Advies Voorontwerp decreet tot wijziging VDABdecreet: activerings-, loopbaan-, dataregie Brussel, 24 februari 2020
SERV_20200224_Wijziging_VDAB_decreet_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Adviesvraag: Adviesvraag betreffende het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding�, wat betreft de activerings-, loopbaan- en dataregie Adviesvrager: Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Ontvangst adviesvraag: 24 januari 2020 Adviestermijn: 30 dagen Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 24 februari 2020
Contactpersoon: Sandra Hellings - shellings@serv.be
2
Mevrouw Hilde Crevits Viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Koning Albert II-laan 15 B-1210 BRUSSEL
contactpersoon Sandra Hellings shellings@serv.be
ons kenmerk SERV_Raad_20200224_Wijziging_VDAB_decreet_ADV
Brussel 24 februari 2020
Wijziging decreet VDAB inzake activerings-, loopbaan-, dataregie Mevrouw de viceminister-president Op 24 januari 2020 vroeg u de SERV om advies over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het VDAB-decreet van 7 mei 2004, wat betreft de activerings-, loopbaan- en dataregie. Het advies van de SERV over dit voorontwerp van decreet bestaat uit drie delen. De doelstelling die aan de basis ligt van dit voorontwerp van decreet is een verhoging van de werkzaamheidsgraad, hetgeen vraagt om een structurele verbreding van het activeringsbeleid. De SERV staat achter deze doelstelling. In het akkoord “Iedereen aan boord” stelden de sociale partners dat “de zoektocht naar potentiële arbeidskrachten moet worden geïntensifieerd zowel bij de huidige beschikbare arbeidsreserve (of de werkzoekenden) als bij de potentiële arbeidsreserve binnen de (heterogene) groep van niet-beroepsactieven”. Vervolgens gaat de SERV in dit advies in op de concrete inhoud van dit voorontwerp van decreet en meer specifiek op de invulling van de drie regisseursrollen die de VDAB krijgt toegewezen. Het voorliggend voorontwerp van decreet is een kaderdecreet. Het zorgt er enkel voor dat de opdracht van de VDAB als centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur van het volledige activeringsbeleid juridisch mogelijk wordt. Om deze opdracht ook effectief te realiseren, zijn bijkomende zaken nodig waaronder een oefening naar financieel en operationeel realisme in de schoot van de VDAB, een debat over de verdere invulling van de verschillende rollen, constructieve samenwerking met partnerorganisaties en andere overheden, een gezamenlijke datavisie en -strategie en een aangepaste aanpak en loopbaanbegeleiding voor niet-beroepsactieven. Voortbouwend op het positief advies dat de RVB VDAB gaf rond het laten uitwerken van dit voorontwerp van decreet, gaat de SERV in zijn advies hier op in. Deze punten behoeven een verder debat en bijkomende uitklaring.
SERV_20200224_Wijziging_VDAB_decreet_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Hoogachtend
Pieter Kerremans
Danny Van Assche
administrateur-generaal
voorzitter
4
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 5 Krachtlijnen ......................................................................................................................... 6 Advies ................................................................................................................................ 8 1
Situering ................................................................................................................. 8
2
SERV staat achter doelstelling van brede activering .......................................... 8
3
Data-, activerings- en loopbaanregie juridisch verankeren via een kaderdecreet ................................................................................................... 8
4
Bijkomende stappen nodig om doelstelling te realiseren .................................. 12
Bibliografie .......................................................................................................................... 17
5
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Krachtlijnen De SERV staat achter de doelstelling die aan de basis ligt van dit voorontwerp van decreet, nl. een verhoging van de werkzaamheidsgraad, dat vraagt om een verbreding van het activeringsbeleid. Met dit voorontwerp van decreet zet de Vlaamse regering een eerste stap om de brede taak die de VDAB vanuit deze doelstelling heeft gekregen, op korte tijd ook juridisch mogelijk te maken. Dit is positief. De SERV adviseert om deze doelstelling (en niet enkel de opdrachten die daaruit voortvloeien) in dit kaderdecreet op te nemen. Ook vraagt de SERV om een aantal begrippen uit dit kaderdecreet te definiëren. In de VDAB-missie werd opgenomen dat VDAB voor elke werkgever perspectief op talent wil verschaffen o.a. om leerwerkplekken te vervullen. De sociale partners stellen dat VDAB een regierol heeft indien het gaat om leerwerkplekken in het kader van de VDAB-stages (zoals IBO, werkervaringsstages) en in het kader van de leertijd. De regie van de leerwerkplekken in het kader van duaal leren moet echter in de schoot van het Vlaams partnerschap blijven. VDAB moet als dataregisseur een goed zicht hebben op de huidige en toekomstige arbeidsmarktsituatie en, met het oog op brede activering, op de volledige populatie op beroepsactieve leeftijd waaronder de nieuwe groepen die zich zullen inschrijven. Om zijn rol als loopbaan- en activeringsregisseur te kunnen opnemen, moet VDAB over een minimaal aantal gegevens op individueel niveau beschikken. De data vormen het startpunt om het behoefteonderzoek en de daaropvolgende dienstverlening uit te rollen. In het verdiepingsdecreet moet duidelijk worden omschreven over welke gegevens het gaat. Ook moet het voor alle betrokkenen steeds duidelijk zijn welke procedure VDAB volgt. Ook de verschillende categorieën van de doelgroep “personen op beroepsactieve leeftijd” behoeven verdere uitklaring. Het gaat immers om een zeer diverse groep die bv. ook niet-werkbereiden zonder beschikbaarheidsvoorwaarden of arbeidsongeschikten omvat. De SERV vindt dat de opdracht van VDAB als loopbaanregisseur in het voorontwerp van decreet te flou wordt omschreven. Voor de SERV omvat deze rol transparant arbeidmarktinformatie ontsluiten, waardoor burgers meer beredeneerde loopbaankeuzes kunnen maken. VDAB moet zich niet toeleggen op het actief gaan (her)oriënteren van burgers op beroepsactieve leeftijd. VDAB heeft de opdracht om op zoek te gaan naar potentiële arbeidsreserve binnen de (heterogene) groep van niet-beroepsactieven en moet ook andere groepen dan verplicht ingeschreven werkzoekenden bereiken. Het type dienstverlening kan verschillen, maar een uitkeringsstelsel mag geen beperking zijn voor kwalitatieve dienstverlening. VDAB moet wel blijvend prioriteit geven aan de activering van verplicht ingeschreven werkzoekenden en schoolverlaters en aan het invullen van vacatures voor werkgevers. Een brede opdracht als activerings- of loopbaanregisseur mag het uitvoeren van deze basisopdracht niet in de weg staan. Dit moet worden opgenomen in een ruimer kerntakendebat.
6
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Het voorliggend decreet is een kaderdecreet. Het zorgt er enkel voor dat de opdracht van VDAB als centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur van het volledige activeringsbeleid juridisch mogelijk wordt. Om deze opdracht ook effectief te realiseren, zijn bijkomende zaken nodig: •
Oefening naar financieel en operationeel realisme in de schoot van de VDAB. Voortbouwend op het positief advies van de RVB VDAB, gaat de SERV in op deze punten. Gezien de ambitieuze doelstelling van de Vlaamse regering, de bijkomende taken voor de VDAB die daar uit voorvloeien en de verwachting dat ook partnerorganisaties intensiever worden ingezet om de doelstelling van de Vlaamse regering te halen, onderstrepen de sociale partners de nood aan een kerntakendebat en aan een oefening naar financieel en operationeel realisme. Het is voor de sociale partners cruciaal dat VDAB binnen deze ruimere regieopdracht blijvend zijn kerntaken kan opnemen. De sociale partners willen dit kerntakendebat en deze oefening op korte termijn opnemen in de RVB VDAB. De sociale partners wensen, als leden van de RVB, ook graag snel meer duidelijkheid over de resultaatsfinanciering van VDAB alsook over de evalutie van VDAB in dit kader.
•
Debat over de verdere invulling van de verschillende rollen van VDAB. Ter voorbereiding van het verdiepingsdecreet is een uitgebreid debat nodig met het beleid en VDAB over hoe ver het beleid wil gaan, zowel op het vlak van het verzamelen van individuele data, het gebruiken van deze data in het kader van activering/loopbaandienstverlening als het op eigen initiatief/pro-actief contacteren van burgers op beroepsactieve leeftijd.
•
Constructieve samenwerking met partnerorganisaties en andere overheden. Het voorontwerp van decreet geeft enkel de toelating aan VDAB om data te vragen aan partnerorganisaties en andere overheden. De VDAB is m.a.w. nog steeds afhankelijk van de bereidheid tot samenwerking en informatiedeling van deze organisaties en overheden. Dit vraagt om overleg, coördinatie en constructieve samenwerking. VDAB kan hier een actieve rol in opnemen. Bovendien moeten andere organisaties voldoende aandacht besteden aan het aspect ‘werk’ en stappen hierrond zetten: eenzelfde minimale gegevensverzameling realiseren, eenzelfde (toekomstgerichte loopbaan)focus hebben, voldoende aandacht besteden aan een traject naar werk in hun begeleiding of trajecten, wanneer de doelgroep interesse heeft in werk, consequent een warme overdracht voorzien naar VDAB of naar werk … . VDAB heeft de opdracht om de samenwerking met deze instanties mee op te zetten. VDAB moet bij de re-integratietrajecten sneller betrokken worden in een traject naar werk.
•
Gezamenlijke datavisie en -strategie. Beleidsrelevante datasets moeten sneller worden vrijgegeven. Datakoppeling tussen Vlaamse datastromen en datastromen van andere beleidsniveaus moet worden gerealiseerd. Er moet structureel worden nagedacht over het gegeven privacy bij datakoppeling. Om deze zaken te realiseren, pleit de SERV voor het uitwerken van een duidelijke datavisie en -strategie in overeenkomst met de andere beleidsniveaus en regio’s.
•
Aangepaste aanpak en loopbaanbegeleidingsinstrument voor niet-beroepsactieven. Voor moeilijk bereikbare werkbereide niet-beroepsactieven is een aangepast kader en aanbod nodig, eventueel met andere acties (bv. meer bottom up) of strategiën (minder disciplinair). Duurzame samenwerking met partners is cruciaal. Zij hebben ook aangepaste loopbaanbegeleiding nodig. De SERV vraagt de piste te bekijken om voor hen geëigende instrumenten te ontwerpen via ESF-financiering.
7
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Advies 1
Situering
De Vlaamse Regering wil de volgende jaren minstens 120 000 Vlamingen extra aan een job helpen. Een werkzaamheidsgraad van 80% is het streefdoel. Om deze ambitieuze doelstelling te bereiken, is een structurele verbreding van het activeringsbeleid noodzakelijk. De zoektocht naar potentiële arbeidskrachten moet worden uitgebreid naar alle burgers op beroepsactieve leeftijd ook die niet werken en/of niet zijn ingeschreven bij de VDAB. In dat kader breidt het Regeerakkoord van de Vlaamse regering (2019-2024) de opdracht van de VDAB uit tot de centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur van het volledige activeringsbeleid in Vlaanderen. Het voorontwerp van decreet dat nu voor advies voorligt, moet elk van deze taken, nl. activeringsregie, loopbaanregie en dataregie, juridisch mogelijk maken. Dit advies van de SERV op dit voorontwerp van decreet bestaat uit drie delen: Ten eerste wordt in het advies (her)bevestigd dat de SERV achter de doelstelling van brede activering staat. Deze doelstelling ligt aan de basis van dit voorontwerp van decreet. Ten tweede gaan we in op de concrete inhoud van dit voorontwerp van decreet en meer specifiek op de invulling van de drie regisseursrollen van de VDAB. Het voorliggend voorontwerp van decreet is een kaderdecreet. Dit kaderdecreet behoeft verdere uitdieping. In het derde deel van dit advies, formuleert de SERV, voortbouwend op het positief advies dat de RVB VDAB gaf rond het laten uitwerken van dit voorontwerp van decreet, nog een aantal opmerkingen en aandachtspunten die een verder debat en bijkomende uitklaring behoeven.
2
SERV staat achter doelstelling van brede activering
De SERV staat achter de doelstelling die aan de basis ligt van dit voorontwerp van decreet: een structurele verbreding van het activeringsbeleid. Al in het akkoord Iedereen aan boord, stelt de SERV dat “de zoektocht naar potentiële arbeidskrachten moet worden geïntensifieerd zowel bij de huidige beschikbare arbeidsreserve (of de werkzoekenden) als bij de potentiële arbeidsreserve binnen de (heterogene) groep van niet-beroepsactieven” (SERV, 22 juni 2019). Het is positief dat de Vlaamse regering met dit voorontwerp van decreet effectief een eerste stap zet om de brede taak die de VDAB vanuit deze doelstelling krijgt toegeschoven op korte tijd ook juridisch mogelijk te maken.
3
Data-, activerings- en loopbaanregie juridisch verankeren via een kaderdecreet
Het voorliggend voorontwerp van decreet is een kaderdecreet. Volgens de SERV worden bepaalde zaken best al in een kaderdecreet opgenomen of voldoende duidelijk omschreven. Het
8
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
gaat zowel om de doelstelling van dit kaderdecreet, enkele termen alsook de inhoud van de drie regisseursrollen.
Doelstelling juridisch verankeren De SERV vindt dat een kaderdecreet ook de algemene doelstelling moet opnemen en juridisch verankeren en niet enkel de opdrachten die daaruit voortvloeien. Zulke brede doelstelling moet los staan van de conjunctuur (cfr. van wijzigende werkloosheidsgraad). Concreet vraagt de SERV om de doelstelling van brede activering in de inleiding van het kaderdecreet op te nemen. Hetgeen betekent dat VDAB de verschillende groepen binnen de potentiële arbeidsreserve bereikt en hierover concrete afspraken worden gemaakt.
Terminologie verduidelijken De SERV adviseert om in art.5 1° een aantal bijkomende termen te definiëren en verder te duiden. Het gaat om: “duurzame loopbanen”, “loopbaanregie” (zie ook verder), “gegevens”, “proactief detecteren en contacteren” en “uniform referentiekader”. Wat dit laatste betreft, adviseert de SERV om de beschrijving uit de nota aan de VR of de MvT op te nemen: “Het uniform referentiekader beschrijft de verwachtingen en kwaliteitsvoorwaarden waaraan de dienstverlening t.a.v. burgers en werkgevers dient te voldoen, ongeacht wie de dienstverlening aanbiedt.
Opdracht VDAB inzake leerwerkplekken Art. 4 omschrijft de VDAB-missie. Art. 4 2° stelt dat de VDAB als missie heeft om “voor elke werkgever perspectief op talent te verschaffen door instrumenten, arbeidsmarktinformatie, advies en ondersteuning aan te bieden om vacatures en leerwerkplekken te vervullen;” Door dit artikel worden, zo duidt de MvT, naast vacatures ook de leerwerkplekken in scope genomen. De SERV stemt hiermee in indien het gaat om de regie van leerwerkplekken in het kader van VDAB-stages (zoals IBO, werkervaringsstages) en in het kader van de leertijd. De SERV is echter van mening dat de regie van de leerwerkplekken in het kader van duaal leren in de schoot van het Vlaams partnerschap moet blijven. In het SERV-advies inzake het voorontwerp van decreet tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven verzelfstandigd Agentschap “Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – Syntra Vlaanderen” van 17 februari 2020 stellen de sociale partners hierover: “Het Vlaams partnerschap is en blijft verantwoordelijk voor de werkplekregie in het kader van duaal leren. De sociale partners gaan niet akkoord met de regie-opdracht voor VDAB om duale leerplekken te erkennen voor sectoren zonder sectoraal partnerschap. De sociale partners vinden dat de regie van duaal leren voor deze sectoren bij het Vlaams partnerschap moet blijven. Het Vlaams partnerschap kan de operationele taken indien nodig delegeren aan VDAB. Er kan geen sprake zijn van duaal leren zonder (sectorale) partnerschappen. De opportuniteiten voor sectorale partnerschappen moeten blijvend onderzocht en gestimuleerd worden. Wel kan VDAB samen met het Vlaams Partnerschap de co-regie waarnemen van een databank met leerwerkplekken. Deze kunnen dan zowel worden gebruikt voor de nieuwe Beroepskwalificerende leerweg als voor duaal leren, met dien verstande dat dit werkplekken van een andere orde zijn, en voor het werkplekleren van de VDAB.”
9
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
VDAB als dataregisseur De VDAB moet als dataregisseur een duidelijk zicht hebben op de huidige en toekomstige arbeidsmarktsituatie en betrouwbare, up-to-date en realtime arbeidsmarktinformatie kunnen geven. Daartoe moet de VDAB arbeidsmarktbreed een arsenaal aan gegevens verzamelen en eenvoudig ter beschikking stellen (bv. aantal schoolverlaters, werkzoekenden per regio …). Dit gaat m.a.w. om het verzamelen van macrodata om grote trends in kaart te brengen. Met het oog op brede activering, moet VDAB voldoende zicht hebben op de volledige populatie op beroepsactieve leeftijd waaronder ook de nieuwe groepen die zich zullen inschrijven. De VDAB moet beschikken over voldoende (fijnmazige) gegevens over het aanwezige arbeidspotentieel (opleiding/competenties, ervaring, statuut, sociaal zekerheids- of sociaal bijstandsstelsel, ervaren drempels, gegevens omtrent beschikbaarheid, taal, herkomst …), dit om de verschillende groepen binnen de arbeidsreserve (werkzoekenden én anderen op beroepsactieve leeftijd) in kaart te brengen en een gepast dienstverleningsaanbod te ontwikkelen t.a.v. werkzoekenden en anderen op beroepsactieve leeftijd en voor werkgevers vacatures te vervullen, waaronder via de inzet van AI. Dit gaat over geanonimiseerde microdata (of anonieme data op indidividueel niveau). Het is volgens de SERV erg belangrijk om wat de nodige data betreft, de verschillende rollen van VDAB goed te duiden, nl. de VDAB als dataregisseur enerzijds en de VDAB als activerings- en loopbaanregisseur anderzijds. De SERV vraagt dan ook om bij de taken als dataregisseur “14 b) proactief mensen detecteren en contacteren die behoren tot de doelgroep" te schrappen. Deze taak zal door de VDAB worden opgenomen vanuit zijn opdracht als loopbaan- en activeringsregisseur (via 12°c en 13° c). Vanuit de opdracht als dataregisseur moet VDAB geen bereikacties ondernemen. De VDAB levert als dataregisseur wel de nodige data aan om als loopbaan- en activeringsregisseur deze acties te kunnen ondernemen. Het feit dat de VDAB geen bereikacties zal ondernemen als dataregisseur maakt deze rol "nog zuiverder". Op die manier garandeert de VDAB alle stakeholders dat individuele acties naar burgers steeds vanuit de rol van loopbaan- of activeringsregisseur zullen gebeuren. Deze invulling ligt bovendien in de lijn met de beschrijving van de verschillende rollen in de MvT en in de nota VR. Om zijn rol als loopbaan- en activeringsregisseur te kunnen opnemen, moet VDAB daarnaast ook over een minimaal aantal gegevens op individueel niveau beschikken (bv. opleiding/competenties, ervaring, statuut, sociaal zekerheids- of sociaal bijstandsstelsel, gegevens omtrent beschikbaarheid …). In het verdiepingsdecreet moet duidelijk worden omschreven over welke gegevens het gaat. Ook moet het voor alle betrokkenen steeds duidelijk zijn welke procedure VDAB hierbij volgt (zoals VDAB nu ook transparant communiceert over de verwerking van persoonsgegevens via https://www.vdab.be/privacy). Dit vraagt om een gedetailleerde oefening over de verwerking van gegevens, in overeenstemming met de geldende reglementering inzake privacy en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hierbij moet o.a. worden uitgeklaard in welke mate de partners de door VDAB verzamelde gegevens kunnen gebruiken in hun activeringsopdrachten.
VDAB als activeringsregisseur In art. 12° staat: “a) De VDAB heeft als regisseur de taak om iedere persoon op beroepsactieve leeftijd te activeren, ongeacht zijn statuut, socialezekerheids- of sociale bijstandsstelsel of zijn inschrijving als werkzoekende. … c) Proactief personen detecteren en contacteren die behoren tot de doelgroep vermeld in punt a)” De SERV interpreteert dit als: voorliggend decreet maakt het juridisch mogelijk dat ook niet-verplicht ingeschreven werkzoekenden worden geïnformeerd
10
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
en aanspraak kunnen maken op de dienstverlening van/activering door VDAB, met als doel een groei in de werkzaamheidsgraad. Dit artikel behoeft verdere uitklaring en verfijning in het verdiepingsdecreet, o.a. zoals aangegeven in art.5 3°, wat betreft de verschillende categorieën van de doelgroep. Nu wordt de groep personen op beroepsactieve leeftijd telkens als één geheel vermeld. Dit is echter een zeer diverse groep die bv. ook niet-werkbereiden zonder beschikbaarheidsvoorwaarden of arbeidsongeschikten omvat. De SERV wil hier volgende kanttekening maken. VDAB wil een relevant aanbod op maat voor werkgevers en personen op beroepsactieve leeftijd kunnen voorzien. Vanuit zijn rol als dataregisseur capteert VDAB gegevens die dit mogelijk maken. Dataregie is evenwel slechts één van de aspecten om in dit aanbod te kunnen voorzien; vooral de invulling van de rol als activeringsregisseur zal ervoor moet zorgen dat een aanbod op maat voor werkgevers en burgers op beroepsactieve leeftijd kan worden uitgerold. De data vormen m.a.w. het startpunt om het behoefteonderzoek en de daaropvolgende strategie/acties/dienstverlening uit te rollen.
VDAB als loopbaanregisseur De SERV vindt dat de opdracht van VDAB als loopbaanregisseur in het voorontwerp van decreet te flou wordt omschreven. Het verschil met de opdracht als activeringsregisseur is puur op basis van dit voorontwerp van decreet daarom niet echt duidelijk. De memorie van toelichting biedt echter bijkomende duiding. De MvT stelt dat elke burger aan het stuur zit van zijn eigen loopbaan maar dat VDAB als loopbaanregisseur al het nodige onderneemt om de burger te ondersteunen en te faciliteren om van die loopbaan een duurzame loopbaan te maken. VDAB doet dit door alle relevante loopbaandata en -perspectieven te verzamelen en ter beschikking te stellen van de burger. Deze krijgt suggesties over wat binnen zijn of haar mogelijkheden ligt, van pasklaar tot overbrugbaar mits competentieversterking of begeleiding. Bovendien worden drempels in kaart gebracht. In het voorontwerp van decreet staat bij 13° a) dat VDAB als loopbaanregisseur de taak heeft om werknemers te activeren en verder te begeleiden om hun werk te behouden. De SERV adviseert om in 13° a) "werknemers" te vervangen door "iedere persoon op beroepsactieve leeftijd". De loopbaanregie moet ten dienste staan van alle burgers op beroepasactieve leeftijd en niet enkel t.a.v. werknemers. Alle burgers op beroepsactieve leeftijd dienen toegang te krijgen tot alle tools die VDAB ter beschikking stelt ter ondersteuning voor het uitbouwen van hun loopbaan. Dit is bovendien in lijn met de beschrijving van de doelgroep in de MvT en in de nota VR. Ook is het nodig om “proactief personen detecteren en contacteren die behoren tot de doelgroep” (13°c) verder te verduidelijken (zie ook eerder bij ‘Terminologie verduidelijken’). Voor de SERV omvat de opdracht van de VDAB als loopbaanregisseur transparant arbeidsmarktinformatie ontsluiten, waardoor burgers meer beredeneerde loopbaankeuzes kunnen maken. Om verschillende redenen zijn de sociale partners van mening dat VDAB zich niet moet toeleggen op het actief gaan (her)oriënteren van alle burgers op beroepsactieve leeftijd. Ten eerste wijzen de sociale partners er op dat indien VDAB actief werknemers gaat contacteren, dit zal leiden tot een belangenconflict: nl. enerzijds aan werkgevers kandidaten aanbieden om vacatures in te vullen, anderzijds hun werknemers “weghalen” in het kader van loopbaanbeleid. Is dit de rol die VDAB moet vervullen? Ten tweede mag VDAB niet marktverstorend optreden; het moet voldoende duidelijk zijn hoe deze regisseursopdracht zich verhoudt tot de markt. Diverse private organisaties (al dan niet
11
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
in het kader van loopbaanbegeleiding) bieden evenzo ondersteuning t.a.v. werknemers via scans, info, tools tot en met diverse vormen van ondersteuning. De sociale partners zien op het vlak van loopbaanregie dus geen actieve rol voor VDAB. Maar wel moet worden nagedacht over de faciliterende en ondersteunende rol van VDAB in de context van loopbaan- en arbeidsmarkttransities. Als arbeidsmarktregisseur moet de VDAB op deze transities kunnen anticiperen.
Activering verplicht ingeschreven werkzoekenden blijvend prioritair De SERV kan zich vinden in het activeren van meer mensen, met het oog op de realisatie van een hogere werkzaamheidsgraad. De VDAB heeft als arbeidsmarktregisseur de opdracht om op zoek te gaan naar potentiĂŤle arbeidsreserve binnen de (heterogene) groep van nietberoepsactieven en moet m.a.w. ook andere groepen dan verplicht ingeschreven werkzoekenden bereiken. Het type dienstverlening kan verschillen, maar een uitkeringsstelsel mag geen beperking zijn om kwalitatieve dienstverlening te krijgen, hetgeen betekent dat expliciete of subtiele uitsluitingsmechanismen op het niveau van de dienstverlening moeten worden weggewerkt. Vrij ingeschreven niet-werkende werkzoekenden dienen daarom op dezelfde manier te worden ingeschat door VDAB zodat ze, volgens hun noden, op dezelfde begeleiding en dienstverlening kunnen rekenen als andere werkzoekenden. (zie ook COM DIV, 2020, pag.15) De SERV onderstreept wel dat VDAB blijvend prioriteit moet geven aan de activering van de verplicht ingeschreven werkzoekenden en schoolverlaters en aan de dienstverlening aan/het invullen van vacatures voor werkgevers. Een brede opdracht als activerings- of loopbaanregisseur mag het uitvoeren van deze basisopdracht niet in de weg staan. Dit moet worden opgenomen in een ruimer kerntakendebat. Om te kunnen inschatten hoe de kernopdracht van VDAB zich verhoudt tot zijn ruimere doelstelling, moet er op korte termijn een operationele vertaling gebeuren die zicht geeft op benodigde mankracht, middelen en partners. Er is een meerjarenplanning nodig die minimaal ĂŠĂŠn legislatuur zal omvatten. Er is m.a.w. nood aan een operationeel meerjarenplan en meerjarenbegroting. Pas dan kan de RVB VDAB ten volle zijn verantwoordelijkheid opnemen en de opeenvolgende prioritaire groepen afbakenen (zie ook verder).
4
Bijkomende stappen nodig om doelstelling te realiseren
Het voorliggend decreet is een kaderdecreet. Het zorgt er enkel voor dat de opdracht van de VDAB als centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur van het volledige activeringsbeleid juridisch mogelijk wordt. Om deze opdracht ook effectief te realiseren, zijn bijkomende zaken nodig waaronder een oefening naar financieel en operationeel realisme in de schoot van de VDAB, een debat over de verdere invulling van de verschillende rollen, constructieve samenwerking met partnerorganisaties en andere overheden, een gezamenlijke datavisie en -strategie en een aangepaste aanpak en loopbaanbegeleidingsinstrument voor niet-beroepsactieven. Voortbouwend op het positief advies dat de RVB VDAB gaf rond het laten uitwerken van dit voorontwerp van decreet, gaat de SERV in op deze punten.
12
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Oefening naar financieel en operationeel realisme nodig in schoot van VDAB De sociale partners formuleren in dit advies een fundamentele kanttekening. Gezien de ambitieuze doelstelling van de Vlaamse regering, de bijkomende taken voor de VDAB die daar uit voorvloeien en de verwachting dat ook partnerorganisaties intensiever worden ingezet om de doelstelling van de Vlaamse regering te halen, onderstrepen de sociale partners de nood aan een kerntakendebat en aan een oefening naar financieel en operationeel realisme. Het is voor de sociale partners cruciaal dat VDAB binnen deze ruimere regieopdracht blijvend zijn kerntaken kan opnemen. De sociale partners willen dit kerntakendebat en deze oefening op korte termijn opnemen in de RVB VDAB. De VDAB krijgt een ruime opdracht en dit binnen een kader van resultaatsfinanciering. De sociale partners wensen, als leden van de RVB, graag snel meer duidelijkheid over deze resultaatsfinanciering en de evalutie van VDAB in dit kader.
Sociale partners betrekken bij de verdere invulling van data-, activerings- en loopbaanregie Het voorliggend voorontwerp van deceet is een kaderdecreet. Zoals terecht wordt opgemerkt in de nota aan de VR (pag.4) is in een tweede fase een verdiepingsdecreet nodig om één en ander verder vorm te geven. Dit dossier behoeft dan ook een breder debat binnen en met de VDAB, de sociale partners en het beleid m.h.o.o. de invulling van dit verdiepingsdecreet. Tot op vandaag is volgens de sociale partners onvoldoende duidelijk hoe ver de (data)regierol kan gaan, gezien het wettelijk kader oa. inzake de privacywetgeving, maar ook gezien de betrokkenheid van partnerorganisaties. Ook is een uitgebreid debat nodig over hoe ver het beleid wil gaan, zowel op het vlak van het verzamelen van individuele data, het gebruiken van deze data in het kader van activering/loopbaandienstverlening als het op eigen initiatief/pro-actief contacteren van burgers op beroepsactieve leeftijd. Ook adviseert de SERV om in een volgende fase alle elementen verder uit te klaren en op te nemen in één overzichtelijk verdiepingsdecreet (i.p.v. te verspreiden over meerdere decreten). Dit zorgt voor eenvoud en transparantie. Indien bepaalde elementen via uitvoeringsbesluiten worden geregeld, vraagt de SERV om deze gelijktijdig met dit verdiepingsdecreet voor advies voor te leggen.
Constructieve samenwerking met partnerorganisaties en andere overheden als cruciale voorwaarde Constructieve samenwerking inzake dataregie De realisatie van brede activering start bij een voldoende verfijnd inzicht in de potentiële arbeidsreserve. Hiertoe is input van en maximale samenwerking met partners en andere overheden nodig. Dit voorontwerp van decreet creëert voor de VDAB alvast de juridische basis om bepaalde data-aanvragen te kunnen doen en andere instanties aan te spreken. Het biedt VDAB de mogelijkheid om de discussie met andere instanties te voeren over de inzichten en gegevens die VDAB nodig heeft om een gedifferentieerd aanbod voor deze groep te realiseren. VDAB kan op dit vlak dus stappen zetten. Maar dit voorontwerp van decreet schetst louter een kader. Er is nog een grote gap tussen het decretale kader dat nu voorligt en het waarmaken van de doelstellingen. Om de rol als data- (en activerings)regisseur ten volle te kunnen realiseren, is de VDAB afhankelijk van de bereidheid tot 13
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
samenwerking en informatiedeling van deze partnerorganisaties en andere overheden. Het voorontwerp van decreet geeft aan VDAB immers enkel de toelating om data te vragen maar garandeert niet dat andere instanties deze ook effectief zullen geven. Dit is vaak onderdeel van de bevoegdheid en datastrategie van andere beleidsniveaus. Er is daarom nood aan een open debat en constructieve samenwerking om data te verzamelen. VDAB kan hier een actieve rol in opnemen. De SERV wijst er op dat dataregie het belang van goede bottom up benaderingen niet uitsluit. Lokale samenwerkingsovereenkomsten bieden de mogelijkheid om de registratie van leefloners beter te ontsluiten. Deze overeenkomsten moeten ervoor zorgen dat overdraagbare data verfijnder, gerichter en direct toepasbaar zijn voor verdere opvolging. Een centrale datasturing zorgt voor macrodata die op geaggregeerd niveau toepasbaar zijn. Vooral vanuit de activeringsregie komen inschattingsdata naar boven (welke noden zijn er en wat is de afstand tot de arbeidsmarkt). Constructieve samenwerking inzake activeringsregie Het is cruciaal dat de beleidsdoelstelling van brede activering door alle betrokken overheden wordt gedeeld. Dit vraagt (op korte termijn) veel overleg en coördinatie, waaronder met het federale beleidsniveau. De rol als activeringsregisseur ten volle kunnen waarmaken, impliceert dat ook andere organisaties voldoende aandacht besteden aan het aspect ‘werk’ en stappen hierrond zetten. Het is belangrijk om het moment van instroom in een sociaal zekerheids- of sociaal bijstandsstelsel en dienstverlening vanuit de (lokale) overheid (ook) aan te wenden voor het capteren van (voor verdere activering nuttige) gegevens over het aanwezige arbeidspotentieel. In de toekomst zou de nieuwe instroom (bv. bij RIZIV) éénduidig in kaart kunnen worden gebracht. VDAB zou aan hen kunnen vragen Mijn loopbaan, als centraal loket, te completeren. Ook kan het moment (meer) worden aangegrepen om de personen met arbeidspotentieel te informeren over de VDAB-dienstverlening. Commissie Diversiteit stelde dat het belangrijk is dat “deze instanties voldoende aandacht besteden aan een traject naar werk in de begeleiding of trajecten die ze aanbieden en dat ze, wanneer de doelgroep1 interesse heeft in werk, consequent een warme overdracht voorzien naar VDAB of naar werk.” (COM DIV, 2020, p.9). Het is dus belangrijk dat de verschillende instanties met eenzelfde bril naar de situatie kijken. Dit betekent eenzelfde minimale gegevensverzameling realiseren en eenzelfde (toekomstgerichte loopbaan)focus hebben (wat kan de persoon (nog) wel, welke ervaring/scholing heeft hij/zij ..). Aan de hand van deze info kan de dialoog met de betrokkene worden aangegaan en kan de persoon meer gericht worden aangesproken, dit in samenwerking met andere organisaties. “VDAB heeft de opdracht om de samenwerking met deze instanties mee op te zetten en zou sneller betrokken moeten worden om een maximaal bereik van deze doelgroep te stimuleren en zo zijn rol als brede arbeidsmarktregisseur ten volle te kunnen uitoefenen.” (COM DIV, 2020, p.9). De SERV formuleert bijkomend volgende punctuele bemerkingen: De beslissingsbevoegdheid ten aanzien van beschikbaarheid en inzetbaarheid ligt niet steeds bij VDAB (maar bv. bij een adviserend geneesheer of bemiddelaar van OCMW).
1
Het gaat hier om werkbereide niet-beroepsactieven die nog niet, niet of niet meer zijn ingeschreven bij VDAB maar indirect bij VDAB ‘op de radar’ zitten doordat ze gekend zijn bij andere instanties, zoals RIZIV, OCMW’s, FOD Sociale zekerheid, agentschappen integratie en inburgering, onderwijs
14
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
VDAB heeft het welslagen van de doelstelling brede activering niet volledig zelf in de hand. Met dit decreet is VDAB wel beter geëquipeerd om het gesprek met anderen aan te gaan. Inzetten op preventief arbeidsbeleid impliceert dat de toeleiding vanuit een reintegratietraject voldoende snel kan gebeuren (maar blijvend binnen de veilige contouren van de huidige job). Indien te verwachten valt dat iemand niet meer naar de huidige job kan terugkeren, zou er al veel sneller dan nu naar een oplossing moeten kunnen worden gezocht. VDAB moet bij de re-integratietrajecten sneller betrokken worden in een traject naar werk. VDAB kan mee helpen bepalen in welke mate het individu kan participeren aan de arbeidsmarkt en dit vertalen naar de werkvloer. Dit vraagt ook om een aangepast aanbod. Het is wenselijk verdere uitvoering te gevan aan het RIZIV-protocol.
Gezamenlijke datavisie en -strategie uitwerken De SERV pleit ervoor dat de Vlaamse regering een duidelijke datavisie en -strategie uitwerkt in overeenkomst met de andere beleidsniveaus en regio’s. In het advies op de beleidsnota Werk en Sociale Economie stelt de SERV: “Ten eerste moeten beleidsrelevante datasets sneller worden vrijgegeven. Om proactief te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen moet de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) meer realtime data bevatten. Scandinavische landen slagen daar nu wel al in. Dit moet ook in Vlaanderen en andere regio’s worden gerealiseerd. Hiervoor is het noodzakelijk in kaart te brengen welke datastromen vertraging veroorzaken. Een tweede urgente stap is datakoppeling, tussen Vlaamse datastromen en datastromen van andere beleidsniveaus. Om meer verfijnde informatie over de verschillende groepen binnen de potentiële arbeidsreserve te kunnen leveren, moeten op korte termijn verschillende stromen kunnen worden gekoppeld, zoals de enquête naar arbeidskrachten (EAK) en Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming (DWH AM &SB). Ten derde moet er structureel worden nagedacht over het gegeven privacy bij datakoppeling. Respect voor privacy is cruciaal maar mag geen drogreden zijn om het maken van bepaalde koppelingen of het bijhouden van bepaalde data voor beleidsdoeleinden niet toe te staan. Bovendien is het niet steeds duidelijk waarom bepaalde zaken in andere Europese landen wel mogelijk zijn. Daarnaast gebeuren koppelingen momenteel enkel door de KSZ. De Vlaamse sociale partners vragen of VDAB dataregisseur en -beheerder kan worden zodat de dienst zelf datagegevens kan koppelen.” (SERV, december 2019). Bijkomende opmerking inzake data en datakoppeling: er kan worden nagedacht over het gebruik van geanonimiseerde data van private organisaties door VDAB om bepaalde trends en stromen te capteren.
Aangepaste aanpak nodig voor moeilijk bereikbare werkbereide nietberoepsactieven Alle personen op beroepsactieve leeftijd hebben recht op dezelfde kwaliteitsvolle VDABdienstverlening, ongeacht hun statuut. Maar niet iedereen binnen deze zeer heterogene groep kan op dezelfde manier worden bereikt (vb. via de digitale contactstrategie) of geactiveerd (o.a. afhankelijk van de beschikbaarheidsregeling). Voor moeilijk bereikbare werkbereide nietberoepsactieven is een aangepast kader en aanbod nodig, eventueel met andere acties (bv. meer bottom up) of strategiën (minder disciplinair).
15
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
De Commissie Diversiteit formuleerde hierover een aantal concrete suggesties in zijn advies inzake een outreachende aanpak in trajecten naar werk voor moeilijk bereikbare werkbereide niet-beroepsactieven. Meer algemeen stelt de Commissie in dit advies: “Om een verbreding van het activeringbeleid te realiseren is er in eerste instantie nood aan specifieke acties en maatregelen binnen de bestaande dienstverlening. Er moet worden ingezet op een bredere doelgroep dan werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering(aanvraag). … Voor nietberoepsactieven die niet ingeschreven zijn bij VDAB vraagt de Commissie Diversiteit dat VDAB duurzame samenwerking aangaat met partners.” (Commissie Diversiteit, 2020)
Aangepast loopbaanbegeleidingsinstrument nodig voor niet-beroepsactieven De SERV is van mening dat het instrument loopbaanbegeleiding in zijn huidige vorm bestemd is voor werkenden (want sterk focust op reflexie over het huidig functioneren). Groepen die nu niet of beperkt aan het werk zijn en ook geen werk zoeken, moeten echter ook worden ondersteund in hun opstap of terugkeer naar werk. Dit vraagt om gepaste (loopbaan)begeleiding. De SERV vraagt de piste te bekijken om voor deze groepen geëigende instrumenten te ontwerpen via ESFfinanciering.
16
Wijziging VDAB-decreet: activerings-, loopbaan-, dataregie
Bibliografie Commissie Diversiteit, Advies. Een outreachende aanpak in trajecten naar werk voor moeilijk bereikbare werkbereide niet-beroepsactieven, Brussel, 31 januari 2020. SERV, Advies. Opheffing Syntra Vlaanderen, 13 februari 2020. SERV, Advies. Beleidsnota Werk en Sociale Economie 2019-2024, Brussel, 2 december 2019. SERV, Advies. Loopbaancheques, Brussel, 28 oktober 2019. SERV, Akkoord. Iedereen aan boord, Brussel, 22 juni 2019.
17