Skip to main content

taalwetwijzer_jaarverslag_2018_2019.pdf

Page 1

JAARVERSLAG

STEUNPUNT TAALWETWIJZER 2018-2019

AGENTSCHAP BINNENLANDS BESTUUR


Het jaarverslag is een uitgave van het Agentschap Binnenlands Bestuur

Vlaamse overheid Agentschap Binnenlands Bestuur Afdeling BeleidscoĂśrdinatie en Kenniscentrum Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 1000 Brussel BelgiĂŤ Contact: taalwetwijzer@vlaanderen.be

Uitgave: november 2019


3 INHOUDSOPGAVE Voorwoord.................................................................................................... 4 Situering van het Steunpunt Taalwetwijzer....................................5 Bereikbaarheid en contactgegevens..................................................................................................... 5 Samenwerking met andere diensten................................................................................................... 5

Takenpakket.................................................................................................. 6 Overzicht van de taken van het Steunpunt Taalwetwijzer...................................................6 Overzicht van de behandelde thema’s................................................................................................ 7

Werkzaamheden....................................................................................... 10 Totaal aantal geregistreerde vragen.................................................................................................. 10 Territoriale spreiding van de vragen.................................................................................................. 12 Inhoudelijke spreiding van de vragen............................................................................................... 15 Doelpubliek van het Steunpunt Taalwetwijzer........................................................................... 18 Andere werkzaamheden............................................................................................................................ 20

De opgenomen percentages in de grafieken van deze publicatie zijn afrondingen.


VOORWOORD Het Steunpunt Taalwetwijzer werd in november 2002 opgericht als een uniform aanspreekpunt voor vragen over de taalwetgeving. Sinds de oprichting van het Steunpunt Taalwetwijzer tot juli 2017 stond het team Coördinatie Brussel (Agentschap Binnenlands Bestuur) in voor het Steunpunt Taalwetwijzer. Om de Taalwetwijzer een bredere juridische inbedding te geven, bracht het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) het in juli 2017 onder bij de afdeling Beleidscoördinatie en Kenniscentrum. Dit is het tweede jaarverslag van het Steunpunt Taalwetwijzer sinds deze herpositionering. Voortaan brengt ABB elk werkjaar een jaarverslag uit. Het huidige jaarverslag beschrijft het werkjaar 2018-2019, dat liep van augustus 2018 tot en met augustus 2019. Het jaarverslag situeert het Steunpunt Taalwetwijzer binnen de Vlaamse overheid en biedt een overzicht van de samenwerking met andere diensten. Vervolgens gaat het jaarverslag in op het takenpakket van de Taalwetwijzer en verschaft het inzicht in de belangrijkste thema’s van de taalwetgeving waarbinnen de activiteiten kaderen. Daarnaast licht het jaarverslag de specifieke werkzaamheden van het afgelopen werkjaar toe. Het Steunpunt Taalwetwijzer registreerde het afgelopen werkjaar 355 vragen over de taalwetgeving. Dit aantal is vrij hoog in vergelijking met de voorbije jaren. Net zoals de afgelopen jaren, gaan de meeste vragen over het taalgebruik in bestuurszaken. Dit is logisch aangezien veel overheidsinstanties, zoals lokale besturen en entiteiten van de Vlaamse overheid, vragen stellen aan het Steunpunt Taalwetwijzer. Niet enkel overheidsinstanties, maar ook burgers, bedrijven en onderwijsinstellingen kunnen bij het Steunpunt Taalwetwijzer terecht met vragen over de taalwetgeving. Particulieren stelden het meest aantal vragen. Ondernemingen en onderwijsinstellingen stelden een kleiner aantal vragen. Het Steunpunt Taalwetwijzer stelde daarnaast vast dat de meeste vragen zich voordoen in het Nederlandse taalgebied. Dit is een trend die zich dus ook in afgelopen jaar heeft verder gezet. Het aantal vragen over het taalgebruik in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad lijkt de voorbije jaren wel licht te stijgen. Dit aantal blijft echter (zeer) klein in vergelijking met het aantal vragen over het Nederlandse taalgebied.


5 Situering Steunpunt Taalwetwijzer Bereikbaarheid en contactgegevens Het Steunpunt Taalwetwijzer is bereikbaar langs 4 kanalen: • • • •

e-mail: taalwetwijzer@vlaanderen.be online contactformulier op de website taalwetwijzer.be telefoonnummer 1700 met de post op het adres:

Vlaamse overheid Agentschap Binnenlands Bestuur Taalwetwijzer Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88, bus 70 1000 Brussel

Samenwerking met andere diensten Samenwerking met 1700 1700 is het gratis informatienummer van de Vlaamse overheid, bekend als de vroegere Vlaamse Infolijn. Het is het eerste aanspreekpunt voor vragen aan de Vlaamse overheid. Burgers, bedrijven en organisaties kunnen er terecht voor klantgerichte overheidsinformatie en dus ook met vragen over de taalwetgeving. De operatoren van de Vlaamse Infolijn beantwoorden eenvoudige vragen aan de hand van een script. Het Steunpunt Taalwetwijzer behandelt de complexere vragen en bezorgt de vraagstellers een meer gespecialiseerd en juridisch antwoord. Het Steunpunt Taalwetwijzer geldt zo als een ‘sectorale infolijn’, die gespecialiseerde informatie ter beschikking stelt.

Samenwerking met vzw ‘de Rand’ Vzw ‘de Rand’ is een privaatrechtelijk extern verzelfstandigd agentschap van de Vlaamse overheid. Het ondersteunen van het Nederlandstalige karakter van de Vlaamse Rand is één van de doelen van vzw ‘de Rand’. Binnen vzw ‘de Rand’ bestaat een Taalloket, waar inwoners van de Vlaamse Rand terecht kunnen met vragen over de taalwetgeving. De medewerkers van het Taalloket kunnen contact opnemen met het Steunpunt Taalwetwijzer voor juridische ondersteuning.


Samenwerking met het Agentschap Zorg & Gezondheid Burgers kunnen klachten over de (gebrekkige) Nederlandstalige dienstverlening van Brusselse ziekenhuizen of de 100-diensten indienen bij het Vlaams Meldpunt Taalklachten in de Brusselse ziekenhuizen. De Vlaamse Regering richtte dat online meldpunt op in 2011 in de schoot van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Het Steunpunt Taalwetwijzer ontvangt die meldingen en informeert de burger over zijn of haar taalrechten en welke stappen hij of zij kan ondernemen. Dankzij de meldingen kan het Agentschap Zorg en Gezondheid de taalproblemen in de Brusselse gezondheidszorg in kaart brengen.

Takenpakket Overzicht van de taken van het Steunpunt Taalwetwijzer Het Steunpunt Taalwetwijzer heeft 4 kerntaken.

Informeren De voornaamste taak van het Steunpunt Taalwetwijzer is informatie verstrekken over de taalwetgeving. Het Steunpunt Taalwetwijzer biedt generieke informatie over de taalwetgeving aan op de website. Daarnaast kunnen burgers, ondernemingen, onderwijsinstellingen en overheden bij het Steunpunt Taalwetwijzer terecht met vragen over de taalwetgeving. Het Steunpunt Taalwetwijzer verstrekt juridisch advies naar aanleiding van die vragen. Het Steunpunt Taalwetwijzer kan op vraag ook informatiesessies of vormingen organiseren over de taalwetgeving.

Doorverwijzen en daarbij in beperkte mate begeleiden: Het Steunpunt Taalwetwijzer kan personen doorverwijzen naar de bevoegde instantie voor een inbreuk op de taalwetgeving. Het Steunpunt kan hierbij elementaire standaardhulp bieden zoals het verschaffen van de contactgegevens van de bevoegde instanties, het uitleggen van de te volgen procedure en het beschrijven van de vormvoorschriften om een klacht in te dienen. Het Steunpunt Taalwetwijzer behandelt zelf geen klachten en neemt de rol van ombudsman niet op.


