Skip to main content

Zuivelbarometer_ april_2014.pdf

Page 1

FOCUS 2014

DE VLAAMSE ZUIVELBAROMETER APRIL 2014 Vlaamse overheid | Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie

1. Blik op de zuivelbarometer

2. Uitgangssituatie

3. Aanpak

4. Opbrengsten en variabele kosten per 100 l melk

5. Bruto saldo per 100 l melk

1.

DE ZUIVELBAROMETER: EEN NIEUW INSTRUMENT

Met de afschaffing van het melkquotum op 31 maart 2015 verandert de context waarin zowel de melkveebedrijven als de zuivelsector werken, drastisch. Het melkquotum is vanaf dan geen sturende factor meer voor de melkproductie. De marktsituatie zal bepalen waar, hoeveel en tegen welke prijs melk zal worden geproduceerd, zij het binnen de beschikbare productiefactoren. Terwijl de opgelegde quota vandaag verhinderen dat de melkproductie zich verplaatst tussen bedrijven of zelfs regio’s, zullen het na 2015 de meest competitieve bedrijven en bij uitbreiding regio’s zijn die aan belang zullen winnen ten koste van de bedrijven met een hogere kosten-opbrengstenverhouding. Sinds de geleidelijke afbouw van de marktbeschermingsmaatregelen kent de Vlaamse melkveehouderij sterk wisselende economische omstandigheden met meer volatiele prijzen. Zeer gunstige periodes (bijvoorbeeld 2007) werden afgewisseld door zeer slechte periodes (bijvoorbeeld 2009 en 2012). Hierbij is het vaak onmogelijk gebleken om de ernst van de situatie op een snelle en objectieve manier te duiden. De zuivelsector is vragende partij voor een objectieve waardemeter voor de economische situatie van de Vlaamse melkveehouderij. De afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij publiceert daarom voortaan een driemaandelijkse zuivelbarometer. De publicatie brengt op een snelle, objectieve en consistente manier de actuele economische situatie van de Vlaamse melkveehouderij in kaart en draagt zo bij tot een goed inzicht in de marktsituatie. De eerste zuivelbarometer blijkt in staat de wisselende economische situatie van de voorbije jaren (2007-2012) goed te bevatten. De resultaten voor het eerste kwartaal van 2014 tonen aan dat de variabele kosten zich stabiliseren tegenover eind 2013, maar dat de opbrengsten licht gedaald zijn. Dat leidde tot de eerste daling van het actueel bruto saldo sinds de zomer van 2012. De index van het actueel bruto saldo staat ten opzichte van de referentieperiode 2007 – 2012 wel nog altijd op een hoog niveau.

Lorem Ipsum is simply dummy text of the printing and typesetting industry. Lorem Ipsum has been the industry's standard dummy text ever since the 1500s, Meer info vindt u op www.vlaanderen.be/landbouw/studies when an unknown printer took a galley of type and scrambled it to make a type Vermenigvuldiging en/of overname vanspecimen gegevens zijn book. toegestaan It has mitssurvived de bron expliciet not vermeld only five wordt: centuries, Van der Straeten but also B. & Deuninck, the leap J. into (2014) De Vlaamse zuivelbarometer – electronic april 2014, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Depotnummer: typesetting, remaining essentially unchanged. It was popularised in the D/2014/3241/116. 1960s with the release of Letraset sheets containing Lorem Ipsum passages, and more recently with desktop publishing software like Aldus PageMaker including 1 versions of Lorem Ipsum: www.vlaanderen.be/landbouw 1. 2.

opsomming zinsdeel met kleine letter en puntkomma; opsomming zinsdeel met kleine letter en puntkomma;


FOCUS: De Vlaamse zuivelbarometer. April 2014

2. UITGANGSSITUATIE Via het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) houdt het Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en studie (AMS) jaarlijks de boekhouding van een 750-tal land- en tuinbouwbedrijven bij. Hiervan zijn er een honderdtal gespecialiseerde melkveebedrijven. Deze groep bedrijven is representatief voor de hele Vlaamse melkveehouderij, en stelt ons bijgevolg in staat om de situatie op een objectieve manier te evalueren. De resultaten van boekhoudingen worden aangepast aan de recentste prijsinformatie, die afkomstig is van BCZ (melkprijs) en BEMEFA (mengvoederprijs). Daarnaast worden ook de verkoopsprijzen voor nuchtere kalveren en reforme koeien en de aankoopprijzen voor meststoffen en de consumentenprijsindex voor gas en elektriciteit meegenomen in de berekening van de zuivelbarometer.

3. AANPAK De zuivelbarometer wordt driemaandelijks gepubliceerd in de vorm van een index. De index geeft de situatie weer tegenover de referentieperiode ( periode 2007-2012). De gemiddelde situatie in deze referentieperiode wordt gelijkgesteld aan 100. Dat betekent dat een index van 105 aangeeft dat in het betreffende kwartaal de parameter 5% hoger ligt dan in de referentieperiode. Er worden 4 parameters weergegeven die elk een ander aspect van de economische situatie belichten:    

opbrengsten per 100 liter geproduceerde melk variabele kosten per 100 liter geproduceerde melk actueel bruto saldo per 100 liter geproduceerde melk voortschrijdend bruto saldo per 100 liter geproduceerde melk

Het bruto saldo is gelijk aan de opbrengsten verminderd met de variabele kosten per 100 liter geproduceerde melk. Het bruto saldo is wat beschikbaar is voor het betalen van de vaste kosten en wat daarna overblijft als vergoeding voor eigen inbreng van productiefactoren. In de zuivelbarometer wordt zowel het actueel als het voortschrijdend bruto saldo weergegeven. Met het actueel bruto saldo worden schommelingen op korte termijn ondervangen: bij sterk stijgende of dalende melkprijzen is dat onmiddellijk in deze parameter zichtbaar. Het voortschrijdend bruto saldo staat voor het gemiddelde van de actuele bruto saldi van de laatste vier kwartalen. Evoluties in opbrengsten en/of kosten worden hierdoor pas geleidelijk zichtbaar: pas als een situatie over een langere periode blijft duren, uit zich dat in het voortschrijdend bruto saldo.

4. OPBRENGSTEN EN VARIABELE KOSTEN PER 100 LITER MELK In de onderstaande figuur geven we de evolutie van de opbrengsten en variabele kosten per 100 liter melk per kwartaal weer van 2008 tot begin 2014. Daaruit blijkt dat tot begin 2012 de variabele kosten en opbrengsten steeds in eenzelfde richting evolueerden: een daling van de opbrengsten ging gepaard met een daling van de variabele kosten. In 2012 evolueerden de opbrengsten in dalende lijn en de variabele kosten in stijgende lijn. Vanaf het laatste kwartaal van 2012 werd de omgekeerde beweging vastgesteld. De stijging van de gemiddelde opbrengsten in 2013 was volledig toe te schrijven aan de hogere melkprijs terwijl de prijzen voor nuchtere kalveren en reforme koeien in deze periode gedaald zijn. Bij de variabele kosten zijn zowel de mengvoederkosten als de energiekosten gedaald in 2013.

www.vlaanderen.be/landbouw

2


FOCUS: De Vlaamse zuivelbarometer. April 2014

Figuur 1: Opbrengsten en variabele kosten per 100 liter melk, 2008-2014

Bron: Departement Landbouw en Visserij

De gebruikte referentie staat niet noodzakelijk model voor een leefbaar inkomen. Bijgevolg kan er geenszins uitspraak worden gedaan over de leefbaarheid van de Vlaamse melkveehouderij op basis van de gebruikte indexen

5. BRUTO SALDO PER 100 LITER MELK In de onderstaande figuur geven we zowel het actueel als het voortschrijdend bruto saldo per 100 liter geproduceerde melk per kwartaal weer voor 2008 tot het eerste kwartaal van 2014. Uit de vergelijking van deze figuur met de voorgaande figuur (evolutie van opbrengsten en variabele kosten) blijkt dat de evoluties in het actueel bruto saldo grotendeels de schommelingen in de gemiddelde opbrengsten volgen, maar dat de grootte van de schommelingen meer uitgesproken is bij het bruto saldo: in periodes met een hoge index voor de opbrengsten, is ook de index voor het bruto saldo hoog. Uit de figuur blijkt dat het bruto saldo de tweede helft van 2008 maar vooral de eerste drie kwartalen van 2009 substantieel lager was dan gemiddeld (op het dieptepunt in het tweede kwartaal van 2009 bedroeg de index slechts 65). 2010 en 2011 waren jaren met een eerder gemiddeld bruto saldo. Midden 2012 zakte de index naar 80% om vanaf dan sterk te stijgen tot 133 in het laatste kwartaal van 2013. In het eerste kwartaal van 2014 is de index licht afgenomen tot 129 als gevolg van de iets lagere melkprijs. Het actueel bruto saldo geeft een indicatie van de actuele economische situatie, hoe het op dit moment is. Het voortschrijdend bruto saldo geeft aanvullend het gemiddelde bruto saldo weer van de laatste vier kwartalen en is, meer dan het actueel bruto saldo, een maatstaf voor de rentabiliteit in de melkveehouderij van het afgelopen jaar. Zo blijkt dat in het laatste kwartaal van 2013 het bruto saldo 33% hoger lag dan het gemiddeld bruto saldo in de periode 2007-2012. Door de lagere index voor het bruto saldo in de eerste kwartalen van 2013 bleef de index van het voortschrijdend bruto saldo beperkt tot 116. In het eerste kwartaal van 2014 stijgt de index van het voortschrijdende bruto saldo verder tot 123, terwijl die van het actuele bruto saldo licht daalt tot 129.

www.vlaanderen.be/landbouw

3


FOCUS: De Vlaamse zuivelbarometer. April 2014

Figuur 2: Actueel en voortschrijdend bruto saldo per 100 liter melk, 2008-2014

Bron: Departement Landbouw en Visserij

De gebruikte referentie staat niet noodzakelijk model voor een leefbaar inkomen. Bijgevolg kan er geenszins uitspraak worden gedaan over de leefbaarheid van de Vlaamse melkveehouderij op basis van de gebruikte indexen

De zuivelbarometer kan de wisselende economische situatie van de voorbije jaren goed bevatten. In het eerste kwartaal van 2014 stabiliseren de variabele kosten zich tegenover eind 2013 maar dalen de opbrengsten lichtjes. Dat leidde tot de eerste daling van de het actueel bruto saldo sinds de zomer van 2012. De index van het actueel bruto saldo bevindt zich ten opzichte van de referentieperiode 2007 – 2012 wel nog altijd op een hoog niveau. De tweede zuivelbarometer verschijnt over drie maanden.

www.vlaanderen.be/landbouw

4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Zuivelbarometer_ april_2014.pdf by Vlaanderen-be - Issuu