Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/239
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/239
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 28 april 2021 diende xxx (verzoeker), per mail gericht aan de algemeen directeur een verzoek in bij de gemeente Glabbeek om uitleg te krijgen bij de volgende vaststellingen:
‘Tijdens de gemeenteraadszitting van donderdag 8 april 2021 was jij samen met aanwezige pers en publiek getuige van volgend antwoord van burgemeester xxx op een vraag van gemeenteraadslid xxx bij het volgende punt op de dagorde: 13. Verkaveling binnengebied Baekveld: goedkeuring ontwerp van overeenkomst met Liburni. Burgemeester xxx: "Ik ga daar heel kort over zijn: die overeenkomst is opgesteld door de gemeenteadvocaat, door xxx. Ik ga d'r van uit dat die zijn stiel kent." Uit het proces-verbaal van de gemeenteraadszitting van 14 juli 2016 (zie verslag in bijlage) blijkt dat burgemeester xxx toen op een vraag van gemeenteraadslid xxx ook al eens het volgende antwoordde: "De burgemeester antwoord [sic] dat de gemeenteadvocaat gelast werd met de vereffening. De gemeentesecretaris zal navraag doen." Zowel online als in de geschreven pers wordt over de jaren heen door burgemeester xxx meermaals verwezen naar "de gemeenteadvocaat", zoals hij bijvoorbeeld wordt geciteerd in het artikel in bijlage uit Het Nieuwsblad: “De gemeenteadvocaat vroeg wat uitstel voor conclusies om het dossier goed te kunnen bestuderen. Ik heb dat toegestaan, meer niet.” Daarbij wordt echter nooit expliciet vermeld dat het gaat
www.vlaanderen.be
om xxx, wat burgemeester xxx echter mondeling wel expliciet deed tijdens de gemeenteraadszitting van donderdag 8 april 2021. Vraag 1: Zal dit antwoord van burgemeester xxx inclusief de vermelding van de naam xxx worden opgenomen in het proces-verbaal van die gemeenteraadszitting van donderdag 8 april 2021? Zo ja, gelieve me dan van dit proces-verbaal ook een digitaal afschrift te bezorgen zodra dit werd goedgekeurd op de volgende gemeenteraadszitting van donderdag 20 mei 2021. In elk geval, gelieve me per kerende te willen bevestigen dat xxx inderdaad reeds sinds jaren de gemeenteadvocaat is van de gemeente Glabbeek. Vraag 2: Gelieve me per kerende te willen bevestigen dat de gemeenteadvocaat xxx de gemeente Glabbeek ook adviseerde en haar belangen behartigde toen "Het schepencollege van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 3 juni 2019 het bezwaarschrift behandeld en gemotiveerd weerlegd." zoals hier naar werd verwezen in het uittreksel uit de notulen van de gemeenteraadszitting van 13 juni 2019 (zie bijlage, door jou ondertekend) en zoals dit werd genotuleerd in het uittreksel uit de notulen van het schepencollege aangaande de zitting van 3 juni 2019 (zie dezelfde bijlage, eveneens door jou ondertekend). De stijl en het taalgebruik van deze tekst lijken me immers te vreemd aan (de leden van) het schepencollege zelf om nog te kunnen beweren dat zij deze zelf zouden hebben geschreven, quod certe non, dus deze tekst lijkt me (grotendeels) van de hand van de gemeenteadvocaat. Gelieve me dus per kerende te willen bevestigen dat gemeenteadvocaat xxx inderdaad (grotendeels) de auteur was van deze "gemotiveerde weerlegging van het schriftelijk bezwaarschrift" zoals weergegeven in deze notulen en door jou ondertekend.’ Op 17 mei 2021 antwoordde de gemeente dat de gevraagde notulen na goedkeuring door de gemeenteraad op de website van de gemeente zouden geplaatst worden, en beantwoordde ze de twee gestelde vragen. Omdat hij geen genoegen nam met de verstrekte antwoorden, stuurde verzoeker op 18 mei 2021 een nieuwe mail naar de gemeente waarin hij zijn vragen als volgt herformuleerde:
‘Vraag 1: Gelieve me per kerende te willen bevestigen dat de veelvuldige verwijzingen van burgemeester xxx naar "de gemeenteadvocaat" inderdaad verwijzen naar xxx en/of diens advocatenkantoor xxx. Immers, de eenduidige uitdrukking "de gemeenteadvocaat" biedt geen interpretatievrijheid: dat kan er maar één (1) zijn. Bovendien heeft burgemeester xxx deze uitdrukking (naast veelvuldige citaten in de geschreven pers, op Facebook en in zijn blog) ook in één adem uitgesproken samen met de naam xxx tijdens de gemeenteraadszitting van donderdag 8 april 2021: "Ik ga daar heel kort over zijn: die overeenkomst is opgesteld door de gemeenteadvocaat, door xxx. Ik ga d'r van uit dat die zijn stiel kent." Betreffende mijn vraag 2 ontving ik ondertussen de bevestiging dat "Het schepencollege van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 3 juni 2019 het bezwaarschrift behandeld en gemotiveerd weerlegd." op basis van een tekst voorbereid door advocaat xxx, zoals naar die weerlegging werd verwezen in het uittreksel uit de notulen van de gemeenteraadszitting van 13 juni 2019 en zoals dit werd genotuleerd in het uittreksel uit de notulen van het schepencollege aangaande de zitting van 3 juni 2019. Uw antwoord op mijn vraag is dan ook naast de kwestie: het zou me sterk verbazen als uit die notulen zou blijken dat de opgenomen motivatie NIET de motivatie is van het college van burgemeester en schepenen. Van wie dan wel? Maar dat was niet mijn vraag, dus ik zal ook mijn vraag 2 herformuleren. Vraag 2: Gelieve me per kerende te willen bevestigen dat "de gemeenteadvocaat" (zie Vraag 1, in casu xxx) inderdaad de tekstuele voorbereiding schreef voor de "gemotiveerde weerlegging van het schriftelijk bezwaarschrift" zoals weergegeven in de notulen en/of het college van burgemeester en schepenen adviseerde en haar belangen behartigde bij de weerlegging van dit bezwaarschrift, zoals naar die weerlegging werd verwezen in het uittreksel uit de notulen van de gemeenteraadszitting van 13 juni 2019
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/239
pagina 2 van 5
en zoals dit werd genotuleerd in het uittreksel uit de notulen van het schepencollege aangaande de zitting van 3 juni 2019.’ Hierop antwoordde de gemeente op 19 mei 2021:
‘Uw vragen hebben geen betrekking op het verkrijgen van een bestuursdocument. In zoverre uw vragen als vragen tot uitleg bij bestuursdocumenten dienen beschouwd te worden, kunnen wij antwoorden dat er in dit dossier advies werd ingewonnen van het advocatenkantoor xxx, zoals de burgemeester ook reeds verklaarde in de gemeenteraad. Wat de concrete inhoud van dit advies was kunnen wij u niet meedelen aangezien dit onder het beroepsgeheim van de advocaat valt zoals bepaald in art. 458 Strafwetboek, zodat dit een bij wet beschermd geschrift is waarvan de inhoud niet openbaar kan gemaakt worden bij toepassing van de openbaarheid van bestuur. (RvS 15 april 2010, nr. 202.966)’ Verzoeker nam hiermee echter geen genoegen en stuurde dezelfde dag de volgende mail naar de gemeente:
‘Mijn vragen hadden inderdaad geen betrekking op het verkrijgen van een bestuursdocument, maar expliciet (zie mijn oorspronkelijke vraag hieronder) "om uitleg bij de volgende vaststellingen", in casu vaststellingen van vaagheid in bestuursdocumenten waarover ik u verzocht om uitleg. Naast de kwestie is uw reactie "Wat de concrete inhoud van dit advies was kunnen wij u niet meedelen", want daar heb ik u ook niet om verzocht. Uw antwoord nu "dat er in dit dossier advies werd ingewonnen van het advocatenkantoor xxx, zoals de burgemeester ook reeds verklaarde in de gemeenteraad" blijft weer vaag, want "dit dossier" waarover de burgemeester verklaarde "die overeenkomst is opgesteld door de gemeenteadvocaat, door xxx" betrof het agendapunt "13. Verkaveling binnengebied Baekveld: goedkeuring ontwerp van overeenkomst met Liburni" tijdens de gemeenteraadszitting van donderdag 8 april 2021, terwijl mijn vraag 2 betrekking had op het agendapunt "Gedeeltelijke verlegging en wijziging van buurtweg nr. 38 (deel) te Bunsbeek: openbaar onderzoek: behandeling bezwaren" zoals dit werd genotuleerd in het uittreksel uit de notulen van het schepencollege aangaande de zitting van 3 juni 2019 en zoals daar naar werd verwezen in het uittreksel uit de notulen van de gemeenteraadszitting van 13 juni 2019. Telkens gaat het dus wel degelijk om bestuursdocumenten. Hoe moet men uw antwoord nu interpreteren? In uw verklaring "dat er in dit dossier advies werd ingewonnen van het advocatenkantoor xxx" verwijst "dit dossier" dan naar alles wat te maken heeft met het dossier "Verkaveling binnengebied Baekveld"? Mag ik u vriendelijk verzoeken om dit finaal met een expliciete uitleg te verduidelijken.’ De gemeente antwoordde hierop op 20 mei 2021:
‘Er werd ook advies gevraagd aan xxx omtrent de behandeling van de bezwaren. Voor het overige verwijzen wij naar onze voorgaande antwoorden. Wij menen dat hiermee voldoende antwoord gegeven is op uw vragen. Indien u daarmee niet akkoord bent kan u beroep aantekenen bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur binnen een termijn van 30 kalenderdagen.’ Omdat verzoeker nog steeds geen genoegen nam met het antwoord van de gemeente, diende hij op 4 juni 2021 beroep in bij de beroepsinstantie. Dit beroep werd geregistreerd op 7 juni 2021.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/239
pagina 3 van 5
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoekschrift dateert van 28 april 2021 en vervolgens gespecificeerd op 18 en 19 mei 2021. Het laatste antwoord van de gemeente Glabbeek waartegen beroep wordt ingediend, dateert van 20 mei 2021. Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet. De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker geen uitleg vraagt over concrete bestuursdocumenten, maar wel enkele informatieve vragen stelde aan de gemeente naar aanleiding van een aantal bestuurs- en andere documenten. Hij vraagt naar de intentie van de gemeente in verband met notulen, naar een bevestiging dat een bepaalde raadsman ‘de gemeenteadvocaat’ is, en of ‘die gemeenteadvocaat’ de weerlegging schreef van een bezwaarschrift. Het betreft hier dus louter informatieve vragen. Volgens het oordeel van de beroepsinstantie zijn dit bijgevolg geen vragen om uitleg over bestuursdocumenten. Met dergelijke vragen om uitleg wordt bedoeld: toelichting vragen bij passages of termen die men niet begrijpt, implicaties van bepaalde beslissingen die zijn weergegeven in een bestuursdocument enzovoort. De beroepsinstantie is echter niet bevoegd om beroepen te behandelen tegen de behandeling van informatievragen door overheidsinstanties. Indien verzoeker meent dat de gemeente Glabbeek zich niet afdoende gekweten heeft van haar informatieplicht, kan hij zich hiervoor in eerste instantie richten tot de interne klachtendienst van de gemeente, en eventueel in tweede instantie tot de ombudsdienst (artikel 303 DLB). Het beroepschrift is bijgevolg onontvankelijk. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxxt d.d. 4 juni 2021 tegen de beslissing van de gemeente Glabbeek d.d. 20 mei 2021 wordt als onontvankelijk beschouwd. Brussel, 10 juni 2021
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/239
pagina 4 van 5
Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/239
pagina 5 van 5