Vlaamse reaffectatiecommissie
Schooljaar 2006-2007
Ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel
Eindredactie AgODi, Afdeling A.O.P. Met medewerking van Guy De Zeine Jan Du Chau Liesbeth Kindt Roger Meert Gunter Meuleman Peggy Michiels Frank Nys Veerle Rateau Depotnummer Verantwoordelijke uitgever Guy Janssens Administrateur-generaal; Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15 1210 Brussel
2
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE............................................................................................................................................. 1 INLEIDING........................................................................................................................................................... 2 SITUERING .......................................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 1: TBSOB-GESTELDEN, REAFFECTATIES EN WEDER TEWERKSTELLINGEN .... 4 1. AANTAL TER BESCHIKKING GESTELDE PERSONEELSLEDEN WEGENS ONTSTENTENIS VAN BETREKKING – SCHOOLJAAR 2006-2007, GEBASEERD OP DE ELEKTRONISCHE ZENDINGEN. ....................................................................................................................................................... 5 1.1. VERGELIJKINGSBASIS: AANTAL TER BESCHIKKING GESTELDE PERSONEELSLEDEN WEGENS ONTSTENTENIS VAN BETREKKING – SCHOOLJAREN 2004-05 EN 2005-06, GEBASEERD OP ELEKTRONISCHE ZENDINGEN .......................................................................................................................................................... 6 1.2. EVOLUTIE VAN TBSOB ........................................................................................................................... 7 2. AANTAL GEREAFFECTEERDEN, WEDER TEWERKGESTELDEN EN WEDER TEWERKGESTELDEN ALS ADMINISTRATIEVE ONDERSTEUNING – SCHOOLJAAR 2006-2007, GEBASEERD OP DE ELECTRONISCHE ZENDINGEN. ............................................................................. 8 2.1. 2.2.
VERGELIJKINGSBASIS: SCHOOLJAREN 2004-05 EN 2005-06..................................................................... 9 EVOLUTIE VAN REAFFECTATIE, WEDERTEWERKSTELLING EN WEDERTEWERKSTELLING ALS ADMINISTRATIEVE ONDERSTEUNING IN NIET ORGANIEK AMBT .......................................................................... 11 2.2.1. Reaffectatie.................................................................................................................................... 11 2.2.2. Wedertewerkstelling ...................................................................................................................... 12 2.2.3. Wedertewerkstelling als administratieve ondersteuning in een niet organiek ambt ..................... 13 2.3. CONCLUSIES .......................................................................................................................................... 14 HOOFDSTUK 2. NIET GEREAFFECTEERDE OF WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN ...................................................................................................................................... 16 1.
INLEIDING................................................................................................................................................. 16
2.
BEVRAGINGSMETHODE ....................................................................................................................... 16
3. NIET GEREAFFECTEERDE/WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELS-LEDEN – VÓÓR CORRECTIE ...................................................................................................................................................... 17 3.1. NIET GEREAFFECTEERDE/WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN – VOLTIJDSE EQUIVALENTEN – VÓÓR CORRECTIE ............................................................................................................................................... 18 3.2. NIET GEREAFFECTEERDE/WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN – AANTAL PERSONEELSLEDEN – VÓÓR CORRECTIE ............................................................................................................................................... 20 3.3. NIET GEREAFFECTECTEERDE OF WEDER TEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN – ANALYSE VAN DE CIJFERS VÓÓR MANUELE CORRECTIE .................................................................................................................. 22 4. NIET GEREAFFECTEERDE/WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELS-LEDEN – NA CORRECTIE ...................................................................................................................................................... 23 4.1. NIET GEREAFFECTEERDE/WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN – VOLTIJDSE EQUIVALENTEN – NA CORRECTIE .................................................................................................................................................. 25 4.2. NIET GEREAFFECTEERDE/WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN – AANTAL PERSONEELSLEDEN – NA CORRECTIE .................................................................................................................................................. 27 4.3. NIET GEREAFFECTECTEERDE OF WEDER TEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN – ANALYSE VAN DE CIJFERS NA MANUELE CORRECTIE ..................................................................................................................... 28 HOOFDSTUK 3. WERKING VAN DE VLAAMSE REAFFECTATIECOMMISSIE ............................... 31 HOOFDSTUK 4. EVALUATIE VAN DE REAFFECTATIEVERRICHTINGEN DOOR DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REAFFECTATIECOMMISSIE................................................................................... 32 SECRETARIAAT VLAAMSE REAFFECTATIECOMMISSIE .................................................................. 34
1
INLEIDING
Sinds het schooljaar 2005–2006 is het functioneren de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschappen opgeschort. Zoals verwacht bracht dit een toename met zich van het aantal personeelsleden, in voltijdse equivalenten, dat niet kon gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden. Deze personeelsleden bleven in regel verbonden aan hun eigen scholengemeenschap, waar ze pedagogische en administratieve taken verrichtten. De toename van de niet gereaffecteerde of wedertewerkgesteld personeelsleden bleef binnen de perken die vooropgesteld werden tijdens de onderhandelingen over de laatste wijziging van het besluit van 29 april 1992. Het overschot tijdens het schooljaar 2006-07 blijkt bovendien nog licht te dalen tegenover het schooljaar 2005-06. Een aantal teksten in dit rapport werden, zonodig met enkele kleine wijzigingen, overgenomen uit het rapport van vorig jaar. Waar dit het geval is, wordt dit vermeld.
2
SITUERING Deze "situering" werd in het vorige rapport opgenomen als een gedeelte van de inleiding. Omdat het voor een lezer die niet beslagen is in het onderwerp noodzake-lijk is om de ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking te kunnen duiden in het onderwijslandschap en in de tijd, nemen we deze tekst opnieuw op. In 1992 werd het huidige systeem van ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking 1 (TBSOB), reaffectatie en weder tewerkstelling vastgelegd in het Onderwijsdecreet III van 9 april 1992 en het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage van 29 april 1992. De in het besluit vastgelegde complexe regeling werd door de jaren heen verschillende keren aangepast en verfijnd. Het veranderde onderwijslandschap - scholengemeenschappen en scholengroepen bestonden in 1992 niet – en het groeiende lerarentekort noopten tot ingrijpender wijzigingen aan het besluit. Deze wijzigingen gingen in vanaf het schooljaar 2005-06. De belangrijkste wijziging bestond erin dat met ingang van het schooljaar 2005-06 de werking van de zonale en interprovinciale reaffectatiecommissies werd opgeschort. Voor leerkrachten wier instelling tot een scholengemeenschap behoorde, werd de reaffectatiecommissie van die scholengemeenschap (de eerstbevoegde commissie) 2 . ook de enige commissie die nog bevoegd was om een reaffectatie of wedertewerkstelling uit te spreken voor deze personeelsleden 3 . Personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van hun scholengemeenschap niet konden gereaffecteerd of weder tewerkgesteld worden in een organiek ambt, werden ter beschikking gesteld van hun scholengemeenschap. Zij behielden wel de mogelijkheid om aan de Vlaamse reaffectatiecommissie te vragen om een vervangende reaffectatie of weder tewerkstelling in een organiek ambt te zoeken. Van deze mogelijkheid werd echter zelden gebruik gemaakt. Voor leerkrachten wier instelling NIET tot een scholengemeenschap behoorde, werd de Vlaamse reaffectatiecommissie de eerstbevoegde commissie. De Vlaamse reaffectatiecommissie zocht voor deze personeelsleden een reaffectatie of weder tewerkstelling in een instelling van het net waar toe de instelling van TBSOB van dat personeelslid behoorde. Hierbij zocht de commissie telkens in eerste instantie naar een reaffectatie of weder tewerkstelling in instellingen die eveneens niet tot een scholengemeenschap behoorden, en pas daarna in instelling die wel tot een scholengemeenschap behoorden.
1
. Om de leesbaarheid te bevorderen werd in dit verslag 'ter beschikking stelling wegens ontstentenis van betrekking' vaak afgekort tot: 'ter beschikking stelling'. In het onderwijs zijn er echter meerdere vormen van 'ter beschikking stelling'. Deze komen echter niet aan bod in dit verslag. 2 In het Gemeenschapsonderwijs bestaat er na de eerstbevoegde reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap ook een reaffectatiecommissie van de scholengroep. 3 Behalve indien bezwaar werd aangetekend bij een hoger bevoegde reaffectatiecommissie. 3
HOOFDSTUK 1: TBSOB-GESTELDEN, REAFFECTATIES EN WEDER TEWERKSTELLINGEN
Op de volgende pagina's vindt u tabellen met de gegevens over het aantal TBSOB-gestelden, het aantal gereaffecteerden en weder tewerkgestelden en het aantal weder tewerkgestelden als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs 4 . De bevragingen werden uitgevoerd met als referentiedatum 30 juni 2007. Dit betekent dat u in de hierna afgedrukte tabellen het aantal personeelsleden en het aantal voltijdse equivalenten terugvindt dat als TBSOB, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld gemeld werd op 30 juni 2007. Het is niet mogelijk om een bevraging uit te voeren over het hele schooljaar, omdat de resultaten dan te veel dubbele of meervoudige tellingen zouden bevatten. De bevraging op 30/06/07 heeft als consequentie dat een aantal wél doorgevoerde reaffectaties of wedertewerkstellingen niet vermeld zijn. Indien aan de reaffectatie of wedertewerkstelling van een personeelslid vóór 30/06/07 een einde gekomen is, wordt die reaffectatie of wedertewerkstelling immers niet geregistreerd. Anderzijds is het mogelijk dat een aantal gereaffecteerde of weder tewerkgestelde personeelsleden niet meer gemeld zijn als TBSOB: indien bvb. een personeelslid om medische redenen wedertewerkgesteld werd als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs, of indien aan hun TBSOB in de loop van het schooljaar door een nieuwe vaste benoeming geheel of gedeeltelijk een einde gekomen is.
4
Bevraging uitgevoerd door dhr. Johan Lasuy, Afdeling ICT van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) 4
1. Aantal ter beschikking gestelde personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking – schooljaar 2006-2007, gebaseerd op de elektronische zendingen. TBSOB (30-06-07) TBSOB in instellingen behorende tot scholengemeenschappen & scholengroepen
im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 460 1008 474 0 1942
Sec 775 1041 197 18 2031
DKO 30 0 0 0 30 4003
FTE's Bas 140,1 365,0 153,2 658,3
Sec 354,9 444,6 78,6 9,4 887,5
DKO 6,9
Sec
DKO
6,9 1552,6
TBSOB in instellingen Niet behorende tot scholengemeenschappen & scholengroepen
im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 0 61 6 0 67
Sec 0 88 52 2 142
DKO 0 1 169 0 170 379
FTE's Bas 39,5 2,2 41,7
47,0 20,9 1,4 69,3
0,2 31,1 31,3 142,3
5
1.1. Vergelijkingsbasis: aantal ter beschikking gestelde personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking – schooljaren 2004-05 en 2005-06, gebaseerd op elektronische zendingen Schooljaar 2005-2006 TBSOB (30-06-06) Scholengemeenschappen & scholengroepen
im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 491 747 361 0 1599
Sec 862 1153 226 23 2264
DKO
FTE's Bas Sec DKO 36 157,023 403,762 8,188 0 294,047 499,866 0 130,174 87,644 0 11,342 36 581,244 1002,614 8,188 3899 1592,046
Aantal Bas
Sec
DKO
Niet scholengemeenschappen & scholengroepen
im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
0 63 9 0 72
0 102 55 0 157
0 2 214 0 216 445
FTE's Bas
Sec
DKO
40,27 3,069
49,968 24,809
0,28 35,623
43,339
74,777
35,903 154,019
Schooljaar 2004-2005 Ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking op 30-06-05 Aantal FTE's im_net_code ko_im_net_code Bas Sec DKO Bas Sec DKO 01 Gemeenschapsonderwijs 472 863 36 153,368 417,365 8,033 02 Vrij gesubsidieerd onderwijs 822 1243 2 357,105 551,701 0,28 03 Officieel gesubsidieerd onderwijs 359 277 238 130,478 121,878 39,152 04 Andere 0 30 0 8,862 1653 2413 276 640,951 1099,806 47,465 4342 1788,222
6
1.2.
Evolutie van TBSOB
Om dit grafische overzicht zo overzichtelijk mogelijk te maken, worden enkele gegevens vereenvoudigd weergegeven: - de resultaten van instellingen die zich binnen of buiten scholengemeenschappen bevinden, werden samengeteld; - TBSOB-gestelden van instellingen die niet tot een net behoren, werden verwerkt in het totaal, maar zijn, gelet op het geringe aantal, niet afzonderlijk benoemd in de grafische weergave (de som van de getallen van de verschillende netten is dus kleiner dan de vermelde totalen). - TBSOB-gestelden van instellingen die tot het vrij gesubsidieerd onderwijs behoren, werden aan het totaal van het VSKO toegevoegd, ook indien zij geen lid zijn van deze organisatie. - TBSOB-gestelden van het stedelijk ĂŠn het provinciaal onderwijs staan onder 'OVSG'; TBSOB aantal personeelsleden 5000 4342
4500
4382
4294
4000 3500 3000 2500 2000
2067
2199
2067
1371
1389
1500
1265
874
898
815
1000 500 0 2004 2005
2005 2006
GO
2000,0
VSKO
OVSG
2006 2007 totaal
TBSOB aantal voltijdse equivalenten 1788,2
1746,1
1800,0
1684,9
1600,0 1400,0 1200,0 1000,0 800,0
909,1 578,8
569,0
501,1
600,0 400,0
896,3
884,4
291,5
281,3
286,1
200,0 0,0 2004 2005
2005 2006 GO
VSKO
OVSG
2006 2007 totaal
5
5
TBSOB voltijdse equivalenten in 2006-07: 1684,9 VTE + 10,8 VTE uit andere. Totaal wordt dan 1695,7 VTE. 7
2. Aantal gereaffecteerden, weder tewerkgestelden en weder tewerkgestelden als administratieve ondersteuning – schooljaar 2006-2007, gebaseerd op de electronische zendingen. Situatie op 30/6/07 per net & niveau Scholengemeenschappen & scholengroepen Reaffectatie (R) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 400 904 381 0 1685
Sec 576 682 94 1 1353
DKO
Aantal Bas 117 219 115 0 451
Sec 182 289 92 8 571
DKO
Aantal Bas
Sec
DKO
4 0 0 0 4 3042
FTE's Bas 115,13 314,00 128,11 0,00 557,24
Sec 216,03 253,55 30,97 0,38 500,92
DKO 0,70
Sec 84,95 118,69 38,80 1,72 244,16
DKO 1,01
Sec 5,50 9,78 1,00
DKO
0,70 1058,86
Wedertewerkstelling (W) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
FTE's Bas 12 82,05 0 139,60 0 63,83 0 12 285,48 1034
1,01 530,65
Wedertewerkstelling in een niet organiek ambt (W) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
90 118 58 0 266
6 10 1 0 17
FTE's Bas 0 71,53 0 95,07 0 39,70 0 0 206,29 283
16,28
0,00 222,57
Niet - scholengemeenschappen & scholengroepen Reaffectatie (R) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas
Sec 0 23 5 0 28
FTE's Bas
DKO 0 40 22 2 64
0 0 72 0 72 164
10,36 1,40 11,76
Sec 17,66 5,73 1,27 24,66
DKO
13,92 13,92 50,34
Wedertewerkstelling (W) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas
Sec 0 2 1 0 3
FTE's Bas
DKO 0 15 23 2 40
0 2 71 0 73 116
0,55 1,00 1,55
Sec 8,42 9,49 0,18 18,09
DKO 0,38 11,46 11,85 31,48
8
2.1.
Vergelijkingsbasis: schooljaren 2004-05 en 2005-06
Situatie op 30/6/06 per net & niveau
Scholengemeenschappen & scholengroepen Reaffectatie (R) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 417 651 300 0 1368
FTE's Bas 10 122,839 0 247,331 0 107,843 0 10 478,013 2967
Sec 261,375 310,414 45,245 0,571 617,605
FTE's Bas 12 12,614 0 51,466 0 29,387 0 12 93,467 839
Sec 94,563 118,599 38,824 3,459 255,445
Sec 669 786 129 5 1589
DKO
Sec 211 312 81 10 614
DKO
DKO 1,272
1,272 1096,89
Wedertewerkstelling (W) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 34 109 70 0 213
Wedertewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs Aantal FTE's im_net_code ko_im_net_code Bas Sec DKO Bas 01 Gemeenschapsonderwijs 112 0 0 81,111 02 Vrij gesubsidieerd onderwijs 128 0 0 96,958 03 Officieel gesubsidieerd onderwijs 51 0 0 33,116 04 Andere 0 0 0 291 0 0 211,185 291
Sec
DKO 1,168
1,168 350,08
DKO
0
0 211,185
Niet - scholengemeenschappen & scholengroepen Reaffectatie (R) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas
Sec 0 19 6 0 25
DKO 0 39 27 0 66
0 0 87 0 87 178
FTE's Bas
Sec
7,392 1,538
17,128 8,661
8,93
25,789
DKO
14,712 14,712 49,431
Wedertewerkstelling (W) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas
Sec 0 5 3 0 8
DKO 0 31 19 0 50
0 1 90 0 91 149
FTE's Bas
Sec
DKO
2,583 1,472
11,815 7,968
0,181 13,356
4,055
19,783
13,537 37,375
9
Situatie op 30/6/05 per net & niveau Reaffectatie (R) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 402 690 284 0 1376
FTE's Bas 9 123,234 2 282,604 90 112,534 0 101 518,372 3187
Sec 274,608 348,425 62,454 1,874 687,361
FTE's Bas 11 12,451 2 65,923 91 31,482 0 104 109,856 1050
Sec 92,067 158,894 51,011 3,992 305,964
Sec 666 868 167 9 1710
DKO
Sec 209 359 118 13 699
DKO
DKO 1,203 0,75 15,653 17,606 1223,339
Wedertewerkstelling (W) im_net_code 01 02 03 04
ko_im_net_code Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd onderwijs Andere
Aantal Bas 32 135 80 0 247
Wedertewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs Aantal FTE's im_net_code ko_im_net_code Bas Sec DKO Bas 01 Gemeenschapsonderwijs 115 0 0 80,833 02 Vrij gesubsidieerd onderwijs 159 0 1 116,208 03 Officieel gesubsidieerd onderwijs 66 0 6 37,574 04 Andere 0 0 0 340 0 7 234,615 347
Sec
DKO 0,918 0,234 15,204 16,356 432,176
DKO 0,052 1,315 0
1,367 235,982
10
2.2. Evolutie van reaffectatie, wedertewerkstelling en wedertewerkstelling als administratieve ondersteuning in niet organiek ambt Om dit grafische overzicht zo overzichtelijk mogelijk te maken, worden enkele gegevens vereenvoudigd weergegeven: - de resultaten van instellingen die zich binnen of buiten scholengemeenschappen, werden samengeteld; - de resultaten van instellingen die niet tot een net behoren, werden verwerkt in het totaal, maar zijn, gelet op het geringe aantal, niet afzonderlijk benoemd in de grafische weergave (de som van de getallen van de verschillende netten is dus kleiner dan de vermelde totalen).
2.2.1. Reaffectatie reaffectatie: aantal personeelsleden
4000 3500
3187
3204
3145
3000 2500 2000 1500
1560
1649
1495 1096
1077
1000
980 574
549
541
500 0 2004 2005
2005 2006 GO
1400,0
VSKO
2006 2007
OVSG
totaal
reaffectatie: aantal voltijdse equivalenten 1223,3 1121,8
1200,0
1107,6
1000,0 800,0
631,8
595,6
557,8
600,0 399,1
385,5
331,9
400,0 190,6
178,0
180,1
2005 2006
2006 2007
200,0 0,0 2004 2005 GO
VSKO
OVSG
totaal
11
2.2.2. Wedertewerkstelling 1200 1100
Wedertewerkstelling: aantal personeelsleden 1050
1034
988
1000 900 800 700 600 500 400 300
496 289
252
508
458 311
263
257
207
200 100 0 2004 2005
2005 2006 GO
700
VSKO
2006 2007
OVSG
totaal
Wedertewerkstelling: aantal voltijdse equivalenten
562,13
600 500
432,19 387,46
400 300 200
267,64
225,1 105,4
184,6 108,4
97,7
168,01 91
124,58
100 0 2004-2005 GO
2005-2006 VSKO OVSG
2006-2007 totaal
12
2.2.3. Wedertewerkstelling als administratieve ondersteuning in een niet organiek ambt Wtw in een niet organiek ambt: aantal personeelsleden
400
340
350
291
300
283
250 200 150
159 115
112
100
128
128 96
66
59
51
50 0 2004 2005
2005 2006 GO
300,0
VSKO
OVSG
2006 2007 totaal
Wtw in een niet organiek ambt: aantal voltijdse equivalenten 234,6
250,0
222,6
211,2 200,0 150,0 100,0 50,0
116,2 81,1
80,8 37,6
104,9
97,0
77,0 40,7
33,1
0,0 2004 2005
2005 2006 GO
VSKO
OVSG
2006 2007 totaal
13
2.3.
Conclusies
-
Net als vorig jaar zien we een verdere, zij het lichte, daling van het aantal reaffectaties. Het aantal wedertewerkstellingen (in organieke ambten) stijgt echter fors.
-
Net als in ons vorige rapport gingen we na hoe groot de gemiddelde reaffectatie was. In vergelijking met het voorafgaande schooljaar 2005-06 daalt het aantal reaffectaties in voltijdse equivalenten. In aantal personeelsleden stijgt het evenwel licht. Wat de gemiddelde omvang van een reaffectatie betreft blijkt - over de netten heen - het verschil tussen dit en vorig jaar evenwel verwaarloosbaar: - 2005-06 : een reaffectatie bedraagt gemiddeld 0,36 VTE/personeelslid - 2006-07: een reaffectatie bedraagt gemiddeld 0,35 VTE/personeelslid Er is wel een duidelijk verschil in evolutie tussen het Gemeenschapsonderwijs en het VSKO: in het GO daalt het aantal gereaffecteerden zowel in absoluut aantal als in VTE in een belangrijke mate. In de instellingen van het VSKO is een omgekeerde beweging merkbaar, zij het, gemeten aan het marktaandeel van dit net, minder uitgesproken. Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs is de evolutie vergelijkbaar met die van het VSKO..
-
Het aantal wedertewerkstellingen vertoont tegenover het schooljaar 2005-06 een heel andere evolutie: het aantal wedertewerkgestelde personeelsleden stijgt in absolute cijfers licht, maar in voltijdse equivalenten is er voor alle netten een forse toename. . Wat de gemiddelde omvang van een wedertewerkstelling betreft is - over de netten heen - het verschil tussen dit en vorig jaar wel opmerkelijk: - 2005-06 : een wedertewerkstelling bedraagt gemiddeld 0,39 VTE/personeelslid - 2006-07: een wederstelling bedraagt gemiddeld 0,52 VTE/personeelslid De toename is het grootst in het GO, en compenseert gemakkelijk het gedaalde aantal reaffectaties in VTE. Voor het OVSG is de stijging van het aantal wedertewerkstellingen in VTE nauwelijks minder uitgesproken. Voor het VSKO tenslotte is de toename verhoudingsgewijze wat minder uitgesproken.
14
-
Wat de wedertewerkstelling in niet organieke ambten betreft (= tewerkstelling als administratieve ondersteuning bij een scholengemeenschap), is er een lichte stijging t.o.v het schooljaar 2005-06. Mogelijke conclusies: o
De cijfers tonen een positieve evolutie: als je reaffectatie en wedertewerkstelling samentelt krijg je volgend resultaat :
1800 1600 1400 1200 1000 VTE 800 600 400 200 0
1669,69
1509,3 1121,8
1107,56 562,13
387,5 2005-2006 reaffectatie
2006-2007
wedertewerkstelling
totaal rea/wtw
Dit resultaat krijgt pas betekenis als je er rekening mee houdt dat het aantal TBSOBgestelde personeelsleden flink daalde. Een merkwaardig gegeven is hier dat men aan de hand van deze cijfers zou kunnen besluiten dat er nog minder dan 30 voltijdse equivalenten niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld blijven. De aparte bevraging naar het aantal niet gereaffecteerden, verderop in dit rapport onder punt 2.2., leert ons evenwel dat er nog een 140-tal voltijdse equivalenten niet aan het werk zijn. Op zich is het niet onlogisch dat er een discrepantie is. Er werden immers heel wat personeelsleden gereaffecteerd en/of wedertewerkgesteld uit inrichtende machten die niet meer bestaan. De ter beschikking stelling wegens ontstentenis van de meeste van deze personeelsleden is niet geregistreerd in de databank, omdat er geen instantie is die ze door kan sturen. Hun reaffectatie en/of wedertewerkstelling wordt echter wél gemeld. Hetzelfde geldt voor personeelsleden uit het volwassenenonderwijs van wie de instellingen nog niet elektronische gegevens doorstuurt: indien deze personeelsleden in het secundair onderwijs aan het werk gaan, worden ze wél gemeld als wedertewerkgesteld, maar niet als TBSOB.
o
de werking van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschappen laat misschien toe creatiever en efficiënter om te gaan met TBSOB. Dit zou ook kunnen verklaren waarom het Gemeenschapsonderwijs, dat ook over scholengroepen beschikt, meer wedertewerkstellingen telt.
15
HOOFDSTUK 2. NIET GEREAFFECTEERDE OF WEDERTEWERKGESTELDE PERSONEELSLEDEN
1. Inleiding * De tekst op pagina 14 en 15 is grotendeels overgenomen uit het rapport over het vorige schooljaar. De toen vermelde verantwoording is immers nog steeds geldig. Het is niet mogelijk alle TBSOB-gestelde personeelsleden te reaffecteren en/of weder tewerk te stellen. Hier zijn een aantal aanvaardbare redenen voor. Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken: -
Indien een personeelslid TBSOB wordt voor 17/20 (8500/10000), en hij wordt weder tewerkgesteld voor 17/21 (8095/10000), blijven er 405/10000 over. Het personeelslid zĂŠlf zal dit niet als ongewoon ervaren: hij verliest 17 uur, maar krijgt er 17 terug. Bovendien is 405/10000 nog een grote fractie. Het is net zo goed mogelijk dat het personeelslid TBSOB wordt voor 1/20 en weder tewerkgesteld voor 1/21. Dan blijven er maar 24/10000 over. Dit lijkt al helemaal verwaarloosbaar, maar als het zich voordoet voor een paar honderd personeelsleden begint het wel een rol te spelen. Kleine procentjes maken uiteindelijk ook volledige opdrachten.
-
Indien een personeelslid al in drie verschillende scholen staat, en 80% van een opdracht (8000/10000) heeft, bepaalt het Besluit dat hij een bijkomende reaffectatie en wedertewerkstelling in een vierde school mag weigeren. Dit komt vaak voor bij leraren godsdienst en niet confessionele zedenleer, en in het deeltijds kunstonderwijs. We kunnen dit ook anders situeren: van de 798 personeelsleden uit het secundair onderwijs die niet konden gereaffecteerd of weder tewerkgesteld worden, waren er 606 die voor 20% of minder van een opdracht niet aan het werk waren.
-
De Vlaamse reaffectatiecommissie hanteert de regel dat tewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs pas toegekend wordt als een personeelslid minimum 4 uur (4/36) kan toegewezen worden.
2. Bevragingsmethode Om na te gaan hoeveel personeelsleden na afloop van de reaffectatieverrichtingen nog TBSOB blijven, werd opnieuw het Elektronisch PersoneelsDossier (EPD) bevraagd 6 . Er werd nagegaan hoeveel personeelsleden die op 30 juni 2007 nog TBSOB waren, geen reaffectatie, wedertewerkstelling of wedertewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs hadden. Op de eerstvolgende bladzijden, in het punt 2.1. bevinden zich de gegevens over de niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden zoals die opgehaald werden uit het EPD. Dit zijn cijfers waarop reeds heel wat bewerkingen ter correctie werden uitgevoerd.
6
Bevraging uitgevoerd door dhr. Coen Bruyneel, Afdeling ICT van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)
16
Dit zijn echter niet de definitieve cijfers. Het EPD bevat immers enkel de informatie zoals die door de scholen en instellingen ingebracht wordt. Het is nodig deze gegevens verder manueel te corrigeren. De reden hiervoor vindt u bij de toelichting over de manueel gecorrigeerde cijfers, in het punt 2.2.
3. Niet gereaffecteerde/wedertewerkgestelde personeelsleden – VÓÓR correctie Er zijn een aantal belangrijke redenen om de niet uitgezuiverde cijfers toch toe te voegen aan het verslag: * Een aantal redenen werd eveneens overgenomen uit het verslag van 2005-06, omdat ze nog steeds onveranderd gelden. De reden achter het derde gedachtenstreepje is nieuw. -
het is niet omdat de reaffectatiecommissie bepaalde personeelsleden niet kan reaffecteren, of omdat deze personeelsleden elders aan het werk zijn, dat dit geen financiële implicaties heeft. Deze personeelsleden worden immers door het Ministerie van Onderwijs geheel of gedeeltelijk betaald (bvb; outplacement).
-
de cijfers laten een directe vergelijking toe tussen de resultaten van het schooljaar 2004-2005, toen de interprovinciale reaffectatiecommissies nog functioneerden, en het schooljaar 20052006. Zoals hoger gesteld kunnen immers niet alle anomalieën uitgezuiverd worden.
-
De cijfers laten tevens een directe vergelijking toe tussen de resultaten van het schooljaar 2005-2006 en het schooljaar 2006-2007. Dit is belangrijk omdat we voor het schooljaar 200607 in staat waren alle dossiers van niet gereaffecteerde of weder tewerkgestelde personeelsleden na te kijken. Dit liet ons toe om alle personeelsleden die TBSOB bleven voor een restant kleiner dan één mogelijk uur (concreet: 1/36) uit te zuiveren. In voltijdse equivalenten gaat het hier om een zeer beperkt aantal, maar in aantal personeelsleden loopt het getal in de honderden. Hierdoor lijkt het alsof er veel minder personeelsleden TBSOB zijn tegenover 2005-06. Dit is evenwel niet zo.
-
Niet alle anomalieën kunnen opgespoord worden. Ook de uitgezuiverde cijfers zijn dus benaderend.
17
3.1.
Niet gereaffecteerde/wedertewerkgestelde personeelsleden – voltijdse equivalenten – vóór correctie
SCHOLEN NIET AANGESLOTEN BIJ EEN SCHOLENGEMEENSCHAP BaO
SO
DKO
totalen
Gemeenschapsonderwijs
0
2,73
0,95
3,68
Vrij gesubsidieerd onderwijs
0
10,01
0
10,01
Officieel gesubsidieerd
0
2,28
3,95
6,23
andere
0
0
0
0
totalen
0
15,02
4,90
19,92
30/06/2007 - voltijdse equivalenten
Vergelijkingsbasis:
TOTAAL OP 30 JUNI 2005
SCHOLEN AANGESLOTEN BIJ EEN SCHOLENGEMEENSCHAP 30/06/2007 - voltijdse equivalenten
BaO
SO
DKO
totalen
BaO
SO
DKO
totalen
Gemeenschapsonderwijs
7,99
47,57
0
55,56
10,53
50,80
2,82
64,15
10,00
85,49
0
95,49
9,05
54,27
0,10
63,42
6,36
12,18
0
18,54
1,93
16,66
7,73
26,32
andere
0
4,33
0
4,33
0
0,56
0
0,56
totalen
24,35
149,57
0
173,92
21,51
122,29
10,65
154,45
Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd
TOTAAL: AANGESLOTEN EN NIET AANGESLOTEN BIJ SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
TOTAAL OP 30 JUNI 2006
30/06/2007 - voltijdse equivalenten
BaO
SO
DKO
totalen
BaO
SO
DKO
totalen
Gemeenschapsonderwijs
7,99
50,30
0,95
59,24
11,07
48,68
1,71
61,46
10,00
95,50
0
105,50
7,24
97,03
0,10
104,37
6,36
14,46
3,95
24,77
3,92
20,12
6,49
30,53
andere
0
4,33
0
4,33
0
4,94
0
4,94
totalen
24,35
164,59
4,90
193,84
22,24
170,77
8,31
201,32
Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd
18
Niet gereaffecteerd/wedertewerkgesteld - VTE 2006-07, vóór correctie
andere Officieel gesubsidieerd Vrij gesubsidieerd onderwijs Gemeenschapsonderwijs
0 3,95
DKO
0 0,95
4,33 14,46
SO
95,5 50,3
0 6,36
BaO
10 7,99 0
20
40
60
80
100
120
19
3.2. Niet gereaffecteerde/wedertewerkgestelde personeelsleden – aantal personeelsleden – vóór correctie SCHOLEN NIET AANGESLOTEN BIJ EEN SCHOLENGEMEENSCHAP BaO
SO
DKO
totalen
Gemeenschapsonderwijs
2
11
17
30
Vrij gesubsidieerd onderwijs
2
15
1
18
Officieel gesubsidieerd
0
16
61
77
andere
0
0
0
0
totalen
4
42
79
125
30/06/2007 - AANTAL PERSONEELSLEDEN
Vergelijkingsbasis:
TOTAAL OP 30 JUNI 2005
SCHOLEN AANGESLOTEN BIJ EEN SCHOLENGEMEENSCHAP BaO
SO
DKO
totalen
BaO
SO
DKO
totalen
Gemeenschapsonderwijs
56
278
0
334
64
343
19
426
Vrij gesubsidieerd onderwijs
42
345
0
387
38
422
2
462
Officieel gesubsidieerd
50
82
0
132
75
108
100
283
andere
0
8
0
9
0
6
0
0
0
861
177
879
121
1177
30/06/2007 - AANTAL PERSONEELSLEDEN
totalen
148 713
TOTAAL: AANGESLOTEN EN NIET AANGESLOTEN BIJ SCHOLENGEMEENSCHAP
TOTAAL OP 30 JUNI 2006
BaO
SO
DKO
totalen
BaO
SO
DKO
totalen
Gemeenschapsonderwijs
58
289
17
364
65
301
17
383
Vrij gesubsidieerd onderwijs
44
360
1
405
59
440
2
501
Officieel gesubsidieerd
50
98
61
209
38
109
76
223
andere
0
9
0
9
0
10
0
10
79
986
162
860
95
1117
30/06/2007 - AANTAL PERSONEELSLEDEN
totalen
152 755
20
aantal personeelsleden 2006-07, vóór correctie 0 1
DKO
61 17 9
98
SO
360
289 0 BaO 0
50 44 58 50
100
150
200
250
300
350
400
450
500
21
3.3. Niet gereaffectecteerde of weder tewerkgestelde personeelsleden – analyse van de cijfers vóór manuele correctie Ook hier blijven de opmerkingen gemaakt in het rapport van vorig jaar onverminderd gelden: men kan de cijfers voor de schooljaren 2004-05 en 2005-06 vergelijken met het schooljaar 2006-07, maar het is belangrijk volgende bedenkingen in het achterhoofd te houden: -
deze cijfers werden opgenomen omdat ze vergelijkbaar zijn. Het zijn niet de definitieve cijfers, die u op de volgende, manueel gecorrigeerde pagina's terug kan vinden;
-
tegenover het geheel van het onderwijsveld gaat het hier over relatief kleine aantallen. Dit brengt met zich dat een gebeurtenis in één school relatief belangrijke gevolgen kan hebben.
22
4. Niet gereaffecteerde/wedertewerkgestelde personeels-leden – NA correctie De in ons vorige verslag opgenomen bedenkingen met betrekking tot de correctie blijven gelden. We nemen ze hieronder dan ook opnieuw op. Er zijn evenwel 2 belangrijke wijzigingen: -
In ons vorige verslag legden we veel nadruk op het feit dat het niet mogelijk is alle anomaliën uit te zuiveren. Over het jaar 2006-07 zijn we er evenwel in geslaagd om alle dossiers van personeelsleden die op 30/06/07 nog TBSOB waren voor één uur of meer, individueel na te kijken in de mainframe.
-
Wat het absolute aantal personeelsleden betreft, hebben we onze methodiek verfijnd door alle personeelsleden die TBSOB waren voor minder dan één mogelijk uur, uit te zuiveren. Lees hierover meer op de volgende pagina.
Waarom is het noodzakelijk de uit het EPD opgehaalde cijfers uit te zuiveren? Het is noodzakelijk de uit het EPD opgehaalde cijfers uit te zuiveren, en dit om meerdere redenen: -
schoolsecretariaten maken soms fouten bij het doorsturen van gegevens. Daarom werden de dossiers van personeelsleden die voor een belangrijk deel van hun opdracht niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld bleven, nader bekeken, en de fouten werden gecorrigeerd.
-
Personeelsleden die hun pensioen hebben aangevraagd, of die voor een pensioencommissie moeten verschijnen, worden nog als TBSOB gemeld in het EPD. Meestal gaat het hier over volledige opdrachten.
-
7 Personeelsleden met outplacement zijn aan het werk, maar worden als TBSOB gemeld in het EPD.
Naast de hoger genoemde zijn er ook nog de incidentele fouten: het komt wel eens voor dat men vergeet de reaffectatie of weder tewerkstelling van personeelsleden te melden. Het is ook mogelijk dat er gereaffecteerd of wedertewerkgesteld werd naar OSP of naar de CLB’s. Dit zijn nog geen elektronisch werkende onderwijsniveaus. Het is nooit mogelijk alle fouten op te sporen, maar over het jaar 2006-07 werden alle dossiers van personeelsleden die op 30/06/07 nog TBSOB waren voor één uur of meer, individueel nagekeken in de mainframe. Eén van de belangrijkste redenen hiervoor is dat reaffectaties of weder tewerkstellingen die niet tot het einde van het schooljaar lopen, niet gedetecteerd worden bij een bevraging op het einde van het schooljaar. Conclusie: het werkelijke aantal niet gereaffecteerde of weder tewerkgestelde personeelsleden is lager dan uit de hieronder afgedrukte cijfers blijkt. Absoluut aantal van de personeelsleden: aanpassing van de tellingsmethodiek ter correctie. Als men de cijfers van de schooljaren 2005-06 en 2006-07 vergelijkt, lijkt het alsof het aantal personeelsleden dat TBSOB bleek te zijn op het einde van het jaar, gehalveerd is. Dit wordt echter veroorzaakt door een aanpassing van de methodiek: voor het schooljaar 2006-07 werden alle personeelsleden die voor minder dan één theoretisch lesuur TBSOB bleven, afgetrokken van het totale aantal personeelsleden dat TBSOB bleef. Deze telling is logischer, omdat het hier over personeelsleden gaat die niet kúnnen gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden. De restfractie 7
Voor de personeelsleden die in het onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's genoemd) ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking is de mogelijkheid gecreëerd om voor een tewerkstelling buiten het onderwijs te kiezen. Deze mogelijkheid wordt "outplacement" genoemd. Het Ministerie van Onderwijs blijft 80% van de wedde van deze personeelsleden betalen, de instelling waar de outplacement doorgaat betaalt 20%.
23
aan TBSOB is immers te klein. Dit verschil wordt in de meeste gevallen veroorzaakt doordat personeelsleden uren met een andere breuk toegewezen krijgen. Een eenvoudig voorbeeld verklaart dit duidelijker: Een personeelslid is TBSOB voor 10/20, of 5000/10000. Hij wordt wedertewerkgesteld voor 10/21, of 4761/10000. Het personeelslid blijft in dat geval TBSOB voor 239/10000. Voor dat restant is geen verdere reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk. We onderzochten dit gegeven over de verschillende niveaus en netten: -
Basisonderwijs, instellingen behorend tot een scholengemeenschap o GO: 6 personeelsleden, samen goed voor 1222/10000 o OVSG/CVPO: 9 personeelsleden, samen goed voor 2117/10000 o VSKO: 5 personeelsleden, samen goed voor 1563/10000
-
Secundair onderwijs, instellingen behorend tot een scholengemeenschap o GO: 150 personeelsleden, samen goed voor 15192/10000 (of: anderhalve opdracht) o OVSG/CVPO: 45 personeelsleden, samen goed voor 5216/10000 (of: een halve opdracht) o VSKO: 190 personeelsleden, samen goed voor 20519/10000 (of: 2 opdrachten)
-
Deeltijds kunstonderwijs o GO: 11 personeelsleden, samen goed voor 737/10000 o OVSG/CVPO: 36 personeelsleden, samen goed voor 4727/10000 o VSKO: 1 personeelslid, voor 182/10000
24
4.1.
Niet gereaffecteerde/wedertewerkgestelde personeelsleden – voltijdse equivalenten – NA correctie Vergelijkingsbasis: SITUATIE OP 30 JUNI 2006
SCHOLEN NIET AANGESLOTEN BIJ EEN SCHOLENGEMEENSCHAP 30/06/2007 - voltijdse equivalenten BaO SO DKO totalen
Scholen niet aangesloten bij SG – 30/06/06
Gemeenschapsonderwijs
0,04
0,67
0,80
1,51
0,24
1,78
1,71
totalen 3,73
Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd andere totalen
1,28 0 0 1,32
7,84 2,02 0 10,53
0 2,08 0 2,88
9,12 4,1 0 14,73
2,06 0,03 0 2,23
1,94 3,91 0 7,62
0 6,49 0 8,20
4,00 10,43 0 18,16
SCHOLEN AANGESLOTEN BIJ EEN SCHOLENGEMEENSCHAP 30/06/2007 - voltijdse equivalenten BaO SO DKO totalen Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd andere totalen
BaO
SO
DKO
Scholen 30/06/06
aangesloten
bij
4,68 6,54 4,67
33,63 63,98 9,2
0 0 0
38,31 70,52 13,87
8,43 5,18 2,89
29,06 64,01 16,21
0 0 0
totalen 37,49 69,19 19,11
0 15,89
3,57 110,38
0 0
3,57 126,27
0 16,50
4,94 114,22
0 0
4,94 130,73
TOTAAL: AANGESLOTEN EN NIET AANGESLOTEN BIJ SCHOLENGEMEENSCHAPPEN 30/06/2007 - voltijdse equivalenten BaO SO DKO totalen
BaO
SO
DKO
SG –
Totaal op 30 juni 2006 BaO
SO
DKO
totalen
Gemeenschapsonderwijs
4,72
34,3
0,8
39,82
8,67
30,84
1,71
41,22
Vrij gesubsidieerd onderwijs
7,82
71,82
0
79,64
7,24
65,95
0
73,19
Officieel gesubsidieerd
4,67
11,22
2,08
17,97
2,92
20,12
6,49
29,53
andere
0
3,57
0
3,57
0
4,94
0
4,94
totalen
17,21
120,91
2,88
141
18,83
121,85
8,2
148,88
25
Niet gereaffecteerd/wedertewerkgesteld - VTE 2006-07, nagezien en gecorrigeerd andere Officieel gesubsidieerd Vrij gesubsidieerd onderwijs Gemeenschapsonderwijs
0 2,08
DKO
0 0,8
3,57 11,22
SO
71,82 34,3
0 4,67
BaO
7,82 4,72
0
10
20
30
40
50
60
70
80
Niet gereaffecteerd/wedertewerkgesteld - VTE 2005-06, nagezien en gecorrigeerd 0 6,49
DKO
0 1,71 4,94 20,12
SO
65,95 30,84 0 2,92
BaO
7,24 8,67 0
10
20
30
40
50
60
70
80
26
4.2.
Niet gereaffecteerde/wedertewerkgestelde personeelsleden – aantal personeelsleden – NA correctie Vergelijkingsbasis: SITUATIE OP 30 JUNI
2006
SCHOLEN NIET AANGESLOTEN BIJ EEN SCHOLENGEMEENSCHAP 30/06/2007 - personeelsleden BaO SO DKO totalen Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd andere totalen
SCHOLEN AANGESLOTEN SCHOLENGEMEENSCHAP 30/06/2007 - personeelsleden Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd andere totalen
TOTAAL: AANGESLOTEN EN SCHOLENGEMEENSCHAPPEN 30/06/2007 - personeelsleden Gemeenschapsonderwijs Vrij gesubsidieerd onderwijs Officieel gesubsidieerd andere totalen
2 2 0 0 4
BIJ
6 10 4 0 24
6 0 25 0 31
BaO 2 7 1 0 10
16 14 29 0 59
EEN
BaO 40 26 32 0 98
NIET BaO 42 28 32 0 102
SO DKO totalen 158 110 6 155 127 0 91 34 25 4 4 0 275 31 408
SO 13 22 18 0 53
DKO 17 2 76 0 95
totalen 32 31 95 0 158
Scholen aangesloten bij SG – 30/06/06
SO DKO totalen 144 104 0 143 117 0 62 30 0 5 4 0 255 0 354
AANGESLOTEN
Scholen niet aangesloten bij SG – 30/06/06
BaO 62 52 37 0 151
BIJ
SO 270 377 91 10 748
DKO 0 0 0 0 0
totalen 332 429 128 10 899
Totaal op 30 juni 2006 BaO 64 59 38 0 161
SO 283 399 109 10 801
DKO 17 2 76 0 95
totalen 364 460 223 10 1057
27
4.3. Niet gereaffectecteerde of weder tewerkgestelde personeelsleden – analyse van de cijfers NA manuele correctie Algemeen Het aantal voltijdse equivalenten aan personeelsleden die TBSOB gesteld zijn, is globaal gezien licht gedaald: van bijna 149 naar 141 personeelsleden. Basisonderwijs -
Voltijdse equivalenten In het basisonderwijs is er een lichte daling, van bijna 19 naar iets meer dan 17 voltijdse equivalenten. Dit is in feite een status quo. In verhouding tot de globale omvang van het basisonderwijs moet men stellen dat dit cijfer waarschijnlijk niet verder samendrukbaar is. Er zitten bij de restgroep immers veel leraars die reeds voor 4/5 van een opdracht in drie scholen of meer staan, en die bijgevolg, conform het besluit, niet verder gereaffecteerd of wedertewerkgesteld kunnen worden.
-
Aantal personeelslleden Situatie in scholen wél aangesloten bij een scholengemeenschap. Net als vorig jaar blijkt uit het nazicht van de dossiers van de niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden dat het overgrote deel van de personeelsleden die voor een deel van hun opdracht niet gereaffecteerd of weder tewerkgesteld konden worden, doorgaans geen onderwijzers zijn. Het merendeel van hen zijn leraren godsdienst of nietconfessionele zedenleer. Daarnaast vinden we kinesitherapeuten, logopedisten, leraars LO, enz.. Enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, kan men stellen dat TBSOB niet voorkomt bij onderwijzers. Situatie in scholen niet aangesloten bij een scholengemeenschap. Het gaat hier over 4 personeelsleden, voor een totaal van 1,32 VTE.
Secundair onderwijs In het secundair onderwijs is er eveneens een lichte daling. Toch moeten hier enkele kanttekeningen gemaakt worden. -
Uit de doorgedreven analyse van de gegevens komen immers enkele zorgwekkende zaken naar voor. Een indicatie hiervoor krijgen we als we becijferen dat de 275 TBSOB staande personeelsleden gemiddeld genomen elk 4387/10000 TBSOB zijn, hetzij elk bijna een halve fulltime. De analyse leert ons tevens dat dit veroorzaakt wordt door een verhoudingsgewijs groot aantal personeelsleden dat voltijds TBSOB blijkt te zijn.
-
Bepaalde vakken hebben blijvend een disproportioneel aandeel in de TBSOB: in de eerste plaats mode (en aanverwante vakken), en daarnaast vakken als slagerij, grafische technieken, nijverheidstechnieken en mechanica, autotechniek en carrosserie, …
-
De kleine daling van het aantal TBSOB gestelden in voltijdse equivalenten mag volledig op het conto van OVSG/POV geschreven worden, vermits zowel VSKO als GO een lichte stijging kende.
-
Scholen wél aangesloten bij een scholengemeenschap We bekijken dit per net: -
In de instelingen van het VSKO blijven er 117 personeelsleden TBSOB (tijdens het individuele nazicht van 153 personeelsleden bleek dat 38 personeelsleden hetzij niet in aanmerking kwamen voor reaffectatie of wedertewerkstelling (hiervoor waren diverse
28
oorzaken: deze personeelsleden waren gepensioneerd, stonden in outplacement, stonden (nog) gewoon foutief TBSOB gemeld, enz.,); hetzij in een verlofstelsel stonden waardoor ze niet verder gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden, maar toch TBSOB gemeld bleven. Van de 123 overblijvende personeelsleden zijn er liefst 36 TBSOB voor de vakken mode of kleding. Een ander probleem vormen de voor een volledige opdracht TBSOB staande personeelsleden. In het VSKO vinden we 36 volledig TBSOB staande personeelsleden. 21 van hen zijn jonger dan 55, en ze zijn veelal TBSOB voor vakken waarvoor in lengte van dagen geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is (bij de mannen uiteenlopende praktische en technische vakken, bij de vrouwen vakken als mode, kleding, haartooi, ‌) -
Bij de instellingen van OVSG en CVPO blijven er 30 personeelsleden TBSOB (tijdens het individuele nazicht van 37 personeelslden bleek dat 7 personeelsleden hetzij niet in aanmerking kwamen voor reaffectatie of wedertewerkstelling (hiervoor waren diverse oorzaken: deze personeelsleden waren gepensioneerd, stonden in outplacement, stonden (nog) gewoon foutief TBSOB gemeld, enz.,); hetzij in een verlofstelsel stonden waardoor ze niet verder gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden, maar toch TBSOB gemeld bleven. In het OVSG vinden we slechts 4 personeelsleden terug die voor een volledige opdracht TBSOB zijn. 2 van hen zijn jonger dan 55. Ze zijn TBSOB voor uiteenlopende technische en praktische vakken. Het geringere aantal kan hier verklaard worden uit het feit dat binnen OVSG het aantal niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde voltijdse equivalenten praktisch gehalveerd werd tegenover het vorige schooljaar.
-
In de instellingen van het Gemeenschapsonderwijs blijven er 104 personeelsleden TBSOB (tijdens het individuele nazicht van 128 personeelslden bleek dat 24 personeelsleden hetzij niet in aanmerking kwamen voor reaffectatie of wedertewerkstelling (hiervoor waren diverse oorzaken: deze personeelsleden waren gepensioneerd, stonden in outplacement, stonden (nog) gewoon foutief TBSOB gemeld, enz.,); hetzij in een verlofstelsel stonden waardoor ze niet verder gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden, maar toch TBSOB gemeld bleven. In het Gemeenschapsonderwijs vinden we 12 voor een volledige opdracht TBSOB staande personeelsleden. 6 van hen zijn jonger dan 55. Naar vakken toe vind je ook hier nauwelijke algemene vakken terug, en zijn kleding/mode en haartooi en aanverwanten het meest voorkomend.
-
-
Er blijven ook 4 personeelsleden TBSOB die niet tot een net behoren, en dit voor niet minder dan 3,57 VTE. Ze zijn alle aan het werk in een niet organieke functie bij de eigen inrichtende macht. Het gaat hier echter om een specifiek probleem: alle 4 zijn personeelsleden van Elishout-school voor voeding (Anderlecht), en ze zijn alle TBSOB voor uren PV en TV slagerij. Vermits de school niet tot een net behoort is reaffectatie of wedertewerkstelling van deze personeelsleden virtueel onmogelijk. Het gaat hier bovendien over relatief jonge personeelsleden: 48 ,49 ,55 en 56 jaar oud (een vijfde personeelslid bevindt zich in dezelfde situatie, maar is 60 jaar en wordt gepensioneerd).
Scholen niet aangesloten bij een scholengemeenschap Het gaat hier over slechts 6 personeelsleden, TBSOB voor een restfractie van samen 6657/10000. Vijf van hen komen uit Bensberg (BSD)
29
Deeltijds kunstonderwijs In het deeltijds kunstonderwijs blijven slechts 2,8 voltijdse equivalenten TBSOB, voor in totaal 26 personeelsleden. Dit is een belangrijke daling: in 2005-06 waren er nog 8,2 voltijdse equivalenten TBSOB, voor in totaal 95 personeelsleden. Bekijken we dit per net: -
In het Gemeenschapsonderwijs bleven 6 personeelsleden TBSOB, voor samen 8013/10000, hetzij gemiddeld 1336/10000. In het OVSG bleven 21 personeelsleden TBSOB, voor samen 20823/10000, hetzij gemiddeld 992/10000. In het VSKO bleven er, na correctie, geen personeelsleden TBSOB in het DKO.
Personeelsleden tewerkgesteld als administratieve ondersteuning ingevolge een beslissing van MEDEX, verdeeld over de provincies.
Antw. Limb. Vl.Brab. O.Vl. W.Vl. Brussel
5 3 7 3 4 1 23
4,58% 4,48% 20,60% 3,19% 7,84% 5,88%
TBSOB per vak Mode/kledij/textiel Electr./electron./mech. Slagerij/bakkerij Autotechn./carrosserie/mont. Muzikale Opvoeding Hout/meubelmakerij Bouw LO Dameskappen Katholieke Godsdienst
89 25 19 12 12 11 10 8 6 6
23,48% 6,59% 5,01% 3,16% 3,16% 2,90% 2,63% 2,11% 1,58% 1,58%
30
HOOFDSTUK 3. WERKING VAN DE VLAAMSE REAFFECTATIECOMMISSIE
De Vlaamse reaffectatiecommissie kon in 2006-07 minder reaffectaties en wedertewerkstellingen realiseren dan in het vorige schooljaar. Toch werkte de commissie vlotter. In 2005-06 werd de werking immers nog bemoeilijkt door enkele "kinderziekten". Als we naar de cijfers kijken blijkt dat het allicht niet mogelijk was veel mĂŠĂŠr reaffectaties te realiseren: hoewel de commissie minder kon reaffecteren of weder tewerkstellen blijken er op het einde van het schooljaar minder personeelsleden, numeriek en in voltijdse equivalenten, TBSOB. Ook dit schooljaar bleek dat heel wat toegekende reaffectaties en weder tewerkstellingen moesten worden ingetrokken omdat de elektronische gegevens foutief of te laat werden doorgegeven. Dit resulteerde in een groot aantal bezwaarschriften. De voornaamste redenen waarom bezwaarschriften aanvaard werden: - personeelsleden die ten onrechte als TBSOB doorgestuurd waren, maar die wel aan het werk waren; - gegevens m.b.t. vakken/uren van tijdelijke personeelsleden waarin gereaffecteerd of weder tewerkgesteld werd, bleken onjuist. Reaffectatie en wedertewerkstelling In organieke opdrachten realiseerde de Vlaamse reaffectatiecommissie 34 reaffectaties of weder tewerkstellingen, voor een totaal van 11,47 voltijdse equivalenten. Administratieve ondersteuning De Vlaamse reaffectatiecommissie kende aan 59 personeelsleden een wedertewerkstelling toe. In totaal werden 437.773/10.000 toegekend, hetzij 43,8 voltijdse equivalenten. Van deze 59 personeelsleden werden er 21 aangesteld als gevolg van een beslissing van de AGD, voor een totaal van 20,36 voltijdse equivalenten. 7 personeelsleden, (7 voltijdse equivalenten) die werden aangesteld als administratieve ondersteuning, hadden een Franstalig diploma en waren niet geslaagd voor het taalexamen. Een tewerkstelling als administratieve ondersteuning is voor hen de enige mogelijke vorm van wedertewerkstelling. Verdeling over de netten en de niveaus: 2006-2007 Vlaamse reaffectatiecommissie
GO
VSKO
OVSG/POV
andere
aantal
VTE
aantal
VTE
aantal
VTE
Basisonderwijs
2
0,63
2
0,14
3
0,53
7
1,29
Secundair onderwijs
2
0,60
13
5,93
6
2,66
21
9,19
Deeltijds Kunstonderwijs
1
0,09
3
0,23
4
0,32
2
0,67
Centra Volwassenenonderwijs Administratieve Ondersteuning. waarvan admin. ond. wegens MEDEX beslissing waarvan admin. ond. Franstaligen
TOTAAL
15 7
27
11,97 6,58
19,87
2
0,67
18
14,97
6
5,78
7
7,00
35
34,48
aantal
VTE
TOTAAL aantal
VTE
17
8,89
9
7,94
59
43,78
3
3,00
5
5,00
21
20,36
7
7,00
29
15,31
9
7,94
93
55,25
31
HOOFDSTUK 4. EVALUATIE VAN DE REAFFECTATIEVERRICHTINGEN DOOR DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REAFFECTATIECOMMISSIE
Hieronder vindt u de standpunten van de leden van de Vlaamse reaffectatiecommissie, per organisatie, zoals die op de vergadering van 12 december 2007 aan het secretariaat werden meegedeeld. Het leek ons relevanter deze commentaren op te nemen, dan de commentaren die einde 2006 werden meegedeeld. Doordat de bevraging van de databank naar de resultaten voor een gegeven schooljaar pas op het einde van dat schooljaar gebeuren, en het rapport pas na analyse van die cijfers kan worden gemaakt, zijn die vroegere commentaren ondertussen immers verouderd. Onder elke organisatie vindt u de standpunten die specifiek door die organisatie werden benadrukt. Praktisch alle vermelde punten werden evenwel door alle leden mee onderschreven. Gemeenschapsonderwijs -
Het GO vindt het positief dat ze de documenten vooraf krijgen en zou verslagen van de vergaderingen ook als nuttig ervaren.
-
Een oplijsting van alle afspraken in verband met toewijzingen administratieve ondersteuning tegen begin volgend seizoen zou wenselijk zijn.
-
Personeelsleden van het volwassenenonderwijs en het DKO zouden administratieve ondersteuning in eigen instelling moeten kunnen krijgen in plaats van naar een scholengemeenschap te worden gestuurd.
Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs -
De specifieke organisatie van het modulair stelsel in het DKO en OSP maakt het erg moeilijk deze organisatievorm in te passen in de regelgeving met betrekking tot de TBSOB
-
Het VSKO stelt met genoegen vast dat de commissie steeds ernstiger werkt, mede dank zij de professionalisering en groeiende ervaring van de administratieve bestaffing.
-
Het VSKO zou graag de regel inbouwen dat er tussen het versturen van de brieven en de ingangsdatum van een reaffectatie of wedertewerkstelling voldoende tijd zou liggen. Het blijkt dat de brieven soms te lang onderweg zijn. Dit zorgt vaak voor problemen in de scholen, met tijdelijke personeelsleden die soms van de ene dag op de andere moeten ontslagen worden.
-
VSKO vraagt tevens om een code in te voeren voor administratieve ondersteuning in het secundair onderwijs. Het is wel noodzakelijk omdat het anders niet bewezen kan worden (naar pensioenen) dat deze personeelsleden effectief aan het werk zijn, en dus niet verplicht met pensioen moeten gesteld worden op 60.
Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers -
Het OKO sluit zich aan bij de vorige sprekers en vraagt ook om verslaggeving van de vergaderingen en om een code voor administratieve ondersteuning.
Onderwijssecretariaat voor Steden en Gemeenten en Provinciaal Onderwijs Vlaanderen -
Het OVSG bedankt iedereen voor de constructieve samenwerking. Volgens hen zijn er ook te brede diplomabevoegdheden die vooral gebruikt worden in het volwassenenonderwijs, maar ook in het secundair onderwijs, waardoor in heel wat gevallen
32
desbetreffende bezwaarschriften niet aanvaard kunnen worden, hoewel dit pedagogisch en organisatorisch wel verantwoord zou zijn. -
De discrepantie tussen het net met scholengroepen en de netten die niet over scholengroepen beschikken, is een fundamenteel onrechtvaardig. Dit betekent immers dat de personeelsleden van de instellingen die niet in een scholengemeenschap (kunnen) stappen door de Vlaamse reaffectatiecommissie behandeld worden. Dit gaat op voor alle instellingen van het DKO en het volwassenenonderwijs. De Vlaamse reaffectatiecommissie kan evenwel reaffecteren in een veel ruimer kader dan een scholengroep dit kan. Naar de tijdelijke personeelsleden toe betekent dit dat zij meer risico lopen om verdrongen te worden. Naar de instellingen toe betekent dit dat zij geconfronteerd worden met reaffectaties en wedertewerkstelling waarover vooraf geen overleg kon gevoerd worden.
-
Naar het DKO toe wordt er zeer veel energie gestoken in kleine toewijzingen (vaak slechts 1 lesuur). Men stelt zich de vraag of dit wel zinvol is. Tegen deze toewijzingen worden vaak bezwaarschriften ingediend. Kunnen deze leerkrachten niet beter in eigen instelling een andere invulling van bepaalde taken krijgen? Het zou mogelijk moeten zijn deze administratieve ondersteuning te laten doen in het DKO en volwassenenonderwijs.
-
Er moet een ernstig gesprek komen over de draagwijdte van de bekwaamheidsbewijzen.
Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt -
Het VSOA stelt zich de vraag of er een andere visie gegroeid is over de toepassing van de RVA-reglementering. Kennelijk wordt het gebruik van het openbaar vervoer door gereaffecteerden of weder tewerkgestelden vaker in vraag gesteld.
De Algemene Centrale der Openbare Diensten -
Het ACOD is zeer tevreden over het feit dat de documenten met de voorstellen voor toewijzing vooraf worden bezorgd aan de leden van de vergaderingen, zodat de dossiers beter kunnen voorbereid worden en er eventuele rechtzettingen of aanpassingen kunnen gebeuren vóór de vergadering. Dit is een positieve evolutie en indien het mogelijk is mogen deze zelfs nog vroeger worden doorgestuurd.
-
Ook het gebruik van projectie van de zoekresultaten, zodat tijdens de vergadering gemakkelijker naar alternatieven voor de voorstellen van het secretariaat kan gezocht worden, is positief.
-
Men zou graag verslagen krijgen van de vergaderingen.
-
De problematiek van technisch adviseur (coördinator) is structureel en moet beter worden opgelost
-
HOSP en SOSP laten een te brede invulling toe om iemand een ander vak te laten geven.
Christelijke Onderwijscentrale -
Het COC sluit zich aan bij de gegeven opmerkingen, en meer in het bijzonder bij de volgende: De discrepantie tussen het net met scholengroepen en de netten die niet over scholengroepen beschikken, is een fundamenteel onrechtvaardig. Dit betekent immers dat de personeelsleden van de instellingen die niet in een scholengemeenschap (kunnen) stappen door de Vlaamse reaffectatiecommissie behandeld worden. Dit gaat op voor alle instellingen van het DKO en het volwassenenonderwijs. De Vlaamse reaffectatiecommissie kan echter reaffecteren in een veel ruimer kader dan een scholengroep dit kan. Naar de tijdelijke personeelsleden toe betekent dit dat zij meer risico lopen om
33
verdrongen te worden. Naar de instellingen toe betekent dit dat zij geconfronteerd worden met reaffectaties en wedertewerkstelling waarover vooraf geen overleg kon gevoerd worden.
Christelijk Onderwijzersverbond -
Het COV sluit zich aan bij de gegeven opmerkingen.
Secretariaat Vlaamse reaffectatiecommissie -
Door verschillende geledingen wordt uitdrukkelijk opgemerkt dat personeelsleden van het volwassenenonderwijs en het DKO als administratieve ondersteuning in de eigen instelling zouden moeten kunnen fungeren, in plaats van naar een scholengemeenschap in het basisof secundair onderwijs te worden gestuurd. Het secretariaat heeft in meerdere dossiers vastgesteld dat het toewijzen van personeelsleden uit het (ruim benoemd) avondonderwijs, met zijn zeer verschillende uurroosters, inderdaad tot problemen kan leiden. Het toekennen van een dagjob kan óók voor organisatorische problemen zorgen.
-
Het Secretariaat wijst erop dat er geen andere visie is gegroeid over de toepassing van de RVA-reglementering. Het blijft zo dat het secretariaat steeds onderzoekt of en hoe een personeelslid de afstand van zijn woonplaats tot zijn plaats van tewerkstelling met het openbaar vervoer kan afleggen. Indien uit een dossier echter blijkt dat een gegeven personeelslid normaal gezien een 8 persoonlijk voertuig gebruikt voor zijn verplaatsingen van en naar het werk , moet het secretariaat hier tegenover de commissieleden melding van maken, en zal de overheid zonodig het standpunt verdedigen dat het passend is dat berekend wordt of het personeelslid de werkplaats kan bereiken met zijn persoonlijk voertuig, binnen de door de RVA bepaalde grenzen.
-
Het secretariaat neemt akte van de opmerking dat er voldoende tijd moet zijn tussen de ingangsdatum van een reaffectatie of wedertewerkstelling, en de datum waarop de brieven verstuurd worden. Het secretariaat neemt zich voor om de handelingen van de commissie, wat dit probleem betreft, nauwgezet te bewaken. In zoverre de opmerking de verzending zelf betreft: brieven met toewijzingen worden door het secretariaat in de regel de dag zelf van, of de dag na de beslissing verzonden. We stellen wel vast dat de kwaliteit van de postbezorging daalt, en dat het regelmatig gebeurt dat gegeven brieven uit dezelfde zending soms dagen langer "onderweg" zijn dan andere.
-
De voorzitter en de secretaris danken, mede in naam van de collega's die de toewijzingen voorbereiden en/of de bezwaarschriften behandelden, de commissieleden voor hun positieve en opbouwende kritiek.
8
Een evident voorbeeld hiervan: indien uit het onderzoek blijkt dat een personeelslid 's avonds werkt, en er na het einduur van zijn lesopdracht geen openbaar vervoer naar zijn woonplaats mogelijk is, kan men geredelijk aannemen dat het personeelslid gebruikt maakt van persoonlijk vervoer om de werkplaats te bereiken. 34