De biologische landbouw in 2007
Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie
Vincent Samborski (AMS) Luc Van Bellegem (VLAM)
De biologische landbouw in 2007 Samborski V., Van Bellegem L. April 2008 Download PDF-document: Rapport, 37 blz
Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Ellipsgebouw (6de verdieping) Koning Albert II - laan 35, bus 40 1030 Brussel Tel. 02 552 78 24 - Fax 02 552 78 21 e-mail: ams@vlaanderen.be Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Samborski, V. & Van Bellegem, L. (2008) De biologische landbouw in 2007, Departement Landbouw en Visserij, Brussel. Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u graag hierbij helpen. U kan steeds contact met ons opnemen.
1
Dit rapport kwam tot stand onder begeleiding van een stuurgroep bestaande uit Petra Tas (Bioforum), Ann Theunissen en Kris De Ridder (ADLO), Kristien Soete en Luc Van Bellegem (VLAM), Leen Bas (AMS), Joris Aertsens (UGent), Paul Verbeke (Belbior). Binnen het Departement landbouw en Visserij is de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling verantwoordelijk voor het opvolgen van de Europese wetgeving en het opmaken van de Vlaamse wetgeving en het toezicht houden op de naleving ervan. Daarnaast stelt de afdeling ook het Actieplan Biologische Landbouw op en staat ze in voor de begeleiding van de uitvoering ervan. De afdeling Monitoring en Studie zorgt jaarlijks voor de rapportage en analyse van de biosector en begeleidt het proces om te komen tot het Actieplan Biologische Landbouw. De VLAM schreef voor dit rapport het hoofdstuk over de aankopen van biologische producten door de Belgische gezinnen in 2007.
2
Inhoudstafel Inhoudstafel................................................................................................................................ 3 1. Inleiding: de Biosector in 2007 .......................................................................................... 4 2. Situatie van de biologische landbouw in Europa ............................................................... 6 2.1. Europese cijfers .......................................................................................................... 6 2.2. Toestandsbeschrijving van de biologische landbouw in onze buurlanden ................ 9 2.2.1. Frankrijk ................................................................................................................. 9 2.2.2. Duitsland .............................................................................................................. 10 2.2.3. Nederland ............................................................................................................. 11 2.2.4. Het Verenigd Koninkrijk ...................................................................................... 12 3. Producentengegevens ....................................................................................................... 13 3.1. Kerncijfers ................................................................................................................ 13 3.2. Kerncijfers dierlijke productie ................................................................................. 15 4. Gekende omzetcijfers in de biologische landbouwsector ................................................ 16 4.1. Omzet gegenereerd door de geregistreerde marktdeelnemers ................................. 16 4.2. Omzet bekeken vanuit de distributie ........................................................................ 17 5. Vlaamse overheidsuitgaven voor de biologische landbouw in 2007. .............................. 18 5.1. Methodologische toelichting .................................................................................... 18 5.2. De uitgaven aan de biologische landbouwsector in 2007 ........................................ 20 6. Premietrekkende biopercelen ........................................................................................... 22 6.1. Uitbetaling van de hectaresteun in 2007 (steun aangevraagd in 2006) .................... 22 6.2. Biopercelen met agromilieu overeenkomsten .......................................................... 23 7. Het Biogarantielabel......................................................................................................... 24 8. De aankopen van biologische producten door de Belgische gezinnen in 2007 ............... 25 8.1. Evolutie van de bestedingen aan biologische producten .......................................... 25 8.2. Prijs van het biologisch product vs gangbaar product................................................... 30 9. Samenvatting .................................................................................................................... 31 Bronnen .................................................................................................................................... 32 Lijst van tabellen en figuren..................................................................................................... 34 Nuttige links ............................................................................................................................. 35 Bijlage: biologische teelten onder controle in 2007................................................................. 36
3
1. Inleiding: de Biosector in 2007 Bioforum Vlaanderen is de koepelorganisatie en het centraal aanspreekpunt van de Vlaamse biosector, van de biologische boer tot de consument. Bioforum wil ‘bio op de kaart zetten’ en mensen aanmoedigen om bio te leren kennen. De Biotheek zorgt voor een volledig informatieaanbod over biologische landbouw. Daarnaast wordt een geïntegreerde samenwerking in de biosector nagestreefd. Om zijn doelstellingen te realiseren krijgt de organisatie middelen van het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid. De VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing), eveneens onder de vleugel van de Vlaamse Overheid, zorgt voor de promotie en reclame rond biologische producten, met behulp van financiële steun van de EU. Belbior, de beroepsvereniging voor biologische landbouwers en Probila, de beroepsvereniging voor biologische verwerkers zijn inmiddels met Bioforum Vlaanderen gefusioneerd. De werking met de lidorganisaties Velt, Vredeseilanden, BBL, Integra afdeling Blik, Certisys, PCBT en Landwijzer blijft. Concreet betekent het dat boeren, verwerkers en winkeliers samen met vertegenwoordigers/sters van de lidorganisaties Bioforum besturen. Biologische landbouw is nog een relatief jonge sector, De betrokken landbouwers moeten zo goed mogelijk geïnformeerd worden. Kennisdoorstroming is essentieel. De nodige technische kennis wordt overgebracht via organisaties als PCBT (Proefcentrum voor de Biologische Teelt) en Landwijzer. Enkele gespecialiseerde consultants zorgen voor de nodige begeleiding en voorlichting bij landbouwers die willen overstappen. De eerste stappen zijn intussen ook gezet om het onderzoek beter af te stemmen op de noden binnen de sector. Daartoe werd het Netwerk Onderzoek Biologische Landbouw (NOBL) opgericht, waar mensen uit de onderzoekswereld, de overheid en de sector op regelmatige tijdstippen samenkomen om tot een betere kennisopbouw- en kennisuitwisseling te komen ten voordele van de biologische landbouw. De controleorganisaties (CO) zien op het veld toe dat de basisprincipes van de biologische productiemethode nageleefd worden. In België moeten biologische producenten, verwerkers en verkopers zich hiervoor aansluiten bij Integra afdeling Blik ofwel bij Certisys. Controles en certificering zijn verplicht, anders zou iedereen zomaar kunnen beweren dat zijn producten “biologisch” zijn. Het departement Landbouw en Visserij ontvangt heel wat data van de CO, in het kader van zijn rapportage aan de EU. Ook het Biogarantielabel staat garant voor de toepassing van de productiemethode. Op internationaal vlak zorgt vooral IFOAM ervoor dat de duurzaamheidsprincipes van de biologische landbouw wereldwijd verspreid, gedragen en ontwikkeld worden. In de praktijk gaat het over het ontwikkelen van uniforme normen en standaarden, zodat het begrip biologisch overal een gelijke betekenis heeft en overal op een gelijkwaardige manier behandeld wordt wat controle betreft.
4
Figuur 1: Schematische voorstelling van de biologische sector, 2007
Bron: Afdeling Monitoring en Studie, Bioforum
5
2. Situatie van de biologische landbouw in Europa 2.1.
Europese cijfers
Eurostat publiceert de recentste cijfergegevens over de toestand van de biologische landbouw in de Europese Unie. Dit overzicht gebeurt op basis van de gegevens uit de “Farm Structure Survey”, een tweejaarlijkse enquête van Eurostat. Daaruit komen twee bevindingen naar voren. Het aandeel biologisch areaal bedraagt 4,3 % van het totale landbouwareaal in Europa en biologische bedrijven zijn groter dan de gemiddelde gangbare bedrijven. Het Europees biologisch areaal bedroeg volgens de recentste data 6,7 miljoen hectare (EU-25). Dit is 4,3% van de totale gebruikte landbouwgrond (2006). Dat aandeel vertoont een stijgende trend. Figuur 2 toont duidelijk aan dat België onder het Europese gemiddelde ligt, met 2,1% in 2006 (Vlaanderen: 0,5%). Koplopers zijn Oostenrijk en Letland, met respectievelijk 13% en 10% biologische landbouwgrond. Italië beheert het grootste biologisch areaal met maar liefst 1.148.462 ha, wat 17% van het totale Europese biologisch areaal is. Italië wordt gevolgd door Spanje (13,6%), Duitsland (13%) en het Verenigd Koninkrijk (9%). De toename van het Europees areaal met 9,4% is vooral toe te schrijven aan de forse toenames van het biologisch areaal in de nieuwe EU-lidstaten. Figuur 2: Aandeel van het biologisch areaal ten opzichte van het totaal landbouwareaal in de EU-25 (jaar 2006) 14,0
12,0
10,0
8,0
6,0
4,0
EU-25 : 4,3 %
2,0
M al ed ta er la nd O os te nr ijk Po le Po n rtu ga l Sl ov en i ë Sl ov ak ije Fi nl a Ve n re Zw d ni ed gd Ko en ni nk rij k N
ië yp ru s Le tla nd Li to u L u we n xe m bu rg H on ga rij e
Ita l
C
lg Ts ië je c en h em ië ar ke n D ui ts la nd Es tla nd Ie r l G an rie d ke nl an d Sp an je Fr an kr ijk D
Be
EU
25
0,0
Bron: FIBL Survey on Organic Farming Worldwide De grotere bedrijfsgrootte van de biologische bedrijven (Tabel 1) verklaart Eurostat door de verplichtingen uit de Verordening 2092/91, dat bijvoorbeeld de voorziening van extra oppervlakte vereist voor de dierlijke productie. Een grotere bedrijfsoppervlakte wordt in de dierlijke productie als economisch efficiënter beschouwd, gezien de marginale opbrengsten sneller stijgen dan de marginale kosten 1 . Enkel in Oostenrijk, Denemarken en Luxemburg is die bedrijfsgrootte kleiner. In het geval van Tsjechië en Slowakije is dit verschil enorm groot. België vertoont ook een positief verschil, maar dit 1
Bron: Different organic farming patterns within EU-25: an overview of the current situation, Eurostat, 2007
6
cijfer weerspiegelt vooral de situatie in Wallonië. In Vlaanderen is het verschil negatief. Op basis van de NIS-cijfers is de gemiddelde bedrijfsgrootte in Vlaanderen 19,5 ha 2 en de gemiddelde bedrijfsgrootte van het biologisch bedrijf 16,6 ha. Tabel 1: Gemiddelde bedrijfsgrootte van gangbare en biologische bedrijven, 2005, in ha Tabel 2 EU-25 EU-15 België Vlaanderen Tsjechië Denemarken Duitsland Ierland Estland Spanje Frankrijk Italië Cyprus Letland Litouwen Luxemburg Hongarije Malta Nederland Oostenrijk Polen Portugal Slovenië Slowakije Finland Zweden Verenigd Koninkrijk Bron: Eurostat
gemiddelde bedrijfsgrootte bio (ha/bedrijf)
Gemiddelde bedrijfsgrootte gangbaar (ha/bedrijf)
verschil
38,7 37 31,9 16,6 305,4 44,2 47,4 36,5 19,5 51,5 49,2 23,8 5,5 41,3 35,8 47,8 76,8 2,3 35,4 17,7 22,0 148,0 13,6 462,6 33,3 52,4 142,1
16 21,4 26,9 19,5 84,2 53,7 43,7 31,6 4,8 23,0 48,6 7,4 3,4 13,2 11,0 52,7 6,0 0,9 23,5 19,1 6,0 11,4 6,3 27,4 32,1 42,1 55,6
22,7 15,6 5 -2,9 221,2 -9,5 3,7 4,9 14,7 28,5 0,6 16,4 2,1 28,1 24,8 -4,9 70,8 1,4 11,9 -1,4 16 136,6 7,3 435,2 1,2 10,3 86,5
In alle Europese landen zijn akkerbouwgewassen en grasland de belangrijkste biologische teelten. Biologische akkerbouw vertegenwoordigt tot 93% van het totale areaal aan akkerbouwgewassen (Portugal) en België is met 66% de nummer twee in biologisch groenvoederareaal na Letland. Slechts vijf landen, allen met een Middellands Zeeklimaat (Griekenland, Frankrijk, Italië, Portugal en Cyprus), wijden het belangrijkste deel van hun biologische oppervlakte aan fruitbomen, wijngaarden en olijven. Een vergelijking van de omzetcijfers uit consumentenverkopen tussen België en onze buurlanden toont aan welke biologische producten het meest bijdragen tot de omzet uit de verkoop van biologische producten aan de consument. Het gaat, met uitzondering van Frankrijk, om cijfers voor het jaar 2006 3 . Naast vijf belangrijke productcategorieën die goed zijn voor ongeveer twee derde van de omzet uit de verkoop van bioproducten in deze landen, valt ook nog een omvangrijke restcategorie op. De samenstelling van die restcategorie verschilt van land tot land en omvat non-food producten, babyvoeding, biologische alcoholische dranken, specerijen, biologische maaltijden en sierteeltproducten.
2
Totale oppervlakte cultuurgrond / aantal bedrijven met landbouwproductie, 2007 De grafiek is een verwerking van cijfermateriaal in “De ontwikkeling van de wereldwijde consumentenvraag naar biologische producten, een quick scan”, door J.H. Bakker, LEI. 3
7
In België was de verkoop voor biologische groenten en fruit goed voor 29% van de gerealiseerde omzet uit deze categorieën. Ook de verkoop van biobrood zit in de lift met 11% van de omzet. Frankrijk, dat traditioneel een belangrijk broodverbruikend land is, is koploper met 12,4%. In Duitsland is de verkoop van biologische groenten en fruit goed voor 35% van de gerealiseerde omzet uit de verkochte bioproducten. Daarentegen haalt vlees daar slechts 3% van de omzet. Het Verenigd Koninkrijk is de belangrijkste verhandelaar van biologische zuivelproducten, met 645 miljoen euro (22,8% van de omzet). Frankrijk verkoopt duidelijk ook heel wat biologisch vlees (14,8%). De restcategorie bedraagt in België één derde van de totale omzet, en in het Verenigd Koninkrijk het grootst, met 36% van de omzet. 4% van de omzet is in België voor rekening van de eieren. In Frankrijk is het aandeel eieren het hoogst, met 6%. Figuur 3:Verdeling van de biologische omzet uit consumentenverkopen, naar type product, 2006 (Frankrijk, 2005)
25%
UK
23%
4%
35%
D
NL
FR
17%
19%
15%
29%
B
0%
10% groenten en fruit
6%
12%
20%
30% zuivel
40% eieren
2%
15%
4%
4%
4% 3%
20%
33%
6%
11%
50% vlees
38%
8%
30%
6%
13%
30%
12%
32%
11%
60% brood
33%
70%
80%
90%
100%
rest (niet in de andere categorieën)
Bronnen: VLAM (B), Agence Bio (FR), DEFRA (UK), Landbouwraad (D), Platform Biologica (NL)
8
2.2. Toestandsbeschrijving van de biologische landbouw in onze buurlanden 2.2.1. Frankrijk De ontwikkeling van de biologische landbouw in Frankrijk volgt een gelijkaardige trend als in Vlaanderen. De recente protesten tegen GGO-gewassen hebben de aandacht op de biologische producten nog meer in de verf gezet dan bij ons. Een recent marktonderzoek wijst aan dat acht op de tien Fransen positief reageren op het begrip “biologisch”. Een meerderheid is zich ervan bewust dat bioproducten positief zijn voor het milieu en een goed alternatief voor GGO. De Franse landbouwminister Michel Barnier stelde op 12 september 2007 een actieplan voor de biologische landbouw voor, dat op 5 assen steunt en de Franse biologische landbouw tegen 2012 concurrentieel moeten maken. Die 5 thema’s zijn: - onderzoek, ontwikkeling en vorming; - structureren van de keten; - de consumptie van bioproducten promoten; - een aangepaste regelgeving; - omschakeling en handhaving van de biologische bedrijven. De hectaresteun is evenals in Vlaanderen, opgenomen in het nieuwe plan voor plattelandsontwikkeling 2007-2013, en bestaat uit twee subsidies: de omschakelingssteun (aide à la conversion) en de instandhoudingssteun (aide au maintien). De instandhoudingssteun is nieuw sinds 2007 en steunt, zoals ook het geval in Vlaanderen, de biolandbouwer na de omschakelingsperiode. Wie van die steun geniet, mag niet cumuleren met het belastingkrediet. De overheid voerde in 2005 het belastingskrediet in, een fiscale maatregel. Landbouwers die als biologisch gecertificeerd zijn, en die op jaarbasis minstens 40% van hun bedrijfswinst uit de biologische landbouw halen, krijgen een forfaitaire vermindering op hun belastingen van 1200 euro, die met 200 euro per hectare biologisch areaal verhoogd kan worden met maximaal 800 euro (4 ha) per producent. Ook de consumptie van biologische producten vertoont positieve cijfers: vier op de tien Fransen verbruiken minstens één keer per maand biologische producten, 23% elke week en 7% zelfs elke dag. Fruit en groenten zijn de meest verbruikte producten met 74% van de gemonitorde kopers ofwel 26% van de Franse consumenten, gevolgd door zuivelproducten inclusief eieren (69%) en vlees (48%). Bio wordt dus als een groeisegment beschouwd met een omzetgroei van gemiddeld 10% per jaar. De voedingsomzet voor biologische producten bedraagt volgens Agence Bio 1,7 miljard euro (2006) en het marktaandeel bio is 1,1%. 92% van de consumenten overweegt om meer bio te consumeren indien de prijs minder hoog zou zijn.
9
2.2.2. Duitsland Duitsland is een van de pioniers inzake biologische landbouw. Reeds in de jaren ’60 en ’70 kwam er reactie op de toenemende “industrialisering” van de landbouw. Bio kende verschillende uitbreidingsfasen: eind jaren 1980 was er een opmerkelijke uitbreiding, die vooral samenhing met de invoering van overheidssteun voor de bio en de structurering van de sector in talrijke producentenverenigingen. Een tweede golf volgde dan in 2001, als reactie op de eerste BSE-gevallen. In 2006 telde Duitsland 17.557 biobedrijven, die samen een areaal van 825.539 hectare beheerden. Duitsland kent sinds 2001 een jaarlijkse areaalgroei van ongeveer 5% en ook het aantal bedrijven blijft jaarlijks toenemen met ongeveer 3%. De uitvoering van de hectaresteun is voor rekening van de Bundesländer. De premiebedragen verschillen van staat tot staat. Een opmerkelijk verschil met andere Europese landen is het bestaan van steun aan verwerking en commercialisering van biologisch geteelde producten. Niet enkel de producent wordt dus ondersteund, maar ook andere schakels van de keten. Het gaat om volgende maatregelen: - organisatiekosten voor de oprichting van producentenverenigingen; - uitbreiding van bestaande producentenverenigingen; - investeringen in registratie, opslag, koeling, verwerking, etikettering …; - kosten voor de introductie van kwaliteits- of milieumanagementsystemen; - uitwerking van commercialiseringsconcepten. Het bedrijfsboekhoudnetwerk toont aan dat de winst per biologisch bedrijf 30,8% hoger ligt dan die 4 binnen de gangbare referentiegroep . Biologische Akkerbouwbedrijven halen de grootste winst binnen, namelijk 49.265 euro, wat 22,6% meer is dan de referentiegroep. Verder besteedt Duitsland ook ruime aandacht aan onderzoek. Het onderzoek moet tot doel hebben om “de hiaten in kennis en ervaring in de keten te vullen”. Het programma “biologische landbouw” stelt hiervoor 38,6 miljoen euro ter beschikking. Ook de consumptie doet het goed in Duitsland. In 2007 groeide de omzet van biolevensmiddelen met 18,4 % tot 5,45 miljard euro. De markt van biologische producten is één van de grootste in Europa, met een marktaandeel van 3%. 90% van de huishoudens kocht in 2006 minstens één biologisch product. In Duitsland spannen de diepvriesgroenten, de zuivelproducten en het vers fruit de kroon. De vermarkting gebeurt voornamelijk via discount-supermarkten, die een grote groei kennen (omzetgroei van 28,3% in 2007) en de helft van het verbruik in biologische producten voor hun rekening nemen. De betekenis van de discounters zal in de toekomst vermoedelijk nog blijven toenemen.
4
Groep gangbare bedrijven met dezelfde fysieke kenmerken.
10
2.2.3. Nederland In Nederland kwam bio tot ontwikkeling in reactie op de nevenverschijnselen van de intensieve landbouw: uitputting van de bodem en dieren. Nederland zocht naast de biolandbouw ook nog naar andere ecologische opties zoals de kringloopgedachte en de biologisch-dynamische landbouw. De BD-landbouw, waarin Nederland een voortrekkersrol speelde, gaat nog een stukje verder dan bio, en probeert de op de natuur inwerkende krachten te beheersen. Bij de kringloopgedachte staat een optimaal grondgebruik centraal, met het gemengd bedrijf als ideale vorm. Mest wordt dan gebruikt bij de teelt van akkerbouw- en voedergewassen, die dan op hun beurt als veevoeder of voor de menselijke consumptie gebruikt worden. Nederland vertoont een heel gelijkaardige trend met Vlaanderen/België. De laatste jaren is eveneens een stagnerende en zelfs lichtjes dalende trend op te merken. Nederland verklaart dit zelf door de regelgeving: het steeds toevoegen van meer en strengere kwaliteitsvereisten belemmert de verdere groei van de sector omdat de kosten hiervoor zwaar zijn. Het areaal bedroeg 48.424 ha in 2006, en dat is een daling van 341 ha in vergelijking met 2005. Moeilijkheden bij de productie speelden hierbij een rol. De vraag naar biologische melk is het grootst, waardoor het areaal grasland nog met 200 ha groeide. Akkerbouw en groenten vertoonden dalingen. Een verschil met het Vlaams beleid is de aanpak aan consumentenzijde (vraaggericht). Nederland is ervan overtuigd dat sectorgroei vooral moet gestimuleerd worden door de consumptie op te krikken. De Nederlandse overheid wil een consumentenkorting invoeren, het prijsverschil tussen gangbaar en biologisch voor haar rekening nemen en de omschakelingstermijn inkorten voor “schone” bedrijven.. Verder heeft Nederland een taskforce Marktontwikkeling opgericht, waarbij de verschillende marktdeelnemers een convenant tekenden, waarin ze zich engageren om samen te werken om de ketenwerking te verbeteren. Nederland schafte intussen de hectaresteun af en vergoedt de aansluitingskosten van de bedrijven bij de certificerende organisatie. Nederland onderstreept ook het probleem aan arbeidsbehoefte dat zal ontstaan, indien men erin slaagt om meer producenten om te schakelen. Handmatige onkruidbestrijding is een intensieve bezigheid voor sommige gewassen zoals zaaiuien, prei, suikerbiet, rode biet en knolselder. Bij akkerbouwgewassen doet zich dat probleem minder voor, maar hoe groter het te bewerken areaal, hoe hoger de arbeidsbehoefte zal komen te liggen, en ook de gewaskeuze zal een rol spelen. Vaak doet men nu in Nederland een beroep op asielzoekers en seizoenarbeiders, maar de beschikbare arbeid blijft beperkt. Terwijl de consumentenbestedingen gemiddeld gedaald zijn door de prijzenslag bij de marktspelers, stegen de bestedingen voor biologische voedingswaren met 9,5% in 2006 en bedroegen 460,3 miljoen euro. Dat is een marktaandeel van 1,9%. Consumenten kopen hun biologische waren vooral in de supermarkten (53%), gevolgd door natuurvoedingswinkels (27,5%). Vandaar de keuze om ook de grootdistributie bij de beleidsvorming te betrekken. Supermarkten ijveren om het prijsverschil tussen gangbaar en biologisch te verkleinen, ondermeer door het stimuleren van betere samenwerking in de keten. Ook het meeliften van het biologische product tijdens prijsacties is een middel om tot een grotere afzet te komen. Daarnaast willen supermarkten meer ruimte voor het concept 'bereid met x% biologisch'. Dit betekent dat er ook producten op de markt gebracht moeten kunnen worden bestaande uit bijvoorbeeld 50% biologische ingrediënten. Deze 'hybride producten' zouden ook in de rekken moeten kunnen raken. Dat meldt het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel.
11
2.2.4. Het Verenigd Koninkrijk Het Verenigd Koninkrijk levert aanzienlijke inspanningen om biologische voeding in de scholen te krijgen. De overheid gaf hiervoor 280 miljoen Britse pond uit (ca 360 miljoen euro). Voor de Britse consument is de link tussen bio en gezondheidsvoordelen al duidelijk gemaakt en verschillende recente onderzoeken, zowel in het Verenigd Koninkrijk als in andere Europese landen heeft hen daarvan overtuigd 5 . Aan de andere kant zijn ze ook overtuigd van de negatieve effecten van GGO gewassen op de productie en de menselijke gezondheid. De gevolgen van genetische manipulatie op plant en dier zijn onvoorspelbaar en grotendeels onbekend. Hoewel die overtuigingen wetenschappelijk nog niet bewezen zijn, beïnvloeden ze het gedrag van de consument ten opzichte van biologische producten, zegt de Food Standards Agency. De steun voor de biologische landbouw is voor de regio’s (Schotland, Wales, Noord-Ierland, Engeland) apart bepaald. Engeland steunt de biologische sector via de hectaresteun (Organic Entry Level Scheme). Daarnaast kan de bioproducent ook nog gebruik maken van extra steun (Higher Level Scheme), als bijkomende inspanningen gebeuren voor het milieu. De biologische boer mag een beroep doen op beide steunsystemen voor dezelfde percelen. In Noord-Ierland verschoof de overheid de middelen voor hectaresteun naar investeringssteun voor biologische bedrijven. Na 30 september 2005 konden geen nieuwe verbintenissen afgesloten worden, en legde de overheid de prioriteit op structurele bedrijfsaanpassingen. In januari 2006 bereikte de oppervlakte in omschakeling 87.020 hectare op een totaal bio-areaal van 631.144 hectare. In vergelijking met vorige jaren is dat een terugval met 14% die vooral te verklaren is door de stopzetting van enkele extensieve bedrijven. Het biologische areaal is goed voor 3,4 % van de totale landbouwoppervlakte. Het biologisch areaal bestaat voor 72% uit permanent grasland. Het Verenigd Koninkrijk is de derde belangrijkste markt voor biologische producten in Europa na Duitsland en Italië en zorgde in 2006 voor een omzet van 2,8 miljard euro. Dat is een groei van 22% in vergelijking met het jaar daarvoor. De bestedingen zijn in de laatste tien jaar gemiddeld met 27% gegroeid. Het belangrijkste afzetkanaal is de supermarkt, waaruit zowat 75% van de omzet wordt bekomen. 13,8 % is afkomstig van thuisverkoop (cijfer 2005). Het marktaandeel van biologische voedingsmiddelen in het Verenigd Koninkrijk bedroeg 1,6%. De Britse verdelers besteden aandacht, meer dan in andere Europese landen, aan het lokale karakter van biologische voeding. 66% van de verkochte producten in de supermarkten kwam in het Verenigd Koninkrijk tot stand..
5
“Organic Market Report 2006,” Soil Association, blz. 15
12
3. Producentengegevens 3.1.
Kerncijfers
De biologische landbouw in Vlaanderen kent voor het eerst sinds 2002 opnieuw een sprong vooruit wat het areaal betreft. In 2007 bereikte de totale oppervlakte onder controle 3.836 ha, wat 17,4% hoger is dan het jaar daarvoor. Dat komt overeen met 0,6% van de totale oppervlakte cultuurgrond in Vlaanderen. Hiervan is 427 ha of 11% in omschakeling. Dit areaal in omschakeling bestaat voor meer dan de helft uit permanent grasland en klavergewassen (Tabel 3). Hoewel het grasland van enkele producenten hoofdzakelijk aan de groei bijdraagt, is er toch ook wel vooruitgang in de andere teeltgroepen te merken. Het areaal akkerbouw nam met bijna 9% toe, het areaal biogroenten met 5,6% en het areaal fruit met 5,1%. Bij de akkerbouw merkt men een hogere oppervlakte haver, tarwe, triticale en spelt op (zie bijlage op het einde van de publicatie). Het aantal biologische landbouwbedrijven vertoonde een netto-daling met twee eenheden. In 2007 telde Vlaanderen 230 bedrijven, waarvan 175 volledig de biologische productiemethode toepassen. De 55 andere produceren ook nog gedeeltelijk volgens de gangbare methode. Bij een toetsing van de arealen aan enerzijds nieuw aangemelde biolandbouwers, en anderzijds reeds omgeschakelde landbouwers, stelt men vast dat 396 ha van het areaal in omschakeling (92,8%) voor rekening is van volledig omgeschakelde landbouwers. 31 hectare behoort toe aan instappers, die zich in de loop van 2007 aanmeldden bij een controle-instantie. Als er op termijn dus geen kandidaatomschakelaars meer komen, zal er opnieuw sprake zijn van stagnatie, omdat de gevestigde biologische landbouwers ooit het maximaal areaal dat ze willen of kunnen inbrengen, zullen bereiken. Daarnaast moet men ook rekening houden met het aantal reële stopzettingen. Op papier stopten 15 bedrijven met hun activiteit als producent, maar overgenomen biologische bedrijven, bedrijven die van rechtspersoon veranderen en producenten die naar een ander controlebedrijf overstappen zijn niet met hun activiteiten gestopt. Zodoende zijn er 8 bedrijven die wel fysiek verdwijnen. De oorzaken zijn heel divers: - bedrijfseconomische redenen (kostenbelastend, moeilijke afzet); - bedrijf dat terugkeert naar de gangbare landbouw na afloop van de 5 jaar biopremie; - bedrijven die zich aanmeldden, een eerste controle kregen met bijkomende uitleg, en dan toch van gedachte veranderden. Dit zijn mogelijk verkeerde inschattingen over wat de biologische bedrijfsvoering inhoudt; - staking van activiteiten als producent, maar met voortzetting van activiteiten als bereider of verdeler; - fusie van twee bedrijven tot één bedrijfsentiteit. Tabel 3:Biologische areaalgegevens, 2007 AREAAL Akkerbouw Bodembedekking Grasland + boomkweek Sierteelt Groenten Fruit (incl noten) TOTAAL
In omschakeling (in ha) 85,9 58,44 221,82
Biologisch (in ha) 601,55 537,82 1684,17
Totaal (in ha) 687,45 596,26 1905,99
Procentueel verschil tov 2006 +8,9 % +6,6 % +30,3 %
0 15,97 44,98 427,11
0,7 382,82 201,46 3.408,51
0,7 398,79 246,44 3.835,62
nvt +5,6 % +5,1 % + 17,4 %
Bron: afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling op basis van Integra en Certisys De biologische bedrijven werden opgedeeld naar zes verschillende bedrijfsklassen. Hier is op basis van het biologische areaal gerekend. De 160 ha gangbare percelen hebben geen invloed op de indeling en de grootteklassen blijven eenzelfde beeld vertonen. Het valt op dat bijna de helft van de
13
biologische bedrijven niet groter zijn dan 5 hectare. De gemiddelde bedrijfsgrootte wordt in sterke mate beĂŻnvloed door de grootste bedrijfsklassen. Figuur 4: Indeling van de biologische bedrijven in grootteklassen, 2007 70 61
aantal biobedrijven
60 50
45 41
40 30
33
30 17
20 10 0 0 -2 ha
2 - 5 ha
5 - 10 ha
10 - 20 ha
20 - 50 ha
>50 ha
grootteklassen bedrijven
Bron : Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling
Tabel 4 toont het aandeel per gewasgroep in het totale areaal voor de periode 2002-2007. Het grasland is tijdelijk afgenomen tussen 2003 en 2005 en bereikt nu opnieuw hetzelfde niveau als in 2002. In diezelfde periode vindt men een verhoging van het areaal bodembedekkers met 21%. Tabel 4 : Evolutie van het areaal per gewasgroep, in hectares, 2002-2007 (in hectares) 2002 2003 2004 2005 2006 Akkerbouw 805 870 876 794 631 Bodembedekking 322 465 526 565 559 Grasland + boomkweek 1.973 1.559 1.328 1.302 1.463 Sierteelt 1 1 1 0 2 Groenten 348 344 272 296 378 Fruit 191 201 216 196 234 Niet toewijsbaar 4 TOTAAL 3.640 3.444 3.219 3.153 3.267 Bron: afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling op basis van Integra en Certisys
2007 687 596 1.906 1 399 246 3.835
14
3.2.
Kerncijfers dierlijke productie
De biologische veestapel is in absolute aantallen met 6,7% gestegen in het jaar 2007. Deze toename heeft vooral te maken met het aantal stuks biologisch pluimvee. Kleine schommelingen in de aantallen beïnvloeden het groeicijfer gemakkelijk. Ook het aantal paarden, hertachtigen, schapen en geiten nam toe. Bij vleeskippen en varkens werd het aantal verkochte dieren geteld, dit in tegenstelling met de andere diercategorieën, waar het aantal aanwezige dieren opgenomen is. Omgerekend naar grootvee-eenheden 6 stelt men een kleine daling van 0,7 % vast omdat het aantal varkens sterker is afgenomen dan het pluimvee toegenomen is. Tabel 5:Evolutie van het aantal dieren per diercategorie, periode 2002-2007 Tabel 4 2002 2003 2004 2005 2006 Runderen 3.081 2.980 2.384 2.043 1.931 Waarvan melkkoeien 1.355 1.244 987 897 989 Varkens 1.083 1. 635 1.994 1.576 2.810 Pluimvee 125.822 102.767 172.976 175.854 188.340 Waarvan legkippen 39.102 39.347 48.742 61.164 97.768 Schapen en geiten 3.745 4.056 3.418 5.543 7.045 Paarden en 73 82 112 143 136 hertachtigen Andere 0 30 0 78 0 TOTAAL (in aantallen) 133.804 111.550 180.884 185.243 200.262 TOTAAL (in GVE) 4.034 3.991 3.915 3.853 4.549 Bron: afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling op basis van Integra en Certisys
2007 2.090 978 2.002 202.197 104.077 7.121 185 17 213.612 4.517
Oost-Vlaanderen wordt het meest beïnvloed door het aantal stuks pluimvee, die voor 46% bijdragen aan de totale biologische veestapel in die provincie in 2007. Het pluimvee is een productie, waar de omschakeling snel gebeurt. Al na 6 maanden is de vrije uitloop omgeschakeld en de eieren kunnen al na 12 weken na het begin van de opfok van de leghennen als biologisch verkocht worden. Ook de verkoop van vleeskippen is mogelijk na die termijn. Omdat de landbouwer een stuk grond voorziet (indien voorhanden), dat hij niet moet bewerken, blijven de kosten relatief laag en blijven beperkt tot de voeding en de diergeneeskundige verzorging. Voor de uitloop moet de kweker rekening houden met de regels van grondgebondenheid. De schapen- en geitenhouderij is populair in de biologische landbouw. 17% van alle geiten en 4,5% van alle schapen in Vlaanderen wordt biologisch gehouden. Dat kan mogelijk verklaard worden omdat er bij de productie van geiten zonder quotum melk geproduceerd kan worden, en omdat het vlees voor hogere opbrengsten zorgt. Het aantal biologische melkkoeien neemt af door de jaren heen, ondanks de steeds toenemende vraag naar biologische melk. In 2002 telde Vlaanderen 1.355 productieve melkkoeien, in 2007 zijn dat er 978. Hoewel er sedert 2006 een duidelijk tekort is aan biologische melk, schakelen weinig melkveehouders nog om. De voordelen worden afgewogen tegen de nadelen 7 bij een dalende melkproductie van 5 tot 20% tijdens de omschakeling en de zoektocht naar biologisch voeder. Bovendien was er tot eind 2005 sprake van Europese biologische melkoverschotten, waardoor de producent een stabiele marktsituatie afwacht. Ook de mestwetgeving houdt een verdere groei tegen, omdat de dalende melkproductie door de nutriëntenhalte moeilijker gecompenseerd kan worden door het houden van extra dieren om het melkquotum vol te melken. 8
6
Een grootvee-eenheid, afgekort als GVE, is een maat voor de fosfaatbelasting van de veestapel van een bedrijf. De fosfaatbelasting van één melkkoe is op 1 gesteld. 7 Bron: Belbior 8 Mondelaers K. et al (2005) “Omschakeling naar biologische landbouw : scenarioanalyse van knelpunten in de institutionele en marktomgeving”, blz 232-233
15
4. Gekende omzetcijfers in de biologische landbouwsector De omzet binnen een afgebakende sector is een belangrijke indicator, want dit vertelt heel wat over de marktomvang. De sector kan alleen maar verder groeien als er een groeiende markt voor is. Met omzet wordt de verkoopwaarde bedoeld van de biologische producten, hetzij in de keten, hetzij aan de consument. Vlaanderen kan zich aan de hand van die cijfers spiegelen aan de andere Europese landen. Voor alle duidelijkheid: het departement beschikt over twee verschillende soorten omzetten. Er zijn gegevens over de omzet die gegenereerd wordt door alle geregistreerde marktdeelnemers samen bij de controle-organisaties Verder maakte Bioforum een onderbouwde raming van de omzet van biologische producten op basis van een bevraging bij de distributeurs van biologische producten.
4.1. Omzet gegenereerd door de geregistreerde marktdeelnemers De afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling verwerkte de omzetgegevens voor 2006. Vlaanderen heeft 577 geregistreerde marktdeelnemers (producenten niet meegerekend). 160 van hen hebben geen omzet aangemeld. De totale geregistreerde omzet bedroeg in 2006 317,3 miljoen euro (+15%). Meer dan de helft heeft betrekking op de verwerking van landbouwproducten. De tweede plaats wordt door de verdeling ingenomen, goed voor 99 miljoen euro. Tabel 6: Aangemelde bio-omzet per marktdeelnemer, jaar 2006 Type marktdeelnemer Omzet (in miljoen Aandeel (in %) euro) Verwerker 173,4 54,6% Herverpakker 13,6 4,3% Loonwerk 3,6 1,1 % Verdeler van producten onder eigen naam 44,7 14,1% Verdeler van bulk- en voorverpakte producten 54 17,1% Importeurs (uit niet-EU landen) 28 8,8% TOTAAL 317,3 100% Bron: afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling op basis van Integra en Certisys Een diepgaandere analyse, waarbij de omzet verdeeld wordt naar productcategorieën, leert ons dat er kansen te grijpen liggen in de biologische groente- en fruitsector. Deze producten, inclusief de fruit- en groentesappen vertegenwoordigen een vierde van de totale geregistreerde omzet. De import uit niet EU-landen bestaat voor 56% uit invoer van (exotisch) fruit, al dan niet verwerkt of voorverpakt. Ook bij de verdeling van bulk- en voorverpakte producten, speelt de groenten- en fruitsector een belangrijke rol, met 52% van het totale omzetcijfer. Dit is echter niet de grootste categorie. Die is voor rekening van “andere voedingsproducten” (35,9%). Deze categorie omvat een hele reeks verwerkte voedingsproducten. Onderstaande tabel toont een lijst van de belangrijkste productcategorieën, goed voor 85 % van de totale omzet.
16
Tabel 7: Omzet per NACE-productcategorie, 2006 Productcategorie Omzet (in miljoen euro) Aandeel (in %) Vervaardiging van andere producten 114 35,9% Verwerking en bewaring van groenten 74,4 23,8 % en fruit Vervaardiging van beschuit en biscuit, 26,1 8,3% gebak en cake Vervaardiging van zuivel en kaas 21,5 6,9% Vervaardiging van cacao, chocolade 11,3 3,6% en suikergoed Vervaardiging van brood 6,3 2% Vervaardiging van fruit- en 5,7 1,8 % groentesappen Productie van vlees 11,4 3,6% Bron: afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling op basis van Integra en Certisys
4.2.
Omzet bekeken vanuit de distributie
Bioforum maakte een raming van de omzet van bioproducten voor thuisverbruik (jaar 2007). Hiervoor bevraagde de organisatie heel wat verdelers van biologische producten, waaronder bijna alle supermarkten, heel wat winkels en producenten. Verkoop aan catering wordt niet in de raming meegenomen. De omzet zou voor BelgiĂŤ 283 miljoen euro bedragen. Dat is een groei die door Bioforum geschat wordt op 10% in vergelijking met vorig jaar.
17
5. Vlaamse overheidsuitgaven voor de biologische landbouw in 2007. De afdeling Monitoring en Studie ging na hoeveel de Vlaamse overheid uitgaf in 2007 ten behoeve van de biologische sector. Ook de verdeling van die middelen werd onder de loep genomen, omdat het belangrijke informatie is voor de evaluatie van het beleid dat voor de biologische landbouw gevoerd wordt. De opgenomen bedragen zijn de uitgaven die binnen het kalenderjaar gebeurd zijn, en aan of ten behoeve van de biologische sector gestort werden (producenten, bedrijfswereld). De vermelde cijfers zijn inclusief Europese cofinanciering. De cijfers zijn afkomstig van het Agentschap voor Landbouw en Visserij, het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT), het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Het gaat hier over uitgaven in verband met voorlichting, begeleidende maatregelen, vorming, wetenschappelijk onderzoek en marketing.
5.1.
Methodologische toelichting
De uitgaven werden ingedeeld naar 6 begunstigdengroepen (Tabel 8): -
-
-
-
steun aan producenten: de middelen die rechtstreeks aan de biolandbouwers worden uitbetaald; afzetketen bioproducten: dit zijn de middelen die ingezet worden voor de ontwikkeling van de vermarkting van bioproducten. Ze komen vooral de bedrijfswereld ten goede. promotie: de middelen die specifiek naar de marketing voor biologische producten gaan. Het betreft hier de door Europa gecofinancierde mediacampagne voor biologische producten en het aandeel van de VLAM dotatie dat voor de biosector wordt uitgetrokken. onderzoek en ontwikkeling: rechtstreekse steun aan onderzoek in de biologische landbouw. Deze post neemt de onderzoeksfinanciering op vanuit het Departement Landbouw, en vanuit het IWT, het specifiek onderzoek in het ILVO en eventueel de universitaire onderzoeksfondsen, die vanuit het departement Onderwijs gespijsd worden. Eigen vermogens worden buiten beschouwing gelaten omdat die niet enkel aan biologisch onderzoek toewijsbaar zijn. vorming en voorlichting: de kennisoverdracht vanuit het onderzoek en het integreren van lessenpakketten in het onderwijs horen thuis in deze categorie. Het aandeel van de vorming voor de biolandbouwers en de demonstratieprojecten horen hierin thuis. structurele ondersteuning: de middelen die besteed worden aan het versterken van de sector als organisatorisch geheel. Die rol wordt ingevuld door Bioforum voor het coördinerende aspect én als centraal aanspreekpunt voor de sector, waarin ook de Biotheek geïntegreerd is.
18
Tabel 8: Indeling van de uitgavenposten in begunstigdengroepen Begunstigdengroep Producenten Producenten Producenten Producenten Producenten Producenten Afzet van biologische producten Afzet van biologische producten Afzet van biologische producten Promotie van de biologische producten Promotie van de biologische producten Promotie van de biologische producten Promotie van de biologische producten Onderzoek & Ontwikkeling Onderzoek & Ontwikkeling Onderzoek & Ontwikkeling Onderzoek & Ontwikkeling Vorming en voorlichting voor de biologische landbouwers Vorming en voorlichting voor de biologische landbouwers Vorming en voorlichting voor de biologische landbouwers Structurele ondersteuning sector Structurele ondersteuning sector Structurele ondersteuning sector Structurele ondersteuning sector Structurele ondersteuning sector TOTAAL
Uitgavenpost VLIF steun voor investeringen in de biolandbouw Opmaak van bedrijfsomschakelingsplannen Bedrijfsbegeleiding Hectaresteun Reconversie biologische zeugenhouderijen Tussenkomst in de controlekosten Afzetprojecten Projecten binnen de agrovoedingssector Adhoc subsidiedossier Generieke mediacampagnes biologische producten Week van de biologische landbouw Deel van de VLAM-dotatie voor biolandbouw Biofruit op school Onderzoek gefinancierd door Departement Onderzoek gefinancierd door IWT Onderzoek gefinancierd door universitaire fondsen Onderzoek gefinancierd door ILVO (kosten proefveld bio) Demonstratieprojecten
Bedrag (euro) 99.699 868 6.944 721.557 4.974 158.000 290.545 0,00 29.667 260.113 88.886 68.500 18.450 58.703 413.326 0,00 1387 123.950
Vorming van de biologische landbouwers
141.630
Subsidie lessenpakket bio
34.201
Subsidie voor Bioforum Interreg Middelen voor de controle-organisaties Participatie IFOAM Dotatie PCBT -
617.500 29.348 20.000 5.000 100.000 3.293.248
Bron: Departement Landbouw en Visserij Figuur 5: Procentuele verdeling van de overheidsuitgaven in begunstigdengroepen, 2007
structurele ondersteuning 23,07%
producenten 30,49%
vorming & voorlichting 9,10%
onderzoek & ontwikkeling 15,28%
afzetketen 8,82%
promotie 13,24% Bron: Departement Landbouw en Visserij
19
5.2.
De uitgaven aan de biologische landbouwsector in 2007
Figuur 6 geeft de evolutie van de uitgaven vanaf 2000 weer. In 2007 komen de overheidsuitgaven op 3,3 miljoen euro uit, 8% lager dan vorig jaar. Daarvan is 769.000 euro (23%) van Europa afkomstig. Het grootste aandeel in de daling is voor rekening van het onderzoek (-39%, zie Figuur 7). De oorzaak hiervoor is voornamelijk van financieel-administratieve aard. De cijfers voor het onderzoek zijn beĂŻnvloed door het toegekende bedrag van het gesubsidieerde onderzoek, het tijdstip van betaling, en het aantal ingediende projecten. In 2007 is het IWT de betaling van enkele afgelopen onderzoeken blijven uitstellen, waardoor het uitgavencijfer daalt. Figuur 6: Evolutie van de overheidsuitgaven voor de biologische landbouwsector, 2000-2007
4.000.000 3.605.174
3.500.000 2.915.581
3.293.250
3.000.000
2.967.192
2.500.000
2.151.012
euro
2.248.559
2.000.000 1.500.000 1.328.126
1.000.000 500.000
553.159
0
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
jaar
Bron: Departement Landbouw en Visserij
De uitgaven voor de producent vertegenwoordigen 30% van de totale uitgaven. Deze stijging van 24% is het gevolg van de invoering van een nieuwe maatregel die meebetaalt in de controlekosten van biologische bedrijven. De tegemoetkoming dekt ongeveer 20% van de totale controlekost die de marktdeelnemer moet dragen. De uitgaven ten behoeve van de sectorstructurering stijgen met 12,8% (Figuur 7). Dit zijn de algemene werkingsmiddelen voor Bioforum, de controlebedrijven en PCBT.
20
Figuur 7: Evolutie van de uitgaven 2000-2007 per begunstigdengroep
1.200.000
1.000.000
in euro
800.000
600.000
400.000
200.000
0 producenten
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
420.105
463.549
486.459
519.081
839.849
809.484
807.598
1.004.042
0
20.000
436.536
361.773
188.413
135.764
195.250
290.545
promotie
36.121
146.258
59.916
100.000
169.215
222.749
558.350
435.949
onderzoek & ontwikkeling
20.872
374.548
704.383
592.696
658.183
847.132
928.722
503.083
vorming & voorlichting
14.088
178.417
249.120
332.566
501.076
323.166
441.534
299.781
structurele ondersteuning
61.973
145.354
214.600
342.443
558.845
628.897
673.721
759.848
afzetketen
producenten
afzetketen
promotie
onderzoek & ontwikkeling
vorming & voorlichting
structurele ondersteuning
Bron: Departement Landbouw en Visserij
21
6. Premietrekkende biopercelen De overheid verleent rechtstreekse financiĂŤle steun aan de biologische landbouwer. De belangrijkste maatregel is de hectaresteun, die opnieuw opgenomen is in het Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013. Het doel van de maatregel is enerzijds om de kostenbelastende omschakelingsperiode financieel te ondersteunen, en anderzijds om de bestaande biologische landbouwers aan te moedigen om verder de productiemethode toe te passen. De biolandbouwer kan nieuwe verbintenissen aangaan in het kader van PDPO II, maar niet voor dezelfde percelen waarvoor hij reeds in het vorig programma een verbintenis aanging. De biologische landbouwers kunnen in het kader van de markt- en inkomenssteun ook toeslagrechten activeren en andere agromilieumaatregelen aanvragen.
6.1. Uitbetaling van de hectaresteun in 2007 (steun aangevraagd in 2006) Het Agentschap voor Landbouw en Visserij betaalde in 2007 (=aanvragen ingediend in 2006) voor 721.557 euro aan hectarepremies uit aan 175 landbouwers, en dit voor 2.660 ha aan biologische percelen. Dat is een stijging van 5,1 % in vergelijking met 2006. De stijging in de uitgaven is normaal: ze is enerzijds veroorzaakt door een stijging in het goedgekeurde areaal, en anderzijds door een wijziging aan de regelgeving (MB van 23/03/2007). Vroeger hield de contractueel bepaalde steun voor vijf jaar geen rekening met teeltrotatie, waardoor een biologische landbouwer die op een perceel overschakelde van bv. gras (met een laag subsidiebedrag) naar groenten (met een hoog subsidiebedrag), geen extra betalingen ontving voor het verschil. Als gevolg van de wetswijziging kan dat wel, waardoor de betalingen gestegen zijn. De daling in de aangevraagde hectares is van uitzonderlijke aard en heeft betrekking op een paar uitsluitingen wegens onregelmatigheden. Figuur 8: Aantal biologische landbouwers, totaal biologisch areaal onder controle, areaal met hectaresteun en bedrag van de hectaresteun (1994-2007) 4.500
800.000
4.000
700.000
3.500
600.000
3.000
400.000 2.000 300.000 1.500 200.000
1.000
100.000
500 0
95
1994
100
1995
102
1996
107
1997
164
176
253
231
251
233
231
236
232
230
0 1998
1999
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
jaar
areaal met ha-steun
totaal areaal bio onder controle
hectaresteun
aantal bedrijven
Bronnen: afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, afdeling Markt- en Inkomensbeheer
22
hectaresteun (₏)
oppervlakte (ha)
500.000 2.500
6.2.
Biopercelen met agromilieu overeenkomsten
De verwerking van de verzamelaanvragen stelt ons sinds dit jaar in staat om dieper in te gaan op het perceelsniveau. Voor de aanvragen in 2007 werd voor 2.947 ha aan biopercelen hectaresteun aangevraagd. Op 2.006 ha daarvan werden ook toeslagrechten geactiveerd. Op 790 ha (27% van alle biopercelen) werden ook nog agromilieumaatregelen aangevraagd, hetzij door een beheersovereenkomst (BO) met de Vlaamse Landmaatschappij, hetzij via het Agentschap voor Landbouw en Visserij. De meest voorkomende zijn de overeenkomsten groenbedekking (217 ha), de overeenkomst plantaardige eiwitbronnen (190 ha) en de beheersovereenkomst water (155 ha). Op 106 ha biologische percelen lopen zelfs verschillende agromilieuovereenkomsten. Alles bij elkaar genomen is er voor een vierde van het biologisch landbouwareaal een milieuovereenkomst. Bij de gangbare landbouwers is dat ongeveer 22% 9 . Deze vaststelling kan erop duiden dat de biologische landbouwer zich via de milieumaatregelen extra inzet om zijn biologische percelen ecologisch op te waarderen. Wat betreft de hectaresteun zijn, met uitzondering van cumulatie met mechanische onkruidbestrijding, alle andere cumulaties toegestaan, tot op Europees niveau vastgelegde maximumbedragen per hectare 10 .
Tabel 9: Percelen waarvoor de hectaresteun is aangevraagd, waarop eveneens agromilieumaatregelen van toepassing zijn, campagnejaar 2007 Biopercelen zonder cumulatie met agromilieumaatregelen Cumul met:
2156 ha
-
overeenkomst groenbedekking:
217 ha
overeenkomst plantaardige eiwitbronnen:
190 ha
BO water:
155 ha
BO botanisch beheer:
13 ha
BO weidevogelbeheer:
6 ha
BO natuur:
21 ha
BO perceelsrandenbeheer
19 ha
BO kleine landschapselementen
132 ha
BO erosiebestrijding
21 ha
Cumul met > 1 agromilieuovereenkomst
106 ha
Bron: afdeling Markt- en Inkomensbeheer
9
Aantal hectares onder agromilieuovereenkomst volgens monitoringtabellen PDPO 2006 gedeeld door totale oppervlakte cultuurgrond NIS voor dat jaar. 10 600 euro per ha voor eenjarige gewassen, 900 euro per ha voor gespecialiseerde blijvende teelten en 450 euro per ha voor andere vormen van grondgebruik.
23
7. Het Biogarantielabel Een voorbeeld van een communicatiemiddel om de consument te bereiken, is het gebruik van het Biogarantielabel. Certificatie alleen is niet voldoende om de producten herkenbaar te maken. Een duidelijk logo verhoogt de herkenbaarheid bij de koper. Het label is niet verplicht, en wordt opvallend meer in Vlaanderen dan in Wallonië gebruikt. De marktspeler dient royalty’s 11 te betalen aan Biogarantie vzw om het label te kunnen gebruiken. Daartegenover staan ook enkele voorwaarden, zoals een lidmaatschap bij Belbior (voor de producenten) of Probila-Unitrab (voor de verwerkers) en een certificatie door een erkende controleorganisatie. Uit een bevraging die de Universiteit Gent uitvoerde, komt naar voren dat gebruikers van het Biogarantielabel heel anders kijken tegenover het label dan niet Biogarantietelers. Zo zien nietBiogarantietelers de baten niet in die het label met zich mee kan brengen. Biogarantietelers zijn er van overtuigd dat het gebruik van het label de band met de consument versterkt. Een ander belangrijk aspect is de communicatie: reclame kan een belangrijke rol spelen om het label verder te promoten. De ondervraagde biologische producenten zijn ook van mening dat er een herkomstaanduiding moet komen voor biologische producten. Zo toonde een recente VLAM-enquête aan dat consumenten een voorkeur hadden voor inlandse eieren en groenten. Tabel 10 toont aan dat er in 2007 nog steeds marktdeelnemers zonder het Biogarantielabel werken. Opvallend is het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië. 44 Waalse biolandbouwers (8%) maken ervan gebruik tegen 106 in Vlaanderen (46%). 35% van de Vlaamse biolandbouwers gebruiken het label bij thuisverkoop. De cijfers bevatten uiteraard dubbeltellingen, vermits een marktdeelnemer voor verschillende activiteiten gecertificeerd kan zijn. Uit de VLAM enquête blijkt dat 58% van de consumenten het label in de winkel herkent. . Tabel 10: Aantal marktdeelnemers met/zonder Biogarantielabel in België, Vlaanderen en Wallonië, 2007 2007 Belgie Belgie Vlaanderen Vlaanderen Wallonië Met label Zonder label Met label Zonder label Met label Biolandbouwbedrijven 150 631 106 124 44 Bioverwerkers 180 415 108 164 72 Biowinkels 74 196 46 83 28 Biobedrijven met 102 90 81 50 21 thuisverkoop Distributeurs 44 42 35 31 9 importeurs 3 14 3 6 0 Bron: Bioforum
Wallonië Zonder label 507 251 113 40 11 8
11
Een royalty is een vergoeding voor het recht op gebruik van een merknaam, en berust op een overeenkomst tussen twee partijen : de licentiehouder en de licentienemer.
24
8. De aankopen van biologische producten door de Belgische gezinnen in 2007 8.1.
Evolutie van de bestedingen aan biologische producten
De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten 12 , opgemeten door GfK Panelservices Benelux, bedroeg in 2007 242,5 miljoen euro. De biobestedingen in 2007 lagen 0,4% hoger dan in 2006 maar onder het niveau van de jaren ervoor. De daling van de biobesteding, tussen 2002 en 2006, is volledig toe te schrijven aan de teruglopende interesse voor biovlees en -gevogelte. Door de dioxinecrisis en allerlei schandalen in de vleessector ontstond er vanaf 1999 een oververhitting van de markt die duurde tot 2002. Binnen het GfK-panel noteerde men een abnormale hoge aankoop van biovlees en –gevogelte. Wellicht hebben de opkomst van een aantal labels zoals ‘hormonenvrij’ en ‘natuurvlees’ de biocijfers vertekend. Intussen is deze oververhitting weggeëbd en zijn de tijdelijke biovleeskopers overgeschakeld op andere labels. Figuur 9 : Totale besteding aan bioproducten door de Belgische gezinnen
700
mio euro
600 500 400 300 200 100 0 2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
Bron : GfK Panelservices Benelux
VLAM volgt binnen de overeenkomst met GfK PanelServices Benelux de verse voeding (inclusief diepvries) en enkele kruidenierswaren zoals ontbijtgranen, rijst, droge deegwaren en koekjes op. De cijfers verder in deze tekst hebben enkel betrekking op deze uitgebreide verscategorie. De besteding van biologische dierlijke voeding (exclusief zuivel) steeg vorig jaar voor het eerst sinds vele jaren. De groei voor deze categorie bedroeg 4%. De besteding kwam voor deze categorie kwam uit op 50 miljoen euro. De besteding voor biozuivel bedroeg vorig jaar 28 miljoen euro en bleef stabiel ten opzichte van 2006. De besteding van de biologische plantaardige voeding daalde vorig jaar met bijna 2 miljoen euro. Het laatste kwartaal 2007 bleef de bio-besteding voor de plantaardige categorie wel op peil.
12
Voeding (vers, diepvries en kruidenierswaren), drogmetica en non-food
25
Figuur 10 : Biobestedingen door de Belgische gezinnen van 'verse' voeding per categorie
150
117 111
109
in mio euro
100
61 50
48
50 28
28
28
28
27
28
17
13
12
7
8
4e kw 2005
4e kw 2006
7
0 2005
2006
Zuivel
2007
Dierlijke voeding
4e kw 2007
Plantaardige voeding
Bron : GfK Panelservices Benelux
Figuur 11: Aandeel per categorie binnen verse biovoeding in BelgiĂŤ (op basis besteding 2007)
Zuivel; 16%
Plantaardige voeding; 56%
Dierlijke voeding; 29%
Bron : GfK Panelservices Benelux
De biobesteding bestaat voor 56% uit plantaardige producten. Zuivel neemt 16% voor haar rekening en andere dierlijke producten 29%. Dit is in tegenstelling met de gangbare producten waar plantaardige en dierlijke voeding bijna een gelijk aandeel hebben in de gezinsbestedingen van respectievelijk 43% en 41%. Zuivel neemt in het gangbare eenzelfde aandeel in als bij bio namelijk 15%.
26
Het aantal kopers dat op jaarbasis minstens éénmaal een bioproduct kocht bedroeg vorig jaar 78,5% van de Belgische bevolking. In Vlaanderen was dit bijna 81% en licht groeiend (+ 1,4%). Binnen de productgroepen zijn er grote verschillen in kopersaantallen. De kopers van biogroenten is met bijna 33% veruit de belangrijkste. Dus één op de drie Belgen koopt weleens biogroenten. De tweede belangrijkste kopersgroep is zuivel met bijna 25%. De fruitkopers vormen met 22% de derde belangrijkste kopersgroep binnen bio en zijn groeiend. 14% van de Belgen kocht weleens biobrood en bijna 6% kocht bioaardappelen. Figuur 12 : Percentage kopers van enkele bio verscategorieën in België
40
33,0
29,2
28,9
30
34,6
34,3
33,8
25,9 24,4 22,3 20,5
19,7
% 20
20,1
14,8
14,5
9,9
4,5
3,8
10,8
9,1 7,4 6,9 5,8
6,97,2
12,1
11,9
11,6
11,2
10
14,1
13,8
12,7
6,76,1 4,6
4,4
7,3 5,5 6,1
5,6
0 2004
aardappelen vlees
2005
brood vleesvervangers
2006
fruit vleeswaren
groenten gevogelte
2007
zuivel eieren
Bron : GfK Panelservices Belgium Een belangrijke en stabiele kopersgroep met 12% is deze van bio-eieren. De kopers van biovlees steeg van 9 naar 11%. De kopers van biovleesvervangers, biogevogelte en biovleeswaren schommelt rond de 6 à 7%. Een biokoper is een intensieve koper en besteedt gemiddeld 4 à 5% meer aan algemene voeding in vergelijking met de gemiddelde Belg. Meestal gaat het hier om welgestelde gezinnen met kinderen en welgestelde gepensioneerden. Relatief gezien ligt het marktaandeel van bio het hoogst bij oudere alleenstaanden en welgestelde gepensioneerden. De welgestelde huishoudens met kinderen bieden een enorm potentieel voor bio. Zij zijn immers verantwoordelijk voor 28% van de totale besteding maar betekenen slechts 22% van de totale biobesteding. Analoog met het aantal kopers is biogroenten voor de besteding per capita koploper met een bedrag tussen de 3,5 en 4 euro. Zuivel is met 2,70 euro per capita tweede op de voet gevolgd door fruit (2,40 euro) en brood (2,40 euro).
27
Figuur 13 : Besteding van enkele bio verscategorieën in België (in euro per capita op de totale bevolking)
5
in euro per capita
4
3
2
1
0 2004
aardappelen vlees
2005
brood vleesvervangers
2006
fruit vleeswaar
groenten gevogelte
2007
zuivel eieren
Bron : GfK Panelservices Benelux Aan biovlees wordt zo’n 2 euro per Belg besteed en aan bio-eieren alsook biogevogelte iets minder dan 1 euro. Biovleeswaren, bioaardappelen en biovleesvervangers sluiten de rij met respectievelijk 0,6 , 0,4 en 0,3 euro per capita. De biologische producten haalden in 2007 een marktaandeel van 1,1% binnen de totale gezinsbestedingen aan voedings- en onderhoudsproducten in België. Het marktaandeel van bio verschilt wel sterk van product tot product. De producten met het hoogste bioaandeel zijn vleesvervangers met bijna 16%, eieren (6,2%), groenten (2,8%) en brood (2,2%). De dierlijke producten vlees en gevogelte zitten onder de 1 procent. Zuivel haalt net 1% marktaandeel. De vleeswaren sluiten de rij met 0,3%.
28
Figuur 14 : Marktaandeel van bio per segment in 2007 (in % van de bestedingen)
totaal
1,1%
eieren
6,2%
gevogelte
1,0%
vleeswaren
0,3%
vleesvervangers
15,8%
vlees
0,7%
zuivel
1,0%
brood
2,2% 1,6%
fruit groenten aardappelen
2,8% 0,9% 0%
2%
4%
6%
8%
10%
12%
14%
16%
18%
Bijna twee bioaankopen op drie gebeurt in de supermarkt (Dis1, buurtsupermarkt en hard discount). Hiermee is de supermarkt veruit het belangrijkste biokanaal (Figuur 15). Toch blijft het aandeel van de supermarkten aanzienlijk lager voor biologische producten in vergelijking met de totale markt van voeding waar de supermarkt (inclusief hard discount) uitkomt op 85%. Opmerkelijk is ook dat bijna de helft van de biobestedingen gebeurt in een kanaal met rechtstreeks contact tussen klant en verkoper (speciaalzaak, hoeve, markten en buurtsupermarkt). De speciaalzaak/natuurvoedingswinkels/overige (waaronder bioplanet) zijn met 25% het tweede belangrijkste kanaal voor bio. De openbare markt (6%) en de rechtstreekse verkoop op de hoeve en de boerenmarkt (4%) zijn de kleinere kanalen 13 . Figuur 15 : Distributiekanalen biologische voeding in BelgiĂŤ (aandelen op basis van bestedingen)
100%
in % van de besteding
8,9%
80%
25,7%
60%
7,6% 10,9% 0,7%
4,3%
4,0%
26,3%
25,3%
Speciaalzaak/Natuur voeding en overige 5,8%
6,4%
13,3%
14,5%
1,5%
1,1%
Openbare markt
Buurtsupermarkt
40%
20%
Hoeve en boerenmarkt
46,2%
48,8%
48,7%
Hard discount
Dis 1 0% 2005
2006
2007
Dis 1: Carrefour, GB S/SP, Delhaize De Leeuw, Colruyt, Alma, Cora, Match, Makro, Champion Mestdagh, Bigg's Bron : GfK Panelservices Benelux
13
Bioforum geeft volgende verdeling aan volgens haar bevraging bij de distributeurs (zie ook blz.17) : 58,5% via de supermarkten, 28,4% via de biowinkels, 2,9% via biomarkt, 4,7% via hoeveverkoop, 2,9% via abonnementen en 2,5% via overige kanalen zoals Oxfam wereldwinkels, bio-slagers en bio-bakkers. Verschillen tussen VLAM en Bioforum zijn te wijten aan een verschillende methodiek.
29
8.2. Prijs van het biologisch product vs gangbaar product Er zijn grote prijsverschillen tussen bio en gangbaar afhankelijk van product tot product. Bio-eieren zijn bijna dubbel zo duur als de gangbare variant. Vorig jaar daalde het prijsverschil echter tot + 81%. Voor witte consumptiemelk bedroeg het prijsverschil voor de biovariant in 2007 + 67%. Dit is iets minder dan het jaar ervoor. Voor yoghurt en kaas is de meerprijs respectievelijk 36% en 32%. Biotomaten en bio-appels zijn ongeveer de helft duurder dan de klassieke variant. Voor bioaardappelen telt de consument zo’n 33% meer neer. Over het algemeen werd het prijsverschil tussen bio en gangbaar vorig jaar wel kleiner. Dit wil niet zeggen dat bio goedkoper werd maar wel dat het gangbare product, in het algemeen, duurder werd in 2007. Figuur 16 : Prijsverschil enkele bioproducten versus gangbaar in BelgiÍ (index : gangbaar = 100)
250
207
207
200 186
181
index
180
164
182
166 167 156
155 147
146
150 137 133
136 132
159 154 145 141139
143
133
133
131 128
103 100 2006 Witte consumptiemelk
2007 Yoghurt
Q4 2006 Harde korst kaas
Eieren
Tomaten
Q4 2007 Verse aardappelen
Appel
Bron : GfK Panelservices Benelux
30
9. Samenvatting De biologische sector kent in Vlaanderen na enkele onzekere jaren zowel een groeiende productie als een groeiende markt. Het areaal, de dierlijke productie en de marktomzet namen in 2007 toe. Het areaal bedroeg 3.836 ha (+17,5%) en de biologische veestapel nam in absolute aantallen met 6,7% toe. In aantallen grootvee-eenheden omgerekend betekent dit een lichte daling van 0,7%. Het is afwachten op volgende jaren om te zien of die groei zich zal verderzetten. In 2007 pasten 230 landbouwbedrijven de biologische productiemethode toe. Pluimvee, schapen en geiten zijn populaire biologische producties. De melkveestapel daarentegen, kromp de laatste 5 jaar in met 39% door onder andere de melkoverschotten tot 2005. Intussen is er terug sprake van een tekort aan biologische melk. In 2007 gaf de overheid 3,3 miljoen euro uit ten behoeve van de biologische landbouw. Omwille van het doorschuiven van een aantal betalingen van IWT-onderzoeksprojecten door het beleidsdomein Wetenschapsbeleid van 2007 naar 2008, klokten de rechtstreeks toewijsbare overheidsuitgaven ten behoeve van de biologische landbouw in 2008 af op 3,3 miljoen euro, hetgeen om die reden iets minder is dan het jaar voordien. 30% van die middelen gingen naar de producenten. Dat is 23% meer dan in 2006, want de Vlaamse Overheid komt sinds 2007 ook tegemoet in de controlekosten van de biologische marktdeelnemers. De signalen van GfK en Bioforum wijzen op een groeiende markt. De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten opgemeten door GfK Panelservices Benelux, bedroeg in 2007 242,5 miljoen euro of 1,1% van de totale besteding aan dagelijkse voedings- en onderhoudsproducten (22 miljard euro). Qua bestedingen was dit een lichte groei van 0,4% ten opzichte van het jaar voordien. Bioforum raamde de omzet uit de verkoop van biologische voedingsproducten op 283 miljoen en spreekt van een groei van ongeveer 10% in vergelijking met vorig jaar. 78,5% van de Belgische bevolking kocht in 2007 wel eens een bioproduct. In Vlaanderen is dit zelfs 81%. De meeste biokopers vinden we in de groentenrayon. De supermarkt blijft het belangrijkste aankoopkanaal voor bio (64%) maar de bioklant houdt wel van persoonlijk contact met de verkoper.
31
Bronnen Eurostat news release 80/2007, 12 juni 2007. Llorens-Abando L, Rohner-Thielen E (31 mei 2007). Different organic farming patterns within EU-25 : an overview of the current situation, Eurostat statistics in focus, 69/2007. Grand Conseil d’Orientation de l’Agence Bio (12 september 2007) Agriculture biologique horizon 2012, allocution de Michel Barnier. Agence Bio (2007), Les produits bio s’ancrent dans le mode de consommation alimentaire des Français, Dossier de Presse. Beschrijvende nota ten behoeve van de opmaak “Actieplan Biolandbouw”, 2007. Bergen D (11 juli 2007). Biolandbouw in Duitsland, AMS, Landbouwraad Berlijn. Bakker J. (2006) Bio Monitor jaarrapport, Biologica. “Beleidsnota biologische landbouw 2005-2007”, LNV, (NL). Willer H., Yussefi M. (2008) The World of Organic Agriculture: statistics and emerging trends 2008. Bakker J.H. (2008) De ontwikkeling van de wereldwijde consumentenvraag naar biologische producten: een quick scan,” LEI Wageningen. Mondelaers K. et al.(2005) “Omschakeling naar biologische landbouw : scenarioanalyse van knelpunten in de institutionele en marktomgeving”, RUG, CLE. The Soil Association (2006) Organic Market Report 2006. Ir Wijnands F.G., ir. Holwerda J. (2003) Op weg naar goede biologische praktijk: resultaten en ervaringen uit BIOM, , Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Van der Straeten B, Mondelaers K. en Van Huylenbroeck G. (2007) Economische analyse van de knelpunten en mogelijkheden van het Biogarantielabel”, Scriptie, Universiteit Gent, Faculteit BioIngenieurswetenschappen Integra BVBA Toelichting bij de wetgeving inzake biologische pluimveehouderij. Verbeke P. Waarom schakelen de boeren niet om?, Belbior berichtgeving, http://www.belbior.be/C511_OMSknelpunten.html Agentschap voor Landbouw en Visserij (2007) Toelichtingen bij de Verzamelaanvraag 2007 blz 49. Monitoring van het Programma voor Plattelandsontwikkeling, jaar 2006. http://www.agriholland.nl/dossiers/bioland/home.html http://www.soel.de/oekolandbau/deutschland_ueber.html Boer & Tuinder (22 februari 2008) Doordachte aanpak van problemen in de sector .
32
Cijfergegevens werden ingezameld bij volgende organisaties:
Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS), De afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van het Departement Landbouw en Visserij (op basis van data Integra en Certisys), De afdeling Markt- en Inkomensbeheer van het Agentschap Landbouw en Visserij, het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie voor Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT), Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM), Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), Forschungsinstitut fĂźr Biologischen Landbau (FiBL), Belbior, Bioforum.
33
Lijst van tabellen en figuren Figuur 1: Schematische voorstelling van de biologische sector, 2007 ........................... 5 Figuur 2: Aandeel van het biologisch areaal ten opzichte van het totaal landbouwareaal in de EU-25 (jaar 2006) ............................................................................. 6 Figuur 3:Verdeling van de biologische omzet uit consumentenverkopen, naar type product, 2006 (Frankrijk, 2005) ............................................................................................. 8 Figuur 4: Indeling van de biologische bedrijven in grootteklassen, 2007 ..................... 14 Figuur 5: Procentuele verdeling van de overheidsuitgaven in begunstigdengroepen, 2007 ......................................................................................................................................... 19 Figuur 6: Evolutie van de overheidsuitgaven voor de biologische landbouwsector, 2000-2007............................................................................................................................... 20 Figuur 7: Evolutie van de uitgaven 2000-2007 per begunstigdengroep ....................... 21 Figuur 8: Aantal biologische landbouwers, totaal biologisch areaal onder controle, areaal met hectaresteun en bedrag van de hectaresteun (1994-2007) ....................... 22 Figuur 9 : Totale besteding aan bioproducten door de Belgische gezinnen................ 25 Figuur 10 : Biobestedingen door de Belgische gezinnen van 'verse' voeding per categorie ................................................................................................................................. 26 Figuur 11: Aandeel per categorie binnen verse biovoeding in België (op basis besteding 2007) ..................................................................................................................... 26 Figuur 12 : Percentage kopers van enkele bio verscategorieën in België ................... 27 Figuur 13 : Besteding van enkele bio verscategorieën in België (in euro per capita op de totale bevolking) ............................................................................................................... 28 Figuur 14 : Marktaandeel van bio per segment in 2007 (in % van de bestedingen) .. 29 Figuur 15 : Distributiekanalen biologische voeding in België (aandelen op basis van bestedingen)........................................................................................................................... 29 Figuur 16 : Prijsverschil enkele bioproducten versus gangbaar in België (index : gangbaar = 100) .................................................................................................................... 30
Tabel 1: Gemiddelde bedrijfsgrootte van gangbare en biologische bedrijven, 2005, in ha ............................................................................................................................................... 7 Tabel 2:Biologische areaalgegevens, 2007 ...................................................................... 13 Tabel 3 : Evolutie van het areaal per gewasgroep, in hectares, 2002-2007................ 14 Tabel 4:Evolutie van het aantal dieren per diercategorie, periode 2002-2007............ 15 Tabel 5: Aangemelde bio-omzet per marktdeelnemer, jaar 2006 ................................. 16 Tabel 6: Omzet per NACE-productcategorie, 2006 ......................................................... 17 Tabel 7: Indeling van de uitgavenposten in begunstigdengroepen ............................... 19 Tabel 8: Percelen waarvoor de hectaresteun is aangevraagd, waarop eveneens agromilieumaatregelen van toepassing zijn, campagnejaar 2007 ................................ 23 Tabel 9: Aantal marktdeelnemers met/zonder Biogarantielabel in België, Vlaanderen en Wallonië, 2007.................................................................................................................. 24
34
Nuttige links Overheid http://lv.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?fid=34 Departement Landbouw en Visserij www.vlam.be Vlaamse Centrum voor Landbouw- en Visserijmarketing Sector www.bioforum.be (website Bioforum) Koepelorganisatie van de biosector http://bioforum.be/biotheekbe_www/ (Biotheek) Informatiepunt voor de biosector http://www.probila-unitrab.be/default2.aspx?lang=nl Probila is de beroepsvereniging van de biologische verwerkers www.belbior.be Belbior is de beroepsvereniging van de biologische producenten http://www.integra-bvba.be/Nederlands/n-framebio.html Controleorganisatie voor de biologische productie, verwerking en verdeling http://www.certisys.eu/fihtml/indexNEE.html Controleorganisatie voor de biologische productie, verwerking en verdeling Onderzoek www.pcbt.be Interprovinciaal Proefcentrum voor de biologische teelt www.ilvo.vlaanderen.be Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek http://www.proefcentrumkruishoutem.be/portal/page?_pageid=53,39052&_dad=portal&_schema=PORTAL Het proefcentrum verricht onderzoek rond biologisch beschutte teelten Internationaal www.biokennis.nl Alle kennis uit het biologisch landbouw- en ketenonderzoek van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut http://www.fibl.org/english/index.php (Engels/Frans/Duits) Portaal voor Europese gegevens rond de biologische landbouw. http://www.orgprints.org/ Verzamelsite van internationale rapporten over biologische landbouw en voeding http://www.ifoam.org/ (Engels) Internationale coรถrdinatie
35
Bijlage: biologische teelten onder controle in 2007 OPPERVLAKTES (hectares) Akkerbouwgewassen maĂŻs (korrel, silo, suiker) wintertarwe + zomertarwe wintergerst zomergerst winterrogge zomerrogge haver triticale spelt andere granen boekweit textielvlas vezelhennep erwten (droog geoogst) tuin- en veldbonen (droog geoogst) zonnebloempitten braak (natuurlijke bedekking) niet-bittere lupinen vlinderbloemigen spontane bedekking non food suikerbieten voederbieten klavers (grasklaver+klaver) luzerne voederwortelen andere voedergewassen tabak hop koolzaad zaden cichorei andere gewassen Sierteelt Weiland en bossen permanent grasland tijdelijk grasland grassen (raaigras) uitloop boomkweek, bossen natuurgebied (Natura 2000, VEN) Groenten Groenten onder glas (totaal) stengelgroenten andere vollegrondsgroenten aardappelen bladgroenten kolen rabarber peulvruchten witloof ui-achtigen wortelen en knollen vruchtgroenten asperge champignons winterkool en raapzaad kruiden Fruit aardbeien meerjarige fruitteelten noten kleinfruit bessen druiven TOTAAL
In omschakeling 144,34 29,20 14,54 5,41 5,79 0,00 0,00 9,01 11,92 3,57 0,00 0,00 0,00 0,00 0,16 0,00 0,00 0,00 0,00 0,35 2,59 0,00 1,58 0,79 55,85 0,00 0,00 3,41 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,18 0,00 221,82 159,34 56,23 4,00 0,00 2,25
biologisch 1.139,37 128,42 77,35 7,22 36,38 2,50 1,46 34,75 89,18 43,69 77,84 0,00 0,00 1,00 3,79 0,00 0,09 15,21 11,95 14,58 17,31 5,25 0,10 9,15 505,30 23,02 0,00 10,48 0,00 7,80 0,00 1,61 13,64 0,30 0,70 1.684,17 1.449,30 158,27 3,89 5,55 67,16
totaal 1.283,71 157,62 91,89 12,63 42,17 2,50 1,46 43,76 101,10 47,26 77,84 0,00 0,00 1,00 3,95 0,00 0,09 15,21 11,95 14,93 19,90 5,25 1,68 9,94 561,15 23,02 0,00 13,89 0,00 7,80 0,00 1,61 13,64 0,48 0,70 1.905,99 1.608,64 214,50 7,89 5,55 69,41
15,97 0,47 0,00 1,01 3,63 0,40 0,14 0,00 1,40 0,90 0,25 0,12 4,51 0,36 0,00 1,78 1,00 44,99 0,10 43,90 0,91 0,06 0,02 0,00 427,11
382,82 18,88 3,75 72,12 73,36 6,64 39,30 2,26 25,94 17,86 39,56 26,18 44,05 1,58 0,04 2,72 8,58 201,46 3,61 184,42 0,69 4,54 7,89 0,31 3.408,51
398,78 19,35 3,75 73,12 76,99 7,04 39,44 2,26 27,34 18,76 39,81 26,30 48,56 1,94 0,04 4,50 9,58 246,44 3,70 228,32 1,60 4,60 7,91 0,31 3.835,63
Bron : afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling op basis van Integra en Certisys
36