ADVIES 27 september 2022
Verankering afstandsonderwijs in het secundair onderwijs Advies bij het voorontwerp van decreet over het interactieve afstandsonderwijs in het secundair onderwijs
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 13 juli 2022 Uitgebracht door de Raad Secundair Onderwijs op 27 september 2022 met 15 stemmen voor en 1 onthouding. Daar waar de raadsleden van mening verschillen, werd dit vermeld. Voorbereiding: werkgroep Afstandsonderwijs so op 8 september 2022 en 15 september 2022 onder voorzitterschap van Els Supply Dossierbeheerder: Marleen Colpin
Inhoud 1
Situering .......................................................................................................................................... 2
2
Basisvoorwaarden .......................................................................................................................... 3
3
4
5
2.1
In het belang van de leerling ................................................................................................. 3
2.2
Via participatie naar gedragenheid ....................................................................................... 4
2.3
Vanuit pedagogisch-didactische overwegingen.................................................................... 4
2.4
Met dezelfde kwaliteitsvereisten en kwaliteitszorg als contactonderwijs .......................... 4
Reikwijdte en ingangsdatum van het decreet .............................................................................. 5 3.1
Standpunt A ............................................................................................................................ 5
3.2
Standpunt B ............................................................................................................................ 5
Extra voorwaarden.......................................................................................................................... 6 4.1
Voor succesvolle digitalisering............................................................................................... 6
4.2
Voor blended leren ................................................................................................................. 7
Bijkomend onderzoek .................................................................................................................... 7
Bronnen................................................................................................................................................... 7
1
vlor.be
1 Situering Tijdens de coronapandemie waren scholen verplicht om volledig of gedeeltelijk over te schakelen op afstandsonderwijs voor hun leerlingen. Scholen schakelden snel en bouwden hun deskundigheid in afstandsonderwijs op. Toen de leerlingen weer voltijds naar school konden, maakte een aantal scholen de intentie kenbaar om de mogelijkheden van afstandsonderwijs verder te verkennen en de werkvorm duurzaam te verankeren voor zover die een meerwaarde vormt voor de kwaliteit van het onderwijsleerproces. Het was echter onduidelijk of dat kon binnen de huidige regelgeving en zij bevonden zich dan ook in een juridisch vacuüm voor wat betreft interactief afstandsonderwijs buiten de schoolmuren. Om daaraan tegemoet te komen, wordt in het voorliggende voorontwerp van decreet een regelgevend kader voorgesteld dat rechtszekerheid moet garanderen voor scholen die verder aan de slag willen met afstandsonderwijs. Het decreet definieert ‘interactief afstandsonderwijs’ en bepaalt een maximumgrens voor de toepassing ervan, altijd in combinatie met contactonderwijs. Het decreet legt de noodzakelijke voorwaarden vast om afstandsonderwijs te kunnen organiseren en bepaalt een reeks verplichtingen om de gedragenheid ervan te garanderen. In zijn advies ‘Voluit voor weerbaar onderwijs’ trok de Vlor eind 2020 lessen uit de coronacrisis voor onderwijs op (middel)lange termijn. Toen pleitte de raad al voor ruimte voor scholen die verder wilden verkennen hoe afstandsonderwijs kan bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs. We vroegen aan de overheid om de wenselijkheid, haalbaarheid en doeltreffendheid van afstandsonderwijs buiten crisissituaties te onderzoeken en een grondig debat te voeren met alle onderwijspartners, alvorens het te vertalen naar een decretaal kader. De Vlor somde in dat advies ook al een reeks voorwaarden op waaraan een kader zeker zou moeten voldoen: garantie op leerrecht en voldoen aan de leerplicht, op kwaliteit, op overleg met alle partners enzovoort. 1 Tussen maart 2021 en februari 2022 voerde een onderzoeksteam van twee Vlaamse universiteiten en een hogeschool het OBPWO-onderzoek ‘Blended learning in het Vlaams secundair onderwijs: van noodzaak naar structurele implementatie’ uit (Versmissen, Buelens, et al., 2022). Dat onderzoek richtte zich op implementatiepraktijken van blended leren zoals die zijn geïmplementeerd tijdens de eerste en tweede corona-lockdown met het oog op een leidraad voor scholen. De resultaten van het onderzoek werden toegelicht aan de Vlor in voorbereiding op dit advies. Dit advies van de Vlor heeft betrekking op interactief afstandsonderwijs in het regulier secundair onderwijs zoals dat in de scope van het decreet gevat wordt. Het verbindt de Vlor tot geen enkel advies over afstandsonderwijs in andere onderwijsvormen en -niveaus.
1
Vlor, Algemene Raad. Voluit voor weerbaar onderwijs. Wat leren we uit de coronacrisis voor onderwijsbeleid? 26 november 2020.
2
vlor.be
2 Basisvoorwaarden Het decreet schrijft als basisvoorwaarden en verplichtingen voor de organisatie van afstandsonderwijs voor: • Interactief afstandsonderwijs wordt altijd georganiseerd in combinatie met contactonderwijs. • Er is interactie tussen de leerling en de leerkracht, synchroon of asynchroon. • De school2 maakt een analyse van de beginsituatie, met minstens aandacht voor de beschikbaarheid en kennis van de benodigde ICT-materialen en competenties, voor de leerling en de leerkracht. • De school ontwikkelt voor zichzelf de visie op en de bijbehorende doelen van het interactieve afstandsonderwijs. • De school waarborgt de participatiekansen van elke leerling. De leerling krijgt altijd de mogelijkheid om het interactieve afstandsonderwijs in de school te volgen. Ook de leraar krijgt altijd de mogelijkheid om in de school les te geven. • De school neemt de mogelijkheid en modaliteiten van interactief afstandsonderwijs op in het schoolreglement. • De wijze waarop de personeelsleden worden ingezet, wordt vastgelegd in het arbeidsreglement. De Vlor vindt het heel belangrijk dat die basisvoorwaarden ingeschreven worden. We zoomen er hierna verder op in, om duidelijk aan te geven wat voor de raad de uitgangpunten moeten zijn.
2.1 In het belang van de leerling Wanneer een school afweegt om interactief afstandsonderwijs in te zetten als werkvorm, moet altijd het belang van de leerling voorop staan. In het kader van gelijke onderwijskansen is het voor de Vlor essentieel dat leerlingen het interactief afstandsonderwijs ook op school moeten kunnen volgen. Het is dan ook goed dat het decreet die voorwaarde oplegt. Voor veel leerlingen zal het immers goed werken om een deel van het onderwijs thuis te volgen. Maar om diverse redenen zal dat voor veel andere leerlingen niet het geval zijn. De school dient die afweging weloverwogen te maken en in samenspraak met ouders en leerlingen keuzes te maken. Vanuit een inclusieve schoolcultuur zal zij daarover zorgvuldig moeten communiceren. Tijdens interactief afstandsonderwijs moet er altijd begeleiding van de leerlingen zijn, waar zij ook zijn, thuis of op school. Tijdens de schoolsluitingen is voldoende gebleken hoe essentieel de nabijheid van de leraar is. Verbinding maken met leerlingen, is immers een van de bouwstenen van het lerarenberoep.3 In de periodes dat leerlingen niet of slechts gedeeltelijk naar school konden gaan, kwam ook het wezenlijke belang van de sociale functie van onderwijs heel sterk naar voren. Daar moet dan ook blijvend aandacht aan besteed worden bij de afweging van de proportie afstandsonderwijs ten opzichte van contactonderwijs.
2 3
‘De school’ staat voor ‘de school of het centrum’. ‘Verbinding’ is een van de vijf bouwstenen van het lerarenberoep die op participatieve wijze tot stand kwamen in het kader van het project ‘De leraar op school en in de samenleving’ van de Vlor.
3
vlor.be
2.2 Via participatie naar gedragenheid Om van structureel interactief afstandsonderwijs een duurzaam succesverhaal te maken, is brede participatie en betrokkenheid van alle actoren nodig. Onder meer de bepalingen over het school- en arbeidsreglement moeten dat garanderen. Voor de Vlor is het belangrijk dat leerlingen, ouders en personeel maximaal en tijdig betrokken worden in het overleg over het schoolbeleid rond interactief afstandsonderwijs en dat er op die manier naar een breed draagvlak toegewerkt wordt.
2.3 Vanuit pedagogisch-didactische overwegingen De keuze voor interactief afstandsonderwijs als werkvorm moet voor de Vlor altijd ingegeven zijn vanuit pedagogisch-didactische overwegingen. Het decreet verwacht in dat opzicht dat scholen een visie en doelstellingen ontwikkelen. Afstandsonderwijs voor grote groepen leerlingen vond ingang tijdens een crisis. Het was een noodoplossing. Vandaag zijn er ook andere noden waarvoor afstandsonderwijs als tijdelijke oplossing zou kunnen overwogen worden, denk aan het lerarentekort en de hoge energiekosten. De Vlor stelde daarover in zijn advies in 2020:4 “Afstandsonderwijs mag niet gebruikt worden om structurele tekorten bij het personeel en in de infrastructuur te compenseren. We hebben al gewezen op de rol van onderwijs als essentiële, publieke dienst en de vele functies die contactonderwijs vervult. Die kan je niet zomaar vervangen. Bovendien weten we dat ook bij online vormen van onderwijs, de leraar ertoe doet.” Praktische overwegingen om afstandsonderwijs te organiseren, kunnen enkel spelen in een crisissituatie. Ook vandaag blijft de Vlor bij dat standpunt. Het belang van de leerling en zijn recht op kwaliteitsvol onderwijs én het recht om dat op school te volgen, staan voorop. Toch erkent de Vlor dat interactief afstandsonderwijs in de actuele omstandigheden het recht op onderwijs kan waarborgen als andere pistes uitgeput zijn. Dat kan echter nooit ad hoc gebeuren of opgelegd worden. De pedagogisch-didactische visie moet altijd het vertrekpunt zijn. Daarom is het essentieel dat het decreet stelt dat de modaliteiten van het interactief afstandsonderwijs moeten worden ingeschreven in het schoolreglement, dat er interactie moet zijn met de leraar, dat het enkel in combinatie met contactonderwijs kan voorkomen, en dat leerlingen het altijd op school moeten kunnen volgen.
2.4 Met dezelfde kwaliteitsvereisten en kwaliteitszorg als contactonderwijs Het staat buiten kijf dat interactief afstandsonderwijs aan dezelfde kwaliteitsvereisten moet voldoen als contactonderwijs. Dat ook het interactief afstandsonderwijs gevat wordt door het referentiekader onderwijskwaliteit, zoals vermeld in de memorie van toelichting, is in dat opzicht van wezenlijk belang. Het decreet stelt dat scholen een beginsituatie-analyse moeten uitvoeren om in te schatten of interactief afstandsonderwijs haalbaar is. De inschatting wordt aan de scholen overgelaten. De Vlor beseft dat die beginsituatie-analyse een startpunt is, maar benadrukt dat er vervolgens vanuit interne kwaliteitszorg ook voldoende aandacht moet gaan naar monitoring, evaluatie en bijsturing op schoolniveau.
4
Zie voetnoot 1
4
vlor.be
Vanuit het streven naar kwaliteit en interne kwaliteitszorg is het ook evident dat interactief afstandsonderwijs in een school doordacht en gradueel opgebouwd wordt. Dat maakt deel uit van de visie en doelstellingen die de school moet uitwerken.
3 Reikwijdte en ingangsdatum van het decreet Het voorontwerp van decreet bepaalt dat interactief afstandsonderwijs altijd wordt georganiseerd in combinatie met contactonderwijs. De school of het centrum bepaalt autonoom de verhouding tussen interactief afstandsonderwijs en contactonderwijs. Interactief afstandsonderwijs kan voor maximaal 50% per structuuronderdeel op schooljaarbasis georganiseerd worden. In het geval van leren en werken of duaal leren heeft die 50% betrekking op respectievelijk de component leren en de schoolcomponent.
3.1 Standpunt A5 De leden waarderen de ruimte die het decretaal kader biedt. Dat komt tegemoet aan de vraag van scholen die interactief afstandsonderwijs verder willen inzetten om kwaliteitsvol onderwijs te realiseren, vanuit de ervaringen en expertise die ze opgebouwd hebben tijdens de coronacrisis en daarna, maar binnen een duidelijk regelgevend kader. Scholen hebben de voorbije jaren in versneld tempo expertise uitgebouwd om interactief afstandsonderwijs kwaliteitsvol en op maat van hun leerlingen te implementeren. Zij verdienen dan ook het vertrouwen om dat verder te ontwikkelen, vanuit hun beleidsvoerend vermogen en rekening houdend met de noden van hun leerlingen. Scholen zijn het best geplaatst om in te schatten voor welke (groepen) leerlingen en in welke mate interactief afstandsonderwijs kan ingezet worden om het onderwijsleerproces te verrijken. Met een bovengrens van 50% biedt het decreet scholen die nodige ruimte. Het decreet verplicht scholen op geen enkele manier om interactief afstandsonderwijs in te richten, noch om de grenzen maximaal te benutten. Dat kan op geen enkele manier afgedwongen worden. Het kader biedt wel mogelijkheden voor een graduele opbouw vanuit de eigen pedagogisch-didactische visie. Dat het decreet al ingaat op 1 september 2022, is te begrijpen. Sommige scholen zijn afstandsonderwijs blijven verkennen, ook nadat de scholen terug volledig open gingen. Het zou een gemiste kans zijn als zij dat nu ‘on hold’ zouden moeten zetten in afwachting van een sluitend juridisch kader. Die scholen hebben ook al gewerkt aan hun visie daaromtrent. Voor scholen die dat nog niet gedaan hebben, is het aangewezen om de tijd te nemen om die visie te ontwikkelen en het beleid voor de volgende schooljaren daarop te enten.
3.2 Standpunt B6 De leden vinden het decretaal kader veel te ruim. Het impliceert immers dat alle leerlingen van alle graden en onderwijsvormen van het secundair onderwijs tot de helft van de onderwijstijd interactief afstandsonderwijs zouden kunnen krijgen. Dat roept grote bezorgdheden op voor alle leerlingen, en in het bijzonder voor jonge leerlingen en kwetsbare leerlingen uit alle leerjaren. Het afstandsonderwijs tijdens de schoolsluitingen heeft immers geleerd dat die werkvorm voor velen Dit standpunt wordt ingenomen door GO!, Katholiek Onderwijs Vlaanderen, OKO, OVSG, Syntrum en de directeurs van het officieel onderwijs. 6 Dit standpunt wordt ingenomen door ACOD Onderwijs, COC, VSOA Onderwijs, GO! ouders en Netwerk tegen Armoede. 5
5
vlor.be
van hen allerminst evident is, dat hun thuissituatie optimale participatie aan onderwijs vaak bemoeilijkt en dat zij mede daardoor vaak uit beeld verdwijnen. Ook veel leerlingen uit sociaal beter gesitueerde milieus zijn niet ongeschonden uit de coronapandemie gekomen. Ook de minister bevestigde dat meermaals tijdens de pandemie en pleitte voor maximaal contactonderwijs. Er zijn onvoldoende garanties dat de noodzakelijke begeleiding voor die leerlingen tijdens afstandsonderwijs gewaarborgd kan worden. De leden vrezen dan ook voor extra schooluitval en extra druk op gezinnen als gevolg van die maatregel. Op z’n minst zou het decreet een graduele opbouw van interactief afstandsonderwijs moeten garanderen, opdat leerlingen erin kunnen groeien. Dat zou kunnen door de component ‘buiten de school’ te beperken, bijvoorbeeld tot 10% voor de tweede en 20% voor de derde graad. De definitie die het decreet voorstelt, is zo ruim dat alle vormen van ‘blended leren’ erdoor gevat kunnen worden, ook als die plaatsvinden in een open leercentrum op school, wat altijd al kon. Voor die vorm van blended leren was geen decreet nodig. Uit de definitie in het decreet moet duidelijk blijken dat het over onderwijs buiten de schoolmuren gaat, in casu voornamelijk thuis. De ingangsdatum komt te vroeg. Het schooljaar is al ingezet, het schoolreglement ondertekend. Er is onvoldoende tijd om grondig te werk te gaan om een visie en doelstellingen te ontwikkelen. Het is ook niet wenselijk om doorheen het schooljaar het schoolbeleid nog zo ingrijpend bij te sturen en daarvoor voldoende draagvlak te creëren bij ouders en het personeel. De leden vragen om de wetgevingstechnische weg gefundeerd te doorlopen. De leden vrezen ook voor groeiende verschillen tussen scholen, omdat zij, rekening houdend met hun doelpubliek, in meerdere of mindere mate zullen kunnen kiezen voor het inzetten van interactief afstandsonderwijs als werkvorm.
4 Extra voorwaarden Los van de voorwaarden die het decreet vooropstelt voor de organisatie van interactief afstandsonderwijs, wijst de Vlor nog op bijkomende voorwaarden om het vorm te geven.
4.1 Voor succesvolle digitalisering Interactief afstandsonderwijs zal via digitale weg verlopen. De Vlor wil dan ook zijn aanbevelingen over de digitalisering in onderwijs, los van de plaats waar het onderwijs plaatsvindt, uit eerdere adviezen onder de aandacht brengen, met name: • Voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs7 • Onderwijs aan het roer van digitalisering in onderwijs8 In beide adviezen vertrekt de Vlor van de uitdagingen die de ‘Digisprong’ stelt en doet hij voorstellen om er een kwaliteitsvolle en duurzame versterking van te maken. Die aanbevelingen zijn dan ook relevant in de context van interactief afstandsonderwijs. Het belang van professionalisering is een van de speerpunten waarop blijvend ingezet moet worden met het oog op de deskundigheid van de leraar.9
Vlor, Algemene Raad. Voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs. Advies over de visienota ‘Digisprong: van achterstand naar voorsprong’, 21 januari 2021. 8 Vlor, Algemene Raad. Onderwijs aan het roer van digitalisering in onderwijs. Advies over de relatie tussen onderwijs, de overheid en de Ed-Tech-markt, 24 februari 2022. 9 ‘Deskundigheid’ is ook een van de bouwstenen van het lerarenberoep. Zie voetnoot 3. 7
6
vlor.be
4.2 Voor blended leren De Vlaamse Scholierenkoepel identificeerde acht aandachtspunten voor blended leren, waaronder het belang van autonomie en zelfredzaamheid, feedback en interactie, zinvolle inzet van digitale tools en ervoor zorgen dat iedereen mee is (Vlaamse Scholierenkoepel, 2021). Het OBPWO-onderzoek (Versmissen, Buelens, et al., 2022) identificeert de volgende ondersteunende voorwaarden om blended leren te doen slagen: leiderschap, samenwerking, visie, deskundigheid, digitaal leermateriaal, ICT-infrastructuur, leeromgeving, overheid en partners. Ook die aandachtspunten en voorwaarden moeten meegenomen worden bij de uitrol van interactief afstandsonderwijs.
5 Bijkomend onderzoek Het OBPWO-onderzoek wijst ook op de beperkingen van het eigen onderzoek en beveelt vervolgonderzoek aan. De Vlor ondersteunt de vraag om meer scholen met meer diverse profielen en divers beleid inzake afstandsonderwijs te betrekken bij dat onderzoek. De geplande beleidsevaluatie zal kwantitatieve data opleveren over de mate waarin scholen aan de slag gaan met interactief afstandsonderwijs, maar we hebben ook nood aan onderzoek dat de effecten in kaart brengt en aan kwalitatieve data over hoe leraren, ouders en leerlingen het ervaren.
7
vlor.be
Bronnen Versmissen, F., Buelens, W, et al. (2022). Blended learning in het Vlaams secundair onderwijs: van noodzaak naar structurele implementatie. Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderwijs (OBPWO) 2021.05. Vlaamse scholierenkoepel (2021). Onderwijs in coronatijden. Scholieren geven aandachtpunten voor blended leren. Vlor, Algemene Raad. Voluit voor weerbaar onderwijs. Wat leren we uit de coronacrisis voor onderwijsbeleid? 26 november 2020. Vlor, Algemene Raad. Voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs. Advies over de visienota ‘Digisprong: van achterstand naar voorsprong’, 21 januari 2021. Vlor, Algemene Raad. Onderwijs aan het roer van digitalisering in onderwijs. Advies over de relatie tussen onderwijs, de overheid en de Ed-Tech-markt, 24 februari 2022.
8
vlor.be