Advies
Advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik
Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik 2023-2027 Datum van goedkeuring
8/09/2022
Volgnummer
2022| 016
Coördinator + e-mailadres
Jan Verheeke, jan.verheeke@minaraad.be
Co-auteur + e-mailadres
Francis Noyen, francis.noyen@minaraad.be Kathleen Quick, kathleen.quick@minaraad.be Wim Van Gils, wim.van.gils@minaraad.be
Inhoudstafel Inhoudstafel.................................................................................................................................................................................. 2 Krachtlijnen .................................................................................................................................................................................. 3 Procesbeschrijving .................................................................................................................................................................... 4 Situering van het voorgelegde ontwerpplan ............................................................................................................. 5 Adviestekst .................................................................................................................................................................................... 8 1 Maatschappelijke inschatting: een moeilijk evenwicht .................................................................. 8 1.1 Een problematiek met uiteenlopende belangen en inschattingen ................... 8 1.2 Oplossingsrichtingen inzake het duurzaam gebruik van pesticiden .............. 14 2 Procedurele en planmatige aspecten ...................................................................................................... 17 2.1 Procedurele aspecten ................................................................................................................ 17 2.2 Planmatige aspecten – de vereiste planinhoud ....................................................... 20 2.3 Planmatige aspecten – relatie met andere plannen ............................................... 23 3 Commentaar bij diverse acties .................................................................................................................. 25 3.1 Opleiding voor professionele gebruikers ....................................................................... 25 3.2 Verkoop van gewasbeschermingsmiddelen ................................................................. 26 3.3 Informatie en bewustmaking over pesticiden en alternatieven ...................... 27 3.4 Inspectie van de uitrusting.................................................................................................... 29 3.5 Bescherming van het aquatisch milieu .......................................................................... 29 3.6 Vermindering van de risico’s in specifieke gebieden ............................................... 31 3.7 Hantering en opslag .................................................................................................................. 32 3.8 Geïntegreerde gewasbescherming (IPM – Integrated Pest Management) ... 33 3.9 Beheer en opvolging van het plan .................................................................................... 34 Bibliografie .................................................................................................................................................................................. 35
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 2
Krachtlijnen Wat de situering van dit ontwerp van Vlaamse Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik aangaat, wijst de Minaraad erop dat de Europese Richtlijn Duurzaam Gebruik, die het uitgangspunt vormt van dit plan, betrekking heeft op gewasbeschermingsmiddelen. Het Nationaal Plan (NAPAN) heeft ook gewasbeschermingsmiddelen als voorwerp, maar had in een vorige versie ook biociden als voorwerp. Het Vlaamse plan hoort, aldus het Pesticidendecreet, zowel op gewasbeschermingsmiddelen als biociden te slaan. De Raad vraagt verduidelijking en stroomlijning inzake deze incongruentie. De Minaraad stelt vast dat er bij de inzet van gewasbeschermingsmiddelen diverse maatschappelijke belangen aan de orde zijn, die met elkaar op gespannen voet kunnen staan: volksgezondheid, biodiversiteit, voedselzekerheid en de economische waardeketen. Vanuit zijn taakstelling geeft de Raad een korte appreciatie bij de diverse belangen. Hoewel er op het terrein negatieve impacts geconstateerd worden, lopen de inschattingen over deze effecten uiteen, wat maakt dat het nodig is blijvend in te zetten op monitoring en onderzoek, en op de toepassing van het voorzorgsbeginsel zoals geïmplementeerd met de Richtlijn Duurzaam gebruik en met inachtneming van de mededeling van de Commissie over het voorzorgsbeginsel. Voor de Raad moet hierbij meer worden ingezet op doelgroepgericht beleid en op het implementeren van de prioriteitsvolgorde zoals aangegeven in artikel 5, van het Pesticidendecreet. Wat de procedurele en planmatige aspecten aangaat van wat voorligt, vraagt de Minaraad onder meer om de relatie van het plan en zijn voorgangers te verduidelijken, en om te onderzoeken of een MER en passende beoordeling vereist zijn – en die zo nodig door te voeren. Het lijkt erop dat de structuur van het plan niet beantwoordt aan wat gevraagd wordt door de Richtlijn Duurzaam gebruik of de geldende Vlaamse reglementering. Een kwantificatie van doelstellingen en de introductie van bruikbare indicatoren is nodig. Er moet een oplossing geboden worden voor het topic van de biociden. De Minaraad formuleert diverse aandachtspunten inzake de relatie met de stroomgebiedsbeheerplannen, met het landbouwbeleid en met het Vlaams Natura-2000 beleid. De Minaraad geeft tot slot commentaar en suggesties bij een 25-tal van de in het ontwerpplan voorgestelde acties. Trefwoorden hierbij zijn: communicatie, opleiding en bijscholing; handhaving van maatregelen inzake verkoop en passende communicatie in dat verband; evaluatie en verbetering van de regelgeving; inbreng bij federale en Europese ontwikkelingen; een meer ambitieuze driftreductiedoelstelling; adequate promotie van de steunregelingen; beter gebiedsgericht beleid in verband met kwetsbare gebieden en een eenduidige oplossing voor de kwestie van de bufferzones; een meer efficiënte doorvoering van geïntegreerde gewasbescherming; evenals passende opvolging van het plan met bewaking van gelijk speelveld.
Boerenbond, Unizo en VOKA wensen zich in dit advies enkel uit te spreken over gewasbeschermingsmiddelen, omdat op grond van de richtlijn dit het eigenlijk bereik hoort uit te maken van het voorliggende plan. Ze onthouden zich dan ook bij de aanbevelingen met betrekking tot biociden.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 3
Procesbeschrijving Datum adviesvraag
12 juli 2022
Naam adviesvrager + functie
Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Rechtsgrond van de adviesvraag
Pestidicendecreet, art. 8, §3.
Adviestermijn
30 dagen; informele toestemming verkregen tot verlenging wegens het zomerreces
Samenwerking
Er is niet samengewerkt met andere adviesraden
Overlegcommissie
Werkcommissie Waterbeleid en Ruimtelijke Ordening + Werkcommissie Luchtbeleid en Hinderbeleid
Vergaderingen: soort + datum
• • • •
Aanvangsbeslissing Dagelijks Bestuur einde juli Werkgroepsvergaderingen op 30 augustus en op 1 en 6 september Raadszitting op 8 september Schriftelijke ronde technisch nazicht achteraf
Op 12 juli 2022 ontving de Minaraad de adviesvraag over het ontwerp Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik 2023-2027, met een adviestermijn van 30 dagen. Omdat de adviesvraag werd voorgelegd bij het begin van de vakantieperiode, werd ernaar gestreefd om dit advies te verlenen binnen de termijn van de openbare raadpleging over dit ontwerpplan. Deze openbare raadpleging loopt van 15 juli 2022 tot en met 3 september 2022. Op informele basis werd nog een verlenging verkregen tot aan de eerste formele raadszitting, 8 september. Het voorliggend ontwerp van Vlaamse actieplan omvat diverse acties om het gebruik van pesticiden en de hieraan verbonden risico’s verder te verminderen. Dit moet, aldus de stellers van het ontwerpplan, ten goede komen aan het leefmilieu, de biodiversiteit en de gezondheid van de burgers in het algemeen alsook van gebruikers van de betrokken stoffen. Het ontwerpplan Duurzaam Pesticidengebruik 2023-2027 is opgebouwd rond 11 thema’s. De maatregelen die beogen om het aquatisch milieu en drinkwater te beschermen, zijn overgenomen uit het maatregelenprogramma zoals voorgelegd met de Stroomgebiedsbeheerplannen 2022-2027 (afgekort SGBP) van Schelde en Maas. Leeswijzer. de Europese Richtlijn Duurzaam Gebruik is gericht op het duurzaam gebruik van ‘gewasbeschermingsmiddelen’: in dit advies wordt er dan ook, bij tekstdelen over die Richtlijn Duurzaam Gebruik, enkel gerefereerd naar ‘gewasbeschermingsmiddelen’. Indien er in dit advies evenwel sprake is van het Vlaamse Pesticidendecreet, de Vlaamse reglementering of van het voorliggende actieplan, dan wordt er onder ‘pesticiden’ zowel ‘gewasbeschermingsmiddelen’ als ‘biociden’ verstaan.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 4
Situering van het voorgelegde ontwerpplan [1]
Uitvoering van Europese regelgeving. De opmaak van het nationale (en het Vlaamse) actieplan gebeurt vanwege van Richtlijn 2009/128/EG tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (hierna: ‘Richtlijn Duurzaam Gebruik’). In artikel 4.1. van de Richtlijn Duurzaam Gebruik worden de elementen opgegeven die vervat moeten zijn in een nationaal actieplan (zie hierna). De Richtlijn Duurzaam Gebruik heeft concreet betrekking op gewasbeschermingsmiddelen en niet op biociden . In artikel 2 van de richtlijn wordt het toepassingsgebied vastgelegd en wordt dit bereik met name beperkt tot de pesticiden die ook gewasbeschermingsmiddelen zijn.1 Volgens de overwegingen bij de richtlijn is het echter de bedoeling de werkingssfeer van de richtlijn in de toekomst uit te breiden tot biociden (zie ook [13]). De Richtlijn Duurzaam Gebruik regelt in hoofdzaak de beleidskwesties die niet direct gevat zijn door het productbeleid sensu stricto. De Richtlijn Duurzaam Gebruik moet dan ook in samenhang gelezen worden met Richtlijn 98/8/EG betreffende het op de markt brengen van biociden2, en met Verordening n° 1107/2009, betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (initieel is de Richtlijn Duurzaam Gebruik bedoeld als aanvullend bij deze laatste verordening). Die twee laatstgenoemde Europese regelingen bevatten onder meer ook de definities van resp. ‘biociden’ en ‘gewasbeschermingsmiddelen’. De implementatie van die twee regelingen valt echter in principe onder de bevoegdheid van de federale overheid, wegens productbeleid.
[2]
Grondslag van dit ontwerpplan in Vlaamse regelgeving. Voor het Vlaamse Gewest wordt de basis van de implementatie van het door de Richtlijn Duurzaam Gebruik vereiste actieplan gelegd met artikel 8 en artikel 9 van het Decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest (hierna: ‘Pesticidendecreet’). Dit decreet slaat, in tegenstelling tot de Richtlijn Duurzaam Gebruik, op zowel gewasbeschermingsmiddelen als op biociden.3 Het decreet is wel enkel van toepassing op het gebruik van pesticiden in de open lucht, met name: −
in gebieden die door het brede publiek, door kwetsbare groepen of door particulieren worden gebruikt;
−
in gebieden die beschermd worden in het kader van het integraal waterbeleid of het natuurbeleid;
−
in gebieden die bescherming vergen voor het aquatisch milieu en het drinkwater.4
1
Artikel 2 Toepassingsgebied: “1. Deze richtlijn is van toepassing op pesticiden die gewasbeschermingsmiddelen”zijn in de zin van artikel 3, punt 10, onder a).” Artikel 3, punt 10, onder a: “gewasbeschermingsmiddel als omschreven in Verordening (EG) nr. 1107/2009;”.
2
Let wel: zoals ingetrokken door Verordening (EU) nr. 528/2012; zie concordantietabel aldaar, i.e. bijlage VII.
3
Pesticidendecreet, art. 3.
4
Pesticidendecreet, art. 4.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 5
De verdere karakteristieken waaraan het Vlaamse actieplan hoort te voldoen, worden beschreven in het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 houdende nadere regels inzake duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest voor niet-landen tuinbouwactiviteiten en de opmaak van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik (hierna: ‘Pesticidenbesluit’). [3]
Onderdeel van een nationaal actieplan. De maatregelen uit het Vlaamse Actieplan maken deel uit van het Nationaal Actieplan voor de Reductie van Pesticiden (hierna ‘NAPAN’5). Naast acties van de federale overheid (aangeduid met code ‘FED’) en gewestelijke overheden (aangeduid met o.m. code ‘VLA’) bevat het NAPAN een reeks van gezamenlijk uit te voeren maatregelen (aangeduid met code ‘BE’). Het ontwerpNAPAN werd onderworpen aan een openbare consultatieronde in uitvoering van de Wet van 13 februari 2006 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu. De NAPAN Taskforce is belast met de omzetting van artikel 4 van de Richtlijn Duurzaam Gebruik, en dus met de uitwerking van een ontwerp van NAPAN, dat aldus handelt over gewasbeschermingsmiddelen en niet over biociden.6 inzake biociden mag niet vergeten worden dat de belangrijke bevoegdheden zich eveneens situeren op het federale vlak (productbeleid). Er is op dat niveau een specifiek actieplan in de maak dat voorziet in federale acties met betrekking tot biociden7. Volgens de Minaraad rijst de vraag of de NAPAN structuur gemachtigd zou zijn om ook biociden op te nemen in hun planprocessen, temeer daar de organisaties die betrokken zijn bij biociden niet meer vertegenwoordigd zijn in het Raadgevend Comité en FOD Volksgezondheid DG V, die, los van NAPAN, hun actieplan biociden uitwerken. Bij de opmaak van een federaal plan biociden dienen volgens de Minaraad alle relevante stakeholders betrokken te worden, analoog aan de processen die tot het NAPAN leiden. In tegenstelling tot het federale niveau dient het Vlaamse Gewest, in uitvoering van het Pesticidendecreet, een actieplan (of actieplannen) op te stellen voor zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden. Daarnaast is er evenwel het uitgangspunt om het Vlaams actieplan op te nemen in het NAPAN, dat op zich evenwel niet over biociden gaat of kan gaan. De Minaraad stelt een incongruente situatie vast en vraagt op korte termijn verduidelijking.
[4]
Vereiste structuur van het ontwerpplan. De bijlage bij dit besluit van 15 maart 2013 geeft de structuur mee waaraan een ontwerpplan hoort te voldoen:8
5
NAPAN staat voor “Nationaal Actie Plan d’Action National”.
6
Te noteren valt dat de vorige editie van het NAPAN wel ook biociden tot zijn actieterrein rekende, zie NAPAN TASK FORCE (2018), zoals gereviseerd in 2020: de definitie van pesticiden omvat zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden, en diverse acties van het Brusselse en het Waalse Gewest zijn opgenomen.
7
Zie Openbare raadpleging over het ontwerp van het federaal reductieplan voor biociden | FOD Volksgezondheid (belgium.be). Het ontwerpplan zelf betreft een document van 4 pagina’s met een 15-tal maatregelen.
8
De verplichting om van deze bijlage uit te gaan wordt opgelegd op grond van artikel 9 van het Pesticidenbesluit.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 6
−
Een actieplan moet de kwantitatieve doelstellingen, streefcijfers, maatregelen en tijdschema's vaststellen om, ter beperking van de afhankelijkheid van het gebruik van pesticiden: (1) de risico's en de effecten van het gebruik van pesticiden voor de menselijke gezondheid en het milieu te verminderen, (2) de ontwikkeling en invoering van geïntegreerde bestrijding van organismen die het doelwit zijn van pesticiden, te bevorderen en (3) de ontwikkeling en invoering van alternatieve benaderingswijzen of oplossingen die het doelwit zijn van pesticiden, te bevorderen. De streefcijfers kunnen betrekking hebben op bepaalde aandachtsgebieden, op residuen, op het gebruik van bepaalde technieken en op het gebruik op bepaalde gewassen.
−
Een actieplan moet indicatoren bevatten voor het toezicht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die stoffen bevatten “die aanleiding geven tot bijzondere bezorgdheid”, met name als er alternatieve oplossingen beschikbaar zijn. op basis van dergelijke indicatoren kunnen er, indien van toepassing, ook tijdschema's en streefcijfers worden vastgesteld, met name als het beperken van het gebruik een passend middel is om prioritaire risico’s te verlagen. Een Actieplan moet ten andere voorzien in de middelen om die streefcijfers te verwezenlijken.
−
In een actieplan moeten de maatregelen worden beschreven voor (*) de opleiding van professionele gebruikers, (*) de informatie en bewustmaking van het brede publiek, (*) de bescherming van het aquatische milieu en het drinkwater, (*) de vermindering van het pesticidengebruik of van de risico's van pesticiden in specifieke gebieden, (*) de hantering en opslag van pesticiden en (*) de behandeling van de verpakkingen en restanten daarvan, (*) de geïntegreerde gewasbescherming, en (*) de indicatoren, vermeld in artikel 9 van het Pesticidendecreet. De elementen van deze bijlage beantwoorden aan de vereiste elementen die opgegeven zijn in artikel 4.1. van de Richtlijn Duurzaam Gebruik.
De Minaraad stelt vast dat met wat voorligt niet aan deze vereiste structuur wordt voldaan (zie verdere bespreking onder [20]).
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 7
Adviestekst 1
Maatschappelijke inschatting: een moeilijk evenwicht
1.1
Een problematiek met uiteenlopende belangen en inschattingen
[5]
Uiteenlopende belangen aan de orde. Bij de ontwikkeling, de verkoop en het gebruik van pesticiden zijn diverse maatschappelijke belangen aan de orde, waarbij onder meer volgende belangen in het oog springen: −
De volksgezondheid, een maatschappelijk belang dat inhoudt dat de gebruikers van pesticiden, kwetsbare groepen, omstaanders enz. gevrijwaard moeten worden van de risico’s en negatieve effecten in verband met de inzet van pesticiden, maar ook van risico’s of negatieve effecten die kunnen ontstaan voor de volksgezondheid door het niet-inzetten hiervan9.
−
Het belang van milieu en biodiversiteit, wat er in deze context in hoofdzaak op neerkomt dat de het milieu, de daarin aanwezige in het wild levende organismen gevrijwaard moeten worden van onbedoelde negatieve effecten van de inzet van pesticiden, wat niet wegneemt dat de inzet van gewasbeschermingsmiddelen ook relevant kan zijn omwille van positieve macro-effecten die deze kan genereren voor biodiversiteit en milieu.10
−
Voedselzekerheid, een maatschappelijk belang dat er op neerkomt dat mensen altijd (fysiek, sociaal en economisch) toegang hebben tot voldoende voedsel, dat voldoende voedingswaarde en kwaliteit heeft voor een actief en gezond leven – en dat deze gegarandeerde toegang tot voedsel ook op lange termijn gehandhaafd kan worden.
−
De waardeketen waarin de inzet van gewasbeschermingsmiddelen aan de orde is, gaande van de chemie en life-sciences – de ontwikkeling, de productie en de vermarkting van pesticiden – tot en met de landbouwsectoren die deze middelen inzetten. Meteen is duidelijk dat het gaat om belangrijke sociaaleconomische sectoren, die gepaard gaat met innovatie, werkgelegenheid en omzet.
Doordat de Richtlijn Duurzaam Gebruik bepaalt dat men bij de opmaak van een actieplan rekening dient te houden met de “gezondheids-, sociale, economische en milieu-effecten”,11 worden deze diverse maatschappelijke belangen van bij het begin ingebracht in de problematiek. Dit neemt niet weg dat deze diverse openbare belangen onderling op gespannen voet kunnen staan. De Minaraad onderschrijft dan ook de doelstelling van het actieplan zoals vermeld in het decreet: “om de risico's en de effecten van het gebruik van pesticiden voor de 9
Met andere woorden: positieve effecten voor de volksgezondheid. Een voorbeeld hiervan zijn ontsmettingsmiddelen (biociden) voor de handen die o.a. bij de Covid-19-pandemie gebruikt werden.
10
Voor duiding van dit laatste, zie EPRS (2019), p. 20: “Land use for agriculture is inevitably related to loss of biodiversity. Management techniques such as use of PPPs have by definition a negative impact on biodiversity, but this loss is by far surpassed by the higher land use in extensive production systems.”.
11
Richtlijn Duurzaam Gebruik, art. 4.1., vierde lid.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 8
menselijke gezondheid en het milieu te verminderen en om de ontwikkeling en de invoering van geïntegreerde bestrijding van organismen die het doelwit zijn van pesticiden en alternatieve benaderingswijzen of oplossingen te bevorderen ter beperking van de afhankelijkheid van het gebruik van pesticiden”.12 [6]
Pesticiden relevant voor voedselzekerheid, waarbij ook lange-termijn-perspectief aandacht vereist. De mogelijkheid om doorlopend te voorzien in voldoende, kwalitatief en veilig voedsel is van groot maatschappelijk belang. Het beperken van voedselverlies doorheen de keten is een absolute prioriteit en maakt deel uit van een duurzame voedselproductie. Wat betreft de kwestie van de voedselzekerheid liggen er diverse inschattingen voor: −
Er wordt ingeschat dat er, zonder het specifiek toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, in de huidige omstandigheden tot 50 à 60% van de oogst verloren kan gaan13;
−
Er liggen evenwel ook inschattingen op macroniveau voor die aantonen dat duurzame alternatieven mogelijk zijn, zonder disproportionele kosten (zie [11]).
De Raad vraagt hierbij ook aandacht voor de langtermijnimpact van het gebruik van pesticiden voor het leefmilieu en de biodiversiteit – die immers mede de basis vormen voor de ecosysteemdienst voedselproductie14. De risico’s van pesticiden – ook deze op de lange termijn, zoals bv. de impact op de bodem of op (populaties wilde) bestuivers – moeten zoveel als mogelijk beperkt worden. De Raad noteert wel dat de regelgeving hier meer en meer aandacht voor heeft.15 [7]
Effecten op de volksgezondheid als een blijvend punt van zorg. Er is een blijvende bezorgdheid over de belasting van de volksgezondheid door het gebruik van bepaalde (groepen) gewasbeschermingsmiddelen in voedsel, voedergewassen en in de sierteelt. Diverse studies verstrekken inschattingen en verschaffen indicaties dat deze bezorgdheid niet zonder grond is: −
Het recente Nationaal Actieplan Hormoonverstoorders (hierna: ‘NAPED’) geeft mee dat voor België de kosten voor klachten en behandelingen van hormoonverstorende effecten ingeschat worden op 4.4 miljard per jaar, waarbij, althans voor het Europese niveau, geldt: “het merendeel van deze gezondheidskosten [i.e. i.v.m. hormoonverstorende effecten] is naar schatting het gevolg van blootstelling aan pesticiden”.16 Het NAPED zelf bevat evenwel geen acties rond pesticiden, omdat de Europese verordening reeds voorziet dat wanneer een gewasbeschermingsmiddel of een biocide na de beoordeling wordt geïdentificeerd
12
Pesticidendecreet, art. 8, §1, tweede lid.
13
Zie PHILLIPS MCDOUGALL (2018); EPRS (2019).
14
FAO COMMISSION ON GENETIC RESOURCES FOR FOOD AND AGRICULTURE (2019), met als eerste bevinding; "Biodiversity for food and agriculture is indispensable to food security, sustainable development and the supply of many vital ecosystem services”.
15
Zo is er bij de ontwikkeling, het op de markt brengen en het gebruik van pesticiden een groeiende aandacht voor de risico’s voor het leefmilieu, wat moet worden ingeschat met bv. de halfwaardetijd in de bodem. Zie EUROPESE COMMISSIE, Verordening (EU) Nr. 284/2013, bijlage, deel A, sectie 9 (“Lotgevallen en gedrag in het milieu”) en sectie 10 (“Ecotoxicologisch onderzoek”).
16
FOD VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU (2022), p. 18.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 9
als een hormoonverstoorder, het niet op de Europese markt mag worden gebracht. 17 −
Het Franse Nationaal Instituut voor Gezondheids- en Medisch Onderzoek (INSERM) onderkende in een recente studie inzake beroepsgroepen die met pesticiden werken diverse “strong presumption[s] of a link” tussen blootstelling aan pesticiden en zes pathologieën: non-Hodgkin lymfoom (NHL), multipel myeloom, prostaatkanker, ziekte van Parkinson, cognitieve stoornissen, alsmede bepaalde aandoeningen van de luchtwegen (chronisch obstructieve longaandoeningen en chronische bronchitis). Voor wat blootstelling van zwangere vrouwen en/of kinderen aangaat, is er een “strong presumption of a link” met de ontwikkeling, bij kinderen, van leukemie en kankers van het centraal zenuwstelsel. Het onderzoek naar de blootstelling waarmee inwoners in het platteland te maken hebben, en met name naar het resulterende voorkomen van autisme-spectrum bij kinderen, is dusdanig dat “the strength of this presumption weak” is. 18
−
Een grootschalige studie onder de landbouwgemeenschap in de VS is de eerste studie die schildklierkanker en langdurige blootstelling aan de meeste van deze pesticiden evalueert. Die studie concludeert dat er meer onderzoek nodig om de mogelijke rol van deze chemicaliën bij de ontwikkeling van schildklierkanker te begrijpen. Eerdere bevindingen ondersteunen wel het idee dat bepaalde pesticiden de immuniteitsfuncties kunnen beïnvloeden en kunnen leiden tot niercelcarcinoom (RCC)19.
−
Complementair aan het voorgaande, maar evenwel met een ander bereik en een andere benadering toont de grootschalige AGRICAN-studie20 aan dat landbouwers in Frankrijk gemiddeld langer leven dan de algemene populatie en in het algemeen minder kanker krijgen. Voor een paar kankers is weliswaar een verhoogde incidentie waargenomen. Maar de studie neemt naast gewasbescherming ook andere producten en zowel biotische als abiotische factoren mee op in haar studie om beter inzicht te bekomen in eventueel beroepsmatig gekoppelde oorzaken.
−
Volgens een recente studie van Wetenschappelijk Comité van FAVV kan op basis van de FAVV controleresultaten voor de periode 2014 tot en met 2020 besloten worden dat de lange-termijn-blootstelling van de Belgische consument, waaronder ook kinderen, aan residuen van gewasbeschermingsmiddelen via de consumptie van groenten en fruit geen risico inhield of niet zorgwekkend was, zelfs bij een hoge consumptie van groenten en fruit. 21
Deze verordening moet samen gelezen worden met de bijhorende richtsnoeren. Voor de actieve stoffen, synergisten en ander producten die onder de verordening vallen: zie EUROPESE COMMISSIE, Verordening (EU) Nr. 283/2013. 17
18
Zie INSTITUT NATIONAL DE LA SANTÉ ET DE LA RECHERCHE MÉDICALE (INSERM) (2021).
19
NATIONAL INSTITUTES FOR HEALTH (2022). “The Agricultural Health Study works to understand how agricultural, lifestyle, and genetic factors affect the health of farming populations.“
20
Om het blootstellingsniveau en de risico’s verbonden aan pesticiden beter te karakteriseren, wordt sinds 2005 de AGRICANenquëte uitgevoerd naar de gezondheid in de landbouwomgeving. Zie https://www.e-cancer.fr/Professionnels-desante/Facteurs-de-risque-et-de-protection/Environnement/Pesticides.
21
Zie FAVV-SCICOM (2022).
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 10
−
Maar ook hierbij zijn er tegenindicaties: met betrekking tot het jaar 2019 kon België in de top-4 van de Lidstaten gesitueerd worden, zowel voor wat consumptieappelen als consumptieperen aangaat, wat betreft residuen aan gewasbeschermingsmiddelen die vanwege hun risicogehalte kandidaat zijn voor substitutie.22
−
De ziekte van Parkinson is in Frankrijk al 10 jaar erkend als beroepsziekte voor landbouwers en momenteel onderzoekt ook Duitsland deze piste. In België is er voor beroepsziekten een algemene regeling, die wordt geïmplementeerd door Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico's. Dit Fonds bracht in 2013 een rapport uit over de relatie tussen de beroepsmatige blootstelling aan pesticiden en Parkinson, een rapport dat in 2017 in de Senaat werd aangehaald; er zou een suggestie van relatie bestaan, maar het oorzakelijk verband zou niet helder blijken; concluderend wordt er gerefereerd naar het voorzorgsbeginsel en daarom wordt er aangemoedigd blootstelling te beperken; verdere beleidsstappen zijn niet bekend.23,24,25 Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat met de huidige toelatingseisen een deel van de informatie ontbreekt die nodig is om een effect als gevolg van landbouwberoepsactiviteiten aan te kunnen tonen. De huidige testen kunnen volgens deze studie onvoldoende duidelijk maken of een stof kleine veranderingen in de hersenen kan veroorzaken waardoor aandoeningen als Parkinson kunnen ontstaan. Het advies van deze studie is dan ook om in de toelatingseisen en testrichtlijnen duidelijker te beschrijven welke effecten moeten worden onderzocht en welke methoden daarvoor nodig zijn26. Dit onderzoek valt evenwel niet te situeren in de context van beroepsziektes, maar wel in de context van de Verordening van de Commissie Nr. 284/2013 – i.e. het is een van de onderzoekingen die op het getouw gezet wordt in de context van productbeleid.
De Minaraad leidt uit deze inschattingen af dat er nood is aan extra onderzoek naar en acties m.b.t. mogelijke directe en indirecte effecten van bepaalde pesticiden op de
22 23
PESTICIDES ACTION NETWORK (2022), pp. 20 en 22. Zie ook p. 42. FEDRIS, Jaarverslag 2013, p. 38. Het rapport zelf wordt niet direct teruggevonden. Zie evenwel ook SENAAT, schriftelijke vraag 61303, 23 februari 2017: “De Medische Commissie « Chemische agentia en toxicologie » van het Fonds voor de beroepsziekten werd
ertoe gebracht om de kwestie van de inschrijving van de ziekte van Parkinson veroorzaakt door pesticiden te onderzoeken en heeft een studie van de wetenschappelijke literatuur gemaakt. Het rapport werd vervolgens aan de Wetenschappelijke Raad voorgelegd. De Commissie en de Wetenschappelijke Raad hebben vastgesteld dat de epidemiologische en experimentele studies de hypothese van een associatie tussen de blootstelling aan pesticiden en het syndroom van Parkinson, zelfs de ziekte van Parkinson, suggereerden, maar dat die studies zwakke plekken en leemten bevatten en een oorzakelijk verband tussen de beroepsmatige blootstelling aan pesticiden en het syndroom van Parkinson of de ziekte van Parkinson kon niet worden aangetoond. De Commissie en de Wetenschappelijke Raad besloten echter dat het aanbevolen was het voorzorgsprincipe toe te passen en in het land- en tuinbouwmilieu de toepassing van de gewoonlijk aanbevolen preventiemethoden aan te moedigen om de blootstelling tijdens de manipulatie van pesticiden te beperken.” 24
Zie (de gecoördineerde versie van) het Koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen.
25
Zie ook VLAAMS PARLEMENT, Vraag om uitleg over de langdurige blootstelling van landbouwers aan pesticiden en de gezondheidseffecten daarvan, van Chris STEENWEGEN aan minister Hilde CREVITS en Vraag om uitleg over de gezondheidsrisico’s van pesticides van Ludwig VANDENHOVE aan minister Hilde CREVITS, met, in het antwoord: “Wat betreft de opname van een
ziekte op de lijst van beroepsziektes kan ik het volgende zeggen. Dat is ook een federale bevoegdheid van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke. Ik begrijp dat u die vraag stelt, maar we moeten dat op dat niveau gaan bespreken. […] Ik vraag aan mijn diensten om de vraag naar de beroepsziekten te onderzoeken. Ik respecteer de bevoegdheidsverdeling, maar ik vind de vraag gerechtvaardigd en ik wil dit zeker opnemen.”. 26
Zie HEUSINKVELD H. et al. (2021).
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 11
menselijke gezondheid (indirect: via hun effecten op het milieu en ecosystemen). Bij dergelijke studies moet evenwel een degelijke multifactoriële aanpak gehanteerd worden (i.e. wat is de impact van andere factoren dan pesticiden?), om relevante conclusies te kunnen trekken. Ook de impact op ruimere schaal en op de lange termijn, wat vaak moeilijker te onderzoeken is, dient meegenomen te worden. [8]
De effecten op biodiversiteit zijn betekenisvol. In een recente literatuurstudie concludeerde de OESO dat overmatig gebruik van pesticiden kan leiden tot biodiversiteitsverlies en aantasting van ecosystemen, met in het bijzonder het verminderen van populaties vogels, insecten, amfibieën en aquatische en bodemgemeenschappen:27 −
Meer in het bijzonder kunnen pesticiden leiden tot een afname van nuttige bestrijders onder insecten en van essentiële bestuivers, wat vervolgens risico’s met zich meebrengt voor de landbouwopbrengst.
−
Indirecte effecten van pesticiden (met name insecticiden) worden, zo noteert OESO, gezien als een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van boerenlandvogels in diverse Europese landen.
−
Sommige neonicotinoïden (een klasse van veelgebruikte insecticiden) vormen met name een risico voor bestuivers, wat binnen de EU in 2018 geleid heeft tot een verbod op het gebruik van drie veelgebruikte neonicotinoïden. Neonicotinoïden zijn ook gekoppeld aan onder meer bodemdegradatie, watervervuiling en het in gevaar brengen van biologische ongediertebestrijding.28
−
De impact van pesticiden op biodiversiteit is niet beperkt tot het landbouwland, omdat de gehanteerde stoffen via de lucht, de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater kunnen verspreid worden en onder meer ook in natuurgebieden kunnen terechtkomen.
−
Bovendien kan het risico tientallen jaren aanhouden, omdat veel pesticiden gedurende lange perioden in het milieu blijven.
In voorliggend ontwerpplan wordt niet echt ingegaan op de impact van pesticiden op bestuivers. Ook de problematiek van resistentie van plaaginsecten wordt niet erkend of aangepakt. Bovendien worden de effecten op niet-doelorganismen in bodem- en watersystemen niet ingeschat of wordt niet verwezen naar dergelijke inschattingen.
27
OESO (2020), p. 8-9, met onder meer “Various studies have shown that excessive use of pesticides has led to biodiversity loss and ecosystem degradation (Green, et al. 2005, Kleijn, et al. 2009). In particular, pesticide use has contributed to reducing populations of birds, insects, amphibians and aquatic and soil communities, either through direct exposure or reduction in food and habitat availability (Kennedy, et al. 2013, Hallmann, et al. 2014). A Europe-wide study found that insecticide and fungicide use had consistent negative effects on biodiversity and that insecticides also reduced the potential for biological pest control (Geiger, et al. 2010).”.
28
Zie OECD (2020), p. 9: “Neonicotinoids (a class of widely used insecticides) for instance, are linked to a range of impacts including soil degradation, water pollution and endangering biological pest control […]. A 2014 study showed that in the Netherlands local population trends of insectivorous birds were significantly more negative in areas with higher surface-water concentrations of a commonly used neonicotinoid insecticide, imidacloprid. […] Neonicotinoids also represent risks to pollinators […] which is a cause for concern given that wild pollinator populations have declined in North West Europe and Northern America […]. Given the growing evidence of risks, the EU restricted the use of three widely used neonicotinoids in 2013 and decided to extend this to a full ban on the outdoor use of these neonicotinoids in 2018 […].”
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 12
De Minaraad noteert dat er recent een Nationale Strategie Wilde Bestuivers is vastgesteld, waarin een multifactoriële aanpak wordt voorgestaan.29 Ook is er onlangs een Vlaams Actieplan Wilde Bestuivers vastgesteld.30 De Raad vraagt evenwel om ook in het kader van het Vlaams Pesticiden-plan de impact van pesticiden op nietdoelorganismen (wilde bestuivers) systematisch te monitoren met het oog op het beperken van de risico’s voor wilde bestuivers. De Raad ondersteunt dan ook het voornemen dat de monitoring van (bepaalde) wilde bestuivers zou worden opgenomen in het werkplan van het INBO31. Voor het waterbeleid wijst de Minaraad op de bestaande ecologische monitoring (vissen, macro-invertebraten) en de vraagstelling in hoeverre pesticiden impact kunnen hebben op het bereiken van de ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water. 32 [9]
Het belang van het voorzorgsbeginsel. In verband met de problematiek van de inschatting van risico’s en problemen, herinnert de Minaraad aan het voorzorgsbeginsel, als algemeen beginsel van het Unierecht.33 In verband hiermee bracht de Europese Commissie in 2000 een mededeling uit, met onder meer volgende aanwijzingen: “Toepassing van het voorzorgsbeginsel
veronderstelt dat potentieel gevaarlijke gevolgen van een verschijnsel, product of proces zijn vastgesteld en dat het risico door een wetenschappelijke evaluatie met onvoldoende zekerheid kan worden bepaald.” en “Indien moet worden gehandeld, dienen maatregelen op grond van het voorzorgsbeginsel onder meer: (*) in verhouding te staan tot het gekozen beschermingsniveau, (*) bij toepassing niet tot discriminatie te leiden, (*) samen te hangen met eerdere soortgelijke maatregelen, (*) te berusten op een onderzoek naar de mogelijke voordelen en kosten van wel of niet handelen (waaronder indien wenselijk en uitvoerbaar een economische kosten-batenanalyse), (*) in het licht van nieuwe wetenschappelijke gegevens opnieuw te worden bekeken en (*) aan te geven wie de taak heeft om het wetenschappelijk bewijs te verstrekken dat voor een volledigere risico-evaluatie nodig is.”.34 Wat de goedkeuring van gewasbeschermingsmiddelen en biociden aangaat, vormen de huidige Europese goedkeurings- en toelatingsprocessen de wetenschappelijk invulling van dit voorzorgsbeginsel.35 In deze processen zijn democratische procedures verwerkt met diverse mogelijkheden voor de burger en belanghebbenden om hun inbreng te doen. Bovendien wordt in deze processen een evaluatie gemaakt van wetenschappelijk informatie en studies op basis van een “weigth of evidence”-
29
Zie FOD VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU (2021-B).
30
Zie DEMIR, Z. (2021).
31
DEMIR, Z. (2021), p. 31 e.v.: (*) monitoringsprojecten hommels, (*) monitoringsproject voor wegbermen, (*) traject opmaak Vlaamse Rode Lijst voor wilde bijen, (*) bekrachtiging Vlaamse Rode Lijsten Wilde Bestuivers, met referentie naar de soortengroepen Dagvlinders, Zweefvliegen, Nachtvlinders en Wilde Bijen.
32
Zie onder andere https://www.vmm.be/publicaties/biologische-kwaliteit-van-de-vlaamse-oppervlaktewateren-2016-2018
33
Verklaring van Rio, 1992, principe 15; Verdrag van Lissabon, art. 191.2., eerste lid.
34
EUROPESE COMMISSIE (COM(2000) 1), pp. 3-4.
35
EUROPEES PARLEMENT EN RAAD, Verordening n° 1107/2009 en Verordening (EU) nr. 528/2012.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 13
benadering. De Minaraad roept dan ook alle geïnteresseerde partijen op om gebruik te maken van de bestaande inspraakprocedures in dit verband. Volgens artikel 2, 3° van de Richtlijn Duurzaam Gebruik mogen de bepalingen uit deze richtlijn geen beletsel vormen voor de lidstaten om het voorzorgbeginsel toe te passen bij het beperken of verbieden van het gebruik van pesticiden onder bepaalde omstandigheden of in bepaalde gebieden. Artikel 12 van de Richtlijn Duurzaam Gebruik zorgt alvast voor een wettelijke basis voor de vermindering van het pesticiden-gebruik of van de risico’s van pesticiden in specifieke gebieden en voor kwetsbare personen. Wat evenwel het voorliggende actieplan aangaat vraagt de Minaraad te verduidelijken op welke wijze hierin invulling gegeven wordt aan het voorzorgsbeginsel. 1.2 [10]
Oplossingsrichtingen inzake het duurzaam gebruik van pesticiden Stel preventie centraal en werk wat dit betreft doelgroepgericht. In artikel 5 van het Pesticiden-decreet wordt verwezen naar de volgende hiërarchie: −
het voorkomen van het gebruik van pesticiden;
−
het gebruik van alternatieve bestrijdingswijzen;
−
de inzet van chemische middelen op een wijze die het minst risico's voor mens en leefmilieu met zich brengt.
De Minaraad steunt deze prioriteitsvolgorde maar mist in dit plan een duidelijke visie op de implementatie van deze hiërarchie. Vooral de focus op preventie (het voorkomen van gebruik) verdient meer aandacht, zoals het gebruik van waarnemingsen waarschuwingsdiensten die werken met economische schadedrempels en het gebruik van duurzame alternatieven. 36 Het plan verwijst op diverse plaatsen naar het werken via de principes van Integrated Pest Management (hierna: IPM)37, maar IPM moet voor de landbouw eerder een algemeen uitgangspunt en leidraad zijn dan een actie. De Raad pleit in dit kader ook voor een aanpak per doelgroep die preventie centraal zet en duidelijk toewerkt naar meetbare doelen.
36
De Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, erkent en subsidieert een aantal wetenschappelijk onderbouwde waarschuwingsdiensten die door de erkende praktijkcentra beheerd worden. In het kader van IPM zijn deze zeer nuttig en onmisbaar.
37
IPM of geïntegreerde gewasbescherming is een teeltmethode die past in een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Vanaf 1 januari 2014 zijn de land- en tuinbouwers verplicht om de principes van IPM toe te passen volgens de Richtlijn Duurzaam Gebruik. Volgens deze richtlijn is geïntegreerde gewasbescherming het volgende: “IPM of geïntegreerde gewasbescherming is
zorgvuldige afweging van alle beschikbare gewasbeschermingsmethoden, gevolgd door de integratie van passende maatregelen die de ontwikkeling van populaties van schadelijke organismen tegengaan, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en andere vormen van interventie tot economisch en ecologisch verantwoorde niveaus beperkt houden en het risico voor de gezondheid van de mens en voor het milieu tot een minimum beperken. Bij de geïntegreerde gewasbescherming ligt de nadruk op de groei van gezonde gewassen, waarbij de landbouwecosystemen zo weinig mogelijk worden verstoord en natuurlijke plaagbestrijding wordt aangemoedigd. Systemen met lage input van pesticiden zoals biologische landbouw vallen hieronder.”.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 14
[11]
Duurzame alternatieven zijn mogelijk, zonder disproportionele kosten. Nu reeds zijn er diverse alternatieven voor pesticiden-gebruik, die ingezet kunnen worden zonder disproportionele kosten en die op termijn opgeschaald kunnen worden.38,39 −
De verbreiding van de gereglementeerde bio-landbouw verloopt in Vlaanderen traag maar gestaag, en zou, analoog aan andere Europese Lidstaten, een groter groeipercentage kunnen kennen.40 Ook de toepassing van principes van agroecologie kan verder worden verbreid.
−
Daarnaast zijn er technologische evoluties (digitalisering, genetica bv.) die zullen leiden tot een andere aanpak van gewasproductie en bescherming. De landbouw in Vlaanderen intensiveert niet meer zozeer op vlak van agro-inputs maar veeleer op vlak van kennis en kapitaal.41 Deze evolutie zal zich doorzetten in de komende jaren.
Wat voorligt – op het niveau van afzonderlijke landbouwers, sectoren en de gehele landbouwsector – is dan ook een vraagstuk van het inslaan of versnellen van het éne of het andere pad, of beide. Deze laatste optie (‘beide’) leunt aan bij de aan de gang zijnde toenadering tussen agro-ecologie en IPM op vlak van pesticiden-gebruik.42 Volgens de Minaraad moeten de gekozen benadering(en) verder geëxpliciteerd worden in de te ontwikkelen visie. Om behoud van opbrengst te garanderen en om disproportionele investerings- en exploitatiekosten te vermijden, zal het in elk geval nodig zijn om in te zetten op hoogstaande vorming, en dit onder andere – wat het tweede pad betreft – in het kader van de fytolicentie (zie bespreking onder [28] e.v.. [12]
Doelgroepgerichte benadering is aangewezen. In dit verband is het van belang om een duidelijke opsplitsing te maken tussen de verschillende doelgroepen (landbouwers, burgers, verdelers en producenten) en voor elke doelgroep te verduidelijken welke doelen haalbaar zijn en welke acties van toepassing zijn. Niettemin is samenwerking tussen de doelgroepen essentieel volgens de Minaraad.
38
Zie LECHENET ET AL. (2017): het is mogelijk om het gebruik van pesticiden aanzienlijk te reduceren zonder de economische en productieve performance van landbouwbedrijven aan te tasten.
39
Onderzoek van het Franse IDDRI (zie POUX ET AL., 2018) toont aan dat agro-ecologie er in kan slagen om de Europeanen gezond te voeden, de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw met 40% te verminderen, de biodiversiteit te helpen herstellen en de natuurlijke hulpbronnen te beschermen.
40
DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ (2020), p. 140: “Terwijl het totale aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen jaar na jaar afneemt, groeit het aantal biolandbouwbedrijven gestaag. In tien jaar tijd verdubbelde het aantal tot 562 in 2019. Het bioareaal blijft wel nog altijd beperkt tot 1,4% van het totale landbouwareaal.”.
41
Zie DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ (2020), p. 16, voor de input van kennis en technologie; p. 25, beschrijving opleiding in verband met landbouw; p. 33, voor beschrijving diverse optimalisaties en productiestijgingen in de onderscheiden sectoren.
42
Wat gesuggereerd wordt door een dalende trend inzake pesticidengebruik; zie afnemende trend voor België, zoals weergegeven door de EUROPESE COMMISSIE, Trend in use and risk of chemical pesticides and the use of more hazardous pesticides. Maar zie daartegenover ook DEPARTEMENT LANDBOUW (2021), 43: “Het geschatte gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bedraagt in
2018 op basis van een extrapolatie van de LMN-bedrijven 3,1 miljoen kg actieve stof. Ten opzichte van 2011 is dat een stijging met 0,4 miljoen kg actieve stof of 14%. Deze stijging is deels te verklaren door de Europese beperking op bepaalde neonicotinoïden vanaf 1 december 2013. Hierdoor zijn vaak meerdere volleveldsbehandelingen nodig in plaats van een enkele zaaizaadbehandeling, met als gevolg een hoger gebruik van insecticiden op het gewas zelf. Een andere verklaring is de areaalverschuiving naar sommige teelten met een hoge prijswaarde die aanzienlijk meer toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen kennen. Tot slot zijn bij de berekening van het geschatte gebruik aan actieve stof alle erkende producten in rekening gebracht. Dus ook producten die weinig tot geen milieudruk tot gevolg hebben.”.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 15
De Minaraad wijst erop dat er in het Vlaamse Gewest al diverse initiatieven zijn die in de richting van het benodigde doelgroepenbeleid werken:
43
−
In de eerste plaats is er de in Vlaanderen gehanteerde governance-werkwijze van green deals. Op dit moment wordt de kwestie van pesticiden-gebruik op een bescheiden wijze aangeraakt in de ‘Green Deal Bedrijven en Biodiversiteit’ en in de ‘Green Deal Sportterreinen’.43 De ‘Green Deal Natuurlijke Tuinen’44 kan potentieel als relevant worden beschouwd voor de problematiek, maar wordt niet vermeld in voorliggend plan en bevat zelf slechts een korte vermelding. Wellicht zijn er ook voor andere kwesties green deals denkbaar, zoals voor verdelers van pesticiden.
−
Voor landbouwactiviteiten is er weliswaar niet voorzien in collectieve green deals, maar staat geïntegreerde gewasbescherming als benadering voorop (IPM – zie ook [10]), en wordt de problematiek van pesticiden voor het overige meegenomen in het nieuwe stelsel (vanaf 2023) van de beheerovereenkomsten45 en diverse andere maatregelen van het GLB. Wat ook landbouwactiviteiten aangaat is het concept, de regelgeving en de implementatie van bio-landbouw in Vlaanderen46. Tevens is er, enig onderzoek lopende in verband met de principes en de toepassing van agro-ecologie47 ,48 ,49, wat niet wegneemt dat het aandeel van dit onderzoek in het geheel van Vlaamse landbouweconomische onderzoeksactiviteiten onbekend is.
−
De Minaraad stelt vast dat er momenteel een federale derogatie bestaat voor het gebruik van imidacloprid (behorende tot de groep van de neonicotinoiden), evenwel met restricties en voor een beperkt areaal. Niettemin blijkt uit een recent VMM-monitoringsrapport dat imidacloprid voorkomt in 80% van de monsters van de laatste drie meetcampagnes op waterlopen. 50 Het is voor de Minaraad niet duidelijk of dit voorkomen te wijten is aan een tijdscomponent (het duurt immers even na het stopzetten van het gebruik vooraleer een stof uit het milieu verdwijnt) of aan andere factoren. Deze werkzame stof wordt zowel ingezet bij gewasbeschermingsmiddelen, als bij biociden.51 Dit product heeft, zo stelt het Europees Parlement vast in een resolutie, betekenisvolle schadelijke impact voor mens en biodiversiteit52. Vanuit het gegeven dat de Vlaamse Overheid niet bevoegd
Zie Green Deals | Departement Omgeving - Vlaamse overheid (vlaanderen.be). Voor sportterreinen neemt men zich wel voor, in het Ontwerpactieplan, actie VLA 3.3.2., om in het kader van de green deal “ bijkomende acties te ontwikkelen.
44Zie
https://omgeving.vlaanderen.be/nl/klimaat-en-milieu/groene-economie/green-deals/green-deal-natuurlijke-tuinen. In het ontwerpplan wordt verwezen naar www.vmm.be/mijngifvrijetuin, maar deze site lijkt niet meer te bestaan.
45
DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ (2020), p. 141: “Vlaanderen telt ook circa 3.000 landbouwers met beheerovereenkomsten voor natuur, milieu- en landschapsbeheer. […] Heel wat landbouwers zijn bereid om verder te gaan dan de huidige beheerovereenkomsten als ze daarvoor een correcte vergoeding krijgen”.
46
Zie DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ (2020), p. 140.
47
Zie Agro-ecologie - ILVO Vlaanderen: Living Lab Agro-ecologie en Biologische Landbouw (LLAEBIO).
48
Zie ook TRISTE ET AL (2017), onderzoeksrapport over de toestand van vorming en educatie inzake agro-ecologie.
49
Zie BIJTTEBIER ET AL, ILVO-projectonderzoek “Transitie naar agro-ecologie”..
50
Zie VMM (2020).
51
Als gewasbeschermingsmiddel onder meer bij appelbomen, tomaten, tabak en als zaaizaadbeschermer voor suikerbieten. Als biocide in verband met het ontvlooien van honden en huiskatten, en bij het bestrijden van kakkerlakken.
52
In EUROPEES PARLEMENT (2021, overwegingen Q, U en V): “Overwegende dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat het gebruik van imidacloprid een verwoestend effect heeft op de biodiversiteit, met name op die van rivieren en waterwegen, en niet alleen
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 16
is voor het op de markt toelaten van dit product, stelt de Minaraad vast dat er voor het Vlaams niveau diverse opties resteren: ofwel het in vraag stellen bij de federale overheid van die derogatie, ofwel het concreet proberen tegen te gaan van de effecten op de waterkwaliteit, door bij doelgroepgericht aanpassingen te bewerkstelligen wat betreft de gebruikswijze, de inrichting van percelen of de toe te passen buffering. De Minaraad ontwaart aldus diverse aanknopingspunten voor een actiever doelgroepgericht beleid inzake pesticiden, dat, voor zover toepasselijk, verenigbaar kan zijn met het verdienmodel van die doelgroepen, en vraagt dat dit Vlaamse Actieplan Pesticiden hier explicieter en creatiever mee zou omgaan. [13]
Toekomstige ontwikkelingen in rekening nemen. Met dit ontwerpactieplan onderschrijft het Vlaamse Gewest de Europese doelstellingen van de van Boer tot Bord-strategie en de EU-Biodiversiteitsstrategie, met name om tegen 2030 het risico en het gebruik van chemische pesticiden te reduceren met 50% en het gebruik van gevaarlijkere pesticiden te reduceren met 50%. Voor de Minaraad is het aangewezen om het Europese kader, zoals het evolueert, als ijkpunt te nemen. Een belangrijke ontwikkeling is dat de Europese Commissie op 22 juni 2022 een voorstel heeft gepubliceerd voor een Verordening inzake duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen53. Het voorstel van de Commissie zal, indien goedgekeurd, leiden tot het wijzigen van Verordening (EU) 2021/2115 en het intrekken van Richtlijn 2009/128/EG – dus de Richtlijn Duurzaam Gebruik waarop voorliggend plan is gebaseerd.
2 2.1 [14]
Procedurele en planmatige aspecten Procedurele aspecten Positief dat er een adviesvraag voorligt, maar impact onduidelijk. De Minaraad vindt het positief dat er nu een adviesvraag gesteld wordt conform artikel 8, §3, van het Decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden54. Bij de reeds in februari 2022 doorgevoerde consultatieprocedure tot vaststelling van het overkoepelende NAPAN werd evenwel nagelaten om toen reeds deze adviesvraag te stellen. Die publieke consultatie werd afgerond op 20 maart 2022.55
schaaldieren, weekdieren en niet tot de doelsoorten behorende (insecten)soorten treft, maar ook bodemorganismen, en leidt tot een afname van de vogelpopulaties; overwegende dat er toenemende bezorgdheid bestaat over de aanwezigheid en de accumulatie van residuen van bestrijdingsmiddelen en de metabolieten daarvan in de bodem en over het feit dat deze de bodem kunnen verzuren; overwegende dat het gebruik van imidacloprid in Japan heeft geleid tot een dramatische instorting van de visbestanden, die zich niet hebben hersteld.” Het EP stelt verder vast dat uit diverse wetenschappelijke studies met dierproeven
is gebleken dat imidacloprid een reprotoxische stof en een hormoonontregelaar is, die het hart, de nieren, de schildklier en de hersenen kan aantasten en belangrijke neurologische symptomen kan veroorzaken. Er is sprake van “tijd-cumulatieve toxiciteit”: de toxiciteit van deze werkzame stof moet niet alleen als acuut worden opgevat, maar ook in een chronisch kader. 53 54
55
EUROPESE COMMISSIE (2022-B). Artikel 8, §3, van het Decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden: “Het ontwerp-Actieplan wordt meegedeeld aan de Vlaamse Regering en voor advies voorgelegd aan [onder meer] de Milieu-en Natuurraad van Vlaanderen, […]” Zie https://fytoweb.be/nl/reductieplan/nationaal-actie-plan/openbaar-onderzoek-napan-2023-2027.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 17
Het is dan ook niet duidelijk wat de impact is van het nu lopende adviesproces en het is ook niet duidelijk waarom niet alle Belgische acties opgenomen zijn in de Vlaamse raadpleging. De Minaraad betreurt het dan ook dat er, ondanks de coördinatieinspanningen die horen te gebeuren in de taskforce NAPAN, er nog procedurele verwarring ontstaan is in deze consultatieprocessen. Aan de andere kant is de Minaraad erover verheugd dat er in de tussenperiode verder aan het plan geschaafd is waardoor het plan scherper oogt en een betere focus legt. [15]
Verkeerd uitgangspunt om ervan uit te gaan dat de consultatie bij de SGBP volstond. In het oorspronkelijke openbaar onderzoek over het NAPAN, in het vroege voorjaar, werd gezegd dat de maatregelen die reeds vervat zijn in het 3de SGBP, niet meer het voorwerp waren van de raadpleging, omdat ze reeds het voorwerp waren geweest van de consultatie over het SGBP. Uit de op 14 september 2020 gestelde adviesvraag over de ontwerp 3de SGPB viel echter niet op te maken dat die toenmalige consultatieoefening ook gold als de adviesvraag voor het Vlaamse Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik. Dit viel evenmin op te maken uit de teksten van het ontwerp SGBP zelf – hierin was er weliswaar informatie opgenomen over de invloed van pesticiden op de diverse aquatische milieus, en stonden er enkele acties i.v.m. pesticidenreductie. Maar daar werd niet bij vermeld dat die maatregelen in de SGBP nu zouden gelden als het equivalent van (de aquatische component van) het Vlaamse Actieplan uit het Pesticidendecreet. In het toen verstrekte advies is de Minaraad dan ook slechts terloops ingegaan op de problematiek van pesticiden56. Ook wat dit betreft betreurt de Minaraad het dat het niet duidelijk was dat er specifiek had moeten worden ingesproken worden op pesticidenbeleid in de context van de consultatie over de SGBP, en dat de in de SGBP opgenomen acties vanuit het oogpunt van consultatie nu al in feite “gepasseerd station” zijn. Er had van bij het begin duidelijk moeten gecommuniceerd worden hoe men de consultatie en inspraak inzake het beleid betreffende pesticiden in het aquatisch niveau nu opvat.
[16]
Verduidelijk de relatie tussen dit plan en zijn voorganger(s). In de Richtlijn Duurzaam Gebruik wordt opgelegd dat de nationale actieplannen ten minste iedere vijf jaar opnieuw worden “herzien” en dat eventuele ingrijpende veranderingen moeten worden meegedeeld aan de Europese Commissie. Aangezien het programma dat voorligt uitsluitend maatregelenfiches bevat, is niet duidelijk wat nu van het vorige, klaarblijkelijk meer algemene, NAPAN of Vlaamse actieplan behouden blijft met dit programma, en wat wordt bijgesteld. Er zijn twee mogelijkheden: −
56
Indien het huidige plan aanvullend is en er dus elementen van het vorige plan of de vorige plannen behouden blijven, dan is dat ook een (nu impliciete) planbeslissing. Deze elementen hadden dan ook mee het voorwerp moeten zijn van de nu lopende adviesprocedure.
MINARAAD, SERV EN SALV (2021), §76.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 18
−
Indien het niet zo is dat kernelementen uit vorige planversies hernomen worden, dan is het bereik van wat nu voorligt al te beperkt in verhouding tot wat opgelegd wordt door de Richtlijn Duurzaam Gebruik en het Pesticidendecreet (zie hierna).
De Minaraad vraagt om dit te verduidelijken. [17]
Zorg voor degelijke effectinschatting en inbreng van standpunten van betrokkenen. De Richtlijn Duurzaam Gebruik vereist dat de beleidsmakers bij het opstellen of herzien van een actieplan onder meer rekening houden met "de gezondheids-, sociale, economische en milieueffecten van de geplande maatregelen", evenals met eventuele bijzondere regionale of lokale omstandigheden. Ook moet rekening worden gehouden met “de standpunten van alle relevante groepen van belanghebbenden”.57 In het Pesticidenbesluit worden deze eisen hernomen. 58 Het betreft hier zowel substantiële als procesvereisten. Het is voor de Minaraad evenwel niet duidelijk op welke wijze de benodigde effectinschatting is gebeurd: er ligt geen inschattingsdocument voor. Aldus valt niet in te zien in welke mate bijgedragen zal worden tot het bereiken van de Farm-to-Forkdoelstellingen, die men bij de inleiding nochtans verklaard te onderschrijven. Ook is niet duidelijk welke nu de sociaaleconomische consequenties zullen zijn van de afzonderlijke maatregelen. De Raad vraagt dat een inschatting van milieu- en de sociale effecten evenals van de sociaaleconomische consequenties, zodat aangetoond kan worden dat aan de doelstellingen voldaan wordt of zal worden. Indien ex ante blijkt dat de doelstellingen niet gehaald worden, dan is een bijstelling van het ontwerpplan nodig. Daarnaast is het niet duidelijk in welke mate de vereiste voorafgaande consultatie is doorgevoerd. De vraag is in welke mate en op welke wijze de verschillende actoren betrokken zijn geweest. De Raad vraagt dan ook een procesverslag in dit verband.
[18]
Onderzoek of een MER en een passende beoordeling nodig zijn. Bij dit ontwerpplan ligt er geen plan-MER of passende beoordeling voor, terwijl het eerste mogelijk vereist is, conform het Decreet van 5 april 1995 houdende Algemene Bepalingen voor het Milieubeleid, en het tweede wellicht vereist is, conform het Natuurdecreet van 21 oktober 1997. Die verplichtingen moeten dan ook onderzocht worden en desgevallend worden geïmplementeerd. Een passende beoordeling is nodig voor alle plannen en programma’s die een significante invloed kunnen hebben op de staat van instandhouding van de speciale beschermingszones in uitvoering van de Habitatrichtlijn, tenzij “dat plan of
programma direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een gebied in de speciale beschermingszone”.59
57
Pesticidenrichtlijn, art. 4.1., vierde lid.
58
Pesticidenbesluit, art. 11, §1, 1° tot 3°.
59
Habitatrichtlijn, art. 6.3.; Decreet Natuurbehoud, art. 36ter, §3.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 19
Onder actie VLA 3.3.2.4. wordt weliswaar het voornemen geuit om de impact te onderzoeken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het behalen van de Europese natuurdoelen. “Op basis hiervan worden de nodige processen opgestart en verdere stappen ondernomen”, met name “gerichte stappen … om het behalen van de natuurdoelen te realiseren tegen 2050”. Deze voorgenomen actie is op zich lovenswaardig, maar wordt gelanceerd in de context van Europese standpuntvorming: er is wellicht nog geen voldoende direct of noodzakelijk verband met het beheer van de Vlaamse speciale beschermingszones om het nalaten van een passende beoordeling te rechtvaardigen. [19]
Voorzie de mogelijkheid om nieuwe ontwikkelingen te integreren. Zowel de langetermijnvisie als het actieplan zouden regelmatig geactualiseerd moeten worden om te kunnen anticiperen op nieuwe beleidsontwikkelingen zoals het Vlaams voedselbeleid, het Vlaamse GLB, de aangekondigde wijziging van de Richtlijn Duurzaam Gebruik evenals de nieuwe verordening betreffende statistieken over de landbouw-input en -output (SAIO-verordening)60. De verwachte bijstelling van de Richtlijn Duurzaam Gebruik (zie [13]) zal naar verwachting leiden tot een verordening en/of tot nieuwe kaders waaraan een actieplan zal moeten voldoen. De Minaraad vraagt dan ook om in het voorliggende plan een actie in te schrijven die er op gericht is de voorbereiding van het volgende plan ter hand te nemen volgens de tegen dan geldende regels van de nieuwe Verordening.
2.2 [20]
Planmatige aspecten – de vereiste planinhoud Respecteer de door de Richtlijn Duurzaam Gebruik opgelegde structuur. Het voorliggende Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik is, net zoals het overkoepelende NAPAN, geen uitgebreid uitgeschreven plan geworden. Het ontwerpplan bevat een opsomming van acties, met voor de meeste acties opgave van een (niet gekwantificeerd) ‘doel’, een (concrete) ‘actie’ en (een aanzet tot) ‘kritische succesfactor’. In een aantal gevallen wordt de beschrijving van de actie aangevuld met een korte en cursieve duidingstekst en eventueel een link naar meer info. De Minaraad wijst op de planstructuur die vooropgesteld wordt in artikel 4.1. van de Europese Richtlijn Duurzaam Gebruik: er moet gewerkt worden met kwantitatieve doelstellingen, streefcijfers, maatregelen en tijdsschema’s, evenals met indicatoren i.v.m. het gebruik). In overweging 5 bij de Richtlijn Duurzaam Gebruik luidt het dat deze “kwantitatieve doelstellingen, streefcijfers, maatregelen, indicatoren en tijdschema’s” erop gericht zijn “om de risico’s en de effecten van het gebruik van
pesticiden voor de menselijke gezondheid en het milieu te verminderen en de ontwikkeling en invoering van geïntegreerde plaagbestrijding en alternatieve benaderingswijzen of technieken aan te moedigen om de afhankelijkheid van het gebruik van pesticiden te beperken”.61 60
Zie https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2022/06/02/council-and-parliament-reach-provisional-politicalagreement-on-the-new-regulation-on-agricultural-input-and-output-statistics-saio/.
61
Zie ook EUROPESE COMMISSIE (2020), met een kritische bejegening van de actieplannen van omzeggens alle lidstaten als groep.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 20
Het Pesticidendecreet en bijhorend uitvoeringsbesluit legt een vergelijkbare planstructuur op (zie [4]). De Raad stelt vast dat het voorgelegde ontwerpactieplan, evenmin als het NAPAN, voldoet aan deze vereisten. Tenzij het voorliggende plan samen moet worden gelezen met de eraan voorafgaande plannen (zie [16]), maar dan moet dit worden verduidelijkt en moet worden aangegeven wat behouden blijft en wat nieuw is – is voorliggend plan niet in lijn met de Europese Richtlijn en met het uitvoeringsbesluit. [21]
Verduidelijk en kwantificeer de doelstellingen. Een beslissend nadeel van de onduidelijke relatie tussen het voorliggende plan en de voorgangers ervan, is dat onvoldoende duidelijk is welke nu de doelstellingen zijn. In de inleiding bij het nu voorgelegde ontwerpplan wordt het bestaan van nieuwe Europese doelstellingen weliswaar erkend, maar er wordt geen duidelijkheid geschapen of (of in welke mate) deze doelstellingen nu ter harte worden genomen en leiden tot een bijstelling van de doelen van de vorige planedities. Als gevolg hiervan is ook onduidelijk in welke mate de voorgestelde acties erop gericht zijn deze (welke?) reductiedoelstellingen te bereiken. De Minaraad verwacht alleszins ook een plan met duidelijke en gekwantificeerde doelstellingen, die doorwerken in de inhoud en de opvolging van de voorgenomen acties.
[22]
Verbeter de ‘kritische succesfactoren’/’indicatoren’. In het plan wordt er bij een groot deel van de voorgenomen acties gewag gemaakt van ‘kritische succesfactoren’, terwijl men in die bewuste kolom in feite ‘indicatoren’ introduceert. −
Een ‘kritische succesfactor’ (KSF) betreft een (input-)factor die door de planner als kritisch wordt beschouwd voor het succes van een actie. Het identificeren van KSF is erop gericht om cruciale oorzakelijke verbanden in beeld te brengen die specifiek management vereisen, wil men het beoogde resultaat halen.
−
Met ‘indicatoren’ daarentegen identificeert men op voorhand toekomstige ontwikkelingen (outputs of outcomes) die zullen duiden op het al of niet welslagen van een actie en die men, op basis van monitoring, in de toekomst cijfermatig kan opvolgen.
Wat in dit plan gepresenteerd wordt als KSF, betreft dus in feite indicatoren. Het volgende problematische aspect is dat deze indicatoren omzeggens alle niet gekwantificeerd zijn. Doordat noch de doelstellingen, noch de indicatoren een cijfermatig karakter hebben, zal volgens de Minaraad (al te) veel afhangen van de kwaliteit van de rapportering om te kunnen spreken van een degelijke evaluatie van dit actieplan. Met wat nu voorligt is een ernstige ‘ex post’ evaluatie dus niet mogelijk. [23]
Maak werk van een actieplan voor biociden . Het decreet legt, in art 8, de opmaak op van een Actieplan Duurzaam Pesticiden-gebruik. In tegenstelling tot de Richtlijn Duurzaam Gebruik omvat het begrip ‘pesticiden’ in het Pesticidendecreet niet alleen ‘gewasbeschermingsmiddelen’ maar ook ‘biociden’. De vraag is dan ook in welke mate dit plan hoort in te gaan op biociden.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 21
Nu is het zo dat de belangrijkste bevoegdheden inzake biociden gesitueerd zijn op het federale vlak. Op dit moment loopt er een afzonderlijke consultatie over een afzonderlijk federaal plan biociden.62 In het in februari aan consultatie onderworpen NAPAN wordt nauwelijks ingegaan op biociden, tenzij in enige acties door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Raad wijst op het potentieel belang van de impact van biociden op aquatische biodiversiteit63. Weliswaar maken diverse sensibilisatie-acties in het ontwerp Vlaamse actieplan geen onderscheid tussen gewasbeschermingsmiddelen en biociden – het gaat daarbij immers over ‘pesticiden’. De Minaraad vindt het belangrijk dat ook werk gemaakt wordt van Vlaamse ‘biocidenacties’ of van een afzonderlijk Vlaams Biociden-actieplan, in lijn met de geest van het decreet. Hoewel de planstructuur van beide plannen gelijkaardig kan zijn, is een integratie misschien niet aangewezen omdat het twee verschillende productgroepen betreft, wat niet wegneemt dat overkoepelende acties mogelijk en soms zelfs opportuun kunnen zijn. In geval men overgaat tot de opmaak van een afzonderlijk biocidenplan, moet het opmaakproces zodanig vorm gegeven worden dat alle te betrekken stakeholders daadwerkelijk betrokken worden.
VOKA, Unizo en Boerenbond onthouden zich bij uitspraken over het thema biociden met verwijzing naar het federale plan waarover momenteel een consultatie loopt. [24]
Zorg voor een onderliggende langetermijnvisie, als onderdeel van het plan. De Raad wijst erop dat de Europese procedures ter toelating van gewasbeschermingsmiddelen tot een van de strengste en best omkaderde van de wereld behoren. Voor producten waarvan belangrijke risico’s of negatieve effecten worden gedetecteerd, wordt actief ingezet op innovatie gericht op vervangproducten. Innovatietrajecten (van ‘tekentafel’ tot ‘markt’) nemen veelal 10 tot 15 jaar in beslag. Dit alles neemt niet weg dat soms ook de vervangproducten naderhand een te grote negatieve impact kunnen hebben op het milieu (zie [8]) en/of de gezondheid (zie [7]) en op hun beurt weer vervangen moeten worden of beperkt moeten worden in gebruik. De looptijd van het voorliggende ontwerpplan zelf bedraagt maar vijf jaar, en tot 2030 is het nog maar 8 jaar. Volgens de Minaraad is er dan ook nood aan een visie op een langere termijn dan 2027, ten einde beleidsmatig met deze lange termijn rekening te kunnen houden en de nodige middelen te voorzien om innovaties snel genoeg op de EU markt te krijgen. In elk geval adviseert de Raad om de vorderingen die al gemaakt zijn beter in kaart te brengen en om de effecten van nieuwe maatregelen grondig te bestuderen. Een lange-termijn-benadering is ook nodig om rekening te kunnen houden met de andere langlopende plannen van het beleidsdomein, bijvoorbeeld de Programmatische
62
Openbare raadpleging over het ontwerp van het federaal reductieplan voor biociden | FOD Volksgezondheid (belgium.be). Het ontwerpplan zelf betreft een document van 4 pagina’s met een 15-tal maatregelen.
63
Uit metingen van de VMM blijkt dat in 2019 nog tal van meetplaatsen zijn met normoverschrijding van pesticiden https://www.vmm.be/water/kwaliteit-waterlopen/pesticiden-in-oppervlaktewater
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 22
Aanpak Stikstof, het Luchtbeleidsplan 2030, het Energie- en Klimaatplan 2030, het Vlaams actieplan voor wilde bestuivers 2022-2030, enz. Daarnaast beogen de (op zich nog niet definitief besliste) Europese doelstellingen van de van Boer tot Bord-strategie en de EU-Biodiversiteitsstrategie, om tegen 2030 het risico en het gebruik van chemische pesticiden te reduceren met 50% en het gebruik van gevaarlijkere pesticiden te reduceren met 50%. Eisen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en/of de Drinkwaterrichtlijn64 kunnen als tussendoelstellingen op vlak van waterkwaliteit dienen. 2.3 [25]
Planmatige aspecten – relatie met andere plannen Zorg voor complementariteit met de stroomgebiedsbeheerplannen (hierna: ‘SGBP’). De Minaraad herinnert aan haar advies over de ontwerp derde SGBP65. Daarin vroeg de Raad onder andere om voor de parameters, anders dan stikstof en fosfor, een GAPanalyse – een analyse van de afstand tussen de toestand en de doelstelling en van de oorzaken van deze afstand – te maken per waterlichaam, en voor alle geïdentificeerde drukken de nodige maatregelen op te nemen in het plan66. Die vraag sloeg ook op pesticiden. Er is in het definitieve SGBP geen inschatting van de doelbereiking van de generieke en/of gebieds-specifieke acties voor pesticiden gemaakt, afgemeten aan de eigen doelstellingen van dat SGBP67. Ook in voorliggend ontwerpplan is zo’n inschatting niet terug te vinden. In het Landbouwrapport 2020 wordt vastgesteld dat “de Seq-index,
die een indicator is voor de druk die de gewasbeschermingsmiddelen uitoefenen op het waterleven (Fevery & Spanoghe, 2013), stijgt in 2018 tot 109% ten opzichte van 2011. In het begin van de eeuw kende de Seq-index een spectaculaire daling door het uit de handel nemen van de meest toxische producten. De stijging komt deels door het toenemende gebruik en verschuivingen tussen producten, onder meer door beperkingen die zijn opgelegd op sommige middelen.”68 Op basis van een eigen steekproef blijkt dat er niet voor alle waterlichamen acties zijn opgenomen in het uiteindelijk goedgekeurde SGBP.69 Op basis van deze vaststelling, en op basis van de beperkte doelbereiking van de vorige plannen, is de inschatting van de Raad dat de kans beperkt is dat de finale SGBP voldoende maatregelen bevat om de doelstellingen te bereiken voor alle de waterlichamen met klasse 2 en 3. De Raad vraagt dan ook om een GAP-analyse op te maken en desgevallend bijkomende maatregelen op te nemen in dit plan.
64
Kaderrichtlijn water: Richtlijn 2000/60/EG; Drinkwaterrichtlijn: Richtlijn 98/83/EG.
65
MINARAAD, SERV EN SALV (2021).
66
MINARAAD, SERV EN SALV (2021), §15, 18 en 20
67
Gezien de omvang van het plan werd dit nagevraagd en is dit per mail bevestigd door VMM.
68
DEPARTEMENT LANDBOUW (2021), p. 43.
69
Om een idee te krijgen in hoeverre het uiteindelijke plan aan de opmerking tegemoet komt voor de problematiek van de pesticiden, zijn door het secretariaat van de Minaraad bijkomende data opgevraagd, waarop een kleine steekproef is uitgevoerd. Daarbij is bekeken in hoeverre voor alle waterlichamen uit klasse 2 of 3, die overschrijdingen vertonen voor pesticiden in zowel de chemische als ecologische toestandsbeoordeling, specifieke acties zijn opgenomen die gericht zijn op pesticiden.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 23
[26]
Zorg voor integratie met het landbouwbeleid. De Minaraad verwijst naar de recente observatiebrief van de Europese Commissie over het Vlaams Strategisch GLB-plan die vraagt om de ambitie voor de reductie van pesticiden te verhogen. De Europese Commissie schat de ambities m.b.t. pesticiden te laag in en nodigt Vlaanderen uit om verhoogde inspanningen te nemen om agro ecologie en biologisch landbouw te promoten om zo tot een hogere reductie te komen.70 De Raad vraagt om rekening te houden met de aanbevelingen van de Commissie, zonder daarbij evenwel de start van de implementatie van het GLB in gedrang te brengen. Landbouwers hebben snel duidelijkheid nodig om zich te kunnen voorbereiden op de nieuwe aanpak.71
[27]
Integratie met het Natura 2000-beleid. Lidstaten moeten volgens artikel 12 van de Richtlijn Duurzaam Gebruik zorgen dat het gebruik van pesticiden in bepaalde specifieke gebieden wordt geminimaliseerd of verboden, o.a. in Natura 2000-gebieden. In Vlaanderen geven Vlaamse Natura 2000-programma’s uitvoering aan het instandhoudingsbeleid. Een eerste programma is ondertussen aflopende en de opmaak van een tweede is in voorbereiding. In het eerste programma bepaalt operationele doelstelling 3.3. dat er duidelijkheid moet worden gegeven over de lange termijn aanpak van de verschillende milieudrukken, dat de focus momenteel wordt gelegd op de aanpak van de stikstofdepositie en dat deze aanpak minstens zal lopen tot 2031.72 Het valt dus te verwachten dat ook in het tweede Vlaams Natura 2000programma geen expliciete aanpak van pesticiden zal worden opgenomen. De Raad wijst hierbij op het belang van deze integratie omwille van onderzoek dat wijst op de impact van pesticiden in natuurgebieden over grote afstanden.73 Dit neemt voor de Minaraad niet weg dat het belangrijk is een antwoord te bieden op de vraag hoe de integratie tussen beide beleidslijnen zal verlopen. Rekening houdende met de bestaande wettelijke beperkingen die gelden in verband met de relatie pesticiden/natuurwaarden74, lijken er twee opties te bestaan: −
Het Pesticidenreductieplan bevat, in lijn met artikel 12 van de Richtlijn Duurzaam Gebruik, gebiedsgerichte maatregelen (zie [45]) die betekenisvol bijdragen tot de goede staat van instandhouding van habitats en soorten van de SBZ’s, wat maakt dat er geen passende beoordeling nodig is;
70
EUROPESE COMMISSIE (2022-A), zie onder andere nr. 32: “The Commission notes that the Plan includes relevant interventions that should result in a decrease of the use and risk of chemical pesticides. However, the Commission deems the overall ambition low. Flanders is requested to increase its ambition and to demonstrate and quantify the contribution of each specific intervention to reducing the use and risk of pesticides. The Commission invites Belgium (Flanders) to step up efforts to promote agro-ecology and organic farming to contribute to achieving an ambitious pesticide reduction.” samen met nr. 98: “requests Flanders to plan more ambitious interventions to reduce use and risks of pesticides and indicate how Flanders will contribute to both targets related to pesticides referred to in the Commission Farm to Fork Strategy”.
71
Zie BROUNS (2022): in naam van de Vlaamse Regering deelde landbouwminister Brouns aan de Europese Commissie mee dat het ambitieniveau van verschillende beleidsdoelstellingen niet enkel uit het strategische GLB-plan kan worden afgelezen, maar breder dient te worden gezien in samenhang met andere plannen. In deze brief geeft de Vlaamse minister aan dat de nodige acties zullen worden ondernomen om het strategisch GLB-plan als onderdeel van het globaal referentiekader verder te expliciteren en overzichtelijk te duiden. Zie ook MINARAAD (2022), p. 49.
72
Vlaams Natura 2000-programma, eerste cyclus, 2016-2021, p. 26.
73.
Zie BRÜHL ET AL. (2021).
74
Zie de zorgplicht van Natuurdecreet, art. 14; het principieel verbod pesticiden in te zetten in Vlaams Ecologisch Netwerk van Natuurdecreet, art. 25, §2 (principieel betekent: behoudens ontheffing); het verbod van art. 35, §2, Natuurdecreet om pesticiden te gebruiken in reservaten. Vergelijkbaars in het Bosdecreet.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 24
−
In het Natura-2000-programma worden er afdoende maatregelen opgenomen in verband met pesticiden, zodat die, analoog aan deze van de SGBP (zie [15] en [25]), kunnen ingebracht worden in het Pesticidenreductieplan.
De Minaraad stelt vast dat de eerste optie vooronderstelt dat de gebiedsgerichte analyses van de in het Natuurdecreet aangekondigde managementplannen beschikbaar zijn, en dat de tweede optie in de huidige stand van het beleid alleen maar kan geïmplementeerd worden door net die managementplannen te implementeren. De Raad is zinnens deze problematiek aan te pakken in een afzonderlijk advies over het IHD-beleid.
3 3.1
Commentaar bij diverse acties Opleiding voor professionele gebruikers
[28]
VLA 2.1.2. tot en met 2.1.3. – Voorzie ook opleiding in preventie. De Minaraad verwacht dat het opleidingsaanbod ook zou worden ingezet als sturend element richting een daling van het pesticidengebruik. Hiertoe moet er een bijkomende focus worden geïntroduceerd in het bestaande opleidingsaanbod, hetzij door de bestaande opleidingstrajecten te verrijken met dit aspect, hetzij door te voorzien in een extra opleidingstraject. 75
[29]
VLA 2.1.3.. Organiseer de bijscholing met verplichte modules. De Minaraad gaat ervan uit dat het belang van de know-how om de volkgezondheid en ecosystemen te beschermen nooit onderschat kan worden. Actie VLA 2.1.2. is gericht op het organiseren van vervolgopleidingen; met actie VLA 2.1.3. wil men, op basis van een evaluatie van de huidige procedures en criteria waaraan opleidingen moeten voldoen, komen tot een betere kwaliteitsborging van deze basis- en permanente opleidingen. Voor wat deze bijscholingen aangaat vraagt de Minaraad om te werken met verplicht te volgen modules over bv. driftreductie, vermijding van puntvervuiling, het hanteren van veilige toepassingstechnieken, het garanderen van persoonlijke bescherming, of EHBO. Gekoppeld aan deze verplichting moet het wel mogelijk zijn om het minimum aantal lesuren van een bijscholing van 3u naar 2u terug te brengen zonder aan kwaliteit in te boeten. Tot slot moet een oplossing gevonden worden voor de scholing en bijscholing van anderstaligen.
[30]
75
Verbeter de indicatoren in verband met opleiding. Aansluitend bij [22] wijst de Minaraad op de nood aan ‘KSF’/indicatoren met duidelijke streefcijfers waar ambitie uit spreekt. De overgebrachte kennis over preventie (daling van het gebruik) en risicoreductie van pesticiden – in lijn met de prioriteiten-volgorde van artikel 5 van het Pesticidendecreet – moet zeker aan bod komen bij de opmaak van deze indicatoren. Deze informatie kan dan gehanteerd worden in een kwaliteitsbeoordeling over de opleidingen.
Zie ook Richtlijn Duurzaam Gebruik, artikel 5, met verwijzing naar Bijlage I, waarin de diverse vereiste componenten van de opleiding worden uiteengezet.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 25
3.2 [31]
Verkoop van gewasbeschermingsmiddelen VLA 2.2.1. Bekijk hoe verkoopsverboden gehandhaafd kunnen worden. De onder VLA 2.2.1. voorgenomen actie is gericht op de handhaving inzake het correcte gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, wat het voorwerp vormt van conditionaliteit in de uitvoering van het GLB. Deze controle betreft dus vooral de gebruiksfase. Maar de actie is ondergebracht onder het hoofdstuk betreffende ‘verkoop’: er moet dus ook op toegekeken worden dat degenen die een product verkopen of er informatie over verstrekken, dat op een correcte manier doen. Dit verwijst naar de verantwoordelijkheid bij de verkopers om ervoor te zorgen dat de gebruiker geen producten koopt die in een bepaalde gebruikscontext verboden zijn. Voor Minaraad is uit het voorgelegde ontwerpplan niet op te maken hoe deze handhaving in de praktijk gepland wordt. Daarnaast is het van belang om zeker de verkoop van pesticiden (inclusief biociden) aan particulieren mee te nemen in het handhavingsplan.
VOKA, Unizo en Boerenbond onthouden zich bij uitspraken over het thema biociden met verwijzing naar het federale plan waarover momenteel een consultatie loopt. [32]
VLA 2.2.1. Neem alle doorgevoerde controles mee bij de controle. Professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen dienen te beschikken over een fytolicentie, wat hen onder meer toelaat deze producten te gebruiken en/of om deze te verhandelen en hierover informatie te verstrekken aan eindgebruikers. Dit wordt mede gecontroleerd via de conditionaliteiten verbonden aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Op het niveau van de KSF/indicatoren spreekt men van “aantal controles, aantal inbreuken”. In de rapportage hierover is het cruciaal om alle controles mee te nemen, concreet wil dit zeggen die van het Departement Landbouw & visserij in het kader van de GLB-conditionaliteit, FAVV, OCI’s, …
[33]
BE 3.2.1. Vervroeg de communicatiecampagne.76 Een nieuwe communicatiecampagne wordt beoogd voor de verkooppunten van gewasbeschermingsmiddelen voor nietprofessioneel gebruik. Deze campagne zou evenwel pas worden doorgevoerd in 2026, dus over vier jaar, aan het einde van de planperiode. Voorafgaand, in 2024, gebeurt er een enquête om de kennis van niet-professionele gebruikers te onderzoeken (FED 3.2.2.). De Minaraad is van mening dat dit uitstel getuigt van een gebrek aan daadkracht en vraagt om deze campagne versneld uit te voeren. Bovendien is het vijfjaarlijks ritme dat aan dit communicatiebeleid lijkt vast te hangen arbitrair. De Minaraad pleit ervoor om bij nieuwe inzichten de communicatieboodschappen te actualiseren en op korte termijn wijd te verspreiden.
76
Deze actie lijkt in het actieplan verkeerdelijk ondergebracht te zijn onder een volgende hoofdstuk.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 26
Hoewel het in eerste orde om een federale bevoegdheid gaat, vraagt de Minaraad ook aan de Vlaamse Overheid om lessen te trekken uit de tot dusverre gevoerde communicatie-inspanningen. Met name lijkt de communicatie over risico’s voor mens en omgeving naar de niet-professionele gebruikers nog niet op een optimale wijze uitgerold te zijn. De Minaraad wijst bovendien op de problematiek van de verkoop via internet en op de probleemverschuiving die kan ontstaan doordat er alternatieven op de markt gebracht worden waarbij niet wordt voorzien in gekwalificeerde begeleiding of informatieverstrekking. 3.3
Informatie en bewustmaking over pesticiden en alternatieven
[34]
VLA 3.3.2. – Wees duidelijker inzake de evaluatie van regelgeving. Onder VLA 3.3.2., gericht op sensibilisatie en promotie van pesticidevrij terreinbeheer, wordt onder meer in het vooruitzicht gesteld dat het huidige regelgevend kader zal worden geëvalueerd en bijgestuurd waar opportuun. Het is niet duidelijk over welk regelgevend kader het gaat: gaat het over het Pesticidenbesluit (zie VLA 3.3.2.1.), over de regelgeving inzake het beheer van natuurterreinen, of over andere regelgeving? De Minaraad vraagt om dit te verduidelijken en ook om aan te geven wat beschouwd wordt als een indicator van succes voor deze deelactie.
[35]
VLA 3.3.2.1. – Evaluatie van het Pesticidenbesluit positief, maar verschaf duidelijkheid. De Vlaams minister bevoegd voor Omgeving zal een evaluatie en aanscherping initiëren van het Pesticidenbesluit. De Minaraad wenst zijn appreciatie uit te spreken voor dit beleidsvoornemen. Uit de voorafgaande tekstpassages kan worden afgeleid dat het doel er onder meer in zou bestaan in te grijpen op de mogelijkheden tot afwijking voor openbare besturen om alsnog gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Het is evenwel niet duidelijk wat de relevantie en sociaaleconomische impact zal zijn voor andere gebruikers. Voor de Minaraad is het hierbij aangewezen om ook hierbij het Europese kader, zoals het evolueert, als ijkpunt te nemen.
[36]
VLA 3.3.2.4. – Maak werk van de voorgenomen druk op het federale en Europese niveau. De actie bestaat erin dat het Beleidsdomein Omgeving zal aandringen op een aanscherping van het federaal pesticidenbeleid en steun zal verlenen aan Europese initiatieven “om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen af te bouwen”. De Minaraad schaart zich achter dit voornemen, gelet op het federale regeerakkoord, met name dat De federale regering […] in de discussie binnen DGE een ambitieuze houding [zal] aannemen ten aanzien van de reductie van chemische stoffen”77, maar wijst ook op het belang van de beschikbaarheid van duurzame alternatieven en van een Europees gelijk speelveld. De Raad vraagt aan de betrokken federale entiteiten om hun verantwoordelijk te nemen en om bij de standpuntvorming te komen tot een gezamenlijke constructieve houding in Europees verband, in lijn met het federaal regeerakkoord. Momenteel liggen in dit verband drie belangrijke Europese dossiers op
77
FEDERALE REGERING (2020), p. 64.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 27
tafel: (*) een herbeoordeling van de werkzame stof glyfosaat787980 ; (*) kwestie van gewasbescherming op basis van neonicotinoïden; (*)de kwestie van export van schadelijke pesticiden buiten de grenzen van de EU. Vanwege de specifieke Belgisch-Vlaamse situatie81 verwacht de Minaraad het belangrijk dat het Beleidsdomein Omgeving deze en vergelijkbare Europese en/of federale dossiers actief zou opvolgen. Zeker van de twee eerst vernoemde kan een grote impact verwacht worden op het doeleinden van het Vlaamse omgevingsbeleid. [37]
VLA 3.3.2.4. – Maak werk van ernstig onderzoek inzake de relatie SBZ/pesticiden. Zoals in [18] reeds aangehaald, is er met deze actie sprake van een nog op te starten onderzoek inzake de impact van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het behalen van de Europese natuur-doelen. Het feit dat dit onderzoek gelanceerd zal worden, is positief, maar het is merkwaardig dat dit voornemen geuit wordt in de context van een actie inzake Europese standpuntvorming. Algemeen is er de vaststelling dat de relatie tussen pesticiden-beleid en instandhoudingsbeleid beter uitgebouwd of geëxpliciteerd zou moeten worden (zie [8] en [27]).82 In verband met het mogelijk voorkomen van residuen van pesticiden bij insecten in beschermde natuurgebieden vraagt de Minaraad om de pro’s en contra’s van natuurgerichte buffergebieden voor de inzet van pesticiden mee te nemen in het op te starten onderzoek, waarbij ook een evaluatie doorgevoerd wordt van de reeds bestaande wetgeving in dat verband.83
[38]
BEL 3.3.1. – Hou rekening met bestaande registratiesystemen. Overeenkomstig artikel 67 van EG-verordening 1107/2009 zijn professionele gebruikers nu reeds verplicht om registers bij te houden van de gewasbeschermingsmiddelen die zij gebruiken, met vermelding van de naam van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel, het tijdstip van toepassing en de dosis, alsook het gebied en het gewas waarop het gewasbeschermingsmiddel werd gebruikt. Nieuwe EU-wetgeving zal de gebruikers in de toekomst verplichten om deze registers in elektronisch formaat bij te houden, met het oog op het bewerkstelligen van relevante beleidsstatistieken.
78
Zie ASSESSMENT GROUP ON GLYPHOSATE (2021). Vanwege het zeer grote aantal te evalueren wetenschappelijke studies en de daarmee gepaard gaande hoge werklast, kwamen de lidstaten overeen dat een groep van hen gezamenlijk als rapporteur zou optreden: met name Frankrijk, Hongarije, Nederland en Zweden. Deze vier vormen sinds 2019 de zng. “Assessment Group on Glyphosate” (AGG – beoordelingsgroep glyfosaat),. De AGG heeft het resultaat van de beoordeling vergeleken met de criteria voor goedkeuring, zoals bepaald in de Verordening (EG) nr. 1107/2009. Op grond van de huidige beoordeling is de AGG van mening dat glyfosaat voldoet aan de goedkeuringscriteria die in Verordening (EG) nr. 1107/2009 zijn vastgesteld.
79
Voor de tijdlijn, zie https://www.efsa.europa.eu/en/news/glyphosate-efsa-and-echa-update-timelines-assessments. Op 30 mei 2022 leverde het ECHA zijn input, zie https://www.echa.europa.eu/-/glyphosate-no-change-proposed-to-hazard-classification.
80
Zie Bericht HOGE GEZONDHEIDSRAAD en onderliggende studie HOGE GEZONDHEIDSRAAD (2020).
81
Samen met Nederland, Malta en Cyprus situeert België zich in de top-4 van het pesticidegebruik per hectare in de Europese Unie – zie FAOSTAT. Vlaanderen neemt binnen de Europese Unie een bijzondere plaats in als hotspot voor intensieve (groenten)teelten wat mede de oorzaak is van de hoge dichtheid van emissies van pesticiden/oppervlakte in Europees verband.
82
Zie BRÜHL ET AL (2021) voor het inzake residuen van pesticiden bij insecten in beschermde natuurgebieden. De conclusie hiervan luidde: “The number of substances of recorded residues is related to the proportion of agricultural production area in a radius
of 2000 m. Therefore, a drastic pesticide reduction in large buffers around nature conservation areas is necessary to avoid contamination of their insect fauna.” 83
Zie bv. de zorgplicht van artikel 14 van het Natuurdecreet, die ook betrekking heeft op de zorgvuldige inzet van pesticiden; zie ook het verbod van inzet van pesticiden in Vlaams Ecologisch Netwerk, art. 25, §3, 2°, 1) van het Natuurdecreet; zie het verbod op inzet van pesticiden in natuurreservaten, art. 35, §2, 9° Natuurdecreet.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 28
De Minaraad vraagt zich zo goed mogelijk te conformeren aan de Europese verplichtingen zonder meer, en zo goed mogelijk aan te sluiten bij bestaande registratiesystemen. Om de administratieve last te beperken moet het doorgeven van de informatie beperkt worden tot een jaarlijkse aangifte. 3.4 [39]
3.5 [40]
Inspectie van de uitrusting VLA 2.4.1. – Introduceer een meer ambitieuze driftreductiedoelstelling. Actie 2.4.1 “Minimale vereisten driftreductie” voorziet dat de IPM-richtlijnen om een 50% driftreducerende techniek verplicht toe te passen voor buitenteelten, wordt opgetrokken tot 75%, en op termijn verder naar 90%. De Minaraad heeft vernomen dat hiervoor een tijdstabel is afgesproken84 maar merkt op dat deze doelstelling minder verregaand is in vergelijking met Nederland. Daar zijn maatregelen afgesproken met als doel dergelijke emissies van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen tot nagenoeg nul op 1 januari 203085.
Bescherming van het aquatisch milieu VLA 2.6.5. – Voorzie in adequate voorwaarden bij de vergunningverlening. Onder actie VLA 2.6.5. – gericht op reductie van oppervlaktewaterverontreiniging – wordt onder meer een verbod in het vooruitzicht gesteld op het vullen en spoelen van spuitmachines op harde ondergronden die niet voorzien zijn van een speciaal systeem voor het opvangen en zuiveren van restwater (met verwijzing naar biofilters, fytoback, Heliosec, Sentinel, enz.). Bij deze actie wordt opgemerkt dat reductie van de verontreiniging van oppervlaktewateren door gewasbeschermingsmiddelen als gevolg van hun professionele gebruik in de land- en tuinbouw een prioritaire doelstelling vormt, gezien de negatieve impact van deze residuen op het waterleven en drinkwaterproductie. De Minaraad schaart zich achter het beoogde doel, met name dat het vullen en spoelen van spuitmachines zou gebeuren op harde ondergronden die alleszins wél voorzien zijn van een speciaal systeem voor het opvangen en zuiveren van restwater. Puntvervuiling moet voorkomen worden. Hierbij is het aangewezen om met de sector in overleg te gaan over de concrete VLAREM-voorwaarden waaraan een vul- en spoelplaats moet voldoen. De vul- en spoelsystemen waarnaar in te tekst verwezen wordt, worden klaarblijkelijk al op grote schaal toegepast in bv. Zwitserland, maar geraken in het Vlaamse Gewest zeer moeilijk of soms maar tijdelijk vergund. De Minaraad meent dat dit mogelijk een onderwerp is voor een eventuele BBT-studie.
[41]
84
VLA 2.6.7. – Voorzie in een passende promotie voor de voorziene steunregelingen. Vanuit de bezorgdheid die bij vorige paragraaf aan de orde was – er is nood aan reductie van oppervlaktewaterverontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen in
Zie https://lv.vlaanderen.be/nl/nieuws/nieuwe-maatregelen-rond-ipm, met een reeks maatregelen die in hoofdzaak ingaan vanaf 2023, waaronder: “Bij bespuitingen in open lucht moet er vanaf 2023 een driftreductie van minimum 75% worden gerealiseerd.
Opgelet, Want vanaf 2026 moet er een driftreductie bij bespuitingen in open lucht van 90% worden gerealiseerd, waarbij minimaal 75% driftreductie wordt gerealiseerd op het spuittoestel zelf.”. 85
Zie NEDERLANDS MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT (2022).
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 29
de context van gebruik in de land- en tuinbouw – wordt er in het plan ook voorzien in VLIF-steunverlening (doorgaans van 30%) voor investeringen in bv. aangepast vulen spoelplaatsen, in innovatieve spuittechnieken of in mechanische onkruidbestrijding.86 Op zich kan de Minaraad zich scharen achter deze steunverlening. Het is belangrijk dat het Vlaamse Gewest door middel van investeringssteun stimuleert, faciliteert en verduidelijkt waaraan installaties moeten voldoen om restwater zuiver te houden. Hierbij moet mogelijk zijn om de systemen in te kunnen zetten die ook in andere Europese landen erkenning genieten. Tegelijk is het zo dat deze actie (en de eraan verbonden voorafgaande acties) erg gericht zijn op de symptomen van het status quo. Het aangepast karakter van de aanvulplaatsen en het juiste gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn één ding, het inzetten op preventie en alternatieven zijn fundamenteler van aard. [42]
BEL 3.6.2. Stem de regeling inzake bufferzones af met de Vlaamse wetgeving. Als algemene, ‘Belgische’, maatregel wordt voorzien in een nieuw bufferzonebeleid ter bescherming van de waterorganismen, en in de implementatie hiervan. Dit zal gebeuren in de vorm van federale wetgeving. Met name is het nu al zo dat gebruikers van pesticiden er op grond van federale regelgeving toe verplicht zijn om (onder meer) de op het etiket van de gewasbeschermingsmiddelen vermelde bufferzones na te leven. Het gaat hierbij om de minimale afstand die moet in acht worden genomen tussen de laatste bespoten rij en de oever van het wateroppervlak: in België en op productniveau zijn deze bufferzones, naargelang het risico van het concrete gewasbeschermingsmiddel voor de waterorganismen, vastgelegd op 2 meter (zonder driftreductie) tot maximaal 20 meter met 90% driftreductie 87 De Minaraad wijst in dit verband op het Vlaamse Decreet Integraal Waterbeleid (DIWB), dat een verbod oplegt op het gebruik van pesticiden in de oeverzone en binnen 1m landinwaarts van de bovenste rand van het talud van een oppervlaktewaterlichaam.88 In de context van de Vlaamse Strategie GLB, en in lijn met de desbetreffende Europese Verordening, wordt er een pesticidevrije strook van 3 meter voorgesteld langs bevaarbare en onbevaarbare waterlopen cat. 1, 2, en 3.89 Het relatief recente advies dat de Minaraad en de SALV uitgebracht hebben over bufferstroken bij waterlopen, werd ingegaan op de uiteenlopende breedtes van deze
86
Voor het percentage, zie https://lv.vlaanderen.be/nl/subsidies/vlif-steun/vlif-investeringssteun-voor-land-en-tuinbouwers, waar doorgeklikt kan worden naar een lijst subsidiabele investeringen.
87
Bij dit laatste wordt uitgegaan van een theoretische maximumbuffer van 200 meter, in de hypothese dat er geen driftreductie wordt toegepast; in praktijk gaat het over een maximale bufferzone van 20 meter, met 90% driftreductie voorgeschreven op de toelatingsakte. Zie brochure FOD VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU (2021-A). Zie voor korte uitleg basisbegrippen ook website INAGRO: “In België is er de minimale bufferzone die onafhankelijk is van het gebruikte middel,
en de variabele of productspecifieke bufferzone, die dus wel afhangt van het gebruikte middel. […] Voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen is er langs alle waterlopen een minimale bufferzone verplicht. Voor horizontale bespuitingen is die 1m en voor verticale bespuitingen (zoals boomgaardspuiten) bedraagt die 3m. […] Bij een productspecifieke bufferzone worden extra bufferzoneregels opgelegd om het risico op verontreiniging van het waterleven te reduceren. Deze zijn afhankelijk van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel en vind je terug op het etiket van een handelsmiddel.” 88
DIWB, art. 1.3.2.2.
89
DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ (2022).
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 30
stroken. Hierbij werd vastgesteld dat dergelijke bufferstroken op diverse manieren een meerwaarde kunnen opleveren, maar dat de concrete effectinschatting van dergelijke maatregel te wensen overlaat. “De effecten van afstandsregels voor pesticiden of
sedimenten zijn niet modelmatig ingeschat in de scenario-studie bij de derde stroomgebiedbeheerplannen.”90 De Raad wijst er op dat het effect van een bufferzone afhangt van de context. In principe zal een bredere bufferzone leiden tot een groter effect. Maar naarmate de breedte van een bufferstrook toeneemt, treedt er in principe ook een grotere waardevermindering op van de gebruikspercelen. Wanneer men dus bredere permanente bufferstroken voorstelt op basis van milieu-impactstudies, dan is het belangrijk om op basis van een kostenbatenanalyse ook het sociaaleconomische aspect mee te nemen in de afweging. Indien de breedte van bepaalde bufferstroken leidt tot disproportionele opbrengstderving, dan moet er een systeem zijn om dit verlies te compenseren en/of om te voorzien in flankerend beleid. 3.6 [43]
Vermindering van de risico’s in specifieke gebieden VLA 3.7.6. – Speel korter op de bal wat betreft monitoring. Op grond van actie VLA 3.7.6. worden er jaarlijks op 300 meetpunten metingen doorgevoerd in het grondwater – waarbij er wel, in functie van de klimatologische omstandigheden, gevarieerd kan worden wat betreft lokalisatie of ritme van de metingen. Als einddoel beoogt men minstens om de 3 jaar te rapporteren over de gemeten stoffen en de overschrijdingen. De Minaraad is tevreden met de aandacht die wordt verleend aan monitoring. Dit is evenwel slechts een vertrekpunt. De resultaten van de meetcampagnes moeten frequenter gepubliceerd worden en/of vlotter toegankelijk zijn, zodat de sector kort op de bal kan spelen en gerichter kan gaan communiceren in gebieden waar er zich problemen aandienen, en zodat kan worden nagegaan wat de prioriteiten zijn inzake het globale terugdringen van het gebruik van bepaalde pesticiden.
[44]
VLA 3.7.9. – Stem de handhavingsinspanningen onderling af. Het in het vooruitzicht gestelde Agentschap Handhaving vormt de aanleiding om te onderzoeken of er vanuit de milieuwetgeving een meer performante opvolging kan worden uitgewerkt inzake het toepassen van pesticiden. De Minaraad vraagt hierbij om de handhavingsinspanningen van de betrokken beleidsdomeinen (Landbouw, Omgeving) onderling af te stemmen, zodat dubbele controles kunnen worden vermeden. De land- en tuinbouwsectoren die pesticiden toepassen, werken daarnaast ook met systemen van zelfcontrole: ook hiermee is afstemming nodig.
[45]
90
BEL 3.7.1. Voer het gebiedsgerichte beleid in en overleg met de te betrekken sectoren. Het plan wil, met actie BEL 3.7.1., komen tot een verbeterde harmonisatie van het beleid inzake de gebieden die gebruikt worden door het brede publiek (omwonenden en
MINARAAD EN SALV (2021), §§ 15 e.v. De “meerwaarde” waarvan sprake heeft betrekking op ecosysteemdiensten. Het citaat komt uit §23.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 31
omstaanders) of door kwetsbare groepen. Wat beoogd wordt is een permanente coördinatie van gewestelijke maatregelen ter bescherming hiervan. De Richtlijn Duurzaam Gebruik voorziet in een gebiedsgericht beleid. In tegenstelling tot in de richtlijn wordt in het actieplan dit gebiedsgericht beleid niet verder gespecifieerd of uitgewerkt terwijl dit wel het opzet moet zijn. De richtlijn stelt dat het gebruik van pesticiden bijzonder gevaarlijk kan zijn in zeer kwetsbare gebieden zoals Natura 2000gebieden. Beschermde gebieden uit de Kaderrichtlijn Water worden in de richtlijn ook aangeduid als specifieke gebieden. Daarnaast wordt verwezen naar gebieden die die door het brede publiek of door kwetsbare groepen worden gebruikt zoals parken, openbare tuinen, sport- en recreatieterreinen, schoolterreinen en speelplaatsen, en gebieden in de nabijheid van zorginstellingen, recentelijk behandelde gebieden die door werknemers in de landbouw worden gebruikt of voor hen toegankelijk zijn. In bovenstaande gebieden dient het gebruik van pesticiden tot een minimum te worden beperkt of te worden verboden. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van pesticiden, moeten passende risicobeheersmaatregelen (bv. bufferzones, etc. ) worden genomen en moeten in eerste instantie pesticiden met een laag risico alsmede biologische bestrijdingsmaatregelen worden overwogen. Dit luik is in het plan onderbelicht en verdient veel meer aandacht. Het Vlaams biomonitoringsprogramma toont aan dat kwetsbare groepen zoals kinderen en jongeren nood hebben aan extra bescherming91. De Minaraad stelt vast dat de hefbomen voor gebiedsgericht beleid zich niet op het federale maar op het Vlaamse niveau situeren, dat immers beschikt over een instrumentarium inzake ruimtelijke ordening en gebiedsgericht milieubeleid. Uit voorliggend ontwerpplan blijkt niet dat men dit instrumentarium wil inzetten voor het door de Richtlijn Duurzaam Gebruik gevraagde gebiedsgericht beleid in functie van kwetsbare groepen of natuurgebieden. Daarbij moet wel aangemerkt worden dat de open ruimte in het Vlaamse Gewest gebruikt wordt door vele diverse maatschappelijke groepen. In een verstedelijkte omgeving is een aangepaste aanpak noodzakelijk. Het is hierbij ook wenselijk dat de te betrekken sectoren worden betrokken bij de uitwerking van gewestelijke maatregelen in verband met situaties van gemengd openruimtegebruik. 3.7 [46]
91
Hantering en opslag VLA 2.8.1. – Voorzie stakeholdersconsultatie ter reductie punt-/diffuse verontreiniging. In verband met de voorlichting en de investeringssteun die in het vooruitzicht wordt
Steunpunt Milieu En Gezondheid, 2020, Vlaams Humane-Biomonitoringsprogramma 2016-2020, Referentiewaarden Bij Jongerenbestrijdingsmiddelen: (*) De gehalten van PCB’s en van DDT metabolieten dalen verder in vergelijking met vroegere campagnes. (*) De oude pesticiden beta-hexachloorcyclohexaan en oxychlordaan dalen niet. Transnonachloor stijgt zelfs. Dit is tegengesteld aan de verwachtingen aangezien deze oude stoffen intussen al lange tijd verboden zijn. (*) Afbraakproducten van recent gebruikte bestrijdingsmiddelen zoals pyrethroïde insecticiden, het organofosfaatpesticide chlorpyrifos en 2,4dichloorfenoxyazijnzuur worden gedetecteerd in urinestalen van jongeren. (*) Bij 22% van de deelnemers wordt de meest strenge toetsingswaarde voor de pyrethroïde biomerker overschreden. De minder strenge toetsingswaarde en de toetsingswaarden voor de andere bestrijdingsmiddelen worden niet overschreden. (*) De meetwaarden van afbraakproducten van pyrethroïde pesticiden en chlorpyrifos liggen hoger in Vlaanderen dan in de VS en Canada. (*) De onkruidverdelger glyfosaat wordt in 42% van de urinestalen van de jongeren aangetroffen.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 32
gesteld ter reductie van punt- en diffuse verontreiniging, wil men de belanghebbenden frequent gaan raadplegen, om quick wins te kunnen identificeren. De Minaraad stelt voor om deze frequente stakeholdersconsultatie te laten verlopen via het IPM-overleg met de sector. 3.8 [47]
Geïntegreerde gewasbescherming (IPM – Integrated Pest Management) VLA 2.9.1. – Verduidelijk de additionaliteit inzake biologische landbouw. Met actie VLA 2.9.1. wil men biologisch gecertificeerde landbouw stimuleren, met als indicator het aantal gecertificeerde landbouwers en/of het aantal landbouwers dat omschakelt in die richting. De oppervlaktedoelstelling moet nog worden vastgelegd, met name in het Vlaams Strategisch Plan Bio 2023-2027. Het instrument dat ingezet wordt betreft de hectaresteun voor biologische landbouw. De Minaraad vindt dit een waardevolle actie, maar wil graag duidelijkheid over het additioneel karakter van deze actie in verhouding tot wat voorzien is in het Vlaams Strategisch Plan GLB. Het valt te bezien of de hectaresteun als instrument afdoende zal zijn om de verhoopte schaal aan omschakeling te bekomen, temeer daar de Raad in het gezamenlijk advies over het Vlaams Strategisch GLB-plan in consensus vaststelde dat het ambitieniveau voor bio zeer bescheiden werd ingevuld en dat een hoger ambitieniveau mogelijk zou zijn. De Minaraad wijst daarbij op het voorstel van de Vlaamse biosector waarin vijf doelstellingen van 5% naar voor werden geschoven.92
92
[48]
VLA 2.9.3. – Vermijd dubbele controle boven wat gedekt wordt door het IPM-systeem. Met actie VLA 2.9.3. wil men de toepassing van IPM door landbouwers opdrijven, wat concreet zou resulteren in de toename van het aantal demonstratieboerderijen en demonstraties, van het aantal aansluitingen bij onafhankelijke controle-instanties, van het aantal controles en van het aantal verbintenissen ‘ecoregeling’. In het kader van het IPM-overleg is bekomen dat diverse types spuittoestellen bij openluchtteelten moeten uitgerust zijn met een schoonwatertank, met een verplichting hiertoe vanaf 2026. Deze schoonwatertanken dienen een minimaal volume te hebben – bij kleinere spuittanken te bepalen in verhouding tot het spuittankvolume. Dit wordt gecontroleerd via de IPM-audit en het is niet wenselijk dat er dubbele controle zouden doorgevoerd worden.
[49]
VLA 2.9.5. – Breng ook een praktijkgids uit in verband met vul- en spoelplaatsen. Met de actie VLA 2.9.5. beoogt men een evaluatie en actualisatie van de bestaande praktijkgids gewasbescherming en de daaraan verbonden sectorspecifieke katernen. De Minaraad vraagt om, in overleg met de sector, ook een good-practice aanbeveling of protocol uit te werken, in verband met de karakteristieken waaraan een vul-en spoelplaats moet voldoen om in orde te zijn met IPM-vereisten en VLAREM.
Zie https://www.boerenbond.be/actualiteit/vlaamse-biosector-formuleert-ambities-voor-farm-forkstrategie met een gezamenlijke verklaring Boerenbond, ABS en Bioforum: “(1) We willen groeien naar 5% bio areaal of 30.000 ha. (2) We groeien
naar 5% omzetwaarde in de gezamenlijke dierlijke producties. (3) We willen minimaal 5% bio-bedrijven hebben tegen eind 2027. (4) We zien het volume van de bio-consumptie groeien naar 5% van de totale consumptie. (5) Ten slotte willen we minimaal 5% bio-aandeel in de overheidscatering tegen eind 2027.”.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 33
3.9 [50]
Beheer en opvolging van het plan BE 3.11.1 – Richt het plan op de doelen van de Farm-to-Fork-strategie. Het Vlaamse Gewest zal zijn medewerking verlenen aan de werking van de Taskforce NAPAN en dito adviesraad. De opvolging van de voortgang van de acties zal onder meer gebeuren in het licht van de Farm-to-Fork-reductiedoelstellingen. De Minaraad schaart zich achter deze benadering: het is passend om de opvolging te verzekeren in het licht van de reductiedoelstellingen uit de Farm-to-Fork-strategie. Hierbij zijn er echter twee onzekerheden aan de orde:
[51]
−
De doelen van Farm-to-Fork hebben in wezen nog steeds slechts een aankondigend karakter. Vooraleer het wettelijk vastgelegde doelstellingen worden, moeten er eerst nog de geëigende Europese democratische procedures doorlopen worden, met daarin de diverse mogelijkheden voor de burgers en belanghebbenden om hun inbreng te doen.
−
De andere onzekerheid betreft het gegeven (zie [21]-[22]) dat de doelstellingen en indicatoren van de onderscheiden acties van dit ontwerpplan nog te onderbepaald zijn, wat maakt dat moeilijk in te zien valt in welke mate ze zullen bijdragen aan de vooropgestelde reductiedoelen van Farm-to-Fork.
BE 3.11.2. – Voorzie in meer participatiemogelijkheden voor het bredere publiek. Het voornemen om het publiek actief te betrekken bij de besluitvorming aangaande NAPAN wordt geconcretiseerd door te verwijzen naar de in 2027 door te voeren openbare raadpleging in verband met de volgende editie van het NAPAN (2028-2032). De Minaraad vraagt, in lijn met zijn bemerkingen zoals geformuleerd in §14 en volgende, om te zorgen voor een helder, gestroomlijnd en coherent participatietraject. Voor het overige is het wenselijk om het publiek waar passend actief te betrekken bij de uitvoering van de acties van het plan, en voor te lichten over de vooruitgang en de behaalde resultaten, zodat het volgende participatietraject ingebed kan worden in een situatie met voldoende kennisniveau bij alle betrokken.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 34
Bibliografie −
ASSESSMENT GROUP ON GLYPHOSATE (2021), Procedure and outcome of the draft Renewal Assessment Report on glyphosate, juni 2021.
−
BROUNS, J, (2022), Brief met reactie op de observatiebrief van de Europese Commissie, Brussel, 13 juni 2022.
−
BRUHL, C. ET AL. (2021), Direct pesticide exposure of insects in nature conservation areas in Germany, Scientific Reports.
−
DEMIR, Z. (2021), Vlaams Actieplan Wilde Bestuivers, Brussel, 2021.
−
DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ (2021), Landbouwrapport 2020, Brussel.
−
DEPARTEMENT LANDBOUW EN VISSERIJ (2022), Ontwerp Vlaams GLB Strategisch Plan 2023-2027, Brussel, 11 maart 2022.
−
EPRS (2019), Farming without plant protection products Can we grow without using herbicides, fungicides and insecticides?, Brussel, 2019.
−
EUROPEES PARLEMENT EN RAAD, Richtlijn 98/8/EG, van 16 februari 1998, betreffende het op de markt brengen van biociden.
−
EUROPEES PARLEMENT EN RAAD, Verordening n° 1107/2009, van 21 oktober 2009, betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad.
−
EUROPEES PARLEMENT EN RAAD, Richtlijn 2009/128/EG, van 21 oktober 2009, tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden.
−
EUROPEES PARLEMENT EN RAAD, Verordening (EU) nr. 528/2012, van 22 mei 2012, van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden
−
EUROPEES PARLEMENT EN RAAD, Verordening (EU) 2021/2115, van 2 december 2021, van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013
−
EUROPEES PARLEMENT (2021), Resolutie over Uitvoeringsverordening (EU) 2021/621 van de Commissie van 15 april 2021 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 37/2010 betreffende de indeling van de stof imidacloprid wat de maximumwaarde voor residuen ervan in levensmiddelen van dierlijke oorsprong betreft (2021/2705(RSP)), 10 juni 2021.
−
EUROPESE COMMISSIE (COM(2000) 1), Mededeling over het voorzorgsbeginsel, Brussel, 2 februari 2000.
−
EUROPESE COMMISSIE, Verordening (EU) Nr. 283/2013 van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.
−
EUROPESE COMMISSIE (COM(2020) – 204 final), Report on the experience gained by Member States on the implementation of national targets established in their National Action Plans and on progress in the implementation of Directive 2009/128/EC on the sustainable use of pesticides, 20 mei 2020.
−
EUROPESE COMMISSIE (2022-A), Observation letters on CAP strategic plans, Brussel, mei 2022.
−
EUROPESE COMMISSIE (COM(2022) – 305 final), Proposal for a regulation on the sustainable use of plant protection products and amending Regulation (EU) 2021/2115, Brussel, 22 juni 2022.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 35
−
FAO COMMISSION ON GENETIC RESOURCES FOR FOOD AND AGRICULTURE (2019), The State of the World’s Biodiversity for Food and Agriculture.
−
FAVV-SCICOM (2022), Advies 09-2022: Chronische blootstelling van de Belgische bevolking aan residuen van gewasbeschermingsmiddelen via de consumptie van groenten en fruit (periode 2014- 2020), Brussel, 2022.
−
FEDERALE REGERING (2020), Federaal Regeerakkoord, Brussel, 30 september 2020.
−
FOD VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU (2021-A), Brochure Bescherming van het Oppervlaktewater bij het gebruik van Gewasbeschermingsmiddelen, Brussel, augustus 2021.
−
FOD VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU (2021-B), Belgische nationale strategie inzake bestuivers 2021-2030, Brussel, november 2021.
−
FOD VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU (2022), Nationaal Actieplan voor Hormoonverstoorders, Brussel, juni 2022.
−
HEUSINKVELD H. et al. (2021), Rapport: gewasbeschermingsmiddelen en neurodegeneratieve ziekten: mogelijkheden om de toelatingsvereisten te verbeteren, RIVM, Bilthoven, 2021.
−
HOGE GEZONDHEIDSRAAD (2020), Glyfosaat en samenstellingen die glyfosaat bevatten, Advies nr. 9561, Brussel, januari 2020.
−
INSTITUT NATIONAL DE LA SANTÉ ET DE LA RECHERCHE MÉDICALE (INSERM) (2021), Pesticides et effets sur la santé: Nouvelles données, Collection Expertise collective, Montrouge: EDP Sciences, 2021.
−
INSTITUT NATIONAL DU CANCER (2014), Pesticides et risques de cancers, Parijs, april 2014.
−
LECHENET ET AL (2017), Reducing pesticide use while preserving crop productivity and profitability on arable farms, Nature plants, 1 maart 2017.
−
MINARAAD, SERV EN SALV (2021), Advies 2021|007 over de Ontwerp stroomgebiedsbeheerplannen (2022 – 2027), Brussel, 11 maart 2021.
−
MINARAAD EN SALV (2021), Advies 2021|023 over bufferstroken langs waterlopen, Brussel, 16 september 2021
−
MINARAAD (2022), Advies 2022|10 over de programmatische aanpak stikstof, Brussel, 7 juli 2022.
−
NAPAN TASK FORCE (2018), Programma 2018 - 2022 van het NAPAN, Brussel, 2018.
−
NATIONAL INSTITUTES FOR HEALTH (2022), Agriculture Health Study – Study Update 2022,
−
NEDERLANDS MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT (2022), Geactualiseerd nationaal actieplan duurzaam gebruik gewasbeschermingsmiddelen 2022 t/m 2025, Den Haag, juli 2022.
−
OESO (2020), Managing the Biodiversity Impacts of Fertiliser and Pesticide Use Overview and insights from trends and policies across selected OECD countries – Environment Working Paper N°155, Parijs, 2020.
−
PESTICIDES ACTION NETWORK (2022), Forbidden fruit The dramatic rise in the most toxic pesticides found on fruits and vegetables sold in Europe and evidence that governments are failing their legal obligations, mei 2022.
−
PHILLIPS MCDOUGALL (2018), Evolution of the Crop Protection Industry since 1960, Commissioned by CropLife International, November 2018.
−
POUX ET AL. (2018), An agroecological Europe in 2050: multifunctional agriculture for healthy eating. Findings from the Ten Years For Agroecology modelling exercise, Parijs, 2018.
−
TRISTE ET AL (2017), Agro-ecologie in Land- en Tuinbouweducatie - Verkenning van de Situatie in Vlaanderen, ILVO Mededelingen 232, april 2017.
−
VMM (2020), Monitoring aandachtsstoffen Kaderrichtlijn Water – campagne 2019-2020, Aalst, 2020.
Minaraad, advies over het Vlaams Actieplan Pesticidengebruik, 8/09/2022
p. 36