Skip to main content

Aanloopfase_orienterende_leerweg_advies.pdf

Page 1

DE AANLOOPFASE ALS ORIËNTERENDE LEERWEG


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Ontwerp van decreet tot wijziging van de regelgeving over duaal leren, de aanloopfase en het stelsel van Leren en Werken

Adviesvrager

Ben Weyts - Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand

Ontvangst adviesvraag

13 december 2021

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)

Goedkeuring raad

24 januari 2022

Contactpersoon

Mieke Valcke

mvalcke@serv.be


De heer Ben WEYTS Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Kreupelenstraat 2 B-1000 Brussel

Wijziging regelgeving Duaal Leren, Aanloopfase en Leren & Werken. De Aanloopfase als oriënterende leerweg. Mijnheer de minister Naar aanleiding van uw adviesvraag van 13 december 2021 bezorgt de SERV u hierbij zijn advies m.b.t. de uitfasering van Leren & Werken. De SERV •

ziet de Aanloopfase als een brede, oriënterende leerweg. De SERV gaat dan ook akkoord met de maatregelen die betrekking hebben op de bredere invulling ervan en de mogelijkheden tot kwalificering. De SERV blijft evenwel bezorgd over de effecten op en de verhouding tot Duaal Leren. Het is voor de SERV uiterst belangrijk dat de twee trajecten, de Aanloopfase en Duaal Leren, afzonderlijk in de markt worden gezet;

•

is verheugd dat er werk wordt gemaakt van een gelijkwaardige financiering van de Aanloopfase en het Duaal Leren maar vraagt daarbij een sluitend kostenplaatje. Om de individuele begeleiding en het voltijds engagement in de Aanloopfase waar te kunnen maken, moet de financiering en de omkadering afdoende en stabiel zijn;

•

gaat er mee akkoord dat de Stageovereenkomst Alternerende Opleiding (SAO) niet langer een voltijdse overeenkomst is, op voorwaarde dat er niet geraakt wordt aan het aantal uren van de werkplekcomponent.

Voor de SERV blijft de uitrol van het Duaal Leren in Vlaanderen een prioriteit. De SERV wil ook mee zijn schouders zetten onder de uitbouw van de Aanloopfase. Beide moeten leer- en kwalificatiekansen bieden aan een diverse groep jongeren en de brug maken naar duurzame arbeidsmarktkansen. Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Inhoud Krachtlijnen

5

Advies

6

1.

2.

3.

Steun voor de Aanloopfase als oriënterende leerweg

6

1.1

Aanloopfase in de markt zetten als aparte leerweg

6

1.2

Gerichte bredere invulling versterkt oriënterend karakter

7

1.3

Studiebekrachtiging verstevigt kwalificatiekansen

7

1.4

Steun voor andere wijzigingen

8

Werk maken van een gelijkwaardige financiering en een sluitend kostenplaatje

8

Behoud aantal uren werkplekcomponent

9


Krachtlijnen •

De Aanloopfase als onderscheiden leerweg

De SERV pleit voor de Aanloopfase en het Duaal leren als duidelijke, aparte leerwegen. De motivatie daarvoor is dat niet voor alle leerlingen in Leren & Werken het Duaal Leren een geschikte leerweg is, er grote inspanningen zijn gebeurd om van Duaal Leren een eerste en bewust studiekeuze te maken en een duidelijke positionering zorgt voor transparantie in het aanbod. •

De Aanloopfase als oriënterende leerweg

De SERV verdedigde eerder een oriënterende invulling van de Aanloopfase en staat dan ook achter een bredere invulling van de Aanloopfase. Daarbij worden de competenties die leerlingen moeten verwerven niet enkel afgeleid van een duale opleiding maar kunnen ze ook afgeleid worden van een studiedomein of van een afgebakend geheel binnen een studiedomein. •

Meer kwalificatiekansen door studiebekrachtiging

De Aanloopfase zal voor heel wat leerlingen een finaliteit zijn, een vorm van (beroeps)kwalificering is dan ook aangewezen. De SERV ondersteunt de kwalificatiemogelijkheden mits toezicht op de naleving van de voorwaarden waaraan die moeten voldoen. •

Stappen gezet naar een gelijkwaardiger financiering, verder werk maken van een sluitend kostenplaatje

De gelijktrekking van het werkingsbudget voor duale opleidingen in de Centra Deeltijds Onderwijs en de Syntra vzw’s met deze van de voltijdse scholen is bijzonder positief. Om een kwalitatieve invulling van de Aanloopfase (met individuele begeleiding, oriëntering en maatwerk en het voltijds engagement) waar te kunnen maken, moeten de financiering en de omkadering afdoende en stabiel zijn. •

Omvang werkplekcomponent behouden

De SERV gaat er mee akkoord dat de SAO geen voltijdse overeenkomst meer is, op voorwaarde dat er niet geraakt wordt aan het aantal uren van de werkplekcomponent. Het akkoord van de SERV voor deze maatregel is in geen geval een voorafname op de globale discussie over het aantal uren op de werkplek bij Duaal Leren. •

Steun voor andere voorstellen

De SERV gaat akkoord met de andere maatregelen in het ontwerpdecreet onder andere m.b.t. de programmatie, de screening en de internationale en interregionale mobiliteit. 5


Advies Met dit advies •

bouwt de SERV verder op zijn advies ‘Beroepskwalificerende leerweg voor (leerplichtige) jongeren’ van 4 november 2019 en zijn advies ‘Transitie Leren & Werken’ van 21 januari 2021;

•

gaat de SERV in op de maatregelen uit het voorliggend ontwerpdecreet m.b.t. de Aanloopfase, de financiering van de Aanloopfase en Duaal Leren en de Stageovereenkomst Alternerende Opleiding.

1. Steun voor de Aanloopfase als oriënterende leerweg De SERV ziet de Aanloopfase als een apart leeraanbod. Dankzij de bredere invulling maakt het zijn oriënterend karakter waar, via de mogelijkheid tot studiebekrachtiging biedt het kwalificatiekansen.

1.1 Aanloopfase in de markt zetten als aparte leerweg De SERV is globaal genomen positief over de maatregelen i.v.m. de Aanloopfase maar blijft bezorgd over de effecten op en de verhouding tot Duaal Leren. De SERV pleit voor de Aanloopfase en Duaal leren als duidelijke, aparte leerwegen. De motivatie daarvoor is drieledig: •

Er is een grote diversiteit in de leerlingenpopulatie van Leren & Werken. Duaal Leren zal niet voor elke leerling in Leren & Werken een geschikte leerweg zijn. Denk bijvoorbeeld aan de (nog niet of semi-) arbeidsbereide en niet arbeidsrijpe leerlingen die niet kampen met een welzijnsproblematiek en voor wie zowel (buiten)gewoon voltijds onderwijs als Duaal Leren niet de geschikte leerweg zijn. Voor hen is een ander passend en volwaardig aanbod nodig.

•

Onderwijsverstrekkers, sectoren en ondernemingen leveren grote inspanningen om van Duaal Leren een sterk merk te maken, dat voor leerlingen een eerste en bewuste keuze is. Met ca 2.300 leerlingen is Duaal Leren echter nog niet de robuuste leerweg die de SERV voor ogen had. Alle inspanningen kunnen een maat voor niets zijn geweest wanneer vooroordelen over een praktijkgerichte leerweg opnieuw de overhand nemen.

•

Het apart karakter van beide leerwegen zorgt voor meer transparantie in het aanbod, zowel voor de leerlingen, als voor de scholen en de ondernemingen. 6


Een sterke Aanloopfase én een sterk Duaal Leren bieden leer- en kwalificatiekansen aan een diverse groep jongeren en slaan beide de brug naar duurzame arbeidsmarktkansen. Het is voor de SERV uiterst belangrijk dat de twee trajecten afzonderlijk in de markt worden gezet. Dat gebeurt nog onvoldoende. Zo stelt de Memorie van Toelichting dat ‘in schooljaar 2022-2023 20% van de leerlingen in CDO’s en Syntra vzw in duaal leren zal zitten, waarna dat jaarlijks toeneemt tot 100% in 2026-2027’ (pag. 4). Duaal Leren wordt zodoende als koepelbegrip gebruikt voor zowel de Aanloopfase als Duaal Leren. Ook in externe communicatie is dat het geval (cfr. ‘Pendelen tussen schaar en schoolbord’, DM, 12 januari ’22). Dit vraagt een nuancering van artikel 357/39 van de Codex Secundair Onderwijs dat stelt ‘De doelstelling van een aanloopstructuuronderdeel is een doorstroom naar duaal leren’. De SERV stelt volgende formulering voor: ‘De doelstelling van een aanloopstructuuronderdeel is een voorbereiding op de instap in een duale opleiding of in een andere vervolgopleiding.’ (Uit de MvT pag. 10.)

1.2 Gerichte bredere invulling versterkt oriënterend karakter Leerlingen behalen op vandaag in de Aanloopfase competenties die rechtstreeks afgeleid zijn van één standaardtraject van een duale opleiding. Na afloop van dat aanloopstructuuronderdeel kunnen ze daardoor makkelijker overstappen naar de duale opleiding. Het ontwerpdecreet voorziet een bijkomende invulling. De competenties van een aanloopstructuuronderdeel zullen ook afgeleid kunnen worden uit een studiedomein of uit een afgebakend geheel binnen een studiedomein. De Aanloopfase wordt zo minder determinerend naar één duale opleiding. De SERV verdedigde eerder een oriënterende invulling van de Aanloopfase en staat dan ook achter dit voorstel. (cfr. Advies ‘Transitie Leren & Werken’ van 25 januari 2021, pag. 9) AHOVOKS zal de brede aanloopstructuuronderdelen uitwerken. Hoe dit precies zal verlopen en welke competenties uit welke (afgebakende gehelen van) studiedomeinen zullen worden geselecteerd, is nog niet duidelijk. Voorliggend decreet gaat in op 1 september 2022 maar nog zonder deze bredere invulling. Een sterke betrokkenheid van sectoren is voor de SERV noodzakelijk. Zij kunnen mee instaan voor een realistische en duidelijke keuze van competenties. Voor heel wat leerlingen zal de Aanloopfase ook de eindfase van hun secundaire schoolloopbaan zijn. De opleiding in de Aanloopfase moet hen voldoende en een relevant geheel aan competenties aanreiken om succesvol de stap naar verdere opleiding en de arbeidsmarkt te kunnen zetten.

1.3 Studiebekrachtiging verstevigt kwalificatiekansen Tot nu wordt in de Aanloopfase vooral een bewijs van competenties uitgereikt en slechts in sommige gevallen een bewijs van een beroeps- of een deelkwalificatie. Met het voorontwerp van decreet wordt in de Aanloopfase de mogelijkheid tot een kwalificerend traject op maat voorzien. De klassenraad zal kunnen beslissen om voor de leerling de competenties uit het standaardtraject van het bovenliggende duale traject na te streven. Op basis van die competentieverwerving kan de studiebekrachtiging uit dat standaardtraject uitgereikt worden. Er worden aan deze mogelijkheid enkele voorwaarden gekoppeld. 7


De SERV stelde in zijn meest recente advies dat omdat het oriënteringstraject voor heel wat leerlingen een finaliteit kan en zal zijn, een vorm van (beroeps)kwalificering aangewezen is. De SERV ondersteunt de kwalificatiemogelijkheden mits toezicht op de naleving van de voorwaarden (zie MvT pag. 10). Deze moeten voor de SERV zeker omvatten dat •

de onderwijskwalificatie pas wordt toegekend na het bereiken van de eindtermen tweede graad arbeidsmarktfinaliteit en van één of meer erkende beroepskwalificaties of deelkwalificaties;

•

er een goede monitoring is van trajecten: zitten leerlingen die een onderwijskwalificatie niveau 2 behalen (eindtermen en beroepskwalificatie of deelkwalificatie uit de duale opleiding) in de aanloopfase en zonder werkplekcomponent daar op hun plaats of horen ze thuis in het gewoon voltijds of in duaal? Het aspect ervaring, door het leren op een werkplek, is een belangrijke troef voor leerlingen op vlak van arbeidsmarktkansen.

