EEN BLIK OP DE VLAAMSE RAND 2021 Toelichtingsnota
VLAAMSERAND.BE
Een blik op de Vlaamse Rand 2021 Toelichtingsnota
Een blik op de Vlaamse Rand 2021 Toelichtingsnota
Samenstelling Agentschap Binnenlands Bestuur Eindredactie Jef Smulders Contact rand@vlaanderen.be Website www.vlaamserand.be Verantwoordelijke uitgever Jeroen Windey Administrateur-generaal Agentschap Binnenlands Bestuur Havenlaan 88, bus 70 1000 Brussel Datum December 2021 Depotnummer D/2021/3241/352
INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL .................................................................................................................................................................. 1 SITUERING ............................................................................................................................................................................ 2 1
DEMOGRAFIE .......................................................................................................................................................... 4
2
ECONOMIE .............................................................................................................................................................. 10
3
WERK EN ARBEIDSMARKT ............................................................................................................................. 15
4
ARMOEDE ............................................................................................................................................................... 19
5
ONDERWIJS EN VORMING ............................................................................................................................ 23
6
VRIJE TIJD.............................................................................................................................................................. 28
7
ZORG EN GEZONDHEID .................................................................................................................................. 30
8
RUIMTE EN WONEN ......................................................................................................................................... 34
9
MOBILITEIT ............................................................................................................................................................. 37
10
CRIMINALITEIT ...................................................................................................................................................... 41
11
BESTUURSKRACHT ........................................................................................................................................... 43
KERNGETALLEN PER GEMEENTE ............................................................................................................................ 47
1
SITUERING De Vlaamse overheid bakent de Vlaamse Rand af als de groep van negentien gemeenten die grenzen aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of aan een van de gemeenten met bijzonder taalstatuut (kortweg faciliteitengemeenten) die grenzen aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (Figuur 0.1). Het hele gebied beslaat 3,6% van de oppervlakte van het Vlaamse Gewest. De zes faciliteitengemeenten zijn Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem. De dertien andere gemeenten zijn Asse, Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Hoeilaart, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde en Zaventem. Op één na liggen alle gemeenten van de Vlaamse Rand in het bestuurlijke arrondissement Halle-Vilvoorde. Uitzondering is Tervuren, dat tot het bestuurlijke arrondissement Leuven behoort. Figuur 0.1: De Vlaamse Rand met indeling van de gemeenten volgens vermelde clusters.
Kaart opgemaakt met Datawrapper. 2
De negentien gemeenten in de Vlaamse Rand hebben weliswaar een aantal zaken met elkaar gemeen, maar uiteraard zijn er ook onderlinge verschillen. Die gelijkenissen en verschillen maken het mogelijk om de randgemeenten te groeperen in verschillende clusters. Zo komen Echeverria en Janssens tot een indeling in zeven clusters op basis van socio-economische overeenkomsten en nabuurschap (Figuur 0.1).1: -
Voorstedelijke gemeenten in de noordrand: Asse, Meise, Merchtem en Grimbergen; Westelijke gemeenten: Dilbeek, Sint-Pieters Leeuw en Beersel; Faciliteitengemeenten met hoge mobiliteit in de zuidwestelijke rand: Drogenbos, Linkebeek en Sint-Genesius-Rode; Residentiële gemeenten met een lage mobiliteit in de zuidoostelijke rand: Hoeilaart, Overijse en Tervuren; Faciliteitengemeenten in de oostelijke rand: Kraainem en Wezembeek-Oppem; Aankomstgemeenten in de noordrand: Wemmel en Zaventem; Commercieel gerichte gemeenten in de noordoostelijke rand: Vilvoorde en Machelen.
In deze toelichting nemen we de indeling van Echeverria en Janssens over en verwijzen we waar nodig naar deze clusters. Het Agentschap Binnenlands Bestuur publiceert Een blik op de Vlaamse Rand 2021 als toelichting bij de cijfers over de Vlaamse Rand die raadpleegbaar zijn via de website van de GemeenteStadsmonitor.2 Bijkomende inzichten kunnen bovendien verworven worden via de themapagina Vlaamse Rand op dezelfde website.3 Deze toelichtingsnota is opgemaakt op basis van de cijfers die beschikbaar waren in oktober 2021. In deze nota komen achtereenvolgens volgende thema’s aan bod: demografie, economie, werk en arbeidsmarkt, armoede, onderwijs en vorming, vrije tijd, welzijn en gezondheid, ruimte en wonen, mobiliteit, criminaliteit en bestuurskracht. De tijdreeksen geven, voor zover de data beschikbaar zijn, een overzicht van de ontwikkelingen tijdens de laatste tien jaren.
N. Echeverria en R. Janssens (2020). Naar een typologie van de Vlaamse Rand gebaseerd op sociaaleconomische profielen, BRIO Working Paper 7, https://www.briobrussel.be/sites/default/files/2021-01/BWP%207%2C%20Typologie %20Vlaamse%20Rand_1.pdf. 2 Zie https://gemeente-stadsmonitor.vlaanderen.be. 3 Zie https://gemeente-stadsmonitor.vlaanderen.be/thema/vlaamse-rand. 1
3
1
DEMOGRAFIE
In 2021 telt de Vlaamse Rand 444.631 inwoners. Dat is 6,7% van het inwonersaantal van het Vlaamse Gewest en 38,3% van het inwonersaantal van de provincie Vlaams-Brabant. Daarvan wonen 74.178 inwoners (16,7%) in een faciliteitengemeente en 370.453 (83,3%) in een andere gemeente. De gemeenten met het grootste aantal inwoners zijn Vilvoorde (45.715 inwoners), Dilbeek (43.732 inwoners) en Grimbergen (38.314 inwoners). Linkebeek (4.739 inwoners) en Drogenbos (5.699 inwoners) zijn de kleinste gemeenten op vlak van inwonersaantal (Figuur 1.1). Figuur 1.1: Bevolking in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2021, in aantal inwoners. 50 000 45 000 40 000 35 000 30 000 25 000 20 000 15 000 10 000 5 000 0
niet-faciliteitengemeente
faciliteitengemeente
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur
Tussen 2011 en 2021 is de bevolking in de Vlaamse Rand toegenomen met 36.918 inwoners. In relatieve cijfers is dat een bevolkingsgroei van 9,1% (Figuur 1.2). Dat is een sterkere stijging dan in het gehele Vlaamse Gewest, waar de bevolking in deze periode is toegenomen met 5,5%. Binnen de Vlaamse Rand is de bevolkingsgroei het meest uitgesproken in de twee commercieel gerichte gemeenten, met name Machelen (17,2%) en Vilvoorde (12,9%), evenals in Drogenbos (15,5%) en Zaventem (12,6%). In Linkebeek daarentegen stellen we een daling van de bevolking vast (-1,4%). Volgens de bevolkingsprognose zal de bevolkingsgroei in het komende decennium licht afnemen (Figuur 1.2). In de periode van 2021 tot 2031 voorspelt men in de Vlaamse Rand een toename van 7,0% van het aantal inwoners. De Vlaamse Rand zal zo in 2031 bij benadering 475.847 inwoners tellen. In het Vlaamse Gewest ligt de voorspelde toename tijdens dezelfde periode lager (+4,1%). In 2021 bedraagt de bevolkingsdichtheid in de Vlaamse Rand 918 inwoners per km2. Dat is hoger dan in zowel het Vlaamse Gewest (488 inwoners per km2) als de provincie Vlaams-Brabant (549 inwoners per km2). Ten opzichte van 2011 is de bevolkingsdichtheid in de Vlaamse Rand bovendien met 8,2% toegenomen, wat opnieuw hoger is dan in het Vlaamse Gewest (+4,7%) en VlaamsBrabant (+6,3%).
4
Figuur 1.2: Relatieve bevolkingsgroei in de Vlaamse Rand en het Vlaamse Gewest, van 2011 tot 2021 (werkelijke waarden) en van 2022 tot 2031 (prognose), in geïndexeerde waarden (2011 = 100). 120,0 117,5 115,0 112,5 110,0 107,5 105,0 102,5 100,0 97,5
Vlaamse Rand
Vlaams Gewest
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur
Hoewel de faciliteitengemeenten relatief lage inwonersaantallen hebben, behoren ze wel tot de dichtstbevolkte gemeenten van de Vlaamse Rand (Figuur 1.3). De bevolkingsdichtheid is het hoogst in Kraainem (2.373 inwoners per km2), Drogenbos (2.284 inwoners per km2) en Wezembeek-Oppem (2.076 inwoners per km2), evenals in Vilvoorde (2.119 inwoners per km2). De minst dichtbevolkte gemeenten zijn Merchtem, Hoeilaart, Meise en Overijse, met bevolkingsdichtheden van minder dan 600 inwoners per km2. Met uitzondering van Overijse zijn dat ook telkens gemeenten met een eerder laag inwonersaantal. Figuur 1.3: Bevolkingsdichtheid in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2021, in inwoners per km2. 2 500 2 250 2 000 1 750 1 500 1 250 1 000 750 500 250 0
niet-faciliteitengemeente
faciliteitengemeente
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur
5
In 2021 zijn er in de Vlaamse Rand 175.881 private huishoudens. Dat is een toename van 7,2% ten opzichte van 2011. Het aantal huishoudens is daarmee iets minder sterk gestegen dan het aantal inwoners. In Merchtem (12,9%), Drogenbos (11,5%) en Meise (11,2%) steeg het aantal huishoudens het sterkst. In Linkebeek (3,1%) en Kraainem (4,3%) was de toename het kleinst. De toename van het aandeel huishoudens was in de Vlaamse Rand minder uitgesproken dan in Vlaams-Brabant (7,7%) en het Vlaamse Gewest (8,0%). Uit de indeling van de bevolking op basis van leeftijd blijkt dat de Vlaamse Rand een jonger bevolkingsprofiel heeft dan het Vlaamse Gewest (Figuur 1.4). In het Vlaamse Gewest is 19,4% van de inwoners jonger dan 18 jaar. In de Vlaamse Rand loopt dat op tot 22,6%. Dat wil zeggen dat bijna een kwart van de inwoners er minderjarig is. Tussen de gemeenten schommelt dat aandeel wel. Het laagste aandeel minderjarigen vinden we in de voorstedelijke gemeenten Merchtem (19,6%) en Meise (19,7%), terwijl het aanzienlijk hoger is in de commercieel gerichte gemeenten Vilvoorde (25,9%) en Machelen (25,4%). Ook het aandeel inwoners jonger dan 4 jaar ligt hoger in de Vlaamse Rand (4,5%) dan in het Vlaamse Gewest (3,9%). De Vlaamse Rand is bovendien minder sterk vergrijsd dan het Vlaamse Gewest. Met een aandeel van 18,3% 65-plussers telt de Vlaamse Rand relatief gezien minder ouderen dan het Vlaamse Gewest (20,7%). Ook hier schommelt het aandeel ouderen tussen de gemeenten onderling. Meise (20,8%), Dilbeek (20,5%) en Merchtem (20,2%) tellen het grootste aandeel inwoners ouder dan 65 jaar. In Vilvoorde en Machelen (beide 14,2%) daarentegen ligt dat aandeel opnieuw beduidend lager. Ook de oudste ouderen, de 80-plussers, zijn minder sterk vertegenwoordigd in de Vlaamse Rand (5,7%) dan in het Vlaamse Gewest (6,2%). De bevolking in de Vlaamse Rand heeft dus een jonger profiel dan de Vlaamse bevolking in haar geheel. Figuur 1.4: Bevolkingsstructuur op basis van leeftijd, in 2021, in procenten (%). 25,0 22,5 20,0 17,5 15,0 12,5 10,0 7,5 5,0 2,5 0,0 0-3 jaar
0-17 jaar Vlaamse Rand
Vlaams-Brabant
65-plussers
80-plussers
Vlaams Gewest
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur
De leeftijdsstructuur weerspiegelt zich in een aantal ratio's. Het grote aandeel minderjarigen uit zich in een hoge groene druk, dit is het aandeel 0-19-jarigen ten opzichte van het aandeel 20-64jarigen. Deze ratio is in 2021 beduidend hoger in de Vlaamse Rand (44,2%) dan in het Vlaamse Gewest (37,1%). De vergrijzing speelt dan weer minder in de Vlaamse Rand. Dat uit zich in de grijze
6
druk, dit is het aandeel 65-plussers ten opzichte van het aandeel 20-64-jarigen. Die ratio is lager in de Vlaamse Rand (32,2%) dan in het Vlaamse Gewest (35,8%). Ten opzichte van 2011 is zowel het aandeel minderjarigen als het aandeel ouderen in de bevolking in de Vlaamse Rand licht toegenomen. Dat uit zich in een gestage toename van zowel de groene als de grijze druk in deze periode. Dat wil zeggen dat er relatief minder inwoners op beroepsactieve leeftijd beschikbaar zijn die de minderjarigen en de ouderen kunnen ondersteunen. In 2021 hebben 70.717 inwoners van de Vlaamse Rand een niet-Belgische nationaliteit. Dat is 15,9% van de totale bevolking in de Vlaamse Rand. Dat aandeel is aanzienlijk hoger dan in het Vlaamse Gewest (9,0%). Tussen de gemeenten onderling zijn er wel grote verschillen (Figuur 1.5). In Kraainem heeft bijna een derde van de inwoners (32,4%) een niet-Belgische nationaliteit. In Tervuren gaat het om een kwart van de inwoners (24,5%). De voorstedelijke gemeenten Merchtem (6,7%) en Meise (8,7%) bevinden zich aan het andere uiterste. Ten opzichte van 2011 is het aantal inwoners met een niet-Belgische nationaliteit in de Vlaamse Rand met 34,9% toegenomen. De sterkste stijging vond plaats in Asse en Merchtem, waar hun aantal meer dan verdubbelde. Overijse daarentegen is de enige gemeente met een daling van het aantal inwoners met een niet-Belgische nationaliteit. Figuur 1.5: Inwoners met niet-Belgische nationaliteit en inwoners van buitenlandse herkomst, in 2021, in de Vlaamse Rand, per gemeente, in procenten (%). 70 60 50 40 30 20 10 0
Niet-Belgische nationaliteit
Buitenlandse herkomst: EU
Buitenlandse herkomst: niet-EU
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Met betrekking tot herkomst stellen we vast dat 43,6% van de inwoners van de Vlaamse Rand in 2021 van buitenlandse herkomst is. Dat aandeel is beduidend hoger dan in het Vlaamse Gewest (24,2%) en in de provincie Vlaams-Brabant (28,3%). Tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand is er opnieuw een aanzienlijke variatie (Figuur 1.5). We vinden de laagste aandelen van inwoners met een buitenlandse herkomst opnieuw in Merchtem (21,2%) en Meise (27,8%). Aan het andere uiterste vinden we Machelen (61,1%), Drogenbos (59,2%) en Vilvoorde (58,2%). Van alle inwoners van buitenlandse herkomst in de Vlaamse Rand heeft 42,4% een EU-herkomst, terwijl 57,6% een niet-EU herkomst heeft.
