Jaarverslag 2021 Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen
Jaarverslag 2021 Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen
Bewogen jaar Vijf jaar geleden keurde het Vlaams Parlement de oprichting goed van de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen. De commissie en de instellingen en voorzieningen die we bezoeken, hebben er vijf bewogen jaren op zitten. 2022 belooft opnieuw een bewogen jaar te worden want het is een scharnierjaar voor de jeugdhulp in Vlaanderen. Door het decreet Jeugddelinquentierecht kwamen er ineens veel private voorzieningen bij met een nieuw aanbod veilig verblijf. Dat moet de volgende jaren verder ontwikkeld worden. Een hele uitdaging voor het agentschap Opgroeien en voor de commissie. Onze vrijwilligers zijn bevoegd om ook die instellingen te bezoeken, waardoor we de ploeg maandcommissarissen fors moesten uitbreiden. De commissie juicht deze evolutie natuurlijk toe. Onze hoofdbedoeling blijft om vensters te openen, om een extra middel te zijn van verbinding met de buitenwereld. Dat blijft nodig, want de jongeren die we spreken, voelen zich outcasts. De grote belangstelling voor onze jaarverslagen toont dat er in de samenleving en in het beleid wel interesse is voor het welzijn van die groep 4
CAROLINE VRIJENS
“ De instellingen en voorzieningen houden rekening met de observaties van de maandcommissarissen.” jongeren. Door vanuit de commissie telkens opnieuw met de jongeren in dialoog te gaan, proberen we ze dat ook te laten voelen.
Aanbevelingen worden serieus genomen De instellingen en voorzieningen houden rekening met de observaties van de maandcommissarissen. In het begin was er soms wederzijds wantrouwen, maar ondertussen bouwden de meeste maandcommissarissen een goede samenwerking op met de begeleiders en de directies. De voorzieningen en instellingen zijn begaan met kinderrechten en denken graag samen constructief na over hoe het beter kan. “Een evolutie die ik in de instelling zie, is dat ze meer en meer rekening houden met mijn aanbevelingen”, zegt een maandcommissaris. “Ze gaan er positief, constructief en transparant mee aan de slag. Het beleidsteam bespreekt mijn aanbevelingen en neemt ze op in de beleidsplannen.” Kleine dingen zijn vaak gemakkelijk aan te passen en maken een verschil in het dagelijks leven van de jongeren. Zo startte in een voorziening voor veilig verblijf een nieuwe maandcommissaris na een periode van afwezigheid van haar voorganger. Bij haar eerste bezoek hadden de jongeren veel vragen: ze vonden dat er te weinig fruit was en dat de begeleiders moeten kloppen voordat ze binnenkomen in hun kamer. Bij het tweede bezoek vertelden de meisjes dat de begeleiders die twee punten meteen aangepakt hadden. Opmerkingen over infrastructuur worden snel opgepikt – dingen die opgelost kunnen worden door de technische dienst langs te sturen. Ook individuele vragen worden vaak snel aangepakt: van een jongere die wat meer uitleg nodig heeft over wat er gaat gebeuren, tot een jongere die graag wil starten met een hobby. Andere dingen vragen meer tijd. Zo signaleerden we in ons vorige jaarverslag dat de bezoekruimte in het Vlaams Detentiecentrum in Beveren niet voldeed. Die opmerking namen ze daar ter harte en uiteindelijk kwam er een oplossing. In een gemeenschapsinstelling kwam er na aanhoudende klachten een nieuwe traiteur. Niet alleen zeggen jongeren dat de kwaliteit nu beter is, ze krijgen nu ook de kans om feedback te geven over het eten.
Evolutie naar positief leefklimaat Andere dingen zijn fundamenteler en soms moeilijker te meten. Het gaat dan vooral over het leefklimaat en hoe de begeleiders omgaan met de jongeren. Naast de ervaring van opgesloten te zitten, is dat vaak bepalend voor hoe goed of hoe slecht de jongeren Voorwoord
5
zich voelen bij hun verblijf. Van in het begin vroeg de Commissie van Toezicht daarom te streven naar een positief leefklimaat. Een belangrijk hoofdstuk in dit jaarverslag gaat over wat dat in 2021 betekende. Overal waar we komen, zien we inspanningen om tot een positief leefklimaat te komen. Directies en begeleiders zoeken manieren om te werken met minder dwang en meer nabijheid. Op de ene plaats gaat dat sneller en verregaander dan op de andere. We zien verschillen tussen campussen, leefgroepen en begeleiders. Maar we zien zeker een positieve evolutie. Tegelijk zorgt dat vaak voor veel onzekerheid. De weg naar een positief leefklimaat betekent ook zoeken naar een nieuwe manier om je tot elkaar te verhouden. De oude situatie, met een strikt pakket regels waar iedereen zich aan moest houden en waar niemand ooit van mocht afwijken, leek soms meer houvast te geven. Soms zien we dat het moeilijk is om daarvan los te komen. We moedigen op elk niveau een meer flexibele houding aan. Dat jongeren niet elke wens in vervulling zien gaan, begrijpen ze heel goed. Toch zeggen ze vaak dat ze het belangrijk vinden om dingen aan te kaarten, al is het maar om iets te verbeteren voor wie na hen komt. Helaas kunnen sommige jongeren dat zelf ook voelen, omdat ze zelf terugkomen. In 2021 hoorden we van die ‘ervaringsdeskundigen’ dat ze een duidelijke vooruitgang zagen. We schrijven dit jaarverslag voor de volksvertegenwoordigers en voor de overheid zodat die onze adviezen ter harte kunnen nemen. De adviezen vertrekken van de vaststellingen van onze vrijwilligers in de jeugdinstellingen en zijn niet vrijblijvend. We schrijven dit jaarverslag ook voor de medewerkers, begeleiders, directies en de jongeren in de jeugdinstellingen. Ze leven er samen in niet zo evidente omstandigheden. Medewerkers proberen vaak het beste van zichzelf geven en blijven vaak op zoek gaan naar de beste manier om dat te doen. Jongeren moeten omgaan met beslissingen die anderen voor hen namen en moeten zich aanpassen aan een plek die de hunne niet is. Dat vraagt veel, van iedereen. Al onze waardering voor wat de instellingen doen om rechten van jongeren verder te realiseren. Een uitdrukkelijk dankwoord voor onze maandcommissarissen, die tijd geven en zich vrijwillig engageren. Hun gedrevenheid en oprechte zorg om de jongeren is voor mij duidelijk bij elke samenkomst. Het is een voorrecht om als kinderrechtencommissaris deze commissie te mogen voorzitten. Zonder hun werk en hun maandverslagen was dit jaarverslag niet mogelijk. Dank ook aan Eline Strik, onze nieuwe secretaris, die de pen vasthield van het jaarverslag, zich vastbeet in de maandverslagen en erin slaagde om alle verslagen te bundelen tot een overzichtelijke analyse. Een oprechte dank aan de medewerkers van de jeugdinstellingen en het agentschap voor hun vertrouwen en openheid in de samenwerking. En ten slotte dank aan de jongeren die een inkijk geven in hun beleving en zich daarin kwetsbaar durven op te stellen. Het is dankzij hun moed dat we knelpunten kunnen vaststellen en tot adviezen komen.
Caroline Vrijens Voorzitter van de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen Vlaams kinderrechtencommissaris
6
8
Inhoud Over de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen.............................................................12 Over de CVTJ..............................................................................................................................................................................................................13 Maandelijkse bezoeken.......................................................................................................................................................................................13
Jaar van de uitbreiding.....................................................................................................................................16 Grote impact van corona..................................................................................................................................18 Invloed op het leven in de voorziening.................................................................................................................................................... 19 Minder contact met buitenwereld............................................................................................................................................................... 19 Impact op onderwijs en re-integratie...................................................................................................................................................... 19 Impact op de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen........................................................................................20
Complexe hulpvragen en zorgnoden........................................................................................................ 22 Tussen jeugdhulp, psychiatrie en VAPH...............................................................................................................................................23 Suïcide.............................................................................................................................................................................................................................24 Isolatie en afzondering.......................................................................................................................................................................................24 Impact op andere jongeren............................................................................................................................................................................24 Te weinig perspectief..........................................................................................................................................................................................25
Sociaal en pedagogisch leefklimaat en regels...................................................................................26 Cruciale rol voor begeleiders.........................................................................................................................................................................27 Nabijheid en afstand............................................................................................................................................................................................28 Onduidelijke regels................................................................................................................................................................................................29 Contact met medebewoners.........................................................................................................................................................................29
Regels en sancties...............................................................................................................................................32 Redelijke sancties...................................................................................................................................................................................................33 Onduidelijke sancties..........................................................................................................................................................................................33 Positief kiezen voor herstel.............................................................................................................................................................................34 Te veel collectieve sancties............................................................................................................................................................................34
Contact met de buitenwereld........................................................................................................................36 Bezoeken en belmomenten............................................................................................................................................................................. 37 Bereikbaarheid......................................................................................................................................................................................................... 37 Contact met broers en zussen...................................................................................................................................................................... 37 Contact met professionals.............................................................................................................................................................................. 37 Relaties............................................................................................................................................................................................................................38
Respect voor privacy........................................................................................................................................ 40 Privacy op de kamer..............................................................................................................................................................................................41 Discretie...........................................................................................................................................................................................................................41 Privacy tijdens bezoek.........................................................................................................................................................................................41
9
Onthaal......................................................................................................................................................................42 Fouilles.............................................................................................................................................................................................................................43 Lange onthaalfase.................................................................................................................................................................................................43 Nieuwe kamer............................................................................................................................................................................................................43
Afzondering en isolatie.................................................................................................................................... 44 Bewust nadenken over isolatiebeleid....................................................................................................................................................45 Veel soorten afzondering.................................................................................................................................................................................45 Afzondering als veiligheidsmaatregel...................................................................................................................................................46 Afzondering als straf............................................................................................................................................................................................46 Kamermomenten om praktische redenen.......................................................................................................................................... 47
Gezondheidszorg................................................................................................................................................. 48 Rookverbod.................................................................................................................................................................................................................49 Doktersbezoek..........................................................................................................................................................................................................49 Psychische hulp........................................................................................................................................................................................................49 Verslavingszorg........................................................................................................................................................................................................49
Infrastructuur en eten........................................................................................................................................52 Kwaliteit van het eten..........................................................................................................................................................................................53 Halal en vegetarisch eten.................................................................................................................................................................................53 Infrastructuur.............................................................................................................................................................................................................53
Diversiteit en levensbeschouwing..............................................................................................................54 Niet-begeleide minderjarigen......................................................................................................................................................................55 Levensbeschouwelijke werkers...................................................................................................................................................................55 Minderheden in de leefgroep........................................................................................................................................................................55
Onderwijs.................................................................................................................................................................58 Te weinig intern aanbod...................................................................................................................................................................................59 Samenwerking met externe scholen.......................................................................................................................................................59
Vrije tijd en dagindeling...................................................................................................................................62 Een gevarieerd programma?........................................................................................................................................................................63 Behoefte aan muziek...........................................................................................................................................................................................63 Aandacht voor sport............................................................................................................................................................................................63 Minder aandacht voor cultuur......................................................................................................................................................................64 Verveling........................................................................................................................................................................................................................64 Vroeg naar bed.........................................................................................................................................................................................................64
Ruimte voor participatie..................................................................................................................................66 Bewonersraden en besluitvorming.......................................................................................................................................................... 67 Inspraak in dagelijks leven.............................................................................................................................................................................. 67 Individuele participatie......................................................................................................................................................................................68
10
Re-integratie...........................................................................................................................................................70 Toekomstplannen.....................................................................................................................................................................................................71 Naar huis..........................................................................................................................................................................................................................71 Vlaams detentiecentrum....................................................................................................................................................................................71 Moeizame terugkeer..............................................................................................................................................................................................72
Werking.....................................................................................................................................................................74 Werkingsbudget...................................................................................................................................................................................................... 75 Personeelsbezetting............................................................................................................................................................................................. 75
Colofon....................................................................................................................................................................... 78
11
Over de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen
12
↑ Inhoudstafel
Op 3 februari 2017 keurde het Vlaams Parlement de oprichting goed van de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen (CVTJ). De commissie is ingebed in het Vlaams Kinderrechtencommissariaat. In september 2017 werd het nodige budget uitgetrokken, wat meteen de officiële start betekende van het extern orgaan dat vandaag toezicht houdt op de gemeenschapstellingen en de voorzieningen voor veilig verblijf. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg de opdracht het toezichtskader verder uit te werken en aan te sturen. De kinderrechtencommissaris is voorzitter van de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen.
Met de oprichting van de CVTJ wilde het Vlaams Parlement een extra venster openzetten. De commissie kijkt door een maatschappelijke bril mee naar het leven tussen gesloten muren. Elk jaar brengt de commissie verslag uit over het leven in geslotenheid. Ze formuleert ook aanbevelingen die de rechten en belangen van jongeren versterken. Een minderjarige tijdelijk zijn vrijheid afnemen, is een ingrijpende maatregel. In een gesloten opvang leven jongeren vaak in een strakke structuur met een uitgesproken gezags- en machtskader. Die manier van samenleven vraagt om bijzondere rechtsbescherming. De CVTJ maakt het mogelijk zicht te krijgen op het leven in geslotenheid en op die rechtsbescherming. Hoe beleven de jongeren dat? Waar botsen ze op? Hoe krijgen de rechten van de minderjarigen vorm in geslotenheid? Hoe zien de instellingen en voorzieningen dat?
Over de CVTJ Het decreet geeft de commissie zeven opdrachten die ze in volle onafhankelijkheid uitvoert: _ Toezien op de bejegening in ruime zin van kinderen en jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang waaronder de eerbiediging van de rechten zoals bedoeld in onder andere het kinderrechtenverdrag en het decreet van 7 mei 2004 over de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp. _ Kennis nemen van grieven over de bejegening van een of meer kinderen of jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang. _ Bemiddelen als die grieven vatbaar zijn voor bemiddeling waarvoor geen omstandig onderzoek nodig is. _ Personen toeleiden naar het Kinderrechtencommissariaat om hun klachtrecht uit te oefenen. _ Rapporteren over het toezicht, de grieven, de bemiddeling en de toeleiding. _ Aanbevelingen formuleren om de bejegening van kinderen en jongeren te verbeteren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang. _ Elk jaar verslag uitbrengen aan het Vlaams Parlement over de uitgevoerde opdrachten.
Maandelijkse bezoeken De Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen werkt met maandcommissarissen: vrijwilligers die elke maand onaangekondigd een instelling of voorziening bezoeken. Daar spreken ze met jongeren en begeleiders. Ze luisteren naar wat er leeft, wat jongeren bezighoudt. Dat kan in persoonlijke gesprekken maar de maandcommissarissen doen ook mee met activiteiten. Ze schuiven mee aan tafel om samen met de jongeren te eten. Ze volgen soms ook de lessen of trajectbesprekingen van de jongeren. Jongeren kiezen zelf wat de maandcommissaris mag doen met hun verhaal of melding. Bij klachten die omstandiger onderzoek vragen, brengt de maandcommissaris de jongere in contact met de klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat. Soms willen jongeren ook gewoon ventileren of eens vertellen over wat ze al allemaal meegemaakt hebben. Dat hoeft niet per se over het leven in de voorziening zelf te gaan.
Jaarverslag CVTJ Over de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen
13
Na elk maandbezoek stelt de maandcommissaris een verslag op voor het secretariaat van de commissie. Om de drie maanden zitten de maandcommissarissen samen met de verantwoordelijken van de instelling of de voorziening. Ze koppelen terug wat ze de afgelopen drie
maanden gemerkt hebben of wat jongeren vertellen. Ze stellen vragen of krijgen contextinformatie om situaties beter te begrijpen. De instellingen kunnen ook feedback geven die de commissarissen verwerken in hun verslag.
Samenstelling Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen Caroline Vrijens
Jamila De Backer
Denoix Kerger
Voorzitter
Maandcommissaris voor het Vlaams Detentiecentrum (vanaf
Maandcommissaris Gemeenschaps instelling De Zande, campus Ruiselede
juli 2021, daarvoor Elias Marchouh)
Eline Strik
Wendy De Bondt
Secretaris (tot juni 2021 Inge Schoevaerts)
Maandcommissaris Gemeenschaps instelling De Zande, campus Beernem
Edwine Bruyndoncx
Pieter De Loof
Maandcommissaris De Leemwinning (vanaf september 2021, daarvoor Evelien Schellekens)
Maandcommissaris Gemeenschaps instelling De Kempen, campus De Markt
Lynn Meeuwissen Maandcommissaris Gemeenschaps instelling De Kempen, campus De Hutten
Ellen Schryvers Maandcommissaris De Overstap en De Praktijk, Wingerdbloei (vanaf september 2021, daarvoor Ann Smedts)
Hilde Florquin
Koen Spruytte
Maandcommissaris Gemeenschaps instelling De Zande, campus Wingene
Maandcommissaris Gemeenschaps instelling De Grubbe
Maandcommissaris Jez11 (vanaf juli 2021,
Ibe Coeck
Eef Goedseels
Lieven Calloens
Maandcommissaris De Switch
daarvoor Sarah Van Ruyskensvelde)
Maandcommissaris Gemeenschaps instelling De Kempen, campus De Markt
We danken de afscheidnemende maandcommissarissen Jochen Devlieghere, Elias Marchouh, Evelien Schellekens, Ann Smedts en Sarah Van Ruyskensvelde voor hun engagement.
Vanaf 1 januari 2022 treden de volgende maandcommissarissen toe: Veerle Borremans
Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Grubbe
Jurgen Goesaert
Maandcommissaris Kadanz, De Hagewinde
Kristel Liesenborghs
Maandcommissaris Heem vzw
Ariane Luyten
Maandcommissaris Huis Helena, MPI Oosterlo
Evelyn Schaubroeck
Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Ruiselede
Stijn Suijs
Maandcommissaris Mena, Minor Ndako
Elke Van den Neucker
Maandcommissaris Van Celst
14
Jaar van de uitbreiding
16
↑ Inhoudstafel
Niet alleen in de voorzieningen, ook voor de CVTJ zelf was 2021 een bewogen jaar. We namen afscheid van de maandcommissarissen in De Leemwinning, Wingerdbloei, JEZ11, Vlaams Detentiecentrum Beveren en De Zande campus Beernem, waar we nieuwe collega’s mochten verwelkomen. Ook een van onze coaches nam afscheid. In het najaar organiseerden we een aanwervingsronde gezien de opstart van de module veilig verblijf in verschillende voorzieningen. We stelden nieuwe maandcommissarissen aan voor Heem vzw, Meza (afdeling van Minor Ndako), Kadanz (Hagewinde), Huis Helena (MPI Oosterlo) en Van Celst. Ook besloten we een tweede maandcommissaris toe te voegen aan De Grubbe en aan campus Ruiselede van De Zande. Die zeven nieuwe maandcommissarissen kregen eind 2021 hun eerste onderdompeling in de Commissie van Toezicht. Hun mandaat start in januari 2022, samen met dat van onze nieuwe coach. Sinds juni 2021 heeft de commissie een nieuwe voltijdse medewerker in dienst. Eline Strik vervangt Inge Schoevaerts die halftijds secretaris was. Een nodige stap, want de commissie groeit en zal nog verder groeien. In 2022 starten er nog meer nieuwe voorzieningen voor veilig verblijf op, waar we ook nieuwe maandcommissarissen voor zullen aantrekken. Ook op andere vlakken wordt 2022 een belangrijk jaar voor het jeugdrecht in Vlaanderen en voor jongeren in geslotenheid. Zo staat de rechtspositie van jongeren in geslotenheid op de agenda van de beleidsmakers. We kijken alvast uit naar de resultaten. Het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin publiceerde alvast een studie waaruit we ook in dit jaarverslag uitgebreid citeren.
Vanaf september mogen jeugddelinquenten en jongeren die opvang nodig hebben door een verontrustende opvoedingssituatie niet meer samen in één groep verblijven. Vanaf dan blijven de gemeenschapsinstellingen voorbehouden voor jeugddelinquenten. Dan gaan ook nieuwe termijnen in voege: sommige jongeren kunnen dan twee, vijf of zelfs zeven jaar in een gemeenschapsinstelling blijven. Een verblijf in de gemeenschapsinstelling zal altijd starten met een oriëntatie in De Grubbe van één maand, die niet langer verlengbaar is. De commissie is benieuwd hoe die overgang zal lopen. Ook in dit scharnierjaar blijven we in de voorzieningen en instellingen de rechten van jongeren in geslotenheid opvolgen. De vele bewegingen in de voorzieningen veilig verblijf en de vervanging in het Vlaams Detentiecentrum maakten het niet evident om aparte hoofdstukken te schrijven per soort voorziening. We merkten dat veel thema’s in de verschillende modules terugkwamen. De meeste bezoeken legden we af in de gemeenschapsinstellingen, vandaar dat we daar meer uit citeren. Dat wil niet zeggen dat zij beter of slechter werk leveren dan de voorzieningen voor veilig verblijf.
Jaarverslag CVTJ Jaar van de uitbreiding
17
Grote impact van corona
18
↑ Inhoudstafel
Net als in 2020 was de impact van corona afgelopen jaar groot. In ons vorige jaarverslag schreven we dat de impact beperkt bleef door de veerkracht, de tolerantie en het aanpassingsvermogen van de jongeren en door de inzet van hun begeleiders. Ook in 2021 zeggen jongeren dat de samenhorigheid groeide: “We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.” Maar na twee jaar corona stellen we vast dat bij velen de veerkracht op is. Vorig jaar riepen we op om kinderrechten niet meer in lockdown te laten gaan. Gelukkig deelden velen dat idee. Er waren serieuze pogingen om het leven zo normaal mogelijk te laten verlopen. Dat vroeg opnieuw van iedereen veel flexibiliteit.
Invloed op het leven in de voorziening We zagen een impact op de sfeer en hier en daar ook op het aanbod aan activiteiten. Het dragen van mondmaskers zorgde soms voor extra conflicten. We zagen begeleiders de nodige creativiteit inzetten om moeilijke regels toch draaglijk te maken. “Er is een quarantainekamer voor jongeren die weglopen. Als ze terugkomen, worden ze getest op corona en blijven ze in die kamer tot het resultaat van die coronatest bekend is. Omdat dat niet als straf mag overkomen, krijgen ze in die kamer ook privileges zoals extra computertijd.” Begeleider veilig verblijf “Mij viel ook het effect op van de extra afstand aan tafel: dat creëert afstand en maakt echte gesprekken zowat onmogelijk.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “Vroeger konden de jongens een uur per dag fitnessen. Door corona viel dat weg. Daar hadden ze het heel moeilijk mee. Ook veel vormingen en socio-culturele activiteiten konden niet doorgaan. We stimuleren ze om overdag zinvol en actief bezig te zijn, maar corona maakte dat heel moeilijk.” Verantwoordelijke Vlaams Detentiecentrum
Minder contact met buitenwereld “Er mag nu maar één persoon op bezoek komen. Daarom kunnen mijn ouders niet samen komen, ze moeten kiezen wie van de twee komt. Ik wil ze graag allebei zien.” Jongere in gemeenschapsinstelling De bezoeken bleven op veel plaatsen beperkter, waardoor het moeilijker was om beide ouders te zien. En ook broers of zussen en andere belangrijke personen konden niet of minder op bezoek komen. Jongeren blijven positief over het beeldbellen sinds 2020. Dat is niet alleen coronaproof, het heeft ook andere belangrijke voordelen. Jongeren van wie de familie niet op bezoek kan komen, bijvoorbeeld omdat ze in het buitenland wonen, konden zo toch contact houden. Jongeren vonden het ook fijn om nog eens te zien hoe het er thuis aan toegaat. We pleiten er dan ook voor om het beeldbellen overal een permanente plaats te geven. Op sommige plaatsen werd het aantal minuten beeldbellen teruggeschroefd toen bezoeken weer konden. Jongeren vragen om de mogelijkheden juist uit te breiden.
Impact op onderwijs en re-integratie Ook voor jongeren in geslotenheid brachten onlinelessen heel wat teweeg. Voor sommigen was het een uitkomst: nu konden ze lessen volgen waar ze anders niet bij konden zijn. Maar het bracht ook uitdagingen mee, vooral rond privacy. Andere jongeren zeggen dat door de combinatie van corona en gesloten verblijf hun schooltraject te hobbelig verliep. Ze vragen zich af of een diploma voor hen nog haalbaar is. Weer anderen zeggen dat tijdens quarantaines van leefgroepen de lessen opgeschort werden. “Ik kon me moeilijk concentreren in de onlinelessen. Er zijn twee laptops, dat is te weinig. Iedereen stoort elkaar. Niet met opzet, maar gewoon omdat we niet genoeg ruimte hebben. Soms komt er een opvoeder kijken. Dan stellen de leerkrachten daar vragen over. Dat vind ik vervelend.” Jongere in veilig verblijf
Jaarverslag CVTJ Grote impact van corona
19
“Jongeren met een ‘thuisschool’ laten we de onlinelessen volgen. We hebben daar echt al successen mee geboekt. We volgen hun lessenrooster en spreken af met de school welke onlinelessen ze volgen. Privacy is van groot belang. Ze mogen niet zomaar met camera en micro aan de les volgen: hun klasgenoten hebben er geen zaken mee dat de jongere hier verblijft.” Medewerker in gemeenschapsinstelling De maatregelen maakten het ook moeilijker om de terugkeer naar huis voor te bereiden: “Re-integratie? Dat stelt door corona niets meer voor. Ik heb geen uitzicht op werk. Daarover maak ik me zorgen. Als ik straks buiten ben, is er geen face-to-facecontact met de reclassering en met de coaches mogelijk. Alles ligt op zijn gat. Ik wil nooit meer terug naar de gevangenis. Maar ik ben bang dat ik met deze maatregelen mijn leven moeilijker kan oppakken.” Jongere in Vlaams Detentiecentrum
Impact op de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen Ook op de commissie zelf had corona een belangrijke impact. We konden veel vaker dan in 2020 weer ter plaatse op bezoek gaan. Toch bleven hier en daar quarantaines en ‘golven’ roet in het eten gooien. Waar dat kon, waren maandcommissarissen online aanwezig, maar dat vervangt toch geen bezoek ter plaatse. De vergaderingen van de commissie liepen in 2021 online, op een ontmoetingsdag in oktober na. Hoewel ook online uitwisseling mogelijk is, lijdt de kwaliteit van ons onderling contact daaronder.
Aanbevelingen _ _ _
20
Zorg bij online onderwijs voor voldoende privacy. Behoud de mogelijkheid tot beeldbellen, en breid die uit waar dat kan. Evalueer welke goede praktijken er de laatste twee jaar ontstonden en deel die.
Complexe hulpvragen en zorgnoden
22
↑ Inhoudstafel
“Er is te weinig plek in de psychiatrie. Ik sta al jaren op de wachtlijst. En wanneer eindelijk een plek vrijkomt, blijkt het geen plek voor mij te zijn. Nergens kon ik hulp krijgen. Pas als het te laat is, krijg ik hulp. En zelfs dan nog zijn er wachtlijsten. Ik ben op een dag heel agressief geworden, en heb erge dingen gedaan waar ik heel veel spijt van heb. Nu zit ik in de gemeenschapsinstelling. Dit is absoluut geen plek voor mij, dat zeggen mijn begeleiders ook. Maar ik moet hier blijven totdat er ergens anders plek is. Mijn ouders en ik hopen dat dat de juiste plek is, anders heb ik geen toekomst.” Dat schreef een jongere in een gemeenschapsinstelling. Op zijn vraag bezorgden we zijn brief aan ministers Beke en Vandenbroucke. De jongen vindt dat hij hier niet thuishoort. Onze maandcommissaris volgde zijn traject nauwkeurig op maar stelde vast dat hij jarenlang in de gemeenschapsinstelling bleef ‘hangen’ bij gebrek aan alternatieven. In elk jaarverslag schreven we al over de grote diversiteit aan jongeren op alle vlakken, over plaatsing in gesloten instellingen omdat er geen andere geschikte plaats te vinden is en over de soms moeizame uitstroom. Het is geen nieuw probleem, maar afgelopen jaar leek het nog heftiger te worden. Jongeren en begeleiders spraken van meer spanning, meer agressie, meer alarmmomenten. Door hun verblijf in een gesloten instelling bij gebrek aan andere oplossingen, komt een kleine groep jongeren soms terecht in een situatie die hun rechten ernstig in gedrang brengt. Voor die jongeren is het systeem van indicatiestelling soms naast de kwestie: ze passen niet in hokjes en hebben zorg op maat nodig. We zien dat de gemeenschapsinstellingen hun best doen om dat maatwerk aan te bieden, maar hier is dringend een aanpak nodig op een hoger niveau.
Het gaat dan om leefgroepen voor jongeren met een gedrags- en emotionele stoornis (GES). Ook daar is niet altijd duidelijk wie in de doelgroep valt: de grens tussen een GES en psychiatrische stoornis is soms moeilijk te trekken. Jongeren die aangemeld zijn voor een GES+ verblijf, de meest intensieve vorm van hulpverlening voor die groep, komen op een lange wachtlijst met elk jaar maar een handvol plaatsen die vrijkomen. Het fenomeen blijft niet beperkt tot de gesloten instellingen: ook in de proeftuinen waren er af en toe jongeren voor wie het heel hard zoeken was naar de juiste zorg. Dat de gemeenschapsinstellingen een opnameplicht hebben, een nog diverser publiek kennen en in veel gevallen nog geslotener zijn dan de proeftuinen, maakte wel dat we daar meer extremen zagen. “Er komen hier de laatste tijd veel jongeren met psychiatrische problemen binnen voor wie onze instelling eigenlijk geen oplossing is. Door plaatsgebrek in de psychiatrie worden ze naar hier gestuurd, waar ze niet op hun plaats zitten en waar we niet de gepaste en nodige zorg kunnen bieden.” Begeleider gemeenschapsinstelling “Ik heb het heel moeilijk, vooral als ik alleen in mijn kamer zit. Dan pieker ik veel. Soms kras ik me. Die instelling, dat is mijn plek niet. Eigenlijk zou ik naar de psychiatrie moeten. Er komt wel elke week iemand langs van het psychiatrisch ziekenhuis, maar dat helpt niet echt.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Tussen jeugdhulp, psychiatrie en VAPH We zagen veel jongeren die psychiatrische zorg nodig hebben. Dat leidt soms tot een strijd over definities en indicatiestelling: psychiatrie zegt dat jeugdhulp aan zet is en andersom. We zagen jongeren heen en weer gaan tussen psychiatrie (met soms gedwongen opnames in de psychiatrie voor volwassenen) en gesloten instelling. Diezelfde jongeren staan ook vaak op de wachtlijst van een VAPH-setting voor jongeren met een beperking.
Jaarverslag CVTJ Complexe hulpvragen en zorgnoden
23
Suïcide Het thema suïcidaliteit is onlosmakelijk verbonden met de zware en complexe problematieken die we hierboven beschrijven. Heel wat jongeren in geslotenheid hebben suïcidale gedachten en sommigen onder hen doen ook pogingen. In 2021 overleed er één jongere in een gemeenschapsinstelling na suïcide. Ook in 2019 en 2020 was dat het geval.
Isolatie en afzondering Isolatie en afzondering krijgen een apart hoofdstuk in dit jaarverslag. Maar er is een sterke link met de complexe hulpvragen. Een paar jongeren brachten erg veel tijd door in isolatie. Eenvoudige oplossingen zijn er niet. Als dat veel en lang gebeurt, is dat een hoge prijs om te betalen. “Met dit meisje gaat het al een tijdje niet goed. Ze doet heel veel suïcidepogingen. De begeleiders van de leefgroep zitten op hun tandvlees. Als ik op bezoek kom, zit ze weer in isolatie. Dat gebeurt bij haar regelmatig. Het meisje ligt op haar matras in de kale ruimte. Er is alleen een wc en een grote klok. Ze heeft een T-shirt aan dat niet stuk kan. Ze vertelt over haar pogingen, het bonken met haar hoofd en het krassen. Ik ga gehurkt naast haar zitten en probeer een gesprekje aan te knopen. Ik begrijp de angst, de machteloosheid van de begeleiders. Maar is isolatie de oplossing?” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling Voor enkele jongeren kwam er een ‘individuele leefgroep’, een contradictio in terminis. Deze jongeren stelden stuk voor stuk gedrag dat hen een gevaar voor zichzelf en voor anderen maakte. Dat ze een oplossing nodig hadden, stelt niemand in vraag. De instellingen doen alles om in die omstandigheden toch goede zorg te bieden. Leefgroepen vrij maken voor één jongere heeft grote consequenties voor de jongere zelf, voor de medewerkers en voor andere jongeren die hulp nodig hebben. “Opnieuw is er bij mijn bezoek maar één meisje in deze leefgroep, die ze speciaal voor haar openhouden. Daarna kan ze normaal gezien naar psychiatrie. De begeleiders zijn heel begaan met het meisje en stellen zich flexibel op om haar comfort te bieden. Eerder was ze naar een herhaling van een wedstrijd van de Rode Duivels aan het kijken. Ze is fan van voetbal, en had net daarvoor zelf met de opvoeders
24
gevoetbald. Wanneer ze in haar kamer is, vertellen de begeleiders dat ze voor dit meisje de hele leefgroep leegmaakten, en dat ze ook dan nog met twee altijd alert moeten blijven omdat het meisje zo onvoorspelbaar is. Als ze ‘opgedraaid’ is, is ze niet meer aanspreekbaar zonder dat ze eerst in afzondering moet gaan. Zodra ze opnieuw aanspreekbaar is, kan ze weer uit afzondering, zo snel mogelijk.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling Voor één 14-jarige jongere kreeg de commissie een reeks meldingen dat de periode van vijf dagen isolatie verlengd moest worden om veiligheidsredenen. Hij verbleef langdurig in de ‘veilige kamer’. Daarna werd ook voor hem een leefgroep vrijgemaakt. Dat betekende medewerkers herschikken en dat liet zich voelen in verschillende campussen. Uiteindelijk kwamen er gedetacheerde bewakingsassistenten uit het Vlaams Detentiecentrum. Het was de eerste keer dat bewakingsassistenten aan de slag gingen in een gemeenschapsinstelling, die anders dan het Vlaams Detentiecentrum een pedagogisch doel heeft. We zagen hoeveel inspanningen de directie en alle medewerkers leverden om hem nabijheid en zorg te bieden. We hoorden ook frustratie en onmacht: het personeel kon weinig anders doen dan hem ‘bewaren’ en zat met het gevoel dat ze hem niet konden geven wat hij echt nodig had. We deelden die frustratie, omdat we zagen dat in deze context het niet mogelijk leek om zijn rechten te waarborgen en er tegelijk geen uitzicht was op een andere oplossing.
Impact op andere jongeren Als complexe hulpvragen niet of te weinig beantwoord blijven, heeft dat een impact op alle jongeren in een leefgroep. “Er is een nieuwe jongen, die sociaal-emotioneel functioneert als een baby. Dat is zwaar voor de begeleiders en voor de groep. De begeleidster zegt dat de werking met elk van de jongens op zich goed gaat, maar dat het samen een heel pittige combinatie is. Ze zegt dat de jongens zich niet goed voelen en spanning ervaren, wat het risico op uitbarstingen vergroot.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling Begeleiders zoeken hard naar manieren om daar rekening mee te houden. Eén manier is – opnieuw – afzondering:
↑ Inhoudstafel
“Eigenlijk heeft hij maatwerk nodig, maar dat lukt niet in een groep van tien jongens. De jongen eet nu standaard in zijn kamer om een rustmoment in te lassen, omdat ze hem anders bij elke maaltijd van tafel moesten sturen. Volgens de campusverantwoordelijke hebben meer en meer jongeren eigenlijk de rust en de structuur van een individueel traject nodig. Door plaatsgebrek komen ze toch in een gewone leefgroep terecht.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
jeugddelinquenten in de gemeenschapsinstelling voor een vaste termijn die niet verlengbaar is. Dat is alleen haalbaar als ook vanuit andere voorzieningen, waaronder veilig verblijf, een vlotte uitstroom mogelijk is. 2022 wordt cruciaal op dat vlak. Als er op het moment van hun vrijlating nergens plaats is, zullen ze dan naar huis terugkeren, ook als dat niet veilig is?
Aanbevelingen _
Te weinig perspectief Zowel vanuit de gemeenschapsinstellingen als vanuit veilig verblijf lukt het voor sommige jongeren erg moeilijk om een andere plaats te vinden. Bij gebrek aan uitstroomperspectief blijven ze achter. Dat weegt zwaar door. Het gebrek aan perspectief zorgt dat problemen alleen maar verergeren. Re-integratie in de maatschappij wordt moeilijker. Een specifieke groep zijn de jongeren rond achttien jaar die niet goed weten waar ze naartoe zullen gaan. “Ik heb het gevoel dat ze me vergeten. Normaal blijven meisjes hier zes maanden. Ik zit hier nu al anderhalf jaar. Ze vinden geen plek voor mij. Ik weet niet waar ik naartoe zal gaan en wanneer dat ooit verandert. Ik zie alleen voortdurend nieuwe meisjes binnenkomen en weer vertrekken, terwijl ik altijd blijf. Het voelt alsof ik bij elk nieuw meisje achteruit geduwd word.” Jongere in veilig verblijf “Dit meisje zit hier al een ruim half jaar, was onlangs weggelopen en is sinds zondag terug. Je zou voor minder weglopen zonder perspectief. Ook nu is dat er niet echt. Volgende week mag ze dan wel kennismaken met een voorziening, maar in de terugkoppeling met een begeleider wordt duidelijk dat de kans reëel is dat het nog heel lang duurt voordat ze ergens naartoe kan, terwijl ze hier niet echt thuishoort.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling Na dergelijke lange trajecten wordt er wel gezorgd voor een goede overgang. Zo kon een jongere na drie jaar in een gemeenschapsinstelling nog op bezoek komen als een vorm van nazorg. Met de uitbreiding van het aantal plaatsen voor veilig verblijf zou de uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen vlotter moeten lopen. Dat kan ook niet anders: vanaf september 2022 zitten
_
_
_
_
_
Gemeenschapsinstellingen zijn geen back-up voor psychiatrische zorg. Jongeren alleen op grond van plaatsgebrek in psychiatrie plaatsen kan niet. Jongeren hebben recht op gepaste zorg. Dat betekent zorg op basis van hun noden en niet op basis van een aanbod. Welke hulp ze krijgen, mag niet afhangen van wie er opnameplicht heeft of waar er toevallig plaats is. Onderzoek welke omkadering nodig is om alle jongeren die instromen gepaste zorg te kunnen geven. Wat is nodig om jongeren met een complexe hulpvraag toch kwalitatieve hulp te bieden? Ook als die jongeren in eerste instantie niet lijken te passen bij het profiel van de instelling of de voorziening? Hoe kunnen we de instellingen en voorzieningen verder aanpassen aan hun noden, in plaats van andersom? Met welke partners kan de samenwerking nog verder uitgebouwd worden? Welke rol speelt de geestelijke gezondheidszorg daarin? Dat is niet alleen een denkoefening voor de instellingen en voorzieningen zelf. We verwachten dat daar ook op beleidsniveau aan gewerkt wordt. Zorg voor uitstroommogelijkheden, zowel uit de gemeenschapsinstellingen als uit veilig verblijf: jongeren in geslotenheid moeten perspectief hebben op verblijf elders binnen een redelijke termijn. Vrijheidsbeperking kan alleen als laatste redmiddel en voor duidelijke, afgebakende termijnen. Als geslotenheid niet langer nodig is, mag gebrek aan uitstroommogelijkheden geen reden zijn om een verblijf in geslotenheid te verlengen. Zorg via het personeelsbeleid dat de medewerkers genoeg veerkracht behouden en goed ondersteund worden om ook jongeren met een complexe zorgnood hulp op maat te bieden. Monitor de impact van de nieuwe fase van het decreet Jeugddelinquentie op de in- en uitstroom in de gemeenschapsinstellingen en voorzieningen voor veilig verblijf. Blijf suïcidepreventieplannen evalueren.
Jaarverslag CVTJ Complexe hulpvragen en zorgnoden
25
Sociaal en pedagogisch leefklimaat en regels
26
↑ Inhoudstafel
We zien de laatste jaren inspanningen om te werken aan het leefklimaat, zoals we steeds gevraagd hebben in onze jaarverslagen. De gesloten instellingen voerden projecten rond positief leefklimaat in. De nieuwe voorzieningen veilig verblijf deden al voor de opstart denkoefeningen over welke pedagogische benaderingen voor zo’n positief leefklimaat konden zorgen. De maandcommissarissen merkten dat ook: van leefgroepen die op teambuilding gingen voor een positief leefklimaat tot fundamentelere veranderingen in de omgang met de jongeren. In een positief leefklimaat ligt de focus op de persoonlijke groei van de jongeren, op ruimte om zelf keuzes te maken, op autonomie en vertrouwen in een psychisch en fysiek veilig kader. Dat betekent de autoritaire basishouding loslaten. Een positief leefklimaat biedt ruimte en kan afwijken van een strak kader als niemand baat heeft bij het volgen van bepaalde routines. “Eén meisje eet in haar kamer, omdat dat de regel is. Er zijn twee gangen in de leefgroep. Afwisselend eten de meisjes van de ene en van de andere gang in de leefgroep of in hun kamer. Ik pols nog even bij de begeleider waarom het meisje, nu de bezetting zo laag is, niet mee eet in de leefgroep. De begeleider zegt dat ze ervoor kiezen om in beperkte groep te eten en dat ze het systeem niet elke keer kunnen aanpassen aan de bezetting. Dat zou verwarrend zijn voor de meisjes.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Cruciale rol voor begeleiders Hoe begeleiders zich opstellen, is voor jongeren bepalend voor hun verblijf. Jongeren vinden het belangrijk dat begeleiders authentiek en consequent zijn. Ze stellen het op prijs dat begeleiders hen aanspreken van mens tot mens in plaats van hen te beoordelen op delinquent of verontrustend gedrag.
“De begeleiders zijn betrokken. Ze laten iedereen zichzelf zijn. Ze bekijken ons niet als ‘foute meisjes’, en dat voelt goed.” Jongere in gemeenschapsinstelling “De sfeer is heel rustig en aangenaam. Er wordt over van alles gepraat: over hoe je paella maakt, over de advocaat van een van de meisjes die ‘een knappe’ zou zijn. Een van de begeleiders laat de meisjes zijn nagels lakken.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “Ze moeten mij altijd hebben. Toen er daarnet eten gemorst was, zei een van de begeleiders meteen dat ik het gedaan had. Een van de begeleiders heeft een keer aan mijn arm getrokken. Toen ik dat tegen de coördinator zei, geloofde die me niet. Daarna lachten de begeleiders me uit. Ik word altijd beschuldigd.” Jongere in veilig verblijf “Ik had schrik toen ik hier naartoe moest. Ik kende de reputatie, ik dacht dat het zou zijn als een gevangenis. Maar het valt mee door de mensen die hier werken. De opvoeders behandelen me als een gewone mens, niet als een jonge crimineel.” Jongere in gemeenschapsinstelling “De begeleiders zijn streng. Voor één scheldwoord of als ze vinden dat je te druk bent, vlieg je naar je kamer.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Een begeleider gaat gevat en humoristisch om met de jongeren, waarbij ze niet aarzelt om ze te confronteren met hun gedrag.” Maandcommissaris veilig verblijf “Al sinds de kennismaking voel ik me veroordeeld. Ze zeiden heel denigrerend: ‘Ja, je bent 14 en je drinkt al, oei, probleem.’ Dat komt heel verkeerd over.” Jongere in gemeenschapsinstelling “De begeleiders hier zijn topmensen. Ze zijn oprecht en consequent, ze zorgen voor een familiale sfeer.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Jaarverslag CVTJ Sociaal en pedagogisch leefklimaat en regels
27
Nabijheid en afstand Jongeren stellen nabijheid op prijs. Ze vinden het belangrijk dat begeleiders laten merken dat ze om hen geven: “Sommige begeleiders zijn echt met ons begaan. Die willen dat we slagen. Als ik de moed verlies, zorgen zij ervoor dat ik die terugvind. Van andere begeleiders krijg ik het gevoel dat ze er niets om geven. Ze zeggen ‘het is jouw traject, ik ga straks gewoon weer naar huis’.” Jongere in veilig verblijf “Er moet meer met ons gepraat worden om te peilen naar de reden van onze boosheid. Er is altijd een reden waarom we boos worden. Door te luisteren en tijd te besteden aan wat ons dwarszit, kan een explosieve situatie ontmijnd worden.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Hier zijn de begeleiders top, echt betrokken. In mijn vorige voorziening was dat niet. Als je daar verdrietig was, kon het ze niet schelen.” Jongere in veilig verblijf Tegelijk vraagt die nabijheid veel van jongeren. Sommige instellingen en voorzieningen zetten
28
jongeren meer dan andere aan om aan zichzelf of aan hulpverleningsdoelstellingen te werken. Van De Grubbe naar andere gemeenschapsinstellingen naar veilig verblijf wordt de hulpverlening op bepaalde vlakken intensiever. Soms vinden jongeren dat vermoeiend. “Ze maken je hoofd moe. Soms willen we gewoon met rust gelaten worden. In de gesloten instelling laten begeleiders je meer met rust, en breng je veel tijd door in je kamer. Hier moeten we de hele tijd praten en is er strenge controle. Ik krijg geen rust, geen tijd om alleen te zijn.” Jongere in veilig verblijf “Ik zat liever in mijn vorige instelling. Er zijn ook veel regels, maar de begeleiders zitten er veel minder op je vel. Hier zitten ze voortdurend op je dak.” Jongere in gemeenschapsinstelling Jongeren appreciëren het als begeleiders samen met hen de juiste balans vinden: “De begeleiders houden rekening met mij. Als ik het te moeilijk heb om te spreken, dringen ze niet aan. Aan de andere kant zien ze wél wanneer ik het moeilijk heb, en gaan ze daar met mij op in. Ze zijn echt betrokken.” Jongere in veilig verblijf
↑ Inhoudstafel
Onduidelijke regels Groeien naar een positief leefklimaat is een leerproces, en we merken dat dat niet voor iedereen evident is. Sommige begeleiders zeggen dat het verwarrend is als de regels niet voor iedereen duidelijk zijn, dat ze vaker van jongeren horen dat ze niet consequent zijn door het gebrek aan regels. Een positief leefklimaat wil niet zeggen dat er géén regels zijn. Het wil juist zeggen dat het aantal regels beperkt blijft, zodat je kunt werken met een logische set regels die voor iedereen duidelijk is. Op veel plaatsen streven ze naar zo’n klein pakket basisregels in plaats van een oerwoud aan regels over details. Op andere plekken is er nog veel werk. “De opvoeders zitten niet op één lijn. Bij de ene mag ik mijn gsm en sigaretten meenemen naar de kapper, bij de andere niet. Voor de middag belooft een opvoeder dat we in de namiddag kunnen sporten, en uiteindelijk beslist een andere dat dat niet doorgaat. Bij de ene mag je weinig kaas op je boterham, bij de andere staat daar geen limiet op. Bij de ene mag je ’s avonds confituur op je boterham, bij de andere niet. Al die verschillen leiden tot nodeloze discussies en irritaties.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Er gelden verschillende regels bij verschillende begeleiders. Het is niet altijd duidelijk wat er bij wie kan, of waarom iets bij ene wel en bij andere niet kan. De jongeren hebben daar veel vragen over, maar zeggen dat ze nooit een antwoord krijgen en dan botsen op ‘ik moet geen verantwoording afleggen’ en ‘ge zijt hier voor een reden dus ge moet luisteren’. De jongens zeggen dat ze zich soms net een hond voelen als ze zo kortaf antwoord krijgen.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “Waarom mogen we niet praten tijdens het afwassen? Oké, als we onze taak niet zouden doen, of als we zouden treuzelen. Maar ik begrijp niet waar die regel voor dient, en waarom er nooit van afgeweken kan worden.” Jongere in gemeenschapsinstelling De gemeenschapsinstellingen hebben het puntensysteem losgelaten en zoeken naar alternatieven. In sommige voorzieningen voor veilig verblijf wordt nog wel gewerkt met die systemen waarmee je dan bepaalde vrijheden kunt verdienen. Niet alle jongeren zijn daarvoor te vinden:
“De voorziening werkt met kleurencodes voor gedrag. Uit de gesprekken blijkt dat begeleiders niet altijd dezelfde criteria gebruiken. Dat de ene begeleider veel sneller en gemakkelijker oranje geeft dan de andere.” Maandcommissaris veilig verblijf Vooral informele regels blijven soms hangen als een situatie al lang veranderd is: “We willen onze eigen muziek opzetten in de leefgroep. Maar dat mag niet, omdat er bij de vorige leefgroep veel discussies waren over muziek kiezen. Waarom moeten wij daar het slachtoffer van zijn?” Jongere in gemeenschapsinstelling
Contact met medebewoners Andere jongeren in de voorziening zijn soms een bron van steun, maar soms ook van extra stress. Dat laatste leek dit jaar soms nog meer zo dan anders door de complexe hulpvragen waarover we al spraken. De gemeenschapsinstellingen hebben kleinere, prikkelarme leefgroepen voor jongeren die een meer individuele aanpak nodig hebben. Sommige voorzieningen voor veilig verblijf werken met heel kleine leefgroepen van drie jongeren. We zijn benieuwd wat het effect daarvan is. “De sfeer in de groep zit goed. De meisjes zijn vriendelijk tegen elkaar en respecteren elkaars eigenheden.” Jongere in veilig verblijf “Het is hier altijd druk. De ene keer moet iemand dan naar zijn kamer, dan is er gebonk op de deur, iemand is boos, dan weer zeurt een andere jongen: ‘meneer, meneer, meneer’ zonder op antwoord te wachten. We zitten hier op een kleine ruimte bij elkaar.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Een andere jongen daagt me altijd uit. Ik voel me zo boos. Tot nu toe krop ik het op. Maar ik heb schrik dat ik op een dag heel boos word en me dan niet kan inhouden. Dan zal ik de gevolgen moeten dragen.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Jaarverslag CVTJ Sociaal en pedagogisch leefklimaat en regels
29
Andere jongeren zeggen dat de overvloed aan kamermomenten zorgt voor minder leerkansen, bijvoorbeeld over samenleven:
_
“We zitten in een leefgroep, maar we hebben zoveel kamermomenten dat we eigenlijk niet de kans krijgen om elkaar te leren kennen. Als we meer vrije tijd samen mochten doorbrengen, zouden we ook frustraties kunnen bespreken of problemen uitklaren. In die kamermomenten heb je meer tijd om na te denken en alleen maar bozer te worden over conflicten.” Jongere in gemeenschapsinstelling _
Aanbevelingen _
_
_
30
Blijf verder werken aan de leefregels. Samenleven in groep kan niet zonder afspraken en leefregels. Leefregels horen het groepsleven te structureren of draaiende te houden. Het gaat over enkele basisregels. Naast die basisregels vragen we dat begeleiders en opvoeders de nodige flexibiliteit aan de dag leggen, afhankelijk van de situatie. Een teveel aan regels, veelal informeel, leidt tot extra spanningen, conflicten en onduidelijkheid. Als jongeren geen feedback of uitleg krijgen over het hoe en waarom, voelen ze zich minder gebonden aan de regels. Koppel leefregels zoveel mogelijk los van een puntensysteem waar jongeren beloningen of vrijheden mee kunnen verdienen. Als het puntensysteem of de kleurencodes een pedagogisch instrument worden, zet een teveel aan leefregels of onduidelijkheid over bepaalde formele maar veelal informele regels dat onder druk. Een set regels is een dynamisch instrument, dat moet kunnen evalueren op basis van groepssamenstelling. Nieuwe regels maken blijkt niet zo moeilijk te zijn, regels schrappen des te moeilijker. Blijf aandachtig voor de vraag of de regels en de groep nog bij elkaar passen.
_
We erkennen de positieve evoluties op weg naar een positief leefklimaat. Maar er blijft nog een stuk weg af te leggen. We vragen daar verder aan te werken. Een positief leefklimaat is geen verantwoordelijkheid van de leefgroepwerking alleen. Het is een visie, ingebed in de ruimere visie en missie van een voorziening of instelling. Begeleiders en opvoeders moeten ondersteund worden om een basishouding te ontwikkelen die aansluit bij een positief leef- en leerklimaat. Dat vraagt aandacht, ondersteuning en acties voor teamwerking, intervisie, coaching en het algemene werkklimaat. Blijf jongeren genoeg uitleg geven over de weg naar een positief leefklimaat die je aan het afleggen bent. Pols hoe ze dat zelf ervaren. Evalueer de praktijk om met heel kleine leefgroepen te werken en bekijk welke lessen andere voorzieningen daaruit kunnen trekken.
