Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/031
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/031
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 31 oktober 2019 diende xxx, een verzoek in bij de Vlaamse Belastingdienst (verder: VLABEL) tot het verkrijgen van een afschrift van de aangifte van de nalatenschap naar aanleiding van het overlijden van xxx, haar ex-man. Op 27 november 2019 deelde VLABEL aan verzoekster mee dat er niet kon worden voldaan aan het openbaarheidsverzoek. Vervolgens diende xxx op 30 januari 2020 tegen die beslissing beroep in bij de beroepsinstantie. Dit beroep werd geregistreerd op 3 februari 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 31 oktober 2019. De in beroep aangevochten beslissing van VLABEL d.d. 27 november 2019 maakt geen melding van de beroepsmogelijkheden en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing.
www.vlaanderen.be
Het ingediende beroep van 30 januari 2020 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Op 27 november 2019 stelde VLABEL verzoekster ervan in kennis dat er niet kon worden voldaan aan het verzoek om een afschrift van documenten uit het dossier van de nalatenschap van xxx, gebaseerd op volgende motieven:
“ Volgens artikel 3.20.0.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) kan een afschrift of een uittreksel van de successieaangiften enkel verstrekt worden op verzoek van de betrokkenen (= de personen die de aangifte ondertekend hebben) of op verzoek van derden die voldoende belang aantonen.” 2. Inhoud van het beroepschrift Met haar beroepschrift van 30 januari 2020 contesteerde verzoekster voorgaande beslissing van VLABEL. Ze stelt in haar beroepschrift onder meer het volgende : “Met machtiging van de vrederechter heb ik de nalatenschap aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving. Inmiddels heb ik op naam van mijn kinderen een aanslagbiljet van de successierechten ontvangen, op basis van documenten waar ik geen weet van heb. Teneinde tijdig een volledig bezwaar in te kunnen dienen, heb ik m.i. het recht om de relevante documenten te mogen ontvangen, minstens in te zien, op basis van hetzij artikel 3.20.0.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, hetzij op basis van de openbaarheid van bestuur zoals geregeld in het Bestuursdecreet. “
3. Toelichting door VLABEL De beroepsinstantie nam op 5 februari 2020 contact op met VLABEL om met kennis van zaken het ingestelde beroep te kunnen beoordelen. VLABEL bezorgde de beroepsinstantie op 11 februari 2020 het volgende standpunt:
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/031
pagina 2 van 5
“ Wat de aangiftes betreft, komt het er in de praktijk op neer dat enkel de partijen die de aangifte ondertekend hebben of hun mandatarissen, een kopie kunnen krijgen van het integrale document. De reden daarvoor is dat er persoonsgegevens, persoonlijke gegevens en financiële gegevens van de indieners in de aangifte staan b.v. adres, rijksregisternummer en burgerlijke staat van de andere erfgenamen en randnotities die de andere erfgenamen louter ter informatie voor VLABEL vermeld hebben. Dit is allemaal informatie die beschermd is door het recht op privacy (GDPR) en die wij bovendien niet mogen openbaar maken aan derden gezien ons beroepsgeheim. Wat wordt dan wel bezorgd? - Enerzijds de documenten uit het successiedossier die, in tegenstelling tot de aangiftes, géén persoonsgegevens, persoonlijke gegevens of financiële gegevens van andere erfgenamen bevatten. - Anderzijds de informatie uit de ingediende aangiftes die de aanvrager nodig heeft om zelf een aangifte te kunnen indienen of om na te gaan op basis van welke elementen zijn ambtshalve aanslag gevestigd is. Zo bijvoorbeeld melden we aan de aanvrager dat de overledene tegoeden had bij bank X en bij bank Y, dat hij onroerend goed bezat met het adres daarvan, en dat hij schulden had bij schuldeiser X en schuldeiser Y. Op basis van die informatie kan de aanvrager vervolgens de nodige informatie opvragen bij de vermelde personen en instanties, hetgeen de erfgenamen die al een aangifte indienden trouwens ook hebben moeten doen om tot hun aangifte te komen. De aanvrager van het afschrift vertrekt dus van méér informatie dan waarmee de andere erfgenamen het moeten doen hebben. Voor dit concreet dossier moet ik melden dat xxx in eerste instantie enkel om een kopie van de aangifte heeft gevraagd. Dat werd geweigerd op basis van de wetgeving en de interpretatie ervan, zoals uitvoerig uiteengezet. Daarna heeft ze zowel een beroep bij jullie ingediend als aan ons gevraagd of ze dan tenminste de nodige informatie en stukken uit het successiedossier kan krijgen om na te gaan op basis waarvan de ambtshalve aanslag, die ze ondertussen ontvangen had, gevestigd is. Dat laatste heeft ze pas op 27/01/2020 gevraagd (zie mail als bijlage) en aan dat verzoek zal zeker voldaan worden. De enige reden waarom het nog niet gebeurd is, is omdat het successiedossier van xxx nog volop in beweging is. Zo werd op 07/02/2020 nog een bundel van meer dan 100 pagina's met bijkomende bewijsstukken ingediend door de andere erfgenamen en dus aan het successiedossier toegevoegd. Ook dat moesten we meenemen bij de beoordeling welke stukken aan xxx kunnen bezorgd worden. De afgelopen werkdagen hebben we alle stukken uit het successiedossier, dat ondertussen honderden pagina's beslaat, doorgenomen om een bundel samen te stellen met alle documenten die we xxx kunnen bezorgen in het kader van openbaarheid van bestuur zonder de GDPR en ons beroepsgeheim te schenden, hetgeen ruimschoots zal voldoen aan haar verzoek. Haar beroep is dus wat voorbarig, want haar aanvraag was bij ons nog in behandeling en er zal voldaan worden aan haar verzoek zoals geformuleerd in haar e-mail van 27/01/2020.”
Per brief van 11 februari 2020 bezorgde VLABEL vervolgens het hele nalatenschapsdossier aan verzoekster, met uitzondering van de nalatenschapsaangifte zelf.
4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie kon dus vaststellen dat er op 2 december 2019 een voorstel is gedaan door VLABEL voor ambtshalve aanslag voor de nalatenschap van xxx ten aanzien van de beide minderjarige kinderen, waarvoor verzoekster optreedt.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/031
pagina 3 van 5
Op 11 februari 2020 werd dan vanuit VLABEL een brief gestuurd aan xxx, waarbij alle stukken uit het nalatenschapsdossier aan haar werden bezorgd, in totaal bestaande uit 136 bladzijden. Daarop laat verzoekster aan de beroepsinstantie weten dat hiermee grotendeels aan haar oorspronkelijk openbaarheidsverzoek is voldaan, doch dat ze enkel nog in kennis zou willen gesteld worden van het document waaruit de meerwaarde van een pand uit de nalatenschap zou moeten blijken (van xxx naar xxx euro). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat met de brief d.d. 11 februari 2020 vanuit VLABEL voor het overgrote deel aan het openbaarheidsverzoek werd tegemoetgekomen, wat ook werd bevestigd door verzoekster zelf aan de beroepsinstantie. Met betrekking tot de stukken die met voormelde brief werden bezorgd aan verzoekster (136 bladzijden in totaal) wordt het ingestelde beroep dan ook als zonder voorwerp beschouwd. Wat betreft het verzoek van xxx om een afschrift te bekomen van het document waaruit de meerwaarde van een pand uit de nalatenschap zou moeten blijken, kan de beroepsinstantie enkel maar vaststellen dat het hier een onbestaand document betreft. VLABEL liet in dat verband op 20 februari 2020 aan verzoekster weten dat in het dossier geen stuk aanwezig is waaruit de initiële schatting van xxx euro blijkt. Uit de bewijsstukken die toegevoegd zijn aan het dossier, is gebleken dat de initiële schatting van het onroerend goed inderdaad te hoog was. Er is dan ook een correctie gebeurd. Deze correctie heeft geleid tot een gedeeltelijke ontheffing van de erfbelasting. Verzoekster werd daarvan per brief ingelicht op 13 februari 2020. In de stukkenbundel die verzoekster heeft ontvangen op 11 februari 2020 vanwege VLABEL zitten ook de bewijsstukken, op grond waarvan de schatting van het bewuste onroerend goed is gebeurd, namelijk alle mogelijke facturen in verband met verbouwingswerken met betrekking tot het desbetreffende onroerend goed. Het is nu juist op basis van die stukken dat de schatting werd aangepast en dat bijgevolg ook de erfbelasting voor de beide minderjarige erfgenamen, waarvoor verzoekster optreedt, werd verlaagd, zoals meegedeeld aan verzoekster op 13 februari 2020. Naast de stukken die dus al werden bezorgd aan verzoekster op 11 februari 2020, is uit het onderzoek door de beroepsinstantie gebleken dat er geen ander document aanwezig is in het nalatenschapsdossier dat betrekking heeft op de mogelijke meerwaarde van het desbetreffende onroerend goed uit de nalatenschap. De vraag van verzoekster om een afschrift van dat document alsnog te bekomen heeft dus betrekking op een onbestaand document. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” immers gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Daar nu is gebleken dat er geen specifiek document bestaat dat betrekking heeft op de meerwaarde van het onroerend goed uit de nalatenschap, kan daar uiteraard ook onmogelijk een afschrift van worden verleend. Het ingestelde beroep wordt, wat dit stuk betreft, dan ook als ongegrond beschouwd.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/031
pagina 4 van 5
Verzoekster geeft in een laatste mail aan de beroepsinstantie nog aan dat ze nog meer klaarheid wenst te bekomen aangaande de precieze herberekening van de ambtshalve aanslag, zoals deze aan haar werd meegedeeld op 13 februari 2020. De beroepsinstantie heeft evenwel geen enkele bevoegdheid op dat vlak. Dit behoort immers tot de bevoegdheid van de diensten van VLABEL. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 30 januari 2020 tegen de weigeringsbeslissing van VLABEL wordt als ontvankelijk en deels zonder voorwerp en deels ongegrond beschouwd Brussel, 3 maart 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/031
pagina 5 van 5