© ID/ Lieven Van Assche
Jaarverslag 2020 voor de Vlaamse Regering
Inhoud Inleiding ....................................................................................................................................................................................................................... 3 1. Speerpunten en strategische projecten ......................................................................................................................................... 5 1.1 Strategisch plan GO! 2030................................................................................................................................................................. 5 1.2 Coronarespons........................................................................................................................................................................................... 8 1.3 Leervertraging...........................................................................................................................................................................................12 1.4 Eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs..........................................................................................13 1.5 Meerjarenbeleid Infrastructuur......................................................................................................................................................14 1.6 Optimalisatie centrale diensten....................................................................................................................................................15 2. De Raad van het GO!..................................................................................................................................................................................... 18 3. Ondersteuning en dienstverlening aan het onderwijsveld..................................................................................................24 3.1 Centrale diensten..................................................................................................................................................................................24 3.2 Pedagogische begeleidingsdienst..............................................................................................................................................29 3.3 Permanente ondersteuningscel..................................................................................................................................................32 4. Samen zorg dragen voor klachten.......................................................................................................................................................36 5. De positie van het GO! in het Vlaamse onderwijslandschap.............................................................................................39 6. Infrastructuur..................................................................................................................................................................................................... 47 7. Personeelsbeleid in de centrale diensten........................................................................................................................................ 68 8. Werkingsmiddelen............................................................................................................................................................................................ 71
2
Inleiding 2020 plaatste de onderwijswereld in het algemeen en het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap in het bijzonder voor ongeziene uitdagingen. De wereldwijde gezondheidscrisis had een enorme invloed op onze werking, zowel op het vlak van ondersteuning als op het vlak van samenwerken. Ondanks de hindernissen en uitdagingen slaagden we erin onze kernopdrachten kwaliteitsvol te laten uitvoeren. De individuele GO! professionals gaven het beste van zichzelf om voor onze leerlingen en cursisten ook in dit uitzonderlijke jaar kwaliteitsvol onderwijs te blijven garanderen. De samenwerking tussen onze diensten en tussen de bestuursniveaus werd er nog sterker door, met als ultieme doel onze scholen en professionals optimaal bij te staan bij het opnemen van hun taken en verantwoordelijkheden. Het GO! is dan ook met recht trots op hoe het de gevolgen van de pandemie heeft opgevangen. Naast de beheersing van de crisis hielden we evenzeer de blik op de toekomst gericht. We grepen de inzichten die we tijdens de pandemie verwierven aan om het Strategisch plan GO! 2030 bij te sturen en vormden uitdagingen om tot opportuniteiten voor onze eigen langetermijnvisie op onderwijs. We gingen – sneller dan voorzien – aan de slag met onze concepten “school als concept – hybride leren“ en “de rollen van de onderwijsprofessional”. Met de praktijk van afstandsleren toetsten we die concepten af aan de werkelijkheid en stelden we ons strategisch en tactisch beleidskader bij. We bogen ons in 2020 eveneens met een kritische blik over de eigen werking, in het bijzonder vanuit de vraag hoe we onze scholengroepen en onderwijsinstellingen nog beter kunnen bijstaan. Naast een herbevestiging van onze missie en kernopdrachten werkten we daarbij een nieuwe structuur, een nieuw organogram en een nieuw personeelsplan uit, met een voortdurende aandacht voor een lerende organisatiecultuur. Het GO! bleef ook in 2020 verder groeien. Hierbij stonden de centrale diensten scholen en scholengroepen onder meer bij op het gebied van aanbod, organisatie en – niet in het minst – infrastructuur. De centrale diensten blijven zich, gelet op de besparingscontext waarbinnen ze sinds jaren opereren, op zijn minst gezegd zorgen maken over het voortbestaan van de dienstverlening. De centrale diensten telden, bij gebrek aan financiële middelen, eind 2020 noodgedwongen nog slechts 169 medewerkers. Ze dragen anders geformuleerd maximaal bij aan de besparingsdoelstellingen van de Vlaamse overheid in koppen, maar slagen er daardoor steeds moeizamer in om de hen bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 van het Gemeenschapsonderwijs (BDGO) toebedeelde kerntaken nog op een aanvaardbare wijze uit te voeren. De pandemie toonde heel helder het enorme belang van de pedagogische begeleidingsdiensten en de CLB’s aan. De voorziene besparingen op dat vlak in de meerjarenbegroting van de Vlaamse Regering staan in schril contrast met dat belang. Kortom, ook die besparingen bemoeilijken sterk het opnemen van de kerntaken als onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Op het vlak van infrastructuur werd het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II (OD II)1 nog niet aangepast, ondanks afspraken hierover in het regeerakkoord. Dit, samen met het globale tekort aan middelen voor infrastructuur, maakt dat het GO! niet slaagt in zijn grondwettelijke opdracht om de vrije keuze te garanderen. Hierdoor moest het GO! ook in 2020 duizenden leerlingen die uitdrukkelijk voor het GO! hadden gekozen, weigeren.
1
Intussen gebeurde dit wel
3
Voor onze internaten buitengewoon onderwijs is het al meer dan tien jaar wachten op een gepaste financiering. Recente regelgeving over het volwassenenonderwijs, het dko en de CLB’s hielden dan weer geen rekening met de bij het BDGO vastgelegde organisatiestructuur met regionaal ingeplante scholengroepen, waardoor het haar eigen implementatie bemoeilijkt. Het GO! krijgt op deze wijze de kans niet om zijn grondwettelijke opdracht om neutraal onderwijs aan te bieden en de vrije keuze te waarborgen, te vervullen. We hopen te mogen rekenen op een overheid die haar eigen onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap een warm hart toedraagt en de correcte middelen verschaft om de grondwettelijke opdracht over heel Vlaanderen te vervullen. Alleen zó kunnen we de vrije keuze waarborgen met een kwaliteitsvol en neutraal onderwijs en de hoeder zijn van gelijke onderwijskansen voor alle kinderen en jongeren in Vlaanderen.
4
1. Speerpunten en strategische projecten 1.1 Strategisch plan GO! 2030 Met het Strategisch plan GO! 2030 maakt het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zich klaar voor het onderwijs van de toekomst. De poolstervisie staat daarbij centraal: “de favoriete leergemeenschap worden, voor iedereen gepersonaliseerd, spiegel en bouwsteen van de samenleving”. Hiermee willen we een antwoord bieden op een almaar toenemende maatschappelijke diversiteit en werken we aan onderwijskwaliteit voor elke lerende. We stemmen de leeromgevingen af op individuele verschillen en ondersteunen elk leerproces op maat. We leren leerlingen en cursisten om geleidelijk aan zelf de regie over eigen én gezamenlijke leerprocessen te nemen. Zo werkt het GO! doelgericht aan het verhogen van de onderwijskwaliteit, aan het maximaliseren van leerwinst voor elke lerende en aan het verhogen van de leermotivatie. Leerlingen bouwen via directe instructie en oefening de nodige kennis en vaardigheden op. Kernteams van onderwijsprofessionals spelen hier een centrale rol. Het GO! ziet leren ook expliciet als een sociaal gebeuren. Dat betekent dat deze kernteams de leerlingen coachen, terwijl ze in samenwerking nieuwe kennis en inzichten opbouwen. Met dit doel creëren we veelzijdige leer- en leefomgevingen, ook los van plaats en tijd. Leren op een fysieke plek gaat er hand in hand met leren langs digitale weg. Kortom, een school is niet langer alleen dat stenen gebouw, waarbinnen via vaste tijdskaders wordt lesgegeven. In de visie van het GO! is ze in de eerste plaats een dynamische leer- en leefgemeenschap, die de schoolmuren en schooluren overstijgt, met een open blik op de wereld. Zo vormt ze de motor van een complex ecosysteem waar ook andere maatschappelijke actoren en sectoren deel van uitmaken: cultuur, sport, welzijn, werk, …
Implementatieplan 2020-22 Om bovenstaande ambities te realiseren, stelt het GO! een groeipad voorop met objectieven op de korte (twee jaar), middellange (vijf jaar) en lange termijn (tien jaar). Vanuit de verschillende lagen van het net werkten we samen aan een implementatieplan voor de eerstkomende twee jaar, dat begin 2020 door de Raad van het GO! werd goedgekeurd. De focus ligt daarin op vijf programma’s, waar telkens acties aan zijn verbonden: -
de nieuwe rol van de onderwijsprofessional
-
gepersonaliseerd samen leren binnen een leergemeenschap los van plaats en tijd,
-
kwaliteit voor iedereen,
-
digitaal beleid
en -
profilering.
Centraal staat een geïntegreerde, overkoepelende aanpak die inspeelt op de kracht van ons net, namelijk het geschakeld en gelijkgericht aan de slag gaan over de bestuursniveaus heen. Maar ook een principe als ‘de lerende organisatie’ en het feit dat we de uitdagingen in partnerschap met externen willen opnemen vormen fundamenten waarop we onze programmawerking baseren.
5
Congres “Morgen maken we samen!” Op 6 maart stelden we in de Elisabethzaal in Antwerpen tijdens het congres ‘Morgen maken we samen’ onze nieuwe strategie voor aan een achterban van duizend GO! onderwijsprofessionals, een mix van schooldirecteurs en beleidsmedewerkers. Het vormde het culminatiepunt van een uitgebreid traject waarbij alle directies van de scholen en centra van het GO! betrokken waren. Zo hielden we voorafgaand een ‘ronde van Vlaanderen’, waarbij we met alle scholengroepen en hun directies in gesprek gingen over wat zij als uitdagingen zagen en welke dromen zij koesterden voor het onderwijs van de toekomst. Op het congres brachten we iedereen samen om hen te informeren over het resultaat van de vele dialoogmomenten en hun input. Een mooi momentum waarop we via inspirerende keynotes en boeiende praktijksessies collega’s handvatten aanreikten en enthousiasmeerden om zelf aan de slag te gaan, in verbondenheid. Zo willen we onze poolstervisie ‘gelijkgericht en geschakeld’ tot leven brengen. Het succes van dit congres bleef in de maanden eropvolgend nog positief doorwerken en toen de pandemie toesloeg bewees onze proactieve en innovatieve aanpak zijn nut.
Coronacrisis als leertraject De crisis heeft iedereen – niet het minst het onderwijs – abrupt en noodgedwongen doen schakelen. Het ‘gepersonaliseerd samen leren’ binnen de ‘school als concept’ – de kern van het tweede programma – was plots niet langer een ambitie maar een realiteit. Niet alleen pedagogisch-didactisch en onderwijsorganisatorisch was het alle hens aan dek. Ook op technisch en praktisch vlak stonden scholengroepen en scholen onder grote druk. Directies en onderwijsteams moesten snel overschakelen op afstandsonderwijs en aanloopleren. De digitale leeromgeving – voor de lerende — en de digitale werkplek – voor de professionals – om maximaal van thuis uit (samen) te leren en samen te werken kregen sneller vorm dan verwacht. Corona dwong het hele GO! om snel te reageren: enerzijds – op korte termijn – een antwoord bieden op noden en vragen die momenteel leven en baat hebben bij een kordate aanpak, anderzijds – op middellange termijn – met het zicht op ons groeipad naar 2030, een fundamentele transformatie voorbereiden naar een ander model van onderwijs. Met als centrale vragen: hoe kunnen we evolueren naar een hybride leeromgeving waarbij het leren op school en het leren op afstand – los van plaats en tijd – optimaal op elkaar afgestemd zijn en we kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen kunnen garanderen? Hoe kunnen we de digitale mogelijkheden optimaal omarmen in de dagelijkse lespraktijk en op welke wijze kunnen we onderwijsteams hierin zo goed mogelijk bijstaan? Met de middellange termijn in gedachten drong een corona-impactanalyse op de programma’s van het implementatieplan 2020-22 zich op: moeten we onze programma’s bijsturen op basis van de lessen die we trekken uit de afgelopen periode? Welke inzichten zijn gegroeid, welke goede praktijken hebben zich opgeworpen, welke vraagstukken dienen zich aan? En hoe doen we dat? Waar kunnen we versnellen, waar stoten we op knelpunten die eerst moeten opgelost worden vooraleer we verder kunnen gaan?
6
Inhoudelijke verdieping In ons implementatieplan 2020-22 lag de nadruk verder voor het eerste werkingsjaar op de ‘conceptualisering’ of inhoudelijke verdieping van een aantal kernbegrippen en -ideeën uit onze poolstervisie. De visietekst Gepersonaliseerd samen leren, waarin de focus ligt op het leerproces zelf, werd begin 2020 goedgekeurd door de Raad van het GO!. In de tweede jaarhelft van 2020 werden twee andere visieteksten ontwikkeld. In de visietekst School als concept staat de leeren leefomgeving waarin het proces van ‘gepersonaliseerd samen leren’ plaatsvindt centraal. In de visietekst De rol van de onderwijsprofessionals kijken we naar de onderwijsprofessionals die nodig zijn om de favoriete leergemeenschap en de gepersonaliseerde leertrajecten vorm te geven, en de lerenden hierbij te begeleiden. Zowel in de ontwikkeling van deze laatste twee visies, als bij de uitrol van het ‘gepersonaliseerd samen leren’ in de praktijk, boden de inzichten uit de coronaimpactanalyse extra onderbouwing en inspiratie.
7
1.2 Coronarespons Pedagogische begeleidingsdienst De sluiting van de scholen noopte ook de Pedagogische begeleidingsdienst (PBD-GO!) om zijn ondersteuningsopdracht op afstand waar te maken. De dienst lanceerde hiervoor een tijdelijke website met materialen die de omschakeling naar digitaal onderwijs bijstond. Ook de vakgebonden virtuele klassen werden aangevuld met ondersteunende materialen om op afstand te werken. Op 11 maart besliste de PBD-GO! uit verantwoordelijkheid en op basis van de adviezen van de overheid om alle nascholingen, netwerkmomenten en evenementen op te schorten. Een aantal dringende zaken, zoals het organiseren van afstandsonderwijs en de implementering van de basisopties in de eerste graad secundair onderwijs, werden op afstand georganiseerd. De begeleiders hebben zich, vanaf de (gedeeltelijke) heropening van de scholen, volledig ingezet op het inhoudelijk, didactisch en emotioneel begeleiden van leraren op de klasvloer.
16 MRT - Opschorting contactonderwijs
11 maart 2020 Nascholingen, netwerken en evenementen worden opgeschort
15 maart 2020 Lancering website 'Digitaliseer je les' vol met tips, bronnen en links
13 maart 2020 Lijst met snelle tips voor afstandsleren en opvang op school
18 maart 2020 Informatiefiche kleuteronderwijs
16 maart 2020 Doelenset BaO om op afstand te verdiepen
23 maart 2020 Toolbox wiskunde voor het BaO
19 maart 2020 Virtuele ruimten SO up-to-date
26 maart 2020 Start eerste virtuele leerplanimplementaties
18 MEI - Gedeeltelijke heropstart
3 april 2020 Document Organisatie van preteaching van afstandsleren voor BaO en SO
8
30 april 2020 Visie op evaluatie met addendum schoolreglement
31 maart 2020 R-OKwijs doorheen de coronacrisis
24 maart 2020 Checklist kwaliteitsvol afstandsonderwijs
17 maart 2020 Tips en voorbeelden kwaliteitsvol afstandsonderwijs
1 april 2020 Document crisisbegeleiding BaO/SO
27 maart 2020 Servicedocument Kwaliteitszorg in tijden van corona
22 mei 2020 Draaiboek zomerscholen
5 mei 2020 EHBO-kit Mens en Maatschappij in BaO 6 mei 2020 EHBO-kit wiskunde en Nederlands voor BaO + Start ZOEMBA-sessies voor GO! leidinggevenden
Voltijds BaO 8 JUN - Versoepeling SO
22 juni 2020 Ondersteuning bij de opstart en organisatie van volgend schooljaar SO 25 juni 2020 Kwaliteitszorg (in en) na coronatijden + Nieuwe virtuele ruimte Vademecum SO
Permanente ondersteuningscel Sinds maart 2020 werd alle ondersteuning van de Permanente ondersteuningscel (POC) prioritair toegespitst op de pandemie. Van maart tot en met augustus 2020 was voor de CLB’s een belangrijke rol weggelegd in het garanderen van de onderwijsparticipatie van kinderen en jongeren. Ook de POC stemde het aanbod voor de CLB-medewerkers nauwkeuriger af op de noden van het moment. Dit betekende dat het reguliere aanbod sinds maart gedeeltelijk werd verlaten. In de plaats werd ingezet op professionalisering rond coronagerelateerde vragen en thema’s, het bijstaan van medewerkers vanuit een concreet ambt (bijvoorbeeld directeur of arts) en op beleidsvertegenwoordiging. Een eerste belangrijke wijziging had betrekking op de manier waarop de professionalisering werd verdergezet. In tegenstelling tot ervoor, toen werd ingezet op face-to-face-ontmoetingen, werd het POC-aanbod sinds maart (bijna) uitsluitend digitaal ingericht. Hiervoor werd gebruikgemaakt van verschillende vormen: -
e-modules waartoe medewerkers 24/7 toegang hebben,
-
professionaliseringsinitiatieven online via Teams-vergaderingen (bijvoorbeeld over de organisatie van de preventieve gezondheidszorg in tijden van corona of voor lerende netwerken van directeurs),
-
ondersteuning op maat door middel van telefonisch of digitaal overleg, bijvoorbeeld bij de begeleiding van verandertrajecten,
-
een intensiever aanbod vanuit de helpdeskfunctie zodat medewerkers zowel per telefoon, e-mail als online vergadermomenten een beroep konden doen op de expertise van de POC-medewerkers.
Hoewel een (beperkt) gedeelte van de ondersteuning en professionalisering al online verliep, plaatste de pandemie ook de POC voor een digitale uitdaging. Hierbij werden doelgerichtheid en meerwaarde voortdurend bewaakt. Deze periode leerde ons niettemin dat digitalisering haar weg heeft gevonden in de professionalisering van CLB-medewerkers.
Ondersteuning laptopacties en aanloop digisprong Door de plotse lockdown in het voorjaar werd het ineens pijnlijk duidelijk dat het niet evident was om afstandsonderwijs te organiseren; heel wat leerlingen beschikken gewoonweg niet over het nodige IT-materiaal. Om snel te voldoen aan de eerste noden, lanceerde minister Weyts in maart een actie om via “digital for youth” gebruikte laptops in te zamelen en te refurbishen voor gebruik door – vooral kansarme – leerlingen. Vanuit de centrale diensten werd de actie communicatief bijgestaan, werden de noden in de verschillende scholen geïnventariseerd (meer dan 6.200 aanvragen, waarvan er een 4.300 werden gelenigd) en werd de communicatie tussen kabinet, administratie en digital for youth gecoördineerd. Door de verdeling via de scholengroepen te laten gebeuren, werd de operatie ook logistiek haalbaarder gezien de grote tijdsdruk. In november lanceerde de minister de eerste schijf van de actie Digisprong, waar naar aanleiding van de nieuwe lockdown nieuwe toestellen ter beschikking werden gesteld van scholen voor leerlingen die niet over een toestel beschikten. Ook hiervoor coördineerden de centrale diensten de inventarisatie van de noden, de communicatie met andere onderwijsverstrekkers, het kabinet en de leverancier, en het verstrekken van de correcte administratieve gegevens aan de administratie.
9
Gezien de grote noden lanceerde de nieuw opgerichte GO! foundation ook een actie “schermen voor gelijke kansen”. Met dit eerste jaarthema heeft de foundation in schooljaar 2020-21 extra geld ingezameld voor die IT-apparatuur die scholen nodig hebben om élk kind toegang te geven tot de digitale snelweg. Door een donatie van investeringsmaatschappij (private equity-bedrijf) CVC konden tweehonderd laptops worden verdeeld over secundaire GO! scholen die in april geen toestellen van de Vlaamse overheid hadden gekregen. Een ander luik van de werking van de GO! foundation is dat het scholen een laagdrempelig en professioneel platform biedt, waarop de schoolteams hun eigen lokale sponsoracties kunnen plaatsen. Vierentwintig scholen tekenden hierop in. Er is nog geen resultaat van de ingezamelde sommen bekend, aangezien de acties lopen tot einde schooljaar 2020-21.
10
Startjaar GO! foundation In 2020 richt het GO! de GO! foundation op. Met deze stichting wil het GO! gelijke onderwijskansen een boost geven. Enerzijds zamelt de GO! foundation – als vorm van solidariteit – middelen in om de gelijke onderwijskansen in alle scholen bij te staan. Anderzijds reikt de GO! foundation scholen een digitaal platform aan, waardoor alle schoolteams op een laagdrempelige manier fondsen kunnen werven. Elk jaar kiest de GO! foundation een overkoepelend thema, rekening houdend met de waarden en de visie van de stichting.
Eerste campagne ‘Schermen voor gelijke kansen’ Tijdens de coronacrisis wordt de digitale kloof pijnlijk zichtbaar, en dat terwijl digitale middelen niet meer weg te denken zijn. De foundation kiest als eerste jaarthema dan ook voor de campagne ‘Schermen voor gelijke kansen’. De GO! foundation stelt ook een sponsordossier op en spreekt met mogelijke schenkers. Via deze weg wil de stichting extra financiële middelen inzamelen.
11
1.3 Leervertraging De PBD-GO! bleek ook het voorbije jaar in het onderwijs- en ondersteuningslandschap een onmisbare en door het veld gewaardeerde schakel in het beperken en wegwerken van de door omstandigheden opgelopen leervertraging, zonder de ons typerende aandacht voor gelijke onderwijskansen uit het oog te verliezen. Door de opschorting van de lessen vanaf 16 maart is er aanzienlijk wat lestijd weggevallen. Sommige leerlingen liepen een leerachterstand op of hebben bijkomende ondersteuning nodig om een goed vervolg van hun leertraject te garanderen. Vooral kwetsbare jongeren hadden het extra moeilijk. Gelijke onderwijskansen bieden zit in het DNA van het GO!. Er werden dan ook heel wat inspanningen geleverd om deze leerlingen te blijven bereiken. Voor het basisonderwijs, werden er EHBO (Eerste Hulp bij Opstart)-kits ontwikkeld voor de heropstart van de reguliere lessen in onze scholen. Deze kits dienden om de resterende onderwijstijd tot het einde van het schooljaar zo effectief mogelijk te benutten en de mogelijk opgelopen leerachterstand maximaal te ondervangen en remediëren. Voor de scholen in het secundair onderwijs ontwikkelde de PBD-GO! een ‘vademecum opstart schooljaar 2020-21’ met daarin de nodige materialen om tot een brede beeldvorming van de leerlingen te komen en een beeldvormende klassenraad te organiseren. De Vlaamse overheid lanceerde een open projectoproep voor scholen om gedurende minstens tien dagen in juli of augustus een leertraject op maat te organiseren, gekoppeld aan sport, spel en cultuur. De PBD-GO! promootte en stond deze oproep bij met de nodige materialen om dit, volgens het eigen pedagogisch project, didactisch en organisatorisch in goede banen te leiden. Voor het basisonderwijs werd er werk gemaakt van een ‘Toolkit Zomerscholen’. Deze toolkit was een leidraad voor begeleiders en leerkrachten om de leerlingen blijvend te stimuleren en versterken aan de hand van een individueel gepersonaliseerd groeipad. Het omvatte een werkdocument waarin doelen vooropgesteld worden voor alle leerlingen die deelnemen aan de zomerschool. Voor de secundaire zomerscholen werd er gebruikgemaakt van een doelenmatrix, zo geformuleerd dat het eigenaarschap van het leerproces bij de leerling komt te leggen. De focus werd gelegd op de volgende vier competenties: -
talige competenties,
-
leercompetenties,
-
digitale competenties
en -
12
onderwijsloopbaancompetenties.
