Skip to main content

Terugverdieneffecten_dienstenchequestelsel_Vlaanderen_onderzoeksvoorstel.pdf

Page 1

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 14/05/2018 Op verzoek van: Vlaamse overheid Departement Werk en Sociale Economie Albert II-laan 35, bus 20 1030 Brussel

Ik, ondergetekende Wim Van der Beken, verklaar te hebben nagezien dat de hierna vermelde gegevens volstrekt overeenstemmen met de vermeldingen van het bij het bestek behorende formulier en de inventaris en neem daarvoor de volledige verantwoordelijkheid op. Brussel, maandag 11 juni 2018

Contactpersoon: DaphnĂŠ Valsamis

Jozef II-laan, 40

Expert arbeidsmarkt en sociaal beleid

B – 1000 Brussel

+32 (0) 300 85 00

T: +32 2 282 17 10

Daphne.valsamis@ideaconsult.be info@ideaconsult.be www.ideaconsult.be


INHOUDSTAFEL Beknopte beschrijving van het onderzoek

2

1/

Context en doelstellingen van de evaluatie

4

2/

Ons inhoudelijk analysekader

6

3/

Plan van aanpak

8

3.1

Fase 0: Voorbereidende fase

8

3.2

Fase 1: Literatuuronderzoek

8

3.3

Fase 2: Conceptualisering van het model

9

3.4

Fase 3: Verzameling en analyse van administratieve gegevens

9

3.5

Fase 4: Uitvoering en analyse van de enquĂŞte bij gebruikers

10

3.6

Fase 5: Toepassing van het terugverdieneffecten-model en analyse van de bevoegdheden

12

3.7

Fase 6: Rapportage en overdracht model

13

4/

Tijdsschema en financieel plan

14

4.1

Tijdschema

14

4.2

Financieel plan

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5/

Valorisatie

16

6/

Voorstelling team en referenties

17

6.1

Onze troeven voor deze opdracht

17

6.2

Onderzoeksteam

19

6.3

Referenties

22

Bijlage 1/

De werking van de dienstencheques in de praktijk

26

Bijlage 2/

Bibliographie

27

Bijlage 3/

CV’s van het onderzoeksteam

29


Beknopte beschrijving van het onderzoek De dienstencheques: een belangrijke maatregel in het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid In 2016 waren 668.086 Vlamingen gebruikers van dienstencheques (of 24,3% van de Vlaamse gezinnen). Daarnaast waren 88.344 huishoudhulpen (of 3,8% van de loontrekkende populatie in Vlaanderen) en 1.473 ondernemingen aan de slag in het stelsel van de dienstencheques in Vlaanderen. Het dienstencheque-systeem beantwoordt aan een belangrijke maatschappelijke vraag en creëert jobs voor laaggeschoolden. Niettemin leidt het systeem echter ook tot aanzienlijke bruto kosten voor de Vlaamse overheid: 1.296,5 miljoen euro in 2016, bestaande uit: 

1.109 miljoen kosten voor de financiële tussenkomst voor bedrijven;

10 miljoen omkaderingskosten;

177,3 miljoen voor de fiscale aftrek van dienstencheques.

De continue groei van het dienstenchequesysteem heeft geleid tot een stijgende bruto kost van het systeem voor de Vlaamse overheid. Het systeem van de dienstencheques leidt echter ook tot terugverdieneffecten die gelinkt zijn aan de impact van het systeem op de verschillende doelgroepen. Het is belangrijk om deze terugverdieneffecten in kaart te kunnen brengen om de netto kost van het systeem te kunnen berekenen. Sinds de regionalisatie van de dienstencheques heeft Vlaanderen echter geen zicht meer op deze terugverdieneffecten en kan de netto-kost van het systeem dus niet meer berekend worden. Nood om de terugverdieneffecten van het systeem en de begunstigde instellingen van deze effecten, alsook de drivers van de vraag naar dienstencheques in kaart te brengen We kunnen drie verschillende soorten terugverdieneffecten onderscheiden: 

Directe terugverdieneffecten: zijn effecten die gelinkt zijn aan de eerste doelgroep van het systeem, namelijk dienstenchequewerknemers.

Indirecte terugverdieneffecten: zijn effecten die gelinkt zijn aan de andere doelgroepen van het systeem, namelijk omkaderingsleden, dienstenchequebedrijven en gebruikers.

Terugverdieneffecten van de tweede orde: zijn onbedoelde effecten die uitlopen uit een ander effect van het systeem (wordt ook gezien als positieve externaliteiten).

Hierbij moeten we echter twee belangrijke aandachtspunten meegeven: 

Niet alle terugverdieneffecten zijn kwantificeerbaar: vooral terugverdieneffecten van de tweede orde zijn moeilijk te kwantificeren en dienen voorzichtig berekend te worden. Deze kunnen echter ook kwalitatief besproken worden.

Veel terugverdieneffecten zitten geconcentreerd bij de federale overheid: naast de kwantificering van de terugverdieneffecten dient het onderzoek ook in detail na te gaan of en welke terugverdieneffecten er voor Vlaanderen bestaan.

Finaal wordt de netto-kost van het systeem (m.a.w. de bruto kost waarbij rekening wordt gehouden met de terugverdieneffecten) in belangrijke mate bepaald door de evolutie van het gebruik van dienstencheques. Een belangrijke vraag voor dit onderzoek is dus eveneens wat de drivers zijn van de consumptie van dienstencheques en hoe het gebruik verder zou kunnen evolueren. In deze context dient dit onderzoek op basis van – voornamelijk - evidence based onderzoek inzicht te krijgen in de kostprijs (en de kostendrijvers), de effectiviteit en de efficiëntie van het stelsel. De centrale onderzoeksvragen zijn:   

Hoeveel bedraagt de kost van het dienstenchequestelsel voor Vlaanderen, rekening houdend met alle terugverdieneffecten voor Vlaanderen? Aan welke overheid komen de terugverdieneffecten ten goede? Wat zijn de kostendrijvers in de consumptie van dienstencheques (de gebruikers)? Wat leert ons (buitenlands) onderzoek naar soortgelijke gesubsidieerde diensten die huishoudelijke activiteiten ondersteunen ?

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

2


Een onderzoek dat voortbouwt op voorgaand onderzoek Een belangrijk aandachtspunt bij deze studie is dat reeds veel informatie beschikbaar is m.b.t. de dienstencheques. Dit onderzoek zal zoveel mogelijk gebruik maken van dit bestaand materiaal zodat het complementair is en voortbouwt op wat er reeds beschikbaar is. Een aanzienlijk voordeel is dat het merendeel van voorgaand onderzoek door IDEA Consult werd uitgevoerd. Concreet zullen we voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen volgende fases in dit onderzoek doorlopen: 

Fase 1: Literatuuronderzoek: Hierbij zullen we maximaal gebruik maken van bestaand materiaal. Het resultaat van deze fase is dan ook up-to-date informatie voor de uitvoering van dit onderzoek samen te brengen, ook als input voor de conceptualisering van het effectenmodel en de drivers van het gebruik.

Fase 2: Conceptualisering van het model: Door het departement WSE te betrekken bij de conceptualisering van het model via een werksessie zullen we in deze fase komen tot een gedragen en goedgekeurd conceptmodel voor de berekening van de terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem.

Fase 3: Verzameling en analyse van administratieve gegevens: Om het effectenmodel te voeden en de drivers van het gebruik in kaart te brengen.

Fase 4: Uitvoering en analyse van een enquête bij gebruikers: Om diepgaand zicht te krijgen in de drivers van de Vlaamse gebruikers van dienstencheques en verfijnde parameters te verkrijgen voor het terugverdieneffectenmodel.

Fase 5: Toepassing van het terugverdieneffecten model en analyse van de begunstigde overheid: Hierbij zullen we de bruto- en nettokost van de dienstencheques voor Vlaanderen berekenen voor het jaar 2017, rekening houdend met de terugverdieneffecten van het systeem. Hiernaast zullen we analyseren via welke stromen welke overheid van deze terugverdieneffecten geniet.

Fase 6: Rapportage en overdracht van het model: Tenslotte zal in de laatste fase de resultaten uit de voorgaande fases gerapporteerd worden in een duidelijk en overzichtelijk rapport. Het model voor de berekening van de terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem voor Vlaanderen zal overgedragen worden aan het departement WSE zodat dit model in de toekomst door de medewerkers van het departement toegepast en ge-actualiseerd kan worden.

Verschillende valorisatiepistes voor het onderzoek Het valorisatieplan voor de voorgestelde studieopdracht bevat verschillende elementen om de onderzoeksresultaten onder de aandacht te brengen van de betrokken stakeholders. 

Overdracht van model en begeleiding bij de update ervan: volgende acties zullen ondernomen worden ter overdracht van het model:  

Het onderzoeksteam zal een beknopte handleiding opstellen die duidelijk maakt welke gegevens nodig zijn en op welk manier deze ingevuld dienen te worden om het model in de toekomst te kunnen updaten; Indien er vraag is naar bijkomende ondersteuning, biedt het onderzoeksteam ook een begeleidingssessie aan om het model nader toe te lichten en specifieke aandachtspunten onder de aandacht te brengen.

Publicatie onderzoeksresultaten: De resultaten van het voorgestelde onderzoek zullen gepresenteerd worden in een toegankelijk eindrapport dat na afloop van het onderzoek publiek beschikbaar zal zijn, samen met een Nederlandse en Engelstalige samenvatting. Via een artikel in Over.Werk (Steunpunt Werk) kunnen de resultaten bovendien onder de aandacht gebracht worden van een breed publiek.

Presentaties van de resultaten van het onderzoek: Naast de presentatie voor de stuurgroep, voorzien wij ook de mogelijkheid om een aangepaste presentatie te geven op maat van het geïnteresseerd doelpubliek. Een brede discussie over de onderzoeksresultaten en de implicaties van de studie kan ook aan bod komen tijdens het arbeidsmarktcongres van het Steunpunt Werk.

Verspreiding onderzoeksresultaten via IDEA-kanalen en sociale media: De resultaten van het voorgestelde onderzoek kunnen ook via de kanalen van IDEA Consult zelf worden verspreid (onze website, nieuwsbrief en Linked-in pagina).

Onze troeven voor deze opdracht We onderscheiden vijf succesfactoren van ons team voor de uitvoering van deze opdracht:     

Erkende expertise m.b.t dienstencheques ; Europese expertise met betrekking tot ‘Services to Individuals’ ; Ervaring met kosten-batenmodellen ; Expertise m.b.t. verdeling van bevoegdheden en de financieringswet ; Ervaring met grootschalige enquêtes ;

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

3


1/

Context en doelstellingen van de evaluatie

De dienstencheques: een belangrijke maatregel in het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid Het dienstenchequestelsel was oorspronkelijk een initiatief van de federale overheid, die het in 2004 lanceerde. Sinds 1 juli 2014 is het beheer van het stelsel van de dienstencheques in het kader van de zesde staatshervorming een gewestelijke bevoegdheid geworden. Het stelsel van de dienstencheques1 is een omvangrijke maatregel van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid die drie doelstellingen nastreeft, namelijk: 

De tewerkstellingsgraad verhogen bij doelgroepen die verder afstaan van de arbeidsmarkt (kortgeschoold);

Activiteiten in het zwarte of grijze circuit beperken (informele economie);

Een beter evenwicht creëren tussen werk en privéleven voor gezinnen.

Zoals aangegeven in onderstaande figuur waren 668.086 Vlamingen gebruikers van dienstencheques in 2016 (of 24,3% van de Vlaamse gezinnen). Daarnaast waren 88.344 huishoudhulpen (of 3,8% van de loontrekkende populatie in Vlaanderen) en 1.473 ondernemingen aan de slag in het stelsel in Vlaanderen. In totaal werden meer dan 81 miljoen cheques aangekocht, voor een gemiddelde van 2,4u per week per gebruiker.

Figuur 1: De omvang van het dienstencheque-systeem in Vlaanderen in 2016

Bron: IDEA Consult op basis van WSE jaarrapport 2016

Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat het stelsel van de dienstencheques een aanzienlijke omvang heeft, zowel aan de kant van de gebruikers (aanvragers van het systeem) als aan deze van de huishoudhulpen en bedrijven (aanbieders van het systeem). Bovendien blijft het systeem jaar na jaar stijgen wat het aantal gebruikers betreft (zie onderstaande figuur). Deze stijgingen verklaren zich door belangrijke macro-economische evoluties die de maatschappelijke vraag naar huishoudelijke diensten verder stimuleren:   

Binnen het gezin is er minder tijd voor het huishouden door de stijgende participatiegraad van vrouwen; De vergrijzende bevolking heeft meer behoefte aan hulp in het huishouden; Het aandeel eenoudergezinnen waarbij de nood aan betaalbare huishoudhulp groot is, stijgt continu.

Figuur 2: De evolutie van het gebruik van dienstencheques in Vlaanderen

Bron: IDEA Consult op basis van WSE jaarrapport 2016 en vorige evaluaties van het systeem

1

Zie concrete werking van het systeem in bijlage 1.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

4


Het succes van de dienstencheques gaat gepaard met een aanzienlijke bruto kost voor de overheid exclusief terugverdieneffecten Het dienstencheque-systeem beantwoordt aan een belangrijke maatschappelijke vraag en creëert jobs voor laaggeschoolden. Het systeem wordt dan ook door vele Europese landen als inspirerend beschouwd en werd reeds als goede praktijk voorgesteld in een staff working paper van 2012 van de Europese Commissie. Niettemin leidt het systeem tot aanzienlijke bruto kosten voor de Vlaamse overheid: 1.296,5 miljoen euro in 2016, bestaande uit: 

1.109 miljoen kosten voor de financiële tussenkomst voor bedrijven;

10 miljoen omkaderingskosten;

177,3 miljoen voor de fiscale aftrek van dienstencheques.

