Afgiftekantoor Brussel X | In Beraad jrg. 26 nr.1, januari 2018 Verschijnt driemaandelijks | P 309789 v.u. Mia Douterlungne, Koning Albert II-laan 37 | 1030 Brussel overname mag mits bronvermelding
bpost PB- PP
BELGIE(N) - BELGIQUE
IN BERAAD januar i 2018
De leraar In haar beleidsnota voor Onderwijs stelde de Vlaamse Regering ‘voldoende, deskundig en gemotiveerd onderwijspersoneel’ voorop als een van de strategische doelstellingen voor het onderwijsbeleid in 2014-2019. Tijdens deze legislatuur zou werk gemaakt worden van een versterking van de lerarenopleiding, een actualisering van de basiscompetenties en het beroepsprofiel, de realisatie van een professionele, uitdagende en meer gevarieerde onderwijsloopbaan en een loopbaanlange professionalisering en ondersteuning van leraren.
De vernieuwde lerarenopleiding(en) Vlak voor het zomerreces van 2017 keurde de Vlaamse Regering enkele ingrijpende maatregelen goed in verband met de lerarenopleiding. Vanaf 1 september 2019 worden de specifieke lerarenopleidingen van het volwassenenonderwijs overgedragen naar de universiteiten en de hogescholen. De overheid voerde tegelijk een aantal maatregelen in om die lerarenopleiding te versterken: de instapproef voor kandidaat-studenten in de bachelor onderwijs, de educatieve masterop-
© RichVintage – iStock
Over de personeelsproblematiek an sich (arbeidsvoorwaarden, statuut, …), spreekt de Vlor zich niet uit. Toch komt het thema van onderwijs als werkplek regelmatig aan bod in de Vlor. Dat gebeurt vanuit het perspectief van alle actoren binnen onderwijs.
leidingen aan de universiteiten, een uitbreiding van de LIO-banen waarbij studenten de praktijkcomponent verwerven als ‘Leraar- In-Opleiding’, de educatieve graduaatsopleidingen voor leraren zonder diploma hoger onderwijs en de verkorte opleidingen. Meer en betere instroom door instapproef en educatieve masters? De Vlor is ervan overtuigd dat de invoering van de instapproef en de educatieve masteropleidingen een positief effect kunnen hebben op de kwalitatieve en kwantitatieve verhoging van de instroom
in de lerarenopleiding. De raad gaf de overheid daarom het vertrouwen om met deze hervorming verder te gaan. Toch heeft de Vlor ook reserves. Het is evengoed mogelijk dat studenten worden afgeschrikt door de instapproef, het verhoogde inschrijvingsgeld en de onduidelijkheid die vandaag nog heerst over de studieduur en de inhoud van de opleidingen. Om die redenen drong de Vlor bij de overheid aan op een goede monitoring, evaluatie en mogelijke bijsturing van de instapproef en de educatieve master.
Lees verder op p2
3 In Beraad jrg. 26 nr.1, januari 2018 p1
3
In Beraad
Leraar in opleiding en educatieve graduaatsopleidingen De raad is van mening dat de LIO-banen enkel voor de verkorte trajecten mogelijk moeten zijn en mits duidelijke afspraken over de instapvereisten, voldoende reflectie en analyse en voldoende pedagogische vorming en kwalitatieve begeleiding in het traject. Bovendien vraagt de Vlor een transparante verdeling van de verantwoordelijkheden van de lerarenopleiding en de school met voldoende middelen en omkadering voor de integratie van LIO-baners in de school.
Vanaf 1 september 2019 kunnen hogescholen ook educatieve graduaatsopleidingen organiseren voor kandidaat-leraren die een tewerkstelling in een technisch of praktisch vak, specialiteit, module of ambt beogen op basis van beroepservaring. Dit zijn in de praktijk leraren die geen diploma hoger onderwijs, maar wel veel vakinhoudelijke bagage bezitten. De Vlor vindt het belangrijk dat het onderwijs voldoende van deze leraren kan blijven aantrekken. Hun vakinhoudelijke expertise is immers van grote waarde voor het onderwijs. Binnen de Vlor is er echter geen eensgezindheid over de pragmatische oplossing om die leraren in te schalen op niveau 5 van de kwalificatiestructuur. Omdat zij vaak worden geconfronteerd met uitdagende klasgroepen, vinden sommigen dat zij voldoende didactisch-pedagogisch geschoold moeten zijn en is een diploma op niveau 6 of niveau 7 van de VKS een voorwaarde.
6 Lees het advies over de overdracht van de lerarenopleiding (26/10/2017) op www.vlor.be/adviezen
De geactualiseerde basiscompetenties De basiscompetenties van de beginnende leraar zijn de startcompetenties die vereist zijn bij de instroom in het lerarenberoep, maar moeten voor de Vlor ook individueel aftoetsbaar zijn bij elke student die het diploma van de lerarenopleiding behaalt. De Vlor was al langer vragende partij om die basiscompetenties te actualiseren en te versoberen, zonder ze grondig te hervormen. De huidige sets van basiscompetenties dateren immers al van 2007. De overheid legde in oktober 2017 een besluit met een vernieuwde set basiscompetenties voor aan de Vlor. Eén versoberde set basiscompetenties De Vlor gaat akkoord met het voorstel van de overheid om de drie bestaande sets basiscompetenties (kleuter, lager, secundair) te vereenvoudigen tot één set en om de concretisering per onderwijsniveau te schrappen. Een gedetailleerde formulering van de bestaande basiscompetenties houdt immers het risico in dat zij een soort van afvinklijst worden. Dat doet afbreuk aan de geïntegreerde benadering van de leraar-professional. Bovendien vergroot het risico dat zij door de maatschappelijke ontwikkelingen snel achterhaald raken en dat hun duurzaamheid in het gedrang komt.
De Vlor werkte verder op de aanpassingen van de overheid en stelde zelf een aangepast voorstel voor in het perspectief van een deskundige en gemotiveerde leraar die beschikt over de nodige ruimte om autonoom professioneel te handelen en die beroepsfierheid uitstraalt.
Een master specifiek voor het basisonderwijs? De Vlor gaf ook zijn advies over de vraag of er in het basisonderwijs, naast de bachelors, ook masters ingezet kunnen worden, specifiek opgeleid voor het basisonderwijs. De raad bekeek deze vraag heel uitdrukkelijk vanuit een toekomstgerichte visie om het basisonderwijs verder te versterken en vanuit de krachtlijnen die eigen zijn aan dat basisonderwijs. Nog moeilijk te beoordelen De Vlor vindt het niet evident om het debat over de master basisonderwijs aan te gaan zonder een zicht te hebben op het aangekondigde toekomstplan voor het basisonderwijs en andere maatregelen om schoolteams verder te versterken. Bovendien is het onderzoek naar de master basisonderwijs, waarop de Vlor in eerdere adviezen al aanstuurde, niet gebeurd. Hierdoor wordt een belangrijke explorerende fase gemist.
Profiel Een master basisonderwijs moet in de eerste plaats ingezet worden als klas-of groepsleraar. Maar dit neemt niet weg dat hij, net zoals de bachelor, vanuit zijn eigen interesses, talenten en competenties een voortrekkersrol in het team kan innemen, zonder dat dit structureel kan leiden tot een (nieuw) middenkader in de basisschool.
De Vlor vindt het belangrijk dat de master basisonderwijs breed inzetbaar is in alle leergebieden en alle leerlingengroepen, ook al kunnen er verschillende profielen van de afgestudeerden master basisonderwijs zijn in functie van inzetbaarheid in het kleuteronderwijs en het lager onderwijs. Opleiding De Vlor bekeek de vraag naar een eventuele master basisonderwijs ook vanuit het perspectief van het hoger onderwijs dat verantwoordelijk is voor het aanbod van de lerarenopleidingen.
Verder is de raad van mening dat er eerst duidelijke beslissingen moeten genomen worden over het loopbaanperspectief van leraren. Ook kan de thematiek van de master basisonderwijs niet los gezien worden van de inschakeling van masters in het secundair onderwijs. Een breder debat over de koppeling van het opleidingsniveau van de leraar aan de doelgroep waaraan hij lesgeeft (kleuters, lagereschoolkinderen, leerlingen uit eerste graad secundair onderwijs,…) en een algemene visie hierop ontbreekt voorlopig.