1.4 Eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs De implementatie van de nieuwe eindtermen secundair onderwijs tweede graad vanaf schooljaar 2021-22 vergt een grootscheepse algemene vernieuwing van de leerplannen secundair onderwijs. Het voorbije schooljaar investeerde de PBDGO! aanzienlijke tijd in de kwaliteitsvolle voorbereiding van de nieuwe leerplannen tweede graad. Bij deze voorbereiding werd duidelijk dat de gemeenschappelijke leerplanontwikkeling voor het officieel onderwijs om een andere invulling vroeg. Enerzijds bleek het moeilijk voor OVSG om nog langer leerplannen aan te bieden voor het secundair onderwijs. Anderzijds ontwikkelde POV een eigen visie over de verhouding basisvorming/specifieke vorming in de arbeidsmarktgerichte opleidingen. Desalniettemin blijven de betrokken partners binnen deze nieuwe contouren een vorm van samenwerking behouden. Het GO! en OVSG sloten een raamovereenkomst die OVSG-scholen moet toelaten om naast de publiek beschikbare GO! leerplannen ook de daarbij ondersteunende (vak)didactische fiches via de GO! navigator te hanteren. In diezelfde lijn werd afgesproken om waar relevant de netoverstijgende samenwerking tussen (vak)begeleiders officieel onderwijs bij de ontwikkeling van ondersteunende materialen verder te zetten. De leerplanimplementatiesessies voor de nieuwe eindtermen tweede graad werden uitgetekend en vonden plaats in het voorjaar van 2021. De implementatiesessies voor de basisopties in de eerste graad vonden plaats in het voorjaar van 2020.
13
1.5 Meerjarenbeleidsplan Infrastructuur Het GO! werkt al sinds 2016 aan het beleidsplan infrastructuur. Daarbinnen werd een grondige studie uitgevoerd waarmee ze de omvang en staat van het hele patrimonium, zo’n vier miljoen vierkante meter aan schoolgebouwen, in kaart bracht. Daarnaast werd er samen met elk van de zesentwintig scholengroepen een integraalplan gemaakt met een strategische toekomstvisie op het vlak van infrastructuur. Tegelijkertijd werd er een systeem opgezet waarmee we op een objectieve manier keuzes kunnen maken om de beschikbare budgetten efficiënt en toekomstgericht te besteden. Op basis van al deze elementen besliste de Raad van het GO! in de zomer van 2020 welke projecten met de voorziene middelen prioritair zullen worden aangepakt in de komende jaren. Het GO! maakte daarbij een prognose van de beschikbare budgetten voor grote infrastructuurwerken tot en met 2025. Minister van Onderwijs Ben Weyts gaf daarbij aan dat het GO! rekening mag houden met verhoogde investeringsbudgetten, onder meer omdat – conform het regeerakkoord – de basisdotatie voor infrastructuur wordt aangepast aan de leerlingencijfers. Alles samen plant het GO! de komende vijf jaar 139.500 miljoen aan extra investeringen in schoolgebouwen. De Raad van het GO! wees de beschikbare middelen grotendeels toe aan de grondige renovatie van schoolgebouwen en vervanging van gebouwen waar de basiskwaliteit (warm, droog en proper) in het gedrang komt (vijftien projecten, samen 82,5 miljoen euro). Zes (ver)bouwprojecten zijn gericht op uitbreiding omwille van de consistente groei van het GO! (24,5 miljoen euro), op drie andere schoolterreinen wordt een bouwproject gekoppeld aan een optimalisatie (20 miljoen euro). Nog eens vier infrastructuurprojecten zijn er hoofdzakelijk op gericht pedagogische innovatie te realiseren (12,5 miljoen euro). De totale investering is goed voor 139,5 miljoen euro. De uitvoering van de planning van de achtentwintig bouw- en renovatieprojecten startte in het voorjaar van 2021.
14
1.6 Optimalisatie centrale diensten De Directieraad en de collega’s van de centrale diensten bogen zich in 2020 met een kritische blik over een aantal vragen: hoe kunnen we als GO! beter inspelen op de snel veranderende wereld en de uitdagingen die op ons afkomen? Hoe kunnen we nog meer wegen op het maatschappelijk debat en als onderwijsaanbieder mee het beleid vormgeven? Maar vooral: hoe kunnen we als centrale diensten onze scholengroepen en onderwijsinstellingen in de toekomst nog beter bijstaan? En dit binnen de erg moeilijke context van de jaar op jaar opgelegde besparingen. Wat betekent dit dan voor de rollen en taken die we opnemen, en hoe we ons intern organiseren? De oefening resulteerde in een herbevestiging van onze missie (onze bestaansreden) en onze kerntaken. We zullen deze in de toekomst wel op een andere manier invullen. Dit gaat hand in hand met een vernieuwde structuur, een nieuw organogram en een nieuw personeelsplan. Daarnaast werken we actief aan een lerende organisatiecultuur om onze werking te optimaliseren.
Kerntaken anders invullen Onze missie blijft: ‘het GO! profileren als hét onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap met een belangrijk maatschappelijk effect door -
invulling te geven aan het pedagogisch project van het GO! (PPGO!),
-
het uit te dragen
en -
te realiseren in ons net.’
We spitsen ons daarbij toe op onze vier belangrijke kerntaken: beleid, belangenbehartiging, kennis en dienstverlening. Vanuit drie rollen geven we hier invulling aan: -
Als regisseur zetten we beleidslijnen uit en organiseren we samenwerking, via netbrede participatie, en met een goede kennis van de context.
-
Als makelaar organiseren we systematisch overleg met alle betrokken actoren in ons net, zowel proactief als reactief. We nemen een sterk verbindende rol op, om onze missie en strategie naar de praktijk te vertalen en om mekaar onderling te blijven inspireren. Zo brengen we vragen, noden en behoeften in kaart en zoeken we samen naar mogelijke oplossingen of antwoorden.
-
Als dienstverlener zorgen we voor diensten en ondersteuning die de vragen of noden in kwestie dekken. We zijn dan leverancier of realisator van een dienst, proces of product. We realiseren vanuit onze expertise netbrede diensten of producten waarmee scholengroepen en onderwijsinstellingen aan de slag kunnen.
Dit alles moet ervoor zorgen dat we blijven wegen op het politieke en maatschappelijke debat, maar ook dat scholengroepen en scholen worden bijgestaan in het voeren van een sterk beleid. ‘Geschakeld en gelijkgericht’ maken we samen onze poolstervisie waar!
15
Gewijzigd organogram van de centrale diensten De keuze om onze kerntaken op een andere manier in te vullen, maakt dat we ons anders gaan organiseren. Twee nieuwe afdelingen worden gevormd: -
een afdeling Beleid en Belangenbehartiging. De afdeling zal de regierol invullen en de visies, standpunten en belangen van het GO! verdedigen, onder meer door kennisopbouw en -ontsluiting, door het onderhandelen met de overheid en stakeholders en door het formuleren en verhelderen van visies en standpunten.
-
een afdeling Netbrede ondersteuning en ontwikkeling. De afdeling zal werken aan de versterking van de interne cohesie in het GO! als net, de gelijkgerichtheid en een optimale organisatie om een netbrede kwaliteitsvolle ontwikkeling van ons onderwijsaanbod te realiseren. Ze zal daarbij niet alleen (vraaggestuurde) bijstand bieden, maar ook via concrete, proactieve actieplannen het GO! in het onderwijslandschap versterken en ontwikkelen.
De afdeling Organisatieondersteuning blijft behouden in haar huidige vorm. Ze biedt op het vlak van HR, ICT, huisvesting en facility ondersteuning aan de centrale diensten. Zij staat in voor de kwaliteit en de netbrede ontwikkeling van het financiële beleid. De afdeling Infrastructuur zorgt voor inspirerende, innovatieve leeromgevingen in veilige, gezonde en comfortabele gebouwen die de favoriete leerplek vormen van elke lerende die voor het GO! kiest. Naar aanleiding van de optimalisatie werden de taken in deze afdeling herclusterd van vijf naar vier teams. Ook deze twee laatste afdelingen zullen in hun werking nog meer focussen op de kerntaken en de rollen die we als centrale diensten willen opnemen. Daarenboven zal de samenwerking over de diensten heen nog worden versterkt, ook met de Pedagogische begeleidingsdienst en de Permanente ondersteuningscel voor de CLB’s. Beide diensten voeren elk binnen hun eigen decretaal kader en rekening houdend met komende wijzigingen een eigen optimalisatie door, maar waren wel mee betrokken bij de denkoefening rond de centrale diensten. We vullen dan ook als organisatie samen de aspecten van onderwijs vanuit het PPGO! en het Strategisch plan GO! 2030 in, en versterken zo de cultuur van samenwerking en gelijkgerichtheid en geschakeld werken. Het nieuwe organogram van de centrale diensten.
afgevaardigd bestuurder
stafdiensten
Beleid & Belangenbehartiging
16
Netbrede ondersteuning en ontwikkeling
Infrastructuur
Organisatieondersteuning
Pedagogische begeleidingsdienst & Permanente ondersteuningscel voor de CLB’s
Organisatieschema administratieve & pedagogische diensten van het GO! Binnen de nieuwe afdelingen werden op basis van de toegewezen taken een aantal nieuwe teams gevormd. Dit resulteerde, met respect voor de syndicale geplogenheden, in het najaar van 2020 in een bijgestuurd personeelsplan. Het is in voege sinds 1 januari 2021.
Lerende organisatie Een dergelijke verandering is pas geslaagd wanneer cultuur, strategie en structuur elkaar versterken. Daarom is het van belang dat niet alleen onderwijsinstellingen en scholengroepen, maar dat ook wij als centrale diensten, samen met het net, een lerende organisatie zijn. Dit wil zeggen dat we naast de structuur ook actief aan die cultuur zullen werken. Samenwerking en verbinding tussen de verschillende diensten maar ook binnen het net zijn hiertoe essentieel.
17
2. De Raad van het GO! De Raad van het GO! is het centrale bestuursorgaan van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Samenstelling De Raad van het GO! bestaat uit vijftien leden. Tien leden worden rechtstreeks verkozen: vijf door ouders en gecoöpteerde leden van de schoolraden en vijf door directeurs en personeel van de schoolraden. De overige leden worden aangewezen door Vlaamse universiteiten met een pedagogische faculteit (drie) en door de publiekrechtelijke hogescholen (twee). Op 1 januari 2019 trad de Raad van het GO!, na verkiezingen in het najaar van 2018, in een nieuwe samenstelling aan. De bevoegdheden lopen tot 31 december 2022. Geert De Soete, voorzitter Freddy Moreels, ondervoorzitter Ann Van Driessche, ondervoorzitter Sofie Christiaens Dennis Cluydts Barbara De Groot Paul De Knop Luc De Man Jim Deridder Marianne Hintjens Dimokritos Kavadias Urbain Lavigne Linda van Achter Dieter Verhaest Arlette Verkruyssen Van ambtswege met raadgevende stem: Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder
18
Corona Normaal vinden de vergaderingen van de Raad fysiek plaats. Sinds de uitbraak van corona werd er ofwel hybride – wanneer de maatregelen het toelieten – ofwel volledig digitaal vergaderd.
Behandelde dossiers In het voorbije jaar behandelde de Raad onder meer de volgende strategische beleidsdossiers.
Strategisch plan GO! 2030 In het voorjaar van 2019 werden vijf ambities en telkens drie bijbehorende subambities geformuleerd in het Strategisch plan GO! 2030 om te komen tot een gedragen poolstervisie. Er werd besloten te focussen op vijf thematische prioriteiten, waaraan we de komende twee schooljaren (2020-21 en 2021-22) netbreed willen werken. Dat zijn: -
de nieuwe rol van de onderwijsprofessional,
-
gepersonaliseerd samen leren binnen een leergemeenschap los van plaats en tijd,
-
kwaliteit voor iedereen,
- en
digitaal beleid
-
profilering.
Aan elke thematische prioriteit wordt een programma gewijd, dat de verschillende soorten activiteiten bundelt die in het kader hiervan bestuursniveau-overschrijdend worden genomen. De programma’s werden geconcretiseerd naar inhoud en aanpak en vertaald in een implementatieplan. Dit plan werd door de Raad goedgekeurd. Een van de nieuwe accenten binnen het strategisch plan is de aandacht voor monitoring en het expliciet benoemen van de effecten die het GO! vooropstelt voor 2030. “Monitoring, data en analyse voor het hele net” vormt eveneens een rode draad in het strategisch plan en is uitgegroeid tot een zelfstandig project dat binnen het programma ‘kwaliteit voor onderwijs’ is opgenomen. Een eerste voorstel voor een algemene aanpak voor monitoring op het niveau van het net en voor het strategisch plan werd voorgelegd aan de Raad. In overleg met het mesoniveau werden het dashboard en de plannen tot verdere uitwerking ervan voorgesteld aan de Raad.
Visie gepersonaliseerd leren Gezien de fundamentele plaats die het ‘gepersonaliseerd samen leren’ binnen de poolstervisie van het Strategisch plan GO! 2030 inneemt, drong een uitdieping en onderbouwing alsook een GO!-eigen invulling van het concept ‘gepersonaliseerd leren’ zich op. De bestaande visietekst werd aangepast en geactualiseerd. Deze stap is noodzakelijk om een kwaliteitsvolle, doelgerichte en onderbouwde vertaling naar de schoolpraktijk te verwezenlijken. Met het concept ‘gepersonaliseerd samen leren’ wordt al aan de slag gegaan. Een van de volgende stappen is een verdere concretisering en operationalisering met het oog op het monitoren van de implementatie van gepersonaliseerd samen leren (impactmeting). Er wordt ook gezorgd voor doelgericht communicatiemateriaal voor scholen om zo alle stakeholders binnen het GO! te bereiken.
19
Visie op arbeidsmarktgericht onderwijs De Raad heeft de visienota arbeidsmarktgericht onderwijs goedgekeurd. Dat biedt een intern kader voor de keuzes die het GO! wil maken voor het arbeidsmarktgericht onderwijs en de samenwerkingsverbanden die het hiervoor willen aangaan met externe partners. We willen hierrond ook draagvlak creëren bij de interne belanghebbenden. Het GO! gebruikt de visienota daarnaast ook om overleg met externe belanghebbenden op te starten rond de uitrol van deze visie en om hen te engageren in een ecosysteem onderwijs-werk vanuit de gemeenschappelijke doelstelling van talentontwikkeling. De uitrol van deze visienota maakt deel uit van het Strategisch plan GO! 2030.
Handleiding “Omgaan met etnische, culturele en levensbeschouwelijke diversiteit” In overleg met het werkveld werd een handleiding ontwikkeld ter ondersteuning van onderwijsprofessionals in de omgang met etnische, culturele en levensbeschouwelijke diversiteit. In het voorjaar van 2020 werd deze inhoud vertaald in een digitaal instrument, waarnaast een bijbehorend professionaliseringsaanbod werd ontwikkeld. Met ingang van het schooljaar 2020-21 staat de handleiding ter beschikking van de scholen.
20
Overnames De Raad heeft kennis genomen van een aantal onderwijsovernames in 2020 en keurde de bijbehorende infrastructuurovernames goed: -
Gemeentelijke basisschool Adegem,
-
Gemeentelijke basisschool Knipoog Rillaar
en -
Stedelijk Instituut voor Technische Beroepen S.I.M.A. Aarschot.
Interlevensbeschouwelijke dialoog In het regeerakkoord is opgenomen dat het GO! in de derde graad van het secundair onderwijs kan overschakelen van twee uur levensbeschouwing naar één uur levensbeschouwing en één uur interlevensbeschouwelijke dialoog, waarbinnen eveneens (vakoverschrijdende) eindtermen die passen binnen burgerschap worden gerealiseerd. De Raad is akkoord gegaan met het protocol van samenwerking met de Levensbeschouwelijke Instanties en Vereniging. De methodiek om tot gemeenschappelijke leerplannen te komen werd ook goedgekeurd.
Financiële situatie GO! De raadsleden drukken ook in 2020 herhaaldelijk en naar aanleiding van diverse dossiers hun bezorgdheid uit ten aanzien van de huidige en toekomstige financiële situatie van het GO!. Dit gebeurde onder meer bij de goedkeuring van de jaarrekening 2019 en bij de begrotingsopmaak 2021. Als het officieel onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap is het GO! de enige onderwijsverstrekker die verplicht is om de vrije keuze te waarborgen en neutraal onderwijs aan te bieden. Het is een grondwettelijke opdracht van de Vlaamse Gemeenschap die bij bijzonder decreet aan het GO! werd overgedragen. Deze overdracht veronderstelt dat de Vlaamse overheid het GO! als preferentiële partner voor onderwijs behandelt en in staat stelt om zijn grondwettelijke opdracht naar behoren uit te voeren. Dit slaat zowel op regelgeving als op middelen, personeel en infrastructuur. In heel wat recente regelgeving is echter vast te stellen dat de overheid hier geen rekening meer mee houdt. Bovendien krijgt het GO! als het gefinancierd onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap enkel dotaties vanuit de Vlaamse overheid die de voorbije jaren opeenvolgend aan besparingen werden onderworpen. De bezorgdheid van de Raad om de gevolgen van deze evoluties voor de financiële situatie van het GO! blijft dan ook pertinent. De Raad pleit daarom ook in 2020 voor structurele oplossingen en dringt bij de overheid aan op het voorzien van de benodigde omkaderings- en werkingsmiddelen, alsook op regelgeving die op maat is van de unieke positie van het GO!.
Infrastructuurbeleidsplan 2020-22 De Raad keurde het nieuwe infrastructuurbeleidsplan 2020-22 goed. Dit plan gaat breder dan de werking van de centrale diensten. Alleen als we als net samenwerken en elk binnen onze bevoegdheden projecten opnemen, kunnen we het doel bereiken. Er is immers nog een lange weg te gaan om ervoor te zorgen dat elke lerende in het GO! terecht zal kunnen in een inspirerende, innovatieve leeromgeving – in een veilig, gezond en comfortabel gebouw – die zij of hij zal kunnen omarmen als haar of zijn favoriete leerplek. Toch hebben scholengroepen en centrale diensten de afgelopen jaren al grote stappen gezet op het gebied van professionaliteit, dataverzameling en beleid. Zo verbond elke scholengroep in het integraalplan zijn onderwijskundige en pedagogische visie met de aanwezige infrastructuur en de noodzakelijke ontwikkelingen en projecten
21
op hoog niveau. Elke scholengroep zal nu ook het strategisch plan omzetten in een eigen visie, eigen beleidskeuzes en concrete projecten. We zetten de gelegde basis zo om in actie. Dat doen we aan de hand van vijf speerpunten (school als concept, huisvestingsplannen van en voor de scholengroepen, kijken door de bril van ontwikkeling, portfoliomanagement, fundamenten onderhouden en versterken) en twee kernideeën (snoeien om te groeien en iedere beslissing is de juiste beslissing).
Nieuwe verdeelsleutel dotaties kleine infrastructuurwerken en eigenaarsonderhoud De verdeling van de middelen voor eigenaarsonderhoud en kleine infrastructuurwerken gebeurde op basis van gegevens die voor het laatst geactualiseerd werden in 2008. De berekeningswijze van beide dotaties was bovendien onnodig complex omwille van historische ontwikkelingen. Zo werden de data die de basis vormden voor de dotatie kleine infrastructuurwerken, manueel berekend waardoor de kans op fouten groot was. Dit leidde tot een oneerlijke verdeling van de middelen. Het verschil tussen scholengroepen liep daardoor in sommige gevallen op tot meer dan vier euro per vierkante meter. De vorige berekeningswijze strookte niet met het globaal infrastructuurbeleidsplan. Inmiddels zijn dankzij een aantal afgeronde projecten – zoals het opmeten en monitoren van gebouwen en het Facilitair Management Informatiesysteem (FMIS) – ook heel wat nieuwe actuele en correcte data beschikbaar over ons patrimonium. Het ontwikkelen van een nieuwe verdeelsleutel was daarom een logische stap. Begin 2019 werd een interactief proces opgestart voor de opmaak van een nieuwe verdeelsleutel. Hiervoor werkten collega’s van de centrale diensten van het GO! samen met een werkgroep van infraverantwoordelijken van zes verschillende scholengroepen. Tussentijds werd regelmatig input en feedback gevraagd aan de PTC Infrastructuur en de PTC Financiën. De PTC’s Infrastructuur en Financiën gaven hiervoor input in de vorm van een aantal principes. Op basis van die principes werden de mogelijkheden onderzocht en na overleg met de PTC’s, keurde de Raad van het GO! een heldere verdeelsleutel goed, gebaseerd op slechts twee criteria: 1.
De theoretische fysische norm (FNSGR): Door te vertrekken vanuit het criterium theoretische fysische norm houden we duidelijk ons doel van optimalisatie voor ogen en stimuleren we scholengroepen om actief te werken naar het verkleinen van het patrimonium.
2.
De monitoringsfactor (MFSGR): De staat van de gebouwen is een belangrijke factor in de onderhoudskost, daarom wordt in de verdeelsleutel rekening gehouden met de algemene staat van het patrimonium van de scholengroep.
De nieuwe formule is dezelfde voor eigenaarsonderhoud als voor kleine infrastructuurwerken met als enig verschil dat voor de dotatie kleine infrastructuurwerken DBFM (Design-Build-Finance-Maintain) oppervlaktes worden afgetrokken. Bij de DBFM-scholen zijn kleine infrastructuurwerken ten laste van de DBFM-partner.
Asbestafbouwbeleidsplan De Vlaamse Regering heeft de wetgeving inzake asbest verstrengd door een actieve verwijderingsplicht op te leggen voor publieke gebouwen. De Gemeenschappelijke Preventiedienst stelde vast dat het asbest in onze scholen steeds vaker veiligheidsproblematieken veroorzaakt. Een evaluatie van de lopende asbestprotocollen toonde aan dat het huidige asbestafbouwbeleid niet toereikend is om de doelstellingen van het Vlaams actieplan asbestafbouw te realiseren, ondanks de ingezette versnelling.
22
Daarom besliste de Raad van het GO! om volgens een eigen “asbestafbouwbeleidsplan” te handelen. Dit plan kwam tot stand in overleg met de Gemeenschappelijke Preventiedienst en omhelst: -
de reservatie van een budget van 5,5 miljoen euro op de GIW (Grote Infrastructuurwerken)-middelen om 50% van de kosten van asbestverwijderingswerken te financieren voor alle scholengroepen gedurende de komende vijf jaar
en -
het verplicht maken van het asbestafbouwplan voor elke scholengroep en dit door het uitwerken van een uniforme methodologie.
Energie- en klimaatbeleid De Raad van het GO! ging akkoord met de principes van het plan van aanpak om tot een GO! beleidsplan energie en klimaat te komen. Het patrimonium van het GO! is namelijk verouderd en presteert slecht op energetisch vlak. Om tegemoet te komen aan de strengere regelgeving en het aangegane engagement om jaarlijks 2,09% te besparen op het verbruik van primaire energie, moet er op verschillende vlakken gewerkt worden. Hiervoor gebruikt het GO! het ‘4i model’ (inform, investigate, invest en integrate).
Selectieprocedure en functieomschrijving nieuwe afgevaardigd bestuurder GO! De Raad van het GO! legde de selectieprocedure en de functieomschrijving voor de werving van een nieuwe afgevaardigd bestuurder van het GO! vast. De procedure en werving worden voorzien voor het jaar 2021.
23
3. Ondersteuning en dienstverlening aan het onderwijsveld 3.1 Centrale diensten De reguliere werking van de centrale diensten in 2020 – vóór de optimalisatie, zoals hiervoor beschreven – bestaat uit drie elementen: belangenbehartiging, beleidsvoorbereiding en dienstverlening. Deze drie terreinen zijn niet strikt afgebakend en versterken elkaar. De belangenbehartiging gebeurt mét het beleidsvoorbereidend werk of ligt er in het onmiddellijke verlengde van. Het resultaat wordt vertaald naar het ondersteuningsaanbod voor instellingen en scholengroepen. Tijdens die ondersteuning worden nieuwe signalen opgevangen en in acht genomen bij de belangenbehartiging en beleidsvoorbereiding.
Belangenbehartiging Medewerkers van de centrale diensten vertegenwoordigen en verdedigen de belangen van het GO! bij de overheid, vakbonden en tal van advies-, overleg- en onderhandelingsfora zoals het sectorcomité X en de Vlaamse onderwijsraad (VLOR) met zijn verschillende (deel)raden, commissies en werkgroepen. Die vertegenwoordiging vraagt een grondige voorbereiding en degelijke opvolging van de regelgeving, het onderwijsbeleid en maatschappelijke trends. Ontwerpregelgeving wordt kritisch geanalyseerd en van commentaar en opmerkingen voorzien, onder andere door het schrijven van amendementen en protocolbijdragen. De centrale diensten houden constant de vinger aan de pols in het veld en verzamelen relevante info. Zo leverde de afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel (OOP) in 2020 leden voor de Kamer en het College van Beroep (beroepsinstanties voor het onderwijspersoneel) en voor de Vlaamse reaffectatiecommissie. Leden van de afdeling wonen systematisch het ‘informeel middagoverleg’ bij. Tijdens dat middagoverleg communiceert de administratieve overheid voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs informeel over de toepassing van regelgeving. In de planificatiecommissie secundair onderwijs (voltijds gewoon secundair onderwijs inclusief duale structuuronderdelen en secundair volwassenenonderwijs) worden de programmatieaanvragen door het GO!, OVSG en POV vooraf besproken, met het oog op een gezamenlijk standpunt in de VLOR. Het GO! werd verder ook vertegenwoordigd in het Vlaams NT2-overleg, het periodiek NT2-overleg met AHOVOKS, de klankbordgroep DAVINCI, het overleg Onderwijs-Welzijn, het overleg met de sociale partners in het kader van de (mogelijke) opmaak van een Plan Internaten, het periodiek corona-overleg VO en dko en bij diverse overlegmomenten met externe partners die een rol spelen in de preventieve gezondheidszorg op school (zoals Sport Vlaanderen, MOEV, Rode Kruis Vlaanderen, Sensoa, het Vlaams Instituut Gezond Leven, …). In 2020 ging het GO! regelmatig in overleg met de overheid en betrokken onderwijspartners om de maatregelen naar aanleiding van de pandemie te bespreken, implementeren en monitoren (het ging onder meer over de ontwikkeling van draaiboeken, sociaal overleg over personeelsaangelegenheden, het inrichten van zomerscholen, ….).
24
Samenwerking met bedrijfswereld In 2020 hadden we de intentie om verder in te zetten op het werven van nieuwe partners, lopende samenwerkingsprojecten te verankeren en uit te breiden naar meer scholen en meer leerkrachten. In het bijzonder met het oog op extra leerwerkplekken duaal leren en leren en werken voor zowel onze voltijdse als deeltijdse scholen. Hiermee bestendigt het GO! een lange traditie en een duidelijke beleidslijn om leerlingen de kans te geven om de aangeleerde theorie praktisch toe te passen in een reële werkomgeving en zo (werk)ervaring op te doen (cf. werkplekleren, duaal leren). Anderzijds wil het GO! ook leerkrachten de kans geven om via bedrijfsstages de (nieuwe) ontwikkelingen op het terrein te volgen en hen zo te versterken in hun job. Verder laat dit ons toe om de leerlingen kennis te laten maken met nieuwe technologieën en innovaties in de bedrijfswereld. Dit kadert nadrukkelijk binnen onze visie op arbeidsmarktgericht onderwijs en ons Strategisch plan. Het GO! heeft momenteel nog samenwerkingen lopen voor het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het HBO5. Er zijn verder ook partnerschappen met sectoren, belangenorganisaties, organisaties actief op de arbeidsmarkt – of op het raakvlak tussen arbeidsmarkt en onderwijs – en met de regionale technologische centra. Omwille van de coronacrisis kwam het werven van nieuwe partners en het afsluiten van nieuwe overeenkomsten echter op een lager pitje te staan. De sluiting van bedrijven in 2020 omwille van de crisis heeft dan ook voor een verschuiving gezorgd over de benadering van de samenwerking onderwijs-arbeidsmarkt, op vlak van het overleg met alle stakeholders in het opvangen van het gebrek aan leerwerkplekken, het overleggen rond noodzakelijke aanpassingen in de regelgeving en het informeren en het bijstaan van onze scholen. Desalniettemin werden de contacten met de sectoren in stand gehouden om op z’n minst de postcoronaperiode voor te bereiden. Daarnaast namen de centrale diensten en de PBD-GO! deel aan de coronawerkgroep stages/duaal leren die opgestart werd vanuit het Departement Onderwijs om in afstemming met de verschillende onderwijsverstrekkers de impact van de pandemie op stages en duaal leren te bespreken, er oplossingen voor te bedenken en om concrete handvatten voor scholen uit te werken.
Duaal leren De afdeling OOP en de PBD-GO! werkten nauw samen in het dossier ‘duaal leren’ en overlegden met diverse partners (Vlaams Partnerschap Duaal Leren, AHOVOKS, kabinet Onderwijs, Departement Onderwijs, Syntra Vlaanderen, sectorale partnerschappen, …) om de voortgang van de proeftuin ‘Schoolbank op de werkplek’ te bewaken en om verder invulling te geven aan de organieke verankering van duaal leren. Aansluitend daarbij werden infosessies georganiseerd voor directies, codi’s, CLB-netwerken, scholengemeenschappen, … Het GO! werd vertegenwoordigd op verschillende overlegfora met betrekking tot duaal leren, zoals het netoverschrijdende informeel koepeloverleg DBSO/duaal leren, het Vlaamse partnerschap en de onderliggende sectorale partnerschappen. Het GO! was vertegenwoordigd op externe studiedagen en in stuurgroepen, op discussiefora en overlegplatforms en in vergaderingen met de betrokken partners op het snijvlak onderwijs-arbeidsmarkt. Specifiek voor het duaal leren binnen het volwassenenonderwijs vertegenwoordigde de afdeling OOP het GO! op het overlegplatform duaal leren binnen de VLOR (met onder meer SERV, VOKA en UNIZO) en binnen het lerend netwerk duaal leren waar de toegekende ESF-proefprojecten binnen het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs worden opgevolgd.
25
In het kader van de transitie van DBSO naar duaal leren werden er op het einde van het schooljaar 2019-20 heel wat verkennende (digitale) gesprekken gevoerd (met kabinet, departement en AHOVOKS) en werd er intern verder nagedacht over welke richting het GO! uit wil, onder andere rond de specifieke doelgroep én de invulling van de aanloopfase. Daarbij staat het bieden van kansen aan alle jongeren via deze trajecten telkens centraal. Om het werkveld maximaal te informeren werden in februari 2020, september 2020 en december 2020 drie infosessies georganiseerd over de aanloopfase, de transitie van DBSO naar duaal leren en de omzettingskalender. Ook werd dit agendapunt regelmatig geagendeerd op de PTC Basis-Secundair onderwijs om de laatste stand van zaken -met betrekking tot het dossier DBSO/duaal leren mee te schetsen voor het werkveld.
Beleidsvoorbereiding Ook bij de voorbereiding van het eigen GO! beleid werken de centrale diensten nauw samen. De rol van trekker lag, afhankelijk van de thematiek, bij de afdeling Beleid en Strategie, bij de afdeling OOP of bij de PBD-GO!.
Ondersteuning en dienstverlening aan scholen(groepen) De afdeling OOP staat voortdurend scholen en scholengroepen bij door antwoord te geven op tal van vragen rond aspecten van de onderwijsorganisatie of personeelskwesties. Daarnaast wordt ook ingezet op proactieve ondersteuning aan de hand van onder andere modellen voor school-, centrum- en arbeidsreglementen, uitgewerkte standaardprocedures, convenanten, contactdagen, enzoverder.
26
De afdeling streeft ernaar minder individuele en meer structurele bijstand te bieden, aan de hand van geactualiseerde modellen, procedures, aanbevelingen, draaiboeken, webtoepassingen en dergelijke, waar instellingen en scholengroepen zelf mee aan de slag kunnen. Toch blijft begeleiding op maat een belangrijk deel van het aanbod, bijvoorbeeld bij herstructureringen, herprofileringen en programmaties, keuzes in studieaanbod, analyse van blinde vlekken en het aanleveren van arbeidsmarktanalyses. Verder zette de afdeling met het Lerend Netwerk HR – waarin elke scholengroep vertegenwoordigd is – in op de versterking van het HR-beleid in de scholengroepen aan de hand van vormingen, intervisie, expertise-uitwisseling, enzoverder. Dit jaar ging er extra aandacht naar HR in tijden van corona (psychosociaal welzijn), aanvangsbegeleiding en acties omtrent het lerarentekort. Ook werden in het kader van het vormingsfonds MVD-personeel onder andere diverse opleidingen ‘vakbekwaamheid buschauffeurs’ ingericht, evenals opleidingen ‘werken op hoogte met trapladders en steigers’ en ‘asbestverwijdering via eenvoudige handelingen’. Als gevolg van de pandemie konden helaas lang niet alle geplande opleidingen doorgaan. Toch werd het vormingsplan zo goed als mogelijk opgevolgd en uitgevoerd. Op vraag van de scholengroepen worden ook geregeld gezamenlijke onderhandelingen gevoerd voor alle scholengroepen samen over dié personeelszaken waarvoor alle scholengroepen eenzelfde beslissing beogen. De afdeling OOP neemt binnen de centrale diensten in elk overnamedossier de coördinerende rol op ter ondersteuning van het betrokken schoolbestuur en stelt daartoe de nodige documenten, zoals bijvoorbeeld een draaiboek, ter beschikking. Het volledige overnametraject wordt multidisciplinair bijgestaan om tot een allesomvattend kader en overnameprotocol te komen. Samen met de PBD-GO! gaf de afdeling OOP mee vorm aan de opleidingen voor selectie- en bevorderingsambten waaraan het vormingsattest gekoppeld is. De vragen over onderwijsorganisatie en -personeel werden ook in 2020 opgesteld door de teams van de afdeling. Dit vraagt om regelmatig overleg met de projectverantwoordelijken en het uitwisselen van feedback met de praktijkbegeleiders. De bijstand van deze opleidingstrajecten vraagt veel tijd en energie, maar de respons en de waardering van de deelnemers is dan ook steeds zeer positief. In 2020 werd de planning in belangrijke mate verstoord door de lockdown ten gevolge corona. Die zorgde ervoor dat klemtonen verschoven, onder meer naar het bijstaan van de scholen, centra, academies en internaten op het vlak van hun organisatie doorheen de verschillende kleurcodes/fases in corona en het in kaart brengen van de corona-impact op de omkadering en de omkaderingsberekening voor het schooljaar 2021-22. De crisis resulteerde binnen de afdeling in een omslag naar digitaal werken. Het ondersteuningspakket van de afdeling werd bijgevolg ook op die leest geschoeid. Zo vond bijvoorbeeld op 10 december een webinar plaats met als thema “Jobcrafting”. Gebracht door een externe spreker, Bart Moens (zaakvoerder Mooi Werk Makers) ter vervanging van de fysieke contactdag Internaten.
Schaalvergroting volwassenenonderwijs 1 september 2020 betekende de ultieme deadline voor de CVO’s om te voldoen aan de nieuwe – zeer hoge – rationalisatienormen. De afdeling OOP gaf dan ook verdere ondersteuning aan de CVO’s in het kader van de schaalvergroting en faciliteerde de resterende fusies in nauw overleg met de afdeling Infrastructuur. De herstructurerings- en fusiegesprekken gingen gepaard met uiteenlopende vormen van toelichting en overleg: over de opmaak van simulaties tot het maken van analyses van boekhoudkundige gegevens, het ter beschikking stellen van sjablonen en het maken van de vertaalslag ervan naar de lokale situatie en dergelijke. Telkens met deze gedachte voor ogen: het vinden van de beste oplossing voor het GO!.
27
De volgende fusies werden in 2020 gerealiseerd: -
Hét CVO Pro
(fusie van CVO De Vlaamse Ardennen en CVO Pro Aalst)
-
CVO VOLT
(fusie van CVO VOLT en CVO de Oranjerie Diest)
-
CVO Scala
(fusie van CVO Scala en CVO Altus Brugge)
-
CVO Cursa
(fusie van CVO Cursa en CVO Lino Lommel)
-
CVO Crescendo (fusie van CVO Crescendo en CVO GLTT Rode/Halle)
Parallel hiermee faciliteerde de afdeling ook de oprichting en bestendiging van alle samenwerkingsverbanden en regionaal overleg, nodig met het oog op het realiseren en opleveren van de bijkomende omkaderingsincentive voor schaalgrootte zoals bepaald in de nieuwe financieringsregels voor het volwassenenonderwijs. De hoge rationalisatienormen staan haaks op onze scholengroepenstructuur; in die zin zijn de gevolgen nefast.
Financiële en technologische ondersteuning De afdeling Organisatieondersteuning hielp in 2020 de scholengroepen op het vlak van financiën en ICT. De financiële diensten van de scholengroepen worden bijgestaan in het gebruik van het algemene GO! boekhoudsysteem, de toepassing van de wetgeving ter zake, boekingsschema’s en algemene en specifieke boekhoudprincipes, en bij het opstellen van de (meerjaren)begroting en rapporteringen (semester- en jaarrekeningen). De boekhouding van de scholen(groepen) wordt nagekeken door de GO! verificatiedienst, ter voorbereiding van het jaarlijkse nazicht door het College van Accountants. De verificateurs adviseren de financieel verantwoordelijken van de scholen(groepen) ook in verband met het financiële en materiële beheer en houden geregeld themacontroles rond diverse financiële aspecten. Na een risicoanalyse werd de tweede reeks minimale standaarden inzake risicobeheersing rond vier financiële processen gedefinieerd. De eerste reeks van minimale standaarden die vanaf 2019 werd geïmplementeerd, werd geëvalueerd op doeltreffendheid en effectiviteit. Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1999 betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en rapportering voor de scholengroepen en het centrale niveau van het Gemeenschapsonderwijs werd geactualiseerd. Op het vlak van ICT werd de privacy-tool in het kader van de opvolging van de verplichtingen GDPR geïmplementeerd en werd ook een upgrade van het gezamenlijk boekhoudpakket binnen het net en het plaatsen van de hosting van dit pakket in de cloud gerealiseerd. Er werd verder werk gemaakt van het ontsluiten van beleidsinformatie binnen het net zowel via het kennisplatform Mijn GO! pro maar ook door het piloottraject rond data en analyse waar via een proof of concept werd gewerkt. Bij de eerste levering van digitale middelen in het kader van digiplan in november 2020 hebben de centrale diensten mee een coördinerende rol opgenomen. Inzake het onthaal in het Huis van het GO! van medewerkers zowel uit de centrale diensten als uit het net werden op basis van een risicoanalyse door de preventiedienst de nodige maatregelen genomen om tijdens de gezondheidscrisis op een veilige wijze toegang te verlenen tot de werkplek en ontmoetingsruimtes. Er werd ingezet op maximaal telewerk en het digitaal vergaderen.
28
3.2 Pedagogische begeleidingsdienst De PBD-GO! wil, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid voor kwaliteit, onderwijsinstellingen bijstaan om het pedagogisch project van het GO! (PPGO!) te realiseren tot op het niveau van elke lerende. In het kwaliteitsvol onderwijs dat het GO! vooropstelt, staan het bereiken van maximale leerwinst, de totale persoonlijkheidsontwikkeling, actief burgerschap en individueel welbevinden bij elke lerende centraal. De PBD-GO! stelt daarbij duurzame effecten voorop en kiest resoluut om participatief, duurzaam en emancipatorisch te werk te gaan. Met die visie op ondersteuning wil de PBD-GO! onderwijsinstellingen beleidskrachtig laten ontwikkelen, zodat ze zelf de kwaliteit van hun werking kunnen analyseren, borgen en verbeteren. Conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs rapporteert de PBD-GO! jaarlijks in november met zijn jaarverslag aan de overheid over het voorbije schooljaar. Een beknopte versie vind je hier volgend.
Begeleidingsovereenkomsten Bij de start van de begeleidingsperiode 2018-21 sloot de PBD-GO! begeleidingsovereenkomsten af met de scholengroepen, waarin ze samen het geheel van de wederzijds aangegane engagementen ter bijstand van de scholen, centra en internaten vastlegden. De overeenkomsten worden jaarlijks, zo ook in het schooljaar 2019-20, geëvalueerd en bijgestuurd. De ondersteuningsvragen inzake de (verplichte) opvolging van doorlichtingen worden ook telkens in deze overeenkomsten geïntegreerd. Begeleidingsovereenkomsten vormen een stevige stap in een gedeeld streven naar doelgerichtheid en effectiviteit door het gezamenlijk formuleren van te behalen doelstellingen, resultaten en effecten. Ze bieden ook garanties voor een maximaal bereik van de ondersteuning door kleinere overgebleven blinde vlekken duidelijk aan de oppervlakte te brengen. Waar dat relevant is en op vraag van het onderwijsveld zelf organiseert en staat de PBD-GO! het onderwijskundig leiderschap op mesoniveau bij.
Ondersteuningsaanbod Met zijn ondersteuningsaanbod speelt de PBD-GO! in op de noden en verwachtingen van scholen en scholengroepen en op inzichten van wetenschappelijke studies, reviews, peilingen en doorlichtingsverslagen. Inhoudelijk werden er drie focussen bepaald: curriculum, schoolbeleid en specifieke doelgroepen. De intensieve samenwerking tijdens de totstandkoming van het aanbod werd doorgetrokken naar de implementatiefase, met als inzet een proactieve, planmatige en beleidskrachtige aanpak die zich veruiterlijkt in een geïntegreerde trajectbenadering. De gedeelde doelgerichtheid en samenwerking binnen het net bewezen zich als succesfactoren in een effectieve pedagogische ondersteuning die de discussie over vraag of aanbod duurzaam overstijgt. Met het geheel van zijn ondersteuningsaanbod wist de PBD-GO! in het voorbije schooljaar dan ook een maximaal bereik binnen het net te realiseren. Als we de gecapteerde ondersteuningsvragen voor het schooljaar 2019-20 analyseren, zien we een globale verhouding van 48% aanvragen dat binnen het trajectmatige aanbod werd opgenomen en 52% aanvragen dat als vraaggestuurde bijstand werd opgenomen. Deze laatste bijstand gebeurt in opvolging van doorlichtingen en vakbegeleiding ter ondersteuning van de modernisering secundair onderwijs. Op deze ondersteuningsaanvragen volgden 883 volwaardige begeleidingstrajecten; 134 daarvan situeerden zich op een overkoepelend scholengroepniveau, verspreid over alle zesentwintig scholengroepen van het net. Onder meer via lerende netwerken werden telkens alle onder de scholengroep of scholengemeenschap ressorterende scholen bereikt. Dit zorgt niet alleen voor een grote efficiëntie van de bijstand maar ook voor een sterke strategische gelijkgerichtheid. Met de overige 749
29
trajecten bereikte de PBD-GO! 603 individuele scholen en veertien internaten. Als we vervolgens kijken naar alle trajecten die we kunnen relateren aan de door ons vooropgestelde focussen, zien we deze verhouding: 230 trajecten hebben betrekking op het curriculum, 177 op het schoolbeleid en vijftien op de specifieke doelgroepen.
Curriculum Beleid, kwaliteitsontwikkeling
Voortgang 3BP
en leerlingenbegeleiding Specifieke doelgroepen
Flankerend aanbod Begeleidingsovereenkomsten
833 Begeleidingstrajecten 134 op scholengroepniveau 100% bereik
3BP 3BP Focus curriculum Wiskunde
18-19
19-20
603 individuele scholen 91% bereik in het BaO 67% bereik in het SO
20-21
STEM Leesbeleid Anderstalige nieuwkomers
3BP Vraaggestuurd
Samen Frans leren Meertaligheid
Curriculum Beleid, kwaliteitsontwikkeling en leerlingenbegeleiding Specifieke doelgroepen
Het flankerend professionaliseringsaanbod bestaat uit kortere initiatieven die enerzijds worden georganiseerd als vormingen waar individuele deelnemers op inschrijven en anderzijds als professionalisering op maat van een team op locatie bij de aanvrager. Dit aanbod werkt verrijkend ten opzichte van de focussen binnen de trajectbenadering. Het laat ook toe om een aantal vernieuwende thema’s te verkennen. Het totale bereik van het flankerend aanbod bedroeg 617 professionaliseringen gespreid over 1.321 sessies van een dagdeel en een bereik van 11.541 deelnemers. Binnen deze professionalisering werd 77% georganiseerd met individuele inschrijving en 33% in team.
30
De PBD-GO! organiseert elk jaar opleidingen die het beleidsvoerend vermogen in het net moeten versterken. Voor 2019-20 leverde de opleiding (adjunct-)directeur negenennegentig laureaten af en de opleidingen tot coördinator leerlingenbegeleiding secundair onderwijs en zorgcoördinator basisonderwijs ruim honderdvijftig.
Interne kwaliteitszorg Onder impuls van de visitatie van 2018 werd een werkgroep opgericht die zich boog over effecten, data en interne kwaliteitszorg. Dankzij een gedetailleerde verslaggeving genereerden de ondersteuningsprocessen van de PBD-GO! de nodige data om het bereik en de kwaliteit ervan te monitoren. Het ontbreken van tools om die data voldoende snel te analyseren en ontsluiten bemoeilijkte echter de aanwending ervan binnen de interne kwaliteitscyclus. De werkgroep zag goede voorbeelden van effectmeting en drukte de wens uit die uit te breiden naar de volledige ondersteuningspraktijk. Op basis van de bevindingen van de werkgroep schreef de PBD-GO! tijdens het schooljaar 2019-20 de stappen uit om de dienst naar een hoger expertiseniveau te brengen. De huidige en toekomstige processen werden nauwkeuriger omschreven. In functie daarvan werden de afspraken en tools voor de verslaggeving verder geoptimaliseerd om de kwaliteit van de gegenereerde data te verhogen. Een ontwerp van een analysetool en instrumentarium tot effectmeting werd ontwikkeld en ingevoerd. De pilootfase daarvan loopt in het huidige schooljaar om tot een operationeel systeem te komen voor de begeleidingsperiode 2021-24. Ook tijdens het schooljaar 2019-20 werden concrete stappen gezet om van de cel kwaliteitszorg een integraal onderdeel van de dienst te maken. Er kwam een aanzet tot visie op interne kwaliteitszorg die volledig afgewerkt werd in het schooljaar 2020-21. De PBD-GO! anticipeerde ook op toekomstige verandering. De invoering van de GGG-proeven zijn voor het secundair onderwijs voorzien vanaf het schooljaar 2022-23. Voor het lager onderwijs zijn ze gepland vanaf het schooljaar 2024-25. De PBD-GO! startte al met het aanwervingsproces van een nieuwe collega die een cruciale rol zal spelen bij de implementatie van die proeven.
31
3.3 Permanente ondersteuningscel Schooljaar 2019-20: een schooljaar met focus op wendbaarheid Ook de Permanente ondersteuningscel stelt een uitgebreid jaarverslag samen. Een beknopte versie vind je hier volgend.
Opdracht, missie en aanpak De Permanente ondersteuningscel (POC) vindt zijn rechtsgrond in het decreet leerlingenbegeleiding en het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Hiernaast worden vanuit het bijzonder decreet van 14 juli 1998 van het Gemeenschapsonderwijs (BDGO) ook bevoegdheden toegekend aan de inrichtende macht (het GO!) die bij delegatie van de afgevaardigd bestuurder worden uitgevoerd door de POC. De bevoegdheden en opdrachten van de POC worden opgenomen in een wisselwerking met het GO!, de scholengroepen en de GO! CLB’s. Samengevat wordt de opdracht van de POC gevat in de volgende drie pijlers: -
professionalisering en ondersteuning van de GO! CLB’s in de ontwikkeling als professionele organisatie,
-
beleidsvoorbereiding en –ontwikkeling
en -
vertegenwoordiging en belangenbehartiging.
"De POC als dé inspirerende en innoverende referentie in de lerende communicatie van de GO! CLB. Daar engageren wij ons voor!" De POC wil: -
inspireren en uitdagen,
-
innoveren door een brug te slaan tussen evidence-based inzichten en de CLB-praktijk
en -
de lerende community van de GO! CLB’s verder uitbouwen en versterken met een wendbaar en flexibel aanbod dat inspeelt op de noden van de CLB’s in een maatschappij in voortdurende verandering.
Het vertrekpunt voor de POC is altijd het pedagogisch project van het GO! (PPGO!). We willen het PPGO! daarbij niet alleen als een waardenkader hanteren, maar vertalen die waarden ook concreet naar onze dagelijkse praktijk en de manier waarop we onze poolsterambitie willen uitdragen en realiseren. Als POC werken we daarbij transparant, authentiek, verbindend, op maat, duurzaam en constructief kritisch.
Professionalisering Binnen de pijler professionalisering ondersteunt de POC CLB’s op organisatieniveau (de CLB’s als lerende organisatie), CLBteams en CLB-medewerkers. Het volgende doel wordt voorop gesteld:
"We versterken het vertrouwen in het professioneel kunnen en creëren duurzame effecten door een passend aanbod te bieden gefocust op de (kern)opdrachten van de CLB-medewerkers én de centra." Om deze doelstelling te realiseren wordt op verschillende wijzen aan professionalisering gewerkt. Jaarlijks werkt de POC een aanbod uit dat inspeelt op de noden van de CLB’s en CLB-medewerkers enerzijds, en de maatschappij in verandering anderzijds. Het aanbod wordt opgebouwd rond de kernopdrachten van de CLB’s en de rollen en taken van CLB-medewerkers.
32
Verschillende profielen met diverse opleidingsachtergronden komen terecht in de CLB-sector. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de lerarenopleiding, bestaat er dan ook geen vooropleiding ‘CLB-medewerker’. De POC GO! en de GO! CLB’s maakten daarom al langer samen de bewuste keuze om extra in te zetten op de aanvangsbegeleiding van nieuwe medewerkers. Dit staat gekend als het ‘leertraject’, een opleiding die uniek is in Vlaanderen en beginnende CLB-medewerkers traint voor het werk in de CLB-praktijk. Het leertraject is echter slechts het begin van een continuüm van professionalisering doorheen de volledige CLB-loopbaan. Hiervoor ontwikkelt de POC een passend aanbod op maat.
een ge(s)laagd aanbod
van beginner
tot expert het leertraject
het basisaanbod
het verdiepend aanbod
het expertenaanbod
Binnen dit aanbod werd het volgende gerealiseerd: - -
Er waren drieënzeventig verschillende initiatieven. In totaal waren er 995 deelnames waarvan vierhonderd unieke deelnemers. Hierbij werd 41% van alle GO! CLB’ers bereikt.
-
Er namen negenentachtig starters deel aan het leertraject. -
Er werden twee reeksen van het leertraject georganiseerd, wat neerkwam op zeventien sessies. Een derde reeks (gepland tijdens de lockdown) werd geannuleerd.
-
92% van de deelnemers aan het leertraject is na afloop tevreden of zeer tevreden over het gevolgde professionaliseringsinitiatief.
-
Er werd ingespeeld op nieuwe noden zoals professionalisering rond signaalfunctie en schoolverzuim voor artsen.
-
Er werden drie sessies lokale vorming georganiseerd met in totaal zevenentachtig deelnemers.
-
Er vonden achtentwintig verschillende sessies van een lerend netwerk plaats waarbij 305 (niet unieke) deelnemers werden bereikt.
Het bereik vorig schooljaar (41% van alle GO! CLB-medewerkers werd via een initiatief bereikt) ligt lager dan de voorgaande jaren (60% in het schooljaar 2018-19 en 50% in het schooljaar 2017-18). De reden daarvoor: corona. Heel wat professionaliseringsinitiatieven werden geannuleerd. De POC paste zich echter snel aan en bood de CLB’s bijstand bij het omgaan met de uitdagingen van de pandemie. Het jaarverslag bevat enkel de data over de professionaliseringsinitiatieven die fysiek konden plaatsvinden. Sinds corona werd volop ingezet op digitale initiatieven, maar hiervan werden geen gegevens verzameld. Dit werd bijgestuurd voor het schooljaar 2020-21.
33
Verandertrajecten Een verandertraject (VT) is een hoofdzakelijk langdurig ontwikkelproces op het niveau van het CLB waarvan de einddoelstellingen samen met het centrum duidelijk geformuleerd zijn, maar waarbij de weg die afgelegd wordt om de doelstellingen te bereiken omwille van de grote contextgerichtheid en complexiteit, niet eenduidig te bepalen is. Bijsturing van tussentijdse doelstellingen en aanpak is dan ook eigen aan VT’s. Tijdens het schooljaar 2019-20 werd met twaalf (van de negentien) CLB’s een verandertraject op maat gelopen. De volgende accenten werden gelegd in de verandertrajecten:
Opvolging van de doorlichting
In vijf CLB’s Hierbij werd één ongunstig advies begeleid en weggewerkt
Fusieproces in het kader van schaalvergroting Innovatieve organisatieontwikkeling met als doel de uitrol van een vernieuwd teamconcept
Van zes naar drie CLB’s Start van het proces in twee CLB’s Opvolging van het proces in drie CLB’s
Naast het lopen van doelgerichte verandertrajecten, wordt ook concrete ondersteuning op maat én op vraag van een CLB gegeven. De volgende thema’s werden hierbij bevraagd en bijgestaan: -
het optimaliseren van de teamwerking
(vier CLB’s)
-
kwaliteitsontwikkeling
(één CLB)
-
jobtraining in het ambt van directeur na de directieopleiding
(één CLB)
-
doelgericht werken
-
visieontwikkeling
-
opmaak beleidsplan
-
ondersteuning van de vervangend directeur
-
intervisie tussen teamcoaches
(één CLB)
-
workload
(vijf CLB’s)
-
ondersteuning bij datagebruik en databased werken
(vier CLB’s)
(één CLB) (twee CLB’s) (vier CLB’s) (één CLB)
De bijkomende ondersteuning voor een bepaald thema kan worden gecombineerd met een ander thema of een verandertraject. In totaal deden zestien (van de negentien) CLB’s een beroep op de ondersteuning op maat.
Beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling Beleid is een van de pijlers van de POC-werking. Op verschillende manieren draagt de POC bij aan de beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling die van invloed is op de CLB’s. Dit zowel voor algemene beleidsdossiers (rond de werking van de CLB’s) als voor concrete dossiers zoals het M-decreet en Integrale Jeugdhulp. Bij de totstandkoming van beleid wordt maximaal afgestemd met de GO! CLB’s, het GO! en de andere centrumnetten. Het samenwerkingsverband verenigt de directeurs GO! CLB, POC en PBD-GO!-CLB. Samen beleid maken is een van de doelstellingen van het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband krijgt vorm vanuit gelijkwaardigheid (uit respect voor de bevoegdheden van iedere organisatie), verbinding en engagement.
34
Tijdens het schooljaar 2019-20 maakte het samenwerkingsverband kennis met de fundamenten van de lerende organisatie onder begeleiding van professor dr. Bert George (Universiteit Gent). De lerende organisatie bepaalt de manier van samenwerken en werd als vertrekpunt gehanteerd voor het bepalen van de prioriteiten op het vlak van beleidsvoering. In overleg met de personeelsleden van alle GO! CLB’s, POC en PBD-GO!-CLB werden gezamenlijk vijf prioriteiten of strategische issues geformuleerd:
Afbakening van de inhoud van de kernprocessen vanuit onze identiteit Professionalisering van CLB-medewerkers in het kader van de kernprocessen en onze publieke waarde Imago van en communicatie over de GO! CLB's en CLB-sector Partnerschap met scholen, welzijn en andere stakeholders Welbevinden van de CLB-medewerkers en directeurs Tijdens de coronacrisis stond directe en snelle communicatie centraal. Zo werd een WhatsApp-groep met CLB-directeurs zeer intensief benut voor vraag en antwoord, intervisie en het uitwisselen van ervaringen en het verzamelen van input. Verder werd ingezet op regelmatige communicatie en bijstand van het CLB als organisatie, onder andere door middel van thematische webinars.
Helpdeskfunctie en ondersteuning CLB’s CLB’s en CLB-medewerkers kunnen voor alle vragen omtrent hun aard van de CLB-opdracht terecht bij de POC. De POC fungeert daarbij als referentie en verbindingsfiguur: vragen die de POC zelf niet kan beantwoorden, worden nauwgezet doorgegeven aan diensten die wel beschikken over deskundigheid ter zake – zowel GO!-intern als -extern.
Jullie bereikbaarheid is TOP! - Deelnemer aan het leertraject -
35
Tijdens het schooljaar 2019-20 werd veel ondersteuning geboden rond (nieuwe) regelgeving (waaronder het M-decreet) en op casusniveau. Het versterken van CLB-professionals in hun oplossingsgerichte vaardigheden is een van de ambities van de POC. Door te werken met een ankerfiguur in het centrum en rond een concreet thema (zoals het M-decreet) kan de bijstand zo lokaal mogelijk geboden worden. De POC werkt dan ook complementair aan de kennis en expertise in het lokale CLB binnen de lerende community GO! CLB.
4. Samen zorg dragen voor klachten Volgens de bepalingen van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 van het Gemeenschapsonderwijs (BDGO) is de Raad van het GO! bevoegd voor het algemeen beleid, waaronder ook de interne kwaliteitszorg. Het beleid zelf gebeurt op voorstel van de afgevaardigd bestuurder. Dat omtrent klachtenmanagement maakt al jaren integraal deel uit van de interne kwaliteitszorg. In december 2004 heeft de Raad de klachtenprocedure binnen het GO! goedgekeurd en daarmee invulling gegeven aan de bepalingen die destijds in het Vlaams klachtendecreet werden vastgelegd. Het merendeel van de Vlaamse overheidsinstellingen valt sinds 1 januari 2019 onder de klachtenbepalingen van het Vlaams bestuursdecreet. Dit is voor het GO! niet het geval. De Raad besliste in maart 2019 dat de bestaande procedure in het GO! behouden blijft. Een procedure die desalniettemin nauw aansluit bij de (her)nieuw(d)e voorschriften voor de andere Vlaamse bestuursinstellingen. Het GO! blijft onderhevig aan de bepalingen van het Vlaams ombudsdecreet en herbevestigde de samenwerking met de Vlaamse Ombudsdienst. De eerste- en tweedelijnsbehandeling van klachten situeert zich respectievelijk bij de directeur van de school of instelling en de algemeen directeur van de betrokken scholengroep. De Vlaamse Ombudsdienst is in derde lijn aanspreekbaar. Bij klachten over de werking van de centrale diensten van het GO! kan je je in eerste instantie wenden tot de afgevaardigd bestuurder en vervolgens tot de Vlaamse Ombudsdienst. Het GO! is en blijft voorstander van een eenvoudige en laagdrempelige klachtenprocedure en bepleit een directe aanpak, informeel en oplossingsgericht. Daar werd al sterk op ingezet en dat was ook in 2020 niet anders. Net als de voorbije jaren werd een bemiddelende aanpak vooropgesteld.
Klachten in cijfers In 2020 ontving het GO! in totaal 298 klachten. Tegenover de 343 klachten uit 2019 is dit een afname van het aantal klachten met 13,1%. Voor het eerst sinds 2016 daalt het aantal klachten hiermee opnieuw onder de driehonderd klachten. Vijf klachten betroffen de werking van de centrale diensten van het GO!; de 293 andere werden ingediend bij de scholengroepen en betroffen de werking van een school of de betrokken scholengroep zelf. Bijna driekwart van het aantal ingediende klachten werd als ontvankelijk beschouwd en met andere woorden ook effectief behandeld. Van alle ontvankelijk bevonden klachten werd de mate van gegrondheid nagegaan. In 2020 werd iets meer dan 65% na behandeling als gegrond of deels gegrond beschouwd.
36
In 125 van de 145 gevallen blijken we tot een oplossing of een gedeeltelijke oplossing te zijn gekomen. Dit is goed voor ruim 86%, een cijfer dat aantoont dat een bemiddelende aanpak vruchten kan afwerpen. Het merendeel van de klachten werd ingediend door ouders (bijna 67%). Het aandeel van klachten ingediend door personeelsleden bedraagt 18,8%. Cijfers die de voorbije jaren licht schommelden. In 2019 viel het aandeel aan klachten ingediend door leerlingen of cursisten nog op omdat het nooit hoger lag (10%). Een cijfer dat in 2020 wel terugviel tot 5,7% van het aantal klachten. Al jaren is een centrale klachtencoördinator actief die als aanspreekpunt fungeert, ook voor meldingen en klachten die je conform de GO! klachtenprocedure aan de betrokken school of scholengroep moet richten. Over alle scholengroepen en onderwijsniveaus heen werden in totaal vierenzestig meldingen en klachten geregistreerd. Het merendeel van wie een klacht heeft, werd doorverwezen naar de school, instelling of scholengroep waar de klacht zich voordeed en behandeling aangewezen was. Enkele klachten werden – in samenspraak met wie de klacht indiende – integraal voor behandeling doorgestuurd naar de scholengroep in kwestie. Bij een aantal andere klachten vroeg de betrokken school of scholengroep expliciet om ondersteuning.
Klachtenbeeld Wanneer we terugkijken op het jaar 2020, kunnen we concluderen dat dit best een pittig jaar was, niet in het minst omwille van de coronacrisis en de impact ervan op ons dagelijks leven en het onderwijs in het bijzonder. Uit de analyse van de klachten die bij de scholengroepen en centrale diensten van het GO! werden ingediend, blijkt dat deze problematiek toch voor wat ongerustheid heeft gezorgd en duidelijk opduikt in het klachtenbeeld, evenwel zonder dit te overheersen. Op een totaal van net geen driehonderd klachten gaat het om een aandeel van 6,7%. Bij de klachten van burgers (onder andere ouders) vormt dit item wel de op een na grootste groep aan klachten en staat het met andere woorden op de tweede plaats in de top vijf van klachtenthema’s. Het aantal coronagerelateerde klachten die rechtstreeks bij de scholen terechtkwamen, is vermoedelijk veel hoger, al ging het in de praktijk vaak eerder om vragen dan om gefundeerde klachten. Wat de overige klachten betreft is het klachtenbeeld in 2020 sterk vergelijkbaar met dat van de voorbije jaren. Het beeld is bijzonder veelzijdig en divers, in lijn met een veelheid aan onderwijsthema’s. Sommige onderwerpen keren altijd terug, andere items drijven mee op de golven van de actualiteit. Ongeveer 40% van de klachten van burgers bevat een bezwaar tegen een handeling of houding van de directeur of een personeelslid van een school of instelling. Ook klachten over zorg en begeleiding van leerlingen (al dan niet met specifieke noden), informatieverstrekking, orde- en tuchtmaatregelen ten aanzien van leerlingen en financiële zaken behoren al een aantal jaren tot de top vijf. Het feit dat mensen ogenschijnlijk altijd over dezelfde dingen klachten blijven hebben, betekent niet noodzakelijk dat er niet wordt ingespeeld op de problematiek. De permanente in- en uitstroom van personeelsleden enerzijds en de wijzigende schoolpopulatie anderzijds maken dat de cyclus zich constant herhaalt. Het blijft dus belangrijk alert te zijn voor signalen en samen naar oplossingen te zoeken. Er is permanent nood aan concrete acties en beleidsinitiatieven die zich op deze thema’s toespitsen.
37
Van de klachten ingediend door personeelsleden gaat het merendeel over een handeling of houding van de eigen directeur of een collega (65,6%). Dit cijfer lag nooit hoger en is merkbaar toegenomen na vier dalingen op rij tijdens de voorgaande jaren. Mogelijk heeft dit te maken met de coronamaatregelen die zorgden voor gewijzigde werkomstandigheden en de impact ervan op het welbevinden.
Aanbevelingen en verbetervoorstellen Het GO! maakt jaarlijks een verslag op over de klachtenbehandeling en bundelt hierin de bevindingen van de scholengroepen en de centrale diensten. Hierin worden – naast heel wat cijfermateriaal – concrete suggesties en voorstellen opgenomen die meteen aangeven waar mensen nood aan hebben, vaak om de dienstverlening ter plaatse te vrijwaren en verbeteren. Deze mogelijke acties worden aangevuld met voorstellen die centraal werden opgevangen en voor het hele onderwijsnet kunnen uitgerold worden. De voorstellen hebben zowel te maken met het opvangen, het behandelen als het managen van klachten. Het gaat hierbij soms over zeer praktische of operationele zaken maar ook over beleidsmatige keuzes die kunnen gemaakt worden. Werken aan kwaliteit is en blijft een continu proces en een uitdaging, maar dankzij een doorgedreven klachtenmanagement kan daar mee vorm aan worden gegeven. Het blijft een uitdaging hier telkens op in te spelen met gepaste maatregelen en bijsturingen. Waarden als respect, gelijkwaardigheid, oprechtheid of eerlijkheid, openheid, betrokkenheid en engagement die centraal staan in het pedagogisch project van het GO! (PPGO!), vormen niet alleen sleutelbegrippen voor een waarde(n)vol onderwijs maar leiden evenzeer tot een waarde(n)volle klachtenbehandeling. Meer details over de klachtenbehandeling in het GO! staan op de webpagina klachtenrapporten. Je vindt er de gecoördineerde rapporten die het GO! conform het Vlaams klachtendecreet jaarlijks vóór 10 februari bij de Vlaamse Ombudsdienst inlevert.
38
5. De positie van het GO! in het Vlaamse onderwijslandschap Leerlingencijfers zijn een momentopname: ze wijzigen tijdens het schooljaar als gevolg van bijvoorbeeld de instapmomenten van kleuters of de doorverwijzing van leerlingen uit het gewoon onderwijs naar het buitengewoon onderwijs. Het GO! heeft leerlingen in voltijds en deeltijds onderwijs, in het leerplichtonderwijs of in het onderwijs buiten de leerplicht, in verschillende onderwijsniveaus en onderwijsvormen. Ons marktaandeel is dus niet in één cijfer te vatten. Globaal kunnen we wel stellen dat de schoolbevolking in het GO! nu al heel wat opeenvolgende jaren groeit en dat het GO! gestaag aan marktaandeel wint, wat erop wijst dat ouders en cursisten de kwaliteit van het onderwijs en de eigenheid van het pedagogisch project van het GO! (PPGO!) positief evalueren. Per 1 februari 2020 telt het GO! in totaal 217.302 leerlingen. In vergelijking met de februaritelling van 2019 is het aantal leerlingen gestegen met 2,26%. In totaal noteren we 1.193 leerlingen meer in het gewoon basisonderwijs en 2.748 leerlingen meer (+ 3,17%) in het gewoon secundair onderwijs. In de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) van het GO! zitten 1.593 leerlingen. Hun aantal is met 255 leerlingen toegenomen. Onderstaande tabel2 biedt een volledig overzicht op basis van de cijfers van 1 februari 2020, dus voor het schooljaar 2019-20.
Onderwijs Leerplichtonderwijs
Niveau Basisonderwijs - gewoon
Internaten*
2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
408
102.123
105.697
107.880
110.060
110.825
112.018
Basisonderwijs - buitengewoon
36
7.256
6.797
6.470
6.462
6.572
6.900
Secundair onderwijs - gewoon
212
77.918
79.917
81.793
83.735
86.646
89.394
Secundair onderwijs - buitengewoon
25
5.508
5.380
5.317
5.465
5.714
6.131
Deeltijds beroepssecundair onderwijs
17
2.457
2.562
2.655
2.753
2.733
2.859
698
195.262
200.353
204.115
208.475
212.490
217.302
Volwassenenonderwijs
16
114.710
111.559
114.685
113.400
111.679
103.884
Deeltijds kunstonderwijs
15
12.577
12.725
12.946
13.236
14.375
14.664
Totaal
31
127.287
124.284
127.631
126.636
126.054
118.548
Financierbare instellingen
34*
2.290
2.286
2.218
2.194
2.094
2.052
Niet-gefinancierde instellingen
19
1.324
1.300
1.281
1.230
1.310
1.372
Totaal
19
3.614
3.586
3.499
3.424
3.404
3.424
Totaal Onderwijs buiten leerplicht
Instellingen
*eenendertig internaten + vier tehuizen Bron: Statistisch Jaarboek van het Vlaams onderwijs
2
Inclusief OKAN- en Franstalige leerlingen
39
Leerplichtonderwijs Algemeen Bij de telling van februari 2020 (schooljaar 2019-20) volgen 217.302 leerlingen les in het gewoon en buitengewoon leerplichtonderwijs van het GO!. Het GO! heeft hiermee een marktaandeel van 18,06%. Bij de telling van februari 2019 waren er 212.490 leerlingen en bedroeg het marktaandeel 17,72%.
Gewoon basisonderwijs Het gewoon basisonderwijs kent al jaren een gestage groei, zonder enige terugval.
40
Gewoon secundair onderwijs Het gewoon secundair onderwijs (inclusief het hoger beroepsonderwijs) kent de laatste jaren een constante groei, met in 2019-20 een extra stijging tot 89.394 leerlingen. Een stijging met 3,17% en een marktaandeel van 20,27%.
Cijfers per onderwijsvorm secundair onderwijs 2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
734
1.352
1.302
1.157
1.338
1.593
ASO
19.836
20.592
21.400
22.197
23.135
24.094
BSO
17.952
17.855
17.397
17.138
16.986
17.243
GSO
23.700
24.391
25.807
27.271
28.603
29.310
HBO
1.177
1.261
1.289
1.307
1.351
1.347
KSO
1.367
1.400
1.435
1.434
1.461
1.529
TSO
13.152
13.066
13.163
13.231
13.772
14.231
Eindtotaal
77.918
79.917
81.793
83.735
86.646
89.347
OKAN
Het is duidelijk dat vooral ASO een stijgende lijn kent, ook TSO kent het laatste jaar een duidelijke stijging, er is een terugval in het BSO.
41
Cijfers OKAN
In het schooljaar 2015-16 verdubbelde het aantal OKAN-leerlingen bijna (grote toename van vluchtelingen). Het GO! had 618 OKAN-leerlingen meer dan in 2014-15. Vanaf schooljaar 2018-19 is er opnieuw een stijging merkbaar die zich ook in 2019-20 voortzet. Wat betreft OKAN heeft het GO! een marktaandeel van 31,69%, aanzienlijk meer dan zijn marktaandeel voor het secundair onderwijs. Het GO! levert hier een substantiële extra bijdrage in verhouding tot zijn leerlingenpopulatie.
Buitengewoon onderwijs Zoals onderstaande tabel en grafiek illustreren vertoont het buitengewoon basisonderwijs de laatste twee jaar een stijgende trend. 2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
614
610
604
598
668
736
Buitengewoon lager onderwijs
6.642
6.187
5.866
5.864
5.904
6.161
Buitengewoon secundair onderwijs
5.508
5.380
5.317
5.465
5.714
6.129
Eindtotaal
12.764
12.177
11.787
11.927
12.286
13.026
Buitengewoon kleuteronderwijs
42
Deeltijds beroepssecundair onderwijs Na een lichte daling vorig jaar zien we nu opnieuw een sterke stijging. Op 1 februari 2020 telde het DBSO 2.859 leerlingen, 126 meer dan in het schooljaar 2018-19. 2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2.457
2.562
2.655
2.753
2.733
2.859
43
Onderwijs buiten de leerplicht Het onderwijs buiten de leerplicht omvat het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Onze analyse van de cijfers voor het deeltijds kunstonderwijs berust op de tellingen van 1 februari, uitgevoerd door het Departement Onderwijs en gepubliceerd in het Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs. We vestigen er de aandacht op dat het hier enkel de financierbare cursisten betreft. Gezien de aanpassing van refertejaar en de verhoogde vraag naar cijfers op schooljaarniveau, werd er beslist om ook voor het volwassenenonderwijs de cijfers weer te geven op schooljaarniveau in de plaats van per refertejaar. Zo hebben ook cijfers over evoluties in inschrijvingen minder last van de sprong in refertejaar. Ook het Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs zal binnenkort op basis van het schooljaar gegevens vrijgeven. Er werden net als in het jaarboek alleen unieke inschrijvingen geteld. Dit wil zeggen dat een cursist, die binnen het schooljaar in verschillende modules binnen één opleiding is ingeschreven, maar één keer telt.
Deeltijds kunstonderwijs Op 1 februari 2020 waren er 14.664 cursisten ingeschreven in de kunst- en muziekacademies van het GO!, een stijging met 2,01%. DKO (februari)
2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
Cursisten
12.577
12.725
12.946
13.236
14.375
14.664
Marktaandeel
7,15%
7,16%
7,25%
7,34%
7,32%
7,29%
Volwassenenonderwijs Op 1 februari 2020 waren er 103.884 cursisten ingeschreven in de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO’s) van het GO!. Minder dan het jaar ervoor dus. Toch betekent dit een lichte stijging van het marktaandeel tot 35,80%. De daling in absolute aantallen is te wijten aan het feit dat hbo en SLO vanaf 1 september 2019 naar het hoger onderwijs werden overgeheveld. VO
2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
Cursisten
114.710
111.559
114.685
113.400
111.679
103.884
Marktaandeel
32,94%
33,03%
34,30%
34,62%
34,88%
35,80%
Internaten Op 1 februari 2020 verbleven er in alle GO! internaten samen 2.052 financierbare internen. Het aantal internen kent een lichte daling, maar het marktaandeel is gestegen tegenover het voorgaande jaar. Internaten (februari) Internen Marktaandeel
2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
2.290
2.286
2.218
2.194
2.094
2.052
21,40%
22,10%
22,00%
22,04%
21,63%
21,86%
Daarnaast zijn er 20 internaten in het buitengewoon onderwijs (niet-gefinancierde instellingen). Internaten BuO (februari) Internen
44
2014-15
2015-16
2016-17
2017-18
2018-19
2019-20
1.324
1.300
1.281
1.230
1.310
1.372
Internaten met permanente openstelling De internaten met permanente openstelling (IPO’s) bieden verblijf aan op schoolvrije dagen voor leerlingen die een indicatiestelling hebben voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. De IPO’s zijn onderwijsinstellingen die deze opdracht uitvoeren in samenwerking met Welzijn. Hiervoor is een transitieperiode vastgelegd die eindigt op 31 augustus 2021. Hun capaciteit ligt vast. Anders dan de voormalige opvangcentra hebben zij de opdracht om kinderen en jongeren maximaal terug naar hun context toe te leiden. Omdat de IPO’s intensief inzetten op (context)begeleiding, maken de kinderen en jongeren nog zelden 365 dagen per jaar gebruik van dergelijke voorzieningen. Tijdens de weekends en vakanties fluctueert de bezetting heel sterk. Onderstaande tabel toont de gemiddelde bezetting per IPO voor het kalenderjaar 2020. De coronacrisis heeft effect op de benutting van de IPO’s tijdens het kalenderjaar 2020. Om besmettingen te beperken werd ervoor geopteerd om internen zo veel mogelijk terug te laten keren naar de thuiscontext en dit voor een langere periode. Dit gebeurde in afstemming met de consulenten van de sociale diensten van de jeugdrechtbanken en met het agentschap Opgroeien. De IPO’s hebben tijdens die periode regelmatig contact gehouden met hun internen om na te gaan of de draagkracht van de context voldoende was voor de intern en om actief te peilen naar het welbevinden van de internen. IPO
capaciteit
Bezetting in%
Koksijde
40
100
De Haan
70
92
Neder-Over-Heembeek
30
88
Lommel
30
97
Gavere
25
94
Sint-Niklaas
20
101
’s-Gravenwezel
20
101
Kortrijk
30
100
Totaal
265
96
De IPO’s organiseren voor hun internen verblijf en begeleiding op schoolvrije dagen. Het verblijf op schooldagen wordt georganiseerd door de internaten van het buitengewoon onderwijs. Noch deze internaten, noch de IPO’s genereren werkingsmiddelen vanuit Onderwijs. De werkingsmiddelen voor deze instellingen werden ingeschreven in onderwijsdecreet XX. De internaten van het buitengewoon onderwijs zijn voor hun werking afhankelijk van de werkingsmiddelen van de internaten van het gewoon onderwijs. Dat maakt dat het geheel van de internaten structureel te weinig werkingsmiddelen ter beschikking heeft. De IPO’s zijn voor hun werking aangewezen op middelen die voortkomen uit de solidariteit van alle scholengroepen. Deze middelen zijn in se bestemd voor het leerplichtonderwijs en worden op basis van een beslissing van de Raad van het GO! aan de IPO’s toegewezen volgens hun capaciteit. Daarbovenop krijgen de IPO’s jaarlijks en voor de duurtijd van de transitie een bijkomende subsidiëring vanuit Welzijn ter waarde van 350.000 euro (geïndexeerd) per jaar en voor de organisatie van 265 bedden.
45
CLB’s Het GO! richt in totaal negentien CLB’s in. Samen begeleiden zij 238.974 lineaire leerlingen (cijfers schooljaar 2020-21), een stijging met 7.492 leerlingen (+ 3,24%) in vergelijking met het schooljaar ervoor. GO! CLB’s begeleiden niet alleen alle GO! scholen, maar werken daarnaast ook samen met contractscholen van het officieel onderwijs en Syntra. CLB’s vervullen eveneens een decretale opdracht voor leerlingen huisonderwijs. De CLB’s beschikten hiervoor over 701,77 omkaderingsgewichten (een toename met 3,8 omkaderingsgewichten of 0,54% in vergelijking met het voorgaande schooljaar). Omwille van de geslotenenveloppenfinanciering, vertaalt een stijging van het aantal leerlingen zich niet in een stijging van de beschikbare omkadering voor CLB’s. Over een periode van zeven jaar tijd nam het leerlingenaantal in de CLB’s toe met 35.350 lineaire leerlingen (een stijging van 17%).
Het GO! moet mede door de sterke groei ieder jaar ongeveer vijfduizend leerlingen weigeren omdat er niet voldoende capaciteit is om aan iedere leerling een plaats te kunnen bieden. Het GO! kan hierdoor onvoldoende de grondwettelijke opdracht rond vrije keuze invullen.
46
6. Infrastructuur Het GO! is eigenaar en beheerder van een zeer groot patrimonium waarmee het elke dag zijn onderwijsopdracht waarmaakt. De toestand van het volledige patrimonium is systematisch in kaart gebracht. Deze data maken het mogelijk om het infrastructuurbeleid te onderbouwen en gefundeerde strategische en tactische beslissingen te nemen. Het infrastructuurbeleidsplan versterkt de samenwerking en het verder professionaliseren van het GO! als patrimoniumbeheerder, over de drie bestuursniveaus heen. Het stelt ons in staat om met de weinige mensen en middelen het patrimonium zo goed mogelijk te beheren.
Infrastructuurbeleidsplan in uitrol De grote uitdaging voor het GO! op het vlak van infrastructuur is de globale slechte staat van zijn scholen en hun omgeving, veroorzaakt door de jarenlange onderfinanciering. Met het globale infrastructuurbeleidsplan, dat eind 2016 door de Raad van het GO! werd goedgekeurd, maakt het GO! er werk van om dit structurele probleem gedeeltelijk te verhelpen door zoveel mogelijk intern onze aanpak te verbeteren en deze verder te professionaliseren. Het plan geeft richting en biedt duidelijkheid over aanpak, projecten, financiering, timing en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen, om met schaarse mensen en middelen het patrimonium zo goed mogelijk te beheren. Zonder bijkomende financiering is een oplossing ten gronde echter niet mogelijk. Het globale infrastructuurbeleidsplan vormt ook de kapstok voor de realisatie van de vijfde strategische doelstelling van het GO!: Het GO! streeft naar inspirerende, innovatieve en kwaliteitsvolle scholen door middel van een strategisch bouwbeleid. Met de volledige realisatie van het project ‘Monitoring vastgoedkenmerken’ heeft het GO! veel vooruitgang geboekt in het inventariseren van het patrimonium. Via een zelf ontwikkelde methodiek brachten de scholengroepen de staat van vijf gebouwonderdelen, de leeftijd, de samenstelling, het gebruik en de typologie van alle gebouwen in kaart.
Van integraalplannen naar huisvestingsplannen In 2019 werden de laatste integraalplannen opgeleverd. Hiermee werd een belangrijk project afgesloten waarbij we in vijf jaar tijd in cocreatie met de zesentwintig scholengroepen werkten aan een beleidsplan rond infrastructuur op scholengroepniveau. In deze vijf jaar tijd zetten we binnen het GO! enorme stappen op het gebied van dit infrabeleid en het in kaart brengen van het patrimonium. Dit resulteerde in heel wat nieuwe data en kaders rond infrastructuur. Met het huisvestingsplan nemen we een volgende stap. Het huisvestingsplan moet zorgen voor een betere inhoudelijke afstemming tussen de scholengroepen en de centrale diensten van het GO! over concrete beslissingen rond infrastructuur. Na de opmaak van het huisvestingsplan zal er duidelijkheid zijn over welke situaties er al dan niet kunnen aangepakt worden door de scholengroepen. Ook moet het duidelijk worden op welke domeinen en in welke gebouwen er al dan niet op korte termijn geïnvesteerd wordt. De toekomstvisie van de scholengroep, zowel wat betreft het onderwijskundig en pedagogisch beleid, als het infrastructuurbeleid, wordt vertaald in het huisvestingsplan. Het huisvestingsplan mag geen advies zijn, maar moet een goedgekeurd statuut krijgen door de Raad van Bestuur van de scholengroep. Met de uitrol van de huisvestingsplannen voor alle scholengroepen, krijgen we netbreed een beter beeld op noden. Hiermee kunnen we enerzijds de problematiek van onderfinanciering verder aankaarten bij de overheid en anderzijds zoeken naar oplossingen – via het ontwikkelen van programma’s, het optimaal aanwenden van subsidies, trekkingsrechten, …
47
Het huisvestingsplan voedt daarmee ook de ontwikkeling van beleid op het strategisch niveau. Vanuit dit plan kunnen bouwprojecten, programma’s – zoals het afbraakprogramma – en verkopen opgestart worden en kunnen projecten dieper uitgewerkt worden. Ook worden de kritische prestatie-indicatoren geconcretiseerd en vertaald naar beslissingen. Hiermee vormt het huisvestingsplan de basis voor het operationele niveau. In 2020 gaven we vorm aan dit project huisvestingsplannen. De methodiek voor het opmaken van een huisvestingsplan werd ontwikkeld aan de hand van vier pilootprojecten. In het voorjaar van 2021 werd een definitieve planning opgemaakt voor de uitrol van de overige tweeëntwintig scholengroepen.
Kader voor infrastructuurwerken op scholengroepniveau Een van de doelstellingen van het globaal infrastructuurbeleidsplan is de verschillende types werken en financieringsmechanismes op elkaar afstemmen. Om op de meest effectieve en efficiënte manier een maximaal resultaat te bereiken met de beperkte middelen die het GO! voorhanden heeft voor het beheer en onderhoud van het patrimonium. Een belangrijk onderdeel hiervan is het opstellen en implementeren van een kader voor onderhoud en kleine infrastructuurwerken op het niveau van, gedragen door en ter ondersteuning van de scholengroepen. De centrale diensten nemen hierin een ondersteunende rol om in samenspraak met de scholengroepen te komen tot een verhoging van de professionaliteit en maturiteit voor alle infradiensten. De ontwikkeling van de projectkeuzetrechter gebeurde in samenwerking met zes scholengroepen.
Principe Het doel van de projectkeuzetrechter op scholengroepniveau is voornamelijk om juiste keuzes te kunnen maken in functie van het beschikbare infrastructuurbudget. Die keuzes zijn contextafhankelijk en verschillen tussen de scholengroepen. Elke scholengroep kan een eigen beleid voeren binnen het ontwikkelde raamwerk. Door alle werken op te lijsten en onder te verdelen in categorieën wordt duidelijk welke prioriteiten en opportuniteiten zich voordoen.
48
Categorieën Samen met de externe werkgroep kwamen we tot de volgende zeven categorieën: -
wettelijke norm, veiligheid en gezondheid,
-
basiskwaliteit,
-
optimalisatie,
-
groei,
-
profilerings- en pedagogische projecten,
-
reg (rationeel energiegebruik)
en -
onderhoud.
Bruikbaarheid en toepassing Bij de ontwikkeling van de projectkeuzetrechter voor werken op scholengroepniveau, houden we in hoge mate rekening met de gebruiksvriendelijkheid. Voor de grenswaarden en criteria starten we zo vaak als mogelijk van data die automatisch te genereren zijn via het Facilitair Management Informatiesysteem (FMIS). In 2020 werden de grenswaarden en criteria per categorie vastgelegd. Een eerste versie van de projectkeuzetrechter voor werken op scholengroepniveau werd getest door twee scholengroepen. Beide tests leidden tot zeer waardevolle informatie. De uitrol zal gebeuren in 2021.
Het GO! patrimonium Onze schoolgebouwen staan ten dienste van onze leerlingen, leerkrachten, medewerkers, cursisten en andere gebruikers die dagelijks het pedagogisch project van het GO! (PPGO!) waarmaken. Infrastructuur is een middel om het PPGO! nog concreter en zichtbaarder te vertalen in onze scholen. De zorg voor de omgeving waarin onze leerlingen en cursisten worden ondergebracht, is een gezamenlijke bevoegdheid van de Raad van het GO! en de scholengroepen, zoals bepaald in art. 36, 3° van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 van het Gemeenschapsonderwijs (BDGO). Voor de investeringen in schoolgebouwen beschikt het GO! over middelen uit de Vlaamse begroting en middelen die het zelf genereert uit het beheer en de verkoop van gebouwen en gronden. Het GO! beheert ongeveer vier miljoen vierkante meter gebouwoppervlakte. In verhouding tot die omvang zijn de beschikbare middelen veel te beperkt: met de beschikbare middelen kan slechts één zesde van de noden opgelost worden. Deze structurele onderfinanciering, die al jaren aansleept, heeft tot gevolg dat een groot deel van de gebouwen van het GO! in slechte staat is. Meer dan 400.000 vierkante meter moet dringend vervangen worden. Bij een tiende van de gebouwoppervlakte zijn het dak, het buitenschrijnwerk en het sanitair in een onaanvaardbare staat. Bij meer dan 30% van de gebouwoppervlakte is investeren in dak, buitenschrijnwerk en sanitair dringend nodig. Met de uitrol van het globale infrastructuurbeleidsplan pakken we dit structurele probleem professioneel aan. Met de beschikbare middelen is het echter onmogelijk om de verdere aftakeling van het patrimonium een halt toe te roepen. Er is een grote inhaalbeweging vanwege de overheid nodig om tot een aanvaardbare basiskwaliteit in al onze schoolgebouwen te komen.
49
Eigenschappen van het patrimonium Het GO! patrimonium strekt zich uit over heel Vlaanderen en Brussel. Onderstaande grafiek toont de leeftijd van de gebouwde oppervlakte van het patrimonium. Hierin kun je een aantal bouwgolven waarnemen: twee derde van de bebouwde oppervlakte is ouder dan veertig jaar, een derde is ouder dan vijfenvijftig jaar. Voor een goed vastgoedbeheer wordt aangenomen dat een gebouw minstens om de vijftig jaar een grote investering vraagt, in de vorm van een grondige renovatie of vernieuwbouw. Met de huidige budgetten wordt er ongeveer om de tweehonderd jaar vervangen of grondig geïnvesteerd.
3,27% - Ouder dan 1900 1,97% - 1900-1929
5,59% - vanaf 2006 2,50% - 2000-2005 3,23% - 1990-1999
3,46% - 1930-1939 2,93% - 1940-1949 10,63% - 1950-1959
25,18% - 1980-1989 Leeftijd van de gebouwde oppervlakte van het patrimonium
14,80% - 1960-1969
26,44% 1970-1979
De volgende typologieën komen het meest voor in het GO! patrimonium: -
25% van de oppervlakte van alle schoolgebouwen bestaat uit prefabgebouwen (met stalen of betonnen kolommen en minstens twee bouwlagen),
-
23% is opgetrokken via de klassieke bouwmethodes (metselwerk)
en -
50
14% van de totale oppervlakte bestaat uit paviljoenen (eenlaagse structuur, snel gebouwd voor ‘tijdelijk’ gebruik).
25,75%
Schoolgeb. prefab
14,61% Paviljoen
5,62%
23,07%
Schoolgeb. klassiek
Internaat
5,62% Sporthal
9,30%
Schoolgebouw structuralistisch
5,33% 4,06% Schoolgeb. hedendaags
Werkplaats
3,68%
1,59%
Overige
Woning
1,36%
Schoolgeb. tijdelijk
51
Van de verschillende types paviljoenen zijn de houten en stalen constructies het minst kwalitatief. Bij prefabschoolgebouwen ligt het grootste probleem bij de staalskeletconstructies met vliesgevels. Onderstaande grafiek toont voor elk van de vijf gebouwonderdelen in welke staat de gebouwen verkeren. Bijvoorbeeld verwarming: de gebouwoppervlakte met een verwarming in goede tot matige staat (scores 1, 2 en 3) is hoger dan de gebouwoppervlakte met een verwarming in slechte tot penibele staat (scores 4, 5 en 6). Bij daken en vooral schrijnwerk is het andersom: er is meer oppervlakte waarvan het dak of het schrijnwerk zich in slechte staat bevindt, dan in goede staat.
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% dak
buitenschrijnwerk
sanitair
gevel
verwarming
Er is geen nood aan dringend onderhoud, de verwachte levensduur is minstens 25 jaar. De functionele gebruiksduur van het element wordt geschat op 20 jaar, klein onderhoud of plaatselijk herstel kan nodig zijn. Planmatig onderhoud en incidenteel herstel is nodig. Het element zal nog circa 15 jaar functioneel zijn. Aanpassing of vervanging van elementen is noodzakelijk, de functionele gebruiksduur wordt geschat op circa 5 jaar. Een totaalrenovatie is dringend nodig op korte termijn, het gebruik is nog rekbaar voor maximaal 2 jaar. De voorziene eindfase is bereikt, het gebouwdeel moet gesloopt worden.
52
Gedeelde bevoegdheden met een sterke samenwerking Volgens het BDGO wordt het patrimonium van het GO! met een gedeelde bevoegdheid beheerd door de centrale diensten, de scholengroepen en de scholen. Dat vergt een sterke samenwerking tussen de drie bestuursniveaus. Bij alle projecten zijn onze scholengroepen en scholen nauw betrokken. Tijdens vier netwerkdagen voor de infrastructuurverantwoordelijken werd intensief gewerkt aan nauwere samenwerking tussen de centrale diensten en de scholengroepen, maar ook aan kennisuitwisseling tussen de scholengroepen onderling. Diverse beleidsprojecten verlopen in samenwerking tussen de scholengroepen en de centrale diensten.
Middelen Het GO! krijgt jaarlijks een budget vanuit de Vlaamse overheid. Als we rekening houden met het aantal leerlingen en met het principe dat een gebouw om de vijftig jaar vervangen wordt, en als we veronderstellen dat alle gebouwen in goede staat worden onderhouden, heeft het GO! jaarlijks minstens 260 miljoen euro nodig om de gebouwen te vervangen en onderhouden. Het GO! ontvangt jaarlijks veel minder middelen, met als gevolg dat het patrimonium gestaag en onherroepelijk aftakelt en aan waarde verliest. Als we rekening houden met de noodzakelijke inhaalbeweging om het patrimonium weer in een aanvaardbare staat te krijgen en met het stapsgewijs energieneutraal maken van het patrimonium tegen 2050, is er een verhoogde investering nodig van 415 miljoen euro per jaar. Budgettair zijn er middelen voor scholeninfrastructuur bijgekomen, naast de basisdotatie. Die bijkomende middelen zijn gekleurd (bijvoorbeeld voor extra capaciteit) of verbonden aan zeer specifieke formules (bijvoorbeeld DBFM). De berekening van de jaarlijkse basisdotatie werd de afgelopen twintig jaar niet aangepast aan de verdrievoudigde bouwkosten of aan gewijzigde leerlingenaantallen en marktaandelen van de verschillende onderwijsverstrekkers. Dit budget werd bovendien bepaald op basis van een aantal vierkante meter per leerling dat veel kleiner is dan het normenbesluit3 bepaalt. Gelet op het voorgaande en conform het regeerakkoord werd de verdeelsleutel voor de bepaling van de basisdotatie in 2020 geactualiseerd. Deze verhoging zal toegepast worden vanaf 2021. Gezien in het regeerakkoord is opgenomen dat deze aanpassing onverkort zou worden uitgevoerd, vraagt het GO! om de middelen die niet werden toegekend voor 2020, te verrekenen in volgende begrotingsjaren. De jaarlijkse dotatie wordt opgesplitst volgens de bevoegdheden omschreven in het BDGO. Dit onderdeel van het jaarverslag betreft de middelen voor grote bouw- en renovatieprojecten die beheerd worden door de centrale diensten van het GO!. Het GO! ontvangt ook middelen vanuit de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) voor specifieke projecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en genereert ook eigen middelen uit onder andere verkoop. In het afgelopen jaar werden daarenboven middelen toegekend voor een specifiek doel, al dan niet vanuit een ander beleidsdomein.
3 Besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007 houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding
53
Die versnippering van middelen maakt het moeilijk om een coherent beleid te voeren. Met de capaciteitsmiddelen worden projecten gerealiseerd in gemeenten waar volgens de capaciteitsmonitor over alle onderwijsverstrekkers heen te weinig stoeltjes beschikbaar zijn. In gemeenten waar er volgens de capaciteitsmonitor over alle onderwijsverstrekkers heen wel voldoende plaats is, maar waar het GO! leerlingen moet weigeren en dus de vrije keuze niet kan waarborgen, kan het GO! deze middelen niet gebruiken. Hieronder een overzicht van hoe de vastleggingsmiddelen reëel besteed werden: -
28,1 miljoen euro voor grote bouw- en renovatiewerken van schoolgebouwen
-
29
miljoen euro aan capaciteitsmiddelen4
-
1,1
miljoen euro voor fotovoltaïsche installaties
-
0,9
miljoen euro voor inhuringen
-
1
miljoen euro voor verzekering
-
3,2
miljoen euro voor de aankoop van gronden en gebouwen in het kader van overnames
Daarenboven investeerde het GO! -
3,3
miljoen euro van het Vlaams Klimaatfonds
-
0,9
miljoen euro in de vooruitbetaling van belastingen
-
1,2
miljoen euro in overige infrastructuurwerken van scholengroepen
Realisaties en werking Grote bouw- en renovatieprojecten Om het patrimonium te vervangen, te renoveren en uit te breiden, realiseert het GO! grote bouwprojecten met de dotatie van de overheid, met capaciteitsmiddelen en door eigen middelen te herinvesteren. Zo werden in het voorbije jaar achttien bouwprojecten in gebruik genomen, samen goed voor een investering van 64 miljoen euro. De werken van negen bouwen renovatieprojecten gingen van start, in totaal voor 14,2 miljoen euro aan bouwkosten. Er werden acht design en build projecten opgestart voor 40 miljoen euro. Daarnaast werden studiebureaus aangesteld voor vijftien projecten, voor een totale ereloonkost van 2,7 miljoen euro. In 2020 werd een portfolioselectie gedaan op basis van de projectkeuzetrechter waarbij achtentwintig projecten werden toegevoegd aan het bouwportfolio voor 159 miljoen euro. Daarnaast werden nog drie projecten goedgekeurd omwille van opportuniteiten of in het kader van een overname voor 7,7 miljoen euro. Er werden twee projecten opgenomen in het bouwportfolio voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die worden gesubsidieerd door de VGC voor in totaal 11,5 miljoen euro. Eind 2020 bevatte de bouwportfolio 194 projecten. Deze projecten bevinden zich in verschillende fasen, van projectdefinitie over ontwerp en uitvoering tot voorlopig opgeleverd.
4 Het GO! ontving minder middelen voor capaciteitsprojecten (24 miljoen euro) als toevoeging aan de dotatie 2020, maar door verschuivingen in de projectportfoliomix werd de vastlegging van sommige projecten doorgeschoven van 2019.
54
Projecten in de kijker GO! freinetschool De Pluim (basis- en middenschool), Hoboken, 4005 vierkante meter De freinetschool De Pluim werd in 2008 opgericht op het domein van GO! atheneum Hoboken. Praktisch werd een vrij gedeelte van de site afgebakend voor deze basisschool waar een tweelaags unitgebouw werd geplaatst. Eerder had het CVO al het werkhuis van het atheneum in gebruik genomen, zodat zich drie partijen op deze site bevinden. Deze basisschool kent een sterke groei, waarbij in 2016 een capaciteitsdossier werd goedgekeurd om de initiële éénklassenstructuur te ontdubbelen en in samenwerking met het GO! atheneum Hoboken een freinet-middenschool op te richten. Omdat de drie actoren op deze site zowel ruimtelijk als pedagogisch nauw verbonden zijn werd een overlegstructuur met alle partijen opgezet om te onderzoeken hoe de inplanting van deze nieuwe (grotere school) best kon gebeuren om de onderlinge samenhang te kunnen versterken. In die optiek werd beslist om het voormalige werkhuis te slopen en de vrijgekomen ruimte deels aan te wenden voor de nieuwe basisschool. Volgend op deze interne oefening werd in interactie met het atelier van de stadsbouwmeester een masterplan opgemaakt, wat de site opdeelde in een scholenkamer en een zone voor private ontwikkeling.
Binnen de D&B-procedure voor het nieuwe schoolgebouw werd gevraagd om binnen de contouren van dit masterplan een inplanting voor deze nieuwe school voor te stellen. In het geselecteerde voorstel is de ontwerper een stap verder gegaan door deze nieuwbouw te verbinden met de bestaande sporthal. Concreet werd de gelijkvloerse aanbouw gesloopt en de bijbehorende kelder geïntegreerd in de nieuwe fietskelder. Op basis van dit concept werd ook een subsidie bekomen voor het naschools gebruik van de sporthal en heeft de scholengroep ook de buitenschil aangepakt.
55
Kenmerkend voor dit project zijn: -
wat betreft verwarming en duurzaamheid: de verwarming gebeurt via een lucht-waterwarmtepomp wat resulteert in een BEN-school met een E-peil van E33,
-
wat betreft het pedagogische: een concept waarbij per hogere graad de klasruimte wordt gereduceerd ten voordele van instructieruimte. Dit resulteert voor de hoogste graden in een brede en interactieve gang met ruimte voor werkhoeken waar de leerlingen in kleinere groepjes kunnen werken,
-
wat betreft de buitenruimte: omdat de school veel belang hecht aan de buitenruimte, werd het aanwezige spontane bosje structureel onderhouden en van een boomhut voorzien die kan functioneren als buitenklas,
-
wat betreft de esthetiek: een van de punten uit de D&B-procedure was een luifel in de vorm van een pluim: het bouwteam heeft deze luifel ter plekke bekist en in beton gegoten,
-
wat betreft de klassenstructuur: het masterplan voorzag in een uitbreiding van een twee- naar drieklassenstructuur
en -
56
wat betreft ecologie: specifieke maatregelen voor het behoud van bestaande bomen.
GO! A-maze, Beverlo, 1578 vierkante meter Het project is ontstaan uit een capaciteitsprobleem in Beringen. Door het capaciteitsbudget heeft het GO!, met een toeslag van de scholengroep, een nieuwe school kunnen uitbouwen in een bestaand schoolgebouw in Beverlo. GO! A-maze is een nieuwe methodeschool met een sterk uitgesproken pedagogisch project. Omwille van het bescheiden budget werd de reikwijdte van dit project beperkt tot een kleine strategische ingreep. Het langwerpige gebouw heeft drie bouwlagen. Het gebouw is heel traditioneel opgebouwd uit een lange gang met klassen en heeft beglaasde gevels. Op het uiteinde van het gebouw bevindt zich telkens een trappenhal. Het gebouw mist in zijn huidige opstelling een duidelijke toegang vanuit de Laarbemdeweg. Er wordt een nieuwe, duidelijke centrale toegang gemaakt die rechtstreeks uitmondt in de projectruimte. De projectruimte wordt het nieuwe kloppende hart van de school. Een nieuwe centrale tribune, als vrijstaand element zorgt voor collectiviteit en verbinding. Deze opstelling laat een vlotte centrale doorstroming toe tot alle verdiepingen, volgens de visie van de nieuwe school. De vrijgekomen verbindingsgang tussen de twee bestaande traphallen kan opgenomen worden in het collectief verhaal van deze nieuwe schoolomgeving.
57
Op de benedenverdieping, in de nabijheid van de toegang vanuit de Laarbemdeweg zorgt het secretariaat met bijbehorende administratieve lokalen voor een goede herkenning en een gemakkelijke toegankelijkheid. Het bestaande sanitair, als buffer tussen secretariaat en projectruimte, wordt behouden. De muren en bestaande deuren krijgen een nieuw laagje verf. In de ruime gang tussen het secretariaat en de projectruimte worden lockers geplaatst voor de leerlingen. Door de strategische plaatsing van de centrale tribune ontstaan er verschillende sferen, multifunctioneel te gebruiken: eetplekken met tafels nabij de didactische keuken, ontmoetingsplekken met kleine zitelementen bij de tribune en een meer intieme, beschutte relaxruimte onder de tribune. Een toogelement zorgt voor de verbinding van de didactische keuken met de projectruimte. Deze kan gebruikt worden in het dagelijks functioneren van de eetzaal, maar ook als presentatieruimte van culinaire verwezenlijkingen of als balie voor bijzondere of buitenschoolse activiteiten. Achteraan wordt een nieuw labolokaal voorzien dat bereikt kan worden vanuit de bestaande traphal. Door de keuze voor een centrale tribune biedt de overbodig geworden circulatieruimte ter hoogte van de achtergevel plaats aan een extra instructieruimte of vergaderlokaal toegankelijk voor mensen in een rolstoel. De centrale tribune zorgt voor een nieuwe setting van de verdiepingen. De open leerplekken nestelen zich rond de centrale tribune, terwijl andere ruimtes met hogere akoestische eisen zich verder weghouden van deze collectiviteit. Een nieuwe binnentrap zorgt voor een gelijkaardige verbinding met het bovenste niveau. De twee units rond de centrale vide op de eerste verdieping huisvesten ongeveer 90 leerlingen. Enkele vaste elementen zorgen voor een doorwaadbare leeromgeving met verschillende ruimtes: individuele werkplekken, cocoons, open en gesloten groepsplekken. Aparte instructieruimtes grenzend aan de bestaande traphallen zorgen voor meer geborgen plekken en zijn akoestisch gescheiden. Een taallabo, een PO- of steamlokaal en twee flexlokalen zijn volledig akoestisch gescheiden door de tussenliggende trappenhallen.
58
Gezien het beperkte budget werd er bewust gekozen om de afwerkingsgraad ruw te houden. Verouderde elementen, zoals bijvoorbeeld oude plafonds en raamomkastingen werden verwijderd en niet opnieuw afgewerkt. De technieken zijn zo veel mogelijk in opbouw. De uitzonderlijk mooie betonnen structuur kan nu helemaal tot zijn recht komen. Tussen de ribben in het plafond werden akoestische houtwolpanelen geplaatst. De muren, die vroeger dienst deden als scheiding tussen de gang en de klassen, werden op sommige plaatsen behouden en vormen nieuwe vaste zitelementen in de ruimte. Er werd gekozen voor een sober kleurenpalet in de architectuur: beton, houten accenten en witte of beige tinten. Aan het los meubilair werd veel aandacht besteed. Dat zorgt, samen met het aanwezige groen, voor kleuraccenten in de ruimte.
59
GO! basisschool De Telescoop, Laken, 3005 vierkante meter De voormalige Cardijnschool in Laken, gelegen langs een drukke invalsweg naar Brussel maar vlakbij het park van het Koninklijk Paleis en de neogotische Onze-Lieve-Vrouwekerk, is vervallen. Het GO! besliste in 2016 er een nieuwe kleuter- en basisschool (De Telescoop) te bouwen voor tweehonderdveertig leerlingen. De nieuwe school moet vooral meer licht, lucht en ruimte krijgen. De architect ontpit de schoolsite die ingesloten zit tussen de Mathieu Desmaréstraat en de beschermde Koninklijke Parklaan. Ze maken het dichtbebouwde binnengebied vrij om plaats te geven aan een grote, rechthoekige speelplaats. Deze buitenruimte definieert het project. Het is een duidelijke geometrische afbakening. Het volume van de kleuterschool enerzijds en de lagere school anderzijds wordt rondom deze centrale buitenruimte gebouwd. Nieuwbouw basisschool Op de benedenverdieping bevindt zich een verdiepte eetzaal, op het hoogste niveau een dubbelhoge turnzaal die fungeert als lantaarn in de wijk. Een telescopisch raam biedt er zicht op de kerktoren van Laken. Verbouwing kleuterschool De architect kiest ervoor om de kleinste kinderen hier te huisvesten omwille van het huiselijke karakter. De bestaande voorgevel wordt behouden omwille van de historische kwaliteit en het ensemble in de Parklaan met daarachter op elk niveau twee podiumklassen. De achtergevel wordt ontdubbeld door het plaatsen van een tweede glazen gevel. De aangebouwde verticale wintertuin is de plaats voor een monumentale open trap. De gevelmaterialen stemmen optimaal overeen met de buurt. Het gebouw poogt zich enerzijds in te schrijven in de omgeving, anderzijds een meerwaarde te creëren door zichten te bieden tot in het binnengebied, een sporthal op hoogte in te passen die een lantaarn is voor de wijk en een link te leggen tussen de informele zijde van het pleintje op de Desmaréstraat en de formele zijde van de Parklaan. Bovenal probeert de architect door middel van een integrale aanpak de grotere schaal van de school te verzoenen met de kleine schaal van de leerlingen. Zo ontstaat er een op-en-top beleefbaar gebouw met veel interactie en ruimtelijke belevingen in een gebalanceerde oefening van bestaande en nieuwe elementen, zichten en sferen.
60
bron (URA Yves Malysse, Kiki Verbeeck), foto’s (Filip Dujardin)
Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) Scholen van Morgen (DBFM) Het GO! heeft zesendertig projecten lopen volgens de DBFM-formule onder de leiding van Scholen van Morgen, goed voor een bruto vloeroppervlakte van 115.500 vierkante meter schoolgebouwen. In de periode voor 2020 waren al dertig projecten in gebruik genomen. Deze worden verder opgevolgd in onderhoudsfase. Vier projecten waren in uitvoering. Voor de twee overige projecten werd een aannemer aangesteld voor de bouw.
Projectspecifieke DBFM (DBFM2) Het decreet van 25 november 2016 betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten voorziet in 36,5 miljoen euro beschikbaarheidsvergoeding om te investeren in schoolinfrastructuur, te realiseren via DBFM2. Voor het GO! betreft het 47.295 vierkante meter extra te ontwikkelen infrastructuur. In tegenstelling tot de DBFM-projecten via Scholen van Morgen heeft het GO! zelf de volledige verantwoordelijkheid over de procedure, het projectmanagement, de opvolging van het onderhoud en dergelijke. In dit programma worden veertien bouwprojecten uitgevoerd, verdeeld over twee clusters. In het voorbije jaar werd voor de eerste cluster van zeven projecten de gunningsfase gepubliceerd waarin de vijf geselecteerde kandidaten een offerte opmaken. Voor de tweede cluster van zeven projecten werd de selectiefase gepubliceerd en werden de kandidaturen geopend.
Projecten gefinancierd met middelen van het Vlaams Klimaatfonds Er werden vijf projecten vastgelegd voor een bedrag van 3,3 miljoen euro: één project voor een grondige stookplaatsrenovatie, één project voor het uitvoeren van ingrijpende energetische renovatie en drie voor het programma basiskwaliteit.
Zonneplan: leningen voor fotovoltaïsche installaties Een van de elf klimaatacties van Onderwijs behelst het zonneplan – voor zonnepanelen op schooldaken en de klimaatlening. Het GO! voert deze projecten uit in samenwerking met het Vlaams Energiebedrijf. In totaal kende het GO! tot 31 december 2020 een leningsbedrag toe van 2.681.766 euro inclusief btw en kosten, goed voor eenenvijftig projecten met een totaal vermogen van 2129,1 kilowattpiek.
61
Asbestverwijderingsprojecten In juni 2018 werd het vervolgprotocol over de asbestafbouw in scholen ondertekend tussen de OVAM en het GO!. In tegenstelling tot het eerdere protocol komen nu alle scholen van het GO! in Vlaanderen in aanmerking voor de financiële ondersteuning van 50% door de OVAM. De overige 50% van de kost van de asbestverwijdering wordt gefinancierd vanuit de GIW-middelen. Hiervoor werd een budget van 700.000 euro vrijgemaakt. Het protocol is een groot succes.
Versnelling opmaak asbestinventarissen In 2020 werden er drieënnegentig domeinen aangemeld bij de OVAM. Dit brengt het totaal aantal aangemelde domeinen op 437. Iets meer dan 50% van de domeinen van het GO! werd dus al aangemeld.
Aangemelde scholen 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2018
Asbestinventaris afgeleverd
2019
2020
Wachtend op asbestinventaris
Figuur 1: cumulatief aantal aanmeldingen asbestverwijdering in het kader van het asbestprotocol
Door het grote succes ontstond er in 2019 een lange wachttijd voor het opstellen van de asbestinventaris onder begeleiding van de OVAM. Het aantal asbestdeskundigen werd echter vergroot zodat eind 2020, 70% van de asbestinventarissen werden afgeleverd.
62
Grote stijging asbestverwijderingswerven De voorbije jaren werden via het raamcontract van de OVAM veel offertes opgemaakt. Omdat veel van deze offertes uiteindelijk niet tot een bestelling leidden, werden de scholengroepen in 2020 bevraagd naar hun intentie om deze werken te bestellen. Dit leidde tot drieënvijftig goedgekeurde offertes. De planning van asbestprojecten vraagt tijd. Bovendien worden asbestverwijderingswerken in regel tijdens de schoolvakanties georganiseerd. Niettemin lieten de scholengroepen in 2020 zesenveertig asbestverwijderingsprojecten uitvoeren. De OVAM keerde hiervoor in 2020 een totaalbedrag van 477.006 euro uit. De centrale diensten van het GO! betaalden in 2020 een bedrag van 438.563 euro voor in totaal drieënveertig asbestverwijderingsprojecten uit.
Bodemsaneringsprojecten Het GO! heeft in zijn patrimonium 177 onderzoeksplichtige gronden of risicogronden qua bodemverontreiniging. Dit zijn gronden waar een risico-inrichting op gevestigd is of was. Om de verplichte onderzoekstrajecten te faciliteren sloten de OVAM en het GO! in 2016 een samenwerkingsprotocol. Dit protocol voorziet onder andere in de financiële ontzorging van de scholengroepen. 60% van de kosten voor de benodigde onderzoeken en saneringswerken wordt door de OVAM betaald, de centrale diensten betalen de overige 40%. Door een gewijzigde aanpak versnelde de aanmelding en opstart van onderzoekstrajecten. In 2019 werden tweeënvijftig onderzoekstrajecten gestart. Vierentwintig van deze onderzoekstrajecten werden al voltooid, in vier gevallen was er verder onderzoek nodig en in vier andere gaf het onderzoekstraject aanleiding tot een bodemsanering. Drie van deze bodemsaneringen werden inmiddels uitgevoerd. Eind 2020 waren 134 van de 198 dossiers opgestart. Negenennegentig van deze onderzoekstrajecten zijn al uitgevoerd, in vijftien gevallen was er verder onderzoek nodig. Vier maal gaf het onderzoekstraject aanleiding tot een bodemsanering. Drie van deze bodemsaneringen werden al uitgevoerd.
Onderzoeksplichtige GO! gronden 200
198
180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2016 Aantal afgeronde dossiers
2017
2018 Aantal lopende dossiers
2019
2020
Aantal onderzoeksplichtige GO! gronden
Figuur 2: aantal onderzoekstrajecten in het kader van het bodemprotocol
63
ESCO in het kader van energiebesparing Om energie te kunnen besparen en daartoe de noodzakelijke investeringen te kunnen doen, werkt het GO! aan het opzetten van ESCO-contracten met een Energy Service Company. In dergelijke contracten voert de ESCO een energieproject in een gebouw uit en financiert die investering zelf. Door de investering daalt het energieverbruik en de energiefactuur. Met een deel van de uitgespaarde middelen wordt vervolgens de nieuwe installatie afbetaald. Wanneer de installatie afbetaald is, wordt het GO! volle eigenaar van de installatie. Het Europese energiebeleid gaat in de richting van een energieneutraal gebouwenpark. Het is daarom essentieel dat een ESCO-investeringsprogramma onderdeel is van een langetermijnaanpak van de betrokken gebouwen en zich niet beperkt tot quick wins, namelijk technische maatregelen met een korte terugverdientermijn. De terugverdieneffecten op korte termijn moeten van die aard zijn dat ze de investeringen op lange termijn helpen realiseren. Daarom heeft de Raad van het GO! beslist geen ESCO-contracten af te sluiten met een contracttermijn korter dan tien jaar. In het GO! lopen er momenteel twee ESCO-pilootprojecten, waarbij de scholengroepen en de centrale diensten samenwerken met het VEB. Het pilootproject in Scholengroep Xpert is in de opstartfase. Hiervoor werd er een haalbaarheidsstudie opgemaakt door VEB en werd de definitieve reikwijdte bepaald. Dat van scholengroep GO! Next loopt al langer. Daar werd het energieverbruik al gedetailleerd geregistreerd en is de aanbesteding in de fase van gunning van de opdracht.
Energiemonitoring Meten is weten. Inzicht hebben in het verbruik is essentieel om energie te kunnen besparen. Daarom is het GO! in 2020 gestart met de uitrol van een netbrede energiemodule. Om een consistente rapportage en beleidsondersteuning mogelijk te maken, moeten alle scholengroepen volgens dezelfde energiemodule meten. Ook is een integratie met het FMIS noodzakelijk omdat het koppelen van het verbruik met andere gebouwgerelateerde data noodzakelijk is voor analyses. Dit project omvat drie deelprojecten die parallel zijn opgestart en momenteel worden uitgerold of uitgevoerd. -
Het inventariseren van alle energie- (en water)meters en -objecten (bijvoorbeeld ketels, stookolietanks, etc.). Dit wordt uitgevoerd met de ArcGIS-collectorapplicatie. Het is hierbij van belang om aan te geven wat de verdeelsleutel is van de verschillende gebouwen achter een meter. Een tiental scholengroepen is quasi rond met de inventarisatie.
-
Het opstarten van een energiemonitoringsysteem: een essentiële functionaliteit van elke energiemodule is namelijk het opvolgen van verbruiken. Hiervoor werd een raamovereenkomst opgemaakt. Begin november 2020 werd overgegaan tot de gunning en werd EnergieID weerhouden. De scholengroepen werden gefaseerd opgestart in het begin van 2021.
-
Het koppelen van de verbruiken met het FMIS. Het verbruik zegt pas iets als het vergeleken wordt met referenties en vergelijkbare profielen. Enkel dan wordt een correcte analyse van het verbruik (relatief hoog of laag) bekomen. Men moet het verbruik dus normaliseren in functie van de oppervlakte, het aantal leerlingen, de bezettingsgraad, het type activiteit, etc.
Een energiemodule is naast de monitoring en rapportage ook nodig voor het aanmaken van energielabels of certificaten. Het beleid werkt een nieuwe generatie energieprestatiecertificaten uit waarbij het opmeten van het verbruik essentieel zal zijn. Het is daarom van belang om een energiemodule uit te rollen op gebouwniveau die alle energievectoren (en bij uitbreiding water) omvat, inclusief stookolie, omdat de energielabels op gebouwniveau opgemaakt worden.
Energieleveringen De totale energiefactuur van het GO! bedraagt jaarlijks ongeveer 30 miljoen euro voor elektriciteit, aardgas en stookolie. Stookolie buiten beschouwing gelaten, bedraagt de jaarlijkse factuur ongeveer 26 miljoen euro voor een verbruik van
64
ongeveer 400.000 MWh (ongeveer 70.000 MWh elektriciteit en 330.000 MWh aardgas). Het grote volume maakt een raamovereenkomst om betere prijzen te bekomen interessant. Sinds 1 januari 2019 is er een nieuw raamcontract voor de levering van elektriciteit en aardgas. De contractduur bedraagt zesendertig maanden en bijgevolg eindigen de leveringen op 31 december 2021. Op de Coördinatieraad van Algemeen Directeurs (Co-RA) van 24 september 2020 werd beslist om de huidige overeenkomst niet te verlengen en vanaf 2022 het VEB als leverancier te kiezen. Het VEB heeft ter voorbereiding een aankoopstrategie uitgewerkt voor het GO!, die ook op de Co-RA van september 2020 werd goedgekeurd.
Programma ‘Basiskwaliteit’ Er is vanuit het GIW-budget en met inzet van een deel van de middelen uit het Vlaams Klimaatfonds een bedrag tussen 23,5 en 28,5 miljoen euro uitgetrokken voor het eenmalige programma ‘Basiskwaliteit’, dat over verscheidene jaren uitgevoerd wordt. Het programma heeft tot doel de basiskwaliteit van schoolgebouwen – gedefinieerd als ‘warm, droog, proper’ – te verbeteren via energetische totaalrenovaties van de vier generieke gebouwdelen: dak, gevel, buitenschrijnwerk en verwarming. Er werden acht projecten geselecteerd: die met de grootste energiebesparing en de minst goede kwaliteit van de buitenschil (dak, gevel, buitenschrijnwerk), goed voor 25.000 vierkante meter. Voor twee projecten werden de aannemers aangesteld en de werken opgestart. Voor twee andere projecten werd de overheidsopdracht voor een aannemer gepubliceerd. Voor nog eens twee andere projecten is het uitvoeringsdossier in afwerking en bijna klaar om te publiceren. Twee projecten werden in 2020 opgeschort omdat de uitvoering complexer bleek dan verwacht. Er werd beslist om een van deze projecten toch herop te starten. Het andere project werd gestopt omdat renovatie niet opportuun blijkt voor dit gebouw.
Programma slopen Het programma slopen werd opgestart. De lijst met te slopen gebouwen werd opgemaakt. Er wordt voorzien om 24.570 vierkante meter te slopen, verdeeld over veertien domeinen. Het nodige studiewerk (asbestinventaris, sloopopvolgingsplan, bouwaanvragen…) werd aangevat.
Capaciteit Sinds 2010 kan het GO! over heel Vlaanderen bijkomende leerlingenplaatsen creëren met de extra middelen die de Vlaamse Regering speciaal daartoe voorziet. In 2020 werden verschillende capaciteitsprojecten opgeleverd die 1.357 bijkomende leerlingenplaatsen creëerden; 1.177 plaatsen in het basisonderwijs en 180 plaatsen in het secundair onderwijs. Daar stonden 17,7 miljoen euro capaciteitsmiddelen tegenover. Het totaal aan nieuwe stoelen sinds 2010 bedraagt daarmee 9.359 (8.979 in het basisonderwijs, 380 in het secundair onderwijs), goed voor een investering van 99 miljoen euro. In 2020 werd 29 miljoen euro vastgelegd op capaciteitsprojecten. Hiervan werd 7,5 miljoen euro vastgelegd op werken voor (of ‘klassieke’) bouwprojecten waarvan de werffase start, 19,2 miljoen euro op Design & Build teams die het ontwerp en de bouw van projecten zullen opnemen en 2,3 miljoen euro op erelonen voor studieteams die het ontwerp opstarten.
65
Samenwerking met andere partners Om de GO! middelen optimaler te doen renderen en buitenkansen te verzilveren, gaat het GO! samenwerkingsverbanden aan met partners. Zo deelt men bijvoorbeeld de kosten voor de bouw van een gemeenschappelijke sporthal of kiest men voor een publiek-private samenwerking (pps). Het pilootproject ‘pps Hasselt’ is in uitvoering. Hierbij werden enkele locaties vermarkt om te kunnen zorgen voor onder andere een nieuwe topsportschool met sportvoorzieningen. Door dit via PPS te realiseren, ontvangt het GO! ook een bepaalde return van de ontwikkeling van de sites. De bouw van de topsportschool werd opgestart. De andere pps-projecten werden vormgegeven. De bouw van een sporthal in Ieper in cofinanciering met AG Vauban van de stad Ieper werd opgeleverd en in gebruik genomen. Voor de realisatie van een nieuwbouw voor GO! basisschool ’t Kasteeltje en de valorisatie van het kasteel Isque in Overijse werkt het GO! samen met Participatiemaatschappij Vlaanderen-Vlaamse Erfgoedkluis. Inspecties door Monumentenwacht van de beschermde monumenten in het GO! patrimonium werden opgestart. Monumentenwacht zou elk jaar een deel van de GO! monumenten inspecteren en een onderhoudsplan opstellen, met de bedoeling dit in 2020 af te ronden.
Pps-gebiedsontwikkeling In 2020 kregen drie spontane pps-projecten groen licht. Voor vier potentiële pps-projecten werd de haalbaarheidsstudie opgestart.
Vastgoedtransacties Om het ontoereikende budget voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud van het GO! patrimonium aan te vullen, verkoopt het GO! gronden en gebouwen die niet langer voor onderwijs worden gebruikt. In het afgelopen jaar werden gronden en panden verkocht ter waarde van 12,7 miljoen euro. Onder de belangrijkste dossiers noteren we de verkoop van grond in Sint-Niklaas, Kuurne en Dilsen. Daarnaast sloot het GO! een vijftiental overeenkomsten in de vorm van zakelijke rechten, grondruil, erfpachten en opstalrechten af.
Netbrede projecten in het kader van patrimoniumbeheer In de softwaretoepassing FMIS wordt alle belangrijke facilitaire informatie van het GO! opgeslagen. Tegelijk staat deze databank de businessprocessen rond infrastructuur bij. Het grootste deel van het gebouwenpatrimonium is ingeladen met verdiepingsplannen in de Space module. Voor alle domeinen en scholengroepen werden overzichtsplannen gemaakt waarop de gebouwen zichtbaar zijn met de omgevingsdata uit het Grootschalig Referentie Bestand5 en het kadaster (bijvoorbeeld straten en waterwegen). Er is volop gewerkt aan de verrijking van de beschikbare patrimoniuminformatie via koppeling met meerdere authentieke bronnen. Bijvoorbeeld een kaart met situering van de domeinen in de overstromingsgevoelige gebieden. Deze kaarten ondersteunen het infrastructuurbeleid zowel bij de centrale diensten als bij de scholengroepen.
Het Grootschalig Referentie Bestand of Basiskaart Vlaanderen is een gemeenschappelijk geografisch informatiesysteem dat dient als topografische referentie voor Vlaanderen. Elke gebruiker kan hierop eigen gegevens enten.
5
66
Initiatie en ontwerp Uitvoering Voorlopig opgeleverd
grote bouw- en renovatieprojecten
Zonnelening Klimaatlening
energiebesparende projecten
67
7. Personeelsbeleid in de centrale diensten Op 1 januari 2020 werkten er in de administratieve diensten van het GO! 133 vastbenoemde en 43 contractuele personeelsleden. In het afgelopen jaar gingen zeven personeelsleden met pensioen, twee personeelsleden verlieten het GO! om andere redenen en er werden twee nieuwe medewerkers in dienst genomen. Onze diensten sloten het jaar 2020 af met 124 vastbenoemde en 45 contractuele personeelsleden.
225
220
30.06.14
208
31.12.14
205
30.06.15
199
31.12.15
30.06.16
198
31.12.16
200
30.06.17
194
31.12.17
189
30.06.18
190
183
31.12.18
30.06.19
Dec-18
Jun-19
177
31.12.19
168
30.06.20
169
31.12.20
230
220
210
200
190
170 Jun-14
Dec-14
Jun-15
Dec-15
Jun-16
Dec-16
Jun-17
Dec-17
Jun-18
Dec-19
Jun-19
Dec-19
Bovenstaande grafiek toont de evolutie van het aantal personeelsleden in de centrale diensten van het GO! sinds 2014 – in koppen.
68
Door de besparing in koppen die door de Vlaamse Regering werd opgelegd, moet tegen het einde van de huidige legislatuur opnieuw een besparing van negen koppen gerealiseerd worden. De centrale diensten telden op 31 december 2020 169 koppen. Dit zijn 44 koppen minder dan de besparingsdoelstelling die tegen eind 2024 dient te zijn gerealiseerd. Ondanks de aanhoudende besparingen van de voorbije legislaturen krijgt het GO! daarnaast ook tijdens deze legislatuur een besparingsdoelstelling opgelegd van 468.000 euro. Het dubbele besparingsmechanisme (koppen en middelen) veroorzaakt een enorme discrepantie in de toepassing van beide criteria. Ook al haalt het GO! keer op keer ruim de besparingsdoelstelling in koppen toch krijgt het er telkens ook nog een besparing op middelen bovenop.
Door de opeenvolgende besparingen komt het kwaliteitsvol uitvoeren van de kernopdracht van het GO! steeds meer onder druk te staan. Via een optimalisatie van de werking van de centrale diensten (zie hiervoor) en daaraan gekoppeld een aanpassing van het personeelsplan heeft het GO! in 2020 opnieuw getracht deze besparing te dragen. We stellen daarbij andermaal vast dat we voor de invulling van het gereduceerd personeelsplan van 178 VTE niet over voldoende middelen beschikken.
HR-beleid Met het Strategisch plan GO! 2030 zet de organisatie voor zichzelf een duidelijk baken tegen 2030. Indien we onze poolstervisie en ambities netbreed willen waarmaken moeten we als GO! evolueren naar een lerende organisatie. Om een gelijkgerichte en geschakelde samenwerking vorm te geven én wendbaar te kunnen inspelen op uitdagingen en bedreigingen, is een leer- en durfcultuur cruciaal. In een lerende organisatie passen medewerkers de dienstverlening aan de voortdurend veranderende omgeving aan door zich continu te professionaliseren, te leren van elkaar en door initiatief te stimuleren. De zeven dimensies van de lerende organisatie zijn: -
een gedeelde inclusieve visie,
-
lerend leiderschap (zelf professionaliseren en leren faciliteren),
-
inzetten op professionele ontwikkeling (ook wisselleren buiten de eigen organisatie!),
-
inzetten op teamleren (professionele feedbackcultuur en over de muren van de eigen organisatie),
-
een cultuur van innoveren, onderzoeken, experimenteren en evidencebased handelen,
-
leren van en met de omgeving (ook buiten de organisatie, ruimere gemeenschap, flankerend onderwijs, welzijn, …)
en -
inzetten op systemen om informatie te verzamelen vanuit de omgeving (data, effectmeting, …).
De cultuur van de lerende organisatie kan als volgt omschreven worden: -
faciliteert het aanspreken, betrekken en inzetten van menselijk kapitaal,
-
werkt motiverend en verhoogt het welbevinden,
-
stimuleert innovatie door te mogen/durven experimenteren,
69
-
laat strategische issues van onderuit naar boven komen,
-
handelt dicht bij de visie en dicht bij de maatschappelijke rol,
-
speelt flexibel in op verandering
en -
komt neer op een lerende en bevorderende samenwerkingscultuur.
De evolutie en groei naar een lerende organisatie willen we vanuit human resources via de stapsgewijze realisatie van onderstaande HR-ambities mee bijstaan. 1.
zorgen voor talentmanagement in een lerende organisatie
2.
inzetten opsterk leiderschap, gedeeld leiderschap en eigenaarschap als hefboom voor een wendbare en lerende organisatie
3.
vanuit het pedagogisch project van het GO! (PPGO!) vormgeven aan een leercultuur vanuit verbinding
4.
werken aan een geïntegreerd welzijnsbeleid dat zorgt voor werkbaar werk en bevlogen medewerkers.
Om het leren te faciliteren werd in 2020 onder meer het proefproject digitale leerbibliotheek gestart. Leren is op die manier laagdrempelig en het GO! speelt mee in op evoluties inzake leren, namelijk: gepersonaliseerd leren en leren op de werkplek. De aandacht voor welzijn en psychosociaal welzijn is bij het GO! permanent aanwezig. De verschillende welzijnsactoren hebben hun steentje bijgedragen, zeker in de context van de pandemie. Welzijn is nog belangrijker geworden. Personeelsleden hebben het grootste deel van het jaar maximaal van thuis uit gewerkt. De welzijnsactoren hebben ondersteuning aangeboden zowel voor medewerkers als voor leidinggevenden. Personeelsleden konden deelnemen aan verschillende webinars rond zelfzorg en samenwerken op afstand. Er werd een structurele of gerichte sensibilisering opgezet rond psychosociaal welzijn in tijden van corona via verschillende interne communicatiekanalen. De personeelsleden werden bevraagd rond hun welzijn in tijden van corona en de beschikbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van IT-ondersteuning. Heel wat tips en tricks rond (psychosociaal) welzijn maar ook alle informatie rond de coronamaatregelen werden samengebracht op het intranet. Ten slotte werd er ook ingezet op (digitale) verbondenheid door formele en vooral informele online teamvergaderingen, koffie- en aperitiefmomenten op wekelijkse basis te stimuleren. De personeelsvergaderingen en nieuwjaarsrecepties werden online georganiseerd.
70
8. Werkingsmiddelen Naast door de overheid gefinancierde personeelsomkadering (uren en punten) ontvangen scholengroepen werkingsmiddelen om onderwijs te organiseren. Ook de administratie en de pedagogische diensten ontvangen werkingsmiddelen om hun opdracht uit te voeren.
Scholengroepen Bij de opstart van het GO! heeft de overheid middelen vrijgemaakt voor de overkoepelende ondersteunende administratie. En zoals bij de andere onderwijsverstrekkers zijn er middelen voor de scholen. De scholengroepen daarentegen ontvangen geen middelen om de scholen bij te staan in hun opdracht. Sinds de dotatie werkingsmiddelen 2009 wordt rekening gehouden met de sociale achtergrond van de leerlingen in het gewoon onderwijs en ligt de lat gelijk voor de verschillende onderwijsverstrekkers. De middelen die de overheid toekent worden op basis van criteria die de Raad van het GO! heeft vastgelegd verdeeld onder de scholengroepen. Die verdelen ze op hun beurt, via een beslissing van hun raad van bestuur, verder onder de scholen. In de begroting van het Departement Onderwijs werden voor alle onderwijsverstrekkers samen deze bedragen opgenomen:
in duizend euro
begrotingsaanpassing 2019
begrotingsaanpassing 2020
gewoon basisonderwijs
503.829
564.367
+60.538
+12,02%
buitengewoon basisonderwijs
43.234
45.123
+1.889
+4,37%
gewoon secundair onderwijs
440.728
434.141
-6.587
-1,49%
buitengewoon secundair onderwijs
30.455
30.545
+90
+0,30%
internaten
24.344
24.751
+407
+1,67%
1.042.590
1.098.927
+56.337
+5,40%
totaal
verschil
Buiten door de gewoonlijke factoren, leerlingenevolutie en indexatie, is de stijging in het basisonderwijs mede te verklaren door de volledige gelijkschakeling van de financiering van kleuters (respectievelijk 69,545 miljoen euro voor het gewoon basisonderwijs en 0,983 miljoen euro voor het buitengewoon basisonderwijs). Daar staat tegenover dat een aantal eenmalige maatregelen in het basisonderwijs, ten bedrage van 20 miljoen euro, uit 2019 niet zijn herhaald in 2020. Voor het secundair onderwijs en de dotatie internaten wordt er maar een gedeeltelijke indexering voorzien (60%) in het kader van besparingen door de Vlaamse overheid. Hierdoor loopt het GO! 0,85 miljoen euro mis. De negatieve evolutie voor het gewoon secundair onderwijs komt ook doordat de Vlaamse overheid geen extra middelen voorzag in 2020 voor de aankoop van didactische uitrusting voor STEM (10 miljoen euro in 2019).
71
Bovenop de bovenstaande bedragen voorzag de Vlaamse overheid ook extra middelen ter compensatie van de coronaimpact. Er werden bedragen toegevoegd aan de bijkomende werkingsmiddelen voor: -
extra ICT-middelen voor digitaal afstandsonderwijs,
-
extra sanitaire uitgaven
en -
gederfde inkomsten en geannuleerde schooluitstappen.
Bijkomend werden er ook extra werkingsmiddelen voorzien voor de internaten voor bijkomende opvang in weekends en schoolvakanties. Onderstaande tabel geeft de bedragen voor alle netten weer. in duizend euro
corona
gewoon basisonderwijs
36.085
buitengewoon basisonderwijs
2.137
gewoon secundair onderwijs
43.671
buitengewoon secundair onderwijs
2.133
internaten
3.583
totaal
87.609
Iets meer dan 17 miljoen euro werd uitbetaald aan het GO!. Het GO! ontving de volgende bedragen (in euro) per leerling: dotatie werkingsmiddelen per leerling
2019
2020
basisonderwijs
740,907
863,204
buitengewoon basisonderwijs
1362,78
1417,82
secundair onderwijs
1033,81
1041,65
buitengewoon secundair onderwijs
1319,11
1322,44
internaten
990,59
995,59
deeltijds kunstonderwijs
124,17
107,48
Hierbij wordt enkel rekening gehouden met de reguliere middelen, dus zonder eenmalige extra middelen. De stijging in het basisonderwijs wordt verklaard door de al eerder aangehaalde volledige gelijkschakeling van de financiering van kleuters. De daling van het bedrag per leerling dko komt door de combinatie van twee factoren: enerzijds de besparingen door de Vlaamse overheid (niet-indexering en inkrimping van de middelen dko met 6%) en de stijging van het aantal leerlingen dko met 10%.
72
Deeltijds kunstonderwijs Het aantal leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs van het GO! groeit constant aan. Door de bijkomende besparingen bij de overheid (sinds 2015) is het bedrag dat het GO! per leerling krijgt, gedaald van 166 euro in 2009 naar 107,48 euro in 2020. De scholengroepen passen dit verschil in de feiten bij, maar dat gaat ten koste van andere onderwijsniveaus en -vormen. Wij blijven herhalen dat de Vlaamse overheid in de middelen hoort te voorzien die het GO! nodig heeft voor de organisatie van het dko: uren, werkingsmiddelen, infrastructuur, leerlingenvervoer, regelgeving en dergelijke. Academies moeten in staat zijn om autonoom en onafhankelijk van bijkomende middelenstromen te functioneren. Die onafhankelijkheid van bijkomende middelenstromen is voor het GO! een voorwaarde om op een eerlijke manier dko te kunnen organiseren. Die onafhankelijkheid is ook absoluut noodzakelijk om te kunnen inspelen op de mogelijkheden die de nieuwe opleidingsstructuur biedt. Andere onderwijsverstrekkers kunnen op derdenmiddelen rekenen; in het gefinancierd onderwijs kunnen die extra middelen enkel van de Vlaamse overheid zelf komen. Als niet voldaan wordt aan die onafhankelijkheidsvoorwaarde, wordt de grondwettelijke opdracht van het GO! zowel politiek als beleidsmatig miskend.
73
Geconsolideerde jaarrekening GO! Elk jaar moet de Raad van het GO! vóór 30 september zorgen voor een geconsolideerde jaarrekening over het voorgaande boekjaar. Dit jaarverslag wordt op een vroeger tijdstip opgemaakt, op een ogenblik dat de geconsolideerde jaarrekening voor het net over het voorgaande boekjaar nog niet door de Raad is goedgekeurd. Daarom worden de cijfers van 2019 besproken. Een geconsolideerde jaarrekening moet een overzicht leveren van de resultaten van het gehele GO!, en brengt dus de cijfers van alle scholengroepen samen met de cijfers van de centrale diensten. De jaarrekeningen van de verschillende entiteiten worden wiskundig samengevoegd en onderlinge transacties en saldi worden geëlimineerd, om dubbeltelling te vermijden. Dit leidt tot positieve of negatieve consolidatieverschillen. Consolidatie van het gehele GO! is de integrale samenvoeging van jaarrekeningen en de eliminatie van onderlinge transacties en saldi van: -
zesentwintig scholengroepen
en -
de centrale diensten van het GO.
Als kerncijfers kunnen we meegeven: -
balanstotaal: 1.157 miljoen euro,
-
resultaat van het boekjaar: positief resultaat van 34,6 miljoen euro,
-
overgedragen resultaat: tekort van 173,2 miljoen
en -
eigen vermogen: 1.028 miljoen euro (89% van het totaal vermogen).
Uit de geconsolideerde balans blijkt dat de centrale diensten van het GO! 68,7% van het balanstotaal van 1.158 miljoen euro innemen, vermits ze de gebouwen en terreinen van het gehele GO! beheren.
1.158 1.042 363 328
796 714
in €Milj. Scholengroepen Centrale diensten
2018
74
2019
Activa in euro
ACTIVA
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
verschil
% verschil
VASTE ACTIVA
20/28
800.513.820
725.916.790
74.597.030
+10,28%
Immateriële vaste activa
21
481.260
405.400
75.860
+18,71%
Positieve consolidatieverschillen
-
913.953
685.398
228.555
+33,35%
Materiële vaste activa
22/27
798.787.078
724.747.012
74.040.066
+10,22%
Financiële vaste activa
28
331.529
78.980
252.549
+319,76%
29/58
357.144.027
312.525.038
44.618.989
+14,28%
Vorderingen op meer dan één jaar
29
20.424.526
14.394.438
6.030.089
+41,89%
Voorraden en bestellingen in uitvoering
3
3.844.925
4.054.851
-209.926
-5,18%
Vorderingen op ten hoogste één jaar
40/41
53.824.968
25.797.585
28.027.383
+108,64%
Geldbeleggingen
50/54
97.995.298
112.314.273
-14.318.975
-12,75%
Liquide middelen
55/58
166.742.136
143.203.305
23.538.831
+16,44%
Overlopende rekeningen
490/1
14.312.175
12.760.585
1.551.589
+12,16%
TOTAAL ACTIVA
20/58
1.157.657.847
1.038.441.829
119.216.018
+11,48%
VLOTTENDE ACTIVA
De waarde van de vaste activa is met 10,3% gestegen, doordat in 2019 meer werd geïnvesteerd dan afgeschreven. De netto-investering in materiële vaste activa is op te splitsen in 47,1 miljoen euro in gebouwen en terreinen (inclusief aanbouw), 8,3 miljoen euro in installaties, machines en uitrusting, 0,1 miljoen euro in meubilair en rollend materieel (netto desinvestering) en 18,8 miljoen euro in overige materiële vaste activa. Het gebouwenpatrimonium lijkt hierdoor geleidelijk aan opgewaardeerd te worden. We moeten echter benadrukken dat heel wat gebouwen een boekwaarde van 0 euro hebben omdat ze ouder zijn dan drieëndertig jaar en dus trager vervangen worden dan de voorziene afschrijvingstermijn. Dit maakt dat de boekhoudkundige toestand toch iets rooskleuriger oogt dan de werkelijkheid. Om de achterstand in te halen die opgelopen is doordat in de afgelopen jaren niet voldoende geïnvesteerd is, zal het investeringsbedrag een veelvoud moeten zijn van het netto geïnvesteerde bedrag van de 74,1 miljoen euro in 2019. Het geïnvesteerde bedrag wordt echter mee bepaald door de middelen die het GO! van de overheid krijgt. Het GO! kan zijn patrimonium bijgevolg niet voldoende snel vernieuwen. De staat en de waarde van het patrimonium blijven nog altijd dalen. Vaste activa bestaan voornamelijk uit: -
77,8% gebouwen en terreinen (inclusief in aanbouw),
-
10,5% installaties en machines (computers, keukens en dergelijke)
en -
6,4%
meubilair en rollend materieel.
Er werd op netniveau financieel meer geïnvesteerd dan er werd afgeschreven of verkocht, maar heel wat activa hebben ondertussen een boekwaarde van 0 euro en die zouden ook vernieuwd moeten worden. De scholengroepen investeerden gemiddeld 1,91 miljoen euro. Dit is aanzienlijk meer dan de afschrijvingen, die gemiddeld 1,43 miljoen euro bedragen.
75
De materiële vaste activa zijn de grootste groep aan vast actief op netniveau omdat het GO! een groot patrimonium heeft. De terreinen en gebouwen (inclusief activa in aanbouw) palmen 77,8% van alle vaste activa in. De centrale diensten hebben 68,9 miljoen euro geïnvesteerd in terreinen en gebouwen. Eind 2019 was er voor 198,3 miljoen euro aankoopwaarde niet definitief opgeleverd.
Materiële vaste activa 52%
€
26%
11%
Terreinen en gebouwen
Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
Installaties, machines en uitrusting
6%
5%
0%
Meubilair en rollend materieel
Overige materiële vaste activa
Leasing en soortgelijke rechten
Voor installaties, machines en uitrusting zijn er verschillen tussen de scholengroepen en de centrale diensten. Bij het GO! (op netniveau) is de boekwaarde hiervan in totaal met 11,0% gestegen, maar bij de centrale diensten is die met 25,2% gedaald, terwijl ze bij de scholengroepen met 11,9% gestegen is. Eind 2019 beschikken de centrale diensten voornamelijk over technische installaties (0,8 miljoen euro) en computeruitrusting (0,4 miljoen euro). De technische installaties bestaan voornamelijk uit zware didactische apparaten aangekocht door de centrale diensten van het GO!, maar gebruikt door de scholengroepen (tot 2010). De scholengroepen hebben meer installaties en uitrusting (41,0 miljoen euro), technische installaties (15,3 miljoen euro), computeruitrusting (14,5 miljoen euro) en keukeninstallaties (9,1 miljoen euro). Het meeste meubilair en rollend materieel zit logischerwijze bij de scholengroepen (99%). De scholengroepen beschikken voornamelijk over schoolmeubilair (65%), bussen (18%) en kantoormeubilair (12%). De centrale diensten hebben vooral kantoormeubilair (93%). Vanaf 2017 heeft de begeleidingscommissie Financiën6 een nieuwe richtlijn uitgevaardigd om infrastructuurwerken die scholengroepen laten uitvoeren te activeren onder de rubriek ‘Overige materiële vaste activa’. Daardoor stijgt het bedrag van deze rubriek nog altijd met 18,7 miljoen euro.
76
6. De begeleidingscommissie Financiën is opgericht met het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1999 betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering voor de scholengroepen en het centrale niveau van het gemeenschapsonderwijs. Ze heeft de volgende taken: 1° richtlijnen uitvaardigen om de uniforme toepassing van de bedrijfseconomische boekhouding van de scholengroepen en het centrale niveau te waarborgen; 2° maatregelen van interne controle op de boekhoudkundige verrichtingen uitwerken; 3° toezicht houden op de toepassing van de maatregelen van interne controle.
Vlottende activa Zowel bij de scholengroepen als bij de centrale diensten bestaat het vlottende actief vooral uit geldbeleggingen en liquide middelen. Bij de centrale diensten is het meeste geld belegd (55%), bij de scholengroepen staat het overwegend op bankrekeningen (77%), waarvan 94,9 miljoen euro op spaarrekeningen. Er zijn enkel risicoloze beleggingen toegestaan. De voorraden bestaan voornamelijk uit grondstoffen (41%), hulpstoffen (30%), brandstoffen voor verwarming (13%) en in mindere mate uit goederen en materiaal bestemd voor verkoop (11%), gereed product (5,4%) en goederen in bewerking (0,4%). De voorraad bij de centrale diensten is promotiemateriaal in de webwinkel. De vorderingen op korte termijn zijn met 109% gestegen, voornamelijk door de handelsvorderingen bij de centrale diensten. Bij de scholengroepen bestaan de kortlopende vorderingen voor 71% uit leerlingenfacturen.
Passiva in euro
PASSIVA
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
verschil
% verschil
EIGEN VERMOGEN
10/15
1.028.052.006
927.226.046
100.825.959
+10,87%
Kapitaal
10
672.174.300
672.239.046
-64.746
-0,01%
Reserves
13
22.360
22.360
0
+0,00%
Negatieve consolidatieverschillen
-
0
0
0
-
Overgedragen winst/verlies (+)/(-)
14
-173.240.960
-210.938.919
37.697.959
-17,87%
Kapitaalsubsidies
15
529.096.306
465.903.560
63.192.746
+13,56%
VOORZIENINGEN
16
484.514
1.095.170
-610.656
-55,76%
17/49
129.121.328
110.120.612
19.000.715
+17,25%
17
1.169.169
1.004.005
165.163
+16,45%
Schulden op ten hoogste één jaar
42/48
107.229.693
89.203.632
18.026.061
+20,21%
Overlopende rekeningen
492/3
20.722.466
19.912.975
809.491
+4,07%
TOTAAL PASSIVA
10/49
1.157.657.847
1.038.441.829
119.216.018
+11,48%
SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar
Het eigen vermogen binnen de consolidatie is aanzienlijk gestegen met 100,8 miljoen euro. Dat komt vooral omdat het overgedragen resultaat toegenomen is met 37,7 miljoen euro (dat opgesplitst wordt in 17,5 miljoen euro bij de centrale diensten van het GO! en 20,2 miljoen euro bij de scholengroepen) en de kapitaalsubsidies met 63,2 miljoen euro. Artikel 42 § 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1999 betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering voor de scholengroepen en het centrale niveau van het gemeenschapsonderwijs bepaalt dat de investeringsdotaties en soortgelijke voorinvesteringen in resultaat worden genomen op hetzelfde ritme als dat van de afschrijvingen waarvoor ze werden verkregen. Dit zijn de kapitaalsubsidies. De tegenpost van de investeringsdotatie is de rubriek ‘Dotaties, subsidies, toelagen en soortgelijke’ als onderdeel van het eigen vermogen. Het kapitaal vertegenwoordigt het aanvangspatrimonium van het GO! voor 566,4 miljoen euro in de boekhouding van de centrale diensten van het GO! en voor 105,8 miljoen euro bij de scholengroepen.
77
De centrale diensten nemen een overgedragen verlies mee als gevolg van de geboekte afschrijvingen op het aanvangspatrimonium. Bij het starten van de boekhouding wou men een zicht hebben op de waarde van de gebouwen. Daarom werd een waarde en een afschrijving geboekt. Deze afschrijvingen werden in de resultatenrekening op een kostenrekening geboekt, waardoor een verlies werd geboekt. Dit verlies verminderde in 2018 wel door het positieve resultaat van 17,5 miljoen euro. De scholengroepen hebben hun overgedragen resultaat met 15% verhoogd tot 154,7 miljoen euro. De sterke stijging van de kortlopende schulden wordt voor een groot deel veroorzaakt door een stijging van de financiële schulden met 13,4 miljoen euro ten opzichte van 2018. Dit komt door een negatief saldo van 39,0 miljoen euro op de zichtrekening waarop de middelen van het ordonnanceringskrediet worden gestort. Deze rekening wordt beheerd door het Centraal Financieringsorgaan (CFO) en niet door het GO! zelf. Omdat het niet is toegestaan dat grootboekrekeningen een creditsaldo vertonen op de actiefzijde van de balans, moest dit worden overgeboekt naar de rekening 43000000 “Kredietinstellingen”.
Resultatenrekening
in euro
Resultatenrekening
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
verschil
% verschil
Operationele opbrengsten
70/74
433.215.408
418.700.104
14.515.304
+3,47%
Operationele kosten
60/64
413.427.281
408.131.150
5.296.131
+1,30%
Operationeel resultaat (+)/(-)
-
19.788.127
10.568.954
9.219.173
+87,23%
Financiële opbrengsten
75
214.978
198.739
16.239
+8,17%
Financiële kosten
65
174.240
138.654
35.586
+25,67%
Financieel resultaat (+)/(-)
-
40.738
60.085
-19.347
-32,20%
Uitzonderlijke opbrengsten
76
15.635.150
18.862.947
-3.227.797
-17,11%
Uitzonderlijke kosten
66
850.217
1.491.512
-641.295
-43,00%
Uitzonderlijk resultaat (+)/(-)
-
14.784.933
17.371.435
-2.586.502
-14,89%
GECONSOLIDEERD(E) WINST/VERLIES (+)/(-)
-
34.613.798
28.000.474
6.613.325
+23,62%
Het geconsolideerde resultaat van het boekjaar 2019 is een positief resultaat van 34,6 miljoen euro tegenover een positief resultaat van 28 miljoen euro in 2018. Dit is een gevolg van een operationeel positief resultaat van 19,8 miljoen euro, een financieel resultaat van 40.000 euro en ten slotte een uitzonderlijk resultaat van 14,8 miljoen euro. In 2019 bedraagt het operationele werkingsresultaat 19,8 miljoen euro, wat 9,2 miljoen euro meer is dan in 2018. De kosten zijn in verhouding met 2018 5,3 miljoen euro toegenomen, terwijl de opbrengsten met 14,5 miljoen euro zijn toegenomen. 73,98% van de werkingsopbrengsten komen uit dotaties, toelagen en subsidies, 6,47% uit lopende opbrengsten en 19,55% uit andere operationele opbrengsten. De werkingskosten bestaan voor 48,25% uit de aankoop van diensten en diverse goederen, 33,31% uit loonkosten, 11,56% uit afschrijvingen en 5,64% uit verkoopkosten. Het financieel resultaat van 2019 is met 19.000 euro gedaald, voornamelijk omdat de intrestvoeten op bankrekeningen en beleggingen nog altijd laag blijven terwijl de financiële kosten alsmaar toenemen. Bovendien kunnen niet alle vrijgekomen middelen belegd worden aangezien het GO! enkel mag beleggen in papieren met een voldoende laag risico en het aanbod hierin beperkt is.
78
Het uitzonderlijke resultaat van 14,7 miljoen euro is ten slotte voornamelijk het gevolg van de meer- of minderwaarde op de verkoop van vaste activa.
Jaarrekening centrale diensten Voor de centrale diensten bespreken we de jaarrekening 2020. Conform het Rekendecreet bestaat de rapportage uit een ‘bedrijfseconomisch luik’ en een ‘begrotingsluik’. Dit gaat over de cijfers van de administratie en de pedagogische diensten. De centrale administratie moet zowel een bedrijfseconomische als een budgettaire boekhouding voeren, met een belangrijke focus op het budgettaire, aangezien zij als overheidsorgaan wordt beoordeeld op basis van deze uitvoeringen en begrotingen. In wat volgt wordt het bedrijfseconomische resultaat besproken. De Raad heeft de jaarrekening 2020 goedgekeurd op 26 maart 2021.
Balans Activa BALANS NA WINSTVERDELING
Toel.
Oprichtingskosten VASTE ACTIVA
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
20
-
-
21/28
670.468
618.999
Immateriële vaste activa
6.2
21
-
5
Materiële vaste activa
6.3
22/27
669.984
618.772
Terreinen en gebouwen
22
462.876
418.628
Installaties, machines en uitrusting
23
1.310
1.376
Meubilair en rollend materieel
24
417
517
Leasing en soortgelijke rechten
25
-
-
Overige materiële vaste activa
26
-
-
Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
27
205.381
198.251
28
484
222
280/1
-
-
Deelnemingen
280
-
-
Vorderingen
281
-
-
282/3
-
-
Deelnemingen
282
-
-
Vorderingen
283
-
-
284/8
484
222
284
-
-
285/8
484
222
Financiële vaste activa
Verbonden ondernemingen
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
Andere Financiële vaste activa
Aandelen Vorderingen en borgtochten in contanten
6.4/5
79
BALANS NA WINSTVERDELING
Toel.
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
29/58
144.621
177.115
Vorderingen op meer dan één jaar
29
-
20.000
Handelsvorderingen
290
-
20.00
Overige vorderingen
291
-
-
3
30
20
30/36
30
20
30/31
-
-
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden en bestellingen in uitvoering
Voorraden
Grond- en hulpstoffen
Goederen in bewerking
32
-
-
Gereed product
33
-
-
Handelsgoederen
34
30
20
35
-
-
Vooruitbetalingen
36
-
-
37
-
-
40/41
9.438
31.046
40
9.408
31.025
41
30
21
50/53
128.232
97.944
50
-
-
51/53
128.232
97.944
54/58
5.912
27.097
490/1
1.009
1.008
20/58
815.089
796.114
Onroerende goederen bestemd voor
Bestellingen in uitvoering
Vorderingen op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen
Overige vorderingen
Geldbeleggingen
Eigen aandelen
Overige vorderingen
6.6
6.6
Liquide middelen Overlopende rekeningen
6.6
TOTAAL DER ACTIVA
Vaste activa De vaste activa zijn de bezittingen die er voor langere tijd zijn, zoals gebouwen, machines en meubilair. Ten opzichte van vorig boekjaar zijn ze met 51,47 miljoen euro gestegen. Dit komt voornamelijk omdat de waarde van terreinen en gebouwen7 van 419 miljoen euro naar 463 miljoen euro gestegen is. Er zijn geen immateriële vaste activa aangekocht en er werden geen afschrijvingen geboekt in 2020, maar er werd wel een correctie gedaan om de balanspost in overeenstemming te brengen met de inventaris. De netto boekwaarde is dan ook nul. Het gaat om weinig tastbare bezittingen die ondertussen volledig afgeschreven zijn; binnen het GO! gaat het hoofdzakelijk om licenties en certificaten voor onder andere tekenprogramma’s, beveiligingsprogramma’s, apps en zo meer. Er is voor 73,54 miljoen euro geïnvesteerd in terreinen en gebouwen, terwijl de afschrijvingskosten 22,11 miljoen euro bedragen. Wanneer een gebouw ouder is dan 33 jaar, wordt er niet meer op afgeschreven, en dat is het geval voor 90% van de GO! gebouwen.
7
80
MAR rekening 22 Terreinen en gebouwen + MAR rekening 27 Activa in aanbouw
Bij de verkoop van vaste activa zoals gronden en gebouwen, en buitengebruikstellingen na de afbraak van een gebouw worden zowel de oorspronkelijke aanschaffingswaarde als de geboekte afschrijvingen uit de boekhouding gehaald. Er is in 2020 voor 14,90 miljoen euro aan historische aanschaffingswaarde en voor 14,68 miljoen euro aan geboekte afschrijvingen uit de boekhouding gehaald. Het betreft (delen van) twaalf percelen grond en tien bestaande gebouwen die werden verkocht. Enkele onroerende goederen hadden nog een boekwaarde van in totaal 216.000 euro. De gerealiseerde meerwaarden, dit zijn de verschillen tussen de verkoopopbrengsten en de netto boekwaarden, bedragen 12,25 miljoen euro. Ten slotte werd ook een gebruiksrecht verkocht in Brugge voor 5.000 euro. Aangezien gebruiksrechten in het verleden niet in de boekhouding werden opgenomen, werd deze verkoop integraal geregistreerd als meerwaarde. De installaties en machines hebben een netto boekwaarde van 1,31 miljoen euro. Dit is een daling met 65.000 euro ten opzichte van 2019 door aankopen ten bedrage van 504.000 euro (voornamelijk computeruitrusting) en afschrijvingen voor 569.000 euro. De netto boekwaarde van het meubilair en rollend materieel is door aankopen van 8.000 euro en afschrijvingen van 108.000 euro gedaald tot 416.000 euro. Rubriek 28 ‘Financiële vaste activa’ wordt gebruikt voor het registreren van zonneleningen. Scholengroepen kunnen een beroep doen op een zonnelening voor de installatie van fotovoltaïsche installaties. Deze lening wordt gefaseerd terugbetaald zodra de installatie gebeurd is, vandaar dat het GO! in de tussentijd een vordering aanlegt, in de vorm van een lening aan de scholengroep die over een periode van maximaal vijftien jaar wordt afbetaald. Voor 2020 bedroeg het totaal van dergelijke vorderingen 484.000 euro.
Vlottende activa De vlottende activa zijn de bezittingen die relatief snel in geld kunnen worden omgezet. Ten opzichte van vorig boekjaar zijn ze met 32,49 miljoen euro afgenomen. De voornaamste wijzigingen doen zich voor bij de handelsvorderingen en geldbeleggingen. Eind 2020 bedragen de openstaande werkingsvorderingen 9,44 miljoen euro: een daling met 21,61 miljoen euro ten opzichte van 2019. Op 31 december 2020 had het GO! voor 128,23 miljoen euro belegd in waardepapieren (zowel effecten als een termijndeposito), een stijging van 30,29 miljoen euro ten opzichte van 2019. Wegens een overaanbod aan liquide middelen op de financiële markten konden in het voorbije jaar niet altijd alle liquiditeitsoverschotten (her)belegd worden in vastrentende effecten. Daarom werd een gedeelte op een termijndeposito geplaatst. De liquide middelen, inclusief kassen, vertoonden einde 2020 een saldo van 5,91 miljoen euro. Dit is een daling met 21,19 miljoen euro ten opzichte van 2019. De netto toename in liquiditeiten bedraagt bijgevolg 9,10 miljoen euro. Het saldo van de overlopende rekeningen bedraagt 1,01 miljoen euro. Dit saldo slaat op kosten die de jaargrenzen overstijgen en dus deels betrekking hebben op 2021 en later.
81
82
Balans Passiva Toel. EIGEN VERMOGEN Kapitaal
6.7
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
10/15
790.203
736.492
10
566.402
566.402
Geplaatst kapitaal
100
566.402
566.402
Niet-opgevraagd kapitaal
101
-
-
Uitgiftepremies
11
-
-
Herwaarderingsmeerwaarden
12
-
-
Reserves / Bestemde Fondsen (*)
13
-
-
Wettelijke reserve
130
-
-
Onbeschikbare reserves
131
-
-
Belastingvrije reserves
132
-
-
Beschikbare reserves
133
-
-
Bestemde Fondsen (*)
134
-
-
14
-310.982
-327.957
15
534.783
498.047
Voorschot aan vennoten op verdeling van het netto-actief
19
-
-
VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN
16
395
395
160/5
395
395
6.7
Overgedragen positief (negatief) resultaat Kapitaalsubsidies
Voorzieningen voor risico's en kosten
6.8
6.8
Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
160
-
Fiscale lasten
161
-
Grote herstellings- en onderhoudswerken
162
-
Milieuverplichtingen
163
-
Overige risico's en kosten (toelichting. VII)
164/5
395
395
168
-
-
17/49
24.491
59.227
17
99
75
170/4
-
-
Achtergestelde leningen
170
-
-
Niet-achtergestelde obligatieleningen
171
-
-
172
-
-
Kredietinstellingen
173
-
-
Overige leningen
174
-
-
Handelsschulden
175
-
-
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
176
-
-
Overige schulden
178/9
99
75
Uitgestelde belastingen
6.8
SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar
Financiële schulden
Leasing en soortgelijke schulden
6.9
83
Toel.
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
Schulden op ten hoogste één jaar
6.9
42/48
23.255
58.557
Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
6.9
42
-
-
Financiële schulden
43
5.214
39.026
Kredietinstellingen
430/8
5.214
39.026
439
-
-
44
12.651
17.465
46
-
-
45
2.179
2.066
Belastingen
450/3
396
235
Bezoldigingen en sociale lasten
454/9
1.783
1.831
Overige leningen
Handelsschulden
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
6.8
6.9
Overige schulden
6.9
47/48
3.211
-
Overlopende rekeningen
6.9
492/3
1.137
595
10/49
815.089
796.114
TOTAAL DER PASSIVA
Het eigen vermogen is wat overblijft nadat alle bezittingen zijn verkocht aan boekwaarde en de resterende schulden zijn afgelost. Het GO! sluit het boekjaar 2020 af met een positief resultaat van 16,97 miljoen euro. Het overgedragen netto verlies bedraagt dan 310,98 miljoen euro. Het saldo van de schulden op meer dan één jaar bedraagt 99.000 euro en bestaat uit voorschotten op EU-subsidies met betrekking tot tien Europese projecten die in 2016 en later zijn opgestart, waarvan het uitgavensaldo lager was dan de ontvangen projectsubsidies. Het bedrag van de ontvangen voorschotten werd als op te nemen lening geboekt, om te voldoen aan de budgetneutraliteit voor de verwerking van EU-subsidies. De handelsschulden op ten hoogste één jaar bedragen 12,65 miljoen euro en zijn met 4,81 miljoen euro afgenomen ten opzichte van 2019. Ze bestaan uit de leveranciersschulden enerzijds, en de provisie te ontvangen facturen anderzijds. De leveranciersschulden vloeien voort uit de dagelijkse registratie van aankoopfacturen van zowel private als openbare crediteuren. Op het einde van het boekjaar 2020 bedraagt deze schuld 4,41 miljoen euro. Het merendeel ervan is schuld aan private schuldeisers. De berekening van de provisie ‘Te ontvangen facturen’ ontstaat vanuit de openstaande bestellingen waarvoor eind 2020 de prestaties of diensten geleverd zijn maar nog niet gefactureerd. Er werd een provisie van 7,94 miljoen euro geboekt. Daardoor daalt het saldo van de provisie tot 8,13 miljoen euro. De openstaande sociale schulden bedragen op het einde van het boekjaar 2,18 miljoen euro. Het saldo bij de overlopende rekeningen bedraagt 1,14 miljoen euro.
84
Resultatenrekening Toel. Bedrijfsopbrengesten
codes
Boekjaar
Vorig boekjaar
70/76A
51.190
51.263
Omzet
70
1
-
Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering: toename (afname)...(+)(-)
71
-
-
Geproduceerde vaste activa
72
-
-
Andere bedrijfsopbrengesten
73/74
37.612
36.900
Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten
76A
13.577
14.363
60/66A
58.435
55.097
60
-11
6
600/8
-
-
609
-11
6
6.12
Bedrijfskosten (-)
Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
Aankoop Voorraad: afname +, toename
Diensten en diverse goederen
61
12.830
12.264
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
62
15.268
16.024
Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
630
22.555
22.355
Waardeverminderingen op voorraden, op bestelingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegen (terugnemingen) ... (+)(-)
631/4
348
-
Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen + bestedingen en terugnemingen) ... (+)(-)
635/8
-
-
Andere bedrijfskosten
640/8
6.898
4.365
Als herstructueringskosten geactiveerde bedrijfskosten ... (-)
649
-
-
Niet-recurrente bedrijfskosten
66A
547
83
9901
-7.245
-3.834
75/76B
24.227
21.362
75
24.227
21.362
6.12
Positief (Negatief) Resultaat (+)(-) Financiële opbrengsten
6.11
Recurrente financiële kosten
Opbrengsten uit financiële vaste activa
750
-
-
Opbrengsten uit vlottende activa
751
114
137
Andere financiële opbrengsten
752/9
24.113
21.225
76B
-
-
Niet-recurrente financiële opbrengsten
6.12
85
Financiële kosten (-)
65/66B
13
12
Recurrente financiële kosten
65
13
12
Kosten van schulden
650
-
-
Waardeveminderingen op vlottende activa andere dan voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen) ... (+)(-)
651
-
-
Andere financiële kosten
652/9
13
12
Niet-recurrente financiële kosten
6.11
6.12
66B
Positief (Negatief) resultaat van het boekjaar voor belasting (+/-)
9903
16.969
17.516
Onttrekking aan de uitgestelde belastingen
780
-
-
Overboeking naar de uitgestelde belastingen
680
-
-
Belasting op het resultaat (+)/(-)
67/77
-
-
Belasting
670/3
-
-
Regularisering van belastingen en terugneming va voorzieningen voor belastingen
77
-
-
Positief (Negatief) reultaat van het boekjaar (+/-)
9904
16.969
17.516
Onttrekking aan de belastingvrije reserves
789
-
-
Overboeking naar de belastingvrije reserves
689
-
-
Te bestemmen (negatief) resultaat van het boekjaar (+/-)
9905
16.969
17.516
De centrale diensten realiseerden in 2020 een netto resultaat van 16,97 miljoen euro.
Bedrijfsresultaat Het bedrijfsresultaat is negatief, omdat er meer uitgaven dan inkomsten werden geboekt. De bedrijfsopbrengsten kenden een erg lichte daling van 73.000 euro. Tegenover de indexering van de dotaties en toelagen stond een kleine afname in de gerealiseerde meerwaarden op verkopen van gronden en gebouwen in 2020. De bedrijfskosten zijn met 3,34 miljoen euro toegenomen, voornamelijk door hogere doorstorting van werkingsdotaties en opbrengsten uit verkopen van onroerende goederen aan de scholengroepen. Daarnaast werden enkele minderwaarden opgenomen in het kader van de overeenstemming van de balansposten met de inventaris.
Financieel resultaat Het financiële resultaat bedraagt 24,21 miljoen euro en wordt hoofdzakelijk bepaald door het jaarlijks in resultaat nemen van de investeringsdotatie die de Vlaamse Gemeenschap toekent voor grote infrastructuurwerken. Het bedrag dat in het resultaat wordt opgenomen is afhankelijk van de jaarlijkse kosten die deze investeringen met zich meebrengen.
Resultaat van het boekjaar Het netto resultaat van het boekjaar 2020 bedraagt 16,97 miljoen euro. Dit resultaat wordt toegevoegd aan het gecumuleerde overgedragen verlies van 327,96 miljoen euro op het einde van het vorige boekjaar. Het over te dragen verlies op het einde van boekjaar 2020 bedraagt bijgevolg 310,99 miljoen euro.
86
87
www.g-o.be
GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Willebroekkaai 36 - 1000 Brussel Tel.: 02 790 92 00 | www.g-o.be | info@g-o.be