Algemene Raad 21 februari 2020 AR-AR-ADV-1920-007
De opheffing van Syntra Vlaanderen Advies over het ontwerp van decreet tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Agentschap “Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – Syntra Vlaanderen”, tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam “Hermesfonds”
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op vraag van Hilde Crevits, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw op 24/01/2020 Uitgebracht door de Algemene Raad op 21 februari 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: commissie Onderwijs - Arbeidsmarkt op 5/02/2020 onder voorzitterschap van Luc Van Waes. VDAB is lid van de commissie, maar heeft zich onthouden bij de voorbereiding van dit advies omdat hij een betrokken organisatie is bij de decreetswijziging.
Dossierbeheerder: Julie Sels
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
1 Situering Met het oog op rationalisering, wil de overheid de ondernemerschapsopleidingen integreren in het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) en het duaal leren in het departement Werk en Sociale Economie (WSE) en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleidingen (VDAB). Daarom wordt Syntra Vlaanderen decretaal opgeheven en zullen zijn taken overgaan naar diverse entiteiten van de Vlaamse overheid: ¬ VLAIO zal de taken van ondernemerschapsvorming overnemen; ¬ VDAB zal de taken van werkplekregisseur duaal leren en leertijd (met uitzondering van toezicht) overnemen; ¬ Het departement Werk en Sociale Economie zal het toezicht op duale trajecten en leertijdopleidingen, het decreet overeenkomst alternerende opleidingen en ondernemerschapstrajecten overnemen; ¬ De departementen Werk en Sociale economie en Onderwijs en Vorming zullen het secretariaat van het Vlaams Partnerschap duaal leren opnemen.
2 Algemeen De Vlor deelt de uitgangspunten van het voorontwerp, namelijk efficiëntie en transparantie nastreven. De continuïteit van de regie moet gewaarborgd worden, de ondersteuning moet blijven lopen en er moet met vaste aanspreekpunten gewerkt worden om de werking in de toekomst nog meer te optimaliseren. De Vlor is wel bezorgd dat de taakverdeling over verschillende organisaties zal leiden tot versnippering en moeizame communicatie. De Vlor wijst er ook op dat taken en verantwoordelijkheden volledig en met de nodige voorzichtigheid moeten worden overgedragen. De raad pleit daarbij voor aandacht voor zowel de inhoudelijke als het governance kenmerken van de verschillende taken en verantwoordelijkheden.
3 Advies bij artikelen van het voorontwerp van decreet 3.1 Kansengroepenbeleid Bij de overheveling moet er aandacht zijn voor alle taken die Syntra Vlaanderen momenteel uitvoert. Zo merken we op dat het kansengroepenbeleid voor de leerlingen, zoals Syntra Vlaanderen dat moet voeren, niet opgenomen is in artikel 14 van het voorontwerp van decreet. Dat kan best geëxpliciteerd worden. Ook in artikel 56 waarin men de voorwaarden van het ondernemerschapstraject beschrijft, ziet de Vlor een kans om meer aandacht te hebben voor het bereik van kansengroepen door er specifieke voorwaarden voor op te nemen. Dat is zeker aangewezen omdat de verplichte opleiding bedrijfsbeheer is afgeschaft, die de kansen voor kansengroepen toch positief beïnvloedde. De Vlor raadt aan een beheersovereenkomst te sluiten met Syntrum waarin
1
voorwaarden rond het kansengroepenbeleid kunnen worden opgenomen in de ondernemerschapstrajecten.
3.2 VDAB als werkplekregisseur duaal leren en leertijd De Vlor stelt zich vragen bij de inkanteling in VDAB van de taken en verantwoordelijkheden rond duaal leren en de leertijd (Artikel 14). Hoewel de Vlor de gevolgen van de overheveling en de evolutie in de werking van de VDAB rond duaal leren en de leertijd niet kan inschatten, is hij bezorgd omdat: ¬ de taken die VDAB overneemt van Syntra Vlaanderen de begeleiding en ondersteuning bij onderwijstrajecten omvatten: VDAB heeft met dat onderwerp of die doelgroep weinig of geen ervaring. De trajectbegeleiding moet jongeren enerzijds toeleiden naar een onderwijskwalificerende opleiding en anderzijds binnen een beperkte termijn van 20 dagen (verlengbaar met 20 dagen) naar een werkplek. Wanneer de VDAB als trajectbegeleider fungeert, is hij zowel aanbieder als bemiddelaar. Daarenboven duurt de bemiddeling voor een werkplek in zijn huidige werking heel wat langer. (Artikel 35) ¬ duaal leren en de leertijd prioritair gaan over een leertraject in een bedrijf als onderdeel van een onderwijskwalificerend traject, ook voor leerlingen die meerderjarig zijn: Onderwijs stelt nog steeds een ‘groenpluk’ van meerderjarige jongeren door de werkgevers vast, waardoor ze de school ongekwalificeerd verlaten, vaak net voor het voltooien van hun opleiding. De Vlor vreest dat de focus op een duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt, die de werking van de VDAB kenmerkt, mogelijk het onderwijskwalificerende doel en het belang van duaal leren en de leertijd zal doen ondersneeuwen. ¬ onderwijs noch zijn geledingen zijn vertegenwoordigd bij de VDAB: De raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers, vertegenwoordigers van werknemers en regeringscommissarissen van Werk en Begroting. De onderwijsverstrekkers of andere onderwijspartners noch de lerenden of hun ouders zijn vertegenwoordigd in de werking van de VDAB. De Vlor vreest voor een visie en werking vanuit het oogpunt van de arbeidsmarkt zonder inbreng van of rekening houdend met de noden van Onderwijs en de belangen van de leerplichtigen/lerenden. Om die redenen is de Vlor van oordeel dat het Vlaams Partnerschap Duaal Leren beter de regie als werkplekregisseur duaal leren en leertijd zou opnemen.
3.3 Subsidiëring van de erkende centra voor theoretische vorming Artikel 19 van het voorontwerp van decreet beschrijft de subsidiëring van de erkende centra voor theoretische vorming. In zijn advies over OD XXX verwees de Vlor al naar het decreet betreffende duaal leren en de aanloopfase waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat de jongere voltijds op school aanwezig moet zijn als de werkplekcomponent niet is ingevuld: “Artikel 54 [van OD XXX] trekt dat principe door naar het huidige stelsel van leren en werken. De Vlor vraagt te verduidelijken wat exact bedoeld wordt met ‘voltijds engagement’. De raad erkent het recht van elke leerling op een volwaardige invulling van het programma, maar wijst erop dat het voltijds opvangen van een jongere in het centrum/op school de nodige middelen vereist. Hij stelt dat dat
2
niet mogelijk is zonder bijkomende structurele middelen.�1 De Vlor herhaalt ook hier de nood aan structurele middelen om voltijds engagement te kunnen realiseren en een afstemming tussen beide decreten.
3.4 Inspectie van de erkenningsvoorwaarden Hoewel het advies van de VDAB niet bindend is bij de inspectie van de erkenningsvoorwaarden van de centra, stelt de Vlor zich toch vragen bij de dubbele rol van de VDAB zoals die in het voorontwerp is beschreven. Het is niet opportuun om enerzijds te fungeren als adviesgever en anderzijds in te staan voor de financiering van de centra (Artikel 22).
3.5 Werking secretariaat Vlaams Partnerschap Duaal Leren De Vlor stelt vast er geen duidelijke afspraken zijn voor de overheveling van het secretariaat van het Vlaams Partnerschap Duaal leren. Momenteel is er geen huishoudelijk reglement waarin de opmaak en stemming van een advies is vastgelegd. De Vlor adviseert om de adviesrol, de totstandkoming van een advies en de procedure van stemming op te nemen in het verwachte besluit van de Vlaamse Regering en in het huishoudelijk reglement van het Vlaams Partnerschap Duaal leren. Daarnaast stelt de Vlor zich vragen bij de inkanteling van het Vlaams Partnerschap in twee departementen, de departementen Werk en Sociale Economie en Onderwijs en Vorming, waarbij de Vlaamse overheid adviesbevoegdheid heeft en op die manier tegelijk adviesvrager en adviesgever is (Artikel 72). Wanneer er binnen een sector, zonder sectoraal partnerschap duaal leren wordt georganiseerd, dient er zo snel mogelijk een partnerschap opgericht. Zolang er geen partnerschap is, blijft dit toezicht de bevoegdheid van het Vlaams partnerschap.
3.6 Expertisecentrum De oprichting van het expertisecentrum Innoverende Leerwegen wordt vermeld in de memorie van toelichting, maar in het voorontwerp van decreet is daarover niets terug te vinden. De Vlor is er zich van bewust dat het oprichten van een dergelijk expertisecentrum behoort tot de organisatorische vrijheid van het departement Werk en Sociale Economie, maar vraagt zich af of het behoort tot de kerntaak van het departement WSE om innovatieve leerwegen vorm te geven. Momenteel lopen veel verschillende projecten in verband met duaal leren en vanuit de overheid en de sectoren wordt daar veel menskracht op ingezet. Het onderwijsveld wil duaal leren mee ondersteunen en uitbouwen, maar moet vaststellen dat het aantal mensen die daaraan kunnen werken en de beschikbare tijd daarvoor in verhouding veel lager ligt. We zijn dan ook vragende partij voor een maximale betrokkenheid van partners uit het onderwijs bij het opstellen van de onderzoeksagenda van het expertisecentrum, om te zorgen
1
Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies over onderwijsdecreet XXX, 23 januari 2020.
3
voor complementariteit met ander onderzoek (o.a. SONO) en om zorgvuldig en kritisch om te gaan met de organisatorische en inhoudelijke impact op scholen.
4