Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/348
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be
Dossiernummer: OVB/2021/348
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie.
Voorafgaande procedure Op 6 augustus 2021 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (hierna: VITO) tot het verkrijgen van een afschrift te krijgen van het locatieonderzoek aangaande de gebieden voor strategische verdichting dat i.s.m. VITO werd opgesteld zoals dit document wordt aangehaald in de Gedeeltelijke Herziening van het Gemeentelijke Structuurplan Hoeilaart. Op 9 augustus 2021 werd het verzoek geweigerd door VITO. Op 24 augustus 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen vermelde weigeringsbeslissing. Op 25 augustus 2021 werd dit beroep door de beroepsinstantie geregistreerd.
Ontvankelijkheid van het beroep Het openbaarheidsverzoek dateert van 6 augustus 2021
www.vlaanderen.be
Het bestreden antwoord van de gemeente Hoeilaart dateert van 9 augustus 2021 en maakt geen melding van de beroepstermijn en –modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna vermeld als: Bestuursdecreet). Bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen overeenkomstig artikel II.48, §1, vierde lid van het Bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving van het antwoord. Op 24 augustus 2021 diende verzoeker beroep in tegen de voormeld antwoord. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk.
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het beroepschrift van 24 augustus 2021 is gericht tegen de weigering d.d. 9 augustus 2021 van VITO waarin het volgende gesteld wordt: “Onze berekeningen werden gemaakt in opdracht van het studiebureau D+A dus ik verwijs u graag door naar mijn contactpersoon Ann Lambrechts, in cc.”.
2.
Inhoud van het beroepschrift
Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoeker alsnog het gevraagde te verkrijgen. Verzoeker acht het antwoord d.d. 9 augustus 2021 van VITO “zeer vreemd: een overheidsinstelling die doorverwijst naar
een derde alsof die zelf niet over de eigen berekeningen beschikt.”. 3.
Standpunt van VITO
De beroepsinstantie heeft op 26 augustus 2021 contact opgenomen met VITO om wat meer duiding en gegevens te krijgen over dit dossier. VITO heeft deze duiding en gegevens inmiddels verschaft. In haar antwoorden van 8 en 13 september 2021 stelt VITO vooreerst dat de vraag van verzoeker betrekking had op een zgn. contractonderzoek in opdracht van een private klant van VITO, zodat de vraagsteller door de betrokken onderzoeker in de e-mail van 9 augustus 2021 werd doorverwezen naar de contactpersoon van deze klant, zonder dat men er zich van bewust was dat het hier om een verzoek in het kader van openbaarheid van bestuur ging. VITO stelt verder dat het gevraagde locatieonderzoek, een Excel-file, niet openbaar kan gemaakt worden omdat het gaat om een document dat VITO heeft opgemaakt voor rekening van D+A Consult NV, een opdrachtgever van privaatrecht. Dergelijke opdrachten worden door VITO beschouwd als contractonderzoek dat wordt uitgevoerd tegen marktconforme voorwaarden en waarbij door VITO niet
wordt optreden in het kader van haar taken van algemeen belang of in het kader van haar publiekrechtelijke
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/348
pagina 2 van 5
taak. Daarentegen treedt VITO naar eigen zeggen dan op louter in het kader van het uitvoeren van economische activiteiten waarbij getracht wordt om de vergaarde kennis en ervaring te valoriseren. Bovendien argumenteert VITO dat het eigendomsrecht op de gevraagde informatie toebehoort aan de opdrachtgever D+A Consult NV en daarom worden eventuele vraagstellers dan ook doorverwezen naar deze opdrachtgevers. VITO kan niet overgaan tot openbaarmaking van het gevraagde document zonder het eigendomsrecht van D+A Consult NV te schenden. Verder stelt VITO dat het in casu enkel een niet-afgewerkt werkdocument betreft, en wordt ook verwezen naar de uitzonderingsgronden vermeld in artikel II.35, 1° en 3° van het Bestuursdecreet, alsook naar de intellectuele eigendomsrechten van de cliënt van VITO op de betrokken gegevens en documenten. Ten slotte argumenteert VITO dat de aanvraag van verzoeker dient afgewezen te worden “omdat de
relevante studie in essentie informatie bevat die door een derde is verstrekt (namelijk D+A Consult nv) zonder dat hij daartoe wettelijk verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld (zie art. II.34, 6° Bestuursdecreet). Om de opdracht te verwerven, heeft VITO inderdaad met de opdrachtgever een geheimhoudingsverbintenis op zich moeten nemen. Het relevant document bevat immers analyses en berekeningen van basisindicatoren die de opdrachtgever op eigen initiatief aanleverde en vertrouwelijk behandeld wenst te zien. De taak van VITO bestaat erin om op basis van deze indicatoren een berekening, een (totaal)score, voor elke indicator door te voeren voor een aantal sites, aangeleverd in de vorm van een shapefile.” 4.
Standpunt van de beroepsinstantie
Vooreerst is het duidelijk dat VITO een Vlaamse openbare instelling is die niet behoort tot de Vlaamse administratie. VITO is in toepassing van artikel I.3, 4°, p) van het Bestuursdecreet onderworpen is aan de regeling inzake openbaarheid van bestuur zoals bepaald in het Bestuursdecreet. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat de gevraagde informatie bestaat uit een advies op basis van een objectieve screening van het potentieel aan te ontwikkelen sites op schaal van de gemeente Hoeilaart, in de vorm van een Exceltabel met 19 kolommen (van A tot S), bevattende de indicatorenscores voor 25 sites in de gemeente Hoeilaart. Behalve de kolommen G en H, die beide over luchtkwaliteit handelen, betreft het geen milieu-informatie. De gemeente Hoeilaart had het studiebureau D+A Consult onder de arm genomen in het kader van de gedeeltelijke herziening van het GRS. Dit studiebureau heeft vervolgens een overeenkomst gesloten met het VITO teneinde bepaalde data te vervolledigen (een toepassing van het zgn. ‘contractonderzoek’ uitgevoerd door het VITO). De door VITO vervolledigde data werden vervolgens door VITO bezorgd aan het studiebureau D+A Consult en verwerkt in het rapport dat de gemeente reeds bezorgde aan xxx (en als bijlage bij het ontwerp van het GRS werd gevoegd). Deze gegevens werden aldus als werkdocument opgemaakt door het VITO en verwerkt door het studiebureau D+A volgens een confidentiële methodiek tot het vermelde rapport, dat als bijlage bij het ontwerp van het GRS werd gevoegd. De beroepsinstantie is van oordeel dat de gevraagde informatie te beschouwen is als informatie zoals bedoeld in artikel II.34, 6° (voor niet-milieu informatie) of artikel II.36, §1, tweede lid, 5° (voor milieu informatie) van het Bestuursdecreet. Deze artikelen bepalen dat een instantie een aanvraag tot openbaarmaking dient af te wijzen (voor niet-milieu informatie), of na afweging kan afwijzen (voor milieu informatie), als het gaat om bestuursdocumenten die informatie bevatten die door een derde werd verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht werd en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/348
pagina 3 van 5
derde met de openbaarmaking instemt. Uit een letterlijke lezing van deze bepaling blijkt dat deze uitzonderingsgrond slechts kan worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Dat het om een cumulatieve voorwaarde gaat, blijkt voldoende uit het gebruik in art. 13, 6° van het woord “en”. Zowel voor de niet-milieu informatie als voor de milieu-informatie geldt dat het gaat om informatie die een derde (D+A Consult NV) initieel aan een overheidsinstantie (VITO) heeft verschaft zonder dat daartoe een verplichting bestond, en waarbij deze informatie uitdrukkelijk werd aangeleverd binnen het kader van een onderling overeengekomen uitdrukkelijke geheimhoudingsverplichting, vervat in artikel 7 van het contract tussen D+A Consult NV en VITO. Deze geheimhoudingsverplichting is van toepassing zowel voor de initieel door D+A Consult NV aangeleverde gegevens als voor de vervolgens door VITO vervolledigde gegevens. De firma D+A Consult NV heeft initieel op vrijwillige basis de offerte van VITO aanvaard en heeft de gevraagde informatie tegelijk uitdrukkelijk als vertrouwelijk bestempeld door middel van de contractueel aangegane geheimhoudingsverplichting die van toepassing is op beide contractpartijen. In de gegeven omstandigheden is de beroepsinstantie van oordeel dat aan de basisvoorwaarden voor de toepassing van de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 6° (voor niet-milieu informatie) of artikel II.36, §1, tweede lid, 5° (voor milieu informatie) van het Bestuursdecreet is voldaan. Voor de niet-milieu informatie (de kolommen A, B, C, D, E, F, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S van de Exceltabel) volstaat het voorgaande om het beroep als ongegrond af te wijzen. Voor de milieu informatie (de kolommen G en H van de Exceltabel) is een bijkomende belangenafweging noodzakelijk. De openbaarmaking kan maar worden afgewezen indien het belang ervan niet opweegt tegen de bescherming van het belang van de kwestieuze milieu informatie. De beroepsinstantie is in casu van oordeel dat het belang van de openbaarheid hier wel degelijk opweegt tegen het belang dat gepaard gaat met de ingeroepen uitzonderingsgrond en ziet ook geen andere redenen om de openbaarmaking van deze afgewerkte gegevens te weigeren. Het eigendomsrecht van de betrokken informatie is ter zake niet relevant, en ook de intellectuele eigendomsrechten zijn niet van toepassing aangezien het hier niet om originele creaties maar wel om loutere feitelijk vastgestelde gegevens gaat. De beroepsinstantie ziet ten slotte niet in hoe het economisch, financieel of commercieel belang van VITO door de openbaarmaking van deze milieu gegevens in het gedrang zou komen, noch hoe het vertrouwelijk karakter van commerciële of industriële informatie van een derde hier aan de orde zou zijn. Voor de kolommen G en H (én de algemene kolom C met de omschrijving van de sites) wordt het beroep bijgevolg gegrond verklaard, te meer daar de drie kolommen perfect afsplitsbaar zijn van de overige informatie in de Exceltabel, zodat tot een gedeeltelijke openbaarmaking in de zin van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet mogelijk is. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 24 augustus 2021 van xxx tegen de weigeringsbeslissing d.d. 9 augustus 2021 van VITO is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Bijgevolg dient VITO aan verzoeker een afschrift te geven van de kolommen C, G en H van de Exceltabel, bevattende de twee milieugerelateerde indicatorenscores voor 25 sites in de gemeente Hoeilaart.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/348
pagina 4 van 5
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 21 september 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/348
pagina 5 van 5