Regels en sancties
32
↑ Inhoudstafel
Uit een evaluatie van de rechtspositie van jongeren in geslotenheid,1 blijkt dat de regelgeving rond sancties momenteel sterk te wensen overlaat. Zo moet de overheid dringend definiëren welk gedrag een disciplinaire inbreuk vormt, welke sancties toegepast kunnen worden en hoelang, en welke procedures en beroepsmogelijkheden er zijn. Anders ligt willekeur op de loer. In de praktijk horen we veel klachten over sancties.
Redelijke sancties Jongeren vinden de sancties vaak onredelijk. Nochtans is decretaal bepaald dat sancties steeds proportioneel moeten zijn, in verhouding tot de ernst van de feiten.2 Natuurlijk heeft elk verhaal meerdere kanten. Soms vinden jongeren sancties heel onterecht, maar horen we van de begeleider een ander verhaal. We horen zeker ook positieve verhalen van jongeren. Maar uit onze bezoeken blijkt dat sommige instellingen en voorzieningen snel naar sancties grijpen, wat haaks staat op het streven naar een positief leefklimaat. “Zo moest ik tien minuten naar mijn kamer omdat ik iets deed zonder het te vragen, en ook toen ik in de kamer van een ander meisje kwam. Dat vind ik een juiste sanctie. In mijn vorige instelling is dat sowieso een hele dag naar je kamer.” Jongere in gemeenschapsinstelling “We worden veel te snel naar onze kamer gestuurd. Voor een boekentas die niet op zijn plaats staat, in discussie gaan, een bord niet leeg eten. Op al die dingen volgt dan meteen als antwoord: ‘een uur naar je kamer’. Als je thuis die dingen doet, krijg je óf een vermaning, óf als je iets niet eet bijvoorbeeld, krijg je geen dessert. Kan dat niet anders? Moeten ze ons altijd naar onze kamer sturen en altijd voor een heel uur?” Jongere in gemeenschapsinstelling “Jongeren beseffen niet hoeveel vrijheid ze hier krijgen. Op andere campussen word je voor het minste naar je kamer gestuurd. Hier gebeurt dat niet.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Jongeren in gemeenschapsinstellingen vragen zich af waarom een sanctie zo vaak ‘naar je kamer’ is. Het huisreglement stelt dat er veel verschillende soorten straffen mogelijk zijn: niet naar tv kijken of een extra karwei doen bijvoorbeeld. Er zijn zeker andere mogelijkheden dan jongeren naar hun kamer sturen: “We hebben in de leefgroep zeven werkafspraken, die vooral draaien rond respectvol omgaan met elkaar. Als ze die overtreden, krijgen de jongens meteen een reactie, waarbij ze kunnen kiezen tussen naar hun kamer gaan of pompen, maar ze kunnen ook zelf een alternatieve sanctie kiezen. Dat gebeurt niet veel, maar zo was er een jongen die als sanctie pannenkoeken bakte voor de groep.” Begeleider in een gemeenschapsinstelling Internationale regelgeving3 geeft ook de voorkeur aan alternatieven zoals bemiddeling bovenop een sanctie. Uiteraard mag dat de rechtszekerheid niet in de weg staan: jongeren moeten duidelijk weten welke reactie ze voor welk gedrag kunnen verwachten.
Onduidelijke sancties Als jongeren een sanctie krijgen, moet dat gebeuren in overeenstemming met de geldende procedures.4 Die zijn er nu niet, zeker niet op decretaal niveau. Het is niet verwonderlijk dat jongeren vaak met vragen zitten, bijvoorbeeld over de duur van de sanctie. “Als straf krijg ik nu minder gsm-tijd. Om die terug te verdienen, moet ik aan mijn basishouding werken. Weet jij wat ze daarmee bedoelen? Ik weet eigenlijk niet wat ze nu van mij verwachten.” Jongere in veilig verblijf “Ik heb nu een individueel traject. Ik mag niet meer meedoen in de leefgroep. Ik vraag me af wanneer ik weer mag aansluiten, al is het maar gedeeltelijk. Als ik dat vraag, antwoorden ze: ‘Daar kunnen we nog niets van zeggen.’ Ze zeggen wel dat ik me moet inzetten en niet constant discussiëren. Dat heb ik de voorbije week gedaan, dus ik hoop dat ik ten minste opnieuw naar de les mag gaan.” Jongere in gemeenschapsinstelling
1 Jole Carlé, Tim Opgenhaffen, Johan Put, Stefaan Pleysier, Gesloten opvang van minderjarigen in Vlaanderen: een rechtspositieregeling, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, rapport 45, maart 2021, p. 244 2 Decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht, BS 4 oktober 2004, artikel 28, §1 3 CPT/Inf(2015)1-part rev1, Juveniles deprived of their liberty under criminal legislation (verder afgekort tot: CPT standard, juveniles deprived of their liberty), §126 4 CPT standard, juveniles deprived of their liberty, §126
Jaarverslag CVTJ Regels en sancties
33
“Na een zwaar geval van agressie werden we allemaal zes uur opgesloten in onze kamer, voor de veiligheid. Waarom moesten we allemaal slachtoffer zijn? Voor mij kwam dat zwaar aan, omdat ik net iets meer vrijheid gekregen had.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“Ja, officieel duurt de kamersanctie vijf minuten. Maar vaak duurt het toch langer. Het gebeurt dat een begeleider ons gewoon vergeet. Als we dan durven bellen, komen er nog vijf minuten bij.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Positief kiezen voor herstel Instellingen en voorzieningen kiezen positief voor herstel, zeker na ernstige incidenten waarvoor jongeren een langere afzondering krijgen als sanctie. Jongeren waarderen de mogelijkheid om een gesprek aan te gaan. De maandcommissarissen waren bij verschillende van die gesprekken en zijn positief over de open manier waarop die verliepen.
De lijn tussen sanctie en veiligheidsmaatregel is soms dun. We begrijpen dat het in situaties waarin de spanning stijgt soms nodig is om in te grijpen, ook voor een hele groep. Belangrijk is dan dat die veiligheidsmaatregelen proportioneel zijn en dat er duidelijk onderscheid is met een sanctie. Naast de letterlijke collectieve sancties zijn er meer momenten dat jongeren zich het slachtoffer voelen van groepsgenoten: “Bij de kamercontrole kan één jongere die zijn taak niet goed uitvoert, zorgen dat iedereen in zijn kamer moet blijven. Dat brengt niets bij. Integendeel. Als ik mijn taak snel en goed uitvoer, dan krijg ik het gevoel dat het er toch niet toe doet. Dan blijf ik met frustratie zitten, die ik ook weer moet afreageren.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“Ik snap wel dat ik een sanctie krijg, maar die duurde veel te lang. Straks is er een herstelgesprek. Dan kan ik mijn kant van het verhaal laten horen.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik vond het fijn om te zien dat de jongen de ruimte kreeg om zijn verhaal te doen en dat er met respect geluisterd werd. De jongen had behoefte gehad aan meer duidelijkheid. Het was fijn om te zien dat de verantwoordelijke dit uitdrukkelijk erkende en dat ook duidelijk maakte aan de begeleider. In het gesprek konden regels die tot de sanctie geleid hadden in vraag gesteld worden.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Te veel collectieve sancties
Aanbevelingen _
_
_
Het baart ons zorgen dat we verhalen horen over collectieve sancties. Vanuit een kinderrechtenperspectief zijn die niet te verantwoorden. “We moesten deze week heel veel in onze kamer zitten, omdat er dingen misliepen in de groep. Het is toch niet eerlijk dat iedereen op dezelfde manier gestraft wordt?” Jongere in gemeenschapsinstelling
34
_
Creëer rechtszekerheid door een duidelijk kader uit te werken rond sancties: welke sancties kunnen jongeren krijgen, voor welk gedrag, welke procedures moeten gevolgd worden en welke beroepsmogelijkheden zijn er? Laat bij het bepalen van sancties creativiteit toe, zonder rechtsonzekerheid te creëren. Een kamersanctie mag niet de standaard zijn. Integendeel, in het kader van nabijheid vragen we om zuinig te zijn met kamersancties. Geef jongeren duidelijke informatie over de reden en de inhoud van hun sanctie. Bepaal wanneer de sanctie opgelegd wordt en ook wanneer ze eindigt. Bij voorkeur hangt dat niet af van het gedrag van de jongere. Als dat wel zo is, wees dan duidelijk over de verwachtingen. Taal is dan belangrijk. Vage verwachtingen werken niet en sommige jongeren begrijpen het soms ook gewoon niet. Een sanctie is altijd individueel. Collectieve sancties kunnen alleen als alle jongeren betrokken zijn bij bijvoorbeeld een incident. Jongeren dragen niet de verantwoordelijkheid voor het gedrag van een medebewoner.
↑ Inhoudstafel
_
Maak een duidelijk onderscheid tussen sancties en veiligheidsmaatregelen. Een veiligheidsmaatregel mag nooit een sanctie zijn. Een maatregel die volgens begeleiders dient om de leefgroep veiliger te maken, interpreteren jongeren soms als straf. Zorg dat veiligheidsmaatregelen altijd proportioneel zijn.
Jaarverslag CVTJ Regels en sancties
35
Contact met de buitenwereld
36
↑ Inhoudstafel
Bezoeken en belmomenten Jongeren in geslotenheid ervaren een groot gemis van hun ouders of andere belangrijke personen. De vraag om die langer of vaker te kunnen zien, blijft terugkomen. Dat speelt vooral in de gemeenschapsinstellingen, waar het contact met thuis meer beperkt is dan in de voorzieningen voor veilig verblijf. Volgens internationale regelgeving hebben jongeren in geslotenheid het recht om minstens één uur per week bezoek te krijgen en minstens twee keer per week te bellen.5 In de praktijk wordt hier aan voldaan, zeker wat betreft ouders. We vinden het wel belangrijk om mee te geven dat jongeren die behoefte aan meer contact voelen. In ons vorige jaarverslag schreven we al dat er meer flexibiliteit kwam voor de belmomenten. Jongeren appreciëren nog altijd de mogelijkheid om zelf te kunnen kiezen hoe ze hun belminuten gebruiken. In één leefgroep kozen ze ervoor om het eerste belmoment niet in tijd te beperken, wat een positieve impact had. Wel is het jammer dat beeldbellen op sommige plaatsen teruggeschroefd wordt. “Ik heb mijn ouders nu een maand niet kunnen knuffelen, dat doet pijn. Mijn vader is hartpatiënt. Ik ben bezorgd over hem, en zou graag thuis zijn om hem te helpen.” Jongere in een gemeenschapsinstelling
Bereikbaarheid Een deel van de gemeenschapsinstellingen en het Vlaams Detentiecentrum is niet bereikbaar met openbaar vervoer. Ook sommige nieuwe campussen voor veilig verblijf liggen afgelegen. Dat heeft voordelen op financieel vlak, maar ook vanuit een beheersmentaliteit: de ‘verleidingen’ van buitenaf kunnen gemakkelijker ingeperkt worden. Maar een voorziening die niet bereikbaar is met het openbaar vervoer, kan het recht op contact en het recht op integratie moeilijker waarmaken. Het kinderrechtencomité van de VN tikte België al in 2010 op de vingers omdat niet alle gesloten instellingen bereikbaar zijn met het openbaar vervoer.6
“Als mijn familie me wil opzoeken, moeten ze van de dichtstbijzijnde bushalte bijna drie kwartier wandelen. Het lukt dus niet vaak om langs te komen.” Jongere in Vlaams Detentiecentrum
Contact met broers en zussen We zien grote inspanningen om het contact met ouders mogelijk te maken. Contact met broers en zussen is niet overal vanzelfsprekend: “Ik heb de consulent gevraagd wanneer ik mag afspreken met mijn broer. Maar na zeven maanden heb ik nog altijd geen antwoord.” Jongere in veilig verblijf “Ik mag mijn belminuten gebruiken om naar mijn moeder te bellen, maar niet naar mijn zus die ergens anders woont. Ik zou haar graag nog eens horen.” Jongere in gemeenschapsinstelling Nochtans dringt internationale regelgeving erop aan om de band tussen broers en zussen te beschermen en passend gevolg te geven aan een vraag naar contact.7
Contact met professionals We horen regelmatig dat het contact met professionals van wie ze afhankelijk zijn voor hun traject vaak moeilijk verloopt. Dat gaat dan over de jeugdrechter, de consulent en de advocaat. Jongeren voelen zich gesteund wanneer begeleiders hen hierbij helpen. “Ik denk constant na over mijn toekomst. Ik hoop dat ik naar huis mag gaan, maar mijn consulent maakt me onzeker. Ik heb al verschillende keren geprobeerd haar te bereiken, maar dat lukt niet. Ik heb zoveel vragen voor haar. Zal zij voor mij pleiten? Ik kan er niet van slapen, de stress vreet aan mijn gedachten.” Jongere in gemeenschapsinstelling
5 Jole Carlé, Tim Opgenhaffen, Johan Put, Stefaan Pleysier, Gesloten opvang van minderjarigen in Vlaanderen: een rechtspositieregeling, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, rapport 45, maart 2021 6 CRC State party Report Belgium 2010, §83. 7 Kinderrechtencommissariaat, Recht doen aan contactrecht met broers en zussen, 26 november 2019
Jaarverslag CVTJ Contact met de buitenwereld
37
“Mijn vriendin is een heel grote steun voor mij, ik zou haar graag meer dan één keer per week bellen.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“Ik wil mijn consulent graag horen, maar ze is nooit bereikbaar. We mogen ook alleen ’s avonds bellen, dus dat helpt niet.” Jongere in veilig verblijf
“Als meisjes een vriend hebben, wordt dat meteen weggezet als ‘niet ernstig’ of zeggen ze dat die jongen ‘hun pooier’ zou zijn. De bezorgdheid over prostitutie is zeker terecht. Maar neem ons dan serieus, praat erover zodat we leren om risicosignalen op te vangen of te zeggen als we ons ergens niet goed bij voelen.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Hun advocaat willen jongeren soms horen als ze met vragen zitten over beroep. Vaak vinden ze de mogelijkheden niet duidelijk. In minstens één geval hoorden we dat een jongere na zijn initiële vraag geen informatie meer kreeg over in beroep gaan “omdat hij er zelf niet meer op terugkwam en we beroepsprocedures niet willen aanmoedigen”. “Ik probeer al een maand mijn advocate te bereiken, maar ik krijg haar nooit aan de lijn en ze belt me niet terug. Ik heb samen met mijn begeleidster al een brief gestuurd om een andere advocaat te krijgen. Daarop kreeg ik ook nog geen reactie.” Jongere in gemeenschapsinstelling Ook contact met sommige andere professionals of semi-professionals met wie jongeren al een goede band hebben kan helpen. Ook daarvoor zien we veel inspanningen: “In mijn eigen school kwam één keer per week een jeugdwerker langs. Die zou ik graag nog eens horen.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik heb het geluk dat mijn externe thuisbegeleider elke woensdag met mij op stap gaat en die doet van alles met mij.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Relaties Jongeren halen vaak veel kracht uit hun relatie. Soms hebben ze het gevoel dat de begeleiders alleen maar de negatieve kanten van de relatie zien. Ze vragen de kans om genoeg contact te hebben met hun lief, en ook met vrienden. Jongeren in het Vlaams Detentiecentrum hebben recht op ongestoord contact. Dat aanvragen duurt soms veel langer dan ze zouden willen. “De begeleiders zeggen dat ik beter niet met mijn lief zou bellen, omdat die relatie niet goed voor mij is. Daar kan ik niet goed tegen: ze kennen haar niet eens.” Jongere in gemeenschapsinstelling
38
Aanbevelingen _
_
_
_
_
_
_
Blijf het recht op contact op een moderne manier invullen. De invoering van beeldbellen vinden de jongeren positief. Neem dat perspectief mee in beslissingen en probeer dat vooral te versterken in plaats van af te bouwen. Het netwerk van de jongere is belangrijk. Wees flexibel om bezoek en telefonisch contact toe te laten. Breid dat uit tot waar het praktisch kan en maak uitzonderingen mogelijk als die nodig zijn. Neem bij de aanleg van nieuwe voorzieningen bereikbaarheid met het openbaar vervoer mee als een belangrijk criterium. Dat is belangrijk om het recht op contact tussen jongeren en de thuisomgeving te waarborgen, net zoals hun recht op re-integratie. Overleg met De Lijn over de mogelijkheden voor grotere campussen die vandaag niet bereikbaar zijn. Voor het Vlaams Detentiecentrum is dat nog complexer door de samenwerking met de federale gevangenis, maar ook daar denken we dat overleg met De Lijn nodig is. Maak in de praktijk en in de regelgeving het recht van jongeren waar op bezoek van en belmomenten met hun broers en zussen. Zorg dat jongeren hun jeugdrechter, advocaat en consulent kunnen bereiken. De instellingen kunnen ervoor zorgen dat de jongeren altijd de juiste contactgegevens hebben. Ze kunnen ze ondersteunen bij het bellen. Contact met de consulent of advocaat mag niet meetellen als belminuten of gsm-tijd. Zorg ook dat jeugdrechters en consulenten genoeg ruimte krijgen om jongeren in geslotenheid de informatie te geven waar ze recht op hebben. Die aanbeveling overstijgt de mogelijkheden en mandaten van de instellingen en voorzieningen. Het is een aanbeveling voor alle actoren in jeugdhulp en justitie. Geef jongeren die overwegen in beroep te gaan zeker genoeg informatie en faciliteer contact met hun advocaat.
Respect voor privacy
40
↑ Inhoudstafel
Privacy op de kamer
“Als je tegen één begeleider iets zegt, bijvoorbeeld over verliefd zijn, weten alle andere begeleiders het meteen. Je kan hier niets in vertrouwen zeggen.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“We hebben weinig privacy. Begeleiders komen binnen zonder kloppen en ze doorzoeken onze spullen zonder reden.” Jongere in veilig verblijf Zowel in de gemeenschapsinstellingen als in de voorzieningen voor veilig verblijf benadrukken jongeren het belang van privacy op hun kamer. Leven in een groep in een instelling maakt een klein plekje voor henzelf extra belangrijk. Ze appreciëren het als begeleiders kloppen en wachten op een antwoord. We zien zeker evoluties. Kloppen voor je binnenkomt, is veel gewoner geworden, maar nog niet overal de norm. Ook met kamercontroles springen de meeste instellingen en voorzieningen heel bewust om. Het blijft belangrijk jongeren genoeg uitleg te geven, bij de controle te laten zijn als dat kan, en achteraf alles in dezelfde staat achter te laten.
Privacy tijdens bezoek Jongeren hebben recht op privacy als ze bezoek krijgen. Internationale regelgeving schrijft dat voor.8 In Vlaanderen impliceren het Decreet Rechtspositie Minderjarigen en de Grondwet het recht op privacy, maar wordt die in de regelgeving over bezoek niet gepreciseerd.9 Eén gemeenschapsinstelling koos in 2020 voor bezoek in de leefgroep. Dat stuitte op protest bij de jongeren. Het beleid zou na een half jaar geëvalueerd worden, en dan zouden de jongeren inspraak krijgen. Vandaag is dat nog altijd zo en horen we nog altijd klachten:
Discretie
“Zo was er een jongen die heel zorgzaam met zijn zusje omging en haar snoepjes gaf, waar hij daarna om uitgelachen werd. Een andere jongen werd dan weer uitgelachen omdat hij had zitten huilen bij zijn ouders. Nog een andere jongen zegt dat hij heel boos was over de opmerkingen die anderen maakten over zijn ouders en dat het tot gevechten zou komen.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling.
Binnen hun beroepsgeheim mogen begeleiders veel informatie met elkaar delen, maar jongeren zeggen dat ze soms meer informatie delen dan echt nodig is, en niet altijd even discreet. Begeleiders zijn zich er niet altijd van bewust dat ze nog napraten waar jongeren hen kunnen horen. Net zoals voor kloppen op de deur, hebben we in de afgelopen jaren rond het bellen stappen vooruit gezien. Bellen zonder controle van begeleiders is nu op veel plaatsen de standaard, maar soms blijft ook dat toch nog een aandachtspunt. “Ik was aan het bellen met mijn vader. Die hoort niet goed, dus ik praatte redelijk luid. Toen ik buiten kwam, maakte de opvoedster opmerkingen over hoe ik tegen mijn vader en broertje gesproken had. Ik vond het niet fijn dat ze luisterde, en al helemaal niet dat ze die negatieve dingen zei.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik heb een studentenjob in een broodjeszaak. Een van de begeleiders kwam mij controleren op het werk. Voor alle klanten was het duidelijk wat er aan de hand was. Dat was zo gênant.” Jongere in veilig verblijf
8 CPT standard, Juveniles deprived of their liberty, §123 9 Jole Carlé, Tim Opgenhaffen, Johan Put, Stefaan Pleysier, Gesloten opvang van minderjarigen in Vlaanderen: een rechtspositieregeling, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, rapport 45, maart 2021, p. 167
In het Vlaams Detentiecentrum wordt de privacy tijdens bezoek geregeld door de basiswet op het gevangeniswezen. In ons vorige jaarverslag meldden we dat de bezoekruimte in Beveren veel te klein was om de nodige privacy te bieden. Ook in 2021 zorgde dat voor klachten, tot eind vorig jaar het bezoek naar de meer geschikte bezoekruimte van de federale gevangenis kon komen. We zijn tevreden over deze stap en hopen dat die het beoogde effect heeft.
Aanbevelingen _ _ _
Respecteer de privacy van jongeren op hun kamer. Ga discreet om met jongeren en hun informatie. Geef jongeren privacy als ze bezoek krijgen. Hou rekening met de feedback van jongeren over hoe zij het ervaren als bezoek in de leefgroep plaatsvindt. Ga na of de negatieve gevolgen opwegen tegen de voordelen. We bevelen sterk aan om bezoek buiten de leefgroep te organiseren.
Jaarverslag CVTJ Respect voor privacy
41
Onthaal
42
↑ Inhoudstafel
Fouilles Als jongeren binnenkomen in een gemeenschapsinstelling worden ze standaard gefouilleerd. Vaak is dat een negatieve ervaring. “De fouillering voelt niet oké aan, het was gewoonweg vernederend. En ik was daarvoor al gefouilleerd door de politie.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Lange onthaalfase In ons vorige jaarverslag meldden we dat alle gemeenschapsinstellingen de onthaalfase in een aparte leefgroep afschaften. We zijn nog altijd blij met die ontwikkeling. Wel horen we nog opmerkingen van jongeren over hoe de onthaalfase in de ‘eigen’ leefgroep verloopt. De eerste dagen mogen ze standaard niet of minder in de leefgroep zijn. Sommige jongeren vinden die periode te lang, te eenzaam en te weinig flexibel. “Kamermomenten zijn lastig voor mij, dat heb ik de begeleiders meteen laten weten. Jammer genoeg was er niets voorhanden in mijn kamer. Ondertussen heb ik al wat spullen van mijn vorige voorziening gekregen zoals pastelkrijtjes en kleurtjes.” Jongere in gemeenschapsinstelling “De onthaalfase duurde te lang. Dagenlang in onze kamer zitten, waar we ook nog moeten eten, dat is moeilijk.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Nieuwe kamer In de gemeenschapsinstellingen staan jongeren zelf in voor de hygiëne in hun kamer. Tussen twee jongeren door maken professionals de kamer schoon. We hebben de indruk dat dat hier en daar toch misgaat: soms horen we verhalen over jongeren bij wie de voorganger etensresten achterliet, of toiletten die niet schoongemaakt zijn. Dat geeft jongeren een onwelkom gevoel.
Aanbevelingen _
_
Breng flexibiliteit aan in de onthaalperiode: werk op maat van de noden van de jongeren en pas het traject aan, rekening houdend met een vorige (gesloten) voorziening, zodat trajecten niet elke keer van voren af aan opnieuw beginnen. We vragen om stil te staan bij het hoe en waarom van fouilles en jongeren hier voldoende uitleg over te geven.
Jongeren mogen de eerste weken niet naar buiten, wat soms weegt op de groepsactiviteiten. In sommige groepen worden alle buitenactiviteiten geschrapt als er een nieuwe jongere komt, in andere groepen blijft de nieuwe jongere alleen achter bij uitstapjes. Bovendien snappen jongeren niet goed dat wie uit een andere gemeenschapsinstelling komt nog altijd het hele begintraject moet overdoen. “Ik mocht elke week op bezoek gaan bij mijn ouders, dat verliep vlot. Maar nu ben ik overgeplaatst naar een andere gemeenschapsinstelling. Alles moet weer van voren af aan beginnen, ik ga nog weken moeten wachten op mijn eerste bezoek.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Jaarverslag CVTJ Onthaal
43
Afzondering en isolatie
44
↑ Inhoudstafel
Begrippen als afzondering en isolatie dekken een brede lading. Afzondering gebeurt in isolatiecellen, prikkelarme ruimtes en op de eigen kamer. Zo zijn er op een campus van een gemeenschapsinstelling afzonderingen in de eigen kamer, de veilige kamer, de multifunctionele kamer en de naakte kamer: ze verschillen in de mate waarin er meubilair en cameratoezicht is. Het gebeurt op initiatief van de jongere of (veel vaker) op initiatief van de begeleider. Afzondering van de groep wil niet altijd zeggen volledige eenzaamheid: het kan met of zonder nabijheid van begeleiding, met of zonder activiteiten en onderwijs... Afzondering kan een veiligheidsmaatregel of een sanctie zijn. Vaak moeten jongeren ook alleen op de kamer verblijven als praktische oplossing.
Bewust nadenken over isolatiebeleid Zowel directie als begeleiders gaan bewust om met al die vormen van afzondering. Ze staan stil bij de grote impact van dit dwangmiddel op jongeren. Nergens is lange afzondering nog een automatisme. Niet alleen de gemeenschapsinstellingen proberen zo weinig mogelijk te isoleren. Ook de voorzieningen voor veilig verblijf denken heel bewust na over de keuze om wel of geen isolatieruimte te installeren. “We proberen onze afzonderingsruimte zo weinig mogelijk te gebruiken. Maar zonder? Nee, dat kunnen we niet.” Verantwoordelijke veilig verblijf “We kozen er bewust voor om geen afzonderingsruimte te maken. We hebben wel een prikkelarme ruimte. Niemand moet daar verplicht naartoe, de jongeren kunnen er zelf voor kiezen om er heen te gaan als ze dat nodig hebben.” Verantwoordelijke veilig verblijf In het Vlaams Detentiecentrum is er een isolatieruimte, maar die is nog nooit gebruikt. Kanttekening is natuurlijk dat jongeren daar al veel tijd in de eigen cel
doorbrengen. Dat er bewust wordt omgegaan met isolatie, kun je volgens deze jongere merken: “Toen ik hier een half jaar geleden was, vloog je voor één klein foutje in het cachot. Vandaag is dat een beetje anders, er komen veel waarschuwingen en ze laten je zelf kiezen. Of cachot, of een babbel en gedragsverandering.” Jongere in gemeenschapsinstelling Verschillende maandcommissarissen in de gemeenschapsinstellingen hebben wel de indruk dat ze nu meer frequente korte afzonderingen op de kamer zien, als alternatief voor langere afzonderingen. En voor een kleine groep jongeren lijken er dan weer meer langdurige afzonderingen te zijn, zoals we al schreven in het hoofdstuk over complexe hulpvragen.
Veel soorten afzondering Dat afzondering een brede lading dekt, merken we ook aan de invulling ervan. We appreciëren dat de werkwijze op sommige plekken verschuift. “Vroeger was het ‘alleen op kamer’, nu is het ‘niet in groep’. Dat wil zeggen dat de jongere verschillende keren per dag een aanbod krijgt van de pedagogische medewerkers om mee naar buiten te gaan of iets te doen. Ook in de kamer wordt niet meer alles afgenomen: ze behouden hun leesmateriaal en hun mp3.” Verantwoordelijke gemeenschapstelling “Nu kan een tuchtstraf zijn dat ze veertien dagen niet mogen meedoen met groepsactiviteiten, de meeste tijd in hun cel moeten doorbrengen, niet samen mogen wandelen, maar dat ze wel les krijgen, hun werk mogen blijven doen en er bezoek mag blijven komen.” Verantwoordelijke Vlaams Detentiecentrum We stelden dit jaar meermaals vast dat jongeren in isolatie niet wisten wanneer ze gelucht zouden worden. Soms werd luchten overgeslagen. Nochtans hebben jongeren in isolatie recht op verluchting. Dat staat in het huishoudelijk reglement10 van de gemeenschapsinstellingen en is ook officieel beleid, maar het wordt niet altijd gerealiseerd. Volgens internationale regelgeving moeten jongeren in afzondering (als het
10 Huisregels, geraadpleegd via https://www.jeugdhulp.be/sites/default/files/documents/algemene-huisregels.pdf op 8 februari 2022, p. 7 11 Jole Carlé, Tim Opgenhaffen, Johan Put, Stefaan Pleysier, Gesloten opvang van minderjarigen in Vlaanderen: een rechtspositieregeling, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, rapport 45, maart 2021, p. 250 12 Zelfde bron
Jaarverslag CVTJ Afzondering en isolatie
45
om een sanctie gaat) minstens een uur per dag in de buitenlucht doorbrengen, volgens sommige bronnen zelfs twee uur.11 Ook genoeg daglicht is een vereiste.12 “Twee jongens zeggen dat ze niet goed weten hoelang ze hier moeten blijven, maar dat er de dag daarna een situeringsgesprek is. Ze weten niet goed of er nog iemand langs komt voor een gesprekje of langs komt om ze te luchten. Het valt op hoe donker het in de kamers is.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Afzondering als veiligheidsmaatregel In het hoofdstuk over complexe hulpvragen beschreven we dat isolatie gebruikt wordt uit veiligheidsoverwegingen, voor sommige jongeren heel vaak of langdurig. We zien inspanningen om dat zo beperkt mogelijk te houden en zo humaan mogelijk te laten verlopen. “Als jongeren behoefte hebben aan afzondering, houden we dat kort. Denk eerder in minuten dan in uren. Volstaat dat niet, dan doen we een beroep op een psychiatrische voorziening waarmee we een samenwerkingsverband hebben.” Directeur veilig verblijf “We hebben een veilige kamer, maar maken daar zo weinig mogelijk gebruik van. We volgen dan wel alle procedures en proberen de jongeren zo vlot mogelijk over te brengen. We kiezen voor preventieve gesprekstechnieken om situaties niet te laten escaleren. Onze medewerkers volgen daar massaal vorming over. We zoeken altijd een evenwicht tussen veiligheid en humane behandeling.” Verantwoordelijke gemeenschapsinstelling Toch blijven jongeren een afzondering als heel ingrijpend ervaren: “Ik heb een individueel traject, zeg maar eenzame opsluiting. Ze zeggen dat mijn invloed op de groep te negatief is. Ik moet alle activiteiten apart doen. Ik mag nooit in groep eten, alleen met een begeleider. Toen ze me zeiden dat ik in afzondering moest, ben ik heel boos geworden.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Bij de overbrenging kan het er hevig aan toegaan. Zo sprak een jongere ons aan omdat ze hem bij de overbrenging ‘zwaar aangepakt’ hadden. Hij toonde blauwe plekken op zijn armen en in zijn gezicht. Bij navraag bleek dat de situatie heel onveilig was, waardoor de begeleiding koos voor isolatie. Volgens de verantwoordelijke bood hij enorm veel weerstand tot het laatste moment, wat de procedure pijnlijk en uitputtend maakte: “Toch zijn we erin getraind om geen pijnprikkels te geven, we houden alleen controle.” Niet alleen zelf in isolatie gaan heeft een grote impact op de jongeren. Ook er getuige van zijn, zelfs als die afzondering ‘volgens het boekje’ verloopt is zeer ingrijpend.
Afzondering als straf “Ik zit hier vaak voor straf in mijn kamer. Hoelang dat dan duurt, weet ik niet. Ik heb ook niets te doen. Ik kom van een andere leefgroep, daar is dat veel beter. Ze komen daar vaak langs als je in je kamer zit. Ze vragen hoe het gaat en komen nieuwe strips brengen. Je mag ook thee vragen.” Jongere gemeenschapsinstelling In het hoofdstuk over sancties schreven we al dat jongeren in gemeenschapsinstellingen regelmatig naar hun kamer moeten als sanctie. Soms gaat dat over vijf minuten, soms over dagenlange sancties. Volgens het huishoudelijk reglement van de gemeenschaps instellingen is afzondering als sanctie mogelijk als gedrag ‘heel negatief’ 13 is. Dat is een flou begrip dat weinig rechtszekerheid biedt. Maar het bevestigt dat afzondering alleen mag als laatste redmiddel, zelfs als het om korte sancties gaat. Momenteel hebben we de indruk dat dat niet overal het geval is. Het rapport over de rechtspositie van minderjarigen in geslotenheid stelt dat afzondering in een detentiecontext uitzonderlijk gebruikt kan worden als sanctie, maar alleen als daar een duidelijke wettelijke basis voor is.14 De vraag is dus of de gemeenschapsinstellingen meetellen als ‘detentiecontext’. Volgens het rapport slaat de regel dat afzondering als sanctie niet kan ‘eventueel’ ook op voor de gemeenschapsinstellingen.15 In een veilig verblijf is afzondering als sanctie sowieso niet verenigbaar met een kinderrechtenbenadering. De commissie heeft er momenteel geen zicht op in hoeverre de voorzieningen voor veilig verblijf jongeren afzonderen als sanctie.
13 Huisregels, geraadpleegd via https://www.jeugdhulp.be/sites/default/files/documents/algemene-huisregels.pdf op 8 februari 2022, p. 7 14 Jole Carlé, Tim Opgenhaffen, Johan Put, Stefaan Pleysier, Gesloten opvang van minderjarigen in Vlaanderen: een rechtspositieregeling, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, rapport 45, maart 2021, p. 248 15 Zelfde bron
46
↑ Inhoudstafel
Kamermomenten om praktische redenen Uiteraard zijn praktische kamermomenten iets anders dan isolatie uit veiligheid of voor straf. Maar de gemeenschappelijke noemer is wel ‘alleen zitten’. Daardoor hebben ook verplichte praktische kamermomenten een grote impact. Volgens internationale regelgeving moeten jongeren minstens acht uur per dag de kans krijgen om activiteiten te doen buiten hun kamer,16 maar wel de mogelijkheid krijgen om vrijwillig meer tijd in hun kamer door te brengen. In de gemeenschapsinstellingen horen we heel duidelijk dat jongeren vinden dat er te veel kamermomenten zijn. Ze vinden die momenten confronterend en niet zinvol. We hebben er minder zicht op hoe dat loopt in voorzieningen voor veilig verblijf.
“Twee jaar geleden was ik hier ook, nu zijn er minder kamermomenten.” Jongere in gemeenschapsinstelling Van jongeren wordt veel flexibiliteit verwacht tijdens de kamermomenten, die bijvoorbeeld uitlopen als een vergadering langer duurt. Jongeren vragen dat flexibiliteit de andere kant op kan gaan, dat er geen kamermomenten zijn als het niet nodig is. “Ik weet het: vroeger waren hier meer kamermomenten. Maar het kan best nog minder, zoals in andere voorzieningen waar ik zat. Nu zijn we maar met drie in onze leefgroep. Moeten ze dan echt zo hard vasthouden aan die kamermomenten?” Jongere in gemeenschapsinstelling “De kamermomenten blijven saai. Het is jammer dat ze daar soms niet van afwijken, bijvoorbeeld als we bezig zijn met iets leuks.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“We zitten per dag ongeveer drie uur op kamer. Vandaag is het een brugdag, dus moeten we na het eten een uur extra naar onze kamer. Terwijl we voor het eten ook al een half uur op kamer moesten.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Het is moeilijk om zoveel op kamer te zitten, want dan komen de gedachten vanzelf en besef je eens te meer dat je in een instelling zit en je familie mist. Als ik in de leefgroep zit, voel ik me goed.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Kamermomenten lopen vaak uit omdat de begeleiders nog aan het vergaderen zijn, omdat er alarm is, omdat begeleiders de tijd uit het oog verloren, en dan mogen we niet kloppen op onze deur of het duurt nog langer.” Jongere in gemeenschapsinstelling We zien hier zeker een evolutie in. Zo gaat in sommige leefgroepen tijdens kamermomenten overdag de deur niet meer op slot en zijn er op een aantal plekken minder kamermomenten. Hier en daar horen we van jongeren dat ze deugd hebben van de rust. Van sommigen zou het zelfs wat meer mogen. Voor die jongeren vinden we het niet zozeer belangrijk om het aantal verplichte kamermomenten in stand te houden, maar wel om ze de kans te geven om vrijwillig meer tijd in hun kamer door te brengen.
Aanbevelingen _
_
_
_
_
Blijf bewust omgaan met periodes van afzondering en blijf het aantal isolaties inperken. Blijf verder werken aan een leefklimaat waarin er minder aanleidingen zijn voor isolatie. Zet tijdens een afzondering van de leefgroep het gewone leven zoveel mogelijk voort: Laat de begeleiders nabijheid bieden. Bied waar mogelijk activiteiten en onderwijs aan. Zorg dat jongeren zoveel mogelijk autonomie houden tijdens een afzondering. Denk bij de werkzaamheden rond de rechtspositie in geslotenheid serieus na over de vraag of afzondering als sanctie in de gemeenschapsinstellingen behouden moet blijven. Als ze behouden blijft, moeten ook korte kamermomenten als sanctie een laatste redmiddel zijn en niet de standaard. Beperk de verplichte ‘praktische kamermomenten’ zoveel mogelijk. Geef jongeren liever de kans om vrijwillig naar hun kamer te gaan als ze rust nodig hebben. Ga flexibel om met die momenten en schrap ze als ze niet nodig zijn. Wees duidelijk naar de jongeren toe over de reden van de afzondering en isolatie en de contouren (duurtijd, bereikbaarheid begeleiding, …)
16 Jole Carlé, Tim Opgenhaffen, Johan Put, Stefaan Pleysier, Gesloten opvang van minderjarigen in Vlaanderen: een rechtspositieregeling, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, rapport 45, maart 2021, p. 110
Jaarverslag CVTJ Afzondering en isolatie
47
Gezondheidszorg
48
↑ Inhoudstafel
Rookverbod Veel van de jongeren die we tegenkomen, roken. In de voorzieningen voor veilig verblijf hebben ze vaak de mogelijkheid om dat buiten te doen. Op Vlaams niveau is ervoor gekozen om roken niet meer toe te laten in de gemeenschapsinstellingen. Jongeren vragen zich af hoever dat moet gaan: Bij hun ouders thuis mogen ze wel roken. Kan het dan ook op andere momenten buiten de instelling? Ze vinden het jammer dat ze overal waar ze onder begeleiding staan van medewerkers van de instelling niet mogen roken. Een deel van de voorzieningen biedt ondersteuning om te stoppen. Veel jongeren vragen daar ook om.
Doktersbezoek In verschillende gemeenschapsinstellingen vertelden jongeren dat wanneer ze vragen om een arts te mogen zien, de begeleiding eerst deze vraag zelf aftoetst en nadien voorlegt aan de verpleegkundige: “We vragen aan de begeleiders om een eerste inschatting te maken. Bijvoorbeeld: zou je met je kind nu naar de dokter gaan, of kunnen we wachten en iets anders doen? Daarna laten we ook de verpleging langsgaan. Dat doen we niet alleen om kosten te vermijden, maar ook nodeloze doktersbezoeken.” Directeur gemeenschapsinstelling Niet alle jongeren zijn het ermee eens: “Als je naar de dokter wilt, moet je eerst zeggen wat je hebt. Dan komt de verpleegster en die gaat zeggen of het erg genoeg is om naar de dokter te gaan. Ik vind niet dat die dat mag beslissen, want soms zegt die dat ik flauw ben, net alsof ik een klein kind ben.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Psychische hulp Zeker voor de meest complexe hulpvragen is samenwerking nodig met geestelijke gezondheidszorg. Maar ook jongeren in een ‘gewoon’ traject in geslotenheid, hebben vaak psychische ondersteuning nodig. We horen over samenwerkingsverbanden waarbij
psychiatrische hulpverleners ambulant ondersteunen. Dat is een mooie ontwikkeling, maar de jongeren vinden het niet altijd genoeg. Van directies horen we dat ze graag structureel samenwerken met geestelijke gezondheidszorg, maar dat die samenwerking vaak niet zo intensief is als ze zouden willen. Ze stuiten onder andere op het tekort aan psychiaters. “Ik word hier goed geholpen door de psycholoog. Ik heb al een paar keer op een goede manier mijn boosheid kunnen onderdrukken.” Jongere in gemeenschapsinstelling “De dokter van de instelling stemde toe om zijn medicatie voor ADHD te geven, maar een psychiater van een andere instantie moet groen licht geven en dat blijft uit. De opvoedster bevestigt dat. Ze heeft nóg eens geprobeerd om het aan te kaarten bij de psychiater, maar die was er niet. Zo blijft een oplossing uit. Na het bezoek werd medicatie opgestart, en het effect was duidelijk merkbaar.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Verslavingszorg Nogal wat jongeren die binnenkomen in de gemeenschapsinstellingen kampen met verslavingsproblemen en ontwenningsverschijnselen. De start van het verblijf biedt kansen om dat aan te pakken. Volgens internationale regelgeving moeten minderjarigen in geslotenheid de kans krijgen om af te kicken.17 “Ik wil hulp van een dokter. Ik ben aan het afkicken van een heel zware drugverslaving. De laatste maanden was ik voortdurend high. Nu heb ik zware afkickverschijnselen, vooral ’s nachts: vreemde emoties, migraineaanvallen, nachtmerries, veel dorst en zweten. Ik kom nu tot het besef dat ik met mijn verslaving veel kapot gemaakt heb. Ik wil echt afkicken.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik ben geplaatst door mijn drugsverslaving. Eigenlijk moest ik naar een afkickcentrum, maar daar was geen plaats. Ik krijg nu afspraken met de psychiatrie, maar dat is niet genoeg. Ik zit hier niet op mijn plaats.” Jongere in gemeenschapsinstelling
17 Havana rules, Resolutie 45/113 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (14 december 1990), UN Doc. A/RES/45/113 (1990) (verder afgekort tot: Havana rules), §54
Jaarverslag CVTJ Gezondheidszorg
49
In een andere instelling stelden jongeren dat drugs veel meer bespreekbaar moeten zijn, bijvoorbeeld in groepsgesprekken: “Er wordt nooit echt gepraat over drugs, behalve dan dat het slecht is. Als drugs ‘verboden’ zijn, kan er ook niet gepraat worden over de ervaringen en gevaren. Misschien kunnen we eens iemand uitnodigen om er meer in detail over te spreken?” Jongere in gemeenschapsinstelling
Aanbevelingen _ _
50
Ondersteun jongeren als ze willen stoppen met drugs en met roken. Intensifieer de samenwerkingsverbanden met de geestelijke gezondheidszorg. Dat ligt niet alleen bij de instellingen en voorzieningen. Het vraagt gedeelde verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden in de geestelijke gezondheidszorg om daarop te kunnen inspelen.
Jaarverslag CVTJ Bewogen jaar
51
Infrastructuur en eten
52
↑ Inhoudstafel
Kwaliteit van het eten Eten blijft belangrijk, zowel in de gemeenschaps instellingen als in veilig verblijf. Naast bedenkingen over halal en vegetarisch aanbod, houdt de kwaliteit van het eten jongeren sterk bezig. We horen de meeste tevreden opmerkingen van jongeren die zelf mogen koken, al zeggen hun begeleiders dat het niet altijd gemakkelijk is om ze echt in gang te krijgen. Als ze niet zelf kunnen koken, stemt een vaste kok over het algemeen sneller tevreden dan een traiteur. Hoewel we zeker vragen krijgen naar snoep en snacks, zeggen jongeren minstens even vaak dat ze gezond eten heel belangrijk vinden. Ook de opmerking dat er te weinig beleg is, komt in alle voorzieningen vaak terug. Die nemen de bedenkingen over het eten meestal serieus. In één instelling waren er veel klachten over de kwaliteit van het eten: die instelling veranderde van traiteur, wat de jongeren apprecieerden. Jongeren kregen er ook de mogelijkheid om vaker zelf eten klaar te maken.
“Thuis eet ik vegetarisch. Nu ben ik toch maar weer vlees gaan eten, omdat de vegetarische maaltijden hier zo slecht zijn.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Infrastructuur Voorzieningen doen moeite om te zorgen voor een huiselijke sfeer in de gebouwen, die aan allerlei complexe normen moeten voldoen. We zagen op veel plaatsen frisse meubeltjes in een zo gezellig mogelijke living opduiken. Dat neemt niet weg dat sommige gebouwen ondertussen zeer sterk verouderd zijn. In oudere gebouwen horen we klachten over gebrekkige infrastructuur, zoals de staat van de toiletten en de douches. Als onze maandcommissarissen opmerkingen doorgeven over infrastructuur, pakken de medewerkers die meestal snel aan waar haalbaar. Waar er nieuwe gebouwen zijn, horen we tevredenheid, maar soms ook kinderziektes. En soms ‘leven’ die nieuwe gebouwen te weinig:
“Graag wat meer fruit en wat meer variatie.” Jongere in veilig verblijf “In de vorige gesloten instelling waar ik zat, bracht de traiteur de ingrediënten en mochten we zelf koken. Dat was echt goed.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Als het eten van de traiteur komt, is iedereen na tien minuten weg. Als we zelf koken, blijven we vaak wel drie kwartier aan tafel zitten.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“De aankleding van de vernieuwde inrichting is wel érg kaal en prikkelarm, op het klinische af.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling Het Vlaams Jeugddetentiecentrum Beveren is voor de infrastructuur afhankelijk van de samenwerking met het federale niveau en met private partner BAM. Die moet toelating geven voor elke aanpassing. De vraag om in de ‘luchtruimte’ een bank te zetten komt vaak terug. Op de binnenplaats kunnen de jongens in hun pauze in de buitenlucht alleen maar staan. De complexe organisatie van de federale gevangenis lijkt hun terechte vraag in de weg te staan.
Halal en vegetarisch eten Zowel in de gemeenschapsinstellingen als in de voorzieningen voor veilig verblijf horen we klachten over het aanbod van halal en vegetarisch eten. Dat is er niet altijd, en waar het wel verkrijgbaar is, is het vaak minder goed. Over halal beleg horen we vaak dat het te duur is en te weinig. Jongeren hebben recht op een voeding die overeenstemt met hun levensbeschouwelijke keuzes.18 “Ik kan hier geen halal vlees eten. Daarom kies ik voor het vegetarische menu. Maar dat is niet te eten. Als er bijvoorbeeld een hamburger op het menu staat, krijgen wij een ‘veggieburger’. Die bestaat gewoon uit een broodje met puree en erwten, helemaal niet lekker.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Aanbevelingen _
_ _
Blijf gezonde voeding aanbieden. Geef jongeren waar mogelijk de gelegenheid om zelf eten te bereiden. Zorg voor een kwalitatief aanbod van halal en vegetarisch eten. Complexe organisatorische beslissingsstructuren mogen verbeteringen van infrastructuur voor de jongeren in het Vlaams Detentiecentrum niet in de weg staan.
18 Havana rules, §37; Guidelines Alternative Care of Children, Resolutie 64/142 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (24 februari 2010), UN Doc. A/ RES/64/142 (2010) (verder afgekort tot: Guidelines Alternative Care of Children) §83; Aanbeveling van het Comité van Ministers (2008)11 van 5 november 2008 inzake ‘European Rules for juvenile offenders subject to sanctions or measures’ (verder afgekort tot: European Rules juveline offenders), §68.1
Jaarverslag CVTJ Infrastructuur en eten
53
Diversiteit en levensbeschouwing
54
↑ Inhoudstafel
Niet-begeleide minderjarigen
Levensbeschouwelijke werkers
In de gemeenschapsinstellingen zaten dit jaar veel niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV): buitenlandse minderjarigen die zonder ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken in België verblijven. Daar ging het ook al over in onze vorige jaarverslagen, maar volgens het agentschap Opgroeien verdubbelde in 2021 het aantal niet-begeleide minderjarigen in de gemeenschapsinstellingen.19 Tijdens een bepaald bezoek ging het in een gemeenschapsinstelling over 11 van de 36 aanwezige jongeren.
Jongeren hebben in de gemeenschapsinstellingen recht op gesprekken met een levensbeschouwelijke consulent. We horen daar veel positiefs over.
Ze zitten er op basis van gepleegde feiten, soms als overlevingsstrategie, maar vaak zitten ze er vooral bij gebrek aan andere hulpverleningsmogelijkheden. De verantwoordelijken in de instellingen zeggen dat die jongeren meer gebaat zouden zijn met andere begeleiding. Het zijn vaak fysiek en psychisch gekwetste jongeren, die de taal niet kennen en weinig betrokken kunnen worden bij de werking. Begeleiders hebben het gevoel dat ze te weinig kunnen doen voor die jongeren. Een verblijf in een gemeenschapsinstelling is geen duurzame oplossing voor die jongeren. We zijn blij dat het agentschap dat ook erkent20 en hopen in 2022 vooruitgang te zien. “Ik ben per boot uit Algerije gekomen. Daar liep ik gevaar. Ik krijg elke dag Nederlandse les, ik spreek alleen een beetje Frans. Lezen of schrijven is heel moeilijk voor mij. Ik mis mijn vrijheid. Slapen kan ik niet goed, daarvoor heb ik te veel angst.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik woon op straat, dus hier is het goed voor mij. Ik kan in een bed slapen, douchen, het is hier warm...” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik mis mijn familie in Afghanistan. Mijn broer en ik vroegen hier asiel aan. We wachten op antwoord. Ik heb ontzettend veel stress, mijn hoofd zit vol zorgen voor de toekomst. Ik kan niemand vertrouwen. Ik heb hier met de psycholoog gesproken, maar ik denk niet dat die me kan helpen. Ik begrijp vaak niet wat de opvoeders zeggen en dat maakt me onrustig.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“Ik heb veel aan de contacten met de pastoraal werker. Zij luistert en begrijpt me.” Jongere in gemeenschapsinstelling “De gesprekken met de moslimconsulent helpen mij.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Minderheden in de leefgroep Niet alleen niet-begeleide minderjarigen, ook andere jongeren zijn het Nederlands niet altijd machtig. Dat heeft de nodige gevolgen voor de communicatie. Het is een bron van misverstanden. Soms zijn er andere jongeren die kunnen vertalen, maar dat is niet evident. Soms maken jongeren er ook misbruik van dat begeleiders niet kunnen meeluisteren. “Als ik met andere jongeren Arabisch of Spaans spreek, word ik naar mijn kamer gestuurd. Maar het is voor mij belangrijk om met de andere jongeren te kunnen spreken om te begrijpen wat er allemaal gezegd wordt.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Er zijn hier een paar jongeren die alleen Arabisch spreken. Andere jongens zeggen ons dat ze uitgescholden worden, maar wij kunnen dat niet verstaan.” Medewerker gemeenschapsinstelling Sommige jongeren storen zich aan opmerkingen van begeleiders die niet altijd getuigen van een divers-sensitieve houding. Sporadisch horen we dat jongeren het gevoel hebben dat er een onderscheid gemaakt wordt op basis van kleur. Discriminatie tussen minderjarigen op basis van afkomst of kleur is uiteraard uit den boze.21 Als we dat bespreken met begeleiders, is het soms te kaderen in de individuele problematiek van een jongere. Medewerkers en verantwoordelijken geven steeds aan dat er in hun leefgroepen geen plaats
19 Dubbel zoveel niet-begeleide minderjarigen opgevangen in gemeenschapsinstelling, https://pers.opgroeien.be/dubbel-zoveel-niet-begeleide-minderjarigen-opgevangen-ingemeenschapsinstelling, geraadpleegd op 8 februari 2022 20 Zelfde bron 21 Zie bijvoorbeeld Verdrag van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind, artikel 2.
Jaarverslag CVTJ Diversiteit en levensbeschouwing
55
is voor racisme. Net daarom is het belangrijk om met de jongeren in dialoog te gaan als ze toch dat gevoel hebben om na te gaan waar dit vandaan komt. Hier en daar verbleef een transgender jongere in de leefgroep. We kregen daar in 2021 geen vragen over van jongeren zelf. Maar we kunnen ons voorstellen dat het niet gemakkelijk is om daar in de instelling over te praten als trans- of bij uitbreiding als queer jongere. Een denkoefening dringt zich op over de noden van LGBTQIA+-jongeren in gesloten settings, op praktisch en administratief vlak en zeker ook voor hun emotionele veiligheid. “Een campusverantwoordelijke merkt op dat er een ‘gedegen beleid’ nodig is voor transgender jongeren. Momenteel is het bijvoorbeeld niet mogelijk om de nieuwe naam van een jongere in de administratie in te geven zolang die niet veranderd is op het paspoort. De jongere werd wel aangesproken met de naam en het voornaamwoord waar die zelf voor koos.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Aanbevelingen _
_ _
56
Voor niet-begeleide minderjarigen geldt net als voor andere jongeren dat een verblijf in geslotenheid alleen opgelegd kan worden als laatste redmiddel als dat strikt nodig is. De gemeenschapsinstellingen bieden ook voor hen geen structurele oplossing. Bouw dus verder aan de nodige alternatieven. Praat met jongeren als ze zich niet gerespecteerd voelen in hun identiteit. Denk na over hoe leefgroepen meer inclusief kunnen zijn voor LGBTQIA+-jongeren.
Jaarverslag CVTJ Bewogen jaar
57
Onderwijs
58
↑ Inhoudstafel
Te weinig intern aanbod
“Ik wil graag mijn Nederlands oefenen. Ik ben blij dat ik daar hulp bij krijg.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Internationale regelgeving22 schuift het principe van onderwijsequivalentie naar voor: jongeren in geslotenheid hebben recht op onderwijs dat op het vlak van curriculum, leerkrachten en diploma’s gelijkwaardig is aan dat op externe scholen. De lessen in de gemeenschapsinstellingen voldoen niet aan die standaard. Dat stond ook in onze vorige jaarverslagen. Veel jongeren die we spreken, maken zich zorgen over hun toekomst en willen graag een diploma halen.
“De lessen hadden vaak niets te maken met mijn richting, maar er waren ook leuke dingen bij. Ik leerde een fietsband herstellen en een ketting op een fiets leggen. Dat zijn dingen waar je later iets mee bent.” Jongere in gemeenschapsinstelling
In de gemeenschapsinstellingen en bij het agentschap Opgroeien zijn ze zich daarvan bewust. Maar het is nog niet gelukt om tot een oplossing te komen met erkend onderwijs in de gemeenschapsinstellingen dat leidt tot diploma’s en certificaten. De kwestie wordt in 2022 nog nijpender. Als leerplichtige leerlingen twee, vijf of zelfs zeven jaar in een gesloten instelling blijven, moeten ze lessen krijgen waarmee ze een diploma kunnen halen. De jongeren blijven vertellen dat er te weinig keuze is in studierichtingen: “Door gebrek aan leerkrachten en door corona zijn de praktijklessen beperkt tot lassen en bouw, naast theorie. Ik studeer voor grafisch ontwerper en had liever alleen maar theorie gehad. Aan lassen en bouw heb ik niets.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Thuis volgde ik de richting Grootkeuken. Dat kan hier ook, maar tot nu toe kreeg ik toch alleen maar lessen bouw.” Jongere in gemeenschapsinstelling “De lessen bouw zijn nutteloos. We metselen, maar moeten alles daarna weer afbreken, zodat we niets van ons resultaat zien. Bovendien krijgen we geen attest van wat we geleerd hebben.” Jongere in gemeenschapsinstelling Net zoals in 2020 zeggen meisjes dat de aangeboden richtingen te stereotiep zijn. Een jongere die ASO volgt, signaleerde dat er geen aanbod op niveau was. Jongeren leren wel dingen die ze ook los van hun verdere onderwijsloopbaan nuttig vinden:
De maandcommissarissen woonden lessen bij, soms van wisselende kwaliteit. Dit voorbeeld liet een positieve indruk na: “Twee meisjes volgen tuinbouw. Hun leraar is heel geduldig, legt alles prima uit, checkt of ze het verstaan hebben, stimuleert ze om eerst zelf te proberen wat gevraagd wordt, en helpt daarna zelf. Hij probeert er wat ritme in te krijgen zonder druk. Achteraf bevestigen de meisjes dat ze dat wel graag doen.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling Andere lessen leken minder degelijk: de jongeren stelden de zin ervan in vraag. Een deel van het probleem is dat de leerkrachten in gemeenschapsinstellingen niet hetzelfde statuut hebben als in het onderwijs. Daarom is het moeilijk om lesgevers aan te trekken: “We willen de jongeren graag goed onderwijs geven, maar gemakkelijk is dat niet. We hebben al maanden twee vacatures voor leerkracht die niet ingevuld raken.” Medewerker gemeenschapsinstelling
Samenwerking met externe scholen De voorzieningen voor veilig verblijf proberen zoveel mogelijk jongeren extern naar school te laten gaan. Dat is niet altijd haalbaar. De mate waarin ze intern een programma aanbieden, verschilt per voorziening. Net zoals de gemeenschapsinstellingen zouden sommige voorzieningen veilig verblijf graag meer mogelijkheden krijgen om intern volwaardig onderwijs te organiseren.
“De lessen zijn supergoed. Ik kan hier aan mijn Frans werken.” Jongere in gemeenschapsinstelling 22 CPT standard, Juveniles deprived of their liberty §110; Havana rules, §40.
Jaarverslag CVTJ Onderwijs
59
“Mijn thuisschool weigert me opdrachten te geven. Ik kan nu geen paasexamens doen en verlies wellicht weer mijn jaar.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Ook in de gemeenschapsinstellingen mogen sommige jongeren buitenshuis naar school gaan. Dat is conform internationale regelgeving,23 die stelt dat extern onderwijs voorrang heeft waar dat kan. Andere jongeren kunnen opdrachten van hun thuisschool in de instelling afwerken. We zien daar serieuze inspanningen, ook om breuklijnen te voorkomen als jongeren moeten schakelen naar andere voorzieningen.
“Een jongen zegt dat hij nog altijd niets gehoord heeft over de schoolboeken die ze hem zouden bezorgen, terwijl we ondertussen al eind september zijn. Een andere jongen weet niet wanneer hij naar school mag gaan. Als hij daarnaar vraagt, krijgt hij als antwoord ‘nu nog niet’.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
“Vroeger stuurde mijn school lesopdrachten. Nu mag ik drie dagen per week buiten naar school gaan. Binnenkort vertrek ik naar een andere voorziening. Daar kan ik naar dezelfde school blijven gaan. Dat voelt comfortabel.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik praat met een meisje dat in een school buiten de voorziening de richting ICT-Economie volgt. Ze neemt haar studie heel serieus en plant zelf haar studietijd ’s avonds. Ik zie dat de begeleiders de meisjes motiveren en ondersteunen bij hun huiswerk: ‘Het is acht uur, ging je niet studeren?’, ‘Zal ik even helpen met je huiswerk?’ Dat lijkt een positief effect te hebben.” Maandcommissaris veilig verblijf
Aanbevelingen _
_
_
“Als jongeren een thuisschool hebben, proberen we samen te werken. De school stuurt ons dan lesmateriaal, zodat de jongeren daaraan kunnen werken tijdens hun verblijf. In de examenperiode kunnen jongeren hier theorie-examens afleggen. We maken afspraken over hoe we afgewerkt lesmateriaal en examens kunnen terugbezorgen aan de school.” Onderwijscoördinator gemeenschapsinstelling De instellingen waarschuwen dat dat maar voor een minderheid het geval is. Sommige jongeren gaan al lang niet meer naar school en zijn simpelweg niet meer ingeschreven in een ‘thuisschool’. Anderen hebben er al een moeilijk traject op zitten binnen hun school. Niet alle leerkrachten zijn dan bereid om energie te steken in samenwerking met de instelling.
23 Havana rules §38; Guidelines Alternative Care of Children §85; European rules juvenile offenders §78
60
Respecteer het principe van onderwijsequivalentie in de gemeenschapsinstellingen, met een volwaardig curriculum dat ook buiten erkend wordt. Bekijk met de voorzieningen voor veilig verblijf waar er intern onderwijs nodig is en hoe je ook daar onderwijsequivalentie kunt bereiken. Blijf samenwerken met externe scholen, waar dat kan door leerlingen buiten naar school te laten gaan en door te investeren in samenwerking met scholen.
Jaarverslag CVTJ Bewogen jaar
61
Vrije tijd en dagindeling
62
↑ Inhoudstafel
Een gevarieerd programma? “Ze doen wel hun best om zoveel mogelijk activiteiten te regelen die we leuk vinden, zoals gaan zwemmen of naar het shoppingcenter gaan. Ik kijk uit naar de vakantie, dan staan er leuke activiteiten gepland.” Jongere in veilig verblijf Zowel in de gemeenschapsinstellingen als in veilig verblijf, en in de mate van het mogelijke in het Vlaams Detentiecentrum, zien we inspanningen om gevarieerde en zinvolle activiteiten aan te bieden. Toch zijn activiteiten niet altijd voorbereid en hangt het vaak van het moment af wat er gebeurt. Jongeren krijgen als groep de keuze. Dat is mooi in het kader van participatie, maar zonder de nodige begeleiding hebben ze niet altijd genoeg inspiratie. Het resultaat is dat dezelfde activiteiten vaak terugkeren, zoals voetballen en tvkijken. Jongeren klagen over die eentonigheid. “De jongeren zeggen dat het niet gemakkelijk is om activiteiten te verzinnen. Veel meisjes hebben geen ervaring met groepsactiviteiten. Eén jongere zegt inspiratie te putten uit eigen ervaringen in de jeugdbeweging, maar zou zonder die ervaring ook niets kunnen verzinnen. De jongeren suggereren een soort inspiratiemap te ontwikkelen met korte omschrijvingen van leuke groepsactiviteiten. Die map zou dan met de jaren aangevuld worden en zo kunnen de jongeren van elkaar altijd nieuwe dingen leren. Een van de jongeren zegt dat ze de gedachte fijn vindt dat er in de toekomst jongeren groepsactiviteiten kunnen doen die zij uitgeschreven heeft.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “Af en toe komen externe partners activiteiten aanbieden, een mooie manier om de buitenwereld binnen te brengen: “Met de circusschool leerden de jongeren acrobatische oefeningen. Ze moesten op elkaar kunnen vertrouwen om die oefeningen uit te voeren. Het was belangrijk dat ze ook voor elkaar in de bres konden springen, want anders zouden de oefeningen niet lukken en gevaarlijk zijn.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Behoefte aan muziek Muziek is voor jongeren van levensbelang. Cd’s zijn passé. Naar muziek luisteren via internet is niet overal evident door de veiligheidsrisico’s. Zeker in het Vlaams Detentiecentrum ligt dat moeilijk. We zagen in veel leefgroepen toch meer en meer de mogelijkheid om via YouTube en streamingdiensten naar muziek te luisteren en tv te kijken. Er duiken meer tablets en dvd-spelers op. Jongeren waarderen dat sterk. “Of muziek voor ons belangrijk is? Het is noodzakelijk! Er zijn hier mp3-spelertjes, maar die zijn kapot. Misschien zou het beter zijn om goede mp3-spelers te kopen die langer meegaan. Of een speaker in onze leefgroep om samen te luisteren.” Jongere in veilig verblijf “Muziek is een medicijn voor hart, ziel en geest. Ik mis het om muziek te kunnen beluisteren en mee te zingen.” Jongere in gemeenschapsinstelling “We mogen om de vier maanden een cd kopen. Dat is veel duurder en minder leuk dan Spotify.” Jongere in Vlaams Detentiecentrum Beveren Hier en daar krijgen jongeren de kans om niet alleen naar muziek te luisteren, maar ook zelf te spelen: “Een jongen vraagt aan de begeleider of hij de gitaar even mag nemen. De begeleider zegt dat er een paar nieuwe begeleiders in de leefgroep zijn die gitaar kunnen spelen. Sindsdien is de gitaar weer bovengehaald en wordt er geregeld op gespeeld, ook door de jongeren.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Aandacht voor sport Overal waar we komen, is er aandacht voor sport. Jongeren zijn daar blij mee, al mag het vaak meer zijn, en ook graag eens iets anders dan fitness en voetbal. Volgens internationale regelgeving hebben jongeren in geslotenheid recht op minstens twee uur per dag sport in de buitenlucht .24 We hebben niet de indruk dat dat overal gebeurt. “We zouden graag meer bewegen, elke dag lopen en fietsen bijvoorbeeld. Nu sporten we drie keer per week, dat is niet genoeg voor ons.” Jongere in gemeenschapsinstelling
24 CPT/Inf(92)3-part2, Imprisonment, §48;
Jaarverslag CVTJ Vrije tijd en dagindeling
63
Vaak komt de vraag naar boksen en andere vechtsporten terug als manier om stoom af te blazen. In de gemeenschapsinstellingen hangt er hier en daar een boksbal, in een voorziening voor veilig verblijf waren bij een bezoek een meisje en haar begeleider op zoek naar een kickboksclub. Op andere plaatsen zijn gevechtssporten of boksballen uit den boze, vanuit het idee dat dit tot meer agressie zou leiden. Jongeren vinden dat jammer.
“Er zijn heel weinig jongeren in de leefruimte. Waar we vroeger nog het nieuws zagen met de gasten, leven ze nu hoe langer hoe meer in hun kamer.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling En ook waar ze wel samen naar het nieuws kijken, wat jongeren positief vinden, is dat niet altijd een groepsactiviteit: “Waarom moeten we zwijgen tijdens het nieuws? Ik snap wel dat we niet allemaal door elkaar moeten praten. Maar er worden vaak dingen verteld waar we bezorgd over zijn, of waar we vragen over hebben. Na het nieuws volgt onmiddellijk een kamermoment, dus is er geen tijd voor een gesprek. Ik zit dan alleen te piekeren.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Minder aandacht voor cultuur Het cultureel aanbod lijkt soms wat achterop te hinken op het sporten. Toch hebben jongeren recht op culturele en artistieke activiteiten25, bij voorkeur in de maatschappij zelf26. Door corona was dat moeilijker. Zo sprak een van de maandcommissarissen een jongere die op zoek was naar een schaakboek. Vroeger ging de leefgroep regelmatig naar de bibliotheek, maar die bezoeken waren al een tijdje stilgevallen. Inmiddels zijn ze terug hervat. De culturele belangstelling van de jongeren mag niet onderschat worden. “Zijn tekeningen doen me denken aan Roy Lichtenstein. Samen zoeken we de kunstenaar op. Er is veel interesse, dus kijken we samen verder naar popartprenten.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Vroeg naar bed Zowel in de gemeenschapsinstellingen als in veilig verblijf horen we vaak dat de dagen vroeg eindigen, om half tien of zelfs al om negen uur. Voor sommigen betekent dat bedtijd, op andere plaatsen moet je niet onmiddellijk gaan slapen maar je in stilte bezighouden in je kamer. We horen dat dat vaak te maken heeft met personeelsinzet. Jongeren zouden het graag anders zien. “We moeten altijd om half tien gaan slapen. In de week versta ik dat wel, maar waarom mogen we in het weekend niet langer opblijven?” Jongere in gemeenschapsinstelling
Verveling
“Waarom mogen we vrijdag en zaterdag niet wat langer opblijven, tot tien uur bijvoorbeeld? Geen enkele jongere gaat toch om negen uur slapen? De avonden op de kamer zijn wel lang. Je zit veel te veel na te denken, je krijgt negatieve gedachten, de gesloten deur komt op je af.” Jongere in veilig verblijf
Ondanks alle activiteiten blijft het gevoel van verveling groot. We verwijzen hier naar wat we schreven over de kamermomenten in het hoofdstuk over afzondering. “We moeten veel tijd alleen op de kamer doorbrengen, zonder gsm. Ik verveel me dan, we hebben niets omhanden.” Jongere in gemeenschapsinstelling De jongeren moeten meestal zelf hun kamer schoon houden, maar in de ene leefgroep wordt dat al strikter opgevolgd dan in de andere. Zo vraagt een jongere zich af of het écht wel nodig is om drie keer per dag te dweilen. Sommige maandcommissarissen hebben de indruk dat er minder groepsactiviteiten zijn. Misschien een neveneffect van corona? 64
Aanbevelingen _ _
Blijf gevarieerde activiteiten aanbieden, met genoeg sport en cultuur en met inspraak van de jongeren. Blijf zoeken naar mogelijkheden om op een veilige maar moderne manier naar muziek te luisteren en gebruik te maken van andere multimedia.
25 Havana rules, §47 26 General comment nr. 17 bij het Verdrag van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind, VII
Jaarverslag CVTJ Bewogen jaar
65
Ruimte voor participatie
66
↑ Inhoudstafel
Participatie is een begrip dat zich op veel niveaus situeert. We associëren het snel met bewonersvergaderingen om dingen bespreekbaar te maken. Maar participatie betekent uiteraard ook dat je in de dagelijkse praktijk iets te zeggen hebt over hoe het eraan toegaat. Die diepere betekenis van participatie is soms moeilijker te meten. Participatie moet mogelijk zijn rond alle domeinen die in dit verslag aan bod komen, van eten en vrije tijd tot leefregels en sancties. We waarderen dat het agentschap Opgroeien in 2021 een meerjarig traject opstartte over participatie, om samen met de voorzieningen te bekijken hoe ze structureel kunnen werken aan meer participatie.
Bewonersraden en besluitvorming Vorig jaar schreven we over de positieve evoluties in bewonersvergaderingen. Ook in 2021 zagen we goede praktijken, zowel in de gesloten instellingen als in veilig verblijf. Toch krijgen nog te veel jongeren niet de kans om hun zegje te doen. In veel leefgroepen horen we nog altijd dat er simpelweg geen vergaderingen doorgaan. Als ze er wel zijn, vinden jongeren het niet altijd makkelijk of zinvol om hun punten daar ter sprake te brengen. Soms omdat ze het gevoel hebben dat de zaken die ze belangrijk vinden, niet besproken mogen worden. Soms omdat ze het gevoel hebben dat er toch niets mee gebeurt. Naar die vergaderingen komen wordt ook niet altijd aangemoedigd, bijvoorbeeld door ze te rekenen als ‘vrije tijd’. “De meisjes kunnen hier open babbelen met de begeleiders. In het kringgesprek viel op hoeveel ruimte ze kregen om te vertellen dat ze hier niet graag zijn. De opvoeders reageerden kordaat en toch met begrip en humor.” Maandcommissaris veilig verblijf “De bewonersvergadering is er eigenlijk voor de begeleiders en de agendapunten die zij willen bespreken. Hoe liepen de afspraken? Hoe is het met ons individueel traject? We hebben het gevoel dat de vergadering niet van ons is, dat onze agendapunten niet op tafel komen.” Jongere in gemeenschapsinstelling
“Een jongere maakt verslag op een laptop, een andere jongere leidt de vergadering. Een opvoeder zet het gesprek af en toe weer op het goede spoor. Momenteel gaat het over waar de nieuwe trampoline uiteindelijk kan komen en hoe de veiligheid gegarandeerd kan worden. We hebben de indruk dat de vragen van jongeren serieus genomen worden en dat er oplossingen gezocht worden. Niet alle jongeren kunnen evengoed volgen of geconcentreerd blijven en soms is hun geduld snel op. Het blijft oefenen om dat in goede banen te leiden.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “De jongens brengen frustraties over de behandeling door de begeleiders en het regime in de leefgroep. De begeleider schuift veel opzij omdat de bewonersvergadering moet gaan over samenleven en niet over de regels van de instelling. Soms vergelijkt de begeleider met hoe het vroeger ging en zegt die dat het nu beter is.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Inspraak in dagelijks leven We blijven de indruk houden dat het leven in geslotenheid vaak geregeld is volgens een strak kader. We vragen flexibel om te gaan met dat kader. Vaak krijgen de jongeren maar weinig kansen om daartegen bij de begeleiders in te gaan. Ze blijven klagen dat het niet geduld wordt als ze begeleiders van repliek dienen en dat er weinig ruimte is om regels in vraag te stellen. Dat geldt ook voor medewerkers. We horen af en toe opmerkingen als ‘ik vind dat ook niet goed, maar dat is hoe de directie het besliste’. We denken dat medewerkers die het gevoel hebben dat ze zelf ruimte krijgen voor participatie, jongeren ook meer die ruimte geven. “Er is boven ons hoofd beslist om de tafelmomenten op te splitsen en aan twee aparte tafels te eten. Waarom moet dat? Zijn er geen andere mogelijkheden zoals dat de opvoeders tussen ons zitten bijvoorbeeld?” Jongere in gemeenschapsinstelling
Jaarverslag CVTJ Ruimte voor participatie
67
Individuele participatie Participatie heeft ook te maken met transparantie en met invloed kunnen uitoefenen op je eigen traject. Nog te vaak blijven jongeren met vragen zitten over wat er gaat gebeuren, ondanks alle inspanningen voor handelingsplanbesprekingen. Soms hebben ze het gevoel dat alles boven hun hoofd beslist wordt. Vaak krijgen ze wel uitleg, maar volstaat deze niet. “Ik heb geen idee wat er nu gaat gebeuren. Ik hoorde dat ik naar een halfopen instelling zou gaan met trajectbegeleiding. Ik weet niet wat dat betekent, hoelang dat zou duren en of er nog andere mogelijkheden zijn.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Als er hier een nieuw meisje komt en die zegt: ‘Ja ik heb drie maanden gekregen van mijn jeugdrechter’, dan weten wij allemaal: ‘Jij gaat hier langer dan drie maanden zitten, want je hebt eerst een maand oriëntatie en dan wordt er pas een plaats gezocht en over twee maanden is er geen plaats.’ Dat wordt ook niet gezegd door de jeugdrechter. Het zijn de begeleiders van hier die dat moeten zeggen, maar ze controleren niet altijd of dat meisje dat dan wel snapt.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Alles voor de bezoeken wordt hier achter mijn rug geregeld tussen de contextbegeleider en mijn moeder. Waarom betrekken ze mij daar niet bij?” Jongere in gemeenschapsinstelling
68
Aanbevelingen _
_ _ _
_
Maak structureel ruimte om jongeren agendapunten te laten aanbrengen en te bespreken die zij belangrijk vinden en motiveer hen om dit te doen. Zorg ervoor dat de bewonersraad zo geleid wordt dat alle jongeren de kans krijgen om hun mening te geven. Bereid bewonersvergaderingen goed voor en maak hier geen schijnparticipatie van. Koppel op een vergadering terug aan de jongeren over wat er de vorige keer gezegd of gevraagd is. Werk verder aan een participatiecultuur waarin feedback en inspraak op alle niveaus en over alle domeinen mogelijk zijn. Geef jongeren zoveel mogelijk informatie over hun verblijf en wat hen te wachten staat. Blijf die informatie regelmatig herhalen en pols vaak genoeg of ze nog met vragen zitten. Betrek ze bij beslissingsmomenten over hun traject.
Jaarverslag CVTJ Bewogen jaar
69
Re-integratie
70
↑ Inhoudstafel
Toekomstplannen Als er jongeren binnenkomen in gemeenschapsinstellingen of in veilig verblijf, vragen jongeren en begeleiders zich al meteen af wat er daarna komt. Dit geldt zowel voor de gemeenschapsinstellingen als voor het veilig verblijf. Veel jongeren willen het daarna anders aanpakken. Ze zijn positief over de ondersteuning die ze krijgen om hun toekomstplannen uit te werken. Het gebrek aan uitstroomperspectief is een belangrijke hinderpaal. “Als voorbereiding op re-integratie worden de ouders betrokken bij het weekje naar zee in de zomer. De laatste volledige dag en aansluitende avond worden ze uitgenodigd. Overdag kunnen ze iets samen doen met hun kind en ’s avonds is er barbecue met iedereen. De ouders kunnen die avond ook blijven slapen en de volgende ochtend kunnen ze hun kind dan ook ineens mee naar huis nemen voor het weekend.” Maandcommissaris veilig verblijf “Door mijn verblijf hier kreeg ik opnieuw zin om te gaan voetballen en ik wil verder met mijn studie mechanica. Ja, ik besef dat ik het anders moet aanpakken. Ze begeleiden me hier goed bij mijn toekomstplannen.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik wil bij het leger. Daarom probeer ik de kansen te grijpen die ik hier krijg. Gewoon worden aan de discipline, de uurtjes die ik in de fitness mag trainen, de mogelijkheid om in de lessen mijn Frans bij te schaven, samenwerken en naar elkaar luisteren, de strakke structuur: het bereidt me allemaal voor op mijn opleiding in het leger en later bij de Special Forces.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik volgde een vaardigheidstraining over nadenken over de gevolgen van de keuzes die een jongere maakt in zijn leven. Het was tof om te zien hoe ze met de jongere aan de slag gaan en hoe ze alles toepassen op zijn situatie, aangevuld met tal van voorbeelden van bekende mensen om de begrippen beter te duiden.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “We zouden hier meer moeten praten over zelfstandig wonen. Ik woonde al alleen, dus ik weet hoe dat zit met een leefloon en dat je een contract moet hebben voor je huis, maar ook voor de elektriciteit. Veel meisjes hebben echt geen idee.
Die weten totaal niet hoe ze dat financieel gaan aanpakken. Dan is de kans heel groot dat ze dan weer naar hier moeten komen.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Naar huis Jongeren in gemeenschapsinstellingen vinden dat het lang duurt voor ze de kans krijgen om thuis op bezoek te gaan. Ze hebben het idee dat hun verblijf daardoor langer duurt dan nodig. Het recht om vanuit geslotenheid zo snel mogelijk weer te participeren in de maatschappij. “Voor we naar huis kunnen, moeten we bewijzen dat het thuis goed loopt. Maar we mogen pas na tien weken voor het eerst thuis op bezoek gaan. Dan kunnen we ons toch nooit bewijzen binnen drie maanden? En dan wordt ons verblijf telkens verlengd.” Jongere in gemeenschapsinstelling “Ik heb in de vorige gesloten instelling veel geleerd, bijvoorbeeld over omgaan met gevoelens. Maar omdat het zolang duurt voor ik naar huis mag, kan ik daar niet mee oefenen in het echte leven. Daardoor heb ik het gevoel dat alles stilstaat.” Jongere in gemeenschapsinstelling
Vlaams Detentiecentrum In het Vlaams Detentiecentrum in Beveren hoorden we dat het niet gemakkelijk was om aan re-integratie te werken. Corona speelde zeker een rol, maar ook gebrek aan middelen. Daarom moest bijvoorbeeld een beroepsopleiding voor een jongere uitgesteld worden. Toch is re-integratie voor jongeren in detentie heel belangrijk. “Ik zou graag lessen krijgen in sociale vaardigheden. Maar ik krijg hier weinig kansen om me voor te bereiden op mijn vrijlating. Gelukkig kan ik hier wel studeren voor mijn theoretisch rijbewijs.” Jongere in Vlaams Detentiecentrum Beveren
Jaarverslag CVTJ Re-integratie
71
Moeizame terugkeer We merken tot slot op dat een terugkeer naar de maatschappij niet evident is na een langere periode in geslotenheid. Iets om bij stil te staan, zeker met de langere trajecten tot zeven jaar vanaf september 2022 en de moeilijke uitstroomperspectieven. “Ik ben verbaasd als ik hem terugzie: ik ken hem al bijna drie jaar. Een half jaar geleden is hij hier vertrokken. Het was moeilijk om een oplossing te vinden, maar hij kon dan toch naar een leefgroep op maat. Blijkbaar is dat nu fout gelopen. Dat doorverwijzingen vastlopen, hoort er denk ik een beetje bij. Maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat na een jarenlang verblijf in een gesloten instelling het moeilijk is om daarbuiten opnieuw te aarden.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Aanbevelingen _
_
_
72
Van bij de start van het traject van de jongere moet de toekomst in de maatschappij centraal staan. Zet de inspanningen op dat vlak verder. Geef jongeren op tijd de kans om de gemeenschapsinstelling te verlaten, bijvoorbeeld voor bezoek aan hun ouders, om zo te werken aan hun re-integratie. Maar ook jongeren van wie de thuissituatie dit niet toelaat moeten de kans krijgen om buiten de instelling aan hun toekomst te werken. Bied zeker ook in het Vlaams Detentiecentrum genoeg mogelijkheden om te werken aan reintegratie.
Jaarverslag CVTJ Re-integratie
73
Werking
74
↑ Inhoudstafel
Werkingsbudget
Personeelsbezetting
Wij maken niet de rekening van de instellingen en voorzieningen waar we komen. Suggesties doen over hun begroting ligt buiten onze bevoegdheid. Maar onze maandcommissarissen zeiden opvallend vaak dat er veel goede wil is om bepaalde zaken te veranderen, maar dat het niet mogelijk was door een gebrek aan middelen.
In ons vorige jaarverslag vroegen we al om medewerkers de nodige zuurstof te geven. Door corona en door de complexe zorgnoden waar dit jaarverslag mee startte, was dat ook in 2021 niet evident. We zagen veel personeelsverloop. In verschillende gemeenschapsinstellingen waren er vakbondsacties. We merkten dat vooral in gemeenschapsinstellingen, maar ook in de voorzieningen voor veilig verblijf is het niet evident om medewerkers ‘vast’ te houden.
Koken kost geld, letterlijk en figuurlijk. Dat een extra uitstapje wegvalt door geldgebrek, is jammer. Maar voor de CVTJ wordt het een probleem als het door een gebrek aan middelen moeilijk wordt om de rechten van minderjarigen te blijven garanderen. Over de hele lijn merkten we dat directie en medewerkers daar op grenzen botsten, zowel in veilig verblijf als in de gemeenschapsinstellingen en het Vlaams Detentiecentrum. We hoorden voorbeelden van waar het recht op contact, het recht op onderwijs of het recht op cultuur niet waargemaakt konden worden door een gebrek aan budget. “De voorziening krijgt 4 euro per dag per jongere voor eten en drank. Dat is heel weinig voor minstens drie maaltijden.” Maandcommissaris veilig verblijf “De abonnementen op kranten en tijdschriften werden van hogerhand zonder overleg stopgezet. Kost dat te veel? Het recht op cultuur wordt zo van tafel geveegd.” Verantwoordelijke Vlaams Detentiecentrum “Jongeren vragen meer te mogen beeldbellen met hun ouders, en we zouden daar graag op ingaan. Maar er is te weinig materiaal. En er is dit jaar geen budget meer voor extra toestellen voor beeldbellen.” Verantwoordelijke gemeenschapsinstelling “Vragen de meisjes meer budget voor activiteiten? Schrijf dat dan zeker maar op. Dat zouden we als begeleiders ook graag willen.” Medewerker gemeenschapsinstelling “De instellingen zijn vaak bereid om aanpassingen te bespreken en door te voeren, maar ze botsen op budgettaire beperkingen waardoor aanpassingen niet onmiddellijk kunnen. Ik denk aan de aanschaf van winterjassen, van meer telefoons om meer contacten te kunnen hebben met het thuisfront, van meer ICT-programma’s… Ze moeten noodgedwongen antwoorden dat ‘het budget op is’.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling
Vanuit onze rol staan we vooral stil bij het effect dat dat heeft op jongeren. Ze voelen het als medewerkers ‘erdoor’ zitten. Om werk te maken van een positief leefklimaat en om genoeg nabijheid te bieden zoals we in dit jaarverslag vragen, is het nodig dat medewerkers genoeg tijd en ruimte krijgen. Anders heeft dat een onmiddellijke weerslag op de naleving van de rechten van jongeren in geslotenheid. Het rapport over de rechtspositie van minderjarigen in geslotenheid bevestigt nogmaals dat de overheid in alle categorieën van gesloten opvang moet zorgen dat er genoeg medewerkers zijn. ‘Genoeg’ betekent dat medewerkers voldoende ruimte hebben om een individuele relatie met de jongeren aan te gaan en om voldoende bescherming te bieden. De vraag is of dat vandaag het geval is en wat ‘voldoende’ betekent in cijfers. We nodigen het agentschap Opgroeien uit om in het kader van de oefening over de rechtspositie de denkoefening over personeelsnormen te maken. “De ene jongen moet dit, de andere moet daar naartoe. Begeleiders missen tijd ‘met’ de jongeren. Op zich vinden ze het wel goed dat er meer individueel en op maat gewerkt wordt, maar er zou meer budget of personeel tegenover moeten staan.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “Bij mijn bezoek zeiden alle jongeren dat ze een goeie band hebben met hun individueel begeleider. Ze hebben het gevoel dat ze met alles terecht kunnen bij hun individueel begeleider, maar dat er gewoon geen tijd is om echt individueel met de jongeren aan de slag te gaan. Drie jongeren zeiden dat de begeleiders veel administratieve verplichtingen hebben, zodat ze weinig tijd over hebben om echt met de jongeren zelf bezig te zijn.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling 28 Jole Carlé, Tim Opgenhaffen, Johan Put, Stefaan Pleysier, Gesloten opvang van minderjarigen in Vlaanderen: een rechtspositieregeling, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, rapport 45, maart 2021, p. 106
Jaarverslag CVTJ Werking
75
“In de lange en belastende coronaperiode haakten er opvoeders af. Ik zie relatief veel nieuwe medewerkers, aan wie ik me opnieuw moet voorstellen. Ik blijf met de indruk zitten dat er veel verloop is van medewerkers.” Maandcommissaris gemeenschapsinstelling “We krijgen als boodschap dat de begeleiders ziek worden door ons gedrag. Dat is niet prettig om te horen, en wij zijn daar toch niet verantwoordelijk voor?” Jongere in gemeenschapsinstelling
Aanbevelingen _
76
Trek genoeg budget uit en zorg voor genoeg medewerkers om de rechten van jongeren in geslotenheid te waarborgen. Onderzoek de redenen voor het personeelstekort en -verloop en pak deze aan.
Jaarverslag CVTJ Werking
77
Colofon Redactie Edwine Bruyndoncx, Evelien Schellekens — Maandcommissarissen De Leemwinning Lieven Calloens — Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Wingene Ibe Coeck — Maandcommissaris De Switch Jamila De Backer, Elias Marchouh — Maandcommissarissen voor het Vlaams Detentiecentrum Wendy De Bondt — Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Beernem Pieter De Loof — Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt Jochen Devlieghere — Ondersteunend maandcommissaris (tot en met oktober 2021) Hilde Florquin — Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Grubbe Eef Goedseels — Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt Denoix Kerger — Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Ruiselede Lynn Meeuwissen — Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Hutten Ellen Schryvers, Ann Smedts — Maandcommissaris De Overstap en De Praktijk, Wingerdbloei Koen Spruytte, Sarah Van Ruyskensvelde — Maandcommissaris Jez11 Eline Strik — Secretaris Caroline Vrijens — Voorzitter
Eindredactie Eline Strik Caroline Vrijens
Vormgeving rca.be
Foto’s maandcommissarissen en personeel Lies Willaert
Druk Drukkerij Artoos
Verantwoordelijke uitgever Caroline Vrijens Kinderrechtencommissaris Leuvenseweg 86, 1000 Brussel ISBN-nummer: 9789077021477 Wettelijk depot: D/2022/9680/002
Dit jaarverslag kunt u ook downloaden op cvtj.be en kinderrechtencommissariaat.be
78
79
Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen Leuvensesteenweg 86 1000 Brussel eline.strik@vlaamsparlement.be 02 552 41 18 www.cvtj.be
De Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen is ingebed in het Kinderrechtencommissariaat, een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement