer 1700 of bij het Infoloket via e­mail

bezoekers rekenen – zo’n 11% meer dan in 2011, ook

info@vmm.be.

www.overstromingsvoorspeller.be en www.luchtkwaliteit.be

Wie een vraag over een specifiek dossier van bijvoor­ beeld heffingen of adviesverlening milieuvergunningen of watertoets heeft, kan de contactgegevens vinden op www.vmm.be/over­vmm/contact. Het Infoloket beantwoordde 5.724 vragen in 2012: 4.880 eerstelijnsvragen en 844 tweedelijnsvragen.

werden vaak geraadpleegd. De website www.zwemwaterkwaliteit.be werd, in samen­

werking met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid,

volledig vernieuwd. De VMM maakt heel wat gegevens uit haar milieudata­

bank toegankelijk via interactieve rapporten of via een

geografische toepassing. Zo kun je via het geoloket RUP

­ thema Lucht de luchtkwaliteit in je buurt opzoeken, via het geoloket Waterkwaliteit de kwaliteit van de waterlo­ pen in je buurt ontdekken of via het geoloket Zoneringsplannen controleren in welke zuiveringszone je woning ligt. Via de webtool 'Dynamische Kernset Milieudata' op www.milieurapport.be kun je de basisdata over de milieudruk (energiegebruik, emissies naar lucht, lozingen in afvalwater, afval, watergebruik ...) die MIRA voor de samenstelling van haar indicatoren gebruikt à la carte opvragen.

KLARE TAAL OVER KRAANTJESWATER In oktober 2012 lanceerde de VMM een informatiecampagne 'Goed geregeld = geld gespaard' die mensen in armoede wegwijs maakt in hun rechten en plichten rond kraantjeswater. De campagne kwam tot stand in nauwe samenwerking met ervaringsdeskundigen, hulpverleners, OCMW's en armoedeverenigingen. De VMM organiseerde hierover 4 infosessies voor de sociale sector. De belangrijkste rechten en plichten rond kraantjeswater staan helder op de campagnewebsite www.vmm.be/waterloket. Een brochure geeft in eenvou­ dige taal een antwoord op veel gestelde vragen rond watergebruik.

34


EXPORT VAN EXPERTISE

KLACHTEN­ MANAGEMENT

Het milieu stopt niet aan de grens. De VMM werkt daar­

De VMM beschouwt klachten als kansen om haar dienst­

om samen op nationaal en internationaal niveau, in

verlening te verbeteren. Belanghebbenden kunnen met

Europa en daarbuiten. Ook uitwisseling van kennis en

hun klacht in de eerste plaats terecht bij het VMM­

expertise draagt de VMM hoog in het vaandel. Zo treden

Infoloket of bij de betrokken VMM­dienst. Wanneer ze

VMM­medewerkers op als ‘trekker’ bij de totstandko­

daar niet verder geholpen kunnen worden, kunnen ze

ming van Europese richtlijnen over water en lucht. Vaak

contact opnemen met de klachtencoördinator van de

zijn VMM’ers te gast als expert op internationale sympo­

VMM. Die start een onafhankelijk onderzoek en zoekt

sia. Of de VMM organiseert uitwisselingen en evene­

een oplossing. Hoe een klacht ingediend moet worden,

menten met buitenlandse zusterinstellingen.

wordt duidelijk uitgelegd op de VMM­website. Door

Zo organiseerde de VMM in februari 2012 een oplei­ dingsweek voor 5 Malinese waterexperten, waarin de aandacht ging naar het beheer van een rioolsysteem en de opbouw van een masterplan voor waterzuivering

verschillende klachten bij één coördinator samen te brengen, krijgt die een goed beeld over knelpunten en kan hij daarmee aanbevelingen doen aan de verschillen­ de diensten van de VMM.

voor de toekomst. Binnen het kader van het Vlaamse

Uit de klachtenrapportering 2012 blijkt dat de VMM maar

Partnerschap Water voor Ontwikkeling verleende de

10 klachten ontving. 9 daarvan werden binnen de 45

VMM samen met PROTOS vzw en AWW (Antwerpse

dagen behandeld. 5 klachten bleken onontvankelijk. Van

Waterwerken) haar expertise aan een waterproject in de

de ontvankelijke klachten bleken er 2 ongegrond. De

regio van de Malinese hoofdstad Bamako.

meeste klachten hadden te maken met de heffing voor

Verder had de VMM in september 2012 Nadeshda Stepanova, professor Toegepaste Ecologie en Ecotoxicologie aan de universiteit van Kazan in Rusland, te gast. Ze wou alles weten over het waterbodemmeet­ net en meer bepaald over het sedimentmeetnet van de VMM. Ze trok mee het veld in en de boot op om sta­ len te nemen. Ze werd opgeleid in het bepalen van de biotische waterbodemindex, het uitvoeren van ecotoxi­

de eigen waterwinning. Meestal ging het over het niet­ meedelen door de heffingsplichtige van het buiten gebruik stellen van de eigen waterwinning (bijvoorbeeld winning al in gebruik vóór 2010, gestopt in 2008, maar vergeten aan te geven of bezwaar in te dienen) of een verwarring met de gemeentelijke saneringsvergoeding aangerekend op de integrale waterfactuur van de drink­ watermaatschappij.

cologische testen en de bepaling van fysicochemische

De volledige klachtenrapportage 2012 vindt u op

resultaten. Ze kreeg uitleg over het waterbodemmeet­

www.vmm.be.

net, de routinematige monitoring van een 320­tal meet­ plaatsen in Vlaanderen, de ruimingsmeetnetten en het meetnet rond de zwevende stofdeeltjes. Die kennis wil ze nu toepassen in Rusland.

Activiteitenverslag 2012 • 35


36


DE INTERNE KEUKEN

De Vlaamse Milieumaatschappij is een agentschap met een duidelijke missie en visie en een warm hart voor het leefmilieu in Vlaanderen, nu en in de toekomst. Haar motto luidt dan ook ‘Voor het milieu van morgen’. Om haar ambitieuze doelstellingen te bereiken, voert de VMM een modern personeelsbeleid en bouwt ze een goede organisatiestructuur en infrastructuur uit. Zo zet de VMM de competenties en de kennis van de ruim 1.000 medewerkers optimaal in.

ORGANOGRAM ADMINISTRATEUR­GENERAAL Frank Van Sevencoten

DIENST STRATEGISCHE PLANNING Greta Timmermans

ALGEMEEN DIRECTEUR Dirk Waegeman

DIENST REGULERINGSINSTANTIE Ellen Wailly

DIENST STROOMGEBIEDBEHEER Veronique Van Den Langenbergh

FRANK DELAERE vertegenwoordigt de personeelsleden ter beschikking gesteld van nv Aquafin

DIENST SECRETARIAAT COÖRDINATIECOMMISSIE INTEGRAAL WATERBELEID Lieve De Roeck

AFDELING RAPPORTERING WATER Rudy Cautaerts

AFDELING LUCHT, MILIEU EN COMMUNICATIE Philippe D’Hondt

AFDELING ECOLOGISCH TOEZICHT Dirk Waegeman

AFDELING ECONOMISCH TOEZICHT Hilde Soetaert

AFDELING OPERATIONEEL WATERBEHEER Barbara Vael

AFDELING ALGEMENE ZAKEN Michelinne Van Den Langenbergh

AFDELING KENNISBEHEER Eric Vreye

DIENST MEETNET OPPERVLAKTE­ WATER Martin Verdievel

DIENST LUCHT Edward Roekens

DIENST MILIEU­ VERGUNNINGEN Anja Van Geyt

DIENST HEFFINGEN Pieter D’Hondt

DIENST BEHEER ONBEVAARBARE WATERLOPEN Koen Martens

DIENST PERSONEEL Patrick De Prins

DIENST INFORMATICA Vera De Saedeleer

DIENST MEETNET AFVALWATER Greet Vos

DIENST MILIEU­ RAPPORTERING Marleen Van Steertegem

DIENSTUITBOUWEN BEHEER SANERINGS­ INFRASTRUCTUUR

DIENST ECONOMISCH TOEZICHT Stefan Kestens

DIENST LOKAAL WATERBEHEER Kris Van den Belt

DIENST MIDDELEN Krista Van Malder

DIENST LABORATORIUM Sofie Cattoir

DIENST INTERNATIONAAL MILIEUBELEID Steven Vinckier

DIENST GEGEVENS­ BEHEER SANERINGS­ INFRASTRUCTUUR

DIENST GRONDWATER­ BEHEER Didier D’hont

DIENST JURIDISCHE ZAKEN Ann Carette

DIENST STURING EN RAPPORTERING WATER Wim Gabriëls

DIENST EXTERNE COMMUNICATIE Katrien Smet

DIENST HOOGWATER­ BEHEER Kris Cauwenberghs

DIENST INTERNE COMMUNICATIE Kathleen Vancaester

Ingeborg Barrez

Koen De Witte DIENST ECOLOGISCH TOEZICHT Steven Van Den Broeck

DIENST INVESTERINGEN EN RENOVATIES

Ivo Terrens

BUITENDIENST IJZER, LEIE EN BRUGSE POLDERS Kathleen Vanmaele

BUITENDIENST BOVENSCHELDE, GENTSE KANALEN EN DENDER

Marc Van Verre

BUITENDIENST DEMER, DIJLE EN MAAS Filip Raymaeckers

BUITENDIENST NETE EN BENEDENSCHELDE Marc Florus

Situatie op 1 maart 2013

Activiteitenverslag 2012 • 37


MENSELIJK KAPITAAL

De VMM biedt haar medewerkers tijd en ruimte om zich

De kracht van de VMM schuilt in haar medewerkers. De

gen ze de kans een gezond evenwicht tussen werk­ en

VMM legt als intern verzelfstandigd agentschap eigen

privéleven te vinden. De tevredenheid van de VMM­

accenten in haar personeelsbeleid. De VMM selecteert

medewerkers is dan ook groot.

en werft zelf haar medewerkers, stemt haar vormings­ programma af op de behoeften van de organisatie en van haar personeelsleden en stuurt de plannings­ en eva­ luatiecyclus bij in functie van nieuwe ontwikkelingen.

te ontplooien en opleidingen te volgen. Bovendien krij­

Op 31 december 2012 werkten 1.024 personeelsleden bij de VMM. Dat is het aantal personeelsleden dat met de VMM door een arbeidsovereenkomst of statuut is ver­ bonden. Ieder personeelslid telt als een eenheid, onge­

Bovendien zorgt de VMM ervoor dat expertise niet ver­

acht of deze aan­ of afwezig is, voltijds of deeltijds

loren gaat als een collega weggaat of van functie veran­

werkt, bezoldigd of onbezoldigd. Van die 1.024 perso­

dert. De VMM ontwikkelde een aantal instrumenten om

neelsleden zijn er 82 ter beschikking gesteld van Aquafin

de kennisoverdracht tussen het personeelslid dat ver­

waar ze meewerken aan de exploitatie van de zuiverings­

trekt (de 'senior') en zijn of haar (toekomstige) collega's

infrastructuur. De VMM telt 842 statutaire personeelsle­

(de 'junior(s)') te verzekeren.

den en 182 contractuelen, 431 vrouwen en 593 mannen. Het cijfer van de voltijdse equivalenten is een nauwkeu­ riger indicator van het beschikbare personeelsbestand.

38


Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal

Geslacht Man

Vrouw

1.024

593

431

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE)

905,6

550,0

355,6

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE)

716,4

435,9

280,5

Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal

Statuut Statutair (incl stagiairs)

Contractueel

1.024

842

182

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE)

905,6

749,6

156,0

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE)

716,4

591,9

124,5

Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal

Leeftijdscategorieën <= 34 j

35­44 j

45­54 j

>= 55 j

1.024

220

282

334

188

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE)

905,6

211,1

245,9

286,5

162,1

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE)

716,4

174,7

196,6

227,2

117,9

Personeelsleden

Totaal

Personeelsaantal

Kwalificatie (niveau) A

B

C

D

1.024

344

153

219

308

Personeelsbeschikbaarheid * (in bruto VTE)

905,6

306,3

134,2

191,9

273,2

Personeelsaanwezigheid ** (in netto VTE)

716,4

249,9

107,7

151,4

207,4

Situatie op 31 december 2012 *

De personeelsbeschikbaarheid geeft weer hoeveel VTE (voltijds equivalent) er beschikbaar zijn in een organisatie. De eenheid hier is ‘bruto VTE’: de verhouding van het aantal betaalde werkdagen ten opzichte van het aantal dagen dat een voltijds personeelslid per jaar moet werken.

** De personeelsaanwezigheid geeft weer hoeveel de personeelsleden van een entiteit werkelijk op de werkvloer aanwezig waren (in het volledige, voorbije jaar). Dat kengetal wordt berekend in werkdagen en nadien omgezet naar ‘voltijdse equivalenten’ (nl. netto VTE).

Activiteitenverslag 2012 • 39


AANTREKKELIJKE WERKGEVER

SAMEN ONDER ÉÉN DAK

De VMM behaalt de vierde plaats als meest aantrekkelij­

De buitendienst Bovenschelde, Gentse Kanalen en

ke werkgever in de publieke sector in België. Bovendien

Dender en het laboratorium van de VMM opereerden

staat de VMM nog altijd in de top tien als de werkgevers

tot augustus 2012 vanuit vier verschillende locaties in

van de privésector en de publieke sector samen worden

Gent.

vergeleken. Dat blijkt uit Randstad Award 2013, de

Sindsdien huizen alle medewerkers van de vijf afdelingen

enquête die Randstad bij 14.000 respondenten voerde

en elf diensten samen in een nieuw en duurzaam

om uit te vissen wie het sterkst scoort op vlak van repu­

gebouw. De fysieke centralisatie in één gebouw maakt

tatie en imago. De Vlaamse Overheid als geheel behaal­

het makkelijker om over de afdelingen en diensten

de de eerste plaats. De VMM werd apart beoordeeld

samen te werken. Dat komt de efficiëntie ten goede.

omdat we meer dan duizend medewerkers tellen. Deze award is een bekroning voor het HR­beleid van de Vlaamse overheid én voor iedere collega die de Vlaamse overheid elke dag vertegenwoordigt. De helft van degenen die de Vlaamse overheid kennen, zouden er graag tot heel graag werken. Deze trend is ook bij de VMM zichtbaar: ondanks weinig publiciteit krijgen we voor elke vacature gemiddeld tien kandidaten over de vloer. Uiteraard zullen de sterke arbeidsomstan­ digheden en ­voorwaarden in tijden van crisis meespe­ len. Maar veel kandidaten willen graag meewerken aan de uitdagingen van de VMM. Ook wie al bij de VMM werkt, vindt werken aan een beter leefmilieu enorm motiverend. Milieusparend gedrag bepaalt sterk de iden­ titeit van onze maatschappij.

TOT UW DIENST Voor de uitvoering van de vele taken en opdrachten van de VMM zijn de interne diensten op het vlak van kennis­ beheer, organisatie­ en procesbeheer, juridische advise­ ring, financieel beheer en facility management, perso­ neelsbeheer, ICT en interne communicatie onontbeer­ lijk. Kwaliteitszorg en klantentevredenheid zijn de pijlers van deze diensten. Daarnaast streven ze naar een effi­ ciënt beheer van de middelen en een maximale toepas­ sing van de principes van interne milieuzorg.

40

Het nieuwe adres is: Vlaamse Milieumaatschappij Buitendienst Bovenschelde, Gentse Kanalen en Dender Raymonde de Larochelaan 1 9051 Sint­Denijs­Westrem De VMM opereert vanuit verschillende vestigingen in alle Vlaamse provincies. Een overzicht van de adressen en de contactgegevens vindt u op www.vmm.be.


VMM’ERS GEVEN

HET VOORBEELD

De VMM is al jaren actief rond interne milieuzorg. Als

Frank Van Sevencoten, administrateur­generaal van de

overheidsinstelling wil de VMM een duidelijke voor­

VMM, beet de spits af. Drie andere boegbeelden van de

beeldfunctie in interne milieuzorg vervullen. Dat engage­

VMM waren het gezicht voor de thema’s ‘anders mobiel’,

ment wil de VMM extra in de verf zetten door in 2013

‘duurzame voeding’ en ‘minder afval’. Tientallen VMM­

voor de vestigingen in aalst een EMAS­certificaat te

medewerkers antwoordden volmondig ‘ja’ en lieten zich

behalen. Daarbij ligt de focus op de continue verbete­

inspireren door eenvoudige en haalbare tips.

ring van de milieuprestaties door de invoering van een milieuzorgsysteem, door interne audits en de publicatie van een milieujaarverslag. Het is belangrijk dat alle mede­ werkers hieraan participeren. Met de postercampagne ‘De WIL is er, ook bij jou?’ roept de VMM haar medewer­ kers op om als milieuambassadeur zelf de daad bij het woord te voegen. De WIL refereert naar de werkgroep Intern Leefmilieu die via sensibiliseringsacties en concre­ te activiteiten werk maakt van interne milieuzorg bij de

De VMM blijft een voorloper inzake groene ICT. Zo werkt ze in een 'virtuele omgeving' waardoor haar per­ soneelsleden bijzondere energiezuinige 'thin clients' kun­ nen gebruiken. Dat zijn in feite gestripte computers die toepassingen gebruiken vanop een centrale server. 412 collega’s schakelden in 2012 over op het gebruik van een thin client waardoor de VMM heel wat energie én geld bespaart.

VMM.

Activiteitenverslag 2012 • 41


CIJFERS OVER CENTEN

REKENINGEN 2012

De totale ontvangsten aangerekend op de begroting van

Bij decreet van 7 mei 2004 (BS 11 juni 2004), in werking

miljoen euro. De aangerekende uitgaven belopen 187,018

getreden door een besluit van de Vlaamse Regering van

miljoen euro. Dit resulteert in een positief begrotingssal­

31 maart 2006, ontstond op 1 april 2006 de nieuwe

do van 38,551 miljoen euro op 31 december 2012.

rechtspersoon IVA VMM, rechtsopvolger van de VOI

De totale uitgaven en ontvangsten zijn in 2012 gedaald

VMM en van de vroegere afdeling Water van het depar­

tegenover 2011 en 2010. Dit is het gevolg van de belang­

tement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie

rijke verkooptransacties van rioolwaterzuiveringsinstalla­

van de Vlaamse Gemeenschap.

ties aan Aquafin voor 139,964 miljoen euro in 2011 en

Het IVA VMM is onderworpen aan het Rekendecreet dat

143,563 miljoen euro in 2010. In 2012 werden 2 installaties

afgekondigd werd door de Vlaamse Regering op 8 juli

verkocht voor een totaal bedrag van 57,923 miljoen euro.