7 Registreren en informeren bij taalklachten over de Brusselse ziekenhuizen: Het Vlaams Meldpunt Taalklachten in de Brusselse ziekenhuizen stuurt de meldingen van taalklachten in Brusselse ziekenhuizen door naar het Steunpunt Taalwetwijzer. De Taalwetwijzer maakt de klager wegwijs in de taalwetgeving en verstrekt informatie over de taalrechten. Waar nodig, kan het Steunpunt Taalwetwijzer de betrokken personen doorverwijzen naar de bevoegde instanties. Het Steunpunt Taalwetwijzer behandelt zelf geen klachten maar registreert die wel.

Beleidsondersteuning Tot slot kan men het Steunpunt Taalwetwijzer raadplegen voor juridische ondersteuning in beleidsmatige dossiers waarin aspecten van de taalwetgeving aan bod komen. Het Steunpunt Taalwetwijzer biedt evenwel geen begeleiding bij het ontwikkelen van een taalbeleid. Het Steunpunt Taalwetwijzer kan overheidsdiensten voor deze begeleiding doorverwijzen naar andere diensten.

Overzicht van de behandelde thema’s De vragen over de taalwetgeving die het Steunpunt Taalwetwijzer behandelt, bundelt ABB in 10 thema’s.

Taalgebruik in bestuurszaken Het thema “taalgebruik in bestuurszaken” bevat alle vragen over het taalgebruik van en met de overheidsdiensten. De vragen verwijzen vaak naar de toepassing van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, ook wel de Bestuurstaalwet genoemd of afgekort SWT. Ook over de toepassing van de Gewone Wet van 9 augustus 1980 tot Hervorming der Instellingen, die het taalgebruik voor de diensten van de Vlaamse Regering regelt, ontvangt het Steunpunt Taalwetwijzer veel vragen. Enkele voorbeeldvragen: • D e gemeente moet documenten opsturen naar een inwoner uit Brussel-Hoofdstad. Mag de gemeente die documenten in het Frans opstellen? • Mag de gemeente een Duitstalig document aanvaarden? • In welke taal moeten de aankondigingen in de trein gebeuren?

Taalgebruik in het bedrijfsleven Het thema “taalgebruik in het bedrijfsleven” bundelt de vragen over het taalgebruik door


en met werkgevers en bedrijven. Meestal gaat het over de toepassing van artikel 52 van de SWT of het decreet van 13 juli 1979 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, ook wel het Septemberdecreet genoemd. Enkele voorbeeldvragen: • I k ontving een Franstalig kassaticket. Is dit wettelijk? • Vallen computerprogramma’s van mijn werkgever ook onder de taalwetgeving in het bedrijfsleven? In welke taal moet mijn werkgever deze ter beschikking stellen? • Welke taalwetgeving geldt bij uitzendarbeid?

Taalvrijheid De artikels 30 en 129 van de Grondwet waarborgen de taalvrijheid. Het Steunpunt Taalwetwijzer behandelt dossiers over de concrete toepassing van de taalvrijheid. Enkele voorbeeldvragen: • Mag een kandidaat bij de verkiezingen gebruik maken van een anderstalige affiche? • Onze VZW ontvangt een subsidie. Valt onze VZW nu onder de toepassing van de taalwetgeving? • Een kelner kon mij niet in het Nederlands verder helpen. Wat bepaalt de taalwetgeving hieromtrent?

Taalgebruik in het onderwijs Het Steunpunt Taalwetwijzer bundelt de vragen over de onderwijstaal of op de bestuurstaal van bepaalde onderwijsinstellingen in dit thema. Zowel het taalgebruik in het basisonderwijs, in het secundair onderwijs als in het hoger onderwijs komen aan bod. Enkele voorbeeldvragen: • In welke taal moet de school het schoolreglement opstellen? • Mag de school een brief in andere talen dan het Nederlands versturen?

Taalgebruik in gerechtstaken Het thema “taalgebruik in gerechtszaken” omvat alle vragen over de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken. Enkele voorbeeldvragen: • Ik ontving een Franstalig proces-verbaal. Moet dit niet in het Nederlands opgesteld zijn?


9 • In welke taal moet een GAS-boete opgesteld worden?

Taalgebruik in consumentenzaken Dit thema behandelt de vragen over de taalregels voor handleidingen, gebruiksaanwijzingen, menukaarten en verplichte vermeldingen op etiketten. Enkele voorbeeldvragen: • Een supermarkt biedt het koopwaar in een andere taal dan het Nederlands aan. Is dat toegelaten? • Mag de verpakking van chocolade in het Frans opgesteld zijn? • In welke taal moet de handleiding bij een product opgesteld zijn?

Taalgebruik in de medische sector Het thema “taalgebruik in de medische sector” slaat op de klachten over het taalgebruik in de Brusselse ziekenhuizen en op alle andere vragen over bijvoorbeeld het taalgebruik van huisartsen, Vlaamse ziekenhuizen,… De concrete meldingen gaan vaak over het taalgebruik van ambulanciers of de MUG-diensten uit Brussel-Hoofdstad.

Taalgebruik bij mede-eigendom Het thema “taalgebruik bij mede-eigendom” ontsluit de vragen over het taalgebruik in de vereniging van mede-eigendom en van de syndicus. Enkele voorbeeldvragen: • Van welke documenten van de vereniging van mede-eigenaars kan ik een vertaling vragen? Is de syndicus verplicht hiervan een vertaling te geven? • In welke taal moet de syndicus van een appartementsgebouw in Brussel de documenten opstellen?

Taalgebruik van de notaris Dit thema bundelt de vragen over het taalgebruik van de notaris. De vraag wordt meestal gesteld of de notaris verplicht is om een document of een akte in een bepaalde taal op te stellen of dat er eventueel sprake is van taalvrijheid.

Andere Het thema “andere” bundelt de vragen die we niet onder één van de hierboven vermelde thema’s kunnen onderbrengen. Heel algemene vragen over de taalwetgeving nam ABB bijvoorbeeld op in deze categorie.


Werkzaamheden Totaal aantal geregistreerde vragen Totaal aantal geregistreerde vragen in het afgelopen werkjaar Het Steunpunt Taalwetwijzer registreerde in het afgelopen werkjaar in totaal 355 vragen. Daarvan richtten 224 vraagstellers zich rechtstreeks tot het Steunpunt Taalwetwijzer. De Vlaamse Infolijn (1700) ontving 131 vragen. De operatoren van de Vlaamse Infolijn beantwoordden zelf 91 vragen. De resterende 40 vragen stuurden ze door naar het Steunpunt Taalwetwijzer voor verdere behandeling. Verdeling van de vragen in 2018-2019 Doorverwezen aan Taalwetwijzer: 11%

1700: 26%

Taalwetwijzer: 63%

Evolutie van het totaal aantal geregistreerde vragen Het Steunpunt Taalwetwijzer registreerde in het werkjaar 2018-2019 een hoog aantal vragen, namelijk 355. Het aantal vragen in het afgelopen werkjaar was, net zoals in het werkjaar 2017-2018, vrij hoog in vergelijking met de voorbije jaren. Het toegenomen aantal vragen in het werkjaar 2017-2018 kan verklaard worden door de kleine promotiecampagne in het werkjaar 2017-2018. Deze toename in het aantal geregistreerde vragen zette zich verder in het werkjaar 2018-2019. Ook zonder promotiecampagne vinden particulieren, bedrijven en overheidsdiensten dus hun weg naar het Steunpunt Taalwetwijzer.


11 Daarnaast vonden er zowel in het werkjaar 2017-2018 als in het werkjaar 2018-2019 verkiezingen plaats, namelijk de lokale en provinciale verkiezingen in oktober 2018 en de regionale, federale en Europese verkiezingen in mei 2019. Deze verkiezingen kunnen ook tot een toename in het aantal vragen geleid hebben. In de jaren met een (*) was het Steunpunt Taalwetwijzer onbemand en registreerde niemand systematisch het aantal gestelde vragen. De 134 geregistreerde vragen uit 2017 verwijzen naar de eerste helft van 2017 (van 1 januari tot 30 juni). Sinds het werkjaar 20172018 verkiest het Steunpunt Taalwetwijzer om elk werkjaar een jaarverslag uit te brengen. Evolutie van het totaal aantal geregistreerde vragen:


Territoriale spreiding van de vragen Overzicht van de territoriale spreiding van de vragen in het afgelopen werkjaar Het Steunpunt Taalwetwijzer situeert elke vraag in een bepaald taalgebied. De lokalisatie gebeurt in de meeste gevallen op basis van het taalgebied waarop de vraag betrekking heeft en niet zozeer aan de hand van de herkomst of lokalisatie van de vraagsteller. Voor enkele vragen is de herkomst of lokalisatie van de vraagsteller echter een beslissend criterium om te bepalen onder welke specifieke taalregeling de betrokken vraagsteller valt. Dat is bijvoorbeeld het geval voor vragen over centrale diensten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die vragen lokaliseert het Steunpunt meestal in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Hetzelfde geldt voor de meldingen die het Vlaams Meldpunt Taalklachten in Brusselse ziekenhuizen ontvangt. De term “faciliteitengemeenten” verwijst naar de zogenaamde rand- en taalgrensgemeenten. Artikel 7 van de SWT somt de randgemeenten op: Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem. Artikel 8 van het SWT zet de taalgrensgemeenten op een rij. In Vlaanderen zijn dat Bever, Herstappe, Mesen, Ronse, Spiere-Helkijn en Voeren. Vragen die geen duidelijke link hebben met een Belgisch taalgebied plaatst het Steunpunt Taalwetwijzer onder de categorie “geen aanknopingspunt”. Daar komen bijvoorbeeld heel algemene vragen over de toepassing van de taalwetgeving terecht. Als een vraag zich in meerdere taalgebieden situeert, dan delen we deze in onder het meest doorslaggevende taalgebied. De categorie “buitenland” bevat de vragen over het taalgebruik met buitenlandse actoren of in een internationale context. Die categorie nemen we sinds het werkjaar 2017-2018 afzonderlijk op. In het werkjaar 2018-2019 situeerden de meeste vragen zich in het Nederlandse taalgebied, namelijk 220 vragen. Dit komt overeen met afgerond 62% van het totaal aantal geregistreerde vragen. Het aandeel van de vragen over Brussel-Hoofdstad bedroeg 49, ofwel afgerond 13,8%. Slechts 32 vragen gingen over de faciliteitengemeenten. Dit is afgerond 9% van het totaal aantal geregistreerde vragen.


13 Taalgebied Aantal Nederlands taalgebied 220 Nederlands taalgebied (algemeen) 92 Homogeen Nederlands taalgebied 128 Faciliteitengemeenten 32 Faciliteitengemeenten (algemeen) 9 Randgemeenten 12 Taalgrensgemeenten 11 Brussel-Hoofdstad 49 Frans Taalgebied 7 Duits taalgebied 1 Nederlands en Frans taalgebied 1 Geen aanknopingspunt 22 Alle taalgebieden 12 Buitenland 11 Evolutie van het totaal aantal geregistreerde vragen: Nederlands taalgebied

62,0%

Faciliteitengemeenten

9,0%

Brussel-Hoofdstad

13,8% 2,0%

Frans taalgebied Duits taalgebied

0,3%

Nederlands en Frans taalgebied

0,3%

Geen aanknopingspunt

6,2%

Alle taalgebieden

3,4%

Buitenland

3,1% 0

10

20

30

40

50

60


Evolutie van de territoriale spreiding van de vragen De territoriale spreiding van de vragen uit het afgelopen werkjaar sluit aan bij deze van de afgelopen 4 jaar. In het werkjaar 2018-2019 lokaliseerden we de meeste vragen in het Nederlandse taalgebied. De cijfers van het werkjaar 2018-2019 bekrachtigen dus de vaststelling van de voorbije jaren, namelijk dat de meeste vragen bij het Steunpunt Taalwetwijzer zich in het (homogeen) Nederlandse taalgebied situeren. Dit is opmerkelijk aangezien bij de oprichting van het Steunpunt Taalwetwijzer de focus eerder gericht was op het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De erkenningsproblematiek van het Nederlands als bestuurstaal in het tweetalige gebied Brussel-Hoofstad was immers ĂŠĂŠn van de aanleidingen voor de oprichting van het Steunpunt Taalwetwijzer. Het aantal vragen over het buitenland blijft stabiel in vergelijking met het werkjaar 20172018. In het werkjaar 2018-2019 had afgerond 3,1% van de vragen betrekking op het buitenland. In het werkjaar 2017-2018 was dit 5,1%. Ook het totaal aantal vragen over de faciliteitengemeenten blijft stabiel in vergelijking met de voorbije jaren. In het werkjaar 2018-209 ontvingen we in vergelijking met het vorige werkjaar 2017-2018 wel minder vragen over de randgemeenten. In het werkjaar 2018-2019 ontving het Steunpunt Taalwetwijzer dan weer meer vragen over de taalgrensgemeenten. In de afgelopen 4 jaar is het aantal vragen over de taalgrensgemeenten elk jaar licht gestegen. Het Steunpunt Taalwetwijzer ontving in het werkjaar 2018-2019 ook meer vragen over Brussel-Hoofdstad. Zo situeerde het Steunpunt Taalwetwijzer in het werkjaar 2018-2019 afgerond 13,8% van de vragen in Brussel-Hoofdstad. Dit is een lichte stijging in vergelijking met het werkjaar 2017-2018. Toen situeerde het Steunpunt Taalwetwijzer 10,2% van de vragen in Brussel-Hoofdstad. Deze stijging in is een trend die waar te nemen is over de voorbije 4 jaar. Ondanks deze stijging blijft het aandeel van de vragen over Brussel-Hoofdstad blijft echter (zeer) klein in vergelijking met het aandeel over het Nederlandse taalgebied.


15 Evolutie van de territoriale spreiding van de vragen:

Inhoudelijke spreiding van de vragen Overzicht van de inhoudelijke spreiding van de vragen in het afgelopen werkjaar ABB deelt de vragen in per thema. Als een dossier onder meerdere thema’s valt, dan delen we het in onder het meest doorslaggevende thema. Zo kunnen vragen bijvoorbeeld tegelijk gaan over de taalvoorschriften voor verplichte documenten van bedrijven en over de taalvrijheid. In het afgelopen werkjaar paste 189 vragen onder het thema “taalgebruik in bestuurszaken”. Dit komt overeen met afgerond 53,2% en betreft dus meer dan de helft van het totaal aantal geregistreerde vragen. Naast het thema bestuurszaken zijn de thema’s bedrijfsleven (64 vragen, afgerond 18%) en taalvrijheid (37 vragen, afgerond 10,4%) de thema’s met het meest aantal geregistreerde vragen.


Het Steunpunt Taalwetwijzer registreerde 13 vragen over het taalgebruik in gerechtszaken, 13 vragen over het taalgebruik in consumentenzaken en 12 vragen over het taalgebruik in het onderwijs. Dit aantal is vrij klein in vergelijking met het aantal vragen dat over het taalgebruik in bestuurszaken gaat. We registreerden in het werkjaar 2018-2019 slechts 2 vragen over het taalgebruik in de medische sector. Dit is minder dan 1% van het totaal aantal geregistreerde vragen. De gestelde vragen hadden betrekking op het taalgebruik in de Vlaamse rand en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Een zeer beperkt aantal vragen ging over het taalgebruik bij de notaris (afgerond 0,3%) en over het taalgebruik in het kader van mede-eigendom (afgerond 1,4%).

Thema Bestuurszaken Bedrijfsleven Taalvrijheid Onderwijs Gerechtszaken Consumentenzaken Medische sector Mede-eigendom Notaris Andere

Aantal 189 64 37 12 13 13 2 5 1 19


17 Inhoudelijke spreiding van de vragen: Bestuurszaken

53,2%

Bedrijfsleven

18,0%

Taalvrijheid

10,4%

Onderwijs

3,4%

Gerechtszaken

3,7%

Consumentenzaken

3,7%

Medische sector

0,6%

Mede-eigendom

1,4%

Notaris

0,3%

Andere

5,4% 0

10

20

30

40

50

Evolutie van de inhoudelijke spreiding van de vragen De cijfers over de inhoudelijke spreiding van de vragen sluiten aan bij de tendensen van de afgelopen 4 jaar. De meeste vragen bij het Steunpunt Taalwetwijzer gaan over het taalgebruik in bestuurszaken. Dit is een logisch gevolg van het feit dat het Steunpunt Taalwetwijzer een vrij groot aantal vragen van Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen ontvangt. In het afgelopen werkjaar ontving het Steunpunt Taalwetwijzer 13 vragen over het taalgebruik in gerechtszaken. Dit zijn 10 vragen meer dan in het werkjaar 2017-2018, toen er 3 vragen werden gesteld over het taalgebruik in gerechtszaken. Deze stijging kan mogelijks verklaard worden door een wijziging aan de regelgeving over het taalgebruik in gerechtszaken. Het Steunpunt Taalwetwijzer ontving in het werkjaar 2018-2019 slechts 2 vragen over de medische sector. Dit is minder in vergelijking met de voorbije 4 jaar. Het aantal vragen of meldingen over het taalgebruik in de medische sector, met inbegrip in de Brusselse Ziekenhuizen, blijft dus (zeer) klein in vergelijking met het totaal aantal geregistreerde vragen in de afgelopen 4 jaar. Dit is een opmerkelijke vaststelling aangezien deze problematiek ĂŠĂŠn van de aanleidingen was tot oprichting van het Steunpunt Taalwetwijzer.


Evolutie van de inhoudelijke spreiding van de vragen:

Doelpubliek van het Steunpunt Taalwetwijzer Het doelpubliek van het Steunpunt Taalwetwijzer is heel breed. Zowel burgers, ondernemingen, onderwijsinstellingen als overheden kunnen bij het Steunpunt Taalwetwijzer terecht met vragen over de taalwetgeving. Om een beeld te krijgen van het effectieve doelpubliek van het Steunpunt Taalwetwijzer, registreert het Steunpunt Taalwetwijzer sinds het werkjaar 2017-2018 het type vraagsteller.

Vraagstellers In het werkjaar 2018-2019 waren 159 vragen afkomstig van particulieren. Dat komt overeen met afgerond 45% van het totaal aantal geregistreerde vragen. Overheidsinstanties stelden in totaal 115 vragen, goed voor afgerond 32% van het totaal aantal geregistreerde vragen. Net zoals in het werkjaar 2017-2018, waren de meeste vragen dus afkomstig van particulieren en overheidsinstanties. Ondernemingen lieten 51 vragen registreren (afgerond 14%), de onderwijsinstellingen slechts 7 vragen (afgerond 2%). Tot slot was het voor 23 dossiers niet mogelijk om het type vraagsteller te bepalen.


19 Vraagsteller Particulier Onderneming Onderwijsinstelling Overheid Niet gespecifieerd

Aantal 159 51 7 115 23

Overzicht van het type vraagsteller: Niet gespecifieerd: 6%

Particulier: 45% Overheid: 32%

Onderwijsinstelling: 2% Onderneming: 14%

Overheidsdiensten als vraagsteller Meer dan de helft (afgerond 51%) van de vragen die gesteld werden door overheidsinstanties waren afkomstig van een entiteit van de Vlaamse overheid. Het aandeel van de vragen dat gesteld werd door lokale besturen bedroeg het afgelopen werkjaar afgerond 33%. Vraagsteller Lokaal bestuur Provinciale overheid Vlaamse overheid Federale overheid Andere overheid Totaal

Aantal 38 0 59 6 12 115


Overzicht van de verschillende overheden als vraagsteller: Provinciale overheid: 0% Vlaamse overheid: 51% Lokaal bestuur: 33%

Andere overheid: 10%

Federale overheid: 5%

Andere werkzaamheden Vormingen en opleidingen Het Steunpunt Taalwetwijzer verstrekte tijdens het werkjaar 2018-2019 2 vormingen. EĂŠn vorming ging over het taalgebruik in bestuurszaken. De andere vorming ging over de werking en het takenpakket van het Steunpunt Taalwetwijzer. Het Steunpunt Taalwetwijzer verstrekte daarnaast 1 interne vorming over haar werking en het taalgebruik in verschillende domeinen.

Parlementaire vragen Het Steunpunt Taalwetwijzer bood inhoudelijke ondersteuning bij het beantwoorden van 4 parlementaire vragen.


21


taalwetwijzer.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
taalwetwijzer_jaarverslag_2018_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu