Skip to main content

Vlaanderen_gepeild_2003_9_nieuwe_media.pdf

Page 1

De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

De adoptie van nieuwe media D E

A D O P T I E

VA N

N I E UWE

M E D I A

door de Vlaamse bevolking. D O O R

D E

V L A A M S E

B EVO L K I N G .

De grens bijna bereikt? D E

G RE N S

B I J N A

B E RE I K T ?

Jo Steyaert • Klaas Gutschoven • Kathleen Beullens Katholieke Universiteit Leuven Departement Communicatiewetenschap

1

| Inleiding

In dit artikel wordt dieper ingegaan op de adoptie van nieuwe media, meer bepaald de pc en internet bij de Vlaamse bevolking. Dit artikel past in een breder onderzoek dat is uitgevoerd als één van de onderzoekslijnen van het Programma Beleidsgericht onderzoek 1998 van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Steyaert, 2001, Steyaert, e.a. 2002). Bedoeling van deze onderzoekslijn, uitgevoerd op initiatief van de Administratie Media, was om te komen tot een multimediakaart van Vlaanderen. Binnen deze onderzoekslijn richtte het betrokken onderzoeksproject zich op het in kaart brengen van de adoptie en het gebruik van nieuwe media bij de Vlaamse bevolking. Meer bepaald was de focus beleidsrelevante gegevens te verzamelen i.v.m. de toegang tot, de kennis van, het gedrag en de attitude ten opzichte van informatie- en communicatietechnologieën en betreffende hun maatschappelijke effecten. In het kader van dit onderzoeksproject werd een samenwerking opgezet tussen enerzijds het Departement Communicatiewetenschap van de K.U.Leuven en anderzijds de administratie Planning en Statistiek van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De APS-Survey 2001 vormde het eerste deel van het panelonderzoek (nulmeting), in september 2002 werd een vervolgonderzoek gedaan via een postenquête bij respondenten uit de oorspronkelijke APS-Survey. De opzet van dit artikel is na te gaan of en in welke mate respondenten in een longitudinaal onderzoek verschillen op het gebied van de adoptie van pc en internet en hoe dit verklaard kan worden. Daarnaast willen we ook inzicht verschaffen in mogelijke toekomstige trends inzake pc en internetadoptie.

269


Vlaanderen gepeild ! Een belangrijk verschil met het meeste bestaande onderzoek en de grote meerwaarde van dit onderzoek betreft het longitudinale karakter. Dit laat immers toe om verschuivingen die er optreden niet enkel op macro niveau te bespreken, maar ook op micro (individueel) niveau. Net doordat we onderzoeksgegevens op twee verschillende tijdstippen hebben genomen bij dezelfde respondenten, kunnen we verschuivingen koppelen aan individuele kenmerken. Een tweede belangrijke focus bij dit onderzoek is het feit dat erg veel aandacht is besteed aan non-adoptie enerzijds en aan uitval anderzijds.

2

| Beschrijving van het onderzoek

De nulmeting van het onderzoek is de APS-Survey 2001. Het veldwerk werd uitgevoerd door een veldwerkbureau in opdracht van ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Planning en Statistiek (APS). Het betrof hier een face-toface onderzoek bij een representatief staal van de Vlaamse bevolking. Op de steekproef is een correctie uitgevoerd op basis van de leeftijd van de respondenten en hun hoogst genoten opleidingsniveau om ze representatief te maken voor de Vlaamse bevolking. In totaal werden 1446 geldige enquĂŞtes afgenomen. Het vervolgonderzoek vond plaats in september 2002 bij 1002 respondenten uit de oorspronkelijke APS-survey. Als methode werd gebruik gemaakt van een postenquĂŞte. Dit leverde een respons op van 660 vragenlijsten oftewel 66%. Het onderzoek betreft longitudinaal onderzoek. Dit houdt in dat de eenzelfde groep gebruikers tweemaal ondervraagd worden, na verloop van een bepaalde tussenliggende periode (in dit geval anderhalf jaar). De 'steekproef' van 1002 respondenten die zijn aangezocht om mee te werken aan het vervolgonderzoek is geen toevalssteekproef uit de Vlaamse bevolking, noch uit de deelnemers aan het eerste onderzoek. Het zijn de 1002 respondenten (69% van de 1446 respondenten in de eerste golf) die na het eerste onderzoek te kennen hebben gegeven dat ze wilden deelnemen aan een vervolgonderzoek. Op de 660 binnengekomen vragenlijsten werd een kwaliteitscontrole toegepast. Na deze controle werden 625 vragenlijsten weerhouden voor verdere analyse. Om de representativiteit ten opzichte van de Vlaamse bevolking na te gaan werd gekeken in welke mate de steekproef verschilt van de Vlaamse bevolking inzake leeftijd en de hoogste genoten opleiding. Er was een statistisch significant verschil tussen de resultaten van onze steekproef en de cijfers van de Vlaamse bevolking. Als gevolg daarvan werd de steekproef gewogen aan de hand van weegfactoren gebaseerd op de variabelen leeftijd en opleiding. Om deze weegfactoren te berekenen werd gebruik gemaakt van het programma Weight (Istvan Hanjal). Na weging was er geen significant verschil meer waar te nemen. Na weging werken we verder met 613 respondenten.

270


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

3

| PC bezit en gebruik

In dit deel worden de longitudinale aspecten van het onderzoek in kaart gebracht. Dit houdt in dat er een vergelijking gemaakt wordt tussen de gegevens uit de eerste golf (op basis van de data verkregen uit het onderzoek van de APS Survey 2001) en deze van de tweede golf (op basis van de postenquĂŞte). Wel is het belangrijk om in te zien dat wij enkel uitspraken (kunnen) doen over de groep respondenten die hebben deelgenomen aan beide onderzoeken. Deze analyse zal ons in staat stellen om een zicht te krijgen op de (non)adoptie en de (non)adoptieprocessen.

3.1

| Evolutie van het computerbezit

Zowel in de vragenlijst van 2001 als in diegene van 2002 werd gepeild naar het bezit van de pc in huis, d.i. de plaats waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft. In de onderstaande tabellen worden de resultaten hiervan weergegeven. Uit deze gegevens blijkt dat het aantal mensen dat thuis over een pc beschikt tussen de eerste en de tweede golf van het onderzoek min of meer stabiel is gebleven. In 2001 had 51,3% van de respondenten thuis een pc, in 2002 48,3%. FIGUUR 1

V ergelijking pc bezit 2001-2002

Op basis van het longitudinale aspect van dit onderzoek kunnen we echter verder gaan dan enkel de ruwe percentages. In dit onderzoek vormen ook de nonadoptie en de eventuele andere verschuivingen die zich voordoen een belangrijk aandachtspunt. Enkel op deze wijze kan immers een volledig en correct beeld worden verkregen van het bezit en het gebruik van de pc bij de Vlaamse bevolking. Wij kunnen dus ook de beweging in beeld brengen die achter dit globale percentage schuilt.

271


Vlaanderen gepeild ! Indien enkel rekening wordt gehouden met het globale percentage (de fotobenadering), kan men stellen dat het aandeel van de pc bezitters in de Vlaamse bevolking stabiel is gebleven en wordt impliciet ook gesuggereerd dat er zich geen veranderingen hebben voorgedaan. Deze laatste interpretatie is echter niet correct. Immers, indien rekening wordt gehouden met de longitudinale gegevens (de filmbenadering) dan blijkt dat er nieuwe gebruikers zijn bijgekomen en andere personen zijn overgegaan van bezitter naar niet-bezitter. Indien we rekening houden met de verschuivingen inzake het bezit van een pc, dan kunnen er op basis van deze gegevens vier verschillende groepen onderscheiden worden. Ten eerste zijn er de respondenten die geen pc hadden in 2001 en er nog steeds geen bezitten in 2002, hierna de niet-bezitters genoemd. De categorie van de afhakers bestaat uit mensen die in 2001 een pc in hun bezit hadden, maar deze niet meer hebben in 2002. De derde groep kan de categorie van de langdurige of langdurige bezitters genoemd worden. Ze beschikten in 2001 reeds over een computer en hebben er nog steeds één in 2002. Tot slot kunnen de recente (of nieuwe) bezitters worden onderscheiden. Ze hebben zich een computer aangeschaft tussen het eerste en het tweede onderzoek. Uit de volgende tabel blijkt dat 43,9% van de respondenten behoort tot de langdurige bezitters. De niet-bezitters zijn echter de grootste groep (44,0%). Hoewel de recente bezitters en afhakers met respectievelijk 4,2% en 6,8% minder goed vertegenwoordigd zijn, vormen ze toch een belangrijke groep die ons toestaat om het globale penetratiepercentage genuanceerder te bekijken. FIGUUR 2

Verschuivingen in computeradoptie 2001-2002

3.1.1

| Verband wens tot aanschaffing in 2001 en effectieve aanschaffing

In de eerste golf van het onderzoek werd aan de niet-bezitters van een pc gevraagd of ze er één wensen in de toekomst. Hierna zullen we nagaan of dit een goede graadmeter vormt om adoptie te voorspellen. Van diegenen die in 2001 ver-

272


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

klaarden in de toekomst niet te willen beschikken over een pc in huis, heeft 8,2%, zich wel een pc aangeschaft. Van diegenen die wel graag een pc in huis hadden in 2001, heeft 11,8% zich er effectief één aangeschaft. Niet tegenstaande op het eerste gezicht een groter aandeel van de personen met een wens tot aanschaf een pc in huis heeft gehaald, is dit verschil statistisch niet significant (X2= ,653; df=1; p>.05). Met andere woorden kan hieruit besloten worden dat de wens om “over een pc te beschikken in de toekomst” geen goede voorspeller is voor de effectieve aanschaf ervan een jaar later. Er blijken dus andere factoren van belang te zijn bij de aanschaf van een pc. Deze elementen proberen we in de volgende paragraaf te achterhalen.