2011 en in werking trad op 1 januari 2012. In uitvoering van

Deze ontvangsten zijn integraal doorgestort aan het

het Rekendecreet werd op 14 oktober 2011 het besluit

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

van de Vlaamse Regering betreffende de begroting en

Het gecumuleerd begrotingssaldo bedraagt 38,551 mil­

de boekhouding van de Vlaamse Rechtspersonen goed­

joen euro, wat een sterke stijging ten opzichte van 2011

gekeurd. Dit verplicht het agentschap jaarlijks volgende

(9,017 miljoen euro) is. Deze stijging met 29,534 miljoen

rekeningen voor te leggen:

euro is in hoofdzaak te verklaren door overflow.

• de balans op 31 december;

Overflow zijn extra ontvangsten die toegekend werden

• de resultatenrekening, opgesteld op basis van de

om de uitgavenstijging op te vangen of extra aangere­

kosten en de opbrengsten van het afgelopen boek­

kende ontvangsten ingevolge de gewijzigde aanreke­

jaar;

ningsregels van het Rekendecreet. Zo verplicht het

• de rapportering over de uitvoering van de begroting,

Rekendecreet om de investeringsdotaties niet langer op

opgesteld in dezelfde vorm als de begroting;

kasbasis als ontvangst te boeken, maar voor het volledi­

• een rapportering die de aansluiting tussen de jaar­

ge dotatiebedrag in de uitvoeringsrekening van het jaar

rekening en de uitvoering van de begroting bevat;

zelf op te nemen. Doordat de VMM nog een hoog

• een toelichting bij de balans, de resultatenrekening

bedrag aan vorderingen voor investeringsdotaties 2011

en de rapportering over de begroting. De balans en de resultatenrekening zijn integraal opge­ nomen. De uitvoeringsrekening van de begroting op 31 december 2012 is beknopt weergegeven.

UITVOERINGSREKENING BEGROTING De VMM verwerft haar middelen grotendeels via de dotaties voorzien op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap (programma’s LC en GD) en via de dotaties op de Minafondsbegroting. Door de overheveling van de afdeling Water naar de VMM op 1 april 2006 zijn er een aantal dotaties voor operationeel beheer van watersystemen bijgekomen. Het bedrag van de bestaande algemene werkings­ en investeringsdotaties is eveneens beduidend toegeno­ men.

42

de VMM voor het begrotingsjaar 2012 bedragen 225,569

en voorgaande jaren had uitstaan op 1 januari 2012, moesten deze in de begroting 2012 allemaal als ontvang­ sten worden aangerekend. De overflow voor de investe­ ringstoelagen bedraagt 26,816 miljoen euro, wat op zich alleen bijna de volledige stijging van het begrotingssaldo verklaart. Daarnaast werden de over te dragen kosten per 31 december 2011 (0,332 miljoen euro) als negatieve overflow gerapporteerd. Het aandeel van de totale overflow in het begrotingssaldo 2012 bedraagt 25,985 miljoen euro. Het positief gecumuleerd begrotingssaldo van 38,551 miljoen euro op 31 december 2012 is samengesteld als volgt: 1) een positief saldo op de werkingsmiddelen van 1,310 miljoen euro. Dit saldo is gerealiseerd op de algemene werkingsdotatie LB0 LC138 4141. Dit komt omdat deze dotatie volledig uitbetaald wordt, ongeacht de uitvoe­ ringsgraad. Dit gebeurt in periodieke schijven op basis Activiteitenverslag 2012 • 42


van het dotatiebesluit. Alle andere werkingsdotaties

voor operationeel waterbeheer, en een overschot van

worden door de VMM geprefinancierd en teruggevor­

0,311 miljoen euro op de specifieke investeringsdotatie

derd aan de hand van bewezen uitgaven.

voor polders en wateringen LB0 LC190 6142. Doordat het

2) een overschot van 3,105 miljoen euro op de investe­ ringsdotatie LB0 LC147 6141 voor de investeringen in meetnetten en in de milieudatabank (deze dotatie werd bij de begrotingscontrole 2011 geïntegreerd in de algeme­ ne investeringsdotatie LB0 LC185 9999/LB0 LC186 6141), een overschot van 6,961 miljoen euro op de investerings­ dotatie LB0 LC186 6141 voor duurzame roerende en

BVR van 21 mei 1997 tot en met 2011 verplichtte om de investeringstoelagen op kasbasis als opbrengst in de begroting te boeken en het Rekendecreet nu verplicht om dit vanaf 2012 op vorderingsbasis te doen, werden niet alleen de volledige dotaties 2012 als ontvangst in de begroting geboekt, maar ook alle nog niet ontvangen toelagen op 1 januari 2012.

onroerende goederen, een overschot van 17,847 miljoen

3) het overgedragen, niet aangewend gecumuleerd

euro op de specifieke investeringsdotatie LB0 LC192 6141

begrotingssaldo 2011 ten bedrage van 9,017 miljoen euro.

Onderstaande tabel geeft schematisch de soorten uitgaven met de eraan gekoppelde ontvangsten weer. EUR ONTVANGSTEN Werkingsdotatie LB0 LC138 4141

31.12.2012 90.440.000

Eigen ontvangsten

765.320

EU­instellingen

1.901.481

Dotatie Administratie Gezondheidszorg

EUR UITGAVEN

31.12.2012

Werkingskosten

91.849.003

52.000

GE0 GD334 4142 Werkingsdotatie operationeel beheer

15.263.114

watersystemen LB0 LC140 4141 Dotatie Minafonds artikel LBC LC036 4140

Werkingskosten operationeel beheer

15.263.114

watersystemen 10.247

Sociale vrijstellingen en moratoriumintresten

10.247

i.v.m. milieuheffingen afvalwater­ en grondwater Investeringsdotatie LB0 LC186 6141 Eigen ontvangsten

10.334.500 33.270

Investeringssubsidies LB0 LC147 6141

3.104.635

Investeringsdotatie operationeel beheer

33.124.212

watersystemen LB0 LC192 6141 Dotatie voor subsidies aan polders

1.173.738

en onroerende goederen

Investeringen operationeel beheer

15.276.661

Subsidies aan polders en wateringen

862.489

ter verbetering onbevaarbare waterlopen 500.602

en openbare besturen LBC LC053 6141 Terugstorting lasten leningen

3.407.053

watersystemen

en wateringen LB0 LC190 6142 Dotatie voor subsidies aan drinkwatermaatschappijen

Investeringen in duurzame roerende

Subsidies aan drinkwatermaatschappijen

500.602

en openbare besturen 41.368

Lasten leningen

41.368

door de hogere overheid Opbrengst vervreemding 2 RWZI’s

57.923.286

Ontvangsten toegewezen aan het

1.574.931

Fonds voor de Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor de

1.574.931

Investeringen ten laste van het Fonds voor

309.461

de Waterhuishouding 0

Grondwaterbeheer Overgedragen begrotingssaldo 2011

Spijziging van het Fonds

57.923.286

voor de Waterhuishouding 309.461

Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor het

Doorstorting naar MVG van opbrengst 2 RWZI’s

Investeringen ten laste van het Fonds

0

voor het Grondwaterbeheer 9.016.795

225.568.960

Over te dragen begrotingssaldo 2012

38.550.745

225.568.960

Activiteitenverslag 2012 • 43


Balans ACTIVA

VASTE ACTIVA II. IMMATERIELE VASTE ACTIVA Software III. MATERIELE VASTE ACTIVA Terreinen en gebouwen Werken van burgerlijke bouwkunde Installaties, machines en uitrusting Meubilair en materieel Rollend materieel Varend materieel Informatica en telematica Kantoormeubilair Andere materiële vaste activa Terreinen exploitatie Installaties waterzuivering Vaste activa in aanbouw Gebouwen IV. FINANCIELE VASTE ACTIVA Aandelen Borgtochten in contanten VLOTTENDE ACTIVA VORDERINGEN OP MEER DAN EEN JAAR Overige vorderingen i.v.m. leningen VI. VOORRADEN Hulpstoffen VII. VORDERINGEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Handelsvorderingen Overige vorderingen Terug te vorderen BTW Te ontvangen werkingsdotaties Te ontvangen kapitaalsubsidies VIII. GELDBELEGGINGEN IX. LIQUIDE MIDDELEN Banken Kassen X. OVERLOPENDE REKENINGEN Over te dragen kosten TOTAAL DER ACTIVA

PASSIVA EIGEN VERMOGEN I. KAPITAAL III. HERWAARDERINGSMEERWAARDEN IV. RESERVES Onbeschikbare reserves Andere V. OVERGEDRAGEN NETTO RESULTAAT VI. DOTATIES, SUBSIDIES, TOELAGEN EN SOORTGELIJKE VREEMD VERMOGEN VIII. SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR Financiële schulden Kredietinstellingen Borgtochten ontvangen in contanten IX. SCHULDEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Tijdens boekjaar vervallende schulden > 1 jaar Financiële schulden kredietinstellingen (CFO) Handelsschulden ­ gewone crediteuren Schulden belastingen en bezoldigingen Belastingen Bezoldigingen en sociale lasten Ontvangen vooruitbetalingen investeringstoelagen Overige schulden X. OVERLOPENDE REKENINGEN Toe te rekenen kosten TOTAAL DER PASSIVA

44

CODES

21 214 22/27 220­223 224­229 23 24 240 241 243 244 26 260 261 27 270 28 284 288 29 291 3 31 40/41 40 41 411 4130 4133 50/54 55/59 55 57 490/491/495 490

EUR

EUR

31.12.2012

31.12.2011

298.919.694 11.589.566 11.589.566 287.271.403 125.338.753 61.389.717 20.275.963 3.296.728 1.553.350 9.512 1.553.467 180.399 56.803.057 10.747.592 46.055.465 20.167.185 20.167.185 58.725 4.670 54.055 67.452.875 0 0 40.102 40.102 65.131.498 551.964 64.579.534 7.883 34.564.041 30.007.610 0 1.891.299 1.891.299 0 389.976 389.976 366.372.569

302.783.836 9.184.894 9.184.894 293.540.315 121.765.020 51.121.062 21.298.772 3.837.067 1.546.741 13.637 2.068.964 207.725 72.002.599 10.864.160 61.138.439 23.515.795 23.515.795 58.627 4.670 53.957 57.986.521. 23.872 23.872 37.210 37.210 57.591.237 201.609 57.389.628 7.110 31.630.688 25.751.830 0 795 391 404 333.407 333.407 360.770.357

341.972.759 495.787 7.580.204 5.334.161 5.334.161 5.334.161 37.519.758 291.042.849 24.399.810 843 0 0 843 24.398.967 23.872 0 14.217.177 7.236.200 1.063.658 6.172.542 2.919.734 1.984 0 0 366.372.569

335.333.804 495.787 3.091.111 4.068.691 4.068.691 4.068.691 29.861.336 297.816.879 25.436.553 24.715 0 23.872 843 25.410.487 39.672 8.233.986 10.247.198 6.887.704 161.540 6.726.164 0 1.927 1.351 1.351 360.770.357

CODES 10 12 13 131 1311 14 15 17 170/174 173 178 42/48 420/429 430/433 44 45 450/3 454/9 46 47/48 492/493/496 492

Activiteitenverslag 2012 • 44


Resultatenrekening OPERATIONELE OPBRENGSTEN Lopende opbrengsten Inkomens­ en kapitaaloverdrachten Andere operationele opbrengsten OPERATIONELE KOSTEN Handelsgoederen, grond­ en hulpstoffen Aankopen (+) Voorraad: afname (toename) (+/(­)) Diensten en diverse goederen Personeelskosten Afschr. en waardevermin. op immat. ­ en materiële vaste activa Inkomensoverdrachten Andere operationele kosten OPERATIONEEL RESULTAAT FINANCIËLE OPBRENGSTEN Opbrengsten uit financiële vaste activa Opbrengsten uit vlottende activa Andere financiële opbrengsten FINANCIËLE KOSTEN Kosten van schulden Gerealiseerde wisselverliezen Bankkosten Verwijlintresten Diverse financiële kosten (+) FINANCIEEL RESULTAAT UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN Meerwaarden op de realisatie van vaste activa UITZONDERLIJKE KOSTEN Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa Minderwaarden op realisatie van vaste activa Andere uitzonderlijke kosten UITZONDERLIJK RESULTAAT NETTO RESULTAAT VAN HET JAAR

EUR

EUR

CODES

31.12.2012

31.12.2011

70/74 70 73 74 60/64 60 600/8 609 61 62 630 640 641/648

103.492.028 280.364 100.026.451 3.185.213 183.685.334 7.178.923 7.166.852 12.071 30.499.578 60.791.967 23.614.293 61.158.395 442.178 ­80.193.306 27.067.108 0 0 27.067.108 52.152 1.696 184 82 50.184 6 27.014.956 55.183.665 55.183.665 183.424

235.631.801 349.014 233.441.893 1.840.894 262.838.746 7.675.820 7.664.129 11.691 25.959.413 58.827.906 27.572.339 142.678.770 124.498 ­27.206.945 1.532 1.434 98 0 29.837 3.602 2.746 244 23.242 3 ­28.305 130.178.186 130.178.186 8.430.913

0 183.423 1 55.000.241 1.821.891

3.001.345 5.338.862 90.706 121.747.273 94.512.023

75 750 751 752/759 65 650 654 657 658 659 76 763 66 660 663 664/669

Hierna volgt een korte bespreking van de voornaamste evoluties in 2012 ten opzichte van 2011 zoals die in de balans en resultatenrekening tot uiting komen. Zoals al vermeld zijn een aantal opmerkelijke verschillen het gevolg van de toepassing van de nieuwe aanrekeningsregels van het nieuwe Rekendecreet vanaf boekjaar 2012.

ACTIVA II. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

III. MATERIËLE VASTE ACTIVA

De rubriek ‘Immateriële vaste activa’ is in 2011 netto met

De daling van de rubriek ‘Materiële vaste activa’ met

2,405 miljoen euro toegenomen. Dit is voornamelijk te

6,269 miljoen euro is het gevolg van de daling van de

wijten aan belangrijke softwareontwikkelingen voor de

subrubriek ‘Andere materiële vaste activa’ met 15,200

onderbouwing van de overstromingsrisico beheersplan­

miljoen euro.

nen (ORBP) en de aanpassing en uitbouw van de model­ leringssoftware en operationele bekkenmodellen (OBM).

Onder de ‘Andere materiële vaste activa’ vinden we uit­ sluitend de waterzuiveringsinfrastructuur terug. Doordat de VMM sedert 1991 geen nieuwe waterzuiveringsinfra­ structuur meer bouwt, zijn de enige bewegingen in de balans de waardedepreciatie door de jaarlijkse afschrij­

Activiteitenverslag 2012 • 45


vingen, de buitengebruikstellingen en de verkopen. Het

Doordat in 2012 ook nog facturen voor deze of andere

grootste deel van de daling in 2012 (11,790 miljoen euro)

nog lopende investeringsprojecten ten laste komen ten

heeft te maken met afschrijvingen. De rest (3,410 miljoen

bedrage van 11,457 miljoen euro, daalt deze post per

euro) wordt verklaard door het afboeken van de balans­

saldo slechts met 3,349 miljoen euro.

waarde van de 2 verkochte installaties aan Aquafin, namelijk de RWZI’s Oostende en Antwerpen­Noord. Verder valt ook de stijging van de rubriek ‘Werken van burgerlijke bouwkunde’ op (+10,269 miljoen euro). Al gedane uitgaven voor niet­opgeleverde werken burger­ lijke bouwkunde van de afdeling Operationeel Waterbeheer worden geboekt op de rubriek ‘Vaste acti­ va in aanbouw’. Door de lange voorbereiding en bouw­ duur van deze werken (stuwen, wachtbekkens e.d.) is dit nodig om tot een correct beeld in de balans te komen. In 2012 werden voor 14,806 miljoen euro werken naar aanleiding van de oplevering en ingebruikname overge­ boekt van deze post naar de post ‘Werken van burgerlij­ ke bouwkunde’. Door de overboeking van opgeleverde werken voor 14,806 miljoen euro daalt de post ‘Activa in aanbouw’.

46

De belangrijkste uitgaven in 2012 gebeurden voor volgende werken: • de aanleg van een wachtbekken op De Herk en de Kleine Herk te Stevoort, in gebruik genomen in 2012; • de aanleg van 2 gecontroleerde overstromings­ gebieden op de Molenbeek te Geraardsbergen en Lierde, in gebruik genomen in 2012; • Heraanleg van de Dijle, de Dijleterrassen en zijarmen in Leuven; • Herinrichting van de benedenloop van de Marke te Geraardsbergen; • Beekherstelproject van de Jeker te Tongeren; • Aanleg van een visdoorgang op de Dijle te Rotselaar; • Plaatsen

van

een

vuilrooster

Camerlinckxgeleed te Oostende.

op

het


V. VORDERINGEN OP MEER DAN ÉÉN JAAR

VIII. GELDBELEGGINGEN

Deze rubriek omvat de van de overheid op termijn te

februari 2006 wordt het thesauriebeheer van de

ontvangen toelagen ter dekking van de openstaande

Vlaamse Openbare Instellingen centraal beheerd door

schulden op meer dan 1 jaar (cf. Rubrieken VIII en IX van

de Afdeling Financieel Management van het Ministerie

het passief). De vorderingen die binnen het jaar – dus in

van de Vlaamse Gemeenschap. De VMM heeft dus geen

2013 – ontvangen zullen worden, worden overgeboekt

eigen geldbeleggingen en ontvangt of betaalt sedert

naar vorderingen op ten hoogste één jaar. Door deze

2010 ook geen vergoeding op een theoretische kas­

boeking verdwijnen de vorderingen op meer dan één

positie meer.

Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 3

jaar. Alle acht nog openstaande leningen zullen immers op het einde van 2013 afgelost zijn.

IX. LIQUIDE MIDDELEN

VI. VOORRADEN

De geconsolideerde kaspositie van de VMM op 31

Dit betreft het magazijn van de onderhoudsdienst in

(CFO) was positief (+1,891 miljoen euro).

december 2012 bij het Centraal Financieringsorgaan

Oostende waar een beperkte stock van het meest cou­ rante materiaal voor het onderhoud van de wagens en de monsternametoestellen aanwezig is.

VII. VORDERINGEN OP TEN HOOGSTE ÉÉN JAAR De vorderingen op ten hoogste één jaar namen nog toe met 7,540 miljoen euro ten opzichte van 2011. Het op 31 december 2011 uitstaande bedrag aan te ontvangen wer­ kings­ en investeringsdotaties van de Vlaamse overheid 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012 bedraagt in totaal 64,572

X. OVERLOPENDE REKENINGEN VAN HET ACTIEF Het betreft hier voornamelijk over te dragen kosten, namelijk facturen waarvan (een deel van) de prestatie betrekking heeft op 2013, bijvoorbeeld huur­ en onder­ houdscontracten. Begrotingstechnisch worden deze uit­ gaven nu aangerekend in hetzelfde jaar als in de boek­ houding. Dus in 2012 voor de prestaties m.b.t. 2012 en in 2013 voor de prestaties m.b.t. 2013.

miljoen euro. De te ontvangen investeringsdotaties zijn al vanaf 2009 in de balans opgenomen in de subrubriek “Te ontvangen kapitaalsubsidies”. Vanaf dotatiejaar 2012 worden zij echter voor het volledige bedrag van de dotatie opgenomen, waar dit voorheen slechts ten bedrage van de geprefinancierde uitgaven gebeurde. De vordering in verband met leningen die binnen het jaar 2012 vervallen (zie vorderingen op meer dan één jaar) is gedaald tot 0,024 miljoen euro, voor de aflossing in 2013 van de laatste tranches van de 8 nog openstaande lenin­ gen.

Activiteitenverslag 2012 • 47


PASSIVA III. HERWAARDERINGS­ MEERWAARDEN

V. OVERGEDRAGEN RESULTAAT

Na afronding van de renovatiewerken in de periode

miljoen euro) is verhoogd tot een over te dragen winst

2009­2012 en na afscheiding en verkoop aan Aquafin van

van het boekjaar van 37,520 miljoen euro dankzij het

het gedeelte RWZI met utilitaire gebouwen, heeft de

positief resultaat van het boekjaar 2012 (1,822 miljoen

VMM het in eigendom gebleven gedeelte van de site te

euro) plus de onttrekkingen (0,309 miljoen euro) en

Oostende laten herschatten door een expert. Deze stel­

minus de toevoegingen (1,575 miljoen euro) aan de onbe­

de vast dat de verkoopwaarde van de site 4,489 miljoen

schikbare reserves. Dit resultaat wordt verder besproken

euro meer bedraagt dan de netto boekwaarde op 31

bij de resultatenrekening.

december 2012. Dit verschil werd geboekt als een her­

De grootste stijging (7,102 miljoen euro) is echter het

waarderingsmeerwaarde.

gevolg van de onmiddellijke toevoeging aan het eigen

De overgedragen winst van het vorige boekjaar (29,861

vermogen van de toegekende overflow op de onvoor­

IV. RESERVES

waardelijke werkingsdotatie LB0 LC138 4141. Volgens een

De VMM beschikt over 2 begrotingsfondsen: het Fonds

Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport van 11 maart 2013,

voor het Grondwaterbeheer en het Fonds voor de Waterhuishouding. De instructies van het IVA Centrale Accounting bepalen dat reservefondsmutaties verwerkt moeten worden via de resultaatverwerking en onbeschikbare reserves – ongeacht of er al dan niet een te bestemmen winst­ saldo is. Het Fonds voor de Waterhuishouding werd gespijsd met 1,575 miljoen euro en 0,309 miljoen euro werd eraan ont­ trokken voor investeringen. Op het Fonds voor het Grondwaterbeheer werd in 2012 geen enkele transactie genoteerd.

48

nota van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, mag de overflow op dergelijke dotatie niet via de resul­ tatenrekening (rubriek 73) verwerkt worden, maar moet deze onmiddellijk aan het eigen vermogen (rubriek 14) toegevoegd worden. De betreffende dotatieverhoging is in 2012 aan de VMM toegekend voor het afdekken van de extra begrotingsuitgaven in 2012. Doordat de lonen van december 2012 en het vakantiegeld op de prestaties 2012 volgens het Rekendecreet ook in 2012 aangerekend moeten worden, zijn deze uitgaven immers dubbel met de lonen van december 2011 en het vakantiegeld voor prestaties 2011 die nog niet in de begroting 2011 aangere­ kend werden.


VI. TOELAGEN Conform de boekhoudregels worden de toelagen in

IX. SCHULDEN OP TEN HOOGSTE ÉÉN JAAR

gelijke mate afgeschreven als de aankoopprijs van de

De gewone handelsschulden namen in 2012 toe met

activa die ermee gefinancierd worden.

3,970 miljoen euro. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan de

De afname van de investeringstoelagen in de balans met 6,774 miljoen euro is als volgt samengesteld:

rekening ‘Te ontvangen facturen’ (444) waarvan het gebruik in het Rekendecreet is opgelegd voor geleverde, maar nog niet gefactureerde prestaties op het jaareinde.

Miljoen EUR

De VMM heeft in 2012 voor 3,709 miljoen euro ‘Te ont­

Afgeschreven toelagen in 2012

­23,341

vangen facturen’ geboekt, terwijl deze rubriek in 2011

Afgeschreven n.a.v. verkopen en buitengebruikstellingen (o.a. 2 RWZI's)

­3,725

niet gebruikt werd. Dit verklaard nagenoeg volledig de

Gevorderde toelagen in 2012 LB0 LC147 6141 meetnetten

+1,608

Gevorderde toelagen in 2012 LB0 LC186 6141 algemeen

+3,407

Gevorderde toelagen in 2012 LB0 LC192 6141 operationeel beheer watersystemen

+15,277

Totaal

­6,774

stijging van de handelsschulden (rubriek 44). Naar aanleiding van de opmerkingen van het IVA Centrale Accounting op de rekeningen Vlaamse Milieumaatschappij 2006, wordt sedert 2007 de correc­ te toerekening aan de periode van de weddes van december niet meer via de ‘Overlopende rekeningen van het passief’ geboekt, maar via deze rubriek ‘Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale

VIII. SCHULDEN OP MEER DAN ÉÉN JAAR Deze rubriek daalde in 2012 tot nul, door de overboeking op afsluitdatum naar schulden op ten hoogste één jaar (0,024 miljoen euro). Zie ook rubriek ‘V. Vorderingen op meer dan één jaar’ van het actief.

lasten’. Deze schulden wegens bezoldigingen stegen met 0,348 miljoen euro door de hogere loonlasten t.o.v. 2011. Vanaf het boekjaar 2012 gebruikt de VMM de post ‘Ontvangen vooruitbetalingen investeringstoelagen’ (46) op de balans voor de dotatieontvangsten van correlatie­ ve kredieten die de VMM­uitgaven op de corresponde­ rende uitgavenkredieten overschrijden. Deze “te veel”

De leningen die op 31 december 2012 nog op de balans

ontvangen investeringsdotaties mogen niet in het eigen

van de VMM staan, zijn enkel nog de zogenaamde

vermogen (15) opgenomen worden omdat zij niet ver­

‘gewestleningen’ waarvan de aflossing en intrestlasten

worven zijn, maar worden afgetrokken van de gevraagde

betoelaagd worden door de federale overheid. Op 31

dotaties 2013 bij begrotingsaanpassing 2013. Dit betreft

december 2012 gaat het nog om 8 leningen waarvan de

2,920 miljoen euro voor de 3 correlatieve kredieten

langst lopende in 2013 afgelost zal zijn.

samen.

Activiteitenverslag 2012 • 49


RESULTATENREKENING OPERATIONEEL RESULTAAT De operationele opbrengsten (70/74) zijn grotendeels samengesteld uit de werkingsdotaties vanuit LB0 LC138 4141 (90,440 miljoen EUR) en LB0 LC140 4141 (15,263 mil­ joen EUR). De in resultaat name van ontvangen investe­ ringstoelagen (139,240 miljoen euro) die de VMM in gelij­ ke mate afschrijft als de activa die ermee gefinancierd worden, zijn ingevolge de opgelegde handleidingen niet langer als operationele opbrengsten aangerekend, maar als financiële opbrengsten. Daardoor dalen de operatio­ nele opbrengsten, en in het bijzonder de post 73 aan­ zienlijk van 2011 naar 2012, temeer omdat in 2011 bij de conversie van de materiële vaste activa naar het nieuwe boekhoudsysteem de balanswaarde van de dotaties met die van de activa werd gealigneerd. Dat betekent dat in 2011 ook nog eens voor 96,362 miljoen EUR inhaalaf­ schrijvingen op de dotaties werden geboekt. Samen betekent dit een daling van de operationele opbreng­ sten met 132,140 miljoen euro. De andere operationele opbrengsten betreffen in hoofdzaak de tussenkomst van derden in personeelskos­ ten (gedetacheerden, eerste werkervaring…), inkomsten van Europese projecten en recuperatie van kosten van heffingsplichtigen.

50

De inkomsten van de verkoop van de 2 rioolwaterzuive­ ringsinstallaties Oostende en Antwerpen­Noord aan Aquafin ten bedrage van 57,923 miljoen EUR werden door de VMM integraal doorgestort aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Deze uitgaven moesten volgens de instructies geboekt worden als een inko­ mensoverdracht aan de eigen institutionele overheid (ESR 4140). Bijgevolg moet dit ook in de boekhouding onder de operationele kosten (640 rubriek “inkomens­ overdrachten”) geboekt worden, zodat dit bedrag volle­ dig ten laste van het operationeel resultaat komt. De bovengenoemde door de minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport opge­ legde rapporteringsschema’s (namelijk afschrijvingen van dotaties te rapporteren bij de financiële opbrengsten en doorstorting van verkoopsommen bij operationele kos­ ten) geven een zwaar vertekend negatief beeld van het operationeel resultaat: ­80,193 miljoen euro.


FINANCIEEL RESULTAAT

UITZONDERLIJK RESULTAAT

Bij de financiële kosten daalden de intresten op gewaar­

De meerwaarde van de verkopen van de 2 rioolwaterzui­

borgde gewestleningen verder tot 0,002 miljoen euro,

veringsinstallaties en een aantal andere kleine onroeren­

dit ingevolge de verdere aflossing. De vergoeding die de

de eigendommen en wagens, komen volledig ten goede

VMM ontvangt voor de betaling van deze intresten,

van het uitzonderlijk resultaat (763 rubriek “meerwaar­

moet volgens het opgelegde boekhoudplan nu ook

den op realisatie van vaste activa”). Aangezien de meer­

geboekt worden onder de rubriek ‘Andere financiële

waarde (54,630 miljoen euro) aanzienlijk is, geeft dit een

opbrengsten’ (752/759) i.p.v. bij ‘Inkomens­ en kapitaal­

zeer hoog uitzonderlijk resultaat (55,000 miljoen euro) in

overdrachten’ van het operationeel resultaat (73).

2012.

Verder houdt de VMM zelf geen geldbeleggingen aan, zodat er geen opbrengsten uit financiële vaste of vlot­ tende activa zijn. De ‘Andere financiële opbrengsten’ (753) betreffen, zoals hoger gemeld, vanaf 2012 de in resultaat name van de investeringsdotaties, die de VMM in gelijke mate afschrijft als de activa die er mee verworven werden, en

Globaal is de grootste verkooptransactie neutraal, zowel in het begrotingsresultaat (57,923 miljoen euro zowel ontvangst als uitgave) als in de resultatenrekening (+3,293 miljoen euro in resultaat name van dotaties +54,630 mil­ joen euro gerealiseerde meerwaarde – 57,923 miljoen euro inkomensoverdrachten).

de rentedotaties. Tot en met 2011 stonden deze allemaal

De minderwaarden op de realisatie van vaste activa

ingeschreven bij de operationele opbrengsten, rubriek

betreffen minderwaarden op verkopen of buitenge­

‘Inkomens­ en kapitaaloverdachten’ (73).

bruikstellingen in 2012 van nog niet volledig afgeschreven activa.

Activiteitenverslag 2012 • 51


A. Van de Maelestraat 96 ­ 9320 Erembodegem (Aalst) ­ www.vmm.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Activiteitenverslag_VMM_2012.pdf by Vlaanderen-be - Issuu