Skip to main content

Weliswaar_150_2020.pdf

Page 1

SEPTEMBER - OKTOBER 2020 NR.150

WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN

Een kwarteeuw zorg en welzijn

WE BLIKKEN MET ENKELE BEKENDE EN MINDER BEKENDE NAMEN TERUG EN VOORUIT OP DE EVOLUTIES IN ONZE SECTOR


25 JAAR ZORG EN WELZIJN

10 JONGE MANTELZORGERS BLIJVEN TE VAAK ONZICHTBAAR “Als kind voelde ik me best eenzaam en onbegrepen. Maar omdat ik niets aan de situatie kon veranderen, hield ik me sterk. Hoe lastig ik het soms ook vond.”

2

| nr. 150 - september-oktober 2020

magazine kwam er een website. Wat later een Facebookpagina. Daarna accounts op Twitter en Instagram. Ook de evoluties in taalgebruik vallen op: rusthuizen werden woonzorgcentra, gehandicapten werden personen met een handicap, bejaarden werden senioren, en nog later ouderen. Intussen heeft de sector zelf ook heel wat wijzigingen ondergaan. Bij staatshervormingen en bijhorende bevoegd­heids­verdelingen

21

KINDEREN & JONGEREN

jaar Weliswaar. In mei 1995 rolde de eerste editie van de persen. Met op de cover een jong kind dat vrolijk de wereld inspringt, ter illustratie van het dossier over animatie. Toen nog grotendeels in zwartwit, met veel tekst en weinig beelden. In latere edities met steeds meer kleur, foto’s en illustraties. Weliswaar zelf onderging heel wat veranderingen in de loop van de tijd. Het logo kreeg een ander uitzicht, rubrieken kwamen en gingen. Naast het

WELZIJN & ZORG

© Stephan Vanfleteren

25

CHILD FOCUS BESTAAT 22 JAAR Child Focus doet meer dan opsporingsberichten verspreiden. 90% van hun werk gebeurt onder de radar. Directeur Heidi De Pauw: “We denken al snel dat we ons met andermans zaken moeien. Maar wat mij betreft bemoeien we ons veel te weinig met de buren.”


kregen we er af en toe een onderwerp bij. Zo schrijven we sinds 2014 ook over enkelbanden en werkstraffen, die sinds dat jaar Vlaamse in plaats van federale bevoegdheden werden. Tijdens de voorbereiding van deze editie werd me gevraagd welk verhaal me altijd is bijgebleven. Het eerste wat in me opkwam, was het verhaal van vrijwilligster Carla, die dakloze Roma in Gent

met raad en daad bijstond. Dus zochten we haar opnieuw op, om vast te stellen dat ze op haar 82 jaar nog steeds vrijwilligster is. Indrukwekkend! We kunnen allesbehalve volledig zijn in een terugblik op 25 jaar zorg en welzijn, maar vrijwilligers kunnen en mogen niet ontbreken in deze editie. Daarnaast kijken we met een aantal bekende en minder bekende namen terug op de afgelopen jaren: hoe is hun job, organisatie, sector

geëvolueerd sinds we hen de laatste keer spraken? Op welk vlak is er vooruitgang gemaakt? Waar is er nog werk aan de winkel? We kunnen terugkijken op een rijk en gevarieerd archief*, met artikels over heel uiteenlopende onderwerpen. Maar als er één rode draad in zit, dan is het wel al dat harde werk in de zachte sector. En dat zal ook in de toekomst de rode draad blijven. Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar

JUSTITIE & WELZIJN

28

GEZONDHEID

24

OUDEREN

* Een groot deel daarvan kan je digitaal inkijken op weliswaar.be/magazines.

32

VAN RUSTHUIS INFO-FOON TOT WOONZORGLIJN

PSYCHISCHE PROBLEMEN STEEDS MINDER TABOE

MINDERJARIGEN HERPAKKEN ZICH BIJ CLEAN UP

De Rusthuis Info-Foon werd gelanceerd in 1994 en is nog steeds een succes. “De meeste oproepen komen van familieleden, maar we merken dat bewoners zelf mondiger worden en ons vaker opbellen, al zoeken sommigen gewoon een luisterend oor.”

Al meer dan 15 jaar zet Te Gek?! zich in voor openheid rond psychische problemen. Stap voor stap lukt dat ook. Door middel van muziek, lezingen en getuigenissen smeden ze banden tussen verschillende groepen, met een publieksprijs als kroon op het werk.”

Project Clean UP wordt opgelegd aan minderjarigen die in de problemen komen of kansen missen door druggebruik. “We geven niet op bij een eerste mislukking. Ook al wordt er nog gebruikt, een serieuze vermindering is al een grote stap in de goede richting.”

Omslagillustratie Pieter Van Eenoge

nr. 150 - september-oktober 2020 |

3


Weliswaar kijkt al 25 jaar over de muren van de welzijnssector

VERBINDEN DOOR GOEDE PRAKTIJKEN TE DELEN Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto’s Bob Van Mol

Van 1992 tot 1995 was Wivina Demeester Vlaams minister van Welzijn en Gezin. In die ambtstermijn riep ze Weliswaar in het leven. Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, is vandaag verantwoordelijke uitgever van het blad. Een dubbelgesprek over het ontstaan en het doel van Weliswaar, en de leemte die het opvult in het medialandschap.

“Destijds was Klasse, het magazine van het Vlaams Ministerie Onderwijs en Vorming dat iets eerder ontstond, het voorbeeld voor Weliswaar”, vertelt Wivina Demeester. “Dat blad was vernieuwend, omdat het over de netten heen gericht was aan alle leerkrachten, directeurs en stakeholders. En met Klasse was er een rechtstreeks communicatiemiddel tussen het ministerie en het onderwijzend personeel. De welzijnssector was op dat moment sterk gefragmenteerd en er waren zware protestacties geweest. Met Weliswaar wilden we een positief bindmiddel voor de welzijnssector creëren.” “Vandaag stel ik vast dat er helaas nog steeds muren afgebroken moeten worden tussen de verschillende domeinen in de welzijnssector. Weliswaar probeert nog altijd voor verbinding te

4

zorgen. Alle sectoren komen nog steeds aan bod. En onderwerpen zoals bijvoorbeeld pleegzorg of dementie, waar je zelden iets over leest in de reguliere media, krijgen bij Weliswaar wél de nodige aandacht.”

BELEID DUIDEN “Het delen van good practices is nog steeds een kernopdracht van Weliswaar. Voorzieningen kunnen altijd leren van elkaar”, zegt Karine Moykens. “Toch durfden we het bestaan van Weliswaar een paar jaar geleden in vraag te stellen. We vroegen ons af of het magazine nog echt nodig was naast de communicatie van de koepels, die óók goed is. Maar we zagen dat een aantal belangrijke onderwerpen uit de sector inderdaad te weinig aan bod komen in andere media. Daarnaast kan Weliswaar het beleid correct duiden.”

| nr. 150 - september-oktober 2020

Wivina Demeester knikt. “Journalistiek heeft de neiging vooral negatief te zijn. Het is boeiend om te luisteren naar wat de beleidsminister te vertellen heeft en welke visie die heeft, zonder alleen maar te focussen op het feit dat er te weinig geld is. Want dat is op zich niet echt een boodschap. Wat er gedaan kan worden met de middelen die er zijn, dáár hebben lezers iets aan.”

“ Onderwerpen zoals pleegzorg of dementie, waar je zelden iets over leest in reguliere media, krijgen wel aandacht bij Weliswaar.”


WIVINA DEMEESTER, VOORMALIG VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN EN GEZIN:

“Dat er te weinig geld is, is niet echt een boodschap. Wat er gedaan kan worden met de middelen die er zijn, dáár hebben lezers iets aan.”

VOORBIJ DE WAAN VAN DE DAG “En dat geldt trouwens niet alleen voor artikels omtrent beleid”, gaat Wivina Demeester verder. “Sinds een tijdje ben ik op ‘nieuwsdieet’. Op weekdagen kijk ik geen televisie meer, ik luister niet meer naar het radionieuws, maar lees wel nog onderbouwde en gefundeerde artikels. Zo kan ik dieper op de dingen ingaan en echt stilstaan bij wat ik lees. Want bij al die vluchtige artikels denk je niet ten gronde na. Als Weliswaar een stuk brengt over bijvoorbeeld dementie, zie ik dat niet als ‘nieuws’, maar als ‘informatie’. Er wordt tijd genomen om dat thema op een correcte, boeiende manier te belichten. Daar leer je echt iets uit.” “Omdat ik verantwoordelijke uitgever ben, lees ik elke editie vooraleer die deur

uit gaat”, zegt Karine Moykens. “Als secretaris-generaal ken ik de sector uiteraard goed, maar ook ik steek geregeld nog iets op van Weliswaar. Daarom krijgt de redactie carte blanche, op één voorwaarde: ik moet getriggerd worden om de artikels te lezen, en ik wil dat er gezocht wordt naar nieuwe en vernieuwende elementen. Als iemand als Ronny Mosuse in Weliswaar zegt dat hij in een pleeggezin heeft gewoond en in een instelling voor bijzondere jeugdzorg – iets wat misschien niet iedereen weet – kunnen mensen die sectoren daardoor anders gaan zien.”

DE TOEKOMST IS DIGITAAL “En Weliswaar moet zelf ook durven te vernieuwen”, zegt Karine Moykens nog. “Toen we het magazine een paar jaar terug evalueerden, hebben we lang nagedacht

of we nog wel moesten blijven verdergaan op papier. We zaten toen aan een oplage van 50.000 exemplaren. Papier is een behoorlijke kost en weegt ook op het milieu. We beslisten om de lezers te bevragen. Wie nog een gedrukt magazine wilde, moest zich opnieuw gratis abonneren. 10.000 mensen lieten ons weten dat ze het papier niet konden missen. Intussen steeg de gedrukte oplage tot 15.000. Dat zijn mensen waarvan we zeker weten dat ze het gedrukte blad lezen. Maar mensen vinden tegenwoordig ook via andere kanalen de weg naar de artikels: via de website, de nieuwsbrief of sociale media. De nieuwsbrief heeft vandaag bijna 10.000 abonnees, op Facebook wordt Weliswaar door bijna 6.000 mensen gevolgd. Ook daar wordt maximaal op ingezet. Maar via welk kanaal we ook werken, de opdracht van Weliswaar blijft dezelfde: goede praktijken blijven delen met de sector.”

nr. 150 - september-oktober 2020 |

5


25 jaar Weliswaar: een interview met de hoofdredacteurs

“ DE HELE MAATSCHAPPIJ MOET ZORGEN VOOR WELZIJN EN GOEDE ZORG” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto’s Bob Van Mol

Nico Krols startte Weliswaar 25 jaar geleden mee op en stond 20 jaar mee aan het roer. Liesbeth Van Braeckel maakt al 15 jaar deel uit van de redactie en is sinds 2015 hoofd­redacteur. Voor de verjaardag van ‘hun’ blad praten ze voor één keer zelf de bandrecorder vol. Een gesprek over sappige anekdotes en onvergetelijke ontmoetingen, meer welzijn in de zorg en vermaatschappelijking. Weliswaar ontstond 25 jaar geleden op initiatief van Wivina Demeester, destijds Vlaams minister van Welzijn en Gezin. Nico Krols, toen pas uit de schoolbanken, mocht het nulnummer voorbereiden. “Ik kreeg drie weken om een tijdschrift uit de grond te stampen. Ik had geen eigen computer en e-mail bestond nog niet”, lacht Nico. “Maar politiek gezien was het een rustige periode, waardoor we konden groeien en een draagvlak vonden. Op een jaar tijd hadden we 50.000 abonnees.” “De formule van het blad zat meteen goed”, zegt Nico. “We hadden oog voor beleid, voor wetenschap en voor cross-­ sectorale en transmurale verhalen vanop de werkvloer. Op dat vlak hebben we nooit drastisch veranderd. Maar we schaafden natuurlijk bij, we professionaliseerden. Na de laatste staatshervorming schreven we naast welzijn ook meer over gezondheidszorg en we digitaliseerden.”

6

MEER WELZIJN IN DE ZORG “Wat doorheen al die jaren schrijven over en voor de sector het meest opvalt, is dat welzijn alsmaar belangrijker werd in de zorg”, zegt Liesbeth Van Braeckel. “Er is nu veel meer aandacht voor de kwaliteit van zorg en voor welbevinden. Mensen worden niet meer louter als patiënt behandeld. Voorzieningen worden huiselijker en bevinden zich steeds vaker in de centra, in het midden van de samenleving, en er is ook meer oog voor de omgeving en voor groen in de buurt.” “Vermaatschappelijking van de zorg, waarbij iedereen een zinvolle plek in de samenleving inneemt en de zorg zoveel mogelijk in de samenleving geïntegreerd is, past ook in die tendens”, vult Nico aan. “Jo Vandeurzen ijverde daar twee

| nr. 150 - september-oktober 2020

ambtstermijnen lang voor. We mogen overigens niet vergeten wat we in Vlaanderen op het vlak van zorg al voor elkaar kregen.” “Cliënten of patiënten kunnen niet los gezien worden van de maatschappij”, zegt Liesbeth. “Als je kijkt naar goede praktijken, gaat het vaak om mensen die zorg nodig hebben, maar die ook nog gewoon mens zijn en deelnemen aan de samenleving. Ik denk aan de gezinsverpleging in Geel, waar psychiatrische patiënten in gezinnen worden opgevangen, of Huis Perrekes, waar mensen met dementie nog deel uitmaken van de buurt. We maakten ook ooit een mooie reportage over een rusthuisklas. Een leraar gaf door gebrek aan een klaslokaal les in een woonzorgcentrum en betrok daar ook bewoners bij. Ook dat is vermaatschappelijking.” Wat met de kritiek dat de overheid met vermaatschappelijking de zorg afwentelt op burgers? “Welzijn is een werk van

“ Er is nu veel meer aandacht voor welzijn in de zorg. Mensen worden niet meer louter als patiënt behandeld.”


NICO KROLS, EX-HOOFDREDACTEUR:

“ Iedereen weet dat zorg en welzijn hun prijs hebben, maar in tijden van corona blijkt eens te meer hoe levensnoodzakelijk zorg en welzijn blijven.”

hijzelf de koning was. Ik heb gepokerd met zijn kleinkinderen die al het geld uit mijn zakken klopten. Verder was dat een mooie reportage (lacht). Een week logeren bij de jongeren in de gesloten gemeenschapsinstellingen van Mol en Ruiselede liet ook een diepe indruk na. En een editie van Rock voor Specials die gehost werd door een jongen met een handicap zal me ook bijblijven. Hij kondigde The Scene aan als ‘appelsien’ en met één riff op hun gitaren zetten die mannen de wei in vuur en vlam. Heerlijk.”

de hele maatschappij”, vindt Nico. “Er is een goede wisselwerking nodig tussen de sector, de samenleving, de overheid en de politiek. Niemand kan het alleen. Iedereen weet dat zorg en welzijn hun prijs hebben, maar in tijden van corona blijkt eens te meer hoe levensnoodzakelijk zorg en welzijn blijven. Iedereen vindt kwaliteit van zorg belangrijk, vermaatschappelijking kan daartoe bijdragen.”

POKER MET KINDEREN Wat de hoofdredacteurs het leukst vonden aan hun job? “Het werk verveelde nooit. Ik kwam op allerlei plekken en heb van veel mensen veel geleerd”, zegt Nico. “Zo bezocht ik ooit de Roms, woonwagenbewoners. Voor een reportage wilde ik hun ‘koning’ interviewen, maar volgens de man die ik daar altijd sprak was die nooit thuis. Het duurde drie weken voor ik erachter kwam dat

“Nu gebeurt er meer desk research dan vroeger, maar natuurlijk gaat de redactie ook nu nog graag op reportage”, zegt Liesbeth. “Wat mij het meest is bijgebleven, is een dag in 2006, toen ik meeliep met vrijwilligers die zich inzetten voor vluchtelingen in Gent. We bezochten vluchtelingen die in onteigende panden leefden, zonder water of elektriciteit. Er waren kinderen en er was ook een zwanger meisje van zeventien bij, heel schrijnend. Ik ben me altijd blijven afvragen wat er met die mensen gebeurd is. Maar de inzet van die vrijwilligers was zó hartverwarmend. En priester Daniel Alliët, nog zo’n mens die zich altijd inzet voor mensen zonder papieren of mensen die het moeilijk hebben, staat me ook nog heel helder voor de geest. Dat soort ontmoetingen, dat soort mensen, vergeet ik nooit.”

nr. 150 - september-oktober 2020 |

7


WELZIJN & ZORG

8

| nr. 150 - september-oktober 2020


In dit jubileumnummer zouden we zo veel vormen van zorg kunnen uitlichten, maar we zetten graag (jonge) mantelzorgers en vrijwilligers in de kijker. Omdat zij vaak onder de radar blijven, terwijl hun werk onmisbaar is.

nr. 150 - september-oktober 2020 |

9


WELZIJN & ZORG Jonge mantelzorgers blijven onzichtbaar

“ MANTELZORG BEPERKT ZICH NIET TOT ZORG OF HUISHOUDELIJKE TAKEN” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto’s Bob Van Mol

Jonge mantelzorgers zijn vaak onzichtbaar. Omdat ze zichzelf niet als mantelzorger zien en omdat ze zichzelf vaak weg­cijferen naast hun broer, zus of ouder die zorg nodig heeft. In Vlaanderen gaat het naar schatting om 20.000 tot 40.000 kinderen en jongeren. In Nederland spreken cijfers van een op de vijf scholieren. In 2007 sprak Weliswaar met de twaalfjarige Manon van der Giesen, die opgroeide met een broer met een zware zorgbehoefte, maar zichzelf niet als mantelzorger zag. Vandaag runt ze met haar ouders een zorgboerderij en denkt ze er heel anders over. Manon: “Destijds vond ik niet dat ik mantelzorger was, omdat ik niet echt de zorg voor mijn broer opnam of extra hielp in het huishouden. Maar eigenlijk nam ik zonder het te beseffen voor een groot stuk zijn begeleiding mee op. Mijn broer is zes jaar ouder en hij heeft een complexe, meervoudige problematiek van autisme, PDD-NOS en ADHD. Als hij me pijn deed, zei ik bijvoorbeeld niets tegen mijn ouders. Hij reageerde ook altijd heftig op bezoek, waardoor ik niet snel vriendjes of vriendinnen mee naar huis nam. Ik hield voortdurend rekening met hem en zette mezelf op de achtergrond. Als kind voelde ik me best eenzaam en onbegrepen. Maar omdat ik niets aan de situatie kon veranderen, hield ik me sterk. Hoe lastig ik het soms ook vond.”

10 10

WERKEN MET MENSEN “Toen ik achttien was en alleen ging wonen, kreeg ik een klap. Ik ging in therapie, nam wat afstand van mijn broer en mijn ouders, behaalde een diploma Bedrijfskunde en koos een tijdje meer voor mezelf. Na mijn stages kon ik beginnen als accountmanager. Hoewel ik dat werk best leuk vond, haalde ik er geen voldoening uit. Ik wilde iets doen wat betekenis geeft. Ik besefte dat ik graag wilde werken met mensen die tussen wal en schip vallen, en het daardoor moeilijk hebben in deze maatschappij.” “Mijn ouders hadden op dat moment de Alldrik Zorgboerderij opgericht, in eerste instantie om mijn broer op te vangen.

| nr. 150 - september-oktober 2020

Want nadat ik besloten had om uit huis te gaan, ging het helemaal niet goed met hem, omdat hij als oudere broer eerst uit huis wilde. Binnen de zorg vond hij geen geschikte plek. Hij verbleef in meer dan zeven zorginstellingen en kreeg voortdurend andere begeleiders, terwijl hij juist rust en duidelijkheid nodig had, met vaste gezichten.” “Nadat ik had besloten in het bedrijf van mijn ouders te gaan werken, behaalde ik nog een diploma Jeugd- en Gezins­ professional en een Master Social Work, om samen met mijn ouders Alldrik te kunnen leiden. Mijn broer woont nu op de Alldrik Landvilla en zo belandde ik uiteindelijk toch weer hier bij mijn broer, al was dat eerst helemaal niet de intentie (lacht). Met Alldrik willen we kwetsbare jongeren die een-op-eenbegeleiding nodig hebben en die in de zorg in Nederland tussen wal en schip vallen – zoals mijn broer – een plaats geven. We hebben twee locaties: een zorgboederij in Markelo en een landvilla in Bathmen waar we intensieve en individuele woonbegeleiding bieden, heel kleinschalig. Daar woont mijn broer nu. Na een uiterst hobbelig parcours gaat het eindelijk weer goed met hem. We vonden verzorgers die fysiek en mentaal sterk genoeg voor hem waren en die begrepen wat hij nodig had.”


MANON VAN DER GIESEN:

“Met Alldrik willen we een plaats geven aan kwetsbare jongeren die in de zorg in Nederland tussen wal en schip vallen.”

“Ook met mij gaat het goed. Ik heb geleerd mijn grenzen te bewaken en niet opnieuw alles om mijn broer te laten draaien. Naast mijn werk doe ik ook nog genoeg leuke dingen voor mezelf. En mijn werk geeft me de voldoening die ik zocht. Voor veel mensen is de zorg in Nederland uitstekend. Sommigen vallen echter uit de boot. Hen toch de begeleiding kunnen bieden die tegemoetkomt aan hun hulpvraag, geeft me het gevoel dat we met Alldrik het verschil kunnen maken – alvast voor een aantal van die mensen. Vanuit mijn masteropleiding deed ik onderzoek naar hoe deze doelgroep begeleid kan worden in hun talenten, waardoor er weer perspectief ontstaat en ze zich weer mens kunnen voelen. Daarover wil ik ook trainingen geven.”

GEZIEN WORDEN Of Manon een boodschap heeft voor jonge mantelzorgers, hun ouders, of wie met mantelzorgers werkt? “Ouders geven automatisch extra aandacht aan een kind met een beperking. Maar als kind zonder beperking zet je dan vanzelf een stap opzij. Als ik er nu aan terugdenk, wilde ik als kind zelf ook gewoon gezien worden. Vaak is er extra hulp voor kinderen met een beperking, maar er is vrij weinig aandacht voor jonge mantelzorgers. Op die manier belanden gezonde kinderen soms ook in de geestelijke gezondheidszorg. Dat vind ik schrijnend. Jonge mantelzorgers weten heel goed wat hun zorgbehoevend familielid nodig heeft en willen die zorg met alle liefde geven. Maar dat betekent niet dat ze daardoor zelf niet

“Vaak is er extra hulp voor kinderen met een beperking, maar er is vrij weinig aandacht voor jonge mantelzorgers.” gezien mogen worden. Geef dus ook die kinderen extra aandacht en heb ook oog voor wat zij nodig hebben. Zij vormen de basis in ondersteuning van de hulpbehoevende kinderen en door die extra aandacht hou je hen zelf uit het zorgsysteem.” ��

Ben je benieuwd naar wat Manon en haar ouders doen? Neem een kijkje op www.alldrik.nl

nr. 150 - september-oktober 2020 |

11


WELZIJN & ZORG

Carla vrijwilligt op haar 82ste nog steeds voor daklozen in Gent

“ VOLGEND JAAR STOP IK ÉCHT” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Jan Locus

We spraken Carla Ronkes voor het eerst in 2006. Toen deden we samen met haar een ronde door de stad, om dakloze Roma eten te brengen en hen te helpen met administratieve en praktische problemen. Hoe zou het nog zijn met de mensen die in de kraakpanden woonden en moesten verdwijnen om een tramlijn aan te kunnen leggen?

V

eertien jaar later ontmoeten we Carla opnieuw in Gent. Ze is ondertussen 82, maar nog altijd volop in de weer als vrijwilliger voor de daklozen. “Kort na onze vorige ontmoeting kregen we een datum waarop de Roma de kraakpanden moesten verlaten, omdat de huizen afgebroken zouden worden. Eén dag voor het zover was, zijn we erin geslaagd om met de Werkgroep Vluchtelingen en de hulp van een aantal anarchisten de mensen te verhuizen naar andere kraakpanden in de stad. Kraken kon toen nog, en er waren wel wat panden die zich ertoe leenden. Nu kan het niet meer, met de antikraakwet van een paar jaar geleden. Als je nu betrapt wordt op kraken, komt het op je strafblad. Huizen zijn de laatste jaren erg duur geworden, zeker in de stad. Mensen trekken meer en meer naar de randgemeenten, waar het veel moeilijker is om Nederlandse les te volgen en de sociale voorzieningen maar matig zijn. Mensen zijn er vaak ook niet zo gewend aan vreemdelingen. Soms gaat het goed, maar heel vaak ook niet. Vijftien jaar geleden kon je in Gent een studio huren aan 350 euro, nu kost dat een pak meer. Dat lukt gewoonweg niet voor die mensen. Maar als je geen adres hebt, kan je niet werken. En als je geen werk hebt, kan je niets huren. Zo draaien ze in cirkeltjes.”

12

| nr. 150 - september-oktober 2020

GOED EN MINDER GOED NIEUWS In 2006 ontmoetten we een jong tienerkoppeltje dat zonder ouders in België was. Het meisje was zwanger. Ze moesten eigenlijk naar school, maar gingen zelden. “Ze zijn nog steeds samen en hebben vier kinderen. Ze zijn een paar keer verhuisd van het ene kraakpand naar het andere, maar al hun papieren zijn intussen in orde en ze wonen in een eigen huurhuis. Ze hebben allebei een job: hij bij de groendienst van de stad, en zij als poetsvrouw. Ze trekken goed hun plan. Hun verhaal kreeg een happy end.” Maar niet elk verhaal eindigde even rooskleurig. We bezochten in 2006 ook een gezin uit Kosovo met een dochter van veertien die het hele huishouden beredderde en het ook nog eens goed deed op school. “Zij is een paar jaar later zwanger geworden en twee keer getrouwd geweest, twee keer met een man die haar niet goed behandelde. Nu is ze opnieuw dakloos en slaapt ze bij kennissen. Erg spijtig, want ze was een lief en slim kind. Sommige mensen lijken voor het ongeluk geboren. Ze belde me onlangs op, ik heb beloofd dat ik haar nog eens zou opzoeken.”


HET VENTIEL GEEFT LUCHT In 2016 zette Weliswaar voor het eerst Het Ventiel in de kijker, een buddywerking voor mensen met jongdementie. De werking kreeg toen een ProF-Award voor innovatief project in de zorg. Wat hebben zij ondertussen nog allemaal ondernomen?

LÜBECKSITE Op de Lübecksite in Gent werden oude sociale woningen afgebroken. In afwachting van een definitieve bestemming voor het terrein, kunnen allerlei tijdelijke projecten er hun intrek nemen. Stad Gent zal er containers ter beschikking stellen voor 138 Roma die tot nu toe clandestien woonden in kraakpanden of mobiele kampen. “In november kunnen ze er hun intrek nemen. Maar onder bepaalde voorwaarden. De kinderen moeten naar school, de ouders moeten werken of werk zoeken. En ze moeten een verplichte integratiecursus volgen.” Carla is de oudste vrijwilliger van de Werkgroep Vluchtelingen in Gent. “Toen ik 70 was ging ik stoppen, toen ik 75 was ook, op mijn 80ste opnieuw. Nu ben ik 82 en ben ik nog steeds aan de slag. Maar volgend jaar is het echt gedaan. Er is ook een opvolger voor mij om het team opnieuw te vervolledigen, dus kan ik met een gerust hart afscheid nemen.”

In 2018 wonnen ze opnieuw een prijs, dit keer op Europees niveau. Ze kregen de EFID-award, voor innovatieve projecten rond dementie. Met de activiteiten die de vrijwilligers van Het Ventiel voor hun leden organiseren, blazen ze inderdaad figuurlijk – en soms letterlijk – weer lucht in de banden. Ze laten mensen met jongdementie stoom aflaten, ventileren. Door nieuwe ervaringen op te doen, leren ze te genieten en ontdekken ze dat ze nog heel wat kunnen. Bijvoorbeeld als beginnend fietser de Mont Ventoux bedwingen. De afgelopen jaren acteerden de mensen met jongdementie in de theaterproductie De Loteling, in samenwerking met Het Bataljong, werkten ze mee aan de docu Liefde in tijden van jongdementie (21 s­ eptember op Canvas) en ontwikkelden ze de Sepappe-wandeling met een app die je niet alleen de mooiste plekjes van Kortrijk toont, maar je ook een duik laat nemen in de wereld van jongdementie. ��

Meer weten? www.hetventiel.be

Recent nam Carla echter nog een moeder en zoon uit Bangladesh in huis. Ze had toch wat kamers vrij, nu haar vier kinderen uit huis waren. Het gezin werd in Bangladesh vervolgd en belaagd omwille van de politieke voorkeur van de vader, dus besloten ze te vluchten. De eerste asielaanvraag verliep niet voorspoedig, en ze belandden op straat. Maar Carla gelooft in hun verhaal en ze proberen het nu opnieuw. Dus of ze echt helemaal gaat stoppen met dat vrijwilligerswerk? Misschien moeten we binnen een paar jaar nog eens contact opnemen met haar … nr. 150 - september-oktober 2020 |

13


KINDEREN & JONGEREN

Jeugdhulp onderging de afgelopen 15 jaar een flinke metamorfose. Met als sluitstuk het samengaan met Kind en Gezin onder de naam agentschap Opgroeien. Twee verpleegkundigen van Kind en Gezin – een nog maar pas op de werkvloer, een met 25 jaar ervaring – vertellen hoe zij hun job ervaren. Pleegzorgbegeleidster Anouk begeleidde Ziggy twaalf jaar lang. Zij zag in die tijd ook een aantal ontwikkelingen. Child Focus – bijna even oud als Weliswaar – kennen we vooral van de posters van vermiste kinderen. Maar daarnaast doen ze nog heel wat onzichtbaar werk.

14

| nr. 150 - september-oktober 2020


nr. 150 - september-oktober 2020 |

15


KINDEREN & JONGEREN Weg met hokjes

“ VAN ONGEBOREN KINDEREN TOT JONGEREN VAN 25 JAAR: WE LATEN NIEMAND LOS” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Jan Locus

Hoe zijn het beleid en de ondersteuning voor kinderen en jongeren de voorbije decennia geëvolueerd? We leggen de kwestie voor aan administrateur-generaal Katrien Verhegge en algemeen directeur Bruno Vanobbergen van het agentschap Opgroeien.

MEER AANDACHT VOOR KINDEREN Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in de jeugdhulp, de voorbije 25 jaar? Katrien Verhegge: “In de eerste plaats het verhaal van integrale jeugdhulp. Eind jaren 90 begonnen we er voor het eerst over te praten en vandaag bouwen we daar nog steeds op verder. Dat was een mijlpaal, omdat jeugdhulp niet langer in één hokje werd geduwd, maar zes verschillende sectoren gingen samenwerken (onderwijs, Bijzondere Jeugdzorg, Algemeen Welzijnswerk, Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, Geestelijke Gezondheidszorg, Kind en Gezin, n.v.d.r.).” Bruno Vanobbergen: “De toenemende aandacht voor kinderen, jongeren, gezinnen en hun context: ook dat is een belangrijke evolutie. Zij hebben de voorbije decennia een stem gekregen en er wordt veel meer vanuit hun perspectief gedacht. Het klassieke beeld van jeugdhulp wordt in films en tv-series nog steeds gecultiveerd: grote kloosters met

16

lange gangen waar grote groepen kinderen worden opgevangen. Maar gelukkig zijn er nu al veel alternatieven en vertrekken we veel meer vanuit de kracht van gezinnen en hun netwerk.” Welke politieke beslissingen hebben de belangrijkste effecten gehad op kinderen en jongeren? Verhegge: “Naast het decreet integrale jeugdhulp zijn ook de budgettaire uitbreidingen heel belangrijk geweest. Al lag de focus misschien iets te sterk op residentiële jeugdhulp. Nu zien we daarin een kanteling, met veel middelen voor Eén gezin, één plan, een vorm van jeugdhulp die veel dichter komt bij gezinnen en ook veel preventiever is.” Vanobbergen: “Ik voeg daar nog het nieuwe jeugddelinquentierecht aan toe. Het is goed dat jongeren die een delict hebben gepleegd op een andere plek worden opgevangen dan jongeren uit een verontrustende opvoedingssituatie. Maar tegelijk is detentie slechts een deel van de aanpak. Er is ook veel aandacht voor herstelgericht werken en

| nr. 150 - september-oktober 2020

jongeren krijgen meer kansen om zélf hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarnaast is ook de uitbreiding van jeugdhulp tot 25 jaar belangrijk. Vroeger had je een scherpe breuklijn op 18 jaar en moesten kwetsbare jongvolwassenen ineens ‘hun plan trekken’.” Verhegge: “Ook de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap was een cruciale politieke beslissing. Dat wordt nu uitgebreid tot minderjarigen, waardoor wij nog meer onze missie kunnen waarmaken: er zijn voor álle jongeren.”

“ Vroeger moesten kwets­bare jong­ volwassenen vanaf hun 18 jaar ineens ‘hun plan trekken’. Dat proberen we nu te vermijden.” BETERE BEELDVORMING Jullie pleiten voor een ‘normalisering’ van de jeugdhulp. Volgt de samenleving al? Verhegge: “Nee, helaas wordt er nog vaak in hokjes gedacht. Als ik mensen hoor praten over ‘bijzondere’ jeugdhulp of ‘instellingen’, voelt dat heel vreemd aan. Er is nog werk aan de beeldvorming.”


BRUNO VANOBBERGEN, ALGEMEEN DIRECTEUR AGENTSCHAP OPGROEIEN:

Vanobbergen: “Je kunt je geschiedenis ook niet zomaar uitwissen. Er zijn nu eenmaal nog prototypische voorzieningen, maar gelukkig ook steeds meer vernieuwende initiatieven. Ik was onlangs op bezoek bij vzw Stappen, een boerderij die is omgevormd tot een plek voor meisjes tussen 14 en 21 jaar. De poort staat daar altijd open en mensen uit de buurt lopen binnen en buiten. Zulke plekken zouden we veel meer moeten hebben.” Katrien, jij stond jarenlang aan het hoofd van Kind en Gezin. Hoe is die organisatie doorheen de jaren veranderd? Verhegge: “De focus is verlegd. Vroeger was die strikt medisch – dat blijft een belangrijke pijler – maar vandaag is ook het pedagogische belangrijk, net als het belang van opgroeien in de ruimere leefwereld. Vroeger werd kinderopvang bijvoorbeeld vooral geïnspecteerd op hygiëne en veiligheid, terwijl nu ook het welzijn en de betrokkenheid van de kinderen – hoe jong ook – veel aandacht krijgen. Daarnaast heeft Kind en Gezin nu ook veel meer aandacht voor kwetsbare gezinnen. We zijn er altijd voor alle gezinnen geweest, en nog steeds. Maar we willen ook meevechten tegen (kans)armoede. Daarom is de introductie van de Huizen van het Kind

“We hebben één collectief gedragen visie over thema’s als ouderschap, armoede en diversiteit, die we kunnen doortrekken van ongeboren baby’s tot jongeren van 25 jaar.”

in 2014 zo’n belangrijke evolutie. Vroeger kwamen de meeste gezinnen ook al naar het consultatiebureau, maar nu vinden ze dankzij de integratie van de consultatiebureaus in de Huizen van het Kind ook de weg naar andere hulp.”

agentschappen. Je hebt natuurlijk sterke en zwakke vertalingen, maar ik vind het een geweldige sprong dat er vandaag heel breed vanuit kinderrechten wordt gedacht. Dat zie je in scholen, kinderopvang, sportclubs, musea en media.”

Bruno, jij was tien jaar Kinderrechtencommissaris. Hoe heb je de kijk op kinderrechten zien veranderen?

PROBLEMEN SAMEN AANPAKKEN

Vanobbergen: “Vroeger zaten die wat ‘opgesloten’ bij jeugdzorg, maar intussen zijn ze tot zowat alle domeinen en organisaties doorgedrongen. Heel het Vlaamse beleid wordt gemobiliseerd en er zijn aanspreekpunten in de verschillende

In 2019 werd het agentschap Opgroeien een feit. Wat is de grote meerwaarde?

KATRIEN VERHEGGE, ADMINISTRATEURGENERAAL AGENTSCHAP OPGROEIEN:

“Als ik mensen hoor praten over ‘bijzondere’ jeugdhulp of ‘instellingen’, voelt dat heel vreemd. Er is nog werk aan de beeldvorming.”

Verhegge: “We kunnen nu kijken naar de totaliteit van kinderen en jongeren, we hoeven hen niet meer in hokjes te stoppen. Het is prachtig om te zien hoe bepaalde projecten heel parallel lopen. Bij kleuters ijveren we voor maximale participatie op de kleuterschool en ook jongvolwassenen uit de jeugdhulp willen we maximaal toeleiden naar het hoger onderwijs. Dankzij de fusie hebben we meer slagkracht om alle kinderen en jongeren kansrijk te laten opgroeien, ongeacht hun ‘rugzakje’.” Vanobbergen: “We hebben één collec tief gedragen visie over thema’s als ouderschap, armoede en diversiteit, die we kunnen doortrekken van ongeboren baby’s tot jongeren van 25 jaar. Neem nu de kwetsbare groep van tienermeisjes die zwanger worden. Zij komen vaak met jeugdhulp in contact en nu volgt vanzelf ook de expertise van Kind en Gezin. Vanaf het begin kunnen we dat samen aanpakken.”

nr. 150 - september-oktober 2020 |

17


KINDEREN & JONGEREN Ervaring en nieuw talent bij Kind en Gezin

SOETKIN HOUTTEMAN, VERPLEEGKUNDIGE BIJ HET AGENTSCHAP OPGROEIEN:

“Niet alles is registreerbaar in cijfers: vaak telt het gevoel waarmee een gezin naar buiten stapt.”

“ ALS VERPLEEGKUNDIGE VOLG JE ALLE ASPECTEN VAN HET GEZIN OP” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Jan Locus

Nathalie Van Egten en Soetkin Houtteman zijn beiden verpleegkundige. Nathalie al 25 jaar lang, Soetkin ís 25 jaar en begon vlak voor de quarantainemaatregelen bij Kind en Gezin. Zij vertellen over hoe zij hun job ervaren, en over de verschillen tussen vroeger en nu.

Nathalie vertelt hoe ze bij Kind en Gezin terechtkwam: “Ik maakte mijn eindwerk bij Kind en Gezin in Gent, met een focus op kansarmoede. Ik ben een paar keer verhuisd van regio, waar mijn kennis steeds goed van pas kwam, en nu werk ik in Dilbeek.” Soetkin is nog niet zo lang aan het werk, maar wist toch al snel wat ze wilde. “Tijdens mijn studie deed ik verschillende stages. Die waren best interessant, maar pasten niet helemaal bij me. Toen ik hoorde wat de job van verpleegkundige bij Kind en Gezin inhield, besefte ik dat ik net die combinatie zocht: het medische, het sociale en psychisch-sociale aspect. Zodra ik voldoende ervaring had om bij Kind en Gezin te kunnen starten en er een vacature was, greep ik mijn kans. Ik kon aan de slag in het team in Oostende. Door de coronamaatregelen ben ik helaas meteen moeten beginnen met consultaties op afstand. Vanaf begin april konden we gelukkig langzaamaan meer fysieke contacten aanbieden in de consultatiebureaus, en sinds begin juli kwamen daar ook meer huisbezoeken bij.”