3.1.2

| Profiel van de langdurige, recente, niet-bezitters en afhakers

De onderstaande gegevens laten toe een demografisch en sociaal-economisch profiel te schetsen van de verschillende groepen pc-bezitters. FIGUUR 3

Computeradoptie naar aantal kinderen ten laste, inkomen1, opleiding2 en gemiddelde leeftijd

1.

Legende: Netto gezinsinkomen werd verdeeld in tien klassen 1 = Minder dan 39 999 BEF, 2 = 40 000 - 49 999, 3= 50 000 – 59 999, …, 10 = 135 000 - en meer. 2. Legende: 1 = geen/lager onderwijs, 2 = lager secundair onderwijs, 3 = hoger secundair onderwijs, 4 = nietuniversitair hoger onderwijs, 5 = universitair onderwijs

273


Vlaanderen gepeild !

De niet-bezitters blijken met een gemiddelde leeftijd van 62 jaar het oudst te zijn. Gezien deze ouderdom is het niet verwonderlijk dat zij ook de minste kinderen ten laste hebben en het laagste inkomen genieten. Bovendien blijken ze de minst hoog opgeleide groep van de vier te zijn. De langdurige bezitters kunnen we als tegenovergesteld aan de niet-bezitters beschouwen. Zij zijn immers het hoogst opgeleid en hebben eveneens het hoogste inkomen. Ook het aantal kinderen ten laste ligt het hoogst in deze categorie. De recente bezitters en afhakers situeren zich beide tussen de twee bovenstaande categorieĂŤn. Hun scores zijn vaak erg gelijklopend en bovendien zijn er erg weinig respondenten die zich in deze categorieĂŤn bevinden. Hoewel niet alle verschillen significant zijn, kunnen toch enkele algemene trends uit de resultaten worden afgeleid. Opvallend is dat de recente bezitters met hun 48 jaar gemiddeld iets jonger zijn dan de afhakers (51 jaar). Voorts is het eveneens opmerkelijk dat de afhakers beduidend jonger zijn dan de niet-bezitters (62 jaar), hetgeen er op wijst dat het hier toch om twee onderscheiden groepen gaat. Verschillende hypothesen kunnen hiervoor geformuleerd worden, die in toekomstig onderzoek verder kunnen onderzocht worden. De vraag is dan ook waarom deze personen zich ooit een pc hebben aangeschaft en deze, om welke reden dan ook, nu van de hand doen. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn het feit dat ze uit het reguliere arbeidscircuit verdwijnen, het feit dat ze zich misschien te oud voelen om thuis met een pc te werken, het feit dat ze hebben vastgesteld dat ze met hun computer niets konden doen of dat de computer mee verdwijnt als de kinderen het huis verlaten. Leeftijd blijkt dus een belangrijke factor in het al dan niet bezitten van een pc. De afhakers hebben minder kinderen ten laste dan de langdurige bezitters, maar nog meer dan de recente bezitters. Ook met hun inkomen situeren ze zich tussen deze twee categorieĂŤn. De vier groepen verschillen niet significant wat betreft het geslacht. Geen van de vier groepen bestaat dus meer uit mannen of vrouwen dan een andere groep.

274


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

Ook wat betreft de kennis, het bezit en gebruik van een aantal mediatoestellen in huis en technofobie kan er een onderscheid gemaakt worden tussen langdurige bezitters, recente bezitters, afhakers en niet-bezitters. De kennis werd gemeten op een schaal van 1 tot 4, waarbij 1 staat voor “onwetenden” en 4 voor “kenners”. De tussenliggende waarden waren 2 “vaag van gehoord” en 3 “ken dat precies van ergens”. De variabele technofobie geeft de score op 5 aan wanneer iemand last heeft van technofobie. Dus hoe lager de score, hoe minder technofoob die persoon is. FIGUUR 4

Computeradoptie naar kennis ICT, aantal gebruikte mediatoestellen, bezit mediatoestellen en technofobie

Uit de analyse blijkt dat de langdurige bezitters het best scoren op het kennis model, de meeste mediatoestellen bezitten en gebruiken en het minst last hebben van technofobie. Lijnrecht hiertegenover staan de scores van de niet-bezitters. Zij zijn dus eerder technofoob en bezitten en gebruiken de minste media. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom ze eveneens een zeer slechte score halen op het kennis model. Opmerkelijk is echter dat, net zoals bij de sociaal – economische kenmerken, de recente bezitters en afhakers zich ook hier tussen de twee andere categorieën bevinden. De afhakers sluiten dus eerder aan bij de langdurige bezitters en de recente bezitters blijken minder mediatoestellen te kennen, bezitten en gebruiken dan de langdurige bezitters en afhakers. Toch scoren ze nog steeds beter dan de nietbezitters. Een gelijkaardig patroon komt terug bij de variabele technofobie. Diegenen die reeds voor 2001 een pc hadden zijn het minst technofoob, gevolgd door de recente bezitters, als derde de afhakers en als laatste komen de niet-bezitters. Zij hebben er dus het meeste last van.

275


Vlaanderen gepeild ! 3.2

| Evolutie computergebruik

Uit onderstaande tabel blijkt dat het globale percentage pc-gebruik nauwelijks veranderd is tussen 2001 en 2002. Bij de eerste meting beweerde 47,1% van de respondenten de pc minstens eens per maand te gebruiken, in 2002 is dit 46,5%. TABEL 1

Computergebruik 2001-2002 Regelmatig gebruik pc in 2001 N % 289 47,1 613 100,0

Ja N

Regelmatig gebruik pc in 2002 N % 285 46,5 613 100,0

Toch is het ook hier zo dat achter deze constante duidelijke processen afspelen. Een conclusie als zou er niets veranderd zijn binnen de Vlaamse bevolking inzake het gebruik van de pc zou dan ook foutief zijn. Globaal genomen lijkt het dat er geen nieuwe gebruikers bijkomen of afvallen, toch zijn er, zoals blijkt uit de onderstaande gegevens, wel degelijk nieuwe gebruikers en afvallers. Alleen is het wel zo dat op dit ogenblik instroom en uitval elkaar in evenwicht houden (X2=333,807; df=1; p<.001). TABEL 2

Longitudinale vergelijking computergebruik in 2001-2002 Regelmatig gebruik pc 2001 Nee Ja Totaal

N Rij % N Rij % N %

Regelmatig gebruik pc in 2002 Nee Ja 235 29 89,0% 11,0% 32 255 11,1% 88,9% 267 284 48,5% 51,5%

Totaal 264 100,0% 287 100,0% 551 100,0%

11,0% van de mensen die in 2001 de pc niet op regelmatige basis gebruikten doen dit in 2002 wel. Dit aantal is ongeveer even groot als diegenen die de pc minstens eens per maand gebruikten in 2001 en dit in 2002 niet meer doen (11,1%). Vermits de instroom even groot is als de uitstroom is het aantal regelmatige pc-gebruikers min of meer stabiel gebleven. Toch is er een verschuiving van ongeveer 11 procentpunten opgetreden tussen gebruikers en niet-gebruikers.

276


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

3.2.1

| Profiel van de langdurige, recente, niet-gebruikers en afhakers

Zoals hierboven aangetoond, verschuilen zich achter de constant gebleven gebruiksgraad van de pc verschillende processen die mekaar op macro niveau opheffen. Hierna proberen we echter deze processen in beeld te brengen en daar waar mogelijk ook te verklaren. De pc-gebruikers kunnen, net zoals de pc-bezitters, in een aantal groepen worden ingedeeld. Het criterium hierbij is het tijdstip waarop de respondenten de pc zijn beginnen te gebruiken. Een eerste groep gebruikte de computer reeds in 2001 en doet dit vandaag nog steeds. We noemen hen de langdurige (of langdurige) gebruikers. Er zijn echter ook mensen die hun gebruik hebben gestaakt. De afhakers gebruikten dus in 2001, maar doen dit vandaag niet meer. Ten derde zijn er ook nog de recente of nieuwe gebruikers. In 2001 gebruikten ze nog geen computer, maar vandaag doen ze dit wel. Dit in tegenstelling tot een vierde groep: de nietgebruikers. Tot op de dag van vandaag maken ze geen gebruik van de pc. In wat volgt, wordt nagegaan welke karakteristieken eigen zijn aan welke groepen. Op die manier kan er een profiel geschetst worden van de verschillende soorten gebruikers. In figuur 5 wordt de verdeling van de respondenten over de verschillende groepen weergegeven. Ook hier geldt dat de langdurige gebruikers het meest frequent aanwezig zijn (41,6%), gevolgd door de niet-gebruikers (38,3%). De recente gebruikers (4,7%) en afhakers (5,2%) zijn minder talrijk, maar vormen niettemin twee interessante groepen. FIGUUR 5

Verschuivingen in pc gebruik 2001-2002

De verschillende groepen die hierboven zijn aangeduid, kunnen onderscheiden worden op basis van enkele demografische en socio-economische eigenschappen.