7
Opgesplitst naar leeftijd zien we dat meer dan de helft (60,0%) van de 0-17-jarigen uit de Vlaamse Rand in 2021 van buitenlandse herkomst is. In Machelen loopt dit percentage zelfs op tot 79,0%. Ook in Vilvoorde, Wemmel, Kraainem en Drogenbos is meer dan 70% van de jongeren van buitenlandse herkomst. In het Vlaamse Gewest is maar een derde (35,2%) van de jongeren van buitenlandse herkomst. Het aandeel 18-64-jarigen met een buitenlandse herkomst bedraagt in 2021 45,9% in de Vlaamse Rand, tegenover 24,8% in het Vlaamse Gewest. Het aandeel 65-plussers met een buitenlandse herkomst ligt een pak lager, zowel in de Vlaamse Rand (14,0%) als in het Vlaamse Gewest (7,5%). De interne migratie, dit zijn binnenlandse verhuisbewegingen, zorgt in 2020 voor een aangroei van de bevolking in de Vlaamse Rand met 3.167 inwoners. Dat is een toename van 7,2 personen per 1.000 inwoners. Opnieuw zijn er grote onderlinge verschillen tussen de gemeenten. Relatief bekeken is de aangroei door interne migratie het grootst in Merchtem, met een toename van 18 personen per 1.000 inwoners. De bevolking neemt ook sterk toe door interne migratie in Beersel (+16 personen per 1.000 inwoners), Linkebeek (+15 personen per 1.000 inwoners) en Machelen (+14 personen per 1.000 inwoners). In Kraainem en Vilvoorde daarentegen is de interne migratie negatief (beide -1 persoon per 1.000 inwoners). Dat betekent dat er meer personen verhuisd zijn naar een andere Belgische gemeente dan er toegekomen zijn uit een andere gemeente. In absolute cijfers kent de interne migratie een schommelend verloop, al is er globaal genomen wel een stijgende trend (Figuur 1.6). Figuur 1.6: Migratiesaldo in de Vlaamse Rand, van 2011 tot 2020, in aantal personen. 4 500 4 000 3 500 3 000 2 500 2 000 1 500 1 000 500 0 2011
2012
2013
Interne migratie
2014
2015
2016
Externe migratie
2017
2018
2019
2020
Totaal migratiesaldo
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
De externe migratie, dit zijn internationale verhuisbewegingen, zorgt in 2020 voor een aangroei van de bevolking in de Vlaamse Rand met 411 inwoners. Dat is een toename van 0,9 personen per 1.000 inwoners. Ook hier zijn er verschillen tussen de gemeenten. In zeven gemeenten is de externe migratie negatief. Er zijn meer inwoners vertrokken naar het buitenland dan er personen uit het buitenland in die gemeenten zijn gaan wonen. Deze negatieve waarde is het meest uitgesproken in Linkebeek (-4 personen per 1.000 inwoners). In de twaalf overige gemeenten is het saldo licht positief, met de grootste aangroei in Wemmel (+7 personen per 1.000 inwoners) en Asse (+5 personen per 1.000 inwoners). Ook de externe migratie schommelt in absolute cijfers doorheen de 8
tijd. Na een geleidelijke stijging tussen 2014 en 2019 was er in 2020 opnieuw een terugval (Figuur 1.6). Het totale migratiesaldo, dat bestaat uit de som van het interne en externe migratiesaldo, geeft aan dat er in 2020 3.578 personen zijn bijgekomen in de Vlaamse Rand. Dat is een toename van 8,1 personen per 1.000 inwoners. In alle gemeenten van de Vlaamse Rand is het totale migratiesaldo in 2020 positief, met uitzondering van Vilvoorde (-1 persoon per 1.000 inwoners). De hoogste saldi worden genoteerd in Merchtem (+21 personen per 1.000 inwoners), Beersel (+17 personen per 1.000 inwoners) en Machelen (+16 personen per 1.000 inwoners). In de overige gemeenten is het totale migratiesaldo kleiner dan 12 personen per 1.000 inwoners. In absolute cijfers nam het totale migratiesaldo af tussen 2011 en 2014 (Figuur 1.6). In 2015 was er opnieuw een sterke stijging van het totale migratiesaldo, waarna het toenam tot 3.854 personen in 2019. In 2020 was er opnieuw een lichte daling. De migratieintensiteit, tot slot, geeft de som weer van alle interne en externe migratiebewegingen, zowel inwijkingen als uitwijkingen. Dit cijfers geeft zodoende een beeld van de verhuisbewegingen in een gebied. In 2020 bedraagt de migratieintensiteit in de Vlaamse Rand 139,9 personen per 1.000 inwoners, tegenover 106,8 personen per 1.000 inwoners in het Vlaamse Gewest. Binnen de Vlaamse Rand vinden er met andere woorden veel meer verhuisbewegingen plaats. Dit komen en gaan van inwoners brengt met zich mee dat er in de Vlaamse Rand nog meer inspanningen nodig zijn om de sociale samenhang te behouden en een duurzaam gemeenschapsgevoel op te bouwen. Drogenbos is met 196,9 personen per 1.000 inwoners goed voor de hoogste waarde binnen niet alleen de Vlaamse Rand, maar ook het Vlaamse Gewest. Op afstand volgen Zaventem (171,6 personen per 1.000 inwoners) en Wemmel (170,9 personen per 1.000 inwoners). Aan de andere kant vinden we Dilbeek (117,8 personen per 1.000 inwoners) en Vilvoorde (122,8 personen per 1.000 inwoners).
9
2
ECONOMIE
De totale bruto toegevoegde waarde geproduceerd in de Vlaamse Rand wordt in 2018 geschat op 20,8 miljard euro. Daarin worden de bijdragen van alle actoren begrepen, zowel privaat als publiek. De Vlaamse Rand is daarmee goed voor 8,7% van de totale bruto toegevoegde waarde in het Vlaamse Gewest. Dat aandeel schommelt amper doorheen de tijd. Ter vergelijking: zowel het grootstedelijk gebied Antwerpen4 als de stad Antwerpen produceren met respectievelijk 36,6 en 27,9 miljard euro meer dan de Vlaamse Rand (Figuur 2.1). De bruto toegevoegde waarde is daarentegen kleiner in het grootstedelijk gebied Gent5 (19,2 miljard euro). Bovendien is de Vlaamse Rand goed voor bijna de helft van de bruto toegevoegde waarde van de volledige provincie Vlaams-Brabant (44,4 miljard euro). Nochtans telt de Vlaamse Rand maar 19 gemeenten op een totaal van 65 in Vlaams-Brabant. Figuur 2.1: Omvang van de bruto toegevoegde waarde in een aantal stedelijke gebieden, in 2018, in miljard euro.
44,4
20,8 Vlaamse Rand
Vlaams-Brabant
36,6
27,9
19,2
Grootstedelijk gebied Antwerpen
Stad Antwerpen
Grootstedelijk gebied Gent
Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
De faciliteitengemeenten produceren in 2018 voor 1,8 miljard euro bruto toegevoegde waarde. Het merendeel van de bruto toegevoegde waarde in de Vlaamse Rand komt evenwel op naam van de andere gemeenten, goed voor 19,0 miljard euro in 2018. De productie van welvaart is bovendien vooral geconcentreerd in de commercieel gerichte gemeenten, Machelen en Vilvoorde, en in Zaventem. Deze drie gemeenten zijn samen, met een bruto toegevoegde waarde van 10,5 miljard euro, goed voor de helft van de bruto toegevoegde waarde in de Vlaamse Rand. De bevolking van deze gemeenten maakt nochtans maar 22% van de totale bevolking in de Vlaamse Rand uit. De bruto toegevoegde waarde zit sterk geconcentreerd 4
5
Het grootstedelijk gebied Antwerpen bestaat uit Antwerpen en de omliggende gemeenten Aartselaar, Boechout, Borsbeek, Edegem, Hemiksem, Hove, Kontich, Lint, Mortsel, Niel, Schelle, Wijnegem, Wommelgem en Zwijndrecht. Het grootstedelijk gebied Gent bestaat uit Gent en de omliggende gemeenten De Pinte, Destelbergen, Evergem, Melle, Merelbeke en Sint-Martens-Latem.
10
in een beperkt aantal gemeenten, terwijl de bevolking meer verspreid is (Figuur 2.2). De faciliteitengemeenten en de residentiële gemeenten, in het bijzonder Hoeilaart en Tervuren, zijn minder grote economische polen. Figuur 2.2: Spreiding van de bruto toegevoegde waarde en de bevolking in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2018, in procenten (%).
20 15 10 5 0
Bruto toegevoegde waarde
Bevolking
Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen, Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Dat de Vlaamse Rand een relatief sterke economische actor is, blijkt ook uit de bruto toegevoegde waarde per inwoner. In 2018 bedraagt die er 47.971 euro. Dat is merkbaar hoger dan in het totale Vlaamse Gewest (36.609 euro) of in Vlaams-Brabant (38.883 euro). Er is ook opnieuw een opvallend verschil tussen de faciliteitengemeenten (25.046 euro) en de andere gemeenten van de Vlaamse Rand (52.605 euro), al zijn de verschillen tussen de individuele gemeenten nog sterker. Koplopers zijn Machelen (201.800 euro), Zaventem (134.427 euro) en, op enige afstand, Vilvoorde (64.128 euro). Bovendien kent ook Drogenbos een hoge bruto toegevoegde waarde per inwoner (75.396 euro). Aan het andere uiterste bevinden zich Wezembeek-Oppem (14.536 euro) en Tervuren (15.122 euro). Dat heeft hoofdzakelijk te maken met de spreiding van de economische bedrijvigheid over de gemeenten, in die zin dat ze sterk geconcentreerd zit binnen enkele gemeenten. Voor een goed begrip: het gaat hier om de bruto toegevoegde waarde per inwoner die geproduceerd wordt op het grondgebied van een gemeente, ongeacht waar de productiefactoren arbeid en kapitaal vandaan komen. Er is dus niet noodzakelijk een verband tussen enerzijds de omvang van de bruto toegevoegde waarde van een gemeente en anderzijds de omvang van het inkomen van de inwoners. Machelen, Zaventem en Vilvoorde worden dan ook gekenmerkt door een relatief hoge inkomende pendel: er komen veel bezoldigde pendelaars werken in deze gemeenten, terwijl ze elders wonen (zie Hoofdstuk 3). Om een beter zicht te krijgen op de omvang van de bruto toegevoegde waarde, kan deze waarde ontbonden worden in drie factoren: de arbeidsproductiviteit, de jobratio en het aandeel van de bevolking op arbeidsleeftijd. Het uitgangspunt hierbij is dat de bruto toegevoegde waarde per
11
inwoner gelijk is aan de arbeidsproductiviteit maal de jobratio maal het aandeel van de bevolking op arbeidsleeftijd. De arbeidsproductiviteit is de bruto toegevoegde waarde per werkende. Deze indicator geeft met andere woorden weer hoeveel bruto toegevoegde waarde er per werkende wordt geproduceerd binnen een bepaald gebied. In 2018 bedraagt de arbeidsproductiviteit in de Vlaamse Rand 99.840 euro. Dat is aanzienlijk hoger dan in het Vlaamse Gewest (85.082 euro), en licht hoger dan in de gehele provincie Vlaams-Brabant (94.522 euro). Als we de arbeidsproductiviteit bekijken voor de individuele gemeenten van de Vlaamse Rand, dan zijn de uitschieters naar boven opnieuw Machelen (112.608 euro), Zaventem (107.459 euro), Drogenbos (105.629 euro) en Vilvoorde (103.345 euro), evenals Asse (100.999 euro). Aan het andere uiterste bevinden zich Wezembeek-Oppem (75.963 euro) en Tervuren (76.378 euro). De jobratio geeft het aantal jobs weer dat wordt uitgeoefend per 100 inwoners op arbeidsleeftijd (20-64 jaar). In 2018 kent de Vlaamse Rand een jobratio van 90,9 jobs per 100 inwoners op arbeidsleeftijd. Dat is beduidend hoger dan in het Vlaamse Gewest (78,9 jobs) en de provincie Vlaams-Brabant (76,5 jobs). Dat betekent dat in de Vlaamse Rand relatief gezien meer jobs worden uitgeoefend in verhouding tot de omvang van de bevolking op arbeidsleeftijd. Binnen de Vlaamse Rand is de jobratio erg hoog in Machelen (337 jobs, ruim vier keer hoger dan in het Vlaamse Gewest) en Zaventem (229 jobs, bijna drie keer hoger dan in het Vlaamse Gewest). Beide gemeenten voeren op dat vlak trouwens de top aan van alle Vlaamse gemeenten. Het contrast met Wezembeek-Oppem (37 jobs), Kraainem (38 jobs) en Tervuren (40 jobs) is dan ook groot. In de Vlaamse Rand is het aandeel van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar) in 2018 lager dan in het Vlaamse Gewest: terwijl in de Vlaamse Rand 56,9% van de bevolking op arbeidsleeftijd is, is dit in het totale Vlaamse Gewest met 58,4% licht hoger. Het speelt ongetwijfeld een rol dat de Vlaamse Rand een groter aandeel jongeren telt dan het Vlaamse Gewest (zie Hoofdstuk 1). Op dat vlak stellen we bovendien relatief weinig variatie vast tussen de afzonderlijke gemeenten van de Vlaamse Rand. De economische ontwikkeling van een regio hangt ook nauw samen met de bedrijfstakstructuur. Daarmee wordt de samenstelling van het economische weefsel bedoeld, bestaande uit meer of minder groeisectoren, in al dan niet dynamische bedrijfstakken. In 2019 telt de Vlaamse Rand 177.481 bezoldigde jobs. Het overgrote deel hiervan, 73,8%, kan gesitueerd worden binnen de tertiaire of dienstensector (handel en marktdiensten) (Figuur 2.3). Met 16,8% komt de quartaire sector (overheid en instellingen) op de tweede plaats. De overige hoofdsectoren nemen een minder prominente plaats in, met 6,3% voor de industrie, 2,9% voor de bouw en slechts 0,1% voor de primaire of agrarische sector (land- en bosbouw). Kanttekening hierbij is wel dat de primaire sector sowieso niet veel bezoldigde werknemers telt. De zelfstandige werkgelegenheid is hier naar verhouding belangrijker. Het verschil met het Vlaamse Gewest is groot: terwijl de quartaire sector over heel het Vlaamse Gewest goed is voor 33,3% van de bezoldigde jobs, bedraagt het aandeel van de tertiaire sector maar 45,3%. Ook het belang van zowel de industrie als de bouw is groter in Vlaanderen dan in de Vlaamse Rand, met respectievelijk 15,2% en 5,7%. Ook zijn er verschillen tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand. Terwijl de tertiaire sector goed is voor 75,2% van alle bezoldigde jobs in de niet-faciliteitengemeenten, is dat maar 55,9% in de faciliteitengemeenten. In die laatste groep van gemeenten is de quartaire sector relatief gezien belangrijker, met 29,6% tegenover 15,9% in de niet-faciliteitengemeenten. Ook de bouwsector is iets belangrijker in de faciliteitengemeenten (5,4%).