MULTIDISCIPLINAIRE TEAMS “We zijn een multidisciplinair team. Dat heeft het grote voordeel dat we gezinnen breder kunnen ondersteunen. Naast verpleegkundigen zijn er in elk team nog andere functies zoals sociaal werker, gezinsondersteuner en psychopedagoog, relatiebeheerder, intersectorale medewerker …”, vertelt Soetkin. Die multidisciplinariteit is gestart in 2019 en is dus nog vrij nieuw, weet Nathalie. “Dat is positief, want zo

18

| nr. 150 - september-oktober 2020

kunnen we gezinnen op maat begeleiden. We kunnen doorvragen en luisteren naar wat er echt allemaal speelt. Vroeger stond ik er voor mijn gemeente alleen voor, en dan moest ik prioriteiten stellen.” “Ik vind het echt een pluspunt dat we met alle aspecten van het hele gezin werken”, zegt Soetkin. “Zowel met de kinderen als de ouders, en niet enkel de medische kant, maar ook de sociale en psychopedagogische kant. Dat zorgt ervoor dat we een brede kennis van ons eigen takenpakket moeten hebben én samen met mijn collega’s de hele sociale kaart (online toepassing van het Departement WVG die een overzicht biedt van de diensten, organisaties en voorzieningen uit de welzijns- en gezondheidssector in Vlaanderen en Brussel, red.) van onze regio moeten kennen. Het is een gevarieerde job waarin je steeds nieuwe dingen bijleert.” “Je moet het wel echt graag doen”, zegt Nathalie. “Als dat niet zo is, voelen mensen dat. Gelukkig hebben we veel vrijheid om een case aan te pakken op een manier die we zelf het meest passend vinden. Als we met een moeilijke kwestie zitten, overleggen we met collega’s, en kunnen we verantwoordelijkheid delen. Elke dag is een uitdaging. Je weet nooit wat je kan verwachten bij nieuwe gezinnen.” ��

Lees op weliswaar.be/kindengezin verder over flexibiliteit en grenzen stellen, en over de organisatorische en technische evoluties die Kind en Gezin de afgelopen jaren doormaakte.


Voor de distractietest werd een belletje gebruikt.

25 jaar Weliswaar

VROEGER EN NU KIND EN GEZIN Gehoortest nu vs. 25 jaar geleden Elk jaar krijgt 97% van alle pasgeborenen in Vlaanderen een gehoortest om aangeboren gehoorafwijkingen op te sporen. 94% wordt door Kind en Gezin getest – 62.885 tests in 2019 – en 3% krijgt een gehoortest op de kraamafdeling. Via kleine luidsprekers in de aangebrachte oorkapjes hoort de baby geluiden. Elektroden registreren de hersenactiviteit. De test verloopt snel, veilig en pijnloos en kan gebeuren terwijl het kind slaapt. Zo’n 2 per 1.000 geteste kinderen hebben aangeboren gehoorverlies. Vroegtijdige screening is belangrijk om hun spraak- en taalontwikkeling zo goed mogelijk te ondersteunen. Tot 1998 verliep dit in het Vlaamse Gewest met de distractietest (Ewingscreening). Vlaanderen was in 1998 bij de eersten met een universeel programma voor neonatale gehoorscreening. Nederland en het Verenigd Koninkrijk startten in 2006, Duitsland in 2009. ��

Een baby van enkele weken oud krijgt een gehoortest.

Meer weten? www.kindengezin.be/gehoortest

De nieuwbouw in De Grubbe.

JEUGDHULP De Grubbe nu Sinds juni 2020 is gemeenschapsinstelling De Grubbe in Everberg uitgebreid met een nieuwbouw voor vijf leefgroepen van telkens negen jongeren. De Grubbe begeleidt – na een beslissing van de jeugdrechter – elk jaar 335 tot 350 jongens tussen 14 en 18 jaar die verdacht worden van zeer ernstige feiten. Volgens de zogenaamde Everbergwet kunnen ze er maximaal twee maanden en vijf dagen verblijven. Ze leven, eten, volgen les en sporten samen en krijgen psychosociale begeleiding op maat. Na hun verblijf worden ze verder begeleid in een voorziening of gaan ze terug naar huis, met eventuele begeleiding. Recidive vermijden en terug aansluiting vinden met de samenleving staan voorop. De Grubbe maakt deel uit van het agentschap Opgroeien, dat nog twee andere gemeenschapsinstellingen met vijf campussen en een Vlaams detentiecentrum telt. Het domein heeft al verschillende bestemmingen gehad, zo was het een tijd het hoofdkwartier van de paracommando’s. In 2002 werd het een federale jeugdinstelling waar jongens tussen 14 en 18 jaar voorlopig geplaatst werden nadat ze een als misdrijf omschreven feit hadden gepleegd. In 2015 werd De Grubbe een Vlaamse gemeenschapsinstelling. ��

Het Vlaamse team dat De Grubbe in 2002 opstartte, toen een campus met 5 Vlaamse en 5 Waalse jongeren.

Meer weten? www.jeugdhulp.be/organisaties/ gemeenschapsinstelling nr. 150 - september-oktober 2020 |

19


KINDEREN & JONGEREN Ziggy en Anouk twaalf jaar samen op pad

HOE PLEEGZORG LEVENS VERANDERT Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Bob Van Mol

Ziggy Reviers groeide op in een verontrustende thuissituatie en kwam als jonge tiener in de pleegzorg terecht. Daar kreeg ze Anouk Swevers toegewezen als pleegzorgbegeleidster. Het was de start van een lang traject, waarbij ze elkaar steeds beter leerden kennen. Ze gingen samen op zoek naar oplossingen.

Ziggy woonde bij haar vader, in een verontrustende opvoedingssituatie. In de lagere school kwam haar situatie al in beeld, onder andere bij het CLB en het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Ze verbleef ook twee keer met haar mama en zus in een vluchthuis, maar ze was nog niet klaar om de stap naar een oplossing te zetten. Op een dag liep ze weg van huis. Toch ging ze de volgende dag gewoon naar school. Ze sprak met het CLB over wat er gebeurd was. Ze wilde niet meer terug naar huis. Het CLB is meegegaan naar de politie om te kijken waar Ziggy terechtkon. Het was moeilijk een plekje te vinden, de enige optie was een bed in een ziekenhuis. “Dat is een verschrikkelijke herinnering”, vertelt Ziggy. “Ik zat al jaren in een problematische situatie. Het was erg moeilijk om de beslissing te nemen om eruit te

20

| nr. 150 - september-oktober 2020

ZIGGY REVIERS, STUDENTE SOCIALE READAPTATIEWETENSCHAPPEN EN ERVARINGSDESKUNDIGE IN DE PLEEGZORG:

“ De ideale pleegzorgbegeleider is authentiek, en durft toegeven dat hij of zij ook niet op alles meteen een antwoord weet.”

stappen. Ik wist niet wat de toekomst zou brengen en tegelijk moest ik ook mijn zus en huisdieren achterlaten. Dat er na zo’n moeilijke stap nergens plaats voor me was, buiten het ziekenhuis, maakte dat ik me waardeloos voelde. En ik ben lang niet de enige die in zo’n situatie is terechtgekomen.” Gelukkig was er nog de grootmoeder van Ziggy. Zij hadden elkaar al een jaar niet meer gezien, maar Ziggy kon bij haar terecht. Er werd een traject voor pleegzorg opgestart, en zo werd Ziggy’s grootmoeder officieel pleeggrootmoeder. Anouk kwam in beeld als pleegzorgbegeleidster. “Het parket vroeg een netwerkobservatie te doen”, vertelt Anouk. “Tijdens zo’n observatie gaan we na of oma als pleegouder kan bieden wat Ziggy nodig heeft op lange termijn. In het begin zagen we mekaar wat vaker dan de regels voorschreven, omdat er

vertrouwen opgebouwd moest worden. We werken altijd met het pleegkind, de ouders, de pleegouders, school en andere hulpverleners. De hele context van het kind komt in beeld.”

LANGE TERMIJN IS LUXE “Als je jarenlang met hetzelfde kind of dezelfde jongere kan werken, heb je het gevoel dat je echt iets kan betekenen”, vindt Anouk. “Je hebt dan tijd om iets op te bouwen en grondig aan een situatie te werken, dat is een luxe in de hulpverlening. Je gaat samen door goede en slechte tijden, en dan groei je echt naar elkaar toe.” ��

Op w ­ ww.weliswaar.be/pleegzorg lees je verder over waarom Anouk liever mét haar cliënten werkt, in plaats van naast hen, over authenticiteit en over de ideale hulpverlener volgens Ziggy.


22 jaar Child Focus

“WE BEMOEIEN ONS VEEL TE WEINIG MET DE BUREN” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto Dirk Waem, Belga

Child Focus, de stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, bestaat al bijna even lang als Weliswaar. De ngo ontstond na de affaire-Dutroux en ijverde voor een betere samenwerking tussen politie en justitie. Child Focus wil ervoor zorgen dat kinderen die verdwijnen sneller worden gevonden en dat hun ouders nooit meer alleen staan. Vandaag wil de organisatie kinderen ook veilig leren internetten en wil ze onlinemisbruik voorkomen. In 1989 ondertekende België het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Negen jaar later werd Child Focus boven de doopvont gehouden en sloot het een protocol af met de overheden rond verdwijningen en seksuele uitbuiting van kinderen. “Elk jaar verdwijnen er kinderen, maar door al die jaren heen zijn er slechts 20 langdurige verdwijningszaken die nog niet konden worden afgesloten. 20 te veel, maar toch is het aantal gering, zeker in vergelijking met andere landen”, zegt directeur van Child Focus Heidi De Pauw. “In België worden de meeste verdwijningen vrij snel opgelost. Dat komt doordat er nu een goede samenwerking is tussen de Cel Vermiste Personen van de gerechtelijke politie, justitie en Child Focus.”

ONDER DE RADAR

ONGURE TYPES

Wie aan Child Focus denkt, denkt aan posters. “Dat is ons zichtbare werk, maar 90% van ons werk gebeurt onder de radar. We doen veel meer dan opsporingsberichten verspreiden”, vertelt Heidi. “We zetten ook in op preventie van seksuele uitbuiting, online en offline, en we bieden pedagogisch materiaal en vormingen aan. In rechtszaken rond mensenhandel stelt Child Focus zich soms ook burgerlijke partij. We doen dat om het grote publiek te sensibiliseren en om minderjarige slachtoffers – die bij kinderporno zelden gekend zijn – een stem te geven. En als we opsporingsberichten verspreiden, doen we dat niet altijd met een brede campagne. De meeste berichten verspreiden we lokaal en gericht. Wat je ziet in de media, is het topje van de ijsberg.”

65% van de verdwijningen die Child Focus behandelt, betreft weglopers. Child Focus werd afgelopen jaar slechts drie keer gecontacteerd voor een poging tot ontvoering door een onbekende. “Ontvoering gebeurt vaak door ouders of door familie”, zegt Heidi. “Ook bij kindermisbruik wordt vaak gedacht aan ongure types, maar daders zijn mensen die er doodnormaal uitzien. Het meeste misbruik gebeurt trouwens in gezinnen zelf. En wij Vlamingen zijn zo op onszelf. Als we iets horen bij anderen, denken we al snel dat we ons moeien. Maar wat mij betreft bemoeien we ons veel te weinig met de buren.” ��

Het volledige interview met Heidi De Pauw lees je op www.weliswaar.be

HEIDI DE PAUW, DIRECTEUR CHILD FOCUS:

“Child Focus blijft altijd hopen voor kinderen die nog niet werden gevonden.”

nr. 150 - september-oktober 2020 |

21


OUDEREN

In de allereerste editie van Weliswaar kwam de Rusthuis Info-Foon aan bod. 25 jaar later bestaat die nog steeds, onder de naam Woonzorglijn. Weliswaar belde even op om te luisteren wat er naast de naam nog veranderde. In 2011 spraken we Saloua Berdai al eens over interculturele zorg. Negen jaar later specialiseert zij zich in cultuursensitieve ouderenzorg.

22

| nr. 150 - september-oktober 2020


nr. 150 - september-oktober 2020 |

23


OUDEREN Van Rusthuis Info-Foon tot Woonzorglijn

“ VRAGEN EN KLACHTEN WORDEN COMPLEXER” Tekst Liesbeth Van Braeckel

De Rusthuis Info-Foon werd in 1994 opgericht op initiatief van toenmalig Vlaams minister van Welzijn Wivina Demeester. Wat aanvankelijk een tijdelijke vragen- en klachtenlijn leek te zijn, bleek zo succesvol dat de lijn tot de dag van vandaag bleef bestaan, ondertussen onder de naam Woonzorglijn. “Minister Demeester kreeg in die periode veel klachten te horen over rusthuizen en wilde een grondig onderzoek”, vertelt Lucrèce Dedeurwaarder, die de lijn als eerste bemande. “Het was initieel niet de bedoeling dat de lijn bleef bestaan. De rusthuizen waren de ‘kliklijn’ niet erg genegen, onder andere omdat klachten ook anoniem werden behandeld.”

een bewoner zelf, maar vaak was dat eerder uit eenzaamheid, om een babbeltje te doen.” Zijn er oproepen die altijd bijgebleven zijn? “Ooit kregen we een stroom van klachten uit één rusthuis – allemaal gegrond. Na onderzoek besloten we het te sluiten. Het was onveilig, er was een personeelsgebrek en er doken andere ernstige tekortkomingen op. Na die aanvankelijke klachten, kregen we ook nog kwade telefoontjes omwille van de gedwongen verhuis.” Meer recent was het Sabine De Brabanter die de oproepen beantwoordde van de huidige Woonzorglijn. “De meeste oproepen komen nog steeds van familieleden, maar we merken ook dat bewoners mondiger worden en ons vaker opbellen. Vroeger gingen klachten vaak over prijzen, nu krijgen we vaker vragen over de

De opvolging van die klachten gebeurde in de begintijd vooral op papier. “Alles moest uitgeschreven worden. Inspectieopdrachten kwamen op papier en we schreven zelf de brieven naar de klager en de voorziening”, legt Lucrèce uit. “De meeste vragen gingen over de dagprijs, supplementen en de minimale personeelsomkadering. Meestal waren het familieleden van bewoners die belden, soms ook personeelsleden die een probleem wilden aankaarten. Af en toe belde

24

| nr. 150 - september-oktober 2020

zorgverlening en de kwaliteit daarvan. Er bellen ook nog steeds bewoners die eigenlijk gewoon een luisterend oor willen. Meer dan vroeger.” Wat Sabine ook opvalt, is dat de vragen en klachten steeds complexer worden. “Toen ik pas startte, kon ik de meeste vragen meteen beantwoorden. Nu moeten we vaker zaken opzoeken of overleggen met collega’s.” Ook zij heeft een aantal memorabele telefoontjes. “Soms krijgen we hartverscheurende verhalen te horen, zoals iemand die op jonge leeftijd na een ongeval in een woonzorgcentrum terechtkomt omdat er nergens anders plaats is. Maar soms ook minder ernstige meldingen, zoals het gebrek aan nootmuskaat in het eten of dat een verpleegkundige een affaire zou hebben met de arts. Dat kunnen we niet onderzoeken”, lacht Sabine. ��

www.woonzorglijn.be; 02 553 75 00


Saloua Berdai hamert op dezelfde boodschap

“ER BESTAAT NIET ÉÉN RECEPT VOOR CULTUURSENSITIEVE ZORG: HEB OOG VOOR DE MEERLAGIGHEID VAN HET INDIVIDU” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Jan Locus

In 2011 werkte Saloua Berdai bij integratiecentrum De8. Dat maakt ondertussen deel uit van Atlas, de dienst integratie en inburgering van de stad Antwerpen. Saloua geeft nu onder andere les in de richting Orthopedagogie aan de Karel De Grote Hogeschool, doet aan de VUB onderzoek naar dementie bij personen met een migratieachtergrond, en werkt voor het project Diverse Elderly Care aan de Erasmus Hogeschool Brussel samen met collega Ann Claeys aan een boek over cultuursensitieve dementiezorg dat begin 2021 zal verschijnen. Hoe heeft Saloua de cultuursensitieve ouderenzorg de afgelopen tien jaar zien evolueren? “We zien een toename van zorgbehoevende ouderen met een migratieachtergrond. Zij zoeken extra ondersteuning als de mantelzorg het niet meer alleen kan bolwerken. In eerste instantie thuisverpleging, een woonzorgcentrum als het echt niet anders kan. Hoewel ik druppelsgewijs een toenemend besef bij zorgverstrekkers ervaar, heb ik het gevoel dat ik al vijftien jaar dezelfde boodschap breng: het aanbod sluit nog steeds niet goed aan op de vraag.”

NIET ALLES CULTURALISEREN Wat is dan de grootste drempel? “Het gebrek aan persoonlijke zorg. Mensen hebben vaak het gevoel dat er een gebrek is aan personeel, waardoor zorgverleners de zorgvragers onvoldoende kunnen leren kennen om hen zorg op maat te kunnen

Archiefbeeld 2014: Gezinszorg Villers Antwerpen, dat zich door integratiecentrum de8 liet bijstaan. Op deze foto: Hassan en Ingrid, verzorgende.

aanbieden. Dat is een algemene nood in de zorg, voor autochtonen en allochtonen: iedereen wil een beetje tijd en aandacht.”

verloren gaat. Daar is zeker nog ruimte voor verbetering.”

“We moeten niet alles culturaliseren”, zegt Saloua. “Maar de zorg is nog altijd dominant wit. De mismatch is voor mensen met een migratieachtergrond het grootst. Elke oudere wil lekker eten, maar ‘lekker eten’ is voor iedereen anders. En dat geldt voor verschillende noden.” Kan een cursus cultuursensitieve zorg helpen? Of gaat het meer om luisterbereidheid in de praktijk? “Beide. Vergelijk het met autorijden: je hebt de theorie nodig, maar defensief rijden leer je in de praktijk. Vormingen richten zich vooral op kennis en zijn nogal culturaliserend. Ze zien cultuur als een eigenschap van de ‘ander’. Men gaat uit van een groepsbenadering die vaak stereotypisch is en waarbij het individuele

Met een open houding en communicatievaardigheden kom je al ver. “Ga er bijvoorbeeld niet van uit dat elke oudere met Turkse roots moslim is. Kruis niet ongevraagd ‘vegetarisch’ aan omdat je geen halalvlees aanbiedt. Er zijn hulpverleners die niet doorverwijzen naar thuisverpleging omdat ‘ze’ daar geen gebruik van maken. Wie zijn ‘ze’? Alsof je een recept hebt dat voor een hele groep geldt. Als we vragen: wat heeft de autochtone Vlaming nodig in de zorg? Kunnen we dan één antwoord geven?”

‘ZE’ BESTAAN NIET

��

Lees verder op www.weliswaar.be/ cultuursensitievezorg

nr. 150 - september-oktober 2020 |

25


GEZONDHEID

Marc Hellinckx coรถrdineert al meer dan 15 jaar Te Gek!?, het project dat ijvert om het taboe op geestelijke gezondheid te verkleinen. Recente cijfers laten zien dat de inspanningen vruchten beginnen af te werpen. We spraken ook met Lon Holtzer. Zij is al sinds 2010 zorgambassadeur, en maakt zij-instromers en jongeren warm voor een beroep in de (gezondheids)zorg.

