Skip to main content

PDPO_jaarverslag_2014.pdf

Page 1

Vlaanderen is landbouw & visserij

PROGRAMMA VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING VLAANDEREN 2007-2013 (PDPO II), JAARVERSLAG Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do2014 eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua

RAPPORT 2015 DEPARTEMENT LANDBOUW & VISSERIJ

WWW.VLAANDEREN.BE/LANDBOUW


////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

PROGRAMMA VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING VLAANDEREN 20072013 (PDPO II) Jaarverslag 2014 ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Auteur: Linn Dumez


Colofon Samenstelling Departement Landbouw en Visserij Afdeling Monitoring en Studie Verantwoordelijk uitgever Jules Van Liefferinge, Secretaris-Generaal Depotnummer D/2015/3241/191 Lay-out Afdeling Monitoring en Studie Druk Vlaamse overheid Voor bijkomende exemplaren neemt u contact op met Afdeling Monitoring en Studie Koning Albert II-laan 35 bus 40 Tel. 02 552 78 20 / Fax 02 552 78 71/ ams@lv.vlaanderen.be Een digitale versie vindt u terug op

WWW.VLAANDEREN.BE/LANDBOUW/STUDIES

Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Dumez L. (2015) Programma voor plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013 (PDPO II), Jaarverslag 2014, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Graag vernemen we het als u naar dit rapport verwijst in een publicatie. Als u een exemplaar ervan opstuurt, nemen we het op in onze bibliotheek. Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u hierbij graag helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen.

pagina 2 van 105


Deze publicatie werd door het Departement Landbouw en Visserij met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van de informatie in deze publicatie. De gebruiker van deze publicatie ziet af van elke klacht tegen het Departement Landbouw en Visserij of zijn ambtenaren, van welke aard ook, met betrekking tot het gebruik van de via deze publicatie beschikbaar gestelde informatie. In geen geval zal het Departement Landbouw en Visserij of zijn ambtenaren aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de via deze publicatie beschikbaar gestelde informatie.

pagina 3 van 105


INHOUD VOORWOORD .......................................................................................................................................................................................... 6 Samenvatting ........................................................................................................................................................................................... 7 1 Inleiding ................................................................................................................................................................................ 10 2 Algemeen kader................................................................................................................................................................ 11 2.1

Wettelijke bepaling plattelandsverordening

11

2.2

Algemeen kader

11

3

Programmamanagement ........................................................................................................................................... 12

3.1

Wettelijke bepalingen plattelandsverordening

12

3.2

Communautair beleid

12

3.3

Toezicht en evaluatie

12

3.4

Beheer van het programma

12

3.5

Technische bijstand

14

3.5.1

Algemene technische bijstand

14

3.5.2

Vlaams Ruraal Netwerk

15

3.6

Voorlichting en publiciteit

18

4

Ongoing evaluatie .......................................................................................................................................................... 19

4.1

Wettelijke bepalingen plattelandsverordening

19

4.2

Inleiding

19

4.3

Evaluatieactiviteiten

20

4.3.1

Uitbestede studies

20

4.3.2

Studies uitgevoerd binnen de administratie

20

4.3.3

Andere

21

4.4

Netwerkactiviteiten

21

5

Financiële indicatoren ................................................................................................................................................ 23

5.1

Inleiding

23

5.2

Wettelijke bepalingen plattelandsverordening

23

5.3

Financiële indicatoren

24

5.3.1

Overzicht uitgaven 2014

24

5.3.2

Terugvorderingen 2014

35

6

Indicatoren as 1 – Verbetering van het concurrentievermogen van de land- en bosbouwsector ....................................................................................................................................................................................................37

6.1

Opleiding in de landbouw (maatregel 111-A)

37

6.2

Sensibiliseringsprojecten duurzame landbouw (maatregel 111-C)

39

6.3

Vestiging van jonge landbouwers (maatregel 112)

40

6.4

Bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers (maatregel 114)

43

6.5

Investeringen in landbouwbedrijven (maatregel 121)

44

6.6

Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten (maatregel 123-A)

49

6.7

Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen (maatregel 132)

50

pagina 4 van 105


6.8

Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS (maatregel 133)

51

7

Indicatoren as 2 – Verbetering van het milieu en het platteland................................................. 52

7.1

Vergoeding natuur binnen en buiten NATURA 2000 (maatregelen 212 en 213)

52

7.2

Agromilieumaatregelen (maatregel 214)

54

7.3

Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in kader van kaderrichtlijn water (maatregel 216)

65

7.4

Bebossing van landbouwgronden (maatregel 221)

66

7.5

Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen op landbouwgrond (maatregel 222)

67

7.6

Niet-productieve investeringen in bossen (maatregel 227)

68

8 Indicatoren as 3 – De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van plattelandseconomie ........................................................................................................................................................................ 69 8.1

Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten (maatregel 311)

69

8.2

Bevordering van toeristische activiteiten (maatregel 313)

73

8.3

Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking (maatregel 321)

73

8.4

Dorpskernvernieuwing en –ontwikkeling (maatregel 322)

75

8.5

Instandhouding en opwaardering van het landelijke erfgoed (maatregel 323)

76

8.6

Intermediaire dienstverlening (opleiding en vorming van ruraal ondernemerschap) (maatregel 331)

76

9

Indicatoren as 4 – LEADER .......................................................................................................................................79

9.1

Lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit / diversificatie (maatregel 413)

79

9.2

Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden (maatregel 421)

80

9.3

Werking plaatselijke groepen (maatregel 431)

81

10

Indicatoren health check en economisch herstelplan ........................................................................... 83

10.1

Inleiding

83

10.2

As 1

83

10.2.1

Investeringen in landbouwbedrijven (maatregel 121)

83

10.2.2

Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten (maatregel 123)

83

10.3

As 2

84

10.3.1

Agromilieumaatregelen (maatregel 214)

84

10.4

As 3

85

10.4.1

Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten (maatregel 311)

85

de

FIGUREN ................................................................................................................................................................................................... 86 TABELLEN ................................................................................................................................................................................................. 88 BRONNEN ................................................................................................................................................................................................. 90 AFKORTINGEN ........................................................................................................................................................................................ 91 CONTACTPERSONEN .......................................................................................................................................................................... 92 BIJLAGEN................................................................................................................................................................................................... 94

pagina 5 van 105


VOORWOORD Het Jaarverslag 2014 van het Programma voor Plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013 (PDPO II) geeft, samen met de voorgaande jaarverslagen en de mid term evaluatie, een goed beeld van de uitvoering van PDPO II. Het jaarverslag is gebaseerd op de op Europees niveau vastgelegde indicatoren. Een selectie van die indicatoren wordt beschreven en geïllustreerd aan de hand van figuren en tabellen. Ook over de Health Check en het Economisch Herstelplan wordt gerapporteerd. Aan dit jaarverslag ging heel wat voorbereidend werk vooraf. De beheersdiensten van de Vlaamse beleidsdomeinen Leefmilieu, Natuur en Energie en Landbouw en Visserij verzamelden en leverden het nodige cijfermateriaal. Ook de Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid en het Betaalorgaan van het Departement Landbouw en Visserij leverden bijdragen. De coördinatie van de opmaak van het jaarverslag gebeurde door de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij.

pagina 6 van 105


SAMENVATTING Het PDPO II-jaarverslag 2014 geeft een beeld van de uitvoering van het tweede Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013. Ten gevolge van de N+2-regel kunnen de uitgaven van het PDPO II-budget nog doorlopen tot eind 2015. Ook in 2014 zijn er dus nog uitgaven gebeurd. Dit rapport schetst eerst het algemene kader waarbinnen het programma opereert en focust op de wijzigingen die aan het programma zijn aangebracht. Daarna worden het programmabeheer en de evaluatieactiviteiten beschreven. De meeste aandacht gaat naar de monitoringgegevens van de verschillende maatregelen. Deze samenvatting beperkt zich tot die monitoringdata. Financiële voortgang Tussen 2007 en 2014 werd in totaal 739,3 miljoen euro uitgegeven (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan). Dat is 98% van het geplande budget voor de gehele programmaperiode. In 2014 bedroegen de totale overheidsuitgaven 43,7 miljoen euro. Van die uitgaven ging 31% naar As 1-maatregelen, 45% naar As 2, 10% naar As 3 en 13% naar As 4. Budgettair gezien waren de belangrijkste maatregelen in 2014 beheerovereenkomst (BO) water (15%), LEADER lokale ontwikkelingsstrategieën (11%), opleiding (10%), investeringen in landbouwbedrijven (8%) en vestigingssteun voor jonge landbouwers (7%). In 2014 werd binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan zo’n 6 miljoen euro uitgegeven. De totale uitgaven sinds 2010 komen daarmee op 45,7 miljoen euro. As 1 Binnen As 1 ging 31% van de overheidsuitgaven van 2014 naar de maatregel opleidingen in de landbouw. De VLIF-maatregelen investeringen in landbouwbedrijven en vestigingssteun voor jonge landbouwers waren goed voor respectievelijk 25% en 23% van het budget. Bij de opleidingen wordt een onderscheid gemaakt tussen cursussen (starters- en vormingscursussen), korte vorming en sensibiliseringsprojecten. De cursussen draaiden in 2014 vooral rond management- en marketingvaardigheden en ICT. In totaal werden 4.929 (niet-unieke) deelnemers geregistreerd en werden 4.206 diploma’s en getuigschriften uitgereikt. In de periode 2007-2014 namen 19.183 unieke personen deel aan de cursussen en werden 38.297 diploma’s en getuigschriften uitgereikt. De korte vormingssessies trokken in 2014 152.101 (niet-unieke) geïnteresseerden. De thema’s managementen marketingvaardigheden en landschapsbehoud/milieubescherming konden op de meeste deelnemers rekenen. De demonstratieprojecten duurzame landbouw telden in 2014 9.513 deelnemers. De meesten volgden een demoproject rond landschapsbehoud/milieubescherming of productkwaliteit. In de periode 2007-2014 werden samen 107.973 (niet-unieke) deelnemers bereikt. Op de maatregel vestigingssteun voor jonge landbouwers werden in 2014 94 nieuwe dossiers goedgekeurd. De totale vestigingskosten (de som van de overheidssubsidie en de privébijdrage) van

pagina 7 van 105


deze dossiers bedragen 16,8 miljoen euro. De meeste dossiers gaan om gemengde, melkvee- en varkensbedrijven. In de periode 2007-2014 kregen 1.114 jonge landbouwers PDPO II-vestigingssteun. Onder de maatregel bedrijfsadviessysteem werden in 2014 geen nieuwe adviesaanvragen meer goedgekeurd. Wel kregen 659 eerder goedgekeurde BAS-adviezen (PDPO II) en drie dossiers uit de vorige programmaperiode (PDPO I) een subsidie uitbetaald. In totaal werden 7.098 landbouwers gesteund in de periode 2007-2014. In 2014 werden 2.156 nieuwe investeringsdossiers goedgekeurd, met een totaal investeringsvolume van 313 miljoen euro. De meeste dossiers kwamen van gemengde, melkvee- of tuinbouwbedrijven. In de periode werden 15.511 dossiers goedgekeurd die waren ingediend onder PDPO II-regelgeving. Er werd vorig jaar geen nieuwe oproep voor agrovoedingsprojecten gedaan, waardoor er ook geen nieuwe projecten werden goedgekeurd. In de periode 2007-2014 ontvingen 69 unieke bedrijven steun vanuit de maatregel verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten. Binnen de maatregel deelname aan voedselkwaliteitsregelingen werden in 2014 254 biologische producenten uitbetaald die het jaar voordien een steunaanvraag hadden ingediend. Daarnaast kregen 27 producenten van Brussels grondwitloof (Beschermde Geografische Aanduiding, BGA) of VlaamsBrabantse tafeldruif (Beschermde Oorsprongsbenaming, BOB) een subsidie. Sinds de start van de maatregel kregen 349 unieke biologische bedrijven een subsidie, net als 46 producenten van Brussels grondwitloof of Vlaams-Brabantse tafeldruif. Binnen de maatregel voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS werden de voorbije jaren twee programma’s ondersteund: één voor de Vlaams-Brabantse tafeldruif en één voor het Brusselse grondwitloof. Vorig jaar voerden die programma’s vier acties uit. In de periode 2007-2014 werden samen 19 acties gesteund. As 2 De budgettair belangrijkste As 2-maatregel in 2014 was BO water (34% van de uitgaven). Daarna volgden verwarringstechniek (10%), BO perceelsrandenbeheer (9%), BO kleine landschapselementen (7%) en BO erosiebestrijding (7%). In 2014 ontvingen 693 unieke landbouwbedrijven een vergoeding natuur, samen goed voor een oppervlakte van 2.198 hectare waarvan 954 hectare in Natura 2000-gebied. Sinds de start van PDPO II werd voor 2.429 unieke landbouwbedrijven een vergoeding natuur uitbetaald. Het totale areaal agromilieumaatregelen bedroeg in 2014 44.842 hectare en er liepen 8.971 contracten. Met zo’n 38% van het totale areaal vormde de BO water de grootste maatregel in 2014. Daarna volgden verwarringstechniek (18%), vlinderbloemigen (10%), hectaresteun biolandbouw (9%) en BO erosiebestrijding (8%). In totaal hadden 6.440 bedrijven een of meerdere agromilieumaatregelen lopen, op een totaal uniek areaal van 44.269 hectare. Van dat unieke areaal was 2.897 hectare gelegen in Natura 2000-gebied, 688 hectare in VEN-gebied en 582 hectare in LFA-gebied. Er werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd voor de maatregel inrichtingsmaatregelen in het kader van de kaderrichtlijn water. In de periode 2007-2014 kregen vijf projecten steun.

pagina 8 van 105


Voor de maatregel bebossing van landbouwgronden werden in 2014 12 nieuwe dossiers goedgekeurd. Deze dossiers zijn samen goed voor een te bebossen oppervlakte van 15,81 hectare. De totale, onder PDPO II-regelgeving beboste of te bebossen oppervlakte landbouwgrond komt daarmee op 281 hectare. Er zijn in 2014 vijf aanvragen voor boslandbouwsystemen goedgekeurd. Samen zijn deze contracten goed voor een oppervlakte van 23,02 hectare. Sinds de start van de maatregel in 2012 zijn er 17 projecten goedgekeurd, samen goed voor 38,21 hectare. 166 nieuwe aanvragen voor niet-productieve investeringen in bossen kregen in 2014 goedkeuring, waarvan 55 binnen de submaatregel bebossing/herbebossing en 111 binnen de submaatregel ecologische bosfunctie. Voor beide submaatregelen samen kregen in de periode 2007-2014 950 unieke bosbeheerders een vergoeding. As 3 Er werden 385 nieuwe diversificatiedossiers goedgekeurd in 2014, samen goed voor een investeringsvolume van 15,6 miljoen euro. Het ging voornamelijk om investeringen in hernieuwbare energie. In de periode 2007-2014 werden 2.261 PDPO II-dossiers goedgekeurd. Binnen de meeste maatregelen van de gebiedsgerichte werking van As 3 werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd in 2014. Enkel voor instandhouding en opwaardering van het landelijke erfgoed kregen 16 nieuwe projecten goedkeuring. In de periode 2007-2014 werden voor de maatregel bevordering van toeristische activiteiten in totaal 64 projecten goedgekeurd. Voor basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking waren dat er 49, waarvan 1 voor de submaatregel ontwikkeling van de paardenhouderij. Binnen dorpskernvernieuwing en –ontwikkeling kregen 76 projecten goedkeuring, voor instandhouding en opwaardering van landelijk erfgoed 108, en voor intermediaire dienstverlening 63 projecten. As 4 In 2014 werden geen nieuwe Leaderprojecten meer goedgekeurd. Het totaal aantal goedgekeurde projecten blijf voor de periode 2007-2014 op 599. Er werden ook geen nieuwe samenwerkingsprojecten meer goedgekeurd, zodat het totale aantal projecten in de periode 2007-2014 op 14 blijft staan, waarvan vier interterritoriale en tien transnationale samenwerkingsprojecten. Bij de samenwerkingsprojecten zijn in totaal 32 (niet-unieke) PG’s betrokken, waarvan 19 Vlaamse. Onder de noemer werking plaatselijke groepen werden in 2014 268 activiteiten gesteund. Daarmee komt het totaal op 1.952 activiteiten tussen 2007 en 2014.

pagina 9 van 105


1 INLEIDING Het voorliggende jaarverslag schetst een beeld van de uitvoering van het Programma voor Plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013 (PDPO II) in 2014. Het PDPO II werd bij beschikking C(2007)5555 van 13 november 2007 goedgekeurd door de Europese Commissie en later gewijzigd bij beschikkingen C(2009)1662 van 13 maart 2009 en C(2009)10181 van 11 december 2009. Via volgende link kan het volledige programmadocument geraadpleegd worden: www.vlaanderen.be/pdpo. Welke thema’s een jaarverslag hoort te behandelen, wordt bepaald in de plattelandsverordening (verordening (EG) nr. 1698/2005), artikel 82, 2a) tot g) en werd meer gedetailleerd beschreven in de EURichtsnoeren (Europese Commissie, 2006). In feite komen de bepalingen voor het jaarverslag neer op een kwantitatieve rapportering over de uitvoering van het programma, aan de hand van door de Europese Commissie vastgelegde indicatoren. In dit jaarverslag werd een selectie van die output- en resultaatindicatoren opgenomen en beschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitvoeringsomstandigheden, de werkzaamheden op vlak van monitoring en evaluatie, en de maatregelen genomen door de beheersautoriteit en het toezichtcomitÊ om tot een goede programma-uitvoering te komen. Waar relevant wordt bij elk hoofdstuk van dit jaarverslag verwezen naar de betreffende wettelijke bepaling die van toepassing is. De door de Europese Commissie gevraagde indicatorentabellen (Europese Commissie, 2009) vormen een bijlage bij dit rapport.

pagina 10 van 105


2 ALGEMEEN KADER 2.1 WETTELIJKE BEPALING PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 82, 2a)

Elke verandering van de algemene omstandigheden die een rechtstreekse invloed heeft op de voorwaarden voor de uitvoering van het programma, en elke wijziging van het communautaire kader en nationale beleid dat gevolgen heeft voor de coherentie tussen de bijstand van het ELFPO en die van de andere financieringsinstrumenten

2.2 ALGEMEEN KADER Het PDPO II loopt op zijn einde. Dat laat zich zien in de uitvoering van de maatregelen (zie verder), maar ook in de voorbereiding van PDPO III in 2014. In 2014 werd één wijziging aan het PDPO II ingediend bij de Europese Commissie. Het ging om een notificatiewijziging in het kader van artikel 6(1)(c) van de verordening 1974/2006: “Wijziging aan de financiële verdeling binnen As 1, As 2 en technische bijstand”. De wijziging werd ingediend op 26 juni 2014 en betrof een transfer van middelen binnen As 1 (budget van maatregel 114 naar maatregelen 111 en 121), binnen As 2 (budget van maatregel 221 naar 227) en vanuit Technische Bijstand naar As 1 (budget van Technische Bijstand naar maatregel 121). De wijziging werd op 3 februari 2015 goedgekeurd. In 2014 werd veel energie gestoken in de voorbereiding en de goedkeuring van PDPO III. In januari werd het programmadocument goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Daarna werd het document verder uitgewerkt conform de Europese vormvereisten en ingegeven in het digitale uitwisselplatform van de Commissie (SFC2014). In april werd, daags na de officiële indiening van de partnerschapsovereenkomst, PDPO III officieel ingediend bij de Europese Commissie. Ondertussen kregen alle betrokken beheersdiensten opleiding en begeleiding bij de voorbereiding van de implementatie van de maatregelen. De Vlaamse wetgeving voor de maatregelen werd opgemaakt, de IT-programma’s werden ontwikkeld, interne richtsnoeren en dergelijke werden uitgeschreven, etc. In het najaar van 2014 vond een zeer intensieve onderhandelingsprocedure met de Commissie plaats om alle openstaande vragen en bevindingen te beantwoorden met het oog op de goedkeuring van PDPO III. Midden december gaf de Commissie groen licht voor PDPO III. De definitieve goedkeuring volgde via een uitvoeringsbesluit van 13 februari 2015.

pagina 11 van 105


3 PROGRAMMAMANAGEMENT 3.1 WETTELIJKE BEPALINGEN PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 82, 2 f)

Een verklaring over de inachtneming van het communautaire beleid in het kader van de bijstand, inclusief informatie over de ondervonden problemen en over de maatregelen die zijn genomen om deze aan te pakken Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 82, 2 e)

De maatregelen die de beheersautoriteit en het toezichtcomité hebben genomen om de kwaliteit en de doeltreffendheid van de uitvoering van het programma te waarborgen, en met name: 

De activiteiten op het gebied van toezicht en evaluatie;

Een samenvatting van de grote problemen die bij het beheer van het programma zijn ondervonden, en de maatregelen die eventueel, al dan niet naar aanleiding van overeenkomstig artikel 83 gemaakte opmerkingen, zijn genomen;

Het gebruik van technische bijstand;

De maatregelen die zijn genomen om overeenkomstig artikel 76 bekendheid aan het programma te geven.

3.2 COMMUNAUTAIR BELEID Alle communautaire voorstellen op het gebied van mededinging, de plaatsing van overheidsopdrachten, milieubescherming en –verbetering, de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en nondiscriminatie werden in acht genomen.

3.3 TOEZICHT EN EVALUATIE Via een schriftelijke procedure werd het Toezichtcomité in juni 2014 geconsulteerd over: 

PDPO II jaarverslag 2013

Wijziging PDPO II: financiële transfers binnen As 1 en As 2 en van technische bijstand naar As 1 om beter aan te sluiten bij de reële uitgaven (en zo de toegewezen middelen per maatregel optimaal te gebruiken) (zie 2.2).

Het Strategisch Monitoringsrapport 2014 van België werd ingediend in oktober 2014.

3.4 BEHEER VAN HET PROGRAMMA Het Uitvoeringscomité PDPO II vergadert op regelmatige basis. In het Uitvoeringscomité zijn de beheerautoriteit (Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid of CCEP) en alle beheersdiensten

pagina 12 van 105


vertegenwoordigd alsook het Betaalorgaan, de interne audit, het Vlaams Ruraal Netwerk en de afdeling Monitoring en Studie. In 2014 kwam naast de vaste PDPO II-items steeds meer de voorbereiding van PPDO III aan bod. De vergaderingen van 2014 vonden plaats op 17 januari, 24 februari, 24 maart, 28 april, 28 mei, 23 juni, 18 juli, 23 september, 2 december en 18 december. Vaste onderwerpen op de agenda waren: 

Briefing door en afspraken met het Betaalorgaan (onder andere bespreking financiële voortgang PDPO II);

Mededelingen vanuit CCEP (onder andere verslaggeving Rural Development Committee);

Vlaams Ruraal Netwerk;

Monitoring en evaluatie;

Voorbereiding PDPO III.

Deze agenda werd aangevuld met onderwerpen die op dat moment actueel waren of bijzondere aandacht vroegen, zoals de controlestatistieken, de borgingsverklaring, error rates, etc. Grote aandacht ging naar de voorbereiding van PDPO III, de verwerking van de bemerkingen van de EC op het ontwerpprogramma,… Het Uitvoeringscomité heeft via een gedeeld elektronisch platform toegang tot alle relevante documenten. Grote problemen met betrekking tot de uitvoering van PDPO II hebben zich in 2014 niet voorgedaan. Het jaarlijkse overleg tussen de Europese Commissie en de beheersautoriteit, zoals voorgeschreven door Verordening 1698/2005, ging door op 23 februari 2015. De vergadering vond plaats in de kantoren van CCEP (Ellipsgebouw Brussel). Volgende agendapunten werden besproken: 

Financiële voortgang PDPO II;

Beheer en monitoring van het programma (Jaarverslag 2013, Toezichtcomité, beheer problemen, bekendheid maatregelen, controle, error rates);

Wijzigingen aan het programma (o.m. voorbereiding afsluiting van PDPO II);

Vlaams Ruraal Netwerk;

Varia.

De verslaggeving over dit overleg gebeurt door de Europese Commissie. Aanpak ter vermindering van de foutenpercentages en bevordering van de controleerbaarheid De voorbije jaren hebben het betaalorgaan, de beheerautoriteit en de beheersdiensten heel wat inspanningen geleverd om de Europese problematiek van de error rates en de controleerbaarheid van het ELFPO-fonds aan te pakken. Ook in 2014 hebben de Vlaamse autoriteiten de Commissie op de hoogte gebracht over de uitvoering van het actieplan inzake error rates. Een update van dit actieplan werd aan de Commissie bezorgd op 13/02/2014 en 18/09/2014. Het actieplan omvat zowel maatregelen van PDPO II als van PDPO III. Voor PDPO II werd naar aanleiding van de controlestatistieken gevraagd aan de beheersdiensten om hun maatregelen terug te evalueren op veel voorkomende fouten. In het nieuwe programmadocument van PDPO III werd omschreven welke mogelijke risico’s het betaalorgaan en de beheerautoriteit gedetecteerd hebben bij de opmaak van elke (sub)maatregel en

pagina 13 van 105


welke corrigerende acties de betrokken beheersdienst voorstelt. Deze evaluatie-oefening vond hoofdzakelijk in 2013 plaats, maar werd tijdens de goedkeuringsprocedure van PDPO III en de voorbereiding van de implementatie verder opgevolgd.

3.5 TECHNISCHE BIJSTAND In het PDPO II zijn binnen het onderdeel technische bijstand twee maatregelen voorzien: 

Algemene technische bijstand

Ruraal netwerk

Tabel 1 geeft een overzicht van de betalingen in 2014 in het kader van technische bijstand. Tabel 1 Overzicht betalingen technische bijstand PDPO II 2014 ELFPO (euro)

Vlaams Gewest (euro)

Totale overheidssteun (euro)

Algemene technische bijstand 1.1 voorbereiding 1.2 beheer 1.3 toezicht 1.4 evaluatie 1.5 voorlichting 1.6 controle mbt verleende bijstand 1.7 provincies Totaal algemene technische bijstand

0 0 0 112.038,64 290,30 0 55.453,25 167.782,19

0 0 0 112.038,54 290,30 0 55.453,21 167.782,05

0 0 0 224.077,18 0 0 110.906,45 335.564,24

Ruraal netwerk 2.1 beheer 2.2 uitvoering actieplan Totaal ruraal netwerk

0 65.635,46 65.635,46

0 65.635,30 65.635,30

0 131.270,76 131.270,76

ALGEMEEN TOTAAL

233.417,65

233.417,35

466.835,00

3.5.1 Algemene technische bijstand Binnen deze maatregel kaderen centrale uitgaven op het gebied van voorbereiding, beheer, toezicht, evaluatie en voorlichting door de beheersautoriteit. Evaluatie De uitgaven hebben betrekking op de loonkosten voor de beleidsondersteuner plattelandsontwikkeling die instaat voor de monitoring en evaluatie van PDPO II. Daarnaast waren er in 2014 ook uitgaven in kader van een studie rond de impact van beheerovereenkomsten op de biodiversiteit in Vlaanderen en de ex ante evaluatie van PDPO III. Voorlichting De uitgave heeft betrekking op een activiteit waarbij aan de diensten betrokken bij de uitwerking van PDPO III-maatregelen toelichting werd gegeven over de nieuwe Europese regelgeving, de wijzigingen binnen de huidige programmaperiode,… Provincies De provincies staan in voor de uitvoering en begeleiding van de gebiedsgerichte werking en ontvangen hiervoor een financiële bijdrage.

pagina 14 van 105


3.5.2 Vlaams Ruraal Netwerk Er werd aangenomen dat PDPO III in de loop van 2014 zou goedgekeurd worden door de Europese Commissie, en ook effectief van start zou kunnen gaan. Maar zoals eerder aangegeven kreeg het Vlaamse PDPO III pas op 13 februari 2015 groen licht van de Europese Commissie. Daardoor was 2014 ook voor het Vlaams Ruraal Netwerk een overgangsjaar. Voor verslagen en foto-impressies van de activiteiten kan men op de website (www.ruraalnetwerk.be) terecht. 3.5.2.1 Organisatie Studiedagen en infomomenten In 2014 werden tien studie- en informatiedagen georganiseerd, al dan niet voor het grote publiek. Gezien de overgang van PDPO II naar PDPO III koos het Vlaams Ruraal Netwerk ervoor om vooral activiteiten te organiseren rond het nieuwe PDPO, ook al was de informatie nog onder voorbehoud. Een eerste activiteit, "Networking for Innovation in the 2014-2020 RDPs", werd georganiseerd op 18 en 19 maart 2014. In Gent verzamelden bijna 80 geïnteresseerden om samen met het Vlaams Ruraal Netwerk, het Europees Contact Point voor Plattelandsontwikkeling (ENRD CP) en het European Innovation Partnership Service Point (EIP SP) na te denken over wat kan begrepen worden onder “innovatie bespoedigen”. Dit is namelijk een nieuwe taak voor de nationale rurale netwerken in de programmaperiode 2014-2020. Op 17 juni trok het Vlaams Ruraal Netwerk richting Limburg (Maaseik) voor de studiedag “Landbouwer in de wereld”. Er werd stilgestaan bij hoe landbouwers op verschillende maatschappelijke noden kunnen inspelen, bijvoorbeeld door zich in te zetten als zorgboer(in), door aan landschapsbeheer te doen, … In het najaar van 2014 organiseerde het Vlaams Ruraal Netwerk acht infosessies over het nieuwe GLB. Een 1.600-tal aanwezigen (in totaal) kreeg de meest recente en praktische informatie rond Pijler I en Pijler II van het GLB mee. Hierbij werd naast het algemene kader ook ingegaan op praktische voorbeelden en richtlijnen voor de landbouwers zelf. Excursies en uitwisselingen Er werd één excursie georganiseerd voor de leden van de Vlaamse en Waalse Plaatselijke Groepen. Oorspronkelijk stond een opleiding gepland voor de nieuwe Plaatselijke Groepen, maar aangezien de Plaatselijke Groepen van PDPO III in 2014 nog niet werden opgericht, werd hiervan afgezien. In de plaats daarvan heeft het Vlaams Ruraal Netwerk samen met de collega’s van het Waals Ruraal Netwerk op 28 augustus een contactdag georganiseerd waar leden en coördinatoren van Vlaamse en Waalse Plaatselijke Groepen elkaar konden ontmoeten. Interne evenementen In 2014 werden geen interne infomomenten georganiseerd. Andere In het voorjaar van 2014 heeft het Vlaams Ruraal Netwerk verschillende (potentiële) stakeholders en partners bezocht. Na een voorstelling van de werking van het Vlaams Ruraal Netwerk, werd gekeken of en in welke mate samenwerking met de stakeholders mogelijk is. Ook werd nagegaan of de betrokken stakeholders interesse hebben om deel te nemen aan actiegroepen en/of te zetelen in een nog op te richten stakeholderscomité.

pagina 15 van 105


Naar analogie met de Nederlandse kijkdagen stelden op 11 mei 2014 verschillende promotoren hun projecten open voor het grote publiek, onder de noemer ‘Europa in je buurt’. In Vlaanderen werd deze dag gezamenlijk georganiseerd door de verschillende Europese fondsen (ELFPO, ESF, EFRO en EFMZV). Op zondag 11 mei werd in elke provincie met uitzondering van Limburg een activiteit georganiseerd. In januari 2015 vond Agriflanders plaats, de tweejaarlijkse land- en tuinbouwbeurs in Gent. Het Vlaams Ruraal Netwerk organiseerde een studiedag (op 15 januari 2015) rond het nieuwe GLB en PDPO III. Ook de stand van het Departement Landbouw en Visserij was opgebouwd rond deze thema’s. De voorbereidingen voor zowel de studiedag als de beursstand werden in het najaar van 2014 getroffen. Net als in 2012 heeft het Vlaams Ruraal Netwerk in 2013-2014 zijn medewerking verleend aan de wedstrijd Vrouwelijk Talent op het Platteland van KVLV. Deze resulteerde eind maart 2014 in de prijsuitreiking (meer info op www.talentophetplatteland.be). Daarnaast heeft het Vlaams Ruraal Netwerk waar mogelijk en waar nodig mee gewerkt aan de voorbereiding van het nieuwe PDPO-programma en het overkoepelende partnerschapsakkoord. Aangezien 2014 een overgangsjaar was en het Vlaams Ruraal Netwerk een druk jaar heeft beleefd, werd beslist om de evaluatie van de werking van het Vlaams Ruraal Netwerk in de PDPO II-periode uit te stellen naar 2015. 3.5.2.2 Communicatie Website Vlaams Ruraal Netwerk Op 26 juni 2014 werd de nieuwe website van het Vlaams Ruraal Netwerk online geplaatst. Naast een opfrissing van de look werd de opdeling van de projectendatabank aangepast. De website werd minstens wekelijks inhoudelijk aangepast en aangevuld met verslagen van bezoeken en deelnames aan studiedagen, verslagen van vergaderingen en informatie over de voorbereiding van het nieuwe GLB. Alle info omtrent studiedagen, belangrijke deadlines etc. kon ook teruggevonden worden in de agenda. In 2014 telde de website 100.112 pageviews. Dit is meer dan drie keer zoveel in vergelijking met 2013. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat de GLB-infofiches op de website van het Vlaams Ruraal Netwerk te raadplegen waren in het najaar van 2014. Tijdens de GLB-infosessies en in verschillende media werd naar deze webpagina verwezen. De projectendatabank is in 2014 verder aangevuld. Er zijn nu een 900-tal As 3-, Leader- en samenwerkingsprojecten te raadplegen via de webstek. Nieuwsbrief De nieuwsbrief van het Vlaams Ruraal Netwerk werd in 2014 in een nieuw kleedje gestoken. Het aantal pagina’s verdubbelde, waardoor nu driemaandelijks acht pagina’s leesvoer wordt aangeboden. Aangezien 2014 een overgangsjaar was, werd gekozen om niet te werken met een centraal thema in de nieuwsbrieven. In elke nieuwsbrief werd wel telkens een interview met een jonge landbouwer opgenomen. Ook de komende activiteiten van het Vlaams Ruraal Netwerk stonden aangekondigd. Het aantal abonnementen op deze nieuwsbrieven kende in 2014 een stijging met zowat 180 extra geïnteresseerden (met een voorkeur voor de digitale versie van de nieuwsbrief). Dit komt vooral doordat we de bezoekers van onze website sinds 2012 de mogelijkheid hebben aangeboden om online in te schrijven. Maar ook onze rondgang bij de stakeholders in het voorjaar van 2014 en de organisatie van de GLB-infosessies kunnen bijgedragen hebben tot deze stijging.

pagina 16 van 105


Andere publicaties In 2014 heeft het Vlaams Ruraal Netwerk een Engelstalige brochure uitgebracht met de winnaars en genomineerden van de wedstrijd Prima Plattelandsproject, editie 2013. In samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) heeft het Vlaams Ruraal Netwerk een nota opgemaakt met leestips en links rond de mogelijke verbanden tussen LEADER en de andere maatregelen binnen PDPO III. In het najaar van 2014 werd gestart met de opmaak van de brochure over PDPO III. In deze brochure worden de PDPO III-maatregelen toegelicht, met verwijzing naar de betrokken diensten voor meer informatie. Ook wordt het kader geschetst waarbinnen het programma tot stand is gekomen, aangevuld met de structuur van PDPO III, en nuttige contactgegevens. Communicatie- en promotiemateriaal Volgend materiaal werd aangekocht: 2.500 kunststof borden, 35 verschillende infofiches (in totaal 55.375 exemplaren), 2.800 mapjes 2.500 folders met de communicatieverplichtingen voor PDPO-begunstigden, twee Nederlandstalige en twee Engelstalige banners. Andere communicatie Het Vlaams Ruraal Netwerk verspreidde persberichten bij de organisatie van een aantal externe evenementen. Deze werden meestal opgenomen door de vakpers. Daarnaast was het Vlaams Ruraal Netwerk ook aanwezig op diverse studiedagen georganiseerd door derden. Hiervan werd in de mate van het mogelijke verslag uitgebracht op de website. 3.5.2.3 Transnationale ondersteuning Het Vlaams Ruraal Netwerk ondersteunt de transnationale werking van de maatregelen van het PDPO II op verschillende manieren en niveaus (als actief lid, als co-organisator of als deelnemer) en daarnaast beantwoordt het Vlaams Ruraal Netwerk ad hocvragen. In 2014 werden geen buitenlandse delegaties ontvangen. Wat Europese vergaderingen betreft, nam het Vlaams Ruraal Netwerk eerst en vooral in eigen naam en als Belgisch aanspreekpunt deel aan de bijeenkomst van het Leader Subcommittee (3 juni) van het European Network for Rural Development (ENRD). Ook op de bijeenkomsten van het Coordination Committee (28 januari, 3 juni) was het Vlaams Ruraal Netwerk aanwezig. In het verlengde hiervan werkte het Vlaams Ruraal Netwerk actief mee aan verschillende workshops en seminaries: Virtual meeting “Transition” (9 januari), “Towards a successful implementation of the new programming period” (29 januari), “Expert Group for Rural Development” (30 januari), “ENRD Seminar on Communicating Rural Development” (3 en 4 maart), “6 Years of Connecting Rural Europe: Learning from the past – Preparing for the future” (2 juni). Daarnaast werkte het Vlaams Ruraal Netwerk actief mee aan de bijeenkomsten van de Nationale Rurale Netwerken. In 2014 hebben de Nationale Rurale Netwerken twee maal vergaderd (in mei (Verenigd Koninkrijk) en november (Brussel)). Het Vlaams Ruraal Netwerk heeft ook in 2014 diverse malen overlegd met de Waalse collega’s. Naast het afstemmen van de activiteiten werd een gezamenlijke excursie voor de Vlaamse en Waalse Plaatselijke Groepen georganiseerd (zie hoger). Aansluitend zocht het Vlaams Ruraal Netwerk in 2014 naar een actievere samenwerking met de communicatiediensten van EFRO en ESF, in het kader van het toekomstige partnerschap vanaf 2014 en de nood aan een gezamenlijke uitwerking van de Europese fondsen – Vlaamse huisstijl.

pagina 17 van 105


Tenslotte was het Vlaams Ruraal Netwerk aanwezig op diverse binnen- en buitenlandse overlegmomenten en conferenties. In 2014 nam het Vlaams Ruraal Netwerk ook deel aan alle overlegmomenten (zowel op Europees, federaal als Vlaams en provinciaal niveau) rond het nieuwe GLB en de toepassingen binnen de provincies en Plaatselijke Groepen/regio’s. Hierbij werden presentaties gegeven en werden de plannen uiteen gezet op vraag van de stakeholders.

3.6 VOORLICHTING EN PUBLICITEIT De algemene communicatie over het programma gebeurt door de CCEP in samenwerking met het Vlaams Ruraal Netwerk. De specifieke communicatie over de voorwaarden en toepassing van de verschillende maatregelen naar de potentiële begunstigden toe gebeurt door de beheersdienst die voor de betrokken maatregel bevoegd is. Gezien PDPO II op zijn einde liep heeft de CCEP het communicatieplan in 2014 niet geactualiseerd. De webpagina PDPO II binnen de website van het Beleidsdomein Landbouw en Visserij (www.vlaanderen.be/pdpo) werd onderhouden. Via deze webpagina kunnen het volledige programmadocument en het nationaal strategieplan geraadpleegd worden. Op de webpagina kan men doorklikken naar de webpagina’s van de afzonderlijke maatregelen, evaluatie en communicatieverplichtingen voor begunstigden. Er zijn ook links naar de website van de Europese Commissie, naar het Vlaams Ruraal Netwerk, … In 2014 was de communicatie, zowel van CCEP als van het Vlaams Ruraal Netwerk, voornamelijk gefocust op de volgende programmaperiode. Enerzijds voorzag CCEP in opleiding en begeleiding van de beheersdiensten voor de uitrol van PDPO III. Anderzijds vonden – in samenwerking met het Vlaams Ruraal Netwerk - veel communicatieacties plaats voor het grote publiek rond het nieuwe PDPO en het nieuwe GLB in het algemeen. Een beschrijving van de communicatieactiviteiten van het Vlaams Ruraal Netwerk wordt gegeven in 3.5.2.

pagina 18 van 105


4 ONGOING EVALUATIE 4.1 WETTELIJKE BEPALINGEN PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 82, 2 d)

Een beknopt overzicht van de werkzaamheden op het gebied van de evaluatie tijdens de uitvoering overeenkomstig artikel 86, lid 3 Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 13

1. Voor het eerst in 2010 en uiterlijk op 1 oktober van elk tweede jaar dient elke lidstaat bij de Commissie een samenvattend verslag in dat betrekking heeft op de bij de uitvoering van zijn nationale strategie en doelstellingen geboekte vooruitgang en op de bijdrage van die strategie en doelstellingen aan de verwezenlijking van de communautaire strategische richtsnoeren. Het laatste samenvattende verslag wordt uiterlijk op 1 oktober 2014 ingediend. 2. In dat verslag worden de in artikel 82 bedoelde jaarverslagen van de vorige jaren over de uitvoering samengevat en worden met name beschreven: a) de output en de resultaten van de programma’s voor plattelandsontwikkeling op basis van de in het nationale strategische plan gedefinieerde indicatoren; b) voor elk programma, de resultaten van de evaluatietijdens de uitvoering.

4.2 INLEIDING De evaluatie tijdens de programmaperiode of “ongoing evaluation” omvat alle evaluatiewerkzaamheden uitgevoerd in de loop van het programma. Daarbij gaat het zowel om ex ante, mid term en ex post evaluatie als om alle andere evaluatieactiviteiten die nuttig zijn voor het verbeteren van het programmabeheer. Hieronder vallen eveneens de interactie tussen evaluatieactiviteiten, het ontwikkelen en verfijnen van indicatoren en de gegevensverzameling. Voor een uitgebreidere inleiding wordt verwezen naar het Jaarverslag 2007 en naar de richtsnoeren van de Europese Commissie (Europese Commissie, 2006). De coördinatie van de monitoring- en evaluatieactiviteiten gebeurt door de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij en wordt gedeeltelijk gefinancierd via technische bijstand. Deze opdracht wordt omschreven in het hoofdstuk “monitoring van het PDPO” van het Programmadocument voor Plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013. Vanaf het begin van de programmaperiode werd een systeem opgezet voor de permanente evaluatie van PDPO II. Op basis van onder andere informatie uit het European Evaluation Network for Rural Development (EENRD), en aanbevelingen uit de ex post evaluatie van PDPO I en de ex ante evaluatie van PDPO II werd een evaluatieplanning opgemaakt. De afdeling Monitoring en Studie organiseerde op regelmatige basis intern overleg met alle betrokkenen bij PDPO II om de planning op te volgen en zo nodig bij te sturen. Over de stand van zaken van de evaluatiestudies tijdens de uitvoering werd gerapporteerd tijdens de vergaderingen van het Uitvoeringscomité.

pagina 19 van 105


4.3 EVALUATIEACTIVITEITEN 4.3.1 Uitbestede studies Risicoperceptie, attitude ten opzichte van risico en risicomanagement in de Vlaamse landbouw. Resultaten op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk ILVO en de Universiteit Hasselt (het onderzoeksconsortium ARAMIS met de steun van IWT) samen met de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij hebben een grootscheepse enquête uitgevoerd bij alle landbouwers van het Vlaamse Landbouwmonitoringsnetwerk, om te weten welke risico’s de landbouwers zelf ervaren en hoe zij denken deze te kunnen beheren. http://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/publicaties/studies/2014/risicoperceptie-attitude-tenopzichte-van-risico-en.

4.3.2 Studies uitgevoerd binnen de administratie Strategisch monitoringsrapport 2014 Tweejaarlijks dient een nationaal strategisch monitoringsverslag opgemaakt te worden door de lidstaten (artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1698/2005). België diende in oktober 2014 het derde verslag in. Het strategisch monitoringsrapport geeft een overzicht van de voortgang van de strategie voor plattelandsontwikkeling voor België. In het rapport wordt de voortgang van zowel het Waalse als het Vlaamse programma besproken aan de hand van indicatoren, de respectievelijke strategische doelstellingen, de evaluatieactiviteiten en de coördinatie van het programma. Het rapport kan geraadpleegd worden via volgende link: http://lv.vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/2014_strategisch_monitoringsrapport_belgie.pdf. Innovatie in de Vlaamse land- en tuinbouw. Resultaten 2014 van het Landbouwmonitoringsnetwerk Om een beter zicht te krijgen op innovatie in de Vlaamse land- en tuinbouw organiseerde de studiedienst van het Departement Landbouw en Visserij in maart 2014 een enquête bij de deelnemers aan het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN), een representatieve steekproef van een 750-tal land- en tuinbouwbedrijven. Het rapport kan hier geraadpleegd worden: http://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichtinginfo/publicaties/studies/innovatie-en-toekomst/innovatie-de-vlaamse-land-en-tuinbouw . De biologische landbouw in Vlaanderen. Stand van zaken 2013 Het biorapport 2013 geeft een actueel overzicht van de biolandbouw in Vlaanderen. Het presenteert de belangrijkste kengetallen van de biologische landbouw, plaatst de Vlaamse situatie in een Europese context, analyseert de overheidsuitgaven en schat de omvang van de sector in. Ook de PDPOhectaresteun biologische landbouw wordt besproken. Het rapport is na te lezen op http://lv.vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/de_biologische_landbouw_in_2013.pdf . Bio als leraar voor en leerling van gangbare landbouw. (H)ordes in leren bij landbouwers en onderzoekers Landbouw duurzamer maken, vereist (systeem)innovaties. Dit rapport gaat vanuit het theoretisch kader over leren in ordes na hoe de pioniersrol versterkt kan worden die biologische landbouw heeft in de verduurzaming van de landbouw. Op basis van tien interviews licht het rapport toe waar er verbeteringen mogelijk zijn in de kennisverspreiding en –communicatie om landbouwers efficiënter te laten werken. Daarnaast staat het ook stil bij hoe de kennisuitwisseling tussen beide landbouwsystemen te verbeteren is, hoe de context een invloed heeft op het omschakelingsproces naar biologische

pagina 20 van 105


landbouw en hoe het leertraject van biologische landbouwers verloopt. Meer informatie op http://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/publicaties/studies/2014/bio-als-leraar-voor-en-leerling-vangangbare-landbouw. Kort maar krachtig: samenwerking bij logistiek in de korte keten Dit rapport heeft als doel om in kaart te brengen hoe men via samenwerking het product zo efficiënt mogelijk bij de consument kan krijgen in de korte keten. Dat betekent echter niet dat er één sleutelformule is voor logistieke samenwerking. Integendeel, het gaat vaak om maatwerk. Gezien de rijke literatuur en voorraad aan case studies beogen we voornamelijk de versnipperde kennis samen te brengen door een overzicht te bieden van de literatuur, lopende en afgelopen projecten, case studies en de belangrijkste aanbevelingen, belicht vanuit logistiek standpunt. Vanuit al die verzamelde kennis komt het rapport tot een praktisch hanteerbare checklist. http://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichtinginfo/publicaties/studies/2014/kort-maar-krachtig-samenwerking-bij-logistiek-de-korte Schaalgrootte en schaalvergroting in de Vlaamse land- en tuinbouw Omdat het schaalvergrotingsproces op termijn de structuur van de Vlaamse land- en tuinbouw sterk beïnvloedt, beschrijft het Departement Landbouw en Visserij de fenomenen schaalgrootte en schaalvergroting. Het rapport brengt het begrip schaalvergroting in kaart, o.a. door het formuleren van definities, het bepalen van maatstaven en het beschrijven van de verschillen met gerelateerde processen zoals specialisatie en intensivering. Vervolgens gaat het rapport dieper in op de diverse drijvende en remmende krachten die het schaalvergrotingsproces beïnvloeden. Er is daarbij speciale aandacht voor de effecten van overheidsbeleid. Schaalgrootte – de omvang van bedrijven op een bepaald punt in de tijd – komt aan bod in het derde deel van het rapport. Het vierde deel beschrijft vervolgens het schaalvergrotingsproces. http://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichtinginfo/publicaties/studies/sectoren/schaalgrootte-en-schaalvergroting-de-vlaamse-land-en

4.3.3 Andere Natuurrapport 2014 (NARA) In het Natuurrapport 2014 beschrijft het INBO de toestand en trend van ecosystemen en ecosysteemdiensten in Vlaanderen. Ecosysteemdiensten zijn de voordelen die de maatschappij van de natuur – van ecosystemen – ontvangt, zoals voedselproductie, klimaatregulatie, bestuiving door insecten, bescherming tegen overstromingen, luchtzuivering of groene ruimte voor recreatie. Het rapport is in de eerste plaats een inventarisatie van bestaande kennis en informatie, die via een gemeenschappelijk kader van ecosysteemdiensten gepresenteerd wordt. Als naslagwerk over ecosysteemdiensten biedt het een kennisbasis voor een ecosysteembenadering van de open ruimte. Het rapport en achtergronddocumenten zijn te raadplegen via www.nara.be.

4.4 NETWERKACTIVITEITEN Vlaanderen nam deel aan de bijeenkomsten van het “Expert Committee on Evaluation of Rural Development Programmes” op 18 maart en 17 juni 2014 in Brussel. Op de vergaderingen werd zowel de huidige programmaperiode besproken als de volgende programmaperiode voorbereid. Ook schriftelijk reageerde Vlaanderen op de aangeleverde documenten.

pagina 21 van 105


Ter voorbereiding van de monitoring en evaluatie van zowel pijler I als pijler II in de nieuwe programmaperiode, werd een nieuwe “Expert Group Monitoring and Evaluating the CAP� opgericht. Vlaanderen nam deel aan de bijeenkomsten op 9 januari en 14 oktober 2014. Ter voorbereiding van PDPO III werd in 2014 regelmatig overleg georganiseerd met de beheersdiensten over de toekomstige monitoring- en evaluatieactiviteiten. Enerzijds werd de monitoring van de verschillende maatregelen op punt gesteld en afgestemd op de Europese monitoringvereisten. Anderzijds werd het evaluatieplan in detail uitgewerkt. Dat resulteerde in een nota waarin de verschillende activiteiten worden omschreven en gepland in de rest van de programmaperiode.

pagina 22 van 105


5 FINANCIËLE INDICATOREN 5.1 INLEIDING De monitoring van de uitvoering van PDPO II creëerde ook in 2014 heel wat cijfermateriaal. In de indicatorentabellen, bijgevoegd in bijlage 3, zijn die cijfers samengebracht. De indicatoren zijn alle input-, output- en resultaatindicatoren die volgens de plattelandsverordening deel moeten uitmaken van het jaarverslag. In dit hoofdstuk worden de financiële indicatoren besproken. In de volgende hoofdstukken wordt per maatregel een selectie van de output- en resultaatindicatoren behandeld. Opmerking: Het verschil tussen de bedragen van de tabel G5 van bijlage 3 en de bedragen in de tabellen per maatregel in het vervolg van dit rapport kan tot 5 euro bedragen. Deze afwijkingen zijn te verklaren door afrondingsverschillen. De afronding door de Europese Commissie (in de Excel-tabellen in bijlage) gebeurt immers niet op dezelfde manier als de afronding door de beheersdiensten bij het indelen van de uitgaven in de gevraagde categorieën voor de monitoring. Voor de opvolging van de betalingen in het kader van de PDPO-monitoring wordt gebruik gemaakt van de “jaarrekening” en niet van het Structural Funds Common System (SFC). De reden hiervoor is dat de jaarrekening gebaseerd is op de correcte detailinformatie, waarop ook de beheersdiensten zich baseren. Het Betaalorgaan verklaart de verschillen tussen de jaarrekening en het SFC als volgt: “Het betreft afrondingsverschillen door de eenmalige berekening van het Europees deel van uitgevoerde

betalingen in de SFC-declaratie per maatregel, terwijl dit bij het Betaalorgaan per individuele betaling aan de landbouwer wordt berekend.”

Concreet voorbeeld: als een landbouwer 50,55 euro overheidssteun krijgt aan een cofinancieringspercentage van 50%, dan is het Europees aandeel in de boekhouding van het Betaalorgaan gelijk aan 50,55 * 0,5 = 25,275 euro of afgerond op twee decimalen 25,28 euro. Het Vlaams aandeel is bijgevolg 25,27 euro (namelijk de totale overheidssteun min het Europese deel). Een dergelijke afronding gebeurt in SFC maar één keer voor alle uitgaven van een maatregel, waar die door het Betaalorgaan bij elke individuele betaling op de maatregel gebeurt. Gecumuleerd verklaren deze afrondingen dan ook het verschil tussen de boekhouding van het Betaalorgaan en de SFC-declaratie.

5.2 WETTELIJKE BEPALINGEN PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 82, 2 c)

De financiële uitvoering van het programma, waarbij per maatregel een overzicht van de uitgaven voor betalingen aan begunstigden wordt gegeven; indien het programma geldt voor regio’s die onder de convergentiedoelstelling vallen, moeten de uitgaven voor die regio’s afzonderlijk worden vermeld Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 82, 2 g)

In voorkomend geval, het hergebruik van steun die overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 is teruggevorderd Verordening (EG) nr. 1698/2005, artikel 82, 2 b)

De aan de hand van output- en resultaatindicatoren aangegeven vorderingen met het programma in het licht van de vastgestelde doelstellingen

pagina 23 van 105


5.3 FINANCIËLE INDICATOREN 5.3.1 Overzicht uitgaven 2014 In totaal werd in 2014 43.726.181 euro uitgegeven binnen het PDPO II (inclusief top-up en uitgaven in het kader van de Health Check en het Economisch Herstelplan). Daarvan ging 466.835 euro naar technische bijstand. De totale uitgaven in 2014 zijn meer dan 8 miljoen euro lager dan in 2013. Dat heeft te maken aan het aflopen van de PDPO II-programmaperiode en de overgang naar PDPO III (cfr. infra). Cumulatief werd tot en met 2014 739.347.015 euro aan subsidies uitbetaald, wat neerkomt op 98% van de geplande uitgaven voor de ganse programmaperiode. Tabel 2 toont de uitgaven in de periode 2007-2014. Tabel 2 Publieke (Europese + Vlaamse) uitgaven 2007-2014 per as, inclusief top-up, Health Check en Economisch Herstelplan As 1 As 2 As 3 As 4 Totaal zonder technische bijstand Technische bijstand Totaal inclusief technische bijstand

Totale uitgaven 2007-2014 (euro) 462.496.473 171.558.088 68.016.015 33.738.953 735.809.529 3.537.486 739.347.015

Figuur 1 geeft een overzicht van de totale publieke uitgaven in 2014 aan de verschillende assen (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) en de technische bijstand. 31% van de uitgaven werd besteed in As 1, 45% in As 2, 10% in As 3 en 13% in As 4. Figuur 2 geeft een overzicht van de totale publieke uitgaven in de periode 2007-2014 aan de verschillende assen (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) en de technische bijstand. 63% van dat bedrag is uitgegeven binnen As 1, 23% binnen As 2, 9% binnen As 3 en 5% binnen As 4. Figuur 3 geeft de Europese uitgaven in 2014 weer (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan). Figuur 4 toont de Europese uitgaven in de periode 2007-2014 (eveneens inclusief Health Check en Economisch Herstelplan). Figuur 5 toont de Europese uitgaven in de periode 2007-2014, zonder Health Check en Economisch Herstelplan. 62% van die uitgaven werd besteed binnen As 1, 25% binnen As 2, 7% binnen As 3 en 5% binnen As 4.

pagina 24 van 105


Technische bijstand; 466.835; 1%

As 4; 5.781.193; 13%

As 1; 13.490.593; 31% As 3; 4.274.183; 10%

As 2; 19.713.377; 45%

Figuur 1 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II As 4; 33.738.953; 5%

Technische bijstand; 3.537.486; 0%

As 3;

68.016.014; 9%

As 2; 171.558.088; 23%

As 1; 462.496.474; 63%

Figuur 2 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II

pagina 25 van 105


Technische bijstand; As 4; 1.734.358; 13%

233.418; 2%

As 1; 4.678.586; 35%

As 3; 1.395.746; 10%

As 2; 5.487.146; 40%

Figuur 3 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II As 4; 10.121.687; 4%

Technische bijstand; 1.768.744; 1%

As 3; 26.577.232; 11%

As 2;

64.374.058; 26%

As 1; 144.281.686; 58%

Figuur 4 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II

pagina 26 van 105


As 3;

As 4; 10.121.687; 5%

Technische bijstand; 1.768.744; 1%

16.289.858; 7%

As 2; 55.721.868; 25%

As 1; 135.060.535; 62%

Figuur 5 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (exclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II.

Figuur 6 geeft een overzicht van de totale uitgaven in 2014, verdeeld over de verschillende PDPO IImaatregelen, waarbij de agromilieumaatregelen (AMM) op submaatregelniveau worden beschouwd (technische bijstand is niet in de figuur opgenomen). Budgettair gezien was de maatregel BO water met 15% van de totale uitgaven de grootste maatregel in 2014, gevolgd door LEADER lokale ontwikkelingsstrategieën (11%), opleiding (10%), investeringen in landbouwbedrijven (8%) en vestigingssteun voor jonge landbouwers (7%). De maatregelen die elk minder dan 4% van de totale uitgaven vertegenwoordigen, staan gegroepeerd in het rechtergedeelte van de figuur en zijn samen goed voor zo’n 32% van de totale uitgaven. Alle maatregelen die elk minder dan 1% van het totale bestede budget uitmaken, werden verzameld in de categorie “maatregelen < 1%”. Deze budgettair kleine maatregelen vertegenwoordigen samen 5% van de totale uitgaven in 2014.

pagina 27 van 105


Figuur 6 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economische Herstelplan, exclusief technische bijstand) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van PDPO II (Uitgaven lager dan 1% van het totaal werden samengebracht in de categorie “maatregelen < 1%”) (AMM = agromilieumaatregel, VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, BO = beheerovereenkomst)

Hierna volgt een bespreking van de uitgaven per as. Figuur 7 geeft een overzicht van de totale overheidsuitgaven in As 1 in 2014. Aan opleidingen in de landbouw werd 31% van het jaarbudget gespendeerd. De VLIF-maatregelen investeringen in landbouwbedrijven en vestiging van jonge landbouwers waren goed voor respectievelijk 25% en 23% van de uitgaven. In figuur 8 staan de totale overheidsuitgaven binnen As 2 weergegeven. In deze figuur zijn de uitdovende agromilieumaatregelen niet opgenomen. Het grootste deel (34%) van de As 2-uitgaven ging ook in 2014 naar de BO water. Daarna volgen de agromilieumaatregelen verwarringstechniek, BO perceelsrandenbeheer, BO kleine landschapselementen en BO erosiebestrijding. Figuur 9 geeft een overzicht van de uitgaven binnen Assen 3 en 4 in 2014. 47% van die uitgaven zijn toe te schrijven aan de LEADER-maatregel uitvoering van lokale ontwikkelingsstrategieën, 12% aan de maatregel dorpskernvernieuwing en –ontwikkeling en 11% aan de VLIF-maatregel diversificatiesteun.

pagina 28 van 105


123; 1.885.591; 14%

132; 136.366; 1%

133; 25.768; 0%

111A opleiding (cursussen, stages, korte vorming)

111A;

4.172.181; 31%

111C sensibiliseringsprojecten duurzame landbouw 112 vestiging van jonge landbouwers (VLIF) 114 bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers 121 investeringen in landbouwbedrijven (VLIF)

121; 3.322.430; 25% 111C;

208.078; 1%

123 verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten 132 deelname door landbouwers een voedselkwaliteitsregelingen

114;

693.043; 5%

112;

3.047.135; 23%

133 voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS

Figuur 7 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van As 1 (VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, BOB = Beschermde Oorsprongsbenaming, BGA = Beschermde Geografische Aanduiding, GTS = Gegarandeerde Traditionele Specialiteit)

pagina 29 van 105


Figuur 8 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van As 2. De uitdovende maatregelen zijn niet in de figuur opgenomen (AMM = agromilieumaatregel, BO = beheerovereenkomst, KLE = kleine landschapselementen)

pagina 30 van 105


431; 702.890; 7%

311; 1.123.338; 11%

421; 381.854; 4%

313;

311 diversificatiesteun (VLIF)

532.659; 5%

321; 246.784; 2%

313 bevordering toeristische activiteiten 321 basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking 322 dorpskernvernieuwing en ontwikkeling

322; 1.201.648; 12%

323 instandhouding en opwaardering landelijk erfgoed 331 intermediaire dienstverlening 413 lokale ontwikkelingsstrategieën

323;

664.973; 7%

413;

421 samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden 431 werking plaatselijke groepen

4.696.448; 47%

331; 504.781; 5%

Figuur 9 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van As 3 en As 4 (VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds)

In tabel 3 worden voor elke maatregel de overheidsuitgaven ten opzichte van de geplande overheidsuitgaven voor de gehele programmaperiode PDPO II weergegeven. In deze tabel is de top-up niet meegenomen. De extra budgetten van de Health Check en het Economisch Herstelplan zijn wel opgenomen, zowel in de reeds bestede als in de geprogrammeerde overheidsuitgaven. Tabel 3 Overzicht van de uitgaven (euro) in de periode 2007-2014 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven voor de programmaperiode PDPO II. Top-up is niet opgenomen. De bestede en geplande overheidsuitgaven zijn inclusief Health Check en Economisch Herstelplan.

Maatregelnummer en maatregel

111 – Beroepsopleiding, voorlichting en sensibilisering 112 – Vestiging van jonge landbouwers

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 114 – Bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006

ELFPO Overheidsuitgaven 2014 (euro)

Overheidsuitgaven cumulatief 2007-2014 (euro)

Geprogrammeerde overheidsuitgaven PDPO II (euro) ELFPO Totaal

Realisatie ELFPO (%)

ELFPO

Totaal

1.314.084

11.951.585

39.838.592

12.690.211

42.300.703

94,2

914.308

18.194.493

60.647.748

18.196.644

60.655.480

100,0

-11.671

8.261.317

27.537.168

207.913

3.464.683

11.548.944

3.682.962

12.276.540

94,1

68

1.886.116

6.287.045

pagina 31 van 105


121 – Investeringen in landbouwbedrijven

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 123 – Verhoging van de toegevoegde waarde van landen bosbouwproducten

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 125 – Infrastructuurontwikkeling

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 132 – Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen 133 – Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS Totaal As 1

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 212 – Betalingen aan landbouwers in andere gebieden met handicaps dan berggebieden 213 – Natura 2000-betalingen en betalingen in verband met Richtlijn 2000/60/EC (Kaderrichtlijn Water)

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 214 − Agromilieumaatregelen

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 216 – Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in kader van Kaderrichtlijn Water 221 – Bebossing van landbouwgronden

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 222 − Boslandbouwsystemen 227 – Niet-productieve investeringen in bossen

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 Totaal As 2

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006

pagina 32 van 105

999.503

106.720.375

341.244.972

106.992.274

341.626.053

99,7

-55.111

50.178.319

167.263.312

1.194.137

3.796.089

8.701.349

4.405.547

9.540.421

86,2

0

208.209

694.029

0

23.547

78.490

23.547

78.490

100,0

0

23.547

78.490

40.910

115.903

386.343

127.951

426.503

90,6

7.730

15.011

50.035

91.621

305.403

16,4

4.678.586

144.281.686

462.496.474

146.210.757

467.209.594

98,7

-66.714

60.557.508

201.860.044

84.509

588.052

1.247.108

636.808

1.273.616

92,3

70.276

786.401

1.631.758

816.931

1.633.862

96,3

0

335.423

672.201

4.539.002

60.413.036

130.313.717

60.954.319

121.908.638

99,1

-7.720

36.682.820

82.107.410

94.585

94.585

189.171

206.032

412.064

45,9

156.415

978.695

2.043.379

1.057.104

2.114.208

92,6

65.009

709.018

1.495.639

6.160

12.036

24.072

50.000

100.000

24,1

536.198

1.501.253

3.041.298

1.456.403

2.912.806

103,1

11.605

267.943

544.672

5.487.146

64.374.058

138.490.503

65.177.597

130.355.194

98,8

68.894

37.995.204

84.819.922


311 – Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 313 – Bevordering van toeristische activiteiten

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 321 – Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking 322 – Dorpskernvernieuwing en -ontwikkeling 323 – Instandhouding en opwaardering van het landelijke erfgoed

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 331 – Intermediaire dienstverlening (opleiding en vorming van ruraal ondernemerschap) Totaal As 3

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 413 – Lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit / diversificatie 421 – Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden 431 – Werking plaatselijke groepen Totaal As 4 Technische bijstand

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006 TOTAAL

Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr. 1320/2006

450.493

17.649.765

38.257.795

17.790.576

38.446.656

99,2

-3.589

1.928.301

6.427.672

159.798

1.912.252

6.374.173

2.105.143

7.017.143

90,8

0

591.227

1.970.760

74.035

1.180.556

3.935.187

1.363.310

4.544.367

86,6

360.494

2.731.845

9.106.149

3.072.493

10.241.643

88,9

199.492

1.741.429

5.804.762

2.712.291

9.040.970

64,2

0

95.625

318.749

151.434

1.361.385

4.537.949

1.509.079

5.030.263

90,2

1.395.746

26.577.232

68.016.014

28.552.892

74.321.043

93,1

-3.589

2.615.153

8.717.181

1.408.934

8.429.166

28.097.216

10.430.948

34.769.827

80,8

114.556

253.621

845.403

375.000

1.250.000

67,6

210.867

1.438.900

4.796.334

1.577.211

5.257.370

91,2

1.734.358

10.121.687

33.738.953

12.383.159

41.277.197

81,7

233.418

1.768.744

3.537.486

1.893.414

3.786.828

93,4

0

165.740

331.480

13.529.253

247.123.407

706.279.429

254.217.819

716.949.855

97,2

-1.409

101.333.605

295.728.627

Leader (As 4) heeft een tragere opstart gekend dan de meeste andere maatregelen. In het begin van de programmaperiode werden de lokale ontwikkelingsstrategieën opgemaakt. Halverwege 2008 werden dan de secretariaten van de goedgekeurde PG’s opgericht, die vanaf dan kosten konden maken in het kader van maatregel 431. De eerste projectoproepen werden in het najaar van 2008 georganiseerd, waarvoor de projecten startten in 2009 en uitbetalingen pas daarna volgden. Bovendien hebben de promotoren na goedkeuring twee jaar tijd om de projecten uit te voeren en betalingsaanvragen in te dienen.

pagina 33 van 105


Maatregel 421 ging één jaar na goedkeuring van de PG’s van start (april 2009). De indiening van projecten verliep aanvankelijk niet zo vlot, omdat de Leadergroepen voorrang gaven aan de reguliere projecten (maatregel 413) en de dynamisering van het gebied (maatregel 431). Toch werd het budget van maatregel 421 tegen eind 2013 ingevuld door verschillende projecten, waarvoor de uitbetalingen nog lopen tot en met 2015. Een aantal maatregelen is nog maar enkele jaren in voege. Daaronder vallen maatregelen 133, 216 en 222. Als gevolg daarvan zijn er (nog) slechts beperkte uitgaven gedaan. Bovendien ging men er bij de opmaak van maatregel 133 nog van uit dat er meer BOB/BGA/GTS-producten in aanmerking zouden komen voor de subsidie. Tenslotte was ook de hoogte van de aangevraagde bedragen lager dan verwacht. Wat de vooruitzichten naar het einde van de programmaperiode toe betreft, zullen voor verschillende maatregelen nog uitgaven gebeuren tot eind 2015. Er zal in 2015 nog een laatste programmawijziging gebeuren, voor de optimalisatie van de ELFPO-middelen over de verschillende maatregelen. Dit zal telkens door middel van een programmawijziging type artikel 6, lid 1, c) van verordening 1974/2006 (met een maximale transfer van 3% tussen de assen). In principe kunnen PDPO II- (en PDPO I-)dossiers nog tot eind 2015 betaald worden met PDPO II-budget. Zodra het PDPO II-budget op is, wordt overgeschakeld op PDPO III-middelen, als dat in het PDPO IIIprogrammadocument is opgenomen in de overgangsmaatregelen (hoofdstuk 19). Deze uitgaven gebeuren aan het cofinancieringspercentage zoals bepaald in PDPO III en worden afzonderlijk geregistreerd in het controle- en beheerssysteem. Wat de goedkeuring van PDPO II-dossiers betreft, kunnen er nog tot eind 2015 PDPO II-dossiers worden goedgekeurd als er nog PDPO II-budget is en zolang er nog geen PDPO III-dossiers zijn goedgekeurd. Als er geen PDPO II-middelen meer zijn, kunnen er in de regel geen PDPO II-dossiers meer worden goedgekeurd. Uitzondering hierop zijn de maatregelen van As 1 en As 2, waarvoor nog tot 31 december 2014 nieuwe dossiers konden worden goedgekeurd. Tabel 4 geeft een overzicht van de top-up uitgaven in 2014 en in de periode 2007-2014. Tabel 4 Overzicht van de top-up overheidsuitgaven, inclusief binnen Health Check en Economisch Herstelplan

Maatregelnummer 214 221 Totaal

Maatregel

Agromilieumaatregelen Bebossing van landbouwgronden

Top-up overheidsuitgaven 2014 (euro)

Top-up overheidsuitgaven cumulatief 2007-2014 (euro)

8.747.374

33.067.585

0

10.380

8.747.374

33.077.966

In tabel 5 worden de uitgaven binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan weergegeven. Tabel 6 geeft de top-up uitgaven weer van maatregelen die genomen zijn binnen de Health Check en het Economisch Herstelplan. In totaal werd er in 2014 binnen het Health Checkprogramma en het Economisch Herstelplan 6.026.494 euro uitgegeven (inclusief top-up). Daarvan ging 23% naar As 1, 73% naar As 2 en 4% naar As 3.

pagina 34 van 105


Tabel 5 Overzicht van de uitgaven (euro) binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in de periode 2010-2014 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven. Top-up is niet meegenomen. Maatregelnummer

Maatregel

As 1: 121

Investeringen in landbouwbedrijv en Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproduct en Agromilieumaatregelen Investeringen mbt diversificatie van landbouwactiviteiten Totaal assen 1, 2 en 3

As 1: 123

As 2: 214 As 3: 311

Totaal

ELFPO Overheidsuitgaven 2014 (euro) 4.902

Overheidsuitgaven cumulatief 2010-2014 (euro)

Geprogrammeerde overheidsuitgaven PDPO II (euro) ELFPO Totaal 7.507.430 10.009.907

Realisatie ELFPO (%) 96,5

ELFPO 7.245.010

Totaal 9.660.011

1.047.432

1.976.141

2.634.854

2.572.368

3.429.824

76,8

2.183.175

8.652.189

17.304.102

9.000.000

18.000.000

96,1

189.152

10.287.374

13.716.497

10.427.632

13.903.509

98,7

29.507.430

45.343.240

95,4

3.424.661

28.160.714

43.315.464

Tabel 6 Overzicht van de top-up uitgaven binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in 2010-2014 Maatregelnummer

Maatregel

214

Agromilieumaatregelen

Top-up uitgaven 2014 (euro) 4.832

Top-up uitgaven cumulatief 20102014 (euro) 2.393.419

5.3.2 Terugvorderingen 2014 In 2014 werd in totaal 1.050.918 euro (waarvan 426.924 euro uit ELFPO) teruggevorderd voor de volgende maatregelen: -

64.585 euro (waarvan 19.124 euro uit ELFPO) voor maatregel 112 “vestiging van landbouwers”

-

400 euro (waarvan 120 euro uit ELFPO) voor maatregel 114 “bedrijfsadviessysteem”

-

409.830 euro (waarvan 130.577 euro uit ELFPO) voor maatregel 121 “investeringen in landbouwbedrijven”

-

13.775 euro (waarvan 6.888 euro uit ELFPO) voor maatregel 212 “vergoeding natuur buiten Natura 2000”

-

4.149 euro (waarvan 2.075 euro uit ELFPO) voor maatregel 213 “vergoeding natuur binnen Natura 2000”

-

502.917 euro (waarvan 247.315 euro uit ELFPO) voor maatregel 214 “agromilieumaatregelen”

-

1.038 euro (waarvan 519 euro uit ELFPO) voor maatregel 221 “bebossing van landbouwgronden”

-

1.540 euro (waarvan 770 euro uit ELFPO) voor maatregel 222 “eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen op landbouwgrond”

-

10.175 euro (waarvan 5.087 euro uit ELFPO) voor maatregel 227 “niet-productieve investeringen in bossen”

pagina 35 van 105


-

29.299 euro (waarvan 10.487 euro uit ELFPO) voor maatregel 311 “investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten”

-

62 euro (waarvan 19 euro uit ELFPO) voor maatregel 323 “instandhouding en opwaardering van het landelijke erfgoed”

-

13.148 euro (waarvan 3.944 euro uit ELFPO) voor maatregel 413 “lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit/diversificatie”

De teruggevorderde bedragen werden in mindering gebracht op de uitgaven, zodat de betrokken beheersdienst deze bedragen opnieuw kon gebruiken voor de betreffende maatregel.

pagina 36 van 105


6 INDICATOREN AS 1 – CONCURRENTIEVERMOGEN BOSBOUWSECTOR

VERBETERING VAN VAN DE LAND-

HET EN

6.1 OPLEIDING IN DE LANDBOUW (MAATREGEL 111-A) Outputindicatoren Onder deze maatregel vallen cursussen (starters- en vormingscursussen), stages en korte vorming. Onder “korte vorming” worden bijeenkomsten verstaan waarbij gedurende één tot drie uur een bepaald aspect van de landbouwsector onder leiding van een lesgever wordt uitgediept.

Cursussen en stages Tabel 7 geeft een overzicht van het aantal deelnemers, het aantal vormingsdagen en de uitgaven per cursusthema in 2014. Stages maken deel uit van de startersopleidingen en werden daarom bij de managementsopleidingen gerekend. De categorie “vaardigheden op management-, administratief en marketinggebied” was vorig jaar goed voor 34% van het totale aantal deelnemers, 58% van de vormingsdagen en 48% van de totale uitgaven. Aan de ICT-cursussen nam 25% van de cursisten deel en werd 14% van de vormingsdagen en 18% van de totale uitgaven besteed. De categorie “andere”, waarin zowel de cursussen aangaande sectorspecifieke technische thema’s als het aanleren van praktische vaardigheden zijn ingedeeld, was goed voor 40% van het aantal deelnemers, 27% van de vormingsdagen en 33% van de totale uitgaven. Tabel 7 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor cursussen en stages in 2014 Thema Vaardigheden op management-, administratief en marketinggebied ICT-opleiding Nieuwe technologische processen en machines / innovatieve benaderingen Nieuwe normen Productkwaliteit Landschapsbehoud en –verbetering en milieubescherming Andere (waaronder de uitgaven voor “sociale promotie”) Totaal

Aantal deelnemers

Aantal vormingsdagen

Totale uitgaven (euro)

1.664

15.568

1.210.781

1.213

3.738

446.052

0

0

0

0 0

0 0

0 0

73

311

23.857

1.979

7.190

822.794

4.929

26.807

2.503.483

De geslachts- en leeftijdsverdeling van de deelnemers wordt weergegeven in tabel 8. In totaal werden vorig jaar 4.929 niet-unieke deelnemers aan cursussen en stages geregistreerd. 41% van deze deelnemers was een vrouw en 48% was jonger dan 40 jaar. De 4.929 deelnemers bestonden uit 3.763 unieke deelnemers. Van die unieke personen was 38% een vrouw en 44% jonger dan 40 jaar. De voorbije jaren (2007-2014) namen 19.183 unieke personen deel aan de cursussen en stages. In de periode 2007-2013 waren dat er 16.592, wat betekent dat 2.591 personen in 2014 voor het eerst sinds de start van PDPO II een cursus gevolgd hebben. Van de 19.183 unieke deelnemers was 35% een vrouw en 51% jonger dan 40 jaar.

pagina 37 van 105


Tabel 8 Leeftijd en geslacht van (unieke) deelnemers aan cursussen en stages, 2007-2014

Niet-uniek 2014 Uniek 2014 Uniek 2007-2014

< 40 jaar 1.579 1.162 6.807

Aantal mannen ≥ 40 jaar 1.338 1.181 5.756

Totaal 2.917 2.343 12.563

< 40 jaar 806 510 3.009

Aantal vrouwen ≥ 40 jaar 1.206 910 3.611

Totaal Totaal 2.012 1.420 6.620

4.929 3.763 19.183

Korte vorming Tabel 9 geeft een overzicht van het aantal deelnemers, het aantal vormingsdagen en de uitgaven per thema voor de korte vorming in 2014. Met 81% van alle deelnemers, 80% van de opleidingsdagen en 80% van de totale uitgaven is de categorie “andere” de belangrijkste in 2014. In deze categorie worden korte vormingen over allerhande technische thema’s voor de verschillende landbouwsectoren ondergebracht. Aan de categorieën “vaardigheden op management, -administratief en marketinggebied” en “landschapsbehoud en –verbetering en milieubescherming” kunnen respectievelijk 9 en 7% van het aantal deelnemers worden toegewezen. Dat is vergelijkbaar met 2013. Tabel 9 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor korte vorming in 2014 Thema Vaardigheden op management-, administratief en marketinggebied ICT-opleiding Nieuwe technologische processen en machines/innovatieve benaderingen Nieuwe normen Productkwaliteit Landschapsbehoud en –verbetering en milieubescherming Andere Totaal

Aantal deelnemers

Aantal vormingsdagen

Totale uitgaven (euro)

12.904

3.421

163.399

2.405

694

55.794

390

65

1.595

2.120 441

577 73

15.808 2.780

11.322

2.288

90.289

122.519 152.101

29.119 36.236

1.339.033 1.668.698

Bij korte vormingssessies registreert men enkel het aantal deelnemers, zonder verdere persoonsgegevens. De man/vrouw-verhouding van de deelnemers wordt bepaald aan de hand van steekproeven. Daaruit leiden we af dat 31% van de deelnemers aan korte vorming in 2014 een vrouw was. De statistieken over leeftijd van de deelnemers aan korte vorming zijn gebaseerd op de landbouwtelling van de FOD Economie en wijzen erop dat zo’n 7% van de deelnemers jonger was dan 40 jaar. Resultaatindicatoren

Cursussen en stages In totaal werden in 2014 4.206 diploma’s en getuigschriften uitgereikt aan 3.087 unieke personen. 37% van die unieke deelnemers was een vrouw en 46% jonger dan 40 jaar. In de periode 2007-2014 werden in totaal 38.297 diploma’s en getuigschriften uitgereikt aan 16.607 unieke personen. Van die unieke personen was 35% een vrouw en 51% jonger dan 40 jaar.

Korte vorming Bij korte vorming wordt enkel het aantal deelnemers geregistreerd zonder verdere persoonsgegevens. Er wordt verondersteld dat de helft van de Vlaamse landbouwers (31.255 personen) minstens één maal in de volledige PDPO II-periode een korte vormingssessie volgt. Daar de onderwerpen van korte vorming dicht bij de praktijk staan, wordt aangenomen dat 100% van de deelnemers het geleerde ook in de

pagina 38 van 105


praktijk brengt. Dat cijfer stelt dan meteen het unieke aantal “succesvolle” deelnemers voor. De absolute cijfers van geslacht en leeftijd worden verkregen door dezelfde procentuele verdeling te gebruiken als bij de outputindicator. De man/vrouw-verhouding wordt dus bepaald aan de hand van steekproeven. Zo’n 31% van de deelnemers in 2014 was een vrouw. De statistieken over de leeftijd van de deelnemers zijn gebaseerd op de landbouwtelling van de FOD Economie. Bijna 7% van de deelnemers was jonger dan 40 jaar. Doelbereik Tabel 10 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In de periode 2007-2014 namen 50.438 unieke personen deel aan een opleiding. In totaal waren er 1.263.468 deelnemers die 503.471 dagen opleiding volgden. Tabel 10 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-A Opleiding Type indicator Output

Resultaat

Indicator Aantal unieke deelnemers aan opleidingen Aantal deelnemers aan opleidingen Totaal aantal dagen opleiding voor alle deelnemers Aantal unieke deelnemers die succesvol een opleiding hebben gevolgd

Doel PDPO II

Realisatie 20072014

Realisatiepercentage

41.800

50.4381

121%

1.358.000

1.263.468

93%

582.660

503.471

86%

40.500

47.8622

118%

6.2 SENSIBILISERINGSPROJECTEN DUURZAME LANDBOUW (MAATREGEL 111-C) Outputindicatoren In totaal namen 9.513 personen deel aan de acht demonstratieprojecten die in 2014 beëindigd werden en waarvoor de derde schijf werd uitbetaald. 67% van die deelnemers woonde een sensibiliseringsproject bij uit de categorie “landschapsbehoud en –verbetering en milieubehoud” en 33% van de deelnemers volgde een project rond “productkwaliteit”. Naar schatting 10% van alle deelnemers was een vrouw en 43% was jonger dan 40 jaar. Bij de meeste projecten werd naast de organisatie van demoactiviteiten, studiedagen en voordrachten ook schriftelijk gecommuniceerd, via brochures, artikels in de vakpers, enzovoort. Op die manier kon men naast de hier weergegeven participanten nog meer land- en tuinbouwers bereiken. In totaal werd in 2014 208.078 euro uitgegeven aan demoprojecten. In 2014 werden geen nieuwe projecten binnen het PDPO II-kader meer goedgekeurd. Resultaatindicatoren De resultaatindicator peilt naar het aantal deelnemers die het geleerde toepassen in de praktijk. Hiervoor kunnen geen resultaten worden doorgegeven op basis van de monitoringsgegevens.

1

19.183 unieke deelnemers aan cursussen en stages + 31.255 unieke deelnemers aan korte vorming = 50.438 unieke deelnemers in 2007-2014

2

16.607 unieke geslaagden cursussen en stages + 31.255 unieke geslaagden korte vorming = 47.862 unieke geslaagden in 2007-2014

pagina 39 van 105


Doelbereik Tabel 11 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In de periode 2007-2014 kwamen 107.973 deelnemers naar de demoprojecten, verspreid over 35.753 opleidingsdagen. Tabel 11 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-C Sensibiliseringsprojecten duurzame landbouw Type indicator Output

Resultaat

Indicator Aantal unieke deelnemers Aantal deelnemers Totaal aantal dagen opleiding voor alle deelnemers Aantal unieke deelnemers die succesvol een project hebben gevolgd

Doel PDPO II 12.600 106.000

Realisatie 20072014 11.5003,4 107.973

Realisatiepercentage 91% 102%

37.800

35.753

95%

7.560

NA4

NA

6.3 VESTIGING VAN JONGE LANDBOUWERS (MAATREGEL 112) Outputindicatoren In 2014 werden 94 nieuwe vestigingsdossiers goedgekeurd. Dat zijn er 158 minder dan in 2013. De voornaamste reden daarvan is dat er in 2013 een administratieve inhaalbeweging gemaakt is in de behandeling van de vestigingsdossiers en er in 2014 daarom minder dossiers in behandeling waren. Voor deze 94 goedgekeurde dossiers bedroegen de totale vestigingskosten (de som van de overheidssubsidie en de privébijdrage) 16,8 miljoen euro. Bijna 11% van de nieuwe vestigingen gebeurden in het kader van vervroegde pensionering, wat betekent dat de voorgaande bedrijfsleider tussen 55 en 64 jaar oud was. 21% van alle dossiers werd ingediend door een vrouw. Deze percentages zijn gelijkaardig aan die van de voorgaande jaren. In figuur 10 worden de in 2014 goedgekeurde vestigingsdossiers onderverdeeld per landbouwactiviteit. Figuur 11 toont hetzelfde voor de vestigingskosten van de goedgekeurde dossiers. Uit deze figuren blijkt dat de meeste dossiers betrekking hebben op gemengde, melkvee- en varkensbedrijven. De totale uitbetalingen met EU-cofinanciering in 2014 voor vestigingssteun bedroegen 3,047 miljoen euro. De totale uitgaven zijn lager dan de voorgaande jaren. Omdat PDPO II op zijn einde loopt, is het laatste PDPO II-budget in 2014 uitbetaald en is na uitputting daarvan rond oktober 2014 overgeschakeld op PDPO III-middelen. Met behulp van een GIS-applicatie werden de dossiers binnen Natura 2000-gebied enerzijds en binnen kwetsbaar gebied natuur anderzijds geografisch gelokaliseerd5. Een bedrijf wordt beschouwd als gelegen in Natura 2000-gebied respectievelijk LFA-gebied als meer dan 50% van de percelen in het desbetreffende gebied ligt. Van de dossiers goedgekeurd in 2014 is er één bedrijf gelegen in Natura 2000gebied én LFA-gebied, en één in Natura 2000-gebied. Van de totale overheidsuitgaven in 2014 ging 1% naar eerder goedgekeurde dossiers in Natura 2000-gebied en 1% naar eerder goedgekeurde dossiers in LFA-gebied.

De deelnemers aan demoprojecten worden niet individueel geregistreerd, er worden geen deelnemerslijsten bijgehouden. Het aantal unieke deelnemers is daarom een schatting gebaseerd op verslagen en de ervaring van verantwoordelijken bij de administratie. 3

Opmerking: er wordt verondersteld dat alle unieke deelnemers aan demoprojecten eveneens deelgenomen hebben aan de cursussen, stages en korte vormingen. Daarom wordt er in de monitoringtabellen (bijlage 3) enkel het cijfer van maatregel 111A vermeld. 4

In Vlaanderen komt LFA-gebied (Less Favoured Area) overeen met landbouwgrond gelegen in kwetsbaar gebied natuur waarop nulbemesting van toepassing is. Landbouwgrond in kwetsbaar gebied natuur waarop ontheffing van nulbemesting geldt, wordt dus niet meegerekend. 5

pagina 40 van 105


Andere; 2; 2%

Akkerbouwgewassen; 1; 1% Tuinbouw; 8; 9%

Fruitteelt; 6; 6%

Gemengd (akkerbouw/veeteelt); 38; 40%

Melkvee; 16; 17%

Graasdieren (excl. melkvee); 8; 9% Pluimvee; 1; 1% Varkens; 14; 15%

Figuur 10 Absolute en procentuele verdeling per landbouwsector van de in 2014 goedgekeurde vestigingsdossiers (aantal)

Andere; € 294.641 ; 2%

Akkerbouwgewassen; € 73.335 ; 0%

Tuinbouw; € 1.085.018 ; 7% Fruitteelt; € 1.015.852 ; 6%

Gemengd (akkerbouw/veeteelt); € 7.696.305 ; 46%

Melkvee; € 3.037.738 ; 18%

Graasdieren (excl. melkvee); € 1.225.786 ; 7%

Pluimvee; € 73.900 ; 0%

Varkens; € 2.341.337 ; 14%

Figuur 11 Absolute (euro) en procentuele verdeling per landbouwsector van de totale vestigingskosten van de in 2014 goedgekeurde vestigingsdossiers

pagina 41 van 105


Resultaatindicatoren Op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN), dat gegevens aanlevert aan het Europese Farm Accountancy Data Network (FADN), kan de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde (BrTW) van de gesteunde bedrijven berekend worden. Van de dossiers die in 2007 goedgekeurd werden (zowel PDPO Ials PDPO II-dossiers) zijn er zeven bedrijven opgenomen in het LMN in zowel boekjaar 2007 als boekjaren 2008, 2009, 2010, 2011, 2012 en 2013. De gezamenlijke BrTW van deze zeven landbouwbedrijven wordt weergegeven in figuur 12.

Gezamenlijke Bruto Toegevoegde Waarde (euro)

1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Figuur 12 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van LMN-bedrijven met een in 2007 goedgekeurd vestigingsdossier (AMS op basis van LMN)

Doelbereik Tabel 12 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 12 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 112 Vestigingssteun Type indicator Output Resultaat

Indicator Aantal gesteunde landbouwers Totaal investeringsvolume (euro) Bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro)

Doel PDPO II

Realisatie 2007-2014

1.400 280.000.000

1.114 198.501.515

Status quo

NA

Realisatiepercentage 80% 71% NA

De relatief lage realisatiegraad van de doelstellingen van de outputindicatoren in 2007-2014 is te verklaren doordat enkel dossiers ingediend en goedgekeurd onder PDPO II-regelgeving in beschouwing worden genomen en dat in de beginjaren van PDPO II nog heel wat dossiers ingediend onder PDPO Iregelgeving zijn goedgekeurd en hier niet meegeteld worden. Daar slechts voor een beperkt aantal bedrijven de bruto toegevoegde waarde gekend is en het complexe gegeven van BrTW niet in ĂŠĂŠn jaarlijks te actualiseren cijfer te vatten is, wordt in de indicatorentabellen (bijlage 3) geen cijfer doorgegeven.

pagina 42 van 105


6.4 BEDRIJFSADVIESSYSTEEM (MAATREGEL 114)

VOOR

LAND-

EN

TUINBOUWERS

Outputindicatoren Onder deze maatregel vallen zowel de bedrijfsadviezen conform de regelgeving van PDPO I (meer bepaald de milieumodule en het bedrijfsleidingsadvies) als de adviezen conform de regelgeving van PDPO II (wat verder het “nieuwe BAS” zal worden genoemd). Door de overgang naar de nieuwe programmaperiode, werden in 2014 geen nieuwe adviesaanvragen meer goedgekeurd. In de periode 2007-2014 kregen in totaal 3.759 unieke aanvragers een voorlopige goedkeuring van hun BAS-aanvraag. Voor 659 eerder goedgekeurde BAS-adviezen (nieuwe BAS) werd er in 2014 in totaal 692.818 euro uitbetaald. Ieder advies behandelde elk van volgende thema’s: milieu, arbeidsveiligheid, bedrijfsbeheer, volksgezondheid en gezondheid van planten en dieren, en dierenwelzijn. In 2014 werden nog drie dossiers uit de eerste programmaperiode (PDPO I) behandeld. Het betrof een dossier uit de milieumodule en twee dossiers uit de module bedrijfsleidingsadvies. In totaal werd 225 euro uitbetaald. Resultaatindicatoren Omdat er in het LMN geen landbouwbedrijven zijn opgenomen die deelnemen aan het BAS, werden er in het kader van de ongoing evaluatie in 2009 gegevens over de bruto toegevoegde waarde opgevraagd van commerciële boekhoudkantoren. In de mid term evaluatie werden deze data geanalyseerd. De evaluatoren moesten echter besluiten dat, op basis van de beschikbare gegevens, moeilijk een conclusie over de invloed van de verstrekte adviezen kan worden getrokken (IDEA Consult, 2010). Doelbereik Tabel 13 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tussen 2007 en 2014 kregen 7.098 unieke landbouwers een bedrijfsadvies. Tabel 13 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicator maatregel 114 Bedrijfsadviessysteem Type indicator Output Resultaat

Indicator Aantal gesteunde landbouwers6 Bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro)

Doel PDPO II 18.6347 Status quo

Realisatie 20072014 7.098 NA

Realisatiepercentage 38% NA

Vanaf de opstart van PDPOII werd de maatregel bedrijfadviessysteem op verschillende manieren gepromoot bij land- en tuinbouwers in Vlaanderen. Op nationale en regionale vakbeurzen werd de maatregel onder de aandacht van het publiek gebracht door middel van posters en folders over het bedrijfsadviessysteem. Op de website van het toenmalige Agentschap voor Landbouw en Visserij werd een hele pagina gewijd aan deze maatregel. Er werd jaarlijks een overleg georganiseerd met de erkende adviesdiensten. De constructieve wisselwerking tussen het beleidsdomein en de adviesdiensten heeft Het aantal gesteunde landbouwers wordt geïnterpreteerd als het aantal unieke landbouwers die in 2007-2014 een uitbetaling ontvingen voor milieumodule/bedrijfsleidingsadvies of die een aanvraag in eerste fase hebben ingediend voor het nieuwe BAS. 6

Deze doelstelling omvat zowel dossiers van PDPO I- als dossiers van PDPO II-regelgeving, goedgekeurd en uitbetaald in de periode 2007-2014. In de monitoringtabellen in bijlage 3 zijn enkel de uitbetaalde dossiers van het nieuwe BAS vervat. De doelstelling voor die nieuwe BAS-dossiers bedraagt 11.900 gesteunde landbouwers in de periode 2007-2014. 7

pagina 43 van 105


ervoor gezorgd dat de maatregel doorheen de programmaperiode continu werd verbeterd. Desondanks bovenstaande inspanningen heeft de maatregel niet het verwachte aantal landbouwers bereikt. Een deel van de verklaring kan liggen in de wijziging aan de maatregel die begin 2010 werd doorgevoerd. Ten eerste werd toen bepaald dat tussen twee overeenkomsten voor advies geen twee maar drie jaar moet zitten. Ten tweede werd het subsidiepercentage voor een tweede advies teruggebracht van 80% naar 40% van de advieskost. Beide wijzigingen kunnen ertoe geleid hebben dat een aantal landbouwers minder geneigd was een tweede advies aan te vragen.

6.5 INVESTERINGEN IN LANDBOUWBEDRIJVEN (MAATREGEL 121) Outputindicatoren In 2014 werden 2.156 nieuwe dossiers goedgekeurd. Dat zijn er 777 minder dan vorig jaar. Dat is als volgt te verklaren. Door de uitputting van de PDPO II-middelen moest hiervoor in 2014 het volledige steunbedrag budgettair Vlaams worden vastgelegd als staatssteun (i.p.v. 70% zoals in PDPO II) bij een gelijkblijvend Vlaams budget. Met dit zelfde budget werden ook nog correcties op de in 2013 toegekende steun doorgevoerd (70% vastgelegd, maar 100% Vlaams uit te betalen). Figuur 13 toont de verdeling van de nieuwe dossiers over de verschillende bedrijfstypen. 35% van de goedgekeurde investeringsdossiers werd ingediend door een gemengd bedrijf, 23% door een melkveebedrijf en 14% door een tuinbouwbedrijf. Die verdeling is gelijkaardig aan vorige jaren. Zoâ&#x20AC;&#x2122;n 28% van de dossiers werd ingediend door een rechtspersoon en 72% door een natuurlijk persoon. Van de dossiers ingediend door een natuurlijk persoon was de aanvrager in 7% van de gevallen een vrouw en in 34% van de gevallen jonger dan 40 jaar. Het totale investeringsvolume van deze 2.156 dossiers, dat de som is van de overheidssubsidie en de privĂŠbijdrage, bedraagt 313 miljoen euro. Figuur 14 geeft een overzicht van het investeringsvolume per bedrijfstype. Het grootste investeringsvolume kwam van gemengde bedrijven (29%), gevolgd door de melkveebedrijven (18%) en de varkens- en tuinbouwbedrijven (elk 12%). Wat de types investeringen betreft, was 82% van het totale investeringsvolume bestemd voor investeringen in gebouwen en 15% voor de aankoop van machines. 1,2% van de 2.156 goedgekeurde dossiers betrof een biologisch landbouwbedrijf. 0,7% van de goedgekeurde investeringsdossiers betrof een investering voor het produceren van een nieuw product. 18% van de dossiers kon gezien worden als een investering voor een nieuwe techniek. De lijst met nieuwe producten en technieken werd geactualiseerd en is weergegeven in tabel 14. Met behulp van een GIS-applicatie werden de dossiers binnen Natura 2000-gebied enerzijds en binnen kwetsbaar gebied natuur anderzijds geografisch gelokaliseerd8. Een bedrijf wordt beschouwd gelegen te zijn in Natura 2000-gebied respectievelijk LFA-gebied als meer dan 50% van de percelen in het desbetreffende gebied ligt. Van de investeringsdossiers goedgekeurd in 2014 zijn er 92 bedrijven gelegen in Natura 2000-gebied en drie in LFA-gebied. Van de totale overheidsuitgaven in 2014 ging 5% naar eerder goedgekeurde dossiers in Natura 2000-gebied.

In Vlaanderen komt LFA-gebied (Less Favoured Area) overeen met landbouwgrond gelegen in kwetsbaar gebied natuur waarop nulbemesting van toepassing is. Landbouwgrond in kwetsbaar gebied natuur waarop ontheffing van nulbemesting geldt, wordt dus niet meegerekend. 8

pagina 44 van 105


Andere; 77; 4%

Akkerbouw; 69; 3% Tuinbouw; 297; 14%

Gemengde bedrijven; 762; 35%

Fruitteelt; 152; 7%

Melkvee; 498; 23% Pluimvee; 56; 3% Varkens; 129; 6%

Graasdieren (excl. melkvee); 116; 5%

Figuur 13 Absolute en procentuele verdeling van het aantal goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes, 2014 Andere; 14.207.184; 5%

Akkerbouw; 8.561.953; 3% Tuinbouw; 37.671.586; 12%

Gemengde bedrijven; 91.497.883; 29%

Fruitteelt; 19.438.000; 6%

Melkvee; 56.621.208; 18%

Pluimvee; 31.494.970; 10% Varkens; 38.575.892; 12%

Graasdieren (excl. melkvee); 15.273.665; 5%

Figuur 14 Absolute (euro) en procentuele verdeling van het investeringsvolume van de in 2014 goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes

pagina 45 van 105


In 2014 werd 3,3 miljoen euro uitbetaald (met EU-cofinanciering) aan investeringen die in 2014 of vorige jaren werden goedgekeurd. De totale overheidsuitgaven zijn, net zoals in 2013, veel lager dan de voorgaande jaren. Omdat PDPO II in 2014 ten einde liep, en de PDPO II-middelen voor deze maatregel nagenoeg volledig uitgeput waren, werd voor de uitbetalingen overgeschakeld op staatssteun, zoals aangemeld bij de Europese Commissie. Vanaf eind 2014 werden PDPO III-middelen aangesproken. Tabel 14 Lijst van investeringen die beschouwd worden als nieuwe techniek of nieuw product Beschrijving VLIF-investering Bijzondere plantaardige productie Hoeveproducten andere (gebouwen) Hoeveproducten andere (materieel) Hoevevlees (gebouwen) Hoevevlees (materieel) Hoevezuivel (gebouwen) Hoevezuivel (materieel) Nieuwe fruitvariëteiten Teelt aromatische/medicinale planten AEA-biggenstal AEA-fokvarkensstal (alle categorieën) AEA-kraamstal AEA-legkippenstal met verrijkte kooien AEA-legkippenstal met volière- of grondhuisvesting AEA-moederdierenstal AEA-opfokpoeljenstal met grond- of volièrehuisvesting AEA-opfokpoeljenstal verrijkte kooi AEA-opfokstal voor slachtkuiken(groot)ouderdieren AEA-Vleeskuikenstal AEA-vleesvarkensstal AEA-zeugenstal Afkalfdetectie Afstrooimachine Ander energiescherm Automatisering en sturing Bakkenvuller Bijzondere dierlijke productie (slakken, insecten, larven, …) Bouwen/(her)herinrichten konijnenstal met parkhuisvesting Buffertafel Draaitafel Erosieploeg Geautomatiseerde champignonplukmachine Geavanceerde spuitmachine Geur- en stofbestrijding GPS Halsbanden voor koeherkenning Herinrichten legkippenstal met verrijkte kooien Herinrichten legkippenstal met volière- of grondhuisvesting Herinrichten zeugenstallen met groepshuisvesting Hydrokoeling Inpotmachine - oppotmachine (mobiel) Inpotmachine - oppotmachine (vaste constructie) Installaties voor compostering Kalverdrinkautomaat Keerband (bescherming schoft in ligbox)

pagina 46 van 105

Nieuw product (P) of nieuwe techniek (T) P P P P P P P P P T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T


Koeborstel Luchtwasser Machines voor directe inzaai Mechanische onkruidbestrijding Melkcarrousel Melkrobot Melktaxi Mestdroging met restwarmte Mestscheider Micro WKK Oogstprotectie fruit Opraap - neerzetrobot Opslag verontreinigd water / vetafscheider Plantrobot Rationeel afvalbeheer Rookgasreiniging Sorteerinstallatie Verspeenrobot Verticale ventilatie voor serres Verwarming op biobrandstoffen Vogelschrikapparatuur Warmtepomp Warmtepomp bij gesloten kas Was- en/of verpakkingslijn Waterbehandeling Waterdampstoomspoeling Waterzuiveringsinstallatie WKK-installatie op gas of biobrandstof

T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T

Resultaatindicatoren Op basis van het LMN, dat gegevens aanlevert aan het FADN, kan een uitspraak gedaan worden over de bruto toegevoegde waarde van de gesteunde bedrijven. Van de dossiers (zowel PDPO I- als PDPO IIdossiers) die in 2007 werden goedgekeurd, zijn 134 landbouwbedrijven opgenomen in zowel boekjaar 2007 als boekjaren 2008, 2009, 2010, 2011, 2012 en 2013. De gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van deze bedrijven is weergegeven in figuur 15.

pagina 47 van 105


Gezamenlijke Bruto Toegevoegde Waarde (euro)

35.000.000 30.000.000 25.000.000 20.000.000 15.000.000 10.000.000 5.000.000 0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Figuur 15 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van LMN-landbouwbedrijven met een in 2007 goedgekeurd investeringsdossier (AMS op basis van LMN)

Doelbereik Tabel 15 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In de periode 2007-2014 werden 15.511 dossiers goedgekeurd die waren ingediend onder PDPO II. Samen zijn deze dossiers goed voor een investeringsvolume van 1.949 miljoen euro. Tabel 15 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven Type indicator Output Resultaat

Indicator Aantal gesteunde landbouwers Totaal investeringsvolume (euro) Bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro) Aantal landbouwbedrijven dat nieuwe techniek of product introduceert

Doel PDPO II 24.500 1.500.000.000

Realisatie 20072014 15.511 1.949.270.800

Realisatiepercentage 63% 130%

10% stijging

NA

NA

4.900

1.910

39%

In bovenstaande cijfers worden enkel de dossiers in beschouwing genomen die zijn ingediend en goedgekeurd onder PDPO II-regelgeving. De relatief lage realisatie van de doelstelling voor aantal gesteunde landbouwers in 2007-2014 staat in contrast met de goede realisatiegraad van de doelstelling voor totaal investeringsvolume. Dat wijst erop dat er meer steun per dossier (ten gevolge van hogere investeringsvolumes per dossier) wordt verleend dan aanvankelijk ingeschat. Dat heeft onder andere te maken met het optrekken van het plafond in 2007 tot 1 miljoen euro per bedrijfsleider in plaats van 1 miljoen euro per bedrijf (IDEA Consult, 2010). Daar slechts voor een beperkt aantal bedrijven de bruto toegevoegde waarde gekend is en het complexe gegeven van bruto toegevoegde waarde niet in ĂŠĂŠn jaarlijks te actualiseren cijfer te vatten is, wordt in de indicatorentabellen (bijlage 3) geen cijfer doorgegeven.

pagina 48 van 105


6.6 VERHOGING VAN DE TOEGEVOEGDE WAARDE VAN LAND- EN BOSBOUWPRODUCTEN (MAATREGEL 123-A) Outputindicatoren In 2014 werd geen nieuwe oproep gedaan voor projecten van agrovoedingsbedrijven. Er werden dus ook geen nieuwe projecten goedgekeurd. Voor investeringen die de vorige jaren zijn goedgekeurd, werd 1.885.591 euro steun uitbetaald. Resultaatindicatoren De bruto toegevoegde waarde (BrTW) van de agrovoedingsbedrijven werd bepaald op basis van de jaarrekeningen neergelegd bij de Nationale Bank van BelgiĂŤ. In samenspraak met de mid term evaluator werd, rekening houdende met de nieuwe Europese definitie van BrTW, de Vlaamse berekening op basis van de jaarrekeningen van de Nationale Bank opgesteld. Van 13 bedrijven waarvan het dossier in 2008 is goedgekeurd, kan de BrTW berekend worden voor de jaren 2007 tot en met 2013. Van de overige bedrijven ontbreken cruciale gegevens van de resultaatrekening om de berekening te kunnen uitvoeren. De evolutie van de gezamenlijke BrTW van de 13 bedrijven is weergegeven in figuur 16. Na een daling tussen 2008 en 2010 zien we in 2011, 2012 en 2013 opnieuw een licht stijgende trend. 180.000

gezamenlijke bruto toegevoegde waarde (1.000 euro)

160.000 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Figuur 16 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van agrovoedingsbedrijven gesteund door middel van maatregel 123 (Bron: AMS op basis van BelFirst)

Doelbereik Tabel 16 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. 69 unieke bedrijven ontvingen steun voor agrovoedingsprojecten in de periode 2007-2014. De projecten waren samen goed voor een investeringsvolume van 73 miljoen euro.

pagina 49 van 105


De lage realisatiegraad van de outputindicator “aantal gesteunde bedrijven” heeft een aantal verklaringen. Ten eerste is de maatregel van bij aanvang erg gefocust: er werd steeds specifiek opgeroepen tot milieu-, energie- en innovatieve investeringen. Ten tweede nam de crisis, zowel financieel als economisch, een aanvang in 2008 en loopt die door tot op vandaag, met moeilijke en beperkte kredietmogelijkheden voor bedrijven tot gevolg. Hierdoor geven bedrijven voorrang aan de noodzakelijke productiegerichte investeringen en worden de zuivere milieu-, energie- en innovatieve investeringen on hold gezet of geschrapt. Bovendien bedroeg het maximale steunpercentage 10%, wat in crisissituatie te laag bleek voor de bedrijven om alsnog de investeringen uit te voeren. Tabel 16 Monitoring en doelbereik maatregel 123 Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten Type indicator Output Resultaat

Indicator

Doel PDPO II

Uniek aantal gesubsidieerde bedrijven Totaal investeringsvolume (euro) Bruto toegevoegde waarde van de agrovoedingsbedrijven (euro) Aantal agrovoedingsbedrijven die nieuwe producten of technieken introduceren

200 95.000.000 Stijging van 155.000.000 euro 75

Realisatie 20072014 69 73.214.840

Realisatiepercentage 35% 77%

NA

NA

55

73%

Daar slechts van een beperkt aantal bedrijven de BrTW gekend is en deze complexe indicator moeilijk in één jaarlijks cijfer te vatten is, wordt in de indicatorentabellen (bijlage 3) geen cijfer opgegeven.

6.7 DEELNAME DOOR LANDBOUWERS VOEDSELKWALITEITSREGELINGEN (MAATREGEL 132)

AAN

Outputindicatoren In 2014 werden 254 biologische producenten uitbetaald die het jaar voordien een steunaanvraag hadden ingediend. Daarnaast kregen 27 producenten van Brussels grondwitloof (Beschermde Geografische Aanduiding, BGA) of Vlaams-Brabantse tafeldruif (Beschermde Oorsprongsbenaming, BOB) een subsidie. Sinds de start van de maatregel kregen 349 unieke biologische bedrijven een subsidie, net als 46 producenten van Brussels grondwitloof of Vlaams-Brabantse tafeldruif. In totaal werd in 2014 136.366 euro uitbetaald op deze maatregel. Resultaatindicatoren De resultaatindicator peilt naar de waarde van de landbouwproductie onder de erkende voedselkwaliteitsregeling. Noch van het Brussels grondwitloof, noch van de Vlaams-Brabantse tafeldruif zijn echter omzet- en productiecijfers gekend. Ook van de productie van de gesteunde bio-landbouwers kan geen precieze waarde worden berekend. Daardoor kan de waarde van de landbouwproductie onder de labels niet weergegeven worden (“NA” (not available) in tabel 17). Doelbereik Tabel 17 zet van de output- en de resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 17 Monitoring en doelbereik maatregel 132 Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen Type indicator

Indicator

Output Resultaat

Aantal gesteunde bedrijven Waarde van de landbouwproductie onder een erkend kwaliteitslabel (euro)

pagina 50 van 105

Doel PDPO II 300 344.000.000

Realisatie 20072014 395 NA

Realisatiepercentage 132% NA


6.8 VOORLICHTING EN AFZETBEVORDERING VAN VLAAMSE PRODUCTEN ERKEND ALS BOB/BGA/GTS (MAATREGEL 133) Outputindicatoren Deze maatregel werd opgestart in 2011. Twee programma’s, één programma voor de Vlaams-Brabantse tafeldruif (BOB) en één voor het Brusselse grondwitloof (BGA), werden de voorbije jaren ondersteund. Samen voerden die programma’s vorig jaar vier acties uit. Voor beide programma’s samen werd in 2014 25.768 euro uitbetaald. Resultaatindicatoren De resultaatindicator peilt naar de waarde van de landbouwproductie onder de erkende kwaliteitslabels. Noch van het Brussels grondwitloof, noch van de Vlaams-Brabantse tafeldruif zijn echter omzet- of productiecijfers gekend. Daardoor kan de waarde van de landbouwproductie van producten met een EU-kwaliteitslabel niet berekend worden (“NA” (not available) in tabel 18). Doelbereik Tabel 18 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In 2011-2014 werden 19 acties gesteund. De relatief lage realisatiegraad van de outputindicator heeft te maken met het feit dat men er bij opmaak van de maatregel nog van uit ging dat er meer BOB/BGA/GTS-producten in aanmerking zouden komen voor de subsidie. Bovendien is de maatregel pas later in de programmaperiode geactiveerd. Tabel 18 Monitoring en doelbereik maatregel 133 Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS Type indicator

Indicator

Output Resultaat

Aantal gesteunde acties Waarde van de landbouwproductie onder een erkend kwaliteitslabel

Doel PDPO II 57 NA

Realisatie 20072014 19 NA

Realisatiepercentage 33% NA

pagina 51 van 105


7 INDICATOREN AS 2 – VERBETERING VAN HET MILIEU EN HET PLATTELAND 7.1 VERGOEDING NATUUR BINNEN (MAATREGELEN 212 EN 213)

EN

BUITEN

NATURA

2000

Outputindicatoren In 2014 ontvingen 693 unieke landbouwbedrijven een vergoeding natuur, samen goed voor een totale oppervlakte van 2.198 hectare. Figuur 17 laat zien dat de uitbetaalde oppervlakte daarmee opnieuw wat afneemt. In 2014 werden op budgetpost 212 (vergoeding natuur buiten Natura 2000-gebied) 434 landbouwers uitbetaald voor 1.244 hectare. Op budgetpost 213 (vergoeding natuur binnen Natura 2000-gebied) werden 337 landbouwers uitbetaald voor 954 hectare. Van deze landbouwers zijn er 693 unieke landbouwers, wat betekent dat een aantal landbouwers zowel percelen binnen als buiten Natura 2000gebied heeft en dus op beide budgetposten werd uitbetaald. De totale uitgaven voor deze maatregelen bedroegen in 2014 309.570 euro. In de periode 2007-2014 werden er op budgetpost 212 1.168 unieke landbouwers uitbetaald voor 1.464 hectare (tabel 19). Op budgetpost 213 werden 1.820 landbouwers uitbetaald voor 3.114 hectare9. Sinds de start van PDPO II werd voor 2.429 unieke landbouwbedrijven een vergoeding natuur uitbetaald. Opmerking: Voor betalingen van PDPO I-dossiers werd steeds budgetpost 213 gebruikt. Vanaf PDPO II werd de maatregel “vergoeding natuur” opgesplitst in “vergoeding natuur buiten Natura 2000 (212)” en “vergoeding natuur binnen Natura 2000 (213)”.

Het cumulatieve aantal landbouwers is het aantal unieke landbouwers dat in de periode 2007-2014 is uitbetaald geweest op de budgetpost. Voor het cumulatieve areaal is het maximale areaal genomen dat in een bepaald jaar in de periode 2007-2014 op het terrein aanwezig was. 9

pagina 52 van 105


3.500

3.000

areaal (hectare)

2.500

2.000

1.464 1.080

1.500

1.396

1.395 1.244

3.114 978

1.140

1.000 1.172

500

833

835

2009

2010

1.145

1.096

1.041

954

2011

2012

2013

2014

0 2007

2008

areaal uitbetaald onder maatregelcode 213

areaal uitbetaald onder maatregelcode 212

Figuur 17 Evolutie van het uitbetaalde areaal (ha) van maatregelen 212 en 213 (Vergoeding Natuur) tussen 2007 en 2014

Resultaatindicatoren Voor de betekenis van de resultaatindicator wordt verwezen naar het Jaarverslag 2007. Tabel 20 en tabel 21 geven de realisaties van de resultaatindicatoren weer. Daarmee wordt een indicatie gegeven van de bijdrage van de maatregel aan de doelstellingen biodiversiteit, waterkwaliteit en bodemkwaliteit. Doelbereik Tabel 19, tabel 20 en tabel 21 zetten per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 19 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 212/213 Vergoeding Natuur (PDPO I en PDPO II samen, gebaseerd op uitbetaling volgens budgetposten) Type indicator Output

Indicator Aantal gesteunde bedrijven binnen Natura 2000-gebied (budgetpost 213) Gesteunde landbouwgrond binnen Natura 2000-gebied (ha) Aantal gesteunde bedrijven buiten Natura 2000-gebied (budgetpost 212) Gesteunde landbouwgrond buiten Natura 2000-gebied (ha)

Doel PDPO II

Realisatie 20072014

Realisatiepercentage

1.241

1.820

147%

3.462

3.114

90%

1.000

1.168

117%

1.500

1.464

98%

pagina 53 van 105


Tabel 20 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 212 Vergoeding Natuur buiten Natura 2000-gebied (gebaseerd op GIS-analyse) Type indicator Resultaat

Indicator Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot biodiversiteit en HNVF Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot waterkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt in strijd tegen klimaatverandering Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot bodemkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot het vermijden van landmarginalisatie en van het verlaten van land

Doel PDPO II

Realisatie 20072014

Realisatiepercentage

2.445

802

33%

4.891

1.603

33%

NP

NP

NP

2.445

802

33%

NP

NP

NP

Tabel 21 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 213 Vergoeding Natuur binnen Natura 2000 (gebaseerd op GISanalyse) Type indicator Resultaat

Indicator Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot biodiversiteit en HNVF Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot waterkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt in strijd tegen klimaatverandering Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot bodemkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot het vermijden van landmarginalisatie en van het verlaten van land

Doel PDPO II

Realisatie 20072014

Realisatiepercentage

1.644

756

46%

3.289

1.511

46%

NP

NP

NP

1.644

756

46%

NP

NP

NP

7.2 AGROMILIEUMAATREGELEN (MAATREGEL 214) Outputindicatoren Monitoring 2014 Voorafgaande opmerking: Het totale areaal en het aantal contracten komen overeen met de aangegeven arealen en contracten in verzamelaanvraag 2014. De uitbetalingen die gedaan zijn in 2014 hebben betrekking op de aanvragen uit verzamelaanvraag 2013. De uitgaven 2014 in dit jaarverslag zijn dus niet rechtstreeks te koppelen aan de cijfers over arealen en contracten 2014. In 2014 bedroeg het totale areaal agromilieumaatregelen 44.842 hectare en waren er 8.971 contracten. De totale uitgaven in kalenderjaar 2014 bedroegen 17,8 miljoen euro. Het unieke areaal bedroeg 44.269 hectare. Op dat totale unieke areaal hadden in totaal 6.440 bedrijven één of meerdere agromilieumaatregelen lopen. Als we uitgaan van de voorlopige resultaten van de Landbouwtelling mei 2014, dan was er in 2014 624.752 hectare cultuurgrond in Vlaanderen (FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie). Dat maakt dat in heel Vlaanderen in 2014 op 7,1% van de cultuurgrond één of meerdere agromilieumaatregelen werden uitgevoerd. Figuur 18, figuur 19 en figuur 20 geven een overzicht van het areaal, het aantal contracten en de overheidsuitgaven van alle agromilieumaatregelen in 2014.

pagina 54 van 105


Met zoâ&#x20AC;&#x2122;n 38% van het totale areaal agromilieumaatregelen vormde de BO water wat betreft oppervlakte de belangrijkste maatregel. Daarna volgden verwarringstechniek (18%), vlinderbloemigen (10%), hectaresteun biolandbouw (9%), BO erosiebestrijding (8%) en mechanische onkruidbestrijding (6%). De overige maatregelen waren samen nog goed voor 11% van het totale areaal (figuur 18). Wat het aantal contracten betreft waren volgende maatregelen de grootste in 2014: BO kleine landschapselementen (20%), BO perceelsrandenbeheer (14%), hoogstamboomgaarden (12%), BO water (10%), BO erosiebestrijding (10%) en vlinderbloemigen (9%). De overige agromilieumaatregelen waren samen nog goed voor een vierde van het totale aantal contracten (figuur 19). Het grootste deel van het totale budget ging in 2014 naar BO water (37%). Daarna volgden verwarringstechniek (11%), BO perceelsrandenbeheer (10%), BO kleine landschapselementen (8%), BO erosiebestrijding (7%), BO soortenbescherming (7%), vlinderbloemigen (6%) en hectaresteun biolandbouw (6%) (figuur 20). BO water; 17.140; 38% Hoogstamboomgaarden; 892; 2% Milieuvriendelijke sierteelt; 1.219; 3%

BO erosiebestrijding; 3.785; 8% Overig; 4.750; 11%

BO soortenbescherming; 1.264; 3%

Hectaresteun biolandbouw; 3.998; 9%

Vlinderbloemigen; 4.261; 10%

BO perceelsrandenbeheer; 1.205; 3%

Verwarringstechniek; 8.105; 18%

Mechanische onkruidbestrijding; 2.803; 6%

BO kleine landschapselementen; 170; 0%

Figuur 18 Absolute en procentuele verdeling van de oppervlakte (ha) onder de verschillende agromilieumaatregelen (2014)

pagina 55 van 105


BO kleine landschapselementen; 1.800; 20%

BO water; 931; 10%

Mechanische onkruidbestrijding; 538; 6% Verwarringstechniek; 575; 6%

BO erosiebestrijding; 923; 10%

Overig; 2.236; 25%

BO perceelsrandenbeheer; 1.218; 14%

Lokale veerassen; 230; 3% Milieuvriendelijke sierteelt; 127; 2% Hectaresteun biolandbouw; 297; 3% BO soortenbescherming; 469; 5%

Vlinderbloemigen; 795; 9%

Hoogstamboomgaarden; 1.068; 12%

Figuur 19 Absolute en procentuele verdeling van het aantal contracten voor de verschillende agromilieumaatregelen (2014)

BO Kleine landschapselementen; 1.450.011; 8%

BO water; 6.582.803; 37%

Overig; 2.537.982; 14% BO erosiebestrijding; 1.272.284; 7% BO soortenbescherming; 1.172.045; 7% BO perceelsrandenbeheer; 1.810.077; 10%

Mechanische onkruidbestrijding; 666.554; 4% Hoogstamboomgaar den/lokale veerassen; 622.092; 3% Milieuvriendelijke sierteelt; 212.688; 1% Hectaresteun biolandbouw; 1.036.648; 6%

Verwarringstechniek; 1.891.600; 11% Vlinderbloemigen; 1.102.550; 6%

Figuur 20 Absolute en procentuele verdeling van de overheidsuitgaven (euro) voor agromilieumaatregelen (2014)

pagina 56 van 105


Evolutie Figuur 21 tot figuur 26 tonen de evolutie van het areaal, het aantal contracten en de uitgaven per kalenderjaar voor de agromilieumaatregelen in de periode 2007-2014. Figuur 21, figuur 23 en figuur 25 geven respectievelijk het areaal, aantal contracten en uitgaven voor alle agromilieumaatregelen, inclusief de uitdovende. De uitdovende agromilieumaatregelen zijn maatregelen uit PDPO I die nog doorliepen in PDPO II maar niet meer verlengd werden of zijn stopgezet. Ze zijn uitgedoofd in de loop van PDPO II. Het gaat om steun biovarkens, BO natuur, BO botanisch beheer, hectaresteun geïntegreerd pitfruit en groenbedekking. De tabellen in bijlage 2 geven de jaarlijkse cijfers voor aantal contracten, arealen en uitgaven voor de verschillende agromilieumaatregelen in de periode 2000-2014. In de tijdsreeks van het areaal (figuur 21 en figuur 22) werd de BO kleine landschapselementen niet opgenomen, omdat de areaalbepaling in 2008 gewijzigd is. Voordien werd de oppervlakte van de percelen aangeduid, terwijl sinds 2008 enkel nog de oppervlakte van de kleine landschapselementen zelf wordt bijgehouden. Voor de lijnvormige kleine landschapselementen (zoals heggen en hagen) wordt een proxy van VLM gebruikt. Voor heggen wordt de lengte vermenigvuldigd met 1m breedte, voor de hagen wordt de lengte vermenigvuldigd met 0,5m breedte. Een vergelijking over de jaren gaat bijgevolg niet meer op. De arealen van de BO kleine landschapselementen zijn wel opgenomen in bijlage 2. Ook de areaalbepaling van de maatregel BO soortenbescherming is in PDPO II gewijzigd ten opzichte van PDPO I. In de eerste programmaperiode werd het beheerpakket “weidevogelbeheer nestbescherming” toegepast op vaste percelen waarvan de oppervlakte werd doorgegeven. Sinds PDPO II kan de landbouwer dit pakket toepassen op alle percelen binnen het voor weidevogelbeheer afgebakende gebied. De oppervlakte kan dus jaarlijks wijzigen op basis van de percelen die de landbouwer aangeeft in de verzamelaanvraag. Daarom worden er voor dit pakket geen arealen meer bijgehouden in PDPO II. In onderstaande grafieken zijn de arealen vanaf 2008 dus exclusief het pakket “weidevogelbeheer nestbescherming”. De areaalbepaling van de maatregel hoogstamboomgaarden is in 2011 eveneens gewijzigd. Voortaan wordt de oppervlakte gerekend van het perceel waarop de hoogstambomen geplant zijn. Daarvoor werd de oppervlakte geraamd op basis van het aantal bomen waarvoor een contract werd aangevraagd. Men rekende met een gemiddelde van 100 bomen per hectare. De wijziging in oppervlaktebepaling heeft als gevolg dat de oppervlakten van de contracten niet vergelijkbaar zijn met die van de jaren voordien. Deze maatregel is daarom niet weergegeven in de tijdsreeks in figuur 21 en figuur 22. De arealen zijn wel weergegeven in de tabellen in bijlage 2. De maatregel verwarringstechniek werd in 2010 voor het eerst ingevoerd en vanaf 2011 zijn er uitbetalingen gebeurd.

Areaal In vergelijking met 2013 was het totale areaal in 2014 3.102 hectare kleiner (zie figuur 21 en figuur 22). Voor alle maatregelen ging het areaal achteruit. Dat heeft te maken met het aflopen van PDPO II en de overgang naar PDPO III. Aangezien het derde plattelandsontwikkelingsprogramma (PDPO III 2014-2020) nog niet was goedgekeurd door Europa, werden er uitzonderlijk geen overeenkomsten met startdatum 1 januari 2014 voor een looptijd van 5 jaar gesloten (behalve voor hectaresteun biolandbouw). Als overgangsmaatregel naar PDPO III bestond wel de mogelijkheid om, overeenkomstig de Europese verordeningen, de aflopende overeenkomsten te verlengen voor een periode van 1 jaar (enkel voor de agromilieumaatregelen die in PDPO III verder lopen). De agromilieucontracten die, na een looptijd van 5 jaar, ten einde liepen op 31 december 2013, kwamen hiervoor in aanmerking. Niet alle landbouwers hebben een verlenging afgesloten en er konden dus ook geen nieuwe vijfjarige contracten worden aangegaan.

pagina 57 van 105


140.000 Steun biovarkens 120.000

BO natuur BO botanisch beheer

100.000

Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit Groenbedekking BO water

80.000

BO erosiebestrijding BO soortenbescherming

60.000

BO perceelsrandenbeheer Hectaresteun bio-landbouw

40.000

Milieuvriendelijke sierteelt Vlinderbloemigen

20.000

Verwarringstechniek Mechanische onkruidbestrijding

0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Figuur 21 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, inclusief de uitdovende agromilieumaatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst)

60.000

50.000 BO water BO erosiebestrijding

40.000

BO soortenbescherming BO perceelsrandenbeheer 30.000

Hectaresteun bio-landbouw Milieuvriendelijke sierteelt Vlinderbloemigen

20.000

Verwarringstechniek Mechanische onkruidbestrijding

10.000

0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Figuur 22 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, zonder de uitdovende maatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst)

pagina 58 van 105


Aantal contracten Het totale aantal contracten van alle agromilieumaatregelen samen nam in 2014 af met 700 stuks ten opzichte van 2013, tot 8.971 contracten (figuur 23 en figuur 24). Behalve voor de hectaresteun biolandbouw (+14 contracten), nam voor alle maatregelen het aantal lopende contracten af. Dat heeft te maken met het aflopen van de programmaperiode en de overgang naar PDPO III (cfr supra).

Uitgaven In vergelijking met 2013 stegen de totale overheidsuitgaven voor agromilieumaatregelen in 2014 met 763.138 euro, tot 17.817.093 euro (figuur 25 en figuur 26). Voor volgende agromilieumaatregelen namen de uitgaven toe in 2014 ten opzichte van 2013: -

BO water: +209.597 euro of +3%

-

BO soortenbescherming: +183.451 euro of +19%

-

BO kleine landschapselementen: +172.129 euro of +13%

-

BO erosiebestrijding: +125.790 euro of +11%

-

BO perceelsrandenbeheer: +58.968 euro of +3%

-

Hectaresteun biolandbouw: +50.186 euro of +5%

-

Hoogstamboomgaarden/lokale veerassen: +43.991 euro of +8%

-

Mechanische onkruidbestrijding: +16.117 euro of +2%

De toename in de uitgaven is in de meeste gevallen te wijten aan een toename van het areaal onder deze maatregelen in 2013, uitbetaald in 2014. Daarnaast heeft er voor een aantal BOâ&#x20AC;&#x2122;s een verschuiving plaatsgevonden naar iets duurdere beheerpakketten. Door de hogere eenheidsvergoedingen voor deze pakketten stijgt het budget relatief gezien sterker dan het areaal. Onder de BO soortenbescherming werden de eerste contracten voor de variabele hamsterpakketten gestart in 2013 en betaald in 2014. Tevens worden elk jaar meer duurdere akkervogelpakketten afgesloten (vogelvoedselgewas, gemengde grasstroken). Onder de BO kleine landschapselementen steeg het areaal voor de (duurdere) pakketten voor aanplant van KLE relatief gezien sterker dan de (goedkopere) pakketten onderhoud KLE. Onder de BO erosiebestrijding was er een sterkere toename van het areaal van de (duurdere) grasbufferstroken en grasgangen dan het areaal van de (goedkopere) variabele BOâ&#x20AC;&#x2122;s niet-kerende bodembewerking en directe inzaai. Voor de maatregel mechanische onkruidbestrijding stegen de uitgaven hoewel het areaal in 2013 afnam. Er zijn in 2012 echter meer inbreuken vastgesteld waardoor er in 2013 minder is uitbetaald dan in 2014. Voor de andere agromilieumaatregelen namen de overheidsuitgaven in 2014 af ten opzichte van 2013. -

Vlinderbloemigen: -54.376 euro of -5%

-

Milieuvriendelijke sierteelt: -50.060 euro of -19%

Voor de maatregel milieuvriendelijke sierteelt daalden de uitgaven ondanks een toename in het areaal van 2013. Dat heeft te maken met de verdeling over de types sierteeltcontracten (extensieve, intensieve of beschutte sierteelt) waarvoor verschillende eenheidsvergoedingen van toepassing zijn.

pagina 59 van 105


20.000

Steun biovarkens BO natuur

18.000

BO botanisch beheer 16.000

Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit Groenbedekking

14.000

BO kleine landschapselementen 12.000

BO water BO erosiebestrijding

10.000

BO soortenbescherming 8.000

BO perceelsrandenbeheer Hectaresteun biolandbouw

6.000

Milieuvriendelijke sierteelt 4.000

Vlinderbloemigen Lokale veerassen

2.000

Hoogstamboomgaarden Verwarringstechniek

0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Mechanische onkruidbestrijding

Figuur 23 Aantal lopende contracten voor agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, inclusief uitdovende agromilieumaatregelen

12.000

BO kleine landschapselementen

10.000

BO water BO erosiebestrijding 8.000

BO soortenbescherming BO perceelsrandenbeheer Hectaresteun biolandbouw

6.000

Milieuvriendelijke sierteelt Vlinderbloemigen

4.000

Lokale veerassen Hoogstamboomgaarden

2.000

Verwarringstechniek Mechanische onkruidbestrijding

0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Figuur 24 Aantal lopende contracten voor agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, zonder de uitdovende maatregelen

pagina 60 van 105


30.000.000

Steun biovarkens BO botanisch beheer incl BO natuur

25.000.000

Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit Groenbedekking

20.000.000

BO Kleine landschapselementen BO water

15.000.000

BO erosiebestrijding BO soortenbescherming

10.000.000

BO perceelsrandenbeheer Hectaresteun biolandbouw

5.000.000

Milieuvriendelijke sierteelt Vlinderbloemigen

0 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014

Hoogstamboomgaarden/lokale veerassen Verwarringstechniek

-5.000.000 Figuur 25 Overheidsuitgaven per kalenderjaar voor de verschillende agromilieumaatregelen (2007-2014), inclusief uitdovende agromilieumaatregelen

25.000.000

BO Kleine landschapselementen BO water

20.000.000

BO erosiebestrijding BO soortenbescherming BO perceelsrandenbeheer

15.000.000

Hectaresteun biolandbouw Milieuvriendelijke sierteelt

10.000.000

Vlinderbloemigen Hoogstamboomgaarden/lokale veerassen Verwarringstechniek

5.000.000

Mechanische onkruidbestrijding 0 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Figuur 26 Overheidsuitgaven per kalenderjaar voor de verschillende agromilieumaatregelen, exclusief de uitdovende maatregelen (2007-2014)

pagina 61 van 105


Agromilieumaatregelen in Natura 2000- en VEN-gebied Uit tabel 22 blijkt dat 2.897 hectare van het unieke areaal agromilieumaatregelen gelegen was in Natura 2000-gebied, 688 hectare in VEN-gebied en 582 hectare in LFA-gebied (kwetsbaar gebied natuur met nulbemesting). In Vlaanderen ligt 66.730 hectare landbouwgrond in Natura 2000-gebied (LARA 2014). Dat betekent dat op 4,3% van de landbouwgrond in Natura 2000-gebied in 2014 agromilieumaatregelen werden toegepast. In tabel 23 en tabel 24 wordt de overlap van de arealen agromilieumaatregelen met respectievelijk Natura 2000- en VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk)-gebieden aangegeven voor kalenderjaar 2014. Er werd in 2014 69.285 euro steun uitbetaald voor agromilieumaatregelen in LFA-gebied. Tabel 22 Unieke oppervlakte agromilieumaatregelen in Natura 2000-, VEN- en LFA-gebied (2014) Areaal overlap (ha) Overlap agromilieumaatregel met Natura 2000-gebied Overlap agromilieumaatregel met VENgebied Overlap agromilieumaatregel met LFAgebied

Totale unieke oppervlakte agromilieumaatregelen (ha)

Percentage overlap (%)

2.897

44.269

6,5

688

44.269

1,6

582

44.269

1,3

Tabel 23 Overlap van agromilieumaatregelen met Natura 2000-gebied (2014) Agromilieumaatregel Mechanische onkruidbestrijding Verwarringstechniek Hoogstamboomgaarden Vlinderbloemigen Milieuvriendelijke sierteelt Hectaresteun biolandbouw BO perceelsrandenbeheer BO soortenbescherming Bo erosiebestrijding BO water BO kleine landschapselementen

Areaal in Natura 2000gebied (ha) 63 199 93 529 30 577 175 464 54 688 22

Totaal areaal van de agromilieu-maatregel (ha) 2.803 8.105 892 4.261 1.219 3.998 1.205 1.264 3.785 17.140 170

Percentage areaal in Natura 2000-gebied (%)

Totaal areaal van de agromilieu-maatregel (ha) 2.803 8.105 892 4.261 1.219 3.998 1.205 1.264 3.785 17.140 170

Percentage areaal in VEN-gebied (%)

2,2 2,5 10,4 12,4 2,5 14,4 14,5 36,7 1,4 4,0 12,9

Tabel 24 Overlap agromilieumaatregelen met VEN-gebied (2014) Agromilieumaatregel Mechanische onkruidbestrijding Verwarringstechniek Hoogstamboomgaarden Vlinderbloemigen Milieuvriendelijke sierteelt Hectaresteun bio-landbouw BO perceelsrandenbeheer BO soortenbescherming Bo erosiebestrijding BO water BO kleine landschapselementen

pagina 62 van 105

Areaal in VEN-gebied (ha) 20 26 36 112 19 302 41 18 12 122 3

0,7 0,3 4,0 2,6 1,6 7,6 3,4 1,4 0,3 0,7 1,8


Resultaatindicatoren Voor de berekening en interpretatie van de resultaatindicatoren van de agromilieumaatregelen werd vooraf bepaald welke agromilieumaatregel tot welk milieudoel bijdraagt. Afhankelijk van de mate waarin een maatregel bijdraagt tot het milieudoel, wordt de volledige dan wel de helft van de oppervlakte mee geteld (zie bijlage 4). De controlegegevens worden daarbij in rekening gebracht, met andere woorden alleen de oppervlakte waarop de maatregel correct werd uitgevoerd wordt mee geteld. Voor meer informatie wordt verwezen naar het PDPO II Jaarverslag 2007. De cumulatieve waarde van het areaal dat bijdraagt tot de verschillende milieudoelen wordt weergegeven in tabel 26. Voor die cumulatieve waarden wordt gerekend met het maximale areaal dat voor een bepaald contract in uitvoering is geweest in de periode 2007-2014. Het betekent dus niet noodzakelijk dat dat cumulatieve areaal gelijktijdig in uitvoering is geweest. Voor het cumulatieve areaal in de periode 2007-2014 wordt het areaal genomen van het jaar waarin de oppervlakte van een bepaalde agromilieumaatregel het hoogst was. Veelal komt dat neer op het areaal van 2007 of 2008. Daarom zijn de cumulatieve cijfers al enkele jaren niet meer gewijzigd, omdat de oppervlakte van de agromilieumaatregelen die het meest hebben bijgedragen tot de verschillende milieudoelen niet gestegen is. Uitzondering daarop vormt het areaal dat bijdraagt tot waterkwaliteit en tot biodiversiteit, dat wel steeg dankzij de maatregel verwarringstechniek. Een areaal van 127.506 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot de verbetering van de waterkwaliteit in Vlaanderen. Dat is vooral te danken aan de maatregelen groenbedekking, BO water en verwarringstechniek. Zo’n 106.966 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot de verbetering van de bodemkwaliteit. Ook hiervoor zijn op de eerste plaats de maatregelen groenbedekking en BO water verantwoordelijk. 47.290 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot het voorkomen van het marginaliseren van gronden. Dat is vooral te danken aan de maatregelen groenbedekking (onrechtstreeks effect) en BO kleine landschapselementen (rechtstreeks effect). 14.585 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot de verhoging van de biodiversiteit. En de bijdrage tot het tegengaan van de klimaatverandering gebeurt op zo’n 3.188 hectare. Dat laatste is volledig toe te schrijven aan een indirect effect van de maatregel vlinderbloemigen. Hieronder worden de arealen weergegeven die in 2014 hebben bijgedragen tot de verschillende milieudoelen. -

Biodiversiteit:

11.628 ha

-

Waterkwaliteit:

38.493 ha

-

Klimaat:

2.131 ha

-

Bodemkwaliteit:

24.027 ha

-

Landmarginalisatie:

4.138 ha

Doelbereik Tabel 25 geeft voor elke agromilieumaatregel het totale areaal en het totale aantal contracten weer in de programmaperiode tot en met 2014. Voor de areaalindicator betekent de aangegeven gerealiseerde oppervlakte niet dat die in de periode 2007-2014 effectief op één moment aanwezig was op het terrein. Er wordt namelijk per contract het maximale areaal bijgehouden dat in een bepaald jaar in uitvoering was. Voor sommige agromilieumaatregelen is immers het jaarlijkse areaal dat in uitvoering is variabel. Bovendien wordt de maximale oppervlakte die in uitvoering is geweest voor een bepaalde

pagina 63 van 105


agromilieumaatregel waarvan het contract afgelopen is (bv omdat de periode van vijf jaar verstreken is of het contract werd stopgezet) meegenomen tot 2014. Ook de waarde van de contractindicator betekent niet dat dat aantal contracten gelijktijdig op het terrein lopende was. Tabel 25 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen Maatregel 214-A en N Mechanische onkruidbestrijding 214-B Verwarringstechniek

214-C Lokale veerassen en hoogstamboomgaarden 214-D Vlinderbloemigen

214-E Milieuvriendelijke sierteelt 214-F Hectaresteun biolandbouw

214-G BO perceelsrandenbeheer

214-H BO soortenbescherming

214-I BO erosiebestrijding

214-J BO water

214-K BO kleine landschapselementen 214-M Groenbedekking

214-O GeĂŻntegreerde pitfruitteelt

214-P BO botanisch beheer

pagina 64 van 105

Indicator Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten

Doel PDPO II 8.500

Realisatie 2007-2014 10.674

Realisatie-percentage 126%

2.000 1.000

2.217 8.145

111% 815%

500 NA (geen doelstelling inclusief lokale veerassen opgesteld) 3.239 7.500

634 1.737 (enkel hoogstamboomgaarden) 3.654 12.114

127% NA 113% 162%

2.300 1.500

3.050 2.654

133% 177%

300 4.000

325 9.909

108% 248%

375 2.143

751 2.568

200% 120%

2.567 2.499

2.697 2.164

105% 87%

568 4.171

744 7.255

131% 174%

1.720 32.300

1.936 54.103

113% 168%

3.615 243

3.072 300

85% 123%

2.392 80.000

3.317 75.958

139% 95%

8.500 323

8.211 396

97% 123%

71 1.600

46 1.604

65% 100%

664

594

89%


Tabel 26 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie

Doel PDPO II (ha) 12.133 124.871 3.712 111.524 43.966

Realisatie 2007-2014 (ha) 14.585 127.506 3.188 106.966 47.290

Realisatie-percentage 120% 102% 86% 96% 108%

7.3 INRICHTINGSMAATREGELEN DOOR LANDBOUWERS IN KADER VAN KADERRICHTLIJN WATER (MAATREGEL 216) Outputindicatoren Er zijn in 2014 geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Voor vijf projecten, gestart in 2012 en 2013, werd in 2014 in totaal 189.171 euro uitbetaald. Voor twee andere projecten, die ook startten in 2013, zal de uitbetaling pas in 2015 gebeuren. Resultaatindicatoren De resultaatindicator van deze maatregel kijkt naar het areaal waarop de projecten worden uitgevoerd. Gezien de aard van de projecten (stuwen en peilgestuurde drainage) is een areaal moeilijk te bepalen en wordt in onderstaande tabel 28 geen areaal ingevuld. Doelbereik Tabel 27 en tabel 28 zetten per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In totaal krijgen 5 bedrijven steun voor deze maatregel. Tabel 27 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water Type indicator Output

Indicator

Doel PDPO II

Aantal bedrijven dat steun ontvangt Totaal investeringsvolume (euro)

7 411.970

Realisatie 20072014 5 411.97010

Realisatiepercentage 71% 100%

Tabel 28 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie

10

Doel PDPO II (ha) NP 4.750 NP NP NP

Realisatie 2007-2014 (ha) NP NA NP NP NP

Realisatiepercentage NP NA NP NP NP

Dit bedrag is een raming van de totale investeringskost. Het precieze bedrag zal pas gekend zijn na ontvangst van de facturen.

pagina 65 van 105


7.4 BEBOSSING VAN LANDBOUWGRONDEN (MAATREGEL 221) Outputindicatoren In 2014 werden er 12 nieuwe dossiers goedgekeurd, voor 12 unieke begunstigden, onder wie 11 privéeigenaars en 1 publieke autoriteit. De 12 goedgekeurde dossiers zijn goed voor een te bebossen oppervlakte van 15,81 hectare, gelegen buiten Natura 2000-gebied en buiten LFA-gebied. De totale, onder PDPO II-regelgeving beboste of te bebossen oppervlakte landbouwgrond komt daarmee op 281 hectare, voor 220 goedgekeurde dossiers. Op bijna 5 van deze 15,81 hectare zal een loofboomsoort als enige hoofdboomsoort worden geplant. Op de overige 10,8 hectare is een gemengde aanplant voorzien. 14 hectare van deze landbouwgrond zal bebost worden ten voordele van biodiversiteit, terwijl 1,8 hectare eerder wordt ingezet in de strijd tegen de klimaatopwarming. (Deze indeling volgens doelstelling gebeurt op basis van de aangeplante boomsoorten.) In 2014 werd voor de dossiers die eerder onder PDPO II-regelgeving werden goedgekeurd 182.813 euro subsidie uitbetaald. Voor dossiers van PDPO I, goed voor een totale oppervlakte van 523 hectare, werd in 2014 nog 130.016 euro onderhouds- en aanplantsubsidie en inkomenscompensatie betaald. Het totale areaal landbouwgrond dat onder PDPO I- of PDPO II-regelgeving bebost of te bebossen is, bedroeg in 2014 803,9 hectare. Daarvoor waren er 482 unieke begunstigden. Op 56% van die totale oppervlakte werd één loofboomsoort als hoofdboomsoort aangeplant. 44% betreft een gemengde aanplant van verschillende boomsoorten, terwijl 0,1% bestaat uit uitsluitend één naaldboomsoort. Van het totale areaal had 85% het bevorderen van de biodiversiteit als hoofddoelstelling en 15% het tegengaan van de klimaatverandering. Resultaatindicatoren Het bebossen van landbouwgrond draagt bij tot de strijd tegen de klimaatverandering, tot het behoud van de biodiversiteit en tot de verbetering van de waterkwaliteit. Voor die bijdrage wordt de volledige oppervlakte gerekend waarop de maatregel correct werd uitgevoerd, gebaseerd op controlegegevens. Deze oppervlakte wordt doorgegeven bij betaling van de tweede schijf van de PDPO II-contracten. Het is pas bij de betaling van de tweede schijf dat voldoende controlegegevens beschikbaar zijn. In 2014 werd voor 17,83 hectare de tweede schijf uitbetaald (tabel 30). Doelbereik Tabel 29 geeft voor de outputindicatoren de realisaties weer in de periode 2007-2014. Tabel 30 toont de voortgang van de resultaatindicatoren. Tabel 29 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond (PDPO II) Type indicator Output

Indicator Aantal begunstigden Aantal hectaren landbouwgrond die bebost werden

Doel PDPO II 700 840

Realisatie 20072014 179 281

Realisatiepercentage 26% 33%

Er zijn minder aanvragen geweest dan vooraf ingeschat. Daar zijn meerdere redenen voor te vinden. Er zijn slechts zeer weinig landbouwers die instappen, voornamelijk omwille van de hoge gronddruk en de daarmee gepaard gaande mestafzetproblemen. Voor niet-landbouwers speelt de administratieve last een rol. Bovendien kreeg in de periode 2008-2011 slechts 57% van de vergunningsaanvragen in landbouwgebied een positief advies (bindend) vanuit de landbouwadministratie. Ten slotte werd de

pagina 66 van 105


zeer intensieve zoektocht naar potentiĂŤle bebossers en hun begeleiding sterk afgebouwd ten opzichte van PDPO I. Tabel 30 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond Milieudoelstelling

Doel PDPO II (ha)

Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie

Realisatie 2007-2014 (ha)

832 832 832 NP NP

Realisatiepercentage

45,57 45,57 45,57 NP NP

5,5% 5,5% 5,5% NP NP

7.5 EERSTE TOTSTANDBRENGING VAN BOSLANDBOUWSYSTEMEN OP LANDBOUWGROND (MAATREGEL 222) Outputindicatoren In 2014 zijn vijf aanvragen voor boslandbouwsystemen goedgekeurd. Samen zijn deze contracten goed voor een oppervlakte van 23,02 hectare, gelegen buiten Natura 2000-gebied en buiten kwetsbaar gebied natuur. Sinds de start van de maatregel in 2012 zijn er daarmee 17 projecten goedgekeurd, aangevraagd door 17 unieke begunstigden en samen goed voor 38,21 ha (tabel 31). In 2014 werd er 12.320 euro steun uitbetaald aan boslandbouwsystemen. Resultaatindicatoren De boslandbouwsystemen dragen bij tot de strijd tegen de klimaatverandering en bevorderen biodiversiteit en bodemkwaliteit. Tabel 32 geeft de realisatie van de resultaatindicatoren weer. Doelbereik Tabel 31 en tabel 32 geven de realisaties van respectievelijk de output- en de resultaatindicatoren weer in de periode 2007-2014. Tabel 31 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen op landbouwgrond Type indicator Output

Indicator Totaal areaal dat steun ontvangt (ha) Totaal aantal goedgekeurde aanvragen

Doel PDPO II

Realisatie 2007-2014

Realisatie-percentage

35

38,21

109%

20

17

85%

Tabel 32 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie

Doel PDPO II (ha) 119 NP 238 119 NP

Realisatie 2007-2014 (ha) 19,1 NP 38,2 19,1 NP

Realisatie-percentage 16% NP 16% 16% NP

pagina 67 van 105


7.6 NIET-PRODUCTIEVE INVESTERINGEN IN BOSSEN (MAATREGEL 227) Outputindicatoren In 2014 werden 166 aanvragen goedgekeurd, waarvan 55 voor de submaatregel “bebossing/herbebossing” en 111 voor “ecologische bosfunctie”. Samen zijn deze projecten goed voor een investeringsvolume van 545.602 euro. Voor dossiers die eerder waren goedgekeurd werd in 2014 1.072.395 euro steun uitbetaald. 68 unieke bosbeheerders werden gesteund voor de submaatregel “bebossing/herbebossing” en 436 voor “ecologische bosfunctie”. Voor de periode 2007-2014 komt dat neer op 557 unieke bosbeheerders die steun ontvingen voor “bebossing/herbebossing” en 440 unieke bosbeheerders voor “ecologische bosfunctie”. Voor beide submaatregelen samen zijn 950 unieke bosbeheerders vergoed in de periode 2007-2014, voor in totaal 1.083 projecten. Resultaatindicatoren Van de submaatregel “ecologische bosfunctie” werd in 2014 4.227 hectare succesvol uitgevoerd. Dat betekent dat voldaan werd aan de subsidievoorwaarden en alles conform het uitgebreide bosbeheerplan verloopt. Deze submaatregel draagt bij tot de verbetering van de biodiversiteit in het bos. Van de submaatregel “bebossing/herbebossing” werd in 2014 119 hectare succesvol uitgevoerd. Deze submaatregel draagt bij tot de biodiversiteit in het bos, de waterkwaliteit en de bestrijding van de klimaatverandering. De cumulatieve oppervlaktes (2007-2014) die bijdragen tot de verschillende milieudoelen zijn weergegeven in tabel 34. Doelbereik Tabel 33 en tabel 34 geven de realisaties van de doelstellingen voor de output- en resultaatindicatoren weer. Tabel 33 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen in bossen Type indicator Output

Indicator

Doel PDPO II

Unieke aantal gesteunde bosbeheerders Totale investeringsvolume (euro)

1.050 5.490.625

Realisatie 20072014 950 3.832.223

Realisatiepercentage 90% 70%

Tabel 34 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie

pagina 68 van 105

Doel PDPO II (ha) 3.039 35 35 NP NP

Realisatie 2007-2014 (ha) 4.649 422 422 NP NP

Realisatiepercentage 153% 1206% 1206% NP NP


8 INDICATOREN AS 3 – DE LEEFKWALITEIT OP HET PLATTELAND EN DIVERSIFICATIE VAN DE PLATTELANDSECONOMIE Diversificatie van landbouwactiviteiten naar niet-agrarische activiteiten

8.1 INVESTERINGEN MET BETREKKING TOT LANDBOUWACTIVITEITEN (MAATREGEL 311)

DIVERSIFICATIE

VAN

Outputindicatoren In 2014 werden 385 nieuwe diversificatiedossiers goedgekeurd. Samen zijn deze dossiers goed voor een investeringsvolume van 15,6 miljoen euro. Figuur 27 en figuur 28 geven een overzicht van respectievelijk het aantal goedgekeurde dossiers en het subsidiabele investeringsbedrag verdeeld over de verschillende categorieën van diversificatie. Die categorieën zijn hernieuwbare energie, detailhandel, toerisme en andere (bijvoorbeeld zorg). Uit beide figuren blijkt dat investeringen in hernieuwbare energie, net zoals de vorige jaren, met voorsprong de belangrijkste vorm van diversificatie waren. 28% van de 385 goedgekeurde dossiers werd ingediend door een rechtspersoon en 72% door een natuurlijk persoon. Van de dossiers ingediend door een natuurlijk persoon werd 9% ingediend door een vrouw en 0,8% door een persoon jonger dan 25 jaar. In 2014 werd 1.123.338 euro steun uitbetaald voor diversificatie-investeringen die in 2014 of vorige jaren waren goedgekeurd. De totale uitgaven liggen, net zoals in 2013, aanzienlijk lager dan de vorige jaren. Omdat PDPO II op zijn einde loopt, is het budget voor deze maatregel uitgeput. Na uitputting van de PDPO II-middelen is overgeschakeld op staatssteun, zoals aangemeld bij de Europese Commissie, en op PDPO III-budget.

pagina 69 van 105


Toerisme; 6; 2%

Detailhandel; 24; 6%

Hernieuwbare energie; 355; 92%

Figuur 27 Absolute en procentuele verdeling van het aantal in 2014 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie Toerisme; 338.228; 2%

Detailhandel; 346.401; 2%

Hernieuwbare energie; 14.904.442; 96%

Figuur 28 Absolute en procentuele verdeling van de subsidiabele investeringskost (euro) van de in 2014 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie

pagina 70 van 105


Resultaatindicatoren Op basis van de gegevens van het LMN kan een uitspraak gedaan worden over de bruto toegevoegde waarde (BrTW) van de gesteunde bedrijven. Op dit moment wordt in de LMN-boekhouding echter geen onderscheid gemaakt tussen landbouw- en niet-landbouwactiviteiten, zodat de niet-landbouw BrTW niet berekend kan worden. Als de BrTW van het gehele landbouwbedrijf geanalyseerd wordt, zijn er 11 landbouwbedrijven waarvan het diversificatiedossier in 2007 werd goedgekeurd en waarvan gegevens terug te vinden zijn in de boekjaren 2007 tot en met 2013. De evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van deze bedrijven is weergegeven in figuur 29. 2.000.000

Gezamenlijke Bruto Toegevoegde Waarde (euro)

1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Figuur 29 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van LMN-landbouwbedrijven met een in 2007 goedgekeurd diversificatiedossier (AMS op basis van LMN)

Wat het aantal gecreëerde banen betreft wordt een voorlopig cijfer opgegeven. Dat aantal wordt berekend op basis van het aantal dossiers per type investering. Aan elk type investering werd door experten van het VLIF een aantal banen per investering gekoppeld. In 2014 kwamen er zo 30 banen bij. Daar dit slechts een eerste inschatting is van het aantal gecreëerde banen werd in de monitoringtabellen in bijlage 3 de waarde op ‘NA’ (not available) gezet. Doelbereik Tabel 35 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tussen 2007 en 2014 werden 2.261 dossiers goedgekeurd, samen goed voor een investeringsvolume van bijna 175 miljoen euro.

pagina 71 van 105


Tabel 35 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten Type indicator

Indicator

Output

Aantal begunstigden Totaal investeringsvolume (euro) Niet-landbouw bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro) Bruto aantal banen gecreĂŤerd

Resultaat

Doel PDPO II 2.500 140.000.000

Realisatie 20072014 2.261 174.949.686

Realisatiepercentage 90% 125%

10% stijging

NA

NA

500

(266)

(53%)

Wat het totale investeringsvolume betreft, heeft de uitvoering van maatregel 311 de vooropgestelde doelstelling al bereikt, terwijl voor het aantal begunstigden de realisatiegraad van de outputindicator iets lager is. In de mid term evaluatie (IDEA Consult, 2010) worden daarvoor enkele verklaringen aangehaald, waaronder: -

Door de afhandeling van het grote aantal dossiers in 2006 liepen ook de dossiers ingediend onder PDPO II in 2007 enige vertraging op;

-

Het plafond werd in 2007 opgetrokken tot 1 miljoen euro per bedrijfsleider in plaats van 1 miljoen euro per bedrijf. Dat verklaart dat het gemiddelde steunvolume per bedrijf hoger is dan oorspronkelijk ingeschat.

pagina 72 van 105


Gebiedsgerichte werking As 3

8.2 BEVORDERING VAN TOERISTISCHE ACTIVITEITEN (MAATREGEL 313) Outputindicatoren In 2014 werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. De gebiedsgerichte projecten van VLM die eerder al waren goedgekeurd ontvingen in 2014 samen 532.659 euro. Resultaatindicatoren Van de in 2014 afgelopen projecten werden de resultaatsindicatoren bepaald. De projecten trokken in totaal 33.056 nieuwe bezoekers aan. Er werden 13 nieuwe banen gecreëerd. Doelbereik Tabel 36 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tussen 2007 en 2014 werden 64 toerismeprojecten goedgekeurd. Tabel 36 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 313 Bevordering van toeristische activiteiten Type indicator Output

Resultaat

Indicator Aantal gesteunde nieuwe toeristische acties11 Totaal investeringsvolume (euro)12 Stijging van de niet-landbouw bruto toegevoegde waarde van de bedrijven Bruto aantal banen gecreëerd Bijkomend aantal toeristische bezoeken

Doel PDPO II 60

Realisatie 20072014 64

Realisatiepercentage 107%

11.000.000 NA

11.885.455 NA

108% NA

182 181.000

116 255.765

64% 141%

Het resultaat van de As 3-projecten is pas gekend na afloop van het project. De realisaties van de resultaatindicatoren hebben dus enkel betrekking op de PDPO II-projecten die in 2014 of vroeger beëindigd zijn. Dat zijn met andere woorden de projecten die in de periode 2007-2012 werden goedgekeurd. De projecten die in 2013 zijn goedgekeurd, zitten hier nog niet bij.

8.3 BASISVOORZIENINGEN VOOR DE PLATTELANDSBEVOLKING (MAATREGEL 321)

ECONOMIE

EN

Outputindicatoren In 2014 werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Tussen 2007 en 2014 zijn in totaal 48 projecten goedgekeurd. Het totale steunbedrag dat uitbetaald is voor projecten die eerder al waren goedgekeurd, bedroeg in 2014 241.117 euro.

11

Voor deze toeristische acties worden de ‘lasten uit het verleden’ (projecten van ANB en ALBON) niet geteld, daar er gevraagd wordt naar ‘nieuwe acties’.

12

Voor deze indicator worden zowel de huidige projecten (gebiedsgerichte werking via PMCs) als de ‘lasten uit het verleden’ geteld.

pagina 73 van 105


Resultaatindicatoren De in 2014 afgelopen projecten hebben tot 85 bijkomende internetaansluitingen geleid, waardoor 368 personen van internet gebruik kunnen maken. In totaal kunnen 131.757 personen genieten van de basisvoorzieningen dankzij deze projecten. Het aantal personen dat per project kan genieten van de basisvoorzieningen verschilt sterk naargelang het project. Zo varieerde dat aantal voor de projecten die afliepen in 2014 tussen 400 en 117.316 personen. Doelbereik Tabel 37 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 37 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321 Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking (exclusief submaatregel 321B) Type indicator Output

Resultaat

Indicator Aantal gesteunde acties Totaal investeringsvolume (euro) Toename van het internetgebruik in ruraal gebied (aantal personen) Aantal inwoners ruraal gebied dat van de basisvoorziening kan genieten

Doel PDPO II 46 9.000.000

Realisatie 20072014 48 8.736.308

Realisatiepercentage 104% 97%

10.400

10.383

100%

1.340.000

1.224.482

91%

Submaatregel Ontwikkeling van de paardenhouderij als economische drager op het platteland (maatregel 321B) Deze submaatregel werd in 2010 goedgekeurd. In 2014 werden geen nieuwe projecten goedgekeurd. Aan een project dat in 2013 werd goedgekeurd, is in 2014 5.668 euro uitbetaald. De resultaatindicator (het aantal personen dat geniet van de verbeterde basisvoorzieningen) kan pas berekend worden na afloop van het project. Tabel 38 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 38 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321B Ontwikkeling van de paardenhouderij als economische drager op het platteland Type indicator Output Resultaat

pagina 74 van 105

Indicator Aantal gesteunde acties Totaal investeringsvolume (euro) Aantal inwoners ruraal gebied dat van de basisvoorziening kan genieten

Doel PDPO II 1 30.000 1.365.925

Realisatie 20072014 1 28.388 NA

Realisatiepercentage 100% 95% NA


Voorbeeld van een As 3-project Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking PDPO II Buurtontmoetingscentrum De Kruibeekse Poort Met de bouw van het buurtontmoetingscentrum De Kruibeekse Poort heeft de VZW KLJ-lokaal Kruibeke de aanzet gegeven om het landelijke karakter van de gemeente Kruibeke te bewaren. Het gebouw bevindt zich niet alleen aan de poort van het Waasland maar is tevens een poort naar zowel polder, dorpskern als platteland. De VZW stelt de lokalen ter beschikking als ontmoetingsruimte voor verenigingen en groepen uit alle sectoren. Dat er echt nood was aan een dergelijke locatie in het centrum van Kruibeke bewijzen de talrijke aanvragen voor evenementen zoals optredens, een brunch en teambuildings van verschillende organisaties. De reeds georganiseerde evenementen weerspiegelen de verscheidenheid en de multifunctionaliteit van ‘De Kruibeekse Poort’ en zijn omgeving.

8.4 DORPSKERNVERNIEUWING EN –ONTWIKKELING (MAATREGEL 322) Outputindicatoren In 2014 werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Aan projecten die eerder waren goedgekeurd, werd in 2014 1.201.648 euro uitbetaald. In de periode 2007-2014 waren er in totaal 74 unieke deelgemeenten betrokken bij de uitvoering van de 76 goedgekeurde dorpskernvernieuwingsprojecten. Resultaatindicatoren Dankzij de in 2014 afgelopen projecten kunnen in totaal 66.701 personen genieten van de verbeterde voorzieningen. Dat aantal verschilt sterk van project tot project. Voor de projecten afgesloten in 2014 varieerde het aantal inwoners dat van de verbeterde voorzieningen kan genieten tussen 600 en 21.000. Doelbereik Tabel 39 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 39 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 322 Dorpskernvernieuwing en -ontwikkeling Type indicator Output Resultaat

Indicator Uniek aantal (deel)gemeenten waar acties plaatsvonden Totaal investeringsvolume (euro) Aantal inwoners rurale gebieden die profiteren van verbeterde voorzieningen

Doel PDPO II

Realisatie 20072014

Realisatiepercentage

60

74

123%

17.500.000

21.588.729

123%

1.365.925

375.062

27%

Het resultaat van de As 3-projecten is pas gekend na afloop van het project. De realisaties van de resultaatindicatoren hebben dus enkel betrekking op de PDPO II-projecten die in 2014 of vroeger beëindigd zijn. Dat zijn met andere woorden de projecten die in de periode 2007-2012 werden goedgekeurd. Deze werkwijze kan verklaren waarom het realisatiepercentage van de resultaatindicator eerder laag ligt en lager dan de realisatiepercentages van de outputindicatoren (2007-2014).

pagina 75 van 105


8.5 INSTANDHOUDING EN OPWAARDERING ERFGOED (MAATREGEL 323)

VAN

HET

LANDELIJKE

Outputindicatoren Deze maatregel wordt uitgevoerd door drie beheersdiensten: ALBON voor de landinrichtingsprojecten, ANB voor de projecten voor inrichting van natuur en VLM voor de gebiedsgerichte projecten die worden goedgekeurd via de PMC’s. In 2014 keurde ANB 16 nieuwe projecten goed, voor een totale projectkost van 495.095 euro. VLM en ALBON keurden geen nieuwe projecten meer goed. Aan projecten die eerder goedgekeurd waren, werd in 2014 664.973 euro uitbetaald. Resultaatindicatoren Dankzij de in 2014 afgelopen projecten goedgekeurd door ANB kunnen 5.000 personen genieten van de verbeterde voorzieningen. De projecten goedgekeurd door VLM en afgelopen in 2014 zorgden voor 703.093 personen die bijkomend kunnen genieten van de verbeterde voorzieningen. Doelbereik Tabel 40 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 40 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 323 Instandhouding en opwaardering landelijk erfgoed Type indicator Output Resultaat

Indicator Aantal gesteunde acties Totaal investeringsvolume (euro) Aantal inwoners rurale gebieden die genieten van verbeterde voorzieningen

93 12.668.840

Realisatie 20072014 11213 14.693.94414

2.353.828

2.354.296

Doel PDPO II

Realisatiepercentage 120% 116% 100%

8.6 INTERMEDIAIRE DIENSTVERLENING (OPLEIDING EN VORMING VAN RURAAL ONDERNEMERSCHAP) (MAATREGEL 331) Outputindicatoren In 2014 werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Aan projecten die eerder goedkeuring kregen, werd 504.781 euro uitbetaald. Van de projecten die afliepen in 2014 werd een aantal bijkomende gegevens verzameld. Zo weten we dat aan de beëindigde projecten die kaderden in het thema ‘management, administratie (boekhouding) en marketingvaardigheden’ 1.683 personen hebben deelgenomen en dat er 119 opleidingsdagen aan werden gewijd. In figuur 30 wordt het aantal unieke gesteunde economische actoren van de projecten beëindigd tussen 2009 en 2014 uitgesplitst naar de verschillende types actoren. Er werden 14.493 landbouwbedrijven gesteund, 8.010 overheidsorganisaties, 308 organisaties zonder winstoogmerk en 933 bedrijven. De overige deelnemers (57.068) kunnen niet tot een van de eerder genoemde actoren gerekend worden – hun deelname wordt op zelfstandige basis verondersteld. Van de deelnemende landbouwers was 4%

13

Dit zijn 79 VLM-projecten, 29 nieuwe ANB-projecten, 3 ALBON-projecten gestart onder PDPO I en 1 ANB-project gestart onder PDPO I.

Dat bestaat uit 11.255.711 euro voor VLM-projecten, 3.075.322 euro voor nieuwe ANB-projecten, 225.813 euro voor ALBON-projecten gestart onder PDPO I en 137.098 euro voor ANB-projecten gestart onder PDPO I. 14

pagina 76 van 105


jonger dan 25 jaar en 40% was een vrouw. Van de niet-landbouwers was 15% jonger dan 25 jaar en 79% was een vrouw. Resultaatindicatoren In totaal hebben 78.561 unieke personen de voorbije jaren met succes deelgenomen aan een project binnen deze maatregel. Hierbij behoren niet alleen de landbouwers en de “zelfstandige” nietlandbouwers, maar ook de personen die behoren tot vzw’s, overheidsorganisaties en KMO’s. Van deze personen was 13% jonger dan 25 jaar en 72% een vrouw.

Andere zelfstandigen; 57.068; 71%

Microondernemingen; 933; 1% Organisaties zonder winstoogmerk; 308 ; 0%

Overheidsorganisaties; 8.010; 10%

Overig; 9.251; 11%

Individuele landbouwbedrijven; 14.493; 18% Figuur 30 Absolute en procentuele verdeling van de unieke deelnemers aan alle beëindigde projecten van intermediaire dienstverlening volgens type actor (2007-2014)

Doelbereik Tabel 41 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 41 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 331 Intermediaire dienstverlening (exclusief submaatregel 331B) Type indicator Output

Resultaat

Indicator

Doel PDPO II

Aantal deelnemende economische actoren aan gesteunde activiteiten (niet-uniek) Aantal dagen opleiding voor alle deelnemers Aantal unieke deelnemers die met vrucht de opleidingsactiviteit beëindigden

Realisatie 20072014

Realisatiepercentage

78.800

80.812

103%

64.000

62.651

98%

81.500

78.561

96%

Submaatregel intermediaire dienstverlening: paardenhouderij (331B) Op deze submaatregel zijn geen projecten ingediend.

pagina 77 van 105


Voorbeeld van een As 3-project Intermediaire dienstverlening PDPO II Vlaams-Brabants Grondwitloof.EU De grondwitloofteelt is een typisch Vlaams-Brabantse teelt en kent reeds een lange traditie. Het project beoogde de verschillende unieke teeltsystemen vast te leggen en te belichten vanuit hun voordelen op het vlak van geĂŻntegreerde teeltwijze, fysische ergonomie en arbeidsbesparing. Deze kennis werd vervolgens ontsloten via voorlichtingsmomenten. Om deze informatie een permanent karakter te geven zal de informatie op de website van de Nationale Proeftuin voor Witloof komen. Het project draagt bij tot de versterking van de competitiviteit van de witloofsector. In het Witloofmuseum te Kampenhout zal een themahoek ingericht worden, zodat de ontsloten informatie ook een ruimer publiek bereikt. Meer info: Nationale Proeftuin voor Witloof

pagina 78 van 105


9 INDICATOREN AS 4 – LEADER 9.1 LOKALE ONTWIKKELINGSSTRATEGIEËN DIVERSIFICATIE (MAATREGEL 413)

LEEFKWALITEIT

/

Outputindicatoren In 2014 werden geen nieuwe Leaderprojecten meer goedgekeurd. Het totaal aantal goedgekeurde Leaderprojecten blijft dus op 599 staan voor de periode 2007-2014. Deze projecten hebben samen 978 financieel begunstigden, van wie 551 uit de privésector en 424 uit de openbare sector. In 2014 werd nog 4.696.448 euro uitbetaald aan eerder goedgekeurde projecten. Resultaatindicatoren Met de 467 projecten die al beëindigd zijn, werden in totaal 172,4 bijkomende banen (VTE) gecreëerd. Daarvan werden er 55% ingevuld door een vrouw en 18% door een persoon jonger dan 25 jaar. Doelbereik Tabel 42 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 42 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 413 Lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit / diversificatie Type indicator Output

Resultaat

Indicator

Doel PDPO II

Aantal gesteunde Plaatselijke Groepen (PG’s) Totale oppervlakte PG-gebied (km²) Totaal aantal inwoners in PG-gebied Aantal projecten goedgekeurd door PG’s Aantal gesteunde begunstigden Aantal banen gecreëerd

10 3.500 900.000 550 850 Geen doelstelling

Realisatie 20072014 10 5.821 1.191.884 599 978 172,4

Realisatiepercentage 100% 166% 132% 109% 115% NA

Voorbeelden van Leaderprojecten PDPO II Regionale Mobiele Fietskoerierdienst Door de oprichting en uitbouw van een regionale mobiele fietskoerierdienst in het Oudenaardse wordt, rekening houdend met het landelijk karakter en het toeristisch beleid van deze streek, aangepaste sociale tewerkstelling gecreëerd. Door het aanbieden van een nieuwe en aangepaste dienstverlening worden de noden van lokale besturen en sociale organisaties om hun cliënteel te bereiken, ingevuld. De mobiele fietskoerierdienst is bijgevolg een drievoudige win-win-operatie vanwege de duurzaamheid door het gebruik van elektrische fietsen, de creatie van sociale tewerkstelling in een regio met een hoge werkloosheidsgraad en het inspelen op sociale noden met een voordelig aanbod. Meer info op www.leadervlaamseardennen.be.

pagina 79 van 105


Plattelandsvensters: een andere kijk op de landbouw en het platteland Het project wordt in het buitengebied van de gemeente Kasterlee uitgevoerd. Bij landbouwbedrijven die producten produceren met laag ‘knuffelgehalte’ zoals bv. een regulier varkens- of kippenbedrijf of akkerbouwer, worden zogenoemde plattelandsvensters geplaatst. Bij een 15-tal landbouwbedrijven en picknickplaatsen wordt een plaat uit cortenstaal met een gedicht over landbouw en platteland gezet. Een venster in de plaat biedt zicht op het landbouwbedrijf. Dit is een kans om een realistische kijk op voedselvoorziening te bieden en om een maatschappelijk draagvlak te creëren voor de landbouwsector. Hierbij aansluitend kunnen toeristische activiteiten worden ontwikkeld, zoals een poëziezoektocht of een begeleide fietstocht met plattelandsgids. Meer info op www.middenkempen.be.

Sint-Aldegonisproject Sint-Aldegondis, de patroonheilige van Zwevezele, wordt aanroepen tegen kanker. Door haar levensverhaal in ere te herstellen wil de promotor niet alleen het gevoel van streekidentiteit versterken, maar ook initiatieven opzetten om kankerpatiënten en hun familieleden geestelijk, rationeel en emotioneel te sterken in hun strijd tegen kanker. De processie wordt nieuw leven ingeblazen door de verloren gewaande gewaden te herstellen. Een praalwagen met sculpturen zal de processie opluisteren. Tijdens theosensitieve vieringen, waarbij alle zintuigen worden aangesproken, zal een reuzenwierookvat ‘het zwevend zeelken’ voortaan door de kerk slingeren. Diverse streekproducten, arrangementen, fiets- en wandeltochten in het teken van Sint-Aldegondis worden uitgewerkt.

9.2 SAMENWERKINGSPROJECTEN MET ANDERE PLATTELANDSGEBIEDEN (MAATREGEL 421) Outputindicatoren In 2014 werden geen nieuwe samenwerkingsprojecten meer goedgekeurd. Voor de periode 2007-2014 blijft het aantal goedgekeurde projecten binnen deze maatregel dus op 14 staan, waarvan vier interterritoriale en tien transnationale samenwerkingsprojecten. 32 (niet-unieke) PG’s werken samen aan deze projecten, waarvan 19 Vlaamse (niet-uniek). In 2014 werd nog 381.855 euro uitbetaald aan eerder goedgekeurde projecten. Resultaatindicatoren Gegevens over gecreëerde banen worden verzameld bij het afsluiten van projecten. Binnen deze maatregel werden tot nog toe 8 projecten afgesloten. Die hebben samen 3 banen opgeleverd. Doelbereik Tabel 43 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen.

pagina 80 van 105


Tabel 43 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 421 Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden Type indicator Output

Resultaat

Indicator Aantal projecten Aantal gesteunde Plaatselijke Groepen (PG’s) (uniek) Aantal banen gecreëerd

Doel PDPO II 20

Realisatie 20072014 14

Realisatiepercentage 70%

10

10

100%

Geen doelstelling

3

NA

9.3 WERKING PLAATSELIJKE GROEPEN (MAATREGEL 431) Outputindicatoren Met deze maatregel wordt steun verleend voor het beheer van de Plaatselijke Groepen, de verwerving van vakkundigheid en het dynamiseren van het gebied. Het gaat voornamelijk om kortlopende vormingsactiviteiten. In 2014 werden 268 activiteiten gesteund. Voor de periode 2007-2014 komt dat samen neer op 1.952 activiteiten. In figuur 31 wordt een overzicht gegeven van de in 2014 gesteunde activiteiten per type activiteit. De helft van de activiteiten bestond uit een informatiesessie over het Leadergebied en het communiceren over de (resultaten van de) lokale ontwikkelingsstrategie. Dat bestaat uit het uitgeven van folders en publiceren van artikelen, het verspreiden van persberichten en het organiseren van studiedagen en infomomenten. 31% van de activiteiten draaide rond het opleiden van personeel dat de lokale ontwikkelingsstrategie moet voorbereiden en uitvoeren. 13% van de acties focuste op het voeren van promotie. Een beperkt aantal acties is onder te brengen in de categorie “studies over het betrokken gebied”. Onder de categorie “andere” worden de secretariaats- en personeelskosten verstaan van de PGcoördinatoren en administratieve krachten van de tien Vlaamse PG’s. Hiervoor werden tien “activiteiten” gerekend overeenkomende met de tien Leadergroepen. Resultaatindicatoren In de periode 2007-2014 hebben 3.159 unieke personen succesvol deelgenomen aan één of meerdere opleidingsactiviteiten (tabel 44). 39% van de deelnemers waren vrouwen en 9% was jonger dan 25 jaar. Alle deelnemers die aanwezig waren op de opleiding worden als “geslaagd” beschouwd in de zin dat ze het geleerde zullen toepassen in de praktijk. Doelbereik Tabel 44 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 44 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 431 Werking Plaatselijke Groepen Type indicator Output Resultaat

Indicator Aantal gesteunde acties Aantal deelnemers dat met succes de opleiding volbracht

Doel PDPO II 1.700 Geen doelstelling

Realisatie 20072014 1.952 3.159

Realisatiepercentage 115% NA

pagina 81 van 105


Andere; 10; 4%

Studies over het betrokken gebied; 6; 2%

Dynamiseringsacties (promotie); 35; 13%

Opleiding van personeel dat wordt betrokken bij de opstelling en de uitvoering van de plaatselijke ontwikkelingsstrategie; 83; 31%

Acties om voorlichting te geven over het gebied en over de plaatselijke ontwikkelingsstrategie; 134; 50%

Figuur 31 Absolute en procentuele verdeling van de activiteiten rond Werking Plaatselijke Groepen per categorie in 2014

pagina 82 van 105


10 INDICATOREN HERSTELPLAN

HEALTH

CHECK

EN

ECONOMISCH

10.1 INLEIDING 2010 was het eerste jaar van uitvoering van het Health Check-programma of de tussentijdse bijsturing van het landbouwbeleid. Europa voorzag met de Health Check-verordening (Verordening (EG) Nr. 74/2009) extra financiële middelen voor de volgende prioriteiten: hernieuwbare energie, klimaatverandering, waterbeheer, biodiversiteit en de herstructurering van de zuivelsector. Ook vanuit het Economisch Herstelplan kwamen vanaf 2010 extra middelen ter beschikking van het landbouw- en plattelandsbeleid, voor dezelfde doelstellingen als die van de Health Check aangevuld met breedband. Vlaanderen heeft op al deze prioriteiten ingezet, behalve op breedband omdat Vlaanderen reeds een volledige bedekkingsgraad heeft.

10.2 AS 1 Vlaanderen koos er binnen As 1 voor om in te zetten op de Health Check-prioriteiten via de bestaande maatregelen “investeringen in landbouwbedrijven” en “verhoging van de toegevoegde waarde van landen bosbouwproducten”.

10.2.1 Investeringen in landbouwbedrijven (maatregel 121) Outputindicatoren Er werden in 2014 geen nieuwe investeringsdossiers meer goedgekeurd, aangezien het Health Checkbudget voor deze maatregel bijna uitgeput was. Aan eerder goedgekeurde dossiers werd vorig jaar 6.536 euro uitbetaald. Doelbereik Tabel 45 zet per outputindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 45 Monitoring en doelbereik maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven onder Health Check Indicator Aantal gesteunde bedrijven Totale investeringsvolume (euro)

Doel PDPO II 1.172 45.400.000

Realisatie 2009-2014 1.021 35.723.212

Realisatiepercentage 87% 79%

10.2.2 Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten (maatregel 123) Outputindicatoren In 2014 werd 1.396.577 euro uitbetaald aan zes eerder goedgekeurde dossiers. Vier dossiers kaderden in de prioriteit klimaatverandering (onder andere verbetering van energie-efficiëntie) en twee projecten zetten in op de verwerking van biomassa voor de productie van hernieuwbare energie. Doelbereik Tabel 46 zet per outputindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Voor het lage doelbereik van de outputindicatoren geldt de verklaring zoals toegelicht in hoofdstuk 6.6.

pagina 83 van 105


Tabel 46 Monitoring en doelbereik maatregel 123 Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten onder Health Check Indicator Aantal gesteunde bedrijven Totale investeringsvolume (euro)

Doel PDPO II 42 32.150.000

Realisatie 2009-2014 19 12.382.776

Realisatiepercentage 45% 39%

10.3 AS 2 Vlaanderen koos er binnen As 2 voor om op de Health Check-prioriteiten in te zetten door middel van een aantal bestaande agromilieumaatregelen en de toen nieuwe maatregel “verwarringstechniek in de pitfruitteelt”. In 2014 werden contracten en arealen uitbetaald die in 2013 of vroeger via de verzamelaanvraag werden aangevraagd.

10.3.1 Agromilieumaatregelen (maatregel 214) Outputindicatoren Vlaanderen zet door middel van een aantal agromilieumaatregelen in op de Europese prioriteiten klimaatverandering, waterbeheer en biodiversiteit. In totaal werden in 2014 op het budget van het Health Check-programma 589 contracten verwarringstechniek uitbetaald en 937 contracten BO water, voor een oppervlakte van respectievelijk 8.145 hectare en 18.038 hectare. Er werd in 2014 4.371.179 euro steun gegeven. Het unieke areaal waarop in 2014 agromilieumaatregelen onder Health Check werden uitbetaald bedroeg 26.183 hectare. 1.511 unieke bedrijven hadden één of meerdere contracten lopen die in 2014 op Health Check budget werden uitbetaald. Doelbereik Tabel 47 zet de realisaties van de outputindicatoren uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 47 Monitoring en doelbereik maatregel 214 Agromilieumaatregelen onder Health Check-programma Indicator Aantal unieke gesteunde bedrijven Totaal areaal (ha) Uniek areaal (ha) Aantal contracten

Doel PDPO II 2.084 18.283 16.820 3.920

Realisatie 2009-2014 4.702 35.134 26.183 6.542

Realisatiepercentage 226% 192% 156% 167%

De doelstellingen voor de outputindicatoren blijken niet goed ingeschat te zijn. Toch werden deze niet aangepast, omdat een passende inschatting niet mogelijk is gezien de uitvoeringswijze van deze maatregel. De contracten die met Health Check-budget worden uitbetaald, kunnen immers jaarlijks variëren. Aangezien het Health Check-budget ontoereikend is om alle betrokken agromilieumaatregelen te financieren, wordt pas bij de uitbetaling van de contracten beslist of hiervoor al dan niet Health Check-middelen worden gebruikt. Daarom is het niet mogelijk hiervan vooraf al een adequate inschatting te maken.

pagina 84 van 105


10.4 AS 3 Vlaanderen koos er binnen As 3 voor om in te zetten op de Health Check-prioriteiten via de bestaande maatregel â&#x20AC;&#x153;investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteitenâ&#x20AC;?.

10.4.1 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten (maatregel 311) Outputindicatoren In 2014 zijn geen nieuwe diversificatiedossiers meer goedgekeurd binnen het Health Check-programma. Er werd 252.202 euro van het Health Check-budget uitgegeven aan dossiers die de vorige jaren werden goedgekeurd. Doelbereik Tabel 48 zet de realisaties van de outputindicatoren uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 48 Monitoring en doelbereik maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten onder Health Check-programma Indicator Aantal begunstigden Totale investeringsvolume (euro)

Doel PDPO II 1.000 62.000.000

Realisatie 2009-2014 422 45.005.947

Realisatiepercentage 42% 73%

pagina 85 van 105


FIGUREN Figuur 1 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II ...................................................................................................................................... 25 Figuur 2 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II ............................................................................................................ 25 Figuur 3 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II....................................................................................................................................................................................................... 26 Figuur 4 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II .............................................................................................................................................................. 26 Figuur 5 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (exclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2014 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II. ............................................................................................................................................................. 27 Figuur 6 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economische Herstelplan, exclusief technische bijstand) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van PDPO II (Uitgaven lager dan 1% van het totaal werden samengebracht in de categorie â&#x20AC;&#x153;maatregelen < 1%â&#x20AC;?) (AMM = agromilieumaatregel, VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, BO = beheerovereenkomst) .................................................................. 28 Figuur 7 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van As 1 (VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, BOB = Beschermde Oorsprongsbenaming, BGA = Beschermde Geografische Aanduiding, GTS = Gegarandeerde Traditionele Specialiteit) ........ 29 Figuur 8 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van As 2. De uitdovende maatregelen zijn niet in de figuur opgenomen (AMM = agromilieumaatregel, BO = beheerovereenkomst, KLE = kleine landschapselementen) ......................... 30 Figuur 9 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaar 2014 over de maatregelen van As 3 en As 4 (VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) ......................................................................... 31 Figuur 10 Absolute en procentuele verdeling per landbouwsector van de in 2014 goedgekeurde vestigingsdossiers (aantal) ................................................................................................................................................... 41 Figuur 11 Absolute (euro) en procentuele verdeling per landbouwsector van de totale vestigingskosten van de in 2014 goedgekeurde vestigingsdossiers .................................................................. 41 Figuur 12 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van LMN-bedrijven met een in 2007 goedgekeurd vestigingsdossier (AMS op basis van LMN) ........................................................................... 42 Figuur 13 Absolute en procentuele verdeling van het aantal goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes, 2014 .................................................................................................................... 45 Figuur 14 Absolute (euro) en procentuele verdeling van het investeringsvolume van de in 2014 goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes ..................................................... 45 Figuur 15 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van LMN-landbouwbedrijven met een in 2007 goedgekeurd investeringsdossier (AMS op basis van LMN)............................................... 48

pagina 86 van 105


Figuur 16 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van agrovoedingsbedrijven gesteund door middel van maatregel 123 (Bron: AMS op basis van BelFirst) ............................................. 49 Figuur 17 Evolutie van het uitbetaalde areaal (ha) van maatregelen 212 en 213 (Vergoeding Natuur) tussen 2007 en 2014 ............................................................................................................................................................... 53 Figuur 18 Absolute en procentuele verdeling van de oppervlakte (ha) onder de verschillende agromilieumaatregelen (2014)............................................................................................................................................ 55 Figuur 19 Absolute en procentuele verdeling van het aantal contracten voor de verschillende agromilieumaatregelen (2014)............................................................................................................................................ 56 Figuur 20 Absolute en procentuele verdeling van de overheidsuitgaven (euro) voor agromilieumaatregelen (2014)............................................................................................................................................ 56 Figuur 21 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 20072014, inclusief de uitdovende agromilieumaatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst) ........................................................................................................... 58 Figuur 22 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 20072014, zonder de uitdovende maatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst) ........................................................................................................... 58 Figuur 23 Aantal lopende contracten voor agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, inclusief uitdovende agromilieumaatregelen ............................................................................................................. 60 Figuur 24 Aantal lopende contracten voor agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, zonder de uitdovende maatregelen ............................................................................................................................... 60 Figuur 25 Overheidsuitgaven per kalenderjaar voor de verschillende agromilieumaatregelen (2007-2014), inclusief uitdovende agromilieumaatregelen..................................................................................... 61 Figuur 26 Overheidsuitgaven per kalenderjaar voor de verschillende agromilieumaatregelen, exclusief de uitdovende maatregelen (2007-2014) .................................................................................................... 61 Figuur 27 Absolute en procentuele verdeling van het aantal in 2014 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie ........................................................................................................ 70 Figuur 28 Absolute en procentuele verdeling van de subsidiabele investeringskost (euro) van de in 2014 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie ............................ 70 Figuur 29 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van LMN-landbouwbedrijven met een in 2007 goedgekeurd diversificatiedossier (AMS op basis van LMN) .............................................. 71 Figuur 30 Absolute en procentuele verdeling van de unieke deelnemers aan alle beĂŤindigde projecten van intermediaire dienstverlening volgens type actor (2007-2014) ............................................ 77 Figuur 31 Absolute en procentuele verdeling van de activiteiten rond Werking Plaatselijke Groepen per categorie in 2014 .......................................................................................................................................... 82

pagina 87 van 105


TABELLEN Tabel 1 Overzicht betalingen technische bijstand PDPO II 2014.......................................................................... 14 Tabel 2 Publieke (Europese + Vlaamse) uitgaven 2007-2014 per as, inclusief top-up, Health Check en Economisch Herstelplan ....................................................................................................................................................... 24 Tabel 3 Overzicht van de uitgaven (euro) in de periode 2007-2014 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven voor de programmaperiode PDPO II. Top-up is niet opgenomen. De bestede en geplande overheidsuitgaven zijn inclusief Health Check en Economisch Herstelplan. .... 31 Tabel 4 Overzicht van de top-up overheidsuitgaven, inclusief binnen Health Check en Economisch Herstelplan ................................................................................................................................................................................. 34 Tabel 5 Overzicht van de uitgaven (euro) binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in de periode 2010-2014 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven. Top-up is niet meegenomen. ............................................................................................................................................................................ 35 Tabel 6 Overzicht van de top-up uitgaven binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in 2010-2014 ............................................................................................................................. 35 Tabel 7 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor cursussen en stages in 2014........................................................................................................................................................................................... 37 Tabel 8 Leeftijd en geslacht van (unieke) deelnemers aan cursussen en stages, 2007-2014 ................. 38 Tabel 9 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor korte vorming in 2014 ................................................................................................................................................................................................ 38 Tabel 10 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-A Opleiding ........ 39 Tabel 11 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-C Sensibiliseringsprojecten duurzame landbouw ........................................................................................................ 40 Tabel 12 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 112 Vestigingssteun42 Tabel 13 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicator maatregel 114 Bedrijfsadviessysteem ........................................................................................................................................................... 43 Tabel 14 Lijst van investeringen die beschouwd worden als nieuwe techniek of nieuw product ... 46 Tabel 15 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven................................................................................................................................................................ 48 Tabel 16 Monitoring en doelbereik maatregel 123 Verhoging van de toegevoegde waarde van landen bosbouwproducten ......................................................................................................................................................... 50 Tabel 17 Monitoring en doelbereik maatregel 132 Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen ............................................................................................................................................... 50 Tabel 18 Monitoring en doelbereik maatregel 133 Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS .............................................................................................................................. 51 Tabel 19 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 212/213 Vergoeding Natuur (PDPO I en PDPO II samen, gebaseerd op uitbetaling volgens budgetposten) .......................................................... 53 Tabel 20 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 212 Vergoeding Natuur buiten Natura 2000-gebied (gebaseerd op GIS-analyse) ...................................................................................................... 54 Tabel 21 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 213 Vergoeding Natuur binnen Natura 2000 (gebaseerd op GIS-analyse)...................................................................................................................... 54 Tabel 22 Unieke oppervlakte agromilieumaatregelen in Natura 2000-, VEN- en LFA-gebied (2014) . 62 Tabel 23 Overlap van agromilieumaatregelen met Natura 2000-gebied (2014) ......................................... 62 Tabel 24 Overlap agromilieumaatregelen met VEN-gebied (2014) .................................................................... 62 Tabel 25 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen ......... 64

pagina 88 van 105


Tabel 26 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen ..... 65 Tabel 27 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water ............................................................................................. 65 Tabel 28 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water ............................................................................................. 65 Tabel 29 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond (PDPO II) ................................................................................................................................................... 66 Tabel 30 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond ....................................................................................................................................................................... 67 Tabel 31 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen op landbouwgrond .............................................................................................................. 67 Tabel 32 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen ............................................................................................................................................... 67 Tabel 33 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen in bossen........................................................................................................................................................ 68 Tabel 34 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen............................................................................................................................................................................. 68 Tabel 35 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten ................................................ 72 Tabel 36 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 313 Bevordering van toeristische activiteiten............................................................................................................................................... 73 Tabel 37 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321 Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking (exclusief submaatregel 321B) ........ 74 Tabel 38 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321B Ontwikkeling van de paardenhouderij als economische drager op het platteland ................................ 74 Tabel 39 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 322 Dorpskernvernieuwing en -ontwikkeling .................................................................................................................... 75 Tabel 40 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 323 Instandhouding en opwaardering landelijk erfgoed .............................................................................................. 76 Tabel 41 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 331 Intermediaire dienstverlening (exclusief submaatregel 331B) .............................................................................. 77 Tabel 42 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 413 Lokale ontwikkelingsstrategieĂŤn leefkwaliteit / diversificatie ......................................................................................... 79 Tabel 43 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 421 Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden ................................................................................ 81 Tabel 44 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 431 Werking Plaatselijke Groepen................................................................................................................................................................ 81 Tabel 45 Monitoring en doelbereik maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven onder Health Check.............................................................................................................................................................................. 83 Tabel 46 Monitoring en doelbereik maatregel 123 Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten onder Health Check ................................................................................................. 84 Tabel 47 Monitoring en doelbereik maatregel 214 Agromilieumaatregelen onder Health Checkprogramma ................................................................................................................................................................................ 84 Tabel 48 Monitoring en doelbereik maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten onder Health Check-programma .............................................................................. 85

pagina 89 van 105


BRONNEN Departement Landbouw en Visserij (2008) Programma voor Plattelandsontwikkeling in Vlaanderen (PDPO), 2007-2013 www.vlaanderen.be/pdpo . Dumez L. & Van Zeebroeck M. (2011) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2010, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Dumez L. & Van Zeebroeck M. (2012) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2011, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Dumez L. & Van Zeebroeck M. (2013) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2012, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Dumez L. (2014) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2013, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. European Commission (2009) Common indicators for monitoring and evaluation of rural development programmes 2007-2013. Part I: Explanatory guidelines; Part II: Common indicator tables. Europese Commissie (2006) Handboek voor een gemeenschappelijk toezicht- en evaluatiekader. Richtsnoer en bijlagen http://ec.europa.eu/agriculture/rurdev/eval/index_en.htm. IDEA Consult, UGent, Soresma & VUB (2010) Mid term evaluatie van het Vlaams Programadocument voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Brussel www.vlaanderen.be/pdpo. Strategisch Monitoringsrapport voor BelgiĂŤ, 2012 www.vlaanderen.be/pdpo. Strategisch Monitoringsrapport voor BelgiĂŤ, 2014 www.vlaanderen.be/pdpo. Van Zeebroeck M., Carels K. & Samborski V. (2008) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2007, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Van Zeebroeck M., Carels K. & Samborski V. (2009) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2008, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Van Zeebroeck M. & Maertens E. (2010) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2009, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel.

pagina 90 van 105


AFKORTINGEN AEA ALBON AMM AMS ANB BAS BGA BO BOB BrTW CCEP EENRD EFMZV EFRO ELFPO ENRD ESF EU FADN FOD GIS GLB GPS GTEK GTS GVE Ha HNVF ICT INBO IPM KMO LAG LEADER LFA LMN MAP NA NP PDPO PG PMC SFC VEN VLIF VLM VMM VTE WKK

ammoniakemissiearm afdeling land- en bodembescherming, ondergrond, natuurlijke rijkdommen agromilieumaatregel afdeling Monitoring en Studie agentschap Natuur en Bos bedrijfsadviessysteem beschermde geografische oorsprong beheerovereenkomst beschermde oorsprongsbenaming bruto toegevoegde waarde Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid European Evaluation Network for Rural Development Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling European Network for Rural Development Europees Sociaal Fonds Europese Unie Farm Accountancy Data Network Federale Overheidsdienst geografisch informatiesysteem Gemeenschappelijk Landbouwbeleid global positioning system gemeenschappelijk toezichts- en evaluatiekader gegarandeerde traditionele specialiteit grootvee-eenheid hectare high nature value farming information and communications technology Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek geïntegreerde productiemethode kleine en middelgrote ondernemingen lokale actiegroep Liaisons entre actions de développement de l’Economie Rurale Less favoured areas Landbouwmonitoringsnetwerk mestactieplan not available not applicable Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling Plaatselijke Groep provinciaal management comité structural funds common system Vlaams ecologisch netwerk Vlaams landbouwinvesteringsfonds Vlaamse Landmaatschappij Vlaamse Milieumaatschappij Voltijds equivalent warmtekrachtkoppeling

pagina 91 van 105


CONTACTPERSONEN Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid (CCEP) Els Soenen Belinda Cloet Kristien Reyns Vlaams Betaalorgaan Kris Heyse Leden van het Uitvoeringscomité PDPO II

Stemgerechtigde effectieve leden Jules Van Liefferinghe (voorzitter) Patricia De Clercq (secretariaat) Els Soenen Johan Verstrynge Koen Wellemans Jos De Smedt Lieven Van Waes Luc Uytdewilligen Daniël De Laender Bert Van Wambeke Nadine Vantomme Martine Swerts Tom Neels

Stemgerechtigde plaatsvervangende leden Belinda Cloet (secretariaat) Jean Steenberghen Hilde Villé Anja Bockstal Katleen Butaye Johan De Schrijver Rudy Geerts Anneleen Vandenberghe Davy De Dobbeleer Petra Deproost Carl De Schepper

Bijkomende effectieve leden Linn Dumez Stéphane Desmet Nele Vanslembrouck Daniël Ketels

pagina 92 van 105


Lieve Vleurick

Bijkomende plaatsvervangende leden Dirk Van Gijseghem Kris Heyse Anita Dumon Afdeling Monitoring en Studie Dirk Van Gijseghem Linn Dumez

pagina 93 van 105


BIJLAGEN BIJLAGE 1: LIJST AANGEPASTE STREEFDOELEN Monitoringjaar vaststelling probleem streefdoel

Maatregelnummer

Oorspronkelijke waarden

2007

111A

1) Totaal aantal dagen 1) 519.750 opleiding: 32.669 2) 34.000 2) Aantal unieke deelnemers die succesvol een opleiding gevolgd hebben: 28.000

1) Er werd bij opmaak target niet vermenigvuldigd met het aantal deelnemers.

1) Aantal unieke 1) 14 deelnemers: 490 2) 14 2) Totaal aantal dagen 3) 14 opleiding voor alle deelnemers: 420

Targets moeten aangepast worden daar maatregel in uiteindelijk programmadocument een uitdovend karakter heeft gekregen.

2007

111D

3) Aantal deelnemers succesvol opleiding hebben= 3

unieke die een gevolgd

Nieuwe waarden

Verantwoording

2) Slaagpercentage voor korte vorming 100% (geleerde vaardigheden in praktijk brengen) i.p.v 80%.


2007

114

Aantal gesteunde 18.634 landbouwers: 11.900

De beheersdienst heeft vastgesteld dat de target van 11.900 gesteunde landbouwers enkel slaat op de bedrijfsadviessystemen conform EG 1782/2003 en niet op de landbouwers die uitbetaald worden voor de milieumodule en bedrijfsleidingadvies. Om deze reden werd een nieuwe target voor het â&#x20AC;&#x153;aantal gesteunde landbouwersâ&#x20AC;? voorgesteld, die bestaat uit de som van de target voor bedrijfsadviessystemen (11.900), bedrijfsleidingadvies (2.367) en milieumodule (4.367): 18.634.

2008

111A

Aantal deelnemers 1.200.000 (niet-uniek): NA

Doelstelling werd bepaald op basis gegevens 2007-2008.

2008

111C

Aantal deelnemers 106.000 (niet-uniek): NA

Doelstelling werd bepaald op basis gegevens 2007-2008.

2008

111D

Aantal deelnemers 17 (niet-uniek): NA

Doelstelling werd bepaald op basis gegevens 2007-2008.

2008

121

Stijging bruto 10% toegevoegde waarde: 0%

Deze nieuwe inschatting is gebaseerd op FADN data van de periode 2000-2006.

2008

123A

Stijging van de bruto 155.000.000 toegevoegde waarde: euro 20 %

Deze doelstelling is tot stand gekomen op basis van informatie aangaande BrTW van agrovoedingsbedrijven die steun gekregen hebben tijdens PDPO 2000-2006 (zie ex post evaluatie PDPO 20002006) te koppelen aan de outputindicatoren voor maatregel 123 voor PDPO 2007-2013.

2008

123A

Totale investeringsvolume: 1.015.000.000

414.000.000 euro

Oorspronkelijke target werd opgemaakt op basis van een onrealistisch ingeschat budget.

2008

132

Waarde van de 344.000.000 landbouwproductie euro onder kwaliteitslabel:

Omzet bio-sector (zonder producenten en import): 289,3 miljoen euro in 2006. Stijging van 2,5% per jaar, dus omzet eind 2013: 344 miljoen euro.

pagina 95 van 105


2,5% stijging per jaar 2008

214K

Totale areaal dat 243 ha agromilieusteun ontvangt: 13.977 ha

Vanaf M2008 is het niet meer mogelijk het areaal kleine landschapselementen te koppelen aan de percelen. De nieuwe doelstelling geeft enkel de oppervlakte van de kleine landschapselementen op zich aan.

2008

214P

1) Totale areaal dat 1) 1.600 ha agromilieusteun 2) 664 ontvangt: 203 ha

De doelstellingen van subpakket â&#x20AC;&#x153;beweiding zonder beperking van weidedatumâ&#x20AC;? (BO Natuur) werden toegevoegd

2) Aantal contracten: 74 2008

311

Stijging niet- 10% landbouw bruto toegevoegde waarde: 0%

Deze nieuwe inschatting is gebaseerd op FADN data van de periode 2000-2006.

2008

321

1) Bevolking die 1) 60.000 voordeel haalt uit een 2) 2000 verbeterde dienstverlening: NA

Schatting op basis van preliminaire gegevens M2007 en M2008.

2) Bevolking toegang tot internet: NA 2008

331

Aantal deelnemers die 500 succesvol een trainingssessie beĂŤindigd hebben: NA

Schatting op basis van preliminaire gegevens M2007 en M2008.

2008

413

Aantal begunstigden: 700 200.000

Verkeerde interpretatie van begunstigden bij opstelling target

2008

431

Aantal gesteunde 1.700 acties: 250

Te enge interpretatie van het aantal acties bij het opstellen van de target

pagina 96 van 105


2011

212

Area under successful 2.445,3 ha land management contributing to bio diversity and high nature value farming/forestry: 0 ha

Oorspronkelijk stond er verkeerdelijk â&#x20AC;&#x153;0â&#x20AC;? als streefwaarde. Nu bijgesteld op basis van de streefwaarde voor de outputindicator.

2011

313

1) Aantal gesteunde 1) 55 nieuwe toeristische 2) 181.000 acties: 182

Geen goede inschatting (gebaseerd op cijfers uit monitoringjaar 2007)

2) Bijkomend aantal toeristische bezoeken: 16.000 2011

321

1) Aantal gesteunde 1) 46 acties: 147 2) 10.400 2) Toename van het 3) 1.340.000 internetgebruik in ruraal gebied: 2.000

Geen goede inschatting (gebaseerd op cijfers uit monitoringjaar 2007)

3) Aantal inwoners in ruraal gebied die van de basisvoorziening genieten: 60.000 2011

331

1) Aantal deelnemende 1) 78.800 economische actoren 2) 64.000 aan gesteunde activiteiten (niet- 3) 81.500 uniek): 70

Verkeerde interpretatie van de indicatoren bij het opstellen van de targets

2) Aantal dagen opleiding voor alle deelnemers: 210

pagina 97 van 105


3) Aantal unieke deelnemers die met vrucht de opleidingsactiviteit volbrachten: 500 2012

121

Investeringsvolume: 1.295.000.000 euro

1.500.000.000 euro

Wijziging van het financieel plan + gemiddeld investeringsvolume per dossier dan aanvankelijk ingeschat

hoger

2012

123-A

Investeringsvolume: 335.000.000 euro

225.000.000 euro

Wijziging financieel plan omdat voorziene budget te hoog was ingeschat, onder andere als gevolg van de financieel-economische crisis

Aantal begunstigden: 200 250 2012

311

Investeringsvolume: 100.000.000 euro

110.000.000 euro Wijziging van het financieel plan + gemiddeld investeringsvolume per dossier dan aanvankelijk ingeschat

2013

212

1)

1) 1.000 ha 2) 1.500 ha

Bijstelling streefwaarden in functie van de werkelijke realisaties van de maatregel

2013

216

1) 7 2) 411.970 euro

De streefwaarden zijn bijgesteld in functie van de werkelijke realisaties. De begunstigden zijn waterbeheerders of lokale/regionale landbouworganisaties. Bij de oorspronkelijke inschatting van het aantal begunstigden werden ook individuele landbouwers meegeteld. Individuele landbouwers zijn wel betrokken, maar worden nu niet meegeteld als begunstigde.

2013

222

pagina 98 van 105

Totaal aantal begunstigden: 2.482 ha 2) Totaal areaal dat steun ontvangt: 5.148 ha 1) Totaal aantal begunstigden: 1.200 2) Totaal investeringsvolum e: 560.064 euro 1)

Totaal aantal 1) 20 begunstigden: 75 2) 35 ha 2) Totaal areaal dat steun ontvangt: 250 ha

hoger

Bijstelling streefwaarden in functie van de werkelijke realisaties van de maatregel


2013

313

2013

321A

1)

Aantal gesteunde 1) 60 nieuwe 2) 11.000.000 toeristische acties: euro 55 2) Totaal investeringsvolum e: 8.190.000 euro Totaal 9.000.000 euro investeringsvolume: 14.700.000 euro

Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.

Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring. Het investeringsvolume voor maatregel 321 is bij het begin overschat, omdat er initieel is van uitgegaan dat heel wat projecten met een verlaagd cofinancieringspercentage zouden worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld 30% ipv 65% subsidie. Tijdens de looptijd is gebleken dat iedere provincie voor deze maatregel een cofinancieringspercentage van 65 % heeft toegepast en daardoor is het investeringsvolume te hoog ingeschat geweest bij deze maatregel.

2013

321B

2013

322

2013

323A

1)

Aantal gesteunde acties: 10 2) Totaal investeringsvolum e: 1.410.000 euro 1) Aantal dorpen waar acties plaatsvinden: 112 2) Totaal investeringsvolum e: 15.225.000 euro 1) Aantal gesteunde acties: 182

1) 10 2) 30.000 euro

Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.

1) 60 2) 17.500.000 euro

Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.

1) 82 2) 12.000.000

Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste,

pagina 99 van 105


2) Totaal investeringsvolum e: 5.460.000 euro

2013

331B

1) 2)

2013

413

1) 2)

2014

111A

1)

2) 3) 4)

pagina 100 van 105

Aantal gesteunde acties: 30 Totaal investeringsvolum e: 90.000 euro Aantal projecten gesteund door de PGâ&#x20AC;&#x2122;s: 500 Aantal gesteunde begunstigden: 700 Aantal unieke deelnemers aan opleidingen: 35.000 Aantal deelnemers aan opleidingen: 1.200.000 Totaal aantal dagen opleiding: 519.750 Aantal unieke deelnemers die succesvol een opleiding hebben gevolgd: 34.000

euro

kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.

de

Bij deze maatregel zijn er heel wat grote projecten ingediend, die maar voor een klein onderdeel cofinanciering hebben aangevraagd. Daardoor is de initiĂŤle inschatting van het investeringsvolume bij de opmaak van PDPO II te laag geweest. 1) 1 2) 30.000 euro

Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.

1) 550 2) 850

Het budget voor deze maatregel wordt verhoogd.

1) 2) 3) 4)

De maatregel heeft extra budget gekregen om extra verbintenissen aan te gaan.

41.800 1.358.000 582.660 40.500


BIJLAGE 2: TIJDSREEKSEN AGROMILIEUMAATREGELEN Tabel A: Oppervlakte van de verschillende agromilieumaatregelen, Vlaanderen, 2000-2014, hectare AREAAL (ha)

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Mechanische onkruidbestrijding

151

1.298

2.033

2.627

4.966

5.973

6.207

6.191

5.969

4.616

3.931

3.877

3.485

3.170

2.803

Verwarringstechniek

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7.485

7.866

8.006

8.145

8.105

Hoogstamboomgaarden

0

0

0

0

0

232

388

482

567

649

646

677

1.278

1.068

892

Vlinderbloemigen

0

0

0

0

1.057

3.018

4.766

5.751

6.472

5.902

5.364

5.057

4.660

4.462

4.261

375

344

668

767

748

748

1.102

920

965

1.133

1.232

1.192

1.264

1.331

1.219

1.350

1.584

1.839

2.861

2.735

2.689

2.645

2.704

2.674

2.795

3.270

3.569

3.943

4.099

3.998

BO perceelsrandenbeheer

35

89

210

308

370

530

1.222

1.204

1.280

1.395

1.266

653

1.192

1.245

1.205

BO soortenbescherming

165

251

443

499

620

816

961

732

728

774

601

953

1.213

1.293

1.264

0

0

0

0

0

920

1.736

2.091

2.469

3.241

3.427

3.455

4.797

5.051

3.785

17.526

29.665

32.019

30.709

27.210

27.800

29.300

29.384

28.385

28.135

28.013

22.847

16.875

17.900

17.140

426

1.183

4.437

5.602

6.486

7.158

7.392

4.634

118

129

124

120

163

180

170

Groenbedekking

5.655

27.132

34.330

39.582

68.275

72.103

78.031

75.958

71.339

16.096

5.323

0

0

0

0

Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit

5.157

8.478

9.408

10.058

6.749

4.941

888

396

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

17

81

203

201

197

197

156

0

0

0

0

1.372

1.597

1.726

1.934

2.130

2.628

1.397

1.403

1.216

987

869

0

0

0

0

Steun biovarkens

0

0

6

6

6

6

6

6

0

0

0

0

0

0

0

TOTAAL AREAAL

32.212

71.621

87.119

94.953

121.369

129.643

136.244

132.057

122.379

66.049

61.707

50.266

46.876

47.944

44.842

RAMING UNIEK AREAAL

29.554

65.711

79.930

87.117

111.354

118.945

125.001

121.513

119.555

64.898

60.085

50.066

46.968

47.114

44.269

Milieuvriendelijke sierteelt Hectaresteun bio-landbouw

BO erosiebestrijding BO water BO kleine landschapselementen

BO botanisch beheer BO natuur

pagina 101 van 105


Tabel B: Aantal lopende contracten van de verschillende agromilieumaatregelen, Vlaanderen, 2000-2014 AANTAL LOPENDE CONTRACTEN

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Mechanische onkruidbestrijding

22

177

298

424

892

989

1.068

1.365

1.422

980

862

807

692

634

538

Verwarringstechniek

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

586

611

610

589

575

Hoogstamboomgaarden

0

0

0

0

0

515

854

1.133

1.385

1.641

1.694

1.494

1.363

1.350

1.068

Lokale veerassen

321

443

533

550

332

390

267

285

266

276

292

292

260

267

230

Vlinderbloemigen

0

0

0

0

379

1.005

1.594

1.894

2.053

1.780

1.378

1.007

924

875

795

Milieuvriendelijke sierteelt

90

71

109

131

107

107

134

127

144

139

150

139

140

138

127

Hectaresteun biolandbouw

88

100

101

175

173

173

174

205

201

208

223

239

278

283

297

BO perceelsrandenbeheer

51

141

280

446

430

715

1.130

871

1.068

1.153

1.162

863

1.217

1.248

1.218

BO soortenbescherming

28

46

94

114

123

190

163

128

128

171

228

349

445

485

469

BO erosiebestrijding

0

0

0

0

0

127

579

486

608

788

855

710

905

959

923

1.551

3.077

3.385

3.429

3.260

3.760

2.048

1.707

1.609

1.726

1.522

1.204

911

949

931

BO kleine landschapselementen

71

186

415

607

664

916

914

713

946

1.171

1.303

1.410

1.733

1.894

1.800

Groenbedekking

971

3.310

4.238

3.906

7.534

7.910

8.378

8.211

7.929

1.995

731

0

0

0

0

Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit

336

599

656

715

473

344

87

46

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

10

33

76

73

71

71

50

0

0

0

0

590

731

789

874

929

1.150

588

521

449

400

355

0

0

0

0

0

0

2

2

2

2

2

2

0

0

0

0

0

0

0

4.119

8.881

10.900

11.373

15.308

18.326

18.056

17.767

18.279

12.499

11.391

9.125

9.478

9.671

8.971

BO water

BO botanisch beheer BO natuur Steun biovarkens TOTAAL AANTAL CONTRACTEN

pagina 102 van 105


Tabel C: Overheidsuitgaven voor de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, Vlaanderen, euro TOTALE UITGAVEN (euro) Mechanische onkruidbestrijding Verwarringstechniek Hoogstamboomgaarden/lokale veerassen Vlinderbloemigen Milieuvriendelijke sierteelt

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

640.001

868.509

891.320

844.631

842.121

854.349

650.437

666.554

0

0

0

0

1.843.797

1.846.731

1.884.212

1.891.600

447.204

475.925

475.324

573.694

527.938

577.763

578.100

622.092

2.676.688

2.869.552

2.920.275

2.415.314

1.755.572

1.289.210

1.156.926

1.102.550

0

502.253

248.796

278.323

250.662

236.369

262.747

212.688

Hectaresteun biolandbouw

737.049

700.457

656.181

702.601

907.367

956.861

986.462

1.036.648

BO perceelsrandenbeheer

1.135.059

1.788.610

2.428.095

1.865.143

2.092.491

976.696

1.751.109

1.810.077

BO soortenbescherming

188.506

170.941

168.786

192.333

295.680

756.697

988.595

1.172.045

BO erosiebestrijding

592.251

755.311

1.013.522

1.064.526

1.054.064

959.951

1.146.493

1.272.284

9.080.486

11.280.901

13.408.873

11.159.394

9.767.822

7.182.466

6.373.206

6.582.803

204.183

209.573

401.153

507.498

791.978

1.018.697

1.277.881

1.450.011

3.770.582

3.676.221

3.444.518

778.750

232.441

-3.827

1.026

-490

Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit

84.596

27.514

0

0

0

0

0

0

BO botanisch beheer incl BO natuur

BO water BO Kleine landschapselementen Groenbedekking

364.879

545.240

665.790

398.179

196.861

-987

1.190

-1.768

Steun biovarkens

4.974

0

0

0

0

0

0

0

TOTALE UITGAVEN

19.926.458

23.871.007

26.722.634

20.780.385

20.558.795

16.650.976

17.053.954

17.817.093

pagina 103 van 105


BIJLAGE 3: INDICATORENTABELLEN

pagina 104 van 105


BIJLAGE 4: BEREKENING RESULTAATINDICATOREN AGROMILIEUMAATREGELEN Tabel: Bijdrage van de arealen agromilieumaatregelen tot de verschillende milieudoelen. Bij sterke bijdrage tot het milieudoel wordt de totale oppervlakte onder de agromilieumaatregel gerekend, bij matige bijdrage wordt de helft van de oppervlakte mee geteld. Biodiversiteit

Mechanische onkruidbestrijding Verwarringstechniek Hoogstamboomgaarden Lokale veerassen Vlinderbloemigen Milieuvriendelijke sierteelt Hectaresteun biolandbouw BO Perceelsrandenbeheer BO Soortenbescherming BO Erosiebestrijding BO Water BO Kleine Landschapselementen Groenbedekking BO Botanisch beheer BO Natuur

0 0,5 1 0 0,5 0 0,5 1 1 0 0 0,5 0 1 1

Waterkwaliteit

1 1 0 0 0,5 1 1 1 0 0,5 1 0 1,0 0 0

Klimaatverandering

Bodemkwaliteit

0 0 0 0 0,5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

1 0 0 0 1 0,5 1 0 0 1 0,5 0 1 0 0

pagina 105 van 105

Vermijden marginalisering gronden 0 0 0 0 0,5 0 0 1 0,5 0 0 1 0,5 0,5 0,5

van van


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PDPO_jaarverslag_2014.pdf by Vlaanderen-be - Issuu