12
Figuur 2.3: Spreiding van de bezoldigde jobs naar hoofdsector, in 2019, in procenten (%).
Vlaams Gewest
Vlaamse Rand
Faciliteitengemeenten
Niet-faciliteitengemeenten 0 Tertiaire sector
20 Quartaire sector
40 Industrie
60 Bouw
80
100
Primaire sector
Bron: Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Het belang van de tertiaire sector is het grootst in Machelen (90,9%) en Zaventem (87,7%). De laagste waarden stellen we vast in Wezembeek-Oppem (24,3%) en Tervuren (35,3%). In deze twee gemeenten in de quartaire sector, met respectievelijk 72,8% en 59,7%, van groter belang. Het relatieve aantal bezoldigde jobs in de industrie ligt dan weer het hoogst in Drogenbos (21,7%), op de voet gevolgd door Linkebeek (17,5%) en Dilbeek (16,2%). De bouwsector weegt zwaarder door in Meise (11,8%) en Drogenbos (11,3%). Om de economische toestand van de Vlaamse Rand in kaart te brengen, kunnen we ook kijken naar de demografie van ondernemingen (Figuur 2.4). De oprichtingsratio geeft de verhouding weer van het aantal nieuw opgerichte ondernemingen ten opzichte van het totaal aantal ondernemingen. Deze ratio komt in 2019 in de Vlaamse Rand op 13,0%, de hoogste waarde sinds 2010. Dat is bovendien hoger dan in het Vlaamse Gewest (10,4%). Binnen de Vlaamse Rand stellen we de hoogste oprichtingsratio vast in Dilbeek (17,3%) en Wezembeek-Oppem (16,3%). In alle andere gemeenten ligt de oprichtingsratio eveneens boven de 10%, en zelfs boven het gemiddelde van het Vlaamse Gewest. De stopzettingsratio geeft de verhouding weer van het aantal stopgezette ondernemingen ten opzichte van het totaal aantal ondernemingen. Deze ratio bedraagt 6,4% in de Vlaamse Rand in 2019. In Vlaanderen bedraagt de stopzettingsratio 6,5%. In de Vlaamse Rand kennen Vilvoorde (7,9%) en Sint-Pieters-Leeuw (7,8%) de hoogste stopzettingsratio. De laagste ratio tekenen we op in Linkebeek (4,2%) en Kraainem (4,6%). De netto-groeiratio is de verhouding van het netto aantal bijgekomen ondernemingen, dit is het verschil tussen het aantal oprichtingen en het aantal stopzettingen, ten opzichte van het totaal aantal ondernemingen. In 2019 bedraagt deze ratio 6,7% in de Vlaamse Rand. Dat is opnieuw hoger dan in het Vlaamse Gewest (3,9%). Sinds 2015 gaat de netto-groeiratio bovendien in stijgende lijn in de Vlaamse Rand. Binnen de Vlaamse Rand is de netto-groeiratio in 2019 het hoogst in Dilbeek
13
(11,0%), op enige afstand gevolgd door Kraainem (9,4%). Beersel kent, met 3,9%, de laagste waarde en zit hiermee op het gemiddelde van het Vlaamse Gewest. De turbulentie, tot slot, is de som van het aantal nieuw opgerichte en het aantal stopgezette ondernemingen. De turbulentieratio geeft bijgevolg de verhouding weer van de turbulentie ten opzichte van het totaal aantal ondernemingen, en is zo een indicator voor de mate van vernieuwing van het economisch weefsel. Deze ratio komt in 2019 in de Vlaamse Rand op 19,4%, iets hoger dan in het Vlaamse Gewest (16,9%). Binnen de Vlaamse Rand bestaat er ook inzake de turbulentieratio heel wat variatie: de hoogste waarden vinden we in Wezembeek-Oppem (23,8%) en Dilbeek (23,7%), de laagste in Linkebeek (16,3%). Figuur 2.4: Demografie van ondernemingen in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2019, in procenten (%). 24 20 16 12 8 4 0
Oprichtingsratio
Stopzettingsratio
Netto-groeiratio
Turbulentieratio
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
14
3
WERK EN ARBEIDSMARKT
De activiteitsgraad geeft aan welk aandeel van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (20-64 jaar) actief is op de arbeidsmarkt als werkende of als werkzoekende. In 2018 komt de activiteitsgraad in de Vlaamse Rand op 78,0%. Zowel het Vlaamse Gewest (79,0%) als de provincie Vlaams-Brabant (79,2%) laten een iets hogere activiteitsgraad optekenen. Tussen de individuele gemeenten van de Vlaamse Rand vallen er ook verschillen te noteren (Figuur 3.1). De hoogste waarden tekenen we hoofdzakelijk op in de voorstedelijke en westelijke gemeenten, met Merchtem op kop (81,5%). Aan het andere uiterste vinden we Kraainem (70,1%) en Wezembeek-Oppem (72,2%). De werkzaamheidsgraad geeft aan welk aandeel van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (2064 jaar) aan het werk is. In 2018 is 73,4% van de 20-64-jarigen uit de Vlaamse Rand als werkende aan de slag. Dat is minder dan in het Vlaamse Gewest (74,2%) en Vlaams-Brabant (75,2%). Ook op dit vlak stellen we de hoogste waarden vast in de voorstedelijke en westelijke gemeenten, met opnieuw Merchtem op kop (78,0%) (Figuur 3.1). Kraainem (66,0%) en Wezembeek-Oppem (67,7%) bevinden zich opnieuw onderaan. Figuur 3.1: Activiteitsgraad (20-64 jaar) en werkzaamheidsgraad (20-64 jaar) in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2016, in procenten (%). 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Activiteitsgraad
Werkzaamheidsgraad
Bron: Vlaamse Arbeidsrekening o.b.v. RSZ-DmfA, RSZPPO, RSVZ, RIZIV, CBS, IGSS, OEA, SEE, RVA, IWEPS, Statbel, DWH AM&SB bij de KSZ, bewerking Steunpunt Werk, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
In 2018 telt de Vlaamse Rand 181.291 werkenden (20-64 jaar). Dat is een toename van 10,9% ten opzichte van 2008. In dezelfde periode is de totale bevolking op beroepsactieve leeftijd evenwel met maar 6,6% toegenomen. De gemeenten met het hoogste aantal werkenden in de Vlaamse Rand zijn Vilvoorde (18.536) en Dilbeek (18.015). Het laagste aantal werkenden bevindt zich in Linkebeek (1.900). In vergelijking met 2008 is het aantal werkenden in alle gemeenten van de Vlaamse Rand toegenomen.
15
In 2020 zijn er in de Vlaamse Rand 11.709 niet-werkende werkzoekenden (NWWZ). Dat zijn er nagenoeg evenveel als in 2010. In het volledige Vlaamse Gewest zijn er in 2020 195.590 NWWZ. Dat zijn er 6% minder dan in 2010. Goed een derde van alle NWWZ in de Vlaamse Rand in 2020 is laaggeschoold (35,3%). Nog ruim een derde is middengeschoold (36,7%), terwijl ruim een kwart hooggeschoold is (28,0%). Deze verhoudingen wijken sterk af van die in het Vlaamse Gewest: daar is bijna de helft van de NWWZ laaggeschoold (45,5%), terwijl er een kleiner aandeel is van middengeschoolde (34,4%) en hooggeschoolde (20,1%) NWWZ. De afzonderlijke gemeenten van de Vlaamse Rand verschillen ook sterk van elkaar (Figuur 3.2). Het aandeel laaggeschoolde NWWZ is het hoogst in Machelen (43,7%) en Drogenbos (43,2%). Linkebeek (22,9%) en Overijse (24,7%) daarentegen noteren de laagste aandelen van laaggeschoolde NWWZ. Het aandeel hooggeschoolde NWWZ is dan weer het hoogst in Linkebeek (48,4%) en Tervuren (46,6%), en het laagst in Machelen (16,1%) en Vilvoorde (17,4%). Figuur 3.2: Aandeel laaggeschoolde, middengeschoolde en hooggeschoolde niet-werkende werkzoekenden in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020, in procenten (%). 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Laaggeschoolde NWWZ
Middengeschoolde NWWZ
Hooggeschoolde NWWZ
Bron: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Bij opdeling naar origine blijkt dat 34,7% van de niet-werkende werkzoekenden in de Vlaamse Rand in 2020 een huidige of vorige nationaliteit heeft van buiten de Europese Unie of de EVAlanden.6 In 2011 was dat nog maar 26,1%. In het Vlaamse Gewest ligt het aandeel NWWZ met een origine van buiten de EU of de EVA-landen lager, maar was er ook een stijging doorheen de tijd: van 24,3% in 2011 naar 30,0% in 2020. De intergemeentelijke verschillen zijn opnieuw groot (Figuur 3.3). Het aandeel NWWZ met een huidige of vorige nationaliteit van buiten de Europese Unie of de EVA-landen is het hoogst in de commercieel gerichte gemeenten Vilvoorde (51,0%) en Machelen (49,5%), evenals in Zaventem (47,5%). In Linkebeek daarentegen gaat het maar om 18,7% van de NWWZ.
6
We kijken hier naar de Europese Unie nog bestaande uit 28 lidstaten. De landen die deel uitmaken van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) zijn Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland.
16
Verder zijn er ook gegevens beschikbaar over de kennis van het Nederlands van de niet-werkende werkzoekenden. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) onderscheidt vier taalkennisniveaus: geen kennis, beperkte kennis, goede kennis en zeer goede kennis. Werkzoekenden met een taalachterstand Nederlands hebben geen of beperkte kennis van het Nederlands. In het Vlaamse Gewest heeft 17,4% van alle NWWZ in 2020 een taalachterstand Nederlands. In de Vlaamse Rand is dat aandeel, met 44,4%, bijna drie keer hoger. Tussen de negentien gemeenten van de Vlaamse Rand zijn er aanzienlijke verschillen (Figuur 3.3). De hoogste aandelen NWWZ met een taalachterstand Nederlands komen voor in de zes faciliteitengemeenten. De laagste waarden zijn er in Merchtem (24,7%) en Meise (30,0%). Figuur 3.3: Aandeel niet-werkende werkzoekenden met een origine van buiten de EU of de EVA-landen, en aandeel niet-werkende werkzoekenden met taalachterstand Nederlands, in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020, in procenten (%). 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Origine buiten EU/EVA
Taalachterstand Nederlands
Bron: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
De werkloosheidsgraad geeft de verhouding weer tussen het aantal niet-werkende werkzoekenden en de totale beroepsbevolking (15-64 jaar). In 2020 bedraagt de werkloosheidsgraad in de Vlaamse Rand 5,9%. Dat is iets lager dan in het Vlaamse Gewest (6,4%), maar hoger dan in de provincie Vlaams-Brabant (4,2%). Binnen de Vlaamse Rand vinden we de hoogste werkloosheidsgraden in de commercieel gerichte gemeenten Machelen (8,4%) en Vilvoorde (8,1%). Tervuren kent, met 4,4%, de laagste werkloosheidsgraad. Ten opzichte van 2010 was er in vier gemeenten een toename van de werkloosheidsgraad, zij het veelal eerder bescheiden: Machelen (+0,9 procentpunt), Grimbergen (+0,2 procentpunt), Merchtem (+0,2 procentpunt) en Meise (+0,0 procentpunt). In Drogenbos nam de werkloosheidsgraad het meest af (- 3,0 procentpunt). In de Vlaamse Rand is er in 2020 nog altijd een verschil tussen vrouwen en mannen op vlak van de werkloosheidsgraad. De genderkloof is er met andere woorden nog niet gedicht. Terwijl 5,6% van de mannen werkloos is, is dat bij de vrouwen 6,1%. In het Vlaamse Gewest stellen we ook een genderkloof vast, zij het in de andere richting: 6,6% van de mannen is werkloos, tegenover maar 6,1% van de vrouwen. In een aantal gemeenten van de Vlaamse Rand liggen de mannelijke en de
17
vrouwelijke werkloosheidsgraad wel zeer dicht bij elkaar en is er nauwelijks nog een genderkloof, namelijk in Beersel, Merchtem en Tervuren. In Beersel ligt het aandeel werklozen zelfs iets lager bij de vrouwen dan bij de mannen. De grootste genderkloof stellen we vast in de faciliteitengemeenten Drogenbos, Sint-Genesius-Rode, Wezembeek-Oppem en Wemmel. De inkomende pendel geeft de verhouding weer van het aantal bezoldigde pendelaars die werken in een gemeente maar buiten die gemeente wonen, ten opzichte van de totale bezoldigde tewerkstelling in die gemeente. Binnen de Vlaamse Rand is de inkomende pendel in 2017 het hoogst in Machelen (97,3%), Drogenbos (96,8%) en Zaventem (94,1%) (Figuur 3.4). De laagste waarden vinden we in Merchtem (69,1%), Tervuren (70,4%) en Overijse (71,1%). Verhoudingsgewijs doen deze laatste gemeenten het meest beroep op arbeidskrachten uit de eigen gemeente om hun loontrekkende werkgelegenheid in te vullen. Figuur 3.4: Inkomende en uitgaande pendel bij de loontrekkenden (15-64 jaar) in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2016, in % van de loontrekkende beroepsbevolking. 100 90 80 70 60 50
Inkomende pendel
Uitgaande pendel
Bron: Steunpunt Werk, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
De uitgaande pendel geeft de verhouding weer van het aantal bezoldigde pendelaars die wonen in een gemeente maar buiten die gemeente werken, ten opzichte van de totale bezoldigde tewerkstelling in die gemeente. Binnen de Vlaamse Rand is de uitgaande pendel in 2017 het hoogst in de zes faciliteitengemeenten, met percentages van meer dan 90% (Figuur 3.4). Het betreft hier eerder residentiële gemeenten met een sterke woonfunctie die voor hun werkzaamheid afhangen van het jobaanbod in andere gemeenten. De laagste uitgaande pendel stellen we vast in Zaventem (80,2%), Asse (81,7%) en Vilvoorde (82,0%), waar het belang van de economische activiteit groter is.
18
4
ARMOEDE
De Vlaamse Rand is een relatief welvarende Vlaamse regio. Het gemiddeld netto belastbaar inkomen per inwoner ligt er in inkomensjaar 2018 op 21.594 euro. Dat is hoger dan in het Vlaamse Gewest (20.236 euro), maar iets lager dan in de provincie Vlaams-Brabant (22.111 euro). In de faciliteitengemeenten ligt het gemiddeld netto belastbaar inkomen per inwoner wel hoger (23.006 euro) dan in de andere gemeenten (21.309 euro). Naar gemeente vinden we de hoogste waarden terug in Sint-Genesius-Rode (25.546 euro), Meise (24.749 euro) en Overijse (24.461 euro). In Machelen (16.916 euro) en Drogenbos (16.964 euro) is het gemiddeld inkomen per inwoner het laagst (Figuur 4.1). Doorheen de tijd is het gemiddeld inkomen per inwoner ook aanzienlijk toegenomen: in 2009 bedroeg dit in de Vlaamse Rand nog 18.325 euro. In 2018 bedraagt het gemiddeld netto belastbaar inkomen per aangifte in de Vlaamse Rand 40.233 euro. Dat is niet alleen hoger dan in het Vlaamse Gewest (35.388 euro), maar ook iets hoger dan in de provincie Vlaams-Brabant (39.834 euro). Het verschil tussen de faciliteitengemeenten (44.857 euro) en de andere gemeenten (39.346 euro) is ook uitgesproken. De verschillen tussen de gemeenten zijn eveneens aanzienlijk: de hoogste waarden vinden we in Tervuren (50.022 euro), Kraainem (49.861 euro) en Sint-Genesius-Rode (49.632 euro), de laagste opnieuw in Drogenbos (30.239 euro) en Machelen (32.596 euro) (Figuur 4.1). Ook hier zijn we een toename sinds 2009, toen het gemiddeld inkomen per aangifte in de Vlaamse Rand nog 33.376 euro bedroeg. Figuur 4.1: Gemiddeld inkomen per inwoner en gemiddeld inkomen per aangifte in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2018, in euro. 50 000 45 000 40 000 35 000 30 000 25 000 20 000 15 000 10 000 5 000 0
Gemiddeld inkomen per inwoner
Gemiddeld inkomen per aangifte
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
De plaats waar welvaart geconcentreerd zit, is overigens niet noodzakelijk de plaats waar welvaart geproduceerd wordt. De gemeenten met de hoogste waarden op vlak van het gemiddeld inkomen per aangifte, onder meer Tervuren, Kraainem, Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem, worden immers gekenmerkt door een eerder lage bruto toegevoegde waarde per inwoner. Dit zijn eerder residentiële gemeenten waar de woonfunctie primeert. Omgekeerd kennen de gemeenten met de hoogste bruto toegevoegde waarde per inwoner, met name Machelen, Zaventem, Drogenbos, Vilvoorde en Asse, een eerder laag gemiddeld inkomen per aangifte. In deze gemeenten is de 19
economische activiteit belangrijker. De samenhang tussen de hoge bruto toegevoegde waarde per inwoner en het eerder lage gemiddeld inkomen per aangifte in die gemeenten toont aan dat de gecreëerde toegevoegde waarde eerder ten goede komt aan inwoners van buiten die gemeenten. Dit hangt samen met de inkomende en uitgaande pendel (zie Hoofdstuk 3). Er zijn ook binnen elke gemeente verschillen in inkomensniveau. Dat wordt geïllustreerd door het verschil tussen het aandeel ‘hoge’ aangiften (netto belastbaar inkomen >50.000 euro per jaar) en het aandeel ‘lage’ aangiften (netto belastbaar inkomen <10.000 euro per jaar).7 In twee gemeenten is in 2018 het aandeel ‘lage’ aangiften groter dan het aandeel ‘hoge’ aangiften, met name in Drogenbos (2,5 procentpunt) en Machelen (0,6 procentpunt) (Figuur 4.2). Het aandeel van de ‘hoge’ inkomensaangevers is het grootst in Wezembeek-Oppem en Tervuren (beide 30,1%), gevolgd door Overijse en Kraainem (beide 29,2%). In Drogenbos, aan het andere uiterste, is dat slechts 14,1%. Het grootste aandeel ‘lage’ inkomensaangevers vinden we terug in de faciliteitengemeenten Kraainem (19,7%), Wezembeek-Oppem (18,6%), Sint-Genesius-Rode (18,3%) en Linkebeek (18,2%). Het laagste aandeel ‘lage’ aangiften vinden we terug in Merchtem (13,2%). Figuur 4.2: Aandeel aangiften groter dan 50.000 euro per jaar en aandeel aangiften kleiner dan 10.000 euro per jaar in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2018, in procenten (%). 30 25 20 15 10 5 0
< 10.000 euro/jaar
> 50.000 euro/jaar
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
We kunnen de financiële situatie van inwoners ook in kaart brengen door te kijken naar het aandeel personen met een (equivalent) leefloon toegekend door het OCMW. In 2020 ontvangt in de Vlaamse Rand 0,45% van de inwoners een (equivalent) leefloon. Dat is minder dan in het Vlaamse Gewest (0,60%). In de Vlaamse Rand wonen relatief veel leefloners in Vilvoorde (0,84%), Machelen (0,81%), Linkebeek (0,79%) en Drogenbos (0,76%). (Figuur 4.3). Drogenbos, Vilvoorde en Machelen scoren in 2020 ook het hoogst als het gaat om het aandeel personen met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering (allen meer dan 13% van
7
Hierbij wordt geen rekening gehouden met nulaangiften. Voor de ‘lage’ aangiften kijken we naar de som van de individuele aangiften met een netto belastbaar inkomen lager dan 10.000 euro en de gemeenschappelijke aangiften met een netto belastbaar inkomen lager dan 20.000 euro.
20
de inwoners) (Figuur 4.3). Net zoals bij de leefloners ligt het aandeel personen met een verhoogde tegemoetkoming in de Vlaamse Rand (10,2%) onder het Vlaamse gemiddelde (14,5%). Als we kijken naar het aandeel personen met betalingsachterstand, zoals geregistreerd door de Kredietcentrale van de Nationale Bank van België, dan worden in 2020, naast Drogenbos, Machelen en Vilvoorde, ook Zaventem en Wemmel gekenmerkt door de hoogste aandelen (allen 3% of meer van de inwoners) (Figuur 4.3). Bij de personen met betalingsachterstand ligt het aandeel van de Vlaamse Rand (2,4%) iets hoger dan dat van het Vlaamse Gewest (2,2%). Figuur 4.3: Aandeel personen met een (equivalent) leefloon (per 1.000 inwoners), met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering (per 100 inwoners) en met betalingsachterstand (per 100 inwoners), in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020. 15 12 9 6 3 0
personen met ...
leefloon (‰)
verhoogde tegemoetkoming (%)
betalingsachterstand (%)
Bron: POD Maatschappelijke Integratie, Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, Nationale Bank van België, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Nagenoeg dezelfde gemeenten komen naar voren wanneer we de kansarmoede-index van Kind en Gezin bekijken. Deze index brengt verschillende aspecten van de armoedesituatie van kinderen tegelijk in rekening, namelijk het maandinkomen van het gezin, de opleiding en de arbeidssituatie van de ouders, de ontwikkeling van de kinderen, de huisvesting en de gezondheidssituatie van het gezin. Zo geeft de index weer welk aandeel van de kinderen tussen 0 en 3 jaar opgroeit in een situatie van kansarmoede. In 2020 kent Vilvoorde het hoogste aandeel (16,5%), gevolgd door Wemmel (14,4%). Ook Asse (10,6%), Machelen (10,5%) en Zaventem (9,8%) kennen relatief hoge aandelen. Aan het andere uiterste vinden we Sint-Genesius-Rode (0,9%), Linkebeek (1,6%) en Meise (1,9%). Voor het hele Vlaamse Gewest gaat het om 13,7%. Een ander beeld krijgen we bij het aandeel kinderen in gezinnen met zeer lage werkintensiteit. Dat zijn gezinnen waar de familieleden niet of nauwelijks werken. In 2018 wordt niet alleen Zaventem gekenmerkt door een hoog aandeel (15,2%), maar vooral de rijkere gemeenten Kraainem (24,5%) en Wezembeek-Oppem (17,8%), evenals Tervuren (14,2%). Dat heeft evenwel hoofdzakelijk te maken met het feit dat in deze gemeenten een behoorlijk aandeel van de bevolking werkt voor een internationale organisatie of voor een onderneming die geen bijdragen verschuldigd is aan de Belgische sociale zekerheid, waardoor de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) ze niet
21
beschouwt als werkenden. De laagste waarden vinden we in Merchtem (6,5%), Meise (7,0%) en Beersel (7,1%).
22
5
ONDERWIJS EN VORMING
Het kleuteronderwijs en lager onderwijs vormen samen het basisonderwijs in Vlaanderen. Tijdens het schooljaar 2020-2021 volgen 38.994 leerlingen uit de Vlaamse Rand Nederlandstalig (gewoon of buitengewoon) basisonderwijs, waarvan 14.670 kleuteronderwijs en 24.324 lager onderwijs. Ten opzichte van het schooljaar 2011-2012 is dat een toename van respectievelijk 12,6% en 18,4% (Figuur 5.1). In het volledige Vlaamse Gewest gaat het hier om respectievelijk een afname van -1,7% en een toename van 12,5% Figuur 5.1: Aantal leerlingen in het kleuter-, lager en secundair onderwijs, in de Vlaamse Rand, van schooljaar 2011-2012 tot schooljaar 2020-2021, in aantal leerlingen. 25 000 22 500 20 000 17 500 15 000 12 500 10 000 7 500 5 000 2 500 0
Kleuteronderwijs
Lager onderwijs
Secundair onderwijs
Bron: Departement Onderwijs en Vorming, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
In het schooljaar 2020-2021 volgen 22.448 leerlingen uit de Vlaamse Rand Nederlandstalig (gewoon of buitengewoon) secundair onderwijs (Figuur 5.1). Een meerderheid volgt de onderwijsvorm algemeen secundair onderwijs (ASO) (32,7%). Daarnaast kiest 16,9% voor het technisch secundair onderwijs (TSO) en 12,3% voor het beroepssecundair onderwijs (BSO). Naast een grote groep leerlingen in de eerste graad (33,6%) zitten er nog kleine aantallen scholieren in het kunstsecundair onderwijs (KSO), de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) en het buitengewoon onderwijs. In vergelijking met het schooljaar 2011-2012 is het aandeel leerlingen in het ASO met 12% toegenomen (Figuur 5.2). In het TSO was er een stijging van 13%, in het BSO van 5%. De laatste jaren treedt er in de Vlaamse Rand een gestage afname op van de schoolse vertraging in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs. Waar in het schooljaar 2011-2012 nog 15,5% van de leerlingen uit de Vlaamse Rand minstens één jaar schoolse achterstand opliep, is dat in het schooljaar 2020-2021 nog maar 11,0% (Figuur 5.3). De hoogste schoolvertraging stellen we vast in Machelen (17,2%) en Vilvoorde (16,8%). De schoolse achterstand is daarentegen relatief beperkt in Hoeilaart (3,0%). De cijfers van de Vlaamse Rand liggen sterk in lijn met die van het Vlaamse Gewest: daar was er een afname van 15,4% in het schooljaar 2011-2012 naar 11,5% in het schooljaar 2020-2021.