Omgerekend naar het aantal dienstenchequewerknemers heeft het systeem een bruto kost van 14.681 € per jaar per dienstenchequewerknemer. Het systeem brengt echter ook terugverdieneffecten met zich mee. Deze terugverdieneffecten worden berekend om de zogenoemde netto kost van het systeem te berekenen, met andere woorden de bruto-kost van het systeem waarbij rekening wordt gehouden met de terugverdieneffecten. Sinds de regionalisering van het dienstenchequesysteem heeft Vlaanderen echter geen zicht meer op deze terugverdieneffecten en kan de netto-kost van het systeem dus niet meer berekend worden. In deze context dient dit onderzoek op basis van – voornamelijk - evidence based onderzoek inzicht te krijgen in de kostprijs (en de kostendrijvers), de effectiviteit en de efficiëntie van het stelsel. De centrale onderzoeksvragen in dit onderzoek zijn: 

Hoeveel bedraagt de kost van het dienstenchequestelsel voor Vlaanderen, rekening houdend met alle terugverdieneffecten voor Vlaanderen?

Aan welke overheid komen de terugverdieneffecten ten goede? Nagaan welke overheid (federaal, de gewesten) geniet van welke terugverdieneffecten en een analyse van de instituties hierachter (bv. de rol van de financieringswet, die zorgt voor opbrengsten van de gewesten en gemeenschappen via de personenbelasting).

Wat zijn de kostendrijvers in de consumptie van dienstencheques (de gebruikers) op basis van literatuurstudie. Wat leert ons (buitenlands) onderzoek naar soortgelijke gesubsidieerde diensten die huishoudelijke activiteiten ondersteunen ?

In deze offerte beschrijven we ons analysekader, plan van aanpak, timing en onderzoeksteam voor het beantwoorden van bovenstaande onderzoeksvragen. Een belangrijk aandachtspunt bij deze offerte is dat reeds veel informatie beschikbaar is m.b.t. de dienstencheques. We denken onder meer aan volgende onderzoeken: 

De jaarrapporten van WSE m.b.t. de dienstencheques;

De jaarlijkse evaluaties van de dienstencheques voor de Federale overheid uitgevoerd door IDEA tot en met 2013;

Een VIONA-onderzoek omtrent de dienstencheques uitgevoerd in 2015 door IDEA;

Regionale evaluaties van het systeem voor Brussel en Wallonië die lopend zijn of in 2017 werden uitgevoerd door IDEA;

Een studie voor Federgon uitgevoerd door IDEA in 2018.

Dit onderzoek zal zoveel mogelijk gebruik maken van dit bestaand materiaal zodat het complementair is en voortbouwt op wat er reeds beschikbaar is. Een aanzienlijk voordeel voor dit onderzoek is dat het merendeel van voorgaand onderzoek door IDEA Consult werd uitgevoerd.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

5


2/

Ons inhoudelijk analysekader

Verschillende soorten terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem De continue groei van het dienstenchequesysteem heeft geleid tot een stijgende bruto kost voor de Vlaamse overheid. Het systeem van de dienstencheques leidt echter ook tot terugverdieneffecten die gelinkt zijn aan de impact van het systeem op de verschillende doelgroepen. Het is belangrijk om deze terugverdieneffecten in kaart te kunnen brengen om de netto kost van het systeem te kunnen berekenen. De verschillende geïdentificeerde terugverdieneffecten worden in onderstaande figuur beschreven.

Figuur 3: Financiële impact van de dienstencheques

Bron: IDEA Consult

Zoals beschreven in bovenstaande figuur kunnen we drie verschillende soorten terugverdieneffecten onderscheiden: 

Directe terugverdieneffecten zijn effecten die gelinkt zijn aan de eerste doelgroep van het systeem, namelijk dienstenchequewerknemers. De creatie van jobs voor dienstenchequewerknemers maakt het mogelijk om minder uitkeringen te moeten betalen (werkloosheidsuitkeringen, ziv-uitkeringen of leeflonen) en zorgt voor méér inkomsten in de sociale zekerheidsbijdragen en personenbelasting. Ook zullen er minder kosten zijn voor de begeleiding van werklozen. Anderzijds kunnen er ook meer uitgaven zijn voor loonkostverlagende maatregelen.

Indirecte terugverdieneffecten zijn effecten die gelinkt zijn aan de andere doelgroepen van het systeem, namelijk: 

Omkaderingsleden: de creatie van jobs voor omkaderingsleden maakt het eveneens mogelijk om minder begeleidingskosten voor werklozen en uitkeringen te moeten betalen (werkloosheidsuitkeringen, ziv-uitkeringen of leeflonen) en zorgt voor méér inkomsten in de sociale zekerheidsbijdragen en personenbelasting.

Dienstenchequebedrijven: de creatie van nieuwe ondernemingen of uitbreidingen van activiteiten bij bestaande ondernemingen leidt tot een stijging van de inkomsten uit vennootschapsbelasting, alleszins voor belastingplichtige dienstencheque-ondernemingen.

Gebruikers op beroepsactieve leeftijd: door de facilitering van de werk-privé combinatie kan het gebruik van dienstencheques voor gebruikers op beroepsactieve leeftijd leiden tot een hogere participatie op de arbeidsmarkt (meer werkuren in de week). Deze hogere participatie leidt op zijn beurt tot een stijging van de inkomsten uit sociale bijdragen en belastingen.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

6


Gebruikers op oudere leeftijd: voor gebruikers op oudere leeftijd kan het gebruik van dienstencheques leiden tot meer autonomie waardoor deze gebruikers langer in eigen huis kunnen blijven wonen. Dit zal op zijn beurt leiden tot een daling van de kost van rusthuizen voor de overheid.

Terugverdieneffecten van de tweede orde: zijn onbedoelde effecten die voortvloeien uit een ander effect van het systeem (wordt ook gezien als positieve externaliteiten), zoals bvb: 

Verschuiving van huishoudelijke taken via zorgdiensten naar dienstencheques: het gebruik van dienstencheques kan ervoor zorgen dat gebruikers die hiervóór beroep deden op zorgdiensten voor huishoudelijke taken na hun gebruik van dienstencheques hun gebruik van zorgdiensten verminderen. Dit leidt dan ook tot een daling van de kost voor zorgdiensten.

Een verhoogde consumptie: van dienstencheque- en omkaderingswerknemers en gebruikers omwille van hogere lonen, maar ook van dienstenchequebedrijven2 omwille van extra activiteiten. Dit leidt op zijn beurt tot een stijging van de inkomsten uit BTW.

Hoger welzijn van de actieve bevolking door betere werk-privé balans: de betere combinatie werkprivé kan ervoor zorgen dat gebruikers een hoger welzijn ervaren, wat kan leiden tot minder kosten voor de sociale zekerheid, ten gevolge van bvb. een verlaagd ziekteverzuim.

Hoger welzijn en (sociale) bescherming van werknemers in de sector van de huishoudelijke diensten: voor huishoudhulpen kan een job in de sector ook leiden tot een hoger welzijn en sociale bescherming ten opzichte van een job in het informele circuit. Dit leidt echter ook tot een stijging van de kosten voor de sociale zekerheid, ten gevolge van de rechtenopbouw van huishoudhulpen.

Niet alle terugverdieneffecten zijn kwantificeerbaar en ten gunste van de Vlaamse overheid Bovenstaand analysekader is een eerste voorstel van een model voor de berekening van terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem. Dit model baseert zich op ons eerder onderzoek alsook uit modellen voor gelijkaardige systemen in het buitenland (vooral Frankrijk). Een belangrijk deel van de opdracht zal gewijd worden aan de verdere conceptualisering en verfijning van dit model. Hierbij moeten we echter twee belangrijke aandachtspunten meegeven: 

Niet alle terugverdieneffecten zijn kwantificeerbaar: vooral terugverdieneffecten van de tweede orde zijn moeilijk te kwantificeren en dienen voorzichtig berekend te worden. Deze kunnen echter ook kwalitatief besproken worden.

Veel terugverdieneffecten zitten geconcentreerd bij de federale overheid: naast de kwantificering van de terugverdieneffecten dient het onderzoek ook in detail na te gaan of en welke terugverdieneffecten er voor Vlaanderen bestaan. De bijzondere financieringswet en de herverdelingsmechanismen tussen de overheden spelen hierbij een belangrijke rol die verder onderzocht dienen te worden.

Het belang van de drivers voor de vraag naar dienstencheques om de bruto kost van het systeem in kaart te brengen Tot slot is de bruto kost van het systeem - of met andere woorden de kost van de tussenkomst, de fiscale aftrek en de administratieve kost voor het beheer van het systeem - een belangrijke factor voor de netto-kost van het systeem (m.a.w. de bruto kost waarbij rekening wordt gehouden met de terugverdieneffecten). De evolutie van de bruto kost wordt voornamelijk bepaald door de evolutie van het gebruik van dienstencheques. Zoals eerder aangegeven is het aantal gebruikers en het aantal aangekochte cheques continu blijven groeien, ten gevolge van diverse socio-demografische evoluties (veroudering, vrouwelijke participatie op de arbeidsmarkt, enz…). Een belangrijke vraag hierbij is dus eveneens wat de drivers zijn van de consumptie van dienstencheques en hoe het gebruik verder zou kunnen evolueren. Om deze drivers in kaart te brengen zullen we in eerste instantie beroep doen op reeds eerder uitgevoerde bevragingen bij gebruikers, aangevuld met een nieuwe enquête. Deze nieuwe enquête zal – naast de analyse van administratieve gegevens - het mogelijk maken om de drivers van de vraag naar dienstencheques in Vlaanderen diepgaand in kaart te kunnen brengen en verfijnde parameters te identificeren voor het model.

2

In tegenstelling tot andere ondernemingen betalen dienstenchequeondernemingen wel BTW.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

7


3/

Plan van aanpak

In dit hoofdstuk beschrijven we ons plan van aanpak om de onderzoeksvragen te beantwoorden. We onderscheiden zes luiken in het onderzoek: 0. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

3.1

Voorbereidende fase Literatuuronderzoek Conceptualisering van het model Verzameling en analyse van administratieve gegevens Uitvoering en analyse van een enquête bij gebruikers Toepassing van het terugverdieneffect model en analyse van de begunstigde overheid Rapportage en overdracht van het model

Fase 0: Voorbereidende fase

Doel: Van bij de start van het onderzoek zorgen voor eenzelfde begrip van de opdracht. Aanpak: Bij de opstart van het project (kan reeds midden juli 2018) voorzien we een startoverleg waar volgende agendapunten besproken zullen worden:  Kennismaking met het onderzoeksteam;  Scherpstellen van de focus, de onderzoeksvragen en de scope van het onderzoek, op basis van reeds bestaande en gepubliceerde onderzoeken;  Bespreking van het plan van aanpak en de tijdsplanning;  Uitwisseling van relevante documenten en informatie;  Bespreking van aandachtspunten; Resultaat van deze fase: Eenzelfde begrip van de opdracht tussen het onderzoeksteam en opdrachtgever. 1ste stuurgroep (of meeting met opdrachtgever): Ter bespreking van de offerte (midden juli 2018)

3.2

Fase 1: Literatuuronderzoek

Doel: Gebruik maken van bestaand materiaal om te kunnen voortbouwen op wat er reeds beschikbaar is. Aanpak: Zoals hiervóór reeds toegelicht is veel informatie beschikbaar m.b.t. de dienstencheques. We denken onder meer aan volgende onderzoeken:     

De jaarrapporten van WSE m.b.t. de dienstencheques; De jaarlijkse evaluaties van de dienstencheques voor de Federale overheid tot en met 2013; Een VIONA-onderzoek omtrent de dienstencheques uitgevoerd in 2015 door IDEA; Regionale evaluaties van het systeem voor Brussel en Wallonië die lopend zijn of in 2017 werden uitgevoerd door IDEA; Een studie voor Federgon m.b.t de markt van de dienstencheques uitgevoerd door IDEA in 2018.

Daarnaast is ook veel Europese literatuur beschikbaar m.b.t. Personal and Household Services (zie bijlage 2 voor een volledige bibliografie). We zullen gebruik maken van deze literatuur zodat dit onderzoek voortbouwt op wat er reeds beschikbaar is, maar ook als inspiratie voor de verfijning van het model. Specifiek zullen we kijken naar literatuur m.b.t. gelijkaardige systemen in onder meer volgende landen:   

Frankijk: Het CESU-systeem; Finland: Systeem van belastingskrediet voor huishoudhulp; Zweden: Het ROT en RUT-systeem.

We stellen voor om in te zoomen op deze inspirerende praktijken omwille van de omvang van deze systemen (goed geïmplementeerde systemen), de werking van deze systemen (evenals België zijn het triangulaire systemen) en de beschikbaarheid van studies m.b.t. de terugverdieneffecten van deze systemen. Resultaat van deze fase: Up-to-date informatie voor de uitvoering van dit onderzoek.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

8


3.3

Fase 2: Conceptualisering van het model

Doel: Conceptualisering van het model voor terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem. Aanpak: In het inhoudelijk analysekader werd reeds een eerste model voor de berekening van de terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem voorgesteld. Dit model baseert zich op ons eerder onderzoek alsook uit modellen voor gelijkaardige systemen uit het buitenland (vooral Frankrijk). We zullen dit model echter verder verfijnen en zorgen voor het nodige draagvlak. In eerste instantie zullen we dit model zelf kritisch analyseren, op basis van andere bestaande modellen en literatuur. In tweede instantie zullen we een werksessie organiseren met het departement WSE en eventueel andere belanghebbenden. De doelstelling van deze werksessie is om het model in detail voor te stellen en te bespreken zodat de conceptualisering en keuze van parameters voor het model bekrachtigd zijn. Hierbij zal de keuze van welke terugverdieneffecten al dan niet in rekening worden gebracht zeer belangrijk zijn. Hiernaast zullen we onze expert Geert Jennes inschakelen voor een eerste reflectie m.b.t. de begunstigde overheden van de terugverdieneffecten, of met andere woorden, een eerste analyse van welke terugverdieneffecten bij welke overheid terecht komen. Resultaat van deze fase: Een volledig gedragen en goedgekeurd conceptmodel voor terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem. 1ste werksessie met departement WSE: Ter bespreking van ons voorstel van conceptmodel (midden

september 2018)

3.4

Fase 3: Verzameling en analyse van administratieve gegevens

Doel: Verzameling van alle bestaande administratieve gegevens ter invulling van het model voor terugverdieneffecten en analyse van drivers van het gebruik. Aanpak: EĂŠnmaal het conceptueel model klaar is, zullen de nodige administratieve gegevens ter invulling van het terugverdieneffecten-model verzameld worden. Met deze gegevens zullen we ook de evolutie van het gebruik van dienstencheques in kaart brengen. Dit is belangrijk met het oog op de analyse van de drivers van de vraag naar dienstencheques. Meer specifiek zullen onderstaande gegevens opgevraagd worden, minstens voor het jaar 2017:

Tabel 1 : Lijst van te verzamelen administratieve gegevens Type indicatoren Bruto-kost

Dienstenchequewerknemers

Dienstenchequegebruikers

Indicator De totale tussenkomst van de overheid De kost voor de fiscale aftrek De kost voor de administratie van het systeem Het aantal dienstencheque-werknemers

Bron

Het aantal VTE dienstencheque-werknemers

RSZ

De professionele situatie van dienstencheque-werknemers vóór intrede Het aantal dienstenchequewerknemers die een bijkomende bijdrage hebben gekregen van de RVA (bvb. tijdelijke werkloosheid) De familiale situatie van dienstenchequewerknemers Het aantal gebruikers

Departement WSE

Het profiel van de gebruikers Het aantal aangekochte cheques

Departement WSE Departement WSE

RVA-gegevens KBSS

Departement WSE

De intensiteit van gebruik Dienstechequeondernemingen Omkaderingspersoneel Dienstenchequejob

Het aantal actieve ondernemingen per type Het aantal terugbetaalde cheques

Departement WSE

Het aantal betaalde venootschapsbelastingen

Belfirst

Het aantal omkaderingspersoneelsleden

Departement WSE?

Het aantal werkuren per week Loongegevens

RSZ

Het bedrag van structurele verminderingen

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

9


De lijst van benodigde gegevens zal verder aangevuld worden in de loop van de studie, ook in functie van het goedgekeurd terugverdieneffecten-model. Zoals hierboven vermeld zullen een aantal gegevens via departement WSE beschikbaar zijn, terwijl voor bepaalde gegevens andere instanties (RSZ, RVA, KBSS,…) gecontacteerd zullen worden. IDEA beschikt over de nodige contacten binnen deze organisaties. Al deze gegevens zullen hierna gebruikt worden om het model toe te passen maar ook om het systeem in 2017 en de evolutie ervan in kaart te brengen, met specifieke aandacht voor de drivers van het gebruik. Resultaat van deze fase: Verzameling van alle benodigde gegevens voor het model en analyse van de drivers van het gebruik. 2de stuurgroep: Ter bespreking van het goedgekeurd concept van model en vragenlijst voor de enquête bij gebruikers (midden oktober 2018).

3.5

Fase 4: Uitvoering en analyse van de enquête bij gebruikers

Doel: Bijkomende en diepgaande informatie verzamelen met betrekking tot de drivers van het gebruik en de terugverdieneffecten van dienstencheques. Aanpak: De studie uitgevoerd voor Federgon zal ons eerste inzichten verschaffen m.b.t. de drivers en de effecten van het gebruik van dienstencheques. Om diepgaand zicht te krijgen in de drivers van het gebruik van dienstencheques en op de effecten van het gebruik die van belang zijn voor de terugverdieneffecten, stellen we voor om een bijkomende online enquête te organiseren bij een steekproef van representatieve Vlaamse gebruikers van dienstencheques. We stellen voor om voor deze enquête 10.000 Vlaamse dienstenchequegebruikers aan te schrijven, met het oog op een finale steekproef van minstens 2.000 respondenten (responsgraad van 20%). Dit aantal is vereist om statistisch relevante resultaten te verwerven, met een foutenmarge van 2% en betrouwbaarheidsgraad van 95%. Ervaring uit vorig onderzoek leert dat dergelijke responsgraad bij deze doelgroep als realistisch kan beschouwd worden. Bij de opmaak van de steekproef zal rekening worden gehouden met de verdeling van de gebruikers naar leeftijd en provincie. Voor de verspreiding van de enquête willen we gebruik maken van e-mailadressen van de Vlaamse gebruikers ter beschikking van Sodexo. Conform de GDPR-regelgeving zal IDEA Consult deze gegevens enkel gebruiken in het kader van dit onderzoek en deze gegevens op het einde van dit onderzoek vernietigen. We stellen deze enquête voor om in lijn met de onderzoeksvragen en specifiek voor Vlaanderen de nodige evidence bij de gebruikers te verzamelen, en dit bij een effectieve set van gebruikers aangeleverd door SODEXO. In eerste instantie zal een vragenlijst voor de enquête opgemaakt worden en besproken worden met de stuurgroep. Onderstaande tabel geeft een voorbeeld van soort vragen dat we aan gebruikers wensen te stellen. Hierbij vermelden we ook waarom deze vragen belangrijk zijn.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

10


Tabel 2 : Niet exhaustieve lijst van mogelijke vragen voor de gebruikersenquête Type vragen voor gebruikers Motieven voor het gebruik van dienstencheques:  Waarom doet u beroep op hulp voor huishoudelijke taken?  Voor de combinatie werk-privé  Omdat men het huishouden fysiek niet meer aankan  Omdat men het niet kan  Uit comfort  Waarom doet u beroep op dienstencheques voor uw hulp voor huishoudelijke taken in plaats van een ander systeem?  Voor de prijs, het officieel statuut, de betrouwbaarheid van het systeem, de kwaliteit,… Gebruik van andere diensten vóór dienstencheques:  Maakte u gebruik van andere systemen voor huishoudelijke taken vóór het gebruik van dienstencheques?  Voor welke activiteiten gebruikte u deze systemen?  Welke prijs werd door u betaald voor deze diensten?  Hoe is uw gebruik van deze diensten geëvolueerd na het gebruik van dienstencheques: gestopt, gedaald, gelijk gebleven, gestegen?  Hoe kan u deze evolutie verklaren? Gebruik van andere diensten naast dienstencheques  Maakt u gebruik van andere systemen voor huishoudelijke taken naast dienstencheques?  Voor welke activiteiten gebruikt u deze systemen?  Welke prijs wordt door u betaald voor deze diensten? Effect van het gebruik van dienstencheques op de tewerkstelling van gebruikers  Hoeveel uren werkte u of uw partner vóór het gebruik van dienstencheques?  Hoeveel uren werkt u of uw partner nu?  Indien stijging: Heeft het gebruik van dienstencheques een invloed gehad op uw aantal werkuren?  Indien gelijk gebleven: Zou u zonder het gebruik van dienstencheques minder uren zijn gaan werken? Effect van het gebruik van dienstencheques op het langer in eigen huis blijven wonen  Voor oudere gebruikers:  Zou u zonder het gebruik van dienstencheques in een rusthuis zijn gaan wonen?  Indien ja, vanaf welke leeftijd?  Voor niet oudere gebruikers:  Koopt u dienstencheques voor uw ouders aan?  Zouden uw ouders zonder het gebruik van dienstencheques in een rusthuis zijn gaan wonen?  Indien ja, vanaf welke leeftijd?

Nodig voor?  Analyse van drivers voor gebruik

 

de het

Analyse van de drivers voor het gebruik Model van terugverdieneffecten: mogelijke substitutieeffect van dienstencheques Analyse van de drivers voor het gebruik

Model van terugverdieneffecten: effect van dienstencheques op de tewerkstelling van gebruikers

Model van terugverdieneffecten: effect van dienstencheques op het langer in eigen huis blijven wonen voor gebruikers

Deze lijst is echter niet-exhaustief en zal met de opdrachtgever verder besproken en aangevuld worden. Eens de vragenlijst goedgekeurd is, zal de enquête via het CheckMarket-software geprogrammeerd worden (en voorafgaand aan de lancering uitgebreid getest worden). We stellen voor om de enquête in de tweede helft van de maand november te lanceren en twee weken te laten duren. Vervolgens zullen we de resultaten statistisch verwerken, met aandacht voor de representativiteit van de resultaten naar leeftijd en provincie. De verwerking van de antwoorden op gesloten vragen zal gebeuren met behulp van een softwarepakket zoals SAS of STATA. Antwoorden op open vragen zullen systematisch doorgenomen worden en waar mogelijk in categorieën opgedeeld worden. De antwoorden van de enquête zullen worden gekruist op verschillende kenmerken. Afhankelijk van de vraag, denken we onder meer aan volgende relevante kruisingen: 

Subregio’s: provincie, arrondissement, …

Profielkenmerken: leeftijd, familiale situatie, beroepssituatie,..

Deze resultaten zullen in overzichtelijke grafieken en tabellen gepresenteerd en besproken worden. De resultaten worden voorgesteld in een PowerPoint presentatie en worden tijdens een vergadering (midden januari 2019) met de opdrachtgever besproken. Resultaat van deze fase: Diepgaande zicht in de drivers van Vlaamse gebruikers van dienstencheques en verfijnde parameters voor het model van terugverdieneffecten. 3de stuurgroep: Ter bespreking van de resultaten van de enquête (midden januari 2019).

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

11


3.6

Fase 5: Toepassing van het terugverdieneffecten-model en analyse van de bevoegdheden

Doel van deze fase: Berekening van de bruto- en nettokostprijs van de dienstencheques in Vlaanderen voor 2017 en analyse van de begunstigde overheden. Aanpak: Het doel van deze fase is de berekening van de bruto- en nettokostprijs van het dienstenchequesysteem voor 2017, met aandacht voor de directe en indirecte terugverdieneffecten. We zullen hiervoor het goedgekeurd conceptmodel aanvullen met alle verzamelde administratieve data en belangrijke parameters uit de enquête bij gebruikers. We denken onder meer aan volgende cruciale gegevens/parameters: 

De bruto-kost van het systeem: de hoogte van de tussenkomst, de fiscale aftrek en administratieve kost;

Het aantal netto dienstenchequejobs: rekening houdend met een mogelijk substitutie-effect in het aantal jobs;

Het aantal gewerkte uren en loongegevens van dienstenchequewerknemers;

De professionele situatie van dienstenchequewerknemers vóór hun intrede in het systeem;

De bijkomende verkregen uitkeringen door dienstenchequewerknemers;

De verminderingen in sociale bijdragen;

Het aantal omkaderingsleden en dienstenchequeondernemingen;

De impact van het gebruik van dienstencheques op de participatie van gebruikers en het langer in eigen huis blijven wonen;

…

In onderstaande figuur wordt de berekening van de bruto en netto kostprijs van het dienstenchequesysteem weergegeven. In eerste instantie wordt de geraamde netto kostprijs berekend door de brutokostprijs te verminderen met de directe terugverdieneffecten. Vervolgens worden de indirecte terugverdieneffecten in rekening gebracht. De effectieve nettokostprijs wordt vervolgens zo nauwkeurig mogelijk berekend door het in rekening brengen van de indirecte terugverdieneffecten van de tweede orde. Bij de kwantificering van deze indirecte effecten gaat het echter om ramingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van hypothesen en geaggregeerde data. Deze moeten dus zeer voorzichtig geïnterpreteerd worden.

Figuur 4: Bruto- en nettokostprijs van het stelsel van de dienstencheques

Brutokostprijs

✓ Tussenkomst in DCH ✓ Kost van fiscale aftrek ✓ Kost administratie

Directe terugverdieneffecten

✓ Vermindering uitkeringen en begeleidingskost ✓ Meerontvangsten sociale bijdragen ✓ Meerontvangsten personenbelasting

Geraamde netto-kostprijs

Indirecte terugverdieneffecten

✓ Meerontvangsten vennootschapsbelasting ✓ Meerontvangsten in omkaderingspersoneel ✓ Meerontvangsten voor participatie van gebruikers (sociale bijdrage en personenbelasting) ✓ Besparing voor de gemeenschap als ouderen langer thuis blijven

Indirecte terugverdieneffecten 2e orde

Nettokostprijs

✓ Meerontvangsten in BTW ✓ Besparing thuiszorg ✓Besparing sociale zekerheid

Bron: IDEA Consult

Na de berekening van de terugverdieneffecten en netto kost van het systeem, zullen we een stroomanalyse maken van welke overheid (federaal, de gewesten) geniet van welke terugverdieneffecten en een analyse van de instituties hierachter (bv. de rol van de financieringswet, die zorgt voor opbrengsten van de gewesten en gemeenschappen via de personenbelasting). Deze analyse zal uitgevoerd worden in samenwerking met expert Geert Jennes (zie onderzoeksteam).

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

12


De resultaten van het model alsook de reflectie over welke terugverdieneffecten voor Vlaanderen zijn, zal in detail met het departement WSE besproken worden tijdens een tweede werksessie, om alweer draagvlak van de resultaten te garanderen maar ook de overdracht van het model voor te bereiden. Resultaat van deze fase: Berekening van de bruto- en nettokost van de dienstencheques voor Vlaanderen, rekening houdend met de terugverdieneffecten en diepgaande analyse van welke overheid hiervan geniet. 2de werksessie met departement WSE: Ter bespreking van de resultaten van het model en begunstigden

(midden februari 2019).

3.7

Fase 6: Rapportage en overdracht model

Doel: Onderbouwde antwoorden geven op de onderzoeksvragen en overdracht van model. Aanpak Ten slotte zullen in de laatste fase de resultaten uit de voorgaande fases gerapporteerd worden in een duidelijk en overzichtelijk rapport. Dit rapport zal volgende hoofdstukken omvatten: 

Analysekader en methodologie;

Een analyse van de drivers van het gebruik;

De kost van het systeem, rekening houdend met de terugverdieneffecten;

Conclusies en aanbevelingen: met specifieke aandacht voor de kosten, effectiviteit en efficiëntie van het systeem.

Het conceptrapport wordt aan de stuurgroep voorgesteld en besproken. De opmerkingen en suggesties van de stuurgroep zullen in de finale versie van het rapport verwerkt worden. Een belangrijk resultaat van dit onderzoek betreft de opmaak van een model voor de berekening van de terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem voor Vlaanderen. Dit model zal door het onderzoeksteam toegepast worden voor het jaar 2017. Het model zal overgedragen worden aan het departement WSE zodat dit model in de toekomst door de medewerkers van het departement toegepast en ge-actualiseerd kan worden. We vinden het dan ook uitermate belangrijk dat de medewerkers van departement WSE over alle informatie beschikken om het ontwikkelde model op een correcte manier in de toekomst te kunnen gebruiken. Daarom zullen volgende acties ondernomen worden ter ondersteuning van de medewerkers:  

Het onderzoeksteam zal een beknopte handleiding opstellen die duidelijk maakt welke gegevens nodig zijn en op welke manier deze ingevuld dienen te worden om het model in de toekomst te kunnen updaten; Indien er vraag is naar bijkomende ondersteuning, biedt het onderzoeksteam een begeleidingssessie aan (van + 2 uur) om het model nader toe te lichten en specifieke aandachtspunten onder de aandacht te brengen.

Resultaat: Een gestructureerd rapport dat antwoorden biedt op de onderzoeksvragen en warme overdracht van het terugverdieneffect-model. 4de stuurgroep: Bespreking van het concept eindrapport (begin april 2019)

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

13


4/

Tijdsschema en financieel plan

4.1

Tijdschema

Het bestek geeft aan dat de opdracht uiterlijk dient te starten in september 2018 en te zijn afgerond tegen eind september 2019. Gezien de meerwaarde van dit onderzoek voor de huidige beleidsdiscussies en de lopende Spending Review, stellen we echter voor om deze looptijd in te korten en het eindrapport conform het bestek en met de nodige kwaliteitsgarantie op te leveren tegen eind april 2019. Door de timing in te korten kan dit onderzoek nodige input leveren voor de Spending Review oefening en eveneens voor de beleidsvoorbereidingen met het oog op de volgende legislatuur.

Tabel 3: Tijdschema project Fase 0 Voorbereidende fase Kick-of meeting 1 Literatuuronderzoek  Verzamelen en analyseren van bestaande informatie 2 Conceptualisering model  Opmaak conceptmodel

Jul

Aug

Sept

Okt

Nov

Dec

Jan

Febr

Ma

Apr

Mei

 Werksessie  Aanpassing model

   

Verzameling en analyse 3 van administratieve gegevens  Aanvraag gegevens  Analyse gegevens 4 Online enquête  Opstellen vragenlijst

 

 Programmatie en opvolging enquête  Analyse resultaten

 

5 Toepassing model  Invulling model  Analyse begunstigden  Werkessie

 

 Finalisering model 6 Rapportage en overdracht  Concept eindrapport  Finaal eindrapport  Overdracht model

    

: Overlegmoment ; : Rapportage; : werksessie

We voorzien 4 formele overlegmomenten: 

Startvergadering: Met de opdrachtgever (midden juli) om de scope van het onderzoek scherp te stellen en relevante documenten en informatie uit te wisselen.

2de stuurgroepvergadering: Ter bespreking van het goedgekeurd conceptmodel en vragenlijst voor de enquête (midden oktober 2018).

3de stuurgroepvergadering: Ter bespreking van de enquêteresultaten (in de vorm van een powerpoint presentatie) (midden januari 2019).

Slotoverleg: In dit overleg wordt het concept eindrapport gepresenteerd en besproken (begin april 2019). De opmerkingen van de stuurgroep zullen hierna verwerkt worden in het eindrapport. Het eindrapport zal tegen eind april gefinaliseerd worden.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

14


Daarnaast voorzien we 3 werksessies met departement WSE: ď‚„

1ste werksessie (midden september) om ons conceptmodel diepgaand te bespreken.

ď‚„

2de werksessie: ter bespreking van de eerste resultaten van het model (midden februari 2018).

ď‚„

3de werksessie: ter overdracht van het model (begin mei 2019).

Naast de formele contacten met de opdrachtgever die opgenomen zijn in het tijdschema, zal het team ook informeel contact houden met de opdrachtgever via mails of telefonisch.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

15


5/

Valorisatie

Het valorisatieplan voor de voorgestelde studieopdracht bevat verschillende elementen om de onderzoeksresultaten onder de aandacht te brengen van de betrokken stakeholders. Overdracht van model en begeleiding bij de update ervan Een belangrijke resultaat van dit onderzoek betreft de opmaak van een model voor de berekening van de terugverdieneffecten van het dienstenchequesysteem voor Vlaanderen. Dit model zal door het onderzoeksteam toegepast worden voor het jaar 2017. Het model zal echter overgedragen worden aan het departement WSE zodat dit model in de toekomst door de medewerkers van het departement toegepast en ge-update kan worden. We vinden het dan ook uitermate belangrijk dat de medewerkers van departement WSE over alle informatie beschikken om het ontwikkelde model op een correcte manier in de toekomst te kunnen gebruiken. Daarom worden bij wijze van valorisatie de volgende acties ondernomen ter ondersteuning van de medewerkers:  

Het onderzoeksteam zal een beknopte handleiding opstellen die duidelijk maakt welke gegevens nodig zijn en op welk manier deze ingevuld dienen te worden om het model in de toekomst te kunnen updaten; Indien er vraag is naar bijkomende ondersteuning, biedt het onderzoeksteam ook een begeleidingssessie aan (van + 2 uur) om het model nader toe te lichten en specifieke aandachtspunten onder de aandacht te brengen.

Publicatie onderzoeksresultaten De resultaten van het voorgestelde onderzoek zullen gepresenteerd worden in een toegankelijk eindrapport dat na afloop van het onderzoek publiek beschikbaar zal zijn, samen met een Nederlandse en Engelstalige samenvatting die ingaan op de situering, aanpak, conclusies en aanbevelingen van de studie. Op die manier kunnen alle geïnteresseerden de resultaten raadplegen. Via een artikel in Over.Werk (Steunpunt Werk) kunnen de resultaten bovendien onder de aandacht gebracht worden van een breed publiek. De resultaten van het onderzoek kunnen ook worden verspreid via een infographic. Dit brengt verschillende voordelen met zich mee: het biedt geïnteresseerden in één oogopslag (1 pagina) een visuele samenvatting van de voornaamste bevindingen. Net als het eindrapport kan de infographic via verschillende kanalen worden verspreid. Presentaties van de resultaten van het onderzoek Naast de presentatie voor de stuurgroep, voorzien wij ook de mogelijkheid om een aangepaste presentatie te geven op maat van het geïnteresseerd doelpubliek (bvb. beleidsactoren). Een brede discussie over de onderzoeksresultaten en de implicaties van de studie kan ook aan bod komen tijdens het arbeidsmarktcongres van het Steunpunt Werk. Verspreiding onderzoeksresultaten via IDEA-kanalen en sociale media De resultaten van het voorgestelde onderzoek kunnen ook via de kanalen van IDEA Consult zelf worden verspreid (zowel het rapport als een samenvatting ervan). Zodra de resultaten publiek beschikbaar zijn, zullen ze ook gevaloriseerd worden via volgende IDEA-communicatiekanalen:   

De website, waar afgelopen projecten in de kijker worden geplaatst; De nieuwsbrief die binnen het IDEA-netwerk wordt verspreid; De Linked-in pagina van IDEA zodat het rapport ook via de sociale media wordt verspreid.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

16


6/

Voorstelling team en referenties

6.1

Onze troeven voor deze opdracht

Hier geven we aan wat onze meerwaarde is voor deze opdracht. We onderscheiden vijf succesfactoren die we kort toelichten. In paragraaf 6.3 wordt een volledige lijst van referenties opgenomen, die deze expertise bevestigen. 

Erkende expertise m.b.t dienstencheques ;

Europese expertise met betrekking tot ‘Services to Individuals’ ;

Ervaring met kosten-batenmodellen ;

Expertise m.b.t. verdeling van bevoegdheden en de financieringswet ;

Ervaring met grootschalige enquêtes ;

Erkende expertise m.b.t. dienstencheques IDEA Consult heeft van 2005 tot en met 2014 jaarlijks het evaluatieonderzoek van het dienstencheque-systeem voor de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg uitgevoerd. Sinds de regionalisering van het systeem heeft IDEA Consult eveneens het dienstenchequestelsel onderzocht voor Vlaanderen (in 2015), Brussel (voor de j aren 2014 tot en met 2019) en Wallonië (voor 2016). In de evaluaties werd onder meer aandacht besteed aan het werkgelegenheidseffect, de bruto- en netto-kostprijs van de maatregel en de specifieke bepalingen met betrekking tot de arbeidsovereenkomst dienstencheques. Hierdoor heeft het onderzoeksteam een sterke expertise opgebouwd omtrent dit thema in termen van de werking van het systeem in de praktijk, de betrokken actoren, uitdagingen voor de sector en beschikbare gegevensbronnen.     

Evaluatie van het systeem van dienstencheques voor buurtdiensten en –banen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor 2017, 2018 en 2019, Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, 2018-2020. Evaluatie van het systeem van dienstencheques voor buurtdiensten en –banen in het Waals Gewest voor 2016, Forem, 2017. Evaluatie van het systeem van dienstencheques voor buurtdiensten en –banen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor 2014, 2015 en 2016, Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, 2017. Duurzame en rendabele tewerkstelling in het dienstencheque-systeem, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dept Werk en Sociale economie (WSE), 2015. Evaluatie van het systeem van de dienstencheques voor buurtdiensten en –banen 2004-2013, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, 2005-2014.

Europese expertise met betrekking tot ‘Services to Individuals’ Als erkende speler in dit onderzoeksdomein, is IDEA Consult geregeld actief in allerlei publieke debatten omtrent het dienstenchequesysteem (via artikels, studiedagen, enz…). Bovendien kreeg het onderzoeksteam op Europees niveau erkenning voor de aanwezige expertise. We hebben deelgenomen aan een project gefinancierd door de Europese Commissie dat tot doel heeft de beste Europese praktijken rond diensten voor personen te verzamelen. Daarnaast hebben we ook aan meerdere 'European Peer reviews on Household services' meegewerkt en worden we regelmatig als expert uitgenodigd bij reflecties over de implementatie van gelijkaardige systemen in andere Europese landen. Hierdoor heeft het onderzoeksteam kennis van wat er speelt rond Household Services op Europees niveau en welke andere systemen er bestaan. Het onderzoeksteam heeft ook nauwe contacten met allerlei experten in andere landen.     

Expertenopdracht implementatie van dienstencheque-systeem in Rotterdam, Stichting De Verre Bergen, 2017. IMPact project: Verbeteren van de meetsystemen voor publieke ondersteuning voor diensten aan personen, European Commission DG Employment, Social Affairs and Equal Opportunities, 2014-2016. Dienstencheques in België en Frankrijk, Think Tank ‘Pour la Solidarité’, 2012-2013. Learning Exchange between Greece and Latvia on “Service Voucher Systems”, GHK Consulting, 2013. Peer review ‘Dienstencheques’, GHK Consulting, 2008.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

17


Ervaring met kosten-batenmodellen IDEA Consult heeft uitgebreide ervaring met de opmaak van macro-economische kostenmodellen. Zo werd in het kader van de evaluatie van de dienstencheques een kostenmodel opgebouwd dat zowel de directe als de indirecte terugverdieneffecten van de maatregel berekent. In andere projecten werden eveneens modellen opgemaakt, zoals bvb. over de macro-economische effecten van maaltijdcheques, over de kost van werkloosheid of nog over de impact van BTW-verlagingen op de retailsector. Specifiek voor de dienstencheques heeft IDEA Consult in het kader van de federale evaluaties een kostenmodel opgemaakt, dat eveneens de terugverdieneffecten van het systeem berekent. Dit kosten-batenmodel werd recent aangepast in het kader van de Brusselse en Waalse evaluaties om rekening te houden met de regionalisering en de reglementaire wijzigingen.     

360° op de dienstencheques, Federgon, 2018. Kosten-baten analyse van Housing First project in België, Relais Social de Charleroi, 2016. Evaluatie van het systeem van dienstencheques voor buurtdiensten en –banen 2004-2013, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, 2005-2014. Economische impact van maaltijdcheques 2012, ViA, 2013. Waarom investeren in jobs? De kost van werkloosheid, European Federation for services to individuals, 2012.

Expertise m.b.t. verdeling van bevoegdheden en de financieringswet De opdracht heeft ook als doelstelling om na te gaan welke overheid (federaal, de gewesten) geniet van welke terugverdieneffecten en beoogd een analyse van de instituties hierachter (bv. de rol van de financieringswet, die zorgt voor opbrengsten van de gewesten en gemeenschappen via de personenbelasting). IDEA Consult heeft een ruime expertise m.b.t de 6de staatshervorming en verdeling van bevoegdheden. Om deze expertise echter nog te versterken en uit te breiden met kennis m.b.t. de financieringswet zal het onderzoeksteam samenwerken met een expert in overheidsfinanciën, de economie van het federalisme, en regionale economie van Vives, het centrum voor regionale economie van de KU Leuven: Geert Jennes. Relevante referenties van Geert Jennes 

  

Buyst E., Jennes G., Persyn D., Van Hecke A., Reynaerts J. (2012). Het genoom van de geldstroom: een wetenschappelijke ontrafeling van interregionale transfers en hun economische impact. Kalmthout: Pelckmans. Jennes G., Persyn D. (2013). Explaining the distribution of fiscal transfers between Belgian regions: The effect of political representation. Annual meeting of the European Public Choice Society. Zurich, 3-6 April 2013. Jennes G. (2014). Publieke transferten tussen de Belgische gewesten 2007 - 2011. Leuven: KU Leuven VIVES. Jennes G. (2014). Begrotingsgevolgen van de opsplitsing van de Belgische federale overheid over de 3 gewesten (2005-2010). Leuven: KU Leuven VIVES. Jennes G. (2013). De hervorming van de Bijzondere Financieringswet: gevolgen voor het Belgische begrotingsfederalisme. Leuven: KU Leuven VIVES.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

18


Expertise m.b.t. grootschalige enquêtes Een grootschalige enquête laat toe om op een efficiënte wijze, gerichte kwalitatieve en kwantitatieve informatie te verzamelen bij een breed publiek en om representatieve uitspraken te kunnen doen voor een bepaalde doelgroep. Via verschillende projecten heeft IDEA Consult ervaring opgebouwd met grootschalige bevragingen. We denken onder meer aan vorige evaluaties van het dienstenchequesysteem waarbij zowel gebruikers van dienstencheques als dienstenchequewerknemers werden bevraagd, maar ook aan de enquête bij dienstenchequegebruikers op vraag van Federgon (2018) of nog bij dienstenchequewerknemers op vraag van het Sectoraal Vormingsfonds voor dienstenchequewerknemers (2018). Dankzij deze ervaringen heeft het onderzoeksteam een brede expertise wat betreft het opstellen van vragenlijsten, het programmeren en verspreiden van een enquête en de statistische analyse van enquêteresultaten. 

360° op de dienstencheques, Federgon, 2018.

Werkbaar en wendbaar werk in de dienstenchequesector: Enquête rond het welzijn van dienstenchequewerknemers, Vorm DC/Form TS, 2017-2018.

Evaluatie van het systeem van de dienstencheques voor buurtdiensten en –banen 2004-2013, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, 2005-2014.

Opleidingsincentives voor werkenden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dept Werk en Sociale economie (WSE), 2013.

Profiel en imago-onderzoek Uitzendsector 2013, Federgon, 2013 – 2014.

6.2

Onderzoeksteam

Onderstaande tabel geeft een overzicht van het team, alsook de rol en expertise van elke onderzoeker in het onderzoek.

Tabel 4: Voorstelling onderzoeksteam Teamlid

Rol

Expertise  

Daphné Valsamis

Projectleider

 

   Tess Schooreel

Onderzoeker    

Kathy Goffin

Onderzoeker  

Wim Van der Beken

Kwaliteitscontroleur en back-up projectleider

Geert Jennes

Expert

    

Taken in de opdracht

Erkende expertise m.b.t dienstencheques Europese expertise m.b.t ‘Services to Individuals’ Ervaring met kosten-batenmodellen Expertise m.b.t. verdeling van bevoegdheden Ervaring met grootschalige enquêtes

Projectmanagement Data-analyse Enquête Opmaak model Analyse bevoegdheden Rapportage

Erkende expertise m.b.t dienstencheques Europese expertise m.b.t ‘Services to Individuals’ Ervaring met kosten-batenmodellen Ervaring met grootschalige enquêtes

Data-analyse Enquête Opmaak model Rapportage

Erkende expertise m.b.t dienstencheques Europese expertise m.b.t ‘Services to Individuals’ Ervaring met kosten-batenmodellen Ervaring met grootschalige enquêtes

Data-analyse Enquête Opmaak model Rapportage

Erkende expertise m.b.t dienstencheques Europese expertise m.b.t ‘Services to Individuals’ Kwaliteitscontrole Ervaring met kosten-batenmodellen Expertise m.b.t. verdeling van bevoegdheden Expertise m.b.t. verdeling van Analyse bevoegdheden bevoegdheden en de financieringswet

U vindt hieronder een korte beschrijving van de teamleden. In bijlage 3 is een uitgebreid CV van deze teamleden opgenomen met vermelding van hun beroepskwalificaties en hun referenties.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

19


Daphné Valsamis Daphné is sinds januari 2008 tewerkgesteld bij IDEA Consult als senior onderzoeker in het kennisveld ‘Arbeidsmarkt en Sociaal-economisch beleid’. Daphné is ‘Master in Science of Economics’, optie econometrie en arbeidseconomie (ULB). Van 2005 tot 2007 werkte ze als onderzoeker en assistente in de Departement van Toegepaste Economie van de ULB (DULBEA) in de onderzoeksgroep ‘Arbeidsmarkt’ en ‘Sociale Zekerheid’. Hierdoor heeft ze een brede economische kennis opgebouwd, met nadruk op arbeidseconomie. Haar specialisatie bij IDEA Consult ligt in onderzoeken omtrent activerend arbeidsmarktbeleid, waaronder specifiek de evaluatie van het dienstencheque-systeem. Zo is Daphné sinds 2008 projectleider geweest van verschillende evaluatieonderzoeken van het stelsel van de dienstencheques, eerst voor de federale overheid, daarna voor de regionale overheden. Hiernaast is Daphné ook actief in allerlei valorisatieactiviteiten omtrent dit onderzoek, bvb. via artikels rond dit thema in Over.Werk of voor de European Employment Observatory Spring Review 2008; the European Evaluation Society 2014, of nog allerlei studiedagen rond dit thema. Daphné heeft ook een brede expertise op vlak van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden en meer specifiek het opmaak van modellen.

Daphné Valsamis zal in het project fungeren als projectleider in dit project. Tess Schooreel Tess Schooreel is sinds maart 2016 actief als onderzoeker in het kennisveld “Arbeidsmarkt en Socio-Economisch beleid”. Ze is als vrijwillig medewerker ook verbonden aan de onderzoeksgroep Personeel & Organisatie van de KU Leuven (Faculteit Economie & Bedrijfswetenschappen). Tess is ‘Master of Economics’ aan de KULeuven en ‘Master of Arts in European Economic Studies’ aan het Europacollege. Tijdens haar studies deed ze onderzoekservaring op in een aantal projecten rond verschillende arbeidsmarktthema’s zoals onderzoek naar HR maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de werk-familie balans van werknemers. Na haar studies werkte Tess als onderzoeker bij de onderzoeksgroep Personeel & Organisatie van de KULeuven. In 2016 behaalde ze haar doctoraat in de toegepaste economische wetenschappen. Haar onderzoek focust zich op flexibele job-kenmerken en maatregelen met specifieke aandacht voor mogelijke nadelige gevolgen voor de verdere loopbaan en het welzijn van werknemers. Ze heeft een uitgebreide ervaring met de verzameling, bewerking en analyse van grootschalige enquêtes. Vanuit deze expertise werkt Tess binnen haar functie als onderzoeker bij IDEA rond verschillende projecten. Ze maakte bijvoorbeeld deel uit van het onderzoeksteam dat de algemene evaluatie van de instrumenten ter bevordering van diversiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitvoerde. Tess heeft ook een ruime expertise in onderzoek omtrent dienstencheques. Ze is momenteel betrokken bij de evaluatie van het Brusselse stelsel van dienstencheques voor buurtdiensten- en banen en staat mee in voor de studie rond de werkbaarheid binnen het beroep als huishoudhulp in opdracht van het Sectoraal Vormingsfonds Dienstencheques.

Tess Schooreel zal fungeren als onderzoeker in dit project. Kathy Goffin Kathy Goffin werkt sinds januari 2018 bij IDEA Consult als analist binnen het domein regionale ontwikkeling en arbeidsmarkt. Kathy studeerde af als Master Handelsingenieur aan de KULeuven met een major in Marketing en een minor in International business, strategie en innovatie. Ze werkte in het verleden als projectleider bij het marktonderzoeksbureau Kantar TNS, en heeft dus ervaring met het opzetten en analyseren van kwantitatief onderzoek. Binnen IDEA Consult liggen haar interessevelden vooral bij werkbaar werk, loopbaankeuzes en nieuwe business modellen, allen in het licht van de actuele ontwikkelingen rond duurzaamheid, flexibiliteit en digitalisering. Ze is momenteel betrokken bij een studie rond dienstencheques op vraag van Federgon en staat mee in voor de studie rond de werkbaarheid binnen het beroep als huishoudhulp in opdracht van het Sectoraal Vormingsfonds Dienstencheques.

Kathy Goffin zal fungeren als onderzoeker in dit project.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

20


Wim Van der Beken Wim Van der Beken, directeur van IDEA Consult, combineert een economische achtergrond met een uitgebreide kennis van sociaal-economische materies. Hij is licentiaat in de Economische Wetenschappen en Master of Arts in Economics. Tot september 1998 was hij directeur van de VEV-studiedienst en zetelde onder meer in de SERV en het VESOC. Wim Van der Beken heeft een uitgebreide projectervaring met strategische planning en de begeleiding van complexe processen. Hij is zeer vertrouwd met werken voor de Vlaamse overheid. Hij heeft ook specifieke expertise mbt evaluatie-onderzoek van programma’s, instrumenten en projecten. Specifieke referenties relevant voor deze opdracht zijn onder meer verschillende evaluaties van Structuurfondsprogramma’s (Agentschap Ondernemen), van de strategische onderzoekscentra imec, VIB en iMinds, van economische beleidsprogramma’s en instrumenten zoals het Actieplan Ondernemerschap of de Strategische Investerings- en Opleidingssteun. Ook zijn ervaring als projectleider van strategische begeleidingsprojecten voor Toerisme Vlaanderen, VLEVA, de opmaak van beleidsnota’s en andere, biedt duidelijke meerwaarde. Binnen de Vlaamse overheid heeft Wim gewerkt voor de departementen EWI, WSE, CJSM, Ruimte Vlaanderen, Bestuurszaken, Internationaal Vlaanderen, Onderwijs &Vorming, Landbouw & Visserij, evenals voor vele agentschappen en aanverwante organisaties zoals Agentschap Innoveren en Ondernemen, Toerisme Vlaanderen, IWT, VDAB, Syntra, ESF, Waterwegen & Zeekanaal. Hij heeft tevens een ruim inzicht in het ruimere middenveld als ex-lid van SERV, VESOC, de Vlaamse Havencommissie en de Raad van Bestuur van De Lijn.

Wim Van der Beken zal fungeren als kwaliteitscontroleur in dit project. Geert Jennes Geert Jennes is gespecialiseerd in overheidsfinanciën, de economie van het federalisme, en regionale economie in binnen- en buitenland en verricht hierover onderzoek en adviesopdrachten voor het beleid op Vives, het centrum voor regionale economie van de KU Leuven Hij is houder van een doctoraat in de economie van de KU Leuven, waarin hij onderzoek verrichtte naar oorzaken en gevolgen van de geografisch ongelijke verdeling van de federale begroting van België Voordien verwierf hij ervaring als studiemedewerker in de Belgische federale politiek en in het versterken van het begrotingsmanagement van ontwikkelingslanden

Geert Jennes zal fungeren als expert in dit project.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

21


6.3

Referenties

Het team beschikt over volgende expertise noodzakelijk voor de wetenschappelijk verantwoorde uitvoering van dit onderzoek: 

Erkende expertise m.b.t dienstencheques ;

Europese expertise met betrekking tot ‘Services to Individuals’ ;

Ervaring met kosten-batenmodellen ;

Expertise m.b.t. verdeling van bevoegdheden en de financieringswet ;

Ervaring met grootschalige enquêtes ;

Als onderbouwing voor onze expertise hebben we een chronologische selectie van recente projectreferenties gemaakt in lijn met voorliggende offertevraag. Een meer uitgebreide lijst kan op aanvraag ter beschikking worden gesteld, of kan geconsulteerd worden op www.ideaconsult.be.

 Evaluatie dienstencheques buurtbanen en –diensten in Wallonië, Forem, 2017 IDEA Consult voert momenteel een evaluatie uit van het Waalse stelsel van dienstencheques voor buurtdienstenen banen. Het dienstencheque-systeem werd in 2004 opgezet door de Belgische federale overheid en vanaf 2005 onderworpen aan een verplichte jaarlijkse evaluatie. In 2014 werd het systeem van dienstencheques geregionaliseerd waardoor ook de evaluatie van het stelsel onder de bevoegdheid van de regionale entiteiten kwam. In opdracht van de Forem evalueert IDEA Consult het systeem van dienstencheques in Wallonië voor het jaar 2016. De evaluatie maakt gebruik van beschikbare administratieve gegevens en bronnen omtrent de Waalse dienstencheques stelsel. De drie betrokken actoren worden in detail geanalyseerd, met name de gebruikers, de ondernemingen en de werknemers. Op basis van de administratieve gegevens wordt ook de kwaliteit van de tewerkstelling bij dienstenchequewerknemers in kaart gebracht. Zowel de bruto- als de nettokostprijs van het systeem zullen berekend worden voor het stelsel in 2016, met speciale aandacht voor mogelijke indirecte terugverdieneffecten voorvloeiend uit de creatie van omkaderingstewerkstelling, ondernemingswinsten en de verhoogde tewerkstellingsgraad bij gebruikers.

 Evaluatie dienstencheques buurtbanen en –diensten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2017

IDEA Consult voert momenteel een evaluatie uit van het Brusselse stelsel van dienstencheques voor buurtdienstenen banen. Het dienstencheque-systeem werd in 2004 opgezet door de Belgische federale overheid en vanaf 2005 onderworpen aan een verplichte jaarlijkse evaluatie. In 2014 werd het systeem van dienstencheques geregionaliseerd waardoor ook de evaluatie van het stelsel onder de bevoegdheid van de regionale entiteiten kwam. In opdracht van de Brusselse Gewestelijke Overheidsdienst evalueert IDEA Consult het systeem van dienstencheques in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de jaren 2014, 2015 en 2016. De evaluatie maakt gebruik van beschikbare administratieve gegevens en bronnen omtrent het Brusselse dienstencheques stelsel. De drie betrokken actoren worden in detail geanalyseerd, met name de gebruikers, de ondernemingen en de werknemers. Op basis van de administratieve gegevens wordt ook de kwaliteit van de tewerkstelling bij dienstenchequewerknemers in kaart gebracht. Zowel de bruto- als de nettokostprijs van het systeem zullen berekend worden voor het stelsel in 2014, 2015 en 2016, met speciale aandacht voor mogelijke indirecte terugverdieneffecten voorvloeiend uit de creatie van omkaderingstewerkstelling, ondernemingswinsten en de verhoogde tewerkstellingsgraad bij gebruikers. 

Duurzame en rendabele tewerkstelling in het dienstencheque-systeem, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dept Werk en Sociale economie (WSE), 2015

Het dienstencheque-systeem wordt in het kader van de zesde staatshervorming overgeheveld naar de Gewesten. Aangezien Vlaanderen ervoor kiest om het systeem te behouden, moet de leefbaarheid van het systeem voor werknemers en ondernemingen echter worden verzekerd. In het kader van VIONA-onderzoek voor het Departement Werk van de Vlaamse overheid onderzoekt IDEA Consult daarom de situatie bij dienstenchequeondernemingen in Vlaanderen. Daarbij wordt zowel gekeken naar de rentabiliteit van de ondernemingen als de kwaliteit van de tewerkstelling. Specifieke aandacht gaat ook naar de professionalisering van de sector en de impact hiervan op de werknemers en de dienstverlening.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

22


Evaluaties van het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en –banen, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg: 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013

IDEA Consult heeft de voorbije acht jaar de jaarlijkse evaluatie van het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en –banen uitgevoerd op federaal niveau. In deze evaluatie wordt onder meer aandacht besteed aan het werkgelegenheidseffect, de bruto- en netto-kostprijs van de maatregel en de specifieke bepalingen met betrekking tot de arbeidsovereenkomst dienstencheques. IDEA bevraagde hiervoor gebruikers, werknemers en erkende ondernemingen. De laatste evaluatie op federaal niveau heeft betrekking op het jaar 2012, uitgevoerd in 2013. 

Expertenopdracht implementatie van dienstencheque-systeem in Rotterdam, Stichting De Verre Bergen, 2017

Stichting De Verre Bergen (SDVB) deed een verkenning naar de waarde en mogelijkheden van een dienstenchequesysteem in Rotterdam. In het kader hiervan organiseerde SDVB in overleg met de gemeente Rotterdam een expertmeeting over dit onderwerp. Deze bijeenkomst had als doelstelling om leereffecten van het Belgisch dienstencheque-systeem in kaart te brengen en de mogelijkheden die de Dienstencheque biedt voor Rotterdam te evalueren. IDEA Consult werd als expert uitgenodigd op deze meeting en heeft de invoering van de Dienstencheque, de ervaringen, en de behaalde resultaten en maatschappelijke impact in België toegelicht. Ook heeft IDEA Consult SDVB geadviseerd bij te uitwerking van een eigen Dienstencheque-systeem. 

IMPact project: Verbeteren van de meetsystemen voor publieke ondersteuning voor diensten aan personen, Europese Commissie DG Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, 2014

IDEA Consult nam deel aan een IMPact project, gesteund door de Europese Commissie, ter verbetering van de meetsystemen voor publieke ondersteuning voor diensten aan personen. Het project werd uitgevoerd door een Europees consortium geleid door EFSI, de Europese Federatie voor Diensten aan Personen. Het IMPact project had als doel een gemeenschappelijke en bevattelijke toolkit te ontwerpen om de Europese lidstaten te ondersteunen bij het meten en opvolgen van de tewerkstellings-en budgettaire effecten van publieke systemen voor diensten aan personen. Op de lange termijn zal het project bijdragen om het beslissingsproces in de lidstaten omtrent de efficiëntie van deze systemen te vereenvoudigen. Door macro-economische tools en een concrete methodologie te ontwerpen, kunnen publieke autoriteiten hun huidige beleid beter beoordelen of nieuwe beleidsmaatregelen ontwikkelen waarbij telkens kan worden ingeschat wat het effect is op jobcreatie, het benodigde niveau van publieke investeringen en de overgang van de informele naar formele economie. Het project werd uitgevoerd voor een set van landen waar reeds maatregelen werden genomen in de sfeer van diensteverlening aan personen (België, Frankrijk en Zweden) of landen waar het opzetten van zulke activiteiten momenteel wordt bediscussieerd (Tsjechië, Nederland, Spanje en Italië). De resultaten van het project en de ontwikkelde toolkit werden publiek gemaakt via een online publicatie, gerichte online verspreiding en een pan-Europese conferentie in Brussel in 2016. 

Het dienstenchequesysteem in België en Frankrijk - landen cases, Think Tank “Pour la solidarité”, 2012-2013

Op vraag van de Think Tank Pour la Solidarité analyseerde IDEA Consult de systemen die door de overheid zijn opgezet in de sector van diensten aan personen in België en Frankrijk in het kader van een ruimere analyse voor het Britse Ministerie van Financiën. In België heeft deze analyse betrekking op het systeem van de dienstencheques, terwijl in Frankrijk het gebruik van cheques in een ruimere context van ondersteuning aan de sector wordt bestudeerd. Beide worden met elkaar afgewogen op hun initieel opzet, de resultaten en de kostprijs. 

Learning Exchange between Greece and Latvia on “Service Voucher Systems”, GHK Consulting, 2013

In het kader van het programma voor wederzijds leren van de Europese Commissie, DG Werkgelegenheid, werd IDEA Consult als expert dienstencheques aangesproken om de leeruitwisseling over voucher-systemen tussen Letland en Griekenland bij te wonen. Naar aanleiding van de bijeenkomst werd een paper geschreven over de evoluties binnen het dienstencheque-systeem en de situatie in 2012 met aandacht voor de impact van het systeem, de succesfactoren en de aandachtspunten voor de toekomst. De opgestelde fiche van dienstencheque-systeem werd vervolgens ook opgenomen in de databank van goede praktijken van het mutual learning programme.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

23


Leeruitwisseling Dienstencheques, GHK Consulting, 2013

In het kader van het mutual learning programme van de Europese Commissie, DG Employment, werd IDEA Consult als expert aangesproken om de leeruitwisseling over voucher-systemen tussen Letland en Griekenland bij te wonen als expert in het dienstencheque-systeem. Naar aanleiding van de bijeenkomst werd een paper geschreven over de evoluties binnen het dienstencheque-systeem en de situatie in 2012 met aandacht voor de impact van het systeem, de succesfactoren en de aandachtspunten voor de toekomst. De opgestelde fiche van dienstenchequesysteem werd vervolgens ook opgenomen in de databank van goede praktijken van het mutual learning programme. 

360°-zicht op de dienstencheques, Federgon, November 2017 - Juni 2018

Op vraag van Federgon wordt in dit project de markt van dienstencheques nader onderzocht. Het doel is om zowel de vraagzijde (gebruikers) als de aanbodzijde (ondernemingen) van de Belgische markt in kaart te brengen. De studie bevat verder een internationale analyse met aandacht voor Europese best practices inzake ‘services to individuals’. De studie onderzoekt de sensitiviteit van (potentiële) gebruikers ten aanzien van verschillende parameters van het dienstencheque-systeem zoals de prijs van de cheques en de aangeboden activiteiten. Bovendien wordt gekeken naar de evolutie en de onderliggende factoren van de rendabiliteit van dienstenchequeondernemingen. Hierbij worden leereffecten meegenomen van specifieke ‘services to individuals’ uit andere Europese landen. De resultaten van het project zullen inzichten verschaffen aan leden, beleidsmakers en stakeholders in de sector van dienstencheques.

 Kosten-baten analyse van Housing First project in België, Relais Social de Charleroi, 2016 Deze studie evalueert de kosten en baten vanuit maatschappelijk en economisch standpunt van het Housing First programma rond dakloosheid dat sinds 2013 loopt in vijf Belgische steden. De studie heeft zoveel mogelijk macroeconomische kosten en baten van het project bijeengebracht en dit afgezet tegen het kosten-baten plaatje van traditionele systemen van opvang voor thuislozen. Meerbepaald geeft de studie antwoord op de volgende onderzoeksvragen:    

Wat is kosten-baten overzicht van het Housing First project in België? Hoe verhoudt dit kosten-baten verhaal zich tot de andere systemen van opvang voor thuislozen? Onder welke voorwaarden kan dit ssysteem een interessante beleidspiste worden?

Waarom investeren in jobs? De kost van werkloosheid, European Federation for services to individuals, 2012

Op vraag van de Europese Federatie voor diensten aan individuen (EFSI), voert IDEA Consult momenteel een macro-economische studie uit omtrent de kost van de werkloosheid in zes EU-lidstaten: België, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Zweden en het Verenigd-Koninkrijk. Op basis van een kort overzicht van de verschillende uitgaven die verband houden met werkloosheid, werd een model uitgewerkt om de directe en indirecte kosten voor de overheidsfinanciën van een gemiddelde werkzoekende individu in te schatten. De geïdentificeerde uitgaven die verband houden met de werkloosheid worden voor ieder geselecteerde EU-lidstaat schematisch beschreven. Ten slotte worden de kosten van de werkloosheid in de betrokken landen berekend en met elkaar vergeleken. 

Economische impact van maaltijdcheques 2012, ViA, juli 2013 - oktober 2013, Budget: € 25.300

IDEA Consult onderzocht op vraag van ViA, de federatie van uitgiftebedrijven in België, de macro-economische impact van maaltijdcheques voor de Belgische economie in 2012. Daarbij werden de theoretische effecten van het gebruik van cheques in kaart gebracht en het verschil in werkgelegenheid en toegevoegde waarde berekend tussen een situatie met maaltijdcheques of met een contante vergoeding. Op basis van de literatuur werden de verschillende theoretische effecten van cheques in kaart gebracht in vergelijking met het gebruik van een contante vergoeding. Hierbij werd aandacht gegeven aan de effecten op de verschillende betrokken partijen: werkgevers, werknemers, aangesloten en niet-aangesloten handelaars en de Belgische economie. Vervolgens werden op basis van de input-output tabellen van het Federaal planbureau de economische impact van cheques berekend voor de totale markt in België. Dit werd gedaan aan de hand van verschillende scenario's die werden vergeleken met een situatie waarbij de werknemer de waarde van zijn cheques gewoon als additioneel onbelast loon zou ontvangen. Uit het onderzoek blijkt dat het gebruik van maaltijdcheques naar schatting €179 miljoen meer genereren aan toegevoegde waarde en ongeveer 8.290 bijkomende banen opleveren vergeleken met een gelijkwaardige uitbetaling van de cheques als netto onbelast loon. De oorzaak van deze meerwaarde bij het gebruik van cheques ligt voornamelijk in de gedragsveranderingen die cheque teweegbrengen door een ander

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

24


spaargedrag en door de concentratie van de bestedingen met cheques in sectoren die zorgen voor de creatie van meer lokale productie, meer toegevoegde waarde en die arbeidsintensiever (bvb. de voedingsindustrie). 

Werkbaar en wendbaar werk in de dienstenchequessector: Enquête rond het welzijn van dienstenchequewerknemers, Vorm DC/Form TS, 2017-2018

Dit project is gericht op het onderzoek naar welzijn bij dienstenchequewerknemers onder PC 322.01 in opdracht van het Sectoraal Vormingsfonds Dienstencheques. De beoogde studie bestaat uit het verwezenlijken van een enquête over de psychologische, medische en fysieke beperkingen van een dienstencheque-job en de pragmatische antwoorden die daarop kunnen gegeven worden. De opdracht omvat drie specifieke doelstellingen:   

Het opstellen van een inventaris van de moeilijkheden die specifiek zijn voor het beroep, zowel de fysieke, medische als psychologische; Nadenken over de gevolgen van de zeer grote flexibiliteit van de sector op de situatie van de werknemers op lange termijn (o.a. wat hun pensioenrechten betreft); Het voorstellen van pragmatische oplossingen voor de aangehaalde problemen, die gemakkelijk kunnen worden overgenomen door de bedrijven van de sector.

Opleidingsincentives voor werkenden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dept Werk en Sociale economie (WSE), 2013

In het kader van een VIONA-onderzoek voor het Departement Werk en Sociale Economie van de Vlaamse overheid analyseerde IDEA Consult het volledige instrumentarium aan maatregelen die erop gericht zijn de opleidingsdeelname van werkenden te verhogen. Op de Vlaamse arbeidsmarkt zijn diverse maatregelen beschikbaar om de participatie aan opleiding van werkenden te stimuleren. Daarbij gaat het zowel om rechtstreekse financiering voor de werkende als onrechtstreekse financiering via de werkgever. Eerdere inventarisaties van opleidingsincentives toonden dat deze maatregelen zeer versnipperd zijn. Deze studie focust op de vraagzijde van de opleidingsmarkt door 13 maatregelen voor werkenden en werkgevers in kaart te brengen. Het onderzoek geeft aan in welke mate verschillende groepen worden bereikt met het beleid in zijn huidige vorm. Bovendien gaat de studie verder dan het louter inventariseren van de opleidingsincentives en hun modaliteiten: ze brengt eerder geïdentificeerde sterktes en zwaktes van de maatregelen in kaart, net als de hiaten en overlappingen in het Vlaamse opleidingsbeleid. Op basis van de resultaten geven de onderzoekers aanbevelingen over de pistes waarop het toekomstig opleidingsbeleid kan inzetten. 

Profiel en imago-onderzoek Uitzendsector 2013, Federgon, 2013 - 2014

Het doel van deze studie was het updaten van de profielanalyse, uitgevoerd in 2011van uitzendkrachten. Naast de profiel- en tewerkstellingskenmerken van de uitzendkrachten werd aandacht besteed aan het professioneel verleden van uitzendkrachten, hun imago en tevredenheid over uitzendarbeid, hun motieven om als uitzendkracht te werken en hun professionele ambities. Op basis van de resultaten van de profielanalyse, wordt bovendien een clustering gemaakt van de uitzendkrachten volgens hun kenmerken en motieven om uitzendarbeid te verrichten. Diverse groepen van uitzendkrachten worden geïdentificeerd. Tot slot wordt in deze studie ook aandacht besteedt aan de profiel- en tewerkstellingskenmerken, het imago en tevredenheid van uitzendkrachten per uitzendbureau.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

25


Bijlage 1/

De werking van de dienstencheques in de praktijk

In de praktijk kunnen particulieren volgende huishoudelijke taken met dienstencheques betalen: 

Prestaties uitgevoerd in de woning van de gebruiker: schoonmaken van de woning (met inbegrip van ramen wassen), wassen en strijken, occasioneel naaiwerk, maaltijden bereiden;

Activiteiten uitgevoerd buiten de woning van de gebruiker: boodschappen doen voor een gebruiker om in zijn dagelijkse behoeften te voorzien, begeleiding bij het vervoer van personen met een beperkte mobiliteit, strijken (met inbegrip van verstelwerk van het te strijken wasgoed).

Zoals beschreven in onderstaande figuur worden de huishoudelijke taken in het kader van het dienstenchequessysteem uitgevoerd door een dienstenchequewerknemer binnen het kader van een arbeidsovereenkomst met een dienstenchequeonderneming. Per gewerkt uur ontvangt de werknemer een dienstencheque van de gebruiker die bij de onderneming wordt ingeleverd. Een gebruiker kan 500 dienstencheques per kalenderjaar bestellen, de eerste 400 tegen € 9 en de laatste 100 tegen € 10. De betaalde bedragen geven recht op een (geplafonneerde) belastingvermindering voor de eerste 150 aangekochte cheques. Voor dienstencheques die sinds 1 juni 2017 worden uitgegeven, worden € 22,69 terugbetaald aan de bedrijven, naar aanleiding van de indexering van de terugbetaling.

Figuur 5: De werking van het dienstencheque-systeem in de praktijk

Bron: IDEA Consult

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

26


Bijlage 2/

Bibliographie

Farvaque N. (2013), “Developing Personal and Household Services in the EU. A Focus on Housework Activities”.

Garner, H. et Leuthereau-Morel, N. (2014), « Gouvernance et organisation des services à la personne en Europe ».

Jean-François LEBRUN et Alain FOURNA (2016), « La politique de soutien aux services à la personne ».

Farvaque N. (2015), “Thematic review on personal and household services”.

EFSI (2016), “Impact: PHS policies - Implementation and monitoring guide”

De Rous T. en Boef R. (2016), Laaggeschoolden in België en Vlaanderen, voor het Department Werk en Sociale Economie van de Vlaamse Overheid.

European Commission (2015), EEPO Thematic review on personal and household services, Synthesis written by Nicolas Farvaque, Orseu.

European Federation for Services to Individual (April 2018), “PHS industry Monitor”.

De Tijd (2 oktober 2017). Eén op vijf dertigers loopt tegen burn-out aan. Beschikbaar via https://www.tijd.be/tablet/newspaper-vooraan/Een-op-de-vijf-dertigers-loopt-tegen-burn-outaan/9938442

Vercruyssen, A. & Van de Putte, B. (2010). Balansoefeningen tussen werk en gezin: de gevolgen van workfamily conflict voor het welbevinden van werkende moeders in Vlaanderen

IDEA Consult (2017), Evaluatie van het dienstencheque-systeem in Wallonië, Forem.

IDEA Consult (2017), Evaluatie van dienstencheque-systeem in Brussel, Brusselse Ministerie van Werk.

IDEA Consult (2015), Het dienstenchequesysteem onder de loep genomen, VIONA-onderzoek.

IDEA Consult (2013), Evaluatie van het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en -banen, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

IDEA Consult (2012). Evaluatie van het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en -banen, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

IDEA Consult (2011). Evaluatie van het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en -banen, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

IDEA Consult (2010). Evaluatie van het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en -banen, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

J. Lebrun & A. Fourna (2016), « La politique de soutien aux services à la personne ».

Van Dooren, G., Struyven, L. & Cooman, S. (2014). National report on the labour market position of vulnerable groups in Belgium. Leuven: University of Leuven.

European Commission (2016), European Platform tackling undeclared work, Member States Factsheets and Synthesis Report.

IDEA Consult (2018), Werkbaar en wendbaar werk in de dienstenchequesector, voor Vorm DC.

Studie Solidaris (2016), Maison de repos : à quel prix ?

Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (2013), Financiering van de thuiszorg: het perspectief van de voorzieningen.

European Federation for Services to Individual, “PHS industry Monitor”, April 2018.

BECKER_ A theory of the allocation of time_EJ 1965.pdf. (n.d.).

Caisse d’Epargne. (2006). Services à la personne: modes de vie, modes d’emploi.

EC. (2012). Commission Staff Working Document on exploiting the employment potential of the personal and household sevices. European Commission, 95(2012), 1–15. https://doi.org/SWD(2013) 527

European Commission. (2015). Thematic review on personal and household services, (July).

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

27


Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2017). Rapport Werkbaar werk in banken en verzekeringen, 1–33.

Laasman, J.-M., Maron, L., Van den Heede, A., Van Duynslaeger, M., Vervoort, K., & Vrancken, J. (2016). Maison de repos : à quel prix?

Pacolet, J. (2015). Financiering Van De Residentiële Ouderenzorg :

Pacolet, J., De Coninck, A., & De Wispelaere, F. (2013). Financiering van de thuiszorg: het perspectief van de voorzieningen, (November).

Pacolet, J., De Wispelaere, F., & De Coninck, A. (2011a). De dienstencheque in Vlaanderen . Tot uw dienst of ten dienste van de zorg ?, (April), 1–367.

Pacolet, J., Vanormelingen, J., & De Coninck, A. (2014). Tempus Fugit – Een aggiornamento van toekomstverkenningen voor de zorgberoepen in de Vlaamse Gemeenschap. OVER-WERK Tijdschrift van Het Steunpunt WSE, 4, 98–107.

Studiedienst, V. (2013). Kansengroepen in Kaart.

Subsidiëring van de thuiszorg. (2007), (1).

The European commission. (2013). Developing personal and household services in the EU, (January), 0–68.

Ugent, S. T. D. R., & Boey, R. (n.d.). Laaggeschoolden in België en Vlaanderen.

Departement WSE (2016). Evaluatie van het Vlaamse stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en -banen, jaarrapport.

Williams, C. C., Bejakovich, P., Mikulic, D., Franic, J., Kedir, A. M., & Horodnic, I. A. (2017). An evaluation of the scale of undeclared work in the European Union and its structural determinants: estimates using the labour input method.

Wyman O. Services à la personne - Bilan économique et enjeu de croissance, 2012.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

28


Bijlage 3/

CV’s van het onderzoeksteam

Daphné Valsamis Personalia Naam

Daphné Valsamis IDEA Consult Kunstlaan 1-2, bus 16 1210 Brussel t: ++32 2 282 17 81 f: ++32 2 282 17 15 daphne.valsamis@ideaconsult.be www.ideaconsult.be

Geboortedatum en -plaats

30 Oktober, 1983; Brussel (België)

Nationaliteit

Grieks

Opleiding Instelling

Université Libre de Bruxelles, België

Datum:

2005-2007

Diploma

Master of Science in Economics

Graad

Onderscheiding

Thesis

Inter-industry wage differentials in Belgium, the Czech Republic, Norway and Spain

Instelling

Université Libre de Bruxelles, België

Datum:

2001-2005

Diploma

Licenciaat in Economische Wetenschappen

Graad

Grote onderscheiding

Thesis

De relatie tussen collectieve onderhandelingen en macroeconomische resultaten in geïndustrialiseerde landen

Beroepservaring Datum

Juni 2014 – …

Plaats

IDEA Consult

Functie

Manager en expert

Omschrijving

Manager en expert arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid

Datum

Juni 2011 – Juni 2014

Plaats

IDEA Consult

Functie

Senior Researcher/Teamleader

Omschrijving

Onderzoek en evaluatie in het domein van de arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

29


Datum

Januari 2008 – Juni 2011

Plaats

IDEA Consult

Functie

Researcher

Omschrijving

Onderzoek en evaluatie in het domein van de arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid

Datum

Oktober 2005 – December 2007

Plaats

Université Libre de Bruxelles (ULB) F.D. Rooseveltlaan 50, 1050 Brussel

Functie

Onderzoeker en assistente in de Departement van Toegepaste Economie, ULB (DULBEA)

Omschrijving

Onderzoeker bij Professor R. Plasman and Professor F. Rycx rond de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid

Talenkennis Spreken

Lezen

Schrijven

Frans

5

5

5

Nederlands

4

4

4

Engels

4

4

4

Grieks

3

3

3

Duits

1

2

1

5=moedertaal

4=vloeiend

3=werktaal

2=conversatie

1=noties

Computerkennis   

Statistische software: STATA, SAS, E-views, Limdep, Matlab Microsoft Office toepassingen Online surveytools

Opleidingen      

Opstellen van vragenlijsten voor enquêtes, Inge Pasteels (UA), Mei 2012. Intensieve training Engels, Lerian-Nti Languages, december 2010-januari 2011. Cursus presentatietechnieken ‘Deliver presentations with impact’, Inter-ActiveMinds, Oktober 2010. Cursus timemanagement ‘Meer dingen gedaan krijgen met minder tijd en stress’, Leuven.Inc, Juli 2010. Cursus Project Management – Coaching vaardigheden, UAMS, Juni 2010. Cursus business writing ‘Schrijf effectieve en krachtige (Engelse) documenten’, Leuven.Inc, September 2009.

Lopende Projectreferenties     

360° zicht op de dienstencheques, Federgon, 2018 Activering van leefloongerechtigden via tijdelijke werkervaring, Viona, 2017-2018 Evaluatie ESF Brussel 2014-2012, Actiris, 2017 - 2020 Evaluatie van het dienstencheque-systeem in Brussel, Brusselse Ministerie van Werk, 2018 Evaluatie van de Brusselse Jeugdgarantie, Actiris, december 2015 – maart 2018

5 Relevante referenties   

Evaluatie van het dienstencheque-systeem in Wallonië, Forem, 2017 Werkbaar en wendbaar werk in de dienstenchequessector: Enquête rond het welzijn van dienstenchequewerknemers, Vorm DC/Form TS, 2017-2018 Duurzame en rendabele tewerkstelling in het dienstencheque-systeem, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dept Werk en Sociale economie (WSE), januari 2015 - juni 2015

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

30


  

IMPact project: Verbeteren van de meetsystemen voor publieke ondersteuning voor diensten aan personen, European Commission DG Employment, Social Affairs and Equal Opportunities, maart 2014 – december 2015 Evaluatie van het stelsel van de dienstencheques voor buurtdiensten en -banen, Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, 2008-2013 Dienstencheques in België en Frankrijk, Think Tank ‘Pour la Solidarité’, 2012-2013.

Publicaties                   

Valsamis, D., De Coen, A. en Gerard M. (2015), ‘Dienstencheque-ondernemingen onder de loep genomen. Over.werk 4/2015. Valsamis, D., De Coen, A. en Gerard M. (2015), ‘De Vlaamse PWA’s in kaart gebracht. Lokale vraag en aanbod complementair aan de reguliere arbeidsmarkt’. Over.werk 4/2015. Valsamis, D. en Gerard M. (2015), ‘Arbeidstekorten op de Europese arbeidsmarkt’ Over.werk 3/2015. Valsamis, D. en De Coen, A. (2015), ‘Loopbaan- en diversiteitsplannen: naar een evolutie in plaats van een revolutie van het systeem’. Over.werk 1/2015. Valsamis, D. en De Coen, A. (2013), ‘EVC-beleid vanuit bedrijfsperspectief: Hoe wordt omgegaan met ervaring bij Vlaamse ondernemingen?’, Over.Werk 2/2014. Valsamis, D. en De Coen, A. (2013), ‘Hoe de Vlaamse aanmoedigingspremie werknemers stimuleert om opleiding te volgen tijdens het onderbreken van hun loopbaan’, Over.Werk 3/2013. Valsamis, D. en Vandeweghe B. (2013), ‘De praktijk van outplacement in kaart gebracht’. Over.Werk 1/2013. Valsamis, D. en Vandeweghe B. (2012), ‘Wachten tot de witte raaf aan de deur komt kloppen? Een analyse van het instroom- en retentiebeleid bij bedrijven’. Over.Werk 3/2012. Valsamis, D., Vandeweghe B. en Van der Beken, W. (2012), ‘Succesfactoren en hinderpalen om langer aan de slag te blijven’. Over.Werk 1/2012. Valsamis, D., en Gerard M. (2012), ‘De dienstencheques: een succesvol maar kostelijk verhaal?’. Over.Werk 1/2012. Valsamis, D., Knotter S., Van Hoed M & Vanhoren, I. (2011), ‘Toenemende regionale verschillen op de Vlaamse arbeidsmarkt’. Over.Werk 4/2011. Valsamis, D., Valentijn, B., Gerard, M. & Van der Beken, W. (2011), ‘Bijkomende tewerkstelling door exrtalegale voordelen zoals maaltijdcheques en ecocheques’. Over.Werk 2/2011. Valsamis, D. & Vanhoren, I. (2010), ‘Arbeidsmarkt- en competentieprognoses in Vlaanderen. Methoden en instrumenten in ontwikkeling’. Over.Werk 1/2010. Valsamis, D. & Van Pelt, A. (2010), ‘Uitzendarbeid: opstap naar duurzaam werk, ook voor kansengroepen?’ - Over.Werk 2/2010. Valsamis, D. & Van den Broeck, K (2010), ‘De perceptie van jongeren op de arbeidsmarkt en de rol van uitzendarbeid’ - Over.Werk 2/2010. Valsamis D. en Peeters A. (2009), ‘Dienstencheque-systeem: grens van honderdduizend jobs overschreden’, Over.Werk, Nieuwsbrief van het Steunpunt WSE, nr 3-4, December 2009. Devisscher S. en Valsamis D. (2008), ‘Is meer ook beter? Een overzicht van de gevolgen van het nieuwe systeem voor de begeleiding en controle van werklozen’, Over.Werk, Nieuwsbrief van het Steunpunt WSE, nr 3-4, December 2008. Rycx, F., Tojerow, I. and Valsamis, D. (2008), ‘Wage differentials across sectors in Europe: an east-west comparison’, ETUI-REHS RESEARCH Department, WP 2008.05. Magda, M., Rycx, F., Tojerow, I. and Valsamis, D. (2008), ‘Wage Differentials across Sectors in Europe: An East-West Comparison’, IZA DP No. 3830.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

31


Tess Schooreel Personalia Naam

Tess Schooreel IDEA Consult Kunstlaan 1-2, bus 16 1210 Brussel t: ++32 2 282 17 73 f: ++32 2 282 17 15 tess.schooreel@ideaconsult.be www.ideaconsult.be

Geboortedatum en -plaats

1 december, 1988; Brugge (België)

Nationaliteit

Belg

Opleiding Instelling Datum: Diploma Thesis

KU Leuven en UHasselt, België 2011-2016 Doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen Essays on dual-earner employees managing work and family and the effects on well-being

Instelling Datum: Diploma Graad Thesis

Europacollege (campus Brugge), België 2010-2011 Master of Arts in European Economic Studies Onderscheiding The use of work life policies in Europe: A case study of part-time employment utilization in Germany

Instelling Datum: Diploma Graad Thesis

KU Leuven, België 2006-2010 Master of Economics Grote onderscheiding The determinants of success at the K.U.Leuven: the role of social, secondary education and immigrant variables

Beroepservaring Datum Plaats Functie Omschrijving

1 maart 2016 – … IDEA Consult Researcher Onderzoek in het domein van de arbeidsmarkt en sociaaleconomisch beleid

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

32


Datum Plaats Functie Omschrijving

1 oktober 2011 – 31 januari 2016 KU Leuven Doctoraal onderzoeker Verzamelen van kwantitatieve en kwalitatieve data Data verwerking en analyse Ontwikkelen, uitvoeren en presenteren van onderzoeksprojecten Schrijven van wetenschappelijke artikels en rapporten Begeleiden van thesissen rond arbeidsmarktthema’s

Datum Plaats

19 juli 2010 – 25 augustus 2010 KU Leuven – Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen Naamsestraat 69, 3000 Leuven Data analist bij de Onderzoeksgroep Personeel en Organisatie HR data verwerking en analyse (salarissenenquête Vacature)

Functie Omschrijving Datum Plaats

3 augustus 2009 – 21 augustus 2009 KU Leuven – Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen Naamsestraat 69, 3000 Leuven Data analist bij de Onderzoeksgroep Econometrie Data verwerking en analyse rond educationele transities

Functie Omschrijving Talenkennis Spreken

Lezen

Schrijven

Nederlands

5

5

5

Engels

4

4

4

Frans

2

3

2

Spaans

2

3

2

5=moedertaal

4=vloeiend

3=werktaal

2=conversatie

1=noties

Computerkennis   

Statistische software: SPSS, MPlus, SAS, STATA Microsoft Office toepassingen Online surveytools: Qualtrics

Lopende Projectreferenties   

360° zicht op de dienstencheques, Federgon, 2018 Evaluatie van het dienstencheque-systeem in Brussel, Brusselse Ministerie van Werk, 2018 Werkbaar en wendbaar werk in de dienstenchequessector: Enquête rond het dienstenchequewerknemers, Vorm DC/Form TS, 2017-2018

welzijn

van

5 Relevante referenties    

Evaluatie van het dienstencheque-systeem in Brussel, Brusselse Ministerie van Werk, 2017 Algemene evaluatie van de instrumenten ter bevordering van diversiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brusselse gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, 2016. Specifieke opdrachten in het kader van de evaluatie van de uitvoering van de onderzoeksopdracht van de Antwerp Management School (AMS), Departement EWI van de Vlaamse Overheid, 2016. Evaluatie van de strategische onderzoekscentra (SOCs) imec, VIB en iMinds, Departement EWI van de Vlaamse Overheid, 2016.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

33


Publicaties Doctoraal proefschrift 

Schooreel, T. (2016). Essays on dual-earner employees managing work and family and the effects on wellbeing. KU Leuven

Artikels in internationale peer reviewed journals  

Schooreel, T. (2016). Use of family-friendly work Arrangements and work-family conflict: Crossover effects in dual-earner couples. Journal of Occupational Health Psychology, 21 (1), 119-119. Schooreel, T., Shockley, K., M., Verbruggen, M. (2016). What if people’s private life constrained their career decisions? Examining the relationship between home-to-career interference and career satisfaction. Career Development International, 22 (2), 124-141.

Artikels in andere tijdschriften   

De Coen A., Schooreel T., Valsamis D., Hendrickx F., De Groof S., Sels L. (2016). Wat als … je niet alleen geld maar ook tijd kon sparen? Een inschatting van de haalbaarheid van een systeem van loopbaansparen in de Belgische context. Over.werk. Tijdschrift van het Steunpunt WSE, vol. 2/2016, pp. 53 - 58. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2015). What’s in a name : Family-friendly work arrangements. ECONnect, 3 (3), 34-35. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2014). Werk-privé balans : een toenemende nood bij mannen en vrouwen. Focus op vaders en werk, Gezinsbond.

Actieve deelname aan conferenties

      

Schooreel, T., Verbruggen, M. (2015). What if your private life has influenced your career decisions? Consequences for later career success. Paper presented in the symposium ‘The complexity of career decisions: Theoretical perspectives and empirical insights’ at Congress of European Association of Work and Organizational Psychology, Oslo (Norway), 20-23 May 2015. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2015). Not too many and a bit of both: Setting goals and well-being in the work and non-work context. Paper presented at EAWOP Small Group Meeting, Vienna (Austria), 16-18 September 2015. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2014). The use of work-life practices and work-life conflict: unraveling the cross-over effects. Paper presented at Work and Family Researchers Network Conference, New York (USA), 19-21 June 2014. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2014). The use of work-life practices and work-life conflict: a dual-earner couples perspective. Paper presented at Annual Meeting of the Academy of Management, Philadelphia (USA), 1-5 August 2014. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2013). The satisfaction of users of work-life practices: more progress at home but less progress at work?. Paper presented at Congress of European Association of Work and Organizational Psychology, Münster (Germany), 22-25 May 2013. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2013). Dual career couples’ decision to use work-life practices. Paper presented at Seminar on positive occupational health psycholog, Leuven (Belgium), 12-13 September 2013. De Hauw, S., De Vos, A., Dikkers, J., Schooreel, T. (2013). Does work-home conflict and facilitation differ in early, middle and late adulthood?. Paper presented at International Conference of the Dutch HRM Network, Leuven (Belgium), 14-15 November 2013. Schooreel, T., Verbruggen, M. (2012). Work-life practice utilization as a career transition. Paper presented at International Interdisciplinary Conference of Gender Work and Organization, Staffordshire (UK), 27-29 June 2012.

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

34


Kathy Goffin Personalia Naam

Kathy Goffin

Werkadres

IDEA Consult Jozef II-straat 40 B1 1000 Brussel T: +32 2 282 17 74 kathy.goffin@ideaconsult.be www.ideaconsult.be

Geboortedatum en –plaats

23 juni 1991, Leuven (België)

Nationaliteit

Belg

Opleiding Instelling

KU Leuven, België

Datum

2009 - 2014

Diploma

Master in de Handelsingenieur

Thesis

Constructing the self through others: the compensatory role of social relationships and the influence of materialism

toegepaste

economische

wetenschappen:

Beroepservaring Datum

januari 2018 - …

Plaats

IDEA Consult

Functie

Analist

Omschrijving

Onderzoek in het domein van regionale ontwikkeling en arbeidsmarkt

Datum

september 2015 – juni 2017

Plaats

Kantar TNS

Functie

Quantitative Research Executive

Omschrijving

Opzetten en uitwerken van kwantitatieve onderzoeksprojecten

Datum

januari 2015 – juli 2015

Plaats

CIFAL Flanders

Functie

Project manager

Omschrijving

Assisteren bij het organiseren van opleidingen en evenementen rond maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen en onderzoek doen naar nieuwe, duurzame business modellen

Talenkennis Spreken

Lezen

Schrijven

Nederlands

5

5

5

Frans

3

3

3

Engels

4

4

4

5=moedertaal

4= vloeiend

3= werktaal

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

2=conversatie

1=noties

35


Computerkennis  

Statistische software: SPSS Microsoft Office toepassingen

Lopende Projectreferenties   

360° zicht op de dienstencheques, Federgon, 2018 Evaluatie van het dienstencheque-systeem in Brussel, Brusselse Ministerie van Werk, 2018 Werkbaar en wendbaar werk in de dienstenchequessector: Enquête rond het dienstenchequewerknemers, Vorm DC/Form TS, 2017-2018

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

welzijn

van

36


Wim Van der Beken Personalia Naam

Wim Van der Beken

Werkadres

IDEA Consult NV Jozef II-straat 40 B1 1000 Brussel t: +32 2 282 17 11 wim.vanderbeken@ideaconsult.be www.ideaconsult.be

Geboortedatum en -plaats

28 februari 1964, Waregem

Nationaliteit

Belg

Opleiding Onderwijsinstelling

Universiteit van Leuven

Datum: van (jaar) – tot (jaar)

1986-1987

Diploma

Master of Arts in Economics, cum laude

Onderwijsinstelling

Universiteit van Gent

Datum: van (jaar) – tot (jaar)

1982-1986

Diploma

Licentiaat in Economie, cum laude

Beroepservaring Datum

Van 1 september 1998 – nu

Plaats

IDEA Consult

Positie

Directeur en mede-oprichter

Beschrijving

 management van studieprojecten  specialisatie op vlak van economische analyse en evaluatiemethodiek van beleidsprogramma’s  begeleiding bij de opmaak van strategische plannen  vanaf 2009 lid van managementteam ECORYS International, met verantwoordelijkheid over 10 vestigingen in Midden- en OostEuropa

Datum

1 augustus 1989 – 31 augustus 1998

Plaats

Vlaams Economisch Verbond

Positie

Directeur van de Studiedienst

Beschrijving

 1 augustus 1989 – 30 september 1994 : economist met specialisatie op vlak van macro-economie, arbeidsmarkt, transport en infrastructuur. Auteur van tal van VEV-studies  1 oktober 1994 – 31 december 1995 : projectleider en coordinator van het ‘Strategisch Plan voor Vlaanderen’. Auteur van de publicaties: Op zoek naar groei, Op weg naar groei, Groeiprioriteiten voor Vlaanderen  1 januari 1996 – 31 augustus 1998: directeur

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

37


Datum

1 augustus 1987 – 31 juli 1989

Plaats

Planbureau

Positie

Onderzoeker

Beschrijving

HERMES - project : macro-sectorieel economisch model voor België

 Ex-lid van de Commissie voor een Efficiënte en Effectieve Overheid (CEEO)’  Ex-lid van de Raad van Bestuur van ‘De Vlaamse Vervoermaatschappij’  ex-lid van de ‘Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV)’ en de SERV-werkgroepen ‘regionale ontwikkeling’, ‘begroting’, ‘vervoer’, ‘ruimtelijke ordening’, ‘huisvesting’  Ex-lid van het ‘Vlaams Sociaal-Economisch Overlegcomité (VESOC)’ en de VESOC-werkgroepen ikv. het Vlaams Werkgelegenheidsoverleg  Ex-lid van de SERV-Wegencommissie  Ex-voorzitter van de SERV-Commissie Goederenvervoer  Ex-lid van de Vlaamse Havencommissie. Talenkennis Spreken

Lezen

Schrijven

Nederlands

5

5

5

Engels

4

5

4

Frans

4

4

3

Duits

2

3

2

5=moedertaal

4=vloeiend

3=werk

2=basis

1=noties

Referenties  Auteur van verschillende VEV-studies zoals de VEV-Septemberverklaringen, VEV-studies op vlak van bijvoorbeeld arbeidsmarkt, begroting, infrastructuur, ruimtelijke ordening  Auteur van verschillende publicaties ihkv. ‘Het Strategisch Plan voor Vlaanderen’, namelijk:  Vlaams Economisch Verbond, Op zoek naar groei. Het Strategisch Plan voor Vlaanderen, Uitgeverij Pelckmans, 1994, 115p.  Vlaams Economisch Verbond, Op weg naar groei. Het Strategisch Plan voor Vlaanderen, Uitgeverij Pelckmans, 1995, 159p.  Vlaams Economisch Verbond, Groeiprioriteiten voor Vlaanderen, 1995, 60p.  Projectmanager van verschillende VEV-Congressen  auteur van ‘Brussel kan beter’, bekroond met de prijs ‘Van de Gucht-stichting’ Referenties bij IDEA Consult  Inventarisatie en effectiviteitsscan van de Vlaamse tewerkstellingsinitiatieven, VOKA, 2013  Loopbaanagenda 2020, ESF-Agentschap Vlaanderen, 2011  Verkenning van arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsuitdagingen 2004-2010, Arbeidsmarktonderzoeksprogramma van de Vlaamse regering, 2002-2003  Vernieuwd Sectoraal beleid, VIONA, 2015

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

Viona

38


Geert Jennes Contact Details Tel

+ 32 16 37 35 31

E-mail

geert.jennes@kuleuven.be

Education 2010-2015

Doctum colloquium and Ph.D. in Economics, Faculty of Economics and Business, KU Leuven

1990-1991

Bachelor’s Degree in Political and Social Sciences, University of Antwerp (as a working student)

1985-1989

Master’s Degree in Applied Economics, University of Antwerp

Professional career (MOST RECENT part) 08/2017 – Present

Senior Researcher at the KU Leuven Center for Regional Economics (VIVES)

10/2015 – 06/2017

Advisor for research department of N-VA (political party), working on fiscal federalism and fiscal policy

08/2010 – 09/2015

PhD Student “The political geography of fiscal transfers: evidence using data on Belgium”

07/2007 – 06/2010

Advisor for CD&V/N-VA, working on fiscal federalism, fiscal policy, and tax policy

01/2004 – 06/2007

Advisor on operations of budget support and strengthening of public finance management in African countries at Belgian Technical Cooperation (BTC)

01/2002 – 11/2003

Senior consultant on strengthening of public finance management in African countries at Ecorys / Netherlands Economic Institute

06/2000 – 12/2001

Advisor on operations of budget support and strengthening of public finance management in African countries at the Board of Directors of the World Bank

List of relevant research projects Consultancy for Voka (2017-2018): “Een nieuw werkingsmodel voor België” (recommendations with a view to strengthening the economic and fiscal performance of Belgian fiscal federalism) Dissertation project (2010-2015): The political geography of fiscal transfers: evidence using data on Belgium Steunpunt fiscaliteit en begroting (2011-2012): De begrotingseffecten van de nieuwe Bijzondere Financieringswet

List of relevant publications

Interregional net fiscal transfers resulting from the Belgian federal public debt, in the process of being revised and resubmitted for publication in Kyklos (2017).

(With Damiaan Persyn) The effect of political representation on the geographic distribution of income: evidence using Belgian data, European Journal of Political Economy 37 (2015).

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

39


(With Damiaan Persyn), Belgium: assessment of the fiscal constitution (expert report, COM/CTPA/ECO/GOV(2014)4/ANN6), Paris: OECD, for: Hansjรถrg Blรถchliger and Jaroslaw Kantorowicz (2015), Fiscal constitutions: An empirical assessment, OECD Economics Department Working Papers (2015) No. 1248.

The political geography of fiscal transfers: evidence using data on Belgium, PhD dissertation, KU Leuven, Faculty of Economics and Business (2015).

Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel in Vlaanderen

40


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Terugverdieneffecten_dienstenchequestelsel_Vlaanderen_onderzoeksvoorstel.pdf by Vlaanderen-be - Issuu