Skip to main content

Stem_monitor_2018.pdf

Page 1

Vlaanderen

is onderwijs & vorming

STEM-Monitor

juni 2018

DEPARTEMENT ONDERWIJS & VORMING

www.onderwijs.vlaanderen.be 1


2


Inleiding ........................................................................................................................................................................................................................................................ 4 Lezing van de STEM-Monitor 2018 ................................................................................................................................................................................ 5 Uitgangspunten ........................................................................................................................................................................................................................................ 7 I.

STEM-instroom (studiekeuze) .................................................................................................................................................................................... 7

II.

STEM- onderwijsprestaties (doorstroom) .................................................................................................................................................... 7

III.

Gekwalificeerde STEM-uitstroom (studiebewijzen) ............................................................................................................................... 7

Vaststellingen bij de indicatoren vooropgesteld door het STEM- Platform ...................................................................................................... 8 Vaststellingen bij de Monitor 2018 ......................................................................................................................................................................................... 9 Secundair onderwijs .................................................................................................................................................................................................................. 9 Hoger onderwijs ........................................................................................................................................................................................................................... 11 CONCLUSIES STEM-MONITOR 2018 .................................................................................................................................................................................... 14 Secundair Onderwijs ........................................................................................................................................................................................................................... 15 Indicatoren en vaststellingen STEM in het secundair onderwijs ............................................................................................................. 15 Hoger Onderwijs .................................................................................................................................................................................................................................... 17 Vaststellingen STEM in het hoger onderwijs ........................................................................................................................................................ 17 Indicatoren ................................................................................................................................................................................................................................................ 18 I.

STEM Instroom (studiekeuze) .......................................................................................................................................................................................... 18 a.

Secundair onderwijs....................................................................................................................................................................................................... 18 Vaststellingen: .......................................................................................................................................................................................................................... 19

b. Indicator I.H: Studiekeuze voor STEM in hoger onderwijs. Percentage studenten die STEM studiekeuze maken en percentage meisjes in de STEM categorie ............................................................................................................................................................30 Volwassenenonderwijs...................................................................................................................................................................................................................... 32 II.

STEM onderwijsprestaties en doorstroom ............................................................................................................................................................. 34 a. Indicator II. S-H Doorstroom van jongeren met een STEM diploma secundair onderwijs naar een STEM studierichting hoger onderwijs (met opdeling naar geslacht) ....................................................................................................................... 34 b.

III.

Indicator II. H doorstroom in hoger onderwijs: studierendement van generatiestudenten ............................................ 35 Gekwalificeerde STEM uitstroom (studiebewijzen) .......................................................................................................................................... 37

a.

Secundair onderwijs...................................................................................................................................................................................................... 37

b.

Hoger onderwijs ............................................................................................................................................................................................................... 41

3


Inleiding Het STEM-Actieplan 2012-2020 van de Vlaamse Regering bepaalt dat de STEM-Stuurgroep de algemene Monitoring van het actieplan uitvoert. Hiervoor werd in 2012 de STEM-Monitor ontwikkeld. Hij geeft inzicht in evoluties van relevante STEM – indicatoren zoals instroom- doorstroom en uitstroomgegevens van leerlingen in het secundair onderwijs, cursisten volwassenenonderwijs en studenten hoger onderwijs. De evoluties worden bekeken tegenover een overeengekomen ‘nuljaar’ (de zgn.”nulmeting”), waarvoor we de gegevens van het referentiejaar 2010-2011 gebruiken. De STEM-Monitor geeft inzicht in evoluties maar levert uiteraard geen harde bewijslast naar de oorzaken van deze evoluties (causaliteit). Op basis van de indicatoren worden cijfermatige doelstellingen geformuleerd op korte en (middel)lange termijn. Doelstellingen op korte termijn zijn enkel zinvol voor indicatoren die voldoende ‘beleidsgevoelig’ zijn. Hieronder verstaan we indicatoren waarvan hypothetisch kan verondersteld worden dat ze relatief snel kunnen wijzigen als gevolg van acties of beleid (voorbeeld: instroom of studiekeuze). Het heeft weinig zin om kortetermijndoelstellingen te formuleren op loggere (maar daarom niet minder relevante) indicatoren (bijvoorbeeld STEM-studiebewijzen). Deze laatste gebruiken we dus voor (middel)lange termijndoelstellingen. Initieel actualiseerden we de gegevens om de twee jaar, maar ondertussen levert het departement Onderwijs en Vorming een jaarlijkse STEM-Monitor aan: de tendensen zijn immers relevant en ze geven informatie om het STEM-beleid verder vorm te geven. Deze 4de editie van de Monitor (informatie van het school- en academiejaar 2016-2017) bevat een aantal extra invalshoeken: • een overzicht van de STEM-instroom in het hoger onderwijs per provincie. Deze info (in een aparte bijlage) kan van belang zijn voor de STEM-inspanningen in de vrije tijd (op niveau van bv. de gemeenten, de STEM-Academies die verspreid zijn over heel Vlaanderen, maar ook bv. voor de RTC’s/de Regionale Technologische Centra). •

een detailoverzicht voor de STEM-studierichtingen in het voltijds gewoon technisch en beroepssecundair onderwijs. De tendens die daar al een aantal jaar zichtbaar is, wordt ook in deze Monitor bevestigd: het arbeidsmarkgerichte STEM-vakmanschap van het bso en de dubbele finaliteit van STEM-tso (arbeidsmarktgericht of gericht op verdere studies) verdienen alle aandacht. We zoomen in deze editie dus gedetailleerd in op de evolutie van de instroom in alle STEM-studierichtingen tso en bso . De professionele STEM, net zoals de hele economie, heeft immers nood aan alle profielen. Naast de detailinformatie in deze Monitor, wordt in 2017-2018 tegelijk ook ingezet op een marktbevraging, specifiek rond tso en bso , om te kijken welke gemeenschappelijke inspanningen (onderwijs, professionele STEM in de bedrijven en sectoren, RTC’s…) kunnen worden genomen om STEM binnen tso en bso te versterken. Dit is het InnoVET-traject dat verder wordt toegelicht.

•

Samen met Onderwijskiezer en de VDAB is beslist de STEM-categorieën van de opleidingen te stroomlijnen. Daarbij werd een aantal nieuwe opleidingen toegevoegd in de STEM-categorisatie en een aantal bestaande opleidingen gehercategoriseerd om de consistentie te vergroten. De aanpassingen zijn vooral zichtbaar op de website Onderwijskiezer.be

•

De categorisatie is gebaseerd op de VRWI-studie “Kiezen voor STEM” (Van den Berghe, W & D. De Martelaere (2012). Kiezen voor Stem. De keuze van jongeren voor technische en wetenschappelijke studies. VRWI studiereeks 25. Voor de definitie en classificatie van STEM-studierichtingen: zie pagina 36-37):

4


1. STEM 2. Opleidingen met een STEM-component a. Zorg-STEM b. Lichte STEM 3. Niet-STEM De percentages STEM in de Monitor hebben betrekking op de eerste categorie (de ‘zuivere’ STEM).1 (Lichte STEM in aso is bv.: sportwetenschappen, in bso: etalage en standendecoratie, in kso: industriële kunst). De cijfers van de eerdere Monitors werden in deze editie aangepast volgens de gestroomlijnde indeling. Indien er in de toekomst nieuwe opleidingen bijkomen, zal de Stuurgroep (departement Onderwijs en Vorming, VDAB en Onderwijskiezer) afstemmen in welke van de 4 categorieën deze thuishoren. •

Als consequentie van de Modernisering Secundair Onderwijs (start 1/9/2019) keurde de Vlaamse Regering ook nieuwe benamingen goed voor de STEM-studierichtingen in het secundair onderwijs. Zij geven voortaan beter de finaliteit van de opleiding weer, zijnde: - doorstroomfinaliteit (bereidt voor op studies in het hoger onderwijs) - dubbele finaliteit (bereidt voor op verdere studies én op de arbeidsmarkt) - arbeidsmarktfinaliteit. De nieuwe benamingen van de STEM- studierichtingen werden gekozen in functie van deze ordening. Enkele voorbeelden van de nieuwe benamingen: -

Finaliteit doorstroom (abstract theoretisch en bereiden leerlingen voor op verder studeren in het hoger onderwijs): Bouw- en houtwetenschappen (tso/kso) Dubbele finaliteit (bereiden leerlingen zowel voor op hoger onderwijs als op rechtstreekse intrede arbeidsmarkt): Bouwtechnieken (tso) Finaliteit arbeidsmarkt (concreet en praktisch en bereiden leerlingen voor op rechtstreekse intrede arbeidsmarkt): (d)bso : Afwerking Bouw, Ruwbouw, Schrijn- en timmerwerk + buso OV3: Voeger, Machinaal houtbewerker

Op deze manier worden alle studierichtingen geordend en vormen ze een inhoudelijk samenhangend thematisch geheel (een studiedomein) dat structuuronderdelen bevat van zeer theoretisch tot zeer praktisch gericht. Lezing van de STEM-Monitor 2018 Zoals de voorgaande jaren, presenteert ook deze Monitor in het eerste deel de belangrijkste vaststellingen voor de instroom-, doorstroom- en uitstroomindicatoren in de eerste leerjaren van de tweede en de derde graad van het so, en van het ho. De nieuwe vaststellingen worden afgezet tegen het referentiejaar 2010-2011, ook als er gegevens beschikbaar zijn van de jaren daarvoor.

Onderwijskiezer plaatste in het verleden ook de opleidingen me6t een STEM-component (bv. opleidingen in de zorg) onder STEM. Er werd afgesproken dat alle partners vanwege de consistentie vanaf heden STEM concentreren op de eerste categorie (de zgn.“zuivere” STEM). 1

5


Uitgangspunten Als startpunt werd in een bijlage van het STEM-Actieplan (januari 2012) een aantal cijfergegevens opgenomen. De onderwijsdata van het schooljaar 2010-2011 leveren de nulmeting – voor zover beschikbaar. Gegevens van vroegere jaren worden eveneens weergegeven, maar de doelstellingen van het STEM-Actieplan 2012-2020 worden gemeten ten opzichte van de evolutie sinds 2010-2011. Vanuit het oogpunt van kosten-batenefficiëntie (her)gebruiken we in de mate van het mogelijke beschikbare data. Hierdoor moeten we geen nieuwe gegevens opvragen en vermijden we planlast bij de instellingen. De voorkeur gaat uit naar data die beschikbaar zijn in een datawarehouse-omgeving of in andere, relatief vlot toegankelijke datasystemen. We ordenen en labelen de indicatoren als volgt: I.

STEM-instroom (studiekeuze) a. secundair (S): gewoon secundair onderwijs (tweede en derde graad) b. hoger (H) onderwijs

II.

STEM- onderwijsprestaties (doorstroom) a. van secundair naar hoger onderwijs (S-H) b. hoger (H) onderwijs

III.

Gekwalificeerde STEM-uitstroom (studiebewijzen) a. secundair (S) b. hoger (H) onderwijs

Voor het hoger onderwijs wordt HBO5 afzonderlijk vermeld. De Monitoring van operationele processen valt buiten de scope van de STEM-Monitor.

7


Vaststellingen bij de indicatoren vooropgesteld door het STEMPlatform 2011

‘15-‘16 2016-17

2020

1 Vrouwenaandeel in secundair onderwijs (instroom derde graad) 2 Marktaandeel STEM in professionele Bachelors (instroom)

27,40 %

30,15% 30,67%

33,33%

23,82%

26,25% 26,41%

27,82%

3 Vrouwenaandeel in Professionele STEM-Bachelors (instroom) 4 Marktaandeel STEM in Academische bachelors (instroom)

21,13%

23,63% 22,88%

25,20%

31,60%

34,67% 34,41%

33,02%

5 Vrouwenaandeel in Academische STEM-bachelors (instroom)

37,07%

38,58% 40,27%

33,50%

De 5 doelstellingen voor 2020 geformuleerd door het STEM-Platform komen (globaal genomen) in zicht: •

•

•

• • •

•

Het aandeel meisjes dat in een STEM-richting start neemt in 2016-2017 (t.o.v. 2015-2016) opnieuw toe en dit zowel in het secundair onderwijs (+ 0,5 procentpunt in het eerste leerjaar van de derde graad) als in de academische bachelor (+ 1,5 procentpunt). Het percentage meisjes in STEM-studierichtingen in het eerste leerjaar van de derde graad secundair onderwijs is ten opzichte van het referentiejaar 2010-2011 met 3,2 procentpunt toegenomen. Na een fikse stijging in 20112012 en 2012-2013, werd in 2015-2016 de 30%-cesuur doorbroken (30,15% meisjes). In 2016-2017 zitten we op 30,67% STEM-meisjes-instroom in het eerste leerjaar van de derde graad secundair onderwijs. De instroom in de academische STEM-opleidingen is het laatste jaar licht gedaald, maar sinds de nulmeting sterk gestegen (+ 3%). De cijfermatige doelstelling (33,02%) is gerealiseerd: 34,41% van de academische bachelorstudenten stromen in een STEM-opleiding in. De instroom in de professionele bachelor stabiliseert en het aandeel meisjes in de professionele bachelor daalt er met 0,5%. Dit vormt een aandachtspunt. De 5de indicator voor het vrouwenaandeel bij de academische bachelors (33,50% tegen 2020) was reeds gehaald. Daar halen we ondertussen zelfs 40,27%. Van de 5 doelstellingen (laatste meetmoment: 2020-2021) zijn er in 2016-2017 2 reeds behaald. Voor de resterende 3 indicatoren is de doelstelling in zicht. Het laatste jaar is er een negatieve evolutie voor de indicatoren 3 en 4, die verdere aandacht vragen. Vooral de terugval in het vrouwenaandeel in de professionele bachelor (indicator 3) dient opgevolgd. Met nog 4 jaarmetingen te gaan (2017-2018/2018-2019/2019-2020 en 2020-2021) lijken de doelstellingen van het STEM-actieplan 2012-2020 haalbaar. De doelstellingen waren m.a.w. ambitieus maar ook realistisch gesteld. De aandachtspunten worden aangepakt d.m.v. acties die inzetten op de vaststellingen van de opeenvolgende Monitors. Voor het secundair onderwijs zullen de impact van de modernisering secundair onderwijs en van de verdere uitrol van Duaal Leren wellicht ook nog een rol spelen.

8


Vaststellingen bij de Monitor 2018 Secundair onderwijs Bij de STEM-instroom in het secundair onderwijs kijken we naar de evolutie van de leerlingenaantallen en - percentages in het eerste leerjaar van de tweede graad en in het eerste leerjaar van de derde graad voltijds gewoon secundair onderwijs. De leerlingenaantallen zijn t.o.v. 2015-2016 én t.o.v. het referentiejaar 2010-2011 dalend (dalende demografie binnen de onderzochte doelgroep). Daarom focussen we in de vaststellingen op het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen i.p.v. op de absolute getallen. Deze laatste zeggen immers niet alles: een relatief kleine stijging in STEM kan m.a.w. heel wat groter zijn dan ze op het eerste gezicht lijkt, omdat ze dient bekeken tegenover de dalende leerlingenaantallen. Zowel in het eerste leerjaar van de tweede graad als in het eerste leerjaar van de derde graad stijgt het totale percentage leerlingen in STEM-studierichtingen. Dat is nu al een aantal jaren het geval, we denken dus te mogen zeggen dat het STEMActieplan 2012-2020 zijn effectiviteit en efficiëntie bewijst. ASO Binnen de onderwijsvormen is de stijging van het percentage STEM-leerlingen t.o.v. 2010-2011 het grootst in het aso (eerste leerjaar van de tweede graad: van 29,78% naar 33,83%, eerste leerjaar van de derde graad: van 51,81% naar 55,05%. Het percentage meisjes in STEM-studierichtingen is in het eerste leerjaar van de tweede graad aso 46%. In het eerste leerjaar van de derde graad aso loopt het aandeel STEM-meisjes op tot ruim 50%. TSO /BSO Ook in het tso zien we t.o.v. 2010-2011 het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen aangroeien, zij het veel minder dan in het aso (eerste leerjaar van de tweede graad: van 36,13% naar 38,31%, eerste leerjaar van de derde graad: van 40,16% naar 40,88%). Het aandeel meisjes in STEM-studierichtingen is hier 11,06% in het eerste leerjaar van de tweede graad en 15,16% in het eerste leerjaar van de derde graad. In het bso zien we t.o.v. 2010-2011 een stijging in het percentage leerlingen in een STEM-studierichting in het eerste leerjaar van de tweede graad (van 40,47% naar 41,49%), maar een daling in het eerste leerjaar van de derde graad (van 37,90% naar 37,05%). Als we de percentages vergelijken met die in schooljaar 2015-2016 zien we ook in het eerste leerjaar van de tweede graad een daling. Het aantal meisjes in bso is in het eerste leerjaar van de tweede graad 5,81% en in het eerste leerjaar van de derde graad 3,77%. Omdat deze tendens al een aantal jaren aanhoudt -zowel wat de eerder lage groeipercentages als wat het aandeel meisjes betreft- zoomt de Monitor 2018 dan ook voor het eerst in de diepte in op de diverse STEM-studierichtingen in het tso en bso én op de evolutie binnen deze studierichtingen. De nulmeting voor deze diepere peiling staat eveneens op 2010- 2011. De voornaamste vaststellingen zijn: -

De totale leerlingenpopulatie in tso en bso daalt zowel in het eerste leerjaar van de tweede graad als in het eerste leerjaar van de derde graad, vaak net in dié studierichtingen met tekorten op de arbeidsmarkt, bv. bouw, hout, lassen-constructie, elektrotechnieken, elektrische installatietechnieken …

-

Als we binnen het bso naar het procentueel aandeel leerlingen kijken, zien we t.o.v. 2010-2011 een daling in volgende studierichtingen:  In het eerste leerjaar van de tweede graad: Bouw, Hout, Basismechanica, Schilderwerk en decoratie, …  In het eerste leerjaar van de derde graad: Ruwbouw, Lassen-constructie, Houtbewerking, … 9


We zien een stijging in volgende bso-studierichtingen:  In het eerste leerjaar van de tweede graad: Elektrische installaties.  In het eerste leerjaar van de derde graad: Elektrische installaties, Tuinbouw en groenvoorziening, Auto… -

Als we binnen het tso naar het procentueel aandeel leerlingen kijken, zien we t.o.v. 2010-2011 een daling in volgende studierichtingen:  In het eerste leerjaar van de tweede graad: Bouwtechnieken, Houttechnieken, Bouw- en houtkunde, Elektrotechnieken…  In het eerste leerjaar van de derde graad: Boekhouden-informatica, Mechanische vormgevingstechnieken, Elektronische installatietechnieken, ... We zien een stijging in volgende studierichtingen:  In het eerste leerjaar van de tweede graad: Industriële wetenschappen, Elektromechanica, Grafische media, …  In het eerste leerjaar van de derde graad: Chemie, Techniek-Wetenschappen, Elektromechanica, Industriële Wetenschappen…

-

In de tso-studierichting Industriële wetenschappen is de leerlingenpopulatie gestegen t.o.v. 2010-2011 en dus niet gedaald, zoals vaak wordt gedacht. T.o.v. het referentiejaar kwamen er in het eerste leerjaar van de tweede graad 138 leerlingen bij, in het eerste leerjaar van de derde graad waren er 44 leerlingen extra, en dat dus bij een globaal dalende leerlingenpopulatie. Een “overstap” naar het aso is uiteraard altijd mogelijk, maar deze overstappen zijn dus lager dan de globale groei in de richting Industriële Wetenschappen zélf.

De tso/bso-STEM-tendens krijgt in de editie van 2018 dus “een gezicht”. Omwille van de waarde van het technisch en beroepsonderwijs in het algemeen, en van de STEM-doelstellingen in het bijzonder, is het noodzakelijk dat we de oorzaken die aan de basis liggen van de STEM-stagnering (grosso modo/en soms zelfs daling) zo scherp mogelijk in beeld brengen en de scholen en leerkrachten waar mogelijk assisteren. De detailcijfers in deze Monitor zijn ook van groot belang voor de bedrijven en de sectoren en hun sectorconsulenten, die we hierbij uitnodigen om samen met ons de specifieke aandachtspunten te benoemen en aan te pakken. Uiteraard zijn er ook talloze voorbeelden van wat er wél goed loopt en deze dienen zeker ingezet bij de verdere aanpak, want globaal zijn deze cijfers niet echt goed te noemen. Enkele elementen die wellicht een rol spelen: - De maatschappelijke verwachtingen rond een academisch diploma zijn groot. Daar is op zich uiteraard ook niets fout mee, zolang iedereen binnen de eigen competenties/motivatie weloverwogen studiekeuzes kan maken en geïnformeerd kennis neemt van het bredere menu - Duaal Leren is als leermethode nog maar recent gestart: daar is m.a.w. nog groeimarge om de maatschappelijke positionering van tso en vooral bso te verbeteren - De infrastructuur in sommige bso - en tso -scholen verdient aandacht, maar het zal hoedanook echt niet langer mogelijk zijn om alle nieuwe machines en productiesystemen in de scholen te voorzien. Daarvoor gaat de evolutie nu eenmaal té snel. Misschien moeten alle actoren samen nadenken over de wijze van inzet van nieuwe technologieën binnen alternatieve leermethodes? (bv. een virtueel aanbod van praktijkwerk?) - Innovatie binnen tso en bso verdient alle aandacht. Focus op innovatie in relatie tot maatschappelijke uitdagingen is essentieel om: (1) jongeren positief aan te trekken voor STEM-uitvoerende beroepen, (2) hen te laten inzien dat door de snelle ontwikkelingen, levenslang leren een boeiende uitdaging wordten (3) bovendien essentieel om de concurrentie aan te kunnen in alle sectoren. Idealiter zouden net dié studierichtingen waar tekorten zichtbaar zijn, dienen in te zetten op innovatie. Want net dààr liggen misschien ook de grootste opportuniteiten (het “laag hangend fruit”). De detailgegevens voor tso en bso bieden m.a.w. dus zeker mogelijkheden voor een gefocuste en nog meer gecoördineerde actie met de sectoren/sectorconsulenten, met de RTC’s én met de bedrijven die het STEM-Charter ondertekenden. 10


Momenteel loopt -in samenspraak met de onderwijsverstrekkers- een marktbevraging rond innovatie in tso en bso, specifiek wat betreft de rol van de leerkracht bij dit alles: wat zijn de noden, de opportuniteiten, de aandachtspunten, de draagkracht en de visies van de leerkrachten omtrent innovatie binnen hun vakgebied? Deze INNOVET- studie (Innovatie in tso en bso /VET=Technical and Vocational Training) zal in het najaar van 2018 beschikbaar zijn op de STEM-website van het departement Onderwijs en Vorming (http://onderwijs.vlaanderen.be/STEM) en vanaf 2018-2019 resulteren in de uitrol van een werkprogramma waarbij de tso - en bso-leerkrachten en hun scholen het voortouw nemen voor wat betreft didactische materiaalontwikkeling in samenwerking met bedrijven en sectoren die inzetten op innovatie en transitie.

Hoger onderwijs Verschil tussen de OESO-STEM-cijfers en de Vlaamse Monitor-cijfers Ook internationaal krijgt STEM heel wat aandacht. Soms lijkt het alsof de Vlaamse en de internationale STEM- metingen elkaar tegenspreken. Zo verscheen in de OESO-publicatie Education at a Glance (2017) een internationale vergelijking betreffende de initiële inschrijvingen in het hoger onderwijs. De eerste tabel hieronder geeft weer welke studiegebieden worden gekozen door wie zich voor het eerst inschrijft in het hoger onderwijs. In Vlaanderen kiest ongeveer één op vijf jongeren die zich voor het eerst inschrijven in het hoger onderwijs voor een STEM-opleiding; de meeste (opgenomen) Europese landen doen het wat dat betreft beter dan Vlaanderen. Vooral het hoge aandeel inschrijvingen in het studiegebied ‘Health and Welfare’ valt op in Vlaanderen; enkel in Finland vinden we een vergelijkbaar aandeel. Enkele voorbeelden van opleidingen die in de Vlaamse definitie wel tot STEM behoren maar niet volgens de EUROSTAT/OESO-definitie: -

bij de academische bachelors: biomedische wetenschappen (zitten internationaal bij ‘Health’), verkeerskunde (zit internationaal bij ‘Transport’)

-

bij de professionele bachelors: meerdere opties van Audiovisuele technieken (zitten internationaal bij ‘Arts’), Agroen biotechnologie (zit internationaal bij ‘Agriculture’), medische beeldvorming (zit internationaal bij ‘Health’), biomedische laboratoriumtechnologie (zitten internationaal bij ‘Health’). Engineering zit in Vlaanderen uiteraard helemaal in STEM, maar niet in de Eurostat/OESO-definitie…

Er worden voor studiegebieden m.a.w. verschillende definities (en de bijhorende classificatiesystemen) gehanteerd. Dat maakt dat verschillende cijfers gecommuniceerd worden onder dezelfde of zeer gelijkaardige benamingen. Tabel 2 hieronder toont dit verschil: vooral in de studiegebieden ‘Arts and humanties’, ‘Agriculture’ en in het bijzonder ‘Health and welfare’ en ‘Engineering’ zitten een aantal opleidingen die we in Vlaanderen beschouwen als STEM-opleidingen maar die dat volgens de internationale definitie dus niet zijn. Terugdenkend aan het relatief hoge aandeel Vlaamse inschrijvingen in ‘Health and welfare’ vinden we hier een stuk van de verklaring voor het verschil tussen de Vlaamse en de internationale STEM-cijfers.

1 1


Tabel 1: Vlaanderen internationaal vergeleken

Education

Belgium Vlaamse Gemeenschap Denmark Germany Ireland Spain France Italy Cyprus Luxembourg Netherlands Austria Portugal Finland Sweden United Kingdom

Arts and humanities

Schooljaar 2014-2015 Social Business, Natural Informasciences, admini- sciences, tion and journastration matheCommulism and and law matics nication informaand Technotion statistics logies

8,36% 8,33%

10,73% 11,04%

10,93% 10,06%

22,07% 23,46%

3,70% 3,87%

2,71% 2,73%

5,34% 7,47% 7,76% 11,02% 1,63% 4,16% 12,13% 6,01% 9,72% 12,39% 5,97% 4,08% 11,97% 7,79%

11,58% 11,42% 16,35% 11,54% 19,50% 19,60% 6,86% 12,86% 8,04% 9,63% 11,48% 9,08% 13,09% 16,06%

9,59% 7,60% 6,64% 8,46% 11,10% 15,95% 7,18% 12,10% 12,45% 8,81% 12,05% 4,70% 11,29% 12,37%

28,42% 24,17% 21,14% 20,38% 12,77% 16,80% 44,18% 37,22% 29,03% 22,76% 23,58% 19,74% 15,25% 21,15%

5,27% 9,87% 9,71% 5,71% 35,69% 9,41% 2,62% 4,56% 5,96% 7,34% 6,35% 4,79% 5,27% 15,58%

4,61% 6,25% 8,47% 4,98% 4,53% 5,25% 3,14% 4,73% 3,10% 4,41% 1,82% 8,65% 4,84% 5,77%

12

Enginee- STEM Health ring, and manufacwelfare turing and construction 12,53% 18,95% 24,60% 13,69% 20,29% 23,29%

9,81% 23,28% 9,22% 14,87% 11,11% 13,72% 8,25% 9,33% 9,08% 19,97% 16,97% 19,84% 18,99% 7,87%

19,69% 39,40% 27,39% 25,55% 51,33% 28,39% 14,02% 18,61% 18,15% 31,71% 25,14% 33,28% 29,10% 29,23%

18,32% 5,74% 14,83% 14,24% 2,80% 12,27% 9,17% 13,07% 15,68% 6,09% 13,37% 22,12% 15,95% 11,83%


Tabel 2: Vergelijking tussen ” distribution of first entrace by field” volgens de Eurostat STEM definitie en de Vlaamse VRWI definitie

20 14 20 15

Education

Arts and humanities

Social sciences, journalism and information

Business, administration and law

Natural sciences, mathematics and statistics

Information and communication technologies (ICTs)

Engineering, manufacturing and construction

Agriculture, Forestry, Fisheries and Veterinary

Health and welfare

Services

Niet Niet Niet Niet Niet Niet Niet Niet Niet Niet STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM STEM Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan Vlaan deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren deren 0,00 %

8,39 %

1,83 %

9,13 %

0,00 %

10,30 %

0,56 %

23,31 %

3,95 %

0,00 %

13

2,94 %

0,00 %

13,74 %

0,00 %

1,20 %

1,01 %

3,78 %

18,43 %

0,38 %

1,03 %


CONCLUSIES STEM-MONITOR 2018 1. De 5 doelstellingen van het STEM-actieplan 2012-2020 lijken medio 2018 zeker haalbaar, indien het huidige groeitempo zich voortzet. Er is inderdaad een blijvende evolutie merkbaar in de richting van de vooropgestelde kwantitatieve doelstellingen voor wat betreft een hogere instroom in STEM-richtingen. 2. In het referentiejaar 2016-2017 werden net als vorig jaar twee van de 5 doelstellingen reeds gehaald. 3. De evoluties verschillen echter sterk tussen de verschillende onderwijsvormen. 4. In het hoger onderwijs is er in 2016-2017 een duidelijk verschil tussen de professionele bachelor (stagnering op 26,41 % (wat wel bijna 3 % groei is t.o.v. de nulmeting) en de academische bachelor waar we in 2016-2017 34,41 % meten (2015-2016: 34,47%) – tegenover de nulmeting is er een groei met 3 %. 5. Het aandeel meisjes dat instroomt in de professionele bachelor daalt in 2016-2017 voor het eerst (in 2015-2016 bedroeg hun aandeel 23,63%, in 2016-2017 was dat 22,88%). 6. In de academische master maken de meisjesstudenten een sprong van 38,58% (2015-2016) naar 40,27% (20162017). De reeds gehaalde doelstelling wordt nu dus ruim overschreden. De doelstelling voor 2020 was 33,50%. 7. In het secundair onderwijs stijgt het percentage leerlingen dat voor STEM kiest vooral in het aso. 8. In het tso stijgt het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen zowel in de tweede als in de derde graad t.o.v. 2015-2016 met bijna 0,7 procentpunt (eerste leerjaar van de tweede graad: van 37,65% naar 38,31%, eerste leerjaar van de derde graad: van 40,21% naar 40,88%). Hopelijk is de kentering ingezet. Het is van belang om in tso de studierichtingen die onder druk staan, nader op te volgen. 9. In bso zien we in de tweede graad weliswaar nog een stijging t.o.v. de nulmeting met 1 procentpunt tot 41,49%, maar in de derde graad zien we een daling met 0,85 procentpunt. T.o.v. 2015-2016 is er nu ook in de tweede graad een daling. Dit verdient opvolging! 10. Het aandeel meisjes in STEM-studierichtingen neemt toe maar blijft over het algemeen lager dan het aandeel jongens. In tso en bso blijft het aandeel meisjes in STEM zeer laag (tso) tot extreem laag (bso). 11. Ook de tendens qua uitstroom van leerlingen met een STEM-diploma van de afgelopen jaren zet zich door. Meer dan de helft van de leerlingen in aso behaalt een STEM-diploma (54,69%). De daling van het percentage STEMstudiebewijzen binnen bso vraagt bijzondere aandacht (- 1,19 procentpunt t.o.v. de nulmeting). Ook het tso dient opgevolgd: het percentage STEM-studiebewijzen is er ongeveer identiek als bij de nulmeting. 12. Het aantal leerlingen met een STEM-studiebewijs secundair dat doorstroomt naar een STEM-richting in het hoger onderwijs daalt voor het eerst met 1,3 procentpunt, maar t.o.v. de nulmeting zien we nog altijd een stijging met 2,6 procentpunt. 13. De prestaties voor STEM in het hoger onderwijs (studierendement) verschillen nauwelijks van de prestaties van niet-STEM studenten. 14. Het STEM-studierendement is sinds de nulmeting globaal afgenomen. Deze daling is vooral te wijten aan een daling van het studierendement in de STEM-professionele bacheloropleidingen. Bij de academische STEM-opleidingen (bachelor en master) is het studierendement van STEM-studenten hoger dan dat van de anderestudenten.

14


Secundair Onderwijs Indicatoren en vaststellingen STEM in het secundair onderwijs2 In het secundair onderwijs (tweede en derde graad) is er t.o.v. de nulmeting weinig evolutie in het aantal leerlingen dat instroomt in STEM-studierichtingen (+ 758 leerlingen in het eerste leerjaar van de tweede graad, + 493 leerlingen in het eerste leerjaar van de derde graad). Deze eerder bescheiden stijging dient echter geplaatst tegenover de demografische daling (- 2.944 leerlingen in het eerste leerjaar van de tweede graad, - 986 leerlingen in het eerste leerjaar van de derde graad). De kleine stijging in absolute STEM-cijfers, toont dus wel degelijk een stijging van de keuze pro STEM: + 2,57 procentpunt in het eerste leerjaar van de tweede graad en + 1,36 procentpunt in het eerste leerjaar van de derde graad. Ook t.o.v. 2015-2016 is het globale percentage leerlingen in STEM-studierichtingen gestegen: tot 36,07% in het eerste leerjaar van de tweede graad (+ 0,47 procentpunt) en tot 45,03% in het eerste leerjaar van de derde graad (+ 0,73 procentpunt). Maar: de grote STEM-verschillen tussen de onderwijsvormen van de voorbije jaren worden bevestigd. Ook het (zeer) beperkte aandeel meisjes in tso en vooral bso noopt tot grote aandacht. Algemeen zien we dat in het héle secundair onderwijs t.o.v. 2015-2016 het percentage leerlingen in een STEMstudierichting in het eerste leerjaar van de derde graad met 0,73 procentpunt gestegen is tot 45,03%. Het percentage STEM-meisjes zit in het eerste leerjaar van de tweede graad op 25,88% (0,8 procentpunt meer dan in 2015-2016). In het eerste leerjaar van de derde graad zijn er 30,67% STEM-meisjes (+ 0,5 procentpunt t.o.v. 2015-2016). Hiermee blijven we het qua meisjes beter doen dan in 2010-2011 (27,46%) maar hebben we de vooropgestelde 33,33% voor 2020 nog niet bereikt. Er is ook weinig evolutie merkbaar, zeker als we de verschillen in de onderwijsvormen van het secundair onderwijs nader bekijken. In aso zijn er voldoende leerlingen die in STEM-studierichtingen instromen en blijft het aandeel lichtjes stijgen t.o.v. het referentiejaar (eerste leerjaar van de tweede graad: 33,83% t.o.v. 29,78%, eerste leerjaar van de derde graad: 55,05% t.o.v. 51,81%). In tso en bso is de procentuele instroom leerlingen in STEM-studierichtingen erg verschillend. In het eerste leerjaar van de tweede graad bso is het percentage leerlingen in een STEM-studierichting t.o.v. 2015-2016 met bijna 1 procentpunt gedaald. In het eerste leerjaar van de derde graad bso is het percentage STEM-leerlingen met ongeveer 0,5 procentpunt gestegen. Zowel in het eerste leerjaar van de tweede graad tso als in het eerste leerjaar van de derde graad is het percentage leerlingen in een STEM-studierichting t.o.v. 2015-2016 met 0,6 procentpunt gestegen. Het aandeel meisjes in STEM binnen tso (11,06% in tweede graad en 15,16% in derde graad) en bso (5,81% in tweede graad en 3,77% in derde graad) is laag tot niets minder dan extreem laag. Er is binnen tso in het eerste leerjaar van de derde graad een stijging met goed 1,35 procentpunt t.o.v. de nulmeting, maar het aandeel meisjes blijft een ernstige zorg. In het bso en tso zijn we dus nog steeds zeer ver verwijderd van de gevraagde 33,33% van het Platform. Steeds meer leerlingen met een STEM-diploma secundair onderwijs stromen door naar een STEM-richting in het hoger onderwijs. Zeker bij de meisjes wordt grote vooruitgang geboekt. 2

In 2016-2017 werd voor het secundair onderwijs de STEM-indeling gewijzigd. Zowel voor het eerste leerjaar van de derde graad (cijfers bij “STEM instroom”) als het tweede leerjaar van de derde graad (cijfers bij “gekwalificeerde STEM uitstroom”) betreft het de drie TSOstudierichtingen Optiektechnieken, Orthopedietechnieken en Tandtechnieken, die van de categorie zorg-STEM naar de categorie STEM werden overgeplaatst. Ook de cijfers van de vorige schooljaren werden bijgewerkt o.b.v. deze nieuwe indeling.

15


Het percentage jongeren met een STEM-diploma secundair onderwijs dat doorstroomt naar STEM ho is gestegen t.o.v. het referentiejaar: + 3,3 procentpunt (43,41% in 2015-2016 versus 40,11% in 2010-2011). Dat wil zeggen dat we er beter in slagen om leerlingen die in het secundair onderwijs voor een STEM-richting kiezen ook in het hoger onderwijs binnen STEM te houden. Ook steeds meer meisjes met een STEM–getuigschrift secundair onderwijs kiezen voor een STEMopleiding in het hoger onderwijs: 38,94% in 2015-2016 tegenover 32,88% in 2010-2011. Het absolute aantal leerlingen dat het secundair onderwijs verlaat (uitstroom) met een STEM-studiebewijs daalt licht tegenover het referentiejaar. Procentueel is het aantal leerlingen met een STEM-studiebewijs echter licht gestegen t.o.v. de nulmeting: 45,08% versus 43,93%. Als we de verschillende onderwijsvormen en hun STEM-studiebewijzen in het secundair onderwijs vergelijken, is er weinig evolutie merkbaar: de groeier groeit (aso), tso en bso stagneren of dalen. Het totale percentage uitstromende leerlingen met een STEM-studiebewijs is nagenoeg constant en schommelt rond de 44%. In aso loopt dit op tot 54,69% (bij de nulmeting was dit 51,12%). In bso daalt het percentage STEM-studiebewijzen t.o.v. de nulmeting met 1,19 procentpunt tot 36,99%. In tso is er weinig evolutie in het percentage uitgereikte studiebewijzen: 40,23% in 2010-2011 en 39,90% in 20162017. Het globale percentage STEM-studiebewijzen zit daarmee op 45,08%, wat echter in grote mate gerealiseerd wordt door het hoge percentage STEM in aso. Het percentage meisjes dat met een STEM-studiebewijs uit het secundair onderwijs uitstroomt, schommelt rond de 32%.

16


Hoger Onderwijs Vaststellingen STEM in het hoger onderwijs In het hoger onderwijs noteren we een lichte stijging van het aantal studenten dat instroomt in STEM-studierichtingen in de professionele gerichte bachelor en in de eerste master. Er is een lichte daling in de academisch gerichte bachelor. Het genderverschil blijft bestaan. Het aandeel vrouwen in STEM neemt zowel toe in de academische bachelor als in de masteropleidingen. Het daalt echter licht in de professioneel gerichte bachelor. Het % vrouwen blijft het grootst in de academische opleidingen. In HBO5 blijft het totaal aantal studenten dat instroomt nagenoeg constant (ongeveer 17.500 studenten). De instroom van het aantal STEM-cursisten blijft over de jaren heen ook nagenoeg constant. In het academiejaar 2015-2016 bedraagt het aandeel STEM-studenten in HBO5 23,52%. Dat is vergelijkbaar met het aandeel STEM-studenten in het referentiejaar. Het % vrouwen in STEM binnen HBO5 bedraagt 2015-2016 11,6%, zijnde een stabilisatie na 2014-2015, een jaar waar een scherpe daling werd vastgesteld. STEM-richtingen blijven binnen HBO5 samen goed voor ongeveer 1/4 van het totaal aantal studenten maar meisjes blijven er nog altijd een minderheid (1/6). In de professionele bachelor neemt het totaal aantal STEM-studenten verder toe tot 26,41%. Dat is een stijging met 2,59 procentpuntt.o.v. het referentiejaar. Het % vrouwen daalt met 0.75 % tot 22,88% t.o.v. 2014-2015 (doelstelling 2020: 25,20%). In de academische bachelor zien we een lichte daling van het aandeel STEM-studenten. Dit bedraagt nu 34,41%. Het aandeel vrouwen stijgt naar 40,27% en blijft hiermee meer dan voldoen aan het gevraagde % vrouwen door het STEMPlatform. In de masteropleidingen blijft het % STEM nog altijd 1,12 % hoger dan in het referentiejaar. Het aandeel vrouwen in STEMopleidingen in het eerste masterjaar blijft eveneens stijgen. Met 36,01 % zijn de meisjes 3.58 %-punten gestegen t.o.v. het referentiejaar. Het studierendement (doorstroom) van STEM-studenten hoger onderwijs blijft lager dan in 2010-2011. Dit terwijl het studierendement van de niet-STEM studenten licht stijgt. De daling voor de STEM-studenten situeert zich vooral in de professionele bachelor. Het studierendement tussen STEM-studenten en niet STEM-studenten is -globaal genomen en voor het tweede jaar op rij- vergelijkbaar. Het studierendement in de professionele bachelor ligt lager bij STEM-studenten dan bij de andere studenten. In de academische opleidingen is het studierendement van STEM-studenten hoger dan dat van de andere studenten. Het aantal studiebewijzen (uitstroom) ho blijft stijgen. Het aantal STEM-studiebewijzen volgt deze evolutie. Het aandeel vrouwen en het marktaandeel van STEM in de uitstroom hoger onderwijs stijgen licht. Het % STEM-diploma’s op de populatie met een diploma ho heeft de kaap van de 27% overschreden (dus nu net iets meer dan 1/4). Per 1000 inwoners van de populatie 20-29 – jarigen is er een stijgend aantal jongeren met een STEM-diploma t.o.v. het referentiejaar: van 17,20 naar 19,57.

17


Indicatoren I.

STEM Instroom (studiekeuze) a. Secundair onderwijs

Leerlingen eerste leerjaar tweede graad3 Totaal

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM vrouw

2006-2007

75.208

24.551

164

1.169

49.324

32,64%

19,61%

2007-2008

74.223

24.579

168

1.246

48.230

33,12%

20,91%

2008-2009

71.541

23.772

168

1.232

46.369

33,23%

20,73%

2009-2010

70.550

24.001

-

1.906

44.643

34,02%

22,54%

2010-2011

70.912

23.758

-

2.018

45.136

33,50%

23,21%

2011-2012

71.142

23.876

-

2.113

45.153

33,56%

24,15%

2012-2013

70.456

23.944

-

2.062

44.450

33,98%

23,86%

2013-2014

69.197

23.685

-

2.057

43.455

34,23%

24,15%

2014-2015

69.201

24.567

-

1.935

42.699

35,50%

24,68%

2015-2016

68.646

24.436

-

2.012

42.198

35,60%

25,05%

2016-2017

67.968

24.516

-

2.018

41.434

36,07%

25,88%

Vaststellingen: 1. De instroom van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de tweede graad secundair onderwijs neemt af. 2. Het absolute aantal leerlingen dat instroomt in een STEM-studierichting neemt evenwel licht toe. 3. Het percentage leerlingen dat in de tweede graad instroomt in een STEM-studierichting stijgt naar 36,07%. T.o.v. het referentiejaar zien we een constante positieve evolutie. 4. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen gestegen met 2,6 procentpunt. 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in STEM-studierichtingen gestegen met 2,7 procentpunt. 6. Het percentage meisjes in een STEM-studierichting stijgt naar 25,88% (+ 0,8 procentpunt t.o.v. 2015-2016). Per onderwijsvorm •

ASO

schooljaar 2006-2007

aantal leerlingen 34.264

aantal STEM 9.086

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM -

-

3

aantal niet-STEM 25.178

% STEM 26,52%

% STEM vrouw 42,89%

Dit zijn alle leerlingen voltijds gewoon secundair onderwijs op 1 februari (of de eerstvolgende schooldag), inclusief de leerlingen in het modulair stelsel op het niveau van het eerste leerjaar van de tweede graad. De leerlingen in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zijn niet opgenomen in de cijfers.

18


2007-2008

33.570

9.453

-

-

24.117

28,16%

44,81%

2008-2009

32.322

9.174

-

-

23.148

28,38%

44,06%

2009-2010

32.568

9.616

-

650

22.302

29,53%

44,09%

2010-2011

32.684

9.733

-

726

22.225

29,78%

44,85%

2011-2012

33.129

10.122

-

773

22.234

30,55%

44,80%

2012-2013

32.887

10.169

-

753

21.965

30,92%

45,08%

2013-2014

32.648

10.135

-

780

21.733

31,04%

45,40%

2014-2015

32.845

10.718

-

756

21.371

32,63%

46,20%

2015-2016

33.084

10.816

-

867

21.401

32,69%

46,22%

2016-2017

33.182

11.226

-

846

21.110

33,83%

46,21%

Vaststellingen: 1. Het aantal leerlingen dat in het eerste leerjaar van de tweede graad aso instroomt is nagenoeg constant (+ 98). 2. Het aantal leerlingen dat instroomt in een aso STEM-studierichting neemt in grotere mate toe (+ 410). 3. Het percentage leerlingen dat in aso instroomt in een STEM-studierichting, stijgt t.o.v. 2015-2016 met 1,1 procentpunt naar 33,83%. 4. Het percentage meisjes in een STEM-studierichting schommelt de laatste 3 schooljaren rond 46,2%. 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen in aso gestegen met 4 procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in de STEM-studierichtingen in aso gestegen met 1,4procentpunt. •

BSO

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM Vrouw

2006-2007

16.562

6.774

-

325

9.463

40,90%

3,19%

2007-2008

16.400

6.748

-

323

9.329

41,15%

3,28%

2008-2009

16.284

6.580

-

350

9.354

40,41%

3,54%

2009-2010

15.718

6.510

-

361

8.847

41,42%

6,04%

2010-2011

16.221

6.565

-

405

9.251

40,47%

5,73%

2011-2012

16.104

6.312

-

416

9.376

39,20%

5,69%

2012-2013

15.517

6.191

-

400

8.926

39,90%

5,14%

2013-2014

14.877

6.004

-

348

8.525

40,36%

5,31%

2014-2015

15.009

6.228

-

363

8.418

41,50%

5,14%

2015-2016

14.779

6.270

-

324

8.185

42,43%

5,53%

2016-2017

14.362

5.959

-

320

8.083

41,49%

5,81%

Vaststellingen: 1. Het totaal aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de tweede graad bso daalt. 2. Het aantal leerlingen in STEM-studierichtingen volgt deze evolutie. 3. Het percentage leerlingen dat in bso instroomt in een STEM-studierichting daalt t.o.v. 2015-2016. Het is wel nog steeds hoger dan in 2010-2011. 4. Het percentage STEM-meisjes is licht stijgend, maar blijft zeer laag in bso. 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen in bso gestegen met 1 procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in de STEM-studierichtingen in bso bijna identiek gebleven.

19


•

KSO

schooljaar

•

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM Vrouw

2006-2007

1.214

-

-

844

370

0,00%

0,00%

2007-2008

1.377

-

-

923

454

0,00%

0,00%

2008-2009

1.350

-

-

882

468

0,00%

0,00%

2009-2010

1.359

-

-

895

464

0,00%

0,00%

2010-2011

1.362

-

-

887

475

0,00%

0,00%

2011-2012

1.424

-

-

924

500

0,00%

0,00%

2012-2013

1.435

-

-

909

526

0,00%

0,00%

2013-2014

1.376

-

-

929

447

0,00%

0,00%

2014-2015

1.288

-

-

816

472

0,00%

0,00%

2015-2016

1.262

-

-

821

441

0,00%

0,00%

2016-2017

1.288

-

-

852

436

0,00%

0,00%

TSO

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM Vrouw

2006-2007

23.168

8.691

164

-

14.313

37,51%

8,08%

2007-2008

22.876

8.378

168

-

14.330

36,62%

8,14%

2008-2009

21.585

8.018

168

-

13.399

37,15%

8,13%

2009-2010

20.905

7.875

-

-

13.030

37,67%

9,88%

2010-2011

20.645

7.460

-

-

13.185

36,13%

10,38%

2011-2012

20.485

7.442

-

-

13.043

36,33%

11,70%

2012-2013

20.617

7.584

-

-

13.033

36,79%

10,71%

2013-2014

20.296

7.546

-

-

12.750

37,18%

10,59%

2014-2015

20.059

7.621

-

-

12.438

37,99%

10,37%

2015-2016

19.521

7.350

-

-

12.171

37,65%

10,56%

2016-2017

19.136

7.331

-

-

11.805

38,31%

11,06%

Vaststellingen: 1. Het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de tweede graad tso neemt af (- 385). 2. Het aantal STEM-leerlingen in tso blijft evenwel ongeveer gelijk. 3. 38,31% van de leerlingen in het eerste leerjaar van de tweede graad tso volgt een STEM-studierichting, dit is een stijging met 0,7 procentpunt t.o.v.2015-2016. 4. Het aandeel STEM-meisjes stijgt met 0,5 procentpunt tot 11,06%. 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen in tso gestegen met 2,2 procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in STEM-studierichtingen in tso gestegen met 0,7 procentpunt.

20


Per studierichting STEM – bso en tso •

BSO

Studiegebied Auto

Bouw

Grafische communicatie en media Hout

Juwelen Koeling en warmte Land- en tuinbouw Maritieme opleidingen Mechanicaelektriciteit

Textiel

Studierichting STEM Hulpmec. personen- en lichte bedrijfsw. Plaatwerker Spuiter Bouw Duurzaam wonen Schilderwerk en decoratie Werfbediener ruwbouw Drukken en voorbereiden

80

82

0,49%

0,57%

14,63%

15 1.446 17 7 23 9 3 8

1.222 6 7 4 -

0,09% 8,91% 0,10% 0,04% 0,14% 0,06% 0,02% 0,05%

8,51% 0,04% 0,05% 0,03% -

2,45% 0,00% 14,29% 25,00% -

611

589

3,77%

4,10%

32,60%

9 14 2.398 976 12 9 10 8 2 2 6.565 405 9.251 16.221

4 9 2.309 1.134 7 7 5 5.959 320 8.083 14.362

0,06% 0,09% 14,78% 6,02% 0,07% 0,06% 0,06% 0,05% 0,01% 0,01% 40,47% 2,50% 57,03% 100,00%

0,03% 0,06% 16,08% 7,90% 0,05% 0,05% 0,03% 41,49% 2,23% 56,28% 100,00%

0,00% 0,00% 1,78% 0,53% 0,00% 0,00% 0,00% 5,81% 49,69% 70,05% 42,94%

Binnenschrijnwerker Hout Machinaal houtbewerker Diamantbewerking Goud en juwelen Koelmonteur Loodgieter Monteur centrale verwarming Plant, dier en milieu Maritieme vorming Rijn- en binnenvaart Basismechanica Elektrische installaties Hoeklasser Lasser monteerder BMBE Lasser monteerder MIG/MAG Residentieel elektrotechn. installateur Stopper/randafwerker Textiel

Totaal STEM Zorg-STEM Lichte STEM4 Niet-STEM Totaal eerste leerjaar tweede graad bso

4

aantal aantal % % % vrouw leerlingen leerlingen 2010-2011 2016-2017 2016-2017 2010-2011 2016-2017 33 22 0,20% 0,15% 0,00% 7 0,05% 0,00% 10 0,06% 558 353 3,44% 2,46% 0,57% 34 25 0,21% 0,17% 28,00% 243 163 1,50% 1,13% 33,13% 28 4 0,17% 0,03% 0,00%

Studierichting Publiciteit en etalage.

21


•

TSO

Studiegebied Bouw Chemie Fotografie Grafische communicatie en media Hout Land- en tuinbouw Maritieme opleidingen Mechanicaelektriciteit

Studierichting STEM Bouw- en houtkunde Bouwtechnieken Techniek-wetenschappen Fotografie Grafische communicatie

aantal aantal % % % vrouw leerlingen leerlingen 2010-2011 2016-2017 2016-2017 2010-2011 2016-2017 148 112 0,72% 0,59% 4,46% 204 91 0,99% 0,48% 2,20% 917 915 4,44% 4,78% 32,24% 52 48 0,25% 0,25% 66,67% 38 91 0,18% 0,48% 24,18%

Grafische media

254

316

1,23%

1,65%

20,89%

627 237 452 35 18 414 1.114 1.037 999

540 249 425 28 13 415 1.136 960 1.137

3,04% 1,15% 2,19% 0,17% 0,09% 2,01% 5,40% 5,02% 4,84%

2,82% 1,30% 2,22% 0,15% 0,07% 2,17% 5,94% 5,02% 5,94%

3,33% 34,54% 38,12% 0,00% 0,00% 1,69% 1,32% 1,35% 6,07%

900

827

4,36%

4,32%

1,21%

2 6 6 7.460 13.185 20.645

16 5 7 7.331 11.805 19.136

0,01% 0,03% 0,03% 36,13% 63,87% 100,00%

0,08% 0,03% 0,04% 38,31% 61,69% 100,00%

31,25% 0,00% 57,14% 11,06% 59,85% 41,16%

Houttechnieken Biotechnische wetenschappen Plant-, dier- en milieutechnieken Maritieme technieken Dek Maritieme technieken Motoren Elektriciteit-elektronica Elektromechanica Elektrotechnieken Industriële wetenschappen Mechanische technieken

Textiel

Textiel- en designtechnieken Textieltechnieken Voedingstechnieken

Voeding Totaal STEM Zorg-STEM Lichte STEM Niet-STEM Totaal eerste leerjaar tweede graad tso

22


Leerlingen eerste leerjaar derde graad(5) Totaal

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM vrouw

2006-2007

70.312

31.812

138

950

37.412

45,24%

27,64%

2007-2008

71.682

32.180

134

983

38.385

44,89%

27,34%

2008-2009

72.074

32.160

146

974

38.794

44,62%

27,70%

2009-2010

71.209

30.894

145

1.464

38.706

43,38%

27,55%

2010-2011

68.805

30.048

137

1.521

37.099

43,67%

27,46%

2011-2012

68.043

29.988

-

1.524

36.531

44,07%

28,49%

2012-2013

68.021

29.775

-

1.570

36.676

43,77%

29,45%

2013-2014

68.560

29.875

-

1.607

37.078

43,57%

29,73%

2014-2015

68.583

30.183

-

1.516

36.884

44,01%

29,70%

2015-2016

68.270

30.244

-

1.466

36.560

44,30%

30,15%

2016-2017

67.819

30.541

-

1.603

35.675

45,03%

30,67%

Vaststellingen: 1. Het aantal leerlingen dat instroomt in het eerste leerjaar van de derde graad secundair onderwijs neemt af (- 986 leerlingen t.o.v. 2010-2011). 2. De instroom van het aantal STEM-leerlingen neemt echter toe (+ 493 leerlingen t.o.v. 2010-2011). 3. 45% van de leerlingen in het eerste leerjaar van de derde graad volgt een STEM-studierichting. Dat is een stijging met 0,73 procentpunt t.o.v. 2015-2016. 4. Het percentage meisjes in een STEM-studierichting stijgt naar 30,67% (+ 0,5 procentpunt t.o.v.2015-2016). 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in de STEM-studierichtingen gestegen met 1,36procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in de STEM-studierichtingen gestegen met 3,2 procentpunt.

5

Dit zijn alle leerlingen voltijds gewoon secundair onderwijs op 1 februari (of de eerstvolgende schooldag), inclusief de leerlingen in het modulair stelsel op het niveau van het eerste leerjaar van de derde graad. De leerlingen in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zijn niet opgenomen in de cijfers.

23


Per onderwijsvorm •

ASO

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM vrouw

2006-2007

27.493

14.486

-

-

13.007

52,69%

48,35%

2007-2008

28.156

14.664

-

-

13.492

52,08%

47,57%

2008-2009

28.007

14.835

-

-

13.172

52,97%

47,64%

2009-2010

27.470

13.958

-

562

12.950

50,81%

48,04%

2010-2011

26.709

13.839

-

564

12.306

51,81%

47,01%

2011-2012

26.660

13.840

-

550

12.270

51,91%

47,73%

2012-2013

26.746

14.050

-

587

12.109

52,53%

48,73%

2013-2014

26.570

14.105

-

584

11.881

53,09%

48,75%

2014-2015

26.559

14.165

-

590

11.804

53,33%

49,50%

2015-2016

26.604

14.404

-

588

11.612

54,14%

50,08%

2016-2017

26.790

14.749

-

589

11.452

55,05%

50,71%

Vaststellingen: 1. Het aantal leerlingen dat instroomt in de derde graad aso neemt licht toe (+ 81 leerlingen t.o.v. 2010-2011). 2. De instroom van het aantal STEM-leerlingen is eveneens stijgend (+ 910 leerlingen t.o.v. 2010-2011). 3. Het percentage leerlingen in een STEM-studierichting stijgt naar 55,05%, bijna 1 procentpunt meer dan in 20152016. 4. Het percentage meisjes stijgt tot 50,71%, goed 0,6 procentpunt meer dan in 2015-2016. 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in de STEM-studierichtingen in aso gestegen met 3,24 procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in de STEM-studierichtingen in aso gestegen met 3,7procentpunt.

•

BSO

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM vrouw

2006-2007

16.697

6.480

-

437

9.780

38,81%

3,32%

2007-2008

16.832

6.580

-

463

9.789

39,09%

3,43%

2008-2009

16.983

6.489

-

464

10.030

38,21%

3,22%

2009-2010

16.860

6.399

-

448

10.013

37,95%

3,56%

2010-2011

16.426

6.225

-

495

9.706

37,90%

3,68%

2011-2012

15.892

6.017

-

447

9.428

37,86%

3,84%

2012-2013

16.101

5.938

-

502

9.661

36,88%

3,84%

2013-2014

16.448

5.850

-

507

10.091

35,57%

4,17%

2014-2015

16.365

5.931

-

467

9.967

36,24%

3,66%

2015-2016

16.115

5.893

-

435

9.787

36,57%

3,55%

2016-2017

15.829

5.864

-

495

9.470

37,05%

3,77%

24


Vaststellingen: 1. Het totaal aantal leerlingen dat instroomt in de derde graad bso daalt (- 597 leerlingen t.o.v. 2010-2011). 2. De instroom van het aantal STEM-leerlingen in de derde graad bso daalt met 361 leerlingen t.o.v. 2010-2011. 3. Het percentage leerlingen in een STEM-studierichting in het eerste leerjaar van de derde graad bso stijgt t.o.v. 2015-2016 met bijna 0,5% procentpunt tot 37,05%. 4. Het percentage meisjes in STEM-studierichtingen in het eerste leerjaar van derde graad bso blijft zeer laag (3,77%). 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in de STEM-studierichtingen in bso gedaald met 0,85 procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in de STEM-studierichtingen in bso bijna gelijk gebleven en dus zeer laag (3,77%). •

KSO

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM vrouw

2006-2007

1.727

373

-

513

841

21,60%

62,73%

2007-2008

1.731

373

-

520

838

21,55%

56,30%

2008-2009

1.662

339

-

510

813

20,40%

65,19%

2009-2010

1.738

396

-

454

888

22,78%

53,54%

2010-2011

1.677

349

-

462

866

20,81%

52,72%

2011-2012

1.796

396

-

527

873

22,05%

60,35%

2012-2013

1.677

328

-

481

868

19,56%

56,10%

2013-2014

1.750

370

-

516

864

21,14%

61,08%

2014-2015

1.708

339

-

459

910

19,85%

61,36%

2015-2016

1.674

347

-

443

884

20,73%

59,08%

2016-2017

1.740

338

-

519

883

19,43%

62,72%

Vaststellingen: 1. Het totaal aantal leerlingen dat instroomt in de derde graad kso blijft nagenoeg status quo. 2. De instroom van het aantal STEM-leerlingen in de derde graad kso blijft ook quasi gelijk. 3. Het percentage leerlingen in een STEM-studierichting in kso daalt met 1,3 procentpunt t.o.v. 2015-2016. 4. Meisjes vormen de meerderheid bij de leerlingen in STEM-studierichtingen in kso. In 2016-2017 was hun aandeel 62,72% of + 3,64 procentpunt t.o.v. 2015-2016. 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in de STEM-studierichtingen in kso gedaald met 1,38 procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in de STEM-studierichtingen in kso gestegen met 10 procentpunt. Hun aandeel fluctueert jaarlijks sterk (het gaat hier om kleine leerlingenaantallen).

25


•

TSO

schooljaar

aantal leerlingen

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

aantal niet-STEM

% STEM

% STEM vrouw

2006-2007

24.395

10.473

138

-

13.784

42,93%

12,79%

2007-2008

24.963

10.563

134

-

14.266

42,31%

13,11%

2008-2009

25.422

10.497

146

-

14.779

41,29%

13,42%

2009-2010

25.141

10.141

145

-

14.855

40,34%

13,45%

2010-2011

23.993

9.635

137

-

14.221

40,16%

13,81%

2011-2012

23.695

9.735

-

-

13.960

41,08%

15,07%

2012-2013

23.497

9.459

-

-

14.038

40,26%

15,95%

2013-2014

23.792

9.550

-

-

14.242

40,14%

16,08%

2014-2015

23.951

9.748

-

-

14.203

40,70%

15,66%

2015-2016

23.877

9.600

-

-

14.277

40,21%

15,52%

2016-2017

23.460

9.590

-

-

13.870

40,88%

15,16%

Vaststellingen: 1. Het totaal aantal leerlingen dat instroomt in de derde graad tso nam opnieuw af (- 417 leerlingen t.o.v. 20152016). 2. De instroom van het aantal STEM-leerlingen in de derde graad tso bleef evenwel quasi identiek (- 10). 3. 40,88% van de leerlingen in het eerste leerjaar van de derde graad tso volgt een STEM-studierichting. Dit is een stijging met 0,7 procentpunt t.o.v. 2015-2016. 4. Ongeveer 1 op 7 leerlingen die instromen in een tso STEM-studierichting is een meisje (15,16%). 5. T.o.v. 2010-2011 is het percentage leerlingen in de tso STEM-studierichtingen gestegen met 0,7procentpunt. 6. T.o.v. 2010-2011 is het percentage meisjes in de STEM-studierichtingen in tso gestegen met 1,35procentpunt.

Per studierichting STEM – tso en bso •

BSO

Studiegebied Auto

Bouw

Studierichting STEM Auto Carrosserie Mecanicien personen- & lichte bedrijfsw. Plaatwerker Spuiter Tweewielers & lichte verbrandingsmotoren Vrachtwagenchauffeur Bouwplaatsmachinist Duurzaam wonen Metselaar Metselaar siermetselwerk Ruwbouw Ruwbouw duaal Ruwbouwafwerking Schilderwerk en decoratie Steen- en marmerbewerking

aantal aantal % % % vrouw leerlingen leerlingen 2010-2011 2016-2017 2016-2017 2010-2011 2016-2017 665 731 4,05% 4,62% 1,09% 242 212 1,47% 1,34% 0,47% 35 10 0,21% 0,06% 0,00% 15 7 0,09% 0,04% 0,00% 11 0,07% 0,00% 30 27 0,18% 0,17% 0,00% 93 80 0,57% 0,51% 6,25% 38 52 0,23% 0,33% 0,00% 24 22 0,15% 0,14% 22,73% 11 5 0,07% 0,03% 0,00% 8 0,05% 462 264 2,81% 1,67% 0,00% 6 0,04% 0,00% 29 25 0,18% 0,16% 0,00% 201 186 1,22% 1,18% 21,51% 4 1 0,02% 0,01% 0,00%

26


Grafische communicatie en media Hout

Juwelen

Koeling en warmte

Drukken en afwerken

100

63

0,61%

0,40%

20,63%

47

54

0,29%

0,34%

12,96%

3 1.248 4 34 12 34 9 12 415 60 7

8 1.157 1 7 17 10 384 32 -

0,02% 7,60% 0,02% 0,21% 0,07% 0,21% 0,05% 0,07% 2,53% 0,37% 0,04%

0,05% 7,31% 0,01% 0,04% 0,11% 0,06% 2,43% 0,20% -

0,00% 2,85% 0,00% 28,57% 41,18% 30,00% 0,52% 0,00% -

4

-

0,02%

-

-

114 255 7 14 815 11 10 707 4 3 16 2 24 385

134 341 10 945 3 613 4 51 6 6 362

0,69% 1,55% 0,00% 0,04% 0,09% 4,96% 0,07% 0,06% 4,30% 0,02% 0,02% 0,10% 0,01% 0,15% 2,34%

0,85% 2,15% 0,06% 5,97% 0,02% 3,87% 0,03% 0,32% 0,04% 0,04% 2,29%

23,88% 12,32% 0,00% 0,42% 0,00% 1,14% 0,00% 1,96% 0,00% 0,00% 1,66%

11

13

0,07%

0,08%

23,08%

1 6.225 495 9.706 16.426

4 5.864 495 9.470 15.829

0,01% 37,90% 3,01% 59,09% 100,00%

0,03% 37,05% 3,13% 59,83% 100,00%

0,00% 3,77% 54,75% 69,18% 44,49%

Drukvoorbereiding Buitenschrijnwerker Houtbewerking Houtbewerking-snijwerk Werkplaatsschrijnwerker Diamantbewerking Goud en juwelen Uurwerkmaken Airco-technieker Centrale verwarming en san. installaties Koelinstallaties Monteur centrale verwarming Sanitair installateur

Land- en tuinbouw Maritieme opleidingen Mechanicaelektriciteit

MuziekinstrumentenBouw Textiel

Landbouw Tuinbouw Tuinbouw en groenvoorziening Maritieme vorming Rijn- en binnenvaart Elektrische installaties Elektrische installaties duaal Hoeklasser Kunststofverwerking Lassen-constructie Lasser monteerder BMBE Lasser monteerder MIG/MAG Mechanisch onderhoud MIG/MAG-lasser Residentieel elektrotechn. installateur Werktuigmachines Muziekinstrumentenbouw Textiel Tufter

Totaal STEM Zorg-STEM Lichte STEM6 Niet-STEM Totaal eerste leerjaar derde graad bso

6

Studierichtingen Etalage en standendecoratie en Publiciteitsgrafiek.

27


•

TSO

Studiegebied Auto Bouw Chemie

Fotografie

Grafische communicatie en media Handel Hout Koeling en Warmte

Land- en tuinbouw

Maritieme opleidingen

Mechanicaelektriciteit

Studierichting STEM Autotechnieken Bouw- en houtkunde Bouwtechnieken Chemie Farmaceutisch-technisch assistent Techniek-wetenschappen Fotografie Fotografische technieken Fotografische vorming Grafische communicatie Multimedia Multimediale technieken Multimediale vorming Printmedia Boekhouden-informatica Informaticabeheer Houttechnieken

aantal aantal % % % vrouw leerlingen leerlingen 2010-2011 2016-2017 2016-2017 2010-2011 2016-2017 340 330 1,42% 1,41% 0,91% 136 134 0,57% 0,57% 4,48% 179 105 0,75% 0,45% 0,00% 267 394 1,11% 1,68% 28,43% 188 192 0,78% 0,82% 69,27% 868 980 3,62% 4,18% 31,02% 49 80 0,20% 0,34% 66,25% 18 0,08% 16 0,07% 42 37 0,18% 0,16% 32,43% 281 376 1,17% 1,60% 16,76% 30 0,13% 25 0,10% 109 106 0,45% 0,45% 17,92% 1.133 979 4,72% 4,17% 33,50% 796 868 3,32% 3,70% 4,38% 501 427 2,09% 1,82% 1,64%

Koel- en warmtechnieken Biotechnische wetenschappen Dier- & landbouwtechnische wetenschappen Landbouwtechnieken Natuur- en groentechnische wetenschappen Natuur- en landschapsbeheertechnieken Planttechnische wetenschappen Tuinbouwtechnieken Maritieme technieken Dek Maritieme technieken Motoren Elektriciteit-elektronica Elektrische installatietechnieken Elektromechanica Elektronische installatietechnieken Industriële ICT Industriële wetenschappen Mechanische vormgevingstechnieken Podiumtechnieken Vliegtuigtechnieken Optiektechnieken

Optiek Orthopedische Orthopedietechnieken technieken Tandtechnieken Tandtechnieken Textiel- en designtechnieken Textiel Textielproduktietechnieken Voeding Voedingstechnieken Totaal STEM

28

61

47

0,25%

0,20%

2,13%

306

260

1,28%

1,11%

41,54%

-

261

-

1,11%

52,49%

91

-

0,38%

-

-

-

42

-

0,18%

21,43%

19 200 35 20 347 924 944 29 137 692 681 67 36 10

152 24 7 253 801 1.044 18 232 736 540 45 33 11

0,08% 0,83% 0,15% 0,08% 1,45% 3,85% 3,93% 0,12% 0,57% 2,88% 2,84% 0,28% 0,15% 0,04%

0,65% 0,10% 0,03% 1,08% 3,41% 4,45% 0,08% 0,99% 3,14% 2,30% 0,19% 0,14% 0,05%

7,24% 8,33% 0,00% 1,19% 1,00% 1,34% 0,00% 1,29% 4,21% 1,30% 6,67% 6,06% 72,73%

14

20

0,06%

0,09%

40,00%

30 7 3 4 9.635

39 12 1 4 9.590

0,13% 0,03% 0,01% 0,02% 40,16%

0,17% 0,05% 0,00% 0,02% 40,88%

48,72% 8,33% 0,00% 25,00% 15,16%


Zorg-STEM7 Lichte STEM Niet-STEM Totaal eerste leerjaar derde graad tso

7

137 14.221 23.993

Studierichting Dierenzorgtechnieken.

29

13.870 23.460

0,57% 59,27% 100,00%

0,00% 59,12% 100,00%

62,39% 43,09%


b. Indicator I.H: Studiekeuze voor STEM in hoger onderwijs. Percentage studenten die STEM studiekeuze maken en percentage meisjes in de STEM categorie Generatiestudenten in een Professioneel gerichte bachelor

2008-2009

Aantal inschrijvingen 22.960

Aantal STEM HO 5.568

Aantal Zorg STEM HO 3.125

Aantal Lichte STEM HO 11

Aantal NietSTEM HO 14.256

2009-2010

23.894

5.791

3.464

11

2010-2011

24.535

5.844

3.755

2011-2012

24.991

5.938

2012-2013

24.990

2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017

Academiejaar

24,25%

% vrouwen STEM HO 21,10%

14.628

24,24%

20,07%

13

14.923

23,82%

21,13%

3.867

18

15.168

23,76%

22,63%

6.071

3.851

11

15.057

24,29%

20,77%

25.388

6.343

3.783

8

15.254

24,98%

21,88%

26.031

6.656

4.208

25

15.142

25,57%

22,54%

26.614 26.992

6.986 7.129

4.263 4.464

37 33

15.328 15.366

26,25% 26,41%

23,63% 22,88%

% STEM HO

Vaststellingen: 1. Het totaal aantal studenten dat instroomt in een professionele bachelor stijgt licht (+ bijna 400 studenten t.o.v. 20152016 en t.o.v. de nulmeting + bijna 2500 studenten). 2. De instroom van het aantal STEM-studenten in een professionele bachelor stijgt eveneens (+ 140 studenten t.o.v. 20152016 en t.o.v. de nulmeting +1300 studenten). Dus 50% van de globale aangroei kiest voor een STEM-opleiding. 3. Het percentage studenten dat instroomt in een STEM-studierichting in een professionele bachelor blijft nagenoeg constant: 26,25% (2015-2016) naar 26,41%. Dat is 2,59 procentpunt meer dan de nulmeting. 4. Het percentage vrouwen dat een STEM-studierichting volgt in de professionele bachelor daalt met 0,75 procentpunt t.o.v. 2015-2016, maar stijgt met 1,75 procentpunt t.o.v. de nulmeting.

Generatiestudenten in een Academisch gerichte bachelor

2008-2009

Aantal inschrijvingen 20.329

Aantal STEM HO 6.461

Aantal Zorg STEM HO 2.195

Aantal Lichte STEM HO 1291

Aantal NietSTEM HO 10.382

2009-2010

20.891

6.537

2.528

1253

2010-2011

21.224

6.707

2.667

2011-2012

21.050

6.972

2012-2013

20.740

7.087

2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017

20.747 20.519 20.843 20.950

6.883 6.843 7.226 7.209

Academiejaar

31,78%

% vrouwen STEM HO 37,08%

10.573

31,29%

34,92%

1237

10.613

31,60%

37,07%

2.457

1281

10.340

33,12%

37,59%

2.636

1289

9.728

34,17%

35,90%

2.881 2.845 2.756 2.845

1201 1160 1217 1213

9.782 9.671 9.644 9.683

33,18% 33,35% 34,67% 34,41%

36,68% 37,10% 38,58% 40,27%

30

% STEM HO


Vaststellingen: 1. Het totaal aantal studenten dat instroomt in een academische bachelor is t.o.v. 2015-2016 met goed 100 studenten gestegen. 2. De instroom van het aantal STEM-studenten in een academische bachelor is t.o.v. 2015-2016 nagenoeg constant. T.o.v. de nulmeting zijn er 500 academische STEM-bachelors meer. 3. Het percentage studenten dat instroomt in een STEM-studierichting in een academische bachelor is t.o.v. 2015-2016 nagenoeg constant gebleven. 4. Het percentage vrouwen dat een STEM-studierichting volgt in de academische bachelor is t.o.v. 2015-2016 gestegen met 1,69 procentpunt. T.o.v. de nulmeting is er 3,20 procentpunt groei. Studenten in hun eerste masterjaar Eerste academiejaar master 2008-2009

18.034

5.007

2.090

658

% STEM HO 10.279 27,76%

2009-2010

18.513

5.183

2.077

740

10.513 28,00%

30,31%

2010-2011

18.890

5.547

2.044

704

10.595 29,36%

32,43%

2011-2012

19.815

5.753

2.404

739

10.919 29,03%

32,87%

2012-2013

20.485

5.970

2.583

792

11.140 29,14%

32,86%

2013-2014

20.417

6.074

2.648

680

11.015 29,75%

33,98%

2014-2015

20.071

6.021

2.472

756

10.822 30,00%

35,34%

2015-2016 2016-2017

19.323 19.957

5.947 6.084

2.535 2.910

667 716

10.174 30,78% 10.247 30,49%

34,76% 36,01%

Aantal inschrijvingen

Aantal STEM HO

Aantal Zorg STEM HO

Aantal Lichte STEM HO

Aantal NietSTEM HO

% vrouwen STEM HO 31,06%

Vaststellingen: 1. Het totaal aantal studenten dat instroomt in een eerste masterjaar is gestegen (+1000 studenten). 2. De instroom van het aantal STEM-studenten in een eerste masterjaar stijgt (+500 studenten). 3. Het percentage studenten dat instroomt in een STEM-studierichting in een eerste masterjaar blijft quasi gelijk op 30,49%. T.o.v. de nulmeting is er een stijging met 1,13 procentpunt. 4. Het percentage vrouwen dat een STEM-studierichting volgt in een eerste masterjaar stijgt met 1,25 procentpunt, van 34,76% naar 36%. T.o.v. de nulmeting is er een stijging met 3,58 procentpunt.

31


Volwassenenonderwijs Secundair Volwassenenonderwijs aantal aantal aantal referteperiode* cursisten STEM zorg-STEM 2013-2014 322.942 92.263 36 2014-2015 325.881 89.128 71 2015-2016 316.860 80.274 55 2016-2017 311.779 63.042 81 *een referentieperiode loopt van 1/4/X tot 31/3/X+1

aantal lichte STEM 14.407 15.431 14.298 13.633

aantal niet-STEM 216.236 221.251 222.233 235.020

% STEM 28,57% 27,35% 25,33% 20,22%

% STEM vrouw 47,16% 46,74% 45,83% 42,82%

Voor het secundair volwassenenonderwijs geldt als nulmeting referteperiode 2013-2014 omdat vanaf dat moment de databank opgestart is.

Vaststellingen: 1. Het totaal aantal studenten dat instroomt in het secundair volwassenenonderwijs neemt opnieuw af (-5.081 studenten t.o.v. 2015-2016) 2. De instroom van het aantal STEM-cursisten daalt eveneens (-17.232 studenten t.o.v. 2015-2016) 3. Het percentage cursisten dat instroomt in een STEM-opleiding daalt sterker dan de vorige referteperiode (20,22% in 2016-2017 t.o.v. 25,33% in 2015-2016) 4. Het percentage vrouwen dat een STEM-opleiding volgt, daalt met 3,01 procentpunt t.o.v. 2015-2016. HBO5 Verpleegkunde3 (zorg–STEM)

schooljaar

aantal cursisten

aantal STEM

aantal zorg-STEM

aantal lichte STEM

% zorg-STEM

aantal niet-STEM

% zorg-STEM vrouw

2009-2010

1.983

-

1.983

-

-

100,00%

85,78%

2010-2011

2.176

-

2.176

-

-

100,00%

86,17%

2011-2012

2.242

-

2.242

-

-

100,00%

88,09%

2012-2013

2.439

-

2.439

-

-

100,00%

87,29%

2013-2014

2.785

-

2.785

-

-

100,00%

86,14%

2014-2015

2.507

-

2.507

-

-

100,00%

86,92%

2015-2016

2.707

-

2.707

-

-

100,00%

84,89%

2016-2017

2.399

-

2.399

-

-

100,00%

84,79%

Vaststellingen: 1. 2.

Het totaal aantal cursisten dat instroomt in HBO5 Verpleegkunde is opnieuw gedaald (- 308 cursisten). Het percentage vrouwen dat een opleiding HBO5 verpleegkunde volgt, blijft nagenoeg constant en zeer hoog.


HBO54 exclusief HBO5 Verpleegkunde A Referteperiode*

Aantal cursisten

B Aantal STEM

Aantal zorg-STEM

Aantal lichte STEM

Aantal niet-STEM

B/A*100

B/B*100

% STEM

% STEM vrouw

2008-09

17.093

4.246

178

0

12.669

24,84%

11,28%

2009-10

17.930

4.363

119

0

13.448

24,33%

11,37%

2010-11

17.757

4.149

111

0

13.497

23,36%

11,64%

2011-12

18.235

4.210

110

0

13.914

23,09%

12,76%

2012-13

17.913

4.355

93

0

13.465

24,31%

11,37%

2013-14

17.989

4.597

86

0

13.306

25,55%

16,58%

2014-15

17.862

4.095

111

0

13.656

22,93%

11,62%

2015-16

17.442

4.103

124

0

13.215

23,52%

11,60%

109

0

12.640

24,77%

10,62%

2016-17 16.947 4.198 *een referteperiode loopt van 1/4/X tot 31/3/X+1

Vaststellingen: 1. 2. 3. 4.

Het totaal aantal cursisten dat instroomt in HBO5 volwassenenonderwijs is gedaald (-495 eenheden t.o.v. 2015-2016) De instroom van het aantal STEM-cursisten in HBO5 – volwassenenonderwijs stijgt (+ 95 eenheden) Het percentage cursisten dat instroomt in een STEM-studierichting in HBO5 - volwassenenonderwijs stijgt naar 24,77% in 20162017 t.o.v. 23.52% in 2015-2016. Het percentage vrouwen dat een STEM-studierichting volgt in het HBO5 - volwassenenonderwijs daalt met bijna 1 procentpunt, van 11,60% naar 10,62%

3 In de tabel zijn enkel de cursisten HBO5 verpleegkunde opgenomen die op 1 oktober ingeschreven zijn in de eerste module: initiatie verpleegkunde (20 weken). HBO5 behoort tot het niveau hoger onderwijs. De opleidingen HBO5 kunnen worden ingericht door centra voor volwassenenonderwijs of door hogescholen. HBO5 verpleegkunde wordt als enige uitzondering ingericht door instellingen van het voltijds secundaironderwijs. 4 Voor deze tabel werd gebruik gemaakt van het aantal unieke inschrijvingen van een cursist in een bepaalde opleiding per referteperiode en niet het aantal generatiestudenten per academiejaar. Het is immers op dit ogenblik niet mogelijk om de eerste module die een bepaalde cursist in een HBO5opleiding heeft afgelegd eenduidig vast te stellen. Deze wijze van berekenen heeft als gevolg dat bepaalde unieke cursisten in een bepaalde opleiding mogelijk in twee verschillende referteperioden kunnen worden meegeteld. Dit zal de cijfers van het totaal aantal HBO5-cursisten bij een CVO licht vertekenen (t.o.v. de gegevens voor HO en SO) in die zin dat het effectief aantal generatiestudenten/cursisten lager zal liggen dan de aangeleverde cijfers.


II.

STEM onderwijsprestaties en doorstroom a. Indicator II. S-H Doorstroom van jongeren met een STEM diploma secundair onderwijs naar een STEM studierichting hoger onderwijs5 (met opdeling naar geslacht)

Academiejaar generatiestudent

Aantal lln dat STEM diploma in SO behaalde in jaar x-1

Aantal lln met STEMdiploma SO doorstromen naar HO STEM richting

% van lln met SO STEM diploma dat instroom in HO STEM

% berekend enkel op de populatie meisjes

2007-08

24.101

9.910

41,12%

32,14%

2008-09

24.619

10.387

42,19%

34,05%

2009-10

25.110

10.687

42,56%

32,28%

2010-11

25.484

10.742

42,15%

32,88%

2011-12

24.644

10.801

43,83%

36,45%

2012-13

24.137

10.896

45,14%

36,59%

2013-14

24.380

11.074

45,42%

36,69%

2014-15

24.385

11.121

45,61%

37,23%

2015-16

24.900

11.482

46,11%

39,79%

2016-17

25.255

11.307

44,77%

38,94%

Vaststellingen: 1. Het totaal aantal leerlingen dat een STEM diploma haalt in het secundair onderwijs, tijdens het schooljaar voorafgaand aan het academiejaar dat ze in het hoger onderwijs instromen, stijgt (+ 355 eenheden). Dit ondanks een daling in de demografie. 2. Het percentage leerlingen met een STEM diploma SO dat doorstroomt naar het STEM-hoger onderwijs daalt met 1,34 procentpunt naar 44,77%. T.o.v. de nulmeting is er wel een stijging van 2,62 procentpunt. Het percentage meisjes met een STEM diploma SO dat doorstroomt naar een STEM studierichting HO daalt met 0,83 procentpunt, van 39,79% naar 38,94%. T.o.v. de nulmeting is er wel een stijging van 6,06 procentpunt.

5 Voorlopig is dit het cijfermateriaal zonder HBO5 omdat dat nog niet geïntegreerd werd in het datawarehouse.

34


b. Indicator II. H doorstroom in hoger onderwijs: studierendement van generatiestudenten Studierendement is een doorstroomindicator en geeft de verhouding weer van het aantal verworven studiepunten ten opzichte van het aantal opgenomen studiepunten. De meeste variatie in deze indicator vinden we bij generatiestudenten (1ste inschrijvingen). Om de indicator voldoende gevoelig te maken, maken we de berekeningen voor de bacheloropleidingen op de generatiestudenten. Voor de masteropleidingen kijken we naar de 1ste inschrijvingen (proxy generatiestudenten).

Academiejaar

2008 - 2009 2008 - 2009 2008 - 2009

2009 - 2010 2009 - 2010 2009 - 2010

2010 - 2011 2010 - 2011 2010 - 2011

2011 - 2012 2011 - 2012 2011 - 2012

2012 - 2013 2012 - 2013 2012 - 2013

2013 - 2014 2013 - 2014 2013 - 2014

2014-2015

Soort opleiding Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

Aantal STEM HO

Totaal opgenomen studiepunten STEM

Totaal verworven studiepunten STEM

Studierendement STEM

Studierendement Rest

6.461

380.876

259.087

68,02%

65,21%

5.568

326.488

222.704

68,21%

70,00%

Master*

5.007

267.245

246.848

92,37%

90,25%

Totaal Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

17.036

974.609

728.639

74,76%

74,06%

6.537

384.899

258.296

67,11%

65,63%

5.791

336.666

229.529

68,18%

69,66%

Master*

5.183

273.042

254.068

93,05%

90,33%

Totaal Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

17.511

994.607

741.893

74,59%

73,92%

6.707

393.759

269.380

68,41%

64,03%

5.844

336.655

226.499

67,28%

69,37%

Master*

5.547

287.634

268.593

93,38%

90,67%

Totaal Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

18.098

1.018.048

764.472

75,09%

73,24%

6.972

406.827

277.007

68,09%

65,36%

5.938

340.542

226.347

66,47%

68,66%

Master*

5.753

295.841

274.448

92,77%

90,89%

Totaal Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

18.663

1.043.210

777.802

74,56%

73,74%

7.087

411.632

270.854

65,80%

63,48%

6.071

345.581

224.295

64,90%

67,42%

Master*

5.970

304.809

281.968

92,51%

90,81%

Totaal Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

19.128

1.062.022

777.117

73,17%

72,87%

6.883

398.280

265.264

66,60%

64,23%

6.343

359.153

237.275

66,07%

67,23%

Master*

6.074

309.603

286.849

92,65%

91,07%

Totaal Academisch gerichte bachelor

19.300

1.067.036

789.388

73,98%

72,89%

6.843

396.615

268.452

67,69%

65,88%

35


2014-2015

Professioneel gerichte bachelor

6.656

376.653

241.503

64,12%

68,33%

2014-2015

Master*

6.021

308.045

286.742

93,08%

91,83%

Totaal Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

19.520

1.081.313

796.697

73,68%

73,96%

7.226

418.526

283.737

67,79%

64,75%

6.986

394.890

259.636

65,75%

68,55%

Master*

5.947

299.438

278.741

93,09%

92,58%

Totaal Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor

20.159

1.112.854

822.114

73,87%

73,61%

7.209

416.605

282.058

67,70%

65,58%

7.129

401.205

260.249

64,87%

67,83%

Master*

6.084

307.957

286.732

93,11%

92,50%

Totaal

20.422

1.125.767

829.039

73,64%

73,71%

2015-2016 2015-2016 2015-2016

2016-2017 2016-2017 2016-2017

* Hiertoe behoort eveneens de master na professioneel gerichte bachelor

36


III.

Gekwalificeerde STEM uitstroom (studiebewijzen) a. Secundair onderwijs

Indicator III.S (a) STEM Studiebewijzen secundair onderwijs8

Studiebewijzen: diploma secundair onderwijs (aso, kso, tso) of studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad (bso) voltijds gewoon secundair onderwijs Totaal

schooljaar

aantal studiebewijzen

aantal STEM en % vrouw

aantal zorg-STEM en % vrouw

aantal lichte STEM en % vrouw

aantal niet-STEM en % vrouw

% STEM studiebewijzen

2006-2007

57.235

26.306

29,92%

44

68,18%

570

62,28%

30.315

69,69%

45,96%

2007-2008

58.764

26.858

30,10%

114

78,95%

684

63,74%

31.108

69,33%

45,70%

2008-2009

60.033

27.169

29,54%

114

76,32%

690

63,77%

32.060

68,96%

45,26%

2009-2010

60.735

27.439

30,02%

126

76,98%

684

61,99%

32.486

69,13%

45,18%

2010-2011

60.230

26.458

29,58%

133

74,44%

1.109

51,58%

32.530

68,70%

43,93%

2011-2012

58.529

25.906

29,29%

115

77,39%

1.197

53,38%

31.311

68,24%

44,26%

2012-2013

58.084

25.952

30,17%

-

-

1.177

53,53%

30.955

67,97%

44,68%

2013-2014

58.154

25.817

30,98%

-

-

1.259

50,20%

31.078

67,82%

44,39%

2014-2015

59.049

26.009

31,38%

-

-

1.280

51,02%

31.760

67,93%

44,05%

2015-2016

58.928

26.299

31,64%

-

-

1.189

50,38%

31.440

67,08%

44,63%

2016-2017

58.385

26.320

32,14%

-

-

1.152

49,57%

30.913

67,53%

45,08%

Vaststellingen: 1. Het absolute aantal studiebewijzen secundair onderwijs daalt in het algemeen (- 1.845 t.o.v. 2010-2011). Het aantal studiebewijzen moet uiteraard ook bekeken worden t.a.v. het aantal leerlingen. 2. Het absolute aantal STEM-studiebewijzen secundair onderwijs is nagenoeg stabiel gebleven (-138 eenheden t.o.v. 2010-2011). 3. Het percentage STEM-studiebewijzen is met 0,45 procentpunt gestegen t.o.v. 2015-2016 en met meer dan 1 procentpunt t.o.v. de nulmeting. 4. Het percentage vrouwen met een STEM-studiebewijs steeg in 2016-2017 naar 32,14%. Dit is + 0,5 procentpunt t.o.v. 2015-2016 en + 2,56 procentpunt t.o.v. de nulmeting.

8

Gegevens zoals gekend in Datawarehouse Studiebewijzen op 18/03/2018.

37


Per onderwijsvorm •

ASO

schooljaar

aantal studiebewijzen

aantal STEM en % vrouw

aantal zorg-STEM en % vrouw

aantal lichte STEM en % vrouw

aantal niet-STEM en % vrouw

% STEM studiebewijzen

2006-2007

24.542

12.953

49,84%

-

-

-

-

11.589

66,28%

52,78%

2007-2008

25.056

13.307

50,03%

-

-

-

-

11.749

65,61%

53,11%

2008-2009

25.601

13.426

48,98%

-

-

-

-

12.175

65,36%

52,44%

2009-2010

25.612

13.609

49,28%

-

-

-

-

12.003

65,09%

53,14%

2010-2011

25.176

12.870

49,22%

-

-

460

35,65%

11.846

66,05%

51,12%

2011-2012

24.479

12.765

48,12%

-

-

506

34,78%

11.208

66,47%

52,15%

2012-2013

24.548

12.802

48,90%

-

-

467

34,48%

11.279

66,08%

52,15%

2013-2014

24.569

12.991

49,70%

-

-

515

34,37%

11.063

66,09%

52,88%

2014-2015

24.459

13.068

49,77%

-

-

507

34,52%

10.884

66,30%

53,43%

2015-2016

24.486

13.166

50,80%

-

-

504

34,33%

10.816

65,97%

53,77%

2016-2017

24.609

13.458

51,10%

-

-

517

33,46%

10.634

67,23%

54,69%

Vaststellingen: 1. Het absolute aantal studiebewijzen in aso stijgt licht (+ 123 eenheden t.o.v. 2015-2016). 2. Het absolute aantal STEM-studiebewijzen aso stijgt met bijna 300 eenheden t.o.v. 2015-2016. 3. Het percentage meisjes met een STEM-studiebewijs is 0,3 procentpunt gestegen t.o.v. 2015-2016 en met 1,8 procentpunt t.o.v. de nulmeting. 4. Het percentage STEM-studiebewijzen in het aso stijgt t.o.v. 2015-2016 met 0,9 procentpunt naar 54,69%, en met 3,5 procentpunt t.o.v. de nulmeting. •

BSO

Schooljaar

aantal studiebewijzen

aantal STEM en % vrouw

aantal zorg-STEM en % vrouw

aantal lichte STEM en % vrouw

aantal niet-STEM en % vrouw

% STEM Studiebewijzen

2006-2007

12.718

5.027

3,86%

-

-

266

65,04%

7.425

75,70%

39,53%

2007-2008

12.974

5.000

3,02%

-

-

331

67,67%

7.643

75,77%

38,54%

2008-2009

13.134

5.099

3,39%

-

-

326

65,03%

7.709

75,54%

38,82%

2009-2010

13.438

5.217

3,03%

-

-

322

65,84%

7.899

76,44%

38,82%

2010-2011

13.310

5.082

3,27%

-

-

304

62,50%

7.924

74,86%

38,18%

2011-2012

13.071

5.031

3,74%

-

-

339

67,26%

7.701

74,28%

38,49%

2012-2013

12.741

4.874

3,53%

-

-

307

69,38%

7.560

73,66%

38,25%

2013-2014

13.006

4.870

3,53%

-

-

366

59,02%

7.770

73,00%

37,44%

2014-2015

13.423

4.835

4,05%

-

-

356

61,80%

8.232

73,63%

36,02%

2015-2016

13.238

4.844

3,61%

-

-

325

60,31%

8.069

71,67%

36,59%

2016-2017

12.793

4.732

3,44%

-

-

299

63,21%

7.762

72,29%

36,99%

Vaststellingen: 1. Het absolute aantal studiebewijzen in bso daalt (- 445 eenheden t.o.v. 2015-2016). 2. Het absolute aantal STEM-studiebewijzen bso daalt met ongeveer 100 eenheden t.o.v. 2015-2016. 3. Het percentage meisjes blijft extreem laag (3,44%) en is quasi identiek aan de nulmeting.

38


4. Het percentage STEM-studiebewijzen in het bso is 0,4 procentpunt meer dan in 2015-2016, en bedraagt nu bijna 37%. Dat is 1,2 procentpunt minder dan bij de nulmeting. •

KSO

schooljaar

aantal studiebewijzen

aantal STEM en % vrouw

aantal zorg- STEM en % vrouw

aantal lichte STEM en % vrouw

aantal niet- STEM en % vrouw

% STEM studiebewijzen

2006-2007

1.207

269

60,22%

-

-

304

59,87%

634

72,24%

22,29%

2007-2008

1.329

293

63,48%

-

-

353

60,06%

683

70,57%

22,05%

2008-2009

1.328

289

60,21%

-

-

364

62,64%

675

73,04%

21,76%

2009-2010

1.298

270

71,85%

-

-

362

58,56%

666

70,57%

20,80%

2010-2011

1.373

310

56,45%

-

-

345

63,19%

718

74,37%

22,58%

2011-2012

1.331

270

56,30%

-

-

352

66,76%

709

72,36%

20,29%

2012-2013

1.418

313

64,22%

-

-

403

63,52%

702

70,80%

22,07%

2013-2014

1.354

263

58,56%

-

-

378

63,23%

713

71,53%

19,42%

2014-2015

1.436

301

63,12%

-

-

417

61,87%

718

71,59%

20,96%

2015-2016

1.363

280

63,21%

-

-

360

63,89%

723

70,68%

20,54%

2016-2017

1.351

296

63,51%

-

-

336

62,20%

719

70,24%

21,91%

Vaststellingen: 1. Het absolute aantal studiebewijzen in kso blijft quasi identiek 2. Het absolute aantal STEM-studiebewijzen in kso stijgt heel licht en het percentage meisjes met een STEMstudiebewijs blijft quasi identiek. (63,51% is vrouw - het gaat hier om kleine aantallen leerlingen). 3. Het percentage STEM-studiebewijzen in het kso is toegenomen t.o.v. 2015-2016 (+ 1,4 procentpunt), maar ligt met ongeveer 22% bijna 0,7 procentpunt onder de nulmeting. •

TSO

schooljaar

aantal studiebewijzen

aantal STEM en % vrouw

aantal zorg-STEM en % vrouw

aantal lichte STEM en % vrouw

aantal niet-STEM en % vrouw

% STEM studiebewijzen

2006-2007

18.768

8.057

13,13%

44

68,18%

-

-

10.667

69,07%

42,93%

2007-2008

19.405

8.258

13,18%

114

78,95%

-

-

11.033

68,75%

42,56%

2008-2009

19.970

8.355

13,20%

114

76,32%

-

-

11.501

68,13%

41,84%

2009-2010

20.387

8.343

14,13%

126

76,98%

-

-

11.918

68,27%

40,92%

2010-2011

20.371

8.196

14,04%

133

74,44%

-

-

12.042

66,91%

40,23%

2011-2012

19.648

7.840

14,09%

115

77,39%

-

-

11.693

65,71%

39,90%

2012-2013

19.377

7.963

15,04%

-

-

-

-

11.414

65,89%

41,10%

2013-2014

19.225

7.693

15,82%

-

-

-

-

11.532

65,77%

40,02%

2014-2015

19.731

7.805

16,28%

-

-

-

-

11.926

65,28%

39,56%

2015-2016

19.841

8.009

15,98%

-

-

-

-

11.832

64,75%

40,37%

2016-2017

19.632

7.834

15,73%

-

-

-

-

11.798

64,51%

39,90%

Vaststellingen: 1. Het absolute aantal studiebewijzen in tso daalt (- 209 eenheden t.o.v. 2015-2016). 2. Het absolute aantal STEM-studiebewijzen tso daalt eveneens (- 175 eenheden). 39


3. Het percentage meisjes met een STEM-studiebewijs is nauwelijks gewijzigd ten opzichte van 2015-2016 (15,73%). 4. Het percentage STEM-studiebewijzen in het tso daalt in 2016-2017 nét weer onder de 40% en zit quasi op hetzelfde niveau als bij de nulmeting in 2010-2011.

40


b. Hoger onderwijs Indicator III-S (b) ’Studiebewijzen hoger onderwijs Aantal Aantal Aantal studiebewijzen studiebewijzen Totaal studiebewijzen Academiejaar Zorg- STEM Lichte STEM studiebewijzen STEM HO en % HO en % HO en % vrouw vrouw vrouw 12.356 4.964 1.251 2008 - 2009 46.442 30,52% 77,60% 39,89% 12.782 5.499 1.284 2009 - 2010 47.711 30,58% 76,85% 44,47% 13.486 6.563 1.413 2010 - 2011 51.007 31,19% 76,78% 40,34% 14.189 7.494 1.307 2011 - 2012 53.348 30,78% 76,46% 41,85% 14.372 7.813 1.430 2012 - 2013 54.884 31,05% 75,87% 41,61% 14.732 7.872 1.431 2013 - 2014 54.964 32,26% 75,61% 40,32% 14.894 8.331 1.357 2014 - 2015 56.153 32,68% 75,31% 40,46% 15.480 8.761 1.457 2015 - 2016 57.602 32,24% 74,73% 40,36% 15.876 9.102 1.422 2016 - 2017 58.241 33,75% 75,41% 41,84%

Aantal studiebewijzen % STEM Niet STEM HO diploma's en % vrouw 27.871 66,30% 28.146 65,98% 29.545 66,24% 30.358 66,76% 31.269 66,32% 30.929 67,06% 31.571 66,50% 31.904 66,62% 31.841 66,38%

Diploma's STEM per 1000 inwoners 2029 jaar

Populatie 20-29 jaar

26,61%

15,91

776.646

26,79%

16,34

782.165

26,44%

17,20

784.177

26,60%

17,92

791.803

26,19%

18,02

797.564

26,80%

18,37

802.145

26,52%

18,50

805.003

26,87%

19,18

807.087

27,26%

19,57

811.190

Vaststellingen 1. Stijging van het aantal STEM studiebewijzen (+ 400 eenheden), evenals van het % STEM-studiebewijzen per 1000 inwoners tussen de 20 en 29 jaar: van 19,18% naar 19,57% 2. Het % vrouwen stijgt van 32,24% naar 33,75%, of +1,51 procentpunt.


Studiegetuigschriften hoger onderwijs naar soort opleiding - Professioneel gerichte bachelor

Academiejaar

2008 - 2009 2009 - 2010 2010 - 2011 2011 - 2012 2012 - 2013 2013 - 2014 2014 - 2015 2015 - 2016 2016 - 2017

Totaal studiebewijzen

18.290 18.466 19.624 20.788 21.482 21.462 22.277 23.045 24.073

Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw

Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO en % vrouw

Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw

Aantal studiebewijzen Niet STEM HO en % vrouw

4.079 24,22% 4.110 23,82% 4.463 25,32% 4.680 24,36% 4.547 23,62% 4.705

2.439 89,50% 2.664 88,29% 2.892 88,38% 3.298 90,02% 3.457 88,95% 3.510

19 31,58% 8 25,00% 12 25,00% 13 15,38% 10 20,00% 16

11.753 70,80% 11.684 70,37% 12.257 70,34% 12.797 70,83% 13.468 70,29% 13.231

25,46%

87,98%

31,25%

70,68%

4.927 26,39% 5.356 26,10% 5.636 27,08%

3.697 87,69% 3.721 86,89%

9 44,44% 7 42,86%

13.644 71,23% 13.961 71,20%

3.982

24

14.431

88,02%

58,33%

70,18%

Diploma's STEM per % STEM 1000 Populatie diploma's inwoners 20-29 jaar 20-29 jaar 22,30%

5,25

776.646

22,26%

5,25

782.165

22,74%

5,69

784.177

22,51%

5,91

791.803

21,17%

5,70

797.564

21,92%

5,87

802.145

22,12%

6,12

805.003

23,24%

6,64

807.087

23,41%

6,95

811.190

Vaststellingen 1. Stijging aantal STEM studiebewijzen: + 280 eenheden, evenals van het % STEM-studiebewijzen per 1000 inwoners tussen de 20 en 29 jaar: van 6,64% naar 6,95% 2. Het % vrouwen stijgt met 0,98 procentpunt tot 27,08%


Studiegetuigschriften hoger onderwijs naar soort opleiding - Academisch gerichte bachelor

Totaal Academiejaar studiebewijzen

2008 - 2009 2009 - 2010 2010 - 2011 2011 - 2012 2012 - 2013 2013 - 2014 2014 - 2015 2015 - 2016 2016 - 2017

13.411 13.581 14.099 14.570 14.729 14.594 14.317 14.864 14.878

Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw 3.831 35,34% 4.100 36,49% 4.186 37,12% 4.275 34,97% 4.375 37,42% 4.497 39,20% 4.299 37,80% 4.502 36,98% 4.566 38,85%

Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO en % vrouw 1.626 64,27% 1.658 64,78% 1.884 65,61% 2.153 64,14% 2.158 62,70% 2.173 61,48% 2.171 63,01% 2.444 63,54%

Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw 679 39,62% 673 44,58% 751 40,08% 710 40,56% 692 41,91% 727 39,34% 709 40,62% 717 38,91%

Aantal studiebewijzen Niet STEM HO en % vrouw 7.275 63,12% 7.150 62,83% 7.278 63,88% 7.432 63,35% 7.504 62,66% 7.197 64,37% 7.138 61,95% 7.201 62,56%

2.554

752

7.006

65,15%

43,22%

62,73%

Diploma's STEM per Populatie % STEM 1000 diploma's inwoners 20-29 jaar 20-29 jaar 28,57%

4,93

776.646

30,19%

5,24

782.165

29,69%

5,34

784.177

29,34%

5,40

791.803

29,70%

5,49

797.564

30,81%

5,61

802.145

30,03%

5,34

805.003

30,29%

5,58

807.087

30,69%

5,63

811.190

Vaststellingen 1. Lichte stijging van het aantal STEM studiebewijzen, stijging van het % STEM-studiebewijzen binnen de populatie 20-29: van 5,58% naar 5,63% 2. Stijging % vrouwen met een STEM-studiebewijs van 36,98% naar 38,85%


Master

Totaal Academiejaar studiebewijzen

2008 - 2009 2009 - 2010 2010 - 2011 2011 - 2012 2012 - 2013 2013 - 2014 2014 - 2015 2015 - 2016 2016 - 2017

14.741 15.664 17.284 17.990 18.673 18.908 19.559 19.693 19.290

Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw 4.446 32,14% 4.572 31,36% 4.837 31,47% 5.234 33,11% 5.450 32,13% 5.530 32,39% 5.668 34,28% 5.622 34,29% 5.674 36,27%

Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO en % vrouw 899 69,41% 1.177 67,97% 1.787 69,78% 2.043 67,55% 2.198 68,24% 2.189 69,80% 2.463 67,56% 2.596 67,84%

Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw 553 40,51% 603 44,61% 650 40,92% 584 44,01% 728 41,62% 688 41,57% 639 40,22% 733 41,75%

Aantal studiebewijzen Niet STEM HO en % vrouw 8.843 62,93% 9.312 62,89% 10.010 62,94% 10.129 64,11% 10.297 63,79% 10.501 64,34% 10.789 63,53% 10.742 63,41%

2.566

646

10.404

66,06%

39,63%

63,57%

Diploma's STEM per % STEM 1000 Populatie diploma's inwoners 20-29 jaar 20-29 jaar 30,16%

5,72

776.646

29,19%

5,85

782.165

27,99%

6,17

784.177

29,09%

6,61

791.803

29,19%

6,83

797.564

29,25%

6,89

802.145

28,98%

7,04

805.003

28,55%

6,97

807.087

29,41%

6,99

811.190

Vaststellingen 1. Lichte stijging aantal STEM studiebewijzen. Aandeel STEM-diploma’s bij de populatie 20-29 jarigen blijft quasi identiek. 2. Stijging % vrouwen tot 36,27%, of + 1,98 procentpunt.


V.U.: Koen Pelleriaux, Algemeen Directeur departement Onderwijs en Vorming, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel • Eindredactie: Christel Op de beeck • Werkten mee: Anton Derks, Pieter Vos, Hilde Goeman, Paul Cornelis, Maddy Bollen, Goele Bosschaert. Naar een lay-out van Kim Baele • Met dank aan de beeldbank van TechniekTalentNU • Depotnummer: D/2018/3241/177


DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING Koning Albert II-Laan 15 1210 Brussel www.onderwijs.vlaanderen.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Stem_monitor_2018.pdf by Vlaanderen-be - Issuu