Natura 2000 habitats: Vlaanderen in Europees perspectief en belang van de habitatrichtlijngebieden voor het realiseren van hun regionale gunstige staat van instandhouding. Een actualisatie aan de hand van de BWK-Habitatkaart uitgave 2020 Desiré Paelinckx, Steven De Saeger, Patrik Oosterlynck, Carine Wils
Auteurs: Desiré Paelinckx, Steven De Saeger, Patrik Oosterlynck, Carine Wils Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Reviewer: Jeroen Vanden Borre Het INBO is het onafhankelijk onderzoeksinstituut van de Vlaamse overheid dat via toegepast wetenschappelijk onderzoek, data- en kennisontsluiting het biodiversiteitsbeleid en -beheer onderbouwt en evalueert. Vestiging: Herman Teirlinckgebouw INBO Brussel Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel vlaanderen.be/inbo e-mail: steven.desaeger@inbo.be Wijze van citeren: Paelinckx D., De Saeger S., Oosterlynck P. & Wils C. (2021). Natura 2000 habitats: Vlaanderen in Europees perspectief en belang van de habitatrichtlijngebieden voor het realiseren van hun regionale gunstige staat van instandhouding. Een actualisatie aan de hand van de BWK-Habitatkaart uitgave 2020. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2021 (40). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.43934741 D/2021/3241/340 Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2021 (40) ISSN: 1782-9054 Verantwoordelijke uitgever: Maurice Hoffmann Foto cover: Landduinen in het Kamp van Beverlo (Vildaphoto / Yves Adams)
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding‐GelijkDelen 4.0 Internationaal‐licentie.
NATURA 2000 HABITATS: VLAANDEREN IN EUROPEES PERSPECTIEF EN BELANG VAN DE HABITATRICHTLIJNGEBIEDEN VOOR HET REALISEREN VAN HUN REGIONALE GUNSTIGE STAAT VAN INSTANDHOUDING. Een actualisatie aan de hand van de BWKHabitatkaart versie 2020 Paelinckx D., De Saeger S., Oosterlynck P. & Wils C.
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Dankwoord/Voorwoord Graag danken we de ANB-medewerkers voor de vele gedachtewisselingen over en de jarenlange samenwerking rond het instandhoudingsbeleid. Jeroen Bot en Thomas Defoort hebben een eerdere versie van dit rapport gereviewd. We danken ook collega Jeroen Vanden Borre voor de review van dit rapport. Ook andere INBO-collega’s droegen rechtstreeks of onrechtstreeks bij aan dit rapport.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 2 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Samenvatting Het rapport Paelinckx et al. (2009a) ging na voor elke in Vlaanderen aanwezige Europees beschermde habitat welk belang Vlaanderen heeft in de EU-Atlantische of Continentale regio. Dit gebeurde ter voorbereiding van het vaststellen van gewestelijke instandhoudingsdoelen om de regionale gunstige staat van instandhouding te realiseren. Deze auteurs bepaalden ook voor elk van de Europees beschermde habitatrichtlijngebieden het belang voor elk van de daar aanwezige habitats. In dat rapport was ook aandacht voor het eventuele belang van de habitatoppervlakte buiten het netwerk van habitatrichtlijngebieden. Inmiddels zijn de beschikbare data zowel op niveau Europa als voor Vlaanderen sterk verbeterd. Een update was nodig.
Relatief belang van de in Vlaanderen voorkomende habitats in Europese context (‘Europees belang’) Het aandeel van de Vlaamse oppervlakte t.o.v. de totale oppervlakte in de EU-Atlantische (of Continentale) regio bepaalt het belang van Vlaanderen voor een habitattype. Vlaanderen heeft een ‘bijzondere verantwoordelijkheid’ (oppervlakteaandeel hoger dan 8 %) voor: - 2310 droge heide op landduinen (34 %) - 2330 open grasland op landduinen (12 %) - 9190 oude eiken-berkenbossen (8 à 10 %) Vlaanderen is ‘zeer belangrijk’ (wegens 0,5 à 8 % oppervlakteaandeel én een in onderstaande lijst tussen haakjes vermelde extra voorwaarde) voor: - 1130 estuaria (volledige zoet – zout en verticale gradiënt, én behorend tot de grootste Europese estuaria) - 2130 vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (EU prioritair habitat) - 6120 stroomdalgraslanden (EU prioritair habitat) - 6230 heischrale graslanden (EU prioritair habitat en voorkomen van uitzonderlijk subtype ‘droge kalkrijke heischrale graslanden’) - 9130 in de Vlaamse Atlantische biogeografische regio, waar de habitat bestaat uit het uitzonderlijke subtype ‘eiken-beukenbossen met wilde hyacint’ (subtype met beperkte verspreiding in Europa) - 91E0 vochtige alluviale bossen (EU prioritair habitat en voorkomen van uitzonderlijk subtype ‘zachthoutooibos’)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 3 van 56
Onderstaande tabel geeft een volledig overzicht van het Europees belang van Vlaanderen voor de 46 in Vlaanderen aanwezige habitattypen: habitatgroep bijzondere zeer belangrijk matig marginale verantwoor- belangrijk belangrijk bijdrage delijkheid + (A) zilt en 1130 1140, 1310, estuarium 1320, 1330 kustduinen 2130 2110, 2120, 2180, 2190 2150 2160, 2170 wateren 3130, 3140, 3150, 3260 3110 3160, 3270 heiden 2310, 2330 4010, 4030, 5130 graslanden 6120, 6230 6410, 6430, 6210 6510 venen 7150 7140, 7230 7110, 7210, 7220 grotten 8310 bossen 9190 9130_ATL, 9120, 9160 9110_CON 9130_CON, 91E0 9150, 91F0 (A) en alle andere niet als _CON vermelde in de Voerstreek aanwezige habitats Voor methodologische aspecten en een volledig overzicht van de resultaten en data verwijzen we naar § 2 en bijlage 2.
Belang van de SBZ-H voor het realiseren van de regionaal gunstige toestand van de habitats We houden nu rekening met de totale habitatoppervlakte in Vlaanderen in plaats van met de oppervlakte van de SBZ-H. Deze aanpassing is noodzakelijk om op zijn minst voor de Belgische habitats die overwegend of enkel in Vlaanderen voorkomen het belang in dit rapport te stroomlijnen met het oppervlaktecriterium in het EU gebiedsinformatieformulier 1. Het aantal SBZ-H-habitat-combinaties waar deze wijzigingen leiden tot een lager belang t.o.v. de classificatie in 2009 is beperkt (zie § 3.1). Deze shift heeft een impact voor zo’n 6% van de SBZH-habitat-combinaties. Uit bijlage 1 blijkt dat er voor elke SBZ-H wel minstens één verschil in belang is van de SBZ-H tussen deze actualisatie en de oorspronkelijke classificatie van 2009. Vaak zijn er ook verschillen in aanwezigheid van de habitat en de aanwijzing ervan in de aanwijzingsbesluiten (zie § 3.2). Voor de resultaten verwijzen we naar die bijlage 1 en § 3.2, of voor wie snel bepaalde ordeningen zelf wil uitvoeren naar bijlage 4.
1
De EU informatie moet immers berekend worden t.o.v. het totaal van de oppervlakte over het gehele grondgebied, en houdt dus ook rekening met de oppervlakte buiten SBZ-H. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 4 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
In deze samenvatting beperken we ons tot de opsomming van niet-aangewezen SBZ-H – habitat combinaties waarvoor de SBZ-H zeer belangrijk of zelfs essentieel blijkt te zijn op basis van de geactualiseerde oppervlaktegegevens: - BE2200029 – 3110: 0,67 ha, essentieel - BE2200032 – 3160: 7,44 ha, zeer belangrijk - BE2200032 – 7230: 0,60 ha, zeer belangrijk - BE2200034 – 3140: 20 ha, zeer belangrijk - BE2200035 – 5130: 1,29 ha, zeer belangrijk - BE2300007 – 7220: 0,08 ha, essentieel - BE2400011 – 6410: 1,4 ha, zeer belangrijk - BE2400011 – 9190: 144 ha, zeer belangrijk - BE2500002 – 1140: 25-tal ha, zeer belangrijk Behalve voor de laatste combinatie is inzet van verdere expertise noodzakelijk om na te gaan in welke mate deze nieuwe classificatie het gevolg is van betere data dan wel van reële evoluties op het terrein. De rol die een bepaald SBZ-H kan hebben in het areaal van een specifiek habitat is in deze prioritering niet betrokken. Zo kunnen SBZ-H in de rand van een areaal essentieel zijn, ook al is de habitatoppervlakte er beperkt.
Belang van de habitatoppervlakte buiten het SBZ-H netwerk Naarmate het oppervlakteaandeel buiten SBZ-H groter is, is die oppervlakte meer noodzakelijk voor het realiseren van de gunstige staat van instandhouding. Immers, 25 % of meer oppervlakte van een habitat met een lokaal ongunstige habitatkwaliteit geeft altijd een regionaal ‘zeer ongunstige’ toestand. Dat betekent dat voor habitats met meer dan 25 % oppervlakte buiten SBZ-H het onmogelijk is de regionale gunstige toestand alleen via maatregelen in het SBZ-H netwerk te behalen. Omdat het vaak niet haalbaar zal zijn in het SBZH netwerk de oppervlakte van alle aangewezen en andere aanwezige habitats integraal in een lokaal gunstige toestand te brengen geldt in zekere mate hetzelfde ook voor habitats met oppervlakteaandelen buiten SBZ-H kleiner dan 25 %. Bovenop de regionale habitatkwaliteit komt nog dat de regionaal gunstige toestand alleen mogelijk is wanneer eventueel verlies van habitat buiten SBZ-H geen negatieve areaaltrend veroorzaakt en oppervlakteverlies elders gecompenseerd wordt. Dan is er ook voor oppervlakte geen negatieve trend. Verlies van habitat kan ook impact hebben op de oppervlakte en de kwaliteit van het leefgebied van Europees beschermde soorten.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van habitats waarvoor maatregelen buiten het SBZ-H netwerk nodig zijn voor het behoud van oppervlakte en areaal (en habitatkwaliteit) om de regionaal gunstige toestand van deze habitats te realiseren of te behouden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 5 van 56
habitatgroep
oppervlakteaandeel buiten SBZ-H: ≥ 25 % (*) 15 à 25 % (**) zilt en estuaria 1140, 1310 1130, 1330 kustduinen 2110 2120 wateren 3130, 3140, 3150, 3260, 3270 heiden 2330, 5130 4030 graslanden 6120, 6210, 6230, 6410 6510 6430 rotsachtige habitats 8310 en grotten venen bossen 9120, 9130, 9160, 9190, 91E0
< 15 % (**) 2130, 2160, 2180 3160 2310, 4010
7140, 7220, 7230 9110
(*) maatregelen noodzakelijk in functie van de regionaal gunstige habitatkwaliteit + behoud oppervlakte en areaal (of compensatie voor eventueel verlies). (**) behoud oppervlakte en areaal (of compensatie voor eventueel verlies); de noodzaak van maatregelen buiten SBZ-H ten gunste van habitatkwaliteit is afhankelijk van de mate waarin de regionaal gunstige habitatkwaliteit binnen het SBZ-H netwerk gerealiseerd kan worden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 6 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Aanbevelingen voor beheer en/of beleid Relatief belang van de in Vlaanderen voorkomende habitats in Europese context (‘Europees belang’) De perceptie over ‘belangrijkheid’ is vaak gekoppeld aan ‘zeldzaamheid’. Het omgekeerde is van toepassing wanneer we de rol van een lidstaat in het Europese natuurbeleid bepalen. Een lidstaat is net belangrijk op dat vlak wanneer ze, hier in het geval van habitattypen, een grote oppervlakte heeft van een habitat op haar grondgebied. Zo wordt dit een belangrijk oppervlakteaandeel in de EU-biogeografische regio. En omgekeerd, voor habitattypen die ‘zeer zeldzaam’ zijn in de lidstaat zal de bijdrage aan de gunstige toestand in de EU-biogeografische regio meestal slechts marginaal zijn. Voor de drie habitattypen 2310 (droge heide op landduinen), 2330 (open grasland op landduinen) en 9190 (oude eiken-berkenbossen) heeft Vlaanderen ‘een bijzondere verantwoordelijkheid’ in de EU-Atlantische regio. Het is belangrijk dat Vlaanderen daarvoor proactief initiatief neemt, bv. in EU-netwerken, zoals bv. in het EU Atlantic biogeographical seminar. Dit geldt ook voor habitats waarvoor Vlaanderen zeer belangrijk is, namelijk 1130, 2130, 6120, 6230, 9130 en 91E0. Het Vlaams Natura 2000 programma legt de prioriteiten vast van het Vlaamse beleid. Daarin wordt via het operationaliseren van instandhoudingsmaatregelen een verbetering van habitats en soorten vooropgesteld. Het ontwerp Natura 2000 programma 2021 – 2026 bevat ook een lijst van habitats met als bindende taakstelling de verbetering van de staat van instandhoudingtegen 2026. Daarin zijn drie habitattypen opgenomen waarvoor Vlaanderen in de EU-Atlantische regio zeer belangrijk is: ‘2130 vastgelegde duinen’ ‘6120 stroomdalgraslanden’ ‘91E0 vochtige alluviale bossen’ De overige habitats waarvoor Vlaanderen zeer belangrijk of essentieel is in Europa staan niet in die lijst, maar wel als leefgebied van soorten waarvoor het programma acties voorziet.
Belang van de SBZ-H voor het realiseren van de regionaal gunstige toestand van de habitats Om de gunstige regionale staat van instandhouding te realiseren of te behouden is het noodzakelijk acties naar oppervlakte en kwaliteit te nemen. SBZ-H met een groot oppervlakteaandeel van een habitat vervullen hierbij voor die habitat een zeer belangrijke tot essentiële rol. Ook de voor een habitattype als ‘belangrijk’ opgelijste SBZ-H kunnen een significante rol vervullen. Vastgestelde verschillen in belang van de SBZ-H voor de habitat kunnen impact hebben op de (prioritering van) te nemen maatregelen. Het is aan te bevelen hiermee rekening te houden in het lopende beleid voor, en het beheer van deze SBZ-H. Mogelijk is het waargenomen verschil (deels) het gevolg van inmiddels genomen instandhoudingsmaatregelen, of spontane evolutie. Onderscheid met betere data is evenwel niet mogelijk zonder expertise over de evoluties in de betreffende gebieden.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 7 van 56
Voor niet aangewezen SBZ-H – habitat combinaties, en zeker voor deze waarvoor de SBZ-H zeer belangrijk of zelfs essentieel blijkt te zijn, dringt een toekomstige aanwijzing zich op. In afwachting is het aan te bevelen ook hiermee rekening te houden in het lopende beleid voor en het beheer van deze SBZ-H. Habitatoppervlakte buiten het SBZ-H netwerk Voor de habitats met een groot oppervlakteaandeel buiten het SBZ-H netwerk zijn instandhoudingsmaatregelen buiten het SBZ-H netwerk noodzakelijk. - Een nota bij de S-IHD besluiten aan de Vlaamse Regering (VR 2014 2304 DOC.0467/1BIS) stelt het bijkomend realiseren van extra oppervlakte buiten SBZ-H voorop voor graslanden en bossen. Voor graslanden ligt een voorstel van geschikte zones voor (Paelinckx & Vanden Borre, 2021) en voor bossen loopt het proces. Maatregelen voor behoud, herstel en kwaliteitsverbeteringen buiten SBZ-H zijn ook mogelijk zonder expliciet (bijkomende) gebieden af te bakenen. Dit kan via positieve maatregelen in overheidsdomeinen, al dan niet erkende reservaten en andere private terreinen, via beheerovereenkomsten ….
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 8 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
English abstract In order to establish regional conservation objectives (G-IHD) for the Flemish Region (a prerequisite for progress towards a favourable conservation status under the EU Habitats Directive), Paelinckx et al. (2009a) calculated the importance of Flanders in Europe for each individual Natura 2000 habitat in Flanders within the Atlantic or Continental biogeographic region. Additionally the contribution of each individual Special Area of Conservation (SAC) towards these conservation goals was ranked using a number of parameters (area, priority status, biological integrity). The importance of the habitat proportion outside the network of SACs was also taken under consideration. In the meantime data quality on the European level as well as on the regional level has substantially improved, leading to the present revision. Relative importance of the habitats present in Flanders from a European perspective. The relative importance of a habitat present in Flanders for the European network is based on the proportion the habitat covers compared to the total surface area of the habitat in the EUAtlantic or Continental region respectively (since Flanders encompasses both of these biogeographic regions). The Flemish region carries an ‘exceptional responsibility’ (surface area within the respective biogeographical region is higher than 8%) for the following habitat types: -
2310 Psammophylic heath (34 %) 2330 Inland shifting dunes (12 %) 9190 Old oak forests (8 à 10 %)
The Flemish region is ‘very important’ (because it contains between 0,5% and 8% of the surface area within the respective biogeographical region and one or more additional prerequisites (between brackets) is/are met) for the following habitat types: -
1130 Estuaries (entire salinity gradient (fresh to saltwater) and vertical gradient is present, and represents one of the major estuaries in Europe) 2130 Grey dunes (EU priority habitat) 6120 Pioneer calcareous sand swards (EU priority habitat) 6230 Nardus grasslands (EU priority habitat and presence of the exceptional subtype Limerich Nardus grasslands) 9130 in the Atlantic biogeographical region (because of the subtype Atlantic neutrophilic beech forests with a limited distribution within Europe) 91E0 Alluvial forests (EU priority habitat and the presence of the exceptional subtype Riverine Salix forests)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 9 van 56
The table below provides an overview of the European importance of the 46 habitats present in Flanders: habitatgroup
Coastal and halophytic Coastal sand dunes Freshwater habitats Heath and inland dunes Natural and semi-natural grasslands Bogs, mires and fens Caves Forests
Exceptional responsibility
Major importantce
Important
1130 2130
2110, 2120, 2160, 2170 3130, 3140, 3160, 3270
2310, 2330
9130_ATL, 91E0
Marginal importance + (A)
1140, 1310, 1320, 1330 2180, 2190
2150
3150, 3260
3110
4010, 4030, 5130 6410, 6430, 6510
6120, 6230
9190
Reasonably important
7150
7140, 7230
9120, 9160
8310 9110_CON
6210
7110, 7210, 7220 9130_CON, 9150, 91F0
(B) including all habitats present in the Flemish continental region that are not explicitly mentioned.
Methodological aspects and a more extensive overview of the results and data can be consulted in § 2 and annex 2. Importance of the individual SACs in attaining a regionally favourable conservation status of the habitats. An important methodological change is applied to the calculation of the proportion of surface occupied by a specific habitat in a specific SAC. Paelinckx et al. (2009a) calculated this proportion relative to the total surface covered within the total of the Flemish SAC network. The current approach uses the total surface in the whole of the Flemish Region, inside and outside the SAC network. We consider this a necessary adjustment at least for Belgian habitats predominantly or exclusively present in the Flemish Region, in order to comply with the surface criteria of the Standard Data Forms. The number of SAC-habitat combinations where this change leads to a lower importance compared to the 2009 ranking is limited (§ 3.1) and affects around 6% of all combinations. Annex 1 further reveals that for each SAC the importance of at least one habitat-combination differs from the results in 2009. Furthermore there are often discrepancies in the actual presence of habitats compared to the official designations (§ 3.2). Results can be consulted in annex 1 and § 3.2, or for those seeking to sort the data otherwise we refer to annex 4.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 10 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
In this summary we only mention the non-designated SAC-habitat combinations for those SACs that have a major or even essential importance for the habitat in question: - BE2200029 – 3110: 0,67 ha, essential - BE2200032 – 3160: 7,44 ha, major importance - BE2200032 – 7230: 0,60 ha, major importance - BE2200034 – 3140: 20 ha, major importance - BE2200035 – 5130: 1,29 ha, major importance - BE2300007 – 7220: 0,08 ha, essential - BE2400011 – 6410: 1,4 ha, major importance - BE2400011 – 9190: 144 ha, major importance - BE2500002 – 1140: ca. 25 ha, major importance Except for the latter SAC-habitat combination, further research is needed to attribute the surface area trends either to better data (mapping methodology) or to real shifts in habitat surface area. Although a certain SAC may play an essential role in preserving the distribution range of a habitat this was not taken into account in the current classification. For example, a specific SAC could additionally be scored essential because it is situated in the habitat’s outer range, although only a limited amount of habitat surface area is present there and therefore the SAC has a lower score in our ranking.
Importance of the habitat surface area outside the SAC-network As the proportion of surface area outside the SAC-network for a certain habitat increases, the role of this share in achieving the regionally favourable conservation status will become more important. If 25% or more of the surface area of the habitat is in unfavourable conservation status the regional conservation status is very unfavourable. This implies that for those habitats with more than 25% of their surface area outside the SAC-network, it becomes very unlikely to ever reach the favourable conservation status without conservation measures being taken outside the network. Moreover it can be argued that this reasoning also applies to those SAC where the surface area outside the network is lower than 25%, because it is unlikely to restore successfully all habitat within a SAC to a favourable conservation status. Also, a regionally favourable conservation status can only be achieved when habitat loss outside the SAC-network is compensated for elsewhere (e.g. inside SACs), and does not result in a reduction of the total distribution range. Habitat loss could also affect surface area and/or quality of the habitat of certain Natura 2000 species.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 11 van 56
The table below provides an overview of those habitats where conservation measures outside the SAC-network are required for achieving a regionally favourable conservation status. Habitatgroup
Share of surface area outside SAC: ≥ 25 % 15% – 25% and 1140, 1310 1130, 1330
Coastal halophytic Coastal sand dunes Freshwater habitats
2110 3130, 3140, 3150, 3260, 3270 Heathland and inland 2330, 5130 dunes Natural and semi- 6120, 6210, 6230, natural grasslands 6510 Rocky habitats and 8310 caves Bogs, mires and fens Forests 9120, 9130, 9160, 9190, 91E0
< 15%
2120
2130, 2160, 2180 3160
4030
2310, 4010
6410 6430
7140, 7220, 7230 9110
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 12 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Inhoudstafel Dankwoord/Voorwoord........................................................................................................2 Samenvatting.......................................................................................................................3 Aanbevelingen voor beheer en/of beleid ...............................................................................7 English abstract....................................................................................................................9 Lijst van figuren.................................................................................................................. 14 Lijst van tabellen ................................................................................................................ 14 1
Inleiding ..................................................................................................................... 15
2
Relatief belang van de in Vlaanderen voorkomende habitats in Europese context .......... 16
3
2.1
Werkwijze ........................................................................................................... 16
2.2
Resultaten en analyse .......................................................................................... 19
2.3
Conclusie ............................................................................................................ 22
Prioriteitstelling van de SBZ-H voor de verschillende habitattypen ................................. 23 3.1
4
Werkwijze ........................................................................................................... 23
3.1.1
Inleiding....................................................................................................... 23
3.1.2
Oppervlakteaandeel ..................................................................................... 26
3.1.3
Habitatkwaliteit ........................................................................................... 28
3.1.4
Uit SBZ-H verdwenen habitat na aanwijzing ................................................... 29
3.2
Resultaten en analyse .......................................................................................... 29
3.3
Conclusie ............................................................................................................ 35
Oppervlakteaandeel buiten SBZ-H................................................................................ 36
Referenties ........................................................................................................................ 38 Bijlage 1 Belang van de SBZ-H in functie van de regionale staat van instandhouding van de habitats ............................................................................................................................. 41 Bijlage 2 Relatief belang van de Vlaamse habitats in Europese context .................................. 56 Bijlage 3 Data en analyse per habitattype met bepaling van het belang van de SBZ-H en van de oppervlakte buiten SBZ-H in functie van het regionaal belang van de habitats ....................... 56 Bijlage 4 Belang van de SBZ-H en van de oppervlakte buiten SBZ-H in functie van de regionale staat van instandhouding van de habitats ............................................................................ 56
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 13 van 56
Lijst van figuren Figuur 1
Figuur 2
Figuur 3
Afwegingskader gehanteerd bij de bepaling van het relatieve belang van een habitattype in de Europese biogeografische regio’s. Witte tekst is conform Paelinckx et al. (2009a), blauw zijn de nieuwe categorieën en andere wijzigingen toegevoegd als gevolg van de actualisatie. Stroomdiagram met de criteria voor het bepalen van het relatief belang van een SBZ-H voor de instandhouding van een habitat in Vlaanderen. De blauwe tekst betreft de methodologische aanpassingen die zijn doorgevoerd ten gevolge van de evaluatie van de methodologie (geschrapte delen van de 2009 methodologie zoals vermeld in tabel 2 zijn niet meer zichtbaar in deze figuur). De aanpassingen worden in § 3.1.2 en 3.1.3 verder besproken. ‘HT’ staat voor ‘habitattype’. Procentueel aandeel van de habitatoppervlakte buiten het SBZ-H netwerk voor de habitats waarvoor dit aandeel een zeer belangrijke (zb) tot essentiele (ess) rol vervult voor het realiseren van een gunstige regionale toestand.
17
25
36
Lijst van tabellen Tabel 1
Tabel 2
Tabel 3 Tabel 4
Tabel 5
Overzicht van het belang van de in Vlaanderen voorkomende habitats voor het realiseren van de gunstige staat van instandhouding in de EUAtlantische of EU-Continentale regio. Criteria en grenswaarden voor het prioriteren van de SBZ-H zoals toegepast in Paelinckx et al. 2009a, met aanpassingen ten gevolge van de evaluatie van de toen gebruikte methodologie. Zie voor nadere toelichting over de wijzigingen ten behoeve van dit rapport § 3.1.2 en § 3.1.3 Grenswaarden en berekening van het relatieve oppervlakteaandeel ten behoeve van het bepalen van het belang van een SBZ-H voor een habitat. Habitattypen waarvoor de shift van totale oppervlakte in het SBZ-H netwerk naar totale oppervlakte in Vlaanderen wel een impact heeft op het bepalen van het belang voor een aantal SBZ-H – habitat combinaties. Voor meer detail verwijzen we naar bijlage 3. Overzicht van habitats waarvoor maatregelen buiten het SBZ-H netwerk nodig zijn voor het behoud van oppervlakte en areaal, en voor habitatkwaliteit, om de regionaal gunstige toestand van deze habitats te realiseren of te behouden.
22
24 26
27
37
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 14 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
1 INLEIDING In uitvoering van de Habitatrichtlijn compileert de EU op basis van de individuele lidstaatrapportages de staat van instandhouding van habitats en habitatrichtlijnsoorten op niveau van biogeografische regio’s. Met uitzondering van Voeren, dat in Continentaal Europa ligt, is Vlaanderen gesitueerd in de Atlantische regio. Ter voorbereiding van het vaststellen van gewestelijke instandhoudingsdoelen voor de realisatie van de gunstige staat van instandhouding werd in Paelinckx et al. (2009a) voor elke in Vlaanderen aanwezige Europees beschermde habitat nagegaan welk belang Vlaanderen vertegenwoordigt in de EU-Atlantische of Continentale regio. Deze auteurs bepaalden ook voor elk van de Europees beschermde habitatrichtlijngebieden het belang voor elk van de daar aanwezige habitats. Ook werd aandacht besteed aan het eventuele belang van de habitatoppervlakte buiten het netwerk van habitatrichtlijngebieden. Inmiddels zijn de beschikbare data zowel op niveau Europa als voor Vlaanderen sterk verbeterd. Zo is de Biologische waarderingskaart en Natura 2000 Habitatkaart in de periode 2013 – 2019 voor bijna alle habitatrichtlijngebieden op gedetailleerde wijze geherkarteerd (De Saeger et al. 2020). In 2009 was voor die gebieden meestal slechts een vertaalslag vanuit de karteringseenheden van de Biologische waarderingskaart naar de habitats beschikbaar, met veel onzekerheden en kennislacunes tot gevolg. Ook de methode van kartering is tegenwoordig veel meer gestandaardiseerd, door het toepassen van strikte karteerprotocollen en determinatiesleutels (www.inbo.be/bwk). Ook de data van andere lidstaten, en dus de Europese data, zijn inmiddels sterk vervolledigd en verbeterd.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 15 van 56
2 RELATIEF BELANG VAN DE IN VLAANDEREN VOORKOMENDE HABITATS IN EUROPESE CONTEXT 2.1
WERKWIJZE
Classificatie van het Europees belang Met volgende aspecten werd in Paelinckx et al. (2009a) rekening gehouden bij de bepaling van het relatieve belang van de Vlaamse habitatvoorkomens in Europese context: - het oppervlakteaandeel van de habitat in Vlaanderen t.o.v. de oppervlakte in de EUAtlantische regio - de eventuele classificatie als Europees prioritair habitat - de aanwezigheid van uitzonderlijke subtypes, die enkel in subarealen van de Atlantische regio voorkomen, of om andere redenen een uitzonderlijke situatie betreffen (zie § 2.3) Bij het beoordelen van het bovenvermelde oppervlakteaandeel wordt uitgegaan van het feit dat de Vlaamse Atlantische regio ongeveer 2% omvat van de EU-Atlantische regio. Voor een habitattype dat gelijkmatig verspreid over de EU-Atlantische regio voorkomt, verwachten we dus dat ook het oppervlakteaandeel in de Vlaamse Atlantische regio ook ca. 2% is. Dit leidde in Paelinckx et al. (2009a) tot volgend beoordelingskader (zie figuur 1): - < 0,5%2 geeft een veel minder dan gemiddelde bijdrage ⇒ matig belangrijk - > 8% geeft een veel meer dan gemiddelde bijdrage aan de Europees-Atlantische oppervlakte ⇒ zeer belangrijk - 0,5 tot 8% én: o ‘Europees prioritair habitat’ en/of ‘uitzonderlijk subtype of om andere redenen uitzonderlijke situatie’ ⇒ zeer belangrijk o anders ⇒ belangrijk Omwille van de vergelijkbaarheid behouden we dit beoordelingskader, maar: - we voegen een categorie toe: < 0,01%; hiervoor levert Vlaanderen slechts een ‘marginale bijdrage’ aan de Europees-Atlantische toestand; deze nuance geeft weer voor welke habitattypes Vlaanderen in Europese context geen noemenswaardige bijdrage levert; - we hernoemen de categorie > 8% naar habitattypen waarvoor Vlaanderen een ‘bijzondere verantwoordelijkheid’ heeft, vanwege het hoge oppervlakteaandeel in de EU-Atlantische regio. De nieuwe categorieën en andere wijzigingen zijn weergegeven in figuur 1.
2
Zoals in Paelinckx et al. (2009a) gesteld, vloeit de keuze van een factor 4 (0,5 en 8% t.o.v. het gemiddeld verwachte 2% oppervlakteaandeel van Vlaanderen in EU-Atlantisch) voort uit de ‘veel minder’ of ‘veel meer’ dan gemiddeld, en dit conform aan de Nederlandse werkwijze (LNV 2008). ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 16 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
marginale bijdrage (< 0,01%)
veel minder dan gemiddeld (0,01 - < 0,5%)
veel meer dan gemiddeld (> 8%)
gemiddeld (0,5 – 8%)
Europees prioritair habitat
ja
nee
Uitzonderlijk subtype of situatie
marginale bijdrage
bijzondere verantwoordelijkheid
nee
matig belangrijk
Figuur 1
ja
belangrijk
zeer belangrijk
Afwegingskader gehanteerd bij de bepaling van het relatieve belang van een habitattype in de Europese biogeografische regio’s. Witte tekst is conform Paelinckx et al. (2009a), blauw zijn de nieuwe categorieën en andere wijzigingen toegevoegd als gevolg van de actualisatie.
Oppervlakteaandeel Heden bevat de Europese databank (https://nature-art17.eionet.europa.eu/article17/) wel voldoende concrete oppervlaktes van nagenoeg alle lidstaten om hiermee te rekenen en dit dankzij de 2019 rapportage van de staat van instandhouding aan de EU3. In 2009 was dit niet het geval en kon enkel gewerkt worden met het procentueel aandeel verspreidingshokken (EU 10 x 10 km2 hokken) in Vlaanderen ten opzichte van het totaal aantal in Atlantisch Europa.
3
Merk op dat het hier gaat over data voor de EU met 28 lidstaten, vermits het Verenigd Koninkrijk tijdens de rapportageperiode 2013-2018 nog deel uitmaakte van de EU. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 17 van 56
In alle gevallen zijn de nu gehanteerde EU-data dus van betere kwaliteit4 . De oppervlakte voor Vlaanderen wordt afgeleid uit de Biologische waarderingskaart en N atura 2000 Habitatkaart uitgave 2020 (De Saeger et al. 2020). Hierbij rekenen we enkel met zeker habitat en, voor vlakken waar de habitat slechts een deel ervan inneemt, met het in de kaartlaag opgegeven oppervlakteaandeel. Enkel voor habitats waarvoor het aandeel onzeker habitat groot is (dit is enkel bij de habitats 6430, 6510 en 9120) werd nagegaan of dit een impact kan hebben op de classificatie van het Europees belang. Dit blijkt niet het geval te zijn. Het oppervlakteaandeel van de habitats in het Continentale deel (Voeren) van Vlaanderen is meestal zeer beperkt (meestal minder dan 1 %; voor enkele habitattypes 2 à 5%). Daarom werken we voor deze habitats met de totale oppervlakte in Vlaanderen. Enkel de boshabitats 9110 ‘veldbies-beukenbossen’ en 9150 ‘kalkminnende beukenbossen’ komen grotendeels (9150) tot geheel (9110) voor in Voeren. Habitattype 9150 wordt daarom opgedeeld in beide Vlaamse biogeografische regio’s. Dit geldt ook voor 7220 kalktufbronnen, die qua oppervlakte ongeveer evenredig over beide regio’s verdeeld is.
Europees belang en ‘uitzonderlijk subtype of om andere redenen uitzonderlijke situatie’ De EU geeft aan een aantal habitattypen een ‘prioritair belang’, omdat ze over geheel de EU sterk bedreigd zijn (European Commission, DG Environment 2013) . Zulke habitats worden opgewaardeerd tot ‘zeer belangrijk’ als ze qua oppervlakteaandeel gerankt zouden worden als ‘belangrijk’. Dit geldt ook wanneer in Vlaanderen een ‘uitzonderlijk subtype’ of om andere redenen uitzonderlijke situatie’ voorkomt. We weerhouden deze aanpak en de daartoe in 2009 gehanteerde argumentatie (Paelinckx et al. 2009a, Schaminée et al. 2007). Die argumentatie wordt vermeld in § 2.2 bij de klasse ‘zeer belangrijk’.
4
We gebruiken hiertoe de ‘Area – Best value’, of als die niet beschikbaar is het opgegeven min – max. Dit laatste leidt tot een min – max oppervlakte en percentage in bijlage 2. Indien oppervlaktedata van sommige lidstaten toch ontbreken dan wordt voor die lidstaten op basis van het oppervlakteaandeel van de verspreidingshokken (kolom ‘Distribution Area - Distrib.’ in bovenvermelde website) ingeschat of er al dan niet een klein oppervlakteaandeel te verwachten is. Dit alles is zichtbaar in bijlage 2 door een notitie in de kolom F en een kleur in de cellen van die kolom in functie van de robuustheid van de einduitspraak over het Europees belang voor het habitattype. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 18 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
2.2
RESULTATEN EN ANALYSE
In deze paragraaf geven we het resultaat weer van de classificatie. Bijlage 2 geeft het detail van alle daartoe gebruikte data. Deze bijlage geeft ook een indicatie van de kwaliteit van de data. Voor de meeste habitats (29 van de 46) verschilt de huidige classificatie niet van deze van 2009. Voor 14 habitats is de geactualiseerde klasse lager en voor 3 hoger dan wat verondersteld werd op basis van de in 2009 beschikbare data. In onderstaande opsomming worden enkel deze verschillen expliciet vermeld. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar bijlage 2. Voor de volgende habitattypen heeft Vlaanderen een ‘bijzondere verantwoordelijkheid’5 (oppervlakteaandeel hoger dan 8 %; het aandeel wordt per habitat vermeld): - 2310 droge heide op landduinen (34 %) - 2330 open grasland op landduinen (12 %; hoger belang t.o.v. 2009) - 9190 oude eiken-berkenbossen (8 à 10 %; hoger belang t.o.v. 2009)
Voor de volgende habitattypen is Vlaanderen ‘zeer belangrijk’ wegens een oppervlakteaandeel van 0,5 à 8 % én één of meerdere extra voorwaarden (tussen haakjes vermeld): - 1130 estuaria (0,75 % en volledige zoet – zout en verticale gradiënt, én behorend tot de grootste Europese estuaria) - 2130 vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (ca. 0,75 % en EU prioritair habitat); - 6120 stroomdalgraslanden (ca. 1,3 % en EU prioritair habitat) - 6230 heischrale graslanden (1,7 à 1,8 % en EU prioritair habitat en voorkomen van uitzonderlijk subtype ‘droge kalkrijke heischrale graslanden’) - 9130 in de Vlaamse Atlantische biogeografische regio 6, waar de habitat bestaat uit het uitzonderlijk subtype ‘eiken-beukenbossen met wilde hyacint’ (0,6 % en subtype met beperkte verspreiding in Europa) - 91E0 vochtige alluviale bossen (5 à 7 % en EU prioritair habitat en voorkomen van uitzonderlijk subtype ‘zachthoutooibos’)
5
In 2009 behoorde deze klasse tot de onderstaande klasse ‘zeer belangrijk’; 2330 en 9190 leken met de toen beschikbare data slechts ‘belangrijk’. 6 Voor het Continentale subtype levert Vlaanderen slechts een marginale bijdrage. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 19 van 56
Voor de volgende habitattypen is Vlaanderen ‘belangrijk’ (wegens 0,5 à 8 % oppervlakteaandeel): kustduinen 2110 embryonale duinen 2120 wandelende duinen 2160 duindoornstruwelen 2170 kruipwilgstruwelen
wateren 3130 zwak gebufferde vennen 3140 kranswierwateren 3160 dystrofe vennen (H) 3270 voedselrijke slikoevers met bepaalde eenjarige planten
venen 7150 pioniervegetaties met snavelbiezen (L) lager belang t.o.v. 2009
bossen 9120 eikenbeukenbossen op zure bodem (L) 9160 eikenhaagbeukenbossen
(H) hoger belang t.o.v. 2009
Voor de volgende habitattypen is Vlaanderen ‘matig belangrijk’ wegens een oppervlakteaandeel van 0,01 tot < 0,5 % in de EU-Atlantische regio (of wanneer het suffix _CON is toegevoegd: ten opzichte van de EU-Continentale regio): zilte habitats 1140 bij eb droogvallend zand en slik 1310 zilte pionierbegroeiingen (L) 1320 schorren met slijkgras 1330 Atlantische schorren (L)
kustduinen 2180 duinbossen (L) 2190 vochtige duinvalleien (L)
heiden 4010 vochtige heide (L) 4030 droge heide (L) 5130 jeneverbesstruwelen
graslanden 6410 blauwgraslanden (L) 6430 voedselrijke zoomvormende ruigten (L) 6510 soortenrijke glanshavergraslanden (L) bossen 9110_CON veldbiesbeukenbossen
stenige habitats 8310 niet voor publiek opengestelde grotten (L) lager belang t.o.v. 2009
wateren 3260 beken en rivieren met bepaalde waterplanten (L) 3150 van nature eutrofe wateren (L) venen 7140 overgangs- en trilvenen (L) 7230 alkalische laagvenen
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 20 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Voor de volgende habitattypen levert Vlaanderen een ‘marginale bijdrage’7 wegens < 0,01% oppervlakteaandeel t.o.v. de EU-Atlantische regio (of wanneer het suffix _CON is toegevoegd: t.o.v. de EU-Continentale regio): kustduinen 2150 vastgelegde ontkalkte duinen venen 7110 actief hoogveen 7210 galigaanmoerassen 7220_ATL kalktufbronnen 7220_CON kalktufbronnen
wateren 3110 zeer zwak gebufferde vennen bossen 9130_CON subtype ‘parelgrasbeukenbos’ 9150_ATL kalkminnende beukenbossen 9150_CON kalkminnende beukenbossen 91F0 hardhoutooibossen (L)
graslanden 6210 droge kalkgraslanden en struweel op kalkbodem en alle andere habitattypen aanwezig in Voeren (CON), m.u.v. het habitattype 9110 dat matig belangrijk is
(L) lager belang t.o.v. 2009
7
In 2009 behoorde deze klasse tot de bovenstaande klasse ‘matig belangrijk’. Hiermee rekening houdend is er enkel voor habitat 91F0 een verschil vastgesteld op vlak van classificatie: die leek met de toen beschikbare data ‘belangrijk’. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 21 van 56
2.3
CONCLUSIE
Tabel 1 geeft een overzicht van de classificatie van de habitattypen op vlak van het belang van Vlaanderen in Europees perspectief. Tabel 1 Overzicht van het belang van de in Vlaanderen voorkomende habitats voor het realiseren van de gunstige staat van instandhouding in de EU-Atlantische of EU-Continentale regio.
habitatgroep
zilt en estuarium kustduinen
bijzondere zeer verantwoorde- belangrijk lijkheid 1130 2130
wateren heiden
Totaal # (b)
marginale bijdrage (a)
2150
3260, 3150
3110
6210
7150
4010, 4030, 5130 6410, 6430, 6510 7140, 7230
2110, 2120, 2160, 2170 3130, 3140, 3160, 3270
6120, 6230
venen
matig belangrijk 1140, 1310, 1320, 1330 2180, 2190
2310, 2330
graslanden
grotten bossen
belangrijk
9190
9130_ATL, 91E0
9120, 9160
8310 9110_CON
3
6
11
18
7110, 7210, 7220_ATL, 7220_CON 9130_CON, 9150, 91F0 8
(a) en alle andere niet als CON vermelde in de Voerstreek aanwezige habitats (b) habitat met opdeling in ATL en CON of met kennislacune wordt slechts éénmalig geteld en dit bij het hoogste belang
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 22 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
3 PRIORITEITSTELLING VAN DE SBZ-H VOOR DE VERSCHILLENDE HABITATTYPEN 3.1 3.1.1
WERKWIJZE Inleiding
Een onderdeel van het achtergronddocument bij de G-IHD 2009 (Paelinckx et al. 2009a) betreft per habitattype: - een analyse van de aanwezigheid en oppervlakteaandeel van het habitattype in de SBZ-H en van het aandeel erbuiten (op basis van Paelinckx et al. 2009b, Leyssen et al. 2008 en een intern INBO-bestand voor habitattype 7220 kalktufbronnen); - op basis van deze analyse een classificatie van de SBZ-H als ‘essentieel’, ‘zeer belangrijk’ of ‘belangrijk’ voor het habitattype. Doel hiervan is het bepalen van het belang van elk habitatrichtlijngebied voor het realiseren of behouden van de gunstige regionale staat van instandhouding van elk habitattype. Samenvattend gesteld vereist een gunstige regionale toestand (zie voor meer informatie Paelinckx et al. 2019): een stabiel of toenemend verspreidingsareaal, dat voldoende groot is om het lange termijn voortbestaan te garanderen (d.w.z. gelijk aan, of groter dan een vooropgesteld referentieareaal voor de gunstige toestand); een stabiele of toenemende oppervlakte van de habitat, die voldoende groot is om het lange termijn voortbestaan te garanderen (d.w.z. gelijk aan, of groter dan een vooropgestelde referentieoppervlakte voor de gunstige toestand); ten minste 75 % van de habitatoppervlakte heeft een lokaal gunstige habitatkwaliteit (zie verder § 3.1.2); een gunstig toekomstperspectief voor elk van de 3 bovenvermelde voorwaarden . De criteria die in 2009 vooropgesteld werden (Paelinckx et al. 2009a) om het belang van de SBZ-H voor elk erin aanwezig habitattype te bepalen zijn vervat in tabel 2 en figuur 2. In het kader van dit rapport zijn die criteria uit 2009 geëvalueerd en zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen worden toegelicht in tabel 2, § 3.1.2 en 3.1.3 en hebben geleid tot aanpassing van de methodologie zoals weergegeven in figuur 2. De betere data in BWK 2020 zorgen ervoor dat de hoeveelheid ‘onzeker habitat’ ten gevolge van kennislacunes doorgaans zeer beperkt is. Daarom kunnen we in dit rapport rekenen met de oppervlakte van het ‘zekere habitat’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 23 van 56
Tabel 2
Criteria en grenswaarden voor het prioriteren van de SBZ-H zoals toegepast in Paelinckx et al. 2009a, met aanpassingen ten gevolge van de evaluatie van de toen gebruikte methodologie. Zie voor nadere toelichting over de wijzigingen ten behoeve van dit rapport § 3.1.2 en § 3.1.3
criteria
reden
duiding
huidig oppervlakteaandeel t.o.v. het totaal binnen SBZH (in 2009) of Vlaanderen (in dit rapport) en dit zowel voor het habitattype zelf als voor de subtypen ervan8
oppervlakte is een hoofdcriterium in het bepalen van de regionale staat van instandhouding en in het bepalen van het belang van een SBZ-H volgens het EU gebiedsinformatieformulier9
grenswaarden: 2 en 15 % naar analogie met het criterium “relatieve oppervlakte” in het EU gebiedsinformatieformulier
Niet weerhouden in dit rapport, met vermelding van de reden daartoe: het voorkomen van hoog kwalitatief habitat
een wetenschappelijke en juridische toetsingscommissie heeft de tweedeling van de ‘gunstige toestand’ in ‘een goede’ en ‘een voldoende’ toestand als ecologisch en juridisch fout bestempeld (Arcadis 2010). Het is dan ook niet aangewezen om het aspect ‘hoge kwaliteit’ laten doorwegen bij het bepalen van het belang van de SBZ-H. Het wordt bovendien vanuit de EU aanbevolen om de beoordeling van de kwantiteit en kwaliteit gescheiden te houden.
eventuele potenties voor uitbreiding
in 2009 sporadisch toegepast; na meer dan tien jaar IHD-beleid is het meer opportuun dit te vervangen door het herhalen van de 10 analyse van de actuele oppervlakte na herkartering
SBZ-H met vooropgestelde uitbreiding van het areaal
dit criterium is in het 2009-rapport uiteindelijk niet toegepast; de problematiek blijft wel relevant in functie van habitat dat verdwijnt 11 uit SBZ-H (al dan niet aan de rand van het areaal ) vervangen door: ‘uit SBZ-H verdwenen habitat na aanwijzing’
8
European Commission DG Environment (2005) schrijft voor dat het op lange termijn voortbestaan van de ecologische variatie van een habitattype binnen het areaal moet verzekerd zijn voor het behouden of bereiken van een gunstige regionale staat van instandhouding. Dit wordt benaderd via het betrekken van habitatsubtypen in de prioriteitstelling. Deze subtypen zijn vastgelegd in Decleer et al. 2007 en in Paelinckx et al. (2009a). 9 Ook gekend onder de naam ‘standard data form’ of ‘standaardgegevensformulier’. De EU bepaalt de criteria voor de opmaak van dit formulier (Europese Commissie 2011). 10 Het SBZ-H netwerk en habitatlocaties erbuiten worden stelselmatig geherkarteerd in een cyclus van 12 jaar (18 jaar voor bossen). Heden is het onderscheid tussen nieuw ontstaan habitat en betere data (ten gevolge van meer gedetailleerd veldwerk en het hanteren van strikte karteersleutels) vaak nog niet te maken zonder specifieke kennis over de evoluties in het gebied. 11 Wanneer het verdwijnen van habitat een inkrimping veroorzaakt van het areaal leidt dit meteen tot een regionaal ongunstige toestand. De gunstige regionale toestand vereist tevens dat er geen verslechtering is van de ruimtelijke samenhang in de verspreiding van de habitat (zie bv. Paelinckx et al. 2019). ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 24 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Figuur 2
Stroomdiagram met de criteria voor het bepalen van het relatief belang van een SBZ-H voor de instandhouding van een habitat in Vlaanderen. De blauwe tekst betreft de methodologische aanpassingen die zijn doorgevoerd ten gevolge van de evaluatie van de methodologie (geschrapte delen van de 2009 methodologie zoals vermeld in tabel 2 zijn niet meer zichtbaar in deze figuur). De aanpassingen worden in § 3.1.2 en 3.1.3 verder besproken. ‘HT’ staat voor ‘habitattype’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 25 van 56
3.1.2
Oppervlakteaandeel
Zoals vermeld in tabel 2 is het oppervlakteaandeel een hoofdcriterium voor het bepalen van de regionale staat van instandhouding van een habitat en voor het bepalen van het belang van de SBZ-H volgens het EU gebiedsinformatieformulier. Data Zoals al aangegeven in § 1 zijn er op vlak van oppervlakte van habitats heden veel betere data dan ten tijde van Paelinckx et al. (2009a). Immers, in 2009 bestond de Natura 2000 habitatkaart (Paelinckx et al. 2009b) grotendeels uit BWK-karteringen van voor 2004. Toen werden de habitattypen nog niet rechtstreeks op terrein gedetermineerd, maar volgden uit een vertaalslag van de eenheden van de biologische waarde ringskaart. Deze werkwijze had heel wat kennislacunes tot gevolg. Veel karteringen in de toenmalige versie van de habitatkaart waren ook minder gedetailleerd. In dit rapport wordt de analyse en classificatie uit 2009 herhaald met de recentst beschikbare oppervlaktegegevens uit de habitatkaart (De Saeger et al. 2020). Voor de habitat 7220 kalktufbronnen en 8310 ‘niet voor publiek opengestelde grotten’ zijn de data ontleend aan Oosterlynck (2020), respectievelijk De Saeger & Lahaye (2019) en De Saeger et al. (2020). De betere data zorgen ervoor dat de hoeveelheid ‘onzeker habitat’ ten gevolge van kennislacunes doorgaans zeer beperkt is. Daarom kunnen we in dit rapport rekenen met de oppervlakte van het ‘zekere habitat’. Telkens er een aandeel ‘onzeker habitat’ rest, gaan we evenwel na of dit impact kan hebben op de classificatie van het belang van de SBZ-H voor de habitat. Hierdoor wordt niet meer met oppervlaktevorken gewerkt en treden geen onbesliste mengcategorieën op (bv. ‘belangrijk of zeer belangrijk’). In Paelinckx et al. (2009) zijn die frequent. In dit rapport blijkt het resterend aandeel onzeker habitat enkel nog impact te hebben bij de classificatie van 1 SBZ-H – habitat combinatie (zie verder onder ‘kennislacunes’). Er blijft daarenboven onzekerheid over 7 SBZ-H – habitat combinaties. Relatief oppervlakteaandeel Omdat op EU-niveau de relevante informatiebron bestaat uit het EU gebiedsinformatieformulier (EU 2011) stemmen we de beoordeling maximaal hierop af. Tabel 3
Grenswaarden en berekening van het relatieve oppervlakteaandeel ten behoeve van het bepalen van het belang van een SBZ-H voor een habitat.
grenswaarde % berekend t.o.v.:
EU gebiedsinformatieformulier totale habitatoppervlakte van de habitat in België (Europese Commissie 2011)
> 15 % > 2% ≤ 2% marginaal voorkomen
klasse A klasse B klasse C D aanwezig maar weinig waardevol
Ten behoeve van de G-IHD totale habitatoppervlakte van de habitat: 2009: in het Vlaamse SBZ-H netwerk dit rapport: in Vlaanderen (binnen én buiten SBZ-H netwerk) essentieel zeer belangrijk belangrijk marginaal (*)
(*) Het mag niet gaan om zogenaamde ‘GIS-slivers’ t.g.v. de ruwere begrenzing van de SBZ-H.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 26 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
De door de EU bepaalde grenswaarden hanteren we ook in dit rapport. Voor het EU gebiedsinformatieformulier moet de relatieve oppervlakte van een in de SBZ-H voorkomend habitattype berekend worden ten opzichte van de totale oppervlakte van het betreffende habitattype op het gehele nationale grondgebied. Gezien evenwel het Natura 2000 beleid de verantwoordelijkheid is van de gewesten, bepalen we dit relatieve oppervlakteaandeel op gewestelijk niveau. In Paelinckx et al. (2009) hanteerden we daartoe de totale oppervlakte van de habitat in het SBZ-netwerk. Daarbij werd evenwel geen rekening gehouden met het oppervlakteaandeel buiten het SBZ-H netwerk en werd sterk afgeweken van de door de EU voorgeschreven werkwijze. Dit maakt dat ook voor habitats die enkel in het Vlaamse Gewest voorkomen de vergelijking tussen Paelinckx et al. (2009) en de bij de EU gekende data moeilijk is. Om dit te remediëren hanteren we in dit rapport de relatieve oppervlakte ten opzichte van de totale oppervlakte van een habitat in Vlaanderen in plaats van enkel in het SBZ-H netwerk. Deze aanpassing van het totaal in de SBZ-H naar de totale habitatoppervlakte in Vlaanderen heeft voor de classificatie van het belang van de SBZ-H voor de meeste habitattypen geen impact. Tabel 4 geeft de habitattypen waarvoor de shift, van het totaal voor het SBZ-H netwerk naar de habitatoppervlakte in heel Vlaanderen, wel een impact heeft. Deze is echter vaak beperkt tot enkele SBZ-H – habitat combinaties en dit geeft uiteindelijk niet altijd een verschil met de classificatie in 2009. In totaal zijn er 586 SBZ-H – habitat combinaties (Bijlage 1). Bij 36 (6 %) is de shift een verklaring voor een lager belang t.o.v. de classificatie in 2009. Deze methodologische wijziging heeft dus een beperkte impact. Zoals eerder gesteld is deze wijziging evenwel noodzakelijk in functie van het stroomlijnen met het EU gebiedsinformatieformulier. Merk op dat er hierdoor voor de habitats 3140, 3260, 3270, 9120 en 9160 geen SBZ-H meer essentieel zijn, terwijl in de 2009 classificatie wel enkele essentiële SBZ-H – habitat combinaties waren (Tabel 4). Ook kan een habitat voor het eerst aangetroffen zijn in een SBZ-H en dus de SBZ-H – habitat combinatie voor het eerst optreden (zie § 3.2). Tabel 4
Habitattypen waarvoor de shift van total e oppervlakte in het SBZ-H netwerk naar totale oppervlakte in Vlaanderen wel een impact heeft op het bepalen van het belang voor een aantal SBZ-H – habitat combinaties. Voor meer detail verwijzen we naar bijlage 3.
habitat % buiten SBZ-H 3140 82 3260 84 3270 82 6510 76 ? 9120 49 9160 41 91E0 53
aantal SBZ-H met lager belang / SBZ-H essentieel voor de habitat? totaal aantal combinaties (*) ( # essentiële SBZ-H in 2009) 3/16 4/23 1/2 3/32 2/34 3/23 4/36
geen (3 in 2009) geen (4 in 2009) geen (1 in 2009)
wel nog essentieel (wegens subtype) geen (1 in 2009) geen (0 in 2009) wel nog essentieel (wegens subtype) ? Bij 6510 is het oppervlakteaandeel buiten SBZ-H niet met zekerheid te bepalen omdat er nog grote kennislacunes zijn. Om de classificatie van het SBZ-H belang mogelijk te maken is ervan uitgegaan dat 10 % van het onzeker habitat buiten SBZ-H effectief habitat is. Die ’10 %’ is arbitrair, maar gebaseerd op recente karteringen van dergelijke kennislacunes, waarbij bleek dat van het daar aanwezige onzekere 6510 gemiddeld slechts een 10 % habitatwaardig bleek te zijn. (*) Voor zover ‘zeker habitat’ aanwezig is .
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 27 van 56
Kennislacunes habitatverspreiding en oppervlakte Omdat de meeste SBZ-H nagenoeg integraal geherkarteerd zijn, resten er op vlak van de aanwezigheid en de oppervlakte van habitats in het SBZ-H-netwerk weinig kennislacunes. Evenwel:
voor onderstaande SBZ-H – habitat combinatie blijft er onzekerheid over het belang omwille van het feit dat de grenswaarde tussen ‘belangrijk’ en ‘zeer belangrijk’ in de vork ligt tussen het oppervlakteaandeel van het ‘zeker habitat’ en dit van het ‘zeker + onzeker habitat’: o BE2300006 b of zb 6510 Voor onderstaande SBZ-H – habitat combinaties blijft er onzekerheid over de aanwezigheid van de habitat: - omwille van enkel ‘onzeker habitat’ vermeld (verdere herkartering dringt zich op) o BE2200042 3140 o BE2100020 315012 o BE2200034 3160 o BE2200030 6430 o BE2200042 6430 o BE2400012 6430 - omwille van recente inrichtingswerken, vegetatie in ontwikkeling o BE2200043 6410
Buiten het SBZ-H-netwerk kunnen er voor oppervlakte nog wel belangrijke kennislacunes zijn ten gevolge van grote aandelen ‘onzeker habitat’. Dit is vooral het geval voor de habitats 6430 en 6510.
3.1.3
Habitatkwaliteit
De habitatkwaliteit is een hoofdcriterium voor het bepalen van de regionale staat van instandhouding en een onderdeel van de behoudsstatus in het EU gebiedsinformatieformulier. In Paelinckx et al. (2009a) is de bepaling van het kwaliteitscriterium gebaseerd op expertoordeel, maar dit was niet stelselmatig mogelijk (en is dat tot op vandaag ook niet). Daarom werd in 2009 gebruik gemaakt van een indicatie voor mogelijk goede kwaliteit via flora (gegevens rapportage 2007, Paelinckx et al. 2008). Deze laatste benadering kon evenwel niet leiden tot een zekere beslissing waardoor er in de prioriteitstelling onbesliste tussenliggende categorieën ontstonden (bv. ‘essentieel of zeer belangrijk gebied’). Hoewel er in Paelinckx et al. (2009a) sprake is van ‘gunstige lokale toestand’ (dit is de ‘voldoende tot goede toestand’ conform T‘jollyn et al. 2009) blijkt dat in de praktijk gewerkt is met ‘aanwezigheid van hoogwaardig habitat’ (te vergelijken met de zogenaamde ‘goede toestand’ conform T‘jollyn et al. 2009). Zulke ‘aanwezigheid’ is onafhankelijk toegepast van het oppervlakteaandeel ervan, en dit met als argumentatie dat ‘aanwezigheid van hoog kwalitatief habitat een verhoogde kans geeft om verdere kwaliteitsverbetering elders in de SBZ-H te realiseren’. De kans bestaat dus evenwel dat de habitat op het niveau van de SBZ-H overwegend toch in een ongunstige toestand is. Daarenboven lijkt dit wel stelselmatig 12
Een herkartering in 2021 heeft in dit SBZ inderdaad een kleine oppervlakte 3150 vastgesteld.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 28 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
toegepast voor de water- en boshabitats, maar was er onvoldoende gebiedskennis voorhanden om dit stelselmatig uit de voeren voor de overige habitattypen. Een wetenschappelijke en juridische toetsingscommissie heeft de tweedeling van de ‘gunstige toestand’ in ‘een goede’ en ‘een voldoende’ toestand als ecologisch en juridisch fout bestempeld (Arcadis 2010). In Oosterlynck et al. (2020), dat heden in het beleid wordt toegepast, is die tweedeling dan ook geschrapt en is er enkel sprake van de ‘gunstige’ en ‘ongunstige’ lokale toestand. Derhalve is het verder benutten van de ‘goede toestand’ in het IHD-beleid niet meer aan de orde. Op vlak van habitatkwaliteit is de enige informatiebron die na 2009 voor alle SBZ-H bestaat het expertoordeel uit de S-IHD rapporten. In de periode 2016 en 2017 is in een aantal SBZ-H de lokale staat van instandhouding op terrein bepaald in het kader van het ANB-Inverde project ‘PAS en Databank Passende Beoordeling karteringen’, maar dit is onvoldoende om een stelselmatige actualisatie op dit vlak uit te voeren. Enkel voor de waterhabitats en voor een deel van de in § 3.1.2 vermelde zeldzame habitattypen zijn, en worden, er in het kader van de biotische kwaliteitsmeetnetten voldoende gebiedsdekkende data verzameld. Voor andere habitats worden datastromen ter zake verwacht via de beheermonitoring. Het zal evenwel nog geruime tijd duren vooraleer er op vlak van habitatkwaliteit voor alle of de meeste habitattypen voldoende data beschikbaar zijn voor een stelselmatige actualisatie. Omwille van alle bovenvermelde overwegingen wordt de toepassing van het criterium ‘habitatkwaliteit’ niet verder gebruikt bij het bepalen van het belang van de SBZ-H. Deze aangepaste werkwijze om de beoordeling van het oppervlakteaandeel en de kwaliteit volledig te scheiden, zorgt tevens voor meer uniformiteit en herhaalbaarheid van de methodiek. In totaal zijn er 586 SBZ-H – habitat combinaties (Bijlage 1). Bij 32 (5 %) is het schrappen van de 2009-regel ‘hoge kwaliteit’ een verklaring voor een lager belang t.o.v. de classificatie in 2009. Deze methodologische wijziging heeft dus een beperkte impact.
3.1.4
Uit SBZ-H verdwenen habitat na aanwijzing
Het recent verdwijnen van habitat 2310 uit het SBZ-H deelgebied BE2300006-42 ‘De Blakken en Warandeduinen’ is met zekerheid vastgesteld (De Saeger 2019). Het 2009-belang ‘belangrijk’ wordt voor deze combinatie behouden, hoewel de actuele oppervlakte nul is. In termen van het EU gebiedsinformatieformulier staat dit voor ‘niet langer aanwezig’.
3.2
RESULTATEN EN ANALYSE
De resultaten van de actualisatie van het belang van de SBZ-H voor het behalen van de regionale toestand van de habitats zijn weergegeven in bijlage 1, geordend per SBZ-H . Ook de bepalingen volgens Paelinckx et al. (2009) zijn hierin opgenomen zodat het vergelijken daarmee op eenvoudige wijze kan gebeuren. Bijlage 4 is identiek aan bijlage 1, maar geeft tevens een verklaring voor de vastgestelde verschillen, en behandelt tevens methodologische aspecten. Bijlagen 1 en 4 zijn afgeleid uit bijlage 3 die de analyse weergeeft per habitattype. Het belang van de SBZ-H voor de verschillende habitatsubtypen, en de oppervlakten van die subtypen, is enkel te vinden in bijlage 3.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 29 van 56
Uit bijlage 1 blijkt dat er voor elke SBZ-H wel minstens één verschil in belang is van de SBZ-H tussen de actualisatie en de 2009 classificatie. Er zijn wel habitattypen waarvoor er geen of nauwelijks verschil is (zie verder). Vaak zijn er ook verschillen in aanwezigheid van de habitat en de aanwijzing ervan in de aanwijzingsbesluiten (BVR 23.04.2014): - voor 23 aangewezen SBZ-H – habitat combinaties blijkt de habitat actueel niet aanwezig te zijn en was dit ook niet het geval ten tijde van de opmaak van de GIHD; de combinaties zijn immers niet opgenomen in de G-IHD (filter op ‘niet’ in de Excel in bijlage 4 of zie bijlage 1); - 63 SBZ-H – habitat combinaties zijn niet aangewezen hoewel aanwezig; voor 9 ervan is de SBZ-H zelfs zeer belangrijk of essentieel (zie verder), voor de andere is de SBZ-H belangrijk (filter op de Excel in bijlage 4 of zie bijlage 1). In onderstaande paragrafen focussen we op enkele vergelijkingen met Paelinckx et al. (2009) en/of met de SBZ-H aanwijzingsbesluiten. Hoewel er vaak kleine of grote verschillen zijn qua oppervlakte van de habitats in de SBZ-H hoeft dit geen verschil te geven in het belang van de SBZ-H voor de habitat. De actuele oppervlaktedata zijn vervat in de bijlages 1, 3 en 4. Habitats zonder of met heel beperkt verschil in belang Voor de volgende habitats zijn er geen verschillen in de aanwezigheid of het belang in de SBZ-H waarin ze voorkomen. Van de vermelde habitats is er enkel voor 7110 hoogveen een verschil op vlak van aanwijzing; het is al langer gekend dat de ambitie om deze habitat in Vlaanderen te kunnen herstellen ter discussie staat, zeker met de huidige druk van klimaatwijziging. habitatgroep
zilt en estuarium kustduinhabitats graslanden venen bossen
geen verschil in de aanwezigheid of wel aanwijzing waar de habitat in het belang in de SBZ-H niet aanwezig is, noch opgenomen in de G-IHD 1310, 1320, 1330 (2 à 3 SBZ-H) Alle (slechts één SBZ-H) 6120 (slechts één SBZ-H) 7110 (slechts één SBZ-H) BE2100024, BE2100026 9110 (slechts één SBZ-H) 9150 (2 SBZ-H) 91F0 (slechts één SBZ-H)
Niet aangewezen SBZ-H – habitat combinaties waarvoor de SBZ-H zeer belangrijk of zelfs essentieel is: -
BE2200029 – 3110: 0,67 ha, essentieel BE2200032 – 3160: 7,44 ha, zeer belangrijk BE2200032 – 7230: 0,60 ha, zeer belangrijk BE2200034 – 3140: 20 ha, zeer belangrijk BE2200035 – 5130: 1,29 ha, zeer belangrijk BE2300007 – 7220: 0,08 ha, essentieel BE2400011 – 6410: 1,4 ha, zeer belangrijk BE2400011 – 9190: 144 ha, zeer belangrijk BE2500002 – 1140: 25-tal ha, zeer belangrijk (ten gevolge van de uitbreiding van het Zwin door ontpoldering)
Gezien deze SBZ-H zeer belangrijk tot essentieel zijn voor het realiseren van de regionaal gunstige toestand voor de vermelde habitats dringt een toekomstige aanwijzing zich op. In ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 30 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
afwachting is het aan te bevelen hiermee rekening te houden in het l opende beleid voor, en passend beheer van deze SBZ-H. Aangewezen habitat waarvoor de SBZ-H heden ‘zeer belangrijk’ of ‘essentieel’ is, waar het in 2009 niet aanwezig was: SBZ-H BE2200028 BE2200031 BE2200038 BE2100040 BE2200042 BE2400012
habitat 7140 3160 6410 3150 6210 9190
2020 ess zb zb zb ess zb
De aanwijzing voor deze combinaties is in orde. Mogelijk is de actuele aanwezigheid (deels) het gevolg van inmiddels genomen instandhoudingsmaatregelen, of spontane evolutie. Onderscheid met betere data is evenwel niet mogelijk zonder expertise over de evoluties in de betreffende gebieden. Wel kan de aanwezigheid én het hoge belang impact hebben op de (prioritering van) te nemen maatregelen. Het is aan te bevelen hiermee rekening te houden in het lopende beleid voor, en beheer van deze SBZ-H. Aangewezen habitat waarvoor de SBZ-H heden ‘belangrijk’ is, waar het in 2009 niet aanwezig was: SBZ-H BE2100016 BE2200032 BE2200034 BE2200039 BE2200041 BE2200041 BE2200042 BE2300005 BE2300006 BE2300007 BE2300044 BE2400008 BE2400012 BE2400012 BE2400014
habitat 3260 3150 3150 6210 7140 7220 3150 3150 6230 3150 3150 3150 3150 7230 3160
2020 b b b b b b b b b b b b b b b
De aanwijzing voor deze combinaties is in orde. Mogelijk is de actuele aanwezigheid (deels) het gevolg van inmiddels genomen instandhoudingsmaatregelen, of spontane evolutie. Onderscheid met betere data is evenwel niet mogelijk zonder expertise over de evoluties in de betreffende gebieden. Wel kan de aanwezigheid impact hebben op de (prioritering van) te nemen maatregelen. Het is aan te bevelen hiermee rekening te houden in het lopende beleid voor, en beheer van deze SBZ-H. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 31 van 56
Aangewezen habitat waarvoor de SBZ-H heden ‘zeer belangrijk’ of ‘essentieel’ is, waar het in 2009 als ‘belangrijk’ of als ‘kennislacune’ was gerankt: SBZ-H BE2100015 BE2100015 BE2100016 BE2100016 BE2100016 BE2100016 BE2100017 BE2100017 BE2100019 BE2100024 BE2100024 BE2100024 BE2100026 BE2100026 BE2100040 BE2200028 BE2200029 BE2200029 BE2200031 BE2200031 BE2200031 BE2200032 BE2200033 BE2200033 BE2200033 BE2200035 BE2200035 BE2200037 BE2200037 BE2200038 BE2200039 BE2200039 BE2300005 BE2400009 BE2400010 BE2400014
habitat 7140 9190 91E0 2310 2330 3160 6430 7150 7150 2330 6410 3160 2310 6230 6410 3150 3130 6410 2310 2330 7150 2330 3130 6430 9190 2330 6230 3150 3260 6230 6230 7220 6430 7230 7210 7210
2020 zb zb zb zb zb ess zb zb zb zb ess zb zb zb zb zb zb ess zb zb zb zb zb zb zb zb zb zb zb zb ess ess zb zb zb ess
2009 b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b kennislacune b b b b b b b b b b kennislacune b b b b
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 32 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
De aanwijzing voor deze combinaties is in orde. Wel kan het hogere belang impact hebben op de (prioritering van) te nemen maatregelen. Het is aan te bevelen hiermee rekening te houden in het lopende beleid voor, en passend beheer van deze SBZ-H. Aangewezen habitat waarvoor de SBZ-H in 2009 als ‘zeer belangrijk’ of ‘essentieel’ was gerankt, maar waarvoor de SBZ-H heden ‘belangrijk’ is of waar er onzekerheid is over de aanwezigheid ervan (kennislacune) of waar de habitat niet aanwezig is volgens de habitatkaart 2020 : SBZ-H BE2100024 BE2100040 BE2200029 BE2200029 BE2200032 BE2200033 BE2200034 BE2200034 BE2200038 BE2200038 BE2200039 BE2200039 BE2200041 BE2200042 BE2200043 BE2300006 BE2300044 BE2300044 BE2400008 BE2400009 BE2400009 BE2400009 BE2400010 BE2400012 BE2400012 BE2400014 BE2500003 BE2500004 BE2500004 BE2500004
habitat 7230 6430 3260 6430 6430 3260 91E0 3260 91E0 3150 91E0 3260 6510 6410 91E0 7140 6410 9160 91E0 6230 6410 7220 7220 6430 9120 2310 91E0 91E0 3260 9160
2020 niet b b b niet b b b b b b b b b b b b b b b b b niet ? b b b b b b
2009 zb zb zb zb zb of ess zb zb zb zb zb zb ess zb zb of ess zb ess zb zb zb zb zb zb of ess zb zb of ess zb zb zb zb zb zb
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 33 van 56
De aanwijzing voor de meeste combinaties is in orde. Voor 4 combinaties is de habitat niet aanwezig of onzeker. Hiervoor dient me na te gaan of de habitat er ooit aanwezig geweest is, en zo ja of ze verdwenen is na de aanwijzing; in het laatste geval dient de aanwijzing zeker behouden. Het lagere belang kan impact hebben op de (prioritering van) te nemen maatregelen. Het is aan te bevelen hiermee rekening te houden in het lopende beleid voor, en beheer van deze SBZ-H. Aangewezen habitat in SBZ-H waar de habitat niet eerder, en ook niet in de Habitatkaart 2020 vastgesteld is: -
BE2100015: 3110 BE2100020: 6410 en 6430 BE2100024: 7110 en 7210 BE2100026: 7110/7120 (7120 wordt niet gerapporteerd aan de EU wegens niet aanwezig in Vlaanderen) BE2200028: 3110 BE2200029: 7110 BE2200034: 7140 en 7150 BE2200036: 2330 BE2200038: 6210 en 7140 BE2200041: 7230 BE2200042: 2330 en 7220 BE2300007: 3260 BE2300044: 2310 BE2400008: 4030 en 6210 BE2400009: 3150 BE2400011: 3150 BE2400012: 2330 BE2500003: 3150
Een gerichte analyse van de haalbaarheid van inrichting / herstel van deze habitats in deze SBZ-H dringt zich op. Hieruit zal de zinvolheid blijken van het eventueel behoud van de aanwijzing van die habitats in die SBZ-H.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 34 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
3.3
CONCLUSIE
Uit § 3.2 blijkt dat er belangrijke verschillen zichtbaar worden ten gevolge van de actualisatie met de betere data van vooral de karteringen 2013 – 2019. Deels zullen de verschillen het gevolg zijn van inmiddels genomen instandhoudingsmaatregelen, of spontane evolutie. Onderscheid met betere data is evenwel niet mogelijk zonder expertise over de evoluties in de betreffende gebieden. Ook methodologische verschillen hebben invloed, al hebben die doorgaans weinig of geen effect (zie § 3.1.2). Belangrijk is dat deze methodologische verschillen het gevolg zijn van het streven naar stroomlijning met de EU gebiedsinformatieformulieren. Kennislacunes § 3.1.2 somt een aantal kennislacunes op waarvoor verdere terreincontroles nodig zijn. Op vlak van habitatkwaliteit zijn er onvoldoende data om een actualisatie hiervoor door te voeren, te meer daar stroomlijning met de EU gebiedsinformatieformulieren impliceert dat dit criterium afzonderlijk van het oppervlaktecriterium in kaart gebracht wordt.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 35 van 56
4 OPPERVLAKTEAANDEEL BUITEN SBZ-H Voor de werkwijze verwijzen we naar § 3.1. Figuur 3 geeft het aandeel habitatoppervlakte buiten het SBZ-H netwerk voor de habitats waarvoor dit aandeel een zeer belangrijke (zb) tot essentiële (ess) rol vervult voor het realiseren van een gunstige regionale toestand. Voor de oppervlaktedata verwijzen naar bijlage 4, tabblad ‘buiten SBZ-H’. 90
80 70 60
%
50 40 30
20
Figuur 3
3160 zb
4010 zb
7230 zb
2180 zb
2160 zb
7140 zb
2130 zb
9110 zb
7220 zb
2310 zb
6430 ess
4030 ess
2120 ess
1130 ess
1330 ess
6410 ess
2330 ess
3130 ess
1310 ess
6230 ess
9130 ess
9160 ess
3150 ess
9120 ess
2110 ess
91E0 ess
5130 ess
9190 ess
8310 ess
6120 ess
6210 ess
6510 ess
3140 ess
3270 ess
1140 ess
0
3260 ess
10
Procentueel aandeel van de habitatoppervlakte buiten het SBZ-H netwerk voor de habitats waarvoor dit aandeel een zeer belangrijke (zb) tot essentiele (ess) rol vervult voor het realiseren van een gunstige regionale toestand.
Het spreekt voor zich dat naarmate het oppervlakteaandeel buiten SBZ-H groter is, die oppervlakte meer noodzakelijk is voor het realiseren van de gunstige staat van instandhouding. Immers, 25 % of meer oppervlakte van een habitat met een lokaal ongunstige habitatkwaliteit resulteert steeds in een regionaal ‘zeer ongunstige’ toestand. Dat impliceert dat voor habitats met meer dan 25 % oppervlakte buiten SBZ-H het onmogelijk is de regionale gunstige toestand alleen via maatregelen in het SBZ-H netwerk te behalen. Omdat het vaak niet haalbaar zal zijn in het SBZ-H netwerk de oppervlakte van alle aangewezen en andere aanwezige habitats integraal in een lokaal gunstige toestand te brengen geldt hetzelfde ook voor habitats met oppervlakteaandelen buiten SBZ-H kleiner dan 25 % (dus zeker voor alle habitats opgenomen in figuur 3 en tabel 5). Bovenop de regionale habitatkwaliteit komt nog dat de regionaal gunstige toestand enkel mogelijk is wanneer eventueel verlies van habitat buiten SBZ-H geen negatieve areaaltrend veroorzaakt en oppervlakteverlies elders gecompenseerd wordt (zodat er ook voor oppervlakte geen negatieve trend is). Verlies van habitat kan ook impact hebben op de oppervlakte en de kwaliteit van het leefgebied van Europees beschermde soorten.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 36 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Hiertoe zijn er voor al deze habitats instandhoudingsmaatregelen buiten het SBZ-H netwerk noodzakelijk. Voor graslanden en bossen is daartoe het bijkomend realiseren van extra oppervlakte buiten SBZ-H vooropgesteld in een nota bij de S-IHD besluiten aan de Vlaamse Regering (VR 2014 2304 DOC.0467/1BIS). Voor graslanden ligt een voorstel van geschikte zones voor (Paelinckx & Vanden Borre 2021) en voor bossen loopt het proces. Maatregelen voor behoud, herstel en kwaliteitsverbeteringen buiten SBZ-H zijn ook mogelijk zonder expliciet gebieden af te bakenen (bv. via positieve maatregelen in overheidsdomeinen, al dan niet erkende reservaten en andere private terreinen, via beheerove reenkomsten …).
Tabel 5
Overzicht van habitats waarvoor maatregelen buiten het SBZ-H netwerk nodig zijn voor het behoud van oppervlakte en areaal, en voor habitatkwaliteit, om de regionaal gunstige toestand van deze habitats te realiseren of te behouden.
oppervlakteaandeel buiten SBZ-H: habitatgroep ≥ 25 (*) 15 à 25 (**) zilt en estuaria 1140, 1310 1130, 1330 kustduinen 2110 2120 wateren 3130, 3140, 3150, 3260, 3270 heiden 2330, 5130 4030 graslanden 6120, 6210, 6230, 6410, 6430 6510 rotsachtige habitats 8310 en grotten venen bossen 9120, 9130, 9160, 9190, 91E0
< 25 (**) 2130, 2160, 2180 3160 2310, 4010
7140, 7230, 7220 9110
(*) maatregelen noodzakelijk in functie van de regionaal gunstige habitatkwaliteit + behoud areaal en oppervlakte (of compensatie voor eventueel verlies). (**)de noodzaak van maatregelen buiten SBZ-H is afhankelijk van de mate waarin de regionaal gunstige habitatkwaliteit in het SBZ-H netwerk kan gerealiseerd worden + behoud areaal en oppervlakte (of compensatie voor eventueel verlies).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 37 van 56
Referenties Arcadis (2010). Wetenschappelijke Toetsingscommissie (WTC) in het kader van de S-IHD instrumenten voor de Habitat- en Vogelrichtlijn. Beoordelingsnota. Delen 1, 2, 3 en 5. BVR 23.04.2014. Aanwijzing met toepassing van de Habitatrichtlijn van de speciale beschermingszones. Belgisch Staatsblad N. 287: 80099 - 80132. https://natura2000.vlaanderen.be/publicaties/categorie/s-ihd-besluiten Decleer K. (Ed.) (2007). Europees beschermde natuur in Vl aanderen en het Belgisch deel van de Noordzee: habitattypen, dier- en plantensoorten. Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. http://www.ecopedia.be/europees_beschermde_natuur/habitats_overzicht De Saeger S. (2019). Heide- en struweelhabitattypen. In: Paelinckx et al. (2019). Regionale staat van instandhouding voor de habitattypen van de Habitatrichtlijn. Rapportageperiode 2013 - 2018. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (13). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI:doi.org/10.21436/inbor.16122667 De Saeger S., Guelinckx R., Oosterlynck P., De Bruyn A., Debusschere K., Dhaluin P., Erens R., Hendrickx P., Hendrix R., Hennebel D., Jacobs I., Kumpen M., Opdebeeck J., Spanhove T., Tamsyn W., Van Oost F., Van Dam G., Van Hove M., Wils C. & Paelinckx D. (red.) (2020). Biologische Waarderingskaart en Natura 2000 Habitatkaart, uitgave 2020. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2000 (35). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.18840851 De Saeger S. & Lahaye M. (2019). Rotsachtige habitats en grotten (8310). In: Paelinckx et al. (2019). Regionale staat van instandhouding voor de habitattypen van de Habitatrichtlijn. Rapportageperiode 2013 - 2018. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (13). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI:doi.org/10.21436/inbor.16122667 De Saeger S., Lahaye M., Palmans G., Lommelen E. & Vanderhaeghe F. (2020). Habitatquarries: distribution of underground marl quarries in the Flemish Region and border areas, with the Flemish distribution of Natura 2000 habitat type 8310. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. (Version habitatquarries_2020v1) [Data set]. Zenodo. http://doi.org/10.5281/zenodo.4072968 Europese Commissie (2011). Uitvoeringsbesluit van de commissie van 11 juli 2011 betreffende een gebiedsinformatieformulier voor Natura 2000-gebieden. Publicatieblad van de Europese Unie L 198: 39 - 70. European Commission, DG Environment (2005). Annex E: Evaluation matrix for the conservation status of a habitat type. In: European Commission, DG Environment (2005). Note to the Habitats Committee: Assessment, monitoring and reporting of conservation status Preparing the 2001-2007 report under Article 17 of the Habitats Directive (DocHab-04-03/03 rev.3). European Commission, Brussels, 10 pp. + Annexes A-F. European Commission, DG Environment (2013). Interpretation manual of European Union habitats. EUR 28. European Commission, DG ENV, Nature ENV B.3. 144 p. Leyssen A., Denys L., Packet J., Schneiders A., Van Looy K., Leyssen M., Lock K., T’Jollyn F., Vandenneucker T., Vercruysse E., Vriens L. & Paelinckx D. (2008). Indicatieve situering van het ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 38 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Natura 2000 habitattype 3260, submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion. Versie 1.2, ontwerp. Intern rapport en digitaal bestand INBO.IR2008.22. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. LNV (2008). Natura 2000 profielendocument. Versie 1 september 2008. Ministerie van LNV. Directie Kennis. Ede. https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Habitattypen_profielen/Leeswijzer%2 0natura%202000%20profielen%202008.pdf Oosterlynck P. (2020). Distribution of the Natura 2000 habitat type 7220 (Cratoneurion) in Flanders and Brussels Capital Region, Belgium (version 2020). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. (Version habitatsprings_2020v2) [Data set]. Zenodo. http://doi.org/10.5281/zenodo.3784149 Oosterlynck P., Westra T., Wouters J., Erens R., Jacobs I., Op De Beeck J., Hendrickx P. & Paelinckx D. (2019). Veenhabitattypen. In: Paelinckx et al. (2019). Regionale staat van instandhouding voor de habitattypen van de Habitatrichtlijn. Rapportageperiode 2013 - 2018. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (13). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. DOI:doi.org/10.21436/inbor.16122667 Oosterlynck P., De Saeger S., Leyssen A., Provoost S., Thomaes A., Vandevoorde B., Wout ers J. & Paelinckx D. (2020). Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de Natura 2000 habitattypen in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2020 (27). Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.14061248 Paelinckx D., De Bruyn L. & Van Landuyt W. (eds.) (2008). Conservation status of the Natura 2000 habitats and species. Report of the Research Institute for Nature and Forest, INBO.R.2008.15. Brussels. Paelinckx D., Sannen K., Goethals V., Louette G., Rutten J. & Hoffmann M. (red.) (2009a). Gewestelijke doelstellingen voor de habitats en soorten van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn voor Vlaanderen. Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO.M.2009.6. Brussel. 669 p. Paelinckx D., De Saeger S., Oosterlynck P., Demolder H., Guelinckx R., Leyssen A., Van Hove M., Weyembergh G., Wils C., Vriens L., T’Jollyn F., Van Ormelingen J., Bosch H., Van de Maele J., Erens G., Adams Y., De Knijf G., Berten B., Provoost S., Thomaes A., Vandekerkhove K., Denys L., Packet J., Van Dam G. & Verheirstraeten M. (2009b). Habitatkaart, versie 5.2. Indicatieve situering van de Natura 2000 habitats en de regionaal belangrijke biotopen. Integratie en bewerking van de Biologische Waarderingskaart, versie 2. Rapport en GIS-bestand INBO.R.2009.4. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Paelinckx D., De Saeger S., Oosterlynck P., Vanden Borre J., Westra T., Denys L., Leyssen A., Provoost S., Thomaes A., Vandevoorde B. & Spanhove T. (2019). Regionale staat van instandhouding voor de habitattypen van de Habitatrichtlijn. Rapportageperiode 2013 - 2019. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (13). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. 200 p. DOI: doi.org/10.21436/inbor.16122667 Paelinckx D. & Vanden Borre J. (2021). Advies over een selectie van zones ‘buiten de S-IHD besluiten’ nodig voor het realiseren van de regionaal gunstige staat van instandhouding van graslandhabitats. Adviezen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO.A.4098. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 39 van 56
Schaminée J. & Janssen J. (2007). Habitattypen in Europees perspectief. De Levende Natuur. Jaargang 108, nr. 6, p 233-237. T’jollyn F., Bosch H., Demolder H., De Saeger S., Leyssen A., Thomaes A., Wouters J., Paelinckx D. & Hoffmann M. (2009). Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de NATURA 2000-habitattypen, versie 2.0. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2009 (46). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 40 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
Bijlage 1 Belang van de SBZ-H in functie van de regionale staat van instandhouding van de habitats Vette tekst betreft wijzigingen van het geactualiseerd belang ten opzichte van 2009 (bijlage 4, een Excel file, is hieraan identiek en bevat daarenboven verwijzingen naar impact van methodologische wijzigingen en verklaringen voor vastgestelde verschillen). GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat 2
2009 SBZhoge belang kwaliteit
BE2100015
2310
# ha zeker habitat 206
belang in 2009→
aangewezen
zb
zb
ja
BE2100015
2330
98
zb
zb
ja
BE2100015
3110
BE2100015
3130
4
b
b
ja
BE2100015
3160
68
1,66
ess
ess
ja
BE2100015
4010
365
4,15
ess
ess
ja
BE2100015
4030
89
0,19
zb
b of zb
ja
BE2100015
6230
1,0
b
niet
nee
BE2100015
7140
5,9
zb
b
ja
BE2100015
7150
3
zb
ess
ja
BE2100015
9120
0,14
m
b
nee
BE2100015
9190
94
zb
b
ja
BE2100015
91E0
4
b
niet
nee
BE2100016
2310
60
zb
b
ja
BE2100016
2330
8
zb
b
ja
BE2100016
3130
39
zb
zb → ess
ja
BE2100016
3140
0,3
m
b
nee
BE2100016
3150
0,1
b
niet
nee
BE2100016
3160
57
ess
b
ja
BE2100016
3260
1,7
b
niet
ja
BE2100016
4010
462
ess
ess
ja
BE2100016
4030
330
zb
zb
ja
BE2100016
6230
36
zb
ess
ja
BE2100016
6430
niet
b
nee
BE2100016
6510
6
b
b
nee
BE2100016
7140
9
zb
zb
ja
BE2100016
7150
9
ess
ess
ja
BE2100016
9120
8
b
b
ja
BE2100016
9190
148
zb
zb
ja
BE2100016
91E0
55
zb
b
ja
BE2100017
2310
61
zb
zb
ja
BE2100017
2330
45
zb
BE2100017
3130
38
zb
BE2100017
3140
16
BE2100017
3150
3,8
ja
1,96
13,07
4
ja
ess
ja
zb → ess
ja
zb
ess
ja
b
b
ja
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 41 van 56
GEBCODE
HT
BE2100017
3160
# ha zeker habitat 6
# ha onzeker habitat
BE2100017
3260
0,5
BE2100017
4010
15
BE2100017
4030
72
BE2100017
6230
46
BE2100017
6410
6
BE2100017
6430
5
BE2100017
6510
1,6
BE2100017
7140
3
b
BE2100017
7150
1,1
zb
0,10 0,09
0,02
0,28
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
belang in 2009→
aangewezen
zb
zb
ja
b
b
ja
b
b
ja
b
b*
ja
zb
ess
ja
zb
ess
ja
zb
b
ja
b
b
ja
b
ja
b
ja
zb → ess
ja
zb
ja
zb → ess
ja
zb
ja
BE2100017
9120
613
BE2100017
9160
88
BE2100017
9190
150 0,19
zb
BE2100017
91E0
538
zb
zb
ja
BE2100019
2330
0,9
b
b
ja
BE2100019
3130
ess
ess
ja
BE2100019
3140
niet
b
ja
BE2100019
3150
niet
b
ja
BE2100019
3160
0,63
b
niet
nee
BE2100019
4010
10
b
b
ja
BE2100019
4030
15
b
b
ja
BE2100019
6230
6
b
niet
nee
BE2100019
7150
1,1
zb
b
ja
BE2100019
9120
6
b
niet
nee
BE2100019
9190
41
b
b
ja
3
b
b
ja
b
niet
nee
(b)
niet
nee
zb
154
ja
BE2100019
91E0
BE2100020
3130
BE2100020
3150
BE2100020
3160
0,23
b
niet
nee
BE2100020
3260
0,3
b
b
ja
BE2100020
4010
4
b
b
ja
BE2100020
4030
21
b
b
ja
BE2100020
6230
b
niet
nee
BE2100020
6410
niet
niet
ja
BE2100020
6430
niet
niet
ja
BE2100020
6510
zb
zb
ja
b → zb
ja
3 0,03
0,13
2
0,7
ja
BE2100020
7140
1,3
b
BE2100020
7150
0,05
b
kennislacune
ja
BE2100020
9120
66
b
b
ja
BE2100020
9190
13
b
b
ja
BE2100020
91E0
18
b
b
ja
0,67
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 42 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
GEBCODE
HT
BE2100024
2310
# ha zeker habitat 48
BE2100024
2330
14
BE2100024
3110
1,75
BE2100024
3130
60
BE2100024
3140
0,1
BE2100024
3150
22,6
BE2100024
3160
BE2100024
3260
BE2100024
4010
75
BE2100024
4030
78
BE2100024
6230
BE2100024
6410
BE2100024
6510
BE2100024
7110
BE2100024
7140
BE2100024
7150
BE2100024
# ha onzeker habitat
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
belang in 2009→
aangewezen
b
b
ja
zb
b
ja
ess
ess
ja
zb → ess
ja
b
niet
nee
zb
b of zb
ja
5
zb
b
ja
0,8
b
b
ja
zb
zb
ja
b
b*
ja
45
zb
ess
ja
1,0
ess
b
ja
m
b
ja
niet
ja
0,09 0,19
5,76
0,07
zb
ja
niet 18
ess
ja
zb → ess
ja
ess
zb
ja
7210
niet
niet
ja
BE2100024
7230
niet
zb
ja
BE2100024
9120
22
b
b
ja
BE2100024
9160
1,9
b
b
ja
BE2100024
9190
84
zb
zb
ja
BE2100024
91E0
100
zb
zb
ja
BE2100026
1130
14
b
b
ja
BE2100026
2310
79
zb
b
ja
BE2100026
2330
77
zb
BE2100026
3130
74
zb
BE2100026
3140
15
BE2100026
3150
50,4
BE2100026
3160
5
BE2100026
3260
10
BE2100026
4010
68
BE2100026
4030
26
BE2100026
6230
15
BE2100026
6410
1,9
BE2100026
6430
22
BE2100026
6510
BE2100026
7110/7120
BE2100026
7140
32
zb
ja
BE2100026
7150
1,8
zb
ja
b → zb
ja
BE2100026
7210
0,25
zb
ess
ja
BE2100026
7230
7,59
ess
ess
ja
BE2100026
9120
55
b
b
ja
14
21
0,12 2
38,19 0,01 0,21 2,25 0,22 0,15
zb
ja
zb → ess
ja
zb
ess
ja
zb
b of zb
ja
zb
zb
ja
zb
ess
ja
zb
zb
ja
b
b*
ja
ja
zb
b
ja
zb
zb
ja
ess
zb
ja
b
b of zb
ja
niet
ja
zb → ess
ja
niet
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 43 van 56
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat
BE2100026
9190
BE2100026
91E0
212
zb
zb
ja
BE2100040
2310
7
b
b
ja
BE2100040
2330
59
zb
zb
ja
0,06
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
# ha zeker habitat 92
belang in 2009→
aangewezen
zb
zb
ja
zb
ja
BE2100040
3130
16
zb → ess
ja
BE2100040
3150
9,7
zb
niet
ja
BE2100040
3260
6
zb
ess
ja
BE2100040
4010
3
b
b
ja
BE2100040
4030
8
BE2100040
6230
12
BE2100040
6410
2
BE2100040
6430
1,3
0,92
BE2100040
6510
6
0,01
BE2100040
7140
35
BE2100040
7150
0,1
BE2100040
9120
BE2100040 BE2100040
b
b
ja
zb
zb
ja
zb
b
ja
b
zb
ja
b
b
ja
ess
zb
ja
m
kennislacune
ja
81
b
b
ja
9160
18
b
b
ja
9190
60
b
b
ja
BE2100040
91E0
318
zb
zb
ja
BE2100045
3130
b
niet
nee
BE2100045
3150
niet
b of zb
ja
BE2100045
4030
1,7
0,14
b
b
ja
BE2100045
6510
1,4
0,48
b
b
ja
BE2100045
9120
35
2,41
b
b
ja
BE2100045
9160
0,3
b
b
ja
BE2100045
9190
10
b
b
ja
BE2100045
91E0
7
b
b
ja
BE2200028
2310
29
b
b
ja
BE2200028
2330
BE2200028
3110
BE2200028
3130
BE2200028
1,31
0,98
4
2
4
b
b
ja
niet
niet
ja
57
zb
zb
ja
3140
0,6
b
niet
nee
BE2200028
3150
10,8
zb
b
ja
BE2200028
3160
0,26
b
niet
nee
BE2200028
4010
13
0,63
b
b
ja
BE2200028
4030
9
0,10
b
b*
ja
BE2200028
6230
1,9
b
b
ja
BE2200028
6410
0,05
b
niet
nee
BE2200028
6510
0,1
m
niet
nee
BE2200028
7140
5
ess
niet
ja
BE2200028
7150
0,2
b
kennislacune
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 44 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
BE2200028
9120
# ha zeker habitat 0,44
belang in 2009→
aangewezen
b
b
nee
BE2200028
9190
6
0,91
b
b
nee
BE2200028
91E0
26
0,01
b
b
ja
BE2200029
2310
529
ess
ess
ja
BE2200029
2330
375
ess
ess
ja
BE2200029
3110
0,67
ess
niet
nee
BE2200029
3130
12
zb
b
ja
BE2200029
3150
3,1
b
niet
nee
zb → ess
ja
zb
ja
zb → ess
ja
ess
ja
BE2200029
3160
5
zb
BE2200029
3260
1,0
b
BE2200029
4010
260
BE2200029
4030
BE2200029
5130
BE2200029
6230
116
BE2200029
6410
1,0
BE2200029
6430
0,3
BE2200029
6510
BE2200029
7110
BE2200029
7140
BE2200029
1556
7,58 0,08
zb
ja
ja
ess 1,91 0,16
1,4
niet
b
ja
ess
ess
ja
ess
b
ja
b
zb
ja
b
b
nee
niet
niet
ja
103
ess
ess
ja
7150
11
ess
ess
ja
BE2200029
9120
45
b
b
ja
BE2200029
9160
3
b
niet
nee
BE2200029
9190
150
zb
zb
ja
BE2200029
91E0
163
zb
zb
ja
BE2200030
2310
920
ess
ess
ja
BE2200030
2330
50
zb
zb
ja
BE2200030
3130
2
b
b
ja
BE2200030
3150
0,1
b
niet
nee
BE2200030
3160
zb
ess
ja
BE2200030
3260
niet
b
ja
BE2200030
4010
255
0,76
zb
zb
ja
BE2200030
4030
16
0,28
b
b
ja
BE2200030
6230
0,07
zb
zb
ja
BE2200030
6430
2,89
?
b
ja
BE2200030
6510
2
b
niet
nee
BE2200030
7140
12
0,19
zb
zb
ja
BE2200030
7150
3
zb
zb
ja
BE2200030
9120
14
b
ja
9
0,01
19
18
2,53
ja
b ja
BE2200030
9190
104
zb
zb
ja
BE2200030
91E0
95
zb
zb
ja
BE2200031
2310
60
zb
b
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 45 van 56
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat
BE2200031
2330
BE2200031
3110
0,10
zb
BE2200031
3130
229
ess
ess
ja
BE2200031
3140
4
b
niet
nee
BE2200031
3150
18,4
zb
zb of ess
ja
BE2200031
3160
4
zb
niet
ja
BE2200031
3260
0,05
BE2200031
4010
28
0,27
b
BE2200031
4030
467
0,74
BE2200031
6230
29
0,02
BE2200031
6410
0,7
BE2200031
6430
0,3
BE2200031
6510
3
BE2200031
7140
25
BE2200031
7150
1,0
BE2200031
9120
175
BE2200031
9160
2
11,1
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
# ha zeker habitat 25
belang in 2009→
aangewezen
zb
b
ja
ess
ja
b
2,02 0,06 4,55
niet
nee
b → zb
ja
zb
zb
ja
zb
b of zb
ja
b
b
nee
b
b
ja
b
b
ja
zb
b of zb
ja
zb
kennislacune
ja
b
b
ja
b
nee
zb → ess
ja
ja
b ja
BE2200031
9190
79
zb
BE2200031
91E0
135
zb
zb
ja
BE2200032
2310
17
b
b
ja
BE2200032
2330
25
zb
b
ja
BE2200032
3130
4
b
b
ja
BE2200032
3150
3,5
b
niet
ja
BE2200032
3160
7
zb
niet
nee
BE2200032
3260
7
zb
ess
ja
BE2200032
4010
16
b
b
ja
BE2200032
4030
22
b
b*
ja
BE2200032
6230
2
b
b
ja
BE2200032
6410
BE2200032
6430
BE2200032
6510
9
BE2200032
7140
5,6
BE2200032
7150
BE2200032
7210
BE2200032
7230
0,60
BE2200032
9120
3
BE2200032
9190
BE2200032
91E0
BE2200033
3130
35
BE2200033
3150
5,2
BE2200033
3260
BE2200033
4010
0,60
0,3
m
niet
nee
zb of ess
ja
ess
ess
ja
b
b
ja
0,7
b
kennislacune
ja
1,35
ess
ess
ja
zb
kennislacune
nee
b
b
ja
24
b
b
ja
58
zb
zb
ja
niet 0,79
0,05
ja
zb
b
ja
b
b of zb
ja
1,3
b
zb
ja
0,18
m
b
ja
0,32
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 46 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat
BE2200033
4030
BE2200033
6230
2
BE2200033
6410
niet
b
ja
BE2200033
6430
1,7
zb
b
ja
BE2200033
6510
1,3
b
b
ja
b → zb
ja
m
kennislacune
ja
b
b
ja
0,43
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
# ha zeker habitat 7
belang in 2009→
aangewezen
b
b*
ja
b
kennislacune
ja
BE2200033
7140
5
BE2200033
7150
0,05
BE2200033
9120
38
BE2200033
9160
4
b
niet
nee
BE2200033
9190
86
zb
b
ja
BE2200033
91E0
225
zb
zb
ja
BE2200034
2330
0,03
m
niet
nee
BE2200034
3130
40
zb
zb
ja
BE2200034
3140
20
zb
niet
nee
BE2200034
3150
b
niet
ja
BE2200034
3160
?
niet
nee
BE2200034
3260
0,15
b
zb
ja
BE2200034
4010
0,15
m
b
ja
BE2200034
4030
5
b
b*
ja
BE2200034
6230
zb
ja
BE2200034
6430
BE2200034
6510
BE2200034
ess
ja
1,40
0,2 0,10
12
zb niet
ja
b of zb
ja
b
b
ja
7140
niet
niet
ja
BE2200034
7150
niet
niet
ja
BE2200034
9120
60
b
b
ja
BE2200034
9190
28
b
b
ja
BE2200034
91E0
50
b
zb
ja
BE2200035
2310
8
b
b
ja
BE2200035
2330
27
zb
b
ja
BE2200035
3110
0,55
ess
6
ess
ja
b → zb
ja
zb → ess
ja
BE2200035
3130
50
zb
ja
BE2200035
3160
3
b
ja
BE2200035
3260
0,4
b
b
nee
BE2200035
4010
111
7,84
zb
zb
ja
BE2200035
4030
689
1,59
ess
ess
ja
BE2200035
5130
1,29
zb
niet
nee
BE2200035
6230
16
zb
b
ja
BE2200035
6410
b
niet
nee
BE2200035
6430
niet
b
nee
BE2200035
6510
0,3
b
b
ja
BE2200035
7110
1,55
ess
ess
ja
BE2200035
7140
6,2
zb
zb
ja
0,14 0,01
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 47 van 56
GEBCODE
BE2200035 BE2200035
HT
7150
# ha zeker habitat 1,2
9120
# ha onzeker habitat
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
zb
41
0,02
115 1,20
belang in 2009→
aangewezen
b of zb
ja
b
ja
b → zb
ja
zb
ja
zb → ess
ja
zb
b of zb
ja
BE2200035
9190
BE2200035
91E0
BE2200036
2330
niet
niet
ja
BE2200036
6210
0,76
ess
ess
ja
BE2200036
6230
2
ess
ess
ja
BE2200036
6510
5
b
b
ja
BE2200036
8310
38
ess
ess
ja
BE2200036
9150
0,7
ess
ess
ja
BE2200036
9160
21
b
b
ja
BE2200037
3150
65,8
zb
b
ja
BE2200037
3260
12
zb
b
ja
BE2200037
3270
3,5
zb
ess
ja
BE2200037
6120
4
ess
ess
ja
BE2200037
6430
11
b of zb
ja
BE2200037
6510
ess
zb
ja
BE2200037
7140
niet
b of zb
ja
BE2200037
9160
1,7
b
b
ja
BE2200037
91F0
1,0
ess
ess
ja
BE2200037
91E0
49
zb
zb
ja
BE2200038
3130
0,02
m
niet
nee
BE2200038
3150
0,1
b
zb
ja
BE2200038
4030
m
b
ja
BE2200038
6210
niet
niet
ja
BE2200038
6230
3
zb
b
ja
BE2200038
6410
6
niet
ja
zb of ess
ja
30
39
0,14
1,06 2,15
0,06
BE2200038
6430
2
BE2200038
6510
BE2200038
7140
BE2200038
7220
BE2200038
7230
BE2200038
8310
3
BE2200038
9120
452
BE2200038
9160
BE2200038
55
0,01
ess
ja
zb 17,34 1,19
ess
ja
ess
zb of ess
ja
niet
niet
ja
0,04
ess
zb
ja
0,40
zb
zb
ja
zb
zb
ja
zb
ja
zb
ja
327
zb
ja
zb → ess
ja
9190
5
b
niet
nee
BE2200038
91E0
30
b
zb
ja
BE2200039
3260
3
b
ess
ja
BE2200039
4030
1,5
b
b
ja
BE2200039
6210
0,02
b
niet
ja
BE2200039
6230
2
ess
b
ja
9,21
1,16 1,34
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 48 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
GEBCODE
BE2200039
HT
6410
BE2200039
6430
BE2200039 BE2200039
# ha zeker habitat 0,10
# ha onzeker habitat
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
b ja
belang in 2009→
aangewezen
b
ja
b of zb
ja
1,0
0,31
zb
6510
42
1,75
ess
ess
ja
7220
0,26
ess
kennislacune
ja
BE2200039
9110
324
0,13
ess
ess
ja
BE2200039
9120
46
8,33
b
b
ja
ja
BE2200039
9130
47
ess
ess
ja
BE2200039
9150
3
ess
ess
ja
BE2200039
9160
155
zb
zb
ja
BE2200039
91E0
11
b
zb
ja
BE2200041
3140
0,5
b
niet
nee
BE2200041
6230
0,12
b
b
ja
zb → ess
ja
zb of ess
ja
BE2200041
6410
3
zb
ja
BE2200041
6430
4
57,07
zb
ja
BE2200041
6510
32
3,68
b
zb
ja
BE2200041
7140
b
niet
ja
BE2200041
7220
b
niet
ja
BE2200041
7230
niet
niet
ja
BE2200041
9120
b
b
ja
BE2200041
9160
b
b of zb
ja
BE2200041
9190
niet
b
nee
BE2200041
91E0
b
b of zb
ja
BE2200042
2330
niet
niet
ja
BE2200042
3130
2
b
kennislacune
ja
BE2200042
3140
0,07
b
niet
nee
BE2200042
3150
1,4
b
niet
ja
BE2200042
3260
0,19
b
b
nee
BE2200042
4010
1,6
0,62
b
b
ja
BE2200042
4030
7
0,94
b
b*
ja
BE2200042
5130
1,76
zb
zb of ess
ja
BE2200042
6210
0,37
ess
niet
ja
BE2200042
6230
0,7
b
b
ja
BE2200042
6410
zb of ess
ja
0,8
7 39 45
1,04
1,02
0,4
b
BE2200042
6430
BE2200042
6510
BE2200042
7140
BE2200042
7220
BE2200042
9120
63
BE2200042
9160
25
BE2200042
9190
10
BE2200042
91E0
25
BE2200043
2310
14
17 1,4
ja
8,19
?
b of zb
ja
5,10
b
b of zb
ja
b
b
ja
niet
niet
ja
b
b
ja
b
b
ja
0,99
b
b
ja
2,51
b
b
ja
b
b
ja
0,89 26,73
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 49 van 56
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat
BE2200043
2330
BE2200043
3130
1
b
niet
nee
BE2200043
3150
0,7
b
niet
nee
BE2200043
3160
1,4
b
niet
nee
BE2200043
3260
0,4
b
b
ja
BE2200043
4010
1,7
b
b
ja
BE2200043
4030
45
BE2200043
5130
8,73
BE2200043
6230
BE2200043
6410
BE2200043
6430
BE2200043
6510
BE2200043
7140
BE2200043
0,06
0,5 1,47 0,5
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
# ha zeker habitat 5
belang in 2009→
aangewezen
b
b of zb
ja
b
b*
ja
ess
ess
ja
b
kennislacune
nee
?
niet
nee
b
b
ja
niet
b
nee
3
b
b
ja
7150
0,01
m
niet
nee
BE2200043
9120
14
b
b
ja
BE2200043
9160
3
b
b
nee
BE2200043
9190
29
b
b
ja
BE2200043
91E0
68
b
zb
ja
BE2300005
2330
0,4
b
kennislacune
ja
BE2300005
3130
22
ess
zb → ess
ja
BE2300005
3140
3
b
niet
nee
BE2300005
3150
1,1
b
niet
ja
BE2300005
3260
0,26
b
niet
nee
BE2300005
4010
26
0,51
b
b
ja
BE2300005
4030
35
1,25
b
b
ja
BE2300005
6230
16
zb
zb
ja
BE2300005
6410
0,5
ess
zb
ja
BE2300005
6430
4
1,06
zb
b
ja
BE2300005
6510
1,1
0,47
b
b
ja
BE2300005
7140
0,03
niet
nee
zb
ja
ja
m 3,91
BE2300005
9120
868
BE2300005
9160
14
b
b
ja
BE2300005
9190
20
b
kennislacune
ja
BE2300005
91E0
281
zb
zb
ja
BE2300006
1130
ess
ess
ja
BE2300006
1310
BE2300006
1320
BE2300006
1330
BE2300006
2310
BE2300006
2330
4
BE2300006
3140
27
BE2300006
3150
62,6
zb
4474 0,14 33
1,33
zb
ja
m
b
ja
zb
zb
ja
ess
ess
ja
b
b
ja
b
b
ja
zb
ess
ja
b of zb
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 50 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
GEBCODE
HT
BE2300006
3270
# ha zeker habitat 1,6
BE2300006
4030
0,05
BE2300006
6230
1,3
BE2300006
6410
1,7
BE2300006
6430
39
BE2300006
6510
30
BE2300006
7140
1,2
BE2300006
9120
20
BE2300006
9160
0,9
BE2300006
91E0
824
BE2300007
3150
BE2300007
3260
BE2300007
4030
BE2300007
# ha onzeker habitat
0,14
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
belang in 2009→
aangewezen
zb
zb
ja
m
niet
nee
b
niet
ja
zb
zb
ja
3,28
ess
ess
ja
56,19
b of zb
zb of ess
ja
b
ess
ja
b
b
ja
b
b
ja
ess
ess
ja
0,91 0,26
4,5
b
niet
ja
niet
niet
ja
2
b
b
ja
6230
1,0
b
b
ja
BE2300007
6410
0,2
BE2300007
6430
8
22,95
ess
BE2300007
6510
17
0,96
BE2300007
7220
0,08
BE2300007
9120
414
BE2300007
9130
1092
ess
BE2300007
91E0
428
BE2300044
1130
BE2300044
2310
BE2300044
2330
BE2300044
3130
BE2300044
3150
BE2300044
4010
BE2300044
4030
0,8
BE2300044
6230
1,5
BE2300044
6410
0,6
BE2300044
6430
0,8
BE2300044
6510
14
ess
BE2300044
9120
391
zb
BE2300044
9130
74
BE2300044
9160
BE2300044
91E0
BE2400008
3150
BE2400008
4030
BE2400008
6210
BE2400008
6230
BE2400008 BE2400008
b
1,62
b
ja
zb of ess
ja
zb
zb
ja
ess
kennislacune
nee
ja
zb
ja
ess
ja
zb
zb of ess
ja
b
niet
nee
niet
niet
ja
0,8
b
kennislacune
ja
0,02
b
niet
nee
b
niet
ja
niet
b
ja
b
b
ja
b
b
ja
b
zb
ja
b
b
ja
2
0,4
0,17 0,04
zb ja
ess
ja
b → zb
ja
zb
zb
ja
37
b
zb
ja
180
zb
zb
ja
b
niet
ja
niet
niet
ja
niet
niet
ja
1,0
b
b
ja
6430
0,6
b
kennislacune
ja
6510
0,8
b
b
ja
0,4
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 51 van 56
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat 16,39
BE2400008
9120
BE2400008
9130
26
b
BE2400008
9160
176
zb
zb
ja
BE2400008
9190
0,8
b
niet
nee
BE2400008
91E0
13
b
zb
ja
BE2400009
2330
b
niet
nee
BE2400009
3150
niet
niet
ja
BE2400009
4030
1,4
b
b
ja
BE2400009
6230
5
b
zb
ja
BE2400009
6410
0,3
b
zb
ja
1,76
0,5
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
# ha zeker habitat 2220
belang in 2009→
aangewezen
zb
ess
ja
b
ja
BE2400009
6430
1,5
BE2400009
6510
10
BE2400009
7220
BE2400009
7230
BE2400009
9120
95
BE2400009
9130
594
BE2400009
9190
3
b
BE2400009
91E0
156
zb
BE2400010
3140
BE2400010 BE2400010
zb
ja
b of zb
ja
b
b
ja
0,007
b
zb of ess
ja
0,50
zb
b
ja
0,75
0,66
b ess
ja
ja
b
ja
ess
ja
niet
nee
ess
ja
zb → ess
ja
2
b
3150
0,6
b
niet
nee
3260
0,07
b
niet
nee
BE2400010
6230
1,2
b
kennislacune
ja
BE2400010
6410
10
ess
ess
ja
ja
BE2400010
6430
0,7
0,32
zb
zb of ess
ja
BE2400010
6510
13
0,01
b
b
ja
BE2400010
7140
0,4
ess
ess
ja
BE2400010
7210
zb
b
ja
BE2400010
7220
BE2400010
7230
0,50
BE2400010
9120
129
b
BE2400010
9130
0,27
b
BE2400010
9160
BE2400010
91E0
BE2400011
3150
BE2400011
3260
BE2400011
0,07
niet 0,07
408
zb
ja
zb
ja
zb → ess
ja
b
ja
niet
nee
zb → ess
ja
zb
zb
ja
niet
niet
ja
0,01
b
niet
nee
4030
13
b
b
ja
BE2400011
6230
14,4
BE2400011
6410
1,4
BE2400011
6430
5
270
zb
ja
0,62
17
0,29 0,39 0,04
zb
zb
ja
zb
niet
nee
ess
ja
zb of ess
ja
b
ja
zb → ess
ja
BE2400011
6510
BE2400011
7140
1,1
b
b
ja
BE2400011
7220
0,03
zb
zb
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 52 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
GEBCODE
HT
BE2400011
9120
# ha zeker habitat 1172
BE2400011
9130
48
# ha onzeker habitat 1,22
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
zb b ja
belang in 2009→
aangewezen
ess
ja
b of zb
ja
BE2400011
9160
437
zb
zb → ess
ja
BE2400011
9190
144
zb
niet
nee
BE2400011
91E0
zb
zb
ja
BE2400012
2330
niet
niet
ja
BE2400012
3130
BE2400012
3140
BE2400012
3150
BE2400012
211 0,2
b
niet
nee
niet
b
ja
0,03
b
niet
ja
3260
0,06
b
niet
nee
BE2400012
4010
0,33
b
kennislacune
ja
BE2400012
4030
11
b
b*
ja
BE2400012
6230
16
zb
zb of ess
ja
BE2400012
6410
zb of ess
ja
0,72
3
zb
BE2400012
6430
BE2400012
6510
BE2400012
7140
BE2400012
7220
BE2400012
7230
0,06
BE2400012
9120
266
BE2400012
9160
320
BE2400012
9190
97
0,12
BE2400012
91E0
286
2,57
BE2400014
2310
BE2400014
2330
BE2400014
ja
0,79
?
zb of ess
ja
0,48
b
b of zb
ja
b
b
ja
b
kennislacune
ja
b
niet
ja
b
zb
ja
zb → ess
ja
zb
niet
ja
zb
zb of ess
ja
39
b
zb
ja
11
zb
zb
ja
3130
22
zb
b → zb
ja
BE2400014
3140
0,5
b
niet
nee
BE2400014
3150
8,2
b
b of zb
ja
BE2400014
3160
2
b
niet
ja
BE2400014
3260
0,7
b
b
ja
BE2400014
4010
6
13,33
b
b
ja
BE2400014
4030
71
b
b*
ja
BE2400014
6230
13,9
2,19
zb
ess
ja
BE2400014
6410
5
zb
ess
ja
BE2400014
6430
3
2,54
zb
ess
ja
BE2400014
6510
51
7,83
zb
zb
ja
BE2400014
7140
7
1,43
ess
ess
ja
BE2400014
7150
0,5
b
kennislacune
ja
BE2400014
7210
0,71
ess
b
ja
BE2400014
9120
226
b
b of zb
ja
BE2400014
9160
14
b
b
ja
BE2400014
9190
105
zb
zb → ess
ja
18 0,4
5,05
zb
2,14
ja
ja
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 53 van 56
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat
BE2400014
91E0
BE2500001
1130
76
b
b
ja
BE2500001
1140
341
ess
ess
ja
BE2500001
1310
39
ess
ess
ja
BE2500001
1320
2,3
ess
ess
ja
BE2500001
1330
87
ess
ess
ja
BE2500001
2110
13,6
ess
ess
ja
BE2500001
2120
386
ess
ess
ja
BE2500001
2130
766
ess
ess
ja
BE2500001
2150
0,09
ess
ess
ja
BE2500001
2160
623
ess
ess
ja
BE2500001
2170
76
ess
ess
ja
BE2500001
2180
236
ess
ess
ja
BE2500001
2190
ess
ess
ja
BE2500001
3150
niet
b
nee
BE2500001
3260
0,10
b
niet
nee
BE2500001
6510
9
b
b of zb
nee
BE2500002
1140
25
zb
niet
nee
BE2500002
1310
5
ess
ess
ja
BE2500002
1330
80
ess
ess
ja
BE2500002
6430
5
7,49
ess
ess
ja
BE2500002
6510
1,1
0,68
b
b
ja
BE2500002
7140
3
ess
ess
ja
BE2500002
91E0
7
b
b
ja
BE2500003
3130
BE2500003
3150
BE2500003
4010
1,2
BE2500003
4030
5
BE2500003
6230
BE2500003
6410
BE2500003
6430
1,1
BE2500003
6510
1,1
58
7,94
0,03 0,76
2 0,30
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
# ha zeker habitat 131
belang in 2009→
aangewezen
zb
zb
ja
b
niet
nee
niet
niet
ja
b
b
ja
b
b
ja
b
b
ja
niet
b
ja
b of zb
ja
b
ja
b
BE2500003
9120
469
zb
ja
BE2500003
9130
215
zb
ja
BE2500003
91E0
37
b
BE2500004
2330
0,2
b ja
b
ja
zb
ja
zb → ess
ja
zb
ja
b
ja
BE2500004
3130
16
zb
b → zb
ja
BE2500004
3140
0,03
m
niet
nee
BE2500004
3150
4,6
b
b
ja
BE2500004
3260
0,4
zb
ja
0,11
b
BE2500004
4010
15
2,70
b
BE2500004
4030
28
0,37
b
ja
b → zb
ja
b*
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 54 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo
GEBCODE
HT
# ha onzeker habitat 0,01
BE2500004
6230
BE2500004
6410
3
zb
zb of ess
ja
BE2500004
6430
0,7
b
b
ja
BE2500004
6510
10
b
b
ja
BE2500004
7140
0,6
b
b
ja
BE2500004
7150
0,01
m
kennislacune
nee
857
4,36
SBZbelang
2009 hoge kwaliteit
# ha zeker habitat 63
belang in 2009→
aangewezen
ess
ess
ja
zb
ja
BE2500004
9120
zb → ess
ja
BE2500004
9160
39 0,49
b
zb
ja
BE2500004
91E0
99
b
zb
ja
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo
doi.org/10.21436/inbor.43934741
Pagina 55 van 56
Bijlage 2 Relatief belang van de Vlaamse habitats in Europese context Zie Excel file in bijlage van het rapport
Bijlage 3 Data en analyse per habitattype met bepaling van het belang van de SBZ-H en van de oppervlakte buiten SBZ-H in functie van het regionaal belang van de habitats Zie Excel file in bijlage van het rapport
Bijlage 4 Belang van de SBZ-H en van de oppervlakte buiten SBZ-H in functie van de regionale staat van instandhouding van de habitats Zie Excel file in bijlage van het rapport
Voor het volledige rapport inclusief Excel-bijlagen, zie doi.org/10.21436/inbor.43934741
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 56 van 56
doi.org/10.21436/inbor.43934741
www.vlaanderen.be/inbo