Skip to main content

SERV_20220307_Lokale regierol_Sociale economie Werk_ADV.pdf

Page 1

BVR LOKALE REGIEROL GEMEENTEN INZAKE SOCIALE ECONOMIE EN WERK


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Voorontwerp besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de lokale regierol van de gemeenten op het vlak van Sociale Economie en Werk

Adviesvrager

Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw

Ontvangst adviesvraag

11 februari 2022

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)

Goedkeuring raad

7 maart 2022

Contactpersoon

Nele Vanheeswijck

nvanheeswijck@serv.be


Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 B-1210 Sint-Joost-ten-Node

BVR lokale regierol gemeenten inzake Sociale Economie en Werk Mevrouw de viceminister-president Op 11 februari 2022 ontving de SERV uw adviesvraag over het voorontwerp van BVR inzake de lokale regierol van gemeenten op vlak van Sociale Economie en Werk. Hieronder kan u het gevraagde advies vinden. Wij zijn steeds bereid hierover met u van gedachten te wisselen. Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Inhoud Krachtlijnen

5

Advies

6

1.

Ontwikkel een duidelijke visie op een lokaal werkgelegenheidsbeleid binnen het bredere Vlaamse kader

2.

6

Klaar de relatie van lokale besturen tot VDAB -als Vlaamse arbeidsmarktregisseur- uit

3.

7

Stuur de (regie)rol van lokale besturen bij op basis van evaluatie, alvorens te verbreden 3.1

7

Schep meer duidelijkheid over de invulling en resultaten van de huidige lokale regierol sociale economie

3.2

8

Concretiseer de invulling van de nieuwe, bredere rol van lokale besturen en monitor de doelstellingen

4.

9

Maak de link met de rol die lokale besturen zullen opnemen in het kader van het individueel maatwerk (actorrol sociale economie) 10

5.

Bouw in de financiële verdelingscriteria opnieuw een inhoudelijke beoordeling in

10


Krachtlijnen •

De SERV is het eens met de Vlaamse regering dat een versterkte samenwerking met het lokale bestuursniveau kan bijdragen aan een breder Vlaams activeringsbeleid met meer maatwerk. De Vlaamse sociale partners vinden echter dat een duidelijke visie op de precieze rol van deze lokale besturen vandaag ontbreekt. De SERV vindt dan ook dat er in eerste instantie nood is aan een breed debat rond een lokaal werkgelegenheidsbeleid, en wat dit beleid concreet moet inhouden binnen het bredere Vlaamse kader.

•

De Vlaamse sociale partners zijn het niet eens met de Vlaamse regering dat deze samenwerking met de lokale besturen best wordt ingevuld door hen een regierol te laten opnemen op het vlak van werk en het verder ontsluiten van de arbeidsreserve. Op vlak van het Vlaamse activerings- en loopbaanbeleid is in het regeerakkoord namelijk resoluut gekozen voor een uitbreiding van de regisseursrol van VDAB.

•

De SERV hecht belang aan sterke lokale samenwerkingsverbanden die kunnen fungeren als antennes en het Vlaamse beleid mee kunnen sturen. Ze vindt het belangrijk dat deze samenwerking verder gestimuleerd en ondersteund wordt. Daarom vraagt de SERV de Vlaamse overheid o.a. om lokale besturen of samenwerkingsverbanden zowel inhoudelijk als procesmatig actiever te ondersteunen.

•

Tegelijkertijd is het belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over de invulling en resultaten van de (regie)rol die de lokale besturen vandaag al opnemen. Dit moet voor de SERV de basis vormen voor de verdere concretisering van de nieuwe, bredere (regie)rol die de lokale besturen in de toekomst krijgen.

•

De SERV vraagt om in te zetten op duidelijkere doelstellingen en resultaatsindicatoren voor de rol van lokale besturen in het werkgelegenheidsbeleid. De SERV vraagt om betrokken te worden bij het verder uittekenen van de invulling en monitoring (i.e. duidelijke KPI’s en concrete afspraken) van dit beleid. Dit kan door op regelmatige basis in dialoog te gaan via het VESOCoverleg.

•

Daarnaast vragen de Vlaamse sociale partners om ook in de lokale partnerschappen (opnieuw) meer betrokken te worden.

•

De SERV vraagt om in dit voorontwerp van BVR de link met het individueel maatwerk uit te klaren.

•

De SERV gaat in dit advies niet in op de nieuwe financiële verdeelcriteria die in artikel 4 worden voorgesteld. Wel herhaalt ze haar bezorgdheid dat de inhoudelijke beoordeling van de plannen op geen enkele manier meer meespeelt bij de verdeling van de subsidies.

5


Advies Op 11 februari 2022 ontving de SERV de adviesvraag over het voorontwerp van BVR inzake de lokale regierol van gemeenten op vlak van Sociale Economie en Werk. De SERV gaat achtereenvolgens in op volgende vragen, bedenkingen en aanbevelingen: •

Ontwikkel een duidelijke visie op een lokaal werkgelegenheidsbeleid binnen het bredere Vlaamse kader

•

Klaar de relatie van lokale besturen tot VDAB -als Vlaamse arbeidsmarktregisseur- uit

•

Stuur de (regie)rol van lokale besturen bij op basis van evaluatie, alvorens te verbreden

•

Maak de link met de rol die lokale besturen zullen opnemen in het kader van het individueel maatwerk (actorrol sociale economie)

•

Bouw in de financiële verdelingscriteria opnieuw een inhoudelijke beoordeling in

1. Ontwikkel een duidelijke visie op een lokaal werkgelegenheidsbeleid binnen het bredere Vlaamse kader De SERV is het eens met de Vlaamse regering dat een versterkte samenwerking met het lokale bestuursniveau kan bijdragen aan een breder Vlaams activeringsbeleid met meer maatwerk. De Vlaamse sociale partners vinden echter dat een duidelijke visie op de precieze rol van deze lokale besturen vandaag ontbreekt. De SERV herhaalt dan ook haar standpunt 1 dat er in eerste instantie nood is aan een breed debat rond een lokaal werkgelegenheidsbeleid, en wat dit beleid concreet moet inhouden binnen het bredere Vlaamse kader. De SERV vraagt om duidelijke afspraken te maken over wie de betrokkenen zijn, hoe deze samenwerking wordt ingevuld, wie verantwoordelijk is, welke resultaten zij moeten behalen en hoe dit zal worden gecontroleerd/gemonitord. De Vlaamse sociale partners vinden dat dit ontwerp van BVR niet voldoende tegemoet komt aan deze vragen.

1

SERV (2 december 2019). Beleidsnota Werk 2019-2024.

6


2. Klaar de relatie van lokale besturen tot VDAB -als Vlaamse arbeidsmarktregisseur- uit De Vlaamse sociale partners zijn het niet eens met de Vlaamse regering dat deze samenwerking met de lokale besturen best wordt ingevuld door hen een regierol te laten opnemen op het vlak van werk en het verder ontsluiten van de arbeidsreserve. De SERV begrijpt de beleidskeuze om in bepaalde andere beleidsdomeinen te opteren voor een regierol door de lokale besturen. Op vlak van het Vlaamse activerings- en loopbaanbeleid is in het regeerakkoord echter resoluut gekozen voor een uitbreiding van de regisseursrol van VDAB tot ‘centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur van het volledige activeringsbeleid in Vlaanderen’2. Hoewel de sociale partners achter de doelstelling staan om de samenwerking met lokale besturen te versteken, staat dit voor hen niet gelijk aan een regierol werk voor de lokale besturen. De evaluatie3 die in 2019 is uitgevoerd over de huidige regierol van lokale besturen inzake sociale economie toonde ook al aan dat het in de praktijk niet evident is om gelijkaardige regisseursrollen op verschillende beleidsniveaus4 goed op elkaar af te stemmen. Het louter afsluiten van méér lokale samenwerkingsovereenkomsten tussen lokale regisseurs en VDAB, zoals wordt voorgesteld in de nota aan de Vlaamse regering, zal volgens de SERV niet volstaan om een goede afstemming te realiseren.

3. Stuur de (regie)rol van lokale besturen bij op basis van evaluatie, alvorens te verbreden Vandaag zijn er al een aantal goede voorbeelden van centrumsteden en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die het Vlaamse beleid versterken via waardevolle initiatieven 5. De SERV hecht belang aan sterke lokale samenwerkingsverbanden die kunnen fungeren als antennes en het Vlaamse beleid mee kunnen sturen. Ze vindt het belangrijk dat deze samenwerking verder gestimuleerd en ondersteund wordt. Daarom vraagt de SERV de Vlaamse overheid o.a. om lokale besturen of samenwerkingsverbanden zowel inhoudelijk als procesmatig actiever te ondersteunen. Dit vraagt o.a. om een vlotte uitwisseling van data tussen de lokale besturen en de Vlaamse

2

Vlaams Regeerakkoord 2019-2024

3

IDEA-consult (15 april 2019). Evaluatie Regierol Sociale Economie

4

De lokale regie sociale economie en de centrale arbeidsmarktregisseur (VDAB)

5

Samenwerkingsakkoord tussen Stad Gent en VDAB Oost-Vlaanderen, samenwerkingsovereenkomst tussen VDAB en intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Noorderkempen, etc.

7


overheid, in beide richtingen. De evaluatie die in 2019 werd uitgevoerd6 toont aan dat er inhoudelijk vooral nood is aan een sterkere monitoring en analyse van de sector, en dit tot op lokaal niveau. Door de beschikbare cijfers op centraal niveau sneller en beter te ontsluiten, kunnen lokale besturen kort op de bal spelen. Concreet is er nood aan goede omgevingsdata, alsook aan data over erkenningen en evoluties in de sector. Tegelijkertijd is het belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over de invulling en resultaten van de (regie)rol die de lokale besturen vandaag al opnemen. Dit moet voor de SERV de basis vormen voor de verdere concretisering van de nieuwe, bredere (regie)rol die de lokale besturen in de toekomst krijgen.

3.1 Schep meer duidelijkheid over de invulling en resultaten van de huidige lokale regierol sociale economie De SERV vraagt in eerste instantie meer duidelijkheid over de concrete invulling van de huidige lokale regierol sociale economie en de resultaten die deze regisseurs hebben geboekt in termen van tewerkstelling, doorstroom, stages of meer samenwerking met de reguliere economie. Voor de Vlaamse sociale partners is het belangrijk om hier zicht op te krijgen, alvorens er sprake kan zijn van een uitbreiding van de rol die lokale besturen dienen te spelen in het Vlaams activeringsbeleid en van de middelen om dit te realiseren. De evaluatie7 die in 2019 werd uitgevoerd, biedt gedeeltelijk een antwoord op deze vragen. •

De meerwaarde van de regisseurs bleek vooral te bestaan uit het losweken van meer draagvlak binnen de lokale besturen voor samenwerking met de sociale economie. Er was meer aandacht voor sociale economie in de meerjarenplanning, en in een aantal gevallen ook financiële ondersteuning,

•

de gemeenten hebben zich sterker als actor gemanifesteerd (binnen de Lokale Diensteneconomie) en zijn actiever klant en afnemer geworden van de sociale economie (via aanbesteding van werken en diensten),

•

het maken van de brug tussen de reguliere en de sociale economie bleef echter moeilijk. Een aantal regisseurs gaven aan dat ook minder als hun kerntaak te zien.

Verder toont de evaluatie ook een gebrek aan duidelijke resultaatsindicatoren en monitoring. De planning en rapportage omtrent de lokale regierol gebeurt in de reguliere meerjarenplanning van de lokale besturen via de BBC. Dit heeft als voordeel dat de lokale besturen weinig extra belast worden. Het nadeel is echter dat deze rapportering eerder ‘diffuus en beperkt’ is en dat de Vlaamse overheid dus geen accuraat en volledig beeld heeft van de organisatie van de regie sociale economie in Vlaanderen. Deze beperkte opvolgingsmogelijkheden op basis van de

6

IDEA-consult (15 april 2019). Evaluatie Regierol Sociale Economie

7

IDEA-consult (15 april 2019). Evaluatie Regierol Sociale Economie


standaardrapportage worden vanuit de Vlaamse administratie wel deels gecompenseerd door de samenwerkingsverbanden op een meer kwalitatieve manier op te volgen. Tot slot geeft de evaluatie ook aan dat het gebrek aan een eenduidige invulling van het begrip regie een inherente onduidelijkheid over de verwachtingen met zich meebrengt. In de praktijk is er vooral sprake van een coördinerende en faciliterende rol, en niet zozeer van een regierol met echte doorzettingsmacht.

3.2 Concretiseer de invulling van de nieuwe, bredere rol van lokale besturen en monitor de doelstellingen De SERV vindt dat het voorontwerp van BVR te weinig concretiseert hoe de centrumsteden of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden hun nieuwe, bredere ‘regierol’ dienen in te vullen. Hoewel de evaluatie van de huidige regierol leert dat de invulling van het begrip regie niet eenduidig is, blijven ook de beleidsprioriteiten in het nieuwe BVR zeer algemeen, en de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie eerder beperkt. Voor de SERV is het niet duidelijk •

wat de centrumsteden of samenwerkingsverbanden precies moeten doen,

•

met welke instrumenten ze dit moeten realiseren,

•

welke resultaten ze concreet moeten bereiken.

De SERV vraagt om in te zetten op duidelijkere doelstellingen en resultaatsindicatoren voor de rol van lokale besturen in het werkgelegenheidsbeleid. De SERV herhaalt daarbij haar vraag8 om betrokken te worden bij het verder uittekenen van de invulling en monitoring (i.e. duidelijke KPI’s en concrete afspraken) van dit beleid. Dit kan door op regelmatige basis in dialoog te gaan via het VESOC-overleg. Daarnaast vraagt de SERV om ook in de lokale partnerschappen (opnieuw) meer betrokken te worden. Artikel 3. §1 bepaalt de nieuwe, verfijnde definitie van de lokale regierol. Dit omvat o.a. ‘het in kaart brengen van de lokale uitdagingen en lokale partners op het vlak van sociale economie en werk, het bevorderen van het overleg, samenwerking en netwerking tussen die partners’. De Vlaamse sociale partners vragen om een duidelijke definiëring van de beoogde partners en willen hier een verdere rol in spelen. Wat de instrumenten betreft, is er vandaag al een pallet aan instrumenten die op lokaal niveau kunnen worden ingezet. Het gaat dan om instrumenten zoals wijk-werken en tijdelijke werkervaring. In het verleden uitte de SERV echter al haar bezorgdheid over te lange trajecten of het risico op carrousels. Indien mogelijk en op maat krijgt een zo kort mogelijk traject naar werk steeds de voorkeur. Hierbij wordt wel het belang van het bereiken van een duurzaam effect steeds onderstreept 9.

8

SERV (2 december 2019). Beleidsnota Werk 2019-2024.

9

SERV (2 december 2019). Beleidsnota Werk 2019-2024.

9


Tot slot stellen de Vlaamse sociale partners zich de vraag of het probleem van de beperkte doorzettingsmacht van lokale besturen geen belemmering vormt wanneer zij in de toekomst meer taken moeten opnemen binnen het Vlaams activeringsbeleid.

4. Maak de link met de rol die lokale besturen zullen opnemen in het kader van het individueel maatwerk (actorrol sociale economie) De SERV vraagt om in dit voorontwerp van BVR de link met het individueel maatwerk (IMW) uit te klaren. De lokale besturen vervullen vandaag niet alleen een regierol maar ook een actorrol in de sociale economie, met name in de Lokale Diensteneconomie (LDE). In het decreet individueel maatwerk is aangegeven dat de LDE overgaat in het individueel maatwerk. Volgens de SERV is de uitbreiding van de (regie)rol van lokale besturen ook verbonden met de nieuwe invulling van deze actorrol. Nochtans wordt er geen vermelding van of link met het IMW gemaakt binnen dit voorontwerp van BVR.

5. Bouw in de financiële verdelingscriteria opnieuw een inhoudelijke beoordeling in De SERV gaat in dit advies niet in op de nieuwe financiële verdeelcriteria die in artikel 4 worden voorgesteld. Wel herhaalt ze haar bezorgdheid dat de inhoudelijke beoordeling van de plannen op geen enkele manier meer meespeelt bij de verdeling van de subsidies10. Het kan volgens de SERV niet de bedoeling zijn dat begunstigden een blanco cheque krijgen. De Vlaamse sociale partners hechten belang aan inhoudelijke criteria om de kwaliteit van de initiatieven te waarborgen. Door het gebrek hieraan wordt bovendien informatie en ervaring over hoe de regierol wordt opgenomen, niet of slechts beperkt gedeeld.

10

SERV (14 september 2015). Regierol gemeenten lokale sociale economie


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220307_Lokale regierol_Sociale economie Werk_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu