Skip to main content

AR-AR-ADV-2122-010.pdf

Page 1

ADVIES 23 december 2021

Naar de kern van het lerarenberoep: aanbevelingen voor een versterkt professionaliseringsbeleid Advies over de professionalisering van leraren

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be

Wijs beleid door overleg


Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Algemene Raad op 23 december 2021 met eenparigheid van stemmen. Voorbereiding: werkgroep Professionalisering van de leraar op 6 oktober 2021, 26 oktober 2021, 8 november 2021, 1 december 2021 en 13 december 2021 onder voorzitterschap van Nancy Libert. Input via online ideeënplatform van 26 april 2021 tot 6 juni 2021 en van het lerarenpanel op 8 september 2021 en 29 september 2021 onder voorzitterschap van Brigitte Vermeersch. Dossierbeheerder: Simon Grymonprez


Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

Situering .......................................................................................................................................... 2 1.1

Actieplan over professionalisering ........................................................................................ 2

1.2

Project ‘De leraar op school en in de samenleving’ ............................................................. 2

Professionalisering als kernopdracht van de onderwijsprofessional.......................................... 3 2.1

Wat verstaan we onder professionalisering? ....................................................................... 3

2.2

Professionalisering van leraren: een moeilijk verhaal ......................................................... 4

Voorwaarden voor een sterk professionaliseringsbeleid ............................................................. 5 3.1

Tijd en ruimte binnen de opdracht van de leraar ................................................................. 5

3.2

Voldoende budget .................................................................................................................. 5

3.3

Professionaliseringinitiatieven versterkt leraren in hun kerntaak ...................................... 6

3.4

Een ondernemende, onderzoekende, levende en lerende schoolcultuur .......................... 6

3.5

Een veilig schoolklimaat ........................................................................................................ 6

3.6

Individuele en collectieve noden in balans........................................................................... 6

3.7

Een sterk en gedragen professionaliseringsbeleid .............................................................. 7

3.8

Kwaliteitsvolle professionaliseringsinitiatieven.................................................................... 7

Aanbevelingen voor een versterkte professionalisering .............................................................. 7 4.1

Maak tijd en ruimte vrij binnen de opdracht van de leraar ................................................. 7

4.2

Professionaliseren betekent investeren ............................................................................... 8

4.3

Structureer het brede aanbod ............................................................................................... 8

4.4

Faciliteer een betere afstemming tussen onderzoek en de praktijk .................................. 9

4.5

Versterk het leiderschap ...................................................................................................... 10

4.6

Nieuwe beleidsinitiatieven afstemmen op de noden van de praktijk ............................... 10

4.7

Aandacht voor innovatie ...................................................................................................... 10

Bronnen......................................................................................................................................... 11

1

vlor.be


1. Situering 1.1 Actieplan over professionalisering Minister Ben Weyts wil een actieplan ontwikkelen met als doel de professionalisering in de Vlaamse onderwijsinstellingen te ondersteunen. De Vlor geeft daarvoor op eigen initiatief een aantal voorwaarden en actiepunten mee. De aandacht die de minister wil geven aan de professionele ontwikkeling van de leraar in het leerplichtonderwijs is meer dan terecht. De urgentie rond het thema is erg hoog. We kijken dan ook uit naar een doordacht en duurzaam plan dat samen met stakeholders wordt vormgegeven. De Vlor heeft professionalisering altijd gezien als een onderdeel van het professioneel continuüm van de leraar, bestaande uit: 1 de initiële lerarenopleiding; 2 de aanvangsbegeleiding; 3 de permanente professionele ontwikkeling van de leraar (professionalisering). In dit advies focust de Vlor hoofdzakelijk op de derde fase, omdat de permanente professionele groei van de leraar in deze en vorige legislaturen beleidsmatig te weinig aandacht heeft gekregen. Onder meer vergelijkend internationaal onderzoek toont aan dat professionalisering in Vlaanderen een wederkerend pijnpunt is (zie 2.2).

1.2 Project ‘De leraar op school en in de samenleving’ Dit advies is het eerste advies dat voortvloeit uit het meerjarig Vlor-project: ‘De leraar op school en in de samenleving’. Dat project loopt van september 2020 tot juni 2022 en stelt volgende vraag centraal: hoe kunnen we meer mensen motiveren om een sterke leraar te worden – én te blijven – binnen een maatschappij die de leraar ook naar waarde schat? Met het project wil de Vlor een vernieuwende stap zetten in dit uitdagende beleidsdossier door de leraar centraal te stellen en nauw te betrekken. De raad consulteert tijdens het project op verschillende manieren het werkveld als aanvulling op zijn representatieve werking: • Om een antwoord te bieden op de vraag wat het beroep van leraar uniek maakt, nodigde de Vlor voor vier gesprekstafels 40 diverse personen met een divers profiel uit de onderwijswereld uit. • In april-mei 2021 lanceerde de Vlor een open platform om ideeën te verzamelen bij onderwijsprofessionals en de brede bevolking over de (her)waardering van het lerarenberoep. We ontvingen meer dan 330 ideeën en meer dan 400 reacties. Veel van die ideeën gingen over professionalisering. De werkgroep die dit advies voorbereidde maakte dan ook dankbaar gebruik van deze rijke input die de problemen en ervaringen vanuit het hart van de onderwijspraktijk scherp stelde. • Na een open oproep stelde de Vlor een lerarenpanel van 18 leraren samen dat mee aan het stuur van het project zit. Die leraren formuleerden vijf fundamentele bouwstenen van het lerarenberoep (deskundigheid, een hart voor kinderen en jongeren, engagement, autonomie en verbinding). Het panel bezorgde de Vlor ook een reflectieverslag met ideeën, voorwaarden en ervaringen over de professionalisering van de leraar op basis van ideeën uit het ideeënplatform. De Vlor dankt iedereen die het afgelopen jaar het project met ideeën en ervaringen heeft gevoed. Het werk is nog niet af. Het project loopt nog tot het einde van dit schooljaar (2021-2022). De

2

vlor.be


tussentijdse resultaten gebruikt de Vlor in zijn overleg- en advieswerk, waaronder dit advies dat focust op de professionalisering van de leraar.

2. Professionalisering als kernopdracht van de onderwijsprofessional De Vlor vroeg de minister recent naar aanleiding van de Beleids- en Begrotingstoelichting om dringend werk te maken van het acute tekort aan onderwijsprofessionals.1 Het lerarentekort vormt immers meer dan ooit een probleem voor de organisatie van de scholen en kwaliteitsvol onderwijs.2 De maatregelen die werden aangekondigd in het regeerakkoord voor het versterken van het lerarenberoep en een duurzaam loopbaanpact, zijn dringend en moeten prioriteit krijgen.3 In het kader van het brede dossier over de leraar ziet de Vlor professionalisering als een kernopdracht van de onderwijsprofessional. De wil om zich als onderwijsprofessional te professionaliseren is niet louter utilitair, het erkent ook de leraar die blijvend wil geïnspireerd en gevoed worden vanuit een passie en engagement voor onderwijs. De Vlor ziet de versterkte professionalisering van de leraar ook als een van de hefbomen voor (1) de (her)waardering van het lerarenberoep en (2) de kwaliteit van het onderwijs.4 De raad benadrukt daarbij dat een versterkte professionalisering niet volstaat om het beroep van leraar te (her)waarderen en de aantrekkelijkheid ervan te verhogen. Het is wel een deel van de oplossing. Leraren reële kansen geven voor professionele ontwikkeling betekent vertrouwen stellen in leraren. Dat is de basis voor een (her)waardering.

2.1 Wat verstaan we onder professionalisering? Professionalisering is het proces waarbij de leraar continu, doorheen de hele carrière, als onderwijsprofessional blijft groeien en zichzelf ontwikkelt. We onderscheiden vormen van professionalisering die zowel intern als extern, formeel als informeel, aanbod- als vraaggestuurd kunnen zijn. Professionalisering bevat dus een breed palet van vormen en methodieken en kent veel verschijningsvormen. Het gaat dus verder dan wat Merchie et al. (2016) omschrijven als ‘traditionele’ professionalisering, zoals de deelname aan externe activiteiten van korte duur of een pedagogische studiedag. Professionalisering komt niet alleen aan bod tijdens belangrijke sleutelmomenten, maar behoort tot de dagdagelijkse praktijk van de leraar. Professionalisering is een kernopdracht van de leraar. Dat betekent dat een leraar als persoon én als lid van een team, recht heeft op professionalisering. Tegelijkertijd heeft een leraar de verantwoordelijkheid om zich blijvend professioneel te ontwikkelen, als individuele professional en

1 Vlor,

Vast Bureau, Brief n.a.v. de beleids-en begrotingstoelichting Onderwijs en Vorming 2022, 10 november 2021. De spanningsindicator (VDAB) voor een leraar secundair onderwijs is nu 1,79, lager dan de voorbije jaren. De spanningsindicator voor een leraar basisonderwijs is 1,23, ook het laagste cijfer in jaren. VDAB, Beroepen in cijfers, https://www.vdab.be/trendsdoc/beroepen/index.html. 3 Vlaamse Regering. (2019). Vlaamse Regering 2019–2024 Regeerakkoord. https://publicaties.vlaanderen.be/viewfile/31741. 4 Dat stelde de Vlor eerder in zijn Memorandum voor deze legislatuur. Vlor, Algemene Raad, Memorandum, 17 januari 2019. 2

3

vlor.be


als lid van de school als lerende organisatie. Professionalisering is niets voor niets onderdeel van de kwaliteitsverwachting in het referentiekader voor Onderwijskwaliteit. Als lid van een complementair team moet de leraar kunnen werken vanuit zijn eigen talenten, interesses en competenties. Professionalisering draagt bij tot zijn permanente professionele groei, het ontwikkelen van (nieuwe) kennis, expertise en competenties en het levenslang leren als burger en individu. Professionalisering versterkt niet alleen de leraar in zijn professionaliteit en dus ook de kwaliteit van onderwijs, maar het erkent de leraar die blijvend wil geïnspireerd en gevoed worden in zijn passie voor onderwijs. Voor de Vlor betekent professionalisering zowel het versterken van de individuele leraar als onderwijsprofessional, als het versterken van de school als professionele leergemeenschap. Dat betekent dat professionalisering geen louter individueel gebeuren is, maar ook een collectief gegeven waarbij geleerd wordt door, van en met collega’s. Het is onderdeel van een schoolbeleid en komt tegemoet aan individuele en collectieve noden die in dialoog worden vastgesteld. In die professionele leergemeenschap staat een ‘collaboratieve werkcultuur’ centraal. Delen van ervaringen, kennis en lesmateriaal maar evengoed collectief leren zijn daarbij belangrijke aspecten. Leraren kunnen daarbij ook tot co-creatie komen. Professionalisering verhoogt het leeren kennisvermogen van de organisatie.

2.2 Professionalisering van leraren: een moeilijk verhaal Professionalisering in Vlaanderen is een gekend pijnpunt. De beschikbare middelen voor schoolteams zijn klein. In 2019 bedroeg het totale budget voor nascholingsmiddelen voor de instellingen in het kader van een professionaliseringsplan5 10,3 miljoen euro.6 Voeg daarbij de nascholingsbudgetten voor de pedagogische begeleidingsdiensten en de prioritaire navorming en het budget strandt op 12,1 miljoen euro. Verdeeld over 156.000 leraren (voltijds en deeltijds) gaat het om 77 euro per leraar. Berekend volgens voltijdse leraren en naar de voorziene verdeling volgens onderwijsniveaus ging het in 2019 om 66 euro per leraar in het basisonderwijs en 97 euro in het secundair onderwijs. Het budget voor professionalisering werd al sinds 2016 niet meer geïndexeerd (ondanks een voorziene indexering volgens het Kwaliteitsdecreet), wat een reëel koopkrachtverlies voor scholen betekent. Het budget had de laatste vijf jaar met meer dan 800.000 euro moeten aangroeien om in reële waarde gelijk te blijven.7 Daarnaast wordt op de pedagogische begeleidingsdiensten nog bespaard (deze legislatuur in totaal drie miljoen euro).8

Zoals bepaald in het Kwaliteitsdecreet. Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs, 28 augustus 2009. Departement Onderwijs & Vorming. Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs 2020-2021: Deel 6, niveauoverschrijdende gegevens. https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestanden/12830.pdf Departement Onderwijs & Vorming. (2021, april). Teachers’ Professional Learning: Country Background Report of the Flemish Community of Belgium for the OECD TPL study. https://www.oecd.org/education/teachers-professionallearning-study/continuing-professional-learning/Flemish-community-belgium-background-report.pdf. Het gaat enkel en alleen om middelen voor het leerplichtonderwijs. 7 Volgens het Kwaliteitsdecreet moet het professionaliseringsbudget sinds 2016 de gezondheidsindex volgen. De gezondheidsindex bedroeg in 2016 103,58 (basisjaar 2013) en in 2020 110 (basisjaar 2013). Het budget had moeten stijgen tot 12,9 miljoen in 2020 om de gezondheidsindex te volgen. 8 Vlor, Algemene Raad, Meer vertrouwen voor pedagogische begeleidingsdiensten, 25 oktober 2021. 5 6

4

vlor.be


Leraren in het Vlaams onderwijs spenderen internationaal gezien significant minder tijd aan professionele ontwikkelingsactiviteiten.9 Ondanks het beperkte budget nemen ze wel iets vaker deel aan professionaliseringsinitiatieven dan hun collega’s in andere OESO-landen. Cursussen, studiedagen en het lezen van vakliteratuur zijn de meest populaire professionaliseringsinitiatieven. Leraren kiezen dus voor eerder ‘traditionele’ professionaliseringsinitiatieven en minder voor wat de OESO ‘more effective forms of professional development’ noemt, zoals peer learning, coaching of lerende netwerken.10 De belangrijkste belemmeringen om deel te nemen aan professionele ontwikkelingsactiviteiten zijn de moeilijke combinatie met het werkschema en de kostprijs.11

3. Voorwaarden voor een sterk professionaliseringsbeleid 3.1 Tijd en ruimte binnen de opdracht van de leraar Leraren hebben weinig ruimte binnen hun opdracht om professioneel te groeien. Dat stelde de Vlor al eerder vast en wordt bevestigd door internationaal vergelijkend onderzoek en het tijdsbestedingsonderzoek van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).12 De vraag naar tijd en ruimte om te professionaliseren kwam dan ook binnen het ideeënplatform vaak naar voren. Ook het lerarenpanel binnen het project ‘De leraar’ legt een bijzondere klemtoon op de vraag naar tijd en ruimte om te professionaliseren. ‘Alle leraren zijn onderwijsprofessionals als je hen daar de tijd voor geeft’ schreef een leraar op het ideeënplatform. Professionalisering is dus alleen mogelijk als leraren er structureel tijd en ruimte voor krijgen binnen hun opdracht. Professionalisering kan geen randactiviteit zijn die de leraar er optioneel bijneemt als er toevallig tijd voor is.

3.2 Voldoende budget Schoolteams (en dus leraren) moeten over voldoende budget beschikken om (1) te kunnen participeren aan kwaliteitsvolle professionaliseringsinitiatieven en (2) de school dermate te organiseren dat er reële mogelijkheden zijn voor zowel formele als informele leeractiviteiten. Andere actoren en intermediaire spelers moeten ook voldoende ondersteund worden zodat ze hun rol kunnen spelen: • Binnen het kader van de kwaliteitsdriehoek is het essentieel dat de pedagogische begeleidingsdiensten over voldoende professionaliseringsbudget en omkaderingsmiddelen beschikken om de professionaliseringsdynamiek in de school kwaliteitsvol te versterken en te begeleiden 9 Van

Droogenbroeck, F., Lemblé, H., Bongaerts, B., Spruyt, B., Siongers, J., & Kavadias, D. (2019). TALIS 2018 Vlaanderen - Volume I. Brussel: Vrije Universiteit Brussel. 10 OECD (2021), "Teachers’ professional learning study: Diagnostic report for the Flemish Community of Belgium", OECD Education Policy Perspectives, No. 31, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/7a6d6736-en. 11 Bijna de helft van de Vlaamse leraren lager onderwijs (43.8%) en eerste graad secundair onderwijs (45.6%) geeft aan dat de moeilijke combinatie met het werkschema een belemmering vormt voor deelname aan professionele ontwikkelingsactiviteiten. Bovendien noemt 37,7% van de Vlaamse leraren lager onderwijs en 26,6% van de leraren eerste graad secundair onderwijs de kostprijs een belemmering voor deelname. Uit: TALIS 2018. 12 Minnen, J., Verbeylen, J. & I. Glorieux (2018). Onderzoek naar leraren in het basis- en secundair onderwijs. Brussel: Vakgroep Sociologie, Onderzoeksgroep TOR.

5

vlor.be


•

Ook hoger onderwijsinstellingen moeten volwaardige financiële ruimte krijgen om de professionalisering van de leraar tijdens zijn loopbaan te stimuleren. Daarenboven organiseren lerarenopleidingen ondergefinancierde banaba’s, manama’s of postgraduaten en zetten ze professionaliseringsinitiatieven op die zeer moeilijk financieel rendabel zijn. Hierdoor is het niet evident om evidence en research in onderwijs met elkaar in contact te brengen.

3.3 Professionaliseringinitiatieven versterkt leraren in hun kerntaak Het is belangrijk dat professionaliseringsinitiatieven leraren versterken in hun kerntaak: het onderwijzen in de brede zin van het woord, de relatie met leerlingen, het functioneren binnen het schoolteam inclusief de samenwerking met directie, CLB en de diversiteit aan ouders... Leraren moeten professionaliseringsactiviteiten als zinvol ervaren.

3.4 Een ondernemende, onderzoekende, levende en lerende schoolcultuur Professionalisering betekent ook dat leraren functioneren, leren en groeien binnen een leergemeenschap. Een leergemeenschap is ‘een platform voor professionalisering, in wisselwerking met klas- en schoolontwikkeling’ (Schelfhout et al., 2019). In essentie gaat het om het stimuleren van een ondernemende, onderzoekende, levende en lerende schoolcultuur, waar delen, samenwerking en dialoog centraal staat. Het is belangrijk dat de leidinggevenden een lerende schoolcultuur mogelijk maken. Het beleidsteam heeft invloed op een cultuur van leren, maakt tijd en ruimte om gezamenlijke doelen te bepalen gericht op leren en zorgt voor ondersteunende maatregelen die leren mogelijk maakt. De Vlor ziet hier ook mogelijk vruchtbare samenwerkingen en uitwisselingen op het niveau van de scholengroep of scholengemeenschap. Leraren en schoolteams kunnen bovendien ook leren van ouders.

3.5 Een veilig schoolklimaat Professioneel leren van, door en met elkaar vereist een veilig schoolklimaat waarin professionals zich kwetsbaar durven openstellen en er een cultuur heerst van openheid, vertrouwen en waardering. Een veilig schoolklimaat stimuleert de leerzame dynamiek tussen individuele ontwikkeling en teamontwikkeling, en omgekeerd.

3.6 Individuele en collectieve noden in balans Leraren zijn autonome professionals met elk individuele professionaliseringsnoden. Leraren geven, onder meer op het ideeënplatform en het lerarenpanel, namelijk aan dat ze (te) weinig eigenaar zijn van hun professionaliseringsmogelijkheden. De leraar wil daarbovenop geïnspireerd en gevoed worden vanuit een passie en engagement voor onderwijs. De individuele ontwikkeling van de leraar als professional is dus een recht. Daarnaast hebben ook schoolteams als collectief professionaliseringsnoden. Het gaat om een evenwicht vinden tussen individuele noden, teamnoden en noden van de organisatie. De drie moeten in dialoog op elkaar worden afgestemd. De rol van de schoolleider is hier belangrijk.

6

vlor.be


3.7 Een sterk en gedragen professionaliseringsbeleid Scholen moeten elk jaar een professionaliseringsplan opstellen.13 Dat plan moet worden goedgekeurd door ofwel het lokaal comité ofwel de algemene personeelsvergadering. Dat is een goede zaak: de visie rond professionalisering moet participatief tot stand komen en breed gedragen zijn door het onderwijzend personeel. Binnen een gedragen professionaliseringsplan komt het schoolteam afspraken overeen over leerkansen, leerruimte en leerervaringen. Daarbinnen is ook aandacht voor de leerbereidheid van leraren en de motivatie van onderwijsprofessionals om leerkansen te benutten. Binnen een degelijk personeelsbeleid is de verantwoordelijkheid van de schoolleider om: • de talenten van medewerkers maximaal in te zetten; • leraren maximaal kansen te geven tot vorming en groei; • dit beleid af te stemmen op de strategische doelen van de school. Professionaliseringsbeleid maakt zo onlosmakelijk deel uit van kwaliteitszorg en duurzaam schoolen personeelsbeleid.

3.8 Kwaliteitsvolle professionaliseringsinitiatieven De kwaliteit van het ruime scala aan professionaliseringsinitatieven durft sterk te variëren. Ook uit het ideeënplatform en het lerarenpanel blijkt dat de (kwaliteits-)verwachtingen van leraren niet altijd worden ingevuld. Die negatieve ervaringen zorgen ervoor dat sommige leraren (blijvend) afhaken. We onderschrijven de verwachtingen aan formele professionalisering zoals die onder meer wordt beschreven in het onderzoek van Merchie et al. (2016) over professionaliseringsinitiatieven en de voorwaarden om tot effect te komen.

4. Aanbevelingen voor een versterkte professionalisering 4.1 Maak tijd en ruimte vrij binnen de opdracht van de leraar Professionalisering moet van de periferie naar de kern van het lerarenberoep gebracht worden. Vanaf 1 september 2021 vormt professionalisering een formeel onderdeel van de kerntaken van leraren.14 Omdat te verwezenlijken moeten leraren binnen hun opdracht structureel tijd en ruimte krijgen om professioneel te leren, formeel en informeel. Een belangrijke uitdaging bestaat er dan ook in om het werk en de activiteiten van leraren zo te organiseren dat leraren kunnen leren in de dagelijkse praktijk. De overheid moet acties ondernemen om professionalisering op een structurele manier onderdeel te maken van de opdracht van de leraar. Dat is een sterke vraag van alle stakeholders. De Vlor vraagt dat de overheid daarover het gesprek aan gaat met de sociale partners en een structureel beleid(kader) op professionalisering uitwerkt. De overheid moet een beleid voeren dat scholen in staat stelt een degelijk professionaliseringsbeleid te voeren dat schoolleiding en team samen

13

Zoals bepaald in het Kwaliteitsdecreet. over het onderwijs XXXI, 9 juli 2021.

14.Decreet

7

vlor.be


vormgeven. Het actieplan rond professionalisering kan daarom geen one-shot verhaal zijn, maar moet een duurzaam kader scheppen. Scholen, directies en leraren moeten ook samen aan de slag om professionalisering integraal deel te laten uitmaken van het beroep. Binnen een duurzaam beleidskader en mits verhoogde budgetten kunnen schoolteams actie ondernemen om de ruimte voor professionalisering – formeel en informeel – te vergroten.

4.2 Professionaliseren betekent investeren Wil de Vlaamse Regering sterke onderwijsprofessionals voor de klas, dan moet ze durven sterker investeren in de professionele groei van leraren. Het budget daartoe is op dit moment ontoereikend en moet dus naar omhoog. Andere OESO-landen investeren veel meer in de professionele ontwikkeling van leraren. Het professionaliseringsbudget in Nederland (ongeveer 500 euro per leraar exclusief budget voor collectieve professionalisering) is indicatief en kan via een gefaseerd tijdspad bereikt worden.15 Er is zowel budget nodig voor (formele) professionaliseringsinitiatieven, als ook voor de budgettaire gevolgen van aanpassingen aan de schoolorganisatie om professionalisering te faciliteren, zoals het vrij roosteren van leraren of het zoeken van vervangers. De Vlor vraagt de overheid om een langetermijnperspectief uit te werken voor een substantiële, structurele en verhoogde investering in de professionalisering van leraar. Het is binnen dat structureel beleidskader dat de overheid niet mag besparen op de pedagogische begeleidingsdiensten. Zij moeten binnen de kwaliteitsdriehoek hun rol, ook op vlak van professionalisering, volwaardig kunnen spelen. Verder verdienen volgende elementen aandacht: • Bij het uitschrijven van projecten rond professionalisering moet de overheid voldoende ruimte laten voor schoolteams om vorm en inhoud te bepalen naar eigen nood en voorkeur binnen het pedagogisch project van de school. De continue stroom aan projecten mag er niet voor zorgen dat scholen in een bepaalde richting gedwongen worden en hun eigen prioritering niet meer kunnen zetten. • De middelen voor professionalisering worden beter structureel voorzien dan op eenmalige en niet-duurzame projectbasis. Door de vele initiatieven op projectbasis is het moeilijk voor scholen om prioriteiten te bepalen. • De werking van projectmiddelen binnen strakke deadlines komt niet altijd de kwaliteit van de projecten ten goede.

4.3 Structureer het brede aanbod Er is een grote diversiteit aan professionaliseringsinitiatieven in Vlaanderen. Dat is een goede zaak. Voor leraren en directies lijkt het aanbod evenwel versnipperd en weinig transparant. Schoolteams

15 Een

voorbeeld is Nederland, waar het onderwijzend personeel in het primair onderwijs recht heeft op €500 individueel professionaliseringsbudget. Dat is exclusief collectieve of andere professionaliseringsbudgetten van de overheid. In het voorgezet onderwijs heeft een leraar per schooljaar recht op €600 voor deskundigheidsbevordering en professionaliseringsactiviteiten. Dat is exclusief het collectieve professionaliseringsbudget. Uit: CAO PO 20192020. (2020, maart). https://www.poraad.nl/files/werkgeverszaken/def_cao_primair_onderwijs_2019-2020.pdf en CAO VO 2020. (2020, mei). https://www.aob.nl/wp-content/uploads/2020/06/CAO-VO-2020.pdf.

8

vlor.be


moeten in staat zijn om geïnformeerde beslissingen te nemen. Daarom moeten ze een goed zicht hebben op (1) de inhoud en (2) de kwaliteit van professionaliseringsinitiatieven. De Vlor doet volgende aanbevelingen: • Om het aanbod transparanter te maken, kan de overheid samen met stakeholders afspraken maken over welke informatie aanbieders moeten omschrijven in hun aanbod. • Schoolteams willen zeker zijn dat ze zich engageren voor kwaliteitsvolle professionaliseringsinitiatieven. De Vlor wil geen door de overheid opgelegde kwaliteitslabels, maar aanbieders van professionaliseringsinitiatieven moeten zich engageren om aan te geven hoe ze aan kwaliteitscriteria voldoen. Het onderzoek van Merchie et al. (2016) biedt inspiratie voor een aantal inspirerende criteria.16 • De overheid kan het initiatief nemen om het aanbod van professionaliseringsinitiatieven te ontsluiten op één platform om het diverse aanbod overzichtelijk te maken voor leraren en schoolteams. Die centralisatie moet wel open en transparant zijn. Aanbieders van professionaliseringsinitatieven die bereid zijn volgens de afspraken te communiceren over de inhoud en kwaliteit van hun aanbod, kunnen op dat centraal platform terecht.

4.4 Faciliteer een betere afstemming tussen onderzoek en de praktijk De afstemming tussen (onderwijs)onderzoek en de klaspraktijk verdient verdere aandacht. Leraren hebben, zo blijkt ook uit het ideeënplatform en de voorstellen het lerarenpanel, nog altijd het gevoel dat onderwijsonderzoek te weinig op de werkvloer terecht komt. De overheid moet (blijvend) investeren in onderwijsonderzoek en daarbij (financieel) ruimte laten voor afstemming met de klasof schoolvloer. Onderzoekers kunnen beroep doen op de pedagogische begeleidingsdiensten en andere intermediairen om na te gaan hoe nieuwe, op onderzoek gebaseerde, inzichten kunnen worden meegenomen naar de werkvloer.17 De Vlor is geen voorstander van een centraal kenniscentrum, wel van een rijk ecosysteem waarin alle actoren, van hogescholen tot universiteiten, van lerarenopleidingen en pedagogische begeleidingsdiensten tot scholen of scholengroepen binnen een kwaliteitskader bijdragen aan de professionalisering van leraren. De overheid kan een initiatief nemen om deze netwerken te faciliteren. Hogescholen en universiteiten kunnen hun onderzoek nog beter valoriseren en delen tot op de klasvloer. Daarvoor is er nood aan netwerken van kenniscentra, al dan niet regionaal georganiseerd. De grote uitdaging is dus vooral om bestaande kennis beter aansluiting te laten vinden op de klasvloer. De onderwijspraktijk heeft nood aan onderzoek dat vertrekt vanuit zijn eigen vragen en waarbij het zelf een actieve rol kan opnemen. Scholen zijn gemeenschappen van onderzoek: leerlingen en leerkrachten zijn er praktijkonderzoekers. Op die manier worden onderzoeksresultaten een instrument voor kwaliteitszorg van scholen. De Vlor pleit al lang voor structureel beleid voor praktijkgericht onderzoek. 18

Focus op inhoud, focus op (vak)didactiek, coherentie en gebaseerd op onderzoek, eigenaarschap van inhoud en het proces bij professionele ontwikkeling, duur, collectieve participatie met interne en externe collega’s, georganiseerd in scholen of onderwijskundige locaties, actief leren op basis van onderzoek, kwaliteit van de trainer. 17 Vlor, Algemene Raad, Meerwaarde van steunpunt beleidsgericht onderwijsonderzoek en verwachtingen voor de toekomst, 23 mei 2019. 18 Ibid. 16

9

vlor.be


4.5 Versterk het leiderschap De rol van leiderschap is – zoals steeds in onderwijs – cruciaal. De verantwoordelijkheid van leidinggevenden, ook binnen de contouren van gedeeld leiderschap, is omvangrijk en complex: het vormgeven van een gedragen professionaliseringsbeleid, individuele en collectieve noden in balans brengen, het budgettaire plaatje in het oog houden, een bloeiende leergemeenschap faciliteren, een veilig schoolklimaat garanderen, … Het professionaliseringsbeleid op school moet ook inherent deel uitmaken van een duurzaam en waarderend personeelsbeleid waarbij leraren hun talenten en competenties verder kunnen ontwikkelen. De uitdaging waarvoor het leiderschap op scholen staat, is groot. Leidinggevenden hebben daarom ook nood aan ondersteuning én aan professionalisering. Voorzie daarvoor voldoende middelen. Ondersteun leidinggevenden zodat ze zelf tijd kunnen maken voor professionele groei.

4.6 Nieuwe beleidsinitiatieven afstemmen op de noden van de praktijk De overheid moet bij het uittekenen en uitvoeren van beleid rekening houden met de noden van scholen en leraren en de onderwijspraktijk. De professionaliseringsnood is hoog op alle fronten. Als de overheid bepaalde grootschalige initiatieven neemt – zoals de Digisprong – moet ze ermee rekening houden dat die initiatieven moeten passen in het bestaande (professionaliserings)beleid van scholen. Zo kan het niet zijn dat de professionaliseringsnood rond digitalisering andere professionaliseringsnoden (volledig) verdringt. Een professionaliseringsbeleid van scholen wordt immers ingegeven door een gedeelde visie en vooral door een aantal geïdentificeerde collectieve en individuele noden. De overheid moet bedachtzaam zijn als ze daarin interfereert. Beleidsinitiatieven van de overheid mogen ook de voorwaarden zoals geformuleerd in hoofdstuk 3 van dit advies niet verstoren.

4.7 Aandacht voor innovatie Het professionaliseringsaanbod is in volle ontwikkeling. Naast meer ‘klassieke’ vormen van professionaliseringsinitiatieven spelen aanbieders, onder meer door de coronacrisis, steeds meer in op nieuwe mogelijkheden en innovatieve manieren van werken. Er is zeker nog onderzoek mogelijk naar de wijze waarop deze vormen van professionalisering op een goede wijze kunnen ingezet worden. Randvoorwaarden, design, combinatie met klassieke vormen, … De overheid kan onderzoek naar deze nieuwe vormen stimuleren en onderzoek aanleveren dat scholen en professionaliseringsinstanties de tools geeft om er mee aan de slag te gaan. i.o.

Mia Douterlungne administrateur-generaal

Patriek Delbaere ondervoorzitter

10

vlor.be


5. Bronnen CAO PO 2019- 2020. (2020, maart). https://www.poraad.nl/files/werkgeverszaken/def_cao_primair_onderwijs_2019-2020.pdf . CAO VO 2020. (2020, mei). https://www.aob.nl/wp-content/uploads/2020/06/CAO-VO2020.pdf. Commissie Beter Onderwijs. (2021, oktober). Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht. https://onderwijs.vlaanderen.be/sites/default/files/2021-10/RAPPORT-OK19%20oktober.pdf Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs, 28 augustus 2009. Decreet over het onderwijs XXXI, 9 juli 2021. Departement Onderwijs & Vorming. Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs 2020-2021: Deel 6, niveauoverschrijdende gegevens. https://dataonderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestanden/12830.pdf. Departement Onderwijs & Vorming. (2021, april). Teachers’ Professional Learning: Country Background Report of the Flemish Community of Belgium for the OECD TPL study. https://www.oecd.org/education/teachers-professional-learning-study/continuing-professionallearning/Flemish-community-belgium-background-report.pdf. Merchie, E., Tuytens, M., Devos, G., & Vanderlinde, R. (2016). Hoe kan je de impact van professionalisering voor leraren in kaart brengen? Departement Onderwijs en Vorming. Minnen, J., Verbeylen, J. & I. Glorieux (2018). Onderzoek naar leraren in het basis- en secundair onderwijs. Brussel: Vakgroep Sociologie, Onderzoeksgroep TOR. OECD (2021), "Teachers’ professional learning study: Diagnostic report for the Flemish Community of Belgium", OECD Education Policy Perspectives, No. 31, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/7a6d6736-en. Van Droogenbroeck, F., Lemblé, H., Bongaerts, B., Spruyt, B., Siongers, J., & Kavadias, D. (2019). TALIS 2018 Vlaanderen - Volume I. Brussel: Vrije Universiteit Brussel. Vlaamse Onderwijsinspectie, Het OK referentiekader voor onderwijskwaliteit. Vlaamse Regering. (2019). Vlaamse regering 2019–2024 Regeerakkoord. https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/31741. Vlor, Algemene Raad, Memorandum, 17 januari 2019. Vlor, Algemene Raad, Meer vertrouwen voor pedagogische begeleidingsdiensten, 25 oktober 2021. Vlor, Algemene Raad, Meerwaarde van steunpunt beleidsgericht onderwijsonderzoek en verwachtingen voor de toekomst, 23 mei 2019. Vlor, Raad Basisonderwijs, Advies over het toekomstplan basisonderwijs, 2017. Vlor, Raad Secundair Onderwijs, Duurzame innovatie en professionalisering in arbeidsmarktgericht secundair onderwijs, 1 april 2021.

11

vlor.be


Vlor, Reflectieverslag van het lerarenpanel over professionalisering. Vlor, Vast Bureau, Brief n.a.v. de beleids-en begrotingstoelichting Onderwijs en Vorming 2022, 10 november 2021. Vlor, Verslag van het ideeënplatform. VDAB, Beroepen in cijfers, https://www.vdab.be/trendsdoc/beroepen/index.html.

12

vlor.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
AR-AR-ADV-2122-010.pdf by Vlaanderen-be - Issuu