De aard van de studiebekrachtiging in het ontwerp van decreet is niet geheel duidelijk, o.a. door de onduidelijkheid over de brede invulling van de aanloopfase. Het moet wel gaan om een relevante kwalificering, met civiel effect. Er moet vermeden worden dat onterechte verwachtingen worden gecreëerd bij jongeren over de waarde en betekenis van hun kwalificering.

1.4 Steun voor andere wijzigingen •

De SERV gaat akkoord dat de periode om de screening uit te voeren verlengd wordt van 14 naar 25 dagen. Ook de bepaling dat een schoolbestuur geen leerlingen mag weigeren die niet klaar zijn om de Aanloopfase aan te vatten, wordt ondersteund door de SERV.

•

Positief is de versoepeling van de programmatieregels voor aanloopstructuuronderdelen (art 6). Het is echter belangrijk dat er een goed overzicht is van wat waar effectief aangeboden wordt en voor hoeveel leerlingen.

•

Ook met de verruiming van de mogelijkheden voor het programmeren en inrichten van duale structuuronderdelen door het buitengewoon secundair onderwijs gaat de SERV akkoord.

2. Werk maken van een gelijkwaardige financiering en een sluitend kostenplaatje De gelijktrekking van het werkingsbudget voor duale opleidingen in de CDO’s en de Syntra vzw’s vindt de SERV bijzonder positief. De onheuse situatie waarbij leerlingen in voltijdse scholen 18 of 22 punten genereerden en leerlingen in een CDO of Syntra vzw 10 punten, wordt daarbij rechtgetrokken. Het is positief dat voor het aanvullend werkingsbudget niet enkel gekeken wordt naar het geleverde resultaat maar ook naar alle inspanningen die gebeuren maar niet direct tot meetbare resultaten leiden (art 2). Nog positief is dat leerlingen in de Syntra vzw’s beroep 8


zullen kunnen doen op ondersteuning via het ondersteuningsmodel (via een verslag of gemotiveerd verslag). De SERV vraagt bijkomend om het totale kostenplaatje van de Aanloopfase en Duaal Leren onder de loep te nemen. Duaal Leren moet op een gelijke manier gefinancierd worden, waar het ook wordt aangeboden. Om de invulling van de Aanloopfase - met de klemtoon op individuele begeleiding, oriëntering en maatwerk en niet in het minst het voltijds engagement - waar te kunnen maken, moet de financiering en de omkadering afdoende zijn. Signalen uit het werkveld wijzen er op dat dit op vandaag niet het geval is. Onder andere het werken met projectfinanciering (via ESF) biedt volgens de SERV onvoldoende stabiliteit voor een kwalitatieve werking. Het wegvallen van de leervergoeding in geval van profylactisch verlof of tijdelijke gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is voor de SERV een logische maatregel.

3. Behoud aantal uren werkplekcomponent De Stageovereenkomst Alternerende Opleiding (SAO) en de Overeenkomst Alternerende Opleiding (OAO) zijn nu voltijdse overeenkomsten. Dat houdt in dat in dat het totaal aantal uur van de overeenkomst (lescomponent en werkplekcomponent samen) wordt afgeleid van de cao van de sector, in veel gevallen is dat 38u. Omdat er bij de SAO een kleinere werkplekcomponent is (14u), moeten de scholen instaan voor een groot aandeel lescomponent. Dat bleek in de praktijk niet haalbaar. Door het ontwerpdecreet wordt de Stageovereenkomst Alternerende Opleiding niet langer beschouwd als een voltijdse overeenkomst. Deze maatregel zet om in regelgeving wat al gangbaar was in de praktijk. De SERV kan met deze maatregel akkoord gaan op voorwaarde dat er niet geraakt wordt aan het aantal uren van de werkplekcomponent. Het akkoord van de SERV voor deze maatregel is in geen geval een voorafname op de globale discussie over het aantal uren op de werkplek bij Duaal Leren. De SERV ondersteunt ook de maatregel dat een opleidingsverstrekker erkend door de Franse Gemeenschap voor zijn leerlingen in alternerende opleiding evenzeer kan samenwerken met ondernemingen in gevestigd in de Vlaamse Gemeenschap, en omgekeerd.

9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Aanloopfase_orienterende_leerweg_advies.pdf by Vlaanderen-be - Issuu