Skip to main content

Briefadvies_energiebeleidsovereenkomsten_2023_2026.pdf

Page 1

Briefadvies

Briefadvies

Energiebeleidsovereenkomsten 2023-2026.

Ontwerpteksten van de nieuwe Energiebeleidsovereenkomsten voor Vlaamse energie-intensieve ondernemingen (VER-bedrijven en niet-VER-bedrijven), periode 2023 – 2026. Datum van goedkeuring

22/09/2022

Volgnummer

2022| 018

Coördinator + e-mailadres

Stefanie Corens, stefanie.corens@minaraad.be


Minaraad Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 bus 15 1000 Brussel T 02 558 01 30 E info@minaraad.be www.minaraad.be

Uw bericht van 8 juli 2022 Datum 22 september 2022

Mevrouw Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Koning Albert II-laan 7 1210 Brussel

Uw kenmerk KZD-36837 Contact e-mail Stefanie.corens@minaraad.be

Ons kenmerk ADVIES 22|018 Contact telefoon 02 558 01 32

Mevrouw de minister, Op 12 juli 2021 ontving de Minaraad uw adviesvraag inzake Nieuwe Energiebeleidsovereenkomsten voor Vlaamse energie-intensieve ondernemingen (VER-bedrijven en niet-VER-bedrijven), periode 2023 – 2026.. De adviestermijn bedroeg 30 dagen. Vanwege de vakantieperiode werd uitstel gevraagd en verkregen tot vrijdag 23 september. Een energiebeleidsovereenkomst (hierna EBO) wordt gesloten “tussen het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, en een andere partij”, die “zich engageert om

binnen een afgesproken termijn een vooropgestelde verbetering inzake energie-efficiëntie te behalen of te stimuleren, tot de wereldtop inzake energie-efficiëntie in haar sector te behoren of een bepaald percentage van het energieverbruik te dekken met behulp van hernieuwbare energietechnologieën of daarvoor stimulansen te verstrekken”1. De Energie-Efficiëntie Richtlijn (EED) legt de Europese Lidstaten op dat ze ervoor dienen te zorgen dat ondernemingen die geen KMO’s zijn om de vier jaar verplicht een energie-audit opstellen en uitvoeren2. De bedoeling hiervan is om bedrijven bewust te maken van hun energieverbruik alsook van de mogelijkheden om energie uit te sparen en te verduurzamen. Het Vlaamse Gewest heeft dit geïmplementeerd via VLAREM3. In verband met de verplichting, voor grote ondernemingen, om een energie-audit door te voeren, bestaan er enkele mogelijke vrijstellingsgronden, waaronder ook het onderschreven hebben van “één van de energiebeleidsovereenkomsten”4. De basis voor het systeem van Energiebeleidsovereenkomsten

1

Energiedecreet. https://codex.vlaanderen.be/portals/codex/documenten/1018092.html Art. 2, 37°; EUROPEES PARLEMENT en RAAD (2012), Richtlijn betreffende energie-efficiëntie. https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32012L0027 Artikel 8.4 “De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen die geen kmo's zijn, een 2

energie-audit ondergaan die op een onafhankelijke en kostenefficiënte manier, door gekwalificeerde en/of geaccrediteerde deskundigen of onder supervisie van onafhankelijke instanties op grond van de nationale wetgeving, uiterlijk op 5 december 2015 en ten minste om de vier jaar na de voorgaande energie-audit wordt uitgevoerd.” 3

- Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu, wat betreft een aanpassing aan de evolutie van de techniek en aan de CLP-verordening, art. 93. https://etaamb.openjustice.be/nl/besluit-van-de-vlaamse-regering-van-16-mei2014_n2014036521.html. 4 Andere mogelijkheden zijn vestigingen die: vallen onder de verplichting om een energieplan op te stellen (volgens de bepalingen van VLAREM II, artikel 4.9.1) of over een ISO 50001, EN16001 of geldig EPC Publieke Gebouwen beschikken. VLAREM II. https://navigator.emis.vito.be/mijn-navigator?woId=61647.

1


wordt verder op decreetniveau geschapen op grond van het Energiedecreet5 en verder uitgewerkt op besluitniveau6. Het Verificatiebureau Vlaanderen is een onafhankelijke en neutrale organisatie waarvan de leden aangesteld worden door de ministers van de Vlaamse regering7. Het bureau waakt over de correcte uitvoering van de EBO’s, brengt hierover adviezen uit en maakt daarvan verslag. Het is de enige instantie die oordeelt over individuele gevallen. Het bestuursorgaan voor de energiebeleidsovereenkomsten is de Commissie EBO. Deze commissie bestaat uit vertegenwoordigers van alle deelnemende partijen en zorgt onder meer voor de coördinatie van activiteiten verbonden aan de uitvoering van de energiebeleidsovereenkomsten, bemiddeling bij conflicten tussen partijen of tussen Ondernemingen en het Verificatiebureau, overmaken van voorstellen tot wijzigingen van energiebeleidsovereenkomsten, jaarlijks opmaken en publiceren van een jaarverslag over alle bedrijven (VER- en niet-VER) samen, …8. De nieuwe EBO is bedoeld voor een periode van vier jaar9 en zou van start gaan in 2023. Inhoudelijk kunnen de belangrijkste aanpassingen als volgt worden samengevat: − Het ambitieniveau van de nieuwe Energiebeleidsovereenkomsten wordt opgetrokken10; − De doelgroep van de Energiebeleidsovereenkomsten wordt verbreed naar alle energieintensieve ondernemingen11; − De definitie van rendabele maatregelen wordt verstrengd12; − Thematische verbreding inzake warmtevraag en restwarmteaanbod13 alsook klimaat14. Binnen de Minaraad bestaan er uiteenlopende basisvisies over dit instrument, die als volgt kunnen worden samengevat: − Sommige raadspartners zien de EBO als een volwaardig en vruchtbaar energie-efficiëntieinstrument en dus niet als een (onderdeel van een) klimaatinstrument. Met deze visie wordt evenwel niet uitgesloten dat klimaat een onderdeel kan zijn van de EBO. Vermits klimaatinvesteringen een afschrijving tot 40 jaar met zich kunnen meebrengen, wordt de looptijd van een EBO als niet compatibel gezien met het doen doorvoeren van klimaattransitiemaatregelen. Verder merken deze raadspartners op dat het opgekrikt ambitieniveau in de huidige fase wel erg uitdagend wordt, gelet op de huidige energieprijzen. − Andere raadspartners vinden dat het laaghangend fruit reeds geplukt is wat betreft investeringen in energie-efficiëntie in de industrie. Daarmee samenhangend zou het EBOinstrument volgens deze partners moeten evolueren in de richting van een klimaatinstrument 5

Energiedecreet. https://codex.vlaanderen.be/Zoeken/Document.aspx?DID=1018092&param=inhoud Art. 7.7.1. en 7.7.2. Energiebesluit. https://codex.vlaanderen.be/Zoeken/Document.aspx?DID=1019755&param=inhoud HOOFDSTUK V. 7 EBO VLAANDEREN (2022), Verificatiebureau. https://ebo-vlaanderen.be/nl/verificatiebureau. 8 EBO VLAANDEREN (2022), Commissie EBO. https://ebo-vlaanderen.be/nl/commissie-ebo. 9 De vorige EBO was 8 jaar – opgedeeld in 2 periode (2015-2018 en 2019-2022). COMMISSIE EBO (2022), Jaarverslag 2020. https://ebovlaanderen.be/sites/ebovlaanderen/files/downloads/220221%20Jaarverslag%202020%20Commissie%20EBO%20-%20finaal.pdf 10 Rendabele investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie zouden ingepland en uitgevoerd moeten worden; In de berekening van de IRR zou bij geplande nieuwe investeringen rekening gehouden worden met een eventuele beperkte levensduur. 11 In de huidige aflopende Energiebeleidsovereenkomsten zijn 350 vestigingen van ondernemingen toegetreden. Door de verbreding van de doelgroep zouden potentieel tot ca. 500 vestigingen van ondernemingen kunnen toetreden. Eind 2022 zal er een concreet zicht zijn op hoeveel ondernemingen er effectief zullen toetreden tot de nieuwe EBO. 12 De IRR van rendabele maatregelen zou met 2% verlaagd worden ten opzichte van de vorige EBO-periode 2014-2022 - namelijk 12% voor VER-bedrijven (bedrijven die onder het Europees ETS-systeem vallen) en 10,5% voor niet VER-bedrijven (bedrijven die niet onder het Europees ETS-systeem vallen). 13 Dit zou gebeuren via potentieelstudies voor kwalitatieve warmtekrachtkoppeling en koude- en warmtenetten. 14 VER-bedrijven zouden verplicht worden om een klimaatroadmap op te stellen. Niet VER-bedrijven zouden niet enkel een energieaudit, maar nu ook een klimaataudit dienen uit te voeren. 6

