Raad Levenslang en Levensbreed Leren 10 juli 2020 RLLL-RLLL-ADV-1920-007
Advies over de conceptnota 'De Lerende Samenleving'
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op vraag van Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw op 17 juni 2020 Uitgebracht via schriftelijke procedure door de Raad Levenslang en Levensbreed Leren op 10 juli 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: Raad Levenslang en Levensbreed Leren op 23 juni 2020 onder voorzitterschap van Kurt Berteloot Dossierbeheerder: Bram De Geeter
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
1 Situering De Vlaamse Regering zet in op levenslang leren om loopbanen te verduurzamen en de activiteitsgraad te verhogen. Daartoe wordt onder meer een Platform Levenslang Leren opgericht. Dat platform moet meer synergiën en samenwerking tot stand brengen tussen de beleidsdomeinen Werk, Economie en Onderwijs op het vlak van vorming en opleiding doorheen de volledige levensloop. Minister Hilde Crevits gaf eind 2019 de opdracht aan de heer Bruno Tindemans tot het uitwerken van een beleidsvisie over levenslang leren en de oprichting van het Platform Levenslang Leren. Er kwam een conceptnota tot stand met als titel ‘De Lerende Samenleving’ na consultatie van verschillende stakeholders. Naar aanleiding van de aankondiging in de beleidsnota’s van het op te richten Platform Levenslang Leren stelde de Vlor op 31 maart 2020 op eigen initiatief een advies op met aanbevelingen voor dit Platform. Dit advies werd in overweging genomen bij het opstellen van de conceptnota. De conceptnota ziet leren als het vermogen om om te gaan met transities. Om ‘een lerende samenleving’ te bekomen, is er nood aan systemische veranderingen. Daartoe schetst de nota prioritaire uitdagingen, waaraan telkens een aantal concrete opdrachten worden gekoppeld. Er wordt ook een voorstel uitgewerkt om het Platform Levenslang Leren samen te stellen. De leden van het Platform zullen een voorstel tot actieplan aan de Vlaamse regering voorstellen en een prioritering binnen het actieplan tegen december 2020. De Vlaamse regering beslist welke acties voor levenslang leren worden geïmplementeerd vanaf januari 2021. Minister Hilde Crevits vraagt de Vlor advies uit te brengen over deze conceptnota. De raad ontving de adviesvraag, met een termijn van 30 dagen, op 17 juni. Tijdens de vergadering van de Raad Levenslang en Levensbreed Leren van 23 juni werd door de leden input geleverd voor het advies. Deze input werd verder afgelijnd aan de hand van een gedachtewisseling tussen leden van de Raad Levenslang en Levensbreed Leren, leden van de Raad Hoger Onderwijs en dhr. Bruno Tindemans. Er volgde nog een korte schriftelijke procedure om het advies definitief vorm te geven en op vrijdag 10 juli werd het advies, eveneens via schriftelijke procedure, voorgelegd aan de RLLL.
2 Inleiding De raad stelt vast dat de conceptnota er in slaagt de verschillende visies en belangen van de bevraagde stakeholders weer te geven. De informatie die via de consultatieronde werd vergaard, wordt verweven tot een beknopt en samenhangend geheel. Het vormt de basis waarop het Platform Levenslang Leren in de steigers kan worden gezet. Wat duidelijk naar boven komt, is de wil om van levenslang leren een succesverhaal te maken. Dit wordt klaar en duidelijk gedeeld door alle betrokkenen. Daarnaast is het hoopvol om vast te stellen dat de verschillende bevraagde stakeholders allemaal pleiten voor systemische
1
veranderingen. De raad kan zich volledig vinden in de transversale en multidisciplinaire aanpak die in de conceptnota wordt voorgesteld. De Vlor is ook tevreden over het feit dat de conceptnota de rol van het hoger onderwijs in levenslang leren erkent. Het hoger onderwijs neemt vandaag al een rol op in het levenslang leren, maar gezien de nood aan voortdurende professionalisering en herscholing, is hij het ermee eens dat deze rol versterkt moet worden. De Vlor bereidt tegen het najaar 2020 een advies voor dat inspiratie biedt voor de uitwerking van de opdrachten van het platform binnen het kader van hoger onderwijs. De raad stelt wel vast dat er tekstueel een zekere bias is in de richting van het beleidsdomein Werk, waardoor de inzichten die men koestert binnen de Vlor niet altijd even duidelijk worden weergegeven. Het taalgebruik in de nota is bewust generiek gehouden, om beknopt de resultaten van de bevraging weer te geven. Daardoor zijn bepaalde zaken echter op verschillende manieren te interpreteren.
3 Advies Om die reden wil de Vlor een aantal inzichten (opnieuw) benadrukken. Met dit advies wil de raad pleiten voor een meer diepgaande analyse. Het belang van levensbreed leren wordt in de verf gezet. Voorts wordt er voldoende aandacht gevraagd voor alle lerenden en pleit de raad om het leerklimaat te bevorderen. Tenslotte stelt de Vlor voor enkele wijzigingen aan te brengen aan het ontwerp van de samenstelling van het Platform Levenslang Leren.
3.1 Diepgaande analyse In functie van de conceptnota werd er op korte tijd heel veel data verzameld, geanalyseerd en gesynthetiseerd. De Vlor kan zich vinden in het feit dat een algemene visie werd gecreĂŤerd en dat die visie meteen werd omgezet in uitdagingen en opdrachten. Tegelijk pleit de raad ervoor dat het Platform Levenslang Leren de thematiek verder en diepgaander analyseert. Dat moet ĂŠĂŠn van de eerste opdrachten van het platform zijn. Om dit te bewerkstellingen, is er onder meer nood aan meer (geaggregeerde) data. De dataregistratie in de volwasseneneducatie is beperkt. Het Platform Levenslang Leren zal sterk moeten inzetten op dataverzameling en data-analyse. De Vlor benadrukt ook de noodzaak van meer onderzoek m.b.t. de volwasseneneducatie. Hoewel er zeker gedegen wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwijsniveau wordt verricht, beslaat het slechts een fractie van het verrichte onderzoek over onderwijs. Hierdoor tast men beleidsmatig toch altijd een beetje in het duister. Een beter beleid m.b.t. onderwijs en vorming voor volwassenen is moeilijk te bewerkstelligen zonder een degelijke wetenschappelijke onderbouwing. Hoewel er een ruime consultatieronde werd gehouden, meldden een aantal geledingen van de Vlor dat ze niet de mogelijkheid hebben gekregen om hun input te geven. Anderen gaven te kennen dat de inspraak eerder summier was. Het is ook een gemiste kans dat de lesgevers uit de volwasseneneducatie niet werden bevraagd. De Vlor pleit ervoor om de werking van het platform zo te organiseren dat er maximale inspraak kan worden gegeven.
2
Door het gerichte en beknopte karakter van de conceptnota, kon nog niet worden beschreven hoe we de gewenste systemische verandering precies moeten bewerkstelligen, wat van een conceptnota toch verwacht zou mogen worden. De Vlor pleit er in dat kader onomwonden voor om in te zetten op proeftuinen. De raad vindt dat er afdoende middelen moeten worden voorzien om m.b.t. levenslang en levensbreed leren te experimenteren in een regelluw kader, gevolgd door een grondige analyse van de resultaten.
3.2 Het belang van levensbreed leren Vanuit de Vlor wordt de nadruk gelegd op sociale participatie en maatschappelijke integratie als finaliteit van leren. De raad erkent uiteraard het belang van arbeidsmarktgerichte vorming – de beroepskwalificaties die bv. in het volwassenenonderwijs breed ingang vinden, zijn vanzelfsprekend loopbaangericht – maar leren in functie van persoonlijke ontplooiing komt in de nota te weinig aan bod. Het klopt dat de meeste opleidingen en vormingen gebeuren in de context van werk. Desalniettemin is werkgerelateerd leren maar een deel van leren, in een continuüm van brede naar zeer gerichte vorming (met als onderscheiden functies: de algemeen vormende functie, de kwalificatiegerichte functie en de tweedekansfunctie). De raad wenst het belang te benadrukken van levensbreed leren. Levensbreed leren is onlosmakelijk verbonden met het duurzaam verwerven van competenties. Als men mensen wil aanzetten tot leren in functie van een duurzame loopbaan, is levensbreed leren onontbeerlijk. Enkel zo kan men generieke competenties en sleutelcompetenties verwerven. Leervaardigheid ís zo’n generieke competentie. Een brede vorming is de beste garantie om mensen leervaardig te maken. Maar er is meer: levensbreed leren wakkert de leerbereidheid en leermotivatie aan. The joy of learning die gevonden wordt in leren voor de persoonlijke ontplooiing of uit persoonlijke interesse, kan doorgaans getransfereerd worden naar andere vormen van leren, bv. in functie van werk. Gezien het belang van levensbreed leren, betreurt de raad dat het deeltijds kunstonderwijs niet aan bod komt in de conceptnota. Dit onderwijsniveau is net heel sterk in het aanzwengelen van leerbereidheid bij kinderen, jongeren en volwassenen. Het dko laat mensen leren vanuit intrinsieke motivatie en de succeservaringen die men daar heeft, kunnen leerbereidheid opwekken in andere domeinen. In dat kader wil de Vlor ook nogmaals het specifiek karakter van het volwassenenonderwijs uitlichten. Het volwassenenonderwijs is de verbindende partner voor de ruimere samenleving, voor andere onderwijs- en opleidingsverstrekkers en voor de actoren op de arbeidsmarkt. Het moet altijd een spil zijn in een beleid rond levenslang leren.
3.3 Aandacht voor alle lerenden Hoewel de conceptnota de ambitie heeft om de problematiek van levenslang leren heel breed te benaderen, lijkt hij vooral te zijn geschreven voor en over diegenen die over voldoende hefbomen beschikken om bij te leren, zich om te scholen en sterk te staan op de arbeidsmarkt. Voor
3
kansengroepen is er weinig aandacht. In die zin is de titel van de conceptnota veelbelovend, maar dekt de vlag de lading niet. De raad is van oordeel dat, als deze kansengroepen niet worden betrokken bij levenslang leren, de samenleving deze mensen definitief loslaat. We moeten streven naar systemische verandering die ten goede komt aan alle lerenden. Het beleid inzake levenslang leren moet de kloof tussen de haves en de have nots wegwerken in plaats van ze te vergroten. De nota erkent het belang van eigenaarschap van de lerende. De Vlor wenst echter te wijzen op de complexiteit van het concept ‘eigenaarschap’ bij lerenden uit kansengroepen. Enerzijds is men vaak niet zonder begeleiding in staat om de eigen leernood te herkennen en/of de eigen leervraag te formuleren, maar anderzijds moet de lerende voldoende autonomie worden gegeven om het eigen leertraject te bepalen. Leren moet immers emanciperen. In de nota wordt het concept ‘transitie’ ingevuld als ‘in staat zijn zich aan te passen aan de veranderende samenleving’. Voor de raad betekent transitie eerder ‘in staat gesteld worden om als actor deel te nemen aan de veranderende samenleving’. De Vlor is van oordeel dat het belang van emancipatie als doel van leren in de nota niet voldoende benadrukt wordt. De lerende wordt in de conceptnota nog te veel beschouwd als lijdend voorwerp, terwijl lerenden eigenlijk net de motor van verandering zijn. De veerkracht van een lerende mag niet onderschat worden, ook niet als deze behoort tot een kansengroep. Het is precies op dit gebied dat het onderwijsveld het verschil kan maken inzake levensbreed leren. Onder meer de cvo, de basiseducatie en de socioculturele sector zorgen er immers voor - door bv. het aanreiken van generieke competenties - dat lerenden in staat worden gesteld om zelf het heft in handen te nemen. Om alle doelgroepen te bereiken, moet het aanbod voldoende divers en laagdrempelig zijn. In dat kader betreurt de raad dat het Strategisch Plan Geletterdheid in de nota niet wordt vermeld. Dit plan bevat immers de doelstellingen van de Vlaamse overheid op dit vlak. Men kan geen lerende samenleving bekomen zonder aan de geletterdheid te werken. De Vlor vindt dat het beleid inzake geletterdheid en inzake levenslang leren op elkaar moeten worden afgestemd. Hetzelfde geldt voor het Beleidsplan Onderwijs aan Gedetineerden. Er moet gestreefd worden naar een maximale integratie van bestaande plannen in het beleid rond levenslang leren. De Vlor wenst het belang te onderstrepen van goede begeleiding. Een succesvol beleid inzake levenslang leren zal enkel kunnen bewerkstelligd worden indien lerenden gesteund en begeleid worden bij het bepalen van hun leernood, het vormen van hun leervraag en het vastleggen en het doorlopen van hun leertraject. Deze begeleiding zal in heel diverse vormen moeten aangeboden worden, aangezien de lerende vele gezichten heeft. Elke lerende heeft zijn eigen profiel en dus moet er zoveel als mogelijk maatwerk worden aangeboden. De raad wenst er ook de aandacht op te vestigen, dat de crisissituatie waar we ons op dit moment in bevinden grote gevolgen zal hebben inzake ongelijkheid, de situatie op de arbeidsmarkt en de bereidheid tot leren, zeker bij kansengroepen.
4
3.4 Bevordering van het leerklimaat De conceptnota vertrekt (onder meer) van de OESO Skills Study en hecht dus – terecht – veel belang aan het feit dat veel mensen niet in staat zijn tot levenslang leren door tijdsgebrek. De Vlor wil er de nadruk op leggen dat andere situationele determinanten ook een grote impact hebben op de participatie aan levenslang leren. Zeker voor kansengroepen zijn zaken als kostprijs, beschikbaarheid van kinderopvang en bereikbaarheid (via openbaar vervoer) echte deal breakers. Hoewel deze contextuele factoren verschillende beleidsdomeinen beslaan en ze dus soms moeilijk te beïnvloeden zijn, mogen ze niet ontbreken in een doortastend beleid inzake levenslang leren. De leerbereidheid kan positief beïnvloed worden door te zorgen voor een goed school- en klasklimaat. De doorgedreven professionalisering van docenten en het voorzien van voldoende omkadering in scholen en andere organisaties, zijn dus belangrijke randvoorwaarden om tot een goed leerklimaat te komen. In dat kader kan de raad niet anders dan vaststellen dat het grote belang die de Vlaamse regering hecht aan levenslang leren diametraal staat tegenover de besparingen die momenteel in het volwassenenonderwijs worden doorgevoerd. Ook het aanbod heeft een grote impact op de bereidheid tot leren. Vaak staan procedures en regels het creëren van een flexibel aanbod in de weg. De Vlor ondersteunt de opdracht van het Platform Levenslang Leren om de bestaande regelgeving te screenen met als doelstelling ze te stroomlijnen. Tegelijk waarschuwt de raad ervoor dat de draagkracht van lesgevers en organisaties niet mag overschreden worden: ook binnen onderwijs moet werkbaar werk een prioriteit zijn. Het regelluw maken mag eveneens niet leiden tot een concurrentiestrijd tussen de verschillende opleidingsverstrekkers. Van een race to the bottom wordt niemand beter, wel integendeel.
3.5 Samenstelling van het Platform Levenslang Leren De Vlor plaatst enige vraagtekens bij het voorstel tot samenstelling van het Platform Levenslang Leren. Er is bijvoorbeeld vertegenwoordiging voorzien voor een business school, voor private onderwijsverstrekkers en voor verschillende experts, maar voor bv. een expert inzake kansengroepen of inzake levenslang leren is er in het ontwerp geen plaats voorzien. De raad verzoekt ook het evenwicht te behouden inzake belangen en zeggenschap tussen overheidsinstanties en de privésector. De raad pleit ervoor om in het platform vertegenwoordiging te voorzien voor het sociaal-cultureel werk. In het ontwerp zou deze geleding vertegenwoordigd worden via de steden en gemeenten, maar dit voldoet niet. Het sociaal-cultureel werk is een belangrijke partner inzake het aanwakkeren van leergoesting en verdient dus volgens de Vlor een eigen vertegenwoordiger (iemand van het Steunpunt Sociaal-Cultureel Werk, bv.). Een belangrijke opleidingsverstrekker (OVSG) krijgt geen vertegenwoordiger in het ontwerp. Het OVSG is een belangrijke verstrekker binnen het volwassenenonderwijs en de stem van deze
5
geleding kan onmogelijk adequaat vertolkt worden door de vertegenwoordiger van de steden en gemeenten. Ook Syntrum wordt in de voorgestelde samenstelling niet vermeld. De vijf Syntra vormen echter een prominente opleidingsverstrekker: deze geĂŻnstitutionaliseerde praktijkopleider bedient jaarlijks 30.000 lerenden. De Vlor is van oordeel dat Syntrum niet kan ontbreken in het platform. De Vlor pleit ervoor om binnen de vertegenwoordiging van de werknemersorganisaties plaats te voorzien voor de onderwijsvakbonden als deskundigen en dus niet enkel de koepelorganisaties af te vaardigen in het platform.
4 Bibliografie Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Aanbevelingen voor het platform levenslang leren. 31 maart 2020. Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over het volwassenenonderwijs als partner in levenslang en levensbreed leren. 11 juni 2019. Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies NT2 en sociale participatie, 11 juni 2019. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies OESO Skills Strategie Vlaanderen, 28 maart 2019. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies Strategisch Plan Geletterdheid 2017-2024, 26 oktober 2017. Vlaamse Onderwijsraad. Blijven leren: de toekomst! Een strategische verkenning over stimuli voor het leren van volwassenen. 2014. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Het leren van volwassenen: stimulansen voor het komende decennium. 2013.
6