23
Figuur 5.2: Aantal leerlingen in het voltijds gewoon secundair onderwijs, verdeeld over ASO, TSO en BSO, in de Vlaamse Rand, van schooljaar 2011-2012 tot schooljaar 2020-2021, in aantal leerlingen. 8 000 7 000 6 000 5 000 4 000 3 000 2 000 1 000 0
ASO
TSO
BSO
Bron: Departement Onderwijs en Vorming, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur. Figuur 5.3: Leerlingen met schoolse vertraging in het lager onderwijs en in het secundair onderwijs, verdeeld over ASO, TSO en BSO, in de Vlaamse Rand, van schooljaar 2011-2012 tot schooljaar 2020-2021, in procenten (%). 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Lager onderwijs
ASO
TSO
BSO
Bron: Departement Onderwijs en Vorming, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
In het gewoon secundair onderwijs ligt de schoolse vertraging hoger. In het schooljaar 2020-2021 heeft 25,0% van de leerlingen uit de Vlaamse Rand minstens één jaar achterstand opgelopen. Dit is eveneens een daling ten opzichte van het schooljaar 2011-2012 (29,8%). Hier stellen we de hoogste waarden vast in Drogenbos (41,5%) en Vilvoorde (37,7%). In het Vlaamse Gewest ligt het aandeel leerlingen met minstens één jaar achterstand in het gewoon secundair onderwijs wel iets lager, al
24
is er eveneens een daling: van 28,4% in het schooljaar 2011-2012 naar 22,3% in het schooljaar 20202021. Op vlak van schoolse vertraging zijn er binnen het gewoon secundair onderwijs grote verschillen naar onderwijsvorm (Figuur 5.3). Het aandeel leerlingen uit de Vlaamse Rand met een schoolse achterstand is in het schooljaar 2020-2021 het grootst in het BSO (61,5%), op enige afstand gevolgd door het TSO (44,6%). In het ASO is de schoolse vertraging, met 12,2%, veel minder uitgesproken. Van het aantal leerlingen uit de Vlaamse Rand dat in het schooljaar 2019-2020 Nederlandstalig gewoon lager onderwijs volgt, heeft 52,3% Nederlands als thuistaal. Dat is beduidend minder dan in het Vlaamse Gewest (80,5%) en de provincie Vlaams-Brabant (72,8%). Dit aandeel is ook gedaald sinds het schooljaar 2011-2012, toen het nog 64,5% bedroeg. In de faciliteitengemeenten ligt het aandeel bovendien lager (34,9%) dan in de gemeenten zonder taalfaciliteiten (53,7%). Ook tussen de individuele gemeenten onderling verschillen de aandelen aanzienlijk, gaande van 23,7% in Kraainem tot 76,6% in Merchtem (Figuur 5.4). In de Vlaamse Rand is Van de leerlingen uit de Vlaamse Rand die in het schooljaar 2019-2020 naar het voltijds gewoon secundair onderwijs gaan, heeft 60,2% Nederlands als thuistaal. Dat is meer dan in het gewoon lager onderwijs. Wel is dit opnieuw minder dan in het Vlaamse Gewest (83,3%) en de provincie Vlaams-Brabant (78,4%). Ook hier zien we bovendien een aanzienlijke afname ten opzichte van het schooljaar 2011-2012. Toen ging het nog om 76,1% van de leerlingen. Er zijn ook opnieuw verschillen tussen de faciliteitengemeenten (44,9%) en de andere gemeenten (61,3%), evenals tussen de gemeenten onderling. Het aandeel scholieren met Nederlands als thuistaal varieert van 27,2% in Drogenbos tot 81,5% in Merchtem (Figuur 5.4). Figuur 5.4: Aandeel leerlingen met Nederlands als thuistaal in het gewoon lager en secundair onderwijs, in de Vlaamse Rand, per gemeente, schooljaar 2019-2020, in procenten (%). 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Lager onderwijs
Secundair onderwijs
Bron: Departement Onderwijs en Vorming, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
In het schooljaar 2017-2018 zijn er in de Vlaamse Rand 6.886 unieke inschrijvingen voor cursussen Nederlands tweede taal. Dat is een toename van 13,7% in vergelijking met het schooljaar 20132014. De grootste groep cursisten woont in Vilvoorde (1.096).
25
Omdat de Vlaamse Rand grenst aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest kent het gebied veel intergewestelijke schoolpendel. Op schooldagen pendelen duizenden leerlingen tussen hun woonplaats en een school die in een ander gewest ligt. De leerlingenstroom vanuit de Vlaamse Rand naar het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt al verschillende jaren vrij constant net boven de 6.000 leerplichtige leerlingen die vanuit de Vlaamse Rand naar een school in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad trekken (Figuur 5.5). In het schooljaar 2020-2021 gaat het, met 6.313 leerlingen, om het hoogste cijfer sinds het schooljaar 20112012. Er volgen hoofdzakelijk leerlingen les in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad vanuit Dilbeek (801), Grimbergen (683), Sint-Pieters-Leeuw (672), Vilvoorde (595) en Zaventem (527). In de omgekeerde richting zien we een stijgende pendelbeweging van leerlingen uit het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die schoollopen in de Vlaamse Rand: van 3.522 leerlingen in het schooljaar 2011.-2012 naar 4.826 leerlingen in het schooljaar 2020-2021 (Figuur 5.5). Dat is een toename van 37% op tien jaar tijd. Bijna een derde van alle leerlingen uit het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die schoollopen in de Vlaamse Rand, doen dat in Dilbeek (1.405). Daarnaast zijn er ook veel Brusselse leerlingen in Vilvoorde (746), Zaventem (680) en Wemmel (464). Vanuit het Waalse Gewest zien we de afgelopen tien jaren een zeer geleidelijke toename van het aantal leerlingen die onderwijs volgen in de Vlaamse Rand. In het schooljaar 2011-2012 volgden 1.376 Waalse leerlingen onderwijs in de Vlaamse Rand, in het schooljaar 2020-2021 zijn dat er 1.525 (Figuur 5.5). In Overijse (444), Sint-Genesius-Rode (421), Beersel (262) en Hoeilaart (134) vinden we de grootste aantallen Waalse leerlingen terug. Figuur 5.5: Leerplichtige leerlingen uit de Vlaamse Rand, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Waalse Gewest die schoollopen in het andere gewest, van schooljaar 2011-2012 tot 2020-2021, in aantal leerlingen. 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0
Vlaamse Rand > Brussel-Hoofdstad Brussel-Hoofdstad > Vlaamse Rand Waals Gewest > Vlaamse Rand
Bron: Departement Onderwijs en Vorming, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
We stellen ook vast dat een aanzienlijk aantal leerlingen uit de Vlaamse Rand Franstalig onderwijs volgt. In de faciliteitengemeenten geldt een specifieke regeling voor het basisonderwijs: inwoners die het Frans als moedertaal hebben, kunnen hun kinderen naar een Franstalige basisschool in hun gemeente of in een andere faciliteitengemeente sturen. Hoewel men er dus les krijgt in het Frans, zijn het scholen die door de Vlaamse Gemeenschap ingericht worden. In het schooljaar 26
2020-2021 volgen 3.086 leerlingen uit de faciliteitengemeenten les in dergelijke scholen. Dat is een toename van 7,8% ten opzichte van het schooljaar 2011-2012. Toen ging het nog om 2.863 leerlingen. Ter vergelijking: over dezelfde periode bedroeg de toename van het aantal leerlingen in het Nederlandstalig gewoon basisonderwijs 17,1%. Tot slot staan we stil bij de capaciteit van het leerplichtonderwijs. Het leerplichtonderwijs in de Vlaamse Rand kampt immers met capaciteitsproblemen. In 2018 brachten Groenez en Surkyn in opdracht van de Vlaamse Overheid een studie uit die onderzocht welke de verwachte capaciteitsbehoeften zijn in het leerplichtonderwijs van de Vlaamse Gemeenschap voor de komende jaren. Uit die studie bleek dat er 6.000 tot 9.000 bijkomende plaatsen in het basis- en secundair onderwijs in de Vlaamse Rand nodig zullen zijn tegen 2024.8
8
S. Groenez en J. Surkyn (2018). Een capaciteitsmonitor voor het leerplichtonderwijs - Editie 2018: Meta-analyse, Leuven: KU Leuven - HIVA, online raadpleegbaar via https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/een-capaciteitsmonitor-voor-hetleerplichtonderwijs-editie-2018-meta-analyse. Eind 2021 worden de resultaten van de nieuwe capaciteitsmonitor verwacht.
27
6
VRIJE TIJD
In 2019 zijn er in de Vlaamse Rand 1,6 sportclubs per 1.000 inwoners. Dat zijn er minder dan in het hele Vlaamse Gewest, waar 2,6 clubs per 1.000 inwoners actief zijn. Sinds 2014 is dit aantal in beide gevallen wel licht toegenomen. Binnen de Vlaamse Rand is er wel een aanzienlijke variatie tussen de gemeenten (Figuur 6.1). Waar er in 2019 in Merchtem 2,7 sportclubs per 1.000 inwoners zijn, en in Meise 2,3 clubs per 1.000 inwoners, zijn dat er in Drogenbos, Kraainem en Wezembeek-Oppem maar 0,5 per 1.000 inwoners. Ook de andere faciliteitengemeenten bevinden zich onderaan de tabel. Het aantal leden van sportclubs ligt in 2019, met 153,1 leden per 1.000 inwoners, eveneens lager in de Vlaamse Rand dan in het Vlaamse Gewest (216,4 leden per 1.000 inwoners), al zien we ook hier een graduele toename sinds 2014. De rangschikking van de gemeenten in de Vlaamse Rand is analoog aan die van de sportclubs (Figuur 6.1). De hoogste waarden stellen we vast in Meise (227,3 leden per 1.000 inwoners) en Merchtem (212,8 leden per 1.000 inwoners), terwijl de faciliteitengemeenten de laagste waarden registreren, met een minimum van 41,4 leden per 1.000 inwoners in Drogenbos. Figuur 6.1: Aantal sportclubs (linkse as) en aantal leden van sportclubs (rechtse as) in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2019, in aantal per 1.000 inwoners. 3,0
300
2,5
250
2,0
200
1,5
150
1,0
100
0,5
50
0,0
0
Sportclubs
Leden
Bron: Sport Vlaanderen, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Volgens de UiTdatabank zijn er in 2020 in de Vlaamse Rand 11,1 activiteiten in de vrijetijdsfeer per 1.000 inwoners. Dat is minder dan in het Vlaamse Gewest, waar 19,4 activiteiten per 1.000 inwoners worden georganiseerd. In beide gevallen was er tussen 2015 en 2019 wel een graduele toename van het aantal geregistreerde activiteiten. In 2020 viel dit aantal terug tot onder het niveau van 2015. Deze terugval is ontegensprekelijk toe te schrijven aan de coronacrisis en de hiermee gepaarde gaande beperkingen. In de faciliteitengemeenten ligt het aandeel activiteiten (5,5 per 1.000 inwoners) in 2020 beduidend lager dan in de andere gemeenten (12,3 per 1.000 inwoners). Het laagste aandeel activiteiten wordt geregistreerd in Drogenbos (2,7 per 1.000 inwoners). Aan de andere kant springen Hoeilaart (36,0 28
per 1.000 inwoners) en Overijse (21,1 per 1.000 inwoners) in het oog. Deze cijfers dienen wel genuanceerd te worden: ze geven geen volledig beeld van alle activiteiten in de vrijetijdssfeer door een mindere bekendheid van de UiTdatabank bij Franstalige verenigingen en de vrijblijvendheid van de registratie van activiteiten. De toerismecapaciteit van een gemeente of gebied wordt uitgedrukt in het aantal beschikbare bedden, en meer specifiek in het aantal personen dat in een bed kan overnachten. In 2021 zijn er in de Vlaamse Rand 23,8 bedden beschikbaar per 1.000 inwoners. Dat is minder dan in het Vlaamse Gewest, waar er 66,0 bedden per 1.000 inwoners zijn. In de Vlaamse Rand zijn de meeste bedden beschikbaar in Machelen (273,7 bedden per 1.000 inwoners), op ruime afstand gevolgd door Overijse (42,6 bedden per 1.000 inwoners) en Zaventem (35,1 bedden per 1.000 inwoners). De laagste waarden vinden we in Linkebeek (1,5 bedden per 1.000 inwoners) en Kraainem (1,7 bedden per 1.000 inwoners).
29
7
WELZIJN EN GEZONDHEID
Zowel in het regeerakkoord van de Vlaamse Regering voor de periode 2009-2014 als in dat voor de periode 2014-2019 wordt de achterstand op het vlak van welzijns- en gezondheidsaanbod in de Vlaamse Rand en bij uitbreiding in het arrondissement Halle-Vilvoorde aan de kaak gesteld. In het regeerakkoord 2019-2024 wordt melding gemaakt van de oprichting van een Vlaams Randfonds dat ook voor de achterstand in het zorgaanbod kan ingezet worden. De inzet op Vlabzorginvest wordt bevestigd in het laatste regeerakkoord. Ook het jaarlijkse Stand van de Rand-forum rond de aanpak van een specifieke problematiek blijft de focus houden op welzijn en gezondheid. Verschillende oorzaken liggen aan de basis van die achterstand: hogere grond- en infrastructuurprijzen, tekort aan initiatiefnemers en zorgkrachten, minder en kleinere bestaande voorzieningen, het feit dat er geen erkende centrumstad is en een grote groep aan anderstaligen die beroep doen op een zorgaanbod in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.9 In de ouderenzorg zijn er meerdere types van opvang en zorg mogelijk. In de residentiële sfeer erkent de Vlaamse Gemeenschap woonzorgcentra en assistentiewoningen. Aanvankelijk was dat aanbod afhankelijk van de programmatiecijfers. Om ervoor te zorgen dat er over het Vlaamse Gewest voldoende zorgaanbod zou zijn, werd per gemeente berekend hoeveel woonzorgcentra en assistentiewoningen er nodig waren, gebaseerd op de bevolkingsprognose voor de komende vijf jaren. De programmatie is evenwel tot eind 2025 opgeschort. Figuur 7.1: Aantal erkende plaatsen in Nederlandstalige woonzorgcentra en Nederlandstalige groepen van assistentiewoningen in de Vlaamse Rand, van 2012 tot 2021, in aantal plaatsen. 5 500 5 000 4 500 4 000 3 500 3 000 2 500 2 000 1 500 1 000 500 0 2012
2013
2014
2015
Nederlandstalige woonzorgcentra
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Nederlandstalige groepen van assistentiewoningen
Bron: Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
9
Sommige indicatoren uit het Cijferboek Vlaamse Rand 2019 geven de achterstand op het vlak van welzijns- en gezondheidsaanbod in de Vlaamse Rand gedeeltelijk weer. Een aantal andere indicatoren komen echter niet aan bod. Ze werden wel opgenomen in een studie van de provincie Vlaams-Brabant over het welzijnsaanbod in die provincie: Steunpunt Data & Analyse (2019). Investeren in zorg en welzijn: Rapport 2019 – Een analyse van het welzijnsaanbod, Leuven: Provincie Vlaams-Brabant, online raadpleegbaar via https://www.vlaamsbrabant.be/binaries/investeren-inzorg-en-welzijn-rapport-20190424_tcm5-136525.pdf.
30
In 2021 zijn er in de Vlaamse Rand 4.870 erkende plaatsen in Nederlandstalige woonzorgcentra en 1.637 erkende plaatsen in Nederlandstalige groepen van assistentiewoningen. Die cijfers vertoonden tijdens het voorbije decennium een stijgende trend (Figuur 7.1). Ten opzichte van 2012 was er een stijging van 28% van het aantal plaatsen in woonzorgcentra. Het aantal plaatsen in groepen van assistentiewoningen is zelfs meer dan verdubbeld. In de volledige provincie VlaamsBrabant zijn er in 2021 13.901 erkende plaatsen in woonzorgcentra, en 4.702 in groepen van assistentiewoningen. De Vlaamse Rand is dus goed voor ruim een derde (respectievelijk 35,0% en 34,8%) van alle plaatsen in woonzorgcentra en groepen van assistentiewoningen in VlaamsBrabant. Naast het residentiële aanbod bestaat er een extramuraal aanbod: er kan aan huis beroep gedaan worden op professionele gezinszorg. In 2018 worden in de Vlaamse Rand gemiddeld 116,3 uren gezinszorg gepresteerd per 100 inwoners. Dat is een stijging ten opzichte van 2009, toen 110,9 uren gepresteerd werden per 100 inwoners. Dit cijfer is wel beduidend lager dan dat voor het Vlaamse Gewest (244,9 uren per 100 inwoners) en dat voor Vlaams-Brabant (206,0 uren per 100 inwoners). Er bestaan ook grote verschillen tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand: het hoogste aantal wordt genoteerd in Merchtem (204,2 uren per 100 inwoners), op afstand gevolgd door Asse (175,3 uren per 100 inwoners) en Beersel (161,5 uren per 100 inwoners). De laagste aantallen vinden we in Drogenbos (61,7 uren per 100 inwoners). Ook naar kinderen toe is er een gespecialiseerd aanbod aanwezig in de Vlaamse Rand. In 2020 zijn er 5.475 plaatsen in de Nederlandstalige opvang voor baby’s en peuters, dit zijn kinderen van 0 tot en met 2 jaar. Omgerekend gaat het om 39,2 plaatsen per 100 kinderen. Dat is lager dan in het volledige Vlaamse Gewest, waar er 45,4 plaatsen per 100 kinderen zijn. Op vlak van Nederlandstalige opvang voor schoolgaande kinderen, dit zijn kinderen van 3 tot en met 11 jaar, zijn er in 2020 1.141 plaatsen in de Vlaamse Rand. Dat zijn 2,1 plaatsen per 100 kinderen. Bovendien ligt dat cijfer opnieuw lager dan dat voor het Vlaamse Gewest (6,3 plaatsen per 100 kinderen). Figuur 7.2: Nationaliteit van de moeder, in de Vlaamse Rand, Vlaams-Brabant en het Vlaamse Gewest, in 2020, in procenten (%). 80 70 60 50 40 30 20 10 0 Vlaamse Rand België Andere landen van Afrika Andere landen van Azië
Vlaams-Brabant Maghreb Zuid-Europa
Vlaams Gewest Oost-Europa en Oostblok Noord- en West-Europa
Bron: Kind en Gezin, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
31
Kind en Gezin registreert bij bezoeken aan gezinnen met baby’s de nationaliteit van de moeder en de taal die moeders met hun kinderen praten. In 2020 heeft 56,9% van de moeders in de Vlaamse Rand de Belgische nationaliteit (Figuur 7.2). Die groep is beduidend groter in zowel het Vlaamse Gewest (70,1%) als de provincie Vlaams-Brabant (68,0%). In de Vlaamse Rand vormen de moeders met een nationaliteit uit een Maghreb-land de tweede grootste groep, al gaat het daar nog maar om 9,4% van de moeders. De groep moeders met een Oost-Europese of Oostbloknationaliteit is nagenoeg even groot (9,3%). Er zijn tevens grote verschillen tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand (Figuur 7.3). Het hoogste aandeel moeders met Belgische nationaliteit vinden we in 2020 in Hoeilaart (74,3%), Meise (73,9%), Overijse (73,7%) en Merchtem (70,1%). Daarentegen heeft minder dan de helft van alle moeders de Belgische nationaliteit in Wemmel (42,7%), Drogenbos (43,2%), Vilvoorde (45,6%), Kraainem (47,1%), Linkebeek (48,6%) en Sint-Pieters-Leeuw (49,2%). Figuur 7.3: Aandeel moeders met Belgische nationaliteit en aandeel moeders dat Nederlands praat met hun kinderen, in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020, in procenten (%). 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Moeders met Belgische nationaliteit
Nederlands moeder-kind
Bron: Kind en Gezin, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Het grootste deel van de moeders in de Vlaamse Rand (45,7%) praat in 2020 Frans met hun kinderen (Figuur 7.4). De groep die Nederlands praat, komt op de tweede plaats (28,9%). De overige talen komen minder vaak voor. In het Vlaamse Gewest is het Nederlands de dominante taal tussen moeder en kind (70,1%). Hier komt het Frans (6,4%) zelfs pas na de groep bestaande uit Turks, Arabisch en Berbers (8,0%). In de provincie Vlaams-Brabant is het Frans (24,4%) de tweede taal na het Nederlands (54,5%). Er zijn ook hier aanzienlijke verschillen tussen de individuele gemeenten van de Vlaamse Rand (Figuur 7.3). Slechts in twee gemeenten wordt door meer dan de helft van de moeders Nederlands gepraat met hun kinderen, met name in Merchtem (60,0%) en Meise (58,9%). Het Nederlands wordt het minst gebruikt in de faciliteitengemeenten, in het bijzonder in Kraainem (4,3%), WezembeekOppem (4,5%), Linkebeek (4,8%) en Drogenbos (6,4%). In deze gemeenten in het Frans de dominante taal.
32
Figuur 7.4: Taal die gebruikt wordt tussen moeder en kind, in de Vlaamse Rand, Vlaams-Brabant en het Vlaamse Gewest, in 2020, in procenten (%). 80 70 60 50 40 30 20 10 0 Vlaamse Rand Nederlands Russisch, Pools, Roemeens Andere
Vlaams-Brabant Frans Spaans, Portugees
Vlaams Gewest Turks, Arabisch, Berbers Engels, Duits
Bron: Kind en Gezin, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
33
8
RUIMTE EN WONEN
Het aandeel bebouwde oppervlakte in de Vlaamse Rand bedraagt in 2020 28,2% (Figuur 8.1). Dit aandeel bedroeg in 2011 nog 26,9% en is sindsdien geleidelijk toegenomen. Het aandeel bebouwde oppervlakte is wel beduidend hoger dan in het Vlaamse Gewest (19,6%) en de provincie VlaamsBrabant (20,4%), al is het ook daar licht toegenomen sinds 2011. Tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand zijn er grote verschillen. In Drogenbos is 53,3% van de oppervlakte bebouwd. Op enige afstand volgen Wezembeek-Oppem (48,9%) en Kraainem (47,3%). Aan het andere uiterste vinden we Merchtem (21,5%) en Meise (21,6%), waar iets meer dan een vijfde van de oppervlakte bebouwd is. Figuur 8.1: Bebouwde en onbebouwde oppervlakte (links) en bebouwde oppervlakte naar functie (rechts) in de Vlaamse Rand, in 2020, in procenten (%).
77,9 71,8
14,7
28,2
4,5 2,8
Bebouwd
Onbebouwd
Wonen
Economie
Welzijn en recreatie
Andere
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
De bebouwde oppervlakte kan opgesplitst worden naar de functie die men erop uitoefent. Het grootste deel van de bebouwde oppervlakte van de Vlaamse Rand (77,9%) wordt in 2020 ingezet voor de woonfunctie (Figuur 8.1). Dat is minder dan in de gehele provincie Vlaams-Brabant (81,5%), maar meer dan in het Vlaamse Gewest (75,3%). Daarnaast zet men een aanzienlijk deel van de oppervlakte in voor de economische functie (14,7%). Het aandeel van welzijn en recreatie is eerder beperkt (4,5%). Die laatste functie is ook in het Vlaamse Gewest eerder beperkt in omvang (6,5%). De meeste individuele gemeenten in de Vlaamse Rand kennen een gelijkaardige verhouding tussen de drie functies, met een aanzienlijk overwicht voor de woonfunctie. De woonfunctie weegt het sterkst door in Hoeilaart (92,5%), Kraainem (92,5%), Sint-Genesius-Rode (91,5%), Tervuren (91,4%) en Linkebeek (91,0%). De economische functie neemt een groter aandeel in van de bebouwde oppervlakte in Machelen (49,8%), Zaventem (29,5%) en Vilvoorde (26,2%), en in Drogenbos loopt het aandeel zelfs op tot 57,0%. Welzijn en recreatie is in geen enkele gemeente van de Vlaamse Rand van groot belang. De hoogste waarden vinden we in Vilvoorde (8,5%), Wemmel (6,9%) en Wezembeek-Oppem (6,5%).
34
In 2020 vinden in de Vlaamse Rand 4.279 verkopen van woningen plaats: 3.140 verkopen van woningen en 1.139 van appartementen. De meeste verkopen werden afgesloten in Dilbeek (454) en Vilvoorde (450). De minste verkopen zijn er in Linkebeek (24) en Drogenbos (58). De vastgoedprijzen lopen sterk uiteen binnen de Vlaamse Rand (Figuur 8.2). De mediaanprijs voor de verkopen van woonhuizen ligt in 2020 het hoogst in de faciliteitengemeenten Kraainem (583.500 euro), Wezembeek-Oppem (500.000 euro) en Sint-Genesius-Rode (475.000 euro), evenals in Overijse (450.000 euro) en Tervuren (445.000 euro). De laagste mediaanprijzen noteren we in Vilvoorde (294.000 euro) en Machelen (300.000 euro), twee gemeenten waar de economische functie zwaarder doorweegt. Huizen in de Vlaamse Rand zijn zo beduidend duurder dan in het hele Vlaamse Gewest, waar de mediaanprijs in 2020 270.000 euro bedraagt. Bij de mediaanprijs voor de verkopen van appartementen stellen we eveneens grote verschillen vast. De hoogste prijzen vinden we in Beersel (345.000 euro), Overijse (290.000 euro) en Kraainem (285.000 euro). De goedkoopste appartementen zijn er in Asse (168.000 euro), Vilvoorde (200.000 euro) en Grimbergen (210.000 euro). Die laatste gemeenten sluiten ook aan bij de mediaanprijs voor het Vlaamse Gewest (210.000 euro). Figuur 8.2: Mediaanprijzen voor woonhuizen en appartementen in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020, in euro.10 600 000 500 000 400 000 300 000 200 000 100 000 0
Huizen
Appartementen
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
De gemiddelde huurprijzen voor een woning lopen ook sterk uiteen tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand. De gemiddelde huurprijs voor een huis ligt in 2018 het hoogst in Tervuren (1.754 euro) en Kraainem (1.660 euro). Aan het andere uiterste bevinden zich Merchtem (786 euro) en Vilvoorde (830 euro) en Sint-Pieters-Leeuw (837 euro). Voor een appartement ligt de gemiddelde huurprijs het hoogst in Kraainem (860 euro) en Sint-Genesius-Rode (853 euro). De laagste huurprijs vinden we in Asse (682 euro) en Linkebeek (684 euro).
10
De mediaanprijs voor verkopen van appartementen is niet beschikbaar voor de gemeenten Hoeilaart, Linkebeek en Wezembeek-Oppem.
35
In 2020 reikt men in de Vlaamse Rand 987 residentiële bouwvergunningen voor nieuwbouw uit. Daarnaast worden er ook 1.103 residentiële bouwvergunningen voor renovatie uitgereikt. Het aantal vergunningen voor renovatie lag aanvankelijk beduidend hoger dan het aantal vergunningen voor nieuwbouw. Sinds 2017 is dit verschil echter kleiner geworden (Figuur 8.3). De aantallen van beide soorten bouwvergunningen liggen sindsdien ook iets hoger. Figuur 8.3: Aantal vergunningen voor residentiële nieuwbouw en renovatie in de Vlaamse Rand, van 2011 tot 2020, in aantallen. 1 200 1 000 800 600 400 200 0 2011
2012
2013
2014 Nieuwbouw
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Renovatie
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Per 100 huishoudens telt de Vlaamse Rand in 2020 4,1 sociale woongelegenheden. Dat is meer dan in de provincie Vlaams-Brabant (3,7 woongelegenheden per 100 huishoudens), maar minder dan in het volledige Vlaamse Gewest (5,6 woongelegenheden per 100 huishoudens). Dit relatieve cijfers wijzigt ook amper doorheen de tijd. Er zijn wel aanzienlijke verschillen tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand. Het meest uitgebreide sociale woningaanbod is er in Vilvoorde (8,4 woongelegenheden per 100 huishoudens), gevolgd door Wezembeek-Oppem (7,3 woongelegenheden per 100 huishoudens) en Sint-Pieters-Leeuw (6,6 woongelegenheden per 100 huishoudens). Het aanbod is het meest beperkt in Wemmel (0,5 woongelegenheden per 100 huishoudens), Sint-Genesius-Rode (1,4 woongelegenheden per 100 huishoudens), Overijse (1,5 woongelegenheden per 100 huishoudens) en Merchtem (1,7 woongelegenheden per 100 huishoudens). In Linkebeek is er geen aanbod.
36
9
MOBILITEIT
In 2020 telt de Vlaamse Rand 837 personenwagens per 1.000 inwoners. Dat is een hoog cijfer in vergelijking met zowel het Vlaamse Gewest (539 voertuigen per 1.000 inwoners) als de provincie Vlaams-Brabant (684 voertuigen per 1.000 inwoners). Het hoge cijfer voor de Vlaamse Rand kan evenwel toegeschreven worden aan slechts twee gemeenten, Machelen en Zaventem, waar respectievelijk 5.649 en 2.758 personenwagens per 1.000 inwoners zijn. Een verklaring voor de hoge cijfers in die gemeenten kan de aanwezigheid van leasingmaatschappijen van wagens zijn. Het aantal personenwagens per 1.000 inwoners gaat bovendien in stijgende lijn: in 2011 waren er nog maar 713 wagens per 1.000 inwoners in de Vlaamse Rand. Dat is een toename van 17,4%. De wagens die in de Vlaamse Rand geregistreerd zijn, kunnen onderverdeeld worden naar brandstoftype (Figuur 9.1). In 2020 rijdt de meerderheid van de wagens nog steeds op diesel (53,6%) of benzine (40,7%). Alle andere brandstoftypes zijn samen slechts goed voor 5,7% van het totale wagenpark in de Vlaamse Rand. Hiervan bestaat het grootste deel uit hybride wagens, goed voor 4,6% van alle wagens. Het aandeel elektrische wagens en wagens op lpg is verwaarloosbaar. Figuur 9.1: Indeling van de personenwagens in de Vlaamse Rand naar brandstoftype, in 2020, in procenten (%).
Diesel 53,6% Lpg 0,1% Elektrisch 0,7% Overig 5,7%
Hybride 4,6%
Andere 0,4%
Benzine 40,7%
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
In 2020 vallen in de Vlaamse Rand 79 verkeersslachtoffers (zwaargewonden en doden). Dat zijn 17,9 slachtoffers per 100.000 inwoners. De Vlaamse Rand sluit daarmee nauw aan bij de waarde van de hele provincie Vlaams-Brabant (22,0 slachtoffers per 100.000 inwoners), maar doet het beter dan het Vlaamse gemiddelde (34,6 slachtoffers per 100.000 inwoners). In elk van die gebieden is er wel een daling geweest van het relatieve aantal verkeersslachtoffers sinds 2011: het relatieve aantal verkeersslachtoffers is er op tien jaar tijd minstens gehalveerd (Figuur 9.2). Onderling verschillen de gemeenten van de Vlaamse Rand opnieuw sterk van elkaar. Het relatieve aantal verkeersslachtoffers ligt in 2020 het hoogst in Linkebeek (42,4 slachtoffers per 100.000 inwoners), gevolgd door Machelen (38,1 slachtoffers per 100.000 inwoners), Zaventem (34,3 slachtoffers per 1.000 inwoners) en Vilvoorde (32,9 slachtoffers per 100.000 inwoners). De minste 37
verkeersslachtoffers vallen in Wezembeek-Oppem (0,0 slachtoffers per 100.000 inwoners) en Tervuren (4,4 slachtoffers per 100.000 inwoners). Figuur 9.2: Aantal verkeersslachtoffers (zwaargewonden en doden), van 2011 tot 2020, in aantal per 100.000 inwoners. 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2011
2012
2013
Vlaamse Rand
2014
2015
2016
2017
Vlaams-Brabant
2018
2019
2020
Vlaams Gewest
Bron: Statbel, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur. Figuur 9.3: Gemiddeld aantal voertuigen per dag op de R0, werkdagen exclusief schoolvakanties, in 2020, in aantal voertuigen per dag.
Bron: Vlaams Verkeerscentrum.11
De R0, de Ring rond Brussel, oefent een sterke invloed uit op de mobiliteit in de Vlaamse Rand. Er is sprake van zeer hoge verkeersvolumes. Vooral de noord- en westrand van de R0 zorgen voor 11
Vlaams Verkeerscentrum (2021). Verkeersindicatoren, http://indicatoren.verkeerscentrum.be.
38
een zware belasting op de Vlaamse Rand: op werkdagen (zonder schoolvakanties) passeren er in 2020 gemiddeld 50.000 tot 90.000 voertuigen (Figuur 9.3). Die wegsegmenten noteren hiermee, na de R1 of de Ring om Antwerpen, de hoogste verkeersvolumes in Vlaanderen. Ten oosten en ten zuiden van Brussel is de druk minder groot, al rijden daar nog steeds 25.000 tot 50.000 voertuigen per dag. Om zicht te krijgen op de mate waarin verkeersvolumes problemen veroorzaken, moeten we de verzadigingsgraad bekijken. Verkeersvolumes zijn immers misleidend, in die zin dat ze geen rekening houden met het aantal beschikbare rijstroken. Dat aantal verschilt van wegsegment tot wegsegment. De verzadigingsgraad, of de relatieve benutting van het wegsegment, geeft weer hoeveel uren per dag de volledige beschikbare capaciteit nodig is om de huidige dagvolumes te kunnen verwerken. Een wegsegment wordt als verzadigd beschouwd wanneer de drempel van 10 uren overschreden wordt. De noordrand van Brussel kent in 2020 een zeer hoge verzadigingsgraad, met op verschillende segmenten een verzadigingsgraad van meer dan 12 uren per dag, ondanks het grote aantal rijstroken (Figuur 9.4). Ook de westrand heeft een hoge verzadigingsgraad (veelal meer dan 9 uren per dag). De oost- en zuidrand van Brussel hebben een lagere verzadigingsgraad, al is er hier nog steeds sprake van meer dan 6 uren per dag. De R0 behoort hiermee, opnieuw samen met de R1, tot de meest verzadigde wegsegmenten in Vlaanderen. Figuur 9.4: Gemiddelde verzadigingsgraad of relatieve benutting per wegsegment op de R0, werkdagen exclusief schoolvakanties, in 2020, in aantal uren per dag.
Bron: Vlaams Verkeerscentrum.12
Die hoge mate van verzadiging weerspiegelt zich ook in de gemiddelde fileduur op de R0 (Figuur 9.5). Op de Brusselse buitenring loopt de gemiddelde fileduur in Wemmel op tot 380 minuten of meer dan zes uren per dag. Ook de segmenten nabij Zaventem en Machelen hebben te kampen met een zeer hoge fileduur (tot 180 minuten per dag). Ondanks deze hoge waarden gaat het hier wel, als gevolg van de coronacrisis, om de laagste waarden sinds 2011.
12
Vlaams Verkeerscentrum (2021). Verkeersindicatoren, http://indicatoren.verkeerscentrum.be.
39
Figuur 9.5: Gemiddelde fileduur op de R0 (buitenring), van 2018 tot 2020, in aantal minuten per dag.
Bron: Vlaams Verkeerscentrum.13
13
Vlaams Verkeerscentrum (2021). Verkeersindicatoren, http://indicatoren.verkeerscentrum.be.
40
10 CRIMINALITEIT De criminaliteitsgraad ligt in de Vlaamse Rand in 2019 op 56,8 geregistreerde feiten per 1.000 inwoners. Dit is een daling ten opzichte van 2010, toen 66,2 feiten per 1.000 inwoners werden geregistreerd. Ook in het Vlaamse Gewest was er een daling van de criminaliteitsgraad tussen 2010 en 2019, van 80,4 naar 65,4 geregistreerde feiten per 1.000 inwoners. Deze waarden liggen wel steeds uitdrukkelijk hoger dan in de Vlaamse Rand. Binnen de Vlaamse Rand ligt de criminaliteitsgraad in 2019 het hoogst in Drogenbos (100,9 feiten per 1.000 inwoners), op afstand gevolgd door Machelen (80,3 feiten per 1.000 inwoners) en Zaventem (74,8 feiten per 1.000 inwoners). De laagste criminaliteitsgraad stellen we vast in Hoeilaart (35,3 feiten per 1.000 inwoners) en Merchtem (39,9 feiten per 1.000 inwoners). Figuur 10.1: Aantal geregistreerde criminele feiten in de Vlaamse Rand, in 2019, per gemeente, in aantal feiten per 1.000 inwoners. 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Bron: Politiële Criminaliteitsstatistieken, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Als we de misdrijven opsplitsen naar type, dan behoren diefstallen en afpersingen tot de meest voorkomende problemen in de Vlaamse Rand. In 2019 gaat het om 37,3% van alle misdrijven. Dat is beduidend meer dan in het Vlaamse Gewest (30,7%). Wel is het belang van diefstallen en afpersingen in de Vlaamse Rand sterk afgenomen tegenover tien jaar eerder: in 2010 maakten zij nog 44,6% van alle misdrijven uit (Figuur 10.2). Het aandeel meldingen van beschadigingen van eigendom ligt aanzienlijk lager. In 2019 gaat het in de Vlaamse Rand om 8,6% van alle misdrijven. Dit is iets lager dan in het Vlaamse Gewest (9,1%). Ook hier zien een daling ten opzichte van 2010, toen het nog om 13,5% van alle misdrijven ging (Figuur 10.2). Bedrog vormt de derde vorm van misdrijven in de Vlaamse Rand, met 8,2% van alle misdrijven. Daarna volgen misdrijven tegen de lichamelijke integriteit (6,6%) en drugsmisdrijven (5,4%). In het Vlaamse Gewest zijn deze laatste twee vormen van misdrijven vaker voorkomend, met
41
respectievelijk 8,9% en 8,4%. Bedrog komt daar maar op de vijfde plaats (7,1%). Het aandeel registraties van bedrog is in de Vlaamse Rand het meest duidelijk toegenomen sinds 2010, toen het nog om 4,5% ging. Drugsmisdrijven zijn licht gestegen, terwijl misdrijven tegen de lichamelijke integriteit nagenoeg constant gebleven zijn (Figuur 10.2). Figuur 10.2: Aandeel geregistreerde misdrijven, per type misdrijf (exclusief ‘Andere misdrijven’), in de Vlaamse Rand, van 2010 tot 2019, in procenten (%). 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Diefstal en afpersing
Beschadigen van eigendom
Bedrog
Drugs
2019
Misdr. tegen de lichamelijke integriteit
Bron: Politiële Criminaliteitsstatistieken, aanlevering Statistiek Vlaanderen, bewerking Agentschap Binnenlands Bestuur.
Tussen de gemeenten van de Vlaamse Rand zijn er wel grote verschillen. Bij de diefstallen en afpersingen springt in 2019 Kraainem in het oog (50,5% van alle misdrijven). Pas op enige afstand volgen Linkebeek en Drogenbos (beide 45,5%) en Machelen (44,4%). Het laagste aandeel diefstallen en afpersingen vinden we in Zaventem (32,4%) en Dilbeek (34,0%). Beschadigingen van eigendom komen dan weer het meest voor in Wezembeek-Oppem (12,1% van alle misdrijven) en het minst in Hoeilaart. Feiten van bedrog worden het meest geregistreerd in Drogenbos (13,9% van alle misdrijven) en Merchtem (13,6%). Ze komen het minst voor in Sint-Pieters-Leeuw (5,3%) en Wemmel (5,4%).
42
11 BESTUURSKRACHT De bestuurskracht van een lokaal bestuur verwijst naar de middelen waarover dat bestuur beschikt in verhouding tot de taken die het moet uitvoeren. Hier bespreken we eerst de middelenzijde van de gemeenten, gevolgd door de uitgaven en de financiële schuld. In 2020 ontvangen de gemeenten van de Vlaamse Rand gemiddeld 1.842 euro per inwoner aan exploitatieontvangsten. Dat zijn ontvangsten die gewoonlijk minstens één keer per financieel boekjaar voorkomen en die te maken hebben met de regelmatige, gewone werking van het bestuur.14 Het gemiddelde voor het Vlaamse Gewest ligt, met 2.064 euro per inwoner, een stuk hoger. In de volledige provincie Vlaams-Brabant daarentegen komen de exploitatieontvangsten maar op 1.808 euro per inwoner. Binnen de Vlaamse Rand liggen deze ontvangsten het hoogst in Machelen (2.233 euro per inwoner) en Merchtem (2.205 euro per inwoner) (Figuur 11.1). De laagste waarde noteren we in Wezembeek-Oppem (1.411 euro per inwoner). Daarnaast ontvangen de gemeenten van de Vlaamse Rand in 2020 gemiddeld 89 euro per inwoner aan investeringsontvangsten. Dat zijn ontvangsten die slaan op verrichtingen verbonden aan de aanschaf, het gebruik en de vervreemding van duurzame middelen. Deze inkomsten liggen lager dan het gemiddelde voor zowel het Vlaamse Gewest (108 euro per inwoner) als Vlaams-Brabant (97 euro per inwoner). Binnen de Vlaamse Rand lopen deze waarden wel sterk uiteen en variëren ze tussen 10 euro per inwoner in Meise en 322 euro per inwoner in Drogenbos (Figuur 11.1). Figuur 11.1: Exploitatieontvangsten en investeringsontvangsten in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020, in euro per inwoner. 2500 2250 2000 1750 1500 1250 1000 750 500 250 0
Exploitatieontvangsten
Investeringsontvangsten
Bron: Agentschap Binnenlands Bestuur.
Gemeenten kunnen autonoom beslissen om naast bovenstaande overdrachten vanuit het Vlaamse Gewest nog andere ontvangsten te innen. De bekendste ontvangsten in die categorie zijn de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Sinds 2014 14
Denk aan de fiscale ontvangsten en boetes, maar ook de algemene en specifieke werkingssubsidies. Voor meer informatie, zie https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/node/478.
43
bedraagt de aanslagvoet voor de aanvullende personenbelasting (APB) gemiddeld 6,8% in de Vlaamse Rand. In 2021 steeg deze waarde voor het eerst naar 6,9%. Dat is nog steeds lager dan het Vlaamse gemiddelde, dat sinds 2017 7,2% bedraagt. Dat hangt samen met de gemiddeld hogere inkomens in de Vlaamse Rand, waardoor de opbrengst van één procent aanvullende personenbelasting hoger ligt. Zo kunnen de gemeenten in de Vlaamse Rand hun belastingtarieven lager houden dan in andere Vlaamse gemeenten en toch dezelfde opbrengsten genereren. In 2020 bedraagt de APB-opbrengst in de Vlaamse Rand gemiddeld 375 euro per inwoner. Dat is, ondanks de lagere APB-tarieven in de Vlaamse Rand, meer dan het gemiddelde van het Vlaamse Gewest (326 euro per inwoner). De aanslagvoeten in de gemeenten van de Vlaamse Rand schommelen in 2021 tussen 5,0% in Machelen en Zaventem en 8,2% in Meise. Daarnaast halen de gemeenten ook inkomsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV). Door de hogere waarde van het vastgoed in de Vlaamse Rand ligt de opbrengst van de opcentiemen er in 2020, met 402 euro per inwoner, eveneens hoger dan gemiddeld in het Vlaamse Gewest (374 euro per inwoner). De gemeenten van de Vlaamse Rand moeten dus minder hoge opcentiemen heffen om eenzelfde bedrag aan inkomsten te kunnen innen als gemiddeld in het Vlaamse Gewest. De aanslagvoet in de Vlaamse Rand ligt met 693 opcentiemen dan ook lager dan het gemiddelde van het Vlaamse Gewest (897 opcentiemen). In de Vlaamse Rand liggen de opcentiemen het laagst in Zaventem (472 opcentiemen). In Vilvoorde is het dubbel zoveel (960 opcentiemen). Figuur 11.2: Exploitatieuitgaven en investeringsuitgaven in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020, in euro per inwoner. 2750 2500 2250 2000 1750 1500 1250 1000 750 500 250 0
Exploitatieuitgaven
Investeringsuitgaven
Bron: Agentschap Binnenlands Bestuur.
Langs de uitgavenzijde stellen we vast dat de exploitatieuitgaven in 2020 in de Vlaamse Rand 1.549 euro per inwoner bedragen. Dat zijn uitgaven die gewoonlijk minstens één keer per financieel boekjaar voorkomen en die te maken hebben met de regelmatige, gewone werking van het bestuur.15 Het gemiddelde voor het Vlaamse Gewest ligt hoger (1.772 euro per inwoner), dat van de 15
Denk aan de personeelskosten, maar ook de toegestane werkingssubsidies vallen onder dit begrip. Voor meer informatie, zie https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/node/483.
44
provincie Vlaams-Brabant iets lager (1.528 euro per inwoner). De hoogste exploitatieuitgaven in de Vlaamse Rand noteren we in Machelen (2.020 euro per inwoner), Merchtem (1.871 euro per inwoner) en Drogenbos (1.817 euro per inwoner), de laagste in Wezembeek-Oppem (1.212 euro per inwoner), Sint-Pieters-Leeuw (1.246 euro per inwoner) en Kraainem (1.257 euro per inwoner) (Figuur 11.2). Ook de investeringsuitgaven liggen in de Vlaamse Rand, met 322 euro per inwoner, lager dan het Vlaamse gemiddelde (359 euro per inwoner) en het gemiddelde van Vlaams-Brabant (341 euro per inwoner). Investeringsuitgaven zijn uitgaven die slaan op de verrichtingen die verbonden zijn aan de aanschaf, het gebruik en de vervreemding van duurzame middelen. Wezembeek-Oppem laat hier de hoogste waarde optekenen (737 euro per inwoner) (Figuur 11.2). Aan het andere uiterste vinden we Meise (181 euro per inwoner). Het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven (zowel exploitatie-, investerings- als andere verrichtingen) resulteert in het begrotingssaldo of budgettair saldo van het boekjaar. Dat saldo geeft een beeld van de netto-kasstroom van de gemeente in een gegeven boekjaar. In 2020 kennen de gemeenten van de Vlaamse Rand gemiddeld een negatief begrotingssaldo van -16 euro per inwoner. Dat is gelijkaardig aan de waarde van de provincie Vlaams-Brabant (-14 euro per inwoner). Voor het hele Vlaamse Gewest komt het begrotingssaldo in 2020 positief uit, op 25 euro per inwoner. Achter die gemiddelde cijfers gaan echter grote verschillen schuil. Ook in de Vlaamse Rand hebben zeven gemeenten in 2020 een positief begrotingssaldo, tot 301 euro per inwoner in Hoeilaart. Twaalf gemeenten hebben een negatief saldo, met de laagste waarde in Machelen (-524 euro per inwoner). Bovendien fluctueert het begrotingssaldo bij elk van de gemeenten ook sterk doorheen de tijd. Figuur 11.3: Financiële schuld in de Vlaamse Rand, per gemeente, in 2020, in euro per inwoner. 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0
Bron: Agentschap Binnenlands Bestuur.
De autofinancieringsmarge (AFM) is het verschil van het exploitatiesaldo (dit zijn de exploitatieontvangsten min de exploitatieuitgaven) en de netto periodieke leningsuitgaven van aflossingen en interesten. Deze indicator geeft zo weer in welke mate de dagelijkse werking (exploitatiesaldo) in staat is de leningslasten te dragen. Hoe groter dat cijfer, des te meer extra uitgaven men kan maken zonder bijkomende leningen en zonder aan de bestaande lopende verrichtingen te moeten 45
raken. Het gemiddelde voor de Vlaamse Rand komt in 2020 op 204 euro per inwoner. Daarmee doet de Vlaamse Rand het iets beter dan het gemiddelde van het Vlaamse Gewest (193 euro per inwoner) en van Vlaams-Brabant (188 euro per inwoner). Ook hier stellen we echter vast dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten, gaande van 17 euro per inwoner in Machelen tot 340 euro per inwoner in Sint-Genesius-Rode. Bovendien fluctueert ook de autofinancieringsmarge sterk doorheen de tijd. De financiële schuld ligt in 2020 in de Vlaamse Rand op gemiddeld 1.073 euro per inwoner. Dat is lager dan in het Vlaamse Gewest (1.249 euro per inwoner), maar licht hoger dan in de provincie Vlaams-Brabant (1.059 euro per inwoner). Er bestaan echter opnieuw grote verschillen tussen de gemeenten (Figuur 11.3). Terwijl de schuld in Drogenbos 45 euro per inwoner bedraagt, loopt de financiële schuld in Machelen op tot 3.041 euro per inwoner, pas op ruime afstand gevolgd door Tervuren (2.276 euro per inwoner) en Hoeilaart (2.105 euro per inwoner).
46
KERNGETALLEN PER GEMEENTE In onderstaande tabel brengen we enkele kernindicatoren samen. De drie gemeenten met de hoogste cijfers duiden we in het lichtblauw aan, de drie gemeenten met de laagste cijfers in het lichtrood. Merchtem en Meise, twee voorstedelijke gemeenten in het noorden van de Vlaamse Rand, hebben een eerder open karakter: ze behoren tot de meest dunbevolkte en minst bebouwde gemeenten van de Vlaamse Rand. Daarnaast hebben ze de laagste aandelen van inwoners met een nietBelgische nationaliteit. Ze zijn ook allebei welvarend: we vinden er hoge werkzaamheidsgraden en lage werkloosheidsgraden. We vinden er ook de hoogste aandelen moeders die Nederlands praten met hun kinderen. Grimbergen en Wemmel vormen een overgangsgebied tussen het semi-landelijke karakter van Merchtem en Meise enerzijds en het industriële karakter van de economische polen van Vilvoorde, Machelen en Zaventem anderzijds. Deze gemeenten springen er nauwelijks uit. Vilvoorde, Machelen en Zaventem worden sterk gekenmerkt door de aanwezigheid van economische activiteiten. De bebouwde oppervlakte bestemd voor wonen is hier relatief beperkt: een aanzienlijk deel van de bebouwde ruimte dient voor economische activiteiten. De bruto toegevoegde waarde per inwoner ligt hier dan ook het hoogst. Ondanks de aanwezige economische activiteiten kampen de drie gemeenten met hoge werkloosheidsgraden en een eerder laag gemiddeld inkomen per aangifte. De vastgoedcijfers voor woonhuizen liggen er ook aan de lage kant. Deze gemeenten worden ook gekenmerkt door een grote bevolkingsgroei. Kraainem en Wezembeek-Oppem zijn faciliteitengemeenten met een hoge bebouwingsgraad in het oosten van de Vlaamse Rand. Ze behoren tot de gemeenten met de hoogste bevolkingsdichtheid en het hoogste aantal inwoners met een niet-Belgische nationaliteit. Het migratiesaldo ligt er dan weer laag. Ondanks de lage werkzaamheidsgraden is het gemiddelde inkomen per aangifte er hoog. Ook vinden we hier de hoogste woningprijzen. Deze gemeenten hebben ook het laagste aandeel moeders dat Nederlands praat met hun kinderen. Tervuren, Overijse en Hoeilaart – de residentiële gemeenten – en Sint-Genesius-Rode en Beersel zijn gemeenten in het zuiden van de Vlaamse Rand met een relatief lage bevolkingsdichtheid. Ook de bevolkingsgroei is er eerder beperkt. Ze zijn ook relatief welvarend: de werkloosheidsgraden liggen er onder het gemiddelde voor de Vlaamse Rand en het gemiddelde inkomen per aangifte is er eerder hoog. De vastgoedprijzen liggen er over het algemeen ook aan de hoge kant. Het bovengemiddeld aandeel inwoners met een niet-Belgische nationaliteit in verschillende gemeenten is vooral toe te schrijven aan de aanwezigheid van expats. Linkebeek en Drogenbos zijn kleine, dichtbevolkte faciliteitengemeenten. Beide gemeenten worden gekenmerkt door een hoge migratie-intensiteit en een hoge werkloosheidsgraad. Verder hebben ze echter een verschillend profiel. Drogenbos kent een sterke bevolkingsgroei, een eerder laag gemiddeld inkomen per aangifte en een sterke economische activiteit. In Linkebeek groeit de bevolking amper, is het gemiddeld inkomen per aangifte eerder gemiddeld en is de woonfunctie vooral van belang. Asse, Dilbeek en Sint-Pieters-Leeuw zijn gemeenten in het westen van de Vlaamse Rand die niet zo dichtbebouwd zijn. De werkzaamheidsgraad ligt er iets hoger dan gemiddeld, maar verder springt deze groep van gemeenten er amper uit.
47
Indicator Periode Drogenbos Kraainem Linkebeek Sint-Genesius-Rode Wemmel Wezembeek-Oppem Periode Asse Beersel Dilbeek Grimbergen Hoeilaart Machelen Meise Merchtem Overijse Sint-Pieters-Leeuw Tervuren Vilvoorde Zaventem Periode Vlaamse Rand Vlaams Gewest
Bevolkingsgroei (%)
Bevolkingsdichtheid (inwoners/km²)
2011-2021 15,5 3,3 -1,4 3,8 11,3 4,0 2011-2021 10,7 6,4 8,8 8,1 10,5 17,2 7,9 10,3 4,6 10,0 7,8 12,9 12,6 2011-2021 9,1 5,5
2021 2 284 2 373 1 131 819 1 939 2 076 2021 674 847 1 054 991 561 1 383 564 465 570 862 681 2 119 1 269 2021 918 488
Inwoners met niet-Belgische nationaliteit (%) 2021 23,8 32,4 14,3 17,4 16,2 23,9 2021 13,7 12,0 10,8 11,9 16,8 14,2 8,7 6,7 17,7 16,0 24,5 15,1 22,9 2021 15,9 9,5
Migratiesaldo (per 1.000 inwoners) 2020 11,9 1,3 11,1 6,3 10,4 0,5 2020 7,2 17,2 6,7 8,6 5,0 16,2 7,8 20,7 7,1 11,6 5,9 -1,3 10,9 2020 8,1 4,9
Migratieintensiteit (per 1.000 inwoners) 2020 196,9 166,6 161,0 140,9 170,9 150,0 2020 140,3 136,5 117,8 138,7 129,6 152,2 129,5 132,2 131,0 136,5 135,5 122,8 171,6 2020 139,9 106,8
Bruto toegevoegde waarde per inwoner (euro) 2018 75 396 17 006 24 440 22 591 26 418 14 536 2018 55 105 35 526 36 326 33 266 19 721 201 800 26 272 21 626 24 943 25 674 15 122 64 218 134 427 2018 47 971 36 609
Werkzaamheid- Werkloosheidsgraad graad (%) (%) 2019 73,9 67,3 70,1 72,3 74,5 69,0 2019 75,6 77,0 76,0 76,0 76,1 73,0 76,7 79,3 75,0 74,9 71,7 73,4 73,5 2019 74,5 75,2
2020 6,8 5,6 7,5 5,3 7,4 6,3 2020 6,4 4,7 5,5 6,2 4,5 8,4 4,8 4,6 4,8 5,9 4,4 8,1 6,5 2020 5,9 6,4
48
Indicator Periode Drogenbos Kraainem Linkebeek Sint-Genesius-Rode Wemmel Wezembeek-Oppem Periode Asse Beersel Dilbeek Grimbergen Hoeilaart Machelen Meise Merchtem Overijse Sint-Pieters-Leeuw Tervuren Vilvoorde Zaventem Periode Vlaamse Rand Vlaams Gewest
Gemiddeld inkomen per aangifte (euro) 2018 30 239 49 861 40 607 49 632 40 040 48 429 2018 37 264 41 304 39 691 40 000 45 200 32 596 43 713 39 893 46 911 34 583 50 022 33 663 37 429 2018 40 233 35 388
Schoolse Leerlingen uit Moeders die vertraging Brussels H. Gew. Nederlands secundair ond. naar Vl. Rand praten met hun (%) (aantal) kinderen (%) 2020-2021 2020-2021 2020 41,5 35 6,4 16,9 51 4,3 25,0 34 4,8 18,7 68 12,1 25,7 464 10,5 20,3 106 4,5 2020-2021 2020-2021 2020 24,5 214 36,4 22,6 131 33,6 22,3 1 405 32,7 25,1 187 30,7 14,7 18 40,9 32,5 156 18,9 18,2 156 58,9 19,3 64 60,0 14,5 41 38,3 32,4 127 21,4 16,9 143 31,0 37,7 746 27,0 27,3 680 19,9 2020-2021 2020-2021 2020 25,3 4 826 28,9 23,1 6 381 70,1
Bebouwde oppervlakte (%) 2019 86,0 72,9 51,8 44,7 56,3 69,7 2019 28,4 46,7 43,7 40,1 28,7 77,0 28,8 23,4 40,2 31,6 32,3 62,6 61,8 2019 40,6 28,5
Woongebied (% van bebouwde oppervlakte) 2020 37,4 92,5 91,0 91,5 79,3 90,0 2020 73,7 77,0 82,7 74,3 92,5 45,3 87,3 85,7 89,0 71,6 91,4 50,8 58,3 2020 77,9 75,3
Mediaan prijs woonhuis (euro) 2020 340 000 583 500 405 000 475 000 395 000 500 000 2020 316 000 350 000 340 000 349 000 377 500 300 000 395 500 340 000 450 000 310 000 445 000 294 000 367 000 2020 367 000 270 000
Financiële schuld per inwoner (euro) 2020 45 500 747 804 985 281 2020 1 570 398 595 966 2 105 3 041 1 156 1 486 1 108 886 2 276 603 1 269 2020 1 073 1 249
49
AGENTSCHAP BINNENLANDS BESTUUR Havenlaan 88, bus 70 1000 BRUSSEL rand@vlaanderen.be