26

| nr. 150 - september-oktober 2020


nr. 150 - september-oktober 2020 |

27


GEZONDHEID Wie Te Gek!? kent, stigmatiseert minder en zoekt sneller hulp

PSYCHISCHE PROBLEMEN STEEDS MINDER TABOE Fietstocht Te Gek?! 2018 van gevangenis naar zorg, Antwerpen-Zelzate.

Tekst Liesbeth Van Braeckel | foto Bob Van Mol

Te Gek!? ijvert al meer dan 15 jaar voor meer openheid over psychische problemen. Door muziek, lezingen en communicatie rond jaarthema’s slagen ze er steeds beter in om het taboe rond geestelijke gezondheid te doorbreken. Marc Hellinckx is al sinds het begin bezieler van het project en ziet dat de inspanningen vruchten beginnen af te werpen. “In het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Annendael in Diest merkte ik dat veel mensen in opname leden onder het stigma en taboe rond geestelijke gezondheid”, vertelt Marc. “Vaak hebben ze het gevoel enkel nog psychiatrisch patiënt te zijn en op die manier bekeken te worden. Sommigen lijken te denken dat ze buiten hun ziekte geen mogelijkheden hebben en geloven niet langer in zichzelf en hun kunnen. Mensen die kanker overleefden, kunnen er vrij makkelijk over vertellen. Maar als je in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen, bleek daarover praten bij de meesten heel moeilijk. Patiënten zijn bang mensen uit hun omgeving te verliezen. Sommigen kregen effectief geen bezoek tijdens hun opname.”

‘GEEN PATIËNTEN?’ Kort voor 2000 begon Sint-Annendael het ziekenhuis open te stellen voor mensen uit de buurt. “Vijf jaar lang organiseerden we drie concerten per jaar met bekende Vlaamse artiesten”, vertelt Marc. “Jan De Wilde, Kris De Bruyne, Willem Vermandere … Mensen kwamen naar het concert voor de artiesten en kwamen op die manier vaak voor het eerst in het ziekenhuis. Zo creëerden we een groot bereik en de kans om aan de beeldvorming van de psychiatrie te werken. Bezoekers waren vaak verrast: ‘Wat een mooi en open gebouw. Ik zie geen patiënten?’ ‘Jawel, die lopen hier ook rond, maar je ziet het natuurlijk

28

| nr. 150 - september-oktober 2020

niet aan hun gezicht.’ Ik betrok de patiënten altijd bij de voorbereidingen. En dan zag je mensen die niet altijd evenveel interesse hadden in klassieke therapie plots opleven als ze flyers mochten uitdelen of koken voor Raymond van het Groenewoud.”

TOURNEES EN BV’S In 2004 werd de eerste cd van Te Gek!? in de Ancienne Belgique in Brussel voorgesteld. Kristien Hemmerechts werd meter van het project. Wat later voegden Guy Swinnen en Selah Sue zich bij haar. Bij De Standaard waren ze onder de indruk van het project en het lijstje artiesten. Te Gek!? kreeg een aparte bijlage bij de krant. Er kwamen tournees langs culturele centra en psychiatrische ziekenhuizen en literaire lezingen afgewisseld met muziek en getuigenissen. Zoals het hoopvolle verhaal van Annelies Brosens van Laïs over haar depressie, jaarthema’s als internering en jongdementie of Eline De Munck die over preventie van zelfdoding sprak, waarbij ook brieven van nabestaanden voorgelezen werden. Daarvoor kreeg Te Gek!? de publieksprijs van Werkgroep Verder, die nabestaanden na zelfdoding helpen. ��

Lees op www.weliswaar.be/tegek verder over hoe muziek mensen verbindt en over een onderzoek van de KU Leuven waaruit blijkt dat Te Gek!? effectief het taboe op geestelijke gezondheid verkleint.”


Lon Holtzer: tien jaar zorgambassadeur

“ DOOR DE ZORG ANDERS TE O ­ RGANISEREN KUNNEN WE DEZELFDE KWALITEIT BIEDEN MET MINDER MENSEN” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Bart Van Gansen

“Rond 2010 zagen we in het UZ Leuven dat we door pensioneringen tegen 2017 liefst 2,5 verpleegeenheden zouden moeten sluiten. Toen zijn we gaan samenzitten om dat probleem aan te pakken. Er werd besloten een zorgambassadeur aan te stellen om de studie en het beroep van verpleegkundige en zorgkundige te promoten”, vertelt Lon Holtzer. Zij neemt die taak al tien jaar op zich. “Toen ik als ambassadeur startte, waren er veel openstaande vacatures in de zorg. We hebben er veel kunnen invullen en de curve tijdelijk doen dalen. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat er nu meer vacatures zijn dan toen ik begon. Ik heb me weleens afgevraagd of alles wat ik gedaan heb dan voor niks geweest is. Mensen die het konden weten, zoals Geert Van Hootegem van HIVA – Instituut voor Arbeid en Samenleving –, zeiden me dat het zonder mij nog erger zou geweest zijn. Dat heeft me wel getroost. We hebben 62% meer hulp- en zorgverleners in Vlaanderen op tien jaar tijd. In Wallonië is dat cijfer 53%. Dus misschien hebben we het dan toch niet zo slecht gedaan.”

KNELPUNTBEROEPEN De lijst van knelpuntberoepen veranderde in de loop van de tijd. Maar verpleegkunde en

zorgkunde hebben altijd op die lijst gestaan. “Ergotherapeut bijvoorbeeld stond ook op de lijst toen ik startte als zorgambassadeur, maar dat tekort hebben we kunnen wegwerken”, vertelt Lon. “Het is niet zo dat zorgberoepen niet in trek zijn. De sector scoort nog altijd goed, zowel bij 18-jarigen als bij zij-instromers. Maar de groep mensen van 18 tot 65 jaar wordt steeds kleiner. Als de economie aantrekt, zijn er dus ook minder werklozen die zich kunnen omscholen naar een zorgjob.”

AANTREKKELIJKE SECTOR Uit een studie van Randstad blijkt dat zorg en welzijn op de derde plaats staat in de lijst van meest aantrekkelijke sectoren om te werken. “De zorg scoort goed op vlak van reputatie en jobinhoud, en ook wat betreft nieuwe technologie. Dat laatste is nog te weinig bekend bij het brede publiek.”

“Er wordt vaak gevraagd hoe we de zorg vorm kunnen geven, met nieuwe functies en jobs. Ik zou eerder nadenken over hoe we met de weinige mensen die we hebben kwaliteitsvolle zorg kunnen aanbieden. Kunnen we ziekenhuizen anders organiseren zodat ze met minder mensen dezelfde kwaliteit kunnen bieden? Volgens mij wel. Het normenkader waarbij een bepaald aantal verpleegkundigen aan een afdeling toegewezen wordt, is voor mij een ouderwets gegeven. We moeten op een modernere manier nadenken over inzet van personeel.” �� Lees verder op www.weliswaar.be/

zorgambassadeur over omdenken naar de menselijke kant, zorginstroom met visie en over wat Lon Holtzer nog wil bereiken in het laatste jaar voor haar pensioen.

nr. 150 - september-oktober 2020 |

29


JUSTITIE EN WELZIJN

30

| nr. 150 - september-oktober 2020


In 2014 werden de justitiehuizen overdragen van het federale naar het Vlaamse beleidsniveau. Sinds dat jaar kan je in Weliswaar ook artikels lezen over werkstraen, enkelbanden en het werk van justitieassistenten. Voor deze editie sprak Weliswaar met iemand die een werkstraf achter de rug heeft. En we vroegen een update aan de mensen van Clean UP, het programma dat door de jeugdrechter opgelegd wordt aan minderjarige druggebruikers of -dealers.

nr. 150 - september-oktober 2020 |

31


JUSTITIE EN WELZIJN Op weg naar een nuchter leven

“ WIE VOOR CLEAN UP WERKT, MOET EEN PITBULL-ATTITUDE HEBBEN” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Florian Van Eenoo

Project Clean UP van vzw Oranjehuis in Kortrijk is een ambulant programma van 36 weken. Het wordt door de jeugdrechter opgelegd aan minderjarigen die in de problemen komen of kansen missen door druggebruik. Weliswaar sprak in 2014 al eens met Chris Lagrange, en ging luisteren hoe het nu staat met de toekomstplannen die toen uitgesproken werden. Chris eindigde het vorige gesprek met de wens om in de toekomst uit te breiden van arrondissement Kortrijk naar arrondissement Veurne en Brugge. Is dat gelukt? “Zeker en vast”, steekt Chris van wal. “Tot dan toe werkten we samen met het Kompas, maar nu ook met De Sleutel. We zijn ons gaan voorstellen bij de sociale diensten, jeugdrechtbanken en parketten van die regio’s, om hen te overtuigen van onze aanpak. Als ik nu naar de cijfers kijk, is de toeleiding uit alle regio’s in evenwicht. We gaan stilaan naar een verdubbeling van het aantal dossiers per jaar, als ik vergelijk met zes jaar geleden.” Maarten Ampe, substituut bij de jeugdrechtbank Kortrijk, legt uit hoe Clean UP op de rechtbank te werk gaat: “De pv’s komen bij ons binnen en wij beslissen welke richting een dossier uitgaat. We hebben dan de keuze om jongeren die voor het eerst gebruikten naar ‘t Circuit te sturen. Dat is iets laagdrempeliger. Als het probleem verder gevorderd is, gaan we richting Clean UP. Dit

32

programma kan enkel opgelegd worden door de jeugdrechter.” Sinds september 2019 is er een nieuw decreet jeugddelinquentierecht. Maarten legt uit wat dat betekent voor Clean UP. “Als je het programma van Clean UP vroeger niet volgde zoals opgelegd, moest je opnieuw voor de rechter verschijnen en kreeg je misschien een nieuwe kans of andere maatregel opgelegd. Met de nieuwe wet kan de rechter Clean UP opleggen, met als voorwaarde dat als het niet lukt, er een plaatsing in een instelling of een werkstraf volgt.”

