02 Voorwoord 03 Heropstart 04 Vinger aan de pols 05 Innoveren
Departement Cultuur, Jeugd & Media
06 Internationaal
Jaarmagazine 2021
07 Veranderend beleidslandschap
Lees verder
08 Reflectie 09 Organisatie 10 Evenementen 11 Kerncijfers
1 / 165
2. Voorwoord
Business as (un)usual
Na het corona-rampjaar 2020 hoopten we allemaal dat we het afgelopen jaar in rustiger vaarwater zouden komen. Dat is helaas een illusie gebleken. Onze sectoren moesten in 2021 weer optornen tegen een hele rist maatregelen, beperkingen en zelfs sluitingen. Alhoewel we kunnen stellen dat de vele coronamaatregelen effectief waren, is de economische en sociale schade die corona met zich meebracht ongetwijfeld aanzienlijk.
Circusplaneet wijkt uit - Foto © Sarah Vanheuverzwijn
2 / 165
Mensen en middelen Ook voor alle werknemers van het Departement Cultuur, Jeugd en Media was 2021 weer een jaar als geen ander. Het blijft bewonderenswaardig dat onze personeelsleden ook onder uitzonderlijke omstandigheden de bijzonder veelzijdige machine die ons departement is, vlot laten draaien. Dag in dag uit zijn ze in de weer met subsidies, erkenningen, topstukken- en collectiebeheer, kampeermateriaal, internationaal en Europees beleid, advies- en beoordelingscommissies, raadplegingsprocedures, kadervormingen, infrastructuur, jeugd- en kinderrechten, Ultimas, decreten, begrotingen, digitalisering, onderzoek en ga zo maar door. Een blik op de cijfers die in dit jaarmagazine geboekstaafd staan, geeft een mooi beeld van de ondersteuning en dienstverlening aan onze sectoren. In 2021 gaf het departement bijna 386 miljoen euro uit aan middelen voor het beleidsveld cultuur, 56 miljoen euro aan jeugd en 283 miljoen euro aan media. We beschermden 10 volledige verzamelingen en 85 individuele voorwerpen als topstuk, registreerden dit jaar alleen al 119.932 objecten in de Vlaamse erfgoeddatabanken, leverden 4.475 attesten af in het jeugdwerk en leenden 6.320 tenten uit. Achter elk van deze indrukwekkende cijfers schuilt het veelzijdige werk van elk van onze medewerkers. Ik kan mijn waardering en bewondering voor hen niet genoeg uitspreken.
Foto © Frederik Beyens
3 / 165
Corona en de heropstart Tussen al deze taken door kwamen, naast de coronamaatregelen, in 2021 ook een hele resem bijkomende relance-opdrachten op onze weg. De Vlaamse Regering investeerde vanuit het programma Vlaamse Veerkracht 210 miljoen euro in diverse projecten binnen ons beleidsdomein. Zo werden er heel wat infrastructuurprojecten op poten gezet, werden er extra inspanningen geleverd rond de digitalisering van de cultuur- en mediasector zoals het Digitaal Verenigingsloket en een cross-mediaal multiplatform-meetsysteem en werden er middelen ter beschikking gesteld om netwerken voor kwetsbare kinderen en jongeren te versterken. Een andere grote werf waar ons departement momenteel aan werkt is de zogenaamde herijking van de drie grote sectordecreten. De opzet van deze oefening is om de verschillende decreten, uitvoeringsbesluiten en reglementen die door hun historische context significante verschillen vertonen, beter op elkaar af te stemmen. Tegelijk moet de ruimte voor sectorspecifieke differentiatie behouden blijven. We hopen tegen augustus 2023 dit traject te beëindigen.
Spelkoffer - Foto © Het Mot
Nieuwe uitdagingen Zo eindigt 2021 met een blik op de toekomst. Er staan ons in 2022 halfweg de legislatuur - en daarna nog een hoop uitdagingen te wachten. We hopen dat onze sectoren zich, na de crisis van de laatste twee jaar, weer volop kunnen richten op de vele uitdagingen die op hen afkomen. Als departement staan wij klaar om hen hierin te ondersteunen en zullen we hard verder werken om het regeerakkoord uit te voeren en invulling te geven aan de beleidsnota’s. Van harte, Luc Delrue Secretaris-generaal van het Departement Cultuur, Jeugd en Media
Heropening de Roma - Foto © Nisran
4 / 165
3. Heropstart
Uitkijk - Foto © Stad Gent
5 / 165
Corona heeft de wereld en dus ook Vlaanderen hard getroffen. In 2021 moesten onze sectoren opnieuw voor geruime tijd hun activiteiten stilleggen. De Vlaamse Regering voorzag enerzijds specifieke projecten om ze te ondersteunen, anderzijds rolde ze het relanceplan Vlaamse Veerkracht uit om het economische en maatschappelijke weefsel van Vlaanderen te herstellen. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media speelde een belangrijke rol bij de opmaak van de projectoproepen en de correcte toekenning van de financiële steun.
6 / 165
3.1 Specifieke projecten
3.2 Relanceplan Vlaamse Veerkracht
3.1.1 Culturele activiteitenpremie zorgt voor innoverende initiatieven Door de coronacrisis lag het culturele leven lange tijd stil. Om de cultuursector een boost te geven en mensen opnieuw te laten proeven van het diverse culturele leven in Vlaanderen, keurde de Vlaamse Regering eind 2020 de culturele activiteitenpremie goed, een forfaitaire subsidie om publieke activiteiten in de culturele sector te stimuleren. Deze steunmaatregel was deel van het noodfonds Cultuur.
Bijna 7.000 aanvragers ontvingen zo’n premie. Daarmee konden ze tussen 1 september 2020 en 31 augustus 2021 een culturele activiteit organiseren of infrastructuur voor een culturele activiteit ter beschikking stellen.
Van een poëzietelefoon tot whatsapptheater Heel wat personen en organisaties dienden een aanvraag in. In februari 2021 was het voorziene budget van 35 miljoen euro bereikt en werd de premie afgesloten. Bijna 7.000 aanvragers ontvingen tussen november 2020 en januari 2021 een premie, waarmee ze interessante online of alternatieve activiteiten organiseerden in 2021. Denk aan live streaming, een poëzietelefoon, een balkonserenade, virtuele workshops of tentoonstellingen, whatsapptheater of een in-game metalfestival. De premie was een extra impuls om te innoveren en die vormen verder uit te diepen, zodat mensen van cultuur konden blijven proeven. Wie de premie kreeg, moest nadien via bewijsstukken aantonen dat de culturele activiteit had plaatsgevonden en dat de kosten van de activiteit minstens even hoog waren als de toegekende premie. De collega’s van Team Dossierbeheer onderworpen elk verantwoordingsdossier aan een grondige inhoudelijke en financiële toets. Gezien het grote aantal dossiers kunnen ze dit hele proces pas in de loop van 2022 afronden.
Terug naar overzicht
8 / 165
3.1.2 Taskforce Cultuur: extra zuurstof voor de cultuursector met 18 projecten De Vlaamse Regering besliste in 2021 om op korte termijn 9,98 miljoen euro te investeren in de brede cultuursector. Daarmee werd een bundeling van 18 projecten uitgerold, om de cultuursector perspectief te bieden in een coronavrije samenleving.
Een speciaal daarvoor opgerichte Taskforce Cultuur werkte de projectvoorstellen uit in een participatief traject met de brede cultuursector. Daarnaast was er ook overleg met de minister van Economie, Innovatie en Werk om de cultuursector voor het eerst een bredere toegang te geven tot het instrumentarium van VLAIO. Tijdens het participatieve traject met de cultuursector werden de invalshoeken van het UNESCO-rapport Culture in Crisis Policy Guide in acht genomen. De twee grootste projecten waren: kunstaankopen voor de Collectie Vlaamse Gemeenschap het Innovatiemechanisme.
Terug naar overzicht
10 / 165
3.1.3 Kunstaankopen bieden kunstensector toekomstperspectief In 2021 maakte de Vlaamse overheid een uitzonderlijk groot budget van 3,98 miljoen euro vrij voor de aankoop van kunstwerken voor de Collectie Vlaamse Gemeenschap. Het ging in totaal om maar liefst 281 kunstwerken van 180 kunstenaars. De aankopen zijn bedoeld om de kunstensector toekomstperspectief te bieden tijdens de coronacrisis. De Collectie Vlaamse Gemeenschap bestaat uit meer dan 18.000 werken. Ze moet een volledig en correct beeld geven van de kwaliteitsvolle en internationaal relevante (hedendaagse) Vlaamse kunst. Al sinds 1860 worden er kunstwerken verworven en in bewaring gegeven aan openbare instellingen en musea. Naast hedendaagse kunst bevat de collectie ook oude kunsten en verschillende soorten erfgoed.
Extra ondersteuning voor kunstensector Met deze kunstaankopen geeft de Vlaamse overheid een grote stimulans aan de sector van de beeldende kunsten, die zowel de kunstenaars als de betrokken galeries rechtstreeks ten goede komt. Van het totaalbudget komt 3,75 miljoen euro uit coronamiddelen en 235.000 euro uit de recurrente middelen. Ter vergelijking: in 2020 was er voor de aankopen een budget van 150.000 euro beschikbaar. Een commissie van zowel onafhankelijke curatoren als experten uit de 6 Vlaamse musea voor hedendaagse kunst stond garant voor een kwaliteitsvolle selectie. De werken maken nu deel uit van de Collectie Vlaamse Gemeenschap en M HKA, S.M.A.K., Mu.ZEE, M Leuven, Middelheimmuseum en Fotomuseum Antwerpen nemen ze in bewaring. Zo worden de werken deel van de museumcollecties en kunnen ze aan het brede publiek getoond worden. Heel wat beeldende kunstenaars hadden bij gebrek aan ondernemingsnummer geen recht op steunmaatregelen zoals de culturele activiteitenpremie. Met deze aankopen wil de Vlaamse overheid hen toch extra ondersteunen.
281 werken in tal van disciplines Er werden in totaal 281 kunstwerken van 180 kunstenaars in diverse fases van hun carrière aangekocht. Voor veel kunstenaars is het de eerste keer dat er een werk van hen wordt aangekocht door de Vlaamse overheid. De werken geven een representatief beeld van de hedendaagse kunstpraktijk met een grote variatie in technieken en disciplines. Het gaat om 54 fotografiewerken, 54 installaties, 44 schilderijen, 43 beeldhouwwerken, 31 tekeningen, 30 videokunstwerken, 19 werken in gemengde media, 4 textielwerken en 2 prenten. Door het uitzonderlijk hoge budget kocht de Vlaamse overheid ook enkele duurdere werken van gerenommeerde kunstenaars aan.
Werken tonen tendensen in de hedendaagse kunstpraktijk In de selectie van werken is de bevestiging en versterking te zien van een aantal tendensen in de kunstpraktijk en het kunstaankoopbeleid van de afgelopen jaren. Zo is er aandacht voor sociale en politieke thema’s, identiteit, ecologie, etnisch-culturele diversiteit, een steeds sterkere aanwezigheid van vrouwelijke kunstenaars en een herwaardering van ambachtelijke procedés, zoals textielbewerking of historische fotografische technieken. Opvallend is dat heel wat aangekochte werken in open lucht tentoongesteld kunnen worden, meer bepaald in het Middelheimmuseum in Antwerpen.
12 / 165
Per museum belichten we een werk dat een of meerdere van deze tendensen illustreert
Terug naar overzicht
Foto © Crejaksie
13 / 165
3.1.4 Bijkomende steun helpt jeugdorganisaties uit de nood De coronamaatregelen hadden een grote impact op de jeugdsector. Daarom maakte de Vlaamse Regering in 2021 opnieuw middelen vrij om erkende jeugdverenigingen uit de nood te helpen en hen een perspectief te bieden. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media stond in voor de verdeling van de middelen en kende aan 17 jeugdorganisaties ruim 1,2 miljoen euro bijkomende steun toe.
Zorgwekkende signalen uit de jeugdsector De jeugdsector signaleerde in het voorjaar van 2021 dat de derde golf van de pandemie grote gevolgen had voor de financiële situatie van verschillende erkende verenigingen. Zo moesten ze kampen en activiteiten tijdens schoolvakanties opnieuw aanpassen of stopzetten. Dat gold ook voor workshops in samenwerking met scholen, bibliotheken of jeugddiensten. Daardoor stonden ze ook op emotioneel en organisatorisch vlak onder grote druk. Dat scenario herhaalde zich bij de vierde golf in het najaar. Bovendien was uit een financiële analyse van de erkende verenigingen gebleken dat ongeveer een kwart onder hen zonder steun uit het noodfonds 2020 in grote moeilijkheden had kunnen verkeren. Signalen genoeg voor de Vlaamse Regering om net als in 2020 middelen vrij te maken om de erkende jeugdverenigingen uit de nood te helpen.
Extra steun voor 17 organisaties We informeerden de erkende jeugdverenigingen via al onze communicatiekanalen over deze nieuwe steunmaatregel. Daarop dienden er 21 verenigingen een subsidieaanvraag in. Voor de toekenning van de subsidies deelden we de jeugdverenigingen in verschillende groepen in op basis van hun liquide middelen en schulden. Door die werkwijze kwamen in de eerste plaats die verenigingen in aanmerking waarvoor de steun belangrijk was om te overleven. Zo konden we eind 2021 aan 17 jeugdorganisaties in totaal 1.200.528 euro bijkomende steun toekennen, meteen ook het bedrag dat ze gevraagd hadden.
Overzicht van de subsidiebedragen per vereniging
Terug naar overzicht
14 / 165
3.2.1 Meer kunstwerken in de publieke ruimte door ondersteuning van opdrachten aan kunstenaars De minister van Cultuur kende vorig jaar aan 16 samenwerkingsverbanden ruim 950.000 euro subsidies toe om in de (semi)publieke ruimte kwaliteitsvolle kunstprojecten te realiseren. Met die subsidies kunnen ze professionele kunstenaars aantrekken om op bepaalde locaties in Vlaanderen en Brussel een nieuw kunstwerk neer te zetten.
De creatie van kunst in de (semi)publieke ruimte heeft heel wat troeven. Naast het feit dat kunst intrinsiek verrijkend is, brengt het burgers op een laagdrempelige manier in contact met kunst en cultuur. Op lange termijn biedt de realisatie van kunstwerken in de publieke ruimte ook heel wat mogelijkheden voor de maatschappelijke, ruimtelijke en functionele leefwereld van burgers. Het beleven van kunst is niet exclusief voorbehouden voor onze cultuursteden, maar kan ook in een landelijke omgeving of in de natuur. Eind april vorig jaar lanceerde de minister van Cultuur een nieuw subsidieinstrument om kunstopdrachten in de publieke ruimte aan te moedigen: het Stimuleringsinstrument Kunst in Opdracht in de publieke ruimte. Daarvoor maakte hij 3 miljoen euro relancemiddelen vrij.
Out of Office - Foto Breedbeeld
Eerste oproep levert 16 goedgekeurde kunstopdrachten op Voor de eerste oproep in april dienden 30 aanvragers een dossier in. Een multidisciplinair expertenpanel beoordeelde de dossiers aan de hand van deze criteria: de artistieke kwaliteit de maatschappelijke cross-overs met andere sectoren de meerwaarde voor de publieke ruimte. Daarna konden nog 19 dossiers doorgaan naar de tweede beoordelingsfase. Na deze tweede beoordeling door het expertenpanel keurde de minister van Cultuur 16 dossiers goed. De 16 aanvragers kregen samen in totaal 950.864 euro financiële steun om hun kunstopdracht te realiseren.
17 / 165
Foto © ABC vzw
“Ik vind dat er te weinig cultuur en kunst aanwezig is in de Schaarbeekse wijk waar het ABC-huis gelegen is. Daarom besloten we om via het stimuleringsinstrument ‘Kunst in Opdracht in de publieke ruimte’ samen te werken met kunstenares Katrien De Blauwer. Ik ben enorm onder de indruk van de sensuele intensiteit en de fotografische beeldtaal van haar poëtische universum. Het gaat om 6 nieuwe werken die getransformeerd worden naar muurkunstwerken. Die vormen een permanente, publiek toegankelijke installatie aan het begin van het Zennepark op de grens van Brussel en Schaarbeek. We hopen met dit kunstproject de perceptie van hedendaagse kunst in de openbare ruimte te stimuleren. Daarnaast willen we via kunst een dialoog aangaan met de mens en zijn omgeving. Zo voorzien we in het kader van het werk van De Blauwer workshops met kinderen uit de buurt met een lagere sociaaleconomische achtergrond. In mei 2022 zal het werk onthuld worden.”
Gerhard Jäger - Artistiek coördinator van Art Basics for Children (ABC) vzw
18 / 165
Mooie geografische spreiding van de kunstopdrachten Elke kunstopdracht heeft zijn eigen doorlooptijd. Het hangt af van de artistieke verschijningsvorm of de intensiteit van de samenwerkingsverbanden, maar ook van het procesverloop en de stand van het dossier bij indiening. Alle kunstopdrachten moeten ten laatste eind 2024 gerealiseerd zijn.
De kunstopdrachten zijn geografisch verspreid over Vlaanderen en Brussel. Het gaat zowel om permanente als tijdelijke kunstwerken met een duurzame output. In een aantal dossiers staat de realisatie van meerdere kunstopdrachten op de planning. Het gaat dan om dossiers waarin de aanvrager vertrekt vanuit een brede visie op een context of locatie. Afhankelijk van de stand van het dossier bij indiening was bij een aantal dossiers de kunstenaar al bekend.