277


Vlaanderen gepeild ! FIGUUR 6

Verschuivingen in pc gebruik naar aantal kinderen ten laste, inkomen3, opleiding4 en gemiddelde leeftijd

De trends in de relatie tussen bovenstaande socio-economische variabelen en pc-gebruik zijn gelijkaardig aan deze van pc-bezit. Meer bepaald zijn de trends die de variabelen opleiding en inkomen weerspiegelen identiek. Dit wil zeggen dat ook hier de langdurige gebruikers de hoogste opleiding genoten hebben en de afhakers op de tweede plaats komen. De recente gebruikers hebben iets minder gestudeerd en de niet-gebruikers hebben de laagste opleiding. Hiermee samenhangend, kan er geconstateerd worden dat de langdurige gebruikers het meest verdienen, op de tweede plaats komen de afhakers, gevolgd door de recente gebruikers en als laatst de niet-gebruikers. De langdurige gebruikers zijn van alle categorieĂŤn gemiddeld het 3.

Legende: Netto gezinsinkomen per maand werd verdeeld in tien klassen 1 = Minder dan 39 999 BEF, 2 = 40 000 - 49 999, 3= 50 000 â&#x20AC;&#x201C; 59 999, â&#x20AC;Ś, 10 = 135 000 - en meer. 4. Legende: 1 = geen/lager onderwijs, 2 = lager secundair onderwijs, 3 = hoger secundair onderwijs, 4 = nietuniversitair hoger onderwijs, 5 = universitair onderwijs

278


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

jongst. Ze hebben ook kinderen ten laste, zij het gemiddeld gezien minder dan de recente gebruikers, maar meer dan de niet-gebruikers. Verder blijkt uit de data dat in deze categorie en in de groep van de afhakers meer mannen zitten dan bij de recente gebruikers en niet-gebruikers. De groep van de niet-gebruikers vormt zowat de tegenpool van de langdurige gebruikers. Ze zijn met een gemiddelde leeftijd van 60 jaar de oudsten, hebben de minste kinderen ten laste, verdienen het minst en hebben het laagste diploma. Ook hier weer houden de recente gebruikers en de afhakers het midden tussen de twee bovenstaande categorieĂŤn. Diegenen die nog maar juist een computer hebben aangeschaft, komen op de tweede plaats wat betreft de leeftijd. Na de niet-gebruikers zijn zij dus de oudsten. Toch heeft deze groep de meeste kinderen ten laste. Ook wat betreft het inkomensniveau sluit deze groep eerder aan bij de nietgebruikers. De afhakers zijn iets jonger dan de langdurige gebruikers en bevinden zich ook qua leeftijd en opleiding aan deze zijde. Vervolgens wordt nagegaan in welke mate de gebruikersgroepen op een aantal variabelen verschillen. Meer bepaald worden ze vergeleken in hun kennis, bezit en gebruik van een aantal mediatoestellen en in hun graad van technofobie. Deze variabelen zijn dezelfde die bij pc-bezit werden gebruikt. De kennis werd op een 4-punten schaal gemeten waarbij 1 staat voor kenners en 4 voor onwetenden. De score op technofobie is het hoogst als men er het meest last van heeft. TABEL 3

Gemiddelde scores inzake kennis ICT, bezit en gebruik media en technofobie volgens gebruikerstypologie

Kennis Totaal bezit mediatoestellen (incl. pc en internet) N gebruikte mediatoestellen Technofobie

Nietgebruikers 3,2

Recente gebruikers 2,2

Langdurige gebruikers 1,5

Afhakers 1,8

1,7

3,8

5,2

4,1

1,2 2,9

1,9 2,3

4,5 1,9

3,4 2,3

Uit tabel 3 blijkt duidelijk dat bij al de weergegeven variabelen een zelfde trend waar te nemen valt. De langdurige gebruikers scoren op elk van de variabelen het best. Dit wil zeggen dat ze de meeste mediatoestellen kennen, gebruiken en bezitten. Bovendien hebben ze weinig last van technofobie. Op de tweede plaats komen de afhakers. Ze hebben iets meer last van technofobie dan de langdurige gebruikers en kennen, gebruiken en bezitten minder mediatoestellen. Toch doen ze het nog steeds beter op deze variabelen dan de recente en niet-gebruikers. De recente gebruikers maken nog niet zo lang gebruik van de pc. Dit wordt weerspiegeld in hun gebruik, bezit en kennis van andere media en technofobie. De recente gebruikers sco-

279


Vlaanderen gepeild ! ren op deze variabelen beter dan de niet-gebruikers, maar slechter dan de twee overige categorieën. De laatste categorie zijn de niet-gebruikers. Niet-gebruik van de pc blijkt samen te hangen met het niet-gebruik van andere media. De niet-gebruikers scoren hier immers het laagst. Dit is ook het geval met de overige variabelen uit bovenstaand model. De niet-gebruikers kennen niet echt veel van nieuwe technologieën, gebruiken of bezitten ze minder en hebben meer last van technofobie.

3.2.2

| Plaats van computergebruik

De langdurige en recente gebruikers kunnen onderscheiden worden op basis van de plaats waar ze hun pc gebruiken, zo blijkt uit figuur 7. Hoewel beiden evenveel (92,6% en 92,7%) de pc thuis en op school (15,4% en 17,2%) aanwenden, blijken de langdurige gebruikers veel vaker de pc op het werk te gebruiken. Meer bepaald gebruikt 73,3% van diegenen die reeds voor 2001 een pc hadden deze op hun werk, terwijl dit percentage bij de recente gebruikers slechts 20% bedraagt. Dit is een opmerkelijk gegeven dat erop wijst dat de nieuwe gebruikers de pc bijna uitsluitend in de thuiscontext gebruiken. FIGUUR 7

Plaats van pc gebruik voor langdurige en recente gebruikers

3.3

| Longitudinale analyse houdingen ten overstaan van computers

In algemene termen, dus geen rekening houdend met de verschillen in de typen van pc-bezitters, is de houding ten opzichte van de pc bij de Vlaming niet significant veranderd sinds 2001. Dit leiden we af uit tabel 4 waarin de gemiddelde scores op de factor ‘negatieve houding ten opzichte van de computer’ in 2001 en 2002 zijn weergegeven. Een t-test voor onafhankelijke paren op deze scores geeft aan dat ze niet significant van elkaar verschillen.

280


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

TABEL 4

Evolutie negatieve houding t.o.v. de pc 2001-2002

Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002

N

Std. Afwijking

T

Df.

Sig.

1,57

211

,63

,033

210

,970

1,57

211

,66

Gemiddeld

Wanneer een onderscheid wordt gemaakt naar de verschillende groepen dan blijkt dat zich in geen enkele groep een significante verschuiving in de houding ten opzichte van de pc heeft voorgedaan. Toch is er een zekere trend aanwezig binnen de groep van de nieuwe bezitters. De houding van deze groep ten opzichte van de pc lijkt tussen 2001 en 2002 in zekere zin minder negatief te zijn geworden maar dit verschil is statistisch gezien niet significant. TABEL 5

Evolutie negatieve houding t.o.v. de pc 2001-2002 naar bezitstypologie

Nieuwe bezitters

Langdurige nietbezitters

Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001

N

Std. Afwijking

T

Df.

Sig.

2,34

14

,70

1,525

13

,151

2,12

14

,80

2,89

90

1,07

,222

89

,820

Gemiddeld

281


Vlaanderen gepeild !

Langdurige bezitters

Afhakers

Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002 Factornegatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002

Gemiddeld

N

Std. Afwijking

2,91

90

,93

1,74

233

,77

1,78

233

,87

2,28

25

1,01

2,22

25

,80

T

Df.

Sig.

1,160

232

,240

,332

24

,741

Wat betreft het effectieve gebruik van de pc tekenen zich wel enkele markante verschuivingen af. Vooreerst is de houding van de afhakers ten opzichte van de computer significant negatiever geworden. Opmerkelijk is de trend bij de nieuwe gebruikers. De gemiddelde scores geven hier duidelijk aan dat de houding van deze respondenten minder negatief is geworden. Het bijhorende significantieniveau zit op de rand van het aanvaardbare maar wijst toch op een duidelijke trend. Deze resultaten suggereren dan ook dat een verandering op het vlak van het al dan niet gebruiken van de computer samenhangt met een verandering in de houding tegenover de pc. Of het ĂŠĂŠn de oorzaak is van het andere of omgekeerd, daarover kan op basis van deze resultaten geen uitspraak gedaan worden

282


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

TABEL 6

Evolutie negatieve houding t.o.v. de pc 2001-2002 naar gebruikerstypologie

Nieuwe gebruikers

Langdurige nietgebruikers

Langdurige gebruikers

Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002

N

Std. Afwijking

T

Df.

Sig.

2,62

14

,52

1,964

13

,072

2,24

14

,56

3,34

92

,76

,824

91

,410

3,25

92

,72

1,56

237

,61

,551

236

,580

1,58

237

,66

Gemiddeld

283


Vlaanderen gepeild !

Afhakers

Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2001 Factor negatieve houding ten opzichte van de pc 2002

N

Std. Afwijking

T

Df.

Sig.

2,19

24

,66

4,277

23

,000

2,78

24

,66

Gemiddeld

4

| Internetbezit en gebruik

4.1

| Bezit van internet in 2002

Van alle respondenten die in 2002 ondervraagd werden, bezit 40,7% thuis een internetaansluiting. Iets meer dan 51% beschikt thuis niet over een internetaansluiting en 8% gaf geen antwoord. TABEL 7

Bezit internet 2002

Ja Totaal

N 250 613

% 40,7 100

Wanneer de groep van de internetbezitters op basis van demografische en socio-economische kenmerken wordt vergeleken met de groep van de niet-bezitters, komen markante verschillen aan het licht. Vooreerst blijkt de gemiddelde leeftijd in de groep bezitters significant lager te liggen dan de gemiddelde leeftijd in de groep van de niet-bezitters. Ook hebben de internetbezitters gemiddeld meer kinderen ten laste dan de niet-bezitters. Met betrekking tot het geslacht van de bezitters en nietbezitters kon geen significant verschil worden vastgesteld.

284


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

TABEL 8

Internetbezit in Vlaanderen naar demografische en socio-economische kenmerken5

Bezit internet Leeftijd 2002 Nee Ja Geslacht Nee Ja N kind ten laste Nee

N 313 250 312 247

Gemiddeld 56,5 42,1 1,5 1,4

Std. Afwijking 17,34 13,99 ,50 ,50

308

,38

,84

Std. Fout Gemiddeld T ,98 10,652 ,88 2,83E-02 ,565 3,17E-02

Df 561

Sig. ,000

557

,572

6,899

552

,000

8,392

503

,000

10,258

543

,000

21,126

561

,000

7,81E-02 16,636 ,15

561

,000

Inkomen (BEF)

Ja Nee Ja

Opleiding

Nee

N bezit media

Ja Nee Ja

4,78E-02 6,96E246 ,95 1,09 02 290 68055,83 34965,17 2052,82 214 98950,72 47740,53 3260,01 5,995E306 2,1 1,0 02 7,296E239 3,1 1,1 02 314 2,1 1,6 9,01E-02 249 5,4 2,2 ,14

Nee Ja

314 249

N gebruik media

1,7 4,3

1,4 2,4

Niet enkel demografisch, maar ook op economisch vlak zijn er significante verschillen tussen beide groepen aan de orde. Hierbij geldt dat de groep van de bezitters gemiddeld over een groter inkomen beschikt dan de groep niet-bezitters en dat deze groep hoger opgeleid is. Tot slot blijkt het al dan niet hebben van een internaansluiting thuis ook samen te gaan met een hoger algemeen mediabezit en -gebruik. Een verdere analyse van de verdeling volgens aantal kinderen ten laste levert interessante resultaten op. De personen die geen kinderen ten laste hebben, blijken vooral niet-bezitters te zijn. Bij diegenen die twee of drie kinderen ten laste hebben, ligt het percentage internetbezitters daarentegen hoger dan het percentage niet-bezitters.

5. De variabele geslacht is hier gebruikt als dichotome variabele met de waarden 0 = vrouw en 1 = man. Het inkomen betreft het gemiddelde maandelijkse netto gezinsinkomen (BEF). Opleiding is als volgt gebruikt: 1 = geen/lager onderwijs, 2 = lager secundair onderwijs, 3 = hoger secundair onderwijs, 4 = niet-universitair hoger onderwijs, 5 = universitair onderwijs

285


Vlaanderen gepeild ! TABEL 9

Bezit internet naar kinderen ten laste Aantal kinderen ten laste Bezit internet Nee Ja Totaal

4.2

N Kolom % N Kolom % N Kolom %

Totaal

0 1 2 3 4 241 32 20 12 3 308 65,7% 50,8% 22,2% 41,4% 50,0% 55,5% 126 31 70 17 3 247 34,3% 49,2% 77,8% 58,6% 50,0% 44,5% 367 63 90 29 6 555 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%

| Gebruik van internet in 2002

Op het ogenblik van de bevraging in 2002 verklaarde 43,7% van de Vlamingen het internet minstens 1 maal per jaar te gebruiken. Dat betekent dat de meerderheid van de Vlamingen (56,3%) nog steeds het internet niet gebruikt. Om het aandeel van de regelmatige gebruikers te kennen hebben we een strenger criterium gebruikt (minstens ĂŠĂŠn maal per maand). Dan blijken er 38.5% regelmatige internetgebruikers te zijn. Het gros van de internetgebruikers gebruik het internet thuis (84,1%). De tweede populairste plaats is het werk (47,6%). Minder populair zijn de school en elders. Wanneer wordt nagegaan wie het internet waar het meest gebruikt, dan blijkt het verschil tussen recente en langdurige gebruikers zich vooral te situeren in het gebruik van internet op het werk. Beide groepen gebruiken het internet het meest thuis en daarna op het werk met dat verschil dat het percentage gebruikers op het werk bij de langdurige gebruikers veel hoger is (86,1%) dan bij de recente gebruikers (24,2%). Een tweede opvallend verschil is dat het gebruik van internet op school veel hoger ligt bij de langdurige (53,3%) dan bij de nieuwe gebruikers (2,2%). Men kan dan ook besluiten dat de nieuwe gebruiker vooral een thuisgebruiker is, terwijl de langdurige gebruiker het internet overal meer gebruikt.

286


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

FIGUUR 8

Plaats gebruik van internet volgens type gebruiker

4.3

| Internetgebruik 2001 - 2002

Aangezien de steekproeven van beide enquĂŞtes representatief waren voor de Vlaamse bevolking mogen we op basis van de verkregen resultaten besluiten dat tussen 2001 en 2002 de penetratiegraad van het internet in de Vlaamse woonkamer van 30,9% gestegen is naar 40,7%. Het aantal internetaansluitingen in Vlaanderen kende tussen 2001 en 2002 met andere woorden een stijging van 10,2 procentpunten. Deze stijging is opvallend gegeven het feit dat het aantal computers in de Vlaamse gezinnen in diezelfde periode niet is gestegen. Uit de analyse blijkt dat 87,1% van de nieuwe internetbezitters in 2001 reeds regelmatig het internet gebruikten op het werk. De resultaten suggereren dan ook dat het vooral de computerbezitters uit 2001 zijn die toen reeds het internet op het werk gebruikten die nu ook een internetaansluiting in huis gehaald hebben. Op deze thematiek komen we later nog terug. FIGUUR 9

Evolutie gebruik internet 2001-2002

287


Vlaanderen gepeild ! Op basis van deze gegevens is het vervolgens mogelijk de steekproef op te delen in vier groepen. De niet-bezitters zijn diegenen die in beide fasen geen internetaansluiting hadden. Tabel 10 laat zien dat dit nog steeds de grootste groep is met iets minder dan 50% van de totale Vlaamse bevolking. De tweede grootste groep is die van de langdurige bezitters en bestaat uit die respondenten die in beide vragenlijsten aangaven over een internetaansluiting te beschikken. Deze groep vertegenwoordigt 28,8% van de bevolking. De nieuwe bezitters zijn diegenen die zich tussen wave 1 en wave 2 een internaansluiting aangeschaft hebben en vertegenwoordigt in totaal 11,8% van de bevolking. Een zeer kleine minderheid (,9%), tot slot, heeft tussen 2001 en 2002 de internetaansluiting van de hand gedaan. Deze respondenten zijn ondergebracht in de groep afhakers. Gezien de het kleine aantal respondenten in de laatste groep zijn deze in de verdere analyse niet meer opgenomen. FIGUUR 10

Typologie van de internetgebruikers

4.3.1

| Profiel van de langdurige, nieuwe en niet-bezitters van internet in 2002

De groep met de laagste gemiddelde leeftijd en de hoogste opleiding is die van de langdurige bezitters. Zij zijn jonger, hebben meer betaald werk en zijn hoger opgeleid dan zowel de niet-bezitters als de nieuwe bezitters. De groep van de nieuwe bezitters situeert zich voor elk van deze drie criteria tussen beide andere groepen. Deze nieuwe bezitters hebben samen met de langdurige bezitters eveneens de meeste kinderen ten laste en samen met de niet-bezitters een lager inkomen dan de langdurige bezitters. Het profiel van de internetbezitter ten opzichte van de nietbezitter (zowel nieuw als permanent) is aldus dat van een jongere, hoger opgeleide man of vrouw met een hoger inkomen en meer kinderen ten laste.

288


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

TABEL 10

Bezit internet thuis naar demografische en socio-economische kenmerken6

Niet-bezitters Nieuwe bezitters Langdurige bezitters

Gem. N Gem. N Gem.

Leeftijd 2002 57,3 302 46,6 68 40,5

N

177

N kinderen ten laste Geslacht Inkomen 1,5 ,4 67653,7 303 296 282 1,4 ,8 79881,6 68 68 62 1,5 1,0 107191,9 177

174

Opleiding 2,1 295 2,6 66 3,3

151

169

TABEL 11

Bonferroni post hoc test - Longitudinaal bezit internet thuis naar demografische en socio-economische kenmerken

Leeftijd

geslacht

N kind ten laste

Gemiddeld verschil (I-J) 10,63

(I) **longitudinaal (J) **longitudinaal bezit internet thuis bezit internet thuis Std. fout Langdurige Nieuwe 2,11 niet-bezitters bezitters Langdurige 16,79 1,49 bezitters Nieuwe Langdurige 6,16 2,24 bezitters bezitters Langdurige Nieuwe 3,10E-02 6,72E-02 niet-bezitters bezitters Langdurige 2,40E-02 4,76E-02 bezitters Nieuwe Langdurige -6,97E-03 7,15E-02 bezitters bezitters Langdurige Nieuwe -,41 ,13 niet-bezitters bezitters -,63 9,19E02 Langdurige niet-bezitters

Sig. ,000 ,000 ,018 1,000 1,000 1,000 ,004 ,000

6. De variabele geslacht is hier gebruikt als dichotome variabele met de waarden 0 = vrouw en 1 = man. Het inkomen betreft het gemiddelde maandelijkse netto gezinsinkomen (BEF). Opleiding is als volgt gebruikt: 1 = geen/lager onderwijs, 2 = lager secundair onderwijs, 3 = hoger secundair onderwijs, 4 = niet-universitair hoger onderwijs, 5 = universitair onderwijs

289


Vlaanderen gepeild ! Gemiddeld verschil (I-J) -,21

(I) **longitudinaal (J) **longitudinaal bezit internet thuis bezit internet thuis Std. fout Nieuwe Langdurige ,14 bezitters bezitters Inkomen Langdurige Nieuwe -12227,88 5656,66 niet-bezitters bezitters Langdurige -39538,18 4057,71 bezitters Nieuwe Langdurige -27310,30 6079,18 bezitters bezitters Opleiding Langdurige Nieuwe -,4681 ,1450 niet-bezitters bezitters Langdurige -1,1366 ,1027 bezitters Nieuwe Langdurige -,6686 ,1545 bezitters bezitters

Sig. ,371 ,093 ,000 ,000 ,004 ,000 ,000

Ook wat betreft het algemeen bezit en gebruik van andere toestellen en media verschillen de drie groepen onderling significant van elkaar (Bonferroni Post Hoc test, p < 0.01). Hierbij bestaat er een lineair positief verband tussen het bezit van internet en het bezit en gebruik van andere toestellen. Zo hebben de langdurige bezitters niet enkel de meeste media in huis. Van die media die ze bezitten gebruiken ze er ook meer dan alle andere groepen. De niet-bezitters hebben en gebruiken de minste toestellen. De nieuwe bezitters situeren zich op beide dimensies hier tussen in. TABEL 12

Longitudinaal bezit internet thuis naar bezit en gebruik media thuis Longitudinaal bezit internet thuis Niet-bezitters Nieuwe bezitters Langdurige bezitters

Gem. N Gem. N Gem. N

Totaal bezit media 4,9295 301 7,5813 68 9,8589 175

Totaal aantal gebruikte media 4,17 301 5,87 68 8,39 175

Op het vlak van computerbezit en -gebruik werden significante verschillen tussen de groepen internetbezitters en niet-bezitters vastgesteld. Zo blijken de lang-

290


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

durige bezitters van internet in huis meer thuis een computer te bezitten dan de nieuwe internetbezitters en hebben deze op hun beurt meer kans om thuis een computer te bezitten dan de Vlamingen zonder internetaansluiting in huis. Daarenboven gebruikt de langdurige bezitter van internet de computer zelf ook meer dan beide andere groepen en ook hier geldt dat de nieuwe bezitters van internet dit meer doen dan de niet-bezitters. Anders is het gesteld met de verschillende houdingen ten opzichte van de computer die werden onderscheiden. Wat betreft de positieve houding werd vastgesteld dat de nieuwe bezitters van internet niet significant verschillen van de langdurige bezitters maar dat beide samen wel afwijken van de niet-bezitters van internet. Deze laatste groep scoort op de factor positieve houding ten opzichte van de computer in het algemeen, significant lager dan beide groepen bezitters. Wanneer daarentegen computer angst gemeten wordt, voegen de nieuwe bezitters van internet zich bij de niet-bezitters van internet en scoren zij samen significant hoger dan de langdurige internetbezitters. De resultaten voor de factor negatieve houding waren niet significant. De langdurige internetbezitters, bezitten en gebruiken dus ook het meest de computer en hebben het minst computerangst. De niet-bezitters van internet, bezitten en gebruiken de computer het minst en hebben daarenboven de minst positieve houding ten opzichte van de computer. De nieuwe bezitters, bevinden zich qua bezit en gebruik van de computer tussen beide andere groepen in. Wat betreft de positieve houding ten opzichte van de computer sluiten ze zich aan bij de langdurige bezitters maar wat betreft computer angst verschillen ze niet van de niet-bezitters. TABEL 13

Bezit en gebruik van de pc bij niet-bezitters, nieuwe bezitters en langdurige bezitters van internet. Longitudinaal bezit internet thuis Niet-bezitters Nieuwe bezitters Langdurige bezitters Total

Gem. N Gem.

Bezit Pc ,22 301 ,70

Gebruik Pc ,75 65 ,89

Factor positieve houding -,6377 187 ,4062

N Gem.

68 ,96

48 ,96

52 ,5722

N Gem. N

175 ,52 543

169 ,90 282

Factor angst ,1523 187 ,2149

Factor negatieve houding 5,551E-02 187 -,202

52 52 -,1946102 3,460E-02

157 157 -2,129E-02 2,279E-02 395 395

157 1,357E-02 395

291


Vlaanderen gepeild ! TABEL 14

Bonferroni post hoc test - Bezit en gebruik van de pc bij niet-bezitters, nieuwe bezitters en langdurige bezitters van internet

Dependent Variable Bezit PC

Gebruik pc

Factor positieve houding ten opzichte van de computer

Factor angst voor computer

292

(I) (J) **longitudinaal **longitudinaal bezit internet bezit internet thuis thuis Langdurige Nieuwe niet-bezitters bezitters

Nieuwe bezitters Langdurige niet-bezitters

Langdurige bezitters Langdurige bezitters Nieuwe bezitters

Nieuwe bezitters Langdurige niet-bezitters

Langdurige bezitters Langdurige bezitters Nieuwe bezitters

Nieuwe bezitters Langdurige niet-bezitters

Langdurige bezitters Langdurige bezitters Nieuwe bezitters Langdurige bezitters

Gemiddeld verschil (I-J) Std. Error -,49 4,88E-02

Sig. ,000

-,75

3,46E-02

,000

-,26

5,20E-02

,000

-,48

5,40E-02

,000

-,68

3,72E-02

,000

-,48

5,40E-02

,000

-1,0441

,1280578

,000

-1,2101

8,81E-02

,000

-,1660347 ,1306703

,614

-6,250-02 ,1548576

1,00

,3470094 ,1065727

,004


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

(I) (J) Gemid**longitudinaal **longitudinaal deld Dependent bezit internet bezit internet verschil Variable thuis thuis (I-J) Std. Error Nieuwe Langdurige ,4095184 ,1580168 bezitters bezitters Langdurige Nieuwe ,2580272 ,1584466 Factor negatieve niet-bezitters bezitters houding ten opzichte van de computer Langdurige 2,090E- ,1090426 bezitters 02 Nieuwe Langdurige -,2371215 ,1616790 bezitters bezitters

4.3.2

Sig. ,030 ,313

1,00 ,430

| De nieuwe, langdurige en niet-bezitter van internet in 2001

Onderstaande resultaten tonen aan dat ook in 2001 diegenen die in 2002 als niet-bezitters, langdurige bezitters of niet-bezitters van internet zouden bestempeld worden, reeds significant van elkaar verschilden op een aantal criteria. Zo blijkt niet enkel dat de langdurige internetbezitters in 2001 reeds meer kennis van nieuwe media hadden dan beide andere groepen maar ook dat de nieuwe bezitters van internet in 2002 zich in 2001 reeds op dit vlak van de niet-bezitters van intenet onderscheidden. Ook wat betreft het effectieve bezit en gebruik van andere media verschilden de drie groepen die we op basis van hun adoptiegeschiedenis in 2002 hebben onderscheiden, in 2001 reeds significant van elkaar (Bonferroni post hoc test, p<0.05). Ook hier is het zo dat de langdurige bezitters van internet het hoogst scoorden, gevolgd door de nieuwe bezitters en tot slot de niet-bezitters. Ditzelfde patroon werd eveneens onderscheiden met betrekking tot de variabele technofobie. Hier scoorden de niet-bezitters van internet het hoogst, de langdurige bezitters het laagst en lag de score van de nieuwe bezitters hier tussenin.

293


Vlaanderen gepeild ! TABEL 15

Longitudinaal bezit internet thuis naar kennis ICT, bezit en gebruik media en technofobie Longitudinaal bezit internet thuis Niet-bezitters Gem. N Nieuwe bezitters Gem. N Langdurige bezitters Gem. N

Kennis model 2,9 303

Totaal aantal Totaal aantal bezit media gebruikte Technofobie 2,0 1,6 ,21 303 303 302

2,2 68

3,1 68

2,2 68

-6,895E-02 68

1,4 176

6,3 177

5,1 177

-,39 177

De nieuwe bezitter van internet bezat in 2001 gemiddeld reeds meer de computer dan de niet-bezitter maar minder dan de langdurige bezitter van internet. Hij had daarenboven een minder negatieve houding t.o.v de computer en ook deze keer was deze weer meer negatief dan die van de langdurige niet-bezitter van internet. Voor beide variabelen geldt dus ook hier de eerder geformuleerde veronderstelling van een positief lineair verband. Wat betreft de negatieve houding ten opzichte van de kostprijs van de pc was de nieuwe bezitter van internet minder negatief dan de langdurige niet-bezitter en hierin verschilde hij niet van de langdurige bezitter van internet. In verband met het tijdstip waarop de pc in huis kwam kan tot slot nog gezegd worden dat de niet-bezitters gemiddeld genomen de computer minder lang in huis hadden dan de langdurige bezitters. De eerste twee groepen verschilden hierin onderling niet significant van elkaar. De langdurige bezitters van internet hadden dus in 2001 reeds het meest en het langst de computer in huis en daarenboven hadden zij toen ook de minst negatieve houding ten opzichte van de pc en zijn kostprijs. De niet-bezitters van internet waren het minst in het bezit van een pc en hadden die ook het minst lang. Hun houding ten opzichte van de pc en de bijhorende kostprijs was het meest negatief. De nieuwe bezitters van internet situeerden zich in 2001 tussen de langdurige bezitters en de niet-bezitters.

294


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

TABEL 16

Longitudinaal bezit internet thuis naar bezit pc, tijdstip bezit pc, frequentie gebruik pc, houding pc

Longitudinaal bezit internet thuis Niet-bezitters Nieuwe bezitters Langdurige bezitters

Thuis pc Gem. ,23 N 303 Gem. ,66

Tijdstip thuis pc 1996 70 1994

Totaal aantal minuten per week 845,9 76 783,0

Negatieve houding pc ,39 166 -4,606E-02

Negatieve houding kostprijs ,24 166 -,14

N Gem.

68 1,0

45 1994

37 1013,8

50 -,6

50 -,27

N

177

177

161

164

164

TABEL 17

Bonferroni post hoc test - Longitudinaal bezit internet thuis naar bezit pc, tijdstip bezit pc, frequentie gebruik pc, houding pc

Thuis pc

Tijdstip thuis pc

N minuten per week pc

(I) longitudinaal bezit internet thuis Langdurige niet-bezitters

Nieuwe bezitters Langdurige niet-bezitters

Nieuwe bezitters Langdurige niet-bezitters

Nieuwe bezitters

(J) longitudinaal bezit internet thuis Nieuwe bezitters Langdurige bezitters Langdurige bezitters Nieuwe bezitters Langdurige bezitters Langdurige bezitters Nieuwe bezitters Langdurige bezitters Langdurige bezitters

Gemiddeld verschil (I-J) -,43

Std. Error 4,78E-02

Sig. ,000

-,77

3,37E-02

,000

-,34

5,08E-02

,000

3,00

1,04

,013

2,13

,77

,018

-,87

,91

1,000

62,9478

180,8383

1,000

-167,882

125,8724

,550

-230,830

164,2570

,483

295


Vlaanderen gepeild !

Negatieve houding pc

Negatieve houding kostprijs pc

4.3.3

(I) longitudinaal bezit internet thuis Langdurige niet-bezitters

Gemiddeld verschil (I-J) ,4353100

Std. Error ,1458333

Sig. ,009

,9514762

9,958-02

,000

Nieuwe bezitters Langdurige niet-bezitters

(J) longitudinaal bezit internet thuis Nieuwe bezitters Langdurige bezitters Langdurige bezitters Nieuwe bezitters

,5161662

,1460000

,001

,3771439

,1484456

,034

,5109873

,1013679

,000

Nieuwe bezitters

Langdurige bezitters Langdurige bezitters

,1338434

,1486152

1,000

| De nieuwe en niet-bezitter van internet in 2001

Tabel 18 toont aan dat in 2001 diegenen die in 2002 de nieuwe bezitters van internet zouden worden, reeds significant meer aangaven daadwerkelijk over internet te willen beschikken. Naar gebruik van internet op het werk werden geen significante verschillen vastgesteld. We kunnen met andere woorden niet besluiten dat gebruik van internet op het werk samenhangt met het aanschaffen van internet thuis in het daaropvolgende jaar. Deze resultaten zijn verschillend van datgene wat hierboven met betrekking tot wens en aanschaf van de pc werd vastgesteld. Daar bleek dat diegenen die in 2002 de recente computerbezitters zouden worden in 2001 niet meer dan de niet-bezitters hadden aangegeven over een computer te willen beschikken. Een mogelijke verklaring is dat de oorzaken voor het niet bezitten van een pc eerder structureel zijn en die voor het niet bezitten van internet eerder occasioneel. Zo is het mogelijk dat iemand die geen pc bezit maar er wel een wenst, zich deze toch niet aanschaft om financiële redenen. Het niet bezitten van internet zou daarentegen eerder kunnen samengaan met een gebrek aan interesse of het gewoon niet nodig hebben. De financiële drempel voor toegang tot het internet wordt immers alsmaar lager. Wanneer men op een bepaald ogenblik dan toch internet in huis wenst te halen en de financiële drempel laag is, dan kan die wens ook effectief ingevuld worden. Dit kan meteen ook verklaren waarom de nieuwe internetgebruiker in de meeste gevallen geen nieuwe computerbezitter is (cf infra). Wanneer het aanschaffen van internet immers moet samengaan met de aanschaf van een computer dan is de financiële drempel wederom hoog.

296


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

TABEL 18

Vergelijking nieuwe en niet-bezitter van internet in 2001

Wens toegang tot internet thuis Regelmatig gebruik internet op werk Gebruik internet werk uren / weekdag

Longitudinaal bezit internet thuis Niet-bezitter

N 303

Gemiddeld ,22

Nieuwe bezitter Niet-bezitter

68 22

,48 1,1

,50 ,32

,17

Nieuwe bezitter Niet-bezitter

16 20

1,1 3,9

,35 2,8

1,1

Nieuwe bezitter

14

3,1

,92

Std. Afwijking T ,42 4,5

Df. Sig. 368 ,000

30,9 ,870

31

,280

Bovenstaande resultaten geven aan dat er in 2001 reeds een aantal factoren te onderscheiden waren die aangaven of de niet-bezitters van internet in de loop van het volgende jaar zouden overgaan naar de groep van de bezitters. Diegenen die in de aanloop naar het vervolgonderzoek internet zouden aanschaffen hadden toen reeds meer kennis van nieuwe media, bezaten en gebruikten meer media, en hadden minder technofobie dan diegenen die in 2002 nog steeds niet-bezitters zouden zijn.

4.4

| Internetgebruik in 2002

Het percentage van de bevolking dat thuis of op het werk internet gebruikt is gestegen van 34% in 2001 naar 38,5% in 2002. Op basis van deze verschuiving werden de respondenten ook hier opgedeeld in nieuwe gebruikers, afhakers, langdurige gebruikers en langdurige niet-gebruikers. Net als bij internetbezit is hier de groep langdurige niet-gebruikers het grootst, gevolgd door de langdurige gebruikers. De nieuwe gebruikers van internet maken 7% van de respondenten uit en de afhakers 3%. Ook hier wordt de laatste groep niet verder in de analyse betrokken wegens een te lage frequentie.

297


Vlaanderen gepeild ! TABEL 19

Gebruikstypologie van de internetgebruikers

Langdurige niet-gebruiker Nieuwe gebruikers Langdurige gebruiker Afvallers Geen antwoord

N 278 42 187 17 89 613

% 45,3 6,9 30,5 2,7 14,6 100,0

De stijging in procentpunten is minder spectaculair dan deze inzake de penetratie van het bezit van internet. Dit lijkt erop te wijzen dat ten minste een deel van de nieuwe internetbezitters geen nieuwe gebruikers zijn. Tabel 19 toont aan dat, inderdaad, meer dan 28% van de nieuwe bezitters nog steeds onder te brengen is bij de langdurige niet-gebruikers van het internet. TABEL 20

Relatie tussen internet bezit en gebruik

Nietbezitters

Nieuwe bezitters

Langdurige bezitters

Totaal

298

N

Langdurige nietgebruiker 241

Nieuwe gebruikers 8

Langdurige gebruiker 17

Totaal 266

Rij % Kolom % N

90,6% 88,3% 18

3,0% 19,0% 25

6,4% 9,2% 20

100,0% 53,3% 63

Rij % Kolom % N

28,6% 6,6% 14

39,7% 59,5% 9

31,7% 10,9% 147

100,0% 12,6% 170

Rij % Kolom % N Rij % Kolom %

8,2% 5,1% 273 54,7% 100,0%

5,3% 21,4% 42 8,4% 100,0%

86,5% 79,9% 184 36,9% 100,0%

100,0% 34,1% 499 100,0% 100,0%


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

4.4.1

Profiel van de nieuwe, langdurige en de niet-gebruiker van het internet in 2002

De Vlamingen die het internet niet gebruiken, zijn significant ouder dan de nieuwe en langdurige gebruikers van het medium. Ook hebben ze significant minder kinderen ten laste, een lager inkomen en een lagere opleiding dan beide andere groepen. De langdurige gebruikers en de nieuwe gebruikers van het internet verschillen onderling niet van elkaar TABEL 21

Longitudinaal gebruik internet thuis naar demografische en socio-economische kenmerken in 20027

Longitudinaal internetgebruik Langdurige niet-gebruiker Nieuwe gebruikers Langdurige gebruiker

Totaal

7.

Gem.

Leeftijd 58,8

Geslac ht 1,5

Aantal kinderen ten laste ,47

N Gem. N Gem.

278 41,4 42 39,3

278 1,5 42 1,4

272 1,0 42 ,82

N Gem. N

187 49,7 507

187 1,5 507

184 ,65 498

InkoOpleimen ding 66970,4 2,1 259 94095,9 40 104796, 8 159 82468,1 458

271 2,9 40 3,3 181 2,6 492

De variabele geslacht is hier gebruikt als dichotome variabele met de waarden 0 = vrouw en 1 = man. Het inkomen betreft het gemiddelde maandelijkse netto gezinsinkomen (BEF). Opleiding is als volgt gebruikt: 1 = geen/lager onderwijs, 2 = lager secundair onderwijs, 3 = hoger secundair onderwijs, 4 = niet-universitair hoger onderwijs, 5 = universitair onderwijs

299


Vlaanderen gepeild ! TABEL 22

Bonferroni post hoc test - Longitudinaal bezit internet thuis naar demografische en socio-economische kenmerken in 2002

Leeftijd

Geslacht

N kind ten laste

Inkomen

(I) Longitudinaal Internetgebruik langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers Opleiding langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers

(J) Longitudinaal Internetgebruik nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker

Gemiddeld verschil (I-J) 16,62

Std. Error 2,41

Sig. ,000

18,65

1,38

,000

2,03

2,49

1,000

4,17E-02

8,19E-02

1,000

,15

4,71E-02

,004

,11

8,45E-02

,565

-,57

,16

,002

-,35

9,45E-02

,001

,22

,17

,565

-5,34

1,16

,000

-6,96

,69

,000

-1,62

1,21

,543

-,8412

,1720

,000

-1,2391

9,761E-02

,000

-,3979

,1774

,076

Wat betreft het computerbezit en -gebruik verschillen de niet-gebruikers van internet zowel van de nieuwe als van de langdurige gebruikers die onderling niet erg van elkaar verschillen. Dit is het geval voor pc bezit, pc-gebruik en computerangst. Hierbij is het zo dat de groep internetbezitters meer een computer bezit, meer de

300


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

computer gebruikt en minder computerangst heeft dan groep van de niet-bezitters internet. Met betrekking tot de positieve houding ten opzichte van de pc werd wel een verschil tussen beide groepen gebruikers vastgesteld. Hierbij geldt dat de langdurige gebruikers een meer positieve houding hebben dan de nieuwe gebruikers die op hun beurt beter scoren dan de niet-gebruikers van internet. TABEL 23

Longitudinaal internetgebruik naar bezit en gebruik pc en houding t.o.v. de pc in 2002 Longitudinaal internetgebruik Langdurige Mean niet-gebruiker N Nieuwe Mean gebruikers N Langdurige Mean gebruiker N

Bezit Pc ,26

Gebruik Pc ,66

Factor positieve houding -,78

Factor angst ,41

Factor negatieve houding ,11

276 ,87

71 1,0

170 ,29

170 -2,676E-02

170 -,17

41 ,90

36 1,0

39 ,65

39 -,36

39 -2,038E-02

186

169

174

174

174

TABEL 24

Bonferroni post hoc test - Longitudinaal internetgebruik naar bezit en gebruik pc en houding t.o.v. de pc in 2002

Bezit PC

Gebruik PC

(I) Longitudinaal Internetgebruik langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers

(J) Longitudinaal Internetgebruik nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker

Gemiddeld verschil (I-J) -,61

Std. Error 6,42E-02

Sig. ,000

-,65

3,63E-02

,000

-3,34E-02

6,62E-02

1,000

-,76

4,88E-02

,000

-,82

2,81E-02

,000

-5,21E-02

5,02E-02

,901

301


Vlaanderen gepeild !

Factor positieve houding

Factor angst voor computer

(I) Longitudinaal Internetgebruik langdurige niet-gebruiker

(J) Longitudinaal Internetgebruik nieuwe gebruikers

nieuwe gebruikers langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers langdurige Factor negatieve niet-gebruiker houding

nieuwe gebruikers

Gemiddeld verschil (I-J) -1,0638242

Std. Error ,1329468

Sig. ,000

langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers

-1,4285462

8,06E-02

,000

-,3647220

,1326160

,019

,4441158

,1659459

,023

langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers

,7750219

,1007134

,000

,3309061

,1655330

,139

,2797916

,1804485

,366

,1254311

,1095151

,758

-,1543605

,1799995

1,000

langdurige gebruiker langdurige gebruiker

De langdurige gebruikers van internet hadden en gebruikten dus samen met de nieuwe gebruikers het meest een pc. Samen met diezelfde groep hadden ze ook het minst angst voor computers en van de drie groepen was hun houding ten opzichte van de computer het meest positief. De langdurige niet-gebruikers van internet beschikten het minst over een pc en gebruikten die ook het minst. Zij hadden het meest computerangst en de minst positieve houding. De nieuwe internetgebruikers sluiten qua pc-bezit en gebruik en qua computerangst aan bij de langdurige gebruikers. Op het vlak van de positieve houding situeren ze zich tussen de andere twee groepen.

302


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

4.4.2 | De nieuwe, langdurige en langdurige niet-gebruikers van internet in 2001 Voor elk van de vier afhankelijke variabelen in tabel 25 suggereren de resultaten de aanwezigheid van een positief lineair verband (Bonferroni post hoc test, alle p-waarden < 0.5). Meer concreet scoorden de niet-gebruikers in 2001 reeds lager op de variabelen kennis, bezit media thuis, het aantal gebruikte mediatoestellen en technofobie dan de nieuwe en de langdurige gebruikers van internet. De nieuwe gebruikers scoorden op hun beurt lager dan de langdurige gebruikers die op elk van de variabelen de hoogste score behaalden. TABEL 25

Longitudinaal internetgebruik naar kennis ICT, bezit en gebruik media en technofobie

Longitudinaal internetgebruik Langdurige niet-gebruiker Nieuwe gebruikers Langdurige gebruiker

Gem.

Kennis model 3,0

Totaal aantal bezit media 2,2

Totaal aantal gebruikte media 1,5

Technofobie ,30

N Gem. N Gem. N

277 2,0 42 1,3 186

278 4,1 42 5,7 187

278 2,6 42 5,0 187

277 -,14 42 -,48 187

Ook naar pc-bezit en gebruik verschilden de beide groepen internetbezitters en de niet-bezitters in 2001 reeds van elkaar. Wat betreft het bezit van de pc werd een positief lineair verband gevonden met longitudinaal bezit van internet. Hierbij zijn het de langdurige internetgebruikers die het meest een computer bezitten, gevolgd door de nieuwe gebruikers en de niet-gebruikers van internet waarbij de nieuwe gebruikers op hun beurt hoger scoren dan de laatste groep. Een soortgelijk maar omgekeerd lineair verband werd ook vastgesteld met betrekking tot de negatieve houding ten opzichte van de pc. Hier scoorden de langdurige bezitters van internet het laagst, de niet-bezitters het hoogst en de nieuwe bezitters hier tussenin. Anders was het patroon in de resultaten voor negatieve houding t.o.v. de pc en het totale gebruik van de pc. Ook hier verschilden de langdurige van de niet-bezitters van internet maar verschilden de nieuwe bezitters ten opzichte van geen van beide groepen significant. Men kan voor deze factoren dan ook besluiten dat de niet-bezitters van internet in vergelijking met de langdurige bezitters een negatievere houding hebben ten opzichte van de kostprijs en dat ze de computer minder gebruiken.

303


Vlaanderen gepeild ! TABEL 26

Longitudinaal internetgebruik naar bezit pc, tijdstip bezit pc, frequentie gebruik pc, houding pc

Langdurige niet-gebruiker Nieuwe gebruikers Langdurige gebruiker

Totaal aantal minuNegatieve ten per houding Tijdstip Negatieve week thuis pc houding pc kostprijs pc 1995 582,9 ,68 ,27

Gem.

Thuis pc ,28

N Gem.

278 ,76

78 1996

49 795,3

145 -,25

145 -,10

N Gem.

42 ,93

32 1994

26 1060,6

35 -,72

35 -,27

N

187

173

184

182

182

TABEL 27

Bonferroni post hoc - Test longitudinaal internetgebruik naar bezit pc, tijdstip bezit pc, frequentie gebruik pc, houding pc

Thuis pc

Tijdstip thuis pc

Totaal aantal minuten per week

(I) Longitudinaal Internetgebruik langdurige niet-gebruiker

nieuwe gebruikers langdurige niet-gebruiker

Nieuwe gebruikers Langdurige niet-gebruiker

(J) Longitudinaal Internetgebruik nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers

langdurige gebruiker

304

Gemiddeld verschil (I-J) -,48

Std. Error 6,45E-02

Sig. ,000

-,64

3,69E-02

,000

-,16

6,65E-02

,046

-1,03

1,17

1,000

,78

,76

,909

1,81

1,07

,276

-212,40

211,2410

,947

-477,63

140,36

,002


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

(I) Longitudinaal Internetgebruik Nieuwe gebruikers Langdurige Negatieve houding niet-gebruiker pc

Nieuwe gebruikers Langdurige Negatieve houding niet-gebruiker kostprijs pc

Nieuwe gebruikers

4.5

(J) Longitudinaal Internetgebruik langdurige gebruiker nieuwe gebruikers

Gemiddeld verschil (I-J) -265,23

Std. Error 182,32

,92538

,13889

,441 ,000

langdurige gebruiker langdurige gebruiker nieuwe gebruikers

1,4030

8,17E-02

,000

,4777

,1361

,002

,3718

,1774

,110

langdurige gebruiker langdurige gebruiker

,5381712

,1043

,000

,1663

,1738

1,000

Sig.

| Is nieuwe internet bezitter ook nieuwe pc bezitter/ gebruiker

De vraag die hier gesteld wordt is of de nieuwe internetbezitters ook nieuwe computerbezitters of gebruikers zijn? Zijn de nieuwe internetbezitters met andere woorden mensen die reeds een computer in huis hadden maar die nog niet gebruikten of gaat het hier om mensen die zich in het bijzonder een computer hebben aangeschaft om on line te kunnen gaan? De resultaten in tabel 28 geven vooral steun aan de eerste mogelijkheid. Deze tabel bevat de gegevens voor computer bezit en â&#x20AC;&#x201C; gebruik in 2001 en 2002 bij nieuwe bezitters van internet in 2002. Vooreerst blijkt het bezit van de pc in deze groep niet toegenomen, hetgeen afbreuk doet aan de plausibiliteit van de tweede optie. Deze groep gebruikt in 2002 de computer wel significant meer dan in 2001. Op basis van deze resultaten kunnen we dan ook besluiten dat de nieuwe internetbezitter niet zo zeer een nieuwe computerbezitter dan wel een nieuwe computergebruiker is. De computer zelf had hij blijkbaar ook vorig jaar reeds in huis.

305


Vlaanderen gepeild ! TABEL 28

Is nieuwe internet bezitter ook nieuwe pc bezitter/gebruiker?

Bezit pc 2001 Bezit pc 2002 Gebruik pc 2001 Gebruik pc 2002

5

87 76 63 94

N 41 41 42 42

Std. Afwijking ,34 ,43 ,49 ,25

T 1,486

Df 40

Sig ,145

-3,656

41

,001

| Besluit

Uit de analyse blijkt dat de penetratiegraad van computerbezit en -gebruik niet gestegen is tussen 2001 en 2002. Ongeveer de helft van de Vlamingen bezit thuis een computer en ongeveer een even groot percentage gebruikt die pc ook regelmatig. Toch kan niet worden gesteld dat er geen nieuwe computerbezitters zijn bijgekomen. Er zijn er echter evenveel die de computer in huis hebben weggedaan. De bezitters en niet-bezitters van een computer in huis kunnen dan ook worden onderverdeeld in vier categorieĂŤn: niet-bezitters, recente bezitters, langdurige bezitters en afhakers. Inzake het sociaal-demografisch karakter van de verschillende groepen kunnen deze groepen op een rechte geplaatst worden met aan het ene uiteinde de niet-bezitters van een computer en aan de andere kant de langdurige bezitters. Deze laatste categorie bleek gemiddeld het best opgeleid te zijn, het meeste te verdienen, de meeste kinderen ten laste te hebben en het jongst te zijn. De groepen werden eveneens vergeleken op hun algemene kennis, gebruik en bezit van media en hun graad van technofobie. Hierbij kwam dezelfde trend naar voren als bij de socio-economische variabelen. Niet-bezitters van een computer kennen, gebruiken en bezitten de minste media en hebben de meeste last van technofobie. De langdurige bezitters zijn helemaal tegenovergesteld. De recente bezitters en afhakers houden het midden tussen de twee extremen. Ook inzake het pc-gebruik werd een onderscheid gemaakt tussen niet, langdurige, recente gebruikers en afhakers. Ook hier stellen we vast dat, waar het globale percentage computergebruikers in Vlaanderen stabiel blijft, dit wordt veroorzaakt door dat er nieuwe gebruikers bij komen en vroegere gebruikers afhaken. De sociaaldemografische kenmerken van de verschillende groepen gebruikers zijn erg gelijkaardig aan deze van de bezitters. Niet-gebruikers van een computer zijn het oudst, hebben de minste kinderen ten laste, de laagste opleiding en het laagste inkomen. Globaal genomen sluiten de recente computergebruikers zich hierbij aan. Enkel wat betreft het aantal kinderen ten laste scoren ze het hoogst van al de verschillende categorieĂŤn. De langdurige gebruikers zijn het jongst, genieten het hoogste inkomen en hebben het hoogste diploma. De afhakers sluiten zich hierbij aan, al scoren ze iets

306


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

gematigder. De zelfde trends zijn terug te vinden bij het bezit, gebruik en de kennis van media. Langdurige bezitters scoren het hoogst op deze variabelen, de nietgebruikers het laagst. De mate van pc-gebruik hangt dus duidelijk samen met het gebruik, bezit en kennis van andere media. Hetzelfde geldt voor technofobie. De langdurige gebruikers hebben er het minst last van, de niet-gebruikers het meest. Deze analyses inzake computerbezit en â&#x20AC;&#x201C;gebruik geven stof tot nadenken. Uit het onderzoek blijkt dat de penetratiegraad in de bevolking niet gewijzigd te zijn. Het lijkt er dus sterk op dat de computer op dit ogenblik een maximale penetratiegraad heeft bereikt. Ook de sterke verschillen tussen de verschillende groepen op de onderzochte variabelen wijst in deze richting. Computerbezit in huis blijft dus in sterke mate een zaak te zijn van hoger opgeleide, jonge en goed verdienende bevolkingsgroepen te zijn. Een echte democratisering van het computerbezit heeft zich dus nog steeds niet doorgezet. Dit onderzoek doet dan ook uitschijnen dat de procentuele aangroei van de computerpenetratie voor de toekomst eerder een demografische kwestie is waarbij er enkel jonge gebruikers bijkomen en de oudere niet bezitters en gebruikers door natuurlijke uitval wegvallen. Toch lijkt er inzake de adoptie van het gebruik van de computer een belangrijke wijziging te zijn opgetreden. De plaats van computergebruik blijkt te verschillen tussen de recente gebruikers en langdurige gebruikers. De data tonen aan dat de recente gebruikers grotendeels zuivere thuisgebruikers zijn, terwijl de langdurige gebruikers de computer ook meer op hun werk gebruiken. Dit duidt erop dat er toch nieuwe groepen computergebruikers zijn bijgekomen. Verder onderzoek is in deze noodzakelijk. Tussen 2001 en 2002 is het percentage internet aansluitingen (het internetbezit) in de Vlaamse gezinnen met bijna 10 procentpunten gestegen van 30,9% naar 40,7%. Op basis van de longitudinale data over internetbezit werden de respondenten opgedeeld in drie groepen. De eerste groep zijn de niet-bezitters (49,4%). Op socio-economisch vlak is dit de groep met het laagste inkomen, de laagste opleiding, het kleinste aantal kinderen ten laste en de hoogste leeftijd. De langdurige bezitters (28,8%) zijn het antecedent van de groep met het hoogste inkomen, de hoogste opleiding het grootste aantal kinderen ten laste en de laagste leeftijd. De nieuwe bezitters (11,1%) situeren zich tussen beide andere groepen. Hetzelfde lineair verband werd vastgesteld met betrekking tot bezit en gebruik van andere media. De analyse heeft ook aangetoond dat reeds in 2001 een aantal factoren werkzaam waren die zouden samenhangen met het al dan niet aanschaffen van internet tussen 2001 en 2002. Zo bleken de nieuwe bezitters van 2002 in 2001 reeds significant meer kennis van verschillende media en minder technofobie te hebben dan diegenen die in 2002 nog steeds in de groep van de niet-bezitters zouden vertoeven. Ook bezaten en gebruikten ze in 2001 reeds meer andere media dan de niet-bezitters. Het percentage regelmatige, d.i. minstens ĂŠĂŠn maal per maand, internetgebruikers is tussen 2001 en 2002 gestegen met vier punten van 34% naar 38,5%. Op basis van deze cijfers werden de respondenten ook hier ondergebracht in drie verschillende groepen. De langdurige niet-gebruikers (45,3%) zijn op socio-economisch vlak significant ouder dan beide

307


Vlaanderen gepeild ! andere groepen. Ze hebben eveneens significant minder kinderen ten laste een lagere opleiding en een lager inkomen. De langdurige (30,5%) en de nieuwe gebruikers (6,9%) verschillen onderling niet van elkaar. De meest populaire plaatsen om het internet te gebruiken zijn, net zoals bij de computer, thuis en op het werk. De hier gepresenteerde cijfers over internetadoptie roepen eveneens een aantal interessante bedenkingen op. Vooreerst geven deze cijfers steun aan de hypothese dat de verspreiding van de computer een hoogtepunt heeft bereikt en dat het aantal computers in de huisgezinnen de komende jaren niet noemenswaardig meer zal toenemen, ook niet ten gevolge van de verspreiding van internet. De nieuwe internetgebruikers zijn immers niet zo zeer nieuwe computerbezitters maar wel nieuwe computergebruikers. Zij hadden met andere woorden de computer wel in huis, maar zijn hem slechts beginnen te gebruiken wanneer het verlangen om on line te gaan de kop op stak. Meteen roept dit ook bedenkingen op met betrekking tot de maximale verspreiding van het internet in de Vlaamse huiskamers. Als de nieuwe internetgebruikers immers geen nieuwe computerbezitters zijn en het computerbezit stagneert rond de 50% dan kan het aantal internetaansluitingen, binnen de huidige omstandigheden, het percentage computers in de huiskamer niet overschrijden. Dit geheel roept vragen op in verband met de digitale kloof die dreigt te ontstaan in de informatiemaatschappij. Het lijkt op dit ogenblik duidelijk dat vele groepen uitgesloten zullen blijven van de voordelen die deze nieuwe maatschappij beloofd te brengen. Aspecten zoals de introductie van e-government zullen rekening moeten blijven houden met het feit dat slechts zeer specifieke groepen van de bevolking er gebruik van zullen maken indien de voordelen ervan enkel toegankelijk zullen zijn voor de computer en internet gebruikers.

308


De adoptie van nieuwe media door de Vlaamse bevolking.

BIBLIOGRAFIE

Steyaert, J. (2001) Een longitudinaal onderzoek naar het bezit en gebruik van multimedia in Vlaanderen. Verslag van de eerste golf. Leuven: Departement Communicaitewetenschap K.U.Leuven. Steyaert, J.; Gutschoven, K. & K. Beullens (2002) De Multimediakaart van Vlaanderen. Een longitudinaal onderzoek naar het bezit en gebruik van multimedia in Vlaanderen. Verslag van de tweede golf. Leuven: Departement Communicaitewetenschap K.U.Leuven.

309


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaanderen_gepeild_2003_9_nieuwe_media.pdf by Vlaanderen-be - Issuu