Skip to main content

vlaamse-monitor-sport-en-bewegen.pdf

Page 1

VLAAMSE MONITOR Sport en beweging


INLEIDING De Vlaamse monitor Sport & Bewegen is een onderzoeksinstrument van Sport Vlaanderen om kennis te ontwikkelen over het sport- en beweeggedrag van de inwoners van Vlaanderen. Dit instrument vult de reeds bestaande instrumenten en datasets aan om Sport Vlaanderen en verschillende beleidspartners beter te informeren in een sterker kennisgestuurd beleid. De monitor werd in het najaar van 2020 voor het eerst afgenomen. Dit nieuwe instrument bevraagt ±5.000 inwoners van Vlaanderen tussen 6 en 85 jaar over hun sport en beweeggedrag in het jaar 2020, en in oktober 2020 in het bijzonder. Niet alleen de timing, maar ook de methode is bijzonder. Het is de éérste keer dat Sport Vlaanderen via een steekproef uit het rijksregister en in samenwerking met Ipsos zelf de sportparticipatie in Vlaanderen in kaart heeft gebracht. Ondanks de aanzwellende tweede coronagolf in oktober 2020 besliste Sport Vlaanderen om het onderzoek door te zetten. De sport-promotionele campagne #blijfsporten, gelanceerd vanaf maart 2020 was gebouwd rond de mogelijkheden om ondanks de coronamaatregelen te blijven sporten. De monitor bood ons de kans om de impact van die coronamaatregelen en de oproep om te blijven sporten op de sportbeoefening in Vlaanderen in kaart te brengen. Bovendien waren andere vormen van vrijetijdsbesteding gedurende een groot deel van oktober 2020 onmogelijk: de horeca bleef gesloten (sinds 19 oktober) en ook socio-culturele activiteiten werden geannuleerd. Hebben de Vlamingen hierdoor hun beweeggedrag aangepast? Sporten en bewegen ze door de coronamaatregelen nu minder of net meer? De referentieperiode van één maand (oktober 2020) geeft ons en de respondenten een duidelijk referentiekader met gelijkaardige mogelijkheden om te sporten en te bewegen. Gelijkaardig, maar niet uniform. In de loop van de maand oktober verstrengden de maatregelen.

2

WELKE CORONAMAATREGELEN WAREN VAN TOEPASSING IN DE MAAND OKTOBER VAN 2020? Op 1 oktober 2020 waren er in België een aantal beperkende maatregelen van kracht op de sportsector. Sporten was indoor en outdoor mogelijk, inclusief sportwedstrijden waar social distancing niet gegarandeerd kon worden. De zwembaden en de fitnesscentra waren open. Op 14 oktober besloot de minister van Sport na overleg met de klankbordgroep sport en corona nieuwe maatregelen af te kondigen in ‘code oranje’. In deze nieuwe fase werden indoor sportactiviteiten waarbij geen anderhalve meter afstand bewaard kon worden verboden voor iedereen ouder dan 12 jaar. Voor sporters jonger dan 12 jaar veranderde er niets. Zwembaden en fitnesscentra konden openblijven, maar de kleedkamers gingen overal toe (behalve bij zwembaden). Vanaf 23 oktober werd beslist om alle amateurwedstrijden (indoor en outdoor) voor sporters ouder dan 18 jaar te verbieden. Contacten bij die leeftijdsgroep kon alleen nog in de kleine sportbubbel (gezinsbubbel of 4 vaste contacten). Op 29 oktober werden nieuwe federale maatregelen aangekondigd waarbij het georganiseerde sportaanbod opnieuw verboden werden. Deze maatregelen gingen echter pas begin november 2020 in.

Sport Vlaanderen koos bij de ontwikkeling van deze monitor voor een insteek waarbij beleidspartners maximale kennis zouden kunnen ontwikkelen. Door in de sportvraag gebruik te maken van een toonlijst, konden we een ruime groep sporttakken aanbieden die door erkende sportfederaties in Vlaanderen worden gefaciliteerd. Aanvullend maakten we gebruik van een representatieve steekproef uit het Rijksregister op basis van leeftijd, geslacht en woonplaats (provincie) zodat deze monitor een goede weerspiegeling biedt van de inwoners van Vlaanderen.

#blijfsporten Eind maart 2020 roepen wetenschappers samen met de sportsector op om te blijven bewegen en sporten in corona-tijden. Via de website www.blijfsporten.be willen ze mensen aanzetten om thuis of in de open lucht actief te blijven. Ondanks een uitdrukkelijk verbod om recreatieve, sportieve en culturele activiteiten te organiseren tijdens de éérste maanden van de lockdown, geeft de Nationale Veiligheidsraad aan dat fysieke activiteiten (individueel of met een huisgenoot) toegelaten of zelfs aanbevolen is. Meer informatie bij deze resultaten? Deze publicatie is slechts een samenvatting van de belangrijkste resultaten van de Monitor Sport en Bewegen. Via het dashboard op kennisplatform Sport Vlaanderen kan je zelf meer resultaten ontdekken op maat van jou en je organisatie. Meer info


KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

METHODE STEEKPROEF Respondenten of deelnemers voor de Monitor Sport en Bewegen werden via een tweestapssteekproef getrokken uit het Rijksregister. Deelnemers konden zichzelf dus niet aanmelden, maar werden geselecteerd via een trekking. Bij een dergelijke steekproef worden eerst gemeenten (postcodes) uit het Vlaams Gewest getrokken. Dit gebeurde door de Vlaamse Statistische Autoriteit via proportionele stratificatie. Gemeenten werden gerangschikt per provincie en hun inwonersaantal. De selectie via een toevalsgetal en een sprong maakten een optimale spreiding mogelijk bij de selectie van 565 steekproefclusters of postcodes. Postcodes met een groot inwonersaantal werden daardoor meerdere malen gekozen. Dit leidde tot een selectie van 345 verschillende postcodes.

4

DATAVERZAMELING Per getrokken postcode werden in een tweede fase 30 respondenten geselecteerd die uitgenodigd werden om deel te nemen aan het onderzoek. Deze selectie gebeurde via impliciete stratificatie. Daarbij worden alle inwoners uit de geselecteerde postcodes gerangschikt volgens geslacht en leeftijd. Via een toevalsgetal en een vaste sprong verhoudt de selectie van respondenten zich aan de verdeling van leeftijd en geslacht in het Vlaams Gewest. Op deze manier werden 16.950 respondenten geselecteerd van 6 tot 85 jaar oud.

De dataverzameling vond plaats tijdens de maanden november en december. In de monitor werd gevraagd naar het sport en beweeggedrag tijdens de laatste 12 maanden en de maand oktober in het bijzonder. Tijdens deze maand oktober werden strengere coronamaatregelen van kracht. Een samenvatting van de geldende maatregelen tijdens de maand oktober kan je terugvinden in de inleiding. De data zijn verzameld op basis van een push-to-web methode. Daarbij worden respondenten eerst aangeschreven per post met de uitnodiging om online de monitor sport en bewegen in te vullen (18 en 19 november). Na twee weken krijgen respondenten die de vragenlijst nog niet hebben ingevuld een herinneringsbrief, aan-

gevuld met de papieren vragenlijst en een retourenveloppe. Respondenten konden de vragenlijst op papier of online invullen. Twee weken later (16 en 17 december) kregen respondenten een tweede en laatste herinnering met dezelfde toegangscode voor de onlinevragenlijst.

De dataverzameling vond plaats tijdens de maanden november en december. In de monitor werd gevraagd naar het sport en beweeggedrag tijdens de laatste 12 maanden en de maand oktober in het bijzonder.

5


Respondenten jonger dan 16 jaar kregen een licht aangepaste vragenlijst. In de uitnodigingsbrief aan ‘de ouder van de respondent’ werd gevraagd om de vragenlijst in te laten vullen door een volwassene. Vragen over het opleidingsniveau of de professionele categorie van de respondent werden vervangen door vragen toegepast op het gezinshoofd van de respondent. Vragen over tewerkstelling of vrijwilligerswerk in de sport vervielen bij respondenten <16 jaar.

RESPONS EN REPRESENTATIVITEIT 5.138 respondenten of net iets meer dan 3 op de 10 aangeschreven respondenten vulden de vragenlijst in. Na de datacleaning - waarbij vragenlijsten die geen of te weinig relevante antwoorden bevatten verwijderd werden - liep dit aantal terug naar 30.0%. 71,4% van de respondenten gebruikte de online vragenlijst, 28,6% vulde de papieren vragenlijst in.

5.075 RESPONDENTEN

werden na datacleaning weerhouden in de Monitor Sport en Bewegen

De gerealiseerde steekproef omvat de antwoorden van 5.075 respondenten. Deze dataset omvat net iets meer vrouwen dan mannen (50,7% versus 49,3%). 18,0% van de respondenten is jonger dan 19 jaar, 17,1% is ouder dan 65 jaar.

6

Vlaamse monitor Sport en Bewegen Aandeel respondenten in de populatie en de steekproef (N=5.075)

POPULATIE

NETTO STEEKPROEF (ONGEWOGEN)

WEGING

Man

49,49%

49,28%

1,00

Vrouw

50,51%

50,72%

1,00

6-7 jaar

2,35%

1,46%

1,61

Er zijn in de gerealiseerde steekproef minder senioren (>65 jaar) en 36-55 jarigen onder de respondenten dan in de werkelijke populatie. Voor wat betreft de andere leeftijdscategorieën is er een lichte oververtegenwoordiging. Vooral in de leeftijdsgroepen 56 tot 65 jaar is er een oververtegenwoordiging. Om die non-respons te ondervangen worden de data van de gerealiseerde steekproef gewogen. De weging houdt rekening met de woonplaats (provincie), het geslacht en de leeftijd. De gewichten zorgen er dus voor dat het aandeel respondenten per provincie in de steekproef gelijk is aan het aandeel inwoners van deze provincie in het Vlaams gewest. Binnen elke provincie zorgen de gewichten ervoor dat de leeftijd-geslachtsverdeling van de uiteindelijke steekproef gelijk is aan diezelfde verdeling in de populatie.

8-11 jaar

4,89%

6,64%

0,73

12-15 jaar

4,69%

5,85%

0,80

16-18 jaar

3,32%

4,02%

0,83

19-25 jaar

8,36%

8,47%

0,99

26-35 jaar

13,18%

13,00%

1,01

36-45 jaar

13,54%

13,06%

1,04

46-55 jaar

14,76%

14,19%

1,04

56-65 jaar

14,38%

16,24%

0,89

OP WELKE MANIER WERDEN SPORT- EN BEWEEGACTIVITEITEN BEVRAAGD?

>65 jaar

20,54%

17,06%

1,20

Provincie Antwerpen

28,20%

28,26%

1,00

Provincie Limburg

13,24%

14,17%

0,93

Provincie Vlaams Brabant

17,44%

17,95%

0,97

Provincie Oost-Vlaanderen

23,01%

21,30%

1,08

Provincie West-Vlaanderen

18,12%

18,33%

0,99

WEGING De gerealiseerde steekproef heeft te kampen met een vertekening door een oververtegenwoordiging van bepaalde groepen en een ondervertegenwoordiging van andere groepen. Dit betekent dat de non-respons bij deze laatste groepen hoger ligt.

Vraag 2 Welke sporten heeft u tijdens de afgelopen 12 maanden beoefend in uw vrije tijd? U moet hierbij denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, volleybal of recreatief fietsen, maar niet aan tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker/fietsen naar school of werk. Sporten die u tijdens vakanties heeft beoefend tellen ook mee. Denk hierbij ook aan sportevenementen, sport via de sportdienst, sport op het werk, enz. Sporten tijdens de les lichamelijke opvoeding op school tellen niet mee.

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

Elke uitnodiging- of herinneringsbrief benadrukte dat respondenten niet verplicht waren om mee te werken aan het onderzoek. Onafhankelijk van hun interesse of mate van sportbeoefening vroegen we hen deel te nemen aan het onderzoek. Ze kregen de contactgegevens van de veldverwerker om vragen of bezwaren bij het onderzoek te kunnen melden. In totaal werden 31 mails ontvangen door de veldverwerker.

Bron: STATBEL & Sport Vlaanderen

Vraag 3 Geef hieronder per sport die u heeft beoefend de afgelopen maanden aan of u deze in oktober 2020 heeft beoefend en hoe vaak u deze sport in de maand oktober 2020 heeft beoefend. De respondenten kregen een toonlijst van 60 sporten beweegactiviteiten aangeboden die ze konden aankruisen. Aanvullend werd ook de optie ‘andere’ en ‘geen sport beoefend’ aangeboden

7


MAANDELIJKSE EN WEKELIJKSE SPORTEN 88,3% van alle respondenten geeft aan tijdens de afgelopen 12 maanden minstens één sport of beweegactiviteit te hebben uitgevoerd. Specifiek voor de maand oktober 2020 geeft 84,5% van de respondenten aan minstens één sport of beweegactiviteit te hebben beoefend. Het gaat in beide gevallen alleen om activiteiten in de vrije tijd in verscheidene contexten (via een sportclub, een sportevenementen, informeel met vrienden of familie,…). Dat percentage is gelijkaardig bij mannen en vrouwen (84,4% versus 84,5%). Respondenten die hoger onderwijs gevolgd hebben (een bachelor, master of doctoraatsopleiding) sporten meer dan mensen met een diploma lager of secundair onderwijs.

Op basis van de frequentie, met name het aantal keer dat respondenten gesport hebben tijdens de maand oktober, kunnen we het aandeel wekelijkse sporters in kaart brengen. Voor de hele steekproef is dit 79,8%. Bij kinderen (<12 jaar) is het aandeel 89,8%, bij jongeren (12-18 jaar) 85,6%. 80,0% van de volwassenen (19-65 jaar) geven aan wekelijks te hebben gesport in oktober. Bij senioren (>65 jaar) is dat aantal 71,4%.

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

RESULTATEN

Ook hier is het aandeel bij mannen en vrouwen gelijkaardig (79,9% versus 79,7%) en sporten hoogopgeleiden meer dan respondenten met een diploma lager of secundair onderwijs.

Wekelijkse sportdeelname 100,0%

80,0%

60,0%

40,0%

20,0%

6-7 jaar Mannen

8-11 jaar

12-15 jaar

16-18jaar

19-25 jaar 26-35 jaar 36-45 jaar 46-55 jaar 56-65 jaar

>65 jaar

Vrouwen

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen • Gecreëerd met Datawrapper

8

9


6,2% van de respondenten geeft aan één sport beoefend te hebben in oktober 2020. 14,9% beoefende twee sporten, 15,2% 3 sporten, 12,8% 4 sporten en 9,8% 5 verschillende sporten. Ten slotte rapporteert 40,1% dat ze meer dan vijf verschillende sporten of beweegactiviteiten hebben uitgevoerd tijdens de maand oktober. Gemiddeld beoefende een respondent 3,4 sporten tijdens de afgelopen 12 maanden en 2,4 sporten tijdens de maand oktober.