Er bestaan vandaag reeds trajecten die een doorgroei van de professionele bachelor mogelijk maken en leiden tot een diploma: de masters pedagogische wetenschappen, opleidings- en onderwijswetenschappen; de bachelor na bachelor schoolontwikkeling en de verkorte bachelor kleuter- en lager onderwijs. Competenties die door die opleidingen worden verworven, kunnen nu ook al het team in de basisschool versterken. Alleen ontbreekt het deze opleidingen vandaag aan een civiel effect, waardoor zij aan aantrekkingskracht verliezen.
Master en bachelor complementair De Vlor doet dus geen concluderende uitspraken over de wenselijkheid van de master basisonderwijs, maar ziet wel mogelijkheden in deze master om het basisonderwijs en het schoolteam collectief te versterken. Het is in de complementariteit met de professionele bachelor dat de master basisonderwijs een meerwaarde kan hebben. Door bachelor- en masterleraren in teamverband te laten samenwerken, krijgt het team meer mogelijkheden om vanuit de eigen professionaliteit autonoom antwoorden te formuleren op de huidige en toekomstige uitdagingen in het basisonderwijs. De master basisonderwijs is hierbij een wetenschappelijk geschoolde professional die werkt op het snijvlak van theorie en praktijk.
De brede inzetbaarheid (in alle leerlingengroepen en alle leergebieden) die verwacht wordt van een mogelijke master die specifiek is opgeleid voor het basisonderwijs, veronderstelt een onderwijsvaardigheid, zowel op vlak van inhouden van de leergebieden als op (vak)didactische vaardigheden. Onderwijsvaardigheid is dus een essentiële vaardigheid voor een master basisonderwijs. De meest geschikte en kostenefficiënte opleiding om deze onderwijsvaardigheid te verwerven, is de professionele (en niet de academische) bacheloropleiding. De eventuele master basisonderwijs kan voor de Vlor dan ook enkel ingericht worden als een vervolgopleiding op de professioneel gerichte bacheloropleiding kleuteronderwijs of lager onderwijs.
De waarde van de professionele bacheloropleiding kleuter- en lager onderwijs en van de leraar met specifieke bachelorcompetenties staan voor de raad dan ook niet ter discussie. De raad is ook gekant tegen een volledige vermastering van het basisonderwijs. Mogelijke meerwaarde Naast het collectief versterken van het team, ziet de raad nog andere mogelijkheden van de master basisonderwijs. Hij kan nieuwe expertise binnenbrengen in de basisschool door de rechtstreekse verbinding tussen de universiteit en de basisschool. Dit kan leiden tot een versterking van de praktijk in het basisonderwijs, maar ook tot meer academisch onderzoek dat specifiek gericht is op de didactiek van het basisonderwijs en een academische benadering van de leergebieden en van de geïntegreerde werking. Ten slotte ziet de Vlor ook meerwaarde in de kans die de leraar basisonderwijs krijgt om te groeien tot master en die expertise te blijven inzetten in de dagelijkse klaspraktijk voor de bachelor leraar.
Indien de overheid beslist tot de inrichting van een master basisonderwijs, dan stelt de Vlor een opleiding voor die bestaat uit een verplicht schakelprogramma van 60 studiepunten (georganiseerd door de universiteiten in samenwerking met de hogescholen), een specifieke master basisonderwijs van 60 studiepunten en een verdieping in de master met betrekking tot het kleuter- of het lager onderwijs. Om de onderwijspraktijkcompetenties te garanderen, stelt de Vlor volgende specifieke toelatingsvoorwaarden voor deze opleiding voor: een diploma professionele bachelor in het onderwijs (kleuteronderwijs of lager onderwijs) en minimaal 2 jaar relevante beroepservaring in het basisonderwijs. De raad gaat er van uit dat er op deze manier studenten aangetrokken worden die een zekere binding hebben met een basisschool, waardoor de kans groter wordt dat zij nadien opnieuw kiezen voor een tewerkstelling in het basisonderwijs.
Hervorming eindtermen De Vlor heeft in de voorbije twee jaar grondig denkwerk en voorstellen geleverd voor de vernieuwing van het eindtermenkader, zowel bij de start van het parlementaire debat, als bij de conclusies van het participatief publiek debat. De raad bracht in december advies uit over het voorstel van het Vlaams Parlement voor een nieuwe architectuur voor onderwijsdoelen, de nieuwe overkoepelende term voor eindtermen, ontwikkelingsdoelen en andere doelen zoals basisgeletterdheid, uitbreidingsdoelen, cesuurdoelen en differentiële doelen.
Goede elementen De Vlor stelt tevreden vast dat het parlement verschillende van zijn voorstellen uit de eerdere adviezen heeft overgenomen: de ordening van onderwijsdoelen in grote thema’s, het behoud van de autonomie van de klassenraad bij het boordelen van leerlingenprestaties, het gebruik van de PDCA-evaluatiecirkel voor de actualisering van de eindtermen, de afwijkingsprocedure, de ruimte voor een vertaling van beroepskwalificaties in onderwijskwalificaties en de ruimte voor ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs op populatieniveau.
Nood aan verduidelijkingen De waardering van de Vlor voor het voorstel is echter voorwaardelijk. Het Vlaams Parlement moet absoluut enkele voorstellen duidelijker uitwerken. Er is nood aan terminologische duidelijkheid voor alle onderwijsbetrokkenen en voor duidelijkheid over de
De begrotingsmiddelen voor Onderwijs In het kader van de begroting 2018 sprak de Vlor zich waarderend uit voor de extra investeringen voor het onderwijs en het uitblijven van nieuwe besparingen in de onderwijsbegroting. De raad vroeg wel een rechtzetting van diverse besparingen uit het verleden die blijven doorwerken. De Vlaamse Regering stelde ook extra middelen ter beschikking voor Onderwijs via een aantal dringende maatregelen ten laste van de begroting 2017. De Vlor formuleerde daarbij wel bedenkingen over de invulling en de verdere verankering van die beleidsmaatregelen. Via een amendement bij de begroting 2018 stelde de Vlaamse Regering opnieuw asielmiddelen ter beschikking voor volwassenenonderwijs. De Vlor gaat ervan uit dat de overheid bij de budgetcontrole in 2018 de asielnoden opnieuw evalueert.
en 26/10/2017 op www.vlor.be
6 Lees de begrotingsadviezen van 17/10/2017
manier van formuleren van het format van de onderwijsdoelen. De Vlor is geen voorstander van onderwijsdoelen die telkens uiteen getrokken moeten worden in kennis-, vaardigheden- en attitudeonderdelen. Onderwijsdoelen zijn de integrale formulering van een minimaal leerdoel. Dit betekent ook dat attitudes die deel uitmaken van onderwijsdoelen, enkel gaan over leerlingengedrag in een schoolse context.
Basisvorming en basisgeletterdheid
Onderwijsdoelen behoren tot de essentie van waar onderwijs over gaat. Het is dan ook wezenlijk dat zij gedragen worden door alle belanghebbenden in onderwijs. Aangezien die vertegenwoordigd zijn in de Vlor, vraagt de raad om zijn adviesfunctie inzake onderwijsdoelen verder te kunnen vervullen.
Het voorstel van decreet voert ook eindtermen in voor basisgeletterdheid. De Vlor pleit ervoor om
6 Lees het advies over de hervorming van de
Beleidsbrief Onderwijs Minister Crevits heeft het afgelopen werkjaar heel wat dossiers in een definitieve plooi doen vallen. Dat heeft zich vooral vertaald in voorontwerpen van decreet die aan de Vlaamse Regering werden voorgelegd en waarover de Vlor ook advies heeft gegeven. Nu breekt er voor het beleidswerk vooral een implementatiefase aan. Voor die implementatie is er nood aan ondersteuning voor het werkveld en tijd voor een goede voorbereiding en een positieve start van nieuwe beleidsinitiatieven. De Vlor vraagt middelen voor de invoering van nieuwe initiatieven en een sterker beleid rond kostenbeheersing. De raad wenst betrokken te worden bij verder regelgevend werk en vraagt voldoende aandacht voor draagvlak en een participatief beleid, coherentie tussen de verschillende beleidsdossiers, monitoring en impactmeting en voldoende langetermijnperspectief. De Vlor erkent dat communicatie zeer belangrijk is bij de implementatie van nieuw beleid. De raad pleit dan ook voor een toegankelijke communicatie voor ouders en leerlingen.
In zijn advies over de beleidsbrief Onderwijs 20172018 pleit de Vlor ervoor om nog in deze legislatuur het inschrijvingsbeleid leerplichtonderwijs te her-
(23/11/2017) op www.vlor.be/adviezen
Adviesrol van de Vlor
De Vlor vindt ook dat alle jongeren die het secundair onderwijs verlaten, eenzelfde basisvorming moeten hebben. Jongeren hebben er recht op dat de school alles op alles zet om met hen een gemeenschappelijke kern aan basisvorming te bereiken, ongeacht de finaliteit van hun opleiding.
Extra inspanningen
6 Lees het advies over de master basisonderwijs
deze doelen geen eindtermen te noemen, maar doelen voor basisgeletterdheid. Zo blijft de bestaande definitie van eindtermen eenduidig van toepassing op enkel de eindtermen. Sommige leerlingen zullen de basisgeletterdheidsdoelen pas bereiken bij het verlaten van het secundair onderwijs. Ook voor leerlingen die kiezen voor deeltijdse leerplicht moet er tot het verlaten van het secundair onderwijs aandacht zijn voor basisgeletterdheid.
onderwijsdoelen (13/12/2017) op www.vlor.be
zien en voor verdere acties om leraren en schoolteam te versterken: inhoud van de lerarenopleidingen, loopbaandebat inclusief professionalisering, schoolleiderschap,… Verder vroeg de raad aan de minister om nu nog werk te maken van een ambitieus, legislatuuroverstijgend toekomstplan basisonderwijs en een taalbeleid voor het hoger onderwijs.
2017-2018 (23/11/2017) op www.vlor.be
6 Lees het advies over de over de beleidsbrief Onderwijs
Een alternatief voor het leerkrediet? In 2015 formuleerde de Vlor een advies over de vereenvoudiging van het leerkrediet. Aanleiding was de opmerking van zowel instellingsbesturen en personeelsleden als van studenten in de Vlor dat het leerkrediet in een aantal gevallen nodeloos complex is en het de studievoortgang soms beperkt in plaats van stimuleert. De overheid vroeg de Vlor daarop om een alternatief voor het leerkrediet voor te stellen. Zelfs als de vereenvoudigingsvoorstellen die de Vlor eerder deed, worden geïmplementeerd, blijven er een aantal knelpunten bestaan zoals het laattijdige effect van het leerkrediet en het feit dat er steeds meer uitzonderingen moeten worden voorzien.
6 Lees het advies over de basiscompetenties van de leraren (13/12/2017) op www.vlor.be/adviezen Lees verder op p4
3 In Beraad jrg. 26 nr.1, januari 2018 p2
3 In Beraad jrg. 26 nr.1, januari 2018 p3
3
3
In Beraad
Trajectstarters: geen volwaardig alternatief De Vlor bekeek of het systeem van trajectstarters een alternatief kan zijn voor het leerkrediet. In dat voorstel kan een student drie keer een nieuwe bachelor- of graduaatsopleiding aanvatten als trajectstarter. Hij kan een vierde traject inzetten voor een graduaatsopleiding als hij nog geen diploma hoger onderwijs behaald heeft. De trajectstarter wordt dan gefinancierd via input tot hij 90 studiepunten opgenomen heeft. Een student die geen trajectstarter meer is, wordt via output gefinancierd.
De Vlor concludeert dat het alternatief van trajectstarters voordelen heeft t.o.v. het huidige systeem van het leerkrediet: het is minder complex, transparanter en geeft meer kansen aan studenten die zich herpakken. Het systeem van trajectstarter heeft echter ook een heel aantal onmiskenbare nadelen en er zijn bovendien belangrijke randvoorwaarden. De Vlor is er daarom niet van overtuigd dat de voordelen van het systeem van trajectstarters groter zouden zijn dan de voordelen van het vereenvoudigd leerkredietsysteem.
voor het leerkrediet (14/11/2017) op www.vlor.be
6 Lees het advies over de trajectstarters als alternatief
Een nieuw plan voor geletterdheid Uit verschillende internationale vergelijkende onderzoeken blijkt dat de vorige plannen Geletterdheid (2005 en 2012) niet hebben geleid tot de vooropgestelde daling van het aantal laaggeletterden. Met een derde Plan Geletterdheid wil de Vlaamse overheid het geletterdheidsbeleid aanpakken met meer kritische zin en meer engagement dan voorheen. De Vlor is tevreden met de aanhoudende aandacht van de Vlaamse overheid voor geletterdheid en onderschrijft de drievoudige aanpak van de overheid: een preventieve, remediërende en sensibiliserende aanpak. Het plan bevat echter onvoldoende
garanties voor het realiseren van het vooropgestelde horizontaal, duurzaam en structureel geletterdheidsbeleid.
(26/10/2017) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over het plan Geletterdheid 2017-2024
Afgelopen studiedagen Diversiteit hoger onderwijs
Andere uitgebrachte adviezen 3 Advies over de aanvragen voor onderwijsbevoegdheid volwassenenonderwijs 2018-2019 (14/11/2017) 3 Onderzoeksvoorstellen voor de vrije ruimte van SONO 2018 (26/10/2017)
De samenstelling van de studentenpopulatie in Vlaanderen is geen weerspiegeling van de maatschappij. Binnen de Vlor is iedereen ervan overtuigd dat dit tij moet keren. Het is immers een maatschappelijke noodzaak om constructief te kunnen omgaan met de superdiversiteit van de moderne samenleving. Bovendien moet het hoger onderwijs meer hogeropgeleiden afleveren met het oog op de realisatie van de kennismaatschappij. De instroom, doorstroom en uitstroom van kansengroepen in het hoger onderwijs blijft dan ook een belangrijk thema voor de Vlor. Op dinsdag 16 januari 2018 ging een studievoormiddag dieper in op het thema diversiteit waarop drie Nederlandse sprekers reflecteerden vanuit hun eigen praktijk en onderzoek op een nieuwe startnota van de Vlor over diversiteit en hoger onderwijs.
3 www.vlor.be/adviezen
Curriculumdesign hoger onderwijs
Gestandaardiseerde toetsen
Het hoger onderwijs heeft steeds meer te maken met aanzienlijke verwachtingen van de samenleving. Die verwachtingen worden langzamerhand imperatieven: internationalisering, innovatie, inzetbaarheid, wereldburgerschap en democratische cultuur, duurzaamheid, inclusief leren,… In het kader van een Erasmus+-project ‘The curriculum in higher education challenged’ voert de Vlor momenteel een project uit rond het herbekijken van de traditionele benaderingen van curriculumdesign. Dit werkjaar waren er een expertenworkshop (2 mei 2017) en een ‘Peer Learning Activity’ (17-18 november 2017) waaraan instellingen en overheden uit acht landen participeerden. In de lente van 2018 staat een conferentie gepland, om de resultaten te delen met het Vlaamse hogeronderwijsveld.
Op 13 december 2017 organiseerde de Vlor een Zenitdialoog over het nut van gestandaardiseerd toetsen in het leerplichtonderwijs. Prof. Jan Vanhoof (UAntwerpen) gaf in zijn lezing nuance en kleur aan een complex en vaak geladen debat. Hij baseerde zich hiervoor op het OBPWO-onderzoek ‘Scenario’s voor leer(winst)monitoring in Vlaanderen: een ontwerponderzoek naar haalbaarheid en wenselijkheid’. Drie disputanten brachten daarna vanuit hun eigen invalshoek een aantal reflecties. Tot slot was er tijd voor debat met het publiek op basis van een aantal stellingen.
6 Lees meer op www.vlor.be/evenementen/verslagen
education-challenged
6 Lees meer op www.vlor.be/project/curriculum-higher-
3 Blijf op de hoogte van recente adviezen Schrijf je in op de digitale nieuwsbrief van de Vlor op www.vlor.be
Koning Albert II-laan 37 1030 Brussel www.vlor.be
Volg de Vlor @Vlor1
3 In Beraad jrg. 26 nr.1, januari 2018 p4
Vlaamse Onderwijsraad