Vlaanderen is water
RIVIERCONTRACT VAN DE VLIET-MOLENBEEK Hoe kunnen we het risico op wateroverlast en droogte in het stroomgebied van de VlietMolenbeek in Asse, Bornem, Londerzeel, Meise, Merchtem en Puurs-Sint-Amands verder beperken? Maar ook de waterkwaliteit en de waterbeleving verbeteren? Over die vragen konden de inwoners en de lokale partners twee jaar lang meedenken. Het resultaat vind je in dit riviercontract.
VLIET-MOLENBEEK.RIVIERCONTRACT.BE
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
INHOUD
COLOFON
Verantwoordelijke uitgever Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26, 9300 Aalst Tel. 053 72 62 10 - info@vmm.be - www.vmm.be
2
Redactie en vormgeving Pantarein Publishing
Beeldmateriaal VMM (tenzij anders vermeld)
Publicatiedatum mei 2022
D/2022/6871/005
Voorwoord
5
Inleiding
7
Waarom een riviercontract voor de Vliet-Molenbeek? • Vier thema’s • Leeswijzer
8 8 14
Thema 1 Wateroverlast • Huidige toestand • Beleid • Eerder genomen maatregelen • Knelpunten en uitdagingen • De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek × Waterbouwkundige werken door de Vlaamse overheid (VMM) × Waterbouwkundige werken door de provincie Vlaams-Brabant × Waterbouwkundige werken door de polder Vliet en Zielbeek × Lokale maatregelen × Individuele bescherming tegen wateroverlast
15 15 17 19 19 21 24 27 29 32 34
Thema 2 Watertekort • Huidige toestand • Beleid • Eerder genomen maatregelen • Knelpunten en uitdagingen • De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek × Ingrepen aan waterlopen en grachten × Studies en plannen × Ingrepen in stedelijk gebied × Ingrepen in het buitengebied
38 38 38 39 40 40 40 46 47 49
Thema 3 Waterkwaliteit • Huidige toestand • Beleid • Eerder genomen maatregelen • Knelpunten en uitdagingen • De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek × Huishoudelijk afvalwater anders aanpakken × Milieu-incidenten adequaat aanpakken
51 51 52 56 57 58 58 60
3
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
× De beekstructuur herstellen × Aanpakken van erosie
4
63 69
Thema 4 Waterbeleving • Huidige toestand • De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek
71 71 72
Overzichtskaart acties Overzichtstabel acties
76 77
5
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Inleiding De vallei van de Vliet-Molenbeek is van oudsher kwetsbaar voor overstromingen. Met dijken en wachtbekkens konden waterbeheerders het risico op wateroverlast decennialang inperken. Door de aanleg van het Zeekanaal verloor de Vliet haar monding en getijde. Dat zorgde voor een structurele verdroging in het stroomafwaartse deel van de vallei. Klimaatverandering kwam erbovenop en herschreef de spelregels, met periodes van langdurige droogte en extreme neerslag. Vandaag zijn we ons weer meer bewust van het belang van een goed functionerend watersysteem. Dat is niet alleen cruciaal voor de natuur, maar ook voor onze levenskwaliteit. Alleen met voldoende waterbronnen van goede kwaliteit kunnen we drinkwater en voedsel produceren. Rivieren helpen landbouwers om onze bodem vruchtbaar te houden en verzekeren bedrijven van proces- en koelwater. De aanwezigheid van open water verbetert ook de mentale gezondheid. Natuurlijke en propere rivieren, beken en meren nodigen uit om te rusten, te sporten of in de buurt te wonen. Tot slot kunnen alleen robuuste, veerkrachtige watersystemen ons helpen om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Als we die voordelen ook voor toekomstige generaties willen behouden, moeten we onze watersystemen opnieuw gezond
6
maken én houden, zowel op het vlak van kwaliteit als van kwantiteit. Dat is geen eenvoudige opgave. Het vraagt een doelgericht en doortastend beleid dat het watersysteem centraal stelt. Tegelijk vraagt het ook aanpassingen aan onze dagelijkse gewoontes. Hoewel er al veel vooruitgang geboekt is, zijn er nog meer inspanningen nodig. Met dit riviercontract voor de Vliet-Molenbeek vatten we de koe bij de hoorns om de toestand van het grond- en oppervlaktewater verder te verbeteren. Alle betrokken partners van het stroomgebied van de Vliet-Molenbeek slaan binnen dit participatietraject de handen in elkaar om dit riviercontract mogelijk te maken. De VMM gaat samen aan de slag met de hogere en lokale overheden, de water-, terrein- en rioolbeheerders, de sectororganisaties, de bedrijven, de landbouwers en de inwoners. De komende jaren rollen we samen een actieprogramma uit, met acties verdeeld over vier thema’s: wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en waterbeleving. Op die manier zetten we belangrijke stappen vooruit voor een VlietMolenbeek in topconditie, nu en in de toekomst. Dit riviercontract Vliet-Molenbeek is opgesteld in mei 2022.
7
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Waarom een riviercontract voor de Vliet-Molenbeek? Vier thema’s
Onderlinge samenhang
Met het riviercontract voor de VlietMolenbeek neemt de VMM samen met lokale partners het initiatief om tot een gezond en klimaatrobuust watersysteem te komen in het afstroomgebied van de Vliet-Molenbeek. We willen hier niet alleen problemen rond wateroverlast en watertekort aanpakken, maar ook werken aan een betere waterkwaliteit. Tot slot willen we de waterbeleving doen toenemen door mensen meer van de rivier te laten genieten. Die vier waterthema’s pakken we geïntegreerd aan.
Maatregelen in functie van één waterthema zijn vaak ook gunstig voor andere thema’s. Door regenwater langer ter plaatse vast te houden en in de bodem te laten infiltreren, binden we de strijd aan met verdroging. Tegelijk zorgen we stroomafwaarts voor minder wateroverlast. Omwonenden en recreanten kunnen meer genieten van kwaliteitsvol water dat vol leven zit. En ook landbouw en natuur hebben belang bij voldoende water. Het actieprogramma van het riviercontract geeft die samenhang zichtbaar weer. Om het watersysteem van de Vliet-Molenbeek gezonder en evenwichtiger te maken, kiezen we voor een geïntegreerde aanpak. Dat vraagt een goede samenwerking met alle betrokken partners rond de vier thema’s.
Focus op het afstroomgebied van de Vliet-Molenbeek Water stopt niet aan administratieve grenzen. Het overstijgt de bevoegdheden van verschillende overheden. In een integraal waterbeleid werken meerdere beleidsdomeinen, bestuursniveaus en sectoren samen om watergebonden kwesties zoals wateroverlast of een slechte waterkwaliteit aan te pakken. De eenheid van de samenwerking wordt gedefinieerd door het afstroomgebied. Het riviercontract voor de Vliet-Molenbeek omvat maatregelen voor het hele afstroomgebied van het brongebied in Asse tot Bornem, inclusief de zijwaterlopen die naar de Vliet en de Molenbeek afwateren. Het contract heeft daardoor betrekking op zes gemeenten in het afstroomgebied van de VlietMolenbeek: Asse, Bornem, Londerzeel, Meise, Merchtem en Puurs-Sint-Amands. Bij alle maatregelen die we nemen, houden we rekening met de mogelijke gevolgen voor andere gebieden. Het watersysteem is immers een
8
continu gegeven: ingrepen die bovenstrooms gedaan worden, kunnen locaties benedenstrooms beïnvloeden. Ook ingrepen ver van een waterloop zijn relevant, want de effecten zetten zich verder via oppervlakkige afstroming, de riolering of het grondwater. Omdat alle onderdelen van een watersysteem met elkaar verbonden zijn, is het belangrijk dat we het geheel bekijken en solidair samenwerken.
Samenwerking en participatie De strijd tegen de klimaatverandering stond nog nooit zo hoog op de agenda. Toch vertaalt die aandacht zich nog niet altijd naar ons dagelijks gedrag. Zo zien we onze gazons in de zomer niet graag verdrogen, terwijl we er in de winter liever geen plassen op zien staan. Een belangrijke uitdaging voor de komende jaren is het verder sensibiliseren rond waterproblemen. De overheid alleen kan de overstromingsproblematiek in de Vliet-Molenbeekvallei niet oplossen. Maar ook om watertekorten weg te werken en de waterkwaliteit te
9
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Met dit charter spreken de partners af om samen te werken aan oplossingen voor waterproblemen.
verbeteren, hebben we de hulp van alle betrokkenen nodig: burgers, bedrijven, verenigingen … Een goed waterbeheer is een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij de waterbeheerders samen met de (lokale) overheden, de hulpdiensten, de verzekeringssector, de bedrijven én de inwoners oplossingen uitwerken. Heel wat maatregelen tegen waterproblemen vragen ruimte: om waterlopen weer meer te laten meanderen, valleigebieden minder te draineren, afwateringskanalen in natuurgebieden te dempen … De realisatie van dergelijke maatregelen is vaak niet eenvoudig, vooral door de sterke versnippering van de ruimte in Vlaanderen. Woon-, natuur-, bos- en landbouwgebieden liggen hier kriskras door elkaar. Een nauwe samenwerking met de beheerders van de open ruimte is dan ook essentieel. Ingrepen zoals de aanleg van een bufferbekken of maatregelen tegen erosie vragen voldoende overleg met iedereen die actief is in de betrokken regio.
10
Dit riviercontract kwam dan ook tot stand op basis van een participatieve aanpak. Alle stakeholders werden erbij betrokken: van burgers over middenveldorganisaties tot lokale, provinciale en Vlaamse overheden. Op die manier creëerden we een breed draagvlak voor nieuwe maatregelen en een grotere bereidheid tot actie. Het participatietraject werd gedragen door een Stuurgroep met daarin de verschillende overheden, Natuurpunt, Boerenbond, Regionaal Landschap Brabantse Kouters en ScheldeDurme, de rioolbeheerders en enkele geëngageerde inwoners. Het traject nam ongeveer twee jaar in beslag en omvatte vijf grote fasen.
Fase 1: Een charter ondertekenen Het participatietraject ‘Naar een riviercontract voor de Vliet-Molenbeek’ ging officieel van start op 26 maart 2019. Toen zetten alle betrokken partners hun handtekening onder een charter waarin ze afspraken om met een open geest samen te werken aan oplossingen rond waterproblemen in de VlietMolenbeekvallei. Het charter spitste zich concreet toe op de gemeenten Asse, Bornem, Londerzeel, Meise, Merchtem en Puurs-Sint-Amands. De festiviteiten vonden plaats in Puurs-Sint-Amands, in aanwezigheid van Koen Van den Heuvel, de toenmalige Vlaamse minister van Milieu.
Fase 2: Lancering projectwebsite en overstromingstest Via de website vliet-molenbeek.riviercontract.be konden de inwoners van de betrokken gemeenten het participatietraject ontdekken en nagaan of er voor
hun woning, straat of bedrijf een overstromingsrisico bestaat. De overstromingstest gaf ook weer hoe fel het eventuele risico zou stijgen door de klimaatopwarming. In totaal werden zo 6.500 mensen bereikt, van wie er 1.483 de vragenlijst invulden.
Fase 3: Ideeën aanbrengen De deelnemers aan het participatietraject konden zowel online als offline ideeën aanbrengen om het overstromingsrisico in hun buurt en de daaruit voortvloeiende schade te beperken. Via de projectwebsite konden ze vier vragen beantwoorden: • • • •
Wat kan ik als inwoner doen? Wat kan ik als inwoner samen met anderen doen? Wat kunnen bedrijven, verenigingen, organisaties … doen? Wat kan de overheid doen?
11
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
bespreekbaar te maken en samen te zoeken naar breedgedragen oplossingen, zodat fundamenteel vooruitgang wordt geboekt inzake waterkwaliteit en -kwantiteit en een efficiënt integraal waterbeheer vorm krijgt. Het Integraal Project heeft meerdere doelen: • • •
de bestaande kennis en gegevens inventariseren; uitvoering geven aan de visie en acties uit het derde Stroomgebiedbeheerplan (2022-2027); tegen 2033 de goede toestand bereiken voor de Vliet-Grote Molenbeek volgens de Europese kaderrichtlijn Water;
•
• •
voldoen aan de doelstellingen van de Europese Overstromingsrichtlijn en het Waterschaarste- en Droogterisicobeheerplan; info aanbieden over verschillende denkpistes; instrumenten zoeken om het beleid in het gebied uit te voeren. Mogelijke uitvoeringsinstrumenten zijn het programma Water-Land-Schap 2.0, een strategisch project van het departement Omgeving, een strategisch landinrichtingsplan … Deze instrumenten bieden onder meer financiële ondersteuning voor de uitwerking van de afspraken en de realisatie op het terrein.
Op de vijf Vliet-Molenbeekfora konden mensen hun ideeën bespreken en delen.
De geposte ideeën konden gedeeld en becommentarieerd worden. Daarnaast werden er vijf VlietMolenbeekfora georganiseerd waar burgers de gelegenheid kregen om met elkaar in gesprek te gaan en samen ideeën uit te werken. Elk forum startte met een stevige brok informatie. De fora vonden plaats op verschillende data en locaties, zodat iedereen de kans kreeg om deel te nemen. Op die manier bereikten we nog eens een 200-tal deelnemers. Alles samen leverde de ideeënfase meer dan 1.000 reacties op en bracht ze 230 ideeën in, die we uiteindelijk konden bundelen tot ongeveer 100 potentiële acties.
het signaal dat we samen verder willen werken om de opgenomen maatregelen maximaal te realiseren.
Fase 4: Van ideeën naar riviercontract
Dit riviercontract omvat concrete maatregelen en studies rond waterbeheer die de partners de komende vijf jaar willen uitvoeren (of minstens opstarten). Het vormt de basis voor een verdere samenwerking tussen waterbeheerders, overheden, inwoners en andere partijen. Voor de concrete uitvoering van een aantal acties zullen de initiatiefnemers specifieke informatieen/of participatietrajecten opzetten.
De Stuurgroep boog zich tijdens enkele meetings en workshops over de ideeën van de inwoners en de andere partners. Zo kwam uiteindelijk het riviercontract tot stand. Alleen maatregelen waarvan één van de partners expliciet de trekker wilde zijn, werden weerhouden. De acties moeten bovendien realiseerbaar zijn binnen een aanvaardbare termijn van drie tot vijf jaar. Iedereen die dat wil, mag het riviercontract inkijken. Net als het charter wordt ook het riviercontract plechtig door de partners ondertekend. Zo geven we
Dit riviercontract heeft geen juridisch afdwingbaar karakter. Het geeft wel duidelijk de intenties van alle partners weer om de vooropgestelde acties vrijwillig en in overleg te realiseren, en daarvoor de nodige financiële middelen vrij te maken of subsidiekanalen te genereren.
Fase 5: Van riviercontract naar concrete uitvoering
Voor de opvolging van de acties uit het Riviercontract start het bekkensecretariaat Benedenscheldebekken het Integraal Project Vliet-Grote Molenbeek op. Dat is een samenwerkingsverband tussen de partners in het gebied die de ambitie hebben om thema’s Dijkje om Steenhuffel te beschermen tegen wateroverlast
12
13
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Thema 1: Wateroverlast
Leeswijzer Verderop in dit riviercontract sommen we alle acties systematisch op. We delen ze in volgens de vier grote thema’s die de Vlaamse Milieumaatschappij in de gebiedsgerichte werking hanteert: 1) wateroverlast, 2) watertekort, 3) waterkwaliteit en 4) waterbeleving. 1.
2.
3.
4.
Omdat we voor een integrale aanpak gaan, horen veel acties thuis onder twee of meer thema’s. We schrijven elke actie uit bij het thema waar die volgens de Stuurgroep het meest thuishoort. Als de actie ook andere thema’s ondersteunt, wordt dat via thematische icoontjes weergegeven. Achteraan in het riviercontract sommen we alle acties nog eens op en geven we met de icoontjes aan tot welke thema’s ze behoren. We duiden de acties ook aan op een kaart van het afstroomgebied van de Vliet-Molenbeek.
Huidige toestand
aan de getijdenwerking. Het water van de Vliet wordt sindsdien naar het Zeekanaal Brussel-Schelde gepompt.
De Grote Molenbeek en de (Kleine) Molenbeek liggen min of meer parallel en vloeien samen in de Vliet. De benedenloop van de rivier werd ingedijkt om wateroverlast te voorkomen. Vroeger mondde de Vliet uit in de Rupel, maar na de grote overstromingen van 1976 in Ruisbroek kwam er een pompstation om die verbinding te verbreken. Zo werd de rivier onttrokken
Ondanks de aanleg van het pompstation zijn er ook vandaag nog overstromingen in de vallei van de VlietMolenbeek, vooral rond Puurs-Sint-Amands, Londerzeel en Steenhuffel. Overstromingen brachten al heel wat schade toe aan huizen, straten en auto’s en zorgden voor gevoelens van angst en onrust bij de inwoners. Het overstromingsgevaar is deels te verklaren door het
Elke actie in dit contract bevat minstens een beschrijving van het doel en de werkwijze en een inzicht in het engagement om de actie uit te voeren. Het engagement verduidelijkt wie de actie zal uitvoeren. Als dat relevant is, geven we ook meer informatie over de precieze locatie van de actie binnen het stroomgebied.
Deze kaarten tonen het overstromingsgevaar bij drie verschillende scenario’s. T10 staat voor een grote kans op overstromingen, T100 voor een middelgrote kans en T1000 voor een kleine kans. De eerste kaart toont de toestand volgens het huidige klimaat (noCC), de tweede kaart blikt vooruit naar 2050 en houdt rekening met de klimaatverandering (hCC). De kaarten tonen zowel overstromingen vanuit waterlopen (fluviale overstromingen) als overstromingen door intense neerslag, bijvoorbeeld tijdens een zomeronweer (pluviale overstromingen). De rode tinten tonen bedreigde zones en gebouwen aan. In Bijlage 1 vind je deze kaarten op groot formaat. Meer info: www.waterinfo.be. 14
Pompgemaal met pompboezem op de Vliet in Puurs
15
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
grote hoogteverschil in het stroomgebied. Aan de rand van Brussel liggen de Grote en de Kleine Molenbeek ongeveer 80 meter boven het zeeniveau. Vanaf daar gaat het snel naar beneden tot aan de monding van de Vliet in Eikevliet, waar de waterloop nog nauwelijks 0,5 meter boven het zeeniveau ligt. Door het grote hoogteverschil stroomt regenwater heel vlug af via grachten en waterlopen. Bij extreme regenval kunnen de waterlopen het water niet meer slikken en stromen ze over. Niet alle overstromingen zijn problematisch. In open valleien en natuurgebieden kan het water opgevangen worden. Op plaatsen waar gebouwd werd tot in de vallei stellen zich wel problemen. Deze kaarten tonen de gebieden waar er overstromingsgevaar is volgens de modellen bij drie verschillende overstromingsscenario’s (T10: grote kans, T100: middelgrote kans en T1000: kleine kans) in verschillende tinten blauw. Op de eerste kaart wordt de toestand weergegeven volgens het huidig klimaat (noCC), op de tweede kaart de toestand in 2050 die rekening houdt met de klimaatverandering (hCC). Op de kaarten zie je zowel de overstromingen vanuit de waterloop (fluviale overstromingen) als de overstromingen door intense neerslag (pluviale overstromingen). De pluviale overstromingsgebieden zijn zones met een verhoogde kans op wateroverlast als gevolg van de directe afstroming van neerslag
over het maaiveld en overstromingen uit kleinere waterlopen. Het gaat hier dus eerder om wateroverlast door korte, intense zomeronweders. Dat doet zich typisch voor in stedelijke omgevingen door een ontoereikende capaciteit van het regenwaterafvoerstelsel. In landelijk gebied is deze wateroverlast te wijten aan lokale afvoergrachten die buiten de oevers treden en aan water dat zijn weg zoekt naar lokale afwateringsstelsels. De kaarten tonen ook de bedreigde gebouwen voor de drie verschillende overstromingsscenario’s in verschillende tinten rood. Omdat de specifieke hoogteligging van de vloer- of dorpelpeilen van gebouwen nog niet opgemeten werd, is het onmogelijk om correct te bepalen of individuele gebouwen al dan niet overstromen. Er moeten aannames worden gemaakt op basis van de overstromingscontouren van een gebouw. Op de kaarten zie je daarom niet de duidelijk afgelijnde gebouwen. Voor de aanduiding van plekken met een hoog overstromingsrisico moet je eerder kijken naar clusters van gebouwen die bedreigd worden door overstromingen.
Beleid Vlaanderen nam de afgelopen decennia al heel wat maatregelen om wateroverlast en overstromingen te voorkomen.
Meerlaagse waterveiligheid • De afgelopen twintig jaar zijn er veel dijken en wachtbekkens aangelegd om wateroverlast te voorkomen. Door de klimaatverandering volstaat dat niet meer en dringen bijkomende maatregelen zich op. De extra ingrepen zullen vooral moeten focussen op plaatselijke waterbuffering. Een snellere afvoer van regenwater, bijvoorbeeld door de waterloop te verbreden, zou de problemen alleen maar stroomafwaarts verplaatsen en draagt niet bij aan het behoud of herstel van de watervoorraden. Om wateroverlast te voorkomen, zet Vlaanderen vandaag in op ‘een meerlaagse waterveiligheid’. Die bestaat uit drie aspecten.
Meer info: zie het document over de opmaak van de kaarten voor overstromingsgevaar en overstromingsrisico op waterinfo.be
•
Wateroverlast in Sneppelaar, een gehucht van de gemeente Londerzeel 16
Andere beleidsinstrumenten Om het integraal waterbeleid in de praktijk om te zetten, zijn er een aantal beleidsinstrumenten beschikbaar. •
•
Protectie of bescherming: Protectieve maatregelen zijn erop gericht om overstromingen in kwetsbare gebieden zoveel mogelijk te vermijden. Dijken, stuwen, wachtbekkens en pompstations zijn hier de meest gekende voorbeelden van. Ze zorgen ervoor dat het water veilig afgevoerd wordt en de waterloop niet doet overstromen. Regenwater wordt zoveel mogelijk opgevangen en hergebruikt (regenputten) of sijpelt in de grond te (via infiltratievoorzieningen). Het water dat niet ter plekke kan vastgehouden worden, wordt zoveel mogelijk geborgen in valleigebieden (overstromingsgebieden, wachtbekkens) en pas als dat niet lukt, wordt het gericht afgevoerd. Deze drietrapsstrategie van vasthouden, bergen en afvoeren blijft een belangrijke pijler in het waterkwantiteitsbeheer in Vlaanderen. Preventie: Preventieve maatregelen pakken niet de overstroming zelf aan, maar richten zich op de schade die een overstroming kan veroorzaken. Het zijn maatregelen die ervoor zorgen dat we
minder kwetsbaar zijn voor overstromingen. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor ruimtelijke ordening: in gebieden die met wateroverlast kampen, kunnen we best niet meer bouwen, of alleen op een aangepaste manier. Bestaande gebouwen kunnen individueel beschermd worden met bijvoorbeeld waterdichte deuren. Paraatheid: Paraatheidverhogende maatregelen zorgen ervoor dat we ons niet laten verrassen door overstromingen en alert kunnen optreden zodat we erger voorkomen. Door te informeren over de risico’s en te waarschuwen als een overstroming dreigt, kunnen waterbeheerders, hupdiensten en burgers tijdig maatregelen treffen en veel schade en ellende vermijden.
Met de watertoets kan een overheid inschatten welke impact een vergunning, plan of programma zal hebben op het watersysteem. Goedgekeurde nieuwe projecten mogen het kwetsbare watersysteem niet verder belasten. Ze moeten zichzelf ook beschermen tegen mogelijke waterproblemen.
Meerlaagse waterveiligheid: protectie, preventie en paraatheid 17
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
•
•
•
•
De informatieplicht voor vastgoed in overstromingsgevoelig gebied zorgt ervoor dat toekomstige kopers geïnformeerd (moeten) worden over mogelijke watergebonden problemen. Bij hevige regenval is het belangrijk om water te bufferen op plaatsen waar dat niet tot overlast leidt. Signaalgebieden zijn gebieden met een ‘harde’ gewestplanbestemming (woongebied, industriegebied …) die nog niet ontwikkeld zijn en die veel water (kunnen) bergen. Door strengere bouwvoorwaarden op te leggen, of eventueel de bestemming te veranderen, blijft de waterbuffercapaciteit behouden. Het decreet Integraal Waterbeleid biedt de mogelijkheid om overstromingsgebieden af te bakenen, om zo de nodige ruimte voor water planmatig vrij te houden. De oevers van (onbevaarbare) waterlopen kunnen veel water tegenhouden. Om ervoor te zorgen dat oeverzones hun functie kunnen vervullen, gelden een aantal gebruiksbeperkingen. Zo mag je naast de oever van een waterloop geen meststoffen of pesticiden gebruiken. Grondbewerkingen zijn verboden en er mogen geen (nieuwe) bovengrondse constructies worden opgericht.
Samenwerken rond waterbeheer Rivieren en waterlopen stromen dwars door administratieve grenzen heen en overstijgen de bevoegdheden van verschillende overheden. In een geïntegreerd waterbeleid werken meerdere beleidsdomeinen en bestuursniveaus samen om watergebonden kwesties aan te pakken, zoals wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. •
•
Op Vlaams niveau gebeurt de samenwerking binnen de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW). Op rivierniveau vindt het overleg plaats in de bekkenoverlegstructuren. Het stroomgebied van de Vliet ligt in het Benedenscheldebekken. Dit riviercontract zal dus verder opgevolgd worden binnen de overlegstructuren van het Benedenscheldebekken.
Stroomgebiedbeheerplannen De inspanningen die Vlaanderen doet om de toestand van de waterlopen en het grondwater te verbeteren, worden vastgelegd in de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas. Die plannen zijn gebaseerd op Europese richtlijnen. In het stroomgebiedbeheerplan 2016-2021 was de Vliet-Molenbeek aangeduid als een aandachtsgebied:
er moest een tandje worden bijgestoken om de waterkwaliteit te verbeteren. Omdat dat nog niet helemaal gelukt is, is de Vliet-Molenbeek in het ontwerp stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 opnieuw aangeduid als een aandachtsgebied: alle betrokken partners zetten voluit in op het behalen van een goede toestand van de waterloop tegen 2033. Ook de acties in dit riviercontract zullen in het stroomgebiedbeheerplan worden opgenomen. Meer informatie over deze en andere beleidsinstrumenten vind je op www.volvanwater.be en www.integraalwaterbeleid.be/nl/beleidsinstrumenten.
Eerder genomen maatregelen
paste de woningverzekering – beter bekend als de brandverzekering – aan, zodat overstromingsschade nu standaard gedekt is voor de meeste eigendommen.
Knelpunten en uitdagingen Gewenste maatregelen De bestaande beleidsinstrumenten vormen een sterke basis voor een efficiënt waterbeleid. Toch zijn er nog aanpassingen en verbeteringen mogelijk. Hier volgen enkele voorbeelden. •
Dijken en wachtbekkens bouwen De klassieke maatregelen tegen schade door overstromingen zijn de bekende, vaak grote infrastructuurwerken door waterbeheerders: dijken aanleggen, pompstations bouwen, wachtbekkens graven … Zulke ingrepen zijn nog altijd heel nuttig, maar door de klimaatverandering zullen ze in de toekomst niet meer volstaan.
Inwoners waarschuwen De Vlaamse waterbeheerders verzamelen de waterstanden die ze meten op www.waterinfo.be en voegen indien nodig overstromingswaarschuwingen toe. Zo zijn burgers en hulpdiensten vooraf op de hoogte van mogelijke wateroverlast en kunnen ze proactief ingrijpen. De website biedt daarnaast nog meer nuttige info, zoals risicokaarten voor overstromingen, informatie over neerslag en droogte, hydrologische voorspellingen en watertoetskaarten.
Verzekering tegen overstromingsschade Schade door wateroverlast moest vroeger meestal uit eigen zak betaald worden. De federale verzekeringswet
•
•
De watertoets verstrengen en/of verdiepen. In eerste instantie kan zeker ook de bestaande versie strenger en correcter worden toegepast. In het kader van de Blue Deal wordt alvast bekeken op welke vlakken de watertoets nog verfijnder en beter kan. Meer subsidies voor de aanleg van rioleringen. De huidige subsidieregeling volstaat niet om alle projecten te ondersteunen, waardoor er wachtlijsten ontstaan. Zolang er tekorten zijn, wordt er best voorrang gegeven aan gebieden waar de nood om het oppervlaktewater te beschermen het grootst is. Bestemmingswijziging van gronden makkelijker maken. In theorie kunnen (lokale) overheden vandaag al de bestemming van een grond veranderen met een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), bijvoorbeeld van woon- naar natuurgebied. In de praktijk ligt dat vaak moeilijk, omdat de besturen de grondeigenaars zelf moeten compenseren voor het waardeverlies. In sommige gevallen is een planologische ruil een optie, maar daar is een zwaardere procedure voor nodig met de opmaak van een grondruilplan. De Vlaamse overheid werkt aan de herbestemming van grotere overstromingsgevoelige gebieden, zoals signaalgebieden. De uitvoering wacht nog op een beslissing van het Vlaams parlement over de planschaderegeling.
Een gevuld gecontroleerd overstromingsgebied in Merchtem na hevige regenval in februari 2021 (Foto: VMM - Machteld Van Gils) 18
19
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek Het riviercontract stelt een hele reeks acties voor om wateroverlast en de bijbehorende schade in het stroomgebied van de Vliet-Molenbeek tegen te gaan.
Algemene maatregelen Actie 1: de naleving van de watertoets beter controleren
Wateroverlast op de Kouhagen door de Robbeek die buiten haar oevers treedt. (Foto: VMM - Machteld Van Gils)
Een (lokale) overheid die een vergunning moet afleveren voor een verkaveling of een bouwaanvraag, moet eerst nagaan of de geplande werken schade toebrengen aan het watersysteem. Dat gebeurt met een zogenaamde watertoets. Is de schade te groot, dan kan de vergunning geweigerd worden. In sommige gevallen kan de overheid ook extra vergunningsvoorwaarden opleggen. Traditioneel richt de watertoets zich vooral op wateroverlast, maar in het kader van de Blue Deal zullen ook droogte en bodemverharding de komende jaren meer aandacht krijgen.
een vergunning worden opgenomen. De focus ligt onder meer op een correcte aansluiting op de riolering, de aanwezigheid van een regenwaterput met hergebruik, de eigen bescherming van een gebouw tegen wateroverlast (indien relevant), infiltratievoorzieningen, en de vrijwaring van het watersysteem (de buffercapaciteit mag bijvoorbeeld niet afnemen).
Actie 2: een toetsingskader vastleggen voor projecten in overstromingsgevoelig gebied
De watertoets beoordeelt de impact van (bouw) projecten op het watersysteem. Als de geplande werkzaamheden te veel schade aanrichten, kan de vergunning geweigerd worden. De bevoegde overheid controleert onder meer of een aanvraag conform de gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen rond hemelwater is (opvang, hergebruik en infiltratie). In de provincie Vlaams-Brabant geldt bijkomend de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen.
ENGAGEMENT Alle lokale en provinciale overheden die deel uitmaken van dit riviercontract engageren zich om de watertoets efficiënter in te zetten. Naast een goede aanpak van hemelwater (opvang, buffering, infiltratie en vertraagde afvoer) wordt er straks meer aandacht besteed aan de droogteproblematiek en aan de hoeveelheid verharde oppervlakte.
Een aspect dat vaak onvoldoende wordt beoordeeld, is de mate waarin een (bouw)project zelf gewapend is tegen wateroverlast. Neemt de aanvrager alle mogelijke kleine en grote maatregelen om schade en hinder te vermijden? Is het project bestand tegen een overstroming? Zeker voor projecten in overstromingsgevoelige gebieden zou het goed zijn om een algemeen geldend toetsingskader uit te werken.
Daarnaast zullen de lokale besturen ook daadwerkelijk toezien op de naleving van de maatregelen die via de watertoets in Samenvloeiing Grote Molenbeek - Robbeek bij hoog water. (Foto: VMM - Machteld Van Gils) 20
21
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 3: niet-vergunde ophogingen strenger aanpakken
Wie zonder vergunning een perceel ophoogt, overtreedt de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en de regelgeving ruimtelijke ordening. Artikel 4.2.1 van de VCRO stelt: ‘Niemand mag
zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen … 4° het reliëf van de bodem aanmerkelijk wijzigen, onder meer door de bodem aan te vullen, op te hogen, uit te graven of uit te diepen, waarbij de aard of de functie van het terrein wijzigt.’
ENGAGEMENT De VMM en de lokale besturen van Merchtem en Meise engageren zich om, in samenwerking met de CIW, een checklist te maken van mogelijke maatregelen die individuele bouwaanvragers kunnen uitvoeren, gegroepeerd volgens de prioriteiten (bijvoorbeeld met een puntensysteem). Als een project niet voldoende punten behaalt, moet het aangepast worden. Een vaste checklist biedt het grote voordeel dat aanvragers vooraf weten welke maatregelen ze kunnen nemen en daar rekening mee kunnen houden. Daarnaast biedt het systeem de garantie dat gelijkaardige aanvragen overal op dezelfde manier behandeld worden. Het puntensysteem zal enkel gelden in overstromingsgevoelige gebieden.
De VMM, Merchtem en Meise onderschrijven niettemin de beleidslijn dat preventie prioritair is en dat niet meer bouwen in overstromingsgevoelige gebieden de absolute voorkeur geniet. De belangrijkste focus moet daarom liggen op het herbestemmen van watergevoelige gebieden. Alle lokale besturen in dit riviercontract engageren zich om bij de opmaak van hun hemelwater- en droogteplannen bijzondere aandacht te schenken aan watergevoelige gebieden en kritisch te bekijken welke gronden nog in aanmerking komen voor bebouwing.
De handhaving van de ruimtelijke ordening gebeurt op gewestelijk en op gemeentelijk niveau. Voor gewestelijke handhavers zijn ophogingen zelden een prioriteit. Op gemeentelijk niveau kan de handhaving gebeuren door verbalisanten ruimtelijke ordening, de lokale politie, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs en de burgemeester. De verbalisant moet een kwalitatieve beoordeling maken van de overtreding. Gaat het bijvoorbeeld om erosie- of overstromingsgevoelig gebied of ruimtelijk kwetsbaar gebied? Wijzigt de aard en/of de functie van het terrein? Hoe groot is de reliëfwijziging (volume, hoogte, oppervlakte)? In functie van de beoordeling kan de verbalisant overgaan tot een advies, een aanmaning, een stakingsbevel of het vorderen van herstelmaatregelen (via een bestuurlijk of gerechtelijk traject). Als de gemeente niet over voldoende kennis of middelen beschikt om de ruimtelijke ordening zelf te handhaven, kan ze een beroep doen op externe handhavers. Eventueel kunnen enkele gemeenten samen een handhaver aanstellen.
ENGAGEMENT Puurs-Sint-Amands engageert zich om een handhavingsambtenaar aan te stellen voor de disciplines ruimtelijke ordening en water. Londerzeel en Meise engageren zich om samen een handhavingsambtenaar aan te stellen voor de disciplines ruimtelijke ordening en water. In agrarisch gebied komt er een verbod op ophoging, dat ook gecontroleerd zal worden. Bornem engageert zich om te onderzoeken of in haar gemeentelijk reglement een verbod op het ophogen van tuinen en laagtes opgenomen kan worden, zodat waterproblemen zich niet langer naar andere percelen kunnen verplaatsen.
Waterbouwkundige werken Waterbouwkundige werken worden al eeuwen uitgevoerd, enerzijds om de mens tegen wateroverlast te beschermen, anderzijds om de beschikbaarheid van water veilig te stellen. Hoewel deze maatregelen vandaag niet meer volstaan – met ‘dank’ aan de klimaatverandering en de bevolkingsdichtheid in Vlaanderen – kunnen waterbouwkundige werken nog altijd hun nut bewijzen. In de vallei van de Vliet-Molenbeek kunnen grote waterbouwkundige werken uitgevoerd worden door de Vlaamse overheid (VMM), de provincie Vlaams-Brabant en de polder Vliet en Zielbeek. De volgende voorstellen worden gesteund door alle partners van het riviercontract Vliet-Molenbeek. Ze moeten wel nog wettelijk vergund worden.
Wateroverlast in het Zwaantje (Londerzeel) 22
23
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Waterbouwkundige werken door de Vlaamse overheid (VMM)
kan achteraf gecontroleerd geloosd worden via de Moorhoekbeek naar de Kleine Molenbeek. De nieuwe dijk mag zeker geen extra belasting van de Grote Molenbeek veroorzaken, want dat zou kunnen leiden tot meer wateroverlast op andere plaatsen, onder meer in Lippelo, Oppuurs en Puurs.
Actie 4: de aanleg van een dijk aan de wijk Sneppelaar
ENGAGEMENT
De wijk Sneppelaar kampt regelmatig met een ernstige vorm van wateroverlast. Bij hoogwater loopt het water van de Grote Molenbeek via de Moorhoekbeek naar de Kleine Molenbeek. Sneppelaar wordt daarbij getroffen door de lage ligging van de wijk. Stroomopwaarts van Moorhoek werd al een dijkje aangelegd om het water van de Grote Molenbeek binnen de vallei te houden, maar bij felle neerslag volstaat dat niet. Het verhogen van de dijk is geen optie omdat de waterbergingscapaciteit van de vallei van de Moorhoekbeek dan niet meer gebruikt kan worden.
Als uit het onderzoek blijkt dat een nieuwe dijk de schade door overstromingen in Sneppelaar kan verkleinen zonder elders meer wateroverlast te veroorzaken, engageert de VMM zich om de dijk ook effectief aan te leggen. Het gecontroleerd overstromingsgebied opwaarts Sneppelaar werd mee afgebakend in het ontwerp van het derde stroomgebiedbeheerplan.
De VMM onderzoekt of er een nieuwe dijk kan worden aangelegd ter hoogte van de wijk Sneppelaar zelf, zodat het water net stroomopwaarts van de huizen wordt tegengehouden. Het tijdelijk opgespaarde water
Actie 5: onderzoek naar de aanleg van een wachtbekken in Steenhuffel
Ter hoogte van Steenhuffel ligt er een dijk op de linkeroever van de Grote Molenbeek. De dijk beschermt Steenhuffel met succes tegen overstromingen, maar zorgt er tegelijk ook voor dat de waterbergingscapaciteit tussen de dijk en de gebouwen langs de Sint-Niklaasstraat niet meer benut kan worden. Het voorstel is daarom om de huidige dijk weg te halen en een nieuwe dijk aan te leggen, dichter bij de Sint-Niklaasstraat, zodat er een nieuw wachtbekken ontstaat. Een regelbare schuif ter hoogte van Lakeman kan het nieuwe overstromingsgebied gecontroleerd vullen en weer laten leeglopen. Berekeningen tonen aan dat de ingreep de bestaande bebouwing maximaal zou beschermen en tegelijk veel waterbergingscapaciteit zou creëren. De gemeente Londerzeel is alvast vragende partij om ook het gebied stroomafwaarts van Lakeman beter in te zetten voor waterberging.
Schets met mogelijke toekomstige ligging dijk Sneppelaar
Voorbeeld van een dijkje om het water binnen de vallei te houden 24
De Vliet ter hoogte van Diepensteynmolen 25
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 6: een nieuwe verbinding leggen tussen de Vliet en de Schelde of Rupel
Tot 1976 stond de Vliet in verbinding met de Rupel en zo met de Schelde. De Vliet was toen bevaarbaar en van groot economisch belang. Na de overstromingen van 1976 in Ruisbroek werd de Vliet afgesloten van de Rupel en tijloos gemaakt. De benedenloop werd ingedijkt en er kwam een pompstation dat het water verpompt van de Vliet naar het Zeekanaal BrusselSchelde. De VMM wil de natuurlijke, gravitaire uitwatering van de Vliet naar de Schelde of Rupel in ere herstellen. Daar zijn meerdere redenen voor. •
Zoekzone extra waterberging t.h.v. Steenhuffel
ENGAGEMENT De VMM zal de mogelijkheid om meer water te bufferen aan de Sint-Niklaasstraat verder onderzoeken en met de partners bespreken. Naast de gemeente Londerzeel is de belangrijkste partner Brouwerij Palm: de brouwerij is eigenaar van de grond en haar waterwinningsputten bevinden zich in het gebied.
•
Het huidige pompgemaal op de Vliet vormt een hinderpaal voor de natuurlijke werking van het watersysteem, zowel op hydraulisch als op ecologisch vlak (vismigratie is niet meer mogelijk). Het pompgemaal met wachtbekken zorgt voor extra aanslibbing en daaraan gekoppelde kosten, zoals slibruimingskosten en onderhoudskosten van de pompinstallatie.
Waterbouwkundige werken door de provincie Vlaams-Brabant Actie 7: de aanleg van een overstromingsgebied in Wolvertem (Leefdaal-Slozenstraat)
•
•
• De vallei van de Kleine Molenbeek is heel overstromingsgevoelig. Bij hevige of langdurige regenval treedt de waterloop buiten zijn oevers, onder meer in Londerzeel en Wolvertem. De aanleg van één of meerdere overstromingsgebieden stroomopwaarts van de knelpunten kan helpen om det wateroverlast aan te pakken. Uit computerberekeningen is gebleken dat een overstromingsgebied ter hoogte van Leefdaal– Slozenstraat de wateroverlast aan de Brusselsestraat en aan De Burcht in Londerzeel aanzienlijk zou beperken. De realisatie van dit wachtbekken is een complex project en er zijn dus grote inspanningen nodig. •
Er moeten extra dijken komen om de huizen in de buurt te beschermen en de wegen Leefdaal en Slozenstraat berijdbaar te houden.
Het gebied ligt in agrarisch landschappelijk waardevol gebied. Het specifieke karakter van de vallei moet voldoende zichtbaar blijven, ook na de aanleg van het overstromingsgebied. (Te) hoge dijken zijn dus uit den boze. Het agrarische gebruik van het gebied als weiland moet mogelijk blijven, ook na de aanleg van het overstromingsgebied. De vallei op de linkeroever ligt in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied). Het is een waardevol gebied waar natuurbehoud en -ontwikkeling op de eerste plaats komen. De aanleg van een overstromingsgebied mag geen nadelige invloed hebben op het natuurpotentieel.
ENGAGEMENT De dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant engageert zich om verder te onderzoeken op welke manier het overstromingsgebied kan worden aangelegd. Overleg met alle betrokkenen zal een belangrijk onderdeel vormen van het ontwerpproces, om zo tot een breedgedragen voorstel te komen.
De technische installaties verbruiken veel energie, terwijl de Vlaamse overheid de komende jaren minder CO2 wil uitstoten.
ENGAGEMENT De VMM onderzoekt verschillende scenario’s van gravitaire verbindingen, zowel naar de Schelde als naar de Rupel en overlegt daarover met de lokale besturen, inwoners en andere belanghebbenden.
Vulling van het gecontroleerd overstromingsgebied Robbroek ter hoogte van de schuif van de Grote Molenbeek (foto VMM - Machteld Van Gils) 26
27
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 8: de aanleg van een overstromingsgebied in Wolvertem (Vier Eiken-Neerpoorten)
Naast een overstromingsgebied ter hoogte van Leefdaal-Slozenstraat zou ook een tweede overstromingsgebied, ter hoogte van Vier EikenNeerpoorten in Imde (Wolvertem), de wateroverlast aan de Brusselsestraat en aan De Burcht in Londerzeel kunnen beperken. Ook hier zijn er aanzienlijke randvoorwaarden om het wachtbekken te kunnen realiseren. •
•
•
Er moeten extra dijken komen om het Kasteel van Imde, de omliggende huizen en de huizen in de Barbierstraat te beschermen. Het gebied heeft de bestemming ‘park- en bosgebied’. Bovendien is het Kasteel van Imde bouwkundig erfgoed en is de omgeving afgebakend als landschappelijke ankerplaats. Voldoende aandacht moet daarom gaan naar de inpasbaarheid van het overstromingsgebied in het landschap. De vallei op de linkeroever, stroomopwaarts van het kasteel, ligt in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied). Het is een waardevol gebied waar natuurbehoud en -ontwikkeling op de eerste plaats komen. De aanleg van een overstromingsgebied mag geen nadelige invloed hebben op het natuurpotentieel.
ENGAGEMENT De dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant engageert zich om verder te onderzoeken op welke manier het overstromingsgebied kan worden aangelegd. Overleg met alle betrokkenen zal een belangrijk onderdeel vormen van het ontwerpproces, om zo tot een breedgedragen voorstel te komen.
28
Actie 9: de aanleg van een beschermingsdijk in Londerzeel (Beemden)
Actie 10: de aanleg van een nieuwe verbinding met de Koevoetbeek
De laaggelegen weilanden langs de Brusselsestraat in Londerzeel, ook wel de Beemden genoemd, vormen een natuurlijk overstromingsgebied van de Kleine Molenbeek. Bij hevige of langdurige regenval komen ze spontaan onder water te staan. Computerberekeningen tonen aan dat het creëren van bijkomende buffercapaciteit in de Beemden weinig effect zou hebben op het waterpeil van de Kleine Molenbeek in het centrum van Londerzeel en op de wateroverlast die daar optreedt. De aanleg van een gecontroleerd overstromingsgebied is op deze plaats dan ook weinig zinvol. Wel kunnen de woonwijken achter de Beemden beschermd worden met plaatselijke dijken om wateroverlast en schade te vermijden.
Vanaf het Zwaantje in Londerzeel werd het water van de Grote Molenbeek vroeger afgeleid via de Koevoetbeek naar de Kleine Molenbeek. De verbinding zorgde ervoor dat de Koevoetmolen – een watermolen uit 1390 – vlot kon draaien. De Koevoetbeek stroomde toen nog door natuurgebied de Koevoet. Toen dat gebied een waterwinningsgebied werd van drinkwaterbedrijf De Watergroep, verdween de historische verbinding. Daardoor is een deel van het waterbergend vermogen verloren gegaan en neemt de verdroging in de Koevoet toe.
ENGAGEMENT De provincie Vlaams-Brabant engageert zich om de aanleg van plaatselijke beschermingsdijken te onderzoeken, om zo de woonwijken achter de Beemden te beschermen.
Waterbouwkundige werken door de polder Vliet en Zielbeek Een polder is, net als een gemeente, een openbaar bestuur dat verantwoordelijk is voor het waterbeheer binnen een gebied. De polder Vliet en Zielbeek beheert de benedenlopen van de waterlopen Vliet en Zielbeek en is actief in Bornem, Puurs-Sint-Amands, Willebroek, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel en Buggenhout.
ENGAGEMENT De polder engageert zich om samen met De Watergroep, Londerzeel, de VMM en de provincie Vlaams-Brabant een draagvlak te zoeken om de historische verbinding langs de Koevoet te herstellen.
Actie 11: de heraanleg van de verbinding met de Schemelbertvijver
Het domein Schemelbert ligt langs de Wolfstraat in Puurs-Sint-Amands (Liezele), naast de Kleine Molenbeek. In het verleden werd de Schemelbertvijver bijgevuld door een verbindingsgoot met de Kleine Molenbeek, via de sluizen van de Schemelbertmolen. Deze historische structuur is verloren gegaan, waardoor het domein Schemelbert nu langzaam verdroogt en de waterbergingscapaciteit sterk verminderd is.
ENGAGEMENT De polder zal de historische verbinding tussen de Kleine Molenbeek en de Schemelbertvijver in eigen beheer en met eigen middelen herstellen. Zo komt er extra ruimte vrij voor water en wordt de verdroging van het domein een halt toegeroepen.
Actie 12: de heraanleg van de verbinding kasteelvijvers d’Ursel (Bornem-Hingene)
Het kasteeldomein d’Ursel ligt in het centrum van Hingene en is vandaag een provinciaal domein. In het verleden werden de kasteelvijvers d’Ursel bijgevuld door getijdenwater van de Vliet en de Grote Molenbeek. Het water van de Vliet werd via een systeem van open en overwelfde grachten afgeleid naar de kasteelgracht. In 1976 werd de ingenieuze verbinding tussen de kasteelgracht en de Vliet buiten werking gesteld en was het niet meer mogelijk om de kasteelvijvers d’Ursel bij te vullen. Daardoor kampt het kasteeldomein vandaag met extreme verdroging.
ENGAGEMENT De polder bekijkt samen met Bornem, de VMM, de provincie Antwerpen, Aquafin en andere belanghebbenden de mogelijkheden om de voeding van de kasteelvijvers d’Ursel opnieuw te realiseren.
29
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 13: de heraanleg van de verbinding vijvers kasteel Hof te Melis (Puurs-SintAmands)
Actie 14: ruimte voor water creëren in de vallei van de Klaverbeek
De Klaverbeek ontspringt in Buggenhout en is een zijloop van de Grote Molenbeek. De waterloop ligt tussen hoger gelegen open akkers en heeft alluviale oevers (waarop veel sediment is afgezet). De watertoetskaart toont dat dit alluvium overstromingsgevoelig is.
Het kasteeldomein Hof te Melis ligt ten zuiden van Lippelo-dorp. In het verleden werden de kasteelvijvers bijgevuld door water op te stuwen vanuit de Grote Molenbeek. Rond 1960 was de Grote Molenbeek echter zo vervuild dat de historische verbinding werd verbroken. Daardoor kampt het kasteeldomein vandaag met verdroging en zijn de buffermogelijkheden van de vijvers bij hoogwater niet langer benut.
Het stroomafwaarts gelegen deel van de Klaverbeek, tussen de Lippeloseweg en de monding in de Grote Molenbeek, was vroeger ingedijkt om de getijdenwerking van de Molenbeek op te vangen. Nu de Molenbeek niet langer verbonden is met de Rupel en dus niet meer getijgevoelig is, kent ook de Klaverbeek geen eb en vloed meer en is het alluvium verdroogd.
ENGAGEMENT De polder heeft een studiebureau aangesteld om een ontwerp te maken dat de historische verbinding tussen de kasteelvijvers van Hof te Melis en de Grote Molenbeek kan herstellen. Over de mogelijke ingrepen zal ruim overlegd worden. De polder engageert zich ook om, mits de nodige subsidies, de werken zelf uit te voeren.
ENGAGEMENT
Kleine Molenbeek: sluizen ter hoogte van de Wolfstraat in Puurs-Liezele (Foto: Polder Vliet en Zielbeek)
De polder zal samen met alle betrokken partners een voorstel uitwerken om meer ruimte te creëren voor water en tegelijk verdroging tegen te gaan in de vallei van de Klaverbeek.
Lokale maatregelen Actie 15: hemelwater bufferen in woonkernen
Binnen woonkernen is er vaak weinig ruimte om hemelwater te bufferen. Die taak wordt weleens afgewenteld op het agrarisch gebied. Nochtans bieden tuinen en open ruimtes veel potentieel om water te bufferen dat afstroomt van daken, opritten en terrassen. Dat kan bijvoorbeeld via wadi’s: dieper
gelegen delen van een tuin of park waar kinderen bij mooi weer kunnen spelen, maar waar het hemelwater bij zware regen kan blijven staan en langzaam in de grond kan sijpelen. Wadi’s bieden heel wat kansen om wateroverlast tegen te gaan en vormen bovendien een remedie tegen de verdroging van de – vaak verharde – open ruimte in een woonkern.
ENGAGEMENT Het bufferen van hemelwater maakt deel uit van elk hemelwater- en droogteplan. Alle lokale besturen die dit riviercontract ondertekenen, engageren zich om de uitwerking ervan maximaal te laten samensporen met onthardingsprojecten aan openbare gebouwen en scholen en met groepsaankopen van regenwaterputten. De gemeente Bornem neemt bovendien de volgende maatregelen op in haar lokale reglement. • Alle nieuwe/aangepaste opritten moeten waterdoorlatend zijn en mogen maximaal 5 meter breed zijn. Dat geldt ook voor opritten vrijgesteld van verginning. Bijkomende verhardingen in voortuinen zijn niet meer toegelaten. Parkeerplaatsen op openbaar en privédomein worden waterdoorlatend aangelegd. • Lange ingebuisde waterlopen, bijvoorbeeld kleine beekjes, worden zoveel mogelijk heropend. • In verkavelingen worden steeds wadi’s of soortgelijke ingrepen voorzien, zodat regenwater niet meer naar de riolering loopt. Ook bestaande verkavelingen worden op die manier heraangelegd als er wegenwerken gebeuren.
Vistrap aan de Schemelbertmolen in Puurs-Liezele (Foto: Polder Vliet en Zielbeek) 30
31
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 16: de buffercapaciteit van baangrachten verhogen
Grachten naast de weg waren in het verleden vooral bedoeld om hemelwater snel af te voeren naar natuurlijke waterlopen. Ze werden geruimd en onderhouden in functie van die afvoer, zonder aandacht voor de potentiële natuurwaarden en zonder enige buffercapaciteit. Bij betonnen constructies kon het hemelwater zelfs niet in de grond sijpelen. Nochtans kunnen baangrachten een belangrijke rol spelen in het bufferen en vertraagd afvoeren van hemelwater. Dat kan bijvoorbeeld door knijpconstructies aan te leggen: kleine versmallingen waardoor de vertraagde afvoer stagneert en het water
Voorbeeld van een wadi ingebed in het openbaar domein 32
ter plaatse kan infiltreren. Ook eenvoudige dammen of sluisjes – niet meer dan enkele plankjes – kunnen al volstaan om lokaal water op te houden. Door een baangracht lokaal te verbreden, met aandacht voor het natuurpotentieel, wordt een waterbuffer gecreëerd die ook de natuur ten goede komt. Een aandachtspunt is wel het tegengaan van waterverontreiniging door olieresten van het verkeer.
Zielbeek. Afvoergrachten langs gewestwegen en autosnelwegen zullen opnieuw worden ingericht in overleg met het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Ook bij de aanleg van nieuwe wegen moeten de baangrachten voortaan voldoende buffercapaciteit bieden.
ENGAGEMENT
Individuele bescherming tegen wateroverlast
Bornem, Meise en Puurs-Sint-Amands engageren zich om de baangrachten op hun grondgebied in de nabije toekomst opnieuw in te richten, met meer buffercapaciteit en aandacht voor de natuurwaarden. Als het poldergrachten betreft, zal dat gebeuren samen met de polder Vliet en
Hoeveel dijken we ook bouwen, geen enkele constructie biedt 100 procent bescherming tegen wateroverlast als de hemelsluizen urenlang openstaan. Kleine individuele maatregelen, zoals waterdichte deuren en ramen, kunnen soms efficiënter zijn dan grote ingrepen. Een zekere mate van individuele
bescherming maakt dan ook deel uit van het principe van de meerlaagse waterveiligheid, dat uitgaat van een gedeelde verantwoordelijkheid.
Actie 17: individuele maatregelen meer bekendheid geven
Om wateroverlast zoveel mogelijk te vermijden, rekent Vlaanderen sinds enkele jaren op een krachtige drietrapsaanpak, beter bekend als de meerlaagse waterveiligheid. 1. Protectie: waterbouwkundige constructies zoals dijken en bufferzones aanleggen om overtollig hemelwater weg te houden uit bedreigde zones. 2. Preventie: schade vermijden als overtollig
Vernatting door het plaatsen van schotten in grachtjes 33
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
hemelwater toch een bedreigde zone binnendringt. Bestaande gebouwen kunnen bijvoorbeeld individueel beschermd worden met waterdichte deuren. Het spreekt vanzelf dat er in watergevoelige gebieden best geen gebouwen meer bijkomen, tenzij ze aangepast zijn aan de risico’s. 3. Paraatheid: burgers en hulpdiensten worden tijdig verwittigd als er een overstromingsrisico is. Particuliere beschermingsmaatregelen voor woningen zijn in Vlaanderen nog altijd niet echt gangbaar. Toch zijn er al heel wat burgers die uit noodzaak zelf maatregelen getroffen hebben. Tussen 2015 en 2020 bezocht de Vlaamse Milieumaatschappij in het kader van enkele campagnes ongeveer 400 woningen. De inwoners kregen advies rond mogelijke beschermingsmaatregelen tegen wateroverlast. Inmiddels heeft de helft van alle ondervraagden minstens een deel van de maatregelen op eigen kosten laten uitvoeren. De oplossingen zijn vaak voordelig, want een woning tegen wateroverlast beschermen kost gemiddeld ongeveer evenveel als het herstellen van de schade die één overstroming aanricht.
ENGAGEMENT De VMM engageert zich om in het stroomgebied van de Vliet-Molenbeek samen met de lokale besturen een campagne te voeren rond individuele bescherming tegen wateroverlast. Inwoners van gebouwen met een reëel overstromingsrisico krijgen een uitnodiging per brief om deel te nemen. Tijdens een infoavond worden dan de volgende belangrijke elementen toegelicht: • het huidige overstromingsbeleid en de meerlaagse waterveiligheid; • de organisatie van de huisbezoeken: wat bekijken de onderzoekers, wanneer is een afspraak mogelijk, welke input wordt er van de bewoners verwacht, en zo meer; • het resultaat van de huisbezoeken: een opsomming van alle mogelijke maatregelen die een bepaalde woning tegen
Voorbeeld van een individuele beschermingsmaatregel, waarbij schotten geplaatst zijn in de garage inrit 34
wateroverlast kunnen beschermen, met een raming van de kosten; • het verzamelen van persoons- en contactgegevens, ook van mensen die niet aanwezig konden zijn op de infoavond.
een infoavond over de mogelijke oplossingen. Bewoners kunnen dan zelf beslissen om al dan niet naar een installateur te stappen om de werken te laten uitvoeren.
Actie 18: deskundig wateradvies aanbieden Verloop van de campagne Per gebouw wordt een inventarisatie- en diagnosefiche opgesteld. De fiche brengt in kaart waar hemelwater een woning kan binnendringen en hoe de privéwaterafvoer eruitziet. Vervolgens wordt een pakket aan maatregelen voorgesteld die de woning kunnen beschermen. De fiches geven een gedetailleerde beschrijving van elke potentiële maatregel: wat moet er precies gebeuren, hoe kan dit waterschade voorkomen, wat zijn de voor- en de nadelen, hoeveel zal het ongeveer kosten … Als alle onderzoeken zijn afgerond, worden de betrokkenen opnieuw uitgenodigd voor
Dankzij een samenwerking tussen de gemeente Meise, de provincie Vlaams-Brabant en het Steunpunt Duurzaam Bouwen (DuBo) kunnen inwoners van Meise die een woning willen (ver)bouwen een afspraak maken met een deskundige om het ontwerp te bekijken. De focus ligt daarbij op maatregelen om overstromingsresistent te bouwen. De deskundige kan advies geven op basis van de (ver)bouwplannen, eventueel aangevuld met een plaatsbezoek door een gespecialiseerde architect.
Zandzakjes ter bescherming van woningen tegen wateroverlast (paraatheid) 35
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
ENGAGEMENT
ENGAGEMENT
De provincie Vlaams-Brabant bekijkt samen met Meise en DuBo of het huidige gesubsidieerde advies uitgebreid kan worden naar een grotere groep inwoners die met wateroverlast (kunnen) kampen.
Puurs-Sint-Amands overweegt om een subsidie toe te kennen aan inwoners die individuele beschermingsmaatregelen nemen tegen wateroverlast. De VMM is bereid om de mogelijkheden van zulke subsidies door te lichten, in samenwerking met de provincies en de lokale besturen. Op basis van ervaringen van lokale besturen in andere stroomgebieden wordt een lijst van mogelijke acties opgesteld. Ook moet er een inschatting gemaakt worden van het aantal potentiële aanvragen, de complexiteit van die aanvragen en het beschikbare budget. Om individuele aanvragen correct te beoordelen, moet vooraf een gedetailleerd afwegingskader worden opgesteld.
Actie 19: subsidies verlenen om overstromingsresistent te verbouwen
Sinds de invoering van de watertoets worden er veel minder bouwvergunningen verleend voor woningen in overstromingsgevoelige gebieden. Bestaande woningen in zulke gebieden, die veelal jaren geleden vergund werden, lopen nog steeds een risico op wateroverlast. Voor deze woningen bestaat de mogelijkheid van subsidies voor verbouwingen die de overstromingsresistentie verhogen. Nieuwe woningen komen voor zo’n subsidie niet in aanmerking, vermits de inwoners bewust het risico namen om in een overstromingsgevoelig gebied te bouwen en zij mee de verantwoordelijkheid dragen voor die keuze.
36
Thema 2: Watertekort Huidige toestand Door de klimaatverandering stijgt het risico op zowel overstromingen als waterschaarste. We beleven meer lange droge periodes, afgewisseld met korte periodes van hevige neerslag. De droge en warme zomers van de laatste jaren leidden tot historisch lage grondwaterstanden, lage waterpeilen in de waterlopen en een verminderde waterkwaliteit. Dat kan finaal ook een bedreiging vormen voor de drinkwatervoorziening.
De verdroging van de Vlietvallei is onder meer te merken aan het droogvallen van kleinere bovenlopen en zijlopen. Valleigebieden die vroeger nat waren, laten vandaag lage grondwaterstanden optekenen. De verdroging heeft gevolgen voor meerdere Europees beschermde natuurhabitats, maar ook voor de landbouwsector en de inwoners. Heel kwetsbaar zijn meerdere stroomafwaarts gelegen gebieden, zoals Laenenbemd, Liezelebroek, Tekbroek, Het Moer van Hingene, Coolhem en Gebuispolder, temeer omdat de oorspronkelijke getijdewerking met de Rupel werd afgesneden.
37
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
De Blue Deal bevat 70 maatregelen en zet in op de volgende 6 sporen.
Ladder van Lansink *Afstroom vermijden kan door verharding te beperken, drainage te verminderen ...
Beleid De efficiëntste maatregel tegen verdroging is het regenwater langer vasthouden, zodat het beter in de grond kan sijpelen. Om de grondwatervoorraden aan te vullen en te voorkomen dat landbouw- en natuurgebieden uitdrogen, is het belangrijk dat we bebouwde gebieden (deels) ontharden en dat we meer water conserveren in de open ruimte. Dat kan ook helpen om de klimaatverandering te milderen: onverharde, begroeide terreinen gaan hitte-effecten tegen, en een sterk landschap met bossen, graslanden, moerassen en rivieren houdt water en koolstof vast. Bij hevige neerslag kunnen conserveringsmaatregelen er bovendien voor zorgen dat regenwater minder snel wordt afgevoerd. Zo kunnen we overstromingsschade voorkomen in stroomafwaarts gelegen gebieden. Door verstandig om te gaan met neerslagoverschotten kunnen we periodes met watertekorten nadien ook makkelijker overbruggen.
Blue Deal Met de Blue Deal verhoogde de Vlaamse regering recent haar inspanningen in de strijd tegen droogte en waterschaarste. Het nieuwe plan moet de droogteproblematiek op een structurele manier aanpakken, met meer middelen, efficiënte instrumenten en voldoende overleg met de industrie en de landbouw.
38
• Openbare besturen geven het goede voorbeeld en zorgen voor een gepaste regelgeving. • Circulair watergebruik wordt de regel. • Landbouw en natuur worden een deel van de oplossing. • Particulieren worden gesensibiliseerd en gestimuleerd om te ontharden. • De waterbevoorradingszekerheid wordt verhoogd. • We investeren in innovatie om ons watersysteem slimmer, robuuster en duurzamer te maken. De maatregelen uit de Blue Deal maken deel uit van het Vlaams Klimaatadaptatieplan 2021-2030 en van het stroomgebiedbeheerplan 2022-2027.
Droogtestrategie provincie Antwerpen Om de impact van de toenemende droogte maar tegelijk ook van de hevigere neerslag te beperken, maakt de provincie Antwerpen werk van een veerkrachtig watersysteem. De provincie neemt binnen haar bevoegdheden en expertise belangrijke maatregelen en kiest daarbij voor een proactief beleid met acties die op korte, middellange en lange termijn resultaten moeten opleveren. Om dit beleid uit te voeren, stelde ze een droogtestrategie op. Op 24 juni 2021 keurde de provincieraad de provinciale droogtestrategie goed.
Provincie Vlaams-Brabant: subsidies voor hemelwater- en droogteplannen De raad van de provincie Vlaams-Brabant heeft zijn subsidiereglement voor de opmaak van een hemelwaterplan uitgebreid met een subsidie voor een droogteplan. Om de strijd tegen de klimaatverandering aan te gaan, dienen de gemeenten een hemelwater- en droogteplan op te maken, willen ze na 2024 nog aanspraak maken
op watergerelateerde subsidies (cfr. Blue Deal)’. Zo’n plan omvat een gedragen visie over waar en hoe de neerslag zoveel mogelijk ter plaatse te houden, nuttig te gebruiken, te infiltreren, te bufferen en pas in laatste instantie vertraagd af te voeren. Zo draagt het plan bij aan de uitbouw van een veerkrachtig watersysteem dat weerbaar is tegen de gevolgen van de klimaatverandering.
Eerder genomen maatregelen Bij het beheer van regen- en oppervlaktewater wordt al geruime tijd ingezet op de drietrapsstrategie vasthouden – bergen – afvoeren. Zulke maatregelen aan de bron zorgen ervoor dat de grondwatertafel wordt aangevuld. Ze vermijden ook de afstroom naar het riolerings- en waterlopenstelsel en dragen zo bij tot het voorkomen van waterschaarste en wateroverlast.
Knelpunten en uitdagingen De uitdaging in het stroomgebied van de VlietMolenbeek is tweeledig: enerzijds willen we sterk inzetten op het vasthouden en laten infiltreren van regenwater, en anderzijds is het belangrijk dat we de ‘sponswerking’ van de oorspronkelijk natte gebieden en valleien herstellen. Gebiedsgericht maatwerk is daarbij essentieel, net als de afstemming met naastliggende functies zoals landbouw. Op die manier kunnen we heel wat win-wins creëren in functie van de waterbeschikbaarheid. In bebouwde gebieden zetten we in op de ontharding en afkoppeling van het regenwater. Ook daarbij kunnen win-wins gerealiseerd worden, onder meer op het vlak van verkoeling, groenblauwe dooradering, waterkwaliteit en waterbeleving.
De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek Ingrepen aan waterlopen en grachten Actie 20: de mogelijkheden onderzoeken om verdroging tegen te gaan in de vallei van de Vliet-Molenbeek in Klein-Brabant
In Klein-Brabant kampt de vallei van de Vliet-Molenbeek al een tijdje met verdroging. Dat zie je onder meer in het erkende natuurreservaat Vallei van de Molenbeek in Puurs-Sint-Amands, de graslanden langs de Vliet (opgenomen als Vlaams Ecologisch Netwerk) en de Speciale Beschermingszones (SBZ) Het Moer van Hingene, Coolhem en Gebuispolder. Typisch voor deze gebieden is de natte natuur, zoals elzenbroekbossen, maar door de verdroging treedt er verruiging op, waardoor de Europese natuurdoelen in het gedrang komen. Om de verdroging tegen te gaan, zijn op korte termijn enkele quick wins mogelijk, zoals de lokale buffering van water. Daarnaast moet bekeken worden hoe we het probleem structureel kunnen aanpakken. Het Agentschap voor Natuur en Bos startte in dat verband in 2022 met een ecohydrologisch onderzoek. Er zullen in elk geval inspanningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat er meer water wordt vastgehouden dan afgevoerd. De VMM voorziet een vernieuwing en automatisering van de stuw op de Vliet net opwaarts het wachtbekken. Uit het ecohydrologisch onderzoek zal blijken welke regeling van de stuw optimaal is in functie van de waterafvoer in natte periodes en het vasthouden van voldoende water in droge periodes. Eventueel kan het bestaande grachtensysteem een deel van het debiet van de Vliet bij hoge waterstanden naar de bedreigde gebieden brengen. Daarvoor zullen wel nieuwe en vernieuwde afwateringssluizen nodig zijn.
39
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Natuurpunt werkt inmiddels al met een aantal besturen aan vernattingsprojecten, vooral door stuwtjes aan te leggen. Ook kunnen een aantal vijvers als (grondwater)infiltratiebekkens worden ingericht door ze met plaatselijke beken te verbinden.
ENGAGEMENT Het Agentschap voor Natuur en Bos startte begin 2022 een ecohydrologisch onderzoek op voor de vallei van de Vliet afwaarts de N16. In overleg met de coalitiepartners zullen de verschillende mogelijke ingrepen verder uitgewerkt worden.
Actie 21: Water-Land-Schap 2.0-project ‘Water zonder (be)grenzen in de Vlietvallei’
Met het project ‘Water zonder (be)grenzen in de Vlietvallei’ slaan de belangrijkste actoren in het afwaartse gebied – de gemeenten Londerzeel, PuursSint-Amands en Bornem – de handen in elkaar met de waterbeheerders polder Vliet en Zielbeek en de VMM, en met de landschaps- en natuurbeherende verenigingen en instanties Natuurpunt, Regionaal Landschap Schelde-Durme, Agentschap voor Natuur en Bos en Boerenbond (bedrijfsgilde Bornem en bedrijfsgilde Puurs-Sint-Amands). Samen willen ze het watersysteem herdenken en hertekenen. Via een klimaatrobuuste inrichting wordt de toekomst voor alle actoren in het gebied verzekerd. Ze willen werken aan waterbeheer over de provinciegrenzen en de dijken van de waterloop heen. Voor concrete maatregelen denken we onder meer aan peilgestuurde drainage, een intelligente sturing van het watersysteem en het maximaal benutten van natuurlijke vormen van wateropslag. Dat alles draagt bij tot een robuust watersysteem, een duurzame landbouw en een kwalitatief landschap. De landbouw in het gebied is eerder kleinschalig en mooi landschappelijk geïntegreerd. Hier willen we verder op inzetten: landbouw en natuur vinden elkaar als een lappendeken in het landschap. Blauwgroene verbindingen en trage wegen vormen de lijm van het systeem. De uitvoering van het project vergroot en verduurzaamt de veerkracht en de klimaatrobuustheid van het gebied voor de toekomstige generaties. Een aangepast en doorgedreven waterbeheer is noodzakelijk in dit afwaartse valleigebied, omdat de oorspronkelijke getijdenwerking wegvalt. Zo voorzien we ook voldoende watervoorraad voor de landbouwteelten en SBZ-gebieden. Het is belangrijk om hier meer water te stockeren op momenten van
hoogwater, zodat het ter beschikking staat in tijden van droogte. Eind 2021 weerhield de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) het Water-Land-Schap 2.0-project als kandidaatproject. In 2022 willen we na een intensief traject komen tot een finaal actieprogramma voor het gebied. Hieraan wordt een budget van 1 miljoen euro gekoppeld voor de uitvoering van de maatregelen. Bij de indiening van het project werden zo’n twintig mogelijke acties rond ruimte voor water en de vernatting van het valleigebied gedefinieerd. Er komt nog een aftoetsing op verdere haalbaarheid.
ENGAGEMENT De polder Vliet en Zielbeek diende eind 2021 de projectaanvraag Water-Land-Schap 2.0 in bij de Vlaamse Landmaatschappij. In 2022 zullen de verschillende coalitiepartners samen vorm geven aan het actieprogramma dat vanaf 2023 op het terrein in uitvoering gaat. Het gaat om de gemeenten Londerzeel, Puurs-SintAmands en Bornem, Natuurpunt, Regionaal Landschap Schelde-Durme, Agentschap voor Natuur en Bos, en de landbouwers verenigd in de Boerenbond (bedrijfsgilde Bornem en bedrijfsgilde Puurs-Sint-Amands).
Een regelbaar stuwtje op een perceelsgracht (Foto: Boerennatuur Vlaanderen) 40
41
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 22: een aanpak uitwerken tegen verdroging in de vallei van de Kleine Molenbeek
Ook in de vallei van de Kleine Molenbeek laat de verdroging zich voelen. De gemeente Puurs-SintAmands maakte een geïntegreerd beheerplan op, samen met de partners Onroerend Erfgoed, ANB en VLM. Het beheerplan moet de doelstellingen van een onroerend-erfgoedbeheerplan met de doelstellingen van een natuurbeheerplan integreren voor de beschermde monumenten Fort van Liezele en Schemelbertmolen, de beschermde landschappen Fort van Liezele en omgeving, de vallei van de Molenbeek in Puurs, Liezelebroek en het beschermd dorpsgezicht Omgeving van de Schemelbertmolen. Daarnaast formuleert de studie ook concrete inrichtingsmaatregelen die als basis dienen voor de opmaak van een landinrichtingsplan. Meerdere van deze locaties zijn gevoelig voor droogte. De polder Vliet en Zielbeek en de Vlaamse Landmaatschappij plannen een aantal ingrepen, zoals het ondieper maken van grachten, de plaatsing van stuwen, het natuurtechnisch inrichten van grachten en de verwijdering van ruimingswallen op de Broekloop en de Kleine Molenbeek. Ook de omgeving van de waterwinning Koevoet kent een actuele verdrogingsproblematiek. Ook hier zoekt de polder samen met partners naar oplossingen.
ENGAGEMENT De polder Vliet, Zielbeek en VLM engageren zich tot een aantal ingrepen die een oplossing moeten bieden voor de verdrogingsproblematiek in de vallei van de Kleine Molenbeek. Deze ingrepen worden afgestemd op het bestaand geïntegreerd beheerplan voor de vallei van de Kleine Molenbeek.
Actie 23: maatregelen nemen voor een actief peilbeheer
Actief peilbeheer houdt in dat het waterpeil in verschillende waterlopen actief kan worden bijgestuurd, in functie van de noden. Dat bijsturen gebeurt via allerlei slimme toepassingen, zoals het automatiseren van schuiven, de renovatie van schuiven aan watermolens, de aanleg van nieuwe stuwen op zijlopen en computerbewaking en -sturing. Door het waterpeil in een waterloop actief bij te sturen, kan het omliggende land meerdere toepassingen krijgen, afhankelijk van de omstandigheden. Landbouwgrond kan dan bijvoorbeeld tijdelijk dienstdoen als wachtbekken of infiltratiebuffer.
ENGAGEMENT De VMM zal de stuw ter hoogte van de wachtkom aan de Vliet automatiseren. Het stuwbeheer zal worden afgestemd op het landgebruik in de Vlietvallei. Dit wordt onderbouwd vanuit de ecohydrologische studie van de Vliet.
Actie 24:
Tijdens het participatietraject werden heel wat boeiende voorstellen gedaan. Hier volgen enkele voorbeelden.
Overleg nodig
Nieuw rietland in Eikevliet
Het combineren van verschillende soorten landgebruik heeft gevolgen voor de huidige eigenaars en gebruikers. Een dergelijke aanpak is nieuw en kan niet zomaar worden toegepast. Daarom is er opvolging vanuit het Integraal Project Vliet-Grote Molenbeek.
In de Constant Marnefstraat in Eikevliet staan enkel huizen aan één kant. De overkant was vroeger een potpolder om overtollig water van de Vliet op te vangen. Zou het opnieuw een rietland kunnen worden? Het perceel heeft evenwel een hoogtepeil van ongeveer 4,85 m TAW, terwijl het huidige hoogwaterpeil in de waterloop er maximaal 2,80 m TAW bedraagt. Het perceel kan dus alleen door de getijdenwerking bevloeid worden. Om er extra regenwater te kunnen bufferen, zijn grote ingrepen nodig.
Historische ruimingswallen verwijderen Door langs de Vliet en de Molenbeek plaatselijk enkele historische ruimingswallen (met mogelijk vervuilde specie) te verwijderen, kan overtollig water de beemden in vloeien. Dat is onder meer een optie ter hoogte van Het Moer, Tekbroek en Liezelebroek.
Terugslagkleppen verwijderen Door terugslagkleppen te verwijderen op waterlopen die in de Vliet en de Molenbeek vloeien, kan er meer water in het achterland geborgen worden. Voorbeeld van actief peilbeheer in landbouwgebied
42
43
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actief peilbeheer in natuurgebied Marselaer In de zomer staat het waterpeil in Marselaer heel laag en zijn alle sloten en poelen kurkdroog. In de wintermaanden komt een deel van het gebied onder water te staan, te beginnen bij het uiterste noorden. Vooral bij zware en langdurige regen stijgt het waterpeil in de Grote Molenbeek en komt het hemelwater via de Slootloop in Marselaer terecht. Maar zodra het waterpeil in de Grote Molenbeek zakt, vloeit het water snel weer weg. Om de verdroging van Marselaer tegen te gaan, is het belangrijk om het water langer ter plaatse te houden, zodat het in de grond kan dringen. Een stuw in de Slootloop zou een oplossing kunnen zijn, bijvoorbeeld naast manege De Tempeliers. Om een stuw te kunnen plaatsen, moet de opgehoogde grond van de manege misschien wel deels afgegraven worden.
Onderzoek naar peilgestuurde drainage De vervanging van de bestaande drainage door peilgestuurde drainage zou de bewerkbaarheid van bepaalde percelen garanderen en ook de nodeloze afvoer van grondwater vermijden. Zo blijft er meer water beschikbaar voor de gewassen.
waterloop (door een aan te leggen vistrap) zorgt ook voor een zuiverende werking en meer zuurstof in het water. Voorgestelde plaatsen voor een stuw: ter hoogte van de N16, ter hoogte van de watertoren in PuursSint-Amands, en ter hoogte van Meir en Overheide in Puurs-Sint-Amands.
Studies en plannen
Al deze opties zullen de komende jaren verder bestudeerd en hydraulisch doorgerekend worden door de waterbeheerders. Een aantal van deze opties zullen hun uitvoering vinden binnen het Water-Land-Schap 2.0-project.
Om het risico op overstromingen en waterschaarste te verkleinen, dienen de gemeenten een HWDP op te maken, willen ze na 2024 nog aanspraak maken op watergerelateerde subsidies (cfr. Blue Deal)’. Zo’n plan schetst hoe een gemeente optimaal kan omgaan met het hemelwater dat afstroomt van wegen, gebouwen en verharde en onverharde oppervlakken. Een goede lokale aanpak kan de economische, maatschappelijke en ecologische gevolgen van overstromingen beperken en een gemeente klimaatrobuuster maken.
ENGAGEMENT De vanuit het participatietraject voorgestelde ingrepen i.v.m. waterbeheer zullen binnen het Integraal Project verder opgevolgd worden. Een aantal van deze projectvoorstellen kunnen worden meegenomen in lopende studieopdrachten en projectvoorstellen, zoals Water-Land-Schap 2.0.
Actie 25: hemelwater- en droogteplannen opmaken
Wat houdt een hemelwater- en droogteplan in? Een hemelwater- en droogteplan biedt een antwoord op de vraag: Waar gaan we vandaag en morgen met
ons hemelwater naartoe? Het bekijkt onder meer waar er wateroverlast en/of verdroging optreedt en waar regenwater gebufferd kan worden. Een hemelwater- en droogteplan brengt in kaart hoe we regenwater ter plaatse kunnen opvangen, om het nadien nuttig te gebruiken of de grondwatervoorraden aan te vullen. Het schetst ook hoe overtollig regenwater vertraagd kan worden afgevoerd zonder negatieve gevolgen voor het watersysteem of de omgeving. Elke gemeente heeft haar unieke kenmerken: reliëf, bodem, ruimtegebruik, verhardingsgraad, waterlopen, rioleringsstelsel, bestaande knelpunten … Een hemelwater- en droogteplan moet dan ook op maat van het gebied worden opgesteld. De opmaak gebeurt bij voorkeur door de lokale overheid, die de omgeving goed kent. De lokale overheid kan de elementen uit het hemelwater- en droogteplan in een volgende stap vertalen naar andere beleidsplannen, zoals een rioleringsproject, een groenplan, een klimaatadaptatieplan of een plan voor ruimtelijke ontwikkeling.
Waterpeil in de Vliet verhogen Door de Vliet te compartimenteren – dat wil zeggen: in stukken te verdelen door stuwen te plaatsen – zou het waterpeil in de rivier 1 tot 1,5 meter hoger kunnen worden. Dat zou de verdroging van Klein-Brabant helpen tegengaan, onder meer doordat grachten en beken hun water dan niet kwijt kunnen in de rivier en het dus lokaal zou moeten infiltreren. Voor er massaal stuwen op de Vliet komen, moet er wel een goed kader worden uitgewerkt. Hiertoe zal de CIW een projectgroep oprichten. Het is alvast aan te bevelen om voor elke dam een slibopvangbassin te voorzien om het slib regelmatig te kunnen afvoeren. Door het waterpeil te verhogen, ontstaat er opnieuw tegendruk en is het wellicht mogelijk om de veenlagen en vijvers in de vallei deels te herstellen. Het verval in de Machine legt drainagebuizen voor peilgestuurde drainage. 44
Stuw Vliet ter hoogte van Donkstraat in Ruisbroek. (Foto Polder Vliet en Zielbeek) 45
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Afspraken maken Het eigenlijke studiewerk voor een hemelwater- en droogteplan gebeurt meestal door de rioolbeheerder of een extern studiebureau. De onderzoekers verzamelen informatie, organiseren overlegmomenten en voeren berekeningen en modelleringen uit. Tijdens de opmaak van een hemelwater- en droogteplan wordt er regelmatig overlegd met de betrokken partners. In de meeste gevallen zijn dat de gemeentelijke diensten, de waterloopbeheerders (De Vlaamse Waterweg nv, de Vlaamse Milieumaatschappij, de provincie en de polder) en de rioolbeheerders, maar er worden ook afspraken gemaakt met erosiecoördinatoren, drinkwaterbedrijven en naburige lokale overheden. Eind 2021 keurde de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) de nieuwe blauwdruk hemelwateren droogteplannen goed. De CIW vertrekt van een cascadeprincipe om met hemelwater om te gaan, te beginnen met de meest wenselijke maatregel: 1. vermijden dat hemelwater afstroomt; 2. hemelwater (lokaal) hergebruiken; 3. hemelwater laten infiltreren om de grondwatervoorraden aan te vullen; 4. hemelwater bufferen met vertraagde afvoer.
46
Deze principes komen ook sterk terug in de VLAREM II-milieuwetgeving, de gewestelijke en provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwater, en de code van goede praktijk voor rioleringssystemen. Ook in het Vlaams regeerakkoord wordt het nut van een hemelwater- en droogteplan expliciet vermeld. Vanaf 2024 zullen lokale besturen verplicht over zo’n plan moeten beschikken om nog watergerelateerde subsidies te kunnen aanvragen bij de Vlaamse overheid.
ENGAGEMENT Alle lokale besturen die deel uitmaken van dit riviercontract verbinden zich ertoe om binnen de drie jaar een grondig hemelwater- en droogteplan te laten opstellen. De provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant zullen ze met raad en daad bijstaan. Zo kent de provincie Vlaams-Brabant een subsidie toe aan gemeenten die een hemelwater- en droogteplan laten opstellen. De subsidie bedraagt 6 euro per hectare plangebied, met een maximum van 90 procent van de werkelijke studiekost. De lokale besturen engageren zich ook om zoveel mogelijk lokale coalities te sluiten en watergebonden projecten te realiseren op hun grondgebied. Dat wordt mee mogelijk gemaakt met subsidies in het kader van de Blue Deal van de Vlaamse regering.
Ingrepen in stedelijk gebied Naast grote waterbouwkundige werken kunnen ook kleinere, lokale maatregelen belangrijk zijn om wateroverlast en/of verdroging tegen te gaan. Zo kan lokale buffering, bijvoorbeeld in wadi’s, heel wat overtollig regenwater opvangen. Lokale maatregelen hebben bovendien een sensibiliserende functie: ze veranderen de manier waarop overheden, burgers en bedrijven naar waterproblemen kijken.
Actie 26: waterrecuperatie voorzien aan openbare gebouwen
Actie 27: infoavonden organiseren rond regenwateropvang en -hergebruik
Heel wat burgers zijn zich via de media al bewust van de belangrijkste waterproblemen. Het ontbreekt hen vaak alleen nog wat aan parate kennis en een duwtje in de rug om zelf concrete acties te ondernemen. Het is een geknipte taak voor de lokale besturen om hun inwoners te informeren, te sensibiliseren en te ondersteunen.
ENGAGEMENT Heel wat (oudere) gemeentelijke gebouwen vangen vandaag nog geen regenwater op of kunnen het opgevangen water niet hergebruiken. Meer hergebruik is wenselijk maar niet overal mogelijk. Lokale overheden bekijken de opties per gemeente en per situatie.
ENGAGEMENT Asse, Londerzeel en Meise maken de komende vijf jaar een lijst op van alle gebouwen die weinig of geen regenwater opvangen en hergebruiken. Voor elk gebouw onderzoeken ze de mogelijkheden om de situatie te verbeteren. Op plaatsen waar een uitgebreide waterbuffering mogelijk is, bijvoorbeeld aan een grote loods of hangar, wordt bekeken of het wateroverschot in tijden van droogte door derden gebruikt kan worden.
Asse, Londerzeel, Meise en Puurs-Sint-Amands engageren zich om voor burgers in de nabije toekomst infoavonden rond regenwater te organiseren. Daarin zullen ze het belang en het nut van regenwateropvang en -hergebruik verduidelijken. De infoavonden worden bij voorkeur gekoppeld aan al geplande avonden rond een ander thema en dus niet apart ingericht.
Actie 28: waterverlies door bronbemalingen beperken
Vlak voor en tijdens bouwwerken wordt het grondwater op een perceel vaak tijdelijk weggepompt. Zo kunnen de bouwvakkers werken in droge omstandigheden. De meeste bronbemalingen pompen zuiver grondwater op, dat veelal rechtstreeks in de (gemengde) riolering wordt geloosd. In tijden van klimaatverandering en waterschaarste is die verspilling nog moeilijk te verdedigen.
47
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Cascadeprincipe
Ingrepen in het buitengebied
ENGAGEMENT
De milieuwetgeving VLAREM II bepaalt dat grondwater van bronbemalingen zoveel mogelijk terug in de grond moet worden gebracht. Dat kan ter plaatse of buiten de onttrekkingszone. De VLAREM-regels vertrekken van een cascadeprincipe om met opgepompt grondwater om te gaan, te beginnen met de meest wenselijke maatregel.
Actie 29: bomen en groen aanplanten
Het Regionaal Landschap Brabantse Kouters (RLBK) engageert zich om, samen met de andere regionale landschappen in VlaamsBrabant, een groepsaankoop van plantgoed en bomen te organiseren. Dat zal gebeuren in samenwerking met de provincie Vlaams-Brabant en alle aangesloten lokale besturen. RLBK zal zijn kennis rond het aanplanten en beheren van plantgoed ook delen met burgers en overheden.
Bomen en kleine landschapselementen, zoals heggen en houtkanten, hebben heel wat te bieden. Ze bestrijden hitte-eilanden, slorpen veel water op, verhogen de biodiversiteit en bieden mensen schaduw en ontspanning. Ook meer gevarieerde tuinen met minder harde afsluitingen en verhardingen kunnen overtollig water bufferen en milderen hoge zomertemperaturen. Op die manier kunnen ook kleine aanplantingen bijdragen aan de klimaatadaptatie.
1. Opgepompt grondwater gaat opnieuw de grond in via infiltratieputten, -bekkens of -grachten. 2. Als infiltratie technisch niet mogelijk is, wordt het water afgeleid naar de dichtstbijzijnde waterloop of naar een rioolstelsel met gescheiden regenwaterafvoer. 3. Pas in laatste instantie mag het water geloosd worden op de openbare riolering. Tijdens langere droogteperiodes is het nuttig om hergebruik van bemalingswater te verkiezen boven lozing. Het water kan bijvoorbeeld opgevangen worden in regenwatertanks en burgers en landbouwers in de buurt kunnen het dan gebruiken.
Regels vereenvoudigen Het ter beschikking stellen van bemalingswater moet dringend eenvoudiger worden. De regelgeving kan daartoe aangepast worden, bijvoorbeeld door dwingende sectorale of algemene voorwaarden op te nemen in VLAREM II. Overheden die vergunningen voor bronbemalingen verlenen, kunnen ook nu al bijzondere voorwaarden opleggen krachtens artikel 113 van het omgevingsvergunningsdecreet. Dat kan zowel voor individuele vergunningen (klasse 1 of 2) als voor klasse 3 en voor meldingsplichtige bronbemalingen. Bronbemalingen moeten daarnaast zo kort mogelijk duren en zo weinig mogelijk grondwater oppompen. Dat kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van peilgestuurde bemaling.
48
Van hek naar haag
Boomplantactie Regionaal Landschap Brabantse Kouters
ENGAGEMENT De VMM en Meise engageren zich om, in overleg met de andere lokale besturen van dit riviercontract, een reeks standaard milieuvoorwaarden voor bronbemalingen uit te werken en ter beschikking te stellen. Concreet wordt een pragmatische vertaling beoogd van de zogenaamde Ladder van Lansink, conform het cascadeprincipe van VLAREM II en de Richtlijnen bemalingen van de VMM (2019). Alle lokale besturen zullen deze bijzondere milieuvoorwaarden opleggen in hun vergunningsbeslissingen en erop toezien dat de randvoorwaarden worden toegepast.
Met de actie ‘Behaag je tuin’ wil het Regionaal Landschap Brabantse Kouters meer hagen, heggen en inheemse houtkanten zien verschijnen in de Brabantse tuinen en op het openbaar domein. Zo kunnen ‘harde’ afsluitingen, omheiningen en exoten (deels) verdwijnen en worden de tuinen natuurvriendelijker. Ook heel wat koesterburen zoals zwaluwen, vleermuizen, steenuilen en sleedoornpages zijn gebaat bij meer hagen, heggen, houtkanten en hoogstambomen in hun omgeving. De afgelopen tien jaar zijn er in het kader van deze actie al 100.000 stuks plantgoed verdeeld en 4.500 hoogstammige bomen aangeplant. Het Regionaal Landschap gebruikt de actie ook als ‘visvijver’ voor eigen inrichtingsprojecten.
Asse, Opwijk, Meise, Merchtem en Londerzeel engageren zich om de actie actief te promoten bij hun inwoners. Ze zullen de globale levering van plantmateriaal voor hun inwoners in ontvangst nemen en de bedeling ervan via hun eigen personeel organiseren. De provincie Vlaams-Brabant zal financieel bijdragen aan de opmaak van communicatiemiddelen en zal de actie ook zelf promoten.
49
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Thema 3: Waterkwaliteit Door extra maatregelen te nemen om de waterkwaliteit in de Vliet (en haar boven- en zijlopen) te verbeteren, bieden we ook meer herstelkansen aan vissen, waterdiertjes en waterplanten. Bovendien verhoogt een goede waterkwaliteit de belevingswaarde van het landschap voor inwoners en recreanten. Uit een analyse van recente waterkwaliteitsgegevens blijkt dat een goede toestand van de Vliet haalbaar is tegen 2033. Voorwaarde is wel dat we nu maximaal inzetten op de nodige maatregelen. In Vlaanderen wordt al tientallen jaren permanent gewerkt aan de aanleg en verdere uitbreiding van grote waterzuiveringsinstallaties, beheerd door Aquafin, en aan lokale rioleringsnetten. Door onze verspreide bebouwing is er niettemin nog veel werk aan de winkel, zeker in het stroomgebied van de Vliet-Grote Molenbeek. Ook andere sectoren, zoals landbouw en industrie, hebben een impact op de waterkwaliteit.
Huidige toestand De waterkwaliteit in de Vlaamse waterlopen baart burgers en overheden al jaren grote zorgen omdat ze zo traag verbetert. Geen enkele waterloop bereikt de alomvattende ‘goede ecologische toestand’ die Europa en het Vlaamse waterbeleid vooropstellen. Tijdens het participatietraject van de VlietMolenbeek waren de partners het er al snel over eens dat ze niet alleen aandacht moesten hebben voor de overstromingsproblematiek, maar ook voor de waterkwaliteit in de waterlopen. Ook voor de betrokken burgers bleek de waterkwaliteit een sterk aandachtspunt te zijn. De Vliet-Grote Molenbeek doet het beter dan veel andere waterlopen in Vlaanderen, maar behaalt toch een ontoereikende score voor haar globale ecologische toestand (volgens de officiële rapportering).
Domein Breeven in Bornem 50
51
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Als we een analyse maken van de drukken in het stroomgebied van de Vliet (zie ook Weiss Geoloket) blijken vooral de niet-gesaneerde huishoudelijke lozingen en de restvrachten na de waterzuivering een belangrijke impact te hebben voor de parameters stikstof en fosfor. Door te hoge nutriëntenvrachten in de waterlopen wordt het biologisch leven verstoord. Daarnaast zijn ook de emissies vanuit de landbouwsector niet onbelangrijk in het gebied.
Beleid De waterkwaliteit in de Vlaamse waterlopen wordt door verschillende aspecten beïnvloed. Bijgevolg is er wetgeving uit verschillende beleidsdomeinen van toepassing.
Waterbeleid De waterkwaliteit van de Vliet-Molenbeek wordt onder meer met een multiparametersonde opgevolgd.
Hierbij scoort vooral de vispopulatie zwak. Meer recente gegevens uit 2021 tonen wel een duidelijke verbetering van de waterkwaliteit: de waterdiertjes zijn relatief grotere, met het blote oog waarneembare ongewervelden, zoals insecten en hun larven, weekdieren, kreeftachtigen en wormen.
Haalbaar tegen 2033 De ecologische toestand van een waterloop wordt bepaald door de aanwezigheid van fauna en flora, de fysisch-chemische waterkwaliteit en de structuur van de waterloop. Recente waterkwaliteitsgegevens tonen aan dat een goede toestand van de Vliet-Grote Molenbeek haalbaar is tegen 2033. Voorwaarde is wel dat we vanaf nu maximaal inzetten op de nodige maatregelen. De actuele waterkwaliteit op heel wat meetplaatsen in het stroomgebied is permanent consulteerbaar via het geoloket waterkwaliteit van de VMM (http://geoloket.vmm.be/Geoviews/).
52
De Vlaamse stroomgebiedbeheerplannen beschrijven de beoordeling van de waterkwaliteit, de doelen per waterloop, en een plan van aanpak (inclusief een programma met concrete maatregelen) om in Vlaanderen de Europese waterkwaliteitsdoelen te halen. Om die doelen te bereiken, koos de Vlaamse regering in 2015 voor een gefaseerde aanpak. Het afstroomgebied van de Vliet-Grote Molenbeek is in het nieuwe ontwerp van het Vlaamse stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 (zie www.integraalwaterbeleid.be/nl/ stroomgebiedbeheerplannen) een ‘aandachtsgebied’ of prioritair gebied. In de aandachtsgebieden moeten alle bijkomende initiatieven om de waterkwaliteitsdoelen te bereiken tegen 2033 worden uitgevoerd of minstens opgestart zijn.
• • • •
een verdere uitbouw en optimalisatie van het rioleringsstelsel; een verdere uitbouw en optimalisatie van de zuiveringsinfrastructuur voor afvalwater; het herstellen van de beekstructuur; het terugdringen van emissies uit de landbouwsector en de industrie.
Zo moeten landbouwbedrijven aan bepaalde basisvoorwaarden voldoen om nog Europese subsidies te kunnen krijgen. In het kader van het GLB kunnen landbouwers ook vrijwillig verbintenissen aangaan waarbij ze extra inspanningen leveren voor de waterkwaliteit en daar ook voor vergoed worden.
Het riviercontract van de Vliet-Grote Molenbeek concretiseert de maatregelen uit het Vlaamse beleidsplan en vult ze aan met nieuwe lokale acties, afhankelijk van de specifieke problematieken.
Het GLB wordt momenteel hervormd en zal vanaf 2023 andere klemtonen leggen. Zo zal het nieuwe GLB ambitieuzer zijn op het vlak van milieu en klimaat. Het zal nog meer dan vandaag moeten bijdragen aan het realiseren van de volgende doelstellingen:
Landbouwbeleid
•
Om de Europese waterkwaliteitsdoelen te kunnen behalen, worden het nieuwe landbouwbeleid, het mestbeleid en het erosiebeleid maximaal afgestemd op het waterbeleid. Zo wil het mestbeleid de verontreiniging van het oppervlakte- en grondwater met nutriënten uit de land- en tuinbouwsector terugdringen. In veel landbouwgebieden wordt het mestgebruik beperkt op basis van de gemeten waterkwaliteit.
•
Het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) ondersteunt vergroeningsmaatregelen in de landbouw.
•
• • •
de klimaatverandering tegengaan, onder meer door duurzame energie te gebruiken; leren omgaan met de gevolgen van de klimaatverandering; meewerken aan een duurzame ontwikkeling en een efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht; de biodiversiteit beschermen; ecosysteemdiensten versterken; habitats en landschappen in stand houden.
Bijdragen aan een goede waterkwaliteit en -kwantiteit hoort hier expliciet bij.
Het actieprogramma van het waterbeleidsplan omvat verschillende generieke en specifieke maatregelen om de doelstellingen voor waterkwaliteit in de Vliet-Grote Molenbeek en haar zijlopen te behalen. In grote lijnen gaat het over:
53
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
In de aanloop naar het nieuwe GLB keurde de Vlaamse regering vijf pre-ecoregelingen goed waarvoor landbouwers nu al subsidies kunnen aanvragen. Ze hebben allemaal een positief effect op het milieu, het klimaat en de biodiversiteit.
Vergunningenbeleid Een vergunning om bedrijfsafvalwater te lozen, wordt in Vlaanderen afgetoetst aan de gevolgen van die lozingen voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie en het ontvangende oppervlaktewater. Nieuwe lozingen of uitbreidingen van lozingen die de toestand van het oppervlaktewater op een negatieve manier kunnen beïnvloeden, krijgen van de VMM geen gunstig advies. Bestaande lozingen moeten stapsgewijs gesaneerd worden tot ze een aanvaardbare impact hebben.
Erosiebeleid
door de impact van regendruppels en afstromend water worden losgemaakt en getransporteerd, ofwel laagsgewijs over een grote oppervlakte, ofwel geconcentreerd in geulen of ravijnen. Erosie zorgt voor bodemdegradatie maar ook voor aanslibbing van de waterlopen. Samen met de bodemdeeltjes worden ook nutriënten afgevoerd, vooral fosfor, en dat heeft een negatieve invloed op de waterkwaliteit. Het is belangrijk dat we onze bodems beter wapenen tegen intense regenbuien, zeker omdat de kans op deze buien sterk toeneemt door de klimaatverandering. We moeten er tegelijk voor zorgen dat tijdens de buien meer water in de bodem kan infiltreren, zodat de waterbuffers aangevuld zijn voor latere periodes van droogte. Het erosiebeleid is gebouwd op meerdere pijlers.
Erosie is een van de belangrijkste vormen van bodemaantasting in Vlaanderen. Bodemerosie door water is een proces waarbij bodemdeeltjes
(Foto: Boerennatuur Vlaanderen) 54
•
Een gemeentelijk erosiebestrijdingsplan (EBP) bespreekt prioritaire erosieknelpunten en
•
•
beschrijft maatregelen om de problemen op te lossen. Doorgaans zijn deze oplossingen een mix van maatregelen en werken, die gaan van sensibilisering tot de uitvoering van kleinschalige infrastructuurwerken. Het instrument beheerovereenkomsten erosiebestrijding voorziet in een financiële tegemoetkoming voor landbouwers die erosiestroken aanleggen op hun percelen om daar de sedimentafstroom te beperken. De vergoeding wordt bepaald op basis van een gemiddelde kost voor de aanleg en het beheer van de erosiestrook, de gemiddelde gederfde inkomsten door een verlies aan grondoppervlakte voor de hoofdteelt, en de transactiekosten. Via het erosiebesluit kunnen gemeenten subsidies krijgen voor de opmaak van een gemeentelijk erosiebestrijdingsplan en de uitvoering van structurele erosiebestrijdingswerken. Voor de werken krijgen de gemeenten een subsidie van 75 procent, zowel voor de aankoop van de grond of de vergoeding van de eigenaar/gebruiker bij een recht van opstal, als voor de kosten voor het
•
aanleggen van de maatregel. De maatregelen moeten twintig jaar behouden blijven. Gemeenten kunnen zich laten ondersteunen door een erosiecoördinator (100 procent vergoed door de Vlaamse overheid). Dit instrument is gericht op het aanleggen van structurele erosiebestrijdingswerken om erosieknelpunten op te lossen die het perceel van een landbouwer overstijgen. Het kan zo aanvullend werken op de brongerichte maatregelen en de erosiestroken die landbouwers op de eigen percelen kunnen aanleggen. En verder is er de ondersteuning vanuit de provincie Vlaams-Brabant van gemeenten bij de uitvoering van erosiebestrijdingsmaatregelen. De provinciale erosiecoördinatoren helpen de gemeenten met: × het ontwerp van de gepaste erosiebestrijdingsmaatregelen; × de onderhandelingen met de betrokken landbouwers en omwonenden; × de voorbereiding van de omgevingsvergunningaanvraag en archeologienota;
(Foto: Boerennatuur Vlaanderen) 55
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
× de aanvraag en afwerking van de Vlaamse subsidie voor de gemeentelijke erosiebestrijdingsmaatregelen; × de controle en opvolging van de werken; × de opmaak van het dossier voor bijkomende provinciale subsidie (15 procent).
Eerder genomen maatregelen Vlaamse bedrijven en overheden werken al decennialang aan een betere waterkwaliteit, onder impuls van verschillende Europese richtlijnen en Vlaamse wetten. Dat gebeurt zowel via generieke regelgeving als via concrete projecten in het veld.
Uitbouw saneringsinfrastructuur Alle grotere rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) in het bekken van de Vliet-Grote Molenbeek zijn operationeel. Onze inspanningen richten zich nu op het collecteren van de laatste grote lozingspunten, het afkoppelen en bufferen van verharde en onverharde
oppervlakken, de sanering van problematische overstorten, het aanleggen van bijkomende rioleringen, de aanleg van individuele en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties, en het optimaliseren van de bestaande rioolwaterzuiveringsinstallaties. De gemiddelde zuiveringsgraad over de zes verschillende gemeenten bedraagt 80 procent. Toch zijn er nog belangrijke clusters die gesaneerd moeten worden. Ook de inplanting van enkele lokale kleinschalige waterzuiveringsinstallaties, zoals de KWZI Merchtem-Peizegem, verloopt moeizaam.
Calamiteitenwerking De verschillende waterloopbeheerders en gemeenten proberen binnengekomen meldingen van calamiteiten of plotse vervuiling van de waterloop daadkrachtig te behandelen. In de voorgaande jaren waren er meerdere dossiers, met onder meer de lozing van vervuild hemelwater, en verkeerde aansluitingen ter hoogte van bedrijventerreinen en landbouwbedrijven met een impact op de waterloop door de afspoeling van erfsappen. In de zomer van 2021 was er schuimvorming
Dit soort beekranden beperken de afspoeling van voedingsstoffen en geven een boost aan de biodiversiteit.
ter hoogte van het wachtbekken van de Vliet door zeer intense regenbuien, wat leidde tot een combinatie van een overstortwerking vanuit de riolering en een afspoeling vanaf landbouwgronden.
Knelpunten en uitdagingen Om in het afstroomgebied van de Vliet-Grote Molenbeek een goede ecologische toestand te bereiken, zijn verdere inspanningen nodig. Zo moeten de concentraties van stikstof, fosfor en zouten omlaag en moet er het hele jaar door genoeg zuurstof in het water zitten voor de levende organismen. Ook een rijke variatie aan beekbiotopen is een belangrijke randvoorwaarde. Een bijkomende uitdaging zijn de droogteperiodes, die we de jongste jaren steeds vaker zien. Die hebben meestal een negatieve invloed op de waterkwaliteit. Stijgende temperaturen leiden tot een lagere zuurstofoplosbaarheid in het water, en lagere debieten in de waterloop zorgen voor minder verdunning van de geloosde afvalstoffen. Binnen elke sector zijn er specifieke uitdagingen.
Aanleg riolering (Foto: Aquafin)
Regenwater afkoppelen Op heel wat plaatsen is het rioleringsstelsel nog gemengd. Om overdruk bij neerslag te vermijden, wordt een gemengd stelsel beveiligd met overstortconstructies. Bij hevige neerslag komt het teveel aan regenwater samen met het afvalwater in de waterlopen terecht. Dat zorgt voor een piekbelasting en soms ook voor gevaarlijk lage zuurstofconcentraties. De verdunning van afvalwater met regenwater in een gemengde riolering leidt ook tot een minder goede bacteriële werking van de zuiveringsinstallaties. Door de klimaatverandering en de toenemende verharding krijgen de rioleringsstelsels vandaag bovendien meer water te verwerken. Daarom is het belangrijk om afvalwater en regenwater zoveel mogelijk gescheiden te houden. Waar mogelijk wordt regenwater het best afgekoppeld van het rioleringsstelsel, zowel op openbare domeinen als op particuliere eigendommen. Die ingreep rendeert driemaal: als droogtemaatregel en als bescherming tegen overstorten en wateroverlast. De afkoppeling van hemelwater vormt een belangrijk aandachtspunt bij de opmaak van de hemelwater- en droogteplannen.
RWZI Londerzeel (Foto: Aquafin)
(Foto: Boerennatuur Vlaanderen) 56
57
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek Huishoudelijk afvalwater anders aanpakken Actie 30: meer investeren in riolering
Een goede waterkwaliteit is niet alleen belangrijk voor de dieren en de planten in een waterloop. Ook riviervalleien en aangelegde overstromingsgebieden hebben baat bij een goede waterkwaliteit, net als historische sites zoals het Fort van Liezele en de Schemelbertmolen. Tegen 2033 zouden de Grote en de Kleine Molenbeek opnieuw een goede toestand moeten bereiken. De komende jaren moet er dan ook heel wat vuilvracht worden weggehaald, zodat de waterlopen op een natuurlijke manier kunnen herstellen. Dat kan door verschillende saneringsopties: de landbouw zal het gebruik van meststoffen met fosfor verder moeten beperken, en er komen ook nieuwe gemeentelijke en bovengemeentelijke sanerings- en rioleringsprogramma’s. In het afstroomgebied van de Vliet-Molenbeek moeten nog enkele grote clusters worden aangepakt. Hier zullen zowel het Vlaamse Gewest als de lokale besturen verder investeren in de gemeentelijke en bovengemeentelijke rioleringsinfrastructuur. Via het geoloket van de zonerings- en gebiedsdekkende uitvoeringsplannen (https://www.volvanwater. be/geoloket/geoloket-zoneringsplannen-engebiedsdekkende-uitvoeringsplannen) worden reductiedoelen per gemeente vooropgesteld binnen het afstroomgebied van de Vliet-Grote Molenbeek. Sommige dossiers lopen al jaren vast door discussies over de inplantingsplaats van een waterzuiveringsinstallatie of door de moeilijkheden om
samen te sporen met de heraanleg van gewestwegen. Deze projecten willen we nu effectief op het terrein realiseren, op voorwaarde dat alle partners samenwerken.
ENGAGEMENT • De lokale besturen en de gemeentelijke rioolbeheerders bouwen samen de gemeentelijke riolering maximaal verder uit. De focus ligt op het aanpakken van grote lozingspunten, de aanleg van gescheiden stelsels, de afkoppeling van regenwater en een maximale vermindering van de overstortwerking. • Aquafin en de VMM bouwen samen de bovengemeentelijke riolering maximaal verder uit. Ze optimaliseren ook de bestaande zuiveringsinfrastructuur op basis van de te halen immissienormen, met o.a. een lagere fosfordruk uit RWZI’s. • Alle betrokkenen engageren zich om de knelpunten in de uitbouw van al besliste rioleringsprojecten zo snel mogelijk op te lossen, zodat een versnelde actie mogelijk is. Dat geldt in het bijzonder voor de Task Force KWZI Peizegem, waarin de lokale besturen van Merchtem, Londerzeel en Buggenhout recent samen de inplantingsplaats vastlegden van een project dat al in 2006 werd goedgekeurd. Ook het dossier van de verbindingsriolering Kwetsenbeek zal worden aangepakt, in samenwerking met het Agentschap Wegen en Verkeer. • Alle betrokkenen werken mee aan een adequate aanpak van calamiteiten en milieu-incidenten op de waterlopen en in de waterzuiveringsinfrastructuur. Concreet moeten calamiteiten maximaal voorkomen worden. Loopt er toch iets mis, dan ligt de focus op een snelle melding en behandeling en op een goede nazorg. Lozingspunt bedrijfsafvalwater
58
59
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Milieu-incidenten adequaat aanpakken Actie 31: calamiteiten adequaat aanpakken
Calamiteiten met waterlopen hebben vaak te maken met incidentele lozingen: een breuk in een ondergrondse stookolietank of aanvoerleiding, een landbouwer die mest loost … Overheden en waterbeheerders moeten op dergelijke voorvallen voorbereid zijn en er adequaat op kunnen reageren. Het is daarbij belangrijk dat de verschillende actoren, zoals waterbeheerders en beheerders van waterzuiveringsinstallaties, onmiddellijk verwittigd worden en hun expertise met elkaar delen. Zo kunnen ze de gevolgen van een waterverontreiniging tot een minimum beperken. Een snelle melding van een accidentele lozing is vandaag al verplicht. De
Lozing van een niet-gerioleerde straat 60
verdere verspreiding van de informatie wordt best uitgeschreven in een handleiding of procedure. Lokale besturen beschikken niet altijd over de nodige apparatuur om stalen te nemen. Om de aard van een verontreiniging snel te kunnen bepalen en de bron te kunnen opsporen, is het belangrijk dat ze over vlot bereikbare ‘hulplijnen’ beschikken, zoals de contactgegevens van een laboratorium. Het valt te overwegen om met een lab of bedrijf een raamovereenkomst af te sluiten, zodat het aanspreekpunt altijd meteen duidelijk is. Er kan ook een samenwerkingsovereenkomst afgesloten worden met het Interprovinciaal Kenniscentrum voor Milieu (IPKC) voor de gemeenten uit Vlaams-Brabant, en met het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH) voor de gemeenten uit de provincie Antwerpen.
Erfsappen kunnen oppervlaktewater ernstig verontreinigen. 61
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
De beekstructuur herstellen Actie 32: de beekstructuur herstellen
Een betere structuurkwaliteit heeft een positieve invloed op de ecologische toestand van een waterloop. Hoe meer afwisseling in de beekstructuur, hoe meer verschillende biotopen er ontstaan. Die verscheidenheid aan biotopen betekent op haar beurt een (potentieel) grotere diversiteit van dier- en plantensoorten in het water. Daarnaast neemt ook de rivierdynamiek toe, waardoor de zuurstofhuishouding in de waterkolom verbetert en de Vliet-Grote Molenbeek beter gewapend is tegen de externe druk van bijvoorbeeld afvalwater of hitte. Behalve de verbetering van de structuurkwaliteit is het ook
belangrijk om barrières in de waterloop weg te werken, zoals stuwen, bodemplaten en molens. Dat geeft vissen meer mogelijkheden: zonder barrières kunnen ze zich verplaatsen naar voortplantingsgebieden, betere voedingsgebieden bereiken, vluchten voor vervuiling, hun leefgebied uitbreiden en waterlopen (her) koloniseren. Vandaag zit er weinig vis op de Vliet. Vooral door de verdere uitbouw van de saneringsinfrastructuur in het gebied is de waterkwaliteit de laatste jaren sterk verbeterd, maar doordat de Vliet afgesneden is van de Rupel kunnen de vissen niet migreren vanuit de grote hoofdwaterlopen. Dat is een van de redenen waarom er wordt nagedacht over een toekomstige gravitaire aantakking van de Vliet op de Schelde. Voor de vissen die wel al in de Vliet leven, zijn er meerdere migratieknelpunten op het traject.
Hierbij een staalname van oppervlaktewater waarbij duidelijk impact van lozing te zien is.
Het opsporen van de verontreinigingsbron is vaak niet eenvoudig, bijvoorbeeld door een onvolledig beeld van de riolering. Ook hierbij moeten meerdere actoren betrokken worden, bijvoorbeeld de gemeentelijke technische diensten of milieudiensten, de politie, de brandweer, de provincie (als waterloopbeheerder), de beheerder van de riolering, Aquafin en de VMM. Zodra de bron van de verontreiniging bekend is, kunnen de gevolgen ervan beperkt of hersteld worden. Daarvoor wordt vaak de brandweer en/of de civiele bescherming ingeschakeld. Nadien volgt de behandeling van de verontreiniging, de eigenlijke sanering. Als alles achter de rug is, moet de toestand nog een tijdje worden opgevolgd en moet er ook nazorg komen.
ENGAGEMENT Alle lokale besturen, de polder, de provincies en de VMM engageren zich om de bestaande procedures en afspraken te herzien en te verbeteren, zodat een snellere, adequatere behandeling van een plotse verontreiniging van de waterlopen gegarandeerd is.
Vismigratieknelpunt aan de Herbodinnenmolen 62
63
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
ENGAGEMENT
•
De VMM engageert zich tot het oplossen van de vismigratieknelpunten ter hoogte van de Herbodinnemolen en de Diepensteynmolen. Daarnaast zal de VMM in samenwerking met de overige partners van het riviercontract werk maken van structuurherstel en waterloopverruwing van de Vliet-Grote Molenbeek. Daarbij gaat de nodige aandacht naar de impact op de zijlopen en het valleigebied.
•
Actie 33: het integraal beheer en onderhoud van waterlopen en grachten
• •
aandacht voor vismigratie en de aanleg van vistrappen; landschappelijke integratie van de oevers (beplanting); diverse gemeenschappen van waterplanten; meer leven in en naast het water (algen, macroinvertebraten zoals larven en wormen, en een gezonde vispopulatie).
Het beheer moet integraal zijn. Het moet dus oog hebben voor waterafvoer, adequate waterbuffering en ecologische waarden. Obstructies die wateroverlast veroorzaken, moeten verwijderd of aangepast worden. Verder kan de aanleg van waterbuffer- en infiltratiemogelijkheden stroomopwaarts helpen om wateroverlast in lagergelegen gebieden te vermijden.
ENGAGEMENT Waterlopen worden anno 2022 op een andere manier onderhouden en beheerd dan vijftien jaar geleden. Het beheer is erop gericht om de waterlopen in een goede (ecologische) toestand te krijgen, zoals dat wordt voorgeschreven in de Europese kaderrichtlijn Water en het Vlaamse decreet Integraal Waterbeleid. Dat betekent: •
meer natuurlijke oevers (meer diversiteit, zachte taluds);
De waterbeheerders in het gebied richten samen een werkgroep beheer op, waarbij aspecten als kruidruimingen en maaibeheer op elkaar worden afgestemd. Dat vermijdt lokale wateroverlast maximaal. In functie van het biologisch leven in de waterloop wordt gekeken naar nieuwe technieken, zoals maaien in blokpatroon.
Actie 34: ecologisch ingerichte oeverzones aanleggen
Actie 35: het nutriëntenverlies door de landbouw beperken
De huidige regelgeving legt een aantal verplichtingen vast voor de aangelanden van waterlopen. Op bepaalde locaties kan het wenselijk zijn dat de eigenaar van een oeverzone die zone ter beschikking stelt van de waterbeheerder, eventueel via een verkoop, zodat de waterbeheerder de oeverzone beter kan inrichten. Op die manier komt er ruimte vrij voor een ecologische oeverzone met bijvoorbeeld een winterbed of plasdraszone, waarbinnen de waterloop zonder oeverbescherming vrij kan bewegen. De betrokken oeverzone mag breder zijn dan de voorziene 5 meterstrook.
Bedrijfsafvalwater kan veel voedingsstoffen en organisch materiaal bevatten. Zo kan er in het onverdunde sap uit een maissleufsilo tot 3.000 keer meer organische stof zitten dan goed is voor een waterloop. De gevolgen van zo’n vervuiling kunnen groot zijn: hoge concentraties aan organische stoffen in een waterloop verbruiken zoveel zuurstof dat de dieren eronder lijden. De toevloed aan voedingsstoffen kan er ook voor zorgen dat een beek snel dichtgroeit met waterplanten en algen. Zelfs kleine hoeveelheden van dergelijke afvalstromen kunnen een grote impact hebben op de waterkwaliteit als ze in een waterloop terechtkomen of in de bodem infiltreren.
ENGAGEMENT De partners in het riviercontract zijn bereid om de afbakening van oeverzones die zich lenen tot een integraal waterbeleid in hun onderling overleg op te nemen.
Nutriëntenverlies vanuit de landbouw verlagen Om de waterkwaliteit van beken en rivieren te verbeteren, is er actie op vele fronten. Het rioleringsstelsel wordt vernieuwd en verder uitgebouwd, industriële lozingen worden opgevolgd via de omgevingsvergunning, en de land- en tuinbouwsector pakt allerlei vormen van vervuiling aan. Het gaat daarbij niet alleen om diffuse verliezen vanuit landbouwgronden, maar ook om nutriëntrijke afvalstromen op land- en tuinbouwbedrijven, zoals silosappen die afstromen naar een nabijgelegen gracht.
Een aangepast maaibeheer in grachten en waterlopen kan bijdragen tot het langer vasthouden en infiltreren van water. 64
Algenbloei in gracht door vermesting 65
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
(Foto: Boerennatuur Vlaanderen)
Houtkant bloemenrand (Foto: Boerennatuur Vlaanderen) 66
Gelukkig kan verontreiniging vaak op een eenvoudige manier vermeden worden. Binnen het Water-LandSchap 2.0-project wordt actief samengewerkt met de landbouwsector. Hierbij raken landbouwers zich meer bewust van de eventuele gevolgen van keuzes in de bedrijfsvoering voor de naastliggende waterlopen. Via demonstratiemaatregelen worden acties uitgerold die een positieve impact hebben op het tegengaan van droogte op het landbouwbedrijf en tegelijkertijd de impact van bepaalde landbouwactiviteiten op de waterloop verminderen.
De laatste jaren werkt Boerennatuur ook meer rond milieu- en klimaatgerelateerde onderwerpen. Binnen het projectgebied lopen momenteel de volgende projecten:
Ook Boerennatuur Vlaanderen, de toonaangevende organisatie voor agrarisch landschaps- en natuurbeheer in Vlaanderen, is actief binnen het bekken van de Vliet. Deze organisatie werd opgericht op initiatief van Boerenbond in samenwerking met WERKERS in aanneming, VLM en ANB. Boerennatuur Vlaanderen biedt expertise, bijvoorbeeld via een advies op maat, aan alle landbouwers die individueel of in groep (agrobeheergroepen) aan agrarisch landschaps- en natuurbeheer willen werken.
De bedrijfsgildes van Bornem en Puurs-SintAmands zijn coalitiepartners binnen het WaterLand-Schap 2.0-project ‘Water zonder (be) grenzen in de Vlietvallei’. Ook Boerennatuur zet verder in op het verbinden van landbouw en natuur. Doordat alle partners samen aan de slag gaan, werken we actief aan het verlagen van de nutriëntendruk vanuit de landbouw op het watersysteem.
• • •
ABG Asse: werking rond houtkanten en akkervogels; Londerzeel: boer met stuwtjes; Meise: actief rond bloemenranden, nestkasten. Recent werd hier een provinciaal project opgestart.
ENGAGEMENT
(Foto: Boerennatuur Vlaanderen) 67
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 36: de regels voor oeverzones strenger handhaven
Een sterke, natuurlijke oeverzone vermindert erosie en inspoeling van nutriënten, verhoogt de infiltratiecapaciteit van een gracht of waterloop en biedt een boeiender biotoop en landschap. De Vlaamse overheid wil oevers daarom beter beschermen.
Oeverzone van 1 meter Het decreet Integraal Waterbeleid bepaalt dat er geen bodembewerkingen mogen plaatsvinden in een zone van 1 meter naast een waterloop. De zone wordt gemeten vanaf de bovenste rand van het talud (de schuin oplopende oever van een waterloop). In combinatie met een verbod op meststoffen en bestrijdingsmiddelen ontstaat er zo een teeltvrije zone van 1 meter breed. Deze groenstrook vormt een buffer tegen het instromen van pesticiden en nutriënten, vermindert erosie en verhoogt de infiltratiecapaciteit van de waterloop. Ondanks de reglementering zijn nog lang niet alle 1 meter-stroken langs Vlaamse grachten en waterlopen vrijgemaakt. De handhaving, die door onder andere de Vlaamse Landmaatschappij gebeurt, blijft in de praktijk vaak beperkt tot gemeenten met slechte waterkwaliteit. Tweejaarlijks wordt een nieuwe selectie gemaakt van gemeenten waar verscherpte controle wordt gedaan.
Oeverzone van 5 meter De aangelanden van waterlopen (de eigenaars van een stuk grond naast een waterloop) moeten doorgang verlenen aan waterbeheerders en hun materiaal,
68
zodat zij de waterlopen kunnen beheren. In de regel geldt hiervoor een oeverzone van 5 meter breed, maar als er grotere machines nodig zijn, moeten die ook toegelaten worden. Waterbeheerders mogen maaisel en onschadelijke ruimingsproducten die ze uit de waterloop halen, plaatsen op de gronden van de aangelanden. Hiervoor geldt ook een oeverstrook van 5 meter breed. Binnen de 5 meter-strook geldt een algemeen bemestingsverbod en een verbod op pesticidegebruik door niet-professionele gebruikers. Het is bovendien niet toegelaten om op deze strook bovengrondse constructies te plaatsen (zoals een stal, een tuinhuis of een omheining), behalve als die noodzakelijk zijn voor het beheer van de waterloop of voor werkzaamheden van algemeen belang. Voor grachten worden vergelijkbare bepalingen opgelegd als dat nuttig is voor het watersysteem. Om een publieke gracht te kunnen beheren, wordt dan een erfdienstbaarheid opgelegd die bepaalt dat waterbeheerders en hun materiaal toegang moeten krijgen tot de gracht, en dat ze maaisel en andere ruimingsproducten naast de gracht mogen deponeren. De erfdienstbaarheid geeft de grondeigenaar geen recht op een financiële compensatie.
ENGAGEMENT De betrokken waterbeheerders (de VMM, de provincie Vlaams-Brabant en de lokale besturen) engageren zich om de reglementering rond oeverzones nauw op te volgen en te handhaven. Ze willen ervoor zorgen dat deze zones vrij zijn voor het wettelijk toegelaten gebruik, zowel in het buitengebied als in de bebouwde zones.
Aanpakken van erosie Actie 37: erosiemaatregelen uitwerken in bovenstroomse gebieden
Er is vooral een erosieproblematiek in de stroomopwaarts gelegen reliëfrijke gemeenten binnen het afstroomgebied van de Vliet. Hier werken de gemeenten Asse, Meise en Merchtem, samen met de erosiecoördinatoren van de provincie Vlaams-Brabant, gestaag verder aan concrete projecten op het terrein. De afgelopen tien jaar werden in de drie gemeenten al heel wat projecten verwezenlijkt, zoals een vijftal erosiepoelen met aarden dammen en geprofileerde grasstrook, een bufferbekken van 1000 m3 met aarden dam in Asse, en een tiental houthakseldammen al dan niet in combinatie met buffergracht, grasstrook of herstel van het talud. Ook in de komende periode wordt deze werking verdergezet en waar nodig geïntensifieerd in nauw overleg tussen de gemeente, de provincie en de betrokken grondeigenaars.
ENGAGEMENT De gemeenten Asse, Meise en Merchtem engageren zich om ook de komende jaren werk te maken van de aanpak van erosieknelpunten. Hierbij gaat de nodige aandacht naar het vermijden van de impact van modderstromen op de waterlopen en de saneringsinfrastructuur. De erosiecoördinator van de provincie VlaamsBrabant begeleidt de gemeenten bij het ontwerp van de erosiebestrijdingsdossiers.
Actie 38: de aanleg van sedimentvang in de omgeving van de Herbodinnemolen
Door erosie komen er voortdurend bodemdeeltjes in de beken en rivieren terecht. Die stapelen zich daar op als sediment. Dat kan leiden tot bijvoorbeeld een verminderde waterafvoer of opstuwing. Ook een sterke kruidgroei op de oevers en in het water kan de capaciteit van de waterloop fors verminderen. Tijdige en gerichte maaiwerken houden die kruidgroei onder controle. Door in te zetten op preventieve maatregelen zijn er minder kosten voor slibruimingen. Erosiebestrijdingsmaatregelen en sedimentvangen zijn voorbeelden van zulke maatregelen. Sedimentvangen zijn goed bereikbare plaatsen waar we de waterloop aanpassen zodat slib en zand er bezinkt. Door deze vangen op kritieke plaatsen aan te leggen, kunnen we de ecologische impact en de kosten van de slibruimingen beperken. Sedimentvangen laten toe om de schade aan oevers, aan de structuur van de waterloop en aan de eigendom van omwonenden zoveel mogelijk te vermijden en het leven in de waterloop te ontzien.
ENGAGEMENT De VMM engageert zich om een sedimentvang aan te leggen op de Vliet in de omgeving van Herbodinnemolen. Deze actie werd ook opgenomen in het derde stroomgebiedbeheerplan (2022-2027).
69
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Thema 4: Waterbeleving Huidige toestand Het waterbeleid wil de wateroverlast terugdringen en de waterkwaliteit verbeteren, en daarnaast ook mensen meer betrekken bij het watersysteem. Dat aspect krijgt bij waterbeheerders meer en meer aandacht, voor een deel omdat de waterkwaliteit er op steeds meer plaatsen op vooruitgaat. Natuurlijke en schone rivieren, beken en meren hebben een niet te onderschatten aantrekkingskracht. Heel wat mensen brengen hun vrije tijd door in, op of langs het water. Sporten in en op het water is populair, en ook voor de horeca is water een echte trekpleister. Uitstapjes naar waterrijk gebied zijn goed voor de economie en goed voor de gezondheid. Het stroomgebied van de Vliet oefent een bijzondere aantrekkingskracht uit. Typisch voor dit gebied is
70
het slikken- en schorrenlandschap, afgewisseld met kleinschalige landbouw. En verder heeft erfgoed er een prominente plaats, met prachtige kastelen en militaire relicten.
Een zegen voor de mentale gezondheid Waterpartijen in wooncentra hebben een landschappelijke meerwaarde en maken de woonomgeving aangenamer. Ze verhogen de belevingswaarde en brengen verkoeling op warme dagen. Zeker in bebouwde kernen kun je niet om dat positieve effect heen. Een bijkomend pluspunt is dat water een kalmerende, inspirerende en therapeutische invloed heeft. Wat de natuur betekent voor onze mentale gezondheid mogen we niet onderschatten, en water vergroot dat heilzame effect nog. Water speelde ook een grote rol in onze cultuurhistorische geschiedenis. Kijk maar naar de vele watermolens en vloeiweides in het gebied van de Vliet-Molenbeek.
71
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Recreatiemogelijkheden Via het riviercontract Vliet-Molenbeek willen we de belevingswaarde van de valleien nog groter maken. Er komen nieuwe verbindingen langs het water. We zullen ook het toeristische potentieel verder invullen en de dorpen langs de waterlopen opwaarderen. Het Landinrichtingsplan Scheldeboord Sint-Amands – Kleine Molenbeek Liezele zorgt voor heel wat nieuwe wandelverbindingen. Tegelijk komt recreatie op veel plaatsen in deze valleien op de tweede plaats. We moeten dus ook zeker de stille locaties beschermen. Het is belangrijk dat de recreatie is afgestemd op de draagkracht van het systeem, en dat de aantrekkingskracht van deze plekken geen bedreiging vormt voor de natuurwaarden en de kwaliteitsdoelen in de vallei.
72
De maatregelen van het riviercontract Vliet-Molenbeek Actie 39: opmaak van het masterplan Oppuurs-Lippelo-Vlietvallei
Het lokaal bestuur van Puurs-Sint-Amands werkt via het masterplan Oppuurs-Lippelo-Vlietvallei aan de dorpskernvernieuwing van Oppuurs en Lippelo. Bedoeling is de identiteit van deze woonkernen te versterken. In de ruimtelijke visie is de verbinding tussen beide woonkernen door de Vliet een extra groene troef. Het Vlietpark zal zorgen voor meer natuur, en een permanent wandelpad moet de Vlietvallei toegankelijk maken voor alle inwoners en bezoekers. Er wordt ook gedacht aan enkele rustpunten, een zonnedek aan een vijver in Oppuurs, een vogelkijktraject, een meanderbrug …
ENGAGEMENT Het lokaal bestuur van Puurs-Sint-Amands legt in verscheidene ontwerpfases het masterplan voor aan de lokale bevolking. Tegen eind 2022 is er een definitieve tekst. Dan kan de uitwerking van de acties (detailplannen en vergunningen) starten en volgt de concrete uitvoering.
Actie 40: een Multimovepad in de Poortersbossen
Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Sport Vlaanderen willen kinderen op een speelse manier doen bewegen en hen laten ravotten in een uitdagende
omgeving, terwijl ze tegelijk de natuur beleven. Met het Multimovepad creëerden ze de ideale mix. Natuurlijke hindernissen en houten constructies zetten de kinderen aan om op ontdekkingstocht te gaan. Daarbij oefenen ze twaalf bewegingsvaardigheden. Je kunt het Multimovepad ook gewoon als wandelpad gebruiken.
ENGAGEMENT Samen met de gemeente Puurs-Sint-Amands en Sport Vlaanderen werd een traject uitgewerkt in het valleigebied van de Kleine Molenbeek, tussen Landschapspark Liezele en Winkelveld. Het ANB zorgt voor speelplekken en bewegwijzering, de gemeente maakt een aaneengesloten parcours.
73
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 41: belevingsvormen binnen het landinrichtingsplan Molenbeekvallei en Scheldeboorden uitwerken
•
de belevingswaarde voor de bezoeker verhogen met infoborden over de natuur, extra banken, uitkijkpunten ...
ENGAGEMENT Dit plan werkt aan de herinrichting van het karakteristieke valleilandschap van de Kleine Molenbeek in Liezele en Kalfort. Het wil het natuurlijk overstromingsgebied van de Molenbeekvallei behouden en de waterbuffering optimaliseren. Concrete realisaties voor meer beleving: •
• • •
de zachte recreatie versterken met de erfgoedwandelroute ‘van ‘t hof tot fort’. Drie nieuwe wandellussen binnen dit traject ontsluiten Hof Schemelbert, de Koortskapel en een stukje van de oever van de Molenbeek op Essendries. archeologisch onderzoek bij ’t Steentje; ‘erfgoedbomen’ zoals zwarte populier, houtkanten en knotbomen aanplanten; enkele ingrepen voor de fauna, zoals een nieuwe amfibietunnel en geleiding voor de paddenoversteek in de dreef van Hof ter Bollen;
De VLM, de gemeente Puurs-Sint-Amands, Natuurpunt en de private partner Nektari engageren zich ovoor de uitvoering van deze plannen
Actie 42: cultuur langs het water
Landschap in Landschap Op de kop van Rupel en Schelde komt tegen de zomer van 2023 een kunstwerk van Gijs Van Vaerenbergh. Zijn Landschap in Landschap reflecteert over de verhouding van ieder van ons tot die getijdennatuur. Het cultureel centrum Ter Dilft neemt het initiatief,
in samenwerking met kandidaat-Nationaal Park Scheldevallei. Het zal hier ook een programma rond presenteren onder de vlag De stem van de Rivier.
Actie 43: ontwikkelingen in het Park Fort Liezele
Kerk van Wintam De kerk van Wintam is ontwijd. In 2022 vertelt een tentoonstelling er het verhaal van de kerk, de plek en het overstromingsgebied van Hingene. De gemeente neemt hiervoor het initiatief, in samenwerking met De Vlaamse Waterweg nv. In deze ruimte kunnen groepen die de omgeving bezoeken ook toelichting krijgen.
ENGAGEMENT De gemeente Bornem en cc Ter Dilft nemen het voortouw voor deze culturele ontwikkeling. Het Regionaal Landschap Schelde-Durme en De Vlaamse Waterweg nv ondersteunen deze initiatieven.
New York heeft Central Park, Berlijn de Tiergarten, Antwerpen Park Spoor Noord. Puurs-Sint-Amands heeft sinds de zomer van 2018 Park Fort Liezele, een eigen landschapspark tussen JOC WIJland en Fort Liezele.
ENGAGEMENT De gemeente Puurs-Sint-Amands zal hierin blijven investeren. Belangrijk sluitstuk is de realisatie van het nieuwe museum in het fort tegen het najaar van 2022.
Domein Breeven in Bornem 74
75
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Overzichtstabel acties De acties zijn systematisch in vier thema’s opgedeeld: 1) Wateroverlast, 2) watertekort, 3) waterkwaliteit en 4) waterbeleving Heel wat acties horen thuis onder twee of meer thema’s. Elke actie staat beschreven bij het thema waar ze het meest thuishoort. Hieronder vind je een overzicht van alle acties met hun thema’s.
Thema 1: Wateroverlast Acties
Uitvoerders
Actie 1: de naleving van de watertoets beter controleren
alle betrokken lokale en provinciale overheden
✖
Actie 2: een toetsingskader vastleggen voor projecten in overstromingsgevoelig gebied
VMM, gemeenten Merchtem en Meise, CIW alle lokale besturen betrokken bij de opmaak van hemelwater- en droogteplannen
✖
Actie 3: niet-vergunde ophogingen strenger aanpakken
gemeenten Puurs-Sint-Amands, Londerzeel, Meise en Bornem
✖
Actie 4: de aanleg van een dijk aan de wijk Sneppelaar
VMM
✖
Actie 5: onderzoek naar de aanleg van een wachtbekken in Steenhuffel
VMM, gemeente Londerzeel, Brouwerij Palm
Actie 6: een nieuwe verbinding leggen tussen de Vliet en de Schelde
VMM
✖
Actie 7: de aanleg van een overstromingsgebied in Wolvertem (Leefdaal-Slozenstraat)
provincie Vlaams-Brabant
✖
Actie 8: de aanleg van een overstromingsgebied in Wolvertem (Vier Eiken-Neerpoorten)
provincie Vlaams-Brabant
✖
Actie 9: de aanleg van een beschermingsdijk in Londerzeel (Beemden)
provincie Vlaams-Brabant
✖
Actie 10: de aanleg van een nieuwe verbinding met de Koevoetbeek
polder Vliet en Zielbeek, De Watergroep, Londerzeel, VMM en provincie Vlaams-Brabant
✖
✖
✖
✖
✖
✖
Actie 11: de heraanleg van de verbinding met de Schemelbertvijver
polder Vliet en Zielbeek
✖
✖
Actie 12: de heraanleg van de verbinding kasteelvijvers d’Ursel (Bornem-Hingene)
polder Vliet en Zielbeek, gemeente Bornem, VMM, provincie Antwerpen, Aquafin
✖
✖
Actie 13: de heraanleg van de verbinding vijvers kasteel Hof te Melis (Puurs-Sint-Amands)
polder Vliet en Zielbeek
✖
✖
Actie 14: ruimte voor water creëren in de vallei van de Klaverbeek
polder Vliet en Zielbeek
✖
✖
Actie 15: hemelwater bufferen in woonkernen
alle lokale besturen
✖
✖
Actie 16: de buffercapaciteit van grachten verhogen
Bornem, Meise en Puurs-Sint-Amands, polder Vliet en Zielbeek, Agentschap Wegen en Verkeer
✖
Actie 17: individuele maatregelen meer bekendheid geven
VMM, lokale besturen
✖
Actie 18: deskundig wateradvies aanbieden
provincie Vlaams-Brabant, gemeente Meise en DuBo
Op deze kaart van het stroomgebied van de Vliet-Molenbeek staan alle acties aangeduid. 76
77
R I V I E R C O N T R AC T V L I E T - M O L E N B E E K
Actie 19: subsidies verlenen om overstromingsresistent te verbouwen
✖
Puurs-Sint-Amands, VMM
✖
✖
Actie 37: erosiemaatregelen uitwerken in bovenstroomse gebieden
gemeenten Asse, Meise en Merchtem en provincie Vlaams-Brabant
✖
Actie 38: de aanleg van sedimentvang in de omgeving van de Herbodinnemolen
VMM
Thema 2: Watertekort
✖
✖
✖
✖
✖
✖
✖
✖
✖
Acties
Uitvoerders
Actie 20: de mogelijkheden onderzoeken om verdroging tegen te gaan in de vallei van de Vliet in Klein-Brabant
Agentschap voor Natuur en Bos
Actie 21: Water-land-Schap 2.0-project ‘Water zonder (be)grenzen in de Vlietvallei’
polder Vliet en Zielbeek, gemeenten Londerzeel, Puurs-Sint-Amands en Bornem, Natuurpunt, Regionaal landschap Schelde-Durme, Agentschap voor Natuur en Bos en Boerenbond
Actie 22: een aanpak uitwerken tegen verdroging in de vallei van de Kleine Molenbeek
polder Vliet, Zielbeek en VLM
Actie 23: maatregelen nemen voor een actief peilbeheer
VMM
Actie 24: de opties bekijken om meer land onder water te zetten in periodes van hoogwater
alle waterloopbeheerders
Actie 25: hemelwater- en droogteplannen opmaken
alle lokale besturen
✖
✖
✖
✖
✖
✖
Actie 26: waterrecuperatie voorzien aan openbare gebouwen
Asse, Londerzeel en Meise
✖
✖
Actie 27: infoavonden organiseren rond regenwateropvang en -hergebruik
Asse, Londerzeel, Meise en Puurs-Sint-Amands
✖
✖
Actie 28: waterverlies door bronbemalingen beperken
VMM, Meise en de andere lokale besturen
✖
✖
Actie 29: bomen en groen aanplanten
Regionaal Landschap Brabantse Kouters, provincie Vlaams-Brabant en alle lokale besturen
✖
✖
Thema 4: Waterbeleving Acties
Uitvoerders
✖
Actie 39: opmaak van het masterplan Oppuurs-LippeloVlietvallei
lokaal bestuur Puurs-Sint-Amands
✖
Actie 40: een Multimovepad in de Poortersbossen
ANB, gemeente Puurs-Sint-Amands
✖
Actie 41: belevingsvormen binnen het landinrichtingsplan Molenbeekvallei en Scheldeboorden uitwerken
VLM, gemeente Puurs-Sint-Amands en Sport Vlaanderen, Natuurpunt en de private partner Nektari
Actie 42: cultuur langs het water
gemeente Bornem, cc Ter Dilft, Regionaal Landschap Schelde-Durme, de Vlaamse Waterweg nv
Actie 43: ontwikkelingen in het Park Fort Liezele
gemeente Puurs-Sint-Amands
✖ ✖
Thema 3: Waterkwaliteit
✖
Acties
Uitvoerders
Actie 30: meer investeren in riolering
alle lokale besturen, de gemeentelijke rioolbeheerders, Aquafin, VMM, Agentschap Wegen en Verkeer
✖
Actie 31: calamiteiten adequaat aanpakken
alle lokale en provinciale overheden, polder en VMM
✖
✖
✖
✖
Actie 32: de beekstructuur herstellen
VMM
✖
✖
✖
Actie 33: het integraal beheer en onderhoud van waterlopen en grachten.
alle waterbeheerders (VMM, provincie VlaamsBrabant, polder Vliet en Zielbeek en lokale besturen)
Actie 34: ecologisch ingerichte oeverzones aanleggen
alle betrokken waterbeheerders
Actie 35: het nutriëntenverlies door de landbouw beperken
bedrijfsgildes van Bornem en Puurs-Sint-Amands, Boerennatuur
Actie 36: de regels voor oeverzones strenger handhaven
alle waterbeheeerders (VMM, provincie VlaamsBrabant, polder Vliet en Zielbeek en lokale besturen)
✖ ✖
✖
78
✖
79