Skip to main content

VEA_OP_2020_2024_JR_2019.pdf

Page 1

Ondernemingsplan Vlaams Energieagentschap 2020-2024


Inhoud HET VLAAMS ENERGIEAGENTSCHAP ALS ORGANISATIE ....................................... 1

I. 1

Missie en opdrachten van het VEA zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering.. 1

2

Langetermijnvisie van het VEA .................................................................... 2

3

Waarden van het VEA................................................................................. 2

4

Strategische organisatiedoelstellingen van het VEA ........................................ 2

5

Kerntaken van het VEA ............................................................................... 3

II. INVULLING VAN DE STRATEGISCHE EN OPERATIONELE DOELSTELLINGEN VAN HET ENERGIEBELEID DOOR HET VEA ............................................................................. 4 III. STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN ENERGIEBELEID 2020-2024 ............................ 4 1

Algemeen kader: Regeerakkoord en beleidsnota Energie 2019-2024 ................ 4

2 Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 en Vlaamse langetermijn klimaatstrategie 2050 ......................................................................................... 5 3

Omzetting Clean Energy Package ................................................................. 6

IV. OPERATIONELE DOELSTELLINGEN ENERGIEBELEID 2020-2024............................. 8 1

Het Renovatiepact voor de grondige renovatie van woningen versterken .........10 1.1

Renovatiepact 2.0 .................................................................................10

1.2

BE-REEL!..............................................................................................12

1.3 Stimulerings-, ondersteunings-, financierings- en ontzorgingsmaatregelen uitwerken voor de verhoging van de renovatiegraad ...........................................13 2

Het EPC-residentieel en de woningpas verder uitbouwen ...............................15 2.1

Verder uitbouwen EPC-residentieel ..........................................................16

2.2

Verder uitbouwen woningpas en gebouwenpas ..........................................17

3 Strategie en actieprogramma voor renovatie van niet-woongebouwen uitwerken en implementeren .............................................................................................18 4

Acties voor de shift naar duurzame gebouwverwarming uitwerken ..................20

5

EPB-beleidskader vereenvoudigen en gebruiksvriendelijker maken..................21

6 Kmo’s en grote (energie-intensieve) ondernemingen ondersteunen in de transitie naar CO2-arme bedrijven ....................................................................................22 7

Versnelde uitbouw van milieuvriendelijke energieproductie ............................25 7.1 Optimalisering certificatensysteem en opstarten proefproject tendering voor zonnepanelen. ...............................................................................................25

8

7.2

Acties voor ondersteuning doelstelling hernieuwbare energie 2030 ..............26

7.3

Stimuleren opmaak lokale warmteplannen ...............................................27 Het sociaal energiebeleid versterken met passende maatregelen ....................28

9 Ondersteunen van de uitbouw van een faciliterend regelgevend en ondersteunend governancekader voor de energietransitie.......................................29 I


9.1 Een goede opvolging, beleidsonderbouwing en beleidsbijsturing verzekeren voor het Vlaams Energie- en Klimaatplan. .........................................................29

V.

9.2

De communicatie over de transitie verder uitbouwen en versterken .............31

9.3

Ondersteuning van en kennisuitwisseling met lokale besturen versterken .....32

9.4

Operationaliseren Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) ...............33

DOELSTELLINGEN OPGELEGD DOOR DE VLAAMSE REGERING ..............................34 1

Personeelsbesparing 2020-2024 .................................................................34

2

Diversiteit en gelijke kansen ......................................................................34

3

Risicomanagement ....................................................................................35

VI. WELZIJNSBELEID ...........................................................................................36 1

Welzijnsindicatoren ...................................................................................36

2

Risico-analyse ..........................................................................................36

BIJLAGE I: BESCHRIJVING KERNTAKEN VEA 2020 EN UITVOERINGSRAPPORTERING ....38 MANAGEMENT EN (BELEIDS)ONDERSTEUNENDE DIENSTEN ...................................38 CLUSTER ENERGIE-EFFICIËNTIE .........................................................................43 CLUSTER MILIEUVRIENDELIJKE ENERGIEPRODUCTIE ............................................67 BIJLAGE II: PERSONEELSPLAN 2020 .......................................................................75 BIJLAGE III: ENERGIEBEGROTING ONDER BEHEER VAN HET VEA ...............................76 BIJLAGE IV: MONITORINGTABEL VAN DE JAARDOELSTELLINGEN 2019 .......................79

II


I. HET VLAAMS ENERGIEAGENTSCHAP ALS ORGANISATIE 1 Missie en opdrachten van het VEA zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering

Het besluit tot oprichting van een intern verzelfstandigd agentschap, het Vlaams Energieagentschap, werd door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 16 april 2004. Het Vlaams Energieagentschap heeft formeel zijn werking opgestart vanaf 1 april 2006. De Vlaamse Regering heeft de missie (bestaansreden of hoofdopdracht) van het VEA als volgt vastgelegd in het Energiebesluit (artikel 2.1.2.):

“Het Vlaams Energieagentschap heeft als missie de uitvoering van een op duurzaamheid gericht energiebeleid door de beleidsinstrumenten op een kostenefficiënte en kwaliteitsvolle manier in te zetten.” De Vlaamse Regering heeft bovengaande hoofdopdracht doorvertaald in artikel 2.1.3. van het Energiebesluit in volgende opdrachten voor het Vlaams Energieagentschap: 1° het bevorderen van de milieuvriendelijke energieproductie en het beheer van de daarvoor bestemde middelen en fondsen, inbegrepen de voorbereiding, uitvoering, monitoring en controle van de steunverlening aan groenestroom-, warmte-krachten groenewarmte-installaties; 2° het bevorderen van het rationeel energiegebruik en het beheer van de daartoe bestemde middelen en fondsen; 3° de toepassing van de regelgeving in verband met het beheer en de uitbouw van de distributienetten van elektriciteit, gas en warmte, en van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit; 4° het voeren van eigen sensibiliserings- en communicatieacties over milieuvriendelijke energieproductie en rationeel energiegebruik en het coördineren van sensibiliseringsen communicatieacties over milieuvriendelijke energieproductie die aan derden worden uitbesteed; 5° het uitvoeren, of laten uitvoeren, van analyses ter ondersteuning van de beleidsuitvoering inzake het duurzame energiebeleid; 6° het verwerken van de uit de beleidsuitvoering verworven informatie om beleidsgerichte input aan het departement te leveren; 7° het bijdragen tot de uitvoering van het Vlaams Klimaatbeleidsplan; 8° alle andere beleidsuitvoerende taken betreffende het energiebeleid die bij decreet of door de Vlaamse Regering aan het agentschap worden toevertrouwd. Aansluitend op punt 8° zijn via het Energiedecreet en het Energiebesluit nog verschillende andere specifieke taken toegekend aan het Vlaams Energieagentschap o.a.: -

Voorbereiding, uitvoering, monitoring en handhaving van de EPC- en EPBregelgeving.

1


-

Kwaliteitsborging van energiedeskundigen, EPB-verslaggevers en sommige installateurs en aannemers, alsook van de betreffende opleidingen.

-

Conformverklaring energieplannen, aanvaarding energiedeskundigen monitoring energieplannen en -studies door bedrijven.

-

Voorbereiding, uitvoering en monitoring van de vrijwillige energiebeleidsovereenkomsten tussen het Vlaamse Gewest en de bedrijven.

-

Voorbereiding, uitvoering, monitoring en controle van de supercapregeling.

-

Uitvoering van de handhavingsregeling inzake energiefraude.

-

2

en

Voorbereiding, uitvoering, monitoring en controle van financiële ondersteuningsmaatregelen (energieleningen, noodkoopleningen, beheer van calls, sloopen heropbouwpremie, afleveren attesten verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen, …).

Langetermijnvisie van het VEA

De directieraad van het agentschap heeft, vertrekkende van de missie en opdrachten van het agentschap zoals vastgelegd in het Energiebesluit en van de beleidsopties in de Beleidsnota Energie 2019-2024, de visie op de werking van het agentschap herbevestigd die als volgt wordt samengevat: “Dankzij het stimuleren van doorgedreven energiebesparingen in verschillende sectoren en het bevorderen van innovatie en de inzet van nieuwe technologieën, vervult het VEA een leidende rol in de transitie naar een duurzaam energiesysteem dat meer en meer gebaseerd is op hernieuwbare energiebronnen, de bevoorradingszekerheid garandeert en betaalbaar is voor gezinnen en bedrijven. Door een zo efficiënt mogelijk energiegebruik en een transitie naar een duurzame energievoorziening te bevorderen, zal het VEA bijdragen aan een groeiende welvaart in Vlaanderen.”

3

Waarden van het VEA

Het VEA heeft de ambitie om een geloofwaardige, efficiënt functionerende en slagkrachtige organisatie te zijn die steunt op samenwerking en een goede werksfeer. Om dat te realiseren, passen we in ons denken en handelen de waarden vertrouwen, daadkracht, wendbaarheid, openheid en teamgeest toe.

4

Strategische organisatiedoelstellingen van het VEA

De missie en visie werden verder doorvertaald organisatiedoelstellingen van het Vlaams Energieagentschap:

naar

de

strategische

1. Het VEA ontwikkelt en implementeert als eerste prioriteit, met focus op de doelgroepen gebouwen en industrie, de Europese en Vlaamse beleidsmaatregelen

2


om de energie-efficiĂŤntie te verhogen en een lager eindenergieverbruik te realiseren. 2. Het VEA ontwikkelt en implementeert de Europese en Vlaamse beleidsmaatregelen voor de bevordering van de energieopwekking uit hernieuwbare energiebronnen en draagt zo bij tot de transitie naar een duurzaam energiesysteem. 3. Het VEA ontwikkelt en implementeert de beleidsmaatregelen die voor elk huishouden de basisbehoefte aan energie waarborgen. 4. Het VEA bouwt het draagvlak en de organisatienetwerken op die nodig zijn om de transitie naar een duurzaam energiesysteem mogelijk te maken.

5

Kerntaken van het VEA

Een beknopte beschrijving van de kerntaken van het VEA is opgenomen als bijlage I. Een samenvattend overzicht van de personeelsinzet (85 koppen – 78 VTE) wordt hieronder weergegeven. Management en (beleids)ondersteunende diensten

Algemene leiding, organisatiesturing, algemene informatieverstrekking en secretariaat Verlenen van managementondersteuning binnen het agentschap Algemene beleidsondersteuning door het verstrekken van beleidsgerichte input

4,7 VTE 5,6 VTE

10,5 VTE

Operationele kerntaken

Implementatie, monitoring en evaluatie van de sociale- en REG-openbaredienstverplichtingen Doelgroepenoverleg en het uitwerken van hefboomacties in het kader van het Renovatiepact (incl. BE-REEL!)

2,0 VTE

Het uitvoeren, monitoren, evalueren, verder uitwerken en optimaliseren van de EPC- en de EPB-regelgeving

6,4 VTE

Kwaliteitsborging van de energiedeskundigen, de EPBverslaggevers en handhaving permanente vorming

2,3 VTE

Handhaving van de EPC-regelgeving en EPB-regelgeving

11,05 VTE

Het verder uitbouwen van de certificatiesoftware, de EPBsoftware en de energieprestatiedatabank

3,4 VTE

Behandeling standaardsubsidiedossiers (attestaanvragen verhoogde investeringsaftrek energiebesparende investeringen, premie zero-emissie voertuig en slooppremie) Opvolgen van de implementatie van de energiebeleidsovereenkomsten met de energie-intensieve

2,8 VTE

5,8 VTE

1,3 VTE

3


industrie in verband met energie-efficiëntie, de mini-EBO’s, de supercapregeling, de energienorm, de verplichting inzake de verplichte energieaudit en het beoordelen van de energieplannen en energiestudies in het kader van het besluit Energieplanning Uitvoering van acties opgenomen in het VEKP inzake de bevordering van hernieuwbare energieproductie

4,1 VTE

Monitoring, evaluatie en beheer van expertisedossiers van de groenestroom- en warmte-krachtcertificatensystemen

10,4 VTE

Overleg en thematische informatieverstrekking inzake energie-efficiëntiemaatregelen en milieuvriendelijk energieproductie

7,6 VTE

II. INVULLING VAN DE STRATEGISCHE EN OPERATIONELE DOELSTELLINGEN VAN HET ENERGIEBELEID DOOR HET VEA Beleidsdoelstellingen – organisatiedoelstellingen: o De concrete invulling door het VEA aangaande de strategische beleidsdoelstellingen opgenomen in de beleidsnota, wordt besproken onder hoofdstuk III. ‘Strategische doelstellingen energiebeleid’. De strategische organisatiedoelstellingen van het VEA opgenomen onder hoofdstuk I.4. sporen daarmee samen. o De operationele organisatiedoelstellingen van het VEA opgenomen onder hoofdstuk IV. sporen maximaal samen met de operationele beleidsdoelstellingen opgenomen in de beleidsnota Energie. Jaarrapportering 2019: Zie beknopte beschrijving van de kerntaken en uitvoeringsrapportering als bijlage I en de monitoringtabel van de jaardoelstellingen 2019 in bijlage IV.

Budgettaire raming en overige input van middelen (personeelsinzet): Zie bijlagen I, II en III.

III. STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN ENERGIEBELEID 2020-2024 1

Algemeen kader: Regeerakkoord en beleidsnota Energie 2019-2024

Het Vlaamse energiebeleid zal deze regeerperiode bijdragen aan de langetermijnstrategie en doelstellingen die op Europees en internationaal niveau werden vastgelegd. We slaan

4


het pad in naar een koolstofarme economie en klimaatneutrale samenleving en geven invulling aan de langetermijn Europese energie- en klimaatambities. De realisatie van de energietransitie is een cruciale voorwaarde om de klimaatdoelstellingen te kunnen realiseren. Vanuit het beleidsveld energie zal in de periode 2019-2024 actie worden ondernomen binnen acht strategische sporen: -

SD1: Evolutie naar een energiezuinig en klimaatneutraal gebouwenpark versnellen. SD2: Transitie naar koolstofarme industrie en ondernemingen ondersteunen. SD3: Versnelde uitbouw van milieuvriendelijke energieproductie. SD4: De transitie naar zero-emissievoertuigen versnellen. SD5: Slimme netwerkinfrastructuur, efficiënt netbeheer en flexibel gebruik en productie. SD6: Een effectief governancekader voor de energietransitie uitbouwen. SD7: Een sociaal rechtvaardige transitie vorm geven. SD8: Een faciliterend kader voor de energietransitie voorzien.

Het VEA zal in de periode 2020-2024 actief bijdragen aan het concretiseren van SD1, SD2, SD3, SD6, SD7 en SD8.

2 Vlaams Energie- en Klimaatplan langetermijn klimaatstrategie 2050

2021-2030

en

Vlaamse

Het Vlaamse energiebeleid zal de komende jaren in belangrijke mate in het teken staan van de uitvoering van het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 en de langetermijn klimaatstrategie 2050. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 dat op 9 december 2019 werd goedgekeurd, vormt de Vlaamse bijdrage aan de Europese energie- en klimaatdoelstellingen 2030. De Vlaamse langetermijn klimaatstrategie 2050 werd op 20 december 2019 goedgekeurd en zet de prioriteiten uit voor de periode na 2030, om de broeikasgasuitstoot (niet-ETS) te reduceren met minstens 85% tegen 2050 t.o.v. 2005, met de ambitie om te evolueren naar volledige klimaatneutraliteit. Per sector werd een indicatief streefcijfer tegen 2050 voor BKG-emissiereducties vastgelegd. Beide plannen werden ingediend als bijdrage aan de nationale plannen, die aan de Europese Commissie werden bezorgd. De uitvoering van het Vlaams Energie- en Klimaatplan zal lopen tot en met 2030, met verschillende tussentijdse rapporteringen en mogelijkheden/verplichtingen tot bijsturing. In het VEKP 2021-2030 werden de volgende doelstellingen vastgelegd:  Broeikasgasuitstoot: -35% BKG-uitstoot in 2030 ten opzichte van 2005 in de non-ETS sectoren.  Energie-efficiëntie: Gecumuleerde energiebesparing van 84,062 TWh over de periode 2021-2030.  Hernieuwbare energie: 28.512 GWh in 2030. In de Europese verordering inzake de ‘Governance van de Energie-Unie en van de Klimaatactie’, de zogenaamde Governance-verordering, zijn bepalingen opgenomen over de opvolging (monitoring en rapportering) en actualisatie van de Nationale Energie- en Klimaatplannen (zie 9.1).

5


De Europese Commissie zal tussentijdse evaluaties uitvoeren, waardoor het Europese doelstellingenniveau naar boven kan worden bijgesteld. Dit betekent dat het Vlaamse doelstellingenniveau eveneens tussentijds kan worden herzien.

3

Omzetting Clean Energy Package

Op 30 november 2016 lanceerde de Europese Commissie een pakket van 9 wetgevende initiatieven om het Europese energie- en klimaatbeleid een versnelling hoger te schakelen. Onder de naam ‘Clean Energy Package’ werden voorstellen gelanceerd voor grondige aanpassingen aan het bestaande Europese beleidskader voor energie en klimaat. Het Clean Energy Package omvat een grondige herziening van het Europese regelgevende kader omtrent energie. Het volledige pakket aan richtlijnen en verordeningen werd goedgekeurd in de loop van 2018. Verschillende herzieningen vereisen nog een omzetting naar de Vlaams regelgeving. Hieronder worden deze opgesomd. De tabel geeft de publicatiedatum en de uiterste omzettingstermijnen. Richtlijn EPB-richtlijn (2018/844/EU) EE-richtlijn (EED) (2018/2002/EU) Hernieuwbare energierichtlijn (REDII) (2018/2001/EU) Elektriciteitsrichtlijn (EMD) (2019/944/EU)

Publicatiedatum 30 mei 2018

Uiterste omzettingstermijn 10 maart 2020

11 december 2018

25 juni 2020

11 december 2018

30 juni 2021

5 juni 2019

31 december 2020

EPB-richtlijn De bestaande EPB-richtlijn (2010/31/EU) werd op bepaalde punten gewijzigd. De richtlijn heeft als doel de energie-efficiëntie van het Europese gebouwenpark te verbeteren (zowel nieuwbouw als bestaande bouw). De belangrijkste bepalingen uit de richtlijn die nog een omzetting vergen, zijn: • Lidstaten worden verplicht een langetermijnstrategie op te stellen met als doel het koolstofvrij maken van het gebouwenpark. In deze strategie moeten (niet-bindende) doelstellingen voor 2030, 2040 en 2050 worden vastgelegd. De eerste langetermijnstrategie maakt deel uit van het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP). • Nieuwe verplichting inzake ondersteuning elektromobiliteit. Gebouwen met meer dan 10 parkeerplaatsen moeten laadpalen en bekabeling voorzien voor elektrische voertuigen. • Nieuwe gebouwen moeten verplicht worden voorzien van zelfregulerende apparatuur die de temperatuur in elke kamer regelt of per verwarmde zone. • Aanpassingen aan de artikelen die inspectie van verwarmings- en airco-installaties verplichten. Enerzijds wordt de drempel voor verplichte keuring verhoogd naar enkel systemen met een vermogen van 70kW of meer. Anderzijds wordt het

6


toepassingsgebied van de verplichte keuring verhoogd naar ook nieuwe systemen (o.a. warmtepompen en elektrische verwarming). • Systeemeisen moeten worden uitgebreid naar nieuwe technische bouwsystemen (o.a. PV en windenergie). • Er moet een verplichte beschrijving gebeuren van de nationale methodologie voor het berekenen de energieprestatie van een gebouw, op basis van Europese normen (geen harmonisatie van de methodologieën). EE-richtlijn Richtlijn 2018/2002/EU beoogt een aanpassing aan de huidige EE-richtlijn (2012/27/EU). De richtlijn legt een nieuwe niet-bindende energiebesparingsdoelstelling vast voor de Europese Unie als geheel van 32,5% tegen 2030 (primair en finaal energieverbruik, telkens t.o.v. een referentiescenario met baseline 2007). De jaarlijkse energiebesparingsverplichting (huidig artikel 7) wordt na 2020 aangescherpt. Lidstaten moeten jaarlijks minimaal 0,8% bijkomende (=cumulatieve) besparingen in het finaal energieverbruik aantonen. De belangrijkste bepalingen uit de richtlijn die nog een omzetting vergen, zijn de aanpassingen aan de volgende artikelen uit richtlijn 2012/27/EU: Artikel 9ter – individuele bemetering en kostenverdeling betreffende verwarming, koeling en warm water voor huishoudelijk gebruik. - Artikel 10 (lid 3, a en e) – factureringsinformatie betreffende aardgas. - Artikel 10bis en bijlage VII – facturering en verbruiksinformatie betreffende verwarming, koeling en warm water voor huishoudelijk gebruik. - Artikel 11 – kosten voor toegang tot meetgegevens en factureringsinformatie betreffende aardgas. - Artikel 11bis – kosten voor toegang tot informatie over meting, facturering en verbruik betreffende verwarming, koeling en warm water voor huishoudelijk gebruik. In de praktijk betreft het voornamelijk kleine wijzigingen t.o.v. de reeds bestaande omzetting waardoor de hogervermelde bepalingen nog slechts gedeeltelijk moeten worden omgezet. -

RED2 - Hernieuwbare energierichtlijn Vervangt de huidige Hernieuwbare energierichtlijn (2009/28/EU) en bepaalt een nieuwe bindende Europese doelstelling voor hernieuwbare energie (= groene stroom, aandeel hernieuwbare energie in verwarming/koeling, aandeel biobrandstoffen in transportsector) van 32% tegen 2030. Deze doelstelling geldt als percentage ten opzichte van het totale energiegebruik. De bindende Europese doelstelling wordt wel niet langer verdeel over bindende doelstellingen per lidstaat maar de lidstaten moeten wel minstens hun eigen 2020doelstelling handhaven (voor België is dit 13%). Gebeurt dit niet, dan moet de betrokken lidstaat binnen het jaar bijkomende maatregelen nemen om de kloof te overbruggen. Lidstaten moeten ernaar streven om het aandeel van hernieuwbare energie voor verwarming en koeling te laten toenemen met een indicatieve 1,3% per jaar. 7


De belangrijkste bepalingen uit de richtlijn die nog een omzetting vergen, zijn: • • • •

•

•

Er moeten concrete technische specificaties worden vastgesteld waaraan hernieuwbare-energieapparatuur en -systemen moeten voldoen. Administratieve procedures inzake hernieuwbare energie moeten worden vereenvoudigd (o.a. vergunningsprocedure, overeenkomsten). Nieuwe streefcijfers voor het aandeel van hernieuwbare energie in de verwarmingen koelingssector en in de vervoersector. Eindafnemers moeten het recht hebben om deel te nemen aan hernieuwbare energie-gemeenschappen. Er moet door lidstaten een faciliterend kader worden geschapen ter bevordering en vereenvoudiging van de ontwikkeling van deze gemeenschappen. Consumenten moeten het recht hebben om zelfverbruikers van hernieuwbare energie te worden, en de lidstaten moeten daartoe rechten vaststellen die hen gegarandeerd moeten worden. Duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria voor biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen worden verstrengd.

JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak voorontwerp van verzameldecreet (o.a. omzetting EPBD, renovatieverplichting nietwoongebouwen, …) Opmaak ontwerp van wijzigingsbesluit (o.a. omzetting EPBD, EED) waarvoor reeds decretale basis aanwezig is Opmaak ontwerp van wijzigingsbesluit (o.a. omzetting EPBD, EED) waarvoor nog geen decretale basis aanwezig is

Oplevering voorontwerp van verzameldecreet aan kabinet

Uiterlijk 31 januari 2020

Oplevering voorontwerp van BVR aan kabinet

Uiterlijk 31 januari 2020

Oplevering voorontwerp van BVR aan kabinet

Uiterlijk 31 mei 2020

VOORZIEN BUDGET Nihil.

IV. OPERATIONELE DOELSTELLINGEN ENERGIEBELEID 2020-2024 Hieronder worden de belangrijkste acties opgesomd die het VEA zal uitvoeren, faciliteren of ondersteunen, in het kader van de strategische en operationele doelstellingen van de beleidsnota Energie 2019-2024. Deze worden daarna uitgesplitst in verschillende deelacties.

8


Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle acties, met aanduiding van de link met de strategische en operationele doelstellingen uit de beleidsnota Energie 2019-2024.

Link met volgende strategische doelstelling uit de beleidsnota Energie

Link met volgende operationele doelstelling(en ) uit de beleidsnota Energie

1. Het Renovatiepact voor de grondige renovatie van woningen versterken Renovatiepact 2.0

SD 1

OD 1.1

BE-REEL!

SD 1

OD 1.1

Stimulerings-, ondersteunings-, financierings- en ontzorgingsmaatregelen uitwerken voor de verhoging van de renovatiegraad

SD 1

OD 1.1

2. EPC en woningpas verder uitbouwen Verder uitbouwen EPC

SD 1

OD 1.1

Verder uitbouwen Woningpas en Gebouwenpas

SD 1

OD 1.1

3. Strategie en actieprogramma voor renovatie van nietwoongebouwen ontwikkelen

SD 1

OD 1.2

4. Acties voor de shift naar duurzame gebouwverwarming uitwerken

SD 1

OD 1.3

5. EPB-beleidskader vereenvoudigen en gebruiksvriendelijker maken

SD 1

OD 1.5

SD 2

OD 2.1 & OD 2.2

Optimalisering certificatensysteem en opstarten proefproject tendering

SD 3

OD 3.1

Acties voor ondersteuning doelstelling hernieuwbare energie 2030

SD 3

OD 3.2, OD 3.3, OD 3.4

Stimuleren opmaak lokaal warmteplan 8. Het sociaal energiebeleid versterken met passende maatregelen 9. Ondersteunen uitbouw faciliterend regelgevend en ondersteunend governancekader voor de energietransitie

SD 3

6. Kmo’s en grote (energie-intensieve) ondernemingen ondersteunen in de transitie naar CO2-arme bedrijven 7. Versnelde uitbouw van milieuvriendelijke energieproductie

SD 7

OD 3.4 OD 7.1, OD 7.2

Een goede opvolging, beleidsonderbouwing en beleidsbijsturing verzekeren voor het Vlaams Energie- en Klimaatplan.

SD 6

OD 6.3

De communicatie over de transitie verder uitbouwen en versterken

SD 8

OD 8.1

Ondersteuning van en kennisuitwisseling met lokale besturen versterken

SD 6

OD 6.2

Operationaliseren Vlaams Energie- en Klimaatagentschap SD 6

OD 6.3

9


1 Het Renovatiepact voor de grondige renovatie van woningen versterken

Op dit moment voldoet slechts ca. 3, 5 procent van de woningen aan de energetische langetermijnrenovatiedoelstelling 2050, die werd vastgelegd op een gemiddelde EPCwaarde van 100 kWh/m² voor het gehele woningenpark. Om naar een koolstofarme samenleving te evolueren tegen 2050, moet het energiegebruik van het woningenpark ten opzichte van vandaag nog fors dalen. Diepgaande renovatie van woongebouwen staat daarbij centraal. In deze woningen moet tegelijkertijd de shift naar duurzame verwarming worden gemaakt. Het volledige Vlaamse woningpark zou uiterlijk in 2050 energetisch grondig opgewaardeerd moeten zijn tot op het niveau van de vastgestelde langetermijndoelstelling, wat betekent dat per jaar gemiddeld 3% van de woningen grondig energetisch gerenoveerd moet worden. Bij gefaseerde renovatie zal het aantal woningen waarin werken worden uitgevoerd op jaarbasis nog gevoelig hoger moeten liggen. Onderstaande acties zullen door het VEA worden uitgewerkt of ondersteund om de renovatiegraad van woongebouwen tussen 2020 en 2024 structureel te verhogen.