2


– met de focus op CO2-reductie en procestransformatie. Deze partners vinden ook dat de EBO’s integraal de agenda/doelstellingen van de “klimaatsprong industrie” zou moeten dienen. In zowel het Vlaams Regeerakkoord15 als voorliggend ontwerpbesluit16 wordt eerder de eerste visie vooropgesteld. Ondanks deze tegengestelde visies op EBO focust de Minaraad in dit briefadvies op de volgende gemeenschappelijke aanbevelingen in relatie tot de voorgestelde aangepaste regeling voor de komende en volgende steunperiode: Positieve evolutie De Minaraad staat positief tegenover het opgekrikt ambitieniveau van de ontwerpteksten van de EBO 2023-2026 en dit met betrekking tot de volgende aspecten: − Verlagen grenzen voor een rendabele investeringen: 12% IRR voor VER-bedrijven en 10,5% IRR voor niet VER-bedrijven. − Thematische verbreding naar klimaatmaatregelen: een klimaat-roadmap bij VER-bedrijven en klimaat-audit bij niet VER-bedrijven. Verder worden er nog een aantal mechanismen in de EBO-ontwerptekst opgenomen die alleszin niet verhinderen dat klimaattransitietechnologie (op langere termijn) zou ingezet worden. − Thematische Verbreding naar warmtevraag en aanbod restwarmte: potentieelstudies voor kwalitatieve warmtekrachtkoppeling en koude- en warmtenetten. Tot slot wenst de Raad zijn appreciatie te uiten te aanzien van het degelijk werk van het Verificatiebureau. Transparantie klimaat-roadmaps In de ontwerpteksten van de EBO 2023-2026 wordt vooropgesteld dat de VER-bedrijven verplicht een klimaat-roadmap zouden opstellen (binnen de 24 maanden na datum van inwerkingtreding van de nieuwe EBO). Deze klimaat-roadmap zou vervolgens gevalideerd moeten worden door het Verificatiebureau. Omwille van de problematiek van het delen van vertrouwelijke gegevens, zouden de individuele klimaat-roadmaps niet bekend gemaakt worden.

VLAAMSE REGERING (2019), Regeerakkoord 2019-2024. https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/31741, p. 144: “Het beleidskader voor de energie-intensieve industrie heeft haar succes al bewezen en wordt verdergezet: in 2023 verlengen we de vrijwillige energiebeleidsovereenkomsten (EBO), evalueren we de huidige doelgroepen, de rentabiliteit van de maatregelen en de attractiviteit voor de ondernemingen om deel te nemen en verbreden het instrument met nieuwe overeenkomsten voor sectoren die nog niet gevat zijn. In nauw overleg met de betrokken sectoren, bekijken we hoe we het bestaande instrument verder kunnen verbreden met een klimaatcomponent. In dat overleg wordt voorts ook een verdere verbreding van het doelgebied van de EBO naar materiaalgebruik, mobiliteit, restwarmte en water bekeken.”. 15

16

VLAAMSE REGERING (2022), Nota aan de Vlaamse Regering inzake de principiële goedkeuring van de ontwerpteksten van de nieuwe energiebeleidsovereenkomsten voor Vlaamse energie-intensieve ondernemingen (VER-bedrijven en niet VER-bedrijven) – periode 2023 – 2026, p. 1: “De speerpunt van het energiebeleid voor de Vlaamse energie-intensieve ondernemingen zijn de vrijwillige

energiebeleidsovereenkomsten, die ervoor zorgen dat de Vlaamse energie-intensieve ondernemingen vooraanstaand zijn en blijven op gebied van energie-efficiëntie. Het Regeerakkoord vermeldt dat, omwille van het succes uit het verleden, deze vrijwillige energiebeleidsovereenkomsten verlengd zullen worden. … Verder vindt er ook een verbreding plaats naar zowel het thema rond warmtevraag en restwarmteaanbod, als naar het klimaatthema.”

3


In bijlage 10 ‘Individuele of cluster-klimaat-roadmap’17 staat vermeld dat het Verificatiebureau ten laatste 36 maanden na de start van de EBO een rapport opstelt dat “de geaggregeerde output bevat”. “Dit rapport van het Verificatiebureau wordt door de Vlaamse Overheid verwerkt tot een

publiek rapport met geaggregeerd cijfermateriaal en geaggregeerde randvoorwaarden en drempels”.

De Minaraad is tevreden over deze stap voorwaarts inzake transparantie en vraagt dat de volgende zaken hieraan toegevoegd worden: − − −

Streefdoelen; Scenario’s; Doorkijk naar een volgende EBO-periode en/of link met het breder industrieel klimaattransitiebeleid, namelijk de zogenaamde ‘klimaatsprong’18.

Tot slot beveelt Minaraad aan dat de uitvoering van zowel het klimaatplan als de klimaatroadmap besproken moeten worden op de ondernemingsraad – net zoals het geval is bij de uitvoering van het energieplan19. Dit zou kunnen stimuleren dat werknemers beter betrokken worden bij de (klimaat)toekomstplannen van de onderneming waarvoor ze werken. Contacten met maatschappelijke organisaties. Gelet op de taken van de commissie EBO, waarbij ook het onderhouden van contacten met maatschappelijke organisaties is opgenomen20, pleit de Minaraad voor een gedachtewisseling over het jaarverslag tussen de commissie EBO en maatschappelijke organisaties – zoals bv. met de organisaties opgenomen in de Minaraad. Evaluatie voor nieuwe EBO na 2026 De Minaraad stelt voor een evaluatiemoment in te lassen voor het EBO-instrument. Gezien de geplande duurtijd van de voorgestelde EBO-periode (4 jaar), zou dit best gebeuren in het derde jaar (eind 2025). Alzo kan een algemene evaluatie gemaakt worden van de vorige EBO-periode(s) alsook leerlessen meegenomen worden over hoe het instrument de volgende 4 jaar (beter) kan ingezet worden en de link met de “klimaatsprong industrie” verbeterd kan worden. Daarnaast kunnen ook de geldende energieprijzen mee opgevolgd en eventueel in rekening worden gebracht. In het kader van deze evaluatie en ter voorbereiding van de volgende EBO (na 2026), vraagt de Minaraad om te onderzoeken in hoeverre het ambitieniveau opnieuw kan opgetrokken worden – waarbij wel een onderling evenwicht bewaakt moet worden in de gezamenlijke evolutie van het beoogde ambitieniveau enerzijds en anderzijds van de tegenprestaties van de Vlaamse Overheid.

EBO 2023-2026 (VER en Niet-VER) - bijlage 10 artikel 1 lid 2: “Het Verificatiebureau maakt ten laatste 36 maanden na start van de EBO een rapport dat de geaggregeerde output bevat. Het rapport bevat ook een overzicht van gemelde noodzakelijke randvoorwaarden en drempels (zie Art.5). De Commissie EBO kan bijkomende analyses van de data vragen. Dit rapport van het Verificatiebureau wordt door de Vlaamse Overheid verwerkt tot een publiek rapport met geaggregeerd cijfermateriaal en geaggregeerde randvoorwaarden en drempels.” 17

18

Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid - nieuw hoofdstuk met het beleidskader van de Vlaamse industriële klimaattransitie. https://etaamb.openjustice.be/nl/decreet-van-30-april-2009_n2009035587.html. 19 Zoals beschreven in artikel 8 van de ontwerptekst EBO 2023-2026. 20 Zie artikel 5 lid 7.7°.

4


Bij dit onderzoek moet, op basis van een (update) van de studie van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA)21, rekening gehouden worden met: − − − −

De omgeving; De lange termijn i.h.k.v. klimaatsprong; Het ruimere ondersteuningskader; Aangrenzende beleidsvelden.

i.o.v. Walter Roggeman voorzitter Minaraad

21

VEKA (2021), Werknota over de verlenging en verbreding van de energiebeleidsovereenkomsten.

5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Briefadvies_energiebeleidsovereenkomsten_2023_2026.pdf by Vlaanderen-be - Issuu