Geselecteerde kunstopdrachten
Terug naar overzicht
19 / 165
Composite Presence by Bovenbouw Architectuur - Belgian pavilion - Biennale Architettura 2021 - Venice - Foto © Filip Dujardin
20 / 165
3.2.2 Cultuurinfrastructuur: twee projecten in de kijker Project Zwijgershoek in Sint-Niklaas Het stedelijke museum van Sint-Niklaas (SteM) vind je momenteel op 3 locaties in Sint-Niklaas. In 2022 komt er een belangrijke wijziging: de Salons worden ingeruild voor het prachtig gerestaureerde Huis Janssens in de Zamanstraat. Dit project komt er onder meer met relancemiddelen voor cultuurinfrastructuur. De drie plaatsen bevinden zich in het stadscentrum, op een boogscheut van elkaar. De eerste locatie is de Zwijgershoek, waar je onder andere de breigoedsite, de Boudelocollectie, vele Sint-Niklasiana en Wasiana vindt. De tweede is het Mercatormuseum in de museumtuin en de derde zijn de Salons in de Stationsstraat. Het museum blijft 3 ‘onderdelen’ tellen, maar ze liggen alle 3 op de Zwijgershoeksite en worden verbonden door de museumtuin. 2 van de instellingen, het Mercatormuseum en het Huis Janssens, sluiten naadloos aan elkaar. Door ingrepen op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid wordt een unieke museumsite gecreëerd, waar topstukken in veel betere omstandigheden getoond en bewaard kunnen worden. Momenteel is de interieurrestauratie van het Huis Janssens (een beschermd monument uit 1878) aan de gang. Die moet het pand zijn oorspronkelijke uitstraling teruggeven, maar ook een verbeterde ontsluiting en toegankelijkheid van het gebouw garanderen en ervoor zorgen dat het huis voldoet aan de hedendaagse vereisten voor museale werking. In het museumdepot werd een entresolvloer met trap en goederenlift gebouwd, wat de opslagcapaciteit met 60% verhoogt. De entresolvloer is inmiddels klaar voor gebruik. In het Mercatormuseum wordt geïnvesteerd in vernieuwde klimaatinstallaties en beveiliging. De stad Sint-Niklaas heeft een Energieprestatiecontract (EPC) afgesloten voor een aantal grote stadsgebouwen, waaronder het SteM (Stedelijk Museum) voor een periode van 10 jaar. De totale kostprijs van het relanceproject is begroot op 1.923.000 euro (incl. btw), waarvan de Vlaamse overheid 900.000 euro subsidieert. De opening van het gerestaureerde Huis Janssens is voorzien in de zomer van 2022.
Project Huis van de Letteren Literatuur Vlaanderen en Iedereen Leest zullen rond eind 2022 hun intrek nemen in het gerestaureerde Hotel Dumont in Antwerpen. Het gebouw zal de naam Huis van de Letteren krijgen. De minister van Cultuur kent 750.000 euro relancemiddelen toe aan dit project. Literatuur Vlaanderen ondersteunt de letterensector in Vlaanderen, van auteur tot lezer, in opdracht van de Vlaamse Regering en de Vlaamse minister van Cultuur. Ze doet dat met subsidies voor auteurs, vertalers, uitgevers en organisatoren. Daarnaast speelt Literatuur Vlaanderen ook een belangrijke rol in het bijeenbrengen van de vele spelers in de boekensector. Ze stimuleert hen om over beleidsdomeinen en grenzen heen te kijken en hecht veel belang aan het
21 / 165
(samen)werken aan een rijk en divers literair landschap met een ruim en inclusief boekenaanbod.
Semipubliek gebouw Met de restauratie en renovatie van het voormalige Hotel Dumont te Antwerpen wordt een semipubliek Huis van de Letteren gerealiseerd, waarin zowel Literatuur Vlaanderen als Iedereen Leest hun intrek zullen nemen in het kader van een geïntegreerd letterenbeleid in Vlaanderen. Op het binnenplein zal ook een nieuwbouwpaviljoen (ontmoetingsbibliotheek) met literaire binnentuin worden gebouwd. De totale kostprijs van dit project bedraagt 3.520.000 euro, waarvan 750.000 euro gefinancierd wordt met relancemiddelen. Door de renovatie zal de accommodatie duurzamer worden en op een energiezuinige manier geëxploiteerd kunnen worden, met als resultaat een kleinere ecologische impact. De werken zijn gestart op 22 maart 2021 en zouden rond september 2022 klaar moeten zijn.
Terug naar overzicht
22 / 165
3.2.3 Veerkracht versterken van kinderen en jongeren in kwetsbare situaties De Vlaamse Regering trok 3 miljoen euro extra uit voor een projectoproep om kinderen en jongeren in kwetsbare situaties beter te ondersteunen. Daarmee wilde ze inspelen op de vele signalen van kinderen, jongeren, organisaties en experten naar meer (mentale) ruimte, ontspanning en vrijetijdsbesteding op maat van die kinderen en jongeren. Het moest gaan om projecten waarvoor minstens 3 verenigingen samenwerken en waarbij de focus ligt op een vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren. De projecten konden maximaal 200.000 euro steun krijgen. De periode waarin de activiteiten kunnen plaatsvinden, loopt van 1 september 2021 tot 31 augustus 2023. Benieuwd welke netwerken hier de komende jaren werk van zullen maken? Bekijk het overzicht van de 29 goedgekeurde projecten.
Mijn vader is een saucisse - Foto © Kris Dewitte
Terug naar overzicht
24 / 165
3.2.4 Garantiefonds van 10 miljoen euro voor audiovisuele sector De Vlaamse Regering keurde op 5 februari een garantiefonds van 10 miljoen euro goed om de heropstart van de Vlaamse audiovisuele productiesector te ondersteunen. Doel van het garantiefonds is het dekken van bepaalde coronagerelateerde risico’s vanaf 4 weken voor de start van een opname of tijdens een opnameperiode. Het garantiefonds loopt nog tot eind 2022.
Onvoorziene kosten opvangen met het garantiefonds De audiovisuele sector in Vlaanderen had nood aan een oplossing voor het verzekeren van audiovisuele producties. Sinds de uitbraak van de coronapandemie is het voor producenten immers onmogelijk geworden om schade en annuleringskosten als gevolg van pandemieën te verzekeren. Het risico bestaat dat een productie moet worden stopgezet door besmetting van onvervangbare cast- of crewleden of door overheidsmaatregelen tijdens een besmettingsgolf. Dat kan leiden tot onvoorziene kosten, die door het garantiefonds gedekt kunnen worden.
Gezamenlijk budget cultuur en media De Vlaamse minister van Cultuur ondersteunde het garantiefonds met 5 miljoen euro. Die middelen zijn bestemd voor filmproducties die zowel mét als zonder steun van het VAF gemaakt zijn (fictie, documentaire, animatie, korte film). Ook de Vlaamse minister van Media ondersteunde het garantiefonds met 5 miljoen euro, bestemd voor televisieproducties. Naast fictie-, animatie-, en documentairereeksen, met inbegrip van kinder- en jeugdreeksen, komen ook cultuur-, human interest- en entertainmentprogramma’s in aanmerking. Om te kunnen genieten van het garantiefonds moeten producenten hun producties bij het Vlaams Audiovisueel Fonds registreren.
Terug naar overzicht
26 / 165
3.2.5 Maximaal inzetten op digitale transformatie van de cultuursector Een van de ambities van het relanceplan is om Vlaanderen digitaal te transformeren. Voor de cultuursector biedt die transformatie heel wat troeven. Zo kunnen we een breder publiek bereiken via toegankelijke digitale culturele content, operationele dienstverleningsprocessen optimaliseren en zorgen dat zo veel mogelijk mensen gebruik kunnen maken van een open en veilige digitale omgeving. Met verschillende projectlijnen wil de Vlaamse Regering deze ambities in de komende jaren waarmaken.
Digitaliseren van collecties Met de projectlijn ‘Digitaliseren van collecties’ wil de Vlaamse Regering in de periode 2021 tot 2024 een inhaalbeweging voor het digitaliseren van culturele collecties stimuleren, hoofdzakelijk in de cultureel-erfgoedsector. Concreet gaat het om het wegwerken van de nog steeds aanzienlijke achterstanden in gedigitaliseerde (en gemetadateerde) content. De relancelijn bevat verschillende deelprojecten. Met 2 van deze deelprojecten wil de regering achterstanden in toegankelijke digitale collecties wegwerken: via een subsidiereglement voor individuele projecten en via een grootschalige digitaliseringsactie, gecoördineerd door meemoo. Het derde deelproject bestaat erin een businesscase te ontwikkelen die moet dienen om de randvoorwaarden voor duurzame preservatie en terbeschikkingstelling scherp te stellen. Dat alles moet resulteren in een roadmap naar een optimale organisatorische en technische inrichting van de cultureel-erfgoedsector.
Subsidies zorgen voor inhaalbeweging in digitale collectiedata In mei 2021 lanceerden we een nieuwe inhaalbeweging voor het digitaliseren van collectiedata. Tot 1 oktober konden alle structureel gesubsidieerde cultureel-erfgoedorganisaties een subsidieaanvraag indienen. We ontvingen 31 aanvragen, en de minister van Cultuur besliste na advies van een jury om 16 projecten te subsidiëren. Alle projecten worden in 2022 en 2023 uitgevoerd.
Meemoo zorgt voor coördinatie van bulkdigitalisering Meemoo, Vlaams Instituut voor het Archief, coördineert tussen 2021 en 2024 een grootschalige digitalisering in vier categorieën: kranten, foto’s, topstukken en metadata. Met dit deelproject zal de digitalisering van collecties in bulk aangepakt worden, daar waar het subsidiereglement inzet op kleinschaligere initiatieven van individuele erfgoedorganisaties.
Digitaal Vlaanderen werkt digitale basisinfrastructuur uit Op vraag van ons departement werkt Digitaal Vlaanderen in 2021 en 2022 aan een business case rond een basisinfrastructuur voor digitale collecties. Die case moet duidelijk maken hoe men zo’n digitale basisinfrastructuur best aanpakt op organisatorisch, technisch en financieel vlak. Daarnaast moet ze ook aantonen hoe individuele organisaties er zich best toe verhouden. Om dat doel te bereiken werkt men met een roadmap waarmee organisaties na afloop van de business case aan de slag kunnen.
28 / 165
Integratie van erfgoeddatabanken De voormalige provinciale erfgoeddatabanken Erfgoedplus.be en Erfgoedinzicht krijgen een vervolg in de nieuwe Centrale Digitale Collectieregistratie. Voor de realisatie van dit project werd een bedrag van 2 miljoen euro relancemiddelen vrijgemaakt. Na een grondig vooronderzoek in 2019-2020 werd begin 2021 een concreet projectvoorstel geformuleerd, met een realistische budgettering binnen een ambitieus maar haalbaar tijdsplan. Concreet worden de volgende systemen uitgewerkt: voor kleinschalige en niet-professionele erfgoedcollecties (zgn. collectiehoudende organisaties): een collectieregistratiemodule met focus op registratie tegen eind 2023 voor de professionele collectiebeherende instellingen: een performant en flexibel collectiebeheersysteem met nadruk op de complexe processen van collectiebeheer, tegen eind 2024. Beide systemen worden onderling op elkaar afgestemd en zetten maximaal in op toekomstgerichte en duurzame uitwisseling van data. De huidige erfgoeddatabanken Erfgoedplus.be en Erfgoedinzicht blijven operationeel tot alle data worden overgedragen naar de nieuwe Centrale Digitale Collectieregistratie. Het project wordt uitgevoerd door een consortium van 3 organisaties: FARO, VKC en meemoo, met meemoo als trekker, en in nauwe samenwerking met het departement. Een stuurgroep volgt het project op. De partners van de stuurgroep zullen elk vanuit hun expertise, met kennis van hun netwerken en inzet van eigen personeel een bijdrage leveren aan de realisatie van dit project.
Doelgericht Digitaal Transformeren Ook het project ‘Doelgericht Digitaal Transformeren’ (2021-2023) zorgt voor een belangrijke impuls richting digitalisering. Met dat project willen we de strategische visie van de Vlaamse Regering op digitalisering van de cultuursector concreet maken. Door het culturele aanbod gestandaardiseerd te verbinden met geïnteresseerde cultuurparticipanten creëren we een databron rond activiteiten en cultuurparticipatie. Aan de hand daarvan kunnen we verschillende diensten ontwikkelen en verschillende zaken bereiken, zoals: automatische rapporteringen in het kader van subsidieverplichtingen (planlastvermindering) nieuwe benchmarkingdiensten voor de culturele sector betere data-inzichten een betere bereikbaarheid van moeilijk te bereiken doelgroepen. Het project zal een belangrijke impuls geven aan een datagedreven beleid en zal bovendien een stimulans vormen voor digitale innovatie door middel van samenwerking en verbreding.
Terug naar overzicht
29 / 165
3.2.6 Verenigingsloket om interacties tussen dienstverleners en verenigingen te vereenvoudigen De Vlaamse overheid heeft een budget van 2,85 miljoen euro uitgetrokken voor het digitaal Verenigingsloket. Met het Verenigingsloket willen we alle interacties tussen verenigingen en dienstverleners op één plaats samenbrengen en vereenvoudigen. Op die manier wordt het verenigingsleven vlotter, overzichtelijker en leuker. In oktober 2021 stelden we het project voor in aanwezigheid van de minister-president.
We zullen het Verenigingsloket stapsgewijs realiseren aan de hand van vier principes: één toegangspoort voor elke vereniging, bij elke interactie met een overheid gegevens één keer invoeren één overzicht van alle informatie over jouw vereniging dienstverlening op maat van jouw vereniging.
Het Verenigingsloket wordt niet alleen voor, maar ook samen mét verenigingen, lokale overheden en departementen van de Vlaamse overheid gebouwd. Via een participatietraject worden de verschillende doelgroepen in elke stap van het project betrokken. Op het participatieplatform kunnen ze telkens feedback geven over ideeën en concepten, maar ook zelf voorstellen doen. Zo zorgen we ervoor dat het Verenigingsloket in de praktijk ook écht tegemoetkomt aan de noden en wensen van zowel verenigingen als overheden.
Startevenement Verenigingsloket (21 oktober 2021)
Wil je zelf meedenken over het Verenigingsloket? Surf dan naar denkmeeverenigingsloket.be en deel jouw ideeën! De eerste publieksversie voorzien we in de loop van 2023.
31 / 165
Overzicht van alle relanceprojecten per sector Hierboven vind je een selectie uit de relanceprojecten van het afgelopen jaar. Op onze website
> Relanceprojecten voor de cultuursector > Relanceprojecten voor de
vind je een overzicht van alle projecten die de Vlaamse Regering tot nu toe heeft goedgekeurd en
jeugdsector > Relanceprojecten voor de mediasector
die het Departement Cultuur, Jeugd en Media de komende jaren zal uitwerken of ondersteunen.
Terug naar overzicht
32 / 165
4. Vinger aan de pols
Speelstraten - Foto © Stad Hasselt
33 / 165
Ook dit jaar volgde het Departement Cultuur, Jeugd en Media nauwgezet de hartslag van zijn sectoren. Op die manier konden we ontdekken waar ruimte voor verbetering was en hun noden beantwoorden. Van projectsubsidies over noodweer op kamp tot de aankoop van nieuwe topstukken, je leest er alles over in dit hoofdstuk.
4.1 Vijf nieuwe topstukken aangekocht via het Topstukkenfonds
4.2 15 jaar erkenning Vlaamse Gebarentaal
4.3 Opnieuw ondersteuning voor het doorgeven van vakmanschap
4.4 Solidariteit jeugdwerk redt kletsnatte kampzomer
4.5 In 5 stappen naar een beslissing in het belang van het kind
34 / 165
4.1 Vijf nieuwe topstukken aangekocht via het Topstukkenfonds In 2021 kocht de minister van Cultuur via het Topstukkenfonds 5 topstukken aan voor een totaalbedrag van 1.592.400 euro. Het gaat om stukken die een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben. De aangekochte kunstwerken getuigen van een uitzonderlijke artisticiteit en virtuositeit voor het tijdperk en de kunstdiscipline waartoe ze behoren.
Over het Topstukkenfonds In de begroting wordt jaarlijks een dotatie voorzien voor de werking van het Topstukkenfonds, dat in 2009 op basis van het Topstukkendecreet opgericht werd. De dotatie voor 2021 bedroeg 563.000 euro, maar door de overdracht van niet bestede middelen van vorige jaren was er een hoger aankoopbedrag beschikbaar. De middelen van het Topstukkenfonds worden gebruikt voor de aankoop van topstukken en voor de subsidiëring van restauratie- en conservatie-ingrepen op topstukken. In 2021 kwam daar nog een opdracht bij: de subsidiëring van initiatieven om de bewaaromstandigheden van topstukken te verbeteren. In 2022 wordt daarvoor een experimenteel reglement ingevoerd.
Ruim 1,5 miljoen euro voor 5 topstukken Cultuurgoederen gelden als ‘topstukken’ als ze beantwoorden aan de strenge selectiecriteria zeldzaam en onmisbaar in de zin van het Topstukkendecreet. De 5 aangekochte werken werden na hun verwerving opgenomen in de Topstukkenlijst en behoren nu ook tot het collectieve Vlaamse erfgoed. Twee 'bozzetti' of reliëfs in terracotta uit de 17de eeuw van de Mechelse beeldhouwer Lucas Faydherbe werden verworven voor een bedrag van 340.000 euro. De reliëfs dienden als ontwerp voor de monumentale reliëfs in de Onze-Lieve-Vrouw van Hanswijkbasiliek in Mechelen. Ze zijn van een uitmuntende kwaliteit en tonen de virtuositeit van Faydherbe als modelleur en verhalenverteller. De reliëfs werden door het Departement Cultuur, Jeugd en Media in bewaring gegeven aan museum Hof van Busleyden in Mechelen. Het is de bedoeling om ze, als de bewaaromstandigheden dat toelaten, tentoon te stellen in de basiliek, onder de koepel met de reliëfs waarvoor ze als ontwerp dienden.
35 / 165
Twee 'bozzetti' - Lucas Faydherbe
Het schilderij Ontwikkeling van een thema in rood: Carnaval uit 1914 van Antwerpenaar Jules Schmalzigaug is een van de eerste – volgens sommigen het eerste - volledig abstracte werk van een Vlaamse kunstenaar. Het schilderij werd aangekocht voor een bedrag van 425.000 euro en werd door het Departement Cultuur, Jeugd en Media in langdurige bruikleen gegeven aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) . Het zal er de sectie ‘moderne kunst’ versterken, waarin al enkele werken uit het oeuvre van Schmalzigaug vertegenwoordigd zijn.
Ontwikkeling van een thema in rood: Carnaval - Jules Schmalzigaug
Een Romaanse sculptuur van Maria die het kindje Jezus de borst geeft werd verworven voor 520.000 euro. Deze Maria Lactans werd in de vroege 13de eeuw vervaardigd in Verona, vermoedelijk door de Veronese beeldhouwer Brioloto de Balneo, bekend van het grote rosetraam in de San Zeno Basiliek in Verona. Het Mariabeeld is gemaakt uit marmo rosso di Verona, een soort kalksteen eigen aan de NoordItaliaanse regio. Het beeld maakte voor lange tijd deel uit van de befaamde Stoclet-collectie. M Leuven kreeg het beeld in langdurige bruikleen. Het gaat daarmee om het oudste beeld in de collectie van het museum. Voor de rijke laatmiddeleeuwse sculptuurcollectie van het museum zal deze artistiek zeer kwaliteitsvolle vroegmiddeleeuwse sculptuur een bijzonder ijkpunt vormen.
Atlas draagt een armillarium om de schaduw te bestuderen - Peter Paul Rubens
36 / 165
Maria Lactans - Brioloto de Balneo
De tot voor kort verloren gewaande tekening Atlas draagt een armillarium om de schaduw te bestuderen van Peter Paul Rubens werd aangekocht voor een bedrag van 307.400 euro. Het gaat om een ontwerp, ‘e en vignet’, op klein formaat dat Rubens maakte in opdracht van de familie Moretus. Het diende als basis voor een illustratie in het boek Opticorum libri sex van wiskundige en fysicus Franciscus Aguilonius. Dat natuurkundige werk over optica werd in 1613 uitgegeven door de Plantijnse uitgeverij. Het Antwerpse Museum Plantin-Moretus kreeg de tekening in langdurige bruikleen. De tekening biedt een boeiende inkijk in de nauwe samenwerking die er bestond tussen de drukkersfamilie Moretus en Rubens.
Bezette Stad - Paul van Ostaijen
Een bijzondere vermelding verdient het originele handschrift van de dichtbundel Bezette Stad van Paul van Ostaijen. Het bevat de bekendste dichtregel uit de Nederlandstalige poëzie: Boem Paukeslag en werd eind 2020 voor 725.000 euro aangekocht. Het iconische werk werd volledig gedigitaliseerd en is sinds 27 maart 2021 te zien in het Letterenhuis in Antwerpen. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef de dichtbundel in 1920 en 1921, tijdens zijn verblijf in Berlijn. Het Antwerpen van tijdens de eerste wereldoorlog vormt het decor van de bundel. De dichter gebruikt zijn stad als metafoor en brengt ze in vele facetten tot leven, van de oorlogsdreiging tot het uitbundige nachtleven in de music halls. Bezette Stad is voor ons taalgebied een absoluut vernieuwende dichtbundel, waarin de dichter voor het eerst in onze literatuurgeschiedenis de grenzen aftast van de mogelijke wisselwerking tussen de inhoud van de tekst en de weergave ervan. Het is een absoluut hoogtepunt in de avant-gardeliteratuur van ons taalgebied én van bepalende invloed op de moderne literatuur die daarna kwam. Ook internationaal geldt het als een iconisch werk en krijgt het aandacht in verschillende contexten, gaande van tentoonstellingen tot een brede waaier aan studies.
37 / 165
4.2 15 jaar erkenning Vlaamse Gebarentaal In 2021 was de Vlaamse Gebarentaal (VGT) 15 jaar erkend door de Vlaamse overheid. Dat betekent onder andere: erkend als ‘eerste’ taal van de Vlaamse Dovengemeenschap en als een taal gelijkwaardig aan het Nederlands. Gedurende die 15 jaar werkten de Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal, het Vlaams GebarentaalCentrum en verschillende organisaties aan een betere maatschappelijke verankering van de Vlaamse Gebarentaal. Ze deden dat respectievelijk via adviezen, door een rol als kennis- en coördinatiecentrum op te nemen en via projectsubsidies. Ook de komende jaren blijven ze daarnaar streven.
70.000 euro voor projecten Vlaamse Gebarentaal In 2021 ging er een recordbedrag van 70.000 euro naar projectsubsidies Vlaamse Gebarentaal. De voorbije jaren bedroeg het budget ongeveer 30.000 euro, telkens goed voor maximaal twee gesubsidieerde projecten. Dankzij het hogere budget in 2021 kregen drie organisaties een projectsubsidie: KU Leuven: Verkorte opleiding voor dove tolken met ervaring - 30.000 euro KU Leuven zal met de projectsubsidie een opleiding voor dove tolken met ervaring oprichten. Daarnaast wil de KU Leuven aandacht besteden aan de erkenning van die dove tolken en hun positie in de arbeidsmarkt versterken. Doof Vlaanderen: Voorbereidend traject voor inclusieve klassen met Vlaamse Gebarentaal en Nederlands - 30.000 euro Doof Vlaanderen zal met de projectsubsidie het voorbereidende traject opzetten voor inclusieve klassen met Vlaamse Gebarentaal en Nederlands in het reguliere onderwijs. Het gaat daarbij enerzijds om ouderparticipatie en ouderinformatie, anderzijds om de zoektocht naar een school waar de eerste tweetalige, inclusieve klassen kunnen starten. Vlaams GebarentaalCentrum: Gebarenfestival - 10.000 euro Het Vlaams GebarentaalCentrum zal met de projectsubsidie een Gebarenfestival op poten zetten, waarin verschillende kunstvormen in Vlaamse Gebarentaal tot uiting worden gebracht. ((video van oproep eventueel))
Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal 2021-2024 De nieuwe Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal ging in januari 2021 van start voor een periode van 4 jaar. Zij adviseert de Vlaamse overheid over alles wat te maken heeft met VGT, over wat een impact kan hebben op het gebruik van VGT en over de ontwikkeling en zichtbaarheid van Dovencultuur. Alle leden hebben expertise in Vlaamse Gebarentaal.
39 / 165
4.3 Opnieuw ondersteuning voor het doorgeven van vakmanschap Na een jaar onderbreking werden in 2021 weer middelen vrijgemaakt voor beurzen vakmanschap. De beurs dient als financiële ondersteuning voor vakmensen die een of meerdere leerlingen een aantal maanden tot maximaal 2 jaar in de leer nemen. In 2018 en 2019 kende de Vlaamse overheid voor het eerst beurzen toe voor het doorgeven van vakmanschap in zogenaamde meester-leerlingtrajecten. Vakmanschap is immaterieel cultureel erfgoed dat in de hoofden en handen van mensen zit: kennis en vaardigheden met wortels in traditie. Om dat soort vakmanschap levend te houden, moeten generaties het aan elkaar doorgeven. Vaak is dat een intensief en tijdrovend traject.
Beurzen vakmanschap - Foto: boekrestauratie
Herlancering na evaluatiejaar In 2020 maakten we de balans van de vorige rondes op en stelden verbeteringen aan het reglement voor. De vernieuwde subsidielijn werd in 2021 weer gelanceerd en zal ook de komende jaren van kracht blijven, met telkens een oproep. De nieuwe oproep resulteerde vorig jaar in 21 toegekende beurzen, goed voor een totaalbudget van 600.000 euro. Zo’n beurs bedraagt maximaal 30.000 euro. Zowel meester als leerling(en) ontvangen een deel van dat bedrag.
Beurzen vakmanschap - Foto: boekrestauratie
Divers vakmanschap
41 / 165
Sinds begin 2022 steken 21 gepassioneerde meesters samen met 35 enthousiaste leerlingen de handen uit de mouwen om hun unieke vakmanschap levend te houden. De brede waaier aan thema’s toont dat vakmanschap in Vlaanderen heel divers is: ambachten als hoefsmid of touwslager, het omgaan met de natuur bij imkeren, artisanaal brouwen of kruidengeneeskunde, het maken en bespelen van marionetten of muziekinstrumenten als doedelzakken, maar ook vakmanschap dat nodig is om ons bouwkundig erfgoed te laten blijven schitteren, bijvoorbeeld glas-in-loodramen of rocaille.
Terug naar overzicht
Chirojeugd - Foto © Jan Van Bostraeten
42 / 165
4.4 Solidariteit jeugdwerk redt kletsnatte kampzomer Heel even dreigde het noodweer van afgelopen zomer een tekort aan tenten te veroorzaken en de kampplannen te dwarsbomen van jeugdgroepen die nog moesten vertrekken. Een kordaat optreden van de ULDK, de enorme solidariteit tussen groepen en de steun van gewone burgers zorgden ervoor dat geen enkele jeugdbeweging in de kou bleef staan. Half juli trokken hevige onweersbuien over Wallonië en Vlaanderen. De zware regenval leidde tot zelden geziene overstromingen, die de plaatselijke bevolking en jeugdverenigingen bijzonder hard troffen. Talloze jeugdkampen moesten worden ontruimd en op sommige terreinen spoelde het wassende water de tenten gewoon weg. Niet alleen ter plekke, maar ook voor de Uitleendienst Kampeermateriaal (ULDK) was het alle hens aan dek.
Foto © Gekkoo
ULDK - Foto © Departement Cultuur, Jeugd en Media
Herverdeling kampeermateriaal Door het noodweer kon een groot aantal ontleende tenten niet tijdig ingeleverd worden. Zo dreigde er een tekort te ontstaan voor de groepen die nog moesten vertrekken. Er kwam een crisisoverleg met de minister van Jeugd, zijn kabinet en vertegenwoordigers uit de sector. Onmiddellijk daarna opende een tijdelijk callcenter. De ULDK contacteerde alle groepen die in die periode terugkeerden van kamp. Ze registreerde hoeveel tenten niet zouden binnenkomen of beschadigd waren en dus niet beschikbaar waren voor uitlening. Aan de groepen die nog op kamp moesten vertrekken, werd gevraagd om minder tenten op te halen dan ze gereserveerd hadden. Op die manier kon het beschikbare kampeermateriaal herverdeeld worden en was er nooit een tekort.
43 / 165
Scouts en Gidsen - Foto © Fien Wallays
Hartverwarmende solidariteit Veel jeugdwerkers droegen hier hun steentje toe bij en zorgden voor een vlotte interne communicatie. Het departement deelde de oproep via sociale media, waardoor ook burgers spontaan tenten aanboden. Dankzij de grote respons konden alle jeugdverenigingen rekenen op een tentenzeil boven hun hoofd. De solidariteit tussen jeugdgroepen en de steun vanuit de bevolking toonde deze zomer nogmaals aan hoe krachtig én veerkrachtig jeugdwerk in Vlaanderen is. Ook noemenswaardig is de enorme wilskracht van kinderen en jongeren die lid zijn van een jeugdbeweging. Zij moesten vaak hun ondergelopen kampeerterrein verlaten om nadien ergens anders hun tenten op te slaan. Maar dat deden ze, in de mate van het mogelijke, met de glimlach. Hopelijk zijn de weergoden ons deze zomer gunstiger gestemd.
Terug naar overzicht
44 / 165
Chirojeugd - Foto © Jan Van Bostraeten
4.5 In 5 stappen naar een beslissing in het belang van het kind Wie bepaalt wat het beste is voor een minderjarige? En wat gebeurt er als er tegenstrijdige meningen zijn over wat ‘het beste’ is? Actoren die beroepsmatig of als vrijwilliger met kinderen en jongeren werken, worden vaak met dergelijke vragen geconfronteerd. Een stappenplan moet hen helpen om betere beslissingen te nemen, in het belang van de minderjarige.
Het belang van het kind kreeg een prominente plaats in het Kinderrechtenverdrag en is een centraal begrip om alle andere artikelen te interpreteren. Maar wat houdt dat begrip in? Wie bepaalt wat het beste is voor een minderjarige? En wat gebeurt er als ouders, leerkrachten, praktijkwerkers, de overheid of de minderjarige het daarover niet eens zijn?
Een stappenplan als leidraad Actoren die beroepsmatig of op vrijwillige basis met kinderen en jongeren werken, hebben vaak een intuïtief aanvoelen van wat in het belang is van de minderjarigen die ze begeleiden. Toch is dat vaak niet zo eenvoudig te bepalen. Daarom gaven we het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi) de opdracht om een stappenplan over het belang van het kind op te stellen. Het moet praktijkwerkers een kader bieden om het belang van het kind te beoordelen en te bepalen in specifieke situaties. Zo kunnen ze het stappenplan gebruiken bij beslissingen waarbij een individuele minderjarige of een kleine groep minderjarigen (bijvoorbeeld broers en zussen, een klasgroep, een groep in een jeugdbeweging) betrokken is. Het is bovendien toepasbaar in diverse contexten, zoals de jeugdhulp, het onderwijs, het jeugdwerk of justitie, steeds bij kinderen en jongeren onder de 18 jaar. Infografiek Belang van het kind
Bekijk de infografiek
Een betere beslissing in 5 stappen Belang van het kind - stap 1
Belang van het kind - stap 3
Het stappenplan omvat 5 stappen met telkens verschillende bijkomende vragen. Het is belangrijk om de volgorde van de stappen te respecteren. Soms kan het wel zinvol zijn om een bepaalde stap of vraag meermaals aan bod te laten komen tijdens het proces. Daardoor is een tijdige evaluatie of bijsturing van het proces mogelijk. De verschillende onderdelen van de het stappenplan:
Belang van het kind - stap 2
Stap 1: Garandeer de basisprincipes Stap 2: De minderjarige centraal Stap 3: De situatie en de vraag Stap 4: De analyse en de afweging Stap 5: De beslissing
46 / 165
Belang van het kind - stap 4
Belang van het kind - stap 5
Door aan de slag te gaan met het stappenplan, krijg je een beter begrip van de noden en rechten van de minderjarigen waarmee je rekening moet houden. En zo neem je betere beslissingen. Nood aan bijkomende toelichting? Neem een kijkje in de handleiding. Daarnaast is er ook een handig invulrooster.
Terug naar overzicht
47 / 165
Infografiek Belang van het kind
156 / 165
5. Innoveren
Foto © KMSKA
48 / 165
Elk jaar zijn er verschillende veranderingen in de sectoren waar het Departement Cultuur, Jeugd en Media voor bevoegd is. Ook in 2021 was dat het geval. We stemden ons archief- en informatiebehee r verder af op richtlijnen van de Vlaamse overheid, lanceerden een nieuwe versie van het e-loket KIOSK, voerden een conservatieen restauratiebeha ndeling uit aan het Glazeniersarchie f Capronnier en wijzigden de regelgeving waar nodig. Op welke manier we deze vernieuwingen hebben uitgevoerd ontdek je in dit hoofdstuk.
5.1 Een nieuwe voordeur voor KIOSK
5.2 Verdere uitrol van het archief- en informatiebeheer
5.3 Restauratie archief Glazeniersatelier Capronnier afgerond
5.4 Regelgeving onder de loep
49 / 165
5.1 Een nieuwe voordeur voor KIOSK In de lente van vorig jaar lanceerden we de nieuwe versie van het e-loket KIOSK. Het vernieuwde platform werd aangepast aan de strenge eisen op het vlak van informatieveiligheid. Zo verloopt inloggen voortaan via een digitale sleutel. Verder kreeg ook de gebruikersomgeving een nieuwe look en zijn er enkele nieuwe functionaliteiten.
Voor wie al eens aanvraag ingediend heeft voor een cultuur-, jeugd- of mediaorganisatie is KIOSK een begrip. Voor wie nog niet helemaal mee is: KIOSK is de centrale toegangspoort voor het aanvragen van zowat alle subsidies, erkenningen, vergunningen en attesten die het Departement Cultuur, Jeugd en Media rijk is. Jaarlijks passeren 7.000 nieuwe dossiers de revue. De voorbije jaren werden bijna 100 digitale subsidiestromen gebouwd.
Nieuwe inlogmethode en functionaliteiten De applicaties van de Vlaamse overheid moeten aan steeds meer eisen voldoen, in de eerste plaats op het vlak van veiligheid. Sinds 27 april 2021 kun je in KIOSK inloggen met je eID, itsme of een andere digitale sleutel. Je kunt dat in eigen naam doen maar ook voor een organisatie, een lokaal bestuur, een feitelijke vereniging of zelfs een school waarvoor je werkt. Net omdat er KIOSK-stromen zijn voor verschillende doelgroepen was het een delicate uitdaging om de nieuwe aanmeldmethode voor iedereen correct te implementeren. Bovendien kun je in KIOSK ook iemand machtigen om in jouw naam een aanvraag in te dienen. Naast de gewijzigde aanmeldfunctie kregen ook de KIOSK-schermen een facelift, wat het geheel gebruiksvriendelijker maakt. Er zijn ook enkele nieuwe functionaliteiten. Zo registreren we nu een contactpersoon voor elke aanvrager én een e-mailadres bij elk dossier, zodat alle e-mails vanuit KIOSK naar dat adres gaan.
Communicatie en ondersteuning werpen vruchten af Om deze grote wijzigingen verteerbaar te maken hebben we sterk ingezet op communicatie en ondersteuning. Voor de lancering lieten we de handleidingen en webpagina's nakijken door 40 testgebruikers, waarna we hun suggesties verwerkten. Daarnaast zetten we een samenwerking op met het contactcenter 1700 van de Vlaamse overheid, zodat er steeds een aanspreekpunt was om onze aanvragers door het aanmeldproces te loodsen. In 5 webinars, één voor elke doelgroep, gaven we vooraf live demo's en konden gebruikers vragen stellen. Van de bijna 10.850 unieke aanvragers die ooit in KIOSK actief waren, hadden er begin 2022 al 4.600 hun rechten en mandaten ingesteld en ingelogd via de nieuwe methode. 2.325 aanvragers van wie het dossier nog niet afgesloten is, hadden zich begin 2022 nog niet aangemeld. Daarnaast is er een grote groep
51 / 165
aanvragers met een afgesloten dossier, die geen nieuwe aanvragen meer plannen.
Terugblikkend op dit traject mogen we stellen dat de migratie voor onze aanvragers vlot verlopen is. De omschakeling werd technisch en communicatief permanent geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig. Enkele kleine technische problemen werden snel gedetecteerd en opgelost. We zijn best wel fier op deze realisatie en zijn van plan om het KIOSK-platform in de toekomst verder uit te bouwen als digitale toegangspoort voor de dienstverlening van het departement.
Terug naar overzicht
52 / 165
5.2 Verdere uitrol van het archief- en informatiebeheer Net als andere overheidsinstanties beschikt het Departement Cultuur, Jeugd en Media over heel wat bestuursdocumenten. Al die overheidsinformatie, analoog of digitaal, moet op een uniforme en correcte manier beheerd en bewaard worden, volgens de richtlijnen van de Vlaamse overheid. Het voorbije jaar stemden we ons archief- en informatiebeheer daar verder op af en maakten we gebruik van de tools die daarvoor worden aangeboden.
Serieregister verder aanvullen Een van die tools is de webapplicatie Serieregister, een centraal register waarin overheidsinstanties categorieën van bestuursdocumenten moeten publiceren, ook wel series genoemd. Voor elke serie worden ook beheersregels vastgelegd, zoals bewaartermijn of bestemming. Zo kunnen bestuursdocumenten op een uniforme en correcte manier beheerd en bewaard worden. Vorig jaar definieerden we nieuwe series en bijhorende beheersregels en pasten bestaande beheersregels aan de huidige omstandigheden aan. Alles bij elkaar ging het om 80 nieuwe of aangepaste series, wat het totale aantal series voor het departement op 489 brengt.
Verder inzetten op digitaal en analoog documentbeheer We maakten ook een praktische vertaalslag van onze informatiebeheersregels naar zowel analoog als digitaal documentbeheer. Zo sloot ons departement zich aan op het E-depot van Digitaal Archief Vlaanderen, dat als doel heeft om digitale overheidsinformatie te beheren, te bewaren en te ontsluiten. Ook werkten we enkele testcases uit voor het archiveren van digitale dossiers. De eerste tests vinden begin 2022 plaats. Daarna werken we op een structurele manier verder aan de digitale archivering. Daarnaast nam ons departement deel aan een pilootproject rond het gebruik en het testen van de nieuwe depotbeheerstool. Met die tool zullen we in de loop van 2022 via een centrale applicatie analoog archief kunnen overdragen
54 / 165
naar en opvragen uit het centrale archiefdepot van de Vlaamse overheid in Vilvoorde.
Papieren archief verwerken Last but not least zetten we in 2021 hard in op de verwerking van het papieren archief. Alle teams maakten van de interne verhuis in ons kantoorgebouw gebruik om de hoeveelheid papier op de werkvloer drastisch te verkleinen. Verder konden we ook opnieuw een beroep doen op verschillende tijdelijke werkkrachten, die ons hielpen bij de archiefverwerking: een stagiair uit het secundair onderwijs, 11 jobstudenten, 2 BIS-stagiairs en 2 tijdelijke archiefmedewerkers. Zo konden we bijna 165 lopende meter archief (of 1.499 archiefdozen) naar het archiefdepot in Vilvoorde overdragen en ruim 93 lopende meter archief vernietigen waarvan de bewaartermijn was afgelopen.
Terug naar overzicht
55 / 165
5.3 Restauratie archief Glazeniersatelier Capronnier afgerond In 2006 kocht de Vlaamse overheid het archief van het glazeniersatelier Capronnier aan. Na eerdere restauratiebehandelingen op dit kwetsbare archief was er nog een derde conservatie- en restauratiebehandeling nodig om de kartons en tekeningen maximaal raadpleegbaar te maken. De resultaten daarvan konden we in juni vorig jaar bewonderen.
Foto © H. Magnus
Toonaangevend atelier met een rijk archief Het glazeniersatelier Capronnier werd opgericht door vader François Capronnier (1779-1853) en in 1839 overgenomen door zijn zoon Jean-Baptiste (1814-1891). Het was een van de toonaangevendste ateliers aan het begin van de 19de eeuw, een periode met een vernieuwde interesse in glasschilderkunst. Vader en zoon maakten niet alleen nieuwe ramen, maar voerden ook restauraties uit van historische glasramen in monumentale kerkgebouwen in België, zoals de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel en de SintJacobskerk in Antwerpen. Het archief van het glazeniersatelier, dat bijna een eeuw continuïteit overspant, is volledig bewaard gebleven, wat uitzonderlijk is. Het bevat een tweeduizendtal uitvoeringstekeningen op ware grootte, voorstudies, ontwerptekeningen op schaal en foto’s van uitgevoerde nieuwe realisaties en restauraties. In 2020 werd het archief beschermd als Vlaams topstuk en als verzameling op de Topstukkenlijst opgenomen.
57 / 165
Foto © H. Magnus
Getekend door de tand des tijds De vele tekeningen in het archief zijn heel kwetsbaar en vertonen veel gebruiksschade. Dat is vooral het geval voor de kartons (gedetailleerde ontwerptekeningen voor glasramen op ware grootte), die ook actief gebruikt werden tijdens het productieproces van de glasramen. De kartons werden meestal opgerold bewaard en vergaarden doorheen de tijd heel wat stof. Bovendien werden ze samengedrukt, en door het gewicht ontstonden plooien, die mettertijd scheuren opleverden. De meterslange dragers bestonden vaak uit aan elkaar gelijmde vellen papier. Correcties aan de originele voorstelling werden aangebracht door een alternatief ontwerp op de drager te lijmen. Door schimmelvorming liet de lijm los, zodat sommige tekeningen in stukken uiteenvielen.
Foto © H. Magnus
Succesvolle derde conservatie- en restauratiebehandeling Restauratoren en wetenschappers raadplegen de kartons nu nog vaak voor wetenschappelijk onderzoek en voor restauraties van de nog bestaande Capronnier-glasramen. Na de restauratiecampagnes in 2007 en 2009 was een derde conservatiecampagne nodig om de kartons en tekeningen maximaal raadpleegbaar te maken. Daarom gaven we in 2020 aan een gespecialiseerd papierrestaurator de opdracht om een selectie van tekeningen en kartons uit
58 / 165
het archief een conservatie- en terughoudende restauratiebehandeling te geven. De selectie van de kartons werd gemaakt op basis van de kwaliteit, het belang van de site waarvoor ze gemaakt werden (en dus de verhoogde kans op raadpleging) en de ernst van de geregistreerde schade. De selectie van de te conserveren kartons en tekeningen kwam tot stand in overleg met KADOC, Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven, waar de tekeningen en kartons ook bewaard worden. De restaurator voerde de volgende handelingen uit: reinigen, tape en lijmsporen verwijderen, plooien relaxeren, scheuren en ingescheurde randen herstellen en verstevigen met Japans papier, en gedesintegreerde dragers tot een leesbaar geheel samenbrengen. De eerste resultaten van deze conservatieen restauratieopdracht werden in juni 2021 opgeleverd.
Terug naar overzicht
Foto © Breedbeeld
59 / 165
5.4 Regelgeving onder de loep Als departement hebben we steeds oog voor maatschappelijke ontwikkelingen, passen we ons aan in onverwachte situaties of voeren we Europese besluitvorming uit. Daarom zijn wijzigingen in de regelgeving af en toe noodzakelijk of onvermijdelijk.
In 2021 werden heel wat bestaande decreten en besluiten aangepast. Er werden ook 2 nieuwe decreten goedgekeurd: daarbij ging het om steunmaatregelen voor onze sectoren naar aanleiding van de coronapandemie.
Cultuur en Jeugd het Kunstendecreet van 23 april 2021 de artikelen 2 tot en met 4 van het Programmadecreet van 9 juli 2021 bij de aanpassing van de begroting 2021 het decreet van 25 juni 2021 tot bekrachtiging van de besluiten van de Vlaamse Regering inzake de noodfondsen cultuur, jeugd, sport en media naar aanleiding van de COVID-19-pandemie het decreet van 7 mei 2021 tot wijziging van artikel 12 van het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten het decreet van 25 juni 2021 tot wijziging van het decreet van 20 december 2013 betreffende de Cultuurprijzen van de Vlaamse Gemeenschap het Cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021 het decreet van 23 december 2021 tot het nemen van dringende steunmaatregelen voor de jeugdsector naar aanleiding van de COVID-19pandemie het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021 houdende wijziging van diverse besluiten, wat betreft maatregelen voor cultuuren jeugdinfrastructuur en de operationalisering van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse regering van 2 februari 1999 tot regeling van het beheer en de werking van het Fonds culturele infrastructuur het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 tot bepaling van de regels voor de toekenning van steun aan jeugdverblijven en hostels om de negatieve economische impact door de coronacrisis te beperken het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot uitvoering van het Kunstendecreet van 23 april 2021 het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2021 tot bepaling van de regels voor de toekenning van bijkomende steun aan jeugdorganisaties wegens de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus COVID-19
60 / 165
Foto © Michiel Devijver
Media Ook de mediaregelgeving onderging een aantal indrukwekkende wijzingen. Het mediadecreet (het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie) werd maar liefst 3 maal ingrijpend gewijzigd: 1. een wijziging inzake landelijke radio-omroep 2. een wijziging ter implementatie van de Europese richtlijn audiovisuele mediadiensten 3. een wijziging ter implementatie van de Europese Elektronische Communicatiecode. Verder werden ook verschillende uitvoeringsbesluiten aangepast en gewijzigd, waaronder het kader rond de erkenning van landelijke radio-omroepen en het frequentieplan.
Klara - Jazz Middelheim - Foto © VRT
61 / 165
6. Inter- nationaal De Roovers - Antwerp Symphony - Foto © Vincent Callot
63 / 165
In 2021 was het Departement Cultuur, Jeugd en Media binnen meerdere beleidsvelden opnieuw betrokken bij internationale projecten en akkoorden. We werkten mee aan een aantal UNESCOprojecten, dienden een kandidatuur in voor het Register van goede borgingsprakijke n en sloten een samenwerkingsa kkoord voor audiovisuele coproductie met Jordanië. Ontdek er meer over in dit hoofdstuk!
6.1 Aan de slag met de UNESCO-conventies
6.2 Vlaanderen en Jordanië sluiten akkoord over samenwerking filmsector
64 / 165
6.1 Aan de slag met de UNESCOconventies Het Departement Cultuur, Jeugd en Media werkte vorig jaar aan een aantal UNESCO-projecten. Zo rapporteerden we over de opvolging van de Conventie 2003 rond culturele diversiteit en de Conventie 2005 rond immaterieel erfgoed. Daarnaast dienden we bij UNESCO een Vlaamse kandidatuur in voor het Register van goede borgingsprakijken: de Geelse Gezinsverpleging.
De (meerjaren)huishouding van Europa UNESCO hanteert conventies als een instrument om een bepaald aspect van cultuur en creativiteit te beschermen en te koesteren. Vlaanderen onderhandelde en ratificeerde – binnen een Belgische context – al verschillende culturele UNESCO-conventies. De conventies voorzien in een reeks mechanismen voor overheids- en internationale financiering en samenwerking, maar ook in instrumenten voor monitoring en rapportering. Ratificatie brengt zo ook verplichtingen met zich mee.
Rapportering over de Conventie 2005 België ratificeerde in 2013 de UNESCO 2005 Conventie over de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen. Sindsdien moet België om de 4 jaar aan UNESCO rapporteren over de implementatie ervan. In de praktijk bevat het rapport 3 delen, waarbij elke gemeenschap in detail kan ingaan op de maatregelen en initiatieven die ze heeft genomen om de diversiteit van de creatieve en culturele sector te ondersteunen. Wij coördineerden de Vlaamse bijdrage van de rapportering van 2021. Het rapport bevat 2 grote delen. Het eerste deel is een overzicht van de maatregelen van de Vlaamse overheid, het tweede een bijdrage van het maatschappelijke middenveld. Daarvoor lanceerden we een open oproep om via een online formulier initiatieven in te dienen en organiseerden we een bijeenkomst. Zo kregen we een overzicht van de maatregelen die het middenveld had genomen om de doelstellingen van de conventie te realiseren. De rapportering bestrijkt een groot aantal thema’s: van de positie van de kunstenaar, over cultuureducatie, digitalisering en gendergelijkheid tot de taxshelter. Daarom kon ze alleen tot stand komen door het overleg met een grote groep belanghebbenden: de interne experten binnen het departement, de betrokken beleidsvelden en het maatschappelijke middenveld. Dankzij de uitgebreide rapportering hebben we een goed zicht op de bescherming van de diversiteit van cultuuruitingen in Vlaanderen. In de toekomst zullen we het culturele middenveld nauw blijven betrekken bij dit proces.
65 / 165
The Last Post
Rapportering over de Conventie 2003 Al sinds 2006 is ons land aangesloten bij de UNESCO 2003 Conventie voor het borgen van immaterieel cultureel erfgoed. UNESCO vraagt de lidstaten om elke 6 jaar via een rapport de balans op te maken. Doel is om vooruitgang te meten, maar ook om te ondersteunen en te remediëren waar nodig. In 2021 was België aan de beurt. De Franse Gemeenschap coördineerde het werk en elke gemeenschap stond in voor het verzamelen van input. Omdat immaterieel erfgoed heel veel mensen, verenigingen en organisaties omvat, kon zo'n rapport niet worden opgemaakt zonder hun stem en inbreng. Voor de input uit Vlaanderen werkten we samen met Werkplaats immaterieel erfgoed, de organisatie die in Vlaanderen de zorg voor het immaterieel erfgoed opneemt. Er werden tal van gesprekken, rondetafels, bevragingen en interviews opgezet om een goed beeld te krijgen van waar we staan. Ook richtten we de blik vooruit: waar willen we de komende 6 jaar op inzetten en vooruitgang boeken? Bijvoorbeeld rond de beeldvorming en communicatie over immaterieel erfgoed, of de ontwikkeling, het beleid en de regelgeving rond immaterieel erfgoed, de plaats van immaterieel erfgoed in ons onderwijs, de link tussen immaterieel erfgoed en duurzame ontwikkeling, enzovoort. Op die manier biedt het rapport een sterke basis om de komende jaren verder beleid rond immaterieel erfgoed te ontwikkelen.
Geelse Gezinsverpleging
Voordracht van een borgingspraktijk uit Vlaanderen Om de 2 jaar mag België een erfgoedelement of -praktijk voordragen voor opname op een van de UNESCO-lijsten rond het borgen van immaterieel erfgoed. De 3 taalgemeenschappen en het Brussels Gewest doen dat afwisselend, en nu was Vlaanderen aan de beurt. Na een oproep in 2020 ontvingen we 8 kandidaturen: 7 voor de Representatieve Lijst en 1 voor het Register van Goede Borgingspraktijken. Ze werden beoordeeld door een onafhankelijke commissie van experten uit het (immaterieel) erfgoedveld, elk met hun eigen specifieke achtergrond.
66 / 165
De minister van Cultuur volgde het advies van de experten en besliste de Geelse Gezinsverpleging voor te dragen voor het UNESCO-Register van Goede Borgingspraktijken. In het Geelse zorgmodel worden psychisch kwetsbare mensen in pleeggezinnen opgenomen in plaats van in een ziekenhuis. Daardoor blijven de patiënten deel uitmaken van de gemeenschap. De gezinnen worden professioneel ondersteund door het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum en er is een zeer brede gedragenheid in de lokale gemeenschap. Deze bijzondere zorgpraktijk – die trouwens al zo’n 700 jaar bestaat – toont dat immaterieel erfgoed diverse vormen kan aannemen. Bovendien is de voordracht een uitgelezen kans om deze praktijk internationaal uit te dragen. België moet het dossier voor eind maart 2022 indienen. Of de praktijk ook effectief op het UNESCO-Register komt en zo internationale uitstraling krijgt, weten we pas in december 2023. In afwachting stelden we een werkgroep samen met vertegenwoordigers van de verschillende betrokken organen in de erfgoedgemeenschap (Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum, Stad Geel, Gezinsverplegingsraad, Erfgoedcel), landelijke dienstverleners (Histories en PARCUM) en een afgevaardigde van ons departement.
Terug naar overzicht
67 / 165
6.2 Vlaanderen en Jordanië sluiten akkoord over samenwerking filmsector Begin juli 2021 sloten Vlaanderen en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië in Amman een samenwerkingsakkoord voor audiovisuele coproductie. Dat akkoord maakt het makkelijker om Vlaams-Jordaanse coproducties officieel te erkennen. Erkende producties hebben betere toegang tot internationale steun, nationale steunmaatregelen en kunnen over een groter productiebudget beschikken.
Belangrijke Arabische partner Van 4 tot en met 6 juli vond een buitenlandse zending plaats naar Jordanië (Amman), met vertegenwoordigers van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, het kabinet Cultuur, het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en de Vlaamse productiesector. De aanleiding van de zending was de ondertekening van een Vlaams-Jordaans samenwerkingsakkoord voor audiovisuele coproducties. Jordanië toonde eerder al interesse in een samenwerkingsakkoord met Vlaanderen. Ook de Vlaams minister van Cultuur erkent de waarde van dit belangrijke Arabische land als partner. Op het programma stonden een ontmoeting met de Jordaanse minister van Cultuur en prins Ali bin al-Hoessein, een netwerkevent tussen Vlamingen en Jordaniërs die actief zijn in de audiovisuele industrie en een bezoek aan de set van de Vlaams-Jordaanse coproductie Rebel.
Toegang tot nationale steunmaatregelen van betrokken landen In een coproductieakkoord leggen de verdragsluitende overheden voorwaarden vast waaraan een productie moet voldoen om erkend te worden als officiële coproductie. De status van officiële coproductie zorgt ervoor dat de erkende productie als een ‘nationale productie’ wordt behandeld in de coproducerende landen. Dat betekent dat men voor een Vlaams-Jordaanse coproductie, die als zodanig is erkend door het VAF, toegang heeft tot de nationale steunmaatregelen van de betrokken landen. In België gaat het onder andere om de taxshelter-regeling en in Jordanië is er de Tax Rebate, die in 2018 werd ingevoerd om de productie van films fiscaal aan te moedigen.
Terug naar overzicht
69 / 165
7. Veranderend beleids- landschap
Foto © Muzische workshops
71 / 165
2021 was een goed gevuld jaar op vlak van beleidsveranderi ngen. Zo werd het Kunstendecreet licht aangepast om de dynamiek en de duurzaamheid van de kunstensector voor de toekomst te waarborgen. Daarnaast kregen 74 erkende jeugdvereniging en het nieuws dat ze tot en met 2025 een werkingssubsidie zullen ontvangen. Maar ook wat het Europese niveau betreft, waren er het afgelopen jaar nieuwigheden op beleidsvlak. Zo werd het Europees Wetboek voor Elektronische Communicatie (EWEC) omgezet
7.1 De kracht van het jeugdwerk versterken met meer ondersteuning
7.2 Nieuw Kunstendecreet staat garant voor dynamiek en duurzaamheid
7.3 Meer middelen en nieuwe doelgroep voor Creative Europeprogramma 2021-2027
7.4 Nieuwe beheersovereenkomsten met het Vlaams Audiovisueel Fonds
7.5 Europees Wetboek voor Elektronische Communicatie (EWEC) omgezet in het Vlaamse Mediadecreet
7.6 Nieuwe Europese richtlijn voor de audiovisuele mediadiensten zorgt voor gelijke regels
72 / 165
in het Vlaamse Mediadecreet en is het nieuwe Creative Europeprogramma van start gegaan. Je ontdekt alles over deze zaken in dit hoofdstuk.
73 / 165
7.1 De kracht van het jeugdwerk versterken met meer ondersteuning Vlaanderen heeft een rijk jeugdwerklandschap. De Vlaamse overheid erkent en ondersteunt de jeugdorganisaties die op Vlaams niveau actief zijn. 74 erkende jeugdverenigingen kregen in september 2021 te horen dat ze de volgende 4 jaar een werkingssubsidie ontvangen. Samen met de basissubsidies gaat er zo jaarlijks 32.919.000 euro naar de erkende verenigingen.
Op dit moment telt de jeugdsector 97 erkende jeugdverenigingen. Ze worden erkend en gesubsidieerd op basis van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Erkende jeugdverenigingen ontvangen jaarlijks een basissubsidie van 80.463 euro. Ze kunnen om de vier jaar aanvullend een ‘variabele werkingssubsidie’ aanvragen.
Subsidiebeslissing na intensieve adviesperiode Voor 1 januari 2021 dienden maar liefst 78 erkende jeugdverenigingen een beleidsnota in. Drie adviescommissies met externe deskundigen en het team Jeugd bogen zich zes maanden lang over de aanvragen. Ze namen de beleidsnota’s door, vroegen aanvullende toelichting en verwerkten de replieken van de jeugdverenigingen op de ontwerpadviezen.
In juli bezorgden ze hun definitieve adviezen aan de minister. Op basis daarvan besliste de minister half september om aan 74 jeugdverenigingen een variabele werkingssubsidie toe te kennen voor de beleidsperiode 20222025.
Budget verhoogd met ruim 1,5 miljoen euro 67 jeugdverenigingen ontvangen een hoger bedrag dan in 2021. Bij 34 jeugdverenigingen gaat het om een belangrijke toename van de middelen voor specifieke doelstellingen. Zo ontvangt ruim een derde van die verenigingen bijkomende middelen om meer activiteiten voor kinderen en jongeren te realiseren. Nog ruim een derde kan door bijkomende middelen een meer diverse doelgroep bereiken. Bij de overige verenigingen gaat het om specifieke inspanningen rond bijvoorbeeld digitaal jeugdwerk of kwaliteitszorg. De beslissing van de minister over deze werkingssubsidies draagt in belangrijke mate bij tot de Vlaamse beleidsdoelstelling om ‘de kracht van het jeugdwerk verder uit te bouwen’. Zo gaat er vanaf 2022 jaarlijks 32.919.000 euro naar de 97 erkende jeugdverenigingen. Daarvoor verhoogde de minister het budget met 1.554.000 euro. Bovendien kwam er 155.000 euro vrij door het uitdoven van geregulariseerde DAC-projecten (Derde Arbeidscircuit, een tewerkstellingsmaatregel uit de jaren ’80). Ook die middelen werden bij het budget gevoegd. Je kunt het overzicht van de werkingssubsidies per organisatie raadplegen op onze website.
Terug naar overzicht
74 / 165
7.2 Nieuw Kunstendecreet staat garant voor dynamiek en duurzaamheid Het nieuwe Kunstendecreet trad op 1 november vorig jaar (gedeeltelijk) in werking, wat de nieuwe aanvraagronde voor de werkingssubsidies 20232027 mogelijk maakte. Het decreet onderging een aantal aanpassingen om de dynamiek en de duurzaamheid van de kunstensector voor de toekomst te waarborgen. De belangrijkste basisideeën uit de vorige edities blijven wel behouden. Het Kunstendecreet is sinds 2004 het belangrijkste subsidiekader voor professionele kunstorganisaties en kunstenaars in de Vlaamse Gemeenschap. Verschillende kunstvormen komen in aanmerking: muziek, fotografie, architectuur, vormgeving, podiumkunsten, beeldende -/audiovisuele -/transdisciplinaire - en cross-sectorale kunsten. Jaarlijks ontvangen honderden organisaties en kunstenaars ondersteuning via dit decreet, voor een totaal van ongeveer 160 miljoen euro. Het nieuwe Kunstendecreet werd op 23 april 2021 door de Vlaamse regering bekrachtigd. Met de goedkeuring van het uitvoeringsbesluit op 16 juli rondde de Vlaamse Regering het wetgevingsproces voor het nieuwe decreet af.
Wat is nieuw? De belangrijkste basisideeën uit de vorige edities van het decreet (2004 en 2013) blijven ook in de nieuwe versie behouden. Er waren wel een aantal aanpassingen en vernieuwingen om zowel de dynamiek als de duurzaamheid van de kunstensector toekomstgericht te waarborgen. De bijkomende focus op landschapszorg is daarbij cruciaal. Enkele grotere kunstenhuizen krijgen daarom een duurzamer subsidieperspectief. Tegelijkertijd versterkt het decreet de budgettaire zekerheid voor de kortlopende subsidie-instrumenten door een minimaal percentage vast te leggen. Extra aandacht gaat naar kansen op een internationale werking voor kunstenaars en kunstenorganisaties. Verder stimuleert het nieuw Kunstendecreet actief de toepassing van de principes van fair practice en integriteit.
In de praktijk Het decreet en het uitvoeringsbesluit kenden een kort en intens ontstaansproces, maar resulteerden in een onderbouwd, vlot hanteerbaar en toekomstgericht werkinstrument. Vanaf het voorjaar 2021 hebben we proactief ingezet op de praktische uitwerking van de nieuwe wetgeving: aanvraagformulieren, webapplicaties, informaticatoepassingen, rekruteren van beoordelaars, enzovoort. We hebben ook gewaakt over een heldere communicatie naar het kunstenveld, want de kwaliteit van dit nieuwe Kunstendecreet zal worden afgemeten aan de praktische toepassing ervan. En die kwam er al snel aan. De indiening van de aanvragen voor werkingssubsidies op 1 december 2021 was de eerste horde in een reeks die tot en met eind 2022 zal lopen. De Olympische Spelen voor het Kunstendecreet mogen dan wel met een jaar uitstel zijn gestart, het belooft een heel lange editie te worden.
Terug naar overzicht
76 / 165
7.3 Meer middelen en nieuwe doelgroep voor Creative Europeprogramma 2021-2027 Het nieuwe Creative Europe-programma is in 2021 met bijna een half jaar vertraging van start gegaan. Dat kwam door een late goedkeuring van het 7-jarige Europese financiële kader (2021-2027), in combinatie met de impact van de coronacrisis. Het globale budget voor het nieuwe programma bedraagt 2,46 miljard euro, een opmerkelijke toename in vergelijking met de vorige periode.
Cultuur als maatschappelijke pijler De Europese Unie schenkt extra aandacht aan cultuur in alle diversiteit in de Europese samenleving. Ze erkent cultuur ten volle als maatschappelijk fundament en als betekenisvolle, economische factor.
Met het nieuwe Creative Europe-programma bouwt de Unie verder op het vorige en wil ze ook de samenwerking over de grenzen heen stimuleren. Culturele diversiteit en het daarmee verbonden erfgoed vormen op dat vlak een sterke inhoudelijke en maatschappelijke basis. Net als in alle andere EU-programma’s komen ook in Creative Europe de grote Europese thema’s aan bod, wat voor een hele omwenteling zorgt. Op de eerste plaats staat de Green Deal of de vergroening van de culturele, audiovisuele en nieuwssectoren, hun activiteiten en industrieën. Verder gaat er ook aandacht naar de zorg voor gendergelijkheid, inclusie en waardering van culturele diversiteit, en naar de digitale transitie.
Meer middelen en een nieuwe sectorale doelgroep In vergelijking met de vorige periode 2014-2020 is het totale budget van het subsidieprogramma verhoogd van 1,42 miljard euro naar 2,46 miljard euro. Met deze stijging wil Europa tegemoetkomen aan de noden van de zwaar getroffen culturele, audiovisuele en nieuwssectoren. Naast de groei in middelen is Creative Europe als programma verder uitgebreid met een nieuwe sectorale doelgroep. Naast de culturele en de audiovisuele sector komt de nieuwssector als derde in het vizier. Want ook in Europa staat objectieve en onafhankelijke nieuwsverslaggeving onder druk. Het programma bestaat nog steeds uit een cultuurluik, een MEDIA-luik en een cross-sectoraal luik. De nieuwssector wordt ondergebracht in het laatste luik.
Wat zijn de andere nieuwigheden? Niet onbelangrijk voor de audiovisuele sector is dat België vanaf 2021 bij de zwaargewichten qua industriële audiovisuele capaciteit behoort. Vroeger bevond België zich in de middengroep. Nu is België een hoog capaciteitsland binnen een tweedeling tussen hoge en lage capaciteitslanden, wat de competitie voor een subsidie zwaarder maakt. Specifiek in de cultuursector gaat er voortaan extra aandacht naar het New European Bauhaus-initiatief en het bestrijden van antisemitisme. Er is een aanzienlijke toename in het aantal subsidieoproepen, daarnaast wordt het subsidieaanbod ook diverser. Hieronder lichten we er enkele voorbeelden uit.
78 / 165
In het cultuurluik zijn de culturele samenwerkingsprojecten meer verscheiden in omvang, waardoor er meer kansen voor kleinere organisaties komen. Zo zijn er nieuwe sectorspecifieke benaderingen en oproepen rond literatuur, erfgoed, muziek en podiumkunsten. Verder is er een nieuw mobiliteitsluik voor kunstenaars en cultuurprofessionals. In het MEDIA-luik is er een nieuwe oproep voor transnationale coontwikkelingsprojecten rond cultureel erfgoed. Nieuw is ook de ondersteuning van netwerken van Europese filmfestivals in plaats van enkelvoudige festivals. Verder moet een nieuwe oproep zorgen voor innovatie in de hele audiovisuele waardeketen. In het cross-sectorale luik moet het European Creative Innovation Lab samenwerking met de audiovisuele sector stimuleren. Bedoeling is samen op zoek te gaan naar nieuwe businessmodellen, concepten en werkwijzen. Het cross-sectorale luik bevat ook verschillende nieuwe oproepen voor de nieuwssector: journalistieke samenwerkingen, journalistieke netwerken, nieuwsgeletterdheid, mediavrijheid en pluralisme, enzovoort.
Culturele sector In het cultuurluik zijn de culturele samenwerkingsprojecten meer verscheiden in omvang, waardoor er meer kansen voor kleinere organisaties komen. Er zijn nieuwe subsectorale benaderingen en oproepen naast de bestaande voor literatuur, met de sectoren erfgoed (European Heritage label), muziek (Music Moves Europe) en podiumkunsten (Perform Europe) als voornaamste. Er is een nieuwe oproep voor mobiliteit van kunstenaars en cultuurprofessionelen. In het cross-sectorale luik roepen we met het European Creative Innovation Lab op tot samenwerking met de audiovisuele sector, om samen op zoek te gaan naar nieuwe businessmodellen, concepten en werkwijzen.
Audiovisuele sector In het MEDIA-luik is de oproep voor een enkelvoudige ontwikkeling van een audiovisueel werk vervangen door een co-ontwikkelingsproject met een of meerdere productiehuizen uit een ander land dat bijdraagt aan cultureel erfgoed. Vanaf 2022 worden er geen oproepen voor enkelvoudige filmfestivals meer gelanceerd maar wel netwerken van Europese filmfestivals. Zoals voor de cultuursector is er ook een nieuwe sectorgerichte oproep Films on the Move? De oproep Innovatieve Instrumenten en Businessmodellen is specifiek bedoeld voor onderdelen van de audiovisuele waardeketen. Vanaf 2022 zorgt de oproep 360° ook voor innovatie voor de gehele audiovisuele waardeketen. In het cross-sectorale luik slaan we met European Creative Innovation Lab de brug met de cultuursector.
Nieuwssector In het cross-sectorale luik zijn er verschillende nieuwe oproepen voor journalistieke samenwerkingen, journalistieke netwerken, nieuwsgeletterdheid, mediavrijheid en pluralisme, enzovoort. Tot slot is er een nieuwe wijze van indienen, opvolgen en rapporteren via de Europese Portal. De voorwaarden in vele oproepen en in verschillende acties zijn minder streng geworden. Daarnaast is de rapporteringswijze vereenvoudigd.
Informatiedesk voor Vlaanderen en Brussel Wil je meer informatie over wat het Creative Europe-programma allemaal te bieden heeft? Dan kun je nog steeds terecht bij de Creative Europe Desk – Vlaanderen binnen het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Zowel de Cultuur Desk als de MEDIA Desk staan klaar om aanvragers uit Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel doorheen de vele subsidiemogelijkheden te loodsen.
79 / 165
7.4 Nieuwe beheersovereenkomsten met het Vlaams Audiovisueel Fonds In 2021 onderhandelde het Departement Cultuur, Jeugd en Media over de nieuwe beheersovereenkomsten 2022-2025 met het Vlaams Audiovisueel Fonds, namelijk voor het VAF/Filmfonds, VAF/Mediafonds en VAF/Gamefonds. Via die overeenkomsten investeert de Vlaamse overheid in kwaliteitsvolle audiovisuele content en games. Voor het eerst wordt er ook financiering voorzien voor de creatie van podcasts. Om de productie van Vlaamse content te verhogen en zo de slagvaardigheid van de sector verder te versterken, wordt in 2022 ook een eenmalige impulspremie voorzien in het kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht.
Via het Vlaams Audiovisueel Fonds ondersteunt de Vlaamse overheid de Vlaamse onafhankelijke, professionele audiovisuele sector en de gamesector. In de nieuwe beheersovereenkomsten met het VAF/Filmfonds, VAF/Mediafonds en VAF/Gamefonds worden de beleidslijnen vastgelegd voor de periode 2022-2025.
Naar aanleiding van deze onderhandelingen bestelde het departement een doorlichting van het audiovisuele beleid in Vlaanderen. Die studie werd uitgevoerd door onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen en omvatte analyses over de belangrijkste trends en behoeften in de audiovisuele en gamesector, het Vlaams Audiovisueel Fonds, de stimuleringsregeling voor dienstenverdelers en de investeringsverplichting voor niet-lineaire omroeporganisaties.
Investeren in kwaliteitsvolle Vlaamse audiovisuele content en games Het VAF zet in 2022 binnen de 3 fondsen verder in op de heropstart van de Vlaamse audiovisuele sector en gamesector. Dat gebeurt met middelen uit het relanceplan Vlaamse Veerkracht. Zo zal het VAF eenmalig een extra budget investeren in kwaliteitsvolle Vlaamse audiovisuele content en games. Daardoor kunnen de maximumproductiesteunbedragen voor Vlaamse films, series en games worden opgetrokken. kunnen aan de animatiesector hogere bedragen worden toegekend voor internationale coproducties en kan een tweede grote publieksfilm worden ondersteund. Daarnaast zal het VAF ook bijkomende ondersteuning voorzien binnen Talentontwikkeling en Innovatielab. Verder worden er ook middelen ingezet binnen Publiekswerking om de gevolgen van de coronacrisis voor vertoners, festivals en filmwijze initiatieven op te vangen. Ook de reguliere toelage aan het VAF/Filmfonds en het VAF/Gamefonds wordt na het relancejaar 2022 verhoogd. Zo stijgt de toelage aan het VAF/Filmfonds vanaf 2023 met 1.053.000 euro om de steun aan creatie en de publiekswerking te versterken. Vanaf 2023 neemt de toelage aan het VAF/Gamefonds toe met 447.000 euro. Het VAF wil verder bouwen aan een kwaliteitslabel voor Vlaamse audiovisuele content en zet daarbij in op de identiteit, zichtbaarheid en beschikbaarheid van Vlaamse content. Dat doet het VAF in de eerste plaats door audiovisuele producties te financieren, maar ook door in te zetten op begeleiding en ondersteuning van creatie en talent. Via Flanders Image zorgt het VAF voor nationale en internationale promotie van de audiovisuele creaties die het ondersteunt.
Volwaardig VAF/Gamefonds en ondersteuning van podcasts
81 / 165
Het is de uitdrukkelijke ambitie van het VAF om het VAF/Gamefonds de komende beleidsperiode uit te bouwen tot een volwaardige derde poot binnen het VAF. Daartoe zal het VAF het creatieproces op dezelfde manier benaderen als bij het VAF/Filmfonds en VAF/Mediafonds, met aandacht voor gamedesign, storytelling, ontwikkeling, productie, marketing en distributie. Voor het eerst omvat de beheersovereenkomst met het VAF/Mediafonds ook een opdracht rond de ondersteuning van podcasts. Het VAF ontwikkelt een nieuwe beleidslijn om deze jonge en dynamische sector te ondersteunen. Het VAF/Filmfonds zal haar publiekswerking dynamiseren en zal een overkoepelende beleidsvisie ontwikkelen om een divers en sterk beleid rond vertoning, spreiding en filmwijsheid te ondersteunen.
Vinger aan de pols door overleg en monitoring Gezien de opportuniteiten, snelle evoluties en uitdagingen van de markt en het evoluerende kijkgedrag zal het VAF tijdens de beleidsperiode 2022-2025 meer inzetten op structureel overleg met de sector. Daarbij gaat het VAF zowel in overleg met de audiovisuele en gamesector als de opleidingshoofden. Het VAF neemt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid ernstig en speelt op dat vlak vanuit zijn concrete ondersteuningsbeleid de rol van katalysator voor de volledige audiovisuele en gamesector. Het VAF zal onder andere verder inzetten op ecologische duurzaamheid, fair practices, gendergelijkheid, inclusie en toegankelijkheid. Het VAF zal ook evoluties in de Vlaamse audiovisuele en gamesector monitoren door gericht data te verzamelen over publieksbereik, de evolutie van businessmodellen en economische kennis om een volwaardig en gezond ecosysteem voor de audiovisuele en gamesector mee te helpen vormgeven.
Terug naar overzicht
82 / 165
7.5 Europees Wetboek voor Elektronische Communicatie (EWEC) omgezet in het Vlaamse Mediadecreet De belangrijkste actuele Europese regels rond elektronische communicatie zijn samengevoegd en geconsolideerd in het Europese Wetboek voor Elektronische Communicatie (EWEC). Vorig jaar werd het EWEC gedeeltelijk omgezet in het Vlaamse Mediadecreet. Die omzetting heeft gevolgen voor de audiovisuele mediasector, meer bepaald voor aanbieders van kabelomroepnetwerken en etheromroepnetwerken, en voor dienstenverdelers.
Het EWEC (vastgesteld bij richtlijn (EU) 2018/1972 van 11 december 2018) hervormt de vroegere regels rond elektronische communicatie en komt zo komt tegemoet aan de noden van de digitale economie en de digitale samenleving... Het EWEC regelt niet de inhoud van diensten die via elektronische communicatie geleverd worden. Het bevat wel regels rond onder meer de elektronische communicatienetwerken en -diensten, het gebruik van het spectrum en van nummers, het statuut van de regulator en de bescherming van eindgebruikers.
Het EWEC werd bij decreet van 2 juli 2021 omgezet in het Vlaamse Mediadecreet. De Vlaamse Gemeenschap is echter niet voor alle EWECelementen bevoegd, en het omzettingsdecreet omvat dus slechts een gedeeltelijke omzetting van het EWEC.
De omzetting van EWEC heeft gevolgen voor de audiovisuele mediasector. Met name voor aanbieders van kabelomroepnetwerken en etheromroepnetwerken, en voor dienstenverdelers zijn de bepalingen van EWEC relevant. Hieronder lijsten we een aantal voorbeelden op.
Verplichte organisatie van openbare raadplegingen Het EWEC legt een verplichting tot openbare raadpleging op bij wijzigingen aan frequentieplannen, aan erkenningen en licenties, en aan de voorwaarden en procedures voor het verwerven of verlengen van frequentiegebruiksrechten. De plannen voor die wijzigingen moeten vooraf bekend gemaakt worden. Belanghebbenden, ook gebruikers en consumenten, hebben dan minimaal 4 weken de tijd om hun standpunt over de geplande wijzigingen mee te delen.
Regulator waakt over vrijwaring van mededinging Het EWEC actualiseert de bepalingen over de marktanalyse met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten. Daarnaast bevat het EWEC geactualiseerde regels voor het opleggen van verplichtingen aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht. Waarover gaat dit? Met toepassing van EWEC moet de Vlaamse Regulator voor de Media (in samenwerking met andere regulatoren) bepaalde markten voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatie analyseren. Meer specifiek: beoordelen in hoeverre er sprake is of kan zijn van daadwerkelijke mededinging. Aansluitend daarbij moet de Regulator de ondernemingen aanduiden die zoveel economisch gewicht hebben op de geanalyseerde markt dat zij zich onafhankelijk van concurrenten, klanten en consumenten kunnen gedragen. Dat
84 / 165
zijn ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht. Om de daadwerkelijke mededinging in de geanalyseerde markt te herstellen, kan de Regulator tenslotte aan die ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht een of meer corrigerende maatregelen opleggen. De omzetting van EWEC heeft ook een impact op de bevoegdheden van de Regulator. Zo moet hij voortaan geschillen beslechten tussen ondernemingen over de verplichtingen die verband houden met marktanalyse, aanmerkelijke marktmacht en het aanbieden van netwerken. Verder kan hij informatie opvragen aan alle natuurlijke en rechtspersonen die aan het Mediadecreet onderworpen zijn, en niet meer alleen aan omroeporganisaties, dienstenverdelers en aanbieders van netwerken. Tot slot heeft de omzetting ook impact op de informatie-uitwisseling tussen de Regulator en de Europese Commissie.
Verdere stappen na de omzetting Het omzettingsdecreet van 2 juni – voluit het decreet tot omzetting van richtlijn (EU) 2018/1972 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie - trad op 14 augustus in werking. Het decreet zal nog worden aangevuld met enkele uitvoeringsbesluiten, onder meer rond de organisatie van openbare raadplegingen.
Terug naar overzicht
85 / 165
7.6 Nieuwe Europese richtlijn voor de audiovisuele mediadiensten zorgt voor gelijke regels Gelijke regels voor alle mediaspelers, zodat er eerlijkere concurrentie is tussen traditionele televisie, video on demand-diensten en videoplatformen. Nieuwe regels voor videoplatformdiensten, zodat kijkers, en in het bijzonder minderjarigen, beter beschermd zijn tegen gewelddadige, schadelijke en haatzaaiende inhoud. Dat is de kern van een nieuwe Europese richtlijn over de audiovisuele mediadiensten, die sinds mei vorig jaar uitvoering krijgt in het Vlaamse Mediadecreet.
Technische ontwikkelingen hebben voor nieuwe types diensten en gebruikerservaringen gezorgd. Kijkgewoontes zijn aanzienlijk veranderd. Veel kijkers zijn van de traditionele televisie overgestapt op andere, draagbare toestellen, waarop zij audiovisuele inhoud bekijken. Nieuwe types inhoud, zoals door gebruikers gegenereerde inhoud, zijn steeds belangrijker geworden. Daarnaast zijn nieuwe spelers, zoals aanbieders van video on demanddiensten en videoplatformdiensten, intussen gevestigde waarden. In deze nieuwe context is er nood aan voldoende bescherming van de mediagebruiker en een gelijk speelveld voor alle mediaspelers. De nieuwe Europese richtlijn 2018/1808 over de audiovisuele mediadiensten moet daarvoor zorgen. Die werd bij decreet van 19 maart 2021 omgezet in het Vlaamse Mediadecreet. De nieuwe regels traden op 9 mei in werking.
Bescherming van minderjarigen De nieuwe richtlijn versterkt de bescherming van minderjarigen tegen ongeschikte of schadelijke inhoud, bijvoorbeeld omdat lineaire en niet-lineaire televisiediensten op dat vlak dezelfde regels moeten volgen. Zo mogen ze geen programma’s uitzenden die de ontwikkeling van minderjarigen kunnen aantasten, tenzij minderjarigen die programma’s niet te horen of te zien kunnen krijgen. Nieuw is dat televisieomroepen voldoende informatie aan de kijkers moeten verstrekken over deze programma’s via een systeem dat het mogelijk schadelijke karakter van de programma’s omschrijft. Ook aanbieders van videoplatformdiensten moeten maatregelen nemen om minderjarigen te beschermen. Verder preciseert de tekst ook dat persoonsgegevens van minderjarigen die verzameld worden in het kader van deze verplichtingen, niet verwerkt mogen worden voor commerciële doeleinden.
Meer flexibiliteit bij commerciële communicatie De nieuwe richtlijn biedt ook meer flexibiliteit met betrekking tot audiovisuele commerciële communicatie. De versoepelde voorschriften over het invoegen van televisiereclame werden al omgezet bij decreet van 8 mei 2020, omdat de reclame-inkomsten sterk onder druk stonden door corona. Sindsdien hebben televisieomroepen meer flexibiliteit bij het inplannen van reclamecampagnes en het invoegen van reclamespots. Door deze flexibilisering kunnen een aantal aspecten van commerciële communicatie voortaan geregeld worden via co- of zelfregulering. Verschillende regels over commerciële communicatie worden nu uit het Mediadecreet geschrapt omdat er zelfregulerende codes zijn die gelijkaardige verplichtingen inhouden. Zo ligt voortaan vast dat commerciële communicatie niet mag inspelen op gevoelens van angst of niet misleidend mag zijn voor de consument.
Samengevat: een gelijk speelveld voor de verschillende spelers
87 / 165
De regels in de nieuwe richtlijn moeten zorgen voor een gelijk speelveld tussen de verschillende aanbieders van audiovisuele inhoud. Nu gebruikers audiovisuele inhoud meer en meer op videoplatformdiensten bekijken, moeten ook aanbieders van videoplatformdiensten zich net als televisieomroepen voortaan houden aan een aantal regels rond bescherming van minderjarigen, het verbod op aanzetten tot geweld en haat, en bepaalde aspecten van commerciële communicatie. Het omzettingsdecreet van 19 maart 2021 zal nog worden aangevuld met enkele uitvoeringsbesluiten, onder meer op het vlak van de bescherming van minderjarigen via een systeem van leeftijds- en inhoudsclassificaties voor audiovisuele content.
Terug naar overzicht
88 / 165
8. Reflectie
Drawing Days - Dr. Sketchy - The Royal Edition - Foto © Renaat Nijs
89 / 165
Reflecteren is van groot belang om beleidsaspecten te verbeteren. In 2021 verscheen er onder meer een evaluatierapport over de beoordelingsron de 2021-2025 van sociaal-cultureel volwassenenwer k. Verder werden onder andere de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed en het subsidiereglemen t talentontwikkeli ng gepresenteerd. Daarover en over andere onderwerpen lees je meer in dit hoofdstuk!
8.1 Strategische Visienota Cultureel Erfgoed: een richtinggevend beleidsinstrument
8.2 Aanbevelingen na evaluatie beoordelingsronde sociaal-culturele volwassenenorganisaties
8.3 Extra middelen voor amateurkunstenorganisaties in nieuwe beleidsperiode
8.4 Nieuwe subsidieregeling stimuleert talentontwikkeling bij amateurkunstenaars
8.5 Naar meer en grotere tentoonstellingen in Vlaanderen met het Indemniteitsdecreet
8.6 Afsprakenkader voor samenwerking rond beleidsrelevant onderzoek
90 / 165
8.1 Strategische Visienota Cultureel Erfgoed: een richtinggevend beleidsinstrument De Vlaamse minister van Cultuur presenteerde op 1 april 2021 zijn Strategische Visienota Cultureel Erfgoed aan het Vlaams Parlement. In die nota formuleert de minister 8 beleidsprioriteiten voor het cultureel erfgoedbeleid. De visienota is dan ook een belangrijk en richtinggevend beleidsinstrument voor de komende jaren.
De beleidsprioriteiten zijn van belang voor de sector, maar ook voor andere beleidstrajecten van de Vlaamse Regering. Centraal staat het gesprek over wat essentieel is voor de verdere ontwikkeling van het cultureel erfgoed in Vlaanderen. Verder bepaalt de minister in zijn nota ook aandachtspunten voor het subsidiebeleid via het Cultureelerfgoeddecreet en kondigt hij ook een optimalisatie van dat decreet aan.
Foto © Stad Brugge
Participatief traject als basis Ter voorbereiding van de visienota ging het Departement Cultuur, Jeugd en Media in 2020 in gesprek met de sector en andere belanghebbenden. In dat participatieve traject brachten we de uitdagingen voor de sector én voor het erfgoed in kaart. We vertrokken daarvoor van het beleidsadvies en de sectoranalyse die de Adviescommissie Cultureel Erfgoed eind 2019 opstelde. Er was overleg met de erkende en gesubsidieerde organisaties (per deelsector en thematisch), actoren als de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse Interuniversitaire Raad en met andere beleidsdomeinen, Onroerend Erfgoed en Toerisme Vlaanderen. Ook binnen het departement stemden we over de teams heen af om alle uitdagingen voor de sector in beeld te brengen. Zo werd rekening gehouden met andere trajecten en ontwikkelingen die impact hebben op de cultureel-erfgoedwerking. De sector toonde zich doorheen het hele traject erg geëngageerd. Via de belangenbehartiger Overleg Cultureel Erfgoed, die nauw betrokken was bij de sectorale gesprekken, werden ook gemeenschappelijke standpunten ingenomen.
Dialoog blijft belangrijk
91 / 165
Het participatieve traject zorgde voor een scherp zicht op de uitdagingen en resulteerde in een breed gedragen visienota. Ook het Vlaams Parlement gaf blijk van een duidelijke appreciatie voor het doorlopen proces en het resultaat. We willen deze dialoog met de sector ook de volgende jaren blijven verderzetten. Op die manier verzekeren we dat het gevoerde beleid beantwoordt aan reële noden en uitdagingen voor het erfgoed en de erfgoedbeheerders.
M HKA - Foto © Evenbeeld
Terug naar overzicht
92 / 165
8.2 Aanbevelingen na evaluatie beoordelingsronde sociaal-culturele volwassenenorganisaties Het nieuwe beoordelingskader voor sociaal-culturele volwassenenorganisaties heeft een en ander in beweging gezet, wat een positief gegeven is. Anderzijds blijft de beoordelingsprocedure behoorlijk zwaar en is ze aan een strakke timing gebonden, wat een hinderpaal kan vormen voor de toekomst. Dat concludeert de Adviescommissie Sociaalcultureel Volwassenenwerk in het evaluatierapport over de beoordelingsronde 2021-2025. In 2020 beoordeelden 8 commissies 159 aanvragen voor structurele werkingssubsidies van sociaal-culturele volwassenenorganisaties voor de beleidsperiode 2021-2025. Het ging om de eerste beoordelingsronde op basis van het nieuwe decreet. Na afhandeling van de dossiers evalueerde Het Departement Cultuur, Jeugd en Media de beoordelingsprocedure, in opdracht van de Adviescommissie Sociaal-cultureel Volwassenenwerk.
Appelbabbelatwork - Foto © Ferm
Evaluatierapport met aanbevelingen In het evaluatierapport, dat in juli 2021 is verschenen, zegt de adviescommissie tevreden te zijn dat het nieuwe beoordelingskader een en ander in beweging heeft gebracht. Anderzijds vreest de commissie dat de zwaarte van de procedure, de dossierlast voor de externe deskundigen en het strakke tijdskader mogelijk een hinderpaal vormen voor de toekomst. De adviescommissie formuleert daarom een aantal primaire aanbevelingen: 1. Laat het departement verschillende pistes onderzoeken om de evaluatieen beoordelingsprocedure te verlichten. Door het gebrek aan capaciteit bij de beoordelingscommissies en het departement dreigt het decreet immers op termijn onuitvoerbaar te worden. Als antwoord op deze aanbeveling onderzoeken we in functie van een decreetswijziging hoe we de procedure kunnen optimaliseren. 2. Verbeter de ondersteuning aan de organisaties op het vlak van beleidsplanning en de afstemming tussen het inhoudelijke en het zakelijk luik. De kwaliteit van de beleidsplannen bij de beoordelingsronde was immers heel variabel. Naar aanleiding van deze aanbeveling voorziet Socius samen met het departement een ondersteuningsaanbod op het vlak van beleidsplanning en het opwaarderen van zakelijk beheer.
94 / 165
3. Stap af van de waarderende benadering: die is binnen de context waarin de commissies werken, niet verdedigbaar. De waarderende benadering is bij gebrek aan de juiste randvoorwaarden immers geen succes gebleken. Deze aanbeveling is gericht aan de volgende adviescommissie, die in 2022 van start gaat.
Terug naar overzicht
‘Valse Penselen’ - Stedelijke Academie Hasselt - Drawing Days - Foto © Renaat Nijs
95 / 165
8.3 Extra middelen voor amateurkunstenorganisaties in nieuwe beleidsperiode Op 1 januari 2022 startte een nieuwe beleidsperiode (2022-2026) voor de 9 organisaties die erkend en gesubsidieerd worden op basis van het Amateurkunstendecreet. Voor die periode krijgen ze jaarlijks bijna 9,3 miljoen euro werkingssubsidies, een verhoging van ruim 1 miljoen euro. Daarmee kunnen ze hun werking verder uitbouwen, op maat van de amateurkunstenaar.
Het gaat om de organisaties BREEDBEELD, Creatief Schrijven, Danspunt, Koor&Stem, Kunstwerkt, Muziekmozaïek, OPENDOEK, VI.BE en VLAMO. Ze ondersteunen en coördineren elk een door de overheid erkende kunstdiscipline en hebben als taak lokale amateurkunstenverenigingen en individuele kunstbeoefenaars te informeren, begeleiden en stimuleren. Elke organisatie werkt voor heel Vlaanderen, om zoveel mogelijk verenigingen en kunstbeoefenaars te bereiken.
Sound Track 2021 - Finale Antwerpen - Foto © Gerson Ntiti
Meervraag van bijna 2 miljoen euro De organisaties dienden voor 1 maart 2021 een financieel behoefteplan in. Daarin koppelen ze hun inhoudelijke ambities voor de komende 5 jaar aan hun financiële wensen en plannen. De organisaties vroegen bijna 2 miljoen méér subsidies, wat zou neerkomen op een verhoging van 24% ten opzichte van de vorige beleidsperiode. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media beoordeelde de plannen en ging in dialoog met de organisaties tijdens speciaal daarvoor georganiseerde hearings. Centrale thema’s in de plannen waren onder meer een (verdere) focus op talentontwikkeling, advies en ondersteuning voor de kunstbeoefenaars en de organisatie van publieksgerichte projecten en evenementen. Kortom: een verdere uitbouw van hun werking op maat van de amateurkunstenaar.
Jaarlijks budget van ruim 9 miljoen euro Op basis daarvan formuleerden we een advies aan de minister van Cultuur, waarbij we ook rekening hielden met de resultaten van de visitaties in 2019. Daarop besliste de minister om 1.065.000 euro extra vrij te maken. Daarmee kunnen de organisaties hun werking verder ontplooien in de periode 2022-
96 / 165
2026. . Vanaf 2022 gaat er zo jaarlijks 9.287.900 euro naar de ondersteuning van de amateurkunstenorganisaties. De organisaties dienden voor 31 december 2021 hun uiteindelijke beleidsplan 2022-2026 in. Daarin operationaliseren ze de beleidsprioriteiten uit het financieel behoefteplan verder via strategische en operationele doelstellingen.
Terug naar overzicht
Drawing Days - Foto © Kunstwerkt
97 / 165
8.4 Nieuwe subsidieregeling stimuleert talentontwikkeling bij amateurkunstenaars De minister van Cultuur lanceerde in juli 2021 een nieuw subsidiereglement om talentontwikkeling in de amateurkunstensector aan te moedigen. Het nieuwe instrument biedt amateurkunstenaars en amateurkunstenverenigingen financiële ondersteuning bij projecten waarmee ze hun talenten kunnen opkrikken. De eerste indienronde was meteen goed voor 87 goedgekeurde projecten en ruim 400.000 euro subsidies.
Welke projecten komen in aanmerking? Het kan gaan om projecten die de artistieke talenten van amateurkunstenaars een boost geven, maar ook om projecten die hun competenties op het vlak van ondersteuning en omkadering aanscherpen, zoals promotiewerking, publiekswerking, enzovoort.
Zowel individuele amateurkunstenaars als amateurkunstenverenigingen met rechtspersoonlijkheid komen in aanmerking voor subsidie. De maximale subsidie bedraagt 10.000 euro per project.
Workshop cyanotypie BREEDBEELD - Foto © Eva Donckers
98 / 165
Samenwerking met andere kunstensectoren stimuleren De minister wil met de nieuwe regeling ook de samenwerking met het deeltijds kunstonderwijs en de professionele kunstensector aanmoedigen, wat een grote stimulans kan zijn voor talentontwikkeling bij amateurkunstenaars.
Verder is het reglement een belangrijk instrument om de noden van het veld op het vlak van talentontwikkeling te onderzoeken. Het maakt onderdeel uit van het toekomstige amateurkunstenbeleid, een traject dat nog in de steigers staat.
STOEMP - Aarde aan Daan - Foto © Christophe Lepère
Eerste indienronde levert 147 subsidieaanvragen op Vlaanderen telt heel veel amateurkunstenverenigingen en -beoefenaars voor wie ondersteuning voor talentontwikkeling belangrijk kan zijn. Daarom organiseerden we in de zomer een grootschalige mailing naar de lokale cultuur- en jeugdambtenaren en naar de academies voor deeltijds kunstonderwijs en vroegen hen om de projectregeling mee bekend te maken. Halfweg augustus hielden we een online infosessie, waarin we onder andere de subsidievoorwaarden en de verschillende beoordelingscriteria verder toelichtten. De eerste indienronde had als deadline15 september 2021 en gold voor projecten die van start gaan in 2022 en maximaal 2 jaar duren. We ontvingen maar liefst 147 ontvankelijke projectaanvragen. De minister besliste om 87 projecten te subsidiëren voor een totaalbedrag van 440.179 euro.
Terug naar overzicht
99 / 165
8.5 Naar meer en grotere tentoonstellingen in Vlaanderen met het Indemniteitsdecreet Een tentoonstelling opzetten met bruiklenen uit binnen- of buitenlandse collecties brengt vaak hoge kosten met zich mee. Het gebeurt dat bruiklenen daardoor niet doorgaan en dat die kunstwerken niet opgenomen worden in de tentoonstelling. Een indemniteitsregeling of staatswaarborg kan de kosten van een inkomende bruikleen sterk verminderen. En hoe lager de kosten voor het ontlenen van kunstwerken, hoe meer tentoonstellingen er met hetzelfde budget georganiseerd kunnen worden.
Het Departement Cultuur, Jeugd en Media werkte in 2021 aan een decreet dat een staatswaarborg invoert voor het dekken van mogelijke schade en risico’s bij inkomende bruiklenen voor tijdelijke tentoonstellingen. Deze zogenaamde ‘indemniteitsregeling’ moet ervoor zorgen dat grote tentoonstellingen met een internationale uitstraling in Vlaanderen mogelijk blijven.
Hoe kwam deze regeling tot stand? Na een eerste bevraging in 2015 organiseerden we in 2021 samen met het Museumoverleg en de Vlaamse Kunstcollectie (VKC) opnieuw een bevraging naar de waarde van de inkomende bruiklenen, de betaalde verzekeringspremies en de effectief betaalde schadevergoedingen. De bevraging ging over de periode 2015-2020.. In de periode liepen er 8 tentoonstellingen met een waarde boven de 50 miljoen euro. Het KMSKA was in die periode gesloten. Uit de respons van de musea bleek dat de totale verzekerde waarde van inkomende bruiklenen 1.770.744.263 euro bedroeg. Daarnaast betaalden die musea 779.217 euro aan verzekeringspremies. De uitbetaalde schadevergoedingen bedroegen 0,0001% van de totale verzekerde waardes en 0,03% van de betaalde verzekeringspremies. De resultaten van beide studies hebben de Vlaamse Regering overtuigd van het belang en het nut van een indemniteitsregeling, waarmee de kosten verbonden aan een individuele bruikleen beperkt kunnen worden. Die regeling kwam er met het ‘decreet tot invoering van een indemniteitsregeling of staatswaarborg voor inkomende bruiklenen voor tijdelijke tentoonstellingen’. Het decreet werd op 29 oktober 2021 definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering en op 19 januari 2022 aangenomen door het Vlaams Parlement.
Het Indemniteitsdecreet: doel en voorwaarden Deze nieuwe regeling moet ervoor zorgen dat grote tentoonstellingen met een internationale uitstraling in Vlaanderen mogelijk blijven. Door de hoge en stijgende financiële waardes van de belangrijke bruiklenen voor dit soort tentoonstellingen, en de daarmee samenhangende stijgende verzekeringskosten, wordt dat immers steeds moeilijker. Het decreet voert een staatswaarborg in voor het dekken van mogelijke schade ‘van nagel tot nagel’ en ‘alle risico’s’ bij inkomende bruiklenen voor tentoonstellingen met een internationale uitstraling. Er wordt geopteerd voor een gemengd systeem. Daarbij wordt het ‘e erste risico’ op schade aan cultuurgoederen gedekt door de waarborgregeling van de Vlaamse overheid en het ‘residuele risico’ door een verplichte commerciële verzekering.
101 / 165
Wegens de focus op grotere tentoonstellingen en de kwaliteitseisen inzake klimatologische omstandigheden, veiligheid en beveiliging voor dit soort tentoonstellingen zijn er enkele voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de waarborgregeling. De waarborgregeling geldt alleen voor de cultureel-erfgoedinstellingen die zijn aangeduid binnen het Cultureelerfgoeddecreet, de erkende instellingen ingedeeld bij het landelijke niveau en de erkende universitaire bibliotheken en archieven. De waarborgregeling geldt alleen voor tentoonstellingen met inkomende bruiklenen met een waarde van minimaal 50 miljoen euro. Om het risico voor de Vlaamse overheid beheersbaar te houden, mag het totaal van de waarborgen dat ze op hetzelfde moment verleent nooit meer dan 600 miljoen euro bedragen.
Terug naar overzicht
102 / 165
8.6 Afsprakenkader voor samenwerking rond beleidsrelevant onderzoek Hoe kunnen we de beleidsontwikkeling voor de cultuursector nog beter inhoudelijk onderbouwen? Hoe gaan we om met beleidsrelevante data uit wetenschappelijk onderzoek? En wat is de rol van de steunpunten daarbij? Daarover hebben het Departement Cultuur, Jeugd en Media en de 5 sectorale steunpunten vorig jaar een aantal afspraken vastgelegd.
Begin 2021 keurde de minister van Cultuur het afsprakenkader onderzoek goed. Dat bevat een aantal overeenkomsten tussen het departement en de 5 sectorale steunpunten met afspraken over samenwerking rond beleidsrelevant cultuuronderzoek, inclusief landschapstekeningen, en over het beschikbaar maken van beleidsrelevante data en kerncijfers.
Geen kennisopbouw zonder samenwerking De voorbije decennia merken we in de Vlaamse beleidsvorming een evolutie naar een systematischer gebruik van informatie uit wetenschappelijk onderbouwd onderzoek. Zo krijgt onderzoek steeds meer belang bij actoren die nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling van beleidsrelevante kennis voor het Vlaamse cultuurbeleid: in het bijzonder het Departement Cultuur, Jeugd en Media en de 5 sectorale steunpunten Kunstenpunt, FARO, Socius, Circuscentrum en OP/TIL. Ook in de beleidsnota Cultuur 2019-2024 is het “Investeren in een solide kennisbasis over de cultuursector met bijzondere aandacht voor beleidsrelevant onderzoek” als een van de centrale doelstellingen opgenomen. Om beleidsrelevante kennis op te bouwen is er echter nood aan samenwerking binnen een doordacht kader en een doordachte visie over de inhoud en de rol van onderzoek. Het ‘afsprakenkader onderzoek’ moet daar een antwoord op bieden.
Doelstellingen en afspraken Wat beogen we precies met het ‘afsprakenkader onderzoek’? Enerzijds moet het afsprakenkader ertoe bijdragen dat zowel de beleids- als de praktijkontwikkeling voor het culturele veld beter inhoudelijk onderbouwd worden. Dankzij het kader kunnen het departement en de steunpunten voortaan hun krachten meer bundelen als het gaat over de voorbereiding en uitvoering van onderzoeken die relevant zijn voor het cultuurbeleid. Anderzijds moet het ook zorgen voor een meer doordachte en doelgerichte inzet van de middelen voor cultuuronderzoek en voor relevante, bruikbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke data en kerncijfers. Deze doelstellingen worden vertaald in een aantal afspraken tussen het departement en de steunpunten: de opmaak van een gezamenlijke agenda voor beleidsrelevant cultuuronderzoek, met daarin de belangrijkste onderzoeksthema’s, -lijnen en -noden op lange termijn een jaarlijkse oplijsting van de cultuuronderzoeken die ze het komende werkjaar van plan zijn uit te (laten) voeren afspraken per steunpunt over het verzamelen, beheren, verwerken en ontsluiten van beleidsrelevante data en kerncijfers afspraken met Socius, OP/TIL en Circuscentrum over de opmaak van sectorale landschapstekeningen.
104 / 165
9. Organisatie
106 / 165
In de eerste helft van 2021 zocht het Departement Cultuur, Jeugd en Media naar creatieve oplossingen om elkaar te kunnen zien en opleidingen te blijven volgen. Halverwege het jaar was het uiteindelijk zover: na maanden thuiswerk konden we opnieuw naar kantoor. Daarnaast mochten we in 2021 een aantal nieuwe teamverantwoo rdelijken verwelkomen. Sta je al te popelen om in onze organisatie te duiken?
9.1 Nieuwe gezichten aan het hoofd van de teams
9.2 Guerrilla-acties om elkaar te ontmoeten
9.3 Naar een gedragen toekomstvisie op hybride werken
9.4 2021: het jaar waarin we digitaal trainen volledig omarmden
107 / 165
9.1 Nieuwe gezichten aan het hoofd van de teams 2021 was het eerste werkjaar voor verschillende nieuwe teamverantwoordelijken. Sommigen maakten de overstap vanuit een ander team, anderen stonden voor het eerst aan het hoofd van een team. Hoe hebben zij 2021 ervaren en welke ambities koesteren ze voor de toekomst?
Eind 2020: 2 nieuwe teamverantwoordelijken Sinds november 2020 is Andy Vandervoort verantwoordelijk voor het team Kunsten en Cultureel erfgoed. Andy leidde van 2018 tot eind 2020 het team Transversaal en (Boven)lokaal, dat tegenwoordig Sociaal-cultureel en Transversaal heet. Mieke Ackx nam het team van Andy over en werd in december 2020 de nieuwe verantwoordelijke van het team Sociaal-cultureel en Transversaal. Ze maakte de overstap van de Stafdienst, waar ze in 2018 was begonnen.
Andy Vandervoort - Team Kunsten en Cultureel erfgoed “2021 was een pittig jaar. Maar ook in 2022 en 2023 zullen we onze handen vol hebben. De inkt van het Kunstendecreet was nog niet droog of we waren al bezig met het Cultureelerfgoeddecreet. In 2022 focussen we op de structurele ronde voor Kunsten en in 2023 voeren we een gelijkaardig proces uit voor cultureel erfgoed.”
Mieke Ackx - Team Sociaal-cultureel en Transversaal “Door de reorganisatie hadden we tegen de herfst van 2021 afscheid moeten nemen van een deel van ons team en een nieuw deel verwelkomd. Hoewel ik het allemaal met veel gretigheid en ambitie heb proberen op te nemen voelde 2021 vaak als een roetsjbaan: ik moest steeds weer nieuwe indrukken en inhoud verwerken. Gelukkig kon ik elke keer rekenen op het enthousiasme, de expertise en soms ook wel eens het mededogen van heel gedreven teamleden. Ook 2021 werd dus een jaar om niet vlug te vergeten. Voor de komende jaren gun ik mijn team en mezelf niets liever dan rust en ruimte om op adem te komen, in de diepte te werken en opnieuw de verbinding met elkaar aan te gaan. Ik hoop dat we in de toekomst met een paar heel mooie nieuwe decreten op de proppen kunnen komen.”
108 / 165
2021: 3 nieuwe teamverantwoordelijken Sinds januari 2021 is Machteld Aelbrecht verantwoordelijk voor het team Personeel, een functie die ze al sinds eind juli 2020 ad interim opnam. Daarvoor was Machteld HR-consultant. Rita De Graeve werd eind juni 2021 de nieuwe verantwoordelijke van het team Infrastructuur en Instellingen. Daarvoor was zij al 10 jaar aan de slag als adviseur Cultuur en Economie in ons departement.
Machteld Aelbrecht
Rita De Graeve
“2021 was een druk jaar met heel wat uitdagingen. Toch ben ik erin geslaagd om mij vrij snel in te werken als teamverantwoordelijke. Dat ik al iets meer dan 10 jaar voor het departement werkte, was zeker een voordeel. Ik denk dat mijn team erin geslaagd is om een optimale dienstverlening te voorzien, dankzij hun inzet, engagement en expertise. De komende jaren willen we verder inzetten op onze organisatiecultuur en waarden, hybride werken en de verhuizing naar een nieuw kantoorgebouw.”
“Ik kan mijn team vergelijken met een nieuw samengesteld gezin met 3 kindjes die elk hun eigen achtergrond hebben. Het ene kind is al wat ouder dan het andere en elk kind verdient aandacht en zorg op maat. In 2021 ging er maar liefst 130 miljoen euro naar jeugd- en cultuurinfrastructuur in het kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht. We zijn nog niet helemaal klaar, maar het grootste stuk is op tijd gerealiseerd. Van veerkracht gesproken!”
Lieven Boelaert werd in september 2021 de nieuwe verantwoordelijke van het team Kennisontwikkeling. Daarvoor werkte Lieven 9 jaar lang als beleidsadviseur.
Sinds oktober 2021 is er ook een eengemaakt team Jeugd, dat geleid wordt door Bart De Boiserie. Die aanpassing kwam er na een evaluatie van de organisatiestructuur van ons departement, waarbij we beslisten om de sectorale jeugdbeleidsthema’s te bundelen in één team.
109 / 165
Bart de Boiserie - Team Jeugd “Die eenmaking zorgde ervoor dat 2021 een pittige rollercoaster werd. Daarnaast was het ook een mooi jaar, want ik kreeg de kans om teamverantwoordelijke te worden en ben daar ontzettend blij mee. De afgelopen maanden heb ik de diversiteit en de breedte van het jeugd- en jeugdwerkbeleid mogen ontdekken en heb ik veel geëngageerde collega’s leren kennen. Samen staan we voor de grote uitdaging om het leven van kinderen en jongeren in Vlaanderen op de best mogelijke manier te laten verlopen. Voor elk kind en elke jongere een schitterende jeugd!”
Bekijk het organogram
110 / 165
9.2 Guerrilla-acties om elkaar te ontmoeten De coronamaatregelen hadden een grote impact op ons professionele en persoonlijke leven. In het eerste semester van 2021 was telewerk de norm en waren teamevents en -vergaderingen onmogelijk. Om elkaar te kunnen blijven zien kwamen sommige teams verrassend creatief uit de hoek. Verschillende teams voelden vorig jaar meer en meer de nood om elkaar in levenden lijve te blijven zien. Zeker na intensieve werkperiodes of de start van een nieuwe teamverantwoordelijke. Daarom haalden we inspiratie uit de techniek guerrilla marketing. Dat is een marketingtechniek waarbij men met beperkte middelen een groot resultaat probeert te bereiken. Vertaal dat principe naar een teambijeenkomst en je krijgt een event waarbij er met weinig middelen een maximum aan interactie en ontmoetingen wordt teweeggebracht.
De collega’s stonden zelf in voor de praktische organisatie en communicatie. Dat leverde wandelingen op in het Middelheimmuseum in Antwerpen of in de landelijke streek rond Gent, maar ook bezoekjes aan de alternatieve buurten van Antwerpen en Tour & Taxis in Brussel. En dat zulke ontmoetingen voor positieve energie zorgden, dat zie je meteen aan de foto’s.
Terug naar overzicht
112 / 165
9.3 Naar een gedragen toekomstvisie op hybride werken Na maanden van verplicht thuiswerk konden de personeelsleden van het Departement Cultuur, Jeugd en Media eind juni 2021 terugkeren naar kantoor. We maakten daarbij tijdelijke afspraken rond hybride werken, waarbij onze werknemers de voordelen van plaats- en tijdsonafhankelijk werken konden combineren met fysieke ontmoetingen op kantoor. In het najaar startten we dan een traject om samen met de personeelsleden een nieuw kader rond hybride werken en organisatiecultuur op te stellen.
Tijdelijk afsprakenkader rond hybride werken Om de terugkeer naar de werkvloer soepel te laten verlopen, stelde het team Personeel een tijdelijk afsprakenkader op, met input van de leden van de managementorganen. Met dat kader wilden we de voordelen van plaats- en tijdsonafhankelijk werken zo goed mogelijk behouden, zonder de verbinding met de collega’s en de organisatie te verliezen. Daarbij hielden we ook rekening met de impact op het welzijn van de collega’s. We kozen voor een hybride kader met zowel fysieke ontmoetingen als thuiswerk, waarbij ieder zelf kon kiezen hoe die verhouding eruitzag. Het kader werd opgedeeld in afspraken die gelden voor het hele departement, en afspraken die op teamniveau worden vastgelegd. Op die manier kreeg elk team de kans om binnen een afgebakend kader de afspraken af te stemmen op zijn specifieke context.
Hybride werken in de toekomst Samen met externe partner Unicorn startten we een traject rond hybride werken en organisatiecultuur, met het oog op het herhuisvestingsproject Kantoor 2023. Het traject begon in augustus met een bevraging van de personeelsleden over de huidige cultuur en hun ervaringen met en visie op hybride werken. In het najaar vonden verschillende interactieve sessies plaats met de leden van de managementorganen. Die dienden als voorbereiding voor de grootschalige sessies met het hele departement en de focusgroepen met personeelsleden, die later in 2022 zullen plaatsvinden. Zo willen we een duidelijke toekomstvisie en gedragen kader rond hybride werken ontwikkelen.
Terug naar overzicht
114 / 165
9.4 2021: het jaar waarin we digitaal trainen volledig omarmden Het Departement Cultuur, Jeugd en Media moedigt zijn medewerkers voortdurend aan om kennis te delen met elkaar. Maar door corona verliep dat in 2021 opnieuw op een andere manier dan gewoonlijk. De pandemie verplichtte ons om uit onze comfortzone te stappen en ons aan te passen. Digitale communicatie werd steeds belangrijker, en vergde ook nieuwe vaardigheden, waarop we volop hebben ingezet.
Een groeiende leercultuur door digitale kennisdeling Onze interne trainers herwerkten de meeste opleidingen, workshops en infosessies uit het vormingsplan tot een kwalitateitsvol online aanbod. We zetten in op een verdere professionalisering van onze interne lesgevers door een train the trainer-workshop aan te bieden. Wie zelf een online leermoment wou organiseren, kon zich laten inspireren door de tips en tricks die we op een nieuwe intranetpagina bundelden. Door extra opleidingen via MS Teams aan te bieden, raakte iedereen in de organisatie vertrouwd met digitaal kennis delen. Zo bleven we werken aan onze leercultuur in een veranderende samenleving.
Tessa Stylemans - opleidingsverantwoordelijke “Zelfontwikkeling heeft een positieve invloed op het welzijn, de prestaties en de motivatie van elke medewerker.”
Terug naar overzicht
116 / 165
10. Evene- menten 117 / 165
Evenementen organiseren tijdens een periode waarin er weinig mogelijk is door coronamaatrege len, evident is het niet. Maar desondanks slaagde het Departement Cultuur, Jeugd en Media erin om burgers en medewerkers uit zijn sectoren te inspireren en te informeren. In dit hoofdstuk zetten we vier evenementen uit het voorbije jaar in de kijker.
10.1 Geslaagde digitale editie van de Ultimas
10.2 Lancering van het JKP met 5 inspiratiesessies
10.3 Dag van de Cultuureducatie
10.4 10 jaar Kunstendag voor Kinderen
118 / 165
10.1 Geslaagde digitale editie van de Ultimas Een televisieshow zonder publiek in plaats van een wervelende zaalshow: dat was vorig jaar noodgedwongen het coronarecept voor de uitreiking van de Ultimas 2020. Toch slaagden we erin om zowel de laureaten als de hele cultuursector in al zijn diversiteit in de kijker te zetten. De show werd live uitgezonden op Radio 1 en was voor het eerst ook op VRT NU te bekijken.
De Vlaamse Cultuurprijzen, beter gekend als de Ultimas, lauweren elk jaar een persoon of een organisatie die zich het voorgaande jaar onderscheiden heeft in een bepaalde cultuurdiscipline.. Jaarlijks kaapt ook iemand de prijs voor Algemene Culturele Verdienste weg.
Breed digitaal vanuit Alden Biesen In normale tijden worden de Ultimas uitgereikt tijdens een wervelende zaalshow, maar in 2021 maakte de coronapandemie dat onmogelijk. De prijzen schrappen was al helemaal geen optie, want de cultuursector had met 2020 een annus horribilis achter de rug. Een uitreiking via een televisieshow vormde een waardig alternatief. Zo kon meteen ook een breder publiek kennismaken met het Vlaamse cultuurlandschap en het uitgebreide gamma aan cultuurvormen.
De show vond plaats in een op maat gemaakte studio in Alden Biesen. Gastvrouw en gastheer van dienst waren respectievelijk Sofie Lemaire en Thomas Vanderveken: zij verwelkomden elk om beurt een van de 12 laureaten in een bepaalde cultuurdiscipline. Vóór elk interview konden de kijkers genieten van een vooraf opgenomen filmpje, waarin de laureaat een verrassingsbezoekje kreeg van een bekend gezicht uit de cultuursector, mét een uitnodiging voor de Ultimas-uitreiking. Mede door het verrassingseffect waren dit stuk voor stuk sterk entertainende en herkenbare filmpjes, een echte meerwaarde voor het event.
Mooie editie met heel wat media-aandacht Vóór de uitreiking had de influencercampagne op sociale media al een knap voorsmaakje gebracht van de verrassingsfilmpjes met de bekende Vlamingen. Met de live uitzending op Radio 1 en VRT NU deed ook mediapartner VRT een stevige duit in het zakje. Traditiegetrouw verscheen er ook een speciale cultuurbijlage bij de andere mediapartner Knack. De uitreiking schopte het zelfs tot item in De Cooke & Verhulst Show. Corona dwong ons om volledig digitaal te gaan. Toch mogen we tevreden terugblikken op dit digitale verhaal, dat bij publiek, media en laureaten op veel bijval kon rekenen. Bovendien was de huldiging een hart onder de riem voor een sector die bijzonder moeilijke tijden beleeft. Kers op de taart voor onze communicatiedienst was de nominatie van deze Ultimasproductie voor de Belgian Event Awards. Een zeer mooie blijk van erkenning én een stimulans om op dit elan verder te gaan!
119 / 165
Laureaten 2020 Algemene Culturele Verdienste Philippe Herreweghe Amateurkunsten Moving Ground Architectuur André Loeckx Beeldende Kunst Luk Lambrecht Circus Bauke Lievens Cultureel Ondernemerschap MOOOV Film Adil El Arbi en Bilall Fallah Immaterieel Erfgoed VLAMO Letteren Fikry El Azzouzi Muziek Romina Lischka Podiumkunsten State of the Arts (SOTA) Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk Enchanté vzw
Terug naar overzicht
120 / 165
10.2 Lancering van het JKP met 5 inspiratiesessies In volle lockdown het gesprek aangaan over de prioriteiten van het jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP) was een hele uitdaging. Toch slaagden we erin alle Inspiratiesessie 1: Goed in je vel
actoren, partners en experten samen te brengen in 5 online inspiratiesessies. Daarmee was ons doel bereikt: het JKP in de kijker zetten en de prioriteiten verder uitdragen.
Eén inspiratiesessie per prioriteit
Inspiratiesessie 2: Blij met je buurt
Het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP) is een beleidsinstrument van de Vlaamse Regering dat het jeugd- en kinderrechtenbeleid in Vlaanderen bundelt. Het plan omvat de acties en maatregelen die de Vlaamse ministers in deze regeerperiode voorzien voor kinderen en jongeren.
Om het JKP te lanceren naar het brede publiek organiseerden we in het voorjaar van 2021 interactieve online inspiratiesessies. Inspiratiesessie 3: Goed geëngageerd
Het JKP focust op 5 prioriteiten, die tegelijk het thema vormden van de inspiratiesessies: Goed in je vel op 23 februari Blij met je buurt op 9 maart Goed geëngageerd op 20 april Goed in je vrije tijd op 4 mei Goed mediawijs op 8 juni
Met de sessies wilden we de prioriteiten verder uitdiepen en de bijhorende acties illustreren aan de hand van concrete voorbeelden. Dat deden we samen met het jeugdwerk, de lokale besturen en de collega’s uit de andere beleidsvelden.
Inspiratiesessie 4: Goed in je vrije tijd
Hoe gingen we concreet te werk? De 5 sessies kenden een gelijkaardige opbouw. Bij de voorbereiding en uitwerking van de sessies werden telkens jeugdwerkpartners, medewerkers uit andere beleidsvelden, lokale besturen en experten betrokken. We deelden tijdens elke sessie concrete verhalen uit de praktijk en lieten ons inspireren door een aantal boeiende sprekers. Daarna gingen we met de deelnemers in dialoog over geplande acties in de betrokken beleidsvelden. Op basis van een 6 tot 8-tal geplande acties dachten we met de deelnemers na in break-outrooms, verzamelden we suggesties en wisselden we ervaringen uit. De deelnemers konden zelf (geplande) acties toevoegen en aangeven of ze samenwerking zochten. Ook de minister van Jeugd tekende telkens present. Als coördinerend minister waakt hij immers mee over de uitvoering van het JKP. Zijn motiverende woorden aan het begin van elke sessie vormden een extra stimulans voor de deelnemers om vol enthousiasme aan de slag te gaan met de prioriteiten. Wil je een sessie herbeleven? Bekijk alle video’s en murals van de break-outrooms op jkp.vlaanderen.
122 / 165
Inspiratiesessie 5: Goed mediawijs
10.3 Dag van de Cultuureducatie Ongeveer 700 geïnteresseerden uit de cultuur- en onderwijssector namen op 11 maart 2021 deel aan de online editie van de Dag van de Cultuureducatie. Vorig jaar focusten we in partnerschap met FARO, het Vlaamse steunpunt voor cultureel erfgoed, op het thema erfgoed en onderwijs, onder de titel 'Erfgoed is'.
De Dag van de Cultuureducatie is een initiatief van CANON Cultuurcel (Departement Onderwijs en Vorming), het Departement Cultuur, Jeugd en Media en kunstencentrum Vooruit. Elk jaar belichten we een ander thema rond cultuureducatie of ‘leren over en door cultuur’.
Erfgoed is … Erfgoed helpt ons om cultuur over generaties heen richting en betekenis te geven. En het stelt ons voor de uitdagende vraag wat wij, op onze beurt, kunnen en willen doorgeven aan volgende generaties. We gingen tijdens de Dag van de Cultuureducatie aan de slag met vier verschillende aspecten van erfgoed. Erfgoed is nabij - persoonlijk - inspirerend - verbindend.
Verschillende blikken op erfgoed Tijdens de plenaire sessie, live uitgezonden vanop het podium in de Vooruit in Gent, gaven keynotesprekers Ilja Leonard Pfeijffer, Rebekka de Wit en Ama Koranteng-Kumi elk een eigenzinnige blik op het thema. Daarna vertelden ook de Vlaamse ministers van Cultuur en van Onderwijs wat erfgoed voor hen betekent. Vitaly Samoshko, Willem Verheyden en Paul Contryn zorgden dan weer voor artistieke intermezzo’s. De namiddag bood een brede waaier aan sessies. Hester Dibbits (Reinwardt Academie) legde uit wat ‘e rfgoedwijsheid’ precies betekent. Noel Clycq (UA) en Nadia Nsayi Madjedjo (MAS) focusten op diversiteit in onderwijs en erfgoed. Thomas Vanderveken trad in gesprek met auteur Ish Aït Hamou. Simon De Vos en Brechtje van Bel (hetpaleis) lichtten toe wat de Oresteia actueel maakt. Rosan Meijer (VAi), Lize De Doncker (Industriemuseum) en Hilde Schoefs (Bokrijk) vertelden hoe erfgoed kan inspireren om er zelf mee aan de slag te gaan. Daarnaast konden de deelnemers zich ook onderdompelen in een kunstwerk.
124 / 165
Zelf aan de slag Naar aanleiding van 'Erfgoed is’ werden heel wat handvaten voor leerkrachten en educatieve medewerkers ontwikkeld. De publicatie Erfgoed is biedt reflecties over de betekenis van erfgoed voor onderwijs en samenleving. Het digitale lessenpakket My Past Future voor de tweede en derde graad secundair onderwijs omvat vijf activiteiten die leerlingen een kijk geven op erfgoed. De digitale scheurkalender Erfgoed: steengoed! is bedoeld als cultuursnack voor leerkrachten en leerlingen van het lager onderwijs. Op de deelsite Erfgoedwijs van KlasCement bundelen we leermiddelen (lespakketten, uitstappen, …) rond erfgoed die rechtstreeks inzetbaar zijn in de klaspraktijk en andere leeromgevingen. Wil je de dag opnieuw beleven? Herbekijk de presentaties en sessies via een padlet, beschikbaar op cultuurkuur.be.
Terug naar overzicht
125 / 165
10.4 10 jaar Kunstendag voor Kinderen Op zondag 21 november 2021 vierden we de tiende editie van Kunstendag voor Kinderen. Een hele dag konden kinderen tot 12 jaar proeven van theater, film, muziek, dans, architectuur, literatuur en beeldende kunst of een combinatie daarvan. In totaal namen 30.000 kinderen samen met hun familie deel aan een van de 250 activiteiten over heel Vlaanderen en Brussel.
Aan de slag met Carll Cneut Om onze verjaardag extra in de verf te zetten, koppelden we een grote wedstrijd aan deze feesteditie. Sander Gillis, Ketnetwrapper én ambassadeur van Kunstendag voor Kinderen 2021, daagde alle kinderen uit om creatief aan de slag te gaan met de affiche die door illustrator Carll Cneut was ontworpen. Tekenen, schrijven, boetseren, zingen, dansen of acteren? Elke kunstvorm was toegelaten. We bundelden alle inzendingen tot één groot kunstwerk. Als kers op de taart beloonden we de 9 creatiefste klassen met hun eigen expo op een unieke cultuurplek.
Aanpak van de campagne In september 2021 lanceerden we onze oproep om deel te nemen aan de wedstrijd naar alle scholen uit het basisonderwijs. We deelden onder andere inspiratievideo’s van onze ambassadeur, blogartikels en een online toolkit met tips, zodat leerkrachten samen met hun leerlingen aan de slag konden gaan met de affiche. Zo probeerden we ook de kinderen te bereiken die anders weinig of niet in aanraking komen met kunst en cultuur. Begin november ging de tweede fase van onze campagne van start, waarbij we het lokale aanbod per provincie en in Brussel promootten via onze socialemediakanalen. In de week voor Kunstendag voor Kinderen schakelden we een versnelling hoger en creëerden we zoveel mogelijk buzz in de media. Op 16 november organiseerden we bijvoorbeeld een persmoment in het M HKA in Antwerpen. Minister Dalle onthulde er het grote kunstwerk en opende 1 van de 9 winnende klasexpo’s. Daarnaast konden we voor onze promotie ook rekenen op de medewerking van onze partners Ketnet, CANON Cultuurcel en publiq.
127 / 165
Succesvolle editie, ondanks … In tegenstelling tot de editie van 2020 kon Kunstendag voor Kinderen nu gelukkig wel live plaatsvinden. De omstandigheden voor de organisatoren waren echter niet evident. Door de beslissingen van het Overlegcomité of aangepaste lokale coronamaatregelen annuleerde zo'n 8% van de organisaties last-minute hun activiteiten. Ook de deelnemers zelf waren niet altijd aanwezig, ook al hadden ze op voorhand gereserveerd. Ondanks deze moeilijke omstandigheden spraken de meeste deelnemende organisaties toch van een succes: er waren veel uitverkochte workshops en voorstellingen. Veel organisatoren waren opgetogen over de opkomst en bovendien erg blij dat alles was kunnen doorgaan. Op naar een succesvolle elfde editie in 2022!
Terug naar overzicht
128 / 165
11. Kerncijfers
11.1 Personeelscijfers
11.2 Algemeen budget
11.3 Budgetten in de kijker
11.4 Dossierbehandeling
11.5 Cultuurgoederen
11.6 Jeugdwerk
11.7 Klantenbereik
11.8 Onderzoeksinzet
129 / 165
Personeelscijfers
385 personeelsleden
161 mannen onder het personeel
224
349,40
vrouwen onder het personeel
VTE
EIGEN INSTELLINGEN In deze cijfers worden onze eigen instellingen* meegeteld. Zij zijn goed
97 personeelsled en
voor 97 personeelsleden en 87,5 VTE (*Voeren, Lijsternest, Roger Raveelmuseum, DAB Kasteel van Gaasbeek, DAB Alden Biesen, DAB Frans Masereelcentrum en DAB Uitleendienst
87,5 VTE
kampeermateriaal)
130 / 165
19
46
jaar jongste medewerker in 2021
jaar
gemiddelde leeftijd medewerkers
Algemeen budget
in duizend euro
in duizend euro
57.829.536 totaal Vlaamse overheid
944.441 budget Departement Cultuur, Jeugd en Media
131 / 165
65 jaar
oudste medewerker in 2021
Budgetten in de kijker
Cultuur - subsidies Alle onderstaande cijfers van
Kunsten 186.905
budgetten in de kijker:
Sociaal-cultureel volwassenenwerk 72.947
in duizend euro
Cultureel erfgoed 65.580 Lokaal cultuurbeleid 15.649 Bovenlokaal cultuur (incl. Pam's) 10.620 Amateurkunsten 9.594
Jeugd- en kinderrechtenbeleid
Participatiebeleid 7.986
35.223 Jeugdverblijfcentra en hostels 7.415
Algemene steunpunten cultuur 6.828
Bovenlokaal jeugdwerk
Circus 5.770
6.639
Lotto (sociaal-cultureel werk, participatiebeleid) 3.090 Vlaamse gebarentaal 278
Jeugd - subsidies
Bovenbouw jeugd 4.044 Lokaal jeugdwerk 1.103 DAB ULDK 1.048 Kampeermateriaal 313
Fondsen VAF (film, game, media) 26.045 Topstukkenfonds 271 Literatuur Vlaanderen 9.978
Cultuur- en jeugdinfrastructuur (vroeger FOCI) 35.285
132 / 165
Dossierbehandeling digitale dossiers over subsidies, erkenningen en aankopen
4243
2499
behandelde dossiers
toegekende dossiers
348
15 toegekende dossiers zijn stopgezet
dossiers in aanvraag
3.828 goedgekeurde dossiers 2020 waarop toezicht wordt uitgevoerd
1.289
afgekeurde dossiers
66
26
afgekeurde dossiers wegens onontvankelijk
afgekeurde dossiers wegens ingetrokken
133 / 165
Cultuurgoederen
aantal definitieve beschermingen als topstuk
10
85
verzamelingen
individuele voorwerpen
54
33
transporten van kunstwerken
bruikleenaanvragen voor kunstwerken
353 aantal toegekende uitvoervergunningen cultuurgoederen
de beide Vlaamse Erfgoedbanken tellen gezamenlijk
1365
58
erfgoedcollecties, waarvan
nieuwe in 2021
134 / 165
en
waarvan
1860577 119932 geregistreerde objecten
geregistreerd in 2021
632300 objecten worden online ontsloten op www.erfgoedinzicht.be en www.erfgoedplus.be
Jeugdwerk
318 georganiseerde cursussen
7.795 deelnemers
79 nieuw erkende stageplaatsen 2021
4.475
2.146 totaal aantal erkende stageplaatsen
afgeleverde attesten jeugdwerk
135 / 165
25
Jeugdverenigingen kunnen een kadervormingstraject aanbieden aan jongeren voor het behalen van een attest van animator, hoofdanimator of instructeur in het jeugdwerk.
jaar kadervorming
3.136 voorraad patrouilletenten
6.320
2.142 voorraad seniortenten
5.207 aantal uitgeleend in 2021
aantal uitgeleend in 2021
De Uitleendienst Kampeermateriaal verhuurt tenten aan (jeugd)verenigingen, onderwijsinstellingen, multifunctionele centra voor jongeren met een handicap (mfc’s) en overheden. De 2.142 senior- en 3.136 patrouilletenten in voorraad hebben respectievelijk 5.207 en 6.320 ontleningen mogelijk gemaakt.
Klantenbereik
136 / 165
website
1.662.781 sessies op de website www.vlaanderen.be/cjm (niet unieke bezoekers)
Cijfers social media over de verschillende kanalen heen
33400
545000
videoweergaven
vertoningen van social posts
385 social posts
aantal volgers op 31 december 2021
4600
2630
5380
2300
137 / 165
2.095
aantal abonnees nieuwsbrieven
abonnees nieuwsbrief KUNSTEN
3.209 abonnees nieuwsbrief JEUGD
1.726
2.075
abonnees nieuwsbrief CULTUREEL ERFGOED
abonnees nieuwsbrief SOCIAAL-CULTUREEL WERK
events
6
450
50
7875
fysieke events
deelnemers aan fysieke events
online events
deelnemers aan online events
Onderzoeksinzet
138 / 165
in 2021 zette het departement afgerond Alle cijfers in deze
1670000
rubriek Onderzo eksinzet
in voor onderzoek voor de beleidsvelden cultuur, jeugd en media.
in euro's
onderzoekskalender
ad hoc onderzoeksopdrachten
680000
300.000
voor onderzoeksopdrachten
690000 wetenschappelijke steunpunten voor cultuur, jeugd en media
Terug naar boven
Delen
139 / 165