1.1

Renovatiepact 2.0

Het uitwerken van een langetermijnrenovatiestrategie voor woongebouwen en nietwoongebouwen is 1 van de verplichtingen die voortvloeit uit de EPB-richtlijn (en daarvoor de EE-richtlijn). Hiervoor werd in 2014 voor woongebouwen een samenwerking opgestart met 34 partnerorganisaties onder de noemer Renovatiepact. De algemene vaststelling is dat het huidige beleidskader en de bestaande tools en ondersteunende maatregelen nog geen vertaling vinden in een sterke verhoging van de renovatiegraad. Om de komende drie decennia elk jaar gemiddeld 90.000 à 100.000 woningen te laten evolueren naar de langetermijndoelstelling, moeten we op meerdere fronten tegelijk mobiliseren. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING De samenwerking met de bouw-, financiële en energiesector, het middenveld en andere beleidsvelden wordt verder gezet via een doorstart van het Renovatiepact. Binnen het Renovatiepact 2.0 worden maatregelen en acties voorbereid in uitvoering van de langetermijnrenovatiestrategie 2050. Onder meer via de Stroomgroep Energie-efficiëntie van het traject Stroomversnelling worden bijkomende gedragen beleidsaanbevelingen verzameld. De shift naar duurzame woningverwarming wordt opgenomen als integraal onderdeel van het Renovatiepact (zie infra). Het succes van de maatregelen en acties om de renovatiegraad te verhogen, zal gemonitord worden via een periodiek evaluatierapport dat aan de VR als mededeling zal worden voorgelegd. Op basis van de evaluatie, zal bijsturing worden voorzien. De partners binnen het Renovatiepact zullen hierbij waar nodig een actieve rol krijgen. Het VEA zal 10


laten onderzoeken hoe de huidige opvolgingsindicator voor de renovatiegraad kan worden bijgestuurd, om een goede monitoring van de beleidsdoelstelling mogelijk te maken. De huidige LT-doelstelling die in de loop van de vorige legislatuur werd vastgelegd in overleg met de stakeholders, zal verder worden verfijnd afhankelijk van het type woongebouw. Er worden tussentijdse ijkpunten gedefinieerd en vastgelegd in lijn met het Vlaamse Energie- en Klimaatplan 2030. Het VEA zal het agentschap Wonen-Vlaanderen ondersteunen bij het uitwerken van een voorstel voor een verstrengingspad van de EPC-score voor huurwoningen, afgestemd op de ijkpunten van de langetermijndoelstelling 2050. Het verstrengingspad zal worden vastgelegd in de Vlaamse Wooncode. Om de doelstellingen 2050 te behalen, volstaat de huidige capaciteit voor renovatie binnen de bouwsector niet. Daarom zal op niveau van het Vlaams BouwoverlegcomitĂŠ (VBOC) een actieplan worden opgesteld met het oog op planmatige oplossingen voor een structureel verhoogde instroom van arbeidskrachten in de bouwsector en het ontwikkelen van efficiĂŤntere en minder arbeidsintensieve bouwtechnieken voor energetische renovatie. Het VEA kan hiervoor een indicatieve kwantitatieve onderbouwing aanleveren. JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak van een langetermijnrenovatiestrategie 2050 in het kader van de EPBD-richtlijn Opmaak ontwerp mededeling Vlaamse Regering met stand van zaken Renovatiepact en plan van aanpak Renovatiepact 2.0

Oplevering ontwerp aan het kabinet

Uiterlijk 29 februari 2020

Oplevering ontwerp mededeling aan het kabinet

Uiterlijk 30 april 2020

Voorleggen van onderzoeksrapport voor de verfijning van de LTdoelstelling voor het bestaand woningpark Opmaak evaluatierapport opvolgingsindicator renovatiegraad

Onderzoeksrapport beschikbaar

Uiterlijk 30 juni 2020

Evaluatierapport met mogelijke pistes voor verbetering huidige opvolgingsindicator.

Uiterlijk 30 november 2020

VOORZIEN BUDGET -

Aanbesteding evaluatierapport opvolgingsindicator: 50.000 euro.

11


1.2

BE-REEL!

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING: BE-REEL! (Belgium renovates for energy efficient living) werd in 2018 opgestart. Binnen dit project, dat deels met Europese middelen wordt gefinancierd, verbinden 9 partners binnen de 3 gewesten zich om de regionale en stedelijke renovatiegraad te verhogen. Dit project wordt uitgevoerd onder coĂśrdinatie van het VEA. De uitvoering van BE-REEL! loopt tot uiterlijk eind 2024. Het VEA staat in 2020 in voor het bereiken van de volgende tussentijdse mijlpalen: -

-

Oplevering monitoringrapport EC. Opzetten van een Vlaamse communicatie- en ondersteuningscampagne op basis waarvan lokale besturen de gewestelijke langetermijnrenovatiestrategie kunnen vertalen naar een renovatieroadmap voor het lokale niveau, met inbegrip van de activering van een lerend netwerk dat masterclasses aanbiedt. Opleveren van een rapport over het deelproject interregionale uitwisseling langetermijnstrategieĂŤn. Organisatie van een netwerkevent met externe partners met als doel het betrekken en bereiken van bijkomende partners in de realisatie van de langetermijnrenovatiestrategie, ondersteund door de lancering van een digitaal leerplatform.

JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak monitoringrapport fase 1 (2018-2019)

Oplevering monitoringrapport BE REEL! aan EC

Uiterlijk 31 maart 2020

Opzetten van een Vlaamse communicatie- en ondersteuningscampagne naar lokale besturen Organisatie van een netwerkevent voor externe partners i.f.v. lancering digitaal leerplatform

Plan van aanpak beschikbaar

Uiterlijk 31 augustus 2020

Netwerkevenement heeft plaatsgevonden

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Vervat in het BE REEL! projectbudget.

12


1.3 Stimulerings-, ondersteunings-, financierings- en ontzorgingsmaatregelen uitwerken voor de verhoging van de renovatiegraad

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING De komende jaren wordt blijvend ingezet op een evenwichtige mix van stimulansen, verplichtingen, en een begeleidingsaanbod om de grondige renovatie van nietenergiezuinige woningen binnen de 5 jaar na notariële overdracht te stimuleren. Ook de financiële beleidsinstrumenten worden optimaal ingezet. De volgende deelacties zullen door het VEA worden uitgewerkt.

•

Nieuwe stimuleringsmaatregelen uitwerken

In de beleidsnota Energie staan enkele potentiële stimuleringsmaatregelen opgesomd. Het VEA zal verschillende opties (laten) onderzoeken en hierover tegen uiterlijk september 2020 een advies aan de minister voorleggen. Het gaat o.a. om de volgende opties: -

-

-

Vermindering van de onroerende voorheffing van niet-energiezuinige woningen na grondige energetische renovatie. Verhoging van de energiepremies voor nieuwe eigenaars gekoppeld aan een labelverbetering van het EPC. Subsidiëring van de opmaak van een masterplan BENOvatie dat Vereniging van MedeEigenaars (VME) en syndicus begeleidt bij de renovatie van grote appartementsgebouwen. Een publiek-privaat rollend fonds voor de renovatie van appartementen zodat de looptijd van VME-kredieten kan worden verlengd van 10 tot 30 jaar. Het voorzien in een overheidsgarantie kan daarbij een hefboom vormen voor het aantrekken van privaat kapitaal. Derdepartijfinanciering woningrenovatie met terugbetaling via de energiefactuur. Renteloze energielening voor nieuwe eigenaars die een niet-energiezuinige woning grondig energetisch renoveren.

Woningen die ondermaats scoren op het gebied van energieprestatie en/of woningkwaliteit en niet tegen een redelijke investeringskost tot de langetermijn energiedoelstelling kunnen worden gebracht, kunnen in bepaalde gevallen beter worden gesloopt. In 13 Vlaamse steden kunnen eigenaars die hun woning slopen en opnieuw bouwen, vandaag al genieten van een btw-verlaging van 6% (i.p.v. 21%). In afwachting van een veralgemening van dit tarief naar alle steden en gemeenten, waarvoor op politiek niveau gesprekken zullen worden aangeknoopt, is de sloop- en herbouwpremie eind 2019 eenmalig verlengd tot eind 2020. Het VEA staat in voor de dossierbehandeling.

•

Begeleidings- en ontzorgingsaanbod verder uitbouwen

Rekening houdend met het ambitieniveau van de langetermijnrenovatiedoelstelling voor woongebouwen moet een geschikt begeleidingsaanbod op maat van de verschillende doelgroepen worden uitgewerkt. De beleidsnota Energie stelt dat hiervoor een pool van opgeleide renovatiecoaches zal worden gecreëerd. Het VEA zal hiervoor een voorstel uitwerken. 13


Daarnaast wordt het aanbod van thermografische gevelscans met aansluitende begeleiding uitgebreid. Op basis van reeds opgedane ervaring (o.a. Europese See2do-project) zal het VEA in 2021-2022 enkele proefprojecten opstarten in regio’s met een goed uitgebouwd lokaal dienstverleningsaanbod rond energierenovatie. Bij positieve evaluatie van de proefprojecten kan een veralgemeende uitrol volgen. Het VEA zal toezien op de goede werking van het bestaande begeleidings- en ontzorgingsaanbod (o.a. via de Energiehuizen). Er wordt toegewerkt naar een geïntegreerde dienstverlening en dossierbehandeling voor de premies en het begeleidingsaanbod op het snijvlak tussen energie en wonen. Hiervoor zal een samenwerking worden opgestart tussen het VEA, het agentschap Wonen-Vlaanderen, de energiehuizen, de woonloketten en de distributienetbeheerders.

•

Financieringsaanbod optimaliseren

Het bestaande instrumentarium aan premies vanuit het beleidsveld wonen en energie moet conform het regeerakkoord beter op elkaar worden afgestemd, met het oog op een overkoepelende woningrenovatiepremie. Hiervoor wordt een projectgroep samengesteld met het VEA, agentschap Wonen-Vlaanderen en Fluvius. De bestaande instrumenten gericht op kwetsbare doelgroepen worden verder gezet (energielening, energiescans, sociale isolatieprojecten) en gekoppeld aan een inkomensplafond. De energielening aan 1% voor de huidige doelgroepen, zijnde niet-commerciële rechtspersonen en coöperatieve vennootschappen, is verlengd tot 31 december 2020. Daarnaast vermeldt het regeerakkoord dat de voorwaarden van de energieleningen voor nieuwe eigenaars zullen worden versoepeld. Het VEA zal de verdere verlenging (en eventuele aanpassing) van de 1%-lening evalueren. Daarnaast zullen enkele pistes worden uitgewerkt voor een verbreding van de huidige energielening. In 2020 zal voor het operationaliseren van het Noodkoopfonds een eerste projectoproep worden gelanceerd, gericht aan de OCMW’s. De effectiviteit van het Noodkoopfonds zal vervolgens worden geëvalueerd, waarna beslist zal worden over de eventuele verderzetting. JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak voorstel Vlaamse Regering voor de call voor subsidies voor energieconsulentenprojecten (inclusief renovatiecoaches en proefprojecten thermografie)

Oplevering voorstel call energieconsulenten aan het kabinet

Uiterlijk 30 april 2020

14


Opmaak conceptnota Vlaamse Regering aangaande operationaliseerbaarheid 0%-hypothecaire renovatielening en vermindering onroerende voorheffing voor grondig gerenoveerde woningen binnen 5 jaar na aankoop. Analyse van stimuleringsmaatregelen voor de renovatie van woongebouwen Opmaak ontwerpnota Vlaamse Regering in verband met verdere uitbouw van het beleidsinstrument van de energielening Opmaak conceptnota Vlaamse Regering aangaande operationaliseerbaarheid eengemaakte woningrenovatiepremie

Oplevering ontwerp van conceptnota aan het kabinet

Uiterlijk 30 april 2020

Adviesrapport met vooren nadelen van de verschillende onderzochte opties. Oplevering ontwerpnota aan het kabinet

Uiterlijk 30 september 2020

Oplevering ontwerp van conceptnota aan het kabinet

Uiterlijk 30 juni 2020

Uiterlijk 31 augustus 2020

VOORZIEN BUDGET -

2

Onderbouwing stimuleringsmaatregelen voor de renovatie van woongebouwen: 50.000 euro. Budget 2020 voor calls energieconsulenten 2021-2022: 3 miljoen euro.

Het EPC-residentieel en de woningpas verder uitbouwen

Sinds 2009 is het verplicht om te beschikken over een EPC bij verhuur en verkoop van woongebouwen. Begin 2019 werd het EPC geactualiseerd zodat het nu ook (standaard)aanbevelingen en (standaard)investeringskosten bevat om de woning conform de energetische langetermijndoelstelling te renoveren. De woningpas kwam op zijn beurt tot stand in een samenwerking tussen het VEA, het departement Omgeving, OVAM en het agentschap Wonen-Vlaanderen. Sinds december 2018 kan iedere eigenaar zijn woningpas gratis online consulteren. De Vlaamse overheid ontwikkelt met de woningpas een instrument dat eigenaars via inzicht en gericht advies helpt bij het plannen van renovatiewerken en de relaties met de overheid hierbij (o.a. voor het bekomen van premies en attesten). Door barrières weg te werken en gestroomlijnde communicatie op maat aan te bieden, zal de woningpas kwalitatieve renovaties stimuleren en bijdragen tot een dynamiek in de renovatiemarkt. Door de woningpas wordt de woningeigenaar meer betrokken bij de algemene toestand van zijn woning op vlak van comfort, energieprestatie, conformiteit met regelgeving en dergelijke, ‌ Deze grotere

15


betrokkenheid kan bijdragen tot een verhoogde bereidheid om te investeren in een betere energieprestatie en kwaliteit van de woning. De komende jaren zullen beide instrumenten verder worden ontwikkeld en uitgebreid als belangrijke beleidsinstrumenten om de burgers en ondernemingen te informeren en te sensibiliseren over de energieprestatie van de woning, appartement of gebouw.

2.1

Verder uitbouwen EPC-residentieel

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Vanaf 1 januari 2020 is een uitbreiding van het EPC gerealiseerd naar de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw. Vanaf 1 januari 2022 moet elk appartementsgebouw verplicht over dit EPC beschikken. Er zal worden ingezet op bijkomende communicatie en sensibilisering van ‘zittende eigenaars’ voor een verhoging van het aantal vrijwillig opgemaakte EPC’s (zie ook infra). Het verkrijgen van een renovatiepremie voor een bedrag >5000 euro of een energielening >7500 euro zal afhankelijk worden gemaakt van het beschikken over een EPC. Het VEA zal met de financiële sector overleggen om ervoor te zorgen dat zij EPC-gegevens kunnen gebruiken om te bepalen welke extra leencapaciteit of voordeel op het aangegane krediet kan worden toegekend aan eigenaars die bij renovatie een substantieel verbeterde energiebesparing realiseren. Om het bewustzijn rond het EPC-label van woningen te verhogen, is het VEA in 2019 gestart met de ontwikkeling van een laagdrempelige tool waarmee de burger op eenvoudige manier een indicatie van zijn EPC-label kan berekenen. De burger kan dit EPClabel benchmarken met de labelverdelingen op geaggregeerd niveau (Vlaanderen, provincies en gemeenten) en hij kan nagaan welke ingrepen nodig zijn om zijn indicatief EPC-label te verbeteren. JAARDOELSTELLING 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstelling 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Ontwikkeling benchmarktool EPC

Benchmarktool EPC is consulteerbaar

Uiterlijk 30 april 2020

VOORZIEN BUDGET Ontwikkeling benchmarktool EPC: 55.000 euro.

16


2.2

Verder uitbouwen woningpas en gebouwenpas

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING De komende jaren zal de woningpas verder uitgroeien tot een overkoepelend beheerd centraal instrument waarmee de Vlaamse overheid rechtstreeks kan communiceren naar de woningeigenaar. In een verder ontwikkelingstraject zal relevante gebouw-, grond- en bredere omgevingsgebonden informatie verder worden ontsloten. O.m. de gegevens uit de databank voor hoofdverwarming (zie infra) zullen worden gekoppeld aan de woningpas. Via de woningpas zal de eigenaar o.a. kunnen worden verwittigd dat het onderhoud van de (centrale) verwarmingsinstallatie moet worden ingepland. In navolging van de woningpas, zal een gebouwenpas worden ontwikkeld die voor de eigenaar of de gebruiker de digitale opslag, raadpleging en uitwisseling mogelijk moet maken van gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie en aanbevelingen om de energetische prestatie te verbeteren. Bij de ontwikkeling van de gebouwenpas wordt o.a. toegezien op de complementariteit met het ondernemersloket voor ondernemingen en de TERRA- en Elyse databank voor overheden, scholen en zorginstellingen. JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Doorontwikkeling woningpas in 2020

Release woningpas (algemeen) voor ondernemingen en delen met derden Release woningpas met renovatiewerken met premie Fluvius, aangemelde zonnepanelen Fluvius, benchmark EPC, EPC gemene delen Beschikbaarheid prototype woningpas beschikbaar met digitale kluis voor attesten, plannen en varia Beschikbaarheid conceptnota gebouwenpas

Uiterlijk 30 juni 2020

UX-design woningpas digitale kluis

Opmaak conceptnota gebouwenpas

Uiterlijk 31 december 2020

Uiterlijk 31 december 2020

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Budget VEA in gemeenschappelijke middelen (UX en ontwikkeling) woningpas: 75.000 euro. Budget ontwikkeling en UX-design VEA-specifieke functionaliteiten (renovatiewerken, premies Fluvius, zonnepanelen Fluvius, Benchmark EPC, EPC gemene delen, energiewinstcalculatoren, prijzen): 200.000 euro. Budget VEA in gemeenschappelijke operationele kosten woningpas: 125.000 euro. 17


3 Strategie en actieprogramma voor woongebouwen uitwerken en implementeren

renovatie

van

niet-

Het niet-residentiële gebouwenpark is zeer divers, daarom wordt het gebouwenpark opgedeeld in verschillende segmenten. De belangrijkste segmenten die onderscheiden kunnen worden, zijn kantoren, handelszaken, horecazaken, scholen en zorginstellingen. Kantoren en handelsgebouwen zijn samen goed voor 64% van het energiegebruik van deze doelgroep. De energiekosten in kantoren en handelszaken vormen meestal maar een zeer beperkt aandeel van de totale operationele kosten, waardoor de energieprestaties van het gebouwen verbeteren meestal geen prioriteit is voor de eigenaars/beheerders. Verbeterde energieprestaties kunnen echter leiden tot een verhoogd comfort voor klanten en werknemers. Meer inzetten op aandacht voor de positieve effecten van betere energieprestaties, is dan ook cruciaal om tot energiebesparingen bij niet-residentiële gebouwen te komen. De Vlaamse Regering heeft eind 2019 in haar Vlaams Klimaatstrategie 2050 de langetermijndoelstelling 2050 voor het niet-residentiële gebouwenpark vastgelegd. Voor het bestaande niet-residentiële gebouwenpark wordt gestreefd naar een koolstofneutraal gebouwenpark voor verwarming, sanitair warm water, koeling en verlichting tegen 2050

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING •

Niet-residentiële gebouwen in privaat beheer

Het VEA zal een algemeen kader uitwerken dat de realisatie van de langetermijndoelstelling voor niet-woongebouwen mogelijk maakt. In dit kader zullen o.a. tussentijdse ijkpunten worden vastgelegd. Om de renovatiegraad van tertiaire gebouwen te verhogen, zal conform het Regeerakkoord een renovatieverplichting worden ingevoerd na overdracht in volle eigendom. Tertiaire gebouwen (o.a. kantoren, handels- en horecazaken) die na 1 januari 2021 worden vervreemd, zullen binnen de vijf jaar een grondige renovatie moeten uitvoeren. Het VEA werkt hiervoor in 2020 een voorstel uit dat rekening houdt met de specificiteit en de verscheidenheid van het gebouwenbestand. Er zullen ook concretere maatregelen worden uitgewerkt die nodig zijn om de energieprestaties van de niet-residentiële gebouwen te verbeteren. Op 1 januari 2020 werd een uitbreiding van het EPC naar kleine niet-residentiële wooneenheden gerealiseerd. Het VEA zal daarnaast een EPC voor grote niet-residentiële gebouwen (EPC-NR) ontwikkelen dat vanaf 2022 kan worden uitgerold. Alle grote nietresidentiële gebouwen (waar de mogelijkheid voor verwarming en koeling voorzien is) zullen uiterlijk tegen 2025 over een EPC moeten beschikken. Er zal een minimaal energieprestatielabel worden vastgelegd, waaraan deze gebouwen tegen uiterlijk 2030 aan moeten voldoen. Er zal een dataplatform voor niet-residentiële gebouwen worden ontwikkeld, dat ook publiek toegankelijk wordt gemaakt voor benchmarking zodat gebouwverantwoordelijken en -eigenaars zicht krijgen op de energieprestaties van hun gebouw ten opzichte van andere (gelijkaardige) gebouwen. 18


JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak conceptnota Vlaamse Regering aangaande renovatieverplichting voor tertiaire gebouwen Opmaak conceptnota Vlaamse Regering met plan van aanpak EPC grote nietwoongebouwen Opmaak conceptnota ontwikkeling dataplatform voor niet-residentiële gebouwen

Beschikbaarheid ontwerp van conceptnota

Uiterlijk 30 juni 2020

Beschikbaarheid ontwerp van conceptnota

Uiterlijk 30 november 2020

Beschikbaarheid ontwerp van conceptnota

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Studies voor onderbouwing plan van aanpak EPC grote niet-woongebouwen: 70.000 euro. Externe ondersteuning ontwikkeling gebouwen: 100.000 euro.

•

concept

dataplatform

voor

niet-residentiële

Niet-residentiële gebouwen in publiek beheer

Voor publieke gebouwen is artikel 5 van de energie-efficiëntierichtlijn (EED) van toepassing, die overheden oplegt dat ze jaarlijks 3% van de vloeroppervlakte van hun gekoelde of verwarmde gebouwen moeten renoveren, of via een combinatie van maatregelen een gelijkaardige energiebesparing moeten realiseren. In het regeerakkoord is opgenomen dat gemeenten, steden, intercommunales, OCMW’s, provincies en autonome gemeentebedrijven zullen worden gevraagd vanaf 2020 in hun gebouwen (inclusief technische infrastructuur, exclusief onroerend erfgoed) een gemiddelde jaarlijkse primaire energiebesparing van 2,09% te realiseren. Hieronder valt ook de ledificatie van de zowat 1,2 miljoen openbare verlichtingspunten in beheer van de lokale overheden. Deze moeten conform het regeerakkoord uiterlijk tegen 2030 worden verled. Het VEA zal in 2020 input aanleveren voor de concretisering en monitoring van de 2,09% doelstelling. Gebouwen van de Vlaamse overheid moeten een jaarlijkse primaire energiebesparing van 2,5%/jaar verwezenlijken. De concrete vertaling van de energiebesparingsverplichting voor de Vlaamse overheidsgebouwen wordt getrokken door het Facilitair Bedrijf en het Vlaams EnergieBedrijf (VEB) in het kader van het actieplan Energie-Efficiëntie. Het TERRA-platform dat wordt beheerd door het Vlaams Energiebedrijf, zal verder worden ingezet voor de rapportering en benchmarking van energiegebruiksgegevens in de publieke sector. Het VEA zal de uitbouw van het TERRA-platform verder opvolgen via de stuurgroep. 19


Het EPC voor publieke gebouwen zal worden geïntegreerd in het EPC-beleidskader voor niet-residentiële gebouwen. Er zal eveneens een verplicht minimaal energieprestatielabel worden vastgelegd. Overheidsgebouwen binnen het Vlaams Gewest moeten het goede voorbeeld geven door al tegen 2028 aan dit label te voldoen.

JAARDOELSTELLING 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstelling 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Uitwerken van voorstel voor de concrete invulling en monitoring van de energiebesparingsdoelstelling (2,09%) voor lokale besturen

Beschikbaarheid voorstel

Uiterlijk 30 juni 2020

VOORZIEN BUDGET Bijdrage in beheer en verdere ontwikkeling TERRA: 20.000 euro.

4

Acties voor de shift naar duurzame gebouwverwarming uitwerken

In 2017 telde Vlaanderen nog bijna 1,5 miljoen woningen met een oude verwarmingsinstallatie (ouder dan 15 jaar). Op jaarbasis worden er 90.000 à 95.000 vervangen door nieuwe toestellen op fossiele brandstoffen en tussen 1000 à 1500 door een warmtepomp. Voor de verduurzaming van de verwarming in gebouwen is in eerste instantie een versnelling in de vernieuwingsgraad van de verwarmingsinstallaties nodig. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Het VEA zal een analyse maken van de huidige financiële ondersteuning aan fossiele verwarmingsinstallaties en de manier waarop deze momenteel in de energieprestatieregelgeving worden ingerekend. Op basis van deze analyse zullen aanpassingen worden voorgesteld. Het VEA zal een voorstel van regelgevend kader voorbereiden zodat de bepalingen uit het Regeerakkoord en het VEKP i.v.m. verduurzamen van de verwarming tijdig worden vertaald naar de regelgeving. Het gaat om de volgende bepalingen: -

Vanaf 2021 kunnen geen stookolieketels meer geplaatst worden bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties (woongebouwen en niet-woongebouwen). Tenzij wordt aangetoond dat de stookolieketels even performant zijn als de nieuwste aardgascondensatieketels, mag vanaf 2021 een bestaande stookolieketel niet meer worden vervangen wanneer er een aardgasnet in de straat ligt (woongebouwen en nietwoongebouwen).

20


-

Vanaf 2021 kan een aardgasaansluiting bij nieuwe grote verkavelingen en grote appartementsgebouwen enkel nog voor collectieve verwarming via warmtekrachtkoppeling of in combinatie met een hernieuwbaar energiesysteem als hoofdverwarming.

Het VEA zal een databank ontwikkelen voor de opvolging van de verduurzaming van de verwarming van de gebouwen met informatie over de gebruikte hoofdverwarming per gebouw. De databank zal verder worden ontsloten via de woningpas. De technische en functionele analyse voor het opzetten van deze nieuwe databank moet in het najaar van 2020 zijn afgerond zodat de ontwikkeling en gegevensverrijking in 2021 kan starten. Om eigenaars te ondersteunen bij hun keuze voor een duurzame verwarming, werkt het VEA een beslissingsboom uit (zie infra). JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Ontwikkeling beslissingsboom Opmaak conceptnota ontwikkeling databank opvolging verduurzaming verwarming gebouwen

Beslissingsboom beschikbaar Conceptnota beschikbaar

Uiterlijk 30 juni 2020 Uiterlijk 30 september 2020

VOORZIEN BUDGET Externe ondersteuning ontwikkeling concept dataplatform opvolging verduurzaming verwarming gebouwen: 100.000 euro.

5

EPB-beleidskader vereenvoudigen en gebruiksvriendelijker maken

Het EPB-beleidskader werd ingevoerd voor vergunningsaanvragen vanaf 2006 en heeft sindsdien een zeer positieve impact gehad op de bouwpraktijk inzake energiezuinig bouwen in Vlaanderen. Vanaf 2021 zal elke nieuwe woning minstens aan de BEN-eisen (bijnaenergieneutraal) voldoen. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING De beleidsnota Energie stelt dat de rekenmethodes voor de energieprestatie van nieuwbouw de voorbije jaren vaak gewijzigd zijn en complexer geworden zijn, waardoor veel bouwpartners de voeling met de EPB-regelgeving kwijt zijn. Het VEA zal in overleg gaan met de stakeholders om de huidige methodes te herbekijken en een voorstel voor een transparantere en vereenvoudigde rekenmethode uit te werken. Naast de vereenvoudigde standaardmethode zal ook een alternatieve piste nodig zijn, waarbij het bouwteam aan de hand van dynamische simulaties of andere geavanceerde

21


ontwerptechnieken voor meer complexe en innovatieve gebouwen kan aantonen dat het gebouw aan de eisen voldoet. De gebruiksvriendelijkheid van de software zal worden herbekeken. In 2020 zal intensief worden gewerkt aan een verbetering van de invoer en de werking van de software. Hiervoor zal in het voorjaar van 2020 door het VEA een werkgroep worden samengeroepen met gebruikers van de software. Om het werkelijk energiegebruik van een gebouw beter te voorspellen, zijn andere tools beter geschikt. Het VEA zal de nood naar deze bijkomende tools onderzoeken. Het onderzoek naar de kostenoptimale energieprestatieniveaus wordt, conform de EPBrichtlijn, elke vijf jaar geactualiseerd. Het VEA zal in 2022 een nieuwe studie laten uitvoeren om de kostenoptimale EPB-eisen voor de periode tot 2030 te kunnen bepalen. Om onderbouwde beleidsmaatregelen te nemen in het kader van de energietransitie, zal worden onderzocht hoe data uit de energieprestatiedatabank kunnen worden gekoppeld met andere databronnen (bv. energiegebruiksgegevens, sociaal-economische gegevens…).

JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak conceptnota alternatieve piste voor complexe en innovatieve gebouwen Ontwikkeling nieuwe EPBsoftwareversie met focus op verbeterde gebruiksvriendelijkheid.

Conceptnota beschikbaar

Uiterlijk 30 september 2020

Softwareversie beschikbaar voor release

Uiterlijk 31 december 2020.

VOORZIEN BUDGET Ontwikkelingskost EPB-software: 425.000 euro.

6 Kmo’s en grote (energie-intensieve) ondernemingen ondersteunen in de transitie naar CO2-arme bedrijven

De industrie zal als sector worden begeleid in de transitie naar een koolstofarme samenleving. Via bijkomende beleid voor de industrie die niet onder het emissiehandelssysteem valt, zal een coherent kader worden ontwikkeld waarin naast energie-efficiëntie ook aandacht zal zijn voor de bredere industriële transitie naar koolstofarme processen, integratie van hernieuwbare energie en warmterecuperatie en efficiënt materialengebruik. Het bestaande instrumentarium voor de ondersteuning van energie-efficiëntie wordt uitgebreid om te komen tot een bredere transitie binnen een 22


grotere groep van ondernemingen. Via een actieplan energie-efficiëntere kmo’s en een versterkte wetgeving, wordt tegemoetgekomen aan de Europese verplichting om specifieke acties te ontwikkelen gericht op het energiegebruik van kmo’s. Hierbij wordt er vertrokken vanuit de opbouw van kennis over het energiegebruik en het identificeren van nuttige maatregelen. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Er wordt een nieuw regelgevend kader uitgewerkt voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen, afhankelijk van hun respectievelijke energiegebruik (zie tabel). Via deze onderscheiden aanpak wordt ingespeeld op de huidige hindernissen en barrières. Het VEA zal in 2020 een voorstel uitwerken voor het vastleggen van de drempelwaarden voor categorie 2 en categorie 3. Kmo

Grote ondernemingen (GO)

Categorie 1: >0,1 PJ

Inrichtingen dienen in bezit te zijn van een conform verklaard energieplan. Dit plan moet om de vier jaar worden geactualiseerd.

Categorie 2: kleinere ondernemingen

Vrijwillige energiebeleidsovereenkomsten Energie-audit Energie-audit (bestaande verplichting energie-audit GO) Vrijwillige overeenkomst Vrijwillige overeenkomst

Categorie 3: kleinste ondernemingen

Globale energiebalans Uitvoering sectorale noregret maatregelen (binnen vrijwillige overeenkomst met de Vlaamse overheid)

Energie-audit (bestaande verplichting energie-audit GO) Uitvoering sectorale no-regret maatregelen (binnen vrijwillige overeenkomst met de Vlaamse overheid)

Het VEA zal, in samenwerking met Fluvius, een automatische rapportering van energiedata (elektriciteits- en aardgasgebruik) voor ondernemingen van de categorieën 2 en 3 uitwerken. De ontsluiting van deze database gebeurt o.a. via het e-loket voor ondernemers. Deze uitkoppeling van data moet het mogelijk maken om het eigen elektriciteits- en aardgasgebruik op te volgen en te vergelijken met benchmarks per NACEcode. •

Specifieke maatregelen ondernemingen categorie 1

De vrijwillige energiebeleidsovereenkomsten (EBO) zullen na 2022 worden verder gezet als centraal beleidsinstrument voor de doelgroep van energie-intensieve ondernemingen. Het VEA zal in 2020 het initiatief nemen om de evaluatie van de EBO voor te bereiden. Deze evaluatie omvat de huidige doelgroepen, de rentabiliteit van de maatregelen en de attractiviteit voor de ondernemingen om deel te nemen aan de EBO. Het VEA zal vervolgens in 2021 deelnemen aan het overleg met de betrokken sectoren om het instrument van de EBO te versterken en te verbreden met andere thema’s en andere sectoren na 2022. Om de regelgeving tussen verschillende groottes van ondernemingen te stroomlijnen, wordt, in overeenstemming met het regeerakkoord, de drempel voor een conform

23


verklaard energieplan verlaagd naar 0,1 PJ. Hiervoor wordt VLAREM II aangepast. Het VEA zal het besluitvormingsproces voorbereiden. •

Specifieke maatregelen ondernemingen categorie 2

Er wordt een nieuwe verplichting ingevoerd waardoor kmo’s uit deze categorie een energieaudit moeten (laten) uitvoeren. Alle rendabele maatregelen moeten worden uitgevoerd binnen een termijn van drie jaar na de indiening van de energie-audit. De opvolging en handhaving van deze verplichting zal gebeuren door het VEA. Voor deze categorie van ondernemingen wordt daarnaast de mogelijkheid bekeken om een vrijwillig kader, analoog aan de energiebeleidsovereenkomsten (EBO’s), te ontwikkelen waarin deze ondernemingen een engagement kunnen aangaan dat verder gaat dan hun wettelijke verplichting.

•

Specifieke maatregelen ondernemingen categorie 3

Deze categorie van ondernemingen zullen minimaal een globale energiebalans moeten opstellen. In overleg met de relevante stakeholders zal worden bepaald aan welke voorwaarden de globale energiebalans moet voldoen. Een onderneming kan ook maatregelen uit een sectorale no-regret lijst uitvoeren. In overleg met de sectorfederaties zal het VEA dergelijke no-regret maatregelenlijsten uitwerken in kader van een mini-EBO. Het VEA zal in 2020 een voorstel voor een verderzetting en uitbreiding van de mini-EBO’s uitwerken op basis van een evaluatie van de bestaande (en bijna afgeronde) proeftrajecten met Horeca Vlaanderen, Fevia en Agoria. De mini-EBO’s vormen een belangrijk flankerend beleidsinstrument in het kader van het bovenstaande nieuwe normerend kader voor kmo’s.

JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opstellen werkdocument met voorstel implementatie normerend kader voor niet energie-intensieve kmo’s Opmaak van een positienota over de verlenging en verbreding van de EBO’s na 2022.

Beschikbaarheid werkdocument

Uiterlijk 30 september 2020

Beschikbaarheid positienota

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Mini-EBO’s: 500.000 euro. Onderbouwing normerend kader voor kmo’s: 50.000 euro. 24


7

Versnelde uitbouw van milieuvriendelijke energieproductie

In het Regeerakkoord en het VEKP werden (jaarlijkse) subdoelstellingen vastgelegd voor groene stroom, groene warmte en biobrandstoffen tot 2030. Deze doelstellingen zullen door het VEA nauw worden opgevolgd. In geval van significante afwijking, zal een analyse worden gemaakt over de oorzaken en zullen remediërende maatregelen of bijsturing van de subdoelstellingen worden voorgesteld. Conform de Vlaamse langetermijn klimaatstrategie streeft Vlaanderen ernaar zijn energiesysteem tegen 2050 om te vormen tot een klimaatneutraal, duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem. Op lange termijn neemt het aandeel fossiele emissies in de elektriciteitsmix stelselmatig af, om volledig te verdwijnen tegen 2050, zodat er alleen nog duurzame elektriciteit in het systeem aanwezig is. In andere sectoren, zoals transport, gebouwenverwarming en in de industrie, wordt een overstap van fossiele brandstoffen naar koolstofarme elektriciteit en brandstoffen nagestreefd.

7.1 Optimalisering certificatensysteem en opstarten proefproject tendering voor zonnepanelen.

Het VEA evalueert regelmatig het ondersteuningssysteem voor groenestroom- en warmtekrachtinstallaties en stemt de steunhoogte permanent af op de reële nood. Jaarlijks worden de onrendabele toppen (de noodzakelijke steunhoogte) en bijhorende bandingfactoren berekend voor nieuwe projecten en geactualiseerd voor lopende projecten zonder brandstofkosten. Het VEA behandelt volgens de procedures vastgelegd in het Energiedecreet en het Energiebesluit de aanvragen tot toekenning van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten van alle installaties andere dan zonnepanelen.

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Conform het Regeerakkoord wordt de certificatensteun voor nieuwe of vernieuwde zonneen windenergieprojecten via een geleidelijke reductie van de maximale bandingfactor volledig uitgefaseerd tegen uiterlijk 2025. De maximale bandingfactoren voor nieuwe of vernieuwde fossiele WKK-installaties, biomassa– en biogasprojecten zullen met 30% worden afgebouwd tegen 2025. Voor nieuwe PV-projecten met een geïnstalleerd vermogen van meer dan 10 kW moet minstens een aandeel lokaal gebruik van de geproduceerde elektriciteit van 50% worden gehaald. Vanaf 2021 zal de totale steun die wordt toegekend voor nieuwe door certificaten gesubsidieerde PV-projecten en windprojecten eveneens worden begrensd tot een maximaal ondersteuningsvolume. Voor nieuwe projecten zal geen steun meer worden toegekend op momenten van elektriciteitsoverschot (bij negatieve prijzen). Het VEA zal in 2020 de call voor kleinschalige windenergieprojecten beheren. Met middelen vanuit het Energiefonds zal vanaf 2021 een nieuw tendersysteem worden opgezet voor 25


middelgrote PV-projecten en kleinschalige windenergieprojecten. Het VEA zal hiervoor in overleg met de sector een voorstel uitwerken.

JAARDOELSTELLING 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstelling 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak ontwerp van wijzigingsbesluit voor vastleggen pad maximale bandingfactoren en maximaal ondersteuningsvolume Opmaak ontwerp van wijzigingsbesluit voor call middelgrote PV vanaf 2021

Beschikbaar ontwerpbesluit

Uiterlijk 15 maart 2020

Beschikbaar ontwerpbesluit

Uiterlijk 30 april 2020

VOORZIEN BUDGET Call kleinschalige windenergieprojecten: 1.000.000 euro. Ontwikkeling dossierbeheersysteem call middelgrote PV-projecten: 150.000 euro.

7.2

Acties voor ondersteuning doelstelling hernieuwbare energie 2030

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING In het VEKP 2030 werd een langetermijndoelstelling per hernieuwbare energiebron vastgelegd. Tegen uiterlijk eind 2020 zullen aan de Vlaamse Regering verschillende actieplannen, respectievelijk een Zonneplan 2025, een Windplan 2025 en een Warmteplan 2025 worden voorgelegd met nieuwe initiatieven, maatregelen en acties om deze langetermijn(sub)doelstellingen te kunnen bereiken. Ter voorbereiding van de opmaak van deze plannen, zal het VEA in de loop van 2020 hierover binnen de Stroomgroep Hernieuwbare Energie overleg met de betrokken actoren organiseren. Wanneer de gerealiseerde Vlaamse hernieuwbare energieproductie onder de vooropgestelde 2020 doelstellingen blijft, biedt de Europese regelgeving opties om dit tekort te dichten in samenwerking met andere lidstaten. Het VEA zal de call groene warmte (in het bijzonder de lopende geothermieprojecten), restwarmte en biogasinjectie in 2020 evalueren, met het oog op een eventuele bijsturing. Het VEA zal, in overleg met VLAIO, laten onderzoeken met welke instrumenten de ambitie van 10% vergroening van de industriĂŤle warmte van niet-ETS ondernemingen kan worden ondersteund.

26


JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak adviesnota aangaande aankoop statistieken hernieuwbare energie Opmaak ontwerp van Windplan 2025 Opmaak ontwerp van Zonneplan 2025 Opmaak ontwerp Warmteplan 2025 Opmaak evaluatienota call groene warmte, restwarmte en biogasinjectie

Beschikbaarheid adviesnota

Uiterlijk 30 april 2020

Beschikbaarheid ontwerp

Uiterlijk 31 oktober 2020

Beschikbaarheid ontwerp

Uiterlijk 15 november 2020

Beschikbaarheid ontwerp

Uiterlijk 30 november 2020

Beschikbaarheid evaluatienota

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Calls groene warmte: 21 miljoen euro. Aankoop statistieken hernieuwbare energie: 48 miljoen euro.

7.3

Stimuleren opmaak lokale warmteplannen

INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING De mogelijkheden voor benutting van restwarmte of productie van groene warmte zijn sterk afhankelijk van de lokale (ruimtelijke) context. Het is noodzakelijk dat de warmtevoorziening gebiedsgericht wordt ingevuld. In uitvoering van art. 14 van de Energie-efficiĂŤntierichtlijn (2012/27/EU), zal het VEA de bestaande Warmtekaart laten actualiseren tegen uiterlijk eind 2020. De geactualiseerde kaart zal het meer gedetailleerd aanbod van en de potentiele vraag naar (rest)warmte in Vlaanderen weergeven. De geactualiseerde Warmtekaart zal ter beschikking worden gesteld op Geopunt zodat lokale overheden ermee aan de slag kunnen gaan voor het opmaken van warmtezoneringskaarten en het uitvoeren van een warmtetoets. Onder meer op basis van de Warmtekaart, zullen lokale besturen worden ondersteund om vanaf 2021 een lokaal warmteplan te laten opstellen voor hun grondgebied als onderdeel van de ruimtelijke energiestrategie die elke gemeente zal uitwerken. Een lokaal warmteplan omvat een warmtezoneringsplan, een warmtevisie en maatregelen om de transitie te bewerkstelligen. Idealiter maken verschillende gemeenten met soortgelijke ruimtelijke kenmerken samen een warmtezoneringsplan op voor het grondgebied van de verschillende gemeentes. Het VEA zal hiervoor in 2020 met de VVSG, intercommunales en andere betrokkenen overleg opstarten.

27


JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Ontwikkeling geactualiseerde Warmtekaart Opmaak conceptnota ondersteuning opmaak lokale warmteplannen

Release geactualiseerde Warmtekaart

Uiterlijk 31 december 2020

Beschikbaarheid conceptnota

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Actualisatie Warmtekaart (opgenomen in budget Steunpunt Energie voor 2020).

8

Het sociaal energiebeleid versterken met passende maatregelen

De Vlaamse overheid wil via een optimalisering van het Energiearmoedeprogramma sterker inzetten op een daling van de energiearmoede. Eerste aandacht gaat naar de structurele verbetering van de energieprestatie van de woning. Gerichte financiële steun voor energiebesparende maatregelen, intensieve begeleiding en verscherping van normen blijven cruciaal. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Een doelgericht energiebeleid moet vermijden dat de doelgroep met een armoederisico wordt uitgesloten uit de energietransitie. Het VEA zal meewerken aan het optimaliseren van het bestaande Energiearmoedeprogramma, met nadruk op de structurele bestrijding van energiearmoede via maatregelen die de energie-efficiëntie van de woningen van kwetsbare gezinnen verbeteren. Begin 2018 werden de aanbevelingen van het Belgisch Platform tegen Energiearmoede in de schoot van de Koning Boudewijnstichting over een eenvormige en verstaanbare energiefactuur gefinaliseerd. In de loop van 2020 wordt de eenvormige factuur verwacht. Hiervoor moet op federaal niveau de regelgeving nog worden aangepast. Vanaf 1 juli 2019 werd gestart met de uitrol van de digitale meters. De huidige budgetmeters worden uiterlijk eind 2021 vervangen door een digitale meter met budgetmeterfunctie. De netbeheerders engageerden zich om de budgetmeterfunctie in de digitale meters zo vorm te geven dat globaal minstens de bescherming die via klassieke meters en de huidige procedures wordt geboden, behouden kunnen blijven. De digitale meter zal extra toepassingen mogelijk maken die een positieve impact kunnen hebben op het vermijden van energiearmoede. Op basis van de continu beschikbare datastromen kan pro-actiever worden ingegrepen om de opbouw van energieschulden in te dijken en ook op het vlak van communicatie met de verbruiker zijn er bijkomende mogelijkheden. Een werkgroep onder coördinatie van het VEA met als deelnemers de VREG, Fluvius, VVSG, Samenlevingsopbouw, Netwerk armoedebestrijding en Interfederaal Steunpunt Armoedebestrijding werkt een aanbeveling voor aangepaste sociale 28


openbaredienstverplichtingen die elektriciteits- een aardgasverbruikers beschermen tegen afsluiting van energielevering uit. We zetten proefprojecten op waarbij op basis van de gegevens verzameld tijdens de energiescans, gerichte acties voor het overstappen naar een voordeligere leverancier en/of de uitvoering van energiebesparende investeringen onder coördinatie van de energiehuizen worden uitgevoerd en breiden die mits bewezen succes uit. Belangrijke bevoegdheden om residentiële energieklanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie te beschermen, zijn federaal. Met de federale administraties zal worden samengewerkt aan een globale aanpak inzake energiearmoede. Conform het Regeerakkoord worden de kosten voor het onderhoud van de openbare verlichting van de lokale besturen niet langer doorgerekend via de distributienettarieven. Hiervoor wordt een besluitsaanpassing doorgevoerd. JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Uitwerken proefprojecten om o.b.v. data uit energiescans de overstap naar een voordeligere energieleverancier te stimuleren Opmaak analyserapport huidige sociale openbaredienstverplichtingen met beleidsaanbevelingen voor optimalisatie Aanpassen ODV over openbare verlichting

Proefproject opgestart

Uiterlijk 31 december 2020

Beschikbaarheid ontwerprapport voor kabinet

Uiterlijk 30 juni 2020

Beschikbaarhied ontwerpbesluit voor kabinet

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Subsidie proefprojecten: 300.000 euro

9 Ondersteunen van de uitbouw van een faciliterend regelgevend en ondersteunend governancekader voor de energietransitie

9.1 Een goede opvolging, beleidsonderbouwing en beleidsbijsturing verzekeren voor het Vlaams Energie- en Klimaatplan.

In de Europese verordering inzake de ‘Governance van de Energie-Unie en van de Klimaatactie’, de zogenaamde Governance-verordering, zijn bepalingen opgenomen over de opvolging (monitoring en rapportering) en actualisatie van de Nationale Energie- en Klimaatplannen.

29


Vanaf 2023 moet er tweejaarlijks een nationaal voortgangsrapport worden opgesteld over de stand van uitvoering van het geïntegreerde NEKP dat betrekking heeft op alle vijf dimensies van de Energie-Unie. In 2022 moet eenmalig worden gerapporteerd over de verwezenlijking van de nationale 2020 streefcijfers voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Tenzij wordt toegelicht dat het plan niet hoeft te worden geactualiseerd, zal het NEKP worden geactualiseerd tegen 30 juni 2023 (ontwerp) en 30 juni 2024 (finaal) en vervolgens om de 10 jaar. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Tegen ten laatste eind 2020 wordt door de Vlaamse Regering een afsprakenkader voor een volledig geïntegreerd en datagedreven energie- en klimaatbeleid vastgelegd. Dit afsprakenkader bevat heldere procedures en timing van de opeenvolgende stappen van de energie- en klimaatbeleidscyclus, evenals de rol van alle ministers, departementen en entiteiten hierin. Het afsprakenkader brengt ook in kaart hoe stakeholders, experten, lokale overheden, innovators en voorlopers zullen worden betrokken. Het ontwerp van afsprakenkader zal worden voorbereid door het departement Omgeving. Het VEA zal hiervoor vanuit haar expertise inzake belanghebbendenmanagement input aanleveren. Om een vlotte evaluatie, monitoring en rapportage voor het VEKP en andere beleidsdoelstellingen mogelijk te maken, zal binnen het VEA een energiedataplatform worden uitgebouwd. De verzamelde data moeten toelaten de verschillende maatregelen en doelstellingen te monitoren en onderbouwde voorstellen uit te werken voor nieuwe maatregelen en doelstellingen. Het stakeholderoverleg over de beleidsvoorbereiding en -uitvoering wordt georganiseerd via de Stroomgroepen. Het VEA zal de Stroomgroepen Energie-efficiëntie, Hernieuwbare energie en Data inhoudelijk ondersteunen bij hun werkzaamheden. In overleg met de betrokken stakeholders zal een jaarlijks werkprogramma worden vastgelegd, met indicatieve timing en te realiseren eindresultaat. Het VEA zal zich proactief opstellen om mogelijke barrières in de regelgeving die de energietransitie bemoeilijken, op te sporen en aan de bevoegde instantie(s) te signaleren. JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak werkprogramma’s 2021 Stroomgroepen Energie-efficiëntie, Hernieuwbare energie en Data Ontwikkeling basisversie energiedataplatform

Beschikbaarheid werkprogramma’s

Uiterlijk 30 november 2020

Release basisversie energiedataplatform

Uiterlijk 31 december 2020

VOORZIEN BUDGET Ontwikkeling basisversie energiedataplatform: 600.000 euro. 30


9.2

De communicatie over de transitie verder uitbouwen en versterken

In de beleidsnota Energie is opgenomen dat de Vlaamse Regering met onderbouwde en duidelijke informatie burgers en ondernemingen wil verleiden om energie- en klimaatvriendelijke keuzes te maken. De communicatiebehoefte situeert zich op verschillende vlakken: - Duidelijke, onderbouwde informatie vanuit een Vlaamse context. - Toegankelijke, oplossingsgerichte informatie. - Inspirerende informatie. - Vlot verspreidbare informatie naar pers en andere gebruikers van deze informatie. Bij de uitwerking van de communicatie-initiatieven wordt door het VEA een doelgroepgerichte aanpak gevolgd waarbij de focus in eerste instantie ligt op de burger. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Het VEA zal bijdragen aan een goede communicatie van het huidige beleid, de te verwachten ontwikkelingen en de bereikte en te bereiken mijlpalen. Om meer draagvlak voor de energie- en klimaattransitie op te bouwen en gericht te communiceren naar alle doelgroepen, zal het VEKA naar het voorbeeld van de Nederlandse Stichting Milieu Centraal, zoveel als mogelijk in samenwerking met wetenschappers en stakeholders, een website uitbouwen met onafhankelijke, betrouwbare en praktische energie- en klimaatinformatie. Hiervoor wordt in 2020 een projectgroep samengesteld. Er wordt naar gestreefd de website operationeel te maken tegen het operationeel worden van het VEKA. De focus in de communicatie-initiatieven van het VEA de komende jaren zal liggen op sensibilisering en informatieverstrekking omtrent het maatschappelijk belang van: - BENOveren, grondig renoveren en woning klaar maken voor de langetermijndoelstelling. - Verduurzaming van de verwarming van onze gebouwen (o.a. beslissingsboom ontwikkelen). - Onmiddellijk verbruik van de productie van PV-installaties stimuleren. Elektrificatie energieverbruik in woningen, met focus op ledificatie, elektrische toestellen, zeroemissie voertuigen. - Vrijwillig opmaken van een EPC door ‘zittende eigenaars’. Benchmarken van energieprestaties voor bestaande woningen via benchmarktool. JAARDOELSTELLINGEN 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstellingen 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak campagneplan voor verduurzaming verwarming van de gebouwen Opmaak strategienota voor versterken betrouwbaarheid, toegankelijkheid en impact

Beschikbaarheid ontwerp van campagneplan

Uiterlijk 30 september 2020

Beschikbaarheid ontwerp van strategienota

Uiterlijk 31 december 2020

31


van energieklimaatcommunicatie

en

VOORZIEN BUDGET Campagne verduurzaming verwarming van gebouwen: 200.000 euro. Campagne BENOveren: 100.000 euro.

9.3

Ondersteuning van en kennisuitwisseling met lokale besturen versterken

Steden en gemeenten beschikken over tal van bevoegdheden om de energietransitie van onderuit te ondersteunen. Bijna 90% van de Vlaamse steden en gemeenten is ondertussen engagementen aangegaan in het kader van het Burgemeesterconvenant 2020-2030 en heeft al heel wat initiatieven ondernomen. Er zijn heel wat raakvlakken tussen deze lokale initiatieven en de gewestelijke doelstellingen, maatregelen en acties (o.a. omtrent de langetermijnrenovatiestrategie, uitbouw groene stroom, warmtenetten, shift naar duurzame gebouwenverwarming, energiearmoede, …). Er is een duidelijke vraag bij deze steden en gemeenten naar betere samenwerking met het gewestelijke beleidsniveau. INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Het VEA zal meewerken aan het ondersteunen van lokale besturen in hun rol als cruciale partner om gewestelijke doelstellingen op vlak van hernieuwbare energie, energieefficiëntie, energiearmoede… te verwezenlijken. In de loop van 2020 zal een pact worden afgesloten tussen de Vlaamse overheid, de steden en gemeenten, en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Dit pact moet via een versterkt governancekader de basis leggen voor een structurele samenwerking en dialoog tussen het gewestelijke en het lokale bestuursniveau. Door middel van wederzijdse engagementen versterken beide bestuursniveaus elkaars energie- en klimaatbeleid. Het VEA zal binnen het kader van haar opdrachten, mee invulling en uitvoering geven aan de engagementen van de Vlaamse overheid in dit pact inzake het thema energie, en de lokale besturen, o.a. via het aanleveren van monitoringgegevens, ondersteuning bieden bij de inspanningen waartoe zij zich engageren. JAARDOELSTELLING 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstelling 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak positienota als input voor het thema energie voor het pact met de lokale besturen

Beschikbaarheid positienota voor kabinet

Uiterlijk 31 maart 2020

32


VOORZIEN BUDGET Projectsubsidie VVSG voor uitwerking expertisecentrum in kader van het pact: 4 miljoen euro voor de periode 2020-2024.

9.4

Operationaliseren Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA)

Het regeerakkoord erkent dat de Vlaams energie- en klimaatbeleidsdoelstellingen ambitieuze beleidsdomeinoverschrijdende inspanningen vragen. Om een coherent en geïntegreerd klimaat- en energiebeleid te kunnen voeren, zal het VEA worden versterkt tot een slagkrachtig Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA). INDICATIEVE MEERJARIGE PLANNING Volgens het regeerakkoord zal het Vlaams Energieagentschap met de afdeling energie, klimaat en groene economie (EKG) uit het departement Omgeving, met uitzondering van het team luchtkwaliteit, worden versterkt tot Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA). In 2020 zal met de versterking van het VEA worden gestart door de voorbereiding van de insourcing van een aantal taken die momenteel door VITO als referentieopdrachten in opdracht van het VEA worden uitgevoerd. Het betreft de referentietaken ‘Energiebalans’ en ‘Steunpunt Energie’. In uitvoering van de beslissing van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 moeten deze referentietaken tegen uiterlijk 31 mei 2020 grondig worden geëvalueerd. Het VEA is van mening dat deze 2 referentietaken best worden ingekanteld in het VEA omdat de output van deze referentietaken niet meer in verhouding staat tot de middelen die hiervoor ter beschikking worden gesteld vanuit de Vlaamse begroting en het agentschap met deze middelen een efficiëntere en kwaliteitsvollere dienstverlening ter ondersteuning van de Vlaamse energiedoelstellingen kan aanleveren. Het moet duidelijk zijn dat tezamen met de insourcing van de taken de budgetten die VITO momenteel ontvangt om deze referentietaken uit te voeren, volledig moeten worden overgedragen naar het VEA en dat daarmee dan personeel kan worden aangeworven. In de schoot van de Vlaamse Regering moet dan een oplossing worden gezocht voor de personeelsbesparingsdoelstelling van het VEA (-3 koppen over de periode 2020-2024). De wervingen met de overgedragen middelen moeten bij de berekening van de koppendoelstelling worden geneutraliseerd.

JAARDOELSTELLING 2020 Resultaatsgerichte jaardoelstelling 2020

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Opmaak van ontwerp personeelsplan 2021 in kader van insourcing referentietaken VITO (Energiebalans en Steunpunt Energie)

Beschikbaarheid ontwerp personeelsplan 2021

Uiterlijk 31 oktober 2020

33


VOORZIEN BUDGET Budget Energiebalans: 396.000 euro. In 2020 nog via dotaties vanuit begrotingen Omgeving en EWI ter beschikking gesteld van VITO. Budget Steunpunt Energie: 394.000 euro. In 2020 nog via dotaties vanuit begrotingen Omgeving en EWI ter beschikking gesteld van VITO.

DOELSTELLINGEN OPGELEGD DOOR DE VLAAMSE REGERING V.

1

Personeelsbesparing 2020-2024

Voor de regeerperiode 2019-2024 wordt een nieuwe personeels- en budgettaire besparing aan de Vlaamse overheid opgelegd. In het Vlaams regeerakkoord 2019-2024 wordt hierover het volgende vermeld: “De Vlaamse Overheid moet een slanke en tegelijk performante, burgergerichte en toegankelijke overheid zijn. De integratie van de personeelsleden in de Vlaamse Overheid als gevolg van de zesde staatshervorming en van de overheveling van de persoonsgebonden bevoegdheden van de provinciebesturen, alsook de vergrijzingsevolutie van het ambtenarenkorps, bieden mogelijkheden om de efficiëntie verder te verhogen.” Er werd tijdens de regeringsonderhandelingen een tabel opgesteld waarin per entiteit een besparingsdoelstelling werd vastgelegd. In totaal moet in de periode 2020-2024 75 miljoen euro aan weddekrediet worden bespaard, wat overeenstemt met 1.440 personeelsleden. Voor het VEA betekent dit een vermindering van het weddekrediet met 156.000 euro wat overeenstemt met een afbouw van het personeelsbestand met 3 personeelsleden (telkens 1 personeelslid in 2022, 2023 en 2024).

2

Diversiteit en gelijke kansen

Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 december 2004 houdende maatregelen ter bevordering en ondersteuning van het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid in de Vlaams administratie schrijft voor hoe de Vlaamse overheid gelijke kansen en diversiteit in haar organisatie kan ondersteunen en bevorderen. Vanaf 2016 gelden voor de globale Vlaamse overheid streefcijfers voor personeelsleden met een migratieachtergrond (10%) en voor personeelsleden met een handicap of chronische ziekte (3%). Het thema gelijke kansen en diversiteit inbedden in de organisatiestructuur is een noodzakelijke voorwaarde om een entiteitsspecifiek gelijkekansen- en diversiteitsbeleid uit te bouwen. De Dienst Diversiteitsbeleid schatte in haar analyserapporten steeds in dat het gelijkekansen- en diversiteitssthema zeer goed is ingebed in de organisatie van het VEA. Het VEA kan daardoor relatief goede diversiteitscijfers voorleggen. De doelstelling van het VEA is deze goede positie te handhaven. Dit probeert het VEA te verwezenlijken door o.a. structurele maatregelen in te voeren, zoals een uitgewerkt beleidskader re-integratie, 34


structureel inbedden van PTOW in de organisatie, een onthaalbeleid voor nieuwe werknemers met oog voor diversiteit, kansengroepen krijgen de voorkeur bij vacatures voor jobstudenten en stagiairs, de opname van een diversiteitsparagraaf in de vacatureberichten, het volgen van opleidingen (zoals het ‘Leernetwerk levensfasebewust Personeelsbeleid) aangeboden door de Dienst Diversiteitsbeleid, de campagne met als doel het verbeteren van de energieprestaties in huurwoningen met lage huurprijs voor huurders – beschermde afnemers, de 0% energielening voor kwetsbare gezinnen en personen, en het opnemen van de non-discriminatieclausule in het arbeidsreglement. Dit beleid zorgt ervoor dat het agentschap halfweg 2019 voor medewerkers van buitenlandse herkomst een aandeel behaalde van 8,24%. Het VEA behoort hiermee tot de betere leerlingen binnen de Vlaamse overheid (14e op 57). Voor medewerkers met een arbeidshandicap of chronische ziekte behaalde het VEA eind 2018 een aandeel van 2,4%.

3

Risicomanagement

Maturiteit van het risicomanagement

In 2016 evalueerde Audit Vlaanderen het risicomanagement binnen het VEA. Aan de hand van een maturiteitsmodel werden verschillende elementen van risicomanagement geëvalueerd. Daarna werd een maturiteitsinschatting berekend voor de onderdelen ‘risicoidentificatie en -evaluatie’ enerzijds en ‘risicobeheer’ anderzijds. Begin 2017 bezorgde Audit Vlaanderen aan het VEA het auditrapport. Dit rapport concludeerde dat het VEA haar risico’s kent en deze ook aanpakt. Het VEA heeft een pragmatische methodiek van risicomanagement uitgewerkt op verschillende niveaus, zowel strategisch als operationeel. Deze methodiek wordt tevens aangepast naar aanleiding van wijzigende factoren. Door een ruime betrokkenheid bij de diverse risicomanagementoefeningen wordt een algemeen risicobewustzijn binnen de gehele organisatie gestimuleerd. In 2018 en 2019 voerde Audit Vlaanderen een actualisatie uit van de maturiteit van het risicomanagement binnen het VEA. Op basis van de uitgevoerde auditwerkzaamheden in 2019 is Audit Vlaanderen van mening dat het VEA de organisatiebeheersing versterkt door een gestructureerde aanpak van het risicomanagement. Het VEA past sinds enkele jaren een doordachte methodiek van risicoanalyse en risicobeheer toe. De in het regeerakkoord voorziene evolutie naar het VEKA zal echter een grote impact hebben op de werking van het agentschap. In afwachting van deze evolutie blijft de maturiteit van het gevoerde risicomanagement in tussentijd stabiel. Het VEA neemt de uitvoering van de aanbevelingen van Audit Vlaanderen ter harte. De ambitie is om de huidige goede maturiteitsinschatting stabiel te houden.

Businesscontinuïteitsplan Het VEA beschikt over een Businesscontinuïteitsplan (BCP) dat goedgekeurd werd op de Directieraad van 29 maart 2018. In dit plan zijn de maatregelen beschreven welke genomen worden wanneer de continuïteit van het agentschap in het gedrang komt. Het coronavirus dat in 2020 Europa bedreigt, heeft een invloed op de bereikbaarheid van de gebouwen (omdat werknemers verplicht worden thuis te werken) en de beschikbaarheid van personeel (wanneer op termijn heel wat personeelseden zouden ziek vallen). Door het

35


coronavirus kan het huidige BCP aan de realiteit worden getoetst. Op basis van de ervaringen die in de loop van het jaar worden opgedaan, wordt het BCP geactualiseerd. Uiterlijk op de Directieraad van december 2020 wordt een geactualiseerd BCP ter goedkeuring voorgelegd.

VI. WELZIJNSBELEID De doelstellingen met betrekking tot welzijn worden beschreven in het vijfjaarlijks Globaal Preventieplan (GPP). Op basis van het GPP worden jaarlijks specifieke doelstellingen geformuleerd die vervat zijn in het jaaractieplan (JAP). Rond elke doelstelling worden telkens een aantal preventiemaatregelen uitgevoerd. Deze preventiemaatregelen kunnen recurrent of zeer specifiek en eenmalig zijn. De Jaaractieplannen worden telkens goedgekeurd op het EOC. In de loop van 2020 wordt een nieuw Globaal Preventieplan 2021-2025 opgesteld.

1

Welzijnsindicatoren

Uit de tweejaarlijkse personeelspeiling blijkt dat het VEA goede resultaten heeft behaald op het vlak van personeelstevredenheid (score 4.4 op 5). Hoewel in 2018 ook bij het VEA een stijging in het ziektepercentage en de gemiddelde ziekteduur vast te stellen is, liggen de ziekteverzuimcijfers nog een stuk lager dan het gemiddelde van de Vlaamse overheid. Door het voeren van een gericht welzijnsbeleid wil het VEA deze goede resultaten bestendigen. Het VEA ambieert om beter te blijven scoren op vlak van de ziekte-indicatoren dan gemiddeld binnen de Vlaamse overheid. Ziekte

Meldingsfrequentie 2016 2017 2018

Gemiddelde ziekteduur 2016 2017 2018

2016

2017

2018

VEA

1,59%

1,62%

3,03%

1,8

1,6

1,7

2,8

3,1

6,3

Vlaamse overheid

7,54%

7,64%

7,97%

2,4

2,3

2,3

12,3

11,9

11,7

2

Risico-analyse

Als we de taken van het VEA vertalen naar risico’s, betekent dit dat de personeelsleden van het VEA voornamelijk blootgesteld worden aan: • Fysieke ergonomische risico’s eigen aan beeldschermwerk, zoals risico op overbelastingletsels en risico’s verbonden aan veelvuldig sedentair gedrag. Dit geldt voor alle werknemers. Sommige personeelsleden doen ook ander fysiek werk zoals het versturen van verzendingen of brochures. • Risico’s omtrent psychosociale aspecten. Bijvoorbeeld telefonische dienstverlening inzake boete- en controledossiers waarbij vaak geëmotioneerde 36


•

burgers (agressie/wanhoop) contact opnemen met het VEA. Ook werkdruk en personeelsbezetting zijn belangrijke risicofactoren zoals blijkt uit de welzijnsenquête. Veiligheidsrisico’s bij werf- en plaatsbezoeken in het kader van de EPB- en de EPC-controles. Dit geldt voor controleurs binnen de EPB- en EPC-cel.

37


BIJLAGE I: BESCHRIJVING KERNTAKEN VEA 2020 EN UITVOERINGSRAPPORTERING MANAGEMENT EN (BELEIDS)ONDERSTEUNENDE DIENSTEN

Algemene leiding, secretariaat

organisatiesturing,

algemene

Opmaak en opvolging ondernemingsplan, opmaak jaarverslagen, opdrachten stafmedewerkers in kader van de algemene organisatiesturing (zoals intern clusteroverschrijdend overleg, bevragingen en rapporteringen buiten de primaire missie van het agentschap,…), beantwoorden van algemene informatievragen over premies en energieregelgeving, website energiesparen.be onderhouden, coördinatie interne IT-projecten, informatiebrochures ter beschikking stellen

A 3,1

informatieverstrekking

B

VTE AS IS C 1,5

en

D 0,1

BESCHRIJVING

Administrateur-generaal en algemene secretariaatsondersteuning. Algemene secretariaatsondersteuning omvat: permanentie secretariaat administrateurgeneraal, verwerking binnenkomende en uitgaande post, coördinatie samenstelling signataires voor beslissingen door administrateur-generaal of minister, coördinatie beantwoorden kabinetsnota’s en parlementaire vragen, reserveren van vergaderzalen, ontvangst bezoekers. Het agentschap heeft voor de periode 1/1/2020-31/12/2024 op basis van de beleidsnota Energie 2019-2024 een meerjarig ondernemingsplan uitgewerkt. Jaarlijks wordt dit ondernemingsplan verder geconcretiseerd en, indien nodig, geactualiseerd. De resultaatgerichte doelstellingen worden maandelijks in de Directieraad opgevolgd via een monitoringsjabloon. Het agentschap moet jaarlijks over de uitvoering van het ondernemingsplan rapporteren door middel van een jaarverslag. In het kader van de openbaarheid van bestuur zijn zowel de ondernemingsplannen als de jaarverslagen publiekelijk consulteerbaar op zowel www.energiesparen.be alsook (vanaf 2018) via de publicatiedatabank van de Vlaamse overheid. Het agentschap vervult regelmatig ad-hocopdrachten zoals deelnemen aan algemene bevragingen en rapporteringen die niet gelinkt kunnen worden aan de primaire missie van het agentschap.

38


Het toenemende bewustzijn aangaande het maatschappelijk belang van energiebesparende investeringen en milieuvriendelijke energieproductie, heeft geleid tot een sterk toegenomen groei van de informatievragen die aan het agentschap worden gesteld. De eerstelijnsinformatie wordt verstrekt door medewerkers met een algemene kennis van de premieregelingen en de energiewetgeving. De technische vragen worden doorgestuurd naar de interne experten. In drukke perioden (campagnegolf, Batibouw, berichtgeving in de media, …) registreert het VEA pieken van meer dan 200 algemene informatievragen per dag. Op maandbasis betreft het gemiddeld een 1000-tal telefonische oproepen. Hiervoor is in cascade een pool van telefoonoperatoren opgebouwd van 10 personeelsleden. In 2019 werden opnieuw ongeveer 20.000 e-mailvragen behandeld. Het VEA beschikt over een softwaretool om de efficiënte afhandeling van de per e-mail gestelde vragen zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Meer dan de helft van de personeelsleden zijn via de softwaretool ingeschakeld om de binnenkomende vragen zo spoedig mogelijk kwaliteitsvol te beantwoorden. Het VEA verspreidt op jaarbasis 150.000 à 200.000 gedrukte publicaties. De brochures worden in hoofdzaak via volgende kanalen verspreid: informatiezuilen van lokale besturen en gemeenten, op aanvraag via 1700, aanvragen via de website www.energiesparen.be, beurzen, evenementen en via bedrijven actief in de sector. Gelet op het arbeidsintensieve karakter van deze taak werd de voorbije jaren het aantal te bestellen brochures sterk afgebouwd. De klanten worden tevens verzocht de gewenste papieren brochure te downloaden van de website of een exemplaar mee te nemen uit de informatiezuilen bij de gemeentelijke diensten. PRESTATIE-INDICATOREN -

Realisatie operationele organisatiedoelstellingen van het agentschap. Tijdig beantwoorden van kabinetsnota’s en parlementaire vragen. Personeelstevredenheid omtrent algemeen functioneren van het agentschap. Beschikbaarheid jaarlijks (geactualiseerd) ondernemingsplan voor 31.01. Beschikbaarheid jaarverslag over jaar N-1 voor 31.01. Aantal e-mailvragen dat werd beantwoord binnen de 5 werkdagen. Aantal brochures dat werd verspreid.

BUDGET -

Softwaretool voor beheer van e-mailvragen (40.000 euro). Drukkosten brochures (40.000 euro).

39


Het verlenen van managementondersteuning binnen het agentschap

Financiën en begroting, personeel en organisatieontwikkeling, personeelsgebonden ICT, ICT-meerjarenplan, belanghebbendenmanagement, facility management, interne communicatie en nietbeleidsgerichte juridische zaken (in de zin van managementondersteunende dienstverlening)

A 2,3

VTE AS IS B C 2,5 0,8

D

BESCHRIJVING Het agentschap becijfert en bereidt alle begrotingsvoorstellen voor het beleidsveld Energie (uitgezonderd enkele kredieten van DOMG en de begroting van de VREG) voor. Dit geldt voor de jaarlijkse begrotingsopmaak, de begrotingscontroles en de meerjarenbegrotingen. Daarnaast voert het agentschap ook de meeste taken uit van de onderliggende financiële flows. Dit operationele luik verloopt volgens de opgelegde procedures van het departement Financiën en Begroting, het financieel systeem, de wetgeving inzake overheidsopdrachten en de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën (VCO). Ten slotte verzorgt het agentschap de globale opvolging en de rapportering betreffende de begrotingsuitvoering. De financiële stromen die worden begroot, aangestuurd, mede uitgevoerd en gecontroleerd door het agentschap, hebben betrekking op bijna alle kredieten van het beleidsveld Energie en zijn onderverdeeld in: - de beleidskredieten van programma QE in middelen (zie hieronder) en uitgaven; - de kredieten van programma QA voor de eigen werking van het agentschap. Een groot deel van de ter beschikking staande beleidskredieten wordt gerealiseerd via de toegewezen inkomsten van het Energiefonds. Het verwerken van de financiële dossiers binnen het agentschap omvat het voorbereiden en het initiëren van: - de kredietreserveringen (550-tal dossiers, exclusief geautomatiseerde verrichtingen); - de uitbetalingen (1300-tal betalingsdossiers, exclusief geautomatiseerde verrichtingen); - de invorderingen (2500-tal dossiers). Het agentschap besteedt bijzondere aandacht aan het HRM-beleid. Gelet op de toenemende werkdruk, de beslissingen van de Vlaamse Regering omtrent personeelsbesparingen en bewaking van de werkingsmiddelen, moeten het versterkt HRMbeleid, de verschillende HRM-instrumenten ter invulling en de HRM-organisatie ertoe bijdragen dat de personeelsleden in hoge mate tevreden blijven over hun werksituatie en werkomgeving.

40


Het VEA heeft gezien zijn beperkte schaalgrootte slechts een beperkte personeelsinzet nodig voor de personeelsgebonden ICT-ondersteuning en ondersteuning op het vlak van facility management, interne communicatie en niet-beleidsgerichte juridische dienstverlening. Voor alle duidelijkheid betreft het hier dus managementondersteunende dienstverlening en geen taken/activiteiten die kaderen in de primaire missie van het agentschap. Het VEA heeft ervoor geopteerd om de maturiteit van zijn organisatie te verbeteren door een pragmatisch risicomanagement, op maat van het agentschap. PRESTATIE-INDICATOREN -

Aantal verwerkte vastleggings- en uitbetalingsdossiers. Aantal verwerkte ontvangstendossiers. Evaluatie van de organisatiebeheersing door Audit Vlaanderen. Personeelstevredenheid omtrent het werken binnen het agentschap.

Algemene beleidsondersteuning door het verstrekken van beleidsgerichte input

Publicatie van energiegegevens, voorbereiding nota’s aan Vlaamse Regering en nieuwe regelgeving, voorbereiding standpuntbepaling nieuwe Europese energierichtlijnen, voorbereiding opmaak beleidsbrief, coördinatie energietransitie, input verlenen voor en opvolgen van werkgroepen Stroomversnelling, monitoring Vlaams Energie- en Klimaatplan 2030, projectmanagement woningpas…

A 10,4

VTE AS IS B C 0,1

D

BESCHRIJVING De beleidsvoorbereiding van het energiebeleid zou volgens de oorspronkelijke BBBuitgangspunten in principe kunnen gebeuren op het departement Omgeving. De praktijk leert dat de input en expertise van het VEA essentieel is om deze beleidsvoorbereiding op een kwalitateitsvolle wijze uit te voeren en resultaten te genereren. Het agentschap heeft immers reeds een jarenlange traditie en methodiek in de totstandkoming van het Vlaamse energiebeleid. Het agentschap levert jaarlijks een input voor de beleidsbrief van de bevoegde minister. Het agentschap bereidt jaarlijks gemiddeld 30 à 40 dossiers voor de Vlaamse Regering voor (nieuwe ontwerpdecreten en decreetswijzigingen, nieuwe ontwerpbesluiten en besluitswijzigingen, rapporteringen, …). Het VEA stelt jaarlijks gemiddeld een 20-tal regelgevende ministeriële besluiten op. Het agentschap draagt actief bij tot de energietransitie. Ons energiesysteem staat voor grote uitdagingen. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten we de broeikasgasuitstoot drastisch terugdringen. Dit betekent dat het totale energieverbruik de komende jaren sterk moet dalen en de resterende energiegebruik maximaal moet worden 41


ingevuld door hernieuwbare energiebronnen. Tegelijkertijd moet de energievoorziening op alle ogenblikken gegarandeerd blijven en moet de totale kost voor de gezinnen en de bedrijven zo beperkt mogelijk worden gehouden. Voor Vlaanderen is deze omslag niet eenvoudig, gezien het economisch belang van de energie-intensieve industrie, de huidige staat van onze gebouwen en de bestaande ruimtelijke ordening (met o.a. een hoge bevolkingsdichtheid, ruimtelijke versnippering en Vlaanderen als belangrijke logistieke draaischijf). De energietransitie vergt investeringen in een flexibel en koolstofarm energiesysteem, slimme oplossingen evenals voldoende samenwerking en draagvlak bij alle betrokkenen. De Vlaamse Regering moet beleidsmatige aanpassingen doorvoeren op het vlak van het energieaanbod, de energievraag, de infrastructuur incl. energieopslag, de markten, het regelgevend kader, de steunmechanismen, enz. Het VEA werkt actief mee aan de uitwerking van de langetermijnstrategie voor ons energiesysteem en de daaraan verbonden deeltrajecten en maatregelen. Het agentschap levert ook input voor de Vlaamse standpuntbepaling in internationale en nationale energiedossiers waarbij de taken van het agentschap het gewestelijke beleidsniveau overstijgen. Een opdracht die aan belang toeneemt, betreft de omzetting van Europese richtlijnen en de opmaak en monitoring van actieplannen die daarin worden opgelegd. Tegen eind april van elk jaar moeten tevens statistieken worden voorgelegd over de productie van elektriciteit en warmte uit warmtekrachtkoppeling en de gerealiseerde primaire energiebesparing. Voor de voorbereiding en de opvolging van het energiebeleid heeft de Vlaamse overheid nood aan betrouwbare gegevens inzake de energieproductie en het -gebruik per sector en per energiedrager. Ook de inventaris van broeikasgasemissies en luchtpolluenten steunt op deze gegevens. Het VEA is verantwoordelijk voor de handhaving van de regelgeving inzake de rapportering van afname- en productiegegevens door de netbeheerders en de exploitanten van decentrale energieopwekkingsinstallaties. Het VEA zoekt samenwerking en overlegt met andere toeleveranciers en gebruikers van productie- en verbruiksgegevens (Vlaamse en federale overheidsdiensten, federaties, regulatoren, lokale besturen,…). De verwerking van de energiegegevens in een jaarlijkse Vlaamse energiebalans gebeurt tot eind 2020 door het VITO in het kader van een referentietaak, waarvan de stuurgroep door het VEA wordt voorgezeten. Het VEA vertegenwoordigt het Vlaamse Gewest in de werkgroep energiebalansen van ENOVER, opgestart ten behoeve van de uitwisseling en afstemming van gegevens tussen de federale en gewestelijke overheden en ten behoeve van de voorbereiding van de rapportering aan internationale instanties (Eurostat, Europese Commissie, OESO-Internationaal EnergieAgentschap,…). In het Energiedecreet werd de opmaak van de energiebalans decretaal verankerd en uitgebreid met meer kwalitatieve informatie. De Vlaamse minister bevoegd voor het energiebeleid moet jaarlijks, op voorstel van het Vlaams Energieagentschap, een energierapport publiceren dat volgende onderdelen omvat: 1° de vroegere energiebalans; 2° een beschrijving en analyse van de bestaande toestand inzake energieverbruik en energieproductie, per sector en per energiedrager; 3° energiekengetallen per sector.

PRESTATIE-INDICATOREN -

Beschikbaarheid monitoringrapporten in kader van implementatie Europese richtlijnen.

42


-

Beschikbaarheid energierapport inclusief inventaris hernieuwbare energiebronnen en WKK-inventaris over jaar N-1 voor 30/09. Beschikbaarheid input jaarlijkse beleidsbrief voor 15 september.

BUDGET Opmaak energierapport door cel energiebalans van VITO in kader van referentietaak (394.000 euro). Budget voor referentietaak is toegevoegd aan dotatie VITO.

CLUSTER ENERGIE-EFFICIËNTIE

Implementatie, monitoring en evaluatie van de sociale- en REGopenbaredienstverplichtingen (Energiebesluit, artikel 6.1.1 – artikel 6.1.3 ; artikel 6.4.1 – artikel 6.4.1/12)

A Energiepremies voor energiebesparende investeringen door netbeheerders, goedkope energieleningen voor energiebesparende investeringen, sociale beschermingsmaatregelen (minimale levering aardgas, budgetmeters, ….), Energiearmoedeprogramma, …

VTE AS IS B C

D

2,0

BESCHRIJVING

Een sociaal rechtvaardige energietransitie vorm geven is een strategische doelstelling van de beleidsnota Energie 2019-2024. Het afstemmen van energie- en renovatiepremies is in de beleidsnota opgenomen als een belangrijke actie om de evolutie naar een energiezuinig en klimaatneutraal gebouwenpark als operationele doelstelling te versnellen.

•

Sociale openbaredienstverplichtingen

Tezamen met de VREG heeft het VEA de opdracht om de effectiviteit en efficiëntie van de sociale-ODV op te volgen, te evalueren en desgevallend voorstellen uit te werken om ze bij te sturen. De sociale openbaredienstverplichtingen (sociale ODV) opgenomen in de Vlaamse energieregelgeving behoren in Europees perspectief tot de best uitgebouwde beschermingssystemen. De leveranciers mogen leveringscontracten van wanbetalers enkel stopzetten na het verplicht doorlopen van een getrapte oplossingsgerichte procedure. Gezinnen die door betalingsproblemen zijn gedropt door hun energieleverancier, worden verder beleverd door de distributienetbeheerder. Als ze ook daar hun facturen niet meer kunnen betalen, plaatst de netbeheerder een oplaadbare budgetmeter, die toelaat het verbruik vooraf te betalen. Voor openstaande schulden worden realistische betaalplannen afgesproken. Het afsluiten van de energielevering wordt door de netbeheerders zoveel als

43


mogelijk vermeden en kan enkel na het doorlopen van een vaste procedure door de lokale adviescommissie waarin ook het OCMW zetelt. Dit geheel aan maatregelen is gericht op het vermijden van schuldopbouw en het maximaal garanderen van de energielevering. Om te vermijden dat mensen vanwege een gebrek aan geld om hun aardgasbudgetmeter op te laden in de winter zonder verwarming vallen, coördineert het VEA de maatregel waarmee de OCMW’s een halfmaandelijkse vergoeding voor een minimale hoeveelheid aardgas kunnen toekennen. Het VEA staat in voor de opmaak, het organiseren van het belanghebbendenmanagement, de implementatie en regelmatige actualisatie van het Energiearmoedeprogramma. Het VEA neemt actief deel aan het Horizontaal Armoedeoverleg met alle Vlaamse beleidsdomeinen en coördineert het Verticaal Armoedeoverleg binnen het beleidsveld Energie en engageert zich ook om bij de voorbereiding van nieuwe regelgeving systematische de Armoedetoets toe te passen.

•

REG-openbaredienstverplichtingen

Rationeel energiegebruik (REG) bij huishoudelijke en niet-huishoudelijke afnemers wordt voornamelijk gestimuleerd via de openbaredienstverplichtingen voor de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit. Verplichtingen werden ingevoerd vanaf 2003 en werden in de loop der jaren een aantal keren bijgestuurd. Op dit ogenblik worden aan de netbeheerders een aantal actieverplichtingen opgelegd met als doel hun eindafnemers aan te sporen tot energiebesparing. De belangrijkste actieverplichting opgelegd aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders is het verplicht uitkeren van premies voor bepaalde in de regelgeving vastgelegde energiebesparende maatregelen in bestaande gebouwen (woningen en niet-woningen). De elektriciteitsdistributienetbeheerders moeten bovendien specifieke aandacht schenken aan de sociaal zwakkeren (beschermde afnemers en andere categorieën van meest behoeftigen) o.a. door hogere premies en het aanbieden van gratis energiescans. In het kader van de REG-ODV worden door een aantal organisaties sociale energie-efficiëntieprojecten uitgevoerd bij kwetsbare doelgroepen op de private huurmarkt. Tot slot hebben de elektriciteitsdistributienetbeheerders de verplichting om lokale besturen te ondersteunen bij hun lokaal energiebeleid, onder meer via energieboekhoudingen, energieaudits, energiezorgsystemen en het aanbieden van formules van derdepartijfinanciering of andere financieringsmechanismen voor de uitvoering van energiebesparende investeringen. Het VEA is de centrale actor bij de implementatie, monitoring en bijsturing van de regelgeving inzake de REGopenbaredienstverplichtingen (REG-ODV). De laatste grondige hervorming van de energiepremies dateert van eind 2018.

44


Totaal aantal uitbetaalde premies Dakisolatie Muurisolatie Vloer/kelderisolatie Glas Condensatieketel (enkel res.) Zonneboiler Warmtepomp Warmtepompboiler E-peil-premie (enkel res.) Huur- en isolatiepremie (enkel res.) Scans (enkel res.) Kortingbonnen (enkel res.) Collectieve renovatieprojecten (enkel res.) Totaalrenovatiebonus (enkel res.) Relighting (enkel niet-res.) Steun na audit (enkel niet-res.) Investeringssteun (enkel niet-res.)

•

2014 138443 41580 20157 6248 30961 865 6308 1116

2015 161343 54609 26231 7611 34976 959 5985 1580

2016 153218 53227 24203 7301 30826 867 5065 1389

4009 646 24558 1683

3617 621 22793 2096

4092 734 22358 2769

228 66 18

222 37 6

331 51 5

2017 2018 145544 124405 47617 34289 20581 15913 6453 5770 29757 24183 862 625 3634 1655 1093 974 3178 783 25843 4934

4193 824 27360 5437

2019 134073 44866 15493 6413 27169 836 1936 1390 1084 3459 960 21445 4643

505 271 20 13

432 2557 163 15 15

578 3538 227 14 22

Energiehuizen

Vanaf 1 januari 2015 zijn in het kader van de zesde staatshervorming de taken van het FRGE overgeheveld naar het VEA. Het VEA werkt in nauw overleg met de 19 energiehuizen actief mee aan de uitbouw van het beleidsinstrument van de energieleningen. Vanaf 2019 nemen de energiehuizen onder coĂśrdinatie van het VEA de functie op van unieke energieloketten waar de burger terecht kan voor een brede dienstverlening rond energiebesparing.

Aantal toegekende energieleningen 4470 4406 3687 5856 2437

2015 2016 2017 2018 2019

•

Energiescans

Sinds 2007 worden door scanbedrijven energiescans uitgevoerd. De laatste jaren werden deze prioritair aangeboden aan kwetsbare groepen. De energiescans werden in de huidige regeerperiode na evaluatie nog meer afgestemd op de noden van de doelgroep en verbonden met de dienstverlening in de energiehuizen.

45


2014 2015 2016 2017 2018 2019

Opvolgscans Basisscans type 1 21992 1993 20088 2105 17850 3879 17980 7201 18535 7884 15409 5540

Opvolgscans Opvolgscans type 2 Opvolgscans type 2 dakisolatie type 2 glas verwarming Totaal 379 169 25 24558 492 70 38 22793 524 60 45 22358 423 177 62 25843 598 257 81 27355 251 147 98 21445

PRESTATIE-INDICATOREN -

Beschikbaarheid van het jaarlijkse monitoringrapport met eventueel voorstellen voor bijsturing van de sociale openbaredienstverplichtingen. Beschikbaarheid van het jaarlijkse monitoringrapport REG-ODV met eventuele voorstellen voor bijsturing van de REG-ODV. Semestrieel monitoringrapport energieleningen. Beschikbaarheid van het jaarlijkse monitoringrapport conceptnota Energiearmoedeprogramma.

BUDGET Vergoeding actieverplichtingen distributienetbeheerders (1.590.000 euro). Frontoffice (energiehuizen) en backoffice energieleningen (4.597.000 euro). Energieleningen (55.000.000 euro).

Doelgroepenoverleg en het uitwerken van hefboomacties in het kader van het Renovatiepact

In overleg met belanghebbenden een optimale beleidsinstrumentenmix samenstellen voor de grondige energetische renovatie van het Vlaamse woningenbestand

A 5,8

VTE AS IS B C

D

BESCHRIJVING De evolutie naar een energiezuinig en koolstofarm gebouwenpark versnellen is een strategische doelstelling van de beleidsnota Energie 2019-2024. Het Renovatiepact voor de grondige renovatie van woningen versterken is een operationele doelstelling van de beleidsnota. Op 17 juli 2015 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota over het Renovatiepact goed. Het Renovatiepact beoogt in co-creatie vast te leggen welke doelstellingen en 46


engagementen overheid en sector aangaan om bij te dragen tot een sterke verhoging van de renovatiegraad van het Vlaamse woningenbestand. Het VEA speelt een centrale rol bij de aansturing en coördinatie van de werkzaamheden van de werkgroepen en de beperkte stuurgroep. Een actief partnerschap tussen de overheid en de bouwsector is een belangrijke randvoorwaarde om de doelstellingen inzake de verbetering van de energieprestatie van ons bestaand gebouwenpark te kunnen realiseren. Teneinde het beleidsinstrumentarium ter ondersteuning van de energie-efficiëntie van onze gebouwen te optimaliseren, voert het VEA ook regelmatig overleg met andere beleidsvelden met impact op dit beleidsinstrumentarium (bijvoorbeeld met Wonen-Vlaanderen). Begin 2018 startte onder coördinatie van het VEA het via het Europese LIFEsubsidieprogramma BE-REEL! project (“BElgium Renovates for Energy-Efficiënt Living”). Een partnerschap bestaande uit onder meer het Waalse en het Vlaamse Gewest, verschillende steden en het WTCB wil met dit project, waarvoor de EU ruim 8 miljoen euro subsidie toekende, van 2018 tot 2024 de goedgekeurde gewestelijke renovatiestrategieën versneld implementeren door het opzetten van ambitieuze demonstratieprojecten (renovatie van ruim 8.500 woningen), het uitwerken en verspreiden van innovatieve businessmodellen, het opzetten van lerende netwerken en de uitbouw van een kennisplatform. Het project legt daarbij het accent op de verdere opbouw van technische en kwantitatieve capaciteit in de bouwsector die noodzakelijk is om een structurele en langdurige verhoging van de renovatiegraad te realiseren.

PRESTATIE-INDICATOREN -

Evolutie opvolgingsindicator Renovatiepact. Monitoringrapport Renovatiepact. Monitoringrapport project BE-REEL!

Budget Marketingplan Renovatiepact (100.000 euro). BE-REEL! (504.000 euro)

Het uitvoeren, monitoren, evalueren, verder uitwerken en optimaliseren van de energieprestatiecertificatenregelgeving (Energiebesluit, hoofdstuk II van titel IX), de energieprestatieregelgeving (artikel 11.1.6 van het Energiedecreet) en van de berekeningsmethodiek voor de energieprestatieregelgeving (bijlage V tot X van het Energiebesluit)

A De kwaliteitsvolle omzetting van de EPBDrichtlijn verzekeren, opmaak cijferrapporten en evaluatienota i.v.m. implementatie EPCsystemen en EPB-beleidskader

B

VTE AS IS C

D

6,4

47


BESCHRIJVING •

Energieprestatiecertificatensystemen

Het verder uitbouwen van het EPC is in de beleidsnota Energie 2019-2024 vermeld als belangrijk maatregel om de grondige renovatie van woningen te stimuleren. De Vlaamse energieprestatiecertificatieregelgeving geeft uitvoering aan de Europese EPBD-richtlijn inzake de energieprestaties van gebouwen. Sinds 2009 zijn verschillende energieprestatiecertificatensystemen geïmplementeerd.

-

-

-

-

Op 20 april 2007 werd het besluit betreffende het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen goedgekeurd. Alle publieke gebouwen groter dan 1000 m² moesten tegen 1 januari 2009 over een energieprestatiecertificaat beschikken. Intussen werd het toepassingsgebied gradueel uitgebreid en werd de oppervlaktedrempel verlaagd naar 250 m². Vanaf eind 2018 vervallen de eerste certificaten voor publieke gebouwen en moet het energieprestatiecertificaat voor deze publieke gebouwen worden vernieuwd. Voor de publieke gebouwen moet worden gezocht naar een optimale afstemming met het nog te ontwikkelen EPC voor niet-residentiële gebouwen (cfr. infra). Op 11 december 2008 werd het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de invoering van een energieprestatiecertificaat bij de verkoop en verhuur van residentiële gebouwen en de uitvoering van de energieaudit definitief goedgekeurd. Vanaf 1 november 2008 moeten alle wooneenheden die te koop worden aangeboden, over een energieprestatiecertificaat beschikken. Voor verhuur is de verplichting ingegaan op 1 januari 2009. Vanaf 1 januari 2019 is het EPC voor bestaande woongebouwen opgewaardeerd naar een EPC+. De standaardaanbevelingen uit het EPC worden in het EPC+ vervangen door een maatregelenpakket op maat van de specifieke woning. Het maatregelenpakket beschrijft de werken en de bijhorende kosten die nodig zijn om de woning te renoveren conform de langetermijndoelstelling voor 2050. In 2019 werden ongeveer 95.000 EPC’s voor bestaande residentiële gebouwen opgemaakt. Om beter rekening te kunnen houden met de problematiek van mede-eigendom werd voor appartementen een specifieke aanpak ontwikkeld. Het EPC+ wordt immers opgemaakt per wooneenheid, terwijl heel wat maatregelen, zoals werken aan de gebouwschil, niet door een individuele eigenaar kunnen worden uitgevoerd, maar enkel door de vereniging van mede-eigenaars. Het EPC+ van een individueel appartement kan sinds begin 2020 worden aangevuld met een EPC van de gemeenschappelijke delen. Dit EPC geeft inzicht in het renovatiepad van de gemeenschappelijke delen en dient tegelijk als input voor de opmaak van een EPC van een individueel appartement. Uiterlijk eind 2022 moet elk appartementsgebouw over een EPC gemeenschappelijke delen beschikken. Op 5 december 2008 werd het besluit houdende de invoering van een energieprestatiecertificaat bij de verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen definitief goedgekeurd. De implementatie van het EPC voor nietresidentiële gebouwen wordt sinds 2008 in samenwerking met de twee andere gewesten voorbereid. Parallel werd door het VEA in 2018 een traject opgestart om een vereenvoudigde rekenmethode en een inspectieprotocol op te stellen voor kleine bestaande niet-residentiële gebouwen. Uit onderzoek was gebleken dat een 48


gesegmenteerde aanpak voor de niet-residentiële gebouwen nodig is. Een aanzienlijk deel van de niet-residentiële gebouwen bestaat immers uit kleinere gebouwen (bv. kleine handelszaken, dokterspraktijk,…), die vaak verweven zijn met residentiële gebouwen en die dezelfde bouwfysische eigenschappen vertonen als residentiële gebouwen. Voor kleine niet-residentiële gebouwen werd vanaf 2020 het toepassingsgebied en de methodiek voor het EPC+ voor woongebouwen uitgebreid. Op basis van de vorm en inhoud van het EPC+ werden de vorm en de inhoud van het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen, in overleg met gebruikers, vastgelegd. In 2019 is door het VEA een projectplan opgemaakt om de methode voor de opmaak van het EPC voor grote niet-residentiële gebouwen uit te werken en op basis daarvan een bijhorende webapplicatie te ontwikkelen.

Het VEA beschikt ondertussen over een schat aan informatie van het bestaande Vlaamse woningpark en van de publieke gebouwen. Het agentschap voert op regelmatige tijdstippen (beperkte) analyses uit en communiceert deze naar de belangstellenden. De volgende evaluatie van de energieprestatiecertificatenregelgeving wordt in 2021-2022 gepland. •

EPB-regelgeving

Het EPB-beleidskader vereenvoudigen en gebruiksvriendelijker maken is een operationele doelstelling van de beleidsnota Energie 2019-2024. De Europese richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen (2010/31/EU) legt vast dat vanaf 2021 elk nieuw gebouw bijna-energieneutraal (BEN) moet zijn. De Vlaamse Regering legde in 2013 de Vlaamse BEN-definitie voor nieuwe woongebouwen, kantoren en scholen en het aanscherpingspad van de EPB-eisen tot het BEN-niveau in 2021 vast. De evolutie naar het BEN-niveau moet betaalbaar blijven zodat het draagvlak voor energiezuinig bouwen bij bouwheren en bouwsector behouden blijft en de prijsdruk op de bestaande gebouwen beperkt blijft. Met oog op die evolutie op korte termijn naar BENgebouwen, is er nood aan een volgehouden inspanning om de implementatie te verbeteren en af te stemmen, zowel met de bouwsector en de bouwers om het draagvlak te behouden, als met het Europese beleidsniveau.

49


100 90 80

E-peil

70 60

Wettelijke eis

50 Gemiddeld E-peil 40 30 20 10 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Aanvraagjaar

Grafiek - gemiddeld E-peil en de wettelijke E-peileis voor nieuwe eengezinswoningen per aanvraagjaar

100 90 80

E-peil

70 Wettelijke eis

60

Gemiddeld E-peil

50 40 30 20 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Aanvraagjaar

Grafiek - gemiddeld E-peil en de wettelijke E-peileis voor nieuwe appartementen per aanvraagjaar

Artikel 11.1.6 van het Energiedecreet bepaalt dat de Vlaamse Regering minstens om de twee jaar de berekeningsmethode van de energieprestaties van gebouwen en de EPB-eisen evalueert en in voorkomend geval aanpast. De procedures en de administratieve lasten van de regelgeving worden elke 4 jaar geĂŤvalueerd. De evaluatie van de EPB-eisen wordt gebaseerd op de actualisatie van de studies betreffende het kostenoptimum. De recentste 50


actualisatiestudies werden uitgevoerd in 2017. De actualisaties beogen de reeds gekende BEN-niveaus en het aanscherpingspad af te toetsen aan het voortschrijdend kostenoptimum en het kostenoptimale aandeel hernieuwbare energie te onderzoeken. Daarbij worden de meerinvesteringen voor betere energieprestatieniveaus en de evolutie van de globale bouwkost in kaart gebracht. In 2022 zal een nieuwe studie worden uitgevoerd om de kostenoptimale EPB-eisen 2030 te kunnen bepalen. In het licht van de energie-efficiëntie doelstellingen van de Vlaamse Regering, worden de voorlopers voor BEN-gebouwen gestimuleerd via verschillende financiële ondersteuningsmechanismen (verlaging onroerende voorheffing). Daarnaast koppelen een aantal andere wetgevingen subsidies of andere steunmaatregelen aan het behalen van een bepaald E-peil (E-peil subsidievoorwaarde voor nieuwe scholen). Om de administratieve last voor de voorlopers laag te houden, sloot het VEA een protocol met Vlabel betreffende het elektronisch doorsturen van de bouwprojecten, waarvoor een E-peileis geldt, die op basis van het berekende E-peil in aanmerking komen voor de vermindering van de onroerende voorheffing. Het VEA bezorgt elk jaar in februari de lijst van bouwprojecten, waarvoor een E-peileis geldt, die in aanmerking komen voor de verlaagde onroerende voorheffing aan VLABEL.. De gegevensuitwisseling met Agion betreffende de scholen, verloopt volledig geautomatiseerd. Via een specifieke gelijkwaardigheidsprocedure kan door het VEA de energieprestatie van gebouwen die gekoppeld zijn aan projecten die gebruik maken van een externe warmtelevering (bijvoorbeeld stadsverwarming) worden gevaloriseerd. In 2019 werden 17 aanvragen ingediend (2018: 25; 2017: 18 ; 2016: 18). Alle aanvragen voor gelijkwaardigheid van externe warmtelevering werden binnen de wettelijke termijn van 120 dagen behandeld. In bepaalde uitzonderlijke gevallen is het niet mogelijk voor een specifiek project om aan de EPB-eisen te voldoen. Het Energiebesluit voorziet dat men een vrijstelling of een afwijking kan aanvragen, wanneer de EPB-eisen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar zijn of bij industriële gebouwen waarin industriële processen plaatsvinden die zelf warmte produceren en waarvoor om die reden in koeling of in een geforceerde ventilatie is voorzien. Het Energiebesluit verleent in artikel 9.1.30 §3 delegatie aan de minister om de afwijkingen en vrijstellingen vast te leggen na advies van het Vlaams Energieagentschap. Het VEA beoordeelt de aanvragen en stelt een advies en een voorstel van beslissing (ontwerp MB) op. Wanneer gelijkaardige uitzonderings- of afwijkingsaanvragen systematisch terugkomen, maakt het VEA een advies en een voorstel van algemene uitzondering op. 100% van de aanvragen voor uitzonderingen en afwijkingen werd in 2019 binnen de 3 maand behandeld (2018: 100%, 2017: 99% ; 2016: 96%). In de energieprestatiedatabank is een schat aan informatie over de recente Vlaamse nieuwbouw beschikbaar. Het VEA stelt een keer per jaar een uitgebreide analyse van de ingediende EPB-aangiften op en publiceert maandelijks het aantal startverklaringen en EPB-aangiften. In 2019 werden 40.550 EPB-aangiften (2018: 36.393 ; 2017: 38.097 ; 2016: 37.825) ingediend. De drie gewesten werken samen aan de EPB-berekeningsmethode via het EPB-platform. Om de ontwikkeling van de berekeningsmethode te versnellen, werd in opdracht van de drie gewesten de technische en wetenschappelijke ondersteuning van het EPB-platform aanbesteed. De EPB-ondersteuning werd toegewezen aan een consortium van wetenschappelijke instellingen, universiteiten, hogescholen en studiebureaus. Het VEA 51


beheert en volgt de uitvoering van de overeenkomst met het EPB-consortium op voor de drie gewesten. Het VEA voert onder andere volgende taken uit voor het verder uitwerken van de bestaande berekeningsmethodiek: •

•

Het VEA begeleidt en volgt de studieopdrachten op. Het VEA stelt voor bepaalde studieopdrachten een aanvraagdocument op met een beschrijving van de taak en reviseert de aanvraagdocumenten die door de andere gewesten worden opgesteld. Het VEA geeft vervolgens feedback op de verkennende nota die het plan van aanpak van de studieopdracht beschrijft. Na goedkeuring van de verkennende nota gaat de studieopdracht van start. Het VEA geeft feedback op tussentijdse rapporten en het finaal toelichtingsdocument. Het VEA stuurt vragen die het niet zelf kan beantwoorden, door als tweedelijnsvraag. Het VEA vult de template met de vraag in en geeft feedback op het antwoord van het consortium.

De EPB-regelgeving is voortdurend in evolutie. Ook studieopdrachten van het EPB-platform bevatten meestal een voorstel tot aanpassing van de rekenmethode. Het VEA werkt per jaar of per specifieke wijziging een projectplan uit dat de nodige acties (aanpassingen software, formulieren, frontoffice en backoffice, communicatie, website, opleiding) in kaart brengt. PRESTATIE-INDICATOREN -

-

Beschikbaarheid cijferrapporten over de EPC-systemen en het EPB-beleidskader Opmaak ontwerp van decretaal opgelegd evaluatierapport. Aantal en gemiddelde doorlooptijd behandeling uitzondering- of afwijkingsaanvragen. Jaarlijks doorzenden van de lijsten dossiers die in aanmerking komen voor de vermindering op onroerende voorheffing en halfjaarlijks (februari, september) van de lijst met correcties. Aantal en doorlooptijd gelijkwaardigheidsaanvragen voor gebouwen gekoppeld aan een systeem van externe warmtelevering.

BUDGET Ondersteuning van EPB-consortium verdere uitwerking EPB- en EPC-methodieken: 650.000 euro.

Kwaliteitsborging van de energiedeskundigen en EPB-verslaggevers (Energiebesluit, hoofdstuk II en hoofdstuk VI van titel VIII)

Kennisniveau van de energiedeskundigen en EPB-verslaggevers verhogen, behandelen erkenningsaanvragen opleidingsinstellingen,

A 1,6

B

VTE AS IS C 0,7

D

52


BESCHRIJVING •

Energiedeskundigen

Om kwaliteitsvolle EPC’s op te maken, werd in de regelgeving opgenomen dat de energieprestatiecertificaten door erkende energiedeskundigen moeten worden uitgevoerd. De erkenningsregelingen voor de diverse types energiedeskundigen verschillen momenteel van elkaar. De kandidaat-energiedeskundigen type A, B en C moeten een erkende opleiding volgen. Er zijn geen instapvoorwaarden om deel te nemen aan de opleiding tot energiedeskundige. De energiedeskundige is een natuurlijk persoon die onderworpen is aan het sociaal statuut van de zelfstandige of de bezoldigde medewerker van een rechtspersoon. De verklaring op eer bepaalt dat elke energiedeskundige onafhankelijk, objectief en neutraal moet werken ten aanzien van de opdrachtgever, zodanig dat de opdrachtgever geen enkele invloed kan uitoefenen op het resultaat van het EPC. De interne energiedeskundigen voor publieke gebouwen moeten een medewerker zijn van de publieke organisatie en moeten beschikken over minstens twee jaar ervaring op het vlak van energiezorg. Het VEA organiseert zelf geen opleidingen tot energiedeskundige, maar behandelt de erkenningsaanvragen van de kandidaten voor de organisatie van een opleiding of examen die leiden tot het behalen van het getuigschrift van energiedeskundige. Eind 2019 waren er 16 opleidingsinstellingen (2018: 15) erkend voor het geven van de basisopleiding tot energiedeskundige type A. Eind 2019 waren er 14 instellingen erkend voor het geven van permanente vorming (waarvan 12 actief). Er werden 148 erkende vormingen voor energiedeskundigen type A waarvan 119 vormingen met verplichte inhoud en 29 vormingen met vrije inhoud ingericht in 2019. Bijkomend werden 9 elearningmodules goedgekeurd. Het VEA optimaliseert in samenspraak met de opleidingsinstellingen en de sector de opleiding voor energiedeskundigen type A, zowel wat betreft duur als inhoud. Een opleiding kan enkel kwaliteitsvol zijn als de docenten de materie voldoende beheersen. Nog al te vaak stelt het VEA vast dat er foutieve informatie of verkeerde interpretaties worden doorgegeven tijdens de opleidingen. Dit is nefast voor de opmaak van een correct EPC. Om de kwaliteit van de opleidingen verder te bewaken en desgevallend bij te sturen, controleert het VEA regelmatig de opleidingen ter plaatse. Het VEA pleegt op regelmatige tijdstippen overleg met de opleidingsinstellingen. Bij aanpassingen van de software, het inspectieprotocol en de berekeningsmethode organiseert het VEA een train-de-trainer opleiding, waarop de lesgevers verplicht moeten aanwezig zijn. De regelmatige bevraging van de (kandidaat)-energiedeskundigen over de kwaliteit van de opleidingen draagt ook bij tot een duidelijker beeld van de kwaliteit van het opleidingsaanbod en mogelijke verbeterpunten. Vanaf 2017 moeten de energiedeskundigen permanente vorming volgen om hun erkenning te kunnen behouden. In de permanente vorming kunnen aspecten worden opgefrist die reeds gekend zouden moeten zijn. Gezien de snelle ontwikkelingen in het energielandschap, zullen ook nieuwe ontwikkelingen, wijzigingen aan de software, het inspectieprotocol of de rekenmethodiek aan bod komen. Uit de handhavingsdossiers en de vragen die bij het VEA en de opleidingsinstellingen gesteld worden, kunnen eveneens onderwerpen voor permanente vorming worden gehaald. De opleidingsinstellingen die de 53


permanente vorming willen geven of een begeleiding willen aanbieden, moeten, net als de instellingen die de basisopleiding tot energiedeskundige geven, erkend worden volgens voorwaarden die vastgelegd werden door de minister. Het VEA behandelt de erkenningsaanvragen. Energiedeskundigen type A kunnen ook sinds mei 2017 de gevolgde uren permanente vorming opvolgen via het luik ‘erkenning’ van de energieprestatiedatabank. In de eerste helft van 2019 heeft het VEA een evaluatie uitgevoerd van de verplichting tot het volgen van 6 uur verplichte permanente vorming in 2018. Eind 2018 waren 2399 personen erkend als energiedeskundige. Na de evaluatie bleven nog 2141 personen erkend. Van de 258 personen die niet langer erkend zijn, gaven 142 personen aan dat ze hun activiteiten als energiedeskundigen niet langer wensten verder te zetten. Uit deze cijfers kan besloten worden dat de verplichting tot het volgen van permanente vorming goed werd nageleefd: bijna 76% van de erkende energiedeskundigen heeft tijdig voldoende permanente gevolgd. In 2019 moesten de erkende energiedeskundigen opnieuw 6 uur verplichte vorming volgen over het EPC gemeenschappelijke delen en het EPC kleine niet-residentiële gebouwen. In 2020 zijn de energiedeskundigen verplicht om 6 uur vrije vorming te volgen. •

EPB-verslaggevers

De EPB-aangifte moet worden opgemaakt door een erkende EPB-verslaggever. De erkenning van EPB-verslaggevers steunt op de volgende vijf elementen: • • • • •

Diploma. Basisopleiding voor verslaggevers. Centraal examen. Verklaring op eer. Permanente vorming.

In 2015 werd de bestaande diplomavoorwaarde verruimd. Vanaf 5 januari 2015 stapte het VEA over op een validatie voorafgaand aan de erkenning. Dit gebeurt via een nieuwe module in de energieprestatiedatabank. Voor de opleiding die leidt tot het behalen van een getuigschrift voor verslaggevers, wordt gewerkt met een erkenning van de opleidingsinstelling. Daartoe erkende organisaties organiseren de examens. De ontwikkelingen in het domein van ‘het beroep van de verslaggever’ evolueren zo snel dat een permanente vorming noodzakelijk is om de kwaliteit van de dienstverlening te garanderen en de kennis van de verslaggevers te versterken. Volgende mogelijkheden van permanente vorming zijn voorzien: verplicht vormingsgedeelte (bij wijzigingen in eisen, berekeningsmethode, software…), een vrij vormingsgedeelte, het geven van les en het deelnemen aan workshops. Het VEA behandelt de erkenningsaanvragen van de opleidingsen vormingsinstellingen. Eind 2019 waren er 14 opleidingsinstellingen (2018: ook 14) erkend voor het geven van de basisopleiding tot verslaggever. Eind 2019 waren er 25 instellingen (eind 2018: 24) erkend voor het geven van permanente vorming. Er werden 387 erkende vormingen voor verslaggevers ingericht in 2019 (2018: 394. Verslaggevers kunnen sinds november 2015 de gevolgde permanente vorming opvolgen via het luik ‘erkenning’ van de energieprestatiedatabank. Sinds 2018 staan de opleidingsinstellingen opnieuw in voor de organisatie van het examen. Eind 2019 waren er 8 exameninstellingen erkend (idem als in 2018). 54


In de energieprestatiedatabank is aan de erkenningsmodule van de verslaggever een elektronische portefeuille voor permanente vorming toegevoegd. In februari van elk kalenderjaar wordt geëvalueerd of de erkende verslaggevers in het voorbije jaar voldoende permanente vorming volgden. In 2018 moesten de verslaggevers 6u permanente vorming volgen om in 2019 erkend te blijven. Voor 180 verslaggevers werd handhaving opgestart, omdat ze volgens de gegevens in de energieprestatiedatabank onvoldoende vorming volgden. Na het afronden van die evaluatie en na bevraging van de verslaggevers, werd de erkenning van 95 verslaggevers verlengd. 85 verslaggevers werden geschorst. Het merendeel daarvan is geschorst op vraag van de verslaggevers zelf. Het aantal erkende verslaggevers bedroeg dan nog 1.038. Het VEA volgt met volgende acties de kwaliteit van de opleidingen (basisopleiding, permanente vorming, begeleiding) op: •

•

Het opvolgen van de kwaliteit en de kennis van de lesgevers en begeleiders. Het VEA pleegt op regelmatige tijdstippen overleg met de opleidingsinstellingen en begeleiders en bij aanpassingen van de software en/of de berekeningsmethode wordt een toelichting georganiseerd, waarop de lesgevers gevraagd worden om aanwezig te zijn. Het VEA woont steekproefsgewijs opleidingen bij, de examenresultaten worden geanalyseerd om de zwakke punten in de opleidingen te detecteren en de cursisten worden bevraagd.

PRESTATIE-INDICATOREN -

Tweejaarlijkse bevraging van energiedeskundigen. Jaarlijks analyserapport van organisatie en resultaten van permanente vorming. Aantal en gemiddelde doorlooptijd behandeling erkenningsaanvragen.

Handhaving van de EPC- en EPB-regelgeving (Energiedecreet, artikelen 13.4.5 tot 13.4.8 en Energiebesluit, hoofdstuk II van titel IX)

In kader van naleving Europese verplichting de opmaak van kwaliteitsvolle EPC’s en EPBaangiftes verzekeren

A 5,6

VTE AS IS B C 0,7 2,6

D 2,15

BESCHRIJVING

Artikel 27 van de Europese richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen stelt dat de lidstaten de regels moeten vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de regelgeving en dat zij alle nodige maatregelen moeten treffen opdat zij worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

55


•

EPC-beleidskader

De sancties wegens overtreding of het niet naleven van de verplichtingen inzake het EPC werden via het Energiedecreet vastgelegd in Vlaamse regelgeving. Het VEA is belast met het uitvoeren van de controles en het opleggen van de sancties. 1. Controle op de aanwezigheid van het EPC en op de advertentieplicht inzake het EPC In 2009 werd gestart met de controles op de aanwezigheid van het EPC voor residentiële gebouwen. Via advertenties, websites van immomakelaars, notarisblaadjes,... worden woningen die te koop of te huur worden aangeboden gezocht. Via de energieprestatiedatabank wordt nagegaan of een EPC aanwezig is. Daarnaast hebben notarissen een meldingsplicht naar het VEA als een authentieke verkoopakte wordt verleden zonder dat een EPC beschikbaar is. Sinds 1 januari 2012 zijn eigenaars en gevolmachtigden, zoals immomakelaars en notarissen, verplicht om in commerciële publicaties voor de verkoop en verhuur van woningen de energiescore en het adres van de wooneenheid of de unieke code van het EPC te vermelden. Midden 2012 is het VEA gestart met het controleren van de advertentieplicht. Samen met de controle op de aanwezigheid van het EPC, wordt gecontroleerd of de verplichte informatie (correct) op de advertentie werd geplaatst. De controles hebben duidelijk bijgedragen tot een snelle inburgering van het EPC. Ook de advertentieplicht is dankzij het controlemechanisme snel en goed gekend. Het merendeel van de woningen die te koop of te huur worden aangeboden, beschikken over een EPC. In 2009 beschikte bij een eerste controle slechts 50% van eigenaars die een woning te koop of te huur aanboden over een energieprestatiecertificaat. In 2019 was dit percentage opgelopen tot 97%. In 2019 voldeed 90% van de advertenties aan de EPCadvertentieplicht. 2. Controle op de correctheid van het certificaat Kwaliteitsvol opgemaakte EPC’s zijn noodzakelijk om het EPC-beleidskader verder als volwaardig beleidsinstrument te kunnen uitbouwen. De controle op de waarheidsgetrouwe rapportering door de energiedeskundige is een van de belangrijke schakels voor kwaliteitsverbetering en –beheersing. Ook de Europese Commissie erkent het belang van de controles op de kwaliteit van de rapportering. Artikel 18 van de Europese richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen stelt dat de lidstaten kwaliteitscontroles moeten uitvoeren op een statistisch significant percentage van de EPC’s van bestaande gebouwen. Het VEA voert steekproefsgewijze controles uit om na te gaan of het EPC waarheidsgetrouw werd opgesteld. Daarnaast behandelt het VEA ook klachten met betrekking tot de kwaliteit van de EPC’s. Er worden twee types kwaliteitscontroles uitgevoerd: • Controles zonder plaatsbezoek, de zogenaamde deskcontroles. De deskcontrole wordt in hoofdzaak uitgevoerd op basis van de files in de certificatiesoftware. Een controleur doorloopt de invoergegevens van het EPC en toetst ze af aan een lijst van controlepunten. In geval van een klacht worden bijkomend de specifieke elementen gecontroleerd waarop de klacht betrekking heeft. Op basis hiervan wordt beslist of het dossier twijfelachtige invoergegevens bevat. 56


•

Controles met plaatsbezoek. Hierbij wordt een volledige visuele inspectie van het gebouw uitgevoerd en wordt nagegaan of de gerapporteerde vaststellingen overeenstemmen met de vaststellingen van de controleambtenaar. Vooraleer ter plaatse gegaan wordt, wordt altijd eerst een deskcontrole uitgevoerd.

Het uitvoeren van kwaliteitscontroles is een tijds- en arbeidsintensief proces. Iedere controle start met het screenen van het EPC op twijfelachtige invoergegevens. Als uit de deskcontrole blijkt dat het EPC minstens 2 twijfelachtige invoergegevens bevat, worden argumenten en stavingsstukken (plannen, bewijsstukken, foto’s, …) opgevraagd. Als na evaluatie van de stavingsstukken blijkt dat deze onvoldoende zijn om de onwaarschijnlijke invoergegevens aan te tonen, wordt de handhavingsprocedure opgestart en ontvangt de energiedeskundige een intentie tot boetebrief. Opnieuw kan de energiedeskundige bij het VEA tegenargumenten indienen. Als ook deze tegenargumenten niet volstaan, wordt de boete gevestigd. De energiedeskundige kan dan nog een administratief beroep bij het VEA indienen, waarna de boete wordt bevestigd, kwijtgescholden of herberekend. De energiedeskundige moet, na het opleggen van de boete, het EPC binnen een termijn van 30 dagen aanpassen aan de controlevaststellingen van het VEA. Doet hij dit niet, dan wordt een dwangsom opgelegd van 10 euro per dag dat het EPC te laat werd ingediend. Het aangepaste EPC wordt door het VEA aan de eigenaar van de woning bezorgd. In geval de stavingsstukken of tegenargumenten onduidelijk zijn, voert het VEA een controle ter plaatse uit. Gelet op de beperkingen inzake beschikbaar personeel voor de handhavingsprocessen met betrekking tot de EPC-regelgeving, worden er hoofdzakelijk deskcontroles uitgevoerd. Deze deskcontroles laten toe om op een snelle, relatief eenvoudige, manier een groot aantal energiedeskundigen te controleren. De kwaliteitscontroles werden in 2019 verdergezet. Er werden in totaal steekproefsgewijs 200 EPC’s gecontroleerd via deskaudit. Er werden ook 29 controles uitgevoerd die het gevolg waren van een klacht. Het VEA maakt jaarlijks een handhavingsplan op waarin de handhavingsprioriteiten worden vastgelegd rekening houdend met het beschikbare personeel. In het handhavingsplan worden de drie handhavingsdomeinen (aanwezigheid van het EPC en advertentieplicht, kwaliteit van het EPC en naleven van de erkenningsvoorwaarden, waaronder permanente vorming) behandeld. In 2015 is het VEA gestart met de systematische monitoring van de doorlooptijd van de handhavingsdossiers. Voor de dossiers inzake kwaliteit werden de vooropgestelde doorlooptijden in 2019 gehaald. Voor de dossiers inzake aanwezigheid en advertentieplicht werd 66% binnen de 3 maanden behandeld. Voor een aantal controles kon de doelstelling om binnen de termijn van 3 maanden na een controle een hoorzitting te halen, niet worden gerealiseerd. De voornaamste reden hiervoor is dat omwille van de GDPR een protocol moest worden opgesteld tussen het VEA en het kadaster voor de uitwisseling van eigenaarsgegevens. Aangezien dit protocol pas op 1 april 2019 ondertekend werd, kon dan pas gestart worden met het opvragen van de eigenaarsgegevens. Ook werd de werkwijze voor het opvragen van deze eigenaarsgegevens grondig aangepast waardoor dit meer tijd vergde. 100% van de aanvragen tot erkenning voor opleidings- vormingsinstellingen en exameninstellingen, werd in 2019 binnen de 2 maand behandeld.

57


•

EPB-beleidskader

De lidstaten moeten een kwaliteitscontrolesysteem opzetten dat toeziet op de kwaliteit van het EPC Bouw. In annex II legt de richtlijn op dat een onafhankelijke kwaliteitscontrole gebeurt van een representatieve ad random steekproef van de ingediende EPB-aangiften. Het Energiedecreet gelast het VEA de energieprestatieregelgeving te handhaven. Het effectief toepassen van het duidelijke handhavingskader voorzien in de Vlaamse energieregelgeving, zorgde voor de snelle inburgering en het goed naleven van de EPBeisen sinds 2006. Het toezien op het naleven van de EPB-eisen en de bijhorende procedures zorgt bovendien voor een eerlijke concurrentiepositie tussen verschillende bouwbedrijven in de markt. Met de geplande graduele verstrenging van de EPB-eisen tot BEN-niveau in 2021, is het cruciaal om blijvend in te zetten op handhaving. Het VEA handhaaft overeenkomstig de procedures voorzien in het Energiedecreet, volgende zaken: • • •

Het naleven van de procedurevereisten (indienen van startverklaring en EPBaangifte). Het naleven van de EPB-eisen. De waarheidsgetrouwe rapportering in de EPB-aangifte (= kwaliteitscontrole en fraudedetectie).

Op jaarbasis werden de voorbije jaren ongeveer 30.000 startverklaringen en 40.000 EPBaangiften ingediend. Het VEA voerde een aantal steekproeven uit om na te gaan hoeveel nieuwbouw eengezinswoningen de procedures correct naleven. Grosso modo bleek hieruit dat het aantal werven dat was opgestart met een startverklaring, schommelt rond 90%. Ongeveer 80% diende tijdig de EPB-aangifte in. Het VEA handhaaft het naleven van de procedures steekproefsgewijs: • • •

•

•

Als het VEA vaststelt dat bouwprojecten gestart zijn zonder het indienen van een startverklaring, stuurt het aanmaningen om de startverklaring in te dienen. Het VEA stuurt ook aanmaningen voor bouwprojecten waarvan de gemeente een vaststelling ‘gestart’ heeft doorgestuurd en waarbij de startverklaring ontbreekt. Als bouwprojecten meer dan twee jaar gestart zijn en de EPB-aangifte ontbreekt, controleert het VEA via diverse databases of werfcontroles of het gebouw in gebruik is genomen. Als de uiterste indieningstermijn is overschreden, maant het VEA aan om de EPB-aangifte in te dienen. Het VEA stuurt ook aanmaningen om de EPB-aangifte in te dienen voor bouwprojecten waarvan de gemeente een vaststelling ‘einde der werken’ heeft doorgestuurd en waarvoor de EPB-aangifte ontbreekt na het verstrijken van de indientermijn. Het VEA stuurt aanmaningen voor bouwprojecten waarvan de stedenbouwkundige vergunning of de melding ouder is dan 5 jaar en waarvan de EPB-aangifte ontbreekt.

Dient de bouwheer de startverklaring of EPB-aangifte niet in binnen de gestelde termijn, dan volgt een uitnodiging voor een hoorzitting. Uiteindelijk kan die procedure uitmonden in het vestigen van een administratieve geldboete. Aan ongeveer 6% van het aantal ingediende EPB-aangiften moest een boete van meer dan 250 euro worden opgelegd voor het niet voldoen aan de EPB-eisen.

58


Het VEA controleert de kwaliteit van de EPB-aangifte en het EPC-Bouw zowel zonder plaatsbezoek (focus op fouten in de invoergegevens) als met plaatsbezoek tijdens of na de uitvoering (focus op vergelijking van de as-built geplaatste installaties en materialen). De controles gebeuren voornamelijk na klachten, steekproefsgewijs en bij dossiers waar het VEA bepaalde problemen vaststelde. Het VEA vraagt bij vermoeden van fouten in de invoergegevens en bij elke controle met plaatsbezoek, stavingstukken op aan de verslaggever. De VEA-controleur vergelijkt zijn vaststellingen met de ingevoerde gegevens en de stavingsstukken. Bij de controles met plaatsbezoek, stelt het VEA, naast foutieve gegevensinvoer of verkeerde berekeningen van volumes en oppervlakten, regelmatig vast dat de verslaggevers rapporteren dat het gebouw aan de EPB-eisen voldoet, terwijl dat in realiteit niet zo is. In andere gevallen is het gebouw beter gerapporteerd dan in realiteit, om een resultaat net onder een drempelwaarde te behalen en zo recht te hebben op een financiële tegemoetkoming. Als het VEA vaststelt dat de resultaten in de EPB-aangifte beter zijn dan de werkelijke situatie, dan wordt aan de verslaggever een administratieve geldboete opgelegd. Binnen elk van bovenstaande handhavingsprocedures, geeft het VEA voor het opleggen van de boete, de kans om schriftelijke tegenargumenten (‘hoorzitting’) te formuleren. Als de belanghebbende geen tegenargumenten indient, wordt de boete opgelegd. Als er wel tegenargumenten worden ingediend, beoordeelt een dossierbehandelaar de argumenten. Daarna neemt het VEA de beslissing om de boete op te leggen, te herberekenen of kwijt te schelden. In bepaalde gevallen wordt er ook een nieuwe EPB-aangifte gevraagd. Het VEA monitort de doorlooptijd van boetedossiers met tegenargumenten en stelt zich tot doel de doorlooptijd te beperken. Voor het handhavingsproces ‘naleven van de EPB-eisen’ zijn in 2019 ongeveer 1.850 dossiers ingepland voor een hoorzitting voor het niet-voldoen aan de EPB-eisen (2018: 1.850; 2017: 2.100 ; 2016: 1600). Eind 2019 bedroeg de stock EPB-aangiften die niet voldoen aan één of meerdere van de EPB-eisen 1.886 dossiers (eind 2018: 1.253; eind 2017: 1.321 dossiers ; eind 2016: 1700 dossiers). Het VEA plant in 2020 opnieuw een reeks dossiers in voor schriftelijke hoorzitting (lichte verhoging qua aantal om de stock beheersbaar te houden) en blijft ook in 2020 inzetten op het beperken van de doorlooptermijn voor dat type dossiers. Het VEA stelt zich als doel dat minstens 90% van de openstaande hoorzittingsdossiers ‘niet-naleving EPB-eisen met tegenargumenten’ tegen eind 2020 jonger is dan 6 maand. Het VEA maakt jaarlijks een handhavingsplan op waarin de handhavingsprioriteiten worden vastgelegd rekening houdend met het beschikbare personeel. In het handhavingsplan worden de drie handhavingsdomeinen (het naleven van de procedures, het naleven van de EPB-eisen en de kwaliteit en waarheidsgetrouwheid van de EPB-aangiftes) behandeld.

PRESTATIE-INDICATOREN -

Aantal uitgevoerde aanwezigheidscontroles en controles op (correcte) publicatie kengetal. Aantal kwaliteitscontroles residentiële gebouwen. Aantal en doorlooptijden dossiers waarvoor een handhavingsdossier wordt opgestart. Jaarlijkse handhavingsplannen. Aantal verstuurde aanmaningsbrieven voor niet ingediende startverklaringen. Aantal verstuurde aanmaningsbrieven voor niet ingediende EPB-aangiften. 59


BUDGET -

Nihil, uitgezonderd apparaats- en werkingskosten. Inkomsten in het Energiefonds: 2 miljoen euro op jaarbasis. Administratieve geldboetes in kader van handhavingsbeleid indienen startverklaring en EPBaangifte, naleving EPB-eisen en kwaliteitscontroles verslaggevers.

Het verder uitbouwen van de certificatiesoftware, de EPB-software en de energieprestatiedatabank (Energiebesluit, hoofdstuk II van titel IX)

Elektronische gegevensuitwisseling in kader van implementatie Europese verplichting mogelijk maken, administratieve lasten van regelgeving voor doelgroep beperken

A 2,4

VTE AS IS B C 1,0

D

BESCHRIJVING

•

EPB-beleidskader

Om een efficiĂŤnte en effectieve dienstverlening te garanderen aan de klanten, wordt door het VEA ingezet op elektronische gegevensuitwisseling met burgers en ondernemers en op het automatiseren van processen. De Vlaamse Regering koos bij de invoering van de EPBeisen in 2006, voor elektronische communicatie tussen de verslaggevers en de overheid via een van de eerste grote e-government toepassingen, de energieprestatiedatabank. De energieprestatiedatabank bestaat uit drie onderdelen: een centrale databank waarin alle gegevens opgeslagen worden, een frontoffice die wordt gebruikt door de verslaggevers en gemeenten, en een backoffice die het VEA gebruikt voor haar handhavingsprocessen. De gegevens van de vergunning, maandelijks bezorgd door de gemeente, vormen de basis van het elektronische EPB-dossier. De verslaggevers moeten via de energieprestatiedatabank bij het VEA de startverklaring en de EPB-aangifte, waarvan het EPC bouw deel uitmaakt, indienen. Ze gebruiken hiervoor de EPB-software, het verplichte softwarepakket dat de prestaties op vlak van de EPB-eisen berekent en aftoetst. Het VEA bepaalt jaarlijks de gewenste wijzigingen aan de frontoffice. Bij wijzigingen in het eisenpakket of de berekeningsmethode, ontwikkelt het VEA aangepaste formulieren voor startverklaring en EPB-aangifte. Het VEA gebruikt ter ondersteuning en automatisatie van de handhavingstaken een dossierbeheersysteem. Via het dossierbeheersysteem beheert het VEA de EPB-dossiers, een aantal vaststellingen en een aantal van de procesflows van controle en handhaving met bijhorende correspondentie.

60


De Vlaamse overheid stelt in samenwerking met de Brusselse en Waalse overheid, een gratis EPB-software 3G ter beschikking aan de verslaggevers. De samenwerking van het Vlaamse Gewest met het Brusselse en het Waalse Gewest betreffende de EPB-software 3G, is vastgelegd in een overeenkomst van 25 april 2012. Elk jaar zijn twee releases voorzien. In het kader van de ontwikkeling van de software, voert het VEA verschillende taken uit (opstellen van vereistenbeschrijvingen van de gewenste aanpassingen, opvolgen van de analyse en ontwikkelingen, het testen van de nieuwe toepassing). •

EPC-beleidskader

Bij de invoering van de diverse energieprestatiecertificatensystemen werd ervoor geopteerd om, naar analogie met de EPB-regelgeving, de communicatie tussen de energiedeskundigen en de Vlaamse overheid volledig elektronisch te laten verlopen. Hiervoor werd de energieprestatiedatabank, die bestaat uit een frontoffice, een backoffice en een centrale opslagplaats van gegevens, verder uitgebreid. Voor de publieke gebouwen werd een webapplicatie gebouwd die toegankelijk is via de frontoffice van de energieprestatiedatabank. Nadat een energiedeskundige type C of een interne energiedeskundige zich heeft geregistreerd, kan hij de gegevens nodig voor de opmaak van het certificaat voor publieke gebouwen in de webapplicatie invoeren. Na verwerking door de databank, wordt een downloadbare pdf van het certificaat gegenereerd. Voor residentiële gebouwen kunnen kandidaat-energiedeskundigen type A die aan de erkenningsvoorwaarden voldoen, zich registreren. Met de lancering van het EPC+ vanaf 1 januari 2019 bevat het EPC ook een renovatie-advies dat de eigenaar sensibiliseert omtrent het pad dat nog moet worden afgelegd om de woning te laten voldoen aan de langetermijndoelstelling van het Renovatiepact. Begin 2020 is de software gereleaset voor het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen en het EPC gemene delen voor appartementen. Om een efficiënte en effectieve dienstverlening te garanderen aan de klanten, zet het VEA al een aantal jaar in op het automatiseren van haar processen. Om de controles efficiënter, sneller en meer geautomatiseerd te laten verlopen werd in 2019 de ontwikkeling gestart van een nieuw dossierbeheersysteem. De energieprestatiedatabank bevat een schat aan informatie over bestaande woongebouwen. Meer en meer komt de vraag van zowel burgers, lokale overheden als andere beleidsdomeinen om deze gegevens te ontsluiten. De ontsluiting van de energieprestatiedatabank is momenteel beperkt tot de notarissen in het kader van hun meldingsplicht bij het ontbreken van een EPC en de controleurs van Wonen Vlaanderen in het kader van de controle van de dakisolatieverplichting, die opgenomen werd in de Vlaamse Wooncode.

PRESTATIE-INDICATOREN -

Jaarlijks actieen investeringsplan voor de uitbouw van de energieprestatiedatabank tot authentieke gegevensbron. Jaarlijks actie- en investeringsplan uitbouw frontoffice, backoffice, EPB-software en certificatiesoftware. Beschikbaarheid van nieuwe releases van de EPB-software 3G, 2 per jaar. 61


BUDGET -

In bedrijf houden van EPB en EPC-toepassingen (400.000 euro). EPB-software 3G. Aanpassingen in functie van EPB-eisen gebruiksvriendelijkheid (425.000 euro). Aanpassingen aan EPC-toepassingen (200.000 euro)

2021

en

Behandelen standaardsubsidiedossiers (verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen - Artikel 69 van het Wetboek Inkomstenbelastingen ; premie zero-emissie voertuigen, slooppremie)

Afleveren van attesten voor verhoogde investeringsaftrek in kader van de vennootschapsbelasting. Implementatie van besluit Vlaamse Regering wat betreft de invoering van een premie voor zero-emissie voertuigen en sloop- en heropbouwpremie

A 1,4

VTE AS IS B C 0,3 1,1

D

BESCHRIJVING •

Attestaanvragen in kader van energiebesparende investeringen

verhoogde

investeringsaftrek

voor

Artikel 69 van het Wetboek Inkomstenbelastingen (W.I.B.) biedt bedrijven de mogelijkheid hun belastbare winst te verminderen met een verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen. De aftrek wordt verricht op de winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk de activa zijn verkregen of tot stand zijn gebracht. Voor de energiebesparende investeringen uitgevoerd tijdens het belastbaar tijdperk dat aan aanslagjaar 2019 (inkomsten 2018) verbonden is, is er een verhoogde aftrek van 13,5%. Deze fiscale wetgeving is een volledig federale bevoegdheid. Het percentage van de verhoogde investeringsaftrek en de categorieën van in aanmerking komende investeringen worden bepaald door de federale overheid. Het VEA levert het attest af dat bij de belastingsaangifte moet worden gevoegd. De aanvraag moet uiterlijk 3 maanden na het afsluiten van het boekjaar bij het VEA worden ingediend. Ongeveer de helft van de aanvragen worden in de laatste week van de maand maart ingediend. In het kader van de dossierbehandeling worden door het Vlaams Energieagentschap de volgende deelactiviteiten uitgevoerd : • begeleiding van bedrijven bij de voorbereiding van complexere dossiers; • technische evaluatie van de ingediende dossiers; • opmaak van de attesten en bijhorende briefwisseling;

62


• •

beheer van een databank voor de opmaak van allerhande statistieken (energiebesparing, investeringsbedragen, …); overleg met de andere gewesten en de federale overheid in het kader van de adviesverlening aan de federale overheid met betrekking tot de categorieën van in aanmerking komende investeringen.

De dossierbehandeling zal in 2020 verder worden geautomatiseerd. In 2019 werden door het VEA 971 attesten voor verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen afgeleverd voor een totaal aanvaard investeringsbedrag van 409 miljoen euro.

•

Premie zero-emissie voertuig

De Vlaamse Regering werkte haar ambitie om het Vlaamse wagenpark te vergroenen, concreet uit in het actieplan ‘Clean Power for Transport. In dit kader wordt onder andere een zero emission bonus ingevoerd voor wie een nieuwe 100% elektrische of waterstofwagen koopt en vanaf 2018 ook voor een elektrische motorfiets/bromfiets. De premie wordt voorbehouden voor wagens ingeschreven op naam van natuurlijke personen, vzw’s en autodeelbedrijven. Het VEA behandelt de premieaanvragen. Bestellingen tot eind 2019 komen in aanmerking voor de premie. De premieregeling kent een uitloper in 2020. In 2019 kregen 2610 natuurlijke personen een premie voor een zeroemissievoertuig voor een budget van 4,64 miljoen euro. Daarnaast werd een budget van 589.000 euro besteed voor 683 voertuigen aangekocht door autodeelbedrijven, vzw’s en aanbieders van taxidiensten. •

Sloop- en heropbouwpremie

Eind 2018 heeft de Vlaamse Regering de invoering van een tijdelijke sloop- en heropbouwpremie goedgekeurd. Het VEA beheert deze nieuwe premieregeling. Vergunningsaanvragen tot eind 2020 komen in aanmerking voor de premie. De premieregeling zal een uitloper kennen tot in 2022. In 2019 werden er 2340 dossiers voor sloop- en heropbouwpremie ingediend voor een totaal budget van 17,55 miljoen euro. Er werden in 2019 521 dossier goedgekeurd en uitbetaald (3,9 miljoen euro). PRESTATIE-INDICATOR Gemiddelde behandelingstijd van een volledig aanvraagdossier. BUDGET Gesloten enveloppe voor sloop- en heropbouwpremie van 15 miljoen euro.

63


Opvolgen van de implementatie van specifieke Vlaamse energiebeleidsmaatregelen voor ondernemingen (energiebeleidsovereenkomsten, verplichte energieaudit, beoordelen van de energieplannen en de energiestudies, supercapregeling, energienorm, miniEBO’s, …)

Beheer van de energiebeleidsovereenkomsten voor het bevorderen van energiebesparende investeringen bij de energie-intensieve industrie en de kmo’s, affleveren van goedkeuring voor opgemaakte energieplan of –studie

A 1,2

B 0,1

VTE AS IS C

D

BESCHRIJVING De transitie naar een CO2-arme industrie en ondernemingen ondersteunen, is een strategische doelstelling van de beleidsnota Energie 2019-2024. De industrie op pad zetten naar koolstofneutraliteit en een actieplan energie-efficiënte kmo’s uitrollen, zijn twee operationele doelstellingen van de beleidsnota.

•

Energiebeleidsovereenkomsten met de energie-intensieve industrie

De energiebeleidsovereenkomsten (EBO’s) met de energie-intensieve industrie vormen het belangrijkste beleidsinstrument om de energie-efficiëntie van de industrie te verbeteren. De EBO’s lopen tot 31 december 2022. De opvolging van de verplichtingen die de bedrijven in het kader van de ondertekende EBO aangaan, is als referentietaak toegewezen aan VITO. VITO heeft deze opdracht ondergebracht in het Verificatiebureau. Er is dus niet voor gekozen deze taak uit te besteden, aangezien zowel overheid als sectoren groot belang hechten aan de onafhankelijkheid en kwaliteit van de geleverde verificaties. Eind 2019 waren 345 vestigingen tot de energiebeleidsovereenkomsten toegetreden (eind 2018: 341 ; eind 2017: 335 ; eind 2016: 338). Dit zorgt voor een zeer hoog toetredingspercentage van ca. 80%. Uitgedrukt in energieaandeel, is ca. 98% van het industrieel primair energieverbruik van de energie-intensieve bedrijven inclusief raffinaderijen gevat in de EBO’s. In het totaal primair energieverbruik van de industrie inclusief raffinaderijen hebben de EBO-bedrijven een aandeel van ca. 77%. De totale geplande primaire energiebesparing in 2018 door het uitvoeren van de 2.451 zekere maatregelen uit de energieplannen van de eerste ronde (2015-2018) bedraagt 17,4 PJ (4846 GWh). Dit is een geplande besparing van 3,6% t.o.v. het totale primair energieverbruik in het referentiejaar 2014. Ongeveer 70% hiervan omvat besparingen in brandstoffen/warmte. Het overige deel zijn besparingen in elektriciteit. Uit de monitoring van 2018 blijkt dat wat betreft de besparingen als gevolg van uitgevoerde maatregelen, de toegetreden bedrijven de opgemaakte energieplannen volgen. De door alle bedrijven gerealiseerde primaire energiebesparing in 2018 bedraagt 21,63 PJ (6008 64


GWh), inclusief de uitvoering van een aantal extra maatregelen die niet opgenomen waren in de energieplannen. In totaal werden in de eerste periode van de EBO’s (2015 – 2018) ca. 3.500 maatregelen uitgevoerd (2.500 geplande en 1.000 nieuwe bijkomende maatregelen). Deze energiebesparing van 21,63 PJ (6008 GWh), door de uitvoering van maatregelen, betekent een besparing van 4,2% ten overstaan van het primair energieverbruik in 2018, 512,15PJ (142.264 GWh). Het reële primair energieverbruik neemt toe van 482,88 PJ (134.133 GWh) in 2014 naar 512,15 PJ (142.264 GWh) in 2018. Dit is een stijging van 6,1% t.o.v. 2014. De globale EPI daalt in 2018 tot 97,90. Dit betekent dat de energie-efficiëntie in 2018 – globaal gezien over alle bedrijven heen – ongeveer 2,1% beter is dan in het referentiejaar 2014. Het VEA vertegenwoordigt de Vlaamse minister bevoegd voor het energiebeleid in het bestuursorgaan voor de EBO’s, de Commissie EBO. Deze Commissie komt maandelijks samen. Regelmatig worden er ook werkgroepen opgericht waaraan dan een vertegenwoordiger van het VEA deelneemt. In de loop van 2017-2019 werden in het kader van het actieplan voor energie-efficiëntere KMO’s met vijf sectororganisaties (Horeca Vlaanderen, FEVIA, AGORIA, Boerenbond en COMEOS) proefprojecten voor mini-EBO’s opgestart. Het VEA zal deze projecten in 2020 evalueren waarna eventueel een volledige uitrol van dit nieuwe beleidsinstrument kan worden overwogen. •

De supercapregeling

Op 23 februari 2018 keurde de Vlaamse Regering de supercapregeling goed. De regeling kadert binnen de inspanningen die de Vlaamse Regering levert om de competitiviteit van de energie-intensievere ondernemingen in Vlaanderen te beschermen. In Vlaanderen worden de leveranciers van elektriciteitsverbruikers een verplichte groenestroombijdrage opgelegd op basis van de afgenomen hoeveelheid elektriciteit. Aangezien deze kost deels of volledig wordt doorgerekend, leidt deze quotumverplichting tot een verhoging van de elektriciteitskosten voor ondernemingen. Hoewel de Vlaamse overheid reeds procentuele vrijstellingen op de quotumverplichting toekent, kunnen de bijkomende kosten bij elektrointensieve ondernemingen dermate hoog oplopen dat er een concurrentieel nadeel ontstaat ten opzichte van de buurlanden. Door de supercapregeling kunnen de meest elektrointensieve bedrijven er, geheel binnen de krijtlijnen van de Europese staatssteunregels, voortaan voor kiezen om ten belope van hun afname hun leverancier vrij te stellen van de groenestroombijdrage wanneer de onderneming 4 procent of 0,5 procent (afhankelijk van NACE-code en elektriciteitsintensiteit) van de bruto toegevoegde waarde van het bedrijf stort in het Energiefonds. Het VEA beheert de dossierbehandeling. Het betreft een 20-tal aanvragen op jaarbasis. Voor het aanvraagjaar 2018, met betrekking op de inleveringsronde van 31 maart 2019, werden er door 20 ondernemingen 21 dossiers bij het VEA ingediend. Voor het aanvraagjaar 2019, met betrekking op de inleveringsronde van 31 maart 2020, werden er door 17 ondernemingen 18 dossiers bij het VEA ingediend. Er werd één dossier afgekeurd.

•

Aanvaarding van energiestudies en energieplannen

Het besluit Energieplanning (ondertussen geïntegreerd in het Energiebesluit) is in werking getreden op 14 oktober 2004. Belangrijk in dit besluit is het onderscheid tussen (de procedure en behandeling van) de energieplannen en energiestudies. Een energiestudie moet bij de vergunningsaanvraag worden gevoegd (voor nieuwe inrichtingen met een 65


jaarlijks energieverbruik van minstens 0,1 PJ (27,78 GWh) en veranderingen aan inrichtingen met een jaarlijks energieverbruik van minstens 0,1 PJ (27,78 GWh)). De energiestudie moet aantonen dat de betrokken inrichting op een energie-efficiënte wijze zal worden geëxploiteerd. Het VEA beoordeelt de ingediende energiestudies binnen de vergunningsprocedure. Een bestaande inrichting met een jaarlijks energieverbruik van minstens 0,1 PJ (27,78 GWh) moet bij de aanvraag tot hernieuwing van de milieuvergunning een energieplan voegen. Het VEA beoordeelt deze plannen binnen de vergunningsprocedure. Een (bestaande) inrichting met een jaarlijks energieverbruik van meer dan 0,5 PJ (138,89 GWh) moet sinds 1 juli 2005 in het bezit zijn van een conform verklaard energieplan (onafhankelijk van een milieuvergunningsprocedure). De conform verklaring van deze energieplannen gebeurt door het VEA. Deze plannen moeten om de 4 jaar worden geactualiseerd. De energiestudies en de energieplannen moeten worden opgesteld door een energiedeskundige die aanvaard is door het VEA. Het VEA heeft in 2019 voor alle energiestudies en energieplannen de maximale doorlooptijd voor de dossierbehandeling gerespecteerd.

•

Verplichte energieaudit voor grote ondernemingen

De verplichte energieaudit grote ondernemingen is in 2014 ingevoerd in kader van de omzetting van de Europese richtlijn inzake energie-efficiëntie. Artikel 8 van deze richtlijn verplicht de lidstaten om grote ondernemingen een verplichte energieaudit te laten uitvoeren tegen ten laatste 5 december 2015 en deze om de vier jaar te actualiseren. Voor de uitwerking werd er door de Vlaamse Regering voor gekozen deze verplichting te koppelen aan de procedure van de Vlaamse milieuregelgeving (VLAREM). De verplichting beperkt zich tot de opmaak van de energieaudit, en houdt geen uitvoering in van de rendabele energiebesparende maatregelen volgend uit de audit. Door het VEA is in juni 2015 een webapplicatie gereleaset, die toelaat om de resultaten van de energieaudits te verzamelen. Eind 2019 hadden 344 vestigingen de gegevens van hun energieaudit in de webapplicatie ingediend (eind 2018: 322 ; eind 2017: 299 ; eind 2016: 259), hadden 42 vestigingen een energieaudit in bewerking (eind 2018: 43 ; eind 2017: 45 ; eind 2016: 45) en waren 532 vestigingen geregistreerd in de webapplicatie (eind 2018: 488 ; eind 2017: 474 ; eind 2016: 419). Uit het analyserapport van 2019 (december 2019, o.b.v. data webapplicatie 16 december 2019) blijkt dat 344 vestigingen via de webapplicatie een energieaudit hebben ingediend. Deze 344 vestigingen verbruiken samen 132,1 PJ (36 694 GWh) per jaar. 78% van deze vestigingen is niet energie-intensief (energiegebruik < 0,1PJ). De ingediende energieaudits zijn samen goed voor 2.353 maatregelen (gemiddeld 7 per vestiging). Bijna 3/4 van de energiebesparende maatregelen vallen onder de categorieën verwarming (20%), verlichting (20%), andere (20%) en procesmatige maatregelen (13%). 52% van de maatregelen heeft een investeringskost kleiner dan 5.000 euro. De overeenstemmende energiebesparing is echter ook beperkt (126 GJ (35 MWh) – mediaan). Bijna de helft van de investeringen is rendabel (IRR > 15%). Ook bij de rendabele maatregelen is de overeenstemmende energiebesparing aan de lage kant (154 GJ (42,78 MWh) – mediaan). Bij realisatie van de rendabele maatregelen kan een energiebesparing worden gerealiseerd van 0,85 PJ (236,11 GWh) per jaar. Ten opzichte van het totaal energiegebruik van de 344 vestigingen is dit een besparingspotentieel van 0,65%. PRESTATIE-INDICATOR 66


-

Behandeling van de energiestudie en de –plannen binnen de wettelijk voorziene termijn. Halfjaarlijks rapport over verplichte energieaudit voor grote ondernemingen. Aantal deelnames aan werkvergaderingen van de Commissie EBO die de uitvoering van de energiebeleidsovereenkomsten opvolgt. Beschikbaarheid jaarverslag Commissie EBO. Aantal mini-EBO’s in beheer. Aantal behandelde dossiers supercapregeling.

BUDGET -

Verificatiebureau. Budget toegewezen aan dotatie VITO voor uitvoering referentietaak (2.124.000 euro). In bedrijf houden van webapplicatie energieaudit grote ondernemingen (55.000 euro).

CLUSTER MILIEUVRIENDELIJKE ENERGIEPRODUCTIE

Uitvoering acties opgenomen in het VEKP inzake bevordering van hernieuwbare energieproductie

Kwaliteitsvolle en kostenefficiënte implementatie van acties ter ondersteuning van hernieuwbare energieproductie (beslissing Vlaamse Regering van 9 december 2019 omtrent het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2030)

A 4,1

B

VTE AS IS C

D

BESCHRIJVING Een versnelde uitbouw van milieuvriendelijke energieproductie realiseren, is een strategische doelstelling van de beleidsnota Energie 2019-2024. Een Zonneplan 2025, een Windplan 2025, een Warmteplan 2025 opstellen en implementeren, zijn drie operationele doelstellingen van de beleidsnota. Het Vlaamse Energie- en Klimaatplan 2030 dat op 9 december door de Vlaamse Regering definitief werd goedgekeurd, stelt in 2030 een hernieuwbare energieproductie van 28.512 GWh voorop. Per jaar is een subdoelstelling voor groene stroom en groene warmte, en per technologie vastgelegd. Teneinde de vooropgestelde doelstelling te kunnen realiseren, werkt het VEA in 2020 in overleg met de belanghebbenden diverse actieplannen uit: Zonneplan 2025, Windplan 2025 en Warmteplan 2025.

67


Het VEA monitort voor het Vlaamse Gewest de realisatie van de doelstelling hernieuwbare energie en maakt de vereiste voortgangsrapporten op. Indien een tekort wordt vastgesteld, stelt het VEA bijsturingen en/of remediërende maatregelen voor. Het VEA volgt verschillende concrete projecten op die opgelegd zijn door de Europese regelgeving en het Vlaamse Energiebesluit en een belangrijke impact hebben op het Vlaamse hernieuwbare energiebeleid, o.a.: - de implementatie van het minimumaandeel hernieuwbare energie in de EPBregelgeving. - de implementatie van een certificatieregeling voor installateurs van kleinschalige hernieuwbare energietechnieken; - duurzaamheidscriteria voor vloeibare, gasvormige en vaste biomassa. Enkel voor vloeibare biomassa zijn bindende criteria vastgelegd in de richtlijn. Voor vaste en gasvormige biomassa heeft de Commissie aanbevelingen uitgevaardigd. Jaarlijks wordt een hernieuwbare energie-inventaris opgemaakt. Tweejaarlijks moet gerapporteerd worden over de groenestroom- en groenewarmteproductie in het kader van de Europese richtlijn terzake en jaarlijks voor het IEA. Uit het recentste monitoringrapport voor België, blijkt dat het aandeel hernieuwbare energie in België 7,52% bedroeg in 2013, 8,03% in 2014, 8,00% in 2015, 8,71% in 2016. Hiermee werd aan de indicatieve tussentijdse doelstellingen voor 2013-2014 (5,44% voor België) en voor 2015-2016 (7,06% voor België) van de Europese richtlijn voldaan. De Belgische indicatieve doelstelling stijgt naar 9,22% voor 2017-2018. Uit voorlopige cijfers blijkt dat in België het aandeel hernieuwbare energie in 2017 9,06% en in 2018 9,42% bedroeg. Het gemiddelde aandeel voldoet hiermee eveneens aan de indicatieve doelstelling van 2017-2018. Voor het Vlaamse Gewest bedroeg het aandeel hernieuwbare energie 5,7% in 2013, 5,8% in 2014, 6% in 2015, 6,4% in 2016, 6,7% in 2017 en 6,9% in 2018. In het kader van de uitwerking van een Vlaams Warmteplan 2020 is door de Vlaamse Regering een ondersteuningsmechanisme goedgekeurd voor grote installaties voor groene warmteproductie, voor recuperatie van restwarmte, voor geothermische installaties en voor injectie van biomethaan. Het VEA stelt voor de jaarlijkse calls een ontwerp van ministerieel besluit inzake de budgettaire verdeling en de technische randvoorwaarden op en behandelt de ingediende projecten. In uitvoering van het regeerakkoord is voor de financiering van deze calls een energieheffing ingesteld waarvan de middelen in het Energiefonds worden gestort. Tot op heden werden 7 calls gelanceerd, welke resulteerden in 75 goedgekeurde projecten. Het agentschap volgt de wijzigingen aan regelgeving op die een impact kunnen hebben op de ontwikkeling van de groenestroom- en groenewarmteproductie in het Vlaamse Gewest (o.a. wetgeving ruimtelijke ordening, VLAREM, materialenbeleid, regelgeving i.v.m. de ontwikkeling van de elektriciteitsmarkt, distributienettarieven,…). Naast de monitoring van het certificatensysteem voor WKK-installaties, volgt het agentschap ook de wijzigingen aan regelgeving op die een impact kunnen hebben op de ontwikkeling van WKK in het Vlaamse Gewest (o.a. VLAREM, regelgeving i.v.m. de ontwikkeling van de elektriciteitsmarkt). Voor projecten voor elektriciteitsproductie of warmteproductie > 20MW, en voor nieuwe warmtenetten is het in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag verplicht om een gedetailleerde individuele kosten-batenanalyse te maken om na te gaan of restwarmte kan geleverd worden aan een warmtenet, of kan geleverd worden aan een warmtenet via 68


warmtekrachtkoppeling. Indien de opbrengst groter is dan de kosten, moeten deze energie-efficiĂŤnte opties worden genomen (uitvoering als WKK, warmtelevering aan warmtenet, aansluiting op warmtenet). De hogervermelde warmtekaart kan daarbij een eerste indicatie geven. Het VEA geeft advies aan de vergunningverleners over de individuele kosten-batenanalyses. In de loop van 2019 werden 8 dossiers voor advies voorgelegd (2018 : 0; 2017: 0; 2016: 1). Het VEA heeft in samenwerking met de stakeholders een beleidskader voor openbare warmtenetwerken uitgewerkt. Dit beleidsthema wordt regelmatig besproken in het beleidsplatform warmtenetten, waarin het VEA de Vlaamse stakeholders bijeenbrengt. Sinds 2018 beheert het VEA ook de aanvragen en toekenning van investeringssteun voor micro-WKK. Voor WKK-installaties tot 10 kW wordt een steunpercentage tot 30% toegekend voor fossiele WKK en tot 65% voor WKK op biogas. In een eerste stap worden de aanvragen van bepaalde WKK-modellen goedgekeurd. Vervolgens kan voor de plaatsing van deze goedgekeurde modellen op basis van een zeer eenvoudige aanvraag de steun worden toegekend (18 types fossiele-WKK en 5 types biogas-WKK zijn goedgekeurd, 203 aanvraagdossiers voor fossiele-WKK en 2 aanvraagdossiers voor biogas-WKK werden goedgekeurd). Een specifieke lopende actie betreft het stimuleren van kleine en middelgrote windturbines. Hiervoor werd met het wijzigingsbesluit van 7 september 2018 een steunregeling voor kleine en middelgrote windturbines ingevoerd. Binnen de eerste 2 calls voor kleine en middelgrote windturbines werden in totaal 37 projecten goedgekeurd. De scope van deze call zal vanaf 2021 worden uitgebreid met middelgrote PV-installaties. PRESTATIE-INDICATOREN -

Evolutie hernieuwbare energieproductie in het Vlaamse Gewest. Beschikbaarheid (tussentijdse) rapporteringen aan de Vlaamse Regering en actieplannen hernieuwbare energie in het kader van de Europese richtlijn. Gemiddelde behandelingstermijn steunaanvragen voor groene warmte, restwarmte en biomethaan.

BUDGET

Calls groene warmte, restwarmte en biomethaan (21 miljoen euro).

69


Monitoring, evaluatie en beheer van de groenestroom- en warmtekrachtcertificatensystemen (Energiedecreet, artikelen 7.1.1, 7.1.2, 7.1.3 en 7.1.4/1)

A Opmaak rapport OT-berekeningen voor de 7,4 verschillende groenestroom- en WKK-technologieën, behandelen van verlengingsdossiers, behandelen van aanvragen voor specifieke bandingfactoren, opmaak marktanalyserapporten en prognoses certificatenmarkten, afleveren van goedkeuringen voor certificatensteun

VTE AS IS B C 1,0 2,0

D

BESCHRIJVING

De inschakeling van de productie van hernieuwbare energie in de marktwerking bevorderen via optimalisering van het certificatensysteem en tendering, is een operationele doelstelling van de beleidsnota Energie 2019-2024. •

Monitoring en evaluatie van de certificatensystemen

Het VEA moet het ganse ondersteuningssysteem voor groene stroom- en warmtekrachtinstallaties regelmatig evalueren en de steunhoogte permanent afstemmen op de reële nood. Het Vlaams regeerakkoord stelt ook een verdere hervorming en vereenvoudiging van het certificatensysteem voor groene stroom en WKK voorop, evenals een aanpassing aan nieuwe Europese regelgeving. Jaarlijks worden de onrendabele toppen (de noodzakelijke steunhoogte) en bijhorende bandingfactoren berekend voor nieuwe projecten en geactualiseerd voor lopende projecten zonder brandstofkosten. De rapporten worden gepubliceerd op de website van het VEA. Telkens wordt hierover conform het Energiebesluit een uitgebreid stakeholderoverleg georganiseerd. Voor projecten met een startdatum vóór 1 januari 2013 behandelt het VEA de steunverlengingsaanvragen. Er werden door het VEA in 2019 in totaal 27 dossiers voor een verlenging van de steunperiode behandeld (2018 : 22; 2017: 13 ; 2016: 8). Van deze dossiers betroffen er 13 een verlengingsaanvraag op basis van vollasturen waarvan 12 verlengingsdossiers betrekking hadden op een nieuwe aanvraag en 1 dossier een herziening inhield van een genomen verlengingsbeslissing op basis van vollasturen. Er werden 14 verlengingsaanvragen op basis van een specifieke bandingfactor ingediend. Voor nieuwe dossiers met een strategisch belang berekent het VEA de projectspecifieke bandingfactoren. Er werden in 2019 6 dossiers behandeld, die allemaal betrekking hadden op de plaatsing van zonnepanelen binnen de PS-categorie 1. Vijf dossiers betroffen een aanvraag voor voorlopige bandingfactor en 1 dossier betrof de aanvraag van een definitieve bandingfactor. Voor 4 aanvragen voor een voorlopige bandingfactor werd een bandingfactor bereken. Er werd 1 aanvraag voor een voorlopige bandingfactor ingetrokken omwille van het moeilijk vergunningstraject en 1 aanvraag voor een definitieve bandingfactor was onontvankelijk omdat ze is ingediend bijna 3 jaar na de indienstname. 70


Tevens wordt door het VEA in een marktrapport een evaluatie van de certificatendoelstellingen en certificatenmarkt opgemaakt ter evaluatie en monitoring van het ondersteuningssysteem.

•

Beheer expertisedossiers (GSC en WKC certificaten)

Het VEA behandelt volgens de procedures vastgelegd in het Energiedecreet en het Energiebesluit de aanvragen tot toekenning van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten van alle installaties andere dan zonnepanelen. Het VEA moet maandelijks ook het aantal toe te kennen certificaten berekenen op basis van maandelijks te ontvangen gegevens (o.a. afname-, injectie- en productiegegevens door de netbeheerders, brandstofverbruik en warmteproductie door de producent, …) en deze gegevens ook controleren op consistentie en plausibiliteit. Bij twijfel of steekproefsgewijs moet een controle worden uitgevoerd op de correctheid van de gerapporteerde gegevens (bijvoorbeeld door opvragen leveringsbons, …). Elke uitbreiding of wijziging van een productie-installatie moet eveneens worden beoordeeld en verwerkt. Grote installaties moeten wettelijk gezien om de twee jaar volledig worden gekeurd. Het VEA moet deze keuringen beoordelen en indien nodig de berekeningswijze van het aantal toe te kennen certificaten aanpassen. Installaties die biobrandstoffen gebruiken, moeten om de twee jaar een auditverslag voorleggen van de door hen gebruikte biobrandstoffen. Ook dit moet bekeken en beoordeeld worden door het VEA, en waar nodig moet een aanpassing gebeuren van de berekeningswijze van het aantal toe te kennen certificaten. Het VEA beheert eind 2019 1613 expertisedossiers inzake toekenning van groenestroomen warmte-krachtcertificaten (eind 2018: 1237 ; eind 2017: 1101 ; eind 2016: 947), waarvan 716 (eind 2018: 577 ; eind 2017: 531 ; eind 2016: 431) installaties die groenestroomcertificaten ontvangen en 897 (eind 2018: 660 ; eind 2017: 570 ; eind 2016: 516) die warmte-krachtcertificaten ontvangen. In 2019 werden er 377 (2018: 257 ; 2017: 208 ; 2016: 160) nieuwe aanvragen ontvangen. Hiermee gaat een jaarlijks steunvolume gepaard in orde van grootte van 325 miljoen euro aan groenestroomcertificaten (in 2019 werden ongeveer 3,5 miljoen groenestroomcertificaten toegekend, exclusief PV, met een gemiddelde transactiewaarde van 93 euro) en 103 miljoen euro aan warmtekrachtcertificaten (in periode januari t.e.m. november 2019 werden ongeveer 4,1 miljoen warmte-krachtcertificaten toegekend met een gemiddelde transactiewaarde van 25 euro). Een belangrijk aantal certificaten wordt ingeleverd bij de netbeheerders tegen een hogere minimumsteun dan de marktwaarde, dus ligt de totale steun eigenlijk nog hoger. Teneinde het toenemende werkvolume met de beschikbare personeelsbezetting binnen redelijke termijnen te kunnen uitvoeren, heeft het VEA een databank laten ontwikkelen die de dossierbehandeling en gegevensverwerking zo efficiënt mogelijk moet laten verlopen. Deze databank, ExpertBase genaamd, is eind 2016 in gebruik genomen en is gekoppeld aan een online aanvraagformulier. Sindsdien werd ExpertBase verder ontwikkeld, zodat niet enkel nieuwe aanvragen maar ook wijzigingen aan bestaande installaties behandeld kunnen worden. De ingediende gegevens worden opgeslagen in de databank. Deze gegevens worden vervolgens gebruikt voor de aanmaak van de beslissing tot toekenning van certificaten, en voor het opstellen van energiestatistieken. De databank is ook gekoppeld aan de handelsdatabank die beheerd wordt door de VREG, en waarin marktgegevens met betrekking tot de certificatenhandel worden bijgehouden. De installatiegegevens worden geregistreerd in de databank, evenals de gerapporteerde

71


productiegegevens. Op basis van deze productiegegevens en de bandingfactoren zal VEA het aantal toe te kennen groenestroom- en warmte-krachtcertificaten berekenen. Naast het beheer van de concrete dossiers voor groene stroom en warmte-krachtkoppeling staat het VEA eveneens in voor het verschaffen van algemene informatie ter verduidelijking van de wetgeving in het kader van de berekening van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten en voor het uitzetten van het behandelingskader met betrekking tot groenestroom- en warmte-krachtcertificaten conform de wetgeving.

PRESTATIE-INDICATOREN -

Beschikbaarheid OT-rapporten: 30 juni. Beschikbaarheid marktmonitoringsrapport. Aantal behandelde aanvragen voor een projectspecifieke bandingfactor. Gemiddelde doorlooptijd behandelde verlengingsaanvragen. Gemiddelde doorlooptijd behandelde aanvraagdossiers voor certificatensteun. Gemiddelde doorlooptijd behandelde wijzigingsdossiers in kader van certificatensteunregeling. Gemiddelde doorlooptijd behandelde herkeuringsdossiers.

de

BUDGET -

In bedrijf houden Expertbase (45.000 euro) Onderhoud ExpertBase (55.000 euro).

Overleg en thematische informatieverstrekking inzake energieefficiëntiemaatregelen en milieuvriendelijke energieproductie

Versterken van bewustwording rond maatschappelijk belang van energie-efficiëntie en verdere uitbouw milieuvriendelijke energieproductie, sensibilisering van belanghebbenden rond sociale beschermingsmaatregelen, informatieverstrekking aan doelgroepen (nieuwsberichten, websiteluik, presentaties,…)

A 6,7

VTE AS IS B C 0,1 0,8

D

BESCHRIJVING Via diverse kanalen verspreidt het VEA informatie over mogelijkheden tot energiebesparing en milieuvriendelijke energieproductie en de financiële stimulansen die daarvoor bestaan. Het belangrijkste aanbod aan informatie wordt in eerste instantie verspreid via de website www.energiesparen.be (100.00 à 120.000 bezoekers op maandbasis), waar alle publicaties 72


van VEA kunnen worden gedownload en besteld en waar ook via een webformulier vragen kunnen worden gesteld. Deze informatie is vooral gestructureerde informatie, in mindere mate actualiteitsinformatie. De meer ad hoc te verstrekken informatie behelst het beantwoorden van zeer uiteenlopende vragen i.v.m. de energieproblematiek (250 à 300 op maandbasis), het beantwoorden van parlementaire vragen (170 à 220 op jaarbasis), het geven van uiteenzettingen, het deelnemen aan en organiseren van stuurgroepen en studiedagen, het inhoudelijk invulling geven aan de meer specifieke informatie op de website, enz. Jaarlijks werkt het VEA een aantal algemene communicatie-acties uit rond het beleidsthema. Er wordt ook medewerking verleend aan heel wat aan het beleidsthema gerelateerde campagnes van andere organisaties (o.a. Renovatiedag, ecobouwers…). Het belanghebbendenmanagement van het VEA is goed uitgebouwd. Het VEA trekt inhoudelijk de Stroomgroepen Energie-efficiëntie en Hernieuwbare Energie. In deze Stroomgroepen wordt overleg gepleegd over nieuwe actievoorstellen om de energiedoelstellingen te kunnen realiseren. Rond het EPB-beleidskader overlegt het VEA 2 à 3 keer per jaar met de sectororganisaties van architecten, studiebureaus, verslaggevers, aannemers, installateurs, structurele bouwheren, en promotoren en met de subsidiërende overheden (9 overlegvergaderingen). De sector wordt ook steeds betrokken bij overleg in het kader van studies. Bij de evolutie naar steeds strengere eisen is een verhoogde kwaliteitsbewaking in het bouwproces een must. Er lopen verschillende trajecten om de kwaliteit van (ontwerp en) de uitvoering te bewaken, onder andere betreffende ventilatie in residentiële gebouwen. Het VEA volgt deze ontwikkelingen op en neemt deel aan het overleg. Via de werkgroep isolatie, wordt twee keer per jaar overleg gepleegd met de isolatiesector inzake de renovatie van woongebouwen en ondersteunende communicatieen premieacties. Voor de REG-openbaredienstverplichtingen coördineert het VEA het structureel overleg met de uitvoerende netbeheerders en andere partners en belanghebbenden. Rond de sociale openbaredienstverplichtingen wordt structureel overleg gepleegd binnen het Verticaal Permanent Armoedeoverleg en zijn er frequent uitwisselingen met de netbeheerders, de VVSG en de sectoren armoedebestrijding en welzijn. Via deelname aan Horizontaal Permanent Armoedeoverleg en het voorzien in een aandachtsambtenaar armoedebestrijding draagt het VEA bij tot de doelstellingen in het kader van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding. Het VEA neemt jaarlijks deel aan 2 grote bouwbeurzen (Batibouw, BIS) waarbij we in nauw contact komen met de burger met renovatie- of nieuwbouwplannen. Om de implementatie van de EPC- en EPB-regelgeving te ondersteunen, worden diverse taken uitgevoerd: • Opmaken van specifieke brochures en uitwerken van campagnes. •

Verschaffen van algemene eerstelijnsinformatie en beantwoorden van technische vragen, zowel telefonisch als via e-mail.

•

Uitgeven van een elektronische nieuwsbrief energiedeskundigen, architecten en verslaggevers.

en

directe

mailings

naar

73


Het VEA overlegt 2 tot 3 keer per jaar met de erkende opleidingsinstellingen over de inhoud en mogelijke bijsturing van de opleidingen tot energiedeskundige. Daarnaast overlegt het VEA met de diverse sectororganisaties voor het doorvoeren van aanpassingen aan de rekenmethodiek, het inspectieprotocol en de software. Het VEA heeft ook een belangrijke taak wat betreft het kenbaar maken van de steunmaatregelen voor bedrijven wat energiebesparende investeringen betreft. Verschillende verenigingen vormen het contactpunt voor overleg met de sectoren, ondersteunen de realisatie van de Vlaamse beleidsdoelstellingen inzake milieuvriendelijke energieproductie en worden hiervoor structureel gesteund met een werkingssubsidie: • ODE Vlaanderen (hernieuwbare energie). • Cogen Vlaanderen (warmte-krachtkoppeling). • Biogas-E (vergisting). • Warmtenetwerk Vlaanderen. Het VEA legt de prioriteiten vast in de jaarlijkse werkprogramma’s en volgt de werkzaamheden van deze vzw’s op via stuurgroepen, de overlegplatformen en bilaterale vergaderingen.

PRESTATIE-INDICATOREN -

Bekendheid premies. Waardering informatieverstrekking door doelgroepen. Aantal e-mailvragen om informatie dat werd beantwoord. Aantal elektronische EPC- en EPB-nieuwsberichten dat werd uitgewerkt en verspreid. Aantal beantwoordde schriftelijke vragen en vragen om uitleg.

BUDGET -

Communicatiecampagne energiepremies 2020 (100.000 euro). Deelnamekost aan beurzen (20.000 euro). BENOveren-campagne (200.000 euro). Warmtegids ontwikkelen en bekendmaken (50.000 euro) Communicatie-acties draagvlak windturbines (50.000 euro) Werkingssubsidies ODE, Cogen, Biogas-E, Warmtenetwerk Vlaanderen (300.000 euro

74


BIJLAGE II: PERSONEELSPLAN 2020 Ondergaande tabel geeft het Personeelsplan VEA eind 2020, goedgekeurd 17 februari 2020. Het verschil met de effectieve personeelsbezetting is te verklaren door nog niet ingevulde statutariseringen. Statutair of Rang contractueel onbep. duur

Personeels -plan eind 2020

Administrateur-generaal

Mandaat

A3

1

Directeur-ir

Statutair

A2

1

Adviseur-ingenieur

Statutair

A2

4

A2

2

Toezichthouder groene stroom en WKK Contractueel Senior-adviseur

Statutair

A2E

1

Senior-adviseur

Contractueel

A2E

1

Adviseur

Statutair

A2

5

Ingenieur

Statutair

A1

14

Ingenieur

Contractueel

A1

11

Adjunct van de directeur

Statutair

A1

13

Adjunct van de directeur

Contractueel

A1

14

Hoofddeskundige

Statutair

B2

3

Deskundige

Statutair

B1

1

Deskundige

Contractueel

B1

1

Hoofdmedewerker

Statutair

C2

5

Technici

Statutair

C1

1

Medewerker

Statutair

C1

7

Medewerker

Contractueel

C1

1

Senior hoofdassistent

Statutair

D3

1

Assistent

Statutair

D1

4

Assistent

Contractueel

D1

0

Totaal

90

75


BIJLAGE III: ENERGIEBEGROTING ONDER BEHEER VAN HET VEA

Voor het eerste jaar van het ondernemingsplan zijn de jaardoelstellingen (deel IV) en de hieronder weergegeven begrotingsraming 2020 afgestemd op de initiële begrotingsopmaak 2020. Zie ook de beleids- en begrotingstoelichting Energie bij de begrotingsopmaak 2020 waarin de initiële begrotingsprioriteiten verder in detail worden beschreven. De energiebegroting onder operationeel beheer van het VEA is een combinatie van ontvangsten en uitgaven via zowel de algemene begroting als het Energiefonds: Uitgaven op basis van de algemene begroting kunnen maar uitgevoerd worden voor zover het Vlaams Parlement hiervoor de benodigde kredieten opent in het jaarlijkse uitgavendecreet; Uitgaven op basis van een begrotingsfonds (Energiefonds) zijn mogelijk op basis van de eigen ESR-ontvangsten die dergelijk fonds realiseert. Voor begrotingsfondsen worden in begrotingsdecreten enkel ramingen opgenomen aangaande hun inkomsten en uitgaven.

Inkomsten De -

belangrijkste ESR-ontvangsten van het Energiefonds betreffen: De energieheffing; Inkomsten uit de supercapregeling; Administratieve geldboetes; Interne stroom: dotaties uit het Klimaatfonds.

Terugbetalingen (aandeel kapitaal – ESR-neutraal) van de Vlaamse energieleningen (buiten Energiefonds), gaan naar de algemene ontvangsten. Terugbetalingen (aandeel kapitaal – ESR-neutraal) van de noodkoopleningen (Noodkoopfonds binnen het Energiefonds) gaan terug naar het Energiefonds (relevant na 2020).

Inkomsten in keuro

Initieel gebudgetteerd 2020

Programma QE Energie (deel VEA)

AO

TO

QE0-9QEETKE-OW

Toegewezen ESR-ontvangsten Energiefonds

0

122.717

QE0-9QEEAKA-OW QE0-9QEEAKB-OW

Algemene ESR-ontvangsten

10

0

QE0-9QEETKE-OI

Interne stroom: Toegewezen ontvangsten Energiefonds via toelagen uit het Klimaatfonds

0

0

QE0-9QEEAKB-OP QE0-9QEETKE-OP QE0-9QEETKK-OP QE0-9QEETKE-OL

ESR-neutrale ontvangsten: - algemene ontvangsten uit energieleningen (aandeel kapitaal) - toegewezen ontvangsten Energiefonds uit Europese projecten (aandeel voorschotten en afrekeningen) en (na 2020) uit noodkoopleningen (aandeel kapitaal)

27.300

595

27.310

123.312

Totale inkomsten via het VEA

(AO = algemene ontvangsten, TO = toegewezen ontvangsten Energiefonds)

76


Uitgaven De uitgaven zijn onderverdeeld in twee programma’s met enerzijds de energiebeleidskredieten onder beheer van het VEA en anderzijds de apparaatskredieten van het VEA zelf. De energiebeleidsuitgaven onder beheer van het VEA betreffen: Energieleningen met daarnaast ook middelen voor de ondersteuning via de energiehuizen en PMV/Z; Noodkoopleningen (Noodkoopfonds binnen het Energiefonds); Sloop- en heropbouwpremies; Impulsprojecten via het Energiefonds (calls groene warmte, calls windenergie, opslagprojecten en premies thuisbatterijen, premies micro-WKK, projecten op basis van klimaatfondsfinanciering …); Europees gesubsidieerde werking en projecten via het Energiefonds (project BEREEL!); Ondersteuning van netbeheerders voor de financiering van hun openbaredienstverplichtingen inzake energie-efficiëntie, warmte of milieuvriendelijke energieproductie (premies, acties of bv. ook certificatenopkoop); Ondersteuning van netbeheerders en leveranciers voor de financiering van hun socialeopenbaredienstverplichtingen inzake thermische energie geleverd via warmte- en koudenetten; Overige energie-gerelateerde beleids- en subsidie-uitgaven via het VEA; Basistoelage ter financiering van de VREG.

Begrotingsopmaak 2020

Uitgaven in keuro Energiebeleidsuitgaven via de algemene uitgavenbegroting

QE0-1QEE2KB-PA

ESR-neutraal: Vlaamse energieleningen

QE0-1QEE2KB-WT

Energie-efficiëntie

QE0-1QEE2KA-WT

QE0-1QEE2KC-WT

VAK 63.087

77.619

55.000

55.000

7.885

13.255

-

Algemene werking, beleidsvoorbereiding en communicatie van het energiebeleid (excl. ICT, incl. kosten PMV/Z als backoffice energieleningen)

(1.130)

(1.831)

-

Werkings- en investeringskomsten informatica

(1.008)

(1.130)

-

Vergoedingen energiehuizen inzake de Vlaamse energieleningen

(4.117)

(4.485)

-

Vergoedingen aan netbeheerders voor hun REG- en sociale ODV

(1.590)

(1.900)

-

Sloop- en heropbouwpremie en overige (beperkte) projectsubsidies

(40)

(3.909)

Hernieuwbare energie

202

-

Vereffeningen voor de eerder hernieuwbare-energieprojecten

-

Overige subsidies en groenewarmteprojecten

vastgelegde

vereffeningen

voor

proef-

de

5.881

en

innovatieve

(0)

(2.787)

eerder

vastgelegde

(202)

(3.094)

Vereffening resterende ZEV-premies van het actieplan “Clean Power for Transport”

Energiebeleidsuitgaven via het Energiefonds

QE0-1QEE4KE-WT

VEK

Energiefonds: Impulsprojecten (incl. calls groene warmte, calls windenergie, opslagprojecten en premies thuisbatterijen, premies micro-WKK, BE-REEL!-werking, bijkomende middelen sloopen heropbouwpremie en overige energiebeleidsuitgaven)

0 VAK

3.483 VEK

141.080

150.013

46.007

46.900

77


QE0-1QEE4KS-IS

Energiefonds: Toelage ter financiering van de VREG

6.556

6.556

QE0-1QEE4KG-WT

Energiefonds: Vergoedingen aan netbeheerders

69.786

69.786

QE0-1QEE4KE-LO

Energiefonds: Lonen BE-REEL!-project

368

368

QE0-1QEE4KE-PA

Energiefonds ESR-neutraal: Voorfinanciering uitgaven BE-REEL!-project waarvan de Europese afrekening nog volgt

863

863

QE0-1QEE4KE-LE

Energiefonds voorschotten

Europese

0

0

QE0-1QEE4KJ-WT

Energiefonds interne stroom: Uitgaven via Klimaatfondsfinanciering (vergoedingen aan netbeheerders voor hun warmtepompboilerpremies, bijkomende middelen sloopen heropbouwpremie, vereffening van lopende warmtenetprojecten)

5.000

13.040

QE0-1QEE4KK-PA

Energiefonds ESR-neutraal: Noodkoopleningen (Noodkoopfonds)

12.500

12.500

ESR-neutraal:

Uitgaven

BE-REEL!-project

op

eerdere

Apparaatskredieten VEA

VAK

QE0-1QAE2ZZ-LO

Lonen â&#x20AC;&#x201C; VEA

QE0-1QAE2ZZ-WT

Werking en toelagen â&#x20AC;&#x201C; VEA

VEK 6.321

6.348

5.990

5.990

331

358

-

Algemene kosten informatica

(87)

(113)

-

Overige algemene kosten

(244)

(245)

Totale uitgaven energiebegroting onder beheer van het VEA

Beleidsruimte 210.488

Vereffeningen 233.980

78


BIJLAGE IV: MONITORINGTABEL VAN DE JAARDOELSTELLINGEN 2019 Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Voortgang

SD LT 1

Traject 'Stroomversnelling" : Uitwerken van een energievisie en een energiepact ten einde te zorgen voor een energietransitie

RGJD 01

Coördineren van het plan van aanpak voor de implementatie van de herziene energie-effciëntierichtlijnen met specifieke aandacht voor de invulling van art. 7

Beschikbaarheid opvolgingsnota

31 oktober

tijdig gerealiseerd

Het plan van aanpak is beschikbaar op VEASharepoint. De laatste vergadering is doorgaan op 22 oktober.

RGJD02

Inhoudelijke ondersteuning van de verdere concretisering van de acties toegewezen aan de Stroomgroepen energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en governance van de Stroomversnelling

Beschikbaarheid opvolgingsrapport van de Stroomgroepen

30 september

tijdig gerealiseerd

De eindrapporten werden eind september gepubliceerd op energiesparen.be.

RGJD03

Meewerken aan de beleidsnota Energie 2019-2024

Beschikbaarheid ontwerp

31 oktober

tijdig gerealiseerd

Het ontwerp werd bezorgd aan het kabinet op 15 oktober.

SD LT 2

Een grondige verbetering van de energieprestatie van het bestaande gebouwenpark realiseren

RGJD04

Monitoringrapport met de stand van zaken aangaande het Renovatiepact

Beschikbaarheid monitoringrapport

30 november

niet van toepassing

Met het kabinet was afgesproken om pas te rapporteren na duidelijkheid over de verdere invulling van het Renovatiepact.

79


Prestatie-indicator

Prestatienorm

RGJD05

Operationaliseren tijdelijke Vlaamse slooppremie

Beschikbaarheid werkwijze en webapplicatie voor aanvraag premie

31 maart

tijdig gerealiseerd

De webapplicatie was beschikbaar op 7 maart.

RGJD06

REG-enquĂŞte 2019

Beschikbaarheid definitieve rapporten

30 augustus

tijdig gerealiseerd

De resultaten werden op 27 augustus gepresenteerd aan het VEA.

tijdig gerealiseerd

De verplichting voor residentieel is via het Regeerakkoord Op 14 oktober werd de nota geschrapt. De nota bevat opgeleverd. aanzet op basis van bespreking van de interne werkgroep.

Doelstelling OOD 1

OOD 1.1

Knelpunten, commentaar

Voortgang

Versterken van de beleidsinstrumenten voor de verbetering van de energieprestatie van bestaande gebouwen De doelstellingen van het ERP 2020 realiseren en de ambitie voor de langere termijn (2030/2050) uitwerken

Concrete uitwerking verplichting renovatiewerken

Beschikbaarheid plan van aanpak

RGJD8

Monitoringrapport BE-REEL !

Beschikbaarheid monitoringrapport van 31 december de BE-REEL! Stuurgroep

OOD 1.2

De EPC-regelgeving vervolmaken

RGJD9

Beschikbaarheid Evaluatie ontwerp van energieprestatiecertificatieregelgeving evaluatierapport

RGJD07

Jaarprestatie

31 oktober

30 april

tijdig gerealiseerd

Rapporting tot eind 2019 is beschikbaar in de monitoringtool van het project.

tijdig gerealiseerd

Rapport werd op 1 februari voor feedback aan kabinet bezorgd.

80


Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

RGJD10

Train-de-trainersessies voor energiedeskundigen type A voor opmaak EPC gemene delen

Train-de-trainersessies zijn gegeven en leeromgeving en opleidingsmateriaal is klaar

30 april

tijdig gerealiseerd

Sessies gingen door op 2 en 4 april.

OOD 1.3

De kwaliteit van het EPC voor residentiële gebouwen verbeteren

RGJD11

Opmaak handhavingsplan 2020 - deel Handhavingsplan 2020 EPC is beschikbaar

30 november

tijdig gerealiseerd

Het handhavingsplan was beschikbaar op 29 november.

RGJD12

Steekproefgewijs kwaliteitscontroles uitvoeren op energieprestatiecertificaten via deskaudit en via controle ter plaatse

Aantal gecontroleerde energieprestatiecertifi- 200 caten

tijdig gerealiseerd

200 controles werden uitgevoerd.

RGJD13

Controles uitvoeren inzake aanwezigheid bij het te koop en te huur aanbieden van een wooneenheid en (correcte) vermelding kengetal EPC voor residentiële gebouwen op commerciële publiciteit

Aantal controles op aanwezigheid en op correcte vermelding kengetal op commerciële publiciteit

tijdig gerealiseerd

2011 controles werden uitgevoerd.

Doorlooptijd voor de controle- en handhavingsdossiers beperken

% van de controles inzake aanwezigheid en advertentieplicht waarvoor een hoorzitting moet 90% worden opgestart en waarvan de hoorzitting binnen 3 maand na de controle plaatsvindt

RGJD14

2000

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Omwille van de GDPR moest een nieuwe overeenkomst met het kadaster worden afgesloten, die pas werd niet gerealiseerd ondertekend op 1 april. Het kadaster heeft bovendien de werkwijze aangepast, die het VEA eerst nog moest implementeren.

Voortgang

66%.

81


Prestatienorm

Prestatie-indicator

RGJD15

Doorlooptijd behandeling erkenningsaanvragen opleidingsinstellingen (voor opleidingen) en vormingsinstituten (voor permanente vorming) beperken

% aanvragen waarvan beslissing binnen de 60 dagen 90% gecommuniceerd werd aan de aanvrager

tijdig gerealiseerd

100%.

RGJD16

Uitwerken jaarlijks evaluatierapport met de beoordeling van de kwaliteit van de opleidingen, examens en permanente vormingen

Beschikbaarheid evaluatierapport

31 december

tijdig gerealiseerd

Het rapport werd op 23 december opgeleverd.

RGJD17

Evaluatie van de energiedeskundigen type A die niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoen

Evaluatiebeslissing verstuurd en correcte status invoeren voor energiedeskundigen die niet voldoen aan voorwaarde permanente vorming 2018

30 juni

tijdig gerealiseerd

De laatste evaluatiebeslissingen werden in juni verstuurd.

RGJD18

Vastleggen aantal uren verplichte vorming (inclusief inhoud) en vrij in te vullen vorming 2020

Ontwerp van MB beschikbaar

1 oktober

tijdig gerealiseerd

Het ontwerp MB was beschikbaar op 30 september.

OOD 1.4

Het EPC niet-residentiĂŤle gebouwen implementeren

RGJD19

Train-de-trainersessies zijn gegeven en Train-de-trainersessies voor opmaak leeromgeving en EPC kleine niet-residentiĂŤle gebouwen opleidingsmateriaal is klaar

30 april

tijdig gerealiseerd

De sessies gingen door op 2 en 4 april.

RGJD20

Opmaak projectplan voor uitwerken van de methode en webapplicatie van het EPC grote niet-residentiĂŤle gebouwen

30 april

tijdig gerealiseerd

Het projectplan was beschikbaar in februari.

Projectplan beschikbaar

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Doelstelling

Voortgang

82


Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

30 november

tijdig gerealiseerd

Op 29 november was het plan beschikbaar.

Voortgang

OOD 2

Versterken van de beleidsinstrumenten voor de verbetering van de energieprestatie van nieuwbouw

OOD 2.1

De betaalbaarheid van BENnieuwbouw opvolgen

RGJD21

Opmaak handhavingsplan 2020 â&#x20AC;&#x201C; deel EPB

Beschikbaarheid handhavingsplan 2020

RGJD22

Doorlooptijd voor de handhavingsdossiers beperken

% van de openstaande hoorzittingsdossiers niet-naleving EPBeisen met 90% tegenargumenten eind 2019 jonger dan 6 maand

tijdig gerealiseerd

100%.

RGJD23

Doorlooptijd aanmaningen n.a.v. meldingen niet indienen EPB-aangifte van nieuwbouw

% aanmaningen voor niet indienen EPBaangifte dat binnen 2 maand na melding is verstuurd

100%

tijdig gerealiseerd

100%.

OOD 2.2

De EPB-regelgeving vervolmaken % dossiers waarvoor het ontwerp MB binnen de 3 maand aan het kabinet is bezorgd

90%

tijdig gerealiseerd

100%

RGJD24

Beperken doorlooptijd behandeling uitzonderings- of afwijkingsaanvragen

83


Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

RGJD25

Maximale doorlooptijd gelijkwaardigheidsaanvragen voor gebouwen gekoppeld aan een systeem van externe warmtelevering respecteren

% dossiers dat binnen de wettelijke termijn (120 dagen) is behandeld

100%

RGJD26

Doorlooptijd behandeling erkenningsaanvragen opleidingsinstellingen (voor opleidingen), vormingsinstituten (voor permanente vorming) en exameninstellingen beperken

% aanvragen waarvan beslissing binnen de 60 dagen 90% gecommuniceerd werd aan de aanvrager

RGJD27

Uitwerken jaarlijks evaluatierapport beoordeling van de kwaliteit van de opleidingen, permanente vormingen en examens

Beschikbaarheid evaluatierapport

31 december

tijdig gerealiseerd

RGJD28

Jaarlijkse evaluatie van de verslaggevers die niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoen

Evaluatiebeslissing verstuurd en correcte status invoeren voor verslaggevers die niet voldoen aan voorwaarde permanente vorming 2018

30 juni

tijdig gerealiseerd

De laatste beslissing werd op 29 april verstuurd.

RGJD29

Pakket verplichte permanente vorming is jaarlijks vastgelegd in een ministerieel besluit

Beschikbaarheid ontwerp ministerieel besluit

1 oktober

tijdig gerealiseerd

Het ontwerp MB was beschikbaar op 30 september.

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

tijdig gerealiseerd

niet van toepassing

Voortgang

100%

Er waren geen nieuwe aanvragen.

84


Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Voortgang

OOD 3

Het stimuleren van energieefficiĂŤntie in ondernemingen

OOD 3.1

De energiebeleidsovereenkomsten met de energie-intensieve industrie implementeren

RGJD30

Opmaak monitoringrapporten implementatie energiebeleidsovereenkomsten

Beschikbaarheid monitoringrapporten

30 juni en 31 december

tijdig gerealiseerd

De rapporten waren beschikbaar op 28 juni en 16 december.

RGJD31

Doorlooptijd dossiers verhoogde investeringsaftrek beperken

Gemiddelde behandelingstermijn van een volledig dossier

maximaal 20 werkdagen

tijdig gerealiseerd

De gemiddelde doorlooptijd was 4,8 dagen.

OOD 3.2

Verplichte energie-audits voor grote ondernemingen en de supercapregeling implementeren

RGJD32

Maximale doorlooptijd behandeling energiestudies en energieplannen in kader van het Energiebesluit respecteren

Advisering en conformverklaring gebeuren binnen de wettelijk vastgelegde termijnen

100%

tijdig gerealiseerd

Alle dossiers werden tijdig behandeld.

RGJD33

Opmaak analyserapport met gegevens Beschikbaarheid aangaande de verplichte energieaudit analyserapport

31 december

tijdig gerealiseerd

Het rapport werd bezorgd op 16 december.

OOD 3.3

Het ontwikkelen van een benchmarktool voor KMOâ&#x20AC;&#x2122;s en miniEBO's

RGJD34

Opmaak monitoringrapport proefprojecten mini-EBO's

30 september

tijdig gerealiseerd

Het rapport was beschikbaar op 30 september.

Beschikbaarheid rapport

85


Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Voortgang

Vertraging was te wijten aan de vertraging bij opmaak van de energiebalans bij VITO.

Het voorlopig rapport werd bezorgd op 31 januari. Het eindrapport werd met vertraging opgesteld.

OOD 4

Het versterken van een gunstig investeringsklimaat voor hernieuwbare energieproductie

OOD 4.1

Het actieplan hernieuwbare energie 2020 uitvoeren

RGJD35

Opmaak voortgangsrapport subdoelstellingen hernieuwbare energieproductie

Beschikbaarheid monitoringrapport

31 januari voorlopig en 30 september definitief

met vertraging gerealiseerd

RGJD36

Opmaak voortgangsrapporten uitwerking conceptnota Windkracht 2020

Beschikbaarheid monitoringrapporten met stand van zaken

28 februari, 30 september en 31 december

tijdig gerealiseerd

Rapporten waren beschikbaar op 28 februari, 30 september en 23 december.

RGJD37

Opvolgingsrapport installatie radarapparatuur â&#x20AC;&#x201C; aangepaste werkingsprocedures â&#x20AC;&#x201C; bijkomend potentieel windturbines

Beschikbaarheid opvolgingsrapport

31 december

tijdig gerealiseerd

Rapport was beschikbaar op 23 december.

Beschikbaarheid OTen marktmonitoringrapporten

30 juni

tijdig gerealiseerd

OT-rapport was afgerond op 30 juni.

OOD 4.2

RGJD38

De certificatensystemen bijsturen en het certificatenoverschot wegwerken

Opmaak onrendabele toppen- en marktmonitoringrapporten

86


Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

RGJD39

Maximale doorlooptijd voor de behandeling van verlengingsaanvragen respecteren

% volledige aanvragen behandeld binnen wettelijke termijn, of binnen 1 maand voor verlengingen met specifieke bandingfactor

100%

tijdig gerealiseerd

100%

RGJD40

Maximale doorlooptijd voor de behandeling van certificatendossiers respecteren

% nieuwe aanvragen behandeld binnen 2 maand

100%

niet gerealiseerd

97%.

RGJD41

Actualisatie nota mogelijke tenderingsmechanismen

Beschikbaarheid geactualiseerde nota

30 september

tijdig gerealiseerd

Nota was beschikbaar op 8 juli.

90%

tijdig gerealiseerd

100%

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Voortgang

OOD 4.3

Het versterken van een gunstig investeringsklimaat voor groene warmteproductie

RGJD42

Doorlooptijd behandeling steunaanvragen voor groene warmte, restwarmte en biomethaan beperken

% volledige aanvragen behandeld binnen 2 maand

RGJD43

Opmaak monitoringrapport Warmteplan 2020

Beschikbaarheid monitoringrapport met 31 december stand van zaken

tijdig gerealiseerd

Rapport was beschikbaar op 20 december.

RGJD44

Opmaak evaluatienota calls en verwerking daaruit resulterende wijzigingen in ontwerp van ministerieel besluit voor volgende call

Ontwerp van ministerieel besluit voor call 2019 is beschikbaar

tijdig gerealiseerd

Ontwerp van MB werd bezorgd aan kabinet op 21 november.

31 december

87


Doelstelling OOD 5

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Maandelijkse opvolgingindicator: aantal aanvragen, aantal goed- en afkeuringen, behandelingstermijn

90% van de dossiers behandeld binnen de 2 maand na premieaanvraag

tijdig gerealiseerd

100%

Het rapport werd afgerond op 30 juni.

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Voortgang

Het uitwerken en uitvoeren van een actieplan clean power for transport

RGJD45

Monitoring implementatie premie zero- emissie voertuigen

OOD 6

Het versterken van een gunstig investeringsklimaat voor WKK en warmtenetten

OOD 6.1

Verdere ondersteuning van kwalitatieve WKK

RGJD46

Beschikbaarheid OTOpmaak jaarlijks onrendabele toppenen marktmonitoringen marktmonitoringrapport rapport

30 juni

tijdig gerealiseerd

RGJD47

Maximale doorlooptijd voor de behandeling van certificatendossiers respecteren

% nieuwe aanvragen behandeld binnen 2 maand

100%

niet gerealiseerd

OOD 6.2

Beleidskader voor warmtenetten uitwerken

OOD 7

Het versterken van een sociaal energiebeleid

RGJD48

Opmaak monitoringrapport sociale ODV

Beschikbaarheid monitoringrapport

30 september

tijdig gerealiseerd

97%

Het rapport was beschikbaar op 27 september.

88


Doelstelling

Prestatie-indicator

Prestatienorm

Jaarprestatie

RGJD49

Coรถrdinatie implementatie Energiearmoedeprogramma en opmaak monitoringnota

Beschikbaarheid monitoringnota implementatie Energiearmoedeprogramma

31 december

tijdig gerealiseerd

De monitoringnota werd op 20 december opgeleverd.

RGJD50

Opmaak ontwerp mededeling aan de Vlaamse Regering inzake het Energiearmoedeprogramma

Ontwerp mededeling aan de Vlaamse Regering is beschikbaar

31 maart

tijdig gerealiseerd

Het ontwerp van mededeling werd op 28 maart aan het kabinet bezorgd.

OOD 8

Interne werking, communicatie en versterking Vlaamse energieadministratie

OOD 8.1

Data ontsluiten

RGJD51

Opmaak van het jaarlijks energierapport (energiebalans, inventaris hernieuwbare energie)

Beschikbaarheid energierapport

30 september

Beschikbaarheid beperkt analyserapport

21 februari

tijdig gerealiseerd

Het beperkte rapport was beschikbaar op 12 februari.

Beschikbaarheid volledig analyserapport

30 april

tijdig gerealiseerd

Het volledige rapport was beschikbaar op 30 april.

RGJD52

RGJD53

Opmaak jaarlijks analyserapport EPB

Ontwikkeling woningpas Medium versie 0.2

Release woningpas met thema's woningkwaliteit, vergunningen en meer bodeminformatie

31 mei

met vertraging gerealiseerd

Knelpunten, commentaar

Voortgang

De voorlopige versie werd door VITO opgeleverd op 28 oktober en de definitieve versie op 19 december.

Release met woningkwaliteit en bodeminformatie werd Release met vergunningen en niet gerealiseerd wegens niet gerealiseerd mobiscore werd gerealiseerd problemen met op 18 juni. ontsluiting VLOK-service (woningkwaliteit) via Magda.

89


Prestatienorm

Prestatie-indicator

RGJD54

Ontwikkeling woningpas Medium versie 0.3

Release woningpas met benchmark EPC en 31 december delen met derden

RGJD55

Opmaak plan van aanpak voor woningpas als digitale kluis

Beschikbaarheid rapport aanpak digitale 31 december kluis

tijdig gerealiseerd

Een aantal verslagen waren beschikbaar op 27 november.

OOD 8.2

De processen digitaliseren en automatiseren

RGJD56

Projectplan voor dossierbehandelingssysteem

Beschikbaarheid projectplan

30 april

tijdig gerealiseerd

Het projectplan was op 30 april beschikbaar.

OOD 8.3

De communicatie een versnelling hoger schakelen

RGJD57

Beantwoordingstijd beperken van % vragen beantwoord vragen die via energie@vlaanderen.be binnen 5 werkdagen worden gesteld

90%

tijdig gerealiseerd

95% van de vragen (17.473) werden binnen de 5 werkdagen beantwoord.

OOD 8.4

Krachtdadige energieadministratie

SOD 8.5

Doelstellingen opgelegd door de VR

RGJD58

Beschikbaarheid evaluatie en Evaluatie geĂŻntegreerd systeem van actualisatie risicomanagement en eventuele strategienota uitwerking van bijsturingsmaatregelen risicomanagement en organisatiebeheersing

30 juni

tijdig gerealiseerd

Uitwerken verder traject projectmanagement

30 juni

tijdig gerealiseerd

RGJD59

Beschikbaarheid eenvoudige templates

Jaarprestatie

Knelpunten, commentaar

Doelstelling

Voortgang

Het delen van de woningpas is uitgesteld niet gerealiseerd wegens te weinig middelen.

Uit de evaluatie bleek geen bijsturing nodig (genoteerd in verslag van de Directieraad van 20 juni). De templates werden voorgelegd aan de Directieraad op 16 mei.

90


Doelstelling

Prestatienorm

Jaarprestatie

31 december

tijdig gerealiseerd

Het traject werd volledig uitgewerkt en overgedragen aan de projectleiders en portfoliomanager op 1 juli.

Beschikbaarheid 30 juni informatiebeheersplan

tijdig gerealiseerd

Het plan werd op 25 juni bezorgd.

Beschikbaarheid evaluatie jaaractieplan preventie 2019

tijdig gerealiseerd

De evaluatie van het jaaractieplan 2019 werd voorgelegd op het EOC van 23 oktober.

Prestatie-indicator Traject projectmanagement volledig uitgewerkt : uitdragen nieuwe definitie, selectievoorwaarden, stappenplan voor begeleiden projectmanagers

RGJD60

Opmaak informatiebeheersplan

SOD 8.6

Doelstellingen met betrekking tot welzijn

RGJD61

Jaaractieplan preventie 2019 is uitgevoerd

31 december

Knelpunten, commentaar

Voortgang

91


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
VEA_OP_2020_2024_JR_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu