Advies Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning Brussel, 14 januari 2021
Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@vlaamseraadwvg.be www.vlaamseraadwvg.be
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
Adviesvraag: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning Adviesvrager: Wouter Beke - Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Ontvangst adviesvraag: 9 december 2020 Adviestermijn: 40 dagen Decretale opdracht: adviesfunctie Goedkeuring kamer: Sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn - 14 januari 2021, bij meerderheid. 20 leden stemden voor. Eén lid heeft zich onthouden. Er waren geen tegenstemmen.
Contactpersoon: Barbara Krekels – bkrekels@serv.be
2
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
Inhoud Inhoud .................................................................................................................................. 3 Advies .................................................................................................................................. 4 1
Algemene appreciatie ............................................................................................ 4
2
Aanbevelingen ....................................................................................................... 4
2.1
Visieontwikkeling over het aanbod pgo ............................................................... 4
2.2
Doelgroepen........................................................................................................... 5
2.3
Doelstellingen ........................................................................................................ 6
2.4
Regierol lokaal bestuur ......................................................................................... 9
2.5
Projectoproep, selectie en opvolging van de projecten ..................................... 10
2.6
Bescheiden budgetten en structurele verankering ............................................. 12
2.7
… nog enkele punctuele vragen ........................................................................... 13
3
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
Advies Situering Op 9 december 2020 ontving de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (hierna: de raad) een adviesvraag van Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en armoedebestrijding, Wouter Beke, over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning (pgo). De adviesvraag is binnen de raad behandeld door de Kamer Gezin en Jongerenwelzijn. Het advies werd bij meerderheid goedgekeurd op 14 januari 2021. 20 leden stemden voor. Eén lid heeft zich onthouden. Er waren geen tegenstemmen.
1
Algemene appreciatie
De minister toont met dit ontwerp van besluit de ambitie om de Huizen van het Kind te versterken en de OverKophuizen verder te ontwikkelen en structureel in te bedden. Door de financiering in te zetten op vernieuwend aanbod met nadruk op participatie, laagdrempeligheid, buurtgerichtheid en integrale samenwerking, worden bescheiden maar belangrijke stappen gezet in de richting van ‘integrale zorg en ondersteuning1’. Dit is absoluut de weg te gaan voor de toekomst. De raad is dit initiatief dan ook bijzonder genegen. Evenwel wil de raad in dit advies nog om een paar verduidelijkingen vragen en een aantal bedenkingen en aanbevelingen formuleren.
2
Aanbevelingen
2.1
Visieontwikkeling over het aanbod pgo
Vooraf stelt de raad dat het zeer zinvol zou zijn om een ruimere oefening rond visieontwikkeling en organisatie van het aanbod preventieve gezinsondersteuning op te starten, waarin zowel professionele als vrijwillige preventieve gezinsondersteuning betrokken wordt. Samenwerking is erg belangrijk voor het bereiken van de doelstellingen rond preventieve gezinsondersteuning. Niet alleen verschillende regelgeving kan daarbij een hinderpaal zijn, vaak is het ook een andere visie op zorg en ondersteuning en een andere kijk op de relatie met gezinnen en jongeren als gebruiker van het aanbod die de samenwerking bemoeilijkt. Er zal sterk moeten worden ingezet op een gemeenschappelijke benadering om deze verschillen te overstijgen zonder dat de betrokken partners daarom hun eigenheid verliezen. Voorzie een ruimere oefening rond visieontwikkeling en organisatie van het aanbod preventieve gezinsondersteuning
1
SAR WGG, 7 december 2012, Visienota Integrale Zorg en Ondersteuning.
4
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
2.2
Doelgroepen
Kinderen en jongeren en hun gezinnen De sterkte van dit besluit is dat er zowel wordt gefocust op ouders en kinderen (via de Huizen van het Kind) als op jongeren (via de OverKophuizen). •
Het vernieuwend aanbod in de Huizen van het Kind sluit aan bij een breder gezinsperspectief. De vragen van gezinnen beperken zich immers niet tot opvoeding en ontwikkeling, ze hebben betrekking op alle levensdomeinen die de context bepalen waarin gezinnen leven en kinderen opgroeien.
•
Ook voor jongeren moet het vernieuwend aanbod breed en laagdrempelig worden opgevat. Er is vandaag een grote nood aan heel laagdrempelige hulpverlening voor jongeren waarbij jongeren ook ‘anoniem’ kunnen blijven en er niet meteen een ‘dossier’ wordt gestart. Deze hulpverlening moet ook gratis zijn. Het OverKophuis moet een echt inloophuis zijn voor jongeren dat samenwerkt met partners die jongeren breed kunnen bereiken. Dit wordt daarom best uitgebouwd via een nauwe samenwerking tussen de jeugdhulp en het jeugdwerk.
De raad meent dat het zinvol is om, op plaatsen waar beiden aanwezig zijn, ook de samenwerking tussen de Huizen van het Kind en de OverKophuizen te stimuleren, zeker omdat de Huizen van het Kind ouders én kinderen tot 18 jaar als doelgroep hebben. De raad gelooft dat er zo belangrijke kruisbestuivingen kunnen plaatsvinden: voor de Huizen van het Kind kan het mogelijk maken om ook de doelgroep van jongeren meer te betrekken in hun werking en voor de (op te richten) OverKophuizen kan het de lokale inbedding faciliteren. Als voorbeeld zouden de Huizen van het Kind ook een actieve rol kunnen spelen in het toeleiden van kansengroepen en jonge nieuwkomers naar het lokale vrijetijdsaanbod en de OverKophuizen2. In het aanbod van de Huizen van het Kind moet er ook voldoende aandacht blijven voor oudere kinderen in gezinnen. Zeker ook omdat er niet overal OverKophuizen zullen aanwezig zijn. Ook voor oudere kinderen in gezinnen kan immers nog preventief gewerkt worden. In veel gezinnen, bijvoorbeeld grote of nieuw samengestelde gezinnen, ligt de leeftijd van kinderen verder uit elkaar. Bovendien meent de raad dat ook relatie-ondersteuning of bemiddeling bij echtscheiding op één of andere manier verbonden moeten kunnen worden met het aanbod. De ondersteuning van ouders als partners draagt bij tot de zelfredzaamheid van gezinnen. Vanuit kind-perspectief is een conflictueuze thuissituatie een belangrijk aandachtspunt. De raad is daarnaast opgetogen met de aandacht voor kinderen met specifieke zorgnoden en vraagt om dit zo breed mogelijk in te vullen. De noden van deze kinderen situeren zich bij uitstek op meerdere levensdomeinen (opvang, onderwijs, gezondheid, vrije tijd, mobiliteit, wonen, financiële ondersteuning…). De raad vraagt om, naast de inzet op professionele zorg en ondersteuning, ook voldoende te blijven inzetten op het ondersteunen van vrijwilligers die preventieve gezinsondersteuning aan huis bieden.
2
Cfr. https://vlaamsejeugdraad.be/nl/adviezen/recht-op-vrije-tijd-voor-jonge-nieuwkomers
5
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
Stimuleer de samenwerking tussen de Huizen van het Kind en de OverKophuizen, waar mogelijk Zet in op een goede samenwerking tussen jeugdwerk en jeugdhulp bij de uitbouw van de OverKophuizen Hou voldoende aandacht voor oudere kinderen in gezinnen in het aanbod van de Huizen van het Kind Ondersteun de vrijwilligerswerking binnen de preventieve gezinsondersteuning
Kwetsbare gezinnen In de algemene toelichting in de Bisnota wordt verwezen naar de beleidsnota 2019-2024 Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding. Daarin staat volgende actie onder de operationele doelstelling 2.1.2.: “We bestendigen de subsidies aan laagdrempelige vernieuwende en verbrede initiatieven binnen preventieve gezinsondersteuning, samen met en voor gezinnen in armoede met het oog op structurele kinderarmoedebestrijding. Deze projecten zetten in op de ondersteuning van aanstaande en jonge gezinnen bij de realisatie van grondrechten op een manier die gezinnen tot zelfredzaamheid leidt.” De raad ondersteunt de focus op kwetsbare gezinnen en rekent erop dat het streven ‘samen met en voor gezinnen in armoede’ omgezet wordt in echte participatie van onderuit om aan te sluiten bij de noden van gezinnen. De raad onderschrijft dat de realisatie van grondrechten van jonge en aanstaande gezinnen essentieel is, maar merkt op dat het stimuleren van zelfredzaamheid niet enkel om preventieve ondersteuning vraagt, maar ook om structurele maatregelen en de automatische toekenning van rechten. De Vlaamse overheid heeft ervoor gekozen om de armoedebestrijding aan de lokale regie toe te vertrouwen. Zonder het belang van het lokale niveau voor armoedebestrijding te onderschatten, stelt de raad toch dat het structureel bestrijden van armoede vaak het lokale niveau overstijgt.. Om de armoedeproblematiek aan te pakken, moet een goede balans tussen de lokale verantwoordelijkheid en de Vlaamse verantwoordelijkheid gezocht worden. Zoek een goede balans tussen de lokale verantwoordelijkheid en de Vlaamse verantwoordelijkheid om de armoedeproblematiek structureel aan te pakken Stimuleer zelfredzaamheid niet enkel via preventieve ondersteuning, maar ook via structurele maatregelen en automatische toekenning van rechten
2.3
Doelstellingen
Vernieuwend aanbod De raad heeft vragen over de invulling van het begrip vernieuwend aanbod. Het blijft nogal vaag. Is het aanbod vernieuwend wanneer er wordt samengewerkt met andere partners? Of moet het aanbod op zichzelf vernieuwend zijn en wat houdt dit dan precies in? •
Zo worden bijvoorbeeld verschillende ‘vernieuwende’ doelstellingen voor de Huizen van het Kind al door andere actoren opgenomen die al dan niet deel uitmaken van deze Huizen van het Kind, zoals bijvoorbeeld de KOALA-projecten (link met kinderopvang) of ‘spel en ontmoeting’ georganiseerd vanuit de inloopteams. Dit zijn methodieken die goed 6
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
•
werken. Het lijkt de raad dan ook verkiesbaar deze te honoreren en er nog meer op in te zetten. Ook in de werking van de OverKophuizen is er sprake van samenwerking of partnerschap met andere actoren die al op één of meerdere van de vermelde doelstellingen inzetten (bv. buurtopbouwwerk, IJH, jeugdwelzijnswerk...). Bepaalde informele doelen van het OverKophuis sluiten immers nauw aan bij wat het jeugdwerk ook doet. In wat verschilt het OverKophuis dan precies van reeds bestaande initiatieven binnen het jeugdwerk? Het kan niet de bedoeling zijn dat er een spanningsveld ontstaat tussen deze bestaande initiatieven (inloophuizen e.d.) enerzijds en de nieuwe OverKophuizen anderzijds. Ook hier lijkt het de raad belangrijk om, goed werkende, bestaande initiatieven te honoreren en er verder op in te zetten.
De raad vraagt hoe het voorliggende besluit zich hier tegenover verhoudt. Voor de raad is het in iedere geval belangrijk dat bij de uitrol van vernieuwend aanbod ook bekeken wordt of het bestaand aanbod al voldoende is uitgebouwd en dat, waar nodig, het bestaande, goed werkende, aanbod verder wordt uitgebouwd, eerder dan nieuw aanbod te ontwikkelen. Verduidelijk het begrip vernieuwend aanbod Bekijk bij de uitrol van vernieuwend aanbod ook of het bestaande aanbod al voldoende is uitgebouwd en bouw het - goed werkende - bestaande aanbod verder uit
Samenwerking met andere beleidsdomeinen en cofinanciering De raad vindt het heel positief dat dit besluit de ambitie toont om de andere beleidsdomeinen actief te betrekken. Op deze manier kunnen we het concept van ‘health and welbeing in all policies’ realiseren. Het besluit neemt ook de doelstellingen van andere beleidsdomeinen mee en integreert ze. Bovendien zal het - omdat de middelen beperkt zijn - ook heel erg belangrijk zijn dat het vernieuwend aanbod mee door andere beleidsdomeinen wordt gefinancierd zoals bepaald in artikel 2 van het besluit. De raad leest in de bisnota op pagina 5 en 6 dat de andere beleidsdomeinen worden uitgenodigd om vanuit hun eigen doelstellingen mee te werken en/of mee te investeren in het vernieuwend aanbod. De inzet op gecombineerde doelstellingen kan interessant zijn voor (lokale partners binnen) andere beleidsdomeinen om mee te investeren in het aanbod en om op die manier hun eigen doelstellingen te realiseren.[…] Daarbij zullen de projecten nog aan kracht winnen als naast het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ook andere betrokken beleidsdomeinen bijdragen tot de financiering”. •
Deze beschrijvingen lijken de raad eerder een “vrijblijvende uitnodiging”. Dit zal minder succes hebben dan structurele afspraken tussen de verschillende beleidsdomeinen. Ondertussen leest de raad in de voorlopige projectoproep van de Huizen van het Kind dat er een cofinanciering wordt opgezet vanuit het beleidsdomein integratie en inburgering. Daarom zullen minstens 8 van de 24 subsidies naar een projectvoorstel gaan dat inzet op de doelstelling integratie en inburgering. De raad vraagt zich af in welke mate er al met de ministers en entiteiten van de andere beleidsdomeinen werd overlegd. Zitten er al andere engagementen in de pijplijn? Kan de minister de raad informeren over hoe concreet deze voorstellen tot samenwerking al zijn? Het
7
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
is voor de raad immers essentieel dat hiervan actief werk gemaakt wordt, anders dreigen deze zeer zinvolle samenwerkingen een lege doos te worden. •
De raad merkt ook op dat het vernieuwend aanbod betekent dat de middelen voor preventieve gezinsondersteuning veel breder worden ingezet, ook voor levensdomeinen waar nu al andere financieringsbronnen voor zijn. Wanneer er gesproken wordt over cofinanciering, mag dit op langere termijn zeker niet leiden tot een daling van de middelen van andere financieringsstromen voor dat specifieke aanbod. De raad dringt er dan ook op aan om de regels rond cofinanciering glashelder te maken zodat er geen verwarring kan ontstaan.
•
Hoewel de raad een bredere werking van de Huizen van het Kind als positief beoordeelt, moet er toch over gewaakt worden dat de initiële opdracht rond opvoeden en opgroeien voorop blijft staan. Dat betekent dat deze niet ondergesneeuwd mag geraken door doelstellingen van andere beleidsdomeinen. Het is essentieel om bij de samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen telkens van de noden van de doelgroepen te vertrekken en uit te gaan van de gelijkwaardigheid van de verschillende domeinen. Verschillende beleidsdomeinen kunnen van elkaar leren en samen een passend aanbod uitbouwen. Als voorbeeld verwijst de raad naar de doelstelling Opvang en Onderwijs onder de Huizen van het Kind. Er wordt in de Bisnota een passage uit de Beleids- en Begrotings- Toelichting herhaald: We bouwen kinderopvang verder uit tot kwaliteitsvolle basisvoorzieningen waarin alle jonge kinderen tot volle ontplooiing kunnen komen en zoeken daarbij ook aansluiting bij de ontwikkelingsdoelen van het kleuteronderwijs. Deze passage is erg eenzijdig geschreven. Ze doet uitschijnen dat kinderopvang moet vastklikken op de doelstellingen vanuit onderwijs, terwijl een gelijkwaardigheid hier toch belangrijk is. Gelijkwaardigheid moet het uitgangspunt zijn in de uitrol van het vernieuwende aanbod preventieve gezinsondersteuning. Betrek andere beleidsdomeinen actief bij de samenwerking binnen het vernieuwend aanbod preventieve gezinsondersteuning en verzeker de cofinanciering Maak de regels rond cofinanciering glashelder zodat er geen verwarring kan ontstaan Vertrek bij de samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen telkens van de noden van de doelgroepen en stimuleer een echte gelijkwaardigheid tussen de verschillende domeinen
Gespecialiseerde zorg en ondersteuning integreren In het besluit wordt voorzien dat het OverKophuis, indien nodig, actief moet bijschakelen naar meer gespecialiseerde dienstverlening op het domein van mentaal welzijn of op de andere levensdomeinen die bijdragen tot actieve participatie aan de samenleving (artikel 14, 4°). De bisnota stelt dat die ondersteuning zich bij voorkeur onder hetzelfde dak situeert, of de doorverwijzing moet voor de jongere minstens natuurlijk aanvoelen. Dit is een goede zaak met het oog op integrale zorg en ondersteuning, maar aan outreachend werken hangt onvermijdelijk een kostenplaatje vast. Zorg en ondersteuning bieden op vindplaatsen is tijdsintensiever en duurder dan zorg en ondersteuning die plaatsvindt in de gespecialiseerde centra zelf. De raad vraagt dan ook om de nodige budgettaire middelen te koppelen aan deze opdrachten. In de bisnota wordt er naar de centra geestelijke gezondheidszorg verwezen. Ze worden echter niet helemaal juist gepositioneerd. CGG’s vormen geen basisaanbod in de eerstelijn, maar
8
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
hebben een gespecialiseerd aanbod in de tweede lijn. Op twee plaatsen in de bisnota doet de raad een tekstsuggestie om foute positionering te vermijden. •
•
Op pagina 13, voorlaatste alinea: “Het gaat hier dan bijvoorbeeld om aanbod in de eerste lijn, zoals consulten uitgevoerd door een jeugdgezondheidsarts, een psycholoog, een centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW), een CLB of een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG)”: het onderlijnde vervangen door: of een aanbod van de ambulante specialiseerde GGZ (CGG). Op pagina 13, laatste alinea: “Wat geestelijke gezondheidsbevordering en -zorg betreft, wordt daarbij gedacht aan de Netwerken Geestelijke Gezondheid Kinderen en Jongeren, de Netwerken Geestelijke Gezondheid Volwassenen of de CGG’s.” het onderlijnde schrappen vervangen door een nieuwe zin: CGG’s kunnen vanuit beide GGZ-netwerken een belangrijke verbindingsrol opnemen. Koppel de nodige budgettaire middelen aan de opdracht om outreachend te werken Positioneer de CGG’s op de juiste manier. CGG’s vormen geen basisaanbod in de eerstelijn, maar hebben een gespecialiseerd aanbod in de tweede lijn
2.4
Regierol lokaal bestuur
De Bisnota stelt op pagina 4: Het versterken en uitbouwen van de Huizen van het Kind en de OverKophuizen gebeurt in afstemming en samenwerking met de lokale besturen die onder andere een regierol uitoefenen op vlak van lokaal sociaal beleid. Verder wordt er op pagina 4 ook verwezen naar het Vlaams Regeerakkoord voor armoedebestrijding. Op dit moment wordt een gezin in armoede vaak geholpen door diverse partners, die samen vaak het bos door de bomen niet meer zien. Om deze versnippering tegen te gaan zal Vlaanderen lokale besturen ondersteunen om via het principe van één lokale gezinscoach een intensieve begeleiding op maat te voorzien, waarbij een ketenaanpak met alle betrokken partners voorop staat, die gezinnen op alle levensdomeinen vooruit helpt. De lokale besturen krijgen hiervoor de regiefunctie. •
•
•
Het is evident dat het lokale bestuur een belangrijke actor is bij de verdere ontwikkeling van de preventieve gezinsondersteuning. Tegelijk is tijdens deze coronacrisis toch gebleken dat niet alle lokale besturen al even ervaren en bedreven zijn in het samenbrengen van verschillende partners uit diverse domeinen. Voor de Huizen van het Kind vraagt de raad zich af hoe de minister ook de gemeenten die nog niet zo ver staan zal motiveren om in te tekenen. De lokale besturen moeten gestimuleerd worden om de huizen van het Kind financieel beter te ondersteunen en ook middelen te voorzien voor deze projecten Het is belangrijk dat ervaringen van proeftuinen rond ‘buurtgerichte netwerken’ worden meegenomen. Dit kan lokale besturen helpen om verder te kijken dan de ‘gewoonlijke partners’ om mee samen te werken. Lokale gezinscoaches kunnen kwetsbare gezinnen versterken, maar mogen geen alibi zijn om structurele problemen af te wentelen op gezinnen. In de beleidsnota onderwijs staat bijvoorbeeld dat gezinscoaches ouders moeten begeleiden bij onbetaalde schoolfacturen, terwijl er geen structurele voorstellen in de nota staan om betaalbaar onderwijs te garanderen.
9
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
Stimuleer de lokale besturen om de Huizen van het Kind financieel beter te ondersteunen en ook middelen ter beschikking te stellen voor de projecten vernieuwend aanbod Neem de ervaringen van proeftuinen rond ‘buurtgerichte netwerken’ mee Garandeer dat lokale gezinscoaches niet gebruikt worden om problemen op te vangen die structureel aangepakt moeten worden
2.5
Projectoproep, selectie en opvolging van de projecten
Projectoproep De raad vraagt dat de administratieve last voor het indienen, opvolgen en evalueren van een project in verhouding staat tot de voorziene middelen. Ook omdat het beleidsvoerend vermogen van de initiatieven die in aanmerking komen sterk kan verschillen, roept de raad op om bij de projectoproep zelf te bewaken dat deze niet te hoogdrempelig is. Als de belasting om een aanvraag te doen te groot is, zullen enkel de initiatieven die nu reeds een goed beleidsvoerend vermogen hebben erin slagen een goede projectaanvraag te doen en dus aanspraak maken op de middelen. De raad merkt ook op dat de uitbetaling van de subsidie zoals nu vastgelegd in de voorlopige oproepen, toch wel een grote prefinanciering van de initiatieven verwacht. Kleinere initiateven hebben misschien niet die financiële slagkracht. De raad vraagt of hieraan niet kan verholpen worden. Er moet voldoende tijd worden voorzien tussen de lancering van de projectoproep en de indiendatum. In beide vormen van vernieuwend aanbod is netwerkvorming en het maken van afspraken met (verplichte) partners terecht ingeschreven. Dit vraagt echter voldoende tijd om tot deze afspraken te komen. De raad vraagt dat er voldoende tijd wordt voorzien tussen de oproep en het indienen ervan (minstens twee maanden), om de dialoog grondig te kunnen aangaan. De raad vraagt dan ook om alle genoemde partners in het besluit snel mee op de hoogte te brengen van de aankomende projectoproepen, zodat ze zich tijdig kunnen organiseren. Het is immers niet goed dat enkel wie de juiste contacten al heeft, een kans maakt. Zorg ervoor dat de administratieve last voor het indienen, opvolgen en evalueren van een project in verhouding staat tot de voorziene middelen Voorzie voldoende tijd (minstens twee maanden) tussen de lancering van de projectoproep en de indiendatum
Heldere criteria De parameters voor het bepalen van de gemeenten die in aanmerking komen om projecten in te dienen, moeten duidelijk en helder in de projectoproep vermeld worden. De raad vraagt daarnaast om meer transparantie te brengen over de procedure van het agentschap bij de toekenning van de subsidies. De raad vraagt om de toekenningsprocedure en de criteria voor een positieve beoordeling van een projectaanvraag duidelijk toe te lichten in de projectoproep. •
Van de criteria voor de toekenning van subsidies, is in de bisnota en het voorliggend besluit, voorlopig enkel de algemene bepaling “minstens één per provincie” vermeld. Dit 10
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
•
is een lineaire verdeelsleutel die geen rekening houdt met de grootte van de stad, de inzet die reeds gebeurt in de Huizen van het Kind, bestaande OverKophuizen en andere aanbodsvormen, lokale noden, … De raad vraagt een voldoende evenredige verdeling over de provincies, afgestemd op de noden. Daarom zou de raad dit criterium willen aangevuld zien met ‘in functie van de noden. De raad vindt het een goede zaak dat bekeken wordt of de lokale besturen de Overkophuizen ook financieel kunnen ondersteunen vanuit hun middelen. Dit mag evenwel niet doorslaggevend zijn bij de criteria voor het toekennen van projecten. Dit houdt immers het risico in dat bepaalde regio’s waar de nood groot is, maar het lokaal bestuur niet wil investeren, uit de boot vallen.
Licht de procedure voor de toekenning van de subsidies en de gebruikte criteria voor selectie van de projecten duidelijk toe in de projectoproep. Zorg daarbij voor een voldoende evenredige verdeling over de provincies afgestemd op de noden.
Opvolging van de projecten Artikel 17 bepaalt dat de Huizen van het Kind en de OverKophuizen, in overleg met relevante partners, een zelfevaluatie moeten maken. De raad vraagt zicht af of er al voldoende tools zijn voor zelfevaluatie. •
•
•
•
De bisnota stelt dat output en outcome belangrijke factoren zijn in de zelfevaluatie. De raad denkt dat voor de evaluatie van de Overkophuizen daarnaast ook andere criteria nodig zijn die het vrijwillig en vrijblijvend karakter van de werkingen kunnen waarborgen. De specifieke doelstellingen van de OverKophuizen, nl. ontmoeting, verbinding en verbreden van netwerken van jongeren, zijn immers wat moeilijker in output en outcome indicatoren te vatten. De raad vraagt om de tools en de evaluatiecriteria aan te passen in functie van de doelstellingen van de projecten. De raad is tevreden dat participatie centraal staat in de projecten vernieuwend aanbod. Die participatie moet een plaats krijgen van bij de projectoproep, over de uitrol van het project tot aan de evaluatie. o De raad is tevreden te lezen dat het perspectief van ouders en gezinnen duidelijk in de voorlopige projectoproep van de Huizen van Kind staat, maar rekent er wel op dat dit niet pro forma maar echt participatief wordt uitgewerkt. o Voor de OverKophuizen is het zinvol om ook de lokale jeugdraden te betrekken. Er wordt een overkoepelend lerend netwerk voorzien waaraan de verschillende projecten van OverKophuizen moeten deelnemen. o Het is goed dat er wordt gezocht naar verbinding tussen de OverKophuizen, maar mét respect voor de eigenheid van ieder OverKophuis. Elk OverKophuis moet immers kunnen inspelen op de lokale context. Het zou ook nuttig zijn om evaluatie van de pioniers naar aanleiding van de projectoproep alvast publiek te maken zodat hier door anderen van geleerd kan worden. o Het lijkt de raad goed dat ook de Huizen van het Kind tot uitwisseling van de projecten komen en kunnen leren van de opgedane ervaringen. Krijgt dit de vorm van een lerend netwerk zoals ook voorzien wordt voor de OverKophuizen? Wordt er ook voorzien dat resultaten van projecten uit het vernieuwend aanbod (zelfevaluaties) publiek worden gemaakt?
11
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
De raad vraagt ten slotte om, met het oog op het beperken van de administratieve lasten voor de projecten, de zelfevaluatie te integreren in de jaarlijkse verslaggeving. Voorzie voldoende tools voor zelfevaluatie Pas de tools en de evaluatiecriteria aan in functie van de doelstellingen van de projecten Integreer de zelfevaluatie in de jaarlijkse verslaggeving
2.6
Bescheiden budgetten en structurele verankering
Bescheiden budgetten Ondanks het goede initiatief blijven de voorziene budgetten voor de uitvoering van dit besluit eerder bescheiden. •
•
Voor de Huizen van het Kind blijven de voorziene middelen en het aantal projecten (per jaar min. 20 HvhK: op een totaal van 294 Huizen van het Kind) beperkt. Ook de basisfinanciering van de Huizen van het Kind is nog vaak ontoereikend. Deze basisfinanciering varieert enorm tussen de Huizen van het Kind. De middelen voor de OverKophuizen zijn iets ruimer om toe te laten dat er nieuwe OverKophuizen worden opgericht. Toch zal het ook hier gaan om kleine initiatieven, die zullen moeten werken met een budget van 100.000 euro. Zonder financiële steun van de lokale overheid of andere inkomsten zullen ze niet levensvatbaar zijn.
De raad vraagt zich nog af waarom de lokale besturen niet als mogelijke cofinancierder worden aangeduid in het besluit. Zelfs wanneer zij al in het netwerk van de Huizen van het Kind betrokken zijn, zij kunnen toch bijkomend bijdragen voor het vernieuwend aanbod? De raad meent dat de lokale besturen gestimuleerd moeten worden om financieel bij te dragen aan de projecten vernieuwend aanbod.
Evaluatie en structurele verankering De raad meent dat een projectmatige financiering van 3 jaar weliswaar een stap vooruit is, maar betekent natuurlijk nog geen bestendiging. Voor de raad wordt de structurele verankering van de projecten het sluitstuk van dit initiatief van de minister. Het besluit steunt immers op de doelstelling (bisnota p.2): We bestendigen de subsidies aan laagdrempelige vernieuwende en verbrede initiatieven binnen preventieve gezinsondersteuning. De raad vindt dat de finaliteit van de evaluatie erg vaag is gelaten en vraagt om de structurele verankering van de middelen duidelijker als doelstelling naar voor te schuiven. De raad verwijst ook opnieuw naar zijn oproep om een ruimere oefening rond visieontwikkeling en organisatie van het aanbod preventieve gezinsondersteuning te voorzien
12
Over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning
Laat de lokale besturen toe als cofinancierder van de projecten en stimuleer ze om financieel bij te dragen Benoem in het besluit de structurele verankering van de projecten duidelijker als finaliteit van het vernieuwend aanbod
2.7
… nog enkele punctuele vragen
Artikel 30 Het Huis van het Kind dat de subsidie, vermeld in artikel 2, ontvangt en het OverKophuis dat de subsidie, vermeld in artikel 10, ontvangt, kunnen op eenvoudig verzoek van het agentschap jaarlijks rapporteren over de aanwending van de subsidie, en over de samenwerking en de werkzaamheden met betrekking tot het vernieuwend aanbod. […] In geval van cofinanciering door andere subsidiërende entiteiten van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel 2, tweede lid of artikel 10, tweede lid, wordt de financiële rapportage, vermeld in het eerste lid, alleen aan het agentschap bezorgd. •
Gaan andere agentschappen financieren maar ze mogen de financiële rapportage niet krijgen? En wat met de lokale besturen?
Artikel 35 In het luik rond budgettaire impact leest de raad in de bisnota dat de enveloppe voor anciënniteit gelijk blijft maar wel “rechtvaardiger” wordt ingezet. •
De raad vraagt wat de impact hiervan zal zijn voor de huidige initiatieven. Er zal immers aanbod bijkomen. Deze operatie wordt als budgetneutraal voor de overheid benoemd, maar dit zal het niet voor de actoren zijn?
13