NOTA KRIJTLIJNEN VOOR DE RELANCE VAN DE VLAAMSE SOCIALE ECONOMIE
Eigen initiatief Goedkeuring Contactpersonen
nvanheeswijck@serv.be
02 209 01 31
Krachtlijnen De Commissie Sociale Economie vindt het zeer positief dat er op korte termijn wordt gewerkt aan een relanceplan met versterkende toekomstmaatregelen voor de sociale economie. De commissie vraagt dat dit gebeurt in dialoog met de sector en de interprofessionele sociale partners binnen de SERV, en op basis van goede monitoring van de noden. De commissie pleit hier voor: • een meerjarenplan rond, met de sector afgesproken, thema’s. Dit zal (financiële) ondersteuning vragen voor een aantal drivers die tewerkstelling kunnen ondersteunen. • voldoende aandacht voor de eigenheid en specifieke noden van de verschillende subsectoren. Volgens de Commissie Sociale Economie heeft investeren in een sterke en veerkrachtige sociale economie ook een meerwaarde voor de relance van de Vlaamse economie en arbeidsmarkt. De sociale economie vormt namelijk het sluitstuk van het arbeidscontinuüm dat werk op maat zou moeten bieden voor iedereen in Vlaanderen, en kan op die manier bijdragen aan een meer inclusieve arbeidsmarkt. • In het IAB-akkoord verwees de SERV naar de sociale economie als een van de instrumenten voor het realiseren van een breed en meervoudig activeringsbeleid. Om de bestaande wachtlijst weg te werken, en de sector voluit zijn rol te laten spelen, pleitte de SERV voor een combinatie van meer doorstroom en nieuwe instroom. De coronacrisis zorgde echter voor een grondige wijziging van de situatie op de arbeidsmarkt, waardoor doorstroom (tijdelijk) heel moeilijk haalbaar is en de nood aan nieuwe plaatsen zich (tijdelijk) nog sterker aftekent. De Commissie Sociale Economie pleit er daarom voor om de conjunctuur mee een leidraad te laten zijn voor de invulling van doorstroom en nieuwe instroom. De commissie vraagt om hiertoe: • een sterk opvangnet te voorzien voor groepen waarvan het doorstroomtraject niet kan doorgaan omdat er geen reguliere werkplek voor handen is of waarvan de reguliere werkplek verdwijnt, zodat de geleverde investeringen in het menselijk kapitaal niet verloren gaan. • te onderzoeken welke rol de sector zou kunnen spelen in het (tijdelijk) opvangen van een ruimere groep kwetsbare werkzoekenden in het kader van anticyclisch beleid. Dit zou er namelijk voor kunnen zorgen dat voor deze groep de afstand tot de arbeidsmarkt niet nodeloos vergroot en dat structurele werkloosheid wordt vermeden. Ook budgettair gezien is deze optie voordeliger dan werkloosheid. • na te denken over een uitbreidingsbeleid voor de sociale economie. Ook voor het bepalen van het aantal nieuwe plaatsen is het belangrijk om aandacht te hebben voor conjunctuurschommelingen, die mee de nood aan nieuwe plaatsen bepalen. Via sociaal overleg moet verder worden bekeken hoe zo’n uitbreidingsbeleid kan worden vormgegeven, wanneer dit opnieuw mogelijk is gegeven het verdere verloop van de coronacrisis. De finale doelstelling blijft wel het streven naar een maximaal inclusieve arbeidsmarkt. • De coronacrisis toonde tot slot het belang aan van korte ketens, lokaal produceren en onafhankelijkheid, en van lokale maatschappelijke dienstverlening. Deze tendens kan de sociale economie opportuniteiten bieden om nieuwe activiteiten aan te boren, en om meerwaarde te creëren voor reguliere bedrijven en lokale overheden door als toeleverancier van of in samenwerking met hen te werken en alternatieven te bieden voor outsourcing of robotisering van activiteiten. De Commissie Sociale Economie vraagt om hiertoe: • te verkennen welke rol de sociale economie kan spelen bij het insourcen van strategische activiteiten • te verkennen welke rol de sociale economie kan spelen in nieuwe activiteiten in het kader van de nieuwe uitdagingen (bv. rond duurzaamheid, lokaal sociaal beleid/buurtdiensten,…). • intersectorale samenwerking tussen sociale economieondernemingen en reguliere ondernemingen te stimuleren en ondersteunen via sensibilisering en het creëren van incentives en tools. • aandacht te hebben voor de mogelijkheden van de coöperatieve sector -3-
1. Inleiding De sociale economie in Vlaanderen maakt volwaardig deel uit van de Vlaamse economie en arbeidsmarkt. In 2018 bood de Vlaamse sociale economie tewerkstelling aan 27.418 doelgroepwerknemers in de maatwerkbedrijven, de Lokale Diensteneconomie-ondernemingen (LDE) en de verschillende arbeidszorginitiatieven binnen de sector.1 De kerndoelstelling van deze sector is om zoveel mogelijk kwalitatieve, duurzame tewerkstelling op maat te creĂŤren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en op die manier in te zetten op kwalitatieve groei van competenties en doorstroom waar mogelijk. Daarnaast leveren sociale economieondernemingen ook belangrijke bijdragen op vlak van maatschappelijke dienstverlening met een focus op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Sociale economieondernemingen doen dit in een economische context en door middel van ondernemerschap. Op die manier dragen zij bij aan meer jobcreatie in de sector en in Vlaanderen. In dezelfde lijn zorgen de activiteitencoĂśperaties voor een verantwoorde overstap van werkzoekende naar zelfstandig ondernemer met de mogelijkheid tot extra jobcreatie nadien. De Vlaamse economie en arbeidsmarkt worden nu zwaar getroffen door de coronacrisis. Ook in de Vlaamse sociale economie zijn de gevolgen van deze crisis sterk voelbaar. Dit maakt dat de focus van de sector alleszins op de korte termijn is verschoven naar een veilige heropstart en het herstel van de bestaande tewerkstelling. De verhoogde kwetsbaarheid van de doelgroepwerknemers en het belang van werk voor deze groep maken deze uitdaging groot, maar des te belangrijker om realiseren.
1
Departement Werk en Sociale Economie (2020). Jaarrapport Sociale Economie 2018, Brussel, 24 maart 2020. https://www.vlaanderen.be/publicaties/de-vlaamse-sociale-economie-jaarrapport
-4-
2. Aanbevelingen Hieronder geeft de Commissie Sociale Economie in eerste instantie aan waarom het belangrijk is om op korte termijn de relance van de Vlaamse Sociale Economie te ondersteunen, en waar daarbij de focus moet liggen. Vervolgens gaat de commissie in op hoe een sterke, veerkrachtige sociale economie ook een meerwaarde kan zijn voor de relance van de Vlaamse economie en arbeidsmarkt.
2.1 Relanceplan voor sociale economie op korte termijn De minister wil werk maken van een relanceplan met versterkende toekomstmaatregelen voor de sociale economie. Via dat plan wil ze inzetten op arbeidsintensieve tewerkstelling en extra jobs. De Commissie Sociale Economie vindt dit zeer positief. Investeren in veerkrachtige, weerbare sociale economieondernemingen is namelijk ook investeren in tewerkstelling in Vlaanderen en in de Vlaamse economie. De commissie vindt het belangrijk dat de maatregelen worden genomen in dialoog met de sector en de interprofessionele sociale partners binnen de SERV, en op basis van goede monitoring van de noden, zodat ze zowel inhoudelijk als budgettair gericht en doeltreffend worden ingezet. In de relance staat de sociale economie voor zowel algemene corona-gerelateerde uitdagingen, zoals bv. vragen rond afstandsregels en hygiĂŤne, minder vraag naar diensten/toelevering, als sectorspecifieke uitdagingen rond bv. arbeidsorganisatie, vervoer, extra begeleidingsnood en bijkomende ondersteuningstaken gezien de verhoogde kwetsbaarheid van de doelgroep etc. Al deze factoren zullen ervoor zorgen dat de sociale economie gedurende langere tijd wellicht niet op maximale capaciteit zal kunnen draaien. Dit zal een impact hebben op zowel de continuĂŻteit van de activiteiten als de inkomenspositie van doelgroepwerknemers die in technische werkloosheid terechtkomen . -5-
Om de tewerkstelling zoveel mogelijk te herstellen is er nood aan een partnerschap met de Vlaamse overheid. Reguliere crisismaatregelen zullen deels ondersteuning kunnen bieden maar voor de sectorspecifieke uitdagingen is soms meer nodig. Een aantal eerste sectorspecifieke crisismaatregelen zoals het doorlopen van de voorschotten, het opschorten van de externe doorstroomtrajecten en het invoeren van de extra beschermingsvergoeding, waren een nodige en goede eerste aanzet. Bijkomend is er echter nood aan extra ondersteuning die ervoor kan zorgen dat de tewerkstelling zo maximaal mogelijk kan worden hersteld en waar mogelijk kan worden uitgebreid: • De Commissie Sociale Economie pleit voor een meerjarenplan rond, met de sector afgesproken, thema’s. Dit zal (financiële) ondersteuning vragen voor een aantal drivers die tewerkstelling kunnen ondersteunen. De Commissie Sociale Economie vraagt hier o.a. aandacht voor de looptijd van de maatregel tijdelijke werkloosheid, voor de zwakke inkomenssituatie van doelgroepwerknemers die gedurende lange periode tijdelijk werkloos blijven, voor liquiditeit en solvabiliteit van het brede spectrum aan sociale economieondernemingen, voor de extra begeleidingsnood en bijkomende ondersteuningstaken die de verhoogde kwetsbaarheid van de doelgroep met zich meebrengen en die werkbaar werk voor deze groep moeten blijven garanderen, voor het feit dat de realiseerbaarheid van doorstroomtrajecten tijdelijk zeer beperkt zal zijn2, etc. • Belangrijk is om hierbij genoeg aandacht te hebben voor de eigenheid en specifieke noden van de verschillende subsectoren in de Vlaamse sociale economie.
2.2 Hoe de relance van sociale economie op (middel)lange termijn kan bijdragen aan de relance van de Vlaamse economie en arbeidsmarkt De Commissie Sociale Economie gaf in haar standpuntbepaling van 26 mei aan dat ze ervan overtuigd is dat de sociale economie (op de (middel)lange termijn) een rol zal kunnen en moeten spelen in het opvangen van de wijzigingen die de coronacrisis teweegbrengt in de economie en op de arbeidsmarkt. In het ‘Iedereen aan Boord’-akkoord (IAB) wees de SERV op de nood aan een meervoudig en breed activeringsbeleid. De sociale economie, met aandacht voor ondersteuning, in- en doorstroom, werd daarin aangehaald als instrument dat mee een antwoord kan bieden op (pre-corona) arbeidsmarktuitdagingen. In haar recente nota over het Vlaams relancebeleid gaf de SERV bovendien aan dat dit akkoord en de VESOC-engagementsverklaring ‘Iedereen aan boord - samen voor meer mensen aan de slag – 120.000 mensen extra aan het werk’ het denkkader zullen blijven voor de (middel)lange termijn om de kraptes en competentiemismatches op de arbeidsmarkt aan te pakken en de kansen van de digitalisering voor de arbeidsmarkt te benutten, en dat ze blijvend zal werken aan de werven die daarin zijn opgenomen. In de relancenota ‘Iedereen terug aan boord’ wijst de SERV tot slot op de nood aan meer inclusie op de arbeidsmarkt en de rol die de sociale economie daarin kan spelen. Het is hier dat de Commissie Sociale Economie de meerwaarde ziet van de sector voor de relance van de Vlaamse economie en arbeidsmarkt op de (middel)lange termijn. De sociale economie vormt namelijk het sluitstuk van het arbeidscontinuüm dat werk op maat zou moeten bieden voor iedereen in Vlaanderen.
2 Commissie Sociale Economie (2020). Standpunt Externe doorstroomtrajecten voor doelgroepwerknemers van maatwerkbedrijven en lokale diensteneconomieondernemingen (LDE), Brussel, 26 mei 2020. https://www.commissiesocialeeconomie.be/sites/default/files/documenten/COMSE_COM_20200526_Standpuntbepaling_Externedoostroomtrajecten_Coronacrisis_ADV.pdf
-6-
Laat de conjunctuur mee een leidraad zijn voor de invulling van doorstroom en nieuwe instroom In het IAB-akkoord gaven de Vlaamse sociale partners aan dat er voor de grote groep wachtenden die tot de doelgroep voor sociale economie behoren maar er niet terecht kunnen omwille van een gebrek aan plaatsen, nood is aan een combinatie van meer doorstroom en nieuwe instroom. De coronacrisis heeft echter aangetoond dat het huidige doorstroomkader in de sociale economie zeer conjunctuurgevoelig is. Het verwezenlijken van succesvolle doorstroom is namelijk niet alleen afhankelijk van de doelgroepwerknemer maar ook van de receptiviteit van de arbeidsmarkt, en specifiek van de niches waar doelmedewerkers inzetbaar zijn. In haar standpuntbepaling van 26 mei gaf de Commissie Sociale Economie aan dat ze, ondanks de vraag om de externe doorstroomtrajecten tijdelijk on hold te houden, belang blijft hechten aan het principe van doorstroom. Ze gaf echter wel aan dat het belangrijk is om de komende tijd te gebruiken om het huidige doorstroomkader verder te optimaliseren. Voorts stelde de commissie dat het in deze oefening belangrijk is om de beleidsintenties van voor de coronacrisis verder vorm te geven, en om de lessen die we uit het verleden kunnen trekken rond doorstroom mee te nemen. De commissie vestigde hier de aandacht op een aantal thema’s zoals het inbouwen van terugkeergaranties, het optimaliseren van toeleiding om vervangende instroom te garanderen, het stimuleren van een goede samenwerking tussen reguliere- en sociale economieondernemingen, afstemming met het (toekomstige) kader voor individueel maatwerk, het garanderen van een kwalitatieve en duurzame invulling van doorstroom en van kwalitatieve begeleiding, het uitbouwen van een duidelijk monitoringskader met kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren, etc. Tot slot vroeg de commissie ook aandacht voor de conjunctuurgevoeligheid van doorstroom. Een gedragen, veerkrachtig en doeltreffend doorstroomkader zou namelijk structureel rekening moeten houden met de situatie op de arbeidsmarkt, zodat ad hoc ingrepen in de toekomst overbodig zijn. • Hier stelt de commissie zich de vraag welke garanties er, niet alleen tijdens de acute crisisperiode maar ook op (middel)lange termijn, zijn voor de doelgroep waarvan het doorstroomtraject niet kan doorgaan omdat er geen reguliere werkplek voor handen is of waarvan de reguliere werkplek verdwijnt. De Commissie Sociale Economie vraagt om voor deze groepen een sterk opvangnet te voorzien, zodanig dat de geleverde investeringen in het menselijk kapitaal niet verloren gaan. • Bovendien zou de sociale economie ook kunnen fungeren als buffer voor het opvangen van schokken op de reguliere arbeidsmarkt. De Commissie Sociale Economie vraagt te onderzoeken welke rol de sector zou kunnen spelen in het (tijdelijk) opvangen van een ruimere groep kwetsbare werkzoekenden in het kader van anticyclisch beleid. Volgens de commissie zou dit ervoor kunnen zorgen dat voor deze groep de afstand tot de arbeidsmarkt niet nodeloos vergroot en dat structurele werkloosheid wordt vermeden. Ook budgettair gezien is deze optie voordeliger dan werkloosheid. Net als de SERV stelde in het IAB-akkoord, gaf ook de Commissie Sociale Economie in haar standpuntbepaling aan dat er in de toekomst ook aandacht zal moeten gaan naar nieuwe instroom in de sector, o.a. omwille van de rol die de sociale economie zal kunnen en moeten spelen in het opvangen van de wijzigingen die de coronacrisis teweegbrengt in de economie en op de arbeidsmarkt. Vóór de coronacrisis was er reeds een wachtlijst in de sociale economie. Omwille van de crisis zullen er doelgroepwerknemers zijn die (alvast op korte termijn) niet zullen kunnen doorstromen of die zullen terugkeren. Bovendien zal er door de crisis wellicht een grotere groep kwetsbare werkzoekenden ontstaan op de Vlaamse arbeidsmarkt. Investeren in de sociale economie heeft bovendien een groot terugverdieneffect. Ten eerste ligt de gemiddelde kost voor creatie van één job in de sociale economie lager dan de kost van een werkloosheidsuitkering.3 Voor doelgroepwerknemers zorgt tewerkstelling in de sociale economie ervoor dat ze niet langer in de werkloosheid (of in een ander uitkeringsstelsel) zitten waardoor hun inkomenspositie verbetert, ze meer sociale contacten krijgen en een netwerk kunnen uitbouwen, meer structuur heb3 Onderzoek ‘5000 extra jobs in de sociale economie’ van ACV
-7-
ben ... Al deze factoren samen maken dat er op (middel)lange termijn, nog meer dan voordien, nood zal zijn aan nieuwe plaatsen. Bovendien zal er een groep van zeer kwetsbare doelgroepwerknemers blijven bestaan waarvoor doorstroom niet haalbaar is en die blijvend in de sociale economie terecht moeten kunnen. • De Commissie Sociale Economie vraagt dat er wordt nagedacht over een uitbreidingsbeleid voor de sociale economie. Ook voor het bepalen van het aantal nieuwe plaatsen is het belangrijk om aandacht te hebben voor conjunctuurschommelingen, die mee de nood aan nieuwe plaatsen bepalen. Via sociaal overleg moet verder worden bekeken hoe zo’n uitbreidingsbeleid kan worden vormgegeven, wanneer dit opnieuw mogelijk is gegeven het verdere verloop van de coronacrisis. De finale doelstelling blijft wel het streven naar een maximaal inclusieve arbeidsmarkt.
Naar een brede samenwerking met reguliere ondernemingen via nieuwe opportuniteiten De coronacrisis toonde tot slot het belang aan van korte ketens, lokaal produceren en onafhankelijkheid, alsook het belang van lokale maatschappelijke dienstverlening. Nabijheid is een belangrijke troef van de sociale economie. Zij kent een lange traditie van lokaal produceren en van lokale dienstverlening gericht op kwetsbare groepen. Volgens de Commissie Sociale Economie kan deze tendens de sector opportuniteiten bieden om nieuwe activiteiten aan te boren. Een verdere diversificatie van activiteiten zorgt ook voor een betere risicospreiding en meer weerbaarheid in crisisperiodes. De sociale economie kan bovendien meerwaarde creëren voor reguliere bedrijven en lokale overheden. Sociale economieondernemingen werken namelijk vaak als toeleverancier van of in samenwerking met reguliere ondernemingen, en kunnen op die manier alternatieven bieden voor outsourcing of robotisering van activiteiten. De Commissie Sociale Economie vraagt om hiertoe; • te verkennen welke strategische activiteiten ge-insourced kunnen worden en welke rol de sociale economie daarin kan spelen (bv. lokale productie van medisch materiaal ...). • te verkennen welke rol de sociale economie kan spelen in nieuwe activiteiten in het kader van de nieuwe uitdagingen (bv. rond duurzaamheid, lokaal sociaal beleid/buurtdiensten …). • intersectorale samenwerking tussen sociale economieondernemingen en reguliere ondernemingen te stimuleren en ondersteunen via sensibilisering en het creëren van incentives en tools. • aandacht te hebben voor de mogelijkheden van de coöperatieve sector die door hun eigenheid (lokale verankering, bijzondere band met haar primaire stakeholders ...) mee een antwoord kunnen bieden op nieuwe uitdagingen, door het bv. mogelijk te maken dat nieuwe initiatiefnemers samen de stap naar ondernemerschap zetten, door het financieel en inhoudelijk mee laten participeren van werknemers in hun vennootschap ... Op die manier gelooft de Commissie Sociale Economie dat de Vlaamse sociale economie kan bijdragen aan een verhoging van de tewerkstellingsgraad van personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, hetgeen nodig is om de doelstelling van ‘120.000 Vlamingen extra aan het werk’ tegen 2024 te realiseren.
-8-