NULTOLERANTIE IS GEEN FETISJ Wanneer is Clean UP een succes? Wanneer deelnemers niet langer drugs gebruiken? “Niet meer gebruiken is steeds minder een fetisj van ons geworden”, zegt Chris. “Er zijn best wel wat jonge gasten die met beperkt cannabisgebruik toch weer terug naar school gaan, of deeltijds werken en deeltijds naar school gaan. Maakt me dat blij? Nee, niet

| nr. 150 - september-oktober 2020

echt. Maar het gebruik is dan toch al minder problematisch, en als ze weer naar school gaan is dat een stap in de goede richting. We proberen dat gebruik dan nog steeds op nul te krijgen, want het is niet wettelijk. Als het gamma aan drugs verkleint, bijvoorbeeld van multigebruik naar enkel cannabis, is het ook al een goede stap.” “Ik durf niet te zeggen dat onze aanpak altijd een langdurige impact heeft”, geeft Chris toe. “Ik ben daar nogal bescheiden in. Er spelen zoveel factoren mee waar we niet altijd vat op hebben. Als een 18-jarige clean naar zijn laatste gesprek komt met een tweedehandsauto die hij betaald heeft met het loon van zijn eerste nachtshiften in een fabriek, dan vind ik dat een succes. Dan hebben we toch een verschil gemaakt. Maar dat verschil komt er niet alleen op basis van onze gesprekken. Dat betekent dat hij ook thuis en op de arbeidsmarkt kansen gekregen heeft, en dat hij wat gerust gelaten wordt door zijn ‘foute vrienden’. Dat is minstens even belangrijk als wat wij hier doen.”


CHRIS LAGRANGE, CLEAN UP:

“Als een 18-jarige clean naar zijn laatste gesprek komt met een tweedehandsauto die hij betaald heeft met het loon van zijn eerste nachtshiften in een fabriek, dan vind ik dat een succes.”

GEEN GROEPSGESPREKKEN MEER Toen we voor het eerst over Clean UP schreven, ging het over groepsgesprekken. Dat doen ze nu niet meer. “We merkten dat er onvoldoende veiligheid was om in groep van elkaar te kunnen leren”, legt Chris uit. “Er was constant instroom en uitstroom, soms kwamen sommigen ook niet opdagen. Dat zorgde voor een negatieve dynamiek. Jongeren zeiden dan: waarom moet ik hier zijn, terwijl die andere twee er niet zijn? We gaan nu voor individuele contacten en contacten met de context, met de ouders. Daarnaast veranderden ook de onderwerpen van de gesprekken: niet alleen over het gebruik en de afkickverschijnselen, maar ook over hoe iemand zich voelt, hoe de thuiscontext in elkaar zit, hoe hij naar zijn eigen geschiedenis kijkt. We hebben meer aandacht voor school, zelfbeeld en psychische gezondheid dan zes jaar geleden. Dat was niet mogelijk in een groepsgesprek.”

AANKLAMPEND WERKEN Bij Clean UP werken mensen met uiteenlopende achtergronden: sociaal werk, criminologie, kinesitherapie, orthopedagogie, ervaringsdeskundige. Volgens Chris hebben ze allemaal één ding gemeen: “Ze hebben allemaal een beetje ‘pitbull-gehalte’, ze werken op een aanklampende manier. Zeker in coronatijden moesten we veel beeldbellen. Het is niet altijd makkelijk om hardnekkige zorgvermijders daartoe te overtuigen.” Volgens Maarten ligt de sleutel tot succes in de trajecten op maat: “Ze halen het onderste uit de kan om een succesverhaal te schrijven. Ze gaan niet bij de eerste mislukking opgeven, maar blijven aanklampen.”

Bij Clean UP halen ze het onderste uit de kan. Ze geven niet op bij de eerste mislukking, maar blijven aanklampen.

SAMENWERKING MET GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN De expertise die ze hebben opgebouwd met Clean UP wordt ook aangewend door de gemeenschapsinstellingen. Chris gaat een halve dag per week in Wingene, Ruiselede en Beernem de werking ondersteunen, door jongens en meisjes individuele begeleiding te bieden. “Het voordeel is dat ze daar nuchter zijn, en we kunnen kijken welke plaats drugs heeft of had in hun leven. Vaak zien we dat ze later Clean UP als voorwaarde opgelegd krijgen door de jeugdrechter, zodra ze vrijkomen uit de instelling. Dan hebben we een beetje voorsprong. Ze worden dan begeleid door dezelfde Chris die ze al kennen vanuit de instelling. Dat zorgt voor continuïteit en vertrouwen. Op basis daarvan kunnen we verder werken aan een nuchterder leven.”

nr. 150 - september-oktober 2020 |

33


JUSTITIE EN WELZIJN De werkstraf als alternatief

VEROORDEELD OM IETS NUTTIGS TE DOEN VOOR DE MAATSCHAPPIJ Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto’s Jan Locus

Alternatieve straffen en maatregelen als reactie op criminaliteit worden in ons land steeds belangrijker. Elk jaar behandelen de justitiehuizen meer dan 7.000 dossiers van werkgestraften. In 2019 waren dat er 7.530. Een van die dossiers was dat van Raymond*, die schoorvoetend aan zijn werkstraf begon, maar er uiteindelijk een vaste job aan overhield en nu zelf werkgestraften begeleidt.

“Werkstraf klinkt erg negatief”, vindt Raymond. “Zo begon ik ook aan mijn straf. Ik wist niet goed wat me te wachten stond in De Kringwinkel, waar ik 120 uur aan de slag zou gaan. Ik ging ervan uit dat ik alleen rotte klusjes zou mogen doen, waardoor ik eerst niet kwam opdagen. Want ik had een vaste job en moest verlof nemen om mijn werkstraf te kunnen uitvoeren, dat vond ik moeilijk. Mijn begeleider wist me te overtuigen. Hij zei dat ik mijn werkstraf niet als een straf moest zien, maar als vrijwilligerswerk, als een kans om iets te doen voor de maatschappij. Dat vond ik mooi en het voelde beter. Op die manier werd mijn straf een keuze.”

BLANCO STRAFBLAD “Het viel wel mee met die rotte klusjes. Sterker nog: er werd me gevraagd wat ik wilde doen en er werd rekening gehouden met mijn talenten”, zegt Raymond. “In De Kringwinkel zag ik mensen die om welke reden dan ook minder kansen hebben op de arbeidsmarkt. Dat zette me aan het denken.

34

| nr. 150 - september-oktober 2020

Ik besefte dat mijn job me niet echt gelukkig maakte, dat ik liever met mensen wilde werken. Op dat moment kwam er een vacature vrij in De Kringwinkel en ik stelde me kandidaat. Nu werk ik er als verantwoordelijke in een atelier, waar ik mensen begeleid. Soms werken er ook vrijwilligers of mensen die een werkstraf uitvoeren.” Raymond is opgelucht dat hij zijn werkstraf afrondde en zo de gevangenis kon vermijden. “Daardoor heb ik nog steeds een blanco strafblad”, zegt hij. “Werkstraffen bieden kansen aan mensen zoals ik, mensen die stommiteiten hebben begaan, maar die niet thuishoren in de gevangenis. Want ik ben geen moordenaar. Ik kwam voor het eerst in aanraking met justitie en pleegde geen zware feiten. Lang niet iedereen weet dat ik een werkgestrafte was, maar als ik het discreet vertel, reageren mensen heel verbaasd. Het is niet omdat je een werkstraf hebt gedaan dat je leven om zeep is.” * Raymond is een schuilnaam.


WELZIJN EN JUSTITIE IN CIJFERS Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

14 justitiehuizen

Er zijn in Vlaanderen en Brussel.

Jaargang 26 - nummer 4 Editie september - oktober 2020

Ze slaan bruggen tussen

justitie, welzijn en zorg.

Redactie: Liesbeth Van Braeckel, Liesbeth Van Houdt Eindredactie: Harold Polis Medewerkers: Stefanie Van den Broeck Tekeningen en cartoons: Pieter Van Eenoge, Nix Fotografie: Jan Locus, Florian Van Eenoo, Bart Van Gansen, Bob Van Mol, Stephan Vanfleteren Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel

In 2019 openden ze ruim

28.000 nieuwe dossiers.

Redactiebegeleiding en lay-out: Trendhuis Druk en distributie: Roularta Publishing

63% daarvan heeft betrek-

king op strafrechtelijke opvolging. Dat zijn alle taken rond opvolging van en toezicht op daders van een misdrijf, zoals de opvolging van een autonome werkstraf, de begeleiding van probatie en bemiddeling in strafzaken.

Justitiehuizen doen vooral aan

strafrechtelijke opvolging:

• 2% Strafrechtelijk advies aan magistraten • 2% Maatschappelijk onderzoek in kader van scheidingssituaties • 15% Slachtofferonthaal • 81% Opvolging en toezicht van daders* *Onder daders verstaan we verdachten, beklaagden, veroordeelden en geïnterneerden

Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@abonnementen.be of 078 35 33 13. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden. Redactie: redactie@weliswaar.be Tel.: 02 553 33 76 Fax: 02 553 31 40 Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar

Daarnaast waren er nog bijna 30.000

dossiers lopende.

Oplage: 15.036 ex

In 24% van deze dossiers ging het om autonome

Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.

werkstraffen.

23% van de dossiers ging om probatie: in sommige gevallen kan een rechter de uitspraak van een straf opschorten of de uitvoering van de straf uitstellen en de dader verplichten bepaalde voorwaarden na te leven.

2020

WIW 150.20 JG26/nr.4

ISSN 1371-9092

nr. 150 - september-oktober 2020 |

35


Zin gekregen om te grasduinen in het archief van Weliswaar? Kijk op www.weliswaar.be/magazines

Afgiftekantoor Gent X Roularta Media Group Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare

TIJDSCHRIFT

Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091

36


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook