Skip to main content

dossier 2021-349.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/349

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be

Dossiernummer: OVB/2021/349

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 17 augustus 2021 diende xxx (hierna: verzoekster), een verzoek in bij de stad Aalst om een afschrift te krijgen van de melding/klacht die xxx indiende tegen verzoekster op 18 en 19 oktober 2020 m.b.t. “werkzaamheden die verzoekster zou uitgevoerd hebben”. Op 24 augustus 2021 werd het openbaarheidsverzoek afgewezen door de stad Aalst. Op 25 augustus 2021 diende verzoekster beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen vermelde weigeringsbeslissing d.d. 24 augustus 2021. Op 25 augustus 2021 werd het beroep geregistreerd bij de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 17 augustus 2021. De weigeringsbeslissing van de stad Aalst dateert van 24 augustus 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’).

www.vlaanderen.be


Op 25 augustus 2021 diende verzoekster beroep in tegen vermelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Oorspronkelijk verzoekschrift

Op 17 augustus 2021 diende verzoekster een verzoek in bij de stad Aalst om een afschrift te krijgen van de melding/klacht die xxx indiende tegen verzoekster op 18 en 19 oktober 2020 m.b.t. werkzaamheden die verzoekster zou uitgevoerd hebben. Verzoekster stelt daarbij dat de privacy van xxx door de gevraagde openbaarmaking niet kan geschonden worden aangezien zij van xxx tot tweemaal toe een bericht heeft ontvangen waarin deze zelf melding maakt van de klacht/melding van xxx.

2. Bestreden beslissing In haar beslissing van 24 augustus 2021 stelt de stad Aalst dat zij de vraag van verzoekster niet kan inwilligen en verwijst daarvoor naar de artikelen II.34, 2° (persoonlijke levenssfeer), II.34, 4° (bestuursdocumenten uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie), en II.34, 6° (door een derde vrijwillig meegedeelde informatie die als vertrouwelijk werd bestempeld). De stad Aalst beroept zich verder ook op art. 6, §1, 8° van de federale wet Openbaarheid van Bestuur (relatieve uitzonderingsgrond ter geheimhouding van de identiteit van de persoon die het document of de inlichting vertrouwelijk aan de administratieve overheid heeft meegedeeld ter aangifte van een strafbaar of strafbaar geacht feit). 3. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster dient beroep in tegen deze weigeringsbeslissing van 24 augustus 2021. Volgens haar is de weigering onterecht. Zij bevestigt daarbij het standpunt en de argumentatie uit het oorspronkelijke verzoek van 17 augustus 2021.

4. Standpunt van de stad Aalst De beroepsinstantie heeft aan de stad Aalst op 26 augustus 2021 de gegevens, voorwerp van het huidige beroep, gevraagd, alsook wat meer duiding bij dit dossier. De stad Aalst heeft aan de beroepsinstantie op

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/349

pagina 2 van 4


8 september 2021 de gevraagde gegevens en toelichting bezorgd, zodat het thans aan de beroepsinstantie toekomt dit beroep te beoordelen.

5. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat de vraag van verzoekster identiek hetzelfde voorwerp heeft als een eerdere vraag die zij had gesteld op 24 februari 2021, en waarover de beroepsinstantie een uitspraak heeft gedaan in dossier OVB/2021/124. Verzoekster herhaalt thans dit verzoek, met de enkele toevoeging dat zij thans twee berichten van xxx heeft ontvangen, zodat volgens verzoekster de privacy van xxx niet meer nuttig kan ingeroepen worden als weigeringsgrond voor de openbaarmaking van de betrokken klacht/melding. De beroepsinstantie stelt evenwel tegelijk vast dat de afwijzing van het beroep in het eerdere dossier OVB/2021/124 met identiek hetzelfde voorwerp als het huidige dossier OVB/2021/349 niet gesteund was op de privacy van de indiener van de klacht maar wel op artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet. Aangezien deze weigeringsgrond ook nu nog steeds van toepassing is, zijn er geen redenen om thans een ander standpunt in te nemen t.a.v. het huidige beroep van verzoekster. De beroepsinstantie herneemt hierna dan ook de motivering uit haar eerdere beslissing, die ook afdoend is om het huidige beroep als ongegrond af te wijzen:

“Bij nazicht van het door verzoekster gevraagde bestuursdocument, is de beroepsinstantie vooreerst van oordeel dat het hier niet om milieu-informatie gaat, zodat de uitzonderingen van artikel II.34 van het Bestuursdecreet door de beroepsinstantie dienen onderzocht te worden. Het betreft immers een eenvoudige melding aan de stad Aalst inzake de toepassing van de reglementering voorzien in de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening). Artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet, bepaalt dat een vraag tot openbaarheid afgewezen wordt indien het om een bestuursdocument gaat dat informatie bevat die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Er dient voor de toepassing van deze uitzonderingsgrond aldus aan een dubbele voorwaarde voldaan te zijn: de informatie die verstrekt werd door een derde is op vrijwillige basis verstrekt en daarbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat de verstrekte informatie vertrouwelijk is. Artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet laat de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon/personen. De uitzonderingsgrond van artikel II.34, 6° Bestuursdecreet is een absolute uitzonderingsgrond. Zodra aan de cumulatieve voorwaarden is voldaan, dient de vraag tot openbaarheid te worden afgewezen. De beroepsinstantie is, op zicht van de dossiergegevens die haar werden meegedeeld door de stad Aalst, van oordeel dat in de voorliggende zaak aan de dubbele voorwaarde van artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet is voldaan. Het betrokken bestuursdocument werd door een derde op vrijwillige basis bezorgd aan de stad Aalst en in het document zelf wordt uitdrukkelijk gevraagd om er discreet mee om te gaan. Zoals reeds vermeld, laat artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon/personen. De beroepsinstantie heeft op 9 april 2021 deze toestemming gevraagd, maar deze toestemming is tot op heden niet gegeven.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/349

pagina 3 van 4


Gelet op het voorgaande, is de beroepsinstantie van oordeel dat de toepassing van de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet in deze zaak volstond om de gevraagde openbaarmaking te weigeren, zodat het beroep om die reden alleen al als ongegrond dient te worden beschouwd. In die omstandigheden is er geen reden meer om de overige uitzonderingsgronden te onderzoeken.” Gelet op het voorgaande wordt het beroep afgewezen als ongegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 25 augustus 2021 tegen de weigeringsbeslissing d.d. 24 augustus 2021 van de stad Aalst wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd.

Brussel, 21 september 20021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/349

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-349.pdf by Vlaanderen-be - Issuu