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

AANTAL BEOEFENDE SPORT- EN BEWEEGACTIVITEITEN Onderstaande figuur geeft het overzicht van het aantal beoefende sporten tijdens de maand oktober volgens geslacht en leeftijd. Het aantal beoefende sporten is ongeveer gelijk voor mannen en vrouwen van dezelfde leeftijd. Het aantal sporten is het hoogst in de leeftijdscategorie 8-11 jaar (3,7 sporten) en 16-18 jaar (4,5 sporten). Bij respondenten ouder dan 18 jaar daalt het gemiddelde aantal sporten tot 1,5 bij senioren.

Gemiddeld aantal beoefende sporten 5,0

4,0

3,0

2,0

1,0

6-7 jaar Mannen

8-11 jaar Vrouwen

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

10

12-15 jaar

16-18jaar

19-25 jaar

26-35 jaar 36-45 jaar 46-55 jaar 56-65 jaar

>65 jaar

88,3% heeft tijdens afgelopen 12 maanden minstens één sport of beweegactiviteit uitgevoerd. 84,5% deed dat minstens één keer tijdens de maand oktober 2020.

11


Tijdens het afgelopen jaar was wandelen de populairste beweegactiviteit. 68,9% van de sporters gaf aan gewandeld te hebben. Ook (recreatief) fietsen scoort hoog (61,3%), gevolgd door zwemmen (28,1%) als derde meestbeoefende sport. Tijdens de maand oktober 2020 geeft eenzelfde aandeel (69,2%) aan gewandeld te hebben, 55,1% heeft recreatief gefietst en 23,9% van de respondenten gaf aan gelopen te hebben (joggen/recreatief lopen). Onderstaande tabellen geven de meestbeoefende sporten weer tijdens het afgelopen jaar en tijdens de maand oktober. Omdat respondenten verschillende sportactiviteiten kunnen beoefenen in verschillende contexten en mogelijk verhinderd werden om hun favoriete sport te beoefenen, werd hen gevraagd één sport of beweegactiviteit aan te duiden waarmee zij zich het meest associëren.

Zeven op de tien respondenten heeft gewandeld of gefietst. 58,2% van alle respondenten heeft gewandeld, 46,3% heeft (recreatief) gefietst tijdens de maand oktober.

Populairste sport- en beweegactiviteiten Associatie: sport waarmee de respondent zich het meest associeert.

AFGELOPEN 12 MAANDEN

SPORTERS

OKTOBER 2020

SPORTERS

ASSOCIATIE*

SPORTERS

1

Wandelen

68,9%

Wandelen

69,2%

Wandelen

31,2%

2

(recreatief) Fietsen

61,3%

(recreatief) Fietsen

55,1%

(recreatief) Fietsen

18,4%

3

Zwemmen

28,1%

Joggen/ recreatief lopen

23,9%

Joggen/ recreatief lopen

7,8%

4

Joggen/ recreatief lopen

27,6%

Fitness

16,4%

Fitness

5,1%

5

Fitness

22,7%

Dansen

12,1%

Voetbal

5,0%

6

Dansen

14,8%

Zwemmen

11,0%

Dansen

4,9%

7

Voetbal

11,7%

Voetbal

8,5%

Tennis

2,2%

8

Ski/snowboard

8,7%

Moutainbike

6,7%

Zwemmen

2,1%

9

Mountainbike

8,4%

Yoga

6,7%

Wielrennen

2,1%

10

Tennis

8,3%

Tennis

5,3%

Atletiek

2,0%

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

POPULAIRSTE SPORTEN IN VLAANDEREN

Associatie: Sport waarmee de respondent zich het meest associeert. Bron: Kennisplatform Sport Vlaanderen

Wandelen en recreatief fietsen zijn zowel bij mannen als vrouwen de meestbeoefende sport. Het aandeel mannen dat zich associeert met (recreatief) fietsen of wandelen is ongeveer gelijk (23,4% versus 22,1%). Een grote groep vrouwelijke respondenten associeert zich met wandelen (40,0%), gevolgd door (recreatief) fietsen (13,4%) en dansen (9,3%). Ondanks de beperkende invloed van de coronamaatregelen in oktober, blijven zwemmen (34,3%) en voetbal (32,6%) populair onder de beoefende sporten in oktober 2020 bij kinderen en jongeren. Voetbal staat op de derde plaats in de lijst met de meestbeoefende sporten bij mannelijke jongeren onder de 19 jaar. 53,3% van deze groep voetbalde in de maand oktober. Dansen (64,0%) is de populairste sport bij sportende meisjes.

12

13


Populairste sport- en beweegactiviteiten bij mannen (<19jaar)

Associtatie: Sport waarmee de respondent zich het meest associeert

Associtatie: Sport waarmee de respondent zich het meest associeert

AFGELOPEN 12 MAANDEN

SPORTERS

OKTOBER 2020

SPORTERS

ASSOCIATIE*

SPORTERS

AFGELOPEN 12 MAANDEN

SPORTERS

OKTOBER 2020

SPORTERS

ASSOCIATIE*

SPORTERS

1

Wandelen

62,5%

Wandelen

62,8%

(recreatief) Fietsen

23,4%

1

(recreatief) Fietsen

63,9%

(recreatief) Fietsen

63,1%

Voetbal

39,3%

2

(recreatief) Fietsen

62,5%

(recreatief) Fietsen

57,8%

Wandelen

22,1%

2

Zwemmen

61,4%

Wandelen

58,5%

(recreatief) Fietsen

12,5%

3

Joggen/ recreatief lopen

27,8%

Joggen/ recreatief lopen

24,3%

Voetbal

9,3%

3

Wandelen

58,9%

Voetbal

53,3%

Zwemmen

7,1%

4

Zwemmen

25,5%

Voetbal

14,5%

Joggen/ recreatief lopen

7,9%

4

Voetbal

56,4%

Zwemmen

40,0%

Atletiek

6,5%

5

Voetbal

19,7%

Fitness

14,5%

Fitness

4,3%

5

Joggen/ recreatief lopen

31,7%

Joggen/ recreatief lopen

27,2%

Hockey

6,5%

Bron: Kennisplatform Sport Vlaanderen

14

Bron: Kennisplatform Sport Vlaanderen

Populairste sport- en beweegactiviteiten bij vrouwen

Populairste sport- en beweegactiviteiten bij vrouwen (<18jaar)

Associtatie: Sport waarmee de respondent zich het meest associeert

Associtatie: Sport waarmee de respondent zich het meest associeert

AFGELOPEN 12 MAANDEN

SPORTERS

OKTOBER 2020

SPORTERS

ASSOCIATIE*

SPORTERS

1

Wandelen

75,3%

Wandelen

75,4%

Wandelen

40,0%

2

(recreatief) Fietsen

60,2%

(recreatief) Fietsen

52,5%

(recreatief) Fietsen

3

Zwemmen

30,6%

Joggen/ recreatief lopen

23,5%

4

Joggen/ recreatief lopen

27,5%

Dansen

5

Dansen

24,9%

Fitness

Bron: Kennisplatform Sport Vlaanderen

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

Populairste sport- en beweegactiviteiten bij mannen

AFGELOPEN 12 MAANDEN

SPORTERS

OKTOBER 2020

SPORTERS

ASSOCIATIE*

SPORTERS

1

Dansen

64,5%

Dansen

64,0%

Dansen

41,5%

13,4%

2

Wandelen

56,4%

Wandelen

57,9%

Gymnastiek/ rope skipping

12,7%

Dansen

9,3%

3

(recreatief) Fietsen

55,8%

(recreatief) Fietsen

53,7%

Paardrijden

8,5%

20,7%

Joggen/ recreatief lopen

7,7%

4

Zwemmen

52,9%

Zwemmen

28,0%

Wandelen

8,5%

18,3%

Fitness

5,9%

5

Rolschaatsen/skeeleren/skateboarden

30,8%

Gymnastiek/ rope skipping

26,2%

Zwemmen

7,0%

Bron: Kennisplatform Sport Vlaanderen

15


Motieven om niet te sporten

11,6% van de respondenten geeft aan tijdens het afgelopen jaar geen sport- of beweegactiviteit ondernomen te hebben. Het gaat daarbij om een vergelijkbaar aandeel mannen en vrouwen (47,6% en 52,4%). Toch wordt het aandeel niet-sporters groter bij

oudere respondenten en is dan ook hoger bij vrouwen dan bij mannen. Zo sport of beweegt 45,2% van de vrouwelijke senioren (>65 jaar) niet in vergelijking met 34,3% van hun mannelijke tegenhangers.

Algemeen 1,1%

6-7 jaar

1,1%

Mannen 0,9% 0,5%

12-15 jaar

2,0%

1,4%

8-11 jaar

2,0%

2,2%

19-25 jaar

4,3 %

5,8%

26-35 jaar

6,8%

7,3%

36-45 jaar

12,9%

13,6%

Sporten intesseert me gewoon niet

3,9

Ik blijf liever thuis

3,7

2,8

3,7

2,6

Mijn conditie is niet goed genoeg

3,4

3,9

Het aanbod intresseert me niet Een gezondheidsprobleem (ziekte, chronische blessure) of hanidcap hindert mij Ik vind het moilijk om door te zetten

3,1

2,8

3,0

2,9

2,8

3,5

1,3%

Ik ben er te oud voor

2,8

2,9

1,6%

De uren passen slecht

2,5

2,7

Er is niemand die mij kan vergezellen

2,4

2,0

Ik voel mij er niet op mijn gemak

2,4

1,8

Het lidgeld is te duur

2,1

2,6

6,4%

Ik heb er te weinig informatie over

2,0

1,3

12,3%

Het sportaanbod is te klein in mijn streek/ik vind mijn gading niet

1,9

2,0 1,9

Vrouwen

2,6% 1,7% 3,2%

56-65 jaar

17,5%

17,0%

17,8%

Er is onvoldoende sportinfrastructuur in mijn streek

1,9

46-55 jaar

17,7%

16,9%

18,2%

De plaats is meestal niet gemakkelijk bereikbaar

1,8

1,9

45,2%

Er is een gebrek aan openbaar vervoer

1,8

1,7

Het is te moeilijk om een kinderoppas te vinden

1,7

1,8

De plaats is meestal niet in een veilige buurt

1,6

1,5

Ik mag niet van mijn ouders

1,4

1,1

Ik kan niet omwille van mijn ideologische of geloofovertuiging

1,3

1,2

>65 jaar

39,1%

34,3%

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

Niet-sporters werd gevraagd om aan te geven waarom ze niet sporten of bewegen. De populairste redenen bij mannen zijn ‘sporten interesseert me gewoon niet, ‘ik blijf liever thuis’ of ‘ik heb er geen tijd voor’. Bij

16

Vrouwen

3,9

Ik het er geen tijd voor

Aandeel niet sporters per leeftijdscategorie 16 -18 jaar

Mannen

vrouwen scoren de motieven ‘sporten interesseert me gewoon niet’, ‘mijn conditie is niet goed genoeg’ en ‘ik vind het moeilijk om door te zetten’ het hoogst.

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

NIET-SPORTERS

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

17


Sporten die mannelijke niet-sporters overwegen

Op de vraag of deze niet-sporters overwegen om tijdens de komende periode wel te sporten of bewegen, antwoordt een grote meerderheid neen. 78,3% geeft aan dit niet te doen. Hier ligt het percentage bij de mannen net iets hoger dan bij de vrouwen (80.8% versus 76.0%). Aan de groep ‘overwegers’ (niet-sporters die aangeven om in de toekomst wel te willen sporten of bewegen) werden verschillende intentievragen gesteld; welke sport zouden ze in de toekomst dan willen beoefenen? Zouden ze ook lid willen worden van een sportclub?

Niet-sporters in deze monitor overwegen in de toekomst voornamelijk te wandelen (51,0%), recreatief te fietsen (36,3%) of te zwemmen (28,4%). De lijst van meest populaire sporten voor overwegers staat hieronder weergegeven. Bij de mannen overweegt 46,5% om te fietsen, 44,2% om te wandelen en 30.2% kiest voor fitnessen. Niet-sportende vrouwen geven aan te willen wandelen (53,2%), zwemmen (32.3%) of (recreatief) fietsen (27,4%).

Fietsen/recreatief fietsen

46,5%

Wandelen

44,2%

Fitness

30,2%

Zwemmen

20,9%

Joggen/recreatief lopen

20,9%

Badminton

11,6%

Voetbal

9,3%

Gewichtheffen/powerliften

7,0%

ju-jutsu

7,0%

Boksen

7,0%

Sporten die vrouwelijke niet-sporters overwegen Wandelen

53,2%

Zwemmen

32,3%

Fietsen/recreatief fietsen

27,4%

Dansen

19,4%

Fitness

16,1%

Yoga

14,5%

Joggen/recreatief lopen

Op de vraag of deze respondenten in de toekomst ook lid zouden willen worden van een sportclub, antwoordt 76.8% neen. De belangrijkste redenen die ze hiervoor aanhalen zijn ‘het aanbod interesseert me niet’, ‘het lidgeld is te duur’ en ‘het sportaanbod in mijn streek is te klein’.

Badminton

8,1% 6,5%

Paardrijden

4,8%

Boksen

3,2%

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

OVERWEGERS

23,2% van overwegers zou in de nabije toekomst lid willen worden van een sportclub

Waarom willen ‘overwegers’ geen lid worden van een sportclub?

18

Het aanbod intresseert mij niet

2,7

Het lidgeld is te duur

2,6

Het sportaanbod is te klein in mijn streek/ik vind mijn gading niet

2,5

Er is onvoldoende sportinfrasctuctuur in mijn steek

2,1

De plaats is meestal niet gemakkelijk bereikbaar

1,8

Er is een gebrek aan openbaar vervoer

1,8

Het is te moeilijk om een kinderoppas te vinden

1,7

De plaats is meestal niet in een veilige buurt

1,7

19


Zowel volwassenen, kinderen en jongeren, mannen en vrouwen verwijzen naar dezelfde motieven om te sporten en te bewegen. Het gaat daarbij in de eerste plaats om plezier (‘ik beleef er plezier aan’), de conditie (‘mijn conditie wordt er beter van’) en de gezondheid (‘mijn gezondheid wordt er beter van’). Deze argu-

menten scoren gemiddeld hoog op een zevenpuntenschaal. Vooral bij kinderen en jongeren is deze score hoog (6,5/7). Bij volwassenen zien we dat het gezondheidsargument net hoger scoort dan het belang van een goede conditie.

Motieven om te sporten Mannen

Vrouwen

Ik beleef er plezier aan

6,0

5,9

Mijn gezondheid wordt er beter van

5,7

5,8

Mijn conditie wordt er beter van

5,6

5,7

Ik voel minder spanning, stress, verdriet of agressie

4,8

5,1

Ik ben met vrienden samen

4,0

3,9

Ik verlies er gewicht door

3,6

3,8

Mijn licham wordt er mooier van

3,3

4,0

Het is een compensatie voor het vele werk dat ik heb

3,2

3,2

Ik leer er nieuwe mensen kennen

2,8

2,6

Ik voel de kick van de overwinning

2,8

2,5

Omdat anderen mij gestimuleerd hebben

2,6

2,8

Ik kan aan competitie doen

2,4

1,8

Het zorgt dat ik erbij hoor

2,3

2,1

Het is een kans om te netwerken

2,2

2,0

Andere mensen kijken naar mij op

2,1

1,8

Ik verdien er geld aan

1,3

1,2

Jongens

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

MOTIEVEN OM TE SPORTEN

Meisjes

Mijn kind beleeft er plezier aan

6,5

6,5

De conditie van mijn kind wordt er beter van

5,7

5,4

De gezondheid van mijn kind wordt er beter van

5,6

5,4

Mijn kind is er met vrienden samen

5,3

5,2

Mijn kind leert er nieuwe kinderen kennen

4,7

4,6

Mijn kind voelt minder spanning, stress, verdriet of agressie

4,3

4,3

Mijn kind kan aan competitie doen

4,0

3,2

Mijn kind voelt de kick van de overwinning

3,9

3,1

Het zorgt dat mijn kind erbij hoort

3,6

3,4

Anderen hebben mijn kind gestimuleerd

3,1

2,9

Andere mensen kijken naar mijn kind op

2,7

2,6

Mijn kind verliest er gewicht door

2,4

2,3

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

21


Vlamingen sporten en bewegen in verscheidene contexten. Respondenten werden gevraagd per beoefende sport de context aan te duiden waarin ze deze sport beoefenen. De 17 gesloten antwoordmogelijkheden + categorie ‘andere’ werden gehercodeerd tot vier groepen: bij een sportclub/sportfederatie, bij een commerciële aanbieder (bv. als abonnee, deelnemer van een sportevenement of tijdens een georganiseerde sportvakantie), een andersgeorganiseerde context (bv. via school, de gemeentelijke sportdienst, sociaal-cultureel, jeugd- of welzijnswerk) of een niet/ lichtgeorganiseerde context (bv. alleen, ongeorganiseerd in groepsverband in een eigen organisatie). 93,3% van de sporters geeft aan gesport of bewogen te hebben in een niet of lichtgeorganiseerde context. 35,0% van de respondenten sportte in een sportclub

of via een sportfederatie, 18.9% gaf aan dit te doen bij een commerciële aanbieder. Tenslotte vindt 10,7% van de sportactiviteiten plaats in een andersgeorganiseerde context. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de meest voorkomende contexten waarin de populairste sporten uit deze monitor worden beoefend. Zoals verwacht worden wandelen, fietsen/recreatief fietsen en joggen/recreatief lopen voornamelijk niet- of lichtgeorganiseerd beoefend. Omdat respondenten per sport of beweegactiviteit meerdere contexten konden aanduiden, tellen de percentages in onderstaande donutdiagrammen op tot meer dan 100% van de sporters. De sportclub/sportfederatie was bij kinderen tot 12 jaar de populairste sportcontext om te bewegen. Het aandeel respondenten dat sport in die context is gelijkaardig met het aandeel dat individueel of lichtgeorganiseerd sport, bijvoorbeeld met ouders, broers of zussen of vrienden. Naarmate de leeftijd van de respondenten toeneemt, daalt het aandeel dat sportte in een sportclub. Het aandeel daalt naar 25,9% bij 26-35 jarigen tot 22,2% bij >65-jarigen.

Organisatiecontext van 5 populairste sporten 13,2% 44,7%

58,6%

53,7% 51,2% 97,9%

Wandelen

(Recreatief) fietsen

bij een sportclub/sportfederatie Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

22

95,9%

98,8%

11,6% 7,1%

Joggen/recreatief lopen

bij commerciële aanbieder

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

POPULAIRSTE ORGANISATIECONTEXTEN

Fitness

Andersgeorganiseerd

Dansen

‘Niet- of lichtgeorganiseerd’ sporten is voor respondenten ouder dan 12 jaar de meest populaire context om te sporten en te bewegen; 79,2% bij 12-15-jarigen, 91,1% bij 16-18 jarigen en telkens meer dan 94% bij respondenten ouder dan 18 jaar. Het andersgeorganiseerde sportaanbod is vooral populair bij kinderen en jongeren. het commerciële aanbod scoort voornamelijk bij respondenten tussen 16-45 jaar. Toch blijft de populariteit van beide organisatievormen onder het niveau van dat van de sportclub. Er zijn weinig verschillen tussen mannen en vrouwen wanneer we de sportcontext vergelijken.

niet of lichtgeorganiseerd

Over alle leeftijdsgroepen heen sporten vrouwen wel meer in een commerciële context dan mannen (21,2% versus 16,6%).

23


“

Het overgrote deel van alle leeftijdsgroepen sportte in een nietof lichtgeorganiseerd verband. Alleen bij kinderen bereikt de sportclub/sportfederatie een gelijkaardig niveau.

100% 80% 60% 40% 20% 0%

6-7 jaar

8-11 jaar

12-15 jaar

16-18jaar

19-25 jaar

Niet of lichtgeorganiseerd

Sportclub/federatie

6-7 jaar

16-18jaar

26-35 jaar

36-45 jaar

46-55 jaar

Commerciële aanbieder

56-65 jaar

>65 jaar

Andersgeoraniseerd aanbod

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

Contexten waarin respondenten sporten en bewegen

100% 80% 60% 40% 20% 0%

8-11 jaar

12-15 jaar

Niet of lichtgeorganiseerd Mannen

19-25 jaar

Sportclub/federatie

26-35 jaar

36-45 jaar

46-55 jaar

Commerciële aanbieder

56-65 jaar

>65 jaar

Andersgeoraniseerd aanbod

Vrouwen

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

De populairste sporten tijdens de maand oktober zijn de sporten die het vaakst in niet- of lichtgeorganiseerd verband werden beoefend (zie donutdiagram p. 22). Dansen (19,1%), voetbal (17,8%) en tennis (13,8%) zijn de populairste sporten in de sportclub of bij de sportfederatie. De populairste sporten die door commerciële organisaties worden aangeboden, zijn fitness (48,1%), wandelen (13,7%) en (recreatief) fietsen (11,9%).

Respondenten combineren ook meerdere contexten of sporten. Gemiddeld beoefende een respondent 3,4 sporten tijdens de afgelopen 12 maanden en 2,4 sporten tijdens de maand oktober. 34,0% van de sporters combineert beweegactiviteiten in één van de georganiseerde contexten met niet- of lichtgeorganiseerde sportactiviteiten.

25


De respondenten werden gevraagd om de impact aan te geven van de coronamaatregelen op hun sport- en beweeggedrag tijdens de maand oktober. Gingen respondenten meer of minder bewegen? Zochten ze sporten beweegactiviteiten in een andere context of gingen ze op zoek naar nieuwe of extra sportactiviteiten? Er werd gevraagd om een vergelijking te maken met hun sport- en beweeggedrag van oktober 2019. Zoals eerder aangegeven veranderde de maatschappelijke situatie tijdens de maand oktober 2020 drastisch. De sportsector riep code oranje uit op 14 oktober en ook op 23 oktober werden verstrengde coronamaatregelen opgelegd. Vanaf 23 oktober werden competities stopgezet en de kleedkamers gesloten.

Meer vrouwen rapporteren een verandering dan mannen (67,0% versus 62,3%). Bij respondenten ouder zijn dan 56 jaar paste pasten slechts een kleine meerderheid zijn of haar sportgedrag aan. Ten slotte gaf 7,0% aan dat zijn sport- en beweeggedrag veranderd is sinds oktober 2019, maar niet door corona. 28,3% zegt dat zijn sport- en beweeggedrag niet veranderd is.

• • • •

ik beoefen één of meerdere sporten in een andere organisatorische context, ik beweeg/sport minder dan voor de corona uitbraak, ik beweeg/sport meer dan voor de corona uitbraak, ik beoefen één of meerdere nieuwe sporten die ik nog niet deed voor de corona uitbraak

In de grafieken op de volgende pagina tonen de verschillende keuzes voor mannen en vrouwen voor de verschillende leeftijdscategorieën. Vooreerst zien we dat zowel bij mannen als vrouwen een meerderheid (57,9%) van de respondenten aangeeft dat ze minder hebben gesport in vergelijking met de periode oktober 2019. Dat is vooral het geval voor kinderen en jongeren. 75,0% van de jongeren onder 19 jaar geeft aan minder te sporten. Naarmate de respondenten ouder worden, daalt ook het aandeel dat aangeeft minder te sporten. Een omgekeerde trend is zichtbaar bij de groep die aangeeft meer te sporten. Dit aandeel respondenten stijgt met de leeftijd.

64,6%

64,6% van alle respondenten gaf aan dat hun sport en beweeggedrag is veranderd door corona. Dit percentage is het hoogst bij jongeren; 81,0% van de 12-15 jarigen, 76,2% van de 16-18 jarigen en 76,6% van de 19-25 jarigen geeft aan beïnvloed te zijn door de coronamaatregelen. Hoe hoger de leeftijd, hoe lager de impact. Alleen bij mannelijke respondenten ouder dan 65 jaar geeft minder dan de helft (46,5%) aan dat zijn sporten beweeggedrag wijzigde door de coronamaatregelen.

Aanvullend op de verandering werd gevraagd in welke richting (meer of minder) hun sportgedrag is gewijzigd. Respondenten konden meerdere keuzes aanduiden uit volgende lijst:

VAN ALLE RESPONDENTEN

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

IMPACT VAN CORONA

Bij mannen blijft de groep die minder sport altijd groter dan de respondenten die aangeven meer te sporten, behalve voor de leeftijdscategorie 56-65 jaar. Voor die groep is het aandeel ‘afhakers’ (45.8%) ongeveer gelijk aan het aandeel dat meer ging sporten (46,4%). Bij vrouwen lijkt de trend gelijkaardig, maar is de groep ‘meersporters’ groter dan de groep die minder sport bij de leeftijdscategorieën 3645 jaar en 46-55 jaar.

gaven aan dat hun sport en beweeggedrag is veranderd door corona.

Zowel bij mannen als vrouwen zien we dat vooral de middelste leeftijdscategorieën kiezen voor één of meerdere nieuwe sporten sinds de coronacrisis.

Verandering van sportgedrag door corona 100,0

80,0

60,0

40,0

20,0

6-7 jaar Mannen

8-11 jaar

12-15 jaar

16-18jaar

19-25 jaar

26-35 jaar 36-45 jaar 46-55 jaar 56-65 jaar

>65 jaar

Vrouwen

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

26

27


ALGEMENE TEVREDENHEID EN PLEZIERBELEVING

Vergelijking oktober 2020 en oktober 2019

Mannen

6-7 jaar 46-55 jaar

8-11 jaar 56-65 jaar

12-15 jaar

16-18 jaar

19-25 jaar

26-35 jaar

36-45 jaar

>65 jaar

100,0

In de monitor werd aan respondenten gevraagd om hun tevredenheid van de georganiseerde sportactiviteiten waaraan ze deelnamen te beoordelen. Naast (1) de algemene tevredenheid, werd ook gevraagd om punten te geven op (2) de trainer/coach/begeleider, (3) de sportinfrastructuur of accommodatie en (4) de sportactiviteit of het aanbod. Omdat niet elke sportcontext

één of meerdere van deze organisatorische kenmerken vertoont, werden enkel georganiseerde sportcontexten voorgelegd ter beoordeling. De respondenten geven een algemene tevredenheidsscore van 7,4 op 10 punten (0 = heel slecht tot 10 = heel goed).

80,0 60,0 40,0

7,4

6,5

6,7

6,5

Algemene tevredenheid

Trainer/coach/begeleider

Sportinfrastructuur

Sportactiviteit/aanbod

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

Sport- en beweeggedrag & corona

20,0

Sporten in een andere context

Minder sporten en bewegen

Meer sporten/bewegen

Extra sporten

Sporten in een andere context

Minder sporten en bewegen

Meer sporten/bewegen

Extra sporten

Vrouwen

De algemene tevredenheidsscore verandert met de leeftijd. Twintigers en jonge dertigers geven de hoogste score (79 en 7.8 op 10), senioren geven een score van 6.5/10. Mannen en vrouwen geven gemiddeld een 7,4/10.

De beoordeling van sport- en beweegactiviteiten maakt het mogelijk om per context tevens een gemiddelde score te berekenen. Voordien groepeerden we de verschillende antwoordmogelijkheden naar vier verschillende sportcontexten. In onderstaande tabel worden de scores weergegeven voor de verschillende antwoordmogelijkheden.

100,0 80,0 60,0 40,0 20,0

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

De unisportclub scoort het hoogst op algemene tevredenheid (8,1/10) wanneer respondenten hun activiteiten beoordelen.

28

29


Tevredenheidsscores populairste georganiseerde sportactiviteiten

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

Algemene tevredenheidsscore per context

De organisatoren van deze activiteiten zijn unisportclubs Lid unisport

8,1

Lid multisportclub

8,0

Abonnee van een fitnesscentrum

7,6

Personal coach

7,2

Deelnemer sportevenement

7,1

Abonee van een commerciele aanbieder

7,0

Via school of naschoolse sport

6,8

Via sociaal-cultureel werk, jeugd- of welzijnswerk

6,2

Sportkamp

6,2

Via gemeentelijke sportdients

5,7

Sport op het werk

5,4

Revalidatiecentrum

4,6

Zorginstelling

4,4

Georganiseerde sportvakantie

4,2

Algemene tevredenheid

Sportinfrastuctuur

Sportactiviteit/aanbod

7,9

8,2

8,2

8,2

9,1

8,5

6,9

8,4

8,9

8,8

7,8

7,0

8,6

6,6

8,6

7,6

Dansen Gymnastiek/ropeskipping Volleybal Fitness Basketbal Atletiek

8,5

8,6

7,8

7,7

8,5

8,2

8,0

7,8

8,4

8,4

8,2

7,6

8,3

7,8

8,2

7,9

8,2

8,1

8,2

7,7

8,2

8,0

7,5

7,9

Enkel sporten waarvan er ≥10 respondenten een beoordeling maakten. Chart: Kennisplatform Sport Vlaanderen

Aanvullend werd aan respondenten gevraagd hoeveel plezier ze beleven aan sporten en bewegen in het algemeen. Er werd dus niet verwezen naar specifieke sporten of contexten waarin de respondenten mogelijks

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

De scores voor de verschillende contexten bevinden zich tussen 4,1 en 8,1 op 10. Het sportclubaanbod scoort het hoogst als respondenten hun activiteiten beoordelen. Ook fitnesscentra, organisatoren van sportevenementen, personal coaches en andere commerciële aanbieders scoren een 7 op 10. De andersgeorganiseerde

Trainer/coach/begeleider

Badminton Karate Yoga Golf

sportten. Gemiddeld geven de respondenten een score van 7,7 op 10. Mannen geven het plezier van hun sporten vrijetijdsgedrag een hogere score dan vrouwen (7,9 versus 7,6).

Plezierbeleving sport en beweging sportcontexten scoren in vergelijking minder goed. De verschillende tevredenheidsscores voor de 10 hoogst gerangschikte sporten, georganiseerd door een unisportclub, staan weergegeven in onderstaande tabel. Er werden enkel sporten opgenomen waarbij het aantal beoordelingen gebeurde door ≥10 respondenten.

100,0

80,0

60,0

40,0

20,0

6-7 jaar Mannen

8-11 jaar

12-15 jaar

16-18jaar

19-25 jaar

26-35 jaar 36-45 jaar 46-55 jaar 56-65 jaar

>65 jaar

Vrouwen

Grafiek: Kennisplatform Sport Vlaanderen

30

31


Door de sterke populariteit van wandelen en (recreatief) fietsen en de hoge mate waarin er tijdens de maand oktober 2020 op een niet- of lichtgeorganiseerde manier gesport en bewogen werd, zien we dat er bij de selectie van de gebruikte sportinfrastructuur dan ook voornamelijk verschillende settings in de publieke ruimte werden aangeduid. Zo zijn bos/outdoor, (76,2%), op straat (60,8%) en in een park (33,3%) de meest gerapporteerde sport en beweegplekken.

Specifiek voor de periode oktober 2020 verwachtten we dat naast de publieke ruimte ook thuis en de tuin populaire sportplekken waren. 33,8% van alle sportende respondenten duidt deze aan als plekken voor hun sport- en beweegactiviteiten. Van alle gerapporteerde activiteiten thuis of in de tuin is 26,1% fitness, 20,4% wandelen, 20,2% dansen en 14,5% yoga.

TEWERKSTELLING EN VRIJWILLIGERSWERK 7,1% van de respondenten geeft aan actief te zijn in de sportsector als vrijwilliger, werknemer, zelfstandige of via het statuut verenigingswerk tijdens de maand oktober van 2020. 77,5% daarvan werkt via een statuut als vrijwilliger met of zonder een onkostenvergoeding. 9,0% is actief als werknemer, 8,6% als zelfstandige. 4,9% van de groep die actief is als medewerker in de sportsector doet dat in het statuut van verenigingswerk. 0,3% van de hele steekproef maakte in oktober 2020 gebruik van het statuut verenigingswerk in de sportsector. Volgende tabel maakt een onderscheid in de verschillende rollen waarin deze respondenten actief waren. 296 respondenten (7,1%) rapporteren samen 380 rollen. 47,3% van respondenten die een rol of functie opneemt in de sportsector combineert er meerdere. 17,2% neemt

twee verschillende rollen op, 7,8% is actief in drie verschillende rollen. 22,3% is actief in vier of meer rollen in de sportsector. Mannen combineren er meer dan vrouwen. De ratio personen-rollen is 1 - 1.4 bij mannen, 1 - 1.1 bij vrouwen.

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

SPORTINFRASTRUCTUUR

De rol als coach/trainer is de meest populaire bij zowel mannen als vrouwen. 34.5% van de mannen en 49.6% van de vrouwen (van de 7,1% die aangeeft actief te zijn in de sportsector) geven aan deze rol of functie op te nemen. Bij mannen is ook de rol van bestuurslid/coördinator of commissielid populair (33,9%). Bij vrouwen is dit aandeel een stuk lager, namelijk 15,2%.

Rol waarin respondenten actief zijn in de sportsector Respondenten konden meerdere rollen aanduiden

MAN

VROUW

Coach/trainer met een sporttechnische diploma

14,4%

22,9%

Coach/trainer zonder een sporttechnische diploma

20,1%

26,7%

Teamverantwoordelijke/ploegafgevaardige

17,8%

11,4%

Scheidsrechter/jurylid

9,2%

6,7%

Bestuurder/coördinator/commissielid

33,9%

15,2%

VAN DE RESPONDENTEN

Logistieke ondersteuning (organisatie activiteiten, catering, seingever, terreinverzorger, ...)

12,1%

9,5%

geeft aan actief te zijn in de sportsector als vrijwilliger, werknemer, zelfstandige of via het statuut verenigingswerk tijdens de maand oktober van 2020. 47,3% van die groep combineert meerdere rollen of functies.

Financiële/administratieve/communicatieve ondersteuning (PR, sponsoring, ledenadministratie, website, ICT, ..)

12,1%

6,7%

Beheer of toezicht sportinfrastructuur

5,7%

1,0%

Medische ondersteuning/begeleiding

4,0%

3,8%

Transport naar wedstrijden

8,6%

3,8%

Andere

21,8%

28,6%

7,1%

Tabel: Kennisplatform Sport Vlaanderen

32

33


KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

Onderstaande figuur visualiseert de genderverhouding voor de specifieke rollen of functies in de sportsector. Uit deze monitor blijkt dat de groep van vrijwilligers, zelfstandigen, tewerkgestelden of mensen met een statuut verenigingswerk voornamelijk bestaat uit mannen. Het aandeel mannen bedraagt 60,8%, versus 39,1% vrouwen. Toch zien we dat deze generieke verhouding niet in elke rol wordt weerspiegeld. Zo zijn er minder vrouwen vertegenwoordigd in de rol van toezichthouder of beheerder van sportinfrastructuur (9.1%), financiële/administratieve/communicatieve ondersteuner (25,0%) of bestuurslid/coördinator/commissielid (21,3%). Vrouwen hebben wel een ruimer aandeel als trainer of als uitvoerder van andere taken.

FUNCTIONEEL BEWEGEN

Genderverhouding per functie in de sport Mannen

34

Vrouwen

Coach/trainer met een sporttechnisch diploma

51,0%

49,0%

Coach/trainer zonder een sporttechnisch diploma

55,6%

44,4%

Teamverantwoordelijke/ploegafgevaardige

72,1%

27,9%

Scheidsrechter/jurylid

69,6%

30,4%

Bestuurder/coördinator/commissielid

78,7%

21,3%

Logistieke ondersteuning

67,7%

32,3%

Financiële/administratieve/communicatieve ondersteuning

75,0%

25,0%

Beheer of toezicht sportinfrastructuur

90,9%

9,1%

Medische ondersteuning/begeleiding

63,6%

36,4%

Transport naar wedstijden

78,9%

21,1%

Andere

55,9%

44,1%

Mensen die als vrijwilliger, professional, werknemer of zelfstandige in de sportsector actief zijn komen voornamelijk uit de leeftijdsgroep 19-25 jaar (16,0%) en 46-55 jaar (18,0%). Verder zijn ze voornamelijk hoger opgeleid. Tenslotte werd aan alle respondenten gevraagd naar de impact van de coronacrisis op hun rol of functie in de sportsector. 59,5% van deze respondenten gaf daarbij aan dat ze in hun rol hadden behouden sinds oktober 2019. 17,8% was nog niet actief in oktober 2019, maar was dat wel in oktober 2020. 19,2% gaf aan dat ze niet langer (vrijwillig) werkten in de sportsector. Tenslotte gaf 3,6% aan dat ze van statuut veranderden tijdens de afgelopen twaalf maanden.

Aanvullend op het sport en beweeggedrag werd tenslotte ook het functioneel bewegen bevraagd. Functioneel bewegen verwijst naar actieve verplaatsingen buiten de vrije tijd, waarbij respondenten bijvoorbeeld wandelen of (elektrisch) fietsen naar het wel, de school, de winkel. Gemiddeld verplaatsen de respondenten zich 6,5 keer per maand met de fiets en 11,1 keer te voet. Verplaatsingen te voet duren gemiddeld langer (ongeveer 40 minuten) dan verplaatsingen met de fiets (ongeveer 25 minuten). Uit deze analyse blijkt dat mannen zich vaker met de fiets verplaatsen, vrouwen vaker te voet. Respondenten met een hoger opleidingsniveau verplaatsen zich vaker te voet en met de fiets dan lageropgeleiden. Ook tussen sporters en niet-sporters is er een duidelijk verschil merkbaar. Respondenten die niet fysiek actief zijn in hun vrije tijd, verplaatsen zich ook minder fysiek voor functionele doeleinden.

35


Deze Monitor Sport en Bewegen bracht de sportparticipatie tijdens de maand oktober 2020 in beeld. De resultaten geven aan dat een ruim aandeel respondenten (84,5%) sportief actief was in oktober 2020 en zelfs 79,8% van de respondenten wekelijks sport- en beweegactiviteiten opnam.

Dat een meerderheid minder sportte dan voor de coronacrisis is opmerkelijk omdat de monitor tegelijkertijd lijkt aan te geven dat veel respondenten (wekelijks) gesport en bewogen hebben. Daarvoor zijn een aantal mogelijke verklaringen. Het zijn vooral de jongste leeftijdsgroepen die door die nieuwe realiteit minder sportten in oktober 2020. Deze groepen sportten vaker in Zeven op de tien respondenten heeft tijdens die perieen georganiseerde context en hebben dus een directe ode gewandeld of gefietst. Dat is niet alleen een grote impact van de maatregelen ondervonden. Bovendien groep, maar deze groep deed dat ook heel frequent. zien we dat recreatief wandelen en fietsen een groot Respondenten fietsten en wandelden gemiddeld 15 keer aandeel van de sportactiviteiten van de respondent die maand. Ook joggen of recreatief lopen, fitness en bepaalden in oktober. Acht op de tien sporters heeft dansen waren populaire sportactiviteiten. minstens één van beide sporten beoefend. 29,1% van de sporters wandelde en fietsRespondenten combineerden te alleen recreatief in oktober tijdens de maand oktober ge2020. 57,9% van alle sporters Deze resultaten kunnen niet middeld 2,4 sportactiviteiten en spendeerde meer dan de helft los van hun coronacontext beoefenden deze voornamelijk van hun beweegactiviteiten geïnterpreteerd worden. Speciin een niet- of lichtgeorganiaan wandelen en fietsen. Deze fieke coronamaatregelen (die seerd verband. 93.3% van de activiteiten leenden zich opwijzigden doorheen de maand sporters of 82,3% van de hele timaal om te blijven bewegen oktober) hadden een impact op de steekproef beoefende minstens onder de (toen) geldende coorganisatie van de sportsector en één sport- of beweegactiviteit ronamaatregelen, mogelijks daarmee ook op de deelname aan in deze context. 35,0% van de ten nadele van (of ter vervanhet georganiseerde sportaanbod. bevraagde sporters was actief ging van) meer georganiseerde Tegelijkertijd kunnen we ook in een sportclub (30,9% van de sportactiviteiten. verwachten dat maatregelen op populatie) en 18,9% deed dat de andere georganiseerde vormen bij een commerciële aanbieder Ondanks de brede insteek van van vrijetijdsbesteding (zoals (16,7% van de populatie). De deze monitor met betrekking kunst, cultuur, jeugdactiviteiten, participatie in een sportclub is tot sport- en beweegactivievenementen en de beperkingen traditioneel en proportioneel teiten, blijkt dat 11,7% van de in de horeca) ook een in-vloed hoger bij jongere leeftijdscaterespondenten geen sport- of hebben gehad op de sportgorieën en dat wordt ook bebeweegactiviteiten heeft onparticipatie in Vlaanderen. vestigd in deze monitor. dernomen tijdens het afgelopen jaar. 15,5% deed niet aan Sinds de eerste lockdown in sport tijdens de maand oktomaart 2020 hebben mensen zich moeten aanpassen ber 2020. Het aandeel niet-sporters in de steekproef aan een nieuw tijdperk. In deze monitor geeft 64.6% neemt toe met de leeftijd. Het is echter te verwachten van de respondenten aan dat ze hun ‘gewone’ sportdat niet-sporters door de specifieke insteek ‘sport en en beweeggedrag door de coronamaatregelen hebben bewegen’ van deze monitor afgeschrikt werden om deel aangepast. Bij kinderen en jongeren ligt dit percentage te nemen en dat dit aandeel niet sporters in werkelijknog een stuk hoger. 57,9% van de respondenten geeft heid groter is. Slechts 21,7% van die niet-sporters onder daarbij aan minder te bewegen dan voor de corona de respondenten overweegt om in de nabije toekomst uitbraak. De impact is het grootst bij kinderen en jonwel te bewegen of te sporten. Mannen overwegen voorgeren. 75,0% van de respondenten jonger dan 19 jaar namelijk (recreatief) fietsen, wandelen en fitness. Vrousport minder door corona. Vrouwen tussen 36 en 55 wen denken aan wandelen, zwemmen en (recreatief) jaar geven voornamelijk aan meer te hebben gesport in fietsen. Uit deze groep overwegers geeft slechts 23,2% oktober 2020 dan voor de coronacrisis. aan om zich bij een sportclub te willen aansluiten.

36

KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

DISCUSSIE EN REFLECTIE

37


KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN

COLOFON De Vlaamse monitor Sport en Bewegen is een uitgave van Sport Vlaanderen, tot stand gekomen via een samenwerking tussen de diensten Kennis en Informatiecentrum Sport (KICS) en het Datawarehouse van Sport Vlaanderen. De Monitor Sport en Bewegen is ook te raadplegen via sport.vlaanderen/kennisplatform Eindredactie Brecht De Vos, Hans Ponnet, Greet Smekens en Jasper Truyens Februari 2021 Depotnummer D/2021/3241/082

38

Verantwoordelijke uitgever Philippe Paquay, Administrateur-generaal Agentschap Sport Vlaanderen, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel

39


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
vlaamse-monitor-sport-en-bewegen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu