Skip to main content

SERV_ACEM_20210906_Beroepskaarten_ADV.pdf

Page 1

Advies BVR beroepskaarten Brussel, 6 september 2021

SERV_ACEM_20210906_Beroepskaarten_ADV Adviescommissie Economische Migratie  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be  www.commissieeconomischemigratie.be


BVR beroepskaarten

Adviesvraag: Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van [datum] over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen Adviesvrager: Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Ontvangst adviesvraag: 12 juli 2021 Adviestermijn: 90 Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 6 september 2021

Contactpersoon: Niels Morsink – nmorsink@serv.be

2


Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 1210 Sint-Joost-ten-Node

contactpersoon Niels Morsink Nmorsink@serv.be

ons kenmerk SERV_ACEM_20210906_Beroepskaarten

Brussel 6 september 2021

BVR Beroepskaarten Mevrouw de viceminister-president De Adviescommissie Economische Migratie heeft uw adviesvraag goed ontvangen. De sociale partners geven een positief advies, maar hebben nog enkele opmerkingen en vragen. Hoogachtend

Stefaan Peirsman voorzitter

SERV_ACEM_20210906_Beroepskaarten_ADV Adviescommissie Economische Migratie  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be  www.commissieeconomischemigratie.be


BVR beroepskaarten

Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 4 Krachtlijnen ......................................................................................................................... 5 Advies ................................................................................................................................ 6 1

Procedure ............................................................................................................... 6

2

Verheldering regionale economische strategie ................................................... 7

3

Kosteloze aanvraag ............................................................................................... 7

4

Verlenging .............................................................................................................. 7

5

Vrijstelling gedetacheerde zelfstandigen ............................................................. 8

6

Punctuele opmerkingen ........................................................................................ 8

6.1

Artikel 2 ................................................................................................................... 8

6.1.1

Definitie gedetacheerde zelfstandige ....................................................................... 8

6.1.2

Definitie buitenlands journalist ................................................................................. 8

6.2

Artikel 3 ................................................................................................................... 9

6.3

Artikel 6 ................................................................................................................... 9

6.4

Artikel 12 en 13........................................................................................................ 9

6.4.1

Kredietwaardigheid (artikel 12, 5°) ........................................................................... 9

6.4.2

Fiscale en sociaalrechtelijke regelgeving ................................................................. 9

4


BVR beroepskaarten

Krachtlijnen De sociale partners vragen de mogelijkheid tot verlenging van de behandelingstermijn te schrappen. De sociale partners vragen een verdere verduidelijking over wat onder de regionale economische strategie wordt verstaan, aan wie advies kan worden gevraagd en wie het uiteindelijke oordeel velt. De beroepskaart zou kosteloos moeten kunnen worden aangevraagd. De sociale partners vragen dat het departement de ondernemer vanaf 90 dagen voor het aflopen van de beroepskaart op de hoogte brengt en voor de hernieuwing geen informatie opvraagt die tijdens de initiële aanvraag werd voorzien. De sociale partners maken ernstig voorbehoud bij de vrijstelling van beroepskaart van bepaalde gedetacheerde zelfstandigen. De sociale partners vragen in art. 2 5° te expliciteren dat een zelfstandige derdelander installatiewerkzaamheden en onderhoud in onderaanneming kan uitvoeren zonder dat hij de leverancier van de goederen is. De sociale partners vinden het van belang dat de definiëring van journalisten niet zou leiden tot de uitsluiting van een vrijstelling van beroepskaart voor freelancers die niet verbonden zijn aan een specifieke publicatie of verbonden zijn aan een digital only publicatie. Dienstverleners die een specifieke opdracht komen uitvoeren, zouden slechts een beperkt ondernemingsplan moeten voorleggen. De experten die deelnemen aan de initiële beoordeling van de aanvraag zouden niet dezelfde mogen zijn die worden geraadpleegd in de beroepsprocedure. Kredietwaardigheid zou een facultatieve in plaats van een verplichte weigeringsgrond moeten zijn. Zich niet houden aan de fiscale en sociaalrechtelijke regelgeving zou niet enkel een intrekkingsgrond moeten zijn, maar ook een weigeringsgrond voor een hernieuwingsaanvraag.

5


BVR beroepskaarten

Advies Vlaanderen verwelkomt mensen van buiten de Europese Unie die hier willen ondernemen. Ze investeren in Vlaanderen, creëren jobs en dragen bij aan het economisch weefsel. De sociale partners geven een positieve appreciatie van de vereenvoudigde en digitale aanvraag- en behandelingsprocedure dat wereldwijd talent toelaat om Vlaanderen op economisch, innovatief, sportief en cultureel vlak te verrijken. Desalniettemin blijven de sociale partners net als in eerdere adviezen1 het jammer vinden dat de Vlaamse Regering aan de nieuwe drempels vast houdt, met name de diplomadrempel en kapitaaldrempel. De nieuwe en arbitraire vereiste om een kwalificatieniveau 4 te kunnen bewijzen, sluit een deel van de potentiële buitenlandse ondernemers uit. Dit is ook het geval voor de nieuwe vereiste dat de buitenlandse ondernemer een startkapitaal van 18.600 euro moet hebben. Dit is voor veel dienstverleners zoals consultants een buitensporig bedrag in verhouding tot de investeringen.

1

Procedure

De commissieleden vinden het positief dat er een termijn voor de doorlooptijd wordt vast gelegd en vinden het jammer dat alsnog de mogelijkheid van een verlenging wordt ingebouwd. Om van een rechtszekere, voorspelbare en betrouwbare procedure te kunnen spreken dient de aanvrager steeds vooraf de maximale behandelingstermijn te kennen. Dit geldt zowel voor de aanvraagprocedure als voor de beroepsprocedure waar momenteel helaas geen maximale termijn meer voor wordt voorzien. Hoewel de sociale partners er begrip voor hebben dat het departement afhankelijk is van het advies van verschillende partners vragen ze toch de al ruime maximumtermijn van 120 dagen als einddatum te hanteren en dus de mogelijkheid tot verlenging te schrappen. Vandaag streeft de dienst naar een behandelingstermijn van 80 dagen die eind 2019 ook werd gehaald. Op basis van die succeservaring en de verdere digitalisering rekenen de sociale partners er op dat de daadwerkelijke behandelingstermijn in elk geval korter zal zijn dan 120 dagen. In de huidige procedure moet de buitenlandse onderdaan die in het buitenland verblijft een dossier indienen bij de ambassade. In de nieuwe procedure gebeurt de aanvraag via een digitaal platform waar de benodigde documenten (o.a. bewijs goed gedrag en zeden) worden opgeladen. De betaling gebeurt ook meteen online. Na een controle of alle benodigde documenten aanwezig zijn, vraagt de dienst Economische Migratie advies aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) die nagaat of de derdelander een bedreiging vormt voor de openbare orde en de veiligheid van het Belgisch grondgebied Wanneer de buitenlandse onderdaan aan de voorwaarden voldoet, wordt de beroepskaart digitaal door het Departement WSE afgeleverd. Indien de buitenlandse onderdaan zich in het land van herkomst bevindt kan hij/zij bij de ambassade een visum aanvragen. De sociale partners vinden het positief dat de procedure wordt gedigitaliseerd, maar benadrukken dat de ondernemingsloketten een dubbele en cruciale rol blijven spelen. Zowel voorafgaand aan de procedure om advies te geven over het ondernemingsplan als tijdens de procedure om het dossier mee op te volgen en daarover in de door de derdelander gesproken taal terug te 1

Zie het advies op het decreet beroepskaarten: ‘Een beter kader voor buitenlandse ondernemers’. https://www.commissieeconomischemigratie.be/sites/default/files/documenten/SERV_ACEM_20210426_Bero epskaarten_ADV.pdf

6


BVR beroepskaarten

koppelen. Ook na de toekenning van een beroepskaart heeft het ondernemingsloket een belangrijke rol bij het aanvragen van een ondernemingsnummer. Hoewel het niet meer verplicht is, zullen wellicht in de feite aanvragen vanuit Vlaanderen voor een beroepskaart met ondersteuning van de ondernemingsloketten gebeuren.

2

Verheldering regionale economische strategie

Artikel 7 van het decreet stelt dat de zelfstandige beroepsactiviteit een economische meerwaarde voor Vlaanderen biedt als de buitenlandse onderdaan beschikt over een startkapitaal van 18.600 euro dat wordt aangewend voor de ontplooiing van de zelfstandige beroepsactiviteit en de zelfstandige beroepsactiviteit zowel banen creëert als investeringen met zich mee brengt. Indien de zelfstandige beroepsactiviteit niet zowel banen creëert als investeringen met zich mee brengt, moet de buitenlandse onderdaan aantonen dat de beoogde zelfstandige beroepsactiviteit een gunstig effect heeft op het bestaande economische weefsel in Vlaanderen. Artikel 10 van het BVR herneemt deze formulering, maar verduidelijkt deze niet. De sociale partners begrijpen dat er flexibiliteit moet zijn, maar vragen ten einde transparantie en consistentie te verzekeren dat minstens in de Nota aan de Vlaamse Regering meer toelichting wordt gegeven over wat onder de regionale economische strategie wordt verstaan, aan wie advies kan worden gevraagd en wie het uiteindelijke oordeel velt.

3

Kosteloze aanvraag

De sociale partners merken op dat de aanvraag voor een gecombineerde vergunning kosteloos is, terwijl het aanvragen van de beroepskaart daarentegen 140 euro kost en daarbij ook per jaar van de geldigheidsduur 90 euro wordt aangerekend. Hoewel het decreet deze bijdrage niet wijzigt, vragen de sociale partners om de aanvraag van de beroepskaart ook kosteloos te maken.

4

Verlenging

De sociale partners vinden het positief dat de termijn voorafgaand aan dewelke een verlengingsaanvraag moet worden ingediend daalt van drie maanden naar 60 dagen voor het verval van de vorige machtiging. Ze rekenen erop dat het departement de verlengingsaanvraag binnen 60 dagen kan afronden zodat er geen lacune valt voorafgaand aan de verlenging. Aangezien de Dienst Vreemdelingenzaken een verblijfsrecht toekent dat drie maanden langer is dan de geldigheid van de beroepskaart is er gelukkig geen gevaar om in illegaal verblijf terecht te komen. De sociale partners vragen dat het departement de ondernemer vanaf 90 dagen voor het aflopen van de beroepskaart op de hoogte brengt dat hij/zij een verlengingsaanvraag moet indienen en dat hij/zij vervolgens regelmatig een herinnering ontvangt. Tenslotte vragen de sociale partners dat de verlengingsaanvraag zo eenvoudig mogelijk verloopt doordat het Departement met het oog op het ‘only once’ principe alle gegevens waarover het beschikt niet opnieuw vraagt naar analogie van artikel 68 van het besluit van de Vlaamse

7


BVR beroepskaarten

Regering houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers van 7 december 20182 (hierna BVR buitenlandse werknemers).

5

Vrijstelling gedetacheerde zelfstandigen

Het voorstel voorziet in artikel 2, §1, tweede alinea twee nieuwe regionale vrijstellingsgronden onder 5° en 6°. Het gaat om vrijstellingsgronden die geïnspireerd zijn door de Limosa-wetgeving (artikel 2, 1° en 2° van het K.B. van 20 maart 2007)3 maar die veel uitgebreider zijn in de tijd (drie maanden in plaats van acht dagen). Bovendien is de Limosa-verplichting ten aanzien van zelfstandigen zéér beperkt. Ze geldt namelijk enkel ten aanzien van gedetacheerde zelfstandigen in drie risico-sectoren (Bouw, Vleesverwerkende sector, Schoonmaak). De sociale partners maken hier een ernstig voorbehoud bij. Het wordt voor zelfstandige gespecialiseerde technici uit visumvrijgestelde landen nu zeer gemakkelijk om diensten te komen leveren in Vlaanderen tot drie maanden, zonder limosa-bewijs, arbeidstoelating of visum. De voorafgaande controlemechanismen worden hier dus bijna volledig uitgeschakeld. Indien men in het nieuw beleid aandacht wil besteden aan bestrijding van illegale zelfstandige activiteiten en frauduleuze constructies, en de inspectiediensten meer handvaten wil geven om efficiënt op te treden4 zou het toch beter zijn om ervoor te zorgen dat er voor deze categorieën meer tastbare aanknopingspunten worden gecreëerd. De sociale partners pleiten er dan ook voor om de toepassing van deze vrijstelling op dezelfde manier toe te passen op gedetacheerde zelfstandigen als op gedetacheerde werknemers, temeer daar een groot aantal zelfstandigen niet onder de Limosa-verplichting valt, en op deze manier dus ook niet geregistreerd wordt in België.

6

Punctuele opmerkingen

6.1

Artikel 2

6.1.1

Definitie gedetacheerde zelfstandige

De sociale partners vragen in 5° te expliciteren dat een zelfstandige derdelander installatiewerkzaamheden en onderhoud in onderaanneming kan uitvoeren zonder dat hij de leverancier van de goederen is.

6.1.2

Definitie buitenlands journalist

Buitenlandse onderdanen die als zelfstandige journalist in ons land actief willen zijn, zijn vandaag vrijgesteld van het aanvragen van een beroepskaart als ze minder dan drie maanden in België

2

Artikel 68: “(…) In afwijking van het eerste lid worden de documenten, vermeld in artikel 45 tot en met 63, die ongewijzigd zijn gebleven sinds ze bezorgd zijn aan de bevoegde overheid, niet bij de aanvraag van hernieuwing gevoegd.

3

KB van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen

4

Zie punt 3 in de nieuwsbrief WSE https://www.vlaanderen.be/departement-werk-socialeeconomie/nieuwsberichten/nieuw-economisch-migratiebeleid-voor-buitenlandse-zelfstandigen-vanaf-1-januari2022

8


BVR beroepskaarten

een beroepsactiviteit uitoefenen. Met dit BVR wordt deze vrijstelling in lijn gebracht met het BVR buitenlandse werknemers. Enerzijds door toe te voegen dat de journalist niet meer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen in België prestaties mag verrichten. Anderzijds door toe te voegen dat de buitenlandse journalist verbonden moet zijn aan dagbladen die in het buitenland worden uitgegeven; persagentschappen die in het buitenland zijn gevestigd; radio-of televisiestations. Aangezien in België één op vier beroepsjournalisten als freelance aan de slag zijn vinden de sociale partners het van belang dat ook freelancers die niet verbonden zijn aan een specifieke publicatie of verbonden zijn aan een digital only publicatie onder dezelfde voorwaarden kunnen worden vrijgesteld van een beroepskaart.

6.2

Artikel 3

Vandaag moeten in de praktijk bepaalde dienstverleners zoals consultants geen uitgebreid ondernemingsplan voorleggen. Ook in de toekomst moet in de praktijk een beperkte invulling van het ondernemingsplan mogelijk zijn voor bepaalde dienstverleners. Het gaat met name om dienstverleners die in Vlaanderen een welomschreven opdracht komen uitvoeren die langer duurt dan een kort verblijf en daarom niet vrijgesteld zijn van een beroepskaart. Voor hen zou een beschrijving van de specifieke opdracht die men komt uitvoeren moeten volstaan.

6.3

Artikel 6

Zowel voor de initiële beoordeling (artikel 6) als tijdens de beroepsprocedure (artikel 14) wordt er advies ingewonnen van experten om de innovatieve, economische, culturele, artistieke of sportieve meerwaarde van de zelfstandige beroepsactiviteit voor Vlaanderen te beoordelen. De sociale partners vinden het aangewezen dat dit niet tweemaal dezelfde experten zijn.

6.4

Artikel 12 en 13

6.4.1

Kredietwaardigheid (artikel 12, 5°)

De bevoegde overheid moet de beroepskaart weigeren wanneer ‘de kredietwaardigheid van de aanvrager of onderneming ongunstig is.’ Dat roept de vraag op wat ‘ongunstig’ precies betekent. In de Nota aan de Vlaamse Regering wordt dit verder toegelicht: ‘De kredietwaardigheid van de aanvrager is ongunstig als hij bijvoorbeeld geen lening kan bekomen bij de bank omdat er werd vastgesteld dat de kredietaanvrager onvoldoende garanties kan bieden op een terugbetaling van de lening.’ Gelet op de mogelijkheid dat geen enkele bank een lening wil verstrekken aan een buitenlandse onderdaan die nog geen beroepskaart heeft, dreigt dit een onoverkomelijk obstakel te worden. Daarom vragen de sociale partners om hier een facultatieve weigeringsgrond van te maken.

6.4.2

Fiscale en sociaalrechtelijke regelgeving

Een andere punctuele opmerking over dit artikel betreft de hernieuwing. De beroepskaart kan volgens artikel 13, 8° worden ingetrokken wanneer een buitenlandse onderdaan zich niet houdt aan de verplichtingen die zijn opgelegd door de fiscale en sociaalrechtelijke regelgeving. Het zou

9


BVR beroepskaarten

logisch zijn, moest dit ook een weigeringsgrond zijn bij een hernieuwing en aldus worden opgenomen in artikel 12.

10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_ACEM_20210906_Beroepskaarten_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu