Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/254
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/254
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 19 en 21 mei 2021 diende xxx (hierna: verzoekster), een verzoek in bij de stad Harelbeke om een afschrift te verkrijgen van het bezwaarschrift dat werd ingediend in het omgevingsdossier met referentie xxx. Op 20 en 28 mei 2021 weigerde de stad Harelbeke om in te gaan op dit verzoek. Op 15 juni 2021 werd door verzoekster beroep ingesteld bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen vermelde weigeringsbeslissing van 20 mei 2021, bevestigd op 28 mei 2021. Op 16 juni 2021 werd vermeld beroep geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 19 mei 2021, en werd bevestigd op 21 mei 2021. De weigeringsbeslissing van de stad Harelbeke dateert van 20 mei 2021, en werd bevestigd op 28 mei 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’).
www.vlaanderen.be
Op 15 juni 2021 diende verzoekster beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Met de bestreden beslissing van 20 mei 2021, herbevestigd op 28 mei 2021, weigerde de stad Harelbeke het door verzoekster opgevraagde bezwaarschrift op grond van artikel II.34, 2° (bescherming persoonlijke levenssfeer voor niet-milieu-informatie), artikel II.36, §1, tweede lid, 1° (bescherming persoonlijke levenssfeer voor milieu-informatie) en 5° (door derde vertrouwelijk meegedeelde milieu-informatie) van het Bestuursdecreet.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker dient beroep in tegen de bovenvermelde beslissing omdat het document niet werd bezorgd en geoordeeld wordt dat de door stad Harelbeke ingeroepen weigeringsgronden niet van toepassing zijn.
3. Toelichting door de stad Harelbeke Om met kennis van zaken het ingestelde beroep te kunnen beoordelen, contacteerde de beroepsinstantie de stad Harelbeke voor de nodige toelichting. De stad Harelbeke verstrekte de nodige informatie en stukken op 23 juni 2021.
4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beroepsinstantie is van oordeel dat de uitzonderingsgrond inzake de bescherming van de informatie die door een derde werd verstrekt zonder daartoe verplicht te zijn, en waarbij deze derde de informatie uitdrukkelijk in het betrokken document als vertrouwelijk heeft bestempeld, in casu van toepassing is. Deze uitzonderingsgrond is van toepassing zowel voor niet-milieu-informatie (artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet) als voor milieu-informatie (artikel II.36, §1, tweede lid, 5° van het Bestuursdecreet), met dit verschil dat het in het eerste geval een absolute weigeringsgrond betreft die zonder afweging van belangen toepassing kan vinden, en in het tweede geval een relatieve weigeringsgrond die wel een afweging van belangen vereist. In casu gaat het om zgn. ‘gemengde informatie’, aangezien er zowel milieutechnische als stedenbouwkundige aspecten in het opgevraagde bezwaarschrift aan de orde zijn. Artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een overheidsinstantie een aanvraag tot openbaarmaking afwijst als het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/254
pagina 2 van 4
is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Het Bestuursdecreet omvat een variant van voormelde uitzonderingsgrond voor milieu-informatie in artikel II.36, 5° met gelijkluidende voorwaarden. De beroepsinstantie gaat dan ook eerst na of deze voorwaarden in casu zijn vervuld. De artikels II.34, 6° en II.36, 5° van het Bestuursdecreet bepalen dat de openbaarmaking kan worden afgewezen indien het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Uit de dossiergegevens blijkt alvast dat deze instemming in casu niet voorhanden is, en dat de bezwaarindieners hebben aangegeven absoluut niet met de openbaarheid te kunnen instemmen. Uit de lezing van voormelde artikels blijkt dat deze uitzonderingsgronden slechts kunnen worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Het gaat hier om een cumulatieve voorwaarde, zo blijkt voldoende uit het gebruik van het woord “en” in beide decretale bepalingen. De beroepsinstantie stelt vast dat aan de eerste vereiste, namelijk dat het gaat om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de bestuursinstantie, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, in casu is voldaan. Het betreft hier immers een bezwaarschrift dat volledig vrijwillig werd ingediend tijdens het openbaar onderzoek in het kader van een omgevingsvergunningsprocedure. Niets of niemand heeft de bezwaarindiener daartoe verplicht. De tweede voorwaarde stelt dat die derde de vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk moet hebben bestempeld. Deze voorwaarde moet dan ook zijn vervuld op het moment dat de informatie werd verstrekt. De beroepsinstantie stelt vast dat in het ingediende bezwaarschrift zelf uitdrukkelijk en ondubbelzinnig melding wordt gemaakt van het vertrouwelijk karakter van het bezwaar. Het voorgaande volstaat om het beroep zonder verdere belangenafweging als ongegrond af te wijzen voor wat betreft de niet-milieu-informatie die in het bezwaarschrift vervat zit en dit op grond van artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet. Voor wat betreft de milieu-informatie uit het bezwaarschrift leidt de verplichte belangenafweging niet tot een ander oordeel. De in artikel II.36, §1, tweede lid, 5° van het Bestuursdecreet opgenomen uitzonderingsgrond heeft inderdaad een relatief karakter, dit wil zeggen dat het belang dat beschermd wordt door deze uitzonderingsgrond dient afgewogen te worden tegenover het openbaar belang dat met de openbaarmaking van het betrokken bestuursdocument (bezwaarschrift) is gediend. Het gaat hierbij om een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Dit betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover het belang dat met de uitzondering beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort. De beroepsinstantie ziet niet in op welke manier in casu het openbaar belang dat met de openbaarmaking van het gevraagde document zou gediend zijn, zou primeren op de bescherming van de vertrouwelijkheid van het ingediende bezwaarschrift. Het gaat hier immers louter om het privaat belang van verzoekster, die in haar beroepschrift zelf aangeeft dat het opzet van het verzoekschrift tot openbaarmaking erin bestaat om, “naar aanleiding
van de lopende het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren na [te] gaan of er wijzigingen aan de
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/254
pagina 3 van 4
vergunningsaanvraag dienen aangebracht te worden, een mogelijkheid die haar uitdrukkelijk wordt geboden door het Omgevingsvergunningsdecreet […].” Dit privaat belang van verzoekster kan geenszins
primeren op het decretaal verankerde belang inzake de bescherming van de door een derde vrijwillig meegedeelde informatie, die uitdrukkelijk (in het bezwaarschrift zelf) als vertrouwelijk werd bestempeld.
Gelet op het voorgaande is de beroepsinstantie van oordeel dat de openbaarmaking van het betrokken bezwaarschrift dient te worden geweigerd op grond van de artikelen artikel II.34, 6° en II.36, §1, tweede lid, 5° van het Bestuursdecreet, zodat het beroep als ongegrond afgewezen dient te worden. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroep d.d. 15 juni 2021 van xxx gericht tegen de weigeringsbeslissing van de stad Harelbeke d.d. 21 mei 2021, bevestigd op 28 mei 2021, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 30 juni 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/254
pagina 4 van 4